Annual Report • Mar 29, 2019
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer

JAARVERSLAG 2018



SECTORIEEL AANBOD 25 Producten en toepassingen

PER SEGMENT

RAAD VAN BESTUUR

OVERZICHT

Beste lezer,
Op gebied van financiële prestaties was 2018 zeer teleurstellend. Onze resultaten lagen ver onder de doelstellingen en hebben onze succesvolle margeverbeteringstrend van de afgelopen jaren tenietgedaan. De prijs van het aandeel stond voortdurend onder druk door de lange reeks winstwaarschuwingen van sectorgenoten in onze industrieën en weerspiegelt zowel de zwakkere financiële prestaties van Bekaert in 2018 als een toenemende economische onzekerheid wereldwijd.
Ondanks een zwakkere groei van het bbp in 2018, veroorzaakt door handelsspanningen en andere politieke en economische onzekerheden, hebben we 5% geconsolideerde omzetgroei geboekt en overschreed onze gezamenlijke omzet voor het eerst de kaap van € 5 miljard. Desondanks zijn we er niet in geslaagd deze groei om te zetten in incrementele winstgevendheid. Onderliggende EBIT bedroeg € 210 miljoen, of een marge op omzet van 4,9%, terwijl de gerapporteerde EBIT met € 147 miljoen en een marge van 3,4% ver onder het niveau van de voorbije jaren lag.
Sommige negatieve elementen uit 2018 werden opgelost of betroffen eenmalige correcties waarvan we in 2019 geen verdere negatieve invloed verwachten op onze marges. De prestatie van Bridon-Bekaert Ropes Group zou moeten verbeteren in lijn met het winstherstelplan dat in uitvoering is. We lossen de opstartproblemen in de verschillende uitbreidingsprogramma's op en onze resultaten zouden niet langer aangetast worden door de verlieslatendheid van onze zaagdraadactiviteiten of van de vestigingen die in de loop van 2018 werden gesloten. We betreuren dat onze maatregelen om de performantie te verhogen jobs hebben gekost, maar ze waren nodig om het tij te keren.
Bekaert kent een lange geschiedenis van succes en we willen zo snel mogelijk terugkeren naar de positieve groei die we vooropgesteld hebben in onze strategie en die we tot voor kort behaalden.
Bij de start van 2019 vertoont het businessklimaat een dalende tendens in verschillende sectoren als gevolg van meer gesloten markten en uitgestelde investeringen. Gezien de marktevoluties en de verwachte blijvende prijsdruk zullen we verbeteringsacties implementeren die onze kostenstructuur beduidend zullen reduceren en die ons zullen helpen om onze concurrentiekracht te verhogen en onze financiële prestaties duurzaam te verbeteren.
We hebben een nieuwe organisatiestructuur uitgetekend en geïmplementeerd begin maart 2019. We voeren deze organisatorische veranderingen door om onze deskundigheid te verbeteren en om complexiteit uit de organisatie weg te nemen. Dit zal ons toelaten sneller beslissingen te nemen, sneller te reageren op veranderingen, en meer eigenaarschap van performantie en klantgerichtheid te stimuleren.
We zijn ervan overtuigd dat onze versnelde transformatie-drive en de verbeteringsmaatregelen die we nemen ons in staat zullen stellen om de onderliggende EBITmarge opnieuw boven 7% te brengen op de middellange termijn. We blijven ook

Matthew Taylor Gedelegeerd bestuurder

Bert De Graeve Voorzitter
acties ondernemen om meer cash te genereren en onze nettoschuldgraad te verlagen. We streven ernaar om de nettoschuld op onderliggende EBITDA onder 2,5 te brengen tegen eind 2019.
2018 heeft noch de resultaten opgeleverd die u van ons heeft verwacht, noch de doelen die we zelf hebben vooropgesteld. De Raad van Bestuur zal aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 8 mei 2019 voorstellen om een brutodividend uit te keren van 70 eurocent per aandeel. In lijn met het dividendbeleid van de onderneming weerspiegelt de voorgestelde, tijdelijke dividendverlaging de lagere inkomsten en hoge schuldgraad van de onderneming.
We willen onze klanten, partners en aandeelhouders bedanken voor hun blijvend vertrouwen. En we willen onze medewerkers bedanken voor hun toewijding en drive om nieuwe uitdagingen te trotseren en onze doelen te bereiken.
Na 17 jaar bij Bekaert, waarvan vijf jaar als Voorzitter van de Raad van Bestuur, zal mijn mandaat aflopen bij het einde van de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 8 mei 2019. Ik wil daarom van deze gelegenheid gebruikmaken om de nieuwe Voorzitter, de hele Raad van Bestuur, en Matthew Taylor en zijn team succes te wensen om Bekaert terug op het pad van waardecreërende groei te brengen, waar het thuishoort.
Matthew Taylor Gedelegeerd bestuurder
Bert De Graeve Voorzitter van de Raad van Bestuur
De voornaamste taken van de Raad van Bestuur zijn het bepalen van het algemeen beleid van de onderneming, het goedkeuren van de strategie en het opvolgen van de activiteiten. De Raad van Bestuur is het belangrijkste beslissingsorgaan van de onderneming. Enkel aangelegenheden die door de wet of de statuten zijn voorbehouden aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, vallen niet onder zijn bevoegdheid. De Raad van Bestuur telt momenteel vijftien leden. Hun professioneel profiel omvat verschillende vakgebieden, zoals recht, business, industriële activiteiten, banking & investment banking, marketing & sales, technologie & engineering, HR en consultancy.

Bert De Graeve, Voorzitter Matthew Taylor, Gedelegeerd bestuurder Celia Baxter (1) Leon Bekaert Gregory Dalle
Charles de Liedekerke Christophe Jacobs van Merlen Hubert Jacobs van Merlen Maxime Jadot Pamela Knapp (1)
Martina Merz (1) Colin Smith (1) Emilie van de Walle de Ghelcke Henri Jean Velge Mei Ye (1)
(1) Onafhankelijke bestuurders
Op 9 mei heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de nominatie van de heer Collin Smith als onafhankelijk Bestuurder aanvaard. De heer Smith vervangt de heer Alan Begg die bij afloop van zijn bestuurstermijn het mandaat niet wenste te hernieuwen.
De Raad van Bestuur van NV Bekaert SA kondigde op 1 maart 2019 de successieplannen aan van zijn Voorzitter en van Bestuurders.
Het mandaat van de Voorzitter van de Raad van Bestuur, Bert De Graeve, loopt af bij het einde van de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 8 mei 2019. Na 5 jaar Voorzitterschap wenst Bert De Graeve zich niet verkiesbaar te stellen voor een nieuwe termijn van 4 jaar.
De mandaten van de Bestuurders Leon Bekaert, Gregory Dalle, Charles de Liedekerke, Hubert Jacobs van Merlen en Maxime Jadot beëindigen evenzeer bij afloop van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 8 mei 2019. Gregory Dalle, Charles de Liedekerke en Hubert Jacobs van Merlen stellen zich kandidaat voor herbenoeming. Maxime Jadot en Leon Bekaert stellen zich, beiden na 25 jaar ten dienste van de Raad van Bestuur als Bestuurder, niet herverkiesbaar. Martina Merz, onafhankelijk Bestuurder, zal ontslag nemen op 8 mei 2019 gezien haar recente benoeming als Voorzitter van thyssenkrupp AG bovenop andere mandaten.
Het aantal leden van de Raad van Bestuur zal afnemen van 15 naar 13. De verantwoordelijkheden en de samenstelling van de Comités van de Raad van Bestuur zullen bepaald en aangekondigd worden wanneer de bovenvermelde nominaties bevestigd worden.

Het Bekaert Group Executive draagt de operationele verantwoordelijkheid voor de activiteiten van de onderneming en treedt op onder toezicht van de Raad van Bestuur. Het uitvoerend management wordt voorgezeten door Matthew Taylor, Gedelegeerd Bestuurder.
Op 1 maart 2018 vervoegde de heer Jun Liao het Bekaert Group Executive als Algemeen Directeur regio Noord-Azië.
Op 15 november 2018 kondigde Bekaert het vertrek aan van Beatriz García-Cos Muntañola, Algemeen Directeur en Chief Financial Officer. Frank Vromant, Algemeen Directeur Noorden Zuid-Amerika, werd met onmiddellijke ingang benoemd tot Chief Financial Officer ad interim, bovenop zijn verantwoordelijkheden als Algemeen Directeur voor de regio Latijns-Amerika.
Na 36 jaar dienst en een levenslange loopbaan gebouwd op business en technologie-ervaring, ging Geert Van Haver, Chief Technology Officer, op 31 december 2018 met pensioen. De verantwoordelijkheden van Geert Van Haver worden sindsdien intern gecoördineerd, initieel met een rechtstreekse rapporteringslijn naar de Gedelegeerd Bestuurder en sedert 1 maart 2019 overeenkomstig de nieuwe organisatiestructuur.
Eind 2018 telde het Bekaert Group Executive 8 leden:
Bekaert Group Executive wijzigen conform de nieuwe organisatiestructuur die bestaat uit vier Business Units en vier Globale Functionele Domeinen. Het leiderschapsteam zal, onder leiding van Matthew Taylor, CEO, zal focussen op waardegroei en een hoger prestatieniveau.
De business units dragen globale P&L-verantwoordelijkheid voor strategie en oplevering binnen hun bevoegdheden en beschikken over toegewezen productiefaciliteiten en commerciële en technologieteams binnen hun respectievelijke organisatie. Dit zal hen helpen een aanpak te ontwikkelen waarin de klant centraal staat en die afgestemd is op de specifieke noden en dynamieken in hun markten.
De functies zullen de rol vervullen van strategische business partners, verantwoordelijk voor het aanleveren van specifieke expertise en diensten doorheen de Groep, zodat de business kan rekenen op de juiste deskundigheid om korte- en langetermijndoelstellingen waar te maken.
Zoals aangekondigd op 1 maart, zal de samenstelling van het
* Meer informatie over de samenstelling van het BGE is te vinden in het Corporate Governance-hoofdstuk.
Bekaert is een wereldmarkt- en technologisch leider in staaldraadtransformatie en deklaagtechnologieën. Door het continu creëren van toegevoegde waarde streven we ernaar de voorkeursleverancier voor staaldraadproducten en -oplossingen te zijn voor onze klanten wereldwijd. Bekaert (Euronext Brussels: BEKB) werd opgericht in 1880 en is een globale onderneming die wereldwijd bijna 30 000 werknemers telt, met hoofdzetel in België en met een gezamenlijke jaaromzet van 5 miljard euro.
Wij willen de beste zijn in het begrijpen van de toepassingen waarvoor onze klanten staaldraad gebruiken. De kennis over hoe onze staaldraadproducten functioneren in de productieprocessen en producten van onze klanten, helpt ons immers om oplossingen te ontwikkelen en leveren die het best aan hun vereisten voldoen — zo creëren we meerwaarde voor onze klanten.
Staaldraad transformeren en unieke deklaagoplossingen toepassen, dat zijn onze kernactiviteiten. Afhankelijk van de wensen van onze klanten trekken we draad in diverse diameters en sterktes, zelfs tot ultrafijne vezels van één micron. We bundelen draden tot koord, kabels en strengen, weven of breien ze tot een weefsel of verwerken ze tot een eindproduct. De coatings die we aanbrengen verminderen wrijving, verbeteren de corrosiebestendigheid of bevorderen de adhesie met andere materialen.
better together beschrijft de unieke samenwerking binnen Bekaert en tussen Bekaert en haar businesspartners. We creëren waarde voor onze klanten door het leveren en co-creëren van een kwaliteitsportfolio van staaldraadoplossingen en door het bieden van dienstverlening op maat in alle continenten. Wij geloven in blijvende relaties met onze klanten, leveranciers en andere stakeholders en we verbinden ons ertoe om hen langetermijnwaarde te leveren. We zijn ervan overtuigd dat het vertrouwen, de integriteit en de onstuitbare spirit die onze medewerkers wereldwijd verenigen als één team de fundamenten vormen van succesvolle partnerschappen waar ook ter wereld.
Onze strategie is erop gericht om consistent waarde te creëren voor onze aandeelhouders door op een kostenefficiënte manier superieure waarde te creëren voor onze klanten.

Consistent met onze better together aspiratie streven we er onophoudelijk naar om de voorkeursleverancier te zijn voor onze staaldraadproducten en -oplossingen. We doen dit door voortdurend superieure waarde te creëren voor onze klanten over de hele wereld.
Met deze visieverklaring heeft Bekaert expliciet haar speelveld vastgelegd: het beschrijft wat we willen zijn, waar we willen concurreren en investeren en hoe we ons willen onderscheiden.
Vijf kernstrategieën vormen de basis van Bekaerts prioriteiten en beslissingsprocessen die gericht zijn op het creëren van waarde en groei. Deze strategieën brengen onze visie in de praktijk en weerspiegelen de richting en prioriteiten voor de langere termijn:
Om onze kernstrategieën een onmiddellijke focus te geven met specifiek toegewezen middelen en een nauwgezette opvolging van de vooruitgang, definiëren we ook onze Must Win Battles. De Must Win Battles krijgen speciale aandacht van de hele organisatie en maken daardoor de implementatie mogelijk van de vijf kernstrategieën in teams wereldwijd.
Bekaert heeft altijd geloofd in samenwerking en co-creatie met klanten als drijfveren van duurzame partnerschappen en klantentevredenheid. Toch willen we beter doen en een echte klantgerichte organisatie worden. Deze strategie gaat over het verwerven van inzicht in wat waarde voor onze klanten betekent en op basis daarvan handelen. Het gaat erom onze klanten op de eerste plaats te zetten bij alles wat we doen, op elk niveau en waar ook ter wereld.
In 2018 bleven we onze klantenservicemodellen verbeteren. Het is één van de tastbare gevolgen van het Bekaert Customer Excellence (BCE) transformatieprogramma en helpt ons om beter inzicht te krijgen in klanten en om verbeterde tools te gebruiken.
Bekaert heeft een Net Promotor Score (NPS) enquête uitgevoerd in alle businesses en op wereldwijde schaal. In 2017 betrof het onderzoek bij de eerste klantengroep 50% van Bekaerts klanten die 80% van de omzet vertegenwoordigen. In mei 2018 werd de resterende 50% gevraagd om deel te nemen. Het was de eerste keer dat Bekaert een wereldwijde, complete NPS-enquête georganiseerd heeft.
De gezamenlijke score van beide fasen was 49, veel hoger dan het gemiddelde voor internationale B2B productiebedrijven. De enquête schat de loyaliteit van klanten in door te meten hoe waarschijnlijk het is dat klanten Bekaert aan andere bedrijven, collega's of zakelijke partners zouden aanbevelen. De coördinatie en analyse van de enquête werden uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksagentschap, de ICMA Group.
Net Promoter Scores voor internationale B2B productiebedrijven bedragen gemiddeld 20 tot 30. Bekaert was zeer tevreden met de score van 49. Bovendien weerspiegelt het responspercentage van 28%, vergeleken met een typische benchmark van 10% tot 15% voor online enquêtes, het hoge engagement van onze klanten om nauw met ons samen te werken als zakenpartners.
Nog belangrijker voor Bekaert zijn de resultaten per businessactiviteit en regio, op basis waarvan we de klantrelaties en -uitmuntendheid beter kunnen begrijpen en verbeteren. Er is een nieuwe NPS-enquête gepland in 2019.
Groeiend inzicht in de klanten is niet alleen relevant voor onze marketing- en verkoopteams of onze businessdevelopmentteams. Door middel van informatiesessies, workshops en klantenbezoeken hebben medewerkers uit alle afdelingen geleerd wie onze klanten zijn en wat we kunnen doen om ze beter van dienst te zijn. Bekaert organiseert jaarlijks een Week van de Klant op verschillende locaties over de hele wereld.
In 2018 hebben we het concept verder uitgebreid. Bekaert Wire Indonesia, bijvoorbeeld, heeft het evenement voor het eerst georganiseerd. Vier belangrijke klanten kwamen de producten die ze produceren met Bekaert staaldraad demonstreren en deelden informatie over wat ze belangrijk vinden op het vlak van kwaliteit en service. Het evenement was een echte eye-opener voor onze werknemers die klanten persoonlijk konden ontmoeten en meer leren over hun processen, producten en markten.

In 2018 hebben het voortdurend veranderende handelsbeleid en de alsmaar uitgebreider handelsbelemmeringen de grenzen verlegd in het bieden van de beste beleveringsoplossingen voor onze klanten in de VS. Als een echte mondiale speler heeft Bekaert alternatieve sourcingopties uitgewerkt om de klanten op de best mogelijke manier te bedienen. De Amerikaanse bandenproducenten in het bijzonder waardeerden de flexibiliteit en transparantie van Bekaert om de impact op hun bedrijfsprestaties en -continuïteit te helpen beperken. Onze klanten namen ook deel aan onze inspanningen om een dossier in te dienen voor uitzonderingen op quota's en tarieven. Na een proces van ongeveer één jaar besloot de Amerikaanse overheid begin februari 2019 om op kwartaalbasis uitzonderingen toe te kennen voor walsdraadtypes die niet beschikbaar zijn in de VS en die we bijgevolg moeten importeren. Dit is geen oplossing voor de problemen in de toeleveringsketen veroorzaakt door de voortdurende veranderingen in het handelsbeleid, maar het biedt wel meer toeleveringsopties, en werd mogelijk gemaakt door de inspanningen van een onstuitbaar team met de juiste klantgerichte denkwijze.

Voor Bekaert relevante landen met globale of bilaterale handelsbarrières tegen de import van walsdraad of halfproducten, met impact op prijsniveaus en/of sourcingbeslissingen – of met protectiemaatregelen die een vrij geïsoleerde, lokale supply chain creëren (Rusland).
De nieuwe organisatorische opzet, die werd aangekondigd op 1 maart 2019, zal onze teams in staat stellen om een meer klantgerichte en prestatiegerichte cultuur te bouwen. Met hun wereldwijde verantwoordelijkheid voor strategie en uitvoering in hun eigen afzonderlijke domeinen, zullen de vier Bekaert Business Units een aanpak ontwikkelen die is afgestemd op de specifieke behoeften van hun respectievelijke klanten en de dynamiek en trends binnen hun markten. De herziene structuur zal snellere besluitvorming en technologische en innovatieve ontwikkeling mogelijk maken, evenals versterkte slagvaardigheid in het reageren op verandering, wat onze klanten ten goede zou moeten komen.
Bekaert India ontving twee van de vier prijzen uitgereikt door Parker Hannifin India aan leveranciers van rubberversterking. Bekaert heeft de prijzen gewonnen voor 'Outstanding Performance in Continuous Improvement' en 'Outstanding Performance in Delivery'. We hebben ook een erkenning ontvangen voor 'Excellence in Customer Satisfaction'. Daarnaast won Bekaert India voor het derde achtereenvolgende jaar de 'Company of the Year' award bij de TRILA Awards (Tyre & Rubber Industry Leadership Acknowledgement), in de categorie 'Reinforcement Products'.

Bij de implementatie van deze strategie heeft Bekaert duidelijke prioriteiten gesteld van waar we willen groeien en hoe we superieure waarde kunnen bieden om ons van de concurrentie te onderscheiden.
We zijn in 2018 niet geslaagd in het omzetten van onze organische volumegroei in hogere winst. Verschillende factoren hebben een negatieve invloed gehad op onze rentabiliteit, en de acties die we hebben ondernomen om hun impact te compenseren waren onvoldoende.
We hebben vooruitgang geboekt op een aantal domeinen en zullen in de komende jaren meer voordelen zien van de acties die we hebben ondernomen:
die gebruik zullen maken van complementaire technologieën, gecombineerde productoplossingen en uitgebreidere verkoopkanalen. Het doel is eenvoudig: we willen de leiders worden in de winnende markten van de toekomst.
Waardegedreven groei: onze strategie om een langetermijnsperspectief te ontwikkelen
In november 2018 vereerde Michelin Bekaert met een Supplier Award. Hierbij werd onze inzet geprezen voor het uitwerken van een samenwerking met de Michelin Groep, waardoor er in de toekomst meer gemeenschappelijke voordelen kunnen ontstaan.
Deze toekenning is het gevolg van een jarenlange samenwerking, voortdurende verbeteringen op vele vlakken zoals kwaliteit, tijdige levering, projectontwikkeling, innovatie, strategische afstemming en de toewijzing van specifieke middelen. Het illustreert onze aanpak waarbij we Michelin meerwaarde bieden en helpen om succesvol te zijn.

Het Bekaert-verkoopteam ontmoette klanten en prospects van over de hele wereld tijdens Wire Düsseldorf 2018. Op onze stand waren productontwerpen te zien voor verschillende sectortoepassingen, met speciale nadruk op de waardecreatie van productinnovaties zoals producten met een hoge treksterkte voor de bouw-, energie-, offshore- en automobielsector.
» In 2018 creëerde Bekaert bij haar streven naar meer waardegedreven groei een nieuw Enterprise Performance Management (EPM) model. EPM is een set van processen en tools die ons in staat zullen stellen om een meer op feiten gebaseerde transparantie te creëren met betrekking tot de bepalende factoren voor waardecreatie en de hoofdoorzaken van prestatiekloven. In de praktijk zal EPM ons helpen om ambitieuze targets te stellen en hulpmiddelen bieden om de impact van geplande en geïmplementeerde verbeteringsscenario's beter te begrijpen. EPM is opgenomen in het planningsproces voor 2019 en het langere termijn strategische planningsproces van de Groep.
Onze derde kernstrategie betreft het versnellen van Bekaerts technologisch leiderschap in overeenstemming met onze strategie om groei aan te sturen door waardecreatie. Co-creatie is een van de leidende principes: we helpen onze klanten om zich op hun markten te onderscheiden.

We danken het Vlaams Agentschap voor Innoveren en Ondernemen (VLAIO) en de Belgische federale regering. De subsidies en stimuli voor R&D-projecten met hooggeschoold wetenschappelijk personeel en onderzoekers in Vlaanderen zijn essentieel voor het behoud van R&D-activiteiten in België.
Om ons technologisch leiderschap te behouden en te versterken, zoeken we voortdurend naar nieuwe oplossingen in staaldraadtransformatie- en deklaagtechnologieën. Door deze competenties te combineren beïnvloeden we de eigenschappen van staal zoals sterkte, buigzaamheid, vermoeiing, vorm, adhesie en corrosiebestendigheid.
Zelfs na bijna 140 jaar ervaring blijft er veel te ontdekken in onze zoektocht naar de optimale bulk- en oppervlakte-eigenschappen van staaldraad. Door de synergieën tussen de competenties van onze technologen en die van onze onderzoeks- en businesspartners te maximaliseren, kunnen we daadwerkelijk het verschil maken en oneindig veel mogelijkheden scheppen.
Senior Technology Manager Walther Van Raemdonck heeft de Mordica Memorial Award 2019 gewonnen die wordt uitgereikt door Wire Association International (WAI). Deze prijs wordt gezien als de meest prestigieuze in de staaldraad- en kabelindustrie. De Mordica Memorial Award wordt uitgereikt als bekroning van iemands bijdragen aan de staaldraadindustrie door onderzoek, ontwikkeling, innovatie of andere technische activiteiten. Wire Association International, Inc. is een globale technische organisatie voor professionals in de staaldraad- en kabelindustrie met als doel de verzameling en verspreiding van technische informatie, productiegegevens en algemene businessinformatie.
De afdeling Intellectuele Eigendom van Bekaert zorgt, via haar teams in België en China, voor de patenten, ontwerpen, handelsmerken, domeinnamen en handelsgeheimen voor de hele Bekaert Group, waaronder Bridon-Bekaert Ropes Group en de joint ventures in Brazilië. Het adviseert ook over IE-clausules in verschillende overeenkomsten zoals gezamenlijke ontwikkelingsovereenkomsten en licenties. Door het betrouwbare IE-beschermingsbeleid is Bekaert een vertrouwde partner van klanten en leveranciers over de hele wereld.
In 2018 diende Bekaert 31 eerste octrooiaanvragen in. Eind 2018 had de Bekaert Group een portfolio van meer dan 1 700 octrooien en octrooiaanvragen.
Bekaert zoekt actief naar mogelijkheden voor samenwerking met strategische klanten, leveranciers en academische onderzoeksinstituten en universiteiten. De academische partnerschappen richten zich vooral op fysische metallurgie, metaaldeklagen en modellering. In 2018 werden twee partnerschappen toegevoegd: de Universiteit van Eindhoven (Nederland) en de Universiteit van Praag (Tsjechië).
Bekaert University Technology Centre (Ireland) Colorado School of Mines (Golden, CO, US)
Cenim, the National Center for Metallurgical Research (Madrid, Spain) University of Trnava (Slovakia) CEIT (Centro de Estudios Investigaciones Técnicas, Navarra, Spain)
University College Dublin (Ireland)
Imperial College London (UK)
University of Eindhoven (Netherlands)
University of Cambridge (UK)
University of Lille (France)
University of Leuven (Belgium) University of Ghent (Belgium) University of Brussels (Belgium) OCAS (Gent, Belgium) Flanders Make (Lommel & Leuven, Belgium) Von Karman Institute (Sint-Genesius-Rode, Belgium) CRM Group (Liège, Belgium) University of Antwerp (Belgium)
Fraunhofer Gesellschaft (München, Duitsland) University of Prague (Czech Republic)
University of Zagreb (Croatia)
Nanjing University (China) and Technology (China)
Qingdao University of Science
Tsinghua University (China)


De afdeling Innovatie en Venturing van Bekaert ontdekt en transformeert ideeën in kansen die onze klanten toegevoegde waarde bieden. Het team ondersteunt de Technologieafdeling en de businesses in hun zoektocht naar nieuwe producten en oplossingen. In 2018 werden polymeren- en composietwapening en digitale businessmodellen toegevoegd aan de bestaande focusgebieden van supergeleiding en additive manufacturing. Trouw aan zijn naam, gebruikt de afdeling Innovatie en Venturing verschillende werkmodi om deze gebieden te verkennen, zoals investeren in risicokapitaal, het organiseren van innovatiecampagnes binnen het bedrijf of deelname aan tests.
Hoewel we zeer nauw samenwerken met onze belangrijkste klanten en technologisch leiderschap laten zien op verschillende domeinen, zijn we minder succesvol geweest dan gewenst in het versnellen van het go-to-marketproces. Wij zijn ervan overtuigd dat de nieuwe organisatiestructuur, die in maart 2019 werd geïmplementeerd, kortere ontwikkelingscycli mogelijk zal maken en sneller resultaat zal halen uit nieuwe ontwikkelingen.
Technologie is een strategische differentiator voor Bekaert en speelt een belangrijke rol in ons waardevoorstel op korte en lange termijn.
Bekaerts eigen engineeringafdeling speelt een cruciale rol in de optimalisatie en standaardisering van onze productieprocessen en -machines. Naast het ontwerpen, produceren en integreren van beschikbare engineeringoplossingen, installeert en onderhoudt deze afdeling de kritische machine-uitrusting van onze fabrieken wereldwijd. Ze werken samen met andere Bekaert-afdelingen, zoals technologie en manufacturing excellence, en met externe partners.
Nieuwe machines combineren innovatieve oplossingen voor prestatieverbeteringen op verschillende vlakken, zoals productkwaliteit, prestatievermogen en flexibiliteit en kostenefficiëntie. Andere belangrijke elementen in nieuw machineontwerp zijn veiligheid, ergonomie en de impact op het milieu.
De engineeringteams zijn gevestigd in België, China, India, Slovakije, de VS en Brazilië. De Belgische en Chinese teams richten zich op het conceptuele ontwerp van nieuwe apparatuur. De teams in China, India, Slovakije, de VS en Brazilië bieden dienstverlening ter plaatse voor de Bekaert-vestigingen wereldwijd.
Bekaert kijkt naar start-upbedrijven die unieke oplossingen bieden voor uitdagingen waarmee onze klanten geconfronteerd worden. In 2018 investeerde de Bridon-Bekaert Ropes Group in VisionTek Engineering Srl., dat gespecialiseerd is in de prestatiemonitoring van kabels op basis van 3D-metingen. Door de verzameling en analyse van gegevens over geïnstalleerde kabels, ontvangen klanten on-site en online aanbevelingen met betrekking tot het preventief onderhoud van de kabel. Het doel is om kabels niet meer te moeten vervangen op vooraf bepaalde tijdstippen, maar op basis van een volledig kabelintegriteits- en assetmanagementmodel.

Bekaerts engineeringteam is voortdurend op zoek naar interne en externe mogelijkheden om de totale kosten te verlagen. Het zoekt ook naar disruptieve innovatieve engineeringoplossingen voor nieuwe producten en processen. Bovendien garandeert Bekaert Engineering dienstverlening op het vlak van assemblage, installatie en onderhoud en coördineert het het beheer van reserveonderdelen wereldwijd.
Met deze kernstrategie willen we onze schaalvoordelen beter benutten door complexiteit te verminderen en te focussen op opportuniteiten en sterkten van meer doorgedreven standaardisatie. We willen onszelf zo kosteneffectief mogelijk organiseren en zorgen voor een vermindering van de totale kost door doeltreffende proces- en productinnovaties.
Het Bekaert Manufacturing System (BMS) helpt ons om vooruitgang te maken op het vlak van deze strategie. BMS is een programma dat instaat voor operationele uitmuntendheid in al onze processen en vestigingen wereldwijd. BMS bundelt de collectieve inspanningen van alle Bekaert-vestigingen om de totale kosten voor onze klanten zo laag mogelijk te houden.
BMS werd eind 2014 gelanceerd en is nu in bijna alle fabrieken wereldwijd geïmplementeerd. Onze fabrieken hebben, met ondersteuning van de BMS-methodologie en -tools, projecten geïdentificeerd en geïmplementeerd om de veiligheid, kwaliteit en efficiëntie te verhogen en kosten te verlagen.
Bekaerts joint ventures met ArcelorMittal in Brazilië en de vestigingen van de Bridon-Bekaert Ropes Group maken deel uit van het BMS implementatieplan om soortgelijke voordelen voor hun activiteiten te creëren.
Een van de laatste locaties die BMS heeft geïmplementeerd was Bekintex (Wetteren, België), de faciliteit die fijne staalvezels omzet in garen en vezeldoek. Alle werknemers werden uitgenodigd voor een kick-off evenement waarin de basis van de BMS-methodologie werd uitgelegd en waarom het noodzakelijk is om deze te volgen. Operators en supervisors hebben de waarde van deze nieuwe manier van werken reeds opgemerkt: "Het is gemakkelijker om de kwaliteit en productiviteit op te volgen dankzij de nieuwe informatietools, omdat we allemaal tegelijk de juiste informatie krijgen. De teams werken ook beter samen omdat elk lid meer betrokken is."
De projectvoortgang en -doelstellingen die binnen BMS zijn gedefinieerd, zijn nu ook geïntegreerd in de jaarlijkse planningscyclus van de fabrieken, zodat voortdurende focus en verbetering gewaarborgd blijven.
Om ervoor te zorgen dat de transformationele impact van eerdere BMS implementaties blijft, heeft Bekaert in 2017 de Bekaert Manufacturing Academy opgericht. Met dit programma kunnen wij onze competenties uitbreiden en onze normen en best practices verbeteren en delen, zodat onze manier van werken blijft evolueren. In 2018 lag de focus van de Academy op het verhogen van de productiviteit, standaardisering en toepassing van 5S en de opleiding van een internationale groep van Bekaert-trainers die verantwoordelijk zijn om de beste praktijken aan te leren op de werkvloer.
In 2018 zijn operations managers van over de hele wereld, waaronder de VS, Brazilië, Slovakije, India en China, naar België gereisd om workshops over BMS bij te wonen. Tina Tang, programmaleider van de Bekaert Manufacturing Academy wereldwijd, leidde verschillende van deze workshops.
Als Chinese die regelmatig naar België en andere locaties reist, is Tina een voorbeeld van de internationale carrièremogelijkheden bij Bekaert. Nadat ze begon als procesingenieur in België, bekleedde ze andere technische en kwaliteitsgerelateerde functies over de hele wereld, voordat ze HR Learning & Development Manager en Global Bekaert Manufacturing System Leader werd, gevestigd in China. Tina's internationale carrière werd ook opgemerkt door het tijdschrift Engineeringnet, dat de verhalen van Tina en andere expats noteerde in een artikel dat is gewijd aan de internationale leiderschapsstrategie van Bekaert.
In 2018 lanceerde BMS een nieuwe set tools die zich vooral richten op kwaliteit, genaamd ABC (Always Committed, Best Quality, Customer Delight). Naast onze voortdurende focus op kwaliteitsprocessen, zoals effectieve kwaliteitscontroles en programma's om uitval en afval te verminderen, richt ABC zich op kwaliteitsverbeteringen die onze klanten direct en zichtbaar zullen helpen. De expliciete focus op de klant brengt manufacturing excellence (BMS) en customer excellence (BCE) samen op de werkvloer. Met ABC willen we een doorbraak bereiken in kwaliteitsprestaties, duurzame probleemoplossing en -eliminatie, en een echte klantgerichte mentaliteit in onze activiteiten wereldwijd.
In 2018 hebben we als volgende stap in ons BMS-traject ook een digitaal kader ontwikkeld om uitmuntendheid op de werkvloer te verbeteren. Op basis van dit kader en een proefproject worden fabrieken vanaf 2019 uitgerust met nieuwe digitale tools om onze prestaties op het vlak van veiligheid, kwaliteit, kosten en leverbetrouwbaarheid te verbeteren.



Teamleden van Bekintex erkennen de waarde van de BMS-
Een van de laatste locaties die BMS heeft geïmplementeerd was Bekintex (Wetteren, België), de faciliteit die fijne staalvezels omzet in garen en vezeldoek. Alle werknemers werden uitgenodigd voor een kick-off evenement waarin de basis van de BMS-methodologie werd uitgelegd en waarom het noodzakelijk is om deze te volgen. Operators en supervisors hebben de waarde van deze nieuwe manier van werken reeds opgemerkt: "Het is gemakkelijker om de kwaliteit en productiviteit op te volgen dankzij de nieuwe informatietools, omdat we allemaal tegelijk de juiste informatie krijgen. De teams werken ook beter samen omdat elk lid meer betrokken is."
De projectvoortgang en -doelstellingen die binnen BMS zijn gedefinieerd, zijn nu ook geïntegreerd in de jaarlijkse planningscyclus van de fabrieken, zodat voort-
Om ervoor te zorgen dat de transformationele impact van eerdere BMS implementaties blijft, heeft Bekaert in 2017 de Bekaert Manufacturing Academy opgericht. Met dit programma kunnen wij onze competenties uitbreiden en onze normen en best practices verbeteren en delen, zodat onze manier van werken blijft evolueren. In 2018 lag de focus van de Academy op het verhogen van de productiviteit, standaardisering en toepassing van 5S en de opleiding van een internationale groep van Bekaert-trainers die verantwoordelijk zijn om de beste
In 2018 zijn operations managers van over de hele wereld, waaronder de VS, Brazilië, Slovakije, India en China, naar België gereisd om workshops over BMS bij te wonen. Tina Tang, programmaleider van de Bekaert Manufacturing
Als Chinese die regelmatig naar België en andere locaties reist, is Tina een voorbeeld van de internationale carrièremogelijkheden bij Bekaert. Nadat ze begon als procesingenieur in België, bekleedde ze andere technische en kwaliteitsgerelateerde functies over de hele wereld, voordat ze HR Learning & Development Manager en Global Bekaert Manufacturing System Leader werd, gevestigd in China. Tina's internationale carrière werd ook opgemerkt door het tijdschrift Engineeringnet, dat de verhalen van Tina en andere expats noteerde in een artikel dat is gewijd aan de internationale
In 2018 lanceerde BMS een nieuwe set tools die zich vooral richten op kwaliteit, genaamd ABC (Always Committed, Best Quality, Customer Delight). Naast onze voortdurende focus op kwaliteitsprocessen, zoals effectieve kwaliteitscontroles en programma's om uitval en afval te verminderen, richt ABC zich op kwaliteitsverbeteringen die onze klanten direct en zichtbaar zullen helpen. De expliciete focus op de klant brengt manufacturing excellence (BMS) en customer excellence (BCE) samen op de werkvloer. Met ABC willen we een doorbraak bereiken in kwaliteitsprestaties, duurzame probleemoplossing en -eliminatie, en een echte
In 2018 hebben we als volgende stap in ons BMS-traject ook een digitaal kader ontwikkeld om uitmuntendheid op de werkvloer te verbeteren. Op basis van dit kader en een proefproject worden fabrieken vanaf 2019 uitgerust met nieuwe digitale tools om onze prestaties op het vlak van veiligheid, kwaliteit, kosten en
Academy wereldwijd, leidde verschillende van deze workshops.
BMS als katalysator voor continue prestatieverbetering
durende focus en verbetering gewaarborgd blijven.
Tina Tang leidt internationale BMS-workshops
praktijken aan te leren op de werkvloer.
leiderschapsstrategie van Bekaert.
leverbetrouwbaarheid te verbeteren.
klantgerichte mentaliteit in onze activiteiten wereldwijd.
methodologie
Het engageren en empoweren van onze medewerkers zijn belangrijke succesfactoren op ons transformatietraject. We geven onze teams verantwoordelijkheden, bevoegdheden en aansprakelijkheden, en rekenen op de inzet van elke Bekaert-medewerker om de prestaties te verbeteren.
Naast de ontwikkeling en implementatie van het nieuwe Enterprise Performance Management (EPM)-model van Bekaert, heeft Bekaert een People Performance Management (PPM)-programma ontwikkeld. PPM vervangt de voormalige Personal Development Review en is onze nieuwe manier om de prestaties van mensen te beoordelen en te bekijken hoe we onze doelen in de toekomst beter kunnen bereiken. Als zodanig maakt PPM deel uit van een grotere inspanning om een veel meer prestatiegerichte organisatie te worden.
Het nieuwe prestatiemanagement wordt mogelijk door: een duidelijke afstemming van team- en individuele doelen met de zakelijke prioriteiten; het regelmatig sturen en coachen van prestaties; een eerlijke beloning in lijn met de bereikte prestaties; en betere tools waarmee medewerkers hun prestaties en 'feedforward'-acties gedurende het jaar kunnen bijhouden. Het programma, de tools en het trainingsmateriaal werden ontwikkeld en aangekondigd in 2018, ter voorbereiding van de lancering begin 2019.
Na de uitgebreide werknemersbevraging doorheen de hele organisatie van 2017 heeft Bekaert een vervolgenquête georganiseerd om de huidige niveaus van werknemersbetrokkenheid te meten. De resultaten van 2018 tonen aan dat de duurzame betrokkenheid bij Bekaert verbeterd is. Onze werknemers waarderen met name de inspanningen die zijn gedaan om de acties te implementeren die na de eerste enquête werden vastgelegd. In 2019 wordt opnieuw een organisatiebrede werknemersenquête georganiseerd.

Na de werknemersenquête van 2017 hebben teams over de hele wereld meer inspanningen gedaan om werknemers te betrekken. Eén van de vele initiatieven was de introductie van een erkenningsprogramma en een award-evenement voor het team in Venezuela om waardetoevoegende projecten te belonen die werden ontwikkeld en geïmplementeerd in Vicson.
De resultaten werden niet enkel rationeel, maar ook emotioneel goed onthaald. Ondanks de politieke situatie en de economische en humanitaire crisis in Venezuela was de trots en betrokkenheid van ons Vicson-team duidelijk zichtbaar in de resultaten van de Pulse-enquête van 2018. De uitzonderlijk hoge betrokkenheidsscore (98%) laat zien dat werknemers zich gerespecteerd en gehoord voelen. Bovendien benadrukken ze het gevoel van persoonlijke voldoening in hun werk bij Bekaert. Aan alle vragen in de enquête werden topscores gegeven, wat van ons team in Venezuela het meest betrokken team maakt van alle Bekaert vestigingen wereldwijd!

De Training Management Group (OTIC) van de Chileense Association of Metallurgic and Metalworking Industries (ASIMET) heeft twee Chileense entiteiten van Bekaert bekroond: Prodalam met de 'Commitment to Employees' award en Inchalam met de 'Commitment to Training' award.
Prodalam kreeg de prijs voor de trainingsinitiatieven die in 2018 plaatsvonden. Deze omvatten het uitwerken van opleidingen voor elke jobfamilie en de samenwerking met één van de beste aanbieders van online training in het land. Hierdoor kregen alle 648 werknemers verspreid over de 4 300 kilometer die Chili lang is, dezelfde mogelijkheid om een kwalitatief hoogwaardige opleiding te volgen om hun prestaties te verbeteren en binnen de lokale organisatie en binnen Bekaert te groeien.
Inchalam ontving de award voor zijn inzet voor voortdurende ontwikkeling door middel van het trainen van vaardigheden en competenties, waarbij in 2018 in totaal 22 929 uur effectieve training werd voltooid. Hierdoor is Inchalam een geweldige referentie met betrekking tot people management in de regio.
Naast de Commitment to Employees en de Training awards won Inchalam de Best Innovation Management-trofee, die het bedrijf beloont voor haar voortdurend streven naar uitmuntendheid door middel van innovatiemanagement en de deelname van haar leden aan initiatieven voor transformatie in innovatie.

Als maatschappelijk verantwoorde onderneming is betrokkenheid het sleutelwoord wanneer het over duurzaamheid gaat. Een samenvatting van ons duurzaamheidsverslag voor 2018-2019 is opgenomen in het Verslag van de Raad van Bestuur. Onze duurzaamheidsinspanningen en -activiteiten zijn gericht op de belangen van al onze stakeholders: medewerkers, klanten, aandeelhouders, partners, lokale overheden en gemeenschappen. Om onze betrokkenheid en inzet om vooruitgang op dit vlak te boeken in deze materie te onderstrepen, hebben we voor elk van de duurzaamheidspijlers een ambitie gedefinieerd en een reeks duidelijke korte- en langetermijndoelstellingen vastgelegd.

Bij Bekaert geloven we dat samenwerken tot betere prestaties leidt. Onze teams tonen de weg! Alle acteurs in de better together film zijn Bekaert collega's. De film werd in 2018 geproduceerd, met teamleden van acht nationaliteiten uit onze productievestigingen in Chili, Slovakije, China en België.


Bekaert is sterk aanwezig in verschillende sectoren. Daardoor zijn we minder gevoelig voor sectorspecifieke trends en is het ook een voordeel voor onze klanten. Oplossingen die we ontwikkelen voor klanten in één sector vormen namelijk ook vaak de basis voor innovaties in andere sectoren.
Bekaert staat in dienst van klanten in een veelheid aan sectoren met een uniek portfolio van getrokken staaldraadproducten, gecoat om zo optimaal mogelijk aan de toepassingsnoden te voldoen. Bekaerts staaldraad wordt gebruikt in auto's en vrachtwagens, in liften en mijnen, in tunnels en bruggen, thuis en op kantoor, in machines en offshore. Als iets rijdt, hijst, filtert, versterkt, afbakent of vastmaakt, dan is er een grote kans dat het Bekaert-producten bevat.


Na een sterke economische groei is de economische activiteit in Europa in de tweede helft van 2018 vertraagd. Aanhoudende bezorgdheid over de impact van Brexit en de langzame aard van dat proces, productieonderbrekingen in de automobielnijverheid door veranderingen in emissietestnormen, sociale onrust in verschillende landen en wereldwijde onzekerheid inzake handelsbeleid waren de belangrijkste oorzaken hiervan. Voor het hele jaar 2018 resulteerde dit in een groei van het bbp van 1,8% in de eurozone, aanzienlijk lager dan de 2,4% van vorig jaar. De groei in Centraal- en Oost-Europa bleef sterk, maar daalde toch in vergelijking met 2017.
Na vier jaar omzetgroei heeft de autosector in 2018 een terugval gezien, voornamelijk door de introductie van een nieuwe testprocedure, WLTP, en uitgestelde of geannuleerde investeringen door de onzekerheid rond Brexit. De bouwsector daarentegen meldde voor het gehele jaar een gezonde groei, zowel op de residentiële en niet-residentiële markten in West-Europa en door openbare infrastructuurprojecten in Centraal-Europa.
Bekaert is aanwezig op zowel de West-Europese als de Centraal- en Oost-Europese markten. In Europa bieden we een hoogwaardige portefeuille van staaldraadproducten aan voor sectoren op zoek naar innovatieve, geavanceerde producten en oplossingen.
Bekaerts activiteiten in EMEA behaalden in 2018 bijna 5% omzetgroei, gedreven door het gezamenlijke effect van verrekende walsdraadprijsstijgingen en prijsmix (+6,8%), een beperkte volumedaling (-0,9% organisch) en het desinvesteringseffect van de Solaronics-activiteiten (-0,9%). De vraag vanuit automobiel- en bouwmarkten bleef sterk gedurende het hele jaar, terwijl de vraag naar industriële, gespecialiseerde en roestvaste producten verzwakte in de tweede helft van het jaar.
Onderliggende EBIT bedroeg € 114 miljoen, aan een marge van 8,5%. De marge werd gedrukt door de hoger dan verwachte opstartkosten in fabrieken met grote uitbreidingsprogramma's in Centraal-Europa, en toegenomen prijsdruk in verschillende markten, in het bijzonder waar we concurreren met geïntegreerde spelers.
Gerapporteerde EBIT zakte tot 5,5% als gevolg van de eenmalige impact van de sluiting van de fabriek in Figline (Italië) (€ -40 miljoen) die de geleden operationele verliezen weerspiegelt sinds de aankondiging van de sluiting, de bijzondere waardeverminderingen van de activa en de aangelegde provisies voor de sluiting.
De investeringen in materiële vaste activa bedroegen € 67 miljoen en omvatten onder meer de capaciteitsuitbreidingen in Roemenië, Slovakije en Rusland.

| Gezamenlijke omzet | € 1 322 miljoen |
|---|---|
| Investeringen in materiële VA | € 67 miljoen |
| Totale activa | € 973 miljoen |
| Medewerkers | 7 895 |

EMEA 2018 Gezamenlijke omzet per sector
Een van de eerste en tastbare effecten van een uiteindelijke Brexit zal de logistieke en administratieve impact aan de grenzen zijn.
In 2018 hebben we de potentiële impact van een No Deal Brexit op onze zakelijke relaties en klantenservice onderzocht. De omvang van inkomende en uitgaande transportstromen tussen de EU en het VK is relatief beperkt voor ons (minder dan 4% van de geconsolideerde omzet). Desondanks hebben we nauw samengewerkt met klanten en leveranciers om diverse proactieve maatregelen te bepalen en te nemen voor onvoorziene omstandigheden, waaronder consignatievoorraden, de tijdige aanvraag van douanevergunningen en het certificaat van vergunninghoudend bedrijf (Authorized Economic Operator), en de overweging van alternatieve transportroutes in geval van lange vertragingen bij de momenteel meest gebruikte grensovergangen.
Bekaert bereikte een overeenkomst met Argynnis Group AB uit Zweden met betrekking tot de verkoop van alle aandelen in Solaronics SA. De transactie omvat de productiefaciliteit in Armentières (Frankrijk) en een internationaal verkoop- en servicenetwerk. Een diepgaande analyse toonde aan dat het verdere groeipotentieel van de drying business van Bekaert Combustion Technologies het best zou worden verzekerd door het toekomstige potentieel ervan toe te vertrouwen aan een organisatie die de competenties van twee complementaire branchespelers combineert.
Slovakije heeft de laatste jaren een sterke economische groei gekend, gestimuleerd door intensieve investeringen van bedrijven uit de automobielsector in de westelijke en centrale regio's van het land. Daardoor is de werkloosheidsgraad in de Trnava/Nitra regio (waar beide Bekaert-fabrieken gevestigd zijn) gedaald tot minder dan 2%.
Bekaert heeft zelf ook geïnvesteerd in capaciteitsuitbreidingen en in het aanwerven en opleiden van nieuwe collega's. Het HR-team focuste hard op het vinden van de juiste mensen in een extreem krappe arbeidsmarkt, zonder daarbij de aandacht te verliezen voor het behouden en gemotiveerd houden van het huidige team. Dankzij deze inspanningen presteerde Bekaert beter dan veel andere ondernemingen in de regio die worstelden met een verloop van meer dan 25%.
Toch is het heel moeilijk gebleken om onze wervings- en trainingsinspanningen ten volle te benutten, aangezien het personeelsverloop vooral tijdens het eerste tewerkstellingsjaar hoog is. In de zomer van 2018 heeft het HR-team daarom beslist om een nieuwe aanpak toe te passen om meer duurzame oplossingen te vinden.
Naast lokale rekrutering werkt Bekaert nu met gespecialiseerde agentschappen die werkkrachten aantrekken uit in het buitenland. In de laatste maanden hebben we zo meer dan 100 Servische en meer dan 20 Oekraïense medewerkers aangetrokken en opgeleid om onze Slovaakse teams te vervoegen. We zorgen heel actief voor een culturele mix die de sfeer in de fabrieken bevordert. Tot nog toe zijn de integratie-inspanningen succesrijk geweest en blijft het personeelsbehoud stabieler dan voorheen.
Onze rekrutering- en engagementsacties blijven voortduren aangezien ze cruciaal zijn in het benutten van de voordelen van onze investeringen en opleidingen zodat we onze doelen en verdere groeiambities kunnen bereiken.

De Amerikaanse economie groeide in 2018 met ongeveer 3%, een weerspiegeling van de positieve impact van de belastinghervormingen en de aanhoudende sterke vraag. Het werkloosheidspercentage daalde naar het laagste niveau sinds 1969. Nieuwe protectionistische beleidslijnen met verhoogde tarieven en een verstoring van de gevestigde productietoeleveringsketens hebben de consumentenprijzen en investeringsbeslissingen gedurende het jaar in toenemende mate geaffecteerd.
Hoewel de Amerikaanse automarkt amper iets meer dan een vlakke groei liet optekenen in 2018, herstelde de binnenlandse productie van banden stevig. De vervangingsmarkt voor autobanden nam bijvoorbeeld met meer dan 3% toe. De enorme schade aan de energie-infrastructuur door de vele bosbranden, orkanen en overstromingen in de VS in 2018 leidde tot meer activiteit en vraag in energiegerelateerde markten. De vraag van de landbouwmarkten was daarentegen voor het tweede achtereenvolgende jaar zwak.
In 2018 behaalden Bekaerts activiteiten in Noord-Amerika een omzetgroei van +12%. De organische omzetgroei bedroeg +16,4% en was afkomstig van verbeterde volumes (+5,7%) en verrekende walsdraadprijsstijgingen en andere prijsmixeffecten (+10,6%). De negatieve wisselkoerseffecten zwakten af naar -4,4% door de opvering van de USD in het laatste kwartaal.
De vraag vanuit de automobielmarkten bleef het hele jaar sterk. Industriële staaldraad- en landbouwafrasteringsmarkten werden geaffecteerd door toegenomen prijsdruk en door de gebruikelijke seizoenseffecten tijdens de tweede helft van het jaar.
Bekaerts rubberversterkingsactiviteiten in de VS registreerden solide groei. De marges werden daarentegen aangetast door toeleveringsproblemen veroorzaakt door de voortdurende wijzigingen in het handelsbeleid, waaronder quotabeperkingen en invoerrechten. De rubberversterkingsactiviteiten in de VS gebruiken geïmporteerde walsdraad omdat de vereiste kwaliteit om de gerelateerde producten te produceren niet in het land beschikbaar is. Na het bereiken van de volumequotalimiet voor import uit Brazilië eind juli, stegen de kosten van geïmporteerde walsdraad vanaf augustus met 50%. Deze kostenverhoging weerspiegelde de totaalimpact van invoerrechten en anti-dumpingtarieven, evenals de prijsontwikkelingen van de walsdraad en extra logistieke kosten gerelateerd aan de import uit andere continenten. Er werden inspanningen gedaan om de scherpe prijsverhogingen voor walsdraad aan onze klanten door te rekenen en om een meer uitgebalanceerd aanbod van binnenlands geproduceerde en uit onze buitenlandse productiefaciliteiten geïmporteerde staalkoord te realiseren.


In andere staaldraadmarkten steeg de prijs van lokaal geproduceerde walsdraad gemiddeld met ongeveer 30% in vergelijking met vorig jaar. Het doorrekenen aan onze klanten van de volledige prijsimpact was niet mogelijk aangezien we concurreren met zowel imports als met lokale geïntegreerde spelers (downstream geïntegreerde staalfabrieken). De marges werden bovendien aangetast door een aanhoudend zwakke vraag in de landbouwmarkten.
Zowel de onderliggende als de gerapporteerde EBIT bedroeg € 25 miljoen aan een marge van 4%. De investeringsuitgaven (materiële vaste activa) bedroegen € 18 miljoen in Noord-Amerika.
Als reactie op het Amerikaanse beleid dat federale agentschappen aanmoedigt om In Amerika gemaakte producten te kopen, is Bekaert begonnen met het produceren van verlijmde Dramix® staalvezels voor betonwapening in Shelbyville (Kentucky, VS).
De ABC Quality-module van het Bekaert Manufacturing System (BMS)-programma richt zich op kwaliteitsinspanningen en de rol die iedereen kan spelen bij het garanderen en leveren van het hoogste niveau van kwaliteit en service aan onze klanten. Met ABC (Always Committed, Best Quality, Customer Delight) willen we een doorbraak bereiken in kwaliteitsprestaties, duurzame probleemoplossing en -eliminatie bewerkstelligen, en bouwen aan een echte klantgerichte mentaliteit in onze activiteiten wereldwijd.
De aftrap van ABC in de VS vond plaats in de fabriek van Van Buren in Arkansas en werd snel gevolgd door een intensieve sessie met het enthousiaste team van de Orrville-fabriek in Ohio. ABC vereist de betrokkenheid en inzet van alle mensen in de fabriek en wordt wereldwijd uitgerold met behulp van ervaren change agents, doeltreffende tools en zeer interactieve trainingssessies.

Het hobbelige economische herstel van Latijns-Amerika heeft in 2018 een beperkte groei opgeleverd. Een zwakkere wereldwijde handel, politieke verkiezingen over het hele continent, krappere financiële voorwaarden wereldwijd, de aanhoudende impact van wijdverbreide corruptiegevallen op infrastructuurbestedingen en volatiele grondstoffenprijzen zorgden voor een moeizaam herstel. De Argentijnse economie is in augustus aanzienlijk achteruitgegaan door een nieuwe monetaire crisis en een diepere recessie. In Brazilië vervolgde de economie zijn opwaartse trend, maar het herstel is nog broos.
Bekaert produceert in Latijns-Amerika een uitgebreide productenportefeuille bestemd voor de bouw, mijnbouw, landbouw en een brede waaier aan industriële en consumentenmarkten in de regio. Bekaert heeft 100%-dochterondernemingen en meerderheidsparticipaties in Costa Rica, Ecuador, Colombia, Venezuela, Peru en Chili, naast joint ventures in Brazilië in een 45/55-partnerschap met ArcelorMittal.
Bekaert startte haar activiteiten in Latijns-Amerika in 1950. Vandaag vertegenwoordigen die bijna 30% van de gezamenlijke omzet.
In Latijns-Amerika steeg de geconsolideerde omzet met +2,7% ten opzichte van vorig jaar.
Verrekende walsdraadprijsstijgingen en andere prijsmixverbeteringen droegen +14,3% bij aan de organische omzetgroei. Een algemeen zwak economisch klimaat in de regio duwde de vraag naar onze producten omlaag en dat resulteerde in een organisch volumeverlies van -1,8% voor het boekjaar. De geconsolideerde omzet werd negatief beïnvloed door het desinvesteringseffect (-6,1%) van de Sumaré-integratie binnen het jointventurepartnerschap met ArcelorMittal sinds 1 juli 2017, en door ongunstige wisselkoersschommelingen (-3,7%).
Zonder de wisselkoerseffecten, royalties van Braziliaanse joint ventures, en eenmalige elementen, verbeterde de onderliggende EBIT van onze activiteiten in Latijns-Amerika in vergelijking met het voorgaande jaar. Inclusief alle elementen ging de onderliggende EBIT erop achteruit, voornamelijk door een lager positief netto-effect van de eenmalige elementen in 2018 in vergelijking met 2017. Vorig jaar omvatten die het effect van het wegvallen van de verplichtingen in een bezwaarlijk leveringscontract (€ +10 miljoen) en het desinvesteringseffect van Sumaré (€ +12 miljoen). Het eenmalige element in 2018 betrof een verandering in een pensioenregeling in Ecuador (€ +3,7 miljoen). Royalties afkomstig van de Braziliaanse joint ventures waren hoger in 2018 dan het jaar voordien (€ +5,4 miljoen), terwijl de wisselkoerseffecten op onderliggende EBIT € -1,9 miljoen negatief waren jaar-op-jaar.
Latijns-Amerika 2018 Gezamenlijke omzet per sector

(*) Geconsolideerde vennootschappen
Totale activa (*) € 477 miljoen Medewerkers 6 595

Inclusief alle elementen daalde de onderliggende EBIT tot € 43 miljoen, aan een marge van 6,2%. Gerapporteerde EBIT was beduidend lager dan vorig jaar: in 2017 was de winst op de verkoop van 55,5% van de aandelen van de Sumaré-fabriek in Brazilië inbegrepen, terwijl we in 2018 eenmalige kosten opgelopen hebben bij de sluiting van de Dramix®-fabriek in Costa Rica.
Bekaert investeerde bijna € 18 miljoen in materiële vaste activa in de regio, voornamelijk in Chili.
Bekaerts gezamenlijke omzetstijging in Latijns-Amerika (+5,7%) was afkomstig van een sterke organische groei (+15,7%) die grotendeels tenietgedaan werd door de translatie-impact van wisselkoersbewegingen (-9,9%) voornamelijk als gevolg van de ontwaarding van de Braziliaanse real in vergelijking met vorig jaar (-19,4% vergeleken met de gemiddelde koers van 2017).
Het grootste corruptieonderzoek in de geschiedenis van Latijns-Amerika — deels rond smeergeld betaald door de Braziliaanse bouwreus Odebrecht om overheidscontracten binnen te halen — heeft zich in de afgelopen jaren verspreid over de hele regio. Na Brazilië heeft geen ander land de impact van het schandaal meer gevoeld dan Peru. Alle grote bouwprojecten in het land staan al jarenlang on hold omdat meerdere besluitvormers uit de hoogste politieke rangen betrokken zijn geweest.
Prodac, Bekaerts staaldraadfabriek in Peru, heeft hard gewerkt om de negatieve impact van afgenomen volumes op de bouwmarkt te compenseren. Het deed dit niet alleen door het aanpassen van de omvang van de operaties aan de nieuwe realiteit, maar ook door concrete acties te ontwikkelen en implementeren om groeiposities te ontwikkelen in bestaande en nieuwe doelmarkten. Met behulp van de kennis en tools van BCE (Bekaert Customer Excellence) hebben Prodacs satellieten Prodimin (mijnsector) en Prodicom (groothandel) elk een duidelijke marktbenadering uiteengezet om hun zakelijke potentieel te laten groeien. In het land werden onlangs een aantal openbare infrastructuurprojecten geheractiveerd en Prodac grijpt de hierdoor ontstane kansen met beide handen. Ze omvatten onder meer de bouwwerken voor de voorbereidingen voor de Pan American Games in Lima in 2019, de bouw van de nieuwe internationale luchthaven in Lima en de havenuitbreiding in Pisco.
In juli 2019 wordt de eerste metrolijn in Quito in werking gesteld. De bouw van de metrolijn begon in januari 2016 en liep een lange vertraging op doordat er archeologische vondsten werden gedaan in de buurt van het historisch centrum, dat UNESCO Werelderfgoed is. De lijn strekt zich uit over een afstand van 22 kilometer en verbindt Quitumbe (Zuid-Quito) met El Labrador (Noord-Quito).
IdealAlambrec, Bekaerts vestiging in Ecuador, leverde Dramix® staalvezels voor de betonwapening in samenwerking met Bekaert-Maccaferri Underground Solutions. Ze boden ook technische verkoopondersteuning aan de aannemers.

De Chinese economie groeide met 6,6%, het traagste groeipercentage sinds 1990. Handelsspanningen met de VS wogen op exportkansen en industriële groei. De bandenmarkt in China groeide in 2018 met ongeveer 2%, maar zwakte wat af bij jaareinde.
India bevestigde zijn sterke groeipotentieel met een geschatte bbp-groei van 7,3%, vergeleken met 6,7% in 2017, waarbij de kloof met het Verenigd Koninkrijk om 's werelds vijfde grootste economie te worden bijna gedicht is.
De economie van Indonesië, de grootste in Zuidoost-Azië, bleef gestaag groeien met ongeveer 5%. De investeringen in Indonesië vertraagden echter enigszins in de loop van het jaar.
Bekaert is in Azië aanwezig met productie- en ontwikkelingscentra in China, India, Indonesië, Maleisië en Japan. Bekaert zal een greenfieldinvestering starten in de provincie Quang Ngai in het centrale kustgebied van Vietnam. De bouwwerkzaamheden zullen aanvangen in de loop van het tweede kwartaal van 2019. De fabriek zal rubberversterkingsproducten produceren voor klanten wereldwijd.
Bekaert behaalde een organische omzetgroei van +7,7% in Pacifisch Azië, gedreven door een stevige volumegroei (+5,7%) en een positief gezamenlijk effect van verrekende walsdraadprijsstijgingen en prijs-mix (+2%). De robuuste groei van rubberversterkingsactiviteiten in de hele regio werd gedeeltelijk tenietgedaan door zwakkere volumes in andere sectoren, waaronder de zaagdraadactiviteiten in China en de staaldraadactiviteiten in Maleisië. Ongunstige wisselkoerseffecten (-3,1%) zwakten de omzetgroei af tot +4,6%.
Onderliggende EBIT daalde tot € 86 miljoen aan een marge van 7,2%. De margedaling was het gevolg van verlieslatende zaagdraadactiviteiten (€ -9 miljoen in vergelijking met € +21 miljoen vorig jaar), de zwakke prestatie van onze activiteiten in Maleisië, en hoge opstartkosten gelinkt aan het uitbreidingsprogramma in India. De rubberversterkingsbusiness wist de margeperformantie geleidelijk op te voeren in de tweede helft van het jaar, met name in China en India. Deze trend is waarneembaar in de onderliggende EBIT voor de tweede jaarhelft.
Gerapporteerde EBIT zakte tot € 54 miljoen door de bijzondere waardeverminderingen op materiële en immateriële activa gerelateerd aan zaagdraad in China en de herstructureringskosten in Ipoh (Maleisië), gedeeltelijk gecompenseerd door de winst op de verkoop van gronden en gebouwen na de sluiting van de fabrieken in Huizhou (China) en Shah Alam (Maleisië).
Anticiperend op aanhoudende groei heeft Bekaert € 85 miljoen in materiële vaste activa in de regio geïnvesteerd in 2018, waaronder uitbreidingsinvesteringen in China, India en Indonesië.
Asia Pacific 2018 Gezamenlijke omzet per sector


Editie 2018 van het Global Tire Tech Forum, georganiseerd door de China Tire Industry Association (CRIA), vond in juni plaats in Hefei City in de provincie Anhui. Meer dan 260 internationale en Chinese vertegenwoordigers van alle spelers in de bandentoeleveringsketen namen deel aan het evenement.
Bekaert werd uitgenodigd om een key note-toespraak te houden over de ontwikkeling van staalkoord met super-/ultrahoge treksterkte om het gewicht van de band en de rolweerstand te verminderen. Het evenement was een perfecte gelegenheid om branchegenoten en klanten te ontmoeten die geïnteresseerd zijn in waardecreatie voor de bandenindustrie.
In oktober 2018 hebben Bert De Graeve, Voorzitter van Bekaert, en een selecte groep zakelijke en politieke leiders, de Chinese Premier Li Keqiang ontmoet tijdens de vergadering van de Asia-Europe Meeting in Brussel (België).
India is 's werelds vierde grootste automobielmarkt geworden en blijft snel groeien: de Indiase bandenindustrie is met 6% toegenomen in vergelijking met 2017, voornamelijk aangestuurd door de toegenomen radialisatiegraad (een stijging met 10% in markten voor commerciële voertuigen). Als enige producent van staalkoord in het land verwachtte Bekaert de huidige en toekomstige groei en investeerde daarom aanzienlijk in de loop van 2017-2018.
We investeerden zowel in halfproductcapaciteit (voorheen aangeleverd door Bekaert China) als eindproductcapaciteit om tegemoet te komen aan de toenemende vraag van bandenproducenten in het land. Door ons volledig geïntegreerd productieproces verbetert de bedrijfscontinuïteit in tijden van instabiele internationale handel. Het stelt ons ook in staat om snel en flexibel te reageren op de veranderende behoeften van de klanten.
Ons team in India stond voor nieuwe uitdagingen, zoals consistente kwaliteit en leverbetrouwbaarheid van lokaal geproduceerde walsdraad, omdat de Indiase staalfabrieken nog geen ervaring hadden met de gevraagde kwaliteiten en volumes. Het duurde enige tijd om de stabiliteit in het leveringsproces te waarborgen. Het team werkt momenteel nauw samen met de leveranciers om een supply excellence-model te creëren dat gunstig zal zijn voor de hele toeleveringsketen.
We groeien ook in andere sectoren, met meer Dramix®-capaciteit om de lokale en exportmarkten in de bouwsector te bedienen, en met nieuwe producten in de portefeuille voor de landbouwmarkt in India.



Steel Cord 3+9+15x0.22+1
Dramix® 3D Fibre
Fixed Knot Fence
Clutch Spring Wire
Thin Fibres
2018 kende een blijvend uitdagende marktdynamiek in de kernsectoren voor kabels van BBRG. Hoewel de olieprijs in 2018 tekenen van herstel vertoonde, bleven de belangrijkste oliewinningbedrijven in balansherstelmodus, wat zowel een impact had op de volume- als de margekansen. De mijnbouw kende een stijgend maar toch nog beperkt traject, met een klein aantal greenfield- en brownfieldontwikkelingen. De industriële markten kenden een lage eencijferige groei in een steeds uitdagender concurrentiële omgeving.
De advanced cords operaties, die verschillende sectoren bedienen, waaronder de automobiel-, bouw- en uitrustingsmarkten, kenden een aanhoudende solide vraag en marktpositie.
Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) behaalde +5,5% organische omzetgroei die gedeeltelijk werd tenietgedaan door negatieve wisselkoersbewegingen (-3,7%). De organische groei versnelde in de tweede helft van 2018 (+8,4%) vergeleken met de beperkte groei in de eerste helft van het jaar (+2,7%) en werd vooral gestuwd door een positieve prijsmixevolutie.
Onderliggende EBIT was € -6,9 miljoen door significante eenmalige elementen zonder cash-impact (waaronder pensioenplanwijzigingen en afwaarderingen van verouderde voorraden) die in totaal € -13,7 miljoen bedroegen. Zonder deze elementen zou de onderliggende EBIT € 6,8 miljoen bereikt hebben (€ +1,8 miljoen in de eerste helft van 2018 en € +5 miljoen in de tweede helft).
Gerapporteerde EBIT was € -20 miljoen en bevatte de impact van eenmalige elementen gerelateerd aan de herstructurering in Brazilië (€ -7 miljoen) en andere maatregelen om een ommekeer van de businessperformantie in te zetten (€ -6 miljoen).
BBRG investeerde € 19 miljoen in materiële activa in 2018. De helft daarvan werd aangewend om de groei van de advanced cords-entiteiten in België en China te ondersteunen; de andere helft voor staalkabelfabrieken wereldwijd.
Brett Simpson, Chief Executive Officer van de Bridon-Bekaert Ropes Group, vervoegde de groep in september 2018 om het roer over te nemen en de business in goede banen te leiden. Brett Simpson, Australiër, heeft aanzienlijke businesservaring en expertise in het leiden en verbeteren van internationale businesses.
In oktober 2018 herfinancierde Bekaert de uitstaande schuld van Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) en voltooide het de overname van Ontario Teachers' voorheen aangehouden participatie van 33% in BBRG. Door de volledige controle over BBRG te verwerven kan de business de ommekeer versnellen en het volledige potentieel ervan benutten.
Bridon-Bekaert Ropes Group 2018 Gezamenlijke omzet per sector


Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) en Applied Fiber zijn in 2018 overeengekomen om hun expertise te bundelen om geavanceerde oplossingen te ontwikkelen en op de markt te brengen die de efficiëntie en veiligheid in zware industriële toepassingen verbeteren. Applied Fiber is een wereldwijde leider voor synthetische vezelspanningsystemen met eindfitting. Door vezelkabeloplossingen met eindfitting voor hoge impact en hoogperformante toepassingen aan te bieden, vervolledigt BBRG zijn bestaande staal-, synthetische en hybride kabeloplossingen.
BBRG heeft zijn premium merk A-Cords met succes gelanceerd tijdens de World Elevator Expo in Shanghai (China). Om de effectiviteit van zijn producten te illustreren, waren alle displays opgehangen met Flexisteel® cords. De stand belichtte BBRG's brede expertise, gaande van traditionele liftkabels, over Flexisteel® gemaakt van staaldraad met hoge treksterkte voor liften zonder dakopbouw, tot fijnkoord voor riemen. Een virtuele 360°-tour bracht de klanten tot in het hart van onze productie- en technologiefaciliteiten.

In lijn met de organisatorische veranderingen geïmplementeerd op 1 maart 2019 zal de segmentrapportering van Bekaert veranderen in 2019. De nieuwe segmentatie zal bijdragen aan de transparantie van de businessdynamieken van iedere rapporterende eenheid en vervangt de vroegere geografische segmentatie waaraan Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) werd toegevoegd als afzonderlijke rapporterend segment. De business units (BU) van de groep worden gekenmerkt door BU-specifieke producten en marktprofielen, industrietrends, kostenfactoren, en technologienoden die aangepast zijn aan de specifieke industrievereisten.
De nieuwe segmentrapporten zijn:
Deze Business Unit bedient industrieën die staalkoord, hieldraad, slangendraad en tansportbandversterking gebruiken.
Deze Business Unit bedient industriële, landbouw-, consumenten-, en bouwmarkten, met een brede waaier aan staaldraadproducten en –toepassingen.
Deze Business Unit omvat bouwproducten, staalvezeltechnologieën, verbrandingstechnologie en zaagdraad.

| Gezamenlijke kerncijfers | |||
|---|---|---|---|
| in miljoen € | 2017 | 2018 | Delta |
| Omzet | 4 808 | 5 074 | +5,5% |
| Investeringen (materiële vaste activa) | 298 | 226 | -24,2% |
| Personeel op 31 december | 29 313 | 29 406 | +0,3% |
| in miljoen € | 2017 | 2018 | Delta |
|---|---|---|---|
| Winst- en verliesrekeningen | |||
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 098 | 4 305 | 5,1% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 318 | 147 | -53,8% |
| EBIT-onderliggend | 301 | 210 | -30,2% |
| Financieel resultaat | -93 | -111 | 18,6% |
| Winstbelasting | -69 | -58 | -15,6% |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures | 27 | 25 | -7,4% |
| Perioderesultaat | 183 | 3 | -98,5% |
| toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 185 | 40 | -78,5% |
| toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden | -2 | -37 | - |
| EBITDA-onderliggend | 497 | 426 | -14,3% |
| Afschrijvingen (materiële vaste activa) | 192 | 197 | 2,9% |
| Waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen | - | 42 | - |
| 1 583 | 1 516 | -4,2% |
|---|---|---|
| 2 124 | 2 050 | -3,5% |
| 273 | 198 | -27,3% |
| 4 445 | 4 449 | 0,1% |
| 1 151 | 1 153 | 0,2% |
| 2 664 | 2 598 | -2,5% |
| 888 | 875 | -1,5% |
| 25 784 | 25 915 | 0,5% |
| EBITDA op omzet | 12,4% | 9,0% |
|---|---|---|
| EBITDA-onderliggend op omzet | 12,1% | 9,9% |
| EBIT op omzet | 7,8% | 3,4% |
| EBIT-onderliggend op omzet | 7,3% | 4,9% |
| EBIT interest dekking | 4,0 | 1,8 |
| ROCE-onderliggend | 11,2% | 8,0% |
| ROE | 11,5% | 0,2% |
| Eigen vermogen op totaal activa | 35,6% | 34,1% |
| Nettoschuld op eigen vermogen | 72,7% | 76,0% |
| Nettoschuld op EBITDA | 2,3 | 3,0 |
| in miljoen € | 2017 | 2018 | Delta |
|---|---|---|---|
| Omzet | 710 | 769 | 8,3% |
| Bedrijfsresultaat | 66 | 84 | 26,3% |
| Winst van het boekjaar | 71 | 66 | -7,3% |
| Investeringen (materiële vaste activa) | 26 | 28 | 8,7% |
| Afschrijvingen | 20 | 18 | -8,3% |
| Personeel op 31 december | 3 529 | 3 491 | -1,1% |
| Winstaandeel in consolidatie | 27 | 25 | -7,4% |
| Eigen vermogen | 165 | 154 | -7,1% |
Geconsolideerde omzet
in miljoen €

in %



(1) Het dividend is onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2019
| Kerncijfers per aandeel | per segment | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| NV Bekaert SA | 2017 | 2018 | Delta | ||
| Aantal aandelen op 31 december | 60 373 841 60 408 441 | +0,1% | |||
| Beurskapitalisatie op 31 december (in miljoen €) | 2 200 | 1 272 | -42,2% | 11% | |
| Per aandeel | |||||
| in € | 2017 | 2018 | Delta | ||
| EPS | 3,26 | 0,70 | -78,4% | 14% | |
| Bruto-dividend* | 1,10 | 0,70 | -36,4% | ||
| Netto-dividend** | 0,77 | 0,49 | -36,4% | ||
| Valorisatie | |||||
| in € | 2017 | 2018 | Delta | ||
| 16% | |||||
| Koers op 31 december | 36,45 | 21,06 | -42,2% | ||
| Koers (gemiddelde) | 42,05 | 28,21 | -32,9% |
* Onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2019
** Onderhevig aan de fiscale wetgeving van toepassing
Geconsolideerde omzet

Geconsolideerde omzet
per segment
| Onderliggend | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 11,1% | 8,5% |
| EBITDA-marge op omzet | 15,9% | 13,7% |
| ROCE | 20,8% | 16,8% |
| EMEA € 1 322 miljoen Gezamenlijke omzet |
26% |
|---|---|
| Onderliggend | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 6,0% | 4,0% |
| EBITDA-marge op omzet | 8,5% | 6,2% |
| ROCE | 14,9% | 10,8% |
| Noord-Amerika € 618 miljoen Gezamenlijke omzet |
12% |
|---|---|
| ------------------------------------------------------ | ----- |
| 2017 | 2018 |
|---|---|
| 6,2% | |
| 8,7% | |
| 14,8% | 12,9% |
| 8,2% 11,1% |
| Latijns-Amerika € 1 474 miljoen Gezamenlijke omzet |
29% |
|---|---|
| Onderliggend | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 9,3% | 7,2% |
| EBITDA-marge op omzet | 17,1% | 15,3% |
| ROCE | 10,9% | 8,7% |
| Pacifisch Azië € 1 197 miljoen Gezamenlijke omzet |
24% |
|---|---|
| --------------------------------------------------------- | ----- |
| Onderliggend | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 3,3% | -1,5% |
| EBITDA-marge op omzet | 9,0% | 4,8% |
| ROCE | 3,1% | -1,5% |
| Bridon-Bekaert Ropes Group € 463 miljoen Gezamenlijke omzet |
9% |
|---|---|
| in miljoen € | ||
|---|---|---|
| -- | -------------- | -- |
OMZET





Geconsolideerd Joint ventures en geassocieerde ondernemingen
Naast de financiële informatie op IFRS-basis stelt Bekaert ook onderliggende prestatie-indicatoren van winstgevendheid en cash-generatie voor om een consistentere en beter vergelijkbare indicatie te geven van de financiële prestaties van de Groep. De onderliggende prestatie-indicatoren corrigeren de IFRS-cijfers voor de eenmalige impact van herstructureringskosten, provisies voor milieusaneringsprogramma's, bijzondere waardeverminderingen, M&A-gerelateerde vergoedingen en andere elementen die de analyse van de onderliggende prestaties van de Groep zouden vertekenen. 'REBIT' en 'REBITDA' — die de normale, 'onderliggende' bedrijfsprestaties reflecteren — worden (1) nu respectievelijk 'EBIT-onderliggend' en 'EBITDA-onderliggend'. EBIT en EBITDA worden als dusdanig aangehaald of als 'EBIT-gerapporteerd' en 'EBITDA-gerapportereerd' ter verduidelijking.
Bekaerts onderliggende EBIT bedroeg € 210 miljoen aan een marge van 4,9%. De belangrijkste factoren die ons verhinderden om de verbeterde volumes (die € +33 miljoen bijdroegen aan de onderliggende EBIT) om te zetten in incrementele winstgevendheid, waren het negatieve effect van de achteruitgang van de zaagdraadbusiness (daling met € -30 miljoen tegenover vorig jaar), de aanzienlijke eenmalige aanpassingen in BBRG (€ -14 miljoen) die het grootste deel van de resultaatsafname verklaren (€ -22 miljoen lager dan vorig jaar), en een totaal van € -36 miljoen met betrekking tot de doeltreffendheid van verrekening van walsdraadprijsstijgingen, voorraadwaarderingseffecten en prijserosie. De incrementele kostenbesparingen van de transformatieprogramma's konden de algemene kostenstijging gerelateerd aan de opstart van uitbreidingsprogramma's en inflatie niet compenseren. De netto-impact van desinvesteringen (€ -15 miljoen) en negatieve wisselkoerseffecten (€ -6 miljoen) droegen bij aan de jaar-op-jaardaling van de onderliggende EBIT.
Bekaert realiseerde in 2018 een geconsolideerde omzet van € 4,3 miljard, een stijging van +5,1% in vergelijking met vorig jaar. Organische volumegroei (+2,2%) en het gezamenlijke effect van de verrekende hogere walsdraadprijzen en prijsmix (+6,6%) resulteerden in een organische omzetgroei van +8,9%. Deze groei werd gedeeltelijk tenietgedaan door de effecten van desinvesteringen (-1,3%) en negatieve wisselkoersschommelingen (-2,5%). De gezamenlijke omzet bedroeg € 5,1 miljard voor het boekjaar, een stijging van +5,5% tegenover 2017 als gevolg van de sterke organische groei (+10,3%), negatieve wisselkoersbewegingen (-4,5%) en een beperkt effect van desinvesteringen (-0,2%).
De Raad van Bestuur zal aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 8 mei 2019 voorstellen om een brutodividend uit te keren van 70 eurocent per aandeel. In lijn met het dividendbeleid van de onderneming weerspiegelt de voorgestelde, tijdelijke dividendverlaging de lagere inkomsten en hoge schuldgraad van de onderneming. Het dividend zal, na goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, betaalbaar worden vanaf 13 mei 2019.
Bekaert heeft een operationeel resultaat (onderliggende EBIT) geboekt van € 210 miljoen (tegenover € 301 miljoen in 2017). Dit stemt overeen met een marge op omzet van 4,9% (versus 7,3% in 2017). De eenmalige elementen bedroegen € -63 miljoen (in vergelijking met € +17 miljoen in 2017) en omvatten bijzondere waardeverminderingen en ontslagvergoedingen in het kader van herstructureringsmaatregelen en fabriekssluitingen, en andere bijzondere waardeverminderingen en afwaarderingen. Inclusief deze eenmalige elementen bedroeg EBIT € 147 miljoen wat overeenkomt met een marge op omzet van 3,4% (tegenover € 318 miljoen of 7,8%). Onderliggende EBITDA bedroeg € 426 miljoen (9,9% marge) vergeleken met € 497 miljoen (12,1%) en EBITDA bereikte € 387 miljoen, of een EBITDA-marge op omzet van 9,0% (tegenover 12,4%).
De onderliggende overheadkosten daalden met € -13 miljoen tot 9,1% op omzet (tegenover 9,9% in 2017). Commerciële kosten bleven stabiel. De administratieve kosten daalden met € -13 miljoen (onderliggend) door een lagere variabele remuneratie en gunstige wisselkoerseffecten. De gerapporteerde administratieve kosten bevatten € -18 miljoen eenmalige elementen gelinkt aan de fabriekssluiting in Figline (Italië), andere ontslagvergoedingen en verschillende corrigerende maatregelen in BBRG. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedroegen € 65 miljoen, in lijn met het jaar voordien. Onderliggende andere bedrijfsopbrengsten en -kosten (€ +16 miljoen versus € +1 miljoen vorig jaar) omvatten in de eerste plaats een toename van royalty-inkomsten van de Braziliaanse joint ventu-
1 Definities van financiële parameters zijn beschreven in het Financieel Overzicht van dit Jaarverslag
res en de positieve impact van pensioenplanwijzigingen in Latijns-Amerika. Gerapporteerde andere bedrijfsopbrengsten en -kosten (€ +33 miljoen) omvatten de winst op de verkoop van gronden en gebouwen gerelateerd aan de fabriekssluitingen in Huizhou (China) en Shah Alam (Maleisië).
De nettorentelasten bedroegen € -85 miljoen, iets lager dan vorig jaar (€ -87 miljoen). De lagere rentelasten door de BBRG-schuldherfinanciering werden grotendeels tenietgedaan door toegenomen rentelasten op een hogere gemiddelde brutoschuld. Overige financiële opbrengsten en lasten bedroegen € -26 miljoen (ten opzichte van € -6 miljoen vorig jaar) door de geamortiseerde kostimpact van de BBRG-schuldherfinanciering (inclusief bankkosten en –vergoedingen op de herbetaling van de vorige leningen) en vergoedingen gerelateerd aan de uitkoop van OTPP. De winstbelasting daalde van € -69 miljoen tot € -58 miljoen door een lagere winstgevendheid in verschillende belastingsbetalende entiteiten. Aangezien de verlieslatende entiteiten in totaal enkel een onbeduidend tegengewicht vormden voor de belastingsuitgaven van de winstmakende entiteiten, bedroeg de algemene effectieve belastingsvoet 161%.
Het aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen was € +25 miljoen (tegenover € +27 miljoen vorig jaar) door de beduidend zwakkere Braziliaanse real (-19,4% vergeleken met de gemiddelde koers in 2017).
Het perioderesultaat bedroeg bijgevolg € 3 miljoen in vergelijking met € 183 miljoen in 2017. Het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden bedroeg € -37 miljoen (versus € -2 miljoen) en vertegenwoordigt voornamelijk het minderheidsbelang in het nettoverlies van BBRG tot eind oktober 2018. Na aftrek van het deel toerekenbaar aan minderheidsbelangen bedroeg het perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert € +40 miljoen, vergeleken met € +185 miljoen vorig jaar. EPS (perioderesultaat per aandeel) bedroeg € 0,70, een daling ten opzichte van € 3,26 in 2017.
Op 31 december 2018 vertegenwoordigde het eigen vermogen 34,1% van de totale activa, tegenover 35,6% in 2017. De nettoschuld op eigen vermogen (gearing ratio) bedroeg 76,0% (tegenover 72,7%).
De nettoschuld bedroeg € 1 153 miljoen, lager dan € 1 339 miljoen op 30 juni 2018 en onveranderd ten opzichte van € 1 151 miljoen bij jaareinde 2017. De nettoschuld op de onderliggende EBITDA was 2,7 in vergelijking met 2,3 op 31 december 2017.
De nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten bedroegen € 244 miljoen, ongewijzigd ten opzichte van € 244 miljoen in 2017, aangezien de lagere cash-generatie werd gecompenseerd door verminderde kasuitstromen om het werkkapitaal te financieren.
De kasstromen uit investeringsactiviteiten bedroegen € -102 miljoen (tegenover € -209 miljoen), waaronder € -185 miljoen voor substantieel lagere investeringen in immateriële en materiële vaste activa, terwijl de netto-impact van acquisities en desinvesteringen daalde van € 38 miljoen tot € 3 miljoen. Inkomsten uit de verkoop van eigendommen van gesloten fabrieken in China en Maleisië bedroegen € 55 miljoen.
Kasstromen uit financieringsactiviteiten bedroegen € -157 miljoen (tegenover € +30 miljoen in 2017). De grootste inkomsten en aflossingen van de brutoschuld in 2018 zijn hoofdzakelijk gerelateerd aan de herfinanciering van de BBRG-schuld en de herfinanciering van een obligatie van € 100 miljoen.
De nettoschuld bedroeg € 1 153 miljoen eind 2018, nagenoeg gelijk aan de € 1 151 miljoen bij jaareinde 2017, maar een aanzienlijke daling ten opzichte van € 1 339 miljoen op 30 juni 2018. De nettoschuld op onderliggende EBITDA was 2,7 ten opzichte van 2,3 een jaar eerder en 3,1 op 30 juni 2018. De onderneming implementeerde een reeks acties in de tweede jaarhelft van 2018 om de nettoschuld te verlagen met € -186 miljoen. Het werkkapitaal daalde met € -156 miljoen (tegenover 30 juni 2018), voornamelijk gedreven door succesvolle acties om uitstaande vorderingen te innen, de impact van factoring buiten balans (€ 73 miljoen vorderingen), en meer gestandaardiseerde leveranciersbetalingsvoorwaarden. Het gemiddelde werkkapitaal op omzet daalde tot 20,4%.
In oktober 2018 heeft Bekaert de herfinanciering van de uitstaande schuld van Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) afgerond. Deze behelsde: (1) de tijdelijke herfinanciering via een overbruggingskrediet – vrij van financiële convenanten – met een groep van banken voor een maximale looptijd van twee jaar, voorafgaand aan een definitieve beslissing over de langetermijnfinanciering; (2) de terugbetaling van € 294 miljoen aan het BBRG-bankensyndicaat; (3) de opheffing van alle daarbij horende garanties; (4) de opheffing van de afgeschermde (ring-fenced) schuldstructuur; en (5) aanzienlijk lagere rentelasten op de geherfinancierde BBRG-schuld. De schuld van BBRG is opgenomen in de geconsolideerde cijfers van Bekaert sedert de oprichting van Bridon-Bekaert Ropes Group. Door deze herfinanciering zijn alle schulden van de Bekaert Groep vrij van convenanten.
Bekaert investeert in alle werelddelen om de productiecapaciteit naar de nodige niveaus te brengen. Investeringen in materiële activa bedroegen € 198 miljoen in 2018 en omvatten grote expansieprogramma's voor staalkoord in EMEA en Pacifisch Azië. Bekaert zal een greenfield-investering opstarten in de provincie Quang Ngai in het centrale kustgebied van Vietnam. De bouwwerken zullen starten in de loop van het tweede kwartaal van 2019. De fabriek zal rubberversterkingsproducten produceren en klanten wereldwijd toeleveren.
Aanvullend op de 3 636 280 eigen aandelen op 31 december 2017 heeft Bekaert 352 000 eigen aandelen ingekocht in de loop van 2018. In 2018 werden in totaal 51 200 aandelenopties uitgeoefend in het kader van het Stock Option Plan 2010-2014 en Stock Option Plan 2, waarvoor 51 200 eigen aandelen werden ingezet. 35 048 eigen aandelen werden aangeleverd in de context van het Personal Shareholding Requirement Plan. Als gevolg daarvan bezat Bekaert 3 902 032 eigen aandelen op 31 december 2018.
Bekaerts activiteiten in EMEA behaalden +4,8% omzetgroei in 2018, gedreven door het gezamenlijke effect van verrekende walsdraadprijsstijgingen en prijsmix (+6,8%), een beperkte volumedaling (-0,9% organisch) en het desinvesteringseffect van de Solaronics-activiteiten (-0,9%). De vraag vanuit automobiel- en bouwmarkten bleef sterk gedurende het hele jaar, terwijl de vraag naar industriële, gespecialiseerde en roestvaste producten verzwakte in de tweede helft van het jaar.
Onderliggende EBIT bedroeg € 114 miljoen, aan een marge van 8,5%. De marge werd gedrukt door de hoger dan verwachte opstartkosten in fabrieken met grote uitbreidingsprogramma's in Centraal-Europa, en toegenomen prijsdruk in verschillende markten, in het bijzonder waar we concurreren met geïntegreerde spelers.
Gerapporteerde EBIT zakte tot 5,5% als gevolg van de eenmalige impact van de sluiting van de fabriek in Figline (Italië) (€ -40 miljoen) die de geleden operationele verliezen weerspiegelt sinds de aankondiging van de sluiting, de bijzondere waardeverminderingen van de activa en de aangelegde provisies voor de sluiting.
De investeringen in materiële vaste activa bedroegen € 67 miljoen en omvatten onder meer de capaciteitsuitbreidingen in Roemenië, Slovakije en Rusland.
De Noord-Amerikaanse activiteiten van Bekaert noteerden +12% omzetgroei. De organische omzetgroei bedroeg +16,4% en was afkomstig van verbeterde volumes (+5,7%) en verrekende walsdraadprijsstijgingen en andere prijsmixeffecten (+10,6%). De negatieve wisselkoerseffecten zwakten af naar -4,4% door de opvering van de USD in het laatste kwartaal.
De vraag vanuit de automobielmarkten bleef het hele jaar sterk. Industriële staaldraad- en landbouwafrasteringsmarkten werden geaffecteerd door toegenomen prijsdruk en door de gebruikelijke seizoenseffecten tijdens de tweede helft van het jaar.
Bekaerts rubberversterkingsactiviteiten in de VS registreerden solide groei. De marges werden daarentegen aangetast door toeleveringsproblemen veroorzaakt door de voortdurende wijzigingen in het handelsbeleid, waaronder quotabeperkingen en invoerrechten.
In andere staaldraadmarkten steeg de prijs van lokaal geproduceerde walsdraad gemiddeld met ongeveer 30% in vergelijking met vorig jaar. Het doorrekenen aan onze klanten van de volledige prijsimpact was niet mogelijk aangezien we concurreren met zowel imports als met lokale geïntegreerde spelers (downstream geïntegreerde staalfabrieken). De marges werden bovendien aangetast door een aanhoudend zwakke vraag in de landbouwmarkten.
Zowel de onderliggende als de gerapporteerde EBIT bedroeg € 25 miljoen aan een marge van 4%.
De investeringsuitgaven (materiële vaste activa) bedroegen € 18 miljoen in Noord-Amerika.
In Latijns-Amerika steeg de geconsolideerde omzet met +2,7% ten opzichte van vorig jaar.
Verrekende walsdraadprijsstijgingen en andere prijsmixverbeteringen droegen +14,3% bij aan de organische omzetgroei. Een algemeen zwak economisch klimaat in de regio duwde de vraag naar onze producten omlaag en dat resulteerde in een organisch volumeverlies van -1,8% voor het boekjaar. De geconsolideerde omzet werd negatief beïnvloed door het desinvesteringseffect (-6,1%) van de Sumaré-integratie binnen het jointventurepartnerschap met ArcelorMittal sinds 1 juli 2017, en door ongunstige wisselkoersschommelingen (-3,7%).
Zonder de wisselkoerseffecten, royalties van Braziliaanse joint ventures, en eenmalige elementen, verbeterde de onderliggende EBIT van onze activiteiten in Latijns-Amerika in vergelijking met het voorgaande jaar. Inclusief alle elementen ging de onderliggende EBIT erop achteruit, voornamelijk door een lager positief netto-effect van de eenmalige elementen in 2018 in vergelijking met 2017. Vorig jaar omvatten die het effect van het wegvallen van de verplichtingen in een bezwaarlijk leveringscontract (€ +10 miljoen) en het desinvesteringseffect van Sumaré (€ +12 miljoen). Het eenmalige element in 2018 betrof een verandering in een pensioenregeling in Ecuador (€ +3,7 miljoen). Royalties afkomstig van de Braziliaanse joint ventures waren hoger in 2018 dan het jaar voordien (€ +5,4 miljoen), terwijl de wisselkoerseffecten op onderliggende EBIT € -1,9 miljoen negatief waren jaar-op-jaar.
Inclusief alle elementen daalde de onderliggende EBIT tot € 43 miljoen, aan een marge van 6,2%. Gerapporteerde EBIT was beduidend lager dan vorig jaar: in 2017 was de winst op de verkoop van 55,5% van de aandelen van de Sumaré-fabriek in Brazilië inbegrepen, terwijl we in 2018 eenmalige kosten opgelopen hebben bij de sluiting van de Dramix®-fabriek in Costa Rica.
Bekaert investeerde bijna € 18 miljoen in materiële vaste activa in de regio, voornamelijk in Chili.
Bekaerts gezamenlijke omzetstijging in Latijns-Amerika (+5,7%) was afkomstig van een sterke organische groei (+15,7%) die grotendeels tenietgedaan werd door de translatie-impact van wisselkoersbewegingen (-9,9%) voornamelijk als gevolg van de ontwaarding van de Braziliaanse real in vergelijking met vorig jaar (-19,4% vergeleken met de gemiddelde koers van 2017).
Bekaert behaalde een organische omzetgroei van +7,7% in Pacifisch Azië, gedreven door een stevige volumegroei (+5,7%) en een positief gezamenlijk effect van verrekende walsdraadprijsstijgingen en prijsmix (+2%). De robuuste groei van rubberversterkingsactiviteiten in de hele regio werd gedeeltelijk tenietgedaan door zwakkere volumes in andere sectoren, waaronder de zaagdraadactiviteiten in China en de staal draadactiviteiten in Maleisië. Ongunstige wisselkoerseffecten (-3,1%) zwakten de omzetgroei af tot +4,6%.
Onderliggende EBIT daalde tot € 86 miljoen aan een marge van 7,2%. De margedaling was het gevolg van verlieslatende zaagdraadactiviteiten (€ -9 miljoen in vergelijking met € +21 miljoen vorig jaar), de zwakke prestatie van onze activiteiten in Maleisië, en hoge opstartkosten gelinkt aan het uitbreidings programma in India. De rubberversterkingsbusiness wist de margeperformantie geleidelijk op te voeren in de tweede helft van het jaar, met name in China en India. Deze trend is waar neembaar in de onderliggende EBIT voor de tweede jaarhelft.
Gerapporteerde EBIT zakte tot € 54 miljoen door de bijzon dere waardeverminderingen op materiële en immateriële activa gerelateerd aan zaagdraad in China en de herstructurerings kosten in Ipoh (Maleisië), gedeeltelijk gecompenseerd door de winst op de verkoop van gronden en gebouwen na de sluiting van de fabrieken in Huizhou (China) en Shah Alam (Maleisië).
Anticiperend op aanhoudende groei heeft Bekaert € 85 mil joen in materiële vaste activa in de regio geïnvesteerd in 2018, waaronder uitbreidingsinvesteringen in China, India en Indo nesië.
Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) behaalde +5,5% orga nische omzetgroei die gedeeltelijk werd tenietgedaan door negatieve wisselkoersbewegingen (-3,7%). De organische groei versnelde in de tweede helft van 2018 (+8,4%) verge leken met de beperkte groei in de eerste helft van het jaar (+2,7%) en werd vooral gestuwd door een positieve prijsmixe volutie.
Onderliggende EBIT was € -6,9 miljoen door significante een malige elementen zonder cash-impact (waaronder pensioen planwijzigingen en afwaarderingen van verouderde voorraden) die in totaal € -13,7 miljoen bedroegen. Zonder deze elemen ten zou de onderliggende EBIT € 6,8 miljoen bereikt hebben (€ +1,8 miljoen in de eerste helft van 2018 en € +5 miljoen in de tweede helft).
Gerapporteerde EBIT was € -20 miljoen en bevatte de impact van eenmalige elementen gerelateerd aan de herstructurering in Brazilië (€ -7 miljoen) en andere maatregelen om een omme keer van de businessperformantie in te zetten (€ -6 miljoen).
BBRG investeerde € 19 miljoen in materiële activa in 2018. De helft daarvan werd aangewend om de groei van de advanced cords-entiteiten in België en China te ondersteunen; de andere helft voor staalkabelfabrieken wereldwijd.
| Kapitaalgebruik (CE) | Werkkapitaal + nettoboekwaarde van goodwill, immateriële en materiële vaste activa. Het gemiddeld kapitaalgebruik wordt gewogen met het aantal perioden dat een entiteit bijgedragen heeft tot het geconsolideerd perioderesultaat. |
Kapitaalgebruik omvat de voornaamste balanselementen die het operationeel management actief en effectief kan beheren om de financiële prestaties te optimaliseren en dient als noemer van de ROCE. |
|---|---|---|
| Financiële autonomie | Eigen vermogen in verhouding tot total activa. | Deze ratio reflecteert de mate waarin de Groep met eigen vermogen gefinancierd is. |
| Gezamenlijke cijfers | Som van de geconsolideerde vennootschappen plus 100% van de joint ventures en de geassocieerde ondernemingen, na eliminatie van onderlinge transacties (indien van toepassing). Voorbeelden: omzet, investeringen, personeelsaantal. |
Naast geconsolideerde cijfers, die enkel entiteiten omvatten waarin de Groep de zeggenschap heeft, verschaffen gezamenlijke cijfers nuttige inzichten over de reële omvang en prestaties van de Groep met inbegrip van zijn joint ventures en geassocieerde ondernemingen. |
| EBIT | Bedrijfsresultaat (earnings before interest and taxation). | EBIT omvat de voornaamste elementen van de winst-en verliesrekening die het operationeel management actief en effectief kan beheren om de rendabiliteit te optimaliseren, en dient o.a. als teller van de ROCE en de EBIT interestdekking. |
| EBIT – onderliggend | Bedrijfsresultaat (earnings before interest and taxation) vóór bedrijfsopbrengsten en –kosten in verband met herstructureringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombinaties, afgestoten activiteiten, milieuvoorzieningen en andere gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben dat niet inherent aan de business is. |
EBIT – onderliggend wordt gerapporteerd om de lezer een beter begrip te geven van de operationele rendabiliteit zonder eenmalige elementen, omdat deze een betere basis voor vergelijking en extrapolatie vormt. |
| EBITDA | Bedrijfsresultaat (EBIT) + afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen van activa en negatieve goodwill. |
EBITDA verschaft een maatstaf van operationele rendabiliteit zonder non-cash effecten van investerings-beslissingen uit het verleden. |
| EBITDA – onderliggend | EBITDA vóór bedrijfsopbrengsten en –kosten in verband met herstructureringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombinaties, afgestoten activiteiten, milieuvoorzieningen en andere gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben dat niet inherent aan de business is. |
EBITDA – onderliggend wordt gerapporteerd om de lezer een beter begrip te geven van de operationele rendabiliteit zonder eenmalige elementen en non-cash effecten van investeringsbeslissingen uit het verleden, omdat deze een betere basis voor vergelijking en extrapolatie vormt. |
| EBIT interestdekking | Bedrijfsresultaat (EBIT) gedeeld door de nettorentelasten. | De EBIT interestdekking toont in welke mate de Groep in staat is om de interesten op schulden te betalen via zijn operationele rendabiliteit. |
| Gearing | Nettoschuld in verhouding tot het eigen vermogen. | Gearing reflecteert de verhouding externe financiering tegenover eigen vermogen, en toont in welke mate de operaties gefinancierd zijn door kredietverstrekkers dan wel aandeelhouders. |
| Marge op omzet | EBIT, EBIT-onderliggend, EBITDA en EBITDA-onderliggend op omzet. |
Elk van deze ratio's vertegenwoordigt een specifieke maatstaf van de operationele rendabiliteit uitgedrukt als een percentage op omzet. |
| Nettokapitalisatie | Nettoschuld + eigen vermogen. | Nettokapitalisatie reflecteert het totaal bedrag waarvoor de Groep gefinancierd is door kredietverstrekkers en aandeelhouders. |
| Nettoschuld | Rentedragende schulden, veminderd met vorderingen uit leningen, geldbeleggingen, financiële vorderingen op ten hoogste één jaar en kaswaarborgen op meer dan één jaar, geldmiddelen en kasequivalenten. |
Nettoschuld is een maatstaf van schuld na aftrek van financiële activa die kunnen ingezet worden om de brutoschuld af te lossen. |
| Nettoschuld op EBITDA | Nettoschuld gedeeld door EBITDA. | Nettoschuld op EBITDA toont in welke mate (uitgedrukt in aantal jaren) de Groep in staat is om zijn schulden af te lossen via zijn operationele rendabiliteit. |
| ROCE | Bedrijfswinst (EBIT) in verhouding tot gewogen gemiddeld kapitaalgebruik (Return On Capital Employed). |
ROCE reflecteert de operationele rendabiliteit van de Groep in verhouding tot de geldmiddelen die ingezet en beheerd worden door het operationeel management. |
| ROE | Perioderesultaat in verhouding tot gemiddeld eigen vermogen (Return On Equity). |
ROE reflecteert de nettorendabiliteit van de Groep in verhouding tot het eigen vermogen dat zijn aandeelhouders ter beschikking gesteld hebben. |
| Werkkapitaal (operationeel) | Voorraden + handelsvorderingen + ontvangen bankwissels + betaalde voorschotten - handelsschulden – ontvangen voorschotten – schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid – belastingen m.b.t. personeel. |
Het werkkapitaal omvat alle vlottende activa en verplichtingen op ten hoogste een jaar die het operationeel management actief en effectief kan beheren om de financiële prestaties te optimaliseren. Het komt overeen met de kortetermijncomponent van het kapitaalgebruik. |
In uitvoering van de oorspronkelijke, in 2004 gepubliceerde, Belgische Corporate Governance Code heeft de Raad van Bestuur op 16 december 2005 het Bekaert Corporate Governance Charter goedgekeurd.
Ingevolge de publicatie van de Belgische Corporate Governance Code 2009 heeft de Raad van Bestuur op 22 december 2009 besloten de Code 2009 als referentiecode voor Bekaert te hanteren en het Bekaert Corporate Governance Charter aan te passen.
Het Bekaert Corporate Governance Charter werd verder aangepast door de Raad van Bestuur op 13 november 2014, op 28 juli 2016 en op 28 februari 2019 (het "Bekaert Charter").
Bekaert leeft in beginsel de Belgische Corporate Governance Code na, en legt in het Bekaert Charter en in deze Corporate Governance verklaring uit waarom ze afwijkt van enkele bepalingen ervan.
De Belgische Corporate Governance Code is beschikbaar op www.corporategovernancecommittee.be.
Het Bekaert Corporate Governance Charter is beschikbaar op www.bekaert.com.
De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit vijftien leden, die door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd worden. Acht bestuurders zijn benoemd op voordracht van de hoofdaandeelhouder. De functies van Voorzitter en van Gedelegeerd Bestuurder worden nooit door dezelfde persoon uitgeoefend. De Gedelegeerd Bestuurder is het enig lid van de Raad met een uitvoerende functie. Alle andere leden zijn niet-uitvoerende bestuurders.
Vijf bestuurders zijn onafhankelijk op grond van de criteria van artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen en van bepaling 2.3 van de Belgische Corporate Governance Code: Celia Baxter (voor het eerst benoemd in 2016), Pamela Knapp (voor het eerst benoemd in 2016), Martina Merz (voor het eerst benoemd in 2016), Colin Smith (voor het eerst benoemd in 2018) en Mei Ye (voor het eerst benoemd in 2014).
In afwijking op bepaling 4.5 van de Belgische Corporate Governance Code, volgens dewelke niet-uitvoerende bestuurders niet meer dan vijf bestuursmandaten in beursgenoteerde vennootschappen in overweging mogen nemen, heeft mevrouw Merz in november 2018 een zesde mandaat aanvaard in een beursgenoteerd bedrijf (voorzitter van de Raad van Toezicht van thyssenkrupp AG). Mevrouw Merz zal ontslag nemen als bestuurder van de vennootschap op het einde van de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 8 mei 2019.
De Raad van Bestuur heeft in 2018 tien vergaderingen gehouden: zes gewone en vier buitengewone vergaderingen. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet, de statuten en het Bekaert Charter, behandelde de Raad van Bestuur in 2018 onder meer de volgende onderwerpen:
| Naam | Aanvang eerste mandaat |
Einde huidig mandaat als bestuurder |
Hoofdfunctie(4) | Aantal bijgewoonde gewone/ buitengewone vergaderingen |
||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorzitter | ||||||
| Bert De Graeve(1) | 2006 | 2019 | NV Bekaert SA | 10 | ||
| Gedelegeerd Bestuurder | ||||||
| Matthew Taylor | 2014 | 2022 | NV Bekaert SA | 10 | ||
| Leden voorgedragen door de hoofdaandeelhouder | ||||||
| Leon Bekaert | 1994 | 2019 | Bestuurder van vennootschappen | 9 | ||
| Gregory Dalle | 2015 | 2019 | Gedelegeerd bestuurder, Credit Suisse International, Investment Banking and Capital Markets |
10 | ||
| Charles de Liedekerke | 1997 | 2019 | Bestuurder van vennootschappen | 10 | ||
| Christophe Jacobs van Merlen | 2016 | 2020 | Gedelegeerd Bestuurder, Bain Capital Private Equity (Europe), LLP (VK) |
10 | ||
| Hubert Jacobs van Merlen | 2003 | 2019 | Bestuurder van vennootschappen | 10 | ||
| Maxime Jadot | 1994 | 2019 | Gedelegeerd Bestuurder en Voorzitter van het Directiecomité, BNP Paribas Fortis (België) |
7 | ||
| Emilie van de Walle de Ghelcke | 2016 | 2020 | Jurist, Sofina (België) | 9 | ||
| Henri Jean Velge | 2016 | 2020 | Bestuurder van vennootschappen | 9 | ||
| Onafhankelijke bestuurders | ||||||
| Celia Baxter | 2016 | 2020 | Bestuurder van vennootschappen | 8 | ||
| Alan Begg(2) | 2008 | 2018 | Bestuurder van vennootschappen | 2 | ||
| Pamela Knapp | 2016 | 2020 | Bestuurder van vennootschappen | 9 | ||
| Martina Merz | 2016 | 2020 | Bestuurder van vennootschappen | 8 | ||
| Colin Smith(3) | 2018 | 2022 | Onafhankelijk bestuurder en adviseur van vennootschappen |
6 | ||
| Mei Ye | 2014 | 2022 | Onafhankelijk bestuurder en adviseur van vennootschappen |
8 |
(1) Bert De Graeve werd voor het eerst benoemd als lid van de Raad van Bestuur in 2006. In 2014 werd hij Voorzitter van de Raad van Bestuur.
(2) Tot de Algemene Vergadering in mei 2018.
(3) Vanaf de Algemene Vergadering in mei 2018.
(4) Het curriculum vitae van de leden van de Raad van Bestuur is terug te vinden op www.bekaert.com.
De Raad van Bestuur heeft vier adviserende comités opgericht.
De samenstelling van het Audit en Finance Comité is conform artikel 526bis §2 van het Wetboek van vennootschappen: zijn vier leden zijn niet-uitvoerende bestuurders, en één lid, mevrouw Pamela Knapp, is onafhankelijk. De ervaring van mevrouw Knapp in boekhouding en audit blijkt uit haar vroegere posities als Chief Financial Officer van de afdeling Power Transmission and Distribution bij Siemens (van 2004 tot 2009) en Chief Financial Officer van GfK SE (van 2009 tot 2014). De leden van het Comité beschikken over een collectieve deskundigheid op het gebied van de activiteiten van de vennootschap. Het Comité wordt voorgezeten door de heer Hubert Jacobs van Merlen.
In afwijking op bepaling 5.2/4 van de Belgische Corporate Governance Code, volgens dewelke op zijn minst een meerderheid van de leden onafhankelijk moet zijn, is Bekaert van oordeel dat het Audit en Finance Comité de evenwichtige samenstelling van de voltallige Raad moet weerspiegelen.
De Gedelegeerd Bestuurder en de Chief Financial Officer zijn geen lid van het Comité, maar worden tot zijn vergaderingen uitgenodigd. Deze regeling waarborgt de noodzakelijke interactie tussen Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijgewoonde gewone/ buitengewone vergaderingen |
|---|---|---|
| Hubert Jacobs van Merlen | 2019 | 15 |
| Bert De Graeve | 2019 | 15 |
| Pamela Knapp | 2020 | 13 |
| Christophe Jacobs van Merlen | 2020 | 13 |
Het Comité heeft in 2018 vier gewone en elf buitengewone vergaderingen gehouden. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet en van het Bekaert Charter behandelde het Comité voornamelijk de volgende onderwerpen:
De samenstelling van het Benoemings- en Remuneratiecomité is conform artikel 526quater §2 van het Wetboek van vennootschappen: zijn drie leden zijn niet-uitvoerende bestuurders, het wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad van Bestuur, en de overige leden zijn onafhankelijk. De deskundigheid van het Comité op het gebied van remuneratiebeleid blijkt uit de relevante ervaring van zijn leden.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|
| Bert De Graeve | 2019 | 3 |
| Celia Baxter | 2020 | 5 |
| Alan Begg(1) | 2018 | 1 |
| Martina Merz(2) | 2020 | 4 |
(1) Tot de Algemene Vergadering in mei 2018.
(2) Vanaf de Algemene Vergadering in mei 2018.
Twee van de door de hoofdaandeelhouder voorgedragen bestuurders en de Gedelegeerd Bestuurder worden tot de vergaderingen van het Comité uitgenodigd zonder er lid van te zijn.
Het Comité vergaderde in 2018 vijfmaal. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet en van het Bekaert Charter behandelde het Comité voornamelijk de volgende onderwerpen:
Het Strategisch Comité telt zes leden, waarvan er vijf nietuitvoerende bestuurders zijn. Het wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad van Bestuur, en bestaat voorts uit de Gedelegeerd Bestuurder en vier bestuurders.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|
| Bert De Graeve | 2019 | 3 |
| Leon Bekaert | 2019 | 3 |
| Charles de Liedekerke | 2019 | 3 |
| Maxime Jadot | 2019 | 3 |
| Martina Merz | 2020 | 3 |
| Matthew Taylor | 2022 | 3 |
Het Comité vergaderde in 2018 driemaal. Het besprak de strategie van Bekaert alsmede diverse strategische projecten.
In de loop van 2018 heeft de Raad van Bestuur een ad hoc adviserend comité opgericht overeenkomstig sectie II.5.2 van het Bekaert Charter. Het Comité concentreert zich op Bridon-Bekaert Ropes Group(BBRG).
Het BBRG Comité telt drie leden; alle drie niet-uitvoerende bestuurders. Het BBRG Comité wordt voorgezeten door de heer Gregory Dalle. De Gedelegeerd Bestuurder is geen lid van het Comité, maar wordt uitgenodigd tot zijn vergaderingen.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|
| Gregory Dalle | 2019 | 8 |
| Charles de Liedekerke | 2019 | 8 |
| Martina Merz | 2020 | 8 |
Het Comité vergaderde in 2018 acht maal.
De voornaamste kenmerken van de werkwijze voor het evalueren van de Raad van Bestuur, zijn Comités en de individuele bestuurders zijn beschreven in dit hoofdstuk en in paragraaf II.3.4 van het Bekaert Charter. De Voorzitter is belast met de organisatie van periodieke prestatiebeoordelingen door middel van een uitgebreide vragenlijst die betrekking heeft op:
In 2018 werd een prestatiebeoordeling van de Gedelegeerd Bestuurder en van de Voorzitter van de Raad van Bestuur georganiseerd.
Sedert de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 11 mei 2016 voldoet de vennootschap aan de wettelijke vereiste dat ten minste één derde van de leden van de Raad van Bestuur van een ander geslacht is dan dat van de overige leden.
Meer informatie over diversiteit is beschikbaar in het duurzaamheidsrapport van de Bekaert Groep.
Het Bekaert Group Executive (BGE) draagt de collectieve verantwoordelijkheid voor het bereiken van de langetermijn- en kortetermijndoelstellingen van de Groep. Het wordt voorgezeten door de Gedelegeerd Bestuurder
De heer Jun Liao werd lid van het BGE op 1 maart 2018 en nam de verantwoordelijkheid op voor de regio Noord-Azië.
Op 15 november 2018 kondigde Bekaert het vertrek aan van Beatriz García-Cos, Chief Financial Officer. Frank Vromant, Executive Vice President Americas, werd met onmiddellijke ingang benoemd tot Chief Financial Officer ad interim, bovenop zijn uitvoerende verantwoordelijkheden voor de regionale operaties in Latijns-Amerika.
Geert Van Haver, Chief Technology Officer, ging op 31 december 2018 met pensioen na een carrière van 36 jaar bij Bekaert, uitgebouwd op basis van zijn algemene ervaring in het bedrijfsleven en in technologie. De verantwoordelijkheden van Geert Van Haver worden sindsdien intern gecoördineerd initieel met een rechtstreekse rapporteringslijn naar de Gedelegeerd Bestuurder en sedert 1 maart 2019 overeenkomstig de nieuwe organisatiestructuur.
| Naam | Functie | Benoemd |
|---|---|---|
| Matthew Taylor | Gedelegeerd Bestuurder | 2013 |
| Rajita D'Souza | Chief Human Resources Officer | 2017 |
| Beatriz García-Cos (1) | Chief Financial Officer | 2016 |
| Lieven Larmuseau | Algemeen Directeur Business Platformen Rubberversterking |
2014 |
| Jun Liao (2) | Algemeen Directeur Noord-Azië | 2018 |
| Curd Vandekerckhove | Algemeen Directeur Globale Operaties |
2012 |
| Geert Van Haver (3) | Chief Technology and Engineering Officer |
2014 |
| Stijn Vanneste | Algemeen Directeur Europa, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië |
2016 |
| Piet Van Riet | Algemeen Directeur Business Platformen Industriële Producten en Gespecialiseerde Producten, Marketing en Commercial Excellence |
2014 |
| Frank Vromant | Chief Financial Officer ad interim (4) en Algemeen Directeur Noord-Amerika en Latijns-Amerika |
2011 |
(1) Tot 15 november 2018.
(3) Tot eind 2018.
(4) Sedert 15 november 2018.
(2) Vanaf 1 maart 2018.
Zoals aangekondigd op 1 maart 2019, is de samenstelling van het BGE gewijzigd overeenkomstig de nieuwe organisatiestructuur.
Het BGE is samengesteld uit vertegenwoordigers van globale business units en globale functionele domeinen.
Sedert 1 maart 2019 bestaat het BGE uit volgende leden:
| Naam | Functie | Benoemd |
|---|---|---|
| Matthew Taylor | Gedelegeerd Bestuurder | 2013 |
| Frank Vromant | Chief Financial Officer ad interim | 2011 |
| Rajita D'Souza | Chief Human Resources Officer | 2017 |
| Curd Vandekerckhove | Chief Operations Officer | 2012 |
| (externe aanwerving) | Chief Strategy Officer | |
| Lieven Larmuseau | Divisional CEO Rubber Reinforcement ad interim |
2014 |
| Stijn Vanneste | Divisional CEO Steel Wire Solutions |
2016 |
| Jun Liao | Divisional CEO Specialty Businesses |
2018 |
De heer Brett Simpson, CEO Bridon-Bekaert Ropes Group, is geen lid van het BGE, maar wordt tot de vergaderingen van het BGE uitgenodigd.
Volgens artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen moet een lid van de Raad van Bestuur de overige leden vooraf informeren over agendapunten waaromtrent het rechtstreeks of onrechtstreeks een met de vennootschap strijdig belang van vermogensrechtelijke aard heeft en moet het zich onthouden van deelname aan de beraadslaging en de stemming daarover. Een dergelijk belangenconflict kwam in 2018 driemaal voor, waarbij telkens de bepalingen van artikel 523 nageleefd werden.
Op 27 februari 2018 moest de Raad van Bestuur zich uitspreken over de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder (o.a. over de voorgestelde korte termijn variabele vergoeding van € 477 521 uit hoofde van zijn prestatie in 2017 en de voorgestelde middellange termijn variabele vergoeding van € 95 504 uit hoofde van zijn prestatie tijdens de periode 2015- 2017). Uittreksel uit de notulen:
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité:
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad van Bestuur de middellange termijn variabele vergoeding goed uit hoofde van de prestatie tijdens de periode 2015-2017 te betalen in maart 2018.
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad van Bestuur de doelstellingen goed voor de korte termijn variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder voor 2018, zoals gewijzigd door de Raad van Bestuur.
Op 14 november 2018 moest de Raad van Bestuur zich uitspreken over het nieuw executive compensation plan. Het nieuw executive compensation plan geldt ook voor de Gedelegeerd Bestuurder. Uittreksel uit de notulen:
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité beslist de Raad van Bestuur geen aandelenopties meer aan te bieden en volledig over te schakelen naar performance share units, zoals voorgesteld door het management, binnen het kader van het lopend Performance Share Plan 2018-2020.
Op 20 december 2018 moest de Raad van Bestuur zich uitspreken over de 2019-2021 prestatievoorwaarden voor de performance share units. Deze prestatievoorwaarden gelden ook voor de Gedelegeerd Bestuurder. Uittreksel uit de notulen:
De Raad van Bestuur machtigt het Benoemings- en Remuneratiecomité om de prestatievoorwaarden 2019-2021 te finaliseren op basis van het volgende:
Het Bekaert Charter bevat gedragsregels met betrekking tot rechtstreekse en onrechtstreekse belangenconflicten van de leden van de Raad van Bestuur en van het BGE die buiten de werkingssfeer van artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen vallen. Deze leden worden geacht met Bekaert verbonden partijen te zijn, en moeten jaarlijks melding maken van rechtstreekse of onrechtstreekse transacties met Bekaert of haar dochterondernemingen. Bekaert is niet op de hoogte van enig potentieel belangenconflict betreffende dergelijke transacties in 2018 (cfr. Toelichting 7.5 bij de geconsolideerde jaarrekening).
Conform bepaling 3.7 van de Belgische Corporate Governance Code heeft de Raad van Bestuur op 27 juli 2006 de Bekaert Dealing Code uitgevaardigd. Naar aanleiding van de Europese Verordening Marktmisbruik, heeft de Raad van Bestuur op 28 juli 2016 een nieuwe versie van de Bekaert Dealing Code goedgekeurd, met inwerkingtreding op 3 juli 2016. De Bekaert Dealing Code is integraal opgenomen in het Bekaert Charter als Appendix 4. De Bekaert Dealing Code legt de leden van de Raad van Bestuur, het BGE, het senior management en bepaalde andere personen beperkingen op inzake transacties in Bekaert financiële instrumenten tijdens gesloten periodes en sperperiodes. De Code bevat ook regels aangaande de openbaarmaking van uitgevoerde transacties door de leidinggevenden en hun nauw verbonden personen middels een melding aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). De Algemeen Secretaris is de Dealing Code Officer voor de Bekaert Dealing Code.
Het remuneratiebeleid voor niet-uitvoerende bestuurders wordt bepaald door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op aanbeveling van de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Het beleid werd goedgekeurd door de Gewone Algemene Vergadering van 10 mei 2006, en gewijzigd door de Gewone Algemene Vergaderingen van 11 mei 2011 en van 14 mei 2014.
Het remuneratiebeleid voor de Gedelegeerd Bestuurder wordt bepaald door de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De Gedelegeerd Bestuurder neemt aan deze procedure niet deel. Het Comité verzekert de conformiteit met het remuneratiebeleid van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder met de vennootschap. Een kopie van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder is op verzoek van een bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.
Het remuneratiebeleid voor de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder wordt bepaald door de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De Gedelegeerd Bestuurder heeft een adviserende rol in deze procedure. Het Comité verzekert de conformiteit met het remuneratiebeleid van het contract van elk BGE-lid met de vennootschap. Een kopie van elk contract is op verzoek van een bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.
De remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders wordt bepaald op basis van zes gewone vergaderingen van de voltallige Raad van Bestuur per jaar. Een gedeelte van de remuneratie wordt betaald in functie van het aantal gewone vergaderingen dat de niet-uitvoerende bestuurder persoonlijk bijwoont.
Niet-uitvoerende bestuurders die lid zijn van een Comité van de Raad van Bestuur ontvangen een vergoeding voor elke Comité-vergadering die ze persoonlijk bijwonen. In zijn hoedanigheid van uitvoerend bestuurder ontvangt de Gedelegeerd Bestuurder die vergoeding niet.
Indien de Raad van Bestuur in een specifieke aangelegenheid de bijstand van een bestuurder verzoekt op grond van zijn/ haar onafhankelijkheid en/of bekwaamheid, is die bestuurder,
voor elke sessie die een specifieke verplaatsing en tijd vergt, gerechtigd op een vergoeding gelijk aan het toepasselijke variabele bedrag voor een persoonlijk bijgewoonde vergadering van een Comité van de Raad van Bestuur. Het concrete bedrag van de vergoeding van de bestuurders wordt door de Gewone Algemene Vergadering voor het lopende boekjaar bepaald.
De vergoeding van de bestuurders wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties om te verzekeren dat personen kunnen worden aangetrokken met competenties die aan de internationale ambities van de Groep beantwoorden.
Niet-uitvoerende bestuurders hebben geen recht op prestatiegebonden remuneratie zoals bonussen, aandelengerelateerde incentiveprogramma's op lange termijn, voordelen in natura of voordelen verbonden aan pensioenplannen, noch op enig ander type variabele remuneratie, met uitzondering van de vergoeding voor de persoonlijk bijgewoonde vergaderingen van de Raad van Bestuur of van een Comité.
Uitgaven die bestuurders redelijkerwijs in het kader van de uitoefening van hun taken doen, worden terugbetaald op voorlegging van genoegzame rechtvaardigingsstukken. Bestuurders worden geacht het uitgavenbeleid voor leden van de Raad van Bestuur in acht te nemen bij het doen van uitgaven.
De remuneratie van de Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt bij de aanvang van zijn opdracht bepaald, en wel voor de duur van die opdracht. Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité wordt de vergoeding bepaald door de Raad van Bestuur onder voorbehoud van goedkeuring door de Gewone Algemene Vergadering.
In zijn voorstel moet het Comité rekening houden met een duidelijke omschrijving van de taken van de Voorzitter, het professionele profiel dat werd aangetrokken, de tijd die voor de Groep daadwerkelijk ter beschikking moet worden gesteld, en een gepaste remuneratie die aan de gestelde verwachtingen beantwoordt en die regelmatig wordt getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties. De Voorzitter heeft geen recht op een bijkomende vergoeding voor het bijwonen of voorzitten van een vergadering van een Comité van de Raad van Bestuur, omdat dit in zijn totale remuneratiepakket begrepen is.
De belangrijkste elementen van het remuneratiebeleid van de Groep voor het Uitvoerend Management zijn een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. De Groep biedt competitieve totale remuneratiepakketten aan met het doel het beste kader- en managementtalent aan te trekken en te behouden in elk deel van de wereld waar de Groep aanwezig is.
De remuneratie van de uitvoerende managers wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties.
Een sterke focus op prestatie en realisaties op Groeps- en individueel niveau wordt gereflecteerd in het korte termijn variabele vergoedingsprogramma, dat rechtstreeks gerelateerd is aan de jaarlijkse businessdoelstellingen. Het lange termijn variabele vergoedingsprogramma van de Groep moet managers en kaderleden belonen voor hun bijdrage tot de creatie van hogere aandeelhouderswaarde op termijn. Dit programma is typisch gerelateerd aan de prestatie van de vennootschap op langere termijn en met de toekomstige waardevermeerdering van de aandelen van de vennootschap.
Het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder bestaat uit een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. Het remuneratiepakket moet competitief zijn en op maat van de verantwoordelijkheden van een Gedelegeerd Bestuurder die aan het hoofd staat van een wereldwijd actieve industriële groep met diverse businessplatformen.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité beveelt ieder jaar een aantal doelstellingen aan die rechtstreeks van het businessplan zijn afgeleid en die gebaseerd zijn op overige aan de Gedelegeerd Bestuurder toe te vertrouwen prioriteiten. Die doelstellingen bevatten zowel Groeps- als individuele financiële en niet-financiële doelen, en worden over een vooraf bepaalde periode gemeten (tot drie jaren ver). Die doelstellingen, alsmede de eindejaarsbeoordeling van de realisaties, worden door het Benoemings- en Remuneratiecomité gedocumenteerd en aan de voltallige Raad van Bestuur voorgelegd. De eindbeoordeling leidt tot een waardering door de Raad van Bestuur, gebaseerd op gemeten resultaten, van alle prestatiegebonden elementen uit het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder.
Het remuneratiepakket van de andere BGE-leden dan de Gedelegeerd Bestuurder bestaat uit een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. Het remuneratiepakket moet competitief zijn en op maat van de rol en de verantwoordelijkheden van elk BGE-lid dat leiding geeft aan een wereldwijd actieve industriële groep met diverse businessplatformen.
De Gedelegeerd Bestuurder evalueert de prestatie van ieder ander lid van het BGE, en legt zijn prestatiewaardering voor aan het Benoemings- en Remuneratiecomité. Die evaluatie gebeurt jaarlijks op basis van gedocumenteerde doelstellingen die rechtstreeks van het businessplan zijn afgeleid en die rekening houden met de specifieke verantwoordelijkheden van elk lid van het BGE. De realisaties die op basis van die doelstellingen gemeten worden, bepalen alle prestatiegebonden elementen uit het remuneratiepakket van elk ander lid van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder. De objectieven bevatten zowel Groeps- als individuele financiële en niet-financiële doelen, en worden over een vooraf bepaalde periode gemeten (tot drie jaren ver).
Het concrete bedrag van de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE wordt bepaald door de Raad van Bestuur op gemotiveerde aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
Tot eind 2017, bestond de lange termijn variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE uit het aanbod van een variabel aantal opties op aandelen volgens de regels van een aandelenoptieplan en de toekenning van een vast aantal performance share units volgens de regels van een performance share plan. Vanaf 2018, bestaat de lange termijn variabele vergoeding uitsluitend uit de toekenning van performance share units onder een performance share plan.De performance share units met betrekking tot 2018 werden toegekend in februari 2019.
Tot 2018, namen de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE deel aan een personal shareholding requirement plan, in het kader waarvan vereist werd een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap op te bouwen en aan te houden en waarbij de vennootschap de investering van het lid van het BGE in aandelen van de vennootschap in jaar x tegemoetkomt via een directe toekenning van eenzelfde aantal aandelen in de vennootschap aan het eind van jaar x + 2. Vanaf 2019, wordt dit plan vervangen door een vrijwillig share-matching plan terwijl de verplichting om een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap op te bouwen en aan te houden blijft bestaan.
Een prestatiegedreven cultuur is belangrijk om de groeidoelstellingen van de Groep te realiseren. De Groep is Enterprise Performance Management (EPM) beginnen gebruiken om de bedrijfscyclus te beheren, onder andere voor de planning en opvolging van doelstellingen en middelen, de waardevermeerdering en de verantwoordelijkheden van teams. Een ander prestatiegebonden proces dat werd ingevoerd is People Performance Management (PPM) met de bedoeling de doelstellingen voor teams en individuen duidelijk af te stemmen op de bedrijfsprioriteiten, waarbij prestaties regelmatig worden bijgestuurd en er wordt gecoacht. Hierdoor kan men op een voldoende gedifferentieerde manier belonen in functie van de prestatie.
In het licht daarvan heeft het Benoemings- en Remuneratiecomité in 2018 een grondige studie gedaan van de remuneratiestructuur voor de uitvoerende managers. Dit heeft geleid tot een nieuw remuneratiebeleid voor de uitvoerende managers dat zal worden toegepast vanaf 2019.
De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende:
die afhangen van de realisatie van vooraf door de Raad Van Bestuur bepaalde prestatievoorwaarden en die gemeten worden over een periode van drie jaar.
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de bestuurders werden toegekend door de vennootschap of haar dochtervennootschappen met betrekking tot 2018 wordt in de tabel hierna op individuele basis vermeld.
| Variabele aanwezigheidsvergoeding |
Variabele aanwezigheidsvergoeding |
|||
|---|---|---|---|---|
| in € | Vaste vergoeding | Raad van Bestuur | Comités | Totaal |
| Voorzitter | ||||
| Bert De Graeve | 250 000 | 250 000 | ||
| Bestuurders | ||||
| Celia Baxter | 42 000 | 25 200 | 15 000 | 82 200 |
| Alan Begg | 21 000 | 8 400 | 3 000 | 32 400 |
| Leon Bekaert | 42 000 | 25 200 | 9 000 | 76 200 |
| Gregory Dalle | 42 000 | 25 200 | 13 500 | 80 700 |
| Charles de Liedekerke | 42 000 | 25 200 | 22 500 | 89 700 |
| Christophe Jacobs van Merlen | 42 000 | 25 200 | 29 000 | 96 200 |
| Hubert Jacobs van Merlen | 42 000 | 25 200 | 44 000 | 111 200 |
| Maxime Jadot | 42 000 | 25 200 | 9 000 | 76 200 |
| Pamela Knapp | 42 000 | 25 200 | 30 000 | 97 200 |
| Martina Merz | 42 000 | 25 200 | 33 750 | 100 950 |
| Colin Smith | 21 000 | 25 200 | 0 | 46 200 |
| Matthew Taylor | 42 000 | 25 200 | 0 | 67 200 |
| Emilie van de Walle de Ghelcke | 42 000 | 25 200 | 0 | 67 200 |
| Henri Jean Velge | 42 000 | 25 200 | 0 | 67 200 |
| Mei Ye | 42 000 | 25 200 | 0 | 67 200 |
Totaal vergoedingen bestuurders 1 407 950
De vergoeding van de Voorzitter voor de uitoefening van al zijn opdrachten in de vennootschap was een vast brutobedrag van € 250 000.
De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter, voor de uitoefening van zijn opdracht als lid van de Raad van Bestuur bestond uit een vast bedrag van € 42 000 en uit een variabel bedrag van € 4 200 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van de Raad van Bestuur (met een maximum van € 25 200 voor zes vergaderingen per jaar).
De vergoeding van de Voorzitter van het Audit en Finance Comité, voor de uitoefening van de opdracht als Voorzitter en als lid van het Comité, bestond uit een variabel bedrag van € 4 000 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van het Comité.
De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter en de Gedelegeerd Bestuurder, voor de uitoefening van zijn opdracht als lid van een Comité van de Raad van Bestuur bestond uit een variabel bedrag van € 3 000 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van het Comité.
In zijn hoedanigheid van bestuurder heeft de Gedelegeerd Bestuurder recht op dezelfde remuneratie als de niet-uitvoerende bestuurders, behalve de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van Comités van de Raad van Bestuur, waarvoor hij geen vergoeding ontvangt (cfr. de bovenstaande tabel). De door de Gedelegeerd Bestuurder in zijn hoedanigheid van bestuurder ontvangen vergoeding is begrepen in zijn basissalaris dat in de tabel in punt 6 hierna is vermeld.
Het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE bevat volgende prestatiegebonden elementen:
definitief zullen verworven worden ('gevest') na afloop van een verwervingsperiode van drie jaar, onder voorwaarde van het bereiken van een vooropgesteld prestatiedoel.
De set van criteria om de prestaties te evalueren voor de korte termijn variabele vergoeding bestaat uit een korf van financiële doelstellingen (omzet, onderliggende EBIT en werkkapitaal) niet-financiële doelstellingen (zoals veiligheid, implementatie van transformatieprogramma's, verbetering van geëngageerde en gemachtigde teams), gecombineerd met specifieke geïndividualiseerde doelstellingen.
De waarde van de korte termijn variabele vergoeding op doelniveau ("target") van de Gedelegeerd Bestuurder is gelijk aan 75% van zijn vaste vergoeding; voor de andere leden van het BGE bedraagt het doelniveau ("target") 60% van de vaste vergoeding. Men kan maximum 200% van het doelniveau bereiken.
De criteria om de prestaties te evalueren voor de lange termijn variabele vergoeding zijn vanaf 2019 specifieke financiële bedrijfsgebonden criteria; meer bepaald een groeidoelstelling voor EBITDA en een cumulatieve doelstelling voor de kasstroom.
De waarde van de lange termijn variabele vergoeding op doelniveau ("target") van de Gedelegeerd Bestuurder is gelijk aan 85% van zijn vaste vergoeding; voor de andere leden van het BGE bedraagt het doelniveau ("target") 65% van de vaste vergoeding. Maximum 300% van de toegekende performance share units kunnen verworven worden.
Tegen pari niveau, bedraagt de waarde van de elementen van de variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE meer dan 25% van hun totale vergoeding. Meer dan de helft van de totale betaling van deze variabele vergoeding is gebaseerd op criteria over een periode van minimum drie jaar.
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks door de vennootschap of haar dochtervennootschappen aan de Gedelegeerd Bestuurder werden toegekend voor zijn opdracht als Gedelegeerd Bestuurder met betrekking tot 2018 wordt hierna vermeld.
Er is geen korte termijn variabele vergoeding betaald aan de Gedelegeerd Bestuurder uit hoofde van zijn prestatie in 2018.
| Matthew Taylor | Renumeratie(1) | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Basissalaris | € 802 261 | Bevat Belgisch basissalaris en alle Belgische en buitenlandse bestuursvergoedingen(2) |
| Korte termijn variabele vergoeding |
- | Jaarlijkse variabele vergoeding, gebaseerd op prestatie in 2018 |
| Lange termijn variabele vergoeding: |
||
| - Toekenning van aandelenopties |
20 000 opties | Aantal toegekende aandelenopties |
| - Performance share units |
0 units | Aantale toegekende performance share units Zie ook sectie 8 van het |
| Remuneratieverslag | ||
| Pensioen | € 163 949 | Toegezegde bijdrageregeling |
| Andere remuneratie elementen |
€ 50 507 | Bevat bedrijfswagen en verzekeringen |
(1) Met betrekking tot 2018.
(2) Het basissalaris is inclusief de vergoeding door de Gedelegeerd Bestuurder ontvangen in zijn hoedanigheid van bestuurder.
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder werden toegekend door de vennootschap of haar dochtervennootschappen met betrekking tot 2018 wordt hierna op globale basis vermeld.
Er is geen korte termijn variabele vergoeding betaald aan de overige leden van het Bekaert Group Executive uit hoofde van hun prestatie in 2018.
| Renumeratie(1) | Opmerkingen | |
|---|---|---|
| Basissalaris | € 3 256 005 | Bevat Belgisch basissalaris en alle Belgische en buitenlandse bestuursvergoedingen |
| Korte termijn variabele vergoeding |
- | Jaarlijkse variabele vergoeding, gebaseerd op prestatie in 2018 |
| Lange termijn variabele vergoeding: |
||
| - Toekenning van aandelenopties |
86 250 opties | Aantal toegekende aandelenopties |
| - Performance share units |
0 units | Aantale toegekende performance share units Zie ook sectie 8 van het Remuneratieverslag |
| Pensioen | € 558 064 | Toegezegde bijdrage en toegezegde pensioenregeling |
| Andere remuneratie elementen |
€ 311 327 | Bevat bedrijfswagen, verzekeringen, schooltoeslag en huisvestingstoelage |
(1) Met betrekking tot 2018.
Tot eind 2017 was de lange termijn variabele vergoeding gebaseerd op een combinatie van aandelenopties (of 'stock appreciation rights' buiten Europa) en performance share units.
Vanaf 2018, bestaat de lange termijn variabele vergoeding uitsluitend uit de toekenning van performance share units onder het Performance Share Plan 2018-2020. Dit plan werd op voorstel van de Raad van Bestuur op 9 mei 2018 door de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders goedgekeurd. De performance share units met betrekking tot 2018 werden in februari 2019 aan de Gedelegeerd Bestuurder en aan de andere leden van het BGE toegekend.
De wijzigingen die in 2018 werden doorgevoerd hebben geen invloed op de bestaande aandelenoptieplannen en 'stock appreciation rights' plannen. In het overzicht hieronder staat het aantal aandelenopties dat in 2018 aan de Gedelegeerd Bestuurder en aan de andere leden van het BGE werd toegekend, en het aantal aandelenopties dat in 2018 werd uitgeoefend of verviel met betrekking tot lange termijn variabele vergoedingsprogramma's van kracht vóór 2018.
De in 2018 aan de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE toegekende aandelenopties zijn gebaseerd op het SOP2015-2017 aandelenoptieplan dat in 2015 door de Raad van Bestuur werd voorgesteld en door een Bijzondere Algemene Vergadering werd goedgekeurd. Het plan biedt opties tot verwerving van bestaande aandelen van de vennootschap aan. Er vond één gewoon aanbod van opties plaats in december in elk van de jaren 2015 tot en met 2017, en de opties werden toegekend op de zestigste dag volgend op de dag van het aanbod (d.i. in februari van het jaar daarop). Bijgevolg hebben de aandelenopties die in 2018 werden toegekend (zoals vermeld in de tabel hieronder) betrekking op het aanbod van aandelenopties gedaan in december 2017.
De opties werden gratis aan de begunstigden aangeboden. Elke aanvaarde optie verleent de houder het recht op verwerving van één bestaand aandeel van de vennootschap tegen betaling van de uitoefenprijs, die definitief wordt bepaald ten tijde van het aanbod en die gelijk is aan het laagste van: (i) de gemiddelde slotkoers van de aandelen van de vennootschap op de beurs gedurende dertig dagen die de dag van het aanbod voorafgaan, of (ii) de laatste slotkoers die de dag van het aanbod voorafgaat.
De uitoefenprijs van de in december 2017 aangeboden en in februari 2018 toegekende aandelenopties bedraagt € 34,60 per aandeel.
Onder voorbehoud van de gesloten periodes en de sperperiodes voor de handel in aandelen en van het planreglement kunnen de opties uitgeoefend worden vanaf het begin van het vierde jaar na de datum van hun aanbod tot het einde van het tiende kalenderjaar na de datum van hun aanbod.
De aandelenopties die in 2018 uitoefenbaar waren, zijn gebaseerd op de eerste vier toekenningen onder het SOP2010- 2014 aandelenoptieplan en de plannen die het SOP2010- 2014 aandelenoptieplan voorafgingen.
De bepalingen van die plannen zijn gelijkaardig aan die van het SOP2015-2017 aandelenoptieplan, met dien verstande dat de aan werknemers toegekende opties onder de plannen voorafgaand aan het SOP2010-2014 aandelenoptieplan de vorm hadden van warrants die de houders het recht verlenen tot verwerving van nieuw uit te geven aandelen van de vennootschap, terwijl zelfstandige begunstigden recht hebben op verwerving van bestaande aandelen zoals in het SOP2010-2014 aandelenoptieplan.
Het Performance Share Plan 2018-2020 werd op voorstel van de Raad van Bestuur op 9 mei 2018 door de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders goedgekeurd. De performance share units met betrekking tot 2018 werden in februari 2019 toegekend aan de Gedelegeerd Bestuurder en aan de andere leden van het BGE.
Het plan biedt rechten op eigen aandelen van de vennootschap aan aan de leden van het BGE, het senior management en een beperkt aantal kaderleden van de vennootschap en van enkele van haar dochtervennootschappen (de rechten, "performance share units" en de aandelen, "performance shares").
Elke performance share unit geeft de begunstigde ervan het recht om gratis één performance share te verwerven onder de voorwaarden van het performance share plan. De performance share units zijn definitief verworven ('gevest') na afloop van een verwervingsperiode van drie jaar, mits het bereiken van vooropgestelde prestatiedoelen.
De prestatiedoelen worden jaarlijks vastgesteld door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de vennootschap. De financiële bedrijfsgegevens die als prestatiedoelstellingen werden weerhouden voor de periode 2019-2021 zijn groei van EBITDA en elementen van decumulatieve kasstroom.
De precieze mate waarin de performance share units definitief verworven ('gevest') worden, is afhankelijk van het al dan niet bereiken van deze prestatiedoelen. Indien de vastgelegde minimumdrempel niet behaald wordt, dan is er geen enkele definitieve verwerving ('vesting'). Bij het bereiken van deze minimumdrempel, zal 50% van de performance share units definitief verworven ('gevest') worden; de volledige verwezenlijking van de overeengekomen prestatiedoelen zal leiden tot een 'par vesting' van 100% van de performance share units, terwijl er een maximale definitieve verwerving ('vesting') zal zijn van 300% van de performance share units indien de werkelijke prestaties gelijk zijn aan, of hoger zijn dan, een overeengekomen bovengrens. Tussen deze waarden zal de definitieve verwerving ('vesting') proportioneel zijn. Op het ogenblik van de definitieve verwerving ('vesting') ontvangt de begunstigde ook de waarde van de dividenden over de laatste drie jaar met betrekking tot zulk(e) (aantal) performance shares waarop de definitief verworven performance share units betrekking hebben.
Er vindt één toekenning van performance share units plaats in elk van de jaren 2018 tot en met 2020, en de waarde van de lange termijn variabele vergoeding op doelniveau (target') van de Gedelegeerd Bestuurder is gelijk aan 85% van zijn vaste vergoeding; voor de andere leden van het BGE bedraagt dit 65% van de vaste vergoeding. De performance share units worden gratis aan de begunstigden aangeboden.
De performance share units met betrekking tot 2018 werden in februari 2019 toegekend aan de Gedelegeerd Bestuurder en aan de andere leden van het BGE. Bijgevolg worden ze niet in de tabel hieronder opgenomen.
| Aantal in 2018 toegekende performance share units |
Aantal in 2018 toegekende aandelenopties |
Aantal in 2018 uitgeoefende aandelenopties |
Aantal in 2018 vervallen aandelenopties |
|
|---|---|---|---|---|
| Matthew Taylor | - | 20 000 | - | - |
| Rajita D'Souza | - | 10 000 | - | - |
| Beatriz Garcia-Cos | - | 10 000 | - | - |
| Lieven Larmuseau | - | 11 000 | 5 000 | - |
| Jun Liao | - | 6 250(1) | - | - |
| Curd Vandekerckhove | - | 9 000 | - | - |
| Geert Van Haver | - | 10 000 | - | - |
| Stijn Vanneste | - | 10 000 | - | |
| Piet Van Riet | - | 10 000 | - | - |
| Frank Vromant | - | 10 000 | - | - |
(1) Stock Appreciation Rights
Het Belgisch arbeidsrecht en de normale praktijk vormen de basis voor de vertrekregelingen met de uitvoerende managers, behalve met de Gedelegeerd Bestuurder, de voormalige Chief Financial Officer en de Chief Human Resources Officer, van wie de ten tijde van hun benoeming overeengekomen contractuele regelingen een opzeggingstermijn van twaalf maanden voorzien.
Het mandaat van de Voorzitter van de Raad van Bestuur, Bert De Graeve, eindigt bij afloop van de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 8 mei 2019. De heer De Graeve wenst zich niet verkiesbaar te stellen voor een nieuwe termijn. Mits goedkeuring door de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 8 mei 2019, stelt de Raad van Bestuur voor dat de vergoeding van de opvolger van de heer De Graeve als Voorzitter van de Raad van Bestuur voor de periode van mei 2019 tot mei 2023 als volgt is samengesteld:
» met uitzondering van ondersteuningselementen zoals infrastructuur, telecommunicatie, verzekering en terugbetaling van kosten zal de Voorzitter, conform het remuneratiebeleid van de vennootschap, geen recht hebben op enige bijkomende vergoeding.
Beatriz Garcia-Cos, voormalig Chief Financial Officer, verliet het bedrijf op 15 november 2018. Op basis van haar contract werd een opzeggingsregeling gebaseerd op een totale remuneratie van twaalf maanden overeengekomen.
Tot eind 2018 bestonden er geen bepalingen die de vennootschap het recht verlenen een variabele remuneratie terug te vorderen die aan uitvoerende managers zou zijn toegekend op basis van onjuiste financiële gegevens.
Op aanbevelen van het Benoemings- en Remuneratiecomité, heeft de Raad van Bestuur vanaf 2019 de bevoegdheid om - voor een deel of volledig - de waarde van toegekende prestatie-gebonden vergoedingen te verminderen (malus) of terug te vorderen ('claw back') in geval van:
De koers van het Bekaert-aandeel verloor in 2018 ongeveer 40% van de waarde. Toegenomen economische en politieke onzekerheid, gedreven door internationale handelsspanningen en het gebrek aan duidelijkheid over de eventuele vorm en implicaties van de Brexit, begonnen hun invloed te hebben op de marktontwikkelingen en de verwachtingen in de voor Bekaert relevante sectoren en regio's. De koers van het aandeel zakte ongeveer 20% op 20 juli 2018, toen Bekaert via een persbericht de vooruitzichten naar beneden bijstelde. De koers van het aandeel bleef onder druk staan tijdens de rest van het jaar, temidden van een lange reeks winstwaarschuwingen door sectorgenoten in onze industrieën.
Bekaert wil haar aandeelhouders transparante financiële informatie verschaffen. We streven een continue communicatie na in open dialoog met onze aandeelhouders.
De geconsolideerde jaarrekening wordt opgemaakt conform de International Financial Reporting Standards (IFRS), die door de Europese Unie zijn goedgekeurd. Zowel particuliere als institutionele beleggers kunnen rekenen op ons voortdurend streven naar transparante verslaggeving, zowel op aandeelhoudersvergaderingen als tijdens bijeenkomsten met analisten.
Het Bekaert-aandeel noteert op NYSE Euronext Brussels als ISIN BE0974258874 (BEKB) en werd voor het eerst genoteerd in december 1972. De ICB-sectorcode is 2727 Diversified Industrials.
| in € | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Koers op 31 december | 25,720 | 26,45 | 28,385 | 38,485 | 36,445 | 21,060 |
| Hoogste koers | 31,110 | 30,195 | 30,000 | 42,450 | 49,915 | 40,900 |
| Laagste koers | 20,010 | 21,900 | 22,580 | 26,560 | 33,500 | 17,410 |
| Gemiddelde koers | 24,926 | 27,155 | 26,124 | 37,065 | 42,052 | 28,211 |
| Dagelijks volume | 126 923 | 82 813 | 120 991 | 123 268 | 121 686 | 154 726 |
| Dagelijkse omzet (in miljoen €) | 3,1 | 2,1 | 3,1 | 4,5 | 5,0 | 4,4 |
| Jaarlijkse omzet (in miljoen €) | 796 | 527 | 804 | 1 147 | 1 279 | 1 121 |
| Omloopsnelheid (% jaarlijks) | 54 | 35 | 52 | 53 | 51 | 65 |
| Omloopsnelheid (% aangepaste free float) | 90 | 59 | 86 | 88 | 86 | 109 |
| Free float (%) | 59,9 | 55,7 | 56,7 | 59,2 | 59,6 | 59,3 |
Het gemiddelde aantal dagelijks verhandelde aandelen was ongeveer 155 000 aandelen in 2018. Het volume piekte op 20 juli, met 2 060 725 verhandelde aandelen. in €

Op 20 februari 2019 had Bekaert een marktkapitalisatie van € 1,5 miljard en een free float marktkapitalisatie van € 0,9 miljard. De free float was 59,33% en de free float band 60%.
Volumes
Na een gevestigde waarde te zijn geweest van bij de start van de sterindex in 1991, werd Bekaert vanaf 19 maart 2018 uit de BEL20® gesloten en opgenomen in de BEL Mid index van Euronext Brussel.
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (de transparantiewet) heeft Bekaert, in haar statuten, aan de wettelijke quota van 5% en van elk veelvoud van 5% de statutaire quota van 3% en 7,5% toegevoegd. Een overzicht van de kennisgevingen van deelnemingen van 3% of meer is te vinden in het hoofdstuk "Informatie met betrekking tot de moedervennootschap (deelnemingen in het kapitaal)".
De Stichting Administratiekantoor Bekaert (hoofdaandeelhouder) bezit 34,21% van de aandelen, terwijl de geïdentificeerde institutionele aandeelhouders naar schatting 36,42% van de aandelen bezitten. De individuele beleggers vertegenwoordigen 12,12% terwijl Private Banking goed is voor 10,79%. De eigen aandelen vertegenwoordigen 6,46.
Per 31 december 2018 bedraagt het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap € 177 793 000, vertegenwoordigd door 60 408 441 aandelen zonder vermelding van waarde. De aandelen zijn op naam of gedematerialiseerd.
De Raad van Bestuur werd gemachtigd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 11 mei 2016 het kapitaal van de vennootschap in één of meerdere malen te verhogen met een totaal maximum bedrag van € 176 000 000 (exclusief enige uitgiftepremie). Deze bevoegdheid geldt voor een periode van vijf jaar na 20 juni 2016 en kan worden hernieuwd overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen. Krachtens deze bevoegdheid kan de Raad van Bestuur onder andere een kapitaalverhoging doorvoeren in het kader van het toegestaan kapitaal door middel van de uitgifte van gewone aandelen, warrants of converteerbare obligaties, en mag ze het voorkeurrecht van de aandeelhouders van de vennootschap beperken of opheffen overeenkomstig en met toepassing van artikel 596 en volgende van het Wetboek van vennootschappen.
Bovendien werd de Raad van Bestuur gemachtigd om, binnen een periode van drie jaar na 14 juni 2018, gebruik te maken van het toegestaan kapitaal na ontvangst door de vennootschap van een mededeling door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap.
De Raad van Bestuur heeft gebruik gemaakt van zijn bevoegdheden in het kader van het toegestaan kapitaal die werden verleend door beslissing van de Algemene Vergadering op 9 mei 2012 toen hij op 18 mei 2016 besloot om niet-gesubordineerde niet-gewaarborgde converteerbare obligaties uit te geven met vervaldag in juni 2021 voor een totaal bedrag van € 380 000 000 (de "Converteerbare Obligaties"). Deze converteerbare obligaties dragen een zero-coupon en de conversieprijs bedraagt € 50,71 per aandeel.
In verband met de uitgifte van de Converteerbare obligaties, besloot de Raad van Bestuur om het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders bepaald in de artikelen 596 en volgende van het Wetboek van vennootschappen op te heffen. De voorwaarden van de converteerbare obligaties laten de vennootschap toe om, bij conversie van de obligaties, nieuwe of bestaande aandelen te leveren of een bedrag in cash te betalen.
Teneinde de verwatering voor bestaande aandeelhouders bij conversie van de Converteerbare Obligaties te verzachten, heeft de Raad van Bestuur het voornemen om waar mogelijk het bedrag in hoofdsom van de converteerbare obligaties in cash terug te betalen en, indien de dan geldende aandeelprijs boven de conversieprijs ligt, het verschil in bestaande aandelen van de vennootschap te betalen. De conversie van de Converteerbare Obligaties zou dan geen verwateringseffect voor de bestaande aandeelhouders hebben.
Bovendien laten de voorwaarden van de Converteerbare Obligaties de vennootschap toe de obligaties in bepaalde omstandigheden terug te betalen tegen hun bedrag in hoofdsom samen met de opgelopen en niet-betaalde rente, bijvoorbeeld, op of na 30 juni 2019 als de aandelen van de vennootschap worden verhandeld tegen een hogere prijs dan 130% van de conversieprijs gedurende een bepaalde periode.
Het totale aantal uitstaande, in Bekaert aandelen converteerbare warrants onder het SOP2005-2009 aandelenoptieplan bedraagt 173 570. In totaal werden 34 600 warrants uitgeoefend in 2018 onder het SOP2005-2009 aandelenoptieplan. Dit resulteerde in de uitgifte van 34 600 nieuwe aandelen van de vennootschap, een verhoging van het maatschappelijk kapitaal met € 103 000 en een verhoging van de uitgiftepremie met €473 436.
Bovenop de 3 636 280 eigen aandelen die de vennootschap hield op 31 december 2017 kocht de vennootschap in de loop van 2018 in totaal 352 000 eigen aandelen terug. In 2018 werden in totaal 37 200 aandelenopties uitgeoefend onder het SOP2010- 2014 aandelenoptieplan en 14 000 onder het SOP2 aandelenoptieplan. Daarvoor werden in totaal 51 200 eigen aandelen geleverd. 15 251 eigen aandelen werden verkocht aan leden van het Bekaert Group Executive in het kader van het Personal Shareholding Requirement Plan (aan een prijs gelijk aan de slotkoers op Euronext op de dag van de overdracht) en 19 797 eigen aandelen werden overgedragen aan leden van het Bekaert Group Executive overeenkomstig het zogeheten 'matching'-mechanisme. In 2018 werden geen eigen aandelen vernietigd. Bijgevolg hield de vennootschap 3 902 032 aandelen in portefeuille op 31 december 2018.
Een derde toekenning van opties in het kader van het SOP2015- 2017 aandelenoptieplan vond plaats op 20 februari 2018: er werden 225 475 opties toegekend. Elke optie zal kunnen worden omgezet in één bestaand aandeel van de vennootschap tegen een uitoefenprijs van € 34,60.
Het SOP2015-2017 aandelenoptieplan en zijn voorgangers zijn conform de relevante bepalingen van de wet van 26 maart 1999 en de artikelen 520ter en 525, laatste lid, van het Wetboek van vennootschappen. Detailgegevens omtrent kapitaal, aandelen en aandelenoptieplannen zijn te vinden in het Financieel Overzicht (Toelichting 6.12 bij de geconsolideerde jaarrekening.)
De Raad van Bestuur zal de op 8 mei 2019 te houden Gewone Algemene Vergadering voorstellen een brutodividend van € 0,70 per aandeel uit te keren.
De tijdelijke verlaging van het dividend weerspiegelt de lagere inkomsten en de hoge schuldhefboom van de vennootschap. De Raad van Bestuur herbevestigt het dividendbeleid dat, voor zover de winst het toelaat, een stabiel of groeiend dividend voorziet terwijl een voldoende niveau van kasstroom in de vennootschap wordt behouden voor investeringen en zelffinanciering ter ondersteuning van de groei. Op de langere termijn streeft de vennootschap naar een 'payout ratio' van 40% van het perioderesultaat toerekenbaar aan de aandeelhouders van Bekaert.
| in € | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018(1) |
|---|---|---|---|---|---|
| Brutodividend | 0,850 | 0,900 | 1,100 | 1,100 | 0,700 |
| Nettodividend(2) | 0,638 | 0,657 | 0,770 | 0,770 | 0,490 |
| Couponnummer | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
(1) Dividend onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2019.
(2) Onderhevig aan de takswetgeving van toepassing.
De Gewone Algemene Vergadering vond plaats op 9 mei 2018. Een Buitengewone Algemene Vergadering werd gehouden op dezelfde dag. De besluiten van de vergaderingen zijn op www.bekaert.com terug te vinden.
De statuten bevatten geen beperkingen inzake de overdraagbaarheid van de aandelen, behoudens ingeval van controlewijziging, voor dewelke conform artikel 11 van de statuten de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Bestuur moet worden aangevraagd.
Voor het overige zijn de aandelen vrij overdraagbaar. De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van enige wettelijke beperking op de overdracht van aandelen in hoofde van enige aandeelhouder.
Elk aandeel geeft recht op één stem. De statuten bevatten geen beperkingen van het stemrecht en iedere aandeelhouder kan zijn stemrecht uitoefenen op voorwaarde dat hij geldig werd toegelaten tot de Algemene Vergadering en dat zijn rechten niet werden geschorst. De regels inzake de toelating tot de Algemene Vergadering zijn opgenomen in het Wetboek van vennootschappen en in artikelen 31 en 32 van de statuten. Krachtens artikel 10 kan de vennootschap de uitoefening schorsen van rechten verbonden aan effecten die toebehoren aan verscheidene eigenaars.
Niemand kan op de Algemene Vergadering van Aendeelhouders aan een stemming deelnemen voor stemrechten die verbonden zijn aan effecten waarvan hij niet krachtens de wet tijdig kennis heeft gegeven.
De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van enige andere wettelijke beperking inzake de uitoefening van het stemrecht.
De Raad van Bestuur zijn geen aandeelhoudersovereenkomsten bekend welke aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten of van de uitoefening van het stemrecht, met uitzondering van de overeenkomsten vermeld in de kennisgevingen die opgenomen zijn in het hoofdstuk "Informatie met betrekking tot de moedervennootschap (deelnemingen in het kapitaal)".
De statuten (artikelen 15 en volgende) en het Bekaert Charter bevatten specifieke regels inzake de (her)benoeming, vorming en evaluatie van bestuurders.
De bestuurders worden voor een maximale duur van vier jaar door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd, die hen ook te allen tijde kan ontslaan. Een besluit tot benoeming of ontslag behoeft de gewone meerderheid van de stemmen. De kandidaten voor de opdracht van bestuurder, die deze opdracht nog niet vervuld hebben in de vennootschap, moeten ten laatste twee maanden vóór de Gewone Algemene Vergadering de Raad van Bestuur op de hoogte brengen van hun kandidatuur.
Enkel wanneer een plaats van bestuurder vroegtijdig openvalt, kunnen de overblijvende bestuurders zelf een nieuwe bestuurder benoemen (coöpteren). In dat geval zal de eerstvolgende Algemene Vergadering de definitieve benoeming doen.
Het benoemingsproces van bestuurders wordt geleid door de Voorzitter van de Raad van Bestuur. Het Benoemings- en Remuneratiecomité doet een gemotiveerde aanbeveling aan de voltallige Raad, die op basis daarvan beslist welke kandidaten worden voorgedragen aan de Algemene Vergadering. Bestuurders zijn in de regel herbenoembaar voor een onbeperkt aantal termijnen, met dien verstande dat bestuurders ten tijde van hun initiële benoeming niet jonger mogen zijn dan 30 jaar en niet ouder dan 66 jaar, en dat een bestuurder ontslag moet nemen in het jaar waarin hij de leeftijd van 69 jaar bereikt.
De statuten kunnen door de Buitengewone Algemene Vergadering worden gewijzigd conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. Elke statutenwijziging behoeft een bijzondere meerderheid van stemmen.
De Raad van Bestuur is op grond van artikel 44 van de statuten gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in één of meerdere malen te verhogen met een maximum bedrag van € 176 000 000. De duur van deze machtiging bedraagt vijf jaar vanaf 20 juni 2016, doch is door de Algemene Vergadering hernieuwbaar.
In het kader van deze machtiging kan de Raad van Bestuur ook gedurende een periode van drie jaar vanaf 14 juni 2018, in geval van ontvangst door de vennootschap van een mededeling door de FSMA van een openbaar overnamebod, het maatschappelijk kapitaal verhogen voor zover:
Ook deze machtiging is hernieuwbaar door de Algemene Vergadering.
Verder is de Raad van Bestuur krachtens artikel 12 van de statuten gemachtigd om maximum het aantal aandelen te verkrijgen waarvan de gezamenlijke fractiewaarde niet hoger is dan 20% van het geplaatste kapitaal, gedurende een periode van vijf jaar vanaf 20 juni 2016 (die door de Algemene Vergadering kan worden hernieuwd), tegen een prijs die ligt tussen één euro als minimumwaarde en 30% boven het rekenkundig gemiddelde van de slotkoers van het Bekaert aandeel gedurende de laatste 30 beursdagen vóór het besluit van de Raad van Bestuur tot verkrijging als maximumwaarde. De Raad van Bestuur is gemachtigd om alle of een gedeelte van de ingekochte aandelen gedurende die periode van vijf jaar te vernietigen.
Artikelen 12bis en 12ter van de statuten bevatten regels voor de vervreemding van ingekochte aandelen en voor de verwerving n vervreemding van aandelen door dochtervennootschappen. De bevoegdheden van de Raad van Bestuur zijn in detail beschreven in de toepasselijke wettelijke bepalingen terzake, de statuten en het Bekaert Charter.
De vennootschap is partij bij een aantal belangrijke overeenkomsten die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over de vennootschap, al dan niet na een openbaar overnamebod.
In de mate waarin op grond van deze overeenkomsten aan derden rechten worden toegekend die een invloed hebben op het vermogen van de vennootschap, dan wel een schuld of een verplichting te haren laste doen ontstaan, werden deze rechten, conform artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen, goedgekeurd door de Bijzondere Algemene Vergaderingen van 13 april 2006, 16 april 2008, 15 april 2009, 14 april 2010 en 7 april 2011 en door de Gewone Algemene Vergaderingen van 9 mei 2012, 8 mei 2013, 14 mei 2014, 13 mei 2015, 11 mei 2016, 10 mei 2017 en 9 mei 2018; de notulen van die vergaderingen werden op 14 april 2006, 18 april 2008, 17 april 2009, 16 april 2010, 15 april 2011, 30 mei 2012, 23 mei 2013, 20 juni 2014, 19 mei 2015, 18 mei 2016, 2 juni 2017 en 7 februari 2019 ter griffie van de Rechtbank van Koophandel te Gent, afdeling Kortrijk neergelegd en zijn beschikbaar op www.bekaert.com.
Het betreft in hoofdzaak jointventure-overeenkomsten (die de relaties tussen partijen in het kader van een gemeenschappelijke dochtervennootschap omschrijven), overeenkomsten waarbij door financiële instellingen, particuliere investeerders of andere investeerders geldmiddelen ter beschikking van de vennootschap of van een van haar dochtervennootschappen worden gesteld, en overeenkomsten tot levering van goederen of diensten door of aan de vennootschap. Elk van deze overeenkomsten bevat clausules die, ingeval van wijziging van de controle van de vennootschap, de wederpartij in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden het recht verlenen om de overeenkomst vervroegd te beëindigen, en in het geval van een financiële overeenkomst tevens de vervroegde terugbetaling van de ter beschikking gestelde geldmiddelen te eisen. In het geval van jointventure-overeenkomsten wordt voorzien dat, ingeval van controlewijziging van de vennootschap, de wederpartij de participatie van de vennootschap in de joint venture kan verwerven (met uitzondering van de Chinese vennootschappen, waarbij partijen in overleg dienen te bepalen of een partij de joint venture alleen voortzet, waarna deze de participatie van de andere partij dient te kopen), waarbij de waarde tegen dewelke de participatie alsdan is over te dragen wordt bepaald in functie van contractuele formules die beogen een overdracht tegen een arm's length prijs te verzekeren.
De volgende beschrijving van Bekaerts interne controle en risicobeheerssystemen is gebaseerd op de "Internal Control Integrated Framework" (1992) en de "Enterprise Risk Management Framework" (2004), gepubliceerd door het "Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission" (COSO).
De organisatie van de diensten boekhouding en controle bestaat uit drie niveaus: (i) het boekhoudkundige team in de verschillende juridische entiteiten of gezamenlijke dienstencentra, verantwoordelijk voor de voorbereiding en de rapportering van de financiële informatie, (ii) de controllers op de verschillende niveaus in de organisatie (zoals fabriek en regio), verantwoordelijk voor o.a. het nazicht van de financiële informatie in hun verantwoordelijkheidsdomein, en (iii) de dienst Groepscontrole, verantwoordelijk voor het finale nazicht van de financiële informatie van de verschillende juridische entiteiten en voor de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening.
Naast bovengemelde gestructureerde controles voert het interne audit departement een risico-gebaseerd programma uit om de doeltreffendheid van de interne controle in de verschillende processen op het niveau van de juridische entiteiten te valideren en een betrouwbare financiële rapportering te verzekeren.
De geconsolideerde jaarrekening van Bekaert is opgemaakt in overeenstemming met de "International Financial Reporting Standards" (IFRS), onderschreven door de Europese Unie. Die jaarrekening is eveneens conform de IFRS uitgegeven oor de "International Accounting Standards Board".
Alle IFRS-boekhoudnormen, richtlijnen en interpretaties, toe te passen door alle jurdische entiteiten, zijn gegroepeerd in het handboek Bekaert Accounting Manual, dat beschikbaar is op het Bekaert intranet voor alle werknemers die betrokken zijn bij de financiële rapportering. Er worden ook e-learning modules over IFRS ter beschikking gesteld door Groepscontrole om individuele training te vergemakkelijken.
Dit handboek wordt regelmatig aangepast door Groepscontrole ingeval van relevante wijzigingen in IFRS, of interpretaties ervan, en de gebruikers worden van elke dergelijke wijziging op de hoogte gebracht. IFRS-opleidingen vinden plaats in de verschillende regio's wanneer dit noodzakelijk of geschikt geacht wordt.
De overgrote meerderheid van de vennootschappen van de Groep gebruikt Bekaerts globale "enterprise resource planning" (ERP) systeem, en de boekhoudkundige transacties worden ingeboekt in een uniform rekeningenstelsel, waarbij boekhoudkundige handboeken de standaardmanier van boeking voor de meest relevante transacties beschrijven. Deze boekhoudkundige handboeken worden aan de gebruikers toegelicht tijdens opleidingssessies en zijn beschikbaar op het Bekaert intranet. De in 2016 overgenomen vennootschappen van de Bridongroep gebruiken andere systemen die momenteel vervangen worden, of gealigneerd worden en naar manier van werken in overeenstemming worden gebracht met de bestaande Bekaertpraktijken.
Alle vennootschappen van de Groep gebruiken dezelfde software om de financiële gegevens te rapporteren voor consolidatie en externe rapporteringsdoeleinden. Een rapporteringhandboek is beschikbaar op het Bekaert intranet en opleidingen vinden plaats wanneer dit noodzakelijk of geschikt geacht wordt.
Er worden geschikte maatregelen genomen om een tijdige en kwalitatieve rapportering te garanderen en om de potentiële risico's die gerelateerd zijn aan het financiële rapporteringsproces te beperken, met inbegrip van: (i) goede coördinatie tussen de diensten Groepscommunicatie en Groepscontrole, (ii) zorgvuldige planning van alle activiteiten, met inbegrip van verantwoordelijken en timings, (iii) richtlijnen verdeeld door Groepscontrole naar de verantwoordelijken vóór de kwartaalrapportering, met inbegrip van relevante aandachtspunten, en (iv) opvolging en terugkoppeling van de stiptheid, kwaliteit en aandachtspunten om te streven naar continue verbetering.
Een kwartaalevaluatie vindt plaats over de financiële resultaten, bevindingen door het interne audit departement, en andere belangrijke controlegebeurtenissen, en de resultaten worden besproken met de commissaris.
Materiële wijzigingen in de IFRS-boekhoudnormen worden gecoördineerd door Groepscontrole, nagezien door de commissaris, gerapporteerd aan het Audit en Finance Comité, en geacteerd door de Raad van Bestuur van de vennootschap.
Materiële wijzigingen in de statutaire boekhoudnormen van een vennootschap van de Groep worden goedgekeurd door diens Raad van Bestuur.
De correcte toepassing door de juridische entiteiten van de boekhoudnormen beschreven in het handboek Bekaert Accounting Manual, alsmede de juistheid, de consistentie en de volledigheid van de gerapporteerde informatie, worden op een permanente basis nagezien door de controleorganisatie (zoals boven beschreven). Bovendien worden alle relevante entiteiten op periodieke basis gecontroleerd door het interne audit departement.
Voor de meest belangrijke onderliggende processen (verkoop, aankoop, investeringen, thesaurie, enz.) bestaan er richtlijnen en procedures die onderhevig zijn aan (i) een evaluatie door de respectieve managementteams middels een zelfbeoordelingstool, en (ii) controle door het interne audit departement op een roterende basis.
In het ERP-systeem wordt nauw toezicht gehouden op mogelijke
conflicten met betrekking tot scheiding van verantwoordelijkheden.
Bekaert heeft in de meeste groepsvennootschappen een globaal ERP-systeemplatform ingevoerd om de efficiënte verwerking van transacties te ondersteunen en het management te voorzien van transparante en betrouwbare informatie om de operationele activiteiten te beheren, te controleren en te sturen. De verstrekking van diensten van informatietechnologie om deze systemen te laten lopen, te onderhouden en te ontwikkelen, wordt in grote mate uitbesteed aan professionele toeleveranciers van IT-diensten die gestuurd en gecontroleerd worden door geëigende IT-controlestructuren en waarvan de kwaliteit bewaakt wordt door uitgebreide dienstverleningscontracten.
Samen met haar IT-toeleveranciers heeft Bekaert adequate managementprocessen geïmplementeerd om te verzekeren dat geschikte maatregelen op dagelijkse basis getroffen worden om de prestaties, de beschikbaarheid en de integriteit van haar IT-systemen te behouden. Op regelmatige ogenblikken wordt de geschiktheid van deze procedures nagetrokken en geauditeerd en waar nodig verder geoptimaliseerd.
Een gepaste toewijzing van verantwoordelijkheden, en coördinatie tussen de betrokken afdelingen, verzekeren een efficiënt en stipt communicatieproces van periodieke financiële informatie naar de markt Voor het eerste en het derde kwartaal wordt een trading update gepubliceerd, terwijl alle relevante financiële informatie op halfjaarlijkse en op jaarlijkse basis wordt bekendgemaakt. Vóór de externe rapportering wordt de verkoops- en financiële informatie onderworpen aan (i) de gepaste controles door de bovengenoemde controleorganisatie, (ii) nazicht door het Audit en Finance Comité, en (iii) goedkeuring door de Raad van Bestuur van de vennootschap.
Elke beduidende wijziging in de door Bekaert toegepaste IFRS-boekhoudnormen wordt onderworpen aan nazicht door het Audit en Finance Comité en door de Raad van Bestuur van de vennootschap, met inbegrip van het eerste gebruik van IFRS in 2000.
De leden van de Raad van Bestuur worden op periodieke basis op de hoogte gehouden van de evolutie en belangrijke wijzigingen in de onderliggende IFRS-standaarden. Alle relevante financiële informatie wordt toegelicht aan het Audit en Finance Comité en de Raad van Bestuur om hen in staat te stellen de jaarrekening te analyseren. Alle gerelateerde persberichten worden goedgekeurd vóór hun verspreiding naar de markt.
Relevante bevindingen van het interne audit departement en/ of de commissaris in verband met de toepassing van de boekhoudnormen, de geschiktheid van de richtlijnen en procedures, en de scheiding van verantwoordelijkheden, worden gerapporteerd aan het Audit en Finance Comité.
Er wordt ook een periodieke thesaurie-update voorgelegd aan het Audit en Finance Comité.
Er bestaat een procedure om het relevante bestuursorgaan van de vennootschap op korte termijn bijeen te roepen wanneer de omstandigheden dit dicteren.
De Raad van Bestuur en het BGE hebben de Bekaert Gedragscode goedgekeurd, die voor het eerst uitgegeven werd op 1 december 2004. De laatste aanpassing gebeurde in november 2018. De Gedragscode bepaalt de Bekaert missie en waarden, evenals de basisprincipes van het zakendoen door Bekaert. Naleving van de Gedragscode is verplicht voor alle groepsvennootschappen.
De Gedragscode maakt als Appendix 3 deel uit van het Bekaert Charter en is beschikbaar op www.bekaert.com.
Meer gedetailleerde procedures en richtlijnen worden opgemaakt indien nodig om de consistente toepassing van de Gedragscode doorheen de Groep te verzekeren.
Bekaerts interne controlemodel bestaat uit een aantal groepsprocedures voor de belangrijkste bedrijfsprocessen die wereldwijd toegepast worden. Bekaert heeft diverse middelen ter beschikking om de effectiviteit en de efficiëntie van het ontwerp en de werking van het interne controlemodel constant te bewaken.
Het interne audit departement bewaakt de interne controleprestatie op basis van het globale model en rapporteert op elke vergadering van het Audit en Finance Comité.
Het BGE evalueert regelmatig de exposure van de Groep aan risico's, de potentiële financiële impact daarvan, en de acties die vereist zijn om de exposure op te volgen en te beheersen.
Op verzoek van de Raad van Bestuur en het Audit en Finance Comité heeft het management een globaal "enterprise risk management" (ERM) kader ontwikkeld om de Groep bij te staan bij het beheersen van onzekerheid in Bekaerts waardecreatieproces.
Het kader bestaat uit de identificatie, de evaluatie en de prioritering van de voornaamste risico's waarmee Bekaert wordt geconfronteerd, en uit de permanente rapportering en opvolging van die voornaamste risico's (met inbegrip van de ontwikkeling en de implementatie van risicobeheersingsplannen).
De risico's worden in vijf categorieën geïdentificeerd: bedrijfs-, operationele, juridische, financiële en landenrisico's. De geïdentificeerde risico's worden op twee assen ondergebracht: waarschijnlijkheid, en impact of gevolgen. De evolutie van de risicogevoeligheid (afname, toename, stabiel) wordt geëvalueerd.
Hieronder worden de voornaamste risico's uit het 2018 ERM rapport beschreven. Het 2018 ERM rapport werd gedeeld met het Audit en Finance Comité en met de Raad van Bestuur.

negatieve impact kan hebben op haar omzet en winstgevendheid..
| Juridische risico's | • Bekaert is blootgesteld aan risico's op het gebied van regelgeving en compliance Als wereldwijde onderneming is Bekaert onderworpen aan veel wetten en voorschriften in alle landen waarin zij actief is. Dergelijke wetten en regels worden complexer, strenger en veranderen sneller en vaker dan vroeger. Deze talrijke wetten en voorschriften omvatten onder andere gegevensbeschermingsvereisten (in het bijzonder de Europese Verordening inzake Gegevensbescherming), wetgeving inzake intellectuele eigendom, arbeidsverhoudingen, belastingen, concurrentie-, import- en handelsbeperkingen (bijvoorbeeld het handelsbeleid in de VS en de EU), uitwisselingswetten en voorschriften tegen omkoping. Naleving van deze wetten en regelgevingen zou kunnen leiden tot bijkomende kosten of kapitaaluitgaven, wat een negatieve invloed zou kunnen hebben op de mogelijkheden van Bekaert om haar activiteiten te ontwikkelen. Bovendien bestaat er, gezien de hoge mate van complexiteit van deze wetten, ook het risico dat Bekaert onbedoeld sommige bepalingen overtreedt. Overtredingen van deze wetten en regels kunnen leiden tot boetes, strafrechtelijke sancties tegen Bekaert, stopzetting van bedrijfsactiviteiten in gesanctioneerde landen, de uitvoering van nalevingsprogramma's en verbodsbepalingen op het uitvoeren van activiteiten van Bekaert. Bekaert heeft een GRC-kader ('Governance, Risk and Compliance') ontwikkeld om te anticiperen en om te gaan met verschillende aspecten van compliance. Binnen Bekaert worden trainingen georganiseerd in rechtsbewustzijn. Een centraal compliance-comité en een compliance-werkgroep sturen de acties die nodig zijn om naleving te garanderen en volgen deze acties op. Bekaert heeft een Gedragscode. De kaderleden en bedienden zijn wereldwijd onderworpen aan een jaarlijks proces waarbij naleving van de principes van de Gedragscode moet bevestigd worden. Bekaert zou ook onderworpen kunnen worden aan overheidsonderzoeken (inclusief door de belastingadministratie). Dergelijke onderzoeken komen de laatste jaren veel meer regelmatig voor in groeimarkten zoals China en India en kunnen aanzienlijke uitgaven vereisen en resulteren in verplichtingen of overheidsbesluiten die een wezenlijk nadelig effect kunnen hebben op de activiteiten, bedrijfsresultaten en financiële toestand van Bekaert. Het is de praktijk van Bekaert om voorzieningen (per entiteit) op te nemen voor bepaalde geïdentificeerde risico's in verband met regelgeving en compliance. |
|---|---|
| Financiële risico's | • Bekaert is blootgesteld aan een wisselkoersrisico dat haar resultaten en financiële positie wezenlijk zou kunnen beïnvloeden De activa, inkomsten, winsten en kasstromen van Bekaert worden beïnvloed door schommelingen in de wisselkoersen van verschillende valuta. Het valutarisico van de Groep kan worden opgesplitst in twee categorieën: omrekenings- en transactioneel valutarisico. Een omrekeningsrisico ontstaat wanneer de financiële gegevens van buitenlandse dochtervennootschappen worden omgezet in de rapporteringsvaluta van de Groep, de euro. De belangrijkste valuta zijn Chinese renminbi, Amerikaanse dollar, Tsjechische kroon, Braziliaanse real, Chileense peso, Russische roebel, Indiase roepie en pond sterling. De Groep is verder blootgesteld aan transactionele valutarisico's als gevolg van haar investeringen (verwerving en verkoop van investeringen in buitenlandse ondernemingen), financiering (financiële verplichtingen in vreemde valuta) en bedrijfsvoering (commerciële activiteiten met aan- en verkoop in vreemde valuta). Via haar hedgingbeleid beperkt Bekaert de impact van de wisselkoersrisico's. • Bekaert is blootgesteld aan fiscale risico's, in het bijzonder door het internationale karakter van haar activiteiten in een snel veranderende internationale fiscale omgeving Als internationale groep die actief is in meerdere rechtsgebieden, is Bekaert onderworpen aan de belastingwetgeving in vele landen over de hele wereld. Bekaert structureert en voert haar activiteiten wereldwijd uit in het licht van diverse reglementaire vereisten en de commerciële, financiële en fiscale doelstellingen van Bekaert. In het algemeen streeft Bekaert ernaar om haar activiteiten op een fiscaal efficiënte manier te structureren, met inachtneming van de toepasselijke fiscale wetten en voorschriften. Hoewel verwacht wordt dat deze waarschijnlijk hun gewenste effect zullen behalen, zouden Bekaert en haar dochtervennootschappen, indien één van hen met succes zou worden aangevochten door de relevante belastingautoriteiten, bijkomende belastingschulden kunnen oplopen die een nadelige invloed zouden kunnen hebben op haar effectief belastingtarief, bedrijfsresultaten en financiële toestand. Aangezien de fiscale wetten en voorschriften in de verschillende rechtsgebieden waarin Bekaert actief is, vaak geen duidelijke of definitieve richtlijnen geven, is de structuur, de bedrijfsvoering en het belastingregime van Bekaert en haar dochtervennootschappen gebaseerd op de interpretaties van de fiscale wetten en voorschriften in België en de andere rechtsgebieden waarin Bekaert en haar dochtervennootschappen actief zijn. Hoewel ondersteund door belastingadviseurs en specialisten, kan Bekaert niet garanderen dat dergelijke interpretaties niet zullen worden betwist door de relevante belastingautoriteiten of dat de relevante belasting- en exportwetten en -regelgeving in sommige van deze landen niet het voorwerp zullen uitmaken van wijzigingen (in het bijzonder in de context van de snel veranderende internationale fiscale omgeving), uiteenlopende interpretaties en inconsistente handhaving, wat een nadelige invloed zou kunnen hebben op het effectieve belastingtarief, de bedrijfsresultaten en de financiële toestand van Bekaert. Het is de praktijk van Bekaert om voorzieningen (per entiteit) op te nemen voor bepaalde potentiële belastingverplichtingen. • Bekaert is blootgesteld aan een kredietrisico op haar contractspartijen en handelspartners Bekaert is onderworpen aan het risico dat de partijen met wie zij zaken doet (met inbegrip van in het bijzonder haar klanten) en die betalingen aan Bekaert moeten verrichten, niet in staat zijn om dergelijke betalingen (tijdig) te doen. Hoewel Bekaert een kredietbeleid heeft bepaald dat rekening houdt met de risicoprofielen van de klanten en de markten waartoe zij behoren, kan dit beleid slechts enkele van zijn kredietrisico's beperken. Indien bedragen die verschuldigd zijn aan Bekaert niet of niet tijdig worden betaald, kan dit niet alleen een impact hebben op haar huidige handels- en kasstroompositie, maar ook op haar financiële en |
| Landenrisico's | commerciële positie. • Bekaert wordt geconfronteerd met risico's met betrekking tot activa- en winstconcentratie Hoewel Bekaert een echte globale onderneming is met een wereldwijd netwerk van productieplatformen en verkoop- en distributiekantoren, waardoor de concentratie van activa en winst tot een minimum wordt beperkt, loopt Bekaert nog steeds een risico op concentratie van activa en winst op bepaalde locaties (zoals Jiangyin, China). Indien zich een ander risico zou voordoen, zoals een politiek of sociaal risico, of een milieurisico met grote schade, dan zou het risico van concentratie van activa en winst op bepaalde locaties kunnen ontstaan Bekaert heeft, als onderdeel van een bedrijfscontinuïteitsplan, maatregelen genomen om dit risico te verminderen door middel van back-up scenario's en leveringsgoedkeuringen vanuit andere locaties. In sterk gereguleerde sectoren, zoals de automobielsector, zorgt Bekaert er bijvoorbeeld voor dat meer dan één productievestiging is goedgekeurd om aan de bandenproducenten te leveren. • Bekaert is blootgesteld aan politieke en economische instabiliteit in Venezuela Bekaert werd met haar activiteiten in Venezuela de laatste jaren geconfronteerd met tekorten aan walsdraad, stroomvoorziening en de extreme devaluatie van de munt. Teneinde het uitstaande risico te verminderen heeft Bekaert tijdens de voorbije jaren haar bedrijfsactiviteiten in Venezuela beperkt en werd sedert 2010 een waardevermindering geboekt op de activa op venezolaanse bodem. Ondanks de politieke en monetaire instabiliteit, is management er in geslaagd de onderneming in Venezuela operationeel te houden en bijgevolg werd er besloten dat de onderneming nog steeds onder controle is. De cumulatieve omrekeningsverschillen bedroegen eind 2018 € -59,7 miljoen. In geval van verlies van controle wordt dit bedrag teruggeboekt naar de winst- en verliesrekening. |
Een doeltreffend kader voor interne controle en ERM is noodzakelijk om een redelijke zekerheid te kunnen geven omtrent de financiële rapportering van Bekaert en om fraude te voorkomen. Interne controle op financiële rapportering kan niet alle fouten voorkomen of opsporen, wegens beperkingen eigen aan de controle, zoals mogelijke menselijke fouten, het misleiden of omzeilen van controles of fraude. Daarom kan een effectieve interne controle enkel een redelijke garantie bieden voor de voorbereiding en de correcte voorstelling van de financiële informatie. Het niet oppikken van een fout als gevolg van menselijke fouten, het misleiden of omzeilen van controles of fraude kan een negatieve invloed hebben op de reputatie en de financiële resultaten van Bekaert. Dit kan er ook toe leiden dat Bekaert haar lopende openbaarmakingsverplichtingen niet nakomt.
Onze waarden maken ons tot wie we zijn en geven richting aan onze acties. We voeren business op een maatschappelijk verantwoorde en ethische manier. Voor ons gaat duurzaam ondernemen over economisch succes, de veiligheid en ontwikkeling van medewerkers, duurzame relaties met onze businesspartners, verantwoordelijkheid voor het milieu en sociale vooruitgang. Op die manier vertaalt Bekaert duurzaam ondernemen in een voordeel voor alle stakeholders.
Bekaerts wereldwijde strategie voor duurzaam ondernemen is gebaseerd op vier pijlers: onze verantwoordelijkheid op de werkplek, in de markten, ten aanzien van het milieu en tegenover de maatschappij. Onze duurzaamheidsinspanningen en -activiteiten zijn gericht op de belangen van al onze stakeholders: medewerkers, klanten, aandeelhouders, partners, lokale overheden en de gemeenschappen waarin we actief zijn.
Bekaerts duurzaamheidsrapport 2018 werd samengesteld volgens de GRI Sustainability Reporting Standards (Core optie). Global Reporting Initiative (GRI) is een non-profitorganisatie die economische, milieugerelateerde en maatschappelijke duurzaamheid bevordert.
Bekaert werd opgenomen in het Ethibel Excellence Investerings Register. Deze selectie door Forum Ethibel geeft aan dat het bedrijf beter presteert dan gemiddeld in zijn sector in termen van maatschappelijk verantwoord ondernemen.
In 2018 werd Bekaert ook erkend voor haar maatschappelijk verantwoord ondernemen door opname in de Ethibel Excellence Index (ESI) Europe — een referentiecriterium voor toppresteerders op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen gebaseerd op Vigeo Eiris' onderzoek — en in Kempen SRI.
In 2018 analyseerden de ratingagentschappen MSCI en ISS-oekom de ecologische, sociale en governance prestaties van ons bedrijf op basis van publiek beschikbare informatie. Hun rapporten worden gebruikt door institutionele investeerders en financiële dienstverleners.
Voor het tweede jaar op rij kreeg Bekaert het gouden erkenningsniveau van EcoVadis toegekend, een onafhankelijk bureau voor duurzaam ondernemen waarvan de methodologie op internationale CSR-normen gebaseerd is. Het bureau stelt dat Bekaert gelijk of beter presteert dan 99% van de door EcoVadis beoordeelde bedrijven in dezelfde sector.
Als antwoord op de groeiende interesse doorheen de toeleveringsketen om rond de ecologische voetafdruk van activiteiten en logistiek te rapporteren, werkt Bekaert ook mee aan de bevragingen van CDP (vroeger bekend als het Carbon Disclosure Project) omtrent de klimaatverandering en de toeleveringsketen. Voor 2018 ontving Bekaert een C score voor haar toeleveringsketen, wat beter is dan het sectorgemiddelde.
De duurzaamheidsacties en respectievelijke indexen en certificaten hebben betrekking op de 100%-dochterondernemingen van NV Bekaert SA en deze waarin NV Bekaert SA een meerderheidsparticipatie heeft. Dit omvat ook de dochterondernemingen van de Bridon-Bekaert Ropes Group, tenzij anders aangegeven.
Meer gedetailleerde informatie en doelen voor de toekomst zijn te vinden in het duurzaamheidsrapport 2018-2019 van de Bekaert Groep.










Als bedrijf en als individuen handelen we met integriteit en houden we ons aan de hoogste normen van zakelijke ethiek. We bevorderen gelijke kansen, koesteren diversiteit en willen een risicovrije werkomgeving creëren die niemand schade berokkent. OOnze waarden zijn verankerd in onze cultuur en verbinden ons als het One Bekaert-team.
We handelen integer · Wij verdienen vertrouwen · Wij zijn niet te stuiten!
Bij Bekaert geloven we dat samenwerken tot betere prestaties leidt. Als een echt globaal bedrijf stimuleren we diversiteit op alle niveaus van de organisatie. We zien het als een belangrijke bron van kracht voor onze onderneming. Het gaat hierbij niet alleen om diversiteit op het gebied van nationaliteit, culturele achtergrond, leeftijd of geslacht, maar ook op het gebied van vaardigheden, business-ervaring, inzichten en standpunten.
Bekaert biedt tewerkstelling aan mensen in 40 landen over de hele wereld en van 50 verschillende nationaliteiten. Deze diversiteit wordt weerspiegeld op alle niveaus van de organisatie en in de samenstelling van de Raad van Bestuur en het hele managementteam.
| Diversiteit in nationaliteiten (31 dec 2018) |
#mensen | #nationaliteiten | #niet-native1 | %niet-native |
|---|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur | 15 | 4 | 6 | 40% |
| Bekaert Group Executive (BGE) | 8 | 4 | 3 | 38% |
| Senior Vice Presidents | 15 | 5 | 5 | 33% |
| Next leadership level2 | 97 | 20 | 46 | 47% |
| Totaal Leadership Team | 120 | 29 | 54 | 45% |
Het productiekarakter van Bekaerts activiteiten verklaart de voornamelijk mannelijke populatie, in het bijzonder bij operatoren.
| Genderdiversiteit (31 dec 2018) | #mensen | %mannen | %vrouwen |
|---|---|---|---|
| Operatoren | 22 029 | 94% | 6% |
| Bedienden | 5 735 | 70% | 30% |
| Management | 1 642 | 81% | 19% |
| Totaal Bekaert-medewerkers | 29 406 | 88% | 12% |
Bekaert hanteert een wervings- en promotiebeleid dat gericht is op het gestaag verhogen van diversiteit, inclusief genderdiversiteit.
Genderdiversiteit in de Raad van Bestuur en het topmanagement van Bekaert:
| Genderdiversiteit (31 Dec 2018) | #mensen | %mannen | %vrouwen |
|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur | 15 | 67% | 33% |
| Bekaert Group Executive (BGE) | 8 | 87% | 13% |
| Senior & Next leadership level3 | 112 | 80% | 20% |
| Totaal Leadership Team | 120 | 81% | 19% |
| Leeftijdsdiversiteit (31 dec 2018) | #mensen | Leeftijd 30-50 jaar | Leeftijd >50 jaar |
|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur | 15 | 20% | 80% |
| Bekaert Group Executive (BGE) | 8 | 25% | 75% |
| Totaal hoogste bestuursorganen |
23 | 21% | 79% |
(3) Senior Vice Presidents en managers op niveau B13 en hoger (Hay-classificatiereferentie) met uitzondering van BGE
Bekaert voldoet aan nationale wetgevingen en collectieve arbeidsovereenkomsten. Bekaert respecteert de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de verdragen en aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie.
We respecteren de rechten en waardigheid van elke werknemer. We bevorderen gelijke kansen en discrimineren geen werknemers of sollicitanten op basis van leeftijd, ras, nationaliteit, sociale of etnische afkomst, geslacht, fysieke handicap, seksuele voorkeur, godsdienst, politieke voorkeur of vakbondslidmaatschap. We erkennen en waarderen de culturele identiteit van onze teams in alle landen waar we actief zijn en zaken doen.
De werving, verloning, toepassing van arbeidsvoorwaarden, training, promotie en loopbaanontwikkeling van onze medewerkers gebeurt enkel op basis van beroepskwalificaties.
We stimuleren talent door loopbaanontwikkeling en levenslang leren. We hechten veel belang aan het creëren van uitdagende carrièregerichte en persoonlijke ontwikkelingsopportuniteiten voor onze medewerkers. Trainingsprogramma's omvatten niet alleen technische en jobspecifieke trainingen, maar ook leiderschapsmodules die onze medewerkers helpen om zichzelf te ontwikkelen en samen te werken in een globale werkomgeving.
In 2018 hebben we ons performantieopvolgingsproces grondig vernieuwd en een nieuwe ondersteunende tool ingevoerd. People Performance Management (PPM) is onze nieuwe manier om te kijken naar de prestaties van mensen en om ons te helpen onze doelen samen te bereiken. PPM richt zich op een betere afstemming en uitwisseling van doelstellingen, meer aandacht voor de manier van werken, voortdurende feedback en 'feedforward'-acties, en motivationele gesprekken.
Onze Bekaert University, opgericht in 2017, biedt training op maat voor verschillende professionele gebieden. Het biedt onze medewerkers inspiratie, knowhow en ondersteuning van collega's en leidinggevenden om kennis om te zetten in actie. In nauwe samenwerking met interne experts (zowel binnen de operaties als de functies) en externe leerinstanties, evalueren en ontwikkelen we voortdurend ons trainingsportfolio om ervoor te zorgen dat we altijd uitgerust zijn om te voldoen aan de toekomstige noden van onze klanten en werknemers. In 2018 lanceerden we bijkomende academies die onze transformatieprogramma's ondersteunen. We hebben nu een aantal operationele academies, waaronder Commercial en Manufacturing.
Hoe we de toekomst veranderen is veel productiever dan het verleden te evalueren


In 2018 kreeg elke medewerker gemiddeld 42 uur opleiding . (1) Percentage medewerkers dat een prestatiebeoordeling kreeg in 2018: (1)
In 2018 overleden twee collega's aan verwondingen opgelopen in een verkeersongeval in India. We betuigen ons medeleven aan hun familie, vrienden en collega's.
Na dit tragische ongeval heeft het management alle werknemers aangespoord om altijd een prioriteit te maken van verkeersveiligheid.
We willen een werkomgeving creëren die niemand schade berokkent. We zijn vastberaden alles te doen wat nodig is om ongevallen op de werkvloer te voorkomen.
BeCare, Bekaerts wereldwijde veiligheidsprogramma, is dé manier om dit voor elkaar te krijgen. Het richt zich op het creëren van een veiligheidscultuur met onderlinge afhankelijkheid, het promoten van risicobewustzijn, het uitschakelen van risicotolerantie en het investeren in de middelen en uitrusting die nodig zijn voor een veiligere werkomgeving.
BeCare wil een veilige, risicovrije werkomgeving creëren voor al onze medewerkers en iedereen die in onze vestigingen werkt of ze bezoekt. Tijdens een intensieve training worden medewerkers vertrouwd gemaakt met een uitgebreide set van best practices op het gebied van veiligheid, leren ze onveilige situaties herkennen en oplossen en ontdekken ze hoe ze kunnen bijdragen aan een omgeving waarin zorg voor veliigheid en voor elkaar centraal staat. BeCare heeft het gedrag in onze vestigingen en kantoren en tijdens ontmoetingen met onze businesspartners gewijzigd.



(1) Met uitzondering van BBRG.
In 2018 hebben we dit wereldwijde programma voor uitmuntendheid op het gebied van veiligheid dat we in 2016 hebben gelanceerd, verder uitgerold. Eind 2018 hadden meer dan 22 000 werknemers de training gevolgd. We zijn van plan om het proces tegen eind 2020 te voltooien.
Bij Bekaert geloven we dat alle incidenten en letsels voorkomen kunnen worden. In overeenstemming met ons BeCare veiligheidsprogramma, en om meer nadruk te leggen op veiligheid in specifieke situaties, hebben we eind 2018 de 10 Regels die Levens Redden geïntroduceerd. De regels zijn eenvoudige do's en don'ts in 10 gevaarlijke situaties die het hoogste potentieel hebben om dodelijk te zijn. Ze zijn van toepassing op iedereen: werknemers, aannemers en bezoekers. Het naleven van deze regels is een voorwaarde voor tewerkstelling en toegang tot onze vestigingen. Het volgen van deze regels en anderen helpen om dit te doen zal levens redden.
Vanaf januari 2019 worden deze regels uitgerold in alle vestigingen van Bekaert wereldwijd. Elke medewerker wordt uitgenodigd voor een trainingssessie die wordt georganiseerd door de locatiemanager.
Naast de initiatieven van BeCare om veiligheidsrisico's te elimineren, streven we ook naar een gezonde werkplek voor onze werknemers.
Bij Bekaert volgen we de EU REACH-regelgeving nauwlettend om naleving te garanderen. WWij werken samen met onze leveranciers om hun REACHnaleving te verifiëren in het toeleveringsproces van grondstoffen. Bovendien identificeren we mogelijk zorgwekkende stoffen om een proactieve uitfasering op te starten. In het geval we belangrijke regionale verschillen identificeren op het vlak van gevarenclassificatie en blootstellingslimieten, definiëren we onze eigen bedrijfsspecifieke gevarenclassificatie en blootstellingslimieten die moeten worden nageleefd als er geen strengere regelgeving van toepassing is.
Wij controleren werkomstandigheden zoals lawaai, stof en temperatuur en zijn een stappenplan voor verdere verbeteringen aan het uitwerken en implementeren.
Op 15 februari werd het "Centro Preventivo Integral Juan Kohn" ingehuldigd in IdealAlambrec, Bekaerts productievestiging in Ecuador. Het nieuwe centrum wordt bemand door gekwalificeerde professionals en is uitgerust voor cardiovasculaire en fysieke conditietraining, spierversterking, manuele therapie, mechanotherapie, koude/warmtestimulatietherapie, magneettherapie en massage, en een ruimte voor percutane elektrolyse.
In 2018 organiseerde Bekaert haar 11e Internationale Gezondheids- en Veiligheidsweek. Alle fabrieken wereldwijd namen aan dit jaarlijkse evenement deel. Het thema voor dit jaar was "Verwacht het onverwachte!" en was gericht op het creëren van meer bewustzijn over paraatheid en respons bij noodgevallen. De noodprocedures werden onder ieders aandacht gebracht en Bekaert-fabrieken wereldwijd deelden hun beste praktijken met betrekking tot evacuaties in noodsituaties, EHBO, incidentbeheer, enz.



Tijdens de Internationale Gezondheids- en Veiligheidsweek werd een nieuwe video met veiligheidsrichtlijnen voor bezoekers geïntroduceerd in al onze vestigingen. De video legt onze standaard veiligheidsrichtlijnen uit aan bezoekers die onze vestigingen betreden en is beschikbaar in 17 talen.
Bekaert heeft op groepsniveau een ISO 45001-certificering (voormalige OHSAS-certificering).
Gemiddeld volgde elke werknemer 8 uur veiligheidstraining in 2018.
In 2018 namen zowel de gerapporteerde incidentsgraad (TRIR) als de ernstgraad (SIF) af in vergelijking met 2017.
De Lost-Time Incident Frequency Rate (LTIFR) is gestegen in vergelijking met 2017. In het implementatieschema van BeCare wordt rekening gehouden met de incidentgeschiedenis van de locaties, zodat de juiste acties worden ondernomen waarbij de focus ligt op het risico en de prioriteit.
In 2018 hadden 27% van de ongevallen het potentieel om levensingrijpende gevolgen te hebben, een daling tegenover de 40% in 2017.
Het is vanzelfsprekend dat we nooit dodelijke ongevallen of ongelukken met levensbedreigende verwondingen willen meemaken.
In 2018 hadden vijf vestigingen al meer dan 3 jaar geen veiligheidsincidenten. Vijf andere hadden al 2 jaar geen veiligheidsincidenten en zeven vestigingen waren al meer dan 1 jaar ongevalsvrij.
Gerapporteerde incidentsgraad (TRIR) Bekaert Gezamenlijk(1)
Gerapporteerde incidentsgraad Bekaert Gezamenlijk per miljoen gewerkte uren
(1)

TRIR = alle gerapporteerde incidenten per miljoen gewerkte uren. (1) BBRG en joint ventures inbegrepen Gerapporteerde incidentsgraad (Total Recordable Injury Rate (TRIR)): totaal aantal ongevallen per miljoen gewerkte uren
(1)

LTIFR = aantal ongevallen met werkverlet (LTA) per miljoen gewerkte uren. (1) BBRG included LTIFR: Number of lost time accidents (LTA) per million worked hours

SIF (Serious injuries and Fatalities = zwaar letsel of dodelijk ongeval) per miljoen gewerkte uren (1) BBRG included SIF (Serious Injuries and Fatalities) per million worked hours
(1) BBRG en joint ventures inbegrepen (2) BBRG inbegrepen
Wij staan voor verantwoordelijke en duurzame businesspraktijken in al onze zakelijke en maatschappelijke relaties. Onze aankoop- en innovatieprogramma's verbeteren de duurzaamheid over de gehele waardeketen.
Bekaert streeft ernaar om een loyale, verantwoordelijke partner te zijn in de lokale gemeenschappen. We communiceren met de lokale overheden op een transparante, constructieve manier. Wij ondersteunen geen politieke instellingen en nemen in al onze berichtgeving een neutrale positie in met betrekking tot politieke kwesties. We verbinden ons er toe de nationale wetgeving en collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven. Bekaert respecteert de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de verdragen en aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie.
Bekaert heeft productiefaciliteiten en verkoopkantoren in 40 landen en bouwt langetermijnrelaties met klanten en leveranciers op, waar we ook actief zijn.
We werken samen met klanten en leveranciers bij het ontwikkelen van projecten, het initiëren van feedback en tevredenheidsonderzoeken en het uitwerken van industrieanalyses.
We werken actief samen met klanten in duurzaamheidsinitiatieven. We steunen hun duurzaamheidsprogramma's door specifieke acties in ons beleid te implementeren en we sluiten ons aan bij duurzaamheidsinitiatieven en -standaarden om aan hun prioriteiten bij te dragen. Door ons als een sociaal en ecologisch verantwoorde leverancier te gedragen, helpen we onze klanten om hun doelen op vlak van duurzaam ondernemen te bereiken.
(1) BBRG en joint ventures inbegrepen
(2) BBRG inbegrepen
De aankoopafdeling van Bekaert heeft haar engagement versterkt om het bewustzijn voor en de controle op duurzaam ondernemen bij onze leveranciers te verbeteren. De Bekaert Gedragscode voor Leveranciers legt de vereisten op het vlak van milieu, tewerkstelling en governance vast waaraan de leveranciers moeten voldoen (of waarvan ze moeten bewijzen dat ze die naleven). Op het einde van 2018 vertegenwoordigde dit engagement 91% van de bestedingen, vergeleken met 82% in 2017, waaruit blijkt dat we goed op weg zijn om ons doel te bereiken.
Alle walsdraadleveranciers en leveranciers van andere kritische materialen, en alle nieuwe leveranciers worden jaarlijks formeel beoordeeld, en corrigerende actieplannen worden opgelegd als de minimaal vereiste niveaus niet zijn bereikt. Deze actieplannen worden nauwgezet gecontroleerd om de focus op een sterke verbetering te verzekeren.
Bekaert erkent het belang van verantwoord aankopen. In 2018 hebben alle leveranciers onder het Responsible Minerals Initiative (RMI), voorheen bekend als het Conflict Free Sourcing Initiative (CFSI), de Bekaert Gedragscode voor Leveranciers ondertekend (of bewijs geleverd dat ze de principes ervan naleven) en 100% van onze tin- en wolfraamleveranciers hebben het meest recente Conflict Minerals Reporting Template (CMRT) ingevuld. Dit is een initiatief van de Responsible Business Alliance (RBA), de voormalige Electronic Industry Citizenship Coalition (EICC), en het Global e-Sustainability Initiative (GeSi), die ondernemingen uit verschillende sectoren helpen om problemen met mineralen in hun toeleveringsketen aan te pakken.
88% van de leveranciers die onder het RMI vallen, hebben het Conflict Free Minerals-beleid en nalevingsplan van Bekaert onderschreven.
Alle Bekaert-medewerkers krijgen de 'Bekaert Gedragscode' bij aanwerving. Dit document omvat de Bekaert anticorruptiebeleidsregels en -procedures. Alle managers en bedienden moeten jaarlijks hun engagement voor de Bekaert Gedragscode verlengen en slagen voor een test over bedrijfsethiek.
We hechten belang aan zorg voor het klimaat en streven naar een circulaire economie: we ontwikkelen en installeren productie-uitrusting die het energieverbruik vermindert en recyclage optimaliseert. We maken zoveel mogelijk gebruik van hernieuwbare energiebronnen en voorkomen lozingen van onbehandeld afvalwater en afval.
We streven er voortdurend naar om processen te ontwikkelen die minder materiaal gebruiken, ons energieverbruik reduceren en afval verminderen.
Onze zorg voor het milieu wordt op drie deelaspecten toegepast:
Het is onze ambitie om milieuvriendelijker productieprocessen voor onze fabrieken wereldwijd te ontwikkelen. We doen dit door het implementeren van wereldwijde initiatieven gericht op een lager energieverbruik en verminderde CO2 -uitstoot, en door het gebruik van duurzame infrastructuur in al onze nieuwe fabrieken.
Landen waar Bekaert 100% van de elektriciteitsnoden aankoopt uit hernieuwbare energiebronnen.




Preventie en risicobeheer spelen een belangrijke rol in Bekaerts milieubeleid. Dit omvat maatregelen tegen bodem- en grondwaterverontreiniging, verantwoord gebruik van water en een wereldwijde ISO14001-certificering.
Bekaert ontwikkelt producten die bijdragen tot een schoner milieu. Ecologie is een aspect dat reeds vanaf de R&D-fase van nieuwe producten in beschouwing genomen wordt. In veel gevallen vormt het zelfs een drijfveer in productontwikkeling.
Bekaerts gamma van staalkoord met super- en ultrahoge treksterkte om banden te versterken is hier een voorbeeld van. Met deze staalkoordtypes kunnen bandenmakers banden produceren met een lager gewicht, een dunnere staalgordel en een lagere rolweerstand. Deze revolutie zorgt voor een vermindering van 15% van het totale gewicht van de band waardoor de CO2 -emissies van een voertuig met 250 kg dalen, wat gelijk staat aan een globale daling van 850 miljoen kg CO2 per jaar.
Het Belgische Punch Powertrain Solar Team heeft de vermaarde Latin American Carrera Solar Atacama race in Chili gewonnen.
De stuurinrichting van hun zonnewagen, gebouwd door een team studenten van de KU Leuven, is uitgerust met een advanced cord van Bridon-Bekaert Ropes Group.
De zonnerace wordt beschouwd als de meest extreme in zijn soort, zowel wat betreft de race zelf als de weersomstandigheden. In totaal werd 2 577 km afgelegd van de hoofdstad Santiago naar Arica in het noorden van het land. De route liep langs bergtoppen in de Andes zo'n 3 430 meter boven het zeeniveau, en door de Atacama woestijn. De bekwame besturing van de auto was een van de cruciale elementen in deze succesvolle race en werd mogelijk gemaakt door een advanced cord in de stuurinrichting.

We ondersteunen en ontwikkelen initiatieven die bijdragen aan de verbetering van de sociale omstandigheden in de gemeenschappen waarin we actief zijn. Educatieve projecten vormen de ruggengraat van Bekaerts sociale steun en andere activiteiten in de gemeenschap, omdat wij ervan overtuigd zijn dat onderwijs en leren een duurzame toekomst creëren.
In Noord-Amerika organiseerde ons team in Orrville een Productiedag voor meer dan 60 studenten van 14 scholen. Ze begonnen de dag met een introductie tot de veiligheidscultuur van ons bedrijf en de veiligheidsprotocollen voor bezoekers. De studenten leerden meer over de commerciële strategieën en de productieprocessen en -systemen.
Bekaert was een van de organisatoren van de STEM Olympiade in België, een wedstrijd onder studenten van verschillende scholen. STEM is een nieuw onderwijsprogramma met een duidelijke focus op wetenschap, technologie, techniek en wiskunde. Door deze wedstrijd te organiseren, wil Bekaert kinderen en tieners stimuleren om te kiezen voor een meer technische of wetenschappelijke opleiding, zoals STEM.
In Brazilië namen 685 studenten deel aan een wetenschappelijk onderwijsprogramma. Het doel is om interesse voor wetenschap en bewustzijn voor het milieu te creëren.
Op verschillende locaties wereldwijd hebben lokale teams samengewerkt om geld of donaties in natura in te zamelen voor mensen in nood. In India verzamelden onze werknemers kleding, voedsel, speelgoed, schoolspullen en andere nuttige dingen en schonken alles aan weeshuizen en scholen in de buurt van de fabriek. Vergelijkbare goederen werden verzameld in de Van Buren en Rogers fabrieken in de VS en geschonken aan een kinderziekenhuis. Collega's in Tsjechië startten een liefdadigheidsproject om de lokale gemeenschap te ondersteunen. Ze zamelden onder andere kleding in voor een nabijgelegen weeshuis. Onze teams in Turkije en Spanje zamelden fondsen in voor lokale liefdadigheidsinstellingen door wedstrijden te organiseren.


Op International Children's Day hebben onze fabrieken in China evenementen georganiseerd over veiligheid voor kinderen van lokale lagere scholen en kleuterscholen in Shanghai, Weihai, Shenyang, Jiangyin, Qingdao en Suzhou. Bekaert-collega's hielpen de kinderen om risico's te identificeren en het juiste gedrag aan te leren om ze te vermijden. De evenementen kregen positieve feedback van de scholen – zowel jonge kinderen als hun onderwijzers vonden de evenementen een zinvolle manier om Children's Day te vieren.
Proalco, onze fabriek in Colombia, heeft het programma "Children Defenders of the Environment" ontwikkeld om het milieubewustzijn van kinderen te stimuleren. Het programma richt zich specifiek op het belang van het behoud van het milieu en waterbronnen. Ze organiseerden verschillende activiteiten zoals ecologische wandelingen en een bezoek aan een waterbehandelingsinstallatie.

Overal ter wereld ondersteunt Bekaert lokale gezondheidsinitiatieven. Onze fabrieken in Bohumín en Petrovice in Tsjechië organiseerden een sportdag voor werknemers en hun gezinnen, terwijl teams in België en Ecuador deelnamen aan lokale loopwedstrijden. Onze joint ventures in Brazilië ondersteunen het plaatselijke programma Ver e Viver (Zien en Leven) dat studenten van de gemeentescholen gratis oogtesten en brillen aanbiedt. Dankzij onze Braziliaanse collega's werden in 2018 de ogen van 3 403 scholieren getest en 249 brillen geschonken.

| Geconsolideerde winst-en-verliesrekening84 | |
|---|---|
| Geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat85 | |
| Geconsolideerde balans 86 | |
| Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen88 | |
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht90 |
| 1. Algemene informatie91 | ||
|---|---|---|
| 2. Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving91 | ||
| 2.1. | Conformiteitsverslag91 | |
| 2.2. | Algemene principes93 | |
| 2.3. | Balanselementen 94 | |
| 2.4. | Elementen van de winst-en-verliesrekening100 | |
| 2.5. | Overzicht van het volledig perioderesultaat en mutatieoverzicht van het eigen vermogen101 | |
| 2.6. | Alternatieve prestatiemaatstaven101 | |
| 2.7. | Diverse102 | |
| 2.8. | Herwerkings- en herclassificatie-effecten103 | |
| 3. Cruciale beoordelingen en belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden104 | ||
| 3.1. | Cruciale beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving 104 | |
| 3.2. | Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden105 | |
| 4. Segmentrapportering106 | ||
| 4.1. | Kerngegevens per rapporteringssegment 106 | |
| 4.2. | Omzet per productlijn108 | |
| 5. Elementen van de winst-en-verliesrekening109 | ||
| 5.1. | Netto-omzet109 | |
| 5.2. | Bedrijfsresultaat (EBIT) per functie 110 | |
| 5.3. | Bedrijfsresultaat (EBIT) per aard van opbrengsten en kosten 114 | |
| 5.4. | Renteopbrengsten en -lasten 115 | |
| 5.5. | Overige financiële opbrengsten en lasten 115 | |
| 5.6. | Winstbelastingen 116 | |
| 5.7. | Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen 117 | |
| 5.8. | Winst per aandeel 117 | |
| 6. Balanselementen 119 | ||
| 6.1. | Immateriële activa 119 | |
| 6.2. | Goodwill 121 | |
| 6.3. | Materiële vaste activa125 | |
| 6.4. | Deelnemingen in joint ventures and associates127 | |
| 6.5. | Overige vaste activa130 | |
| 6.6. | Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 131 | |
| 6.7. | Operationeel werkkapitaal135 | |
| 6.8. | Overige vorderingen136 | |
| 6.9. | Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen136 | |
| 6.10. Overige vlottende activa 137 |
| 6.11. Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa 137 | ||
|---|---|---|
| 6.12. Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, | ||
| op aandelen gebaseerde betalingen138 | ||
| 6.13. Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves144 | ||
| 6.14. Minderheidsbelangen 147 | ||
| 6.15. Voorzieningen voor personeelsbeloningen152 | ||
| 6.16. Overige voorzieningen161 | ||
| 6.17. Rentedragende schulden162 | ||
| 6.18. Overige verplichtingen op meer dan een jaar166 | ||
| 6.19. Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar166 | ||
| 6.20. Belastingposities166 | ||
| 7. Diverse elementen167 | ||
| 7.1. | Toelichting bij het kasstroomoverzicht167 | |
| 7.2. | Effect van afgestoten activiteiten170 | |
| 7.3. | Beheer van financiële risico's en derivaten 171 | |
| 7.4. | Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen185 | |
| 7.5. | Verbonden partijen186 | |
| 7.6. | Gebeurtenissen na balansdatum187 | |
| 7.7. | Opdrachten uitgevoerd door de commissaris en aanverwante personen 187 | |
| 7.8. | Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen188 |
| Jaarverslag van de Raad van Bestuur en jaarrekening van NV Bekaert SA193 | |
|---|---|
| Voorstel van resultaatverwerking NV Bekaert SA 2018195 | |
| Statutaire benoemingen196 |
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2017 | 2018 |
| Omzet | 5.1. | 4 098 247 | 4 305 269 |
| Kostprijs van verkopen | 5.2. | -3 396 431 | -3 778 660 |
| Marge op omzet | 5.2. | 701 816 | 526 609 |
| Commerciële kosten | 5.2. | -180 100 | -179 651 |
| Administratieve kosten | 5.2. | -164 411 | -167 346 |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | 5.2. | -62 670 | -65 368 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 5.2. | 48 863 | 72 578 |
| Andere bedrijfskosten | 5.2. | -25 436 | -39 942 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 5.2. | 318 062 | 146 880 |
| waarvan | |||
| EBIT - Onderliggend | 5.2. / 5.3. | 301 095 | 210 140 |
| Eenmalige elementen | 5.2. | 16 967 | -63 260 |
| Renteopbrengsten | 5.4. | 3 117 | 3 035 |
| Rentelasten | 5.4. | -89 852 | -87 990 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten | 5.5. | -6 408 | -25 547 |
| Resultaat vóór belastingen | 224 919 | 36 378 | |
| Winstbelastingen | 5.6. | -69 276 | -58 465 |
| Resultaat na belastingen (geconsolideerde ondernemingen) | 155 643 | -22 087 | |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde | |||
| ondernemingen | 5.7. | 26 857 | 24 875 |
| PERIODERESULTAAT | 182 500 | 2 788 | |
| Toerekenbaar aan | |||
| aandeelhouders van Bekaert | 184 720 | 39 768 | |
| minderheidsbelangen van derden | 6.14. | -2 220 | -36 980 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze winst-en-verliesrekening.
| Winst per aandeel | |||
|---|---|---|---|
| in € per aandeel | 5.8. | 2017 | 2018 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | |||
| Basisberekening | 3,255 | 0,704 | |
| Na verwateringseffect 1 | 2.8. | 2,742 | 0,507 |
1 Winst per aandeel na verwateringseffect werd herwerkt voor 2017 (zie toelichting 2.8. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').
| lichting 2017 2018 in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december 182 500 2 788 Perioderesultaat 6.13. Andere elementen van het resultaat Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening Omrekeningsverschillen Omrekeningsverschillen van de periode m.b.t. dochterondernemingen -107 368 -22 628 Omrekeningsverschillen van de periode m.b.t. joint ventures en geassocieerde ondernemingen -23 460 -13 696 Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening ingevolge afstotingen of gefaseerde overnames van entiteiten 6 895 599 Inflatie-aanpassingen 2 032 2 535 Kasstroomafdekkingen Wijzigingen in reële waarde van afdekkingsinstrumenten 101 - Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening ingevolge resultaatseffecten -348 475 Financiële activa beschikbaar voor verkoop Wijzigingen in reële waarde van financiële activa beschikbaar voor verkoop -1 389 - Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en 6.6. -75 -76 verliesrekening Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening, na belastingen -123 612 -32 791 Andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening Herwaarderingen van de nettoverplichting m.b.t. toegezegdpensioenregelingen 15 089 -1 387 Nettowijziging in reële waarde van deelnemingen aangemerkt als tegen reële waarde via eigen vermogen - -5 311 Aandeel in niet-herclassificeerbare andere elementen van het resultaat 16 21 van joint ventures en geassocieerde ondernemingen Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen worden naar de winst en-verliesrekening 6.6. -1 176 -3 707 Andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening, na belastingen 13 929 -10 384 Andere elementen van het resultaat (opgenomen in het eigen vermogen) -109 683 -43 175 72 817 -40 387 VOLLEDIG PERIODERESULTAAT Toerekenbaar aan 87 481 -79 aandeelhouders van Bekaert |
Toe | |||
|---|---|---|---|---|
| minderheidsbelangen van derden | 6.14. | -14 664 | -40 308 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat.
| Activa per 31 december | Toe | ||
|---|---|---|---|
| in duizend € | lichting | 2017 | 2018 |
| Immateriële activa | 6.1. | 125 217 | 114 502 |
| Goodwill | 6.2. | 149 895 | 149 255 |
| Materiële vaste activa | 6.3. | 1 501 028 | 1 459 449 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 6.4. | 165 424 | 153 671 |
| Overige vaste activa | 6.5. | 41 944 | 34 279 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 6.6. | 140 717 | 138 403 |
| Vaste activa | 2 124 225 | 2 049 559 | |
| Voorraden | 6.7. | 779 581 | 931 808 |
| Ontvangen bankwissels | 6.7. | 55 633 | 57 727 |
| Handelsvorderingen | 6.7. | 836 809 | 772 731 |
| Overige vorderingen | 6.8. / 6.20. | 126 876 | 130 379 |
| Geldbeleggingen | 6.9. | 50 406 | 50 036 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 6.9. | 418 779 | 398 273 |
| Overige vlottende activa | 6.10. | 44 329 | 58 430 |
| Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 6.11. | 8 093 | 546 |
| Vlottende activa | 2 320 506 | 2 399 930 | |
| Totaal | 4 444 731 | 4 449 489 |
| Passiva per 31 december | Toe | ||
|---|---|---|---|
| in duizend € | lichting | 2017 | 2018 |
| Kapitaal | 6.12. | 177 690 | 177 793 |
| Uitgiftepremies | 37 278 | 37 751 | |
| Overgedragen resultaten | 6.13. | 1 529 268 | 1 484 600 |
| Eigen aandelen | 6.13. | -103 038 | -108 843 |
| Overige Groepsreserves | 6.13. | -153 543 | -194 370 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 1 487 655 | 1 396 931 | |
| Minderheidsbelangen | 6.14. | 95 381 | 119 071 |
| Eigen vermogen | 1 583 036 | 1 516 002 | |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen | 6.15. | 150 810 | 141 550 |
| Overige voorzieningen | 6.16. | 46 074 | 29 031 |
| Rentedragende schulden | 6.17. | 1 180 347 | 686 665 |
| Overige verplichtingen op meer dan een jaar | 6.18. | 27 121 | 11 402 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 6.6. | 44 382 | 37 892 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | 1 448 734 | 906 540 | |
| Rentedragende schulden | 6.17. | 454 401 | 942 041 |
| Handelsschulden | 6.7. | 665 196 | 778 438 |
| Personeelsbeloningen | 6.7. / 6.15. | 130 204 | 118 427 |
| Overige voorzieningen | 6.16. | 9 181 | 37 194 |
| Verplichtingen met betrekking tot winstbelastingen | 6.20. | 91 597 | 88 128 |
| Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar | 6.19. | 62 382 | 62 634 |
| Verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd | |||
| als aangehouden voor verkoop | 6.11. | - | 85 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 1 412 961 | 2 026 947 | |
| Totaal | 4 444 731 | 4 449 489 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde balans.
| in duizend € | Kapitaal | Uitgiftepremies | Overgedragen resultaten |
Eigen aandelen | Gecumuleerde omrekenings verschillen |
Herwaarderings reserve voor niet Afdekkings geconsolideerde reserve |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo per | ||||||
| 1 januari 2017 | 177 612 | 36 594 | 1 432 394 | -127 974 | 4 286 | -148 |
| Perioderesultaat | - | - | 184 720 | - | - | - |
| Andere elementen van het | ||||||
| resultaat | - | - | 2 363 | - | -107 637 | -148 |
| Kapitaalverhogingen door | ||||||
| minderheidsbelangen | - | - | - | - | - | - |
| Effect van gedeeltelijke | ||||||
| afstoting van Bekaert | ||||||
| Sumaré | - | - | 2 432 | - | -2 396 | - |
| Effect van aankoop | ||||||
| minderheidsbelangen | - | - | -18 200 | - | 17 | - |
| Effect van verkoop | ||||||
| minderheidsbelangen | - | - | 4 191 | - | 96 | - |
| Overige wijzigingen in | ||||||
| Groepsstructuur | - | - | -235 | - | -89 | - |
| In eigenvermogens | ||||||
| instrumenten | ||||||
| afgewikkelde, op aandelen | ||||||
| gebaseerde betalingen | - | - | 5 003 | - | - | - |
| Uitgifte nieuwe aandelen | 78 | 684 | - | - | - | - |
| Transacties eigen | ||||||
| aandelen | - | - | -20 959 | 24 937 | - | - |
| Dividenden | - | - | -62 441 | - | - | - |
| Saldo per | ||||||
| 31 december 2017 | 177 690 | 37 278 | 1 529 268 | -103 037 | -105 723 | -296 |
| Saldo per | ||||||
| 1 januari 2018 (zoals | ||||||
| voorheen gepubliceerd) | 177 690 | 37 278 | 1 529 268 | -103 037 | -105 723 | -296 |
| Herwerkingen 3 | ||||||
| - | - | 7 655 | - | - | - | |
| 1 januari 2018 (herwerkt) | 177 690 | 37 278 | 1 536 923 | -103 037 | -105 723 | -296 |
| Perioderesultaat | - | - | 39 768 | - | - | - |
| Andere elementen van het | ||||||
| resultaat | - | - | 2 827 | - | -31 049 | 296 |
| Kapitaalverhogingen door | ||||||
| minderheidsbelangen | - | - | - | - | - | - |
| Effect van aankoop | ||||||
| minderheidsbelangen in | ||||||
| BBRG 4 | - | - | -33 668 | - | 6 410 | - |
| Overige wijzigingen in | ||||||
| Groepsstructuur | - | - | -221 | - | 260 | - |
| In eigenvermogens | ||||||
| instrumenten | ||||||
| afgewikkelde, op aandelen | ||||||
| gebaseerde betalingen | - | - | 6 599 | - | - | - |
| Uitgifte nieuwe aandelen | 103 | 473 | - | - | - | - |
| Transacties eigen | ||||||
| aandelen | - | - | -5 475 | -5 806 | - | - |
| Dividenden | - | - | -62 153 | - | - | - |
| Saldo per | ||||||
| 31 december 2018 | 177 793 | 37 751 | 1 484 600 | -108 843 | -130 102 | - |
Toewijsbaar aan aandeelhouders van Bekaert 1 Toewijsbaar aan aandeelhouders van Bekaert 1
1 Zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'.
2 Zie toelichting 6.14. 'Minderheidsbelangen'.
3 Zie toelichting 2.8. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
4 In oktober 2018 verwierf de Groep de resterende 40% minderheidsbelangen in BBRG voor een bedrag van € 7,7 miljoen. Als onderdeel van de transactie heeft de verkoper, Ontario Teachers 'Pension Plan, een aandeelhouderslening met een nominaal bedrag van € 60,9 miljoen geconverteerd in kapitaal. De boekwaarde van deze lening vormde een winst in eigen vermogen van € 52,6 miljoen.
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen.
| Totaal eigen vermogen |
Minderheids belangen 2 |
Toewijsbaar aan aandeelhouders van Bekaert 1 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Put-optiereserve voor minderheids belangen |
Uitgestelde belastingreserve |
regelingen | Herwaarderings reserve voor niet Herwaarderings Afdekkings geconsolideerde reserve voor DB reserve deelnemingen |
||
| 1 597 893 | 130 801 | 1 467 092 | -8 207 | 30 832 | -80 743 | -148 2 446 |
| 182 500 | -2 220 | 184 720 | - | - | - | - |
| -109 683 | -12 444 | -97 239 | 1 | -524 | 10 095 | -148 -1 389 |
| 9 870 | 9 870 | - | - | - | - | - |
| - | - | - | -1 | -35 | - | |
| -17 020 | 1 163 | -18 183 | - | - | - | - |
| -4 287 | 4 287 | - | - | - | - | |
| 324 | -324 | - | - | - | - | |
| 5 126 | 123 | 5 003 | - | - | - | - |
| - | 762 | - | - | - | - | |
| 3 978 | - | 3 978 | - | - | - | - |
| -90 390 | -27 949 | -62 441 | - | - | - | - |
| 1 583 036 | 95 381 | 1 487 655 | -8 206 | 30 307 | -70 683 | -296 1 057 |
| 1 583 036 | 95 381 | 1 487 655 | -8 206 | 30 307 | -70 683 | -296 1 057 |
| -2 585 | - | -2 585 | - | - | - | -10 240 |
| 1 580 451 | 95 381 | 1 485 070 | -8 206 | 30 307 | -70 683 | -296 -9 183 |
| 2 788 | -36 980 | 39 768 | - | - | - | - |
| -43 175 | -3 328 | -39 847 | - | -2 627 | -3 988 | 296 -5 306 |
| 71 | - | - | - | - | - | |
| 44 914 | 66 754 | -21 840 | - | -986 | 6 404 | - |
| -39 | 39 | - | - | - | - | |
| 6 692 | 93 - |
6 599 | - - |
- - |
- - |
- - |
| 576 | ||||||
| -11 281 | - -2 881 |
-11 281 | - - |
- - |
- - |
- - |
| -65 034 | -62 153 | |||||
| 1 516 002 | 119 071 | 1 396 931 | -8 206 | 26 694 | -68 267 | -14 489 |
2 Zie toelichting 6.14. 'Minderheidsbelangen'.
1 Zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'.
4 In oktober 2018 verwierf de Groep de resterende 40% minderheidsbelangen in BBRG voor een bedrag van € 7,7 miljoen. Als onderdeel van de transactie heeft de verkoper, Ontario Teachers 'Pension Plan, een aandeelhouderslening met een nominaal bedrag van € 60,9 miljoen geconverteerd in kapitaal. De boekwaarde van deze
3 Zie toelichting 2.8. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
lening vormde een winst in eigen vermogen van € 52,6 miljoen.
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2017 | 2018 |
| Bedrijfsactiviteiten | |||
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 5.2. / 5.3. | 318 062 | 146 880 |
| Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in het bedrijfsresultaat | 7.1. | 191 588 | 268 272 |
| Investeringsposten verwerkt in het bedrijfsresultaat | 7.1. | -16 194 | -31 261 |
| Gebruikte bedragen van voorzieningen voor personeelsbeloningen | |||
| en overige voorzieningen | 7.1. | -50 098 | -36 371 |
| Betaalde winstbelastingen | 5.6. / 7.1. | -87 059 | -68 972 |
| Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 356 299 | 278 548 | |
| Wijzigingen in operationeel werkkapitaal | 6.7. | -109 544 | -28 948 |
| Overige bedrijfskasstromen | 7.1. | -2 609 | -5 880 |
| Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 244 146 | 243 720 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Andere verwervingen van deelnemingen | 7.1. / 2.8. | -342 | -411 |
| Inkomsten uit verkoop van deelnemingen | 7.2. | 37 596 | 2 835 |
| Ontvangen dividenden | 6.4. | 28 615 | 24 113 |
| Investeringen in immateriële activa | 6.1. / 7.2. | -3 853 | -3 698 |
| Investeringen in materiële vaste activa | 6.3. | -272 666 | -181 302 |
| Inkomsten uit verkoop van vaste activa | 7.1. | 1 404 | 56 088 |
| Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten | -209 246 | -102 375 | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Ontvangen rente | 5.4. | 3 284 | 3 204 |
| Betaalde rente | 5.4. | -60 066 | -63 995 |
| Betaalde brutodividenden aan aandeelhouders van NV Bekaert SA | -62 441 | -62 153 | |
| Betaalde brutodividenden aan minderheidsbelangen | -27 722 | -2 440 | |
| Inkomsten uit rentedragende langetermijnschulden | 6.17. | 179 274 | 468 356 |
| Aflossing van rentedragende langetermijnschulden | 6.17. | -29 829 | -408 782 |
| Kasstromen m.b.t. rentedragende kortetermijnschulden | 6.17. | 69 629 | -62 590 |
| Transacties eigen aandelen | 6.13. | 3 978 | -11 280 |
| Verkopen en verwervingen van minderheidsbelangen | 7.1. / 2.8. | -17 020 | -7 379 |
| Overige financieringskasstromen | 7.1. | -28 916 | -10 234 |
| Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten | 30 171 | -157 293 | |
| Toename of afname (-) in geldmiddelen en kasequivalenten | 65 071 | -15 948 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten - begin van de periode | 365 546 | 418 779 | |
| Effect van wisselkoersfluctuaties | -20 079 | -4 558 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten - geherclassificeerd als aangehouden voor | |||
| verkoop | 6.11. | 8 241 | - |
| Geldmiddelen en kasequivalenten - einde van de periode | 418 779 | 398 273 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd kasstroomoverzicht. Toelichting 2.8. 'Herwerkings-en herclassificatie-effecten' verwijst naar de herwerkingseffecten in het kasstroomoverzicht.
NV Bekaert SA (de 'Onderneming') is een onderneming die in België gedomicilieerd is. De geconsolideerde jaarrekening van de Onderneming omvat de Onderneming en haar dochterondernemingen (samen verder de 'Groep' of 'Bekaert' genoemd) en het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde ondernemingen gewaardeerd volgens de equity-methode. De geconsolideerde jaarrekening werd door de Raad van Bestuur van de Onderneming vrijgegeven voor publicatie op 27 maart 2019.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Deze jaarrekening is ook in overeenstemming met de IFRS-standaarden zoals gepubliceerd door de IASB.
(4) wijs de transactieprijs toe aan de prestatieverplichtingen in het contract;
(5) neem opbrengsten op wanneer (of naarmate) de entiteit voldoet aan een prestatieverplichting.
De Groep heeft als onderdeel van de overgang naar de nieuwe standaard geopteerd om de vergelijkbare cijfers voor 2017 niet te herwerken.
De Groep neemt opbrengsten op uit de volgende bronnen: levering van producten en in een mindere mate levering van diensten, en onderhanden projecten in opdracht van derden. Bekaert heeft bepaald dat de levering van producten de belangrijkste prestatieverplichting is. Omzet zal worden opgenomen op het ogenblik dat de controle over de betrokken producten wordt overgedragen naar de klant. Dit is in overeenstemming met de identificatie van afzonderlijke opbrengstcomponenten onder IAS 18. Bijgevolg is de allocatie van de opbrengsten niet beduidend verschillend van de methode gebruikt onder IAS 18. Bekaert heeft bepaald dat de transactieprijs alle nodige elementen bevat (vaste vergoedingen, variabele vergoedingen zoals bijvoorbeeld volumebonussen, enz.). Het ogenblik waarop de opbrengsten worden genomen onder IFRS 15 wordt verwacht ook consistent te zijn met de gebruiken onder IAS 18. Bekaert heeft ook het gebruik van inco terms nagekeken in de bepaling van het ogenblik waarop omzet wordt erkend en oordeelde dat deze ook in lijn zijn met de nieuwe vereisten voor omzet erkenning. Als gevolg heeft Bekaert geoordeeld dat de impact van de overgang naar IFRS 15 per 1 januari 2018 immaterieel is.
» IFRS 9 'Financiële instrumenten' (ingangsdatum 1 januari 2018) bepaald de regelgeving voor het opnemen en waarderen van financiële activa, financiële verplichtingen en bepaalde contracten om niet financiële instrumenten te kopen of verkopen. Deze standaard vervangt IAS 39 'Financiële instrumenten: opname en waardering'. Alle opgenomen financiële activa die momenteel binnen het toepassingsgebied van IAS 39 vallen, moeten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of reële waarde. Allen schuldinstrumenten verworven met de intentie om de contractuele kasstromen te ontvangen tot aan de vervaldatum worden tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd. Andere schuldinstrumenten en alle eigenvermogensinstrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Eigenvermogensinstrumenten worden ofwel gewaardeerd tegen reële waarde via het resultaat (RWvR) ofwel tegen reêle waarde via OCI (Other Comprehensive Income = andere elementen van het resultaat) (RWvOCI). Deze optie kan instrument per instrument gekozen worden en kan vervolgens niet meer worden teruggedraaid. In principe zal Bekaert haar belangrijkste strategische niet-geconsolideerde eigenvermogensinstrumenten waarderen tegen reële waarde via OCI. Dit heeft geen significante impact op datum van overgang (zie toelichting 2.8. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
IFRS 9 bevat drie hoofdcategoriên voor de classificatie van financiële activa: gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, RWvOCI en RWvR. De classificatie onder IFRS 9 hangt af van de contractuele karakteristieken van de financiële activa en het bedrijfsmodel waaronder zij worden aangehouden. IFRS 9 elimineert de vorige IAS 39 categorieën: aangehouden tot vervaldatum, leningen en vorderingen en beschikbaar voor verkoop. IFRS 9 behoudt grotendeels de regelgevingen uit IAS 39 voor de classificering van financiële verplichtingen (zie toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten').
IFRS 9 wijzigt ook de vereisten inzake hedge accounting. Sinds de oprichting van BBRG had de Groep een beperkt aantal kasstroomafdekkingen die allen zijn afgelopen in 2018. Bekaert paste de vereisten inzake hedge accounting volgens IFRS 9 toe op jaareinde 2018 en bleef de vereisten zoals bepaald onder IAS 39 niet verder toepassen, wat een overgangsmodaliteit is onder IFRS 9.
IFRS 9 vervangt het 'geleden verlies' model in IAS 39 met een 'verwacht verlies' model. Dit nieuwe model voor bijzondere waardeverminderingen is van toepassing op financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, contractuele activa en schuldbeleggingen aan reële waarde via OCI, maar niet op beleggingen in eigenvermogensinstrumenten. Onder IFRS 9 worden kredietverliezen vroeger opgenomen dan onder IAS 39 (zie 2.3. 'Balanselementen'). Bekaert is van oordeel dat de toepassing van de IFRS 9 regelgeving inzake bijzondere waardeverminderingen per 1 januari 2018 niet resulteerde in een materiële toevoeging aan de betreffende provisierekening.
Voorts wijzigt IFRS 9 ook de behandeling van een wijziging of uitwisseling van schuld die niet resulteert in een uitboeking. In een dergelijk geval wordt de geamortiseerde kostrpijs herberekend door het verdisconteren van de gewijzigde contractuele kasstromen tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet en wordt het verschil direct in resultaat opgenomen. Daarna wordt de effectieve rentevoet enkel nog herzien voor transactiekosten. De impact op overgedragen resultaten werd toegelicht in 2.8. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'. Bij de uitgifte van de converteerbare obligatielening voor € 380 miljoen in 2016, werd 75,9% van de nieuwe obligaties verwerkt als een uitwisseling van financiële verplichtingen en werd er geen uitwisselingswinst of -verlies opgenomen onder IAS 39. De aangepaste regelgeving voor het verwerken van een wijziging of uitwisseling van schuld resulteerde in de opname van een hogere geamortiseerde kostprijs voor de converteerbare obligatielening van € 2,6 miljoen tegenover een daling van de overgedragen verliezen per 1 januari 2018 (zie toelichting 2.8. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').
De Groep heeft als onderdeel van de overgang naar de nieuwe standaard geopteerd om de vergelijkbare cijfers voor 2017 niet te herwerken. Verschillen in de nettoboekwaarde van financiële activa en financiële schulden als gevolg van de toepassing van IFRS 9 werden per 1 januari 2018 opgenomen in de overgedragen resultaten en reserves. Bijgevolg weerspiegelt de informatie in 2017 niet de vereisten onder IFRS 9, maar eerder die onder IAS 39.
De Groep heeft niet geopteerd voor vervroegde toepassing van volgende nieuwe of gewijzigde standaarden:
» IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' (ingangsdatum 1 januari 2019), die in de plaats treedt van IAS 17 'Leaseovereenkomsten' en verwante interpretaties. De nieuwe standaard verlaat de classificatie van lease-overeenkomsten als ofwel operationele lease ofwel financiële lease voor een leasingnemer. In plaats daarvan worden alle leaseovereenkomsten in de balans opgenomen en gelijkaardig verwerkt als de financiële leases onder IAS 17, met uitzondering van kortlopende lease-overeenkomsten en leases van activa met geringe waarde. De verwerking door de leasinggever blijft echter vrijwel ongewijzigd.
IAS 17 vereist geen opname van een 'recht op gebruik' actief of -passief voor de toekomstige leasebetalingen van deze operationele lease-overeenkomsten, in plaats hiervan wordt bepaalde informatie toegelicht als operationele leasetoezeggingen in 7.4. 'Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen'. Per 31 december 2018 heeft de Groep operationele leasetoezeggingen voor een nominaal bedrag van € 97 miljoen. Een grondige analyse heeft aangetoond dat al deze contracten voldoen aan de definitie van een lease-overeenkomst onder IFRS 16. Bekaert heeft gekozen om de uitzondering voor activa met geringe waarde te gebruiken voor de huurcontracten voor printers (€ 1,5 miljoen). De Groep zal een 'recht op gebruik' asset en overeenkomstige schuld erkennen voor alle overige lease-verplichtingen (€ 95 miljoen). Deze hebben hoofdzakelijk betrekking op gebouwen, industrieel rollend materieel, industriële uitrusting, bedrijfswagens en servers. Deze vertegenwoordigen een verdisconteerde waarde op transitiedatum van € 77 miljoen. Een bezwaarde leaseovereenkomst die momenteel opgenomen is onder provisies zal worden geherklasseerd als een lease-schuld onder IFRS 16.
De Groep heeft als onderdeel van de overgang naar de nieuwe standaard geopteerd voor de 'modified B' aanpak wat betekent dat de leaseschuld gebaseerd is op de verdisconteerde toekomstige kasstromen, de verdisconteringsvoeten zijn die op de overgangsdatum en de waarde van de activa worden op overgangsdatum gelijkgesteld aan de leaseschulden. De Groep heeft geopteerd om de vergelijkbare cijfers over 2018 niet te herwerken.
» IFRIC 23 'Onzekerheid over behandeling van winstbelastingen' (ingangsdatum 1 januari 2019). Deze interpretatie verduidelijkt hoe moet worden omgegaan met winstbelastingen wanneer het onzeker is dat de belastingsdiensten akkoord zullen gaan met de behandeling van belastingen door de Groep. De Groep zal deze interpretatie toepassen vanaf het jaarverslag over de periode startend op 1 januari 2019. De geschatte impact op de berekening van onzekere taksposities als gevolg van de toepassing van IFRIC 23 is immaterieel.
Verwacht wordt dat de overige nieuwe of gewijzigde standaarden en interpretaties die na 2018 van kracht worden geen belangrijke effecten op de jaarrekening zullen sorteren.
De geconsolideerde rekeningen worden voorgesteld in duizend euro, op basis van de historische kostprijsmethode, behalve voor derivaten, financiële activa aangemerkt als tegen reële waarde via OCI en financiële activa aangemerkt als tegen reële waarde via resultaat, die tegen reële waarde worden opgenomen. Financiële activa waarvoor geen prijsnotering voorhanden is in een actieve markt en waarvan de reële waarde niet op een betrouwbare manier kan bepaald worden, worden tegen historische kostprijs gewaardeerd. Tenzij anders vermeld, werden de grondslagen voor financiële verslaggeving consistent met het vorig boekjaar toegepast.
Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover NV Bekaert SA een beslissende invloed ('zeggenschap') uitoefent. Dit is het geval wanneer NV Bekaert SA blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele opbrengsten uit haar deelneming in de entiteit en de mogelijkheid heeft om deze opbrengsten te beïnvloeden door haar macht over de entiteit. De jaarrekeningen van dochterondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap. Alle intragroepsverrichtingen, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten op intragroepsverrichtingen worden geëlimineerd; niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd tenzij het om permanente waardeverminderingen gaat. Het deel van het eigen vermogen en van het resultaat dat toewijsbaar is aan de minderheidsaandeelhouders wordt afzonderlijk vermeld in de balans, respectievelijk de winst-en-verliesrekening. Wijzigingen in het aandeelhouderschap van de Groep in dochterondernemingen waarbij de Groep de zeggenschap niet verliest, worden verwerkt als eigenvermogentransacties. Daarbij worden de nettoboekwaardes van de Groepsbelangen en van minderheidsbelangen aangepast aan de gewijzigde participatieverhoudingen in deze dochterondernemingen. Verschillen tussen de aanpassing van de minderheidsbelangen en de reële waarde van de betaalde of ontvangen overnamevergoeding worden rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen. Wanneer de Groep de zeggenschap in een dochteronderneming verliest, wordt de winst of het verlies op de afstoting bepaald als het verschil tussen:
Er is sprake van een gezamenlijke overeenkomst wanneer NV Bekaert SA contractueel overeengekomen is om de zeggenschap te delen met een of meerdere partijen, wat enkel het geval is wanneer beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die gezamenlijke zeggenschap hebben. Een gezamenlijke overeenkomst kan behandeld worden als een gezamenlijke activiteit (wanneer NV Bekaert SA rechten op de activa en verbintenissen voor de verplichtingen heeft) of als een gezamenlijke entiteit / joint venture (wanneer NV Bekaert SA enkel recht heeft op het nettoactief). Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin NV Bekaert SA, rechtstreeks of onrechtstreeks, een invloed van betekenis heeft en die geen dochterondernemingen of gezamenlijke overeenkomsten zijn. Dit is verondersteld het geval te zijn indien de Groep tenminste 20% van de stemrechten verbonden met de aandelen bezit. De opgenomen financiële informatie met betrekking tot deze ondernemingen is opgesteld volgens de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. Wanneer de Groep gezamenlijke zeggenschap in een joint venture verwerft of een invloed van betekenis in een geassocieerde onderneming, wordt het aandeel in de verworven activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen initieel geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum en verwerkt volgens de equity-methode. Indien de overnamevergoeding meer bedraagt dan de reële waarde van het verworven aandeel in de overgenomen activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen wordt dit verschil als goodwill opgenomen. Is de aldus berekende goodwill negatief, dan wordt dit verschil onmiddellijk in het resultaat verwerkt. Daarna wordt het aandeel van de Groep in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen overeenkomstig de equitymethode in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen tot de dag dat er een einde komt aan de gezamenlijke zeggenschap of de invloed van betekenis. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een joint venture of geassocieerde onderneming groter wordt dan de boekwaarde van de deelneming, wordt de boekwaarde op nul gezet en worden bijkomende verliezen enkel nog opgenomen in de mate dat de Groep bijkomende verplichtingen op zich genomen heeft. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep tegenover de deelneming in de joint venture of de geassocieerde onderneming. De nettoboekwaarde van deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen wordt opnieuw geëvalueerd indien er indicaties zijn van een bijzondere waardevermindering, of indicaties dat eerder opgenomen bijzondere waardeverminderingen niet langer gerechtvaardigd zijn. De deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen in de balans omvatten ook de boekwaarde van gerelateerde goodwill.
Elementen uit de jaarrekening van elk van de Groepsentiteiten worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit werkt (de 'functionele valuta'). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro, de functionele valuta van de onderneming en tevens de presentatievaluta van de Groep. De jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen worden als volgt omgerekend:
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de nettoinvestering in buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen tegen de slotkoers worden in het eigen vermogen opgenomen onder 'Gecumuleerde omrekeningsverschillen'. Bij verkoop van buitenlandse entiteiten worden de betreffende gecumuleerde omrekeningsverschillen opgenomen in de winst-en-verliesrekening als deel van de gerealiseerde meer- of minwaarde op de verkoop. In de jaarrekening van de moedervennootschap en haar dochterondernemingen worden alle monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum, wat aanleiding geeft tot niet-gerealiseerde wisselresultaten. Alle gerealiseerde en niet-gerealiseerde koerswinsten en -verliezen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behalve wanneer zij opgespaard worden in het eigen vermogen als in aanmerking komende kasstroomafdekkingen en afdekkingen van nettoinvesteringen. Goodwill wordt beschouwd als een actief van de overgenomen partij en wordt daarom verwerkt in de valuta van de overgenomen partij en omgerekend tegen de slotkoers.
Immateriële activa verworven in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde; afzonderlijk verworven immateriële activa worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun initiële opname worden immateriële activa gewaardeerd tegen kostprijs of reële waarde verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun naar best vermogen geschatte gebruiksduur. De afschrijvingsduur en -methode worden elk jaar opnieuw geëvalueerd bij afsluiting van het boekjaar. Een wijziging in de gebruiksduur van een immaterieel actief wordt prospectief verwerkt als een schattingswijziging. Volgens de bepalingen van IAS 38 kunnen immateriële activa een onbepaalde gebruiksduur hebben. Indien de gebruiksduur van een immaterieel actief niet kan worden bepaald, wordt er geen afschrijving opgenomen en wordt het actief minstens jaarlijks geëvalueerd met het oog op een bijzondere waardevermindering.
Uitgaven voor aangekochte licenties, patenten, handelsmerken en soortgelijke rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de contractuele looptijd, indien van toepassing, of over de geschatte gebruiksduur, die gewoonlijk ingeschat wordt op hoogstens 10 jaar.
Uitgaven met betrekking tot aankoop, ontwikkeling of onderhoud van computersoftware worden over het algemeen ten laste van het resultaat genomen op het ogenblik dat ze zich voordoen. Alleen externe uitgaven die rechtstreeks verband houden met de aankoop en implementatie van aangekochte ERP-software worden als immateriële activa opgenomen en lineair afgeschreven over 5 jaar.
Het gebruiksrecht van terreinen wordt opgenomen als immaterieel actief en lineair afgeschreven over de contractuele periode die in de meeste gevallen 50 jaar bedraagt, maar kan variëren tussen 30 en 100 jaar.
Commerciële activa omvatten vooral klantenlijsten, contracten met klanten en merknamen, meestal verworven in bedrijfscombinaties, en met een gebruiksduur van 8 tot 15 jaar.
Bij gebrek aan IASB-standaarden en -interpretaties betreffende de administratieve verwerking van CO2-emissierechten, heeft de Groep de 'nettobenadering' gebruikt. Deze methode houdt in dat:
Uitgaven voor onderzoeksactiviteiten met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis of inzichten worden als kosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen op het ogenblik dat ze zich voordoen.
Uitgaven voor ontwikkelingsactiviteiten, waarbij onderzoeksresultaten toegepast worden in een plan of ontwerp voor de productie van nieuwe of substantieel verbeterde producten en processen voorafgaand aan commerciële productie of ingebruikname, worden alleen opgenomen in de balans als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
Geactiveerde ontwikkelingskosten worden lineair afgeschreven vanaf de start van de commerciële productie van het product over de verwachte duur van de gegenereerde voordelen. De afschrijvingsduur is normaliter hoogstens tien jaar. Een lopend onderzoeks- en ontwikkelingsproject verworven in een bedrijfscombinatie wordt afzonderlijk van goodwill geactiveerd als zijn reële waarde betrouwbaar kan bepaald worden.
Overnames van bedrijven worden verwerkt volgens de overnamemethode. De overgedragen overnamevergoeding in een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen reële waarde, die berekend wordt als de som van de reële waardes op de overnamedatum van de activa afgestaan door de Groep, de verplichtingen opgenomen door de Groep tegenover de vorige eigenaars van de overgenomen activiteit en de participaties afgestaan door de Groep in ruil voor de zeggenschap in de overgenomen partij. Uitgaven in verband met de overname worden opgenomen in het resultaat zodra ze zich voordoen. De identificeerbare overgenomen activa en opgelopen verplichtingen worden opgenomen tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Goodwill wordt bepaald als het verschil tussen:
(ii) het saldo van de identificeerbare overgenomen activa min de opgelopen verplichtingen op de overnamedatum. Indien dit verschil, na een grondige evaluatie, negatief blijkt ('negatieve goodwill'), dan wordt het onmiddellijk in het resultaat opgenomen als een opbrengst uit een voordelige aankoop.
Minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd ofwel tegen reële waarde ofwel tegen hun evenredig aandeel in de opgenomen waarde van de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij. Deze waarderingskeuze kan transactie per transactie gemaakt worden.
Wanneer de overnamevergoeding die de Groep verschuldigd is bij een bedrijfscombinatie voorwaardelijke vorderingen of verplichtingen omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum en opgenomen in de overnamevergoeding voor de bedrijfscombinatie. Latere wijzigingen in reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden opgenomen in het resultaat. Wanneer een bedrijfscombinatie in fasen tot stand komt, wordt het belang dat de Groep voorheen had in de overgenomen partij geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de Groep de zeggenschap verwerft), en wordt de eventuele opbrengst of last opgenomen in het resultaat. Bedragen met betrekking tot belangen in de overgenomen partij vóór de overnamedatum die voorheen rechtstreeks opgenomen werden in het eigen vermogen, worden overgedragen naar de winst-en-verliesrekening indien dat ook van toepassing zou zijn bij afstoting van de betreffende belangen.
Voor het toetsen op bijzondere waardevermindering wordt goodwill toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden van de Groep waarvan verwacht wordt dat zij voordelen zullen halen uit de synergieën van de bedrijfscombinatie. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill is toegewezen, worden jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt ook tussentijds wanneer er aanwijzingen zijn dat de boekwaarde van de eenheid hoger zou kunnen zijn dan de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde, wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van de boekwaarde van de goodwill die aan de kasstroomgenererende eenheid werd toegewezen. Daarna wordt de bijzondere waardevermindering toegewezen aan de andere vaste activa die tot de eenheid behoren, evenredig met hun boekwaarde. Wanneer een bijzondere waardevermindering voor goodwill eenmaal is opgenomen, wordt deze in een latere periode niet teruggenomen.
De Groep heeft geopteerd voor het historischekostprijsmodel en niet voor het herwaarderingsmodel. Afzonderlijk verworven materiële vaste activa worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Materiële vaste activa verworven in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen hun reële waarde, die vanaf dan geldt als hun kostprijs. Na hun initiële opname worden materiële vaste activa gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat alle directe kosten en uitgaven die opgelopen werden om het actief op de locatie en in de staat te brengen die noodzakelijk is om op de beoogde wijze te functioneren. Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden geactiveerd als deel van de kost van dat actief. Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur, naargelang van hun categorie. De gebruiksduur en de afschrijvingsmethode worden minstens op het einde van elk boekjaar opnieuw geëvalueerd. Tenzij herzien ten gevolge van specifieke wijzigingen in de verwachte gebruiksduur, worden volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages toegepast:
| » terreinen | 0% |
|---|---|
| » gebouwen | 5% |
| » installaties, machines en uitrusting | 8%-25% |
| » testapparatuur voor onderzoek en ontwikkeling 16,7%-25% | |
| » meubilair en rollend materieel | 20% |
| » computermaterieel | 25% |
Activa aangehouden via financiële lease worden afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur op dezelfde basis als activa in eigendom of – indien korter – over de relevante leaseperiode. Als de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde, wordt het onmiddellijk afgeschreven tot op de realiseerbare waarde (zie paragraaf over 'Bijzondere waardevermindering van activa'). Meeren minwaarden bij de realisatie van vaste activa worden opgenomen in het bedrijfsresultaat.
Lease-overeenkomsten die aan de Groep vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en voordelen overdragen, worden geclassificeerd als financiële lease. Materiële vaste activa verworven via een financiële lease worden in de balans opgenomen tegen hun reële waarde bij de aanvang van de lease-overeenkomst, of – indien deze lager is – tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen op het tijdstip van het aangaan van de leaseovereenkomst, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De disconteringsvoet die gebruikt wordt bij de berekening van de contante waarde van de minimale leasebetalingen is de impliciete rentevoet van de lease-overeenkomst. Als deze niet kan achterhaald worden, wordt de marginale rentevoet van de onderneming gebruikt. Initiële directe kosten worden mee geactiveerd. Leasebetalingen worden opgesplitst in rentelasten en aflossingen van de uitstaande verplichting. Gedurende de leaseperiode worden de rentelasten aan elke periode toegerekend op een manier die resulteert in een constante periodieke rentevoet op het resterende saldo van de verplichting voor elke periode. Een financiële lease-overeenkomst geeft aanleiding tot zowel een afschrijvingslast voor het actief als een rentelast in elke periode. De afschrijvingsregels voor geleasede activa zijn consistent met deze voor activa in eigendom.
Lease-overeenkomsten waarbij alle wezenlijke risico's en voordelen inherent aan de eigendom bij de leasinggever berusten worden als operationele lease-overeenkomsten geclassificeerd. Bij een operationele lease worden de leasebetalingen als kosten opgenomen en lineair gespreid over de leaseperiode. De totale waarde van de kortingen of voordelen toegestaan door de leasinggever wordt in mindering gebracht van de leasekosten en lineair gespreid over de leaseperiode. Inrichtingskosten van gebouwen onder operationele lease worden afgeschreven over de geschatte gebruiksduur of – indien korter – over de relevante leaseperiode.
Investeringssubsidies met betrekking tot de aankoop van materiële vaste activa worden in mindering gebracht van de kostprijs van deze activa. Zij worden in de balans opgenomen tegen hun verwachte waarde op het ogenblik van de initiële goedkeuring en – indien nodig – achteraf gecorrigeerd bij de definitieve toekenning. De subsidie wordt afgeschreven over dezelfde periode als de materiële vaste activa waarvoor de subsidie werd verkregen.
De Groep classificeert zijn financiële activa in volgende categorieën: gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, tegen reële waarde via het resultaat (RWvR) of tegen reële waarde via OCI (RWvOCI). De classificatie hangt af van de contractuele karakteristieken van de financiële activa en het bedrijfsmodel waaronder zij worden aangehouden. Management bepaalt de classificatie van haar financiële activa bij de initiële opname.
Financiële activa worden aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs indien het contract de karakteristieken heeft van een basis leningovereenkomst en indien ze werden verworven met de intentie om de contractuele kasstromen te ontvangen tot aan de vervaldatum. De financiële activa die door de Groep gewaardeerd worden tegen geamortiseerde kostprijs bevatten, tenzij anders vermeld, volgende balanselementen: handelsvorderingen en overige vorderingen, ontvangen bankwissels, geldbeleggingen, geldmiddelen en kasequivalenten. Deze worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
Andere schuldinstrumenten en alle eigenvermogensinstrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Eigenvermogeninstrumenten worden ofwel gewaardeerd tegen reële waarde via het resultaat (RWvR) ofwel tegen reële waarde via OCI (Other Comprehensive Income = andere elementen van het resultaat)(RWvOCI). Deze optie kan instrument per instrument gekozen worden en kan vervolgens niet meer worden teruggedraaid. In principe zal Bekaert haar belangrijkste strategische niet-geconsolideerde eigenvermogensinstrumenten waarderen tegen reële waarde via OCI. Derivaten behoren ook tot de categorie tegen RWvR, tenzij ze aangemerkt werden en effectief zijn als afdekking.
Betaling door middel van bankwissels is een wijdverbreide praktijk in China. Ontvangen bankwissels worden ofwel geïnd op de vervaldag, ofwel verdisconteerd voor de vervaldag, ofwel doorgegeven aan een leverancier als betaling van een schuld. Verdisconteren gebeurt ofwel met, ofwel zonder verhaal. Met verhaal betekent dat de verdisconterende bank terugbetaling kan eisen indien de uitgever zijn verplichting niet nakomt. Wanneer een bankwissel verdisconteerd wordt met verhaal, wordt het ontvangen bedrag niet afgeboekt van de uitstaande ontvangen bankwissels, maar wordt een verplichting opgezet onder 'rentedragende schulden op ten hoogste een jaar' tot de vervaldag van de wissel.
Kasequivalenten en geldbeleggingen zijn kortlopende beleggingen die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is. Zij houden geen significant risico op waardeverandering in. Kasequivalenten zijn in hoge mate liquide en hebben een oorspronkelijke looptijd van hoogstens drie maanden, terwijl geldbeleggingen een oorspronkelijke looptijd van meer dan drie maanden en ten hoogste een jaar hebben. Balansen uit cash pool faciliteiten worden gerapporteerd als geldmiddelen en kasequivalenten. Bankkredieten worden niet gerapporteerd als een vermindering van geldmiddelen en kasequivalenten, maar als rentedragende schulden.
Financiële activa die schuldinstrumenten zijn, behalve deze tegen RWvR, worden getoetst op bijzondere waardevermindering volgens het 'Expected Credit Loss'(ECL)-model. Het bedrag van verwachte kredietverliezen wordt op iedere balansdatum bijgewerkt om wijzigingen in kredietrisico te weerspiegelen sinds de initële opname van het respectievelijke financiële instrument. Bij de bepaling of het kredietrisico van een financieel actief aanzienlijk is toegenomen sinds initiële opname, en bij de inschatting van ECLs, houdt Bekaert rekening met logische en ondersteunende informatie die relevant en beschikbaar is zonder onnodige extra kosten of moeite. Dit omvat ook kwantitatieve en kwalitatieve informatie uit analyses gebaseerd op historische informatie binnen de Groep, een geïnformeerde kredietbeoordeling met inbegrip van vooruitziende informatie. De Groep neemt steeds levenslange ECLs op voor handelsvorderingen.
Op iedere balansdatum waardeert Bekaert de bijzondere waardevermindering voor financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs (bijv. handelsvorderingen en ontvangen bankwissels) als de actuele waarde van de verwachte kastekorten (verdisconteerd aan de originele effectieve rentevoet). Oninbaar geachte bedragen worden afgewaardeerd tegenover de betreffende provisierekening op iedere balansdatum. Bij de beoordeling van een collectieve afwaardering maakt de Groep gebruik van historische informatie over werkelijk geleden verliezen, en corrigeert deze in het geval economische of kredietcondities van dien aard zijn dat de werkelijke verliezen waarschijnlijk groter of kleiner zijn dan gesuggereerd door historische trends . Toevoegingen aan deze provisierekening als terugnames worden gerapporteerd onder 'commerciële kosten' in de winst-en-verliesrekening.
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen opbrengstwaarde indien deze lager is. De kostprijs wordt bepaald volgens de FIFO-methode (first-in, first-out). Van geproduceerde voorraden omvat de kostprijs alle directe en indirecte productiekosten die nodig zijn om de goederen tot hun afwerkingsstadium op balansdatum te brengen. De opbrengstwaarde staat gelijk met de geschatte verkoopprijs in normale marktomstandigheden, verminderd met de kosten die nodig zijn voor afwerking en verkoop.
Bij inkoop van eigen aandelen wordt de aanschaffingsprijs, samen met de direct toewijsbare transactiekosten, opgenomen als een wijziging van het eigen vermogen. Ingekochte eigen aandelen worden in de balans gerapporteerd als een vermindering van het eigen vermogen. Bij annulering of verkoop van eigen aandelen wordt het transactieresultaat opgenomen in de overgedragen resultaten.
De minderheidsbelangen vertegenwoordigen het aandeel van de minderheidsaandeelhouders in het eigen vermogen van dochterondernemingen waarin de Groep niet de volle 100% bezit. Minderheidsbelangen worden op de overnamedatum gewaardeerd ofwel tegen hun reële waarde ofwel tegen het evenredig belang van de minderheidsaandeelhouders in de reële waarde van de opgenomen nettoactiva bij verwerving van een dochteronderneming (bedrijfscombinatie). Nadien wordt hun waarde aangepast voor hun evenredig deel in latere winsten of verliezen. De verliezen die toewijsbaar zijn aan minderheidsaandeelhouders in een geconsolideerde dochteronderneming kunnen groter zijn dan hun aandeel in het eigen vermogen van de dochteronderneming. Een evenredig deel van het volledig perioderesultaat wordt toegewezen aan de minderheidsbelangen, ook al wordt het saldo van de minderheidsbelangen daardoor negatief.
Voorzieningen worden opgenomen in de balans indien de Groep op balansdatum een wettelijke of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, waarvoor het waarschijnlijk nodig zal zijn middelen te besteden die economische voordelen inhouden die op een betrouwbare manier geschat kunnen worden. Elke voorziening is gebaseerd op de beste schatting van de uitgave die nodig is om aan de bestaande verplichting te voldoen op de balansdatum. Indien aangewezen, worden voorzieningen verdisconteerd.
Een voorziening voor herstructurering wordt enkel opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd en de herstructurering ofwel werd aangevat, ofwel publiekelijk werd aangekondigd vóór balansdatum. Voorzieningen voor herstructurering omvatten enkel uitgaven die een rechtstreeks gevolg zijn van de herstructurering en geen verband houden met het voortzetten van de activiteiten van de entiteit.
Voorzieningen voor bodemsanering met betrekking tot vervuilde terreinen worden opgenomen overeenkomstig het door de Groep gepubliceerde milieubeleid en de vigerende wettelijke bepalingen.
De moedervennootschap en verschillende van haar dochterondernemingen voorzien in pensioen-, overlijdens- en gezondheidszorgregelingen ten gunste van een belangrijk deel van hun werknemers.
De meeste pensioenregelingen zijn van het type 'toegezegdpensioen', en de voordelen zijn afhankelijk van het aantal jaren dienst en het verloningsniveau. Bij toegezegdpensioenregelingen komt het in de balans opgenomen bedrag (de nettoverplichting of -vordering) overeen met de contante waarde van de brutoverplichting, verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. De contante waarde van de brutoverplichting van een toegezegdpensioenregeling is de contante waarde, vóór aftrek van de fondsbeleggingen, van de verwachte toekomstige betalingen die vereist zijn om de verplichting af te wikkelen die resulteert uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Voor toegezegdpensioenregelingen worden de contante waarde van de brutoverplichting en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en eventuele pensioenkosten van verstreken diensttijd berekend volgens de projected unit creditmethode. De disconteringsvoet komt overeen met het rendement op balansdatum op hoogwaardige bedrijfsobligaties met een resterende looptijd die vergelijkbaar is met deze van de verplichtingen van de Groep. Wanneer de reële waarde van de fondsbeleggingen groter is dan de contante waarde van de brutoverplichting, wordt de op te nemen nettovordering begrensd tot een maximumbedrag (de asset ceiling). Het maximumbedrag komt overeen met de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen of verminderingen van toekomstige bijdragen tot de regeling. De nettorente op de nettoverplichting / nettovordering is gebaseerd op dezelfde disconteringsvoet. Actuariële winsten en verliezen omvatten ervaringsaanpassingen (de gevolgen van verschillen tussen de voorgaande actuariële veronderstellingen en wat zich werkelijk voorgedaan heeft) en de gevolgen van wijzigingen in actuariële veronderstellingen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd vertegenwoordigen de wijziging in de contante waarde van de brutoverplichting voor prestaties die in voorgaande perioden door werknemers zijn verricht, en die in de verslagperiode resulteren uit planwijzigingen of inperkingen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden onmiddellijk opgenomen via het resultaat. Herwaarderingen van de nettoverplichting (-vordering) omvatten (a) actuariële winsten en verliezen, (b) het rendement op de fondsbeleggingen, na aftrek van de bedragen die opgenomen werden in de nettorente op de nettoverplichting (-vordering) en (c) wijzigingen in het effect van de asset ceiling, na aftrek van bedragen die al vervat zitten in de nettorente op de nettoverplichting (-vordering). Herwaarderingen worden onmiddellijk opgenomen via het eigen vermogen. Een afwikkeling is een transactie die alle verdere wettelijke of feitelijke verplichtingen wegneemt voor alle voordelen of een gedeelte van de voordelen voorzien door de toegezegdpensioenregeling, voor zover het niet gaat om een uitkering van voordelen aan, of in naam van, werknemers die beschreven is in de beschikkingen van de regeling en vervat zit in de actuariële veronderstellingen.
In de winst-en-verliesrekening worden de pensioenkosten zowel van het dienstjaar als van verstreken diensttijd, met inbegrip van winsten of verliezen uit afwikkelingen, opgenomen in het bedrijfsresultaat (EBIT), terwijl de nettorente op de nettoverplichting (-vordering) in de rentelasten wordt opgenomen, als rentegedeelte van rentedragende voorzieningen. Brugpensioenregelingen in België en gezondheidszorgregelingen in de Verenigde Staten worden ook verwerkt als toegezegdpensioenregelingen.
Verplichtingen aangaande bijdragen tot toegezegdebijdragenregelingen worden ten laste van de winst-en-verliesrekening genomen op het ogenblik dat zij ontstaan. In België legt de Belgische pensioenwetgeving een minimumrendement op. Tot voor 2015 werden toegezegdebijdragenregelingen in België in wezen verwerkt als toegezegdebijdragenregelingen. De nieuwe wetgeving die van kracht werd in december 2015 bracht de verplichte kwalificatie als toegezegdpensioenregeling met zich, waardoor er per jaareinde 2016 een actuariële waardering werd uitgevoerd.
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zoals jubileumpremies worden verwerkt volgens de projected unit creditmethode. De boekhoudkundige verwerking verschilt echter met die van de vergoedingen na uitdiensttreding, omdat actuariële winsten en verliezen onmiddellijk opgenomen worden via het resultaat.
De Groep kent op aandelen gebaseerde, in eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde betalingen toe aan bepaalde werknemers. De plannen in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld kennen aan werknemers van de Groep het recht toe om aandelen van NV Bekaert SA te verwerven. Deze omvatten aandelenoptieplannen ('SOP'), het prestatieaandelenplan ('PSP') en het personal shareholding requirement plan ('PSR'), allen geëxploiteerd in België. De plannen in geldmiddelen afgewikkeld kennen werknemers van de Groep een bonus in geldmiddelen toe waarvan het bedrag afhankelijk is van de koers van het Bekaertaandeel op de Euronextbeurs. Share appreciation rights ('SAR') en prestatieaandeeleenheden ('PSU') zijn van dit type, allen geëxploiteerd buiten België.
In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum (zonder rekening te houden met het effect van niet-marktgerelateerde toezeggingsvoorwaarden). De reële waarde op de toekenningsdatum van in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen wordt ten laste genomen van het resultaat met daartegenover een toename van het eigen vermogen. De reële waarde wordt lineair afgeschreven over de
wachtperiode tot de definitieve toezegging, gebaseerd op het geschatte aantal aandelenopties van de Groep dat uiteindelijk zal toegezegd worden, en aangepast voor het effect van niet-marktgerelateerde toezeggingsvoorwaarden.
In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen worden opgenomen als verplichtingen tegen hun reële waarde, die op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling herbepaald wordt. Wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
De Groep gebruikt een binomiaal model of Monte Carlo simulaties om de reële waarde van op aandelen gebaseerde betalingen te bepalen.
Rentedragende schulden omvatten financiële verplichtingen en leningen die initieel opgenomen worden tegen de reële waarde van de ontvangen geldmiddelen, na aftrek van transactiekosten. Later worden ze aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode. Verschillen tussen het ontvangen bedrag (na aftrek van transactiekosten) en het terug te betalen bedrag op de vervaldatum worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen tijdens de duur van de verplichting. Indien financiële verplichtingen afgedekt zijn met behulp van derivaten die als reëlewaardeafdekking worden aangemerkt, worden de afdekkingsinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde en wordt de waardering van de afgedekte posities aangepast voor reëlewaardewijzigingen ten gevolge van het afgedekte risico (zie grondslagen voor financiële verslaggeving over derivaten en afdekking).
Handelsschulden en overige vlottende verplichtingen – met uitzondering van derivaten – worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs, die overeenkomt met de reële waarde van de te betalen vergoeding, en worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Winstbelastingen worden ingedeeld in actuele en uitgestelde belastingen. Actuele belastingen omvatten de verwachte, over de verslagperiode verschuldigde belastingen en aanpassingen aan de belastingen van vorige jaren. Tijdens de beoordeling van mogelijke belastingsschulden neemt de Groep aan dat de belastingautoriteiten alle bedragen, waarvoor zij het recht hebben, zullen nakijken en alle gerelateerde informatie ter beschikking hebben tijdens deze controles. De Groep houdt rekening met zowel de inschattingen, beslissingen en uitspraken ontvangen in het kader van belastingscontroles en andere informatiebronnen alsook met andere mogelijke controlemiddelen van belastingautoriteiten. De Groep erkent een schuld indien de Groep oordeelt dat het niet waarschijnlijk is dat de belastingsdiensten de door de Groep ingenomen positie voor de betreffende belastingsbehandeling zal aanvaarden. De Groep berekent de belastingsschuld op basis van de meest waarschijnlijke uitkomst van mogelijke economische uitstromen. De Groep is evenwel van oordeel dat haar positie voor al deze controles verantwoord is.
Uitgestelde belastingen worden volgens de balansmethode berekend op tijdelijke verschillen tussen enerzijds de belastingbasis van activa en verplichtingen en anderzijds hun nettoboekwaarde. Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de belastbare winst in de periode waarin de tijdelijke verschillen gerealiseerd of afgerekend zullen worden, op basis van de belastingtarieven die wettelijk vastliggen of zo goed als vastgelegd zijn op de balansdatum. Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst zal gerealiseerd worden waartegen de tijdelijke verschillen afgezet kunnen worden; dit criterium wordt op elke balansdatum opnieuw geëvalueerd. Uitgestelde belastingen worden ook berekend voor tijdelijke verschillen op deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen, behalve in het geval dat de Groep kan beslissen over het tijdstip waarop het tijdelijk verschil teruggedraaid wordt en het onwaarschijnlijk is dat het tijdelijk verschil teruggedraaid wordt in de nabije toekomst.
De Groep gebruikt derivaten om valuta- en renterisico's af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. Het nettorisico van alle dochterondernemingen van de Groep wordt centraal beheerd door de Groepsdienst Thesaurie in overeenstemming met de doelstellingen en regels die door het management vastgelegd werden. Het is de politiek van de Groep om geen speculatieve transacties of transacties met een hefboomeffect aan te gaan.
Derivaten worden initieel opgenomen en ook nadien gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde van verhandelde derivaten is hun marktwaarde. Indien er geen marktwaarde beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van gekende financiële waarderingsmodellen, gebaseerd op relevante marktkoersen op de balansdatum.
De Groep past hedge accounting toe in overeenstemming met IFRS 9 om de volatiliteit in de winst-en-verliesrekening te beperken. Afhankelijk van de aard van het afgedekte risico wordt een onderscheid gemaakt tussen reëlewaardeafdekkingen, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten.
Reëlewaardeafdekkingen zijn afdekkingen van het risico van veranderingen in de reële waarde van opg nomen activa en verplichtingen. De derivaten die aangemerkt werden als reëlewaardeafdekkingen worden gewaardeerd tegen reële waarde, en de waardering van hun afgedekte posities (activa of verplichtigen) wordt aangepast voor wijzigingen in reële waarde ten gevolge van het afgedekte risico. De overeenkomstige veranderingen in reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Wanneer een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting stopgezet en wordt de aanpassing aan de boekwaarde van het afgedekte rentedragende financieel instrument gradueel op-genomen in de winst-en-verliesrekening tot op de vervaldag van de afgedekte positie.
Kasstroomafdekkingen zijn afdekkingen van de variabiliteit van toekomstige kasstromen die verband houden met opgenomen activa of verplichtingen, zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties, of het valutarisico op niet-opgenomen vaststaande toezeggingen. Veranderingen in de reële waarde van een afdekkingsinstrument dat voldoet als zeer effectieve kasstroomafdekking worden in het eigen vermogen opge-nomen, meer bepaald in de afdekkingsreserve. Het nieteffectieve deel ervan wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ingeval de afgedekte kasstroom resulteert in de opname van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, worden de voorheen in het eigen vermogen opgenomen gecumuleerde winsten en verliezen op het derivaat overgeboekt uit het eigen vermogen en opgenomen in de initiële waardering van de kostprijs of de boekwaarde van het actief of de verplichting. Bij alle andere kasstroomafdekkingen worden de gecumuleerde winsten en verliezen op het derivaat overgeboekt van de afdekkingsreserve naar de winst-en-verliesrekening op het ogenblik dat de afgedekte vaststaande toezegging of de voorziene transactie resulteert in het opnemen van een winst of een verlies. Zodra een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting prospectief stopgezet. In dit geval blijven de gecumuleerde winsten en verliezen op het afdekkingsinstrument opgespaard in het eigen vermogen tot de toegezegde of voorziene transactie zich voordoet. Wanneer verwacht wordt dat een voorziene transactie zich niet meer zal voordoen, worden de gecumuleerde winsten en verliezen overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst-en-verliesrekening.
Indien een netto-investering in een buitenlandse entiteit wordt afgedekt, worden alle winsten en verliezen met betrekking tot het effectieve deel van het afdekkingsinstrument, samen met de winsten en verliezen als gevolg van de omrekening van de afgedekte investering, onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen. Winsten en verliezen op het niet-effectieve deel worden onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De gecumuleerde winsten en verliezen als gevolg van de herwaardering van het afdekkingsinstrument die voorheen werden opgenomen in het eigen vermogen en de winsten en verliezen als gevolg van de omrekening van het afgedekte instrument worden enkel opgenomen in de winst-en-verliesrekening bij afstoting van de investering.
Om te voldoen aan de vereisten in IFRS 9 met het oog op de toepassing van hedge accounting, documenteert de Groep – bij het aangaan van de afdekking – de strategie en het doel van de afdekking, de relatie tussen het financieel instrument dat wordt gebruikt als afdekking en de afgedekte positie, en de verwachte (prospectieve) effectiviteit. De effectiviteit van bestaande afdekkingen wordt elk kwartaal opnieuw beoordeeld. Voor niet-effectieve afdekkingen wordt de hedge accounting onmiddellijk stopgezet.
De Groep maakt ook gebruik van derivaten die niet voldoen aan de voorwaarden voor hedge accounting in IFRS 9, maar als effectieve economische afdekkingen fungeren volgens het risicobeheer van de Groep. Wijzigingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Derivaten besloten in een basiscontract dat geen derivaat is en die geen financiële activa zijn, worden behandeld als afzonderlijke derivaten indien zij voldoen aan de definitie van een derivaat, hun risico's en karakteristieken niet nauw verbonden zijn met het basiscontract en het basiscontract niet gewaardeerd is tegen reële waarde via het resultaat.
Goodwill, immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, worden minstens jaarlijks getoetst op bijzondere waardevermindering. Andere materiële en immateriële vaste activa worden getoetst op bijzondere waardevermindering zodra bepaalde gebeurtenissen of gewijzigde omstandigheden erop wijzen dat hun boekwaarde misschien niet meer kan gerealiseerd worden. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening wanneer en in de mate dat de boekwaarde van een actief hoger is dan zijn realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de reële waarde min verkoopkosten en de bedrijfswaarde). De reële waarde min verkoopkosten is de te verwachten opbrengst uit een niet-gedwongen verkoop van een actief tussen goed geïnformeerde, onafhankelijke partijen, verminderd met de verkoopkosten. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte kasstromen uit het gebruik van een actief. Realiseerbare waarden worden geraamd voor individuele activa, of – indien dit niet mogelijk is – voor de kleinste kasstroom-genererende eenheid waartoe de activa behoren. Bijzondere waardeverminderingen opgenomen in vroegere boekjaren worden teruggenomen via de winst-en-verliesrekening wanneer er een aanwijzing is dat de vroeger opgenomen bijzondere waardeverminderingen weggevallen of gedaald zijn. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden echter nooit teruggenomen.
De Groep erkent hoofdzakelijk opbrengsten uit de verkoop van producten. Opbrengsten worden gewaardeerd op basis van de vergoeding waarop de Groep verwacht recht te hebben in een contract met klanten, en sluit bedragen uit ontvangen voor rekening van derden. De Groep erkent opbrengsten uit de verkoop van producten op het ogenblik dat de controle over de producten wordt overgedragen naar de klant. De opbrengsten uit de verkoop van producten worden erkend op een ogenblik in de tijd. Omzet wordt opgenomen na aftrek van omzetbelastingen en kortingen. Er worden geen opbrengsten opgenomen in verband met ruiltransacties indien het gaat om een uitwisseling van gelijkaardige goederen of diensten. Rente wordt opgenomen op een tijdsbasis die het effectieve rendement op het actief weerspiegelt. Royalty's worden opgenomen op basis van het toerekeningsprincipe volgens de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden opgenomen op het ogenblik dat het recht van de aandeelhouder op ontvangst vastgelegd is.
Het overzicht van het volledig perioderesultaat presenteert een overzicht van alle opbrengsten en kosten die opgenomen werden hetzij in de winst-en-verliesrekening hetzij in het eigen vermogen. Volgens IAS 1 'Presentatie van de jaarrekening' kan een entiteit kiezen voor ofwel één enkel overzicht van het volledig perioderesultaat ofwel twee overzichten, namelijk een winst-en-verliesrekening onmiddellijk gevolgd door een overzicht van het volledig perioderesultaat. De Groep heeft voor de tweede mogelijkheid geopteerd. Als gevolg van de presentatie van een overzicht van het volledig perioderesultaat beperkt de inhoud van het mutatieoverzicht van het eigen vermogen zich tot wijzigingen die verband houden met het aandeelhouderschap.
Om de financiële prestaties van de Groep te analyseren, gebruikt Bekaert consequent verschillende non-GAAP-metrieken of Alternatieve Prestatiemaatstaven ("APM's") zoals gedefinieerd in de Richtlijnen voor alternatieve prestatiemaatregelen van de European Securities and Markets Authority's ("ESMA"). In overeenstemming met deze ESMA-richtlijnen wordt de definitie en reden voor gebruik van elk APM's gegeven in het gedeelte Kerncijfers van het verslag van de Raad van Bestuur. De belangrijkste APM's die in het Financieel Overzicht worden gebruikt, hebben betrekking op onderliggende prestatiemaatstaven.
Bedrijfsopbrengsten en -kosten die verband houden met herstructureringsprogramma's, bijzondere waardeverminderingen, de eerste verwerking van bedrijfscombinaties, afstoting van activiteiten, milieuprovisies of andere gebeurtenissen en transacties met een eenmalig effect, zijn uitgesloten van de onderliggende EBIT(DA)-maatstaven.
Herstructureringsprogramma's omvatten voornamelijk ontslagvergoedingen, winsten en verliezen bij verkoop en bijzondere waardeverminderingen van activa die betrokken zijn bij een shutdown, belangrijke reorganisatie of verplaatsing van activiteiten. Wanneer er geen verband is met herstructureringsprogramma's, komen alleen bijzondere waardeverminderingen als gevolg van het testen van kasstroomgenererende eenheden in aanmerking als eenmalige effecten.
Eenmalige effecten van bedrijfscombinaties omvatten voornamelijk: aan acquisitiegerelateerde uitgaven, negatieve goodwill, winsten en verliezen op step acquisitie en recycling van CTA op de eerder gehouden rente. Eenmalige effecten van afstotingen van activiteiten omvatten winsten en verliezen op de verkoop van activiteiten die niet kwalificeren als beëindigde bedrijfsactiviteiten. Deze afgestoten bedrijfsactiviteiten kunnen bestaan uit integrale of onderdelen (groepen activa die worden afgestoten) van, dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen.
Naast milieuprovisies omvatten andere gebeurtenissen of transacties die niet inherent zijn aan het bedrijf en een eenmalig effect hebben, voornamelijk rampen en verkopen van vastgoedbeleggingen.
Een vast actief, of een groep activa die wordt afgestoten, wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer de boekwaarde hoofdzakelijk gerealiseerd zal worden via een verkooptransactie eerder dan door het te blijven gebruiken. Deze voorwaarde is enkel vervuld als de verkoop heel waarschijnlijk geacht wordt en als het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) klaar is voor onmiddellijke verkoop in zijn huidige staat. Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van een entiteit die ofwel afgestoten is ofwel geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt en zowel operationeel als voor de financiële verslaggeving onderscheiden kan worden van de rest van de entiteit.
Er kan pas sprake zijn van een zeer waarschijnlijke verkoop als de entiteit zich verbonden heeft tot een plan voor de verkoop van het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) en als een operationeel plan opgestart is om een koper te vinden en het plan tot een goed einde te brengen. Bovendien moet de verkoop van het actief (of van de groep activa die wordt afgestoten) actief gepromoot worden tegen een redelijke prijs in verhouding tot zijn huidige reële waarde en dient de verkoopovereenkomst naar verwachting afgesloten te worden binnen het jaar na de classificatiedatum. Activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen reële waarde na aftrek van verkoopkosten als deze lager is dan de boekwaarde. Een eventueel overschot van de boekwaarde tegenover de reële waarde na aftrek van verkoopkosten wordt afgeboekt als een bijzondere waardevermindering. Zodra activa geclassificeerd worden als aangehouden voor verkoop worden ze niet langer afgeschreven. Vergelijkende balansinformatie voor voorgaande perioden wordt niet herwerkt om de nieuwe classificatie in de balans te weerspiegelen.
Voorwaardelijke activa worden niet opgenomen in de balans, maar worden opgenomen in de toelichtingen wanneer een instroom van economische voordelen waarschijnlijk is. Behalve als zij uit een bedrijfscombinatie ontstaan zijn, worden voorwaardelijke verplichtingen niet opgenomen in de balans maar vermeld in de toelichtingen, tenzij de kans op een verlies gering is.
Gebeurtenissen na balansdatum die bijkomende informatie verschaffen omtrent de situatie van de Onderneming op balansdatum (adjusting events) worden verwerkt in de jaarrekening. Andere gebeurtenissen na balansdatum (non-adjusting events) worden enkel vermeld in de toelichtingen als ze belangrijk geacht worden.
Volgende elementen hebben aanleiding gegeven tot herwerkingen en/of herclassificaties in dit financieel verslag:
| Herwerkte elementen in duizend € |
Herwerkings effecten 1 jan 2018 |
|---|---|
| Geconsolideerde balans | |
| Uitgestelde belastingvorderingen (a) | -646 |
| Vaste activa | -646 |
| Totaal activa | -646 |
| Overgedragen resultaten (a) | -2 585 |
| Overgedragen resultaten (b) | 10 240 |
| Herwaarderingsreserve voor niet-geconsolideerde deelnemingen (b) | -10 240 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders van Bekaert | -2 585 |
| Rentedragende schulden (a) | 2 585 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen (a) | -646 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | 1 939 |
| Totaal passiva | -646 |
(a) IFRS 9: effect van de converteerbare obligatielening uitgegeven in 2016.
(b) IFRS 9: effect van het aanmerken van bepaalde deelnemingen als tegen reële waarde via OCI.
| 2017 | Gerapporteerd | Herwerkt | Herwerkings effect |
|---|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (basisberekening) | 56 741 126 | 56 741 126 | - |
| Verwateringseffect van op aandelen gebaseerde betalingsregelingen | 560 669 | 560 669 | - |
| Verwateringseffect van de converteerbare obligatieleningen | 9 125 704 | 7 414 634 | -1 711 070 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen | |||
| (na verwateringseffect) | 66 427 499 | 64 716 429 | -1 711 070 |
| 2017 in duizend € |
Gerapporteerd | Herwerkt | Herwerkings effect |
|---|---|---|---|
| Perioderesultaat toewijsbaar aan gewone | |||
| aandeelhouders van Bekaert | 184 720 | 184 720 | - |
| Effect op de winst van de converteerbare | |||
| obligatieleningen | -7 249 | -7 249 | - |
| Winst na verwateringseffect | 177 471 | 177 471 | - |
| Winst per aandeel na verwateringseffect (in €) | 2,672 | 2,742 | 0,070 |
3.Overeenkomstig IAS 7 'Kasstroomoverzicht' dienen kasstromen uit aankopen of verkopen van minderheidsbelangen gerapporteerd als kasstromen uit financieringsactiviteiten en niet als kasstromen uit investeringsactiviteiten. Dit heeft geleid tot een herclassificatie van € -17,0 miljoen in de vergelijkbare cijfers voor 2017. Het bedrag heeft betrekking op de aankoop van de resterende minderheidsbelangen van Ansteel in Bekaert (Chongqing) Steel Cord Co.
| Herwerkte elementen in duizend € |
Herwerkings effecten 2017 |
|---|---|
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht | |
| Andere verwervingen van deelnemingen | 17 020 |
| Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten | 17 020 |
| Verkopen en verwervingen van minderheidsbelangen | -17 020 |
| Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten | -17 020 |
Bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep is het management genoodzaakt om beoordelingen, schattingen en veronderstellingen over de boekwaarde van activa en verplichtingen te maken die niet onmiddellijk beschikbaar zijn uit enigerlei bronnen. Deze beoordelingen, schattingen en veronderstellingen worden voortdurend opnieuw geëvalueerd.
Hierna volgen de cruciale beoordelingen, met uitzondering van deze die bestaan uit schattingen (zie toelichting 3.2. 'Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden'), die een belangrijke invloed hebben op de gerapporteerde bedragen in deze geconsolideerde jaarrekening.
de presentatievaluta in consolidatie. In het licht van de beperkingen op dividendrepatriatie voor buitenlandse investeerders sinds 2009 en gezien de aanhoudende spectaculaire verzwakking van de economische wisselkoers, in combinatie met inflatieboekhouding, achtte het management dit de beste keuze om een realistisch beeld van de bijdrage van de Venezolaanse operaties tot de geconsolideerde jaarrekening weer te geven. Sinds de toepassing van de economische wisselkoers op de Venezolaanse operaties neemt het belang van hun bijdrage tot de geconsolideerde financiële cijfers steeds verder af. Ondanks de politieke en monetaire instabiliteit is het management erin geslaagd om de onderneming operationeel te houden en oordeelde het bijgevolg dat het nog steeds de zeggenschap heeft. Per jaareinde 2018 bedroegen de gecumuleerde omrekeningsverschillen € -59,7 miljoen die, bij verlies van de zeggenschap, zouden overgeboekt worden naar de winst-en-verliesrekening. Afgezien van de gecumuleerde omrekeningsverschillen is de bijdrage van de activiteiten in Venezuela tot de geconsolideerde jaarrekening niet van groot belang.
Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste veronderstellingen omtrent de toekomst en de belangrijkste andere bronnen van schattingsonzekerheden op het einde van de verslagperiode die een risico inhouden op beduidende aanpassingen aan de boekwaarden van activa en verplichtingen in de komende verslagperiode.
bv. overeenkomstig relevante belastingovereenkomsten. Bijgevolg geven de duurtijd en positie aangenomen door de belastingautoriteiten aanleiding tot onzekerheid en een risico dat kan leiden tot een aanpassing in het volgende boekjaar van de opgenomen bedragen voor belastingschulden gerelateerd aan onzekere belastingposities. Op jaareinde 2018 zijn onzekere belastingposities opgenomen ten bedrage van € 64,7 miljoen (2017: € 65,4 miljoen). Zie ook toelichting 6.20. 'Belastingposities'. » Uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot ongebruikte overgedragen fiscale verliezen, fiscaal verrekenbare tegoeden en tijdelijke verschillen worden maar opgenomen in zoverre het waarschijnlijk is dat
er binnen afzienbare tijd belastbare winst zal zijn. Bij zijn inschatting neemt het management elementen in overweging als langetermijnstrategie en opportuniteiten voor belastingplanning (zie toelichting 5.5. 'Winstbelastingen' en
6.6. 'Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen'). » Voorzieningen voor personeelsbeloningen: de toegezegdpensioenverplichtingen zijn gebaseerd op actuariële veronderstellingen zoals de disconteringsvoet en salarisverhogingen, die uitgebreid aan bod komen in
toelichting 6.15. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen'.
Met uitzondering van BBRG heeft de Groep een geografische segmentatie gebruikt om de aard en de financiële prestaties van het bedrijf als geheel te evalueren, in overeenstemming met de manier waarop de financiële prestaties worden gerapporteerd aan de chief operating decision maker.
De volgende vijf segmenten worden gepresenteerd:
In lijn met de organisatorische wijzigingen aangekondigd op 1 maart 2019, zal de segmentrapportering van Bekaert in 2019 veranderen. De nieuwe segmentatie zal bijdragen aan de transparantie van de businessdynamieken van iedere rapporterende eenheid en vervangt de vroegere geografische segmentatie waaraan Bridon-Bekaert Ropes Group werd toegevoegd als afzonderlijk rapporterend segment. De business units (BU) van de Groep worden gekenmerkt door BU-specifieke producten en marktprofielen, industrietrends, kostenfactoren, en technologienoden die aangepast zijn aan de specifieke industrievereisten.
Enkel de elementen van het kapitaalgebruik (immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en de elementen van het operationeel werkkapitaal) worden toegewezen aan de verscheidene segmenten. Alle andere activa en verplichtingen worden gerapporteerd als 'niet-toegewezen activa en verplichtingen'. 'Groep & Business support' omvat voornamelijk de functionele eenheid groepstechnologie en niet-doorgerekende kosten voor groepsmanagement en -diensten; het is geen rapporteerbaar segment op zich. De geografische segmentatie is gebaseerd op de lokalisatie van de Bekaertentiteiten en niet op de lokalisatie van hun klanten. Omdat Bekaert als strategie heeft om zo dicht mogelijk bij de klanten te gaan produceren, worden de meeste klanten bediend door Bekaertentiteiten in hun eigen regio. Eventuele verkopen tussen segmenten gebeuren tegen prijzen die beantwoorden aan het arm's length principe. Intersegmenteliminaties omvatten voornamelijk eliminaties van vorderingen en schulden, eliminaties van marges op overdrachten van vaste activa en goederen en de bijhorende aanpassingen aan afschrijvingen en waardeverminderingen.
| Groep & | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | Noord | Latijns | Pacifisch | Business | Intersegment | Geconsoli | ||
| in duizend € | EMEA | Amerika | Amerika | Azië | support | BBRG | eliminaties | deerd |
| Netto-omzet | 1 334 891 | 618 071 | 691 651 | 1 197 331 | - | 463 325 | - | 4 305 269 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 73 785 | 24 624 | 35 311 | 54 207 | -68 613 | -20 006 | 47 572 | 146 880 |
| EBIT - Onderliggend | 114 065 | 24 928 | 43 116 | 86 426 | -59 435 | -6 908 | 7 948 | 210 140 |
| Afschrijvingen en | ||||||||
| waardeverminderingen | 68 065 | 13 468 | 17 846 | 96 360 | 7 685 | 32 685 | -17 936 | 218 173 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 11 502 | - | 1 483 | 45 180 | 19 | 2 928 | -39 660 | 21 452 |
| EBITDA | 153 352 | 38 092 | 54 640 | 195 747 | -60 909 | 15 607 | -10 024 | 386 505 |
| Activa van het segment | 973 416 | 367 432 | 477 106 | 1 175 450 | 189 145 | 560 673 | -237 684 | 3 505 538 |
| Niet-toegewezen activa | 943 951 | |||||||
| Totaal activa | 4 449 489 | |||||||
| Verplichtingen van het segment | 332 570 | 116 271 | 143 897 | 217 094 | 109 769 | 120 273 | -132 198 | 907 676 |
| Niet-toegewezen verplichtingen | 2 025 811 | |||||||
| Totaal verplichtingen | 2 933 487 | |||||||
| Kapitaalgebruik | 640 846 | 251 161 | 333 209 | 958 356 | 79 376 | 440 400 | -105 486 | 2 597 862 |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 679 645 | 230 760 | 333 091 | 988 128 | 78 384 | 452 924 | -130 991 | 2 631 941 |
| ROCE 1 | 10,9% | 10,7% | 10,6% | 5,5% | - | -4,4% | - | 5,6% |
| Investeringsuitgaven | ||||||||
| materiële vaste activa | 66 662 | 17 668 | 17 454 | 85 259 | 9 437 | 19 326 | -17 679 | 198 127 |
| Investeringsuitgaven | ||||||||
| immateriële activa | 2 350 | 6 | 99 | 125 | 1 827 | 531 | -430 | 4 508 |
| Aandeel in het resultaat van joint | ||||||||
| ventures en geassocieerde | ||||||||
| ondernemingen | - | - | 24 875 | - | - | - | - | 24 875 |
| Deelnemingen in joint ventures en | ||||||||
| geassocieerde ondernemingen | - | - | 153 671 | - | - | - | - | 153 671 |
| Aantal personeelsleden (einde jaar) 2 | 7 102 | 1 363 | 3 078 | 9 774 | 1 916 | 2 573 | - | 25 806 |
| Groep & | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 in duizend € |
EMEA | Noord Amerika |
Latijns Amerika |
Pacifisch Azië |
Business support |
BBRG | Intersegment eliminaties |
Geconsoli deerd |
| Netto-omzet | 1 273 462 | 551 808 | 673 204 | 1 144 775 | - | 320 380 | - | 4 098 247 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 143 929 | 33 350 | 80 285 | 103 819 | 2 734 | -8 699 | -58 322 | 318 062 |
| EBIT - Onderliggend | 141 133 | 33 350 | 54 876 | 106 535 | -44 929 | 13 247 | -4 992 | 301 095 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen |
61 611 | 13 349 | 19 555 | 89 226 | 4 301 | 21 103 | -18 988 | 194 952 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -3 262 | - | - | -157 | -6 | 481 | - | -3 412 |
| EBITDA | 202 278 | 46 699 | 99 840 | 192 888 | 7 029 | 12 885 | -77 310 | 509 602 |
| Activa van het segment | 1 017 565 | 298 607 | 452 674 | 1 209 301 | 199 136 | 613 364 | -285 165 | 3 465 977 |
| Niet-toegewezen activa | 978 754 | |||||||
| Totaal activa | 4 444 731 | |||||||
| Verplichtingen van het segment | 299 465 | 88 246 | 120 297 | 197 280 | 122 075 | 91 507 | -133 521 | 802 252 |
| Niet-toegewezen verplichtingen | 2 059 443 | |||||||
| Totaal verplichtingen | 2 861 695 | |||||||
| Kapitaalgebruik | 718 100 | 210 361 | 332 377 | 1 012 021 | 77 061 | 521 857 | -151 644 | 2 663 725 |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 679 811 | 223 826 | 371 418 | 973 935 | 68 934 | 384 935 | -113 958 | 2 695 055 |
| ROCE 1 | 21,2% | 14,9% | 21,6% | 10,7% | - | -2,3% | - | 11,8% |
| Investeringsuitgaven materiële vaste activa |
114 836 | 12 967 | 22 271 | 122 366 | 17 322 | 13 944 | -31 933 | 272 666 |
| Investeringsuitgaven immateriële activa |
2 018 | 70 | 171 | 52 053 | 1 271 | 48 | -52 521 | 3 853 |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
- | - | 26 857 | - | - | - | - | 26 857 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
- | - | 165 424 | - | - | - | - | 165 424 |
| Aantal personeelsleden (einde jaar) 2 | 6 699 | 1 349 | 3 218 | 9 851 | 1 928 | 2 494 | - | 25 631 |
1 ROCE: Bedrijfsresultaat (EBIT) in verhouding tot gewogen gemiddeld kapitaalgebruik (Return on Capital Employed).
2 Aantal personeelsleden: voltijdse equivalenten.
| Verschil | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 | (%) |
| Netto-omzet | |||
| Rubberversterkingsproducten | 1 738 387 | 1 907 805 | 9,7% |
| Andere staaldraadproducten | 1 713 129 | 1 744 427 | 1,8% |
| Roestvaste producten | 178 338 | 170 902 | -4,2% |
| Kabels en advanced cords (BBRG) | 454 998 | 463 325 | 1,8% |
| Overige | 13 395 | 18 810 | 40,4% |
| Totaal | 4 098 247 | 4 305 269 | 5,1% |
Rubberversterkingsproducten omvatten staalkoord voor banden, hieldraad en slangendraad. Andere staaldraadproducten omvatten industriële en gespecialiseerde staaldraden, bouwproducten en zaagdraad. Roestvaste producten omvatten vezels en verbrandingstechnologie-producten voor verwarmings- en droogsystemen. BBRG-producten worden afzonderlijk gepresenteerd.
Bekaerts top 5-klanten vertegenwoordigen samen meer dan 20% van de totale geconsolideerde omzet van de Groep, terwijl de volgende top 5-klanten nog eens 10% van de totale geconsolideerde omzet van de Groep vertegenwoordigen.
De tabel hieronder toont het relatief gewicht van België (land waar de Onderneming is gevestigd), Chili, China, de Verenigde Staten en Slovakije in termen van omzet en vaste activa (immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen).
| % van | % van | |||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | totaal | 2018 | totaal |
| Netto-omzet vanuit België | 352 658 | 9% | 360 186 | 8% |
| Netto-omzet vanuit Chili | 341 810 | 8% | 387 954 | 9% |
| Netto-omzet vanuit China | 836 980 | 20% | 855 857 | 20% |
| Netto-omzet vanuit de VS | 627 218 | 15% | 696 724 | 16% |
| Netto-omzet vanuit Slovakije | 343 278 | 8% | 354 692 | 8% |
| Netto-omzet vanuit andere landen | 1 596 303 | 40% | 1 649 856 | 39% |
| Totaal netto-omzet | 4 098 247 | 100% | 4 305 269 | 100% |
| Vaste activa gelokaliseerd in België | 135 422 | 7% | 135 356 | 7% |
| Vaste activa gelokaliseerd in Chili | 99 684 | 5% | 94 270 | 5% |
| Vaste activa gelokaliseerd in China | 418 551 | 22% | 381 318 | 20% |
| Vaste activa gelokaliseerd in de VS | 140 693 | 7% | 151 755 | 8% |
| Vaste activa gelokaliseerd in Slovakije | 154 405 | 8% | 147 182 | 8% |
| Vaste activa gelokaliseerd in andere landen | 992 809 | 51% | 966 996 | 52% |
| Totaal vaste activa | 1 941 564 | 100% | 1 876 877 | 100% |
NL-5.1 Sales
NL-5.1 Sales
NL-5.1 Sales
Het effect van een eerste toepassing van IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten met klanten' op de opbrengsten van de Groep uit contracten met klanten is eerder immaterieel, zoals besproken in toelichting 2.1. 'Conformiteitsverslag'. De Groep erkent omzet uit de volgende bronnen: levering van producten en, in beperkte mate, levering van diensten en constructie projecten in opdracht van derden. Bekaert oordeelt dat de levering van producten de belangrijkste prestatieverplichting is. De Groep erkent omzet op het ogenblik dat de controle over de betrokken producten wordt overgedragen naar de klant. Klanten verwerven controle op het ogenblik van de levering (op basis van de inco terms in voege). Het bedrag dat aan omzet wordt erkend, wordt gecorrigeerd voor volumekortingen. Er wordt geen correctie gemaakt voor teruggaves of garanties gezien de impact als niet materieel wordt geacht op basis van historische informatie.
De disaggregatie van opbrengsten op basis van het moment waarop opbrengsten worden opgenomen, d.w.z. op een moment in de tijd of over een periode (gebruikelijk voor ontwikkelingsactiviteiten), brengt niet veel toegevoegde waarde aangezien de verkoop van machines aan derden zeer weinig bijdraagt tot de totale omzet.
| Netto-omzet | 4 098 247 | 100,0% | 4 305 269 | 100% |
|---|---|---|---|---|
| Verkoop andere | 339 | 0,0% | 489 | 0,0% |
| Verkoop van machines door engineering | 3 349 | 0,1% | 10 872 | 0,3% |
| Verkoop van goederen | 4 094 559 | 99,9% | 4 293 908 | 99,7% |
| in duizend € | 2017 | (%) | 2018 | (%) |
| Netto-omzet |
In de volgende tabel wordt de netto-omzet gedisaggregeerd per sector aangezien deze analyse vaak wordt getoond in persberichten, aandeelhoudersbrochures en andere presentaties. De tabel bevat ook de reconciliatie tussen de netto-omzet en de operationele segmenten van de Groep (zie toelichting 4.1. 'Segment rapportering').
| 2018 | Noord | Latijns | Pacifisch | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | EMEA | Amerika | Amerika | Azië | BBRG Geconsolideerd | |
| Sector | ||||||
| Automobiel | 707 293 | 312 836 | 8 338 | 951 851 | 7 306 | 1 987 623 |
| Energie en nutsvoorzieningen | 112 717 | 50 120 | 361 | 48 445 | 88 103 | 299 746 |
| Bouw | 300 715 | 115 027 | 386 949 | 68 325 | 63 503 | 934 519 |
| Consumptiegoederen | 64 611 | 24 937 | 131 402 | 20 323 | - | 241 273 |
| Landbouw | 32 956 | 59 770 | 117 268 | 27 685 | 33 672 | 271 351 |
| Machinebouw | 64 431 | 40 461 | 1 928 | 44 460 | 147 295 | 298 575 |
| Grondstoffen | 51 529 | 14 920 | 41 131 | 34 930 | 123 446 | 265 956 |
| Overige sectoren | 639 | - | 4 274 | 1 313 | - | 6 226 |
| Totaal | 1 334 891 | 618 071 | 691 651 | 1 197 332 | 463 325 | 4 305 269 |
| 2017 | Noord | Latijns | Pacifisch | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend of € | EMEA | Amerika | Amerika | Azië | BBRG Geconsolideerd | |
| Sector | ||||||
| Automobiel | 657 711 | 269 327 | 43 260 | 834 469 | 8 497 | 1 813 264 |
| Energie en nutsvoorzieningen | 123 568 | 53 415 | 29 159 | 120 497 | 66 442 | 393 081 |
| Bouw | 295 307 | 91 345 | 441 618 | 69 796 | 77 428 | 975 494 |
| Consumptiegoederen | 60 965 | 23 165 | 69 153 | 19 608 | - | 172 891 |
| Landbouw | 34 478 | 62 147 | 71 747 | 24 725 | 35 131 | 228 228 |
| Machinebouw | 54 870 | 39 259 | 2 274 | 40 895 | 127 871 | 265 169 |
| Grondstoffen | 45 756 | 13 150 | 13 958 | 33 629 | 139 629 | 246 122 |
| Overige sectoren | 807 | - | 2 035 | 1 156 | - | 3 998 |
| Totaal | 1 273 462 | 551 808 | 673 204 | 1 144 775 | 454 998 | 4 098 247 |
| in duizend € | 2017 | 2018 | verschil |
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 098 247 | 4 305 269 | 207 022 |
| Kostprijs van verkopen | -3 396 431 | -3 778 660 | -382 229 |
| Marge op omzet | 701 816 | 526 609 | -175 207 |
| Commerciële kosten | -180 100 | -179 651 | 449 |
| Administratieve kosten | -164 411 | -167 346 | -2 935 |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | -62 670 | -65 368 | -2 698 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 48 863 | 72 578 | 23 715 |
| Andere bedrijfskosten | -25 436 | -39 942 | -14 506 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 318 062 | 146 880 | -171 182 |
| waarvan | |||
| EBIT - Onderliggend | 301 095 | 210 140 | -90 955 |
| Eenmalige elementen | 16 967 | -63 260 | -80 227 |
| in duizend € | 2017 | 2018 | verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 098 247 | 4 305 269 | 5,1% |
| Kostprijs van verkopen | -3 396 431 | -3 778 660 | 11,3% |
| Marge op omzet | 701 816 | 526 609 | -25,0% |
| Marge op omzet in % van omzet | 17,1% | 12,2% |
Bekaert realiseerde een omzetgroei van 5,1% in vergelijking met vorig jaar. De organische volumegroei van 2,2% en het gezamenlijk effect van verrekende walsdraadprijsstijgingen en prijs-mix voegde 6,6% toe aan de omzet. Het netto-effect van fusies, acquisities en desinvesteringen verklaarde -1,3% van de omzetgroei. Ongunstige wisselkoersbewegingen (-2,5%) (hoofdzakelijk gerelateerd aan de Chinese renminbi en US dollar) zwakten deze evolutie af.
De marge op omzet nam af met 25% tegenover 2017 en bereikte een niveau van 12,2% vergeleken met 17,1% in 2017. Het netto-effect van fusies, acquisities en desinvesteringen bedroeg -2,4% en daarnaast was er een impact van negatieve wisselkoersbewegingen (-3,6%).
| Overheadkosten | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 | verschil (%) |
| Commerciële kosten | -180 100 | -179 651 | -0,2% |
| Administratieve kosten | -164 411 | -167 346 | 1,8% |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | -62 670 | -65 368 | 4,3% |
| Totaal | -407 181 | -412 365 | 1,3% |
De commerciële kosten bleven op hetzelfde niveau en weerspiegelen de impact van acquisities/desinvesteringen (€ +1,2 miljoen), een toename van de reserve voor dubieuze vorderingen (€ -1,2 miljoen), hogere kosten gerelateerd aan hogere organische omzet (€ -4,5 miljoen) en een gunstige impact van wisselkoersbewegingen (€ +4,9 miljoen).
De administratieve kosten namen toe (€ -2,9 miljoen). De impact van acquisities/desinvesteringen (€ +0,4 miljoen) en een gunstige impact van wisselkoersbewegingen (€ +2,8 miljoen) werden teniet gedaan door een negatieve impact van eenmalige kosten die hoofdzakelijk betrekking hebben op de geboden ondersteuning aan BBRG, de aangekondigde sluiting van de fabriek in Figline (Italië), ontslagkosten in België en de herstructureringsinspanningen in het BBRG-segment.
De kosten voor onderzoek en ontwikkeling stegen met € 2,7 miljoen en weerspiegelen de meer nauwkeurige afstemming op de rapporteringsprincipes van de Groep in de BBRG-entiteiten en de herstructurering van de R&D-activiteiten in Italië en België, gecompenseerd door besparingen in R&D-projecten.
| in duizend € | 2017 | 2018 | verschil |
|---|---|---|---|
| Ontvangen royalty's | 7 871 | 13 221 | 5 350 |
| Winsten op verkoop van materiële en immateriële vaste activa | 684 | 1 383 | 699 |
| Gerealiseerde wisselresultaten op verkopen en aankopen | -1 241 | -279 | 962 |
| Overheidssubsidies | 2 333 | 3 199 | 865 |
| Herstructurering - overige opbrengsten | 416 | 41 613 | 41 197 |
| Winsten op afgestoten activiteiten (verkochte belangen) | 18 149 | 1 478 | -16 671 |
| Winsten op afgestoten activiteiten (weerhouden belangen) | 14 552 | - | -14 552 |
| Overige opbrengsten | 6 100 | 11 963 | 5 863 |
| Totaal | 48 863 | 72 578 | 23 714 |
| in duizend € | 2017 | 2018 | verschil |
|---|---|---|---|
| Verliezen op verkoop van materiële en immateriële vaste activa | -2 083 | -1 313 | 770 |
| Afschrijvingen op immateriële vaste activa | -2 663 | -2 690 | -27 |
| Bankkosten | -2 809 | -3 093 | -284 |
| Aan belastingen gerelateerde kosten (andere dan winstbelastingen) | -3 166 | -2 873 | 293 |
| Herstructurering - overige kosten | -3 436 | -27 470 | -24 034 |
| Verliezen op afgestoten activiteiten (gecumuleerde | |||
| omrekeningsverschillen) | -6 895 | -317 | 6 578 |
| Overige kosten | -4 384 | -2 186 | 2 198 |
| Totaal | -25 436 | -39 942 | -14 506 |
Het hogere inkomen van royalty's heeft betrekking op de integratie van Sumaré (Brazilië) in het BMB-partnership eind 2017 en hogere operationele resultaten van onze Braziliaanse joint ventures. Overheidssubsidies hebben voornamelijk betrekking op subsidies in China. Er zijn geen aanwijzingen dat niet aan de voorwaarden voor dergelijke subsidies zal kunnen worden voldaan en dus ook niet dat de subsidies mogelijk teruggestort moeten worden in de toekomst.
'Herstructurering - overige opbrengsten' (€ 41,6 miljoen) omvat vooral (1) de winst op de verkoop van activa als onderdeel van de sluiting van de Huizhou fabriek (China) en de Shah Alam fabriek (Maleisië) en (2) de inkomsten van OVAM, gerelateerd aan de milieuvoorziening in België. Laatstgenoemde is gecompenseerd door de milieuvoorziening inbegrepen in 'Herstructurering - overige kosten'.
'Herstructurering - overige kosten' (€ 27,5 miljoen) bevat de transactiekosten op de verkoop van de eigendommen als onderdeel van de sluiting van de Huizhou fabriek (China), het aanleggen van milieuprovisie in België en herstructureringskosten in Maleisië en Costa Rica.
De winsten en verliezen op afgestoten activiteiten zijn in 2018 gerelateerd aan de verkoop van de droogsysteem-activiteiten (zie toelichting 7.2. 'Effect van afgestoten activiteiten'). In 2017 waren de winsten en verliezen op afgestoten activiteiten gerelateerd aan de verkoop van het meerderheidsbelang in de rubberversterkingsfabriek in Sumaré (Brazilië). De overboeking van de gecumuleerde omrekeningsverschillen werd afzonderlijk gerapporteerd als een verlies van € -0,3 miljoen (2017: € -6,9 miljoen).
De volgende tabel presenteert een analyse van de eenmalige elementen per categorie (zoals gedefinieerd in toelichting 2.6. 'Alternatieve prestatiemaatstaven), operationele segmenten en elementen in de winst-en verliesrekening.
| Eenmalige elementen 2018 in duizend € |
Kostprijs van verkopen |
Commer ciële kosten |
Admini stratieve kosten |
Onderzoek en ontwikkeling |
Andere bedrijfs opbrengsten |
Andere bedrijfs kosten |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Herstructureringsprogramma's per segment | |||||||
| EMEA 1 | -40 205 | -11 | -1 192 | - | - | - | -41 408 |
| Noord-Amerika | -71 | -98 | -136 | - | - | - | -304 |
| Latijns-Amerika | -3 826 | -460 | -607 | - | 2 | -2 773 | -7 664 |
| Pacifisch Azië | -7 050 | -18 | -4 | - | 30 812 | -15 805 | 7 934 |
| Groep & Business support | -420 | -810 | -5 759 | -1 317 | 8 680 | -8 315 | -7 940 |
| BBRG | -7 076 | -1 | -7 586 | - | 2 156 | -577 | -13 084 |
| Intersegment eliminaties | - | - | - | - | -36 | - | -36 |
| Totaal | |||||||
| herstructureringsprogramma's 2 | -58 648 | -1 397 | -15 284 | -1 317 | 41 613 | -27 470 | -62 504 |
| Bijzondere waardeverminderingen/ (terugdraai van bijzondere waardeverminderingen) behalve i.v.m. herstructurering |
|||||||
| Pacifisch Azië 3 | - | - | - | -40 153 | - | - | -40 153 |
| Intersegment eliminaties 3 | - | - | - | 39 660 | - | - | 39 660 |
| Totaal andere bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen/ | |||||||
| (terugdraai van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen) | - | - | - | -492 | - | - | -492 |
| Afstoting van activiteiten | |||||||
| EMEA (Droogsysteem activiteiten) |
- | - | - | - | 1 478 | -317 | 1 161 |
| Totaal afstoting van activiteiten Milieuprovisies/ (terugdraai van provisies) |
- | - | - | - | 1 478 | -317 | 1 161 |
| Groep & Business support | - | - | - | - | 1 511 | -89 | 1 422 |
| Totaal milieuprovisies/ | |||||||
| (terugdraai van provisies) | - | - | - | - | 1 511 | -89 | 1 422 |
| Andere gebeurtenissen en transacties |
|||||||
| EMEA | 306 | - | - | - | 38 | -378 | -34 |
| Latijns-Amerika | - | - | -141 | - | - | - | -141 |
| Groep & Business support | - | - | -3 019 | - | 361 | - | -2 659 |
| BBRG | - | - | -114 | - | 114 | -14 | -14 |
| Totaal andere gebeurtenissen en | |||||||
| transacties | 306 | - | -3 275 | - | 513 | -392 | -2 847 |
| Totaal | -58 342 | -1 397 | -18 559 | -1 809 | 45 115 | -28 267 | -63 260 |
1 Hoofdzakelijk sluiting van de rubberversterkingsfabriek in Figline (Italië).
2 Herstructurering - andere bedrijfsopbrengsten (€ 41,6 miljoen) en Herstructurering - andere bedrijfskosten (€ -27,5 miljoen) worden beschreven in het gerelateerde deel omtrent 'Andere bedrijfsopbrengsten' en 'Andere bedrijfskosten'.
3 Heeft betrekking op een bijzondere waardevermindering van immateriële vaste activa die op segmentniveau is opgenomen volgend op een intragroepstransactie die in het voorgaande jaar werd uitgevoerd.
| Eenmalige elementen 2017 | Kostprijs van |
Commer ciële |
Admini stratieve |
Onderzoek en | Andere bedrijfs |
Andere bedrijfs |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | verkopen | kosten | kosten | ontwikkeling | opbrengsten | kosten | Totaal |
| Herstructureringsprogramma's per segment | |||||||
| EMEA | -1 378 | -93 | -29 | -12 | - | - | -1 511 |
| Latijns-Amerika | -507 | - | - | - | - | - | -507 |
| Pacifisch Azië | -3 768 | -6 | -1 | -19 | 1 787 | -708 | -2 715 |
| Groep & Business support | 278 | 4 | - | - | 400 | -2 342 | -1 660 |
| BBRG | -760 | -605 | -23 | - | 17 | -512 | -1 884 |
| Intersegment eliminaties | - | - | - | - | -1 729 | - | -1 729 |
| Totaal | |||||||
| herstructureringsprogramma's | -6 134 | -701 | -52 | -30 | 475 | -3 562 | -10 005 |
| Bijzondere waardeverminderingen/ (terugdraai van bijzondere waardeverminderingen) behalve i.v.m. herstructurering |
|||||||
| EMEA | 3 262 | - | - | - | - | - | 3 262 |
| Totaal andere bijzondere waardeverminderingen/ (terugdraai van bijzondere |
|||||||
| waardeverminderingen) | 3 262 | - | - | - | - | - | 3 262 |
| Afstoting van activiteiten Latijns-Amerika (Sumaré |
|||||||
| (Brazilië)) | - | - | - | - | 32 700 | -6 895 | 25 805 |
| Totaal afstoting van activiteiten | - | - | - | - | 32 700 | -6 895 | 25 805 |
| Milieuprovisies/ (terugdraai van provisies) |
|||||||
| Groep & Business support | - | - | - | - | 2 123 | -262 | 1 861 |
| Totaal milieuprovisies/ (terugdraai van provisies) |
- | - | - | - | 2 123 | -262 | 1 861 |
| Verkopen immateriële activa | |||||||
| Groep & Business support | - | - | - | - | 51 601 | - | 51 601 |
| Intersegment eliminaties | - | - | - | - | -51 601 | - | -51 601 |
| Totaal verkopen immateriële | |||||||
| activa | - | - | - | - | - | - | - |
| Andere gebeurtenissen en transacties |
|||||||
| EMEA | 950 | - | - | - | - | 95 | 1 045 |
| Latijns-Amerika | 864 | - | -12 | - | -742 | - | 111 |
| Pacifisch Azië | - | - | - | - | - | -1 | -1 |
| Groep & Business support | -1 355 | - | -2 180 | - | - | -605 | -4 140 |
| BBRG | -40 | - | -262 | - | 28 | -697 | -971 |
| Totaal andere gebeurtenissen en | |||||||
| transacties | 420 | - | -2 454 | - | -713 | -1 209 | -3 956 |
| Totaal | -2 452 | -701 | -2 506 | -30 | 34 584 | -11 928 | 16 967 |
| EBIT gerapporteerd en onderliggend in duizend € |
gerapporteerd | waarvan onderliggend |
waarvan eenmalige elementen |
gerapporteerd | waarvan onderliggend |
waarvan eenmalige elementen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 4 098 247 | 4 098 247 | - | 4 305 269 | 4 305 269 | - |
| Kostprijs van verkopen | -3 396 431 | -3 393 978 | -2 453 | -3 778 660 | -3 720 317 | -58 343 |
| Marge op omzet | 701 816 | 704 269 | -2 453 | 526 609 | 584 952 | -58 343 |
| Commerciële kosten | -180 100 | -179 400 | -700 | -179 651 | -178 254 | -1 397 |
| Administratieve kosten | -164 411 | -161 905 | -2 506 | -167 346 | -148 787 | -18 559 |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | -62 670 | -62 640 | -30 | -65 368 | -63 559 | -1 809 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 48 863 | 14 278 | 34 585 | 72 578 | 27 463 | 45 115 |
| Andere bedrijfskosten | -25 436 | -13 507 | -11 929 | -39 942 | -11 675 | -28 267 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 318 062 | 301 095 | 16 967 | 146 880 | 210 140 | -63 260 |
2017 2018
De onderstaande tabel levert bijkomende informatie over de toewijzing van de voornaamste componenten van het bedrijfsresultaat (EBIT) per aard van de opbrengsten en kosten.
| in duizend € | 2017 | % op omzet | 2018 | % op omzet |
|---|---|---|---|---|
| Omzet | 4 098 247 | 100% | 4 305 269 | 100% |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 48 863 | - | 72 578 | - |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 4 147 110 | - | 4 377 847 | - |
| Zelfgeproduceerde materiële vaste activa | 99 713 | 2,4% | 56 561 | 1,3% |
| Grondstoffen | -1 497 872 | -36,5% | -1 766 663 | -41,0% |
| Halfproducten en handelsgoederen | -309 173 | -7,5% | -396 145 | -9,2% |
| Voorraadwijziging goederen in bewerking en gereed product | 58 254 | 1,4% | 114 023 | 2,6% |
| Personeelskosten | -819 628 | -20,0% | -820 369 | -19,1% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -194 952 | -4,8% | -218 173 | -5,1% |
| Bijzondere waardeverminderingen | 3 411 | 0,1% | -21 451 | -0,5% |
| Vervoer- en verhandelingskosten gereed product | -184 078 | -4,5% | -191 010 | -4,4% |
| Hulpstoffen en wisselstukken | -297 126 | -7,3% | -270 977 | -6,3% |
| Kosten voor nutsvoorzieningen | -253 511 | -6,2% | -256 305 | -6,0% |
| Onderhouds- en herstellingskosten | -66 496 | -1,6% | -68 813 | -1,6% |
| Uitgaven voor operationele leasing | -29 793 | -0,7% | -31 426 | -0,7% |
| Commissies in commerciële kosten | -6 309 | -0,2% | -7 722 | -0,2% |
| Douane en accijnzen | -32 793 | -0,8% | -31 307 | -0,7% |
| ICT-kosten | -40 353 | -1,0% | -41 364 | -1,0% |
| Reclame- en promotiekosten | -11 107 | -0,3% | -10 820 | -0,3% |
| Reis-, restaurant- en hotelkosten | -33 501 | -0,8% | -27 990 | -0,7% |
| Consultancy en overige honoraria | -40 446 | -1,0% | -44 965 | -1,0% |
| Kantoorbenodigdheden en -uitrusting | -10 700 | -0,3% | -10 204 | -0,2% |
| Durfkapitaalfondsen O&O | -1 504 | 0,0% | -1 414 | 0,0% |
| Tijdelijke of externe personeelskosten | -35 178 | -0,9% | -36 613 | -0,9% |
| Verzekeringskosten | -7 290 | -0,2% | -7 357 | -0,2% |
| Diverse bedrijfskosten | -118 615 | -2,9% | -140 463 | -3,3% |
| Totaal bedrijfskosten | -3 829 048 | -93,4% | -4 230 967 | -98,3% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 318 062 | 7,8% | 146 880 | 3,4% |
De bijzondere waardeverminderingen hebben voornamelijk betrekking op de activa van de zaagdraadactiviteiten (China) als op de materiële vaste activa van de rubberversterkingsfabriek in Figline (Italië). De afschrijvingen en waardeverminderingen omvatten waardeverminderingen / (terugnemingen van waardeverminderingen) op voorraden en handelsvorderingen.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Renteopbrengsten van financiële activa niet geclassificeerd als tegen RWVR | 3 117 | 3 035 |
| Renteopbrengsten | 3 117 | 3 035 |
| Rentelasten van financiële verplichtingen niet geclassificeerd als tegen RWVR | -75 050 | -73 941 |
| Overige schuldgerelateerde rentelasten | -8 102 | -10 025 |
| Schuldgerelateerde rentelasten | -83 152 | -83 966 |
| Rentegedeelte van verdisconteerde voorzieningen | -6 699 | -4 024 |
| Rentelasten | -89 852 | -87 990 |
| Totaal | -86 735 | -84 955 |
De impact van een hogere gemiddelde financiële schuld in 2018 op de rentelasten was meer dan gecompenseerd door de sterke daling van de gemiddelde rentevoet van 3,57% eind 2017 naar 2,14% eind 2018. Deze daling van de gemiddelde rentevoet is hoofdzakelijk het gevolg van de herfinanciering van de BBRG-schuld in oktober 2018.
Rentelasten van financiële verplichtingen niet geclassificeerd als tegen RWvR hebben betrekking op alle schuldinstrumenten van de Groep, andere dan afdekkingsinstrumenten en renterisicobeperkende derivaten aangemerkt als economische afdekkingen.
In het rentegedeelte van verdisconteerde voorzieningen, heeft € -3,5 miljoen (2017: € -4,4 miljoen) betrekking op de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (zie toelichting 6.15. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen') en heeft € -0,6 miljoen (2017: € -2,3 miljoen) betrekking op overige voorzieningen (zie toelichting 6.16. 'Overige voorzieningen').
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Waardeaanpassingen van derivaten | 17 527 | 22 071 |
| Wisselresultaten op afgedekte posities | -14 180 | -18 674 |
| Nettoimpact van derivaten en afgedekte posities | 3 347 | 3 398 |
| Overige wisselresultaten | -7 435 | -4 366 |
| Waardeaanpassingen op financiële schulden aangemerkt tegen reële waarde via het | ||
| resultaat | - | -1 900 |
| Effecten van inflatieboekhouden | -16 | -1 538 |
| Winsten en verliezen uit de afwikkeling van financiële schulden | - | -12 080 |
| Dividenden van niet-geconsolideerde deelnemingen | 1 062 | 536 |
| Bankkosten en heffingen op financiële transacties | -2 873 | -7 692 |
| Bijzondere waardeverminderingen op overige vorderingen | -67 | -1 253 |
| Overige | -426 | -652 |
| Totaal | -6 408 | -25 547 |
Waardeaanpassingen omvatten de wijzigingen in reële waarde van alle derivaten die niet als kasstroomafdekkingen worden aangemerkt. Wisselresultaten op afgedekte posities hebben ook enkel betrekking op economische afdekkingen. De hier getoonde nettoimpact van derivaten en afgedekte posities omvat geen effecten die opgenomen werden in andere rubrieken van de winst-en-verliesrekening zoals rentelasten, kostprijs van verkopen of andere bedrijfsopbrengsten en -kosten. Voor meer details betreffende de impact van derivaten en afgedekte posities, zie toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
Waardeaanpassingen van derivaten bevatten een reëlewaardewinst van € 17,3 miljoen in 2018 (2017: winst van € 17,6 miljoen) op de conversieoptie vervat in de converteerbare obligatielening uitgegeven in juni 2016 (zie de sectie 'Financiële instrumenten volgens de hiërarchie van reëlewaardebepalingen' in toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten').
Het verlies uit de afwikkeling van financiële schulden van € -12,1 miljoen is gerelateerd aan de terugbetaling van de BBRG-leningen A en B die werden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. De stijging in bankkosten en heffingen op financiële transacties is het gevolg van vergoedingen en belastingen in het kader van de BBRG-schuldherfinanciering en de uitkoop door Bekaert van OTPP's minderheidsbelangen in Bridon-Bekaert Ropes Group.
Alle dividenden van niet-geconsolideerde deelnemingen hebben betrekking op deelnemingen die zijn aangehouden tot op balansdatum aangezien er geen aandelen zijn verkocht gedurende het jaar. Effecten van inflatieboekhouden hebben betrekking op de Venezolaanse activiteiten.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Verschuldigde belastingen over het lopend jaar | -70 903 | -65 266 |
| Verschuldigde belastingen over de voorbije jaren | 1 617 | -270 |
| Uitgestelde belastingen - wegens wijzigingen in tijdelijke verschillen | -21 885 | -15 248 |
| Uitgestelde belastingen - wegens wijzigingen in belastingvoeten | -16 229 | -50 |
| Uitgestelde belastingen - aanpassingen inzake overgedragen verliezen van voorbije jaren | -6 526 | -974 |
| Uitgestelde belastingen - aanwending van voorheen niet-opgenomen uitgestelde | ||
| belastingvorderingen | 44 650 | 23 343 |
| Totale belastinglast | -69 276 | -58 465 |
In onderstaande tabel wordt de winst vóór belastingen getoond als resultaat vóór belastingen.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen | 224 919 | 36 378 |
| Belastinglast op resultaten van fiscale entiteiten tegen de theoretische lokale | ||
| belastingvoet van de betrokken landen | -65 178 | -18 044 |
| Belastinglast op de uitkering van overgedragen winsten | -4 811 | -4 120 |
| Totale theoretische belastinglast | -69 989 | -22 164 |
| Theoretische belastingvoet 1 | -31,1% | -60,9% |
| Belastingimpact van: | ||
| Fiscaal niet-aftrekbare uitgaven | -11 617 | -12 801 |
| Verworpen intrestkosten 2 | -2 080 | -10 379 |
| Andere belastingvoeten en speciale belastingregimes 3 | 5 824 | 12 427 |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen 4 | -16 038 | -44 881 |
| Aanwending of opname van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belasting | ||
| vorderingen 5 | 44 650 | 23 343 |
| Uitgestelde belastingen wegens wijzigingen in belastingvoeten 6 | -16 229 | -50 |
| Belastingen met betrekking tot voorgaande jaren | -4 909 | -1 244 |
| Fiscaal vrijgestelde inkomsten 7 | 6 423 | 254 |
| Roerende voorheffing i.v.m. dividenden, royalty's, rente en diensten | -12 213 | -7 358 |
| Overige 8 | 6 902 | 4 388 |
| Totale belastinglast | -69 276 | -58 465 |
| Werkelijke belastingvoet | -30,8% | -160,7% |
1 De theoretische belastingvoet wordt berekend als een gewogen gemiddelde. De belastingvoet in 2018 is niet vergelijkbaar met deze van 2017 als gevolg van een combinatie van positieve en negatieve resultaten vóór belastingen in verschillende landen met verschillende belastingvoeten. Bovendien zijn voor sommige negatieve resultaten de uitgestelde belastingvorderingen gerelateerd aan overgedragen verliezen niet opgenomen.
2 De verworpen intrestkosten hebben vooral betrekking op BBRG in het VK. In 2018 is het effect aanzienlijk hoger dan in 2017 als gevolg van eenmalige verlengingsvergoedingen die inzake belastingen als intresten beschouwd worden en van de schuldherschikking.
3 In 2018 hebben de speciale belastingregimes vooral betrekking op belastingstimulansen in België, Nederland, Australië en Maleisië, terwijl in 2017 vooral België en Nederland bijdroegen.
4 In 2018 hebben niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen voornamelijk betrekking op bijzondere waardeverminderingen op activa van de zaagdraadactiviteiten in China en overgedragen verliezen in Brazilië, Chili, China, Costa Rica, Duitsland, Maleisië en het Verenigd Koninkrijk, terwijl in 2017 dit vooral betrekking heeft op overgedragen verliezen in Brazilië, Chili, China, Colombia, Costa Rica, Duitsland, Maleisië en het Verenigd Koninkrijk.
5 In 2018 heeft de aanwending van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen vooral betrekking op een eenmalige verkoop van materiële vaste activa, net als in 2017.
6 In 2017 toepasbaar in België (€ -12,6 miljoen) en de VS (€ -3,1 miljoen). In België vermindert de belastingvoet geleidelijk van 33,99% naar 25% en in de VS van 40% naar 24,25%.
7 Houdt in 2017 hoofdzakelijk verband met de verkoop van het meerderheidsbelang in de rubberversterkingsfabriek in Sumaré (Brazilië).
8 Zowel in 2018 als in 2017 heeft dit vooral te maken met aanpassingen van voorzieningen voor onzekere belastingposities.
Het aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde deelnemingen werd ongunstig beïnvloed door de verzwakking van de Braziliaanse real (-19% versus 2017). Rubberversterkende activiteiten werden getroffen door de verlenging van de langlopende leveringsovereenkomst met Pirelli, terwijl de staaldraadactiviteiten in Brazilië bleven groeien.
Aanvullende informatie met betrekking tot de Braziliaanse joint ventures wordt verstrekt onder toelichting 6.4. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
| in duizend € | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|
| Joint ventures | |||
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 19 712 | 20 012 |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda 1 | Brazilië | 5 424 | 4 878 |
| ArcelorMittal Bekaert Sumaré Ltda 2 | Brazilië | 1 721 | - |
| Servicios Ideal AGF Inttegra Cía Ltda 3 | Ecuador | - | -15 |
| Totaal | 26 857 | 24 875 |
1 2017 bevat de bijdrage voor november-december van ArcelorMittal Bekaert Sumaré Ltda, als gevolg van de fusie op 1 november 2017.
2 Heeft betrekking op de periode juli-oktober 2017, als gevolg van de gedeeltelijke verkoop aan ArcelorMittal op 21 juni 2017 en de latere fusie met BMB op 1 november 2017.
3 Nieuwe 50/50 joint venture opgericht door Ideal Alambrec SA en Steel-AGF Ecuador SA. Activiteiten opgestart in november 2018.
| 2018 | Aantal |
|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (basisberekening) | 56 453 134 |
| Verwateringseffect van op aandelen gebaseerde betalingsregelingen | 156 297 |
| Verwateringseffect van converteerbare obligatieleningen | 7 485 675 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (na verwateringseffect) | 64 095 106 |
| Na Basis verwaterings |
| in duizend € | berekening | effect |
|---|---|---|
| Perioderesultaat toerekenbaar aan gewone aandeelhouders | 39 768 | 39 768 |
| Effect van converteerbare obligatieleningen | - | -7 254 |
| Winst | 39 768 | 32 514 |
| Winst per aandeel (in €) | 0,704 | 0,507 |
Het resultaat per aandeel na verwateringseffect werd herwerkt voor 2017 omwille van een eerdere onjuiste interpretatie van het effect van converteerbare obligatieleningen op het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen na verwateringseffect. Zie ook toelichting 2.8. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
| 2017 | Aantal | |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (basisberekening) | 56 741 126 | |
| Verwateringseffect van op aandelen gebaseerde betalingsregelingen | 560 669 | |
| Verwateringseffect van converteerbare obligatieleningen | 7 414 634 | |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (na verwateringseffect) | 64 716 429 |
| Na | ||||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | Basis berekening |
verwaterings effect |
||
| Perioderesultaat toerekenbaar aan gewone aandeelhouders | 184 720 | 184 720 | ||
| Effect van converteerbare obligatieleningen | - | -7 249 | ||
| Winst | 184 720 | 177 471 | ||
| Winst per aandeel (in €) | 3,255 | 2,742 |
De winst per aandeel (earnings per share, 'EPS') is het bedrag van de winst na belastingen toewijsbaar aan elk aandeel. De basisberekening van de winst per aandeel komt overeen met het resultaat van de periode toerekenbaar aan de Groep gedeeld door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen gedurende het jaar. De winst per aandeel na verwateringseffect weerspiegelt de verbintenissen van de Groep tot het uitgeven van aandelen in de toekomst. Daartoe behoren in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde plannen (warrants, opties, prestatieaandelen en matching shares, zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen') en de converteerbare obligatieleningen. Warrants, opties en andere op aandelen gebaseerde regelingen zijn slechts dilutief in de mate dat hun uitoefenprijs lager is dan de gemiddelde slotkoers van de periode, waarbij in de uitoefenprijs ook de reële waarde van nog te leveren diensten tijdens de resterende wachtperiode is inbegrepen. Voorwaardelijke uit te geven aandelen (bijv. prestatieaandelen) zijn alleen dilutief als aan de voorwaarden is voldaan op balansdatum. Het verwateringseffect van op aandelen gebaseerde regelingen beperkt zich tot het gewogen gemiddeld aantal aandelen op te nemen in de noemer van de EPS-ratio; er is geen effect op de winst op te nemen in de teller van de EPS-ratio. De converteerbare obligatielening heeft meestal een effect op zowel de noemer als de teller van de EPS-ratio. Het verwateringseffect van de converteerbare obligatielening op de winst (op te nemen in de teller van de EPS-ratio) bestaat uit het terugdraaien van alle opbrengsten en kosten die direct verband houden met de converteerbare obligatielening en die de 'basis'-winst voor de periode beïnvloed hebben. Volgende elementen van de winst-en-verliesrekening werden beïnvloed door de converteerbare obligatielening:
Om de impact van verwatering te berekenen, wordt er verondersteld dat alle potentieel dilutieve aandelen werden uitgeoefend bij het begin van de periode, of, als de instrumenten uitgegeven werden gedurende de periode, op uitgiftedatum. Bekaert heeft de keuze om het notioneel bedrag van de obligaties terug te betalen in aandelen of in cash, maar elke koersstijging van het aandeel boven de conversieprijs moet geconverteerd worden in aandelen. Bekaert heeft een call-optie wanneer de aandelenkoers de conversieprijs met 30% overstijgt, waardoor het aantal te converteren aandelen gelimiteerd is tot 1,7 miljoen. Het management is niet van plan om het notioneel bedrag af te wikkelen in aandelen en heeft reeds voldoende aandelen laten inkopen om de call-optie af te dekken. Dit belet niet dat, conform IAS 33 'Winst per aandeel', het aantal toe te voegen in de noemer gelijkstaat met de 7,5 miljoen potentiële aandelen die overeenkomen met het notioneel bedrag van de obligatielening gedeeld door de conversieprijs. Dit resulteert in een totaal verwateringseffect van € -0,197 per aandeel (2017: € -0,513), waarvan € -0,195 verband houdt met de converteerbare obligaties (2017: € -0,481) en € -0,002 met de op aandelen gebaseerde regelingen (2017: € -0,032).
De gemiddelde slotkoers tijdens 2018 was € 28,21 per aandeel (2017: € 42,05 per aandeel). Volgende tabel toont alle antidilutieve instrumenten tijdens de verslagperiode. Opties en warrants waren out of the money aangezien de uitoefenprijs hoger lag dan de gemiddelde slotkoers, terwijl prestatieaandelen antidilutief waren doordat de prestatiedoelstelling niet was voldaan.
| Datum van toekenning |
Uitoefenprijs (in €) |
Aantal toegekend |
Aantal uitstaand |
|
|---|---|---|---|---|
| Niet-dilutieve instrumenten | ||||
| SOP2 - opties | 19.02.2007 | 30,175 | 37 500 | 10 000 |
| SOP2 - opties | 18.02.2008 | 28,335 | 43 500 | 19 320 |
| SOP2 - opties | 15.02.2010 | 33,990 | 49 500 | 44 500 |
| SOP 2005-2009 - warrants | 19.02.2007 | 30,175 | 153 810 | 8 970 |
| SOP 2005-2009 - warrants | 18.02.2008 | 28,335 | 215 100 | 54 850 |
| SOP 2005-2009 - warrants | 15.02.2010 | 33,990 | 225 450 | 103 350 |
| SOP 2010-2014 - opties | 14.02.2011 | 77,000 | 360 925 | 295 725 |
| SOP 2015-2017 - opties | 13.02.2017 | 42,870 | 273 325 | 270 325 |
| SOP 2015-2017 - opties | 20.02.2018 | 41,673 | 225 475 | 225 475 |
| PSP 2015-2017 | 15.12.2016 | - | 52 450 | 48 217 |
| PSP 2015-2017 | 06.03.2017 | - | 10 000 | 10 000 |
| PSP 2015-2017 | 01.09.2017 | - | 5 000 | 5 000 |
| PSP 2015-2017 | 21.12.2017 | - | 55 250 | 52 983 |
| Licenties, | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| patenten en | Gebruiks | |||||
| Aanschaffingswaarde in duizend € |
soortgelijke rechten |
Computer software |
recht terreinen |
Commer ciële activa |
Overige | Totaal |
| Per 1 januari 2017 | 23 635 | 84 115 | 75 618 | 57 856 | 16 291 | 257 515 |
| Aanschaffingen | 75 | 3 761 | 17 | - | - | 3 853 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -4 | -599 | - | - | - | -603 |
| Overdrachten 1 | 38 | 266 | - | - | - | 304 |
| Herclassificering als (-) / uit aangehouden voor verkoop |
- | 1 005 | - | - | - | 1 005 |
| Uit consolidatie genomen | - | -925 | - | - | - | -925 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||
| -verliezen (-) | -42 | -2 507 | -5 057 | -3 832 | -612 | -12 051 |
| Per 31 december 2017 | 23 702 | 85 116 | 70 578 | 54 023 | 15 679 | 249 098 |
| Per 1 januari 2018 | 23 702 | 85 116 | 70 578 | 54 023 | 15 679 | 249 098 |
| Aanschaffingen | - | 4 507 | 1 | - | - | 4 508 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - | -787 | -14 777 | - | -7 | -15 571 |
| Overdrachten 1 | - | -190 | - | 1 200 | -1 001 | 9 |
| Herclassificering als (-) / uit | ||||||
| aangehouden voor verkoop | - | -4 | 9 618 | - | - | 9 614 |
| Uit consolidatie genomen | -73 | -1 001 | - | -19 | - | -1 093 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||
| -verliezen (-) | -43 | 147 | -175 | -152 | -205 | -427 |
| Per 31 december 2018 | 23 587 | 87 787 | 65 246 | 55 053 | 14 466 | 246 138 |
| Per 1 januari 2017 | 11 116 | 68 877 | 14 397 | 9 753 | 12 996 | 117 138 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 454 | 4 300 | 1 393 | 3 636 | 1 072 | 11 854 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | - | 33 | - | - | 33 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -4 | -347 | - | - | - | -351 |
| Uit consolidatie genomen | - | -60 | - | - | - | -60 |
| Herclassificering als (-) / uit | ||||||
| aangehouden voor verkoop | - | 1 | -34 | - | - | -32 |
| Omrekeningswinsten (-) en | ||||||
| -verliezen | -104 | -2 046 | -1 011 | -977 | -562 | -4 700 |
| Per 31 december 2017 | 12 461 | 70 725 | 14 778 | 12 412 | 13 505 | 123 881 |
| Per 1 januari 2018 | 12 461 | 70 725 | 14 778 | 12 412 | 13 505 | 123 881 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 322 | 4 158 | 1 285 | 1 928 | 866 | 9 559 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 492 | 58 | - | - | - | 550 |
| Terugname van bijzondere | ||||||
| waardeverminderingen en | ||||||
| afschrijvingen | - | - | -101 | - | - | -101 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - | -778 | -2 148 | - | -8 | -2 934 |
| Uit consolidatie genomen | -37 | -983 | - | - | -19 | -1 039 |
| Overdrachten 1 | - | - | - | 211 | -211 | - |
| Herclassificering als (-) / uit | ||||||
| aangehouden voor verkoop | - | -4 | 1 528 | - | - | 1 523 |
| Omrekeningswinsten (-) en | ||||||
| -verliezen | 0 | 143 | -33 | 177 | -92 | 195 |
| Per 31 december 2018 | 14 239 | 73 318 | 15 309 | 14 729 | 14 041 | 131 636 |
| Nettoboekwaarde | ||||||
| per 31 december 2017 | 11 241 | 14 391 | 55 800 | 41 611 | 2 174 | 125 217 |
| Nettoboekwaarde | ||||||
| per 31 december 2018 | 9 347 | 14 469 | 49 937 | 40 324 | 424 | 114 502 |
1 Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van immateriële activa en materiële vaste activa (zie toelichting 6.3.) worden opgeteld. De aanschaffingen van software hebben voornamelijk betrekking op bijkomende licenties en kosten voor het implementeren van het MES project (Manufacturing Excellence System), het GRC project (Governance, Risk & Compliance), twee automatisatie pilootprojecten in de productie-omgeving and ERP software (SAP) in het algemeen.
In 2017 werden de gebruiksrechten op terreinen van Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd geclassificeerd als 'aangehouden voor verkoop'. Deze rechten werden in 2018 verkocht als onderdeel van het sluitingsproces van deze fabriek. Bij de herstructurering van de activiteiten in Maleisië werden eveneens een deel van de gebruiksrechten op terreinen verkocht. Bijkomende informatie betreffende de herclassificering uit 'aangehouden voor verkoop' is voorzien onder toelichting 6.11. 'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa'.
Het effect gerapporteerd in 2018 onder 'Uit consolidatie genomen' is gerelateerd aan de verkoop van Solaronics SA (droogsysteem-activiteiten). Voor verdere informatie inzake 'uit consolidatie genomen' verwijzen we naar toelichting 7.2. 'Effect van afgestoten activiteiten'.
Op balansdatum waren er geen immateriële vaste activa met een onbepaalde gebruiksduur.
Deze toelichting behelst hoofdzakelijk goodwill op verwerving van dochterondernemingen. Goodwill met betrekking tot joint ventures en geassocieerde ondernemingen zit vervat in toelichting 6.4. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
| Aanschaffingswaarde | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 | |
| Per 1 januari | 170 923 | 168 131 | |
| Uit consolidatie genomen | - | -13 176 | |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) | -2 792 | -763 | |
| Per 31 december | 168 131 | 154 192 |
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 18 578 | 18 236 |
| Uit consolidatie genomen | - | -13 176 |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen | -342 | -123 |
| Per 31 december | 18 236 | 4 937 |
| Nettoboekwaarde per 31 december | 149 895 | 149 255 |
Bij de verkoop van de droogsysteem-activiteiten werd de hierbijhorende volledig afgewaardeerde goodwill uit de consolidatie genomen.
De goodwill verworven ten gevolge van een bedrijfscombinatie wordt bij acquisitie toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden waarvan verwacht wordt dat zij voordeel zullen halen uit deze bedrijfscombinatie. De nettoboekwaarde van de goodwill en de eraan verbonden bewegingen van de periode zijn als volgt toegewezen:
| Segment in duizend € |
Groep van kasstroomgenererende eenheden |
Nettoboek waarde per 1 jan 2017 |
Toename | Bijzondere waardever mindering |
Omrekenings verschillen |
Nettoboek waarde per 31 dec 2017 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dochterondernemingen | ||||||
| EMEA | Bekaert Bradford UK Ltd | 2 615 | - | - | -92 | 2 523 |
| EMEA | Verbrandingstechnologie - | |||||
| verwarming EMEA | 3 027 | - | - | - | 3 027 | |
| EMEA | Bouwproducten | 71 | - | - | - | 71 |
| EMEA | Rubberversterkingsproducten | 4 255 | - | - | - | 4 255 |
| Noord-Amerika | Productie-eenheid Orrville | |||||
| (USA) | 11 128 | - | - | -1 347 | 9 781 | |
| Latijns-Amerika | Inchalam-groep | 899 | - | - | -38 | 861 |
| Latijns-Amerika | Bekaert Ideal SL | |||||
| vennootschappen | 844 | - | - | - | 844 | |
| Pacifisch Azië | Bekaert (Qingdao) Wire | |||||
| Products Co Ltd | 385 | - | - | - | 385 | |
| Pacifisch Azië | Bekaert Jiangyin Wire | |||||
| Products Co Ltd | 47 | - | - | - | 47 | |
| BBRG | BBRG | 129 074 | - | - | -973 | 128 101 |
| Subtotaal | 152 345 | - | - | -2 450 | 149 895 | |
| Joint ventures en geassocieerde | ||||||
| ondernemingen | ||||||
| Latijns-Amerika | Belgo Bekaert Arames Ltda | 4 381 | - | - | -598 | 3 783 |
| Latijns-Amerika | BMB-Belgo Mineira Bekaert | |||||
| Artefatos de Arame Ltda | - | 2 679 | - | -366 | 2 313 | |
| Subtotaal | 4 381 | 2 679 | - | -964 | 6 096 | |
| Totaal | 156 726 | 2 679 | - | -3 414 | 155 991 |
| Groep van | Nettoboek | Bijzondere | Nettoboek | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Segment | kasstroomgenererende | waarde per | waardever | Omrekenings | waarde per | |
| in duizend € | eenheden | 1 jan 2018 | Toename | mindering | verschillen | 31 dec 2018 |
| Dochterondernemingen | ||||||
| EMEA | Bekaert Bradford UK Ltd | 2 523 | - | - | -21 | 2 502 |
| EMEA | Verbrandingstechnologie - | |||||
| verwarming EMEA | 3 027 | - | - | - | 3 027 | |
| EMEA | Bouwproducten | 71 | - | - | - | 71 |
| EMEA | Rubberversterkingsproducten | 4 255 | - | - | - | 4 255 |
| Noord-Amerika | Productie-eenheid Orrville | |||||
| (USA) | 9 781 | - | - | 464 | 10 245 | |
| Latijns-Amerika | Inchalam-groep | 861 | - | - | -62 | 799 |
| Latijns-Amerika | Bekaert Ideal SL | |||||
| vennootschappen | 844 | - | - | - | 844 | |
| Pacifisch Azië | Bekaert (Qingdao) Wire | |||||
| Products Co Ltd | 385 | - | - | - | 385 | |
| Pacifisch Azië | Bekaert Jiangyin Wire | |||||
| Products Co Ltd | 47 | - | - | - | 47 | |
| BBRG | BBRG | 128 101 | - | - | -1 021 | 127 080 |
| Subtotaal | 149 895 | - | - | -640 | 149 255 | |
| Joint ventures en geassocieerde | ||||||
| ondernemingen | ||||||
| Latijns-Amerika | Belgo Bekaert Arames Ltda | 3 783 | - | - | -401 | 3 382 |
| Latijns-Amerika | BMB-Belgo Mineira Bekaert | |||||
| Artefatos de Arame Ltda | 2 313 | - | - | -245 | 2 068 | |
| Subtotaal | 6 096 | - | - | -646 | 5 450 | |
| Totaal | 155 991 | - | - | -1 286 | 154 705 |
In het model voor het toetsen op bijzondere waardevermindering van de goodwill voortvloeiend uit de BBRG-bedrijfscombinatie werden volgende karakteristieken verwerkt:
De disconteringsvoet is gebaseerd op de (langetermijn-)kapitaalkosten vóór belastingen en de risico's zitten ingebed in de kasstromen. Er wordt een gewogen gemiddelde kapitaalkost (weighted average cost of capital = WACC) bepaald voor de regio's waarin de euro, de US dollar en de Chinese renminbi de dominante valuta's zin. Voor landen of activiteiten met een hoger ingeschat risico wordt de WACC opgetrokken met een risicopremie die specifek is voor dit land of deze activiteit. Na de verwerving van de belangen van Ontario Teachers' Pension Plan in BBRG door Bekaert en de herfinanciering van de financiële schulden van BBRG werd het toepassen van een risicopremie voor BBRG in vergelijking met de algemene businesscontext van de Groep niet langer correct bevonden. De WACC wordt bepaald vóór belastingen omdat de relevante kasstromen ook vóór belastingen bepaald worden. De weging van kapitaalkosten voor schulden en eigen vermogen is gebaseerd op een streefcijfer van 50% gearing (nettoschuld in verhouding tot het eigen vermogen). Voor kasstroommodellen die in reële termen uitgedrukt zijn (zonder inflatie), wordt de nominale WACC aangepast voor de verwachte inflatievoet. Voor kasstroommodellen die in nominale termen uitgedrukt zijn wordt de nominale WACC gebruikt. Alle parameters die de berekening van de disconteringsvoeten beïnvloeden, worden minstens jaarlijks herzien.
Specifiek voor het testen op bijzondere waardevermindering op de goodwill die toegewezen werd aan BBRG, is het management overtuigd dat het herstelplan voor BBRG een ambitieus, evenwel een realistisch actieplan is om de beoogde resultaten te realizeren op voorwaarde dat alle initiatieven vervat in dit plan nauwgezet uitgevoerd en gerealizeerd worden. Op basis hiervan wordt de bufferruimte voor bijzondere waardeverminderingen op de goodwill van BBRG, d.i. het overschot van de realiseerbare waarde tegenover de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid van BBRG, geschat op € 121,7 miljoen (2017: € 123,6 miljoen). Bij wijze van voorbeeld geven de volgende scenario's de gevoeligheid van deze bufferruimte weer voor wijzigingen in de belangrijkste assumpties van het actieplan:
Op basis van de gegevens die op vandaag gekend zijn, zouden redelijkerwijs mogelijke veranderingen in de voornaamste veronderstellingen (waaronder de disconteringsvoet, de omzet- en marge-evolutie) geen aanleiding geven tot bijzondere waardeverminderingen voor kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill werd toegewezen.
| Disconteringsvoeten voor toetsen op bijzondere | ||||
|---|---|---|---|---|
| waardevermindering 2017 | EUR-regio | USD-regio | CNY-regio | |
| Streefcijfers voor de Groep | ||||
| Gearing: nettoschuld / eigen vermogen | 50% | |||
| % schulden | 33% | |||
| % eigen vermogen | 67% | |||
| % langetermijnschulden | 75% | |||
| % kortetermijnschulden | 25% | |||
| Schuldkost voor Bekaert | 2,1% | 3,6% | 5,7% | |
| Langetermijnrentevoet | 2,5% | 4,2% | 5,9% | |
| Kortetermijnrentevoet | 1,0% | 1,9% | 5,3% | |
| Eigenvermogenkost voor Bekaert | ||||
| (na belastingen) | = Rf + β . Em | 8,9% | 10,7% | 13,2% |
| Risicovrije rentevoet = Rf | 0,6% | 2,4% | 4,9% | |
| Beta = β | 1,2 | |||
| Marktrisicopremie voor eigen vermogen = Em | 6,9% | |||
| BBRG-specifieke risicopremie | 1,0% | |||
| Eigenvermogenkost voor BBRG (na belastingen) | 11,7% | |||
| Belastingvoet | 27% | |||
| Eigenvermogenkost vóór belastingen voor Bekaert | 12,2% | 14,6% | 18,0% | |
| Eigenvermogenkost vóór belastingen voor BBRG | 16,0% | |||
| Bekaert WACC - nominaal | 8,8% | 10,9% | 13,9% | |
| BBRG WACC - nominaal | 11,9% | |||
| Verwachte inflatie | 1,6% | 1,9% | 2,4% | |
| Bekaert WACC in reële termen | 7,3% | 9,0% | 11,5% | |
| BBRG WACC in reële termen | 10,0% |
| Instal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| laties, | Overige | ||||||
| Terreinen | machines | Meubilair | materiële | ||||
| Aanschaffingswaarde | en | en | en rollend | Financiële | vaste | Activa in | |
| in duizend € | gebouwen | uitrusting | materieel | leasing | activa | aanbouw | Totaal |
| Per 1 januari 2017 | 1 131 435 | 2 711 051 | 102 210 | 12 483 | 9 049 | 139 823 | 4 106 052 |
| Aanschaffingen | 48 224 | 155 300 | 11 303 | 254 | 2 326 | 55 002 | 272 410 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -3 918 | -32 140 | -6 875 | -92 | -10 | -8 | -43 043 |
| Uit consolidatie genomen | -26 174 | -11 990 | -421 | - | - | -690 | -39 275 |
| Overdrachten1 | - | 990 | - | -990 | - | -304 | -304 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||||
| aangehouden voor verkoop | 30 173 | 12 410 | 463 | - | - | 1 089 | 44 135 |
| Omrekeningswinsten en | |||||||
| -verliezen (-) | -68 186 | -155 871 | -5 202 | -732 | -196 | -10 574 | -240 761 |
| Inflatie-effecten op de openingssaldi | 1 676 | 2 047 | 213 | - | - | - | 3 936 |
| Overige inflatie-effecten | - | - | - | - | - | 9 | 9 |
| Per 31 december 2017 | 1 113 229 | 2 681 797 | 101 692 | 10 922 | 11 170 | 184 349 | 4 103 159 |
| Per 1 januari 2018 | 1 113 229 | 2 681 797 | 101 692 | 10 922 | 11 170 | 184 349 | 4 103 159 |
| Aanschaffingen | 44 958 | 181 877 | 12 145 | 242 | 8 698 | -49 472 | 198 449 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -17 174 | -41 746 | -5 158 | 22 | -75 | -271 | -64 402 |
| Uit consolidatie genomen | -395 | -707 | -330 | - | - | -5 | -1 437 |
| Overdrachten1 | - | - | - | - | - | -9 | -9 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||||
| aangehouden voor verkoop | 16 727 | -57 | -19 | - | -480 | - | 16 172 |
| Omrekeningswinsten en | |||||||
| -verliezen (-) | -4 359 | 1 888 | -629 | -542 | -136 | -2 038 | -5 815 |
| Inflatie-effecten op de openingssaldi | 1 817 | 2 219 | 230 | - | - | - | 4 266 |
| Per 31 december 2018 | 1 154 803 | 2 825 271 | 107 931 | 10 645 | 19 178 | 132 554 | 4 250 382 |
| Per 1 januari 2017 | 526 854 | 1 963 819 | 83 924 | 2 355 | 4 001 | - | 2 580 953 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen van het boekjaar | 41 847 | 142 431 | 7 623 | 441 | 505 | - | 192 846 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 171 | 4 595 | 6 | - | - | - | 4 772 |
| Terugname van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen en | |||||||
| afschrijvingen | -4 395 | -3 817 | 92 | -132 | - | - | -8 252 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -3 528 | -29 801 | -6 526 | -72 | -10 | - | -39 936 |
| Overdrachten1 | - | 846 | - | -846 | - | - | - |
| Uit consolidatie genomen | -2 251 | -4 018 | -224 | - | - | - | -6 494 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||||
| aangehouden voor verkoop | 3 251 | 3 747 | 190 | - | - | - | 7 188 |
| Omrekeningswinsten (-) en | |||||||
| -verliezen | -28 754 | -106 117 | -4 200 | -125 | -165 | - | -139 360 |
| Inflatie-effecten op de openingssaldi | 588 | 1 370 | 198 | - | - | - | 2 156 |
| Per 31 december 2017 | 533 783 | 1 973 056 | 81 082 | 1 620 | 4 332 | - | 2 593 874 |
| Per 1 januari 2018 | 533 783 | 1 973 056 | 81 082 | 1 620 | 4 332 | - | 2 593 874 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 41 139 | 146 068 | 9 171 | 486 | 1 493 | - | 198 358 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 8 092 | 26 893 | 156 | - | - | - | 35 141 |
| Terugname van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen en | |||||||
| afschrijvingen | -9 845 | -4 321 | 43 | -71 | - | - | -14 193 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -6 104 | -39 657 | -4 909 | 22 | -12 | - | -50 660 |
| Uit consolidatie genomen | -186 | -595 | -255 | - | - | - | -1 035 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||||
| aangehouden voor verkoop | 16 727 | -57 | -19 | - | -2 | - | 16 650 |
| Omrekeningswinsten (-) en | |||||||
| -verliezen | 1 116 | 2 532 | -436 | -66 | -97 | - | 3 049 |
| Inflatie-effecten op de openingssaldi | 706 | 1 641 | 211 | - | - | - | 2 557 |
| Per 31 december 2018 | 585 428 | 2 105 560 | 85 045 | 1 993 | 5 714 | - | 2 783 740 |
1 Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van immateriële activa (zie toelichting 6.1.) en materiële vaste activa worden opgeteld.
| in duizend € | Terreinen en gebouwen |
Instal laties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Financiële leasing |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Nettoboekwaarde per | |||||||
| 31 december 2017 vóór | |||||||
| investeringssubsidies en | |||||||
| herclassificering van leasing | 579 446 | 708 741 | 20 609 | 9 302 | 6 839 | 184 349 | 1 509 285 |
| Netto-investeringssubsidies | -6 179 | -2 079 | - | - | - | - | -8 257 |
| Financiële leasing per categorie van | |||||||
| activa | 7 260 | 1 841 | 200 | -9 301 | - | - | - |
| Nettoboekwaarde | |||||||
| per 31 december 2017 | 580 527 | 708 503 | 20 809 | - | 6 839 | 184 349 | 1 501 028 |
| Nettoboekwaarde per 31 december 2018 vóór investeringssubsidies en |
|||||||
| herclassificering van leasing | 569 374 | 719 712 | 22 885 | 8 651 | 13 463 | 132 554 | 1 466 642 |
| Netto-investeringssubsidies | -5 701 | -1 493 | - | - | - | - | -7 194 |
| Financiële leasing per categorie van | |||||||
| activa | 6 534 | 1 730 | 387 | -8 651 | - | - | - |
| Nettoboekwaarde | |||||||
| per 31 december 2018 | 570 208 | 719 950 | 23 272 | - | 13 463 | 132 554 | 1 459 449 |
Investeringen in materiële activa omvatten uitbreidingsprogramma's en technologische aanpassingen aan bestaande installaties in de ganse groep, maar hoofdzakelijk in Centraal- & Oost-Europa, China, Indië, Indonesië, Chili en in Advanced Cords. Naast de reguliere uitstroom van verouderde en bijna volledig afgeschreven installaties, hadden de verkopen en buitengebruikstellingen vooral te maken met de verkoop van de gebouwen in Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd (ten gevolge van de sluiting van de fabriek) en de herstructurering van de activiteiten in Maleisië. Bijzondere afwaarderingen werden genomen in Italië, Cost Rica, Brazilië en Maleisië bij de uitvoering van de herstructureringsprogramma's, als ook voor activa in de zaagdraadactiviteiten. Tenslotte waren er terugnames van vroeger genomen bijzondere waardeverminderingen in Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd voor activa die verkocht werden in het kader van de fabriekssluiting.
Het effect gerapporteerd in 2018 onder 'Uit consolidatie genomen' heeft betrekking op de verkoop van Solaronics SA (droogsysteem-activiteiten). Voor verdere informatie inzake 'uit consolidatie genomen' verwijzen we naar toelichting 7.2. 'Effect van afgestoten activiteiten'.
Inflatie-effecten hebben betrekking op de toepassing van inflatieboekhouden in Venezuela.
Er werden geen materiële vaste activa verpand als waarborg voor leningen.
De Groep heeft geen deelnemingen in ondernemingen die worden geclassificeerd als geassocieerde ondernemingen.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 142 201 | 159 328 |
| Kapitaalsverhogingen en -verminderingen | - | 188 |
| Resultaat van het boekjaar | 26 857 | 24 875 |
| Dividenden | -30 089 | -19 951 |
| Eerste consolidatie volgens de equity -methode | 42 390 | - |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -22 047 | -16 240 |
| Andere elementen van het resultaat | 16 | 21 |
| Per 31 december | 159 328 | 148 221 |
Voor een analyse van het resultaat van het boekjaar verwijzen we naar toelichting 5.7. 'Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
Omrekeningswinsten en –verliezen hebben voornamelijk te maken met de aanzienlijke verschuiving in de slotkoers van de Braziliaanse real tegenover de euro (4,4 in 2018 tegenover 4,0 in 2017).
Kapitaalverhogingen in 2018 hebben betrekking op Servicios Ideal AGF Inttegra Cía Ltda, een nieuwe 50/50 joint venture, opgericht in Ecuador door Ideal Alambrec SA en Steel-AGF Ecuador SA.
Eerste consolidatie volgens de equity-methode in 2017 heeft betrekking op ArcelorMittal Sumaré Ltda (Brazilië), een voormalige dochteronderneming waarvan Bekaert op 21 juni 2017 55,5% aan ArcelorMittal verkocht. ArcelorMittal Sumaré Ltda werd vervolgens samengevoegd in BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda vanaf 1 November 2017.
| Aanschaffingswaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Per 1 januari | 4 381 | 6 096 |
| Eerste consolidatie volgens de equity -methode | 2 679 | - |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -964 | -646 |
| Per 31 december | 6 096 | 5 450 |
| Nettoboekwaarde van gerelateerde goodwill per 31 december | 6 096 | 5 450 |
| Totale nettoboekwaarde per 31 december van deelnemingen in joint ventures per 31 | ||
| december | 165 424 | 153 671 |
Het aandeel van de Groep in het eigen vermogen van de joint ventures is als volgt samengesteld:
| in duizend € | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|
| Joint ventures | |||
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 105 524 | 98 571 |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazilië | 53 804 | 49 470 |
| Servicios Ideal AGF Inttegra Cía Ltda 1 | Ecuador | - | 180 |
| Totaal joint ventures, exclusief gerelateerde goodwill | 159 328 | 148 221 | |
| Nettoboekwaarde van gerelateerde goodwill | 6 096 | 5 450 | |
| Totaal joint ventures, inclusief gerelateerde goodwill | 165 424 | 153 671 |
1 Nieuwe 50/50 joint venture opgericht door Ideal Alambrec SA en Steel-AGF Ecuador SA. Activiteiten werden opgestart in november 2018.
De Braziliaanse joint ventures proberen al een tijd om ICMS-belastingvorderingen te compenseren voor een totale nettoboekwaarde van € 3,8 miljoen (2017: € 1,2 miljoen). Zij worden tevens geconfronteerd met geschillen die betrekking hebben op ICMS-tegemoetkomingen voor een totaal bedrag van € 7,5 miljoen (2017: € 12,4 miljoen). In 2018 werd ongeveer € 3,4 miljoen kwijtgescholden mits betaling van € 2,2 miljoen overeenkomstig een amnestieprogramma (tegenover ongeveer € 13,2 miljoen kwijtgescholden in 2017 door het betalen van € 4,5 miljoen). Daarnaast zijn er nog meerdere andere belastinggeschillen hangende, waarvan de meeste al jaren teruggaan, voor een totaal nominaal bedrag van € 19,6 miljoen (2017: € 20,1 miljoen). Bovendien kon Belgo Bekaert Arames Ltda € 3,1 miljoen terugvorderen, als gevolg van een recente gunstige beslissing van de rechtbank over COFINS (federale BTW) die tussen 1992 en 2000 werd betaald, op voorwaarde dat het alle vereiste documentatie kon indienen die aan zijn claim ten grondslag ligt. Het spreekt vanzelf dat eventuele winsten en verliezen voortvloeiend uit bovenvermelde voorwaardelijke verplichtingen de Groep slechts zouden affecteren in de mate van hun participatie in de betrokken joint ventures (d.i. 45%). Niet-opgenomen verbintenissen om materiële vaste activa te verwerven bedroegen € 9,1 miljoen (2017: € 16,0 miljoen), waarvan € 7,4 miljoen (2017: € 13,9 miljoen) tegenover andere Bekaertvennootschappen. Daarnaast hadden de Braziliaanse joint ventures ook niet-opgenomen verbintenissen lopen om de komende vijf jaar elektriciteit aan te kopen voor een totaalbedrag van € 56,4 miljoen (2017: € 73,1 miljoen).
In overeenstemming met IFRS 12 'Informatieverschaffing over betrokkenheid in andere entiteiten' wordt de volgende informatie verstrekt voor belangrijke joint ventures. De twee Braziliaanse joint ventures werden samengevoegd om te benadrukken dat de samenwerking met ArcelorMittal doorweegt bij het analyseren van het relatief belang van de joint ventures.
| Naam van de joint venture | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Land | 2017 | 2018 |
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 45,0% (50,0%) | 45,0% (50,0%) |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazilië | 44,5% (50,0%) | 44,5% (50,0%) |
Belgo Bekaert Arames Ltda produceert en verkoopt een grote variëteit van draadproducten die meestal bestemd zijn voor industriële klanten, terwijl BMB hoofdzakelijk draad en kabels ter versterking van rubberbanden produceert en verkoopt.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Omzet | 783 602 | 819 005 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 77 740 | 85 229 |
| Renteopbrengsten | 5 240 | 7 108 |
| Rentelasten | -3 038 | -10 197 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten | -1 684 | -1 151 |
| Winstbelastingen | -8 863 | -12 842 |
| Perioderesultaat | 69 395 | 68 147 |
| Andere elementen van het resultaat | 35 | 46 |
| Volledig perioderesultaat | 69 430 | 68 193 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 19 117 | 21 718 |
| EBITDA | 96 857 | 106 947 |
| Dividenden ontvangen van de entiteit | 30 089 | 19 951 |
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Vlottende activa | 258 529 | 263 364 |
| Vaste activa | 256 691 | 250 439 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | -112 909 | -132 774 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | -48 713 | -52 382 |
| Nettoactiva | 353 598 | 328 647 |
2016 2018 Rentedragende schulden op meer dan een jaar 1 841 12 333 Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar 10 472 16 990 Totaal financiële schulden 12 313 29 323 Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar -23 585 -29 628 Geldmiddelen en kasequivalenten -20 840 -20 520 Nettoschuld -32 112 -20 825 Braziliaanse joint ventures: nettoschuldelementen in duizend € 2017
Er zijn geen beperkingen om geld over te maken in de vorm van contanten en dividenden.
| Braziliaanse joint ventures: aansluiting met nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Nettoactiva van Belgo Bekaert Arames Ltda | 233 477 | 218 145 |
| Deelnemingspercentage van de Groep | 45,0% | 45,0% |
| Proportionele nettoactiva | 105 065 | 98 165 |
| Consolidatie-aanpassingen | 459 | 406 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in Belgo Bekaert Arames Ltda | 105 524 | 98 571 |
| Nettoactiva van BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | 120 121 | 110 502 |
| Deelnemingspercentage van de Groep | 44,5% | 44,5% |
| Proportionele nettoactiva | 53 454 | 49 173 |
| Consolidatie-aanpassingen | 350 | 297 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in BMB-Belgo Mineira Bekaert | ||
| Artefatos de Arame Ltda | 53 804 | 49 470 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in de Braziliaanse joint | ||
| ventures | 159 328 | 148 041 |
De volgende tabel geeft de geaggregeerde informatie voor de andere joint ventures weer die in deze context niet materieel werden geacht.
| Geaggregeerde informatie van de overige joint ventures | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Aandeel van de Groep in het resultaat uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | - | -15 |
| Aandeel van de Groep in andere elementen van het resultaat | - | 6 |
| Aandeel van de Groep in het volledig perioderesultaat | - | -9 |
| Geaggregeerde nettoboekwaarde van het aandeel van de Groep in deze joint ventures | - | 180 |
Bekaert heeft geen voorwaardelijke verplichtingen tegenover haar Braziliaanse joint ventures.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Financiële vorderingen op meer dan een jaar en kaswaarborgen | 6 259 | 7 332 |
| Restitutierechten en overige vorderingen op meer dan een jaar | 6 369 | 2 958 |
| Derivaten (zie toelichting 7.3.) | - | 1 407 |
| Nettovordering uit toegezegdpensioenregelingen op meer dan een jaar | 12 915 | 11 428 |
| Eigenvermogensinstrumenten aangehouden tegen RWvOCI | 16 400 | 11 153 |
| Totaal overige vaste activa | 41 944 | 34 279 |
De nettovordering uit toegezegdpensioenregelingen is voornamelijk gerelateerd aan de pensioenregelingen in het Verenigd Koninkrijk. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar toelichting 6.15. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen'.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Per 1 januari | 17 499 | 16 400 |
| Aanschaffingen | 342 | 133 |
| Veranderingen in reële waarde | -1 389 | -5 311 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -52 | -70 |
| Per 31 december | 16 400 | 11 153 |
De eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële waarde via OCI (RWvOCI), in overeenstemming met IFRS 9 'Financiële instrumenten', hebben hoofdzakelijk betrekking op:
Voor meer informatie over de herwaarderingsreserve voor deelnemingen aangemerkt als tegen reële waarde via eigen vermogen, zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'.
| Vorderingen Nettoboekwaarde |
Verplichtingen | |||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 |
| Per 1 januari | 150 368 | 140 717 | 52 556 | 44 382 |
| Toename of afname via resultaat | -12 453 | 5 475 | -12 463 | -1 597 |
| Toename of afname via OCI | 1 025 | -2 800 | 2 277 | 983 |
| Uit consolidatie genomen | -2 003 | -409 | -6 926 | 75 |
| Herclassificering als aangehouden voor | ||||
| verkoop | 505 | - | 5 045 | - |
| Wijziging in de grondslagen voor financiële | ||||
| verslaggeving | - | -646 | - | -646 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -8 039 | -1 431 | -7 421 | -2 802 |
| Saldering vorderingen en verplichtingen | 11 314 | -2 503 | 11 314 | -2 503 |
| Per 31 december | 140 717 | 138 403 | 44 382 | 37 892 |
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen zijn toe te wijzen aan de volgende rubrieken:
| Vorderingen | Verplichtingen | Nettovorderingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | |
| Immateriële activa | 47 825 | 30 846 | 10 661 | 10 050 | 37 164 | 20 796 | |
| Materiële vaste activa | 49 534 | 50 966 | 37 858 | 36 146 | 11 676 | 14 820 | |
| Financiële vaste activa | 84 | 78 | 17 386 | 15 872 | -17 302 | -15 794 | |
| Voorraden | 10 400 | 9 864 | 1 727 | 4 401 | 8 673 | 5 463 | |
| Vorderingen | 8 862 | 3 832 | 1 339 | 145 | 7 523 | 3 687 | |
| Andere vlottende activa | 309 | 99 | 3 787 | 4 351 | -3 478 | -4 252 | |
| Voorzieningen voor | |||||||
| personeelsbeloningen | 21 570 | 19 849 | 28 | 173 | 21 542 | 19 676 | |
| Overige voorzieningen | 2 951 | 5 394 | 862 | 1 685 | 2 089 | 3 709 | |
| Overige verplichtingen | 13 295 | 15 706 | 16 997 | 13 835 | -3 702 | 1 871 | |
| Overdraagbare fiscaal | |||||||
| aftrekbare verliezen, | |||||||
| aftrekposten en | |||||||
| terugvorderbare belastingen | 32 150 | 50 535 | - | - | 32 150 | 50 535 | |
| Belastingvorderingen / | |||||||
| -verplichtingen | 186 980 | 187 169 | 90 645 | 86 658 | 96 335 | 100 511 | |
| Saldering vorderingen en | |||||||
| verplichtingen | -46 263 | -48 766 | -46 263 | -48 766 | - | - | |
| Nettobelastingvorderingen / | |||||||
| -verplichtingen | 140 717 | 138 403 | 44 382 | 37 892 | 96 335 | 100 511 |
De uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot materiële vaste activa komen voornamelijk voort uit verschillen in gebruiksduur tussen IFRS en fiscale boeken, terwijl de uitgestelde belastingverplichtingen gerelateerd aan immateriële activa voornamelijk gegenereerd zijn door de eliminatie van intragroepswinsten in de geconsolideerde jaarrekening. De uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot financiële vaste activa hebben voornamelijk te maken met tijdelijke verschillen die ontstaan uit niet-uitgekeerde winsten bij dochterondernemingen en joint ventures.
De evolutie van uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen is als volgt te verklaren:
| Opgenomen via winst-en |
Overnames | Omreke | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | Per | verlies | Opgenomen | en | Herclassifi | ningswinsten | Per 31 |
| in duizend € | 1 januari | rekening | via OCI | afstotingen 1 | ceringen 2 | en -verliezen | december |
| Tijdelijke verschillen | |||||||
| Immateriële activa | 33 689 | 3 308 | - | - | - | 167 | 37 164 |
| Materiële vaste activa | -6 036 | 14 794 | - | 4 616 | -4 941 | 3 243 | 11 676 |
| Financiële vaste activa | -16 473 | -1 018 | -2 263 | 2 305 | -98 | 245 | -17 302 |
| Voorraden | 6 514 | 1 637 | - | - | - | 522 | 8 673 |
| Vorderingen | 10 206 | -2 157 | - | - | - | -526 | 7 523 |
| Andere vlottende | |||||||
| activa | -3 356 | -747 | -77 | - | - | 702 | -3 478 |
| Voorzieningen voor | |||||||
| personeelsbeloningen | 29 438 | -7 454 | 1 087 | - | - | -1 529 | 21 542 |
| Overige voorzieningen | 6 483 | -2 589 | - | -1 353 | - | -452 | 2 089 |
| Overige verplichtingen | -8 698 | 6 203 | 1 | -645 | 499 | -1 062 | -3 702 |
| Overdraagbare fiscaal aftrekbare verliezen, aftrekposten en terugvorderbare |
|||||||
| belastingen | 46 045 | -11 967 | - | - | - | -1 928 | 32 150 |
| Totaal | 97 812 | 10 | -1 252 | 4 923 | -4 540 | -618 | 96 335 |
| Opgenomen | Overnames | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 in duizend € |
Per 1 januari |
via winst-en verlies rekening |
Opgenomen via OCI |
en afstotingen 1 |
Herclassifi ceringen |
Omreke ningswinsten en -verliezen |
Per 31 december |
| Tijdelijke verschillen | |||||||
| Immateriële activa | 37 164 | -16 361 | - | 3 | - | -10 | 20 796 |
| Materiële vaste activa | 11 676 | 1 624 | - | -78 | - | 1 598 | 14 820 |
| Financiële vaste activa | -17 302 | 2 477 | -982 | - | - | 13 | -15 794 |
| Voorraden | 8 673 | -2 989 | - | -148 | - | -73 | 5 463 |
| Vorderingen | 7 523 | -3 876 | - | -4 | - | 44 | 3 687 |
| Andere vlottende | |||||||
| activa | -3 478 | -1 411 | -76 | - | - | 713 | -4 252 |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen |
21 542 | 1 012 | -2 725 | -158 | - | 5 | 19 676 |
| Overige voorzieningen | 2 089 | 1 639 | - | - | - | -19 | 3 709 |
| Overige verplichtingen | -3 702 | 6 174 | - | - | - | -601 | 1 871 |
| Overdraagbare fiscaal aftrekbare verliezen, aftrekposten en terugvorderbare |
|||||||
| belastingen | 32 150 | 18 783 | - | -99 | - | -299 | 50 535 |
| Totaal | 96 335 | 7 072 | -3 783 | -484 | - | 1 371 | 100 511 |
1 In 2018 heeft dit betrekking op de verkoop van de droogactiviteiten terwijl dit in 2017 slaat op de verkoop van het meerderheidsbelang in de rubberversterkingsfabriek in Sumaré (Brazilië).
2 Zie toelichting 6.11. 'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa'.
| 2017 | Voor | Na | |
|---|---|---|---|
| in duizend € | belastingen | Belastingen | belastingen |
| Omrekeningsverschillen | -130 828 | - | -130 828 |
| Inflatie-aanpassingen | 2 032 | - | 2 032 |
| Kasstroomafdekkingen | -247 | -76 | -323 |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | -1 389 | - | -1 389 |
| Winsten en verliezen uit herwaardering van toegezegdpensioenregelingen | 15 089 | -1 176 | 13 913 |
| Aandeel in OCI van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 16 | - | 16 |
| Totaal | -115 327 | -1 252 | -116 579 |
| 2018 | Voor | Na | |
|---|---|---|---|
| in duizend € | belastingen | Belastingen | belastingen |
| Omrekeningsverschillen | -36 324 | - | -36 324 |
| Inflatie-aanpassingen | 2 535 | - | 2 535 |
| Kasstroomafdekkingen | 475 | -76 | 399 |
| Nettowijziging in reële waarde van deelnemingen aangemerkt als tegen reële | |||
| waarde via eigen vermogen | -5 311 | - | -5 311 |
| Winsten en verliezen uit herwaardering van toegezegdpensioenregelingen |
-1 387 | -3 707 | -5 094 |
| Aandeel in OCI van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 21 | - | 21 |
| Totaal | -39 991 | -3 783 | -43 774 |
Er werden geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen met betrekking tot tijdelijke verschillen voor een brutobedrag van € 213,9 miljoen (2017: 178,9 miljoen). De niet-opgenomen belastingvorderingen inzake verliezen en aftrekposten zijn per vervaldatum voorgesteld in onderstaande tabel.
De volgende tabel geeft een overzicht van de brutobedragen van de verliezen en aftrekposten die uitgestelde belastingvorderingen genereren en waarvan sommige niet opgenomen zijn.
| 2017 in duizend € |
Vervallend binnen 1 jaar |
Vervallend tussen 1 en 5 jaar |
Vervallend na meer dan 5 jaar |
Niet vervallend |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleggingsverliezen | Bruto | - | - | 11 836 | 13 262 | 25 098 |
| Niet opgen. | - | - | -11 016 | -13 262 | -24 278 | |
| Netto | - | - | 820 | - | 820 | |
| Operationele verliezen | Bruto | 28 236 | 127 117 | 41 559 | 578 677 | 775 589 |
| Niet opgen. | -26 716 | -110 578 | -7 511 | -519 845 | -664 650 | |
| Netto | 1 520 | 16 539 | 34 048 | 58 832 | 110 939 | |
| Aftrekposten | Bruto | 58 010 | - | - | 20 904 | 78 914 |
| Niet opgen. | -34 246 | - | - | -20 592 | -54 838 | |
| Netto | 23 764 | - | - | 312 | 24 076 | |
| Totaal | Bruto | 86 246 | 127 117 | 53 395 | 612 843 | 879 601 |
| Niet opgen. | -60 962 | -110 578 | -18 527 | -553 699 | -743 766 | |
| Netto | 25 284 | 16 539 | 34 868 | 59 144 | 135 835 |
| Vervallend | Vervallend na | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | Vervallend | tussen 1 en 5 | meer dan 5 | Niet | ||
| in duizend € | binnen 1 jaar | jaar | jaar | vervallend | Totaal | |
| Beleggingsverliezen | Bruto | 1 051 | - | 1 919 | 29 792 | 32 762 |
| Niet opgen. | -1 051 | - | -1 919 | -29 792 | -32 762 | |
| Netto | - | - | - | - | - | |
| Operationele verliezen | Bruto | 34 500 | 87 441 | 121 218 | 571 743 | 814 902 |
| Niet opgen. | -21 880 | -65 492 | -60 717 | -488 830 | -636 919 | |
| Netto | 12 620 | 21 949 | 60 501 | 82 913 | 177 983 | |
| Aftrekposten | Bruto | 5 176 | 22 608 | 38 361 | 16 982 | 83 127 |
| Niet opgen. | -2 307 | -22 608 | -16 035 | -13 562 | -54 512 | |
| Netto | 2 869 | - | 22 326 | 3 420 | 28 615 | |
| Totaal | Bruto | 40 727 | 110 049 | 161 498 | 618 517 | 930 791 |
| Niet opgen. | -25 238 | -88 100 | -78 671 | -532 184 | -724 193 | |
| Netto | 15 489 | 21 949 | 82 827 | 86 333 | 206 598 |
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen en wisselstukken | 253 508 | 301 538 |
| Goederen in bewerking en gereed product | 416 993 | 485 223 |
| Handelsgoederen | 109 080 | 145 047 |
| Voorraden | 779 581 | 931 808 |
| Handelsvorderingen | 836 809 | 772 731 |
| Ontvangen bankwissels | 55 633 | 57 727 |
| Betaalde voorschotten | 17 815 | 20 067 |
| Handelsschulden | -665 196 | -778 438 |
| Ontvangen voorschotten | -10 746 | -11 259 |
| Schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid | -120 341 | -112 112 |
| Belastingen m.b.t. personeel | -5 970 | -5 867 |
| Operationeel werkkapitaal | 887 586 | 874 657 |
| 2017 in duizend € |
2018 |
|---|---|
| Per 1 januari 842 508 |
887 586 |
| Organische toename of afname 109 544 |
11 313 |
| Afwaarderingen en terugname van afwaarderingen 8 588 |
-11 284 |
| Uit consolidatie genomen -26 472 |
-2 627 |
| Impact inflatieboekhouden 1 856 |
1 665 |
| Herclassificering als (-) / uit aangehouden voor verkoop 29 827 |
- |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) -70 417 |
-11 996 |
| Overige -7 849 |
- |
| Per 31 december 887 586 |
874 657 |
Het gemiddeld operationeel werkkapitaal vertegenwoordigde 20,4% van de omzet (2017: 21,4%).
Bijkomende informatie volgt hieronder:
» Voorraden
De kostprijs van verkopen bevat vervoer- en verhandelingskosten van gereed product voor € 191,0 miljoen (2017: € 184,1 miljoen), die nooit werden gekapitaliseerd in voorraden. De bewegingen in de voorraden in 2018 omvatten afwaarderingen voor € -32,2 miljoen (2017: € -18,0 miljoen) en terugnames van afwaarderingen ten belope van € 21,3 miljoen (2017: € 21,4 miljoen). Net als in 2017 werden in 2018 geen voorraden verpand als waarborg voor leningen.
» Handelsvorderingen en ontvangen bankwissels
De volgende tabel stelt de bewegingen in waardeverminderingen op handelsvorderingen voor. Er werden geen waardeverminderingen geboekt voor ontvangen bankwissels.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | -47 802 | -40 880 |
| Opgenomen verliezen in huidig jaar | -4 749 | -4 167 |
| Opgenomen verliezen in vorige jaren - aangewende bedragen | 4 965 | 401 |
| Opgenomen verliezen in vorige jaren - terugname van niet-aangewende | ||
| bedragen | 4 992 | 3 251 |
| Uit consolidatie genomen | - | 19 |
| Herclassificering als / uit (-) aangehouden voor verkoop | -954 | - |
| Omrekeningswinsten en verliezen (-) | 2 669 | 558 |
| Per 31 december | -40 880 | -40 818 |
De volgende tabel geeft verdere informatie omtrent waardeverminderingen en vervallen vorderingen:
| Handelsvorderingen en ontvangen bankwissels | |
|---|---|
| 2017 in duizend € |
2018 |
| 933 322 Brutoboekwaarde |
871 276 |
| -40 880 Waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen (afgewaardeerd) |
-40 818 |
| 892 442 Nettoboekwaarde |
830 458 |
| waarvan vervallen maar niet afgewaardeerd | |
| bedrag 122 560 |
121 023 |
| gemiddeld aantal dagen uitstaand 84 |
83 |
Voor meer informatie over kredietverbeteringstechnieken verwijzen wij naar toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
| Nettoboekwaarde | |
|---|---|
| 2017 in duizend € |
2018 |
| Per 1 januari 108 484 |
126 876 |
| Toename of afname 20 173 |
5 038 |
| Waardeverminderingen (-) en terugnemingen van waardeverminderingen -19 |
-1 155 |
| Uit consolidatie genomen -6 861 |
-733 |
| Herclassificeringen 13 060 |
- |
| Omrekeningswinsten en -verliezen -7 960 |
353 |
| Per 31 december 126 876 |
130 379 |
Overige vorderingen hebben voornamelijk betrekking op winstbelastingen (€ 49,5 miljoen (2017: € 50,1 miljoen)), BTW en overige belastingen (€ 65,0 miljoen (2017: € 61,4 miljoen)) en sociale leningen aan personeel (€ 4,4 miljoen (2017: € 4,3 miljoen)). Zie ook toelichting 6.20. 'Belastingposities'. Waardeverminderingen van overige vorderingen zijn opgenomen in toelichting 5.5. 'Overige financiële opbrengsten en lasten'.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 418 779 | 398 273 |
| Geldbeleggingen | 50 406 | 50 036 |
Voor de wijzigingen in geldmiddelen en kasequivalenten: zie het geconsolideerd kasstroomoverzicht en toelichting 7.1. 'Toelichtingen bij het kasstroomoverzicht'. Kasequivalenten en geldbeleggingen omvatten op de balansdatum geen marktgenoteerde schuldinstrumenten of eigenvermogensinstrumenten. Geldmiddelen en kasequivalenten aangehouden in Venezuela (€ 2,2 miljoen tegenover € 2,0 miljoen in 2017) zijn niet beschikbaar voor gebruik door de Groep ten gevolge van lokale kapitaalcontroles en beperkte uitwisselbaarheid.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Leningen en financiële vorderingen op ten hoogste een jaar | 8 447 | 20 186 |
| Betaalde voorschotten | 17 815 | 20 067 |
| Derivaten (zie toelichting 7.3.) | 6 159 | 8 045 |
| Overlopende rekeningen (actief) | 11 908 | 10 132 |
| Per 31 december | 44 329 | 58 430 |
De leningen en financiële vorderingen op ten hoogste een jaar hebben voornamelijk betrekking op vorderingen uit de verkoop van het meerderheidsbelang in de rubberversterkingsfabriek Sumaré (Brazilië) vorig jaar (€ 4,6 miljoen, zelfde bedrag als in 2017), de verkoop van de droogsysteem-activiteiten in 2018 (€ 0,8 miljoen), een vordering tegenover OVAM (€ 10,2 miljoen) met betrekking tot een milieuvoorziening in België en diverse kasgaranties (€ 3,1 miljoen (2017: € 2,1 miljoen)).
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Per 1 januari | 112 361 | 8 093 |
| Toenames en afnames (-) | -103 732 | -7 524 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -535 | -23 |
| Per 31 december | 8 093 | 546 |
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Immateriële activa | 8 093 | - |
| Materiële vaste activa | - | 460 |
| Handelsvorderingen | - | 5 |
| Betaalde voorschotten | - | 66 |
| Overige vlottende activa | - | 15 |
| Totaal activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 8 093 | 546 |
| Handelsschulden | - | 45 |
| Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar | - | 40 |
| Totaal verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd als | ||
| aangehouden voor verkoop | - | 85 |
De activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop is afgenomen door de verkoop van de gebruiksrechten op terreinen in Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd (€ -8,1 miljoen) (2017: € 8,1 miljoen) en toegenomen door het verkrijgen van eigendom als betaling door klanten in Ecuador en Peru (€ 0,5 miljoen).
| 2017 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Geplaatst kapitaal | Nominale | Aantal | Nominale | Aantal | ||
| in duizend € | waarde | aandelen | waarde | aandelen | ||
| 1 | Per 1 januari | 177 612 | 60 347 525 | 177 690 | 60 373 841 | |
| Bewegingen van het jaar | ||||||
| Uitgifte van nieuwe aandelen | 78 | 26 316 | 103 | 34 600 | ||
| Per 31 december | 177 690 | 60 373 841 | 177 793 | 60 408 441 | ||
| 2 | Structuur | |||||
| 2.1 | Soorten gewone aandelen | |||||
| Gewone aandelen zonder nominale | ||||||
| waarde | 177 690 | 60 373 841 | 177 793 | 60 408 441 | ||
| 2.2 | Aandelen op naam | 402 538 | 21 857 284 | |||
| Gedematerialiseerde aandelen | 59 971 303 | 38 551 157 | ||||
| Toegestaan niet-geplaatst kapitaal | 176 000 | 176 000 |
In totaal werden 34 600 warrants uitgeoefend in 2018 in het kader van het SOP 2005-2009-aandelenoptieplan, wat geresulteerd heeft in de uitgifte van 34 600 nieuwe aandelen van de Onderneming.
Van de 3 636 280 eigen aandelen die de Onderneming in portefeuille had per 31 december 2017, heeft de Onderneming er 86 248 verkocht in het kader van op aandelen gebaseerde betalingen en het Personal Shareholding Requirement Plan. Er werden 352 000 eigen aandelen ingekocht. Er werden geen eigen aandelen vernietigd in 2018. Bijgevolg had de Onderneming een totaal van 3 902 032 eigen aandelen in bezit per 31 december 2018.
In onderstaande tabellen zijn de details van de aandelenoptieplannen weergegeven die hetzij op de balansdatum, hetzij op de vorige balansdatum nog een uitstaand saldo vertoonden:
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| 21.12.2006 | 19.02.2007 | 30,175 | 37 500 | 27 500 | - | 10 000 | 22.05 - 30.06.2010 |
15.11 - 15.12.2021 |
| 20.12.2007 | 18.02.2008 | 28,335 | 30 630 | 11 310 | - | 19 320 | 22.05 - 30.06.2011 |
15.11 - 15.12.2022 |
| 18.12.2008 | 16.02.2009 | 16,660 | 64 500 | 64 500 | - | - | 22.05 - 30.06.2012 |
15.11 - 15.12.2018 |
| 17.12.2009 | 15.02.2010 | 33,990 | 49 500 | 5 000 | - | 44 500 | 22.05 - 30.06.2013 |
15.11 - 15.12.2019 |
| 182 130 | 108 310 | - | 73 820 |
| Aantal warrants | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Datum van uitgifte van warrants |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| 22.12.2005 | 20.02.2006 | 22.03.2006 | 23,795 | 190 698 | 184 283 | 15 | 6 400 | 22.05 - 30.06.2009 |
15.11 - 15.12.2020 |
| 21.12.2006 | 19.02.2007 | 22.03.2007 | 30,175 | 153 810 | 144 240 | 600 | 8 970 | 22.05 - 30.06.2010 |
15.11 - 15.12.2021 |
| 20.12.2007 | 18.02.2008 | 22.04.2008 | 28,335 | 215 100 | 147 550 | 12 700 | 54 850 | 22.05 - 30.06.2011 |
15.11 - 15.12.2022 |
| 18.12.2008 | 16.02.2009 | 20.10.2009 | 16,660 | 288 150 | 268 650 | 19 500 | - | 22.05 - 30.06.2012 |
15.11 - 15.12.2018 |
| 17.12.2009 | 15.02.2010 | 08.09.2010 | 33,990 | 225 450 | 69 600 | 52 500 | 103 350 | 22.05 - 30.06.2013 |
15.11 - 15.12.2019 |
| 1 073 208 | 814 323 | 85 315 | 173 570 |
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| 16.12.2010 | 14.02.2011 | 77,000 | 360 925 | - | 65 200 | 295 725 | 28.02 - 13.04.2014 |
Medio nov.- 15.12.2020 |
| 22.12.2011 | 20.02.2012 | 25,140 | 287 800 | 231 100 | 2 600 | 54 100 | 27.02. - 12.04.2015 |
Medio nov. - 21.12.2021 |
| 20.12.2012 | 18.02.2013 | 19,200 | 267 200 | 215 342 | 2 700 | 49 158 | Eind feb. - 10.04.2016 |
Medio nov. - 19.12.2022 |
| 29.03.2013 | 28.05.2013 | 21,450 | 260 000 | 126 000 | - | 134 000 | Eind feb. - 09.04.2017 |
Eind feb. - 28.03.2023 |
| 19.12.2013 | 17.02.2014 | 25,380 | 373 450 | 188 250 | 2 400 | 182 800 | Eind feb. - 09.04.2017 |
Medio nov. - 18.12.2023 |
| 18.12.2014 | 16.02.2015 | 26,055 | 349 810 | 22 000 | 18 510 | 309 300 | Eind feb. - 08.04.2018 |
Medio nov. - 17.12.2024 |
| 1 899 185 | 782 692 | 91 410 | 1 025 083 |
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| Eind febr. - | Medio nov. - | |||||||
| 17.12.2015 | 15.02.2016 | 26,375 | 227 250 | - | 4 500 | 222 750 | 07.04.2019 | 16.12.2025 |
| Eind febr. - | Medio nov. - | |||||||
| 15.12.2016 | 13.02.2017 | 39,426 | 273 325 | - | 3 000 | 270 325 | 12.04.2020 | 14.12.2026 |
| Eind febr. - | Medio nov. - | |||||||
| 21.12.2017 | 20.02.2018 | 34,600 | 225 475 | - | - | 225 475 | 11.04.2021 | 20.12.2027 |
| 726 050 | - | 7 500 | 718 550 | |||||
| 2017 | 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenoptieplan SOP2 | Aantal opties | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) Aantal opties |
||
| Uitstaand op 1 januari | 87 820 | 29,549 | 87 820 | 29,549 | |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | - | - | -14 000 | 16,660 | |
| Uitstaand op 31 december | 87 820 | 29,549 | 73 820 | 31,993 |
| 2017 | 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenoptieplan SOP 2005-2009 | Aantal warrants | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
Aantal warrants | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
|
| Uitstaand op 1 januari | 234 486 | 29,120 | 208 170 | 29,142 | |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | -26 316 | 28,948 | -34 600 | 16,660 | |
| Uitstaand op 31 december | 208 170 | 29,142 | 173 570 | 31,630 |
| 2017 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenoptieplan SOP 2010-2014 | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs Aantal opties (in €) |
Aantal opties | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
|||
| Uitstaand op 1 januari | 1 481 843 | 34,760 | 1 075 993 | 38,972 | ||
| Uitgeoefend gedurende het jaar | -403 150 | 23,577 | -37 200 | 24,969 | ||
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | -2 700 | 26,055 | -13 710 | 26,055 | ||
| Uitstaand op 31 december | 1 075 993 | 38,972 | 1 025 083 | 39,653 |
| 2017 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
|||
| Aandelenoptieplan SOP 2015-2017 | Aantal opties | (in €) | Aantal opties | (in €) |
| Uitstaand op 1 januari | 227 250 | 26,375 | 493 075 | 33,530 |
| Toegekend gedurende het jaar | 273 325 | 39,426 | 225 475 | 34,600 |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | -7 500 | 32 | - | - |
| Uitstaand op 31 december | 493 075 | 33,530 | 718 550 | 33,866 |
2017 2018 SOP2 2,2 1,4 SOP 2005-2009 2,7 2,0 SOP 2010-2014 5,2 4,2 SOP 2015-2017 8,5 8,0 Gewogen gemiddelde resterende contractuele looptijd in jaren
In 2018 was de gewogen gemiddelde aandelenkoers op de uitoefendatum € 22,26 voor de SOP2-opties (2017: N/A), € 25,49 voor de SOP 2005-2009-warrants (2017: € 45,13) en € 38,22 voor de SOP 2010-2014-opties (2016: € 46,24). De uitoefenprijs van de warrants en opties is gelijk aan het laagste van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende dertig dagen die de aanboddatum voorafgaan en (ii) de laatste slotkoers van de dag vóór de aanboddatum. Wanneer de warrants onder het SOP 2005-2009-plan uitgeoefend worden, wordt het eigen vermogen verhoogd met de ontvangen opbrengsten. Volgens de voorwaarden van het SOP2-plan waren alle tot in 2004 toegekende warrants of opties onmiddellijk toegezegd.
Onder de voorwaarden van het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 werden opties tot het verwerven van bestaande aandelen van de Onderneming aangeboden aan de leden van het Bekaert Group Executive, de Senior Vice Presidents en hogere kaderleden gedurende de periode 2010-2014. De toekenningsdata van elk aanbod waren gepland in de periode 2011-2015. De uitoefenprijs van het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 werd op dezelfde manier bepaald als van de voorgaande plannen. De toezeggingsvoorwaarden van zowel de SOP 2010-2014-toekenningen, de SOP2005-2009-toekenningen als de SOP2-toekenningen vanaf 2006 zijn zo opgesteld dat de warrants of opties volledig toegezegd zullen zijn op 1 januari van het vierde jaar na de datum van het aanbod. In het kader van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 werd de uitoefenperiode van de SOP2-opties en de SOP 2005-2009-warrants toegekend in 2006, 2007 en 2008 met vijf jaar verlengd in het voordeel van begunstigden die onderworpen waren aan de Belgische inkomstenbelastingen op het ogenblik dat de verlenging werd aangeboden. De toename in reële waarde toegekend als gevolg hiervan bedraagt € 0,3 miljoen.
De opties toegekend onder SOP2, SOP 2010-2014 en SOP 2015-2017 alsook de warrants toegekend onder SOP 2005-2009 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de opties wordt bepaald door middel van een binomiaal waarderingsmodel. Voor de tranches die een kost met zich mee brachten in de huidige of voorgaande periode worden de inputs en de uitkomsten van dit waarderingsmodel hieronder gedetailleerd:
| Details waarderingsmodel Aandelenoptieplannen 2015-2017 |
Toegekend in februari 2016 |
Toegekend in februari 2017 |
Toegekend in februari 2018 |
|
|---|---|---|---|---|
| Inputs van het model | ||||
| Aandelenkoers op toekenningsdatum | ||||
| (in €) | 27,25 | 39,39 | 37,40 | |
| Uitoefenprijs (in €) | 26,38 | 39,43 | 34,60 | |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% | |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% | |
| Wachtperiode (jaren) | 3,00 | 3,00 | 3,00 | |
| Contractduur (jaren) | 10 | 10 | 10 | |
| Uitstroom van personeel | 3% | 3% | 3% | |
| Risicovrije rentevoet | 0,05% | -0,18% | 0,08% | |
| Uitoefenfactor | 1,40 | 1,40 | 1,40 | |
| Uitkomst van het model | ||||
| Reële waarde (in €) | 7,44 | 10,32 | 10,61 | |
| Uitstaande opties | 225 750 | 270 325 | 225 475 |
Het model houdt rekening met een vervroegde uitoefening door middel van een uitoefenfactor. Een uitoefenfactor van 1,40 staat voor de veronderstelling dat de begunstigde de opties en warrants uitoefent na de wachtperiode zodra de aandelenkoers de uitoefenprijs met 40% overstijgt (gemiddeld).
In de loop van 2018 werden 225 475 opties (2017: 273 325) toegekend onder SOP 2015-2017 met een reële waarde van € 10,61 (2017: € 10,32) per eenheid. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 2,6 miljoen (2017: € 2,6 miljoen) voor de toegekende opties op basis van hun reële waarde en toezeggingsperiode.
De leden van het Bekaert Group Executive, het senior management en een beperkt aantal kaderleden van de Onderneming en van enkele van haar dochtervennootschappen ontvingen gedurende 2015, 2016 en 2017 prestatieaandeeleenheden die de begunstigde het recht geven prestatieaandelen te ontvangen volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017. Deze prestatieaandeeleenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachttijd van drie jaar op voorwaarde dat een vooraf vastgelegde prestatiedoelstelling bereikt wordt. De prestatiedoelstelling werd vastgelegd door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de Groep. Voor meer informatie verwijzen we naar het 'Remuneratieverslag' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.
| Aantal eenheden | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van toekenning |
Toege kend |
Geleverd | Verbeurd verklaard |
Vervallen | Uitstaand | Vervaldag | |
| PSP 2015-2017 | 17.12.2015 | 50 850 | - | 1 950 | 48 900 | - | 31.12.2018 |
| PSP 2015-2017 | 29.02.2016 | 10 000 | - | - | 10 000 | - | 31.12.2018 |
| PSP 2015-2017 | 30.06.2016 | 2 500 | - | 833 | 1 667 | - | 31.12.2018 |
| PSP 2015-2017 | 15.12.2016 | 52 450 | - | 4 233 | - | 48 217 | 31.12.2019 |
| PSP 2015-2017 | 06.03.2017 | 10 000 | - | - | - | 10 000 | 31.12.2019 |
| PSP 2015-2017 | 01.09.2017 | 5 000 | - | - | - | 5 000 | 31.12.2019 |
| PSP 2015-2017 | 21.12.2017 | 55 250 | - | 2 267 | - | 52 983 | 31.12.2020 |
| 186 050 | - | 9 283 | 60 567 | 116 200 |
De prestatieaandeeleenheden toegekend onder dit plan worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de prestatieaandeeleenheden onder het Performance Share Plan 2015-2017 wordt bepaald door middel van een binominaal waarderingsmodel. Voor de openstaande tranches worden inputs en uitkomsten van het waarderingsmodel hieronder gedetailleerd:
| Toegekend in | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Details waarderingsmodel Prestatieaandelenplan |
februari 2016 |
juli 2016 |
december 2016 |
maart 2017 |
september 2017 |
december 2017 |
|
| Inputs van het model | |||||||
| Aandelenkoers op toekennings datum (in €) |
32,00 | 38,38 | 39,49 | 46,90 | 40,58 | 34,60 | |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% | 39% | 39% | 39% | |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% | |
| Wachtperiode (jaren) | 2,83 | 2,50 | 3,00 | 2,83 | 2,25 | 3,00 | |
| Uitstroom van personeel | 3% | 3% | 3% | 0% | 3% | 3% | |
| Risicovrije rentevoet | -0,41% | -0,56% | -0,53% | -0,53% | -0,55% | -0,46% | |
| Uitkomst van het model | |||||||
| Reële waarde (in €) | 46,89 | 50,30 | 52,15 | 46,90 | 54,34 | 40,19 | |
| Uitstaande prestatieaandeel | |||||||
| eenheden | - | - | 48 217 | 10 000 | 5 000 | 52 983 |
In 2017 werd een aanbod van 55 250 prestatieaandeeleenheden gedaan in het kader van het Performance Share Plan 2015-2017. De toegekende eenheden vertegenwoordigen een reële waarde van € 2,2 miljoen. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 3,0 miljoen (2017: € 2,0 miljoen) voor de toegekende prestatieaandeeleenheden op basis van hun reële waarde en toezeggingsperiode.
In 2019 werd een aanbod van 178 233 prestatieaandeeleenheden gedaan in het kader van het Performance Share Plan 2018- 2020. Zie toelichting 7.6. 'Gebeurtenissen na balansdatum'.
In maart 2016 introduceerde de Onderneming het Personal Shareholding Requirement Plan voor de Chief Executive Officer en de andere leden van het Bekaert Group Executive ('BGE'), op grond waarvan ze een persoonlijk belang in aandelen van de Onderneming opbouwen en behouden en waarbij de verwerving van het aantal aandelen van de Onderneming wordt ondersteund door een zogenaamd matching-mechanisme door de Onderneming. Het matching-mechanisme van de Onderneming bestaat erin dat de Onderneming de investering van het BGE-lid in aandelen van de Onderneming in jaar x zal evenaren door een gelijk aantal aandelen van de Onderneming als verworven door het BGE-lid toe te kennen op het einde van jaar x+2. Deze PSR eenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachtperiode van drie jaar, afhankelijk van een serviceconditie die onderhevig is aan slechte of goede vertrekomstandigheden. Voor meer informatie verwijzen we naar het 'Remuneratieverslag' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.
| Aantal eenheden | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van toekenning |
Toege kend |
Geleverd | Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Vervaldag | |
| PSR 2016 | 31.03.2016 | 18 324 | 17 796 | 528 | - | 31.12.2018 |
| PSR 2016 | 30.06.2016 | 2 003 | 2 003 | - | - | 31.12.2018 |
| PSR 2016 | 31.03.2017 | 14 668 | 1 012 | 1 240 | 12 416 | 31.12.2019 |
| PSR 2016 | 01.09.2017 | 2 523 | - | - | 2 523 | 31.12.2019 |
| PSR 2016 | 14.05.2018 | 15 251 | 530 | 1 060 | 13 661 | 31.12.2020 |
| 52 769 | 21 341 | 2 828 | 28 600 |
De matching shares toe te kennen onder het Personal Shareholding Requirement Plan 2016 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de matching shares wordt bepaald door middel van een binominaal waarderingsmodel. Voor de openstaande tranches worden inputs en uitkomsten van het waarderingsmodel hieronder gedetailleerd:
| Details waarderingsmodel Personal Shareholding Requirement (PSR) plan |
Bij te passen december 2018 |
Bij te passen december 2019 |
Bij te passen december 2020 |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Startdatum maart 2016 |
Startdatum juni 2016 |
Startdatum maart 2017 |
Startdatum september 2017 |
Startdatum mei 2018 |
||
| Inputs van het model | ||||||
| Aandelenkoers op startdatum (in €) | 35,71 | 38,97 | 45,87 | 40,04 | 34,00 | |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% | 39% | 39% | |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% | |
| Wachtperiode (jaren) | 2,75 | 2,50 | 2,75 | 2,33 | 2,60 | |
| Uitstroom van personeel | 4% | 4% | 4% | 4% | 4% | |
| Risicovrije rentevoet | -0,40% | -0,01% | -0,51% | -0,54% | -0,39% | |
| Uitkomst van het model | ||||||
| Reële waarde (in €) | 29,27 | 32,16 | 37,60 | 33,20 | 27,95 | |
| Uitstaande PSR-eenheden | - | - | 12 416 | 2 523 | 13 661 |
De toe te kennen matching shares vertegenwoordigen een reële waarde van € 0,9 miljoen (2017: € 1,1 miljoen). De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 0,6 miljoen (2017: € 0,2 miljoen) voor de aan te bieden matching shares op basis van hun reële waarde en toezeggingsperiode.
Vanaf 2016 werd aan leden van het BBRG-management het recht toegekend om een aantal aandelen van BBRG Holding (UK) Ltd (de moedervennootschap van BBRG) te verwerven onder het Management Incentive Program ('MIP'), waarbij de voorwaarden daarvan werden vastgelegd door de Raad van Bestuur van BBRG. Na de verwerving van alle belangen aangehouden door Ontario Teachers' Pension Plan ('OTPP') in BBRG, werd het MIP afgewikkeld en alle begunstigden gaven hun aandelen terug aan hun werkgever. MIP vormde een soort van op eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen onder IFRS 2. Bijgevolg heeft de Groep een last ten opzicht van het eigen vermogen opgenomen van € 0,6 miljoen (2017: € 0,3 miljoen) voor de toegekende aandelen, gebaseerd op de reële waarde op toekenningsdatum en toezeggingsperiode.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Afdekkingsreserve | -296 | - |
| Herwaarderingsreserve voor deelnemingen aangemerkt als tegen reële | ||
| waarde via eigen vermogen | 1 057 | -14 489 |
| Herwaarderingsreserve voor toegezegdpensioenregelingen | -70 683 | -68 267 |
| Put-optiereserve voor minderheidsbelangen | -8 206 | -8 206 |
| Uitgestelde belastingen opgenomen in het eigen vermogen via OCI | 30 307 | 26 694 |
| Overige reserves | -47 821 | -64 268 |
| Gecumuleerde omrekeningsverschillen | -105 723 | -130 102 |
| Totaal overige Groepsreserves | -153 544 | -194 370 |
| Eigen aandelen | -103 037 | -108 843 |
| Overgedragen resultaten | 1 529 268 | 1 484 600 |
In de volgende secties van deze toelichting worden de bewegingen in de Groepsreserves en de overgedragen resultaten getoond en becommentarieerd.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | -148 | -296 |
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening | -209 | 296 |
| Wijzigingen in reële waarde van afdekkingsinstrumenten | 61 | - |
| Per 31 december | -296 | - |
| Waarvan | ||
| Termijnwisselcontracten | -296 | - |
Wijzigingen in reële waarde van afdekkingsinstrumenten die worden aangemerkt als effectieve kasstroomafdekkingen worden rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen. In overeenstemming met de IFRS-voorschriften voor hedge accounting met betrekking tot kasstroomafdekkingen worden de wisselresultaten als gevolg van de omrekening van de afgedekte posities tegen slotkoers gecompenseerd door de betrokken bedragen over te boeken naar de winst-en-verliesrekening. Alle kasstroomafdekkingen liepen af in 2018.
| Herwaarderingsreserve voor deelnemingen aangemerkt als | ||
|---|---|---|
| tegen reële waarde via eigen vermogen | ||
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Per 1 januari (zoals voorheen gepubliceerd) | 2 446 | 1 057 |
| Herwerkingen | - | -10 240 |
| Per 1 januari (herwerkt) | 2 446 | -9 183 |
| Wijzigingen in reële waarde | -1 389 | -5 306 |
| Per 31 december | 1 057 | -14 489 |
| Waarvan | ||
| Deelneming in Xinyu Xinsteel Metal Products Co. Ltd | - | -3 980 |
| Deelneming in Shougang Concord Century Holdings Ltd | 1 057 | -10 601 |
| Overige deelnemingen | - | 92 |
De herwaardering van de deelneming in Shougang Concord Century Holdings Ltd is gebaseerd op de slotkoers van het aandeel op de beurs van Hongkong. De herwerking is een gevolg van de toepassing van IFRS 9 (vervangt IAS 39) (zie Toelichting 2.8. "Herwerkings- en herclassificatie-effecten"). De reële waarde van de investering in Xinyu Xinsteel Metal Products Co Ltd wordt bepaald op basis van een verdisconteringsmethode van toekomstige opbrengsten zoals getoond in het meest recent strategisch plan 2019-2023. Zie ook toelichting 6.5. 'Overige vaste activa'.
Herwaarderingsreserve voor toegezegdpensioenregelingen
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | -80 743 | -70 683 |
| Herwaarderingen van de periode | 10 629 | -3 410 |
| Inflatie-effecten | -534 | -578 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -35 | 6 404 |
| Per 31 december | -70 683 | -68 267 |
De herwaarderingen resulteren uit het gebruik van gewijzigde actuariële veronderstellingen bij de bepaling van de toegezegd-pensioenverplichtingen, uit verschillen tegenover de werkelijke rendementen van fondsbeleggingen op de balansdatum en uit wijzigingen in niet-opgenomen activa omwille van het asset ceiling-principe (zie toelichting 6.15. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen').
Put-optiereserve voor minderheidsbelangen
De 'Put-optiereserve voor minderheidsbelangen' bestaat vrijwel uitsluitend uit een verplichting van € 8,2 miljoen die initieel opgezet werd tegen reële waarde via eigen vermogen. Deze verplichting vertegenwoordigt de put-optie die aan Maccaferri verleend werd op haar resterende minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA. Alle latere reëlewaardewijzigingen met betrekking tot deze fnanciële verplichting worden in overeenstemming met IFRS opgenomen via de winst-en-verliesrekening.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 30 832 | 30 307 |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat | -705 | -2 824 |
| Inflatie-effecten | 181 | 197 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -1 | -986 |
| Per 31 december | 30 307 | 26 694 |
Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat ('OCI' = Other Comprehensive Income) worden eveneens opgenomen via OCI (zie toelichting 6.6. 'Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen').
| Eigen aandelen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Per 1 januari | -127 974 | -103 037 |
| Ingekochte aandelen | -6 301 | -12 961 |
| Verkochte aandelen | 31 238 | 7 155 |
| Per 31 december | -103 037 | -108 843 |
Er werden 352 000 aandelen ingekocht in 2018 (2017: 172 719), zowel om verwatering tegen te gaan als om het kasstroomrisico van op aandelen gebaseerde betalingsregelingen af te dekken, terwijl er 86 248 eigen aandelen verkocht werden aan de begunstigden van de op aandelen gebaseerde betalingsregelingen van de Groep (2017: 421 885). Eigen aandelen worden verwerkt volgens het FIFO-principe (first-in, first-out). Winsten en verliezen op verkopen van eigen aandelen worden rechtstreeks opgenomen in overgedragen resultaten (zie bewegingen in overgedragen resultaten hierna). Zie ook toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen'.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 4 286 | -105 723 |
| Omrekeningsverschillen op goedgekeurde dividenden | -4 043 | -7 158 |
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening in verband met afgestoten | ||
| entiteiten of gefaseerde overnames | 6 895 | 599 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -2 372 | 6 670 |
| Bewegingen ontstaan uit wisselkoersfluctuaties | -110 489 | -24 490 |
| Per 31 december | -105 723 | -130 102 |
| Waarvan gerelateerd aan entiteiten met volgende functionele valuta's | ||
| Chinese renminbi | 102 425 | 96 904 |
| US dollar | 18 140 | 29 659 |
| Braziliaanse real | -146 811 | -166 524 |
| Chileense peso | -5 377 | -12 345 |
| Venezolaanse bolivar | -57 338 | -59 691 |
| Indische roepie | -5 076 | -6 535 |
| Tsjechische kroon | 9 605 | 9 272 |
| Britse pond | -15 210 | -10 986 |
| Russische roebel | -2 850 | -5 140 |
| Andere valuta's | -3 231 | -4 716 |
De schommelingen in omrekeningsverschillen weerspiegelen zowel de wisselkoersevolutie als het relatief belang van de nettoactiva opgenomen in de vermelde valuta's.
| in duizend € | Toelichting | 2017 | 2018 |
|---|---|---|---|
| Per 1 januari (zoals voorheen gepubliceerd) | 1 432 394 | 1 529 268 | |
| Herwerkingen | 2.8. | - | 7 655 |
| Per 1 januari (herwerkt) | 1 432 394 | 1 536 923 | |
| Toegekende eigenvermogensinstrumenten | 6.12. | 5 003 | 6 599 |
| Resultaat van de periode toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 184 720 | 39 768 | |
| Dividenden | -62 441 | -62 153 | |
| Inflatie-effecten | 2 363 | 2 827 | |
| Eigenaandelentransacties | 6.12. | -20 959 | -5 475 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -11 812 | -33 889 | |
| Per 31 december | 1 529 268 | 1 484 600 |
Inflatie-effecten zijn het gevolg van het gebruik van inflatieboekhouding in Venezuela, zoals door IFRS vereist in een hyperinflatoire economie.
Eigenaandelentransacties (€ -5,4 miljoen tegenover € -21,0 miljoen in 2017) vertegenwoordigen het verschil tussen de opbrengsten en de FIFO-boekwaarde van de verkochte aandelen. Wijzigingen in Groepsstructuur in 2018 hadden voornamelijk betrekking op de verwerving van minderheidsbelangen in BBRG (€ -33,7 miljoen), terwijl deze in 2017 (€ -11,8 miljoen) voornamelijk betrekking hadden op verwervingen van minderheidsbelangen (€ -18,2 miljoen), afstotingen van minderheidsbelangen (€ +4,2 miljoen) en van activiteiten (€ +2,4 miljoen).
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Per 1 januari | 130 801 | 95 381 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -2 800 | 66 715 |
| Aandeel in het perioderesultaat | -2 220 | -36 980 |
| Aandeel in andere elementen van het resultaat behalve CTA | 4 236 | 1 766 |
| Uitgekeerde dividenden | -27 949 | -2 881 |
| Toegekende eigenvermogensinstrumenten | 123 | 93 |
| Kapitaalverhogingen | 9 870 | 71 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) | -16 680 | -5 094 |
| Per 31 december | 95 381 | 119 071 |
De wijzigingen in Groepsstructuur in 2018 hadden quasi uitsluitend betrekking op de verwerving van vrijwel alle minderheidsbelangen in de Bridon Bekaert Ropes Group ('BBRG'), met een boekwaarde van € -66,7 miljoen op datum van de transactie. De wijzigingen in 2017 hadden voornamelijk betrekking op bewegingen in minderheidsbelangen aangehouden door Chinese partners.
Het aandeel in het perioderesultaat daalde sterk, voornamelijk door toedoen van de meer negatieve bijdrage van BBRG, versterkt door de lagere bijdrage van nagenoeg alle andere entiteiten waarin minderheidsbelangen aangehouden worden.
In overeenstemming met IFRS 12 'Informatieverschaffng over belangen in andere entiteiten' wordt volgende informatie verschaft met betrekking tot dochterondernemingen waarin derden minderheidsbelangen aanhouden die van materieel belang zijn voor de Groep. De bedoeling van IFRS 12 is om van een entiteit bijkomende toelichting te vereisen die de lezers van haar jaarrekening toelaten volgende elementen te evalueren: (a) de aard van haar belangen in andere entiteiten en de daaraan verbonden risico's en (b) de effecten van deze belangen op haar financiële positie, winstgevendheid en kasstromen. Bekaert heeft vele partnerschappen over de hele wereld, waarvan de meeste individuele entiteiten niet zouden voldoen aan redelijke materialiteitscriteria. Daarom heeft de Groep drie groepen van entiteiten met minderheidsbelangen geïdentificeerd die onderling verbonden zijn door de aard van hun activiteiten en aandeelhouderstructuur: (1) de BBRG-entiteiten, een globale business waarin Bekaert haar wereldwijde voetafdruk heeft uitgebreid sinds medio 2016 en de 40% resterende minderheidsbelangen in oktober 2018 heeft verworven; (2) de Wire-entiteiten in Chili en Peru, waar de minderheidsbelangen hoofdzakelijk in handen zijn van de Chileense partners, en (3) de Wire-entiteiten in de Andina regio, waarin de minderheidsbelangen hoofdzakelijk in handen zijn van de Ecuadoriaanse familie Kohn en van ArcelorMittal. Bij de groepering van de informatie werden enkel de intragroepseffecten binnen elke groep van entiteiten geëlimineerd, terwijl alle andere entiteiten van de Groep als derden werden behandeld.
| BBRG-entiteiten | |||
|---|---|---|---|
| Acma Inversiones SA | Chili | 40,0% | 0,0% |
| BBRG (Purchaser) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| BBRG (Subsidiary) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| BBRG Finance (UK) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| BBRG Holding (UK) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| BBRG Operations (UK) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| BBRG Production (UK) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| BBRG - Macaé Cabos Ltda | Brazilië | 40,1% | 0,0% |
| BBRG - Osasco Cabos Ltda | Brazilië | 40,0% | 0,0% |
| Bekaert (Shenyang) Advanced Cords Co Ltd | China | 40,0% | 0,0% |
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | België | 40,0% | 0,0% |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | België | 40,0% | 0,0% |
| Bekaert Wire Ropes Pty Ltd | Australië | 40,0% | 0,0% |
| Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd | China | 40,1% | 0,0% |
| Bridon (South East Asia) Ltd | China | 40,1% | 0,0% |
| Bridon Coatbridge Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| Bridon Holdings Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,1% | 0,0% |
| Bridon Hong Kong Ltd | China | 40,1% | 0,0% |
| Bridon International GmbH | Duitsland | 40,0% | 0,0% |
| Bridon International Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| Bridon Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| Bridon New Zealand Ltd | Nieuw-Zeeland | 40,1% | 0,0% |
| Bridon Ropes NV/SA | België | 40,1% | 0,0% |
| Bridon Scheme Trustees Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| Bridon Singapore Pte Ltd | Singapore | 40,1% | 0,0% |
| Bridon-American Corporation | Verenigde Staten | 40,0% | 0,0% |
| Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| Bridon-Bekaert Scanrope AS | Noorwegen | 40,1% | 0,0% |
| British Ropes Ltd | Verenigd Koninkrijk | 40,0% | 0,0% |
| Inversiones BBRG Lima SA | Peru | 42,4% | 3,9% |
| Procables SA | Peru | 42,3% | 3,9% |
| Procables Wire Ropes SA | Chili | 40,0% | 0,0% |
| Prodinsa SA | Chili | 40,0% | 0,0% |
| PT Bridon | Indonesië | 40,1% | 0,0% |
| Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée | Canada | 40,0% | 0,0% |
| Wire-entiteiten Chili en Peru | |||
| Acma SA | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Acmanet SA | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Industrias Acmanet Ltda | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Industrias Chilenas de Alambre - Inchalam SA | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Inversiones Impala Perú SA Cerrada | Peru | 48,0% | 48,0% |
| Procercos SA | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Prodalam SA | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Prodac Contrata SAC | Peru | 62,5% | 62,5% |
| Prodac Selva SAC | Peru | 62,5% | 62,5% |
| Productos de Acero Cassadó SA | Peru | 62,5% | 62,5% |
| Wire-entiteiten Andina regio | |||
| Bekaert Ideal SL | Spanje | 20,0% | 20,0% |
| Bekaert Costa Rica SA | Costa Rica | 41,6% | 41,6% |
| Bekaert Trade Latin America NV | Nederlandse Antillen | 41,6% | 0,0% |
| BIA Alambres Costa Rica SA | Costa Rica | 41,6% | 41,6% |
| Ideal Alambrec SA | Ecuador | 41,6% | 41,6% |
InverVicson SA Venezuela 20,0% 20,0% Productora de Alambres Colombianos Proalco SAS Colombia 20,0% 20,0% Vicson SA Venezuela 20,0% 20,0%
2017 2018
Aandeel van minderheidsbelangen op jaareinde
De hoofdactiviteit van de voornaamste entiteiten in bovenstaande lijst is de productie en verkoop van draad, staalkabel en andere draadproducten, in hoofdzaak voor de lokale markt. De volgende entiteiten zijn in wezen holdings die deelnemingen aanhouden in één of meer van de overige entiteiten in de vorige lijst: Acma Inversiones SA, Procables Wire Ropes SA, Bekaert Wire Rope Industry NV, BBRG (Purchaser) Ltd, BBRG (Subsidiary) Ltd, BBRG Finance (UK) Ltd, BBRG Holding (UK) Ltd, BBRG Operations (UK) Ltd, BBRG Production (UK) Ltd, Bridon Holdings Ltd, Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd, Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd, Industrias Acmanet Ltda, Procercos SA, Inversiones Impala Perú SA Cerrada en Bekaert Ideal SL. De volgende tabel toont het relatief belang van de entiteitgroepen met materiële minderheidsbelangen in termen van resultaten en eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen.
| Materiële en overige minderheidsbelangen | Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
Eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 |
| BBRG-entiteiten | -21 482 | -39 058 | -18 275 | 270 |
| Wire-entiteiten Chili en Peru | 7 692 | 6 006 | 71 877 | 75 481 |
| Wire-entiteiten Andina regio | 4 388 | -1 577 | 16 878 | 16 356 |
| Consolidatieaanpassingen op materiële | ||||
| minderheidsbelangen | -15 | 1 895 | -37 854 | -28 552 |
| Bijdrage van de materiële minderheidsbelangen tot de | ||||
| geconsolideerde minderheidsbelangen | -9 417 | -32 734 | 32 626 | 63 555 |
| Overige minderheidsbelangen | 7 197 | -4 246 | 62 755 | 55 516 |
| Totaal minderheidsbelangen | -2 220 | -36 980 | 95 381 | 119 071 |
De substantiële consolidatieaanpassingen op het eigen vermogen toerekenbaar aan materiële minderheidsbelangen houden in hoge mate verband met de Wire-entiteiten in Chili en Peru.
De onderstaande tabellen geven een beknopt overzicht van de financiële staten voor deze entiteitgroepen.
| 2017 in duizend € |
2018 |
|---|---|
| Vlottende activa 254 193 |
257 289 |
| Vaste activa 360 631 |
337 623 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar 161 658 |
149 563 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar 498 561 |
565 103 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van | |
| Bekaert -27 120 |
-120 024 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan | |
| minderheidsbelangen -18 275 |
270 |
Kort na de verwerving van alle belangen van Ontario Teachers' Pension Plan (OTPP) in BBRG voerde Bekaert een herfinanciering van de uitstaande financiële schuilden van BBRG door. Deze omhelst:
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Omzet | 457 531 | 465 933 |
| Kosten | -511 327 | -582 350 |
| Perioderesultaat | -53 796 | -116 417 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van | ||
| Bekaert | -32 314 | -77 359 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -21 482 | -39 058 |
| Andere elementen van het resultaat | -2 456 | -11 064 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | -1 460 | -9 185 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -996 | -1 879 |
| Volledig perioderesultaat | -56 252 | -127 481 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | -33 774 | -86 544 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -22 478 | -40 937 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten | 24 767 | 10 485 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten | -10 176 | -19 230 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten | -29 410 | 11 735 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) | -14 819 | 2 990 |
Het perioderesultaat van de BBRG-entiteiten bevatte significante eenmalige elementen zonder cash-impact, voornamelijk voor afwaarderingen van verouderde voorraden (in Onderliggende EBIT), alsook herstructureringskosten. Daarnaast was er ook een contractueel vastgelegde premie voor het verlengen van de intragroepslening die BBRG opnam, evenals belangrijke boekhoudkundige verliezen bij de herfinanciering van de Senior Facilities Agreement. De kasstromen uit investeringsactiviteiten weerspiegelden het uitgebreider investeringsprogramma in materiële vaste activa in 2018. De kasstromen uit financieringsactiviteiten in 2018 hadden vooral te maken met de herfinancieringsoperatie.
| in duizend € 2017 |
2018 |
|---|---|
| Vlottende activa 202 072 |
238 595 |
| Vaste activa 142 277 |
139 880 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar 152 059 |
197 941 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar 55 447 |
37 067 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van | |
| Bekaert 64 966 |
67 986 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan | |
| minderheidsbelangen 71 877 |
75 481 |
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Omzet | 451 644 | 498 007 |
| Kosten | -436 429 | -485 760 |
| Perioderesultaat | 15 215 | 12 246 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van | ||
| Bekaert | 7 524 | 6 241 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 7 692 | 6 006 |
| Andere elementen van het resultaat | -11 380 | -5 623 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | -5 068 | -3 242 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -6 312 | -2 381 |
| Volledig perioderesultaat | 3 835 | 6 623 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 2 456 | 2 999 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 1 380 | 3 625 |
| Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen | -15 676 | - |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten | 12 290 | 13 377 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten | -18 763 | -13 379 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten | -5 143 | 7 841 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) | -11 616 | 7 839 |
De prijsstijgingen van de grondstoffen waren vooral de oorzaak voor de toename in zowel de voorraden als de handelsschulden. Terwijl de entiteiten in Chili een hogere omzet realiseerden, bleef die in de entiteiten in Peru eerder op hetzelfde niveau als vorig jaar. Hierdoor werd een hoger bedrijfsresultaat gerealiseerd. Negatieve omrekeningsverschillen en een zwaarder belastingsimpact hadden als gevolg dat het resultaat lager was dan in het vorig jaar. Andere elementen van het resultaat omvatten voornamelijk omrekeningsverliezen als gevolg van de verzwakte Chileense peso en US dollar (de functionele valuta van de entiteiten in Peru).
| 2017 in duizend € |
2018 |
|---|---|
| Vlottende activa 88 692 |
102 723 |
| Vaste activa 57 456 |
46 172 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar 84 790 |
93 608 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar 19 639 |
15 769 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep 24 841 |
23 162 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan | |
| minderheidsbelangen 16 878 |
16 356 |
Het 'Eigen Vermogen' vertoonde weinig verandering; de vlottende activa (handelsvorderingen en geldmiddelen en kasequivalenten) en de verplichtingen op ten hoogste één jaar (handelsschulden en rentedragende schulden) daarentegen waren beide groter.
In 2017 bevatte het resultaat het eenmalig positief effect van het wegvallen van de verplichtingen in een bezwaarlijk leveringscontract (€ 10,4 miljoen), terwijl de sluitingskosten voor de Dramix fabriek in Costa Rica in 2018 werden geboekt.
Ondanks een recente versoepeling van de regels, blijft Vicson SA (Venezuela) gebonden aan beperkingen op de repatriatie van geldmiddelen vanwege de regulering van het deviezenverkeer in Venezuela. Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen bedroegen € 2,0 miljoen op 31 december 2018 (tegenover € 2,0 miljoen op 31 december 2017). Zie ook Toelichting 6.9. 'Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen'.
Per 31 december 2018 bedroegen de totale nettovoorzieningen voor personeelsbeloningen € 248,5 miljoen (€ 268,1 miljoen per jaareinde 2017), met volgende samenstelling:
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Voorzieningen voor | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | 144 312 | 136 080 |
| Andere langetermijnpersoneelsbeloningen | 5 966 | 4 535 |
| In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen | 2 702 | 877 |
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | 120 341 | 112 112 |
| Ontslagvergoedingen | 7 693 | 6 374 |
| Totaal voorzieningen in de balans | 281 015 | 259 977 |
| waarvan | ||
| Voorzieningen op meer dan een jaar | 150 810 | 141 550 |
| Voorzieningen op ten hoogste een jaar | 130 204 | 118 427 |
| Activa voor | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | -12 915 | -11 428 |
| Totaal activa in de balans | -12 915 | -11 428 |
| Totaal nettovoorzieningen | 268 100 | 248 549 |
In overeenstemming met IAS 19, 'Personeelsbeloningen' worden vergoedingsregelingen na uitdiensttreding opgedeeld in toegezegdebijdragenregelingen en toegezegdpensioenregelingen.
Bij toegezegdebijdragenregelingen betaalt Bekaert bijdragen aan publieke of private pensioenfondsen of aan verzekeringsmaatschappijen. Eenmaal de bijdragen zijn betaald, heeft de Groep geen verdere betalingsverplichtingen. Deze bijdragen worden ten laste genomen van de periode waarin de verplichting ontstaat.
De Belgische toegezegdebijdragenregelingen zijn bij wet onderworpen aan gewaarborgde minimumrendementen. De pensioenwetgeving definieert het minimum gegarandeerd rendement vanaf 1 januari 2016 als een variabel procent dat gelinkt is aan de rendementen op overheidsobligaties die in de markt worden waargenomen. Vanaf 2016 wordt het minimum gegarandeerd rendement 1,75% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen. De vroegere rendementen (3,25% op werkgeversbijdragen en 3,75% op werknemersbijdragen) worden verder toegepast op de gecumuleerde bijdragen van het verleden aan de groepsverzekering op 31 december 2015. Bijgevolg werden de toegezegdebijdragenregelingen geherclassificeerd als toegezegdpensioenregelingen op jaareinde, waarbij een actuariële waardering werd uitgevoerd.
In Nederland neemt Bekaert deel aan een collectieve toegezegdpensioenregeling van meerdere werkgevers die gefinancierd wordt via het Pensioenfonds Metaal & Techniek ('PMT'). Deze regeling wordt geclassificeerd als toegezegdebijdragenregeling omdat er geen informatie beschikbaar is met betrekking tot de fondsbeleggingen toerekenbaar aan Bekaert. De bijdragen met betrekking tot deze regeling bedroegen € 1,8 miljoen (2017: € 1,4 miljoen). De werkgeversbijdragen worden elke vijf jaar vastgelegd door het PMT, ze zijn gelijk voor alle deelnemende bedrijven en uitgedrukt als een percentage van het pensioengevend salaris. De totale bijdrage van Bekaert vertegenwoordigt minder dan 0,1% van de volledige PMT bijdrage. De financieringsregels specifieren dat een werkgever niet verplicht is tot het betalen van verdere bijdragen met betrekking tot eerder opgebouwde uitkeringen. De financieringsstatus van het PMT was 102,3% op 31 december 2018 (2017: 100,6%). Gedurende de vijfjarige periode van 2015 tot 2019 is er geen verplichting voor de deelnemende bedrijven tot financiering van enig tekort van het PMT (of tot het ontvangen van enig overschot). Na 2019 heeft het PMT enige flexibiliteit om de werkgeversbijdragen vast te leggen boven het vereist minimum indien het zijn financieringsstatus zou willen verbeteren.
| Toegezegdebijdragenregelingen in duizend € |
2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Opgenomen kosten | 13 894 | 15 149 |
Meerdere ondernemingen van de Groep voorzien in toegezegdpensioenregelingen voor pensioenen en andere vergoedingen na uitdiensttreding. Dergelijke regelingen gelden meestal voor alle werknemers en zijn gebaseerd op hun bezoldiging en aantal dienstjaren.
De recentste actuariële IAS 19-waarderingen werden voor alle significante toegezegdpensioenregelingen na uitdiensttreding uitgevoerd op 31 december 2018 door onafhankelijke actuarissen. In België, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bevinden zich de belangrijkste toegezegdpensioenregelingen voor de Groep. Zij vertegenwoordigen 87,3% (2017: 86,4%) van de brutoverplichtingen en 99,5% (2017: 99,7%) van de fondsbeleggingen van de Groep.
De gefinancierde pensioenregelingen in België vertegenwoordigen een brutoverplichting van € 198,4 miljoen (2017: € 185,1 miljoen) en € 176,6 miljoen activa (2017: € 172,1 miljoen). Deze omvatten de toegezegdebijdragenregelingen gefinancierd door groepsverzekeringen.
De traditionele toegezegdpensioenregelingen voorzien in de betaling van een éénmalige kapitaalsuitkering bij pensionering en in geval van overlijden of invaliditeit voorafgaand aan pensionering. Deze regelingen worden extern gefinancierd door twee instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP) in eigen beheer. Op regelmatige basis wordt een Asset Liability Matching ('ALM') studie uitgevoerd, waarin de gevolgen van strategische investeringsrichtlijnen worden geanalyseerd in termen van risico- en rendementsprofielen. Uit deze studie worden de investeringsprincipes en het financieringsbeleid afgeleid. Het is de bedoeling de beleggingen afdoende te diversifiëren teneinde het risico onder controle te houden. De investerings- en aansprakelijkheidsrisico's worden op kwartaalbasis opgevolgd. De financieringspolitiek heeft als doel om minstens volledig gefinancierd te zijn in termen van statutaire minimumvereisten (dit is een voorzichtige schatting van de pensioenverplichtingen).
Andere regelingen hebben in hoofdzaak betrekking op brugpensioenen (brutoverplichting € 11,2 miljoen (2017: € 19,8 miljoen)), die niet extern gefinancierd zijn. Een bedrag van € 4,6 miljoen (2017: € 9,6 miljoen) heeft betrekking op werknemers in actieve dienst die nog geen brugpensioenakkoord hebben afgesloten.
De gefinancierde pensioenregelingen in de Verenigde Staten vertegenwoordigen een brutoverplichting van € 116,2 miljoen (2017: € 122,2 miljoen) en € 81,0 miljoen activa (2017: € 85,9 miljoen). De plannen voorzien in levenslange rentebetalingen aan de deelnemers, maar werden gesloten voor nieuwe deelnemers. De activa zijn geïnvesteerd in obligaties en in aandelen. Op basis van een ALM studie werd de allocatie van de activa meer verschoven naar obligaties met langere looptijd. De financieringspolitiek is erop gericht om voldoende gefinancierd te zijn in termen van de vereisten van de Pension Protection Act om te vermijden dat er uitkeringsbeperkingen van kracht worden of dat de regelingen een at risk-status verwerven.
Niet-gefinancierde regelingen omvatten plannen voor medische zorgen (brutoverplichting € 3,9 miljoen (2017: € 4,7 miljoen)).
De gefinancierde pensioenregeling in het Verenigd Koninkrijk is een plan gesloten voor nieuwe deelnemers en verdere opbouw en vertegenwoordigt een brutoverplichting van € 79,7 miljoen (2017: € 86,1 miljoen) en € 91,2 miljoen activa (2017: € 99,0 miljoen). De regeling wordt beheerd door een aparte Raad van Bestuur die juridisch los staat van de onderneming. De Raad van Bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van zowel werkgevers als werknemers. De bestuurders zijn wettelijk verplicht om te handelen in het belang van alle betrokken begunstigden en zijn verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van de activa en het dagelijkse beheer van de uitkeringen. Op 26 oktober 2018 deed het Hoge Gerechtshof zijn uitspraak over de gelijkschakeling van de ledenvoordelen voor de gendereffecten van Guaranteed Minimum Pension (GMP). De geschatte impact op de pensioenverplichtingen is € 1,7 miljoen. Deze bijkomende verplichting werd opgenomen als pensioenkosten voor verstreken diensttijd in de winst-en-verliesrekening van 2018.
De pensioenverplichting bestaat enkel uit voordelen voor deelnemers met uitgestelde rechten en rentetrekkers. In grote lijnen is ongeveer 80% van de verplichtingen toe te schrijven aan inactieven en 20% aan gepensioneerden (2017: 20% gepensioneerden).
Britse wetgeving vereist dat pensioenregelingen op prudente wijze worden gefinancierd. De laatste waardering ter bepaling van de financiering werd uitgevoerd door een erkende actuaris per 31 december 2016 en resulteerde in een tekort van € 6,5 miljoen. De entiteit heeft een financieringsakkoord getekend om het tekort aan te vullen. Als onderdeel van het financieringsakkoord droeg de onderneming niet bij aan de regeling 2018, maar zal starten met betalingen van € 0,8 miljoen per jaar over de periode van 1 januari 2019 tot 31 augustus 2021. De bovenstaande bijdragen omvatten geen administratiekosten die los van IAS 19 worden gerapporteerd.
Volgende bedragen werden opgenomen in de balans:
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| België | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 185 156 | 198 425 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -172 087 | -176 557 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 13 069 | 21 868 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 19 819 | 11 176 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 32 888 | 33 044 |
| Verenigde Staten | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 122 177 | 116 221 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -85 953 | -81 043 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 36 224 | 35 178 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 9 706 | 8 831 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 45 930 | 44 009 |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 86 125 | 79 749 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -99 027 | -91 167 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | -12 902 | -11 418 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | - | - |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | -12 902 | -11 418 |
| Andere | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 1 227 | 1 346 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -947 | -1 582 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 280 | -236 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 65 200 | 59 253 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 65 480 | 59 017 |
| Totaal | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 394 685 | 395 741 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -358 014 | -350 350 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 36 671 | 45 391 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 94 725 | 79 260 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 131 396 | 124 651 |
De evolutie van de brutoverplichting, de fondsbeleggingen en de nettovoorziening en -vordering over het jaar zijn als volgt:
| Bedragen niet | Netto | |||
|---|---|---|---|---|
| Bruto | Fonds | opgenomen als | voorzieningen/ | |
| in duizend € | verplichting | beleggingen | activa | vorderingen (-) |
| Per 1 januari 2017 | 537 263 | -365 093 | 172 170 | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 18 648 | - | 18 648 | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | -6 151 | - | -6 151 | |
| Winsten (-) / verliezen uit afwikkelingen | -12 526 | 12 434 | -92 | |
| Rentelasten / -opbrengsten (-) | 13 187 | -8 802 | 4 385 | |
| Kosten / opbrengsten (-) via het resultaat | 13 158 | 3 632 | - | 16 789 |
| Componenten opgenomen in EBIT | 12 405 | |||
| Componenten opgenomen in het financieel resultaat | 4 385 | |||
| Herwaarderingen | ||||
| Rendement op fondsbeleggingen, met uitzondering van | ||||
| bedragen opgenomen in de rentelasten / -opbrengsten (-) |
- | -12 633 | -12 633 | |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in demografische | ||||
| assumpties | -3 750 | - | -3 750 | |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in financiële | ||||
| assumpties | 1 684 | - | 1 684 | |
| Winsten (-) / verliezen bij ervaringsaanpassingen | ||||
| Wijzigingen geboekt via het eigen vermogen | -424 -2 490 |
- -12 633 |
- | -424 -15 123 |
| Bijdragen | ||||
| Werkgeversbijdragen / uitbetaalde vergoedingen | - | -31 633 | -31 633 | |
| Werknemersbijdragen | 173 | -173 | - | |
| Uitbetalingen van het plan | ||||
| Uitbetaalde vergoedingen | -32 418 | 32 418 | - | |
| Herclassificeringen | 143 | - | - | 143 |
| Effecten van omrekening van vreemde valuta | -26 420 | 15 469 | - | -10 951 |
| Per 31 december 2017 | 489 409 | -358 013 | - | 131 396 |
| Per 1 januari 2018 | 489 409 | -358 013 | 131 396 | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 17 219 | - | 17 219 | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | -4 103 | - | -4 103 | |
| Winsten (-) / verliezen uit afwikkelingen | -755 | 685 | -71 | |
| Rentelasten / -opbrengsten (-) | 11 982 | -8 393 | 3 588 | |
| Kosten / opbrengsten (-) via het resultaat | 24 342 | -7 709 | - | 16 634 |
| Componenten opgenomen in EBIT | 13 045 | |||
| Componenten opgenomen in het financieel resultaat | 3 588 | |||
| Herwaarderingen | ||||
| Rendement op fondsbeleggingen, met uitzondering van | ||||
| bedragen opgenomen in de rentelasten / | ||||
| -opbrengsten (-) | - | 18 467 | 18 467 | |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in demografische assumpties |
-4 631 | - | -4 631 | |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in financiële | ||||
| assumpties | -19 093 | - | -19 093 | |
| Winsten (-) / verliezen bij ervaringsaanpassingen | 6 644 | - | 6 644 | |
| Wijzigingen geboekt via het eigen vermogen | -17 080 | 18 467 | 1 387 | |
| Bijdragen | ||||
| Werkgeversbijdragen / uitbetaalde vergoedingen | - | -25 637 | -25 637 | |
| Werknemersbijdragen | 127 | -127 | - | |
| Uitbetalingen van het plan | ||||
| Uitbetaalde vergoedingen | -25 712 | 25 712 | - | |
| Afstotingen | -549 | - | -549 | |
| Effecten van omrekening van vreemde valuta | 4 473 | -3 042 | - | 1 431 |
| Per 31 december 2018 | 475 011 | -350 350 | - | 124 661 |
De pensioenkosten van verstreken diensttijd hebben voornamelijk betrekking op een stopgezet plan in Ecuador, wetswijzigingen voor brugpensioenen in België en GMP equalisatie in het Verenigd Koninkrijk. In de winst-en-verliesrekening, worden zowel de pensioenkosten toegerekend aan het dienstjaar als van verstreken diensttijd, inclusief de winsten en verliezen uit afwikkelingen, opgenomen in het bedrijfsresulaat (EBIT). De nettorentelast of -opbrengst maakt deel uit van de rentelasten, onder rentegedeelte van rentedragende voorzieningen.
Restitutierechten voortkomend uit herverzekeringscontracten met betrekking tot pensioenen, overlijdens- en invaliditeitsvergoedingen in Duitsland bedragen € 0,2 miljoen (2017: € 0,2 miljoen).
Voor 2019 worden volgende bijdragen en uitbetaalde vergoedingen verwacht:
| Verwachte bijdragen en uitbetaalde vergoedingen | |
|---|---|
| in duizend € Verwachte bijdragen en uitbetaalde vergoedingen |
2019 |
| in duizend € | 25 698 |
| Pensioenregelingen | 2019 |
| Totaal | 25 698 |
| Pensioenregelingen | 25 698 |
Totaal 25 698
De reële waarde van de fondsbeleggingen per 31 december was als volgt samengesteld:
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| België | ||
| Obligaties | 42 706 | 42 925 |
| Aandelen | 64 313 | 60 638 |
| Geldmiddelen | 6 038 | 9 906 |
| Verzekeringen | 59 031 | 63 088 |
| Totaal België | 172 088 | 176 557 |
| Verenigde Staten | ||
| Obligaties | ||
| USD langetermijnobligaties | 46 035 | 30 559 |
| USD vastrentende effecten | 12 447 | 8 296 |
| Aandelen | ||
| USD aandelen | 19 307 | 28 714 |
| Niet-USD aandelen | 8 164 | 13 474 |
| Totaal Verenigde Staten | 85 953 | 81 043 |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Obligaties | 20 363 | 1 092 |
| Afgeleide producten | 44 925 | 59 782 |
| Aandelen | 33 145 | 27 107 |
| Geldmiddelen | 594 | 3 186 |
| Totaal Verenigd Koninkrijk | 99 027 | 91 167 |
| Andere | ||
| Obligaties | 946 | 1 583 |
| Totaal Andere | 946 | 1 583 |
| Totaal | 358 014 | 350 350 |
In de Verenigde Staten wordt voornamelijk geïnvesteerd via beleggingsfondsen en gekantonneerde fondsen van verzekeringsmaatschappijen in genoteerde aandelen en obligaties. In België wordt voornamelijk belegd via beleggingsfondsen in genoteerde aandelen en obligaties. De beleggingen zijn afdoende gediversifieerd zodat een faling van één enkele belegging geen materiële impact zou hebben op het globale niveau van de activa. In het Verenigd Koninkrijk zijn de investeringen voornamelijk gedaan in beleggingsstrategie gericht op het matchen van cash flows. De fondsbeleggingen van de Groep omvatten geen directe positie in Bekaertaandelen of -obligaties, noch in vastgoed dat wordt gebruikt door een Bekaertentiteit.
De voornaamste actuariële veronderstellingen op balansdatum (gewogen gemiddelden gebaseerd op uitstaande brutoverplichtingen) zijn:
| Actuariële veronderstellingen | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 2,5% | 2,8% |
| Jaarlijkse verhoging van bezoldigingen | 3,0% | 3,2% |
| Onderliggende inflatie | 1,5% | 2,2% |
| Toename gezondheidszorgkost (initieel) | 7,0% | 6,8% |
| Toename gezondheidszorgkost (uiteindelijk) | 4,7% | 4,7% |
| Gezondheidszorg (jaren voor het bereiken van het uiteindelijke percentage) | 9 | 8 |
De disconteringsvoet voor de Verenigde Staten en België is een weerspiegeling van zowel de huidige renteomgeving als van de specifieke karakteristieken van de planverplichtingen. In eerste instantie worden de geprojecteerde toekomstige uitbetalingen gekoppeld aan de toepasselijke contantkoersen, op basis waarvan de contante waarde berekend wordt. Daarna wordt teruggerekend wat de gemiddelde disconteringsvoet is die dezelfde contante waarde oplevert. De contantkoersen worden afgeleid van een rentecurve gebaseerd op hoogwaardige bedrijfsobligaties met een AA-kredietstatus uitgegeven in de munt van de toepasselijke regionale markt.
Dit resulteerde in de volgende disconteringsvoeten:
| Disconteringsvoet | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| België | 1,6% | 1,7% |
| Verenigde Staten | 3,5% | 4,2% |
| Verenigd Koninkrijk | 2,7% | 2,9% |
| Overige | 3,2% | 3,8% |
Assumpties met betrekking tot toekomstige sterfte zijn gebaseerd op actuarieel advies in overeenstemming met gepubliceerde statistieken en ervaring voor elke regio. Deze assumpties worden vertaald in een gemiddelde levensverwachting in jaren voor een gepensioneerde die uit dienst treedt op de leeftijd van 65.
| 2017 | 2018 | |
|---|---|---|
| Levensverwachting voor een man van 65 (jaren) op de balansdatum | 20,4 | 20,4 |
| Levensverwachting voor een vrouw van 65 (jaren) op de balansdatum | 23,0 | 22,9 |
| Levensverwachting voor een man van 65 (jaren) tien jaar na de balansdatum | 21,2 | 21,2 |
| Levensverwachting voor een vrouw van 65 (jaren) tien jaar na de balansdatum | 23,9 | 23,7 |
Een sensitiviteitsanalyse levert volgende effecten op:
| Sensitiviteitsanalyse | Wijziging in veronder |
|||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | stelling | Impact op toegezegdpensioenregelingen | ||
| Disconteringsvoet | -0,50% | Stijging met | 29 567 | 6,2% |
| Salarisstijging | 0,50% | Stijging met | 10 763 | 2,3% |
| Gezondheidszorgkost | 0,50% | Stijging met | 165 | 0,03% |
| Levensverwachting | 1 jaar | Stijging met | 6 139 | 1,3% |
Bij bovenstaande sensitiviteitsanalyse werden alle andere veronderstellingen constant gehouden.
De Groep is door zijn toegezegdpensioenregelingen blootgesteld aan een aantal risico's, waarvan de belangrijkste hieronder zijn toegelicht:
| Volatiliteit van de activa | De verplichtingen van het plan worden berekend met behulp van een disconteringsvoet gebaseerd op bedrijfsobligatierendementen; wanneer de fondsbeleggingen dit rendement niet behalen, zal dit een tekort veroorzaken. |
|---|---|
| Wijzigingen in obligatie rendementen |
Een afname van de rendementen op bedrijfsobligaties leidt tot een toename van de verplichtingen, hoewel dit gedeeltelijk zal worden gecompenseerd door een waardestijging van de obligaties in portefeuille. |
| Salarisrisico | De brutoverplichtingen van de meeste regelingen worden berekend op basis van de toekomstige verloning van de deelnemers. Bijgevolg zal een hoger dan verwachte salarisstijging leiden tot hogere verplichtingen. |
| Langlevenrisico | Belgische pensioenplannen voorzien in de betaling van een éénmalige kapitaalsuitkering bij pensionering. Zodoende is er weinig of geen langlevenrisico. Pensioenplannen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voorzien in voordelen voor de deelnemers zolang zij leven, dus zal een toename in levensverwachting resulteren in een toename van de planverplichtingen. |
De gewogen gemiddelde vervaltermijnen van de brutoverplichtingen waren als volgt:
| 2017 in jaren |
2018 |
|---|---|
| 13,6 België |
14,6 |
| Verenigde Staten 12,4 |
11,6 |
| Verenigd Koninkrijk 22,9 |
23,0 |
| Overige 10,8 |
9,3 |
| Totaal 14,5 |
14,6 |
De andere langetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op jubileumpremies.
De Groep kent aan bepaalde werknemers Stock Appreciation Rights (SARs) toe die hen het recht geven om op de uitoefendatum de intrinsieke waarde van de SARs te ontvangen. Deze SARs worden verwerkt als in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen in overeenstemming met IFRS 2. De reële waarde van elke toekenning wordt herberekend op balansdatum, gebruik makend van hetzelfde binomiaal waarderingsmodel als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen (zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen'). Gebaseerd op de lokale regulering is de uitoefenprijs voor elke toekenning onder de SAR-plannen in de VS gelijk aan de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende de dertig dagen volgend op de datum van het aanbod. De uitoefenprijs van de andere SAR-plannen is bepaald op dezelfde wijze als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen: als de laagste waarde van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende dertig dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod, en (ii) de laatste slotkoers voorafgaand aan de datum van het aanbod.
Het model houdt rekening met volgende inputs voor alle toekenningen: de aandelenkoers op balansdatum: € 21,06 (2017: € 36,45), verwachte volatiliteit van 36% (2017: 39%), een verwacht dividend van 3,0% (2017: 3,0%), een wachtperiode van 3 jaar, een gemiddelde contractduur van 10 jaar, geen uitstroom van personeel (2017: 4% in Azië en 3% in andere landen) en geen uitoefenfactor (2017: 1,40). De input voor de risicovrije rente varieert per toekenning en is gebaseerd op het rendement van de Belgische OLO's (Obligation Linéaire / Lineaire Obligatie) met een looptijd gelijk aan de looptijd van de bewuste SAR-toekenning.
De uitoefenprijzen en reële waardes van de uitstaande SARs per toekenning worden weergegeven in onderstaande tabel:
| Details van VS SAR-plannen per toekenning in € |
Uitoefenprijs | Reële waarde per 31 dec 2017 |
Reële waarde per 31 dec 2018 |
|---|---|---|---|
| Toekenning 2011 | 83,43 | 1,22 | 0,01 |
| Toekenning 2012 | 27,63 | 10,66 | 2,36 |
| Toekenning 2013 | 22,09 | 14,55 | 3,92 |
| Exceptionele toekenning 2013 | 22,51 | 14,26 | 4,13 |
| Toekenning 2014 | 25,66 | 11,90 | 3,43 |
| Toekenning 2015 | 25,45 | 12,11 | 3,76 |
| Toekenning 2016 | 28,38 | 11,74 | 3,53 |
| Toekenning 2017 | 38,86 | 9,01 | 2,64 |
| Toekenning 2018 | 37,06 | 9,77 | 3,07 |
| Details van andere SAR-plannen per toekenning | Reële waarde per | ||
|---|---|---|---|
| in € | Uitoefenprijs | 31 dec 2017 | 31 dec 2018 |
| Toekenning 2009 | 16,66 | 18,73 | - |
| Toekenning 2010 | 33,99 | 7,03 | 0,29 |
| Toekenning 2011 | 77,00 | 1,49 | 0,02 |
| Toekenning 2012 | 25,14 | 12,15 | 2,86 |
| Toekenning 2013 | 19,20 | 17,27 | 4,71 |
| Exceptionele toekenning 2013 | 21,45 | 15,14 | 4,31 |
| Toekenning 2014 | 25,38 | 12,12 | 3,52 |
| Toekenning 2015 | 26,06 | 11,77 | 3,69 |
| Toekenning 2016 | 26,38 | 12,45 | 3,82 |
| Toekenning 2017 | 39,43 | 8,64 | 2,58 |
| Toekenning 2018 | 34,60 | 9,99 | 3,32 |
Op 31 december 2018 bedroeg de totale verplichting voor de VS SAR-plannen € 0,2 miljoen (2017: € 0,7 miljoen), terwijl de totale
verplichting voor andere SAR-plannen € 0,4 miljoen bedroeg (2017: € 1,5 miljoen).
De Groep nam een totale opbrengst van € 1,6 miljoen op (2017: opbrengst van € 1,1 miljoen) tijdens het jaar in verband met SARs.
Gedurende 2015, 2016 en 2017 kende de Groep aan bepaalde werknemers in geldmiddelen afgewikkelde prestatieaandeeleen-
heden toe die de begunstigde het recht geven de waarde van de prestatieaandelen te ontvangen volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017. Deze prestatieaandeeleenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachttijd van drie jaar afhankelijk van het bereiken van vooraf vastgelegde prestatiedoelstellingen. De prestatiedoelstellingen werden vastgelegd door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de Groep.
Deze prestatieaandeeleenheden worden verwerkt als in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen in overeenstemming met IFRS 2. De reële waarde van elke toekenning wordt herberekend op balansdatum, gebruik makend van hetzelfde binomiaal waarderingsmodel als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen (zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen').
Het model houdt rekening met volgende inputs voor alle toekenningen: de aandelenkoers op balansdatum: € 21,06 (2017: € 36,45), verwachte volatiliteit van 36% (2017: 39%), een verwacht dividend van 3,0% (2017: 3,0%), een wachtperiode van 3 jaar. De input voor de risicovrije rentevoet varieert per toekenning en is gebaseerd op het rendement van de Belgische OLO's met een vergelijkbare looptijd als de bewuste toekenning van prestatie-aandeeleenheden.
De reële waardes van de uitstaande prestatieaandeeleenheden per toekenning worden weergegeven in onderstaande tabel:
| Details van prestatieaandeeleenheden per toekenning in € |
Reële waarde per 31 dec 2017 |
Reële waarde per 31 dec 2018 |
|---|---|---|
| Toekenning 2015 | 71,18 | - |
| Toekenning 2016 | 39,40 | 0,89 |
| Toekenning 2017 | 44,45 | 5,28 |
Op 31 december 2018 bedroeg de totale verplichting voor de VS-prestatieaandeeleenheden bijna nul (2017: € 0,3 miljoen), terwijl de totale verplichting voor de andere prestatieaandeeleenheden eveneens bijna nul bedroeg (2017: € 0,5 miljoen).
De Groep nam een totale opbrengst van € 0,7 miljoen (2017: last van € 0,5 miljoen) op tijdens het jaar in verband met prestatieaandeeleenheden.
In 2019 werd een aanbod van 51 995 in geldmiddelen afgewikkelde prestatieaandeeleenheden gedaan onder de voorwaarden van het PSU 2018-2020 Performance Share Plan. Zie toelichting 7.6. 'Gebeurtenissen na balansdatum'.
Kortetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op verplichtingen voor verloning en sociale zekerheid die volledig betaalbaar zijn binnen de 12 maanden na het einde van de periode waarin werknemers de gerelateerde prestaties verrichten.
| Herstruc | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | turering | Geschillen | Milieu | Overige | Totaal |
| Per 1 januari 2018 | 2 395 | 7 379 | 29 591 | 15 890 | 55 255 |
| Bijkomende voorzieningen | 15 343 | 5 353 | 8 483 | 738 | 29 917 |
| Terugnemingen ongebruikte bedragen | -254 | -3 777 | -4 248 | -2 429 | -10 708 |
| Toename in contante waarde | - | - | - | 562 | 562 |
| Opgenomen in de winst-en | |||||
| verliesrekening | 15 089 | 1 576 | 4 235 | -1 129 | 19 771 |
| Uit consolidatie genomen | - | -589 | - | - | -589 |
| Aanwendingen van het jaar | -1 502 | -1 551 | -494 | -4 478 | -8 025 |
| Overdrachten | 222 | - | - | -222 | - |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen | 1 | -23 | -42 | -124 | -188 |
| Per 31 december 2018 | 16 205 | 6 792 | 33 290 | 9 937 | 66 224 |
| Waarvan | |||||
| op ten hoogste een jaar | 16 146 | 5 331 | 14 628 | 1 089 | 37 194 |
| op meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar | 59 | 1 138 | 2 423 | 6 520 | 10 140 |
| op meer dan vijf jaar | - | 323 | 16 239 | 2 328 | 18 890 |
De toename van de herstructureringsprogramma's heeft voornamelijk betrekking op de sluiting van de rubberversterkingsfabriek in Figline (Italië).
Voorzieningen voor geschillen houden in hoofdzaak verband met productkwaliteitsklachten en productgaranties in meerdere entiteiten. Uit consolidatie genomen houdt verband met de verkoop van de droogsysteem-activiteiten.
Milieuvoorzieningen hebben voornamelijk betrekking op vestigingen in EMEA. De verwachte bodemsaneringskosten worden elk jaar opnieuw geschat, gebaseerd op een evaluatie door een extern expert. Het is onzeker wanneer de kosten zullen worden gemaakt, want dit hangt vaak af van beslissingen inzake de bestemming van de sites.
De daling van de overige voorzieningen heeft voornamelijk betrekking op de afbouw van de interne herverzekering van verzekeringsprogramma's en een vermindering van een provisie voor de huur van onroerend goed.
De volgende tabel toont een analyse van de nettoboekwaarde van de rentedragende schulden van de Groep, per contractuele vervaldatum:
| 2018 in duizend € |
Vervallend binnen het jaar |
Vervallend over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar |
Vervallend over meer dan 5 jaar |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Rentedragende schulden | ||||
| Financiële leasing | 810 | 1 854 | - | 2 664 |
| Kredietinstellingen | 746 231 | 159 449 | 125 727 | 1 031 407 |
| Obligatieleningen | 195 000 | 45 614 | - | 240 614 |
| Converteerbare obligatieleningen | - | 354 021 | - | 354 021 |
| Totaal financiële schulden | 942 041 | 560 938 | 125 727 | 1 628 705 |
| 2017 in duizend € |
Vervallend binnen het jaar |
Vervallend over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar |
Vervallend over meer dan 5 jaar |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Rentedragende schulden | ||||
| Financiële leasing | 582 | 2 564 | - | 3 146 |
| Kredietinstellingen | 353 819 | 423 699 | 172 106 | 949 624 |
| Obligatieleningen | 100 000 | 240 614 | - | 340 614 |
| Converteerbare obligatieleningen | - | 341 364 | - | 341 364 |
| Totaal financiële schulden | 454 401 | 1 008 241 | 172 106 | 1 634 748 |
Een analyse van de contractueel overeengekomen, niet-verdisconteerde kasuitstromen met betrekking tot financiële verplichtingen van de Groep wordt voorgesteld in toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'. De financiële schuld vervallend binnen het jaar is meer dan verdubbeld door de herfinanciering van de BBRG-langetermijnschuld en de herfinanciering van de vervallen Eurobond via een tijdelijk overbruggingskrediet (€ 410 miljoen), vrij van financiële convenanten, met een groep van banken voor een maximale looptijd van twee jaar, voorafgaand aan een definitieve beslissing over de langetermijnfinanciering.
In principe gaan entiteiten van de Groep leningen aan in hun lokale valuta om valutarisico's te vermijden. Als de financiering in een andere valuta gebeurt, zonder enige compenserende balanspositie, dekken de entiteiten het valutarisico af door middel van derivaten (cross-currency interest-rate swaps of termijnwisselcontracten). Obligatieleningen, commercial paper en schulden tegenover kredietinstellingen zijn niet gewaarborgd, met uitzondering van een factoring-programma dat opgezet is met KBC en BNP Paribas Fortis per 31 december 2017. In 2018 werd dit factoring-programma gewijzigd naar een off-balance factoring-programma zonder verhaal voor de factor met als gevolg dat de verdisconteerde vorderingen aanleiding geven tot een daling van de financiële schuld.
Voor meer informatie over het beheer van financiële risico's verwijzen wij naar toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
De nettoschuld houdt geen rekening met het derivaat dat de in de converteerbare obligatielening besloten conversieoptie vertegenwoordigt (€ 0,2 miljoen tegenover € 17,6 miljoen in 2017) (zie toelichting 6.18. 'Overige verplichtingen op meer dan een jaar'). De volgende tabel geeft een overzicht van de berekening van de nettoschuld.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Rentedragende schulden op meer dan een jaar | 1 180 347 | 686 665 |
| Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar | 454 401 | 942 041 |
| Totaal financiële schulden | 1 634 748 | 1 628 705 |
| Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar | -6 259 | -7 332 |
| Leningen op ten hoogste een jaar | -8 447 | -20 186 |
| Geldbeleggingen | -50 406 | -50 036 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | -418 779 | -398 273 |
| Nettoschuld | 1 150 857 | 1 152 878 |
Om tegemoet te komen aan de toelichtingsvereisten van IAS 7 'Het kasstroomoverzicht' toont deze sectie een overzicht van de wijzigingen in verplichtingen die ontstaan uit financieringsactiviteiten. De opdeling in langetermijnschulden en kortetermijnschulden is gebaseerd op de initiële looptijd van de schuld. In het geconsolideerd kasstroomoverzicht worden de kasstromen met betrekking tot rentedragende langetermijnschulden opgedeeld in inkomsten en aflossingen. Overnames en afstotingen hebben in 2017 betrekking op de verkoop van het meerderheidsbelang in de rubberversterkingsfabriek in Sumaré (Brazilië). In 2018 hebben de wijzigingen in financiële schuld hoofdzakelijk betrekking op de conversie van de aandeelhouderslening in kapitaal voor € -52,6 miljoen (zie toelichting 6.14. 'Minderheidsbelangen'), opgelopen rente uit afschrijvingen op verplichtingen via de effectieverentemethode, en het effect van een aangepaste regelgeving voor het verwerken van een wijziging of uitwisseling van schuld onder IFRS 9 (€ 2,6 miljoen). Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden omvatten swaps en opties die zorgen voor een (economische) afdekking van renterisico's, zie toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'. De overige wijzigingen in 2017 hebben betrekking op opgelopen rente uit afschrijvingen op verplichtingen via de effectieverentemethode, en herclassificeringen.
Financiële schulden
in duizend €
Converteerbare
Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden
Overige verplichtingen uit financieringsactiviteiten Put-opties op minderheids-
Totaal verplichtingen uit
1
31 december.
Cross-currency interest-rate
| Niet-kasstromen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2017 |
Kasstromen | Overnames en afstotingen |
Gecumuleerde omrekenings verschillen |
Reëlewaarde wijzigingen |
Overige wijzigingen |
Per 31 december 2017 |
| 1 179 663 | 149 445 | 406 | -19 926 | - | 23 039 | 1 332 628 1 |
| 3 855 | -629 | - | -334 | - | 254 | 3 146 |
| 502 353 | 150 075 | 406 | -19 592 | - | 14 262 | 647 503 |
| 342 504 | - | - | - | - | -1 890 | 340 614 |
| 330 951 | - | - | - | - | 10 413 | 341 364 |
| 279 562 | 69 629 | 2 | -29 874 | - | -17 199 | 302 121 |
| 1 459 225 | 219 074 | 408 | -49 800 | - | 5 840 | 1 634 748 |
| 436 | - | - | - | 4 | - | 440 |
| -4 905 | ||||||
| 19 | - | - | - | 5 | - | 24 |
| 8 846 | - | - | - | 287 | - | 9 133 |
| 35 207 | - | - | - | -17 662 | - | 17 545 |
| 1 509 435 | 219 090 | 408 | -49 820 | -27 967 | 5 840 | 1 656 986 |
| 5 702 | 15 | - | -20 | -10 602 | - |
Overnames en afstotingen
Langetermijnschulden 1 332 628 59 576 - -407 - -19 037 1 372 759 1 Financiële leasing 3 146 -683 - -75 - 275 2 664 Kredietinstellingen 647 503 160 259 - -332 - -31 969 775 461 Obligatieleningen 340 614 -100 000 - - - - 240 614
obligatieleningen 341 364 - - - - 12 656 354 021 Kortetermijnschulden 302 121 -62 590 -32 16 448 - - 255 946 Totaal financiële schulden 1 634 748 -3 014 -32 16 041 - -19 037 1 628 705
Interest-rate swaps 440 - - - -440 - -
swaps -4 905 - - -32 5 459 - 522 Renteopties 24 - - - -24 - -
belangen 9 133 - - - 1 900 - 11 033 Conversiederivaat 17 545 - - - -17 325 - 220
financieringsactiviteiten 1 656 986 -3 014 -32 16 009 -10 431 -19 037 1 640 480
Inclusief het deel van de schulden op meer dan een jaar dat binnen het jaar vervalt, nl. € 152,3 miljoen per 1 januari en € 686,1 miljoen per
Gecumuleerde omrekeningsverschillen
Niet-kasstromen
Reëlewaardewijzigingen
Overige wijzigingen
Per 31 december 2018
1 Inclusief het deel van de schulden op meer dan een jaar dat binnen het jaar vervalt, nl. € 18,4 miljoen per 1 januari en € 152,3 miljoen per 31 december.
2018 Kasstromen
Per 1 januari
| in duizend € | Per 1 januari 2018 |
Kasstromen | Overnames en afstotingen |
Gecumuleerde omrekenings verschillen |
Reëlewaarde wijzigingen |
Overige wijzigingen |
Per 31 december 2018 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële schulden | |||||||
| Langetermijnschulden | 1 332 628 | 59 576 | - | -407 | - | -19 037 | 1 372 759 1 |
| Financiële leasing | 3 146 | -683 | - | -75 | - | 275 | 2 664 |
| Kredietinstellingen | 647 503 | 160 259 | - | -332 | - | -31 969 | 775 461 |
| Obligatieleningen | 340 614 | -100 000 | - | - | - | - | 240 614 |
| Converteerbare obligatieleningen |
341 364 | - | - | - | - | 12 656 | 354 021 |
| Kortetermijnschulden | 302 121 | -62 590 | -32 | 16 448 | - | - | 255 946 |
| Totaal financiële schulden | 1 634 748 | -3 014 | -32 | 16 041 | - | -19 037 | 1 628 705 |
| Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden |
|||||||
| Interest-rate swaps | 440 | - | - | - | -440 | - | - |
| Cross-currency interest-rate swaps |
-4 905 | - | - | -32 | 5 459 | - | 522 |
| Renteopties | 24 | - | - | - | -24 | - | - |
| Overige verplichtingen uit financieringsactiviteiten |
|||||||
| Put-opties op minderheids | |||||||
| belangen | 9 133 | - | - | - | 1 900 | - | 11 033 |
| Conversiederivaat | 17 545 | - | - | - | -17 325 | - | 220 |
| Totaal verplichtingen uit financieringsactiviteiten |
1 656 986 | -3 014 | -32 | 16 009 | -10 431 | -19 037 | 1 640 480 |
Overnames en afstotingen
Per 1 januari
2017 Kasstromen
Langetermijnschulden 1 179 663 149 445 406 -19 926 - 23 039 1 332 628 1 Financiële leasing 3 855 -629 - -334 - 254 3 146 Kredietinstellingen 502 353 150 075 406 -19 592 - 14 262 647 503 Obligatieleningen 342 504 - - - - -1 890 340 614
obligatieleningen 330 951 - - - - 10 413 341 364 Kortetermijnschulden 279 562 69 629 2 -29 874 - -17 199 302 121 Totaal financiële schulden 1 459 225 219 074 408 -49 800 - 5 840 1 634 748
Interest-rate swaps 436 - - - 4 - 440
swaps 5 702 15 - -20 -10 602 - -4 905 Renteopties 19 - - - 5 - 24
belangen 8 846 - - - 287 - 9 133 Conversiederivaat 35 207 - - - -17 662 - 17 545
financieringsactiviteiten 1 509 435 219 090 408 -49 820 -27 967 5 840 1 656 986
Inclusief het deel van de schulden op meer dan een jaar dat binnen het jaar vervalt, nl. € 18,4 miljoen per 1 januari en € 152,3 miljoen per
Financiële schulden
in duizend €
Converteerbare
Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden
Overige verplichtingen uit financieringsactiviteiten Put-opties op minderheids-
Totaal verplichtingen uit
1
31 december.
Cross-currency interest-rate
Gecumuleerde omrekeningsverschillen
Niet-kasstromen
Niet-kasstromen
Reëlewaardewijzigingen
Overige wijzigingen
Per 31 december 2017
1 Inclusief het deel van de schulden op meer dan een jaar dat binnen het jaar vervalt, nl. € 152,3 miljoen per 1 januari en € 686,1 miljoen per 31 december.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Overige schulden op meer dan een jaar | 153 | 149 |
| Derivaten (zie toelichting 7.3.) | 17 835 | 220 |
| Put -opties op minderheidsbelangen (zie toelichting 7.3.) | 9 133 | 11 033 |
| Totaal | 27 121 | 11 402 |
De derivaten hebben betrekking op het financieel instrument (€ 0,2 miljoen (2017: € 17,6 miljoen)) dat besloten zit in de converteerbare obligatie (zie toelichting 6.17. 'Rentedragende schulden' en 7.3. 'Beheer van risico's en derivaten').
De put-optie (€ 11,0 miljoen (2017: € 9,1 miljoen)) is voor een minderheidsbelang in een deelneming. Het bedrag van 2017 werd van derivaten verplaatst naar put-opties op minderheidsbelangen.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Overige verplichtingen | 10 394 | 10 355 |
| Derivaten (zie toelichting 7.3.) | 6 525 | 4 734 |
| Ontvangen voorschotten | 10 746 | 11 259 |
| Overige belastingen | 26 312 | 28 841 |
| Overlopende rekeningen (passief) | 8 406 | 7 445 |
| Totaal | 62 382 | 62 634 |
De derivaten bevatten termijnwisselcontracten (€ 1,5 miljoen (2017: € 6,5 miljoen)) and CCIRSs (€ 3,2 miljoen). Overige belastingen hebben in hoofdzaak betrekking op BTW, afhoudingen op lonen en wedden en andere niet-winstgebaseerde belastingen.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belastingvorderingen, belastingschulden en onzekere belastingposities opgenomen op balansdatum. De belastingvorderingen en -schulden bevatten zowel inkomstenbelastingen als BTW en overige belastingen.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Belastingvorderingen | 106 682 | 114 412 |
| Vaststaande belastingschulden | 35 502 | 35 464 |
| Onzekere belastingposities | 65 350 | 64 687 |
| 2017 in duizend € |
2018 |
|---|---|
| 318 062 EBIT |
146 880 |
| 191 541 Posten zonder kasstroomeffect opnieuw bijgeteld bij EBIT |
239 624 |
| 509 603 EBITDA |
386 504 |
| -153 304 Overige brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten |
-107 956 |
| 356 299 Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten |
278 548 |
| Wijzigingen in operationeel werkkapitaal 1 -109 544 |
-28 948 |
| -2 609 Overige bedrijfskasstromen |
-5 880 |
| 244 146 Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten |
243 720 |
| -209 246 Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten |
-102 375 |
| 30 171 Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten |
-157 293 |
| 65 071 Toename of afname in geldmiddelen en kasequivalenten |
-15 948 |
1 De waarde voor 2018 verschilt van de organische toename gerapporteerd in toelichting 6.7. 'Operationeel werkkapitaal' door een herklassificatie van € 17,6 miljoen voor handelsvorderingen gerelateerd aan investeringen in materiële vaste activa op jaareinde.
Het overzicht van de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten is opgesteld volgens de indirecte methode, terwijl de directe methode gevolgd werd voor de kasstromen uit andere activiteiten. De directe methode is gericht op het classificeren van brutokasinstromen en brutokasuitstromen per categorie.
| Details van geselecteerde bedrijfskasstromen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in bedrijfsresultaat (EBIT) | ||
| Afschrijvingen en waardeverminderingen 1 | 194 952 | 218 173 |
| Bijzondere waardeverminderingen op activa | -3 411 | 21 451 |
| Posten zonder kasstroomeffect opnieuw bijgeteld bij EBIT | 191 541 | 239 624 |
| Winst (-) of verlies op weerhouden belangen in afgestoten activiteiten | -14 552 | - |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen: aanleg / terugname (-) van | ||
| ongebruikte bedragen | 13 318 | 10 543 |
| Overige voorzieningen: aanleg / terugname (-) van ongebruikte bedragen | -10 740 | 10 814 |
| CTA overgeboekt naar resultaat bij afgestoten activiteiten | 6 895 | 599 |
| In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde | ||
| betalingen | 5 126 | 6 692 |
| Overige posten zonder kasstroomeffect verwerkt in bedrijfsresultaat (EBIT) | 47 | 28 648 |
| Totaal | 191 588 | 268 272 |
| Investeringsposten verwerkt in bedrijfsresultaat (EBIT) | ||
| Winst (-) of verlies bij verkoop van activiteiten | -18 149 | -1 478 |
| Winst (-) of verlies bij verkoop van immateriële en materiële vaste activa | 1 955 | -29 783 |
| Totaal | -16 194 | -31 261 |
| Terugname gebruikte bedragen op voorzieningen voor personeelsbeloningen en | ||
| overige voorzieningen | ||
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen: gebruikte bedragen | -35 528 | -28 346 |
| Overige voorzieningen: gebruikte bedragen | -14 570 | -8 025 |
| Totaal | -50 098 | -36 371 |
| Betaalde winstbelastingen | ||
| Verschuldigde winstbelastingen | -69 286 | -65 536 |
| Toename of afname (-) in nettoverplichtingen m.b.t. winstbelastingen | -17 773 | -3 436 |
| Totaal | -87 059 | -68 972 |
| Overige bedrijfskasstromen | ||
| Bewegingen in overige vlottende activa en verplichtingen op ten hoogste een jaar | -2 101 | -3 551 |
| Overige | -508 | -2 329 |
| Totaal | -2 609 | -5 880 |
1 Inclusief € -11,3 miljoen (2017: € -8,6 miljoen) afwaarderingen / (terugnames van afwaarderingen) op voorraden en handelsvorderingen (zie toelichting 6.7. 'Operationeel werkkapitaal').
Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten daalden met € 77,8 miljoen als gevolg van betere operationele prestaties (€ -123,1 miljoen EBITDA) en lagere investeringsposten (€ -15,1 miljoen), teniet gedaan door lagere kasuitstromen voor winstbelastingen (€ +18,1 miljoen), hogere toevoegingen voor overige posten zonder kasstroomeffect (€ 28,6 miljoen, voornamelijk voorzieningen en effecten van de afstoting van Sumaré in 2017) en afgenomen uitgaven op voorzieningen (€ 13,7 miljoen). De winst op weerhouden belangen in afgestoten activiteiten in 2017 heeft betrekking op het verlies van zeggenschap in de rubberversterkingsfabriek in Sumaré (Brazilië).
Investeringsposten (€ 31,3 miljoen) bevatten in 2018 (1) de inkomsten uit de afstoting van de droogsysteem-activiteiten en (2) winsten en verliezen op de verkoop van activa in hoofdzaak gerelateerd aan de verkoop van eigendommen als onderdeel van de sluiting van de Huizhou fabriek (China) en de Shah Alam fabriek (Maleisië).
Toenames in werkkapitaal gevoed door omzetstijgingen zorgden voor kasuitstromen ten belope van € -28,9 miljoen in 2018 (2017: € -109.5 miljoen) (zie organische toename in toelichting 6.7. 'Operationeel werkkapitaal'). Overige bedrijfskasstromen hebben voornamelijk te maken met verschuivingen in overige vorderingen en verplichtingen die niet vervat zitten in het werkkapitaal en geen verband houden met investerings- of financieringsactiviteiten.
Betaalde winstbelastingen waren € 18,1 miljoen lager dan in 2017. Er werden voonamelijk minder belastingen betaald in China (€ 6,2 miljoen), Brazilië (€ 5,7 miljoen), Spanje (€ 4,6 miljoen), Indonesië (€ 3,4 miljoen), Peru (€ 3,1 miljoen), Tsjechië (€ 2,3 miljoen) en Nederland (€ 2,2 miljoen), terwijl er meer belastingen betaald werden in China (€ -6,8 miljoen).
De ontvangen netto-vergoeding voor de verkoop van de droogsysteem-activiteiten wordt weergegeven in 'Inkomsten uit verkoop van deelnemingen' (zie toelichting 7.2. 'Effect van afgestoten activiteiten'). (2017: onvangen netto-vergoeding voor de verkoop van de rubberversterkingsfabriek in Sumaré (Brazilië). Kasuitstromen van investeringen in materiële vaste activa namen af van € 272,7 miljoen in 2017 naar € 181,3 miljoen in 2018.
De volgende tabel verschaft meer details in verband met welbepaalde investeringskasstromen:
| Details van geselecteerde investeringskasstromen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Overige portfolio-investeringen | ||
| Overige investeringen | -342 | -411 |
| Totaal | -342 | -411 |
| Inkomsten uit verkoop van vaste activa | ||
| Inkomsten uit verkoop van immateriële activa | 148 | 24 297 |
| Inkomsten uit verkoop van materiële vaste activa | 1 256 | 31 791 |
| Totaal | 1 404 | 56 088 |
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa hebben betrekking op de verkoop van (1) rechten om gronden te gebruiken en (2) gebouwen en uitrusting bij de sluiting van de Huizhou fabriek (China) en de Shah Alam fabriek (Maleisië).
Nieuwe rentedragende langetermijnschulden (€ 468,4 miljoen) slaan vooral op financieringstransacties in België en China (2017: € 179,3 miljoen, voornamelijk in België, China en Chili). Aflossing van rentedragende langetermijnschulden (€ -408,8 miljoen) hield voornamelijk verband met de BBRG financiering (€ -258,3 miljoen), leningen in China (€ -41,2 miljoen), in België (€ -100,0 miljoen), in Chili (€ -4,2 miljoen) en in Australië (€ -3,5 miljoen). De terugbetalingen van de rentedragende langetermijnschulden in 2017 (€ -29,8 miljoen) betroffen hoofdzakelijk de BBRG financiering (€ -12,3 miljoen), leningen in China (€ -8,4 miljoen) en Turkije (€ -6,0 miljoen). Kasuitstromen uit kortetermijnschulden beliepen € 62,6 miljoen in 2018, terwijl er in 2017 een stijging was (€ 69,6 miljoen) van kortertermijnschulden. Voor een overzicht van de bewegingen in verplichtingen die ontstaan uit financieringsactiviteiten, zie toelichting 6.17. 'Rentedragende schulden'.
Transacties in eigen aandelen in 2018 (€ -11,3 miljoen tegenover € 4,0 miljoen in 2017) omvatten terugkopen van aandelen (€ -13,0 miljoen tegenover € -6,3 miljoen in 2017) en inkomsten uit de uitoefening van aandelenopties (€ 1,7 miljoen tegenover € 10,3 miljoen in 2017).
In 2017, 'Verkopen en aankopen van minderheidsbelangen' betreffen hoofdzakelijk de betaalde netto-vergoeding (€ 17,0 miljoen) voor de aankoop van het 50% minderheidsbelang in Bekaert (Chongqing) Steelcord Co Ltd. Dit jaar (€ -7,4 miljoen) is dit bijna uitsluitend de aankoop van het minderheidsbelang in de BBRG entiteiten.
De volgende tabel verschaft meer details in verband met welbepaalde financieringskasstromen:
| Details van geselecteerde financieringskasstromen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Overige financieringsstromen | ||
| Nieuwe aandelen uitgegeven voor uitgeoefende warrants | 762 | 576 |
| Bijdrage van minderheidsaandeelhouders in kapitaalverhogingen | 9 870 | 205 |
| Toename (-) of afname van kort- en langlopende leningen en financiële vorderingen | 9 097 | -2 313 |
| Toename (-) of afname van financiële activa op ten hoogste een jaar | -45 218 | 365 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten | -3 427 | -9 067 |
| Totaal | -28 916 | -10 234 |
Ontvangsten uit overige financieringskasstromen waren het gevolg van kapitaalverhogingen in de moedervennootschap (€ 0,6 miljoen tegenover € 0,8 miljoen in 2017), geringe kapitaalinjecties door de minderheidsaandeelhouders (2017: kapitaalinjecties door de Chinese partner in Bekaert (Jining) Steelcord Co Ltd) en netto-ontvangsten uit leningen en financiële vorderingen (€ -2,3 miljoen tegenover € 9,1 miljoen in 2017). Nettobeleggingen in kortetermijndeposito's bedroegen € 0,4 miljoen (2017: nettoverkopen van € 45,2 miljoen). Overige financiële opbrengsten en lasten omvatten in hoofdzaak belastingen en bankkosten op financiële transacties (€ -7,7 miljoen tegenover € -2,9 miljoen in 2017).
Op 9 juli 2018 sloten Bekaert en Argynnis Group AB (Zweden) een overeenkomst voor de verkoop van alle aandelen van Solaronics SA aan Argynnis. De transactie betreft de productiefaciliteit in Armentières (Frankrijk) en een internationaal verkoop- en servicenetwerk. Een diepgaande analyse leerde dat verdere potentiële groei van de droogsysteem-activiteiten het beste verzekerd kan worden door deze toe te vertrouwen aan een organisatie die de competenties van twee complementaire industriespelers combineert.
De desinvestering van de droogsysteem-activiteiten is een bevestiging van Bekaerts strategische focus op staaldraadtransformatie en deklaagtechnologieën, zijnde de kerncompetenties van de Groep.
De omzet van de Solaronics fabriek bedroeg € 5,9 miljoen over de eerste jaarhelft van 2018, goed voor een nettoresultaat ongeveer gelijk aan nul. De winst bij de verkoop van de activiteiten bedroeg € 1,2 miljoen, opgenomen in eenmalige elementen, en omvat een verlies van € 0,3 miljoen op de overboeking van gecumuleerde omrekeningsverschillen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de afgestoten netto-activa, het resultaat op de transactie en de inkomsten uit de verkoop van de deelneming, zoals getoond in het geconsolideerd kasstroomoverzicht.
| in duizend € | Totaal afstotingen |
|---|---|
| Immateriële vaste activa | 54 |
| Materiële vaste activa | 401 |
| Overige vaste activa | 141 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 409 |
| Voorraden | 3 027 |
| Handelsvorderingen | 3 112 |
| Betaalde voorschotten | 102 |
| Overige vorderingen | 733 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 4 |
| Overige vlottende activa | 56 |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen | -518 |
| Overige voorzieningen | -331 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 75 |
| Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar | -1 177 |
| Handelsschulden | -1 302 |
| Ontvangen voorschotten | -1 033 |
| Personeelsbeloningen op ten hoogste een jaar | -1 279 |
| Overige voorzieningen op ten hoogste een jaar | -258 |
| Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar | -48 |
| Totaal afgestoten nettoactiva | 2 168 |
| Winst of verlies (-) bij verkoop van activiteiten | 1 161 |
| CTA overgeboekt naar resultaat bij verkoop (zonder | |
| kasstroomeffect) | 317 |
| Afgestane geldmiddelen | -4 |
| Uitgestelde betalingen | -807 |
| Inkomsten uit verkoop van deelnemingen | 2 835 |
De Groep is blootgesteld aan risico's als gevolg van bewegingen in wisselkoersen, rentevoeten en marktprijzen die haar activa en verplichtingen beïnvloeden. Het financieel risicobeheer van de Groep heeft tot doel om de effecten van deze marktrisico's als gevolg van haar operationele en financiële activiteiten te beperken. Naargelang het ingeschatte risico worden daartoe welbepaalde derivaten als afdekkingsinstrumenten ingezet. De Groep dekt voornamelijk risico's af die de kasstromen beïnvloeden. Derivaten worden enkel gebruikt als afdekkingsinstrument en niet voor handels- of speculatieve doeleinden. Om het kredietrisico te beperken, worden afdekkingstransacties over het algemeen enkel aangegaan met financiële instellingen die tenminste een A-kredietscore hebben.
De richtlijnen en principes van het financieel risicobeheer van Bekaert worden vastgelegd door het Audit en Finance Comité en gecontroleerd door de Raad van Bestuur van de Groep. De Groepsdienst Thesaurie is verantwoordelijk voor de implementatie van het financieel risicobeleid. Dit houdt in dat gepaste richtlijnen worden gedefinieerd en effectieve controle- en verslaggevingsprocedures worden opgezet. Het Audit en Finance Comité wordt geregeld geïnformeerd over de blootstelling aan valuta- en renterisico's.
Het valutarisico van de Groep kan opgedeeld worden in twee categorieën: valutatranslatierisico en valutatransactierisico.
Een valutatranslatierisico ontstaat wanneer de financiële gegevens van buitenlandse dochterondernemingen omgezet worden naar de presentatievaluta van de Groep, de euro. De voornaamste valuta's zijn de Chinese renminbi, de US dollar, de Tsjechische kroon, de Braziliaanse real, de Chileense peso, de Russische roebel, de Indische roepie en de pond sterling. Aangezien er geen kasstroomeffect is, dekt de Groep dit risico gewoonlijk niet af.
De Groep is blootgesteld aan valutatransactierisico's die voortvloeien uit haar investerings-, financierings- en bedrijfsactiviteiten.
Valutarisico's op het vlak van investeringen ontstaan uit de overname of de verkoop van deelnemingen in buitenlandse vennootschappen, en soms ook uit te ontvangen dividenden vanuit buitenlandse deelnemingen. Indien materieel geacht, worden deze risico's afgedekt door middel van termijnwisselcontracten.
Valutarisico's op het vlak van financiering ontstaan uit financiële verplichtingen in vreemde valuta's. De Groepsdienst Thesaurie dekt deze risico's af en maakt hiervoor gebruik van cross-currency interest-rate swaps en termijnwisselcontracten om financiële verplichtingen in vreemde valuta's om te zetten naar de functionele valuta van de betrokken entiteit. Op de verslagdatum bestonden de verplichtingen in vreemde valuta waarvoor het valutarisico werd afgedekt voornamelijk uit intragroepsleningen in euro en US dollar.
Valutarisico's in het kader van bedrijfsactiviteiten vloeien voort uit commerciële activiteiten met aan- en verkopen in vreemde valuta, alsook betalingen en ontvangsten van royalty's. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om het valutarisico op de verwachte kasinstromen en kasuitstromen voor de volgende drie maanden te beperken. Belangrijke blootstellingen en vaststaande toezeggingen buiten dit tijdskader kunnen ook afgedekt worden.
De redelijkerwijs mogelijke schommelingen die gebruikt worden in deze berekening, zijn gebaseerd op de volatiliteit op jaarbasis met betrekking tot de dagelijkse wisselkoersbewegingen gedurende de verslagperiode, met een betrouwbaarheidsinterval van 95%.
Volgende tabel geeft een samenvatting van de nettoposities van de Groep voor de belangrijkste valutaparen met betrekking tot bedrijfs-, investerings- en financiële vorderingen en schulden in vreemde valuta op de verslagdatum. De nettoposities van de valuta zijn vóór eliminaties van intragroepsverrichtingen. Een positief bedrag betekent dat de Groep een nettovordering heeft in de eerste valuta. In de tabel vertegenwoordigt de kolom 'Totaal risico' de balanspositie, terwijl de kolom 'Totaal derivaten' alle derivaten omvat ter afdekking van zowel de balanspositie als de verwachte transacties.
| Valutapaar - 2018 | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Totaal risico | Totaal derivaten | Nettopositie |
| AUD/USD | 4 555 | -3 262 | 1 293 |
| CZK/EUR | 10 569 | -6 906 | 3 663 |
| EUR/BRL | -15 031 | - | -15 031 |
| EUR/CNY | -117 627 | 42 191 | -75 436 |
| EUR/GBP | -17 789 | 9 019 | -8 770 |
| EUR/INR | -31 591 | 18 254 | -13 337 |
| EUR/MYR | -15 524 | 15 000 | -524 |
| EUR/RON | -48 369 | 4 787 | -43 582 |
| EUR/USD | 4 882 | - | 4 882 |
| HKD/EUR | -7 355 | - | -7 355 |
| IDR/USD | 11 206 | - | 11 206 |
| JPY/CNY | 6 810 | -2 010 | 4 800 |
| JPY/EUR | 2 734 | -2 401 | 334 |
| NOK/GBP | 5 817 | - | 5 817 |
| NZD/USD | -9 687 | -778 | -10 465 |
| RUB/EUR | 28 314 | -28 307 | 7 |
| TRY/EUR | 18 885 | - | 18 885 |
| USD/BRL | -14 105 | - | -14 105 |
| USD/CLP | 7 460 | - | 7 460 |
| USD/CNY | -87 148 | 117 106 | 29 958 |
| USD/COP | -15 393 | 21 607 | 6 213 |
| USD/EUR | 358 915 | -311 637 | 47 278 |
| USD/GBP | 82 347 | - | 82 347 |
| USD/INR | -79 818 | - | -79 818 |
| in duizend € | Totaal risico | Totaal derivaten | Nettopositie |
|---|---|---|---|
| AUD/USD | 9 200 | -3 579 | 5 621 |
| CZK/EUR | 5 220 | -666 | 4 554 |
| EUR/BRL | -13 726 | - | -13 726 |
| EUR/CAD | -6 907 | 13 | -6 894 |
| EUR/CNY | -69 459 | 33 310 | -36 149 |
| EUR/GBP | -12 990 | -2 870 | -15 860 |
| EUR/MYR | -18 544 | - | -18 544 |
| EUR/RON | -25 120 | 19 320 | -5 801 |
| EUR/USD | -5 952 | - | -5 952 |
| HKD/EUR | -6 720 | - | -6 720 |
| IDR/USD | 8 609 | - | 8 609 |
| JPY/CNY | 4 514 | -741 | 3 774 |
| JPY/EUR | -84 | -1 668 | -1 752 |
| NOK/GBP | 3 670 | - | 3 670 |
| NZD/USD | -10 110 | -839 | -10 949 |
| RUB/EUR | 27 902 | -24 499 | 3 403 |
| TRY/EUR | 15 992 | - | 15 992 |
| USD/BRL | -10 416 | - | -10 416 |
| USD/CAD | 230 | - | 230 |
| USD/CLP | 7 738 | - | 7 738 |
| USD/CNY | -70 962 | 93 473 | 22 512 |
| USD/COP | -11 634 | 15 739 | 4 105 |
| USD/EUR | 248 150 | -219 010 | 29 140 |
| USD/GBP | 87 698 | -3 550 | 84 148 |
| USD/INR | -84 082 | 52 265 | -31 817 |
| USD/PEN | 4 269 | - | 4 269 |
| USD/SGD | -21 807 | - | -21 807 |
Indien de valuta's verzwakt of versterkt waren met de redelijkerwijs mogelijke procenten en indien alle andere variabelen constant gebleven waren, zou het perioderesultaat vóór belastingen € 3,7 miljoen (2017: € 3,8 miljoen) lager respectievelijk hoger geweest zijn.
Per 31 december 2018 maakt de Groep geen gebruik meer van hedge accounting. Het beperkt aantal kasstroomafdekkingen in Bridon International Ltd (VK) zijn vervallen. Als gevolg is er geen impact meer van een verzwakte/versterkte GBP op de afdekkingsreserve op jaareinde 2018 (2017: € 0,9 miljoen).
De Groep is onderworpen aan renterisico en dit voornamelijk op schulden in US dollar, Chinese renminbi en euro. Om het effect van rentevoetfluctuaties in de betrokken regio's te minimaliseren, wordt het renterisico op de nettoschuld uitgedrukt in deze valuta's afzonderlijk beheerd. De volgende algemene richtlijnen worden toegepast om het renterisico af te dekken:
De Groepsdienst Thesaurie gebruikt interest-rate swaps en cross-currency interest-rate swaps om ervoor te zorgen dat de vaste/ variabele renteverhouding van langlopende schulden binnen de limieten blijft.
Het volgende overzicht toont de gewogen gemiddelde rentevoeten, inclusief het effect van swaps, op balansdatum.
De converteerbare obligatielening wordt aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode wat resulteert in de spreiding van de conversieoptie en de transactiekosten over de duur van de verplichting via de rentelasten. Bijgevolg zullen de effectieve rentelasten hoger zijn dan de nominale rentelasten.
| Lange termijn | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | Korte | |||
| 2018 | rentevoet | rentevoet | Totaal | termijn | Totaal |
| US dollar | 4,20% | 3,36% | 3,50% | 3,26% | 3,29% |
| Chinese renminbi | - | 4,63% | 4,63% | 4,56% | 4,62% |
| Euro | 1,76% | 1,03% | 1,72% | 0,41% | 1,30% |
| Overige | 8,52% | - | 8,52% | 4,92% | 5,63% |
| Totaal | 2,02% | 2,85% | 2,12% | 2,16% | 2,14% |
| Lange termijn | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | Korte | |||
| 2017 | rentevoet | rentevoet | Totaal | termijn | Totaal |
| US dollar | 9,26% | 4,72% | 5,64% | 3,00% | 3,72% |
| Chinese renminbi | 6,00% | 4,71% | 5,34% | 4,57% | 4,82% |
| Euro | 2,60% | 6,23% | 3,20% | 2,44% | 3,19% |
| Overige | 8,54% | - | 8,54% | 4,10% | 5,59% |
| Totaal | 3,12% | 5,63% | 3,71% | 2,99% | 3,57% |
Rentegevoeligheid van de financiële schuld
Zoals vermeld in toelichting 6.17. 'Rentedragende schulden' bedroeg de totale financiële schuld van de Groep € 1 628,7 miljoen op 31 december 2018 (2017: € 1 634,8 miljoen). De volgende tabel toont het valuta- en renteprofiel, d.i. de procentuele verdeling van de totale financiële schuld per valuta en per type van rentevoet (vast, vlottend), inclusief het effect van swaps.
| Valuta- en renteprofiel | Lange termijn | Korte termijn | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | vlottende | |||
| 2018 | rentevoet | rentevoet | rentevoet | Totaal | |
| US dollar | 0,50% | 2,60% | 17,70% | 20,80% | |
| Chinese renminbi | - | 1,40% | 0,40% | 1,80% | |
| Euro | 44,30% | 2,20% | 22,50% | 69,00% | |
| Overige | 1,60% | - | 6,80% | 8,40% | |
| Totaal | 46,40% | 6,20% | 47,40% | 100,00% |
| Valuta- en renteprofiel | Lange termijn | |||
|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | vlottende | ||
| 2017 | rentevoet | rentevoet | rentevoet | Totaal |
| US dollar | 1,30% | 5,40% | 18,20% | 24,90% |
| Chinese renminbi | 0,60% | 0,70% | 2,90% | 4,20% |
| Euro | 52,60% | 10,30% | 0,50% | 63,40% |
| Overige | 2,60% | - | 4,90% | 7,50% |
| Totaal | 57,10% | 16,40% | 26,50% | 100,00% |
De volgende tabel toont voor de belangrijkste valuta's de redelijkerwijs mogelijke schommelingen met een 95%-betrouwbaarheidsinterval; de cijfers zijn gebaseerd op de volatiliteit op jaarbasis van de dagelijkse noteringen van de Interbank Offered Rate op 3 maanden in 2018 en 2017.
| Rentevoet per | Redelijkerwijs mogelijke | |
|---|---|---|
| Valuta | 31 dec 2018 | schommelingen (+/-) |
| Chinese renminbi 1 | 2,72% | 0,45% |
| Euro | 0,00% | 0,00% |
| US dollar | 2,80% | 0,27% |
| Rentevoet per | Redelijkerwijs mogelijke | |
|---|---|---|
| Valuta | 31 dec 2017 | schommelingen (+/-) |
| Chinese renminbi 1 | 4,25% | 0,70% |
| Euro | 0,00% | 0,00% |
| US dollar | 1,69% | 0,17% |
1 Voor de Chinese renminbi werd de PBOC-referentievoet voor leningen op hoogstens 6 maand genomen.
Indien we de geschatte mogelijke renteschommelingen toepassen op de schuld met vlottende rentevoet – in de veronderstelling dat alle andere variabelen constant bleven – zou het perioderesultaat vóór belastingen € 1,6 miljoen (2017: € 2,3 miljoen) hoger/ lager geweest zijn. Aangezien de EURIBOR negatief was en Bekaert een 0% floor in voege heeft, gaan rederlijkerwijs mogelijke schommelingen van de EURIBOR geen effect genereren.
De Groep maakt geen gebruik van hedge accounting per 31 december 2018 (2017: ook niet). Er werd dan ook geen sensitiviteitsanalyse uitgevoerd.
De Groep is blootgesteld aan kredietrisico's ten gevolge van haar bedrijfsactiviteiten en bepaalde financieringsactiviteiten. In het kader van haar bedrijfsactiviteiten heeft de Groep een kredietbeleid opgezet dat rekening houdt met het risicoprofiel van de klanten in functie van het marktsegment waartoe zij behoren. Op basis van hun activiteitenplatform, productsegment en regio wordt het kredietrisico van de klanten geanalyseerd en wordt beslist om het kredietrisico af te dekken. De blootstelling aan kredietrisico's wordt continu opgevolgd en de kredietwaardigheid van alle klanten wordt geregeld geëvalueerd. Omwille van het specifieke karakter van sommige staaldraadactiviteiten die slechts een beperkt aantal wereldwijd opererende klanten tellen, wordt het concentratierisico van dichtbij opgevolgd en wordt – overeenkomstig de kredietbeleidslijnen – indien nodig onmiddellijk actie ondernomen. Er dient geen enkele van de volgens IFRS 8 §34 vereiste toelichtingen in verband met individuele klanten (of groepen van klanten onder gezamenlijke zeggenschap) verstrekt, aangezien geen enkele klant van de Groep instaat voor meer dan 10% van de omzet. Op 31 december 2018 was 47,4% (2017: 64,5%) van het kredietrisico afgedekt door kredietverzekeringspolissen en handelsfinancierings-instrumenten. In het kader van financieringsactiviteiten worden transacties in principe enkel afgesloten met tegenpartijen die minstens een A-kredietscore hebben. Daarbij worden kredietlimieten vastgelegd voor elke tegenpartij in functie van haar kredietwaardigheid. Dankzij deze aanpak acht de Groep de risico's bij staking van betaling door de tegenpartij beperkt, zowel wat bedrijfsactiviteiten als wat financieringsactiviteiten betreft.
Liquiditeitsrisico betekent het risico dat de Groep haar verplichtingen niet kan nakomen op de vervaldag omdat ze niet in staat is om activa te gelde te maken of de nodige kredieten te bekomen. Om de liquiditeit en de financiële flexibiliteit te allen tijde te garanderen, beschikt de Groep, naast de beschikbare geldmiddelen, over verscheidene kortlopende, niet-toegezegde kredietlijnen in de belangrijkste valuta's en voor bedragen die geacht worden toereikend te zijn voor de huidige en toekomstige financiële behoeften. Deze kredietfaciliteiten hebben meestal een gemengd karakter en kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor voorschotten, kaskredieten, acceptkredieten en verdisconteringen. De Groep heeft ook toegezegde kredietfaciliteiten ter beschikking voor een maximumbedrag van € 100 miljoen (2017: € 100 miljoen) tegen variabele rentevoeten met vaste marges. Op jaareinde was van deze kredietlijnen niets (2017: niets) opgenomen. Bovendien beschikt de Groep over een commercial paper & medium-term note program voor een bedrag van € 123,9 miljoen (2017: € 123,9 miljoen). Per jaareinde 2018, waren er geen uitstaande commercial paper notes (2017: nihil). Per jaareinde was er geen externe bankschuld onderworpen aan schuldconvenanten (2017: € 291 miljoen). De Groep heeft een gezamenlijk factoring-programma met BNP Paribas Fortis en KBC en heeft per 31 december 2018 verdisconteerde uitstaande vorderingen voor een totaal bedrag van € 73,9 miljoen (2017: nihil). In de loop van 2018 werd de factoring-overeenkomst gewijzigd waarbij Bekaert vrijwel alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom van een vordering overdraagt aan de factor. Als gevolg hiervan werden de gefactorde vorderingen per eind 2018 uitgeboekt, en leidt het factoring-programma niet langer tot de erkenning van een financiële schuld.
BBRG werd gedurende 2018 een groep van entiteiten in volle eigendom voor Bekaert. Op 12 oktober 2018 werd de schuld tegenover het bankensyndicaat en de revolving credit facility (RCF) volledig terugbetaald en vervangen door een overbruggingskrediet van € 310 miljoen, vrij van financiële convenanten, en niet langer als een afgeschermde (ring-fenced) schuldstructuur. BBRG is ingestapt in een afzonderlijk non-recourse factoring-programma met BNP Paribas Fortis in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Aangezien de banken binnen de factoring-overeenkomst geen recht op verhaal hebben, worden de vorderingen bij overdracht uitgeboekt.
Aangezien de Senior Facilities Agreement van BBRG werd terugbetaald, heeft BBRG geen verplichtingen meer tegenover het bankensyndicaat.
De volgende tabel toont de contractueel overeengekomen, niet-verdisconteerde kasuitstromen met betrekking tot financiële verplichtingen (inclusief financiële verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop). Enkel nettorentebetalingen en aflossingen van de hoofdsom zijn hierin vervat.
| 2018 | 2024 en | |||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | 2021-2023 | verder |
| Financiële verplichtingen - hoofdsom | ||||
| Handelsschulden | -773 751 | - | - | - |
| Overige verplichtingen | -21 614 | -150 | - | - |
| Rentedragende schulden | -942 041 | -163 964 | -422 953 | -125 727 |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -256 452 | -13 687 | - | - |
| Financiële verplichtingen - rente | ||||
| Handels- en overige schulden | - | - | - | - |
| Rentedragende schulden | -31 009 | -5 618 | -5 423 | -2 119 |
| Derivaten - netto afgewikkeld | - | - | - | - |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -7 123 | -1 514 | - | - |
| Totaal niet-verdisconteerde kasstromen | -2 031 989 | -184 933 | -428 376 | -127 846 |
| 2017 | 2023 en | |||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 | 2020-2022 | verder |
| Financiële verplichtingen - hoofdsom | ||||
| Handelsschulden | -665 196 | - | - | - |
| Overige verplichtingen | -21 139 | -153 | - | - |
| Rentedragende schulden | -454 401 | -303 959 | -756 982 | -180 652 |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -239 568 | -4 753 | -14 245 | - |
| Financiële verplichtingen - rente | ||||
| Handels- en overige schulden | - | - | - | - |
| Rentedragende schulden | -50 135 | -38 513 | -64 071 | -29 398 |
| Derivaten - netto afgewikkeld | 228 | 114 | - | - |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -5 748 | -2 093 | -1 576 | - |
| Totaal niet-verdisconteerde kasstromen | -1 435 959 | -349 357 | -836 874 | -210 050 |
Hierin zijn alle instrumenten begrepen die aangehouden werden op de balansdatum en waarvoor de betalingen reeds contractueel werden vastgelegd. Prognoses met betrekking tot toekomstige nieuwe verplichtingen zijn niet meegerekend. Bedragen in vreemde valuta werden omgerekend tegen de slotkoers op de balansdatum. Variabele rentebetalingen met betrekking tot financiële instrumenten werden berekend op basis van de toepasselijke termijnrentevoeten.
Alle financiële derivaten die de Groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of een verwacht risico. In functie van het verwachte effect op de winst-en-verliesrekening en als voldaan is aan de strikte criteria van IFRS 9, beslist de Groep geval per geval of hedge accounting zal toegepast worden. In de volgende secties worden de transacties beschreven waarvoor hedge accounting wordt toegepast en de transacties die niet in aanmerking komen voor hedge accounting, maar als een economische afdekking fungeren.
In 2017 heeft de Groep slechts in een beperkt aantal gevallen gebruik gemaakt van hedge accounting, met name in Bridon International Ltd (VK) waar het valutarisico gelinkt aan operationele kasstromen wordt afgedekt door termijnwisselcontracten aangemerkt als kasstroomafdekkingen. Deze kasstroomafdekkingen zijn vervallen in 2018.
Er waren geen reëlewaardeafdekkingen in 2018 en 2017.
Kasstroomafdekkingen
Alle kasstroomafdekkingen waren verlopen per 31 december 2018.
De Groep gebruikt ook financiële instrumenten die als economische afdekking fungeren, maar waarvoor geen hedge accounting wordt toegepast, ofwel omdat niet voldaan is aan de criteria die IFRS 9 'Financiële instrumenten' vooropstelt om in aanmerking te komen voor hedge accounting, ofwel omdat de Groep bewust besloten heeft om geen hedge accounting toe te passen. Deze derivaten worden verwerkt als afzonderlijke instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Het volgende overzicht presenteert de notionele bedragen van de derivaten volgens hun looptijd. Voor derivaten aangemerkt voor hedge accounting conform IFRS 9 wordt getoond of deze deel uitmaken van een reëlewaardeafdekking (FVH) of een kasstroomafdekking (CFH):
| 2018 in duizend € |
Vervallend binnen het jaar |
Vervallend over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar |
Vervallend over meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|
| Hedge accounting | |||
| Termijnwisselcontracten (CFH) | - | - | - |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | |||
| Termijnwisselcontracten | 252 776 | - | - |
| Interest-rate swaps | - | - | - |
| Cross-currency interest-rate swaps | 341 308 | 13 687 | - |
| Conversiederivaat | - | 380 000 | - |
| Totaal | 594 084 | 393 687 | - |
| Vervallend | |||
|---|---|---|---|
| Vervallend | over meer dan | Vervallend | |
| 2017 | binnen het | 1 en ten | over meer dan |
| in duizend € | jaar | hoogste 5 jaar | 5 jaar |
| Hedge accounting | |||
| Termijnwisselcontracten (CFH) | 12 386 | - | - |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | |||
| Termijnwisselcontracten | 226 441 | - | - |
| Interest-rate swaps | - | 60 869 | - |
| Cross-currency interest-rate swaps | 273 805 | 18 998 | - |
| Conversiederivaat | - | 380 000 | - |
| Totaal | 512 632 | 459 867 | - |
Het volgende overzicht vat de reële waarden van de verschillende derivaten samen. Voor derivaten aangemerkt voor hedge accounting conform IFRS 9, wordt getoond of deze deel uitmaken van een reëlewaardeafdekking (FVH) of een kasstroomafdekking (CFH):
| Reële waarde van korte- en langetermijnderivaten | Vorderingen | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 |
| Financiële instrumenten | ||||
| Hedge accounting | ||||
| Termijnwisselcontracten (CFH) | - | - | 468 | - |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | ||||
| Termijnwisselcontracten | 518 | 6 748 | 6 019 | 1 507 |
| Interest-rate swaps | 432 | - | - | - |
| Interest-rate caps | - | - | 24 | - |
| Cross-currency interest-rate swaps | 5 208 | 2 704 | 303 | 3 226 |
| Conversiederivaat | - | - | 17 545 | 220 |
| Totaal | 6 159 | 9 452 | 24 359 | 4 953 |
| Op meer dan een jaar | - | 1 407 | 17 835 | 220 |
| Op ten hoogste een jaar | 6 159 | 8 045 | 6 525 | 4 734 |
| Totaal | 6 159 | 9 452 | 24 359 | 4 954 |
De Groep heeft geen financiële activa en verplichtingen die gesaldeerd worden voorgesteld in de balans overeenkomstig IAS 32. De Groep gaat ISDA (Internationale Swaps en Derivaten Associatie)-raamovereenkomsten aan met de tegenpartijen voor al haar derivaten, die de tegenpartijen toelaten om vorderingen uit derivaten te salderen met verplichtingen uit derivaten bij het afwikkelen in geval van wanbetaling. Bij deze overeenkomsten worden geen waarborgen uitgewisseld, noch in geldmiddelen noch in beleggingsinstrumenten.
Het potentieel effect van het salderen van derivatencontracten wordt hierna weergegeven:
| Effect van afdwingbare salderingsovereenkomsten | Vorderingen | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 |
| Totaal derivaten opgenomen in de balans | 6 159 | 9 452 | 24 359 | 4 954 |
| Afdwingbare salderingen | -14 | -1 297 | -14 | -1 297 |
| Nettobedragen | 6 145 | 8 155 | 24 345 | 3 657 |
De volgende tabellen tonen de verschillende klassen van financiële activa en verplichtingen met hun nettoboekwaarde en reële waarde, ingedeeld naargelang hun waarderingscategorie volgens IFRS 9 'Financiële instrumenten'.
Geldmiddelen en kasequivalenten, geldbeleggingen, handelsvorderingen, overige vorderingen, ontvangen bankwissels en leningen en financiële vorderingen vervallen meestal op korte termijn. Daarom benadert hun nettoboekwaarde op de verslagdatum hun reële waarde. Ook handelsschulden en overige verplichtingen vervallen meestal op korte termijn en om dezelfde reden benadert hun nettoboekwaarde hun reële waarde. De Groep heeft overigens geen posities in collateralized debt obligations (CDO's).
Volgende afkortingen voor categorieën onder IFRS 9 en onder de vorige IAS 39 worden hierna gebruikt:
| Afkorting | Categorie volgens IAS 39 |
|---|---|
| L&V | Leningen & vorderingen |
| BV | Beschikbaar voor verkoop |
| AvH | Financiële activa en financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden |
| FVtGK | Financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs |
| AVAfd | Administratieve verwerking van afdekkingstransacties |
| RWvR | Financiële verplichtingen aangehouden als tegen reële waarde via het resultaat |
| Afkorting | Categorie volgens IFRS 9 |
| GK | Financiële activa en financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs |
| RWvOCI/EV | Eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële waarde via OCI |
| RWvR/Vpl | Financiële activa verplicht te waarderen tegen reële waarde via het resultaat |
| AVH | Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden |
| RWvR | Financiële verplichtingen aangehouden als tegen reële waarde via het resultaat |
| Categorie Categorie Reële Reële Nettoboekwaarde t.o.v. reële waarde volgens volgens Netto Netto in duizend € boekwaarde waarde boekwaarde waarde IAS 39 IFRS 9 Activa Financiële activa op >1 jaar - Financiële & overige vorderingen en kaswaarborgen 12 326 12 326 10 021 10 021 L&V GK - Beleggingen in aandelen 16 400 16 400 11 153 11 153 BV RWvOCI/EV - Derivaten - Aangehouden voor handelsdoeleinden AvH RWvR/Vpl - - - - Financiële activa op <= 1 jaar - Financiële & overige vorderingen en kaswaarborgen 8 447 8 447 20 186 20 186 L&V GK - Geldmiddelen en kasequivalenten 418 779 418 779 398 273 398 273 L&V GK - Geldbeleggingen 50 406 50 406 50 036 50 036 L&V GK - Handelsvorderingen 836 809 836 809 772 731 772 731 L&V GK - Ontvangen bankwissels 55 633 55 633 57 727 57 727 L&V GK - Overige activa op <= 1 jaar - Overige vorderingen 20 015 20 015 15 929 15 929 L&V GK - Derivaten - Aangehouden voor handelsdoeleinden AvH RWvR/Vpl 6 159 6 159 8 045 8 045 Verplichtingen Rentedragende schulden op > 1 jaar - Financiële leases 2 564 2 564 1 854 1 854 FVtGK GK - Kredietinstellingen 595 805 595 805 285 176 285 176 FVtGK GK - Obligatieleningen 581 978 621 083 399 635 410 729 FVtGK GK Rentedragende schulden op <= 1 jaar - Financiële leases 582 582 810 810 FVtGK GK - Kredietinstellingen 353 819 353 819 746 231 746 231 FVtGK GK - Obligatieleningen 100 000 103 112 195 000 199 626 FVtGK GK Overige verplichtingen op > 1 jaar - Conversieoptie AvH AvH 17 545 17 545 220 220 - Put -optie 9 133 9 133 11 033 11 033 RWvR RWvR - Overige derivaten 290 290 - - AVH AVH - Overige verplichtingen 153 153 150 150 FVtGK GK Handelsschulden 665 196 665 196 773 751 773 751 FVtGK GK Overige verplichtingen op <= 1 jaar - Overige verplichtingen 10 394 10 394 10 355 10 355 FVtGK GK - Derivaten - Zonder afdekkingsrelatie AvH AvH 6 057 6 057 4 734 4 734 - Met afdekkingsrelatie 468 468 - - AVAfd AvH Getotaliseerd per categorie volgens IFRS 9 Financiële activa 1 402 416 1 402 416 1 324 903 1 324 903 GK RWvOCI/EV 16 400 16 400 11 153 11 153 RWvR/Vpl 6 159 6 159 8 045 8 045 Financiële verplichtingen 2 310 491 2 352 708 2 412 961 2 428 682 GK AvH 4 954 4 954 24 360 24 360 9 133 9 133 11 033 11 033 RWvR |
31-dec-17 | 31-dec-18 | ||
|---|---|---|---|---|
De reële waarde van alle financiële instrumenten aangehouden in de balans tegen geamortiseerde kostprijs werd bepaald door het gebruik van 'Niveau 2'-reëlewaardebepalingstechnieken.
FS_2018 revised 20190129_NL.xlsx NL-7.3 Additional discl 27/03/201920:17
De reëlewaardebepaling van financiële activa en verplichtingen kan worden getypeerd op een van de volgende manieren:
| Converteerbare obligatielening uitgegeven in 2016 | Op uitgifte datum |
Op 31 dec 2017 |
Op 31 dec 2018 |
|---|---|---|---|
| Niveau-1-inputs | |||
| Koers van het aandeel | € 37,97 | € 36,45 | € 21,06 |
| Niveau-2-inputs | |||
| Referentieswaprate | 0,03% | 0,08% | -0,13% |
| Niveau-3-inputs | |||
| Volatiliteit | 29,00% | 26,75% | 22,00% |
| Kredietmarge | 225 bps | 80 bps | 200 bps |
| Uitkomsten van het model |
in duizend €
| Reële waarde van de converteerbare schuld | 380 000 | 386 202 | 363 432 |
|---|---|---|---|
| Reële waarde van de plain vanilla- schuld | 339 509 | 368 656 | 363 212 |
| Reële waarde van de conversie-optie | 40 491 | 17 545 | 220 |
| Put -optie Maccaferri | Op 31 dec 2018 |
|---|---|
| Niveau 3-inputs | |
| Disconteringsvoet | 10,0% |
| Eindwaarde groeivoet | 2,0% |
| Gemiddelde EBITDA / omzet | 2,9% |
De nettoboekwaarde (d.i. de reële waarde) van de niveau-3-verplichtingen is als volgt geëvolueerd:
| 2017 in duizend € |
2018 |
|---|---|
| Per 1 januari 44 052 |
26 678 |
| (Winst) / verlies in reële waarde -17 375 |
-15 425 |
| Per 31 december 26 678 |
11 253 |
Winsten en verliezen op de reële waarde worden gerapporteerd in de overige financiële opbrengsten en lasten. Geen van de niveau 3-financiële verplichtingen werden gedurende het jaar uitgeboekt.
De volgende tabel toont de sensitiviteit van de reëlewaardeberekening voor de conversieoptie en de put-optie aan de belangrijkste inputs van niveau 3.
| Sensitiviteitsanalyse in duizend € |
Wijziging | Impact op derivaat (verplichting) | |
|---|---|---|---|
| Impliciete volatiliteit | 3,5% | toename met | 266 |
| -3,5% | afname met | -76 | |
| Kredietmarge | 25 bps | toename met | 1 |
| -25 bps | afname met | 19 |
| in duizend € | Wijziging | Impact op put -optie | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet | +1% | afname met | -1 231 | ||
| Eindwaarde groeivoet | -0.5% | afname met | -333 | ||
| Gemiddelde EBITDA / omzet | -0.5% | afname met | -1 330 |
De volgende tabel toont een analyse van financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd in de balans volgens de hoger beschreven hiërarchie van reëlewaardebepalingen:
| 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa verplicht te waarderen tegen reële | ||||
| waarde via het resultaat | ||||
| Vorderingen uit derivaten | - | 9 452 | - | 9 452 |
| Eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële | ||||
| waarde via OCI | ||||
| Beleggingen in aandelen | 5 241 | 5 913 | - | 11 154 |
| Totaal activa | 5 241 | 15 365 | - | 20 606 |
| Financiële verplichtingen aangehouden voor | ||||
| handelsdoeleinden | ||||
| Conversieoptie | - | - | 220 | 220 |
| Verplichtingen uit andere derivaten | - | 4 734 | - | 4 734 |
| Financiële verplichtingen aangemerkt als tegen reële | ||||
| waarde via het resultaat | ||||
| Put-opties gerelateerd aan minderheidsbelangen | - | - | 11 033 | 11 033 |
| Totaal verplichtingen | - | 4 734 | 11 253 | 15 986 |
| 2017 | ||||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa verplicht te waarderen tegen reële | ||||
| waarde via het resultaat | ||||
| Vorderingen uit derivaten | - | 6 159 | - | 6 159 |
| Eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële | ||||
| waarde via OCI | ||||
| Beleggingen in aandelen | 6 562 | 9 838 | - | 16 400 |
| Totaal activa | 6 562 | 15 997 | - | 22 559 |
| Financiële verplichtingen aangehouden voor | ||||
| handelsdoeleinden | ||||
| Conversieoptie | - | - | 17 545 | 17 545 |
| Verplichtingen uit andere derivaten | - | 6 815 | - | 6 815 |
| Financiële verplichtingen aangemerkt als tegen reële | ||||
| waarde via het resultaat | ||||
| Put-opties gerelateerd aan minderheidsbelangen | - | - | 9 133 | 9 133 |
| Totaal verplichtingen | - | 6 815 | 26 678 | 33 493 |
Er waren geen overdrachten tussen niveau 1 en 2 tijdens de periode.
De Groep beheert haar kapitaal om te verzekeren dat haar entiteiten in staat zullen zijn hun activiteiten verder te zetten, en met de bedoeling de rentabiliteit voor haar aandeelhouders te maximaliseren door de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen te optimaliseren. De Groep heeft haar strategie in dit verband niet gewijzigd tegenover 2017.
De kapitaalstructuur van de Groep bestaat uit nettoschuld, zoals gedefinieerd in toelichting 6.17. 'Rentedragende schulden', en eigen vermogen (zowel toerekenbaar aan de Groep als aan minderheidsbelangen).
Het Audit en Finance Comité van de Groep controleert de kapitaalstructuur op halfjaarlijkse basis. Als onderdeel van deze controle wordt de kapitaalkost herzien en worden de risico's geëvalueerd die verband houden met elke vorm van kapitaalverstrekking. De Groep beoogt een gearing ratio van 50%, gedefinieerd als de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen. De Groep hanteert systematisch een aantal richtlijnen om deze doelstelling te realizeren (waarbij er geen rekening gehouden wordt met het effect van IFRS 16 'Leases'). Dit zijn ondermeer een strikte kostopvolging om de winstgevendheid te verbeteren, het bewaken van het werkkapitaal door enerzijds operationele uitmuntendheid programma's en anderzijds het gebruik van factoring buiten balans, prioritizering in investeringsprogramma's en aktief beheer van business activiteiten, met inbegrip van Mergers, Acquisitions and Divestments (M&A).
| Gearing in duizend € |
2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Nettoschuld | 1 150 857 | 1 152 878 |
| Eigen vermogen | 1 583 036 | 1 516 002 |
| Nettoschuld op eigen vermogen | 72,7% | 76,0% |
FS_2018 revised 20190129_NL.xlsx NL-7.3 Additional discl 27/03/201920:17
Gearing ratio
Gearing
Acquisitions and Divestments (M&A).
Het Audit en Finance Comité van de Groep controleert de kapitaalstructuur op halfjaarlijkse basis. Als onderdeel van deze controle wordt de kapitaalkost herzien en worden de risico's geëvalueerd die verband houden met elke vorm van kapitaalverstrekking. De Groep beoogt een gearing ratio van 50%, gedefinieerd als de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen. De Groep hanteert systematisch een aantal richtlijnen om deze doelstelling te realizeren (waarbij er geen rekening gehouden wordt met het effect van IFRS 16 'Leases'). Dit zijn ondermeer een strikte kostopvolging om de winstgevendheid te verbeteren, het bewaken van het werkkapitaal door enerzijds operationele uitmuntendheid programma's en anderzijds het gebruik van factoring buiten balans, prioritizering in investeringsprogramma's en aktief beheer van business activiteiten, met inbegrip van Mergers,
in duizend € 2017 2018 Nettoschuld 1 150 857 1 152 878 Eigen vermogen 1 583 036 1 516 002 Nettoschuld op eigen vermogen 72,7% 76,0%
FS_2018 revised 20190129_NL.xlsx NL-7.3 Additional discl 27/03/201920:17
Per 31 december had de Groep de volgende belangrijke voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen:
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Voorwaardelijke verplichtingen | 27 073 | 704 |
| Toezeggingen tot aankoop van vaste activa | 47 080 | 28 107 |
| Toezeggingen tot deelneming in durfkapitaalfondsen | 6 256 | 9 437 |
Er waren op jaareinde 2018 geen bankgaranties gelinkt aan milieuverplichtingen.
De Groep heeft verscheidene huurcontracten afgesloten die geclassificeerd worden als operationele lease-overeenkomsten, vooral voor rollend materieel en gebouwen, grotendeels in Europa. Een groot aantal van de contracten voor gebouwen bevat een verlengingsclausule. De activa worden niet onderverhuurd aan derden.
| Toekomstige betalingen 2017 in duizend € |
2018 |
|---|---|
| Binnen het jaar 22 657 |
21 580 |
| Over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar 38 267 |
41 673 |
| Over meer dan 5 jaar 29 378 |
33 318 |
| Totaal 90 302 |
96 571 |
| Kosten | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 |
| Rollend materieel | 9 624 | 10 823 |
| Industriële gebouwen | 9 878 | 8 816 |
| Uitrusting | 5 684 | 5 920 |
| Kantoren | 3 825 | 4 802 |
| Gronden | - | 156 |
| Overige | 617 | 741 |
| Totaal | 29 628 | 31 258 |
| Gewogen gemiddelde leaseperiode | ||
|---|---|---|
| in jaren | 2017 | 2018 |
| Rollend materieel | 4 | 4 |
| Industriële gebouwen | 7 | 7 |
| Uitrusting | 3 | 4 |
| Kantoren | 3 | 3 |
| Gronden | - | 1 |
| Overige | 1 | 1 |
Transacties tussen de Onderneming en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd in de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting. Transacties met andere verbonden partijen worden hieronder toegelicht.
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Verkopen van goederen | 14 735 | 20 247 |
| Aankopen van goederen | 18 886 | 29 107 |
| Geleverde diensten | 161 | 193 |
| Ontvangen royalty's en managementvergoedingen | 7 779 | 13 172 |
| Ontvangen dividenden | 60 020 | 19 408 |
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 5 507 | 11 287 |
| Overige kortetermijnvorderingen | 3 347 | - |
| Handelsschulden | 3 588 | 7 372 |
| Overige kortetermijnverplichtingen | 51 | - |
Geen enkele van de verbonden partijen heeft nog andere transacties aangegaan die voldoen aan de criteria van IAS 24 'Informatieverschaffing over verbonden partijen'.
Het Key Management omvat de Raad van Bestuur, de CEO, de leden van het Bekaert Group Executive en de Senior Vice Presidents (zie laatste pagina van het Financieel overzicht).
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Aantal personen | 37 | 38 |
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | ||
| Basisvergoedingen | 6 912 | 7 108 |
| Variabele vergoedingen | 4 990 | 3 602 |
| Vergoedingen als bestuurders van dochterondernemingen | 581 | 516 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | 479 | 524 |
| Toegezegdebijdragenregelingen | 707 | 761 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 3 989 | 4 251 |
| Totaal brutovergoedingen | 17 658 | 16 762 |
| Gemiddelde brutovergoeding per persoon | 477 | 441 |
| Aantal toegekende opties en stock appreciation rights | 210 500 | 163 750 |
| Aantal toegekende prestatie-aandeeleenheden (zowel in eigenvermogensinstrumenten | ||
| als in geldmiddelen afgewikkeld) | 57 750 | - |
| Aantal toe toe te kennen matching shares | 17 191 | 15 251 |
Voor de toelichtingen die betrekking hebben op de Belgische Corporate Governance Code verwijzen wij naar het hoofdstuk 'Corporate Governance' in dit jaarverslag.
De nieuwe rapporteringssegmenten zijn:
Gedurende 2018 werden er door de commissaris en met hem beroepshalve in samenwerkingsverband opererende personen bijkomende opdrachten uitgevoerd ten belope van € 1 451 580.
Deze opdrachten betroffen in essentie verder assurance-opdrachten (€ 280 916), belastingadviesdiensten (€ 1 124 438) en andere niet-controlediensten (€ 46 226). De bijkomende opdrachten werden goedgekeurd door het Audit en Finance Comité.
De vergoedingen voor controlediensten voor NV Bekaert SA en haar dochterondernemingen bedroegen € 2 303 459.
| Met industriële activiteit | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| EMEA | |||
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | Aalter, België | EUR | 100 |
| Bekaert Bohumín sro | Bohumín, Tsjechië | CZK | 100 |
| Bekaert Bradford UK Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Bekaert Combustion Technology BV | Assen, Nederland | EUR | 100 |
| Bekaert Figline SpA | Milaan, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert Heating Romania SRL | Negoiesti, Brazi Commune, Roemenië | RON | 100 |
| Bekaert Hlohovec as | Hlohovec, Slovakije | EUR | 100 |
| Bekaert Izmit Çelik Kord Sanayi ve Ticaret AS | Izmit, Turkije | EUR | 100 |
| Bekaert Kartepe Çelik Kord Sanayi ve Ticaret AS | Kartepe, Turkije | EUR | 100 |
| Bekaert Petrovice sro | Petrovice, Tsjechië | CZK | 100 |
| Bekaert Sardegna SpA | Assemini, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert Slatina SRL | Slatina, Roemenië | RON | 80 |
| Bekaert Slovakia sro | Sládkovičovo, Slovakije | EUR | 100 |
| Bekintex NV | Wetteren, België | EUR | 100 |
| Bridon International GmbH | Gelsenkirchen, Duitsland | EUR | 100 |
| Bridon International Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Industrias del Ubierna SA | Burgos, Spanje | EUR | 100 |
| OOO Bekaert Lipetsk | Gryazi, Rusland | RUB | 100 |
| Noord-Amerika | |||
| Bekaert Corporation | Wilmington (Delaware), Verenigde Staten | USD | 100 |
| Bridon-American Corporation | New York, Verenigde Staten | USD | 100 |
| Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée | Pointe-Claire, Canada | CAD | 100 |
| Latijns-Amerika | |||
| Acma SA | Santiago, Chili | CLP | 52 |
| Acmanet SA | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| BBRG - Osasco Cabos Ltda | São Paulo, Brazilië | BRL | 100 |
| Bekaert Costa Rica SA | San José-Santa Ana, Costa Rica | USD | 58 |
| BIA Alambres Costa Rica SA Ideal Alambrec SA |
San José-Santa Ana, Costa Rica Quito, Ecuador |
USD USD |
58 58 |
| Industrias Chilenas de Alambre - Inchalam SA | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Prodinsa SA | Maipú, Chili | CLP | 100 |
| Productora de Alambres Colombianos Proalco SAS | Bogotá, Colombia | COP | 80 |
| Productos de Acero Cassadó SA | Callao, Peru | USD | 38 |
| Vicson SA | Valencia, Venezuela | VES | 80 |
| Pacifisch Azië | |||
| Bekaert Applied Material Technology (Shanghai) Co Ltd | Shanghai, China | CNY | 100 |
| Bekaert Binjiang Steel Cord Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 90 |
| Bekaert (China) Technology Research and Development Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Chongqing) Steel Cord Co Ltd | Chongqing, China | CNY | 100 |
| Bekaert Heating Technology (Suzhou) Co Ltd | Taicang City (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd Bekaert Industries Pvt Ltd |
Huizhou (provincie Guangdong), China Taluka Shirur, District Pune, India |
CNY INR |
100 100 |
| Bekaert Ipoh Sdn Bhd | Kuala Lumpur, Maleisië | MYR | 100 |
| Bekaert (Jining) Steel Cord Co Ltd | Jining City, Yanzhou district (provincie Shandong), China |
CNY | 60 |
| Bekaert Jiangyin Wire Products Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert Mukand Wire Industries Pvt Ltd | Pune, India | INR | 100 |
| Bekaert New Materials (Suzhou) Co Ltd | Suzhou (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Qingdao) Wire Products Co Ltd | Qingdao (provincie Shandong), China | CNY | 100 |
| Bekaert Shah Alam Sdn Bhd | Kuala Lumpur, Maleisië | MYR | 100 |
| Bekaert (Shandong) Tire Cord Co Ltd | Weihai (provincie Shandong), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Shenyang) Advanced Cords Co Ltd | Shenyang (provincie Liaoning), China | CNY | 100 |
| Bekaert Shenyang Advanced Products Co Ltd Bekaert Toko Metal Fiber Co Ltd |
Shenyang (provincie Liaoning), China Tokio, Japan |
CNY JPY |
100 70 |
| Bekaert Vietnam Co Ltd | Son Tinh District, provincie Quang Ngai, Vietnam | USD | 100 |
| Bekaert Wire Ropes Pty Ltd | Mayfield East, Australië | AUD | 100 |
| Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd | Hangzhou (provincie Zhejiang), China | CNY | 100 |
| China Bekaert Steel Cord Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 90 |
| PT Bekaert Indonesia | Karawang, Indonesië | USD | 100 |
| PT Bekaert Wire Indonesia | Karawang, Indonesië | USD | 100 |
| PT Bridon | Bekasi, West Java, Indonesië | USD | 100 |
1 Functionele valuta
| Verkoopkantoren, magazijnen en andere | Adres | FV1 %2 |
|---|---|---|
| --------------------------------------- | ------- | ----------- |
| Bekaert AS | Hellerup, Denemarken | DKK | 100 |
|---|---|---|---|
| Bekaert Emirates LLC | Dubai, Verenigde Arabische Emiraten | AED | 49 |
| Bekaert France SAS | Rijsel, Frankrijk | EUR | 100 |
| Bekaert Ges mbH | Wenen, Oostenrijk | EUR | 100 |
| Bekaert GmbH | Neu-Anspach, Duitsland | EUR | 100 |
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA | Aalst (Erembodegem), België | EUR | 50 |
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions Srl | Zola Predosa, Bologna, Italië | EUR | 50 |
| Bekaert Middle East LLC | Dubai, Verenigde Arabische Emiraten | AED | 49 |
| Bekaert Norge AS | Oslo, Noorwegen | NOK | 100 |
| Bekaert Poland Sp z oo | Warsaw, Poland | PLN | 100 |
| Bekaert (Schweiz) AG | Baden, Zwitserland | CHF | 100 |
| Bekaert Svenska AB | Göteborg, Zweden | SEK | 100 |
| Bridon-Bekaert ScanRope AS | Tonsberg, Noorwegen | NOK | 100 |
| Bridon Coatbridge Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Bridon Ropes NV/SA | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Bridon Scheme Trustees Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| British Ropes Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Leon Bekaert SpA | Milaan, Italië | EUR | 100 |
| OOO Bekaert Wire | Moskou, Rusland | RUB | 100 |
| Rylands-Whitecross Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Scheldestroom NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Twil Company | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Latijns-Amerika | |||
| Bekaert Guatemala SA | Ciudad de Guatemala, Guatemala | GTQ | 58 |
| Bekaert Specialty Films de Mexico SA de CV | Monterrey, Mexico | MXN | 100 |
| Bekaert Trade Mexico S de RL de CV | Mexico Stad, Mexico | MXN | 100 |
| Inversiones BBRG Lima SA | Lima, Peru | PEN | 96 |
| Procables SA | Callao, Peru | PEN | 96 |
| Prodac Contrata SAC | Callao, Peru | USD | 38 |
| Prodac Selva SAC | Ucayali, Peru | USD | 38 |
| Prodalam SA | Santiago, Chili | CLP | 52 |
| Prodinsa Ingeniería y Proyectos SA | Santiago, Chili | CLP | 100 |
| Specialty Films de Services Company SA de CV | Monterrey, Mexico | MXN | 100 |
1 Functionele valuta 2 Belangenpercentage
Bekaert Advanced Products (Shanghai) Co Ltd Shanghai, China CNY 100 Bekaert Japan Co Ltd Tokio, Japan JPY 100 Bekaert Korea Ltd Seoel, Korea KRW 100 Bekaert Management (Shanghai) Co Ltd Shanghai, China CNY 100 Bekaert Singapore Pte Ltd Singapore SGD 100 Bekaert Taiwan Co Ltd Taipei, Taiwan TWD 100 Bekaert (Thailand) Co Ltd Tambol Pluakdaeng, Amphur Pluakdaeng, Thailand USD 100 BOSFA Pty Ltd Port Melbourne, Australië AUD 100 Bridon Hong Kong Ltd Hong Kong, China HKD 100 Bridon New Zealand Ltd Aukland, Nieuw Zeeland NZD 100 Bridon Singapore (Pte) Ltd Singapore SGD 100 PT Bekaert Trade Indonesia Karawang, Indonesië USD 100
2 Belangenpercentage
| Financiële ondernemingen | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| Acma Inversiones SA | Maipú, Chili | CLP | 100 |
| BBRG Finance (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| BBRG Holding (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| BBRG MIPCo Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| BBRG Operations (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| BBRG Production (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| BBRG (Purchaser) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| BBRG (Subsidiary) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| Becare DAC | Dublin, Ierland | EUR | 100 |
| Bekaert Building Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Carding Solutions Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Coördinatiecentrum NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Bekaert do Brasil Ltda | Contagem, Brazilië | BRL | 100 |
| Bekaert Holding Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Ibérica Holding SL | Burgos, Spanje | EUR | 100 |
| Bekaert Ideal SL | Burgos, Spanje | EUR | 80 |
| Bekaert Investments NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Bekaert Investments Italia SpA | Milano, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert North America Management Corporation | Wilmington (Delaware), Verenigde Staten | USD | 100 |
| Bekaert Services Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Singapore Holding Pte Ltd | Singapore | SGD | 100 |
| Bekaert Specialty Wire Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Stainless Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Steel Cord Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Strategic Partnerships Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Wire Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | Aalst (Erembodegem), België | EUR | 100 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| Bridon Holdings Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Bridon Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Bridon (South East Asia) Ltd | Hong Kong, China | HKD | 100 |
| Industrias Acmanet Ltda | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Inversiones Bekaert Andean Ropes SA | Santiago, Chili | CLP | 100 |
| Inversiones Impala Perú SA Cerrada | Lima, Peru | USD | 52 |
| InverVicson SA | Valencia, Venezuela | VES | 80 |
| Procables Wire Ropes SA | Maipú, Chili | CLP | 100 |
| Procercos SA | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Met industriële activiteit | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| Latijns-Amerika | |||
| Belgo Bekaert Arames Ltda BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda Servicios Ideal AGF Inttegra Cia Ltda |
Contagem, Brazilië Vespasiano, Brazilië Quito, Ecuador |
BRL BRL USD |
45 45 29 |
| Verkoopkantoren, magazijnen en andere | Adres | FV1 | %2 |
| EMEA | |||
| Netlon Sentinel Ltd | Blackburn, Verenigd Koninkrijk | GBP | 50 |
| Pacifisch Azië | |||
| Bekaert Engineering (India) Pvt Ltd | New Delhi, India | INR | 40 |
Er werden geen materiële vaste activa van dochterondernemingen en joint ventures verpand als waarborg voor leningen.
1 Functionele valuta
| Dochterondernemingen | Adres | % |
|---|---|---|
| BBRG MIPCo Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Bekaert Heating Romania SRL | Negoiesti, Brazi Commune, Roemenië | 100 |
| Bekaert Heating Technology (Suzhou) Co Ltd | Taicang City (provincie Jiangsu), China | 100 |
| Bekaert (Thailand) Co Ltd | Tambol Pluakdaeng, Amphur | 100 |
| Pluakdaeng, Thailand | ||
| Bekaert Vietnam Co Ltd | Son Tinh District, provincie Quang Ngai, | 100 |
| Vietnam | ||
| Joint ventures | Adres | % |
| Servicios Ideal AGF Inttegra Cía Ltda | Quito, Ecuador | 29 |
| Dochterondernemingen | Adres | |
|---|---|---|
| Solaronics SA | Armentières, Frankrijk | Van 100% naar 0% |
| Dochterondernemingen | Adres | |
|---|---|---|
| Acma Inversiones SA | Maipú, Chili | Van 60% naar 100% |
| BBRG Finance (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| BBRG Holding (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| BBRG Operations (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| BBRG - Osasco Cabos Ltda | São Paulo, Brazilië | Van 60% naar 100% |
| BBRG Production (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| BBRG (Purchaser) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| BBRG (Subsidiary) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | Aalter, België | Van 60% naar 100% |
| Bekaert Guatemala SA | Ciudad de Guatemala, Guatemala | Van 100% naar 58% |
| Bekaert (Shenyang) Advanced Cords co Ltd | Shenyang provincie Liaoning), China | Van 60% naar 100% |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | Aalst (Erembodegem), België | Van 60% naar 100% |
| Bekaert Wire Ropes Pty Ltd | Mayfield East, Australië | Van 60% naar 100% |
| Bridon-American Corporation | New York, Verenigde Staten | Van 60% naar 100% |
| Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| Bridon-Bekaert ScanRope AS | Tonsberg, Noorwegen | Van 60% naar 100% |
| Bridon Coatbridge Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd | Hangzhou (provincie Zhejiang), China | Van 60% naar 100% |
| Bridon Holdings Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| Bridon Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | Van 60% naar 100% |
| Bridon International GmbH | Gelsenkirchen, Duitsland | Van 60% naar 100% |
| Bridon International Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| Bridon Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| Bridon New Zealand Ltd | Aukland, Nieuw Zeeland | Van 60% naar 100% |
| Bridon Ropes NV/SA | Zwevegem, België | Van 60% naar 100% |
| Bridon Scheme Trustees Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| Bridon Singapore (Pte) Ltd | Singapore | Van 60% naar 100% |
| Bridon (South East Asia) Ltd | Hong Kong, China | Van 60% naar 100% |
| British Ropes Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | Van 60% naar 100% |
| Inversiones BBRG Lima SA | Lima, Peru | Van 58% naar 96% |
| Procables SA | Callao, Peru | Van 58% naar 96% |
| Procables Wire Ropes SA | Maipú, Chili | Van 60% naar 100% |
| Prodinsa Ingeniería y Proyectos SA | Santiago, Chili | Van 60% naar 100% |
| Prodinsa SA | Maipú, Chili | Van 60% naar 100% |
| PT Bridon | Bekasi, West Java, Indonesië | Van 60% naar 100% |
| Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée | Pointe-Claire, Canada | Van 60% naar 100% |
| Dochterondernemingen | Gefusioneerd met |
|---|---|
| BBRG - Macaé Cabos Ltda | BBRG - Osasco Cabos Ltda |
| Ondernemingen | Adres |
|---|---|
| Bekaert Carding Solutions Inc / Bekaert Solutions de Cardage | Saint John, Canada |
| Inc | |
| Bekaert Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk |
| Bekaert Trade Latin America NV | Curaçao, Nederlandse Antillen |
| Bekaert Xinyu Hong Kong Ltd | Hong Kong, China |
| Bridon Pension Trust (No Two) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk |
| Gloucester Rope & Tackle Company Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk |
In overeenstemming met de Belgische wetgeving geeft onderstaande tabel de kruispuntbanknummers van de Belgische ondernemingen weer.
| Ondernemingen | Kruispuntbanknummer |
|---|---|
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | BTW BE 0645 654 071 RPR Gent, afdeling Gent |
| Bekaert Coördinatiecentrum NV | BTW BE 0426.824.150 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| Bekaert Investments NV | BTW BE 0406.207.096 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA | BTW BE 0561.750.457 RPR Gent, afdeling Dendermonde |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | BTW BE 0550 983 358 RPR Gent, afdeling Dendermonde |
| Bekintex NV | BTW BE 0452.746.609 RPR Gent, afdeling Dendermonde |
| Bridon Ropes NV/SA | BTW BE 0401 637 507 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| NV Bekaert SA | BTW BE 0405.388.536 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| Scheldestroom NV | BTW BE 0403.676.188 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
Het jaarverslag van de Raad van Bestuur en de statutaire jaarrekening van de moedervennootschap NV Bekaert SA worden hierna in verkorte vorm weergegeven.
Het verslag van de Raad van Bestuur ex artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen is niet integraal opgenomen in het verslag ex artikel 119.
Exemplaren van het volledig verslag van de Raad van Bestuur en van de volledige statutaire jaarrekening van NV Bekaert SA zijn op verzoek gratis beschikbaar op volgend adres:
NV Bekaert SA Bekaertstraat 2 BE-8550 Zwevegem België www.bekaert.com
De commissaris heeft een goedkeurende verklaring zonder voorbehoud gegeven met betrekking tot de statutaire jaarrekening van NV Bekaert SA.
Conform de wet zullen het jaarverslag van de Raad van Bestuur en de jaarrekening van NV Bekaert SA samen met het verslag van de commissaris worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.
| in duizend € - Jaren afgesloten op 31 december 2017 |
2018 |
|---|---|
| Omzet 409 874 |
375 395 |
| Bedrijfsresultaat vóór niet-recurrente resultaten 22 854 |
42 298 |
| Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten en -kosten 49 587 |
-736 |
| Bedrijfsresultaat na niet-recurrente resultaten 72 440 |
41 562 |
| Financieel resultaat vóór niet-recurrente resultaten 19 334 |
386 535 |
| Niet-recurrente financiële opbrengsten en -kosten -4 027 |
-116 236 |
| Financieel resultaat na niet-recurrente resultaten 15 307 |
270 299 |
| Resultaat voor belastingen 87 748 |
311 236 |
| Belastingen op het resultaat 3 657 |
3 372 |
| Perioderesultaat 91 405 |
314 608 |
| in duizend € - 31 december | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 1 926 329 | 2 155 481 |
| Oprichtingskosten en immateriële vaste activa | 84 083 | 79 648 |
| Materiële vaste activa | 45 775 | 46 571 |
| Financiële vaste activa | 1 796 471 | 2 029 263 |
| Vlottende activa | 381 320 | 391 227 |
| Totaal der activa | 2 307 649 | 2 546 708 |
| Eigen vermogen | 783 732 | 1 059 361 |
| Kapitaal | 177 690 | 177 793 |
| Uitgiftepremies | 37 278 | 37 751 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 1 995 | 1 995 |
| Wettelijke reserve | 17 769 | 17 779 |
| Onbeschikbare reserves | 103 027 | 82 177 |
| Beschikbare reserves en overgedragen resultaten | 445 974 | 741 865 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 53 710 | 36 102 |
| Schulden | 1 470 207 | 1 451 246 |
| Schulden op meer dan een jaar | 820 764 | 625 764 |
| Schulden op ten hoogste een jaar | 649 443 | 825 482 |
| Totaal der passiva | 2 307 649 | 2 546 708 |
De waarderings- en omrekeningsregels toegepast in de statutaire jaarrekening van de moedervennootschap zijn gebaseerd op het Belgisch boekhoudrecht.
De omzet van de in België gevestigde vennootschap bedroeg € 375,4 miljoen, een daling met 8% in vergelijking met 2017.
De operationele winst vóór niet-recurrente resultaten bedroeg € 42,3 miljoen, vergeleken met een winst van € 22,9 miljoen vorig jaar. De sterke stijging van het operationeel resultaat was hoofdzakelijk gedreven door hogere inkomsten van royalty's en een afname van provisies.
De niet-recurrente elementen in de operationele resultaten bedroegen € -0,7 miljoen in 2018, vergeleken met € 49,6 miljoen vorig jaar. Vorig jaar was dit vooral gedreven door de winst op een verkoop van immateriële vaste activa (intellectuele eigendom m.b.t. zaagdraad) van € 51,6 miljoen.
Het financieel resultaat vóór niet-recurrente resultaten bedroeg € 386,5 miljoen tegenover € 19,3 miljoen vorig jaar. De inkomsten uit dividenden (€ 396 miljoen) zijn de grootste verklaring voor deze evolutie.
De niet-recurrente financiële opbrengsten en kosten bedroegen € -116,2 miljoen in 2018, hoofdzakelijk gedreven door de afschrijvingen op deelnemingen, tegenover € -4,0 miljoen in het vorige jaar.
De belastingen op het resultaat van € 3,4 miljoen zijn stabiel in vergelijking met vorig jaar en vallen positief uit als gevolg van een belastingskrediet op immateriële vaste activa.
Dit leidde tot een perioderesultaat van € 314,6 miljoen in vergelijking met € 91,4 miljoen in 2017.
De voorzieningen voor milieusaneringsprogramma's zijn gedaald tot € 18,5 miljoen (2017: € 19,9 miljoen).
Meer informatie omtrent de activiteiten van de Onderneming inzake onderzoek en ontwikkeling vindt u in het hoofdstuk 'Technologie en Innovatie' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (de transparantiewet) heeft NV Bekaert SA aan de wettelijke quota van 5% en van elk veelvoud van 5% de statutaire quota van 3% en 7,5% toegevoegd. In 2018 werden geen relevante kennisgevingen ontvangen. Op 31 december 2018 bedroeg het totale aantal effecten met stemrecht 60 408 441.
Gedetailleerde informatie is te vinden op: www.bekaert.com/other-regulated-information.
Het resultaat van het boekjaar na belastingen bedraagt € 314 608 988 tegenover € 91 404 574 vorig boekjaar.
De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering van 8 mei 2019 het resultaat als volgt zal bestemmen:
| in € | |
|---|---|
| Te bestemmen resultaat van het boekjaar | 314 608 988 |
| Toevoeging aan de wettelijke reserve | -10 300 |
| Toevoeging aan de overige reserves | -275 041 892 |
| Uit te keren winst | 39 556 796 |
De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering een brutodividend zal uitkeren van € 0,70 per aandeel (2017: € 1,10 per aandeel).
Het dividend is in euro betaalbaar op 13 mei 2019 bij de loketten van:
» UBS in Zwitserland.
De ambtstermijn van de Voorzitter van de Raad van Bestuur, de heer Bert De Graeve en de bestuurders de heren Leon Bekaert, Grégory Dalle, Charles de Liedekerke, Hubert Jacobs van Merlen and Maxime Jadot vervallen na afloop van de Gewone Algemene Vergadering van 8 mei 2019. De heren De Graeve, Leon Bekaert en Maxime Jadot wensen niet opnieuw herverkozen te worden. Mevrouw Martina Merz neemt ontslag als bestuurder na afloop van de Gewone Algemene Vergadering van 8 mei 2019.
De Raad van Bestuur heeft de Algemene Vergadering voorgesteld:
Onderworpen aan zijn benoeming als onafhankelijk bestuurder door en effectief na afloop van Gewone Algemene Vergadering van 8 mei 2019, zal de heer Tinggren de heer De Graeve opvolgen als Voorzitter van de Raad van Bestuur.
| Hoe onze controle de kernpunten van de controle behandelde |
|---|
| In onze controle hebben we, met de hulp van onze waarderingsdeskundigen, de veronderstellingen van het management, zoals gebruikt in de discounted cash flow berekening, geëvalueerd en geverifieerd. We hebben de belangrijkste drijfveren van de geprojecteerde toekomstige kasstromen inclusief de ingeschatte omzetgroei, ingeschatte brutomarge en de gebruikte disconteringsvoet kritisch geëvalueerd. Onze procedures bevatten bovendien de evaluatie van het ontwerp en implementatie van de interne controles met betrekking tot de voorbereiding en goedkeuring van het budget van BBRG, dat als basis dient in het DCF-model. We hebben de budgetten kritisch beoordeeld, rekening houdend met de historische juistheid van de management inschattingen en door het evalueren van de analyses uitgevoerd door externe experten die het |
| van elk van de entiteiten apart, inclusief assumpties rond de toepasbare belastingvoet. De recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen wordt beschouwd als een belangrijk kernpunt gezien deze een belangrijk deel van de geconsolideerde jaarrekening uitmaken en het proces een zorgvuldige overweging vraagt met betrekking tot de toekomstige markt en economische condities. De groep licht haar positie met betrekking tot belastingvorderingen toe in toelichting 3.2, 5.6 en 6.6 van de geconsolideerde jaarrekening. |
hierbij de relevante belastingwetgeving in beschouwing genomen. |
|---|---|
| Bepaling voorziening voor personeelsbeloningen De groep heeft toegezegde pensioen bijdrageregelingen in verschillende landen maar hoofdzakelijk in België, de VS, VK en Ecuador. Deze regelingen resulteren in verplichtingen ten belope van 124,7 miljoen EUR zoals toegelicht in toelichting 6.15 van de geconsolideerde jaarrekening. De waardering van de toegezegde pensioenregelingen is afhankelijk van wijzigingen in belangrijke assumpties zoals salarisstijgingen, disconteringsvoet, inflatie en inschattingen met betrekking tot sterftegraad. We beschouwen de waardering van de toegezegde pensioenregelingen als een belangrijk kernpunt vanwege het belang van de bedragen, de beoordeling van het management en technische expertise vereist in het bepalen van de assumpties rond salarisverhoging, inflatie, verdisconteringsvoeten en sterftetabellen. |
We evalueerden en beoordeelden kritisch de belangrijkste actuariële en demografische assumpties en waarderingsmethoden zoals toegepast door het management bij het bepalen van de pensioenverplichtingen. Met behulp van onze eigen actuariële specialist hebben wij het proces beoordeeld zoals gevolgd door de interne en externe actuarissen aangesteld door de groep en hebben we de reikwijdte van de uitgevoerde berekening en de belangrijkste assumpties nagegaan. We hebben de belangrijkste variabelen gebruikt door de groep getoetst aan algemene marktomstandigheden en hebben personeelsdata getest en gereconcilieerd met de personeelsdata gebruikt in de actuariële modellen. We hebben ook de gepastheid van de toelichtingen 3.2 en 6.15 opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening nagezien. |

| Matthew Taylor | Chief Executive Officer |
|---|---|
| Frank Vromant | CFO ad interim |
| Rajita D'Souza | Chief Human Resources Officer |
| Curd Vandekerckhove | Chief Operations Officer |
| Lieven Larmuseau | ad interim Divisional CEO Rubber Reinforcement |
| Stijn Vanneste | Divisional CEO Steel Wire Solutions |
| Jun Liao | Divisional CEO Specialty Businesses |
Brett Simpson (1) CEO Bridon-Bekaert Ropes Group
| Jan Boelens | Senior Vice President Steel Wire Solutions EMEA |
|---|---|
| Bruno Cluydts | Chief Strategy Officer BBRG |
| Philip Eyskens | Senior Vice President General Counsel, Legal, IP & GRC |
| Oliver Forberich | Senior Vice President Stainless Technologies |
| Patrick Louwagie | Senior Vice President Global Engineering |
| Dirk Moyson | Senior Vice President Global Operations Rubber Reinforcement |
| Steven Parewyck | Senior Vice President Latin America |
| Raf Rentmeesters | Senior Vice President Brazil |
| Luc Vankemmelbeke | Senior Vice President Procurement |
| Piet Van Riet | Executive Vice President Steel Wire Solutions South & Central America |
| Geert Voet | Executive Vice President Ropes BBRG |
| Zhigao Yu | Senior Vice President Technology Rubber Reinforcement |
Isabelle Vander Vekens
Deloitte Bedrijfsrevisoren
Katelijn Bohez
www.bekaert.com [email protected] T +32 56 76 61 00 [email protected] [email protected]
Het jaarverslag betreffende het boekjaar 2018 is beschikbaar op internet in het Engels en het Nederlands op annualreport.bekaert.com
Uitgever & coördinatie: Katelijn Bohez, Chief Communications & Investor Relations Officer
De ondertekenende personen verklaren dat, voorzover hen bekend:
Namens de Raad van Bestuur:
Matthew Taylor Bert De Graeve
Gedelegeerd Bestuurder Voorzitter van de Raad van Bestuur
Dit rapport kan toekomstgerichte verklaringen bevatten. Die verklaringen reflecteren de huidige inzichten van de bedrijfsleiding aangaande toekomstige gebeurtenissen, en zijn onderhevig aan bekende en onbekende risico's, onzekerheden en andere factoren die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten aanzienlijk verschillen van toekomstige resultaten of prestaties die door die toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt of die daaruit zouden kunnen worden afgeleid. Bekaert verstrekt de in dit rapport opgenomen informatie per huidige datum en neemt geen enkele verplichting op om de toekomstgerichte verklaringen in het licht van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderszins te actualiseren. Bekaert wijst elke aansprakelijkheid af voor verklaringen die door derden worden afgelegd of gepubliceerd, en neemt geen enkele verplichting op om onnauwkeurige gegevens, informatie, conclusies of opinies te corrigeren die door derden worden gepubliceerd met betrekking tot dit of enig ander rapport of persbericht dat door Bekaert wordt verspreid.
Bezoek: www.bekaert.com/financialcalendar
www.bekaert.com
Aandeelhoudersbrochure 2018: investor's data center op bekaert.com
Meer weten
over Bekaert?
Bekaertstraat 2 BE-8550 Zwevegem Belgium T +32 56 76 61 00
[email protected] www.bekaert.com
© Bekaert 2019
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.