Annual Report • Mar 16, 2015
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
Financieel Verslag 2014
FINANCIEEL VERSLAG 1
| Overzicht kerncijfers | 3 | ||
|---|---|---|---|
| Blikvangers | 4 | ||
| Belangrijkste gebeurtenissen in het jaar | 6 | ||
| Financiële Analyse | 9 | ||
| 1.1 | Resultatenrekening | 9 | |
| 1.2 | Geconsolideerde Balans | 14 | |
| 1.3 | Kasstroom | 17 | |
| 1.4 | Reconciliatie van gerapporteerde naar genormaliseerde | 18 | |
| fnanciële cijfers | |||
| 1.5 | Van IFRS geconsolideerde nettowinst naar | 20 | |
| niet-geconsolideerde BGAAP nettowinst | |||
| Vooruitzichten | 22 | ||
| Geconsolideerde Jaarrekening 2014 | 23 | ||
| 1 | Winst- en verliesrekening | 24 | |
| 2 | Overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 25 | |
| 3 | Geconsolideerde balans | 26 | |
| 4 | Mutatieoverzicht van het eigen vermogen | 27 | |
| 5 | Geconsolideerd kasstroomoverzicht | 29 | |
| 6 | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening | 30 | |
| 6.1 | Algemene informatie | 30 | |
| 6.2 | Verandering in de boekhoudkundige principes | 30 | |
| 6.3 | Belangrijke boekhoudkundige hypothesen en inschattingen | 33 | |
| 6.4 | Samenvatting van de belangrijkste boekhoudkundige principes | 34 | |
| 6.5 | Risicobeheer | 42 | |
| 6.6 | Bedrijfscombinaties | 47 | |
| 6.7 | Informatie met betrekking tot segmenten | 50 | |
| 6.8 | Omzet | 52 | |
| 6.9 | Overige bedrijfsopbrengsten | 53 | |
| 6.10 | Overige bedrijfskosten | 53 | |
| 6.11 | Personeelskosten | 54 | |
| 6.12 | Financiële opbrengsten en fnanciële kosten | 54 | |
| 6.13 | Winstbelastingen/Uitgestelde belastingen | 55 | |
| 6.14 | Winst per aandeel | 57 | |
| 6.15 | Materiële vaste activa | 58 | |
| 6.16 | Vastgoedbeleggingen | 60 | |
| 6.17 | Activa aangehouden voor verkoop | 61 | |
| 6.18 | Immateriële vaste activa | 62 | |
| 6.19 | Leasing | 64 | |
| 6.20 | Investeringen in geassocieerde ondernemingen | 65 | |
| 6.21 | Handelsvorderingen en overige vorderingen | 66 | |
| 6.22 | Voorraden | 67 | |
| 6.23 | Geldmiddelen en kasequivalenten | 67 | |
| 6.24 | Financiële schulden | 68 | |
| 6.25 | Personeelsbeloningen | 68 | |
| 6.26 | Handelsschulden en overige schulden | 80 | |
| 6.27 | Voorzieningen | 81 | |
| 6.28 Niet in de balans opgenomen verplichtingen en onvoorziene activa | 82 | ||
| 6.29 | Rechten en verplichtingen | 83 | |
| 6.30 | Transacties met verbonden partijen | 84 | |
| 6.31 | Overzicht van dochterondernemingen | 86 | |
| 6.32 | Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum | 89 | |
| Samenvatting van fnanciële staten van bpost NV/SA | 90 | ||
| Verklaring inzake Corporate Governance | 94 |
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
|---|---|---|---|---|
| Totaal bedrijfsopbrengsten (inkomsten) (1) | 2.464,7 | 2.428,6 | 2.415,7 | 1,5% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) (2) | 480,2 | 436,1 | 404,0 | 10,1% |
| Winst van het boekjaar (geconsolideerd – IFRS) (3) | 295,5 | 273,3 | 227,7 | 8,1% |
| Operationele vrije kasstroom (4) | 373,5 | 249,0 | 284,0 | 50,0% |
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
|---|---|---|---|---|
| Totaal bedrijfsopbrengsten (inkomsten) | 2.464,7 | 2.443,2 | 2.415,7 | 0,9% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 480,2 | 450,7 | 323,0 | 6,5% |
| Winst van het boekjaar (geconsolideerd – IFRS) | 295,5 | 287,9 | 174,2 | 2,6% |
| Nettowinst bpost NV (niet-geconsolideerd – BGAAP) | 296,9 | 248,2 | 171,9 | 19,6% |
| Operationele vrije kasstroom (5) | 373,3 | 125,9 | (16,8) | 196,4% |
| Nettoschuld/(Netto geldmiddelen) (6) | (486,2) | (360,7) | (618,6) | 34,8% |
| Gewone winst per aandeel (7), in EUR | 1,47 | 1,43 | 0,87 | 2,9% |
| Dividend per aandeel (7), in EUR | 1,26 | 1,13 | 0,85 | 11,5% |
| Aantal werknemers (op jaareinde) | 27.479 | 28.747 | 29.922 | -4,4% |
| Aantal VTE (gemiddeld) | 24.631 | 25.683 | 26.625 | -4,1% |
| Aantal VTE en interims (gemiddeld) | 25.414 | 26.329 | 27.411 | -3,5% |
(1) Genormaliseerde totale bedrijfsopbrengsten vertegenwoordigen de totale bedrijfsopbrengsten exclusief de impact van eenmalige elementen en zijn niet geauditeerd.
(2) Genormaliseerde EBIT vertegenwoordigt de winst uit bedrijfsactiviteiten exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
(3) Genormaliseerde winst van het jaar vertegenwoordigt de winst voor het jaar exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd. (4) Genormaliseerde operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de operationele vrije kasstroom exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
(5) Operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de netto kasstroom van operationele activiteiten minus de netto kasstroom van investeringsactiviteiten.
(6) Netto schuld/(Netto geldmiddelen) bestaat uit rentedragende en niet-rentedragende leningen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.
(7) Alle winst per aandeel en dividend per aandeel zijn berekend op basis van het aantal aandelen na de aandelensplitsing, dewelke goedgekeurd werd op de buitengewone aandeelhoudersvergadering van 27 mei 2013 en resulteerde in een totaal van 200.000.944 aandelen.
Voor verdere details met betrekking tot de reconciliatie van gerapporteerde naar genormaliseerde fnanciële cijfers verwijzen we naar sectie "reconciliatie van gerapporteerde naar genormaliseerde fnanciële cijfers" van dit document.
2014 was opnieuw een zeer goed jaar met positieve resultaten ondanks het nog steeds moeilike economische klimaat. Dit is de verdienste van de duizenden medewerkers van bpost, die zich dag na dag inzetten voor de klanten. We danken en feliciteren hen daarvoor van harte!
Alle cifers van het jaar 2014 gaan in stigende lin: op genormaliseerde basis, ging de geconsolideerde omzet van 2.428,6 miljoen EUR in 2013 naar 2.464,7 miljoen EUR in 2014 (+1,5%), het EBITDA van 536,9 miljoen EUR naar 572,0 miljoen EUR (+6,6%) het EBIT van 436,1 miljoen EUR naar 480,2 miljoen EUR (+10,1%), de geconsolideerde netto-winst van 273,3 miljoen EUR naar 295,5 miljoen EUR (+18,1%). De netto-winst van de moedermaatschappi bpost NV, de basis van de berekening van het dividend, ging van haar kant van 248,2 miljoen EUR naar 296,9 miljoen EUR.
De goede resultaten zin in hoofdzaak het gevolg van de sterke stiging van de pakjes zowel in België als internationaal die de daling van de brievenvolumes kon compenseren en van de reductie van de kosten in lin met de vooruitzichten. Deze resultaten stemmen tot tevredenheid en tonen opnieuw aan dat onze strategie vruchten afwerpt. Tevens werd verder werk gemaakt van innovatie om de groei van morgen te ondersteunen.
We hebben in 2014 inderdaad vooruitgang geboekt op de vier assen van ons strategisch plan:
In de eerste plaats gaat het over de pakjes, waar we zowel in België als internationaal een verdere organische omzetgroei hebben gerealiseerd inpikkend op het toenemend succes van e-commerce: +6.7% in België en +47,7% internationaal.
In België versterkten we nog meer onze beste troef voor de klanten, namelik ons uitgebreid verdeelnetwerk met 10.000 postbodes die pakjes aan huis brengen en dat nu ook op zaterdag en zelfs zondag doen, de 1.250 postkantoren en postpunten, en tenslotte de pakjesautomaten die we stelselmatig plaatsen op druk bezochte sites zoals stations en parkings van grootwarenhuizen, waar de klanten 24u/24u en 7d/7 hun pakjes kunnen afhalen (nu zin er reeds 125).
Om ook op de wereldwide e-commercemarkt nog beter in te spelen, hebben we in 2014 onze internationale teams geïntegreerd in één enkele structuur en hun expertise versterkt. Deze nieuwe organisatie ontplooit haar activiteiten onder de merknaam "Landmark Global, a bpost company" en is gevestigd op 12 strategisch gelegen locaties in de VS en Canada, Europa, en Azië.
Pakjes zin onze belangrikste groeifactor maar we lanceren ook andere projecten om nieuwe inkomsten te genereren zoals de "combo.be"- dienst. Alle inwoners van Brussel, Halle-Vilvoorde en Waals-Brabant kunnen sinds oktober 2014 boodschappen, die ze online bestellen bi verschillende handelaars, in één keer 's avonds door bpost thuis laten bezorgen. Na een testperiode van vif maanden is het stadstransportenproject "City Logistics" uit de startblokken. In Antwerpen is het project nu volop commercieel uitgebouwd en de verdere uitrol naar Brussel wordt gepland.
→ drie, we hielden de kosten goed onder controle en werken verder aan de initiatieven om de productiviteit te verbeteren. Het belangrikste is het plan Visie 2020 dat verdere automatisering van de sortering beoogt en de toekomstige mailorganisatie uittekent. Geleidelik aan worden de 400 lokale mailkantoren die we vif jaar geleden nog hadden gegroepeerd naar 60 mailcentra. Eind februari 2015 waren er nog 263.
De uitbreidingen van vier bestaande Industrial Mail Centers en de installatie van nieuwe machines gingen van start en verlopen volgens schema.
De procedure om te kunnen starten met de bouw van het nieuwe grote sorteercentrum Brussel X verloopt goed. Eénmaal de bouw- en milieuvergunning verkregen zin, hopen we dat de werken nog in 2015 zullen aanvangen, opdat we het centrum in gebruik kunnen nemen in 2017. Brussel X zal een cruciale rol spelen in onze pakjesactiviteit omdat het zal instaan voor de sortering van alle pakjes. Daardoor zal de doorloop tid tussen de aankomst van de pakjes bi bpost en de levering bi de klant nog korter worden.
Belangrik in ons streven naar uitmuntendheid is ook ons project "next gen" waarbi we met verschillende initiatieven de organisatie beter willen voorbereiden om op een voldoende fexibele en snelle manier in te spelen op de nieuwe behoeften van onze klanten en de wizigingen in de postmarkt. Het Alphaproject maakt hiervan deel uit. Hierbi hebben we de werking van onze centrale diensten grondig herbekeken. De resultaten werden einde februari aan de medewerkers meegedeeld. Het is de bedoeling om de nieuwe organisatie in de loop van 2015 in te voeren, om ze af te ronden in de loop van 2016, na een goed sociaal overleg.
→ Tot slot, zin we ook verheugd dat we konden voldoen aan de verwachtingen van al onze stakeholders.
We slaagden erin om de klanten, zowel de residentiële als de zakelike, beter te bedienen met goede leveringskwaliteit, wat resulteerde in een sterke daling (- 16%) van de klachten en een stiging van de klantentevredenheid (+ 2,3 percentpunten). In de businessmarkt zitten we hiermee zelfs in de top 5 inzake klantenloyaliteit, een doelstelling die we ook nastreven voor de residentiële markt.
Ook in ons streven om het welzin en het engagement van onze medewerkers te ondersteunen boekten we enkele mooie resultaten. De veiligheid verbeterde door de 17% vermindering van het aantal ongevallen. De bpeople enquête onder de personeelsleden wees uit dat hun loyauteit een sterke troef is en dat stress-factoren beter onder controle bliven.
Het baanbrekend programma "Ervaring erkennen" treedt nu in zin derde jaar: meer dan 100 werknemers konden in het kader van het programma reeds het certifcaat hoger onderwis behalen, waardoor ze hun interne en externe jobkansen verhogen. Meer dan 250 medewerkers volgen op dit ogenblik het opleidingsprogramma.
De inspanningen om onze impact op het milieu in te perken werden volgehouden. Voor het tweede jaar op ri stond bpost in 2014 voor zin milieubeheer op de eerste plaats in het internationale klassement van de International Post Corporation (IPC). Bovendien behaalde bpost de hoogste score (A) in de Climate Performance Leadership Index voor zin prestaties in het kader van het Carbon Disclosure Project (CDP).
De aandeelhouders toonden hun vertrouwen in de strategie en in de voortgang van het bedrif wat resulteerde in een positieve evolutie van de pris van het aandeel. De uitvoering van onze Strategisch Plan leidde tot resultaten en daardoor konden wi onze aandeelhouders vergoeden voor hun vertrouwen door de uitkering van een dividend dat 12% hoger ligt dan dat van het jaar ervoor. Alle werknemers delen eveneens in het succes van de onderneming, met name door de hogere wettelike winstdeling en de toegenomen resultaatsgebonden bonus.
Ook in 2015 zullen we onze strategische uitdagingen bliven opnemen. Hierbi zal bizondere aandacht gaan naar het nieuwe contract voor de verdeling van kranten en magazines voor de periode vanaf 1 januari 2016.
We zullen alles in het werk stellen om dit belangrike contract binnen te halen. We hopen dat de kwaliteit die we dageliks leveren een zwaarwichtig element zal zin in de besluitvorming.
Verder is er het nieuwe beheerscontract na afoop op 31 december 2015 van het huidige beheerscontract. We gaan er van uit dat de vergoeding voor de geleverde diensten correct zal bliven, rekening houdend met de kwaliteit van onze dienstverlening en met het feit dat bpost intussen ook verder gewerkt heeft aan efciëntieverbeteringen.
Ten slotte zal intens en volgehouden sociaal overleg gevoerd worden in 2015, over de uitvoering van belangrike veranderingsprojecten, onder meer in de centrale diensten en in het mailnetwerk. bpost heeft een lange en succesvolle traditie van sociaal overleg en we zullen in die geest verder werken.
In het nog steeds wankele economisch klimaat, gekenmerkt door snelle en ingripende veranderingen in de markt, komt het er voor bpost vooral op aan gefocust te bliven op de krachtlinen van zin strategisch plan dat zin werkzaamheid reeds bewezen heeft, en op de grote projecten die gelanceerd werden om onze toekomstige ontwikkeling en onze groei te ondersteunen. De raad van bestuur en het directiecomité zullen schouder aan schouder deze lin doorzetten.
Françoise Masai Koen Van Gerven Voorzitster van de raad bestuur CEO
Landmark Global Inc, een dochteronderneming van bpost ten belope van 51%, heeft 100% van de aandelen van Gout International BV en BEurope Consultancy BV aangekocht in januari 2014.
Gout International BV (omzet van 3,8 miljoen EUR voor 2013, nu actief onder de naam Landmark Global (Nederland) BV) en BEurope Consultancy BV (omzet van 0,3 miljoen EUR voor 2013, nu actief onder de naam Landmark Trade Services (Nederland) BV) zin twee Nederlandse bedriven, gevestigd in Groningen. De voornaamste activiteiten van Landmark Global (Nederland) BV zin importdiensten voor VS-klanten die hun producten willen verkopen in Europa. Deze omvatten dedouaneringsdiensten, opslag, "pick & pack" en last-miledistributie. Landmark Trade Services (Nederland) BV is een spin-ofbedrif van Landmark Global (Nederland) BV dat zich richt op het adviseren van VS-klanten over hoe ze hun producten in Europa aan de man kunnen brengen. Dit omvat advies over zowel douane / btw-set-up als over productregistratie in de verschillende Europese landen.
In februari 2014 kocht Landmark Global Inc. 100% van de aandelen van Ecom Global Distribution Ltd. (omzet van 1,4 miljoen EUR voor 2013, nu actief onder de naam Landmark Global (UK) Limited), dat importdiensten aanbiedt voor goederen die het Verenigd Koninkrik binnenkomen, gelikaardig aan de diensten die Landmark Global (Nederland) BV aanbiedt. Gelegen vlak naast Londen Heathrow is het bi uitstek geschikt om bedriven te bedienen die importeren via een luchtbrug vanuit de VS naar het VK.
Daarnaast verwierf Landmark Global Inc. in februari 2014 100% van de aandelen van Starbase Global Logistics Inc (omzet van 1,7 miljoen EUR voor 2013, nu actief onder de naam Landmark Trade Services USA, Inc.), dat importdiensten aanbiedt voor goederen die de VS binnenkomen.
In het Koninklik Besluit van 26 februari 2014 heeft de Belgische Staat, op voorstel van de Raad van Bestuur en op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, Koen Van Gerven aangeduid als de nieuwe CEO van bpost voor een hernieuwbare termin van 6 jaar.
In het Koninklik Besluit van 25 april heeft de Belgische Staat, op voorstel van de Raad van Bestuur en op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, Françoise Masai aangeduid als voorzitster van de Raad van Bestuur, in opvolging van Martine Durez aan wie eervol ontslag werd verleend.
In het Koninklik Besluit van 14 maart 2014 heeft de Belgische Staat, op voorstel van de Raad van Bestuur en op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, Bernadette Lambrechts aangeduid als lid van de Raad van Bestuur.
Op 24 maart 2014 werd bpost opgenomen in de BEL 20-index. De BEL 20 is de voornaamste index van de Brusselse beurs die de waardering van de 20 belangrikste ondernemingen op het vlak van vri verhandelbare marktkapitalisatie weerspiegelt.
In het paritair comité van 22 mei 2014 werd een akkoord gesloten rond de mogelike uitbetaling van een niet-recurrente bonus gekoppeld aan de resultaten van 2014-2015. Er zin ook een reeks maatregelen overeengekomen ter verbetering van de bezoldiging van de hulppostmannen, meer bepaald betrefende maaltidcheques en de eindejaarstoelage.
Op 22 september 2014 werd bpost opgenomen in de DJ Stoxx Europe 600 index. Deze index bevat de 600 belangrikste Europese marktkapitalisaties.
De fusie en overname strategie van bpost bestaat erin om uit te kiken naar opportuniteiten die een bidrage kunnen leveren aan de kernactiviteiten van bpost, hetzi in de binnenlandse markt, hetzi in de sector van de internationale pakjes. Daarnaast worden andere opportuniteiten onderzocht als ze een sterk rendement op investering opleveren en de knowhow van bpost bi het moderniseren van postactiviteiten valoriseren. De interesse van bpost om een meerderheidsbelang aan te gaan in Posta Romana is gebaseerd op laatstgenoemde element. Het dossier bevindt zich in een preliminaire fase.
Eind september werd de thuislevering door bpost van online bestelde boodschappen uitgerold naar alle inwoners van Brussel en Waals-Brabant. Gebruik makend van het bpost-platform "www.combo.be" kunnen kopers hun bestelling plaatsen bi de deelnemende winkels, een leveringstid kiezen en bestellingen bi verschillende retailers combineren in één levering. Eind oktober werd de dienst uitgebreid naar delen van Vlaams-Brabant.
bpost streeft ernaar om zin klanten de beste opties aan te bieden voor de distributie van hun pakketten. Om het aanbod te versterken, levert bpost sinds november pakketten op zaterdag. De levering in pakketautomaten werd eveneens gelanceerd. Zowat 125 pakjesautomaten staan verspreid over heel België. De geadresseerden kunnen er hun pakket ophalen, 24 uur op 24, 7 dagen per week. Ze werden geïnstalleerd op drukke plaatsen, zoals treinstations, parkings aan grootwarenhuizen en grote postkantoren. Tenslotte heeft bpost ook de online voorbereiding voor het versturen van pakketten (etikettering, betaling) gecommercialiseerd, evenals directe afevering en ophaling in één van zin 1.250 pakketpunten, wat leidt tot een verbeterd comfort voor gebruikers.
De bizondere algemene vergadering van aandeelhouders die werd gehouden op 22 september 2014, heeft Ray Stewart en Michael Stone benoemd als onafhankelike bestuurders van bpost met onmiddellike ingang. Ray Stewart en Michael Stone vervangen Bjarne Wind en K.B. Pedersen, die allebei hun ontslag hadden aangeboden ingevolge de verkoop door CVC van nagenoeg haar volledige participatie in het kapitaal van bpost.
De Raad van Bestuur heeft het uitvoerend management van bpost geherstructureerd. Vanaf 1 september 2014 bestaan het Directiecomité en het Group Executive Management beide uit Koen Van Gerven (CEO & Parcels), Pierre Winand (CFO), Marc Huybrechts (MRS director), Mark Michiels (HR) en Kurt Pierloot (MSO & International director).
In oktober kondigde bpost de tariefverhogingen op postproducten aan die vanaf januari 2015 van toepassing zin. In overeenstemming met het regelgevend kader zal de gemiddelde prisstiging voor alle binnenlandse postproducten 1,5% bedragen.
bpost heeft zin verschillende internationale activiteiten samengebracht in één gecombineerde structuur om de synergieën en de expertise van die entiteiten te versterken teneinde tegemoet te komen aan de behoeften van de wereldwide e-commercemarkt op het vlak van pakketleveringen. De nieuwe organisatie opereert onder de merknaam "Landmark Global, a bpost company" en wordt geleid door Dave Mays, de huidige CEO en oprichter van Landmark Global, Inc. Kurt Pierloot vertegenwoordigt Landmark Global in het Group Executive Management van bpost.
bpost keerde op 10 december 2014 een interimdividend uit van 1,04 EUR bruto per aandeel, een stiging van 12% tegenover het interimdividend betaald in 2013. Conform het dividendbeleid goedgekeurd door de Raad van Bestuur, werd het interimdividend gebaseerd op de BGAAP nettowinst van bpost NV van 244,8 miljoen EUR voor de eerste 10 maanden van 2014. Voor het volledige jaar 2014 bedroeg de BGAAP nettowinst van bpost NV 296,9 miljoen EUR, hetgeen resulteert in een voorstel voor een totaal dividend van 1,26 EUR bruto per aandeel, in lin met het dividendbeleid dat voorziet in een pay-out ratio van 85%. Het einddividend van 0,22 EUR bruto per aandeel zal worden uitgekeerd op 20 mei 2015 na goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
bpost meet voortdurend de tevredenheid van zin klanten via onafhankelik onderzoek teneinde actieplannen ter verbetering op te stellen. In 2014 toonde 88,3% van de onderzochte klanten zich tevreden over de producten en diensten van bpost. Dat betekent een stiging met 2,3 percentpunten vergeleken met het jaar ervoor.
Na een proefperiode van vif maanden, werd het "City Logistics" stad transport project gelanceerd. Het project is nu volledig operationeel in Antwerpen en verder is er voorzien dat dit project wordt uitgerold in Brussel.
Dankzij City Logistics, kunnen transporteurs die goederen voor het centrum en de haven van Antwerpen moeten leveren, hun vracht afzetten in een speciaal daarvoor uitgerust depot aan de rand van de stad. bpost zorgt vervolgens met eigen voertuigen nog dezelfde dag voor een gebundelde levering bij de eindbestemmelingen.
De volgende tabel toont de fnanciële resultaten van bpost voor de jaren 2012, 2013 en 2014:
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
| Omzet | 2.441,7 | 2.403,0 | 2.396,0 | 1,6% |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 22,9 | 40,2 | 19,8 | -42,9% |
| TOTAAL BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 2.464,7 | 2.443,2 | 2.415,7 | 0,9% |
| Materiaalkost | (27,4) | (30,4) | (34,6) | -9,8% |
| Diensten en diverse goederen | (644,1) | (609,1) | (602,8) | 5,8% |
| Personeelskosten | (1.199,9) | (1.229,7) | (1.238,5) | -2,4% |
| Overige bedrijfskosten | (21,3) | (22,5) | (118,9) | -5,6% |
| TOTAAL BEDRIJFSKOSTEN – AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN UITGESLOTEN |
(1.892,6) | (1.891,7) | (1.994,8) | 0,0% |
| EBITDA | 572,0 | 551,4 | 421,0 | 3,7% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (91,9) | (100,8) | (98,0) | -8,8% |
| BEDRIJFSRESULTAAT (EBIT) | 480,2 | 450,7 | 323,0 | 6,5% |
| Financiële opbrengsten | 5,5 | 3,6 | 6,8 | 53,1% |
| Financiële kosten | (42,7) | (11,4) | (60,6) | 273,4% |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 11,2 | 14,0 | 3,5 | -19,7% |
| RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITVOERING | 454,1 | 456,8 | 272,7 | -0,6% |
| Belastingen | (158,6) | (168,9) | (98,5) | -6,1% |
| NETTORESULTAAT VAN DE PERIODE | 295,5 | 287,9 | 174,2 | 2,6% |
De totale bedrijfsopbrengsten (inkomsten) stegen met 0,9% tot 2.464,7 miljoen EUR (2013: 2.443,2 miljoen EUR). De evolutie per productlijn kan als volgt worden samengevat:
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
| Domestic Mail | 1.523,0 | 1.551,3 | 1.676,4 | -1,8% |
| Transactional Mail | 943,2 | 961,3 | 982,7 | -1,9% |
| Advertising Mail | 271,4 | 275,9 | 287,3 | -1,6% |
| Press | 308,4 | 314,1 | 406,4 | -1,8% |
| Parcels | 307,2 | 249,6 | 165,0 | 23,1% |
| Domestic Parcels | 151,3 | 141,9 | 134,0 | 6,7% |
| International Parcels | 143,3 | 91,5 | 11,4 | 56,5% |
| Special Logistics | 12,6 | 16,2 | 19,6 | -22,0% |
| Additional sources of revenues and retail network | 612,5 | 616,8 | 553,1 | -0,7% |
| Value-added services | 95,4 | 89,4 | 95,8 | 6,7% |
| International Mail | 203,7 | 199,3 | 221,0 | 2,2% |
| Banking and Financial products | 207,5 | 209,2 | 217,3 | -0,8% |
| Andere | 106,0 | 118,9 | 19,0 | -10,9% |
| Corporate (aansluitpost) | 21,9 | 25,5 | 21,1 | -13,9% |
| TOTAAL BPOST | 2.464,7 | 2.443,2 | 2.415,7 | 0,9% |
De stijging in inkomsten als gevolg van de gewijzigde samenstelling van de groep werden meer dan gecompenseerd door het wegvallen in 2014 van de eenmalige winst met betrekking tot de verkoop van sommige Certipost-activiteiten aan Basware in 2013. Deze elementen samen waren verantwoordelijk voor een daling van de inkomsten met 4,3 miljoen EUR:
Als deze elementen niet in aanmerking worden genomen, dan vertoonden de totale bedrijfsopbrengsten een organische groei van 25,8 miljoen EUR, voornamelijk ingevolge de sterke prestatie van Parcels, de positieve prijsimpact van Domestic Mail en de ontwikkeling van nieuwe oplossingen op maat bij Additional Sources of Revenues dewelke de volumedaling bij Domestic Mail compenseerden.
De inkomsten uit Domestic Mail daalden met 28,3 miljoen EUR tot 1.523,0 miljoen EUR in 2014 (2013: 1.551,3 miljoen EUR). Als de impact van de verkiezingen in 2014 (die 4,6 miljoen EUR aan inkomsten genereerden) niet in aanmerking wordt genomen, dan bedroeg de onderliggende organische daling van Domestic Mail 32,9 miljoen EUR. De prijs en de verbetering van de mix hadden een positieve impact van 26,7 miljoen EUR, terwijl de onderliggende volumedaling 4,4% of 59,5 miljoen EUR bedroeg.
Parcels stegen in 2014 met 57,6 miljoen EUR, tot 307,2 miljoen EUR. De consolidatie van de nieuwe bedrijven droeg voor 8,1 miljoen EUR bij aan deze stijging. Als we de wijzigingen in de samenstelling van de groep niet in aanmerking nemen, dan stegen de inkomsten uit Parcels in 2014 met 49,6 miljoen EUR als gevolg van:
De inkomsten uit Special Logistics-activiteiten daalden met 3,6 miljoen EUR als gevolg van het stopzetten van de distributie- en opslagactiviteiten overeenkomstig het reorganisatieplan dat opgestart werd in 2013 en uitgevoerd werd in 2014.
De totale bedrijfsopbrengsten uit Additional Sources of Revenues and Retail Network daalden van 616,8 miljoen EUR in 2013 tot 612,5 miljoen EUR in 2014. Als de impact op de inkomsten gerelateerd aan de verkoop van sommige activiteiten van Certipost aan Basware in 2013 (14,6 miljoen EUR) en de positieve bijdrage van de nieuw geconsolideerde bedrijven (2,3 miljoen EUR) niet in aanmerking worden genomen, dan stegen de inkomsten in vergelijking met 2013 met 8,0 miljoen EUR.
De Value Added Services stegen met 6,0 miljoen EUR tot 95,4 miljoen EUR dankzij de ontwikkeling van oplossingen en diensten op maat met betrekking tot de Europese nummerplaten.
De inkomsten uit International Mail stegen met 2,2%, aangezien de volumedaling van 1% ruimschoots gecompenseerd werd door een verbetering in prijs en mix, ondanks minder gunstige afrekeningen met buitenlandse operatoren van de eindrechten van vorige jaren (5,7 miljoen EUR).
De inkomsten uit Banking and Financial products daalden met 1,8 miljoen EUR. Dit wordt verklaard door de lagere volumes van fnanciële transacties die voor rekening van de Staat worden uitgevoerd en door de lagere vergoedingen en commissies verkregen uit bpost bankproducten, gedeeltelijk gecompenseerd door de positieve impact van de voorafbetaalde kredietkaarten (bpaid-kaarten).
De daling van de totale bedrijfsopbrengsten toe te rekenen aan Corporate (aansluitpost) wordt voornamelijk verklaard door een daling van de inkomsten uit de verkoop van ongebruikte grond en gebouwen (2,3 miljoen EUR) en een lagere erkenning van inkomsten voor postproducten (1,8 miljoen EUR).
De bedrifskosten, met inbegrip van afschrivingen en waardeverminderingen, bedroegen 1.984,5 miljoen EUR (2013: 1.992,5 miljoen EUR), een lichte daling met 8,0 miljoen EUR ten opzichte van vorig jaar.
Indien geen rekening wordt gehouden met de wijzigingen in de samenstelling van de groep, namelijk de aankoop van 4 nieuwe dochterbedrijven dewelke een nettostijging van de kosten met 9,6(1) miljoen EUR teweegbracht, dan daalden de bedrifskosten, met inbegrip van afschrijvingen en waardeverminderingen, met 17,6 miljoen EUR of 0,9% in vergelijking met 2013. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan de daling van de loonkosten met 31,6 miljoen EUR, alsook aan de daling van de materiaalkosten met 3,9 miljoen EUR en de daling van de afschrijvingen en waardeverminderingen met 8,9 miljoen EUR, gecompenseerd door de stijging van 28,2 miljoen EUR van de diensten en diverse goederen (voornamelijk een stijging van de transportkosten omwille van de groei van internationale pakjes-activiteiten).
De materiaalkosten, waaronder de kosten voor grondstofen, verbruiksgoederen en handelsgoederen, daalden met 3,0 miljoen EUR tot 27,4 miljoen EUR (2013: 30,4 miljoen EUR). Die daling was voornamelijk toe te schrijven aan een daling van diensten uitgevoerd door onderaannemers bij Special Logistics.
De kosten voor diensten en diverse goederen stegen met 35,0 miljoen EUR of 5,8% (exclusief de kosten voor uitzendarbeid(2) bedraagt de stijging 30,1 miljoen EUR of 5,2%).
Indien de impact van de gewijzigde samenstelling van de groep buiten beschouwing wordt gelaten (6,9 miljoen EUR, voornamelijk transportkosten), dan stegen de kosten voor diensten en diverse goederen met 28,2 miljoen EUR (of 23,5 miljoen EUR exclusief de kosten voor uitzendarbeid).
Op 31 december
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
|---|---|---|---|---|
| Huur en huurkosten | 68,7 | 70,0 | 65,3 | -1,9% |
| Onderhoud en herstellingen | 75,4 | 75,4 | 69,3 | 0,0% |
| Levering van energie | 37,2 | 41,1 | 43,2 | -9,4% |
| Andere goederen | 21,4 | 22,7 | 20,2 | -5,4% |
| Post- en telecommunicatiekosten | 5,7 | 6,4 | 7,8 | -11,3% |
| Verzekeringskosten | 13,7 | 14,3 | 15,6 | -4,3% |
| Transportkosten | 218,4 | 175,4 | 155,5 | 24,5% |
| Reclame- en advertentiekosten | 18,9 | 21,6 | 25,9 | -12,7% |
| Consultancy | 19,4 | 19,1 | 33,1 | 1,8% |
| Uitzendarbeid | 36,4 | 31,4 | 40,7 | 15,8% |
| Vergoedingen aan derden, honoraria | 109,4 | 113,6 | 106,9 | -3,7% |
| Overige goederen en diensten | 19,5 | 18,0 | 19,4 | 8,1% |
| TOTAAL | 644,1 | 609,1 | 602,8 | 5,8% |
(1) Impact gewijzigde samenstelling van de groep excl. afschrijvingen en waardeverminderingen bedraagt 9,5 miljoen EUR.
(2) De kosten voor uitzendarbeid worden samen met de personeelskosten geanalyseerd, aangezien ze een betere performantie-indicator zijn met betrekking tot het inzetten van het menselijke kapitaal. In sommige gevallen van natuurlijke afvloeiing wordt het personeel vervangen door uitzendkrachten teneinde te anticiperen op reorganisaties en programma's voor productiviteitsverbetering.
In 2014 bedroegen de loonkosten (1.199,9 miljoen EUR) en de kosten voor uitzendarbeid (36,4 miljoen EUR) 1.236,2 miljoen EUR en vertoonden ze een nettodaling van 24,9 miljoen EUR (de loonkosten daalden met 29,9 miljoen EUR en de kosten voor uitzendarbeid stegen met 5,0 miljoen EUR), of 2,0% in vergelijking met 2013. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan een nettovermindering van het eigen personeel en uitzendkrachten met 915 VTE.
Wijzigingen in de samenstelling van de groep namelijk de consolidatie van de nieuwe dochterbedrijven in 2014 hadden een impact van 1,9 miljoen EUR in 2014, wat overeenkomt met 49 VTE en 10 uitzendkrachten. De impact van de gewijzigde samenstelling van de groep buiten beschouwing gelaten, vertoonden de loonkosten en de kosten voor uitzendarbeid een onderliggende daling van 26,9 miljoen EUR (daling van de loonkosten met 31,6 miljoen EUR gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van de kosten voor uitzendarbeid met 4,7 miljoen EUR), of 2,1% in 2014 en een nettovermindering van het eigen personeel en uitzendkrachten met 974 VTE.
De daling van de loonkosten en de kosten voor uitzendarbeid, vóór de gewijzigde samenstelling van de groep, ten opzichte van vorig jaar is voornamelijk toe te schrijven aan de vermindering van het gemiddeld personeelsbestand (VTE en uitzendkrachten) met 974 VTE in vergelijking met 2013, hetgeen leidde tot een besparing van 45,8 miljoen EUR. Dit jaar wordt de daling met 1.100 VTE bij het eigen personeel gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging met 126 VTE in uitzendkrachten. Het aantal personeelsleden verminderde in de meeste van de afdelingen. Reorganisaties en productiviteitsprogramma's in de postale logistieke waardeketen (uitreiking, transport, ophaling) en in de postkantoren werden voortgezet, evenals de optimalisering van de ondersteunende activiteiten.
De aanwerving van postbezorgers tegen lagere lonen zorgde voor een gunstig mixefect van 3,0 miljoen EUR. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door het feit dat er meer uitzendkrachten werden ingezet (negatief mixefect van 1,0 miljoen EUR).
Deze positieve efecten werden gedeeltelijk gecompenseerd door een prijsimpact van 12,9 miljoen EUR, voornamelijk ingevolge de impact van de nieuwe cao (5,9 miljoen EUR), loonsverhogingen, promoties en kleine verhogingen van andere premies. Daarenboven hadden hogere éénmalige herstructureringskosten (10,5 miljoen EUR), een minder gunstige evolutie van de tegoeden aan rust (3,2 miljoen EUR) evenals hogere voorzieningen voor de winstparticipatie van 5 % (2,4 miljoen EUR), die op hun beurt toe te schrijven zijn aan betere resultaten, een ongunstige impact.
De kosten met betrekking tot personeelsbeloningen daalden met 4,1 miljoen EUR voornamelijk als gevolg van de negatieve impact vorig jaar voor het groepsverzekeringsplan met gegarandeerd rendement (8,0 miljoen EUR).
De overige bedrijfskosten daalden met 1,2 miljoen EUR ten opzichte van vorig jaar, een gevolg van een daling in voorzieningen met 7,0 miljoen EUR. In 2013 werden er voorzieningen geboekt voor kosten voor schade aan voertuigen die aan het einde van hun leasetermijn zijn gekomen en bezwarende contracten met betrekking tot de herstructurering van Special Logistics. Deze daling wordt gedeeltelijk gecompenseerd door een lagere stijging van de terugvorderbare btw (3,0 miljoen EUR): het percentage van de terugvorderbare btw steeg van 5% in 2012 tot 11% in 2013 en 13% in 2014. Bovendien zijn de waardeverminderingen op handelsvorderingen 1,6 miljoen EUR hoger in vergelijking met vorig jaar.
Afschrijvingen en waardeverminderingen daalden met 8,9 miljoen EUR, of 8,8%, naar 91,9 miljoen EUR in 2014 (2013: 100,8 miljoen EUR). De voornaamste impact heeft betrekking op de waardevermindering van goodwill en vaste activa in 2013 van respectievelijk 6,9 miljoen EUR en 0,5 miljoen EUR, ingevolge de beslissing om de distributie-activiteiten van Special Logistics stop te zetten.
Zonder rekening te houden met de eenmalige elementen, nl. de winst uit de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (14,6 miljoen EUR) in 2013, steeg de EBIT met 44,0 miljoen EUR, hetzij met 10,1%.
Ondanks lagere inkomsten uit Domestic Mail (28,3 miljoen EUR), steeg de EBIT dankzij de prestaties van Parcels en de lagere kosten. Dit laatste is het gevolg van maatregelen op het vlak van kostenbeheersing en productiviteitsverbeteringen.
De fnanciële resultaten verslechterden met 29,4 miljoen EUR tot (37,2) miljoen EUR. Deze evolutie is voornamelijk te verklaren door de stijging met 33,4 miljoen EUR van de niet-cash fnanciële kosten met betrekking tot personeelsbeloningen IAS19 ingevolge de daling van de discontovoeten (daling van risicovrije rentevoeten).
Het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen heeft volledig betrekking op bpost bank en daalde met 2,8 miljoen EUR tot 11,2 miljoen EUR. Deze daling is voornamelijk het gevolg van de hogere kapitaalwinsten die gerealiseerd werden in 2013.
De belastinguitgaven daalden van 168,9 miljoen EUR in 2013 tot 158,6 miljoen EUR in 2014. De werkelijke belastingvoet van bpost daalde van 37,0% in 2013 tot 34,9% in 2014. De werkelijke belastingvoet van vorig jaar was hoger als gevolg van de overheveling van 21,3 miljoen EUR van de vrijgestelde wettelijke reserves naar de beschikbare reserves en de uitbetaling van onbelaste reserves voor 30,3 miljoen EUR. Deze transacties creëerden bijkomende inkomstenbelastingsverplichtingen in 2013 van respectievelijk 7,3 miljoen EUR en 10,3 miljoen EUR.
De materiële vaste activa daalden met 4,6 miljoen EUR van 570,3 miljoen EUR tot 565,7 miljoen EUR. Deze daling is te verklaren door:
De immateriële vaste activa stegen met 0,5 miljoen EUR, ten gevolge van:
De vastgoedbeleggingen daalden van 10,3 miljoen EUR in 2013 tot 8,7 miljoen EUR in 2014, of 15,4% aangezien het aantal verhuurde gebouwen daalde.
Investeringen in geassocieerde deelnemingen stegen met 75,2 miljoen EUR, hetzij 22,0%, tot 416,5 miljoen EUR. Dit weerspiegelt het aandeel van bpost in de winst van bpost bank ten bedrage van 11,2 miljoen EUR, verminderd met het ontvangen dividend (5,0 miljoen EUR) en de stijging van de niet-gerealiseerde winst op de obligatieportefeuille ten bedrage van 69,0 miljoen EUR, hetgeen een gemiddelde daling van de onderliggende yieldcurve met 78 basispunten (bps) refecteert. Eind 2014 omvatten investeringen in geassocieerde ondernemingen, netto niet-gerealiseerde winsten inzake de obligatieportefeuille ten bedrage van 225,7 miljoen EUR, hetgeen overeenkwam met 54,2% van de totale investeringen in geassocieerde ondernemingen. De niet-gerealiseerde winsten werden gegenereerd door het lagere niveau van de rentevoeten tegenover de rente op het moment van de aankoop van de obligaties. Niet-gerealiseerde winsten worden niet opgenomen in de resultatenrekeningen, maar worden veeleer direct verwerkt in eigen vermogen onder de niet-gerealiseerde resultaten.
De uitgestelde belastingvorderingen bedroegen 61,0 miljoen EUR (2013: 58,3 miljoen EUR) en zijn voornamelijk gerelateerd aan de tijdelijke verschillen tussen de boekhoudkundige en de fscale waarde van de personeelsbeloningen.
De handels- en overige vorderingen daalden met 1,9 miljoen EUR tot 398,3 miljoen EUR (2013: 400,2 miljoen EUR), als gevolg van een stijging van handelsvorderingen met 13,7 miljoen EUR gecompenseerd door een daling van over te dragen kosten en verkregen opbrengsten met 10,0 miljoen EUR en een daling in overige vorderingen met 5,6 miljoen EUR.
De daling van de overige vorderingen heeft voornamelijk betrekking op een voorschot dat in 2013 werd betaald in afwachting van de aankoop van een 100% deelneming in Gout International BV and BEurope Consultancy BV (3,0 miljoen EUR) en op de daling van voorschotten met betrekking tot kinderbijslag (2,0 miljoen EUR).
In vergelijking tot vorig jaar stegen de geldmiddelen en kasequivalenten met 114,1 miljoen EUR, hetzij 25,4%, tot 562,3 miljoen EUR. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van een genormaliseerde operationele vrije kasstroom van 373,5 miljoen EUR, gedeeltelijk gecompenseerd door de uitkering van dividenden voor een bedrag van 248,0 miljoen EUR.
Het eigen vermogen steeg met 104,5 miljoen EUR, of 18,1% en bedroeg 681,4 miljoen EUR op 31 december 2014 in vergelijking met 576,9 miljoen EUR op 31 december 2013. De stijging was voornamelijk toe te schrijven aan de gerealiseerde winst van 295,5 miljoen EUR en de aanpassing van de reële waarde betrefende de obligatieportefeuille van bpost bank ten bedrage van 69,0 miljoen EUR, gedeeltelijk gecompenseerd door de uitkering van dividenden voor een bedrag van 248,0 miljoen EUR. Daarnaast leidden de niet-gerealiseerde verliezen op personeelsvergoedingen na uitdiensttreding en de herwaardering van de contractueel overeengekomen toekomstige aankoop van de resterende aandelen van Landmark Trade Services, Ltd. tot een vermindering van het eigen vermogen, respectievelijk voor een bedrag van 6,2 miljoen EUR en van 5,4 miljoen EUR.
De rentedragende verplichtingen en leningen daalden tot 65,7 miljoen EUR (2013: 75,6 miljoen EUR), aangezien een bedrag van 9,1 miljoen EUR, dat overeenkomt met het bedrag dat dient terugbetaald te worden aan de Europese Investeringsbank in 2015, werd overgeheveld naar schulden op korte termijn. De fnanciële leasingschulden daalden met 0,9 miljoen EUR.
De langlopende handelsschulden en overige schulden stegen lichtjes tot 79,8 miljoen EUR (2013: 79,7 miljoen EUR). Enerzijds werd een bedrag van 5,8 miljoen EUR met betrekking tot de voorwaardelijke vergoedingsregeling voor de aankoop van Landmark en dewelke betaalbaar is binnen het jaar, overgeheveld naar de kortlopende handelsschulden en overige schulden. Anderzijds stegen de langlopende handelsschulden met 0,5 miljoen EUR ingevolge de voorwaardelijke vergoedingsregelingen met betrekking tot de aankoop van Gout International BV en BEurope Consultancy BV, en met 5,4 miljoen EUR ingevolge de herwaarderingen van de verplichtingen met betrekking tot de volledige overname van Landmark.
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) | 2012 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | (85,4) | (78,2) | (82,7) | (68,7) |
| Langetermijnpersoneelsbeloningen | (118,3) | (116,1) | (124,8) | (124,8) |
| Ontslagvergoedingen | (13,3) | (15,4) | (28,8) | (28,8) |
| Andere langetermijnpersoneelsbeloningen | (151,5) | (135,4) | (141,8) | (141,8) |
| TOTAAL | (368,6) | (345,1) | (378,1) | (364,1) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
Personeelsbeloningen stegen met 23,5 miljoen EUR, of 6,8%, van 345,1 miljoen EUR in 2013 tot 368,6 miljoen EUR in 2014.
De stijging weerspiegelt voornamelijk:
Na aftrek van de uitgestelde belastingsvordering met betrekking tot personeelsbeloningen die 61,5 miljoen EUR bedraagt, bedraagt de nettoverplichting 307,1 miljoen EUR (2013: 290,8 miljoen EUR).
De langlopende voorzieningen bedroegen 37,1 miljoen EUR (2013: 40,2 miljoen EUR). De daling van de voorzieningen voor bezwarende contracten (3,8 miljoen EUR) en voorzieningen met betrekking tot het milieu (0,3 miljoen EUR) werd gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van de voorziening voor geschillen (1,0 miljoen EUR).
De kortlopende voorzieningen stegen tot 27,7 miljoen EUR (2013: 22,4 miljoen EUR). De grootste varianties zijn toe te schrijven aan de stijging met 8,2 miljoen EUR van de voorzieningen voor geschillen en de stijging met 0,4 miljoen EUR van de andere voorzieningen, gedeeltelijk gecompenseerd door de daling van de voorzieningen voor bezwarende contracten (3,4 miljoen EUR).
De kortlopende handelsschulden en overige schulden stegen met 47,9 miljoen EUR, of 6,5 %, tot 782,6 miljoen EUR in 2014. Dit is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de stijging van de handelsschulden en overige schulden, die respectievelijk stegen met 18,8 miljoen EUR en 31,9 miljoen EUR. De stijging van deze laatstgenoemde is voornamelijk het gevolg van de stijging met 18,2 miljoen EUR van ontvangen voorafbetalingen met betrekking tot eindrechten.
In 2014 genereerde bpost 114,0 miljoen EUR aan geldmiddelen. Dit is een stijging van 378,7 miljoen EUR in vergelijking met de nettokasuitstroom van 264,7 miljoen EUR van vorig jaar.
In 2013 betaalde bpost 123,1 miljoen EUR in verband met de overcompensatie voor de DAEB (2012: 300,8 miljoen EUR). Genormaliseerd voor deze betaling en de wijziging in deposito's van derden voor 0,2 miljoen EUR, bedroeg de operationele vrije kasstroom 373,5 miljoen EUR, d.i. 124,5 miljoen EUR meer dan vorig jaar. Voornamelijk ingevolge zowel een beter resultaat van de operationele activiteiten (35,1 miljoen EUR) als bijkomende geldmiddelen gegenereerd uit werkkapitaal (86,8 miljoen EUR).
De evolutie van het werkkapitaal wordt positief beïnvloed door de volgende elementen: de betaling van de boete opgelegd in 2013 door de Belgische Mededingingsautoriteit (37,4 miljoen EUR), eindrechten (18,4 miljoen EUR, voornamelijk als tijdelijk te beschouwen aangezien bpost een vroegere afrekening van een andere postoperator ontving), de verbetering van betalingen door staatsinstellingen in 2014 (14,2 miljoen EUR), de ontvangst van een toelatingsvergoeding (5,0 miljoen EUR) betaald door een partner in de fnanciële dienstverlening en het voorschot van vorig jaar voor de aankoop van Gout dat in 2014 werd benut (netto-impact van 6,0 miljoen EUR).
De investeringsactiviteiten genereerden een kasuitstroom van 78,2 miljoen EUR ten opzichte van een kasuitstroom van 80,7 miljoen EUR vorig jaar, voornamelijk als gevolg van hogere kapitaalsuitgaven ingevolge investeringen die werden gedaan in de sorteercentra (11,8 miljoen EUR) en lagere opbrengsten uit de verkoop van materiële vaste activa (5,5 miljoen EUR). Deze efecten werden gecompenseerd door lagere kasuitstromen met betrekking tot de dochterondernemingen (19,9 miljoen EUR), aangezien bpost vorig jaar deelnam aan de kapitaalverhoging van bpost bank (37,5 miljoen EUR) en de resterende 20% aandelen van MSI kocht (6,8 miljoen EUR), maar anderzijds geldmiddelen ontving uit de verkoop van sommige activiteiten van Certipost (15,1 miljoen EUR). Dit jaar verwierf bpost nieuwe dochterondernemingen voor een totaalbedrag van 9,1 miljoen EUR.
De kasstroom uit fnancieringsactiviteiten vertegenwoordigt een kasuitstroom van 259,3 miljoen EUR in vergelijking met 390,7 miljoen EUR vorig jaar. De kasuitstroom in 2013 die verband hield met de kapitaalvermindering (198,0 miljoen EUR) werd gedeeltelijk gecompenseerd door de uitkering van een hoger dividend in 2014 (60,7 miljoen EUR) en hogere betalingen met betrekking tot leasingschulden en leningen (5,8 miljoen EUR).
bpost analyseert ook de resultaten van zijn activiteiten op een genormaliseerde basis of voor eenmalige elementen. Eenmalige elementen vertegenwoordigen belangrijke elementen binnen de opbrengsten of kosten die ten gevolge van hun uitzonderlijk karakter niet zijn opgenomen in de interne rapportering en de resultaatsanalyses. bpost streeft naar een consistente benadering bij de bepaling of een opbrengst of kostelement eenmalig is en of het voldoende signifcant is om uit de gerapporteerde cijfers te worden uitgesloten ten einde genormaliseerde cijfers te bekomen.
Een eenmalig element is verondersteld signifcant te zijn als het 20 miljoen EUR of meer bedraagt. Alle winsten en verliezen ten gevolge van de buitengebruikstelling van activiteiten worden genormaliseerd ongeacht het bedrag zij vertegenwoordigen. Terugnames van provisies waarvan de aanlegging eerder werd genormaliseerd, worden ook genormaliseerd ongeacht hun bedrag.
De presentatie van genormaliseerde resultaten is niet in overeenstemming met IFRS en is niet geauditeerd. De genormaliseerde resultaten zijn mogelijk niet vergelijkbaar met de genormaliseerde cijfers gerapporteerd door andere vennootschappen omdat deze vennootschappen hun genormaliseerde cijfers anders kunnen berekenen dan bpost. Genormaliseerde fnanciële cijfers worden hieronder voorgesteld.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
|---|---|---|---|---|
| Totale bedrijfsopbrengsten | 2.464,7 | 2.443,2 | 2.415,7 | 0,9% |
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost(1) | (14,6) | |||
| Genormaliseerde totale bedrijfopbrengsten | 2.464,7 | 2.428,6 | 2.415,7 | 1,5% |
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
|---|---|---|---|---|
| Totale bedrijfskosten exclusief afschrijvingen / waardeverminderingen |
(1.,892,6) | (1.891,7) | (1.994,8) | 0,0% |
| Voorzieningen ivm EC beslissing(2) | 124,9 | |||
| Voorziening voor lopende geschillen(3) | (22,7) | |||
| Eenmalige personeelskost(4) | (21,1) | |||
| Genormaliseerde totale bedrijfskosten exclusief afschrijvingen / waardeverminderingen |
(1.892,6) | (1.891,7) | (1.913,7) | 0,0% |
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
|---|---|---|---|---|
| EBITDA | 572,0 | 551,4 | 421,0 | 3,7% |
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost(1) | (14,6) | |||
| Voorzieningen ivm EC beslissing(2) | 124,9 | |||
| Voorziening voor lopende geschillen(3) | (22,7) | |||
| Wijzigingen in personeelsbeloningen(4) | (21,1) | |||
| Genormaliseerde EBITDA | 572,0 | 536,9 | 502,0 | 6,6% |
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 480,2 | 450,7 | 323,0 | 6,5% |
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost(1) | (14,6) | |||
| Voorzieningen ivm EC beslissing(2) | 124,9 | |||
| Voorziening voor lopende geschillen(3) | (22,7) | |||
| Wijzigingen in personeelsbeloningen(4) | (21,1) | |||
| Genormaliseerd bedrijfsresultaat (EBIT) | 480,2 | 436,1 | 404,0 | 10,1% |
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
|---|---|---|---|---|
| Winst van het boekjaar | 295,5 | 287,9 | 174,2 | 2,6% |
| Verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost (1) | (14,6) | |||
| Voorzieningen ivm EC beslissing (2) | 82,5 | |||
| Voorziening voor lopende geschillen (3) | (15,0) | |||
| Wijzigingen in personeelsbeloningen (4) | (14,0) | |||
| Genormaliseerde winst van het boekjaar (EAT) | 295,5 | 273,3 | 227,7 | 8,1% |
(1) In oktober 2012 bereikte bpost een overeenkomst met de Finse groep Basware over de verkoop van de activiteiten van Certipost met betrekking tot de uitwisseling van elektronische documenten vanaf januari 2013. Certipost zet zijn andere activiteiten verder (beveiliging van documenten, digitale certifcaten en de Belgische elektronische identiteitskaarten). De normalisatie van 14,6 miljoen EUR komt overeen met de winst op de verkoop van de activiteiten. Deze overdracht leidde niet tot een belastingskost, aangezien Certipost overgedragen fscale verliezen heeft waarop geen uitgestelde belastingsvordering werd geboekt.
(2) Op 2 mei 2013 keurde de Europese Commissie de staatssteun goed die aan bpost was toegekend onder de voorwaarden van het 5de Beheerscontract voor de periode van 2013 tot 2015. In verband met de bekendmaking van het 5de Beheerscontract beloofde de Belgische Staat aan de Europese Commissie dat ze de overcompensatie voor de DAEB voor de periode 2011- 2012 zou terugvorderen van bpost. In haar beslissing over het 5de Beheerscontract, ging de Europese Commissie ervan uit dat bpost naar alle waarschijnlijkheid tijdens de periode 2011-2012 overgecompenseerd werd en dat de belofte van de Belgische Staat die overcompensatie zou wegnemen. bpost voorzag in zijn rekeningen voor 2012 voorzieningen voor een bedrag van 124,9 miljoen EUR om alle fnanciële gevolgen af te dekken. bpost kwam met de Belgische Staat overeen om dat bedrag onder bepaalde voorwaarden terug te betalen. In afwachting van het te betalen bedrag (nl. 123,1 miljoen EUR na de uiteindelijke berekening van de interesten), hield de Belgische Staat in het eerste kwartaal van 2013 een bedrag in van 88,9 miljoen EUR van het uitstaande saldo van de staatssteun dat krachtens het 4de Beheerscontract voor 2012 verschuldigd was. Het resterende
bedrag werd door de onderneming aan de Belgische Staat betaald in juni 2013. (3) Provisies voor lopende geschillen, geboekt in voorgaande jaren, werden herberekend in 2012. Een provisie ten belope van 22,7 miljoen EUR werd teruggenomen in 2012. Ze werd geboekt ter afdekking van een risico voor een geschil gerelateerd aan buitenbalans transacties daterend van vóór 2010. Aangezien deze zaak defnitief werd opgelost in de loop van 2012, werd de provisie teruggenomen.
(4) In maart 2012 ondertekenden bpost en de vertegenwoordigers van het personeel een collectieve arbeidsovereenkomst voor de periode 2012-2013. In deze CAO werd goedgekeurd dat het aantal gecumuleerde ongebruikte ziektedagen voor statutaire personeelsleden werd teruggebracht van 300 naar 63, in ruil voor een uitbetaling van een vergoeding voor de dagen die het nieuwe maximum overschrijden.
Deze overeenkomst leidde tot een afbouw van het ermee verband houdende plan en tot de boeking van een actuariële winst (getoond als negatieve personeelsuitgaven) van 21,1 miljoen EUR in 2012. Deze winst werd beschouwd als eenmalig en is niet opgenomen in de genormaliseerde resultaten.
verworpen steun, evenals de interesten, volledig terug.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 | Evolutie 2014-2013 |
|---|---|---|---|---|
| Netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 451,5 | 206,6 | 71,3 | |
| Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten | (78,2) | (80,7) | (88,1) | |
| OPERATIONELE VRIJE KASSTROOM | 373,3 | 125,9 | (16,8) | 196,4% |
| Ontvangen deposito's van derden | 0,2 | 0,0 | 0,1 | |
| Betaling gerelateerd aan de beslissing van de EC(5) | 0,0 | 123,1 | 300,8 | |
| Genormaliseerde operationele vrije kasstroom | 373,5 | 249,0 | 284,0 | 50,0% |
(5) De genormaliseerde operationele vrije kasstroom is exclusief, gedurende de periode 2012-2014, de deposito's ontvangen van derde partijen en de terugbetaling van de vermeende overcompensatie voor de DAEB ingevolge de beslissing van de Europese Commissie van 25 januari 2012 en de hierboven vermelde beslissing van 2 mei 2013. Op 25 januari 2012 deelde de Europese Commissie aan de Belgische Staat haar beslissing mee in verband met het onderzoek naar de vermeende staatshulp voor de periode 1992-2010. In haar besluit stelt de Europese Commissie dat bpost ondergecompenseerd werd voor de periode 1992-2005 en overgecompenseerd voor de periode 2006-2010. bpost voorzag in zijn rekeningen voor 2011 de nodige bedragen om alle fnanciële gevolgen van de beslissing door de Europese Commissie af te dekken, met uitzondering van de interesten vanaf 1 januari 2012 tot op de datum van de terugbetaling aan de Belgische Staat. De impact van de voorzieningen op de EBIT van 2011 bedroeg 299,0 miljoen EUR. In maart en mei 2012 betaalde de bpost de door de Europese Commissie
De operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de netto kasstroom van operationele activiteiten verminderd met de verwerving van materiële vaste activa (verminderd met de ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa), de verwerving van immateriële activa, de verwerving van overige investeringen en de verwerving van dochterondernemingen (na aftrek van verworven liquide middelen).
De niet-geconsolideerde winst na belastingen van bpost, opgemaakt in overeenstemming met de Belgische boekhoudregels (BGAAP), kan in twee stappen worden afgeleid uit de geconsolideerde IFRS winst na belastingen.
In een eerste stap wordt de niet-geconsolideerde winst na belastingen volgens IFRS afgeleid, nl. door:
Bij de tweede stap wordt het BGAAP resultaat afgeleid van het IFRS resultaat, dit wordt bekomen door alle IFRS-aanpassingen die aan lokale GAAP-cijfers werden gedaan terug te draaien. Deze aanpassingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, het volgende:
FINANCIEEL VERSLAG 23
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Toelichting | 2014 | 2013 | 2012 |
| Omzet | 6.8 | 2.441,7 | 2.403,0 | 2.396,0 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 6.9 | 22,9 | 40,2 | 19,8 |
| TOTAAL BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 2.464,7 | 2.443,2 | 2.415,7 | |
| Materiaalkost | (27,4) | (30,4) | (34,6) | |
| Diensten en diverse goederen | (644,1) | (609,1) | (602,8) | |
| Personeelskosten | 6.11 | (1.199,9) | (1.229,7) | (1.238,5) |
| Overige bedrijfskosten | 6.10 | (21,3) | (22,5) | (118,9) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (91,9) | (100,8) | (98,0) | |
| TOTAAL BEDRIJFSKOSTEN | (1.984,5) | (1.992,5) | (2.092,8) | |
| BEDRIJFSRESULTAAT (EBIT) | 480,2 | 450,7 | 323,0 | |
| Financiële opbrengsten | 6.12 | 5,5 | 3,6 | 6,8 |
| Financiële kosten | 6.12 | (42,7) | (11,4) | (60,6) |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 11,2 | 14,0 | 3,5 | |
| RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITVOERING | 454,1 | 456,8 | 272,7 | |
| Belastingen | 6.13 | (158,6) | (168,9) | (98,5) |
| WINST UIT VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN | 295,5 | 287,9 | 174,2 | |
| Winst uit stopgezette activiteiten | - | - | - | |
| NETTORESULTAAT VAN DE PERIODE | 295,5 | 287,9 | 174,2 | |
| Toerekenbaar aan: | ||||
| Aandeelhouders van bpost | 293,6 | 285,4 | 173,3 | |
| Minderheidsbelangen | 1,9 | 2,5 | 0,9 |
In mei 2013 heeft de aandeelhoudersvergadering beslist om het aantal aandelen te splitsen. Het totaal aantal aandelen na deze splitsing bedraagt 200.000.944 (voor aandelen splitsing 409.838). De winst per aandeel voor de periode 2012-2014, berekend op basis van het nieuwe aantal aandelen, ziet er als volgt uit:
Winst per aandeel
| In EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Gewone winst van het jaar toe te rekenen aan gewone aandeelhouders van de moedermaatschappij |
1,47 | 1,43 | 0,87 |
| Verwaterde winst van het jaar toe te rekenen aan gewone aandeelhouders van de moedermaatschappij |
1,47 | 1,43 | 0,87 |
| Op 31 december | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | |||||
| In miljoen EUR | Toelichting | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| NETTORESULTAAT VAN DE PERIODE | 295,5 | 287,9 | 174,2 | 174,2 | |
| NIET GEREALISEERDE RESULTATEN | |||||
| Niet gerealiseerde resultaten die geherklasseerd worden naar de resultatenrekening in volgende periodes (na belastingen): |
|||||
| Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten(2) |
0,6 | ||||
| NETTO NIET GEREALISEERDE WINST/(VERLIES) DIE GEHERKLASSEERD WORDT NAAR DE RESULTATENREKENING IN VOLGENDE PERIODES |
0,6 | ||||
| Niet gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar de resultatenrekening in volgende periodes (na belastingen): |
|||||
| Reële waarde van fnanciële activa beschikbaar voor verkoop door geassocieerde ondernemingen |
6.20 | 69,0 | (69,3) | 263,8 | 263,8 |
| (Verlies) winst op voor verkoop beschikbare fnanciële activa | 104,8 | (105,0) | 399,6 | 399,6 | |
| Inkomstenbelastingsefect | (35,9) | 35,7 | (135,8) | (135,8) | |
| Reële waarde van actuariële resultaten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen |
6.25 | (6,1) | 7,5 | (10,9) | |
| Actuariële verliezen met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen |
(11,2) | 9,4 | (14,0) | ||
| Inkomstenbelastingsefect | 5,1 | (1,9) | 3,1 | ||
| NETTO NIET GEREALISEERDE WINST/(VERLIES) DIE NIET GEHERKLASSEERD WORDT NAAR DE RESULTATENREKENING IN VOLGENDE PERIODES |
62,8 | (61,8) | 252,9 | 263,8 | |
| NIET-GEREALISEERDE WINST/(VERLIES) NA BELASTINGEN | 63,4 | (61,8) | 252,9 | 263,8 | |
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN NA BELASTINGEN |
358,9 | 226,1 | 427,1 | 438,0 | |
| Toerekenbaar aan: | |||||
| Aandeelhouders van bpost | 357,0 | 223,6 | 426,2 | 437,1 | |
| Minderheidsbelangen | 1,9 | 2,5 | 0,9 | 0,9 |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
(2) Impact van de wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten was niet materieel t.e.m. 2013.
Op 31 december
| 2012 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Toelichting | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Activa Vaste activa |
|||||
| Materiële vaste activa | 6.15 | 565,7 | 570,3 | 588,5 | 588,5 |
| Immateriële vaste activa | 6.18 | 89,5 | 89,0 | 95,5 | 95,5 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | 6.20 | 416,5 | 341,3 | 351,6 | 351,6 |
| Vastgoedbeleggingen | 6.16 | 8,7 | 10,3 | 15,2 | 15,2 |
| Uitgestelde belastingsvorderingen | 6.13 | 61,0 | 58,3 | 64,2 | 61,0 |
| Handels- en overige vorderingen | 6.21 | 2,6 | 2,2 | 0,9 | 0,9 |
| 1.144,0 | 1.071,3 | 1.115,9 | 1.112,8 | ||
| Vlottende activa | |||||
| Activa aangehouden voor verkoop | 6.17 | 2,8 | 0,1 | 0,3 | 0,3 |
| Voorraden | 6.22 | 12,5 | 9,2 | 7,0 | 7,0 |
| Te ontvangen belastingen | 6.13 | 1,9 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Handels- en overige vorderingen | 6.21 | 398,3 | 400,2 | 394,6 | 394,6 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten(2) | 6.23 | 562,3 | 448,2 | 713,2 | 713,2 |
| 977,8 | 857,8 | 1.115,3 | 1.115,3 | ||
| TOTAAL ACTIVA | 2.121,8 | 1.929,2 | 2.231,2 | 2.228,1 | |
| Eigen vermogen en passiva | |||||
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij |
|||||
| Geplaatst kapitaal | 364,0 | 364,0 | 508,5 | 508,5 | |
| Eigen aandelen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |
| Reserves | 229,4 | 111,0 | 214,6 | 225,5 | |
| Omrekeningsverschillen | 0,6 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |
| Overgedragen resultaat | 87,5 | 101,9 | 3,7 | 3,7 | |
| 681,4 | 576,9 | 726,8 | 737,7 | ||
| Minderheidsbelangen | (0,0) | (0,0) | (0,0) | (0,0) | |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN | 4 | 681,4 | 576,9 | 726,8 | 737,7 |
| Langlopende verplichtingen | |||||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 6.24 | 65,7 | 75,6 | 82,7 | 82,7 |
| Personeelsbeloningen | 6.25 | 368,6 | 345,1 | 378,1 | 364,1 |
| Handels- en overige schulden | 6.26 | 79,8 | 79,7 | 83,1 | 83,1 |
| Voorzieningen | 6.27 | 37,1 | 40,2 | 42,0 | 42,0 |
| Uitgestelde belastingsverplichtingen | 6.13 | 1,4 | 1,4 | 1,3 | 1,3 |
| 552,5 | 542,0 | 587,1 | 573,1 | ||
| Kortlopende verplichtingen | |||||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 6.24 | 10,0 | 11,3 | 11,2 | 11,2 |
| Bankvoorschotten in rekening-courant | 0,3 | 0,2 | 0,3 | 0,3 | |
| Voorzieningen | 6.27 | 27,7 | 22,4 | 140,5 | 140,5 |
| Te betalen belastingen | 6.13 | 67,3 | 41,7 | 4,6 | 4,6 |
| Handels- en overige schulden | 6.26 | 782,6 | 734,7 | 760,7 | 760,7 |
| 887,8 | 810,3 | 917,3 | 917,3 | ||
| TOTAAL PASSIVA | 1.440,4 | 1.352,3 | 1.504,4 | 1.490,4 | |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN PASSIVA | 2.121,8 | 1.929,2 | 2.231,2 | 2.228,1 |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
(2) 2012 bevat 22 miljoen EUR dewelke vermeld was onder fnanciële instrumenten. Aangezien deze voldoen aan de defnitie van geldmiddelen en kasequivalenten zoals bepaald in IAS 7, zijn deze hernomen onder geldmiddelen en kasequivalenten.
Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij
| Geplaatst kapitaal / toegelaten |
Eigen | Overige | Om - rekenings |
Over gedragen |
Minder heids |
Totaal eigen |
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | kapitaal | aandelen | reserves | verschillen | resultaat | Totaal | belangen | vermogen |
| PER 1 JANUARI 2012 | 783,8 | (14,0) | 64,0 | 0,0 | (57,4) | 776,4 | 0,8 | 777,3 |
| Resultaat van het jaar 2012 | 173,3 | 173,3 | 0,9 | 174,2 | ||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | 206,4 | 57,4 | 263,8 | 263,8 | ||||
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN |
0,0 | 0,0 | 206,4 | 0,0 | 230,7 | 437,1 | 0,9 | 438,0 |
| Kapitaalvermindering | (275,3) | 55,3 | (220,0) | (220,0) | ||||
| Uitzonderlijk dividend | (28,0) | (28,0) | (28,0) | |||||
| Dividenden (betaling) | (170,0) | (170,0) | (0,4) | (170,4) | ||||
| Eigen aandelen | 14,0 | 14,0 | 14,0 | |||||
| Andere | (72,3) | 0,4 | (72,0) | (1,3) | (73,2) | |||
| PER 31 DECEMBER 2012 | 508,5 | 0,0 | 225,5 | 0,0 | 3,7 | 737,7 | 0,0 | 737,7 |
| PER 1 JANUARI 2013(1) | 508,5 | 0,0 | 214,6 | 0,0 | 3,7 | 726,8 | 0,0 | 726,8 |
| Resultaat van het jaar 2013 | 285,4 | 285,4 | 2,5 | 287,9 | ||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | (59,4) | (2,4) | (61,8) | (61,8) | ||||
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN |
0,0 | 0,0 | (59,4) | 0,0 | 282,9 | 223,6 | 2,5 | 226,1 |
| Kapitaalvermindering | (144,5) | (144,5) | (144,5) | |||||
| Uitzonderlijk dividend | (53,5) | (53,5) | (53,5) | |||||
| Dividenden (betaling) | (186,0) | (186,0) | (1,3) | (187,4) | ||||
| Andere | 9,3 | 1,2 | 10,5 | (1,2) | 9,3 | |||
| PER 31 DECEMBER 2013 | 364,0 | 0,0 | 111,0 | 0,0 | 101,9 | 576,9 | 0,0 | 576,9 |
| PER 1 JANUARI 2014 | 364,0 | 0,0 | 111,0 | 0,0 | 101,9 | 576,9 | 0,0 | 576,9 |
| Resultaat van het jaar 2014 | 293,6 | 293,6 | 1,9 | 295,5 | ||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | 164,7 | 0,6 | (101,9) | 63,4 | 63,4 | |||
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN |
0,0 | 0,0 | 164,7 | 0,6 | 191,7 | 357,0 | 1,9 | 358,9 |
| Dividenden (betaling) | (40,0) | (208,0) | (248,0) | (1,3) | (249,3) | |||
| Andere | (6,3) | 1,9 | (4,4) | (0,6) | (5,0) | |||
| PER 31 DECEMBER 2014 | 364,0 | 0,0 | 229,4 | 0,6 | 87,5 | 681,4 | 0,0 | 681,4 |
(1) Herwerkt ingevolge IAS19R, de overige reserves daalden met 10,9 miljoen EUR.
De overige reserves per 31 december 2014 (229,4 miljoen EUR) bestaan uit groepsreserves ten belope van 178,6 miljoen EUR, waarvan 67,1 miljoen EUR uitkeerbaar overgedragen resultaat bij bpost NV, en wettelijke reserves ten belope van 50,8 miljoen EUR.
| In miljoen EUR | Totaal | De Belgische Staat(1) |
Post Invest Europe Sàrl |
Vrij verhandelbaar (excl. personeel van bpost) |
Personeel van bpost |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal aandelen | |||||
| PER 1 JANUARI 2014 | 200.000.944 | 100.000.960 | 4.062 | 99.078.467 | 917.455 |
| Veranderingen gedurende het jaar | – | 2.074.689 | (4.062) | (2.069.651) | (976) |
| PER 31 DECEMBER 2014 | 200.000.944 | 102.075.649 | 0 | 97.008.816 | 916.479 |
(1) Rechtstreeks en via De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij.
Naar aanleiding van de beursintroductie en de beursnotering van 2013, implementeerde bpost een aankoopplan van aandelen voor zijn medewerkers. De medewerkers die daarvoor in aanmerking kwamen, konden een vast aantal aandelen kopen met een korting van 16,67% op de aanbiedingsprijs.
De aandelen hebben geen nominale waarde en zijn volledig betaald.
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Toelichting | 2014 | 2013 | 2012 |
| Operationele activiteiten | ||||
| Resultaat voor belastingen | 1 | 454,1 | 456,8 | 272,7 |
| Afschrijvingen | 91,9 | 100,7 | 98,0 | |
| Dubieuze debiteuren | 2,2 | 0,7 | 0,4 | |
| Winst op de realisatie van materiële vaste activa | 6.9 | (15,5) | (17,8) | (8,5) |
| Winst op de verkoop van de Certipost activiteiten | 6.9 | - | (14,6) | - |
| Wijziging in personeelsbeloningen | 6.25 | 12,3 | (23,6) | (15,8) |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 6.20 | (11,2) | (14,0) | (3,5) |
| Ontvangen dividenden | 6.20 | 5,0 | 5,0 | 0,0 |
| Betaalde belastingen | (135,9) | (126,6) | (114,6) | |
| BEDRIJFSKASSTROOM VOOR WIJZIGING IN BEDRIJFSKAPITAAL | 402,9 | 366,6 | 228,7 | |
| EN VOORZIENINGEN | ||||
| Afname / (toename) van handels- en overige vorderingen | (0,8) | 1,7 | 10,4 | |
| Afname / (toename) in voorraden | 6.22 | (2,8) | (2,4) | 1,6 |
| Toename / (afname) van handels- en overige schulden | 50,3 | (39,3) | 62,3 | |
| Ontvangen deposito's van derden | (0,2) | (0,0) | (0,1) | |
| Terugbetaling van DAEB overcompensatie | 6.27 | - | (123,1) | (300,8) |
| Toename / (afname) in provisie met betrekking tot DAEB overcompensatie | 6.27 | - | - | 124,9 |
| Toename / (afname) van andere voorzieningen | 2,1 | 3,2 | (55,7) | |
| NETTO KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | 451,5 | 206,6 | 71,3 | |
| Investeringsactiviteiten | ||||
| Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa | 21,8 | 27,4 | 10,9 | |
| Ontvangsten uit de verkoop van dochterondernemingen, na verrekening | 6.9 | - | 15,1 | - |
| van de netto schuldpositie | ||||
| Verwerving van materiële vaste activa | 6.15 | (77,6) | (60,8) | (56,9) |
| Verwerving van immateriële activa | 6.18 | (13,4) | (18,4) | (27,2) |
| Verwerving van overige investeringen | 0,0 | (0,0) | (0,2) | |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven liquide | (9,1) | (44,1) | (14,8) | |
| middelen | ||||
| NETTO KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | (78,2) | (80,7) | (88,1) | |
| Financieringsactiviteiten | ||||
| Eigen aandelen | 4 | - | - | 14,0 |
| Kapitaalvermindering | 4 | - | (144,5) | (220,0) |
| Afossingen van leningen en schulden fnanciële leasing | (11,2) | (5,4) | (8,0) | |
| Interim dividend betaald aan de aandeelhouders | 4 | (208,0) | (186,0) | (170,4) |
| Dividenden | 4 | (40,0) | - | - |
| Uitzonderlijke dividenden | 4 | - | (53,5) | (28,0) |
| Dividenden betaald aan minderheidsbelangen | 4 | - | (1,3) | - |
| NETTO KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN | (259,3) | (390,7) | (412,5) | |
| NETTO TOENAME VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN | 114,0 | (264,7) | (429,3) | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten min bankvoorschotten | 6.23 | 448,0 | 712,8 | 1,142,1 |
| in rekening-courant per 1 januari Geldmiddelen en kasequivalenten min bankvoorschotten in rekening-courant per 31 december |
6.23 | 562,0 | 448,0 | 712,8 |
| BEWEGINGEN TUSSEN 1 JANUARI EN 31 DECEMBER | 114,0 | (264,7) | (429,3) | |
bpost en zijn dochterondernemingen (hierna "bpost" genoemd) leveren nationale en internationale post- en pakjesdiensten, die bestaan uit de ophaling, het transport, de sortering en de uitreiking van geadresseerde en ongeadresseerde poststukken, drukwerk, dagbladen en pakketten.
Via zijn dochterondernemingen en business units verkoopt bpost ook een waaier andere producten en diensten, waaronder post-, pakjes-, bank- en fnanciële producten, express diensten, documentbeheer en aanverwante activiteiten. bpost voert eveneens namens de overheid Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) uit.
bpost is een naamloze vennootschap naar publiek recht. bpost heeft zijn maatschappelijke zetel in het Muntcentrum, 1000 Brussel.
De toegepaste boekhoudregels zijn consistent met die van het vorige boekjaar, met uitzondering van de invoering van nieuwe standaarden en interpretaties die vanaf 1 januari 2014 in voege zijn.
De hierna vermelde nieuwe of gewijzigde boekhoudstandaarden zijn in werking getreden vanaf 1 januari 2014 maar hebben geen efect op de presentatie, de fnanciële prestaties of positie van bpost:
De volgende nieuwe IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties, goedgekeurd maar nog niet van kracht of die nog verplicht moeten worden, zijn niet toegepast door bpost in het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.
| Standaard of interpretatie |
Efectief voor de rapportering die begint op of na |
|---|---|
| IFRS 9 – Financiële Instrumenten (uitgegeven in juli 2014)(1) | 1 januari 2018 |
| IFRS 14 – Gereglementeerde overlopende rekeningen(1) | 1 januari 2016 |
| IFRS 15 – Ontvangsten uit contracten met klanten(1) | 1 januari 2017 |
| IFRS 11 – Wijziging – Boekhoudkundige verwerking van de verwerving van belangen in gemeenschappelijke regelingen(1) |
1 januari 2016 |
| IFRS 10 - IAS 28 – Wijzigingen – Verkoop of overdracht van activa tussen een investeerder en zijn geassocieerde deelneming of "joint venture"(1) |
1 januari 2016 |
| IFRS 10, IFRS 12 & IAS 28 – Wijzigingen – Investeringsmaatschappijen: Toepassen van consolidatie uitzondering (uitgegeven in december 2014)(1) |
1 januari 2016 |
| IAS 19 – Wijziging - Personeelsbeloningen – toegezegde pensioenregelingen: werknemersbijdragen | 1 februari 2015 |
| IAS 27 – Wijzigingen - vermogensmutatiemethode in de enkelvoudige jaarrekening(1) | 1 januari 2016 |
| IAS 16 - IAS 38 – Wijzigingen – Verduidelijking van de aanvaarde methoden van afschrijvingen en waardeverminderingen(1) |
1 januari 2016 |
| IAS 16 - IAS 41 – Wijzigingen - Landbouw: "Bearer plants"(1) | 1 januari 2016 |
| IAS 1 – Wijzigingen – Toelichtingen (uitgegeven in december 2014)(1) | 1 januari 2016 |
| Jaarlijkse verbeteringen aan IFRSs 2012-2014 Cyclus(1) | 1 januari 2016 |
(1) Nog niet bekrachtigd door de EU op de datum van dit rapport.
Op 31 december 2014 zijn de boekhoudregels van bpost in overeenstemming met de IAS/IFRS standaarden en SIC/IFRIC interpretaties, zoals hieronder vermeld:
De andere standaarden en interpretaties, die momenteel zijn goedgekeurd door de EU en die van toepassing zijn voor de voorbereiding van de jaarrekening van 2014, zijn niet van toepassing in het geval van bpost.
bpost heeft geen enkele standaard, interpretatie of wijziging, die uitgegeven maar nog niet in voege was, vroeger aangenomen.
IFRIC 21 werd bekrachtigd door de EU in juni 2014 en is van toepassing voor rapporteringsperiodes die starten op 1 januari 2015 met vrijwillige terugwerkende toepassing vanaf 1 januari 2014. De toepassing van IFRIC 21 zal vooral een impact hebben op de seizoenaliteit van de resultaten van bpost bank.
Een reeks belangrijke boekhoudkundige hypothesen liggen aan de basis van de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening die conform IFRS-regels werd opgesteld. Deze hypothesen hebben een invloed op de waarde van activa en passiva. Er worden ramingen en veronderstellingen gemaakt met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. Deze worden continu opnieuw geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische patronen en verwachtingen met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen waarvan er een redelijke kans is dat ze zich onder de huidige omstandigheden voordoen.
De voornaamste veronderstellingen die inherent zijn aan de waardering van de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen en de bepaling van de pensioenlast, omvatten het personeelsverloop, sterftecijfers en pensioenleeftijden, discontovoeten, evolutie van voordelen en toekomstige weddeverhoging. Deze parameters worden jaarlijks bijgewerkt. Aangezien de referentie database elk jaar groeit met historische gegevens die worden toegevoegd, worden deze data steeds stabieler en meer betrouwbaar. De werkelijke omstandigheden kunnen echter afwijken van deze veronderstellingen en aldus aanleiding geven tot andere verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen, die in de resultatenrekening tot uiting komen als een bijkomende winst of een bijkomend verlies of in niet-gerealiseerde resultaten afhankelijk van het type voordeel.
Voor de Gecompenseerde Geaccumuleerde Afwezigheden werd het verbruikspatroon van de ziektedagen sinds december 2013 afgeleid uit de statistieken met betrekking tot het verbruikspatroon over een voortschrijdend gemiddelde van 3 jaren (jaren 2012 tot 2014 voor december 2014). Het aantal ziektedagen hangt af van de leeftijd, geïdentifceerd per segment van de relevante medewerkers. Het percentage van het gewaarborgd loon is vastgesteld op 75% in geval van langdurige ziekte. Bijgevolg is het percentage van het gewaarborgd loon dat gebruikt wordt om de kost van de dagen geaccumuleerd in de individuele tellers te berekenen vastgezet op 25%.
In de CAO voor de jaren 2012-2013 dewelke ondertekend is geweest in maart 2012, werd de gecumuleerde balans van de niet gebruikte ziekte dagen voor statutaire personeelsleden beperkt tot een maximum van 63 dagen in vergelijking tot 300 dagen in het verleden.
In België zijn bij wet de pensioenplannen met vaste bijdragen onderworpen aan een minimum rendement. Vandaar dat deze plannen worden geclassifceerd als toegezegde pensioenregelingen waarvoor de "projected unit credit"-methode wordt gebruikt om deze verplichtingen te waarderen. De IASB erkent dat de boekhoudkundige verwerking van deze zogenaamde "op bijdrage gebaseerde plannen" in overeenstemming met de huidige toegezegde pensioenregelingen methodologie problematisch is (cfr. september 2014 IFRS Staf Paper met betrekking tot "Research project: Post-employment benefts"). Bijgevolg is er nog altijd geen duidelijkheid over de methodologie. Daarenboven is er ook onzekerheid met betrekking tot de toekomstige evolutie van de minimum gegarandeerde rendementen in België. Door de huidige onzekerheid besliste bpost om consistent te blijven met de toegepaste methodologie in 2013 zijnde de zogenaamde D9 aanpak.
Voor de waardering van de meeste beloningen wordt een gemiddelde kost per niet-actief personeelslid gebruikt. Deze gemiddelde kost werd geraamd door de jaarlijkse kost voor niet-actieve personeelsleden te delen door het aantal niet-actieve begunstigden op basis van referentiegegevens ontvangen van de administratie van de pensioenen.
De discontovoeten werden bepaald op basis van de marktopbrengsten op het moment van de balansdatum. bpost gebruikt de "Tower Watson RATE:link tool" voor het bepalen van de discontovoeten, rekening houdend met een mix van fnanciële en niet-fnanciële AA bedrijfsobligaties.
De voorwaardelijk vergoedingen, als gevolg van bedrijfscombinaties, worden gewaardeerd tegen de reële waarde op het moment van de aankoop en worden beschouwd als onderdeel van de bedrijfscombinatie. Wanneer de voorwaardelijke vergoeding voldoet aan de defnitie van een fnanciële verplichting, wordt deze vervolgens op iedere balansdatum geherwaardeerd tegen reële waarde. De bepaling van de reële waarde is gebaseerd op de verdisconteerde kasstromen. De belangrijkste veronderstellingen houden rekening met de kans op het behalen van elke vooropgesteld doel en de verdisconteringsvoet.
De geconsolideerde jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Bestuur van 16 maart 2015. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens de boekhoudkundige principes gedefnieerd in de "International Financial Reporting Standards" (IFRS). De voornaamste boekhoudkundige principes worden hieronder weergegeven.
De geconsolideerde jaarrekening is uitgedrukt in euro (EUR) en alle waarden worden afgerond tot het dichtste miljoen tenzij anders wordt vermeld.
Alle boekhoudkundige schattingen en hypothesen die gebruikt werden bij het opstellen van deze jaarrekening zijn, waar van toepassing, consistent met het laatst goedgekeurde budget/langetermijn plan. De hypothesen zijn gebaseerd op de informatie die beschikbaar is op balansdatum. Hoewel deze hypothesen gebaseerd zijn op de recentste informatie die voorhanden is, kan het toch gebeuren dat de reële resultaten afwijken van de schattingen.
De moedermaatschappij en alle dochtermaatschappijen die onder haar controle vallen, zijn in de consolidatie opgenomen. Uitzonderingen zijn niet toegestaan.
Activa en passiva, rechten en verplichtingen, inkomsten en kosten van de moedermaatschappij en de dochterondernemingen die onder haar exclusieve controle vallen, zijn volledig geconsolideerd. Met controle wordt bedoeld: de bevoegdheid om het fnanciële en operationele beleid van een entiteit te bepalen, met het doel winst te verkrijgen uit haar activiteiten. Die controle wordt geacht te bestaan als bpost minstens 50% plus één aandeel van het stemrecht van de entiteit bezit; deze veronderstelling vervalt als er een duidelijk bewijs van het tegendeel bestaat. Wanneer wordt nagegaan of een entiteit onder de controle van bpost valt, worden het bestaan en de invloed van mogelijke stemrechten die momenteel uitoefenbaar of converteerbaar zijn in aanmerking genomen.
De consolidatie van een dochterbedrijf heeft plaats vanaf de overnamedatum, dat is de datum waarop de controle van de nettoactiva en de activiteiten van de overgenomene daadwerkelijk werden overgedragen aan de overnemer. Vanaf de overnamedatum neemt de moedermaatschappij (de overnemer) de fnanciële prestaties van de overgenomene op in haar geconsolideerde resultatenrekening en neemt ze de overgenomen activa en passiva (aan marktwaarde), met inbegrip van elke uit de overname voortkomende goodwill, op in de geconsolideerde balans. De dochterbedrijven worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop de controle ophoudt. Intragroepsbalansen en -transacties en niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties tussen bedrijven van de groep worden volledig buiten beschouwing gelaten.
De geconsolideerde jaarrekening wordt voorbereid op basis van éénvormige boekhoudkundige regels voor gelijksoortige transacties en andere gebeurtenissen in gelijkaardige omstandigheden.
Een geassocieerde onderneming is een entiteit waarin bpost een aanzienlijke invloed heeft, maar die noch een dochteronderneming, noch een joint venture is. Een aanzienlijke invloed is de macht om deel te nemen aan de fnanciële en operationele beleidsbeslissingen van het bedrijf waarin geïnvesteerd wordt, zonder dat beleid evenwel te controleren. Er wordt verondersteld dat dit het geval is wanneer bpost minstens 20% van de stemrechten heeft van het bedrijf waarin bpost investeert en dat het niet het geval is wanneer hij minder dan 20% heeft; deze veronderstellingen kunnen weerlegd worden indien er duidelijk bewijs is van het tegendeel.
De boekhoudkundige principes worden consequent toegepast binnen de groep, de geassocieerde ondernemingen inbegrepen.
Alle geassocieerde ondernemingen worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode: de deelnemingen worden apart vermeld in de geconsolideerde balans (onder de titel "Investeringen in geassocieerde ondernemingen") op de balansdatum en voor een bedrag dat overeenstemt met het deel van het aandelenvermogen van de geassocieerde onderneming (zoals herbepaald onder IFRS), inclusief het resultaat voor de periode. Dividenden ontvangen van een bedrijf waarin wordt geïnvesteerd verminderen de boekwaarde van de investering.
Het aandeel van het resultaat van geassocieerde ondernemingen toe te schrijven aan bpost is apart opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening onder de titel "Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen".
Niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit transacties tussen een investeerder (of zijn geconsolideerde dochterondernemingen) en geassocieerde ondernemingen worden aangepast ten belope van het belang van de investeerder in de geassocieerde onderneming.
bpost bank is een geassocieerde onderneming en wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, aangezien bpost een betekenisvolle invloed heeft maar geen controle heeft over het bestuur van deze onderneming.
De obligatieportefeuille van bpost bank wordt geclassifceerd op de balans van bpost bank als "Beschikbaar voor verkoop". Deze portefeuille omvat:
Aandelen die geclassifceerd worden als "Voor verkoop aangehouden", worden gewaardeerd aan reële waarde. Wijzigingen in deze reële waarde worden opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, onder de rubriek "Niet-gerealiseerd of uitgesteld winst of verlies".
Voor vastrentende efecten worden de rente inkomsten opgenomen in de winst- en verliesrekening op basis van de efectieve rentemethode. Voor efecten met variabele opbrengst, worden deze inkomsten opgenomen in de winst- en verliesrekening van zodra de aandeelhoudersvergadering de uitkering van een dividend bevestigd heeft.
Wanneer een entiteit wordt overgenomen, wordt het op de overnamedatum geregistreerde verschil tussen de overnamekost van de investering en de marktwaarde van de identifceerbare activa, passiva en niet in de balans opgenomen verplichtingen geboekt als goodwill (als het verschil positief is) of rechtstreeks als een winst in de resultatenrekening (als het verschil negatief is).
In het geval van een voorwaardelijke vergoeding, wordt deze gewaardeerd tegen reële waarde op het moment van de bedrijfscombinatie en opgenomen in de overgedragen vergoeding (dwz erkend binnen goodwill). Indien het bedrag van de voorwaardelijke vergoeding wijzigt als gevolg van een post-acquisitie gebeurtenis (zoals het behalen van een winstdoelstelling), wordt de wijziging in reële waarde opgenomen in de winst-en verliesrekening.
Goodwill wordt niet afgeschreven maar wordt onderworpen aan een jaarlijkse waardeverminderingstest.
Immateriële vaste activa worden erkend op de balans als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Immateriële vaste activa worden geboekt tegen aanschafngswaarde (met inbegrip van de kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan de transactie, maar zonder onrechtstreekse vaste kosten), min alle geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. De uitgaven met betrekking tot de onderzoeksfase worden in rekening gebracht van de resultatenrekening. De uitgaven met betrekking tot de ontwikkelingsfase worden geactiveerd. Binnen bpost bestaan de intern geproduceerde immateriële vaste activa hoofdzakelijk uit IT-projecten.
Immateriële vaste activa met beperkte levensduur worden op systematische basis afgeschreven over hun bruikbare levensduur, waarbij gebruik wordt gemaakt van de lineaire afschrijvingsmethode. De toegepaste nuttige levensduur is:
| Immateriële vaste activa | Nuttige levensduur |
|---|---|
| IT-ontwikkelingskosten | maximum 5 jaar |
| Licenties voor minder belangrijke software | 3 jaar |
Immateriële vaste activa met een onbeperkte levensduur - bij bpost enkel goodwill – worden niet afgeschreven maar ondergaan jaarlijks een waardeverminderingstest.
Materiële vaste activa worden geboekt tegen aanschafngswaarde min alle geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. Alle kosten die rechtstreeks verband houden met het operationeel maken van de activa zijn inbegrepen in de kosten.
Uitgaven voor herstellingen en onderhoud die enkel bedoeld zijn om de waarde van materiële vaste activa op peil te houden, maar niet om ze te verhogen, worden in rekening gebracht van de resultatenrekening. Uitgaven voor grote herstellingen en voor groot onderhoud, die leiden tot een toename van de toekomstige economische voordelen die door de materiële vaste activa zullen worden gegenereerd, worden evenwel geïdentifceerd als een afzonderlijk element van de aanschafngswaarde.
Financieringskosten die rechtstreeks zijn toe te wijzen aan de verwerving, bouw of productie van een actief dat noodzakelijkerwijs pas na een aanzienlijke tijdsperiode klaar is voor het beoogde gebruik of verkoop, worden geactiveerd als deel van de kostprijs van het actief.
Het afschrijvingsbedrag wordt op een systematische basis gespreid over de bruikbare levensduur van het actief, waarbij gebruik wordt gemaakt van lineaire afschrijvingen. Het totaal af te schrijven bedrag is gelijk aan de aanschafngswaarde, behalve voor voertuigen. Voor voertuigen is dat bedrag de aanschafngswaarde min de restwaarde van de activa op het einde van hun levensduur. De toegepaste nuttige levensduur is:
| Materiële vaste activa | Nuttige levensduur |
|---|---|
| Grond | Niet van toepassing |
| Centrale administratieve gebouwen | 40 jaar |
| Gebouwen van het netwerk | 40 jaar |
| Industriële gebouwen, sorteercentra | 25 jaar |
| Uitrustingswerken aan gebouwen | 10 jaar |
| Trekkers en vorkheftrucks | 10 jaar |
| Fietsen en bromfetsen | 4 jaar |
| Andere voertuigen (auto's, trucks…) | 5 jaar |
| Machines | 5-10 jaar |
| Meubilair | 10 jaar |
| Computeruitrusting | 5 jaar |
Een fnanciële leasing, waarbij vrijwel alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen worden overgedragen aan de leasingnemer, wordt opgenomen onder actief en passief tegen bedragen die gelijk zijn aan de contante waarde van de minimum leasebetalingen (= som van de in de leasebedragen inbegrepen kapitaal en intrest) of, indien lager, de reële waarde van de geleasde activa. Leasebetalingen worden deels als fnancieringskosten opgenomen en deels als afossing van de uitstaande schuld, zodat dit resulteert in een constante rentevoet over de leasetermijn. De afschrijvingsregels voor geleasde activa stroken met deze voor gelijkaardige activa in eigendom.
Betaalde / ontvangen huurgelden uit hoofde van operationele leasing (waarbij niet vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en voordelen worden overgenomen) worden door de huurder opgenomen als uitgaven en door de verhuurder als inkomsten volgens de lineaire methode over de leasetermijn.
Vastgoedbeleggingen hebben voornamelijk betrekking op appartementen in gebouwen dewelke gebruikt worden als postkantoor.
Vastgoedbeleggingen worden geboekt tegen aanschafngswaarde minus geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. Het afschrijvingsbedrag wordt op een systematische basis toegekend over de bruikbare levensduur van het actief, waarbij gebruik wordt gemaakt van de lineaire afschrijvingsmethode. De levensduur die van toepassing is op vastgoedbeleggingen kan worden teruggevonden in de tabel bij het onderdeel "materiële vaste activa".
Vaste activa worden geclassifceerd als voor verkoop aangehouden activa in een specifeke rubriek in de balans, als hun boekwaarde eerder gerecupereerd zal worden door verkoop dan door verder gebruik of exploitatie. Dit wordt toegestaan als er aan bepaalde strikte criteria wordt voldaan (er werd gestart met een actief programma om een koper te zoeken, de eigendom kan in zijn huidige staat onmiddellijk worden verkocht, de verkoop is zeer waarschijnlijk en zal naar verwachting plaatshebben binnen één jaar na de datum van reclassering).
Voor verkoop aangehouden activa worden niet langer afgeschreven maar er kan een waardevermindering op toegepast worden. Ze worden gewaardeerd aan de laagste waarde van de boekwaarde en van de marktwaarde minus verkoopkosten.
De postzegelverzameling die eigendom is van bpost en die ze duurzaam aanhoudt, wordt op de balans ingeschreven tegen het geherwaardeerde bedrag minus een korting voor de beperkte liquiditeit. De geherwaardeerde bedragen worden periodiek vastgesteld op basis van de marktprijzen. bpost gaat over tot de herwaardering van zijn collectie om de vijf jaar. De postzegelverzameling wordt opgenomen in de sectie "Overige materiële vaste activa" van de balans.
Een waardevermindering wordt opgenomen als de boekwaarde van een actief hoger ligt dan de realiseerbare waarde ervan, dat is het hoogste bedrag van de reële waarde minus verkoopkosten (wat overeenkomt met de liquiditeiten die bpost kan realiseren via verkoop) en van de bedrijfswaarde (wat overeenkomt met de liquiditeiten die bpost kan realiseren door het actief te blijven gebruiken).
Indien mogelijk worden de tests uitgevoerd op individuele activa. Als evenwel wordt vastgesteld dat activa geen onafhankelijke kasstromen genereren, dan wordt de test uitgevoerd op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid (CGU) waartoe het actief behoort (CGU = de kleinste identifceerbare groep activa die kasstromen genereert die grotendeels onafhankelijk zijn van de kasstromen van andere CGU's).
Voor goodwill wordt jaarlijks een waardeverminderingstest uitgevoerd. Een CGU waaraan geen goodwill is toegekend wordt alleen getest wanneer er aanwijzingen zijn voor een waardevermindering. Met het oog op de waardeverminderingstest, wordt goodwill die werd verworven bij een bedrijfscombinatie, vanaf de verwervingsdatum toegekend aan een groep van kasstroomgenererende eenheden waarvan wordt verwacht dat ze voordeel zullen halen uit de synergieën van de combinatie.
Als er een waardevermindering wordt vastgesteld, dan wordt die eerst gebruikt om de boekwaarde van elke goodwill van die groep van kasstroomgenererende eenheden te verminderen. Het resterende saldo wordt dan toegekend om de boekwaarde van andere vaste activa van de CGU te verminderen, proportioneel ten opzichte van hun totale boekwaarde, maar enkel in de mate dat de verkoopprijs van de activa in kwestie lager is dan de boekwaarde.
Waardeverminderingen op goodwill worden nooit teruggenomen op een latere datum. Waardeverminderingen op andere vaste activa worden teruggenomen als de oorspronkelijke voorwaarden van het ogenblik dat de waardevermindering werd geregistreerd ophouden te bestaan, maar enkel in de mate dat de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan het bedrag na afschrijvingen dat zou zijn verkregen als er geen waardevermindering zou geregistreerd zijn.
De waarde van de voorraden wordt bepaald als de laagste van de aanschafngskost of de netto-verkoopswaarde op de balansdatum.
De aanschafngsprijs van verwisselbare voorraden wordt bepaald door toepassing van de FIFO-methode (frst in, frst out). Minder belangrijke voorraden waarvan de waarde en de samenstelling stabiel blijven doorheen de tijd, worden in de balans opgenomen tegen een vaste waarde.
De kostprijs van de voorraden omvat alle kosten die gemaakt zijn om de voorraden in hun huidige toestand op hun huidige locatie te brengen, met inbegrip van indirecte productiekosten. Meer bepaald de kostprijs van de zegels omvat de directe en indirecte productiekosten, met uitsluiting van kosten van leningen en algemene kosten die er niet toe bijgedragen hebben om hen in hun huidige toestand en op hun huidige locatie te brengen. De berekening van vaste productiekosten in de kostprijs is gebaseerd op een normale productiecapaciteit.
Een waardevermindering is nodig als de netto-verkoopswaarde op de balansdatum lager ligt dan de kost.
Het aandelenoptieplan wordt gewaardeerd met behulp van waarderingstechnieken die gebaseerd zijn op de "option pricing" modellen. Bij deze modellen worden de opties gewaardeerd tegen hun reële waarde op de datum van toekenning. Deze optiewaarde is opgenomen in de sectie "personeelskosten" van de winst-en verliesrekening en is gespreid over de levensduur van de opties.
In 2012 werd een laatste uitoefenvenster opengesteld en waren alle uitstaande opties uitgeoefend of vervallen voor het einde van 2012.
Inkomsten uit de verkoop van goederen worden opgenomen als bpost de belangrijke risico's en voordelen van deze goederen overdraagt aan de koper en het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen doorgaan naar de entiteit.
Inkomsten uit het verlenen van diensten worden opgenomen, afhankelijk van de fase waarin de dienstverlening zich bevindt. In toepassing van dit principe worden de inkomsten uit de activiteit "zegels en frankeermachines" opgenomen in de inkomsten op het ogenblik dat de post wordt uitgereikt.
De vergoeding van DAEB is gebaseerd op contractuele provisies bepaald door het Beheerscontract en de inkomsten worden erkend op het ogenblik dat de diensten verstrekt worden.
bpost krijgt ook commissies op de verkoop van partnerproducten via zijn netwerk van postkantoren. Inkomsten via commissies worden geregistreerd op het ogenblik dat de diensten worden verleend.
Intresten worden opgenomen volgens de "efective yield" methode en de dividendinkomsten worden opgenomen wanneer bpost het recht verwerft op betaling. Huurinkomsten afkomstig van operationele leasing of vastgoedbeleggingen worden op een systematische basis gespreid over de huurtermijn.
Vorderingen worden aanvankelijk gewaardeerd aan reële waarde en later tegen geamortiseerde kostprijs, d.w.z. de netto contante waarde van de te ontvangen cashfows (tenzij de invloed van het verdisconteren gering is).
Voor elke vordering afzonderlijk wordt nagegaan of ze inbaar is. Een waardevermindering wordt opgenomen als de ontvangst van het bedrag volledig of gedeeltelijk twijfelachtig of onzeker is.
Vooruitbetalingen en toe te rekenen inkomsten worden ook in deze rubriek ondergebracht.
Financiële instrumenten worden opgedeeld in verschillende categorieën bij hun initiële inboeking. Deze categorie is afhankelijk van de karakteristieken en het doel van de fnanciële instrumenten. De categorie van het fnancieel actief bepaalt de waardering en bepaalt of de opbrengsten en kosten worden opgenomen in de winst- en verliesrekening of rechtstreeks in eigen vermogen.
Dit zijn de verschillende categorieën fnanciële instrumenten:
Gewone aankopen of verkopen van fnanciële activa worden al of niet in de balans opgenomen door gebruik te maken van de afwikkelingsdatum ("settlement date accounting"). De reële waarde van deze fnanciële activa wordt bepaald door te refereren naar genoteerde marktprijzen in een actieve markt.
Deze rubriek omvat liquide middelen, te innen titels, kortetermijnbeleggingen (waarvan de vervaldatum ten hoogste drie maanden na de aankoopdatum valt) met een grote liquiditeit en die vlot kunnen omgezet worden in een gekend contant bedrag, en die een laag risico inhouden wat betreft verandering van waarde.
Voor wat betreft het geconsolideerde kasstroomoverzicht bestaan geldmiddelen en kasequivalenten uit contanten en kortlopende deposito's, zoals hierboven gedefnieerd, na aftrek van uitstaande bankschulden.
Gewone aandelen worden opgenomen in de rubriek "Geplaatst kapitaal".
Aandelen in portefeuille worden afgetrokken van het eigen vermogen. Bewegingen van aandelen in portefeuille hebben geen invloed op de resultatenrekening.
Overige reserves omvatten het resultaat van vorige boekjaren, de wettelijke reserve en de geconsolideerde reserve.
Het overgedragen resultaat omvat het resultaat van het huidige boekjaar zoals vermeld in de winst- en verliesrekening.
Korte termijnbeloningen worden opgenomen als een uitgave wanneer het personeelslid de diensten heeft verleend aan bpost. Voordelen die niet zijn betaald op de balansdatum worden opgenomen in de rubriek "bezoldigingen en sociale zekerheid".
Personeelsvergoedingen na uitdiensttreding worden opgenomen op basis van een actuariële waarderingsmethode en er worden voorzieningen voor aangelegd (met aftrek van alle fondsbeleggingen), voor zover bpost verplicht is de kosten met betrekking tot deze beloningen te dragen. Deze verplichting kan een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting zijn ("verworven rechten" op basis van vroegere gebruiken).
In toepassing van deze principes wordt in het kader van de vergoedingen na uitdiensttreding een voorziening aangelegd (berekend volgens een actuariële methode die is vastgelegd in IAS 19), om het volgende te dekken:
Waardeaanpassingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in de geconsolideerde balans met een overeenkomstige debit of credit naar overgedragen resultaat door middel van de niet in winst- of verlies opgenomen resultaten in de periode waarin ze zich voordoen. Waardeaanpassingen worden niet overgeboekt naar de winst of verliesrekening in latere periodes.
Actuariële veronderstellingen (met betrekking tot de disconteringsvoet, de mortaliteitsfactor, de kosten voor toekomstige beloningen, infatie enz.) worden gebruikt om de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen in overeenstemming met IAS 19 te bepalen. Actuariële winsten en verliezen doen zich onvermijdelijk voor, als gevolg van (1) jaarlijkse veranderingen in de actuariële hypotheses, en (2) verschillen tussen werkelijke kosten en actuariële hypotheses die worden gebruikt voor de waardering krachtens IAS 19. Tot 2012 heeft bpost heeft ervoor geopteerd om de actuariële winsten en verliezen te erkennen via de corridor benadering.
De verplichting wordt berekend volgens de "projected unit credit"-methode. Elk jaar dienst geeft recht op een extra "unit credit" dat in aanmerking moet worden genomen bij het waarderen van de toegekende beloningen en de verplichtingen die er betrekking op hebben. De gebruikte disconteringsvoet is de opbrengst van bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid of is gebaseerd op staatsobligaties waarvan de looptijd gelijkaardig is met die van de beloningen die gewaardeerd worden.
Opgenomen pensioenkosten omvatten aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winst en verliezen met betrekking tot inperking en schikking.
Pensioenkosten van verstreken diensttijd als gevolg van een wijziging van een plan of inperking dienen erkend te worden op het vroegste van (1) het ogenblik waarop de wijziging van het plan of de inperking plaatsvindt en (2) de datum waarop de entiteit gerelateerde herstructureringskosten in overeenstemming met IAS37 erkent. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de resultatenrekening.
Netto interesten worden berekend door de disconteringsvoet toe te passen op de netto verplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Netto interesten worden eveneens erkend in de resultatenrekening.
Fondsbeleggingen met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding worden gemeten aan reële waarde op het einde van de periode met dezelfde defnitie zoals gebruikt in IFRS 13.
Langetermijnpersoneelsbeloningen worden opgenomen op basis van een actuariële waarderingsmethode en er worden voorzieningen voor aangelegd (met aftrek van alle fondsbeleggingen), voor zover bpost verplicht is de kosten met betrekking tot deze beloningen te dragen. Deze verplichting kan een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting zijn ("verworven rechten" op basis van vroegere gebruiken).
Er wordt een voorziening gecreëerd voor beloningen op lange termijn; deze dekt beloningen die slechts over een aantal jaren zullen worden betaald, maar die reeds door de werknemer zijn verworven op basis van zijn prestaties in het verleden. Ook hier wordt de voorziening berekend volgens een actuariële methode die wordt opgelegd door IAS 19.
De voorziening wordt als volgt berekend:
Actuariële waardering van de verplichting krachtens IAS 19 – reële waarde van de fondsbeleggingen
= aan te leggen voorziening (of op te nemen actief als de reële waarde van de fondsbeleggingen hoger is)
Waardeaanpassingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening in de periode waarin ze zich voordoen.
Actuariële veronderstellingen (met betrekking tot de disconteringsvoet, de mortaliteitsfactor, de kosten voor toekomstige beloningen, infatie enz.) worden gebruikt om de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen in overeenstemming met IAS 19 te bepalen. Actuariële winsten en verliezen doen zich onvermijdelijk voor, als gevolg van (1) jaarlijkse veranderingen in de actuariële hypotheses, en (2) verschillen tussen werkelijke kosten en actuariële hypotheses die worden gebruikt voor de waardering krachtens IAS 19. Deze actuariële winsten en verliezen rechtstreeks in de resultatenrekening opgenomen.
De verplichting wordt berekend volgens de "projected unit credit"-methode. Elk jaar dienst geeft recht op een extra "unit credit" dat in aanmerking moet worden genomen bij het waarderen van de toegekende beloningen en de verplichtingen die er betrekking op hebben. De gebruikte disconteringsvoet is de opbrengst van bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid of is gebaseerd op staatsobligaties waarvan de looptijd gelijkaardig is met die van de beloningen die gewaardeerd worden.
Opgenomen pensioenkosten omvatten aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winst en verliezen met betrekking tot inperking en schikking.
Pensioenkosten van verstreken diensttijd als gevolg van een wijziging van een plan of inperking dienen erkend te worden op het vroegste van (1) het ogenblik waarop de wijziging van het plan of de inperking plaatsvindt en (2) de datum waarop de entiteit gerelateerde herstructureringskosten in overeenstemming met IAS37 erkent. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de resultatenrekening.
Netto interesten worden berekend door de disconteringsvoet toe te passen op de netto verplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Netto interesten worden eveneens erkend in de resultatenrekening.
Als bpost het contract van een personeelslid beëindigt vóór zijn normale pensioendatum, of wanneer een aanbod van vergoeding gebeurt in ruil voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst dewelke niet meer kan ingetrokken worden, wordt er een voorziening aangelegd in zoverre er een verplichting rust op bpost.
Een voorziening wordt enkel erkend als:
(3) er een betrouwbare schatting van het bedrag van de verplichting kan worden gemaakt.
Indien het waarschijnlijk is dat de impact belangrijk zal zijn (voornamelijk voor langetermijnvoorzieningen), dan wordt de voorziening geraamd op basis van de netto contante waarde. De verhoging van de voorziening wegens het verstrijken van tijd wordt opgenomen als een fnanciële uitgave.
Een voorziening voor het saneren van verontreinigde sites wordt opgenomen als bpost in dat verband een verplichting heeft. Voorzieningen voor toekomstige bedrijfsverliezen zijn verboden.
Als bpost een verlieslatend contract heeft (de onvermijdbare kosten voor het naleven van de verplichtingen van het contract overschrijden de economische voordelen die eruit voortvloeien), dan wordt de huidige verplichting ingevolge het contract opgenomen als een voorziening.
Een herstructureringsvoorziening wordt enkel geboekt als bpost aantoont dat het op de balansdatum een feitelijke verplichting tot herstructureren heeft. De feitelijke verplichting moet worden aangetoond door: (a) een gedetailleerd formeel plan waarin de hoofdelementen van de herstructurering zijn vastgelegd, en (b) het wekken van een geldige verwachting bij de betrokkenen dat ze de herstructurering zal doorvoeren door een aanvang te nemen met de uitvoering van het plan of door de krachtlijnen ervan mee te delen aan de betrokkenen.
Uit te keren dividenden met betrekking tot jaar N worden pas opgenomen als passiva wanneer de rechten van de aandeelhouders om deze dividenden te ontvangen (in de loop van het jaar N+1) zijn aangetoond.
Winstbelasting omvat verschuldigde belastingen op het resultaat en uitgestelde belasting. Belasting op het resultaat is het bedrag aan belastingen dat moet worden betaald (te recupereren) op de belastbare inkomsten voor het lopende jaar, samen met de aanpassingen op het vlak van betaalde/te recupereren belastingen met betrekking tot de vorige jaren. Bij de berekening wordt gebruik gemaakt van de belastingvoet op de balansdatum.
Uitgestelde belasting wordt volgens de "liability method" berekend op de tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van de balansrubrieken en hun fscale waarde, waarbij de belastingvoet wordt gebruikt die naar verwachting zal worden toegepast als het actief wordt gerealiseerd of als de schuld verefend is. In de praktijk wordt de belastingvoet gehanteerd die geldt op de balansdatum.
Uitgestelde belastingen worden niet erkend met betrekking tot:
Een uitgestelde belastingsvordering wordt opgenomen voor alle aftrekbare tijdelijke verschillen, voor zover het waarschijnlijk is dat er belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waarvoor het aftrekbare tijdelijke verschil kan worden aangewend. Dezelfde principes gelden voor de erkenning van uitgestelde belastingsvorderingen met betrekking tot niet gebruikte overgedragen fscale verliezen. Dit criterium wordt op elke balansdatum opnieuw beoordeeld.
Uitgestelde belasting wordt berekend op het niveau van elke fscale entiteit. De uitgestelde belastingsvorderingen en belastingsschulden van verschillende dochterondernemingen mogen niet gecompenseerd worden.
De uitgestelde inkomsten zijn het deel van de inkomsten dat ontvangen wordt tijdens het huidige of eerdere boekjaren maar die in verband staan met een later boekjaar.
Transacties in vreemde valuta worden eerst geboekt in de functionele valuta van de betrokken entiteiten. Daarbij worden de wisselkoersen op transactiedatum gebruikt. De gerealiseerde wisselkoerswinsten en -verliezen en de niet-gerealiseerde wisselkoerswinsten en -verliezen op monetaire activa en passiva worden op de balansdatum opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening worden de activa en passiva van de buitenlandse activiteiten omgerekend aan de wisselkoersen van de rapporteringsdatum. De winst- en verliesrekeningen worden omgerekend aan de wisselkoersen van de transactiedatum. De wisselkoersverschillen die hierdoor ontstaan, worden opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Bij verkoop van een buitenlandse activiteit, wordt het deel van de niet-gerealiseerde resultaten, gelinkt aan deze activiteit opgenomen in de winsten verliesrekening.
Financiële derivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden geboekt in de winst- en verliesrekening.
In het geval van indekkingstransacties met behulp van fnanciële derivaten kunnen er speciale regels van toepassing zijn. bpost heeft geen indekkingstransacties aangegaan en heeft evenmin speculatieve derivate transacties verricht.
Elk van de volgende risico's kan een materieel ongunstig efect hebben op de fnanciële positie, de bedrijfsresultaten en de liquide middelen van bpost. De risico's die hieronder opgesomd worden, zijn niet de enige waaraan bpost is blootgesteld. Er kunnen bijkomende risico's zijn dan deze die hierna worden besproken waarvan bpost momenteel niet op de hoogte is. Er kunnen ook risico's zijn waarvan momenteel wordt geoordeeld dat ze niet belangrijk zijn, maar die uiteindelijk toch een aanzienlijk ongunstig efect kunnen hebben op lange termijn.
bpost is actief in markten die gekenmerkt worden door een hoge graad van regulering, zowel door regulatoren op nationaal, Europees als op wereldvlak. bpost is bijgevolg onderhevig aan aanzienlijke regulering in België en andere jurisdicties. Het is onzeker of Belgische of Europese regulatoren of derden belangrijke bezwaren zullen opwerpen met betrekking tot de naleving door bpost van toepasselijke wetten en reglementen en / of toekomstige wijzigingen in de wetgeving, regelgeving of rechtspraak een aanzienlijk ongunstig efect zullen hebben op de activiteiten, de fnanciële positie, de bedrijfsresultaten en de vooruitzichten van bpost.
Wijzigingen aan de wet van 21 maart 1991 op de autonome overheidsbedrijven (de "Wet van 1991") en de bestaande en toekomstige reglementeringen ter uitvoering van de Wet van 1991 zouden bpost nadelig kunnen beïnvloeden. Het is niet mogelijk om enige wijzigingen aan de Wet van 1991 of enige reglementeringen ter uitvoering ervan te voorspellen. Dit betreft eveneens de vergunningsvoorwaarden waaraan een nieuwe operator moet voldoen om brievenpostdiensten te leveren die vallen binnen het toepassingsgebied van de Universele dienstverplichting.
Naar aanleiding van het staatssteunonderzoek dat in 2009 door de Europese Commissie werd opgestart, werd bpost verplicht om vermeende staatssteun terug te betalen voor de periode van 1992 tot 2012. Op 2 mei 2013 keurde de Europese Commissie de compensatie goed die aan bpost werd toegekend in het kader van het 5de Beheerscontract, dewelke de periode van 2013 tot 2015 bestrijkt. Er werd geen beroep ingesteld tegen de beslissing van de Europese Commissie. Hoewel de staatssteunbeslissingen van de Europese Commissie bpost enige mate van zekerheid verschafen over de verenigbaarheid met de staatssteunregels van de vergoeding die zij ontvangt voor de levering van diensten van algemeen economisch belang ("DAEB's") gedurende de periode van 1992 tot en met 2015, kan niet worden uitgesloten dat bpost voor deze periode het voorwerp zou uitmaken van verdere aantijgingen van staatssteun en aan staatssteunonderzoeken wordt onderworpen in verband met DAEB's, andere openbare diensten en andere diensten die zij verstrekt voor de Belgische Staat en verschillende overheidsinstanties.
Op grond van het 5de Beheerscontract en de Wet van 1991, zal bpost de verlener blijven van bepaalde DAEB's tot en met 31 december 2015. Met betrekking tot de periode die aanvangt op 1 januari 2016 zou de Belgische Staat kunnen afzien van het aanbieden van bepaalde openbare dienstverlening (of de omvang en inhoud ervan wijzigen). Zij zou ook kunnen oordelen dat dergelijke diensten geen DAEB's uitmaken en bijgevolg geen compensatie wettigen of ze zou kunnen beslissen om deze DAEB's niet toe te kennen aan bpost. De Belgische Staat heeft er zich jegens de Europese Commissie toe verbonden dat zij een competitieve, transparante en nietdiscriminerende biedingsprocedure zal organiseren teneinde tegen eind 2014 een nationale uitbatingsconcessie toe te kennen voor de uitreiking van kranten en tijdschriften in België. De kandidaat die in deze gunningsprocedure wordt geselecteerd, mag vanaf 1 januari 2016 dergelijke diensten beginnen te leveren. De Belgische Staat heeft in april 2014 een aanbesteding uitgeschreven en bpost heeft zijn kandidatuur ingediend, samen met twee andere kandidaten. Op 6 februari 2015 heeft de Belgische Staat drie kandidaten geselecteerd en het lastenboek goedgekeurd. Terwijl wordt verwacht dat er in de loop van 2015 een beslissing omtrent de selectie zal worden genomen, is het onzeker welke impact de uitkomst op bpost zal hebben.
De Belgische staat heeft er zich tegenover de Europese Commissie eveneens toe verbonden dat ook de benadering voor de toewijzing van de andere DAEB's die zijn beschreven in het 5de Beheerscontract en in de Wet van 1991 voor de periode na 31 december 2015 opnieuw zal worden geëvalueerd en dit in de loop van 2015.
bpost zou verplicht kunnen worden andere postoperatoren toegang te verlenen tot specifeke elementen van zijn postinfrastructuur of bepaalde diensten, zoals postbussen, informatie over adreswijzigingen, diensten van naverzending en terugzending. De onderneming zou kunnen verplicht worden toegang te verlenen tegen onrendabele prijsniveaus, of tegen toegangsvoorwaarden die haar zijn opgelegd die verlieslatend zijn. Ingeval deze verplichting niet nageleefd wordt, kunnen boetes opgelegd worden en / of kunnen andere operatoren procedures aanspannen teneinde schadevergoeding te vorderen voor nationale rechtbanken.
bpost dient aan te tonen dat zijn prijzen voor diensten die onder de USO vallen, in overeenstemming zijn met de beginselen van betaalbaarheid, kostenoriëntatie, transparantie, niet-discriminatie en uniformiteit van tarieven. Tariefverhogingen voor bepaalde enkelvoudige poststukken en USO-pakketten zijn onderworpen aan een maximumprijsformule (die onder andere afhangt van het feit of bpost bepaalde doelstellingen inzake de kwaliteit van de dienstverlening bereikt) en aan een voorafgaande controle door het BIPT. Het BIPT kan weigeren deze tarieven of tariefverhogingen goed te keuren als ze niet in overeenstemming zijn met bovengenoemde beginselen of de maximumprijsformule. Daarnaast, met betrekking tot activiteiten waarvoor bpost wordt geacht een machtspositie in de markt te hebben, mag zijn prijspolitiek geen misbruik van dergelijke machtspositie maken. Het niet-naleven van deze verplichting kan resulteren in boetes. Nationale rechtbanken kunnen bpost ook opdragen om bepaalde commerciële praktijken stop te zetten en schade te vergoeden aan derden.
Het kan niet uitgesloten worden dat bpost in de toekomst zou onderworpen worden aan "ex ante" prijsreglementering in (post- of pakjes-) markten waar het geacht wordt over een "aanzienlijke marktpositie" te beschikken. Dergelijke reglementering zou zijn commerciële vrijheid verder kunnen beperken. Volgens de Europese Commissie is pakjeslevering één van de voornaamste elementen die een impact hebben op de groei van e-commerce in Europa. Het mag niet worden uitgesloten dat de Europese Commissie in de zomer van 2015 zou voorstellen om, via wetgevende initiatieven of anderszins, tussenbeide te komen m.b.t. leveringen van grensoverschrijdende e-commercepakjes.
bpost is tevens onderworpen aan het verbod van kruissubsidiëring tussen publieke diensten enerzijds en commerciële diensten anderzijds. Bovendien, indien de onderneming commerciële diensten levert, moet, volgens de regels met betrekking tot staatssteun, de business case voor het verlenen van dergelijke diensten voldoen aan de "private investor test", dat wil zeggen dat de onderneming in staat moet zijn om aan te tonen dat een private investeerder dezelfde investeringsbeslissing zou hebben genomen. Als deze beginselen niet worden nageleefd, dan zou de Europese Commissie kunnen oordelen dat commerciële diensten hebben genoten van onrechtmatige staatssteun en deze staatsteun van bpost kunnen terugvorderen.
bpost werd door de Belgische Staat aangewezen als een verlener van de USO voor een termijn van acht jaar met ingang van 2011. De verplichting om de USO te leveren, kan voor bpost een fnanciële last betekenen. Alhoewel de Wet van 1991 bepaalt dat de bpost recht heeft op een vergoeding vanwege de Belgische Staat ingeval de USO-verplichting resulteerde in een ongerechtvaardigde last, kan er geen garantie worden gegeven dat de volledige nettokost van de USO zal worden gedekt. Bovendien, naar de toekomst toe, ingeval bpost zou worden aangeduid als een verlener van de USO, is er onzekerheid over de voorwaarden en het fnancieringsmechanisme die van toepassing zouden zijn op de verlening van de USO.
De wisselwerking tussen de wetgeving toepasselijk op alle naamloze vennootschappen en de specifeke bepalingen en principes van publiek recht die van toepassing zijn op bpost kunnen moeilijkheden geven bij de interpretatie ervan, en juridische onzekerheid veroorzaken. bpost is bijvoorbeeld onderworpen aan specifeke risico's in verband met arbeidskwesties als gevolg van de toepassing van bepaalde publiekrechtelijke bepalingen en beginselen. In het bijzonder is bpost betrokken bij een aantal rechtszaken die zijn ingeleid door een aantal hulppostbodes (onder wie alle postbodes die zijn aangeworven sinds 1 januari 2010 en die bepaalde kerntaken uitvoeren zoals ophaling, sortering, transport en bezorging van post).
Daarnaast zouden contractuele personeelsleden van bpost hun werknemersstatuut kunnen betwisten en schadevergoeding kunnen eisen wegens het feit zij niet de wettelijke arbeidsbescherming en voordelen van statutaire personeelsleden genieten. Wijzigingen in, of de invoering van nieuwe, wetgeving en reglementering, inclusief wetgeving en reglementering in verband met wettelijke pensioenen, zouden kunnen leiden tot extra lasten voor bpost. Er kan ook geen zekerheid worden verschaft dat de onderneming niet geconfronteerd zal worden met moeilijkheden over bepaalde arbeidskwesties op grond van staatssteunredenen.
bpost is onderworpen aan transportreglementering op internationaal, Europees, nationaal en gewestelijk niveau en de niet-naleving van deze reglementering zou kunnen leiden tot boetes of de opschorting of intrekking van vergunningen.
Wijzigingen in de wetgeving kunnen ook een invloed hebben op de aantrekkelijkheid van post en pakjes als communicatiemiddel en aldus op de omzet van bpost. Zo zou de invoering van btw op de meeste postproducten de omzet die wordt verkregen van klanten die geen btw kunnen terugvorderen, kunnen verlagen. bpost zou ook kunnen onderworpen worden aan strengere douaneverplichtingen. Als er, op nationaal of Europees niveau, opt-in wetgeving of vergelijkbare wetgeving zou worden uitgevaardigd, dan zou dit leiden tot een aanzienlijke daling in de reclamepostvolumes. Als er wetgeving zou worden uitgevaardigd ter promotie van de electronische communicatie, zoals bijvoorbeeld die aan aangetekende e-mail hetzelfde wettelijke statuut toekent als aan aangetekende zendingen, dan zou ook dit een negatieve invloed kunnen hebben op de activiteit van bpost.
Wetswijzigingen kunnen eveneens de operationele kosten van bpost verhogen, bijvoorbeeld wetgeving die energie-efciëntie bevordert en de uitstoot van broeikasgassen beperkt.
Het gebruik van post is de laatste jaren afgenomen, voornamelijk als gevolg van het toegenomen gebruik van e-mail en het internet, en de verwachting is dat dit blijft dalen. De mate van afname van de postvolumes kan ook beïnvloed worden door e-governmentinitiatieven of andere maatregelen die door de Belgische Staat, andere overheden of private ondernemingen genomen worden en die een verschuiving van administratieve post naar een elektronische verwerking in de hand werken.
Ongunstige economische omstandigheden hebben een negatieve impact op het post- en pakketvolume. Meer bepaald kunnen, in tijden van economische tegenspoed, de volumes van reclamezendingen ongunstig worden beïnvloed aangezien de klanten van bpost hun reclamebudgetten terugschroeven of hun uitgaven verschuiven naar andere media dan papier. De pakketvolumes kunnen eveneens ongunstig worden beïnvloed als gevolg van het efect van economische tegenspoed op het niveau van de zakelijke activiteit en e-commerce.
Vanwege de relatief vaste aard van de kostenbasis, kan een daling van de postvolumes zich vertalen in een aanzienlijke daling van de winst, tenzij bpost zijn kosten kan verminderen. Dienovereenkomstig heeft bpost een reeks productiviteitsverhogende initiatieven geïntroduceerd om de kosten te doen dalen. Er kan echter geen garantie worden gegeven dat bpost alle voordelen die van dergelijke initiatieven worden verwacht, zal realiseren.
De strategie van bpost omvat de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten om de efecten van de afnemende postvolumes ten dele te compenseren. Indien bpost er niet in slaagt dergelijke producten en diensten te introduceren, dan kan het moeilijkheden ondervinden om de bedrijfsopbrengsten te handhaven of te verhogen.
bpost bank, een geassocieerde onderneming van de onderneming, opereert in een sterk gereguleerde markt. Sedert enkele jaren ondergaat de regelgeving voor fnanciële instellingen vele veranderingen (bv. meer focus op klantenbescherming, antiwitwas ...) en is het prudentieel toezicht sterk verhoogd (bv. kwaliteit en niveau van het kapitaal, liquiditeit, corporate governance ...). Het is onzeker of en in welke mate Belgische of Europese regulatoren of derden belangrijke bezwaren zouden kunnen opwerpen met betrekking tot de naleving door bpost bank van toepasselijke wetten en reglementen en of toekomstige wijzigingen in de wetgeving, regelgeving of rechtspraak een aanzienlijk ongunstig efect zouden kunnen hebben op de activiteiten, de fnanciële positie, de bedrijfsresultaten en de vooruitzichten van bpost bank.
bpost bank is onderhevig aan bepaalde zakelijke risico's ten gevolge van zijn status van kredietinstelling. bpost bank kan verliezen oplopen met betrekking tot zijn investeringsportefeuille. bpost bank is ook onderhevig aan een interestvoetrisico en de volatiliteit van interestvoeten kan zijn activiteiten beïnvloeden. Er kan ook van bpost bank vereist worden zijn kapitaal te verhogen, meer bepaald op basis van nieuwe kapitaalsvereisten.
bpost's blootstelling aan wisselkoersrisico's is beperkt en is voornamelijk een omrekeningsrisico. Wisselkoersrisico heeft een impact op de geconsolideerde jaarrekening en is gerelateerd aan dochterondernemingen die een andere munteenheid gebruiken dan de EUR (de functionele munteenheid van bpost), de belangrijkste andere munteenheid is US Dollar. Wisselkoersveranderingen met US Dollar kan de winst beïnvloeden. In de loop van 2014 wijzigde de EUR/USD wisselkoers van 1,3814 bij de start van januari tot 1,2160 op het einde van december. In de loop van 2013 wijzigde de EUR/USD wisselkoers van 1,3180 bij de start van januari tot 1,3814 op het einde van december.
Het wisselkoersrisico wordt opgevolgd maar wordt niet actief beheert.
Zoals elke bank is de geassocieerde onderneming van bpost, bpost bank, onderhevig aan het rentevoetrisico, hetgeen zijn marge rechtstreeks beïnvloedt. De rentevoeten beïnvloeden eveneens de waardering van de obligatieportefeuille van bpost bank, die geboekt wordt als een voor verkoop aangehouden actief. Wijzigingen in waardering worden weergegeven tegen reële waarde in het overzicht van niet-gerealiseerde resultaten. Aangezien bpost bank een volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerde onderneming is, heeft 50% van de verandering in zijn eigen vermogen een rechtstreekse invloed op het geconsolideerde eigen vermogen van bpost. De volgende tabel geeft de impact weer van een relatieve wijziging in rentevoeten (van 1% tot 1,01% bijvoorbeeld) op het eigen vermogen van bpost bank en, via de vermogensmutatie, op dat van bpost:
| Op 31 december | ||
|---|---|---|
| In miljoen EUR | 1% | - 1% |
| Eigen vermogen bpost bank | (2,8) | 2,8 |
| Eigen vermogen bpost | (1,4) | 1,4 |
bpost is ook rechtstreeks onderhevig aan rentevoetrisico's. De lening die werd toegekend door de Europese Investeringsbank (EIB), met een openstaand saldo van 72,7 miljoen EUR en met eindvervaldag in 2022, is onderworpen aan een vlottende rentevoet (Euribor 3 maanden minus 3,7 basispunten).
De fnanciële resultaten van bpost worden ook beïnvloed door de evolutie van de discontovoeten die gebruikt worden bij de berekening van de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen. Op 31 december 2014 zou een stijging met 0,5% van de gemiddelde discontovoet een negatieve fnanciële kost van 20,3 miljoen EUR genereren. Een daling van 0,5% van de gemiddelde discontovoeten, zou de fnanciële kosten doen stijgen met 22,6 miljoen EUR. Voor meer details, zie toelichting 6.25.
bpost is onderhevig aan kredietrisico's als gevolg van de operationele activiteiten, zijn beleggingen van zijn liquide middelen en zijn participatie in bpost bank.
Op 31 december
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| KREDIETRISICO VAN FINANCIËLE ACTIVA | |||
| Tot einde looptijd aangehouden beleggingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waarde-verandering in de winst en verliesrekening, zo gecategoriseerd bij eerste opname |
0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 562,3 | 448,2 | 713,2 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 398,3 | 402,4 | 395,5 |
| KREDIETRISICO VAN FINANCIËLE ACTIVA | 960,6 | 850,7 | 1.108,7 |
Per defnitie geldt het kredietrisico enkel voor dat gedeelte van de activiteiten van bpost die geen onmiddellijke contante betalingen genereren. bpost beheert zijn blootstelling aan het kredietrisico actief via een onderzoek van de solvabiliteit van zijn klanten. Dit vertaalt zich in een kredietwaardigheid en een kredietlimiet. Deze kredietwaardigheid wordt voor alle Belgische klanten elke dag aangepast. Voor buitenlandse klanten wordt de kredietwaardigheid aangepast bij een contractvernieuwing (en ad hoc in geval van twijfel omtrent de solvabiliteit van de klant). De kredietlimiet wordt dagelijks opgevolgd. Als het solvabiliteitsonderzoek negatief is, verzoekt bpost de klanten om vooraf te betalen, een bankwaarborg voor te leggen of een domiciliëring uit te voeren.
Handels- en andere vorderingen werden nagekeken op aanwijzingen voor waardeverminderingen. Sommige handelsvorderingen hebben een waardevermindering ondergaan; de bewegingen worden weergegeven in de tabel hierna:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| OP 1 JANUARI | 6,1 | 6,5 | 7,5 |
| Waardeverminderingen: Toevoegingen | 2,6 | 0,7 | 1,1 |
| Waardeverminderingen: Aanwendingen | (1,3) | (0,7) | (1,9) |
| Waardeverminderingen: Terugnemingen | (0,7) | (0,3) | (0,3) |
| OP 31 DECEMBER | 6,9 | 6,1 | 6,5 |
Sommige van de handelsvorderingen zijn voorbij de vervaldatum op het ogenblik van de rapportering. De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen die vervallen zijn, is als volgt:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Kortlopend | 316,1 | 297,8 | 307,5 |
| < 60 dagen | 40,8 | 47,5 | 41,9 |
| 60 - 120 dagen | 6,7 | 8,2 | 3,8 |
| > 120 dagen | 5,8 | 2,0 | 1,4 |
| TOTAAL | 369,3 | 355,6 | 354,7 |
Voor wat betreft bpost en de beleggingen van zijn liquide middelen (die geldmiddelen, kasequivalenten en fnanciële instrumenten omvatten), ontstaat de blootstelling aan het kredietrisico uit tekortkomingen van de tegenpartij, waarbij het maximale risico gelijk is aan de nettoboekwaarde van deze instrumenten.
De veranderingen in de reële waarde van de fnanciële schulden (zie toelichting 6.24) zijn niet het gevolg van veranderingen in het kredietrisico. Dit is weergegeven in de tabel hieronder:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| NETTOBOEKWAARDE OP 1 JANUARI | 86,9 | 93,8 | 101,9 |
| Veranderingen te wijten aan een verandering in kredietrisico | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Afossing van leningen | (10,4) | (9,1) | (9,1) |
| Overige veranderingen | (0,9) | 2,2 | 1,1 |
| NETTO BOEKWAARDE OP 31 DECEMBER | 75,6 | 86,9 | 93,8 |
bpost bank investeert de middelen die hem door zijn klanten zijn toevertrouwd. De bank voert een strikt investeringsbeleid dat bepaalt dat de investeringen dienen gespreid te worden over Belgische overheidsobligaties, andere overheidsobligaties en obligaties die worden uitgegeven door fnanciële en commerciële organisaties evenals hypotheken verleend in België. Bovendien zijn er maximumlimieten bepaald per uitgevende instelling, per sector, per kredietbeoordeling, per land en per munt. Deze limieten worden voortdurend opgevolgd.
Het huidige liquiditeitsrisico van bpost is beperkt als gevolg van de ruime beschikbare middelen en vermits een aanzienlijk deel van de inkomsten door de klanten betaald wordt vooraleer de dienst door bpost wordt uitgevoerd.
De maturiteitsanalyse van de fnanciële schulden van de vorige rapporteringsperiode zag er als volgt uit:
| In miljoen EUR | KORTLOPEND binnen het jaar |
LANGLOPEND tussen 1 en 5 jaar |
meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|
| OP 31 DECEMBER 2013 | |||
| Financiële leasing | 0,9 | 2,5 | 0,3 |
| Handelschulden en overige schulden | 734,7 | 79,7 | 0,0 |
| Banklening | 10,4 | 36,4 | 36,4 |
Per 31 december 2014 hadden de schulden contractuele vervaldata zoals hieronder samengevat:
| In miljoen EUR | KORTLOPEND binnen het jaar |
LANGLOPEND tussen 1 en 5 jaar |
meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|
| OP 31 DECEMBER 2014 | |||
| Financiële leasing | 0,9 | 1,9 | 0,0 |
| Handelschulden en overige schulden | 782,6 | 79,8 | 0,0 |
| Banklening | 9,1 | 36,4 | 27,3 |
De bovenvermelde maturiteitsanalyses zijn gebaseerd op de contractuele onverdisconteerde betalingen, die kunnen verschillen van de nettoboekwaarde van de schulden op de balansdatum.
bpost volgt de evolutie van het kapitaal op, op basis van de verhouding van de netto boekwaarde van het eigen vermogen tegenover de netto schuld.
Het eigen vermogen dat gebruikt werd in de berekening van deze ratio is hetzelfde als dat in de mutatieoverzicht van het eigen vermogen. De netto schuld bestaat uit leningen verminderd met fnanciële instrumenten, de geldmiddelen en kasequivalenten. De ratio wordt berekend als [Netto schuld/Kapitaal].
Tot op heden heeft bpost geen formele beneden- en bovengrenzen voor deze ratio vastgelegd, aangezien bpost geen belangrijke leningen heeft lopen (met uitzondering van de EIB-lening). De belangrijkste doelstellingen van het kapitaalbeheer zijn het verzekeren van het "going concern" van bpost en het voorzien in een gepast rendement voor de aandeelhouders.
De tabel hierna geeft de details weer van de elementen van de ratio:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Eigen vermogen | |||
| Geplaatst kapitaal | 364,0 | 364,0 | 508,5 |
| Overige reserves | 229,4 | 111,0 | 225,5 |
| Omrekeningsverschillen | 0,6 | 0,0 | 0,0 |
| Overgedragen resultaat | 87,5 | 101,9 | 3,7 |
| Minderheidsbelangen | (0,0) | (0,0) | (0,0) |
| TOTAAL | 681,4 | 576,9 | 737,7 |
| Nettoschuld / (netto geldmiddelen) | |||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 76,0 | 87,1 | 94,2 |
| Niet rentedragende verplichtingen en leningen | 0,1 | 0,4 | 0,5 |
| - Geldmiddelen en kasequivalenten | (562,3) | (448,2) | (713,2) |
| TOTAAL | (486,2) | (360,7) | (618,6) |
| NETTOSCHULDEN OP EIGEN VERMOGEN RATIO | (0,7) | (0,6) | (0,8) |
In maart 2014 betaalde bpost NV een bedrag van 7,65 miljoen USD (5,5 miljoen EUR) in uitvoering van de voorwaardelijke vergoedingsregeling gerelateerd aan de prestaties van Landmark in 2013. De reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding was erkend als een schuld. De betaling heeft geen invloed op de oorspronkelijk berekende goodwill.
Op 6 januari 2014 kocht Landmark Global Inc., een dochteronderneming van bpost NV ten belope van 51%, 100% van de aandelen van zowel Gout International BV (nu actief onder de naam Landmark Global (Netherlands) BV) als van BEurope Consultancy BV (nu actief onder de naam Landmark Trade Services (Netherlands) BV), twee in Groningen gevestigde Nederlandse bedrijven en dit met terugwerkende kracht op 1 januari 2014. Als gevolg hiervan worden Landmark Global (Netherlands) BV en Landmark Trade Services (Netherlands) BV vanaf 1 januari 2014 geconsolideerd volgens de volledige integratiemethode.
Landmark Global (Netherlands) BV houdt zich voornamelijk bezig met importdiensten voor VS-klanten die hun producten in Europa willen verkopen. Het gaat om dedouaneringsdiensten, opslag, "pick & pack" en last-miledistributie. Landmark Trade Services (Netherlands) BV is een spin-ofbedrijf van Landmark Global (Netherlands) BV dat zich richt op het adviseren van nieuwe VS-klanten over hoe ze hun producten in Europa aan de man kunnen brengen. Dit omvat advies over zowel douane / btw-set-up als over productregistratie in de verschillende Europese landen.
In overeenstemming met de aankoopovereenkomst en de prijsaanpassing van 0,4 miljoen EUR berekend op de fnale cijfers van 2013 inbegrepen, betaalde Landmark Global Inc. een bedrag van 3,4 miljoen EUR. Daarnaast bevat de overeenkomst een voorwaardelijke vergoedingsregeling en voorziet ze in drie mogelijke bijkomende earn-out betalingen. Het bedrag van elke jaarlijkse earn-out zal gebaseerd zijn op de EBITDA die werd gerealiseerd in respectievelijk 2014, 2015 en 2016. Op basis van het ondernemingsplan van de twee aangekochte entiteiten, werd de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding opgenomen als een schuld ten belope van een bedrag van 2,1 miljoen EUR.
De berekende goodwill, na prijsaanpassing, wordt hieronder voorgesteld:
| In miljoen EUR | |
|---|---|
| Vlottende activa | 1,5 |
| Vaste activa | 0,4 |
| Kortlopende verplichtingen | 0,7 |
| Langlopende verplichtingen | 0,0 |
| NETTO-ACTIEF | 1,2 |
| De reële waarde van de verworven activa ie 100% van de netto activa | 1,2 |
| Goodwill ontstaan bij verwerving | 4,3 |
| OVERGEDRAGEN AANKOOPVERGOEDING | 5,5 |
| waarvan: | |
| - betaald bedrag | 3,4 |
| - voorwaardelijke vergoedingsregeling | 2,1 |
| In miljoen EUR | |
|---|---|
| Netto geldmiddelen verworven met de dochteronderneming | 0,3 |
| Betaald bedrag | (3,4) |
| NETTO KASUITSTROOM | (3,1) |
In februari 2014, verwierf Landmark Global Inc. 100% van de aandelen van Ecom Global Distribution Ltd. (nu actief onder de naam Landmark Global (UK) Limited) en van Starbase Global Logistics Inc. (nu actief onder de naam Landmark Trade Services USA, Inc.), met terugwerkende kracht op 1 januari 2014. Als gevolg daarvan worden Landmark Global (UK) Limited en Landmark Trade Services USA, Inc. vanaf 1 januari 2014 geconsolideerd volgens de volledige integratiemethode.
Landmark Global (UK) biedt importdiensten aan voor goederen die het Verenigd Koninkrijk binnenkomen, gelijkaardig aan de diensten die Landmark Global (Netherlands) BV aanbiedt. Gelegen vlak naast London Heathrow is het bij uitstek geschikt om bedrijven te bedienen die importeren via een luchtbrug vanuit de VS naar het VK. Landmark Trade Services USA, Inc. biedt importdiensten voor goederen die de VS binnenkomen.
Landmark Global Inc. betaalde een vaste aankoopprijs van 0,8 miljoen USD (0,6 miljoen EUR) voor Landmark Global (UK) Limited en een bedrag van 0,3 miljoen USD (0,2 miljoen EUR) voor Landmark Trade Services USA, Inc. Overeenkomstig de aankoopovereenkomst zou de aankoopprijs verhoogd kunnen worden met onderling overeengekomen toekomstige uitgaven die de verkoper in verband met de transactie zou doen.
De geconsolideerde goodwill met betrekking tot Landmark Global (UK) Limited wordt hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | |
|---|---|
| Vlottende activa | 1,7 |
| Vaste activa | 0,0 |
| Kortlopende verplichtingen | 1,6 |
| Langlopende verplichtingen | 0,0 |
| NETTO-ACTIEF | 0,1 |
| De reële waarde van de verworven activa ie 100% van de netto activa | 0,1 |
| Goodwill ontstaan bij verwerving | 0,5 |
| OVERGEDRAGEN AANKOOPVERGOEDING | 0,6 |
| waarvan: | |
| - betaald bedrag | 0,6 |
| - voorwaardelijke vergoedingsregeling | - |
| In miljoen EUR | |
|---|---|
| Netto geldmiddelen verworven met de dochteronderneming | 0,1 |
| Betaald bedrag | (0,6) |
| NETTO KASUITSTROOM | (0,5) |
De geconsolideerde goodwill met betrekking tot Landmark Trade Services USA, Inc. wordt hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | |
|---|---|
| Vlottende activa | 0,2 |
| Vaste activa | 0,0 |
| Kortlopende verplichtingen | 0,1 |
| Langlopende verplichtingen | |
| NETTO-ACTIEF | 0,1 |
| De reële waarde van de verworven activa ie 100% van de netto activa | 0,1 |
| Goodwill ontstaan bij verwerving | 0,1 |
| OVERGEDRAGEN AANKOOPVERGOEDING | 0,2 |
| waarvan: | |
| - betaald bedrag | 0,2 |
| - voorwaardelijke vergoedingsregeling | - |
| Analyse van de kasstroom met betrekking tot de verwerving | |
| In miljoen EUR |
| Netto geldmiddelen verworven met de dochteronderneming | 0,1 |
|---|---|
| Betaald bedrag | (0,2) |
| NETTO KASUITSTROOM | (0,1) |
De activiteiten van bpost zijn georganiseerd in business units ("bedrijfssegmenten"), diensten units en corporate units. Sinds 1 januari 2013, voert bpost zijn activiteiten uit via twee bedrijfssegmenten: het bedrijfssegment MRS en het bedrijfssegment P&I.
Het bedrijfssegment Mail and Retail Solutions (MRS) biedt aan de ene kant oplossingen aan grote bedrijfsklanten, zowel privaat als publiek, KMO-klanten en zelfstandige ondernemers en bedient aan de andere kant residentiële klanten via de verkoopkanalen voor het grote publiek, zoals postkantoren, PostPunten, of de eShop van bpost. Het bedrijfssegment MRS verkoopt eveneens bank- en verzekeringsproducten onder een agentschapsovereenkomst met bpost bank en AG Insurance en biedt aan zijn klanten bepaalde betaalproducten aan.
Het Parcels & International (P&I) bedrijfssegment legt zich toe op internationale post en logistieke oplossingen voor behoeften op vlak van pakketten en e-commerce (waaronder fulflment, verwerking, uitreiking en terugzendingsbeheer).
bpost biedt producten en diensten aan op basis van de volgende productlijnen: (i) transactional mail, (ii) advertising mail, (iii) press, (iv) domestic parcels, (v) international parcels, (vi) special logistics, (vii) value-added services, (viii) international mail, (ix) banking and fnancial products en (x) andere. De omzet van transactional mail, advertising mail, press en value-added services wordt opgenomen onder het bedrijfssegment MRS. De omzet van international mail wordt opgenomen onder het bedrijfssegment P&I. De omzet van parcels, binnen het retail netwerk, voornamelijk C2X parcels, wordt opgenomen onder het bedrijfssegment MRS. De resterende omzet gerelateerd aan parcels wordt opgenomen onder het bedrijfssegment P&I. Overige omzet wordt toegewezen aan de bedrijfssegmenten MRS en P&I.
bpost heeft diensten units die de business units of bedrijfssegmenten ondersteunen. De kosten van deze diensten units worden doorgerekend aan de business units en corporate units op basis van een kost allocatie mechanisme. De diensten units omvatten de MSO unit, IOPS unit, ICT en Service Operations units en Human Resources & Organization (HR&O) unit. De diensten unit MSO staat in voor de ophaling, de sortering en de verdeling van post en pakketten in België. De diensten unit IOPS omvat de activiteiten van het Europees postcentrum, dat gevestigd is in Brussels Airport en dat dienst doet als hub voor internationale post en pakketten.
De corporate units van bpost omvatten de units Financiën, Legal/Regulatory en Interne Audit en bepaalde kosten met betrekking tot personeelsgerelateerde schulden en voorzieningen. De kosten van de corporate units worden niet doorgerekend aan de andere units en worden opgenomen onder de categorie "Corporate".
De twee operationele business units zijn eveneens operationele segmenten voor fnanciële rapporteringsdoeleinden. De bedrijfsopbrengsten op het niveau van deze twee segmenten omvatten de externe verkopen aan derde partijen. De som van de bedrijfsopbrengsten van de twee segmenten, samen met de bedrijfsopbrengsten van de aansluitpost "corporate" sluit aan met bpost's bedrijfsopbrengsten. bpost bepaalt zijn bedrijfsresultaat (EBIT) per segment.
De operationele segmenten zijn het laagste hiërarchisch niveau op basis waarvan de Chief Operating Decision Maker (CODM), zoals gedefnieerd door IFRS 8.22, de prestaties beoordeelt. De CODM is de Raad van Bestuur.
Onderstaande tabel toont de evolutie per business unit en de vergelijking tussen de verschillende productstructuren voor de boekjaren eindigend 31 december 2014, 2013 en 2012:
| 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|
| 1.968,9 | 2.006,3 | 2.052,0 |
| 473,9 | 411,4 | 342,6 |
| 2.442,7 | 2.417,7 | 2.394,6 |
| 21,9 | 25,5 | 21,1 |
| 2.464,7 | 2.443,2 | 2.415,7 |
Inkomsten toerekenbaar aan het bedrijfssegment MRS daalden met 37,4 miljoen EUR in 2014, voornamelijk als gevolg van de onderliggende daling van Domestic Mail volumes (-4,4% de impact van de verkiezingen buiten beschouwing gelaten) in combinatie met de inkomsten uit de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost in 2013 en dalende opbrengsten in Banking and Financial products. Dit werd deels gecompenseerd door prijs– en mixverbeteringen in Domestic Mail en de gestegen inkomsten in Value Added Services.
De stijging van de inkomsten van het bedrijfssegment P&I in 2014 ten belope van 62,5 miljoen EUR is voornamelijk toe te schrijven aan een sterke groei van de pakjesactiviteiten, versterkt door de integratie van nieuwe ondernemingen in de samenstelling van de groep.
Inter-segment verkopen zijn immaterieel. Er zijn geen interne bedrijfsopbrengsten.
De ontvangen vergoeding om de diensten te verlenen zoals beschreven in het Beheerscontract (zie toelichting 6.8) buiten beschouwing gelaten, overschrijdt geen enkele klant meer dan 10% van de bedrijfsopbrengsten van bpost.
De volgende tabel geeft de inkomsten weer van externe klanten verdeeld over België en alle andere landen in hun totaliteit, van waaruit bpost zijn inkomsten ontleent. De toewijzing van de inkomsten van externe klanten is gebaseerd op hun locatie.
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| België | 2.131,1 | 2.196,5 | 2.258,9 |
| Rest van de Wereld | 333,6 | 246,7 | 156,8 |
| TOTAAL BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 2.464,7 | 2.443,2 | 2.415,7 |
De onderstaande tabel geeft EBIT weer van de bedrijfssegmenten van bpost voor de periode eindigend op 31 december 2014, 2013 en 2012:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| MRS excl voorziening mbt tot DAEB overcompensatie | 511,4 | 483,0 | 487,6 |
| MRS incl voorziening mbt DAEB overcompensatie | 511,4 | 483,0 | 362,7 |
| P&I | 14,4 | 4,7 | 6,6 |
| EBIT SEGMENTEN EXCL VOORZIENING MBT DAEB OVERCOMPENSATIE | 525,8 | 487,7 | 494,2 |
| EBIT SEGMENTEN INCL VOORZIENING MBT DAEB OVERCOMPENSATIE | 525,8 | 487,7 | 369,3 |
| Corporate (aansluitpost) | (45,7) | (37,0) | (46,3) |
| EBIT | 480,2 | 450,7 | 323,0 |
De EBIT toerekenbaar aan het bedrijfssegment MRS steeg met 28,4 miljoen EUR in 2014. Indien geen rekening gehouden wordt met de inkomsten uit de verkoop van bepaalde activiteiten van Certipost in 2013, steeg de EBIT van het bedrijfssegment MRS met 43,0 miljoen EUR aangezien de daling in inkomsten werd tenietgedaan door kostendalingen, een gunstige evolutie van provisies en van de groepsverzekering component van de personeelsbeloningen.
De EBIT toerekenbaar aan het bedrijfssegment P&I steeg met 9,7 miljoen EUR in vergelijking met 2013 en bedraagt 14,4 miljoen EUR. Exclusief de negatieve impact van de herstructureringskosten (stijging van 6,3 miljoen EUR in vergelijking met vorig jaar), de stijging van voorzieningen (9,3 miljoen EUR, onder andere een provisie om een geschil met een andere postoperator af te dekken), minder gunstige afrekeningen met buitenlandse operatoren van de eindrechten van vorige jaren (7,2 miljoen EUR), gedeeltelijk gecompenseerd door het wegvallen van de herstructureringsprovisie en de waardevermindering voor de goodwill gerelateerd aan de distributie activiteiten van Special Logistics in 2013 (positieve impact van 11,7 miljoen EUR), steeg de EBIT toerekenbaar aan het bedrijfssegment P&I met 20,8 miljoen EUR. Deze stijging was het gevolg van de positieve bijdrage aan de EBIT van de volumegroei in pakjes activiteiten en in beperkte mate de positieve impact van de consolidatie van de nieuwe ondernemingen (0,8 miljoen EUR).
Het bedrijfsresultaat toerekenbaar aan de aansluitpost "Corporate" verslechterde met 8,7 miljoen EUR als gevolg van de lagere impact van het Real Estate Management programma, lagere erkenning van opbrengsten, hogere kosten in de centrale eenheden en een positieve evolutie van voorzieningen in 2013.
De volgende tabel geeft de EAT weer van de bedrijfssegmenten van bpost voor de periode eindigend op 31 december 2014, 2013 en 2012:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| MRS excl voorziening mbt tot DAEB overcompensatie | 511,4 | 483,0 | 487,6 |
| MRS incl voorziening mbt DAEB overcompensatie | 511,4 | 483,0 | 405,1 |
| P&I | 14,4 | 4,7 | 6,6 |
| EAT SEGMENTEN EXCL VOORZIENING MBT DAEB OVERCOMPENSATIE | 525,8 | 487,7 | 494,2 |
| EAT SEGMENTEN INCL VOORZIENING MBT DAEB OVERCOMPENSATIE | 525,8 | 487,7 | 411,8 |
| Corporate (aansluitpost) | (230,3) | (199,8) | (237,6) |
| EAT | 295,5 | 287,9 | 174,2 |
De volgende tabel geeft gedetailleerde fnanciële informatie weer omtrent de aansluitpost "Corporate" voor de periode eindigend op 31 december 2014, 2013 en 2012:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 21,9 | 25,5 | 21,1 |
| Centrale departmenten (Financiën, Legal, Interne Audit, CEO, …) | (67,4) | (65,6) | (73,8) |
| Andere aansluitelementen | (0,2) | 3,2 | 6,3 |
| BEDRIJFSKOSTEN | (67,6) | (62,5) | (67,5) |
| EBIT CORPORATE (AANSLUITPOST) | (45,7) | (37,0) | (46,3) |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 11,2 | 14,0 | 3,5 |
| Financieel resultaat | (37,2) | (7,9) | (53,9) |
| Belastingen | (158,6) | (168,9) | (141,0) |
| EAT CORPORATE (AANSLUITPOST) | (230,3) | (199,8) | (237,6) |
Financiële opbrengsten, fnanciële kosten, aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en belastingen zitten vervat in de aansluitpost "Corporate".
Activa en passiva worden niet gerapporteerd per segment aan de Raad van Bestuur.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Omzet exclusief de DAEB vergoeding | 2.137,4 | 2.099,3 | 2.073,1 |
| DAEB vergoeding | 304,4 | 303,7 | 322,9 |
| TOTAAL | 2.441,7 | 2.403,0 | 2.396,0 |
Op 31 december
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Winst op de realisatie van materiële vaste activa | 15,5 | 17,8 | 8,5 |
| Winst op de realisatie van activiteiten | 0,0 | 14,6 | 0,0 |
| Voordelen in natura | 0,3 | 0,3 | 0,9 |
| Huuropbrengsten vastgoedbeleggingen | 1,0 | 0,9 | 1,7 |
| Overige huuropbrengsten | 1,8 | 1,9 | 1,8 |
| Recuperatie kosten bij derden | 2,3 | 3,0 | 3,4 |
| Overige | 2,0 | 1,8 | 3,5 |
| TOTAAL | 22,9 | 40,2 | 19,8 |
De winst op de realisatie van materiële vaste activa heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van gebouwen. De daling ten aanzien van vorig jaar is voornamelijk te verklaren door de verkoop van één omvangrijk gebouw in 2013.
In oktober 2012 heeft bpost een overeenkomst gesloten met de Finse groep Basware omtrent de verkoop van de activiteiten met betrekking tot de elektronische uitwisseling van documenten en dit met ingang van januari 2013. Deze transactie leverde een kasinstroom van 15,1 miljoen EUR op en een winst van 14,6 miljoen EUR in 2013.
De recuperatie van kosten bij derden bestaat uit de verkopen die gerealiseerd werden in de bedrijfsrestaurants.
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan voornamelijk uit terugbetalingen door derden met betrekking tot schade die geleden werd door bpost en zijn flialen.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Voorzieningen met betrekking tot de DAEB overcompensatie | 0,0 | (1,8) | 124,9 |
| Andere voorzieningen | 2,6 | 11,4 | (51,1) |
| Onroerende voorhefngen, lokale an andere belastingen | 11,5 | 9,3 | 5,9 |
| Waardevermindering op handelsvorderingen | 2,3 | 0,7 | 0,5 |
| Boeten | 0,1 | 0,2 | 37,4 |
| Overige | 4,7 | 2,7 | 1,3 |
| TOTAAL | 21,3 | 22,5 | 118,9 |
Overige bedrijfskosten daalden met 1,2 miljoen EUR in vergelijking met vorig jaar, of 5,3%.
Andere voorzieningen daalden met 8,8 miljoen EUR aangezien in 2013 voorzieningen werden aangelegd om het risico af te dekken van toekomstige kosten met betrekking tot contractuele boetes voor gehuurde bestelwagens, voor huurkosten van gebouwen die niet meer in gebruik zijn en voor de herstructureringskosten met betrekking tot Special Logistics. Toelichting 6.27 bevat meer details over de evolutie van de voorzieningen.
Lokale belastingen, onroerende voorhefngen en andere belastingen stegen voornamelijk door de lagere terugvorderbare BTW (3,0 miljoen EUR): het percentage van terugvorderbare BTW steeg van 11% naar 13% in 2014, terwijl het in 2013 steeg van 5% naar 11%.
Op 31 december
| 2013 2012 |
|---|
| 982,0 987,9 |
| 216,5 223,4 |
| 16,1 16,0 |
| 15,1 11,3 |
| 1.229,7 1.238,5 |
Per 31 december 2014 telde bpost 27.479 personeelsleden (2013: 28.747) en deze zijn als volgt samengesteld:
→ statutair personeel: 13.618 (2013: 15.234);
→ contractueel personeel: 13.861 (2013: 13.513).
Het gemiddeld aantal VTE voor 2014 bedraagt 24.631 (2013: 25.683).
De volgende bedragen verbijzonderen de desbetrefende lijn in de resultatenrekening:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Financiële opbrengsten | 5,5 | 3,6 | 6,8 |
| Financiële kosten | (42,7) | (11,4) | (60,6) |
| NETTO FINANCIEEL RESULTAAT | (37,2) | (7,8) | (53,9) |
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Ontvangen interesten mbt fnanciële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, zo gecategoriseerd bij eerste opname |
0,0 | 0,1 | 0,0 |
| Ontvangen interesten op fnanciële activa aangehouden tot vervaldatum | 0,3 | 0,3 | 2,6 |
| Ontvangen interesten op korte termijn bankdeposito's | 0,7 | 0,6 | 1,7 |
| Ontvangen interesten op lopende rekeningen | 0,3 | 0,1 | 0,6 |
| Wisselresultaat (positief) | 3,5 | 2,2 | 1,3 |
| Overige | 0,7 | 0,3 | 0,6 |
| FINANCIËLE OPBRENGSTEN | 5,5 | 3,6 | 6,8 |
Op 31 december
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Financiële kosten mbt. langlopende verplichtingen (IAS 19) | 38,8 | 5,4 | 53,1 |
| Interesten van bankleningen | 0,4 | 0,4 | 1,0 |
| Wisselresultaat (negatief) | 1,8 | 3,7 | 2,7 |
| Waardevermindering op fnanciële / vlottende activa | (0,1) | (0,0) | (0,3) |
| Overige | 2,0 | 1,9 | 4,2 |
| FINANCIËLE KOSTEN | 42,7 | 11,4 | 60,6 |
Details van de in de resultatenrekening opgenomen winstbelastingen zijn de volgende:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| VERSCHULDIGDE BELASTING OMVAT: | |||
| Verschuldigde belasting van het huidig boekjaar | (158,0) | (171,3) | (105,6) |
| Aanpassing van de verschuldigde belasting van overige jaren, opgenomen in huidig boekjaar |
1,8 | 6,6 | 18,6 |
| Uitgestelde belastingkost | (2,5) | (4,2) | (11,4) |
| TOTAAL BELASTINGEN | (158,6) | (168,9) | (98,5) |
De reconciliatie van de werkelijke belastingsvoet met het gewogen nominaal belastingstarief kan als volgt worden samengevat:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| BELASTINGSBEDRAG GEBASEERD OP DE STATUTAIRE BELASTINGSVOET | 154,4 | 155,3 | 92,7 |
| Winst voor belastingen | 454,1 | 456,8 | 272,7 |
| Statutaire belastingsvoet | 33,99% | 33,99% | 33,99% |
| Reconciliatie tussen de statutaire en de reële belastingsvoet | |||
| Impact verworpen uitgaven | 6,7 | 7,3 | 21,5 |
| Notionele interestaftrek | (1,1) | (1,6) | (6,3) |
| Impact van belasting mbt. voorgaande jaren | 1,7 | (5,9) | (7,7) |
| Impact aanwending van overgedragen verliezen bij de dochterondernemingen | (2,9) | (7,3) | (2,7) |
| Verlieslatende dochterondernemingen | 1,0 | 5,6 | 1,7 |
| bpost bank (vermogensmutatie) | (3,8) | (4,8) | (2,4) |
| Interco aanpassingen | 0,0 | (0,1) | 1,2 |
| Overige: | |||
| Het belastingsefect van het uitzonderlijk dividend op de belastingvrije reserves | 0,0 | 17,6 | 0,0 |
| Overige verschillen | 2,7 | 2,8 | 0,5 |
| TOTAAL | 158,6 | 168,9 | 98,5 |
| Belastingsbedrag gebaseerd op de reële belastingsvoet (huidige periode) | (158,6) | (168,9) | (98,5) |
| Winst voor belastingen | 454,1 | 456,8 | 272,7 |
| Reële belastingsvoet | 34,9% | 37,0% | 36,1% |
Op 25 maart 2013 keurde de buitengewone aandeelhoudersvergadering een vermindering van de wettelijke reserves goed, door middel van een transfer naar de beschikbare reserves ten belope van 21,3 miljoen EUR. Door deze overdracht en in overeenstemming met de belastingswetgeving heeft bpost een extra voorziening voor te betalen belastingen van 7,3 miljoen EUR geboekt.
Op 7 juni 2013 werd een uitzonderlijk dividend van 53,5 miljoen EUR goedgekeurd door een buitengewone aandeelhoudersvergadering. De uitbetaling van dit uitzonderlijk dividend, dat ook plaatsvond op 7 juni 2013, resulteerde in overeenstemming met de Belgische belastingswetgeving in de erkenning van een bijkomende belastingsuitgave van 10,3 miljoen EUR aangezien 30,3 miljoen EUR belastingsvrije reserves uitgekeerd werden.
Eind december 2014 boekte bpost een netto uitgestelde belastingvordering van 61,0 miljoen EUR. Deze is als volgt samengesteld:
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | ||||
| Personeelsbeloningen | 61,5 | 54,3 | 63,5 | 60,4 |
| Voorzieningen | 14,8 | 14,7 | 14,3 | 14,3 |
| Overige | 22,7 | 26,6 | 23,6 | 23,6 |
| TOTAAL UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN | 99,1 | 95,5 | 101,5 | 98,3 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | ||||
| Materiële vaste activa | 32,8 | 32,5 | 31,2 | 31,2 |
| Immateriële vaste activa | 5,2 | 4,6 | 5,9 | 5,9 |
| Overige | 0,1 | 0,1 | 0,2 | 0,2 |
| Totaal uitgestelde belastingverplichtingen | 38,1 | 37,3 | 37,3 | 37,3 |
| NETTO UITGESTELDE BELASTINGVORDERING | 61,0 | 58,3 | 64,2 | 61,0 |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
Er worden geen uitgestelde belastingen opgenomen voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit investeringen in dochterondernemingen, omdat bpost controle heeft over de terugname van de tijdelijke verschillen en het waarschijnlijk is dat deze niet zullen teruggenomen worden in de nabije toekomst.
Overeenkomstig IAS 33 wordt de gewone winst per aandeel berekend door het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij te delen door het gemiddeld aantal uitstaande aandelen tijdens het jaar.
De verwaterde winst per aandeel dient berekend te worden door het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij (na aanpassing van de efecten van alle potentiële verwaterde gewone aandelen) te delen door het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen tijdens het jaar, vermeerderd met het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen dat zou worden uitgegeven bij een omzetting van alle aandelenopties in gewone aandelen.
In het geval van bpost is er geen verwaterend efect die het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan houders van gewone aandelen en het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen impacteren. De wijzigingen in het gemiddeld aantal uitstaande aandelen voor de jaren 2012 en 2013 worden verklaard door een tijdsverschil tussen het moment van aankoop in 2012 van de aandelen door Alteris (een 100% bpost dochter) van de begunstigden van het aandelenoptieplan en het moment van de terugkoop in december 2012 van deze aandelen door PIE (aandeelhouder) van Alteris. Als resultaat van dit tijdsverschil werden eigen aandelen opgenomen bij Alteris. Bijgevolg, is voor 2012 het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen geïmpacteerd door de aandelen aangehouden door Alteris en dit voor het deel van het jaar dat de aandelen eigendom waren van Alteris.
In mei 2013 heeft de aandeelhoudersvergadering beslist de aandelen te splitsen. Het totaal aantal aandelen na de aandelensplitsing bedraagt 200.000.944 (voor de aandelensplitsing 409.838 aandelen).
Onderstaande tabel geeft de gegevens weer op het vlak van resultaat en aantal aandelen die gebruikt worden in de berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel. Deze zijn gebaseerd op het aantal aandelen na de aandelensplitsing.
| Op 31 december | ||
|---|---|---|
| -- | -- | ---------------- |
| 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|
| 293,6 | 285,4 | 173,3 |
| - | - | - |
| 293,6 | 285,4 | 173,3 |
| 200,0 | 200,0 | 198,6 |
| - | - | - |
| 200,0 | 200,0 | 198,6 |
| 1,47 | 1,43 | 0,87 |
| 1,47 | 1,43 | 0,87 |
| Meubilair | Overige | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Terreinen | Machines | en rollend | Inrichtingen | materiele | ||
| In miljoen EUR | en gebouwen | en uitrusting | materieel | en installaties | vaste activa | Totaal |
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||||
| Balans op 1 januari 2012 | 844,4 | 260,9 | 242,7 | 73,8 | 27,9 | 1.449,7 |
| Verwerving | 30,5 | 6,7 | 10,8 | 0,5 | 8,6 | 57,0 |
| Verwerving door middel van | 0,0 | 0,0 | 0,3 | 0,0 | 0,0 | 0,3 |
| bedrijfscombinaties | ||||||
| Vervreemding | 0,4 | (7,5) | (42,3) | (6,0) | 0,1 | (55,5) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging |
(2,5) | 0,0 | 0,0 | (1,2) | 0,0 | (3,7) |
| Overige bewegingen | 1,3 | 0,0 | (0,0) | (1,2) | (0,1) | (0,0) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2012 | 874,1 | 260,0 | 211,5 | 65,9 | 36,4 | 1.447,9 |
| Balans op 1 januari 2013 | 874,1 | 260,0 | 211,5 | 65,9 | 36,4 | 1.447,9 |
| Verwerving | 7,3 | 8,4 | 14,4 | 27,2 | 3,4 | 60,8 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 0,0 | (4,7) | (6,3) | (4,3) | 0,0 | (15,3) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging |
(13,0) | 0,0 | 0,0 | (10,3) | 0,0 | (23,3) |
| Overige bewegingen | (3,6) | 18,3 | 0,3 | 3,5 | (19,0) | (0,4) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2013 | 864,8 | 282,0 | 219,9 | 82,0 | 20,9 | 1.469,6 |
| Balans op 1 januari 2014 | 864,8 | 282,0 | 219,9 | 82,0 | 20,9 | 1.469,6 |
| Verwerving | 0,6 | 5,6 | 9,2 | 16,7 | 45,4 | 77,6 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties |
0,0 | 0,3 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,4 |
| Vervreemding | 0,0 | (1,2) | (6,1) | (0,9) | 0,8 | (7,4) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging |
(23,2) | 0,0 | 0,0 | (6,0) | 0,0 | (29,2) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 0,3 |
| Overige bewegingen | 19,2 | 7,3 | (0,2) | 3,3 | (31,7) | (2,1) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 861,7 | 293,9 | 223,1 | 95,1 | 35,5 | 1.509,3 |
| HERWAARDERING | ||||||
| Balans op 1 januari 2012 | - | - | - | - | 7,4 | 7,4 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2012 | - | - | - | - | 7,4 | 7,4 |
| Balans op 1 januari 2013 | - | - | - | - | 7,4 | 7,4 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2013 | - | - | - | - | 7,4 | 7,4 |
| Balans op 1 januari 2013 | - | - | - | - | 7,4 | 7,4 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2013 | - | - | - | - | 7,4 | 7,4 |
| Balans op 1 januari 2014 | - | - | - | - | 7,4 | 7,4 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | - | - | - | - | 7,4 | 7,4 |
| Meubilair | Overige | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Terreinen en gebouwen |
Machines en uitrusting |
en rollend materieel |
Inrichtingen en installaties |
materiele vaste activa |
Totaal |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | ||||||
| Balans op 1 januari 2012 | (403,7) | (199,0) | (191,6) | (50,3) | (3,7) | (848,2) |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | (0,4) | 7,5 | 42,3 | 6,0 | (0,1) | 55,5 |
| Afschrijvingen | (36,9) | (14,2) | (19,1) | (1,1) | 0,1 | (71,3) |
| Waardeverminderingen | (0,2) | (0,8) | (0,5) | (5,7) | 0,0 | (7,2) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging |
1,9 | 0,0 | 0,0 | 2,6 | 0,0 | 4,5 |
| Overige stijging (daling) | (1,3) | 1,3 | 1,9 | (2,0) | 0,0 | (0,0) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2012 | (440,5) | (205,2) | (167,0) | (50,4) | (3,7) | (866,7) |
| Balans op 1 januari 2013 | (440,5) | (205,2) | (167,0) | (50,4) | (3,7) | (866,7) |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 0,0 | 4,7 | 6,3 | 4,3 | 0,0 | 15,3 |
| Afschrijvingen | (19,1) | (15,9) | (17,4) | (20,0) | 0,0 | (72,3) |
| Waardeverminderingen | (1,3) | 0,5 | (0,3) | (0,5) | 0,0 | (1,6) |
| Activa aangehouden voor verkoop of | 12,5 | 0,0 | 0,0 | 6,1 | 0,0 | 18,6 |
| als vastgoedbelegging Overige stijging (daling) |
(5,9) | (0,0) | (0,1) | 6,0 | 0,0 | 0,0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2013 | (454,3) | (215,9) | (178,4) | (54,6) | (3,7) | (906,7) |
| Balans op 1 januari 2014 | (454,3) | (215,9) | (178,4) | (54,6) | (3,7) | (906,7) |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties |
0,0 | (0,2) | (0,0) | 0,0 | 0,0 | (0,2) |
| Vervreemding | 0,0 | 1,2 | 6,1 | 0,9 | (0,8) | 7,4 |
| Afschrijvingen | (18,7) | (16,9) | (16,2) | (17,7) | 0,0 | (69,4) |
| Waardeverminderingen | (2,6) | 0,3 | (0,1) | (1,5) | 0,8 | (3,1) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging |
16,9 | 0,0 | 0,0 | 4,6 | 0,0 | 21,5 |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | (0,0) | (0,1) | (0,0) | 0,0 | (0,2) |
| Overige stijging (daling) | (4,5) | (0,0) | (0,0) | 4,4 | 0,0 | (0,2) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | (463,1) | (231,5) | (188,8) | (63,9) | (3,7) | (951,0) |
| NETTO BOEKWAARDE | ||||||
| Op 31 december 2012 | 433,6 | 54,9 | 44,5 | 15,4 | 40,1 | 588,5 |
| Op 31 december 2013 | 410,5 | 66,2 | 41,5 | 27,4 | 24,6 | 570,3 |
| Op 31 december 2014 | 398,6 | 62,4 | 34,3 | 31,2 | 39,2 | 565,7 |
De materiële vaste activa daalden met 4,6 miljoen EUR van 570,3 miljoen EUR naar 565,7 miljoen EUR.
Deze daling kan worden verklaard door:
Alle afschrijvingen en waardeverminderingen worden opgenomen in de sectie "Afschrijvingen en waardeverminderingen" van de resultatenrekening.
| In miljoen EUR | Terreinen en gebouwen |
|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | |
| Balans op 1 januari 2012 | 43,4 |
| Verwerving | |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | (5,7) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2012 | 37,7 |
| Balans op 1 januari 2013 | 37,7 |
| Verwerving | |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | (11,4) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2013 | 26,3 |
| Balans op 1 januari 2014 | 26,3 |
| Verwerving | |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | (2,7) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 23,6 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | |
| Balans op 1 januari 2012 | (25,2) |
| Afschrijvingen | (0,2) |
| Waardeverminderingen | |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | 2,8 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2012 | (22,6) |
| Balans op 1 januari 2013 | (22,6) |
| Afschrijvingen | (0,1) |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | 6,7 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2013 | (16,0) |
| Balans op 1 januari 2014 | (16,0) |
| Afschrijvingen | (0,1) |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | 1,3 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | (14,9) |
| NETTO BOEKWAARDE | |
| Op 31 december 2012 | 15,2 |
| Op 31 december 2013 | 10,3 |
De vastgoedbeleggingen betrefen vooral appartementen in gebouwen waar een postkantoor gevestigd is. Vastgoedbeleggingen worden geboekt tegen hun aanschafngswaarde minus gecumuleerde afschrijvingen en eventuele waardeverminderingen. Het afschrijvingsbedrag wordt op een systematische wijze toegekend over de bruikbare levensduur van het activa (meestal 40 jaar).
Op 31 december 2014 8,7
De huurinkomsten met betrekking tot vastgoedbeleggingen bedragen 1,0 miljoen EUR (2013: 0,9 miljoen EUR). De geschatte reële waarde van de vastgoedbeleggingen daalde van 23,3 miljoen EUR naar 20,0 miljoen EUR, hetzij met 3,3 miljoen EUR, te wijten aan een vermindering van het aantal verhuurde gebouwen.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Materiële Vaste Activa | 2,8 | 0,1 | 0,3 |
| 2,8 | 0,1 | 0,3 |
De activa aangehouden voor verkoop stegen van 0,1 miljoen EUR naar 2,8 miljoen EUR in 2014. De stijging met 2,7 miljoen EUR is te wijten aan de ondertekening van verkoopscompromissen in 2014 (9,1 miljoen EUR) deels gecompenseerd door de ondertekening van authentieke akten in 2014 (6,3 miljoen EUR).
Het aantal gebouwen erkend als activa aangehouden voor verkoop steeg van 2 eind 2013 naar 8 eind 2014. De meerderheid van de activa in deze categorie zijn leegstaande retailkantoren, ingevolge de optimalisatie van het postkantorennetwerk.
De winst van 15,5 miljoen EUR (2013: 17,8 miljoen EUR) op de verkoop werd opgenomen in de sectie "Overige bedrijfsopbrengsten" van de resultatenrekening. In 2014 werden er geen waardeverminderingen opgenomen in de sectie "Afschrijvingen en waardeverminderingen".
| Ont | Overige | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Goodwill | wikkelings kosten |
Software | immaterïele activa |
Totaal |
| AANSCHAFFINGSWAARDE | |||||
| Balans op 1 januari 2012 | 40,8 | 92,7 | 92,1 | 12,2 | 237,7 |
| Verwerving | 20,8 | 15,2 | 9,4 | 0,5 | 45,9 |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties |
0,0 | 0,0 | 0,9 | 0,0 | 0,9 |
| Vervreemding | 0,0 | (12,7) | (2,5) | 0,0 | (15,2) |
| Overige bewegingen | 0,0 | (0,1) | 0,1 | 0,0 | 0,0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2012 | 61,6 | 95,0 | 100,0 | 12,6 | 269,3 |
| Balans op 1 januari 2013 | 61,6 | 95,0 | 100,0 | 12,6 | 269,3 |
| Verwerving | (0,0) | 5,8 | 12,3 | 0,3 | 18,4 |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 0,0 | (10,6) | (4,3) | 0,0 | (14,9) |
| Overige bewegingen | 0,0 | 0,0 | 3,1 | 0,0 | 3,1 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2013 | 61,6 | 90,2 | 111,1 | 12,9 | 275,8 |
| Balans op 1 januari 2014 | 61,6 | 90,2 | 111,1 | 12,9 | 275,8 |
| Verwerving | 4,9 | 10,9 | 2,1 | 0,4 | 18,3 |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,1 |
| Vervreemding | 0,0 | (6,7) | (0,0) | (0,2) | (6,9) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | 0,5 | 0,0 | 0,5 |
| Overige bewegingen | 0,0 | 0,1 | 1,9 | 0,0 | 2,0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 66,3 | 94,6 | 115,5 | 13,2 | 289,7 |
| Ont wikkelings |
Overige immaterïele |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Goodwill | kosten | Software | activa | Totaal |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | |||||
| Balans op 1 januari 2012 | (13,2) | (80,7) | (64,9) | (8,9) | (167,7) |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 0,0 | 12,7 | 2,5 | 0,0 | 15,2 |
| Afschrijvingen | 0,0 | (5,4) | (9,3) | (1,5) | (16,2) |
| Waardeverminderingen | 0,0 | (4,9) | (0,2) | 0,0 | (5,1) |
| Overige bewegingen | 0,0 | 0,1 | (0,1) | 0,0 | 0,0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2012 | (13,2) | (78,2) | (71,9) | (10,4) | (173,7) |
| Balans op 1 januari 2013 | (13,2) | (78,2) | (71,9) | (10,4) | (173,7) |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 0,0 | 10,6 | 4,3 | 0,0 | 14,9 |
| Afschrijvingen | 0,0 | (5,6) | (10,9) | (0,0) | (16,5) |
| Waardeverminderingen | (6,9) | (3,6) | (0,2) | 0,0 | (10,8) |
| Overige bewegingen | 0,0 | 0,0 | (0,7) | 0,0 | (0,7) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2013 | (20,1) | (76,8) | (79,5) | (10,4) | (186,8) |
| Balans op 1 januari 2014 | (20,1) | (76,8) | (79,5) | (10,4) | (186,8) |
| Verwerving en toevoeging door middel van | 0,0 | 0,0 | (0,0) | (0,1) | (0,1) |
| bedrijfscombinaties | |||||
| Vervreemding | 0,0 | 6,7 | 0,0 | 0,2 | 6,9 |
| Afschrijvingen | 0,0 | (4,7) | (10,8) | (0,1) | (15,6) |
| Waardeverminderingen | 0,0 | (4,5) | 0,0 | (0,2) | (4,6) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | (0,0) | (0,2) | (0,0) | (0,2) |
| Overige bewegingen | 0,0 | (0,1) | 0,3 | 0,1 | 0,3 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | (20,1) | (79,3) | (90,2) | (10,4) | (200,1) |
| NETTO BOEKWAARDE | |||||
| Balans op 31 december 2012 | 48,4 | 16,8 | 28,1 | 2,3 | 95,5 |
| Balans op 31 december 2013 | 41,5 | 13,4 | 31,6 | 2,6 | 89,0 |
| Balans op 31 december 2014 | 46,2 | 15,3 | 25,3 | 2,8 | 89,5 |
De immateriële vaste activa stegen van 89,0 miljoen EUR naar 89,5 miljoen EUR (hetzij met 0,5 miljoen EUR), omwille van:
→ stijging in goodwill (4,9 miljoen EUR) als gevolg van de overname van Gout International BV, BEurope Consultancy BV, Ecom Global Distribution Ltd. en Starbase Global Logistics Inc. in 2014;
Alle afschrijvingen en waardeverminderingen worden opgenomen in de sectie "Afschrijvingen en waardeverminderingen" van de resultatenrekening.
Bedrijfscombinaties worden opgenomen volgens de verwervingsmethode. De kost van een verwerving wordt bepaald als het geheel van de reële waarde van de overgedragen vergoeding op datum van de overname en het bedrag van mogelijke minderheidsbelangen in de onderneming die wordt overgenomen.
Initieel wordt goodwill opgenomen aan kostprijs, en vertegenwoordigt het surplus van het geheel aan overgedragen vergoedingsregeling in vergelijking met de netto identifeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.
Na de eerste opname wordt goodwill gemeten aan kostprijs min alle mogelijke waardeverminderingen. Voor wat betreft het testen op waardevermindering, wordt de opgenomen goodwill vanaf datum van opname getest op het niveau waarop binnen de onderneming voordeel gehaald wordt uit de combinatie, en dit ongeacht of de activa of verplichtingen van de onderneming die wordt overgenomen, opgenomen zijn in deze eenheden.
Het bedrag van de goodwill heeft betrekking op de verwervingen die plaatsvonden in 2011-2014. Meer dan 50% van de nettoboekwaarde van de goodwill is gerelateerd aan de Amerikaanse activiteiten.
Voor de jaren 2014, 2013 en 2012 is het realiseerbare bedrag gebaseerd op de reële waarde. De netto realiseerbare waarde, gebruikt voor het testen op waardeverminderingen (d.i. de reële waarde min verkoopkosten), werd bepaald aan de hand van de winstveelvouden voor recentelijk overgenomen bedrijfscombinaties. Er werd geen waardevermindering opgenomen in 2014.
Als gevolg van de waardevermindering gerelateerd aan de Special Logistics activiteiten in 2013, daalde de netto boekwaarde van de goodwill afkomstig uit kasstroomgenererende eenheden van 48,4 miljoen EUR tot 41,5 miljoen EUR. Deze waardevermindering was het gevolg van de beslissing op 24 december 2013 van de Raad Van Bestuur van Euro-Sprinters NV waarbij het de intentie had aangekondigd om de distributie activiteiten stop te zetten en de nadruk te leggen op de sprinter activiteiten. In 2014 steeg de groep goodwill met 4,9 miljoen EUR naar aanleiding van de overname van Gout International BV, BEurope Consultancy BV, Ecom Global Distribution Ltd. en Starbase Global Logistics Inc.
De nettoboekwaarde van al deze kasstroomgenererende eenheden, met uitzondering van rentedragende en fscale activa en passiva vertegenwoordigt gemiddeld, een veelvoud van 4,3 van het bedrijfsresultaat voor uitzonderlijke posten. De boven vermelde winstveelvouden zouden met 38% moeten verminderen opdat de netto realiseerbare waarde lager zou zijn dan netto boekwaarde van alle kasstroomgenererende eenheden.
Behalve goodwill, zijn er geen andere immateriële vaste activa met een onbeperkte levensduur.
De fnanciële leasingschulden per 31 december 2014 hebben betrekking op een gebouw in Parijs (Saint-Denis), geleasde machines en uitrusting. Het gebouw werd verworven in het kader van de verkoop van Asterion, een voormalig document management fliaal in Frankrijk.
De netto boekwaarde en de nuttige levensduur van de gehuurde activa kunnen hieronder teruggevonden worden:
| In miljoen EUR | Nuttige levensduur | Netto boekwaarde 31 dec. 2014 |
|---|---|---|
| Terreinen en gebouwen (Saint Denis) | 25 jaar | 2,0 |
| Machines en uitrusting | 5 jaar | 2,4 |
| Rollend materieel | 5 jaar | 0,0 |
De toekomstige minimale leasebetalingen (fnanciële leasing) aan het eind van elk boekjaar worden in de onderstaande tabel weergegeven:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Minimale leasebetalingen | |||
| Binnen het jaar | 0,9 | 1,0 | 0,4 |
| 1 tot 5 jaar | 2,0 | 2,6 | 0,7 |
| Meer dan 5 jaar | 0,0 | 0,3 | 0,0 |
| TOTAAL | 2,9 | 3,9 | 1,1 |
| Minus | |||
| TOEKOMSTIGE INTRESTEN | 0,1 | 0,2 | 0,1 |
| Contante waarde van de minimale leasebetalingen | |||
| Binnen het jaar | 0,9 | 0,9 | 0,4 |
| 1 tot 5 jaar | 1,9 | 2,5 | 0,7 |
| Meer dan 5 jaar | 0,0 | 0,3 | 0,0 |
| TOTAAL | 2,8 | 3,7 | 1,0 |
De fnanciële leasingovereenkomsten bestaan uit vaste leasebetalingen en hebben een koopoptie op het einde van het leasecontract.
In de tabel hieronder zijn de toekomstige minimale leasebetalingen samengevat:
| TOTAAL | 236,1 | 238,7 | 272,2 |
|---|---|---|---|
| Meer dan 5 jaar | 58,8 | 62,6 | 77,5 |
| 1 tot 5 jaar | 117,6 | 117,6 | 138,0 |
| Binnen het jaar | 59,7 | 58,5 | 56,7 |
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Op 31 december |
De daling van de totale toekomstige minimale operationele leasebetalingen in 2014 in vergelijking met 2013 is voornamelijk het gevolg van de lagere toekomstige leasebetalingen met betrekking tot gebouwen.
De leasebetalingen binnen het jaar zijn hoger in vergelijking met vorig jaar door de stijging van gehuurde voertuigen.
De operationele leaseovereenkomsten bestaan uit vaste leasebetalingen. De aan de eigendom verbonden risico's en voordelen worden niet overgedragen aan bpost.
De toekomstige minimale huurinkomsten zijn als volgt opgebouwd en zijn gerelateerd aan gebouwen:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Binnen het jaar | 1,1 | 0,9 | 3,4 |
| 1 tot 5 jaar | 4,2 | 3,3 | 10,8 |
| Meer dan 5 jaar | 4,0 | 3,1 | 9,3 |
| TOTAAL | 9,3 | 7,3 | 23,5 |
De stijging van de toekomstige minimale huurinkomsten in 2014 in vergelijking met 2013 is voornamelijk het gevolg van hogere toekomstige huurinkomsten met betrekking tot gebouwen.
De opbrengst die gerelateerd is aan de operationele leasingovereenkomsten werd opgenomen in de sectie "overige bedrijfsopbrengsten" van de resultatenrekening en dit voor een bedrag van 2,0 miljoen EUR (2013: 1,8 miljoen EUR).
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Balans op 1 januari | 341,3 | 351,6 | 84,3 |
| Aandeel in de winst | 11,2 | 14,0 | 3,5 |
| Ontvangen dividenden | (5,0) | (5,0) | 0,0 |
| Kapitaalverhoging | 0,0 | 50,0 | 0,0 |
| Overige bewegingen in geassocieerde deelnemingen | 69,1 | (69,3) | 263,8 |
| BALANS OP 31 DECEMBER | 416,5 | 341,3 | 351,6 |
In 2014 bedroeg het aandeel van bpost in de winst van bpost bank 11,2 miljoen EUR. Vorig jaar bedroeg het aandeel in de winst van bpost bank 14,0 miljoen EUR.
In 2013 en 2014 heeft bpost een dividend ontvangen vanwege bpost bank van 5,0 miljoen EUR. In 2012 werden geen dividenden uitgekeerd aan bpost door geassocieerde ondernemingen.
Op 20 maart 2013 voltooide bpost bank een verhoging van zijn eigen vermogen voor een bedrag van 100 miljoen EUR, zodat het eigen vermogen van bpost bank voldoet aan de toekomstige wettelijke en de prudentiële vereisten (inclusief de Basel III kapitaalvereisten). bpost en BNPP Fortis hebben elk bijgedragen aan deze kapitaalverhoging voor een bedrag van 37,5 miljoen EUR. In het kader van de vernieuwing van de contractuele overeenkomst tussen bpost en BNPP Fortis, betaalde deze laatste een extra bedrag van 25 miljoen EUR als uitgiftepremie. Aangezien de proportionele eigendom van bpost ongewijzigd bleef, steeg de reële waarde van de investering in bpost bank met 12,5 miljoen EUR.
Het bedrag vertegenwoordigt de toename van de niet-gerealiseerde winsten, na belastingen, op de obligatieportefeuille van bpost bank (69,1 miljoen EUR).
In de tabellen hieronder worden de fnanciële kerncijfers van de geassocieerde ondernemingen weergegeven:
| In miljoen EUR | Aandeel | Totaal activa |
Totaal passiva (excl Eigen Vermogen) |
Opbrengsten | Winst/ (verlies) |
|---|---|---|---|---|---|
| 2013 | |||||
| bpost bank | 50% | 9.047,2 | 8.364,6 | 327,3 | 27,9 |
| 2014 | |||||
| bpost bank | 50% | 10.199,5 | 9.366,4 | 296,5 | 22,4 |
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Handelsvorderingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Overige vorderingen | 2,6 | 2,2 | 0,9 |
| LANGLOPENDE HANDELSVORDERINGEN EN OVERIGE VORDERINGEN | 2,6 | 2,2 | 0,9 |
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Handelsvorderingen | 369,3 | 355,6 | 354,7 |
| Terugvorderbare belastingen, andere dan belastingen op het resultaat | 2,0 | 2,1 | 0,8 |
| Overige vorderingen | 27,0 | 42,6 | 39,2 |
| KORTLOPENDE HANDELSVORDERINGEN EN OVERIGE VORDERINGEN | 398,3 | 400,2 | 394,6 |
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Verkregen opbrengsten | 12,3 | 18,2 | 24,7 |
| Over te dragen kosten | 9,4 | 13,5 | 10,9 |
| Overige vorderingen | 5,3 | 10,9 | 3,6 |
| KORTLOPEND - OVERIGE VORDERINGEN | 27,0 | 42,6 | 39,2 |
De langlopende vorderingen worden verondersteld een redelijke benadering te zijn van de reële waarde van deze fnanciële activa, aangezien deze binnenkort zullen betaald worden, waardoor de impact van de tijdswaarde van geld niet signifcant is.
De kortlopende handelsvorderingen en overige vorderingen daalden met 1,9 miljoen EUR tot 398,3 miljoen EUR (2013: 400,2 miljoen EUR), gedreven door een stijging in handelsvorderingen met 13,7 miljoen EUR, gecompenseerd door een daling in over te dragen kosten en verkregen opbrengsten van 10,0 miljoen EUR en een daling in overige vorderingen met 5,6 miljoen EUR.
De daling in overige vorderingen is voornamelijk het gevolg van het in 2013 betaalde voorschot met betrekking tot de overname van 100% aandelen Gout International BV and BEurope Consultancy BV (3,0 miljoen EUR) en van de verminderde voorschotten voor kinderbijslag (2,0 miljoen EUR).
De terugvorderbare belastingen betrefen te recupereren BTW.
Het merendeel van de handels- en overige vorderingen zijn kortlopend. De boekwaarde wordt geacht een goede indicatie te zijn van de reële waarde.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Grondstofen | 2,9 | 2,4 | 1,4 |
| Gereed product | 3,7 | 2,1 | 1,9 |
| Handelsgoederen | 6,5 | 5,9 | 4,6 |
| Waardeverminderingen | (0,6) | (1,1) | (0,9) |
| VOORRADEN | 12,5 | 9,2 | 7,0 |
Grondstofen omvatten verbruiksgoederen, dit wil zeggen materiaal dat gebruikt wordt voor printdoeleinden. Gereed product zijn zegels beschikbaar voor verkoop. Handelsgoederen omvatten hoofdzakelijk postogrammen, postkaarten en andere voor verkoop aangehouden goederen.
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Liquiditeiten in postkantoren | 139,7 | 148,3 | 128,9 |
| Transitrekeningen | 44,7 | 54,4 | 18,1 |
| Betalingstransacties in uitvoering | (40,7) | (46,8) | (130,8) |
| Lopende rekeningen bij banken | 418,6 | 265,8 | 675,0 |
| Korte termijndeposito's | 0,0 | 26,6 | 22,0 |
| GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN | 562,3 | 448,2 | 713,2 |
Lopende rekeningen hebben een variabele vergoeding, die afhankelijk is van de dagelijks geldende rentevoeten. Korte termijndeposito's worden aangegaan voor verschillende periodes gaande van één dag tot drie maanden, afhankelijk van de onmiddellijke kasbehoeften, en hebben een vergoeding die afhankelijk is van de respectievelijke korte termijn rentevoeten.
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs | |||
| Banklening | 63,7 | 72,8 | 82,0 |
| Financiële leasing | 2,0 | 2,8 | 0,7 |
| LANGLOPENDE SCHULDEN | 65,7 | 75,6 | 82,7 |
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs | |||
| Bankleningen | 9,1 | 10,4 | 9,2 |
| Andere leningen | 0,0 | 0,0 | 1,6 |
| Financiële leasing | 0,9 | 0,9 | 0,4 |
| KORTLOPENDE SCHULDEN | 10,0 | 11,3 | 11,2 |
De fnanciële schulden bestaan hoofdzakelijk uit een lening afgesloten in 2007 met de Europese Investeringsbank en met een openstaand saldo van 72,7 miljoen EUR. Het stuk van de lening dat terugbetaald dient te worden in 2015 bedraagt 9,1 miljoen EUR en is overgedragen naar de schulden op korte termijn. De laatste terugbetaling vindt plaats in 2022.
bpost kent zijn actieve en gepensioneerde personeelsleden een aantal voordelen toe: vergoedingen na uitdiensttreding, personeelsbeloningen op lange termijn, andere beloningen op lange termijn en ontslagvergoedingen. De plannen met betrekking tot deze personeelsvoordelen werden gewaardeerd in overeenstemming met IAS 19. Sommige voordelen zijn het resultaat van de onderhandelingen in het kader van Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO). De beloningen die conform deze plannen werden toegekend, zijn verschillend voor de categorieën van werknemers bij bpost: statutairen, baremiek contractuelen, hulppostbodes en niet-baremiek contractuelen.
De verschillende beloningen zijn als volgt samengesteld:
| 2012 | |||
|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| (85,4) | (78,2) | (82,7) | (68,7) |
| (118,3) | (116,1) | (124,8) | (124,8) |
| (13,3) | (15,4) | (28,8) | (28,8) |
| (151,5) | (135,4) | (141,8) | (141,8) |
| (368,6) | (345,1) | (378,1) | (364,1) |
Rekening houdend met de gerelateerde uitgestelde belastingen, bedraagt het bedrag van de personeelsbeloningen 307,1 miljoen EUR (2013: 290,8 miljoen EUR).
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
| (368,6) | (345,1) | (378,1) | (364,1) |
| 61,5 | 54,3 | 63,5 | 60,4 |
| (307,1) | (290,8) | (314,6) | (303,7) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Contante waarde van de verplichtingen | (415,2) | (384,8) | (378,1) | (378,1) |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 46,7 | 39,8 | - | - |
| Contante waarde van de netto verplichtingen voor het plan | (368,6) | (345,1) | (378,1) | (378,1) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | (368,6) | (345,1) | (378,1) | (378,1) |
| Niet opgenomen actuariële (winsten) en verliezen | 14,0 | |||
| NETTO VERPLICHTING | (368,6) | (345,1) | (378,1) | (364,1) |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | ||||
| Passiva | (368,6) | (345,1) | (378,1) | (364,1) |
| NETTO PASSIVA | (368,6) | (345,1) | (378,1) | (364,1) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | (384,8) | (378,1) | (387,0) | (387,0) |
| Opgenomen pensioenkosten | (28,0) | (62,2) | (21,6) | (21,6) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (22,7) | (62,2) | (30,8) | (30,8) |
| - Stopzettingskosten | (5,3) | - | (14,0) | (14,0) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | - | - | 2,1 | 2,1 |
| - Efect gedeeltelijke schikking | - | - | 21,1 | 21,1 |
| Netto interestkosten | (9,6) | (8,5) | (14,6) | (14,6) |
| Betaalde bijdragen | 41,3 | 45,2 | 84,8 | 84,8 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (23,2) | 9,4 | (39,7) | (39,7) |
| - Winsten en (verliezen) opgenomen in de winst-en verliesrekening | (23,2) | 9,4 | (32,9) | (32,9) |
| - Niet opgenomen actuariële winsten en (verliezen) | - | - | (6,8) | (6,8) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten |
(10,9) | 9,4 | - | - |
| - Actuariële winsten en (verliezen) | (10,9) | 9,4 | - | - |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN OP 31 DECEMBER | (415,2) | (384,8) | (378,1) | (378,1) |
De reële waarde van de fondsbeleggingen is als volgt samengesteld:
| 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
|---|---|---|---|
| 39,8 | - | - | - |
| 6,8 | 29,4 | - | - |
| 2,1 | 10,4 | - | - |
| (3,1) | - | - | - |
| 1,4 | |||
| (0,3) | - | - | - |
| 46,7 | 39,8 | - | - |
| 2012 |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
De fondsbeleggingen zijn gerelateerd aan het groepsverzekeringsvoordeel in overeenstemming met IAS 19. Deze fondsbeleggingen worden aangehouden bij een verzekeringsmaatschappij en bestaan uit reserves die door de werkgevers- en werknemersbijdragen opgebouwd werden.
De in de resultatenrekening opgenomen kosten worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Opgenomen pensioenkosten | (24,8) | (22,4) | (21,6) | (21,6) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (19,5) | (22,4) | (30,8) | (30,8) |
| - Stopzettingskosten | (5,3) | - | (14,0) | (14,0) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | - | - | 2,1 | 2,1 |
| - Efect gedeeltelijke schikking | - | - | 21,1 | 21,1 |
| Netto interestkosten | (8,1) | (8,5) | (14,6) | (14,6) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (23,2) | 9,4 | (32,9) | (32,9) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als fnancieel | (30,6) | 3,1 | (38,5) | (38,5) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als operationeel | 7,4 | 6,3 | 5,6 | 5,6 |
| NETTO KOSTEN | (56,1) | (21,5) | (69,1) | (69,1) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
In 2014 bevatten de opgenomen pensioenkosten 5,3 miljoen EUR gerelateerd aan de groepsverzekering. In 2013 werd 8,2 miljoen EUR gerapporteerd in opgenomen pensioenkosten.
Actuariële winsten en verliezen die veroorzaakt worden door schommelingen in de discontovoeten worden opgenomen als fnanciële kosten terwijl actuariële winsten/verliezen voor vergoedingen na uitdiensttreding worden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. In alle andere gevallen worden actuariële winsten en verliezen opgenomen als bedrijfskosten.
Interestkosten en fnanciële actuariële winsten of verliezen werden opgenomen onder fnanciële kosten. Alle andere hierboven vermelde kosten zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening onder "Personeelskosten".
Tot 2012 nam bpost alle actuariële winsten en verliezen met betrekking tot de vergoedingen na uitdiensttreding op in de winst- en verliesrekening in overeenstemming met de corridor benadering.
De in de resultatenrekening opgenomen personeelskosten en fnanciële kosten worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Payroll costs | (17,4) | (16,1) | (16,0) | (16,0) |
| Financial cost | (38,8) | (5,4) | (53,1) | (53,1) |
| NET EXPENSE | (56,1) | (21,5) | (69,1) | (69,1) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (11,2) | 9,4 | (14,0) | - |
| - Actuariële winsten en (verliezen) | (11,2) | 9,4 | (14,0) | - |
| NETTO KOSTEN | (11,2) | 9,4 | (14,0) | - |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
IAS 19R werd toegepast vanaf 1 januari 2013. Bijgevolg worden alle voorkomende actuariële winsten en verliezen die verband houden met vergoedingen na uitdiensttreding opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten.
Tot 2012 opteerde bpost om alle met vergoedingen na uitdiensttreding verband houdende actuariële winsten en verliezen die binnen een corridor van 10% van de hoogste waarde van ofwel de IAS 19 verplichting, ofwel de reële waarde van de fondsbeleggingen bleven, niet op te nemen. De niet-opgenomen actuariële verliezen gerelateerd aan de vergoedingen na uitdiensttreding bedroegen op 31 december 2012 14 miljoen EUR en werden geherclassifceerd als niet-gerealiseerde resultaten.
| In miljoen EUR | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|
| Verhoging van brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten (langlopend) | (14,0) | - |
| Verhoging van uitgestelde belastingsvorderingen (langlopend) | 3,1 | - |
| NETTO EFFECT OP EIGEN VERMOGEN | (10,9) | - |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van bpost | (10,9) | - |
| Minderheidsbelangen | - | - |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| In miljoen EUR | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|
| Verhoging van de actuariële mutaties in niet gerealiseerde resultaten | 14,0 | - |
| Verhoging van het efect van belastingen op actuariële mutaties in niet gerealiseerde resultaten | (3,1) | - |
| NETTO VERHOGING VAN DE NIET IN WINST-OF VERLIES OPGENOMEN RESULTATEN, NA BELASTINGEN | 10,9 | - |
| NETTO VERHOGING VAN DE OPGENOMEN EN NIET-OPGENOMEN RESULTATEN | 10,9 | - |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van bpost | 10,9 | - |
| Minderheidsbelangen | - | - |
De voornaamste actuariële veronderstellingen voor de berekening van de langlopende verplichtingen op balansdatum zijn de volgende:
| 2014 | 2013 | 2012 | |
|---|---|---|---|
| Infatiepercentage | 2,0% | 2,0% | 2,0% |
| Toekomstige loonsverhogingen | 3,0% | 3,0% | 3,0% |
| Evolutie van de medisch kostenpercentage | 5,0% | 5,0% | 5,0% |
| Sterftetabellen | MR/FR | MR/FR | MR/FR |
De verdisconteringsvoeten zijn bepaald op basis van het efectieve marktrendement op balansdatum. De gebruikte discontovoeten in 2014 variëren van 0,2% tot 2,15% (2013: 0,5% tot 3,5%):
| Duur | Discontovoet | ||
|---|---|---|---|
| VOORDEEL | 2014 | 2013 | |
| Kinderbijslagen | 7,6 | 1,45% | 2,75% |
| Vervoer | 11,3 | 1,70% | 3,10% |
| Bank | 15,6 | 2,00% | 3,35% |
| Begrafeniskosten | 8,0 | 1,45% | 2,75% |
| Beloningen | 10,0 | 1,55% | 2,85% |
| Groepsverzekering | 14,0 | 2,00% | 3,25% |
| Gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden | 2,3 | 0,40% | 1,00% |
| Vergoeding voor werkongeval | 12,8 | 1,90% | 3,20% |
| Medische kosten van arbeidsongevallen | 17,8 | 2,15% | 3,50% |
| Pensioen sparen | 9,1 | 1,50% | 2,75% |
| Jubileumpremies | 7,2 | 1,35% | 2,65% |
| Deeltijds regime | van 0,8 tot 3,7 | van 0,2% tot 0,5% | van 0,5% tot 1,65% |
| Vervroegd pensioenplan | van 0,5 tot 0,95 | van 0,0% tot 0,2% | 0,5% |
De gemiddelde looptijd van de toegezegde pensioenregelingen per eind 2014 is 10,9 jaar (in 2013: 9,4 jaar).
Een kwalitatieve gevoeligheidsanalyse van de belangrijkste hypotheses per 31 december 2014 wordt hieronder beschreven:
| VERONDERSTELLINGEN | Discontovoet | Sterfte tabellen MR/FR |
Evolutie van medisch kostenpercentage |
|
|---|---|---|---|---|
| GEVOELIGHEIDSNIVEAU | 0,5% verhoging |
0,5% vermindering |
Vermindering van 1 jaar |
1% verhoging |
| In miljoen EUR | ||||
| Efect op brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten (verhoging)/vermindering |
20,3 | (22,6) | (6,0) | (3,3) |
Deze gevoeligheidsanalyse werd bepaald op basis van een methode die de impact van aannemelijke wijzigingen in basisveronderstellingen op de toegezegde pensioenrechten projecteert op balansdatum.
Vergoedingen na uitdiensttreding omvatten kinderbijslag, tussenkomst in de transportkosten, vermindering van bankkosten, tussenkomst in begrafeniskosten, geschenken bij pensionering en groepsverzekering.
De statutaire personeelsleden van bpost (zowel actieven als gepensioneerden) met kinderen ten laste (jongeren en gehandicapten) krijgen kinderbijslag van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW). Deze kosten worden doorgefactureerd aan bpost.
Niet-actieve statutaire personeelsleden en hun gezinsleden hebben recht op een aantal vouchers die kunnen omgeruild worden tegen een treinbiljet voor een reis in België of tegen een korting die gebruikt kan worden voor andere reisbiljetten.
Alle actieve en (brug)gepensioneerde personeelsleden die een "Postcheque"-rekening met loon- of pensioendomiciliëring hebben, krijgen een forfaitaire korting op de beheerskosten voor die rekening. Daarnaast genieten ze ook voordelige rentevoeten op spaarrekeningen, spaarbons, beleggingsfondsen en leningen.
bpost biedt aan zijn actieve contractuele werknemers een groepsverzekering aan als voordeel. Sinds de invoering van de WAP (wet op aanvullende pensioenen)-wetgeving in België hebben deze plannen volgens IAS 19 de karakteristieken van een toegezegd pensioenregeling. Niettemin werd tot 2013 de wettelijke minimumopbrengst voor werkgeversbijdragen gedekt via de door de verzekeraar gegarandeerde intrest.
Volgens de wetgeving moet de werkgever een bepaalde opbrengst garanderen op de fondsbeleggingen. bpost moet de wettelijke minimumopbrengst van 3,25% op werkgeversbijdragen (na kosten van premies) en 3,75% op werknemersbijdragen verschafen. De wettelijke minimumopbrengst op werkgeversbijdragen is een "loopbaangemiddelde" opbrengst en niet een jaarlijkse opbrengst, daar waar het wettelijk minimum met betrekking tot de werknemersbijdragen wel degelijk op jaarlijkse basis wordt beoogt.
Wegens de in 2013 veranderde gegarandeerde tariefstructuur van de verzekeringsmaatschappij, kan er een verschil optreden tussen de wettelijke minimumopbrengst en de gegarandeerde opbrengst door de verzekeringsmaatschappij.
De IASB erkent dat de boekhoudkundige verwerking van deze zogenaamde "op bijdrage gebaseerde plannen" in overeenstemming met de huidige toegezegde pensioenregelingen methodologie problematisch is (cfr. september 2014 IFRS Staf Paper met betrekking tot "Research project: Post-employment benefts"). Bijgevolg is er nog geen duidelijkheid over de methodologie. Daarenboven is er ook onzekerheid met betrekking tot de toekomstige evolutie van de minimum gegarandeerde rendementen in België. Door de huidige onzekerheid besliste bpost om consistent te blijven met de in 2013 toegepaste methodologie en de zogenaamde D9 aanpak.
Het netto passief met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding worden hierna weergegeven:
| 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
|---|---|---|---|
| (132,1) | (118,0) | (82,7) | (82,7) |
| 46,7 | 39,8 | - | - |
| (85,4) | (78,2) | (82,7) | (82,7) |
| (85,4) | (78,2) | (82,7) | (82,7) |
| - | - | 14,0 | |
| (85,4) | (78,2) | (82,7) | (68,7) |
| (85,4) | (78,2) | (82,7) | (68,7) |
| (85,4) | (78,2) | (82,7) | (68,7) |
| 2012 |
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Contante waarde op 1 januari | (118,0) | (82,7) | (75,3) | (75,3) |
| Opgenomen pensioenkosten | (9,1) | (48,9) | 1,3 | 1,3 |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (9,1) | (48,9) | (0,9) | (0,9) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | - | - | 2,2 | 2,2 |
| Netto interestkosten | (3,5) | (2,2) | (3,3) | (3,3) |
| Betaalde bijdragen | 9,4 | 6,4 | 7,6 | 7,6 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | - | - | (12,9) | (12,9) |
| - Winsten en (verliezen) opgenomen in de winst-en verliesrekening | - | - | (6,1) | (6,1) |
| - Niet opgenomen actuariële winsten en (verliezen) | - | - | (6,8) | (6,8) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering opgenomen in niet gerealiseerde resultaten |
(10,9) | 9,4 | - | - |
| - Actuariële winsten en (verliezen) | (10,9) | 9,4 | - | - |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN OP 31 DECEMBER | (132,1) | (118,0) | (82,7) | (82,7) |
De veranderingen in de contante waarde van de verplichtingen worden hierna weergegeven:
(1) Aangepast voor IAS 19R.
De reële waarde van de fondsbeleggingen aangaande het voordeel van de groepsverzekering en die door de verzekeringsmaatschappij worden aangehouden, is als volgt weer te geven:
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen per 1 januari | 39,8 | - | - | - |
| Bijdragen door de werkgever | 6,8 | 29,4 | - | - |
| Bijdragen door de werknemers | 2,1 | 10,4 | - | - |
| Betaalde bijdragen | (3,1) | - | - | - |
| Financiële kosten op activa (inbegrepen in winst-en verliesrekening) | 1,4 | |||
| Actuariële winsten/ verliezen op activa (inbegrepen in de niet gerealiseerde resultaten ) |
(0,3) | - | - | - |
| REËLE WAARDE VAN DE FONDSBELEGGINGEN PER 31 DECEMBER | 46,7 | 39,8 | - | - |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Opgenomen pensioenkosten | (5,9) | (9,1) | 1,3 | 1,3 |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (5,9) | (9,1) | (0,9) | (0,9) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | - | - | 2,2 | 2,2 |
| Netto interestkosten | (2,0) | (2,2) | (3,3) | (3,3) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | - | - | (6,1) | (6,1) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als fnancieel | - | - | 0,0 | 0,0 |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als operationeel | - | - | (6,1) | (6,1) |
| NETTO KOSTEN | (8,0) | (11,3) | (8,1) | (8,1) |
De impact op de fnanciële kosten en personeelskosten wordt hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Personeelskosten | (5,9) | (9,1) | (4,8) | (4,8) |
| Financiële kosten | (2,0) | (2,2) | (3,3) | (3,3) |
| NETTO KOSTEN | (8,0) | (11,3) | (8,1) | (8,1) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
De kosten opgenomen onder de niet-gerealiseerde resultaten worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (11,2) | 9,4 | (14,0) | - |
| - Actuariële winsten en (verliezen) | (11,2) | 9,4 | (14,0) | - |
| NETTO KOSTEN | (11,2) | 9,4 | (14,0) | - |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
Personeelsbeloningen op lange termijn omvatten gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden, dagen pensioensparen en deeltijds regime.
Statutaire werknemers hebben recht op 21 ziektedagen per dienstjaar. Gedurende deze 21 dagen en wanneer de werknemer over een gepast doktersattest beschikt, blijft hij of zij 100% van zijn loon ontvangen. Als er een jaar is wanneer de werknemer minder dan 21 dagen afwezig is, wordt het saldo van de niet gebruikte dagen overgedragen naar de volgende jaren met een maximum van 63 dagen (63 dagen vanaf april 2012 in plaats van 300 dagen voorheen). Wanneer de werknemer meer dan 21 dagen ziek is, wordt eerst het jaarlijkse quota opgebruikt en daarna de dagen die overgedragen werden uit vorige jaren. Tijdens deze periode blijven de werknemers 100% van hun loon ontvangen. Wanneer de jaarlijkse quota en overgedragen dagen zijn opgebruikt, ontvangt de werknemer slechts een deel van zijn/haar salaris.
Zowel het volledige loon onder de ziektedagen als het verminderde loon zijn kosten die gedragen worden door bpost.
Er zijn geen wijzigingen in de berekeningsmethodologie in vergelijking met 2013. De waardering is gebaseerd op de toekomstige geprojecteerde betalingen/uitgaven. De kasuitstromen worden berekend op basis van een bepaald consumptiepatroon van de volledige populatie, dat afgeleid wordt uit statistieken op basis van de 12 maanden van 2014. De individuele tellers per persoon worden geprojecteerd voor de toekomst en verminderd met het reële aantal ziektedagen.
De jaarlijkse betaling is het aantal gebruikte ziektedagen (met een maximum van het aantal opgespaarde dagen) vermenigvuldigd met het verschil in het geprojecteerde loon (verhoogd met sociale lasten) aan 100% en het verminderde loon. De relevante ratio's met betrekking tot mensen dewelke het bedrijf verlaten en mortaliteitscijfers werden gebruikt, samen met de discontovoet die van toepassing is op de duurtijd van het voordeel.
De CAO's onderhandeld in maart 2012 hebben in 2012 geleid tot de afschafng van een aantal ziektedagen voor een aantal specifeke statutaire personeelsleden in ruil voor de betaling van een vergoeding.
Statutaire personeelsleden hebben de mogelijkheid om de niet-opgenomen ziektedagen, die boven de quota van 63 dagen liggen (zie bovenvermelde paragraaf "gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden"), te converteren naar dagen pensioensparen (7 ziektedagen voor 1 dag pensioensparen) en om jaarlijks maximum 3 buitenwettelijke verlofdagen te converteren. Contractuele personeelsleden hebben jaarlijks recht op maximaal 2 dagen pensioensparen en hebben de mogelijkheid om jaarlijks 3 buitenwettelijke verlofdagen te converteren. De dagen pensioensparen worden jaar na jaar gecumuleerd en kunnen opgebruikt worden vanaf 50 jaar.
De waardering is gebaseerd op de methode die gebruikt wordt voor de gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden en is gebaseerd op de toekomstige geprojecteerde betalingen/uitgaven. De berekening is gebaseerd op een bepaald "consumptiepatroon" van de volledige populatie, dat afgeleid wordt uit statistieken op basis van de 12 maanden van 2014 zoals opgeleverd door het human resources departement. De individuele dagen pensioensparen worden geprojecteerd per persoon en verminderd met het werkelijk aantal gebruikte dagen pensioensparen.
De jaarlijkse betaling is het aantal gebruikte dagen pensioensparen vermenigvuldigd met het geprojecteerde dagloon (verhoogd met sociale lasten, vakantiegeld, eindejaarspremie, management– en integratiepremie). De relevante ratio's met betrekking tot mensen dewelke het bedrijf verlaten en mortaliteitscijfers werden gebruikt, samen met de discontovoet die van toepassing is op de duurtijd van het voordeel.
In het kader van de collectieve arbeidsovereenkomsten met betrekking tot de jaren 2009-2010 en 2011, zijn statutaire werknemers met leeftijd tussen de 50 en 59, gerechtigd tot het aangaan van een systeem van gedeeltelijke (50%) loopbaanonderbreking. bpost levert bijdragen gelijk aan 7,5% van het bruto jaarsalaris voor een periode van maximaal 48 maanden.
Met de Kaderovereenkomst van 20 december 2012 werd een nieuw plan voor specifeke gedeeltelijke (50%) loopbaanonderbreking goedgekeurd, dewelke toegankelijk is voor postbezorgers vanaf 54 jaar en voor de andere werknemers vanaf 55 jaar. bpost levert hiervoor bijdragen dewelke gelijk zijn aan 7,5% van het bruto jaarsalaris voor een periode van maximaal 72 maanden voor de postbezorgers en 48 maanden voor de andere begunstigden van het plan. In het Paritair Comité van 19 december 2013 werd een akkoord bereikt om de duurtijd van de maatregelen ten gunste van de postbezorgers te verlengen tot de volgende CAO.
Een nieuw plan voor specifeke gedeeltelijke (50%) loopbaanonderbreking werd goedgekeurd door de Kaderovereenkomst van 22 mei 2014. Het plan dat goedgekeurd werd in 2012 en dat van toepassing is op postbezorgers werd uitgebreid naar werknemers die 's nachts tewerkgesteld zijn. Voor de andere werknemers is het plan toegankelijk vanaf 55 jarige leeftijd. bpost levert hiervoor bijdragen dewelke gelijk zijn aan 7,5% van het bruto jaarsalaris voor een periode van maximaal 72 maanden voor de werknemers die 's nachts tewerkgesteld zijn en 48 maanden voor de andere begunstigden van het plan.
Het netto passief met betrekking tot lange termijn personeelsvoordelen omvat de volgende posten:
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Contante waarde van de verplichtingen | (118,3) | (116,1) | (124,8) | (124,8) |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | - | - | - | - |
| Contante waarde van de netto verplichtingen voor het plan | (118,3) | (116,1) | (124,8) | (124,8) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | (118,3) | (116,1) | (124,8) | (124,8) |
| NETTO VERPLICHTING | (118,3) | (116,1) | (124,8) | (124,8) |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | ||||
| Passiva | (118,3) | (116,1) | (124,8) | (124,8) |
| NETTO PASSIVA | (118,3) | (116,1) | (124,8) | (124,8) |
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Contante waarde op 1 januari | (116,1) | (124,8) | (158,0) | (158,0) |
| Opgenomen pensioenkosten | (12,6) | (13,2) | (6,9) | (6,9) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (12,6) | (13,2) | (28,0) | (28,0) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | - | - | 0,0 | 0,0 |
| - Efect gedeeltelijke schikking | - | - | 21,1 | 21,1 |
| Netto interestkosten | (2,2) | (2,2) | (5,1) | (5,1) |
| Betaalde bijdragen | 17,0 | 19,4 | 49,3 | 49,3 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (4,4) | 4,7 | (4,1) | (4,1) |
| - Winsten en (verliezen) opgenomen in de winst-en verliesrekening | (4,4) | 4,7 | (4,1) | (4,1) |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN OP 31 DECEMBER | (118,3) | (116,1) | (124,8) | (124,8) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Opgenomen pensioenkosten | (12,6) | (13,2) | (6,9) | (6,9) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (12,6) | (13,2) | (28,0) | (28,0) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | - | - | 0,0 | 0,0 |
| - Efect gedeeltelijke schikking (kost)/winst | - | - | 21,1 | 21,1 |
| Netto interestkosten | (2,2) | (2,2) | (5,1) | (5,1) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (4,4) | 4,7 | (4,1) | (4,1) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als fnancieel | (8,4) | 0,7 | (9,6) | (9,6) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als operationeel | 4,0 | 4,0 | 5,5 | 5,5 |
| NETTO KOSTEN | (19,1) | (10,7) | (16,1) | (16,1) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Personeelskosten | (8,6) | (9,2) | (1,4) | (1,4) |
| Financiële kosten | (10,6) | (1,5) | (14,7) | (14,7) |
| NETTO KOSTEN | (19,1) | (10,7) | (16,1) | (16,1) |
In 2014 zijn de volgende reeds bestaande vervroegde pensioneringsplannen opgenomen in dit voordeel:
Bij deze vervroegde uittreding, blijft bpost een deel (75%) van het salaris van de begunstigden betalen vanaf het vertrek en dit tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bovendien wordt de vervroegde uittredingsperiode beschouwd als een dienstperiode.
De Kaderovereenkomst van 1 juli 2012 omvatte de goedkeuring voor een nieuw vervroegd pensioneringsplan toegankelijk voor de statutairen die voldeden aan bepaalde leeftijd, anciënniteit en dienstorganisatie voorwaarden per 31 december 2013 ten laatste. bpost blijft de begunstigden een deel (tussen 60% en 75%, afhankelijk van de duur van de vervroegde pensionering) van hun salaris betalen bij vertrek en dit tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bovendien wordt de vervroegde pensioneringsperiode beschouwd als een dienstperiode. In het Paritair Comité van 19 december 2013 werd een akkoord bereikt om de duurtijd van deze maatregel te verlengen tot de volgende CAO.
Een nieuw vervroegd pensioenplan werd goedgekeurd door de Kaderovereenkomst van 22 mei 2014. Dit plan is toegankelijk voor statutairen die voldoen aan bepaalde leeftijd, anciënniteit en dienstorganisatie voorwaarden. Zoals ook voorzien in 2012, blijft bpost de begunstigden een deel (tussen 60% en 75%, afhankelijk van de duur van de vervroegde pensionering) van hun salaris betalen bij vertrek en dit tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bovendien wordt de vervroegde pensioneringsperiode beschouwd als een dienstperiode.
De personeelsbeloningen gerelateerd aan de plannen voor vervroegd pensioen, vinden hun oorsprong in het feit dat de tewerkstelling beëindigd wordt voor het tijdstip van normale uitdiensttreding en in het feit dat het de beslissing is van de werknemer om in te gaan op het aanbod van bpost.
Het netto passief met betrekking tot ontslagvergoedingen omvat de volgende posten:
Op 31 december
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Contante waarde van de verplichtingen | (13,3) | (15,4) | (28,8) | (28,8) |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | - | - | - | - |
| Contante waarde van de netto verplichtingen voor het plan | (13,3) | (15,4) | (28,8) | (28,8) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | (13,3) | (15,4) | (28,8) | (28,8) |
| NETTO VERPLICHTING | (13,3) | (15,4) | (28,8) | (28,8) |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | ||||
| Passiva | (13,3) | (15,4) | (28,8) | (28,8) |
| NETTO PASSIVA | (13,3) | (15,4) | (28,8) | (28,8) |
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Contante waarde op 1 januari | (15,4) | (28,8) | (38,8) | (38,8) |
| Opgenomen pensioenkosten | (5,3) | - | (14,0) | (14,0) |
| - Stopzettingskosten | (5,3) | - | (14,0) | (14,0) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | - | - | 0,0 | 0,0 |
| Netto interestkosten | (0,0) | (0,2) | (0,6) | (0,6) |
| Betaalde bijdragen | 7,6 | 11,9 | 20,4 | 20,4 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (0,2) | 1,7 | 4,2 | 4,2 |
| - Winsten en (verliezen) opgenomen in de winst-en verliesrekening | (0,2) | 1,7 | 4,2 | 4,2 |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN OP 31 DECEMBER | (13,3) | (15,4) | (28,8) | (28,8) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Opgenomen pensioenkosten | (5,3) | - | (14,0) | (14,0) |
| - Stopzettingskosten | (5,3) | - | (14,0) | (14,0) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | - | - | 0,0 | 0,0 |
| Netto interestkosten | (0,0) | (0,2) | (0,6) | (0,6) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (0,2) | 1,7 | 4,2 | 4,2 |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als fnancieel | (0,0) | (0,0) | (0,1) | (0,1) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als operationeel | (0,2) | 1,7 | 4,4 | 4,4 |
| NETTO KOSTEN | (5,5) | 1,5 | (10,4) | (10,4) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Personeelskosten | (5,5) | 1,7 | (9,6) | (9,6) |
| Financiële kosten | (0,0) | (0,2) | (0,7) | (0,7) |
| NETTO KOSTEN | (5,5) | 1,5 | (10,4) | (10,4) |
Tot 1 oktober 2000 was bpost zijn eigen verzekeraar voor arbeidsongevallen en ongevallen op de weg van en naar het werk. Als gevolg daarvan zijn alle vergoedingen, die betaald werden aan personeelsleden voor ongevallen die plaatsvonden voor 1 oktober 2000, gefnancierd door bpost zelf.
Sinds 1 oktober 2000 heeft bpost verzekeringspolissen afgesloten om het risico af te dekken.
Het netto passief met betrekking tot andere langetermijn personeelsvoordelen omvat de volgende posten:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichtingen | (151,5) | (135,4) | (141,8) | (141,8) |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | - | - | - | - |
| Contante waarde van de netto verplichtingen voor het plan | (151,5) | (135,4) | (141,8) | (141,8) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | (151,5) | (135,4) | (141,8) | (141,8) |
| NETTO VERPLICHTING | (151,5) | (135,4) | (141,8) | (141,8) |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | ||||
| Passiva | (151,5) | (135,4) | (141,8) | (141,8) |
| NETTO PASSIVA | (151,5) | (135,4) | (141,8) | (141,8) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | (135,4) | (141,8) | (115,0) | (115,0) |
| Opgenomen pensioenkosten | (1,0) | (0,1) | (1,9) | (1,9) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (1,0) | (0,1) | (1,9) | (1,9) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | - | - | 0,0 | 0,0 |
| Netto interestkosten | (3,9) | (3,9) | (5,6) | (5,6) |
| Betaalde bijdragen | 7,3 | 7,5 | 7,6 | 7,6 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (18,6) | 3,0 | (27,0) | (27,0) |
| - Winsten en (verliezen) opgenomen in de winst-en verliesrekening | (18,6) | 3,0 | (27,0) | (27,0) |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN OP 31 DECEMBER | (151,5) | (135,4) | (141,8) | (141,8) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| 2012 | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | aangepast(1) | 2012 |
| Opgenomen pensioenkosten | (1,0) | (0,1) | (1,9) | (1,9) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (1,0) | (0,1) | (1,9) | (1,9) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | - | - | 0,0 | 0,0 |
| Netto interestkosten | (3,9) | (3,9) | (5,6) | (5,6) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (18,6) | 3,0 | (27,0) | (27,0) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als fnancieel | (22,2) | 2,4 | (28,7) | (28,7) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als operationeel | 3,7 | 0,6 | 1,7 | 1,7 |
| NETTO KOSTEN | (23,5) | (1,0) | (34,5) | (34,5) |
De impact op personeelskosten en fnanciële kosten wordt hieronder weergegeven:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 aangepast(1) |
2012 |
|---|---|---|---|---|
| Personeelskosten | 2,7 | 0,5 | (0,1) | (0,1) |
| Financiële kosten | (26,1) | (1,5) | (34,4) | (34,4) |
| NETTO KOSTEN | (23,5) | (1,0) | (34,5) | (34,5) |
(1) Aangepast voor IAS 19R.
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
| Handelsschulden | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Overige schulden | 79,8 | 79,7 | 83,1 |
| LANGLOPENDE HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN | 79,8 | 79,7 | 83,1 |
De langlopende handelsschulden en overige schulden bedragen 79,8 miljoen EUR en omvatten voornamelijk de verplichtingen met betrekking tot de volledige aankoop van Landmark en de voorwaardelijke vergoedingsregelingen met betrekking tot de overname van Gout International BV en BEurope Consultancy BV.
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Handelsschulden | 208,1 | 189,3 | 200,0 |
| Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten | 314,5 | 316,9 | 326,7 |
| Te betalen belastingen met uitzondering van belastingen op het resultaat | 8,3 | 8,7 | 3,4 |
| Overige schulden | 251,7 | 219,8 | 230,5 |
| KORTLOPENDE HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN | 782,6 | 734,7 | 760,7 |
De nettoboekwaarden worden geacht een goede indicatie te zijn van de reële waarde. De samenstelling van de overige schulden die opgenomen zijn in de kortlopende handels- en overige schulden is als volgt:
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 | 2012 |
|---|---|---|---|
| Voorafbetalingen | 10,5 | 10,2 | 10,5 |
| Voorschotten fnanciële postdienst | 18,5 | 18,8 | 0,0 |
| Ontvangen waarborgen | 6,4 | 7,8 | 5,2 |
| Toe te rekenen kosten | 67,3 | 58,3 | 86,2 |
| Over te dragen opbrengsten | 79,1 | 75,4 | 79,5 |
| Ontvangen deposito's van derden | 0,1 | 0,4 | 0,4 |
| Overige schulden | 69,7 | 48,9 | 48,7 |
| KORTLOPEND – OVERIGE SCHULDEN | 251,7 | 219,8 | 230,5 |
| In miljoen EUR | Lopende geschillen |
Daeb gerelat. |
Milieu | Bezwarende contracten |
Herstructurering & overige |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Balans op 1 januari 2012 | 79,0 | 299,0 | 9,9 | 1,0 | 25,1 | 414,1 |
| Aangelegde voorzieningen | 11,1 | 124,9 | 0,0 | 5,9 | 3,7 | 145,7 |
| Aangewende voorzieningen | (34,2) | (299,0) | (0,5) | (0,6) | (0,8) | (335,2) |
| Teruggenomen voorzieningen | (33,2) | 0,0 | (8,8) | (0,1) | (0,1) | (42,1) |
| Overige bewegingen | 22,7 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (22,7) | 0,0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2012 | 45,6 | 124,9 | 0,6 | 6,3 | 5,2 | 182,5 |
| Saldo op het einde van het jaar (langlopend) | 36,3 | 0,0 | 0,5 | 4,1 | 1,1 | 42,0 |
| Saldo op het einde van het jaar (kortlopend) | 9,3 | 124,9 | 0,1 | 2,2 | 4,1 | 140,5 |
| 45,6 | 124,9 | 0,6 | 6,3 | 5,2 | 182,5 | |
| Balans op 1 januari 2013 | 45,6 | 124,9 | 0,6 | 6,3 | 5,2 | 182,5 |
| Aangelegde voorzieningen | 2,9 | 0,2 | 0,2 | 8,0 | 8,4 | 19,6 |
| Aangewende voorzieningen | (0,5) | (123,1) | (0,0) | (1,7) | (2,2) | (127,5) |
| Teruggenomen voorzieningen | (8,5) | (2,0) | 0,0 | (0,6) | (1,0) | (12,0) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2013 | 39,5 | 0,0 | 0,8 | 12,0 | 10,3 | 62,6 |
| Saldo op het einde van het jaar (langlopend) | 30,2 | 0,0 | 0,8 | 8,2 | 1,1 | 40,2 |
| Saldo op het einde van het jaar (kortlopend) | 9,3 | 0,0 | 0,0 | 3,8 | 9,3 | 22,4 |
| 39,5 | 0,0 | 0,8 | 12,0 | 10,3 | 62,6 | |
| Balans op 1 januari 2014 | 39,5 | 0,0 | 0,8 | 12,0 | 10,3 | 62,6 |
| Aangelegde voorzieningen | 11,4 | 0,0 | 0,1 | 0,0 | 4,7 | 16,1 |
| Aangewende voorzieningen | (0,5) | 0,0 | (0,2) | (4,9) | (3,6) | (9,2) |
| Teruggenomen voorzieningen | (1,7) | 0,0 | (0,2) | (2,3) | (0,6) | (4,8) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 48,7 | 0,0 | 0,5 | 4,8 | 10,8 | 64,8 |
| Saldo op het einde van het jaar (langlopend) | 31,2 | 0,0 | 0,5 | 4,3 | 1,1 | 37,1 |
| Saldo op het einde van het jaar (kortlopend) | 17,5 | 0,0 | 0,0 | 0,5 | 9,7 | 27,7 |
| 48,7 | 0,0 | 0,5 | 4,8 | 10,8 | 64,8 |
De voorziening voor lopende geschillen bedraagt 48,7 miljoen EUR. Dit vertegenwoordigt de raming van de kasuitstroom met betrekking tot vele verschillende (efectief of op handen zijnde) geschillen tussen bpost en derden.
De verwachte periode van de daarop betrekking hebbende kasuitstromen hangt af van de ontwikkelingen van de onderliggende geschillen voor dewelke de timing onzeker is.
De stijging in 2014 was voornamelijk het gevolg van een voorziening die werd aangelegd om een geschil met een andere postoperator af te dekken. In 2013 werd er en terugname van de provisie voor lopende geschillen ten belope van 8,5 miljoen EUR geboekt aangezien bepaalde personeelsgerelateerde risico's defnitief afgesloten werden.
De terugname in 2012 bedroeg 33,2 miljoen EUR en had voornamelijk betrekking op een terugname van een provisie met betrekking tot een lopend geschil ten belope van 22,7 miljoen EUR. Deze provisie werd in het verleden aangelegd om een risico te dekken met betrekking tot een lopend geschil gerelateerd aan buiten balans transacties daterend van voor 2010. Gezien deze zaak defnitief opgelost werd gedurende 2012 was de voorziening niet langer vereist en werd deze teruggenomen. Deze terugname wordt beschouwd als een eenmalig element. Eenmalige elementen vertegenwoordigen belangrijke elementen binnen de opbrengsten of kosten die ten gevolge van hun uitzonderlijk karakter niet zijn opgenomen in interne rapportering en resultaatsanalyses. Een eenmalig element is verondersteld signifcant te zijn als het 20 miljoen EUR of meer bedraagt. Terugnames van provisies waarvan de aanleg eerder beschouwd werd als eenmalig element, worden ook als eenmalig beschouwd.
Het bedrag voor de DAEB gerelateerde provisie is voornamelijk te verklaren door de beslissing van de Europese Commissie. Een bedrag ten belope van 299 miljoen EUR werd voorzien in 2011. De provisie werd aangewend in 2012 gezien de terugbetaling aan de Belgische Staat. Een tweede provisie ten belope van 124,9 miljoen EUR werd aangelegd in 2012 om het risico van mogelijke overcompensatie voor de jaren 2011 en 2012 af te dekken. Op 2 mei 2013 keurde de Europese Commissie de vergoeding aan bpost goed die voorzien wordt onder de voorwaarden van het 5de Beheerscontract, met betrekking tot de periode 2013 tot 2015. Er werd geen beroep aangetekend tegen de beslissing van de Europese Commissie waardoor dit geschil werd geregeld in 2013. Alle bedragen worden beschouwd als eenmalige elementen.
De voorziening in verband met milieukwesties dekt onder meer grondsaneringen. De daling van de provisie in 2012 is het gevolg van de verkoop van 2 specifeke sites terwijl in 2013 een bijkomende voorziening van 0,2 miljoen EUR opgenomen werd voor 1 specifeke site. Deze laatste werd aangewend in 2014.
De voorziening voor nadelige contracten heeft betrekking op de beste schatting van de sluitingskosten van de mail en retailkantoren. De bijkomende voorzieningen die opgenomen werden in 2013 met betrekking tot de herstructurering binnen Special Logistics werden bijna volledig aangewend in 2014. De resterende aanwending en terugname in 2014 is voornamelijk het gevolg van de afhandeling van één bezwarend huurcontract.
Overige voorzieningen bedragen 10,8 miljoen EUR. De stijging in 2013 is voornamelijk het gevolg van een voorziening die aangelegd werd om de einde contract kosten gerelateerd aan schade van de wagens af te dekken. Deze provisie werd aangepast in 2014 met een netto impact van 0,6 miljoen EUR.
bpost is momenteel betrokken in de volgende gerechtelijke procedures ingesteld door tussenpersonen:
bpost betwist alle claims en aantijgingen.
Bovendien besliste de Belgische postregulator (het BIPT) op 20 juli 2011 dat bepaalde aspecten van het prijsbeleid dat bpost in 2010 hanteerde, een inbreuk vormden op de Belgische postwetgeving en legde het een boete van 2,3 miljoen EUR op. Hoewel bpost de boete betaalde in 2012, betwist zij de bevindingen van het BIPT en ging zij in beroep tegen de beslissing. Het beroep is hangende bij het Brusselse Hof van beroep. In juni 2013 velde het Hof van beroep een tussentijds vonnis waarbij de zaak naar het Hof van Justitie werd verwezen voor een prejudiciële beslissing over de exacte reikwijdte van de non-discriminatieverplichting krachtens de Europese Postrichtlijn. In een bindend vonnis dat werd uitgesproken op 11 februari 2015, besloot het Hof van Justitie dat een tariefbeleid zoals het "per sender"-prijsmodel dat bpost in 2010 hanteerde, geen schending van het postale non-discriminatieprincipe inhoudt. Het Brusselse Hof van beroep moet ter zake een eindbeslissing nemen.
Ten slotte besloot de Belgische Mededingingsautoriteit op 10 december 2012 dat bepaalde aspecten van het prijsbeleid van bpost voor de periode januari 2010 - juli 2011 een inbreuk vormden op de Belgische en Europese mededingingsregels en legde ze een geldboete op van ongeveer 37,4 miljoen EUR. Hoewel bpost de boete betaalde in 2013, betwist zij de bevindingen van de Belgische Mededingingsautoriteit en ging zij in beroep tegen de beslissing. Het beroep is momenteel hangende bij het Brusselse Hof van Beroep.
Per 31 december 2014 telde bpost 5.340 hulppostmannen. 53 hulppostmannen hebben een rechtszaak aangespannen tegen bpost voor verscheidene arbeidsrechtbanken, waarin ze een gelijk loon en gelijke voordelen als baremiek contractuelen en statutaire personeelsleden die hetzelfde werk verrichten, eisten. bpost betwist alle claims en aantijgingen. Tot nu heeft geen enkele rechtbank de claim gehandhaaft. Verschillende rechtzaken zijn nog steeds lopende in eerste aanleg en in beroep. Indien, andere rechtbanken, voornamelijk op niveau van beroep, zouden oordelen dat hulppostmannen dezelfde behandeling kunnen eisen, dan kan bpost verplicht worden om het loon en de voordelen van de hulppostmannen te verhogen tot het niveau van de betrefende baremiek contractuelen of statutaire personeelsleden en kan het niet worden uitgesloten dat andere personeelsleden soortgelijke rechtsvorderingen zouden kunnen instellen.
Per 31 december 2014 geniet bpost van bankgaranties ten belope van een som van 39,4 miljoen EUR. Deze garanties zijn uitgegeven door banken namens klanten van bpost (2013: 39,6 miljoen EUR). Deze garanties kunnen opgevraagd en uitbetaald worden indien de klant niet betaalt of failliet gaat. Daardoor bieden ze bpost fnanciële zekerheid tijdens de periode dat het een contract heeft met de klant.
Per 31 december 2014 bedroeg de verkoopwaarde van de goederen door partners in consignatie gegeven om ze via het postnetwerk te verkopen 1,4 miljoen EUR.
bpost treedt op als borgsteller (1,4 miljoen EUR garantie) in het kader van de DoMyMove samenwerkingsovereenkomst tussen bpost, Belgacom en Electrabel.
bpost heeft een overeenkomst met Belfus, ING en KBC waarin deze laatste zich engageren om aan bpost garanties te verlenen ten belope van 43,6 miljoen EUR, op eenvoudig verzoek.
bpost betaalt en verefent de fnanciële transacties van overheidsinstellingen (belastingen, btw enz.) voor rekening van de overheid en bepaalde overheidsinstellingen. De fondsen van de staat en deze staatsinstellingen zijn "voor rekening van" en worden dus niet opgenomen in de balans.
Een lijst van dochterondernemingen en ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode wordt, samen met een korte beschrijving van hun zakelijke activiteiten, beschreven in toelichting 6.31.
De Belgische Staat is, rechtstreeks en via de FPIM, de grootste aandeelhouder van de bpost en bezit 51,04% van bpost. Bijgevolg kan het elke beslissing op de algemene vergadering waarvoor een gewone meerderheid van stemmen vereist is, controleren.
De rechten van de Belgische Staat als aandeelhouder van de onderneming wordt gedefnieerd in de richtlijnen van de Corporate Governance.
De Belgische Staat is samen met de Europese Unie de belangrijkste wetgever in de postsector. Het BIPT, de nationale regelgevende instantie, is de belangrijkste regulator voor de postsector in België.
De Belgische Staat is één van de grootste klanten van de onderneming. Met de DAEB vergoeding inbegrepen, was 17% van de bedrijfsopbrengsten (inkomsten) van 2014 van bpost toe te schrijven aan de Belgische Staat. bpost verzorgt de postbedeling voor een aantal ministeries, volgens de commerciële voorwaarden als overeenkomstig de bepalingen van het 5de Beheerscontract.
bpost is door de Belgische Staat belast met het leveren van universele postdiensten en DAEB. Die omvatten postdiensten en fnanciële en andere openbare diensten. De wet van 21 maart 1991 en het 5de Beheerscontract bepalen de regels en voorwaarden voor het uitvoeren van de verplichtingen van bpost krachtens de universele postdiensten en de diensten van algemeen economisch belang, en, waar van toepassing, voor de fnanciële compensatie door de Belgische Staat.
De DAEB toevertrouwd aan bpost door het 5de Beheerscontract omvatten het in stand houden van het retailnetwerk, de levering van dagelijkse DAEB (d.w.z. vroege levering van kranten, uitreiking van tijdschriften, "cash at counter"-diensten en de levering aan huis van pensioenen en sociale uitkeringen) en het verlenen van bepaalde ad hoc DAEB. In dat geval gaat het om DAEB die door hun aard slechts eenmalig worden verleend. Ad hoc DAEB omvatten de sociale rol van de postbode, vooral met betrekking tot alleenstaanden of minderbedeelden (deze dienst wordt door de postmannen op ronde verleend via draagbare terminals en de elektronische identiteitskaart), de "A.u.b. postbode"-dienst, de verspreiding van informatie aan het publiek, de samenwerking met betrekking tot de uitreiking van de stembrieven, de uitreiking van geadresseerd en ongeadresseerd verkiezingsdrukwerk, de uitreiking van poststukken van verenigingen tegen een speciale prijs, de uitreiking van brievenpost met een antwoordnummer, de betaling van presentiegeld tijdens de verkiezingen, de fnanciële en administratieve verwerking van boetes, het drukken en verkopen van visvergunningen en het verkopen van postzegels.
De DAEB die aan bpost werden toevertrouwd op basis van het 5de Beheerscontract zijn bedoeld om aan bepaalde doelstellingen met betrekking tot het algemeen belang te voldoen. Om de sociale en territoriale cohesie te waarborgen, moet de onderneming een retailnetwerk bestaande uit minstens 1.300 PostPunten en 650 postkantoren behouden.
De tarieven en de andere voorwaarden voor de voorziening van een aantal van die diensten worden bepaald in invoeringsakkoorden tussen bpost, de Belgische Staat en, indien nodig, de andere betrokken partijen of instellingen. Een aantal van die invoeringsakkoorden moeten nog worden afgesloten. De invoeringsakkoorden die werden afgesloten volgens het 4de Beheerscontract blijven echter geldig tot de nieuwe invoeringsakkoorden afgesloten worden.
Sommige beperkte openbare diensten worden door bpost enkel geleverd op grond van de Wet van 21 maart 1991 (bv. de afevering van postzegels door postmannen tijdens hun ronde) en bpost voorziet ook diensten voor het beheer van geldrekeningen voor de Belgische Staat en sommige andere overheidsinstanties op grond van het Koninklijk Besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst zoals geamendeerd door het Koninklijk Besluit van 30 april 2007 houdende reglementering van de fnanciële postdiensten en het Koninklijk Besluit van 14 april 2013 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst.
bpost bank is een associatie van bpost. De andere aandeelhouder van bpost bank is BNP Paribas Fortis. bpost bezit 50% van bpost bank en BNP Paribas Fortis bezit de overige 50%.
Per 31 december 2013 had de Belgische Staat zijn 25% belang (via de FPIM) in BNP Paribas Fortis verkocht aan BNP Paribas. FPIM bezit nog altijd, in naam van de Belgische Staat, 10,29% van het aandelenkapitaal van BNP Paribas, het moederbedrijf van BNP Paribas Fortis.
Als geregistreerde bank- en verzekeringstussenpersoon, verdeelt bpost bank- en verzekeringsproducten namens bpost bank. De onderneming verleent in zijn hoedanigheid van dienstverlener bovendien backofcediensten en andere bijhorende diensten aan bpost bank. Er bestaan tussen de drie bedrijven verschillende overeenkomsten en akkoorden hieromtrent (zie volgende paragrafen).
De voornaamste bank- en verzekeringsproducten van bpost bank die via bpost verdeeld worden zijn zichtrekeningen, spaarrekeningen, efectenrekeningen, depositocertifcaten en fondsen of gestructureerde producten voorzien door BNP Paribas Fortis, ongevallen- en/of ziektekostenverzekeringen, Tak 21- en 23 levensverzekeringen voorzien door AG Insurance.
bpost bank had op 31 december 2014 bij benadering 755.000 zichtrekeningen en 909.000 spaarrekeningen. Alle rekeningen omvatten de basisdiensten zoals debetkaarten, toegang tot betalingssystemen en diensten voor geldoverdracht, en geldopnames aan het loket van een postkantoor of aan een geldautomaat. bpost biedt ook de MasterCard-creditcard van bpost bank aan.
De kredietverlening aan klanten door bpost bank bestaat uit kasfaciliteiten, consumentenkredieten en hypothecaire leningen. Op 31 december 2014 had bpost bank ongeveer 197,7 miljoen EUR aan leningen op zijn balans.
Als verzekeringstussenpersoon biedt bpost bank ook lijfrente- en pensioenproducten aan, zoals Tak 21- en Tak 23-levensverzekeringen, die voorzien in een zekere mate bescherming van de activa van de verzekeringsnemer.
bpost bank houdt zich niet bezig met vermogensbeheeractiviteiten, private banking of commerciële kredietverstrekking.
De samenwerking tussen bpost bank en BNP Paribas Fortis op het vlak van bpost bank wordt beschreven in een Samenwerkingsovereenkomst voor bankactiviteiten dewelke onlangs opnieuw onderhandeld en ondertekend geweest is op 13 december 2013.
De nieuwe raamovereenkomst voorziet dat (i) bpost en BNP Paribas Fortis zullen blijven samenwerken via bpost bank, dewelke een associatie van bpost zal blijven; (ii) bpost de exclusieve verdeler, met uitzondering van bepaalde zaken zoals overeengekomen in de samenwerkingsovereenkomst, zal blijven van de producten en diensten van bpost bank via zijn postkantorennetwerk; en (iii) bpost backofce-diensten en andere bijbehorende diensten zal blijven verlenen aan bpost bank.
bpost bank heeft 9,0 miljoen EUR ter beschikking gesteld van bpost zonder enige garantie of intrestbetaling door bpost. Deze som – waarvan het bedrag zal verhoogd worden van 9,0 miljoen naar 12,0 miljoen EUR in 2015 – zal tijdens de volledige duur van de raamovereenkomst voor bankactiviteiten voor bpost beschikbaar blijven. Ze is bedoeld om het werkkapitaal te vormen dat bpost in staat stelt om zaken te doen in naam van bpost bank.
De verzekeringsproducten van AG Insurance worden aangeboden en verkocht via bpost bank door gebruik te maken van het distributienetwerk van bpost.
De samenwerking tussen AG Insurance, bpost bank en bpost wordt beschreven in een raamovereenkomst voor de distributie van verzekeringen die heronderhandeld en ondertekend werd op 17 december 2014.
De nieuwe raamovereenkomst voorziet in een toelatingsvergoeding, een commissie op alle door bpost verkochte verzekeringsproducten en bijkomende commissies als de vastgelegde verkoopcijfers worden behaald.
Hieronder volgt een beschrijving van de zakelijke activiteiten van de voornaamste dochterbedrijven:
gericht op de verdeling van e-commercepakjes van in de Verenigde Staten gevestigde e-tailers naar Canada, waarbij ze hun e-commerceklanten eveneens verschillende fulfllmentdiensten aanbieden op verschillende locaties in de Verenigde Staten. Landmark Global en Landmark Trade Services Ltd. zijn samengevoegd binnen het operationale segment P&I;
| Aandeel van stemrechten in % |
Land van oprichting |
BTW nr. | ||
|---|---|---|---|---|
| NAAM | 2014 | 2013 | ||
| bpost bank NV | 50% | 50% | België | BE456.038.471 |
| TrakPak | 50% | - | VK | |
| Alteris NV | 100% | 100% | België | BE474.218.449 |
| BPI NV | 100% | 100% | België | BE889.142.877 |
| Certipost NV | 100% | 100% | België | BE475.396.406 |
| Deltamedia NV | 100% | 100% | België | BE424.368.565 |
| Euro-Sprinters NV | 100% | 100% | België | BE447.703.597 |
| eXbo Services International NV | 100% | 100% | België | BE472.598.153 |
| Mail Services Inc. | 100% | 100% | VS | |
| 2198230 Ontario Inc. | 100% | 100% | Canada | |
| Speos Belgium NV | 100% | 100% | België | BE427.627.864 |
| bpost International (UK) Ltd. | 100% | 100% | VK | |
| bpost Hong Kong Ltd. | 100% | 100% | Hong Kong | |
| bpost Singapore Pte. Ltd. | 100% | 100% | Singapore | |
| bpost International Logistics (Beijing) Co., Ltd. | 100% | 100% | China | |
| Landmark Global, Inc.(1) | 51% | 51% | VS | |
| Landmark Trade Services, Ltd.(1) | 51% | 51% | Canada | |
| bpost U.S. Holdings Inc. | 100% | 100% | VS | |
| bpost International U.S. Inc. | 100% | 100% | VS | |
| Landmark Global (Australia) Distribution PTY Ltd.(1) | 51% | 51% | Australië | |
| Landmark Global (Australia) PTY(2) | - | 51% | Australië | |
| Landmark Global (Netherlands) BV(1) | 51% | - | Nederland | |
| Landmark Trade Services (Netherlands) BV(1) | 51% | - | Nederland | |
| Landmark Global (UK) Limited(1) | 51% | - | VK | |
| Landmark Trade Services USA, Inc.(1) | 51% | - | VS |
→ Eind 2014 is men bezig de joint venture tussen bpost en P2P E Solutions Limited, TrakPak te ontbinden.
(1) Volledig geconsolideerd. (2) In 2014 fusioneerden Landmark Global (Australia) Distribution PTY Ltd. en Landmark Global (Australia) PTY.
(1) Equity method.
Na balansdatum zijn er geen belangrijke gebeurtenissen waargenomen die de fnanciële positie van bpost beïnvloeden.
De statutaire (niet-geconsolideerde) jaarrekening van bpost NV wordt hier voorgesteld in een verkorte vorm. De commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd over de statutaire enkelvoudige jaarrekening van bpost NV voor het jaar eindigend december 2014.
De integrale versie van de jaarrekening zal neergelegd worden bij de Nationale Bank van België en zal verder gratis te raadplegen zijn op de website van bpost.
| Op 31 december | ||
|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 |
| Activa | ||
| Vaste Activa | ||
| Immateriële vaste activa | 16,2 | 24,3 |
| Materiële vaste activa | 364,4 | 393,7 |
| Financiële vaste activa | 399,4 | 374,4 |
| 779,9 | 792,4 | |
| Vlottende activa | ||
| Voorraden | 10,1 | 7,0 |
| Handels-en overige vorderingen | 345,9 | 347,0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 564,6 | 438,2 |
| Overlopende rekeningen | 19,7 | 30,1 |
| 940,4 | 822,3 | |
| TOTAAL ACTIVA | 1.720,3 | 1.614,7 |
| Eigen vermogen en schulden | ||
| Eigen vermogen | ||
| Geplaatst kapitaal | 364,0 | 364,0 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 0,1 | 0,1 |
| Reserves | 50,8 | 50,8 |
| Overgedragen resultaat | 67,1 | 22,2 |
| 482,0 | 437,1 | |
| Voorzieningen | ||
| Voorzieningen m.b.t.pensioenen | 26,5 | 29,8 |
| Voorzieningen voor herstellingen en onderhoud | 1,5 | 1,8 |
| Overige voorzieningen | 168,7 | 160,6 |
| 196,7 | 192,2 | |
| Vreemd vermogen op lange termijn | ||
| Schulden op lange termijn | 72,6 | 81,7 |
| 72,6 | 81,7 | |
| Vreemd vermogen op korte termijn | ||
| Handels-en overige schulden | 215,1 | 205,7 |
| Sociale schulden | 361,7 | 367,2 |
| Verschuldigde belasting | 78,1 | 52,2 |
| Overige schulden | 173,4 | 151,3 |
| Overlopende rekeningen | 140,7 | 127,3 |
| 969,0 | 903,7 | |
| TOTAAL PASSIVA | 1.720,3 | 1.614,7 |
| Op 31 december | ||
|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2014 | 2013 |
| Omzet | 2.236,2 | 2.239,5 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 32,7 | 35,5 |
| TOTAAL BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 2.268,9 | 2.275,0 |
| Materiaalkosten | 11,3 | 11,8 |
| Personeelskosten | 1.185,7 | 1.233,4 |
| Diensten en diverse goederen | 561,7 | 556,8 |
| Overige bedrijfskosten | 15,7 | 11,6 |
| Voorzieningen | 4,4 | (13,6) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 62,1 | 66,8 |
| TOTAAL BEDRIJFSKOSTEN | 1.840,9 | 1.866,8 |
| BEDRIJFSRESULTAAT | 428,0 | 408,1 |
| Financiële opbrengsten/kosten | 17,1 | 7,7 |
| RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING | 445,1 | 415,8 |
| Uitzonderlijke opbrengsten/kosten | 1,9 | (9,5) |
| WINST VOOR BELASTING | 447,0 | 406,3 |
| Vennootschapsbelasting | 150,2 | 158,1 |
| WINST NA BELASTINGEN | 296,9 | 248,2 |
Deze Verklaring inzake Corporate Governance bevat de regels en principes volgens dewelke het deugdelik bestuur ("corporate governance") van bpost is georganiseerd, zoals vervat in de relevante wetgeving (waaronder de Wet van 21 maart 1991 betrefende de hervorming van sommige economische overheidsbedriven (de "Wet van 1991"), de Statuten en het Corporate Governance Charter). Als een naamloze vennootschap van publiek recht krachtens de Wet van 1991 is op de Vennootschap het algemeen Belgisch vennootschapsrecht van toepassing, voor zover er niet van wordt afgeweken door de Wet van 1991 of enige andere Belgische wet of reglementering.
De laatste versie van de Statuten van de Vennootschap werd aangenomen op de Vergadering van Aandeelhouders van 27 mei 2013 en werd goedgekeurd bi Koninklik Besluit van 7 juni 2013. Ze zin van toepassing sinds 25 juni 2013. Eventuele wizigingen aan de Statuten die door de Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap werden goedgekeurd overeenkomstig artikel 558 van het Wetboek van Vennootschappen, dienen eveneens te worden goedgekeurd via een in de Ministerraad besproken Koninklik Besluit.
Het bestuursmodel van bpost wordt voornamelik gekenmerkt door:
bpost verbindt zich ertoe de hoge standaarden inzake corporate governance na te leven en heeft de Belgische Corporate Governance Code van 12 maart 2009 (de "Corporate Governance Code") aangenomen als referentiecode. De "Corporate Governance Code" kan worden geraadpleegd op de website van de Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be). De "Corporate Governance Code" is gebaseerd op een "pas toe of leg uit"-benadering. Belgische beursgenoteerde vennootschappen dienen de Corporate Governance Code na te leven, maar mogen
afwiken van de bepalingen ervan op voorwaarde dat zi de rechtvaardiging voor een dergelike afwiking bekendmaken. De Raad van Bestuur heeft het Corporate Governance Charter goedgekeurd. Het is van kracht sedert 25 juni 2013. Het werd voor het laatst geamendeerd ingevolge een beslissing van de Raad van Bestuur van 4-5 september 2014.
Als overheidsbedrif streeft de Vennootschap er ook naar de meeste OESO-richtlinen voor Corporate Governance voor Overheidsbedriven die zin opgenomen in de OESO-code na te leven, voor zover dat is toegestaan door het wettelik kader dat van toepassing is op bpost, in het bizonder de Wet van 1991.
De Raad van Bestuur is voornemens om de Corporate Governance Code na te leven, behalve bepalingen 4.2, 4.6 en 4.7, die niet kunnen worden gevolgd wegens afwikingen die aan de Vennootschap worden opgelegd door de Wet van 1991.
Krachtens artikel 18, §2 juncto artikel 148bis/3 van de Wet van 1991, benoemt de Belgische Staat rechtstreeks een bepaald aantal bestuurders, terwil bepaling 4.2 vereist dat de Raad van Bestuur van een vennootschap voorstellen doet voor de benoeming van bestuurders via de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Tot 15 mei 2014 werden de bestuurders van de Vennootschap benoemd voor zes jaar overeenkomstig artikel 18, §3 en artikel 20, §2 van de Wet van 1991, terwil bepaling 4.6 vermeldt dat de mandaten van de bestuurder niet meer dan vier jaar mogen bedragen. Sinds de inwerkingtreding, op 15 mei 2014, van de Wet van 19 april 2014 tot wiziging van de Wet van 1991, worden de bestuurders van de Vennootschap benoemd voor vier jaar (artikel 148bis/1, §5 van de Wet van 1991). Dientengevolge werden de bestuurders die werden benoemd vóór 15 mei 2014, voor zes jaar benoemd, terwil de bestuurders die werden benoemd na 15 mei 2014, voor vier jaar werden benoemd. Artikel 18, §5 van de Wet van 1991 bepaalt dat de Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt benoemd door de Belgische Staat, terwil bepaling 4.7 stelt dat de Voorzitter van de Raad van Bestuur moet worden benoemd door de Raad van Bestuur.
De Statuten van de Vennootschap bepalen dat de Raad van Bestuur bestaat uit maximaal 12 leden, die als volgt worden benoemd:
overheden of instellingen in de zin van artikel 42 van de Wet van 21 maart 1991 ("Overheden"), die de Belgische Staat en zin verbonden instellingen omvat, inclusief de FPIM) op voordracht van de Raad van Bestuur en na het advies van het Bezoldigingsen Benoemingscomité te hebben ingewonnen, met dien verstande dat voor de verkiezing van deze bestuurders, geen aandeelhouder meer stemmen mag uitbrengen dan 5% van de door de Vennootschap uitgegeven stemgerechtigde aandelen;
van de Vennootschap andere dan de Overheden, op voordracht van de Raad van Bestuur en na het advies van het Bezoldigingsen Benoemingscomité te hebben ingewonnen; en
→ de CEO wordt benoemd door de Belgische Staat, na beraadslaging in de Ministerraad en bekrachtigd via Koninklik Besluit, op voordracht van de Raad van Bestuur en na het advies van het Bezoldigings- en Benoemingscomité te hebben ingewonnen.
De door de Belgische overheid benoemde bestuurders mogen enkel worden ontslagen bi een in de Ministerraad overlegd Koninklik Besluit. De andere bestuurders kunnen te allen tide worden ontslagen bi meerderheid van stemmen uitgebracht door een kiescollege bestaande uit alle aandeelhouders van de Vennootschap andere dan Overheden. Als de CEO van zin taken wordt ontheven via een in de Ministerraad overlegd Koninklik Besluit, dan is hi automatisch ook geen lid meer van de Raad van Bestuur.
(1) Ingevolge de verkoop op 16 december 2013 door Post Invest Europe Sàrl van bijna al zijn aandelen in de Vennootschap, verloor het zijn recht om bestuurders voor te dragen.
| NAAM | Functie | Bestuurder sinds | Mandaat verstrijkt | Aanwezigheid op vergaderingen in 2014(6) |
|---|---|---|---|---|
| Françoise Masai(1)(2) | Niet-uitvoerend Voorzitter van de Raad van Bestuur |
2014 | 2018 | 10/10 |
| Koen Van Gerven(1)(3) | CEO en Bestuurder | 2014 | 2020 | 15/15 |
| Arthur Goethals(1) | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2006 | 2018 | 15/17 |
| Luc Lallemand(1) | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2002 | 2018 | 12/17 |
| Laurent Levaux(1) | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2012 | 2018 | 5/17 |
| Caroline Ven(1) | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2012 | 2018 | 19/20 |
| Bernadette Lambrechts(1) | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2014 | 2020 | 11/13 |
| Michael Stone(4)(5) | Onafhankelijk Bestuurder | 2014 | 2018 | 6/6 |
| Ray Stewart(4)(5) | Onafhankelijk Bestuurder | 2014 | 2018 | 6/6 |
| François Cornelis(5) | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 | 24/30 |
| Sophie Dutordoir(5) | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 | 27/30 |
| Bruno Holthof(5) | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 | 29/29 |
Op 31 december 2013 was de Raad van Bestuur samengesteld uit de volgende 12 leden:
(1) Benoemd door de Belgische Staat.
(2) Françoise Masai werd, bi Koninklik Besluit van 25 april 2014, benoemd vanaf 23 juni 2014.
(3) Benoemd als CEO bi Koninklik Besluit van 26 februari 2014.
(4) Benoemd door de algemene vergadering van alle aandeelhouders van de Vennootschap, andere dan Overheden, op 22 september 2014.
(5) Onafhankelik bestuurder.
(6) Met inbegrip van de aanwezigheden op de vergaderingen van de Raad van Bestuur en van de Comités van de Raad van Bestuur die in 2014 werden gehouden. Tot het einde van hun respectieve mandaten woonde Martine Durez 13 van 13, Johnny This 2 van 2, K.B. Pedersen 10 van 11, en Bjarne Wind 22 van 22 vergaderingen van de Raad van Bestuur en van de Comités van de Raad van Bestuur bi. De aanwezigheid van de leden van de Raad van Bestuur die in 2014 werden benoemd, werd berekend aan de hand van het aantal vergaderingen van de Raad van Bestuur en van de Comités van de Raad van Bestuur die vanaf de datum van hun benoeming werden gehouden.
Indien één van de mandaten van bestuurder vacant zou worden, dan hebben de overblivende bestuurders het recht om, in overeenstemming met artikel 519 van het Wetboek van Vennootschappen en artikel 18, §4 van de Wet van 1991, en op voorwaarde dat de vertegenwoordiging zoals hierboven uiteengezet behouden blift, die vacante betrekking tidelik in te vullen tot er een defnitieve benoeming plaatsvindt in overeenstemming met de hierboven vermelde regels.
De samenstelling van de Raad van Bestuur voldoet aan de vereisten inzake de vertegenwoordiging van de geslachten zoals bepaald in artikel 18, §2bis van de Wet van 1991. De Vennootschap is voornemens om ook in 2015 te voldoen aan de vereisten inzake de vertegenwoordiging van de geslachten. Ze houdt verder ook rekening met de vereisten die zin bepaald in artikel 518bis van het Wetboek van Vennootschappen. De samenstelling van de Raad van Bestuur voldoet aan de taalvereisten zoals bepaald in artikel 16 and 148bis/1 van de Wet van 1991.
De Raad van Bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zin tot verwezenliking van het doel van de Vennootschap, behoudens die waarvoor krachtens de wet of de Statuten de Algemene Vergadering van Aandeelhouders of andere bestuursorganen van de Vennootschap bevoegd zin.
In het bizonder is de Raad van Bestuur verantwoordelik voor:
Bepaalde beslissingen van de Raad van Bestuur moeten worden goedgekeurd door een bizondere meerderheid (zie verder).
Binnen bepaalde grenzen heeft de Raad van Bestuur het recht om een deel van zin bevoegdheden te delegeren aan het Directiecomité en om bizondere en beperkte bevoegdheden te delegeren aan de CEO en andere leden van het Group Executive Management.
De Raad van Bestuur mag, zonder enige voorafgaande machtiging van de vergadering van aandeelhouders, in overeenstemming met de artikelen 620 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen en binnen de grenzen die deze artikelen voorzien, haar eigen aandelen, winstbewizen of certifcaten die daarop betrekking hebben, ter beurze of buiten de beurs verkrigen, tegen een pris die de wettelike vereisten zal naleven, maar die in elk geval niet meer dan 10% onder de laagste slotkoers van de laatste dertig beursdagen voorafgaand aan de verrichting zal zin en niet meer dan 5% boven de hoogste slotkoers van de laatste dertig beursdagen voorafgaand aan de verrichting zal zin. Deze machtiging geldt voor een periode van vif jaar vanaf 27 mei 2013. Deze machtiging geldt tevens voor de verwerving ter beurze of buiten de beurs door een rechtstreekse dochtervennootschap, zoals bedoeld in en binnen de grenzen van artikel 627, eerste lid van het Wetboek van Vennootschappen. Indien de verwerving gebeurt door de Vennootschap buiten de beurs, zelfs van een dochtervennootschap, dan zal de Vennootschap artikel 620, §1, 5° van het Wetboek van Vennootschappen naleven.
Bi besluit van de vergadering van aandeelhouders van 27 mei 2013, werd de Raad van Bestuur gemachtigd om, mits naleving van de bepalingen van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen, voor rekening van de Vennootschap haar eigen aandelen, winstbewizen of certifcaten die daarop betrekking
hebben, te verkrigen, indien die verkriging noodzakelik is ter voorkoming van een ernstig en dreigend nadeel voor de Vennootschap. Deze machtiging blift drie jaar geldig vanaf de datum van de publicatie ervan in de Bilagen bi het Belgisch Staatsblad.
De Raad van Bestuur is gemachtigd om, ter beurze of buiten de beurs, of in het kader van haar bezoldigingsbeleid voor personeelsleden, bestuurders of consultants van de Vennootschap of om enig ernstig en dreigend nadeel voor de Vennootschap te voorkomen, een deel van of alle aandelen, winstbewizen of certifcaten die daarop betrekking hebben van de Vennootschap, te vervreemden, tegen een pris die de Raad van Bestuur bepaalt. Deze machtiging is geldig voor onbepaalde tid. De machtiging geldt tevens voor de vervreemding van de aandelen, de winstbewizen of de certifcaten die daarop betrekking hebben van de Vennootschap door een rechtstreekse dochtervennootschap zoals bedoeld in artikel 627, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen.
In principe vergadert de Raad van Bestuur zeven keer per jaar, en in geen geval minder dan vif keer per jaar. Bikomende vergaderingen kunnen te allen tide, mits er een gepaste kennisgeving gebeurt, worden samengeroepen om specifeke noden van de onderneming te behandelen. Een vergadering van de Raad van Bestuur moet in ieder geval worden bieengeroepen wanneer ten minste twee bestuurders daarom verzoeken. In 2014 kwam de Raad van Bestuur 14 keer bieen.
De Raad van Bestuur kan slechts beraadslagen en geldig beslissen indien meer dan de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De quorumvereiste geldt niet voor (i) de stemming over een aangelegenheid op een volgende vergadering van de Raad van Bestuur waarnaar die aangelegenheid werd uitgesteld wegens ontoereikend quorum op een eerdere vergadering, indien deze volgende vergadering wordt gehouden binnen een termin van 30 dagen na de vorige vergadering en de oproeping voor deze volgende vergadering de voorgestelde beslissing bevat over deze aangelegenheid met verwizing naar deze bepaling of (ii) wanneer er zich een onvoorzien noodgeval voordoet die het voor de Raad van Bestuur noodzakelik maakt om een handeling te stellen die anders wegens een wettelike verjaringstermin niet meer zou kunnen worden gesteld of om dreigende schade voor de Vennootschap te voorkomen.
Krachtens de Wet van 1991 vereisen de volgende beslissingen een tweederdemeerderheid:
Bovendien vereisen bepaalde beslissingen binnen de bevoegdheid van de Raad van Bestuur, zoals voorzien in artikel 29, §2 van de Statuten, eveneens een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Onverminderd deze hierboven uiteengezette bizondere meerderheidsvereisten, worden alle beslissingen van de Raad van Bestuur genomen bi gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bi staking van stemmen is de stem van de Voorzitter van de Raad van Bestuur doorslaggevend.
Het Corporate Governance Charter bepaalt bovendien dat beslissingen van de Raad van Bestuur van strategisch belang, met inbegrip van de goedkeuring van het ondernemingsplan en het jaarlikse budget en beslissingen betrefende strategische overnames, allianties en overdrachten, moeten worden voorbereid door een vast of een ad hoc-comité van de Raad van Bestuur. Voor al deze beslissingen zal de Raad van Bestuur ernaar streven om een breed draagvlak te vinden onder de verschillende belanghebbende partien, met dien verstande dat, na passende dialoog en overleg, de Voorzitter van de Raad van Bestuur het betrokken voorstel ter stemming kan voorleggen en het voorstel aangenomen zal zin indien het wordt goedgekeurd door een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Onder leiding van de Voorzitter evalueert de Raad van Bestuur regelmatig (op jaarbasis) zin eigen omvang, samenstelling en zin prestaties en die van zin comités, alsook de interactie met het uitvoerend management.
Afhankelik van de situatie stelt de Voorzitter de nodige maatregelen voor om bepaalde zwakheden van de Raad van Bestuur of van zin comités te verhelpen.
De Raad van Bestuur heeft het Corporate Governance Charter goedgekeurd. Het is van kracht sedert 25 juni 2013. Het Corporate Governance Charter werd voor het laatst gewizigd ingevolge een beslissing van de Raad van Bestuur van 4-5 september 2014 (zie volgende afdeling). De Raad van Bestuur zal de corporate governance van de Vennootschap op regelmatige tidstippen nakiken en alle veranderingen goedkeuren die noodzakelik en gepast worden geacht.
Het Corporate Governance Charter bevat regels met betrekking tot:
→ een systeem van openbaarmaking met betrekking tot de uitgeoefende mandaten en de regels die erop gericht zin om belangenconficten te vermiden en richtlinen te verstrekken over de manier waarop de Raad van Bestuur op een transparante wize te informeren indien dergelike belangenconficten zich zouden voordoen. De Raad van Bestuur kan beslissen dat de bestuurder die een belangenconfict heeft, niet deelneemt aan de beraadslagingen en de stemming over dat onderwerp.
De Raad van Bestuur evalueert en verbetert zin werking continu met het oog op een steeds beter en efciënter bestuur van de Vennootschap.
Aan pas benoemde bestuurders wordt een introductieprogramma aangeboden dat erop gericht is hen vertrouwd te maken met de activiteiten en de organisatie van de Vennootschap en met de regels van het Corporate Governance Charter. Dit programma staat open voor elke bestuurder die eraan wil deelnemen. Het houdt ook bezoeken aan operationele centra en sorteercentra in.
Een algemeen beleid inzake belangenconficten is toepassing binnen de Vennootschap, en verbiedt elke situatie waarin een belangenconfict van vermogensrechtelike aard het persoonlike oordeel of de beroepstaken van een bestuurder zou kunnen beïnvloeden ten nadele van bpost groep.
Overeenkomstig Artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen, verklaarde de heer Johnny This dat hi een persoonlik belangenconfict van vermogensrechtelike aard had in verband met zin jaarlikse evaluatie als CEO, een punt dat op de agenda stond van de vergadering van de Raad van Bestuur van 24 februari 2014. Hi bracht de commissarissen van de Vennootschap op de hoogte van dit belangenconfict en besloot om niet deel te nemen aan de beraadslaging of de stemming over dit punt. Hieronder volgt het uittreksel uit het verslag van de Raad van Bestuur met betrekking tot dit belangenconfict:
Voordat het desbetrefende agendapunt werd besproken, verklaarde de heer Johnny This dat hi een persoonlik belangenconfict van patrimoniale aard had zoals bedoeld in artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen in verband met dat agendapunt dat betrekking heeft op zin jaarlikse evaluatie als CEO.
Dhr. This verliet de vergaderzaal en nam niet deel aan de beraadslaging noch de beslissing met betrekking tot de jaarlikse evaluatie van de CEO. Dhr. This zal het College van Commissarissen informeren over dit belangenconfict, in overeenstemming met artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen.
Op aanbeveling van het Bezoldigings- en benoemingscomité keurde de Raad van Bestuur de evaluatie van de prestaties van de CEO en de voorgestelde score goed."
Het Corporate Governance Charter van de Vennootschap voorziet dat de procedure zoals uiteengezet in artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen moet worden nageleefd voor alle beslissingen m.b.t. het Beheerscontract of andere overeenkomsten met de Belgische staat of andere overheden (andere dan die binnen het toepassingsgebied van artikel 524, § 1, laatste subparagraaf, vallen). Kort samengevat, de hierboven vermelde beslissingen van de Raad van Bestuur zin onderworpen aan een voorafgaand niet-bindend gemotiveerd advies van een ad hoc comité van de Raad van Bestuur dat uit minstens drie onafhankelike bestuurders bestaat. Het comité mag worden bigestaan door een door het comité gekozen onafhankelike fnanciële en/of wettelike expert, en de commissaris van de Vennootschap valideert de gebruikte fnanciële gegevens. Volgens de procedure moet de Raad van Bestuur dan zin beslissing staven en moet de commissaris de door de Raad van Bestuur gebruikte fnanciële gegevens valideren.
Hoewel de Raad van Bestuur deze procedure nog niet heeft dienen toe te passen, werd er beslist om een ad hoc comité op te richten dat bestaat uit alle onafhankelike bestuurders, aangezien het in de toekomst misschien beslissingen zal moeten nemen m.b.t. overeenkomsten met de Belgische Staat of andere Overheden.
Dit ad hoc comité kwam in 2014 slechts eenmaal samen.
Naast het hiervoor vermelde ad hoc Comité dat werd opgericht overeenkomstig artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen heeft de Raad van Bestuur drie comités van de Raad van Bestuur opgericht, die de Raad van Bestuur moeten bistaan en op specifeke vlakken aanbevelingen moeten doen: het Strategisch Comité, het Auditcomité (in overeenstemming met artikel 526bis van het Wetboek van Vennootschappen) en het Bezoldigings- en Benoemingscomité (in overeenstemming met artikel 17, §4 van de Wet van 1991 en artikel 526quater van het Wetboek van Vennootschappen). Het intern reglement van deze comités van de Raad van Bestuur is hoofdzakelik beschreven in het Corporate Governance Charter.
Het Strategisch Comité adviseert de Raad van Bestuur over strategische aangelegenheden, en zal in het bizonder:
van nieuwe productsegmenten en het betreden van nieuwe productmarkten of geografsche markten of het verlaten van dergelik productsegmenten of geografsche markten;
→ de uitvoering van dergelike strategische projecten en van het ondernemingsplan monitoren.
Het Strategisch Comité is als volgt samengesteld: (i) de CEO, die het comité voorzit, (ii) drie bestuurders benoemd door de Belgische Staat (met dien verstande dat, bi de beëindiging van het mandaat van de eerste van deze drie bestuurders die benoemd werden als lid van dit Comité, wegens het verstriken van de termin of om een andere reden, dergelike bestuurder zal worden vervangen in dit Comité door een andere bestuurder voorgedragen door het kiescollege dat bestaat uit alle aandeelhouders andere dan Overheden, en (iii) één bestuurder benoemd op voordracht van Post Invest Europe Sàrl (in voorkomend geval) en, anders, een bestuurder benoemd door het kiescollege dat bestaat uit alle aandeelhouders andere dan Overheden.
Op 31 december 2014 bestond het Strategisch Comité uit Koen Van Gerven (Voorzitter van het Strategisch Comité), Arthur Goethals, Luc Lallemand, Laurent Levaux en Michael Stone.
Het Strategisch Comité kwam in 2014 driemaal samen.
Het Auditcomité adviseert de Raad van Bestuur over aangelegenheden inzake boekhouding, audit en interne controle, en zal in het bizonder:
Het Auditcomité is als volgt samengesteld: (i) drie onafhankelike bestuurders; (ii) één bestuurder benoemd door de Belgische Staat; en (iii) ofwel (a) nog een bestuurder benoemd door de Belgische Staat of (b) zolang Post Invest Europe Sàrl (alleen of
samen met zin verbonden vennootschappen) 15% of meer van de stemgerechtigde aandelen houdt, één bestuurder benoemd op voordracht van Post Invest Europe Sàrl. De Voorzitter van het Auditcomité wordt aangeduid door de Raad van Bestuur, maar zal niet de Voorzitter van de Raad van Bestuur zin. Uitvoerende bestuurders (met inbegrip van de CEO) mogen geen lid zin van het Auditcomité.
Op 31 december 2014 bestond het Auditcomité uit François Cornelis (Voorzitter van het Auditcomité), Sophie Dutordoir, Bernadette Lambrechts, Ray Stewart en Caroline Ven.
Alle leden van het Auditcomité hebben voldoende deskundigheid op het vlak van boekhouding en audit. De Voorzitter van het Auditcomité is deskundig op het vlak van boekhouding en audits, zoals blikt uit zin vroegere uitvoerende functies bi o.a. de groep Total. De andere leden van het Auditcomité hebben of hadden eveneens mandaten in de Raad van Bestuur of uitvoerende mandaten in topbedriven of -organisaties.
Het Auditcomité kwam in 2014 zesmaal samen.
Het Bezoldigings- en Benoemingscomité adviseert de Raad van Bestuur voornamelik over aangelegenheden inzake de benoeming en bezoldiging van bestuurders en het leidinggevend personeel, en zal in het bizonder:
Het Bezoldigings- en Benoemingscomité is als volgt samengesteld: (i) drie onafhankelike bestuurders; (ii) één niet-uitvoerende bestuurder benoemd door de Belgische Staat, die het Bezoldigingsen Benoemingscomité voorzit; en (iii) ofwel (a) nog een nietuitvoerende bestuurder benoemd door de Belgische Staat of (b) zolang Post Invest Europe Sàrl (alleen of samen met zin verbonden vennootschappen) 15% of meer van de stemgerechtigde aandelen houdt, één bestuurder benoemd op voordracht van Post Invest Europe Sàrl. Wanneer de bezoldiging van de andere leden van het Directiecomité wordt besproken, neemt de CEO deel aan de vergaderingen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité met raadgevende stem.
Op 31 december 2014 bestond het Bezoldigings- en Benoemingscomité uit Françoise Masai (Voorzitter van het Bezoldigings- en Benoemingscomité), Sophie Dutordoir, François Cornelis, Bruno Holthof en Laurent Levaux.
In 2014 kwam het Bezoldigings- en Benoemingscomité negenmaal samen.
De CEO wordt benoemd voor een hernieuwbare termin van zes jaar, bi een in de Ministerraad overlegd Koninklik Besluit. Op 23 december 2013 deelde de heer This aan de Raad van Bestuur mee dat hi zin mandaat, dat begin januari 2014 zou eindigen, niet wenste te vernieuwen. Op verzoek van de Raad van Bestuur, en zoals goedgekeurd door de Belgische Staat, bleef de heer This in functie totdat zin opvolger werd aangesteld. Dhr. Koen van Gerven werd benoemd als CEO bi Koninklik Besluit van 26 februari 2014.
De CEO is belast met het dagelikse bestuur van de Vennootschap. Hi is ook belast met de uitvoering van de besluiten van de Raad van Bestuur en hi vertegenwoordigt de Vennootschap in het kader van haar dagelikse bestuur. Deze vertegenwoordiging omvat de uitoefening van de stemrechten verbonden aan de aandelen en de deelnemingen die door de Vennootschap worden aangehouden. De CEO kan alleen worden ontslagen bi een in de Ministerraad overlegd Koninklik Besluit.
In overeenstemming met de Wet van 1991 heeft de Raad van Bestuur een Directiecomité opgericht. Dit Directiecomité is samengesteld uit de CEO, die het Directiecomité voorzit, en maximaal zes andere leden. Op voordracht van de CEO en na het advies van het Bezoldigings- en Benoemingscomité te hebben ingewonnen, benoemt en herroept de Raad van Bestuur de leden van het Directiecomité, behalve de CEO. De Raad van Bestuur bepaalt de duur en de specifeke voorwaarden van het mandaat van deze leden, na het advies te hebben ingewonnen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité. Wat de Belgische leden betreft, dient het Directiecomité evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden te tellen, waarbi de CEO, in voorkomend geval, niet wordt meegerekend.
Het Directiecomité treedt op als collegiaal orgaan en vergadert op uitnodiging van de CEO. Het Directiecomité beslist met een eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bi staking van stemmen binnen het Directiecomité beschikt de CEO over de beslissende stem.
Het Directiecomité oefent de bevoegdheden uit die eraan zin toegewezen door de Statuten of de Raad van Bestuur. Elk jaar bereidt het Directiecomité, onder leiding van de CEO, een ondernemingsplan voor met vaststelling van de doeleinden en de strategie van de Vennootschap op middellange termin, dat ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur wordt voorgelegd. Het Directiecomité is ook bevoegd om te onderhandelen over elke vernieuwing of wiziging van het Beheerscontract dat is afgesloten tussen de Belgische Staat en de Vennootschap (met dien verstande dat alle dergelike vernieuwingen en wizigingen de latere goedkeuring van de Raad van Bestuur vereisen).
Het operationele bestuur van de Vennootschap wordt waargenomen door het Group Executive Management onder leiding van de CEO. Het Group Executive Management bestaat uit de leden van het Directiecomité en maximaal vier andere leden. Deze laatste worden, op voordracht van de CEO en na het advies van het Bezoldigings- en Benoemingscomité te hebben ingewonnen, benoemd (voor de termin die de Raad van Bestuur bepaalt) en ontslagen door de Raad van Bestuur. Het Group Executive Management vergadert regelmatig op uitnodiging van de CEO. De individuele leden van het Group Executive Management oefenen de bizondere bevoegdheden uit die hen door de Raad van Bestuur of, naargelang het geval, de CEO worden opgedragen.
Ingevolge een beslissing van de Raad van Bestuur van 16 juli 2014 bestonden het Directiecomité en het Group Executive Management op 31 december 2014 elk uit de volgende leden:
| NAAM | Functie |
|---|---|
| Koen Van Gerven | Chief Executive Ofcer and Parcels |
| Mark Michiels | Human Resources and Organisation |
| Pierre Winand | Chief Financial Ofcer, Service Operations, ICT |
| Kurt Pierloot | Mail Service Operations, International |
| Marc Huybrechts | Mail and Retail Solutions |
De Raad van Bestuur, de adviescomités van de Raad van Bestuur, het Directiecomité en het Group Executive Management worden bigestaan door de Secretaris van de Vennootschap, Dirk Tirez, die ook Chief Legal Ofcer is van de Vennootschap. Hi werd benoemd in oktober 2007.
De audit van de fnanciële toestand van de Vennootschap en van de niet-geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap is opgedragen aan een College van Commissarissen dat uit vier leden bestaat, van wie er twee zin benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en de twee andere door het Rekenhof, de Belgische instelling die verantwoordelik is voor de controle van openbare rekeningen. De leden van het College van Commissarissen worden benoemd voor een hernieuwbare periode van drie jaar. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders bepaalt de bezoldiging van de leden van het College van Commissarissen.
Op 31 december 2014 bestond het College van Commissarissen uit:
De mandaten van dhr. Philippe Roland en dhr. Jozef Beckers werden in 2013 verlengd voor een nieuwe termin van drie jaar. De mandaten van Ernst & Young en PVMD verstriken op de jaarlikse Vergadering van Aandeelhouders, die in mei 2015 zal worden gehouden.
Ernst & Young en PVMD zin verantwoordelik voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap. Voor het jaar afgesloten op 31 december 2014 hebben Ernst & Young en PVMD 325.000 EUR ontvangen (exclusief belasting op de toegevoegde waarde), als bezoldiging voor de audit van de jaarrekening van de Vennootschap en haar dochtervennootschappen, en 119.908 EUR (exclusief de belasting op de toegevoegde waarde), als bezoldiging voor niet-auditgerelateerde activiteiten. De andere leden van het College van Commissarissen ontvingen 50.971 EUR als bezoldiging voor hun prestaties in verband met de audit van de nietgeconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het jaar afgesloten op 31 december 2014.
De Vennootschap is onderworpen aan het administratieve toezicht van de Belgische minister die bevoegd is voor overheidsbedriven; deze voert die controle uit via een Regeringscommissaris. Het is de taak van de Regeringscommissaris om toe te zien op de naleving van de Belgische wet, de Statuten en het Beheerscontract.
Daarnaast brengt de Regeringscommissaris verslag uit aan de Minister bevoegd voor de Begroting, over alle beslissingen van de Vennootschap die een invloed hebben op de begroting van de Belgische Staat.
De Regeringscommissaris is de heer Luc Windmolders en zin plaatsvervanger is de heer Marc Boeykens.
De aandelen van de Vennootschap zin op naam of gedematerialiseerd. Op 31 december 2014 werd het aandelenkapitaal van de Vennootschap vertegenwoordigd door 200.000.944 aandelen. De aandelen zin genoteerd op de NYSE Euronext Brussel.
Met respectievelik 48.263.200 en 53.812.449 bpost-aandelen in hun bezit op 31 december 2014, hadden de Belgische Staat en de FPIM samen een participatie van 51,04% (respectievelik 24,13% en 26,91%) van de door bpost uitgegeven stemgerechtigde aandelen.
De resterende aandelen zin in het bezit van:
De aandelen zin vri overdraagbaar, op voorwaarde dat, overeenkomstig artikel 147bis van de Wet van 1991 en artikel 16 van de Statuten, de rechtstreekse deelneming van de Overheden in het maatschappelik kapitaal te allen tide meer dan 50% moet bedragen.
Op 31 december 2014 hield de Vennootschap geen eigen aandelen aan.
Elk aandeel geeft de houder ervan recht op één stem. Behalve zoals vereist door het Wetboek van Vennootschappen en de hierna vermelde specifeke meerderheden, worden alle besluiten van de aandeelhoudersvergadering goedgekeurd bi meerderheid van stemmen. Onverminderd de quorum- en bizondere meerderheidsvereisten opgelegd door het Wetboek van Vennootschappen, vereist de goedkeuring van de volgende besluiten van de aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap een meerderheid van de door de overheden uitgebrachte stemmen en een meerderheid van de door de andere aandeelhouders van de Vennootschap uitgebrachte stemmen:
Afgezien van de beperkingen op stemrechten die worden opgelegd door de wet, bepalen de Statuten dat, indien aandelen aan verscheidene eigenaars toebehoren, in pand zin gegeven of indien de rechten die toebehoren aan de aandelen, het voorwerp uitmaken van onverdeeldheid, vruchtgebruik of een andere vorm van opsplitsing van de eraan verbonden rechten, de Raad van Bestuur de eraan verbonden rechten kan schorsen totdat één persoon is aangewezen als houder van de betrokken aandelen ten aanzien van de Vennootschap.
Als naamloze vennootschap van publiek recht en in overeenstemming met de toepasselike vereisten inzake Corporate Governance heeft bpost een specifek bezoldigingsbeleid ontwikkeld, waartoe werd besloten door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité. Het bezoldigingsbeleid houdt rekening met de verschillende werknemersgroepen van de Vennootschap en wordt geregeld geëvalueerd en geüpdatet wanneer dat aangewezen is. Elke wiziging aan dit beleid wordt goedgekeurd door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Bezoldigingsen Benoemingscomité.
Het bezoldigingsbeleid heeft tot doel om aan alle personeelsleden en managers een billik beloningspakket aan te bieden, dat concurrentieel is met de Belgische referentiemarkt bestaande uit grote Belgische ondernemingen. Het totale beloningspakket wil een evenwichtige mix zin van fnanciële en niet-fnanciële elementen. Daartoe wordt er regelmatig een vergeliking uitgevoerd van de verschillende vergoedingselementen met de mediaan van de Belgische referentiemarkt.
Daarnaast worden, teneinde een duurzame en winstgevende groei te bereiken, de prestaties op zowel collectief als individueel niveau beloond. Een dergelik beloningssysteem streeft ernaar om een economisch verantwoord en makkelik te begripen systeem te zin dat gelinkt is aan bedrifsresultaten zoals EBIT en klantentrouw, en dat het mogelik maakt om te diferentiëren op individueel niveau wat betreft prestaties en talent. Tegelikertid wil dit systeem een duurzame langeterminwaarde creëren.
De Vennootschap is van oordeel dat het van essentieel belang is dat er op een transparante manier wordt gecommuniceerd over de principes en implementatie van het bezoldigingsbeleid.
Over het algemeen onderscheidt bpost verschillende groepen, waarvoor de basisbezoldigingsprincipes worden uitgelegd en toegelicht:
leden van de Raad van Bestuur;
CEO;
andere leden van het Group Executive Management.
Overeenkomstig de toepasselike wettelike bepalingen heeft de inhoud van dit verslag geen betrekking op de Belgische en buitenlandse dochterondernemingen van bpost. Wat de buitenlandse dochterondernemingen betreft werd er een afzonderlik bezoldigingsbeleid opgesteld, dat in lin is met de marktnormen en tot doel heeft gekwalifceerd en ervaren uitvoerend management aan te trekken en in dienst te nemen.
De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur werd vastgelegd door de Vergadering van Aandeelhouders van 25 april 2000.
Krachtens dat besluit hebben de leden van de Raad van Bestuur (met uitzondering van de CEO) recht op de volgende jaarlikse brutobezoldiging:
Deze bedragen worden jaarliks geïndexeerd.
Krachtens bovenvermelde besluit van de Vergadering van Aandeelhouders van 25 april 2000 hebben de leden van de Raad van Bestuur (met uitzondering van de CEO) recht op een zitpenning van 1.637,37 EUR per bigewoonde vergadering van één van de Comités die door de Raad van Bestuur werden opgericht.
De leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen andere uitkeringen voor hun mandaat als bestuurder.
De CEO heeft geen recht op welke bezoldiging dan ook voor het biwonen van vergaderingen van de Raad van Bestuur of van Comités van de Raad van Bestuur.
Tidens het boekjaar ontvingen de leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO, de volgende totale jaarlikse brutovergoeding(1):
| Vergaderingen van de Raad van |
Strategisch | Bezoldigings- en Benoemings |
Ad hoc | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Lid | Bestuur | Auditcomité | Comité | comité | Comité | TOTAAL |
| Martine Durez(2) | 19.572,68 EUR | Geen lid | Geen lid | 11.442,66 EUR | Geen lid | 31.015,34 EUR |
| Arthur Goethals | 19.610,58 EUR | Geen lid | 6.530,55 EUR | Geen lid | Geen lid | 26.141.13 EUR |
| Luc Lallemand | 19.610,58 EUR | Geen lid | 3.255,81 EUR | Geen lid | Geen lid | 22.866,39 EUR |
| Laurent Levaux | 19.610,58 EUR | Geen lid | 3.255,81 EUR | Geen lid | Geen lid | 22.866,39 EUR |
| Caroline Ven | 19.610,58 EUR | 9.805,29 EUR | Geen lid | Geen lid | Geen lid | 29.415,87 EUR |
| Bjarne Wind(3) | 14.698,47 EUR | 8.167,92 EUR | Geen lid | 13.080,03 EUR | Geen lid | 35.946,42 EUR |
| K.B. Pedersen(4) | 14.698,47 EUR | Geen lid | 3.255,81 EUR | Geen lid | Geen lid | 17.954,28 EUR |
| François Cornelis | 19.610,58 EUR | 9.805,29 EUR | Geen lid | 11.442,66 EUR | 1.637,37 EUR | 42.495,90 EUR |
| Sophie Dutordoir | 19.610,58 EUR | 8.167,92 EUR | Geen lid | 14.717,40 EUR | 1.637,37 EUR | 44.133,27 EUR |
| Bruno Holthof | 19.610,58 EUR | 9.805,29 EUR | Geen lid | 14.717,40 EUR | 1.637,37 EUR | 45.770,64 EUR |
| Françoise Masai(2) | 20.584,23 EUR | Geen lid | Geen lid | 3.274,74 EUR | Geen lid | 23.858,97 EUR |
| Ray Stewart(5) | 5.433,09 EUR | 0 EUR | Geen lid | Geen lid | 1.637,37 EUR | 7.707,46 EUR |
| Michael Stone(6) | 5.433,09 EUR | Geen lid | 1.637,37 EUR | Geen lid | 1.637,37 EUR | 8.707,83 EUR |
| Bernadette Lambrechts(7) | 15.126,18 EUR | 0 EUR | Geen lid | Geen lid | Geen lid | 15.126,18 EUR |
(1) De opgegeven bedragen zin de bedragen die werden uitgekeerd in FY 2014. Er dient in aanmerking te worden genomen dat de bedragen die in FY 2014 werden uitgekeerd, betrekking hebben op het biwonen van vergaderingen van de Comités van de Raad van Bestuur die werden gehouden van december 2013 tot november 2014. Zitpenningen worden uitbetaald in de maand na de maand waarin de vergadering van de Comités van de Raad van Bestuur werd bigewoond.
(2) Martine Durez werd op 23 juni 2014 vervangen door Françoise Masai.
(3) Bjarne Wind was lid van het Auditcomité en van het Bezoldigings- en Benoemingscomité tot 22 september 2014.
(4) K.B. Pedersen was lid van het Strategisch Comité tot 22 september 2014.
(5) Ray Stewart is een niet-uitvoerende bestuurder sinds 22 september 2014 en lid van het Auditcomité sinds 3 november 2014.
(6) Michael Stone is een niet-uitvoerende bestuurder sinds 22 september 2014 en lid van het Strategisch Comité sinds 3 november 2014. (7) Bernadette Lambrechts is een niet-uitvoerende bestuurder sinds 25 maart 2014 en lid van het Auditcomité sinds 3 november 2014.
Op 26 februari 2014 werd Koen Van Gerven bi Koninklik Besluit benoemd tot CEO, ter vervanging van Johnny This. Zin bezoldigingspakket werd vastgelegd in overeenstemming met de richtlinen van de Regering met betrekking tot de lonen van CEO's van overheidsbedriven.
Het bezoldigingspakket van de CEO bestaat uit een basissalaris van 467.520 EUR, een on target kortetermin variabele vergoeding van 150.000 EUR, een pensioenbidrage van 32.480 EUR en verschillende andere componenten zoals dekking voor overliden tidens de dienst en invaliditeit, representatievergoedingen en een bedrifswagen.
De variabele vergoeding van de CEO wordt toegekend onder de voorwaarden en modaliteiten die worden vastgesteld op jaarlikse basis en worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur van bpost op aanbeveling van het Bezoldigings-en Benoemingscomité. Wat betreft de prestaties in 2014 - betaling in 2015, besloot de Raad van Bestuur om dezelfde voorwaarden en modaliteiten toe te passen zoals van toepassing op bpost's management: de variabele korteterminvergoeding is gebaseerd op een vermenigvuldigingssysteem waarbi de werkelike variabele uitbetaalde bezoldiging kan variëren in functie van de prestaties op bedrifsniveau en op individueel niveau, en de competenties.
Voor de CEO zin de bedrifsdoelstellingen fnancieel van aard (EBIT – gewicht 70% en Operating Free Cash Flow - gewicht 30%). Het uitbetalingsrooster werd vastgesteld en gevalideerd door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Bezoldigings-en Benoemingscomité. De maximale uitbetaling per criterium is bepaald op 135%.
De individuele doelstellingen werden gezamenlik overeengekomen door de CEO en de Raad van Bestuurder, en duidelike deliverables en KPI's werden vastgesteld die binnen een overeengekomen tidsschema moeten worden bereikt. De uitbetalingen kunnen gaan van 0% in geval van ondermaatse prestaties tot 160% in geval van prestaties boven de verwachtingen.
De proratabezoldiging voor het jaar dat eindigt op 31 december 2014, uitbetaald aan Koen Van Gerven in zin hoedanigheid van CEO vanaf de datum van zin benoeming, bedraagt 474.144 EUR en kan als volgt worden opgesplitst:
Geen aandelen, aandelenopties of andere rechten om aandelen te verwerven, werden toegekend aan of uitgeoefend door de CEO of zin vervallen in 2014, en geen opties die werden toegekend in het kader van vorige aandelenoptieplannen waren nog uitstaand voor uitoefening in 2014.
Hoewel er op dit moment geen toekomstige wizigingen zin in de vergoeding van de CEO, zal het Bezoldigings-en Benoemingscomité regelmatig nadenken over wizigingen in het remuneratiebeleid in het licht van de marktpraktiken.
De totale bezoldiging die werd uitgekeerd aan Johnny This van 1 januari 2014 tot het einde van zin mandaat op 25 februari 2014 werd opgesplitst in de volgende elementen:
Het bezoldigingspakket van de andere leden van het Group Executive Management wordt op regelmatige basis herbekeken en goedgekeurd door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, en is gebaseerd op een benchmarkoefening waarbi bpost wordt vergeleken met grote Belgische bedriven.
Het is de bedoeling van bpost om een totaal bezoldigingspakket aan te bieden dat aansluit bi de mediaan van de "referentiemarkt", met dien verstande dat bezoldigingspakketten eerder worden vastgelegd op functieniveau dan op individueel niveau.
Hoewel er op dit moment geen toekomstige wizigingen zin in de vergoeding van de andere leden van het Group Executive Management, zal het Bezoldigings-en Benoemingscomité regelmatig nadenken over wizigingen in het remuneratiebeleid in het licht van de marktpraktiken.
De verschillende elementen van een bezoldigingspakket zin:
Het basissalaris wordt gebenchmarkt met andere grote Belgische bedriven, in overeenstemming met de hierboven vermelde principes.
Het individuele basissalaris is gebaseerd op:
De prestaties van elk individu worden jaarliks geëvalueerd in een "Performance Management Process" (PMP).
Er kan een variabel loon worden toegekend, dat gebaseerd is op het bereiken van:
Het variabele doelloon wordt vastgesteld als een percentage van het basisjaarloon.
bpost gebruikt een vermenigvuldigingssysteem waarbi het eigenlike betaalde variabele loon kan variëren naargelang van de prestaties op bedrifsniveau en individueel niveau, en de competenties.
De bedrifsdoelstellingen zin zowel fnancieel (EBIT – gewicht 70%) als niet-fnancieel (klantentrouw – gewicht 30%). Per criterium wordt er een uitbetalingsrooster vastgelegd, dat elk jaar door de Raad van Bestuur wordt gevalideerd op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité. De maximale uitbetaling per criterium is vastgelegd op 135%.
De individuele doelstellingen worden bi de start van het Performance Management Process (PMP) wederzids overeengekomen door elk lid van het Directiecomité / Group Executive Management en de CEO, en hiervoor worden duidelike deliverables en KPI's vastgelegd die binnen een overeengekomen termin moeten worden bereikt. De uitbetalingen kunnen gaan van 0% in geval van ondermaatse prestaties tot 160% in geval van prestaties boven de verwachtingen.
bpost biedt andere voordelen zoals pensioen, overlidens- en invaliditeitsverzekering, hospitalisatieverzekering, bedrifswagen enz. Deze voordelen worden regelmatig gebenchmarkt en aangepast volgens de standaardpraktiken.
Voor het jaar dat eindigde op 31 december 2014 werd een globale vergoeding van 2.819.241 EUR betaald aan de leden van het Group Executive Management behalve de CEO (t.o.v. 3.356.613 EUR voor het jaar dat eindigde op 31 december 2013); deze vergoeding kan als volgt worden opgesplitst:
Geen aandelen, aandelenopties of andere rechten om aandelen te verwerven, werden toegekend aan of uitgeoefend door het Group Executive Management of zin vervallen in 2014 en geen opties die werden toegekend in het kader van vorige aandelenoptieplannen waren nog uitstaand voor uitoefening in 2014.
Er dient te worden opgemerkt dat de globale bezoldiging werd beïnvloed door de volgende wizigingen in de samenstelling van het Group Executive Management:
Het huidige bezoldigingsbeleid voorziet niet in een specifeke contractuele terugvorderingsbepaling ten gunste van de Vennootschap voor de variabele vergoeding die werd toegestaan op basis van onjuiste fnanciële informatie.
In geval van ontslag door bpost of als gevolg van een afzetting bi Koninklik Besluit vóór het einde van het huidige mandaat of na het verstriken van deze termin en niet omwille van een grove tekortkoming, heeft de CEO recht op een ontslagvergoeding van 500.000 EUR. Daarnaast mag de CEO gedurende een periode van 6 maanden na het ontslag gebruikmaken van een voertuig, met inbegrip van alle kosten die aan het gebruik van dat voertuig zin verbonden, behalve wat betreft de tankkaart. Geen enkel ander lid van het Directiecomité of het Group Executive Management geniet een specifeke contractuele ontslagregeling.
In geval van automatische beëindiging bi het verstriken van de termin van 6 jaar en de benoeming door bpost van een andere CEO, is de CEO onderworpen aan een niet-concurrentiebeding voor een periode van 1 jaar vanaf de datum waarop zin mandaat werd beëindigd. Hi ontvangt dan een niet-concurrentievergoeding van 500.000 EUR, tenzi bpost afziet van de toepassing van een dergelik beding.
Alle leden van het Group Executive Management, behalve Mark Michiels, zin onderworpen aan een niet-concurrentiebeding voor een periode van 12 tot 24 maanden vanaf de datum van hun vriwillig ontslag of gedwongen beëindiging, waardoor hun mogelikheden om te werken voor concurrenten van bpost worden beperkt. Alle dergelike leden van het Group Executive Management hebben recht op een vergoeding voor een bedrag dat overeenstemt met 6 tot 12 maanden loon als deze nietconcurrentiebedingen worden toegepast.
Peter Somers was lid van het Group Executive Management tot 31 juli 2014 en verliet bpost op die datum. Hi ontving een vertrekvergoeding die overeenstemde met 14 maanden en 6 weken bezoldiging, hetgeen de vergoeding was waar hi wettelik recht op had. De "corporate governance"-wet van 6 april 2010
heeft geen gevolgen voor de vertrekvergoeding, aangezien zin arbeidscontract inging vooraleer deze wet in werking trad. Gelet op de strategische positie van Peter Somers, sloten Peter Somers en bpost een niet-concurrentieovereenkomst af, waardoor zin mogelikheid om te werken voor concurrenten van bpost werd beperkt tot 1 augustus 2015. Peter Somers ontving hiervoor een vergoeding die in overeenstemming is met de standaardpraktik. bpost betaalde ook een vast bedrag uit om zin outplacementkosten te dekken, alsook de leasingkosten voor zin bedrifswagen die hi nog mocht gebruiken gedurende een periode van 5 maanden na zin vertrek.
De volgende beschriving van de activiteiten van bpost op het vlak van interne controle en risicobeheer is een feitelike beschriving van de uitgevoerde activiteiten. In de beschriving wordt de door de Commissie Corporate Governance aanbevolen structuur gebruikt.
De controleomgeving met betrekking tot de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekeningen wordt georganiseerd aan de hand van verschillende functies.
De boekhoud- en controleorganisatie bestaat uit drie niveaus: (i) het "accounting team" in de verschillende wettelike entiteiten die verantwoordelik zin voor de voorbereiding en de rapportering van de fnanciële informatie, (ii) de business controllers in de verschillende operationele units van de organisatie die onder andere verantwoordelik zin voor de controle van de fnanciële informatie in hun verantwoordelikheidsdomein, en (iii) het department Groep Finance, dat verantwoordelik is voor de eindcontrole van de fnanciële informatie van de verschillende wettelike entiteiten en operationele units en voor de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekeningen.
Naast de hierboven aangehaalde gestructureerde controles, voeren externe bedrifsrevisoren onafhankelike controleprocedures uit op de jaarrekeningen (tussentids en op het einde van het jaar).
De Afdeling Interne Audit voert een risicogebaseerd auditprogramma uit om de doeltrefendheid van de interne controle en het risicobeheer in de verschillende processen op het niveau van de wettelike entiteiten te verzekeren.
De geconsolideerde jaarrekeningen van bpost worden voorbereid in overeenstemming met de "International Financial Reporting Standards" (IFRS) die werden uitgevaardigd door de "International Accounting Standards Board" en die door de Europese Unie werden bekrachtigd. Alle richtlinen, interpretaties en boekhoudkundige principes van IFRS, die door alle wettelike entiteiten en operationele units moeten worden toegepast, worden door
het department Groep Finance geregeld meegedeeld aan de boekhoudkundige teams in de verschillende wettelike entiteiten en operationele units. Er vinden IFRS-opleidingen plaats wanneer dat nodig of passend wordt geacht.
De grote meerderheid van de vennootschappen van de Groep gebruikt dezelfde software voor de rapportering van de fnanciële gegevens voor doeleinden van consolidatie en externe rapportering. Voor degenen die de software niet gebruiken, zorgt het department Groep Finance ervoor dat hun rapportering wordt afgestemd op stelsel van rekeningen en boekhoudkundige principes van de Groep vooraleer ze worden ingevoerd in de rapporterings- en consolidatiesoftware.
Er worden gepaste maatregelen genomen om een tidige en kwalitatieve rapportering te garanderen en om de potentiële risico's in verband met het fnanciële rapporteringsproces te beperken, met in begrip van: (i) nauwgezette en gedetailleerde planning van alle activiteiten, met inbegrip van owners en terminen, (ii) richtlinen die Group Finance meedeelt aan de verschillende deelnemers in het proces dat voorafgaat aan de afsluiting, met inbegrip van relevante aandachtspunten, en (iii) opvolging van en feedback over de tidlinen, de kwaliteit en de getrokken lessen, om te streven naar voortdurende verbetering. Er vindt een driemaandelikse controle plaats van de fnanciële resultaten die tot in detail gecontroleerd worden door het Management en worden voorgelegd aan en gecontroleerd door het Auditcomité. Er vindt ook een halfaarlikse controle plaats van de fnanciële resultaten, die worden gecontroleerd door en besproken met de commissaris. Belangrike wizigingen aan de IFRS-boekhoudkundige principes worden gecoördineerd door het department Groep Finance, gecontroleerd door de commissaris en goedgekeurd door het Auditcomité en door de Raad van Bestuur van bpost. Belangrike wizigingen aan de statutaire boekhoudkundige principes van bpost of van andere vennootschappen van de Groep worden goedgekeurd door de relevante Raden van Bestuur.
De correcte toepassing door de wettelike entiteiten van de boekhoudkundige principes zoals die staan beschreven in de opmerkingen bi de jaarrekeningen en zoals die aan hen werden meegedeeld door het department Groep Finance, alsook de nauwkeurigheid, de consistentie en de volledigheid van de gerapporteerde informatie, wordt op permanente basis gecontroleerd door de controle-organisatie (zoals hiervoor beschreven) aan de hand van een proces van "account justifcation" en controle. Voor de belangrikste onderliggende processen (verkoop, aankopen, investeringen, fnanciën, etc.) worden er beleidslinen en procedures toegepast, die worden onderworpen aan: (i) regelmatige controles door de respectieve managementteams en (ii) een onafhankelike evaluatie en nazicht door het departement Interne Audit tidens hun audits. Op regelmatige basis worden potentiële conficten in de scheiding van de taken in het voornaamste computersysteem van nabi opgevolgd.
Een zeer beduidend gedeelte van de omzet, uitgaven en winst van de Groep is afkomstig van het moederbedrif bpost NV, dat ook het belangrikste operationele bedrif is. Alle operationele entiteiten van dit bedrif maken gebruik van een ERP-systeemplatform om de efciënte verwerking van handelstransacties te ondersteunen en om hun management transparante en betrouwbare management informatie te bezorgen om hun handelstransacties te controleren, op te volgen en bi te sturen. Een professioneel informaticadepartement staat in voor de IT-diensten die nodig zin voor de uitvoering, het onderhoud en de ontwikkeling van die systemen. De prestaties van dat departement worden gecontroleerd door middel van SLA's (Service Level Agreements) en een rapportering over de performantie en incidenten. bpost voerde beheersprocessen in om ervoor te zorgen dat dageliks de nodige maatregelen worden genomen om de performantie, betrouwbaarheid en integriteit van zin IT-systemen hoog te houden. Een duidelike verdeling van de verantwoordelikheden en een goede coördinatie tussen de relevante departementen verzekert een efciënte en tidige doorstroming van periodieke fnanciële informatie naar het Management en de Raad van Bestuur. Het departement Interne Audit beschouwt de correctheid, veiligheid en beschikbaarheid van informatie steeds als een onderdeel van de regelmatige audits of speciale opdrachten. Het Management en de Raad van Bestuur krigen maandeliks uitvoerige fnanciële informatie. De Vennootschap stelt fnanciële informatie ter beschikking van de markt op driemaandelikse, halfaarlikse en jaarlikse basis. Vóór de externe rapportering wordt de fnanciële informatie onderworpen aan (i) controles door de bovengenoemde controle-organisatie, (ii) nazicht door het Auditcomité en (iii) een goedkeuring door de Raad van Bestuur van de Vennootschap.
Alle grote veranderingen aan de IFRS-boekhoudkundige principes die bpost toepast, moeten door het Auditcomité en de Raad van Bestuur worden goedgekeurd. Indien nodig worden de leden van het Auditcomité op de hoogte gebracht van de evolutie en grote veranderingen in de onderliggende IFRS-normen. Alle relevante fnanciële informatie wordt voorgesteld aan het Auditcomité en de Raad van Bestuur zodat ze de jaarrekeningen kunnen analyseren. Relevante bevindingen van het departement Interne Audit en / of de commissaris over de toepassing van de boekhoudkundige principes, de adequaatheid van de beleidsrichtlinen en procedures, en de scheiding van taken, worden om de drie maanden gerapporteerd aan het Auditcomité. Bovendien wordt om de drie maanden ook een update van de fnanciën voorgelegd aan het Auditcomité. Er werd een procedure ingevoerd om het juiste beheersorgaan van de Vennootschap op korte tid samen te brengen als de omstandigheden dat vereisen.
De Raad van Bestuur en het Group Executive Management hebben de Gedragscode van bpost goedgekeurd. Die Gedragscode werd voor het eerst gepubliceerd in 2007 en werd bigewerkt in 2011.
De Gedragscode bevat de basisregels op grond waarvan bpost zaken wil doen. Alle vennootschappen van de Groep moeten de Gedragscode invoeren. Er worden meer gedetailleerde beleidslinen en richtlinen uitgewerkt als dat nodig is om een eenvormige invoering van de Gedragscode in de hele Groep mogelik te maken.
Om te beantwoorden aan de wetgeving op het vlak van handel met voorkennis en marktmisbruik, keurde de Vennootschap vóór de eerste openbare aanbieding bovendien een Verhandelingsen Communicatiereglement goed. Dit Reglement heeft tot doel bewustzin te creëren over mogelik onbetamelik gedrag door werknemers, leidinggevend personeel en bestuurders en bevat strenge regels over vertrouwelikheid en niet-gebruik van "prisgevoelige" informatie. De regels van dit Reglement werden ruim gecommuniceerd binnen de Groep en alle werknemers kunnen het raadplegen. Er wordt een list bigehouden van alle werknemers die regelmatig toegang hebben tot "prisgevoelige" informatie en aan de belangrikste werknemers werd gevraagd om te bevestigen dat ze het Verhandelings- en Communicatiereglement hebben gelezen en dat ze ermee hebben ingestemd om het na te leven. Er worden gesloten periodes (met inbegrip van verboden periodes) vastgelegd en hierover wordt ruim gecommuniceerd; elke transactie van aandelen binnen zo'n periode moet worden meegedeeld aan en worden goedgekeurd door de Compliance Ofcer.
In overeenstemming met de Wet van 2 augustus 2002, werden personen met leiddinggevende verantwoordelikheden op de hoogte gebracht van hun verplichting om elke transactie waarbi aandelen van de Vennootschap betrokken zin, te melden aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.
Het kader voor interne controle van bpost bestaat uit een aantal beleidslinen voor de belangrikste bedrifsprocessen. Een model van drie verdedigingslinies werd in de Vennootschap geïmplementeerd. Het design en het onderhoud van interne controles valt onder de verantwoordelikheid van process owners (eerste linie) en wordt gemonitored door de tweede linie (Compliance, Internal Control en Risk Management) en de derde linie (interne audit). De derde linie rapporteert elk kwartaal onafhankelik aan het Auditcomité over de auditresultaten en over de status van de opvolging van auditaanbevelingen.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.