Annual Report • Mar 27, 2020
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer

JAARVERSLAG 2019


De Raad van Bestuur besliste tijdens de vergadering van 2 april 2020 om aan de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 13 mei 2020 voor te stellen een brutodividend van € 0,35 per aandeel uit te keren (in plaats van het oorspronkelijk voorziene en in het jaarverslag opgenomen brutodividend van € 0,70), betaalbaar op 20 november 2020 (in plaats van op 18 mei 2020).
Bijgevolg:
De Raad van Bestuur zal de op 13 mei 2020 te houden Gewone Algemene Vergadering voorstellen een brutodividend van € 0,35 per aandeel.
De Raad van Bestuur herbevestigt het dividendbeleid dat, voor zover de winst het toelaat, een stabiel of groeiend dividend voorziet terwijl een voldoende niveau van kasstroom in de vennootschap wordt behouden voor investeringen en zelffinanciering ter ondersteuning van de groei. Op langere termijn streeft de vennootschap naar een 'payout ratio' van 40% van het resultaat van de betrokken periode toe te schrijven aan de Groep.
| in € | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019(1) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal brutodividend | 0,850 | 0,900 | 1,100 | 1,100 | 0,700 | 0,350 |
| Nettodividend(2) | 0,638 | 0,657 | 0,770 | 0,770 | 0,490 | 0,245 |
| Couponnummer | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
(1) Dividend onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2020.
(2) Onderhevig aan de takswetgeving van toepassing.
| in duizend € - Jaren afgesloten op 31 december | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Omzet | 375 395 | 319 403 |
| Bedrijfsresultaat vóór niet-recurrente resultaten | 42 298 | -2 950 |
| Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten en -kosten | -736 | 386 |
| Bedrijfsresultaat na niet-recurrente resultaten | 41 562 | -2 564 |
| Financieel resultaat vóór niet-recurrente resultaten | 386 535 | 101 126 |
| Niet-recurrente financiële opbrengsten en -kosten | -116 236 | -40 472 |
| Financieel resultaat na niet-recurrente resultaten | 270 299 | 60 654 |
| Resultaat voor belastingen | 311 236 | 58 089 |
| Belastingen op het resultaat | 3 372 | 3 237 |
| Perioderesultaat | 314 608 | 61 327 |
| in duizend € - 31 december | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 2 155 481 | 2 167 321 |
| Oprichtingskosten en immateriële activa | 79 648 | 76 888 |
| Materiële vaste activa | 46 571 | 40 577 |
| Financiële vaste activa | 2 029 263 | 322 614 |
| Vlottende activa | 391 227 | 322 614 |
| Totaal der activa | 2 546 708 | 2 489 935 |
| Eigen vermogen | 1 059 361 | 1 100 900 |
| Kapitaal | 177 793 | 177 793 |
| Uitgiftepremies | 37 751 | 37 751 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 1 995 | 1 995 |
| Wettelijke reserve | 17 779 | 17 779 |
| Onbeschikbare reserves | 82 177 | 102 636 |
| Beschikbare reserves en overgedragen resultaten | 741 865 | 762 945 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 36 102 | 56 887 |
| Schulden | 1 451 246 | 1 332 148 |
| Schulden op meer dan een jaar | 625 764 | 1 025 650 |
| Schulden op ten hoogste een jaar | 825 482 | 306 498 |
| Totaal der passiva | 2 546 708 | 2 489 935 |
| in € | |
|---|---|
| Te bestemmen resultaat van het boekjaar | 61 326 822 |
| Toevoeging aan de overige reserves | -41 539 444 |
| Uit te keren winst | 19 787 378 |
Het resultaat van het boekjaar na belastingen bedraagt € 61 326 822 tegenover € 314 608 988 vorig boekjaar.
De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering van 13 mei 2020 het resultaat als volgt zal bestemmen:
| in € | |
|---|---|
| Te bestemmen resultaat van het boekjaar | 61 326 822 |
| Toevoeging aan de overige reserves | -41 539 444 |
| Uit te keren winst | 19 787 378 |
De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering een brutodividend zal uitkeren van € 0,35 per aandeel (2018: € 0.70 per aandeel).
Het dividend is in euro betaalbaar op 20 november 2020 bij de loketten van:




19 Technologie en innovatie

AANBOD
SECTORIEEL AANBOD 25 Producten en toepassingen





Beste lezer,
Op het moment van publicatie van dit Jaarverslag eist de verspreiding van het Covid-19-virus een zware tol op de economie en op mensenlevens wereldwijd. Het heeft een grote impact op industrieën en ondernemingen overal ter wereld, ook bij ons. Wat we hebben bereikt in 2019 heeft ons beter uitgerust om de uitdagingen die eraan komen aan te pakken. We zijn een robuuste onderneming met een enorm veerkrachtig team en we staan paraat om de ongeziene uitdagingen die de pandemie stelt aan te pakken.
Bekaert heeft in 2019 belangrijke stappen gezet om de onderliggende performantie te verbeteren. We hebben de balans versterkt met betere cashgeneratie en onze marges verhoogd door een combinatie van sterkere prijszettingsacties en vergaande kostenreducties, inclusief de sluiting van verlieslatende productiefaciliteiten.
De nettoschuld ten opzichte van onderliggende EBITDA daalde van 2,7 op het einde van 2018 tot 2,1 bij jaareinde 2019. Bovendien hebben we onze schuld geherfinancierd, waarbij we de looptijd gespreid hebben over een langere periode en onze rentelasten verlaagd hebben. Al deze acties hebben de balans beduidend verbeterd.
Bekaert heeft in 2019 belangrijke initiatieven op meerdere fronten ondernomen om de markt- en concurrentiepositie te verbeteren:

Matthew Taylor Gedelegeerd Bestuurder

Jürgen Tinggren Voorzitter van de Raad van Bestuur
organisatie, en van het verhuizen van bepaalde activiteiten.
» We hebben ook een doorbraak bereikt in veiligheidsprestaties met robuuste verbeteringen doorheen de Groep. Hoewel elk ongeval of levensbedreigend risico er één te veel is, zijn we trots op de vooruitgang die onze teams gemaakt hebben in het creëren van een werkomgeving die niemand schade berokkent.
Onze acties hebben geleid tot een verbetering in onderliggende EBIT van 15%, een aanzienlijke verhoging in Operating Free Cash Flow, en een hogere nettowinst, ondanks de aanzienlijke herstructureringskosten. De vooruitgang die we in 2019 hebben gemaakt is een reflectie van onze daadkracht om de ambities in te lossen en van de sterke betrokkenheid van onze teams. We willen onze medewerkers bedanken voor hun actieve bijdrage en hun onstuitbare spirit.
Bij de publicatie van dit Jaarverslag was het nog niet duidelijk in welke mate en binnen welke tijdspanne de markten zullen herstellen van de impact van Covid-19. De Raad van Bestuur, het leiderschapsteam en onze medewerkers engageren zich om alle nodige maatregelen uit te voeren om de veiligheid en gezondheid van onze mensen en hun families te garanderen, om de klantennoden te begrijpen en te dienen, en om zo veel mogelijk de impact van de pandemie op onze liquiditeit en resultaten te beperken.
Matthew Taylor Gedelegeerd Bestuurder
Jürgen Tinggren Voorzitter van de Raad van Bestuur
De voornaamste taken van de Raad van Bestuur zijn het bepalen van de strategie en het algemeen beleid van de Groep, en het opvolgen van de activiteiten van Bekaert. De Raad van Bestuur is het hoogste beslissingsorgaan van de onderneming. Enkel aangelegenheden die door de wet of de statuten zijn voorbehouden aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders vallen niet onder zijn bevoegdheid. De Raad van Bestuur telt momenteel dertien leden. Hun professioneel profiel omvat verschillende vakgebieden, zoals recht, business, industriële activiteiten, finance & investment banking, HR en consultancy.

Achteraan, van links: Caroline Storme, Christophe Jacobs van Merlen, Celia Baxter, Henri Jean Velge, Pamela Knapp, Emilie van de Walle de Ghelcke, Colin Smith Vooraan, van links: Gregory Dalle, Charles de Liedekerke, Matthew Taylor, Jürgen Tinggren, Hubert Jacobs van Merlen, Mei Ye
Jürgen Tinggren, Voorzitter (1) Christophe Jacobs van Merlen Caroline Storme Matthew Taylor, Gedelegeerd Bestuurder Hubert Jacobs van Merlen Emilie van de Walle de Ghelcke Celia Baxter (1) Pamela Knapp (1) Henri Jean Velge Gregory Dalle Colin Smith (1) Mei Ye (1) Charles de Liedekerke
(1) Onafhankelijke Bestuurders
De biografieën van alle leden van de Raad van Bestuur zijn beschikbaar op de Bekaert-website.
Op 8 mei 2019 keurde de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders de nominaties goed van Jürgen Tinggren als Voorzitter en onafhankelijke Bestuurder en Caroline Storme als Bestuurder.
Bert De Graeve, Leon Bekaert en Maxime Jadot stelden zich niet herverkiesbaar. Bert De Graeve werd benoemd tot Erevoorzitter na 17 jaar dienst bij Bekaert als Chief Financial and Administration Officer, Gedelegeerd Bestuurder en Voorzitter. Leon Bekaert en Maxime Jadot werden na 25 jaar dienst als lid van de Raad van Bestuur benoemd tot Erebestuurder. Martina Merz trad af als Bestuurder.
Gregory Dalle, Charles de Liedekerke en Hubert Jacobs werden herbenoemd als Bestuurder.
Als gevolg van deze wijzigingen verminderde het aantal Bestuurders van vijftien naar dertien.
Matthew Taylor heeft om persoonlijke redenen besloten om zich terug te trekken als CEO en bestuurder van Bekaert, en zal deze posities verlaten met ingang van 12 mei 2020. De Raad van Bestuur zal een uitgebreid zoekproces verrichten, dat betrekking zal hebben op zowel interne als externe kandidaten, om de best mogelijke kandidaat te vinden die als Bekaerts nieuwe permanente CEO zal aantreden. In tussentijd, vanaf 12 mei 2020, zal Oswald Schmid, Chief Operations Officer van Bekaert, optreden als interim CEO. De Raad van Bestuur zal dan ook zijn voorgestelde benoeming als lid van de Raad van Bestuur ter goedkeuring voorleggen aan de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 13 mei 2020.
De Raad van Bestuur kondigde verder, op 12 maart 2020, de nominaties aan van twee Bestuurders:
De mandaten van de bestuurders Celia Baxter, Christophe Jacobs van Merlen, Pamela Knapp, Emilie van de Walle de Ghelcke en Henri Jean Velge lopen af bij de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 13 mei 2020. De onafhankelijke bestuurders Celia Baxter en Pamela Knapp stellen zich niet herverkiesbaar. Christophe Jacobs van Merlen, Emilie van de Walle de Ghelcke en Henri Jean Velge stellen zich herverkiesbaar.
De Raad van Bestuur is Celia Baxter en Pamela Knapp dankbaar voor hun substantiële bijdrage als bestuurders tijdens de voorbije jaren.
Het Bekaert Group Executive (BGE) draagt de operationele verantwoordelijkheid voor de activiteiten van de onderneming en treedt op onder toezicht van de Raad van Bestuur. Het uitvoerend management wordt voorgezeten door Matthew Taylor, Gedelegeerd Bestuurder.
De samenstelling van het Bekaert Group Executive weerspiegelt de nieuwe organisatiestructuur – geïntroduceerd op 1 maart 2019 – met vier Business Units en vier Globale Functionele Domeinen.
De Business Units dragen globale P&L-verantwoordelijkheid voor strategie en oplevering binnen hun bevoegdheden en beschikken over toegewezen productiefaciliteiten en commerciële en technologieteams binnen hun respectievelijke organisatie. Dit helpt hen een aanpak te ontwikkelen waarin de klant centraal staat en die afgestemd is op de specifieke noden en dynamieken in hun markten.
De Functies vervullen de rol van strategische businesspartners, verantwoordelijk voor het aanleveren van specifieke expertise en diensten doorheen de Groep, zodat de business kan rekenen op de juiste deskundigheid om korte- en langetermijndoelstellingen waar te maken.

Achteraan, van links: Taoufiq Boussaid, Arnaud Lesschaeve, Jun Liao, Juan Carlos Alonso, Oswald Schmid Vooraan, van links: Rajita D'Souza, Curd Vandekerckhove, Matthew Taylor, Stijn Vanneste
De biografieën van alle leden van het Bekaert Group Executive zijn beschikbaar op de Bekaert-website.
Matthew Taylor heeft om persoonlijke redenen besloten om zich terug te trekken als CEO en bestuurder van Bekaert, en zal deze posities verlaten met ingang van 12 mei 2020. Matthew Taylor vervoegde Bekaert als lid van het Bekaert Group Executive in september 2013, en werd CEO in mei 2014.
Vanaf 12 mei 2020 en in afwachting van de benoeming van een nieuwe CEO, zal Oswald Schmid, Chief Operations Officer van Bekaert, optreden als interim CEO.
De Raad van Bestuur zal een uitgebreid zoekproces verrichten, dat betrekking zal hebben op zowel interne als externe kandidaten, om de best mogelijke kandidaat te vinden die als Bekaerts nieuwe permanente CEO zal aantreden en die Bekaert verder zal leiden in het ontwikkelen en het bereiken van haar strategische ambities.
Bekaert is een wereldmarkt- en technologisch leider in staaldraadtransformatie en deklaagtechnologieën. Door het continu creëren van toegevoegde waarde streven we ernaar de voorkeursleverancier voor staaldraadproducten en -oplossingen te zijn voor onze klanten wereldwijd. Bekaert (Euronext Brussels: BEKB) werd opgericht in 1880 en is een globale onderneming die wereldwijd 28 000 werknemers telt, met hoofdzetel in België en met een gezamenlijke jaaromzet van 5 miljard euro.
Wij willen de beste zijn in het begrijpen van de toepassingen waarvoor onze klanten staaldraad gebruiken. De kennis over hoe onze staaldraadproducten functioneren in de productieprocessen en producten van onze klanten, helpt ons immers om oplossingen te ontwikkelen en leveren die het best aan hun vereisten voldoen — zo creëren we meerwaarde voor onze klanten.
Staaldraad transformeren en unieke deklaagoplossingen toepassen, dat zijn onze kernactiviteiten. Afhankelijk van de wensen van onze klanten trekken we draad in diverse diameters en sterktes, zelfs tot ultrafijne vezels van één micron. We bundelen draden tot koord, kabels en strengen, weven of breien ze tot een weefsel of verwerken ze tot een eindproduct. De coatings die we aanbrengen verminderen wrijving, verbeteren de corrosiebestendigheid of bevorderen de adhesie met andere materialen.
better together beschrijft de unieke samenwerking binnen Bekaert en tussen Bekaert en haar businesspartners. We creëren waarde voor onze klanten door het leveren en co-creëren van een kwaliteitsportfolio van staaldraadoplossingen en door het bieden van dienstverlening op maat in alle continenten. Wij geloven in blijvende relaties met onze klanten, leveranciers en andere stakeholders en we verbinden ons ertoe om hen langetermijnwaarde te leveren. We zijn ervan overtuigd dat het vertrouwen, de integriteit en de onstuitbare spirit die onze medewerkers wereldwijd verenigen als één team de fundamenten vormen van succesvolle partnerschappen waar ook ter wereld.
Onze strategie is erop gericht om consistent waarde te creëren voor onze aandeelhouders door op een kostenefficiënte manier superieure waarde te creëren voor onze klanten. Onze visie en kernstrategieën vormen het fundament voor een businesstransformatie naar een hoger niveau van performantie.

Consistent met onze better together-aspiratie streven we er onophoudelijk naar om de voorkeursleverancier te zijn voor onze staaldraadproducten en -oplossingen. We doen dit door voortdurend superieure waarde te creëren voor onze klanten over de hele wereld.
Met deze visieverklaring heeft Bekaert expliciet haar speelveld vastgelegd: het beschrijft wat we willen zijn, waar we willen concurreren en investeren en hoe we ons willen onderscheiden.
Onze vijf kernstrategieën vormen de basis van Bekaerts prioriteiten en beslissingsprocessen die gericht zijn op het creëren van waarde en groei. Deze strategieën brengen onze visie in de praktijk en weerspiegelen de richting en prioriteiten voor de langere termijn:
Om onze kernstrategieën een onmiddellijke focus te geven met specifiek toegewezen middelen en een nauwgezette opvolging van de vorderingen, definiëren we ook onze Must Win Battles. De Must Win Battles krijgen speciale aandacht van de hele organisatie en maken daardoor de implementatie mogelijk van de vijf kernstrategieën in teams wereldwijd.
Na de ontgoochelende prestaties van 2018 hebben we onze Must Win Battles opnieuw gedefinieerd om onmiddellijke focus en aandacht te geven aan onze prioriteiten voor 2019. Deze aanpak is opnieuw succesvol gebleken om goede vooruitgang te boeken op onze doelen en in het inlossen van de vooropgestelde ambities voor het jaar.
We hebben begin 2019 een nieuwe organisatiestructuur geïmplementeerd om onze vaardigheden aan te scherpen en complexiteit uit de organisatie weg te halen. De nieuwe structuur stelt ons in staat sneller beslissingen te nemen, vlugger te reageren op veranderingen, en het eigenaarschap te verhogen om de performantie en klantgerichtheid te stimuleren.
De vier business units (BU) dragen globale P&L-verantwoordelijkheid voor strategie en oplevering binnen hun bevoegdheden en beschikken over toegewezen productiefaciliteiten en commerciële en technologieteams binnen hun respectievelijke organisatie. Dit zal hen helpen een aanpak te ontwikkelen waarin de klant centraal staat en die iedere BU toelaat nieuwe technologische ontwikkelingen sneller op de markt te brengen.
De functies vervullen de rol van strategische businesspartners, verantwoordelijk voor het aanleveren van specifieke expertise en diensten doorheen de Groep, zodat de business kan rekenen op de juiste vaardigheden om korte- en langetermijndoelstellingen waar te maken.
Door middel van het Customer Excellence-transformatieprogramma hebben we in 2019 onze commerciële kerncompetenties op verschillende manieren uitgebreid en de focus op superieure waardecreatie gericht.
Betere klantensegmentatie en accountmanagement hebben ons geholpen om onze aandacht meer efficiënt te sturen. De vorderingen in het winstherstel van Bridon-Bekaert Ropes Group zijn in grote mate te danken aan het beter segmenteren van producten en markten die bijdragen aan een hogere winstgevendheid.
Het Bekaert Customer Excellence (BCE)-team ontwikkelde en rolde een prijszettings- en margemanagementtool uit die het voor onze verkoopteams eenvoudiger maakt om prijszettingsinstructies te communiceren en de performantie op te volgen.
Bekaert implementeerde in 2019 significante kostenbesparingsmaatregelen, herfinancierde een groot deel van de schuld aan betere voorwaarden, maakte robuuste vooruitgang in het winstherstel van sommige zwakker presterende businessentiteiten, en voerde herstructureringen en sluitingen door waar de achteruitgang van de performantie en markt structureel en onomkeerbaar bleek.
De impact van de winstherstelaanpak – die al zichtbaar is in de resultaten van 2019 – zal voordelen blijven opleveren in de nabije toekomst. We hebben met succes een ommekeer verwezenlijkt in een aantal voorheen verlieslatende entiteiten zoals Bekaert Qingdao in China, Proalco in Colombia en Bekaert Bradford in het VK. Bridon-Bekaert Ropes Group blijft vooruitgang boeken in het verbeteren van de businessmix en winstmarges. De EBITDA-marge steeg aanzienlijk: meer dan een verdubbeling tegenover vorig jaar. De voordelen van recent geïmplementeerde footprintwijzigingen, inclusief herstructureringsprogramma's en fabriekssluitingen in België, de VS, Maleisië, Brazilië en de VAE, zullen onze winstperformantie verbeteren in de toekomst.
In 2019 werd de 'toolbox' van het Bekaert Manufacturing Excellence (BMS) programma uitgebreid met enkele nieuwe methodologieën en applicaties: het ABC (Always Committed, Best Quality, Customer Delight)-programma dat zich




richt op kwaliteitsverbeteringen die onze klanten onmiddellijk en zichtbaar voordeel opleveren, en BMS Digital dat digitale tools op de fabrieksvloer brengt.
Met ABC wil Bekaert een doorbraak bereiken in kwaliteitsprestaties, duurzame probleemoplossing en –eliminatie, en een echte klantgerichte mindset bewerkstelligen in alle productie-eenheden wereldwijd. Als dusdanig brengt het manufacturing en customer excellence samen in de fabriekshal. De pilootfabrieken waar ABC werd gelanceerd, legden onmiddellijke en duurzame resultaten voor. Dit werkte als een katalysator voor de snelle ontplooiing van het programma in alle fabrieken wereldwijd.
De digitale component van BMS brengt digitale tools op de fabrieksvloer die de inspanningen van het ABC-programma ten volle benutten. De stap naar papierloos werken en het ontvangen van real-time feedback stelt ploegleiders in staat om onmiddellijk te reageren op afwijkingen in processen en specificaties.
Bekaerts rubberversterkingsfabriek in Slatina (Roemenië) is fors uitgebreid de laatste jaren. De introductie van nieuwe technologieën, de omschakeling naar staalkoord met super- en ultrahoge treksterkte, en de snelle uitbreiding van het productieteam hebben druk gezet op de operationele efficiëntie en de performantie van de fabriek. Door BMS en in het bijzonder het ABC-programma te implementeren is de Slatina-fabriek erin geslaagd om de opstart-issues op te lossen en terug te keren op het pad van operationele uitmuntendheid.
Veiligheid is een van de prioriteiten in het verbeteren van operationele uitmuntendheid. In 2019 creëerden we een doorbraak in veiligheidsprestaties. De inspanningen en toewijding om de veiligheid te verhogen begonnen duidelijke resultaten op te leveren. Hoewel ieder ongeval of levensveranderend risico dat bij ons plaatsvindt er een te veel is, zorgt de vooruitgang die we boeken ervoor dat teams betrokken en geëngageerd blijven om de lat hoger te leggen en van Bekaert een werkomgeving te maken die niemand schade berokkent. Lees meer over de veiligheidsprogramma's en –vooruitgang in het Duurzaamheidsrapport.
Om tot een financieel gezonde balans te komen en het mogelijk te maken om te investeren in toekomstige groei, was een van de prioriteiten in 2019 het verlagen van de nettoschuldgraad. Een van de belangrijkste elementen in onze succesvolle aanpak was de sterke afbouw van het werkkapitaal.
Hoewel het optimaliseren van het werkkapitaal een constant doel is binnen Bekaert, hebben we het als Must Win Battle ingevoerd in 2019. Alle teams wereldwijd hebben zich georganiseerd om op elk onderdeel van het werkkapitaal te werken. De cijfers uit 2019 spreken voor zich: het werkkapitaal verminderde met 20% bij jaareinde 2019 in vergelijking met het jaar voordien. Dit was het resultaat van veel lagere voorraden, beter afgestemde betalingstermijnen, succesvolle acties om vorderingen te innen, en toegenomen factoring.
De nettoschuld op EBITDA verminderde van 2,7 bij jaareinde 2018 tot 2,1 aan het eind van 2019.
Naast de verlaging van de nettoschuld hebben we ook een groot deel van onze schuld geherfinancierd door de uitgifte van een Schuldschein- en obigatielening waarbij de schuldlooptijd werd verlengd en de rentelasten werden verminderd met 20%, jaar-op-jaar. Deze acties zorgen voor een structureel gezondere balans en zullen ons in staat stellen toekomstige groeikansen te grijpen.


CFO Taoufiq Boussaid en voormalig CFO ad interim Frank Vromant luiden in oktober 2019 de bel op de Brusselse Euronext aandelenbeurs om de succesvolle uitgifte van een nieuwe obligatielening te vieren.
Het inlossen van de ambities vooropgesteld in de 2019 Must Win Battles was zichtbaar in de cijfers en zorgde voor duidelijke progressie in de vijf kernstrategieën van de Groep.
Bekaert heeft altijd geloofd in samenwerking en co-creatie met klanten als drijfveren van duurzame partnerschappen en klantentevredenheid. Toch willen we beter doen en een echte klantgerichte organisatie worden. Deze strategie gaat over het verwerven van inzicht in wat waarde voor onze klanten betekent en op basis daarvan handelen. Het gaat erom onze klanten op de eerste plaats te zetten bij alles wat we doen, op elk niveau en waar ook ter wereld.
In de loop van 2019 stuurde Bekaert Customer Excellence (BCE) zijn koers bij. Waar de focus in de eerdere fases van het programma lag op het creëren van een goed functionerende commerciële organisatie, is dat geëvolueerd naar het creëren van waarde door customer excellence.
Het verwerven van betere inzichten in onze markten, concurrenten en klanten laat ons toe ons te concentreren op wat waarde toevoegt voor onze klanten en onze business. Een manier om te meten wat onze klanten van ons verwachten en hoe tevreden ze zijn, is de Net Promotor Survey. In 2019 was de gezamenlijke score voor de Net Promotor Survey 44 – een bevestiging van de sterke resultaten vorig jaar en uitstekend in vergelijking met de Net Promotor Score-benchmark van 20 voor internationale B2B-productiebedrijven.
Een van de succesverhalen in 2019 was de introductie van Mais Valor in onze Braziliaanse joint ventures. Dit programma is gericht op het creëren van waarde in alle commerciële processen en in onze manier van werken. De doelen in 2019 hadden betrekking tot klantensegmentatie, serviceniveaus, accountplannen, specifieke prijszettingstools, en persoonlijke ontwikkelingsplannen die de rollen, verantwoordelijkheden en doelen van alle leden uit de commerciële teams duidelijk maakten.
In 2019 hebben multidisciplinaire teams van de Bekaert-fabrieken in Rusland, Turkije en India de respectievelijke nabijgelegen bandenfabrieken van Yokohama en Bridgestone bezocht om te leren hoe onze staalkoord wordt verwerkt. Ze zagen er ook met eigen ogen hoe belangrijk het is om producten met een consistent hoge kwaliteit te leveren, aangezien de kleinste variatie grote gevolgen kan hebben op het productieproces van banden.
Zulke ontmoetingen en bezoeken dragen bij tot het smeden van krachtige banden tussen klant en leverancier. De teams wisselden ideeën uit omtrent customer stewardship, het gebruik van mini-ondernemingen, en veiligheidsprogramma's. Het was voor iedereen duidelijk dat het nog altijd mogelijk is van elkaar te leren, ook na jarenlang naar dezelfde doelen toe te werken.
Bij de implementatie van deze strategie heeft Bekaert duidelijke prioriteiten gesteld van waar we willen groeien en hoe we superieure waarde kunnen bieden om ons van de concurrentie te onderscheiden.

Onze derde kernstrategie betreft het versnellen van Bekaerts technologisch leiderschap in overeenstemming met onze strategie om waardecreërende groei aan te sturen door waardecreatie. Co-creatie is een van de leidende principes: we helpen onze klanten om zich op hun markten te onderscheiden en zorgen voor snelle vooruitgang en effectieve resultaten door doeltreffende samenwerking.
Meer informatie vindt u in het hoofdstuk Technologie en Innovatie van dit Jaarverslag.
Met deze kernstrategie willen we onze schaalvoordelen beter benutten door complexiteit te verminderen en standaardisatie te verhogen tot een best-inclass niveau. Daarnaast willen we garanderen dat we onszelf zo kosteneffectief mogelijk organiseren en zorgen voor een vermindering van de totale kost door doeltreffende proces- en productinnovaties terwijl we de beste waardecreërende oplossingen voor onze klanten ontwikkelen.
Het Bekaert Manufacturing System (BMS) helpt ons om vooruitgang te maken op het vlak van deze strategie. BMS is een programma dat instaat voor opera-

tionele uitmuntendheid in al onze processen en vestigingen wereldwijd. BMS bundelt de collectieve inspanningen van alle Bekaert-vestigingen om de totale kosten voor onze klanten zo laag mogelijk te houden.
Ondersteund door de BMS-methodologie en –tools identificeren en implementeren alle fabrieksteams acties om de veiligheid, kwaliteit en efficiëntie te verhogen en de kosten te beperken. Nu de kernelementen van het Bekaert Manufacturing System stevig verankerd zijn binnen alle productie-eenheden wereldwijd plukken we geleidelijk aan de kost- en kwaliteitsvoordelen die vloeien uit de standaardisatie en best practices.
Mobiele toestellen en apps winnen aan belang op de Bekaert-werkvloer. Het werkordermanagement van onderhoudsmedewerkers is nu gedigitaliseerd. Dat betekent dat zij hun planning van overal in de fabriek kunnen raadplegen en realtime updates krijgen wanneer nieuwe prioriteiten worden gesteld. Bovendien is de app gelinkt aan het wisselstukkenvoorraadsysteem wat voor nog meer efficiëntie zorgt.
Het engageren en empoweren van onze medewerkers zijn belangrijke succesfactoren op ons transformatietraject. We geven onze teams verantwoordelijkheden, bevoegdheden en aansprakelijkheden, en rekenen op de inzet van elke Bekaert-medewerker om de prestaties te verbeteren.
Naast de ontwikkeling en implementatie van het nieuwe Enterprise Performance Management (EPM)-model van Bekaert, heeft Bekaert een People Performance Management (PPM)-programma ontwikkeld als een nieuwe manier om de prestaties van mensen te beoordelen en te bekijken hoe we onze doelen in de toekomst beter kunnen bereiken. Als zodanig maakt PPM deel uit van een grotere inspanning om een veel prestatiegerichtere organisatie te worden.
De nieuwe prestatiemanagementaanpak is mogelijk door: een duidelijke afstemming van team- en individuele doelen met de businessprioriteiten; het regelmatig sturen en coachen van prestaties; een billijke verloning in lijn met de bereikte prestaties; en betere tools waarmee medewerkers hun prestaties en 'feedforward'-acties gedurende het jaar kunnen bijhouden. Deze elementen maken het iedereen makkelijker om de verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen doelen en hoe die te bereiken.
Het vergt enige tijd vooraleer een grote organisatiewijziging volledig begrepen wordt door iedereen in de onderneming. Om die reden hebben we verschillende communicatiesessies georganiseerd om zeker te zijn dat alle teamleden de relatie tussen hun eigen doelen, die van het team en die van Bekaert als geheel begrijpen, en hoe de nieuwe structuur ons in staat zal stellen om onze groei en winstgevendheid op te krikken. Met regelmatige bevragingen meten en verhogen we het begrip en de adoptie van de voordelen van de nieuwe organisatieset-up.
In 2019 werd de Bekaert University volledig ontplooid. Met de Bekaert University ondersteunen we de ontwikkeling van onze medewerkers en helpen we hen om hun doelen te bereiken door training aan te bieden die gericht is op verschillende professionele domeinen. De Bekaert University voorziet onze medewerkers van inspiratie, knowhow en medewerking van collega's en leidinggevenden om hun kennis om te zetten in actie.


In nauwe samenwerking met interne experts en externe leerinstanties evalueren en ontwikkelen we voortdurend ons trainingsportfolio om te verzekeren dat we altijd uitgerust zijn om de toekomstige vragen van onze klanten en medewerkers te beantwoorden.

Digital display_University_1440x810.indd 1 10/12/2019 15:52:33
Omdat niet iedereen bekend is met financiële principes organiseert de Commercial Academy op regelmatige tijdstippen een workshop Basis financiële kennis voor commerciëlen. Deelnemers leren bijvoorbeeld welke winstindicatoren bepalend zijn om commerciële beslissingen te nemen. Door deze inzichten te verwerven kunnen ze beter inschatten hoe ze de performantie van Bekaert positief kunnen beïnvloeden. Of zoals een medewerker het stelde: "Deze praktische voorbeelden maken ons ervan bewust hoe we rechtstreeks kunnen bijdragen aan de winstgevendheid."
Technologisch leiderschap en snelheid vormen een kernstrategie voor Bekaert. Onze activiteiten in dit domein richten zich op het creëren van toegevoegde waarde voor onze klanten ten gunste van het langetermijnsucces van onze business en al onze stakeholders. We werken samen met klanten en leveranciers over de hele wereld om zowel bestaande als nieuwe technologieën te ontwikkelen, te implementeren, te upgraden en te beschermen. We luisteren naar onze klanten, zodat we hun behoeften op het vlak van innovatie en verwerking begrijpen. Weten hoe onze producten functioneren in hun productieprocessen en eindproducten is uiterst belangrijk voor het ontwikkelen van oplossingen die toegevoegde waarde bieden.
Staaldraadtransformatie- en unieke deklaagtechnologieën vormen onze kerncompetenties. Om ons technologisch leiderschap hierin verder te versterken, investeert Bekaert intensief in onderzoek en ontwikkeling en beschouwen wij innovatie als een constante drijfveer in al onze activiteiten en processen.
Om ons technologisch leiderschap te behouden en te versterken, zoeken we voortdurend naar nieuwe oplossingen in staaldraadtransformatie- en deklaagtechnologieën. Door deze competenties te combineren beïnvloeden we de eigenschappen van staal zoals sterkte, buigzaamheid, vermoeiing, vorm, adhesie en corrosiebestendigheid.
Zelfs na 140 jaar ervaring blijft er veel te ontdekken in onze zoektocht naar de optimale bulk- en oppervlakte-eigenschappen van staaldraad. Door de synergieën tussen de competenties van onze technologen en die van onze onderzoeks- en zakenpartners te maximaliseren, kunnen we daadwerkelijk het verschil maken en oneindig veel mogelijkheden scheppen.
Het Research and Innovation-departement is het expertisecentrum voor Bekaerts technologische kerndomeinen. Daarnaast concentreert het zich ook op datamodellering en sensortechnologieën in nauwe samenwerking met de engineering- en IT-departementen.
In 2019 bleven we investeren in onze fundamentele onderzoeksdomeinen zodat die ons in staat stellen om nieuwe toekomstmogelijkheden voor Bekaert te detecteren en bestuderen.
We danken het Vlaams Agentschap voor Innoveren en Ondernemen (VLAIO) en de Belgische federale regering. De subsidies en stimuli voor R&D-projecten met hooggeschoold wetenschappelijk personeel en onderzoekers in Vlaanderen zijn essentieel voor het behoud van R&D-activiteiten in België.

Bekaert zoekt actief naar mogelijkheden voor samenwerking met strategische klanten, leveranciers en academische onderzoeksinstituten en universiteiten. De academische partnerschappen richten zich vooral op fysische metallurgie, metaaldeklagen, modellering en op speciale laboanalysetechnieken die niet binnen het bedrijf beschikbaar zijn.

Om de ontwikkeling van nieuwe technologieën, producten en oplossingen te versnellen hebben we een set-up geïmplementeerd die aansluit bij de nieuwe organisatiestructuur.

Meer klanten testen staalkoord met onze revolutionaire deklaag TAWI® of 'Ternary Alloy Wire' coating. Deze staalkoorddeklaag laat bandenmakers toe om hun processen schoner te maken aangezien het de nood om kobalt toe te voegen aan hun rubbersamenstelling elimineert.
Bekaert heeft een dubbele draad ontwikkeld die slangenfabrikanten toelaat om zonder extra machine-investeringen twee keer zo veel draden aan een bundel toe te voegen. Voor het samenstellen van draadbundels is het aantal spoelposities op herwinders beperkt. Door een dubbele draad aan te bieden haalt Bekaert die beperking weg en laat het hen toe om twee draden per spoel toe te voegen aan een bundel. Een bijkomend voordeel is dat de draadspanning en -lengte meer beheerst worden. Dit vermindert de nood om de herwinders geregeld opnieuw af te stellen en zorgt tegelijkertijd voor een meer consistente verwerking tijdens de productie van gevlochten staalversterkte slangen.
De afdeling Intellectuele Eigendommen (IE) van Bekaert zorgt, via haar teams in België en China, voor de patenten, ontwerpen, handelsmerken, domeinnamen en handelsgeheimen voor de hele Bekaert Groep, Bridon-Bekaert Ropes Group en de joint ventures in Brazilië inbegrepen. Het adviseert ook over IE-clausules in verschillende overeenkomsten zoals gezamenlijke ontwikkelingsovereenkomsten en licenties.
Door het betrouwbare IE-beschermingsbeleid is Bekaert een vertrouwde partner van klanten en leveranciers over de hele wereld. In de loop van 2019 werd de patentpositie van het nieuw ontwikkelde Murfor® Compact wereldwijd versterkt met octrooien. We hebben ook verschillende inbreuken op de handelsmerken van Dramix® en Bekaert gestopt in Turkije, Vietnam en op Chinese websites.
In 2019 diende Bekaert 29 eerste octrooiaanvragen in. Eind 2019 had de Bekaert Groep een portfolio van bijna 1 800 octrooien en octrooiaanvragen.
Bekaerts eigen engineeringafdeling speelt een cruciale rol in de optimalisatie en standaardisering van onze productieprocessen en -machines. Naast het ontwerpen, produceren en integreren van beschikbare engineeringoplossingen, installeert en onderhoudt deze afdeling de kritische machine-uitrusting van onze fabrieken wereldwijd.
Bekaert kan dankzij haar engineeringafdeling snel op de vraag naar capaciteitsaanpassingen reageren. Omdat we de technologische behoeften kennen en begrijpen, zijn de doorlooptijden kort en is de flexibiliteit hoog.
Nieuwe machines combineren altijd innovatieve oplossingen voor prestatieverbeteringen op verschillende vlakken, zoals productkwaliteit, prestatievermogen en flexibiliteit en kostenefficiëntie. Onze belangrijkste aandachtspunten zijn machineveiligheid, ergonomie en de impact op het milieu.
Bekaert Engineering neemt koop/maak-beslissingen op basis van verschillende factoren, waaronder kosteneffectiviteit, technologisch leiderschap en bescherming van intellectuele eigendommen. Om dit te bereiken, screent het team actief de markt op nieuwe technologieën en trends en verkent het samenwerkingsmogelijkheden voor het continu verbeteren van de uitrusting en manufacturing excellence van Bekaert.
Onze ingenieurs en technici gebruiken hun uitgebreide ervaring om de 'Bekaert-fabriek van de toekomst' te helpen bouwen. Dit doen ze door hoogperformante, innovatieve uitrusting te ontwikkelen tegen een lage operationele kost, machines die een minimale omstellingstijd vereisen en maximale automatiserings- en robotisatiemogelijkheden verzekeren. Er worden inspanningen geleverd om uitrusting te automatiseren waardoor machineoperatoren hun expertise optimaal kunnen inzetten op taken met toegevoegde waarde.
In lijn met de better together-filosofie interageren engineeringteams met elkaar en stimuleren ze onderling de ontwikkeling en oplevering van de best mogelijke oplossingen voor en met de businesses. Onder de paraplu van het Bekaert Manufacturing System werkt het engineeringdepartement samen met IT en Research and Innovation om Industry 4.0-innovaties te onderzoeken die nieuwe wegen naar product- en procesverbeteringen inslaan. We kijken hoe deze vorderingen onze productieset-up op lange termijn kunnen beïnvloeden en kunnen leiden tot een visie voor het onderhouden van fabrieksuitrusting tijdens hun volledige levensduur.
Dankzij fabrieksautomatisering en productie-informatiesystemen (MES) kan de productiviteit geoptimaliseerd worden. Het toegenomen gebruik van sensoren en robotica getuigt van de interconnectie en digitalisering. Geavanceerde sensoren en meetinstrumenten worden meer en meer in Bekaerts productieuitrusting geïntegreerd om de specificatietoleranties in verschillende productiestappen te controleren. Dit verhoogt de kwaliteitstestmogelijkheden voor Bekaert in alle kritische procesfases en garandeert producten zonder gebreken voor onze klanten.

Bekaert is sterk aanwezig in verschillende sectoren. Daardoor zijn we minder gevoelig voor sectorspecifieke trends en is het ook een voordeel voor onze klanten. Oplossingen die we ontwikkelen voor klanten in één sector vormen namelijk ook vaak de basis voor innovaties in andere sectoren.
Bekaert staat in dienst van klanten in een veelheid aan sectoren met een uniek portfolio van getrokken staaldraadproducten, gecoat om zo optimaal mogelijk aan de toepassingsnoden te voldoen. Bekaerts staaldraad wordt gebruikt in auto's en vrachtwagens, in liften en mijnen, in tunnels en bruggen, thuis en op kantoor, in machines en offshore. Als iets rijdt, hijst, filtert, versterkt, afbakent of vastmaakt, dan is er een grote kans dat het Bekaert-producten bevat.
Meer informatie over onze staaldraadproducten en –oplossingen is te vinden op onze website.


Bekaerts business unit Rubberversterking ontwikkelt, produceert en levert staalkoord en hieldraad aan de bandensector. Voor de machinebouwmarkten bevat het productportfolio slangendraad en transportbandversterking.
Om klanten wereldwijd te bedienen heeft de business unit een globale aanwezigheid met productie-eenheden in EMEA, de VS, Brazilië, India, Indonesië en China. In 2020 begint Bekaert aan de bouw van een nieuwe fabriek in Vietnam.

Automobielmarkten verzwakten in 2019 wat wereldwijd leidde tot een duidelijke daling in productievolumes van nieuw geproduceerde voertuigen. De OEM-vraag is weliswaar niet de belangrijkste groei-indicator voor de banden- en staalkoordbusiness.
De globale radiaalbandenproductie telde 1,8 miljard eenheden in 2019, stabiel tegenover het jaar ervoor en bestaand uit 12% radiaalbanden voor vrachtwagens en 88% radiaalbanden voor personenwagens. De gemiddelde jaarlijkse groei bedroeg de laatste tien jaar +2,7% (inclusief de nulgroei in 2019) en de toekomstige jaarlijkse groei is geschat tussen 2 en 3%.
Op basis van de beschikbare marktdata schatten we dat de vervangingsmarkt in 2019 instond voor bijna 80% van de totale bandenverkoop (tegenover 75% in normale OEM-marktomstandigheden). Dit werd gedeeltelijk gedreven door een lagere OEM-omzet en gedeeltelijk door een compenserende hogere verkoop in de vervangingsmarkten als gevolg van een verouderende voertuigenvloot.
De voornaamste groeifactoren in bandenmarkten zijn de totale afgelegde afstand (voor personenwagens) en vrachtverkeerindicatoren (voor vrachtwagens). De toenemende velgdiameter en de ecologische shift naar almaar dunnere en sterkere staalkoordconstructies zijn bijkomende groeifactoren voor Bekaerts staalkoordproducten.
Bekaerts rubberversterkingsbusiness behaalde 2,4% omzetgroei, gedreven door hogere volumes. De business unit behaalde 10% volumegroei in China als gevolg van toegenomen marktaandeel en een sterke vraag, vooral in de eerste helft van het jaar. De omzet was nagenoeg stabiel in EMEA en Noord-Amerika maar viel terug in Indonesië en India.
Aanzienlijke walsdraadprijsdalingen leidden tot voorraadwaarderingscorrecties bij jaareinde en duwden de onderliggende EBIT onder het niveau van 2018 tot € 172 miljoen, aan een marge van 8,7%. De winstgevendheid verbeterde significant in Azië, maar daalde in EMEA en de VS.
Gerapporteerde EBIT bedroeg € 155 miljoen, iets hoger dan vorig jaar. EBIT werd zowel in 2018 (€ -25 miljoen – voornamelijk gelinkt aan de sluiting van de fabriek in Figline, Italië) als in 2019 (€ -18 miljoen – voornamelijk door de footprintwijziging in de VS) geaffecteerd door eenmalige kosten.
Onderliggende EBITDA was € 295 miljoen met een marge op omzet van 14,8%. ROCE verbeterde van 12,9% naar 13,2% als gevolg van acties om het kapitaalgebruik te beperken.
Investeringen in materiële vaste activa bedroegen € 42 miljoen en omvatten investeringen in alle werelddelen. De aankoop van gebruiksrechten op grond in Vietnam bedroeg € 13 miljoen.
Bekaert heeft acties genomen om de opstartproblemen en inefficiënties aan te pakken in fabrieken die de voorbije jaren gevoelig hebben uitgebreid. Dit gold in het bijzonder voor de rubberversterkingsfabrieken in Slovakije, Roemenië en India. De geïmplementeerde acties vertoonden al resultaat in de loop van 2019 en worden verwacht meer voordelen op te leveren in 2020 en daarna.
Bandenmakers versnellen innovatie in bandendesign om nieuwe vraag- en technologietrends te lanceren of te volgen. Deze omvatten: bandendiversificatie in lijn met het toenemende aanbod aan voertuigvarianten; constante verbeteringen in grip, rolweerstand en slijtage; de zoektocht naar hernieuwbare of gerecycleerde grondstoffen; en baanbrekende innovaties zoals slimme banden en futuristische designconcepten.
Banden met een velgdiameter boven 17" vergen twee keer zo veel staalkoord als 13"-banden
Een vrachtwagenband gebruikt meer dan tien keer het volume staalkoord van een standaard personenwagenband
Bekaert ontwikkelt staalkoordoplossingen die bandenmakers helpen om nieuwe bandendesigns te ontwikkelen. Alle nieuwe trends, inclusief banden voor elektrische en autonome voertuigen, duurzame materialen, en concepten voor luchtloze banden, gebruiken staalkoord. Bekaert neemt het voortouw in innovatie met steeds lichtere en sterkere rubberversterkingsproducten en met coatingtechnologieën die de toevoeging van kobalt aan de rubbersamenstelling overbodig maken.
Bekaert bouwt momenteel een nieuwe rubberversterkingsfabriek in Vietnam om zowel de regionale als exportmarkten te bevoorraden. De productiestart is gepland voor het begin van 2021.
Na balansdatum heeft Bekaert de (20%) aandelen verworven die Continental Global Holding Netherlands BV voorheen aanhield in Bekaert Slatina in Roemenië.
Bekaerts business unit Staaldraadtoepassingen ontwikkelt, produceert en levert een zeer breed gamma van staaldraadproducten en –oplossingen aan klanten in diverse sectoren, waaronder bouw, consumptiegoederen, landbouw, energie en nutsvoorzieningen, mijnbouw en de industrie in het algemeen.
Om klanten wereldwijd te bedienen heeft de business unit een globale aanwezigheid met productie-eenheden in EMEA, de VS, Latijns-Amerika en Azië en een wereldwijd verkoop- en distributienetwerk.

De uitgebreide diversiteit van sectoren, geografieën, en concurrentielandschappen waarin de business unit Staaldraadtoepassingen actief is, maakt het onmogelijk om economische evoluties en groeifactoren te identificeren die algemeen gelden. Wanneer we kijken naar onze belangrijkste markten, dan beschouwen we de volgende indicatoren als de voornaamste om het businessklimaat te evalueren in 2019 en in de komende jaren:
De business unit Staaldraadtoepassingen rapporteerde een omzetdaling van -3,3% ten opzichte van vorig jaar. De positieve effecten van prijsmix (+3,7%) en wisselkoersbewegingen (+0,8%) compenseerden gedeeltelijk de impact van verrekende walsdraadprijsdalingen (-2,6%) en lagere volumes (-5,2%).
De economische onzekerheid in de automobiel-, andere industriële en landbouwmarkten duwde de omzet in EMEA, Noord-Amerika en Zuidoost Azië lager. Het businessklimaat in Latijns-Amerika verslechterde verder door hevige protestacties in de hele regio in het laatste kwartaal van 2019. De staaldraadactiviteiten in India en China kenden een stevige groei.
Onderliggende EBIT was € 51 miljoen, 11% lager dan vorig jaar en resulterend in een marge op omzet van 3,4%. Verschillende factoren veroorzaakten de winstdaling: de lage volumes in Noord-Amerika, Zuidoost Azië en bepaalde activiteiten in EMEA; de structureel zwakke performantie van een aantal fabrieken, wat aanleiding gaf tot de beslissing om twee productiesites te sluiten; en voorraadwaarderingscorrecties bij jaareinde als gevolg van sterke walsdraadprijsdalingen en verouderde voorraden.
De baten van recente winstherstelprogramma's werden in de loop van 2019 zichtbaar en we verwachten verdere margeverbetering in 2020.
De eenmalige elementen gelinkt aan de fabriekssluitingen en verschillende herstructureringsprogramma's bedroegen in totaal € -25 miljoen en leidden tot de daling in gerapporteerde EBIT.
De investeringen in materiële vaste activa bedroegen € 28 miljoen en omvatten voornamelijk investeringen in Slovakije, China, de VS en Chili.
Om de winstgevendheid te herstellen en te reageren op verslechterende omstandigheden in sommige markten hebben we besloten om de productiefaciliteiten in Shelbyville (Kentucky, VS) en Ipoh (Maleisië) te sluiten.
Waar we wel mogelijkheden tot een succesvolle ommekeer zien, investeren we in nieuwe markten, productiecapaciteit en teamvaardigheden. Voorbeelden van locaties waar we de voordelen van dergelijke winstherstelprogramma's in de loop van 2019 begonnen te zien, zijn Qingdao (China), Bradford (UK), en Proalco (Colombia).
Bekaert Qingdao in China verbeterde zijn operationele vaardigheden met nieuwe technologieën en investeringen. De fabriek slaagde erin de productkwaliteit en –mix significant te verbeteren en de volumes naar veel hogere niveaus te tillen. Daardoor maakte het team de fabriek winstgevend en realiseerde het goede marges in 2019.
Proalco-Bekaert in Colombia had in de voorbije jaren te lijden onder zwakke concurrentiekracht en marges. De herstelacties die in 2019 zijn geïmplementeerd wierpen al snel vruchten af. Het nieuwe managementteam betrok alle werknemers in de adoptie van het Bekaert Manufacturing System waarmee het grote kostenbesparingen en meer standaardisatie creëerde. Daarnaast werden verschillende acties geïmplementeerd om de productmix van de fabriek te verbeteren. In 2019 behaalde Proalco-Bekaert sterke margegroei en slaagde het erin het werkkapitaal op omzet tot minder dan 3% te brengen bij jaareinde.
De business unit ziet voorwaartse integratie en strategische samenwerkingen als een kans om goede margebusinessactiviteiten te ontwikkelen in veelbelovende markten. Een eerste partnerschap werd afgesloten aan het einde van 2019 met de oprichting van de AGRO-Bekaert joint venture.
Om buiten onze kernactiviteiten te groeien hebben we een joint venture gesloten met AGRO, een wereldleider in de productie van matraskernen van hoge kwaliteit, om hoogwaardige staaldraad verensystemen voor matraskernen te ontwikkelen en te produceren in Colombia. Waar Bekaert staaldraadtechnologie en regionale marktkennis bijdraagt, zorgt AGRO voor staalverentechnologie en sectorale marktknowhow. AGRO-Bekaert Colombia SAS zal de productieactiviteiten opstarten in het tweede kwartaal van 2020 en zal superieure waardetoevoegende oplossingen voor matrasproducenten en meubelbekleders in Colombia, Centraal-Amerika en de Caraïben ontwikkelen, produceren en promoten. Ervaring en expertise komen samen in een gloednieuwe productiesite in Barranquilla, Colombia, om deze ambitie waar te maken.

Trends rond hernieuwbare energie creëren kansen voor het wapeningsdraadportfolio van Bekaert Staaldraadtoepassingen.
Onderzeese stroomkabels brengen elektriciteit van offshore windmolenparken aan land. Bekaerts niet-magnetische wapeningsdraad van verzinkt roestvast staal verlaagt de total cost of ownership (TCO) door de energieverliezen en warmteafvoer te beperken, en biedt een voorspelbare en betrouwbare levensduur van de deklaag.
Dankzij zijn lage permeabiliteit vermindert roestvast staal energieverliezen in de bewapening die anders ontstaan door het magnetisch veld van de kabel. Dit verhoogt de efficiëntie van de kabel zonder het kabelontwerp te moeten veranderen, zoals dat wel nodig is bij andere bewapeningsoplossingen. Daarnaast vermindert niet-magnetische bewapening de nood aan isolatiemateriaal om warmteafvoer tegen te gaan, wat zowel een technische als een milieubezorgdheid is voor HVAC-kabelfabrikanten. Tot slot beschermt de zware zinklaag de draad tegen put- en barstcorrosie.

Bekaerts business unit Specialty Businesses omvat vier subsegmenten die verschillende markten bedienen: bouwproducten, vezeltechnologieën, combustion-technologie en zaagdraad. Qua karakteristieken delen ze een high-end productportfolio, geavanceerde technologieën en de voortdurende zoektocht naar lichtgewichtoplossingen en milieuvriendelijke toepassingen.
Bouwproducten ontwikkelt en produceert producten die beton, metselwerk, pleisterwerk en asfalt verstevigen. Vezeltechnologieën biedt hoogwaardige producten aan voor filtratie, hitteresistent textiel, electrogeleidend textiel, de veilige ontlading van statische energie, en sensortechnologieën. Combustiontechnologie richt zich op verwarmingsmarkten met milieuvriendelijke gasbranders en residentiële en commerciële warmtewisselaars. Zaagdraad ontwikkelt en produceert kerndraad en diamantdraad voor fotovoltaïsche en semiconductortoepassingen.

Het bouwproductenplatform vertegenwoordigt het grootste deel van de omzet van deze business unit. De vraag naar Bekaerts Dramix® staalvezels voor betonversterking was sterk doorheen het volledige jaar. De recent gelanceerde Murfor® Compact metselwerkbewapening en Fortifix® asfaltversterking ontwikkelden gestage groei vanuit een nog beperkte, start-upproductiebasis.
De Vezeltechnologieactiviteiten zagen een vraagdaling in dieselpartikelfiltermedia door de vertraging in de OEM-automobielmarkten, gecompenseerd door toegenomen business in andere activiteiten. De plotse stop van overheidssteun in China voor de conversie van steenkool naar gas beïnvloedde de vraag naar gasbranders en warmtewisselaars in dat land. De zaagdraadmarkt bleef zeer competitief.
De business unit Specialty Businesses rapporteerde een nagenoeg stabiele omzet met sterke verschillen tussen de respectievelijke activiteitsplatformen.
Het bouwproductenplatform behaalde +6% omzetgroei in 2019. De organische groei (+5%) werd evenredig gedreven door sterke volumes en een positieve prijsmix en wisselkoersbewegingen voegden +1% toe. De vezeltechnologieactiviteiten boekten een stabiele omzet voor het boekjaar na een sterk vierde kwartaal en de combustion-activiteiten eindigden het jaar 4% onder de omzet van 2018. De omzet van (diamant) zaagdraad was beperkt.
Onderliggende EBIT verdubbelde tot € 52 miljoen aan een marge van 12,2%, voornamelijk gedreven door een sterke onderliggende performantie van de bouwproductenactiviteiten en lagere verliezen in de zaagdraadbusiness. De gerapporteerde EBIT omvatte eenmalige elementen (€ -18 miljoen) die vooral betrekking hadden op de sluiting van de Belgische bouwproductenfabriek en op verliezen veroorzaakt door de sociale acties in de Belgische sites van de businessunit.
Bouwproducten richt zich op nieuwe regio's met zijn laatste generatie producten, waaronder Murfor® Compact voor metselwerkbewapening, Fortifix® asfaltversterking en Dramix® 4D en 5D staalvezels voor betonversterking.
We breiden de productiecapaciteit uit in Tsjechië en India. Deze twee locaties worden samen met Indonesië de wereldwijde exporthubs, naast een aantal kleinere productie-eenheden die lokale marktnoden beantwoorden zoals in China, Rusland en de VS.
Met de uitkoop van Maccaferri's aandeel van 50% in Bekaert-Maccaferri Underground Solutions onderstreept Bekaert de ambitie om sneller te groeien in de tunnelmarkt en andere ondergrondse toepassingen van Dramix® staalvezels voor betonversterking.

Murfor® Compact, Bekaerts hoogperformante metselwerkbewapening, is een stevig net van staalkoord met hoge treksterkte dat op rol geleverd wordt voor metselwerk met dunne naden en gelijmd metselwerk. De sterke structuur van de bewapening vermijdt barsten en versterkt het metselwerk. Dit lichtgewicht product is gemakkelijk te hanteren en te installeren. Aangezien het ter plaatse op maat kan gesneden worden is er amper verlies.
Vezeltechnologieën heeft innovatieve fijne metaalvezels ontwikkeld om composietmaterialen te versterken. Lichtgewicht composietmaterialen zijn doorgaans vatbaar voor explosieve en onverwachte breuken – een voortdurende uitdaging voor de composietindustrie. Door toevoeging van metaalvezels wordt een composietmateriaal gecreëerd dat meer energie absorbeert, sterker is en elektrisch geleidend. Deze veelbelovende technologie brengt voordelen naar segmenten waar impactweerstand, duurzaamheid en veiligheid essentieel zijn, zonder compromissen te maken qua gewicht. Bekaert richt zich op applicaties in sport, ruimtevaart en automobiel.
Als globale aanbieder van kabel- en advanced cords-oplossingen engageert Bridon-Bekaert Ropes Group zich om de leidende innovator en leverancier van de hoogst performante kabels en A-Cords te zijn voor zijn klanten wereldwijd. De unieke combinatie van technologieën in staaldraadkabels, synthetische kabels en advanced cords (A-Cords) laat een hoge differentiatie toe in high-end markten.
BBRG-Ropes heeft een leidende positie in een heel breed gamma van sectoren, inclusief dag- en ondergrondse mijnbouw, offshore en onshore olie & gas, hijskraan- en industriële toepassingen, visserij & marine, en constructies.
De A-Cords-business van BBRG ontwikkelt en levert fijnkoord voor liften en distributieriemen die respectievelijk in de bouw- en machinebouwmarkten worden gebruikt, en raamsysteem- en verwarmingskabels voor de automobielsector.

In 2019 bleven de marktdynamieken uitdagend in BBRG's voornaamste kabelsectoren. De olie-industrie bleef in balansherstelmodus met eerder beperkte investeringen in materiële activa. Mijnbouwmarkten keerden terug naar bescheiden groei in een gewijzigd competitief landschap. Dat gold ook voor de sectoren van hijskranen en industriële toepassingen.
De zwakke OEM-automobielactiviteit woog op de vraag naar raamsysteemen verwarmingskabels in de A-Cords-business, terwijl de vraag van lift- en distributieriemmarkten goed stand hield.
In de kabelmarkten is BBRG een markt- en technologisch leider die met vier andere globale spelers en een zeer groot aantal lokale en regionale spelers concurreert. De groeifactoren voor de kabelbusiness van BBRG zijn: de activiteitsniveaus en investeringen in mijnbouw en olie & gas; de technologieshift naar slimme mijnbouwoplossingen en hoog-performante staal-, synthetische en hybride kabels met een lange levensduur; en waardecreatie voor klanten, gedreven door een lagere total cost of ownership en onderhoudsuitmuntendheid.
In advanced cords (A-Cords)-markten is BBRG een markt- en technologisch leider in lift- en distributieriemmarkten. Co-creatie, voortdurende innovatie, en investeringen in bouw- en industriële markten zijn hier de belangrijkste groeifactoren voor de business.
Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) behaalde 5,5% omzetgroei, afkomstig van solide organische groei (+4,2%) en gunstige wisselkoersbewegingen (+1,2%). De organische groei was het resultaat van een verbeterde product- en prijsmix in kabels en stevige omzetgroei in advanced cords (A-Cords).
De kabelbusiness van BBRG boekte solide omzetgroei in olie & gas-, mijnbouw-, hijskraan- en industriële toepassingen. In visserij- en marinemarkten waren de verkoopvolumes nagenoeg gelijk aan die van vorig jaar. De projectbusiness rapporteerde een lagere omzet dan het voorgaande jaar omwille van een trage start in constructieprojecten begin 2019.
De kabelactiviteiten realiseerden een opmerkelijke vooruitgang in het verbeteren van de businessmix door te focussen op kwaliteitsbusiness en door de aanwezigheid in segmenten met lagere marges af te bouwen. Deze strategie zorgde voor een volumedaling van 8% tegenover het jaar voordien, met daartegenover toegenomen omzet en marges.
De advanced cords-activiteiten (A-Cords) zagen een aanhoudend sterke vraag in distributieriemmarkten en een stijging in lifttoepassingen in de tweede helft van het jaar.
Onderliggende EBIT en EBITDA verbeterden aanzienlijk als gevolg van succesvolle winstherstelacties. De gerapporteerde EBIT bedroeg € 9 miljoen en bevatte € -3 miljoen aan eenmalige kosten en opbrengsten. De EBITDA-marge bedroeg 8,1%, meer dan een verdubbeling tegenover vorig jaar.
BBRG investeerde € 14 miljoen in materiële vaste activa, voornamelijk in het A-Cords-platform en in de kabelfabrieken in het VK en de VS.
Winstherstel is een prioriteit voor Bridon-Bekaert Ropes Group. De acties die in 2019 zijn ingevoerd hebben effect op de marges. De business unit zal zijn businessmix verder blijven verbeteren door betere segmentatie en verdere innovatie. Acties voor kostenefficiëntie, schaalverbetering en footprintoptimalisatie zullen aanvullend bijdragen aan de winstgevendheid van de business in de komende jaren.
Om het potentieel als aanbieder van totaaloplossingen uit te breiden heeft Bridon-Bekaert Ropes Group de Ropes 360-diensten in het leven geroepen. Met Ropes 360 ondersteunen en adviseren we onze klanten tijdens de volledige levensduur van de kabels, waarbij we de veiligheid van hun activiteiten en de levensduur van de kabel maximaliseren en op die manier de kost verlagen.
Onze kabelspecialisten en –ingenieurs bieden volledige oplossingen, van kabelinstallatie, over kabelinspectie tot feedback nadat de kabel uit dienst is genomen. Dit stelt onze klanten in staat de kosten te vermijden die gelinkt zijn aan stilstand van apparatuur. Het Ropes 360-model werkt als een oneindige verbeteringscyclus: hoe meer we weten, des te beter we hogekwaliteitskabels en –diensten kunnen ontwikkelen voor onze klanten.
BBRG heeft de kabels geleverd voor de grootste grondkraan ter wereld, ontworpen en gebruikt door Sarens. De kraan kan 5 000 ton tillen dankzij een maximaal laadmoment van 250 000 ton en beantwoordt aan een vraag van klanten uit de bouwsector om grote en zware voorgeassembleerde modules te transporteren en te hijsen.


| Gezamenlijke kerncijfers | |||
|---|---|---|---|
| in miljoen € | 2018 | 2019 | Delta |
| Omzet | 5 074 | 5 132 | 1,1% |
| Investeringen (materiële vaste activa) | 226 | 135 | -40,3% |
| Personeel op 31 December | 29 406 | 28 411 | -3,4% |
| in miljoen € | 2018 | 2019 | Delta |
|---|---|---|---|
| Winst- en verliesrekeningen | |||
| Omzet | 4 305 | 4 322 | 0,4% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 147 | 155 | 5,4% |
| EBIT-onderliggend | 210 | 242 | 15,2% |
| Financieel resultaat | -111 | -85 | -23,4% |
| Winstbelasting | -58 | -51 | -12,1% |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures | 25 | 29 | 16,0% |
| Perioderesultaat | 3 | 48 | |
| toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 40 | 41 | 2,5% |
| toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden | -37 | 7 | |
| EBITDA-onderliggend | 426 | 468 | 9,9% |
| Afschrijvingen (materiële vaste activa) | 197 | 212 | 7,6% |
| Waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen | 42 | 37 | -11,9% |
| Eigen vermogen | 1 516 | 1 532 | 1,1% |
|---|---|---|---|
| Vaste activa | 2 050 | 2 048 | -0,1% |
| Investeringen (materiële vaste activa) | 198 | 98 | -50,5% |
| Balanstotaal | 4 449 | 4 305 | -3,2% |
| Nettoschuld | 1 153 | 977 | -15,3% |
| Kapitaalgebruik (CE) | 2 598 | 2 408 | -7,3% |
| Werkkapitaal | 875 | 699 | -20,1% |
| Personeel op 31 december (FTE) | 25 915 | 25 090 | -3,2% |
| EBITDA op omzet | 9,0% | 9,3% |
|---|---|---|
| EBITDA-onderliggend op omzet | 9,9% | 10,8% |
| EBIT op omzet | 3,4% | 3,6% |
| EBIT-onderliggend op omzet | 4,9% | 5,6% |
| EBIT intrestdekking | 1,8 | 2,5 |
| ROCE-onderliggend | 8,0% | 9,5% |
| ROE | 0,2% | 3,2% |
| Eigen vermogen op totaal activa | 34,1% | 35,6% |
| Nettoschuld op eigen vermogen | 76,0% | 63,8% |
| Nettoschuld op EBITDA-onderliggend | 2,7 | 2,1 |
| in miljoen € | 2018 | 2019 | Delta |
|---|---|---|---|
| Omzet | 769 | 809 | 5,2% |
| Bedrijfsresultaat | 84 | 90 | 7,1% |
| Winst van het boekjaar | 66 | 73 | 10,6% |
| Investeringen (materiële vaste activa) | 28 | 37 | 32,1% |
| Afschrijvingen | 18 | 18 | 0,0% |
| Personeel op 31 december | 3 491 | 3 321 | -4,9% |
| Winstaandeel in consolidatie | 25 | 29 | 16,0% |
| Eigen vermogen | 154 | 161 | 4,5% |




Onderliggend
Brutodividend1 in €

(1) Het dividend is onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2020
| Kerncijfers per aandeel | |||
|---|---|---|---|
| NV Bekaert SA | 2018 | 2019 | Delta |
| Aantal aandelen op 31 december | 60 408 441 | 60 408 441 | = |
| Beurskapitalisatie op 31 december (in miljoen €) | 1 272 | 1 601 | 25,9% |
| Per aandeel | |||
|---|---|---|---|
| in € | 2018 | 2019 | Delta |
| EPS | 0,70 | 0,73 | 4,3% |
| Bruto-dividend* | 0,70 | 0,70 | = |
| Netto-dividend** | 0,49 | 0,49 | = |
| Valorization | |||
| in € | 2018 | 2019 | Delta |
| Koers op 31 december | 21,06 | 26,50 | 25,8% |
| Koers (gemiddelde) | 28,21 | 23,96 | -15,1% |
* Onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2020
** Onderhevig aan de fiscale wetgeving van toepassing

by segment

Geconsolideerde omzet
| Onderliggend | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 9,1% | 8,7% |
| EBITDA-marge op omzet | 15,7% | 14,8% |
| ROCE | 12,9% | 13,2% |
| Gezamenlijke omzet | 2 073 | 2 124 |
| % van de totale gezamenlijke omzet | 41% | 41% |
| Onderliggend | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 3,7% | 3,4% |
| EBITDA-marge op omzet | 6,6% | 7,1% |
| ROCE | 8,5% | 7,9% |
| Gezamenlijke omzet | 2 118 | 2 102 |
| % van de totale gezamenlijke omzet | 42% | 41% |
| Onderliggend | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 6,0% | 12,2% |
| EBITDA-marge op omzet | 11,3% | 15,7% |
| ROCE | 11,4% | 22,4% |
| Gezamenlijke omzet | 411 | 414 |
| % van de totale gezamenlijke omzet | 8% | 8% |
| Onderliggend | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet EBITDA-marge op omzet |
-1,5% 4,8% |
2,4% 9,0% |
| ROCE | -1,5% | 2,5% |
| Gezamenlijke omzet | 463 | 489 |
| % van de totale gezamenlijke omzet | 9% | 10% |
in miljoen €
OMZET




Geconsolideerd Joint ventures en geassocieerde ondernemingen
Naast de financiële informatie op IFRS-basis stelt Bekaert ook onderliggende prestatie-indicatoren van winstgevendheid en cashgeneratie voor om een consistentere en beter vergelijkbare indicatie te geven van de financiële prestaties van de Groep. De onderliggende prestatie-indicatoren corrigeren de IFRS-cijfers voor de eenmalige impact van herstructureringskosten, provisies voor milieusaneringsprogramma's, bijzondere waardeverminderingen, M&Agerelateerde vergoedingen en andere elementen die de analyse van de onderliggende prestaties van de Groep zouden vertekenen. 'REBIT' en 'REBITDA' — die de normale, 'onderliggende' bedrijfsprestaties reflecteren — worden nu respectievelijk(1) 'EBIT-onderliggend' en 'EBITDA-onderliggend'. EBIT en EBITDA worden als dusdanig aangehaald of als 'EBIT-gerapporteerd' en 'EBITDA-gerapporteerd' ter verduidelijking.
(1) Definities van financiële parameters zijn beschreven in het Financieel Overzicht van dit Jaarverslag
Bekaerts onderliggende EBIT bedroeg € 242 miljoen aan een marge van 5,6 %, een toename van € 32 miljoen of +15 % vergeleken met vorig jaar. De overheadkostenreductie en verbeterde operationele kosteffectiviteit droegen € +36 miljoen bij in de jaar-op-jaar vergelijking. De lichte daling in verkoopvolumes (-1%) had een positieve impact van € +1 miljoen op de onderliggende EBIT dankzij een gunstig mixeffect over de business units heen. De sterke daling in walsdraadprijzen leidde tot grote ongunstige noncash voorraadwaarderingscorrecties van € -59 miljoen (het samengestelde effect van € +24 miljoen in 2018 en € -35 miljoen in 2019). Betere prijszetting en een sterkere mix stonden samen in voor een effect van € +57 miljoen. Afschrijvingen, de zwakkere resultaten van de engineeringafdeling en de verbeterde performantie van een aantal kleinere activiteitenplatformen (die andere prestatie-indicatoren dan tonnage hanteren omwille van lichtgewichtmaterialen en stukverkoopbusiness) wogen op de onderliggende EBIT-performantie met € -4 miljoen.
Bekaert realiseerde een geconsolideerde omzet van € 4,3 miljard in 2019, ongeveer gelijk (+0,4%) aan het voorgaande jaar. De organische volumedaling (-1,2%), het effect van verrekende lagere walsdraadprijzen (-2,0%) en de beperkte impact van desinvesteringen (-0,1%) werden meer dan gecompenseerd door prijsmixeffecten (+2,4%) en gunstige wisselkoersschommelingen (+1,3%). De gezamenlijke omzet bedroeg € 5,1 miljard voor het boekjaar, een stijging van +1,1% tegenover 2018 als gevolg van de omzetgroei bij de joint ventures in Brazilië.
De Raad van Bestuur zal aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 13 mei 2020 voorstellen om een brutodividend uit te keren van 70 eurocent, onveranderd ten opzichte van vorig jaar. Het dividend zal, na goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, betaalbaar worden vanaf 18 mei 2020.
Bekaert heeft een operationeel resultaat (onderliggende EBIT) geboekt van € 242 miljoen (tegenover € 210 miljoen vorig jaar). Dit stemt overeen met een marge op omzet van 5,6% (4,9% in 2018). De eenmalige elementen bedroegen € -87 miljoen (€ -63 miljoen in 2018) en omvatten vooral herstructureringskosten in de VS (Rome en Shelbyville), Maleisië (Ipoh), België (Moen en Groepsdiensten), en de operationele verliezen door stakingen en langzaamaanacties die volgden op de aankondiging van de herstructurering en fabriekssluiting in België. Inclusief de eenmalige elementen bedroeg EBIT € 155 miljoen wat overeenkomt met een EBIT-marge op omzet van 3,6% (tegenover € 147 miljoen of 3,4% in 2018). Onderliggende EBITDA bedroeg € 468 miljoen (10,8% marge) vergeleken met € 426 miljoen (9,9%). EBITDA bereikte € 403 miljoen, of een EBITDA-marge op omzet van 9,3% (tegenover 9,0%).
De onderliggende overheadkosten daalden met € 28 miljoen tot 8,4% op omzet (tegenover 9,1% in 2018). Commerciële kosten daalden met € 26 miljoen door lagere consultancykosten en andere kostenreducties. De kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedroegen € 62 miljoen, vergeleken met € 64 miljoen in 2018. De eenmalige impact van herstructureringsprogramma's op de overheadkosten was € -24 miljoen en betrof voornamelijk ontslagvergoedingen. Onderliggende andere bedrijfsopbrengsten en –kosten waren nagenoeg stabiel (€ +1,5 miljoen). De gerapporteerde andere bedrijfsopbrengsten en –kosten (€ +15 miljoen) waren lager in vergelijking met vorig jaar (€ +33 miljoen) door de winst op de verkoop van gronden en gebouwen gerelateerd aan de fabriekssluitingen in Huizhou (China) en Shah Alam (Maleisië) in 2018.
De nettorentelasten bedroegen € -66 miljoen, een daling ten opzichte van € -85 miljoen in 2018 en een gevolg van de schuldherfinanciering tegen latere rentevoeten, wat gedeeltelijk werd gecompenseerd door bijkomende rentelasten (€ -4 miljoen) gerelateerd aan IFRS 16 ('Leases'). Overige financiële opbrengsten en lasten daalden van € 26 miljoen in 2018 tot € 18 miljoen.
De winstbelasting daalde van € -58 miljoen tot € -51 miljoen door toegenomen belastingvoordelen. De algemene effectieve belastingvoet was 73%, een daling tegenover 161% in 2018.
Het aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen was € +29 miljoen (tegenover € +25 miljoen vorig jaar) wat de verbeterde prestaties van de joint ventures in Brazilië weerspiegelt.
Het perioderesultaat bedroeg bijgevolg € 48 miljoen, vergeleken met € 3 miljoen in 2018. Het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden bedroeg € +7 miljoen (tegenover € -37 miljoen vorig jaar wat het minderheidsbelang in het nettoverlies van BBRG reflecteerde). Na aftrek van het deel toerekenbaar aan minderheidsbelangen bedroeg het perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert € +41 miljoen, nagenoeg stabiel in vergelijking met vorig jaar. EPS (perioderesultaat per aandeel) bedroeg € +0,73, versus € +0,70 in 2018.
Op 31 december 2019 vertegenwoordigde het eigen vermogen 35,6% van de totale activa, tegenover 34,1% bij jaareinde 2018. De nettoschuld op eigen vermogen (gearing ratio) bedroeg 64% (tegenover 76% eind 2018).
De nettoschuld bedroeg € 977 miljoen, lager dan € 1 153 miljoen op 31 december 2018 en dan € 1 253 miljoen op 30 juni 2019. De nettoschuld op onderliggende EBITDA was 2,1, vergeleken met 2,6 op 30 juni 2019 en 2,7 op 31 december 2018.
De nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten bedroegen € +524 miljoen (tegenover € +244 miljoen in 2018) als gevolg van toegenomen cashgeneratie en een beperking van kasuitstromen om het werkkapitaal te financieren door strikte voorraadcontrole, significante inspanningen om uitstaande vorderingen te innen, en verhoogd gebruik van factoring buiten balans.
De kasstromen uit investeringsactiviteiten bedroegen € -91 miljoen (tegenover € -102 miljoen in 2018): de uitgaven voor investeringen in immateriële en materiële vaste activa waren beduidend lager in 2019 (€ -99 miljoen tegenover € -185 miljoen vorig jaar). De uitgaven van investeringen in 2019 omvatten ook de betaling gerelateerd aan de gebruiksrechten op grond in Vietnam (€ -13 miljoen). De kasstroom in 2018 bevatte de inkomsten uit de verkoop van eigendommen in China en Maleisië (€ +56 miljoen).
Kasstromen uit financieringsactiviteiten bedroegen € -269 miljoen, vergeleken met € -157 miljoen vorig jaar. De inkomsten van de Schuldschein (€ 320,5 miljoen) en de obligatielening (€ 200 miljoen) werden aangewend om de brugfinanciering (€ 410 miljoen) en de in december 2019 afgelopen obligatielening (€ 195 miljoen) terug te betalen.
De nettoschuld bedroeg € 977 miljoen bij jaareinde 2019, een daling ten opzichte van € 1 153 miljoen bij jaareinde 2018 en € 1 253 miljoen op 30 juni 2019. De nettoschuld op onderliggende EBITDA was 2,1, vergeleken met 2,7 een jaar eerder. De introductie van IFRS 16 (leaseovereenkomsten) voegde € 83,5 miljoen toe aan de nettoschuld in 2019. Zonder deze impact zou de nettoschuld op onderliggende EBITDA 2,0 geweest zijn bij jaarafsluiting 2019. Het werkkapitaal daalde met € -176 miljoen jaar-op-jaar – het resultaat van lagere voorraden, succesvolle acties om uitstaande vorderingen te innen, beter afgestemde betalingsvoorwaarden, en verhoogd gebruik van factoring buiten balans (€ 121 miljoen, vergeleken met € 73 miljoen bij jaareinde 2018). Het werkkapitaal op omzet was 16,2% bij jaareinde – een record in de laatste 25 jaar – en het gemiddelde werkkapitaal op omzet was 18,2%, een daling vergeleken met 20,4% in 2018.
Op 9 oktober 2019 lanceerde Bekaert een nieuwe uitgifte van obligaties met een looptijd van 7 jaar voor een maximumbedrag van € 200 miljoen, wat volledig werd opgehaald in één dag. De obligatielening met een jaarlijkse coupon van 2,75% stelt Bekaert in staat de schuldlooptijd te optimaliseren en de rentelasten in de komende jaren te verlagen. Op 6 december 2019 verviel de achtjarige tranche van de obligatielening uitgegeven in 2011 en werd deze terugbetaald (€ 195 miljoen).
De investeringen in materiële activa bedroegen € 98 miljoen in 2019 of € -100 miljoen onder het niveau van 2018. Daarnaast investeerde Bekaert € 13 miljoen in gebruiksrechten op grond voor een greenfield-investeringsproject in Vietnam. Op 31 oktober 2019 finaliseerde Bekaert de uitkoop van Maccaferri's aandeel van 50% in Bekaert-Maccaferri Underground Solutions (BMUS). Bekaert beschouwt deze uitkoop als een kans om sneller te groeien in de ondergrondse toepassingen van Dramix® staalvezels voor betonversterking.
Op 17 december 2019 sloten Bekaert en AGRO, een wereldleider in de productie van matrasverenkernen van hoge kwaliteit, een overeenkomst voor de oprichting van de AGRO-Bekaert joint venture. De aandeelhouders in de joint venture zijn AGRO Holding (50%) en Bekaert Ideal Holding (50%) waarin Bekaert 80% van de aandelen aanhoudt. De nieuwe joint venture zal oplossingen voor matrasproducenten en meubelbekleders in Colombia, Centraal-Amerika en de Caraïben ontwikkelen, produceren en promoten. De productie zal plaatsvinden in Barranquilla (Colombia) vanaf het tweede kwartaal van 2020.
Bekaert verwierf na balansdatum, op 29 februari 2020, de (20%) aandelen die Continental Global Holding Netherlands BV voorheen aanhield in Bekaert Slatina in Roemenië.
Op 31 december 2018 bezat de onderneming 3 902 032 eigen aandelen. Van deze 3 902 032 eigen aandelen werden 13 787 aandelen aangeleverd aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur als onderdeel van zijn vaste remuneratie en werden 13 670 aandelen aangeleverd aan de leden van het Bekaert Group Executive (BGE) in de context van het Company share-matching plan. Daarnaast werden 1 500 aandelenopties uitgeoefend in het kader van het Stock Option Plan 2015-2017 en werden daarvoor 1 500 eigen aandelen gebruikt. De onderneming kocht gedurende 2019 geen aandelen in en er werden geen eigen aandelen vernietigd. Als gevolg bezat Bekaert in totaal 3 873 075 eigen aandelen op 31 december 2019.
Bekaerts rubberversterkingsbusiness behaalde 2,4% omzetgroei, gedreven door hogere volumes. Het effect van verrekende lagere walsdraadprijzen (-1,8%) werd volledig gecompenseerd door gunstige wisselkoersbewegingen.
De business unit behaalde 10% volumegroei in China als gevolg van toegenomen marktaandeel en een sterke vraag, vooral in de eerste helft van het jaar. De omzet was nagenoeg stabiel in EMEA en Noord-Amerika maar viel terug in Indonesië en India.
Aanzienlijke walsdraadprijsdalingen leidden tot voorraadwaarderingscorrecties bij jaareinde en duwden de onderliggende EBIT onder het niveau van 2018 tot € 172 miljoen, aan een marge van 8,7%. De winstgevendheid verbeterde significant in Azië, maar daalde in EMEA en de VS.
Gerapporteerde EBIT bedroeg € 155 miljoen, iets hoger dan vorig jaar. EBIT werd zowel in 2018 (€ -25 miljoen – voornamelijk gelinkt aan de sluiting van de fabriek in Figline, Italië) als in 2019 (€ -18 miljoen – voornamelijk door de footprintwijziging in de VS) geaffecteerd door eenmalige kosten.
Onderliggende EBITDA was € 295 miljoen met een marge op omzet van 14,8%.
Investeringen in materiële vaste activa bedroegen € 42 miljoen en omvatten investeringen in alle werelddelen. De aankoop van gebruiksrechten op grond in Vietnam bedroeg € 13 miljoen.
De business unit staaldraadtoepassingen rapporteerde een omzetdaling van -3,3% ten opzichte van vorig jaar. De positieve effecten van prijsmix (+3,7%) en wisselkoersbewegingen (+0,8%) compenseerden gedeeltelijk de impact van verrekende walsdraadprijsdalingen (-2,6%) en lagere volumes (-5,2%).
De economische onzekerheid in de automobiel-, andere industriële en landbouwmarkten duwde de omzet in EMEA, Noord-Amerika en Zuidoost Azië lager. Het businessklimaat in Latijns-Amerika verslechterde verder door hevige protestacties in de hele regio in het laatste kwartaal van 2019. De staaldraadactiviteiten in India en China kenden een stevige groei.
Onderliggende EBIT was € 51 miljoen, 11% lager dan vorig jaar en resulterend in een marge op omzet van 3,4%. Verschillende factoren veroorzaakten de winstdaling:
De baten van recente winstherstelprogramma's in Qingdao (China), Bradford (Verenigd Koninkrijk) en Proalco (Colombia) werden in de loop van 2019 zichtbaar en we verwachten verdere margeverbetering in 2020.
De eenmalige elementen gelinkt aan de fabriekssluitingen en verschillende herstructureringsprogramma's bedroegen in totaal € -25 miljoen en leidden tot de daling in gerapporteerde EBIT.
De investeringen in materiële vaste activa bedroegen 28 miljoen en omvatten voornamelijk investeringen in Slovakije, China, de VS en Chili.
De business unit Specialty Businesses rapporteerde een nagenoeg stabiele omzet met sterke verschillen tussen de respectievelijke activiteitsplatformen.
Onderliggende EBIT verdubbelde tot € 52 miljoen aan een marge van 12,2%, voornamelijk gedreven door een sterke onderliggende performantie van de bouwproductenactiviteiten en lagere verliezen in de zaagdraadbusiness. De gerapporteerde EBIT omvatte eenmalige elementen (€ -18 miljoen) die vooral betrekking hadden op de sluiting van de Belgische bouwproductenfabriek en op verliezen veroorzaakt door de sociale acties in de Belgische sites van de business unit.
Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) behaalde 5,5% omzetgroei, afkomstig van solide organische groei (+4,2%) en gunstige wisselkoersbewegingen (+1,2%). De organische groei was het resultaat van een verbeterde product- en prijsmix in kabels en stevige omzetgroei in advanced cords (A-Cords).
De kabelbusiness van BBRG boekte solide omzetgroei in olie & gas-, mijnbouw-, hijskraan- en industriële toepassingen. In visserij- en marinemarkten waren de verkoopvolumes nagenoeg gelijk aan die van vorig jaar. De projectbusiness rapporteerde een lagere omzet dan het voorgaande jaar omwille van een trage start in constructieprojecten begin 2019.
De kabelactiviteiten realiseerden een opmerkelijke vooruitgang in het verbeteren van de businessmix door te focussen op kwaliteitsbusiness en door de aanwezigheid in segmenten met lagere marges af te bouwen. Deze strategie zorgde voor een volumedaling van 8% tegenover het jaar voordien, met daartegenover toegenomen omzet en marges.
De advanced cords-activiteiten (A-Cords) zagen een aanhoudend sterke vraag in distributieriemmarkten en een stijging in lifttoepassingen in de tweede helft van het jaar.
Onderliggende EBIT en EBITDA verbeterden aanzienlijk als gevolg van succesvolle winstherstelacties. De gerapporteerde EBIT bedroeg € 9 miljoen en bevatte € -3 miljoen aan eenmalige kosten en opbrengsten. De EBITDA-marge bedroeg 8,1%, meer dan een verdubbeling tegenover vorig jaar.
BBRG investeerde € 14 miljoen in materiële vaste activa, voornamelijk in het A-Cords-platform en in de kabelfabrieken in het VK en de VS.
De uitbraak van Covid-19 zorgde aanvankelijk niet voor bezorgdheid omtrent Bekaerts mogelijkheid – als globaal bedrijf - om de businesscontinuïteit te garanderen voor onze klanten en activiteiten. De rigoureus toegepaste maatregelen in China om de verspreiding van het virus tegen te gaan bleken succesvol en lieten ons toe de activiteiten in het land
Ontwikkelingen in maart 2020 toonden geleidelijk aan de potentiële effecten op bevolkingen en economieën wereldwijd. In de tweede helft van maart 2020 werd Bekaert verplicht fabrieken tijdelijk te sluiten als gevolg van door overheden opgelegde lockdowns en fabriekssluitingen bij klanten. Bij publicatie van dit Jaarverslag was het nog niet duidelijk in welke mate en binnen welke termijn de markten zullen herstellen van de impact van Covid-19. Bekaert neemt de nodige maatregelen om de veiligheid en gezondheid van onze mensen en hun families te garanderen, om de klantennoden te begrijpen en te dienen, en om zo veel mogelijk de impact van de pandemie op onze liquiditeit en resultaten te beperken.
Meer details in Gebeurtenissen na balansdatum, sectie 7.5 van dit jaarverslag, pagina 187.
| Kapitaalgebruik (CE) |
Werkkapitaal + nettoboekwaarde van goodwill, immateriële en materiële vaste activa, en recht-op-gebruik activa. Het gemid deld kapitaalgebruik wordt gewogen met het aantal perioden dat een entiteit bijgedragen heeft tot het geconsolideerd peri oderesultaat. |
Kapitaalgebruik omvat de voornaamste balanselementen die het operationeel management actief en effectief kan beheren om de financiële prestaties te optimaliseren en dient als noemer van de ROCE. |
|---|---|---|
| Financiële autonomie |
Eigen vermogen in verhouding tot total activa. | Deze ratio reflecteert de mate waarin de Groep met eigen vermogen gefi nancierd is. |
| Courante ratio | Vlottende activa in verhouding tot de kortlopende schulden. | Deze ratio geeft aan of de Groep in staat is om met de kortlopende bezittingen de kortlopende schulden te betalen. |
| Gezamenlijke cijfers |
Som van de geconsolideerde vennootschappen plus 100% van de joint ventures en de geassocieerde ondernemingen, na eliminatie van onderlinge transacties (indien van toepassing). Voorbeelden: omzet, investeringen, personeelsaantal. |
Naast geconsolideerde cijfers, die enkel entiteiten omvatten waarin de Groep de zeggenschap heeft, verschaffen gezamenlijke cijfers nuttige inzichten over de reële omvang en prestaties van de Groep met inbegrip van zijn joint ventu res en geassocieerde ondernemingen. |
| EBIT | Bedrijfsresultaat (earnings before interest and taxation). | EBIT omvat de voornaamste elementen van de winst-en-verliesrekening die het operationeel management actief en effectief kan beheren om de renda biliteit te optimaliseren, en dient o.a. als teller van de ROCE en de EBIT inte restdekking. |
| EBIT – onderliggend |
Bedrijfsresultaat (earnings before interest and taxation) vóór bedrijfsopbrengsten en –kosten in verband met herstructu reringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombi naties, afgestoten activiteiten, milieuvoorzieningen en andere gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben dat niet inherent aan de business is. |
EBIT – onderliggend wordt gerapporteerd om de lezer een beter begrip te geven van de operationele rendabiliteit zonder eenmalige elementen, omdat deze een betere basis voor vergelijking en extrapolatie vormt. |
| EBITDA | Bedrijfsresultaat (EBIT) + afschrijvingen, waardeverminderin gen en bijzondere waardeverminderingen van activa en nega tieve goodwill. |
EBITDA verschaft een maatstaf van operationele rendabiliteit zonder non cash effecten van investerings-beslissingen uit het verleden en activa van het werkkapitaal. |
| EBITDA – onderliggend |
EBITDA vóór bedrijfsopbrengsten en –kosten in verband met herstructureringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombinaties, afgestoten activiteiten, milieuvoorzienin gen en andere gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben dat niet inherent aan de business is. |
EBITDA – onderliggend wordt gerapporteerd om de lezer een beter begrip te geven van de operationele rendabiliteit zonder eenmalige elementen en non cash effecten van investeringsbeslissingen uit het verleden en activa van het werkkapitaal, omdat deze een betere basis voor vergelijking en extrapolatie vormt. |
| EBIT interest dekking |
Bedrijfsresultaat (EBIT) gedeeld door de nettorentelasten. | De EBIT interestdekking toont in welke mate de Groep in staat is om de inte resten op schulden te betalen via zijn operationele rendabiliteit. |
| Gearing | Nettoschuld in verhouding tot het eigen vermogen. | Gearing reflecteert de verhouding externe financiering tegenover eigen ver mogen, en toont in welke mate de operaties gefinancierd zijn door kredietver strekkers dan wel aandeelhouders. |
| Marge op omzet | EBIT, EBIT-onderliggend, EBITDA en EBITDA-onderliggend op omzet. |
Elk van deze ratio's vertegenwoordigt een specifieke maatstaf van de operati onele rendabiliteit uitgedrukt als een percentage op omzet. |
| Nettokapitalisatie | Nettoschuld + eigen vermogen. | Nettokapitalisatie reflecteert het totaal bedrag waarvoor de Groep gefinan cierd is door kredietverstrekkers en aandeelhouders. |
| Nettoschuld | Rentedragende schulden, veminderd met vorderingen uit lenin gen, geldbeleggingen, financiële vorderingen op ten hoogste één jaar en kaswaarborgen op meer dan één jaar, geldmidde len en kasequivalenten. |
Nettoschuld is een maatstaf van schuld na aftrek van financiële activa die kunnen ingezet worden om de brutoschuld af te lossen. |
| Nettoschuld op EBITDA |
Nettoschuld gedeeld door EBITDA. | Nettoschuld op EBITDA toont in welke mate (uitgedrukt in aantal jaren) de Groep in staat is om zijn schulden af te lossen via zijn operationele renda biliteit. |
| ROCE | Bedrijfswinst (EBIT) in verhouding tot gewogen gemiddeld kapitaalgebruik (Return On Capital Employed). |
ROCE reflecteert de operationele rendabiliteit van de Groep in verhouding tot de geldmiddelen die ingezet en beheerd worden door het operationeel management. |
| ROE | Perioderesultaat in verhouding tot gemiddeld eigen vermogen (Return On Equity). |
ROE reflecteert de nettorendabiliteit van de Groep in verhouding tot het eigen vermogen dat zijn aandeelhouders ter beschikking gesteld hebben. |
| WACC | Kost van het vermogen gewogen aan een beoogde gearing ratio van 50% (nettoschuld/eigen vermogen structuur) na belastingen. |
WACC reflecteert het rendement van een belegging in de Onderneming. |
| Werkkapitaal (operationeel) |
Voorraden + handelsvorderingen + ontvangen bankwissels + betaalde voorschotten - handelsschulden – ontvangen voor schotten – schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid – belastingen m.b.t. personeel. |
Het werkkapitaal omvat alle vlottende activa en verplichtingen op ten hoogste een jaar die het operationeel management actief en effectief kan beheren om de financiële prestaties te optimaliseren. Het komt overeen met de korteter mijncomponent van het kapitaalgebruik. |
| in miljoen EUR | Toelichting in het jaarverslag 2019 |
2018 | 2019 | 2019 exclusief IFRS 16 |
|---|---|---|---|---|
| Nettoschuld | ||||
| Rentedragende schulden op meer dan een jaar | 685 | 1 116 | 1 116 | |
| Leaseverplichting op meer dan een jaar | 2 | 69 | 1 | |
| Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar | 941 | 404 | 404 | |
| Leaseverplichting op ten hoogste een jaar | 1 | 20 | 1 | |
| Totale financiële schuld | 6.18 | 1 629 | 1 608 | 1 522 |
| Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar | (7) | (7) | (7) | |
| Leningen op ten hoogste een jaar | (20) | (9) | (9) | |
| Geldbeleggingen | (50) | (50) | (50) | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (398) | (566) | (566) | |
| Nettoschuld | 6.18 | 1 153 | 977 | 890 |
| Kapitaalgebruik | ||||
| Immateriële vaste activa | 115 | 60 | 122 | |
| Goodwill | 149 | 150 | 150 | |
| Materiële vaste activa | 1 460 | 1 350 | 1 357 | |
| Recht-op-gebruik vaste activa | - | 149 | - | |
| Operationeel werkkapitaal | 6.8 | 875 | 699 | 699 |
| Kapitaalgebruik | 2 598 | 2 408 | 2 328 | |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 2 632 | 2 540 | 2 463 | |
| Operationeel werkkapitaal | ||||
| Voorraden | 932 | 783 | 783 | |
| Handelsvorderingen | 773 | 645 | 645 | |
| Ontvangen bankwissels | 58 | 60 | 60 | |
| Betaalde voorschotten | 20 | 16 | 16 | |
| Handelsschulden | (778) | (652) | (652) | |
| Ontvangen voorschotten | (11) | (19) | (19) | |
| Schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid | (112) | (125) | (125) | |
| Belastingen m.b.t. personeel | (6) | (9) | (9) | |
| Operationeel werkkapitaal | 6.8 | 875 | 699 | 699 |
| Van EBIT-onderliggend naar EBIT | 5.2 | |||
| EBITDA | ||||
| EBIT | 147 | 155 | 153 | |
| Waardeverminderingen op immateriële vaste activa | 10 | 10 | 12 | |
| Afschrijvingen materiële vaste activa | 197 | 186 | 187 | |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik vaste activa | - | 25 | - | |
| Waardeverminderingen/(terugname van waardeverminderingen) op voorraden en vorderingen |
11 | 7 | 7 | |
| Bijzondere waardeverminderingen/ (terugnames van afschrijvingen of bijzondere waardeverminderingen) op vaste activa |
22 | 19 | 19 |
EBITDA 387 403 378
| in miljoen EUR | Toelichting in het jaarverslag 2019 |
2018 | 2019 | 2019 exclusief IFRS 16 |
|---|---|---|---|---|
| EBITDA - Onderliggend | ||||
| EBIT - Onderliggend | 210 | 242 | 240 | |
| Waardeverminderingen op immateriële vaste activa | 10 | 10 | 12 | |
| Afschrijvingen materiële vaste activa | 197 | 186 | 187 | |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik vaste activa | - | 25 | - | |
| Waardeverminderingen/(terugname van waardeverminderingen) op | ||||
| voorraden en vorderingen | 7 | 4 | 4 | |
| Bijzondere waardeverminderingen/ (terugnames van afschrijvingen of bijzondere waardeverminderingen) op vaste activa |
2 | 1 | 1 | |
| EBITDA - Onderliggend | 426 | 468 | 443 | |
| ROCE | ||||
| EBIT | 147 | 155 | 153 | |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 2 632 | 2 540 | 2 463 | |
| ROCE | 5,6% | 6,1% | 6,2% | |
| EBIT interestdekking | ||||
| EBIT | 147 | 155 | 153 | |
| (Renteopbrengsten) | 5.4 | (3) | (3) | (3) |
| Rentelasten | 5.4 | 88 | 69 | 66 |
| (Rentegedeelte van verdisconteerde voorzieningen) | 5.4 | (4) | (4) | (4) |
| Netto rentelasten EBIT interestdekking |
81 1,8 |
62 2,5 |
58 2,6 |
|
| ROE (rentabiliteit eigen vermogen) | ||||
| Perioderesultaat | 3 | 48 | 50 | |
| Gemiddeld eigen vermogen (periode gewogen) | 1 550 | 1 524 | 1 525 | |
| ROE | 0,2% | 3,2% | 3,3% | |
| Kapitalisatie ratio (Financiële autonomie) | ||||
| Eigen vermogen | 1 516 | 1 532 | 1 533 | |
| Totaal activa | 4 449 | 4 305 | 4 225 | |
| Financiële autonomie | 34,1% | 35,6% | 36,3% | |
| Gearing | ||||
| Nettoschuld | 1 153 | 977 | 890 | |
| Eigen vermogen | 1 516 | 1 532 | 1 533 | |
| Gearing (nettoschuld op eigen vermogen) | 7.2 | 76,0% | 63,8% | 58,1% |
| Nettoschuld op EBITDA | ||||
| Nettoschuld | 1 153 | 977 | 890 | |
| EBITDA | 387 | 403 | 378 | |
| Nettoschuld op EBITDA | 3,0 | 2,4 | 2,4 | |
| Nettoschuld op EBITDA- Onderliggend | ||||
| Nettoschuld | 1 153 | 977 | 890 | |
| EBITDA-Onderliggend | 426 | 468 | 443 | |
| Nettoschuld op EBITDA-Onderliggend | 2,7 | 2,1 | 2,0 | |
| Courante Ratio | ||||
| Vlottende activa | 2 400 | 2 257 | 2 257 | |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 2 027 | 1 406 | 1 387 | |
| Courante ratio | 1,2 | 1,6 | 1,6 |
In uitvoering van de oorspronkelijke in 2004 gepubliceerde Belgische Corporate Governance Code heeft de Raad van Bestuur het Bekaert Corporate Governance Charter op 16 december 2005 goedgekeurd. Ingevolge de publicatie van de Belgische Corporate Governance Code in 2009 heeft de Raad van Bestuur op 22 december 2009 de Code 2009 aangenomen als referentiecode voor Bekaert en het Bekaert Corporate Governance Charter daaraan aangepast.
Op 1 januari 2020 zijn de Belgische Corporate Governance Code 2020 en het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen van kracht gegaan en werden deze van toepassing op Bekaert. De Raad van Bestuur heeft het Bekaert Corporate Governance Charter herzien en de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders bijeengeroepen van 26 maart 2020 (of van 13 mei 2020 indien het vereiste quorum op 26 maart 2020 niet wordt bereikt) om de statuten van de vennootschap te wijzigen om beide in overeenstemming te brengen met de Belgische Corporate Governance Code 2020 en het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Het nieuwe Bekaert Corporate Governance Charter zal samen met de gewijzigde statuten van kracht worden.
In 2019 heeft Bekaert in beginsel de Belgische Corporate Governance Code 2009 nageleefd. In het huidige Bekaert Corporate Governance Charter en in deze Corporate Governance verklaring wordt uitgelegd waarom ze afwijkt van enkele bepalingen ervan.
Bekaert is van plan om de bepalingen van de Belgische Corporate Governance Code 2020 na te leven, behalve de bepalingen 7.3 en 7.6 zoals verder beschreven in paragraaf 2 van het Remuneratieverslag.
De Belgische Corporate Governance Code 2009 en de Belgische Corporate Governance Code 2020 zijn beschikbaar op www.corporategovernancecommittee.be.
Het huidige Bekaert Corporate Governance Charter is beschikbaar op www.bekaert.com. Het nieuwe Bekaert Corporate Governance Charter wordt beschikbaar gesteld op www.bekaert.com wanneer het van kracht wordt.
De vennootschap heeft een monistische structuur aangenomen, bestaande uit de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het voorwerp van de vennootschap, behoudens die waarvoor volgens de wet of de statuten de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bevoegd is.
De Raad van Bestuur bestaat uit dertien leden die door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden benoemd.
Zeven bestuurders zijn benoemd op voordracht van de hoofdaandeelhouder. De functies van Voorzitter en van Gedelegeerd Bestuurder worden nooit door dezelfde persoon uitgeoefend. De Gedelegeerd Bestuurder is het enig lid van de Raad met een uitvoerende functie. Alle andere leden zijn niet-uitvoerende bestuurders.
Vijf bestuurders zijn onafhankelijk op grond van de criteria van artikel 7:87, §1 van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen en van bepaling 3.5 van de Belgische Corporate Governance Code 2020: Celia Baxter (voor het eerst benoemd in 2016), Pamela Knapp (voor het eerst benoemd in 2016), Colin Smith (voor het eerst benoemd in 2018), Jürgen Tinggren (voor het eerst benoemd in 2019) en Mei Ye (voor het eerst benoemd in 2014).
In afwijking van bepaling 4.5 van de Belgische Corporate Governance Code 2009, volgens dewelke niet-uitvoerende bestuurders niet mogen overwegen om meer dan vijf bestuursmandaten in beursgenoteerde vennootschappen aan te nemen, aanvaardde Martina Merz in november 2018 een zesde bestuursmandaat in een beursgenoteerd bedrijf (voorzitter van de Raad van Toezicht van thyssenkrupp AG). Daarom nam Martina Merz ontslag als bestuurder van de vennootschap aan het einde van de Gewone Algemene Vergadering van 8 mei 2019.
Op 8 mei 2019 volgde Jürgen Tinggren Bert De Graeve op als Voorzitter van de Raad van Bestuur.
In 2019 kwam de Raad van Bestuur acht keer samen: er waren zes gewone vergaderingen en twee buitengewone vergaderingen. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet, de statuten en het Bekaert Corporate Governance Charter behandelde de Raad van Bestuur in 2019 onder meer de volgende onderwerpen:
| Naam | Aanvang eerste mandaat |
Einde huidig man daat als bestuurder |
Hoofdfunctie(5) | Aantal bijgewoonde gewone/ buitengewone vergaderingen |
|---|---|---|---|---|
| Voorzitter | ||||
| Jürgen Tinggren(1) | 2019 | 2023 | NV Bekaert SA | 5 |
| Bert De Graeve(2) | 2006 | 2019 | NV Bekaert SA | 3 |
| Gedelegeerd Bestuurder | ||||
| Matthew Taylor | 2014 | 2022 | NV Bekaert SA | 8 |
| Leden voorgedragen door de hoofdaandeelhouder | ||||
| Leon Bekaert(3) | 1994 | 2019 | Bestuurder van vennootschappen | 3 |
| Gregory Dalle | 2015 | 2023 | Managing Director, Credit Suisse International, Investment Banking and Capital Markets (VK) |
8 |
| Charles de Liedekerke | 1997 | 2022 | Bestuurder van vennootschappen | 8 |
| Christophe Jacobs van Merlen | 2016 | 2020 | Managing Director, Bain Capital Private Equity (Europe), LLP (VK) |
7 |
| Hubert Jacobs van Merlen | 2003 | 2022 | Bestuurder van vennootschappen | 8 |
| Maxime Jadot(3) | 1994 | 2019 | CEO en Voorzitter van het Directiecomité, BNP Paribas Fortis (België) |
3 |
| Caroline Storme(4) | 2019 | 2023 | Head Financial Planning Analyst R&D, UCB S.A. (België) |
5 |
| Emilie van de Walle de Ghelcke | 2016 | 2020 | Senior Legal Counsel, Sofina (Belgium) | 8 |
| Henri Jean Velge | 2016 | 2020 | Bestuurder van vennootschappen | 8 |
| Onafhankelijke bestuurders | ||||
| Celia Baxter | 2016 | 2020 | Bestuurder van vennootschappen | 8 |
| Pamela Knapp | 2016 | 2020 | Bestuurder van vennootschappen | 8 |
| Martina Merz(3) | 2016 | 2019 | Bestuurder van vennootschappen | 3 |
| Colin Smith | 2018 | 2022 | Onafhankelijk bestuurder en adviseur van vennootschappen |
7 |
(1) Vanaf de Gewone Algemene Vergadering in mei 2019. Jürgen Tinggren is een onafhankelijk bestuurder.
Mei Ye 2014 2022 Onafhankelijk bestuurder en adviseur van
(2) Tot de Gewone Algemene Vergadering in mei 2019. Bert De Graeve werd voor het eerst als lid van de Raad van Bestuur benoemd in 2006. In 2014 werd hij Voorzitter van de Raad van Bestuur.
vennootschappen 8
(3) Tot de Gewone Algemene Vergadering in mei 2019.
(4) Vanaf de Gewone Algemene Vergadering in mei 2019.
(5) De curricula vitae van de leden van de Raad van Bestuur zijn terug te vinden op www.bekaert.com.
Matthew Taylor besliste zijn mandaat als bestuurder van de vennootschap neer te leggen met ingang van 12 mei 2020. De raad van bestuur coöpteerde Oswald Schmid tot bestuurder met ingang van 12 mei 2020 en zal het mandaat van Oswald Schmid als bestuurder ter bevestiging voorleggen aan de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 13 mei 2020.
Tot eind 2019 had de Raad van Bestuur vier adviserende comités.
Het Audit en Finance Comité is samengesteld zoals vereist door Artikel 7:99 van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (en voor 1 januari 2020: artikel 526bis van het voormalige Wetboek van vennootschappen): alle vier de leden zijn niet-uitvoerende bestuurders en twee van haar leden, Pamela Knapp en Jürgen Tinggren, zijn onafhankelijk. De deskundigheid van Pamela Knapp op het gebied van boekhouding en audit wordt aangetoond door haar voormalige functies als Chief Financial Officer van de afdeling Power Transmission and Distribution bij Siemens (van 2004 tot 2009) en als Chief Financial Officer van GfK SE (van 2009 tot 2014). De leden van het Comité beschikken over een collectieve deskundigheid op het gebied van activiteiten waarin de vennootschap actief is. Het Comité wordt voorgezeten door Hubert Jacobs van Merlen.
In afwijking van bepaling 5.2/4 van de Belgische Corporate Governance Code 2009, volgens dewelke op zijn minst een meerderheid van de leden onafhankelijk moest zijn, was Bekaert van oordeel dat het Audit en Finance Comité de evenwichtige samenstelling van de voltallige Raad moest weerspiegelen. Dergelijke vereiste is niet langer van toepassing volgens de Belgische Corporate Governance Code 2020 sinds 1 januari 2020.
De Gedelegeerd Bestuurder en de Chief Financial Officer zijn geen lid van het Comité, maar worden voor de vergaderingen uitgenodigd. Deze regeling waarborgt de noodzakelijke interactie tussen Raad van Bestuur en het Uitvoerend management.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijge woonde gewone en buitengewone vergaderingen |
|---|---|---|
| Hubert Jacobs van Merlen | 2022 | 6 |
| Charles de Liedekerke(1) | 2022 | 4 |
| Pamela Knapp | 2020 | 6 |
| Jürgen Tinggren(1) | 2023 | 4 |
| Christophe Jacobs van Merlen(2) | 2020 | 2 |
| Bert De Graeve(2) | 2019 | 2 |
(1) Vanaf de Gewone Algemene Vergadering in mei 2019.
(2) Tot de Gewone Algemene Vergadering in mei 2019.
Het Comité hield vier gewone en twee buitengewone vergaderingen in 2019. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet en het Bekaert Corporate Governance Charter besteedde het Comité bijzondere aandacht aan:
Het Benoemings- en Remuneratiecomité is samengesteld zoals vereist door Artikel 7:100 van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (en voor 1 januari 2020: artikel 526quater van het voormalige Wetboek van vennootschappen): alle drie de leden zijn niet-uitvoerende bestuurders en de meeste van de leden zijn onafhankelijk. Het wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad van Bestuur. De deskundigheid van het Comité op het gebied van remuneratiebeleid wordt aangetoond door de relevante ervaring van haar leden.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|
| Jürgen Tinggren(1) | 2023 | 3 |
| Celia Baxter | 2020 | 5 |
| Christophe Jacobs van Merlen(1) | 2020 | 3 |
| Bert De Graeve(2) | 2019 | 2 |
| Martina Merz(2) | 2020 | 1 |
(1) Vanaf de Gewone Algemene Vergadering in mei 2019.
(2) Tot de Gewone Algemene Vergadering in mei 2019.
Eén van de door de hoofdaandeelhouder voorgedragen bestuurders en de Gedelegeerd Bestuurder worden uitgenodigd om de vergaderingen van het Comité bij te wonen zonder lid te zijn.
Het Comité vergaderde in 2019 vijf maal. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet en het Bekaert Corporate Governance Charter besteedde het Comité bijzondere aandacht aan:
In 2019 dacht de Raad van Bestuur na over de rol van het Strategisch Comité. Als overgangsmaatregel werd de omvang van het Comité verlaagd tot twee leden, zijnde de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de Gedelegeerd Bestuurder. Uiteindelijk besloot de Raad van Bestuur haar Strategisch Comité af te schaffen onmiddellijk na de inwerkingtreding van de nieuwe statuten.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|
| Jürgen Tinggren(1) | 2023 | 2 |
| Matthew Taylor | 2022 | 4 |
| Bert De Graeve(2) | 2019 | 2 |
| Leon Bekaert(2) | 2019 | 2 |
| Charles de Liedekerke(2) | 2022 | 2 |
| Maxime Jadot(2) | 2019 | 2 |
| Martina Merz(2) | 2019 | 1 |
(1) Vanaf juni 2019.
(2) Tot de Gewone Algemene Vergadering in mei 2019.
Het Comité vergaderde vier keer in 2019 en besprak de strategie van Bekaert en diverse strategische projecten.
In de loop van 2018 heeft de Raad van Bestuur een ad hoc adviserend comité opgericht dat zich richt op de Bridon-Bekaert Ropes Group ("BBRG") overeenkomstig Sectie II.5.2 van het Bekaert Corporate Governance Charter.
Op 14 november 2019 besloot de Raad van Bestuur het BBRG Comité vanaf 2020 af te schaffen, rekening houdend met de verdere integratie van BBRG in de Bekaert Groep. Op 1 augustus 2019 werd de Divisie-CEO BBRG een permanent lid van het Bekaert Group Executive.
Het BBRG Comité had tot juni 2019 drie leden en vanaf juni 2019 vier leden. Het BBRG Comité werd voorgezeten door Gregory Dalle.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|
| Gregory Dalle | 2023 | 11 |
| Colin Smith(1) | 2022 | 4 |
| Matthew Taylor(1) | 2022 | 6 |
| Henri Jean Velge(1) | 2020 | 6 |
| Charles de Liedekerke(2) | 2022 | 5 |
| Martina Merz(3) | 2019 | 4 |
(1) Vanaf juni 2019.
(2) Tot juni 2019.
(3) Tot de Gewone Algemene Vergadering in mei 2019.
Het Comité vergaderde in 2019 elf maal.
De voornaamste kenmerken van de werkwijze voor de evaluatie van de Raad van Bestuur, zijn Comités en de individuele bestuurders zijn beschreven in dit hoofdstuk en in paragraaf II.3.4 van het Bekaert Corporate Governance Charter. De Voorzitter is belast met de organisatie van periodieke prestatiebeoordelingen door middel van een uitgebreide vragenlijst die betrekking heeft op:
Midden 2019 werd een zelfbeoordeling uitgevoerd van de Raad van Bestuur en de Comités van de Raad van Bestuur, gericht op de processen, praktijken en doeltreffendheid van de Raad van Bestuur en haar Comités.
De Raad van Bestuur heeft zijn beheer en operationele bevoegdheden gedelegeerd aan het Bekaert Group Executive (BGE), onder leiding van de Gedelegeerd Bestuurder. In het kader van de wijziging van de statuten en de herziening van het Corporate Governance Charter om deze in overeenstemming te brengen met de Belgische Corporate Governance Code 2020 en het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen, zullen bepaalde wijzigingen worden aangebracht aan de bevoegdheden en de werking van het BGE, met inbegrip van het bepalen van een delegatie van bevoegdheden.
In de loop van 2019 veranderde de samenstelling van het BGE substantieel. Sinds 1 maart 2019 bestaat het BGE uit leden die de wereldwijde business units en de wereldwijde functies vertegenwoordigen. Vier Uitvoerende Managers kwamen bij de vennootschap en werden lid van het BGE: Arnaud Lesschaeve als Divisie-CEO Rubberversterking op 3 juni 2019, Juan Carlos Alonso als Chief Strategy Officer op 1 juli 2019, Taoufiq Boussaid als Chief Financial Officer op 15 juli 2019 en Oswald Schmid als Chief Operations Officer op 2 december 2019. Curd Vandekerckhove werd met ingang van 1 augustus 2019 benoemd tot Divisie-CEO Bridon-Bekaert Ropes Group. Sindsdien is de Divisie-CEO Bridon-Bekaert Ropes Group een permanent lid van het BGE. Voordien werd de CEO Bridon-Bekaert Ropes Group uitgenodigd om haar vergaderingen bij te wonen zonder lid te zijn.
Matthew Taylor zal zich terugtrekken als Chief Executive Officer met ingang van 12 mei 2020. Vanaf 12 mei 2020 en in afwachting van de benoeming van een nieuwe Chief Executive Officer zal Oswald Schmid optreden als interim Chief Executive Officer.
| Naam | Functie | Benoeming |
|---|---|---|
| Matthew Taylor | Chief Executive Officer | 2013 |
| Taoufiq Boussaid(1) | Chief Financial Officer | 2019 |
| Rajita D'Souza | Chief Human Resources Officer | 2017 |
| Oswald Schmid(2) | Chief Operations Officer | 2019 |
| Juan Carlos Alonso(3) | Chief Strategy Officer | 2019 |
| Curd Vandekerckhove | Chief Operations Officer(4) and Divisie-CEO Bridon-Bekaert Ropes Group(5) |
2012 |
| Arnaud Lesschaeve(6) | Divisie-CEO Rubber Reinforcement |
2019 |
| Jun Liao | Divisie-CEO Specialty Businesses |
2018 |
| Stijn Vanneste | Divisie-CEO Steel Wire Solutions |
2016 |
| Lieven Larmuseau(7) | Divisie-CEO Rubber Reinforcement ad interim |
2014 |
| Frank Vromant(8) | Chief Financial Officer ad interim | 2011 |
(1) Vanaf 15 juli 2019.
(2) Vanaf 2 december 2019.
(3) Vanaf 1 juli 2019.
(4) Tot 1 augustus 2019.
(5) Vanaf 1 augustus 2019.
(6) Vanaf 3 juni 2019.
(7) Tot 3 juni 2019.
(8) Tot 15 juli 2019.
Tot 1 maart 2019 bestond het BGE uit leden die de wereldwijde business platformen, de regionale activiteiten en de wereldwijde functies vertegenwoordigden.
| Naam | Functie | Benoeming | |
|---|---|---|---|
| Matthew Taylor | Chief Executive Officer | 2013 | |
| Rajita D'Souza | Chief Human Resources Officer | 2017 | |
| Frank Vromant | Chief Financial Officer ad interim | 2011 | |
| Lieven Larmuseau | Algemeen Directeur Business Platformen Rubberversterking |
2014 | |
| Jun Liao | Algemeen Directeur Noord-Azië | 2018 | |
| Curd Vandekerckhove |
Algemeen Directeur Globale Operaties |
2012 | |
| Stijn Vanneste | Algemeen Directeur Europa, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië |
2016 | |
| Piet Van Riet | Algemeen Directeur Business Platformen Industriële Producten en Gespecialiseerde Produc ten, Marketing en Commercial Excellence |
2014 |
Als internationaal bedrijf omarmt Bekaert diversiteit op alle niveaus binnen de organisatie, wat een belangrijke sterkte is voor de vennootschap. Het gaat hierbij niet alleen om diversiteit op het gebied van nationaliteit, culturele achtergrond, leeftijd of geslacht, maar ook op het gebied van vaardigheden, zakelijke ervaring, inzichten en standpunten.
Bekaert biedt tewerkstelling aan mensen van 50 verschillende nationaliteiten in 44 landen over de hele wereld. Deze diversiteit wordt weerspiegeld op alle niveaus van de organisatie en in de samenstelling van de Raad van Bestuur en het BGE.
| Aantal personen |
Aantal nationaliteiten |
Aantal niet-natives(1) |
% niet-natives |
|
|---|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur |
13 | 6 | 5 | 38% |
| BGE | 9 | 8 | 7 | 78% |
(1) Niet-native = andere nationaliteit dan die van de vennootschap, i.e. België.
Sinds de Gewone Algemene Vergadering van 11 mei 2016 voldoet de vennootschap aan de wettelijke vereiste dat minstens een derde van de leden van de Raad van Bestuur van het andere geslacht is.
| Aantal personen | % mannen | % vrouwen | |
|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur |
13 | 62% | 38% |
| BGE | 9 | 89% | 11% |
Tegen 2025 wil Bekaert op leiderschapsniveau (BGE + managementfuncties B13 en hoger (Hay classificatiereferentie)) een genderdiversiteitsratio van 33% verzekeren.
| Aantal personen | Leeftijd 30-50 jaar |
Leeftijd > 50 jaar | |
|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur |
13 | 31% | 69% |
| BGE | 9 | 44% | 56% |
Meer informatie over diversiteit is beschikbaar in het duurzaamheidsrapport uitgegeven op 27 maart 2020.
Volgens artikel 523 van het voormalige Wetboek van vennootschappen (of vanaf 1 januari 2020: Artikel 7:96 van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen), moet een lid van de Raad van Bestuur de overige leden vooraf informeren over agendapunten waaromtrent het rechtstreeks of onrechtstreeks een met de vennootschap strijdig belang van vermogensrechtelijke aard heeft en moet deze zich onthouden van deelname aan de beraadslaging en de stemming daarover. Een dergelijk belangenconflict kwam in 2019 twee maal voor, waarbij telkens de bepalingen van artikel 523 nageleefd werden.
Op 28 februari 2019 moest de Raad van Bestuur zich uitspreken over de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder. Uittreksel uit de notulen:
Op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité:
Op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité, keurt de Raad de voorgestelde doelstellingen goed voor de korte termijn variabele vergoeding voor de Chief Executive Officer voor 2019.
Op 14 november 2019 moest de Raad van Bestuur zich uitspreken over de prestatiemetrieken en streefcijfers met betrekking tot de performance share units die in januari 2020 werden toegekend. De doelen zijn ook van toepassing op de Gedelegeerd Bestuurder. Uittreksel uit de notulen:
Op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité, keurt de Raad de voorgestelde prestatiemetrieken en -doelen goed met betrekking tot de performance share units die in januari 2020 zullen worden toegekend.
Het Bekaert Corporate Governance Charter bevat gedragsregels met betrekking tot rechtstreekse en onrechtstreekse belangenconflicten van de leden van de Raad van Bestuur en het BGE die buiten het toepassingsgebied van artikel 523 van het voormalige Wetboek van vennootschappen vallen (of vanaf 1 januari 2020: artikel 7:96 van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen). Deze leden worden geacht met Bekaert verbonden partijen te zijn, en moeten jaarlijks melding maken van rechtstreekse of onrechtstreekse transacties met Bekaert of haar dochterondernemingen. Bekaert is niet op de hoogte van enig potentieel belangenconflict betreffende dergelijke transacties in 2019 (cfr. Toelichting 7.4 bij de geconsolideerde jaarrekening).
De Raad van Bestuur heeft de Bekaert Gedragscode goedgekeurd, die voor het eerst uitgegeven werd op 1 december 2004 en op 14 november 2019 voor het laatst werd aangepast.
De Bekaert Gedragscode beschrijft hoe de waarden van Bekaert (We handelen integer – We verdienen vertrouwen – We zijn niet te stuiten!) in de praktijk worden gebracht. De Code verschaft richtlijnen wanneer medewerkers voor ethische keuzes en nalevingskwesties komen te staan. De Bekaert Gedragscode is volledig opgenomen in het Bekaert Corporate Governance Charter als Bijlage 3.
In overeenstemming met bepaling 3.7 van de Belgische Corporate Governance Code 2009 heeft de Raad van Bestuur op 27 juli 2006 de Bekaert Dealing Code uitgevaardigd. Vanwege de EU-verordening inzake marktmisbruik heeft de Raad van Bestuur een nieuwe versie van de Bekaert Dealing Code aangenomen, die op 3 juli 2016 van kracht werd. De Bekaert Dealing Code is volledig opgenomen in het Bekaert Corporate Governance Charter als Bijlage 4.
De Bekaert Dealing Code legt de leden van de Raad van Bestuur, het BGE, het senior management en bepaalde andere personen beperkingen op inzake transacties in financiële instrumenten van Bekaert tijdens gesloten periodes en sperperiodes. De Code bevat ook regels betreffende de openbaarmaking van uitgevoerde transacties door leidinggevenden en hun nauw verbonden personen door middel van een kennisgeving aan de vennootschap en aan de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). De Algemeen Secretaris is de Dealing Code Officer voor de Bekaert Dealing Code.
Het remuneratiebeleid en de remuneratie voor niet-uitvoerende bestuurders wordt bepaald door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op aanbeveling van de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Het beleid werd goedgekeurd door de jaarlijkse Algemene Vergadering van 10 mei 2006 en gewijzigd door de jaarlijkse Algemene Vergaderingen van 11 mei 2011 en 14 mei 2014.
Het remuneratiebeleid en de remuneratie van de Gedelegeerd Bestuurder wordt bepaald door de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemingsen Remuneratiecomité. De Gedelegeerd Bestuurder is niet aanwezig bij deze procedure en neemt geen deel aan de stemming en de beraadslaging. Het Benoemings- en Remuneratiecomité verzekert de conformiteit met het remuneratiebeleid van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder met de vennootschap. Een kopie van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder is op verzoek van een Bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.
Het remuneratiebeleid en de remuneratie van de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder worden bepaald door de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De Gedelegeerd Bestuurder heeft een adviserende rol in deze procedure. Het Comité verzekert de conformiteit met het remuneratiebeleid van het contract van elk BGElid met de vennootschap. Een kopie van elk contract is op verzoek van een Bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.
De remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders wordt bepaald op basis van zes gewone vergaderingen van de volledige Raad van Bestuur per jaar. Een deel van de remuneratie wordt betaald in functie van het aantal gewone vergaderingen dat de niet-uitvoerende Bestuurder persoonlijk bijwoont.
Niet-uitvoerende bestuurders die lid zijn van een Comité van de Raad van Bestuur ontvangen een bijkomende vergoeding voor elke Comité-vergadering die ze persoonlijk bijwonen. In zijn hoedanigheid van uitvoerend Bestuurder ontvangt de Gedelegeerd Bestuurder die vergoedingen niet.
Indien de Raad van Bestuur in een specifieke aangelegenheid de bijstand van een Bestuurder verzoekt op grond van zijn/ haar onafhankelijkheid en/of bekwaamheid, is die Bestuurder, voor elke sessie die een specifieke verplaatsing en tijd vergt, gerechtigd op een vergoeding gelijk aan het toepasselijke variabele bedrag voor een persoonlijk bijgewoonde vergadering van een Comité van de Raad van Bestuur. Het concrete bedrag van de vergoeding van de bestuurders wordt door de Gewone Algemene Vergadering voor het lopende boekjaar bepaald.
De vergoeding van de bestuurders wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties om te verzekeren dat personen kunnen worden aangetrokken met competenties die aan de internationale ambities van de Groep beantwoorden.
Niet-uitvoerende bestuurders hebben geen recht op prestatiegebonden remuneratie zoals bonussen, aandelengerelateerde incentiveprogramma's op lange termijn, voordelen in natura of voordelen verbonden aan pensioenplannen, noch op enig ander type variabele remuneratie.
Uitgaven die bestuurders redelijkerwijs in het kader van de uitoefening van hun taken doen, worden terugbetaald op voorlegging van rechtvaardigingsstukken. Bestuurders worden geacht het uitgavenbeleid voor leden van de Raad van Bestuur in acht te nemen bij het doen van uitgaven.
De remuneratie van de Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt bij de aanvang van zijn opdracht bepaald, en wel voor de duur van die opdracht. Op aanbeveling van het Benoemings-en Remuneratiecomité wordt de vergoeding bepaald door de Raad van Bestuur onder voorbehoud van goedkeuring door de Gewone Algemene Vergadering. In zijn voorstel moet het Benoemings- en Remuneratiecomité rekening houden met een duidelijke omschrijving van de taken van de Voorzitter, het professionele profiel dat werd aangetrokken, de tijd die voor de Groep daadwerkelijk ter beschikking moet worden gesteld, en een gepaste remuneratie die aan de gestelde verwachtingen beantwoordt en die regelmatig wordt getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties. De Voorzitter heeft geen recht op een bijkomende vergoeding voor het bijwonen of voorzitten van een vergadering van een Comité van de Raad van Bestuur, omdat dit in zijn totale remuneratiepakket begrepen is.
De belangrijkste elementen van het remuneratiebeleid van de Groep voor het Uitvoerend Management zijn een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten.
De Groep biedt competitieve totale remuneratiepakketten aan met het doel het beste kader- en managementtalent aan te trekken en te behouden in elk deel van de wereld waar de Groep aanwezig is. De remuneratie van het Uitvoerend Management wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties.
Een prestatiegerichte cultuur is belangrijk om de groeiambities van de Groep te verwezenlijken. De volgende prestatiegebonden processen onderbouwen remuneratiebeslissingen:
Het korte termijn variabele vergoedingsprogramma van de Groep is ontworpen om het Uitvoerend Management te motiveren en om de korte termijn doelstellingen van het Bedrijf over een periode van één jaar te sturen. De prestatie van de Groep, de prestatie van de Business Unit en de individuele prestatie bepalen de uiteindelijke uitbetaling. De bedrijfsprestaties worden gemeten en opgevolgd door middel van het EPM-proces, terwijl de individuele prestaties gemeten en opgevolgd worden door middel van het PPM-proces.
Het lange termijn variabele vergoedingsprogramma van de Groep vergoedt het Uitvoerend Management voor haar bijdrage aan de verwezenlijking van de strategie van het Bedrijf op lange termijn. Het lange termijn variabele vergoedingsprogramma bestaat uit een performance share plan waarbij rechten toegekend worden voor zover de prestatiedoelen, zoals vooropgesteld door de Raad van Bestuur, behaald worden over een periode van drie jaar
Het Uitvoerend Management wordt gevraagd om een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap op te bouwen en aan te houden gedurende hun mandaat als lid van het BGE (in overeenstemming met bepaling 7.9 van de Belgische Corporate Governance Code 2020).
Om dergelijke persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap te bevorderen, komt het Uitvoerend Management in aanmerking voor het vrijwillig Share Matching Plan. Daarbij wordt iedere persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap in jaar x (beperkt tot 15% van de bruto jaarlijkse korte termijn variabele vergoeding) tegemoet gekomen door een directe toekenning van eenzelfde aantal aandelen in de vennootschap aan het einde van jaar x+2, voor zover de persoonlijke participatie in aandelen verder werd aangehouden.
Het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder bestaat uit een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en verschillende overige componenten. De Gedelegeerd Bestuurder komt in aanmerking voor het vrijwillige Share Matching Plan voor het opbouwen van een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap.
Het remuneratiepakket moet competitief zijn en op maat van de verantwoordelijkheden van een Gedelegeerd Bestuurder die aan het hoofd staat van een wereldwijd actieve industriële groep met diverse businessplatformen.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité beveelt ieder jaar een aantal doelstellingen aan die rechtstreeks van het businessplan zijn afgeleid en die gebaseerd zijn op overige aan de Gedelegeerd Bestuurder toe te vertrouwen prioriteiten. Die doelstellingen bevatten zowel Groeps- als individuele financiële en niet-financiële doelen, en worden over een vooraf bepaalde periode gemeten (tot drie jaar ver). Deze doelstellingen, alsmede de eindejaarsbeoordeling van de realisaties, worden door het Benoemings- en Remuneratiecomité gedocumenteerd en aan de voltallige Raad van Bestuur voorgelegd. De eindbeoordeling leidt tot een waardering door de Raad van Bestuur, gebaseerd op gemeten resultaten, van alle prestatiegebonden elementen uit het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder.
Het concrete bedrag van de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder in zijn hoedanigheid als lid van het Uitvoerend Management wordt bepaald door de Raad van Bestuur op gemotiveerde aanbeveling van het Benoemingsen Remuneratiecomité.
Het remuneratiepakket van de andere BGE-leden dan de Gedelegeerd Bestuurder bestaat uit een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. De BGE-leden komen in aanmerking voor het vrijwillige Share Matching Plan voor het opbouwen van een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap.
Het remuneratiepakket moet competitief zijn en op maat van de rol en de verantwoordelijkheden van elk BGE-lid dat leiding geeft aan een wereldwijd actieve industriële groep met diverse businessplatformen.
De Gedelegeerd Bestuurder evalueert de prestaties van ieder ander lid van het BGE en legt zijn prestatiewaardering voor aan het Benoemings- en Renumeratiecomité. Die evaluatie gebeurt jaarlijks op basis van gedocumenteerde doelstellingen die rechtstreeks van het businessplan zijn afgeleid en die rekening houden met de specifieke verantwoordelijkheden van elk lid van het BGE. De realisaties die op basis van die doelstellingen gemeten worden, bepalen alle prestatiegebonden elementen uit het remuneratiepakket van elk ander lid van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder. De doelstellingen - zowel financieel als niet-financieel - omvatten doelen van de Groep, doelen van de Business Unit alsook individuele doelen. Deze doelen worden gemeten en opgevolgd over een vooraf bepaalde periode (tot drie jaar ver) via de prestatiegebonden processen EPM en PPM.
Het concrete bedrag van de remuneratie van elk ander lid van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder wordt bepaald door de Raad van Bestuur op gemotiveerde aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
Toekomstige wijzigingen in het remuneratiebeleid
In tegenstelling tot bepaling 7.3 van de Belgische Corporate Governance Code 2020 volgens dewelke de Raad van Bestuur het remuneratiebeleid van de Groep voor nietuitvoerende bestuurders en het Uitvoerend Management dient voor te leggen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, zal de vennootschap haar remuneratiebeleid niet ter goedkeuring voorleggen aan de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 13 mei 2020.
In het licht van de nakende omzetting van de Europese Richtlijn betreffende de rechten van aandeelhouders II(1) i naar Belgische recht, zal de Raad van Bestuur het remuneratiebeleid van de vennootschap voorleggen wanneer de impact van deze nieuwe Belgische wet volledig gekend is.
(1) Richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft.
De Raad van Bestuur zal bij de aanstaande Gewone Algemene Vergadering van 13 mei 2020 een voorstel indienen om de remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders te wijzigen.
In tegenstelling tot bepaling 7.6 van de Belgische Corporate Governance Code 2020 volgens dewelke niet-uitvoerende bestuurders een deel van hun remuneratie zouden moeten ontvangen in de vorm van aandelen van de vennootschap, zullen de niet-uitvoerende bestuurders, met uitzondering van de Voorzitter, aanbevolen (maar niet verplicht) worden om een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap aan te houden ten belope van de waarde van één vaste jaarlijkse vergoeding. Ondanks het niet-verplichte karakter van deze persoonlijke participatie in aandelen is de vennootschap van mening dat het langetermijnperspectief van aandeelhouders op redelijke wijze vertegenwoordigd wordt in de Raad van Bestuur, gelet op onderstaande feiten:
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de bestuurders werden toegekend door de vennootschap of haar dochtervennootschappen met betrekking tot 2019, worden in de tabel hierna op individuele basis vermeld.
De vergoeding van de Voorzitter voor de uitoefening van al zijn opdrachten in de vennootschap was vastgesteld als volgt:
De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter, voor de uitoefening van de opdracht als lid van de Raad van Bestuur bestond uit een vast bedrag van € 42 000, en bijkomend een bedrag van € 4 200 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van de Raad van Bestuur (met een maximum van € 25 200 voor zes vergaderingen per jaar).
De vergoeding van de Voorzitter van het Audit en Finance Comité, voor de uitoefening van de opdracht als Voorzitter en als lid van het Comité, bestond uit een bedrag van € 4 000 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van het Comité.
De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter van de Raad van Bestuur, de Voorzitter van het Audit en Finance Comité en de Gedelegeerd Bestuurder, voor de uitoefening van de opdracht als Voorzitter en als lid van een Comité van de Raad van Bestuur (andere dan het BBRG Comité) bestond uit een bedrag van € 3 000 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van het Comité.
| Variabele aanwezig heidsvergoeding Raad |
Variabele aanwezigheids | |||
|---|---|---|---|---|
| in € | Vaste vergoeding | van Bestuur | vergoeding Comité | Totaal |
| Voorzitter | ||||
| Bert De Graeve (tot mei 2019) | 104 167 | 104 167 | ||
| Jürgen Tinggren (vanaf juni 2019) (1) | 466 666 | 466 666 | ||
| Gedelegeerd Bestuurder | ||||
| Matthew Taylor | 42 000 | 25 200 | 0 | 67 200 |
| Andere bestuurders | ||||
| Celia Baxter | 42 000 | 25 200 | 12 000 | 79 200 |
| Leon Bekaert | 21 000 | 12 600 | 3 000 | 36 600 |
| Gregory Dalle | 42 000 | 25 200 | 21 000 | 88 200 |
| Charles de Liedekerke | 42 000 | 25 200 | 25 500 | 92 700 |
| Christophe Jacobs van Merlen | 42 000 | 25 200 | 15 000 | 82 200 |
| Hubert Jacobs van Merlen | 42 000 | 25 200 | 24 000 | 91 200 |
| Maxime Jadot | 21 000 | 12 600 | 3 000 | 36 600 |
| Pamela Knapp | 42 000 | 25 200 | 17 000 | 84 200 |
| Martina Merz | 21 000 | 12 600 | 15 000 | 48 600 |
| Colin Smith | 42 000 | 25 200 | 7 500 | 74 700 |
| Caroline Storme | 21 000 | 21 000 | 0 | 42 000 |
| Emilie van de Walle de Ghelcke | 42 000 | 25 200 | 0 | 67 200 |
| Henri Jean Velge | 42 000 | 25 200 | 12 000 | 79 200 |
| Mei Ye | 42 000 | 25 200 | 0 | 67 200 |
(1) Combinatie van een vaste vergoeding, een eenmalige welkomstvergoeding van € 150 000 en een toewijzing van aandelen van € 300 000.
De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de Gedelegeerd Bestuurder, voor de uitoefening van de opdracht als Voorzitter of lid van het BBRG Comité bestond uit een bedrag van € 3 000 voor elke bijgewoonde, in persoon gehouden vergadering van het BBRG Comité en € 1 500 voor elke bijgewoonde, per teleconferentie gehouden vergadering van het BBRG Comité (met een maximum van € 21 000 per jaar).
In zijn hoedanigheid van bestuurder heeft de Gedelegeerd Bestuurder recht op dezelfde remuneratie als de nietuitvoerende bestuurders, behalve de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van Comités van de Raad van Bestuur, waarvoor hij geen vergoeding ontvangt (zie bovenstaande tabel).
De door de Gedelegeerd Bestuurder ontvangen vergoeding in zijn hoedanigheid van bestuurder is begrepen in zijn basissalaris dat in de tabel in punt 6 hierna is vermeld.
Het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE bevat volgende prestatiegebonden elementen:
De set van criteria om de prestaties te evalueren voor de korte termijn variabele vergoeding van 2019 bestaat uit een korf van financiële doelstellingen (omzet, EBITDAonderliggend, kapitaalgebruik en werkkapitaal) en nietfinanciële doelstellingen (zoals veiligheid, implementatie van transformatieprogramma's, verbetering van geëngageerde en gemachtigde teams), gecombineerd met specifieke geïndividualiseerde doelstellingen.
De waarde van de korte termijn variabele vergoeding op doelniveau ("target") van de Gedelegeerd Bestuurder is gelijk aan 75% van zijn vaste vergoeding; voor de andere leden van het BGE bedraagt het doelniveau ("target") 60% van de vaste vergoeding. Men kan maximum 200% van het doelniveau bereiken.
De criteria om de prestaties te evalueren voor de lange termijn variabele vergoeding zijn specifieke financiële bedrijfsgebonden criteria; meer bepaald een groeidoelstelling voor EBITDA en een cumulatieve doelstelling voor de kasstroom.
De waarde van de lang termijn variabele vergoeding op doelniveau ("target") van de Gedelegeerd Bestuurder is gelijk aan 85% van zijn vaste vergoeding; voor de andere leden van het BGE bedraagt het doelniveau ("target") 65% van de vaste vergoeding. Maximum 300% van de toegekende performance share units kunnen verworven worden.
Tegen pari niveau, bedraagt de waarde van de elementen van de variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE meer dan 25% van hun totale vergoeding. Meer dan de helft van de totale betaling van deze variabele vergoeding is gebaseerd op criteria over een periode van minimum drie jaar.
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks door de vennootschap of haar dochtervennootschappen aan de Gedelegeerd Bestuurder werden toegekend met betrekking tot 2019 worden hierna vermeld.
| Matthew Taylor | Renumeratie(1) | Opmerkingen | ||
|---|---|---|---|---|
| Basissalaris | 822 265 | Bevat basissalaris en buitenlandse bestuurders vergoedingen(2) |
||
| Korte termijn variabele vergoeding |
623 102 | Jaarlijkse variabele vergoeding, gebaseerd op prestatie in 2019 |
||
| Lange termijn variabele vergoeding |
32 671 een heden |
Aantal toegekende performance share units (verwervingsperiode 2019-2021) |
||
| Pensioen | 168 203 | Toegezegde bijdrageregeling |
||
| Share Matching | 4 581 eenhe den |
Aantal toegekende aandelen als tegemoet koming voor persoonlijke participatie in aandelen van 2017 |
||
| Andere remuneratie elementen |
52 880 | Bevat bedrijfswagen en risicoverzekeringen |
(1) Met betrekking tot 2019, in €.
(2) Het basissalaris is inclusief de vergoeding ontvangen door de Gedelegeerd Bestuurder in zijn hoedanigheid als bestuurder.
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder werden toegekend door de vennootschap of haar dochtervennootschappen met betrekking tot 2019 worden hierna op globale basis vermeld.
| Renumeratie(1) | Opmerkingen | |
|---|---|---|
| Basissalaris | 2 610 542 | Bevat basissalaris en buitenlandse bestuurders vergoedingen |
| Korte termijn varia bele vergoeding |
1 535 147 | Jaarlijkse variabele vergoeding, gebaseerd op prestatie in 2019 |
| Lange termijn varia bele vergoeding |
104 935 een heden |
Aantal toegekende perfor mance share units (verwer vingsperiode 2019-2021) |
| Pensioen | 392 043 | Gedefinieerde bijdrage en gedefinieerde pensioenregeling |
| Share Matching | 7 668 eenhe den |
Aantal toegekende aan delen als tegemoetkoming voor persoonlijke participa tie in aandelen van 2017 |
| Andere remunera tie-elementen |
377 273 | Bevat bedrijfswagen, ver zekeringen, schoolgeld en huisvestingsvergoeding |
(1) Met betrekking tot 2019, in €.
De bovenstaande tabel omvat pro rata-vergoedingen die veranderingen in de samenstelling van de BGE weerspiegelen, zoals beschreven in een voorgaand gedeelte van deze corporate governance verklaring.
Vanaf 2018 bestaat de lange termijn variabel vergoeding uitsluitend uit de toekenning van performance share units onder het Performance Share Plan 2018-2020. Dit plan werd op voorstel van de Raad van Bestuur op 9 mei 2018 door de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders goedgekeurd.
Tot 2017 was de lange termijn variabele vergoeding gebaseerd op een combinatie van aandelenopties (of 'stock appreciation rights' buiten Europa) en performance share units.
De Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE komen in aanmerking voor het vrijwillig Share Matching Plan, waarbij een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap in jaar x tegemoet gekomen wordt door een directe toekenning van hetzelfde aantal aandelen in de vennootschap aan het einde van jaar X+2, voor zover de persoonlijke participatie in aandelen verder werd aangehouden.
Het Performance Share Plan 2018-2020 biedt rechten op eigen aandelen van de vennootschap aan de leden van het BGE, het senior management en een beperkt aantal kaderleden van de vennootschap en van enkele van haar dochtervennootschappen (de rechten, "performance share units" en de aandelen, "performance shares").
Elke performance share unit geeft de begunstigde ervan het recht om gratis één performance share te verwerven onder de voorwaarden van het performance share plan. Deze performance share units zijn definitief verworven ('gevest') na afloop van een verwervingsperiode van drie jaar, mits het bereiken van vooropgestelde prestatiedoelen.
De prestatiedoelen worden jaarlijks vastgesteld door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de vennootschap. De financiële bedrijfsgegevens die als prestatiedoelstelling werden weerhouden voor de periode 2019-2021 zijn groei van EBITDA en elementen van de cumulatieve kasstroom.
De precieze mate waarin de performance share units definitief verworven ('gevest') worden, is afhankelijk van het al dan niet bereiken van deze prestatiedoelen. Indien de vastgelegde minimumdrempel niet behaald wordt, dan is er geen enkele definitieve verwerving ('vesting'). Bij het bereiken van deze minimumdrempel, zal 50% van de performance share units definitief verworven ('gevest') worden; de volledige verwezenlijking van de overeengekomen prestatiedoelen zal leiden tot een 'par vesting' van 100% van de performance share units; terwijl er een maximale definitieve verwerving ('vesting') zal zijn van 300% van de performance share units indien de werkelijke prestaties gelijk zijn of hoger zijn dan een overeengekomen bovengrens. Op het ogenblik van de definitieve verwerving ('vesting') ontvangt de begunstigde ook de waarde van de dividenden over de laatste drie jaar met betrekking tot zulk(e) (aantal) performance shares waarop de definitief verworven performance share units betrekking hebben.
De waarde van de performance share units op doelniveau ("target") van de Gedelegeerd Bestuurder is gelijk aan 85% van zijn vaste vergoeding; voor de andere leden van het BGE bedraagt het doelniveau ("target") 65% van de vaste vergoeding. De performance share units worden gratis aan de begunstigden toegekend.
Performance share units met betrekking tot de verwervingsperiode 2019-2021 werden in februari 2019 toegekend aan de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE. Voor de BGE-leden die gedurende het jaar benoemd werden, gebeurde de toekenning van de performance share units bij de halfjaar toekenning van juli 2019.
Voor de performance share units uitgegeven in december 2016, met betrekking tot de verwervingsperiode 2017-2019, werd de minimumdrempel van de prestatiedoelen niet behaald. Bijgevolg was er geen enkele definitieve verwerving ('vesting') van de performance share units toegekend in december 2016.
| Naam | Aantal performance share units toegekend in 2019 (verwervings periode 2019-2021) |
Aantal definitief verworven performance share units in 2019 (verwervingsperi ode 2017-2019) |
|---|---|---|
| Matthew Taylor | 32 671 | - |
| Juan Carlos Alonso (1) | 9 391 | - |
| Taoufiq Boussaid (1) | 10 478 | - |
| Rajita D'Souza | 11 897 | - |
| Arnaud Lesschaeve | 6 142 | - |
| Jun Liao | 12 663 | - |
| Oswald Schmid | - | - |
| Curd Vandekerckhove | 11 962 | - |
| Stijn Vanneste | 9 321 | - |
| Lieven Larmuseau (2) | 10 503 | - |
| Piet Van Riet (2) | 10 612 | - |
| Frank Vromant (2) | 11 966 | - |
(1) Toekenning in 2019 omvat een eenmalige aanmeldingsbeloning.
(2) De tabel is inclusief leden van het Uitvoerend Management die vóór eind 2019 lid waren van het BGE. Wijzigingen in de samenstelling van het BGE worden beschreven in een voorgaand gedeelte van deze corporate governance verklaring.
In het overzicht hieronder staat het aantal aandelenopties dat in 2019 werd uitgeoefend of verviel met betrekking tot voorgaande lange termijn variabele vergoedingsprogramma's. De opties werden gratis aan de begunstigden aangeboden. Elke aanvaarde optie verleent de houder het recht op verwerving van één bestaand aandeel van de vennootschap tegen betaling van de uitoefenprijs, die definitief wordt bepaald ten tijde van het aanbod en die gelijk is aan het laagste van: (i) de gemiddelde slotkoers van de aandelen van de vennootschap op de beurs gedurende dertig dagen die de dag van het aanbod voorafgaan, of (ii) de laatste slotkoers die de dag van het aanbod voorafgaat.
Onder voorbehoud van de gesloten periodes en de sperperiodes voor handel in aandelen en van het planreglement, kunnen de opties uitgeoefend worden vanaf het begin van het vierde jaar na de datum van hun aanbod tot het einde van het tiende jaar volgend op de datum van hun aanbod.
De aandelenopties die in 2019 uitoefenbaar waren, zijn gebaseerd op de toekenningen onder het aandelenoptieplan SOP 2015-2017 en de plannen die het aandelenoptieplan SOP 2015-2017 voorafgingen.
De bepalingen van die vroegere plannen zijn gelijkaardig aan die van het aandelenoptieplan SOP 2015-2017, met dien verstande dat de aan de werknemers toegekende opties onder de plannen voorafgaand aan het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 de vorm hadden van inschrijvingsrechten die de houders het recht verlenen tot verwerving van nieuw uit te geven aandelen van de vennootschap, terwijl zelfstandige begunstigden recht hadden op de verwerving van bestaande aandelen.
| Naam | Aantal in 2019 uitgeoefende aandelenopties |
Aantal in 2019 vervallen aandelenopties |
|||
|---|---|---|---|---|---|
| Matthew Taylor | - | 0 | |||
| Rajita D'Souza | - | 0 | |||
| Jun Liao (1) | - | 0 | |||
| Curd Vandekerckhove | - | 5 400 | |||
| Stijn Vanneste | - | 0 | |||
| Lieven Larmuseau (2) | - | 0 | |||
| Piet Van Riet (2) | - | 0 | |||
| Frank Vromant (2) | - | 5 400 |
(1) Stock Appreciation Rights.
(2) De tabel is inclusief leden van het Uitvoerend Management die vóór eind 2019 lid waren van het BGE. Wijzigingen in de samenstelling van het BGE worden beschreven in een voorgaand gedeelte van deze corporate governance verklaring.
Er wordt verwacht van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE dat zij een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap opbouwen en aanhouden. Om dit te bevorderen biedt de Groep een vrijwillig Share Matching Plan aan.
Het Share Matching Plan komt iedere persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap in jaar x tegemoet met een directe toekenning van hetzelfde aantal aandelen van de vennootschap aan het eind van jaar x + 2 voor zover de persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap verder werd aangehouden.
De onderstaande tabel toont het aantal aandelen toegekend in 2019 als tegemoetkoming voor de persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap van maart 2017:
| Naam | Aantal aandelen toegekend in 2019 als tegemoetkoming voor persoonlijke participatie in aan |
|||
|---|---|---|---|---|
| delen van 2017 | ||||
| Matthew Taylor | 4 581 | |||
| Rajita D'Souza | 1 254 | |||
| Curd Vandekerckhove | 1 421 | |||
| Stijn Vanneste | 1 043 | |||
| Lieven Larmuseau (1) | 1 266 | |||
| Piet Van Riet (1) | 1 383 | |||
| Frank Vromant (1) | 1 301 |
(1) De tabel is inclusief leden van het Uitvoerend Management die vóór eind 2019 lid waren van het BGE. Wijzigingen in de samenstelling van de BGE werden beschreven in een voorgaand gedeelte van deze corporate governance verklaring.
De bepalingen van alle contracten van het Uitvoerend Management voorzien in een opzegtermijn van twaalf maanden met uitzondering van de Divisie-CEO Staaldraadtoepassingen en de Divisie-CEO BBRG. Deze twee leden van het Uitvoerend Management sloten een arbeidscontract met de vennootschap vóór hun benoeming als lid van het Uitvoerend Management en daarom wordt hun ontslagregeling bepaald op basis van de bestaande arbeidswetgeving.
In 2019 verliet geen enkel lid van het Uitvoerend Management het bedrijf.
De Raad van Bestuur heeft de bevoegdheid om een deel of volledig de waarde van toegekende prestatiegebonden vergoedingen aan het Uitvoerend Management te verminderen (malus) of terug te vorderen ('claw back') in geval van:
Het Bekaert-aandeel steeg in 2019 met bijna 26% wanneer men de slotkoers op het jaareinde van 2019 vergelijkt met die van 2018, iets lager dan de prestatie van onze referentie-index, Euronext Brussels BEL Mid. Waar de aandelenkoers van Bekaert oorspronkelijk steeg in de aanloop naar de aankondiging van de jaarresultaten voor 2018 - om €25 op 22 februari 2019 te bereiken - daalde het aandeel onder €21 eind maart, na de resultaten van Bekaert van 2018 en de Belgische herstructureringsaankondigingen. Het aandeel herstelde zich gestaag na de dividenduitkering in mei 2019 en bereikte op 12 november 2019 het hoogste punt van het jaar met €28. Het aandeel was het hele jaar door volatiel met sterke reacties op aankondigingen en beleidsveranderingen met betrekking tot de handelsspanningen tussen de VS en China en de winstwaarschuwingen en herstructureringsaankondigingen in sectoren die relevant zijn voor Bekaert.

Het Bekaert-aandeel noteert op de gereglementeerde markt Euronext Brussels als ISIN BE0974258874 (BEKB) en werd voor het eerst genoteerd in december 1972. De ICBsectorcode is 2727 Diversified Industrials.
| in € | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Koers op 31 december | 25,72 | 26,34 | 28,38 | 38,48 | 36,45 | 21,06 | 26,50 |
| Hoogste koers | 31,11 | 30,19 | 30,00 | 42,45 | 49,92 | 40,90 | 28,26 |
| Laagste koers | 20,01 | 21,90 | 22,58 | 26,56 | 33,50 | 17,41 | 19,38 |
| Gemiddelde koers | 24,93 | 27,15 | 26,12 | 37,06 | 42,05 | 28,21 | 23,96 |
| Dagelijks volume | 126 923 | 82 813 | 120 991 | 123 268 | 121 686 | 154 726 | 96 683 |
| Dagelijkse omzet (in miljoen €) | 3,1 | 2,1 | 3,1 | 4,5 | 5,0 | 4,4 | 2,3 |
| Jaarlijkse omzet (in miljoen €) | 796 | 527 | 804 | 1 147 | 1 279 | 1 121 | 592 |
| Omloopsnelheid (% jaarlijks) | 54 | 35 | 52 | 53 | 51 | 65 | 41 |
| Omloopsnelheid (% aangepaste free float) | 90 | 59 | 86 | 88 | 86 | 109 | 68 |
| Free float (%) | 59,9 | 55,7 | 56,7 | 59,2 | 59,6 | 59,3 | 59,3 |
Het gemiddelde aantal dagelijks verhandelde aandelen was ongeveer 97.000 aandelen in 2019. Het volume piekte op 21 juni, met 399.611 verhandelde aandelen.

Op 31 december 2019 had Bekaert een marktkapitalisatie van €1,6 miljard en een free float marktkapitalisatie van €1 miljard. De free float was 59,31% en de free float band 60%.
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (de Transparantiewet) heeft Bekaert, in haar statuten, de drempels van 3% en 7,50% ingesteld bovenop de wettelijke drempels van 5% en elk veelvoud van 5%. Een overzicht van de kennisgevingen van deelnemingen van 3% of meer, indien van toepassing, is te vinden in de sectie met informatie over de moedervennootschap van dit jaarverslag cfr. pagina 195 (deelnemingen in het kapitaal).
De Stichting Administratiekantoor Bekaert (hoofdaandeelhouder) bezit 34,28% van de aandelen, terwijl de institutionele aandeelhouders naar schatting 35% van de aandelen bezitten. De detailhandel vertegenwoordigt 11,08%, Private Banking 13,16% en eigen aandelen 6,41%.
Op 8 december 2007 maakte de Stichting Administratiekantoor Bekaert overeenkomstig artikel 74 van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen bekend dat zij op 1 september 2007 individueel meer dan 30% van de effecten met stemrechten van de vennootschap bezat.
Per 31 december 2019 bedraagt het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap € 177.793.000, vertegenwoordigd door 60.408.441 aandelen zonder vermelding van waarde. De aandelen zijn op naam of gedematerialiseerd. Alle aandelen hebben dezelfde rechten.
De Raad van Bestuur werd gemachtigd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 11 mei 2016 het kapitaal van de vennootschap in één of meerdere malen te verhogen met een totaal maximum bedrag van € 176.000.000 (exclusief enige uitgiftepremie). Deze bevoegdheid geldt voor een periode van vijf jaar na 20 juni 2016 en kan worden hernieuwd overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen. Krachtens deze bevoegdheid kan de Raad van Bestuur onder andere een kapitaalverhoging doorvoeren in het kader van het toegestaan kapitaal door middel van de uitgifte van gewone aandelen, inschrijvingsrechten of converteerbare obligaties, en mag ze het voorkeurrecht van de aandeelhouders van de vennootschap beperken of opheffen overeenkomstig het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Bovendien werd de Raad van Bestuur gemachtigd om, binnen een periode van drie jaar na 14 juni 2018, gebruik te maken van het toegestaan kapitaal na ontvangst door de vennootschap van een mededeling door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap.
De Raad van Bestuur stelt aan de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 26 maart 2020 (of van 13 mei 2020 indien het vereiste quorum op 26 maart 2020 niet is bereikt) de verlenging voor van de bovengenoemde bevoegdheden als onderdeel van de statutenwijziging.
De Raad van Bestuur heeft gebruikgemaakt van zijn bevoegdheden in het kader van het toegestaan kapitaal toen deze op 18 mei 2016 besloot om niet-gesubordineerde niet-gewaarborgde converteerbare obligaties uit te geven met vervaldag in juni 2021 voor een totaalbedrag van € 380.000.000 (de "Converteerbare Obligaties"). Deze Converteerbare Obligaties hebben een nulcoupon en hun conversieprijs bedraagt € 50,71 per aandeel.
In verband met de uitgifte van de Converteerbare Obligaties heeft de Raad van Bestuur besloten om het voorkeursrecht van bestaande aandeelhouders buiten toepassing te laten, zoals uiteengezet in artikel 596 en volgende van het voormalig Wetboek van vennootschappen dat op dat moment van toepassing was. De voorwaarden van de Converteerbare Obligaties laten de vennootschap toe om, bij conversie van de obligaties, nieuwe aandelen of bestaande aandelen te leveren of een bedrag in cash te betalen.
Teneinde de verwatering voor bestaande aandeelhouders bij conversie van de Converteerbare Obligaties te verzachten, heeft de Raad van Bestuur het voornemen om waar mogelijk het bedrag in hoofdsom van de Converteerbare Obligaties in cash terug te betalen en, indien de dan geldende aandeelprijs boven de conversieprijs ligt, het verschil in bestaande aandelen van de vennootschap te betalen. De conversie van de Converteerbare Obligaties zou dan geen verwateringseffect voor de bestaande aandeelhouders hebben.
Bovendien laten de voorwaarden van de Converteerbare Obligaties de vennootschap toe de obligaties in bepaalde omstandigheden terug te betalen tegen hun bedrag in hoofdsom samen met de opgelopen en niet-betaalde rente, bijvoorbeeld, op of na 30 juni 2019 als de aandelen van de vennootschap worden verhandeld tegen een hogere prijs dan 130% van de conversieprijs gedurende een bepaalde periode.
Het totale aantal uitstaande en in Bekaert-aandelen converteerbare inschrijvingsrechten onder het aandelenoptieplan SOP 2005-2009 is 173.570. In 2019 zijn geen inschrijvingsrechten uitgeoefend onder het aandelenoptieplan SOP 2005-2009.
Op 31 december 2018 bezat de vennootschap 3.902.032 eigen aandelen. Van deze 3.902.032 eigen aandelen werden 13.787 aandelen overgedragen aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur als onderdeel van zijn vaste vergoeding en 13.670 aandelen werden overgedragen aan leden van het BGE overeenkomstig het share matching plan van de vennootschap. Daarnaast werden 1.500 aandelenopties uitgeoefend volgens het aandelenoptieplan SOP 2015-2017 en 1.500 eigen aandelen werden voor dat doel gebruikt. De vennootschap heeft in de loop van 2019 geen aandelen gekocht en er werden geen eigen aandelen geannuleerd. Als gevolg hiervan was de vennootschap op 31 december 2019 in het bezit van een totaal van 3.873.075 eigen aandelen.
Op 15 februari 2019 werd een eerste toekenning van 178.233 performance share units onder het performance share plan 2018-2020 gedaan, waarvan de eventuele definitieve verwerving ('vesting') zal gebeuren onder de vorm van aandelen van de vennootschap. Daarnaast werd op 26 juli 2019 een halfjaarlijkse toekenning van 35.663 performance share units gedaan onder het performance share plan 2018- 2020. Elke performance share unit geeft de begunstigde recht op een performance share aan de voorwaarden van het performance share plan 2018-2020.
Deze performance share units zijn definitief verworven ('gevest') na afloop van een verwervingsperiode van drie jaar, mits het bereiken van vooropgestelde prestatiedoelen. De precieze mate waarin de performance share units definitief verworven ('gevest') worden, is afhankelijk van het al dan niet bereiken van deze prestatiedoelen. Indien de vastgelegde minimumdrempel niet behaald wordt, dan is er geen enkele definitieve verwerving ('vesting'). Bij het bereiken van deze minimumdrempel, zal 50% van de performance share units definitief verworven ('gevest') worden; de volledige verwezenlijking van de overeengekomen prestatiedoelen zal leiden tot een 'par vesting' van 100% van de performance share units; terwijl er een maximale definitieve verwerving ('vesting') zal zijn van 300% van de performance share units indien de werkelijke prestaties gelijk zijn of hoger zijn dan een overeengekomen bovengrens
Detailgegevens omtrent kapitaal, aandelen, aandelenoptieplannen en performance share plannen zijn te vinden in het Financieel Overzicht (Toelichting 6.13 bij de geconsolideerde jaarrekening).
De Raad van Bestuur zal de op 13 mei 2020 te houden Gewone Algemene Vergadering voorstellen een brutodividend van € 0,70 per aandeel, onveranderd ten opzichte van vorig jaar uit te keren.
De Raad van Bestuur herbevestigt het dividendbeleid dat, voor zover de winst het toelaat, een stabiel of groeiend dividend voorziet terwijl een voldoende niveau van kasstroom in de vennootschap wordt behouden voor investeringen en zelffinanciering ter ondersteuning van de groei. Op langere termijn streeft de vennootschap naar een 'payout ratio' van 40% van het resultaat van de betrokken periode toe te schrijven aan de Groep.
| in € | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019(1) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal brutodividend | 0,850 | 0,900 | 1,100 | 1,100 | 0,700 | 0,700 |
| Nettodividend(2) | 0,638 | 0,657 | 0,770 | 0,770 | 0,490 | 0,490 |
| Couponnummer | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
(1) Dividend onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2020.
(2) Onderhevig aan de takswetgeving van toepassing.
De Gewone Algemene Vergadering vond plaats op 8 mei 2019. Op dezelfde dag werd een Buitengewone Algemene Vergadering gehouden. Op 3 juli 2019 werd een tweede Buitengewone Algemene Vergadering gehouden. De besluiten van de vergaderingen zijn op www.bekaert.com terug te vinden.
Bekaert wil haar aandeelhouders van transparante financiële informatie voorzien.
Alle aandeelhouders kunnen rekenen op toegang tot informatie en ons engagement om relevante updates over marktontwikkelingen, prestatievoortgang en andere relevante informatie te delen. Alle dergelijke updates zijn online te vinden in het beleggersgedeelte van de website en worden live gepresenteerd in vergaderingen met analisten, aandeelhouders en investeerders. De kalender met conferenties voor investeerdersrelaties, roadshows en groepsbezoeken op onze terreinen wordt op onze website gepubliceerd.
Op vrijdag 15 november 2019 organiseerde Bekaert een Capital Markets Day op haar hoofdkantoor in Zwevegem, België. Dergelijk evenement wordt georganiseerd om financiële stakeholders de mogelijkheid te geven om het Uitvoerend Management van de vennootschap te ontmoeten, meer informatie over de vennootschap in het algemeen en een update over de strategie te krijgen.
Het evenement bestond uit een reeks presentaties door het Uitvoerend Management van Bekaert, dat inzichten biedt

over prestaties, vooruitzichten en strategie. 16 Analisten en fonds- en portfoliobeheerders namen deel aan de live vergadering. Het evenement Capital Markets Day viel samen met de dag van de trading update van het derde kwartaal van Bekaert.
De statuten bevatten geen beperkingen inzake de overdraagbaarheid van de aandelen, behoudens ingeval van controlewijziging, voor dewelke conform artikel 11 van de statuten de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Bestuur moet worden aangevraagd.
Voor het overige zijn de aandelen vrij overdraagbaar.
De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van enige wettelijke beperking op de overdracht van aandelen in hoofde van enige aandeelhouder.
Volgens de statuten geeft elk aandeel de houder het recht op één stem. De statuten bevatten geen beperkingen van het stemrecht en iedere aandeelhouder kan zijn stemrecht uitoefenen op voorwaarde dat hij geldig werd toegelaten tot de Algemene Vergadering en dat zijn rechten niet werden geschorst. De regels inzake de toelating tot de Algemene Vergadering zijn opgenomen in het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen en in de statuten. Krachtens de statuten kan de vennootschap de uitoefening schorsen van rechten verbonden aan effecten die toebehoren aan verscheidene eigenaars.
Niemand kan op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders aan een stemming deelnemen voor stemrechten die verbonden zijn aan effecten waarvan hij niet krachtens de wet tijdig kennis heeft gegeven.
De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van enige andere wettelijke beperking inzake de uitoefening van het stemrecht.
De Raad van Bestuur zijn geen aandeelhoudersovereenkomsten bekend die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten of van de uitoefening van het stemrecht.
De statuten en het Bekaert Corporate Governance Charter bevatten specifieke regels inzake de (her)benoeming, vorming en evaluatie van bestuurders.
De bestuurders worden voor een maximale duur van vier jaar door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd, die hen ook te allen tijde kan ontslaan. Een besluit tot benoeming of ontslag behoeft de gewone meerderheid van de stemmen. De kandidaten voor de opdracht van bestuurder, die deze opdracht nog niet vervuld hebben binnen de vennootschap, moeten ten laatste twee maanden vóór de Gewone Algemene Vergadering de Raad van Bestuur op de hoogte brengen van hun kandidatuur.
Enkel wanneer een plaats van bestuurder vroegtijdig openvalt, kunnen de overblijvende bestuurders zelf een nieuwe bestuurder benoemen (coöpteren). In dat geval zal de eerstvolgende Algemene Vergadering de definitieve benoeming doen.
Het benoemingsproces voor bestuurders wordt geleid door de Voorzitter en het Benoemings- en Remuneratiecomité, dat een gemotiveerde aanbeveling doet aan de voltallige Raad. Op basis van deze aanbeveling besluit de Raad welke kandidaten aan de Algemene Vergadering voor benoeming zullen worden voorgedragen. Bestuurders zijn in de regel herbenoembaar voor een onbeperkt aantal termijnen, met dien verstande dat bestuurders ten tijde van hun initiële benoeming niet jonger mogen zijn dan 30 jaar en niet ouder dan 66 jaar, en dat een bestuurder ontslag moet nemen in het jaar waarin hij de leeftijd van 69 jaar bereikt.
De statuten kunnen door een Buitengewone Algemene Vergadering worden gewijzigd conform het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Elke wijziging van de artikelen vereist een quorum van ten minste 50% van het aandelenkapitaal (indien niet aan het quorum wordt voldaan, moet een tweede vergadering met dezelfde agenda worden bijeengeroepen, waarvoor geen quorumvereiste van toepassing is) en een gekwalificeerde meerderheid van 75% van de stemmen die tijdens de vergadering worden uitgebracht (een meerderheid van 80% is van toepassing op wijzigingen van het voorwerp van de vennootschap en de verandering van de rechtsvorm van de vennootschap).
De Raad van Bestuur is op grond van artikel 44 van de statuten gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in één of meerdere malen te verhogen met een maximum bedrag van €176.000.000. De duur van deze machtiging is beperkt tot vijf jaar vanaf 20 juni 2016, doch is door de Algemene Vergadering hernieuwbaar.
In het kader van deze machtiging kan de Raad van Bestuur ook gedurende een periode van drie jaar vanaf 14 juni 2018, in geval van ontvangst door de vennootschap van een mededeling door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van een openbaar overnamebod, het maatschappelijk kapitaal verhogen, voor zover:
De Algemene Vergadering kan ook deze machtiging hernieuwen.
Verder is de Raad van Bestuur krachtens artikel 12 van de statuten gemachtigd om maximum het aantal eigen aandelen te verkrijgen waarvan de gezamenlijke fractiewaarde niet hoger is dan 20% van het geplaatste kapitaal, gedurende een periode van vijf jaar vanaf 20 juni 2016 (die door de Algemene Vergadering kan worden hernieuwd), tegen een prijs die ligt tussen €1,00 als minimumwaarde en 30% boven het rekenkundig gemiddelde van de slotkoers van het Bekaert-aandeel gedurende de laatste dertig beursdagen vóór het besluit van de Raad van Bestuur tot verkrijging als maximumwaarde. De Raad van Bestuur is gemachtigd om alle of een gedeelte van de ingekochte aandelen gedurende die periode van vijf jaar te vernietigen.
De Raad van Bestuur is tevens gemachtigd door artikel 12 van de statuten om eigen aandelen te verkrijgen wanneer dit noodzakelijk is ter voorkoming van een dreigend ernstig nadeel voor de vennootschap, zoals een openbaar overnamebod. Deze machtiging is toegekend voor een periode van drie jaar vanaf 5 september 2019 en kan door de Algemene Vergadering verlengd worden.
Artikelen 12bis en 12ter van de huidige statuten bevatten regels voor de vervreemding van ingekochte aandelen en voor de verwerving en vervreemding van aandelen in de vennootschap door dochtervennootschappen.
De Raad van Bestuur stelt aan de Buitengewone Algemene
Vergadering van Aandeelhouders van 26 maart 2020 (of van 13 mei 2020 indien het vereiste quorum op 26 maart 2020 niet is bereikt) de verlenging voor van de bovengenoemde bevoegdheden als onderdeel van de statutenwijziging.
De bevoegdheden van de Raad van Bestuur zijn in detail beschreven in de toepasselijke wettelijke bepalingen terzake, de statuten en het Bekaert Corporate Governance Charter.
De vennootschap is partij bij een aantal belangrijke overeenkomsten die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over de vennootschap, al dan niet na een openbaar overnamebod.
De vennootschap is partij bij een aantal belangrijke overeenkomsten die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over de vennootschap, al dan niet na een openbaar overnamebod. In de mate waarin op grond van deze overeenkomsten aan derden rechten worden toegekend die een invloed hebben op het vermogen van de vennootschap, dan wel een schuld of een verplichting te haren laste doen ontstaan, werden deze rechten, conform artikel 556 van het voormalig Wetboek van vennootschappen, goedgekeurd door de Bijzondere Algemene Vergaderingen van 13 april 2006, 16 april 2008, 15 april 2009, 14 april 2010 en 7 april 2011 en door de Gewone Algemene Vergaderingen van 9 mei 2012, 8 mei 2013, 14 mei 2014, 13 mei 2015, 11 mei 2016, 10 mei 2017, 9 mei 2018 en 8 mei 2019; de notulen van die vergaderingen werden op 14 april 2006, 18 april 2008, 17 april 2009, 16 april 2010, 15 april 2011, 30 mei 2012, 23 mei 2013, 20 juni 2014, 19 mei 2015, 18 mei 2016, 2 juni 2017, 7 februari 2019 en 23 mei 2019 ter griffie van de Rechtbank van Koophandel te Gent, afdeling Kortrijk neergelegd en zijn beschikbaar op www.bekaert.com.
Het betreft in hoofdzaak jointventure-overeenkomsten (die de relaties tussen partijen in het kader van een gemeenschappelijke dochtervennootschap omschrijven), overeenkomsten waarbij door financiële instellingen, particuliere investeerders of andere investeerders geldmiddelen ter beschikking van de vennootschap of van een van haar dochtervennootschappen worden gesteld, en overeenkomsten tot levering van goederen of diensten door of aan de vennootschap. Elk van deze overeenkomsten bevat clausules die, ingeval van wijziging van de controle van de vennootschap, de wederpartij in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden het recht verlenen om de overeenkomst vervroegd te beëindigen, en in het geval van een financiële overeenkomst tevens de vervroegde terugbetaling van de ter beschikking gestelde geldmiddelen te eisen. In het geval van jointventure-overeenkomsten wordt voorzien dat, ingeval van controlewijziging van de vennootschap, de wederpartij de participatie van de vennootschap in de joint venture kan verwerven (met uitzondering van de Chinese vennootschappen, waarbij partijen in overleg dienen te bepalen of een partij de joint venture alleen voortzet, waarna deze de participatie van de andere partij moet kopen), waarbij de waarde tegen dewelke de participatie alsdan is over te dragen wordt bepaald in functie van contractuele formules die beogen een overdracht tegen een arm's length prijs te verzekeren.
De volgende beschrijving van Bekaerts interne controle en risicobeheerssystemen is gebaseerd op de "Internal Control Integrated Framework" (1992) en de "Enterprise Risk Management Framework" (2004), gepubliceerd door het Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission ("COSO").
De Raad van Bestuur heeft een kader goedgekeurd voor interne controle en risicobeheer voor de vennootschap en de Groep dat werd opgesteld door het BGE, en controleert de implementatie daarvan. Het Audit en Finance Comité controleert de doeltreffendheid van de interne controle- en risicobeheersingssystemen, om ervoor te zorgen dat de belangrijkste risico's correct worden geïdentificeerd, beheerd en bekendgemaakt volgens het door de Raad van Bestuur aangenomen kader. Het Audit en Finance Comité doet ook aanbevelingen aan de Raad van Bestuur in dit opzicht.
De organisatie van de diensten boekhouding en controle bestaat uit drie niveaus: (i) het boekhoudkundige team in de verschillende juridische entiteiten of gezamenlijke dienstencentra, verantwoordelijk voor de voorbereiding en de rapportering van de financiële informatie, (ii) de controllers op de verschillende niveaus in de organisatie (zoals fabriek en regio), verantwoordelijk voor o.a. het nazicht van de financiële informatie in hun verantwoordelijkheidsdomein, en (iii) de dienst Group Finance, verantwoordelijk voor het finale nazicht van de financiële informatie van de verschillende juridische entiteiten en voor de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening.
Naast bovengemelde gestructureerde controles voert de afdeling Interne Audit een risicogebaseerd programma uit om de doeltreffendheid van de interne controle in de verschillende processen op het niveau van de juridische entiteiten te valideren en een betrouwbare financiële rapportering te verzekeren.
De geconsolideerde jaarrekening van Bekaert is opgemaakt in overeenstemming met de "International Financial Reporting Standards" (IFRS), onderschreven door de Europese Unie. Die jaarrekening is eveneens conform de IFRS uitgegeven door de "International Accounting Standards Board".
Alle IFRS-boekhoudnormen, richtlijnen en interpretaties, toe te passen door alle juridische entiteiten, zijn gegroepeerd in het handboek Bekaert Accounting Manual, dat voor alle werknemers die betrokken zijn bij de financiële rapportering beschikbaar is op het intranet van Bekaert. Dit handboek wordt regelmatig aangepast door Group Finance ingeval van relevante wijzigingen in IFRS, of interpretaties ervan, en de gebruikers worden van elke dergelijke wijziging op de hoogte gebracht. IFRS-opleidingen vinden plaats in de verschillende regio's wanneer dit noodzakelijk of geschikt geacht wordt. E-learningmodules over IFRS worden ook beschikbaar gesteld door Group Finance om individuele training te bieden.
De overgrote meerderheid van de groepsvennootschappen gebruikt het globale ERP-systeem (Enterprise Resource Planning) van Bekaert; de boekhoudkundige transacties worden ingeboekt in een uniform rekeningenstelsel, waarbij boekhoudkundige manuals de standaardmanier van boeken voor de meest relevante transacties beschrijven. Deze boekhoudkundige manuals worden aan de gebruikers toegelicht tijdens opleidingssessies en zijn beschikbaar op het intranet van Bekaert.
Alle groepsvennootschappen gebruiken dezelfde software om de financiële gegevens te rapporteren voor consolidatie en externe rapporteringsdoeleinden. Een rapporteringsmanual is beschikbaar op het intranet van Bekaert en trainingen vinden plaats wanneer dit noodzakelijk of geschikt geacht wordt.
Er worden geschikte maatregelen genomen om een tijdige en kwalitatieve rapportering te verzekeren en om de potentiële risico's, die gerelateerd zijn aan het financieel rapporteringsproces, te beperken, met inbegrip van (i) goede coördinatie tussen de diensten Groepscommunicatie en Group Finance, (ii) zorgvuldige planning van alle activiteiten, met inbegrip van verantwoordelijken en timings, (iii) richtlijnen verdeeld door Group Finance naar de verantwoordelijken vóór de kwartaalrapportering, met inbegrip van relevante aandachtspunten en (iv) opvolging en terugkoppeling over de tijdigheid, kwaliteit en de lessons learned om te streven naar continue verbetering.
Een kwartaalevaluatie vindt plaats over de financiële resultaten, bevindingen door de afdeling Interne Audit en andere belangrijke controlegebeurtenissen, waarvan de resultaten besproken worden met de commissaris.
Materiële wijzigingen aan de IFRS-boekhoudnormen worden gecoördineerd door Group Finance, nagezien door de commissaris, gerapporteerd aan het Audit en Finance Comité en aan de Raad van Bestuur van de vennootschap meegedeeld.
Materiële wijzigingen aan de statutaire boekhoudnormen van een groepsvennootschap worden goedgekeurd door diens Raad van Bestuur.
De correcte toepassing van de boekhoudnormen door de juridische entiteiten zoals beschreven in de boekhoudkundige manual van Bekaert, zowel als de juistheid, de consistentie en de volledigheid van de gerapporteerde informatie, worden op een permanente basis nagezien door de controle-organisatie (zoals hierboven omschreven).
Bijkomend worden alle relevante entiteiten op periodieke basis gecontroleerd door de afdeling Interne Audit. Voor de meest belangrijke onderliggende processen (verkoop, aankoop, investeringen, thesaurie, enz.) bestaan er richtlijnen en procedures die onderhevig zijn aan (i) een evaluatie door de respectieve managementteams middels een zelfbeoordelingstool, en (ii) controle door de afdeling Interne Audit op een roterende basis.
In het ERP-systeem wordt nauw toezicht gehouden op mogelijke conflicten met betrekking tot scheiding van verantwoordelijkheden.
Bekaert heeft in de meeste groepsvennootschappen een globaal ERP-systeemplatform ingevoerd om de efficiënte verwerking van transacties te ondersteunen en het management te voorzien van transparante en betrouwbare informatie om de operationele activiteiten te beheren, te controleren en te sturen.
De verstrekking van diensten van informatietechnologie om deze systemen te laten lopen, te onderhouden en te ontwikkelen, wordt in grote mate uitbesteed aan professionele toeleveranciers van IT-diensten die gestuurd en gecontroleerd worden door geëigende IT-controlestructuren en waarvan de kwaliteit bewaakt wordt door uitgebreide dienstverleningscontracten.
Samen met haar IT-toeleveranciers heeft Bekaert adequate managementprocessen geïmplementeerd om te verzekeren dat geschikte maatregelen op dagelijkse basis getroffen worden om de prestaties, de beschikbaarheid en de integriteit van haar IT-systemen te behouden. Op regelmatige ogenblikken wordt de geschiktheid van deze procedures nagetrokken en geauditeerd en waar nodig verder geoptimaliseerd.
Een gepaste toewijzing van verantwoordelijkheden, en coördinatie tussen de betrokken afdelingen, verzekeren een efficiënt en stipt communicatieproces van periodieke financiële informatie naar de markt. Voor het eerste en het derde kwartaal wordt een trading update gepubliceerd, terwijl alle relevante financiële informatie op halfjaarlijkse en op jaarlijkse basis wordt bekendgemaakt. Vóór de externe rapportering wordt de verkoops- en financiële informatie onderworpen aan (i) de gepaste controles door de bovengenoemde controleorganisatie, (ii) nazicht door het Audit en Finance Comité, en (iii) goedkeuring door de Raad van Bestuur van de vennootschap.
Elke beduidende wijziging aan de IFRS-boekhoudnormen die door Bekaert toegepast worden, wordt onderworpen aan nazicht door het Audit en Finance Comité en goedkeuring door de Raad van Bestuur van de vennootschap.
De leden van de Raad van Bestuur worden op periodieke basis op de hoogte gebracht van de evolutie en belangrijke wijzigingen in de onderliggende IFRS-standaarden. Alle relevante financiële informatie wordt toegelicht aan het Audit en Finance Comité en de Raad van Bestuur om hen in staat te stellen de jaarrekening te analyseren. Alle gerelateerde persberichten worden goedgekeurd vóór hun verspreiding naar de markt.
Relevante bevindingen van de afdeling Interne Audit en/of de commissaris in verband met de toepassing van de boekhoudnormen, de geschiktheid van de richtlijnen en procedures, en de scheiding van verantwoordelijkheden, worden gerapporteerd aan het Audit en Finance Comité.
Er wordt ook een periodieke thesaurie-update voorgelegd aan het Audit en Finance Comité.
Er is een procedure van kracht om het gepaste bestuursorgaan van de vennootschap op korte termijn samen te roepen wanneer de omstandigheden het nodig achten.
De Raad van Bestuur heeft de Bekaert Gedragscode goedgekeurd, die voor het eerst uitgegeven werd op 1 december 2004 en voor het laatst werd aangepast in november 2019. De Gedragscode bepaalt de Bekaert missie en waarden, evenals de basisprincipes van hoe Bekaert zaken wenst te doen.
Naleving van de Gedragscode is verplicht voor alle groepsvennootschappen. De Gedragscode maakt als Appendix 3 deel uit van het Bekaert Corporate Governance Charter en is beschikbaar op www.bekaert.com.
Een meer gedetailleerd beleidsplan en richtlijnen worden opgemaakt indien nodig om de consistente toepassing van de Gedragscode over de hele Groep te verzekeren.
Bekaerts interne controlemodel bestaat uit een reeks groepsprocedures voor de algemene bedrijfsprocessen en is wereldwijd van toepassing. Bekaert heeft diverse middelen om de effectiviteit en efficiëntie van het ontwerp en de werking van het interne controlemodel constant te bewaken.
De afdeling Interne Audit bewaakt de interne controleprestatie op basis van het globale kader en rapporteert op elke vergadering van het Audit en Finance Comité. De afdeling Governace, Risk en Compliance rapporteert aan het Audit en Finance Comité tijdens elk van haar vergaderingen over risico- en nalevingskwesties.
Het BGE evalueert regelmatig de exposure van de Groep aan risico's, de potentiële financiële impact daarvan, en de acties die vereist zijn om de exposure op te volgen en te beheersen.
Op verzoek van de Raad van Bestuur en het Audit en
Finance Comité heeft het management een globaal "enterprise risk management" (ERM)-kader ontwikkeld om de Groep bij te staan bij het beheersen van onzekerheid in Bekaerts waardecreatieproces.
Het kader bestaat uit de identificatie, beoordeling en prioritering van de belangrijkste risico's waarmee Bekaert geconfronteerd wordt en van de voortdurende rapportage en controle van die belangrijke risico's (waaronder de ontwikkeling en implementatie van risicobeperkende plannen).
De risico's worden in vijf categorieën geïdentificeerd: strategische, operationele, juridische, financiële en landenrisico's. De geïdentificeerde risico's worden geclassificeerd op twee assen: waarschijnlijkheid en impact of gevolg.
Er worden beslissingen genomen en actieplannen bepaald om de geïdentificeerde risico's te beperken. Ook de evolutie van de risico-gevoeligheid (afname, verhoging, stabiel) wordt geëvalueerd.
Hieronder staan de belangrijkste risico's opgenomen in het ERM-rapport 2019 van Bekaert, dat werd gedeeld met het Audit en Finance Comité en de Raad van Bestuur.
• Net als veel wereldwijde bedrijven wordt Bekaert blootgesteld aan risico's die voortkomen uit wereldwijde economische trends. Strategisch gezien, verdedigt Bekaert zichzelf tegen economische en cyclische risico's door actief te zijn in verschillende regio's en verschillende sectoren. Bekaert beschikt over productiefaciliteiten en kantoren in 44 landen en de markten kunnen in zeven sectoren worden gebundeld. Deze sectorale verdeling is een voordeel omdat het Bekaert minder gevoelig maakt voor sectorspecifieke trends. Toch kan een wereldwijde economische crisis invloed hebben op de belangrijkste sectoren waarin Bekaert actief is, d.w.z. banden- en automobielindustrie, energie en nutsvoorzieningen en bouw. Zo kan een wereldwijde recessie voor markten van banden- en automobielindustrie en bouw leiden tot een aanzienlijke daling
van de vraag door een zwak consumentenvertrouwen en uitgestelde beleggingen. De resulterende stroomopwaartse en stroomafwaartse overcapaciteit kan leiden tot prijserosie in de toeleveringsketen. In olie- en gasmarkten heeft het olieprijsniveau en de trend invloed op de vraag naar producten van Bekaert met betrekking tot die markten. Het belangrijkste voor activiteiten van platte en profieldraad van Bekaert en voor activiteiten van offshore staalkabels van de Bridon-Bekaert Ropes Group, zijn de werkelijke investeringen in offshore aardoliewinning. Dergelijke investeringen werden uitgesteld of opgeschort als gevolg van de steile olieprijsdaling in 2015. Hoewel de vennootschap inspanningen levert om de activiteiten minder afhankelijk te maken van olie en deze beter in lijn te brengen met de realiteit van de markt (herstructurering in platte en profieldraadactiviteit bij Bekaert Bradford, VK en herstructurering in de voetafdruk van de Bridon-Bekaert Ropes Group in Brazilië) en hoewel Bekaert klaar zal zijn om kansen te benutten die voortvloeien uit een reactivering van investeringen in oliewinning in de toekomst, kan niet worden uitgesloten dat het huidige olieprijsniveau een invloed zal blijven uitoefenen op de vraag naar producten van Bekaert en daardoor op de resultaten ervan.
Walsdraad, de belangrijkste grondstof van Bekaert, wordt gekocht van staalfabrieken van over de hele wereld. Walsdraad vertegenwoordigt ongeveer 45% van de verkoopkosten. In principe worden prijsbewegingen zo snel mogelijk doorgerekend in de verkoopprijzen, via contractueel overeengekomen prijsmechanismen of via individuele onderhandelingen. Als Bekaert er niet in slaagt om de verhoging van kosten tijdig door te rekenen aan klanten, kan dit een negatieve invloed hebben op de winstmarges van Bekaert. Ook de tegengestelde prijstrend houdt winstrisico's in: als grondstofprijzen aanzienlijk dalen en Bekaert hoger geprijsd materiaal op voorraad heeft, kan de winstgevendheid worden getroffen door (niet-contante) correcties van de voorraadwaardering op de balansdatum van een rapportageperiode.
• Globaliserende concurrentie zou een negatieve invloed kunnen hebben op de resultaten van Bekaert
Het concurrentielandschap bestaat uit internationale, regionale en lokale spelers, die geïntegreerd of onafhankelijk kunnen zijn en actief kunnen zijn in verschillende sectoren of in één specifiek product- of marktsegment. Lokale spelers die globale concurrenten worden, kunnen een negatieve invloed hebben op de winstmarges van Bekaert. In sommige markten kunnen klanten of leveranciers ook concurrenten zijn. Voorheen lokale staalkoordconcurrenten zoals Xingda (China) en Hyosung (Zuid-Korea) zijn actief geworden op de internationale markt via investeringen in de productiecapaciteit van staalkoord in het buitenland. Voorbeelden van andere concurrenten zijn: KIS-Wire (Zuid-Korea, internationaal actief in staalkoord, hieldraad, slangenversterking en staalkabels); WireCo (kabels) en Teufelberger die Redaelli in 2017 overgenomen heeft (kabels); Davis Wire (VS: verzinkte staaldraad voor industriële behoeften en verendraad); Keystone Steel & Wire (VS: geïntegreerde staalfabriek (producent van walsdraad) en fabrikant van staaldraad: afrasteringen, PC streng, gelast gaas); en Gerdau (Nood- en Zuid-Amerika: geïntegreerde leverancier: walsdraad, wijnrankdraad, verzinkte draad, …). Om de toekomstige en steeds sterkere concurrentie het hoofd te bieden, investeert Bekaert aanzienlijk in Onderzoek en Ontwikkeling (O&O) voor een bedrag van circa € 65-70 miljoen per jaar.
Een concurrerende arbeidsmarkt kan de kosten voor Bekaert verhogen en daardoor de winstgevendheid verlagen. Het succes van Bekaert hangt hoofdzakelijk af van haar vermogen om talent op alle niveaus aan te trekken en te behouden. Bekaert concurreert met andere bedrijven in de markt die mensen in dienst te nemen. Een tekort aan gekwalificeerde mensen zou Bekaert kunnen dwingen om lonen of andere voordelen te verhogen om effectief competitief te zijn bij het aannemen of behouden van gekwalificeerde werknemers of het behouden van dure tijdelijke werknemers. Een steeds mobielere, jonge bevolking in opkomende markten verhoogt het risico van personeelscontinuïteit verder. Het is niet zeker dat hogere arbeidskosten gecompenseerd kunnen worden door inspanningen om de doeltreffendheid in andere activiteitengebieden van Bekaert te verhogen.
Strategische risico's
| Strategische risico's | • Negatieve bedrijfsprestaties of veranderingen in het onderliggend economisch klimaat kunnen leiden tot waardevermindering van activa In overeenstemming met de Internationale Boekhoudnormen betreffende de waardevermindering van activa (d.w.z. IAS36) mogen activa niet worden meegenomen in de financiële overzichten van een bedrijf met meer dan het hoogst realiseerbare bedrag (d.w.z. door het verkopen of gebruiken van de activa). In het geval de boekwaarde het realiseerbare bedrag overschrijdt, zijn de activa in waarde verminderd. Bekaert onderzoekt regelmatig haar groepen activa die afzonderlijk geen kasstromen genereren (d.w.z. Kasstroom Genererende Eenheden (KGE)) en meer specifiek KGE waaraan goodwill wordt toegewezen. Niettemin kan Bekaert ook verplicht zijn waardeverminderingsverliezen te herkennen bij andere activa als gevolg van (externe) onverwachte negatieve gebeurtenissen die een invloed kunnen hebben op hun verwachte prestaties. Hoewel bijzondere waardeverminderingen geen invloed hebben op de kaspositie van Bekaert, zijn bijzondere waardeverminderingsverliezen indicatoren van een potentieel tekort in het (verwachte) businessplan van Bekaert, wat een indirecte impact zou kunnen hebben op het verwachte winstgenererend vermogen van Bekaert. Voor meer informatie over de goodwill van Bekaert op de balans (en bijzondere waardeverminderingsverliezen hieruit voortvloeiend), zie Toelichting 6.2 (Goodwill) bij de geconsolideerde jaarrekening. Meer specifiek beschrijft deze toelichting in meer detail de uitkomsten van bijzondere waardeverminderingen op goodwill die voortvloeien uit de bedrijfscombinatie Bridon Bekaert Ropes Group, wat het grootste deel van het goodwillbedrag op de balans vertegenwoordigt. Een strikte uitvoering en implementatie van de verschillende initiatieven, die zijn opgenomen in het winstherstelplan van de Bridon-Bekaert Ropes Group, is essentieel om geen waardeverminderingsverlies op te lopen. |
|---|---|
| Operationele risico's |
• De bronafhankelijkheid kan invloed hebben op de bedrijfsactiviteiten en winstgevendheid van Bekaert Veranderingen in het handelsbeleid in de VS hebben Bekaert gedwongen om gebruik te maken van alternatieve bronnen voor alle walsdraadbehoeften die niet lokaal in de VS kunnen worden verkregen (met name walsdraad voor de productie van rubberversterkingsproducten, omdat deze kwaliteit niet beschikbaar is in de VS), wat overeenkomt met ongeveer de helft van de walsdraadbehoeften van de Groep in de VS, wat ongeveer 7% van de totale walsdraadbehoeften van de Groep vertegenwoordigt. Hoewel dit risico in 2019 is verminderd (aangezien Bekaert belastingvrij uit Brazilië kan importeren en vrijstellingen heeft verkregen van alle andere, relevante landen), heeft de VS het importtarief verhoogd (tot 25 procent) voor afgewerkte (staalkoord) producten geïmporteerd uit China. Verdere escalatie van de handelsoorlog tussen de VS en China kan leiden tot nog hogere invoerrechten. Op 1 juli 2019 is het tweede jaar van vrijwaringsmaatregelen door de EU op geïmporteerde staalproducten gestart. Deze vrijwaringsmaatregelen omvatten een risico op invoerrechten wanneer belastingvrije volumequota worden bereikt. Dit houdt een risico in op hogere grondstofkosten voor Bekaert, indien en wanneer het quota overschreden wordt. Bekaert heeft in 2018-2019 ongeveer 3% van zijn walsdraadbehoeften geïmporteerd in de EU. Dit vertegenwoordigt 1 procent van de totale aankopen van walsdraad van de Groep, op geconsolideerde basis. Dit aandeel kan toenemen in geval van hogere marktvraag en in geval van Brexit (aangezien British Steel een van de leveranciers van Bekaert in de EU is). • Het niet voldoende beschermen van de intellectuele eigendom van Bekaert kan haar activiteiten en bedrijfsresultaten aanzienlijk schaden Bekaert is een wereldwijde technologieleider in staaldraadtransformatie en deklagen en investeert intensief in voortdurende innovatie. De vennootschap beschouwt haar technologisch leiderschap als een onderscheidende factor ten opzichte van de concurrentie. Bijgevolg is bescherming van intellectuele eigendom een belangrijke zorg en tevens een risico. Lekken van intellectuele eigendom kunnen Bekaert schade toebrengen en de concurrentie helpen, zowel op het vlak van productontwikkeling, procesinnovatie en machinetechniek. Eind 2019 had Bekaert (inclusief Bridon-Bekaert Ropes Group) een portefeuille van 1.795 octrooirechten. Bekaert initieert ook procedures tegen concurrenten in geval octrooi-inbreuken werden vastgesteld. Bekaert kan niet garanderen dat haar intellectuele eigendom niet zal worden aangevochten, geschonden of omzeild door derden. Bovendien is het mogelijk dat Bekaert er niet in slaagt om met succes een octrooi te verkrijgen, de registratie van octrooien te voltooien of octrooien te beschermen, wat een wezenlijke en negatieve invloed kan hebben op de activiteiten, financiële positie, bedrijfsresultaten en vooruitzichten. • Bekaert is onderworpen aan strenge milieuwetgeving Bekaert is onderworpen aan milieuwetten, -regels en -besluiten. Deze wetten, regels en besluiten (die wereldwijd strenger worden) |
| kunnen Bekaert verplichten kosten aan te gaan voor het saneren en voor het vergoeden van schade op plaatsen waar de bodem verontreinigd is. Krachtens de milieuwetten kan Bekaert aansprakelijk worden gesteld voor het herstellen van milieuschade en worden onderworpen aan daarmee verband houdende kosten in haar productie-eenheden, opslagplaatsen en kantoren alsook de grond waarop deze gevestigd zijn, ongeacht het feit of Bekaert de productie-eenheden, opslagplaatsen en kantoren bezit, huurt of onderverhuurt en ongeacht het feit of deze milieuschade door Bekaert werd veroorzaakt of door een vroegere eigenaar of huurder. De kosten voor het onderzoeken, herstellen of verwijderen van milieuschade kunnen aanzienlijk zijn en de activiteiten, financiële toestand en bedrijfsresultaten van de Groep negatief beïnvloeden. Het is de praktijk van Bekaert om voorzieningen (per entiteit) op te nemen voor potentiële milieuverplichtingen. Preventie en risicobeheer spelen een belangrijke rol in het milieubeleid van Bekaert; waaronder maatregelen tegen grondwater- en bodemvervuiling, verantwoordelijk gebruik van water en wereldwijde ISO 14001-certificering. Bekaerts globale procedure die voorzorgsmaatregelen tegen bodem- en grondwaterverontreiniging (ProSoil) verzekert, wordt continue opgevolgd in het licht van de toepasselijke regels en uitgewerkt met een lijst van concrete actieplannen voor een juiste aanpak. Het verantwoord gebruik van water is ook een prioriteit voor Bekaert. Bekaert volgt constant haar watergebruik op en heeft programma's geïmplementeerd om het watergebruik op lange termijn te verminderen. 93,7% van de Bekaertfabrieken wereldwijd is ISO 14001 gecertificeerd. ISO 14001 maakt deel uit van de internationaal erkende ISO 14000-norm die praktische tools aanbiedt aan bedrijven die hun milieuverantwoordelijkheden beheren. ISO 14001 legt de nadruk op systemen voor milieubeheer. De certificatie van alle Bekaert-fabrieken over de hele wereld blijft onze doelstelling en is een element in het integratieproces van nieuwe entiteiten en van vestigingen die aan de consolidatieperimeter toegevoegd worden. Bekaert ontving ook op groepsniveau een certificaat voor ISO 14001 en ISO 9001. De ISO 9000-familie behandelt verschillende aspecten van kwaliteitsmanagement. |
Bekaert voldoet aan de Europese RoHS-verordening inzake gevaarlijke stoffen.
| Operational risks | • Bekaert loopt risico's op het gebied van cyberbeveiliging Veel operationele activiteiten van Bekaert zijn afhankelijk van IT-systemen, die interne en externe deskundigen ontwikkelen en onderhouden. Een cyberaanval op één van deze IT-systemen kan de activiteiten van Bekaert onderbreken, wat kan zorgen voor een negatieve invloed op de verkoop en winstgevendheid. |
|---|---|
| Juridische risico's | • Bekaert wordt blootgesteld aan risico's op het gebied van regelgeving en compliance Als globaal bedrijf is Bekaert onderworpen aan veel wetten en voorschriften in alle landen waarin zij actief is. Dergelijke wetten en regels worden complexer, strenger en veranderen sneller en vaker dan voorheen. Deze talrijke wetten en voorschriften omvatten, onder andere, gegevensbeschermingsvereisten (zoals de Europese Algemene Verordening inzake Gegevensbescherming), wetgeving inzake intellectuele eigendom, arbeidsverhoudingen, belastingen, concurrentie, import- en handelsbeperkingen (bijvoorbeeld het handelsbeleid in de VS en de EU), uitwisselingswetten, en voorschriften tegen omkoping. Naleving van deze wetten en voorschriften kan leiden tot extra kosten of kapitaaluitgaven, wat een negatieve invloed zou kunnen hebben op de mogelijkheden van Bekaert om haar activiteiten te ontwikkelen. Bovendien is er, gezien de hoge mate van complexiteit van deze wetten, het risico dat Bekaert sommige bepalingen onbedoeld schendt. Schendingen van deze wetten en voorschriften kunnen leiden tot boetes, strafrechtelijke sancties tegen Bekaert, stopzetting van bedrijfsactiviteiten in gesanctioneerde landen, de implementatie van complianceprogramma's en beperkingen voor het uitvoeren van de bedrijfsactiviteiten van Bekaert. Bekaert heeft een GRC-kader (Governance, Risk en Compliance) ontwikkeld om te anticiperen op verschillende aspecten van naleving. Binnen Bekaert worden trainingen georganiseerd in rechtsbewustzijn en een centraal compliancecomité en -werkgroep monitoren en sturen de acties die nodig zijn om naleving te garanderen. Bekaert heeft een Gedragscode. De kaderleden en bedienden zijn wereldwijd onderworpen aan een jaarlijks proces waarbij naleving van de principes van de Gedragscode moet bevestigd worden. Bekaert zou ook onderworpen kunnen worden aan overheidsonderzoeken (inclusief door de belastingadministratie). Dergelijke onderzoeken komen de laatste jaren veel meer regelmatig voor in groeimarkten zoals China en India en kunnen aanzienlijke uitgaven vereisen en resulteren in verplichtingen of overheidsbesluiten die een wezenlijk nadelig effect kunnen hebben op de activiteiten, bedrijfsresultaten en financiële toestand van Bekaert. Het is de praktijk van Bekaert om voorzieningen (per entiteit) op te nemen voor bepaalde geïdentificeerde risico's in verband met regelgeving en compliance. |
| Financiële risico's | • Bekaert is blootgesteld aan een wisselkoersrisico dat haar resultaten en financiële positie wezenlijk zou kunnen beïnvloeden De activa, inkomsten, winsten en kasstromen van Bekaert worden beïnvloed door schommelingen in de wisselkoersen van verschillende valuta's. Het valutarisico van de Groep kan worden opgesplitst in twee categorieën: omrekenings- en transactioneel valutarisico. Een omrekeningsrisico ontstaat wanneer de financiële gegevens van buitenlandse dochtervennootschappen worden omgezet in de rapporteringsvaluta van de Groep, de euro. De belangrijkste valuta's zijn Chinese renminbi, Amerikaanse dollar, Tsjechische kroon, Braziliaanse real, Chileense peso, Russische roebel, Indiase roepie en Britse pond. De Groep is verder blootgesteld aan transactionele valutarisico's als gevolg van haar investeringen (verwerving en verkoop van investeringen in buitenlandse ondernemingen), financiering (financiële verplichtingen in vreemde valuta) en bedrijfsvoering (commerciële activiteiten met aan- en verkoop in vreemde valuta). Via haar hedgingbeleid beperkt Bekaert de impact van de wisselkoersrisico's. • Bekaert is blootgesteld aan belastingrisico's, met name door de internationale aard van haar activiteiten in een snel veranderende internationale belastingomgeving Als internationale groep die operationeel is in meerdere rechtsgebieden, is Bekaert onderworpen aan belastingwetgeving in vele landen over de hele wereld. Bekaert structureert en voert haar activiteiten wereldwijd uit in het licht van diverse reglementaire vereisten en de commerciële, financiële en fiscale doelstellingen van Bekaert. In het algemeen streeft Bekaert ernaar om haar activiteiten op een fiscaal efficiënte manier te structureren, met inachtneming van de toepasselijke fiscale wetten en voorschriften. Hoewel verwacht wordt dat deze waarschijnlijk hun gewenste effect zullen behalen, zouden Bekaert en haar dochtervennootschappen, indien één van hen met succes zou worden aangevochten door de relevante belastingautoriteiten, bijkomende belastingschulden kunnen oplopen die een nadelige invloed zouden kunnen hebben op haar effectief belastingtarief, bedrijfsresultaten en financiële toestand. .Aangezien de fiscale wetten en voorschriften in de verschillende rechtsgebieden waarin Bekaert actief is, vaak geen duidelijke of definitieve richtlijnen geven, is de structuur, de bedrijfsvoering en het belastingregime van Bekaert en haar dochtervennootschappen gebaseerd op de interpretaties van de fiscale wetten en voorschriften in België en de andere rechtsgebieden waarin Bekaert en haar dochtervennootschappen actief zijn. Hoewel ondersteund door belastingadviseurs en specialisten, kan Bekaert niet garanderen dat dergelijke interpretaties niet zullen worden betwist door de relevante belastingautoriteiten of dat de relevante belasting- en exportwetten en -regelgeving in sommige van deze landen niet het voorwerp zullen uitmaken van wijzigingen (in het bijzonder in de context van de snel veranderende internationale fiscale omgeving), uiteenlopende interpretaties en inconsistente handhaving, wat een nadelige invloed zou kunnen hebben op het effectieve belastingtarief, de bedrijfsresultaten en de financiële toestand van Bekaert. Het is de praktijk van Bekaert om voorzieningen (per entiteit) op te nemen voor bepaalde potentiële belastingverplichtingen. • Bekaert is blootgesteld aan een kredietrisico op haar contractspartijen en handelspartners Bekaert is onderworpen aan het risico dat de partijen met wie zij zaken doet (met inbegrip van in het bijzonder haar klanten) en die betalingen aan Bekaert moeten verrichten, niet in staat zijn om dergelijke betalingen tijdig te doen. Hoewel Bekaert een kredietbeleid heeft bepaald dat rekening houdt met de risicoprofielen van de klanten en de markten waartoe zij behoren, kan dit beleid slechts enkele van zijn kredietrisico's beperken. Indien bedragen die verschuldigd zijn aan Bekaert niet of niet tijdig worden betaald, kan dit niet alleen een impact hebben op haar huidige handels- en kasstroompositie, maar ook op haar financiële en commerciële positie. Bekaert heeft een kredietverzekering afgesloten om dergelijke risico's te beperken. |
| • Bekaert is geconfronteerd met risico's van activa- en winstconcentratie in China Hoewel Bekaert een echte globale onderneming is met een wereldwijd netwerk van productieplatformen en verkoop- en distributiekantoren, waardoor de concentratie van activa en winst tot een minimum wordt beperkt, loopt Bekaert nog steeds een risico op concentratie van activa en winst op bepaalde locaties (zoals Jiangyin, China). Indien zich een ander risico zou voordoen, zoals een politiek, sociaal of pandemierisico, of een milieurisico met grote schade, zou het risico van concentratie van activa en winst op bepaalde locaties kunnen ontstaan. Bekaert heeft, als onderdeel van een bedrijfscontinuïteitsplan, maatregelen genomen om dit risico te verminderen door middel van back-upscenario's en leveringsgoedkeuringen vanuit andere locaties. In sterk gereguleerde sectoren, zoals de automobielsector, zorgt Bekaert er bijvoorbeeld voor dat meer dan één productievestiging is goedgekeurd om aan de bandenproducenten te leveren. |
|
|---|---|
| Landrisico's | • Bekaert wordt blootgesteld aan de politieke en economische instabiliteit in Venezuela Bekaert werd met haar activiteiten in Venezuela de laatste jaren geconfronteerd met tekorten aan walsdraad, stroomvoorziening en de extreme devaluatie van de munt. Bekaert heeft de afgelopen jaren haar bedrijfsactiviteiten in Venezuela beperkt en sinds 2010 wordt een waardevermindering geboekt op de activa op Venezolaanse bodem om het uitstaande risico te minimaliseren. Ondanks de politieke en monetaire instabiliteit, is management er in geslaagd de onderneming in Venezuela operationeel te houden en bijgevolg werd er besloten dat de onderneming nog steeds onder controle is. Eind 2019 bedroegen de cumulatieve omrekeningsverschillen € -59,7 miljoen, die - in geval van verlies van controle - zouden worden geregenereerd naar de winst- en verliesrekening. |
Een doeltreffend kader voor interne controle en ERM is noodzakelijk om een redelijke zekerheid te kunnen geven omtrent de financiële rapportering van Bekaert en om fraude te voorkomen. Interne controle op financiële rapportering kan niet alle fouten voorkomen of opsporen, wegens beperkingen eigen aan de controle, zoals mogelijke menselijke fouten, het misleiden of omzeilen van controles of fraude. Daarom kan een effectieve interne controle enkel een redelijke garantie bieden voor de voorbereiding en de correcte voorstelling van de financiële informatie. Het niet oppikken van een fout als gevolg van menselijke fouten, het misleiden of omzeilen van controles of fraude kan een negatieve invloed hebben op de reputatie en de financiële resultaten van Bekaert.
Dit kan er ook toe leiden dat Bekaert haar lopende openbaarmakingsverplichtingen niet nakomt.
Onze waarden maken ons tot wie we zijn en geven richting aan onze acties. We voeren business op een maatschappelijk verantwoorde en ethische wijze. Voor ons gaat duurzaam ondernemen over economisch succes, de veiligheid en ontwikkeling van medewerkers, duurzame relaties met onze businesspartners, verantwoordelijkheid voor het milieu en sociale vooruitgang. Op die manier vertaalt Bekaert duurzaam ondernemen in een voordeel voor alle stakeholders.
Onze duurzaamheidsinspanningen en -activiteiten zijn gericht op de belangen van al onze stakeholders: medewerkers, klanten, aandeelhouders, partners, lokale overheden en de gemeenschappen waarin we actief zijn. We doen dit op een gestructureerde manier en hebben onze verbeterambities omgezet in duidelijke doelen op korte en langere termijn.
Bekaerts Duurzaamheidsrapport 2019 werd samengesteld volgens de GRI Sustainability Reporting Standards (Core optie). Global Reporting Initiative (GRI) is een non-profit organisatie die economische, milieugerelateerde en maatschappelijke duurzaamheid bevordert. Bekaert werd opgenomen in het Ethibel Excellence Investment Register. Deze selectie door Forum Ethibel geeft aan dat het bedrijf beter presteert dan het gemiddelde in zijn sector op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen.
In 2019 werd Bekaert ook erkend door opname in de Ethibel Excellence Index (ESI) Europe - een referentiecriterium voor toppresteerders op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen gebaseerd op Vigeo Eiris' onderzoek - en in Kempen SRI. In 2019 analyseerden de ratingagentschappen MSCI en ISS-oekom de ecologische, sociale en governance prestaties van ons bedrijf op basis van publiek beschikbare informatie. Hun rapporten worden gebruikt door institutionele investeerders en financiële dienstverleners.
Voor het derde jaar op rij kreeg Bekaert het gouden erkenningsniveau van EcoVadis toegekend, een onafhankelijk bureau voor duurzaam ondernemen waarvan de methodologie op internationale CSR-normen gebaseerd is. Het bureau stelt dat Bekaert deel uitmaakt van de top 3% van de door EcoVadis beoordeelde bedrijven in dezelfde industriecategorie.
Als antwoord op de groeiende interesse doorheen de toeleveringsketen om rond de ecologische voetafdruk van activiteiten en logistiek te rapporteren, werkt Bekaert ook mee aan de bevragingen van CDP (vroeger bekend als het Carbon Disclosure Project) omtrent de klimaatverandering en de toeleveringsketen.
Als bedrijf en als individuen handelen we met integriteit en houden we ons aan de hoogste normen van zakelijke ethiek. We bevorderen gelijke kansen, koesteren diversiteit en willen een risicovrije werkomgeving creëren die niemand schade berokkent. Onze waarden zijn verankerd in onze cultuur en verbinden ons als het One Bekaert-team.
We handelen integer · Wij verdienen vertrouwen · Wij zijn niet te stuiten!
Het engageren en empoweren van onze medewerkers zijn belangrijke succesfactoren doorheen ons hele transformatietraject. We empoweren onze teams met verantwoordelijkheid, autoriteit en aansprakelijkheid en rekenen op het engagement van elke Bekaert-medewerker om de prestaties te verbeteren.
We willen een werkomgeving creëren die niemand schade berokkent. We zijn vastberaden alles te doen wat nodig is om ongevallen op de werkvloer te voorkomen.
We zetten onze ambities hoog voor wat genderdiversiteit, naleveing van onze Gedragscode en veiligheid betreft.
Binnen Bekaert waarderen en stimuleren we continu leren en ontwikkelen. In 2019 implementeerde onze productie-eenheid Inchalam in Chili een "Train de trainer"-programma dat erop gericht is om de competenties van het training geven aan collega-medewerkers te standaardiseren. 46 arbeiders die de functie van instructeur uitvoeren namen deel aan een éénjarig trainingsprogramma. Hun rol als trainer zal cruciaal zijn om kennisoverdracht naar nieuwe generaties medewerkers te verzekeren.

We verwijzen naar ons Duurzaamheidsrapport om meer te lezen over de initiatieven voor onze medewerkers en over personeels- en veiligheidsgerelateerde data.
Wij staan voor verantwoordelijke en duurzame businesspraktijken in al onze zakelijke en maatschappelijke relaties. Onze aankoop- en innovatieprogramma's verbeteren de duurzaamheid over de gehele waardeketen.
We zijn open en eerlijk met onze zakelijke partners. We verwachten van hen dat zij zich houden aan de businessprincipes die overeenstemmen met internationaal geaccepteerde ethische normen.
In 2019 hebben multidisciplinaire teams van de Bekaert-fabrieken in Rusland, Turkije en India de respectievelijke nabijgelegen bandenfabrieken van Yokohama en Bridgestone bezocht om te leren hoe onze staalkoord wordt verwerkt. Ze zagen er ook met eigen ogen hoe belangrijk het is om producten met een consistent hoge kwaliteit te leveren, aangezien de kleinste variatie grote gevolgen kan hebben op het productieproces van banden.
Zulke ontmoetingen en bezoeken dragen bij tot het smeden van krachtige banden tussen klant en leverancier. De teams wisselden ideeën uit omtrent customer stewardship, het gebruik van mini-ondernemingen, en veiligheidsprogramma's. Het was voor iedereen duidelijk dat het nog altijd mogelijk is van elkaar te leren, ook na jarenlang naar dezelfde doelen toe te werken.
Bekaert heeft haar engagement met de leveranciers versterkt om het bewustzijn voor en de controle op duurzaam ondernemen bij onze leveranciers te verbeteren. We blijven ons samen met leveranciers engageren om het bewustzijn voor en de controle op duurzaam ondernemen te verbeteren en we leggen de lat hoog in onze R&D-projecten door duidelijke voordelen voorop te stellen qua gezondheid en veiligheid, en het milieu.
We verwijzen naar het Duurzaamheidsrapport waar meer te lezen is over hoe we onze better together-aspiratie waar maken in de gemeenschappen waarin we actief zijn, samen met onze klanten en onze leveranciers.
We hechten belang aan zorg voor het klimaat en streven naar een circulaire economie: we ontwikkelen en installeren productie-uitrusting die het energieverbruik vermindert en recyclage optimaliseert. We maken zoveel mogelijk gebruik van hernieuwbare energiebronnen en voorkomen lozingen van onbehandeld afvalwater en afval.
We streven er voortdurend naar om processen te ontwikkelen die minder materiaal gebruiken, ons energieverbruik reduceren en afval verminderen. We zetten hoge ambities om onze aandeel hernieuwbare energie te verhogen en onze broeikasgasemissies te verminderen.
In november 2019 werden 3 500 zonnepanelen geïnstalleerd op het dak van de BBRG A-Cords-vestiging in Aalter (België). Deze zonnepaneleninstallatie zal in een deel van het energieverbruik van de fabriek voorzien vanaf 2020.
We verwijzen naar ons Duurzaamheidsrapport voor voorbeelden van onze producten die bijdragen aan een schoner milieu en voor een volledig overzicht van de 2019 data van ons energieverbruik, het aandeel hernieuwbare energie, broeikasgasemissies en waterverbruik.

We ondersteunen en ontwikkelen initiatieven die bijdragen aan de verbetering van de sociale omstandigheden in de gemeenschappen waarin we actief zijn. Educatieve projecten vormen de ruggengraat van Bekaerts sociale steun en andere activiteiten in de gemeenschap, omdat wij ervan overtuigd zijn dat onderwijs en leren een duurzame toekomst creëren.
Om de 10de verjaardag van Bekaert in Lipetsk (Rusland) te vieren, heeft het team een speeltuin voor kinderen gebouwd in Gryazi. Dit was een gezamenlijk initiatief van Bekaert en de lokale autoriteiten.

We verwijzen naar ons Duurzaamheidsrapport om meer te lezen over de initiatieven die onze collega's wereldwijd hebben georganiseerd om kinderen, studenten en gemeenschappen te steunen.

| Geconsolideerde winst-en-verliesrekening84 | |
|---|---|
| Geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat85 | |
| Geconsolideerde balans 86 | |
| Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen88 | |
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht90 |
| 1. Algemene informatie91 | ||
|---|---|---|
| 2. Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving91 | ||
| 2.1. | Conformiteitsverslag91 | |
| 2.2. | Algemene principes93 | |
| 2.3. | Balanselementen 94 | |
| 2.4. | Elementen van de winst-en-verliesrekening101 | |
| 2.5. | Overzicht van het volledig perioderesultaat en mutatieoverzicht van het eigen vermogen101 | |
| 2.6. | Alternatieve prestatiemaatstaven102 | |
| 2.7. | Diverse102 | |
| 2.8. | Herwerkingseffecten103 | |
| 3. Cruciale beoordelingen en belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden 104 | ||
| 3.1. | Cruciale beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving 104 | |
| 3.2. | Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden104 | |
| 4. Segmentrapportering106 | ||
| 4.1. | Kerngegevens per rapporteringssegment 106 | |
| 4.2. | Omzet per land108 | |
| 5. Elementen van de winst-en-verliesrekening109 | ||
| 5.1. | Netto-omzet109 | |
| 5.2. | Bedrijfsresultaat (EBIT) per functie 110 | |
| 5.3. | Bedrijfsresultaat (EBIT) per aard van opbrengsten en kosten 114 | |
| 5.4. | Renteopbrengsten en -lasten 115 | |
| 5.5. | Overige financiële opbrengsten en lasten 115 | |
| 5.6. | Winstbelastingen 116 | |
| 5.7. | Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen 117 | |
| 5.8. | Winst per aandeel 117 | |
| 6. Balanselementen 119 | ||
| 6.1. | Immateriële activa 119 | |
| 6.2. | Goodwill 121 | |
| 6.3. | Materiële vaste activa125 | |
| 6.4. | Recht-op-gebruik (ROU) vaste activa127 | |
| 6.5. | Deelnemingen in joint ventures and associates130 | |
| 6.6. | Overige vaste activa133 | |
| 6.7. | Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 134 | |
| 6.8. | Operationeel werkkapitaal137 | |
| 6.9. | Overige vorderingen139 | |
| 6.10. Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen139 | ||
| 6.11. Overige vlottende activa 140 | ||
| 6.12. Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa 140 | ||
|---|---|---|
| 6.13. Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, | ||
| op aandelen gebaseerde betalingen 141 | ||
| 6.14. Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves 147 | ||
| 6.15. Minderheidsbelangen150 | ||
| 6.16. Voorzieningen voor personeelsbeloningen154 | ||
| 6.17. Overige voorzieningen163 | ||
| 6.18. Rentedragende schulden164 | ||
| 6.19. Overige verplichtingen op meer dan een jaar167 | ||
| 6.20. Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar167 | ||
| 6.21. Belastingposities167 | ||
| 7. Diverse elementen168 | ||
| 7.1. | Toelichting bij het kasstroomoverzicht168 | |
| 7.2. | Beheer van financiële risico's en derivaten 171 | |
| 7.3. | Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen185 | |
| 7.4. | Verbonden partijen186 | |
| 7.5. | Gebeurtenissen na balansdatum187 | |
| 7.6. | Opdrachten uitgevoerd door de commissaris en aanverwante personen 188 | |
| 7.7. | Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen189 | |
| Jaarverslag van de Raad van Bestuur en jaarrekening van NV Bekaert SA193 | |
|---|---|
| Voorstel van resultaatverwerking NV Bekaert SA 2019195 | |
| Statutaire benoemingen196 |
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2018 | 2019 |
| Omzet | 5.1. | 4 305 269 | 4 322 450 |
| Kostprijs van verkopen | 5.2. | -3 778 660 | -3 795 320 |
| Marge op omzet | 5.2. | 526 609 | 527 131 |
| Commerciële kosten | 5.2. | -179 651 | -188 606 |
| Administratieve kosten | 5.2. | -167 346 | -127 676 |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | 5.2. | -65 368 | -70 729 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 5.2. | 72 578 | 27 655 |
| Andere bedrijfskosten | 5.2. | -39 942 | -12 758 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 5.2. | 146 880 | 155 017 |
| waarvan | |||
| EBIT - Onderliggend | 5.2. / 5.3. | 210 140 | 241 909 |
| Eenmalige elementen | 5.2. | -63 260 | -86 891 |
| Renteopbrengsten | 5.4. | 3 035 | 2 841 |
| Rentelasten | 5.4. | -87 990 | -69 166 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten | 5.5. | -25 547 | -18 371 |
| Resultaat vóór belastingen | 36 378 | 70 322 | |
| Winstbelastingen | 5.6. | -58 465 | -51 081 |
| Resultaat na belastingen (geconsolideerde ondernemingen) | -22 087 | 19 241 | |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde | |||
| ondernemingen | 5.7. | 24 875 | 28 959 |
| PERIODERESULTAAT | 2 788 | 48 200 | |
| Toerekenbaar aan | |||
| aandeelhouders van Bekaert | 39 768 | 41 329 | |
| minderheidsbelangen van derden | 6.15. | -36 980 | 6 871 |
| Winst per aandeel | ||||
|---|---|---|---|---|
| in € per aandeel | 5.8. | 2018 | 2019 | |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | ||||
| Basisberekening | 0,704 | 0,731 | ||
| Na verwateringseffect | 0,507 | 0,730 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze winst-en-verliesrekening.
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2018 | 2019 |
| Perioderesultaat | 2 788 | 48 200 | |
| Andere elementen van het resultaat | 6.14. | ||
| Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening |
|||
| Omrekeningsverschillen | |||
| Omrekeningsverschillen van de periode m.b.t. dochterondernemingen | -22 628 | 16 563 | |
| Omrekeningsverschillen van de periode m.b.t. joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
-13 696 | -2 171 | |
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening ingevolge afstotingen of gefaseerde overnames van entiteiten |
599 | - | |
| Inflatie-aanpassingen | 2 535 | - | |
| Kasstroomafdekkingen | |||
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening ingevolge resultaatseffecten |
475 | - | |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en |
|||
| verliesrekening | 6.7. | -76 | - |
| Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening, na belastingen |
-32 791 | 14 392 | |
| Andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening |
|||
| Herwaarderingen van de nettoverplichting m.b.t. toegezegdpensioenregelingen |
-1 387 | -833 | |
| Nettowijziging in reële waarde van deelnemingen aangemerkt als tegen reële waarde via eigen vermogen |
-5 311 | 2 372 | |
| Aandeel in niet-herclassificeerbare andere elementen van het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
21 | 11 | |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen worden naar de winst |
|||
| en-verliesrekening | 6.7. | -3 707 | 1 822 |
| Andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening, na belastingen |
-10 384 | 3 372 | |
| Andere elementen van het resultaat (opgenomen in het eigen vermogen) | -43 175 | 17 764 | |
| VOLLEDIG PERIODERESULTAAT | -40 387 | 65 964 | |
| Toerekenbaar aan | |||
| aandeelhouders van Bekaert | -79 | 62 506 | |
| minderheidsbelangen van derden | 6.15. | -40 308 | 3 458 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat.
| Activa per 31 december | Toe | ||
|---|---|---|---|
| in duizend € | lichting | 2018 | 2019 |
| Immateriële activa | 6.1. | 114 502 | 60 266 |
| Goodwill | 6.2. | 149 255 | 149 784 |
| Materiële vaste activa | 6.3. | 1 459 449 | 1 349 657 |
| Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa | 6.4. | - | 149 051 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 6.5. | 153 671 | 160 665 |
| Overige vaste activa | 6.6. | 34 279 | 36 281 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 6.7. | 138 403 | 142 333 |
| Vaste activa | 2 049 559 | 2 048 037 | |
| Voorraden | 6.8. | 931 808 | 783 030 |
| Ontvangen bankwissels | 6.8. | 57 727 | 59 904 |
| Handelsvorderingen | 6.8. | 772 731 | 644 908 |
| Overige vorderingen | 6.9. / 6.21. | 130 379 | 111 615 |
| Geldbeleggingen | 6.10. | 50 036 | 50 039 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 6.10. | 398 273 | 566 176 |
| Overige vlottende activa | 6.11. | 58 430 | 40 510 |
| Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 6.12. | 546 | 466 |
| Vlottende activa | 2 399 930 | 2 256 647 | |
| Totaal | 4 449 489 | 4 304 684 |
| Passiva per 31 december | Toe | ||
|---|---|---|---|
| in duizend € | lichting | 2018 | 2019 |
| Kapitaal | 6.13. | 177 793 | 177 793 |
| Uitgiftepremies | 37 751 | 37 751 | |
| Overgedragen resultaten | 6.14. | 1 484 600 | 1 492 028 |
| Eigen aandelen | 6.14. | -108 843 | -107 463 |
| Overige Groepsreserves | 6.14. | -194 370 | -165 000 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 1 396 931 | 1 435 110 | |
| Minderheidsbelangen | 6.15. | 119 071 | 96 430 |
| Eigen vermogen | 1 516 002 | 1 531 540 | |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen | 6.16. | 141 550 | 123 409 |
| Overige voorzieningen | 6.17. | 29 031 | 25 005 |
| Rentedragende schulden | 6.18. | 686 665 | 1 184 310 |
| Overige verplichtingen op meer dan een jaar | 6.19. | 11 402 | 265 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 6.7. | 37 892 | 34 182 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | 906 540 | 1 367 171 | |
| Rentedragende schulden | 6.18. | 942 041 | 424 184 |
| Handelsschulden | 6.8. | 778 438 | 652 384 |
| Personeelsbeloningen | 6.8. / 6.16. | 118 427 | 148 784 |
| Overige voorzieningen | 6.17. | 37 194 | 30 222 |
| Verplichtingen met betrekking tot winstbelastingen | 6.21. | 88 128 | 82 411 |
| Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar | 6.20. | 62 634 | 67 988 |
| Verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd | |||
| als aangehouden voor verkoop | 6.12. | 85 | - |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 2 026 947 | 1 405 973 | |
| Totaal | 4 449 489 | 4 304 684 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde balans.
Herwaarderings-
Put -optiereserve
| in duizend € | Kapitaal | Uitgiftepremies | Overgedragen resultaten |
Eigen aandelen | Gecumuleerde omrekenings verschillen |
reserve voor niet Afdekkings reserve |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo per | ||||||
| 1 januari 2018 | 177 690 | 37 278 | 1 536 923 | -103 037 | -105 723 | -296 |
| Perioderesultaat | - | - | 39 768 | - | - | - |
| Andere elementen van het | ||||||
| resultaat | - | - | 2 827 | - | -31 049 | 296 |
| Kapitaalverhogingen door | ||||||
| minderheidsbelangen | - | - | - | - | - | - |
| Effect van aankoop | ||||||
| minderheidsbelangen 4 | - | - | -33 668 | - | 6 410 | - |
| Overige wijzigingen in | ||||||
| Groepsstructuur | - | - | -221 | - | 260 | - |
| In eigenvermogens instrumenten |
||||||
| afgewikkelde, op aandelen | ||||||
| gebaseerde betalingen | - | - | 6 599 | - | - | - |
| Uitgifte nieuwe aandelen | 103 | 473 | - | - | - | - |
| Transacties eigen | ||||||
| aandelen | - | - | -5 475 | -5 806 | - | - |
| Dividenden | - | - | -62 153 | - | - | - |
| Saldo per | ||||||
| 31 december 2018 | 177 793 | 37 751 | 1 484 600 | -108 843 | -130 102 | - |
| Saldo per 1 januari 2019 (zoals |
||||||
| voorheen gepubliceerd) | 177 793 | 37 751 | 1 484 600 | -108 843 | -130 102 | - |
| Herwerkingen 3 | - | - | -4 365 | - | - | - |
| 1 januari 2019 (herwerkt) | 177 793 | 37 751 | 1 480 235 | -108 843 | -130 102 | - |
| Perioderesultaat | - | - | 41 329 | - | - | - |
| Andere elementen van het | ||||||
| resultaat | - | - | 11 | - | 16 138 | - |
| Kapitaalverhogingen door | ||||||
| minderheidsbelangen | - | - | - | - | - | - |
| Herclassificeringen | - | - | -18 | - | - | - |
| Effect van aankoop | ||||||
| minderheidsbelangen 5 | - | - | 6 973 | - | - | - |
| Overige wijzigingen in Groepsstructuur |
- | - | - | - | - | - |
| In eigenvermogens instrumenten |
||||||
| afgewikkelde, op aandelen | ||||||
| gebaseerde betalingen | - | - | 4 390 | - | - | - |
| Transacties eigen | ||||||
| aandelen | - | - | -1 341 | 1 380 | - | - |
| Dividenden | - | - | -39 557 | - | - | - |
| Saldo per | ||||||
| 31 december 2019 | 177 793 | 37 751 | 1 492 022 | -107 463 | -113 964 | - |
1 Zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'.
2 Zie toelichting 6.15. 'Minderheidsbelangen'.
3 Zie toelichting 2.8. 'Herwerkingseffecten'.
4 In oktober 2018 verwierf de Groep de resterende 40% minderheidsbelangen in BBRG voor een bedrag van € 7,7 miljoen. Als onderdeel van de transactie heeft de verkoper, Ontario Teachers 'Pension Plan, een aandeelhouderslening met een nominaal bedrag van € 60,9 miljoen geconverteerd in kapitaal. De boekwaarde van deze lening vormde een winst in eigen vermogen van € 52,6 miljoen.
5 In december 2019 verwierf de Groep de resterende minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA voor een bedrag van € 9,5 miljoen. Als onderdeel van de transactie was de put-optie van Maccaferri gedoofd.
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen.
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van Bekaert 1 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Put -optiereserve voor |
Herwaarderings | Herwaarderings reserve voor niet |
||||
| Totaal eigen | Minderheids | minderheids | Uitgestelde | reserve voor DB | geconsolideerde | |
| vermogen | belangen 2 | Totaal | belangen | belastingreserve | regelingen | deelnemingen |
| 1 580 451 | 95 381 | 1 485 070 | -8 206 | 30 307 | -70 683 | -9 183 |
| 2 788 | -36 980 | 39 768 | - | - | - | - |
| -43 175 | -3 328 | -39 847 | - | -2 627 | -3 988 | -5 306 |
| 71 | - | - | - | - | - | |
| 44 914 | 66 754 | -21 840 | - | -986 | 6 404 | - |
| -39 | 39 | - | - | - | - | |
| 6 692 | 93 | 6 599 | - | - | - | - |
| 576 | - | 576 | - | - | - | - |
| -11 281 | - | -11 281 | - | - | - | - |
| -65 034 | -2 881 | -62 153 | - | - | - | - |
| 1 516 002 | 119 071 | 1 396 931 | -8 206 | 26 694 | -68 267 | -14 489 |
| 1 516 002 | 119 071 | 1 396 931 | -8 206 | 26 694 | -68 267 | -14 489 |
| -4 365 | - | -4 365 | - | - | - | - |
| 1 511 637 | 119 071 | 1 392 566 | -8 206 | 26 694 | -68 267 | -14 489 |
| 48 200 | 6 871 | 41 329 | - | - | - | - |
| 17 765 | -3 413 | 21 178 | - | 1 413 | 1 244 | 2 372 |
| 652 | - | - | - | - | - | |
| - | - | 6 | -6 | 18 | - | |
| 1 533 | -13 632 | 15 165 | 8 200 | 3 | -11 | - |
| 128 | - | - | - | - | - | |
| 4 390 | - | 4 390 | - | - | - | - |
| - | 39 | - | - | - | - | |
| -52 804 | -13 247 | -39 557 | - | - | - | - |
| 1 531 540 | 96 430 | 1 435 110 | - | 28 104 | -67 016 | -12 117 |
2 Zie toelichting 6.15. 'Minderheidsbelangen'. 3 Zie toelichting 2.8. 'Herwerkingseffecten'.
1 Zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'.
deze lening vormde een winst in eigen vermogen van € 52,6 miljoen.
Als onderdeel van de transactie was de put-optie van Maccaferri gedoofd.
4 In oktober 2018 verwierf de Groep de resterende 40% minderheidsbelangen in BBRG voor een bedrag van € 7,7 miljoen. Als onderdeel van de transactie heeft de verkoper, Ontario Teachers 'Pension Plan, een aandeelhouderslening met een nominaal bedrag van € 60,9 miljoen geconverteerd in kapitaal. De boekwaarde van
5 In december 2019 verwierf de Groep de resterende minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA voor een bedrag van € 9,5 miljoen.
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2018 | 2019 |
| Bedrijfsactiviteiten | |||
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 5.2. / 5.3. | 146 880 | 155 017 |
| Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in het bedrijfsresultaat | 7.1. | 268 272 | 305 198 |
| Investeringsposten verwerkt in het bedrijfsresultaat | 7.1. | -31 261 | 3 428 |
| Gebruikte bedragen van voorzieningen voor personeelsbeloningen | |||
| en overige voorzieningen | 7.1. | -36 371 | -61 299 |
| Betaalde winstbelastingen | 5.6. / 7.1. | -68 972 | -60 624 |
| Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 278 548 | 341 721 | |
| Wijzigingen in operationeel werkkapitaal | 6.8. | -28 948 | 168 549 |
| Overige bedrijfskasstromen | 7.1. | -5 880 | 14 056 |
| Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 243 720 | 524 326 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Andere verwervingen van deelnemingen | 7.1. | -411 | - |
| Inkomsten uit verkoop van deelnemingen | 2 835 | 800 | |
| Ontvangen dividenden | 6.5. | 24 113 | 18 750 |
| Aankopen immateriële activa | 6.1. | -3 698 | -4 410 |
| Aankopen materiële vaste activa | 6.3. | -181 302 | -94 504 |
| Aankopen RoU Land | 6.4. | - | -13 074 |
| Inkomsten uit verkoop van vaste activa | 7.1. | 56 088 | 1 349 |
| Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten | -102 375 | -91 089 | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Ontvangen rente | 5.4. | 3 204 | 2 960 |
| Betaalde rente | 5.4. | -63 995 | -50 130 |
| Betaalde brutodividenden aan aandeelhouders van NV Bekaert SA | -62 153 | -39 557 | |
| Betaalde brutodividenden aan minderheidsbelangen | -2 440 | -13 873 | |
| Inkomsten uit rentedragende langetermijnschulden | 6.18. | 468 356 | 585 696 |
| Aflossing van rentedragende langetermijnschulden | 6.18. | -408 782 | -675 253 |
| Kasstromen m.b.t. rentedragende kortetermijnschulden | 6.18. | -62 590 | -76 715 |
| Transacties eigen aandelen | 6.13. | -11 280 | 39 |
| Verkopen en verwervingen van minderheidsbelangen | 7.1. | -7 379 | -9 500 |
| Overige financieringskasstromen | 7.1. | -10 234 | 7 540 |
| Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten | -157 293 | -268 793 | |
| Toename of afname (-) in geldmiddelen en kasequivalenten | -15 948 | 164 444 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten - begin van de periode | 418 779 | 398 273 | |
| Effect van wisselkoersfluctuaties | -4 558 | 3 459 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten - einde van de periode | 398 273 | 566 176 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd kasstroomoverzicht.
NV Bekaert SA (de 'Onderneming') is een onderneming die in België gedomicilieerd is. De geconsolideerde jaarrekening van de Onderneming omvat de Onderneming en haar dochterondernemingen (samen verder de 'Groep' of 'Bekaert' genoemd) en het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde ondernemingen gewaardeerd volgens de equity-methode. De geconsolideerde jaarrekening werd door de Raad van Bestuur van de Onderneming vrijgegeven voor publicatie op 25 maart 2020.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Deze jaarrekening is ook in overeenstemming met de IFRS-standaarden zoals gepubliceerd door de IASB.
Per 31 december 2018 heeft de Groep operationele leasetoezeggingen voor een nominaal bedrag van € 96,6 miljoen. Een grondige analyse heeft aangetoond dat al deze contracten voldoen aan de definitie van een lease-overeenkomst onder IFRS 16. Bekaert heeft gekozen om de uitzondering voor activa met geringe waarde te gebruiken voor de huurcontracten voor printers en klein kantoormateriaal (€ 1,5 miljoen). De Groep heeft een 'recht op gebruik'-actief en overeenkomstige schuld erkend voor alle overige leaseverplichtingen (€ 94,7 miljoen, nominale waarde). Deze hebben hoofdzakelijk betrekking op gebouwen, industrieel rollend materieel, industriële uitrusting, bedrijfswagens en servers. Deze vertegenwoordigen een verdisconteerde waarde op transitiedatum van € 76,5 miljoen. Een bezwaarde leaseovereenkomst die opgenomen was onder voorzieningen (€ 7,0 miljoen) werd geherklasseerd als een gecumuleerde afschrijving van het gerelateerde recht-op-gebruik gebouw, waarbij de nettoboekwaarde van het actief op nul werd gebracht.
De Groep heeft als onderdeel van de overgang naar de nieuwe standaard geopteerd voor de 'modified B'- aanpak wat betekent dat de vergelijkende informatie voor 2018 niet wordt aangepast en dat de leaseverplichting gebaseerd is op de verdisconteerde toekomstige kasstromen, de disconteringsvoeten zijn gebaseerd op de marginale rentevoeten op overgangsdatum. De recht-op-gebruik vaste activa worden gewaardeerd aan een bedrag gelijkgesteld aan de leaseverplichting (gecorrigeerd voor toe te rekenen kosten en voorafbetalingen) waarbij elke impact op overgangsdatum wordt erkend via overgedragen resultaten (zie toelichting 6.4. 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa').
van vooruitbetaling. Met andere woorden, financiële activa met vooruitbetalingsmodaliteiten met negatieve compensatie, vallen niet automatische buiten deze SPPI-voorwaarde. Deze wijziging heeft geen materiële impact op de Groep.
indien het plan een overschot heeft) wordt genegeerd. Deze aanpassing heeft geen materiële impact.
De Groep heeft niet geopteerd voor vervroegde toepassing van volgende nieuwe of gewijzigde standaarden:
Verwacht wordt dat deze nieuwe standaarden, aanpassingen aan standaarden en interpretaties, die na 2019 van kracht worden, geen belangrijke effecten op de jaarrekening zullen hebben.
De geconsolideerde rekeningen worden voorgesteld in duizend euro, op basis van de historische kostprijsmethode, behalve voor derivaten, financiële activa aangemerkt als tegen reële waarde via OCI en financiële activa aangemerkt als tegen reële waarde via resultaat, die tegen reële waarde worden opgenomen. Financiële activa waarvoor geen prijsnotering voorhanden is in een actieve markt en waarvan de reële waarde niet op een betrouwbare manier kan bepaald worden, worden tegen historische kostprijs gewaardeerd. Tenzij anders vermeld, werden de grondslagen voor financiële verslaggeving consistent met het vorig boekjaar toegepast.
Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover NV Bekaert SA een beslissende invloed ('zeggenschap') uitoefent. Dit is het geval wanneer NV Bekaert SA blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele opbrengsten uit haar deelneming in de entiteit en de mogelijkheid heeft om deze opbrengsten te beïnvloeden door haar macht over de entiteit. De jaarrekeningen van dochterondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap. Alle intragroepsverrichtingen, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten op intragroepsverrichtingen worden geëlimineerd; niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd tenzij het om permanente waardeverminderingen gaat. Het deel van het eigen vermogen en van het resultaat dat toewijsbaar is aan de minderheidsaandeelhouders wordt afzonderlijk vermeld in de balans, de winst-en-verliesrekening en het geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat. Wijzigingen in het aandeelhouderschap van de Groep in dochterondernemingen waarbij de Groep de zeggenschap niet verliest, worden verwerkt als eigenvermogentransacties. Daarbij worden de nettoboekwaardes van de Groepsbelangen en van minderheidsbelangen aangepast aan de gewijzigde participatieverhoudingen in deze dochterondernemingen. Verschillen tussen de aanpassing van de minderheidsbelangen en de reële waarde van de betaalde of ontvangen overnamevergoeding worden rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen. Wanneer de Groep de zeggenschap in een dochteronderneming verliest, wordt de winst of het verlies op de afstoting bepaald als het verschil tussen:
Er is sprake van een gezamenlijke overeenkomst wanneer NV Bekaert SA contractueel overeengekomen is om de zeggenschap te delen met een of meerdere partijen, wat enkel het geval is wanneer beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die gezamenlijke zeggenschap hebben. Een gezamenlijke overeenkomst kan behandeld worden als een gezamenlijke activiteit (wanneer NV Bekaert SA rechten op de activa en verbintenissen voor de verplichtingen heeft) of als een gezamenlijke entiteit / joint venture (wanneer NV Bekaert SA enkel recht heeft op het nettoactief). Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin NV Bekaert SA, rechtstreeks of onrechtstreeks, een invloed van betekenis heeft en die geen dochterondernemingen of gezamenlijke overeenkomsten zijn. Dit is verondersteld het geval te zijn indien de Groep tenminste 20% van de stemrechten verbonden met de aandelen bezit. De opgenomen financiële informatie met betrekking tot deze ondernemingen is opgesteld volgens de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. Wanneer de Groep gezamenlijke zeggenschap in een joint venture verwerft of een invloed van betekenis in een geassocieerde onderneming, wordt het aandeel in de verworven activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen initieel geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum en verwerkt volgens de equity-methode. Indien de overnamevergoeding meer bedraagt dan de reële waarde van het verworven aandeel in de overgenomen activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen wordt dit verschil als goodwill opgenomen. Is de aldus berekende goodwill negatief, dan wordt dit verschil onmiddellijk in het resultaat verwerkt. Daarna wordt het aandeel van de Groep in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen overeenkomstig de equitymethode in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen tot de dag dat er een einde komt aan de gezamenlijke zeggenschap of de invloed van betekenis. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een joint venture of geassocieerde onderneming groter wordt dan de boekwaarde van de deelneming, wordt de boekwaarde op nul gezet en worden bijkomende verliezen enkel nog opgenomen in de mate dat de Groep bijkomende verplichtingen op zich genomen heeft. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep tegenover de deelneming in de joint venture of de geassocieerde onderneming. De nettoboekwaarde van deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen wordt opnieuw geëvalueerd indien er indicaties zijn van een bijzondere waardevermindering, of indicaties dat eerder opgenomen bijzondere waardeverminderingen niet langer gerechtvaardigd zijn. De deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen in de balans omvatten ook de boekwaarde van gerelateerde goodwill.
Elementen uit de jaarrekening van elk van de Groepsentiteiten worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit werkt (de 'functionele valuta'). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro, de functionele valuta van de onderneming en tevens de presentatievaluta van de Groep. De jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen worden als volgt omgerekend:
» activa en verplichtingen tegen de slotkoers van de Europese Centrale Bank; tot 2018, in het geval van de Venezolaanse bolivar soberano, tegen de overeenkomstige economische wisselkoers die representatief geacht werd voor dividendrepatriaties op de balansdatum;
Vanaf 2019 heeft het management geoordeeld dat de bolivar soberano niet langer de functionele valuta is voor de Venezolaanse activiteiten, maar in de plaats de US dollar is (zie toelichting 3.2. 'Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden').
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de nettoinvestering in buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen tegen de slotkoers worden in het eigen vermogen opgenomen onder 'Gecumuleerde omrekeningsverschillen'. Bij verkoop van buitenlandse entiteiten worden de betreffende gecumuleerde omrekeningsverschillen opgenomen in de winst-en-verliesrekening als deel van de gerealiseerde meer- of minwaarde op de verkoop. In de jaarrekening van de moedervennootschap en haar dochterondernemingen worden alle monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum, wat aanleiding geeft tot niet-gerealiseerde wisselresultaten. Alle gerealiseerde en niet-gerealiseerde koerswinsten en -verliezen worden in de winst-en-verlies- rekening opgenomen, behalve wanneer zij opgespaard worden in het eigen vermogen als in aanmerking komende kasstroomafdekkingen en afdekkingen van nettoinvesteringen. Goodwill wordt beschouwd als een actief van de overgenomen partij en wordt daarom verwerkt in de valuta van de overgenomen partij en omgerekend tegen de slotkoers.
Immateriële activa verworven in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde; afzonderlijk verworven immateriële activa worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun initiële opname worden immateriële activa gewaardeerd tegen kostprijs of reële waarde verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun naar best vermogen geschatte gebruiksduur. De afschrijvingsduur en -methode worden elk jaar opnieuw geëvalueerd bij afsluiting van het boekjaar. Een wijziging in de gebruiksduur van een immaterieel actief wordt prospectief verwerkt als een schattingswijziging. Volgens de bepalingen van IAS 38 kunnen immateriële activa een onbepaalde gebruiksduur hebben. Indien de gebruiksduur van een immaterieel actief niet kan worden bepaald, wordt er geen afschrijving opgenomen en wordt het actief minstens jaarlijks geëvalueerd met het oog op een bijzondere waardevermindering.
Uitgaven voor aangekochte licenties, patenten, handelsmerken en soortgelijke rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de contractuele looptijd, indien van toepassing, of over de geschatte gebruiksduur, die gewoonlijk ingeschat wordt op hoogstens 10 jaar.
Uitgaven met betrekking tot aankoop, ontwikkeling of onderhoud van computersoftware worden over het algemeen ten laste van het resultaat genomen op het ogenblik dat ze zich voordoen. Alleen externe uitgaven die rechtstreeks verband houden met de aankoop en implementatie van aangekochte ERP-software worden als immateriële activa opgenomen en lineair afgeschreven over 5 jaar
Tot 2018 werd het gebruiksrecht van terreinen opgenomen als immaterieel actief. Deze gebruiksrechten worden lineair afgeschreven over de contractuele periode die kan variëren tussen 30 en 100 jaar, maar die in de meeste gevallen 50 jaar bedraagt. Vanaf 2019, in overgang naar IFRS 16 'Lease-overeenkomsten', werden deze gebruiksrechten van terreinen geherklasseerd naar de categorie recht-op-gebruik vaste activa op de balans.
Commerciële activa omvatten vooral klantenlijsten, contracten met klanten en merknamen, meestal verworven in bedrijfscombinaties, en met een gebruiksduur van 8 tot 15 jaar.
Bij gebrek aan IASB-standaarden en -interpretaties betreffende de administratieve verwerking van CO2-emissierechten, heeft de Groep de 'nettobenadering' gebruikt. Deze methode houdt in dat:
Uitgaven voor onderzoeksactiviteiten met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis of inzichten worden als kosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen op het ogenblik dat ze zich voordoen.
Uitgaven voor ontwikkelingsactiviteiten, waarbij onderzoeksresultaten toegepast worden in een plan of ontwerp voor de productie van nieuwe of substantieel verbeterde producten en processen voorafgaand aan commerciële productie of ingebruikname, worden alleen opgenomen in de balans als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
» het product of proces is nauwkeurig omschreven en de uit-
gaven zijn afzonderlijk identificeerbaar en op een betrouwbare manier meetbaar;
Geactiveerde ontwikkelingskosten worden lineair afgeschreven vanaf de start van de commerciële productie van het product over de verwachte duur van de gegenereerde voordelen. De afschrijvingsduur is normaliter hoogstens tien jaar. Een lopend onderzoeks- en ontwikkelingsproject verworven in een bedrijfscombinatie wordt afzonderlijk van goodwill geactiveerd als zijn reële waarde betrouwbaar kan bepaald worden.
Overnames van bedrijven worden verwerkt volgens de overnamemethode. De overgedragen overnamevergoeding in een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen reële waarde, die berekend wordt als de som van de reële waardes op de overnamedatum van de activa afgestaan door de Groep, de verplichtingen opgenomen door de Groep tegenover de vorige eigenaars van de overgenomen activiteit en de participaties afgestaan door de Groep in ruil voor de zeggenschap in de overgenomen partij. Uitgaven in verband met de overname worden opgenomen in het resultaat zodra ze zich voordoen. De identificeerbare overgenomen activa en opgelopen verplichtingen worden opgenomen tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Goodwill wordt bepaald als het verschil tussen:
(ii) het saldo van de identificeerbare overgenomen activa min de opgelopen verplichtingen op de overnamedatum. Indien dit verschil, na een grondige evaluatie, negatief blijkt ('negatieve goodwill'), dan wordt het onmiddellijk in het resultaat opgenomen als een opbrengst uit een voordelige aankoop.
Minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd ofwel tegen reële waarde ofwel tegen hun evenredig aandeel in de opgenomen waarde van de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij. Deze waarderingskeuze kan transactie per transactie gemaakt worden.
Wanneer de overnamevergoeding die de Groep verschuldigd is bij een bedrijfscombinatie voorwaardelijke vorderingen of verplichtingen omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum en opgenomen in de overnamevergoeding voor de bedrijfscombinatie. Latere wijzigingen in reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden opgenomen in het resultaat. Wanneer een bedrijfscombinatie in fasen tot stand komt, wordt het belang dat de Groep voorheen had in de overgenomen partij geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de Groep de zeggenschap verwerft), en wordt de eventuele opbrengst of last opgenomen in het resultaat. Bedragen met betrekking tot belangen in de overgenomen partij vóór de overnamedatum die voorheen rechtstreeks opgenomen werden in het eigen vermogen, worden overgedragen naar de winst-en-verliesrekening indien dat ook van toepassing zou zijn bij afstoting van de betreffende belangen.
Voor het toetsen op bijzondere waardevermindering wordt goodwill toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden van de Groep waarvan verwacht wordt dat zij voordelen zullen halen uit de synergieën van de bedrijfscombinatie. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill is toegewezen, worden jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt ook tussentijds wanneer er aanwijzingen zijn dat de boekwaarde van de eenheid hoger zou kunnen zijn dan de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde, wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van de boekwaarde van de goodwill die aan de kasstroomgenererende eenheid werd toegewezen. Daarna wordt de bijzondere waardevermindering toegewezen aan de andere vaste activa die tot de eenheid behoren, evenredig met hun boekwaarde. Wanneer een bijzondere waardevermindering voor goodwill eenmaal is opgenomen, wordt deze in een latere periode niet teruggenomen.
De Groep heeft geopteerd voor het historischekostprijsmodel en niet voor het herwaarderingsmodel. Afzonderlijk verworven materiële vaste activa worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Materiële vaste activa verworven in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen hun reële waarde, die vanaf dan geldt als hun kostprijs. Na hun initiële opname worden materiële vaste activa gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat alle directe kosten en uitgaven die opgelopen werden om het actief op de locatie en in de staat te brengen die noodzakelijk is om op de beoogde wijze te functioneren. Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden geactiveerd als deel van de kost van dat actief. Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur, naargelang van hun categorie.
De gebruiksduur en de afschrijvingsmethode worden minstens op het einde van elk boekjaar opnieuw geëvalueerd. Tenzij herzien ten gevolge van specifieke wijzigingen in de verwachte gebruiksduur, worden volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages toegepast:
| » terreinen | 0% |
|---|---|
| » meubilair en rollend materieel | 20% |
|---|---|
| » computermaterieel | 20% |
Tot 2018 werden activa aangehouden via financiële lease afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur op dezelfde basis als activa in eigendom of – indien korter – over de relevante leaseperiode. Als de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde, wordt het onmiddellijk afgeschreven tot op de realiseerbare waarde (zie paragraaf over 'Bijzondere waardevermindering van activa'). Meer- en minwaarden bij de realisatie van vaste activa worden opgenomen in het bedrijfsresultaat.
De Groep beoordeelt bij de start van een contract of het contract een lease betreft of een lease bevat. De Groep erkent een recht-op-gebruik actief en een overeenkomstige leaseverplichting voor alle lease-overeenkomsten waarin de Groep leasingnemer is, behalve voor de korte termijn leases (gedefinieerd als leases met een leasetermijn van 12 maanden of minder) of voor leases waar het onderliggend actief een lage waarde heeft (zoals printers, kopieerapparaten en klein kantoormaterieel). Voor deze leases erkent de Groep de leasebetalingen als een operationele kost die lineair wordt gespreid over de leaseperiode.
Het recht-op-gebruik actief bevat de initiële waarde van de overeenkomstige leaseverplichting, leasebetalingen gedaan bij of voor de start van de overeenkomst, na aftrek van eventuele ontvangen lease incentives en eventuele initiële directe kosten.
Ze worden vervolgens gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Wanneer de Groep ook een verplichting op zich neemt voor kosten van demontage en verwijdering van geleasde activa, herstel van de site waarop deze zich bevindt of herstel van het onderliggende actief, in de staat vereist door de voorwaarden opgenomen in de lease, wordt een voorziening erkent en gewaardeerd onder IAS 37. Voor zover de kosten betrekking hebben op een recht-op-gebruik actief, worden de kosten opgenomen in de waarde van het gerelateerde recht-op-gebruik actief, tenzij deze kosten worden gemaakt om voorraden te produceren.
Recht-op-gebruik activa worden afgeschreven over de leaseperiode of de gebruiksduur van het onderliggende actief, afhankelijk welke van de twee de kortste periode heeft. Indien een lease-overeenkomst de eigendom van het onderliggende actief overdraagt, of de kosten van het recht-op-gebruik actief recflecteren dat de Groep verwacht om de aankoopoptie uit te oefenen, dan wordt het gerelateerde recht-op-gebruik actief afgeschreven over de gebruiksduur van het onderliggende actief. De afschrijving begint op de ingangsdatum van de lease-overeenkomst. De recht-op-gebruik activa worden gepresenteerd als een afzonderlijke regel in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie. De Groep past IAS 36 toe om te bepalen of een recht-op-gebruik actief moet worden afgewaardeerd.
Variabele huur die niet gelinkt is aan een index of intrest is niet opgenomen in de waardering van de leaseverplichting en het recht-op-gebruik actief. De gerelateerde betalingen worden opgenomen als een kost in de periode waarin de gebeurtenis of voorwaarde die dergelijke betalingen activeert, plaatsvindt. Als een praktisch hulpmiddel laat IFRS 16 toe dat een leasingnemer geen onderscheid maakt tussen leasecomponenten en non-leasecomponenten, en in plaats daarvan zowel de lease als de geassocieerde non-leasecomponenten als één geheel beschouwd. De Groep heeft deze optie gebruikt voor de contracten met betrekking tot bedrijfswagens en industriële voertuigen, waarbij non-leasecomponenten zoals onderhoud en vervanging van banden niet worden afgezonderd maar inbegrepen zijn in de leasecomponent.
Lease-overeenkomsten die aan de Groep vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en voordelen overdragen, worden geclassificeerd als financiële lease. Materiële vaste activa verworven via een financiële lease worden in de balans opgenomen tegen hun reële waarde bij de aanvang van de lease-overeenkomst, of – indien deze lager is – tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen op het tijdstip van het aangaan van de lease-overeenkomst, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De disconteringsvoet die gebruikt wordt bij de berekening van de contante waarde van de minimale leasebetalingen is de impliciete rentevoet van de lease-overeenkomst. Als deze niet kan achterhaald worden, wordt de marginale rentevoet van de onderneming gebruikt. Initiële directe kosten worden mee geactiveerd. Leasebetalingen worden opgesplitst in rentelasten en aflossingen van de uitstaande verplichting. Gedurende de leaseperiode worden de rentelasten aan elke periode toegerekend op een manier die resulteert in een constante periodieke rentevoet op het resterende saldo van de verplichting voor elke periode. Een financiële lease-overeenkomst geeft aanleiding tot zowel een afschrijvingslast voor het actief als een rentelast in elke periode. De afschrijvingsregels voor geleasede activa zijn consistent met deze voor activa in eigendom.
Lease-overeenkomsten waarbij alle wezenlijke risico's en voordelen inherent aan de eigendom bij de leasinggever berusten worden als operationele lease-overeenkomsten geclassificeerd. Bij een operationele lease worden de leasebetalingen als kosten opgenomen en lineair gespreid over de leaseperiode. De totale waarde van de kortingen of voordelen toegestaan door de leasinggever wordt in mindering gebracht van de leasekosten en lineair gespreid over de leaseperiode.
Inrichtingskosten van gebouwen onder operationele lease worden afgeschreven over de geschatte gebruiksduur of – indien korter – over de relevante leaseperiode.
Investeringssubsidies met betrekking tot de aankoop van materiële vaste activa worden in mindering gebracht van de kostprijs van deze activa. Zij worden in de balans opgenomen tegen hun verwachte waarde op het ogenblik van de initiële goedkeuring en – indien nodig – achteraf gecorrigeerd bij de definitieve toekenning. De subsidie wordt afgeschreven over dezelfde periode als de materiële vaste activa waarvoor de subsidie werd verkregen.
De Groep classificeert zijn financiële activa in volgende categorieën: gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, tegen reële waarde via het resultaat (RWvR) of tegen reële waarde via OCI (RWvOCI). De classificatie hangt af van de contractuele karakteristieken van de financiële activa en het bedrijfsmodel waaronder zij worden aangehouden. Management bepaalt de classificatie van haar financiële activa bij de initiële opname.
Financiële activa worden aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs indien het contract de karakteristieken heeft van een basis leningovereenkomst en indien ze werden verworven met de intentie om de contractuele kasstromen te ontvangen tot aan de vervaldatum. De financiële activa die door de Groep gewaardeerd worden tegen geamortiseerde kostprijs bevatten, tenzij anders vermeld, volgende balanselementen: handelsvorderingen en overige vorderingen, ontvangen bankwissels, geldbeleggingen, geldmiddelen en kasequivalenten. Deze worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
Andere schuldinstrumenten en alle eigenvermogensinstrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Eigenvermogeninstrumenten worden ofwel gewaardeerd tegen reële waarde via het resultaat (RWvR) ofwel tegen reële waarde via OCI (Other Comprehensive Income = andere elementen van het resultaat)(RWvOCI). Deze optie kan instrument per instrument gekozen worden en kan vervolgens niet meer worden teruggedraaid. In principe zal Bekaert haar belangrijkste strategische niet-geconsolideerde eigenvermogensinstrumenten waarderen tegen reële waarde via OCI. Derivaten behoren ook tot de categorie tegen RWvR, tenzij ze aangemerkt werden en effectief zijn als afdekking.
Betaling door middel van bankwissels is een wijdverbreide praktijk in China. Ontvangen bankwissels worden ofwel geïnd op de vervaldag, ofwel verdisconteerd voor de vervaldag, ofwel doorgegeven aan een leverancier als betaling van een schuld. Verdisconteren gebeurt ofwel met, ofwel zonder verhaal. Met verhaal betekent dat de verdisconterende bank terugbetaling kan eisen indien de uitgever zijn verplichting niet nakomt. Wanneer een bankwissel verdisconteerd wordt met verhaal, wordt het ontvangen bedrag niet afgeboekt van de uitstaande ontvangen bankwissels, maar wordt een verplichting opgezet onder 'rentedragende schulden op ten hoogste een jaar' tot de vervaldag van de wissel.
Kasequivalenten en geldbeleggingen zijn kortlopende beleggingen die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is. Zij houden geen significant risico op waardeverandering in. Kasequivalenten zijn in hoge mate liquide en hebben een oorspronkelijke looptijd van hoogstens drie maanden, terwijl geldbeleggingen een oorspronkelijke looptijd van meer dan drie maanden en ten hoogste een jaar hebben. Balansen uit cash pool faciliteiten worden gerapporteerd als geldmiddelen en kasequivalenten. Bankkredieten worden niet gerapporteerd als een vermindering van geldmiddelen en kasequivalenten, maar als rentedragende schulden.
Financiële activa die schuldinstrumenten zijn, behalve deze tegen RWvR, worden getoetst op bijzondere waardevermindering volgens het 'Expected Credit Loss'(ECL)-model. Het bedrag van verwachte kredietverliezen wordt op iedere balansdatum bijgewerkt om wijzigingen in kredietrisico te weerspiegelen sinds de initële opname van het respectievelijke financiële instrument. Bij de bepaling of het kredietrisico van een financieel actief aanzienlijk is toegenomen sinds initiële opname, en bij de inschatting van ECLs, houdt Bekaert rekening met logische en ondersteunende informatie die relevant en beschikbaar is zonder onnodige extra kosten of moeite. Dit omvat ook kwantitatieve en kwalitatieve informatie uit analyses gebaseerd op historische informatie binnen de Groep, een geïnformeerde kredietbeoordeling met inbegrip van vooruitziende informatie. De Groep neemt steeds levenslange ECLs op voor handelsvorderingen.
Op iedere balansdatum waardeert Bekaert de bijzondere waardevermindering voor financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs (bijv. handelsvorderingen en ontvangen bankwissels) als de actuele waarde van de verwachte kastekorten (verdisconteerd aan de originele effectieve rentevoet). Oninbaar geachte bedragen worden afgewaardeerd tegenover de betreffende provisierekening op iedere balansdatum. Bij de beoordeling van een collectieve afwaardering maakt de Groep gebruik van historische informatie over werkelijk geleden verliezen, en corrigeert deze in het geval economische of kredietcondities van dien aard zijn dat de werkelijke verliezen waarschijnlijk groter of kleiner zijn dan gesuggereerd door historische trends. Toevoegingen aan deze provisierekening als terugnames worden gerapporteerd onder 'commerciële kosten' in de winst-en-verliesrekening.
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen opbrengstwaarde indien deze lager is. De kostprijs wordt bepaald volgens de FIFO-methode (first-in, first-out). Van geproduceerde voorraden omvat de kostprijs alle directe en indirecte productiekosten die nodig zijn om de goederen tot hun afwerkingsstadium op balansdatum te brengen. De opbrengstwaarde staat gelijk met de geschatte verkoopprijs in normale marktomstandigheden, verminderd met de kosten die nodig zijn voor afwerking en verkoop.
Bij inkoop van eigen aandelen wordt de aanschaffingsprijs, samen met de direct toewijsbare transactiekosten, opgenomen als een wijziging van het eigen vermogen. Ingekochte eigen aandelen worden in de balans gerapporteerd als een vermindering van het eigen vermogen. Bij annulering of verkoop van eigen aandelen wordt het transactieresultaat opgenomen in de overgedragen resultaten.
De minderheidsbelangen vertegenwoordigen het aandeel van de minderheidsaandeelhouders in het eigen vermogen van dochterondernemingen waarin de Groep niet de volle 100% bezit. Minderheidsbelangen worden op de overnamedatum gewaardeerd ofwel tegen hun reële waarde ofwel tegen het evenredig belang van de minderheidsaandeelhouders in de reële waarde van de opgenomen nettoactiva bij verwerving van een dochteronderneming (bedrijfscombinatie). Nadien wordt hun waarde aangepast voor hun evenredig deel in latere winsten of verliezen. De verliezen die toewijsbaar zijn aan minderheidsaandeelhouders in een geconsolideerde dochteronderneming kunnen groter zijn dan hun aandeel in het eigen vermogen van de dochteronderneming. Een evenredig deel van het volledig perioderesultaat wordt toegewezen aan de minderheidsbelangen, ook al wordt het saldo van de minderheidsbelangen daardoor negatief.
Voorzieningen worden opgenomen in de balans indien de Groep op balansdatum een wettelijke of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, waarvoor het waarschijnlijk nodig zal zijn middelen te besteden die economische voordelen inhouden die op een betrouwbare manier geschat kunnen worden. Elke voorziening is gebaseerd op de beste schatting van de uitgave die nodig is om aan de bestaande verplichting te voldoen op de balansdatum. Indien aangewezen, worden voorzieningen verdisconteerd.
Een voorziening voor herstructurering wordt enkel opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd en de herstructurering ofwel werd aangevat, ofwel publiekelijk werd aangekondigd vóór balansdatum. Voorzieningen voor herstructurering omvatten enkel uitgaven die een rechtstreeks gevolg zijn van de herstructurering en geen verband houden met de lopende activiteiten van de entiteit.
Voorzieningen voor bodemsanering met betrekking tot vervuilde terreinen worden opgenomen overeenkomstig het door de Groep gepubliceerde milieubeleid en de vigerende wettelijke bepalingen.
De moedervennootschap en verschillende van haar dochterondernemingen voorzien in pensioen-, overlijdens- en gezondheidszorgregelingen ten gunste van een belangrijk deel van hun werknemers.
De meeste pensioenregelingen zijn van het type 'toegezegdpensioen', en de voordelen zijn afhankelijk van het aantal jaren dienst en het verloningsniveau. Bij toegezegdpensioenregelingen komt het in de balans opgenomen bedrag (de nettoverplichting of -vordering) overeen met de contante waarde van de brutoverplichting, verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. De contante waarde van de brutoverplichting van een toegezegdpensioenregeling is de contante waarde, vóór aftrek van de fondsbeleggingen, van de verwachte toekomstige betalingen die vereist zijn om de verplichting af te wikkelen die resulteert uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Voor toegezegdpensioenregelingen worden de contante waarde van de brutoverplichting en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en eventuele pensioenkosten van verstreken diensttijd berekend volgens de projected unit credit-methode. De disconteringsvoet komt overeen met het rendement op balansdatum op hoogwaardige bedrijfsobligaties met een resterende looptijd die vergelijkbaar is met deze van de verplichtingen van de Groep. Wanneer de reële waarde van de fondsbeleggingen groter is dan de contante waarde van de brutoverplichting, wordt de op te nemen nettovordering begrensd tot een maximumbedrag (de asset ceiling). Het maximumbedrag komt overeen met de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen of verminderingen van toekomstige bijdragen tot de regeling. De nettorente op de nettoverplichting / nettovordering is gebaseerd op dezelfde disconteringsvoet. Actuariële winsten en verliezen omvatten ervaringsaanpassingen (de gevolgen van verschillen tussen de voorgaande actuariële veronderstellingen en wat zich werkelijk voorgedaan heeft) en de gevolgen van wijzigingen in actuariële veronderstellingen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd vertegenwoordigen de wijziging in de contante waarde van de brutoverplichting voor prestaties die in voorgaande perioden door werknemers zijn verricht, en die in de verslagperiode resulteren uit planwijzigingen of inperkingen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden onmiddellijk opgenomen via het resultaat. Herwaarderingen van de nettoverplichting (-vordering) omvatten (a) actuariële winsten en verliezen, (b) het rendement op de fondsbeleggingen, na aftrek van de bedragen die opgenomen werden in de nettorente op de nettoverplichting (-vordering) en (c) wijzigingen in het effect van de asset ceiling, na aftrek van bedragen die al vervat zitten in de nettorente op de nettoverplichting (-vordering). Herwaarderingen worden onmiddellijk opgenomen via het eigen vermogen. Een afwikkeling is een transactie die alle verdere wettelijke of feitelijke verplichtingen wegneemt voor alle voordelen of een gedeelte van de voordelen voorzien door de toegezegdpensioenregeling, voor zover het niet gaat om een uitkering van voordelen aan, of in naam van, werknemers die beschreven is in de beschikkingen van de regeling en vervat zit in de actuariële veronderstellingen.
In de winst-en-verliesrekening worden de pensioenkosten zowel van het dienstjaar als van verstreken diensttijd, met inbegrip van winsten of verliezen uit afwikkelingen, opgenomen in het bedrijfsresultaat (EBIT), terwijl de nettorente op de nettoverplichting (-vordering) in de rentelasten wordt opgenomen, als rentegedeelte van rentedragende voorzieningen. Brugpensioenregelingen in België en gezondheidszorgregelingen in de Verenigde Staten worden ook verwerkt als toegezegdpensioenregelingen.
Verplichtingen aangaande bijdragen tot toegezegdebijdragenregelingen worden ten laste van de winst-en-verliesrekening genomen op het ogenblik dat zij ontstaan. In België legt de Belgische pensioenwetgeving een minimumrendement op. Tot voor 2015 werden toegezegdebijdragenregelingen in België in wezen verwerkt als toegezegdebijdragenregelingen. De nieuwe wetgeving die van kracht werd in december 2015 bracht de verplichte kwalificatie als toegezegdpensioenregeling met zich, waardoor er per jaareinde 2016 een actuariële waardering werd uitgevoerd.
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zoals jubileumpremies worden verwerkt volgens de projected unit creditmethode. De boekhoudkundige verwerking verschilt echter met die van de vergoedingen na uitdiensttreding, omdat actuariële winsten en verliezen onmiddellijk opgenomen worden via het resultaat.
De Groep kent op aandelen gebaseerde, in eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde betalingen toe aan bepaalde werknemers. De plannen in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld kennen aan werknemers van de Groep het recht toe om aandelen van NV Bekaert SA te verwerven. Deze omvatten aandelenoptieplannen ('SOP'), het prestatieaandelenplan ('PSP') en het personal shareholding requirement plan ('PSR'), allen geëxploiteerd in België. De plannen in geldmiddelen afgewikkeld kennen werknemers van de Groep een bonus in geldmiddelen toe waarvan het bedrag afhankelijk is van de koers van het Bekaertaandeel op de Euronextbeurs. Share appreciation rights ('SAR') en prestatieaandeeleenheden ('PSU') zijn van dit type, allen geëxploiteerd buiten België.
In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum (zonder rekening te houden met het effect van niet-marktgerelateerde toezeggingsvoorwaarden). De reële waarde op de toekenningsdatum van in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen wordt ten laste genomen van het resultaat met daartegenover een toename van het eigen vermogen. De reële waarde wordt lineair afgeschreven over de wachtperiode tot de definitieve toezegging, gebaseerd op het geschatte aantal aandelenopties van de Groep dat uiteindelijk zal toegezegd worden, en aangepast voor het effect van niet-marktgerelateerde toezeggingsvoorwaarden.
In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen worden opgenomen als verplichtingen tegen hun reële waarde, die op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling herbepaald wordt. Wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
De Groep gebruikt een binomiaal model of Monte Carlo simulaties om de reële waarde van op aandelen gebaseerde betalingen te bepalen.
Rentedragende schulden omvatten financiële verplichtingen en leningen die initieel opgenomen worden tegen de reële waarde van de ontvangen geldmiddelen, na aftrek van transactiekosten. Later worden ze aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode. Verschillen tussen het ontvangen bedrag (na aftrek van transactiekosten) en het terug te betalen bedrag op de vervaldatum worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen tijdens de duur van de verplichting. Indien financiële verplichtingen afgedekt zijn met behulp van derivaten die als reëlewaardeafdekking worden aangemerkt, worden de afdekkingsinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde en wordt de waardering van de afgedekte posities aangepast voor reëlewaardewijzigingen ten gevolge van het afgedekte risico (zie grondslagen voor financiële verslaggeving over derivaten en afdekking).
Vanaf 2019 zijn in de rentedragende schulden ook leaseverplichtingen opgenomen met betrekking tot alle lease-overeenkomsten waarin de Groep optreedt als leasingnemer, behalve voor de korte termijn leases en de leases voor activa met een geringe waarde. De leaseverplichting wordt initieel gewaardeerd als de actuele waarde van de nog niet-betaalde leasebetalingen bij de start van de overeenkomst, verdisconteerd aan de intrest impliciet vermeld in de lease. Indien deze intrest niet gemakkelijk kan worden bepaald, gebruikt de Groep haar marginale rentevoet. De leasebetalingen die zijn inbegrepen in de waardering van de leaseverplichting omvatten:
De leaseverplichtingen worden vervolgens gewaardeerd door het verhogen van de boekwaarde voor het weerspiegelen van intrest op de leaseverplichting (met gebruik van de effectieverentemethode) en het verminderen van de boekwaarde voor het weerspiegelen van de gemaakte leasebetalingen. De Groep herwaardeert de leaseverplichting (en maakt een overeenkomstige aanpassing aan het recht-op-gebruik actief) wanneer:
onder een restwaardegarantie, waarbij de leaseverplichting wordt geherwaardeerd door verdiscontering van de herziene leasebetalingen aan een onveranderde disconteringsvoet.
» Een lease-overeenkomst wordt gewijzigd en de wijziging wordt niet aanzien als een afzonderlijke lease, waarbij de leaseverplichting wordt geherwaardeerd op basis van de leasetermijn van de herziene lease door verdiscontering van de herziene leasebetalingen aan een herziene disconteringsvoet op de effectieve datum van de herziening.
Tot 2018 waren in de rentedragende schulden enkel de leaseverplichtingen opgenomen verbonden aan financiële lease-overeenkomsten.
Handelsschulden en overige verplichtingen op ten hoogste een jaar – met uitzondering van derivaten – worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs, die overeenkomt met de reële waarde van de te betalen vergoeding, en worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Winstbelastingen worden ingedeeld in actuele en uitgestelde belastingen. Actuele belastingen omvatten de verwachte, over de verslagperiode verschuldigde belastingen en aanpassingen aan de belastingen van vorige jaren. Tijdens de beoordeling van mogelijke belastingsschulden neemt de Groep aan dat de belastingautoriteiten alle bedragen, waarvoor zij het recht hebben, zullen nakijken en alle gerelateerde informatie ter beschikking hebben tijdens deze controles. De Groep houdt rekening met zowel de inschattingen, beslissingen en uitspraken ontvangen in het kader van belastingscontroles en andere informatiebronnen alsook met andere mogelijke controlemiddelen van belastingautoriteiten. De Groep erkent een schuld indien de Groep oordeelt dat het niet waarschijnlijk is dat de belastingsdiensten de door de Groep ingenomen positie voor de betreffende belastingsbehandeling zal aanvaarden. De Groep berekent de belastingsschuld op basis van de meest waarschijnlijke uitkomst van mogelijke economische uitstromen. De Groep is evenwel van oordeel dat haar positie voor al deze controles verantwoord is.
Uitgestelde belastingen worden volgens de balansmethode berekend op tijdelijke verschillen tussen enerzijds de belastingbasis van activa en verplichtingen en anderzijds hun nettoboekwaarde. Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de belastbare winst in de periode waarin de tijdelijke verschillen gerealiseerd of afgerekend zullen worden, op basis van de belastingtarieven die wettelijk vastliggen of zo goed als vastgelegd zijn op de balansdatum. Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst zal gerealiseerd worden waartegen de tijdelijke verschillen afgezet kunnen worden; dit criterium wordt op elke balansdatum opnieuw geëvalueerd. Uitgestelde belastingen worden ook berekend voor tijdelijke verschillen op deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen, behalve in het geval dat de Groep kan beslissen over het tijdstip waarop het
tijdelijk verschil teruggedraaid wordt en het onwaarschijnlijk is dat het tijdelijk verschil teruggedraaid wordt in de nabije toekomst.
De Groep gebruikt derivaten om valuta- en renterisico's af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. Het nettorisico van alle dochterondernemingen van de Groep wordt centraal beheerd door de Groepsdienst Thesaurie in overeenstemming met de doelstellingen en regels die door het management vastgelegd werden. Het is de politiek van de Groep om geen speculatieve transacties of transacties met een hefboomeffect aan te gaan.
Derivaten worden initieel opgenomen en ook nadien gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde van verhandelde derivaten is hun marktwaarde. Indien er geen marktwaarde beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van gekende financiële waarderingsmodellen, gebaseerd op relevante marktkoersen op de balansdatum.
De Groep past hedge accounting toe in overeenstemming met IFRS 9 om de volatiliteit in de winst-en-verliesrekening te beperken. Afhankelijk van de aard van het afgedekte risico wordt een onderscheid gemaakt tussen reëlewaardeafdekkingen, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten.
Reëlewaardeafdekkingen zijn afdekkingen van het risico van veranderingen in de reële waarde van opgenomen activa en verplichtingen. De derivaten die aangemerkt werden als reëlewaardeafdekkingen worden gewaardeerd tegen reële waarde, en de waardering van hun afgedekte posities (activa of verplichtigen) wordt aangepast voor wijzigingen in reële waarde ten gevolge van het afgedekte risico. De overeenkomstige veranderingen in reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Wanneer een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting stopgezet en wordt de aanpassing aan de boekwaarde van het afgedekte rentedragende financieel instrument gradueel opgenomen in de winst-en-verliesrekening tot op de vervaldag van de afgedekte positie.
Kasstroomafdekkingen zijn afdekkingen van de variabiliteit van toekomstige kasstromen die verband houden met opgenomen activa of verplichtingen, zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties, of het valutarisico op niet-opgenomen vaststaande toezeggingen. Veranderingen in de reële waarde van een afdekkingsinstrument dat voldoet als zeer effectieve kasstroomafdekking worden in het eigen vermogen opgenomen, meer bepaald in de afdekkingsreserve. Het niet- effectieve deel ervan wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ingeval de afgedekte kasstroom resulteert in de opname van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, worden de voorheen in het eigen vermogen opgenomen gecumuleerde winsten en verliezen op het derivaat overgeboekt uit het eigen vermogen en opgenomen in de initiële waardering van de kostprijs of de boekwaarde van het actief of de verplichting. Bij alle andere kasstroomafdekkingen worden de gecumuleerde winsten en verliezen op het derivaat overgeboekt van de afdekkingsreserve naar de winst-en-verliesrekening op het ogenblik dat de afgedekte vaststaande toezegging of de voorziene transactie resulteert in het opnemen van een winst of een verlies. Zodra een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting prospectief stopgezet. In dit geval blijven de gecumuleerde winsten en verliezen op het afdekkingsinstrument opgespaard in het eigen vermogen tot de toegezegde of voorziene transactie zich voordoet. Wanneer verwacht wordt dat een voorziene transactie zich niet meer zal voordoen, worden de gecumuleerde winsten en verliezen overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst-en-verliesrekening.
Indien een netto-investering in een buitenlandse entiteit wordt afgedekt, worden alle winsten en verliezen met betrekking tot het effectieve deel van het afdekkingsinstrument, samen met de winsten en verliezen als gevolg van de omrekening van de afgedekte investering, onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen. Winsten en verliezen op het niet-effectieve deel worden onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De gecumuleerde winsten en verliezen als gevolg van de herwaardering van het afdekkingsinstrument die voorheen werden opgenomen in het eigen vermogen en de winsten en verliezen als gevolg van de omrekening van het afgedekte instrument worden enkel opgenomen in de winst-en-verliesrekening bij afstoting van de investering.
Om te voldoen aan de vereisten in IFRS 9 met het oog op de toepassing van hedge accounting, documenteert de Groep – bij het aangaan van de afdekking – de strategie en het doel van de afdekking, de relatie tussen het financieel instrument dat wordt gebruikt als afdekking en de afgedekte positie, en de verwachte (prospectieve) effectiviteit. De effectiviteit van bestaande afdekkingen wordt elk kwartaal opnieuw beoordeeld. Voor niet-effectieve afdekkingen wordt de hedge accounting onmiddellijk stopgezet.
De Groep maakt ook gebruik van derivaten die niet voldoen aan de voorwaarden voor hedge accounting in IFRS 9, maar als effectieve economische afdekkingen fungeren volgens het risicobeheer van de Groep. Wijzigingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Derivaten besloten in een basiscontract dat geen derivaat is en die geen financiële activa zijn, worden behandeld als afzonderlijke derivaten indien zij voldoen aan de definitie van een derivaat, hun risico's en karakteristieken niet nauw verbonden zijn met het basiscontract en het basiscontract niet gewaardeerd is tegen reële waarde via het resultaat.
Goodwill, immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, worden minstens jaarlijks getoetst op bijzondere waardvermindering. Andere immateriële en materiële vaste activa worden getoetst op bijzondere waardevermindering zodra bepaalde gebeurtenissen of gewijzigde omstandigheden erop wijzen dat hun boekwaarde misschien niet meer kan gerealiseerd worden. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening wanneer en in de mate dat de boekwaarde van een actief hoger is dan zijn realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de reële waarde min verkoopkosten en de bedrijfswaarde). De reële waarde min verkoopkosten is de te verwachten opbrengst uit een niet-gedwongen verkoop van een actief tussen goed geïnformeerde, onafhankelijke partijen, verminderd met de verkoopkosten. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte kasstromen uit het gebruik van een actief. Realiseerbare waarden worden geraamd voor individuele activa, of – indien dit niet mogelijk is – voor de kleinste kasstroomgenererende eenheid waartoe de activa behoren. Bijzondere waardeverminderingen opgenomen in vroegere boekjaren worden teruggenomen via de winst-en-verliesrekening wanneer er een aanwijzing is dat de vroeger opgenomen bijzondere waardeverminderingen weggevallen of gedaald zijn. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden echter nooit teruggenomen.
De Groep erkent hoofdzakelijk opbrengsten uit de verkoop van producten. Opbrengsten worden gewaardeerd op basis van de vergoeding waarop de Groep verwacht recht te hebben in een contract met klanten, en sluit bedragen uit ontvangen voor rekening van derden. De Groep erkent opbrengsten uit de verkoop van producten op het ogenblik dat de controle over de producten wordt overgedragen naar de klant. De opbrengsten uit de verkoop van producten worden erkend op een ogenblik in de tijd. Omzet wordt opgenomen na aftrek van omzetbelastingen en kortingen. Er worden geen opbrengsten opgenomen in verband met ruiltransacties indien het gaat om een uitwisseling van gelijkaardige goederen of diensten. Rente wordt opgenomen op een tijdsbasis die het effectieve rendement op het actief weerspiegelt. Royalty's worden opgenomen op basis van het toerekeningsprincipe volgens de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden opgenomen op het ogenblik dat het recht van de aandeelhouder op ontvangst vastgelegd is.
Het overzicht van het volledig perioderesultaat presenteert een overzicht van alle opbrengsten en kosten die opgenomen werden hetzij in de winst-en-verliesrekening hetzij in het eigen vermogen. Volgens IAS 1 'Presentatie van de jaarrekening' kan een entiteit kiezen voor ofwel één enkel overzicht van het volledig perioderesultaat ofwel twee overzichten, namelijk een winst-en-verliesrekening onmiddellijk gevolgd door een overzicht van het volledig perioderesultaat. De Groep heeft voor de tweede mogelijkheid geopteerd. Als gevolg van de presentatie van een overzicht van het volledig perioderesultaat beperkt de inhoud van het mutatieoverzicht van het eigen vermogen zich tot wijzigingen die verband houden met het aandeelhouderschap.
Om de financiële prestaties van de Groep te analyseren, gebruikt Bekaert consequent verschillende non-GAAP-metrieken of Alternatieve Prestatiemaatstaven ("APM's") zoals gedefinieerd in de Richtlijnen voor alternatieve prestatiemaatregelen van de European Securities and Markets Authority's ("ESMA"). In overeenstemming met deze ESMA-richtlijnen worden de definitie en reden voor gebruik, evenals de afstemmingstabellen, van elke van deze APM's opgegeven in het gedeelte Kerncijfers van het verslag van de Raad van Bestuur. De belangrijkste APM's die in het Financieel Overzicht worden gebruikt, hebben betrekking op onderliggende prestatiemaatstaven.
Bedrijfsopbrengsten en -kosten die verband houden met herstructureringsprogramma's, bijzondere waardeverminderingen, de eerste verwerking van bedrijfscombinaties, afstoting van activiteiten, milieuprovisies of andere gebeurtenissen en transacties met een eenmalig effect, zijn uitgesloten van de onderliggende EBIT(DA)-maatstaven.
Herstructureringsprogramma's omvatten voornamelijk ontslagvergoedingen, winsten en verliezen bij verkoop en bijzondere waardeverminderingen van activa die betrokken zijn bij een shutdown, belangrijke reorganisatie of verplaatsing van activiteiten. Wanneer er geen verband is met herstructureringsprogramma's, komen alleen bijzondere waardeverminderingen als gevolg van het testen van kasstroomgenererende eenheden in aanmerking als eenmalige effecten.
Eenmalige effecten van bedrijfscombinaties omvatten voornamelijk: aan acquisitiegerelateerde uitgaven, negatieve goodwill, winsten en verliezen op step acquisitie en recycling van CTA op de eerder gehouden rente. Eenmalige effecten van afstotingen van activiteiten omvatten winsten en verliezen op de verkoop van activiteiten die niet kwalificeren als beëindigde bedrijfsactiviteiten. Deze afgestoten bedrijfsactiviteiten kunnen bestaan uit integrale of onderdelen (groepen activa die worden afgestoten) van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen.
Naast milieuprovisies omvatten andere gebeurtenissen of transacties die niet inherent zijn aan het bedrijf en een eenmalig effect hebben, voornamelijk rampen en verkopen van vastgoedbeleggingen.
Een vast actief, of een groep activa die wordt afgestoten, wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer de boekwaarde hoofdzakelijk gerealiseerd zal worden via een verkooptransactie eerder dan door het te blijven gebruiken. Deze voorwaarde is enkel vervuld als de verkoop heel waarschijnlijk geacht wordt en als het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) klaar is voor onmiddellijke verkoop in zijn huidige staat. Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van een entiteit die ofwel afgestoten is ofwel geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt en zowel operationeel als voor de financiële verslaggeving onderscheiden kan worden van de rest van de entiteit.
Er kan pas sprake zijn van een zeer waarschijnlijke verkoop als de entiteit zich verbonden heeft tot een plan voor de verkoop van het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) en als een operationeel plan opgestart is om een koper te vinden en het plan tot een goed einde te brengen. Bovendien moet de verkoop van het actief (of van de groep activa die wordt afgestoten) actief gepromoot worden tegen een redelijke prijs in verhouding tot zijn huidige reële waarde en dient de verkoopovereenkomst naar verwachting afgesloten te worden binnen het jaar na de classificatiedatum. Activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen reële waarde na aftrek van verkoopkosten als deze lager is dan de boekwaarde. Een eventueel overschot van de boekwaarde tegenover de reële waarde na aftrek van verkoopkosten wordt afgeboekt als een bijzondere waardevermindering. Zodra activa geclassificeerd worden als aangehouden voor verkoop worden ze niet langer afgeschreven. Vergelijkende balansinformatie voor voorgaande perioden wordt niet herwerkt om de nieuwe classificatie in de balans te weerspiegelen.
Voorwaardelijke activa worden niet opgenomen in de balans, maar worden opgenomen in de toelichtingen wanneer een instroom van economische voordelen waarschijnlijk is. Behalve als zij uit een bedrijfscombinatie ontstaan zijn, worden voorwaardelijke verplichtingen niet opgenomen in de balans maar vermeld in de toelichtingen, tenzij de kans op een verlies gering is.
Gebeurtenissen na balansdatum die bijkomende informatie verschaffen omtrent de situatie van de Onderneming op balansdatum (adjusting events) worden verwerkt in de jaarrekening. Andere gebeurtenissen na balansdatum (non-adjusting events) worden enkel vermeld in de toelichtingen als ze belangrijk geacht worden.
Volgende elementen hebben aanleiding gegeven tot herwer kingseffecten in dit financieel verslag:
De eerste toepassing van IFRIC 23 'Onzekerheid over behan deling van winstbelastingen' sinds 1 januari 2019 bracht een herwerking met zich mee. In overeenstemming met de optie die de Groep heeft gekozen om de vergelijkbare informatie over 2018 niet aan te passen, werd deze herwerking verwerkt via de openingsbalans van 2019.
De toepassing van IFRIC 23 op de waardering van de onzekere belastingsposities heeft een impact op het eigen vermogen per 1 januari 2019 van € 4,4 miljoen en brengt het totaal van de onzekere belastingsposities op € 69,1 miljoen.
Bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep is het management genoodzaakt om beoordelingen, schattingen en veronderstellingen over de boekwaarde van activa en verplichtingen te maken die niet onmiddellijk beschikbaar zijn uit enigerlei bronnen. Deze beoordelingen, schattingen en veronderstellingen worden voortdurend opnieuw geëvalueerd.
Hierna volgen de cruciale beoordelingen, met uitzondering van deze die bestaan uit schattingen (zie toelichting 3.2. 'Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden'), die een belangrijke invloed hebben op de gerapporteerde bedragen in deze geconsolideerde jaarrekening.
winst-en-verliesrekening. Afgezien van de gecumuleerde omrekeningsverschillen is de bijdrage van de activiteiten in Venezuela tot de geconsolideerde jaarrekening niet van groot belang.
Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste veronderstellingen omtrent de toekomst en de belangrijkste andere bronnen van schattingsonzekerheden op het einde van de verslagperiode die een risico inhouden op beduidende aanpassingen aan de boekwaarden van activa en verplichtingen in de komende verslagperiode.
inzake dergelijke blootstellingen voldoende verplichtingen opgenomen heeft in haar geconsolideerde jaarrekening. Overeenkomstig besluit Bekaert dat het onwaarschijnlijk is dat mogelijke belastingblootstellingen meer dan de bedra gen momenteel opgenomen in de geconsolideerde jaarre kening een materieel effect zullen hebben op haar financiële positie. In de meeste van de belastingcontroles verwacht Bekaert dat een gunstige uitkomst waarschijnlijk kan beko men worden, alhoewel het via tijdrovende administratieve en juridische procedures of via andere oplossingen loopt, bv. overeenkomstig relevante belastingovereenkomsten. Bij gevolg geven de duurtijd en positie aangenomen door de belastingautoriteiten aanleiding tot onzekerheid en een risico dat kan leiden tot een aanpassing in het volgende boekjaar van de opgenomen bedragen voor belastingschulden gere lateerd aan onzekere belastingposities. Op jaareinde 2019 zijn onzekere belastingposities opgenomen ten bedrage van € 64,7 miljoen (2018: € 64,7 miljoen). Zie ook toelichting 6.21. 'Belastingposities'.
De segmentrapportering van Bekaert is in lijn gebracht met de organisatorische wijzigingen die op 1 maart 2019 werden aangekondigd. De nieuwe segmentatie draagt bij aan de transparantie van de businessdynamieken van iedere rapporterende eenheid en vervangt de vroegere geografische segmentatie, waaraan Bridon-Bekaert Ropes Group werd toegevoegd als een afzonderlijke rapporterend segment. De business units (BU) van de Groep worden gekenmerkt door BU-specifieke product en marktprofielen, industrietrends, kostenfactoren en technologienoden die aangepast zijn aan de specifieke industrievereisten.
De volgende vier segmenten worden gepresenteerd:
Enkel de elementen van het kapitaalgebruik (immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa, recht-op-gebruik vaste activa en de elementen van het operationeel werkkapitaal) worden toegewezen aan de verscheidene segmenten. Alle andere activa en verplichtingen worden gerapporteerd als 'niet-toegewezen activa en verplichtingen'. 'Groep' omvat voornamelijk de functionele eenheid groepstechnologie en niet-doorgerekende kosten voor groepsmanagement en -diensten; het is geen rapporteerbaar segment op zich. Eventuele verkopen tussen segmenten gebeuren tegen prijzen die beantwoorden aan het arm's length principe. Intersegment omvat voornamelijk eliminaties van vorderingen en schulden, van verkopen en van marges op overdrachten van voorraden en van vaste activa en de bijhorende aanpassingen aan afschrijvingen en waardeverminderingen.
| 2019 | Rubber | Staaldraad | Specialty | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | versterking | toepassingen | Businesses | BBRG | Groep | Intersegment | Geconsolideerd |
| Geconsolideerde omzet aan derden | 1 952 881 | 1 447 804 | 413 915 | 488 658 | 19 193 | - | 4 322 450 |
| Geconsolideerde omzet | 1 985 551 | 1 491 303 | 425 906 | 491 065 | 90 667 | -162 042 | 4 322 450 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 154 802 | 25 286 | 34 079 | 9 187 | -76 466 | 8 129 | 155 017 |
| EBIT - Onderliggend | 172 288 | 50 697 | 52 014 | 11 860 | -53 080 | 8 129 | 241 909 |
| Afschrijvingen en | |||||||
| waardeverminderingen | 123 097 | 56 897 | 14 994 | 32 782 | 14 602 | -13 303 | 229 069 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 8 446 | 10 709 | 2 293 | -2 247 | - | - | 19 202 |
| EBITDA | 286 345 | 92 891 | 51 366 | 39 723 | -61 864 | -5 174 | 403 288 |
| Activa van het segment | 1 525 870 | 878 533 | 302 231 | 588 025 | 37 850 | -120 089 | 3 212 419 |
| Niet-toegewezen activa | 1 092 265 | ||||||
| Totaal activa | 4 304 684 | ||||||
| Verplichtingen van het segment | 286 671 | 286 024 | 67 223 | 102 129 | 87 143 | -24 422 | 804 769 |
| Niet-toegewezen verplichtingen | 1 968 375 | ||||||
| Totaal verplichtingen | 2 773 144 | ||||||
| Kapitaalgebruik | 1 239 198 | 592 509 | 235 008 | 485 896 | -49 293 | -95 668 | 2 407 651 |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 1 305 979 | 643 316 | 232 702 | 478 220 | -19 528 | -100 472 | 2 540 217 |
| ROCE | 11,9% | 3,9% | 14,6% | 1,9% | - | - | 6,1% |
| Investeringsuitgaven | |||||||
| materiële vaste activa | 42 094 | 27 560 | 20 073 | 13 743 | 2 183 | -7 422 | 98 231 |
| Investeringsuitgaven | |||||||
| immateriële activa | 815 | 76 | - | 436 | 2 597 | -324 | 3 600 |
| Aandeel in het resultaat van joint | |||||||
| ventures en geassocieerde | |||||||
| ondernemingen | 5 751 | 23 207 | - | - | - | - | 28 959 |
| Deelnemingen in joint ventures en | |||||||
| geassocieerde ondernemingen | 54 721 | 105 944 | - | - | - | - | 160 665 |
| Aantal personeelsleden (einde jaar) 1 | 13 011 | 6 217 | 1 457 | 2 558 | 1 750 | - | 24 994 |
| 2018 | Rubber | Staaldraad | Specialty | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | versterking | toepassingen | Businesses | BBRG | Groep | Intersegment | Geconsolideerd |
| Geconsolideerde omzet aan derden | 1 907 805 | 1 497 073 | 410 782 | 463 325 | 26 285 | - | 4 305 269 |
| Geconsolideerde omzet | 1 939 390 | 1 554 509 | 425 190 | 465 879 | 146 235 | -225 934 | 4 305 269 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 152 406 | 58 953 | -33 441 | -20 006 | -59 809 | 48 776 | 146 880 |
| EBIT - Onderliggend | 176 858 | 57 241 | 25 585 | -6 908 | -51 789 | 9 152 | 210 140 |
| Afschrijvingen en | |||||||
| waardeverminderingen | 127 217 | 46 396 | 21 437 | 32 685 | 8 523 | -18 085 | 218 173 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 453 | 2 747 | 54 964 | 2 928 | 19 | -39 659 | 21 452 |
| EBITDA | 280 075 | 108 096 | 42 961 | 15 608 | -51 267 | -8 968 | 386 505 |
| Activa van het segment | 1 701 181 | 1 012 034 | 299 174 | 560 839 | 118 179 | -185 869 | 3 505 538 |
| Niet-toegewezen activa | 943 951 | ||||||
| Totaal activa | 4 449 489 | ||||||
| Verplichtingen van het segment | 337 057 | 331 529 | 81 011 | 120 439 | 119 271 | -81 630 | 907 676 |
| Niet-toegewezen verplichtingen | 2 025 811 | ||||||
| Totaal verplichtingen | 2 933 487 | ||||||
| Kapitaalgebruik | 1 364 125 | 680 505 | 218 163 | 440 400 | -1 093 | -104 239 | 2 597 862 |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 1 374 262 | 672 683 | 225 271 | 452 744 | 37 295 | -130 313 | 2 631 942 |
| ROCE | 11,1% | 8,8% | -14,8% | -4,4% | - | - | 5,6% |
| Investeringsuitgaven | |||||||
| materiële vaste activa | 102 501 | 48 182 | 36 074 | 19 326 | 9 507 | -17 462 | 198 127 |
| Investeringsuitgaven | |||||||
| immateriële activa | 2 339 | 109 | 161 | 531 | 1 828 | -460 | 4 508 |
| Aandeel in het resultaat van joint | |||||||
| ventures en geassocieerde | |||||||
| ondernemingen | 4 878 | 19 997 | - | - | - | - | 24 875 |
| Deelnemingen in joint ventures en | |||||||
| geassocieerde ondernemingen | 51 538 | 102 133 | - | - | - | - | 153 671 |
| Aantal personeelsleden (einde jaar) 1 | 13 088 | 6 598 | 1 549 | 2 574 | 1 997 | - | 25 806 |
1 Aantal personeelsleden: voltijdse equivalenten.
De tabel hieronder toont het relatief gewicht van België (land waar de Onderneming is gevestigd), Chili, China, de Verenigde Staten en Slovakije in termen van omzet en vaste activa (immateriële activa; goodwill; materiële vaste activa; recht-op-gebruik vaste activa; deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen).
| in duizend € | 2018 | % van totaal | 2019 | % van totaal |
|---|---|---|---|---|
| Geconsolideerde omzet aan derden | ||||
| vanuit België | 360 186 | 8% | 341 696 | 8% |
| vanuit Chili | 387 954 | 9% | 385 282 | 9% |
| vanuit China | 855 857 | 20% | 921 153 | 21% |
| vanuit de VS | 696 724 | 16% | 703 660 | 16% |
| vanuit Slovakije | 354 692 | 8% | 343 124 | 8% |
| vanuit andere landen | 1 649 856 | 39% | 1 627 535 | 38% |
| Totaal geconsolideerde omzet aan derden | 4 305 269 | 100% | 4 322 450 | 100% |
| Geselecteerde vaste activa gelokaliseerd | ||||
| in België | 135 356 | 7% | 137 619 | 7% |
| in Chili | 94 270 | 5% | 90 051 | 5% |
| in China | 381 318 | 20% | 342 611 | 18% |
| in de VS | 151 755 | 8% | 139 802 | 7% |
| in Slovakije | 147 182 | 8% | 141 388 | 8% |
| in andere landen | 966 996 | 52% | 1 017 952 | 55% |
| Totaal geselecteerde vaste | ||||
| activa | 1 876 877 | 100% | 1 869 423 | 100% |
Bekaerts top 5-klanten vertegenwoordigden samen 21% (2018: 21%) van de totale geconsolideerde omzet van de Groep, terwijl de volgende top 5-klanten nog eens 8% (2018: 8%) vertegenwoordigden van de totale geconsolideerde omzet van de Groep.
NL-5.1 Sales
NL-5.1 Sales
NL-5.1 Sales
De Groep erkent omzet uit de volgende bronnen: levering van producten en, in beperkte mate, levering van diensten en projecten. Bekaert oordeelt dat de levering van producten de belangrijkste prestatieverplichting is. De Groep erkent omzet op het ogenblik dat de controle over de betrokken producten wordt overgedragen naar de klant. Klanten verwerven controle op het ogenblik van de levering (op basis van de inco terms in voege). Het bedrag dat aan omzet wordt erkend, wordt gecorrigeerd voor volumekortingen. Er wordt geen correctie gemaakt voor teruggaves of garanties gezien de impact als niet materieel wordt geacht op basis van historische informatie.
De disaggregatie van opbrengsten op basis van het moment waarop opbrengsten worden opgenomen, d.w.z. op een moment in de tijd of over een periode (gebruikelijk voor ontwikkelingsactiviteiten), brengt niet veel toegevoegde waarde aangezien de verkoop van machines aan derden zeer weinig bijdraagt tot de totale omzet.
| Netto-omzet | ||||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | % van totaal | 2019 | % van totaal |
| Verkoop van goederen | 4 293 908 | 99,7% | 4 311 201 | 99,7% |
| Verkoop van machines door engineering | 10 872 | 0,3% | 10 814 | 0,3% |
| Verkoop andere | 489 | 0,0% | 435 | 0,0% |
| Netto-omzet | 4 305 269 | 100% | 4 322 450 | 100% |
In de volgende tabel wordt de netto-omzet gedisaggregeerd per sector inclusief een reconciliatie tussen de netto-omzet en de operationele segmenten van de Groep (zie toelichting 4.1. 'Kerncijfers per rapporteringssegment'). Deze analyse wordt ook vaak getoond in persberichten, aandeelhoudersbrochures en andere presentaties.
| 2019 in duizend of € |
Rubber versterking |
Staaldraad toepassingen |
Specialty Businesses |
BBRG | Groep Geconsolideerd | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Sector | ||||||
| Banden en automobiel | 1 843 534 | 163 620 | 39 134 | 7 842 | - | 2 054 130 |
| Energie en nutsvoorzieningen | 445 | 174 990 | 46 810 | 92 986 | - | 315 231 |
| Bouw | 558 | 448 795 | 285 962 | 66 078 | - | 801 393 |
| Consumptiegoederen | 132 | 225 075 | 3 207 | - | - | 228 414 |
| Landbouw | - | 257 477 | - | 31 926 | - | 289 403 |
| Machinebouw | 93 884 | 54 919 | 3 715 | 140 783 | 19 193 | 312 494 |
| Grondstoffen | 14 328 | 103 492 | 35 087 | 149 042 | - | 301 949 |
| Overige sectoren | - | 19 436 | - | - | - | 19 436 |
| Totaal | 1 952 881 | 1 447 804 | 413 915 | 488 657 | 19 193 | 4 322 450 |
| 2018 in duizend € |
Rubber versterking |
Staaldraad toepassingen |
Specialty Businesses |
BBRG | Groep Geconsolideerd | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Sector | ||||||
| Banden en automobiel | 1 782 614 | 160 701 | 37 002 | 7 306 | - | 1 987 623 |
| Energie en nutsvoorzieningen | 154 | 146 144 | 62 988 | 88 104 | 2 356 | 299 746 |
| Bouw | 184 | 598 002 | 272 829 | 63 504 | - | 934 519 |
| Consumptiegoederen | 41 | 239 288 | 1 944 | - | - | 241 273 |
| Landbouw | 60 | 237 619 | - | 33 672 | - | 271 351 |
| Machinebouw | 111 512 | 15 663 | 3 746 | 147 290 | 20 364 | 298 575 |
| Grondstoffen | 13 240 | 93 430 | 32 273 | 123 448 | 3 565 | 265 956 |
| Overige sectoren | - | 6 226 | - | - | - | 6 226 |
| Totaal | 1 907 805 | 1 497 073 | 410 782 | 463 324 | 26 285 | 4 305 269 |
| in duizend € | 2018 | 2019 | verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 305 269 | 4 322 450 | 0,4% |
| Kostprijs van verkopen | -3 778 660 | -3 795 320 | 0,4% |
| Marge op omzet | 526 609 | 527 131 | 0,1% |
| Marge op omzet in % van omzet | 12,2% | 12,2% |
Bekaert's geconsolideerde omzet was ongeveer gelijk aan het voorgaande jaar. De organische volumedaling (-1,2%), het effect van verrekende lagere walsdraadprijzen (-2,0%) en de beperkte impact van desinvesteringen (-0,1%) werden meer dan gecompenseerd door prijsmixeffecten (+2,4%) en gunstige wisselkoersschommelingen (+1,3%) (hoofdzakelijk gerelateerd aan de US dollar, gecompenseerd door bewegingen van de Chileense peso).
De marge op omzet bleef ongewijzigd in vergelijking met 2018 en resulteerde in een marge van 12,2% (2018: 12,2%). Het netto-effect van fusies, acquisities en desinvesteringen bedroeg -0,3%. De kostprijs van verkopen en marge werden getroffen door ongunstige correcties van de voorraadwaardering. Dit werd gecompenseerd door de positieve impact van de aanhoudende groei van de goede margeactiviteiten en de robuuste vooruitgang in winstherstel in zwakkere bedrijfsactiviteiten, samen met een gunstige impact van valutabewegingen.
| Overheadkosten | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 | verschil (%) |
| Commerciële kosten | -179 651 | -188 606 | 5,0% |
| Administratieve kosten | -167 346 | -127 676 | -23,7% |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | -65 368 | -70 729 | 8,2% |
| Totaal | -412 365 | -387 011 | -6,1% |
De overheadkosten daalden met € 25,4 miljoen tot 9,0% van omzet (tegenover 9,6% in 2018). De commerciële en administratieve kosten namen af met € 30,7 miljoen ten gevolge van lagere consultancy kosten en andere kostenbesparingen. De kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedroegen € -70,7 miljoen, in vergelijking met € -65,4 miljoen in 2018. De impact van eenmalige elementen afkomstig van de herstructureringsprogramma's op de overheadkosten steeg met € 5,3 miljoen en zijn hoofdzakelijk ontslagkosten. In 2019 waren in de verkoopskosten voor € -6,4 miljoen (2018: € -4,2 miljoen) voorzieningen voor dubieuze debiteuren, voor € 5,3 miljoen (2018: €3,3 miljoen) vrijval van ongebruikte voorzieningen voor dubieuze debiteuren en voor € 0,6 miljoen (2018: € 0,4 miljoen) aangewende bedragen inbegrepen.
| 2018 | 2019 | verschil |
|---|---|---|
| 13 221 | 12 997 | -224 |
| 1 383 | 553 | -830 |
| -279 | -1 137 | -858 |
| 3 199 | 5 017 | 1 819 |
| 41 613 | 559 | -41 054 |
| 1 478 | - | -1 478 |
| 11 963 | 9 666 | -2 297 |
| 72 578 | 27 655 | -44 923 |
| in duizend € | 2018 | 2019 | verschil |
|---|---|---|---|
| Verliezen op verkoop van immateriële en materiële vaste activa | -1 313 | -2 213 | -900 |
| Afschrijvingen op immateriële activa | -2 690 | -2 542 | 149 |
| Bankkosten | -3 093 | -2 866 | 227 |
| Aan belastingen gerelateerde kosten (andere dan winstbelastingen) | -2 873 | -1 977 | 896 |
| Herstructurering - overige kosten | -27 470 | -2 657 | 24 813 |
| Verliezen op afgestoten activiteiten (gecumuleerde | |||
| omrekeningsverschillen) | -317 | - | 317 |
| Overige kosten | -2 186 | -504 | 1 683 |
| Totaal | -39 942 | -12 758 | 27 184 |
Het inkomen van royalty's was stabiel. Overheidssubsidies hadden voornamelijk betrekking op subsidies in China. Er zijn geen aanwijzingen dat niet aan de voorwaarden voor dergelijke subsidies zal kunnen worden voldaan en dus ook niet dat de subsidies mogelijk teruggestort moeten worden in de toekomst.
'Herstructurering - overige opbrengsten' en 'Herstructurering - overige kosten' bevatten een gedeelte van de kosten gerelateerd aan de herstructuringsprogramma's in België, Noord-Amerika en Maleisië in 2019.
'Herstructurering - overige opbrengsten' (€ 41,6 miljoen) omvatten in 2018 vooral (1) de winst op de verkoop van activa als onderdeel van de sluiting van de Huizhou fabriek (China) (€ 18,3 miljoen) en de Shah Alam fabriek (Maleisië) (€ 12,4 miljoen) en (2) de inkomsten van OVAM, gerelateerd aan de milieuvoorziening in België (€ 8,4 miljoen). Laatstgenoemde is gecompenseerd door de milieuvoorziening inbegrepen in 'Herstructurering - overige kosten'. 'Herstructurering - overige kosten' (€ 27,5 miljoen) bevatten de transactiekosten op de verkoop van de eigendommen als onderdeel van de sluiting van de Huizhou fabriek (China) (€ -13,3 miljoen), het aanleggen van milieuprovisie in België (€ -8,3 miljoen) en herstructureringskosten in Maleisië en Costa Rica (€ -4,7 miljoen).
De winsten en verliezen op afgestoten activiteiten waren in 2018 gerelateerd aan de verkoop van de droogsysteem-activiteiten.
De sectie 'Overige' van de 'Andere bedrijfsopbrengsten' bevatten, zowel in 2018 als in 2019, eenmalige meevallers bij het sluiten van regelingen voor personeelsbeloningen.
De volgende tabellen combineren de gerapporteerde en onderliggende resultaten en geven een analyse van de eenmalige elementen per categorie (zoals gedefinieerd in toelichting 2.6. 'Alternatieve prestatiemaatstaven), operationele segmenten en elementen in de winst-en verliesrekening.
| 2018 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| EBIT gerapporteerd en onderliggend in duizend € |
gerapporteerd | waarvan onderliggend |
waarvan eenmalige elementen |
gerapporteerd | waarvan onderliggend |
waarvan eenmalige elementen |
| Omzet | 4 305 269 | 4 305 269 | - | 4 322 450 | 4 322 450 | - |
| Kostprijs van verkopen | -3 778 660 | -3 720 317 | -58 343 | -3 795 320 | -3 734 464 | -60 856 |
| Marge op omzet | 526 609 | 584 952 | -58 343 | 527 131 | 587 986 | -60 856 |
| Commerciële kosten | -179 651 | -178 254 | -1 397 | -188 606 | -182 692 | -5 914 |
| Administratieve kosten | -167 346 | -148 787 | -18 559 | -127 676 | -118 467 | -9 208 |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | -65 368 | -63 559 | -1 809 | -70 729 | -61 963 | -8 766 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 72 578 | 27 463 | 45 115 | 27 655 | 27 096 | 559 |
| Andere bedrijfskosten | -39 942 | -11 675 | -28 267 | -12 758 | -10 052 | -2 706 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 146 880 | 210 140 | -63 260 | 155 017 | 241 909 | -86 891 |
| Eenmalige elementen 2019 | Kostprijs van |
Commer ciële |
Admini stratieve |
Onderzoek en | Andere bedrijfs |
Andere bedrijfs |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | verkopen | kosten | kosten | ontwikkeling | opbrengsten | kosten | Totaal |
| Herstructureringsprogramma's per segment | |||||||
| Rubberversterking 1 | -15 017 | -39 | -31 | - | 0 | -12 | -15 099 |
| Staaldraadtoepassingen 2 | -20 025 | -1 322 | -672 | - | 167 | -1 378 | -23 230 |
| Specialty Businesses 3 | -12 846 | -2 596 | -66 | -226 | 69 | -633 | -16 297 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group | |||||||
| (BBRG) | -3 176 | -30 | -1 414 | - | - | -35 | -4 655 |
| Groep 4 | -5 933 | -1 894 | -6 588 | -8 440 | 322 | -599 | -23 132 |
| Totaal | |||||||
| herstructureringsprogramma's | -56 997 | -5 881 | -8 771 | -8 666 | 559 | -2 657 | -82 413 |
| Bijzondere waardeverminderingen/ (terugdraai van bijzondere waardeverminderingen) behalve i.v.m. herstructurering Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) |
2 247 | - | - | - | - | - | 2 247 |
| Totaal andere bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen/ | |||||||
| (terugdraai van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen) | 2 247 | - | - | - | - | - | 2 247 |
| Milieuprovisies/ (terugdraai van provisies) |
|||||||
| Staaldraadtoepassingen | 322 | - | - | - | - | - | 322 |
| Totaal milieuprovisies/ | |||||||
| (terugdraai van provisies) | 322 | - | - | - | - | - | 322 |
| Andere gebeurtenissen en transacties |
|||||||
| Rubberversterking 5 | -2 387 | - | - | - | - | - | -2 387 |
| Staaldraadtoepassingen 6 | -2 503 | - | - | - | - | - | -2 503 |
| Specialty Businesses 6 | -1 538 | - | - | -100 | - | - | -1 638 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) |
- | - | -215 | - | - | -49 | -265 |
| Groep | - | -32 | -222 | - | - | - | -254 |
| Totaal andere gebeurtenissen en | |||||||
| transacties | -6 428 | -32 | -437 | -100 | - | -49 | -7 046 |
| Totaal | -60 856 | -5 914 | -9 208 | -8 766 | 559 | -2 706 | -86 891 |
1 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen van activa als gevolg van de herstructurering in Noord-Amerika.
2 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen van activa als gevolg van de herstructurering in Maleisië, Noord-Amerika en België.
3 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen van activa als gevolg van de sluiting van de fabriek in Moen (België).
4 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten als gevolg van de herstructurering in België.
5 Had voornamelijk betrekking op operationele verliezen en kosten opgelopen tijdens onderhandelingen over arbeidsovereenkomsten in Bekaert Sardegna (Italië).
6 Had voornamelijk betrekking op de impact van de langzaamaanacties in België.
| Kostprijs | Commer | Admini | Andere | Andere | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eenmalige elementen 2018 | van | ciële | stratieve | Onderzoek en | bedrijfs | bedrijfs | |
| in duizend € | verkopen | kosten | kosten | ontwikkeling | opbrengsten | kosten | Totaal |
| Herstructureringsprogramma's per segment | |||||||
| Rubberversterking 1 | -28 384 | 16 | -1 328 | - | 18 280 | -13 342 | -24 758 |
| Staaldraadtoepassingen | -6 878 | -535 | -298 | - | 12 533 | -3 007 | 1 815 |
| Specialty Businesses | -15 890 | -67 | -309 | - | - | -2 229 | -18 495 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group | |||||||
| (BBRG) | -7 077 | - | -7 586 | - | 2 156 | -577 | -13 084 |
| Groep | -420 | -810 | -5 763 | -1 317 | 8 680 | -8 315 | -7 945 |
| Intersegment | - | - | - | - | -36 | - | -36 |
| Totaal | |||||||
| herstructureringsprogramma's 2 | -58 649 | -1 397 | -15 284 | -1 317 | 41 613 | -27 470 | -62 504 |
| Bijzondere waardeverminderingen/ (terugdraai van bijzondere waardeverminderingen) behalve i.v.m. herstructurering |
|||||||
| Specialty Businesses 3 | - | - | - | -40 153 | - | - | -40 153 |
| Intersegment 3 | - | - | - | 39 660 | - | - | 39 660 |
| Totaal andere bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen/ | |||||||
| (terugdraai van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen) | - | - | - | -492 | - | - | -492 |
| Afstoting van activiteiten | |||||||
| Groep (Droogsysteem | |||||||
| activiteiten) | - | - | - | - | 1 478 | -317 | 1 161 |
| Totaal afstoting van activiteiten | - | - | - | - | 1 478 | -317 | 1 161 |
| Milieuprovisies/ (terugdraai van provisies) |
|||||||
| Groep | - | - | - | - | 1 511 | -89 | 1 422 |
| Totaal milieuprovisies/ | |||||||
| (terugdraai van provisies) | - | - | - | - | 1 511 | -89 | 1 422 |
| Andere gebeurtenissen en transacties |
|||||||
| Rubberversterking | 306 | - | - | - | - | - | 306 |
| Staaldraadtoepassingen | - | - | -141 | - | 38 | - | -103 |
| Specialty Businesses | - | - | - | - | - | -378 | -378 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group | |||||||
| (BBRG) | - | - | -114 | - | 114 | -14 | -14 |
| Groep | - | - | -3 019 | - | 361 | - | -2 659 |
| Totaal andere gebeurtenissen en | |||||||
| transacties | 306 | - | -3 275 | - | 513 | -392 | -2 847 |
| Totaal | -58 343 | -1 397 | -18 559 | -1 809 | 45 115 | -28 267 | -63 260 |
1 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen van activa als gevolg van de sluiting van de fabrieken in Figline (Italië) en Huizhou (China).
2 Herstructurering - andere bedrijfsopbrengsten (€ 41,6 miljoen) en Herstructurering - andere bedrijfskosten (€ -27,5 miljoen) worden beschreven in het gerelateerde deel omtrent 'Andere bedrijfsopbrengsten' en 'Andere bedrijfskosten'.
3 Had betrekking op een bijzondere waardevermindering van immateriële activa die op segmentniveau was opgenomen volgend op een intragroepstransactie die in 2017 werd uitgevoerd.
De onderstaande tabel levert bijkomende informatie over de toewijzing van de voornaamste componenten van het bedrijfsresultaat (EBIT) per aard van de opbrengsten en kosten.
| in duizend € | 2018 | % op omzet | 2019 | % op omzet |
|---|---|---|---|---|
| Omzet | 4 305 269 | 100% | 4 322 450 | 100% |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 72 578 | - | 27 655 | - |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 4 377 847 | - | 4 350 106 | - |
| Zelfgeproduceerde materiële vaste activa | 56 561 | 1,3% | 21 946 | 0,5% |
| Grondstoffen | -1 766 663 | -41,0% | -1 668 930 | -38,6% |
| Halfproducten en handelsgoederen | -396 145 | -9,2% | -337 144 | -7,8% |
| Voorraadwijziging goederen in bewerking en gereed product | 114 023 | 2,6% | -81 658 | -1,9% |
| Personeelskosten | -820 369 | -19,1% | -861 117 | -19,9% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -218 173 | -5,1% | -229 069 | -5,3% |
| Bijzondere waardeverminderingen | -21 451 | -0,5% | -19 202 | -0,4% |
| Vervoer- en verhandelingskosten gereed product | -191 010 | -4,4% | -182 697 | -4,2% |
| Hulpstoffen en wisselstukken | -270 977 | -6,3% | -241 698 | -5,6% |
| Kosten voor nutsvoorzieningen | -256 305 | -6,0% | -259 727 | -6,0% |
| Onderhouds- en herstellingskosten | -68 813 | -1,6% | -65 435 | -1,5% |
| Leasing en gerelateerde kosten | -31 426 | -0,7% | -9 883 | -0,2% |
| Commissies in commerciële kosten | -7 722 | -0,2% | -8 120 | -0,2% |
| Douane en accijnzen | -31 307 | -0,7% | -11 928 | -0,3% |
| ICT-kosten | -41 364 | -1,0% | -39 363 | -0,9% |
| Reclame- en promotiekosten | -10 820 | -0,3% | -6 715 | -0,2% |
| Reis-, restaurant- en hotelkosten | -27 990 | -0,7% | -24 005 | -0,6% |
| Consultancy en overige honoraria | -44 965 | -1,0% | -29 956 | -0,7% |
| Kantoorbenodigdheden en -uitrusting | -10 204 | -0,2% | -9 110 | -0,2% |
| Durfkapitaalfondsen O&O | -1 414 | 0,0% | -1 974 | 0,0% |
| Tijdelijke of externe personeelskosten | -36 613 | -0,9% | -31 907 | -0,7% |
| Verzekeringskosten | -7 357 | -0,2% | -8 762 | -0,2% |
| Diverse bedrijfskosten | -140 463 | -3,3% | -88 636 | -2,1% |
| Totaal bedrijfskosten | -4 230 967 | -98,3% | -4 195 089 | -97,1% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 146 880 | 3,4% | 155 017 | 3,6% |
De bijzondere waardeverminderingen hebben voornamelijk betrekking op de herstructureringsprogramma's in Noord-Amerika, Maleisië en België. De afschrijvingen en waardeverminderingen omvatten waardeverminderingen / (terugnemingen van waardeverminderingen) op voorraden en handelsvorderingen.
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Renteopbrengsten van financiële activa niet geclassificeerd als tegen RWVR | 3 035 | 2 841 |
| Renteopbrengsten | 3 035 | 2 841 |
| Rentelasten van financiële verplichtingen niet geclassificeerd als tegen RWVR | -73 941 | -56 072 |
| Overige schuldgerelateerde rentelasten | -10 025 | -8 839 |
| Schuldgerelateerde rentelasten | -83 966 | -64 911 |
| Rentegedeelte van verdisconteerde voorzieningen | -4 024 | -4 255 |
| Rentelasten | -87 990 | -69 166 |
| Totaal | -84 955 | -66 324 |
De daling van de rentelasten was hoofdzakelijk het gevolg van de herfinanciering van de BBRG-schuld in oktober 2018 die de gemiddelde rentevoet op de totale nettoschuld deed dalen van 3,55% (voor herfinanciering) naar 2,14% per jaareinde 2018 en die op hetzelfde niveau bleef op jaareinde 2019.
Rentelasten van financiële verplichtingen niet geclassificeerd als tegen RWvR hebben betrekking op alle schuldinstrumenten van de Groep, andere dan renterisicobeperkende derivaten aangemerkt als economische afdekkingen.
In het rentegedeelte van verdisconteerde voorzieningen, had € -4,1 miljoen (2018: € -3,5 miljoen) betrekking op de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (zie toelichting 6.16. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen') en had € -0,2 miljoen (2018: € -0,6 miljoen) betrekking op overige voorzieningen (zie toelichting 6.17. 'Overige voorzieningen').
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Waardeaanpassingen van derivaten | 22 071 | 1 241 |
| Wisselresultaten op afgedekte posities | -18 674 | -5 162 |
| Nettoimpact van derivaten en afgedekte posities | 3 398 | -3 921 |
| Overige wisselresultaten | -4 366 | -9 071 |
| Waardeaanpassingen op financiële schulden aangemerkt tegen reële waarde via het | ||
| resultaat | -1 900 | - |
| Effecten van inflatieboekhouden | -1 538 | - |
| Winsten & verliezen op verkoop van financiële vaste activa | - | -21 |
| Winsten en verliezen uit de afwikkeling van financiële schulden | -12 080 | - |
| Dividenden van niet-geconsolideerde deelnemingen | 536 | 543 |
| Bankkosten en heffingen op financiële transacties | -7 692 | -4 015 |
| Bijzondere waardeverminderingen op overige vorderingen | -1 253 | -524 |
| Overige | -652 | -1 362 |
| Totaal | -25 547 | -18 371 |
Waardeaanpassingen omvatten de wijzigingen in reële waarde van alle derivaten die niet als kasstroomafdekkingen worden aangemerkt. Wisselresultaten op afgedekte posities hebben ook enkel betrekking op economische afdekkingen. De hier getoonde nettoimpact van derivaten en afgedekte posities omvat geen effecten die opgenomen werden in andere rubrieken van de winst-en-verliesrekening zoals rentelasten, kostprijs van verkopen of andere bedrijfsopbrengsten en -kosten. Voor meer details betreffende de impact van derivaten en afgedekte posities, zie toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
Waardeaanpassingen van derivaten bevatten een reëlewaardewinst van € 2,6 miljoen in 2019 (2018: winst van € 17,3 miljoen), waarvan € 2,5 miljoen betrekking had op een overeenkomst tot virtuele aankoop van energie en € 0,1 miljoen was gerelateerd aan de conversieoptie vervat in de converteerbare obligatielening uitgegeven in juni 2016 (zie de sectie 'Financiële instrumenten volgens de hiërarchie van reëlewaardebepalingen' in toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten').
In 2018 was het verlies uit de afwikkeling van financiële schulden van € -12,1 miljoen gerelateerd aan de terugbetaling van de BBRG-leningen A en B die werden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. In 2018 was de stijging in bankkosten en heffingen op financiële transacties het gevolg van vergoedingen en belastingen in het kader van de BBRG-schuldherfinanciering en de uitkoop door Bekaert van Ontario Teachers' Pension Plan's minderheidsbelangen in BBRG. De bankkosten en heffingen op financiële transacties bevatten eveneens de kosten gelinkt aan de factoring-overeenkomsten.
Alle dividenden van niet-geconsolideerde deelnemingen hebben betrekking op deelnemingen die zijn aangehouden tot op balansdatum aangezien er geen aandelen zijn verkocht gedurende het jaar. In 2018 hadden de effecten van inflatieboekhouden betrekking op de Venezolaanse activiteiten. Sinds 1 januari 2019 heeft management geoordeeld dat de Venezolaanse bolivar soberano niet langer de functionele valuta was voor Vicson SA en InverVicson SA, maar dat de US dollar dat was. De toepassing van inflatieboekhouden werd dan ook stopgezet vanaf 2019.
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Verschuldigde belastingen over het lopend jaar | -65 266 | -56 828 |
| Verschuldigde belastingen over de voorbije jaren | -270 | 377 |
| Uitgestelde belastingen - wegens wijzigingen in tijdelijke verschillen | -15 248 | -7 630 |
| Uitgestelde belastingen - wegens wijzigingen in belastingvoeten | -50 | -1 203 |
| Uitgestelde belastingen - aanpassingen inzake overgedragen verliezen van voorbije jaren | -974 | -3 950 |
| Uitgestelde belastingen - aanwending van voorheen niet-opgenomen uitgestelde | ||
| belastingvorderingen | 23 343 | 18 153 |
| Totale belastinglast | -58 465 | -51 081 |
In onderstaande tabel wordt de winst vóór belastingen getoond als resultaat vóór belastingen.
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen | 36 378 | 70 322 |
| Belastinglast op resultaten van fiscale entiteiten tegen de theoretische lokale | ||
| belastingvoet van de betrokken landen | -18 044 | -20 654 |
| Theoretische belastingvoet 1 | -49,6% | -29,4% |
| Belastingimpact van: | ||
| Fiscaal niet-aftrekbare uitgaven | -12 801 | -11 684 |
| Verworpen intrestkosten 2 | -10 379 | -4 214 |
| Andere belastingvoeten en speciale belastingregimes 3 | 12 427 | 16 381 |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen 4 | -44 881 | -35 287 |
| Aanwending of opname van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belasting | ||
| vorderingen 5 | 23 343 | 18 153 |
| Uitgestelde belastingen wegens wijzigingen in belastingvoeten | -50 | -1 203 |
| Belastingen met betrekking tot voorgaande jaren | -1 244 | -3 573 |
| Fiscaal vrijgestelde inkomsten | 254 | 10 |
| Roerende voorheffing i.v.m. dividenden, royalty's, rente en diensten | -11 478 | -14 085 |
| Overige 6 | 4 388 | 5 075 |
| Totale belastinglast | -58 465 | -51 081 |
| Werkelijke belastingvoet | -160,7% | -72,6% |
1 De theoretische belastingvoet wordt berekend als een gewogen gemiddelde. De belastingvoet in 2019 is niet vergelijkbaar met deze van 2018 als gevolg van een combinatie van positieve en negatieve resultaten vóór belastingen in verschillende landen met verschillende belastingvoeten.
2 De verworpen intrestkosten hebben vooral betrekking op BBRG in het Verenigd Koninkrijk. In 2018 was het effect aanzienlijk hoger dan in 2019 als gevolg van eenmalige verlengingsvergoedingen die inzake belastingen als intresten beschouwd worden.
3 In 2019 hadden de speciale belastingregimes vooral betrekking op belastingstimulansen in België en Nederland, terwijl in 2018 vooral België, Nederland, Australië en Maleisië bijdroegen.
4 In 2019 hadden niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen voornamelijk betrekking op overgedragen verliezen in België, Canada, China, Costa Rica, Duitsland, Maleisië en de Verenigde Staten, terwijl in 2018 dit vooral betrekking had op bijzondere waardeverminderingen op activa van de zaagdraadactiviteiten in China en overgedragen verliezen in Brazilië, Chili, China, Costa Rica, Duitsland, Maleisië en het Verenigd Koninkrijk.
5 In 2019 was de beweging vooral een gevolg van gebruik van overgedragen verliezen en opname van uitgestelde belastingvorderingen, terwijl in 2018 de aanwending vooral betrekking had op een eenmalige verkoop van materiële vaste activa.
6 Zowel in 2019 als in 2018 heeft dit vooral te maken met aanpassingen van voorzieningen voor onzekere belastingposities.
In 2019 reflecteerde het aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde deelnemingen betere prestaties van de Staaldraadtoepassingen en Rubberversterking activiteiten. Er was geen opmerkelijk effect van de wisselkoersschommelingen tussen de Braziliaanse real en de euro. Aanvullende informatie met betrekking tot de Braziliaanse joint ventures wordt verstrekt onder toelichting 6.5. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
| in duizend € | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|
| Joint ventures | |||
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 20 012 | 23 326 |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazilië | 4 878 | 5 751 |
| Servicios Ideal AGF Inttegra Cía Ltda | Ecuador | -15 | -119 |
| Totaal | 24 875 | 28 959 |
| Aantal | |
|---|---|
| 56 514 831 | |
| 72 433 | |
| - | |
| 56 587 264 | |
| Na | ||
|---|---|---|
| Basis | verwaterings | |
| in duizend € | berekening | effect |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan gewone aandeelhouders | 41 329 | 41 329 |
| Effect van converteerbare obligatieleningen 1 | - | - |
| Winst | 41 329 | 41 329 |
| Winst per aandeel (in €) | 0,731 | 0,730 |
1 Niet te vermelden als het effect van de converteerbare obligatie antidilutief is, d.i. als het effect zodanig is dat het de EPS-ratio zou verbeteren (zie verder).
| 56 453 134 |
|---|
| 156 297 |
| 7 485 675 |
| 64 095 106 |
| Na | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Basis berekening |
verwaterings effect |
|
| Perioderesultaat toerekenbaar aan gewone aandeelhouders | 39 768 | 39 768 | |
| Effect van converteerbare obligatieleningen 1 | - | -7 254 | |
| Winst | 39 768 | 32 514 | |
| Winst per aandeel (in €) | 0,704 | 0,507 |
1 Niet te vermelden als het effect van de converteerbare obligatie antidilutief is, d.i. als het effect zodanig is dat het de EPS-ratio zou verbeteren (zie verder).
De winst per aandeel (earnings per share, 'EPS') is het bedrag van de winst na belastingen toewijsbaar aan elk aandeel. De basisberekening van de winst per aandeel komt overeen met het resultaat van de periode toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert gedeeld door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen gedurende het jaar. De winst per aandeel na verwateringseffect weerspiegelt de verbintenissen van de Groep tot het uitgeven van aandelen in de toekomst. Daartoe behoren in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde plannen (inschrijvingsrechten, opties, prestatieaandelen en matching shares, zie toelichting 6.13. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen') en mogelijks de afwikkeling van de converteerbare obligatielening. Inschrijvingsrechten, opties en andere op aandelen gebaseerde regelingen zijn slechts dilutief in de mate dat hun uitoefenprijs lager is dan de gemiddelde slotkoers van de periode, waarbij in de uitoefenprijs ook de reële waarde van nog te leveren diensten tijdens de resterende wachtperiode is inbegrepen. Voorwaardelijke uit te geven aandelen (bijv. prestatieaandelen) zijn alleen dilutief als aan de voorwaarden is voldaan op balansdatum. Het verwateringseffect van op aandelen gebaseerde regelingen beperkt zich tot het gewogen gemiddeld aantal aandelen op te nemen in de noemer van de EPS-ratio; er is geen effect op de winst op te nemen in de teller van de EPS-ratio. De converteerbare obligatielening heeft meestal een effect op zowel de noemer als de teller van de EPS-ratio. Het verwateringseffect van de converteerbare obligatielening op de winst (op te nemen in de teller van de EPS-ratio) bestaat uit het terugdraaien van alle opbrengsten en kosten die direct verband houden met de converteerbare obligatielening en die de 'basis'-winst voor de periode beïnvloed hebben. Volgende elementen van de winst-en-verliesrekening werden beïnvloed door de converteerbare obligatielening:
Om de impact van verwatering te berekenen, wordt er verondersteld dat alle potentieel dilutieve aandelen werden uitgeoefend bij het begin van de periode, of, als de instrumenten uitgegeven werden gedurende de periode, op uitgiftedatum. Bekaert heeft de keuze om het notioneel bedrag van de obligaties terug te betalen in aandelen of in cash, maar elke koersstijging van het aandeel boven de conversieprijs moet geconverteerd worden in aandelen. Bekaert heeft een call-optie wanneer de aandelenkoers de conversieprijs met 30% overstijgt, waardoor het aantal te converteren aandelen gelimiteerd is tot 1,7 miljoen. Het management is niet van plan om het notioneel bedrag af te wikkelen in aandelen en heeft reeds voldoende aandelen laten inkopen om de calloptie af te dekken. Dit belet niet dat, conform IAS 33 'Winst per aandeel', het aantal toe te voegen in de noemer gelijkstaat met de 7,5 miljoen potentiële aandelen die overeenkomen met het notioneel bedrag van de obligatielening gedeeld door de conversieprijs. Dit resulteert in een totaal verwateringseffect van € -0,001 per aandeel (2018: € -0,197) dat volledig verband houdt met de op aandelen gebaseerde regelingen (2018: € -0,002). De converteerbare obligatielening was anti-dilutief in 2019 aangezien het effect de winst per aandeel na verwatering deed verbeteren (2018: € -0,195).
De gemiddelde slotkoers tijdens 2019 was € 23,96 per aandeel (2018: € 28,21 per aandeel). Volgende tabel toont alle antidilutieve instrumenten tijdens de verslagperiode. Opties en inschrijvingsrechten waren out of the money aangezien de uitoefenprijs hoger lag dan de gemiddelde slotkoers, terwijl prestatieaandelen antidilutief waren doordat de prestatiedoelstelling niet was voldaan.
| Niet-dilutieve instrumenten | Datum van toekenning |
Uitoefenprijs | Aantal | Aantal uitstaand |
|---|---|---|---|---|
| (in €) | toegekend | |||
| SOP2 - opties | 19.02.2007 | 30,175 | 37 500 | 10 000 |
| SOP2 - opties | 18.02.2008 | 28,335 | 30 630 | 19 320 |
| SOP 2005-2009 - inschrijvingsrechten | 19.02.2007 | 30,175 | 153 810 | 8 970 |
| SOP 2005-2009 - inschrijvingsrechten | 18.02.2008 | 28,335 | 215 100 | 54 850 |
| SOP 2010-2014 - opties | 14.02.2011 | 77,000 | 360 925 | 295 725 |
| SOP 2010-2014 - opties | 20.02.2012 | 25,140 | 287 800 | 54 100 |
| SOP 2010-2014 - opties | 17.02.2014 | 25,380 | 373 450 | 182 800 |
| SOP 2010-2014 - opties | 16.02.2015 | 26,055 | 349 810 | 309 300 |
| SOP 2015-2017 - opties | 15.02.2016 | 26,375 | 227 250 | 221 250 |
| SOP 2015-2017 - opties | 13.02.2017 | 39,430 | 273 325 | 268 450 |
| SOP 2015-2017 - opties | 20.02.2018 | 38,137 | 225 475 | 221 975 |
| PSP 2015-2017 - prestatieaandelen | 21.12.2017 | - | 55 250 | 50 950 |
| Licenties, | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| patenten en | Gebruiks | |||||
| Aanschaffingswaarde in duizend € |
soortgelijke rechten |
Computer software |
recht terreinen |
Commer ciële activa |
Overige | Totaal |
| Per 1 januari 2018 | 23 702 | 85 116 | 70 578 | 54 023 | 15 679 | 249 098 |
| Aanschaffingen | - | 4 507 | 1 | - | - | 4 508 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - | -787 | -14 777 | - | -7 | -15 571 |
| Overdrachten 1 | - | -190 | - | 1 200 | -1 001 | 9 |
| Herclassificering als (-) / uit | ||||||
| aangehouden voor verkoop | - | -4 | 9 618 | - | - | 9 614 |
| Uit consolidatie genomen | -73 | -1 001 | - | -19 | - | -1 093 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||
| -verliezen (-) | -43 | 147 | -175 | -152 | -205 | -427 |
| Per 31 december 2018 | 23 587 | 87 787 | 65 246 | 55 053 | 14 466 | 246 138 |
| Per 1 januari 2019 | 23 587 | 87 787 | 65 246 | 55 053 | 14 466 | 246 138 |
| Aanschaffingen | 30 | 4 331 | - | - | - | 4 361 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -963 | -15 | - | - | -91 | -1 069 |
| Overdrachten 1 | 782 | -655 | -65 246 | -1 183 | 1 230 | -65 072 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||
| -verliezen (-) | 338 | 200 | - | 2 539 | 603 | 3 680 |
| Per 31 december 2019 | 23 773 | 91 649 | - | 56 408 | 16 208 | 188 037 |
| waardeverminderingen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2018 | 12 461 | 70 725 | 14 778 | 12 412 | 13 505 | 123 881 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 322 | 4 158 | 1 285 | 1 928 | 866 | 9 559 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 492 | 58 | - | - | - | 550 |
| Terugname van bijzondere | ||||||
| waardeverminderingen en | ||||||
| afschrijvingen | - | - | -101 | - | - | -101 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - | -778 | -2 148 | - | -8 | -2 934 |
| Uit consolidatie genomen | -37 | -983 | - | - | -19 | -1 039 |
| Overdrachten1 | - | - | - | 211 | -211 | - |
| Herclassificering als (-) / uit | ||||||
| aangehouden voor verkoop | - | -4 | 1 528 | - | - | 1 523 |
| Omrekeningswinsten (-) en | ||||||
| -verliezen | 0 | 143 | -33 | 177 | -92 | 195 |
| Per 31 december 2018 | 14 239 | 73 318 | 15 309 | 14 729 | 14 041 | 131 636 |
| Per 1 januari 2019 | 14 239 | 73 318 | 15 309 | 14 729 | 14 041 | 131 636 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 622 | 4 511 | - | 3 584 | 800 | 10 517 |
| Terugname van bijzondere | ||||||
| waardeverminderingen en | ||||||
| afschrijvingen | - | -223 | - | - | - | -223 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -337 | -12 | - | - | -91 | -440 |
| Overdrachten 1 | - | - | -15 309 | -466 | 466 | -15 309 |
| Omrekeningswinsten (-) en | ||||||
| -verliezen | 334 | 136 | - | 641 | 480 | 1 591 |
| Per 31 december 2019 | 15 859 | 77 730 | 0 | 18 487 | 15 696 | 127 772 |
| Nettoboekwaarde | ||||||
| per 31 december 2018 | 9 347 | 14 469 | 49 937 | 40 324 | 424 | 114 502 |
| Nettoboekwaarde | ||||||
| per 31 december 2019 | 7 914 | 13 919 | - | 37 921 | 512 | 60 266 |
1 Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van 'Immateriële activa' en 'Materiële vaste activa' (zie toelichting 6.3.) en 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa' (zie toelichting 6.4.) worden opgeteld.
De aanschaffingen van software hadden voornamelijk betrekking op bijkomende licenties en kosten voor het implementeren van het MES project (Manufacturing Excellence System), het GRC project (Governance, Risk & Compliance), twee automatisatie pilootprojecten in de productie-omgeving en ERP software (SAP) in het algemeen.
Bij de toepassing van IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' werden vroeger verworven gebruiksrechten op terreinen ondergebracht onder de nieuwe balansrubriek 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa' (zie toelichting 6.4.).
Op balansdatum waren er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur.
Deze toelichting behelst hoofdzakelijk goodwill op verwerving van dochterondernemingen. Goodwill met betrekking tot joint ventures en geassocieerde ondernemingen zit vervat in toelichting 6.5. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen.'
| Aanschaffingswaarde | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 | |
| Per 1 januari | 168 131 | 154 192 | |
| Uit consolidatie genomen | -13 176 | - | |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) | -763 | 832 | |
| Per 31 december | 154 192 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen | |||
| in duizend € | 2018 | 2019 | |
| Per 1 januari | 18 236 | 4 937 | |
| Uit consolidatie genomen | -13 176 | - | |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen | -123 | 303 | |
| Per 31 december | 4 937 | 5 240 | |
| Nettoboekwaarde per 31 december | 149 255 | 149 784 |
De goodwill verworven ten gevolge van een bedrijfscombinatie wordt bij acquisitie toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden waarvan verwacht wordt dat zij voordeel zullen halen uit deze bedrijfscombinatie. De nettoboekwaarde van de goodwill en de eraan verbonden bewegingen van de periode zijn als volgt toegewezen:
| 2018 in duizend € |
Groep van kasstroomgenererende eenheden |
Nettoboek waarde per 1 januari |
Toename | Bijzondere waardever mindering |
Omrekenings verschillen |
Nettoboek waarde per 31 december |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dochterondernemingen | ||||||
| SWS | Bekaert Bradford UK Ltd | 2 523 | - | - | -21 | 2 502 |
| SB | Verbrandingstechnologie - | |||||
| verwarming EMEA | 3 027 | - | - | - | 3 027 | |
| SB | Bouwproducten | 71 | - | - | - | 71 |
| RR | Rubberversterkingsproducten | 4 255 | - | - | - | 4 255 |
| SWS | Productie-eenheid Orrville | |||||
| (USA) | 9 781 | - | - | 464 | 10 245 | |
| SWS | Inchalam-groep | 861 | - | - | -62 | 799 |
| SWS | Bekaert Ideal SL | |||||
| vennootschappen | 844 | - | - | - | 844 | |
| SWS | Bekaert (Qingdao) Wire | |||||
| Products Co Ltd | 385 | - | - | - | 385 | |
| SWS | Bekaert Jiangyin Wire | |||||
| Products Co Ltd | 47 | - | - | - | 47 | |
| BBRG | BBRG | 128 101 | - | - | -1 021 | 127 080 |
| Subtotaal | 149 895 | - | - | -640 | 149 255 | |
| Joint ventures en geassocieerde | ||||||
| ondernemingen | ||||||
| SWS | Belgo Bekaert Arames Ltda | 3 783 | - | - | -401 | 3 382 |
| RR | BMB-Belgo Mineira Bekaert | |||||
| Artefatos de Arame Ltda | 2 313 | - | - | -245 | 2 068 | |
| Subtotaal | 6 096 | - | - | -646 | 5 450 | |
| Totaal | 155 991 | - | - | -1 286 | 154 705 |
| 2019 in duizend € |
Groep van kasstroomgenererende eenheden |
Nettoboek waarde per 1 januari |
Toename | Bijzondere waardever mindering |
Omrekenings verschillen |
Nettoboek waarde per 31 december |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dochterondernemingen | ||||||
| SWS | Bekaert Bradford UK Ltd | 2 502 | - | - | 129 | 2 631 |
| SB | Verbrandingstechnologie - verwarming EMEA |
3 027 | - | - | - | 3 027 |
| SB | Bouwproducten | 71 | - | - | - | 71 |
| RR | Rubberversterkingsproducten | 4 255 | - | - | - | 4 255 |
| SWS | Productie-eenheid Orrville (USA) |
10 245 | - | - | 197 | 10 442 |
| SWS | Inchalam-groep | 799 | - | - | -49 | 750 |
| SWS | Bekaert Ideal SL vennootschappen |
844 | - | - | - | 844 |
| SWS | Bekaert (Qingdao) Wire Products Co Ltd |
385 | - | - | - | 385 |
| SWS | Bekaert Jiangyin Wire Products Co Ltd |
47 | - | - | - | 47 |
| BBRG | BBRG | 127 080 | - | - | 252 | 127 332 |
| Subtotaal | 149 255 | - | - | 529 | 149 784 | |
| Joint ventures en geassocieerde | ||||||
| ondernemingen | ||||||
| SWS | Belgo Bekaert Arames Ltda | 3 382 | - | - | -54 | 3 328 |
| RR | BMB-Belgo Mineira Bekaert | |||||
| Artefatos de Arame Ltda | 2 068 | - | - | -33 | 2 035 | |
| Subtotaal | 5 450 | - | - | -87 | 5 363 | |
| Totaal | 154 705 | - | - | 443 | 155 148 |
In het model voor het toetsen op bijzondere waardevermindering van de goodwill voortvloeiend uit de BBRG-bedrijfscombinatie werden volgende karakteristieken verwerkt:
De disconteringsvoet is gebaseerd op de (langetermijn-)kapitaalkosten vóór belastingen en de risico's zitten ingebed in de kasstromen. Er wordt een gewogen gemiddelde kapitaalkost (weighted average cost of capital = WACC) bepaald voor de regio's waarin de euro, de US dollar en de Chinese renminbi de dominante valuta's zijn. Voor landen of activiteiten met een hoger ingeschat risico wordt de WACC opgetrokken met een risicopremie die specifek is voor dit land of deze activiteit. Na de verwerving van de belangen van Ontario Teachers' Pension Plan in BBRG door Bekaert en de herfinanciering van de financiële schulden van BBRG werd het toepassen van een risicopremie voor BBRG in vergelijking met de algemene businesscontext van de Groep niet langer correct bevonden. De WACC wordt bepaald vóór belastingen omdat de relevante kasstromen ook vóór belastingen bepaald worden. De weging van kapitaalkosten voor schulden en eigen vermogen is gebaseerd op een streefcijfer van 50% gearing (nettoschuld in verhouding tot het eigen vermogen). Voor kasstroommodellen die in reële termen uitgedrukt zijn (zonder inflatie), wordt de nominale WACC aangepast voor de verwachte inflatievoet. Voor kasstroommodellen die in nominale termen uitgedrukt zijn wordt de nominale WACC gebruikt. Alle parameters die de berekening van de disconteringsvoeten beïnvloeden, worden minstens jaarlijks herzien.
| Disconteringsvoeten voor toetsen op bijzondere waardevermindering 2019 |
EUR-regio | USD-regio | CNY-regio | |
|---|---|---|---|---|
| Streefcijfers voor de Groep | ||||
| Gearing: nettoschuld / eigen vermogen | 50% | |||
| % schulden | 33% | |||
| % eigen vermogen | 67% | |||
| % langetermijnschulden | 75% | |||
| % kortetermijnschulden | 25% | |||
| Schuldkost voor Bekaert | 1,4% | 3,5% | 5,0% | |
| Langetermijnrentevoet | 1,7% | 3,9% | 5,1% | |
| Kortetermijnrentevoet | 0,5% | 2,3% | 4,6% | |
| Eigenvermogenkost voor Bekaert | ||||
| (na belastingen) | = Rf + β . Em | 7,7% | 9,5% | 12,8% |
| Risicovrije rentevoet = Rf | -0,2% | 1,6% | 4,9% | |
| Beta = β | 1,2 | |||
| Marktrisicopremie voor eigen vermogen = Em | 6,6% | |||
| Belastingvoet | 27% | |||
| Eigenvermogenkost vóór belastingen voor Bekaert | 10,6% | 13,1% | 17,6% | |
| Bekaert WACC - nominaal | 7,5% | 9,9% | 13,4% | |
| Verwachte inflatie | 1,7% | 1,8% | 2,9% | |
| Bekaert WACC in reële termen | 5,8% | 8,1% | 10,5% |
De bufferruimte voor bijzondere waardeverminderingen op de goodwill van BBRG, d.i. het overschot van de realiseerbare waarde tegenover de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid van BBRG, geschat op € 76,9 miljoen (2018: € 121,7 miljoen). Deze daling is voornamelijk het gevolg van het herziene actieplan na de aanstelling van een nieuwe divisie-CEO, gedeeltelijk gecompenseerd door het gebruik van een lagere WACC. Het management is overtuigd dat het herstelplan voor BBRG een ambitieus, evenwel een realistisch actieplan is om de beoogde resultaten te realiseren op voorwaarde dat alle initiatieven vervat in dit plan nauwgezet uitgevoerd en gerealiseerd worden. Op basis van de gegevens die op vandaag gekend zijn, zouden redelijkerwijs mogelijke veranderingen in de voornaamste veronderstellingen (waaronder de disconteringsvoet, de omzet- en marge-evolutie) geen aanleiding geven tot bijzondere waardeverminderingen voor kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill werd toegewezen. Bij wijze van voorbeeld geven de volgende scenario's de gevoeligheid van deze bufferruimte weer voor wijzigingen in de belangrijkste assumpties van het actieplan:
» Bij een gezamenlijk effect van een lagere omzet van 5%, een lagere marge van Onderliggende EBITDA ten opzichte van omzet van 0,5% en een hogere disconteringsvoet van 1% zou er een bijzondere waardevermindering ten belope van € 56,1 miljoen moeten genomen worden.
| Disconteringsvoeten voor toetsen op bijzondere | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| waardevermindering 2018 | EUR-regio | USD-regio | CNY-regio | ||
| Streefcijfers voor de Groep | |||||
| Gearing: nettoschuld / eigen vermogen | 50% | ||||
| % schulden | 33% | ||||
| % eigen vermogen | 67% | ||||
| % langetermijnschulden | 75% | ||||
| % kortetermijnschulden | 25% | ||||
| Schuldkost voor Bekaert | 2,0% | 3,9% | 5,4% | ||
| Langetermijnrentevoet | 2,4% | 4,5% | 5,6% | ||
| Kortetermijnrentevoet | 0,9% | 2,2% | 5,0% | ||
| Eigenvermogenkost voor Bekaert | |||||
| (na belastingen) | = Rf + β . Em | 8,3% | 10,6% | 12,5% | |
| Risicovrije rentevoet = Rf | 0,8% | 3,0% | 4,9% | ||
| Beta = β | 1,2 | ||||
| Marktrisicopremie voor eigen vermogen = Em | 6,3% | ||||
| Belastingvoet | 27% | ||||
| Eigenvermogenkost vóór belastingen voor Bekaert | 11,4% | 14,5% | 17,1% | ||
| Bekaert WACC - nominaal | 8,3% | 10,9% | 13,2% | ||
| Verwachte inflatie | 1,6% | 1,9% | 2,4% | ||
| Bekaert WACC in reële termen | 6,7% | 9,0% | 10,8% |
| Instal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| laties, | Overige | ||||||
| Terreinen | machines | Meubilair | materiële | ||||
| Aanschaffingswaarde | en | en | en rollend | Financiële | vaste | Activa in | |
| in duizend € | gebouwen | uitrusting | materieel | leasing | activa | aanbouw | Totaal |
| Per 1 januari 2018 | 1 113 229 | 2 681 797 | 101 692 | 10 922 | 11 170 | 184 349 | 4 103 159 |
| Aanschaffingen | 44 958 | 181 877 | 12 145 | 242 | 8 698 | -49 472 | 198 449 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -17 174 | -41 746 | -5 158 | 22 | -75 | -271 | -64 402 |
| Uit consolidatie genomen | -395 | -707 | -330 | - | - | -5 | -1 437 |
| Overdrachten1 | - | - | - | - | - | -9 | -9 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||||
| aangehouden voor verkoop | 16 727 | -57 | -19 | - | -480 | - | 16 172 |
| Omrekeningswinsten en | |||||||
| -verliezen (-) | -4 359 | 1 888 | -629 | -542 | -136 | -2 038 | -5 815 |
| Inflatie-effecten op de openingssaldi | 1 817 | 2 219 | 230 | - | - | - | 4 266 |
| Per 31 december 2018 | 1 154 803 | 2 825 271 | 107 931 | 10 645 | 19 178 | 132 554 | 4 250 382 |
| Per 1 januari 2019 | 1 154 803 | 2 825 271 | 107 931 | 10 645 | 19 178 | 132 554 | 4 250 382 |
| Aanschaffingen | 42 820 | 98 511 | 6 958 | - | 1 017 | -50 871 | 98 434 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -1 635 | -25 254 | -3 517 | - | -412 | -19 | -30 838 |
| Overdrachten1 | 1 417 | 1 250 | 61 | -10 645 | -2 658 | -173 | -10 748 |
| Omrekeningswinsten en | |||||||
| -verliezen (-) | 5 647 | 21 729 | 318 | - | 141 | 1 718 | 29 554 |
| Per 31 december 2019 | 1 203 052 | 2 921 507 | 111 751 | 0 | 17 266 | 83 209 | 4 336 784 |
| Per 1 januari 2018 | 533 783 | 1 973 056 | 81 082 | 1 620 | 4 332 | - | 2 593 874 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen van het boekjaar | 41 139 | 146 068 | 9 171 | 486 | 1 493 | - | 198 358 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 8 092 | 26 893 | 156 | - | - | - | 35 141 |
| Terugname van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen en | |||||||
| afschrijvingen | -9 845 | -4 321 | 43 | -71 | - | - | -14 193 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -6 104 | -39 657 | -4 909 | 22 | -12 | - | -50 660 |
| Uit consolidatie genomen | -186 | -595 | -255 | - | - | - | -1 035 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||||
| aangehouden voor verkoop | 16 727 | -57 | -19 | - | -2 | - | 16 650 |
| Omrekeningswinsten (-) en | |||||||
| -verliezen | 1 116 | 2 532 | -436 | -66 | -97 | - | 3 049 |
| Inflatie-effecten op de openingssaldi | 706 | 1 641 | 211 | - | - | - | 2 557 |
| Per 31 december 2018 | 585 428 | 2 105 560 | 85 045 | 1 993 | 5 714 | - | 2 783 740 |
| Per 1 januari 2019 | 585 428 | 2 105 560 | 85 045 | 1 993 | 5 714 | - | 2 783 740 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 42 998 | 134 269 | 9 113 | - | 813 | - | 187 193 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | 23 127 | 37 | - | - | - | 23 164 |
| Terugname van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen en | |||||||
| afschrijvingen | -410 | -3 352 | - | - | - | - | -3 762 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -470 | -21 890 | -3 263 | - | -442 | - | -26 064 |
| Overdrachten1 | 727 | - | - | -1 993 | -727 | - | -1 993 |
| Omrekeningswinsten (-) en | |||||||
| -verliezen | 3 647 | 14 057 | 303 | - | 98 | - | 18 106 |
| Per 31 december 2019 | 631 920 | 2 251 771 | 91 236 | -0 | 5 457 | - | 2 980 384 |
1 Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van 'Immateriële activa' (zie toelichting 6.1. 'Immateriële activa') en 'Recht-op-gebruik vaste activa' (zie toelichting 6.4. 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa') en materiële vaste activa worden opgeteld.
| in duizend € | Terreinen en gebouwen |
Instal laties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Financiële leasing |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Nettoboekwaarde per | |||||||
| 31 december 2018 vóór | |||||||
| investeringssubsidies en | |||||||
| herclassificering van leasing | 569 374 | 719 712 | 22 885 | 8 651 | 13 464 | 132 554 | 1 466 642 |
| Netto-investeringssubsidies | -5 701 | -1 493 | - | - | - | - | -7 194 |
| Financiële leasing per categorie van | |||||||
| activa | 6 534 | 1 730 | 387 | -8 651 | - | - | - |
| Nettoboekwaarde | |||||||
| per 31 december 2018 | 570 208 | 719 949 | 23 272 | - | 13 464 | 132 554 | 1 459 449 |
| Nettoboekwaarde per | |||||||
| 31 december 2019 vóór | |||||||
| investeringssubsidies en | |||||||
| herclassificering van leasing | 571 132 | 669 736 | 20 515 | 0 | 11 808 | 83 209 | 1 356 401 |
| Netto-investeringssubsidies | -5 313 | -1 432 | - | - | - | - | -6 744 |
| Financiële leasing per categorie van | |||||||
| activa 1 | - | - | - | - | - | - | - |
| Nettoboekwaarde | |||||||
| per 31 december 2019 | 565 820 | 668 305 | 20 515 | - | 11 808 | 83 209 | 1 349 656 |
1 Financiële leasing wordt vanaf 2019 gerapporteerd onder 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa' (zie toelichting 6.4.).
Investeringen in materiële vaste activa omvatten uitbreidingsprogramma's en technologische aanpassingen aan bestaande installaties in de ganse groep, maar hoofdzakelijk in Rubberversterking (in de fabrieken in EMEA, Noord-Amerika, Indië en Indonesië, als ook voor de opstart in Vietnam). In de Staaldraadtoepassingen vonden de investeringen voornamelijk plaats in Centraal-Europa, Noord-Amerika en Latijns-Amerika. In de Specialty Businesses werd geïnvesteerd in uitbreidingsprogramma's in Centraal-Europa en Indië (bouwproducten), in België (staalvezeltechnologieën) en in de 3 vestigingen van verbrandingstechnologie. Tenslotte vonden de investeringen in BBRG voornamelijk plaats in de advanced cords-business, en ook maar in mindere mate in de kabelentiteiten.
Ten gevolge van de fabriekssluitingen werden bijzondere waardeverminderingen genomen in Staaldraadtoepassingen (Noord-Amerika en Maleisië) en in Specialty Businesses (België).
Bij de toepassing van IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' werden de activa onder een financiële leasing ondergebracht onder de nieuwe balansrubriek 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa' (zie toelichting 6.4.).
Vanaf 2019 werd de functionale valuta voor Venezuela gewijzigd in US dollar en inflatieboekhouden werd bijgevolg gestopt.
Er werden geen materiële vaste activa verpand als waarborg voor leningen.
Deze toelichting verstrekt informatie over lease-overeenkomsten waar de Groep optreedt als een leasingnemer. Over het algemeen treed de Groep niet op als leasinggever.
De Groep heeft bij de implementatie van IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' geopteerd voor de 'modified B'-aanpak wat betekent dat de vergelijkbare cijfers over 2018 niet worden herwerkt, en dat de leaseverplichtingen op overgangsdatum zijn gebaseerd op de verdisconteerde toekomstige kasstromen op basis van de marginale rentevoeten. De recht-op-gebruik vaste activa worden gewaardeerd aan een bedrag gelijkgesteld aan de leaseverplichtingen (gecorrigeerd voor toe te rekenen kosten en voorafbetalingen) waarbij elke impact wordt erkend via overgedragen resultaten.
Er werden geen aanpassingen gedaan op de recht-op-gebruik vaste activa voor toe te rekenen kosten en voorafbetalingen wat betekent dat de waarde van de recht-op-gebruik vaste activa op overgangsdatum gelijk is aan de leaseverplichtingen zonder impact via overgedragen resultaten.
De balans van de recht-op-gebruik vaste activa toonde volgende bewegingen gedurende het jaar:
| Aanschaffingswaarde in duizend € |
Recht op gebruik terreinen |
Recht op gebruik gebouwen |
Recht op gebruik installaties, machines en uitrusting |
Recht op gebruik kantoor materieel |
Recht op gebruik industriële voertuigen |
Recht op gebruik bedrijfs wagens |
Recht op gebruik overige materiële vaste activa |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2019 | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Recht op gebruik-activa op | ||||||||
| overgangsdatum | - | 56 370 | 2 171 | 8 307 | 15 868 | 508 | 315 | 83 540 |
| Nieuwe lease-overeenkomsten / | ||||||||
| uitbreidingen | 13 074 | 12 827 | 98 | 10 715 | 5 660 | 1 065 | 62 | 43 502 |
| Beëindigde overeenkomsten / | ||||||||
| inkorting van de contractduur | - | -5 147 | -300 | -3 596 | -1 363 | -28 | -4 | -10 438 |
| Overdrachten 1 | 65 246 | 7 712 | 2 364 | - | 500 | - | - | 75 821 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||||
| -verliezen (-) | 469 | 1 102 | 47 | -14 | 143 | 1 | - | 1 748 |
| Per 31 december 2019 | 78 789 | 72 863 | 4 381 | 15 411 | 20 808 | 1 547 | 373 | 194 173 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
||||||||
| Per 1 januari 2019 | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 384 | 10 844 | 973 | 4 959 | 6 676 | 304 | 72 | 25 212 |
| Beëindigde overeenkomsten | - | -2 219 | -293 | -1 161 | -854 | -8 | - | -4 536 |
| Overdrachten 1 | 15 309 | 1 178 | 643 | - | 173 | - | - | 17 302 |
| Wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving |
- | 7 032 | - | - | - | - | - | 7 032 |
| Omrekeningswinsten (-) en | ||||||||
| -verliezen | 117 | -16 | 9 | -17 | 20 | -0 | -1 | 111 |
| Per 31 december 2019 | 16 809 | 16 818 | 1 331 | 3 781 | 6 015 | 296 | 71 | 45 121 |
| Nettoboekwaarde per 31 december 2019 |
61 980 | 56 045 | 3 049 | 11 630 | 14 793 | 1 251 | 302 | 149 051 |
1 Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van 'Immateriële activa' (zie toelichting 6.1. 'Immateriële activa') en 'Materiële vaste activa' (zie toelichting 6.3. 'Materiële vaste activa') en 'Recht-op-gebruik vaste activa' worden opgeteld.
In 2018 erkende de Groep enkel activa en verplichtingen die verband hielden met leases die geclassificeerd werden als 'financiële leases' volgens IAS 17 'lease-overeenkomsten'. De activa werden opgenomen in de materiële vaste activa en de verplichtingen maakten deel uit van de schulden van de Groep. Deze activa werden geherklasseerd naar de recht-op-gebruik vaste activa bij de overgang naar IFRS 16 'Lease-overeenkomsten'. In 2018 werden de gebruiksrechten van terreinen erkend als immateriële activa. Deze gebruiksrechten worden vooraf betaald wat betekent dat er geen verplichting dient te worden erkend op de balans. De gebruiksrechten van terreinen werden geherklasseerd van de immateriële activa naar de recht-op-gebruik vaste activa in overgang naar IFRS 16 'Lease-overeenkomsten'.
In overgang naar IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' werd een voorziening voor een bezwaard huurcontract voor € 7,0 miljoen
geherklasseerd als een gecumuleerde afschrijving van het betrokken recht-op-gebruik actief waarbij de nettoboekwaarde van het actief op nul werd gezet.
De Groep huurt verscheidene fabrieken, kantoren, opslagplaatsen, industrieel materieel, industriêle voertuigen, bedrijfswagens, servers en klein kantoormaterieel zoals printers. Deze contracten kunnen zowel lease als non-leasecomponenten bevatten. De Groep wijst de vergoeding in het contract toe aan lease- en non-leasecomponenten gebaseerd op hun relatieve individuele prijzen. Echter voor de leases van bedrijfswagens en industriële voertuigen, waarbij de Groep optreed als een leasingnemer, werd gekozen om lease- en non-leasecomponenten niet af te zonderen. In plaats daarvan werd gekozen deze te beschouwen als één enkele leasecomponent. De voornaamste non-leasecomponenten die werden opgenomen in de leasecomponent zijn kosten voor onderhoud en kosten voor de vervanging van banden. De Groep heeft de praktische uitzondering voor activa met lage waarde toegepast op de leases van printers en klein kantoormaterieel. De Groep heeft de praktische uitzondering ook toegepast voor korte termijn leases (gedefinieerd als leases met een looptijd van maximum 12 maanden). Er waren geen contracten waarin ontmantelingskosten, restwaardegaranties of initiële directe kosten waren opgenomen, noch contracten met variabele huurkosten andere dan die gekoppeld aan een index of intrest.
De gemiddelde huurtermijn voor de recht-op-gebruik activa (exclusief de gebruiksrechten van terreinen) bedroeg 10,3 jaar. RoU gebouwen hadden een gemiddelde looptijd van 14 jaar en de overige categorieën van vaste activa hadden een gemiddelde looptijd tussen 4 en 5 jaar. RoU terreinen hebben betrekking op de gebruiksrechten van terreinen die vooraf werden betaald en hadden een gemiddelde gebruiksduur van 53 jaar.
De leasebetalingen worden verdisconteerd op basis van de intrestvoet impliciet vermeld in de lease. Indien deze intrest niet gemakkelijk kan worden bepaald, wat in het algemeen het geval is voor de leases van de Groep, wordt de marginale rentevoet van de leasingnemer gebruikt om de toekomstige leasebetalingen te verdisconteren. De marginale rentevoet is de rente die een individuele leasingnemer zou moeten betalen om de nodige fondsen te ontlenen, om een actief met een vergelijkbare waarde als het recht-op-gebruik actief te verkrijgen in een gelijkaardige economische context met overeenkomstige condities en zekerheden.
De marginale rentevoet wordt bepaald door de Groepsdienst Thesaurie en houdt enerzijds rekening met de marktrente per munt voor verschillende relevante tijdbuckets en anderzijds met een kredietmarge voor iedere individuele entiteit gebaseerd op diens kredietwaardigheid. De marginale rentevoet wordt berekend als de som van beide elementen. De gewogen gemiddelde disconteringsvoet per eind 2019 bedroeg 3,71%.
De financiële kost wordt tijdens de leaseperiode toegerekend aan de winst-en-verliesrekening om op die manier een constante periodieke rente te produceren over het resterende saldo van de verplichting voor elke periode. Voor verdere informatie verwijzen we naar toelichting 6.18. 'Rentedragende schulden'.
De Groep is blootgesteld aan mogelijke toekomstige stijgingen in variabele leasebetalingen die gebaseerd zijn op een index of intrest die, zolang ze niet van kracht zijn, niet werden inbegrepen in de leaseverplichting. Op het ogenblik dat de leasebetalingen worden aangepast door wijzigingen in de index of intrest, wordt de leaseverplichting opnieuw beoordeeld en aangepast tegenover het recht-op-gebruik actief.
Recht-op-gebruik vaste activa worden algemeen lineair afgeschreven over de kortste termijn, zijnde de gebruiksduur van het actief of de leasetermijn.
De winst-en-verliesrekening bevatte volgende elementen gelinkt aan leases:
| in duizend € | Recht op gebruik terreinen |
Recht op gebruik gebouwen |
Recht op gebruik installaties, machines en uitrusting |
Recht op gebruik kantoor materieel |
Recht op gebruik industriële voertuigen |
Recht op gebruik bedrijfs wagens |
Recht op gebruik overige materiële vaste activa |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen van recht op | ||||||||
| gebruik-activa | -1 384 | -10 844 | -973 | -4 959 | -6 676 | -304 | -72 | -25 212 |
| Rentelasten (inbegrepen in de | ||||||||
| financiële kosten) | -3 689 | |||||||
| Kosten gelinkt aan kortlopende | ||||||||
| lease-overeenkomsten | -695 | |||||||
| Kosten gelinkt aan activa met | ||||||||
| geringe waarde | -669 | |||||||
| Totaal | -30 264 |
De resterende operationele leasekosten opgenomen in het bedrijfsresultaat hadden voornamelijk betrekking op kosten die gelinkt zijn aan gehuurde activa zoals brandstof voor bedrijfswagens, niet-aftrekbare BTW op bedrijfswagens of onroerende voorheffing op gebouwen.
De totale uitgaande kasstroom voor leases bedroeg in 2019 € 29,1 miljoen.
De volgende tabel toont de aansluiting tussen de toekomstige operationele leasekosten zoals deze in 2018 werden opgenomen in toelichting 7.3. 'Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen' en de leaseverplichting onder IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' op datum van overgang.
| in duizend € | 1 januari 2019 |
|---|---|
| Operationele lease-overeenkomsten per 31 december 2018 zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep |
96 571 |
| - Erkenningsvrijstelling voor lease-overeenkomsten van activa met lage waarde | -1 496 |
| - Exclusief contracten voor diensten | -389 |
| Totaal | 94 686 |
| Verdisconteerd aan de marginale rentevoeten per 1 januari 2019 | 76 508 |
| Financiële leaseverplichtingen erkend per 31 december 2018 | 2 664 |
| Leaseverplichting verbonden aan een bezwaarde lease-overeenkomst | 7 032 |
| Leaseverplichtingen erkend per 1 januari 2019 | 86 203 |
De kosten gelinkt aan contracten voor diensten hadden betrekking op contracten waar er geen geïdentificeerd actief aanwezig was, zoals kosten voor huur van niet-gespecifieerde oppervlaktes in een magazijn of kosten voor de behandeling van goederen.
In 2019 en in 2018 had de Groep geen deelnemingen in ondernemingen die worden geclassificeerd als geassocieerde ondernemingen.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Per 1 januari | 159 328 | 148 221 |
| Kapitaalsverhogingen en -verminderingen | 188 | 128 |
| Resultaat van het boekjaar | 24 875 | 28 959 |
| Dividenden | -19 951 | -19 506 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -16 240 | -2 511 |
| Andere elementen van het resultaat | 21 | 11 |
| Per 31 december | 148 221 | 155 302 |
Voor een analyse van het resultaat van het boekjaar verwijzen we naar toelichting 5.7. 'Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
Omrekeningswinsten en –verliezen hadden voornamelijk te maken met de evolutie van de Braziliaanse real ten opzichte van de euro die stabiel bleef in 2019, maar een aanzienlijke evolutie kende in 2018 (4,4 BRL/EUR eind 2018 tegenover 4,0 BRL/EUR eind 2017).
Kapitaalverhogingen hadden betrekking op Servicios Ideal AGF Inttegra Cía Ltda, een 50/50 joint venture, opgericht in Ecuador door Ideal Alambrec SA en Steel-AGF Ecuador SA.
| Aanschaffingswaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Per 1 januari | 6 096 | 5 450 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -646 | -87 |
| Per 31 december | 5 450 | 5 363 |
| Nettoboekwaarde van gerelateerde goodwill per 31 december | 5 450 | 5 363 |
| Totale nettoboekwaarde van deelnemingen in joint ventures per 31 december | 153 671 | 160 665 |
Het aandeel van de Groep in het eigen vermogen van de joint ventures is als volgt samengesteld:
| in duizend € | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|
| Joint ventures | |||
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 98 571 | 102 421 |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazilië | 49 470 | 52 686 |
| Servicios Ideal AGF Inttegra Cía Ltda | Ecuador | 180 | 195 |
| Totaal joint ventures, exclusief gerelateerde goodwill | 148 221 | 155 302 | |
| Nettoboekwaarde van gerelateerde goodwill | 5 450 | 5 363 | |
| Totaal joint ventures, inclusief gerelateerde goodwill | 153 671 | 160 665 |
De Braziliaanse joint ventures proberen al een tijd om ICMS-belastingvorderingen te compenseren voor een totale nettoboekwaarde van € 2,7 miljoen (2018: € 3,8 miljoen). Zij worden tevens geconfronteerd met geschillen die betrekking hebben op ICMS-tegemoetkomingen voor een totaal bedrag van € 8,9 miljoen (2018: € 7,5 miljoen). Daarnaast zijn er nog meerdere andere belastinggeschillen hangende, waarvan de meeste al jaren teruggaan, voor een totaal nominaal bedrag van € 14,3 miljoen (2018: € 19,6 miljoen). Het spreekt vanzelf dat eventuele winsten en verliezen voortvloeiend uit bovenvermelde voorwaardelijke verplichtingen de Groep slechts zouden affecteren in de mate van hun participatie in de betrokken joint ventures (d.i. 45%). Niet-opgenomen verbintenissen om materiële vaste activa te verwerven bedroegen € 11,1 miljoen (2018: € 9,1 miljoen), waarvan € 9,8 miljoen (2018: € 7,4 miljoen) tegenover andere Bekaertvennootschappen. Daarnaast hadden de Braziliaanse joint ventures ook niet-opgenomen verbintenissen lopen om de komende vijf jaar elektriciteit aan te kopen voor een totaalbedrag van € 45,6 miljoen (2018: € 56,4 miljoen).
In overeenstemming met IFRS 12 'Informatieverschaffing over betrokkenheid in andere entiteiten' wordt de volgende informatie verstrekt voor belangrijke joint ventures. De twee Braziliaanse joint ventures werden samengevoegd om te benadrukken dat de samenwerking met ArcelorMittal doorweegt bij het analyseren van het relatief belang van de joint ventures.
| Naam van de joint venture | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Land | 2018 | 2019 |
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 45,0% (50,0%) | 45,0% (50,0%) |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazilië | 44,5% (50,0%) | 44,5% (50,0%) |
| Perioderesultaat | 68 147 | 74 552 |
|---|---|---|
| Andere elementen van het resultaat | 46 | 25 |
| Volledig perioderesultaat | 68 193 | 74 577 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 21 718 | 24 050 |
| EBITDA | 106 947 | 115 342 |
| Dividenden ontvangen van de entiteit | 19 951 | 19 506 |
| Braziliaanse joint ventures: balans | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Vlottende activa | 263 364 | 256 465 |
| Vaste activa | 250 439 | 254 482 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | -132 774 | -127 800 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | -52 382 | -39 493 |
| Nettoactiva | 328 647 | 343 654 |
| Braziliaanse joint ventures: nettoschuldelementen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2019 |
| Rentedragende schulden op meer dan een jaar | 12 333 | 1 541 |
| Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar | 16 990 | 19 900 |
| Totaal financiële schulden | 29 323 | 21 441 |
| Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar | -29 628 | -18 955 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | -20 520 | -21 263 |
| Nettoschuld | -20 825 | -18 777 |
Er waren geen beperkingen om geld over te maken in de vorm van contanten en dividenden. Bekaert had geen voorwaardelijke verplichtingen tegenover haar Braziliaanse joint ventures.
| Braziliaanse joint ventures: aansluiting met nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Nettoactiva van Belgo Bekaert Arames Ltda | 218 145 | 226 735 |
| Deelnemingspercentage van de Groep | 45,0% | 45,0% |
| Proportionele nettoactiva | 98 165 | 102 031 |
| Consolidatie-aanpassingen | 406 | 390 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in Belgo Bekaert Arames Ltda | 98 571 | 102 421 |
| Nettoactiva van BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | 110 502 | 116 919 |
| Deelnemingspercentage van de Groep | 44,5% | 44,5% |
| Proportionele nettoactiva | 49 173 | 52 029 |
| Consolidatie-aanpassingen | 297 | 657 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in BMB-Belgo Mineira Bekaert | ||
| Artefatos de Arame Ltda | 49 470 | 52 686 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in de Braziliaanse joint | ||
| ventures | 148 041 | 155 107 |
De volgende tabel geeft de geaggregeerde informatie voor de andere joint ventures weer die in deze context niet materieel werden geacht.
| Geaggregeerde informatie van de overige joint ventures in duizend € |
2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Aandeel van de Groep in het resultaat uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | -15 | -119 |
| Aandeel van de Groep in andere elementen van het resultaat | 6 | 6 |
| Aandeel van de Groep in het volledig perioderesultaat | -9 | -113 |
| Geaggregeerde nettoboekwaarde van het aandeel van de Groep in deze joint ventures | 180 | 196 |
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Financiële vorderingen op meer dan een jaar en kaswaarborgen | 7 332 | 6 518 |
| Restitutierechten en overige vorderingen op meer dan een jaar | 2 958 | 2 767 |
| Derivaten (zie toelichting 7.2.) | 1 407 | 3 374 |
| Nettovordering uit toegezegdpensioenregelingen op meer dan een jaar | 11 428 | 10 470 |
| Eigenvermogensinstrumenten aangehouden tegen RWvOCI | 11 153 | 13 152 |
| Totaal overige vaste activa | 34 279 | 36 281 |
De nettovordering uit toegezegdpensioenregelingen was gerelateerd aan de pensioenregelingen in het Verenigd Koninkrijk. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar toelichting 6.16. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen'.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Per 1 januari | 16 400 | 11 153 |
| Aanschaffingen | 133 | - |
| Veranderingen in reële waarde | -5 311 | 2 372 |
| Overige | - | -328 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -70 | -45 |
| Per 31 december | 11 153 | 13 152 |
De eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële waarde via OCI (RWvOCI), in overeenstemming met IFRS 9 'Financiële instrumenten', hadden hoofdzakelijk betrekking op:
Voor meer informatie over de herwaarderingsreserve voor deelnemingen aangemerkt als tegen reële waarde via eigen vermogen, zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'.
| Nettoboekwaarde | Vorderingen | Verplichtingen | |||
|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 | 2018 | 2019 | |
| Per 1 januari | 140 717 | 138 403 | 44 382 | 37 892 | |
| Toename of afname via resultaat | 5 475 | -5 981 | -1 597 | -11 351 | |
| Toename of afname via OCI | -2 800 | 1 552 | 983 | -270 | |
| Uit consolidatie genomen | -409 | - | 75 | - | |
| Wijziging in de grondslagen voor financiële | |||||
| verslaggeving | -646 | 15 891 | -646 | 15 891 | |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -1 431 | 1 158 | -2 802 | 710 | |
| Saldering vorderingen en verplichtingen | -2 503 | -8 690 | -2 503 | -8 690 | |
| Per 31 december | 138 403 | 142 333 | 37 892 | 34 182 |
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen waren toe te wijzen aan de volgende rubrieken:
| Vorderingen | Verplichtingen | Nettovorderingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | 2019 |
| Immateriële activa | 30 846 | 23 178 | 10 050 | 11 159 | 20 796 | 12 019 |
| Materiële vaste activa | 50 966 | 52 680 | 36 146 | 50 334 | 14 820 | 2 346 |
| Financiële vaste activa | 78 | 8 | 15 872 | 16 140 | -15 794 | -16 132 |
| Voorraden | 9 864 | 9 915 | 4 401 | 3 238 | 5 463 | 6 677 |
| Vorderingen | 3 832 | 4 049 | 145 | 189 | 3 687 | 3 860 |
| Andere vlottende activa | 99 | 1 084 | 4 351 | 1 926 | -4 252 | -842 |
| Voorzieningen voor | ||||||
| personeelsbeloningen | 19 849 | 21 074 | 173 | 132 | 19 676 | 20 942 |
| Overige voorzieningen | 5 394 | 3 956 | 1 685 | 483 | 3 709 | 3 473 |
| Overige verplichtingen | 15 706 | 27 561 | 13 835 | 8 036 | 1 871 | 19 525 |
| Overdraagbare fiscaal | ||||||
| aftrekbare verliezen, | ||||||
| aftrekposten en | ||||||
| terugvorderbare belastingen | 50 535 | 56 283 | - | - | 50 535 | 56 283 |
| Belastingvorderingen / | ||||||
| -verplichtingen | 187 169 | 199 788 | 86 658 | 91 637 | 100 511 | 108 151 |
| Saldering vorderingen en | ||||||
| verplichtingen | -48 766 | -57 455 | -48 766 | -57 455 | - | - |
| Nettobelastingvorderingen / | ||||||
| -verplichtingen | 138 403 | 142 333 | 37 892 | 34 182 | 100 511 | 108 151 |
De uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot materiële vaste activa kwamen voornamelijk voort uit verschillen in gebruiksduur tussen IFRS en fiscale boeken, terwijl de uitgestelde belastingverplichtingen gerelateerd aan immateriële activa voornamelijk gegenereerd zijn door de eliminatie van intragroepswinsten in de geconsolideerde jaarrekening. De uitgestelde belastingen met betrekking tot voorzieningen voor personeelsbeloningen waren hoofdzakelijk gegenereerd door tijdelijke verschillen als gevolg van de toepassing IAS 19 'Personeelsbeloningen'. De uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot financiële vaste activa hadden voornamelijk te maken met tijdelijke verschillen die ontstaan uit niet-uitgekeerde winsten bij dochterondernemingen en joint ventures. De beweging in saldo van de uitgestelde belastingen voor materiële vaste activa en overige verplichtingen was beïnvloed door de overgang naar IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' voor een bedrag van € 15,9 miljoen.
De evolutie van uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen was als volgt te verklaren:
| Opgenomen | Wijziging grondslagen voor |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| via winst-en | Overnames | financiële | Omreke | ||||
| 2018 | Per | verlies | Opgenomen | en | verslag | ningswinsten | Per 31 |
| in duizend € | 1 januari | rekening | via OCI | afstotingen 1 | geving | en -verliezen | december |
| Tijdelijke verschillen | |||||||
| Immateriële activa | 37 164 | -16 361 | - | 3 | - | -10 | 20 796 |
| Materiële vaste activa | 11 676 | 1 624 | - | -78 | - | 1 598 | 14 820 |
| Financiële vaste activa | -17 302 | 2 477 | -982 | - | - | 13 | -15 794 |
| Voorraden | 8 673 | -2 989 | - | -148 | - | -73 | 5 463 |
| Vorderingen | 7 523 | -3 876 | - | -4 | - | 44 | 3 687 |
| Andere vlottende | |||||||
| activa | -3 478 | -1 411 | -76 | - | - | 713 | -4 252 |
| Voorzieningen voor | |||||||
| personeelsbeloningen | 21 542 | 1 012 | -2 725 | -158 | - | 5 | 19 676 |
| Overige voorzieningen | 2 089 | 1 639 | - | - | - | -19 | 3 709 |
| Overige verplichtingen | -3 702 | 6 174 | - | - | - | -601 | 1 871 |
| Overdraagbare fiscaal aftrekbare verliezen, aftrekposten en terugvorderbare |
|||||||
| belastingen | 32 150 | 18 783 | - | -99 | - | -299 | 50 535 |
| Totaal | 96 335 | 7 072 | -3 783 | -484 | - | 1 371 | 100 511 |
| Wijziging grondslagen |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 in duizend € |
Per 1 januari |
Opgenomen via winst-en verlies rekening |
Opgenomen via OCI |
Overnames en afstotingen |
voor financiële verslag geving 2 |
Omreke ningswinsten en -verliezen |
Per 31 december |
| Tijdelijke verschillen | |||||||
| Immateriële activa | 20 796 | -8 461 | - | - | - | -316 | 12 019 |
| Materiële vaste activa | 14 820 | 1 628 | - | - | -14 203 | 101 | 2 346 |
| Financiële vaste activa | -15 794 | -670 | 427 | - | - | -95 | -16 132 |
| Voorraden | 5 463 | 1 327 | - | - | - | -113 | 6 677 |
| Vorderingen | 3 687 | 264 | - | - | - | -91 | 3 860 |
| Andere vlottende activa |
-4 252 | 3 455 | - | - | - | -45 | -842 |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen |
19 676 | -284 | 1 570 | - | - | -20 | 20 942 |
| Overige voorzieningen | 3 709 | 1 612 | -175 | - | -1 688 | 15 | 3 473 |
| Overige verplichtingen | 1 871 | 1 401 | - | - | 15 891 | 362 | 19 525 |
| Overdraagbare fiscaal aftrekbare verliezen, aftrekposten en terugvorderbare |
|||||||
| belastingen | 50 535 | 5 098 | - | - | - | 650 | 56 283 |
| Totaal | 100 511 | 5 370 | 1 822 | - | - | 448 | 108 151 |
1 In 2018 had dit betrekking op de verkoop van de droogsysteem-activiteiten.
2 Was een gevolg van de eerste toepassing van IFRS 16 'Lease-overeenkomsten'. Zie toelichting 6.4. 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa'.
| 2018 | Voor | Na | |
|---|---|---|---|
| in duizend € | belastingen | Belastingen | belastingen |
| Omrekeningsverschillen | -36 324 | - | -36 324 |
| Inflatie-aanpassingen | 2 535 | - | 2 535 |
| Kasstroomafdekkingen | 475 | -76 | 399 |
| Nettowijziging in reële waarde van deelnemingen aangemerkt als tegen reële | |||
| waarde via eigen vermogen | -5 311 | - | -5 311 |
| Winsten en verliezen uit herwaardering van toegezegdpensioenregelingen | -1 387 | -3 707 | -5 094 |
| Aandeel in OCI van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 21 | - | 21 |
| Totaal | -39 991 | -3 783 | -43 774 |
| 2019 | Voor | Na | |
|---|---|---|---|
| in duizend € | belastingen | Belastingen | belastingen |
| Omrekeningsverschillen | 14 392 | - | 14 392 |
| Nettowijziging in reële waarde van deelnemingen aangemerkt als tegen reële | |||
| waarde via eigen vermogen | 2 372 | - | 2 372 |
| Winsten en verliezen uit herwaardering van toegezegdpensioenregelingen |
-833 | 1 822 | 989 |
| Aandeel in OCI van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 11 | - | 11 |
| Totaal | 15 942 | 1 822 | 17 764 |
Er werden geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen met betrekking tot tijdelijke verschillen voor een brutobedrag van € 239,8 miljoen (2018: 213,9 miljoen). De niet-opgenomen belastingvorderingen inzake verliezen en aftrekposten zijn per vervaldatum voorgesteld in onderstaande tabel.
De volgende tabel geeft een overzicht van de brutobedragen van de verliezen en aftrekposten die uitgestelde belastingvorderingen genereren en waarvan sommige niet opgenomen zijn.
| 2018 | Vervallend | Vervallend tussen 1 en 5 |
Vervallend na meer dan 5 |
Niet | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | binnen 1 jaar | jaar | jaar | vervallend | Totaal | |
| Beleggingsverliezen | Bruto | 1 051 | - | 1 919 | 29 792 | 32 762 |
| Niet opgen. | -1 051 | - | -1 919 | -29 792 | -32 762 | |
| Netto | - | - | - | - | - | |
| Operationele verliezen | Bruto | 34 500 | 87 441 | 121 218 | 571 743 | 814 902 |
| Niet opgen. | -21 880 | -65 492 | -60 717 | -488 830 | -636 919 | |
| Netto | 12 620 | 21 949 | 60 501 | 82 913 | 177 983 | |
| Aftrekposten | Bruto | 5 176 | 22 608 | 38 361 | 16 982 | 83 127 |
| Niet opgen. | -2 307 | -22 608 | -16 035 | -13 562 | -54 512 | |
| Netto | 2 869 | - | 22 326 | 3 420 | 28 615 | |
| Totaal | Bruto | 40 727 | 110 049 | 161 498 | 618 517 | 930 791 |
| Niet opgen. | -25 238 | -88 100 | -78 671 | -532 184 | -724 193 | |
| Netto | 15 489 | 21 949 | 82 827 | 86 333 | 206 598 |
| Vervallend | Vervallend na | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | Vervallend | tussen 1 en 5 | meer dan 5 | Niet | ||
| in duizend € | binnen 1 jaar | jaar | jaar | vervallend | Totaal | |
| Beleggingsverliezen | Bruto | - | - | 574 | 35 524 | 36 098 |
| Niet opgen. | - | - | -574 | -35 524 | -36 098 | |
| Netto | - | - | - | - | - | |
| Operationele verliezen | Bruto | 24 698 | 86 514 | 155 343 | 645 801 | 912 356 |
| Niet opgen. | -15 857 | -51 380 | -132 007 | -508 934 | -708 178 | |
| Netto | 8 841 | 35 134 | 23 336 | 136 867 | 204 178 | |
| Aftrekposten | Bruto | 2 756 | 22 695 | 35 958 | 19 899 | 81 308 |
| Niet opgen. | - | -22 695 | -13 496 | -17 096 | -53 287 | |
| Netto | 2 756 | - | 22 462 | 2 803 | 28 021 | |
| Totaal | Bruto | 27 454 | 109 209 | 191 875 | 701 224 | 1 029 762 |
| Niet opgen. | -15 857 | -74 075 | -146 077 | -561 554 | -797 563 | |
| Netto | 11 597 | 35 134 | 45 798 | 139 670 | 232 199 |
De bovenstaande tabel vertegenwoordigt de basisbedragen die uitgestelde belastingen genereren (2019: € 56,3 miljoen (2018: € 50,5 miljoen)).
Uitgestelde belastingvorderingen werden enkel geboekt in de mate dat het waarschijnlijk was dat er toekomstige belastbare winsten zouden gemaakt worden, rekening houdend met zowel positieve als negatieve elementen. Deze afweging is gemaakt rekening houdend met voorzichtige schattingen op basis van het businessplan van de betrokken entiteit, meestal gekoppeld aan een tijdshorizon van 5 jaar.
In sommige landen zijn uitgestelde belastingen op beleggingsverliezen, operationele verliezen en aftrekposten geboekt in de mate van geboekte onzekere belastingposities om aan te tonen dat sommige aanpassingen omwille van controles zouden leiden tot een aanpassing van de belastingverliezen in plaats van een betaling van een belastingkost door de betrokken entiteit.
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Grondstoffen | 200 622 | 139 985 |
| Hulpstoffen en wisselstukken | 100 916 | 91 125 |
| Goederen in bewerking | 154 598 | 136 425 |
| Gereed product | 330 625 | 282 018 |
| Handelsgoederen | 145 047 | 133 477 |
| Voorraden | 931 808 | 783 030 |
| Handelsvorderingen | 772 731 | 644 908 |
| Ontvangen bankwissels | 57 727 | 59 904 |
| Betaalde voorschotten | 20 067 | 15 820 |
| Handelsschulden | -778 438 | -652 384 |
| Ontvangen voorschotten | -11 259 | -18 791 |
| Schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid | -112 112 | -125 051 |
| Belastingen m.b.t. personeel | -5 867 | -8 543 |
| Operationeel werkkapitaal | 874 657 | 698 893 |
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Per 1 januari | 887 586 | 874 657 |
| Organische toename of afname | 11 313 | -171 466 |
| Afwaarderingen en terugname van afwaarderingen | -11 284 | -7 072 |
| Uit consolidatie genomen | -2 627 | - |
| Impact inflatieboekhouden | 1 665 | - |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) | -11 996 | 2 774 |
| Per 31 december | 874 657 | 698 893 |
Het gewogen gemiddeld operationeel werkkapitaal vertegenwoordigde 18,2% van de omzet (2018: 20,4%).
Bijkomende informatie volgt hieronder:
» Voorraden
De kostprijs van verkopen bevatte vervoer- en verhandelingskosten van gereed product voor € 182,7 miljoen (2018: € 191,0 miljoen), die nooit werden gekapitaliseerd in voorraden. De bewegingen in de voorraden in 2019 omvatten afwaarderingen voor € -38,1 miljoen (2018: € -32,2 miljoen) en terugnames van afwaarderingen ten belope van € 31,5 miljoen (2018: € 21,3 miljoen). Net als in 2018 werden in 2019 geen voorraden verpand als waarborg voor leningen.
Eind 2019 waren voor € 121,1 miljoen aan handelsvorderingen opgenomen in het factoringprogramma (2018: € 73,9 miljoen). De volgende tabel stelt de bewegingen in waardeverminderingen op handelsvorderingen voor. Er werden geen waardeverminderingen geboekt voor ontvangen bankwissels.
| Waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen | |
|---|---|
| in duizend € 2018 |
2019 |
| Per 1 januari -40 880 |
-40 818 |
| Opgenomen verliezen in huidig jaar -4 167 |
-6 417 |
| Opgenomen verliezen in vorige jaren - aangewende bedragen 401 |
626 |
| Opgenomen verliezen in vorige jaren - terugname van niet-aangewende | |
| bedragen 3 251 |
5 345 |
| Uit consolidatie genomen 19 |
- |
| Omrekeningswinsten en verliezen (-) 558 |
69 |
| Overige - |
-492 |
| Per 31 december -40 818 |
-41 687 |
De volgende tabel geeft verdere informatie omtrent waardeverminderingen en vervallen vorderingen:
| Handelsvorderingen en ontvangen bankwissels | |
|---|---|
| 2018 in duizend € |
2019 |
| 871 276 Brutoboekwaarde |
746 499 |
| -40 818 Waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen (afgewaardeerd) |
-41 687 |
| specifieke waardevermindering voor dubieuze vorderingen -28 078 |
-30 348 |
| algemene waardevermindering voor dubieuze vorderingen -12 740 |
-11 339 |
| 830 458 Nettoboekwaarde |
704 812 |
In overeenstemming met IFRS 9 'expected credit loss' model voor finaniële activa, wordt er op iedere rapporteringsdatum een algemene waardevermindering voor handelsvorderingen geboekt om het ongekende afwaarderingsrisico af te dekken. Deze algemene waardevermindering bestaat uit een percentage van de handelsvorderingen op iedere rapporteringsdatum. De percentages houden rekening met historische informatie inzake verliezen op handelsvorderingen en worden ieder jaar opnieuw nagekeken. Voor meer informatie over kredietverbeteringstechnieken verwijzen wij naar toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
| Nettoboekwaarde | |
|---|---|
| in duizend € 2018 |
2019 |
| Per 1 januari 126 876 |
130 379 |
| Toename of afname 5 038 |
-21 786 |
| Waardeverminderingen (-) en terugnemingen van waardeverminderingen -1 155 |
-2 |
| Uit consolidatie genomen -733 |
- |
| Omrekeningswinsten en -verliezen 353 |
3 024 |
| Per 31 december 130 379 |
111 615 |
Overige vorderingen hadden voornamelijk betrekking op winstbelastingen (€ 43,3 miljoen (2018: € 49,5 miljoen)), BTW en overige belastingen (€ 53,0 miljoen (2018: € 65,0 miljoen)), sociale leningen aan personeel (€ 4,3 miljoen (2018: € 4,4 miljoen)) en dividenden van joint ventures (€ 1,6 miljoen (2018: € 0,3 miljoen). Zie ook toelichting 6.21. 'Belastingposities'. Waardeverminderingen van overige vorderingen zijn opgenomen in toelichting 5.5. 'Overige financiële opbrengsten en lasten'.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 398 273 | 566 176 |
| Geldbeleggingen | 50 036 | 50 039 |
Voor de wijzigingen in geldmiddelen en kasequivalenten: zie het geconsolideerd kasstroomoverzicht en toelichting 7.1. 'Toelichtingen bij het kasstroomoverzicht'. Kasequivalenten en geldbeleggingen omvatten op de balansdatum geen marktgenoteerde schuldinstrumenten of eigenvermogensinstrumenten.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Financiële vorderingen en kaswaarborgen | 20 186 | 8 779 |
| Betaalde voorschotten | 20 067 | 15 820 |
| Derivaten (zie toelichting 7.2.) | 8 045 | 4 623 |
| Overlopende rekeningen (actief) | 10 132 | 11 289 |
| Per 31 december | 58 430 | 40 510 |
De financiële vorderingen en kaswaarborgen hadden voornamelijk betrekking op vorderingen uit de verkoop van het meerderheidsbelang in de rubberversterkingsfabriek Sumaré (Brazilië) in 2017 (€ 4,6 miljoen, hetzelfde bedrag als in 2018) en diverse kaswaarborgen (€ 2,5 miljoen (2018: € 3,1 miljoen)). In 2018 omvatten ze ook de verkoop van de droogsysteem-activiteiten (€ 0,8 miljoen) en een vordering op OVAM (€ 10,2 miljoen) met betrekking tot een milieuvoorziening in België.
| Nettoboekwaarde in duizend € |
2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 8 093 | 546 |
| Toenames en afnames (-) | -7 524 | -86 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -23 | 6 |
| Per 31 december | 546 | 466 |
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Materiële vaste activa | 460 | 466 |
| Handelsvorderingen | 5 | - |
| Betaalde voorschotten | 66 | - |
| Overige vlottende activa | 15 | - |
| Totaal activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 546 | 466 |
| Handelsschulden | 45 | - |
| Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar | 40 | - |
| Totaal verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd als | ||
| aangehouden voor verkoop | 85 | - |
De activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop had betrekking op eigendom verkregen als betaling door klanten in Ecuador and Peru (€ 0,5 miljoen (2018: € 0,5 miljoen)).
| 2018 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Geplaatst kapitaal in duizend € |
Nominale waarde |
Aantal aandelen |
Nominale waarde |
Aantal aandelen |
|
| 1 | Per 1 januari | 177 690 | 60 373 841 | 177 793 | 60 408 441 |
| Bewegingen van het jaar | |||||
| Uitgifte van nieuwe aandelen | 103 | 34 600 | - | - | |
| Per 31 december | 177 793 | 60 408 441 | 177 793 | 60 408 441 | |
| 2 | Structuur | ||||
| 2.1 | Soorten gewone aandelen | ||||
| Gewone aandelen zonder nominale | |||||
| waarde | 177 793 | 60 408 441 | 177 793 | 60 408 441 | |
| 2.2 | Aandelen op naam | 21 857 284 | 21 834 895 | ||
| Gedematerialiseerde aandelen | 38 551 157 | 38 573 546 | |||
| Toegestaan niet-geplaatst kapitaal | 176 000 | 176 000 |
Er werden geen inschrijvingsrechten uitgeoefend in 2019 in het kader van het SOP 2005-2009-aandelenoptieplan, met als resultaat dat er geen nieuwe aandelen van de Onderneming werden uitgegeven.
Op 31 december 2018 bezat de onderneming 3 902 032 eigen aandelen. Van deze 3 902 032 eigen aandelen werden 13 787 aandelen aangeleverd aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur als onderdeel van zijn vaste remuneratie en werden 13 670 aandelen aangeleverd aan de leden van het Bekaert Group Executive (BGE) in de context van het Company share-matching plan. Daarnaast werden 1 500 aandelenopties uitgeoefend in het kader van het Stock Option Plan 2015-2017 en werden daarvoor 1 500 eigen aandelen gebruikt. De onderneming kocht gedurende 2019 geen aandelen in en er werden geen eigen aandelen vernietigd. Als gevolg bezat Bekaert in totaal 3 873 075 eigen aandelen op 31 december 2019.
In onderstaande tabellen zijn de details van de aandelenoptieplannen weergegeven die hetzij op de balansdatum, hetzij op de vorige balansdatum nog een uitstaand saldo vertoonden:
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| 22.05 - | 15.11 - | |||||||
| 21.12.2006 | 19.02.2007 | 30,175 | 37 500 | 27 500 | - | 10 000 | 30.06.2010 | 15.12.2021 |
| 20.12.2007 | 18.02.2008 | 28,335 | 30 630 | 11 310 | - | 19 320 | 22.05 - 30.06.2011 |
15.11 - 15.12.2022 |
| 18.12.2008 | 16.02.2009 | 16,660 | 64 500 | 64 500 | - | - | 22.05 - 30.06.2012 |
15.11 - 15.12.2018 |
| 17.12.2009 | 15.02.2010 | 33,990 | 49 500 | 5 000 | 44 500 | - | 22.05 - 30.06.2013 |
15.11 - 15.12.2019 |
| 182 130 | 108 310 | 44 500 | 29 320 |
| Aantal inschrijvingsrechten | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Datum van uitgifte van warrants |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| 22.12.2005 | 20.02.2006 | 22.03.2006 | 23,795 | 190 698 | 184 283 | 15 | 6 400 | 22.05 - 30.06.2009 |
15.11 - 15.12.2020 |
| 21.12.2006 | 19.02.2007 | 22.03.2007 | 30,175 | 153 810 | 144 240 | 600 | 8 970 | 22.05 - 30.06.2010 |
15.11 - 15.12.2021 |
| 20.12.2007 | 18.02.2008 | 22.04.2008 | 28,335 | 215 100 | 147 550 | 12 700 | 54 850 | 22.05 - 30.06.2011 |
15.11 - 15.12.2022 |
| 18.12.2008 | 16.02.2009 | 20.10.2009 | 16,660 | 288 150 | 268 650 | 19 500 | - | 22.05 - 30.06.2012 |
15.11 - 15.12.2018 |
| 17.12.2009 | 15.02.2010 | 08.09.2010 | 33,990 | 225 450 | 69 600 | 155 850 | - | 22.05 - 30.06.2013 |
15.11 - 15.12.2019 |
| 1 073 208 | 814 323 | 188 665 | 70 220 |
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| 28.02 - | Medio nov.- | |||||||
| 16.12.2010 | 14.02.2011 | 77,000 | 360 925 | - | 65 200 | 295 725 | 13.04.2014 | 15.12.2020 |
| 27.02. - | Medio nov. - | |||||||
| 22.12.2011 | 20.02.2012 | 25,140 | 287 800 | 231 100 | 2 600 | 54 100 | 12.04.2015 | 21.12.2021 |
| Eind feb. - | Medio nov. - | |||||||
| 20.12.2012 | 18.02.2013 | 19,200 | 267 200 | 215 342 | 2 700 | 49 158 | 10.04.2016 | 19.12.2022 |
| 29.03.2013 | 28.05.2013 | 21,450 | 260 000 | 126 000 | - | 134 000 | Eind feb. - 09.04.2017 |
Eind feb. - 28.03.2023 |
| 19.12.2013 | 17.02.2014 | 25,380 | 373 450 | 188 250 | 2 400 | 182 800 | Eind feb. - 09.04.2017 |
Medio nov. - 18.12.2023 |
| 18.12.2014 | 16.02.2015 | 26,055 | 349 810 | 22 000 | 18 510 | 309 300 | Eind feb. - 08.04.2018 |
Medio nov. - 17.12.2024 |
| 1 899 185 | 782 692 | 91 410 | 1 025 083 |
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| Eind febr. - | Medio nov. - | |||||||
| 17.12.2015 | 15.02.2016 | 26,375 | 227 250 | 1 500 | 4 500 | 221 250 | 07.04.2019 | 16.12.2025 |
| Eind febr. - | Medio nov. - | |||||||
| 15.12.2016 | 13.02.2017 | 39,426 | 273 325 | - | 4 875 | 268 450 | 12.04.2020 | 14.12.2026 |
| Eind febr. - | Medio nov. - | |||||||
| 21.12.2017 | 20.02.2018 | 34,600 | 225 475 | - | 3 500 | 221 975 | 11.04.2021 | 20.12.2027 |
| 726 050 | 1 500 | 12 875 | 711 675 |
| 2018 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
||||
| Aandelenoptieplan SOP2 | Aantal opties | (in €) | Aantal opties | ||
| Uitstaand op 1 januari | 87 820 | 29,549 | 73 820 | 31,993 | |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | - | - | -44 500 | 33,990 | |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | -14 000 | 16,660 | - | - | |
| Uitstaand op 31 december | 73 820 | 31,993 | 29 320 | 28,963 |
| 2018 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenoptieplan SOP 2005-2009 | Aantal inschrijvingsrecht en |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
Aantal inschrijvings rechten |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
|
| Uitstaand op 1 januari | 208 170 | 29,142 | 173 570 | 31,630 | |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | - | - | -103 350 | 33,990 | |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | -34 600 | 16,660 | - | - | |
| Uitstaand op 31 december | 173 570 | 31,630 | 70 220 | 28,156 |
| 2018 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenoptieplan SOP 2010-2014 | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) Aantal opties |
Aantal opties | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
||
| Uitstaand op 1 januari | 1 075 993 | 38,972 | 1 025 083 | 39,653 | |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | -13 710 | 26,055 | - | - | |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | -37 200 | 24,969 | - | - | |
| Uitstaand op 31 december | 1 025 083 | 39,653 | 1 025 083 | 39,653 |
| 2018 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenoptieplan SOP 2015-2017 | Aantal opties | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
Aantal opties | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
|
| Uitstaand op 1 januari | 493 075 | 33,530 | 718 550 | 33,866 | |
| Toegekend gedurende het jaar | 225 475 | 34,600 | - | - | |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | - | - | -5 375 | 36,283 | |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | - | - | -1 500 | 26,375 | |
| Uitstaand op 31 december | 718 550 | 33,866 | 711 675 | 33,863 |
| in jaren | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| SOP2 | 1,4 | 2,6 |
| SOP 2005-2009 | 2,0 | 2,6 |
| SOP 2010-2014 | 4,2 | 3,2 |
| SOP 2015-2017 | 8,0 | 7,0 |
Aangezien er geen opties of inschrijvingsrechten werden uitgeoefend in 2019, was er geen gewogen gemiddelde aandelenkoers voor de SOP2-opties (2018: € 22,26), voor de SOP 2005-2009-inschrijvingsrechten (2018: € 25,49) en voor de SOP 2010-2014-opties (2018: € 38,22). Voor de SOP 2015-2017-opties was de gewogen gemiddelde aandelenkoers bij uitoefening € 26,38 in 2019 (2018: n/a). De uitoefenprijs van de inschrijvingsrechten en opties is gelijk aan het laagste van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende dertig dagen die de aanboddatum voorafgaan en (ii) de laatste slotkoers van de dag vóór de aanboddatum. Wanneer de inschrijvingsrechten onder het SOP 2005-2009-plan uitgeoefend worden, wordt het eigen vermogen verhoogd met de ontvangen opbrengsten. Volgens de voorwaarden van het SOP2-plan waren alle tot in 2004 toegekende inschrijvingsrechten of opties onmiddellijk toegezegd.
Onder de voorwaarden van het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 werden opties tot het verwerven van bestaande aandelen van de Onderneming aangeboden aan de leden van het Bekaert Group Executive, de Senior Vice Presidents en hogere kaderleden gedurende de periode 2010-2014. De toekenningsdata van elk aanbod waren gepland in de periode 2011-2015. De uitoefenprijs van het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 werd op dezelfde manier bepaald als van de voorgaande plannen. De toezeggingsvoorwaarden van zowel de SOP 2010-2014-toekenningen, de SOP2005-2009-toekenningen als de SOP2-toekenningen vanaf 2006 zijn zo opgesteld dat de inschrijvingsrechten of opties volledig toegezegd zullen zijn op 1 januari van het vierde jaar na de datum van het aanbod. In het kader van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 werd de uitoefenperiode van de SOP2-opties en de SOP 2005-2009-inschrijvingsrechten toegekend in 2006, 2007 en 2008 met vijf jaar verlengd in het voordeel van begunstigden die onderworpen waren aan de Belgische inkomstenbelastingen op het ogenblik dat de verlenging werd aangeboden.
De opties toegekend onder SOP2, SOP 2010-2014 en SOP 2015-2017 alsook de inschrijvingsrechten toegekend onder SOP 2005-2009 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de opties wordt bepaald door middel van een binomiaal waarderingsmodel. Voor de tranches die een kost met zich mee brachten in de huidige of voorgaande periode worden de inputs en de uitkomsten van dit waarderingsmodel hieronder gedetailleerd:
| Details waarderingsmodel Aandelenoptieplannen 2015-2017 |
Toegekend in februari 2016 |
Toegekend in februari 2017 |
Toegekend in februari 2018 |
|
|---|---|---|---|---|
| Inputs van het model | ||||
| Aandelenkoers op toekenningsdatum | ||||
| (in €) | 27,25 | 39,39 | 37,40 | |
| Uitoefenprijs (in €) | 26,38 | 39,43 | 34,60 | |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% | |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% | |
| Wachtperiode (jaren) | 3,00 | 3,00 | 3,00 | |
| Contractduur (jaren) | 10 | 10 | 10 | |
| Uitstroom van personeel | 3% | 3% | 3% | |
| Risicovrije rentevoet | 0,05% | -0,18% | 0,08% | |
| Uitoefenfactor | 1,40 | 1,40 | 1,40 | |
| Uitkomst van het model | ||||
| Reële waarde (in €) | 7,44 | 10,32 | 10,61 | |
| Uitstaande opties | 221 250 | 268 450 | 221 975 |
Het model houdt rekening met een vervroegde uitoefening door middel van een uitoefenfactor. Een uitoefenfactor van 1,40 staat voor de veronderstelling dat de begunstigde de opties en inschrijvingsrechten uitoefent na de wachtperiode zodra de aandelenkoers de uitoefenprijs met 40% overstijgt (gemiddeld).
In de loop van 2019 werden geen opties (2018: 225 475) toegekend onder SOP 2015-2017 (2018: reële waarde per eenheid van € 10,61). De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 1,8 miljoen (2018: € 2,6 miljoen) voor de toegekende opties op basis van hun reële waarde en toezeggingsperiode.
De leden van het Bekaert Group Executive, het senior management en een beperkt aantal kaderleden van de Onderneming en van enkele van haar dochtervennootschappen ontvingen prestatieaandeeleenheden die de begunstigde het recht geven prestatieaandelen te ontvangen: (1) gedurende 2015, 2016 en 2017 volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015- 2017 en (2) in 2019 volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2018-2020. Deze prestatieaandeeleenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachttijd van drie jaar op voorwaarde dat een vooraf vastgelegde prestatiedoelstelling bereikt wordt. De prestatiedoelstelling werd vastgelegd door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de Groep. Voor meer informatie verwijzen we naar het 'Remuneratieverslag' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.
| Aantal eenheden | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van toekenning |
Toege kend |
Geleverd | Verbeurd verklaard |
Vervallen | Uitstaand | Vervaldag | |
| PSP 2015-2017 | 17.12.2015 | 50 850 | - | 1 533 | 49 317 | - | 31.12.2018 |
| PSP 2015-2017 | 29.02.2016 | 10 000 | - | - | 10 000 | - | 31.12.2018 |
| PSP 2015-2017 | 30.06.2016 | 2 500 | - | - | 2 500 | - | 31.12.2018 |
| PSP 2015-2017 | 15.12.2016 | 52 450 | - | 3 917 | 48 533 | - | 31.12.2019 |
| PSP 2015-2017 | 06.03.2017 | 10 000 | - | - | 10 000 | - | 31.12.2019 |
| PSP 2015-2017 | 01.09.2017 | 5 000 | - | - | 5 000 | - | 31.12.2019 |
| PSP 2015-2017 | 21.12.2017 | 55 250 | - | 4 300 | - | 50 950 | 31.12.2020 |
| PSP 2018-2020 | 15.02.2019 | 178 233 | - | 7 276 | - | 170 957 | 31.12.2021 |
| PSP 2018-2020 | 26.07.2019 | 35 663 | - | - | - | 35 663 | 31.12.2021 |
| 399 946 | - | 17 026 | 125 350 | 257 570 |
De prestatieaandeeleenheden toegekend onder dit plan worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de prestatieaandeeleenheden onder het Performance Share Plan 2015-2017 wordt bepaald door middel van een binominaal waarderingsmodel. Voor de openstaande tranches worden inputs en uitkomsten van het waarderingsmodel hieronder gedetailleerd:
| Toegekend in | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Details waarderingsmodel Prestatieaandelenplan |
februari 2016 |
juli 2016 |
december 2016 |
maart 2017 |
september 2017 |
december 2017 |
|
| Inputs van het model | |||||||
| Aandelenkoers op toekennings | |||||||
| datum (in €) | 32,00 | 38,38 | 39,49 | 46,90 | 40,58 | 34,60 | |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% | 39% | 39% | 39% | |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% | |
| Wachtperiode (jaren) | 2,83 | 2,50 | 3,00 | 2,83 | 2,25 | 3,00 | |
| Uitstroom van personeel | 3% | 3% | 3% | 0% | 3% | 3% | |
| Risicovrije rentevoet | -0,41% | -0,56% | -0,53% | -0,53% | -0,55% | -0,46% | |
| Uitkomst van het model | |||||||
| Reële waarde (in €) | 46,89 | 50,30 | 52,15 | 46,90 | 54,34 | 40,19 | |
| Uitstaande prestatieaandeel | |||||||
| eenheden | - | - | - | - | - | 50 950 |
Onder PSP 2015-2017 heeft de Groep een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 1,9 miljoen (2018: € 3,0 miljoen) voor de toegekende prestatieaandeeleenheden op basis van hun reële waarde en toezeggingsperiode.
In 2019 werd (1) op 15 februari een aanbod van 178 233 prestatieaandeeleenheden en (2) op 26 juli een aanbod van 35 663 prestatieaandeeleenheden gedaan in het kader van het Performance Share Plan 2018-2020. De reële waarde van de prestatieaandeeleenheden is gelijk aan de aandelenkoers op toekenningsdatum (15 februari 2019: € 23,76 en 26 juli 2019: € 23,94), aangezien de prestatiedoelstelling niet-marktprijsgerelateerde voorwaarden zijn (Onderliggende EBITDA en operationale kasstroom). Het aanbod in 2019 vertegenwoordigde een reële waarde van € 5,1 miljoen. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 2,2 miljoen in 2019.
In maart 2016 introduceerde de Onderneming het Personal Shareholding Requirement Plan voor de Chief Executive Officer en de andere leden van het Bekaert Group Executive ('BGE'), op grond waarvan ze een persoonlijk belang in aandelen van de Onderneming opbouwen en behouden en waarbij de verwerving van het aantal aandelen van de Onderneming wordt ondersteund door een zogenaamd matching-mechanisme door de Onderneming. Het matching-mechanisme van de Onderneming bestaat erin dat de Onderneming de investering van het BGE-lid in aandelen van de Onderneming in jaar x zal evenaren door een gelijk aantal aandelen van de Onderneming als verworven door het BGE-lid toe te kennen op het einde van jaar x+2. Deze PSR eenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachtperiode van drie jaar, afhankelijk van een serviceconditie die onderhevig is aan slechte of goede vertrekomstandigheden. Voor meer informatie verwijzen we naar het 'Remuneratieverslag' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.
| Datum van toekenning |
Aantal eenheden | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Toege kend |
Geleverd | Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Vervaldag | ||
| PSR 2016 | 31.03.2016 | 18 324 | 17 796 | 528 | - | 31.12.2018 |
| PSR 2016 | 30.06.2016 | 2 003 | 2 003 | - | - | 31.12.2018 |
| PSR 2016 | 31.03.2017 | 14 668 | 13 428 | 1 240 | - | 31.12.2019 |
| PSR 2016 | 01.09.2017 | 2 523 | 2 523 | - | - | 31.12.2019 |
| PSR 2016 | 14.05.2018 | 15 251 | 530 | 1 060 | 13 661 | 31.12.2020 |
| 52 769 | 36 280 | 2 828 | 13 661 |
De matching shares toe te kennen onder het Personal Shareholding Requirement Plan 2016 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de matching shares wordt bepaald door middel van een binominaal waarderingsmodel. Voor de openstaande tranches worden inputs en uitkomsten van het waarderingsmodel hieronder gedetailleerd:
| Details waarderingsmodel Personal Shareholding Requirement (PSR) plan |
Bij te passen december 2018 |
Bij te passen december 2019 |
Bij te passen december 2020 |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Startdatum maart 2016 |
Startdatum juni 2016 |
Startdatum maart 2017 |
Startdatum september 2017 |
Startdatum mei 2018 |
||
| Inputs van het model | ||||||
| Aandelenkoers op startdatum (in €) | 35,71 | 38,97 | 45,87 | 40,04 | 34,00 | |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% | 39% | 39% | |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% | |
| Wachtperiode (jaren) | 2,75 | 2,50 | 2,75 | 2,33 | 2,60 | |
| Uitstroom van personeel | 4% | 4% | 4% | 4% | 4% | |
| Risicovrije rentevoet | -0,40% | -0,01% | -0,51% | -0,54% | -0,39% | |
| Uitkomst van het model | ||||||
| Reële waarde (in €) | 29,27 | 32,16 | 37,60 | 33,20 | 27,95 | |
| Uitstaande PSR-eenheden | - | - | - | - | 13 661 |
De toe te kennen matching shares vertegenwoordigen een reële waarde van € 0,4 miljoen (2018: € 0,9 miljoen). De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 0,4 miljoen (2018: € 0,6 miljoen) voor de aan te bieden matching shares op basis van hun reële waarde en toezeggingsperiode.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Herwaarderingsreserve voor deelnemingen aangemerkt als tegen reële | ||
| waarde via eigen vermogen | -14 489 | -12 117 |
| Herwaarderingsreserve voor toegezegdpensioenregelingen | -68 267 | -67 017 |
| Put-optiereserve voor minderheidsbelangen | -8 200 | - |
| Andere herwaarderingsreserve | -6 | -6 |
| Uitgestelde belastingen opgenomen in het eigen vermogen via OCI | 26 694 | 28 104 |
| Overige reserves | -64 268 | -51 036 |
| Gecumuleerde omrekeningsverschillen | -130 102 | -113 964 |
| Totaal overige Groepsreserves | -194 370 | -165 000 |
| Eigen aandelen | -108 843 | -107 463 |
| Overgedragen resultaten | 1 484 600 | 1 492 028 |
In de volgende secties van deze toelichting worden de bewegingen in de Groepsreserves en de overgedragen resultaten getoond en becommentarieerd.
| Afdekkingsreserve in duizend € |
2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | -296 | - |
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening | 296 | - |
| Per 31 december | - | - |
Wijzigingen in reële waarde van afdekkingsinstrumenten die worden aangemerkt als effectieve kasstroomafdekkingen worden rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen. In overeenstemming met de IFRS-voorschriften voor hedge accounting met betrekking tot kasstroomafdekkingen worden de wisselresultaten als gevolg van de omrekening van de afgedekte posities tegen slotkoers gecompenseerd door de betrokken bedragen over te boeken naar de winst-en-verliesrekening. Alle kasstroomafdekkingen liepen af in 2018.
De herwaardering van de deelneming in Shougang Concord Century Holdings Ltd is gebaseerd op de slotkoers van het aandeel op de beurs van Hongkong. De herwerking is een gevolg van de toepassing van IFRS 9 (vervangt IAS 39) (zie toelichting 2.8. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten' van het Jaarverslag 2018). De reële waarde van de investering in Xinyu Xinsteel Metal Products Co Ltd wordt bepaald op basis van een verdisconteringsmethode van toekomstige opbrengsten zoals getoond in het meest recent strategisch plan 2020-2024. Zie ook toelichting 6.6. 'Overige vaste activa'.
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | -70 683 | -68 267 |
| Herwaarderingen van de periode | -3 410 | 1 261 |
| Inflatie-effecten | -578 | - |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | 6 404 | -11 |
| Per 31 december | -68 267 | -67 017 |
De herwaarderingen resulteren uit het gebruik van gewijzigde actuariële veronderstellingen bij de bepaling van de toegezegd-pensioenverplichtingen, uit verschillen tegenover de werkelijke rendementen van fondsbeleggingen op de balansdatum en uit wijzigingen in niet-opgenomen activa omwille van het asset ceiling-principe (zie toelichting 6.16. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen').
De 'Put-optiereserve voor minderheidsbelangen' bestaat vrijwel uitsluitend uit een verplichting van € 8,2 miljoen die initieel opgezet werd tegen reële waarde via eigen vermogen. Deze verplichting vertegenwoordigt de put-optie die aan Maccaferri verleend werd op haar resterende minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA. Alle latere reëlewaardewijzigingen met betrekking tot deze financiële verplichting worden in overeenstemming met IFRS opgenomen via de winst-en-verliesrekening. Op 31 oktober 2019 verwierf Bekaert de 50% aandelen die Maccaferri had in Bekaert Macacaferri Underground Solutions BVBA. Hierdoor verviel de put-optiereserve.
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 30 307 | 26 694 |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat | -2 824 | 1 407 |
| Inflatie-effecten | 197 | - |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -986 | 3 |
| Per 31 december | 26 694 | 28 104 |
Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat ('OCI' = Other Comprehensive Income) worden eveneens opgenomen via OCI (zie toelichting 6.7. 'Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen').
| Eigen aandelen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Per 1 januari | -103 037 | -108 843 |
| Ingekochte aandelen | -12 961 | - |
| Verkochte aandelen | 7 155 | 1 380 |
| Per 31 december | -108 843 | -107 463 |
Er waren voldoende eigen aandelen zowel om verwatering tegen te gaan als om het kasstroomrisico van op aandelen gebaseerde betalingsregelingen af te dekken. Er werden geen bijkomende aandelen ingekocht in 2019 (2018: 352 000 aandelen). 28 957 eigen aandelen verkocht werden aan de begunstigden van de op aandelen gebaseerde betalingsregelingen van de Groep (2018: 86 248 aandelen). Eigen aandelen worden verwerkt volgens het FIFO-principe (first-in, first-out). Winsten en verliezen op verkopen van eigen aandelen worden rechtstreeks opgenomen in overgedragen resultaten (zie bewegingen in overgedragen resultaten hierna). Zie ook toelichting 6.13. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen'.
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | -105 723 | -130 102 |
| Omrekeningsverschillen op goedgekeurde dividenden | -7 158 | -1 601 |
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening in verband met afgestoten | ||
| entiteiten of gefaseerde overnames | 599 | - |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | 6 670 | - |
| Bewegingen ontstaan uit wisselkoersfluctuaties | -24 490 | 17 739 |
| Per 31 december | -130 102 | -113 964 |
| Waarvan gerelateerd aan entiteiten met volgende functionele valuta's | ||
| Chinese renminbi | 96 904 | 100 394 |
| US dollar | 29 659 | 29 945 |
| Braziliaanse real | -166 524 | -169 744 |
| Chileense peso | -12 345 | -17 347 |
| Venezolaanse bolivar soberano 1 | -59 691 | -59 691 |
| Indische roepie | -6 535 | -6 756 |
| Tsjechische kroon | 9 272 | 9 738 |
| Britse pond | -10 986 | 3 200 |
| Russische roebel | -5 140 | -2 742 |
| Andere valuta's | -4 716 | -961 |
1 Ten gevolge van de wijziging qua functionele munteenheid naar de US dollar op 1 januari 2019, is het bedrag bevroren.
De schommelingen in omrekeningsverschillen weerspiegelden zowel de wisselkoersevolutie als het relatief belang van de nettoactiva opgenomen in de vermelde valuta's.
| Overgedragen resultaten | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Toelichting | 2018 | 2019 |
| Per 1 januari (zoals voorheen gepubliceerd) | 1 529 268 | 1 484 600 | |
| Herwerkingen | 2.8. | 7 655 | -4 365 |
| Per 1 januari (herwerkt) | 1 536 923 | 1 480 235 | |
| Toegekende eigenvermogensinstrumenten | 6.12. | 6 599 | 4 390 |
| Resultaat van de periode toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 39 768 | 41 329 | |
| Dividenden | -62 153 | -39 557 | |
| Inflatie-effecten | 2 827 | - | |
| Eigenaandelentransacties | 6.12. | -5 475 | -1 341 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -33 889 | 6 973 | |
| Per 31 december | 1 484 600 | 1 492 028 |
In 2018 waren inflatie-effecten het gevolg van het gebruik van inflatieboekhouding in Venezuela, zoals door IFRS vereist in een hyper-inflatoire economie. Eigenaandelentransacties (€ -1,3 miljoen tegenover € -5,5 miljoen in 2018) vertegenwoordigen het verschil tussen de opbrengsten en de FIFO-boekwaarde van de verkochte aandelen. Wijzigingen in Groepsstructuur in 2019 hadden voornamelijk betrekking op de verwerving van minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA (€ +7,0 miljoen), terwijl deze in 2018 (€ -33,9 miljoen) voornamelijk betrekking hadden op verwervingen van de minderheidsbelangen in BBRG.
| Nettoboekwaarde | |
|---|---|
| 2018 in duizend € |
2019 |
| Per 1 januari 95 381 |
119 071 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur 66 715 |
-13 504 |
| Aandeel in het perioderesultaat -36 980 |
6 871 |
| Aandeel in andere elementen van het resultaat behalve CTA 1 766 |
-1 667 |
| Uitgekeerde dividenden -2 881 |
-13 247 |
| Toegekende eigenvermogensinstrumenten 93 |
- |
| Kapitaalverhogingen 71 |
652 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) -5 094 |
-1 746 |
| Per 31 december 119 071 |
96 430 |
De wijzigingen in Groepsstructuur in 2019 hadden quasi uitsluitend betrekking op de verwerving van de minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA, met een boekwaarde van € +13,6 miljoen op datum van de transactie. De wijzigingen in 2018 hadden quasi uitsluitend betrekking op de verwerving van vrijwel alle minderheidsbelangen in Bridon Bekaert Ropes Group ('BBRG').
Het merendeel van de entiteiten waarin minderheidsbelangen aangehouden worden kende een beter resultaat dan in het voorbije jaar. De grootste wijziging in het perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden was echter te wijten aan het feit dat BBRG niet langer meer onder de minderheidsbelangen valt in 2019.
In overeenstemming met IFRS 12 'Informatieverschaffng over belangen in andere entiteiten' wordt volgende informatie verschaft met betrekking tot dochterondernemingen waarin derden minderheidsbelangen aanhouden die van materieel belang zijn voor de Groep. De bedoeling van IFRS 12 is om van een entiteit bijkomende toelichting te vereisen die de lezers van haar jaarrekening toelaten volgende elementen te evalueren: (a) de aard van haar belangen in andere entiteiten en de daaraan verbonden risico's en de effecten van deze belangen op haar financiële positie, winstgevendheid en kasstromen. Bekaert heeft vele partnerschappen over de hele wereld, waarvan de meeste individuele entiteiten niet zouden voldoen aan redelijke materialiteitscriteria. Daarom heeft de Groep twee groepen van entiteiten met minderheidsbelangen geïdentificeerd die onderling verbonden zijn door de aard van hun activiteiten en aandeelhouderstructuur: (1) de Wire-entiteiten in Chili en Peru, waar de minderheidsbelangen hoofdzakelijk in handen zijn van de Chileense partners, en (2) de Wire-entiteiten in de Andina regio, waarin de minderheidsbelangen hoofdzakelijk in handen zijn van de Ecuadoriaanse familie Kohn en van ArcelorMittal. Bij de groepering van de informatie werden enkel de intragroepseffecten binnen elke groep van entiteiten geëlimineerd, terwijl alle andere entiteiten van de Groep als derden werden behandeld. Door de verwerving van de 40% resterende minderheidsbelangen in BBRG in oktober 2018, is er geen minderheidsbelang meer en werd de informatie over BBRG niet meer weerhouden in dit jaarverslag.
| Entiteiten opgenomen in de toelichting m.b.t. materiële minderheidsbelangen |
Land | Aandeel van minderheidsbelangen op jaareinde |
||
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2019 | |||
| BBRG-entiteiten | ||||
| Inversiones BBRG Lima SA | Peru | 3,9% | 3,9% | |
| Procables SA | Peru | 3,9% | 3,9% | |
| Wire-entiteiten Chili en Peru | ||||
| Acma SA | Chili | 48,0% | 48,0% | |
| Acmanet SA | Chili | 48,0% | 48,0% | |
| Industrias Acmanet Ltda | Chili | 48,0% | 48,0% | |
| Industrias Chilenas de Alambre - Inchalam SA | Chili | 48,0% | 48,0% | |
| Inversiones Impala Perú SA Cerrada | Peru | 48,0% | - | |
| Procercos SA | Chili | 48,0% | 48,0% | |
| Prodalam SA | Chili | 48,0% | 48,0% | |
| Prodicom Selva SAC | Peru | 62,5% | 62,5% | |
| Prodimin SAC | Peru | - | 62,5% | |
| Prodac Contrata SAC | Peru | 62,5% | 62,5% | |
| Productos de Acero Cassadó SA | Peru | 62,5% | 62,5% | |
| Wire-entiteiten Andina regio | ||||
| Bekaert Ideal SL | Spanje | 20,0% | 20,0% | |
| Bekaert Costa Rica SA | Costa Rica | 41,6% | 41,6% | |
| BIA Alambres Costa Rica SA | Costa Rica | 41,6% | 41,6% | |
| Ideal Alambrec SA | Ecuador | 41,6% | 41,6% | |
| InverVicson SA | Venezuela | 20,0% | 20,0% | |
| Productora de Alambres Colombianos Proalco SAS | Colombia | 20,0% | 20,0% | |
| Vicson SA | Venezuela | 20,0% | 20,0% |
De hoofdactiviteit van de voornaamste entiteiten in bovenstaande lijst is de productie en verkoop van draad en andere draadproducten, in hoofdzaak voor de lokale markt. De volgende entiteiten zijn in wezen holdings die deelnemingen aanhouden in één of meer van de overige entiteiten in de vorige lijst:, Industrias Acmanet Ltda, Procercos SA, Inversiones Impala Perú SA Cerrada en Bekaert Ideal SL. De volgende tabel toont het relatief belang van de entiteitgroepen met materiële minderheidsbelangen in termen van resultaten en eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen.
| Materiële en overige minderheidsbelangen | Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
Eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 | 2018 | 2019 |
| BBRG-entiteiten 1 | -39 058 | - | 270 | - |
| Wire-entiteiten Chili en Peru | 6 006 | 5 248 | 75 481 | 71 643 |
| Wire-entiteiten Andina regio | -1 577 | 1 489 | 16 356 | 12 017 |
| Consolidatieaanpassingen op materiële | ||||
| minderheidsbelangen | 1 895 | 659 | -28 552 | -28 031 |
| Bijdrage van de materiële minderheidsbelangen tot de | ||||
| geconsolideerde minderheidsbelangen | -32 734 | 7 396 | 63 555 | 55 630 |
| Overige minderheidsbelangen | -4 246 | -525 | 55 516 | 40 800 |
| Totaal minderheidsbelangen | -36 980 | 6 871 | 119 071 | 96 430 |
1 Het immateriële bedrag van minderheidsbelangen met betrekking tot enkele BBRG-entiteiten is vanaf 2019 opgenomen in 'Overige minderheidsbelangen'.
De substantiële consolidatieaanpassingen op het eigen vermogen toerekenbaar aan materiële minderheidsbelangen houden in hoge mate verband met de Wire-entiteiten in Chili en Peru.
De onderstaande tabellen geven een beknopt overzicht van de financiële staten voor deze entiteitgroepen.
| Wire-entiteiten Chili en Peru | |
|---|---|
| 2018 in duizend € |
2019 |
| Vlottende activa 238 595 |
206 915 |
| Vaste activa 139 880 |
134 516 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar 197 941 |
133 503 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar 37 067 |
72 797 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van | |
| Bekaert 67 986 |
63 488 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan | |
| minderheidsbelangen 75 481 |
71 643 |
| 2018 in duizend € |
2019 |
|---|---|
| Omzet 498 007 |
495 350 |
| Kosten -485 760 |
-483 891 |
| Perioderesultaat 12 246 |
11 459 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van | |
| Bekaert 6 241 |
6 211 |
| 6 006 Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
5 248 |
| Andere elementen van het resultaat -5 623 |
-5 946 |
| -3 242 Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert |
-3 338 |
| -2 381 Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
-2 608 |
| Volledig perioderesultaat 6 623 |
5 513 |
| 2 999 Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert |
2 873 |
| 3 625 Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
2 640 |
| Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen | - -6 720 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten 13 377 |
56 707 |
| -13 379 Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten |
-8 956 |
| 7 841 Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten |
-40 962 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) 7 839 |
6 788 |
De veranderingen in de samenstelling van de balans zijn vooral het gevolg van scherpe controle op het werkkapitaal: de handelsvorderingen waren lager alsook de voorraden, gedeeltelijk gecompenseerd door lagere handelsschulden. Bovendien werd de verhouding tussen verplichtingen op meer dan een jaar en op ten hoogste een jaar hersteld door de terugbetaling van lange termijn rentedragende schulden.
De entiteiten hielden in 2019 hetzelfde niveau van winstgevendheid aan zoals het jaar voordien.
De nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten was aanzienlijk hoger door de daling in het operationeel werkkapitaal. Door het lager bedrag aan investeringen werd de kasstroomgeneratie nog versterkt. De evolutie in de nettokasstroom uit financieringsactiviteiten was het gevolg van betaalde brutodividenden in 2019, samen met de herfinanciering van vervallen schulden.
| in duizend € 2017 |
2018 |
|---|---|
| Vlottende activa 102 723 |
78 647 |
| Vaste activa 46 172 |
46 229 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar 93 608 |
82 759 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar 15 769 |
9 014 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep 23 162 |
21 086 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan | |
| minderheidsbelangen 16 356 |
12 017 |
| in duizend € | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Omzet | 203 928 | 182 162 |
| Kosten | -208 517 | -177 069 |
| Perioderesultaat | -4 589 | 5 093 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | -3 012 | 3 604 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -1 577 | 1 489 |
| Andere elementen van het resultaat | 2 398 | -1 220 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 1 381 | -560 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 1 016 | -660 |
| Volledig perioderesultaat | -2 191 | 3 873 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | -1 631 | 3 044 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -561 | 829 |
| Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen | -606 | -5 691 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten | -4 957 | 16 288 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten | 800 | -1 801 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten | 11 131 | -20 161 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) | 6 974 | -5 674 |
Een nauwgezette opvolging van het operationeel werkkapitaal gedurende het jaar resulteerde in een lager bedrag aan uitstaande handelsvorderingen en een lager niveau aan voorraden, gedeeltelijk gecompenseerd door een lager bedrag aan handelsschulden. De verplichtingen op meer dan een jaar waren lager door het afsluiten van enkele personeelsbeloningen regelingen in Ecuador.
Ten gevolge van de sluiting van de Dramix® fabriek in Costa Rica (2018) was de omzet in 2019 lager. Het bedrijfsresultaat in 2019 verbeterde in belangrijke mate doordat in 2018 de eenmalige sluitingskosten van de Dramix® fabriek in Costa Rica werden geboekt en er geen operationele verliezen meer werden opgelopen in 2019.
Ondanks een recente versoepeling van de regels, blijft Vicson SA (Venezuela) gebonden aan beperkingen op de repatriatie van geldmiddelen vanwege de regulering van het deviezenverkeer in Venezuela. Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen bedroegen € 1,3 miljoen op 31 december 2019 (tegenover € 2,0 miljoen op 31 december 2018). Zie ook Toelichting 6.10. 'Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen'.
Per 31 december 2019 bedroegen de totale nettovoorzieningen voor personeelsbeloningen € 261,7 miljoen (€ 248,5 miljoen per jaareinde 2018), met volgende samenstelling:
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Voorzieningen voor | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | 136 080 | 120 248 |
| Andere langetermijnpersoneelsbeloningen | 4 535 | 4 437 |
| In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen | 877 | 1 662 |
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | 112 112 | 125 051 |
| Ontslagvergoedingen | 6 374 | 20 794 |
| Totaal voorzieningen in de balans | 259 977 | 272 193 |
| waarvan | ||
| Voorzieningen op meer dan een jaar | 141 550 | 123 409 |
| Voorzieningen op ten hoogste een jaar | 118 427 | 148 784 |
| Activa voor | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | -11 428 | -10 470 |
| Totaal activa in de balans | -11 428 | -10 470 |
| Totaal nettovoorzieningen | 248 549 | 261 722 |
In overeenstemming met IAS 19, 'Personeelsbeloningen' worden vergoedingsregelingen na uitdiensttreding opgedeeld in toegezegdebijdragenregelingen en toegezegdpensioenregelingen.
Bij toegezegdebijdragenregelingen betaalt Bekaert bijdragen aan publieke of private pensioenfondsen of aan verzekeringsmaatschappijen. Eenmaal de bijdragen zijn betaald, heeft de Groep geen verdere betalingsverplichtingen. Deze bijdragen worden ten laste genomen van de periode waarin de verplichting ontstaat.
De Belgische toegezegdebijdragenregelingen zijn bij wet onderworpen aan gewaarborgde minimumrendementen. De pensioenwetgeving definieert het minimum gegarandeerd rendement vanaf 1 januari 2016 als een variabel procent dat gelinkt is aan de rendementen op overheidsobligaties die in de markt worden waargenomen. Vanaf 2016 wordt het minimum gegarandeerd rendement 1,75% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen. De vroegere rendementen (3,25% op werkgeversbijdragen en 3,75% op werknemersbijdragen) worden verder toegepast op de gecumuleerde bijdragen van het verleden aan de groepsverzekering op 31 december 2015. Bijgevolg werden de toegezegdebijdragenregelingen geherclassificeerd als toegezegdpensioenregelingen op jaareinde, waarbij een actuariële waardering werd uitgevoerd.
In Nederland neemt Bekaert deel aan een collectieve toegezegdpensioenregeling van meerdere werkgevers die gefinancierd wordt via het Pensioenfonds Metaal & Techniek ('PMT'). Deze regeling wordt geclassificeerd als toegezegdebijdragenregeling omdat er geen informatie beschikbaar is met betrekking tot de fondsbeleggingen toerekenbaar aan Bekaert. De bijdragen met betrekking tot deze regeling bedroegen € 1,9 miljoen (2018: € 1,8 miljoen). De werkgeversbijdragen worden elke vijf jaar vastgelegd door het PMT, ze zijn gelijk voor alle deelnemende bedrijven en uitgedrukt als een percentage van het pensioengevend salaris. De totale bijdrage van Bekaert vertegenwoordigt minder dan 0,1% van de volledige PMT bijdrage. De financieringsregels specifiëren dat een werkgever niet verplicht is tot het betalen van verdere bijdragen met betrekking tot eerder opgebouwde uitkeringen. De financieringsstatus van het PMT was 98,8% op 31 december 2019 (2018: 102,3%). Gedurende de vijfjarige periode van 2015 tot 2019 is er geen verplichting voor de deelnemende bedrijven tot financiering van enig tekort van het PMT (of tot het ontvangen van enig overschot). Na 2019 heeft het PMT enige flexibiliteit om de werkgeversbijdragen vast te leggen boven het vereist minimum indien het zijn financieringsstatus zou willen verbeteren.
| Toegezegdebijdragenregelingen 2018 in duizend € |
2019 |
|---|---|
| Opgenomen kosten 15 149 |
16 601 |
Meerdere ondernemingen van de Groep voorzien in toegezegdpensioenregelingen voor pensioenen en andere vergoedingen na uitdiensttreding. Dergelijke regelingen gelden meestal voor alle werknemers en zijn gebaseerd op hun bezoldiging en aantal dienstjaren.
De recentste actuariële IAS 19-waarderingen werden voor alle significante toegezegdpensioenregelingen na uitdiensttreding uitgevoerd op 31 december 2019 door onafhankelijke actuarissen. In België, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bevinden zich de belangrijkste toegezegdpensioenregelingen voor de Groep. Zij vertegenwoordigden 89,2% (2018: 87,3%) van de brutoverplichtingen en 99,6% (2018: 99,5%) van de fondsbeleggingen van de Groep.
De gefinancierde pensioenregelingen in België vertegenwoordigden een brutoverplichting van € 216,3 miljoen (2018: € 198,4 miljoen) en € 202,0 miljoen activa (2018: € 176,6 miljoen). Deze omvatten de toegezegdebijdragenregelingen gefinancierd door groepsverzekeringen.
De traditionele toegezegdpensioenregelingen voorzien in de betaling van een éénmalige kapitaalsuitkering bij pensionering en in geval van overlijden of invaliditeit voorafgaand aan pensionering. Deze regelingen worden extern gefinancierd door twee instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP) in eigen beheer. Op regelmatige basis wordt een Asset Liability Matching ('ALM') studie uitgevoerd, waarin de gevolgen van strategische investeringsrichtlijnen worden geanalyseerd in termen van risico- en rendementsprofielen. Uit deze studie worden de investeringsprincipes en het financieringsbeleid afgeleid. Het is de bedoeling de beleggingen afdoende te diversifiëren teneinde het risico onder controle te houden. De investerings- en aansprakelijkheidsrisico's worden op kwartaalbasis opgevolgd. De financieringspolitiek heeft als doel om minstens volledig gefinancierd te zijn in termen van statutaire minimumvereisten (dit is een voorzichtige schatting van de pensioenverplichtingen).
Andere regelingen hebben in hoofdzaak betrekking op brugpensioenen (brutoverplichting € 10,4 miljoen (2018: € 11,2 miljoen)), die niet extern gefinancierd zijn. Een bedrag van € 4,4 miljoen (2018: € 4,6 miljoen) heeft betrekking op werknemers in actieve dienst die nog geen brugpensioenakkoord hebben afgesloten.
De gefinancierde pensioenregelingen in de Verenigde Staten vertegenwoordigen een brutoverplichting van € 130,9 miljoen (2018: € 116,2 miljoen) en € 99,5 miljoen activa (2018: € 81,0 miljoen). De plannen voorzien in levenslange rentebetalingen aan de deelnemers, maar werden gesloten voor nieuwe deelnemers. De activa zijn geïnvesteerd in obligaties en in aandelen. Op basis van een ALM studie werd de allocatie van de activa meer verschoven naar obligaties met langere looptijd. De financieringspolitiek is erop gericht om voldoende gefinancierd te zijn in termen van de vereisten van de Pension Protection Act om te vermijden dat er uitkeringsbeperkingen van kracht worden of dat de regelingen een at risk-status verwerven.
Niet-gefinancierde regelingen omvatten plannen voor medische zorgen (brutoverplichting € 4,0 miljoen (2018: € 3,9 miljoen)).
De gefinancierde pensioenregeling in het Verenigd Koninkrijk is een plan gesloten voor nieuwe deelnemers en verdere opbouw en vertegenwoordigt een brutoverplichting van € 95,4 miljoen (2018: € 79,7 miljoen) en € 105,8 miljoen activa (2017: € 91,2 miljoen). De regeling wordt beheerd door een aparte Raad van Bestuur die juridisch los staat van de onderneming. De Raad van Bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van zowel werkgevers als werknemers. De bestuurders zijn wettelijk verplicht om te handelen in het belang van alle betrokken begunstigden en zijn verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van de activa en het dagelijkse beheer van de uitkeringen.
De pensioenverplichting bestaat enkel uit voordelen voor deelnemers met uitgestelde rechten en rentetrekkers. In grote lijnen is ongeveer 80% van de verplichtingen toe te schrijven aan inactieven en 20% aan gepensioneerden (2018: 20% gepensioneerden).
Britse wetgeving vereist dat pensioenregelingen op prudente wijze worden gefinancierd. De laatste waardering ter bepaling van de financiering werd uitgevoerd door een erkende actuaris per 31 december 2016 en resulteerde in een tekort van € 6,5 miljoen. De entiteit heeft een financieringsakkoord getekend om het tekort aan te vullen, de betalingen zullen lopen van januari 2019 tot en met augustus 2021. Als onderdeel van het financieringsakkoord droeg de onderneming € 3,1 miljoen bij tot 31 december 2019 en zal doorgaan met betalingen van € 0,8 miljoen per jaar over de periode van 1 januari 2020 tot 31 augustus 2021. De bovenstaande bijdragen omvatten geen administratiekosten die los van IAS 19 worden gerapporteerd.
Volgende bedragen werden opgenomen in de balans:
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| België | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 198 425 | 216 335 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -176 557 | -201 965 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 21 868 | 14 369 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 11 176 | 10 449 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 33 044 | 24 818 |
| Verenigde Staten | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 116 221 | 130 913 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -81 043 | -99 463 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 35 178 | 31 450 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 8 831 | 9 612 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 44 009 | 41 062 |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 79 749 | 95 353 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -91 167 | -105 823 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | -11 418 | -10 470 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | - | - |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | -11 418 | -10 470 |
| Andere | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 1 346 | 1 377 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -1 582 | -1 570 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | -236 | -193 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 59 253 | 54 561 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 59 017 | 54 368 |
| Totaal | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 395 741 | 443 977 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -350 350 | -408 821 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 45 391 | 35 156 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 79 260 | 74 622 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 124 651 | 109 778 |
De evolutie van de brutoverplichting, de fondsbeleggingen en de nettovoorziening en -vordering over het jaar waren als volgt:
| Bedragen niet | ||||
|---|---|---|---|---|
| opgenomen als | Netto | |||
| in duizend € | Bruto verplichting |
Fonds beleggingen |
activa ('asset ceiling') |
voorzieningen/ vorderingen (-) |
| Per 1 januari 2018 | 489 409 | -358 013 | - | 131 396 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 17 219 | - | - | 17 219 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | -4 174 | - | - | -4 174 |
| Winsten (-) / verliezen uit afwikkelingen | -685 | 685 | - | - |
| Rentelasten / -opbrengsten (-) | 11 982 | -8 393 | - | 3 588 |
| Kosten / opbrengsten (-) via het resultaat | 24 342 | -7 709 | - | 16 634 |
| Componenten opgenomen in EBIT | 13 045 | |||
| Componenten opgenomen in het financieel resultaat | 3 588 | |||
| Herwaarderingen | ||||
| Rendement op fondsbeleggingen, met uitzondering van | ||||
| bedragen opgenomen in de rentelasten / | ||||
| -opbrengsten (-) | - | 18 467 | - | 18 467 |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in demografische assumpties |
-4 631 | - | - | -4 631 |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in financiële | ||||
| assumpties | -19 093 | - | - | -19 093 |
| Winsten (-) / verliezen bij ervaringsaanpassingen | 6 644 | - | - | 6 644 |
| Wijzigingen geboekt via het eigen vermogen | -17 080 | 18 467 | - | 1 387 |
| Bijdragen | ||||
| Werkgeversbijdragen / uitbetaalde vergoedingen | - | -25 637 | - | -25 637 |
| Werknemersbijdragen | 127 | -127 | - | - |
| Uitbetalingen van het plan | ||||
| Uitbetaalde vergoedingen | -25 712 | 25 712 | - | - |
| Herclassificeringen | -549 | - | - | -549 |
| Effecten van omrekening van vreemde valuta | 4 473 | -3 042 | - | 1 431 |
| Per 31 december 2018 | 475 011 | -350 350 | - | 124 661 |
| Per 1 januari 2019 | 475 011 | -350 350 | - | 124 661 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 16 483 | - | - | 16 483 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | -3 624 | - | - | -3 624 |
| Winsten (-) / verliezen uit afwikkelingen | -3 047 | 574 | - | -2 474 |
| Rentelasten / -opbrengsten (-) | 13 008 | -9 099 | - | 3 909 |
| Kosten / opbrengsten (-) via het resultaat | 22 819 | -8 525 | - | 14 294 |
| Componenten opgenomen in EBIT | 10 385 | |||
| Componenten opgenomen in het financieel resultaat | 3 909 | |||
| Herwaarderingen | ||||
| Rendement op fondsbeleggingen, met uitzondering van | ||||
| bedragen opgenomen in de rentelasten / | ||||
| -opbrengsten (-) | - | -53 233 | - | -53 233 |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in demografische | ||||
| assumpties | -2 993 | - | - | -2 993 |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in financiële | ||||
| assumpties | 57 575 | - | - | 57 575 |
| Winsten (-) / verliezen bij ervaringsaanpassingen | -517 | - | - | -517 |
| Wijzigingen geboekt via het eigen vermogen | 54 066 | -53 233 | - | 833 |
| Bijdragen | ||||
| Werkgeversbijdragen / uitbetaalde vergoedingen | - | -29 551 | - | -29 551 |
| Werknemersbijdragen | 169 | -169 | - | - |
| Uitbetalingen van het plan | ||||
| Uitbetaalde vergoedingen | -39 489 | 39 489 | - | - |
| Effecten van omrekening van vreemde valuta | 6 024 | -6 482 | - | -458 |
| Per 31 december 2019 | 518 600 | -408 821 | - | 109 778 |
De pensioenkosten van verstreken diensttijd hadden voornamelijk betrekking op de herstructurering in België. De winsten/verliezen uit afwikkelingen waren in hoofdzaak gerelateerd aan plannen voor medische zorgen na uitdiensttreding door pensioen en herstructureringen. In de winst-en-verliesrekening, worden zowel de pensioenkosten toegerekend aan het dienstjaar als van verstreken diensttijd, inclusief de winsten en verliezen uit afwikkelingen, opgenomen in het bedrijfsresulaat (EBIT). De nettorentelast of -opbrengst maakt deel uit van de rentelasten, onder rentegedeelte van rentedragende voorzieningen.
Restitutierechten voortkomend uit herverzekeringscontracten met betrekking tot pensioenen, overlijdens- en invaliditeitsvergoedingen in Duitsland bedroegen € 0,2 miljoen (2018: € 0,2 miljoen).
Voor 2020 worden volgende bijdragen en uitbetaalde vergoedingen verwacht:
| Verwachte bijdragen en uitbetaalde vergoedingen | |
|---|---|
| in duizend € | 2020 |
| Pensioenregelingen | 22 319 |
| Totaal | 22 319 |
De reële waarde van de fondsbeleggingen per 31 december was als volgt samengesteld:
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| België | ||
| Obligaties | 42 925 | 53 875 |
| Aandelen | 60 638 | 78 740 |
| Geldmiddelen | 9 906 | 5 570 |
| Verzekeringen | 63 088 | 63 782 |
| Totaal België | 176 557 | 201 965 |
| Verenigde Staten | ||
| Obligaties | ||
| USD langetermijnobligaties | 30 559 | 31 608 |
| USD vastrentende effecten | 8 296 | 4 765 |
| USD gewaarborgde deposito's | - | 3 749 |
| Aandelen | ||
| USD aandelen | 28 714 | 37 665 |
| Niet-USD aandelen | 13 474 | 16 671 |
| Vastgoed | - | 5 006 |
| Totaal Verenigde Staten | 81 043 | 99 463 |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Obligaties | 1 092 | 45 457 |
| Afgeleide producten | 59 782 | 50 246 |
| Aandelen | 27 107 | 8 029 |
| Geldmiddelen | 3 186 | 2 091 |
| Totaal Verenigd Koninkrijk | 91 167 | 105 823 |
| Andere | ||
| Obligaties | 1 583 | 1 569 |
| Totaal Andere | 1 583 | 1 569 |
| Totaal | 350 350 | 408 821 |
In de Verenigde Staten wordt voornamelijk geïnvesteerd via beleggingsfondsen en gekantonneerde fondsen van verzekeringsmaatschappijen in genoteerde aandelen en obligaties. In België wordt voornamelijk belegd via beleggingsfondsen in genoteerde aandelen en obligaties. De beleggingen zijn afdoende gediversifieerd zodat een faling van één enkele belegging geen materiële impact zou hebben op het globale niveau van de activa. In het Verenigd Koninkrijk werd de strategische activaspreiding in 2019, in de context van risicovermindering, gewijzigd door het deel van de activa dat is belegd in aandelen te verminderen ten voordele beleggingen die erop gericht zijn om te voldoen aan toekomstige kasstromen en obligaties.
De fondsbeleggingen van de Groep omvatten geen directe positie in Bekaertaandelen of -obligaties, noch in vastgoed dat wordt
gebruikt door een Bekaertentiteit.
De voornaamste actuariële veronderstellingen op balansdatum (gewogen gemiddelden gebaseerd op uitstaande bruto- verplichtingen) waren:
| Actuariële veronderstellingen | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 2,8% | 1,9% |
| Jaarlijkse verhoging van bezoldigingen | 3,2% | 3,0% |
| Onderliggende inflatie | 2,2% | 1,9% |
| Toename gezondheidszorgkost (initieel) | 6,8% | 7,0% |
| Toename gezondheidszorgkost (uiteindelijk) | 4,7% | 5,0% |
| Gezondheidszorg (jaren voor het bereiken van het uiteindelijke percentage) | 8 | 8 |
De disconteringsvoet voor het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en België is een weerspiegeling van zowel de huidige renteomgeving als van de specifieke karakteristieken van de planverplichtingen. In eerste instantie worden de geprojecteerde toekomstige uitbetalingen gekoppeld aan de toepasselijke contantkoersen, op basis waarvan de contante waarde berekend wordt. Daarna wordt teruggerekend wat de gemiddelde disconteringsvoet is die dezelfde contante waarde oplevert. De contantkoersen worden afgeleid van een rentecurve gebaseerd op hoogwaardige bedrijfsobligaties met een AA-kredietstatus uitgegeven in de munt van de toepasselijke regionale markt.
Dit resulteerde in de volgende disconteringsvoeten:
| Disconteringsvoet | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| België | 1,7% | 0,8% |
| Verenigde Staten | 4,2% | 3,2% |
| Verenigd Koninkrijk | 2,9% | 2,1% |
| Overige | 3,8% | 2,6% |
Dit resulteerde in de volgende inflatievoeten:
| Inflatie | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| België | 1,8% | 1,5% |
| Verenigde Staten | - | - |
| Verenigd Koninkrijk | 3,0% | 2,8% |
| Overige | 2,5% | 2,1% |
| Totaal | 2,2% | 1,9% |
Assumpties met betrekking tot toekomstige sterfte zijn gebaseerd op actuarieel advies in overeenstemming met gepubliceerde statistieken en ervaring voor elke regio. Deze assumpties worden vertaald in een gemiddelde levensverwachting in jaren voor een gepensioneerde die uit dienst treedt op de leeftijd van 65.
| 2018 | 2019 | |
|---|---|---|
| Levensverwachting voor een man van 65 (jaren) op de balansdatum | 20,4 | 19,7 |
| Levensverwachting voor een vrouw van 65 (jaren) op de balansdatum | 22,9 | 22,9 |
| Levensverwachting voor een man van 65 (jaren) tien jaar na de balansdatum | 21,2 | 20,5 |
| Levensverwachting voor een vrouw van 65 (jaren) tien jaar na de balansdatum | 23,7 | 23,7 |
Een sensitiviteitsanalyse levert volgende effecten op:
| Sensitiviteitsanalyse in duizend € |
Wijziging in veronder stelling |
Impact op toegezegdpensioenregelingen | ||
|---|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet | -0,50% | Stijging met | 32 601 | 6,3% |
| Salarisstijging | 0,50% | Stijging met | 10 703 | 2,1% |
| Gezondheidszorgkost | 0,50% | Stijging met | 186 | 0,03% |
| Levensverwachting | 1 jaar | Stijging met | 7 971 | 1,5% |
Bij bovenstaande sensitiviteitsanalyse werden alle andere veronderstellingen constant gehouden.
De Groep is door zijn toegezegdpensioenregelingen blootgesteld aan een aantal risico's, waarvan de belangrijkste hieronder zijn toegelicht:
| Volatiliteit van de activa | De verplichtingen van het plan worden berekend met behulp van een disconteringsvoet gebaseerd op bedrijfsobligatierendementen; wanneer de fondsbeleggingen dit rendement niet behalen, zal dit een tekort veroorzaken. |
|---|---|
| Wijzigingen in obligatie rendementen |
Een afname van de rendementen op bedrijfsobligaties leidt tot een toename van de verplichtin gen, hoewel dit gedeeltelijk zal worden gecompenseerd door een waardestijging van de obligaties in portefeuille. |
| Salarisrisico | De brutoverplichtingen van de meeste regelingen worden berekend op basis van de toekoms tige verloning van de deelnemers. Bijgevolg zal een hoger dan verwachte salarisstijging leiden tot hogere verplichtingen. |
| Langlevenrisico | Belgische pensioenplannen voorzien in de betaling van een éénmalige kapitaalsuitkering bij pensionering. Zodoende is er weinig of geen langlevenrisico. Pensioenplannen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voorzien in voordelen voor de deelnemers zolang zij leven, dus zal een toename in levensverwachting resulteren in een toename van de planverplichtin gen. |
De gewogen gemiddelde vervaltermijnen van de brutoverplichtingen waren als volgt:
| Gewogen gemiddelde vervaltermijnen van de brutoverplichtingen | ||
|---|---|---|
| in jaren | 2018 | 2019 |
| België | 14,6 | 13,7 |
| Verenigde Staten | 11,6 | 12,1 |
| Verenigd Koninkrijk | 23,0 | 23,0 |
| Overige | 9,3 | 9,9 |
| Totaal | 14,6 | 14,7 |
Ontslagvergoedingen zijn geldmiddelen en andere vergoedingen die aan werknemers worden betaald wanneer hun dienstverband is beëindigd. De toename in 2020 was voornamelijk gerelateerd aan de aanleg van de voorziening voor het herstructureringsprogramma in België, gecompenseerd door het gebruik van deze provisie voor het uitbetalen van vergoedingen.
De andere langetermijnpersoneelsbeloningen hadden betrekking op jubileumpremies.
De Groep kent aan bepaalde werknemers Stock Appreciation Rights (SARs) toe die hen het recht geven om op de uitoefendatum de intrinsieke waarde van de SARs te ontvangen. Deze SARs worden verwerkt als in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen in overeenstemming met IFRS 2. De reële waarde van elke toekenning wordt herberekend op balansdatum, gebruik makend van hetzelfde binomiaal waarderingsmodel als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen (zie toelichting 6.13. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen'). Gebaseerd op de lokale regulering is de uitoefenprijs voor elke toekenning onder de SAR-plannen in de VS gelijk aan de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende de dertig dagen volgend op de datum van het aanbod. De uitoefenprijs van de andere SAR-plannen is bepaald op dezelfde wijze als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen: als de laagste waarde van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende dertig dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod, en (ii) de laatste slotkoers voorafgaand aan de datum van het aanbod.
Het model houdt rekening met volgende inputs voor alle toekenningen: de aandelenkoers op balansdatum: € 26,50 (2018: € 21,06), verwachte volatiliteit van 35% (2018: 36%), een verwacht dividend van 3,0% (2018: 3,0%), een wachtperiode van 3 jaar, een gemiddelde contractduur van 10 jaar, en een uitoefenfactor van 1,40 (2018: 1,40). De input voor de risicovrije rente varieert per toekenning en is gebaseerd op het rendement van de Belgische OLO's (Obligation Linéaire / Lineaire Obligatie) met een looptijd gelijk aan de looptijd van de bewuste SAR-toekenning.
De uitoefenprijzen en reële waardes van de uitstaande SARs per toekenning worden weergegeven in onderstaande tabel:
| toekenning in € |
Aantal toegekend |
Uitoefenprijs | Reële waarde per 31 dec 2018 |
Reële waarde per 31 dec 2019 |
|---|---|---|---|---|
| Toekenning 2011 | 29 700 | 83,43 | 0,01 | - |
| Toekenning 2012 | 21 200 | 27,63 | 2,36 | 3,80 |
| Toekenning 2013 | 20 900 | 22,09 | 3,92 | 6,43 |
| Toekenning 2014 | 36 800 | 25,66 | 3,43 | 5,36 |
| Toekenning 2015 | 40 200 | 25,45 | 3,76 | 5,73 |
| Toekenning 2016 | 20 250 | 28,38 | 3,53 | 5,23 |
| Toekenning 2017 | 26 375 | 38,86 | 2,64 | 3,76 |
| Toekenning 2018 | 16 875 | 37,06 | 3,07 | 4,31 |
| Details van andere SAR-plannen per | ||||
|---|---|---|---|---|
| toekenning | Aantal | Reële waarde per | Reële waarde per | |
| in € | toegekend | Uitoefenprijs | 31 dec 2018 | 31 dec 2019 |
| Toekenning 2010 | 13 800 | 33,99 | 0,29 | - |
| Toekenning 2011 | 28 800 | 77,00 | 0,02 | - |
| Toekenning 2012 | 19 500 | 25,14 | 2,86 | 4,69 |
| Toekenning 2013 | 24 500 | 19,20 | 4,71 | 8,03 |
| Exceptionele toekenning 2013 | 10 000 | 21,45 | 4,31 | 6,89 |
| Toekenning 2014 | 54 800 | 25,38 | 3,52 | 5,50 |
| Toekenning 2015 | 44 700 | 26,06 | 3,69 | 5,61 |
| Toekenning 2016 | 38 500 | 26,38 | 3,82 | 5,69 |
| Toekenning 2017 | 53 000 | 39,43 | 2,58 | 3,70 |
| Toekenning 2018 | 37 500 | 34,60 | 3,32 | 4,68 |
Op 31 december 2019 bedroeg de totale verplichting voor de VS SAR-plannen € 0,3 miljoen (2018: € 0,2 miljoen), terwijl de totale verplichting voor andere SAR-plannen € 0,7 miljoen bedroeg (2018: € 0,4 miljoen).
De Groep nam een totale kost van € 0,4 miljoen op (2018: opbrengst van € 1,6 miljoen) tijdens het jaar in verband met SARs.
De Groep kende aan bepaalde werknemers in geldmiddelen afgewikkelde prestatieaandeeleenheden toe die de begunstigde het recht geven de waarde van de prestatieaandelen te ontvangen: (1) gedurende 2015, 2016 en 2017 volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017 en (2) in 2019 volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2018-2020. Deze prestatieaandeeleenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachttijd van drie jaar afhankelijk van het bereiken van vooraf vastgelegde prestatiedoelstellingen. De prestatiedoelstellingen werden vastgelegd door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de Groep.
Deze prestatieaandeeleenheden worden verwerkt als in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen in overeenstemming met IFRS 2. De reële waarde van elke toekenning wordt herberekend op balansdatum, gebruik makend van hetzelfde binomiaal waarderingsmodel als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen (zie toelichting 6.13. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen'). Het model houdt rekening met volgende inputs voor alle toekenningen: de aandelenkoers op balansdatum: € 26,50 (2018: € 21,06), verwachte volatiliteit van 35% (2018: 36%), een verwacht dividend van 3,0% (2018: 3,0%), een wachtperiode van 3 jaar. De input voor de risicovrije rentevoet varieert per toekenning en is gebaseerd op het rendement van de Belgische OLO's met een vergelijkbare looptijd als de bewuste toekenning van prestatieaandeeleenheden.
De reële waarde van elke toekenning onder PSU 2018-2020 is gelijk aan de aandelenkoers op balansdatum aangezien de prestatiedoelstellingen niet-marktprijsgerelateerde voorwaarden zijn (Onderliggende EBITDA en operationale kasstroom).
De reële waardes van de uitstaande prestatieaandeeleenheden per toekenning worden weergegeven in onderstaande tabel:
| Details van prestatieaandeeleenheden per toekenning in € |
Aantal toegekend |
Reële waarde per 31 dec 2018 |
Reële waarde per 31 dec 2019 |
|
|---|---|---|---|---|
| PSU 2015-2017 | Toekenning 2016 | 12 150 | 0,89 | - |
| PSU 2015-2017 | Toekenning 2017 | 13 500 | 5,28 | 5,51 |
| PSU 2018-2020 | Toekenning 2018 | 51 995 | - | 26,50 |
Op 31 december 2019 bedroeg de totale verplichting voor de VS-prestatieaandeeleenheden € 0,1 miljoen (2018: bijna nul), terwijl de totale verplichting voor de andere prestatieaandeeleenheden € 0,5 miljoen bedroeg (2018: bijna nul).
De Groep nam een totale kost van € 0,6 miljoen (2018: opbrengst van € 0,7 miljoen) op tijdens het jaar in verband met prestatieaandeeleenheden.
Kortetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op verplichtingen voor verloning en sociale zekerheid die volledig betaalbaar zijn binnen de 12 maanden na het einde van de periode waarin werknemers de gerelateerde prestaties verrichten.
| Herstruc | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | turering | Geschillen | Milieu | Overige | Totaal |
| Per 1 januari 2019 | 16 205 | 6 792 | 33 290 | 9 937 | 66 224 |
| Bijkomende voorzieningen | 4 904 | 9 620 | 403 | 224 | 15 152 |
| Terugnemingen ongebruikte bedragen | -60 | -5 134 | -654 | -406 | -6 254 |
| Toename in contante waarde | - | - | - | 202 | 202 |
| Opgenomen in de winst-en | |||||
| verliesrekening | 4 844 | 4 486 | -250 | 20 | 9 100 |
| Aanwendingen van het jaar | -8 885 | -2 950 | -577 | -831 | -13 243 |
| Overdrachten | - | - | - | -7 032 | -7 032 |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen | -10 | 130 | 25 | 32 | 177 |
| Per 31 december 2019 | 12 155 | 8 458 | 32 488 | 2 127 | 55 227 |
| Waarvan | |||||
| op ten hoogste een jaar | 11 104 | 4 246 | 14 574 | 298 | 30 222 |
| op meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar | 1 051 | 3 813 | 1 973 | 1 518 | 8 355 |
| op meer dan vijf jaar | - | 399 | 15 941 | 311 | 16 651 |
| Herstruc | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | turering | Geschillen | Milieu | Overige | Totaal |
| Per 1 januari 2018 | 2 395 | 7 379 | 29 591 | 15 890 | 55 255 |
| Bijkomende voorzieningen | 15 343 | 5 353 | 8 483 | 738 | 29 917 |
| Terugnemingen ongebruikte bedragen | -254 | -3 777 | -4 248 | -2 429 | -10 708 |
| Toename in contante waarde | - | - | - | 562 | 562 |
| Opgenomen in de winst-en-verliesrekening | 15 089 | 1 576 | 4 235 | -1 129 | 19 771 |
| Uit consolidatie genomen | - | -589 | - | - | -589 |
| Aanwendingen van het jaar | -1 502 | -1 551 | -494 | -4 478 | -8 025 |
| Overdrachten | 222 | - | - | -222 | - |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen | 1 | -23 | -42 | -124 | -188 |
| Per 31 december 2018 | 16 205 | 6 792 | 33 290 | 9 937 | 66 224 |
| Waarvan | - | - | - | - | - |
| op ten hoogste een jaar | 16 146 | 5 331 | 14 628 | 1 089 | 37 194 |
| op meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar | 59 | 1 138 | 2 423 | 6 520 | 10 140 |
| op meer dan vijf jaar | - | 323 | 16 239 | 2 328 | 18 890 |
De daling van de herstructureringsprogramma's had voornamelijk betrekking op het aanwenden van de provisie gelinkt aan de sluiting van de rubberversterkingsfabriek in Figline (Italië), gedeeltelijk gecompenseerd door de aanleg van een herstructureringsprovisie voor Noord-Amerika en Maleisië.
Voorzieningen voor geschillen hielden in hoofdzaak verband met productkwaliteitsklachten en productgaranties in meerdere entiteiten.
Milieuvoorzieningen hadden voornamelijk betrekking op vestigingen in EMEA. De verwachte bodemsaneringskosten worden elk jaar opnieuw geschat, gebaseerd op een evaluatie door een extern expert. Het is onzeker wanneer de kosten zullen worden gemaakt, want dit hangt vaak af van beslissingen inzake de bestemming van de sites.
De daling van de overige voorzieningen had voornamelijk betrekking op de herklassificatie van een provisie gelinkt aan een bezwaarde lease-overeenkomst voor de huur van onroerend goed (€ -7,0 miljoen). Deze provisie werd geherklasseerd als een gecumuleerde afschrijving op het recht-op-gebruik actief in overgang naar IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' (zie toelichting 6.4. 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa').
De volgende tabel toont een analyse van de nettoboekwaarde van de rentedragende schulden van de Groep, per contractuele vervaldatum:
| 2019 in duizend € |
Vervallend binnen het jaar |
Vervallend over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar |
Vervallend over meer dan 5 jaar |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Rentedragende schulden | ||||
| Leaseverplichtingen | 19 728 | 42 689 | 25 835 | 88 253 |
| Kredietinstellingen | 358 843 | 370 368 | 181 019 | 910 230 |
| Obligatieleningen | 45 614 | - | 200 000 | 245 614 |
| Converteerbare obligatieleningen | - | 364 399 | - | 364 399 |
| Totaal financiële schulden | 424 184 | 777 456 | 406 854 | 1 608 495 |
| 2018 in duizend € |
Vervallend binnen het jaar |
Vervallend over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar |
Vervallend over meer dan 5 jaar |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Rentedragende schulden | ||||
| Financiële leasing | 810 | 1 854 | - | 2 664 |
| Kredietinstellingen | 746 231 | 159 449 | 125 727 | 1 031 407 |
| Obligatieleningen | 195 000 | 45 614 | - | 240 614 |
| Converteerbare obligatieleningen | - | 354 021 | - | 354 021 |
| Totaal financiële schulden | 942 041 | 560 938 | 125 727 | 1 628 705 |
Een analyse van de contractueel overeengekomen, niet-verdisconteerde kasuitstromen met betrekking tot financiële verplichtingen van de Groep wordt voorgesteld in toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'. De financiële schuld vervallend binnen het jaar is aanzienlijk gedaald door de herfinanciering van het tijdelijk overbruggingskrediet (€ 410,0 miljoen) en de vervallen obligatielening (€ 195,0 miljoen) door een nieuwe uitgifte van obligaties met een looptijd van 7 jaar (€ 200,0 miljoen) en door het aangaan van verschillende Schuldschein leningen (€ 320,5 miljoen) met een looptijd tussen 4 en 8 jaar.
In principe gaan entiteiten van de Groep leningen aan in hun lokale valuta om valutarisico's te vermijden. Als de financiering in een andere valuta gebeurt, zonder enige compenserende balanspositie, dekken de entiteiten het valutarisico af door middel van derivaten (cross-currency interest-rate swaps of termijnwisselcontracten). Obligatieleningen, commercial paper en schulden tegenover kredietinstellingen zijn niet gewaarborgd, met uitzondering van de factoring-programma's.
Voor meer informatie over het beheer van financiële risico's verwijzen wij naar toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
In overeenstemming met alle financiële derivate vorderingen en schulden, is het derivaat dat de in de converteerbare obligatielening besloten conversieoptie vertegenwoordigt (€ 0,1 miljoen tegenover € 0,2 miljoen in 2018) niet opgenomen in de nettoschuld (zie toelichting 6.19. 'Overige verplichtingen op meer dan een jaar'). De volgende tabel geeft een overzicht van de berekening van de nettoschuld.
| in duizend € 2018 |
2019 |
|---|---|
| 686 665 Rentedragende schulden op meer dan een jaar |
1 184 310 |
| 942 041 Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar |
424 184 |
| Totaal financiële schulden 1 628 705 |
1 608 495 |
| -7 332 Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar |
-6 518 |
| -20 186 Leningen op ten hoogste een jaar |
-8 779 |
| Geldbeleggingen -50 036 |
-50 039 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten -398 273 |
-566 176 |
| Nettoschuld 1 152 878 |
976 984 |
Om tegemoet te komen aan de toelichtingsvereisten van IAS 7 'Het kasstroomoverzicht' toont deze sectie een overzicht van de wijzigingen in verplichtingen die ontstaan uit financieringsactiviteiten. De opdeling in langetermijnschulden en kortetermijn- schulden is gebaseerd op de initiële looptijd van de schuld. In het geconsolideerd kasstroomoverzicht worden de kasstromen met betrekking tot rentedragende langetermijnschulden opgedeeld in inkomsten en aflossingen. Overnames en afstotingen hadden in 2019 betrekking op het uitdoven van de put-optie als onderdeel van de transactie waarbij de Groep de minderheidsbelangen van Maccaferri heeft ingekocht. In 2019 hadden de overige wijzigingen in financiële schuld hoofdzakelijk betrekking op non-cash bewegingen van de leaseverplichting ten gevolge van de toepassing van IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' (€ 108,0 miljoen) (zie ook toelichting 6.4. 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa'), en opgelopen rente uit afschrijvingen op verplichtingen via de effectieverentemethode (€ 14,2 miljoen). Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden omvatten swaps en opties die zorgen voor een (economische) afdekking van renterisico's, zie toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'. In 2018 hadden de overige wijzigingen in financiële schuld hoofdzakelijk betrekking op de conversie van de aandeelhouderslening in kapitaal voor € -52,6 miljoen (zie toelichting 6.14. 'Minderheidsbelangen'), opgelopen rente uit afschrijvingen op verplichtingen via de effectieverentemethode, en het effect van een aangepaste regelgeving voor het verwerken van een wijziging of uitwisseling van schuld onder IFRS 9 (€ 2,6 miljoen).
| Niet-kasstromen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 in duizend € |
Per 1 januari | Kasstromen | Overnames en afstotingen |
Gecumuleerde omrekenings verschillen |
Reëlewaarde wijzigingen |
Overige wijzigingen |
Per 31 december |
| Financiële schulden | |||||||
| Langetermijnschulden1 | 1 332 628 | 59 576 | - | -407 | - | -19 037 | 1 372 759 |
| Financiële leasing | 3 146 | -683 | - | -75 | - | 275 | 2 664 |
| Kredietinstellingen | 647 503 | 160 259 | - | -332 | - | -31 969 | 775 461 |
| Obligatieleningen | 340 614 | -100 000 | - | - | - | - | 240 614 |
| Converteerbare obligatieleningen |
341 364 | - | - | - | - | 12 656 | 354 021 |
| Kortetermijnschulden | 302 121 | -62 590 | -32 | 16 448 | - | - | 255 946 |
| Totaal financiële schulden | 1 634 748 | -3 014 | -32 | 16 041 | - | -19 037 | 1 628 705 |
| Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden |
|||||||
| Interest-rate swaps | 440 | - | - | - | -440 | - | - |
| Cross-currency interest-rate swaps |
-4 905 | - | - | -32 | 5 459 | - | 522 |
| Renteopties | 24 | - | - | - | -24 | - | - |
| Overige verplichtingen uit financieringsactiviteiten |
|||||||
| Put-opties op minderheids belangen |
9 133 | - | - | - | 1 900 | - | 11 033 |
| Conversiederivaat | 17 545 | - | - | - | -17 325 | - | 220 |
| Totaal verplichtingen uit financieringsactiviteiten |
1 656 986 | -3 014 | -32 | 16 009 | -10 431 | -19 037 | 1 640 480 |
1 Inclusief het deel van de schulden op meer dan een jaar dat binnen het jaar vervalt, nl. € 152,3 miljoen per 1 januari en € 686,1 miljoen per 31 december.
Overnames en afstotingen
Langetermijnschulden1 1 372 759 -89 560 - -1 594 - 122 199 1 403 804 Financiële leasing 2 664 - - - - -2 664 - Leaseverplichtingen - -27 866 - 1 784 - 114 335 88 253 Kredietinstellingen 775 461 -66 694 - -3 378 - 150 705 539 Obligatieleningen 240 614 5 000 - - - - 245 614
obligatieleningen 354 021 - - - - 10 378 364 398 Kortetermijnschulden 255 946 -76 715 - 25 460 - - 204 691 Totaal financiële schulden 1 628 705 -166 275 - 23 866 - 122 199 1 608 495
Interest-rate swaps - - - - 496 - 496
swaps 522 - - - -4 227 - -3 705
belangen 11 033 - -11 033 - - - - Conversiederivaat 220 - - - -105 - 115
financieringsactiviteiten 1 640 480 -166 275 -11 033 23 866 -3 837 122 199 1 605 400
1 Inclusief het deel van de schulden op meer dan een jaar dat binnen het jaar vervalt, nl. € 686,1 miljoen per 1 januari en € 219,5 miljoen per
Gecumuleerde omrekeningsverschillen
Niet-kasstromen
Reëlewaardewijzigingen
Overige wijzigingen
Per 31 december
31 december.
Kasstromen
Financiële schulden
2019
Converteerbare
in duizend € Per 1 januari
Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden
Overige verplichtingen uit financieringsactiviteiten
Totaal verplichtingen uit
Cross-currency interest-rate
Put-opties op minderheids-
Totaal verplichtingen uit
Overige verplichtingen uit financieringsactiviteiten
Financiële schulden
2018
Converteerbare
in duizend € Per 1 januari
Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden
Cross-currency interest-rate
Put-opties op minderheids-
| Niet-kasstromen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 in duizend € |
Per 1 januari | Kasstromen | Overnames en afstotingen |
Gecumuleerde omrekenings verschillen |
Reëlewaarde wijzigingen |
Overige wijzigingen |
Per 31 december |
| Financiële schulden | |||||||
| Langetermijnschulden1 | 1 372 759 | -89 560 | - | -1 594 | - | 122 199 | 1 403 804 |
| Financiële leasing | 2 664 | - | - | - | - | -2 664 | - |
| Leaseverplichtingen | - | -27 866 | - | 1 784 | - | 114 335 | 88 253 |
| Kredietinstellingen | 775 461 | -66 694 | - | -3 378 | - | 150 | 705 539 |
| Obligatieleningen | 240 614 | 5 000 | - | - | - | - | 245 614 |
| Converteerbare obligatieleningen |
354 021 | - | - | - | - | 10 378 | 364 398 |
| Kortetermijnschulden | 255 946 | -76 715 | - | 25 460 | - | - | 204 691 |
| Totaal financiële schulden | 1 628 705 | -166 275 | - | 23 866 | - | 122 199 | 1 608 495 |
| Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden |
|||||||
| Interest-rate swaps | - | - | - | - | 496 | - | 496 |
| Cross-currency interest-rate swaps |
522 | - | - | - | -4 227 | - | -3 705 |
| Overige verplichtingen uit financieringsactiviteiten |
|||||||
| Put-opties op minderheids belangen |
11 033 | - | -11 033 | - | - | - | - |
| Conversiederivaat | 220 | - | - | - | -105 | - | 115 |
| Totaal verplichtingen uit financieringsactiviteiten |
1 640 480 | -166 275 | -11 033 | 23 866 | -3 837 | 122 199 | 1 605 400 |
Kasstromen
Overnames en afstotingen
Langetermijnschulden1 1 332 628 59 576 - -407 - -19 037 1 372 759 Financiële leasing 3 146 -683 - -75 - 275 2 664 Kredietinstellingen 647 503 160 259 - -332 - -31 969 775 461 Obligatieleningen 340 614 -100 000 - - - - 240 614
obligatieleningen 341 364 - - - - 12 656 354 021 Kortetermijnschulden 302 121 -62 590 -32 16 448 - - 255 946 Totaal financiële schulden 1 634 748 -3 014 -32 16 041 - -19 037 1 628 705
Interest-rate swaps 440 - - - -440 - -
swaps -4 905 - - -32 5 459 - 522 Renteopties 24 - - - -24 - -
belangen 9 133 - - - 1 900 - 11 033 Conversiederivaat 17 545 - - - -17 325 - 220
financieringsactiviteiten 1 656 986 -3 014 -32 16 009 -10 431 -19 037 1 640 480
1 Inclusief het deel van de schulden op meer dan een jaar dat binnen het jaar vervalt, nl. € 152,3 miljoen per 1 januari en € 686,1 miljoen per
Gecumuleerde omrekeningsverschillen
Niet-kasstromen
Reëlewaardewijzigingen
Overige wijzigingen
31 december.
Per 31 december
1 Inclusief het deel van de schulden op meer dan een jaar dat binnen het jaar vervalt, nl. € 686,1 miljoen per 1 januari en € 219,5 miljoen per 31 december.
| Nettoboekwaarde in duizend € |
2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Overige schulden op meer dan een jaar | 149 | 150 |
| Derivaten (zie toelichting 7.2.) | 220 | 115 |
| Put -opties op minderheidsbelangen (zie toelichting 7.2.) | 11 033 | - |
| Totaal | 11 402 | 265 |
De derivaten hadden betrekking op het financieel instrument (€ 0,1 miljoen (2018: € 0,2 miljoen)) dat besloten zit in de converteerbare obligatie (zie toelichting 6.18. 'Rentedragende schulden' en 7.2. 'Beheer van risico's en derivaten'). De put-optie is uitgedoofd naar aanleiding van de aankoop van het minderheidsbelang van Maccaferri in 2019 (2018: € 11,0 miljoen).
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Overige verplichtingen | 10 355 | 7 375 |
| Derivaten (zie toelichting 7.2.) | 4 734 | 2 116 |
| Ontvangen voorschotten | 11 259 | 18 791 |
| Overige belastingen | 28 841 | 30 307 |
| Overlopende rekeningen (passief) | 7 445 | 9 399 |
| Totaal | 62 634 | 67 988 |
De derivaten bevatten termijnwisselcontracten (€ 1,4 miljoen (2018: € 1,5 miljoen)) en CCIRSs (€ 0,7 miljoen (2018: € 3,2 miljoen)). Overige belastingen hebben in hoofdzaak betrekking op BTW, afhoudingen op lonen en wedden en niet-winstgebaseerde belastingen.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belastingvorderingen, belastingschulden en onzekere belastingposities opgenomen op balansdatum. De belastingvorderingen en -schulden bevatten zowel inkomstenbelastingen als BTW en overige belastingen.
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Belastingvorderingen | 114 412 | 90 614 |
| Vaststaande belastingschulden | 35 464 | 29 071 |
| Onzekere belastingposities | 64 687 | 64 728 |
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| EBIT | 146 880 | 155 017 |
| Posten zonder kasstroomeffect opnieuw bijgeteld bij EBIT | 239 624 | 248 271 |
| EBITDA | 386 504 | 403 288 |
| Overige brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | -107 956 | -61 567 |
| Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 278 548 | 341 721 |
| Wijzigingen in operationeel werkkapitaal 1 | -28 948 | 168 549 |
| Overige bedrijfskasstromen | -5 880 | 14 056 |
| Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 243 720 | 524 326 |
| Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten | -102 375 | -91 089 |
| Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten | -157 293 | -268 793 |
| Toename of afname in geldmiddelen en kasequivalenten | -15 948 | 164 444 |
1 De waarde verschilt van de organische toename gerapporteerd in toelichting 6.8. 'Operationeel werkkapitaal' door een herklassificatie van € -20,6 miljoen voor handelsvorderingen gerelateerd aan investeringen in materiële vaste activa op jaareinde (2018: € -17,6 miljoen).
Het overzicht van de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten is opgesteld volgens de indirecte methode, terwijl de directe methode gevolgd werd voor de kasstromen uit andere activiteiten. De directe methode is gericht op het classificeren van brutokasinstromen en brutokasuitstromen per categorie.
| Details van geselecteerde bedrijfskasstromen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in bedrijfsresultaat (EBIT) | ||
| Afschrijvingen en waardeverminderingen 1 | 218 173 | 229 069 |
| Bijzondere waardeverminderingen op activa | 21 451 | 19 202 |
| Posten zonder kasstroomeffect opnieuw bijgeteld bij EBIT | 239 624 | 248 271 |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen: aanleg / terugname (-) van | ||
| ongebruikte bedragen | 10 543 | 41 385 |
| Overige voorzieningen: aanleg / terugname (-) van ongebruikte bedragen | 10 814 | 11 152 |
| CTA overgeboekt naar resultaat bij afgestoten activiteiten | 599 | - |
| In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde | ||
| betalingen | 6 692 | 4 390 |
| Overige posten zonder kasstroomeffect verwerkt in bedrijfsresultaat (EBIT) | 28 648 | 56 928 |
| Totaal | 268 272 | 305 198 |
| Investeringsposten verwerkt in bedrijfsresultaat (EBIT) | ||
| Winst (-) of verlies bij verkoop van activiteiten | -1 478 | - |
| Winst (-) of verlies bij verkoop van immateriële en materiële vaste activa | -29 783 | 3 428 |
| Totaal | -31 261 | 3 428 |
| Terugname gebruikte bedragen op voorzieningen voor personeelsbeloningen en | ||
| overige voorzieningen | ||
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen: gebruikte bedragen | -28 346 | -45 801 |
| Overige voorzieningen: gebruikte bedragen | -8 025 | -15 498 |
| Totaal | -36 371 | -61 299 |
| Betaalde winstbelastingen | ||
| Verschuldigde winstbelastingen | -65 536 | -56 451 |
| Toename of afname (-) in nettoverplichtingen m.b.t. winstbelastingen | -3 436 | -4 173 |
| Totaal | -68 972 | -60 624 |
| Overige bedrijfskasstromen | ||
| Bewegingen in overige vlottende activa en verplichtingen op ten hoogste een jaar | -3 551 | 10 610 |
| Overige | -2 329 | 3 446 |
| Totaal | -5 880 | 14 056 |
1 Inclusief € -7,1 miljoen (2018: € -11,3 miljoen) afwaarderingen / (terugnames van afwaarderingen) op voorraden en handelsvorderingen (zie toelichting 6.8. 'Operationeel werkkapitaal').
Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten stegen met € +63,2 miljoen als gevolg van betere operationele prestaties (€ +16,8 miljoen EBITDA), lagere kasuitstromen voor winstbelastingen (€ +8,3 miljoen), hogere toevoegingen voor overige posten zonder kasstroomeffect (€ +28,3 miljoen, voornamelijk door een hogere aanleg van voorzieningen voor ontslagvergoedingen gerelateerd aan de herstructureringsprogramma's in België) en hogere investeringsposten (€ +34,7 miljoen). Teniet gedaan door hogere aanwending van voorzieningen (€ -24,9 miljoen), onder andere de aanwending van de herstructureringsprovisie in Bekaert Figline SpA (€ -8,7 miljoen) en in Noord-Amerika (€ -5,1 miljoen) en de aanwending van de voorziening voor de betaling van ontslagvergoedingen voor het herstructureringsprogramma in België (€ -15,0 miljoen).
Investeringsposten waren in 2019 (€ 3,4 miljoen) beperkt tot de winsten en verliezen op de verkoop van activa. Verleden jaar bevatten de investeringsposten (1) de inkomsten uit de afstoting van de droogsysteem-activiteiten en (2) de winsten en verliezen op de verkoop van activa, in hoofdzaak gerelateerd aan de verkoop van eigendommen als onderdeel van de sluiting van de Huizhou fabriek (China) en de Shah Alam fabriek (Maleisië).
Afnames in werkkapitaal bedroegen € +168,5 miljoen in 2019 (2018: € -28,9 miljoen) (zie organische toename in toelichting 6.8. 'Operationeel werkkapitaal') gevoed door de introductie van een factoringprogramma buiten balans sinds de tweede jaarhelft van 2018, beduidend lagere voorraadniveaus en succesvolle acties om vorderingen te innen.
Overige bedrijfskasstromen hebben voornamelijk te maken met verschuivingen in overige vorderingen en verplichtingen die niet vervat zitten in het werkkapitaal en geen verband houden met investerings- of financieringsactiviteiten.
Betaalde winstbelastingen waren € 8,3 miljoen lager dan in 2018. Er werden in hoofdzaak minder belastingen betaald in Slovakije (€ 5,6 miljoen) en Turkije (€ 4,6 miljoen), terwijl voornamelijk meer belastingen werden betaald in China (€ -1,5 miljoen) en Indonesië (€ -1,3 miljoen).
In 2018 werd de ontvangen nettovergoeding voor de verkoop van de droogsysteem-activiteiten weergegeven in 'Inkomsten uit verkoop van deelnemingen'. De earn-out van deze verkoop werd in 2019 betaald en het bedrag is opgenomen in deze lijn. Kasuitstromen van investeringen in materiële vaste activa namen af van € 181,3 miljoen in 2018 naar € 94,5 miljoen in 2019. De kasuitstroom in 2019 voor gebruiksrechten van gronden hadden betrekking op de opstart van de nieuwe fabriek in Vietnam.
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa in 2018 hadden betrekking op de verkoop van (1) gebruiksrechten van gronden en (2) gebouwen en uitrusting bij de sluiting van de Huizhou fabriek (China) en de Shah Alam fabriek (Maleisië). In 2019 was er enkel een beperkt bedrag inzake de verkoop van activa.
De volgende tabel verschaft meer details in verband met welbepaalde investeringskasstromen:
| Details van geselecteerde investeringskasstromen | |
|---|---|
| in duizend € 2018 |
2019 |
| Overige portfolio-investeringen | |
| Overige investeringen -411 |
- |
| Totaal -411 |
- |
| Inkomsten uit verkoop van vaste activa | |
| Inkomsten uit verkoop van immateriële activa 24 297 |
- |
| Inkomsten uit verkoop van materiële vaste activa 31 791 |
1 349 |
| Totaal 56 088 |
1 349 |
Nieuwe rentedragende langetermijnschulden (€ 585,7 miljoen) sloegen vooral op (1) de obligatielening uitgegeven in oktober 2019 (€ 200,0 miljoen), (2) de kasinstroom van de Schuldscheinleningen (€ 320,5 miljoen) en (3) de financieringstransacties in China, Chili en Peru (€ 66,5 miljoen) (2018: € 468,4 mljoen, voornamelijk in België en China). Aflossing van rentedragende langetermijnschulden (€ -675,3 miljoen) hield voornamelijk verband met (1) de terugbetaling van de overbruggingslening (€ -410,0 miljoen), (2) de terugbetaling van de obligatielening die verviel in december 2019 (€ -195,0 miljoen) en (3) leningen in China (€ -34.1 miljoen), in Chili (€ -9,1 miljoen) en in Australië (€ -3,7 miljoen). Kasuitstromen uit kortetermijnschulden beliepen € -76,7 miljoen in 2019 (2018: € -62,6 miljoen). Voor een overzicht van de bewegingen in verplichtingen die ontstaan uit financieringsactiviteiten, zie toelichting 6.18. 'Rentedragende schulden'. In 2019 waren er geen transacties in eigen aandelen (2018: € -11,3 miljoen, bestaande uit terugkopen van aandelen (€ -13,0 miljoen) en inkomsten uit de uitoefening van aandelenopties (€ 1,7 miljoen)).
In 2019 omvatten de 'Verkopen en aankopen van minderheidsbelangen' de buy-out van Maccaferri's 50% aandeel in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA (€ -9,5 miljoen). In 2018 is dit bijna uitsluitend de aankoop van het minderheidsbelang in de BBRG entiteiten (€ -7,4 miljoen).
Ontvangsten uit overige financieringskasstromen waren het gevolg van kapitaalverhogingen in de moedervennootschap (nul tegenover € 0,6 miljoen in 2018), kapitaalinjecties door de partner in Bekaert Costa Rica SA (2018: geringe kapitaalinjecties) en netto-ontvangsten uit leningen en financiële vorderingen (€ 11,9 miljoen tegenover € -2,3 miljoen in 2018). Nettobeleggingen in kortetermijndeposito's bedroegen bijna nul (2018: nettoverkopen van € 0,4 miljoen). Overige financiële opbrengsten en lasten omvatten in hoofdzaak belastingen en bankkosten op financiële transacties (€ -3,8 miljoen tegenover € -7,7 miljoen in 2018).
De volgende tabel verschaft meer details in verband met welbepaalde financieringskasstromen:
| Details van geselecteerde financieringskasstromen | |
|---|---|
| 2018 in duizend € |
2019 |
| Overige financieringsstromen | |
| Nieuwe aandelen uitgegeven voor uitgeoefende warrants 576 |
- |
| Bijdrage van minderheidsaandeelhouders in kapitaalverhogingen 205 |
652 |
| Toename (-) of afname van kort- en langlopende leningen en financiële vorderingen -2 313 |
11 902 |
| Toename (-) of afname van financiële activa op ten hoogste een jaar 365 |
-3 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten -9 067 |
-5 012 |
| Totaal -10 234 |
7 540 |
De Groep is blootgesteld aan risico's als gevolg van bewegingen in wisselkoersen, rentevoeten en marktprijzen die haar activa en verplichtingen beïnvloeden. Het financieel risicobeheer van de Groep heeft tot doel om de effecten van deze marktrisico's als gevolg van haar operationele en financiële activiteiten te beperken. Naargelang het ingeschatte risico worden daartoe welbepaalde derivaten als afdekkingsinstrumenten ingezet. De Groep dekt voornamelijk risico's af die de kasstromen beïnvloeden. Derivaten worden enkel gebruikt als afdekkingsinstrument en niet voor handels- of speculatieve doeleinden. Om het kredietrisico te beperken, worden afdekkingstransacties over het algemeen enkel aangegaan met financiële instellingen die tenminste een A-kredietscore hebben.
De richtlijnen en principes van het financieel risicobeheer van Bekaert worden vastgelegd door het Audit en Finance Comité en gecontroleerd door de Raad van Bestuur van de Groep. De Groepsdienst Thesaurie is verantwoordelijk voor de implementatie van het financieel risicobeleid. Dit houdt in dat gepaste richtlijnen worden gedefinieerd en effectieve controle- en verslaggevingsprocedures worden opgezet. Het Audit en Finance Comité wordt geregeld geïnformeerd over de blootstelling aan valuta- en renterisico's.
Het valutarisico van de Groep kan opgedeeld worden in twee categorieën: valutatranslatierisico en valutatransactierisico.
Een valutatranslatierisico ontstaat wanneer de financiële gegevens van buitenlandse dochterondernemingen omgezet worden naar de presentatievaluta van de Groep, de euro. De voornaamste valuta's zijn de Chinese renminbi, de US dollar, de Tsjechische kroon, de Braziliaanse real, de Chileense peso, de Russische roebel, de Indische roepie en de pond sterling. Aangezien er geen kasstroomeffect is, dekt de Groep dit risico gewoonlijk niet af.
De Groep is blootgesteld aan valutatransactierisico's die voortvloeien uit haar investerings-, financierings- en bedrijfsactiviteiten.
Valutarisico's op het vlak van investeringen ontstaan uit de overname of de verkoop van deelnemingen in buitenlandse vennootschappen, en soms ook uit te ontvangen dividenden vanuit buitenlandse deelnemingen. Indien materieel geacht, worden deze risico's afgedekt door middel van termijnwisselcontracten.
Valutarisico's op het vlak van financiering ontstaan uit financiële verplichtingen in vreemde valuta's. De Groepsdienst Thesaurie dekt deze risico's af en maakt hiervoor gebruik van cross-currency interest-rate swaps en termijnwisselcontracten om financiële verplichtingen in vreemde valuta's om te zetten naar de functionele valuta van de betrokken entiteit. Op de verslagdatum bestonden de verplichtingen in vreemde valuta waarvoor het valutarisico werd afgedekt voornamelijk uit intragroepsleningen in euro en US dollar.
Valutarisico's in het kader van bedrijfsactiviteiten vloeien voort uit commerciële activiteiten met aan- en verkopen in vreemde valuta, alsook betalingen en ontvangsten van royalty's. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om het valutarisico op de verwachte kasinstromen en kasuitstromen voor de volgende drie maanden te beperken. Belangrijke blootstellingen en vaststaande toezeggingen buiten dit tijdskader kunnen ook afgedekt worden.
Volgende tabel geeft een samenvatting van de nettoposities van de Groep voor de belangrijkste valutaparen met betrekking tot bedrijfs-, investerings- en financiële vorderingen en schulden in vreemde valuta op de verslagdatum. De nettoposities van de valuta zijn vóór eliminaties van intragroepsverrichtingen. Een positief bedrag betekent dat de Groep een nettovordering heeft in de eerste valuta. In de tabel vertegenwoordigt de kolom 'Totaal risico' de balanspositie, terwijl de kolom 'Totaal derivaten' alle derivaten omvat ter afdekking van zowel de balanspositie als de verwachte transacties.
| Valutapaar - 2019 | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Totaal risico | Totaal derivaten | Nettopositie |
| AUD/USD | 1 614 | -6 044 | -4 431 |
| BRL/EUR | 25 900 | - | 25 900 |
| CLP/EUR | -20 164 | - | -20 164 |
| CZK/EUR | 870 | -820 | 50 |
| EUR/CNY | -81 668 | 39 553 | -42 116 |
| EUR/GBP | -8 033 | 6 101 | -1 932 |
| EUR/INR | -33 154 | - | -33 154 |
| EUR/MYR | -15 551 | 15 000 | -551 |
| EUR/RON | -42 080 | 7 473 | -34 607 |
| EUR/USD | -2 043 | 6 212 | 4 169 |
| IDR/USD | 8 199 | - | 8 199 |
| JPY/CNY | 4 792 | -2 657 | 2 135 |
| JPY/USD | 4 158 | -2 478 | 1 680 |
| NOK/GBP | 9 547 | - | 9 547 |
| NZD/USD | -9 347 | -859 | -10 206 |
| RUB/EUR | 32 263 | -32 256 | 8 |
| TRY/EUR | 25 074 | - | 25 074 |
| USD/BRL | -20 256 | - | -20 256 |
| USD/CLP | 8 004 | - | 8 004 |
| USD/CNY | -59 157 | 68 126 | 8 968 |
| USD/COP | -10 586 | 18 359 | 7 773 |
| USD/EUR | 230 415 | -254 001 | -23 587 |
| USD/GBP | 100 058 | - | 100 058 |
| USD/INR | -42 405 | 18 539 | -23 866 |
| in duizend € | Totaal risico | Totaal derivaten | Nettopositie |
|---|---|---|---|
| AUD/USD | 4 555 | -3 262 | 1 293 |
| CZK/EUR | 10 569 | -6 906 | 3 663 |
| EUR/BRL | -15 031 | - | -15 031 |
| EUR/CNY | -117 627 | 42 191 | -75 436 |
| EUR/GBP | -17 789 | 9 019 | -8 770 |
| EUR/INR | -31 591 | 18 254 | -13 337 |
| EUR/MYR | -15 524 | 15 000 | -524 |
| EUR/RON | -48 369 | 4 787 | -43 582 |
| EUR/USD | 4 882 | - | 4 882 |
| HKD/EUR | -7 355 | - | -7 355 |
| IDR/USD | 11 206 | - | 11 206 |
| JPY/CNY | 6 810 | -2 010 | 4 800 |
| JPY/EUR | 2 734 | -2 401 | 334 |
| NOK/GBP | 5 817 | - | 5 817 |
| NZD/USD | -9 687 | -778 | -10 465 |
| RUB/EUR | 28 314 | -28 307 | 7 |
| TRY/EUR | 18 885 | - | 18 885 |
| USD/BRL | -14 105 | - | -14 105 |
| USD/CLP | 7 460 | - | 7 460 |
| USD/CNY | -87 148 | 117 106 | 29 958 |
| USD/COP | -15 393 | 21 607 | 6 213 |
| USD/EUR | 358 915 | -311 637 | 47 278 |
| USD/GBP | 82 347 | - | 82 347 |
| USD/INR | -79 818 | - | -79 818 |
De redelijkerwijs mogelijke schommelingen die gebruikt worden in deze berekening, zijn gebaseerd op de volatiliteit op jaarbasis met betrekking tot de dagelijkse wisselkoersbewegingen gedurende de verslagperiode, met een betrouwbaarheidsinterval van 95%.
Indien de valuta's verzwakt of versterkt waren met de redelijkerwijs mogelijke procenten en indien alle andere variabelen constant gebleven waren, zou het perioderesultaat vóór belastingen € 7,3 miljoen (2018: € 3,7 miljoen) lager respectievelijk hoger geweest zijn.
Per 31 december 2019 maakt de Groep geen gebruik van hedge accounting (idem per 31 december 2018).
De Groep is onderworpen aan renterisico en dit voornamelijk op schulden in US dollar, Chinese renminbi en euro. Om het effect van rentevoetfluctuaties in de betrokken regio's te minimaliseren, wordt het renterisico op de nettoschuld uitgedrukt in deze valuta's afzonderlijk beheerd. De volgende algemene richtlijnen worden toegepast om het renterisico af te dekken:
De Groepsdienst Thesaurie gebruikt interest-rate swaps en cross-currency interest-rate swaps om ervoor te zorgen dat de vaste/ variabele renteverhouding van langlopende schulden binnen de limieten blijft.
Het volgende overzicht toont de gewogen gemiddelde rentevoeten, inclusief het effect van swaps, op balansdatum.
De converteerbare obligatielening wordt aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode wat resulteert in de spreiding van de conversieoptie en de transactiekosten over de duur van de verplichting via de rentelasten. Bijgevolg zullen de effectieve rentelasten hoger zijn dan de nominale rentelasten.
| Lange termijn | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | Korte | |||
| 2019 | rentevoet | rentevoet | Totaal | termijn | Totaal |
| US dollar | 4,65% | 4,12% | 4,28% | 2,77% | 3,06% |
| Chinese renminbi | - | 4,63% | 4,63% | 4,13% | 4,44% |
| Euro | 1,30% | 1,40% | 1,32% | 1,25% | 1,32% |
| Overige | 6,74% | - | 6,74% | 5,22% | 5,72% |
| Totaal | 1,65% | 2,06% | 1,75% | 3,57% | 2,16% |
| Lange termijn | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | Korte | |||
| 2018 | rentevoet | rentevoet | Totaal | termijn | Totaal |
| US dollar | 4,20% | 3,36% | 3,50% | 3,26% | 3,29% |
| Chinese renminbi | - | 4,63% | 4,63% | 4,56% | 4,62% |
| Euro | 1,76% | 1,03% | 1,72% | 0,41% | 1,30% |
| Overige | 8,52% | - | 8,52% | 4,92% | 5,63% |
| Totaal | 2,02% | 2,85% | 2,12% | 2,16% | 2,14% |
Zoals vermeld in toelichting 6.18. 'Rentedragende schulden' bedroeg de totale financiële schuld van de Groep € 1 608,5 miljoen op 31 december 2019 (2018: € 1 628,7 miljoen). De volgende tabel toont het valuta- en renteprofiel, d.i. de procentuele verdeling van de totale financiële schuld per valuta en per type van rentevoet (vast, vlottend), inclusief het effect van swaps.
| Valuta- en renteprofiel | Lange termijn | Korte termijn | ||
|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | vlottende | ||
| 2019 | rentevoet | rentevoet | rentevoet | Totaal |
| US dollar | 1,00% | 2,20% | 14,10% | 17,30% |
| Chinese renminbi | - | 1,90% | 1,20% | 3,10% |
| Euro | 54,70% | 14,70% | 0,20% | 69,60% |
| Overige | 3,30% | - | 6,70% | 10,00% |
| Totaal | 59,00% | 18,80% | 22,20% | 100,00% |
| Lange termijn | Korte termijn | |||
|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | vlottende | ||
| 2018 | rentevoet | rentevoet | rentevoet | Totaal |
| US dollar | 0,50% | 2,60% | 17,70% | 20,80% |
| Chinese renminbi | - | 1,40% | 0,40% | 1,80% |
| Euro | 44,30% | 2,20% | 22,50% | 69,00% |
| Overige | 1,60% | - | 6,80% | 8,40% |
| Totaal | 46,40% | 6,20% | 47,40% | 100,00% |
De volgende tabel toont voor de belangrijkste valuta's de redelijkerwijs mogelijke schommelingen met een 95%-betrouwbaarheidsinterval; de cijfers zijn gebaseerd op de volatiliteit op jaarbasis van de dagelijkse noteringen van de Interbank Offered Rate op 3 maanden in 2019 en 2018.
| 2019 | Rentevoet per 31 december |
Redelijkerwijs mogelijke schommelingen (+/-) |
|---|---|---|
| Chinese renminbi 1 | 2,64% | 0,44% |
| Euro | 0,00% | 0,00% |
| US dollar | 1,91% | 0,28% |
| 2018 | Rentevoet per 31 december |
Redelijkerwijs mogelijke schommelingen (+/-) |
|---|---|---|
| Chinese renminbi 1 | 2,72% | 0,45% |
| Euro | 0,00% | 0,00% |
| US dollar | 2,80% | 0,27% |
1 Voor de Chinese renminbi werd de PBOC-referentievoet voor leningen op hoogstens 6 maand genomen.
Indien we de geschatte mogelijke renteschommelingen toepassen op de schuld met vlottende rentevoet – in de veronderstelling dat alle andere variabelen constant bleven – zou het perioderesultaat vóór belastingen € 1,7 miljoen (2018: € 1,6 miljoen) hoger/ lager geweest zijn. Aangezien de EURIBOR negatief was en Bekaert een 0% floor in voege heeft, gaan rederlijkerwijs mogelijke schommelingen van de EURIBOR geen effect genereren.
De Groep maakt geen gebruik van hedge accounting per 31 december 2019 (2018: ook niet) en bijgevolg was geen gevoeligheidsanalyse vereist.
De Groep is blootgesteld aan kredietrisico's ten gevolge van haar bedrijfsactiviteiten en bepaalde financieringsactiviteiten. In het kader van haar bedrijfsactiviteiten heeft de Groep een kredietbeleid opgezet dat rekening houdt met het risicoprofiel van de klanten in functie van het marktsegment waartoe zij behoren. Op basis van hun activiteitenplatform, productsegment en regio wordt het kredietrisico van de klanten geanalyseerd en wordt beslist om het kredietrisico af te dekken. De blootstelling aan kredietrisico's wordt continu opgevolgd en de kredietwaardigheid van alle klanten wordt geregeld geëvalueerd. Omwille van het specifieke karakter van sommige staaldraadactiviteiten die slechts een beperkt aantal wereldwijd opererende klanten tellen, wordt het concentratierisico van dichtbij opgevolgd en wordt – overeenkomstig de kredietbeleidslijnen – indien nodig onmiddellijk actie ondernomen. Er dient geen enkele van de volgens IFRS 8 §34 vereiste toelichtingen in verband met individuele klanten (of groepen van klanten onder gezamenlijke zeggenschap) verstrekt, aangezien geen enkele klant van de Groep instaat voor meer dan 10% van de omzet. Op 31 december 2019 was 64,7% (2018: 47,4%) van het kredietrisico afgedekt door kredietverzekeringspolissen en handelsfinancieringsinstrumenten. In het kader van financieringsactiviteiten worden transacties in principe enkel afgesloten met tegenpartijen die minstens een A-kredietscore hebben. Daarbij worden kredietlimieten vastgelegd voor elke tegenpartij in functie van haar kredietwaardigheid. Dankzij deze aanpak acht de Groep de risico's bij staking van betaling door de tegenpartij beperkt, zowel wat bedrijfsactiviteiten als wat financieringsactiviteiten betreft. In overeenstemming met het in IFRS 9 opgenomen 'verwachte verlies' model voor financiële vorderingen, werd er een algemene waardevermindering voor handelsvorderingen aangelegd met als bedoeling ongekende risico's verbonden aan handelsvorderingen op iedere rapporteringsdatum af te dekken. Deze algemene waardevermindering voor handelsvorderingen bestaat uit een percentage van openstaande handelsvorderingen op iedere rapporteringsdatum. Deze percentages houden rekening met historische informatie rond verliezen op handelsvorderingen en worden jaar-op-jaar herbekeken.
Liquiditeitsrisico betekent het risico dat de Groep haar verplichtingen niet kan nakomen op de vervaldag omdat ze niet in staat is om activa te gelde te maken of de nodige kredieten te bekomen. Om de liquiditeit en de financiële flexibiliteit te allen tijde te garanderen, beschikt de Groep, naast de beschikbare geldmiddelen, over verscheidene kortlopende, niet-toegezegde kredietlijnen in de belangrijkste valuta's en voor bedragen die geacht worden toereikend te zijn voor de huidige en toekomstige financiële behoeften. Deze kredietfaciliteiten hebben meestal een gemengd karakter en kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor voor- schotten, kaskredieten, acceptkredieten en verdisconteringen. De Groep heeft ook toegezegde kredietfaciliteiten ter beschikking voor een maximumbedrag van € 200 miljoen (2018: € 100 miljoen) tegen variabele rentevoeten met vaste marges. Op jaareinde was van deze kredietlijnen niets (2018: nihil) opgenomen. Bovendien beschikt de Groep over een commercial paper & medium-term note program voor een bedrag van € 123,9 miljoen (2018: € 123,9 miljoen). Per jaareinde 2019 waren er geen uitstaande commercial paper notes (2018: nihil). Per jaareinde was er geen externe bankschuld onderworpen aan schuldconvenanten (2018: nihil). De Groep heeft per 31 december 2019 verdisconteerde uitstaande vorderingen voor een totaal bedrag van € 90,2 miljoen (2018: € 73,9 miljoen) in de bestaande factoring-programma's. In de loop van 2019 heeft de Groep nieuwe factoring-overeenkomsten afgesloten in Noord Amerika en Indië waaronder op jaareinde 2019 € 31,1 miljoen werd opgenomen. Onder deze overeenkomsten worden vrijwel alle risico's en voordelen, verbonden aan de eigendom van de vorderingen, overgedragen aan de factor. Bijgevolg werden de gefactorde vorderingen per eind 2019 uitgeboekt.
De volgende tabel toont de contractueel overeengekomen, niet-verdisconteerde kasuitstromen met betrekking tot financiële verplichtingen (inclusief financiële verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop). Enkel nettorentebetalingen en aflossingen van de hoofdsom zijn hierin vervat.
| 2019 | 2025 en | |||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2020 | 2021 | 2022-2024 | verder |
| Financiële verplichtingen - hoofdsom | ||||
| Handelsschulden | -652 384 | - | - | - |
| Overige verplichtingen | -7 375 | -150 | - | - |
| Rentedragende schulden 1 | -427 578 | -452 771 | -349 021 | -416 826 |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -196 609 | - | -4 930 | - |
| Financiële verplichtingen - rente | ||||
| Handels- en overige schulden | - | - | - | - |
| Rentedragende schulden | -24 786 | -13 917 | -35 708 | -13 895 |
| Derivaten - netto afgewikkeld | -596 | -809 | -982 | -21 |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -5 150 | -539 | -581 | - |
| Totaal niet-verdisconteerde kasstromen | -1 314 478 | -468 186 | -391 222 | -430 742 |
1 Inclusief leaseverplichtingen sinds de toepassing van IFRS 16.
| 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | 2021-2023 | 2024 en verder |
| Financiële verplichtingen - hoofdsom | ||||
| Handelsschulden | -778 438 | - | - | - |
| Overige verplichtingen | -10 355 | -150 | - | - |
| Rentedragende schulden | -942 041 | -163 964 | -422 953 | -125 727 |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -256 452 | -13 687 | - | - |
| Financiële verplichtingen - rente | ||||
| Handels- en overige schulden | - | - | - | - |
| Rentedragende schulden | -31 009 | -5 618 | -5 423 | -2 119 |
| Derivaten - netto afgewikkeld | - | - | - | - |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -7 123 | -1 514 | - | - |
| Totaal niet-verdisconteerde kasstromen | -2 025 418 | -184 933 | -428 376 | -127 846 |
Hierin zijn alle instrumenten begrepen die aangehouden werden op de balansdatum en waarvoor de betalingen reeds contractueel werden vastgelegd. Prognoses met betrekking tot toekomstige nieuwe verplichtingen zijn niet meegerekend. Bedragen in vreemde valuta werden omgerekend tegen de slotkoers op de balansdatum. Variabele rentebetalingen met betrekking tot financiële instrumenten werden berekend op basis van de toepasselijke termijnrentevoeten.
Alle financiële derivaten die de Groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of een verwacht risico. In functie van het verwachte effect op de winst-en-verliesrekening en als voldaan is aan de strikte criteria van IFRS 9, beslist de Groep geval per geval of hedge accounting zal toegepast worden. In de volgende secties worden de transacties beschreven waarvoor hedge accounting wordt toegepast en de transacties die niet in aanmerking komen voor hedge accounting, maar als een economische afdekking fungeren.
De Groep heeft geen hedge accounting toegepast in 2019. Het beperkte aantal kasstroomafdekkingen in Bridon International Ltd, waar het valutarisico gelinkt aan operationele kasstromen werd afgedekt door termijnwisselcontracten, waren vervallen in 2018.
Er waren geen reëlewaardeafdekkingen in 2019 en 2018.
Het beperkt aantal kasstroomafdekkingen waren vervallen in 2018. Er waren geen nieuwe kasstroomafdekkingen in 2019.
De Groep gebruikt ook financiële instrumenten die als economische afdekking fungeren, maar waarvoor geen hedge accounting wordt toegepast, ofwel omdat niet voldaan is aan de criteria die IFRS 9 'Financiële instrumenten' vooropstelt om in aanmerking te komen voor hedge accounting, ofwel omdat de Groep bewust besloten heeft om geen hedge accounting toe te passen. Deze derivaten worden verwerkt als afzonderlijke instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
derivaat vormt zonder nauw verband dat, in overeenstemming met IFRS 9, afgezonderd wordt van het basiscontract. De reële waarde van het conversiederivaat van de obligatielening bedroeg € 0,1 miljoen op 31 december 2019 (2018: € 0,2 miljoen) waardoor er een winst van € 0,1 miljoen werd opgenomen in overige financiële opbrengsten (2018: winst van € 17,3 miljoen). Het basiscontract (de pure schuldcomponent zonder de conversieoptie) is opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieverentemethode; de effectieve rentelast bedraagt € 10,4 miljoen (2018: € 10,1 miljoen).
Het volgende overzicht presenteert de notionele bedragen van de derivaten volgens hun looptijd. Voor derivaten aangemerkt voor hedge accounting conform IFRS 9 wordt getoond of deze deel uitmaken van een reëlewaardeafdekking (FVH) of een kasstroomafdekking (CFH):
| Vervallend over meer dan Vervallend |
|||
|---|---|---|---|
| Vervallend | |||
| 2019 | binnen het | 1 en ten | over meer dan |
| in duizend € | jaar | 5 jaar | |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | |||
| Termijnwisselcontracten | 192 025 | - | - |
| Interest-rate swaps | - | 196 500 | - |
| Cross-currency interest-rate swaps | 312 895 | 4 930 | - |
| Conversiederivaat | - | 380 000 | - |
| Totaal | 504 920 | 581 430 | - |
| 2018 in duizend € |
Vervallend | Vervallend Vervallend |
|
|---|---|---|---|
| binnen het jaar |
over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar |
over meer dan 5 jaar |
|
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | |||
| Termijnwisselcontracten | 252 776 | - | - |
| Cross-currency interest-rate swaps | 341 308 | 13 687 | - |
| Conversiederivaat | - | 380 000 | - |
| Totaal | 594 084 | 393 687 | - |
Het volgende overzicht vat de reële waarden van de verschillende derivaten samen. Voor derivaten aangemerkt voor hedge accounting conform IFRS 9, wordt getoond of deze deel uitmaken van een reëlewaardeafdekking (FVH) of een kasstroomafdekking (CFH):
| Reële waarde van korte- en langetermijnderivaten | Vorderingen | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 | 2018 | 2019 |
| Financiële instrumenten | ||||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | ||||
| Termijnwisselcontracten | 6 748 | 1 602 | 1 507 | 1 424 |
| Interest-rate swaps | - | - | - | 496 |
| Cross-currency interest-rate swaps | 2 704 | 3 902 | 3 226 | 197 |
| Conversiederivaat | - | - | 220 | 115 |
| Overige derivaten | - | 2 492 | - | - |
| Totaal | 9 452 | 7 997 | 4 953 | 2 231 |
| Op meer dan een jaar | 1 407 | 3 374 | 220 | 610 |
| Op ten hoogste een jaar | 8 045 | 4 623 | 4 734 | 1 621 |
| Totaal | 9 452 | 7 997 | 4 954 | 2 231 |
In 2019 hadden de overige derivate vorderingen betrekking op het VPPA derivaat (€ 2,5 miljoen).
De Groep heeft geen financiële activa en verplichtingen die gesaldeerd worden voorgesteld in de balans overeenkomstig IAS 32. De Groep gaat ISDA (Internationale Swaps en Derivaten Associatie)-raamovereenkomsten aan met de tegenpartijen voor de meeste van haar derivaten, die de tegenpartijen toelaten om vorderingen uit derivaten te salderen met verplichtingen uit derivaten bij het afwikkelen in geval van wanbetaling. Bij deze overeenkomsten worden geen waarborgen uitgewisseld, noch in geldmiddelen noch in beleggingsinstrumenten.
Het potentieel effect van het salderen van derivatencontracten wordt hierna weergegeven:
| Effect van afdwingbare salderingsovereenkomsten | Vorderingen | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 | 2018 | 2019 |
| Totaal derivaten opgenomen in de balans | 9 452 | 7 997 | 4 954 | 2 231 |
| Afdwingbare salderingen | -1 297 | -197 | -1 297 | -197 |
| Nettobedragen | 8 155 | 7 800 | 3 657 | 2 034 |
De volgende tabellen tonen de verschillende klassen van financiële activa en verplichtingen met hun nettoboekwaarde en reële waarde, ingedeeld naargelang hun waarderingscategorie volgens IFRS 9 'Financiële instrumenten'.
Geldmiddelen en kasequivalenten, geldbeleggingen, handelsvorderingen, overige vorderingen, ontvangen bankwissels en leningen en financiële vorderingen vervallen meestal op korte termijn. Daarom benadert hun nettoboekwaarde op de verslagdatum hun reële waarde. Ook handelsschulden en overige verplichtingen vervallen meestal op korte termijn en om dezelfde reden benadert hun nettoboekwaarde hun reële waarde. De Groep heeft overigens geen posities in collateralized debt obligations (CDO's).
Volgende afkortingen voor categorieën onder IFRS 9 worden hierna gebruikt:
| Afkorting | Categorie volgens IFRS 9 |
|---|---|
| GK | Financiële activa en financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs |
| RWvOCI/EV | Eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële waarde via OCI |
| RWvR/Vpl | Financiële activa verplicht te waarderen tegen reële waarde via het resultaat |
| AVH | Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden |
| RWvR | Financiële verplichtingen aangehouden als tegen reële waarde via het resultaat |
| Categorie 31 december 2018 |
31 december 2019 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nettoboekwaarde t.o.v. reële waarde | volgens | Netto | Reële | Netto | Reële | |
| in duizend € | IFRS 9 | boekwaarde | waarde | boekwaarde | waarde | |
| Activa | ||||||
| Financiële activa op >1 jaar | ||||||
| - Financiële & overige | ||||||
| vorderingen en kaswaarborgen | GK | 10 021 | 10 021 | 9 026 | 9 026 | |
| - Beleggingen in aandelen | RWvOCI/EV | 11 153 | 11 153 | 13 152 | 13 152 | |
| - Derivaten | ||||||
| - Aangehouden voor | ||||||
| handelsdoeleinden | RWvR/Vpl | 1 407 | 1 407 | 3 374 | 3 374 | |
| Financiële activa op <= 1 jaar | ||||||
| - Financiële & overige | ||||||
| vorderingen en kaswaarborgen | GK | 20 186 | 20 186 | 8 779 | 8 779 | |
| - Geldmiddelen en | ||||||
| kasequivalenten | GK | 398 273 | 398 273 | 566 176 | 566 176 | |
| - Geldbeleggingen | GK | 50 036 | 50 036 | 50 039 | 50 039 | |
| - Handelsvorderingen | GK | 772 731 | 772 731 | 644 908 | 644 908 | |
| - Ontvangen bankwissels | GK | 57 727 | 57 727 | 59 904 | 59 904 | |
| - Overige activa op <= 1 jaar | ||||||
| - Overige vorderingen | GK | 15 929 | 15 929 | 17 831 | 17 831 | |
| - Derivaten | ||||||
| - Aangehouden voor | ||||||
| handelsdoeleinden | RWvR/Vpl | 8 045 | 8 045 | 4 623 | 4 623 | |
| Verplichtingen | ||||||
| Rentedragende schulden op > 1 jaar | ||||||
| - Financiële leases | GK | 1 854 | 1 854 | - | - | |
| - Leaseverplichtingen | GK | - | - | 68 525 | 68 525 | |
| - Kredietinstellingen | GK | 285 176 | 285 176 | 551 387 | 551 387 | |
| - Obligatieleningen | GK | 399 635 | 410 729 | 564 399 | 567 749 | |
| Rentedragende schulden op <= 1 | ||||||
| jaar | ||||||
| - Financiële leases | GK | 810 | 810 | - | - | |
| - Leaseverplichtingen | GK | - | - | 19 728 | 19 728 | |
| - Kredietinstellingen | GK | 746 231 | 746 231 | 358 843 | 358 843 | |
| - Obligatieleningen | GK | 195 000 | 199 626 | 45 614 | 46 523 | |
| Overige verplichtingen op > 1 jaar | ||||||
| - Conversieoptie | AvH | 220 | 220 | 115 | 115 | |
| - Put -optie | RWvR | 11 033 | 11 033 | - | - | |
| - Overige verplichtingen | GK | 150 | 150 | 150 | 150 | |
| Handelsschulden | GK | 778 438 | 778 438 | 652 384 | 652 384 | |
| Overige verplichtingen op <= 1 jaar | ||||||
| - Overige verplichtingen | GK | 21 614 | 21 614 | 26 165 | 26 165 | |
| - Derivaten | ||||||
| - Aangehouden voor | ||||||
| handelsdoeleinden | AvH | 4 734 | 4 734 | 2 116 | 2 116 | |
| Getotaliseerd per categorie volgens IFRS 9 | ||||||
| Financiële activa | GK | 1 324 903 | 1 324 903 | 1 356 662 | 1 356 662 | |
| RWvOCI/EV | 11 153 | 11 153 | 13 152 | 13 152 | ||
| RWvR/Vpl | 9 452 | 9 452 | 7 997 | 7 997 | ||
| Financiële verplichtingen | GK | 2 428 907 | 2 444 627 | 2 287 195 | 2 291 454 | |
| AvH | 4 954 | 4 954 | 2 231 | 2 231 | ||
| RWvR | 11 033 | 11 033 | - | - |
FS_2019.xlsx NL-7.2 Additional discl 27/03/20208:55
De reële waarde van alle financiële instrumenten aangehouden in de balans tegen geamortiseerde kostprijs werd bepaald door het gebruik van 'Niveau 2'-reëlewaardebepalingstechnieken.
De reëlewaardebepaling van financiële activa en verplichtingen kan worden getypeerd op een van de volgende manieren:
| Converteerbare obligatielening uitgegeven in 2016 | Op uitgifte datum |
Op 31 dec 2018 |
Op 31 dec 2019 |
|
|---|---|---|---|---|
| Niveau-1-inputs | ||||
| Koers van het aandeel | € 37,97 | € 21,06 | € 26,50 | |
| Niveau-2-inputs | ||||
| Referentieswaprate | 0,03% | -0,13% | -0,31% | |
| Niveau-3-inputs | ||||
| Volatiliteit | 29,00% | 22,00% | 22,00% | |
| Kredietmarge | 225 bps | 200 bps | 190 bps | |
| Uitkomsten van het model in duizend € |
||||
| Reële waarde van de converteerbare schuld | 380 000 | 363 432 | 371 564 | |
| Reële waarde van de plain vanilla- schuld | 339 509 | 363 212 | 371 449 | |
| Reële waarde van de conversie-optie | 40 491 | 220 | 115 | |
| VPPA derivaat | 31 december 2019 |
|||
| Niveau 2-inputs | ||||
| Disconteringsvoet | Gewogen gemiddelde van curven van bedrijfsobligaties van beleggingskwaliteit | |||
| Niveau 3-inputs | ||||
| Power forward sensitiviteit | Geschatte prijsprognose voor piek- en daluren | |||
| Productie sensitiviteit | Gebaseerd op windstudies in de omgeving | |||
| Uitkomsten van het model (in duizend €) | ||||
| Reële waarde van het VPPA derivaat | 2 492 |
De nettoboekwaarde (d.i. de reële waarde) van de niveau-3-verplichtingen/(vorderingen) is als volgt geëvolueerd:
| Niveau 3 - financiële verplichtingen / (vorderingen) | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2018 | 2019 |
| Per 1 januari | 26 678 | 11 253 |
| Uitgedoofd | - | -11 033 |
| (Winst) / verlies in reële waarde | -15 425 | -2 597 |
| Per 31 december | 11 253 | -2 378 |
Winsten en verliezen op de reële waarde worden gerapporteerd in de overige financiële opbrengsten en lasten. De put-optie is uitgedoofd als onderdeel van de transactie waarbij de Groep de minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA heeft ingekocht.
De volgende tabel toont de sensitiviteit van de reëlewaardeberekening voor de conversieoptie en het VPPA-derivaat aan de belangrijkste inputs van niveau 3.
| Sensitiviteitsanalyse in duizend € |
Wijziging Impact op derivaat (verplichting) |
||
|---|---|---|---|
| Impliciete volatiliteit | 3,5% | toename met | 266 |
| -3,5% | afname met | -76 | |
| Kredietmarge | 25 bps | toename met | -17 |
| -25 bps | afname met | -29 |
Sensitiviteitsanalyse
| in duizend € | Wijziging | Impact op het VPPA derivaat |
|---|---|---|
| Power forward sensitiviteit | +10% | toename met 1 335 |
| -10% | afname met -1 424 |
|
| Productie sensitiviteit | +5% | toename met 178 |
| -5% | afname met -356 |
De volgende tabel toont een analyse van financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd in de balans volgens de hoger beschreven hiërarchie van reëlewaardebepalingen:
| 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa verplicht te waarderen tegen reële | ||||
| waarde via het resultaat | ||||
| Vorderingen uit derivaten | - | 5 505 | 2 492 | 7 997 |
| Eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële | ||||
| waarde via OCI | ||||
| Beleggingen in aandelen | 5 745 | 7 407 | - | 13 152 |
| Totaal activa | 5 745 | 12 912 | 2 492 | 21 149 |
| Financiële verplichtingen aangehouden voor | ||||
| handelsdoeleinden | ||||
| Conversieoptie | - | - | 115 | 115 |
| Verplichtingen uit andere derivaten | - | 2 116 | - | 2 116 |
| Totaal verplichtingen | - | 2 116 | 115 | 2 231 |
| 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa verplicht te waarderen tegen reële | ||||
| waarde via het resultaat | ||||
| Vorderingen uit derivaten | - | 9 452 | - | 9 452 |
| Eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële | ||||
| waarde via OCI | ||||
| Beleggingen in aandelen | 5 241 | 5 913 | - | 11 154 |
| Totaal activa | 5 241 | 15 365 | - | 20 606 |
| Financiële verplichtingen aangehouden voor | ||||
| handelsdoeleinden | ||||
| Conversieoptie | - | - | 220 | 220 |
| Verplichtingen uit andere derivaten | - | 4 734 | - | 4 734 |
| Financiële verplichtingen aangemerkt als tegen reële | ||||
| waarde via het resultaat | ||||
| Put-opties gerelateerd aan minderheidsbelangen | - | - | 11 033 | 11 033 |
| Totaal verplichtingen | - | 4 734 | 11 253 | 15 986 |
De Groep beheert haar kapitaal om te verzekeren dat haar entiteiten in staat zullen zijn hun activiteiten verder te zetten, en met de bedoeling de rentabiliteit voor haar aandeelhouders te maximaliseren door de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen te optimaliseren. De Groep heeft haar strategie in dit verband niet gewijzigd tegenover 2018.
De kapitaalstructuur van de Groep bestaat uit nettoschuld, zoals gedefinieerd in toelichting 6.18. 'Rentedragende schulden', en eigen vermogen (zowel toerekenbaar aan de Groep als aan minderheidsbelangen).
Het Audit en Finance Comité van de Groep controleert de kapitaalstructuur op halfjaarlijkse basis. Als onderdeel van deze controle wordt de kapitaalkost herzien en worden de risico's geëvalueerd die verband houden met elke vorm van kapitaalverstrekking. De Groep beoogt een gearing ratio van 50%, gedefinieerd als de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen. De Groep hanteert systematisch een aantal richtlijnen om deze doelstelling te realizeren, o.a.
» strikte kostopvolging om de winstgevendheid te verbeteren;
» actief beheer van business activiteiten, met inbegrip van Mergers, Acquisitions and divestments (M&A).
| Gearing | |
|---|---|
| in duizend € 2018 |
2019 |
| 1 152 878 Nettoschuld |
976 984 |
| 1 516 002 Eigen vermogen |
1 531 540 |
| 76,0% Nettoschuld op eigen vermogen |
63,8% |
FS_2019.xlsx NL-7.2 Additional discl 27/03/20208:55
Per 31 december had de Groep de volgende belangrijke voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen:
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Voorwaardelijke verplichtingen | 704 | 8 830 |
| Toezeggingen tot aankoop van vaste activa | 28 107 | 50 072 |
| Toezeggingen tot deelneming in durfkapitaalfondsen | 9 437 | 10 835 |
Er waren op jaareinde 2019 geen bankgaranties gelinkt aan milieuverplichtingen.
De Groep heeft verscheidene huurcontracten afgesloten waarvoor in 2019 een recht-op-gebruik actief en leaseverplichting werd erkend in overgang naar IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' (zie toelichting 6.4. 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa'). In 2018 werden de huurcontracten die geclassificeerd werden als operationele lease-overeenkomsten toegelicht in overeenstemming met IAS 17.
| Toekomstige betalingen in duizend € |
2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Binnen het jaar | 21 580 | - |
| Over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar | 41 673 | - |
| Over meer dan 5 jaar | 33 318 | - |
| Totaal | 96 571 | - |
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Rollend materieel | 10 823 | - |
| Industriële gebouwen | 8 816 | - |
| Uitrusting | 5 920 | - |
| Kantoren | 4 802 | - |
| Gronden | 156 | - |
| Overige | 741 | - |
| Totaal | 31 258 | - |
| Gewogen gemiddelde leaseperiode | ||
|---|---|---|
| in jaren | 2018 | 2019 |
| Rollend materieel | 4 | - |
| Industriële gebouwen | 7 | - |
| Uitrusting | 4 | - |
| Kantoren | 3 | - |
| Gronden | 1 | - |
| Overige | 1 | - |
Transacties tussen de Onderneming en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd in de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting. Transacties met andere verbonden partijen worden hieronder toegelicht.
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Verkopen van goederen | 20 247 | 17 377 |
| Aankopen van goederen | 29 107 | 23 998 |
| Geleverde diensten | 193 | 282 |
| Ontvangen royalty's en managementvergoedingen | 13 172 | 12 944 |
| Ontvangen dividenden | 19 408 | 19 439 |
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Langetermijnvorderingen | - | 24 |
| Handelsvorderingen | 11 287 | 5 817 |
| Overige kortetermijnvorderingen | - | 1 499 |
| Handelsschulden | 7 372 | 5 134 |
Geen enkele van de verbonden partijen heeft nog andere transacties aangegaan die voldoen aan de criteria van IAS 24 'Informatieverschaffing over verbonden partijen'.
Het Key Management omvat de Raad van Bestuur, de CEO, de leden van het Bekaert Group Executive en de Senior Vice Presidents (zie laatste pagina van het 'Financieel overzicht').
| in duizend € | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Aantal personen | 38 | 34 |
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | ||
| Basisvergoedingen | 7 108 | 7 607 |
| Variabele vergoedingen | 3 602 | 792 |
| Vergoedingen als bestuurders van dochterondernemingen | 516 | 596 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | 524 | 517 |
| Toegezegdebijdragenregelingen | 761 | 721 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 4 251 | 4 991 |
| Totaal brutovergoedingen | 16 762 | 15 224 |
| Gemiddelde brutovergoeding per persoon | 441 | 448 |
| Aantal toegekende opties en stock appreciation rights | 163 750 | - |
| Aantal toegekende prestatie-aandeeleenheden (zowel in eigenvermogensinstrumenten | ||
| als in geldmiddelen afgewikkeld) | - | 156 026 |
| Aantal toe toe te kennen matching shares | 15 251 | - |
| Aantal toegekende aandelen | - | 13 787 |
Voor de toelichtingen die betrekking hebben op de Belgische Corporate Governance Code verwijzen wij naar het hoofdstuk 'Corporate Governance' in dit jaarverslag.
Op het tijdstip van de goedkeuring van deze jaarrekening zorgt de coronapandemie voor onzekerheid en risico's omtrent de performantie van de Groep en de daaraan gelinkte financiële resultaten. De snelle ontwikkeling en veranderlijkheid van de situatie maken elke voorspelling omtrent de uiteindelijke impact van de coronaviruspandemie op onze business momenteel onmogelijk, maar de vraagevoluties en fabriekssluitingen zullen onze resultaten in de eerste helft van het jaar significant beïnvloeden. COVID-19 is een gebeurtenis na balansdatum en die niet in de resultatenrekening of balans wordt weergegeven (non-adjusting subsequent event). Het management heeft de implicaties van het verderzetten van de activiteiten (going concern) onderzocht en kwam tot het besluit dat dit nog steeds verzekerd is. Weliswaar is het, zoals hierboven vermeld, onmogelijk om de ultieme impact van het coronavirus op onze businessperformantie te voorspellen.
Gezien de huidige impact van de coronaviruspandemie op bevolkingen en economieën wereldwijd heeft Bekaert globale en lokale maatregelen getroffen en evalueert het voortdurend de nood aan bijkomende acties om
Door de overheid opgelegde lockdowns, tijdelijke sluitingen bij klanten, en preventieve acties van Bekaert zelf hebben nu geleid tot een aantal tijdelijke fabriekssluitingen. De betrokken Bekaert-fabrieken bevinden zich in EMEA (alle landen), India, Canada en verschillende landen in Latijns-Amerika. De Bekaert-fabrieken in China hebben hun activiteiten op 10 februari heropgestart en produceren sindsdien aan vrij normale niveaus.
In China heeft de uitbraak van het COVID-19-virus alle activiteiten beïnvloed maar is de business na de heropening van onze fabrieken tot vrij normale niveaus teruggekeerd. Momenteel is de vraag redelijk goed in de meeste businesses, met uitzondering van de bouwmarkten door vertragingen bij het heropenen van werven.
In Latijns-Amerika gelden de door de overheid opgelegde lockdowns voor onze activiteiten in Ecuador, Peru, Colombia en Venezuela, waardoor er een tijdelijke terugval is van de vraag. De vraag in andere landen in de regio vertraagt sinds de tweede helft van maart.
De vraag vanuit nutsvoorzienings- en landbouwmarkten is sinds het begin van 2020 sterk in de VS maar begon ook te vertragen in maart. Daarnaast daalt de vraag vanuit banden- en automobielmarkten sinds midden maart.
De markten in EMEA zijn significant beïnvloed door de vele lockdowns die opgelegd zijn door de overheid en door de zwaar getroffen banden- en automobielindustrie en bouwsector.
Bekaerts globale toeleveringsnetwerk is extreem behulpzaam geweest in het garanderen van grondstoffen, hulpmiddelen en persoonlijk beschermingsmateriaal in alle sites wereldwijd.
De huidige crisis dwingt ons te concentreren op een aantal schadebeperkende en stabiliserende prioriteiten op korte termijn:
De eerste en belangrijkste prioriteit is de gezondheid en veiligheid van onze mensen en hun families te blijven garanderen. Dit geldt voor alle actieve medewerkers op hun normale werkplek, voor medewerkers in zelfisolatie die verder werken door middel van telewerk, en voor de teams die vallen onder tijdelijke werkloosheid.
Een andere prioriteit is om in nauw contact te blijven met onze klanten zodat we hun huidige en verwachte noden begrijpen en we op flexibele wijze beslissingen en acties kunnen nemen in onze toeleveringsketen.
Tot slot blijven we rigoureus ons werkkapitaalniveau, onze investeringen en de kosten onder controle te houden, zodat we de impact van de pandemie op onze liquiditeit en winstgevendheid zo veel mogelijk kunnen beperken.
Het management heeft verschillende scenario's voorbereid om de impact op de liquiditeitspositie van de Groep te stresstesten. Zelfs onder extreme veronderstellingen, ervan uitgaand dat er geen productie is in de fabrieken die momenteel gesloten of gepland worden te sluiten zoals hierboven vermeld, voor een aaneensluitende periode van twee maanden, en een vertraging ten opzichte van het budget tussen -50% en -30% voor de rest van het jaar, toonden deze scenario's nog altijd een positieve cashpositie. Als extra beschermende maatregelen heeft de Groep gecommitteerde kredietfaciliteiten met de banken voor een bedrag van € 190 miljoen opgenomen en zijn er ook onderhandelingen gaande om de bestaande leningen te verlengen.
Gedurende 2019 werden er door de commissaris en met hem beroepshalve in samenwerkingsverband opererende personen bijkomende opdrachten uitgevoerd ten belope van € 812 704.
Deze opdrachten betroffen in essentie verder assurance-opdrachten (€ 89 431), belastingadviesdiensten (€ 687 014) en andere niet-controlediensten (€ 36 259). De bijkomende opdrachten werden goedgekeurd door het Audit en Finance Comité.
De vergoedingen voor controlediensten voor NV Bekaert SA en haar dochterondernemingen bedroegen € 2 318 774.
Vennootschappen die deel uitmaken van de Groep op 31 december 2019
| Met industriële activiteit | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| EMEA | |||
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | Aalter, België | EUR | 100 |
| Bekaert Bohumín sro | Bohumín, Tsjechië | CZK | 100 |
| Bekaert Bradford UK Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Bekaert Combustion Technology BV | Assen, Nederland | EUR | 100 |
| Bekaert Figline SpA | Milaan, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert Heating Romania SRL | Negoiesti, Brazi Commune, Roemenië | RON | 100 |
| Bekaert Hlohovec as | Hlohovec, Slovakije | EUR | 100 |
| Bekaert Izmit Çelik Kord Sanayi ve Ticaret AS | Izmit, Turkije | EUR | 100 |
| Bekaert Kartepe Çelik Kord Sanayi ve Ticaret AS Bekaert Petrovice sro |
Kartepe, Turkije Petrovice, Tsjechië |
EUR CZK |
100 100 |
| Bekaert Sardegna SpA | Assemini, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert Slatina SRL | Slatina, Roemenië | RON | 80 |
| Bekaert Slovakia sro | Sládkovičovo, Slovakije | EUR | 100 |
| Bekintex | Wetteren, België | EUR | 100 |
| Bridon International GmbH | Gelsenkirchen, Duitsland | EUR | 100 |
| Bridon International Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Industrias del Ubierna SA | Burgos, Spanje | EUR | 100 |
| OOO Bekaert Lipetsk | Gryazi, Rusland | RUB | 100 |
| Noord-Amerika | |||
| Bekaert Corporation | Wilmington (Delaware), Verenigde Staten | USD | 100 |
| Bridon-American Corporation | New York, Verenigde Staten | USD | 100 |
| Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée | Pointe-Claire, Canada | CAD | 100 |
| Latijns-Amerika | |||
| Acma SA | Santiago, Chili | CLP | 52 |
| Acmanet SA | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| BBRG - Osasco Cabos Ltda | São Paulo, Brazilië | BRL | 100 |
| Bekaert Costa Rica SA | San José-Santa Ana, Costa Rica | USD | 58 |
| BIA Alambres Costa Rica SA Ideal Alambrec SA |
San José-Santa Ana, Costa Rica Quito, Ecuador |
USD USD |
58 58 |
| Industrias Chilenas de Alambre - Inchalam SA | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Prodimin SAC | Lima, Peru | USD | 38 |
| Prodinsa SA | Maipú, Chili | CLP | 100 |
| Productora de Alambres Colombianos Proalco SAS | Bogotá, Colombia | COP | 80 |
| Productos de Acero Cassadó SA Vicson SA |
Callao, Peru Valencia, Venezuela |
USD USD |
38 80 |
| Pacifisch Azië | |||
| Bekaert Applied Material Technology (Shanghai) Co Ltd | Shanghai, China | CNY | 100 |
| Bekaert Binjiang Steel Cord Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 90 |
| Bekaert (China) Technology Research and Development Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Chongqing) Steel Cord Co Ltd | Chongqing, China | CNY | 100 |
| Bekaert Heating Technology (Suzhou) Co Ltd | Taicang City (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd | Huizhou (provincie Guangdong), China | CNY | 100 |
| Bekaert Industries Pvt Ltd | Taluka Shirur, District Pune, India | INR | 100 |
| Bekaert Ipoh Sdn Bhd Bekaert (Jining) Steel Cord Co Ltd |
Kuala Lumpur, Maleisië Jining City, Yanzhou district (provincie Shandong), China |
MYR CNY |
100 60 |
| Bekaert Jiangyin Wire Products Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert Mukand Wire Industries Pvt Ltd | Pune, India | INR | 100 |
| Bekaert New Materials (Suzhou) Co Ltd | Suzhou (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Qingdao) Wire Products Co Ltd | Qingdao (provincie Shandong), China | CNY | 100 |
| Bekaert Shah Alam Sdn Bhd Bekaert (Shandong) Tire Cord Co Ltd |
Kuala Lumpur, Maleisië Weihai (provincie Shandong), China |
MYR CNY |
100 100 |
| Bekaert (Shenyang) Advanced Cords Co Ltd | Shenyang (provincie Liaoning), China | CNY | 100 |
| Bekaert Shenyang Advanced Products Co Ltd | Shenyang (provincie Liaoning), China | CNY | 100 |
| Bekaert Toko Metal Fiber Co Ltd | Tokio, Japan | JPY | 70 |
| Bekaert Vietnam Co Ltd | Son Tinh District, provincie Quang Ngai, Vietnam | USD | 100 |
| Bekaert Wire Ropes Pty Ltd | Mayfield East, Australië | AUD | 100 |
| Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd | Hangzhou (provincie Zhejiang), China | CNY | 100 |
| China Bekaert Steel Cord Co Ltd PT Bekaert Indonesia |
Jiangyin (provincie Jiangsu), China Karawang, Indonesië |
CNY USD |
90 100 |
| PT Bekaert Wire Indonesia | Karawang, Indonesië | USD | 100 |
| PT Bridon | Bekasi, West Java, Indonesië | USD | 100 |
1 Functionele valuta
2 Belangenpercentage
| Verkoopkantoren, magazijnen en andere | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| EMEA | |||
| Bekaert AS | Hellerup, Denemarken | DKK | 100 |
| Bekaert Emirates LLC | Dubai, Verenigde Arabische Emiraten | AED | 49 |
| Bekaert France SAS | Rijsel, Frankrijk | EUR | 100 |
| Bekaert Ges mbH | Wenen, Oostenrijk | EUR | 100 |
| Bekaert GmbH | Neu-Anspach, Duitsland | EUR | 100 |
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA | Aalst (Erembodegem), België | EUR | 100 |
| Bekaert Middle East LLC | Dubai, Verenigde Arabische Emiraten | AED | 49 |
| Bekaert Norge AS | Oslo, Noorwegen | NOK | 100 |
| Bekaert Poland Sp z oo | Warsaw, Poland | PLN | 100 |
| Bekaert (Schweiz) AG | Baden, Zwitserland | CHF | 100 |
| Bekaert Svenska AB | Göteborg, Zweden | SEK | 100 |
| Bridon-Bekaert ScanRope AS | Tonsberg, Noorwegen | NOK | 100 |
| Bridon Ropes NV/SA | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Bridon Scheme Trustees Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| British Ropes Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Leon Bekaert SpA | Milaan, Italië | EUR | 100 |
| OOO Bekaert Wire | Moskou, Rusland | RUB | 100 |
| Rylands-Whitecross Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Scheldestroom NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Twil Company | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Latijns-Amerika | |||
| Bekaert Guatemala SA | Ciudad de Guatemala, Guatemala | GTQ | 58 |
| Bekaert Specialty Films de Mexico SA de CV | Monterrey, Mexico | MXN | 100 |
| Bekaert Trade Mexico S de RL de CV | Mexico Stad, Mexico | MXN | 100 |
| Inversiones BBRG Lima SA | Lima, Peru | PEN | 96 |
| Procables SA | Callao, Peru | PEN | 96 |
| Prodac Contrata SAC | Callao, Peru | USD | 38 |
| Prodalam SA | Santiago, Chili | CLP | 52 |
| Prodicom Selva SAC | Ucayali, Peru | USD | 38 |
| Specialty Films de Services Company SA de CV | Monterrey, Mexico | MXN | 100 |
| Pacifisch Azië | |||
| Bekaert Architectural Design Consulting (Shanghai) Co Ltd | Shanghai, China | CNY | 100 |
| Bekaert Japan Co Ltd | Tokio, Japan | JPY | 100 |
| Bekaert Korea Ltd | Seoel, Zuid-Korea | KRW | 100 |
| Bekaert Management (Shanghai) Co Ltd | Shanghai, China | CNY | 100 |
| Bekaert Singapore Pte Ltd | Singapore | SGD | 100 |
| Bekaert Taiwan Co Ltd | Taipei, Taiwan | TWD | 100 |
| Bekaert (Thailand) Co Ltd | Tambol Pluakdaeng, Amphur Pluakdaeng, | USD | 100 |
| Thailand | |||
| BOSFA Pty Ltd | Port Melbourne, Australië | AUD | 100 |
| Bridon Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | HKD | 100 |
| Bridon New Zealand Ltd | Aukland, Nieuw Zeeland | NZD | 100 |
| Bridon Singapore (Pte) Ltd | Singapore | SGD | 100 |
| Bridon (South East Asia) Ltd | Hong Kong, China | HKD | 100 |
PT Bekaert Trade Indonesia Karawang, Indonesië USD 100
1 Functionele valuta
| Financiële ondernemingen | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| Acma Inversiones SA | Maipú, Chili | CLP | 100 |
| BBRG Finance (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| BBRG Holding (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| BBRG Operations (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| BBRG Production (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| BBRG (Purchaser) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| BBRG (Subsidiary) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| Becare DAC | Dublin, Ierland | EUR | 100 |
| Bekaert Building Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Carding Solutions Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Coördinatiecentrum | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Bekaert do Brasil Ltda | Contagem, Brazilië | BRL | 100 |
| Bekaert Holding Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Ibérica Holding SL | Burgos, Spanje | EUR | 100 |
| Bekaert Ideal SL | Burgos, Spanje | EUR | 80 |
| Bekaert Investments NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Bekaert Investments Italia SpA | Milano, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert North America Management Corporation | Wilmington (Delaware), Verenigde Staten | USD | 100 |
| Bekaert Services Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Singapore Holding Pte Ltd | Singapore | SGD | 100 |
| Bekaert Specialty Wire Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Stainless Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Steel Cord Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Strategic Partnerships Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Wire Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | Aalst (Erembodegem), België | EUR | 100 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| Bridon Holdings Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Bridon Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Industrias Acmanet Ltda | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Inversiones Bekaert Andean Ropes SA | Santiago, Chili | CLP | 100 |
| InverVicson SA | Valencia, Venezuela | USD | 80 |
| Procercos SA | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Met industriële activiteit | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| Latijns-Amerika | |||
| Belgo Bekaert Arames Ltda BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda Servicios Ideal AGF Inttegra Cia Ltda |
Contagem, Brazilië Vespasiano, Brazilië Quito, Ecuador |
BRL BRL USD |
45 45 29 |
| Verkoopkantoren, magazijnen en andere | Adres | FV1 | %2 |
| EMEA | |||
| Netlon Sentinel Ltd | Blackburn, Verenigd Koninkrijk | GBP | 50 |
| Pacifisch Azië | |||
| Bekaert Engineering (India) Pvt Ltd | New Delhi, India | INR | 40 |
| Financiële ondernemingen | Adres | FV1 | %2 |
| EMEA | |||
| Agro - Bekaert Springs SL | Burgos, Spanje | EUR | 40 |
Er werden geen materiële vaste activa van dochterondernemingen en joint ventures verpand als waarborg voor leningen met uitzondering van geleasde activa die waarborg staan voor de gerelateerde leaseverplichtingen.
1 Functionele valuta
2 Belangenpercentage
| Dochterondernemingen | Adres | %1 |
|---|---|---|
| Prodimin SAC | Lima, Peru | 38 |
| Joint ventures | Adres | %1 |
| Agro - Bekaert Springs SL | Burgos, Spanje | 40 |
Bridon Coatbridge Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk
| Dochterondernemingen | Adres | %1 |
|---|---|---|
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA | Aalst (Erembodegem), België | Van 50 naar 100 |
| Dochterondernemingen | Gefusioneerd met |
|---|---|
| Inversiones Impala Perú SA Cerrada | Productos de Acero Cassadó SA |
| Procables Wire Ropes SA | Acma Inversiones SA |
| Prodinsa Ingeniería y Proyectos SA | Prodinsa SA |
| 4. Naamswijzigingen | |
| Nieuwe naam | Vorige naam |
| Bekaert Architectural Design Consulting (Shanghai) Co Ltd | Bekaert Advanced Products (Shanghai) Co Ltd |
| Prodicom Selva SAC | Prodac Selva SAC |
| 5. Gesloten | |
| Ondernemingen | Adres |
| BBRG MIPCo Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk |
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions Srl | Zola Predosa, Bologna, Italië |
In overeenstemming met de Belgische wetgeving geeft onderstaande tabel de kruispuntbanknummers van de Belgische ondernemingen weer.
| Ondernemingen | Kruispuntbanknummer |
|---|---|
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | BTW BE 0645.654.071 RPR Gent, afdeling Gent |
| Bekaert Coördinatiecentrum | BTW BE 0426.824.150 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| Bekaert Investments NV | BTW BE 0406.207.096 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA | BTW BE 0561.750.457 RPR Gent, afdeling Dendermonde |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | BTW BE 0550.983.358 RPR Gent, afdeling Dendermonde |
| Bekintex | BTW BE 0452.746.609 RPR Gent, afdeling Dendermonde |
| Bridon Ropes NV/SA | BTW BE 0401.637.507 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| NV Bekaert SA | BTW BE 0405.388.536 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| Scheldestroom NV | BTW BE 0403.676.188 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
Het jaarverslag van de Raad van Bestuur en de statutaire jaarrekening van de moedervennootschap NV Bekaert SA worden hierna in verkorte vorm weergegeven.
Het verslag van de Raad van Bestuur ex artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen is niet integraal opgenomen in het verslag ex artikel 119.
Exemplaren van het volledig verslag van de Raad van Bestuur en van de volledige statutaire jaarrekening van NV Bekaert SA zijn op verzoek gratis beschikbaar op volgend adres:
NV Bekaert SA Bekaertstraat 2 BE-8550 Zwevegem Belgium www.bekaert.com
De commissaris heeft een goedkeurende verklaring zonder voorbehoud gegeven met betrekking tot de statutaire jaarrekening van NV Bekaert SA.
Conform de wet zullen het jaarverslag van de Raad van Bestuur en de jaarrekening van NV Bekaert SA samen met het verslag van de commissaris worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.
| in duizend € - Jaren afgesloten op 31 december | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Omzet | 375 395 | 319 403 |
| Bedrijfsresultaat vóór niet-recurrente resultaten | 42 298 | -2 950 |
| Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten en -kosten | -736 | 386 |
| Bedrijfsresultaat na niet-recurrente resultaten | 41 562 | -2 564 |
| Financieel resultaat vóór niet-recurrente resultaten | 386 535 | 101 126 |
| Niet-recurrente financiële opbrengsten en -kosten | -116 236 | -40 472 |
| Financieel resultaat na niet-recurrente resultaten | 270 299 | 60 654 |
| Resultaat voor belastingen | 311 236 | 58 089 |
| Belastingen op het resultaat | 3 372 | 3 237 |
| Perioderesultaat | 314 608 | 61 327 |
| in duizend € - 31 december | 2018 | 2019 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 2 155 481 | 2 167 320 |
| Oprichtingskosten en immateriële activa | 79 648 | 76 887 |
| Materiële vaste activa | 46 571 | 40 577 |
| Financiële vaste activa | 2 029 263 | 2 049 856 |
| Vlottende activa | 391 227 | 322 614 |
| Totaal der activa | 2 546 708 | 2 489 934 |
| Eigen vermogen | 1 059 361 | 1 081 112 |
| Kapitaal | 177 793 | 177 793 |
| Uitgiftepremies | 37 751 | 37 751 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 1 995 | 1 995 |
| Wettelijke reserve | 17 779 | 17 779 |
| Onbeschikbare reserves | 82 177 | 102 636 |
| Beschikbare reserves en overgedragen resultaten | 741 865 | 743 158 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 36 102 | 56 887 |
| Schulden | 1 451 246 | 1 351 936 |
| Schulden op meer dan een jaar | 625 764 | 1 025 650 |
| Schulden op ten hoogste een jaar | 825 482 | 326 286 |
| Totaal der passiva | 2 546 708 | 2 489 934 |
De waarderings- en omrekeningsregels toegepast in de statutaire jaarrekening van de moedervennootschap zijn gebaseerd op het Belgisch boekhoudrecht.
De omzet van de in België gevestigde vennootschap bedroeg € 319,4 miljoen, een daling met -15% in vergelijking met 2018. Het operationele verlies vóór niet-recurrente resultaten bedroeg € -3,0 miljoen, vergeleken met een winst van € 42,3 miljoen vorig jaar. De daling van het operationeel resultaat was gedreven door lagere omzetvolumes.
De niet-recurrente elementen in de operationele resultaten bedroegen € 0,4 miljoen in 2019, vergeleken met € -0,7 miljoen vorig jaar.
Het financieel resultaat vóór niet-recurrente resultaten bedroeg € 101,1 miljoen tegenover € 386,5 miljoen vorig jaar. De inkomsten uit dividenden in 2018 (€ 396 miljoen) zijn de grootste verklaring voor deze evolutie.
De niet-recurrente financiële opbrengsten en kosten bedroegen € -40,5 miljoen in 2019, vergeleken met € -116,2 miljoen in het vorig jaar, wat hoofdzakelijk gedreven was door de afschrijvingen op deelnemingen.
De belastingen op het resultaat van € 3,2 miljoen zijn positief als gevolg van een belastingskrediet op immateriële activa, idem met vorig jaar.
Dit leidde tot een perioderesultaat van € 61,3 miljoen in vergelijking met € 314,6 miljoen in 2018.
De voorzieningen voor milieusaneringsprogramma's zijn gedaald tot € 17,8 miljoen (2018: € 18,5 miljoen).
Meer informatie omtrent de activiteiten van de Onderneming inzake onderzoek en ontwikkeling vindt u in het hoofdstuk 'Technologie en Innovatie' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (de transparantiewet) heeft NV Bekaert SA aan de wettelijke quota van 5% en van elk veelvoud van 5% de statutaire quota van 3% en 7,5% toegevoegd. In 2019 werden geen relevante kennisgevingen ontvangen. Op 31 december 2019 bedroeg het totale aantal effecten met stemrecht 60 408 441.
Gedetailleerde informatie is te vinden op: www.bekaert.com/other-regulated-information.
Het resultaat van het boekjaar na belastingen bedraagt € 61 326 822 tegenover € 314 608 988 vorig boekjaar.
De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering van 13 mei 2020 het resultaat als volgt zal bestemmen:
| in € | |
|---|---|
| Te bestemmen resultaat van het boekjaar | 61 326 822 |
| Toevoeging aan de overige reserves | -21 752 066 |
| Uit te keren winst | 39 574 756 |
De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering een brutodividend zal uitkeren van € 0,70 per aandeel (2018: € 0,70 per aandeel).
Het dividend is in euro betaalbaar op 18 mei 2020 bij de loketten van:
Het bestuurdersmandaat van Celia Baxter, Christophe Jacobs van Merlen, Pamela Knapp, Emilie van de Walle de Ghelcke en Henri Jean Velge als bestuurder zal eindigen bij afloop van de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 13 mei 2020. Celia Baxter en Pamela Knapp stellen zich niet herverkiesbaar.
Matthew Taylor zal zijn mandaat als bestuurder neerleggen met ingang van 12 mei 2020. De Raad van Bestuur coöpteerde Oswald Schmid tot bestuurder met ingang van 12 mei 2020.
De Raad van Bestuur stelt voor dat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders:

Deloitte Bedrijfsrevisoren / Reviseurs d'Entreprises
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019 - Geconsolideerde jaarrekening
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van NV Bekaert SA (de "vennootschap") en haar filialen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit verslag, uitgegeven na de beslissing van de raad van bestuur om het dividend te herzien, vervangt ons audit verslag van 26 maart 2020 en bevat ons verslag over de jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 8 mei 2019, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2021. Bij gebrek aan online archieven die teruggaan vóór 1997, is het voor ons niet mogelijk om met precisie het eerste jaar van ons mandaat te achterhalen. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van NV Bekaert SA uitgevoerd gedurende tenminste 23 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2019 omvat, alsook de geconsolideerde winst-en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van de geconsolideerde balans 4 304 684 (000) EUR bedraagt en waarvan het geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat afsluit met een winst van het boekjaar van 48 200 (000) EUR.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2019 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
We vestigen de aandacht op toelichting 7.5 van de geconsolideerde jaarrekening waarbij het management en de raad van bestuur toelichting geven rond de huidige impact van de corona pandemie op de groep en de risico's en onzekerheden alsook de genomen maatregelen om deze omstandigheden aan te pakken. Voorts wordt aangegeven dat het momenteel niet mogelijk is om de impact van de corona pandemie op de financiële prestaties van de groep in te schatten omwille van de snelle en opeenvolgende ontwikkelingen van deze situatie. Ons oordeel is niet aangepast met betrekking tot deze aangelegenheid.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Het totaalbedrag aan goodwill geboekt per 31 december 2019 bedroeg 150 miljoen EUR. Het merendeel van deze goodwill (127 miljoen EUR) heeft betrekking op de kasstroomgenererende eenheid Bridon Bekaert Ropes groep ('BBRG').
De vennootschap bepaalt jaarlijks de boekwaarde van de vaste activa toegewezen aan de BBRG kasstroomgenererende eenheid.
Bekaert toetst de waardering door de realiseerbare waarde van de kasstroom genererende eenheid te berekenen met behulp van een discounted cashflow-methode ("DCF"). Deze methode is complex en vereist een belangrijke beoordeling in het bepalen van de toekomstige cash flows, de omzetgroei, de marge evolutie en de disconteringsvoet. Vanwege de inherente onzekerheid bij het bepalen van de verdisconteerde kasstromen, beschouwen we deze beoordeling als een belangrijk kernpunt.
De vennootschap heeft de aard en de waarde van de assumpties gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen, toegelicht in toelichting 3.2 en 6.2 van de geconsolideerde jaarrekening.
Kernpunten van de controle Hoe onze controle de kernpunten van de controle behandelde
In onze controle hebben we, met de hulp van onze waarderingsdeskundigen, de veronderstellingen van het management, zoals gebruikt in de discounted cash flow berekening, geëvalueerd en geverifieerd.
We hebben de belangrijkste drijfveren van de geprojecteerde toekomstige kasstromen inclusief de ingeschatte omzetgroei, ingeschatte brutomarge en de gebruikte disconteringsvoet kritisch geëvalueerd.
Onze procedures bevatten bovendien de evaluatie van het ontwerp en implementatie van de interne controles met betrekking tot de voorbereiding en goedkeuring van het budget van BBRG, dat als basis dient in het DCF-model. We hebben de budgetten kritisch beoordeeld, rekening houdend met de historische juistheid van de management inschattingen. Daarenboven hebben wij specifieke aandacht besteed aan de sensitiviteit van de beschikbare buffer ("headroom") van de kasstroomgenerende entiteit BBRG en we zijn nagegaan of een redelijke mogelijke wijziging in de veronderstellingen aanleiding zou kunnen geven tot een boekwaarde die de realiseerbare waarde overschrijdt.
We hebben de gepastheid van de toelichting opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening nagezien.
Het geconsolideerd eigen vermogen bevat gecumuleerde omrekeningsverschillen ten belope van 59,7 miljoen EUR (debet) met betrekking tot de Venezolaanse dochters Vicson en Invervicson. De groep evalueert op periodieke basis de cruciale beoordeling met betrekking tot de zeggenschap over haar Venezolaanse dochters rekening houdend met de politieke en monetaire instabiliteit van het land. Een verlies aan zeggenschap over de Venezolaanse dochters zou resulteren in een vervreemding van hun aandeel en de noodzakelijke aanpassingen in dit verband in overeenstemming met IFRS 10, waarbij
We hebben de cruciale beoordeling van de groep met betrekking tot de zeggenschap over haar Venezolaanse dochters kritisch beoordeeld en hebben het ontwerp en implementatie van de interne controles over dit beoordelingsproces geëvalueerd.
We evalueerden kritisch de beoordeling en argumenten van de groep die de assumptie van zeggenschap over haar Venezolaanse dochters onderbouwt en dit rekening houdend met de beperkingen om fondsen te transfereren naar de alle gerelateerde activa en passiva voorheen erkend in het volledige perioderesultaat zouden worden erkend in de winst-en-verliesrekening. De gecumuleerde omrekeningsverschillen zouden in dit geval overgeboekt worden naar de winst-enverliesrekening ('recycling').
Gegeven de onzekerheid over het economisch klimaat in Venezuela en de mogelijke materiële impact op het groepsresultaat, beschouwen we de assumptie met betrekking tot de zeggenschap over haar Venezolaanse dochters als een belangrijk kernpunt.
De groep licht de uitkomst van haar beoordeling toe in toelichting 3.1 en 6.14 van de geconsolideerde jaarrekening.
Belastingschulden – Onzekere belastingposities
De belastingschulden, zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening per
31 december 2019, bevatten schulden voor onzekere belastingposities voor een bedrag van 64,7 miljoen EUR.
Gezien haar wereldwijde aanwezigheid is de groep actief in vele belastingrechtsgebieden alsook onderhevig aan periodieke belastingcontroles, inclusief controles over transactie-gerelateerde belastingen en transfer pricing overeenkomsten, dewelke kunnen leiden tot betwistingen met de betreffende belastingsauthoriteiten. In die gevallen waar het bedrag van de belastingschuld onzeker is, boekt de groep een schuld naargelang haar beoordeling van de waarschijnlijkheid van de schuld. Het inschatten van de belastingschuld voor onzekere belastingposities vereist een belangrijke inschatting van het management.
De groep licht de uitkomst van haar beoordeling toe in toelichting 3.2 en 6.21 van de geconsolideerde jaarrekening.
Belastingen – recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen
De groep heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend voor een bedrag van 142,3 miljoen EUR. Bekaert dient een inschatting te maken over de recupereerbaarheid van deze uitgestelde belastingvorderingen. De beoordeling hiervan hangt af van cruciale assumpties genomen door de groep, zoals het budget en de toekomstige winstgevenheid van elk van de entiteiten apart, inclusief assumpties rond de toepasbare belastingvoeten.
De recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen wordt beschouwd als een moedervennootschap. Meer specifiek hebben wij de mogelijkheid tot het aankopen van grondstoffen door de Venezolaanse dochters nagegaan, alsook de mogelijkheid om de lokale productie en operaties aan te sturen en kasstromen te genereren.
We hebben een gedetailleerd inzicht verkregen in de belastingstrategie van de groep evenals de belangrijke technische belastingkwesties en risico's in verband met operationele en wetgevende ontwikkelingen. We hebben de status van de lopende audits van lokale belastingautoriteiten kritisch beoordeeld. We hebben het oordeel van het management geëvalueerd met betrekking tot de onzekere belastingposities en de bepaling van de voorzieningen voor deze posities.
We beschouwden hierbij het advies ingewonnen door het management bij derde partijen om hun cruciale beoordeling te ondersteunen.
We evalueerden het proces en de interne controles rond het bepalen van de schuld voor onzekere belastingposities, inclusief hoe deze beoordeling en inschattingen worden opgebouwd, goedgekeurd en opgenomen in de boekhouding.
Als deel van onze audit procedures hebben wij de inschattingen van het management, betreffende de kans dat de geboekte belastingvorderingen kunnen worden gerecupereerd door toekomstige belastbare winsten, beoordeeld en getoetst. In onze procedures hebben wij, waar nodig, de budgetten en projecties opgemaakt door het management geëvalueerd en hierbij de relevante belastingwetgeving in beschouwing genomen. Verder hebben we kritisch nagezien dat deze consistent zijn met de
belangrijk kernpunt gezien deze een belangrijk deel van de geconsolideerde jaarrekening uitmaken en het proces een zorgvuldige overweging vraagt met betrekking tot de toekomstige markt en economische condities.
De groep licht haar positie met betrekking tot belastingvorderingen toe in toelichting 5.6 en 6.7 van de geconsolideerde jaarrekening.
De groep heeft toegezegde pensioen bijdrageregelingen in verschillende landen maar hoofdzakelijk in België, de VS en de VK. Deze regelingen resulteren in verplichtingen ten belope van 109,8 miljoen EUR zoals toegelicht in toelichting 6.16 van de geconsolideerde jaarrekening. De waardering van de toegezegde pensioenregelingen is afhankelijk van wijzigingen in belangrijke assumpties zoals salarisstijgingen, disconteringsvoet, inflatie en inschattingen met betrekking tot sterftegraad.
We beschouwen de waardering van de toegezegde pensioenregelingen als een belangrijk kernpunt vanwege het belang van de bedragen, de beoordeling van het management en technische expertise vereist in het bepalen van de assumpties rond salarisverhoging, inflatie,
groepsbudgetten en -projecties alsook met de daarin gehanteerde belastingsvoeten.
We evalueerden en beoordeelden kritisch de belangrijkste actuariële en demografische assumpties en waarderingsmethoden zoals toegepast door het management bij het bepalen van de pensioenverplichtingen. Met behulp van onze eigen actuariële specialist hebben wij het proces beoordeeld zoals gevolgd door de interne en externe actuarissen aangesteld door de groep en hebben we de reikwijdte van de uitgevoerde berekening en de belangrijkste assumpties nagegaan. We hebben de belangrijkste variabelen gebruikt door de groep getoetst aan algemene marktomstandigheden en hebben personeelsdata getest en gereconcilieerd met de personeelsdata gebruikt in de actuariële modellen.
We hebben ook de gepastheid van de toelichting 6.16 in de geconsolideerde jaarrekening nagezien.
verdisconteringsvoeten en sterftetabellen.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in een afzonderlijk verslag gevoegd bij het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Dit verslag van niet-financiële informatie bevat de door artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste inlichtingen en is in overeenstemming met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op de GRI-normen. Overeenkomstig artikel 3:80, § 1, 5° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met de in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening vermelde GRI normen.
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Gent, 3 april 2020
_____________________________________
Deloitte Bedrijfsrevisoren CVBA Vertegenwoordigd door Charlotte Vanrobaeys

Deloitte Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises
Coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid/Société coopérative à responsabilité limitée Registered Office: Gateway building, Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, B-1930 Zaventem VAT BE 0429.053.863 - RPR Brussel/RPM Bruxelles - IBAN BE 17 2300 0465 6121 - BIC GEBABEBB
Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited

Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019 - Geconsolideerde jaarrekening
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van NV Bekaert SA (de filialen g verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 8 mei 2019, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2021. Bij gebrek aan online archieven die teruggaan vóór 1997, is het voor ons niet mogelijk om met precisie het eerste jaar van ons mandaat te achterhalen. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van NV Bekaert SA uitgevoerd gedurende tenminste 23 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2019 omvat, alsook de geconsolideerde winst-en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van de geconsolideerde balans 4 304 684 (000) EUR bedraagt en waarvan het geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat afsluit met een winst van het boekjaar van 48 200 (000) EUR.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2019 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA s) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie
verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
We vestigen de aandacht op toelichting 7.5 van de geconsolideerde jaarrekening waarbij het management en de raad van bestuur toelichting geven rond de huidige impact van de corona pandemie op de groep en de maatregelen om deze omstandigheden aan te pakken. Voorts wordt aangegeven dat het momenteel niet mogelijk is om de impact van de corona pandemie op de financiële prestaties van de groep in te schatten omwille van de snelle en opeenvolgende ontwikkelingen van deze situatie. Ons oordeel is niet aangepast met betrekking tot deze aangelegenheid.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
| Kernpunten van de controle | Hoe onze controle de kernpunten van de controle behandelde |
|---|---|
| Waardering van goodwill BBRG kasstroomgenererende eenheid |
|
| Het totaalbedrag aan goodwill geboekt per 31 december 2019 bedroeg 150 miljoen EUR. Het merendeel van deze goodwill (127 miljoen EUR) heeft betrekking op de kasstroomgenererende eenheid Bridon Bekaert Ropes g |
In onze controle hebben we, met de hulp van onze waarderingsdeskundigen, de veronderstellingen van het management, zoals gebruikt in de discounted cash flow berekening, geëvalueerd en geverifieerd. We hebben de belangrijkste drijfveren van de |
| De vennootschap bepaalt jaarlijks de boekwaarde van de vaste activa toegewezen aan de BBRG kasstroomgenererende eenheid. |
geprojecteerde toekomstige kasstromen inclusief de ingeschatte omzetgroei, ingeschatte brutomarge en de gebruikte disconteringsvoet kritisch geëvalueerd. |
| Bekaert toetst de waardering door de realiseerbare waarde van de kasstroom genererende eenheid te berekenen met behulp van een discounted cashflow-methode ("DCF"). Deze methode is complex en vereist een belangrijke beoordeling in het bepalen van de toekomstige cash flows, de omzetgroei, de marge evolutie en de disconteringsvoet. Vanwege de inherente onzekerheid bij het bepalen van de verdisconteerde kasstromen, beschouwen we deze beoordeling als een belangrijk kernpunt. |
Onze procedures bevatten bovendien de evaluatie van het ontwerp en implementatie van de interne controles met betrekking tot de voorbereiding en goedkeuring van het budget van BBRG, dat als basis dient in het DCF-model. We hebben de budgetten kritisch beoordeeld, rekening houdend met de historische juistheid van de management inschattingen. Daarenboven hebben wij specifieke aandacht besteed aan de sensitiviteit van de kasstroomgenerende entiteit BBRG en we zijn nagegaan of een redelijke mogelijke wijziging in de |
| De vennootschap heeft de aard en de waarde van de assumpties gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen, toegelicht in toelichting 3.2 |
veronderstellingen aanleiding zou kunnen geven tot een boekwaarde die de realiseerbare waarde overschrijdt. |
| en 6.2 van de geconsolideerde jaarrekening. | We hebben de gepastheid van de toelichting opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening nagezien. |
| Controle beoordeling over de Venezolaanse operaties |
|
| Het geconsolideerd eigen vermogen bevat gecumuleerde omrekeningsverschillen ten belope van 59,7 miljoen EUR (debet) met betrekking tot de Venezolaanse dochters Vicson en Invervicson. De groep evalueert op periodieke basis de cruciale beoordeling met betrekking tot de zeggenschap over haar Venezolaanse dochters rekening houdend met de politieke en monetaire instabiliteit van het land. Een verlies aan zeggenschap over de Venezolaanse dochters zou resulteren in een vervreemding van hun aandeel en de noodzakelijke aanpassingen in dit verband in overeenstemming met IFRS 10, waarbij |
We hebben de cruciale beoordeling van de groep met betrekking tot de zeggenschap over haar Venezolaanse dochters kritisch beoordeeld en hebben het ontwerp en implementatie van de interne controles over dit beoordelingsproces geëvalueerd. |
| We evalueerden kritisch de beoordeling en argumenten van de groep die de assumptie van zeggenschap over haar Venezolaanse dochters onderbouwt en dit rekening houdend met de beperkingen om fondsen te transfereren naar de |
alle gerelateerde activa en passiva voorheen erkend in het volledige perioderesultaat zouden worden erkend in de winst-en-verliesrekening. De gecumuleerde omrekeningsverschillen zouden in dit geval overgeboekt worden naar de winst-en-
Gegeven de onzekerheid over het economisch klimaat in Venezuela en de mogelijke materiële impact op het groepsresultaat, beschouwen we de assumptie met betrekking tot de zeggenschap over haar Venezolaanse dochters als een belangrijk kernpunt.
De groep licht de uitkomst van haar beoordeling toe in toelichting 3.1 en 6.14 van de geconsolideerde jaarrekening.
moedervennootschap. Meer specifiek hebben wij de mogelijkheid tot het aankopen van grondstoffen door de Venezolaanse dochters nagegaan, alsook de mogelijkheid om de lokale productie en operaties aan te sturen en kasstromen te genereren.
De belastingschulden, zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening per
31 december 2019, bevatten schulden voor onzekere belastingposities voor een bedrag van 64,7 miljoen EUR.
Gezien haar wereldwijde aanwezigheid is de groep actief in vele belastingrechtsgebieden alsook onderhevig aan periodieke belastingcontroles, inclusief controles over transactie-gerelateerde belastingen en transfer pricing overeenkomsten, dewelke kunnen leiden tot betwistingen met de betreffende belastingsauthoriteiten. In die gevallen waar het bedrag van de belastingschuld onzeker is, boekt de groep een schuld naargelang haar beoordeling van de waarschijnlijkheid van de schuld. Het inschatten van de belastingschuld voor onzekere belastingposities vereist een belangrijke inschatting van het management.
De groep licht de uitkomst van haar beoordeling toe in toelichting 3.2 en 6.21 van de geconsolideerde jaarrekening.
De groep heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend voor een bedrag van 142,3 miljoen EUR. Bekaert dient een inschatting te maken over de recupereerbaarheid van deze uitgestelde belastingvorderingen. De beoordeling hiervan hangt af van cruciale assumpties genomen door de groep, zoals het budget en de toekomstige winstgevenheid van elk van de entiteiten apart, inclusief assumpties rond de toepasbare belastingvoeten.
De recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen wordt beschouwd als een We hebben een gedetailleerd inzicht verkregen in de belastingstrategie van de groep evenals de belangrijke technische belastingkw in verband met operationele en wetgevende ontwikkelingen. We hebben de status van de lopende audits van lokale belastingautoriteiten kritisch beoordeeld. We hebben het oordeel van het management geëvalueerd met betrekking tot de onzekere belastingposities en de bepaling van de voorzieningen voor deze posities.
We beschouwden hierbij het advies ingewonnen door het management bij derde partijen om hun cruciale beoordeling te ondersteunen.
We evalueerden het proces en de interne controles rond het bepalen van de schuld voor onzekere belastingposities, inclusief hoe deze beoordeling en inschattingen worden opgebouwd, goedgekeurd en opgenomen in de boekhouding.
Als deel van onze audit procedures hebben wij de inschattingen van het management, betreffende de kans dat de geboekte belastingvorderingen kunnen worden gerecupereerd door toekomstige belastbare winsten, beoordeeld en getoetst. In onze procedures hebben wij, waar nodig, de budgetten en projecties opgemaakt door het management geëvalueerd en hierbij de relevante belastingwetgeving in beschouwing genomen. Verder hebben we kritisch nagezien dat deze consistent zijn met de
| belangrijk kernpunt gezien deze een belangrijk deel van de geconsolideerde jaarrekening uitmaken en het proces een zorgvuldige overweging vraagt met betrekking tot de toekomstige markt en economische condities. De groep licht haar positie met betrekking tot belastingvorderingen toe in toelichting 5.6 en 6.7 van de geconsolideerde jaarrekening. |
groepsbudgetten en -projecties alsook met de daarin gehanteerde belastingsvoeten. |
|---|---|
| Bepaling voorziening voor | |
| personeelsbeloningen | |
| De groep heeft toegezegde pensioen bijdrageregelingen in verschillende landen maar hoofdzakelijk in België, de VS en de VK. Deze regelingen resulteren in verplichtingen ten belope van 109,8 miljoen EUR zoals toegelicht in toelichting 6.16 van de geconsolideerde jaarrekening. De waardering van de toegezegde pensioenregelingen is afhankelijk van wijzigingen in belangrijke assumpties zoals salarisstijgingen, disconteringsvoet, inflatie en inschattingen met betrekking tot sterftegraad. We beschouwen de waardering van de toegezegde pensioenregelingen als een belangrijk kernpunt vanwege het belang van de bedragen, de |
We evalueerden en beoordeelden kritisch de belangrijkste actuariële en demografische assumpties en waarderingsmethoden zoals toegepast door het management bij het bepalen van de pensioenverplichtingen. Met behulp van onze eigen actuariële specialist hebben wij het proces beoordeeld zoals gevolgd door de interne en externe actuarissen aangesteld door de groep en hebben we de reikwijdte van de uitgevoerde berekening en de belangrijkste assumpties nagegaan. We hebben de belangrijkste variabelen gebruikt door de groep getoetst aan algemene marktomstandigheden en hebben personeelsdata getest en gereconcilieerd met de personeelsdata gebruikt in de actuariële |
| beoordeling van het management en technische | modellen. |
| expertise vereist in het bepalen van de assumpties | We hebben ook de gepastheid van de toelichting |
| rond salarisverhoging, inflatie, verdisconteringsvoeten en sterftetabellen. |
6.16 in de geconsolideerde jaarrekening nagezien. |
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in een afzonderlijk verslag gevoegd bij het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Dit verslag van niet-financiële informatie bevat de door artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste inlichtingen en is in overeenstemming met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op de GRI-normen. Overeenkomstig artikel 3:80, § 1, 5° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met de in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening vermelde GRI normen.
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Gent, 26 maart 2020
_____________________________________
Deloitte Bedrijfsrevisoren CVBA Vertegenwoordigd door Charlotte Vanrobaeys

Coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid/Société coopérative à responsabilité limitée Registered Office: Gateway building, Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, B-1930 Zaventem VAT BE 0429.053.863 - RPR Brussel/RPM Bruxelles - IBAN BE 17 2300 0465 6121 - BIC GEBABEBB
Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited
Per einde maart 2020
Juan Carlos Alonso Chief Strategy Officer Taoufiq Boussaid Chief Financial Officer Curd Vandekerckhove Divisional CEO BBRG
Matthew Taylor Chief Executive Officer Rajita D'Souza Chief Human Resources Officer Arnaud Lesschaeve Divisional CEO Rubber Reinforcement Jun Liao Divisional CEO Specialty Businesses Oswald Schmid Chief Operations Officer Stijn Vanneste Divisional CEO Steel Wire Solutions
| Senior Vice President Steel Wire Solutions EMEA |
|---|
| Chief Strategy Officer BBRG |
| Senior Vice President General Counsel, Legal, IP & GRC |
| Senior Vice President Building Products |
| Executive Vice President Strategy, Sales & Marketing Rubber Reinforcement |
| Senior Vice President Rubber Reinforcement North Asia ad interim |
| Senior Vice President Global Engineering |
| Senior Vice President Global Operations Rubber Reinforcement |
| Senior Vice President Latin America |
| Senior Vice President Strategy & Marketing Steel Wire Solutions |
| Senior Vice President Procurement |
| Executive Vice President Steel Wire Solutions South & Central America |
| Chief Operations Officer Ropes BBRG |
| Senior Vice President Technology Rubber Reinforcement |
Isabelle Vander Vekens
Deloitte Bedrijfsrevisoren
Katelijn Bohez
www.bekaert.com [email protected] T +32 56 76 61 00 [email protected] [email protected]
Het jaarverslag betreffende het boekjaar 2019 is beschikbaar op internet in het Engels en het Nederlands op annualreport.bekaert.com.
Uitgever & coördinatie: Katelijn Bohez, VP Investor Relations & External Communications
De ondertekenende personen verklaren dat, voorzover hen bekend:
Namens de Raad van Bestuur:
Matthew Taylor Jürgen Tinggren
Gedelegeerd Bestuurder Voorzitter van de Raad van Bestuur
Dit rapport kan toekomstgerichte verklaringen bevatten. Die verklaringen reflecteren de huidige inzichten van de bedrijfsleiding aangaande toekomstige gebeurtenissen, en zijn onderhevig aan bekende en onbekende risico's, onzekerheden en andere factoren die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten aanzienlijk verschillen van toekomstige resultaten of prestaties die door die toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt of die daaruit zouden kunnen worden afgeleid. Bekaert verstrekt de in dit rapport opgenomen informatie per huidige datum en neemt geen enkele verplichting op om de toekomstgerichte verklaringen in het licht van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderszins te actualiseren. Bekaert wijst elke aansprakelijkheid af voor verklaringen die door derden worden afgelegd of gepubliceerd, en neemt geen enkele verplichting op om onnauwkeurige gegevens, informatie, conclusies of opinies te corrigeren die door derden worden gepubliceerd met betrekking tot dit of enig ander rapport of persbericht dat door Bekaert wordt verspreid.
Bezoek: www.bekaert.com/financialcalendar
www.bekaert.com
Bekaertstraat 2 BE-8550 Zwevegem Belgium T +32 56 76 61 00
[email protected] www.bekaert.com
© Bekaert 2020
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.