Annual Report • Apr 7, 2017
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
bpost jaarverslag 2016
1 bpost JAARVERSLAG 2016
| Overzicht kerncijfers | 3 |
|---|---|
| Boodschap aan de stakeholders | 5 |
| Belangrijkste gebeurtenissen van het jaar | 7 |
| Financiële analyse | 8 |
| Vooruitzichten voor 2017 | 20 |
| Geconsolideerde jaarrekening 2016 | 22 |
| Verslag van het college van commissarissen | 91 |
| Verklaring inzake deugdelijk bestuur | 93 |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | Evolutie 2016-2015 |
|---|---|---|---|---|
| Totaal bedrijfsopbrengsten (inkomsten)(1) | 2.425,2 | 2.407,6 | 2.464,7 | 0,7% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT)(2) | 496,5 | 494,4 | 480,2 | 0,4% |
| Winst van het boekjaar (geconsolideerd - IFRS)(3) | 324,1 | 328,1 | 295,5 | -1,2% |
| Operationele vrije kasstroom(4) | 193,9 | 315,9 | 373,5 | -38,6% |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | Evolutie 2016-2015 |
|---|---|---|---|---|
| Totaal bedrijfsopbrengsten (inkomsten) | 2.425,2 | 2.433,7 | 2.464,7 | -0,3% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 496,5 | 466,1 | 480,2 | 6,5% |
| Winst van het boekjaar (geconsolideerd - IFRS) | 346,2 | 309,3 | 295,5 | 12,0% |
| Nettowinst bpost SA (niet-geconsolideerd - BGAAP) | 308,7 | 287,7 | 296,9 | 7,3% |
| Operationele vrije kasstroom(5) | 193,9 | 315,9 | 373,3 | -38,6% |
| Nettoschuld/(netto geldmiddelen)(6) | (492,7) | (549,5) | (486,2) | -10,3% |
| Gewone winst per aandeel, in EUR | 1,72 | 1,54 | 1,47 | 12,0% |
| Dividend per aandeel, in EUR | 1,31 | 1,29 | 1,26 | 1,6% |
| Aantal werknemers (op jaareinde) | 26.987 | 26.381 | 27.479 | 2,3% |
| Aantal VTE (gemiddeld) | 23.708 | 23.847 | 24.631 | -0,6% |
| Aantal VTE en interims (gemiddeld) | 24.850 | 24.703 | 25.414 | 0,6% |
(1) Genormaliseerde totale bedrijfsopbrengsten vertegenwoordigen de totale bedrijfsopbrengsten exclusief de impact van eenmalige elementen en zijn niet geauditeerd.
(2) Genormaliseerde EBIT vertegenwoordigt de winst uit bedrijfsactiviteiten exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
(3) Genormaliseerde winst van het jaar vertegenwoordigt de winst voor het jaar exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd. (4) Genormaliseerde operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de operationele vrije kasstroom exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
(5) Operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de netto kasstroom van operationele activiteiten minus de netto kasstroom van investeringsactiviteiten.
(6) Netto schuld/(Netto geldmiddelen) bestaat uit rentedragende en niet-rentedragende leningen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.
Voor verdere details met betrekking tot de reconciliatie van gerapporteerde naar genormaliseerde financiële cijfers verwijzen we naar sectie "reconciliatie van gerapporteerde naar genormaliseerde financiële cijfers" van dit document.
2016 was voor bpost in meerdere opzichten een goed jaar. En niet alleen omdat we sterke resultaten konden voorleggen en onze beloftes waarmaakten, maar ook omdat we vooruitgang boekten op de verschillende pijlers van onze strategie. Zo toonden we veerkracht wat de klassieke brievenpost betreft, boekten we forse groei in pakjes, legden we de basis van nieuwe toekomstige groei en zaten onze productiviteitsverbeteringen op schema. Dat alles zonder al onze stakeholders uit het oog te verliezen.
bpost wil een vooraanstaande rol spelen op de Europese postmarkt. Bovendien hebben we ook de middelen om die ambitie waar te maken. In 2016 hebben we die durf en ambitie kracht bij gezet.
2016 was met andere woorden een jaar waarin bpost altijd onderweg was, om onze klanten dichter bij elkaar te brengen en hen het leven makkelijker te maken. Altijd onderweg om…
In 2016 hebben we aangetoond dat onze binnenlandse brievenpost veerkrachtig is. Met een daling van 5 procent bleef de vermindering van onze volumes aan klassieke brievenpost immers onder controle.
Vooral op het vlak van advertising mail boekten we mooie resultaten. Door gericht te werken op bedrijfssectoren waar de brief als communicatiemiddel voor boodschappen zeker relevant blijft in de communicatiemix, stellen we hier een vertraging in de daling vast. Hiervoor spelen we in op een trend op de markt om in commerciële communicatie verschillende kanalen te combineren om zo de boodschap naar de consument te versterken. De "stopping power" van de brief versterkt op die manier een digitale boodschap die minder kracht heeft, maar wel een groter bereik.
Op de binnenlandse pakjesmarkt tekenden we een groei op van maar liefst 17,1% tegenover 2015. Die forse groei is het gevolg van een bloeiende e-commerce en de vele inspanningen die we leveren op de pakjesmarkt. Onze overnamestrategie teneinde ons dienstenaanbod te versterken en de niet-exclusieve samenwerking die we in 2016 afsloten met DHL Parcel voor de levering van B2C pakjes op een Europees niveau, zullen ons zeker helpen om verdere groei te blijven realiseren.
Bovendien willen we ons aanbod verder uitbreiden wat betreft "proximity" en "convenience".
Daarom zetten we in 2016 belangrijke stappen in ons streven om het onze klanten nog makkelijker te maken om hun pakje te ontvangen en te versturen. Niet alleen werkten we met een aantal grote afzenders verder aan de pakjeslevering 's avonds en in het weekend, via innovatieve oplossingen breidden we ons pakjesnetwerk verder uit, zodat de klant de oplossing kan kiezen die hem het beste past.
Zo namen we in 2016 strategische belangen in Parcify en de Buren, twee start-ups die inspelen op veelbelovende innovatieve technologie voor last mile leveringsdiensten met een verhoogd gebruiksgemak voor zowel afzenders als ontvangers. Parcify gebruikt de geotracking van de smartphone van de ontvanger om pakjes op de door hem gekozen plaats en tijdstip te leveren. de Buren baat in Nederland een open netwerk van wanden met pakjesautomaten uit, bestaande uit beveiligde, soms gekoelde, lockers die doorlopend toegankelijk zijn via een app. Het streefdoel is om uiteindelijk heel België te dekken met 500 locaties voor lockers, bovenop onze eigen pakjesautomaten en het huidige aanbod in Nederland uit te breiden van 50 naar 1.000 locaties.
Daarnaast lanceerden we bringr, een complementaire dienst die via een innovatief deelplatform smartphone gebruikers toelaat om een chauffeur te vinden voor goederen die ze willen versturen. Op die manier bouwden we verder aan een "hybride" netwerk, waarmee we inspelen op elke specifieke behoefte van onze klant.
Op internationaal vlak zal de overname van DynaGroup, dat een waaier aan logistieke diensten aanbiedt, ons toelaten om nog meer logistieke oplossingen toe te voegen aan onze dienstverlening voor e-commerce klanten. Op de internationale pakjesmarkt was 2016 overigens een uitdagend jaar waarin we, via onze dochteronderneming Landmark Global, vooral ons netwerk en onze dienstverlening uitbreidden.
"bpost wil een vooraanstaande rol spelen op de Europese postmarkt. Bovendien hebben we ook de middelen om die ambitie waar te maken. In 2016 hebben we die durf en ambitie kracht bij gezet."
Onze internationale pakjesstrategie zetten we kracht bij door de overname van Freight Distribution Management (Australië) en Apple Express (Canada).
Een andere stap binnen onze groei- en diversificatiestrategie rond "proximity" en "convenience" was de afronding van de aankoop van de Belgische activiteiten van Lagardère Travel Retail. Op die manier kunnen we ons producten dienstenaanbod aan onze klanten verder diversifiëren en ons netwerk van afhaalpunten voor pakjes uitbreiden.
Ook onze andere oplossingen, waarbij we vooral gebruik maken van de kracht van ons dichte netwerk en het vertrouwen dat onze postbodes genieten, werden in 2016 verder uitgebreid.
In 2016 voerden we onze
productiviteitsverbeteringen gedisciplineerd en zoals gepland uit. Zo zitten we perfect op schema met het project Visie 2020, dat de verdere automatisering van de sortering beoogt en de toekomstige mailorganisatie uittekent. De bouw van het nieuwe Brussel X, ons grootste sorteercentrum, waar onder andere vanaf oktober 2017 alle nationale pakjes zullen gesorteerd worden, zit op schema. In de zomer van 2016 was het gebouw water- en winddicht, waarna onder andere de 25.000 m² grote pakjessorteerhal kon worden afgewerkt. Begin 2017 werd zelfs al gestart met de installatie van de pakjessorteermachine zelf. Daarnaast werden in 2016 vijf bijkomende MSM (Mixed Sorting Machine) in gebruik genomen. De MSM is een zeer geavanceerde sorteermachine die de ruggengraat gaat vormen van onze toekomstige postsortering. Eind 2016 waren op die manier al 16 van de uiteindelijk 30 MSM operationeel. En ook op andere vlakken stond de technologische evolutie niet stil, zo werden 70 sorteerkasten in gebruik genomen waarbij door middel van optische adresherkenning (via een camera) de manuele sortering kan vergemakkelijkt worden. Tegelijk ging de hervorming van ons netwerk tot 60 mail centers, onverminderd verder. Daarnaast blijven we ook verder werken aan andere projecten binnen alle andere departementen om onze organisatie efficiënter, wendbaarder en flexibeler te maken.
We zijn een bedrijf van mensen, voor mensen. We kunnen rekenen op het trouwe engagement en de vakkennis van onze medewerkers. Hun welzijn is voor ons dan ook primordiaal. Daarom werden, naast de gebruikelijke opvolging van de indicatoren voor stress- en engagement, in 2016 een aantal bijkomende maatregelen
Françoise Masai Voorzitster van de Raad van Bestuur
getroffen om het welzijn van onze medewerkers te verhogen, zoals initiatieven rond begeleiding van nieuwkomers, opleiding, een betere verlofplanning en evenwichtige werkverdeling voor iedereen. Daarbovenop sloten we een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst af voor de periode 2016- 2017. Die voorziet een aantal belangrijke maatregelen om de koopkracht te verbeteren en er werden ook afspraken gemaakt omtrent maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling.
Onze klanten zijn onze bestaansreden. We willen hen dichter bij elkaar brengen en hen het leven makkelijker maken. Door de dichtheid van ons netwerk aan postkantoren en postpunten, door hen meer mogelijkheden te bieden om hun pakjes te ontvangen, door altijd meer innovatieve diensten en producten… Die inspanningen wierpen ook in 2016 hun vruchten af: 87% van onze klanten uitte zich tevreden over bpost.
En tenslotte blijft bpost het engagement opnemen om zijn activiteiten op een duurzame manier te ontplooien. We willen dan ook een sociaal verantwoordelijk bedrijf zijn. In 2016 behaalden we voor ons milieubeleid opnieuw de eerste plaats in het internationale klassement van de IPC (International Post Corporation). Bovendien ondertekenden we het Belgische charter voor de United Nations Sustainable Development Goals (UNSDG) en hebben we ons verder geëngageerd door ze op te nemen in onze CSR-strategie.
Alle inspanningen om onze strategie verder vlekkeloos uit te voeren, uitten zich ook in onze goede financiële resultaten. Zo steeg de genormaliseerde omzet met bijna een procent (van 2.407,6 miljoen EUR in 2015 naar 2.425,2 miljoen EUR in 2016). Ook de operationele winst ging vooruit. Het genormaliseerde EBITDA steeg van 583,6 miljoen EUR in 2015 naar 586,9 miljoen EUR in 2016 (+0,6%). En dat ondanks het feit dat we in 2016 22,9 miljoen EUR minder ontvingen van de Belgische staat voor de uitvoering van de diensten van algemeen economisch belang (DAEB).
Op basis van de nettowinst van de moedermaatschappij bpost NV kon de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voorstellen om voor 2016 een bruto dividend uit te keren van 1,31 EUR per aandeel, een stijging t.o.v. 2015.
2016 heeft aangetoond dat we vertrouwen kunnen hebben in onze strategie om ons naar verdere successen te leiden. Elke dag onze relevantie bewijzen, elke dag een stap vooruit zetten en onze toekomst in handen nemen, dat betekent dat we altijd onderweg zijn om onze klanten dichter bij elkaar te brengen en hen het leven makkelijker te maken, ook in 2017 en de jaren erna.
Koen Van Gerven CEO
6 bpost JAARVERSLAG 2016 "2016 heeft aangetoond dat we vertrouwen kunnen hebben in onze strategie om ons naar verdere successen te leiden."
FDM is gespecialiseerd in het verlenen van een gepersonaliseerde dienst aan de klant voor de opslag en de distributie van producten in Australië.
Apple Express en Matt's Express houden zich bezig met "last mile delivery", transport en fulfilment-diensten voor klanten in Canada en de VS.
bringr is een innovatief deelplatform dat smartphone gebruikers via een app toelaat om een chauffeur te vinden voor goederen die ze willen versturen.
Parcify streeft ernaar om het aantal mislukte pakjesleveringen terug te dringen via zijn smartphone-app die gebruikmaakt van de geotracking van de telefoon van de ontvanger om de pakjes op de door hem gekozen plaats en tijdstip te leveren.
Net als in de vorige collectieve arbeidsovereenkomsten, werden er regelingen getroffen voor de mogelijke uitbetaling van een niet-recurrente bonus die gelinkt is aan de resultaten in 2017. Er werd ook een reeks maatregelen overeengekomen om de koopkracht te verbeteren.
de Buren is een in Nederland gevestigd bedrijf met een netwerk van beveiligde lockers, die 24/7 toegankelijk zijn en die kunnen worden beheerd met een app waarmee een groot aantal diensten mogelijk is.
bpost behaalde voor zijn milieubeheer voor de vierde maal op rij de eerste plaats in het internationale klassement van de International Post Corporation (IPC).
De drie bedrijven investeren samen in het digitale platform Citie om de lokale Belgische economie te ondersteunen en om de positie van ons land op de digitale kaart te verstevigen door handelaars, shoppers en lokale overheden dichter bij elkaar te brengen.
Het Brussels Hof van beroep annuleerde een beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit uit 2012 met betrekking tot het prijsbeleid van bpost. bpost mag de boete van 37,4 miljoen EUR die ze in 2013 betaalde terugvorderen. De Belgische Mededingingsautoriteit kan evenwel bij het Hof van Cassatie nog beroep aantekenen tegen het vonnis.
bpost verwierf 100% van de aandelen van de Belgische filialen van Lagardère Travel Retail, en veranderde hun naam in Ubiway. In België is Ubiway actief in de proximity- en convenienceretail.
Na met PostNL onderhandelingen te hebben gevoerd met het oog op een mogelijke combinatie van beide bedrijven via een vriendelijk openbaar overnamebod van bpost op alle aandelen van PostNL, bevestigde bpost op 29 mei 2016 dat er geen overeenkomst werd bereikt. Op 30 november 2016 stuurde bpost zijn finaal en verbeterd voorstel naar PostNL. Op 7 december 2016 verwierp PostNL het voorstel en besliste bpost om een combinatie tussen beide bedrijven niet langer na te streven.
Op basis van deze niet-exclusieve samenwerking kunnen beide partijen de snel groeiende B2C e-commerce sector beter bedienen, zowel in België als over Europa.
DynaGroup biedt een brede waaier van logistieke diensten en software aan in de Benelux. De aankoop heeft als doel de pakjesafdeling van bpost te versterken met bijkomende logistieke knowhow. Aangezien bpost in januari 2017 controle heeft verworven over DynaGroup, zal het vanaf 2017 worden opgenomen in de geconsolideerde cijfers van bpost.
De volgende tabel toont de financiële resultaten van bpost voor de jaren 2014, 2015 en 2016:
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | Evolutie 2016-2015 |
| Omzet | 2.399,4 | 2.393,4 | 2.441,7 | 0,3% |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 25,8 | 40,3 | 22,9 | -35,9% |
| TOTAAL BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 2.425,2 | 2.433,7 | 2.464,7 | -0,3% |
| Materiaalkost | (60,4) | (26,6) | (27,4) | 127,4% |
| Diensten en diverse goederen | (665,2) | (645,6) | (644,1) | 3,0% |
| Personeelskosten | (1.111,1) | (1.185,8) | (1.199,9) | -6,3% |
| Overige bedrijfskosten | (1,7) | (20,5) | (21,3) | -91,7% |
| TOTAAL BEDRIJFSKOSTEN - AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN UITGESLOTEN |
(1.838,4) | (1.878,5) | (1.892,6) | -2,1% |
| EBITDA | 586,9 | 555,2 | 572,0 | 5,7% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (90,3) | (89,1) | (91,9) | 1,3% |
| BEDRIJFSRESULTAAT (EBIT) | 496,5 | 466,1 | 480,2 | 6,5% |
| Financiële opbrengsten | 10,7 | 5,3 | 5,5 | 101,7% |
| Financiële kosten | (27,6) | (10,9) | (42,7) | 153,6% |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 9,9 | 10,2 | 11,2 | -2,8% |
| RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITVOERING | 489,5 | 470,6 | 454,1 | 4,0% |
| Belastingen | (143,2) | (161,4) | (158,6) | -11,2% |
| NETTORESULTAAT VAN HET JAAR | 346,2 | 309,3 | 295,5 | 12,0% |
De totale bedrijfsopbrengsten (inkomsten) daalden met 0,3% tot 2.425,2 miljoen EUR (2015: 2.433,7 miljoen EUR). De evolutie per productlijn kan als volgt worden samengevat:
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | Evolutie 2016-2015 |
| Domestic mail | 1.414,4 | 1.464,2 | 1.523,0 | -3,4% |
| Transactional mail | 873,3 | 917,6 | 943,2 | -4,8% |
| Advertising mail | 247,8 | 250,9 | 271,4 | -1,2% |
| Press | 293,2 | 295,6 | 308,4 | -0,8% |
| Parcels | 379,4 | 340,7 | 307,2 | 11,3% |
| Domestic parcels | 181,8 | 161,2 | 151,3 | 12,8% |
| International parcels | 189,5 | 170,0 | 143,3 | 11,5% |
| Special logistics | 8,0 | 9,6 | 12,6 | -16,3% |
| Additional sources of revenues | 600,1 | 589,0 | 612,5 | 1,9% |
| International mail | 162,0 | 175,7 | 203,7 | -7,8% |
| Value added services | 103,1 | 96,2 | 95,4 | 7,1% |
| Banking and financial products | 192,4 | 205,1 | 207,5 | -6,2% |
| Overige | 142,6 | 112,0 | 106,0 | 27,4% |
| Corporate (aansluitpost) | 31,4 | 39,8 | 21,9 | -21,1% |
| TOTAAL | 2.425,2 | 2.433,7 | 2.464,7 | -0,3% |
Als de verwachte lagere vergoeding voor de DAEB (22,9 miljoen EUR, in lijn met de voorwaarden die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2016 voor het 6de beheerscontract en de persconcessies), de overname van Ubiway (43,8 miljoen EUR in inkomsten, opgenomen in de portfolio Overige) en de verkoop van een groot gebouw in 2015 waarop een meerwaarde van 26,1 miljoen EUR werd gerealiseerd en dewelke als een eenmalig element werd beschouwd, niet in aanmerking worden genomen, dan daalden de bedrijfsopbrengsten lichtjes met 3,3 miljoen EUR. De stijging bij Parcels (38,6 miljoen EUR) met dubbele groeicijfers voor zowel Domestic Parcels als International Parcels, de prijsverhogingen bij Domestic Mail (21,1 miljoen EUR) en de stijging bij Corporate (17,7 miljoen EUR) werden lichtjes gecompenseerd door de volumedaling van Domestic Mail (68,4 miljoen EUR) en de lagere inkomsten met betrekking tot Additional Sources of Revenue (12,4 miljoen EUR).
De inkomsten uit Domestic Mail daalden met 49,8 miljoen EUR tot 1.414,4 miljoen EUR in 2016. Als de lagere vergoeding voor de DAEB (2,5 miljoen EUR) niet in aanmerking wordt genomen, dan bedroeg de onderliggende organische daling van Domestic Mail 47,3 miljoen EUR. De prijs en de verbetering van de mix hadden een positieve impact van 21,1 miljoen EUR, terwijl de onderliggende volumedaling 5,0% dewelke identiek is aan de volumedaling voor 2015, de inkomsten beïnvloeden met 68,4 miljoen EUR.
Parcels steeg met 38,6 miljoen EUR tot 379,4 miljoen EUR of +11,3% ingevolge:
De totale bedrijfsopbrengsten uit Additional Sources of Revenues stegen met 11,1 miljoen EUR tot 600,1 miljoen EUR in 2016. Als de impact van de lagere vergoeding voor de DAEB (20,4 miljoen EUR) en de overname van Ubiway (43,8 miljoen EUR, opgenomen in de portfolio Overige) niet in aanmerking wordt genomen, dan daalden de bedrijfsopbrengsten met 12,4 miljoen EUR. Deze daling was voornamelijk toe te schrijven aan de daling bij International Mail (13,7 miljoen EUR), die op haar beurt was toe te schrijven aan de daling van de postvolumes en de groothandelsactiviteiten om redelijke winstmarges te vrijwaren. Value Added Services stegen tot 103,1 miljoen EUR in vergelijking met 96,2 miljoen EUR in 2015, dankzij Speos en de ontwikkeling van oplossingen en diensten op maat, zoals de Europese nummerplaten, het leveringsproces van nieuwe decoders en modems voor de klanten van een telecomoperator en CityDepot (duurzame stadsdistributie). De lagere vergoeding voor de DAEB beïnvloedde Banking and Financial Products evenals Overige voor een bedrag van respectievelijk 10,3 miljoen EUR en 10,1 miljoen EUR.
De evolutie van de totale bedrijfsopbrengsten van Corporate (aansluitpost) werd voornamelijk beïnvloed door de verkoop van gebouwen en erkenning van inkomsten. In 2015 genereerde de verkoop van één groot gebouw een meerwaarde van 26,1 miljoen EUR. Als dit eenmalige element niet in aanmerking wordt genomen, dan stegen de totale bedrijfsopbrengsten met 17,7 miljoen EUR in 2016.
De bedrijfskosten, met inbegrip van afschrijvingen en waardeverminderingen, bedroegen 1.928,7 miljoen EUR (2015: 1.967,6 miljoen EUR), een daling van 39,0 miljoen EUR ten opzichte van vorig jaar.
Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan de daling van de loonkosten (74,8 miljoen EUR), de overige bedrijfskosten (18,8 miljoen EUR), gedeeltelijk gecompenseerd door de stijging van de materiaalkosten (33,8 miljoen EUR), diensten en diverse goederen (19,6 miljoen EUR) en de afschrijvingen en waardeverminderingen (1,2 miljoen EUR).
De materiaalkosten, waaronder de kosten voor grondstoffen, verbruiksgoederen en handelsgoederen, stegen met 33,8 miljoen EUR tot 60,4 miljoen EUR (2015: EUR 26,6 miljoen EUR), voornamelijk ingevolge de integratie van Ubiway.
De kosten voor diensten en diverse goederen stegen met 19,6 miljoen EUR of 3% (als de kosten voor uitzendarbeid(1) niet in aanmerking worden genomen, dan daalden de kosten voor diensten en diverse goederen met 5,1 miljoen EUR).
| Evolutie | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | 2016-2015 |
| Huur en huurkosten | 72,6 | 66,7 | 68,7 | 8,9% |
| Onderhoud en herstellingen | 77,5 | 78,7 | 75,4 | -1,5% |
| Levering van energie | 33,7 | 37,0 | 37,2 | -8,9% |
| Andere goederen | 22,7 | 21,1 | 21,4 | 7,4% |
| Post- en telecommunicatiekosten | 6,3 | 6,4 | 5,7 | -1,1% |
| Verzekeringskosten | 12,4 | 12,0 | 13,7 | 2,7% |
| Transportkosten | 217,2 | 212,6 | 218,4 | 2,2% |
| Reclame- en advertentiekosten | 14,3 | 16,6 | 18,9 | -14,0% |
| Consultancy | 15,5 | 12,8 | 19,4 | 21,6% |
| Uitzendarbeid | 54,8 | 40,3 | 36,4 | 35,9% |
| Beloningen aan derden, honoraria | 118,9 | 118,3 | 109,4 | 0,6% |
| Overige goederen en diensten | 19,2 | 23,0 | 19,5 | -16,4% |
| TOTAAL | 665,2 | 645,6 | 644,1 | 3,0% |
(1) De kosten voor uitzendarbeid worden samen met de personeelskosten geanalyseerd, aangezien ze een betere performantie-indicator zijn met betrekking tot het inzetten van het menselijke kapitaal. In sommige gevallen van natuurlijke afvloeiing wordt het personeel vervangen door uitzendkrachten teneinde te anticiperen op reorganisaties en programma's voor productiviteitsverbetering.
In 2016 bedroegen de loonkosten (1.111,1 miljoen EUR) en de kosten voor uitzendarbeid (54,8 miljoen EUR) 1.165,8 miljoen EUR en daalden ze met 60,3 miljoen EUR. 2015 werd beïnvloed door de voorziening voor het sociale plan Alpha (54,5 miljoen EUR). Als dit eenmalige element niet in aanmerking wordt genomen, dan daalden de loonkosten en de kosten voor uitzendarbeid met 5,8 miljoen EUR (de loonkosten daalden met 20,2 miljoen EUR en de kosten voor uitzendarbeid stegen met 14,5 miljoen EUR), hetzij 0,5% ten opzichte van 2015.
De integratie van VTE en uitzendkrachten van de nieuwe dochterondernemingen, de internalisering van de krantenuitreiking (=Deltamedia) en extra werknemers om de groei van de pakjesvolumes en oplossingen op te vangen, leidden tot een gerapporteerde gemiddelde toename jaar op jaar van 147 VTE en genereerde voor 5,7 miljoen EUR extra kosten. De totale impact van de hierboven vermelde elementen bedroeg 833 VTE en uitzendkrachten. Bijgevolg bedroeg de onderliggende gemiddelde vermindering van VTE en uitzendkrachten 686 voor het jaar.
De aanwerving van hulppostmannen creëerde een positief mixeffect van 8,0 miljoen EUR. Daarnaast resulteerde een lager aantal managementfuncties, ingevolge een aanwervingsstop en reorganisatie in een positief mixeffect van 12,2 miljoen EUR.
De indexering van de lonen in combinatie met de eerste impact van de nieuwe CAO en de normale loonsverhogingen en promoties, gedeeltelijk gecompenseerd door de impact van de taxshift, lagere ontslagkosten en lagere voorzieningen voor bonussen, leidden tot een negatieve prijsimpact van 4,9 miljoen EUR.
Daarnaast stegen de kosten van de personeelsbeloningen met 4,1 miljoen EUR. Tot slot werden de loonkosten negatief beïnvloed door een afrekening van sociale lasten dewelke vorig jaar hoger was dan dit jaar (1,0 miljoen EUR).
De overige bedrijfskosten daalden met 18,8 miljoen EUR ten opzichte van vorig jaar, voornamelijk door de lagere kost van voorzieningen, die voornamelijk het resultaat waren van de terugname van voorzieningen met betrekking tot een afrekening van eindrechten met een andere postale operator waarvoor de overeenkomstige kosten als transportkosten werden geboekt. Daarnaast droegen de earn-out van Gout van vorig jaar (2,0 miljoen EUR) en de hogere stijging van terugvorderbare BTW (3,0 miljoen EUR, het percentage van terugvorderbare BTW steeg van 13% in 2014 naar 14% in 2015 en 18,79% in 2016) bij tot de daling.
Afschrijvingen en waardeverminderingen stegen met 1,2 miljoen EUR, of 1,3%, tot 90,3 miljoen EUR in 2016 (2015: 89,1 miljoen EUR).
Als de eenmalige elementen, nl. in 2015 de voorziening voor het sociale plan Alpha (54,5 miljoen EUR) en de impact van de verkoop van een aanzienlijk gebouw (26,1 miljoen EUR) niet in aanmerking worden genomen, dan steeg de EBIT met 2,1 miljoen EUR of 0,4%.
Ondanks de verwachte lagere vergoeding voor de DAEB (22,9 miljoen EUR), de lagere inkomsten van Domestic Mail (47,3 miljoen EUR) en de daling van de Additional Sources of Revenue (12,4 miljoen EUR, als de consolidatie van Ubiway niet in aanmerking wordt genomen), steeg de EBIT dankzij de prestaties van Parcels (38,6 miljoen EUR), de genormaliseerde stijging van de inkomsten van Corporate (17,7 miljoen EUR) en de lagere kosten (28,8 miljoen EUR, als de consolidatie van Ubiway niet in aanmerking wordt genomen), als gevolg van maatregelen op het vlak van kostenbeheersing en productiviteitsverbeteringen.
Het netto financieel resultaat daalde met 11,4 miljoen EUR, ingevolge de stijging van niet-cash financiële kosten met betrekking tot personeelsbeloningen IAS 19 als gevolg van de daling van de discontovoeten.
Het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen betreft bpost bank en Citie en daalde met 0,3 miljoen EUR tot 9,9 miljoen EUR.
De belastinguitgaven daalden van 161,4 miljoen EUR in 2015 tot 143,2 miljoen EUR in 2016. De werkelijke belastingvoet van bpost daalde van 34,3% in 2015 tot 29,3% in 2016. In 2016 werd Deltamedia NV vereffend hetgeen een positieve impact van 22,2 miljoen EUR genereerde. Het door bpost NV geboekte liquidatieverlies was fiscaal aftrekbaar in de mate dat het het fiscaal gestort kapitaal in Deltamedia NV niet overschreed. Gezien het eenmalig karakter werd deze transactie uitgesloten van de genormalizeerde resultaten.
De materiële vaste activa stegen met 13,1 miljoen EUR van 548,5 miljoen EUR naar 561,5 miljoen EUR. Deze stijging is te verklaren door:
De immateriële vaste activa zijn gestegen met 134,7 miljoen EUR van 89,6 miljoen EUR naar 224,4 miljoen EUR, ten gevolge van: de integratie van nieuwe dochterondernemingen (12,7 miljoen EUR);
De vastgoedbeleggingen daalden van 6,5 miljoen EUR in 2015 tot 6,2 miljoen EUR in 2016, hetzij met 5,2%, aangezien het aantal verhuurde gebouwen daalde.
Investeringen in geassocieerde deelnemingen daalden met 1,4 miljoen EUR, of 0,4%, tot 373,7 miljoen EUR. Dit weerspiegelt het aandeel van bpost in de winst van bpost bank ten bedrage van 10,0 miljoen EUR, de toetreding van Citie voor 0,8 miljoen EUR verminderd met het verlies van Citie (0,1 miljoen EUR) en de daling van de niet-gerealiseerde winst op de obligatieportefeuille van bpost bank ten bedrage van 12,0 miljoen EUR, hetgeen een gemiddelde stijging van de onderliggende yieldcurve met 44 basispunten (bps) reflecteert. Eind 2016 omvatten investeringen in geassocieerde ondernemingen netto niet-gerealiseerde winsten inzake de obligatieportefeuille ten bedrage van 166,9 miljoen EUR, hetgeen overeenkwam met 44,7% van de totale investeringen in geassocieerde ondernemingen. De niet-gerealiseerde winsten werden gegenereerd door het lagere niveau van de rentevoeten tegenover de rente op het moment van de aankoop van de obligaties. Niet-gerealiseerde winsten worden niet opgenomen in de resultatenrekening, maar worden veeleer direct verwerkt in eigen vermogen onder de niet-gerealiseerde resultaten.
De uitgestelde belastingvorderingen bedroegen 48,2 miljoen EUR (2015: 47,2 miljoen EUR) en hebben voornamelijk betrekking op het tijdelijke verschil tussen de boekhoudkundige en de fiscale waarde van de personeelsbeloningen.
De voorraden stegen met 25,6 miljoen EUR tot 36,7 miljoen EUR (2015: 11,1 miljoen EUR), deze stijging was voornamelijk toe te schrijven aan de voorraad van Ubiway op het einde van december voor een totaal van 25,5 miljoen EUR.
De handels- en overige vorderingen stegen met 70,6 miljoen EUR tot 481,8 miljoen EUR (2015: 411,2 miljoen EUR), als gevolg van een stijging van de handelsvorderingen met 60,7 miljoen EUR door de consolidatie van Ubiway.
Geldmiddelen en kasequivalenten daalden met 76,8 miljoen EUR, hetzij 12,5%, tot 538,9 miljoen EUR. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan de genormaliseerde vrije kasstroom (193,9 miljoen EUR), gecompenseerd door de uitkering van dividenden voor een bedrag van 262,0 miljoen EUR.
Het eigen vermogen steeg met 84,6 miljoen EUR, of 12,2%, en bedroeg 779,3 miljoen EUR op 31 december 2016 in vergelijking met 694,8 miljoen EUR op 31 december 2015. De stijging was voornamelijk toe te schrijven aan de gerealiseerde winst (346,2 miljoen EUR) en de herwaardering van de contractueel overeengekomen toekomstige aankoop van de resterende aandelen van Landmark en CityDepot (impact van beiden bedroeg 15,6 miljoen EUR). Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door de niet-gerealiseerde verliezen op personeelsvergoedingen na uitdiensttreding, de aanpassing van de reële waarde betreffende de obligatieportefeuille van bpost bank en de uitkering van dividenden, respectievelijk voor een bedrag van 4,8 miljoen EUR, 12,0 miljoen EUR en 262,0 miljoen EUR.
De rentedragende verplichtingen en leningen daalden met 8,5 miljoen EUR tot 47,7 miljoen EUR, aangezien een bedrag van 9,1 miljoen EUR, dat overeenkomt met het bedrag dat dient terugbetaald te worden aan de Europese Investeringsbank in 2017, werd overgeheveld naar schulden op korte termijn.
De langlopende handels- en overige schulden daalden met 21,4 miljoen EUR (2015: 61,7 miljoen EUR), voornamelijk ingevolge de overheveling van de aankoop van de resterende 24,5% van de aandelen van Landmark van lange termijn naar korte termijn en de herwaardering van de earn-out van CityDepot, gedeeltelijk gecompenseerd door de verplichtingen met betrekking tot de earn-out van de Buren.
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | (82,1) | (77,7) | (85,4) |
| Langetermijnpersoneelsbeloningen | (107,7) | (108,9) | (118,3) |
| Ontslagvergoedingen | (4,1) | (11,6) | (13,3) |
| Andere langetermijnpersoneelsbeloningen | (162,8) | (148,1) | (151,5) |
| TOTAAL | (356,7) | (346,2) | (368,6) |
Personeelsbeloningen stegen met 10,5 miljoen EUR, of 3,0%, tot 356,7 miljoen EUR in 2016 (346,2 miljoen EUR in 2015). De stijging weerspiegelt voornamelijk:
Na aftrek van de uitgestelde belastingsvordering met betrekking tot de personeelsbeloningen die 48,4 miljoen EUR bedroeg, bedroeg de nettoverplichting 308,3 miljoen EUR (2015: 297,1 miljoen EUR).
De langlopende voorzieningen bedroegen 31,6 miljoen EUR (2015: 29,2 miljoen EUR) en zijn in lijn met vorig jaar.
De kortlopende voorzieningen daalden tot 27,1 miljoen EUR (2015: 35,0 miljoen EUR), voornamelijk toe te schrijven aan de terugname van voorzieningen met betrekking tot de afrekening van eindrechten met een andere postale operator waarvoor de overeenkomstige kosten als transportkosten werden geboekt.
De kortlopende handels- en overige schulden stegen met 126,4 miljoen EUR, of 15,1%, tot 964,8 miljoen EUR in 2016. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de stijging van de handels- en overige schulden, dewelke respectievelijk stegen met 125,9 miljoen EUR en 32,9 miljoen EUR, gedeeltelijk gecompenseerd door de daling van bezoldigingen en sociale lasten voor 32,4 miljoen EUR. De stijging van handels- en overige schulden is voornamelijk het gevolg van de integratie van Ubiway, terwijl de stijging van overige schulden het gevolg was van een overheveling van de schuld met betrekking tot de aankoop van de resterende aandelen van Landmark van lange termijn naar korte termijn, de earn-outs met betrekking tot de overname van FDM en Apple Express en de consolidatie van Ubiway. De daling van de schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten was voornamelijk toe te schrijven aan de impact van het sociale plan Alpha in 2015.
In 2016 genereerde bpost -76,2 miljoen EUR aan geldmiddelen. Dit is een daling van 128,4 miljoen EUR in vergelijking met de nettokasinstroom van 52,1 miljoen EUR van 2015.
De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten bedroeg 352,6 miljoen EUR, 8,4 miljoen EUR minder dan in 2015. De kasstromen uit bedrijfsactiviteiten ondervonden de negatieve impact van:
De betaalde vennootschapsbelastingen met betrekking tot vorige jaren was lager in 2016 dan in 2015 (+21,1 miljoen EUR) en voorafbetalingen van belastingen in 2016 waren +10,0 miljoen lager dan in 2015. Als deze elementen niet in aanmerking genomen worden, dan is het resultaat van operationele aciviteiten gestegen met 16,1 miljoen EUR en het werkkapitaal verbeterde met 10,3 miljoen EUR.
De investeringsactiviteiten genereerden een kasuitstroom van 158,7 miljoen EUR in 2016 ten opzichte van een uitstroom van 45,1 miljoen EUR vorig jaar, voornamelijk als gevolg van hogere kasuitstromen met betrekking tot de aankoop van dochterondernemingen en activiteiten (-75,4 miljoen EUR), lagere opbrengsten uit de verkoop van materiële vaste activa (-22,2 miljoen EUR, in 2015 was er een verkoop van een omvangrijk gebouw), financiële instrumenten (-12,0 miljoen EUR) en hogere kapitaalsuitgaven (-4,0 miljoen EUR).
De kasstroom uit financieringsactiviteiten vertegenwoordigde een kasuitstroom van 270,1 miljoen EUR, een stijging van 6,3 miljoen EUR vergeleken met vorig jaar ingevolge de uitkering van een hoger finaal en tussentijds dividend en het dividend aan minderheidsbelangen betaald in 2016.
bpost analyseert ook de resultaten van haar activiteiten op een genormaliseerde basis of voor eenmalige elementen. Eenmalige elementen vertegenwoordigen belangrijke elementen binnen de opbrengsten of kosten die ten gevolge van hun uitzonderlijk karakter niet zijn opgenomen in de interne rapportering en de resultaatsanalyses. bpost streeft naar een consistente benadering bij de bepaling of een opbrengst of kostelement eenmalig is en of het voldoende significant is om uit de gerapporteerde cijfers te worden uitgesloten ten einde genormaliseerde cijfers te bekomen.
Een eenmalig element is verondersteld significant te zijn als het 20 miljoen EUR of meer bedraagt. Alle winsten en verliezen ten gevolge van de buitengebruikstelling van activiteiten worden genormaliseerd ongeacht het bedrag zij vertegenwoordigen. Terugnames van provisies waarvan de aanlegging eerder werd genormaliseerd, worden ook genormaliseerd ongeacht hun bedrag.
De presentatie van genormaliseerde resultaten is niet in overeenstemming met IFRS en is niet geauditeerd. De genormaliseerde resultaten zijn mogelijk niet vergelijkbaar met de genormaliseerde cijfers gerapporteerd door andere vennootschappen omdat deze vennootschappen hun genormaliseerde cijfers anders kunnen berekenen dan bpost. Genormaliseerde financiële cijfers worden hieronder voorgesteld.
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | Evolutie 2016-2015 |
|---|---|---|---|---|
| Totale bedrijfsopbrengsten | 2.425,2 | 2.433,7 | 2.464,7 | -0,3% |
| Verkoop van een omvangrijk gebouw(1) | (26,1) | |||
| GENORMALISEERDE TOTALE BEDRIJFOPBRENGSTEN | 2.425,2 | 2.407,6 | 2.464,7 | 0,7% |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | Evolutie 2016-2015 |
|---|---|---|---|---|
| Totale bedrijfskosten exclusief afschrijvingen / waardeverminderingen | (1.838,4) | (1.878,5) | (1.892,6) | -2,1% |
| Sociaal plan - Alpha-project (2) | 54,5 | |||
| GENORMALISEERDE TOTALE BEDRIJFSKOSTEN EXCLUSIEF AFSCHRIJVINGEN / WAARDEVERMINDERINGEN |
(1.838,4) | (1.824,0) | (1.892,6) | 0,8% |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | Evolutie 2016-2015 |
|---|---|---|---|---|
| EBITDA | 586,9 | 555,2 | 572,0 | 5,7% |
| Verkoop van een omvangrijk gebouw (1) | (26,1) | |||
| Sociaal plan - Alpha-project (2) | 54,5 | |||
| GENORMALISEERDE EBITDA | 586,9 | 583,6 | 572,0 | 0,6% |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | Evolutie 2016-2015 |
|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 496,5 | 466,1 | 480,2 | 6,5% |
| Verkoop van een omvangrijk gebouw (1) | (26,1) | |||
| Sociaal plan - Alpha-project (2) | 54,5 | |||
| GENORMALISEERD BEDRIJFSRESULTAAT (EBIT) | 496,5 | 494,4 | 480,2 | 0,4% |
| Evolutie | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | 2016-2015 |
| Winst van het boekjaar | 346,2 | 309,3 | 295,5 | 12,0% |
| Verkoop van een omvangrijk gebouw (1) | (17,2) | |||
| Sociaal plan - Alpha project (2) | 36,1 | |||
| Liquidatie Deltamedia (3) | (22,2) | |||
| GENORMALISEERDE WINST VAN HET BOEKJAAR (EAT) | 324,1 | 328,1 | 295,5 | -1,2% |
(1) In december 2015 verkocht bpost een aanzienlijk gebouw waarop een meerwaarde van 26,1 miljoen EUR werd gerealiseerd. Gezien de grootorde van het bedrag en het feit dat dit bedrag de drempel van 20,0 miljoen EUR overschrijdt, werd deze transactie eenmalig beschouwd.
(2) Tijdens de vergadering van het Paritair Comité van 23 juli 2015 bereikten het management van bpost en de vertegenwoordigers van de werknemers een overeenkomst betreffende het sociaal plan voor het Alpha project in de ondersteunende diensten. De overeenkomst bevat de voorwaarden voor vervroegd pensioen en bepaalt de ontslagvoorwaarden, ingeval sommige werknemers niet
worden geselecteerd voor een nieuwe job. De geschatte impact van deze overeenkomst werd voorzien onder de loonkosten gedurende het derde kwartaal van 2015. (3) In december 2016 werd Deltamedia NV, een volledige dochteronderonderneming van bpost NV geliquideerd. Het door bpost NV geboekte liquidatieverlies was fiscaal aftrekbaar in de mate dat het het fiscaal gestort kapitaal in Deltamedia NV niet overschreed.
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | Evolutie 2016-2015 |
|---|---|---|---|---|
| Netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 352,6 | 361,1 | 451,5 | -2,3% |
| Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten | (158,7) | (45,1) | (78,2) | 251,8% |
| OPERATIONELE VRIJE KASSTROOM | 193,9 | 315,9 | 373,3 | -38,6% |
| Ontvangen deposito's van derden | (0,0) | (0,0) | 0,2 | 0,0% |
| GENORMALISEERDE OPERATIONELE VRIJE KASSTROOM | 193,9 | 315,9 | 373,5 | -38,6% |
De operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de netto kasstroom van operationele activiteiten verminderd met de verwerving van materiële vaste activa (verminderd met de ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa), de verwerving van immateriële activa, de verwerving van overige investeringen en de verwerving van dochterondernemingen (na aftrek van verworven liquide middelen).
Voor 2015 en 2016 zijn er geen eenmalige elementen geïdentificeerd met betrekking tot het kasstroomoverzicht.
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| IFRS geconsolideerde nettowinst | 346,2 | 309,3 | 295,5 |
| Resultaten van de dochterondernemingen en deconsolidatie impacten | (39,5) | (11,3) | (4,0) |
| Verschillen in afschrijvingen en waardeverminderingen | (2,6) | 0,2 | (3,8) |
| Verschillen in opname van voorzieningen | 0,2 | (6,5) | (7,4) |
| Effecten van IAS 19 | 2,3 | (17,3) | 15,6 |
| Uitgestelde belastingen | 0,3 | 10,2 | 2,5 |
| Overige | 1,8 | 3,0 | (1,5) |
| BGAAP NIET-GECONSOLIDEERDE NETTOWINST | 308,7 | 287,7 | 296,9 |
De niet-geconsolideerde winst na belastingen van bpost, opgemaakt in overeenstemming met de Belgische boekhoudregels (BGAAP), kan in twee stappen worden afgeleid uit de geconsolideerde IFRS winst na belastingen.
In een eerste stap wordt de niet-geconsolideerde winst na belastingen volgens IFRS afgeleid, nl. door:
De tabel hieronder toont een opsplitsing van hetgeen hierboven vermeld wordt:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Winst van de Belgische volledig geconsolideerde dochterondernemingen (GAAP lokaal) | (9,3) | (7,0) | (8,7) |
| Winst van de internationale dochterondernemingen (GAAP lokaal) | (18,4) | (7,5) | (3,2) |
| Aandeel in de winst van geassocieerde ondernemingen | (11,5) | (10,1) | (10,3) |
| Overige deconsolidatie impacten | (0,3) | 13,3 | 18,1 |
| TOTAAL | (39,5) | (11,3) | (4,0) |
Het tegendraaien van de waardeverminderingen voor dochterondernemingen binnen bpost NV in 2014 (8,0 miljoen EUR), gedeeltelijk gecompenseerd door hogere dividenden in 2015 verklaren de evolutie van de overige deconsolidatie impacten in 2015 in vergelijking met 2014. De evolutie van de overige deconsolidatie impacten in 2016 in vergelijking met 2015 was voornamelijk het gevolg van lagere dividenden in 2016.
Bij de tweede stap wordt het BGAAP resultaat afgeleid van het IFRS resultaat, dit wordt bekomen door alle IFRS-aanpassingen die aan lokale GAAP-cijfers werden gedaan terug te draaien. Deze aanpassingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, het volgende:
De vooruitzichten voor 2017 omvatten de overnames van FDM, Apple Express, Ubiway, DynaGroup en de participaties in Parcify en de Buren.
We verwachten een lichte stijging van de inkomsten ten gevolge van:
Langs de kostenzijde verwachten we een lichte stijging ten gevolge van:
Dat zal tot gevolg hebben dat de recurrente EBITDA en het dividend voor 2017 op hetzelfde niveau zal blijven als in 2016. We bevestigen onze lange termijn ambitie van een EBITDA van tenminste 620,0 miljoen EUR tegen 2020.
De bruto kapitaalsuitgaven zullen naar verwachting rond de 90,0 miljoen EUR liggen, voornamelijk gerelateerd aan verdere investeringen in het kader van Visie 2020. Daarbovenop zullen de kapitaalsuitgaven van Ubiway maximaal 10,0 miljoen EUR bedragen.
1 Geconsolideerde winst- en verliesrekening 22 2 Overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde geconsolideerde resultaten 23 3 Geconsolideerde balans 24 4 Mutatieoverzicht van het geconsolideerde eigen vermogen 25 5 Geconsolideerd kasstroomoverzicht 26 6 Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 27 6.1 Algemene informatie 27 6.2 Verandering in de boekhoudkundige principes 27 6.3 Belangrijke boekhoudkundige hypothesen en inschattingen 30 6.4 Samenvatting van de belangrijkste boekhoudkundige principes 31 6.5 Risicobeheer 39 6.6 Bedrijfscombinaties 46 6.7 Informatie met betrekking tot segmenten 49 6.8 Omzet 52 6.9 Overige bedrijfsopbrengsten 52 6.10 Overige bedrijfskosten 52 6.11 Personeelskosten 53 6.12 Financiële opbrengsten en financiële kosten 53
21bpost JAARVERSLAG 2016
| 6.13 Winstbelastingen/Uitgestelde belastingen | 54 |
|---|---|
| 6.14 Winst per aandeel | 55 |
| 6.15 Materiële vaste activa | 56 |
| 6.16 Vastgoedbeleggingen | 58 |
| 6.17 Activa aangehouden voor verkoop | 59 |
| 6.18 Immateriële vaste activa | 60 |
| 6.19 Leasing | 62 |
| 6.20 Financiële instrumenten | 63 |
| 6.21 Investeringen in geassocieerde ondernemingen | 64 |
| 6.22 Handelsvorderingen en overige vorderingen | 65 |
| 6.23 Voorraden | 65 |
| 6.24 Geldmiddelen en kasequivalenten | 66 |
| 6.25 Financiële schulden | 66 |
| 6.26 Personeelsbeloningen | 66 |
| 6.27 Handelsschulden en overige schulden | 77 |
| 6.28 Voorzieningen | 78 |
| 6.29 Voorwaardelijke activa en passiva | 79 |
| 6.30 Rechten en verplichtingen | 80 |
| 6.31 Transacties met verbonden partijen | 81 |
| 6.32 Overzicht van dochterondernemingen | 84 |
| 6.33 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum | 88 |
| In miljoen EUR | Toelichting | 2016 | 2015 | 2014 | Evolutie 2016-2015 |
|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 6.8 | 2.399,4 | 2.393,4 | 2.441,7 | 0,3% |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 6.9 | 25,8 | 40,3 | 22,9 | -35,9% |
| TOTAAL BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 2.425,2 | 2.433,7 | 2.464,7 | -0,3% | |
| Materiaalkost | (60,4) | (26,6) | (27,4) | 127,4% | |
| Diensten en diverse goederen | (665,2) | (645,6) | (644,1) | 3,0% | |
| Personeelskosten | 6.11 | (1.111,1) | (1.185,8) | (1.199,9) | -6,3% |
| Overige bedrijfskosten | 6.10 | (1,7) | (20,5) | (21,3) | -91,7% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (90,3) | (89,1) | (91,9) | 1,3% | |
| TOTAAL BEDRIJFSKOSTEN | (1.928,7) | (1.967,6) | (1.984,5) | -2,0% | |
| BEDRIJFSRESULTAAT (EBIT) | 496,5 | 466,1 | 480,2 | 6,5% | |
| Financiële opbrengsten | 6.12 | 10,7 | 5,3 | 5,5 | 101,7% |
| Financiële kosten | 6.12 | (27,6) | (10,9) | (42,7) | 153,6% |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 9,9 | 10,2 | 11,2 | -2,8% | |
| RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITVOERING | 489,5 | 470,6 | 454,1 | 4,0% | |
| Belastingen | 6.13 | (143,2) | (161,4) | (158,6) | -11,2% |
| WINST UIT VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN | 346,2 | 309,3 | 295,5 | -12,0% | |
| Winst uit stopgezette activiteiten | 0,0 | 0,0 | 0,0 | ||
| NETTORESULTAAT VAN DE PERIODE | 346,2 | 309,3 | 295,5 | 12,0% | |
| Toerekenbaar aan: | |||||
| Aandeelhouders van de moedermaatschappij | 343,8 | 307,0 | 293,6 | 12,0% | |
| Minderheidsbelangen | 2,5 | 2,2 | 1,9 | 10,5% | |
| Winst per aandeel | |||
|---|---|---|---|
| In EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Gewone winst van het jaar toe te rekenen aan gewone aandeelhouders van de moedermaatschappij |
1,72 | 1,54 | 1,47 |
| Verwaterde winst van het jaar, toe te rekenen aan gewone aandeelhouders van de moedermaatschappij |
1,72 | 1,54 | 1,47 |
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Toelichting | 2016 | 2015 | 2014 |
| NETTORESULTAAT VAN DE PERIODE | 346,2 | 309,3 | 295,5 | |
| NIET GEREALISEERDE RESULTATEN | ||||
| Niet gerealiseerde resultaten die geherklasseerd worden naar de resultatenrekening in volgende periodes (na belastingen): |
||||
| Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten | 1,9 | 0,0 | 0,6 | |
| NETTO NIET GEREALISEERDE WINST/(VERLIES) DIE GEHERKLASSEERD WORDT NAAR DE RESULTATENREKENING IN VOLGENDE PERIODES |
1,9 | 0,0 | 0,6 | |
| Niet gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar de resultatenrekening in volgende periodes (na belastingen): |
||||
| Reële waarde van financiële activa beschikbaar voor verkoop door geassocieerde ondernemingen |
6.21 | (12,0) | (46,7) | 69,0 |
| (Verlies) winst op voor verkoop beschikbare financiële activa | (18,2) | (70,7) | 104,8 | |
| Inkomstenbelastingseffect | 6,2 | 24,0 | (35,9) | |
| Reële waarde van actuariële resultaten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen |
6.26 | (4,8) | 2,9 | (6,1) |
| Actuariële winsten/(verliezen) met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen |
(5,8) | 6,6 | (11,2) | |
| Inkomstenbelastingseffect | 1,0 | (3,6) | 5,1 | |
| NETTO NIET GEREALISEERDE WINST/(VERLIES) DIE NIET GEHERKLASSEERD WORDT NAAR DE RESULTATENREKENING IN VOLGENDE PERIODES |
(16,8) | (43,8) | 62,8 | |
| NIET-GEREALISEERDE WINST/(VERLIES) NA BELASTINGEN | (14,9) | (43,7) | 63,4 | |
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN NA BELASTINGEN |
331,4 | 265,5 | 358,9 | |
| Toerekenbaar aan: | ||||
| Aandeelhouders van de moedermaatschappij | 328,9 | 263,3 | 357,0 | |
| Minderheidsbelangen | 2,5 | 2,2 | 1,9 |
| In miljoen EUR | Toelichting | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|---|
| Activa | ||||
| Vaste activa | ||||
| Materiële vaste activa | 6.15 | 561,6 | 548,5 | 565,7 |
| Immateriële vaste activa | 6.18 | 224,4 | 89,6 | 89,5 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | 6.21 | 373,7 | 375,0 | 416,5 |
| Vastgoedbeleggingen | 6.16 | 6,2 | 6,5 | 8,7 |
| Uitgestelde belastingsvorderingen | 6.13 | 48,2 | 47,2 | 61,0 |
| Handels- en overige vorderingen | 6.22 | 2,8 | 2,3 | 2,6 |
| 1.216,8 | 1.069,2 | 1.144,0 | ||
| Vlottende activa | ||||
| Activa aangehouden voor verkoop | 6.17 | 1,5 | 3,1 | 2,8 |
| Financiële instrumenten | 6.20 | 12,0 | 0,0 | 0,0 |
| Voorraden | 6.23 | 36,7 | 11,1 | 12,5 |
| Te ontvangen belastingen | 6.13 | 2,6 | 1,7 | 1,9 |
| Handels- en overige vorderingen | 6.22 | 481,8 | 411,2 | 398,3 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 6.24 | 538,9 | 615,7 | 562,3 |
| 1.073,5 | 1.042,8 | 977,8 | ||
| TOTAAL ACTIVA | 2.290,3 | 2.112,0 | 2.121,8 | |
| Eigen vermogen en passiva | ||||
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij | ||||
| Geplaatst kapitaal | 364,0 | 364,0 | 364,0 | |
| Eigen aandelen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |
| Reserves | 274,2 | 230,9 | 229,4 | |
| Omrekeningsverschillen | 2,5 | 0,6 | 0,6 | |
| Overgedragen resultaat | 135,5 | 99,3 | 87,5 | |
| 776,3 | 694,8 | 681,4 | ||
| Minderheidsbelangen | 3,1 | (0,0) | 0,0 | |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN | 4 | 779,3 | 694,8 | 681,4 |
| Langlopende verplichtingen | ||||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 6.25 | 47,7 | 56,2 | 65,7 |
| Personeelsbeloningen | 6.26 | 356,7 | 346,2 | 368,6 |
| Handels- en overige schulden | 6.27 | 40,3 | 61,7 | 79,8 |
| Voorzieningen | 6.28 | 31,6 | 29,2 | 37,1 |
| Uitgestelde belastingsverplichtingen | 1,1 | 1,3 | 1,4 | |
| 477,3 | 494,7 | 552,5 | ||
| Kortlopende verplichtingen | ||||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 6.25 | 10,3 | 9,6 | 10,0 |
| Bankvoorschotten in rekening-courant | 0,0 | 0,2 | 0,3 | |
| Voorzieningen | 6.28 | 27,1 | 35,0 | 27,7 |
| Te betalen belastingen | 6.13 | 31,4 | 39,4 | 67,3 |
| Handels- en overige schulden | 6.27 | 964,8 | 838,3 | 782,6 |
| 1.033,6 | 922,5 | 887,8 | ||
| TOTAAL PASSIVA | 1.511,0 | 1.417,2 | 1.440,4 | |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN PASSIVA | 2.290,3 | 2.112,0 | 2.121,8 |
Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij
| In miljoen EUR | Geplaatst kapitaal / toegelaten kapitaal |
Eigen aandelen |
Overige reserves |
Om rekenings verschillen |
Over gedragen resultaat |
Totaal | Minderheids belangen |
Totaal eigen vermogen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| PER 1 JANUARI 2014 | 364,0 | 0,0 | 111,0 | 0,0 | 101,9 | 576,9 | 0,0 | 576,9 |
| Resultaat van het jaar 2014 | 293,6 | 293,6 | 1,9 | 295,5 | ||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | 164,7 | 0,6 | (101,9) | 63,4 | 63,4 | |||
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN |
0,0 | 0,0 | 164,7 | 0,6 | 191,7 | 357,0 | 1,9 | 358,9 |
| Dividenden (betaling) | (40,0) | (208,0) | (248,0) | (1,3) | (249,3) | |||
| Andere | (6,3) | 1,9 | (4,4) | (0,6) | (5,0) | |||
| PER 31 DECEMBER 2014 | 364,0 | 0,0 | 229,4 | 0,6 | 87,5 | 681,4 | 0,0 | 681,4 |
| PER 1 JANUARI 2015 | 364,0 | 0,0 | 229,4 | 0,6 | 87,5 | 681,4 | 0,0 | 681,4 |
| Resultaat van het jaar 2015 | 307,0 | 307,0 | 2,2 | 309,3 | ||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | 43,7 | 0,0 | (87,5) | (43,7) | (43,7) | |||
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN |
0,0 | 0,0 | 43,7 | 0,0 | 219,5 | 263,3 | 2,2 | 265,5 |
| Dividenden (betaling) | (44,0) | (210,0) | (254,0) | 0,0 | (254,0) | |||
| Andere | 1,8 | 2,2 | 4,0 | (2,2) | 1,8 | |||
| PER 31 DECEMBER 2015 | 364,0 | 0,0 | 230,9 | 0,6 | 99,3 | 694,8 | 0,0 | 694,8 |
| PER 1 JANUARI 2016 | 364,0 | 0,0 | 230,9 | 0,6 | 99,3 | 694,8 | 0,0 | 694,8 |
| Resultaat van het jaar 2016 | 343,8 | 343,8 | 2,5 | 346,2 | ||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | 82,5 | 1,9 | (99,3) | (14,9) | (14,9) | |||
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN |
0,0 | 0,0 | 82,5 | 1,9 | 244,5 | 328,9 | 2,5 | 331,4 |
| Dividenden (betaling) | (48,0) | (212,0) | (260,0) | (2,0) | (262,0) | |||
| Andere | 8,9 | 3,7 | 12,6 | 2,6 | 15,2 | |||
| PER 31 DECEMBER 2016 | 364,0 | 0,0 | 274,2 | 2,5 | 135,5 | 776,3 | 3,1 | 779,3 |
De overige reserves per 31 december 2016 (274,2 miljoen EUR) bestaan uit groepsreserves ten belope van 223,4 miljoen EUR, waarvan 143,5 miljoen EUR uitkeerbaar overgedragen resultaat bij bpost NV en wettelijke reserves ten belope van 50,8 miljoen EUR.
Per 31 december 2016 is het aandeelhouderschap als volgt:
| TOTAAL | Belgische Staat(1) | Vrij verhandelbaar |
|
|---|---|---|---|
| Number of shares | |||
| PER 1 JANUARI 2016 | 200.000.944 | 102.075.649 | 97.925.295 |
| Veranderingen gedurende het jaar | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| PER 31 DECEMBER 2016 | 200.000.944 | 102.075.649 | 97.925.295 |
(1) Rechtstreeks en via De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij.
De aandelen hebben geen nominale waarde en zijn volledig betaald.
| In miljoen EUR | Toelichting | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|---|
| Operationele activiteiten | ||||
| Resultaat voor belastingen | 1 | 489,5 | 470,6 | 454,1 |
| Afschrijvingen | 89,8 | 89,1 | 91,9 | |
| Dubieuze debiteuren | 1,6 | 0,1 | 2,2 | |
| Winst op de realisatie van materiële vaste activa | 6.9 | (17,0) | (33,4) | (15,5) |
| Winst naar aanleiding van herwaardering earn-out | 6.9 | (0,4) | 0,0 | 0,0 |
| Wijziging in personeelsbeloningen | 6.26 | 4,7 | (15,8) | 12,3 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 6.21 | (9,9) | (10,2) | (11,2) |
| Ontvangen dividenden | 6.21 | 0,0 | 5,0 | 5,0 |
| Betaalde belastingen | (130,4) | (137,1) | (135,9) | |
| Betaalde belastingen m.b.t. voorgaande jaren | (20,9) | (42,0) | ||
| BEDRIJFSKASSTROOM VOOR WIJZIGING IN BEDRIJFSKAPITAAL EN VOORZIENINGEN |
407,0 | 326,4 | 402,9 | |
| Afname / (toename) van handels- en overige vorderingen | (6.6) | 9,4 | (0,8) | |
| Afname / (toename) in voorraden | 6.23 | 2,0 | 1,2 | (2,8) |
| Toename / (afname) van handels- en overige schulden | (36.7) | 24,8 | 50,3 | |
| Ontvangen deposito's van derden | 0,0 | 0,0 | (0,2) | |
| Toename / (afname) van voorzieningen | (13,1) | (0,7) | 2,1 | |
| NETTO KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | 352,6 | 361,1 | 451,5 | |
| Investeringsactiviteiten | ||||
| Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa | 27,2 | 49,4 | 21,8 | |
| Verwerving van materiële vaste activa | 6.15 | (72,7) | (67,0) | (77,6) |
| Verwerving van immateriële activa | 6.18 | (12,3) | (13,9) | (13,4) |
| Verwerving van overige investeringen | 6.20 | (12,0) | 0,0 | 0,0 |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven liquide middelen |
(89,0) | (13,6) | (9,1) | |
| NETTO KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | (158,7) | (45,1) | (78,2) | |
| Financieringsactiviteiten | ||||
| Aflossingen van leningen en schulden financiële leasing | (8,1) | (9,8) | (11,2) | |
| Interim dividend betaald aan de aandeelhouders | 4 | (212,0) | (210,0) | (208,0) |
| Dividenden uitbetaald | 4 | (48,0) | (44,0) | (40,0) |
| Dividenden betaald aan minderheidsbelangen | 4 | (2,0) | 0,0 | 0,0 |
| NETTO KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN | (270,1) | (263,8) | (259,3) | |
| NETTO TOENAME VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN | (76,2) | 52,1 | 114,0 | |
| NETTO IMPACT WISSELKOERSVERSCHILLEN | (0,4) | 1,4 | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten min bankvoorschotten in rekening-courant per 1 januari |
6.24 | 615,5 | 562,0 | 448,0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten min bankvoorschotten in rekening-courant per 31 december |
6.24 | 538,9 | 615,5 | 562,0 |
| BEWEGINGEN TUSSEN 1 JANUARI EN 31 DECEMBER | (76,6) | 53,5 | 114,0 |
bpost en haar dochterondernemingen (hierna "bpost" genoemd) leveren nationale en internationale post- en pakjesdiensten, die bestaan uit de ophaling, het transport, de sortering en de uitreiking van geadresseerde en ongeadresseerde poststukken, drukwerk, dagbladen en pakjes.
Geconsolideerde jaarrekening
Via haar dochterondernemingen en business units verkoopt bpost ook een waaier andere producten en diensten, waaronder post-, pakjes-, bank- en financiële producten, express diensten, diensten met betrekking tot proximity en convenience, documentbeheer en aanverwante activiteiten. bpost voert eveneens namens de overheid Diensten van Algemeen Economisch Belang ("DAEB") uit.
bpost is een naamloze vennootschap naar publiek recht. bpost heeft haar maatschappelijke zetel in het Muntcentrum, 1000 Brussel.
De toegepaste boekhoudregels zijn consistent met die van het vorige boekjaar, met uitzondering van de invoering van nieuwe standaarden en interpretaties die vanaf 1 januari 2016 in voege zijn.
De hierna vermelde nieuwe of gewijzigde boekhoudstandaarden zijn in werking getreden vanaf 1 januari 2016 maar hebben geen effect op de presentatie, de financiële prestaties of positie van bpost:
De volgende nieuwe IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties, goedgekeurd maar nog niet van kracht of die nog verplicht moeten worden, werden niet toegepast door bpost in het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.
| Standaard of interpretatie |
Effectief voor de rapportering die begint op of na |
|---|---|
| IFRS 9 – Financiële Instrumenten(1) | 1 januari 2018 |
| IFRS 15 – Ontvangsten uit contracten met klanten(1) | 1 januari 2018 |
| IFRS 16 – Leasing(1) | 1 januari 2019 |
| IFRS 7 – Wijzigingen – Initiatief over informatieverschaffing | 1 januari 2017 |
| IAS 12 – Wijzigingen – Erkennen van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot niet gerealiseerde verliezen |
1 januari 2017 |
| IFRS 2 – Wijzigingen – Classificatie en waardering van op aandelen gebaseerde betalingen | 1 januari 2018 |
| IAS 40 – Wijzigingen – Transfer van activa aangehouden voor verkoop(1) | 1 januari 2018 |
| IFRS 4 – Wijzigingen – Het gebruik van IFRS 9 financiële instrumenten met IFRS 4(1) | 1 januari 2018 |
(1) Nog niet bekrachtigd door de EU op de datum van dit rapport.
Vanaf 1 januari 2018 zal het boeken van opbrengsten zoals beschreven in IAS 18 (Opbrengsten) worden vervangen door IFRS 15 - Opbrengsten uit Contracten met Klanten. Volgens IFRS 15 moeten opbrengsten erkend worden voor een bedrag dat de vergoeding weergeeft waarop de onderneming verwacht recht te hebben in ruil voor het leveren van goederen of diensten aan een klant. IFRS 15 legt een vijfstappenplan vast voor het erkennen van opbrengsten uit contracten met klanten: aan de resultaatsverplichting(en) van elk contract moet een transactieprijs verbonden worden en de opbrengsten worden enkel erkend wanneer de entiteit de resultaatsverplichting(en) van het contract naleeft.
In 2016 maakte bpost een voorlopige inschatting van de impact met betrekking tot IFRS 15. Er wordt geen grote verandering verwacht naar aanleiding van de uitrol van IFRS 15. De activiteiten van bpost bestaan uit het uitreiken van post (met inbegrip van de verkoop van zegels), het uitreiken van pakjes in binnen- en buitenland, het genereren van additional sources of revenues, met inbegrip van meerwaardediensten, retail- en bankdiensten en financiële producten. De producten en diensten kunnen ofwel op zichzelf verkocht worden in afzonderlijke, individuele contracten of tesamen als een gebundeld pakket, dewelke niet afzonderlijk onderscheiden kunnen worden (bv. drukken en bezorgen van post door Speos betreffen geen afzonderlijke resultaatsverplichtingen), wat in overeenstemming is met de huidige erkenning van opbrengsten. Wat de resultaatsverplichting betreft, waar er een onderscheid moet worden gemaakt tussen bpost dewelke optreedt als agent of opdrachtgever, zal bpost de opbrengsten op dezelfde manier blijven erkennen en boeken als op heden wat in overeenstemming is met IFRS 15. Elke resultaatsverplichting in het contract heeft een transactieprijs, dewelke in sommige gevallen variabel kan zijn (kortingen, boetes, enz.). Aangezien bpost nu al een inschatting maakt van de variabele vergoeding bij aanvang van het contract is bpost al in lijn met IFRS 15. Het model van bpost met betrekking tot het erkennen van opbrengsten is ook in overeenstemming met IFRS 15, aangezien opbrengsten op een bepaald moment in de tijd worden erkend (namelijk wanneer de dienst wordt geleverd).
Vanaf 1 januari 2019 zal "IAS 17 – Leasing" worden vervangen door IFRS 16. IFRS 16 bepaalt de principes voor de erkenning, de waardering, de presentatie en de vermeldingen van leasing en vereist dat huurders alle huurcontracten in de boekhouding opnemen (behalve voor activa met een lage waarde en kortetermijnhuurcontracten), volgens een "single on-balance sheet" model gelijkaardig aan de boeking van financiële leasing volgens IAS 17. Bij de aanvang van een huurcontract zal een huurder een passief in overeenstemming met de betalingen van huur erkennen, evenals een actief dat het recht vertegenwoordigt om het onderliggende actief gedurende de huurtermijn te gebruiken (d.w.z. het gebruiksrecht van een actief). Huurders zullen de rentelasten van de huurschuld, evenals de afschrijvingslast van het gebruiksrecht van een actief afzonderlijk moeten erkennen.
In 2017 zal bpost de mogelijke impact van IFRS 16 op de geconsolideerde jaarrekening verder bestuderen.
IFRS 9 zal voornamelijk een impact hebben op bpost bank. De gevolgen worden momenteel bestudeerd door het locale management van bpost bank. Echter gezien dat bpost bank wordt geconsolideerd volgens de vermogensmutatie methode, verwacht bpost dat IFRS 9 geen materiële impact zal hebben op de balans en resultatenrekening van bpost.
Op 31 december 2016 zijn de boekhoudregels van bpost in overeenstemming met de IAS/IFRS standaarden en SIC/IFRIC interpretaties, zoals hieronder vermeld:
De andere standaarden en interpretaties, die momenteel zijn goedgekeurd door de EU en die van toepassing zijn voor de voorbereiding van de jaarrekening van 2016, zijn niet van toepassing in het geval van bpost.
bpost heeft geen enkele standaard, interpretatie of wijziging, die uitgegeven maar nog niet in voege was, vroeger aangenomen.
Een reeks belangrijke boekhoudkundige hypothesen liggen aan de basis van de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening die conform IFRS-regels werd opgesteld. Deze hypothesen hebben een invloed op de waarde van activa en passiva. Er worden ramingen en veronderstellingen gemaakt met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. Deze worden continu opnieuw geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische patronen en verwachtingen met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen waarvan er een redelijke kans is dat ze zich onder de huidige omstandigheden voordoen.
De voornaamste veronderstellingen die inherent zijn aan de waardering van de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen en de bepaling van de pensioenlast betreffen personeelsverloop, acceptatiegraad, sterftecijfers, pensioenleeftijden, discontovoeten, evolutie van voordelen en toekomstige weddeverhogingen. Deze parameters worden jaarlijks bijgewerkt. Aangezien de referentie database elk jaar groeit met historische gegevens die worden toegevoegd, worden deze data steeds stabieler en meer betrouwbaar. De werkelijke omstandigheden kunnen echter afwijken van deze veronderstellingen en aldus aanleiding geven tot andere verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen, die in de resultatenrekening tot uiting komen als een bijkomende winst of een bijkomend verlies of in niet-gerealiseerde resultaten, afhankelijk van het type voordeel.
De gebruikte sterftetabellen zijn de Belgische sterftetabellen MR (voor mannen) en FR (voor vrouwen) met een leeftijdscorrectie van twee jaar. bpost besloot om de levensduurte op te nemen door een leeftijdscorrectie toe te passen van twee jaar op de officiële tabellen, voor zowel actieve als inactieve werknemers.
Voor de Gecompenseerde Geaccumuleerde Afwezigheden werd het verbruikspatroon van de ziektedagen sinds december 2013 afgeleid uit de statistieken met betrekking tot het verbruikspatroon over een voortschrijdend gemiddelde van 3 jaren (de jaren 2014 tot 2016 voor december 2016). Het aantal ziektedagen hangt af van de leeftijd, geïdentificeerd per segment van de relevante medewerkers. Het percentage van het gewaarborgd loon is vastgesteld op 75% in geval van langdurige ziekte. Bijgevolg is het percentage van het gewaarborgd loon dat gebruikt wordt om de kost van de dagen geaccumuleerd in de individuele tellers te berekenen vastgezet op 25%. De gecumuleerde balans van de niet gebruikte ziekte dagen voor statutaire personeelsleden is beperkt tot een maximum van 63 dagen.
In België zijn bij wet de pensioenplannen met vaste bijdragen onderworpen aan een minimum rendement. Vandaar dat deze plannen worden geclassificeerd als toegezegde pensioenregelingen waarvoor de "projected unit credit"-methode (PUC) wordt gebruikt om deze verplichtingen te waarderen. Alhoewel er nog altijd geen volledige duidelijkheid is over de methodologie, zorgde de nieuwe wetgeving van December 2015 voor meer duidelijkheid met betrekking tot de minimum gegarandeerde rendementen. De onzekerheid met betrekking tot de toekomstige evolutie van de minimum gegarandeerde rendementen in België is opgeheven met de wijziging van de WAP (wet op aanvullende pensioenen) wet per eind December 2015. Vanaf 2016 is de minimumopbrengst een percentage van de gemiddelde opbrengst van de laatste 24 maanden op lineaire obligaties voor 10 jaar met een minimum van 1,75% per jaar. Als gevolg hiervan bleef bpost consistent de methodologie van 2015 toepassen en gebruikte de zogenaamde PUC methode rekening houdende met de toekomstige pensioen kosten geprorateerd voor de diensttijd van het verleden.
De financieringsmethodologie van de kinderbijslag voor statutaire personeelsleden is veranderd ingevolge een wetswijziging (wet van 19 december 2014). Als gevolg daarvan betaalt bpost als een openbare instelling een bijdrage die is vastgelegd door een programmawet. Het bedrag wijzigt elk jaar naargelang het aantal statutaire personeelsleden (VTE) en is onderhevig aan de inflatie.
Voor de waardering van de meeste beloningen wordt een gemiddelde kost per niet-actief personeelslid gebruikt. Deze gemiddelde kost werd geraamd door de jaarlijkse kost voor niet-actieve personeelsleden te delen door het aantal niet-actieve begunstigden op basis van referentiegegevens ontvangen van de administratie van de pensioenen.
De discontovoeten werden bepaald op basis van de marktopbrengsten op het moment van de balansdatum. bpost gebruikt de "Tower Watson RATE:link tool(1) " voor het bepalen van de discontovoeten, rekening houdend met een mix van financiële en nietfinanciële AA bedrijfsobligaties.
De voorwaardelijk vergoedingen, als gevolg van bedrijfscombinaties, worden gewaardeerd tegen de reële waarde op het moment van de aankoop en worden beschouwd als onderdeel van de bedrijfscombinatie. Wanneer de voorwaardelijke vergoeding voldoet aan de definitie van een schuld, wordt deze vervolgens op iedere balansdatum geherwaardeerd tegen reële waarde. De bepaling van de reële waarde is gebaseerd op de verdisconteerde kasstromen. De belangrijkste veronderstellingen houden rekening met de kans op het behalen van elke vooropgesteld doel en de verdisconteringsvoet.
De geconsolideerde jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Bestuur van 7 maart 2017. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens de boekhoudkundige principes gedefinieerd in de "International Financial Reporting Standards" (IFRS). De voornaamste boekhoudkundige principes worden hieronder weergegeven.
De geconsolideerde jaarrekening is uitgedrukt in euro (EUR) en alle waarden worden afgerond tot het dichtste miljoen tenzij anders wordt vermeld.
Alle boekhoudkundige schattingen en hypothesen die gebruikt werden bij het opstellen van deze jaarrekening zijn, waar van toepassing, consistent met het laatst goedgekeurde budget/langetermijn plan. De hypothesen zijn gebaseerd op de informatie die beschikbaar is op balansdatum. Hoewel deze hypothesen gebaseerd zijn op de recentste informatie die voorhanden is, kan het toch gebeuren dat de reële resultaten afwijken van de schattingen.
De moedermaatschappij en alle dochtermaatschappijen die onder haar controle vallen, zijn in de consolidatie opgenomen. Uitzonderingen zijn niet toegestaan.
Activa en passiva, rechten en verplichtingen, inkomsten en kosten van de moedermaatschappij en de dochterondernemingen die onder haar exclusieve controle vallen, zijn volledig geconsolideerd. Met controle wordt bedoeld: de bevoegdheid om het financiële en operationele beleid van een entiteit te bepalen, met het doel winst te verkrijgen uit haar activiteiten. Die controle wordt geacht te bestaan als bpost minstens 50% plus één aandeel van het stemrecht van de entiteit bezit; deze veronderstelling vervalt als er een duidelijk bewijs van het tegendeel bestaat. Wanneer wordt nagegaan of een entiteit onder de controle van bpost valt, worden het bestaan en de invloed van mogelijke stemrechten die momenteel uitoefenbaar of converteerbaar zijn in aanmerking genomen.
De consolidatie van een dochterbedrijf heeft plaats vanaf de overnamedatum, dat is de datum waarop de controle van de nettoactiva en de activiteiten van de overgenomene daadwerkelijk werden overgedragen aan de overnemer. Vanaf de overnamedatum neemt de moedermaatschappij (de overnemer) de financiële prestaties van de overgenomene op in haar geconsolideerde resultatenrekening en neemt ze de overgenomen activa en passiva (aan marktwaarde), met inbegrip van elke uit de overname voortkomende goodwill, op in de geconsolideerde balans. De dochterbedrijven worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop de controle ophoudt. Intragroepsbalansen en -transacties en niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties tussen bedrijven van de groep worden volledig buiten beschouwing gelaten.
De geconsolideerde jaarrekening wordt voorbereid op basis van éénvormige boekhoudkundige regels voor gelijksoortige transacties en andere gebeurtenissen in gelijkaardige omstandigheden.
Een geassocieerde onderneming is een entiteit waarin bpost een aanzienlijke invloed heeft, maar die noch een dochteronderneming, noch een joint venture is. Een aanzienlijke invloed is de macht om deel te nemen aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen van het bedrijf waarin geïnvesteerd wordt, zonder dat beleid evenwel te controleren. Er wordt verondersteld dat dit het geval is wanneer bpost minstens 20% van de stemrechten heeft van het bedrijf waarin bpost investeert en dat het niet het geval is wanneer hij minder dan 20% heeft; deze veronderstellingen kunnen weerlegd worden indien er duidelijk bewijs is van het tegendeel.
De boekhoudkundige principes worden consequent toegepast binnen de groep, de geassocieerde ondernemingen inbegrepen.
Alle geassocieerde ondernemingen worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode: de deelnemingen worden apart vermeld in de geconsolideerde balans (onder de titel "Investeringen in geassocieerde ondernemingen") op de balansdatum en voor een bedrag dat overeenstemt met het deel van het aandelenvermogen van de geassocieerde onderneming (zoals herbepaald onder IFRS), inclusief het resultaat voor de periode. Dividenden ontvangen van een bedrijf waarin wordt geïnvesteerd verminderen de boekwaarde van de investering.
Het aandeel van het resultaat van geassocieerde ondernemingen toe te schrijven aan bpost is apart opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening onder de titel "Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen".
Niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit transacties tussen een investeerder (of zijn geconsolideerde dochterondernemingen) en geassocieerde ondernemingen worden aangepast ten belope van het belang van de investeerder in de geassocieerde onderneming.
32bpost JAARVERSLAG 2016
bpost bank en Citie zijn geassocieerde ondernemingen en worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, aangezien bpost een betekenisvolle invloed heeft maar geen controle heeft over het bestuur van deze ondernemingen.
De obligatieportefeuille van bpost bank wordt geclassificeerd op de balans van bpost bank als "Beschikbaar voor verkoop". Deze portefeuille omvat:
Aandelen die geclassificeerd worden als "Voor verkoop aangehouden", worden gewaardeerd aan reële waarde. Wijzigingen in deze reële waarde worden opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, onder de rubriek "Niet-gerealiseerd of uitgestelde winst of verlies".
Voor vastrentende effecten worden de rente inkomsten opgenomen in de winst- en verliesrekening op basis van de effectieve rentemethode. Voor effecten met variabele opbrengst, worden deze inkomsten opgenomen in de winst- en verliesrekening van zodra de aandeelhoudersvergadering de uitkering van een dividend bevestigd heeft.
Wanneer een entiteit wordt overgenomen, wordt het op de overnamedatum geregistreerde verschil tussen de overnamekost van de investering en de reële waarde van de identificeerbare activa, passiva en niet in de balans opgenomen verplichtingen geboekt als goodwill (als het verschil positief is) of rechtstreeks als een winst in de resultatenrekening (als het verschil negatief is).
In het geval van een voorwaardelijke vergoeding, wordt deze gewaardeerd tegen reële waarde op het moment van de bedrijfscombinatie en opgenomen in de overgedragen vergoeding (dwz erkend binnen goodwill). Indien het bedrag van de voorwaardelijke vergoeding wijzigt als gevolg van een post-acquisitie gebeurtenis (zoals het behalen van een winstdoelstelling), wordt de wijziging in reële waarde opgenomen in de winst-en verliesrekening.
Goodwill wordt niet afgeschreven maar wordt onderworpen aan een jaarlijkse waardeverminderingstest.
Immateriële vaste activa worden erkend op de balans als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Immateriële vaste activa worden geboekt tegen aanschaffingswaarde (met inbegrip van de kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan de transactie, maar zonder onrechtstreekse vaste kosten), min alle geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. De uitgaven met betrekking tot de onderzoeksfase worden in rekening gebracht van de resultatenrekening. De uitgaven met betrekking tot de ontwikkelingsfase worden geactiveerd. Binnen bpost bestaan de intern geproduceerde immateriële vaste activa hoofdzakelijk uit IT-projecten.
Immateriële vaste activa met beperkte levensduur worden op systematische basis afgeschreven over hun bruikbare levensduur, waarbij gebruik wordt gemaakt van de lineaire afschrijvingsmethode. De toegepaste nuttige levensduur is:
| Immateriële vaste activa | Nuttige levensduur |
|---|---|
| IT-ontwikkelingskosten | maximum 5 jaar |
| Licenties voor minder belangrijke software | 3 jaar |
Immateriële vaste activa met een onbeperkte levensduur - bij bpost enkel goodwill en handelsnaam – worden niet afgeschreven maar ondergaan jaarlijks een waardeverminderingstest.
Materiële vaste activa worden geboekt tegen aanschaffingswaarde min alle geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. Alle kosten die rechtstreeks verband houden met het operationeel maken van de activa zijn inbegrepen in de kosten.
Uitgaven voor herstellingen en onderhoud die enkel bedoeld zijn om de waarde van materiële vaste activa op peil te houden, maar niet om ze te verhogen, worden in rekening gebracht van de resultatenrekening. Uitgaven voor grote herstellingen en voor groot onderhoud, die leiden tot een toename van de toekomstige economische voordelen die door de materiële vaste activa zullen worden gegenereerd, worden evenwel geïdentificeerd als een afzonderlijk element van de aanschaffingswaarde.
Financieringskosten die rechtstreeks zijn toe te wijzen aan de verwerving, bouw of productie van een actief dat noodzakelijkerwijs pas na een aanzienlijke tijdsperiode klaar is voor het beoogde gebruik of verkoop, worden geactiveerd als deel van de kostprijs van het actief.
Het afschrijvingsbedrag wordt op een systematische basis gespreid over de bruikbare levensduur van het actief, waarbij gebruik wordt gemaakt van lineaire afschrijvingen. Het totaal af te schrijven bedrag is gelijk aan de aanschaffingswaarde, behalve voor voertuigen. Voor voertuigen is dat bedrag de aanschaffingswaarde min de restwaarde van de activa op het einde van hun levensduur. De toegepaste nuttige levensduur is:
| Materiële vaste activa | Nuttige levensduur |
|---|---|
| Terreinen | Niet van toepassing |
| Centrale administratieve gebouwen | 40 jaar |
| Gebouwen van het netwerk | 40 jaar |
| Industriële gebouwen, sorteercentra | 25 jaar |
| Uitrustingswerken aan gebouwen | 10 jaar |
| Trekkers en vorkheftrucks | 10 jaar |
| Fietsen en bromfietsen | 4 jaar |
| Andere voertuigen (auto's, trucks…) | 5 jaar |
| Machines | 5-10 jaar |
| Meubilair | 10 jaar |
| Computeruitrusting | 4-5 jaar |
Een financiële leasing, waarbij vrijwel alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen worden overgedragen aan de leasingnemer, wordt opgenomen onder actief en passief tegen bedragen die gelijk zijn aan de contante waarde van de minimum leasebetalingen (= som van de in de leasebedragen inbegrepen kapitaal en intrest) of, indien lager, de reële waarde van de geleasde activa. Leasebetalingen worden deels als financieringskosten opgenomen en deels als aflossing van de uitstaande schuld, zodat dit resulteert in een constante rentevoet over de leasetermijn. De afschrijvingsregels voor geleasde activa stroken met deze voor gelijkaardige activa in eigendom.
Betaalde / ontvangen huurgelden uit hoofde van operationele leasing (waarbij niet vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en voordelen worden overgenomen) worden door de huurder opgenomen als uitgaven en door de verhuurder als inkomsten volgens de lineaire methode over de leasetermijn.
Vastgoedbeleggingen hebben voornamelijk betrekking op appartementen in gebouwen dewelke gebruikt worden als postkantoor.
Vastgoedbeleggingen worden geboekt tegen aanschaffingswaarde minus geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. Het afschrijvingsbedrag wordt op een systematische basis toegekend over de bruikbare levensduur van het actief, waarbij gebruik wordt gemaakt van de lineaire afschrijvingsmethode. De levensduur die van toepassing is op vastgoedbeleggingen kan worden teruggevonden in de tabel bij het onderdeel "materiële vaste activa".
Vaste activa worden geclassificeerd als voor verkoop aangehouden activa in een specifieke rubriek in de balans, als hun boekwaarde eerder gerecupereerd zal worden door verkoop dan door verder gebruik of exploitatie. Dit wordt toegestaan als er aan bepaalde strikte criteria wordt voldaan (er werd gestart met een actief programma om een koper te zoeken, de eigendom kan in zijn huidige staat onmiddellijk worden verkocht, de verkoop is zeer waarschijnlijk en zal naar verwachting plaats hebben binnen één jaar na de datum van reclassering).
Voor verkoop aangehouden activa worden niet langer afgeschreven maar er kan een waardevermindering op toegepast worden. Ze worden gewaardeerd aan de laagste waarde van de boekwaarde en van de marktwaarde minus verkoopkosten.
De postzegelverzameling die eigendom is van bpost en die ze duurzaam aanhoudt, wordt op de balans ingeschreven tegen het geherwaardeerde bedrag minus een korting voor de beperkte liquiditeit. De geherwaardeerde bedragen worden periodiek vastgesteld op basis van de marktprijzen. bpost gaat over tot de herwaardering van haar collectie om de vijf jaar. De postzegelverzameling wordt opgenomen in de sectie "Overige materiële vaste activa" van de balans.
Een waardevermindering wordt opgenomen als de boekwaarde van een actief hoger ligt dan de realiseerbare waarde ervan, dat is het hoogste bedrag van de reële waarde minus verkoopkosten (wat overeenkomt met de liquiditeiten die bpost kan realiseren via verkoop) en van de bedrijfswaarde (wat overeenkomt met de liquiditeiten die bpost kan realiseren door het actief te blijven gebruiken).
Indien mogelijk worden de tests uitgevoerd op individuele activa. Als evenwel wordt vastgesteld dat activa geen onafhankelijke kasstromen genereren, dan wordt de test uitgevoerd op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid (CGU) waartoe het actief behoort (CGU = de kleinste identificeerbare groep activa die kasstromen genereert die grotendeels onafhankelijk zijn van de kasstromen van andere CGU's).
Voor goodwill wordt jaarlijks een waardeverminderingstest uitgevoerd. Een CGU waaraan geen goodwill is toegekend wordt alleen getest wanneer er aanwijzingen zijn voor een waardevermindering. Met het oog op de waardeverminderingstest, wordt goodwill die werd verworven bij een bedrijfscombinatie, vanaf de verwervingsdatum toegekend aan een groep van kasstroomgenererende eenheden waarvan wordt verwacht dat ze voordeel zullen halen uit de synergieën van de combinatie.
Als er een waardevermindering wordt vastgesteld, dan wordt die eerst gebruikt om de boekwaarde van elke goodwill van die groep van kasstroomgenererende eenheden te verminderen. Het resterende saldo wordt dan toegekend om de boekwaarde van andere vaste activa van de CGU te verminderen, proportioneel ten opzichte van hun totale boekwaarde, maar enkel in de mate dat de verkoopprijs van de activa in kwestie lager is dan de boekwaarde.
Waardeverminderingen op goodwill worden nooit teruggenomen op een latere datum. Waardeverminderingen op andere vaste activa worden teruggenomen als de oorspronkelijke voorwaarden van het ogenblik dat de waardevermindering werd geregistreerd ophouden te bestaan, maar enkel in de mate dat de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan het bedrag na afschrijvingen dat zou zijn verkregen als er geen waardevermindering zou geregistreerd zijn.
De waarde van de voorraden wordt bepaald als de laagste van de aanschaffingskost of de netto-verkoopswaarde op de balansdatum.
De aanschaffingsprijs van verwisselbare voorraden wordt bepaald door toepassing van de FIFO-methode (first in, first out). Minder belangrijke voorraden waarvan de waarde en de samenstelling stabiel blijven doorheen de tijd, worden in de balans opgenomen tegen een vaste waarde.
De kostprijs van de voorraden gereed product omvat alle kosten die gemaakt zijn om de voorraden in hun huidige toestand op hun huidige locatie te brengen, met inbegrip van indirecte productiekosten. Meer bepaald de kostprijs van de zegels omvat de directe en indirecte productiekosten, met uitsluiting van kosten van leningen en algemene kosten die er niet toe bijgedragen hebben om hen in hun huidige toestand en op hun huidige locatie te brengen. De berekening van vaste productiekosten in de kostprijs is gebaseerd op een normale productiecapaciteit.
Een waardevermindering is nodig als de netto-verkoopswaarde op de balansdatum lager ligt dan de kost.
Inkomsten uit de verkoop van goederen worden opgenomen als bpost de belangrijke risico's en voordelen van deze goederen overdraagt aan de koper en het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen doorgaan naar de entiteit.
Inkomsten uit het verlenen van diensten worden opgenomen, afhankelijk van de fase waarin de dienstverlening zich bevindt. In toepassing van dit principe worden de inkomsten uit de activiteit zegels en frankeermachines opgenomen in de inkomsten op het ogenblik dat de post wordt uitgereikt.
De vergoeding van DAEB is gebaseerd op contractuele provisies bepaald door het beheerscontract en de inkomsten worden erkend op het ogenblik dat de diensten verstrekt worden.
bpost krijgt ook commissies op de verkoop van partnerproducten via haar netwerk. Inkomsten van commissies worden geregistreerd op het ogenblik dat de diensten worden verleend.
Intresten worden opgenomen volgens de "effective yield" methode en de dividendinkomsten worden opgenomen wanneer bpost het recht verwerft op betaling.
Huurinkomsten afkomstig van operationele leasing of vastgoedbeleggingen worden op een systematische basis gespreid over de huurtermijn.
Vorderingen worden aanvankelijk gewaardeerd aan reële waarde en later tegen geamortiseerde kostprijs, d.w.z. de netto contante waarde van de te ontvangen cashflows (tenzij de invloed van het verdisconteren gering is).
Voor elke vordering afzonderlijk wordt nagegaan of ze inbaar is. Een waardevermindering wordt opgenomen als de ontvangst van het bedrag volledig of gedeeltelijk twijfelachtig of onzeker is.
Vooruitbetalingen en toe te rekenen inkomsten worden ook in deze rubriek ondergebracht.
Financiële instrumenten worden opgedeeld in verschillende categorieën bij hun initiële inboeking. Deze categorie is afhankelijk van de karakteristieken en het doel van de financiële instrumenten. De categorie van het financieel actief bepaalt de waardering en bepaalt of de opbrengsten en kosten worden opgenomen in de winst- en verliesrekening of rechtstreeks in eigen vermogen.
Dit zijn de verschillende categorieën financiële instrumenten:
Gewone aankopen of verkopen van financiële activa worden al of niet in de balans opgenomen door gebruik te maken van de afwikkelingsdatum ("settlement date accounting"). De reële waarde van deze financiële activa wordt bepaald door te refereren naar genoteerde marktprijzen in een actieve markt.
Deze rubriek omvat liquide middelen, te innen titels, kortetermijnbeleggingen (waarvan de vervaldatum ten hoogste drie maanden na de aankoopdatum valt) met een grote liquiditeit en die vlot kunnen omgezet worden in een gekend contant bedrag, en die een laag risico inhouden wat betreft verandering van waarde.
Voor wat betreft het geconsolideerde kasstroomoverzicht bestaan geldmiddelen en kasequivalenten uit contanten en kortlopende deposito's, zoals hierboven gedefinieerd, na aftrek van uitstaande bankschulden.
Gewone aandelen worden opgenomen in de rubriek "Geplaatst kapitaal".
Aandelen in portefeuille (eigen aandelen) worden afgetrokken van het eigen vermogen. Bewegingen van aandelen in portefeuille hebben geen invloed op de resultatenrekening.
Overige reserves omvatten het resultaat van vorige boekjaren, de wettelijke reserve en de geconsolideerde reserve.
Het overgedragen resultaat omvat het resultaat van het huidige boekjaar zoals vermeld in de winst- en verliesrekening.
Korte termijnbeloningen worden opgenomen als een uitgave wanneer het personeelslid de diensten heeft verleend aan bpost. Voordelen die niet zijn betaald op de balansdatum worden opgenomen in de rubriek "bezoldigingen en sociale zekerheid".
Personeelsvergoedingen na uitdiensttreding worden opgenomen op basis van een actuariële waarderingsmethode en er worden voorzieningen voor aangelegd (met aftrek van alle fondsbeleggingen), voor zover bpost verplicht is de kosten met betrekking tot deze beloningen te dragen. Deze verplichting kan een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting zijn ("verworven rechten" op basis van vroegere gebruiken).
In toepassing van deze principes wordt in het kader van de vergoedingen na uitdiensttreding een voorziening aangelegd (berekend volgens een actuariële methode die is vastgelegd in IAS 19), om het volgende te dekken:
Waardeaanpassingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in de geconsolideerde balans met een overeenkomstige debit of credit naar overgedragen resultaat door middel van de niet in winst- of verlies opgenomen resultaten in de periode waarin ze zich voordoen. Waardeaanpassingen worden niet overgeboekt naar de winst of verliesrekening in latere periodes.
Actuariële veronderstellingen (met betrekking tot de disconteringsvoet, de sterftefactor, de kosten voor toekomstige beloningen, inflatie enz.) worden gebruikt om de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen in overeenstemming met IAS 19 te bepalen. Actuariële winsten en verliezen doen zich onvermijdelijk voor, als gevolg van (1) veranderingen in de actuariële hypotheses jaar-over-jaar, en (2) verschillen tussen werkelijke kosten en actuariële hypotheses die worden gebruikt voor de waardering krachtens IAS 19.
De verplichting wordt berekend volgens de "projected unit credit"-methode. Elk jaar dienst geeft recht op een extra "unit credit" dewelke in aanmerking moet worden genomen bij het waarderen van de toegekende beloningen en de verplichtingen die er betrekking op hebben. De gebruikte disconteringsvoet is de opbrengst van bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid of is gebaseerd op staatsobligaties waarvan de looptijd gelijkaardig is aan die van de beloningen die gewaardeerd worden.
Opgenomen pensioenkosten omvatten aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winst en verliezen met betrekking tot inperking en schikking.
Pensioenkosten van verstreken diensttijd als gevolg van een wijziging van een plan of inperking dienen erkend te worden, het vroegste van (1) het ogenblik waarop de wijziging van het plan of de inperking plaatsvindt en (2) de datum waarop de entiteit gerelateerde herstructureringskosten in overeenstemming met IAS37 erkent. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de resultatenrekening.
Netto interesten worden berekend door de disconteringsvoet toe te passen op de netto verplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Netto interesten worden eveneens erkend in de resultatenrekening.
Fondsbeleggingen met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding worden gemeten aan reële waarde op het einde van de periode met dezelfde definitie zoals gebruikt in IFRS 13.
Langetermijnpersoneelsbeloningen worden opgenomen op basis van een actuariële waarderingsmethode en er worden voorzieningen voor aangelegd (met aftrek van alle fondsbeleggingen), voor zover bpost verplicht is de kosten met betrekking tot deze beloningen te dragen. Deze verplichting kan een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting zijn ("verworven rechten" op basis van vroegere gebruiken).
Er wordt een voorziening gecreëerd voor beloningen op lange termijn; deze dekt beloningen die slechts over een aantal jaren zullen worden betaald, maar die reeds door de werknemer zijn verworven op basis van zijn prestaties in het verleden. Ook hier wordt de voorziening berekend volgens een actuariële methode die wordt opgelegd door IAS 19.
De voorziening wordt als volgt berekend:
== aan te leggen voorziening (of op te nemen actief als de reële waarde van de fondsbeleggingen hoger is)
Waardeaanpassingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening in de periode waarin ze zich voordoen.
Actuariële veronderstellingen (met betrekking tot de disconteringsvoet, de sterftefactor, de kosten voor toekomstige beloningen, inflatie enz.) worden gebruikt om de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen in overeenstemming met IAS 19 te bepalen. Actuariële winsten en verliezen doen zich onvermijdelijk voor, als gevolg van (1) veranderingen in de actuariële hypotheses jaar-over-jaar, en (2) verschillen tussen werkelijke kosten en actuariële hypotheses die worden gebruikt voor de waardering krachtens IAS 19. Deze actuariële winsten en verliezen worden rechtstreeks in de resultatenrekening opgenomen.
De verplichting wordt berekend volgens de "projected unit credit"-methode. Elk jaar dienst geeft recht op een extra "unit credit" dewelke in aanmerking moet worden genomen bij het waarderen van de toegekende beloningen en de verplichtingen die er betrekking op hebben. De gebruikte disconteringsvoet is de opbrengst van bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid of is gebaseerd op staatsobligaties waarvan de looptijd gelijkaardig is aan die van de beloningen die gewaardeerd worden.
Opgenomen pensioenkosten omvatten aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winst en verliezen met betrekking tot inperking en schikking.
Pensioenkosten van verstreken diensttijd als gevolg van een wijziging van een plan of inperking dienen erkend te worden, het vroegste van (1) het ogenblik waarop de wijziging van het plan of de inperking plaatsvindt en (2) de datum waarop de entiteit gerelateerde herstructureringskosten in overeenstemming met IAS 37 erkent. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de resultatenrekening.
Netto interesten worden berekend door de disconteringsvoet toe te passen op de netto verplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Netto interesten worden eveneens erkend in de resultatenrekening.
Als bpost het contract van een personeelslid beëindigt vóór zijn normale pensioendatum, of wanneer een aanbod van vergoeding gebeurt in ruil voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst dewelke niet meer kan ingetrokken worden, wordt er een voorziening aangelegd in zoverre er een verplichting rust op bpost.
Een voorziening wordt enkel erkend als:
(1) bpost een concrete (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen uit het verleden;
(2) het waarschijnlijk is (meer waarschijnlijk dan niet) dat er voor de afwikkeling van de verplichting een betaling nodig zal zijn; en
(3) er een betrouwbare schatting van het bedrag van de verplichting kan worden gemaakt.
Indien het waarschijnlijk is dat de impact belangrijk zal zijn (voornamelijk voor langetermijnvoorzieningen), dan wordt de voorziening geraamd op basis van de netto contante waarde. De verhoging van de voorziening wegens het verstrijken van tijd wordt opgenomen als een financiële uitgave.
Een voorziening voor het saneren van verontreinigde sites wordt opgenomen als bpost in dat verband een verplichting heeft. Voorzieningen voor toekomstige bedrijfsverliezen zijn verboden.
Als bpost een verlieslatend contract heeft (de onvermijdbare kosten voor het naleven van de verplichtingen van het contract overschrijden de economische voordelen die eruit voortvloeien), dan wordt de huidige verplichting ingevolge het contract opgenomen als een voorziening.
Een herstructureringsvoorziening wordt enkel geboekt als bpost aantoont dat het op de balansdatum een feitelijke verplichting tot herstructureren heeft. De feitelijke verplichting moet worden aangetoond door: (a) een gedetailleerd formeel plan waarin de hoofdelementen van de herstructurering zijn vastgelegd, en (b) het wekken van een geldige verwachting bij de betrokkenen dat ze de herstructurering zal doorvoeren door een aanvang te nemen met de uitvoering van het plan of door de krachtlijnen ervan mee te delen aan de betrokkenen.
Uit te keren dividenden met betrekking tot jaar N worden pas opgenomen als passiva wanneer de rechten van de aandeelhouders om deze dividenden te ontvangen (in de loop van het jaar N+1) zijn aangetoond.
Winstbelasting omvat verschuldigde belastingen op het resultaat en uitgestelde belasting. Belasting op het resultaat is het bedrag aan belastingen dat moet worden betaald (te recupereren) op de belastbare inkomsten voor het lopende jaar, samen met de aanpassingen op het vlak van betaalde/te recupereren belastingen met betrekking tot de vorige jaren. Bij de berekening wordt gebruik gemaakt van de belastingvoet op de balansdatum.
Uitgestelde belasting wordt volgens de "liability method" berekend op de tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van de balansrubrieken en hun fiscale waarde, waarbij de belastingvoet wordt gebruikt die naar verwachting zal worden toegepast als het actief wordt gerealiseerd of als de schuld vereffend is. In de praktijk wordt de belastingvoet gehanteerd die geldt op de balansdatum.
Uitgestelde belastingen worden niet erkend met betrekking tot:
(1) goodwill die niet is afgeschreven voor belastingdoeleinden;
Een uitgestelde belastingsvordering wordt opgenomen voor alle aftrekbare tijdelijke verschillen, voor zover het waarschijnlijk is dat er belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waarvoor het aftrekbare tijdelijke verschil kan worden aangewend. Dezelfde principes gelden voor de erkenning van uitgestelde belastingsvorderingen met betrekking tot niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen. Dit criterium wordt op elke balansdatum opnieuw beoordeeld.
Uitgestelde belasting wordt berekend op het niveau van elke fiscale entiteit. De uitgestelde belastingsvorderingen en belastingsschulden van verschillende dochterondernemingen mogen niet gecompenseerd worden.
De uitgestelde inkomsten zijn het deel van de inkomsten dat ontvangen wordt tijdens het huidige of eerdere boekjaren maar die in verband staan met een later boekjaar.
Transacties in vreemde valuta worden eerst geboekt in de functionele valuta van de betrokken entiteiten. Daarbij worden de wisselkoersen op transactiedatum gebruikt. De gerealiseerde wisselkoerswinsten en -verliezen en de niet-gerealiseerde wisselkoerswinsten en -verliezen op monetaire activa en passiva worden op de balansdatum opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening worden de activa en passiva van de buitenlandse activiteiten omgerekend naar Euro op basis van de wisselkoersen op de rapporteringsdatum. De winst- en verliesrekeningen worden omgerekend aan de wisselkoersen van de transactiedatum. De wisselkoersverschillen die hierdoor ontstaan, worden opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Bij verkoop van een buitenlandse activiteit, wordt het deel van de niet-gerealiseerde resultaten, gelinkt aan deze activiteit opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Financiële derivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden geboekt in de winst- en verliesrekening.
In het geval van indekkingstransacties met behulp van financiële derivaten kunnen er speciale regels van toepassing zijn. bpost heeft geen speculatieve derivaten indekkingstransacties aangegaan en gaat enkel af en toe een wisselkoers swap contract aan om bepaalde specifieke wisselkoerstranscties in te dekken.
bpost gebruikt een bpost Entreprise Risk Management (ERM) kader waarbij risicobeheerprocessen deel uitmaken van de belangrijkste management activiteiten, zoals de opmaak van de strategie of de driemaandelijkse operationele opvolging door het Group Executive Management.
Risico's worden geïdentificeerd op verschillende niveaus in de organisatie (zoals operationeel en financieel management, corporate tweedelijnsfuncties met een expertise in wetgeving en regulering, veiligheid en gezondheid, veiligheid en integriteit en het Group Executive Management).
De belangrijkste risico's en onzekerheden voor bpost worden toegelicht in drie types:
Vertrekkende van geformaliseerde risico-evaluatie criteria, goedgekeurd door de Raad van Bestuur, worden de risico's geprioritiseerd. Dit laat een aangepaste communicatie toe over de risico's binnen het bedrijf (top-down en bottom-up). Voor de belangrijkste risico's binnen elke risico categorie, is een gerichte aanpak voor beperking- en opvolging gedefinieerd. De toepassing van de aanpak wordt opgevolgd door het Group Executive Management, het Audit Comité en de Raad van Bestuur.
| Beperking | Opvolging | |
|---|---|---|
| Risico's op vlak van regelgeving/ wetgeving |
• Een constructieve relatie onderhouden met de overheid en wetgevers |
• Jaarlijks rapporteren stand van zaken (Wetgeving/regelgeving) • Onmiddellijke rapportering van belangrijke evoluties met een mogelijke impact op de strategie |
| Externe risico's voor het bedrijf |
• Opvolgen van gebeurtenissen die de risico-evolutie beïnvloeden • Netwerken en beïnvloeden (indien nodig) • Opstellen van een Plan B (indien nodig) |
• Jaarlijkse rapportering over stand van zaken als input voor het jaarverslag • Onmiddellijke rapportering van belangrijke evoluties met een mogelijke impact op de strategie |
| Operationele risico's |
• Actieplannen / projecten om de risico's te beperken (deel van de Business unit doelstellingen en het budgetproces) |
• Korte stand van zaken en evoluties nieuwe risico's tijdens de Quarterly Review (QR) • Jaarlijkse update over de risico-evolutie (corporate risico team) |
Elk van de volgende risico's kan een materieel ongunstig effect hebben op de ondernemingsactiviteiten, de financiële positie en de bedrijfsresultaten van bpost. Er kunnen bijkomende risico's zijn waarvan bpost momenteel niet op de hoogte is. Er kunnen ook risico's zijn waarvan we momenteel geloven dat ze niet belangrijk zijn, maar die uiteindelijk toch een materieel ongunstig effect kunnen hebben. De risicobeperking zoals hieronder beschreven, is bedoeld om een algemeen overzicht te geven van mogelijke en al gestarte actiepunten als reactie op risico's en mag niet beschouwd worden als een exhaustieve lijst van reacties op risico's binnen het bedrijf. Bovendien garanderen de beschreven inspanningen voor risicobeperking niet dat de risico's zich niet zullen voordoen. Geen enkel risicobeheersysteem of systeem voor interne controle kan een absolute bescherming bieden tegen het niet-behalen van bedrijfsdoelstellingen, fraude of overtreding van wetten en regels.
Passende beleidslijnen, processen en interne controleprocedures werden ingevoerd om de blootstelling aan complexe wet- en regelgevingsvereisten te beperken. Daarnaast streeft bpost naar een constructief stakeholder management ten aanzien van o.a. regering, beleidsmakers en regelgevende instanties.
bpost is actief in markten die gekenmerkt worden door een hoge graad van regulering, zowel door regulatoren op nationaal, Europees, als op wereldvlak. Het is onzeker of Belgische of Europese regulatoren of derden belangrijke bezwaren zullen opwerpen met betrekking tot de naleving door bpost van toepasselijke wetten en reglementen en of toekomstige wijzigingen in de wetgeving, regelgeving of rechtspraak een materieel ongunstig effect zullen hebben op de activiteiten, de financiële positie, de bedrijfsresultaten en de vooruitzichten van bpost.
In november 2015 liet de Belgische minister die verantwoordelijk is voor de postsector, minister De Croo, weten dat hij van plan is om tijdens zijn legislatuur een nieuwe postwet goed te keuren. De nieuwe postwet is bedoeld om de huidige postwetgeving te consolideren en om een aantal amendementen in te voeren, bijvoorbeeld het afschaffen van operationele vergunningsvoorwaarden voor postoperatoren. Het is in dit stadium onmogelijk om de aard en de omvang van de eventuele gevolgen voor bpost van dit wetgevend initiatief te voorspellen.
In haar besluit van 25 december 2012 verzocht de Europese Commissie bpost om vermeende staatssteun terug te betalen voor de periode van 1992 tot 2012. Op 2 mei 2013 keurde de Europese Commissie de compensatie goed die aan bpost werd toegekend in het kader van het 5de beheerscontract, dat de periode van 2013 tot 2015 bestrijkt. Hoewel de staatssteunbeslissingen van de Europese Commissie bpost enige mate van zekerheid verschaffen over de verenigbaarheid met de staatssteunregels van de vergoeding die zij ontvangt voor de levering van diensten van algemeen economisch belang ("DAEB's") gedurende de periode van 1992 tot en met 2015, kan niet worden uitgesloten dat bpost voor deze periode het voorwerp zou uitmaken van verdere aantijgingen van staatssteun en aan staatssteunonderzoeken wordt onderworpen in verband met DAEB's, andere openbare diensten en andere diensten die zij verstrekt voor de Belgische Staat en verschillende overheidsinstanties.
In overeenstemming met de verbintenis van de Belgische Staat jegens de Europese Commissie, heeft de Belgische Staat een competitieve, transparante en niet-discriminerende biedingsprocedure georganiseerd voor de uitreiking van kranten en tijdschriften in België, volgens welke de dienstenconcessie op 16 oktober 2015 aan bpost werd toegekend. bpost verstrekt de dienst vanaf 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020. Met betrekking tot de periode die aanvangt op 1 januari 2021 is het niet zeker of er een andere offerteaanvraag zal worden uitgeschreven en of de concessie, als er al één is, opnieuw aan bpost zal worden toegekend.
Op 3 december 2015 ondertekenden bpost en de Belgische Staat een nieuw beheerscontract ("6de beheerscontract") voor de andere DAEB's (onder meer het instandhouden van een retailnetwerk, de uitbetaling van pensioenen, "cash at counter"-diensten en andere diensten). Dit 6de beheerscontract voorziet in de verdere verlening van deze DAEB's gedurende een periode van 5 jaar, die eindigt op 31 december 2020, en in een vergoeding die in de lijn ligt van de principes van het 5de beheerscontract, zoals goedgekeurd door de Europese Commissie op 2 mei 2013. Voor de periode die aanvangt op 1 januari 2021 zou de Belgische Staat kunnen afzien van het aanbieden van bepaalde openbare dienstverlening (of de omvang en inhoud ervan wijzigen). Zij zou ook kunnen oordelen dat dergelijke diensten geen deel uitmaken van DAEB en bijgevolg geen compensatie wettigen, of ze zou kunnen beslissen om deze DAEB niet toe te kennen aan bpost.
Op 3 juni 2016 keurde de Europese Commissie het 6de beheerscontract en de concessieovereenkomsten op grond van de staatssteunregels goed. In oktober 2016 verzocht de Vlaamse Federatie van Persverkopers het Gerecht om de goedkeuringsbeschikking van de Europese Commissie om procedureredenen nietig te verklaren. Het resultaat van deze procedure is in dit stadium inherent onzeker.
bpost zou verplicht kunnen worden andere postoperatoren toegang te verlenen tot specifieke elementen van zijn postinfrastructuur (zoals gegevens betreffende aanvragen voor het doorsturen van post bij een adreswijziging), tot zijn postnetwerk en / of tot bepaalde universele diensten. bpost zou kunnen worden verplicht door bevoegde autoriteiten om zulke toegang te verlenen tegen onrendabele prijsniveaus of tegen toegangsvoorwaarden die ongunstig zijn voor bpost. Ingeval bpost deze verplichting niet nakomt, kunnen boetes opgelegd worden (volgens de regels van het mededingingsrecht en de postwetgeving) en/of kunnen andere operatoren procedures aanspannen teneinde schadevergoeding te vorderen voor nationale rechtbanken.
bpost dient aan te tonen dat zijn prijzen voor diensten die onder de USO vallen, in overeenstemming zijn met de beginselen van betaalbaarheid, kostenoriëntatie, transparantie, niet-discriminatie en uniformiteit van tarieven. Tariefverhogingen voor bepaalde enkelvoudige poststukken en USO-pakketten zijn onderworpen aan een maximumprijsformule (die onder andere afhangt van het feit of bpost bepaalde doelstellingen inzake kwaliteit van dienstverlening bereikt) en aan een voorafgaande controle door het BIPT. Het BIPT kan weigeren deze tarieven of tariefverhogingen goed te keuren als ze niet in overeenstemming zijn met bovengenoemde beginselen of met de maximumprijsformule. De huidige tarieven voor diensten die vallen onder de maximumprijsformule blijven voorlopig van toepassing tot het BIPT de door bpost voor 2017 voorgestelde prijsstijging voor deze diensten goedkeurt.
Daarnaast, met betrekking tot activiteiten waarvoor bpost wordt geacht een machtspositie in de markt te hebben, mag zijn prijspolitiek geen misbruik van dergelijke machtspositie maken. Het niet-naleven van deze vereisten kan boetes met zich meebrengen. Nationale rechtbanken kunnen bpost ook opdragen om bepaalde commerciële praktijken stop te zetten of schade te vergoeden aan derden.
bpost is tevens onderworpen aan het verbod van kruissubsidiëring tussen publieke diensten enerzijds en commerciële diensten anderzijds. Bovendien, indien bpost commerciële diensten levert, moet, volgens de regels met betrekking tot staatssteun, de business case voor het verlenen van dergelijke diensten voldoen aan de "private investor test", dat wil zeggen dat bpost in staat moet zijn om aan te tonen dat een private investeerder dezelfde investeringsbeslissing zou hebben genomen. Als deze beginselen niet worden nageleefd, dan zou de Europese Commissie kunnen oordelen dat commerciële diensten hebben genoten van onrechtmatige staatssteun en deze staatssteun van bpost kunnen terugvorderen.
Volgens de Europese Commissie is grensoverschrijdende pakjeslevering één van de voornaamste elementen die een impact hebben op de groei van e-commerce in Europa. In mei 2016 bereidde de Europese Commissie een voorstel voor een verordening rond grensoverschrijdende pakjesleveringsdiensten voor. Als dit voorstel goedgekeurd wordt door de Raad en het Europees Parlement, zou het een grotere prijstransparantie en een regelgevend toezicht kunnen opleggen voor grensoverschrijdende pakjesleveranciers zoals bpost. Tot op heden werd nog geen algemeen akkoord bereikt over de tekst.
bpost werd door de Belgische Staat aangewezen als de verlener van de USO voor een termijn van acht jaar met ingang van 2011. De verplichting om de USO te leveren, kan voor bpost een financiële last betekenen. Alhoewel de Wet van 1991 bepaalt dat bpost recht heeft op een vergoeding vanwege de Belgische Staat ingeval de USO-verplichting resulteerde in een ongerechtvaardigde last, kan er geen garantie worden gegeven dat de volledige nettokost van de USO zal worden gedekt. Bovendien, naar de toekomst toe, ingeval bpost zou worden aangeduid als een verlener van de USO, is er onzekerheid over de voorwaarden en het financieringsmechanisme die van toepassing zouden zijn op de verlening van de USO.
bpost bank opereert in een sterk gereguleerde markt. De regelgeving voor financiële instellingen is erg veranderd (bv. meer focus op klantenbescherming, antiwitwasmaatregelen,...) en het prudentieel toezicht is sterk verhoogd (bv. kwaliteit en niveau van het kapitaal, liquiditeit, deugdelijk bestuur,...). Het is onzeker of en in welke mate Belgische of Europese regulatoren of derden belangrijke bezwaren zouden kunnen opwerpen met betrekking tot de naleving door bpost bank van toepasselijke wetten en reglementen en of toekomstige wijzigingen in de wetgeving, regelgeving of rechtspraak een aanzienlijk ongunstig effect zouden kunnen hebben op de activiteiten, de financiële positie, de bedrijfsresultaten en de vooruitzichten van bpost bank. bpost bank kan ook verplicht worden om zijn kapitaal te verhogen, in het bijzonder als gevolg van de nieuwe kapitaalvereisten.
De wisselwerking tussen de wetgeving toepasselijk op alle naamloze vennootschappen en de specifieke bepalingen en principes van publiek recht die van toepassing zijn op bpost kunnen moeilijkheden geven bij de interpretatie ervan, en juridische onzekerheid veroorzaken. bpost is bijvoorbeeld onderworpen aan specifieke risico's in verband met arbeidskwesties als gevolg van de toepassing van bepaalde publiekrechtelijke bepalingen en beginselen. In het bijzonder was bpost betrokken bij een aantal rechtszaken die zijn ingeleid door een aantal hulppostbodes (onder wie alle postbodes die zijn aangeworven sinds 1 januari 2010 en die bepaalde kerntaken uitvoeren zoals ophaling, sortering, transport en bezorging van post). In mei 2016 deed het Hof van beroep in Bergen uitspraak in het voordeel van bpost en wees het alle vorderingen af. Verder beroep is niet meer mogelijk.
Daarnaast zouden contractuele personeelsleden van bpost hun werknemersstatuut kunnen betwisten en schadevergoeding kunnen eisen wegens het feit dat zij niet de wettelijke arbeidsbescherming en voordelen van statutaire personeelsleden genieten. Wijzigingen in, of de invoering van nieuwe, wetgeving en reglementering, inclusief wetgeving en reglementering in verband met wettelijke pensioenen, zouden kunnen leiden tot extra lasten voor bpost. Er kan ook geen zekerheid worden verschaft dat bpost niet geconfronteerd zal worden met moeilijkheden over bepaalde arbeidskwesties op grond van staatssteunredenen.
Wijzigingen in de wetgeving kunnen ook een invloed hebben op de aantrekkelijkheid van post en pakjes als communicatiemiddel en aldus op de omzet van bpost. Zulke veranderingen omvatten de invoering van een strenger kader voor gegevensbescherming in België op basis van de algemene verordening inzake gegevensbescherming die begin 2018 in werking zal treden, de wet van 2016 die de nieuwe EU-regels over het hergebruik van overheidsinformatie implementeert en de invoering van btw op bepaalde postproducten (zoals direct mail) waardoor de omzet vanwege klanten die geen btw kunnen terugvorderen, kan dalen. bpost zou ook kunnen worden onderworpen aan strengere douaneverplichtingen. Als er Belgische wetgeving zou worden uitgevaardigd die digitale groei, elektronische communicatie en initiatieven rond e-government zou bevorderen, zoals in november 2015 werd aangekondigd door minister De Croo, die - naast postaangelegenheden - ook verantwoordelijk is voor digitale groei en telecommunicatie, zou ook dit een negatieve invloed kunnen hebben op de activiteiten van bpost. Dit laatste omvat ook de Belgische wetgeving die, onder bepaalde voorwaarden, aan een aangetekende e-mail hetzelfde wettelijke statuut toekent als aan aangetekende zendingen. Als er op nationaal, gewestelijk of Europees niveau, "opt-in"-wetgeving of vergelijkbare wetgeving zou worden uitgevaardigd, zou dit leiden tot een aanzienlijke daling in de reclamepostvolumes en kan dit een negatieve invloed hebben op de activiteiten van bpost. Dit laatste omvat ook de Europese en Belgische wetgeving die, onder bepaalde voorwaarden, aan een aangetekende e-mail hetzelfde wettelijke statuut toekent als aan aangetekende zendingen en die sinds september 2016 van toepassing is.
Met de risico's die vermeld worden in deze paragraaf is in zekere mate rekening gehouden tijdens het herbekijken van de lange termijn strategie in 2016. Door voor elk risico een duidelijke verantwoordelijke aan te duiden, wordt ervoor gezorgd dat de risico's en tendensen worden opgevolgd en dat, indien nodig, verdere risico beperkende maatregelen worden genomen. Het interne controle en risico management systeem is verder beschreven in de verklaring inzake deugdelijk bestuur.
Het gebruik van post is de laatste jaren afgenomen, voornamelijk als gevolg van het toegenomen gebruik van e-mail en het internet, en de verwachting is dat dit blijft dalen. De mate van afname van de postvolumes kan ook beïnvloed worden door e-governmentinitiatieven of andere maatregelen die door de Belgische Staat, andere overheden of private ondernemingen genomen worden en die een verschuiving van administratieve post naar een elektronische verwerking in de hand werken.
Het verwezenlijken van groeiambities voor pakjes (zowel in België als in het buitenland) en de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten kan bemoeilijkt worden door externe factoren die te wijten zijn aan de sector, de concurrentie en de klanten. De uitdagingen voor bpost omvatten, maar zijn niet beperkt tot, de grote snelheid van ontwrichtende innovaties, een voortdurende druk op de prijzen of nieuw ontwikkelde product- of dienstengamma's die niet op grote schaal door klanten worden gebruikt.
Meer in het algemeen hebben ongunstige economische omstandigheden een negatieve impact op het post- en pakjesvolume. Meer bepaald kunnen, in tijden van economische tegenspoed, de volumes van reclamezendingen ongunstig worden beïnvloed aangezien de klanten van bpost hun reclamebudgetten terugschroeven of hun uitgaven verschuiven naar andere media dan papier. De pakketvolumes kunnen eveneens ongunstig worden beïnvloed als gevolg van het effect van economische tegenspoed op het niveau van de zakelijke activiteit en e-commerce.
bpost bank is onderhevig aan bepaalde bedrijfsrisico's ten gevolge van haar status van kredietinstelling. bpost bank kan verliezen oplopen met betrekking tot haar investeringsportefeuille. Zoals elke bank is bpost bank ook onderhevig aan het rentevoetrisico, hetgeen zijn marge rechtstreeks beïnvloedt. Het gaat om een kleine spaarbank met een relatief lage productdiversificatie, buiten de recente toetreding tot de hypotheekleningen. De evolutie van de interestvoeten zal dus een invloed hebben op de winstgevendheid op lange termijn. De volatiliteit op vlak van intrestvoeten kan een aanzienlijk ongunstig effect hebben op de activiteiten van bpost, wat een impact kan hebben op de financiële resultaten. Voor meer informatie, zie ook hiernavolgende sectie financiële risico's – rentevoetrisico's.
Er wachten bpost een aantal operationele uitdagingen die de gepaste aandacht van het management vereisen en waarvoor, indien nodig, actieplannen voor risicobeperking opgezet werden. Het interne controle en risico management systeem is verder beschreven in de verklaring inzake deugdelijk bestuur.
bpost vertrouwt op informatie- en communicatietechnologiesystemen ("ICT") om de meeste van zijn diensten te verlenen. Deze systemen zijn onderhevig aan risico's zoals stroompannes, verstoring van het internetverkeer, softwarefouten en problemen door menselijke fouten die allemaal zouden kunnen leiden tot gegevensverlies of aanzienlijke onderbrekingen van de activiteiten van bpost.
In de huidige wereld van constante connectiviteit en afhankelijkheid van elektronisch verwerkte en opgeslagen informatie, kan het gebrek aan aandacht voor en bescherming van de vertrouwelijkheid / gevoeligheid van de informatie bovendien leiden tot het ongeoorloofd delen van deze informatie. Het effectief uitlekken van gegevens zou een aanzienlijke financiële impact kunnen hebben, om maar te zwijgen over de gevolgen voor de reputatie van bpost.
Vanwege de relatief vaste aard van zijn kostenbasis, kan een daling van de postvolumes zich vertalen in een aanzienlijke daling van de winst, tenzij bpost zijn kosten kan verminderen. Hierdoor heeft bpost een reeks productiviteitsverhogende initiatieven geïntroduceerd om zijn kosten te doen dalen. Er kan echter geen garantie worden gegeven dat bpost alle voordelen die van dergelijke initiatieven worden verwacht, zal realiseren. bpost zal ook "operationele uitmuntendheid" (om de kosten onder controle te houden) moeten combineren met de verhoogde vraag naar meer "comfort" van de klanten zoals het leveren van pakjes op zaterdag of zondag.
Het zou kunnen zijn dat bpost moeilijkheden ondervind om operationele medewerkers aan te trekken en te behouden om de dagelijkse post en pakjes te leveren. Bovendien is het, net als elke grote werkgever, een uitdaging om talenten te beheren voor een doeltreffende planning van de opvolging van een aantal kritische rollen en om bepaalde nieuwe capaciteiten nodig om de strategie uit te voeren succesvol in te vullen.
Ons vermogen om onze klanten en het publiek in het algemeen te bedienen, is sterk afhankelijk van de sorteercentra waar de post en pakjes worden gecentraliseerd, gesorteerd en voorbereid voor de uitreiking. bpost heeft in België zes industriële sorteercentra die verspreid zijn over heel het land. Indien één of meer van deze voorzieningen een tijd moeten worden stilgelegd als gevolg van een stroomstoring, ongeval, staking, natuurramp die leidt tot brand of overstroming, terroristische aanslag of een andere reden, is het mogelijk dat bpost niet in staat is om te voldoen aan bezorgtijden of dat bpost een tijd niet in staat is om post of pakjes uit te reiken. Dat zou een negatieve impact kunnen hebben op de reputatie van het bedrijf en op de financiële resultaten.
bpost's blootstelling aan wisselkoersrisico's is beperkt en is voornamelijk een omrekeningsrisico. Wisselkoersrisico heeft een impact op de geconsolideerde jaarrekening en is gerelateerd aan dochterondernemingen die een andere munteenheid gebruiken dan de EUR (de functionele munteenheid van bpost), de belangrijkste andere munteenheid is US Dollar. bpost dekt dit wisselkoersrisico niet in, maar volgt het actief op. In de loop van 2016 wijzigde de EUR/USD wisselkoers van 1,0887 bij de start van januari tot 1,0545 op het einde van december. In de loop van 2015 wijzigde de EUR/USD wisselkoers van 1,2160 bij de start van januari tot 1,0887 op het einde van december. Desalniettemin wil bpost deze blootstelling minimaliseren door de activiteiten van deze entiteiten te financieren in hun functionele munteenheid daar waar mogelijk.
Zoals elke bank is de geassocieerde onderneming van bpost, bpost bank, onderhevig aan het rentevoetrisico, hetgeen zijn marge rechtstreeks beïnvloedt. De rentevoeten beïnvloeden eveneens de waardering van de obligatieportefeuille van bpost bank, die geboekt wordt als een voor verkoop aangehouden actief. Wijzigingen in waardering worden weergegeven tegen reële waarde in het overzicht van niet-gerealiseerde resultaten. Aangezien bpost bank een volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerde onderneming is, heeft 50% van de verandering in haar eigen vermogen een rechtstreekse invloed op het geconsolideerde eigen vermogen van bpost. De volgende tabel geeft de impact weer van een relatieve wijziging in rentevoeten van 1% (van 1% tot 1,01% bijvoorbeeld) op het eigen vermogen van bpost bank en, via de vermogensmutatie, op dat van bpost:
| In miljoen EUR | 1% | - 1% |
|---|---|---|
| Eigen vermogen bpost bank | (0,3) | 0,3 |
| Eigen vermogen bpost | (0,2) | 0,2 |
bpost is ook rechtstreeks onderhevig aan rentevoetrisico's. De lening die werd toegekend door de Europese Investeringsbank (EIB), met een openstaand saldo van 54,5 miljoen EUR en met eindvervaldag in 2022, is onderworpen aan een vlottende rentevoet (Euribor 3 maanden minus 3,7 basispunten).
De financiële resultaten van bpost worden ook beïnvloed door de evolutie van de discontovoeten die gebruikt worden bij de berekening van de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen. Op 31 december 2016 zou een stijging met 0,5% van de gemiddelde discontovoet een daling van de financiële kost van 21,6 miljoen EUR genereren. Een daling van 0,5% van de gemiddelde discontovoeten, zou de financiële kosten doen stijgen met 22,8 miljoen EUR. Voor meer details, zie toelichting 6.26.
bpost is onderhevig aan kredietrisico's als gevolg van de operationele activiteiten, zijn beleggingen van zijn liquide middelen en zijn participatie in bpost bank.
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Tot einde looptijd aangehouden beleggingen | 12,0 | 0,0 | 0,0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 538,9 | 615,7 | 562,3 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 481,8 | 411,2 | 398,3 |
| KREDIETRISICO VAN FINANCIELE ACTIVA | 1.032,7 | 1.026,9 | 960,6 |
Per definitie geldt het kredietrisico enkel voor dat gedeelte van de activiteiten van bpost die geen onmiddellijke contante betalingen genereren. bpost NV beheert zijn blootstelling aan het kredietrisico actief via een onderzoek van de solvabiliteit van zijn klanten. Dit vertaalt zich in een kredietwaardigheid en een kredietlimiet. Beide worden op dagelijkse basis opgevolgd voor alle Belgische en buitenlandse klanten.
Handels- en andere vorderingen werden nagekeken op aanwijzingen voor waardeverminderingen. Sommige handelsvorderingen hebben een waardevermindering ondergaan; de bewegingen worden weergegeven in de tabel hierna:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| OP 1 JANUARI | 12,9 | 6,9 | 6,1 |
| Waardeverminderingen: verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,8 | ||
| Waardeverminderingen: toevoegingen | 3,7 | 7,8 | 2,6 |
| Waardeverminderingen: aanwendingen | (1,1) | (1,4) | (1,3) |
| Waardeverminderingen: terugnemingen | (2,6) | (0,3) | (0,7) |
| Waardeverminderingen: wisselkoersverschillen | (0,3) | ||
| OP 31 DECEMBER | 13,4 | 12,9 | 6,9 |
Sommige van de handelsvorderingen zijn voorbij de vervaldatum op het ogenblik van de rapportering. De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen die vervallen zijn, is als volgt:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Kortlopend | 386,5 | 330,9 | 316,1 |
| < 60 dagen | 45,7 | 38,0 | 40,8 |
| 60- 120 dagen | 5,8 | 7,3 | 6,7 |
| > 120 dagen | 5,3 | 6,4 | 5,8 |
| TOTAAL | 443,3 | 382,6 | 369,3 |
Voor wat betreft bpost en de beleggingen van zijn liquide middelen (die geldmiddelen, kasequivalenten en financiële instrumenten omvatten), ontstaat de blootstelling aan het kredietrisico uit tekortkomingen van de tegenpartij, waarbij het maximale risico gelijk is aan de nettoboekwaarde van deze instrumenten.
De veranderingen in de reële waarde van de financiële schulden (zie toelichting 6.25) zijn niet het gevolg van veranderingen in het kredietrisico. Dit is weergegeven in de tabel hieronder:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| NETTO BOEKWAARDE OP 1 JANUARI | 65,8 | 75,6 | 86,9 |
| Veranderingen te wijten aan een verandering in kredietrisico | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Aflossing van leningen | (9,1) | (9,1) | (10,4) |
| Overige veranderingen | 1,3 | (0,7) | (0,9) |
| NETTO BOEKWAARDE OP 31 DECEMBER | 58,0 | 65,8 | 75,6 |
bpost bank investeert de middelen die haar door haar klanten zijn toevertrouwd. De bank voert een strikt investeringsbeleid dat bepaalt dat de investeringen dienen gespreid te worden over Belgische overheidsobligaties, andere overheidsobligaties en obligaties die worden uitgegeven door financiële en commerciële organisaties evenals hypotheken. Bovendien zijn er maximumlimieten bepaald per uitgevende instelling, per sector, per kredietbeoordeling, per land en per munt. Deze limieten worden voortdurend opgevolgd.
Het huidige liquiditeitsrisico van bpost is beperkt als gevolg van de ruime beschikbare middelen en vermits een aanzienlijk deel van de inkomsten door de klanten betaald wordt vooraleer de dienst door bpost wordt uitgevoerd.
De maturiteitsanalyse van de financiële schulden van de vorige rapporteringsperiode zag er als volgt uit:
| In miljoen EUR | KORTLOPEND binnen het jaar |
LANGLOPEND tussen 1 en 5 jaar |
LANGLOPEND meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|
| 31 DECEMBER 2015 | |||
| Financiële leasing | 0,5 | 1,6 | 0,0 |
| Handelschulden en overige schulden | 838,3 | 61,7 | 0,0 |
| Banklening | 9,1 | 36,4 | 18,2 |
Per 31 december 2016 hadden de schulden de volgende contractuele vervaldata zoals hieronder samengevat:
| In miljoen EUR | KORTLOPEND binnen het jaar |
LANGLOPEND tussen 1 en 5 jaar |
LANGLOPEND meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|
| 31 DECEMBER 2016 | |||
| Financiële leasing | 1,2 | 2,2 | 0,0 |
| Handelschulden en overige schulden | 1.035,2 | 40,3 | 0,0 |
| Banklening | 9,1 | 36,4 | 9,1 |
De bovenvermelde maturiteitsanalyses zijn gebaseerd op de contractuele onverdisconteerde betalingen, die kunnen verschillen van de nettoboekwaarde van de schulden op de balansdatum.
bpost volgt de evolutie van het kapitaal op, op basis van de verhouding van de netto boekwaarde van het eigen vermogen tegenover de netto schuld.
Het eigen vermogen dat gebruikt werd in de berekening van deze ratio is hetzelfde als dat in de mutatieoverzicht van het eigen vermogen. De netto schuld bestaat uit leningen verminderd met financiële instrumenten, de geldmiddelen en kasequivalenten. De ratio wordt berekend als [Netto schuld/Kapitaal].
Tot op heden heeft bpost geen formele beneden- en bovengrenzen voor deze ratio vastgelegd, aangezien bpost geen belangrijke leningen heeft lopen (met uitzondering van de EIB-lening). De belangrijkste doelstellingen van het kapitaalbeheer zijn het verzekeren van het "going concern" van bpost en het voorzien in een gepast rendement voor de aandeelhouders.
De tabel hierna geeft de details weer van de elementen van de ratio:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | |||
| Geplaatst kapitaal / Toegestaan kapitaal | 364,0 | 364,0 | 364,0 |
| Overige reserves | 274,2 | 230,9 | 229,4 |
| Omrekeningsverschillen | 2,5 | 0,6 | 0,6 |
| Overgedragen resultaat | 135,5 | 99,3 | 87,5 |
| Minderheidsbelangen | 3,1 | (0,0) | 0,0 |
| TOTAAL | 779,3 | 694,8 | 681,4 |
| Nettoschuld / (netto geldmiddelen) | |||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 58,0 | 66,0 | 76,0 |
| Niet rentedragende verplichtingen en leningen | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| - Financiële instrumenten | (12,0) | - | - |
| - Geldmiddelen en kasequivalenten | (538,9) | (615,7) | (562,3) |
| TOTAAL | (492,7) | (549,5) | (486,2) |
| NETTOSCHULDEN/(NETTO GELDMIDDELEN) VS. EIGEN VERMOGEN RATIO | (0,6) | (0,8) | (0,7) |
In januari 2016 verwierf bpost NV 24,5% extra van Landmark Global Inc en Landmark Trade Services Ltd., om zo te komen tot 75,5% van de aandelen en dit voor een prijs van 22,5 miljoen USD (20,7 miljoen EUR).
In januari 2016 betaalde bpost NV 0,2 miljoen USD (0,2 miljoen EUR) in uitvoering van de voorwaardelijke vergoedingsregeling en gebaseerd op de prestaties van Landmark Global (PL) in 2015. De reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding was erkend als een schuld. De betaling had geen impact op de oorspronkelijk berekende goodwill.
In mei 2016 verwierf bpost NV 10% extra van CityDepot NV en had dan een totaal van 58% van de aandelen en dit voor een prijs van 0,2 miljoen EUR. In December 2016 voerde bpost een kapitaalsverhoging van 5,2 miljoen EUR uit en verwierf zo 99,1% van de aandelen van CityDepot.
Op 21 maart 2016 verwierf bpost NV 100% van de aandelen van zowel Freight Distribution Management Systems Pty Ltd. als FDM Warehousing Pty Ltd. ("FDM"), twee in Sydney gevestigde Australische ondernemingen. Bijgevolg werden beide geconsolideerd in het P&I bedrijfssegment volgens de volledige integratiemethode vanaf april 2016.
Deze FDM entiteiten zijn gespecialiseerd in het verlenen van een gepersonaliseerde dienst aan klanten voor de opslag en de distributie van producten in Australië. De activiteiten van FDM bestaan uit derdepartijlogistiek (3PL) voor opslag, transport en distributie.
In overeenstemming met de aankoopovereenkomst en inclusief een prijsaanpassing van 0,4 miljoen EUR berekend op de finale cijfers, betaalde bpost NV een bedrag van 14,8 miljoen EUR. Daarnaast bevat de overeenkomst een voorwaardelijke vergoedingsregeling en voorziet ze in een bijkomende vergoeding gebaseerd op de EBITDA van 2016 en 2017. Op basis van de laatste schatting werd de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding opgenomen als een schuld ten belope van een bedrag van 6,8 miljoen EUR. Er is geen materiële gevoeligheid voor bpost met betrekking tot veranderingen in deze voorwaardelijke vergoeding.
De berekende goodwill, na de prijsaanpassing, wordt hieronder voorgesteld:
| In miljoen EUR | |
|---|---|
| Vlottende activa | 4,3 |
| Vaste activa | 3,8 |
| Kortlopende verplichtingen | 1,7 |
| Langlopende verplichtingen | 1,0 |
| NETTO-ACTIEF | 5,4 |
| De reële waarde van de verworven activa i.e. 100% van de netto activa | 5,4 |
| Goodwill ontstaan bij verwerving | 16,3 |
| OVERGEDRAGEN AANKOOPVERGOEDING | 21,6 |
| waarvan: | |
| - Betaald bedrag | 14,8 |
| - Voorwaardelijke vergoedingsregeling | 6,8 |
Analyse van de kasstroom met betrekking tot de verwerving
| In miljoen EUR | |
|---|---|
| Netto geldmiddelen verworven met de dochteronderneming | 2,7 |
| Betaald bedrag | (14,8) |
| NETTO KASUITSTROOM | (12,1) |
De goodwill komt voor uit de verwachte synergieën door het combineren van de activiteiten van bpost en de filialen.
Op 1 juni 2016 verwierf 9517154 Canada Ltd , een volledige dochteronderneming van bpost NV, de activa van Apple Express Courier Ltd en Matt's Express (1990) Ltd, twee Canadese ondernemingen en kocht bpost US Holding Inc., een andere volledige dochteronderneming van bpost NV, 100% van de aandelen van Apple Express Courier Inc., een in Miami gevestigd Amerikaans bedrijf. Bijgevolg werden beide geconsolideerd in het P&I bedrijfssegment volgens de volledige integratiemethode vanaf juni 2016. Deze ondernemingen zorgen hoofdzakelijk voor de "last mile" levering, transport en fulfillment diensten voor klanten in Canada en de Verenigde Staten.
In overeenstemming met de aankoopovereenkomst en inclusief een prijsaanpassing van 0,2 miljoen EUR berekend op de finale cijfers, betaalden 9517154 Canada Ltd en bpost US Holding Inc. een bedrag van 12,6 miljoen EUR. Daarnaast bevat de overeenkomst een voorwaardelijke vergoedingsregeling en voorziet ze in een bijkomende vergoeding gebaseerd op de EBITDA van juli 2016 en juli 2017. Op basis van het businessplan werd de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding opgenomen als een schuld ten belope van een bedrag van 7,4 miljoen EUR. Er is geen materiële gevoeligheid voor bpost met betrekking tot veranderingen in deze voorwaardelijke vergoeding.
De volgende tabel geeft een overzicht van:
| In miljoen EUR | |
|---|---|
| Vlottende activa | 6,7 |
| Vaste activa | 7,2 |
| Kortlopende verplichtingen | 2,5 |
| Langlopende verplichtingen | 0,0 |
| NETTO-ACTIEF | 11,4 |
| De reële waarde van de verworven activa i.e. 100% van de netto activa | 11,4 |
| Goodwill ontstaan bij verwerving | 8,6 |
| OVERGEDRAGEN AANKOOPVERGOEDING | 20,0 |
| waarvan: | |
| - Betaald bedrag | 12,6 |
| - Voorwaardelijke vergoedingsregeling | 7,4 |
| In miljoen EUR | |
|---|---|
| Netto geldmiddelen verworven met de dochteronderneming | 1,1 |
| Betaald bedrag | (12,6) |
| NETTO KASUITSTROOM | (11,4) |
De aanpassing naar de reële waarde van 6,6 miljoen EUR van immateriële vaste activa zorgde voor een erkenning van de overgenomen klantenrelaties voor een totaal van 4,1 miljoen EUR en overgenomen handelsnamen voor een totaal van 2,5 miljoen EUR. Activa werden op basis van de reële waarde gewaardeerd in samenwerking met een externe, onafhankelijke expert.
De reële waarde van de overgenomen handelsvorderingen komt bij benadering overeen met de bruto contractuele waarde.
De resulterende goodwill van 8,6 miljoen EUR komt voort uit de verwachte synergieën door het combineren van de activiteiten van bpost en de filialen.
In december 2016 betaalde 9517154 Canada Ltd. een bedrag van 5,1 miljoen CAD (3,7 miljoen EUR) in uitvoering van de voorwaardelijke vergoedingsregeling en gebaseerd op de resultaten van augustus 2015 – juli 2016. De reële waarde van de vergoedingsregeling was erkend als een schuld. De betaling had geen impact op de oorspronkelijk berekende goodwill.
In augustus 2016 investeerde bpost NV in de start-up onderneming Parcify NV ter ondersteuning en om deel te nemen aan de ontwikkeling van de innovatieve oplossing voor de levering van pakjes. Parcify gebruikt de alomtegenwoordigheid van smartphones om een op maat levering te voorzien op de plaats waar de ontvanger eerder zal zijn dan op zijn/haar postadres. Hiervoor gebruikt het een eigen ontwikkelde iOS en Android applicatie en de eigen (voorspellende) data analyse instrumenten. Het "crowd-sourced" leveringsnetwerk van Parcify kan toegevoegd of geïntegreerd worden in de bpost oplossingen voor pakjesleveringen.
bpost nam 51% van de Parcify aandelen over via een kapitaalsverhoging, vandaar werd de onderneming geconsolideerd in het P&I bedrijfssegment volgens de volledige integratiemethode vanaf augustus 2016. Additioneel worden er potentieel twee kapitaalsverhogingen voorzien waardoor bpost de verdere groei van Parcify kan ondersteunen over de komende 3 jaren. Aangezien alle bijdragen van bpost zoals voorzien in de investeringsovereenkomst kapitaalsverhogingen betreffen, in een onderneming waarvan bpost meerderheidsaandeelhouder is, dienen er geen voorwaardelijke vergoedingen voorzien te worden.
Hierdoor werd er een kleine badwill van 37 duizend EUR geregistreerd aangaande de transactie.
In september 2016 verwierf bpost NV 51% van de aandelen van de Buren Internationaal B.V. de Buren is gespecialiseerd in het monteren en beheren van packwalls, inclusief modellen waarvan de temperatuur kan gecontroleerd worden. de Buren heeft software ontwikkeld dewelke het hen mogelijk maakt om alle vrije locker capaciteit van hun volledig netwerk te beheren en te verhandelen.
De onderneming werd geconsolideerd in het P&I bedrijfssegment volgens de volledige integratiemethode vanaf oktober 2016. De oorspronkelijke vergoeding bestond uit een betaling van 1 EUR bij de afsluiting en een betaling van 2,0 miljoen EUR op voorwaarde van het behalen van voorgedefinieerde commerciële doelen (deze doelen werden nog niet gehaald in december 2016). Een earn-out mechanisme is voorzien waarbij de verkopers een extra betaling ontvangen op basis van genormaliseerde EBITDA van 2020 of 2021, een geschatte earn-out gebaseerd op het business plan van de onderneming werd geregistreerd als een schuld. Er is geen materiële gevoeligheid voor bpost met betrekking tot veranderingen in deze voorwaardelijke vergoeding. bpost heeft naast de vergoeding betaald aan de verkopers, een kapitaalsverhoging van 5,5 miljoen EUR in de onderneming uitgevoerd in december 2016.
De reële waarde van de activa en passiva kon nog niet worden vastgesteld, vandaar dat de bepaling van netto boekwaarde in de verworven entiteit en toewijzing van de aankoopprijs van de overname nog onderzocht dienen te worden en zullen volledig bekendgemaakt worden tegen het einde van 2017.
Op 30 november 2016 kocht bpost NV 100% van de aandelen van AMP en LS Distribution Benelux en veranderde de naam in Ubiway. Beide zijn Belgische ondernemingen die de Belgische activiteiten van Lagardère Travel retail beheren.
In België is Ubiway actief in retail met de nadruk op proximity en convenience. Door middel van 220 verkoopspunten, inclusief merken zoals Press Shop en Relay, voorziet de onderneming een grote variëteit aan producten en diensten. Deze diensten houden met AMP ook de verdeling in van kranten naar een netwerk van ongeveer 5.345 verkoopspunten. Kariboo is een recent opgestart distributienetwerk van 735 ophaal- en afleverpunten voor pakjes in België en geeft toegang tot online diensten.
De Ubiway Groep wordt geconsolideerd in het MRS bedrijfssegment, met de uitzondering van Kariboo dewelke geconsolideerd wordt in het P&I bedrijfssegment, volgens de volledige integratiemethode vanaf december 2016. Aangezien de onderhandelingen met betrekking tot de finale aankoopprijs nog bezig zijn, kan de reële waarde van de activa en passiva op aankoopdatum nog niet worden vastgesteld. Vandaar dat de bepaling van netto boekwaarde in de verworven entiteit en toewijzing van de aankoopprijs van de overname nog onderzocht dienen te worden en zullen volledig bekendgemaakt worden tegen het einde van 2017. De initiële aankoopprijs voor 100% van de aandelen was 84,5 miljoen EUR (inclusief 44,5 miljoen EUR geldmiddelen).
De activiteiten van bpost zijn georganiseerd in business units ("bedrijfssegmenten"), diensten units en corporate units. Sinds 1 januari 2013, voert bpost haar activiteiten uit via twee bedrijfssegmenten: het bedrijfssegment MRS en het bedrijfssegment P&I.
Het bedrijfssegment Mail and Retail Solutions (MRS) biedt aan de ene kant oplossingen aan grote bedrijfsklanten, zowel privaat als publiek, KMO-klanten en zelfstandige ondernemers en bedient aan de andere kant residentiële klanten via de verkoopkanalen voor het grote publiek, zoals postkantoren, PostPunten, verkoopspunten van Ubiway of de eShop van bpost om brieven, kranten of andere producten aan te kopen. Het bedrijfssegment MRS verkoopt eveneens bank- en verzekeringsproducten onder een agentschapsovereenkomst met bpost bank en AG Insurance en biedt aan zijn klanten bepaalde betaalproducten aan.
Het Parcels & International (P&I) bedrijfssegment legt zich toe op internationale post en logistieke oplossingen voor behoeften op vlak van pakketten en e-commerce (waaronder fulfillment, verwerking, uitreiking en terugzendingsbeheer).
bpost biedt producten en diensten aan op basis van de volgende productlijnen: (i) transactional mail, (ii) advertising mail, (iii) press, (iv) domestic parcels, (v) international parcels, (vi) special logistics, (vii) value-added services, (viii) international mail, (ix) banking and financial products en (x) andere. De omzet van transactional mail, advertising mail, press en banking and financial products wordt opgenomen onder het bedrijfssegment MRS. De omzet van international mail, special logistics en parcels productlijnen wordt opgenomen onder het bedrijfssegment P&I. Overige omzet en value-added services wordt toegewezen aan de bedrijfssegmenten MRS en P&I.
bpost heeft diensten units die de business units of bedrijfssegmenten ondersteunen. De kosten van deze diensten units worden doorgerekend aan de business units en corporate units op basis van een kost allocatie mechanisme. De diensten units omvatten de MSO unit, IOPS unit, ICT en Service Operations units, GSO (Global Service Organization) en Human Resources & Organization (HR&O) unit. De diensten unit MSO staat in voor de ophaling, de sortering en de verdeling van post en pakketten in België. De diensten unit IOPS omvat de activiteiten van het Europees postcentrum, dat gevestigd is in Brussels Airport en dat dienst doet als hub voor internationale post en pakketten.
De corporate units van bpost omvatten de units Financiën (exclusief GSO), Legal/Regulatory en Interne Audit en bepaalde kosten met betrekking tot personeelsgerelateerde schulden en voorzieningen. De kosten van de corporate units worden niet doorgerekend aan de andere units en worden opgenomen onder de categorie "Corporate".
De twee operationele business units zijn eveneens operationele segmenten voor financiële rapporteringsdoeleinden. De bedrijfsopbrengsten op het niveau van deze twee segmenten omvatten de externe verkopen aan derde partijen. De som van de bedrijfsopbrengsten van de twee segmenten, samen met de bedrijfsopbrengsten van de aansluitpost "corporate" sluit aan met bpost's bedrijfsopbrengsten. bpost bepaalt zijn bedrijfsresultaat (EBIT) per segment.
De operationele segmenten zijn het laagste hiërarchisch niveau op basis waarvan de Chief Operating Decision Maker (CODM), zoals gedefinieerd door IFRS 8.22, de prestaties beoordeelt. De CODM is de Raad van Bestuur.
Op 1 januari 2016 werden de voorafbetaalde pakjes overgeheveld van MRS naar P&I, bijgevolg worden alle pakjes geregistreerd bij P&I. Teneinde deze wijzigingen te weerspiegelen werden de cijfers van 2015 vergelijkbaar gemaakt. De vergelijkbare cijfers zijn terug te vinden onder de hoofding "vergelijkbaar". De hierna vermelde varianties vergelijken de cijfers van 2016 met de vergelijkbare cijfers van 2015.
Onderstaande tabel toont de evolutie per business unit voor de boekjaren eindigend 31 december 2016, 2015 en 2014:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 vergelijkbaar |
2014 |
|---|---|---|---|
| MRS | 1.844,1 | 1.870,3 | 1.972,1 |
| P&I | 549,8 | 523,6 | 470,6 |
| TOTAAL BEDRIJFSOPBRENGSTEN VAN DE SEGMENTEN | 2.393,8 | 2.393,9 | 2.442,7 |
| Corporate (aansluitpost) | 31,4 | 39,8 | 21,9 |
| TOTAAL BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 2.425,2 | 2.433,7 | 2.464,7 |
50bpost JAARVERSLAG 2016
Inkomsten toe te schrijven aan het bedrijfssegment MRS daalden met 26,2 miljoen EUR in 2016, voornamelijk als gevolg van de onderliggende daling in Domestic Mail-volumes (-5,0%) in combinatie met de lagere vergoeding voor de DAEB. Dit werd deels gecompenseerd door de prijs- en mixverbetering in Domestic Mail en de consolidatie van Ubiway.
De stijging van de inkomsten van de bedrijfssegmenten van P&I in 2016 ten belope van 26,2 miljoen EUR is voornamelijk toe te schrijven aan de forse groei van de pakjesactiviteiten (International Parcels en Domestic Parcels), gedeeltelijk gecompenseerd door de daling van International Mail. De daling van International Mail is voornamelijk toe te schrijven aan de daling van het mailvolume en wholesale-activiteiten teneinde redelijke winstmarges te verzekeren.
Inter-segment verkopen zijn immaterieel. Er zijn geen interne bedrijfsopbrengsten.
De ontvangen vergoeding om de diensten te verlenen zoals beschreven in het beheerscontract en persconcessies (zie toelichting 6.8) buiten beschouwing gelaten, overschrijdt geen enkele klant meer dan 10% van de bedrijfsopbrengsten van bpost.
De volgende tabel geeft de inkomsten weer van externe klanten verdeeld over België en alle andere landen in hun totaliteit, van waaruit bpost haar inkomsten ontleent. De toewijzing van de inkomsten van externe klanten is gebaseerd op hun locatie.
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| België | 2.073,1 | 2.102,8 | 2.131,1 |
| Rest van de Wereld | 352,1 | 330,9 | 333,6 |
| TOTAAL BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 2.425,2 | 2.433,7 | 2.464,7 |
De onderstaande tabel geeft EBIT weer van de bedrijfssegmenten van bpost voor de periode eindigend op 31 december 2016, 2015 en 2014:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 vergelijkbaar |
2014 |
|---|---|---|---|
| MRS | 459,8 | 436,7 | 513,6 |
| P&I | 78,0 | 68,9 | 12,2 |
| EBIT SEGMENTEN | 537,8 | 505,5 | 525,8 |
| Corporate (aansluitpost) | (41,3) | (39,5) | (45,7) |
| EBIT | 496,5 | 466,1 | 480,1 |
De aan het bedrijfssegment MRS toerekenbare EBIT steeg met 23,2 miljoen EUR in 2016. Als de in het derde kwartaal van 2015 geboekte voorziening voor het sociale plan Alpha niet in aanmerking werd genomen, dan konden de lagere vergoeding voor de DAEB en voor de persconcessies en de volumedaling niet worden gecompenseerd door de prijsverhogingen, productiviteitsverbeteringen en andere kostenverminderingen.
De aan het bedrijfssegment P&I toerekenbare EBIT steeg met 9,1 miljoen EUR in vergelijking met 2015, van 68,9 miljoen EUR naar 78,0 miljoen EUR. De stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de toename van de opbrengsten van Parcels, de betere prestaties van sommige dochterbedrijven van P&I, de afrekening van eindrechten met een andere postoperator en de afwezigheid van de voorziening voor het sociale plan Alpha, gedeeltelijk gecompenseerd door de waardevermindering van de goodwill van Landmark Global UK en de opstartkosten van Parcify.
De verkoop van een aanzienlijk gebouw in 2015 (meerwaarde van 26,1 miljoen EUR) niet in aanmerking genomen, dan steeg het bedrijfsresultaat toerekenbaar aan de aansluitpost Corporate met 24,3 miljoen EUR, voornamelijk dankzij de verkoop van gebouwen, de positieve impact van de erkenning van opbrengsten en de kostenbesparingen in de centrale departementen.
De volgende tabel geeft de EAT weer van de bedrijfssegmenten van bpost voor de periode eindigend op 31 december 2016, 2015 en 2014:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 vergelijkbaar |
2014 |
|---|---|---|---|
| MRS | 459,8 | 436,7 | 513,6 |
| P&I | 78,0 | 68,9 | 12,2 |
| EAT SEGMENTEN | 537,8 | 505,5 | 525,8 |
| Corporate (aansluitpost) | (191,6) | (196,3) | (230,3) |
| TOTAAL EAT | 346,2 | 309,3 | 295,5 |
De volgende tabel geeft gedetailleerde financiële informatie weer omtrent de aansluitpost Corporate voor de periode eindigend op 31 december 2016, 2015 en 2014:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 31,4 | 39,8 | 21,9 |
| Centrale departmenten (Financiën GSO Excl., Legal, Interne Audit, CEO, …) | (66,7) | (72,2) | (67,4) |
| Andere aansluitelementen | (6,0) | (7,1) | (0,2) |
| BEDRIJFSKOSTEN | (72,6) | (79,3) | (67,6) |
| EBIT CORPORATE (AANSLUITPOST) | (41,3) | (39,5) | (45,7) |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 9,9 | 10,2 | 11,2 |
| Financieel resultaat | (17,0) | (5,6) | (37,2) |
| Belastingen | (143,2) | (161,4) | (158,6) |
| EAT CORPORATE (AANSLUITPOST) | (191,6) | (196,3) | (230,3) |
Financiële opbrengsten, financiële kosten, aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en belastingen zitten vervat in de aansluitpost "Corporate".
Activa en passiva worden niet gerapporteerd per segment aan de Raad van Bestuur.
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Omzet exclusief de DAEB vergoeding | 2.134,5 | 2.105,6 | 2.137,4 |
| DAEB vergoeding | 264,9 | 287,8 | 304,4 |
| TOTAAL | 2.399,4 | 2.393,4 | 2.441,7 |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Winst op de realisatie van materiële vaste activa | 17,5 | 33,4 | 15,5 |
| Voordelen in natura | 0,0 | 0,2 | 0,3 |
| Huuropbrengsten vastgoedbeleggingen | 0,6 | 0,8 | 1,0 |
| Overige huuropbrengsten | 0,2 | 0,5 | 1,8 |
| Recuperatie kosten bij derden | 2,1 | 1,8 | 2,3 |
| Overige | 5,2 | 3,7 | 2,0 |
| TOTAAL | 25,8 | 40,3 | 22,9 |
De winst op de realisatie van materiële vaste activa heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van gebouwen. De daling van 15,8 miljoen EUR ten aanzien van vorig jaar is voornamelijk te verklaren door de verkoop van één omvangrijk gebouw einde 2015. Als dit eenmalig element niet in aanmerking wordt genomen, dan steeg de winst op de realisatie van materiële vaste activa met 10,2 miljoen EUR.
De recuperatie van kosten bij derden bestaat uit de verkopen die gerealiseerd werden in de bedrijfsrestaurants.
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan voornamelijk uit terugbetalingen door derden met betrekking tot schade die geleden werd door bpost en zijn filialen.
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Voorzieningen | (15,0) | 1,4 | 2,6 |
| Onroerende voorheffingen, lokale en overige belastingen | 12,4 | 13,6 | 11,5 |
| Waardevermindering op handelsvorderingen | 1,6 | 0,1 | 2,3 |
| Boetes | 0,0 | 0,1 | 0,1 |
| Overige | 2,7 | 5,2 | 4,7 |
| TOTAAL | 1,7 | 20,5 | 21,3 |
Andere bedrijfskosten daalden met 18,8 miljoen EUR in vergelijking met vorig jaar, voornamelijk ingevolge de lagere kosten van de voorzieningen (16,5 miljoen EUR), ingevolge de terugname van voorzieningen gerelateerd aan een afrekening van eindrechten met een andere postoperator waarvoor de overeenkomstige kosten bij de transportkosten werden geboekt. Voor meer details over de evolutie van de voorzieningen, zie toelichting 6.28.
Lokale belastingen, onroerende voorheffingen en overige belastingen daalden voornamelijk door de hogere terugvorderbare BTW (3,0 miljoen EUR): het percentage van terugvorderbare BTW steeg van 13% in 2014 naar 14% in 2015 en 18,79% in 2016.
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Loonkosten | 892,2 | 900,0 | 962,6 |
| Sociaal plan - Alpha project | 0,0 | 54,5 | 0,0 |
| Sociale zekerheidsbijdragen | 192,3 | 199,3 | 207,5 |
| Toegezegdpensioenregelingen en toegezegdebijdragenregeling | 18,8 | 25,2 | 17,4 |
| Overige personeelskosten | 7,7 | 6,8 | 12,4 |
| TOTAAL | 1.111,1 | 1.185,8 | 1.199,9 |
Per 31 december 2016 telde bpost 26.987 personeelsleden (2015: 26.381) en deze zijn als volgt samengesteld:
statutair personeel: 11.293 (2015: 12.302);
contractueel personeel: 15.694 (2015: 14.079).
Het gemiddeld aantal VTE voor 2016 bedraagt 23.708 (2015: 23.847).
De volgende bedragen verbijzonderen de desbetreffende lijn in de resultatenrekening:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Financiële opbrengsten | 10,7 | 5,3 | 5,5 |
| Financiële kosten | (27,6) | (10,9) | (42,7) |
| NETTO FINANCIEEL RESULTAAT | (17,0) | (5,6) | (37,2) |
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Ontvangen interesten mbt financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, zo gecategoriseerd bij eerste opname |
0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Ontvangen interesten op financiële activa aangehouden tot vervaldatum | 0,0 | 0,1 | 0,3 |
| Ontvangen interesten op korte termijn bankdeposito's | 0,2 | 0,6 | 0,7 |
| Ontvangen interesten op lopended rekeningen | 0,1 | 0,2 | 0,3 |
| Wisselresultaat (positief) | 9,8 | 3,5 | 3,5 |
| Overige | 0,5 | 0,9 | 0,7 |
| FINANCIELE OPBRENGSTEN | 10,7 | 5,3 | 5,5 |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Financiële kosten mbt. Langlopende verplichtingen (IAS19) | 18,7 | (0,6) | 38,8 |
| Interesten van bankleningen | 0,2 | 0,2 | 0,4 |
| Wisselresultaat (negatief) | 6,6 | 7,8 | 1,8 |
| Waardevermindering op financiële / vlottende activa | 0,3 | 0,2 | (0,1) |
| Overige | 1,9 | 3,2 | 2,0 |
| FINANCIËLE KOSTEN | 27,6 | 10,9 | 42,7 |
Details van de in de resultatenrekening opgenomen winstbelastingen zijn de volgende:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| VERSCHULDIGDE BELASTING OMVAT: | |||
| Verschuldigde belasting van het huidig boekjaar | (143,2) | (153,6) | (158,0) |
| Aanpassing van de verschuldigde belasting van vorige jaren, opgenomen in huidig boekjaar | (0,1) | 2,5 | 1,8 |
| Uitgestelde belastingkost mbt. nieuwe / terugname van tijdelijke verschillen | 0,1 | (10,2) | (2,5) |
| TOTAAL BELASTINGEN | (143,2) | (161,4) | (158,6) |
De reconciliatie van de werkelijke belastingsvoet met het gewogen nominaal belastingstarief kan als volgt worden samengevat:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| BELASTINGSBEDRAG GEBASEERD OP DE STATUTAIRE BELASTINGSVOET | 166,4 | 160,0 | 154,4 |
| Winst voor belastingen | 489,5 | 470,6 | 454,1 |
| Statutaire belastingsvoet | 33,99% | 33,99% | 33,99% |
| Reconciliatie tussen de statutaire en de reële belastingsvoet | |||
| Impact verworpen uitgaven | 6,6 | 7,0 | 6,7 |
| Notionele interestaftrek | (0,5) | (0,9) | (1,1) |
| Impact van belasting m.b.t. voorgaande jaren | 1,7 | (2,7) | 1,7 |
| Impact aanwending van overgedragen verliezen bij de dochterondernemingen | (4,8) | (4,3) | (2,9) |
| Verlieslatende dochterondernemingen | 2,7 | 3,6 | 1,0 |
| Geassocieerde ondernemingen (vermogensmutatie) | (3,4) | (3,5) | (3,8) |
| Overige: | |||
| Het belastingseffect van de liquidatie van Deltamedia NV | (22,2) | 0,0 | 0,0 |
| Overige verschillen | (3,2) | 2,1 | 2,7 |
| TOTAAL | 143,2 | 161,4 | 158,6 |
| Belastingsbedrag gebaseerd op de reële belastingsvoet (huidige periode) | (143,2) | (161,4) | (158,6) |
| Winst voor belastingen | 489,5 | 470,6 | 454,1 |
| Reële belastingsvoet | 29,3% | 34,3% | 34,9% |
In december 2016 werd Deltamedia NV vereffend hetgeen een positieve impact van 22,2 miljoen EUR genereerde. Het door bpost geboekte liquidatieverlies op de participatie van Deltamedia was fiscaal aftrekbaar in de mate dat het het fiscaal gestort kapitaal in Deltamedia niet overschreed. Gezien het eenmalig karakter werd deze transactie uitgesloten van de genormalizeerde resultaten.
55bpost JAARVERSLAG 2016
Eind december 2016 boekte bpost een netto uitgestelde belastingvordering van 48,2 miljoen EUR. Deze is als volgt samengesteld:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | |||
| Personeelsbeloningen | 48,4 | 49,1 | 61,5 |
| Voorzieningen | 14,1 | 13,5 | 14,8 |
| Overige | 22,6 | 22,0 | 22,7 |
| TOTAAL UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN | 85,0 | 84,7 | 99,1 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | |||
| Materiële vaste activa | 29,3 | 30,6 | 32,8 |
| Immateriële vaste activa | 7,2 | 6,7 | 5,2 |
| Overige | 0,3 | 0,2 | 0,1 |
| TOTAAL UITGESTELDE BELASTINGVERPLICHTINGEN | 36,8 | 37,5 | 38,1 |
| NETTO UITGESTELDE BELASTINGVORDERING | 48,2 | 47,2 | 61,0 |
Er worden geen uitgestelde belastingen opgenomen voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit investeringen in dochterondernemingen, omdat bpost controle heeft over de terugname van de tijdelijke verschillen en het waarschijnlijk is dat deze niet zullen teruggenomen worden in de nabije toekomst.
Overeenkomstig IAS 33 wordt de gewone winst per aandeel berekend door het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij te delen door het gemiddeld aantal uitstaande aandelen tijdens het jaar.
De verwaterde winst per aandeel dient berekend te worden door het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij (na aanpassing van de effecten van alle potentiële verwaterde gewone aandelen) te delen door het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen tijdens het jaar, vermeerderd met het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen dat zou worden uitgegeven bij een omzetting van alle aandelenopties in gewone aandelen.
In het geval van bpost is er geen verwaterend effect die het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan houders van gewone aandelen en het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen impacteren.
Onderstaande tabel geeft het resultaat weer en het aantal aandelen die gebruikt worden in de berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel. Deze zijn gebaseerd op het aantal aandelen na de aandelensplitsing.
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Nettoresultaat van de periode toe te rekenen aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij |
343,8 | 307,0 | 293,6 |
| Aanpassingen voor het verwateringseffect | – | – | – |
| Nettoresultaat van de periode toe te rekenen aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij aangepast voor het verwateringseffect |
343,8 | 307,0 | 293,6 |
| IN MILJOEN AANDELEN | |||
| Gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen voor de winst per aandeel | 200,0 | 200,0 | 200,0 |
| Verwateringseffect | – | – | – |
| Gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen aangepast voor het verwateringseffect | 200,0 | 200,0 | 200,0 |
| IN EUR | |||
| Winst per aandeel | |||
| Gewone winst per aandeel, toe te rekenen aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij |
1,72 | 1,54 | 1,47 |
| Verwaterde winst per aandeel, toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij |
1,72 | 1,54 | 1,47 |
| Terreinen en ge |
Machines | Meubilair en rollend |
Inrichtingen | Overige materiële |
||
|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | bouwen | en uitrusting | materieel | en installaties | vaste activa | Totaal |
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||||
| Balans op 1 januari 2014 | 864,8 | 282,0 | 219,9 | 82,0 | 20,9 | 1.469,6 |
| Verwerving | 0,6 | 5,6 | 9,2 | 16,7 | 45,4 | 77,6 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,3 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,4 |
| Vervreemding | 0,0 | (1,2) | (6,1) | (0,9) | 0,8 | (7,4) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging |
(23,2) | 0,0 | 0,0 | (6,0) | 0,0 | (29,2) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 0,3 |
| Overige bewegingen | 19,2 | 7,3 | (0,2) | 3,3 | (31,7) | (2,1) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 861,7 | 293,9 | 223,1 | 95,1 | 35,5 | 1.509,3 |
| Balans op 1 januari 2015 | 861,7 | 293,9 | 223,1 | 95,1 | 35,5 | 1.509,3 |
| Verwerving Verwerving door middel van bedrijfscombinaties |
2,1 0,0 |
5,9 0,2 |
11,8 (0,0) |
20,1 (0,0) |
27,1 0,0 |
67,0 0,2 |
| Vervreemding | 0,0 | (0,3) | (4,7) | (5,2) | (0,0) | (10,2) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging |
(31,1) | 0,0 | 0,0 | (1,2) | 0,0 | (32,3) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | 0,2 | 0,1 | 0,0 | 0,3 |
| Overige bewegingen | 21,1 | 25,1 | (0,1) | 1,0 | (47,2) | (0,1) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2015 | 853,8 | 324,7 | 230,3 | 109,9 | 15,4 | 1.534,1 |
| Balans op 1 januari 2016 | 853,8 | 324,7 | 230,3 | 109,9 | 15,4 | 1.534,1 |
| Verwerving | 7,5 | 8,5 | 17,7 | 20,0 | 19,0 | 72,7 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,8 | 44,0 | 18,3 | 6,7 | 1,6 | 71,4 |
| Vervreemding | 0,0 | (0,2) | (7,0) | (6,8) | (0,0) | (14,0) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging |
(25,9) | 0,0 | 0,0 | (0,8) | 0,0 | (26,8) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | (0,0) | (0,0) | 0,0 | (0,0) | (0,1) |
| Overige bewegingen | 0,0 | 6,9 | (0,1) | 0,6 | (7,1) | 0,3 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2016 | 836,1 | 383,9 | 259,2 | 129,5 | 28,9 | 1.637,7 |
| HERWAARDERING | ||||||
| Balans op 1 januari 2014 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 7,4 | 7,4 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 7,4 | 7,4 |
| Balans op 1 januari 2015 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 7,4 | 7,4 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2015 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 7,4 | 7,4 |
| Balans op 1 januari 2016 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 7,4 | 7,4 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2016 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 7,4 | 7,4 |
| Terreinen en ge |
Machines | Meubilair en rollend |
Inrichtingen | Overige materiële |
||
|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | bouwen | en uitrusting | materieel | en installaties | vaste activa | Totaal |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | ||||||
| Balans op 1 januari 2014 | (454,3) | (215,9) | (178,4) | (54,6) | (3,7) | (906,7) |
| Verwerving en toevoeging door middel van | 0,0 | (0,2) | (0,0) | 0,0 | 0,0 | (0,2) |
| bedrijfscombinaties | ||||||
| Vervreemding | 0,0 | 1,2 | 6,1 | 0,9 | (0,8) | 7,4 |
| Afschrijvingen | (18,7) | (16,9) | (16,2) | (17,7) | 0,0 | (69,4) |
| Waardeverminderingen | (2,6) | 0,3 | (0,1) | (1,5) | 0,8 | (3,1) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging |
16,9 | 0,0 | 0,0 | 4,6 | 0,0 | 21,5 |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | (0,0) | (0,1) | (0,0) | 0,0 | (0,2) |
| Overige stijging (daling) | (4,5) | (0,0) | (0,0) | 4,4 | 0,0 | (0,2) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | (463,1) | (231,5) | (188,8) | (63,9) | (3,7) | (951,0) |
| Balans op 1 januari 2015 | (463,1) | (231,5) | (188,8) | (63,9) | (3,7) | (951,0) |
| Verwerving en toevoeging door middel | 0,0 | (0,1) | (0,0) | (0,1) | 0,0 | (0,2) |
| van bedrijfscombinaties | ||||||
| Vervreemding | 0,0 | 0,3 | 4,7 | 5,2 | 0,0 | 10,2 |
| Afschrijvingen | (20,3) | (18,3) | (15,1) | (19,2) | 0,0 | (73,0) |
| Waardeverminderingen | 2,4 | 0,3 | 0,0 | 0,9 | 0,0 | 3,6 |
| Activa aangehouden voor verkoop of als | 16,7 | 0,0 | 0,0 | 1,2 | 0,0 | 18,0 |
| vastgoedbelegging | ||||||
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | (0,1) | (0,2) | (0,1) | 0,0 | (0,5) |
| Overige stijging (daling) | (5,7) | (0,1) | 0,2 | 5,6 | 0,0 | (0,0) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2015 | (469,9) | (249,5) | (199,3) | (70,4) | (3,7) | (992,9) |
| Balans op 1 januari 2016 | (469,9) | (249,5) | (199,3) | (70,4) | (3,7) | (992,9) |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties |
(0,3) | (30,6) | (15,6) | (4,8) | 0,0 | (51,3) |
| Vervreemding | 0,0 | 0,2 | 7,0 | 6,8 | 0,0 | 14,0 |
| Afschrijvingen | (16,1) | (19,5) | (15,0) | (20,4) | 0,0 | (71,0) |
| Waardeverminderingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (0,3) | 0,0 | (0,4) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging |
18,3 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,0 | 18,4 |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | (0,1) | 0,0 | 0,0 | (0,1) |
| Overige stijging (daling) | (7,4) | 0,0 | 0,2 | 7,0 | 0,0 | (0,2) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2016 | (475,4) | (299,4) | (222,8) | (82,1) | (3,7) | (1.083,5) |
| NETTO BOEKWAARDE | ||||||
| Op 31 december 2014 | 398,6 | 62,4 | 34,3 | 31,2 | 39,2 | 565,7 |
| Op 31 december 2015 | 383,9 | 75,2 | 31,0 | 39,4 | 19,1 | 548,5 |
| Op 31 december 2016 | 360,7 | 84,5 | 36,3 | 47,5 | 32,6 | 561,6 |
De materiële vaste activa stegen met 13,1 miljoen EUR van 548,5 miljoen EUR naar 561,6 miljoen EUR. Deze stijging kan worden verklaard door:
integratie van nieuwe filialen (20,1 miljoen EUR), de hieronder cijfers vermeld in de tabel betreffen voorlopige cijfers en kunnen nog wijzigen als gevolg van de toewijzing van de aankoopprijs van sommige overnames.;
| In miljoen EUR | Terreinen en ge bouwen |
Machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Inrichtingen en installaties |
Overige materiële vaste activa |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verwervingkost - Verwerving door middel van bedrijfscombinaties |
0,8 | 44,0 | 18,3 | 6,7 | 1,6 | 71,4 |
| Afschrijvingen - Verwerving door middel van bedrijfscombinaties |
(0,3) | (30,6) | (15,6) | (4,8) | 0,0 | (51,3) |
| NETTO BOEKWAARDE | 0,5 | 13,4 | 2,7 | 1,8 | 1,6 | 20,1 |
Alle afschrijvingen en waardeverminderingen worden opgenomen in de sectie "Afschrijvingen en waardeverminderingen" van de resultatenrekening.
| In miljoen EUR | Terreinen en gebouwen |
|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | |
| Balans op 1 januari 2014 | 26,3 |
| Verwerving | 0 |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | (2,7) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 23,6 |
| Balans op 1 januari 2015 | 23,6 |
| Verwerving | 0 |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | (4,9) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2015 | 18,7 |
| Balans op 1 januari 2016 | 18,7 |
| Verwerving | 0 |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | (0,5) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2016 | 18,2 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | |
| Balans op 1 januari 2014 | (16,0) |
| Afschrijvingen | (0,1) |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | 1,3 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | (14,9) |
| Balans op 1 januari 2015 | (14,9) |
| Afschrijvingen | (0,1) |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | 2,9 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2015 | (12,2) |
| Balans op 1 januari 2016 | (12,2) |
| Afschrijvingen | (0,1) |
| Overdracht van/naar andere activa categorieën | 0,3 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2016 | (12,0) |
| NETTO BOEKWAARDE | |
| Op 31 december 2014 | 8,7 |
| Op 31 december 2015 | 6,5 |
| Op 31 december 2016 | 6,2 |
De vastgoedbeleggingen betreffen vooral appartementen in gebouwen waar een postkantoor gevestigd is. Vastgoedbeleggingen worden geboekt tegen hun aanschaffingswaarde minus gecumuleerde afschrijvingen en eventuele waardeverminderingen. Het afschrijvingsbedrag wordt op een systematische wijze toegekend over de bruikbare levensduur van de activa (meestal 40 jaar).
De huurinkomsten met betrekking tot vastgoedbeleggingen bedragen 0,6 miljoen EUR (2015: 0,8 miljoen EUR). De geschatte reële waarde van de vastgoedbeleggingen daalde van 15,1 miljoen EUR naar 12,7 miljoen EUR, te wijten aan een vermindering van het aantal verhuurde gebouwen.
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | |
| Materiële Vaste Activa | 1,5 | 3,1 | 2,8 | |
| 1,5 | 3,1 | 2,8 |
In 2016 daalden de voor verkoop aangehouden activa van 3,1 miljoen EUR tot 1,5 miljoen EUR. De daling van 1,6 miljoen EUR is toe te schrijven aan de in 2016 ondertekende aktes (10,2 miljoen EUR), gedeeltelijk gecompenseerd door de in 2016 ondertekende verkoopsovereenkomsten (8,6 miljoen EUR).
Het aantal gebouwen erkend als voor verkoop aangehouden activa is ongeveer gelijkaardig aan vorig jaar, 8 aan het einde van 2015 tegenover 11 aan het einde van 2016. De meerderheid van deze activa zijn retailverkooppunten die leegstaan als gevolg van de optimalisering van het postkantorennetwerk.
De winst van 17,5 miljoen EUR (2015: 33,4 miljoen EUR) op de verkoop werd opgenomen in de sectie "Overige bedrijfsopbrengsten" van de resultatenrekening. In 2016 werden geen waardeverminderingen opgenomen in de sectie "Afschrijvingen en Waardeverminderingen".
| Ont | Overige | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Goodwill | wikkelings kosten |
Software | immaterïele activa |
Totaal |
| AANSCHAFFINGSWAARDE | |||||
| Balans op 1 januari 2014 | 61,6 | 90,2 | 111,1 | 12,9 | 275,8 |
| Verwerving | 4,9 | 10,9 | 2,1 | 0,4 | 18,3 |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,1 |
| Vervreemding | 0,0 | (6,7) | (0,0) | (0,2) | (6,9) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | 0,5 | 0,0 | 0,5 |
| Overige bewegingen | 0,0 | 0,1 | 1,9 | 0,0 | 2,0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 66,3 | 94,6 | 115,5 | 13,2 | 289,7 |
| Balans op 1 januari 2015 | 66,3 | 94,6 | 115,5 | 13,2 | 289,7 |
| Verwerving | 4,3 | 10,8 | 3,0 | 0,0 | 18,2 |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,3 | 0,0 | 0,3 |
| Vervreemding | 0,0 | (13,2) | (0,9) | 0,0 | (14,1) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | 0,5 | (0,0) | 0,4 |
| Overige bewegingen | (0,0) | 0,0 | 0,1 | 0,0 | 0,1 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2015 | 70,7 | 92,2 | 118,6 | 13,2 | 294,6 |
| Balans op 1 januari 2016 | 70,7 | 92,2 | 118,6 | 13,2 | 294,6 |
| Verwerving | 128,5 | 7,2 | 2,8 | 2,2 | 140,8 |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 1,7 | 6,2 | 25,2 | 33,1 |
| Vervreemding | 0,0 | 0,0 | (0,0) | 0,0 | (0,0) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | 0,2 | (0,1) | 0,1 |
| Overige bewegingen | 0,0 | 0,1 | 1,4 | (1,9) | (0,3) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2016 | 199,2 | 101,2 | 129,1 | 38,7 | 468,1 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | |||||
| Balans op 1 januari 2014 | (20,1) | (76,8) | (79,5) | (10,4) | (186,8) |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | (0,0) | (0,1) | (0,1) |
| Vervreemding | 0,0 | 6,7 | 0,0 | 0,2 | 6,9 |
| Afschrijvingen | 0,0 | (4,7) | (10,8) | (0,1) | (15,6) |
| Waardeverminderingen | 0,0 | (4,5) | 0,0 | (0,2) | (4,6) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | (0,0) | (0,2) | (0,0) | (0,2) |
| Overige bewegingen | 0,0 | (0,1) | 0,3 | 0,1 | 0,3 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | (20,1) | (79,3) | (90,2) | (10,4) | (200,1) |
| Balans op 1 januari 2015 | (20,1) | (79,3) | (90,2) | (10,4) | (200,1) |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | (0,1) | 0,0 | (0,1) |
| Vervreemding | 0,0 | 13,2 | 0,9 | 0,0 | 14,1 |
| Afschrijvingen | 0,0 | (7,7) | (9,6) | (0,0) | (17,4) |
| Waardeverminderingen | 0,0 | 0,0 | (1,2) | (0,0) | (1,2) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | (0,3) | 0,0 | (0,3) |
| Overige bewegingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (0,0) | 0,0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2015 | (20,1) | (73,8) | (100,6) | (10,4) | (205,0) |
| Balans op 1 januari 2016 | (20,1) | (73,8) | (100,6) | (10,4) | (205,0) |
| Verwerving en toevoeging door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | (0,5) | (1,8) | (18,1) | (20,4) |
| Vervreemding | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Afschrijvingen | 0,0 | (5,1) | (8,3) | (0,4) | (13,8) |
| Waardeverminderingen | (4,7) | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (4,7) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | (0,1) | (0,0) | (0,1) |
| Overige bewegingen | 0,0 | (0,0) | (0,0) | 0,1 | 0,1 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2016 | (24,8) | (79,4) | (110,8) | (28,8) | (243,8) |
| NETTO BOEKWAARDE | |||||
| At 31 December 2014 | 46,2 | 15,3 | 25,3 | 2,8 | 89,5 |
| At 31 December 2015 | 50,5 | 18,3 | 18,0 | 2,8 | 89,6 |
| At 31 December 2016 | 174,4 | 21,8 | 18,3 | 9,9 | 224,4 |
61bpost JAARVERSLAG 2016
De immateriële vaste activa stegen met 134,7 miljoen EUR, voornamelijk als gevolg van:
Integratie van nieuwe filialen (12,7 miljoen EUR) , de hieronder cijfers vermeld in de tabel betreffen voorlopige cijfers en kunnen nog wijzigen als gevolg van de toewijzing van de aankoopprijs van sommige overnames.
| In miljoen EUR | Ont wikkelings kosten |
Software | Overige immaterïele activa |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Verwervingskost - Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 1,7 | 6,2 | 25,2 | 33,1 |
| Afschrijvingen - Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | (0,5) | (1,8) | (18,1) | (20,4) |
| NETTO BOEKWAARDE | 1,2 | 4,4 | 7,1 | 12,7 |
Alle afschrijvingen en waardeverminderingen worden opgenomen in de sectie "Afschrijvingen en waardeverminderingen" van de resultatenrekening.
Bedrijfscombinaties worden opgenomen volgens de verwervingsmethode. De kost van een verwerving wordt bepaald als het geheel van de reële waarde van de overgedragen vergoeding op datum van de overname en het bedrag van mogelijke minderheidsbelangen in de onderneming die wordt overgenomen.
Initieel wordt goodwill opgenomen aan kostprijs, en vertegenwoordigt het surplus van het geheel aan overgedragen vergoedingsregeling in vergelijking met de netto identifieerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.
Na de eerste opname wordt goodwill gemeten aan kostprijs min alle mogelijke waardeverminderingen. Voor wat betreft het testen op waardevermindering, wordt de opgenomen goodwill vanaf datum van opname getest op het niveau waarop binnen de onderneming voordeel gehaald wordt uit de combinatie, en dit ongeacht of de activa of verplichtingen van de onderneming die wordt overgenomen, opgenomen zijn in deze eenheden.
Het realiseerbare bedrag is gebaseerd op de reële waarde. De netto realiseerbare waarde, gebruikt voor het testen op waardeverminderingen (d.i. de reële waarde min verkoopkosten), werd bepaald aan de hand van de winstveelvouden voor recentelijk overgenomen bedrijfscombinaties. De netto boekwaarde van de goodwill komende van de cash genererende units is gestegen van 50,5 miljoen EUR naar 174,4 miljoen EUR in 2016. Enerzijds is de goodwill gestegen door de overname van nieuwe filialen en activiteiten (128,5 miljoen EUR), waarvan een groot deel van de goodwill berekening nog onder voorbehoud is aangezien de boekhoudkundige verwerking en de toewijzing van de aankoopprijs van enkele overnames nog onder herziening zijn. Anderzijds is de goodwill gedaald door de waardevermindering van de goodwill van Landmark Global VK (4,2 miljoen EUR) en CityDepot (0,4 miljoen EUR).
De nettoboekwaarde van al deze kasstroomgenererende eenheden, met uitzondering van rentedragende en fiscale activa en passiva vertegenwoordigt gemiddeld, een veelvoud van 4,5 van het bedrijfsresultaat voor uitzonderlijke posten. De boven vermelde winstveelvouden zouden met 41% moeten verminderen opdat de netto realiseerbare waarde lager zou zijn dan netto boekwaarde van alle kasstroomgenererende eenheden.
De financiële leasingschulden per 31 december 2016 hebben betrekking op geleasde machines en uitrusting.
De netto boekwaarde en de nuttige levensduur van de gehuurde activa kunnen hieronder teruggevonden worden:
| In miljoen EUR | Nuttige levensduur |
Netto boekwaarde 31 dec. 2016 |
|---|---|---|
| Machines en uitrusting | 5 jaar | 3,1 |
| Rollend materieel | 5 jaar | 0,3 |
De toekomstige minimale leasebetalingen (financiële leasing) aan het eind van elk boekjaar worden in de onderstaande tabel weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Minimale leasebetalingen | |||
| Binnen het jaar | 1,3 | 0,5 | 0,9 |
| 1 tot 5 jaar | 2,2 | 1,7 | 2,0 |
| Meer dan 5 jaar | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| TOTAAL | 3,5 | 2,2 | 2,9 |
| Minus | |||
| TOEKOMSTIGE INTERESTEN | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Contante waarde van de minimale leasebetalingen | |||
| Binnen het jaar | 1,2 | 0,5 | 0,9 |
| 1 tot 5 jaar | 2,2 | 1,6 | 1,9 |
| Meer dan 5 jaar | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| TOTAAL | 3,4 | 2,1 | 2,8 |
De financiële leasingovereenkomsten bestaan uit vaste leasebetalingen en hebben een koopoptie op het einde van het leasecontract.
In de tabel hieronder zijn de toekomstige minimale leasebetalingen samengevat:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Binnen het jaar | 74,1 | 55,7 | 59,7 |
| 1 tot 5 jaar | 159,6 | 122,1 | 117,6 |
| Meer dan 5 jaar | 81,4 | 60,1 | 58,8 |
| TOTAAL | 315,1 | 237,9 | 236,1 |
De stijging van de totale toekomstige minimale operationele leasebetalingen in 2016 in vergelijking met 2015 is voornamelijk het gevolg van de consolidatie van nieuw overgenomen filialen.
De operationele leaseovereenkomsten bestaan uit vaste leasebetalingen. De aan de eigendom verbonden risico's en voordelen worden niet overgedragen aan bpost.
De toekomstige minimale huurinkomsten zijn als volgt opgebouwd en zijn gerelateerd aan gebouwen:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Binnen het jaar | 1,0 | 0,8 | 1,1 |
| 1 tot 5 jaar | 2,7 | 2,8 | 4,2 |
| Meer dan 5 jaar | 2,3 | 1,8 | 4,0 |
| TOTAAL | 5,9 | 5,4 | 9,3 |
De stijging van de toekomstige minimale huurinkomsten in 2016 in vergelijking met 2015 is voornamelijk het gevolg van de consolidatie van nieuw overgenomen filialen.
De opbrengst die gerelateerd is aan de operationele leasingovereenkomsten werd opgenomen in de sectie "overige bedrijfsopbrengsten" van de resultatenrekening en dit voor een bedrag van 0,8 miljoen EUR in 2016.
| Totaal langlopende |
Tot einde looptijd aangehouden |
Totaal kortlopende |
||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | financiële activa | beleggingen | financiële activa | Totaal |
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||
| Balans op 1 januari 2014 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Verwerving | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Balans op 1 januari 2015 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Verwerving | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2015 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Balans op 1 januari 2016 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Verwerving | 0,0 | 12,0 | 12,0 | 12,0 |
| Vervreemding | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2016 | 0,0 | 12,0 | 12,0 | 12,0 |
| WAARDEVERMINDERINGEN | ||||
| Balans op 1 januari 2014 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Overige bewegingen | - | - | - | |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Balans op 1 januari 2015 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Overige bewegingen | - | - | - | |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2015 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Balans op 1 januari 2016 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Overige bewegingen | - | - | - | |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2016 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| NETTO BOEKWAARDE | ||||
| Per 31 december 2014 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Per 31 december 2015 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Per 31 december 2016 | 0,0 | 12,0 | 12,0 | 12,0 |
De finanicële instrumenten die voldoen aan de definitie van geldmiddelen en kasequivalenten zoals gedefinieerd door IAS 7 worden gerapporteerd in geldmiddelen en kasequivalenten. Per 31 December 2016 houdt bpost 12,0 miljoen EUR aan in commercial paper met een vervaltermijn van 4 maanden, dewelke werd opgenomen als financiële activa aangehouden tot vervaldatum.
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Balans op 1 januari | 375,0 | 416,5 | 341,3 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,8 | 0,0 | 0,0 |
| Aandeel in de winst | 9,9 | 10,2 | 11,2 |
| Ontvangen dividenden | 0,0 | (5,0) | (5,0) |
| Overige bewegingen in geassocieerde deelnemingen | (12,0) | (46,7) | 69,1 |
| BALANS OP 31 DECEMBER | 373,7 | 375,0 | 416,5 |
In 2016 bedroeg het aandeel van bpost in de winst van bpost bank en van Citie 9,9 miljoen EUR. Vorig jaar bedroeg het aandeel in de winst van bpost bank 10,2 miljoen EUR.
In 2016 werd er geen dividend van bpost bank aan bpost uitbetaald. In 2014 en 2015 heeft bpost een dividend ontvangen vanwege bpost bank van 5,0 miljoen EUR.
Het bedrag vertegenwoordigt de afname van de niet-gerealiseerde winsten, na belastingen, op de obligatieportefeuille van bpost bank (12,0 miljoen EUR).
In de tabellen hieronder worden de financiële kerncijfers van de geassocieerde ondernemingen weergegeven:
| In miljoen EUR | Aandeel | Totaal activa |
Totaal passiva (excl Eigen Vermogen) |
Opbrengsten | Winst/ (verlies) |
|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | |||||
| bpost bank | 50% | 10.314,2 | 9.564,1 | 282,8 | 20,4 |
| 2016 | |||||
| bpost bank | 50% | 10.704,0 | 9.958,3 | 273,5 | 19,9 |
| Citie | 33% | 2,3 | 0,2 | 0,0 | (0,2) |
| Op 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 | |
| Handelsvorderingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |
| Overige vorderingen | 2,8 | 2,3 | 2,6 | |
| LANGLOPENDE HANDELSVORDERINGEN EN OVERIGE VORDERINGEN | 2,8 | 2,3 | 2,6 |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 443,3 | 382,6 | 369,3 |
| Terugvorderbare belastingen, andere dan belastingen op het resultaat | 5,6 | 2,3 | 2,0 |
| Overige vorderingen | 32,9 | 26,4 | 27,0 |
| KORTLOPENDE HANDELSVORDERINGEN EN OVERIGE VORDERINGEN | 481,8 | 411,2 | 398,3 |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Verkregen opbrengsten | 11,4 | 11,2 | 12,3 |
| Over te dragen kosten | 14,6 | 10,6 | 9,4 |
| Overige vorderingen | 6,8 | 4,6 | 5,3 |
| KORTLOPEND - OVERIGE VORDERINGEN | 32,9 | 26,4 | 27,0 |
De langlopende vorderingen worden verondersteld een redelijke benadering te zijn van de reële waarde van deze financiële activa, aangezien deze binnenkort zullen betaald worden, waardoor de impact van de tijdswaarde van geld niet significant is.
De kortlopende handelsvorderingen en overige vorderingen stegen met 70,6 miljoen EUR van 411,2 miljoen EUR in 2015 tot 481,8 miljoen EUR, gedreven door een stijging in handelsvorderingen met 60,7 miljoen EUR. De stijging van handelsvorderingen is voornamelijk het gevolg van de consolidatie van Ubiway.
De terugvorderbare belastingen betreffen te recupereren BTW.
Het merendeel van de handels- en overige vorderingen zijn kortlopend. De boekwaarde wordt geacht een goede indicatie te zijn van de reële waarde.
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Grondstoffen | 1,8 | 2,2 | 2,9 |
| Gereed product | 4,0 | 3,5 | 3,7 |
| Handelsgoederen | 33,4 | 6,0 | 6,5 |
| Waardeverminderingen | (2,6) | (0,7) | (0,6) |
| VOORRADEN | 36,7 | 11,1 | 12,5 |
Grondstoffen omvatten verbruiksgoederen, dit wil zeggen materiaal dat gebruikt wordt voor printdoeleinden. Gereed product zijn zegels beschikbaar voor verkoop. Handelsgoederen omvatten hoofdzakelijk postogrammen, postkaarten, leveringen voor wederverkoop, voorraad persdistributie en voorraad retail (tabak, drank, multimedia,…). De stijging van handelsgoederen ten opzichte van 2015 is voornamelijk te verklaren door de integratie van Ubiway per 1 December 2016.
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Liquiditeiten in netwerk | 198,6 | 157,3 | 139,7 |
| Transitrekeningen | 91,0 | 32,9 | 44,7 |
| Betalingstransacties in uitvoering | (36,5) | (55,8) | (40,7) |
| Lopende rekeningen bij banken | 285,7 | 481,3 | 418,6 |
| Korte Termijndeposito's | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN | 538,9 | 615,7 | 562,3 |
Lopende rekeningen hebben een variabele vergoeding, die afhankelijk is van de dagelijks geldende rentevoeten. Korte termijndeposito's worden aangegaan voor verschillende periodes gaande van één dag tot drie maanden, afhankelijk van de onmiddellijke kasbehoeften en hebben een vergoeding die afhankelijk is van de respectievelijke korte termijn rentevoeten.
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs | |||
| Banklening | 45,5 | 54,6 | 63,7 |
| Financiële leasing | 2,2 | 1,6 | 2,0 |
| LANGLOPENDE SCHULDEN | 47,7 | 56,2 | 65,7 |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs | |||
| Bankleningen | 9,1 | 9,1 | 9,1 |
| Andere leningen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Financiële leasing | 1,2 | 0,5 | 0,9 |
| KORTLOPENDE SCHULDEN | 10,3 | 9,6 | 10,0 |
De financiële schulden bestaan hoofdzakelijk uit een lening afgesloten in 2007 met de Europese Investeringsbank en met een openstaand saldo van 54,5 miljoen EUR. Het stuk van de lening dat terugbetaald dient te worden in 2017 bedraagt 9,1 miljoen EUR en is overgedragen naar de schulden op korte termijn. De laatste terugbetaling vindt plaats in 2022.
bpost kent zijn actieve en gepensioneerde personeelsleden een aantal voordelen toe: vergoedingen na uitdiensttreding, personeelsbeloningen op lange termijn, andere beloningen op lange termijn en ontslagvergoedingen. De plannen met betrekking tot deze personeelsvoordelen werden gewaardeerd in overeenstemming met IAS 19. Sommige voordelen zijn het resultaat van de onderhandelingen in het kader van Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO). De beloningen die conform deze plannen werden toegekend, zijn verschillend voor de categorieën van werknemers bij bpost: statutairen, baremiek contractuelen, hulppostbodes en niet-baremiek contractuelen.
De verschillende beloningen zijn als volgt samengesteld:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Vergoedingen na uitdiensttreding | (82,1) | (77,7) | (85,4) |
| Langetermijnpersoneelsbeloningen | (107,7) | (108,9) | (118,3) |
| Ontslagvergoedingen | (4,1) | (11,6) | (13,3) |
| Andere langetermijnpersoneelsbeloningen | (162,8) | (148,1) | (151,5) |
| TOTAAL | (356,7) | (346,2) | (368,6) |
Rekening houdend met de gerelateerde uitgestelde belastingen, bedraagt het bedrag van de personeelsbeloningen 308,3 miljoen EUR (2015: 297,1 miljoen EUR).
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Personeelsvoordelen | (356,7) | (346,2) | (368,6) |
| Effect van uitgestelde belastingvorderingen | 48,4 | 49,1 | 61,5 |
| PERSONEELSVOORDELEN NA AFTREK VAN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN |
(308,3) | (297,1) | (307,1) |
De netto verplichting van bpost met betrekking tot personeelsvoordelen omvat volgende posten:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Contante waarde van de verplichtingen | (401,2) | (395,6) | (415,2) |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 44,5 | 49,4 | 46,7 |
| Contante waarde van de netto verplichtingen voor het plan | (356,7) | (346,2) | (368,6) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | (356,7) | (346,2) | (368,6) |
| NETTO VERPLICHTING | (356,7) | (346,2) | (368,6) |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | |||
| Passiva | (356,7) | (346,2) | (368,6) |
| NETTO PASSIVA | (356,7) | (346,2) | (368,6) |
De veranderingen in de contante waarde van de verplichtingen worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | (395,6) | (415,2) | (384,8) |
| Opgenomen pensioenkosten | (31,8) | (25,5) | (28,0) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (31,8) | (20,6) | (22,7) |
| - Stopzettingskosten | 0,0 | (3,8) | (5,3) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | 0,0 | (1,1) | 0,0 |
| Netto interestkosten | (6,7) | (6,3) | (9,6) |
| Betaalde bijdragen | 40,6 | 41,8 | 41,3 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (1,5) | 4,2 | (23,2) |
| - Winsten en (verliezen) opgenomen in de winst-en verliesrekening | (1,5) | 4,2 | (23,2) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | (6,3) | 5,5 | (10,9) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) | (6,3) | 5,5 | (10,9) |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN OP 31 DECEMBER | (401,2) | (395,6) | (415,2) |
De reële waarde van de fondsbeleggingen is als volgt samengesteld:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Reële waarde van de fondsbeleggingen per 1 januari | 49,4 | 46,7 | 39,8 |
| Bijdragen door de werkgever | 4,8 | 5,4 | 6,8 |
| Bijdragen door de werknemers | 1,2 | 1,4 | 2,1 |
| Betaalde bijdragen | (12,4) | (6,2) | (3,1) |
| Financiële kosten op activa (inbegrepen in winst-en verliesrekening) | 1,0 | 1,1 | 1,4 |
| Actuariële winsten/ verliezen op activa (inbegrepen in de niet-gerealiseerde resultaten) |
0,5 | 1,0 | (0,3) |
| REËLE WAARDE VAN DE FONDSBELEGGINGEN PER 31 DECEMBER | 44,5 | 49,4 | 46,7 |
De fondsbeleggingen zijn gerelateerd aan het groepsverzekeringsvoordeel in overeenstemming met IAS 19. Deze fondsbeleggingen worden aangehouden bij een verzekeringsmaatschappij en bestaan uit reserves die door de werkgevers- en werknemersbijdragen opgebouwd werden.
De in de resultatenrekening opgenomen kosten worden hierna weergegeven:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Opgenomen pensioenkosten | (30,5) | (24,1) | (24,8) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (30,5) | (19,2) | (19,5) |
| - Stopzettingskosten | 0,0 | (3,8) | (5,3) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | 0,0 | (1,1) | 0,0 |
| Netto interestkosten | (5,7) | (5,2) | (8,1) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (1,5) | 4,2 | (23,2) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als financieel | (12,9) | 5,8 | (30,6) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als operationeel | 11,4 | (1,6) | 7,4 |
| NETTO KOSTEN | (37,7) | (25,1) | (56,1) |
Actuariële winsten en verliezen die veroorzaakt worden door schommelingen in de discontovoeten worden opgenomen als financiële kosten terwijl actuariële winsten/verliezen voor vergoedingen na uitdiensttreding worden opgenomen in nietgerealiseerde resultaten. In alle andere gevallen worden actuariële winsten en verliezen opgenomen als bedrijfskosten.
Interestkosten en financiële actuariële winsten of verliezen werden opgenomen onder financiële kosten. Alle andere hierboven vermelde kosten zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening onder "Personeelskosten".
De in de resultatenrekening opgenomen personeelskosten en financiële kosten worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Personeelskosten | (19,1) | (25,7) | (17,4) |
| Financiële kosten | (18,7) | 0,6 | (38,8) |
| NETTO KOSTEN | (37,7) | (25,1) | (56,1) |
De kosten opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten worden hierna weergegeven:
| 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| (5,8) | 6,6 | (11,2) |
| (5,8) | 6,6 | (11,2) |
| (5,8) | 6,6 | (11,2) |
De voornaamste actuariële veronderstellingen voor de berekening van de langlopende verplichtingen op balansdatum zijn de volgende:
| 2016 | 2015 | 2014 | |
|---|---|---|---|
| Inflatiepercentage | 2,0% | 2,0% | 2,0% |
| Toekomstige loonsverhogingen | 3,0% | 3,0% | 3,0% |
| Evolutie van het medisch kostenpercentage | 5,0% | 5,0% | 5,0% |
| Sterftetabellen | MR/FR-2 | MR/FR-2 | MR/FR |
De verdisconteringsvoeten zijn bepaald op basis van het effectieve marktrendement op balansdatum. De gebruikte discontovoeten in 2016 variëren van 0,0% tot 1,85% (2015: 0,2% tot 2,30%).
| Duur | Discontovoet | ||
|---|---|---|---|
| VOORDEEL | 2016 | 2015 | |
| Kinderbijslagen | 7,4 | 1,10% | 1,50% |
| Vervoer | 10,7 | 1,45% | 1,95% |
| Bank | 15,6 | 1,70% | 2,20% |
| Begrafeniskosten | 9,0 | 1,30% | 1,70% |
| Beloningen | 12,9 | 1,55% | 1,95% |
| Groepsverzekering | van 14,1 tot 14,4 | 1,65% | 2,15% |
| Gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden | 2,6 | 0,00% | 0,40% |
| Vergoeding voor werkongeval | 13,3 | 1,60% | 2,10% |
| Medische kosten van arbeidsongevallen | 18,1 | 1,85% | 2,30% |
| Pensioensparen | 9,6 | 1,35% | 1,80% |
| Jubileumpremies | 7,6 | 1,10% | 1,60% |
| DVVP JMC | 9,7 | 1,35% | N/A |
| Deeltijds regime | van 2,6 tot 3,8 | 0,00% | van 0,2% tot 0,4% |
| Vervroegd pensioenplan | van 0,7 tot 1,7 | 0,00% | 0,20% |
De gemiddelde looptijd van de toegezegde pensioenregelingen per eind 2016 bedraagt 11,3 jaar (in 2015: 10,5 jaar).
Een kwalitatieve gevoeligheidsanalyse van de belangrijkste hypotheses per 31 december 2016 wordt hieronder beschreven:
| VERONDERSTELLINGEN | Sterfte tabellen Discontovoet MR/FR |
Evolutie van medisch kosten percentage |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| GEVOELIGHEIDSNIVEAU | 0,5% verhoging |
0,5% vermindering |
Vermindering van 1 jaar |
1% verhoging |
||
| In miljoen EUR | ||||||
| Effect op brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten (verhoging)/vermindering |
21,6 | (22,8) | (6,4) | (2,6) |
Deze gevoeligheidsanalyse werd bepaald op basis van een methode die de impact van aannemelijke wijzigingen in basisveronderstellingen op de toegezegde pensioenrechten projecteert op balansdatum.
Vergoedingen na uitdiensttreding omvatten kinderbijslag, tussenkomst in de transportkosten, vermindering van bankkosten, tussenkomst in begrafeniskosten, geschenken bij pensionering en groepsverzekering.
De statutaire personeelsleden van bpost (zowel actieven als gepensioneerden) met kinderen ten laste (jongeren en gehandicapten) krijgen kinderbijslag van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW). De financieringsmethodologie van gezinsbijslagen voor statutaire personeelsleden is veranderd ingevolge een wetswijziging (wet van 19 december 2014). Als gevolg daarvan betaalt bpost als een vennootschap naar publiek recht een bijdrage die is vastgelegd door een programmawet. Het bedrag wijzigt elk jaar naargelang het aantal statutaire personeelsleden (VTE) en is onderhevig aan de inflatie.
Niet-actieve statutaire personeelsleden en hun gezinsleden hebben recht op een aantal tegoedbonnen die kunnen omgeruild worden tegen een treinbiljet voor een reis in België of tegen een korting die gebruikt kan worden voor andere reisbiljetten.
Alle actieve en (brug)gepensioneerde personeelsleden die een "Postcheque"-rekening met loon- of pensioendomiciliëring hebben, krijgen een forfaitaire korting op de beheerskosten voor die rekening. Daarnaast genieten ze ook voordelige rentevoeten op spaarrekeningen, spaarbons, beleggingsfondsen en leningen.
bpost biedt aan zijn actieve contractuele werknemers een groepsverzekering aan als voordeel. Sinds de invoering van de WAP (wet op aanvullende pensioenen)-wetgeving in België hebben deze plannen volgens IAS 19 de karakteristieken van een toegezegdpensioenregeling.
Volgens de wetgeving moet de werkgever een bepaalde opbrengst garanderen op de fondsbeleggingen. Voorafgaande aan de wijziging in de WAP wet eind 2015, moest bpost de wettelijke minimumopbrengst van 3,25% op werkgeversbijdragen (na kosten van premies) en 3,75% op werknemersbijdragen verschaffen. De wettelijke minimum-opbrengst op werkgeversbijdragen is een "loopbaangemiddelde" opbrengst en niet een jaarlijkse opbrengst, daar waar het wettelijk minimum met betrekking tot de werknemersbijdragen wel degelijk op jaarlijkse basis wordt beoogd.
Wegens de in 2013 veranderde gegarandeerde tariefstructuur van de verzekeringsmaatschappij, kan er een verschil optreden tussen de wettelijke minimumopbrengst en de gegarandeerde opbrengst door de verzekeringsmaatschappij.
Hoewel er nog geen volledige duidelijkheid is over de benadering, heeft de wetgeving van december 2015 meer verduidelijking gebracht over het gegarandeerde minimum-rendement. De onzekerheid met betrekking tot de toekomstige evolutie van de gegarandeerde minimumrendementen in België veranderde met de wijziging in de WAP wetgeving eind december 2015. Vanaf 2016 is de minimumopbrengst een percentage van de gemiddelde opbrengst van de laatste 24 maanden op lineaire obligaties van 10 jaar met een minimum van 1,75% per jaar. bpost kan dus consistent de methodologie van 2015 blijven toepassen en de zogenaamde PUC-methode (Projected Unit Credit) blijven gebruiken, dewelke rekening houdt met toekomstige pensioenopbouw pro-rata de verstreken diensttijd.
Het netto passief met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichtingen | (126,6) | (127,1) | (132,1) |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 44,5 | 49,4 | 46,7 |
| Contante waarde van de netto verplichtingen voor het plan | (82,1) | (77,7) | (85,4) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | (82,1) | (77,7) | (85,4) |
| NETTO VERPLICHTING | (82,1) | (77,7) | (85,4) |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | |||
| Passiva | (82,1) | (77,7) | (85,4) |
| NETTO PASSIVA | (82,1) | (77,7) | (85,4) |
De veranderingen in de contante waarde van de verplichtingen worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | (127,1) | (132,1) | (118,0) |
| Opgenomen pensioenkosten | (8,4) | (9,9) | (9,1) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (8,4) | (9,9) | (9,1) |
| Netto interestkosten | (2,3) | (2,3) | (3,5) |
| Betaalde bijdragen | 17,4 | 11,8 | 9,4 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| - Winsten en (verliezen) opgenomen in de winst-en verliesrekening | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | (6,3) | 5,5 | (10,9) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) | (6,3) | 5,5 | (10,9) |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN OP 31 DECEMBER | (126,6) | (127,1) | (132,1) |
De reële waarde van de fondsbeleggingen aangaande het voordeel van de groepsverzekering en die door de verzekeringsmaatschappij worden aangehouden, is als volgt weer te geven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Reële waarde van de fondsbeleggingen per 1 januari | 49,4 | 46,7 | 39,8 |
| Bijdragen door de werkgever | 4,8 | 5,4 | 6,8 |
| Bijdragen door de werknemers | 1,2 | 1,4 | 2,1 |
| Betaalde bijdragen | (12,4) | (6,2) | (3,1) |
| Financiële kosten op activa (inbegrepen in winst-en verliesrekening) | 1,0 | 1,1 | 1,4 |
| Actuariële winsten/ verliezen op activa (inbegrepen in de niet-gerealiseerde resultaten) |
0,5 | 1,0 | (0,3) |
| REËLE WAARDE VAN DE FONDSBELEGGINGEN PER 31 DECEMBER | 44,5 | 49,4 | 46,7 |
De in de resultatenrekening opgenomen kosten worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Opgenomen pensioenkosten | (7,1) | (8,5) | (5,9) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (7,1) | (8,5) | (5,9) |
| Netto interestkosten | (1,3) | (1,2) | (2,0) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als financieel | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als operationeel | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| NETTO KOSTEN | (8,5) | (9,8) | (8,0) |
De impact op de financiële kosten en personeelskosten wordt hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Personeelskosten | (7,1) | (8,5) | (5,9) |
| Financiële kosten | (1,3) | (1,2) | (2,0) |
| NETTO KOSTEN | (8,5) | (9,8) | (8,0) |
De kosten opgenomen onder de niet-gerealiseerde resultaten worden hierna weergegeven:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (5,8) | 6,6 | (11,2) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) | (5,8) | 6,6 | (11,2) |
| NETTO KOSTEN | (5,8) | 6,6 | (11,2) |
Personeelsbeloningen op lange termijn omvatten gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden, dagen pensioensparen en deeltijds regime.
Statutaire werknemers hebben recht op 21 ziektedagen per dienstjaar. Gedurende deze 21 dagen en wanneer de werknemer over een gepast doktersattest beschikt, blijft hij of zij 100% van zijn loon ontvangen. Als er een jaar is wanneer de werknemer minder dan 21 dagen afwezig is, wordt het saldo van de niet gebruikte dagen overgedragen naar de volgende jaren met een maximum van 63 dagen. Wanneer de werknemer meer dan 21 dagen ziek is, wordt eerst het jaarlijkse quota opgebruikt en daarna de dagen die overgedragen werden uit vorige jaren. Tijdens deze periode blijven de werknemers 100% van hun loon ontvangen. Wanneer de jaarlijkse quota en overgedragen dagen zijn opgebruikt, ontvangt de werknemer slechts een deel van zijn/haar salaris.
Zowel het volledige loon onder de ziektedagen als het verminderde loon zijn kosten die gedragen worden door bpost.
Er zijn geen wijzigingen in de berekeningsmethodologie in vergelijking met 2015. De waardering is gebaseerd op de toekomstige geprojecteerde betalingen/uitgaven. De kasuitstromen worden berekend op basis van een bepaald consumptiepatroon van de volledige populatie, dat afgeleid wordt uit statistieken op basis van de 12 maanden van 2016. De individuele tellers per persoon worden geprojecteerd voor de toekomst en verminderd met het reële aantal ziektedagen.
De jaarlijkse betaling is het aantal gebruikte ziektedagen (met een maximum van het aantal opgespaarde dagen) vermenigvuldigd met het verschil in het geprojecteerde loon (verhoogd met sociale lasten) aan 100% en het verminderde loon. De relevante ratio's met betrekking tot mensen dewelke het bedrijf verlaten en sterftescijfers werden gebruikt, samen met de discontovoet die van toepassing is op de duurtijd van het voordeel.
Statutaire personeelsleden hebben de mogelijkheid om de niet-opgenomen ziektedagen, die boven de quota van 63 dagen liggen (zie bovenvermelde paragraaf "gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden"), te converteren naar dagen pensioensparen (7 ziektedagen voor 1 dag pensioensparen) en om jaarlijks maximum 3 buitenwettelijke verlofdagen te converteren. Contractuele personeelsleden hebben jaarlijks recht op maximaal 2 dagen pensioensparen en hebben de mogelijkheid om jaarlijks 3 buitenwettelijke verlofdagen te converteren. De dagen pensioensparen worden jaar na jaar gecumuleerd en kunnen opgebruikt worden vanaf 50 jaar.
De waardering is gebaseerd op de methode die gebruikt wordt voor de gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden en is gebaseerd op de toekomstige geprojecteerde betalingen/uitgaven. De berekening is gebaseerd op een bepaald "consumptiepatroon" van de volledige populatie, dat afgeleid wordt uit statistieken op basis van de 12 maanden van 2016 zoals opgeleverd door het human resources departement. De individuele dagen pensioensparen worden geprojecteerd per persoon en verminderd met het werkelijk aantal gebruikte dagen pensioensparen.
De jaarlijkse betaling is het aantal gebruikte dagen pensioensparen vermenigvuldigd met het geprojecteerde dagloon (verhoogd met sociale lasten, vakantiegeld, eindejaarspremie, management– en integratiepremie). De relevante ratio's met betrekking tot mensen dewelke het bedrijf verlaten en sterftecijfers werden gebruikt, samen met de discontovoet die van toepassing is op de duurtijd van het voordeel.
In het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst ondertekend in 2011, zijn statutaire werknemers met leeftijd tussen de 50 en 59, gerechtigd tot het aangaan van een systeem van gedeeltelijke (50%) loopbaanonderbreking. bpost levert bijdragen gelijk aan 7,5% van het bruto jaarsalaris voor een periode van maximaal 48 maanden.
Met de Kaderovereenkomst van 20 december 2012 werd een nieuw plan voor specifieke gedeeltelijke (50%) loopbaanonderbreking goedgekeurd, dewelke toegankelijk is voor postbezorgers vanaf 54 jaar en voor de andere werknemers vanaf 55 jaar. bpost levert hiervoor bijdragen dewelke gelijk zijn aan 7,5% van het bruto jaarsalaris voor een periode van maximaal 72 maanden voor de postbezorgers en 48 maanden voor de andere begunstigden van het plan.
Een nieuw plan voor specifieke gedeeltelijke (50%) loopbaanonderbreking werd goedgekeurd door de Kaderovereenkomst van 22 mei 2014. Het plan dat goedgekeurd werd in 2012 en dat van toepassing is op postbezorgers werd uitgebreid naar werknemers die 's nachts tewerkgesteld zijn. Voor de andere werknemers is het plan toegankelijk vanaf 55 jarige leeftijd. bpost levert hiervoor bijdragen dewelke gelijk zijn aan 7,5% van het bruto jaarsalaris voor een periode van maximaal 72 maanden voor de werknemers die 's nachts tewerkgesteld zijn en 48 maanden voor de andere begunstigden van het plan.
In 2016 werden twee nieuwe plannen goedgekeurd. Het eerste werd op 2 juni 2016 ondertekend en loopt tot december 2016. Het plan dat in 2012 werd goedgekeurd en al werd verlengd in 2014 is nu ook van toepassing op de collectmedewerkers. Voor de andere medewerkers is het plan toegankelijk vanaf 57 jaar. bpost levert hiervoor bijdragen die gelijk zijn aan 7,5% van het brutojaarloon voor een periode van maximum 72 maanden voor de collectmedewerkers en 48 maanden voor de andere begunstigden van het plan. De tweede overeenkomst werd op 30 september 2016 ondertekend. Voor de uitreikers,
collectmedewerkers en de werknemers die 's nachts werken, is het plan toegankelijk vanaf 55 jaar. Voor de andere werknemers is de vereiste minimumleeftijd 57 jaar. bpost levert hiervoor bijdragen die gelijk zijn aan 7,5% van het brutojaarloon voor een periode van maximum 72 maanden voor de nachtwerkers, uitreikers en collectmedewerkers en 48 maanden voor de andere begunstigden van het plan.
Het netto passief met betrekking tot lange termijn personeelsvoordelen omvat de volgende posten:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichtingen | (107,7) | (108,9) | (118,3) |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Contante waarde van de netto verplichtingen voor het plan | (107,7) | (108,9) | (118,3) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | (107,7) | (108,9) | (118,3) |
| NETTO VERPLICHTING | (107,7) | (108,9) | (118,3) |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | |||
| Passiva | (107,7) | (108,9) | (118,3) |
| NETTO PASSIVA | (107,7) | (108,9) | (118,3) |
De veranderingen in de contante waarde van de verplichtingen worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | (108,9) | (118,3) | (116,1) |
| Opgenomen pensioenkosten | (11,3) | (11,7) | (12,6) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (11,3) | (10,7) | (12,6) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | 0,0 | (1,0) | 0,0 |
| Netto interestkosten | (1,4) | (1,2) | (2,2) |
| Betaalde bijdragen | 12,6 | 16,2 | 17,0 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | 1,3 | 6,1 | (4,4) |
| - Winsten en (verliezen) opgenomen in de winst-en verliesrekening | 1,3 | 6,1 | (4,4) |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN OP 31 DECEMBER | (107,7) | (108,9) | (118,3) |
De in de resultatenrekening opgenomen kosten worden hierna weergegeven:
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Opgenomen pensioenkosten | (11,3) | (11,7) | (12,6) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (11,3) | (10,7) | (12,6) |
| - Stopzettingskosten | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | 0,0 | (1,0) | 0,0 |
| Netto interestkosten | (1,4) | (1,2) | (2,2) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | 1,3 | 6,1 | (4,4) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als financieel | (3,6) | 2,0 | (8,4) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als operationeel | 4,9 | 4,1 | 4,0 |
| NETTO KOSTEN | (11,4) | (6,8) | (19,1) |
De impact op personeelskosten en financiële kosten wordt hieronder weergegeven:
In 2016 zijn de volgende reeds bestaande vervroegde pensioneringsplannen opgenomen in dit voordeel:
Krachtens deze vervroegd-pensioenplannen blijft bpost de begunstigden een deel (tussen 60% en 75%, afhankelijk van de duur van de vervroegde pensionering) van hun salaris betalen bij vertrek en dit tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bovendien wordt de vervroegde-pensioneringsperiode beschouwd als een dienstperiode.
In het kader van het Alpha-plan keurde het Paritair Comité van 23 juli 2015 een nieuw vervroegd-pensioneringsplan goed. Dit plan is toegankelijk voor statutaire personeelsleden van wie de functie door Alpha is geïmpacteerd en die aan bepaalde leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden voldoen. bpost blijft de begunstigden een deel (tussen 65% en 75%, afhankelijk van de duur van de vervroegde pensionering) van hun salaris betalen bij vertrek en dit tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Daarnaast wordt er een uitzonderlijke jaarlijkse toelage uitbetaald, waarvan het bedrag afhangt van de duur van de vervroegde pensionering. Bovendien wordt de vervroegde-pensioneringsperiode beschouwd als een dienstperiode.
Als een statutair personeelslid die betrokken is bij het Alpha-plan en aan bepaalde leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden voldoet, 12 maanden na de publicatie van de openstaande functies niet werd geselecteerd voor een nieuwe functie, dat wordt hij met vervroegd pensioen gesteld. bpost blijft de begunstigden een deel (tussen 60% en 70%, afhankelijk van de duur van de vervroegde pensionering) van hun salaris betalen bij vertrek en dit tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bovendien wordt de vervroegde-pensioneringsperiode beschouwd als een dienstperiode.
In 2016 werden twee nieuwe plannen voor vervroegde pensionering goedgekeurd. Het eerste werd op 2 juni 2016 ondertekend en loopt tot eind december. Het is toegankelijk voor statutairen die beantwoorden aan bepaalde criteria op het vlak van leeftijd, anciënniteit en organisatie van de dienst. bpost blijft de begunstigden een deel van hun loon betalen (tussen 60% en 75%, afhankelijk van de duur van de vervroegde pensionering) bij vertrek en dat tot zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Het tweede plan werd op 30 september 2016 goedgekeurd en is toegankelijk voor statutairen die beantwoorden aan bepaalde criteria op het vlak van leeftijd, anciënniteit en organisatie van de dienst. bpost blijft de begunstigden 75% van hun loon betalen bij vertrek en dat tot zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Dit plan heeft een onbepaalde duur.
De personeelsbeloningen gerelateerd aan de plannen voor vervroegd pensioen dewelke aanleiding geven tot een schuld bij bpost, vinden hun oorsprong in het feit dat de tewerkstelling beëindigd wordt voor het tijdstip van normale uitdiensttreding en in het feit dat het de beslissing is van de werknemer om in te gaan op het aanbod van bpost.
Het netto passief met betrekking tot ontslagvergoedingen omvat de volgende posten:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichtingen | (4,1) | (11,6) | (13,3) |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Contante waarde van de netto verplichtingen voor het plan | (4,1) | (11,6) | (13,3) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | (4,1) | (11,6) | (13,3) |
| NETTO VERPLICHTING | (4,1) | (11,6) | (13,3) |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | |||
| Passiva | (4,1) | (11,6) | (13,3) |
| NETTO PASSIVA | (4,1) | (11,6) | (13,3) |
De veranderingen in de contante waarde van de verplichtingen worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | (11,6) | (13,3) | (15,4) |
| Opgenomen pensioenkosten | 0,0 | (3,9) | (5,3) |
| - Stopzettingskosten | 0,0 | (3,8) | (5,3) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | 0,0 | (0,1) | 0,0 |
| Netto interestkosten | (0,0) | (0,0) | (0,0) |
| Betaalde bijdragen | 3,6 | 5,9 | 7,6 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | 3,9 | (0,2) | (0,2) |
| - Winsten en (verliezen) opgenomen in de winst-en verliesrekening | 3,9 | (0,2) | (0,2) |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN OP 31 DECEMBER | (4,1) | (11,6) | (13,3) |
De in de resultatenrekening opgenomen kosten worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Opgenomen pensioenkosten | 0,0 | (3,9) | (5,3) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| - Stopzettingskosten | 0,0 | (3,8) | (5,3) |
| - Pensioeninkomsten (kosten) van verstreken diensttijd | 0,0 | (0,1) | 0,0 |
| Netto interestkosten | (0,0) | (0,0) | (0,0) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | 3,9 | (0,2) | (0,2) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als financieel | (0,0) | 0,0 | (0,0) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als operationeel | 3,9 | (0,2) | (0,2) |
| NETTO KOSTEN | 3,8 | (4,2) | (5,5) |
De impact op personeelskosten en financiële kosten wordt hieronder weergegeven:
| 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| 3,9 | (4,1) | (5,5) |
| (0,0) | (0,0) | (0,0) |
| 3,8 | (4,2) | (5,5) |
Tot 1 oktober 2000 was bpost zijn eigen verzekeraar voor arbeidsongevallen en ongevallen op de weg van en naar het werk. Als gevolg daarvan zijn alle vergoedingen, die betaald werden aan personeelsleden voor ongevallen die plaatsvonden voor 1 oktober 2000, gefinancierd door bpost zelf.
Sinds 1 oktober 2000 heeft bpost verzekeringspolissen afgesloten om het risico af te dekken.
De Kaderovereenkomst van 30 september 2016 omschrijft een DVVP-plan (Dienstvrijstelling voorafgaand aan de Pensionering) voor het Job Mobility Center. Dit plan voorziet voor een onbepaalde duur dat statutairen vanaf 61 jaar die aan het Job Mobility Center zijn aangehecht en dit na een periode van één jaar nog steeds zijn, van hun dienst worden ontheven. bpost blijft de begunstigden 70 % van hun loon betalen bij vertrek en dat tot zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, met een maximum van 5 jaar.
Het netto passief met betrekking tot andere langetermijn personeelsvoordelen omvat de volgende posten:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichtingen | (162,8) | (148,1) | (151,5) |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Contante waarde van de netto verplichtingen voor het plan | (162,8) | (148,1) | (151,5) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | (162,8) | (148,1) | (151,5) |
| NETTO VERPLICHTING | (162,8) | (148,1) | (151,5) |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | |||
| Passiva | (162,8) | (148,1) | (151,5) |
| NETTO PASSIVA | (162,8) | (148,1) | (151,5) |
De veranderingen in de contante waarde van de verplichtingen worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | (148,1) | (151,5) | (135,4) |
| Opgenomen pensioenkosten | (12,1) | 0,0 | (1,0) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (12,1) | 0,0 | (1,0) |
| Netto interestkosten | (3,0) | (2,8) | (3,9) |
| Betaalde bijdragen | 7,0 | 7,9 | 7,3 |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (6,6) | (1,6) | (18,6) |
| - Winsten en (verliezen) opgenomen in de winst-en verliesrekening | (6,6) | (1,6) | (18,6) |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN OP 31 DECEMBER | (162,8) | (148,1) | (151,5) |
De in de resultatenrekening opgenomen kosten worden hierna weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Opgenomen pensioenkosten | (12,1) | 0,0 | (1,0) |
| - Opgenomen pensioenkosten van het dienstjaar | (12,1) | 0,0 | (1,0) |
| Netto interestkosten | (3,0) | (2,8) | (3,9) |
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | (6,6) | (1,6) | (18,6) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als financieel | (9,3) | 3,8 | (22,2) |
| - Actuariële winsten en (verliezen) gerapporteerd als operationeel | 2,6 | (5,4) | 3,7 |
| NETTO KOSTEN | (21,7) | (4,4) | (23,5) |
De impact op personeelskosten en financiële kosten wordt hieronder weergegeven:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Personeelskosten | (9,5) | (5,4) | 2,7 |
| Financiële kosten | (12,3) | 1,0 | (26,1) |
| NETTO KOSTEN | (21,7) | (4,4) | (23,5) |
| Op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
| Handelsschulden | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Overige schulden | 40,3 | 61,7 | 79,8 |
| LANGLOPENDE HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN | 40,3 | 61,7 | 79,8 |
De langlopende handelsschulden en overige schulden bedragen 40,3 miljoen EUR en omvatten voornamelijk de verplichtingen met betrekking tot de volledige aankoop van de Buren en de voorwaardelijke vergoedingsregelingen met betrekking tot de overname van CityDepot.
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Handelsschulden | 311,6 | 185,7 | 208,1 |
| Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten | 308,1 | 345,9 | 314,5 |
| Te betalen belastingen met uitzondering van belastingen op het resultaat | 12,5 | 7,1 | 8,3 |
| Overige schulden | 332,6 | 299,6 | 251,7 |
| KORTLOPENDE HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN | 964,8 | 838,3 | 782,6 |
De nettoboekwaarden worden geacht een goede indicatie te zijn van de reële waarde. De samenstelling van de overige schulden die opgenomen zijn in de kortlopende handels- en overige schulden is als volgt:
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Voorafbetalingen | 10,5 | 10,3 | 10,5 |
| Voorschotten van de overheid | 18,8 | 18,8 | 18,5 |
| Ontvangen waarborgen | 10,5 | 6,4 | 6,4 |
| Toe te rekenen kosten | 84,5 | 79,5 | 67,3 |
| Over te dragen opbrengsten | 70,6 | 78,0 | 79,1 |
| Ontvangen deposito's van derden | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Overige schulden | 137,5 | 106,6 | 69,7 |
| KORTLOPEND - OVERIGE SCHULDEN | 332,6 | 299,6 | 251,7 |
| Her | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen EUR | Lopende geschillen |
Milieu | Bezwarende contracten |
structurering & overige |
Totaal |
| Balans op 1 januari 2014 | 39,5 | 0,8 | 12,0 | 10,3 | 62,6 |
| Aangelegde voorzieningen | 11,4 | 0,1 | 0,0 | 4,7 | 16,1 |
| Aangewende voorzieningen | (0,5) | (0,2) | (4,9) | (3,6) | (9,2) |
| Teruggenomen voorzieningen | (1,7) | (0,2) | (2,3) | (0,6) | (4,8) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2014 | 48,7 | 0,5 | 4,8 | 10,8 | 64,8 |
| Saldo op het einde van het jaar (langlopend) | 31,2 | 0,5 | 4,3 | 1,1 | 37,1 |
| Saldo op het einde van het jaar (kortlopend) | 17,5 | 0,0 | 0,5 | 9,7 | 27,7 |
| 48,7 | 0,5 | 4,8 | 10,8 | 64,8 | |
| Balans op 1 januari 2015 | 48,7 | 0,5 | 4,8 | 10,8 | 64,8 |
| Aangelegde voorzieningen | 5,6 | 0,5 | 0,2 | 4,8 | 11,0 |
| Aangewende voorzieningen | (0,7) | 0,0 | (0,2) | (3,2) | (4,1) |
| Teruggenomen voorzieningen | (4,3) | (0,1) | (1,9) | (1,2) | (7,4) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2015 | 49,3 | 0,9 | 2,8 | 11,2 | 64,2 |
| Saldo op het einde van het jaar (langlopend) | 26,2 | 0,5 | 1,5 | 1,1 | 29,2 |
| Saldo op het einde van het jaar (kortlopend) | 23,1 | 0,4 | 1,3 | 10,1 | 35,0 |
| 49,3 | 0,9 | 2,8 | 11,2 | 64,2 | |
| Balans op 1 januari 2016 | 49,3 | 0,9 | 2,8 | 11,2 | 64,2 |
| Aangelegde voorzieningen | 10,2 | 0,1 | 0,1 | 5,7 | 16,1 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 7,4 | 7,5 |
| Aangewende voorzieningen | (4,5) | (0,0) | 0,0 | (2,8) | (7,3) |
| Teruggenomen voorzieningen | (17,0) | (0,4) | (1,3) | (2,9) | (21,6) |
| Overige bewegingen | (0,1) | 0,0 | 0,0 | (0,0) | (0,1) |
| BALANS OP 31 DECEMBER 2016 | 38,0 | 0,6 | 1,6 | 18,5 | 58,7 |
| Saldo op het einde van het jaar (langlopend) | 29,0 | 0,6 | 1,0 | 1,1 | 31,6 |
| Saldo op het einde van het jaar (kortlopend) | 9,1 | 0,0 | 0,7 | 17,4 | 27,1 |
| 38,0 | 0,6 | 1,6 | 18,5 | 58,7 |
De voorziening voor lopende geschillen bedraagt 38,0 miljoen EUR. Dit vertegenwoordigt de raming van de kasuitstroom met betrekking tot vele verschillende (effectief of op handen zijnde) geschillen tussen bpost en derden.
De verwachte periode van de daarop betrekking hebbende kasuitstromen hangt af van de ontwikkelingen van de onderliggende geschillen voor dewelke de timing onzeker is.
De aangewende en teruggenomen provisies in 2016 waren voornamelijk het gevolg van een voorziening die werd aangelegd om een geschil met een andere postoperator te dekken en de definitieve afhandeling van kwesties aangaande personeelskosten.
bpost is momenteel betrokken in de volgende gerechtelijke procedures ingesteld door tussenpersonen:
bpost betwist alle claims en aantijgingen.
Daarnaast besliste de Belgische postregulator (het BIPT) op 20 juli 2011 dat bepaalde aspecten van het prijsbeleid dat bpost in 2010 hanteerde, een inbreuk vormden op de Belgische postwetgeving en legde het een boete van 2,3 miljoen EUR op. Hoewel bpost de boete betaalde in 2012, betwistte zij de bevindingen van het BIPT en ging zij in beroep tegen de beslissing. Het Brusselse Hof van beroep oordeelde in het voordeel van bpost en annuleerde de beslissing van het BIPT op 10 maart 2016. bpost recupereerde de boete van 2,3 miljoen EUR in oktober 2016.
Tenslotte besloot de Belgische Mededingingsautoriteit op 10 december 2012 dat bepaalde aspecten van het prijsbeleid van bpost voor de periode januari 2010 - juli 2011 een inbreuk vormden op de Belgische en Europese mededingingsregels en legde ze een geldboete op van ongeveer 37,4 miljoen EUR. Hoewel bpost de boete betaalde in 2013, betwistte zij de bevindingen van de Belgische Mededingingsautoriteit en ging zij in beroep tegen de beslissing bij het Hof van beroep te Brussel. Op 10 november 2016 annuleerde het Brusselse Hof van beroep de beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit en bpost mag de boete van 37,4 miljoen EUR terugvorderen. De Belgische Mededingingsautoriteit kan nog tot 4 april 2017 cassatieberoep aantekenen tegen deze beslissing bij het Hof van Cassatie, maar dit enkel over rechtsvragen.
De voorziening in verband met milieukwesties dekt grondsaneringen. De in 2016 geboekte terugname heeft betrekking op één specifieke site.
De voorziening voor bezwarende contracten heeft betrekking op de beste schatting van de sluitingskosten van mail- en retailkantoren.
Overige voorzieningen bedragen 18,5 miljoen EUR. De stijging ten opzichte van vorig jaar was voornamelijk het gevolg van de verwerving door middel van bedrijfscombinaties voor een bedrag van 7,4 miljoen EUR in 2016.
Zoals beschreven in toelichting 6.28 annuleerde het Brusselse Hof van beroep op 10 november 2016 de beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit waarbij een boete van 37,4 miljoen EUR werd opgelegd. bpost mag deze terugvorderen. Dit vormt een voorwaardelijk actief aangezien de Belgische Mededingingsautoriteit nog tot 4 april 2017 cassatieberoep kan aantekenen op rechtsvragen bij het Hof van Cassatie. Gezien de onzekerheid omtrent de invordering van deze boete, heeft bpost noch de terugbetaling van deze boete, noch enige interesten opgenomen in de balans.
Per 31 december 2016 geniet bpost van bankgaranties ten belope van een som van 16,6 miljoen EUR. Deze garanties zijn uitgegeven door banken namens klanten van bpost (2015: 38,4 miljoen EUR). Deze garanties kunnen opgevraagd en uitbetaald worden indien de klant niet betaalt of failliet gaat. Daardoor bieden ze bpost financiële zekerheid tijdens de periode dat het een contract heeft met de klant.
Per 31 december 2016 bedroeg de verkoopwaarde van de goederen door partners in consignatie gegeven om ze via het postnetwerk te verkopen 1,7 miljoen EUR.
bpost treedt op als borgsteller (1,2 miljoen EUR garantie) in het kader van de DoMyMove samenwerkingsovereenkomst tussen bpost, Proximus en Electrabel.
bpost heeft een overeenkomst met Belfius, ING en KBC waarin deze laatste zich engageren om aan bpost garanties te verlenen ten belope van 45,3 miljoen EUR, op eenvoudig verzoek.
bpost sloot een valutatermijncontract af met ING om op 15 maart 2017 30,0 miljoen USD om te wisselen tegen 28,6 miljoen EUR om het wisselkoersrisico van een specifieke schuld in USD te dekken.
bpost betaalt en vereffent de financiële transacties van overheidsinstellingen (belastingen, btw enz.) voor rekening van de overheid en bepaalde overheidsinstellingen. De fondsen van de staat en deze staatsinstellingen zijn "voor rekening van" en worden dus niet opgenomen in de balans.
De Belgische Staat is, rechtstreeks en via de FPIM, de grootste aandeelhouder van de bpost en bezit 51,04% van bpost. Bijgevolg kan zij elke beslissing op de Algemene Vergadering waarvoor een gewone meerderheid van stemmen vereist is, controleren.
De rechten van de Belgische Staat als aandeelhouder van de onderneming wordt gedefinieerd in de richtlijnen van de verklaring inzake deugdelijk bestuur.
De Belgische Staat is samen met de Europese Unie de belangrijkste wetgever in de postsector. Het BIPT, de nationale regelgevende instantie, is de belangrijkste regulator voor de postsector in België.
De Belgische Staat is één van de grootste klanten van bpost. Met de vergoeding voor Diensten van Algemeen Economisch belang ("DAEB) inbegrepen, was 15,2% van de bedrijfsopbrengsten (inkomsten) van bpost in 2016 toe te schrijven aan de Belgische Staat en staatsinstellingen.
bpost verzorgt de postbedeling voor een aantal ministeries, zowel volgens commerciële voorwaarden als overeenkomstig het beheerscontract.
bpost is door de Belgische Staat belast met het leveren van universele postdiensten en DAEB. Die omvatten postdiensten, financiële en andere openbare diensten. De wet van 21 maart 1991, het beheerscontract en concessie-overeenkomsten bepalen de regels en voorwaarden voor het uitvoeren van de verplichtingen van bpost onder de universele postdiensten en de DAEB en, waar van toepassing, voor de financiële compensatie door de Belgische Staat.
De krachtens het beheerscontract aan bpost toevertrouwde DAEB omvatten het instandhouden van het retailnetwerk, de levering van dagelijkse DAEB (d.w.z. "cash at counter"-diensten en de uitbetaling aan huis van pensioenen en sociale uitkeringen) en het verlenen van bepaalde ad hoc-DAEB. In dit laatste geval gaat het om DAEB die door hun aard niet recurrent zijn. Ad hoc DAEB omvatten de sociale rol van de postbode, vooral met betrekking tot alleenstaanden of minderbedeelden (deze dienst wordt door de postmannen op ronde verleend via draagbare terminals en de elektronische identiteitskaart), de "A.u.b. postbode"-dienst, de verspreiding van informatie aan het publiek, de samenwerking met betrekking tot de uitreiking van stembrieven, de uitreiking van geadresseerd en ongeadresseerd verkiezingsdrukwerk, de uitreiking van poststukken van verenigingen tegen een speciaal tarief, de uitreiking van brievenpost met antwoordnummer, de betaling van presentiegeld tijdens verkiezingen, de financiële en administratieve verwerking van boetes, het drukken en verkopen van visverloven en het verkopen van postzegels.
De DAEB die aan bpost werden toevertrouwd krachtens het beheerscontract, zijn bedoeld om aan bepaalde doelstellingen met betrekking tot het algemeen belang te voldoen. Om de sociale en territoriale cohesie te waarborgen, moet bpost een retailnetwerk bestaande uit minstens 1.300 PostPunten en 650 postkantoren behouden.
De tarieven en de andere voorwaarden voor de voorziening van de door het beheerscontract voorziene diensten worden bepaald in uitvoeringsakkoorden tussen bpost, de Belgische Staat en, indien nodig, de andere betrokken partijen of instellingen. Een aantal van die uitvoeringsakkoorden moeten nog worden afgesloten. De uitvoeringsakkoorden die werden afgesloten volgens de vorige beheerscontracten, blijven echter geldig tot die nieuwe uitvoeringsakkoorden zijn gesloten.
Het 5de beheerscontract verstreek op 31 december 2015. Op 3 december 2015 hebben bpost en de Belgische Staat het 6de beheerscontract getekend. Het nieuwe beheerscontract voorziet in een voortzetting van de levering van de hierboven vermelde DAEB voor een nieuwe periode van vijf jaar, die zal eindigen op 31 december 2020.
bpost zal bovendien blijven instaan voor de vroege uitreiking van kranten en tijdschriften. Tot 31 december 2015 werden die diensten verleend krachtens het 5de beheerscontract. In overeenstemming met de verbintenis van de Belgische Staat ten overstaan van de Europese Commissie, werd met betrekking tot deze diensten een competitieve, transparante en nietdiscriminerende marktconsultatieprocedure georganiseerd. In navolging van deze procedure werd de uitvoering van deze diensten in oktober 2015 aan bpost toegekend. Dienovereenkomstig wordt de uitreiking van kranten en tijdschriften sinds 1 januari 2016 uitgevoerd in overeenstemming met de concessieovereenkomsten die in november 2015 werden afgesloten tussen bpost en de Belgische Staat.
Op 3 juni 2016, keurde de Europese Commissie het 6de beheerscontract en de concessieovereenkomsten inzake de uitreiking van kranten en tijdschriften goed onder de regels inzake staatssteun(1).
(1) In oktober 2016 startte de Vlaamse Federatie van Persverkopers een procedure voor het Europees Gerecht om op procedurele gronden de intrekking te bekomen van de beslissing tot goedkeuring van de Europese Commissie. Het resultaat van deze procedure is inherent onzeker op dit ogenblik.
Sommige beperkte openbare diensten worden door bpost enkel geleverd op grond van de Wet van 21 maart 1991 (bv. de aflevering van postzegels door postmannen tijdens hun ronde). bpost voorziet ook diensten voor het beheer van geldrekeningen voor de Belgische Staat en sommige andere overheidsinstanties op grond van het Koninklijk Besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst zoals geamendeerd door het Koninklijk Besluit van 30 april 2007 houdende reglementering van de financiële postdiensten en het Koninklijk Besluit van 14 april 2013 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst.
De vergoeding die aan bpost werd toegekend voor de DAEB, is terug te vinden in de toelichting 6.8. en bedroeg 264,9 miljoen EUR voor 2016 (287,8 miljoen EUR in 2015).
De vergoeding voor de DAEB (behalve voor de uitreiking van de kranten en tijdschriften) is gebaseerd op een netto vermeden kost ("NAC", net avoided cost)-methodologie. Deze methodologie bepaalt dat de vergoeding wordt gebaseerd op het verschil in nettokost tussen het al dan niet dragen van de kosten voor de DAEB.
De vergoeding voor de uitreiking van kranten en tijdschriften bestaat uit een forfaitair bedrag en een variabel bedrag gebaseerd op de uitgereikte volumes. Deze vergoeding is onderworpen aan een ex post verficatie.
In 2015 besliste de Belgische Staat unilateraal om de vergoeding voor 2015 te verminderen met 6,5 miljoen EUR. Desalniettemin heeft bpost haar rechten gevrijwaart en werd een dubieuze vordering voor een gelijkaardig bedrag geboekt, dewelke nog openstaat per eind december 2016. Rekening houdende met de dubieuze vordering, bedroeg het uitstaande bedrag verschuldigd door de Belgische Staat voor de vergoeding voor de DAEB op 31 december 2016 89,8 miljoen EUR (79,9 miljoen EUR op 31 december 2015). bpost heeft aan de Belgische Staat een bankwaarborg verschaft van 5,4 miljoen EUR met betrekking tot de vergoeding voor de DAEB.
Als de vergoeding voor de DAEB buiten beschouwing wordt gelaten, dan overschrijdt geen enkele Staatsgerelateerde klant 5% van de totale bedrijfsopbrengsten van bpost.
Een lijst van dochterondernemingen en ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode wordt, samen met een korte beschrijving van hun zakelijke activiteiten, beschreven in toelichting 6.32.
Balansen en transacties tussen bpost en haar dochterondernemingen, welke verbonden partijen zijn van bpost, werden geëlimineerd in de geconsolideerde financiële verslaggeving en worden niet opgenomen in deze toelichting.
Citie is een geassocieerde onderneming van bpost. Belfius, bpost en Proximus houden elk 33,3% van de aandelen aan van Citie. Citie beheert een digitaal platform dat lokale handelaars, autoriteiten en klanten ondersteunt en verbindt.
bpost bank is een geassocieerde onderneming van bpost. De andere aandeelhouder van bpost bank is BNP Paribas Fortis. bpost bezit 50% van bpost bank, BNP Paribas Fortis bezit de andere 50%.
Als geregistreerde bank- en verzekeringstussenpersoon, verdeelt bpost bank- en verzekeringsproducten namens bpost bank. bpost verleent in zijn hoedanigheid van dienstverlener bovendien backofficediensten en andere bijbehorende diensten aan bpost bank. Er bestaan tussen de drie bedrijven verschillende overeenkomsten en akkoorden hieromtrent (zie volgende paragrafen).
De voornaamste bank- en verzekeringsproducten die via bpost verdeeld worden door bpost bank zijn zichtrekeningen, spaarrekeningen, effectenrekeningen, depositocertificaten en fondsen of gestructureerde producten voorzien door BNP Paribas Fortis, en ongevallen- en/of ziektekostenverzekeringen en Tak 21- en 23-levensverzekeringen voorzien door AG Insurance.
bpost bank had op 31 december 2016 bij benadering 764.500 zichtrekeningen en 980.100 spaarrekeningen. Alle rekeningen omvatten de basisdiensten zoals debetkaarten, toegang tot betalingssystemen en diensten voor geldoverdracht, en geldopnames aan het loket van een postkantoor of aan een geldautomaat. bpost biedt ook de MasterCard-creditcard van bpost bank aan.
De kredietverlening aan klanten door bpost bank bestaat uit kasfaciliteiten, consumentenkredieten en hypothecaire leningen. Op 31 december 2016 had bpost bank ongeveer 1,020.9 miljoen EUR aan leningen op zijn balans.
Als verzekeringstussenpersoon biedt bpost bank ook lijfrente- en pensioenproducten aan, zoals Tak 21- en Tak 23-levensverzekeringen, die voorzien in een zekere mate bescherming van de activa van de verzekeringsnemer.
bpost bank houdt zich niet bezig met vermogensbeheeractiviteiten, private banking of commerciële kredietverstrekking.
De samenwerking tussen bpost bank en BNP Paribas Fortis op het vlak van bpost bank wordt beschreven in een samenwerkingsovereenkomst voor bankactiviteiten die opnieuw werd onderhandeld en ondertekend op 13 december 2013.
De raamovereenkomst voorziet in essentie dat (i) bpost en BNP Paribas Fortis zullen blijven samenwerken via bpost bank, die een geassocieerde onderneming van bpost zal blijven; (ii) bpost de exclusieve verdeler, met uitzondering van bepaalde zaken zoals overeengekomen in de samenwerkingsovereenkomst, zal blijven van de producten en diensten van bpost bank via zijn postkantorennetwerk; en (iii) bpost backofficediensten en andere bijbehorende diensten zal blijven verlenen aan bpost bank.
De verzekeringsproducten van AG Insurance worden aangeboden en verkocht via bpost bank, waarbij gebruik wordt gemaakt van het distributienetwerk van bpost.
De samenwerking tussen AG Insurance, bpost bank en bpost is vastgelegd in een overeenkomst voor de distributie van verzekeringen die opnieuw werd onderhandeld en werd ondertekend op 17 december 2014.
De raamovereenkomst voorziet in een toelatingsvergoeding, een commissie op alle door bpost verkochte verzekeringsproducten en bijkomende commissies als de vastgelegde verkoopcijfers worden behaald.
bpost bank betaalt bpost een commissie die is vastgelegd volgens de marktvoorwaarden voor de distributie van bank- en verzekeringsproducten en een vergoeding voor het uitvoeren van bepaalde backoffice activiteiten. Het bedrag van de commissie voor de distributie van bank- en verzekeringsproducten hangt onder andere af van de interest marge gerealiseerd door bpost bank, de assets under management en de verkoop van financiële en verzekeringsproducten dewelke gerealiseerd worden in het retailnetwerk van bpost. De totale bedrijfsopbrengsten voor banking and financial products bedragen 192,4 miljoen EUR in 2016 (2015: 205,1 miljoen EUR), waarvan een significant bedrag betrekking heeft op de commissie dewelke bpost bank betaald heeft aan bpost. De openstaande vordering ten opzichte van bpost bank bedraagt 10,2 miljoen EUR per 31 december 2016 (2015: 10,2 miljoen EUR).
bpost bank heeft 12,0 miljoen EUR ter beschikking gesteld van bpost zonder enige garantie of intrestbetaling door bpost. Deze som zal tijdens de volledige duur van de raamovereenkomst voor bankactiviteiten voor bpost beschikbaar blijven en is bedoeld om het werkkapitaal te vormen dat bpost in staat stelt om zaken te doen in naam van bpost bank.
In 2016 ontving bpost geen van bpost bank (5,0 miljoen EUR in 2015).
Personeelsleden van het key management zijn personen die bevoegd en verantwoordelijk zijn voor de strategische oriëntatie van het bedrijf. Bij bpost bestaat het personeel van het "key management" uit alle leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Group Executive Management(1).
De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur werd vastgelegd door de Vergadering van Aandeelhouders van 25 april 2000. De leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO, hebben recht op een jaarlijkse bezoldiging en op een zitpenning per bijgewoonde vergadering van de door de Raad van Bestuur opgerichte comités.
Het bezoldigingspakket van de CEO bestaat uit een basissalaris, een korte termijn variabele vergoeding op basis van doelstellingen, een pensioenbijdrage en verschillende andere componenten zoals dekking voor overlijden en invaliditeit, representatievergoedingen en een bedrijfswagen.
In 2016 bedroeg de totale vergoeding die werd betaald aan de leden van de Raad van Bestuur (exclusief de CEO) 0,33 miljoen EUR (2015: EUR 0,38 miljoen EUR).
Voor het jaar eindigend op 31 december 2016 werd een globale vergoeding van 3,5 miljoen EUR (2015: 2,9 miljoen EUR) betaald aan de CEO en aan de leden van het Directiecomité en het Group Executive Management. Deze kan als volgt worden opgesplitst:
Geen aandelen, aandelenopties of andere rechten om aandelen te verwerven, werden toegekend aan of uitgeoefend door de CEO of andere leden van het Group Executive Management of zijn vervallen in 2015 of 2016, en geen opties die werden toegekend in het kader van vorige aandelenoptieplannen waren nog uitstaand voor uitoefening in 2015 of 2016.
Een meer gedetailleerd overzicht van de vergoeding van het key management van bpost en van het bezoldigingsbeleid is terug te vinden in het remuneratieverslag.
(1) Sommige leden van het Group Executive Management zijn ook leden van het Management Committee, dewelke enkel handelt voor die doeleinden zoals voorzien in de wet van 1991.
Hieronder volgt een beschrijving van de zakelijke activiteiten van de voornaamste dochterbedrijven:
Freight Distribution Management Systems Pty Ltd. en FDM Warehousing Pty Ltd. zijn gespecialiseerd in het verlenen van gepersonaliseerde diensten aan de klant met betrekking tot opslag, fulfillment en distributie van producten in Australië. De activiteiten van FDM bestaan uit derdepartijlogistiek (3PL) voor opslag, transport & distributie.
De activiteiten van 9517154 Canada Ltd. en Apple Express Courier Inc. zijn last-miledistributie, transport en fulfillmentdiensten voor klanten in Canada en de VS.
| in% | Aandeel van stemrechten | BTW nr. | ||
|---|---|---|---|---|
| NAAM | 2016 | 2015 | ||
| bpost bank NV | 50% | 50% | België | BE456.038.471 |
| TrakPak Ltd. (**) | - | 50% | VK | |
| Citie NV | 33,3% | - | België | BE665.683.284 |
| Aandeel van stemrechten in% |
Land van oprichting |
BTW nr. | ||
|---|---|---|---|---|
| NAAM | 2016 | 2015 | ||
| Alteris NV | 100,0% | 100,0% | België | BE474.218.449 |
| Landmark Global (Belgium) NV | 100,0% | 100,0% | België | BE889.142.877 |
| Certipost NV | 100,0% | 100,0% | België | BE475.396.406 |
| Deltamedia NV(**) | - | 100,0% | België | BE424.368.565 |
| Euro-Sprinters NV | 100,0% | 100,0% | België | BE447.703.597 |
| eXbo NV | 100,0% | 100,0% | België | BE472.598.153 |
| CityDepot NV(*) | 99,1% | 48,0% | België | BE627.630.877 |
| Parcify(*) | 51,0% | - | België | BE635.738.988 |
| Landmark Global (PL) Sp. z o.o. | 100,0% | 100,0% | Poland | |
| Speos Belgium NV | 100,0% | 100,0% | België | BE427.627.864 |
| Mail Services Inc. | 100,0% | 100,0% | VS | |
| 2198230 Ontario Inc. | 100,0% | 100,0% | Canada | |
| Landmark Global (UK) Ltd. | 100,0% | 100,0% | VK | |
| bpost Hong Kong Ltd. | 100,0% | 100,0% | Hong Kong | |
| bpost Singapore Pte. Ltd. | 100,0% | 100,0% | Singapore | |
| bpost International Logistics (Beijing) Co., Ltd. | 100,0% | 100,0% | China | |
| bpost U.S. Holdings Inc. | 100,0% | 100,0% | VS | |
| bpost International U.S. Inc. (***) | - | 100,0% | VS | |
| Landmark Global, Inc. (*) | 75,5% | 51,0% | VS | |
| Landmark Trade Services, Ltd. (*) | 75,5% | 51,0% | Canada | |
| Landmark Global (Australia) Distribution Pty Ltd. (*) | 75,5% | 51,0% | Australië | |
| Landmark Global (Netherlands) BV(*) | 75,5% | 51,0% | Nederland | |
| Landmark Trade Services (Netherlands) BV(*) | 75,5% | 51,0% | Nederland | |
| Landmark Trade Services (UK) Ltd. (*) | 75,5% | 51,0% | VK | |
| Landmark Trade Services USA, Inc. (*) | 75,5% | 51,0% | VS | |
| Apple Express Courier Inc. | 100,0% | - | VS | |
| 9517154 Canada, Ltd. | 100,0% | - | Canada | |
| Freight Distribution Management Systems Pty, Ltd. | 100,0% | - | Australië | |
| FDM Warehousing Pty, Ltd. | 100,0% | - | Australië | |
| AMP NV | 100,0% | - | België | BE403.482.188 |
| BURNONVILLE NV | 100,0% | - | België | BE440.559.746 |
| IMPORT LUX BURNONVILLE | 100,0% | - | Luxemburg | |
| ALVADIS NV | 100,0% | - | België | BE454.455.688 |
| UBIWAY NV | 100,0% | - | België | BE474.686.326 |
| DISTRISUD-BELLENS NV | 100,0% | - | België | BE404.228.593 |
| UBIWAY SERVICES NV | 100,0% | - | België | BE438.281.533 |
| DISTRILIM-LPA NV | 100,0% | - | België | BE463.691.276 |
| Internationale Boekhandel Distributiedienst NV | 100,0% | - | België | BE407.203.327 |
| DISTRIDIJLE NV | 100,0% | - | België | BE456.569.694 |
| UBIWAY RETAIL NV | 100,0% | - | België | BE403.517.327 |
| KARIBOO! NV | 100,0% | - | België | BE502.436.442 |
| DE BUREN INTERNATIONAAL BV(*) | 51,0% | - | Nederland | |
| DE BUREN NEDERLAND BV(*) | 51,0% | - | Nederland | |
| DE BUREN AFHAALCENTRUM BV(*) | 51,0% | - | Nederland | |
| DE BUREN TECHNIEK BV(*) | 51,0% | - | Nederland | |
| DRAGSTRA AUTOMATISERING BV(*) | 51,0% | - | Nederland | |
| NULEVERBAAR.NL BV(*) | 51,0% | - | Nederland |
(*) Volledig geconsolideerd.
(**) Vereffend in de loop van het jaar 2016.
(***) Gefusioneerd in Mail Services Inc.
DRAGSTRA AUTOMATISERING BV DE BUREN INTERNATIONAAL BV DE BUREN NEDERLAND BV DE BUREN AFHAALCENTRUM BV DE BUREN TECHNIEK BV UBIWAY SERVICES NV DISTRILIM-LPA NV Internationale Boekhandel Distributiedienst NV UBIWAY RETAIL NV AMP NV UBIWAY NV ALVADIS NV DISTRISUD-BELLENS NV BPOST BANK NV (*) CITIE NV (*) LANDMARK GLOBAL (Belgium) NV CITYDEPOT NV LANDMARK GLOBAL (PL) Sp. z o.o. BPOST HONG KONG Ltd. PARCIFY NV BPOST INTERNATIONAL LOGISTICS (Beijing) Co. Ltd. BPOST SINGAPORE Pte Ltd. SPEOS BELGIUM NV EXBO NV ALTERIS NV EURO-SPRINTERS NV LANDMARK GLOBAL (Australia) Distribution Pty Ltd. CERTIPOST NV LANDMARK TRADE SERVICES UK Ltd. LANDMARK GLOBAL Inc. LANDMARK TRADE SERVICES USA Inc. 9517154 Canada Ltd. Freight Distribution Management Systems Pty Ltd. FDM Warehousing Pty Ltd. LANDMARK GLOBAL (Netherlands) BV LANDMARK TRADE SERVICES Ltd. LANDMARK TRADE SERVICES (Netherlands) BV bpost US Holdings Inc. Mail Services Inc. bpost NV 100% 100% 100% 100% 98,98% 100% 99,99% 99,75% 99,98% 99% 100% 98,39% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 0,02% 100% 100% 100% 92,60% 99,90% 51% 0,02% 1,00% 100% 50% 33,33% 100% 99,07% 51% 100% 100% 100% 99,99% 99,99% 100% 99,97% 75,50% 75,50% 100% LANDMARK GLOBAL UK Ltd. 7,40% 0,10% 0,01% 0,03% 0,01% 0,01% 0,25% 1,61% 100% 100% 100% 100%
NULEVERBAAR.NL BV
(1) Equity method.
Geen belangrijke gebeurtenissen, met invloed op de financiële positie van bpost, zijn waargenomen na balansdatum.
De statutaire (niet-geconsolideerde) jaarrekening van bpost NV wordt hier voorgesteld in een verkorte vorm. De commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd over de statutaire enkelvoudige jaarrekening van bpost NV voor het jaar eindigend december 2016.
De integrale versie van de jaarrekening zal neergelegd worden bij de Nationale Bank van België en zal verder gratis te raadplegen zijn op de website van bpost.
| Op 31 december | ||
|---|---|---|
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 |
| Activa | ||
| Vaste activa | ||
| Immateriële vaste activa | 6,7 | 10,7 |
| Materiële vaste activa | 330,3 | 337,4 |
| Financiële vaste activa | 547,2 | 413,4 |
| 884,2 | 761,5 | |
| Vlottende activa | ||
| Voorraden | 9,6 | 11,4 |
| Handels- en overige vorderingen | 421,8 | 370,1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 446,0 | 625,4 |
| Overlopende rekeningen | 19,2 | 19,3 |
| 896,6 | 1.026,3 | |
| TOTAAL ACTIVA | 1.780,8 | 1.787,8 |
| Eigen vermogen en schulden | ||
| Eigen vermogen | ||
| Geplaatst kapitaal | 364,0 | 364,0 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 0,1 | 0,1 |
| Reserves | 50,8 | 50,8 |
| Overgedragen resultaat | 143,5 | 96,8 |
| 558,4 | 511,7 | |
| Voorzieningen | ||
| Voorzieningen m.b.t. pensioenen | 24,4 | 27,4 |
| Voorzieningen voor herstellingen en onderhoud | 1,4 | 1,4 |
| Overige voorzieningen | 162,9 | 168,1 |
| 188,7 | 196,9 | |
| Vreemd vermogen op lange termijn | ||
| Schulden op lange termijn | 82,5 | 66,5 |
| 82,5 | 66,5 | |
| Vreemd vermogen op korte termijn | ||
| Handels- en overige schulden | 200,8 | 195,8 |
| Sociale schulden | 352,1 | 394,7 |
| Verschuldigde belasting | 38,3 | 48,7 |
| Overige schulden | 211,7 | 216,1 |
| Overlopende rekeningen | 148,2 | 157,2 |
| 951,2 | 1.012,6 | |
| TOTAAL PASSIVA | 1.780,8 | 1.787,8 |
| In miljoen EUR | 2016 | 2015 |
|---|---|---|
| Omzet | 2.115,1 | 2.168,7 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 36,2 | 55,5 |
| TOTAAL BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 2.151,3 | 2.224,3 |
| Materiaalkost | 6,1 | 8,2 |
| Personeelskosten | 1.068,8 | 1.161,0 |
| Diensten en diverse goederen | 571,7 | 562,7 |
| Overige bedrijfskosten | 15,4 | 15,7 |
| Voorzieningen | (8,2) | 0,3 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 56,9 | 59,5 |
| TOTAAL BEDRIJFSKOSTEN | 1.710,6 | 1.807,3 |
| BEDRIJFSRESULTAAT | 440,7 | 417,0 |
| Financiële opbrengsten/kosten | 8,9 | 17,0 |
| RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING | 449,6 | 434,0 |
| Uitzonderlijke opbrengsten/kosten | (8,3) | (2,2) |
| WINST VOOR BELASTING | 441,3 | 431,8 |
| Vennootschapsbelasting | 132,6 | 144,1 |
| WINST NA BELASTINGEN | 308,7 | 287,7 |
Verslag van het College van Commissarissen-Bedrijfsrevisoren aan de Algemene Vergadering van de naamloze vennootschap van publiek recht bpost over het boekjaar afgesloten op 31 december 2016.
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van College van Commissarissen-Bedrijfsrevisoren. Dit verslag omvat ons oordeel over het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2016, het geconsolideerd overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2016 en over de toelichting (alle stukken gezamenlijk de "Geconsolideerde Jaarrekening") en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen.
Wij hebben de controle uitgevoerd van de Geconsolideerde Jaarrekening van de naamloze vennootschap van publiek recht bpost (de "Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") over het boekjaar afgesloten op 31 december 2016, opgesteld op grond van de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie, met een geconsolideerd balanstotaal van 2.290,3 miljoen EUR en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van 346,2 miljoen EUR.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Deze verantwoordelijkheid omvat: het opzetten, implementeren en in stand houden van een interne controle met betrekking tot
het opstellen en de getrouwe weergave van de Geconsolideerde Jaarrekening die geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of het maken van fouten bevat; het kiezen en toepassen van geschikte waarderingsregels; en het maken van boekhoudkundige schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze Geconsolideerde Jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (International Standards on Auditing - "ISA's") zoals deze in België werden aangenomen uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de Geconsolideerde Jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de Geconsolideerde Jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door het College van Commissarissen – Bedrijfsrevisoren, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de Geconsolideerde Jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt het College van Commissarissen - Bedrijfsrevisoren de bestaande interne controle van de Groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn, maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de bestaande interne controle van de Groep.
Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde waarderingsregels en van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de presentatie van de Geconsolideerde Jaarrekening als geheel.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen en wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel te baseren.
Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde Jaarrekening van de Groep per 31 december 2016 een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van het geconsolideerd geheel alsook van haar geconsolideerde resultaten en van haar geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, in overeenstemming met art 119 van het Wetboek van vennootschappen.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA's, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtingen na te gaan. Op grond hiervan, doen wij de volgende bijkomende verklaring die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de Geconsolideerde Jaarrekening te wijzigen:
Het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening behandelt, zowel qua vorm als qua inhoud, de door de wet vereiste inlichtingen en stemt overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van onze opdracht.
Brussel, 8 maart 2017
Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA vertegenwoordigd door
Eric Golenvaux Vennoot*
PVMD Bedrijfsrevisoren BCVBA vertegenwoordigd door
Caroline Baert Vennoot*
Deze Verklaring inzake deugdelijk bestuur bevat de regels en principes volgens dewelke het deugdelijk bestuur ('corporate governance') van bpost is georganiseerd. Deze regels en principes zijn vervat in de relevante wetgeving, waaronder de Wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, zoals van tijd tot tijd gewijzigd (de 'Wet van 1991'), de Statuten en het Corporate Governance Charter.
Als naamloze vennootschap van publiek recht is bpost onderworpen aan het algemeen Belgisch vennootschapsrecht voor zover er niet van wordt afgeweken door de Wet van 1991 of enige andere Belgische wet of reglementering.
Op 12 januari 2016 is de wet van 16 december 2015 tot wijziging van de Wet van 1991 (de 'Wet van december 2015') in werking getreden. De Wet van december 2015 moderniseert de Wet van 1991, in het bijzonder door (i) de invoering van een versoepeling van de organisatorische vereisten voor beursgenoteerde overheidsbedrijven, zoals bpost, om een gelijk speelveld met andere (private) bedrijven te creëren, (ii) de afstemming van de corporate governance regels voor beursgenoteerde overheidsbedrijven op de gewone regels voor beursgenoteerde (private) bedrijven in België en (iii) de bepaling van het kader waarbinnen de Belgische overheid haar participatie tot minder dan 50% plus één aandeel kan terugbrengen en de gevolgen hiervan.
Krachtens de Wet van december 2015 zal bpost niet langer een autonoom overheidsbedrijf zijn onderhavig aan de Wet van 1991 als het aandeel van de Belgische Staat in het kapitaal van bpost onder de 50% + 1 aandeel zou zakken. In dat geval zou bpost volledig onderhavig zijn aan het algemeen Belgisch vennootschapsrecht.
De laatste versie van de Statuten van bpost werd aangenomen op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 11 mei 2016 en werd goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 1 september 2016. Dit Koninklijk Besluit werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 19 september 2016 en is in werking getreden op 29 september 2016. Eventuele wijzigingen aan de Statuten die worden goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (in overeenstemming met artikel 558 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen) moeten eveneens worden goedgekeurd bij een in Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit.
De voornaamste kenmerken van het bestuursmodel van bpost zijn de volgende:
Op 27 mei 2013 heeft de Raad van Bestuur het Corporate Governance Charter goedgekeurd. Het is van kracht sinds 25 juni 2013 en werd voor het laatst aangepast na een beslissing van de Raad van Bestuur van 2 mei 2016 om de wijzigingen op te nemen die voortvloeien uit de Wet van december 2015 en de Statuten van de Vennootschap, zoals aangenomen door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 11 mei 2016.
bpost verbindt zich ertoe een hoge standaard inzake corporate governance na te leven en heeft de Belgische Corporate Governance Code van 12 maart 2009 (de "Corporate Governance Code") aangenomen als referentiecode. De Corporate Governance Code is beschikbaar op de website van het Corporate Governance Committee (www.corporategovernancecommittee. be). De Corporate Governance Code is gebaseerd op een "comply or explain"-benadering. Belgische beursgenoteerde vennootschappen dienen de Corporate Governance Code na te leven, maar mogen afwijken van de bepalingen ervan op voorwaarde dat zij de rechtvaardiging voor een dergelijke afwijking bekendmaken.
Als autonoom overheidsbedrijf streeft bpost er ook naar de meeste OESO-richtlijnen voor Corporate Governance voor Overheidsbedrijven die zijn opgenomen in de OESO-code na te leven, voor zover dat is toegestaan door het wettelijk kader dat van toepassing is op bpost en in het bijzonder de Wet van 1991.
(*) Sommige leden van het Group Executive Management zijn ook lid van het Directiecomité, dat enkel handelt in functie van de doelstellingen voorzien in de Wet van 1991.
De Raad van Bestuur neemt zich voor de Corporate Governance Code na te leven.
Ingevolge afwijkingen die aan bpost werden opgelegd door de Wet van 1991 (vóór de inwerkingtreding van de Wet van december 2015), kon bpost de bepalingen 4.2, 4.6, 4.7 en 6.3 van de Corporate Governance Code niet naleven.
Onder het voormalige artikel 18, §2 juncto artikel 148bis/3 van de Wet van 1991, benoemde de Belgische Staat rechtstreeks een bepaald aantal bestuurders. Bepaling 4.2 vereist dat de Raad van Bestuur voorstellen doet voor de benoeming van bestuurders via de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Sinds de inwerkingtreding van de Wet van december 2015 op 12 januari 2016 worden alle bestuurders benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders na voordracht door de Raad van Bestuur (Artikel 54/6, 4° van de Wet van 1991). Bijgevolg zijn sommige bestuurders, aangeduid voor 12 januari 2016, benoemd door de Belgische Staat, terwijl vanaf 12 januari 2016 alle (nieuwe) bestuurders zullen worden benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Onder de voormalige artikelen 18, §5 en 20, §2 van de Wet van 1991 werd de Voorzitter van de Raad van Bestuur respectievelijk de CEO benoemd door de Belgische Staat. Bepaling 4.7 en 6.3 stellen dat de Raad van Bestuur de Voorzitter van de Raad van Bestuur respectievelijk de CEO moet benoemen.
Sinds de inwerkingtreding van de Wet van december 2015 op 12 januari 2016 duidt de Raad van Bestuur de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de CEO aan (artikel 54/6, 4° en 5° van de Wet van 1991). Bijgevolg zullen in de toekomst, en zonder afbreuk te doen aan de huidige mandaten van de Voorzitter en de CEO, bepaling 4.7 en bepaling 6.3 volledig worden toegepast.
Onder het voormalige artikel 18, §3 en 20, §2 (eerste zin) van de Wet van 1991 (zoals van toepassing tot 15 mei 2014) werden de bestuurders van bpost benoemd voor zes jaar. Bepaling 4.6 bepaalt dat bestuursmandaten niet meer dan vier jaar mogen duren.
Sinds de inwerkingtreding op 15 mei 2014 van de Wet van 19 april 2014 tot wijziging van de Wet van 1991, worden de bestuurders evenwel benoemd voor vier jaar (artikel 148bis/1, §5 van de Wet van 1991). Dientengevolge werden de bestuurders die werden benoemd vóór 15 mei 2014, voor zes jaar benoemd, terwijl de bestuurders die werden benoemd na 15 mei 2014, voor vier jaar werden benoemd.
Tot de inwerkingtreding van de Wet van december 2015 op 12 januari 2016 werden de CEO en ten hoogste zes bestuurders, waaronder de Voorzitter van de Raad van Bestuur, aangeduid door de Belgische Staat bij een in de Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit. De andere bestuurders werden verkozen door een kiescollege bestaande uit alle aandeelhouders van bpost andere dan de Overheden (d.w.z. Belgische overheden of instellingen in de zin van artikel 42 van de Wet van 21 maart 1991, die de Belgische Staat en zijn verbonden instellingen omvat, inclusief de FPIM) (het "Kiescollege"), uit kandidaten die werden voorgedragen door de Raad van Bestuur na het advies van het Bezoldigings- en Benoemingscomité te hebben ingewonnen.
De bestuurders die door de Belgische Staat waren benoemd, konden slechts worden ontslagen bij een in de Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit. De andere bestuurders konden te allen tijde worden ontslagen bij meerderheid van stemmen uitgebracht door het Kiescollege.
Sinds de inwerkingtreding van de Wet van december 2015 op 12 januari 2016 is de samenstelling van de Raad van Bestuur zoals hierna beschreven.
De Statuten van bpost voorzien dat de Raad van Bestuur bestaat uit ten hoogste 12 leden, waaronder de CEO. Uitgezonderd de CEO, bestaat de Raad van Bestuur alleen uit niet-uitvoerende bestuurders. Elke bestuurder wordt benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor een hernieuwbare termijn van vier jaar (zonder afbreuk te doen aan de beperkingen voor onafhankelijk bestuurders, zoals bepaald in artikel 526ter, 2° van het Belgische Wetboek van Vennootschappen). De Raad van Bestuur zal enkel kandidaten nomineren voor benoeming wanneer deze werden voorgedragen door het Bezoldigingsen Benoemingscomité.
Elke aandeelhouder die minstens 15% van de aandelen van bpost bezit, heeft het recht om bestuurders voor te dragen pro rata zijn aandeelhouderschap. Bestuurders die worden voorgedragen door een aandeelhouder kunnen onafhankelijk zijn, op voorwaarde dat ze voldoen aan de criteria bepaald in artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen, maar ze moeten niet onafhankelijk zijn.
Met uitzondering van de CEO en de bestuurders voorgedragen door een aandeelhouder, moeten alle bestuurders onafhankelijke bestuurders zijn. Bovendien moet de Raad van Bestuur te allen tijde minstens 3 onafhankelijk bestuurders tellen, die voldoen aan de criteria van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen.
Alle bestuurders (inclusief de bestuurders die in het verleden door de Belgische Staat zijn benoemd) kunnen door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden ontslagen. In de Wet van december 2015 is uitdrukkelijk voorzien dat de huidige mandaten van de bestuurders met de inwerkingtreding van de Wet van december 2015 niet worden beëindigd. Deze mandaten worden voortgezet en verstrijken overeenkomstig hun oorspronkelijke termijn, onverminderd de mogelijkheid van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders om een einde te stellen aan deze mandaten overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen.
Indien één van de mandaten van bestuurder vacant zou worden, dan hebben de overblijvende bestuurders het recht om, in overeenstemming met artikel 519 van het Wetboek van Vennootschappen, die vacante betrekking tijdelijk in te vullen tot er een definitieve benoeming plaatsvindt in overeenstemming met de hierboven vermelde regels.
In het Corporate Governance Charter, zoals gewijzigd door de beslissing van de Raad van Bestuur van 2 mei 2016, is daarenboven voorzien dat het mandaat van een bestuurder eindigt onmiddellijk na de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders volgend op zijn/haar 70e verjaardag, tenzij de Raad van Bestuur in uitzonderlijke gevallen anders beslist. Van deze bestuurders wordt verwacht dat zij ontslag nemen op de relevante jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
De samenstelling van de Raad van Bestuur voldoet aan de vereisten inzake de vertegenwoordiging van de geslachten, zoals bepaald in artikel 18, §2bis van de Wet van 1991. bpost heeft het voornemen om ook in 2017 te voldoen aan de vereisten inzake de vertegenwoordiging van de geslachten. bpost houdt verder ook rekening met de vereisten inzake geslacht die zijn bepaald in artikel 518bis van het Wetboek van Vennootschappen.
De samenstelling van de Raad van Bestuur voldoet aan de taalvereisten zoals bepaald in artikel 16 en 148bis/1 van de Wet van 1991.
Op 31 december 2016 was de Raad van Bestuur samengesteld uit de volgende 12 leden:
| Naam | Functie | Bestuurder sinds |
Mandaat verstrijkt |
Aanwezigheid op vergaderingen in 2016 |
|---|---|---|---|---|
| Françoise Masai(1)(2) | Niet-uitvoerend Voorzitter van de Raad van Bestuur |
2014 | 2018 (5) | 18/18 |
| Koen Van Gerven(1)(3) | CEO en Bestuurder 2014 |
2020 | 18/18 | |
| Arthur Goethals(1) | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2006 | 2018 (5) | 13/18 |
| Luc Lallemand(1) | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2002 | 2018 | 13/18 |
| Bernadette Lambrechts(1) | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2014 | 2020 | 16/18 |
| Laurent Levaux(1) | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2012 | 2018 | 11/18 |
| Caroline Ven(1) | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2012 | 2018 | 15/18 |
| Michael Stone(4) | Onafhankelijk Bestuurder | 2014 | 2018 | 15/18 |
| Ray Stewart(4) | Onafhankelijk Bestuurder | 2014 | 2018 | 17/18 |
| François Cornelis | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 | 16/18 |
| Sophie Dutordoir | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 (5) | 16/18 |
| Bruno Holthof | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 (5) | 15/18 |
(1) Benoemd door de Belgische Staat.
(2) Françoise Masai werd, bij Koninklijk Besluit van 25 april 2014, benoemd vanaf 23 juni 2014.
(3) Benoemd als CEO bij Koninklijk Besluit van 26 februari 2014. (4) Benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van bpost andere dan Overheden, op 22 september 2014.
(5) Zoals hieronder beschreven heeft deze bestuurder bpost ervan op de hoogte gebracht dat hij/zij niet voor de volledige duur van zijn mandaat zal aanblijven.
Françoise Masai en Arthur Goethals bereikten in 2016 de leeftijdsgrens van 70 jaar. Beide bestuurders hebben aangegeven dat zij niet voor de volledige duur van hun mandaat wensen aan te blijven en dat zij ontslag zullen nemen op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 10 mei 2017, in overeenstemming met artikel 3.2.5 van het Corporate Governance Charter.
Twee onafhankelijke bestuurders hebben eveneens hun ontslag uit de Raad van Bestuur aangekondigd. Sophie Dutordoir nam op 15 januari 2017 ontslag uit de Raad van Bestuur. Haar ontslag ging in op 28 februari 2017. Bruno Holthof nam ontslag uit de Raad van Bestuur op 3 januari 2017. Zijn ontslag zal ingaan op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 10 mei 2017.
Het Bezoldigings- en Benoemingscomité heeft een selectieprocedure gelanceerd voor de benoeming van drie onafhankelijke bestuurders en één Nederlandstalig bestuurslid voorgedragen door de meerderheidsaandeelhouder. De Raad van Bestuur neemt zich voor om kandidaten, voorgedragen door het Bezoldigings- en Benoemingscomité, voor te stellen voor benoeming op de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 10 mei 2017 ter vervanging van de bestuurders die hun ontslag hebben aangekondigd.
De Raad van Bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van bpost, behoudens die waarvoor krachtens de wet of de Statuten de Algemene Vergadering van Aandeelhouders of andere bestuursorganen bevoegd zijn.
In het bijzonder is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor:
Bepaalde beslissingen van de Raad van Bestuur moeten worden goedgekeurd door een bijzondere meerderheid (zie verder onder Beraadslaging en stemming).
De Raad van Bestuur heeft het recht om bijzondere en beperkte bevoegdheden te delegeren aan de CEO en andere leden van het senior management en kan de subdelegatie van deze bevoegdheden toestaan.
Bij besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 27 mei 2013, mag de Raad van Bestuur, zonder enige voorafgaande machtiging van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, in overeenstemming met de artikelen 620 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen en binnen de grenzen die deze artikelen voorzien, haar eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten die daarop betrekking hebben, ter beurze of buiten de beurs verkrijgen, tegen een prijs die de wettelijke vereisten zal naleven, maar die in elk geval niet meer dan 10% onder de laagste slotkoers van de laatste dertig beursdagen voorafgaand aan de verrichting zal zijn en niet meer dan 5% boven de hoogste slotkoers van de laatste dertig beursdagen voorafgaand aan de verrichting zal zijn. Deze machtiging geldt voor een periode van vijf jaar vanaf 27 mei 2013. Deze machtiging geldt voor de verwerving ter beurze of buiten de beurs door een rechtstreekse dochtervennootschap, zoals bedoeld in en binnen de grenzen van artikel 627, eerste lid van het Wetboek van Vennootschappen Indien de verwerving gebeurt door bpost buiten de beurs, zelfs van een dochtervennootschap, dan zal bpost artikel 620, §1, 5° van het Wetboek van Vennootschappen naleven.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 11 mei 2016 heeft de specifieke machtiging van de Raad van Bestuur om, voor rekening van bpost, eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten die daarop betrekking hebben te verkrijgen, voor het geval zulke verkrijging noodzakelijk is ter voorkoming van een dreigend ernstig nadeel voor de vennootschap, niet verlengd. De Raad van Bestuur is sinds 8 juli 2016 dus niet langer bevoegd om dergelijke instrumenten te verkrijgen om dreigend, ernstig nadeel te voorkomen.
De Raad van Bestuur is tevens gemachtigd om, ter beurze of buiten de beurs, of in het kader van haar bezoldigingsbeleid voor personeelsleden, bestuurders of consultants van bpost of om een ernstig en dreigend nadeel voor bpost te voorkomen, een deel van of alle aandelen, winstbewijzen of certificaten die daarop betrekking hebben, te vervreemden tegen een prijs die de Raad van Bestuur bepaalt. Deze machtiging is geldig voor onbepaalde tijd. De machtiging geldt tevens voor de vervreemding van de aandelen, de winstbewijzen of de certificaten die daarop betrekking hebben door een rechtstreekse dochtervennootschap zoals bedoeld in artikel 627, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen.
In principe vergadert de Raad van Bestuur zeven keer per jaar, en in geen geval minder dan vijf keer per jaar. Bijkomende vergaderingen kunnen te allen tijde, mits er een gepaste kennisgeving gebeurt, worden samengeroepen om specifieke noden van de onderneming te behandelen. Een vergadering van de Raad van Bestuur moet in ieder geval worden bijeengeroepen wanneer ten minste twee bestuurders daarom verzoeken. In 2016 kwam de Raad van Bestuur achttien keer bijeen.
De Raad van Bestuur kan slechts beraadslagen en geldig beslissen indien meer dan de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De quorumvereiste geldt niet voor (i) de stemming over een aangelegenheid op een volgende vergadering van de Raad van Bestuur waarnaar die aangelegenheid werd uitgesteld wegens ontoereikend quorum op een eerdere vergadering, indien deze volgende vergadering wordt gehouden binnen een termijn van 30 dagen na de vorige vergadering en de oproeping voor deze volgende vergadering de voorgestelde beslissing bevat over deze aangelegenheid met verwijzing naar deze bepaling of (ii) wanneer er zich een onvoorzien noodgeval voordoet dat het voor de Raad van Bestuur noodzakelijk maakt om een handeling te stellen die anders wegens een wettelijke verjaringstermijn niet meer zou kunnen worden gesteld of om dreigende schade voor bpost te voorkomen.
Krachtens de Wet van 1991 vereisen beslissingen over de goedkeuring van verlengingen van of wijzigingen aan het beheerscontract en bepaalde beslissingen over het administratiefrechtelijk statuut van statutaire werknemers een tweederde meerderheid in de Raad van Bestuur.
Bepaalde beslissingen binnen de bevoegdheid van de Raad van Bestuur zoals voorzien in Artikel 29, §2 van de Statuten vereisen eveneens een tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
In uitzonderlijke gevallen, wanneer de dringende noodzakelijkheid en het belang van de vennootschap zulks vereisen, kunnen de besluiten van de Raad van Bestuur worden genomen bij eenparig schriftelijk akkoord van alle bestuurders. Deze schriftelijke procedure mag echter niet worden gevolgd voor de vaststelling van de jaarrekening, de aanwending van het toegestane kapitaal of voor de hernieuwing of de wijziging van het beheerscontract.
Onverminderd de hierboven uiteengezette bijzondere meerderheidsvereisten, worden alle beslissingen van de Raad van Bestuur genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de Voorzitter van de Raad van Bestuur doorslaggevend.
Het Corporate Governance Charter bepaalt bovendien dat beslissingen van de Raad van Bestuur van strategisch belang, met inbegrip van de goedkeuring van het ondernemingsplan en het jaarlijkse budget en beslissingen betreffende strategische overnames, allianties en overdrachten, moeten worden voorbereid door een vast of een ad hoc comité van de Raad van Bestuur. Voor al deze beslissingen zal de Raad van Bestuur ernaar streven om een breed draagvlak te vinden onder de verschillende belanghebbende partijen, met dien verstande dat, na passende dialoog en overleg, de Voorzitter van de Raad van Bestuur het betrokken voorstel ter stemming kan voorleggen en het voorstel aangenomen zal zijn indien het wordt goedgekeurd door een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Onder leiding van de Voorzitter evalueert de Raad van Bestuur regelmatig zijn eigen omvang, zijn samenstelling en zijn prestaties en die van zijn comités, alsook de interactie met het uitvoerend management. Afhankelijk van de situatie stelt de Voorzitter de nodige maatregelen voor om bepaalde zwakheden van de Raad van Bestuur of van zijn comités te verhelpen.
In 2015 bestelde de Raad van Bestuur een externe evaluatie. De evaluatie spitste zich toe op de rol en de opdrachten van de Raad van Bestuur en zijn comités, op de samenstelling en de werking van de Raad van Bestuur en op de informatiestromen binnen de Raad van Bestuur en met het management, alsook op de naleving door de Raad van Bestuur van de governance-standaarden.
Ingevolge de externe evaluatie van 2015 besliste de Raad van Bestuur om de voornaamste aandachtspunten die uit de evaluatie naar voren kwamen, regelmatig op te volgen en te evalueren. Ook in 2016 volgde de Raad van Bestuur de aandachtspunten uit de evaluatie van 2015 verder op.
Op 27 mei 2013 heeft de Raad van Bestuur het Corporate Governance Charter goedgekeurd. Het is van kracht sinds 25 juni 2013. Het Corporate Governance Charter werd voor het laatst gewijzigd ingevolge een beslissing van de Raad van Bestuur van 2 mei 2016. De Raad van Bestuur zal de corporate governance van bpost op regelmatige tijdstippen nakijken en alle veranderingen goedkeuren die noodzakelijk en gepast worden geacht.
Het Corporate Governance Charter bevat regels met betrekking tot:
De Raad van Bestuur evalueert en verbetert zijn werking continu met het oog op een steeds beter en efficiënter bestuur van bpost.
Aan pas benoemde bestuurders wordt een introductieprogramma aangeboden dat erop gericht is hen vertrouwd te maken met de activiteiten en de organisatie van bpost en met de regels van het Corporate Governance Charter. Dit programma staat open voor elke bestuurder die eraan wil deelnemen. Het houdt ook bezoeken aan operationele centra en sorteercentra in.
(*) Sommige leden van het Group Executive Management zijn ook lid van het Directiecomité, dat enkel handelt in functie van de doelstellingen voorzien in de Wet van 1991.
Een algemeen beleid inzake belangenconflicten is van toepassing binnen bpost, en verbiedt elke situatie waarin een belangenconflict van financiële aard het persoonlijke oordeel of de beroepstaken van een bestuurder zou kunnen beïnvloeden ten nadele van de bpost groep.
Overeenkomstig Artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen, verklaarde de heer Koen Van Gerven dat hij een persoonlijk belangenconflict van vermogensrechtelijke aard had in verband met zijn jaarlijkse evaluatie als CEO. De evaluatie was een agendapunt van de vergadering van het Bezoldigings- en Benoemingscomité van 20 april 2016 en de vergadering van de Raad van Bestuur van 2 mei 2016. Hij bracht de commissarissen van bpost op de hoogte van dit belangenconflict en besloot om niet deel te nemen aan de beraadslaging of de stemming over dit punt. Hieronder volgt het uittreksel uit de notulen van de Raad van Bestuur met betrekking tot de jaarlijkse evaluatie van de CEO:
"Voordat de jaarlijkse evaluatie van de CEO werd besproken, verklaarde de CEO dat hij een persoonlijk belangenconflict van vermogensrechtelijke aard had zoals bedoeld in artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen in verband met het agendapunt dat betrekking heeft op de jaarlijkse evaluatie van zijn prestaties. De CEO verliet de vergaderzaal en nam niet deel aan de beraadslaging noch de beslissing met betrekking tot zijn jaarlijkse evaluatie. De CEO zal het College van Commissarissen informeren over dit belangenconflict in overeenstemming met artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen.
De voorzitster van het Bezoldigings- en Benoemingscomité bracht verslag uit over de vergadering die werd gehouden op 20 april 2016: (…)
Na aanbeveling door het Bezoldigings- en Benoemingscomité keurde de Raad van Bestuur de evaluatie van de prestaties van de CEO en de voorgestelde score unaniem goed."
Het Corporate Governance Charter van bpost voorziet dat de procedure zoals uiteengezet in artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen moet worden nageleefd voor alle beslissingen m.b.t. het beheerscontract of andere overeenkomsten met de Belgische Staat of andere Overheden (andere dan die binnen het toepassingsgebied van artikel 524, § 1, laatste subparagraaf van het Wetboek van Vennootschappen). Kort samengevat, deze beslissingen zijn onderworpen aan een voorafgaand niet-bindend gemotiveerd advies van een ad hoc comité van de Raad van Bestuur dat uit minstens drie onafhankelijke bestuurders bestaat. Het comité wordt bijgestaan door een door het comité gekozen onafhankelijke expert, en de commissaris van bpost valideert de gebruikte financiële gegevens. Volgens de procedure moet de Raad van Bestuur dan zijn beslissing staven en moet de commissaris de door de Raad van Bestuur gebruikte financiële gegevens valideren.
De Raad van Bestuur heeft een ad hoc comité opgericht dat bestaat uit alle onafhankelijke bestuurders.
De Raad van Bestuur diende bovenstaande procedure niet toe te passen in 2016. Het ad hoc comité kwam in 2016 niet samen.
Naast het hiervoor vermelde ad hoc comité, opgericht in overeenstemming met artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen en het Corporate Governance Charter van bpost, heeft de Raad van Bestuur drie comités van de Raad van Bestuur opgericht, die verantwoordelijk zijn om de Raad van Bestuur bij te staan en aanbevelingen te doen in specifieke domeinen: het Strategisch Comité, het Auditcomité (in overeenstemming met artikel 526bis van het Wetboek van Vennootschappen) en het Bezoldigings- en Benoemingscomité (in overeenstemming met artikel 526quater van het Wetboek van Vennootschappen). Het intern reglement van deze comités van de Raad van Bestuur is beschreven in het Corporate Governance Charter.
Het Strategisch Comité adviseert de Raad van Bestuur over strategische aangelegenheden, en zal in het bijzonder:
Het Strategisch Comité is samengesteld uit de CEO, die het comité voorzit, en vier bestuurders, waaronder minstens één onafhankelijk bestuurder.
99bpost JAARVERSLAG 2016
Het Strategisch Comité bestond op 31 december 2016 uit de volgende vijf leden:
| Naam | Functie | Bestuurder sinds |
Mandaat verstrijkt |
Aanwezigheid op vergaderingen in 2016 |
|---|---|---|---|---|
| Arthur Goethals | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2006 | 2018 (1) | 3/5 |
| Luc Lallemand | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2002 | 2018 | 4/5 |
| Laurent Levaux | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2012 | 2018 | 3/5 |
| Michael Stone | Onafhankelijk Bestuurder | 2014 | 2018 | 5/5 |
| Koen Van Gerven (Voorzitter) | CEO en Bestuurder | 2014 | 2020 | 5/5 |
(1) Mr. Goethals bereikte de leeftijdsgrens van 70 jaar in 2016 en gaf aan dat hij de volledige duur van zijn mandaat niet wenst te voltooien. Hij zal ontslag nemen uit het comité op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 10 mei 2017.
Het Strategisch Comité kwam in 2016 vijfmaal samen.
Het Auditcomité adviseert de Raad van Bestuur over aangelegenheden inzake boekhouding, audit en interne controle, en zal in het bijzonder:
Het Auditcomité bestaat uit vijf niet-uitvoerende bestuurders, waaronder minstens drie onafhankelijke bestuurders.
Alle leden van het Auditcomité hebben voldoende deskundigheid op het vlak van boekhouding en audit. De Voorzitter van het Auditcomité is deskundig op het vlak van boekhouding en audits, zoals blijkt uit zijn vroegere uitvoerende functies bij o.a. de groep Total. De andere leden van het Auditcomité hebben of hadden eveneens mandaten in de raad van bestuur of uitvoerende mandaten in topbedrijven of -organisaties.
Op 31 december 2016 bestond het Auditcomité uit de volgende vijf leden:
| Naam | Functie | Bestuurder sinds |
Mandaat verstrijkt |
Aanwezigheid op vergaderingen in 2016 |
|---|---|---|---|---|
| François Cornelis (Voorzitter) | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 | 5/5 |
| Sophie Dutordoir | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 (1) | 4/5 |
| Bernadette Lambrechts | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2014 | 2020 | 4/5 |
| Ray Stewart | Onafhankelijk Bestuurder | 2014 | 2018 | 4/5 |
| Caroline Ven | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2012 | 2018 | 5/5 |
(1) Sophie Dutordoir nam ontslag uit de Raad van Bestuur op 15 januari 2017; haar ontslag gaat in op 28 februari 2017. De Raad van Bestuur heeft Michael Stone, onafhankelijk bestuurder, benoemd als (voorlopig) lid van het Auditcomité ter vervanging van Sophie Dutordoir.
Het Auditcomité kwam in 2016 vijfmaal samen.
Het Bezoldigings- en Benoemingscomité adviseert de Raad van Bestuur voornamelijk over aangelegenheden inzake de benoeming en bezoldiging van bestuurders, CEO en executive management, en zal in het bijzonder:
Het Bezoldigings- en Benoemingscomité bestaat uit vijf niet-uitvoerende bestuurders, waaronder drie onafhankelijke bestuurders. Wanneer de bezoldiging van de andere leden van het Group Executive Management wordt besproken, neemt de CEO deel aan de vergaderingen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité met raadgevende stem.
Het Bezoldigings- en Benoemingscomité was op 31 december 2016 samengesteld uit de volgende vijf leden:
| Naam | Functie | Bestuurder sinds |
Mandaat verstrijkt |
Aanwezigheid op vergaderingen in 2016 |
|---|---|---|---|---|
| François Cornelis | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 | 3/3 |
| Sophie Dutordoir | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 (1) | 3/3 |
| Bruno Holthof | Onafhankelijk Bestuurder | 2013 | 2019 (2) | 3/3 |
| Laurent Levaux | Niet-uitvoerend Bestuurder | 2012 | 2018 | 3/3 |
| Françoise Masai (Voorzitter) | Niet-uitvoerend Voorzitter van de Raad van Bestuur |
2014 | 2018 | 3/3 |
(1) Sophie Dutordoir nam ontslag uit de Raad van Bestuur op 15 januari 2017, haar ontslag gaat in op 28 februari 2017. De Raad van Bestuur heeft Michael Stone, onafhankelijk bestuurder, benoemd als (voorlopig) lid van het Bezoldigings- en Benoemingscomité ter vervanging van Sohie Dutordoir. (2) Bruno Holthof nam ontslag uit de Raad van Bestuur op 3 januari 2017 met ingang op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 10 mei 2017.
In 2016 kwam het Bezoldigings- en Benoemingscomité driemaal samen.
In 2016 beraadde het Bezoldigings- en Benoemingscomité zich (onder andere) over wijzigingen betreffende het bezoldigingsbeleid (bv. incentiveplannen op lange termijn) ingevolge een benchmarkoefening met concurrerende vennootschappen.
Tot de inwerkingtreding van de Wet van december 2015 op 12 januari 2016, werd de CEO benoemd door de Belgische Staat bij een in Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit.
Sinds de inwerkingtreding van de Wet van december 2015, wordt de CEO benoemd door de Raad van Bestuur, op voordracht van het Bezoldigings- en Benoemingscomité.
In de Wet van december 2015 is uitdrukkelijk voorzien dat de inwerkingtreding van deze wet het huidige mandaat van de CEO niet beëindigd.
De huidige CEO werd benoemd voor een termijn van zes jaar, bij een in de ministerraad overlegd Koninklijk Besluit van 26 februari 2014.
De CEO is belast met het dagelijkse bestuur van bpost. Hij is ook belast met de uitvoering van de besluiten van de Raad van Bestuur en hij vertegenwoordigt bpost in het kader van het dagelijks bestuur, inclusief de uitoefening van de stemrechten verbonden aan de aandelen en de deelnemingen die door bpost worden aangehouden.
De CEO kan worden ontslagen door de Raad van Bestuur.
Het operationele bestuur van bpost wordt waargenomen door het Group Executive Management onder leiding van de CEO. Het Group Executive Management bestaat uit de leden van het Directiecomité en maximaal vier andere leden, die, op voordracht van de CEO en na het advies van het Bezoldigings- en Benoemingscomité te hebben ingewonnen, worden benoemd (voor de termijn die de Raad van Bestuur bepaalt) en kunnen worden ontslagen door de Raad van Bestuur.
Het Group Executive Management vergadert regelmatig op uitnodiging van de CEO. Het Group Executive Management wordt bijgestaan door de Secretaris van de Vennootschap.
De individuele leden van het Group Executive Management oefenen de bijzondere bevoegdheden uit die hen door de Raad van Bestuur of, naargelang het geval, de CEO worden opgedragen. Binnen de grenzen van de aan hen toegekende bevoegdheden, kunnen de leden van het Group Executive Management aan een of meer personeelsleden van bpost speciale en beperkte bevoegdheden opdragen. De leden van het Group Executive Management kunnen de subdelegatie van deze bevoegdheden toestaan.
Het Group Executive Management bereidt, onder leiding van de CEO, een businessplan voor waarin de doelstellingen en strategie van bpost op middellange termijn worden beoordeeld en dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Raad van Bestuur.
Het Group Executive Management was op 31 december 2016 samengesteld uit de volgende leden:
| Naam | Functie |
|---|---|
| Koen Van Gerven | Chief Executive Officer |
| Koen Beeckmans | Chief Financial Officer, Service Operations & ICT |
| Philippe Dubois | Directeur Mail Service Operations |
| Marc Huybrechts | Directeur Mail & Retail Solutions |
| Mark Michiels | Chief Human Resources & Organisation |
| Kurt Pierloot | Directeur Parcels & Logistics |
De Wet van 1991 bevat verschillende bepalingen over de samenstelling, benoeming en werking van het Directiecomité. Sinds de inwerkingtreding van de Wet van december 2015 op 12 januari 2016, zijn deze bepalingen niet meer van toepassing op bpost. De bevoegdheden die moeten worden toegekend aan het Directiecomité op basis van de Wet van 1991 zijn beperkt tot de onderhandeling van het beheerscontract met de Belgische Staat (met dien verstande dat het beheerscontract vervolgens moet worden goedgekeurd voor de Raad van Bestuur).
Daarom zal het Directiecomité enkel van kracht blijven voor de beperkte doeleinden en taken vastgelegd in de door de Wet van december 2015 aangepaste Wet van 1991.
Het Directiecomité is samengesteld uit de CEO, die de voorzitter is van het Directiecomité, en de huidige leden van het Group Executive Management met uitzondering van de CHRO Mark Michiels.
De Raad van Bestuur en zijn voorzitter, de comités van de Raad van Bestuur en hun voorzitters en het Group Executive Management worden bijgestaan door de Secretaris van de Vennootschap, Dirk Tirez, die ook Chief Legal Officer is van bpost. Hij werd benoemd in oktober 2007.
De audit van de financiële toestand van bpost en van de niet-geconsolideerde jaarrekening van bpost wordt opgedragen aan een College van Commissarissen. Dat College bestaat uit vier leden, van wie er twee zijn benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en twee door het Rekenhof, de Belgische instelling die verantwoordelijk is voor de controle van openbare rekeningen. De leden van het College van Commissarissen worden benoemd voor een hernieuwbare periode van drie jaar. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders bepaalt de bezoldiging van de leden van het College van Commissarissen.
Op 31 december 2016 bestond het College van Commissarissen uit:
De mandaten van de heren Philippe Roland en Jozef Beckers werden in 2016 verlengd voor een nieuwe termijn van drie jaar en lopen tot 30 september 2019. De mandaten van EY en PVMD werden tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 13 mei 2015 verlengd voor een nieuwe termijn van drie jaar en lopen tot de volgende Algemene Vergadering van Aandeelhouders in 2018.
EY en PVMD zijn verantwoordelijk voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van bpost. Voor het jaar afgesloten op 31 december 2016 hebben EY en PVMD 333.850,00 EUR ontvangen (exclusief belasting op de toegevoegde waarde), als bezoldiging voor de audit van de jaarrekening van bpost en zijn dochtervennootschappen, en 268.464,11 EUR (exclusief belasting op de toegevoegde waarde), als bezoldiging voor niet-audit gerelateerde activiteiten. De andere leden van het College van Commissarissen ontvingen 53.723,20 EUR als bezoldiging voor hun prestaties betreffende de audit van de niet-geconsolideerde jaarrekening van bpost voor het jaar afgesloten op 31 december 2016.
De aandelen van bpost zijn op naam of gedematerialiseerd. Op 31 december 2016 werd het aandelenkapitaal van bpost vertegenwoordigd door 200.000.944 aandelen. De aandelen zijn genoteerd op de NYSE Euronext Brussel.
Met respectievelijk 48.263.200 en 53.812.449 bpost-aandelen in hun bezit op 31 december 2016, hadden de Belgische Staat en de FPIM samen een participatie van 51,04% (respectievelijk 24,13% en 26,91%) van de door bpost uitgegeven stemgerechtigde aandelen.
De resterende aandelen zijn in het bezit van particuliere aandeelhouders en Europese en internationale institutionele aandeelhouders die rechtstreeks aandelen in bpost hebben. Op 31 december 2016 had geen enkele van deze personen, noch individueel noch samen met anderen, een transparantieverklaring ingediend om mee te delen dat de initiële drempel van 3% was bereikt.
De aandelen zijn vrij overdraagbaar, op voorwaarde dat, overeenkomstig artikel 147bis van de Wet van 1991 en artikel 16 van de Statuten, de rechtstreekse deelneming van de Overheden in het maatschappelijk kapitaal te allen tijde meer dan 50% bedraagt. Ingevolge de inwerkingtreding op 12 januari 2016 van de Wet van december 2015, is de Belgische Regering evenwel tot 31 december 2018 gemachtigd om, bij een in Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit, (een) transactie(s) goed te keuren die ertoe leidt/leiden dat de rechtstreekse deelneming van Overheden daalt tot beneden 50% plus één aandeel (artikel 54/7 §1 van de Wet van 1991).
Op 31 december 2016 hield bpost geen eigen aandelen aan.
Elke aandeel geeft de houder ervan recht op één stem. Behalve zoals vereist door het Wetboek van Vennootschappen worden alle besluiten van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders goedgekeurd bij meerderheid van stemmen.
Behoudens de beperkingen op stemrechten die worden opgelegd door de wet, bepalen de Statuten dat, indien aandelen aan verscheidene eigenaars toebehoren, in pand zijn gegeven of indien de rechten die toebehoren aan de aandelen, het voorwerp uitmaken van onverdeeldheid, vruchtgebruik of een andere vorm van opsplitsing van de eraan verbonden rechten, de Raad van Bestuur de eraan verbonden rechten kan schorsen totdat één persoon is aangewezen als houder van de betrokken aandelen ten aanzien van bpost.
Als naamloze vennootschap van publiek recht en in overeenstemming met de toepasselijke vereisten inzake corporate governance heeft bpost een specifiek bezoldigingsbeleid ontwikkeld. Dit beleid werd vastgesteld door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Bezoldigings en Benoemingscomité. Het bezoldigingsbeleid houdt rekening met de verschillende werknemersgroepen van bpost en wordt geregeld geëvalueerd en geüpdatet wanneer dat aangewezen is. Elke wijziging aan dit beleid wordt goedgekeurd door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Bezoldigings en Benoemingscomité.
Het bezoldigingsbeleid heeft tot doel om aan alle personeelsleden en managers een billijk beloningspakket aan te bieden, dat concurrentieel is met de Belgische referentiemarkt bestaande uit grote Belgische ondernemingen. Het totale beloningspakket wil een evenwichtige mix zijn van financiële en niet financiële elementen. Daartoe wordt er regelmatig een vergelijking gemaakt van de verschillende vergoedingselementen met de mediaan van de Belgische referentiemarkt.
Daarnaast worden, teneinde een duurzame en winstgevende groei te bereiken, de prestaties op zowel collectief als individueel niveau beloond. Een dergelijk beloningssysteem streeft ernaar om een economisch verantwoord en makkelijk te begrijpen systeem te zijn dat gelinkt is aan bedrijfsresultaten zoals EBIT en klantentrouw, en dat het mogelijk maakt om te differentiëren op individueel niveau wat betreft prestaties en talent. Tegelijkertijd wil dit systeem een duurzame langetermijnwaarde creëren.
bpost is van oordeel dat het van essentieel belang is dat er op een transparante manier wordt gecommuniceerd over de principes en implementatie van het bezoldigingsbeleid.
bpost onderscheidt 3 verschillende groepen, waarvan de basisbezoldigingsprincipes hierna worden uitgelegd en beschreven:
leden van de Raad van Bestuur;
CEO;
leden van het Group Executive Management(*).
De inhoud van dit verslag heeft geen betrekking op de Belgische en buitenlandse dochterondernemingen van bpost. Wat de buitenlandse dochterondernemingen betreft werd er een afzonderlijk bezoldigingsbeleid opgesteld, in lijn met de marktnormen en dat tot doel heeft gekwalificeerd en ervaren uitvoerend management aan te trekken en in dienst te houden.
De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur werd vastgelegd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 25 april 2000.
Op grond van dat besluit hebben de leden van de Raad van Bestuur (met uitzondering van de CEO) recht op de volgende jaarlijkse brutobezoldiging:
Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
Krachtens het besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 25 april 2000 hebben de leden van de Raad van Bestuur (met uitzondering van de CEO) ook recht op een zitpenning van 1.666,35 EUR per bijgewoonde vergadering van een van de Comités die door de Raad van Bestuur werden opgericht.
De leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen andere uitkeringen voor hun mandaat als bestuurder.
De CEO heeft geen recht op welke bezoldiging dan ook voor het bijwonen van vergaderingen van de Raad van Bestuur of van Comités van de Raad van Bestuur.
(*) Sommige leden van het Group Executive Management zijn ook lid van het Directiecomité.
Tijdens het boekjaar 2016 ontvingen de leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO, de volgende totale jaarlijkse brutovergoeding(*):
| Lid | Vergaderingen van de Raad |
Auditcomité | Strategisch Comité(**) |
Benoemings en Remuneratie comité |
TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Arthur Goethals | 19.942,73 EUR | N.V.T. | 4.972,32 EUR | N.V.T. | 24.915,05 EUR |
| Luc Lallemand | 19.942,73 EUR | N.V.T. | 6.611,94 EUR | N.V.T. | 26.554,67 EUR |
| Laurent Levaux | 19.942,73 EUR | N.V.T. | 4.945,59 EUR | 4.999,05 EUR | 29.887,37 EUR |
| Caroline Ven | 19.942,73 EUR | 9.971,37 EUR | N.V.T. | N.V.T. | 29.914,10 EUR |
| François Cornelis | 19.942,73 EUR | 9.971,37 EUR | N.V.T. | 4.999,05 EUR | 34.913,15 EUR |
| Sophie Dutordoir | 19.942,73 EUR | 6.665,40 EUR | N.V.T. | 4.999,05 EUR | 31.607,18 EUR |
| Bruno Holthof | 19.942,73 EUR | N.V.T. | N.V.T. | 4.999,05 EUR | 24.941,78 EUR |
| Françoise Masai | 39.885,33 EUR | N.V.T. | N.V.T. | 4.999,05 EUR | 44.884,38 EUR |
| Ray Stewart | 19.942,73 EUR | 6.665,40 EUR | N.V.T. | N.V.T. | 26.608,13 EUR |
| Michael Stone | 19.942,73 EUR | N.V.T. | 8.278,29 EUR | N.V.T. | 28.221,02 EUR |
| Bernadette Lambrechts | 19.942,73 EUR | 8.305,02 EUR | N.V.T. | N.V.T. | 28.247,75 EUR |
(*) Deze bedragen omvatten alle bedragen die werden uitgekeerd in BJ 2016. Gelieve er nota van te nemen dat zitpenningen pas worden uitbetaald in de maand volgend op de vergadering van de Comités van de Raad van Bestuur. Dit betekent dat de bedragen die in BJ 2016 werden uitbetaald, betrekking hebben op de bijgewoonde vergaderingen van de Comités van de Raad van Bestuur die werden gehouden van december 2015 tot november 2016.
(**) Per vergissing werd de zitpenning voor één vergadering van het Strategisch Comité in 2016 niet betaald in BJ 2016. De betaling van deze zitpenning gebeurt in BJ 2017.
Het bezoldigingspakket van de CEO bestaat uit een basissalaris van 472.195,20 EUR (zoals geïndexeerd op 1 juli 2016), een targetgerelateerde variabele kortetermijnvergoeding van 150.000 EUR, een pensioenbijdrage van 32.480,04 EUR en verschillende andere componenten zoals dekking voor overlijden tijdens het mandaat, invaliditeit en hospitalisatiekosten, representatievergoedingen en een bedrijfswagen.
De variabele vergoeding van de CEO wordt toegekend onder de algemene voorwaarden die worden bepaald op jaarlijkse basis en worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur van bpost, op aanbeveling van het Bezoldigings en Benoemingscomité. Wat betreft de prestaties in 2016 (waarvoor de betaling gebeurt in 2017), besloot de Raad van Bestuur om gelijkaardige voorwaarden en modaliteiten toe te passen zoals van toepassing op het management van bpost: de variabele kortetermijnvergoeding is gebaseerd op een 'vermenigvuldigingssysteem' waarbij de werkelijke variabele uitbetaalde bezoldiging kan variëren afhankelijk van de prestaties op bedrijfsniveau en op individueel niveau, en van de competenties.
Voor de CEO zijn de bedrijfsdoelstellingen financieel van aard (EBIT – gewicht 70% en Operating Free Cash Flow gewicht 30%). Het uitbetalingsrooster werd bepaald en gevalideerd door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Bezoldigings en Benoemingscomité. De maximale uitbetaling per criterium is bepaald op 135%.
De individuele doelstellingen worden gezamenlijk overeengekomen door de CEO en de Raad van Bestuur. Er worden duidelijke deliverables en KPI's vastgesteld die binnen een overeengekomen tijdsschema moeten worden bereikt. De pay out range voor de CEO ligt in lijn met de pay out range principes voor de leden van het Group Executive Management.
De vergoeding betaald aan Koen Van Gerven in 20016 voor zijn prestaties over het jaar afgesloten op 31 december 2016 bedraagt 570.648,12 EUR (in vergelijking met 549.429 EUR in 2015). Deze vergoeding kan als volgt worden opgesplitst:
Daarnaast werd aan de CEO in 2016 een variabele vergoeding uitbetaald ten bedrage van 258.772 EUR voor zijn prestaties over het jaar afgesloten op 31 december 2015 (vergoeding die pas werd bepaald bij zijn evaluatie in 2016).
Geen aandelen, aandelenopties of andere rechten om aandelen te verwerven, werden toegekend aan of uitgeoefend door de CEO of zijn vervallen in 2016. Geen opties die werden toegekend in het kader van vorige aandelenoptieplannen waren nog uitstaand voor uitoefening in 2016.
Hoewel er op dit moment geen wijzigingen zijn in de vergoeding van de CEO, zal het Bezoldigings en Benoemingscomité regelmatig nadenken over wijzigingen in het bezoldigingsbeleid in het licht van de marktpraktijken.
Het bezoldigingspakket van het Directiecomité en het Group Executive Management wordt op regelmatige basis herbekeken en goedgekeurd door de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het Bezoldigings en Benoemingscomité. Het is gebaseerd op een benchmarkoefening waarbij bpost wordt vergeleken met grote Belgische vennootschappen.
Het is de bedoeling van bpost om een totaal bezoldigingspakket aan te bieden dat aansluit bij de mediaan van de referentiemarkt.
Hoewel er op dit moment geen wijzigingen zijn in de vergoeding van het Directiecomité en het Group Executive Management, zal het Bezoldigings en Benoemingscomité regelmatig nadenken over wijzigingen in het remuneratiebeleid in het licht van de marktpraktijken.
De verschillende elementen van een bezoldigingspakket zijn:
Het basissalaris wordt gebenchmarkt met andere grote Belgische vennootschappen, in overeenstemming met de hierboven vermelde principes.
Het individuele basissalaris is gebaseerd op:
De prestaties van elk individu worden jaarlijks geëvalueerd in een "Performance Management Process" (PMP).
Er kan een variabel loon worden toegekend, dat gebaseerd is op het bereiken van:
Het variabele doelloon wordt vastgesteld als een percentage van het basisjaarloon.
bpost gebruikt een vermenigvuldigingssysteem waarbij het eigenlijke betaalde variabele loon kan variëren naargelang van de prestaties op bedrijfsniveau en individueel niveau.
De bedrijfsdoelstellingen zijn zowel financieel (EBIT – gewicht 70%) als niet financieel (klantentrouw – gewicht 30%). Per criterium wordt er een uitbetalingsrooster bepaald, dat elk jaar door de Raad van Bestuur wordt gevalideerd op aanbeveling van het Bezoldigings en Benoemingscomité. De maximale uitbetaling per criterium is bepaald op 135%.
De individuele doelstellingen worden bij de start van het Performance Management Process (PMP) wederzijds overeengekomen door elk lid van het Group Executive Management en de CEO. Er werden duidelijke deliverables en KPI's vastgesteld die binnen een overeengekomen tijdsschema moeten worden bereikt. De uitbetalingen kunnen gaan van 0% in geval van ondermaatse prestaties tot 160% in geval van prestaties boven de verwachtingen.
bpost biedt andere voordelen zoals pensioen, overlijdens en invaliditeitsverzekering, verzekering voor medische kosten, bedrijfswagen enz. Deze voordelen worden regelmatig gebenchmarkt en aangepast volgens de standaardpraktijken.
De vergoeding betaald in 2016 aan de leden van het Group Executive Management, met uitzondering van de CEO, voor hun prestaties over het jaar afgesloten op 31 december 2016 bedraagt 1.982.514,55 EUR (in vergelijking met 1.553.004 EUR voor het jaar afgesloten op 31 december 2015). Deze vergoeding kan als volgt worden opgesplitst:
(*) Sommige leden van het Group Executive Management zijn ook lid van het Directiecomité.
Daarnaast werd aan de leden van het Group Executive Management in 2016 een globale variabele brutovergoeding uitbetaald ten bedrage van 738,918,44 EUR voor hun prestaties over het jaar afgesloten op 31 december 2015 (aangezien de evaluatie van de prestaties in 2015 slechts in 2016 plaatsvond).
Geen aandelen, aandelenopties of andere rechten om aandelen te verwerven, werden toegekend aan of uitgeoefend door leden van het Group Executive Management of zijn vervallen in 2016. Geen opties die werden toegekend in het kader van vorige aandelenoptieplannen waren nog uitstaand voor uitoefening in 2016.
Het huidige bezoldigingsbeleid voorziet niet in een specifieke contractuele terugvorderingsbepaling ten gunste van bpost voor de variabele vergoeding die werd toegekend op basis van onjuiste financiële informatie.
In geval van ontslag door bpost vóór het einde van het huidige mandaat en niet omwille van een grove tekortkoming, heeft de CEO recht op een ontslagvergoeding van 500.000 EUR. Daarnaast mag de CEO gedurende een periode van zes maanden na het ontslag gebruikmaken van een voertuig, met inbegrip van alle kosten die aan het gebruik van dat voertuig zijn verbonden, behalve wat betreft de tankkaart.
Geen enkel ander lid van het Group Executive Management geniet van bijzondere contractuele afspraken met betrekking tot vertrekvergoedingen, met uitzondering van Marc Huybrechts en Koen Beeckmans die, in geval van ontslag zonder dringende reden, recht hebben op respectievelijk een minimumontslagvergoeding van zes maanden loon, en een minimumopzeggingstermijn of ontslagvergoeding van twaalf maanden loon, met dien verstande dat deze laatste wordt verminderd tot zes maanden wanneer het niet concurrentiebeding wordt toegepast.
In geval van automatische beëindiging bij het verstrijken van de termijn van zes jaar en de benoeming door bpost van een andere CEO, is de CEO onderworpen aan een niet concurrentiebeding voor een periode van één jaar vanaf de datum waarop zijn mandaat werd beëindigd. Hij ontvangt dan een niet concurrentievergoeding van 500.000 EUR, tenzij bpost afziet van de toepassing van een dergelijk beding.
Alle leden van het Group Executive Management, behalve Mark Michiels, zijn onderworpen aan een niet concurrentiebeding voor een periode van twaalf tot vierentwintig maanden vanaf de datum van hun vrijwillig ontslag of gedwongen beëindiging, waardoor hun mogelijkheden om te werken voor concurrenten van bpost worden beperkt. Al deze leden hebben recht op een vergoeding voor een bedrag dat overeenstemt met zes tot twaalf maanden loon als deze niet concurrentiebedingen worden toegepast.
Het bpost Entreprise Risk Management ("ERM") kader ondersteunt bpost bij het doeltreffend beheer van risico's en de implementatie van de nodige controles om zijn doelstellingen te bereiken. Het ERM kader omvat (i) risicobeheer dat bpost toelaat om geïnformeerde beslissingen te nemen over de risico's die bpost bereid is te nemen om zijn strategische doelstellingen te bereiken, daarbij rekening houdend met externe factoren en (ii) interne controleactiviteiten, die alle interne beleidsnota's, procedures en bedrijfspraktijken over risicobeheer omvatten. De goede praktijken in risicobeheer en interne controleactiviteiten (bv. internationale norm ISO31000) en de richtlijnen van de Commissie Corporate Governance werden gebruikt als referenties om het ERM kader te bepalen.
In het algemeen is de doelstelling om een redelijke mate van zekerheid te bieden over (i) de naleving van huidige wetgeving en reglementering, (ii) de betrouwbaarheid van financiële en niet financiële gegevens, en (iii) de doeltreffendheid van interne processen. Een 'redelijke mate van zekerheid' is een hoge, maar geen absolute mate van zekerheid, aangezien elk intern controlesysteem zijn beperkingen heeft gelinkt aan onder meer menselijke fouten, verkeerde beslissingen of keuzes over de kosten baten afweging van controle. De volgende beschrijving van de interne controle en risicobeheeractiviteiten is een feitelijke beschrijving en wil een overzicht bieden van de belangrijkste kenmerken van de activiteiten.
De controleomgeving bevordert het bewustzijn van en handelen naar regels bij werknemers. De controleomgeving bepaalt duidelijke rollen en verantwoordelijkheden en kwaliteitsrichtlijnen, en toont het engagement aan van het Group Executive Management en de Raad van Bestuur van bpost.
"Vertrouwen verdienen" is een van de vier kernwaarden van bpost. De Raad van Bestuur en het Group Executive Management hebben de Gedragscode van bpost, voor het eerst uitgegeven in 2007, goedgekeurd. De Gedragscode licht de kernprincipes toe op basis waarvan bpost zaken wil doen en de gevolgen als die principes worden geschonden. De Gedragscode bepaalt ook richtlijnen om misbruik van informatie uit de persoonlijke levenssfeer en andere bevoorrechte informatie te vermijden en om een duurzame
manier van werken jegens het milieu en de samenleving in zijn geheel te ondersteunen. Alle nieuwe werknemers ontvangen een exemplaar van de Gedragscode bij hun aanwerving. De Gedragscode is ook beschikbaar op het intranet van het bedrijf en er wordt naar verwezen tijdens opleidingssessies. Elke schending van de Gedragscode of frauduleuze handelingen kunnen worden gemeld aan het departement Integriteit, waarna een onderzoek en verdere opvolging zal plaatsvinden.
Om te beantwoorden aan de wetgeving op het vlak van handel met voorkennis en marktmisbruik, heeft bpost een Verhandelings en Communicatiereglement ingevoerd, dat regelmatig in lijn wordt gebracht met de meeste recente wetgeving en reglementering. Dit Reglement heeft tot doel bewustzijn te creëren over mogelijk onbetamelijk gedrag van werknemers, kaderleden, personen met leidinggevende verantwoordelijkheid (zijnde de leden van de Raad van Bestuur en het Group Executive Management) en hun verbonden personen. Het bevat strenge regels over vertrouwelijkheid, niet gebruik van "prijsgevoelige" informatie en handelsbeperkingen. De regels van dit Reglement werden ruim gecommuniceerd binnen de Groep en het Reglement kan worden geraadpleegd door alle werknemers, kaderleden en personen met leidinggevende verantwoordelijkheid. In overeenstemming met de Verordening Marktmisbruik van 16 april 2014 werden personen met leidinggevende verantwoordelijkheid ingelicht over hun verplichtingen bij de verhandeling van aandelen zoals bepaald in de Verordening Marktmisbruik.
De Raad van Bestuur houdt toezicht op het operationele management. Het Auditcomité staat de Raad van Bestuur bij in materies betreffende boekhouding, audit en interne controle. Zonder afbreuk te doen aan de toezichthoudende rol van de Raad van Bestuur, bepaald het Group Executive Management voorschriften en procedures voor het beheer van risico's en interne controle, en ziet het ook toe op de doeltreffende uitvoering ervan. Een model met drie verdedigingslinies is ingesteld:
Goed leiderschap maakt het verschil en brengt betere resultaten voor bpost. In september 2015 introduceerde bpost het "Leading@bpost" programma, dat verantwoordelijkheid nemen en blijven leren als twee van de kernwaarden vooropstelt. Om de ontwikkeling van vaardigheden te bevorderen, heeft bpost zijn eigen opleidingscentrum. Technische opleidingen worden gegeven in de business units (bijvoorbeeld opleidingen over "International Financial Reporting Standards" (IFRS) die gebruikt worden voor het opstellen van de geconsolideerde financiële rekeningen) en er worden ad hoc lessen uitgewerkt waar nodig. Persoonlijke ontwikkeling wordt aangemoedigd via duidelijke taakomschrijvingen en een gestructureerde halfjaarlijkse evaluatie. Ad hoc coaching wordt gepromoot.
Het doel van risicobeheer, vervat in het ERM kader, is om een consistente bedrijfsaanpak te hanteren en een sterke risicobeheermentaliteit te introduceren. Er bestaan drie types van risicobeheeractiviteiten. Ten eerste vindt een strategische risico evaluatie plaats als onderdeel van het proces om de bpost' strategie te bepalen of te herzien. Daarnaast evalueert elke business unit elk kwartaal haar operationele risico's. Ten slotte worden risicobeheeractiviteiten en interne controles uitgevoerd op proces-, product- of projectniveau. Deze laatste fase omvat ook een evaluatie van de geschiktheid van de belangrijkste interne controles om risico's op proces , product en projectniveau te beperken. Hetzelfde gestructureerde risicobeheerproces wordt toegepast op de drie soorten risicobeheeractiviteiten:
De coherentie tussen de drie type risicobeheeractiviteiten is verzekerd door het gebruik van dezelfde geformaliseerde criteria om risico's te beoordelen. Zo worden de risico's correct gecirculeerd, zowel top-down als buttom-up.
Meer informatie is beschikbaar in het deel "Risicobeheer" van het jaarverslag (note 6.5).
Een kader voor procesbeheer is bepaald op basis van de bedrijfsprocesmethodologie ("BPM"). Op die manier zijn beleidsnota's en procedures opgemaakt voor kernprocessen (verkoop, aankoop, investeringen, thesaurie, enz.). Deze zijn onderworpen aan regelmatige controles. Interne controledashboards worden opgevolgd waar dit relevant is.
Alle entiteiten van de Groep gebruiken een Enterprise Resource Planning ("ERP") systeem of een boekhoudsoftware om de efficiënte verwerking van zakelijke transacties te ondersteunen, om de boekhouding te voeren en om informatie voor de consolidatie door te geven. Deze systemen bieden management transparante en betrouwbare informatie om de bedrijfsactiviteiten te overzien, te controleren en aan te sturen. Potentiële conflicten in de scheiding van rechten in het ERP systeem worden op regelmatige wijze opgevolgd. bpost heeft managementprocessen ingevoerd om ervoor te zorgen dat er dagelijks gepaste maatregelen worden genomen om de prestaties, de beschikbaarheid en de integriteit van zijn IT systemen op te volgen. De bekwaamheid en doeltreffendheid worden opgevolgd via interne service level agreements en via periodieke prestatie en incidentenrapportering aan de verschillende betrokken business units.
Systematische en gestructureerde financiële processen garanderen een tijdige en kwalitatieve rapportering. Deze processen omvatten de volgende hoofdactiviteiten of controles:
Intern gebruikt het departement Interne Communicatie een waaier aan tools, zoals het intranet van het bedrijf en de nieuwsbrief voor werknemers, om boodschappen te verspreiden op een gestructureerde en systematische manier, van zowel top management niveau als het operationele niveau.
Financiële en prestatiegerelateerde informatie wordt gedeeld tussen het operationele en financiële management en het Group Executive Management. Naast de maandelijkse rapporteringanalyse die wordt voorbereid door de business controllers, voert het Group Executive Management elk kwartaal een diepgaande review uit over de prestaties van de verschillende business units. Een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en goede coördinatie tussen de relevante departementen zorgt voor een doeltreffend en tijdig communicatieproces voor periodieke financiële informatie.
Alle IFRS richtlijnen, interpretaties en boekhoudprincipes, die door alle juridische entiteiten en operationele eenheden moeten worden toegepast, worden door het Group Finance Departement op regelmatige tijdstippen meegedeeld aan de boekhoudteams in de verschillende entiteiten en eenheden.
Naar externen toe beheert het departement Press Relations and Public Affairs relaties met onder meer pers en publieke autoriteiten. Dit departement centraliseert en valideert externe communicaties met een mogelijke impact op Groepsniveau. Dit omvat, maar is niet beperkt tot, financiële informatie. Financiële informatie wordt gedeeld met de markt op kwartaal , halfjaar en jaarbasis. Voorafgaand aan publicatie, wordt financiële informatie onderworpen aan (i) een uitgebreid intern valideringsproces, (ii) nazicht door het Auditcomité en (iii) goedkeuring door de Raad van Bestuur.
bpost beschikt over een professioneel intern audit departement dat werkt volgens de normen van het Institute of Internal Auditors. Het departement is onderworpen aan een vijfjaarlijkse externe kwaliteitscontrole. De afdeling voert een jaarlijkse risico evaluatie uit met een halfjaarlijkse controle om het auditprogramma te bepalen. Via zijn audit taken biedt de afdeling een redelijke garantie op de doeltreffendheid van interne controles in de verschillende onderzochte processen of projecten.
Het College van Commissarissen van bpost verstrekt een onafhankelijke opinie over de jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening van het volledige boekjaar. Zij voert een beperkte controle uit over de halfjaarlijkse tussentijdse verkorte financiële rekening en over de statutaire BGAAP cijfers van bpost NV op eind oktober die gebruikt worden om het interim dividend te bepalen. Daarnaast controleren zij belangrijke wijzigingen van de IFRS boekhoudprincipes. In het kader van hun activiteiten evalueren ze ook de belangrijkste interne controles van de processen die worden gebruikt bij de opstelling van de financiële rekeningen.
Het Auditcomité adviseert de Raad van Bestuur over aangelegenheden inzake boekhouding, audit en interne controle. Het Auditcomité ontvangt en bekijkt hiervoor:
De Raad van Bestuur verzekert in laatste instantie dat er een intern controlesysteem en controleprocedures zijn. De Raad van Bestuur volgt de implementatie op van het intern controlesysteem en de controleprocedures, rekening houdende met het advies van het Auditcomité, en neemt de nodige maatregelen om de integriteit van de financiële rekeningen te waarborgen. Er is een procedure die toelaat dat het geschikte bestuursorgaan van bpost op korte tijd samen wordt gebracht als de omstandigheden dat vereisen.
Meer informatie over de samenstelling en de werking van het Auditcomité en de Raad van Bestuur is beschikbaar in de secties van deze Verklaring inzake deugdelijk bestuur over de Raad van Bestuur en het Auditcomité.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.