Annual Report • Mar 26, 2021
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
JAARVERSLAG 2020
4 STRATEGIE EN LEIDERSCHAP
13 Technologie & Innovatie
SECTORIEEL AANBOD
15 Producten en toepassingen
Beste lezer,
2020 zal niet snel vergeten worden. De omvang van de uitdagingen en veranderingen die de Covid-19-pandemie met zich heeft meegebracht was vooraf onmogelijk in te schatten. Op het moment van publicatie van dit jaarverslag eist de pandemie nog altijd een grote tol op economieën en mensenlevens wereldwijd en heeft ze lang gevestigde zekerheden en prioriteiten fundamenteel veranderd.
Ondanks de beroering die Covid-19 heeft veroorzaakt in onze markten en business bleven we gefocust op onze prioriteiten. Dit stelde ons in staat de businesscontinuïteit voor onze klanten en de gezondheid en veiligheid van onze medewerkers te vrijwaren, en tegelijkertijd de impact van de pandemie op onze financiële objectieven te neutraliseren.
Als gevolg van alle geleverde inspanningen hebben we de winstgevendheid verhoogd, de balans versterkt en de strategische positie van onze businesses verbeterd. Onderliggende EBIT voor het boekjaar 2020 groeide met 13% tot € 272 miljoen aan een marge op omzet van 7,2%, vooroplopend op wat we onszelf tot doel hadden gesteld. Door de verbeterde margeperformantie en strikt werkkapitaalbeheer versterkte onze gezonde cashgeneratie de balans aanzienlijk. Nettoschuld op onderliggende EBITDA daalde van 2,09 bij jaareinde 2019 tot 1,26 aan het einde van 2020.
We zijn zeer tevreden met deze resultaten. Ze weerspiegelen waartoe we in staat zijn mits focus en oplevering ten aanzien van prioriteiten, en dit ondanks ongunstige externe factoren – hoe uitdagend die ook zijn.
Vooruitkijkend liggen onze ambities hoger. De Raad van Bestuur en het Bekaert Group Executive hebben recent de strategie vastgelegd voor de komende vijf jaar met de ambitie de businessportfolio te transformeren naar hogere waardecreatie. Organische groei in kernmarkten zal ondersteund worden door het uitbreiden van onze vaardigheden in de domeinen van innovatie, digital en duurzaamheid, en worden aangevuld met zorgvuldig gekozen overnames en nieuwe partnerschappen.
Behoudens onvoorziene gebeurtenissen verwachten we in 2021 minstens € 4 miljard geconsolideerde omzet te genereren en streven we ernaar de onderliggende EBIT-marge van afgelopen jaar met 40 tot 60 basispunten te verhogen.
Oswald Schmid Gedelegeerd Bestuurder
Jürgen Tinggren Voorzitter van de Raad van Bestuur
Op basis van de financiële prestaties in 2020 en het vertrouwen in de gekozen richting heeft de Raad van Bestuur besloten om aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in mei 2021 een brutodividend voor te stellen van € 1,00 per aandeel, in lijn met het dividendbeleid van de onderneming.
De vooruitgang die we in een uitermate veeleisend jaar geboekt hebben, is het bewijs van de toewijding, energie en volharding van onze medewerkers. We willen hen en onze klanten, partners en aandeelhouders bedanken voor hun aanhoudende steun en vertrouwen.
Oswald Schmid Gedelegeerd Bestuurder
Jürgen Tinggren Voorzitter van de Raad van Bestuur
De voornaamste taken van de Raad van Bestuur zijn het bepalen van de strategie en het algemeen beleid van de Groep en het opvolgen van de activiteiten van Bekaert. De Raad van Bestuur is het hoogste beslissingsorgaan van de onderneming. Enkel aangelegenheden die door de wet of de statuten zijn voorbehouden aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders vallen niet onder zijn bevoegdheid. De Raad van Bestuur telt momenteel dertien leden. Hun professioneel profiel omvat verschillende vakgebieden, zoals recht, business, industriële activiteiten, finance & investment banking, HR en consultancy.
Jürgen Tinggren, Voorzitter (1) Christophe Jacobs van Merlen Caroline Storme Oswald Schmid, Gedelegeerd Bestuurder Hubert Jacobs van Merlen Emilie van de Walle de Ghelcke Gregory Dalle Colin Smith (1) Henri Jean Velge Henriette Fenger Ellekrog (1) Eriikka Söderström (1) Mei Ye (1) Charles de Liedekerke
(1) Onafhankelijke Bestuurders
De biografieën van alle leden van de Raad van Bestuur zijn beschikbaar op de Bekaert-website.
Oswald Schmid, Chief Operations Officer, volgde Matthew Taylor op als interim CEO nadat Matthew Taylor zich had teruggetrokken als CEO en Bestuurder van Bekaert op 12 mei 2020. Op 13 mei 2020 heeft de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders het mandaat van Oswald Schmid als lid van de Raad van Bestuur bevestigd.
De Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft verder de nominaties van Henriette Fenger Ellekrog en Eriikka Söderström als onafhankelijke Bestuurders goedgekeurd, als vervanging van Celia Baxter en Pamela Knapp die zich niet herverkiesbaar gesteld hebben. Christophe Jacobs van Merlen, Emilie van de Walle de Ghelcke en Henri Jean Velge werden herverkozen als Bestuurder.
De Raad van Bestuur heeft Oswald Schmid benoemd tot Gedelegeerd Bestuurder met ingang vanaf 2 maart 2021.
Het Bekaert Group Executive (BGE) draagt de operationele verantwoordelijkheid voor de activiteiten van de onderneming en treedt op onder toezicht van de Raad van Bestuur. Het uitvoerend management wordt voorgezeten door Oswald Schmid, Gedelegeerd Bestuurder.
De samenstelling van het Bekaert Group Executive weerspiegelt de organisatiestructuur met vier Business Units en vier Globale Functionele Domeinen. Eind 2020 werden de Business Units en Globale Functies door de volgende Executives geleid.
De Business Units dragen globale P&L-verantwoordelijkheid voor strategie en oplevering binnen hun bevoegdheden en beschikken over toegewezen productiefaciliteiten en commerciële en technologieteams binnen hun respectievelijke organisaties. Dit helpt hen een aanpak te ontwikkelen waarin de klant centraal staat en die afgestemd is op de specifieke noden en dynamieken in hun markten.
De Functies vervullen de rol van strategische businesspartners, verantwoordelijk voor het aanleveren van specifieke expertise en diensten doorheen de Groep, zodat de business kan rekenen op de juiste deskundigheid om korte- en langetermijndoelstellingen waar te maken.
De Raad van Bestuur heeft Oswald Schmid benoemd als Gedelegeerd Bestuurder met ingang vanaf 2 maart 2021. Oswald Schmid leidde het Bekaert Group Executive als interim CEO sinds 12 mei 2020, wanneer hij lid werd van de Raad van Bestuur.
Op 8 februari 2021 vervoegde Kerstin Artenberg Bekaert als Chief Human Resources Officer en werd ze lid van het Bekaert Group Executive. Zij verving Rajita D'Souza die de onderneming verliet aan het einde van 2020.
Op 1 april 2021 zal Yves Kerstens Bekaert vervoegen als Divisie-CEO Specialty Businesses en Chief Operations Officer, en wordt hij lid van het BGE. Jun Liao zal de rol van China CEO opnemen en het China Transformation Office leiden naast zijn huidige verantwoordelijkheden als landmanager voor China.
De biografieën van alle leden van het Bekaert Group Executive zijn beschikbaar op de Bekaert-website.
Bekaert is een wereldmarkt- en technologisch leider in staaldraadtransformatie en deklaagtechnologieën. Door het continu creëren van toegevoegde waarde streven we ernaar de voorkeurleverancier voor staaldraadproducten, diensten en oplossingen te zijn voor onze klanten wereldwijd. Bekaert (Euronext Brussels: BEKB) werd opgericht in 1880 en is een globale onderneming die wereldwijd meer dan 27 000 medewerkers telt, met hoofdzetel in België en een gezamenlijke omzet van 4,4 miljard euro in 2020.
Wij willen de beste zijn in het begrijpen van de toepassingen waarvoor onze klanten staaldraad gebruiken. De kennis over hoe onze staaldraadproducten functioneren in de productieprocessen en producten van onze klanten helpt ons immers om oplossingen te ontwikkelen en leveren die het best aan hun vereisten voldoen — zo creëren we meerwaarde voor onze klanten.
Staaldraad transformeren en unieke deklaagoplossingen toepassen, dat zijn onze kernactiviteiten. Afhankelijk van de wensen van onze klanten trekken we draad in diverse diameters en sterktes, zelfs tot ultrafijne vezels van één micron. We bundelen draden tot koord, kabels en strengen, weven of breien ze tot een weefsel of verwerken ze tot een eindproduct. De coatings die we aanbrengen verminderen wrijving, verbeteren de corrosiebestendigheid of bevorderen de adhesie met andere materialen.
better together beschrijft de unieke samenwerking binnen Bekaert en tussen Bekaert en zijn businesspartners. We creëren waarde voor onze klanten door het leveren en co-creëren van een kwaliteitsportfolio van staaldraadoplossingen en door het bieden van dienstverlening op maat in alle continenten.
We geloven in blijvende relaties met onze klanten, leveranciers en andere stakeholders en we verbinden ons ertoe om hen langetermijnwaarde te bieden. We zijn ervan overtuigd dat het vertrouwen, de integriteit en de onstuitbare spirit die onze medewerkers wereldwijd verenigen als één team de fundamenten vormen van succesvolle partnerschappen waar ook ter wereld.
Onze ambitie is gericht op duurzame waardecreatie voor al onze stakeholders: klanten en andere businesspartners, medewerkers, aandeelhouders en de gemeenschappen waar we actief zijn.
We hebben in de loop van 2020 Bekaerts strategie voor de komende vijf jaar vastgelegd. We zijn vastbesloten om deze nieuwe strategie met passie en focus uit te voeren en zijn ervan overtuigd dat ze ons in staat zal stellen duurzame waarde te creëren.
Een eerste set acties werd met hoge prioriteit geïmplementeerd. De Covid-19-pandemie zorgde niet voor een vertraging maar eerder een acceleratie van de vooruitgang die we geboekt hebben in de vier pijlers van onze nieuwe strategie:
In 2020 heeft Bekaert met succes de eerste stappen gezet in de transformatie naar hogere performantie en werden de prioriteiten die vooropgesteld werden om de business- en technologiepositie en de financiële resultaten strategisch te verbeteren, nagekomen.
Voor meer informatie en details over onze verbeterde financiële performantie in 2020 verwijzen we naar de segmentrapporten en de samenvatting van het financieel overzicht in dit jaarverslag.
Voor meer informatie en details over hoe Bekaert de impact van de pandemie beantwoordde om medewerkers veilig te houden en de gemeenschappen waar we actief zijn te helpen met beschermingsmateriaal, verwijzen we naar het 2020 Duurzaamheidsrapport.
Onze onderzoeks- en innovatieactiviteiten zijn gericht op het creëren van waarde voor onze klanten, wat het langetermijnsucces van onze business en al onze stakeholders ten goede komt. We werken wereldwijd samen met onze klanten en leveranciers om zowel bestaande als toekomstige technologieën te ontwerpen, te implementeren, te verbeteren en te beschermen. We luisteren naar onze klanten zodat we hun behoeften op het vlak van innovatie en verwerking begrijpen. Weten hoe onze producten functioneren in hun productieprocessen en eindproducten is essentieel om waardecreërende oplossingen te ontwikkelen.
Als onderdeel van onze strategie voor duurzame waardecreatie en als richtinggevende innovator in onze industrie verhogen we onze ambities in het aansturen van nieuwe ontwikkelingen en aangrenzende technologieën die onze klanten ten goede zullen komen.
Staaldraadtransformatie- en unieke deklaagtechnologieën vormen onze kerncompetenties. Om ons technologisch leiderschap hierin verder te versterken, investeert Bekaert intensief in onderzoek en ontwikkeling en beschouwen wij innovatie als een constante drijfveer in al onze activiteiten en processen.
Het Research and Innovation-departement is het expertisecentrum voor Bekaerts technologische kerndomeinen: fysische metallurgie, vermoeiing en mechanische performantie, corrosie en metaaldeklagen, en organische deklagen. Daarnaast concentreert het zich ook op datamodellering en sensortechnologieën in nauwe samenwerking met de engineering- en IT-departementen.
Bekaert zoekt actief naar mogelijkheden voor samenwerking met strategische klanten, leveranciers en academische onderzoeksinstituten en universiteiten. We overwegen ook investeringen in start-upbedrijven en durfkapitaalfondsen die nieuwe aantrekkelijke businessmodellen grenzend aan Bekaerts huidige speelveld kunnen creëren. Lees meer over onze samenwerkingen in de segmentrapporten en in het 2020 Duurzaamheidsrapport.
De afdeling Intellectuele Eigendommen (IE) van Bekaert zorgt voor de patenten, ontwerpen, handelsmerken, domeinnamen en handelsgeheimen van de hele Bekaert Group, met inbegrip van de joint ventures in Brazilië. Het adviseert ook over IE-clausules in verschillende overeenkomsten zoals gezamenlijke ontwikkelingsovereenkomsten en -licenties. Aan het einde van 2020 had de Bekaert Groep een portfolio van meer dan 1 800 octrooien en octrooiaanvragen, waaronder 28 eerste patentaanvragen in 2020, en meer dan 1 700 handelsmerkregistraties.
Bekaerts eigen engineeringafdeling speelt een cruciale rol in de optimalisatie en standaardisering van onze productieprocessen en -machines. Nieuwe machines combineren altijd innovatieve oplossingen voor prestatieverbeteringen op verschillende vlakken, zoals productkwaliteit, prestatievermogen en flexibiliteit, kostenefficiëntie, energieverbruik, machineveiligheid, ergonomie en de impact op het milieu. Momenteel implementeren we een nieuw en duurzaam werkingsmodel dat toelaat ons te concentreren op de ontwikkeling van innovatieve uitrusting voor nieuwe producten, nieuwe processen en uitgebreide digitale tools en functionaliteiten.
Bekaert is sterk aanwezig in verschillende sectoren. Daardoor zijn we minder gevoelig voor sectorspecifieke trends en is het ook een voordeel voor onze klanten. Oplossingen die we ontwikkelen voor klanten in één sector vormen namelijk ook de basis voor innovaties in andere sectoren.
Bekaert staat in dienst van klanten in een veelheid aan sectoren met een uniek portfolio van getrokken staaldraadproducten, gecoat om zo optimaal mogelijk aan de toepassingsnoden te voldoen. Bekaerts staaldraad wordt gebruikt in auto's en vrachtwagens, in liften en mijnen, in tunnels en bruggen, thuis en op kantoor, in machines en offshore. Als iets rijdt, hijst, filtert, versterkt, afbakent of vastmaakt, dan is er een grote kans dat het Bekaert-producten bevat.
Meer informatie over onze staaldraadproducten en -oplossingen is te vinden op onze website.
Bekaerts business unit Rubberversterking ontwikkelt, produceert en levert staalkoord en hieldraadproducten en -oplossingen voor de bandensector. Voor de machinebouwmarkten bevat de productenportefeuille slangendraad en transportbandversterking.
Om klanten wereldwijd te bedienen heeft de business unit een globale aanwezigheid met productie-eenheden in EMEA, de VS, Brazilië, India, Indonesië en China. In 2020 werd de bouw van een nieuwe fabriek in Vietnam opgestart.
De banden- en automobielmarkten werden hard getroffen door de Covid-19-pandemie in de eerste helft van het jaar, voornamelijk door een scherpe daling in productievolumes van nieuw geproduceerde voertuigen wereldwijd. De OEM-vraag is weliswaar niet de belangrijkste groei-indicator voor de banden- en staalkoordbusiness.
De belangrijkste groeifactoren in bandenmarkten zijn de totale afgelegde afstand (voor personenwagenbanden) en vrachtverkeerindicatoren (voor vrachtwagenbanden). De toenemende velgdiameter en de ecologische shift naar almaar dunnere en sterkere staalkoordconstructies zijn bijkomende groeifactoren voor Bekaerts staalkoordproducten. De electrificatietrend bij voertuigen boost bovendien de vraag naar lichte versterkingsoplossingen dankzij verbeterde akoestiek als gevolg van lagere rolweerstand.
Bekaerts rubberversterkingsbusiness werd hard getroffen door de impact van de Covid-19-pandemie in de eerste helft van het jaar, maar boekte een sterk en snel herstel in de tweede helft. De business unit rapporteerde een omzetdaling van -17,3% over het volledige jaar, vergeleken met 2019. De business unit trof uitgebreide maatregelen om de kostenstructuur te verlagen en zo gedeeltelijk de ernstige impact van de Covid-19-pandemie op de vraag uit bandenmarkten in de eerste helft van 2020 te compenseren. De voordelen van deze inspanningen bereikten hun volledige potentieel tijdens het herstel, wat leidde tot een sterke onderliggende EBIT-marge van 12,6% in de tweede jaarhelft, ver boven de marge van de vorige rapporteringsperiodes.
Het segment rapporteerde een onderliggende EBIT van € 144 miljoen over het volledige jaar of 8,8% marge op omzet, licht hoger dan vorig jaar. De onderliggende EBITDA-marge bedroeg 15,1% of 0,3 procentpunt hoger dan vorig jaar.
Voor meer details over de financiële performantie van het segment verwijzen we naar de samenvatting van het financieel overzicht op bladzijde 32.
Doorheen de Covid-19-crisis – zowel in de eerste jaarhelft met de ongeziene economische schok in onze bandenmarkten als tijdens het plotse en snelle herstel in de tweede jaarhelft – heeft Bekaert voordeel gehaald uit zijn evenwichtig gespreide globale aanwezigheid. Bovendien konden we onze marktpositie in de meeste regio's verstevigen dankzij hechte klantenrelaties en flexibiliteit en continuïteit in leveringen.
De volle capaciteitsbenutting in China, Indonesië, India en EMEA vestigde de aandacht op toekomstige capaciteitsnoden. De bouw van de nieuwe greenfield-fabriek voor rubberversterkingsproductie in Vietnam nadert de eindfase. De productie zal opstarten in de loop van 2022 en zal stelselmatig verhoogd worden tot volle capaciteit volgens de vraagevolutie in de komende jaren.
Het Bekaert TAWI® octrooi werd bekroond met de 21ste China Patent - Excellence Award. Als enige nationale trofee gesponsord door de China IP Administration en de World IP Organization, is de China Patent Award zeer prestigieus.
TAWI® is een nieuwe generatie deklaag voor staalkoordfilamenten ontwikkeld door Bekaert. De deklaag biedt duurzaamheidsvoordelen aangezien het de toevoeging van kobalt aan rubbermengsels in de bandenproductie uitsluit.
Verschillende Chinese bandenfabrikanten hebben ons bekroond met strategische leveranciers- of partneronderscheidingen. Prinx Chengshan kende ons de prijs toe omwille van uitstekende leverprestaties en technische co-creatie. Wuxi Hongdou loofde Bekaert als enige staalkoordleverancier voor grote verwezenlijkingen op het vlak van technische ondersteuning en leverings- en kwaliteitsprestaties in 2020. Sailun bekroonde ons als strategische leverancier.
Bekaerts business unit Staaldraadtoepassingen ontwikkelt, produceert en levert een zeer breed gamma van staaldraadproducten en -oplossingen aan klanten in diverse sectoren, waaronder landbouw, energie en nutsvoorzieningen, mijnbouw, bouw, consumptiegoederen, en de industrie in het algemeen.
Om klanten wereldwijd te bedienen heeft de business unit een globale aanwezigheid met productie-eenheden in EMEA, de VS, Latijns-Amerika en Azië en een wereldwijd verkoop- en distributienetwerk.
Staaldraadtoepassingen is actief in een ruim aantal markten. In onze belangrijkste markten beschouwen we de volgende indicatoren als de voornaamste om het businessklimaat van 2020 te evalueren en de groeifactoren voor de komende jaren te begrijpen:
De sterke Covid-19-aanpak stelde Bekaert in staat fabrieken open te houden, behalve tijdens enkele tijdelijke, door overheden opgelegde lockdowns. De business unit was alert en flexibel in het veilig houden van werkomstandigheden, anticiperen op en beantwoorden van klantennoden, en verzekeren van grondstofleveringen. Dit zorgde ervoor dat we ons marktaandeel in EMEA en Latijns-Amerika konden uitbreiden in de loop van 2020.
Bekaerts staaldraadtoepassingen business werd hard getroffen door de impact van de Covid-19-pandemie in het tweede kwartaal van 2020 maar kende vroeg in het derde kwartaal een keerpunt en leverde robuuste organische omzetgroei in het laatste kwartaal.
De business unit rapporteerde een omzetdaling van -7,9% voor het boekjaar in vergelijking met 2019.
Staaldraadtoepassingen zette een solide onderliggend EBIT-resultaat neer van € 96 miljoen aan een sterke onderliggende EBIT-marge van 7,0%, een verdubbeling van de marge van vorig jaar. De sterke margetoename was het gevolg van een verbeterde businessmix en footprintoptimalisatie (verminderde impact van activiteiten met lage marges), strikte kostcontrole, en de effectiviteit van Covid-19-mitigerende acties. Onderliggende EBITDA steeg tot een dubbelcijferige marge van 10,9%.
Voor meer details over de financiële performantie van het segment verwijzen we naar de samenvatting van het financieel overzicht op bladzijde 32.
Bekaert en AGRO, wereldleider in de productie van verenkernen van hoge kwaliteit, ontwikkelen en produceren samen hoogwaardige staaldraad verensystemen voor matraskernen in Colombia. AGRO-Bekaert Colombia SAS ontwikkelt, produceert en promoot superieure waardetoevoegende oplossingen voor matrasproducenten en meubelbekleders in Colombia, Centraal-Amerika en de Caraïben. Ervaring en expertise werden gebundeld in een gloednieuwe productiesite in Barranquilla, Colombia, om deze ambitie waar te maken.
Bekaert en Almasa hebben een akkoord gesloten over de fusie van Proalco SAS (dochteronderneming van Bekaert) met de staaldraadactiviteiten van Almasa SA, beide gevestigd in Colombia. Het partnerschap beoogt waarde te creëren door expertise en middelen te bundelen in het op de markt brengen van bestaande en nieuwe staaldraadproducten en -oplossingen. Met productieactiviteiten in het centrum en aan de Atlantische kust van Colombia zal de fusie werkgelegenheid bevorderen, exportmogelijkheden verhogen en de toelevering van staaldraad aan Bekaerts recent opgerichte joint venture voor verensystemen voor matraskernen, Agro-Bekaert Colombia SAS, eveneens gevestigd aan de Atlantische kust, te faciliteren.
De US Federal Communications Commission plant substantiële investeringen in vaste, snelle breedbandinternetverbindingen voor landelijk gelegen woningen en kleine ondernemingen via het Rural Development Opportunity Fund (RDOF). De geplande financiering bedraagt 20 miljard USD gespreid over acht jaar. Dit biedt kansen aan Bekaert aangezien we al geruime tijd staaldraadproducten voor strand & lash leveren in de energie- en nutsvoorzieningsmarkten.
Bekaerts business unit Specialty Businesses omvat drie subsegmenten die verschillende markten bedienen: bouwproducten, vezeltechnologieën, en verbrandingstechnologie. Qua karakteristieken delen ze een high-end productportfolio, geavanceerde technologieën en de voortdurende zoektocht naar lichtgewichtoplossingen en milieuvriendelijke toepassingen.
Bouwproducten ontwikkelt en produceert producten die beton, metselwerk, pleisterwerk en asfalt verstevigen. Vezeltechnologieën biedt hoogwaardige producten aan voor filtratie, hitteresistent textiel, electrogeleidend textiel, de veilige ontlading van statische energie, sensortechnologieën, en halfgeleidertoepassingen. Verbrandingstechnologie richt zich op verwarmingsmarkten met milieuvriendelijke gasbranders en residentiële en commerciële warmtewisselaars.
Bouwproducten vertegenwoordigt het grootste deel van de omzet van deze business unit. De businessomstandigheden verzwakten in 2020 door tijdelijk geschorste openbare aanbestedingen voor nieuwe publieke infrastructuurwerken in afwachting van overheidsstimulansen en herstelprogramma's, en door de globale economische onzekerheid als gevolg van de pandemie. Het groeipotentieel van Bekaert Dramix® staaldraadvezels voor betonversterking blijft robuust en veelbelovend dankzij de milieu-, ergonomische en total cost of ownership-voordelen in vergelijking met traditionele wapeningstechnieken.
Vezeltechnologieën zag een daling in de vraag naar dieselpartikelfiltermedia door de vertraging in de originele uitrustingsmarkt (OEM) van de automobielsector die werd gecompenseerd door toenemende business in andere sectoren. Zowel Vezeltechnologieën als Verbrandingstechnologie richten zich op bestaande en aangrenzende toepassingen en markten met groeipotentieel die aangedreven worden door megatrends, waaronder hernieuwbare energie, decarbonisatie en sensortechnologieën.
De business unit Specialty Businesses rapporteerde in 2020 een omzetdaling van -5,9% in vergelijking met 2019.
Specialty Businesses rapporteerde een onderliggend EBIT-resultaat van € 45 miljoen, -13% lager dan vorig jaar, en behaalde een onderliggende EBITmarge van 11,4% (tegenover 12,2% vorig jaar). De daling was voornamelijk het gevolg van voorraadafwaarderingen en andere boekhoudkundige aanpassingen bij Verbrandingstechnologieën (€ -5 miljoen), een lager resultaat in Vezeltechnologieën door een zwakkere vraag naar producten met hoge toegevoegde waarde, en een hoger verlies in (diamant) zaagdraad tegenover vorig jaar. De winstbijdrage van Bouwproducten bleef sterk. De onderliggende EBITDA-marge bereikte 15,5%, licht onder de marge van vorig jaar.
Voor meer details over de financiële performantie van het segment verwijzen we u naar de samenvatting van het financieel overzicht op bladzijde 33.
Bekaert werkt samen met CCL, een wereldwijde specialist in naspanning (post-tensioning) voor de bouwindustrie, om nieuwe betonversterkingssystemen te ontwikkelen die de total cost of ownership (TCO) en de CO2 -voetafdruk van betonconstructies verlagen. Beide ondernemingen combineren hun expertise om een oplossing te ontwikkelen die uniek is in de industrie van verdiepingsvloeren.
De voordelen zijn duidelijk: terwijl we de arbeidintensitiviteit, transport en materiaalverbruik verlagen, verhogen we de bouwperformantie. Bovendien laat dit systeem eenvoudigere installatie en ontwerp toe wat leidt tot een snellere bouwcyclus en een hogere kwaliteitszekerheid. Als gevolg daarvan worden de total cost of ownership en de milieu-impact beduidend gereduceerd.
Samen met andere grote investeerders heeft Bekaert geïnvesteerd in Cargo Sous Terrain (CST), een volledig logistiek systeem voor flexibel goederentransport in Zwitserland. Het project heeft als doel het grootste deel van het cargotransport ondergronds te brengen door middel van tunnels die productieen logistieke sites verbinden met verstedelijkte gebieden. Bovengronds plant CST de distributie van goederen naar de eindbestemming te organiseren met milieuvriendelijke voertuigen. Het systeem beoogt het bovengronds verkeer en het daaraan gelinkte lawaai en de uitstoot te beperken.
Bekaert ondersteunt dit ambitieuze, innovatieve programma door kapitaal te investeren en door technisch advies te verlenen voor de betonversterking en liftoplossingen die dit project zullen helpen verwezenlijken.
Bekaert produceert microkabels met uitzonderlijke performantie die gebruikt worden als antennebooster in duurzame RFID-tags voor, bijvoorbeeld, industriële wasserijen. Met deze langdurige antenne kunnen RFID-tags de meest uitdagende industriële omgevingen trotseren.
RFID-tags worden almaar meer gebruikt ter vervanging van barcodes aangezien ze meer voordelen bieden: ze kunnen (in bulk) gelezen worden van op afstand, ook al zijn ze bedekt, en ze zijn minder gevoelig voor slijtage waardoor ze een langere levensduur hebben.
Bouwproducten heeft Murfor® Compact met succes in meer applicaties en landen geïntroduceerd in 2020.
Murfor® Compact, Bekaerts hoogperformante metselwerkbewapening, is een stevig net van staalkoord met hoge treksterkte dat op rol geleverd wordt voor metselwerk met dunne naden en gelijmd metselwerk. Dit lichtgewicht product is gemakkelijk te hanteren en te installeren. Aangezien het ter plaatse op maat kan gesneden worden is er amper verlies.
Mix van Dramix® en post-tensioning vervangt traditionele passieve versterking in on grade toepassingen
Als globale aanbieder van kabel- en advanced cordsoplossingen engageert Bridon-Bekaert Ropes Group zich om de leidende innovator en leverancier van de hoogst performante kabels en A-Cords te zijn voor zijn klanten wereldwijd. De unieke combinatie van technologieën in staaldraadkabels, synthetische kabels en advanced cords (A-Cords) laat een hoge differentiatie toe in high-end markten.
BBRG-Ropes heeft een leidende positie in een heel breed gamma van sectoren, inclusief dag- en ondergrondse mijnbouw, offshore en onshore olie & gas, hijskraan- en industriële toepassingen, visserij & marine, en constructies.
De A-Cords-business van BBRG ontwikkelt en levert fijnkoord voor liften en distributieriemen die respectievelijk in de bouw- en machinebouwmarkten worden gebruikt, en raamsysteem- en verwarmingskabels voor de automobielsector.
Aanhoudend uitdagende marktdynamieken kenmerkten BBRG's belangrijkste kabelsectoren in 2020. De vraag van hijskraan- en industriële sectoren bleef sterk in Azië maar vertraagde in de VS. Groeifactoren voor de kabelbusiness van BBRG zijn: de activiteitsniveaus en investeringen in mijnbouw en olie & gas; de technologieshift naar oplossingen met hoge performantie en lange levensduur; synthetische en hybride kabels; en waardecreatie voor klanten, gedreven door een lagere total cost of ownership en een uitgebreid serviceaanbod.
Zwakke activiteit in de originele uitrustingsmarkt (OEM) van de automobielsector beïnvloedde de vraag naar raamsysteem- en verwarmingskabels in de A-Cords-business in 2020, terwijl de vraag vanuit lift- en distributieriemmarkten goed standhield.
Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) rapporteerde een omzetdaling van -13% vergeleken met vorig jaar, volledig veroorzaakt door lagere volumes. Een deel van de volumedaling was het gevolg van BBRG's strategie om de aanwezigheid in kabeltoepassingen met lage marges te verminderen. De A-Cords-activiteiten zagen een omzetdaling in automobielmarkten en solide vraag van lift- en distributieriemmarkten.
BBRG versnelde de implementatie van het winstherstelprogramma voor de kabelactiviteiten en boostte verder de winstgevendheid met een sterkere businessmix en aanzienlijke kostenbesparings- en Covid-19-mitigerende acties. De A-Cords-activiteiten bleven een solide margeperformantie neerzetten.
De business unit genereerde een onderliggende EBIT van € 34 miljoen aan een marge van 7,9%, meer dan een verdrievoudiging van de marge vorig jaar. Onderliggende EBITDA leverde een sterke marge op van 15,1% vergeleken met 9,0% in 2019. Zoals verwacht daalden BBRG's omzet en marges in de tweede helft van het jaar door de zwakkere businessomstandigheden in Noord- en Zuid-Amerika, een vertraging in projectbusiness, en de seizoenseffecten van de tweede jaarhelft.
Voor meer details over de financiële performantie van het segment verwijzen we naar de samenvatting van het financieel overzicht op bladzijde 33.
Een kernprioriteit binnen de strategie van Bridon-Bekaert Ropes Group was het winstherstel van de kabelactiviteiten. De in 2020 geïmplementeerde acties om de businessmix te versterken en de kostenniveaus te verlagen, waren heel succesvol en duidelijk zichtbaar in de resultaten.
Een andere prioriteit was beter gebruik te maken van schaalvoordelen en het optimaliseren van de footprint om het werkingsmodel en de winstgevendheid van de business verder te verbeteren.
Als aanbieder van totaaloplossingen heeft Bridon-Bekaert Ropes Group de Ropes 360-diensten in het leven geroepen om onze klanten te ondersteunen en adviseren tijdens de volledige levensduur van de kabels, waarbij we de veiligheid van hun activiteiten en de levensduur van de kabel maximaliseren en op die manier de kost verlagen.
Samen met VisionTek heeft Bridon-Bekaert de eerste mobiele 3D kabelmeet- en visualisatieuitrusting ontwikkeld. 360° miniatuurcamera's nemen eerst hogeresolutiefoto's van de kabel, waarna het toestel alle data analyseert en defecten detecteert door middel van artificiële intelligentie en zelflerende algoritmes.
Een ander voorbeeld van onze toewijding om waarde te creëren voor onze klanten is ons A-Tec testcentrum in Aalter (België). We testen er lifttractiemedia, zoals Flexisteel®, maar ook liftriemen van onze klanten.
A-Tec is cruciaal in onze dienstverlening aan klanten: door grondige analyse uit te voeren op nieuwe en gebruikte liftproducten leggen we de basis voor de volgende generatie van lifttoepassingen. Deze inspectie van gebruikte producten en co-ontwikkeling van nieuwe producten staat centraal in de samenwerking met onze klanten.
Als een globale verankeringsspecialist produceert Bridon-Bekaert Ropes Group kabels voor drijvende windturbines en andere offshore applicaties. Drijvende windplatformen vormen een oplossing om de globale energiemix verder te decarboniseren en leverzekerheid te verhogen. Om grote offshore turbines op hun plaats te houden in dynamische, ondiepe wateromstandigheden zijn unieke kritische vereisten nodig waaraan Bridon-Bekaert voldoet.
We sloten verschillende samenwerkingen af in de loop van 2020 om ons aanbod uit te breiden en onze aanwezigheid in offshore wind verder uit te breiden. Lees meer over deze samenwerkingen in het 2020 Duurzaamheidsrapport.
3D-kabelmeetuitrusting beoordeelt de kwaliteit van de kabel vanuit alle hoeken
Het A-Tec testcentrum huisvest simulatie-uitrusting om de performantie en levensduur van liftproducten te testen en verbeteren
| Gezamenlijke kerncijfers | |||
|---|---|---|---|
| in miljoen € | 2019 | 2020 | Delta |
| Omzet | 5 132 | 4 438 | -13,5% |
| Investeringen (materiële vaste activa) | 135 | 120 | -11,1% |
| Personeel op 31 december | 28 411 | 27 455 | -3,4% |
| in miljoen € | 2019 | 2020 | Delta |
|---|---|---|---|
| Winst- en verliesrekening | |||
| Omzet | 4 322 | 3 772 | -12,7% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 155 | 257 | 65,5% |
| EBIT-onderliggend | 242 | 272 | 12,5% |
| Financieel resultaat | -85 | -86 | 1,9% |
| Winstbelasting | -51 | -57 | 10,6% |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures | 29 | 34 | 18,6% |
| Perioderesultaat | 48 | 148 | 207,1% |
| toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 41 | 135 | 225,9% |
| toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden | 7 | 13 | 94,3% |
| EBITDA-onderliggend | 468 | 479 | 2,3% |
| Afschrijvingen (materiële vaste activa) | 212 | 185 | -12,6% |
| Waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen | 37 | 31 | -15,0% |
| Eigen vermogen | 1 532 | 1 535 | 0,2% |
|---|---|---|---|
| Vaste activa | 2 048 | 1 823 | -11,0% |
| Investeringen (materiële vaste activa) | 98 | 100 | 1,8% |
| Balanstotaal | 4 305 | 4 288 | -0,4% |
| Nettoschuld | 977 | 604 | -38,2% |
| Kapitaalgebruik (CE) | 2 408 | 2 063 | -14,3% |
| Werkkapitaal | 699 | 535 | -23,5% |
| Personeel op 31 december | 25 090 | 23 939 | -4,6% |
| EBITDA op omzet | 9,3% | 12,5% |
|---|---|---|
| EBITDA-onderliggend op omzet | 10,8% | 12,7% |
| EBIT op omzet | 3,6% | 6,8% |
| EBIT-onderliggend op omzet | 5,6% | 7,2% |
| EBIT intrestdekking | 2,5 | 4,8 |
| ROCE-onderliggend | 9,5% | 12,2% |
| ROE | 3,2% | 9,7% |
| Eigen vermogen op totaal activa | 35,6% | 35,8% |
| Nettoschuld op eigen vermogen | 63,8% | 39,4% |
| Nettoschuld op EBITDA-onderliggend | 2,1 | 1,3 |
| in miljoen € | 2019 | 2020 | Delta |
|---|---|---|---|
| Omzet | 809 | 665 | -17,8% |
| Bedrijfsresultaat | 90 | 109 | 20,0% |
| Winst van het boekjaar | 73 | 84 | 15,8% |
| Investeringen (materiële vaste activa) | 37 | 20 | -45,5% |
| Afschrijvingen | 18 | 12 | -31,3% |
| Personeel op 31 december | 3 321 | 3 516 | 5,9% |
| Winstaandeel in consolidatie | 29 | 34 | 18,6% |
| Eigen vermogen | 161 | 124 | -22,8% |
(1) Het dividend is onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering
| 2019 | 2020 | Delta |
|---|---|---|
| 60 408 441 | 60 414 841 | = |
| 1 601 | 1 641 | 2,5% |
| Per aandeel | |||
|---|---|---|---|
| in € | 2019 | 2020 | Delta |
| EPS | 0,73 | 2,38 | 226% |
| Bruto-dividend* | 0,35 | 1,00 | 186% |
| Netto-dividend** | 0,245 | 0,70 | 186% |
| Koers van het aandeel | |||
|---|---|---|---|
| in € | 2019 | 2020 | Delta |
| Koers op 31 december | 26,50 | 27,16 | 2,5% |
| Koers (gemiddelde) | 23,96 | 19,92 | -16,9% |
* Onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders
2021 ** Onderhevig aan de fiscale wetgeving van toepassing
| Onderliggend | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 8,7% | 8,8% |
| EBITDA-marge op omzet | 14,8% | 15,1% |
| ROCE | 13,2% | 12,4% |
| Gezamenlijke omzet | 2 124 | 1 742 |
| % van de totale gezamenlijke omzet | 41% | 39% |
| Onderliggend | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 3,4% | 7,0% |
| EBITDA-marge op omzet | 7,1% | 10,9% |
| ROCE | 7,9% | 17,6% |
| Gezamenlijke omzet | 2 102 | 1 881 |
| % van de totale gezamenlijke omzet | 41% | 42% |
| Onderliggend | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 12,2% | 11,4% |
| EBITDA-marge op omzet | 15,7% | 15,5% |
| ROCE | 22,4% | 20,0% |
| Gezamenlijke omzet | 414 | 389 |
| % van de totale gezamenlijke omzet | 8% | 9% |
| Onderliggend | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 2,4% | 7,9% |
| EBITDA-marge op omzet | 9,0% | 15,1% |
| ROCE | 2,5% | 7,4% |
| Gezamenlijke omzet | 489 | 424 |
| % van de totale gezamenlijke omzet | 10% | 10% |
in miljoen €
Geconsolideerd Joint ventures en geassocieerde ondernemingen
Naast de financiële informatie op IFRS-basis stelt Bekaert ook onderliggende prestatie-indicatoren van winstgevendheid en cashgeneratie voor om een consistentere en beter vergelijkbare indicatie te geven van de financiële prestaties van de Group. Deze onderliggende prestatie-indicatoren corrigeren de IFRS-cijfers voor de eenmalige impact (zie Toelichting 2.6 Alternatieve prestatiemaatstaven in het Financieel Overzicht).
Bekaerts onderliggende EBIT bereikte € 272 miljoen in 2020 aan een marge van 7,2%, een toename van € 30 miljoen of +13% vergeleken met vorig jaar, ondanks een omzetdaling van -13%. De positieve impact van de alerte reactie op Covid-19, de structurele kostenverbeteringsacties, en de significante businessmixverbeteringen oversteeg de volume- en kostimpact van de gezondheidscrisis.
Na de negatieve jaar-op-jaar vergelijking van onderliggende EBIT in de eerste jaarhelft (€ 34 miljoen), was er een opmerkelijke ommekeer in de tweede helft van 2020 (een toename van € +64 miljoen of +56% vergeleken met de tweede jaarhelft 2019, tot € 181 miljoen onderliggende EBIT aan een marge van 9,0%). De aanzienlijke voordelen vloeiend uit businessmixverbeteringen, de voortdurende mitigerende acties, en positieve, non-cash voorraadwaarderings-effecten van toegenomen grondstofprijzen bij jaareinde, droegen bij aan de stevige rentabiliteitsverbetering in de tweede helft van 2020.
Bekaert realiseerde een geconsolideerde omzet van € 3,8 miljard in 2020, gevoelig lager dan vorig jaar (-12,7%) door de ingrijpende impact van de Covid-19-pandemie in de eerste helft van 2020. De organische omzetdaling (-9,7%) was het gevolg van lagere volumes (-8,3%) en verrekende walsdraadprijzen en andere prijsmixeffecten over het volledige jaar (-1,4%). De wisselkoersbewegingen waren -3,0% negatief.
De gezamenlijke omzet bedroeg € 4,4 miljard voor het
boekjaar, een daling met -13,5% tegenover 2019. De solide organische groei van Bekaerts joint ventures in Brazilië (+6,8%) werd meer dan tenietgedaan door de sterke afwaardering (-33,4%) van de Braziliaanse real, wat leidde tot een omzetdaling van -18,0%.
De Raad van Bestuur zal aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 12 mei 2021 een brutodividend van € 1,00 voorstellen, in lijn met het dividendbeleid van de onderneming. Het dividend zal, na goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, betaalbaar worden vanaf 18 mei 2021.
Bekaert behaalde een operationeel resultaat (onderliggende EBIT) van € 272 miljoen (tegenover € 242 miljoen vorig jaar). Dit stemt overeen met een marge op omzet van 7,2% (5,6% in 2019).
De eenmalige elementen bedroegen € -16 miljoen (€ -87 miljoen in 2019) en omvatten vooral kosten en bijzondere waardeverminderingen gerelateerd aan footprintaanpassingen en andere herstructureringsprogramma's, grotendeels gecompenseerd door de winst op de verkoop van grond en gebouwen in België en de daaraan gekoppelde terugname van milieuprovisies. Inclusief de eenmalige elementen bedroeg EBIT € 257 miljoen wat overeenkomt met een EBIT-marge op omzet van 6,8% (tegenover € 155 miljoen of 3,6% in 2019). Onderliggende EBITDA bedroeg € 479 miljoen (12,7% marge) vergeleken met € 468 miljoen (10,8%). EBITDA bereikte € 473 miljoen, of een EBITDAmarge op omzet van 12,5% (tegenover 9,3%).
De onderliggende overheadkosten daalden met € -29 miljoen tot 8,9% op omzet (versus 8,4% in 2019). Commerciële en administratieve kosten daalden met € -16 miljoen door een lagere kostenbasis ten gevolge van structurele kostenbesparingsprogramma's en de Covid-19-mitigerende acties. De kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedroegen € 50 miljoen, vergeleken met € 62 miljoen in 2019, als gevolg van een betere focus en de besparingsimpact van de herstructurering in 2019. Onderliggende andere bedrijfsopbrengsten en -kosten daalden van € 17 miljoen vorig jaar tot € 8 miljoen in 2020 door een daling in ontvangen royalty's en bijzondere waardeverminderingen in 2020 tegenover terugnames van provisies in 2019. De gerapporteerde andere bedrijfsopbrengsten en -kosten (€ +51 miljoen) waren beduidend hoger dan vorig jaar (€ +15 miljoen) door de winst op de verkoop van onroerend goed in België.
De nettorentelasten bedroegen € -56 miljoen, een daling ten opzichte van € -66 miljoen in 2019 en een gevolg van lagere rentelasten op financiële derivaten. Overige financiële opbrengsten en lasten bedroegen € -30 miljoen (€ -18 miljoen in 2019), voornamelijk door ongunstige gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoerstranslatie-effecten.
De winstbelasting nam toe van € -51 miljoen tot € -57 miljoen. De algemene effectieve belastingvoet daalde van 73% tot 33% dankzij het winstherstel met een lagere impact van verlieslatende entiteiten, en de terugname van provisies in fiscale dossiers.
Het aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen was € +34 miljoen (tegenover € +29 miljoen vorig jaar) wat de sterke prestaties van de joint ventures in Brazilië weerspiegelt.
Het perioderesultaat bedroeg bijgevolg € +148 miljoen, vergeleken met € +48 miljoen in 2019. Het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden bedroeg € +13 miljoen (tegenover € +7 miljoen vorig jaar) dankzij de winsttoename in entiteiten met minderheidsaandeelhouders, voornamelijk in Latijns-Amerika. Na aftrek van het deel toerekenbaar aan minderheidsbelangen bedroeg het perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert € +135 miljoen tegenover € +41 miljoen vorig jaar. EPS (perioderesultaat per aandeel) bedroeg € +2,38, beduidend hoger dan € +0,73 in 2019.
Op 31 december 2020 vertegenwoordigde het eigen vermogen 35,8% van de totale activa, iets hoger dan 35,6% bij jaareinde 2019. De nettoschuld op eigen vermogen (gearing ratio) bedroeg 39,4%, significant minder dan 63,8% bij jaareinde 2019 door de sterke verlaging van de nettoschuld.
De nettoschuld bedroeg € 604 miljoen, lager dan € 977 miljoen bij jaareinde 2019 en resulterend in een nettoschuld op onderliggende EBITDA van 1,26, significant minder dan 2,09 vorig jaar.
De nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten bedroeg € +505 miljoen, lager dan € +524 miljoen in 2019, vooral als gevolg van een kleinere daling van het werkkapitaal (dat € +124 miljoen bijdroeg aan de nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten in 2020 tegenover € +169 miljoen in 2019), deels gecompenseerd door hogere EBITDA, lagere kasuitstromen voor winstbelasting en verminderd gebruik van provisies en voorzieningen voor personeelsbeloningen.
De nettokasstroom uit investeringsactiviteiten bedroeg
€ -31 miljoen (versus € -91 miljoen in 2019) door de opbrengsten uit de verkoop van vaste activa, voornamelijk de verkoop van grond en gebouwen in België. De cash-out van investeringsuitgaven was nagenoeg stabiel vergeleken met vorig jaar.
De nettokasstroom uit financieringsactiviteiten bedroeg € -83 miljoen, vergeleken met € -269 miljoen vorig jaar. 2019 omvatte de opbrengsten van een nieuwe obligatielening (€ +200 miljoen) en Schuldschein-uitgifte (€ +320 miljoen), die meer dan tenietgedaan werden door de terugbetaling van rentedragende schuldinstrumenten op meer dan een jaar (€ 675 miljoen), terwijl 2020 de opbrengst omvatte van een nieuwe obligatielening (€ +200 miljoen) die werd tenietgedaan door de terugbetaling van rentedragende schuldinstrumenten op meer dan een jaar (voor een totaal van € 248 miljoen). Daarnaast bevatte 2020 een lager bedrag van brutodividendbetalingen (€ -26 miljoen) tegenover het voorgaande jaar (€ -53 miljoen).
De investeringen in materiële activa bedroegen € 100 miljoen in 2020, nagenoeg stabiel vergeleken met vorig jaar (€ 98 miljoen).
Naast de huidige verbeteringsprogramma's voor een hoger performantieniveau heeft Bekaert een aantal acties bepaald om structurele veranderingen in de markt aan te pakken. Daarmee verhoogt de Groep de daadkracht van zijn werkingsmodel en procesefficiënties doorheen de business, terwijl het de set-up en het gebruik van de footprint blijft evalueren met als doel duurzame waarde te creëren.
Als onderdeel van deze globale aanpak en maatregelen:
beslissing aan om de BBRG-fabriek in Pointe-Claire (Canada) te sluiten tegen eind mei 2021. BBRG zal het Noord-Amerikaanse kabelplatform consolideren in de VS om de competitiviteit op lange termijn te garanderen door beter gebruik te maken van schaalvoordelen, synergieën en efficiënties.
Op 28 september 2020 bereikten Bekaert en Almasa een akkoord over de fusie van Proalco SAS (dochteronderneming van Bekaert) met de staaldraadactiviteiten van Almasa SA, beide gevestigd in Colombia. Het partnerschap beoogt waarde te creëren door expertise en middelen te bundelen in het op de markt brengen van bestaande en nieuwe staaldraadproducten en -oplossingen. De transactie, die onderhevig is aan de gebruikelijke closing-voorwaarden waaronder gereglementeerde goedkeuringen, zal naar verwachting afgerond worden in de eerste helft van 2021.
Op 31 december 2019 bezat de onderneming 3 873 075 eigen aandelen. Van deze 3 873 075 eigen aandelen werden 10 036 aandelen aangeleverd aan de niet-uitvoerende bestuursleden van Bekaert als remuneratie voor hun prestaties als Voorzitter of lid van de Raad van Bestuur en werden 13 439 aandelen aangeleverd aan de leden van het Bekaert Group Executive (BGE) in de context van het Bekaert share-matching plan. Een som van 10 766 aandelen werd verkocht aan leden van het BGE in het kader van het Bekaert personal shareholding requirement plan. Daarnaast werden 29 300 aandelenopties uitgeoefend als onderdeel van het Stock Option Plan 2010-2014 en 29 300 eigen aandelen werden daarvoor gebruikt. De onderneming kocht geen aandelen gedurende 2020 en er werden geen eigen aandelen vernietigd. Als gevolg daarvan bezat Bekaert in totaal 3 809 534 eigen aandelen op 31 december 2020.
Bekaerts rubberversterkingsbusiness werd hard getroffen door de impact van de Covid-19-pandemie in de eerste helft van het jaar, maar boekte een sterk en snel herstel in de tweede helft (omzet +28% hoger dan in de eerste helft). In het vierde kwartaal van 2020 stegen de volumes +7% hoger dan hetzelfde kwartaal vorig jaar dankzij een zeer sterke vraag vanuit bandenmarkten in Azië en EMEA en een vraagherstel voor slangendraadproducten.
De business unit rapporteerde een omzetdaling van -17,3% over het volledige jaar, vergeleken met 2019. Dit was het gevolg van lagere volumes (-11,5%), ongunstige wisselkoersbewegingen (-1,9%) en verrekende walsdraadprijswijzigingen en andere prijsmixeffecten (-3,9%).
De business unit heeft uitgebreide maatregelen getroffen om de kostenstructuur te verlagen en zo gedeeltelijk de ernstige impact van de Covid-19-pandemie op de vraag uit bandenmarkten in de eerste helft van 2020 te compenseren. De voordelen van deze inspanningen bereikten hun volledige potentieel tijdens het herstel in de tweede jaarhelft, wat leidde tot een sterke onderliggende EBITmarge van 12,6% in de tweede jaarhelft, ver boven vorige rapporteringsperiodes.
Het segment rapporteerde een onderliggende EBIT van € 144 miljoen over het volledige jaar of 8,8% marge, licht hoger dan vorig jaar. Gerapporteerde EBIT bedroeg € 136 miljoen met een marge van 8,3%. De eenmalige elementen (€ -8 miljoen) omvatten herstructureringskosten, bijzonder waardeverminderingen, en toegenomen milieuvoorzieningen.
De onderliggende EBITDA-marge bedroeg 15,1% of 0,3 procentpunt hoger dan vorig jaar.
Investeringen in materiële vaste activa bedroegen € 37 miljoen en omvatten investeringen in alle werelddelen, vooral in Azië en in Centraal- en Oost-Europa.
De rubberversterkings-joint venture in Brazilië rapporteerde vlakke omzetgroei bij constante wisselkoersen maar de sterke devaluatie van de Braziliaanse real tastte de omzet met -25% aan. Inclusief joint ventures daalde de gezamenlijke omzet van de business unit met -18% tegenover vorig jaar.
De margeperformantie van de joint venture was sterk. De resultaten zijn opgenomen in Bekaerts winst- en verliesrekening onder de equity-methode als onderdeel van het 'aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
Bekaerts staaldraadtoepassingen business werd hard getroffen door de impact van de Covid-19-pandemie in het tweede kwartaal van 2020 maar kende vroeg in het derde kwartaal een keerpunt en leverde robuuste organische omzetgroei in het laatste kwartaal (+10% vergeleken met het laatste kwartaal vorig jaar). Deze organische groei, gedreven door toegenomen omzet in EMEA, China en Latijns-Amerika, werd weliswaar grotendeels tenietgedaan door ongunstige wisselkoersbewegingen.
De business unit rapporteerde een omzetdaling van -7,9% voor het boekjaar in vergelijking met 2019. De daling was het gevolg van lagere volumes (-3,4%) en ongunstige wisselkoersbewegingen (-4,9%). Het jaar-op-jaareffect van verrekende walsdraadprijswijzigingen en andere prijsmixeffecten was vrijwel neutraal (+0,4%).
In het algemeen bleef de vraag in de meeste sectoren en regio's onder pre-Covid-niveaus tot het einde van 2020. Toch stelden Bekaerts alerte reactie op klantennoden, wereldwijde toegang tot grondstoffen, en effectieve veiligheidsmaatregelen in onze vestigingen, de business unit in staat om de fabrieken operationeel te houden en klantenleveringen wereldwijd te garanderen. Dit leidde tot positieve klantenwaardering en toegenomen marktaandeel.
Staaldraadtoepassingen zette een robuust onderliggend EBIT-resultaat neer van € 96 miljoen aan een sterke onderliggende EBIT-marge van 7,0%, een verdubbeling van de marge van vorig jaar. Gerapporteerde EBIT bedroeg € 88 miljoen aan een marge van 6,4%. De eenmalige elementen (€ -8 miljoen) waren voornamelijk gelinkt aan herstructureringskosten. De sterke margetoename was het gevolg van een verbeterde businessmix en footprintoptimalisatie (verminderde impact van activiteiten met lage marges), strikte kostcontrole, en de effectiviteit van Covid-19-mitigerende acties.
Onderliggende EBITDA steeg tot een dubbelcijferige marge van 10,9%.
De investeringen in materiële vaste activa bedroegen € 21 miljoen en omvatten voornamelijk investeringen in Centraal-Europa, China, Chili en Colombia.
De staaldraadtoepassings-joint venture in Brazilië rapporteerde +8,5% omzetgroei bij constante wisselkoersen, maar de sterke devaluatie van de Braziliaanse real tastte de omzet met -16% aan. Inclusief joint ventures daalde de gezamenlijke omzet van de business unit met -10,5% tegenover vorig jaar.
De margeperformantie van de joint venture was sterk. De resultaten zijn opgenomen in Bekaerts winst- en verliesrekening onder de equity-methode als onderdeel van het 'aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
De business unit Specialty Businesses rapporteerde in 2020 een omzetdaling van -5,9% in vergelijking met 2019. De daling was het gevolg van lagere volumes (-8,7%) en ongunstige wisselkoersbewegingen (-1,4%), deels gecompenseerd door positieve mixeffecten (+4,1%).
tevaart- en luchtvaarttoepassingen, die gedeeltelijk werd gecompenseerd door sterke groei in filtratieoplossingen, met name in Azië. De zaagdraadomzet – sinds december 2020 geïntegreerd in het platform Vezeltechnologieën– was beperkt en in lijn met vorig jaar.
» Verbrandingstechnologieën rapporteerde een vlakke omzet, jaar-op-jaar.
Specialty Businesses rapporteerde een onderliggend EBIT-resultaat van € 45 miljoen, -13% lager dan vorig jaar, en behaalde een onderliggende EBIT-marge van 11,4% (tegenover 12,2% vorig jaar). De daling was voornamelijk het gevolg van voorraadafwaarderingen en andere boekhoudkundige aanpassingen bij Verbrandingstechnologieën (€ -5 miljoen), een lager resultaat van Vezeltechnologieën door een zwakkere vraag naar producten met hoge toegevoegde waarde, en een hoger verlies in (diamant) zaagdraad tegenover vorig jaar. De winstbijdrage van Bouwproducten bleef sterk.
Gerapporteerde EBIT bedroeg € 36 miljoen tegen een marge van 9,2% – beide hoger dan vorig jaar. De eenmalige elementen in 2020 (€ -9 miljoen) werden hoofdzakelijk veroorzaakt door herstructureringsprogramma's in (diamant) zaagdraad en Verbrandingstechnologieën in China in december 2020. De respectievelijke businessmixen footprintwijzigingen zullen de onderliggende EBITperformantie positief beïnvloeden vanaf begin 2021.
De onderliggende EBITDA-marge bereikte 15,5%, licht onder de marge van vorig jaar.
Investeringen in materiële activa bedroegen € 29 miljoen en omvatten voornamelijk investeringen in Bouwproducten (Tsjechië en India) en in mindere mate in Vezel- en Verbrandingstechnologieën.
Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) rapporteerde een omzetdaling van -13% vergeleken met vorig jaar, volledig veroorzaakt door lagere volumes. Een deel van de volumedaling was het gevolg van BBRG's strategie om de aanwezigheid in kabeltoepassingen met lage marges te verminderen. De A-Cords (advanced cords)-activiteiten zagen een omzetdaling in automobielmarkten en solide vraag van lift- en distributieriemmarkten.
BBRG versnelde de implementatie van het winstherstelprogramma voor de kabelactiviteiten en boostte verder de winstgevendheid met een sterkere businessmix en duidelijke kostenbesparings- en Covid-19-mitigerende acties. De A-Cords-activiteiten bleven een solide margeperformantie ontwikkelen.
De business unit genereerde een onderliggende EBIT van € 34 miljoen aan een marge van 7,9%, meer dan een verdrievoudiging van de marge vorig jaar. Onderliggende EBITDA leverde een sterke marge op van 15,1% vergeleken met 9,0% in 2019. Zoals verwacht daalden BBRG's omzet en marges in de tweede helft van het jaar door de zwakkere businessomstandigheden in Noord- en Zuid-Amerika, een vertraging in projectbusiness, en de seizoenseffecten van de tweede jaarhelft.
Gerapporteerde EBIT was € 24 miljoen en omvatte € -10 miljoen aan eenmalige elementen, voornamelijk door de waardeverminderingen gelinkt aan de geplande fabriekssluiting in Pointe-Claire, Canada, en herstructureringsprogramma's in EMEA. De voordelen van deze herstructureringsprogramma's worden verwacht door te stromen vanaf 2021.
BBRG investeerde € 16 miljoen in materiële activa, voornamelijk in kabelfabrieken in het VK en de VS en in de Belgische A-Cords-fabriek.
Ondanks een snel en sterk herstel in verschillende markten gedurende de voorbije maanden blijft de globale economische onzekerheid hoog.
De structurele verbeteringsacties die we sinds 2019 implementeren en onze snelle reactie op Covid-19 hebben hun doeltreffendheid getoond in het versterken van Bekaerts algemene performantie.
Acties om onze prestaties verder te verhogen zouden robuuste vooruitgang moeten opleveren in de richting van onze langetermijndoelstellingen:
De sterke prestaties die we hebben neergezet in het moeilijke jaar 2020 en onze vastberadenheid om waardecreatie te stimuleren door onze businessportfolio verder te verbeteren en waardegroei in robuuste markten te realiseren, versterken ons vertrouwen in het toekomstige potentieel van Bekaert. We verhogen daarom onze ambities voor de komende jaren.
| Kapitaalgebruik (CE) |
Werkkapitaal + nettoboekwaarde van goodwill, immateriële en materiële vaste activa, en recht-op-gebruik activa. Het gemiddeld kapitaalgebruik wordt gewogen met het aantal peri oden dat een entiteit bijgedragen heeft tot het geconsolideerd perioderesultaat. |
Kapitaalgebruik omvat de voornaamste balanselementen die het operationeel management actief en effectief kan beheren om de financiële prestaties te optimaliseren en dient als noemer van de ROCE. |
|---|---|---|
| Financiële autonomie |
Eigen vermogen in verhouding tot total activa. | Deze ratio reflecteert de mate waarin de Groep met eigen vermogen gefi nancierd is. |
| Courante ratio | Vlottende activa in verhouding tot de kortlopende schulden. | Deze ratio geeft aan of de Groep in staat is om met de kortlopende bezittingen de kortlopende schulden te betalen. |
| Gezamenlijke cijfers |
Som van de geconsolideerde vennootschappen plus 100% van de joint ventures en de geassocieerde ondernemingen, na eliminatie van onderlinge transacties (indien van toepassing). Voorbeelden: omzet, investeringen, personeelsaantal. |
Naast geconsolideerde cijfers, die enkel entiteiten omvatten waarin de Groep de zeggenschap heeft, verschaffen gezamenlijke cijfers nuttige inzichten over de reële omvang en prestaties van de Groep met inbegrip van zijn joint ventures en geassocieerde ondernemingen. |
| EBIT | Bedrijfsresultaat (earnings before interest and taxation). | EBIT omvat de voornaamste elementen van de winst-en-verliesrekening die het operationeel management actief en effectief kan beheren om de renda biliteit te optimaliseren, en dient o.a. als teller van de ROCE en de EBIT interestdekking. |
| EBIT – onderliggend |
Bedrijfsresultaat (earnings before interest and taxation) vóór bedrijfsopbrengsten en –kosten in verband met herstructu reringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombi naties, afgestoten activiteiten, milieuvoorzieningen en andere gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben dat niet inherent aan de business is. |
EBIT – onderliggend wordt gerapporteerd om de lezer een beter begrip te geven van de operationele rendabiliteit zonder eenmalige elementen, omdat deze een betere basis voor vergelijking en extrapolatie vormt. |
| EBITDA | Bedrijfsresultaat (EBIT) + afschrijvingen, waardeverminde ringen en bijzondere waardeverminderingen van activa en negatieve goodwill. |
EBITDA verschaft een maatstaf van operationele rendabiliteit zonder non-cash effecten van investerings-beslissingen uit het verleden en activa van het werkkapitaal. |
| EBITDA – onderliggend |
EBITDA vóór bedrijfsopbrengsten en –kosten in verband met herstructureringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombinaties, afgestoten activiteiten, milieuvoorzie ningen en andere gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben dat niet inherent aan de business is. |
EBITDA – onderliggend wordt gerapporteerd om de lezer een beter begrip te geven van de operationele rendabiliteit zonder eenmalige elementen en non-cash effecten van investeringsbeslissingen uit het verleden en activa van het werkkapitaal, omdat deze een betere basis voor vergelijking en extrapo latie vormt. |
| EBIT interest dekking |
Bedrijfsresultaat (EBIT) gedeeld door de nettorentelasten. | De EBIT interestdekking toont in welke mate de Groep in staat is om de inte resten op schulden te betalen via zijn operationele rendabiliteit. |
| Gearing | Nettoschuld in verhouding tot het eigen vermogen. | Gearing reflecteert de verhouding externe financiering tegenover eigen vermogen, en toont in welke mate de operaties gefinancierd zijn door krediet verstrekkers dan wel aandeelhouders. |
| Marge op omzet | EBIT, EBIT-onderliggend, EBITDA en EBITDA-onderliggend op omzet. |
Elk van deze ratio's vertegenwoordigt een specifieke maatstaf van de operati onele rendabiliteit uitgedrukt als een percentage op omzet. |
| Nettokapitalisatie | Nettoschuld + eigen vermogen. | Nettokapitalisatie reflecteert het totaal bedrag waarvoor de Groep gefinan cierd is door kredietverstrekkers en aandeelhouders. |
| Nettoschuld | Rentedragende schulden, veminderd met vorderingen uit leningen, geldbeleggingen, financiële vorderingen op ten hoogste één jaar en kaswaarborgen op meer dan één jaar, geldmiddelen en kasequivalenten. |
Nettoschuld is een maatstaf van schuld na aftrek van financiële activa die kunnen ingezet worden om de brutoschuld af te lossen. |
| Nettoschuld op EBITDA |
Nettoschuld gedeeld door EBITDA. | Nettoschuld op EBITDA toont in welke mate (uitgedrukt in aantal jaren) de Groep in staat is om zijn schulden af te lossen via zijn operationele rendabiliteit. |
| Operationele vrije kasstroom |
Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten - investeringen in vaste activa (na aftrek van inkomsten uit de verkoop van vaste activa) |
De operationele vrije kasstroom reflecteert de nettokasstroom die nodig is om de operationele activiteiten te ondersteunen (behoefte aan werkkapitaal en investeringen in vaste activa). |
| ROCE | Bedrijfswinst (EBIT) in verhouding tot gewogen gemiddeld kapitaalgebruik (Return On Capital Employed). |
ROCE reflecteert de operationele rendabiliteit van de Groep in verhouding tot de geldmiddelen die ingezet en beheerd worden door het operationeel management. |
| ROE | Perioderesultaat in verhouding tot gemiddeld eigen vermogen (Return On Equity). |
ROE reflecteert de nettorendabiliteit van de Groep in verhouding tot het eigen vermogen dat zijn aandeelhouders ter beschikking gesteld hebben. |
| Vrije kasstroom | Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten - investeringen in vaste activa + ontvangen dividenden - netto betaalde rente |
De vrije kasstroom vertegenwoordigt de kasstroom die een onderneming ter beschikking heeft voor het terugbetalen van rentedragende schulden of het uitbetalen van dividenden aan beleggers. |
| WACC | Kost van het vermogen gewogen aan een beoogde gearing ratio van 50% (nettoschuld/eigen vermogen structuur) na belastingen. |
WACC reflecteert het rendement van een belegging in de Onderneming. |
| Werkkapitaal (operationeel) |
Voorraden + handelsvorderingen + ontvangen bankwissels + betaalde voorschotten - handelsschulden – ontvangen voor schotten – schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid – belastingen m.b.t. personeel. |
Het werkkapitaal omvat alle vlottende activa en verplichtingen op ten hoogste een jaar die het operationeel management actief en effectief kan beheren om de financiële prestaties te optimaliseren. Het komt overeen met de korteter mijncomponent van het kapitaalgebruik. |
| in miljoen € | Toelichting in het jaarverslag 2020 |
2019 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Nettoschuld | |||
| Rentedragende schulden op meer dan een jaar | 1 116 | 907 | |
| Leaseverplichting op meer dan een jaar | 69 | 61 | |
| Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar | 404 | 622 | |
| Leaseverplichting op ten hoogste een jaar | 20 | 20 | |
| Totale financiële schuld | 6.18 | 1 608 | 1 610 |
| Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar | (7) | (7) | |
| Leningen op ten hoogste een jaar Geldbeleggingen |
(9) (50) |
(8) (50) |
|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (566) | (940) | |
| Nettoschuld | 6.18 | 977 | 604 |
| Kapitaalgebruik | |||
| Immateriële vaste activa | 60 | 55 | |
| Goodwill | 150 | 149 | |
| Materiële vaste activa | 1 350 | 1 192 | |
| Recht-op-gebruik vaste activa | 149 | 133 | |
| Operationeel werkkapitaal | 6.8 | 699 | 535 |
| Kapitaalgebruik | 2 408 | 2 063 | |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 2 540 | 2 235 | |
| Operationeel werkkapitaal | |||
| Voorraden | 783 | 683 | |
| Handelsvorderingen | 645 | 588 | |
| Ontvangen bankwissels | 60 | 54 | |
| Betaalde voorschotten | 16 | 19 | |
| Handelsschulden | (652) | (668) | |
| Ontvangen voorschotten | (19) | (16) | |
| Schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid | (125) | (116) | |
| Belastingen m.b.t. personeel | (9) | (9) | |
| Operationeel werkkapitaal | 6.8 | 699 | 535 |
| Van EBIT-onderliggend naar EBIT | 5.2 | ||
| in miljoen € | Toelichting in het jaarverslag 2020 |
2019 | 2020 |
|---|---|---|---|
| EBIT | 155 | 257 |
|---|---|---|
| Waardeverminderingen op immateriële vaste activa | 10 | 10 |
| Afschrijvingen materiële vaste activa | 186 | 161 |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik vaste activa | 25 | 24 |
| Waardeverminderingen/(terugname van waardeverminderingen) op voor raden en vorderingen |
7 | 7 |
| Bijzondere waardeverminderingen/ (terugnames van afschrijvingen of bijzondere waardeverminderingen) op vaste activa |
19 | 14 |
| EBITDA | 403 | 473 |
| EBIT - Onderliggend | 242 | 272 |
|---|---|---|
| Waardeverminderingen op immateriële vaste activa | 10 | 10 |
| Afschrijvingen materiële vaste activa | 186 | 161 |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik vaste activa | 25 | 24 |
| Waardeverminderingen/(terugname van waardeverminderingen) op voor raden en vorderingen |
4 | 7 |
| Bijzondere waardeverminderingen/ (terugnames van afschrijvingen of bijzondere waardeverminderingen) op vaste activa |
1 | 5 |
| EBITDA - Onderliggend | 468 | 479 |
| EBIT | 155 | 257 |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 2 540 | 2 235 |
| ROCE | 6,1% | 11,5% |
| EBIT | 155 | 257 | |
|---|---|---|---|
| (Renteopbrengsten) | 5.4 | (3) | (3) |
| Rentelasten | 5.4 | 69 | 60 |
| (Rentegedeelte van verdisconteerde voorzieningen) | 5.4 | (4) | (3) |
| Netto rentelasten | 62 | 53 | |
| EBIT interestdekking | 2,5 | 4,8 |
| ROE | 3,2% | 9,7% |
|---|---|---|
| Gemiddeld eigen vermogen (periode gewogen) | 1 524 | 1 533 |
| Perioderesultaat | 48 | 148 |
| Financiële autonomie | 35,6% | 35,8% |
|---|---|---|
| Totaal activa | 4 305 | 4 288 |
| Eigen vermogen | 1 532 | 1 535 |
| Gearing (nettoschuld op eigen vermogen) | 7.2 | 63,8% | 39,4% |
|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | 1 532 | 1 535 | |
| Nettoschuld | 977 | 604 |
| Nettoschuld | 977 | 604 |
|---|---|---|
| EBITDA | 403 | 473 |
| Nettoschuld op EBITDA | 2,4 | 1,3 |
| Nettoschuld op EBITDA-Onderliggend | 2,1 | 1,3 |
|---|---|---|
| EBITDA-Onderliggend | 468 | 479 |
| Nettoschuld | 977 | 604 |
| Courante Ratio | ||
|---|---|---|
| Vlottende activa | 2 257 | 2 466 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 1 406 | 1 589 |
| Courante ratio | 1,6 | 1,6 |
| Operationele vrije kasstroom | 414 | 449 |
|---|---|---|
| Inkomsten uit verkoop van vaste activa | 1 | 52 |
| Investeringen in recht-op-gebruik activa | (13) | - |
| Investeringen in materiële vaste activa | (95) | (104) |
| Investeringen in immateriële vaste activa | (4) | (3) |
| Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 524 | 505 |
| 384 | 383 |
|---|---|
| (50) | (43) |
| 3 | 3 |
| 19 | 25 |
| (13) | - |
| (95) | (104) |
| (4) | (3) |
| 524 | 505 |
Op 1 januari 2020 zijn de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de "Code 2020") en het nieuwe Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen (het "WVV") van kracht gegaan en werden deze van toepassing op Bekaert. Het Bekaert Corporate Governance Charter en de statuten van de vennootschap werden gewijzigd om beide te laten overeenstemmen met de Code 2020 en het WVV.
Bekaert leeft de bepalingen van de Code 2020 na, met uitzondering van de bepalingen 7.3 en 7.6.
In afwijking van bepaling 7.3 van de Code 2020 volgens welke de Raad van Bestuur het remuneratiebeleid voor niet-uitvoerende Bestuurders en het Uitvoerend Management aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders moet voorleggen, heeft Bekaert dit nog niet gedaan. Bekaert wachtte op de Belgische implementatie van de Europese Richtlijn betreffende de rechten van aandeelhouders II(1) en zal haar remuneratiebeleid voorleggen aan de Gewone Algemene Vergadering op 12 mei 2021.
In afwijking van bepaling 7.6 van de Code 2020 volgens welke niet-uitvoerende Bestuurders een deel van hun remuneratie moeten ontvangen in de vorm van aandelen van de vennootschap, zullen de niet-uitvoerende Bestuurders van Bekaert aanbevolen (maar niet verplicht) worden om de waarde van één vaste jaarlijkse vergoeding in Bekaertaandelen aan te houden. Ondanks het niet-verplichte karakter van deze persoonlijke participatie in aandelen is Bekaert van mening dat het langetermijnperspectief van aandeelhouders op redelijke wijze vertegenwoordigd is in de Raad van Bestuur, aangezien de Voorzitter deels wordt vergoed in Bekaert-aandelen welke onderhevig zijn aan een blokkeringsperiode van drie jaar en de nietuitvoerende Bestuurders die worden benoemd op voordracht van de referentieaandeelhouder reeds Bekaertaandelen bezitten (of certificaten die daarop betrekking hebben).
Het Bekaert Corporate Governance Charter is beschikbaar op www.bekaert.com.
De vennootschap heeft een monistische structuur aangenomen: de Raad van Bestuur is het belangrijkste besluitvormingsorgaan. De Raad van Bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn om het doel van de vennootschap te verwezenlijken, behoudens die waarvoor volgens de wet of de statuten de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bevoegd is.
De Raad van Bestuur bestaat uit dertien leden die door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden benoemd. Zeven Bestuurders zijn benoemd op voordracht van de hoofdaandeelhouder. De functies van Voorzitter en van Gedelegeerd Bestuurder worden nooit door dezelfde persoon uitgeoefend. De Gedelegeerd Bestuurder is het enig lid van de Raad met een uitvoerende functie. Alle andere leden zijn niet-uitvoerende Bestuurders. Vijf Bestuurders zijn onafhankelijk op grond van de criteria van artikel 7:87, §1 van het WVV en van bepaling 3.5 van de Code 2020: Henriette Fenger Ellekrog (voor het eerst benoemd in 2020), Colin Smith (voor het eerst benoemd in 2018), Eriikka Söderström (voor het eerst benoemd in 2020), Jürgen Tinggren (voor het eerst benoemd in 2019) en Mei Ye (voor het eerst benoemd in 2014).
In 2020 kwam de Raad van Bestuur tien keer samen: er waren zes gewone vergaderingen en vier buitengewone vergaderingen. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de statuten en het Bekaert Corporate Governance Charter behandelde de Raad van Bestuur in 2020 onder meer de volgende onderwerpen:
(1) Richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft.
| Naam | Aanvang eerste mandaat |
Einde huidig mandaat als Bestuurder |
Hoofdfunctie(2) | Aantal bijge woonde gewone/ buitengewone vergaderingen |
|---|---|---|---|---|
| Voorzitter | ||||
| Jürgen Tinggren(1) | mei 2019 | mei 2023 | NV Bekaert SA | 10 |
| Gedelegeerd Bestuurder | ||||
| Oswald Schmid | mei 2020 | mei 2022 | NV Bekaert SA | 7 |
| Matthew Taylor | mei 2014 | mei 2020 | NV Bekaert SA | 2 |
| Leden voorgedragen door de hoofdaandeelhouder | ||||
| Gregory Dalle | mei 2015 | mei 2023 | Managing Director, Credit Suisse, divisie Investment Banking and Capital Markets (UK) |
10 |
| Charles de Liedekerke | mei 1997 | mei 2022 | Bestuurder van vennootschappen | 9 |
| Christophe Jacobs van Merlen | mei 2016 | mei 2024 | Managing Director, Bain Capital Private Equity (Europe), LLP (UK) |
9 |
| Hubert Jacobs van Merlen | mei 2003 | mei 2022 | Bestuurder van vennootschappen | 10 |
| Caroline Storme | mei 2019 | mei 2023 | R&D Finance Lead Neurology at UCB (Belgium) | 10 |
| Emilie van de Walle de Ghelcke | mei 2016 | mei 2024 | Senior Legal Counsel, Sofina (Belgium) | 10 |
| Henri Jean Velge | mei 2016 | mei 2024 | Bestuurder van vennootschappen | 10 |
| Onafhankelijke Bestuurders | ||||
| Celia Baxter | mei 2016 | mei 2020 | Bestuurder van vennootschappen | 2 |
| Henriette Fenger Ellekrog | mei 2020 | mei 2021 | Chief Human Resources Officer, Ørsted | 6 |
| Pamela Knapp | mei 2016 | mei 2020 | Bestuurder van vennootschappen | 4 |
| Colin Smith | mei 2018 | mei 2022 | Onafhankelijk bestuurder van en adviseur voor vennootschappen |
9 |
(1) Jürgen Tinggren is een onafhankelijk Bestuurder.
(2) De curricula vitae van de Bestuurders zijn terug te vinden op www.bekaert.com
Matthew Taylor besliste zijn mandaat als Bestuurder van de vennootschap met ingang van 12 mei 2020 neer te leggen. De Raad van Bestuur coöpteerde Oswald Schmid tot Bestuurder met ingang van 12 mei 2020. Zijn mandaat als Bestuurder werd bevestigd tijdens de Gewone Algemene Vergadering van 13 mei 2020.
Eriikka Söderström mei 2020 mei 2021 Chief Financial Officer, F-Secure 6
vennootschappen 10
Mei Ye mei 2014 mei 2022 Onafhankelijk bestuurder van en adviseur voor
Sinds 1 januari 2020 heeft de Raad van Bestuur twee adviserende comités. (*)
Het Audit, Risk en Finance Comité is samengesteld in overeenstemming met artikel 7:99 van het WVV en bepaling 4.3 van de Code 2020: alle vier leden zijn niet-uitvoerende Bestuurders en twee leden, Eriikka Söderström en Jürgen Tinggren, zijn onafhankelijk. De deskundigheid van Eriikka Söderström op het gebied van boekhouding en auditing blijkt uit haar functie als Chief Financial Officer van F-Secure en haar voormalige financiële functies bij Nokia Networks, Nokia Siemens Networks, Oy Nautor ab, Vacon Plc en Kone Corporation. De leden van het Comité beschikken over een collectieve deskundigheid die relevant is voor de sector waarin de vennootschap actief is. Hubert Jacobs van Merlen werd benoemd tot voorzitter door de leden van het Comité.
De Gedelegeerd Bestuurder en de Chief Financial Officer zijn geen lid van het Comité, maar worden voor de vergaderingen uitgenodigd. Deze regeling waarborgt de noodzakelijke interactie tussen Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management.
| Naam | Einde huidig mandaat als Bestuurder |
Aantal bijge woonde gewone en buitengewone vergaderingen |
|---|---|---|
| Hubert Jacobs van Merlen | 2022 | 5 |
| Charles de Liedekerke | 2022 | 5 |
| Eriikka Söderström(1) | 2021 | 3 |
| Jürgen Tinggren | 2023 | 5 |
| Pamela Knapp(2) | 2020 | 2 |
(1) Vanaf de Gewone Algemene Vergadering die werd gehouden in mei 2020.
(2) Tot de Gewone Algemene Vergadering die werd gehouden in mei 2020.
Het Comité hield vier gewone en één buitengewone vergadering in 2020. De commissaris woonde twee vergaderingen bij. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet en het Bekaert Corporate Governance Charter besteedde het Comité bijzondere aandacht aan:
Het Benoemings- en Remuneratiecomité wordt samengesteld zoals vereist door artikel 7:100 van het WVV en bepaling 4.3 van de Code 2020: alle drie leden zijn niet-uitvoerende Bestuurders en de meeste van de leden zijn onafhankelijk. Het wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad van Bestuur. De deskundigheid van het Comité op het gebied van remuneratiebeleid wordt aangetoond door de relevante ervaring van haar leden.
| Naam | Einde huidig mandaat als Bestuurder |
Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|
| Jürgen Tinggren | 2023 | 4 |
| Henriette Fenger Ellekrog(1) | 2021 | 2 |
| Christophe Jacobs van Merlen | 2024 | 4 |
| Celia Baxter(2) | 2020 | 2 |
(1) Vanaf de Gewone Algemene Vergadering die werd gehouden in mei 2020.
(2) Tot de Gewone Algemene Vergadering die werd gehouden in mei 2020.
Eén van de door de hoofdaandeelhouder voorgedragen Bestuurders en de Gedelegeerd Bestuurder worden uitgenodigd om de vergaderingen van het Comité als gast bij te wonen zonder lid te zijn.
Het Comité vergaderde in 2020 viermaal. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet en het Bekaert Corporate Governance Charter besteedde het Comité bijzondere aandacht aan:
De voornaamste kenmerken van de werkwijze voor de evaluatie van de Raad van Bestuur, zijn Comités en de individuele Bestuurders zijn beschreven in dit hoofdstuk en in paragraaf II.3.4 van het Bekaert Corporate Governance Charter. De Voorzitter is belast met de organisatie van periodieke prestatiebeoordelingen door middel van een uitgebreide vragenlijst die betrekking heeft op:
» de grondige voorbereiding en bespreking van belangrijke onderwerpen;
» de individuele bijdrage van elke Bestuurder;
Halverwege 2020 werd een zelfbeoordeling uitgevoerd van de Raad van Bestuur die was gericht op de rol en verantwoordelijkheden van de Raad en de Comités, de vergaderingen van de Raad, de samenstelling en samenwerking van de Raad, de relatie met het management, de relatie met de aandeelhouders en de algehele effectiviteit van de Raad.
De Raad van Bestuur heeft bijzondere operationele bevoegdheden gedelegeerd aan het Bekaert Group Executive (BGE), onder leiding van de Gedelegeerd Bestuurder. Het BGE heeft een aantal van deze operationele bevoegdheden gesubdelegeerd aan personen binnen hun functionele of operationele verantwoordelijkheid.
Het BGE bestaat uit leden die de wereldwijde divisies en de wereldwijde functies vertegenwoordigen.
Matthew Taylor legde zijn functie als Gedelegeerd Bestuurder neer met ingang van 12 mei 2020. Sedert 12 mei 2020 trad Oswald Schmid op als interim-Gedelegeerd Bestuurder, in afwachting van de benoeming van een nieuw Gedelegeerd Bestuurder. Op 2 maart 2021 heeft de Raad van Bestuur Oswald Schmid benoemd tot Gedelegeerd Bestuurder.
Rajita D'Souza verliet de vennootschap op 31 december 2020. Kerstin Artenberg trad op 8 februari 2021 in dienst als de nieuwe Chief Human Resources Officer.
Op 1 april 2021 zal Yves Kerstens Bekaert vervoegen als Divisie-CEO Specialty Businesses en Chief Operations Officer. Jun Liao zal de rol van China CEO opnemen en het China Transformation Office leiden naast zijn huidige verantwoordelijkheden als landmanager voor China.
| Naam | Functie | Benoeming |
|---|---|---|
| Matthew Taylor(1) | Gedelegeerd Bestuurder | 2013 |
| Oswald Schmid | Gedelegeerd Bestuurder(2) en Chief Operations Officer |
2019 |
| Taoufiq Boussaid | Chief Financial Officer | 2019 |
| Rajita D'Souza(3) | Chief Human Resources Officer | 2017 |
| Kerstin Artenberg(4) | Chief Human Resources Officer | 2021 |
| Juan Carlos Alonso | Chief Strategy Officer | 2019 |
| Curd Vandekerckhove | Divisie-CEO Bridon-Bekaert Ropes Group |
2012 |
| Arnaud Lesschaeve | Divisie-CEO Rubberversterking | 2019 |
| Jun Liao | Divisie-CEO Specialty Businesses |
2018 |
| Stijn Vanneste | Divisie-CEO Staaldraadtoepassingen |
2016 |
(1) Tot 12 mei 2020.
(4) Vanaf 8 februari 2021.
Bij Bekaert geloven we dat samenwerken tot betere prestaties leidt. Als echt internationaal bedrijf omarmen we diversiteit op alle niveaus binnen de organisatie, wat een belangrijke bron van kracht is voor ons bedrijf. Het gaat hierbij niet alleen om diversiteit op het gebied van nationaliteit, culturele achtergrond, leeftijd of geslacht, maar ook op het gebied van vaardigheden, zakelijke ervaring, inzichten en standpunten.
Bekaert biedt tewerkstelling aan mensen van 68 verschillende nationaliteiten in 42 landen over de hele wereld. Deze diversiteit wordt weerspiegeld op alle niveaus van de organisatie en in de samenstelling van de Raad van Bestuur en het BGE.
| Aantal personen |
Aantal nationaliteiten |
Aantal niet-natives(1) |
% niet-natives |
|
|---|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur |
13 | 8 | 7 | 54% |
| BGE | 8 | 7 | 6 | 75% |
(1) Niet-native = andere nationaliteit dan die van de vennootschap, d.w.z. Belgisch.
Sinds de Gewone Algemene Vergadering van 11 mei 2016 voldoet de vennootschap aan de wettelijke vereiste dat minstens een derde van de leden van de Raad van Bestuur van het andere geslacht is.
Bekaert hanteert een rekruterings- en promotiebeleid dat gericht is op meer diversiteit, waaronder genderdiversiteit.
| Aantal personen |
% mannen | % vrouwen | |
|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur |
13 | 62% | 38% |
| BGE | 8 | 87% | 13% |
Bekaert streeft tegen 2030 naar een genderdiversiteitsratio van 33% op het managementniveau van Bekaert (BGE + Managementfuncties B13 en hoger (Hay-classificatiereferentie)).
| Aantal personen |
Leeftijd 30-50 jaar |
Leeftijd > 50 jaar | |
|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur |
13 | 31% | 69% |
| BGE | 8 | 50% | 50% |
Meer informatie over diversiteit is beschikbaar in het duurzaamheidsrapport uitgegeven op 26 maart 2021.
(2) Interim-Gedelegeerd Bestuurder vanaf 12 mei 2020 en Gedelegeerd Bestuurder vanaf 2 maart 2021.
(3) Tot 31 december 2020.
Volgens artikel 7:96 van het WVV moet een lid van de Raad van Bestuur de overige leden vooraf informeren over agendapunten waaromtrent hij/zij rechtstreeks of onrechtstreeks een met de vennootschap strijdig belang van vermogensrechtelijke aard heeft en moet hij/zij zich onthouden van deelname aan de beraadslaging en de stemming daarover. In 2020 was er twee keer sprake van een belangenconflict. De bepalingen van artikel 7:96 van het WVV werden nageleefd.
Op 3 maart 2020 sprak en stemde de Raad van Bestuur over de korte termijn variabele vergoeding voor de Gedelegeerd Bestuurder vanwege zijn prestaties in 2019 (€ 623 102), zijn basissalaris en zijn individuele doelstellingen voor 2020.
Uittreksel uit de notulen:
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité:
Op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad de voorgestelde doelstellingen goed voor de korte termijn variabele vergoeding voor de Gedelegeerd Bestuurder voor 2020.
Op 19 november 2020 heeft de Raad van Bestuur gesproken en gestemd over een discretionaire bonus voor de interim-Gedelegeerd Bestuurder.
Uittreksel uit de notulen:
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité geeft de Raad van Bestuur goedkeuring aan een discretionaire bonus van € 155 000 die aan de interim-Gedelegeerd Bestuurder zal betaald worden na een jaar dienst als interim-Gedelegeerd Bestuurder (naar rato indien zijn rol als interim-Gedelegeerd Bestuurder in realiteit korter of langer dan een jaar zal zijn).
De Raad van Bestuur heeft de successie van de Gedelegeerd Bestuurder op verschillende momenten besproken. De Gedelegeerd Bestuurder en de interim-Gedelegeerd Bestuurder hebben niet deelgenomen aan deze beraadslagingen.
Het Bekaert Corporate Governance Charter bevat gedragsregels met betrekking tot rechtstreekse en onrechtstreekse belangenconflicten van de leden van de Raad van Bestuur en het BGE die buiten het toepassingsgebied van artikel 7:96 van het WVV vallen. Deze leden worden geacht met Bekaert verbonden partijen te zijn, en moeten jaarlijks melding maken van rechtstreekse of onrechtstreekse transacties met Bekaert of haar dochterondernemingen.
Bekaert is niet op de hoogte van enig potentieel belangenconflict betreffende dergelijke transacties in 2020 (cfr. Toelichting 7.4 bij de geconsolideerde jaarrekening).
De Raad van Bestuur heeft de Bekaert Gedragscode goedgekeurd, die voor het eerst uitgegeven werd op 1 december 2004 en in oktober 2020 voor het laatst werd aangepast.
De Bekaert Gedragscode beschrijft hoe de waarden van Bekaert (We handelen integer – We verdienen vertrouwen – We zijn niet te stuiten!) in de praktijk worden gebracht. De Code verschaft richtlijnen wanneer medewerkers voor ethische keuzes en nalevingskwesties komen te staan.
De Bekaert Gedragscode is als Bijlage 3 volledig opgenomen in het Bekaert Corporate Governance Charter.
Op 28 juli 2016 heeft de Raad van Bestuur de Bekaert Dealing Code aangenomen, die van kracht werd op 3 juli 2016. De Bekaert Dealing Code is als Bijlage 4 volledig opgenomen in het Bekaert Corporate Governance Charter.
De Bekaert Dealing Code legt de leden van de Raad van Bestuur, het BGE, het senior management en bepaalde andere personen beperkingen op inzake transacties in financiële instrumenten van Bekaert tijdens gesloten periodes en sperperiodes. De Code bevat ook regels betreffende de openbaarmaking van uitgevoerde transacties door leidinggevenden en hun nauw verbonden personen door middel van een kennisgeving aan de vennootschap en aan de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). De Algemeen Secretaris is de Dealing Code Officer voor de Bekaert Dealing Code.
In overeenstemming met artikel 7:89/1 van het WVV zal de Raad van Bestuur een remuneratiebeleid voor de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management (de leden van het BGE), dat ingaat vanaf 1 januari 2021, ter stemming voorleggen aan haar aandeelhouders tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 12 mei 2021.
De vennootschap zal haar remuneratiebeleid publiceren op haar website na deze stemming, samen met de resultaten van de stemming. Elke wezenlijke wijziging van dit beleid moet vervolgens worden goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, op verzoek van de Raad van Bestuur, die handelt op initiatief van het Benoemingsen Remuneratiecomité ("NRC").
Elke verwijzing naar het "remuneratiebeleid" in de onderstaande tekst heeft daarom betrekking op de procedure die in 2020 werd gebruikt voor het ontwikkelen en vaststellen van de remuneratie van de leden van de Raad van Bestuur en het BGE; en mag niet worden beschouwd als de formele uitvoering van het remuneratiebeleid overeenkomstig artikel 7:89/1 van het WVV.
Het remuneratiebeleid en de remuneratie voor nietuitvoerende Bestuurders werd bepaald door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op aanbeveling van de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het NRC. Het beleid werd goedgekeurd door de jaarlijkse Algemene Vergadering van 10 mei 2006 en gewijzigd door de jaarlijkse Algemene Vergaderingen van 11 mei 2011, 14 mei 2014 en 13 mei 2020.
Het remuneratiebeleid en de remuneratie van de Gedelegeerd Bestuurder werd bepaald door de Raad van Bestuur, die optreedt bij voorstellen van het NRC. De Gedelegeerd Bestuurder is niet aanwezig bij deze procedure en neemt geen deel aan de stemming en de beraadslaging. Het NRC verzekert de conformiteit van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder met het remuneratiebeleid van de vennootschap. Een kopie van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder is op verzoek van een Bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.
Het remuneratiebeleid en de remuneratie van de leden van het BGE, andere dan de Gedelegeerd Bestuurder, werden bepaald door de Raad van Bestuur, die optreedt bij voorstellen van het NRC. De Gedelegeerd Bestuurder heeft een adviserende rol in deze procedure. Het NRC verzekert de conformiteit van het contract van elk BGE lid met het remuneratiebeleid van de vennootschap. Een kopie van elk contract is op verzoek van een Bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.
De remuneratie wordt vastgesteld op een niveau dat voldoende is om niet-uitvoerende Bestuurders aan te trekken die beschikken over de competenties die nodig zijn om de internationale ambitie van het bedrijf waar te maken. Ze is vastgesteld om niet-uitvoerende Bestuurders te belonen voor hun rol als lid van de Raad van Bestuur en hun specifieke rol als Voorzitter van de Raad van Bestuur, voorzitter of lid van de Comités van de Raad van Bestuur, evenals de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden en de tijd die ze daaraan besteden.
De remuneratie van de Voorzitter en de overige niet-uitvoerende Bestuurders wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerd panel relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële ondernemingen met een vergelijkbare omvang en complexiteit.
Zonder afbreuk te doen aan de remuneratie in zijn hoedanigheid als lid van het Uitvoerend Management, heeft de Gedelegeerd Bestuurder geen recht op een remuneratie voor zijn mandaat als uitvoerend Bestuurder.
Er wordt een modulaire structuur toegepast voor nietuitvoerende Bestuurders om ervoor te zorgen dat de remuneratie op een billijke manier hun rol reflecteert als lid van de Raad van Bestuur en hun specifieke rol als Voorzitter van de Raad van Bestuur, voorzitter of lid van een Comité van de Raad van Bestuur, evenals de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden en de tijd die ze daaraan besteden.
De remuneratie van de Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt als volgt vastgesteld:
De remuneratie van elke niet-uitvoerende Bestuurder, met uitzondering van de Voorzitter, wordt als volgt vastgesteld:
De vaste bedragen voor het lidmaatschap van een Comité van de Raad van Bestuur of voorzitterschap van een Comité van de Raad van Bestuur worden uitgekeerd bovenop het vaste bedrag voor de uitvoering van de taken als lid van de Raad van Bestuur.
De Voorzitter en de andere niet-uitvoerende Bestuurders ontvangen geen prestatie-gebonden remuneratie die rechtstreeks verband houdt met de resultaten van de vennootschap. Ze hebben geen recht om deel te nemen aan een van de incentiveprogramma's van de vennootschap en ontvangen geen aandelenopties of voordelen verbonden aan pensioenplannen.
In tegenstelling tot bepaling 7.6 van de Code 2020 volgens dewelke niet-uitvoerende Bestuurders een deel van hun remuneratie zouden moeten ontvangen onder de vorm van aandelen van de vennootschap, zullen nietuitvoerende Bestuurders aanbevolen (maar niet verplicht) worden om de waarde van één vaste jaarlijkse vergoeding aan te houden in aandelen van de vennootschap en dit gedurende de periode van hun mandaat als Bestuurder.
Ondanks het niet-verplichte karakter van deze persoonlijke participatie in aandelen in de vennootschap, is de vennootschap van mening dat de langetermijnvisie van aandeelhouders op een redelijke wijze vertegenwoordigd wordt in de Raad van Bestuur, aangezien de Voorzitter gedeeltelijk wordt vergoed in aandelen van de vennootschap dewelke onderworpen zijn aan een blokkeringsperiode van drie jaar en de niet-uitvoerende Bestuurders die worden benoemd op voordracht van de referentieaandeelhouder reeds aandelen van de vennootschap bezitten (of certificaten die daarop betrekking hebben).
Uitgaven die Bestuurders redelijkerwijs in het kader van de uitoefening van hun taken doen, worden terugbetaald op voorlegging van rechtvaardigingsstukken. Bestuurders worden geacht het uitgavenbeleid voor leden van de Raad van Bestuur in acht te nemen bij het doen van uitgaven.
De vennootschap biedt competitieve totale remuneratiepakketten aan met het doel het beste kader- en managementtalent aan te trekken en te behouden in elk deel van de wereld waar de Groep aanwezig is. De remuneratie is ingesteld om de leden van het Uitvoerend Management te belonen voor prestaties die leiden tot positieve bedrijfsresultaten op korte en lange termijn evenals waardecreatie voor het bedrijf.
De remuneratie van het Uitvoerend Management bestaat uit een vaste vergoeding, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. Bovendien worden de leden van het Uitvoerend Management gevraagd om een minimum persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap op te bouwen en aan te houden.
» De korte termijn variabele vergoeding is bedoeld om de leden van het Uitvoerend Management te motiveren en om de korte termijn doelen van de vennootschap over de periode van één jaar te sturen. De uiteindelijke uitbetaling ervan wordt gedreven door de prestatie van de Groep, de prestatie van de Business Unit en de individuele prestatie.
» De lange termijn variabele vergoeding vergoedt de leden van het Uitvoerend Management voor hun bijdrage tot de verwezenlijking van de langetermijnstrategie van de Groep over een prestatieperiode van drie jaar. De prestatiegeboden maatstaven zijn objectieve financiële parameters die zijn afgestemd op de strategie van de Groep.
De remuneratie van de leden van het Uitvoerend Management wordt regelmatig, maar niet jaarlijks, getoetst aan een geselecteerd panel relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties.
De remuneratie van de leden van het Uitvoerend Management is afgestemd op het bredere remuneratiebeleid van de Groep.
De remuneratie voor de leden van het Uitvoerend Management bestaat uit een vaste vergoeding, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. Bovendien wordt het Uitvoerend Management gevraagd om een minimum persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap op te bouwen en aan te houden.
De remuneratie van de Gedelegeerd Bestuurder (in zijn hoedanigheid als lid van het Uitvoerend Management) en de overige leden van het BGE worden bepaald door de Raad van Bestuur op gemotiveerde aanbeveling van het NRC.
ook de waarde van de dividenden over de laatste drie jaar met betrekking tot zulk aantal performance shares waarop de definitief verworven performance share units betrekking hebben.
Tegen pari niveau bedraagt de waarde van de variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE meer dan 25% van hun totale remuneratie. Meer dan de helft van deze variabele vergoeding is gebaseerd op criteria over een periode van drie jaar.
Er wordt verwacht van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE dat zij een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap opbouwen binnen vijf jaar vanaf hun aanstelling, en deze ook aanhouden gedurende hun mandaat.
Om dit mogelijk te maken biedt de vennootschap een vrijwillig Share Matching Plan aan. De vennootschap komt iedere persoonlijke investering in aandelen van de vennootschap (tot maximaal 15% van de uitgekeerde korte termijn variabele vergoeding) tegemoet met een directe toekenning van aandelen van de vennootschap in het derde kalenderjaar dat volgt op deze persoonlijke participatie, voor zover de persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap verder werd aangehouden.
Wanneer het BGE-lid de vennootschap verlaat voor het einde van deze periode van aanhouding, zal de vennootschap per gestart kalenderjaar een derde tegemoet komen van de persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap. In geval van vrijwillig vertrek of ontslag om dringende reden zal er geen tegemoetkoming zijn.
De termijn voor het aanhouden van deze matching shares vervalt drie jaar nadat deze aandelen werden toegekend, voor zover voldaan is aan de vereiste minimum persoonlijke participatie in aandelen.
Het bedrag van de remuneratie die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de niet-uitvoerende Bestuurders, door de vennootschap of haar dochterondernemingen, worden toegekend met betrekking tot 2020, worden hieronder op individuele basis uiteengezet. De niet-uitvoerende Bestuurders ontvangen alleen een vaste remuneratie, gedeeltelijk uitbetaald in contanten en gedeeltelijk in aandelen van de vennootschap (cfr. sectie 4).
| in € | Periode waarop de vaste vergoeding betrekking heeft |
Vaste vergoe ding voor de uitvoering van taken als lid van de Raad van Bestuur |
Vaste vergoeding voor lidmaatschap en/of voorzitter schap van een Comité van de Raad van Bestuur |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Jürgen Tinggren(1) | 01.01.2020 - 31.12.2020 | 450 000(2) | n.v.t. | 450 000 |
| Charles de Liedekerke(3) | 01.01.2020 - 31.12.2020 | 63 000 | 20 000 | 83 000 |
| Hubert Jacobs van Merlen(4) | 01.01.2020 - 31.12.2020 | 63 000 | 25 000 | 88 000 |
| Mei Ye | 01.01.2020 - 31.12.2020 | 63 000(2) | 63 000 | |
| Gregory Dalle | 01.01.2020 - 31.12.2020 | 63 000(2) | 63 000 | |
| Emilie van de Walle de Ghelcke | 01.01.2020 - 31.12.2020 | 63 000(2) | 63 000 | |
| Christophe Jacobs van Merlen(5) | 01.01.2020 - 31.12.2020 | 63 000(2) | 20 000 | 83 000 |
| Henri Jean Velge | 01.01.2020 - 31.12.2020 | 63 000(2) | 63 000 | |
| Colin Smith | 01.01.2020 - 31.12.2020 | 63 000 | 63 000 | |
| Caroline Storme | 01.01.2020 - 31.12.2020 | 63 000 | 63 000 | |
| Henriette Fenger Ellekrog(5) | 13.05.2020 - 31.12.2020 | 31 500 | 10 000 | 41 500 |
| Eriikka Söderström(3) | 13.05.2020 - 31.12.2020 | 31 500 | 10 000 | 41 500 |
| Celia Baxter(5) | 01.01.2020 - 13.05.2020 | 31 500 | 10 000 | 41 500 |
| Pamela Knapp(3) | 01.01.2020 - 13.05.2020 | 31 500 | 10 000 | 41 500 |
(1) Voorzitter, voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité, lid van het Audit, Risk en Finance Comité.
(2) Combinatie van een contante betaling en betaling onder de vorm van aandelen, zie sectie 4 voor meer details
(3) Lid van het Audit, Risk en Finance Comité
(4) Voorzitter van het Audit, Risk en Finance Comité
(5) Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité
Op voorstel van de Raad van Bestuur werd de vaste vergoeding met betrekking tot 2020 voor de uitvoering van taken als lid van de Raad van Bestuur verminderd met 10% vanwege de mogelijke impact van de Covid-19-pandemie en in overeenstemming met de salarisvermindering die is toegepast voor het Uitvoerend en senior Management. Ook voor de Voorzitter werd deze vermindering van 10% toegepast in het kalenderjaar 2020. Deze vermindering is al in de bovenstaande tabel verwerkt.
De vaste vergoeding van de Voorzitter wordt gedeeltelijk vereffend in contanten en gedeeltelijk in aandelen van de vennootschap, dewelke worden geblokkeerd voor een periode van drie jaren vanaf de datum van toekenning.
Voor de andere niet-uitvoerende Bestuurders wordt de vaste vergoeding voor de uitvoering van de taken als lid van de Raad van Bestuur in contanten betaald, maar met de mogelijkheid om jaarlijks een deel (0%, 25% of 50%) in de vorm van aandelen van de vennootschap te ontvangen.
Hieronder staat het aantal aandelen van de vennootschap vermeld dat in 2020 aan niet-uitvoerende Bestuurders is toegekend.
| Niet-uitvoerende Bestuurder |
Percentage aandelen |
Brutobedrag in € |
Aantal aandelen na aftrek van belasting |
Einde van de bewaar termijn |
|---|---|---|---|---|
| Voorzitter | ||||
| Jürgen Tinggren | 60% | 270 000 | 6 627 | 29.05.2023 |
| Niet-uitvoerende Bestuurders benoemd door de hoofdaandeelhouder | ||||
| Gregory Dalle | 50% | 31 500 | 943 | n.v.t. |
| Charles de Liedekerke | 0% | 0 | 0 | n.v.t. |
| Christophe Jacobs van Merlen | 50% | 31 500 | 912 | n.v.t. |
| Hubert Jacobs van Merlen | 0% | 0 | 0 | n.v.t. |
| Caroline Storme | 0% | 0 | 0 | n.v.t. |
| Emilie van de Walle de Ghelcke | 25% | 15 750 | 393 | n.v.t. |
| Henri Jean Velge | 50% | 31 500 | 786 | n.v.t. |
| Onafhankelijke niet-uitvoerende Bestuurders | ||||
| Celia Baxter | Niet van toepassing | |||
| Henriette Fenger Ellekrog | 0% | 0 | 0 | n.v.t. |
| Pamela Knapp | Niet van toepassing | |||
| Collin Smith | 0% | 0 | 0 | n.v.t. |
| Eriikka Söderström | 0% | 0 | 0 | n.v.t. |
| Mei Ye | 25% | 15 750 | 375 | n.v.t. |
| Totaal | 396 000 | 10 036 |
Zonder afbreuk te doen aan hun remuneratie in hun hoedanigheid als lid van het Uitvoerend Management, ontvingen de Gedelegeerd Bestuurder en de interim-Gedelegeerd Bestuurder geen remuneratie voor hun mandaat als uitvoerend Bestuurder.
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de Gedelegeerd Bestuurder en de interim-Gedelegeerd Bestuurder door de vennootschap of haar dochterondernemingen worden toegekend met betrekking tot 2020 voor de rol van (interim-)Gedelegeerd Bestuurder wordt hieronder uiteengezet:
| Gedelegeerd Bestuurder |
Interim Gedelegeerd Bestuurder |
Totaal | Opmerkingen | |
|---|---|---|---|---|
| Matthew Taylor | Oswald Schmid | |||
| Periode | 01.01.2020 12.05.2020 |
12.05.2020 31.12.2020 |
||
| Vaste vergoeding |
316 538 | 353 026 | 669 564 | Omvat basissalaris, buitenlandse bestuurdersvergoedingen en de extra verantwoordelijkheidspremie voor de interim-Gedelegeerd Bestuurder |
| Korte termijn variabele vergoeding ("STI") |
0 | 312 500 | 312 500 | Jaarlijkse korte termijn variabele vergoeding, gebaseerd op prestaties van 2020 |
| Lange termijn variabele vergoeding ("LTI") |
0 | 0 | 0 | Waarde van de verworven performance share units (prestatieperiode 2017- 2019) en de verworven aandelenopties |
| Pensioen | 70 088 | 49 212 | 119 300 | Pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen en van het type cash balance |
| Share matching |
83 829 | 0 | 83 829 | Aantal toegekende aandelen in 2020 als tegemoetkoming voor persoonlijke participatie in aandelen gedaan in 2018 (4 634 aandelen) |
| Diverse overige componenten |
20 923 | 19 411 | 40 334 | Omvat bedrijfswagen en risicoverzekeringen |
| Totale remuneratie |
491 378 | 734 149 | 1 225 527 | |
| Variabele remuneratie uitgedrukt als % van het totaal |
17% | 43% | 32% | Totaal van STI, LTI en share matching |
| Vaste remuneratie uitgedrukt als % van totaal |
83% | 57% | 68% | Totaal van vaste vergoeding, pensioen en diverse overige componenten |
De vaste vergoeding van het Uitvoerend en Senior Management, inclusief de Gedelegeerd Bestuurder en de interim-Gedelegeerd Bestuurder, werd vanwege Covid-19 met 10% verminderd als een teken van solidariteit met de werknemers die als gevolg van de pandemie werkloos zijn geworden. Deze vermindering wordt reeds weergegeven in de bovenstaande tabel.
De beoordeling van criteria om de prestaties te evalueren voor de korte termijn variabele vergoeding over 2020 leidt tot een uitbetaling van 145% ten opzichte van de korte termijn variabele vergoeding op doelniveau ("target") voor de interim-Gedelegeerd Bestuurder. De onderliggende prestatiemaatstaven voor 2020 werden gekoppeld aan financiële doelstellingen (brutowinst, onderliggende EBITDA, werkkapitaal), niet-financiële doelstellingen (verbetering van betrokken en gemotiveerde teams) gecombineerd met specifieke individuele doelstellingen. De vennootschap verschaft geen verdere details per doelstelling aangezien dit de openbaarmaking van commercieel gevoelige informatie zou vereisen. In overeenstemming met de regels van het Variable Pay Plan werd er voor 2020 geen korte termijn variabele vergoeding meer betaald aan de voormalige Gedelegeerd Bestuurder.
De vastgelegde minimumdrempel voor het definitief verwerven van performance share units uitgegeven in december 2017, in verband met de prestatieperiode 2018-2020, werd niet bereikt. Hierdoor werden in 2020 geen van de performance share units, die toegekend werden in 2017, definitief verworven. De onderliggende criteria om deze prestatiedoelstellingen te bepalen werden gekoppeld aan een groei van EBIDTA en een cumulatieve groei van de kasstroom. De vennootschap verschaft geen verdere details per doelstelling aangezien dit de openbaarmaking van commercieel gevoelige informatie zou vereisen.
De uitoefenprijs van aandelenopties die in 2020 definitief verworven werden, en die betrekking hebben op voorgaande lange termijn variabele vergoedingsprogramma's, was lager dan de slotkoers van het aandeel van de vennootschap op de datum waarop deze definitief werden verworven.
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de BGE-leden anders dan de Gedelegeerd Bestuurder en de interim-Gedelegeerd Bestuurder door de vennootschap of haar dochterondernemingen worden toegekend met betrekking tot 2020 wordt hierna op globale basis weergegeven.
| Remuneratie | Opmerkingen | |
|---|---|---|
| Vaste vergoeding | 2 814 284 | Omvat basissalaris en buitenlandse bestuurdersvergoedingen |
| Korte termijn variabele vergoe ding ("STI") |
2 224 981 | Jaarlijkse korte termijn variabele vergoeding, gebaseerd op prestaties van 2020 |
| Lange termijn variabele vergoeding ("LTI") |
0 | Waarde van de verworven performance share units (prestatie periode 2017-2019) de verworven aandelenopties en stock appreciation rights |
| Pensioen | 626 099 | Pensioentoezegging van het type vast bijdragen, van het type vaste prestaties en van het type cash balance |
| Share matching | 91 307 | Aantal toegekende aandelen in 2020 als tegemoetkoming voor persoonlijke participatie in aandelen gedaan in 2018 (3.206 aandelen) |
| Diverse overige componenten | 401 391 | Bevat bedrijfswagen, verzekeringen, schooltoeslag en huisvestingstoelage |
| Totale remuneratie | 6 158 062 | |
| Variabele remuneratie uitgedrukt als % van totaal |
38% | Totaal van STI, LTI en share-matching |
| Vaste remuneratie uitgedrukt als % van totaal |
62% | Totaal van vaste vergoeding, pensioen en diverse overige componenten |
De remuneratie van Oswald Schmid in zijn hoedanigheid van Chief Operations Officer tot 12 mei 2020 is opgenomen in de bovenstaande tabel. Zijn remuneratie in zijn hoedanigheid als interim-Gedelegeerd Bestuurder vanaf 12 mei 2020 is daarentegen opgenomen in sectie 6 hierboven.
De vaste vergoeding van het Uitvoerend en Senior Management werd vanwege Covid-19 met 10% verminderd als een teken van solidariteit met de werknemers die als gevolg van de pandemie werkloos zijn geworden. Deze vermindering wordt reeds weergegeven in de bovenstaande tabel.
De beoordeling van de criteria om de prestaties te evalueren voor de korte termijn variabele vergoeding in 2020 leidt tot een uitbetaling van 125% (gewogen gemiddelde) ten opzichte van de korte termijn variabele vergoeding op doelniveau ("target") voor de andere leden van het BGE. De onderliggende prestatiemaatstaven werden gekoppeld aan financiële doelstellingen (brutowinst, EBITDAonderliggend, werkkapitaal), niet-financiële doelstellingen (verbetering van betrokken en gemotiveerde teams) gecombineerd met specifieke individuele doelstellingen. De vennootschap verschaft geen verdere details per doelstelling aangezien dit de openbaarmaking van commercieel gevoelige informatie zou vereisen.
De vastgelegde minimumdrempel voor het definitief verwerven van performance share units uitgegeven in december 2017, in verband met de prestatieperiode 2018- 2020, werd niet bereikt. Hierdoor werden in 2020 geen van de performance share units, die toegekend werden in 2017, definitief verworven. De onderliggende criteria om deze prestatiedoelstellingen te bepalen werden gekoppeld aan een groei van EBIDTA en een cumulatieve groei van de kasstroom. De vennootschap verschaft geen verdere details per doelstelling aangezien dit de openbaarmaking van commercieel gevoelige informatie zou vereisen.
De uitoefenprijs van aandelenopties die in 2020 definitief verworven werden, en die betrekking hebben op voorgaande lange termijn variabele vergoedingsprogramma's, was lager dan de slotkoers van het aandeel van de vennootschap op de datum waarop deze definitief werden verworven.
De bijdrage pensioen bestaat uit een combinatie van verschillende pensioenregelingen in de verschillende werklocaties van de BGE-leden, met name België, Frankrijk en China. Het in de bovenstaande tabel vermelde bedrag bestaat uit de jaarlijkse werkgeversbijdrage voor de relevante pensioenregelingen van het type vast bijdragen, het toegekend bedrag voor de relevante pensioenregelingen van het type cash balance, de werkgeversbijdrage aan verplichte tweede pijler-pensioenregelingen en de IAS19 service cost voor pensioenregelingen van het type vaste prestaties met een collectieve financieringsbasis.
Vanaf 2018 bestaat de lange termijn variabele vergoeding uitsluitend uit de toekenning van performance share units onder het Performance Share Plan 2018-2020, zoals voorgesteld door de Raad van Bestuur en goedgekeurd door de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 9 mei 2018.
Tot 2017 was de lange termijn variabele vergoeding gebaseerd op een combinatie van aandelenopties (of 'stock appreciation rights', buiten Europa) en performance share units.
De Gedelegeerde Bestuurder en de andere leden van het BGE komen in aanmerking voor het vrijwillige Share Matching Plan.
Op 21 januari 2020 werden performance share units met betrekking tot de prestatieperiode 2020-2022 toegekend aan het Uitvoerend Management. De financiële bedrijfsgegevens die als prestatiedoelstelling weerhouden werden voor de periode 2020-2022 zijn groei van EBITDA en elementen van de cumulatieve kasstroom.
Vanwege de uitzonderlijke omstandigheden die zijn veroorzaakt door Covid-19, heeft de Raad van Bestuur de criteria bijgesteld om de prestaties te beoordelen van de lange termijn variabele vergoeding voor de periode 2020-2022 met betrekking tot de performance share units toegekend in januari 2020.
De onderstaande tabellen geven een overzicht van de op aandelen gebaseerde remuneratie die is toegekend aan BGE-leden, inclusief de belangrijkste kenmerken van elk plan.
| Naam van het plan |
Prestatie periode |
Prestatiemaatstaven | Toekennings datum |
Verwervings datum |
Aantal toege- kende perfor- mance share units |
Aantal niet definitief verworven perfor- mance share units aan het begin van het jaar |
Toegekend | Verbeurd/ vervallen |
Verstrekt | Aantal niet definitief verworven performance share units aan het einde van het jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Matthew Taylor - Gedelegeerd Bestuurder | ||||||||||
| PSP 2015-2017 | 2018-2020 | Aandelenkoers | 21/12/2017 | 31/12/2020 | 6 500 | 6 500 | 0 | (6 500) | 0 | 0 |
| PSP 2018-2020 | 2019-2021 | EBITDA-U & Cum. CF | 15/02/2019 | 31/12/2021 | 32 671 | 32 671 | 0 | (10 890) | 0 | 21 781 |
| PSP 2018-2020 | 2020-2022 | EBITDA-U & Cum. CF | 21/01/2020 | 31/12/2022 | 27 683 | 0 | 27 683 | (18 455) | 0 | 9 228 |
| TOTAL | 39 171 | 27 283 | (35 846) | 0 | 31 008 | |||||
| Oswald Schmid - Interim-Gedelegeerd Bestuurder (vanaf 12 mei 2020) en Chief Operations Officer | ||||||||||
| PSP 2018-2020 | 2020-2022 | EBITDA-U & Cum. CF | 21/01/2020 | 31/12/2022 | 10 957 | 0 | 10 957 | 0 | 0 | 10 957 |
| TOTAL | 0 | 10 957 | 0 | 0 | 10 957 | |||||
| Taoufiq Boussaid - Chief Financial Officer | ||||||||||
| PSP 2018-2020 | 2019-2021 | EBITDA-U & Cum. CF | 26/07/2019 | 31/12/2021 | 10 478 | 10 478 | 0 | 0 | 0 | 10 478 |
| PSP 2018-2020 | 2020-2022 | EBITDA-U & Cum. CF | 21/01/2020 | 31/12/2022 | 9 810 | 0 | 9 810 | 0 | 0 | 9 810 |
| TOTAL | 10 478 | 9 810 | 0 | 0 | 20 288 | |||||
| Rajita D'Souza - Chief Human Resources Officer | ||||||||||
| PSP 2015-2017 | 2018-2020 | Aandelenkoers | 01/09/2017 | 31/12/2020 | 5 000 | 5 000 | 0 | (5 000) | 0 | 0 |
| PSP 2015-2017 | 2018-2020 | Aandelenkoers | 21/12/2017 | 31/12/2020 | 2 500 | 2 500 | 0 | (2 500) | 0 | 0 |
| PSP 2018-2020 | 2019-2021 | EBITDA-U & Cum. CF | 15/02/2019 | 31/12/2021 | 11 897 | 11 897 | 0 | (11 897) | 0 | 0 |
| PSP 2018-2020 | 2020-2022 | EBITDA-U & Cum. CF | 21/01/2020 | 31/12/2022 | 10 271 | 0 | 10 271 | (10 271) | 0 | 0 |
| TOTAL | 19 397 | 10 271 | (29 668) | 0 | 0 | |||||
| Juan Carlos Alonso - Chief Strategy Officer | ||||||||||
| PSP 2018-2020 | 2019-2021 | EBITDA-U & Cum. CF | 26/07/2019 | 31/12/2021 | 9 391 | 9 391 | 0 | 0 | 9 391 | |
| PSP 2018-2020 | 2020-2022 | EBITDA-U & Cum. CF | 21/01/2020 | 31/12/2022 | 8 409 | 0 | 8 409 | 0 | 8 409 | |
| TOTAL | 9 391 | 8 409 | 0 | 0 | 17 800 | |||||
| Curd Vandekerckhove – Div. CEO BBRG | ||||||||||
| PSP 2015-2017 | 2018-2020 | Aandelenkoers | 21/12/2017 | 31/12/2020 | 2 500 | 2 500 | 0 | (2 500) | 0 | 0 |
| PSP 2018-2020 | 2019-2021 | EBITDA-U & Cum. CF | 15/02/2019 | 31/12/2021 | 11 962 | 11 962 | 0 | 0 | 0 | 11 962 |
| PSP 2018-2020 | 2020-2022 | EBITDA-U & Cum. CF | 21/01/2020 | 31/12/2022 | 10 447 | 0 | 10 447 | 0 | 0 | 10 447 |
| TOTAL | 14 462 | 10 447 | (2 500) | 0 | 22 409 | |||||
| Stijn Vanneste – Div. CEO SWS | ||||||||||
| PSP 2015-2017 | 2018-2020 | Aandelenkoers | 21/12/2017 | 31/12/2020 | 2 500 | 2 500 | 0 | (2 500) | 0 | 0 |
| PSP 2018-2020 | 2019-2021 | EBITDA-U & Cum. CF | 15/02/2019 | 31/12/2021 | 9 321 | 9 321 | 0 | 0 | 0 | 9 321 |
| PSP 2018-2020 | 2020-2022 | EBITDA-U & Cum. CF | 21/01/2020 | 31/12/2022 | 8 378 | 0 | 8 378 | 0 | 0 | 8 378 |
| TOTAL | 11 821 | 8 378 | (2 500) | 0 | 17 699 |
| Naam van het plan |
Prestatie periode |
Prestatiemaatstaven | Toekennings datum |
Verwervings datum |
Aantal toege kende perfor mance share units |
Aantal niet definitief verworven perfor mance share units aan het begin van het jaar |
Toegekend | Verbeurd/ vervallen |
Verstrekt | Aantal niet definitief verworven perfor mance share units aan het einde van het jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Arnaud Lesschaeve – Div. CEO RR | ||||||||||
| PSP 2018-2020 | 2019-2021 | EBITDA-U & Cum. CF | 26/07/2019 | 31/12/2021 | 6 142 | 6 142 | 0 | 0 | 0 | 6 142 |
| PSP 2018-2020 | 2020-2022 | EBITDA-U & Cum. CF | 21/01/2020 | 31/12/2022 | 9 428 | 0 | 9 428 | 0 | 0 | 9 428 |
| TOTAAL | 6 142 | 9 428 | 0 | 0 | 15 570 | |||||
| Jun Liao – Div. CEO SPB | ||||||||||
| PSP 2015-2017 | 2018-2020 | Aandelenkoers | 21/12/2017 | 31/12/2020 | 1 250 | 1 250 | 0 | (1 250) | 0 | 0 |
| PSP 2018-2020 | 2019-2021 | EBITDA-U & Cum. CF | 15/02/2019 | 31/12/2021 | 12 663 | 12 663 | 0 | 0 | 0 | 12 663 |
| PSP 2018-2020 | 2020-2022 | EBITDA-U & Cum. CF | 21/01/2020 | 31/12/2022 | 10 997 | 0 | 10 997 | 0 | 0 | 10 997 |
| TOTAAL | 13 913 | 10 997 | (1 250) | 0 | 23 660 |
In het overzicht hieronder staat het aantal aandelenopties dat in 2020 werd uitgeoefend of verviel met betrekking tot de voorgaande lange termijn variabele vergoedingsprogramma's voor leden van het BGE. Waar van toepassing, bevat de tabel eveneens aandelenopties die toegekend werden voorafgaand aan de benoeming tot lid van het BGE.
De opties werden gratis aan de begunstigden aangeboden. Elke aanvaarde optie verleent de houder het recht op verwerving van één bestaand aandeel van de vennootschap tegen betaling van de uitoefenprijs, die definitief wordt bepaald ten tijde van het aanbod en die gelijk is aan het laagste van: (i) de gemiddelde slotkoers van de aandelen van de vennootschap op de beurs gedurende dertig dagen die de dag van het aanbod voorafgaan, of (ii) de laatste slotkoers die de dag van het aanbod voorafgaat.
Onder voorbehoud van de gesloten periodes en de sperperiodes voor handel in aandelen en het planreglement kunnen de opties uitgeoefend worden vanaf het begin van het vierde kalenderjaar volgend op de datum van hun aanbod tot het einde van het tiende jaar volgend op de datum van hun aanbod.
De aandelenopties die in 2020 uitoefenbaar waren, zijn gebaseerd op de toekenningen onder het aandelenoptieplan SOP 2015-2017 en de plannen die het aandelenoptieplan SOP 2015-2017 voorafgingen.
De bepalingen van die vroegere plannen zijn gelijkaardig aan die van het aandelenoptieplan SOP 2015-2017, met dien verstande dat de aan de werknemers toegekende opties onder de plannen voorafgaand aan het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 de vorm hadden van inschrijvingsrechten die de houders het recht verlenen tot verwerving van nieuw uit te geven aandelen van de vennootschap, terwijl zelfstandige begunstigden recht hadden op de verwerving van bestaande aandelen.
| Belangrijkste kenmerken van het plan | Wijzigingen over 2020 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam van het plan | Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Datum definitieve verwerving |
Einde uitoefen periode |
Aantal toegekende opties |
Uitoefenprijs (in €) |
Aantal aande- lenopties aan het begin van het jaar |
Verbeurd/ vervallen |
Uitgeoefend | Aantal aande- lenopties aan het einde van het jaar |
| Matthew Taylor – Gedelegeerd Bestuurder | ||||||||||
| SOP 2010-2014 | 19/12/2013 | 17/02/2014 | 01/01/2017 | 18/12/2023 | 80 000 | 25,380 | 60 000 | 0 | 0 | 60 000 |
| SOP 2010-2014 | 18/12/2014 | 16/02/2015 | 01/01/2018 | 17/12/2024 | 86 000 | 26,055 | 86 000 | 0 | 0 | 86 000 |
| SOP 2015-2017 | 17/12/2015 | 15/02/2016 | 01/01/2019 | 16/12/2025 | 25 000 | 26,375 | 25 000 | 0 | 0 | 25 000 |
| SOP 2015-2017 | 15/12/2016 | 13/02/2017 | 01/01/2020 | 14/12/2026 | 30 000 | 39,426 | 30 000 | 0 | 0 | 30 000 |
| SOP 2015-2017 | 21/12/2017 | 20/02/2018 | 01/01/2021 | 20/12/2027 | 20 000 | 34,600 | 20 000 | 0 | 0 | 20 000 |
| TOTAAL | 241 000 | 0 | 0 | 241 000 | ||||||
| Oswald Schmid – interim-Gedelegeerd Bestuurder en Chief Operations Officer | ||||||||||
| Geen | ||||||||||
| Taoufiq Boussaid – Chief Financial Officer | ||||||||||
| Geen | ||||||||||
| Rajita D'Souza – Chief Human Resources Officer | ||||||||||
| SOP 2015-2017 | 21/12/2017 | 20/02/2018 | 01/01/2021 | 20/12/2027 | 20 000 | 34,600 | 10 000 | 0 | 0 | 10 000 |
| TOTAAL | 10 000 | 0 | 0 | 10 000 | ||||||
| Juan Carlos Alonso – Chief Strategy Officer | ||||||||||
| Geen | ||||||||||
| Curd Vandekerckhove – Div. CEO BBRG | ||||||||||
| SOP 2010-2014 | 29/03/2013 | 28/05/2013 | 01/01/2017 | 28/03/2023 | 15 000 | 21,450 | 15 000 | 0 | 0 | 15 000 |
| SOP 2010-2014 | 19/12/2013 | 17/02/2014 | 01/01/2017 | 18/12/2023 | 14 000 | 25,380 | 14 000 | 0 | 0 | 14 000 |
| SOP 2010-2014 | 18/12/2014 | 16/02/2015 | 01/01/2018 | 17/12/2024 | 15 000 | 26,055 | 15 000 | 0 | 0 | 15 000 |
| SOP 2015-2017 | 17/12/2015 | 15/02/2016 | 01/01/2019 | 16/12/2025 | 10 000 | 26,375 | 10 000 | 0 | 0 | 10 000 |
| SOP 2015-2017 | 15/12/2016 | 13/02/2017 | 01/01/2020 | 14/12/2026 | 15 000 | 39,426 | 15 000 | 0 | 0 | 15 000 |
| SOP 2015-2017 | 21/12/2017 | 20/02/2018 | 01/01/2021 | 20/12/2027 | 9 000 | 34,600 | 9 000 | 0 | 0 | 9 000 |
| TOTAAL | 78 000 | 0 | 0 | 78 000 | ||||||
| Stijn Vanneste – Div. CEO SWS | ||||||||||
| SOP 2010-2014 | 20/12/2012 | 18/02/2013 | 01/01/2016 | 20/12/2022 | 2 400 | 19,200 | 1 200 | 0 | 0 | 1 200 |
| SOP 2010-2014 | 19/12/2013 | 17/02/2014 | 01/01/2017 | 18/12/2023 | 3 200 | 25,380 | 3 200 | 0 | 0 | 3 200 |
| SOP 2010-2014 | 18/12/2014 | 16/02/2015 | 01/01/2018 | 17/12/2024 | 7 500 | 26,055 | 7 500 | 0 | 0 | 7 500 |
| SOP 2015-2017 | 17/12/2015 | 15/02/2016 | 01/01/2019 | 16/12/2025 | 6 250 | 26,375 | 6 250 | 0 | 0 | 6 250 |
| SOP 2015-2017 | 15/12/2016 | 13/02/2017 | 01/01/2020 | 14/12/2026 | 12 500 | 39,426 | 12 500 | 0 | 0 | 12 500 |
| SOP 2015-2017 | 21/12/2017 | 20/02/2018 | 01/01/2021 | 20/12/2027 | 10 000 | 34,600 | 10 000 | 0 | 0 | 10 000 |
| TOTAAL | 40 650 | 0 | 0 | 40 650 | ||||||
| Arnaud Lesschaeve – Div. CEO RR | ||||||||||
| Geen | ||||||||||
| Jun Liao – Div. CEO SPB |
Geen, zie overzicht Stock Appreciation Rights
In het overzicht hieronder wordt het aantal Stock Appreciation Rights vermeld die in 2020 werden uitgeoefend of vervielen met betrekking tot voorgaande lange termijn variabele vergoedingsprogramma's voor BGE-leden buiten Europa.
De stock appreciation rights (of "SAR's") werden gratis aan de begunstigden toegekend. Elke SAR verleent de houder het recht op een bedrag in contanten te ontvangen dat gelijk is aan het verschil tussen de slotkoers van één aandeel van de vennootschap op de datum van uitoefening en de uitoefenprijs, die definitief wordt bepaald ten tijde van het aanbod en die gelijk is aan het laagste van: (i) de gemiddelde slotkoers van de aandelen van de vennootschap op de beurs gedurende dertig dagen die de dag van het aanbod voorafgaan, of (ii) de laatste slotkoers die de dag van het aanbod voorafgaat.
Onder voorbehoud van de gesloten periodes en de sperperiodes voor handel in aandelen en van het planreglement, kunnen de SAR's uitgeoefend worden vanaf het begin van het vierde kalenderjaar volgend op de datum van hun aanbod tot het einde van het tiende jaar volgend op de datum van hun aanbod.
De SAR's die in 2020 uitoefenbaar waren, zijn gebaseerd op de toekenningen onder de SAR-plannen van 2015-2017 en de plannen die de SAR-plannen van 2015-2017 voorafgingen. Alle hieronder vermelde SAR's werden toegekend aan Jun Liao voorafgaand aan zijn aanstelling als lid van het BGE.
| Belangrijkste kenmerken van het plan | Wijzigingen over 2020 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam van het plan | Datum van toekenning |
Datum van definitieve verwerving |
Einde uitoefenings periode |
Aantal toegekende SAR's |
Uitoefenprijs (in €) |
Aantal SAR's aan het begin van het jaar |
Verbeurd/ verlopen |
Uitgeoefend | Aantal SAR's aan het einde van het jaar |
| Jun Liao – Div. CEO SPB | |||||||||
| SAR Azië 2010-2014 | 18/12/2014 | 01/01/2018 | 17/12/2024 | 6 000 | 26,055 | 6 000 | 0 | 0 | 6 000 |
| SAR Azië & Latijns-Amerika 2015-2017 |
17/12/2015 | 01/01/2019 | 16/12/2025 | 5 000 | 26,375 | 5 000 | 0 | 0 | 5 000 |
| SAR Azië & Latijns-Amerika 2015-2017 |
15/12/2016 | 01/01/2020 | 14/12/2026 | 7 000 | 39,426 | 7 000 | 0 | 0 | 7 000 |
| SAR Azië & Latijns-Amerika 2015-2017 |
21/12/2017 | 01/01/2021 | 20/12/2027 | 6 250 | 34,600 | 6 250 | 0 | 0 | 6 250 |
| TOTAL | 24 250 | 0 | 0 | 24 250 |
De onderstaande tabel toont het aantal aandelen toegekend in 2020 als tegemoetkoming voor de persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap van maart 2018:
| Naam van het plan | Datum persoonlijke participatie |
Einde aanhoudingsperiode |
Aantal persoonlijk aangekochte aandelen |
Aantal PSR's aan het begin van het jaar |
Persoonlijk aangekochte aandelen |
Tegemoetkoming door de vennootschap |
Verbeurd | Aantal PSR's aan het einde van het jaar |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Matthew Taylor – Gedelegeerd Bestuurder | |||||||||
| PSR 2016 | 14/05/2018 | 31/12/2020 | 4 634 | 4 634 | 0 | (4 634) | 0 | 0 | |
| Oswald Schmid – Interim-Gedelegeerd Bestuurder, Chief Operations Officer | |||||||||
| PSR 2016 | 31/03/2020 | 31/12/2022 | 210 | 0 | 210 | 0 | 0 | 210 | |
| Taoufiq Boussaid – Chief Financial Officer | |||||||||
| PSR 2016 | 31/03/2020 | 31/12/2022 | 1 038 | 0 | 1 038 | 0 | 0 | 1 038 | |
| Rajita D'Souza – Chief Human Resources Officer | |||||||||
| PSR 2016 | 14/05/2018 | 31/12/2020 | 441 | 441 | 0 | (441) | 0 | 0 | |
| PSR 2016 | 31/03/2020 | 31/12/2022 | 1 000 | 0 | 1 000 | 0 | (1 000) | 0 | |
| Juan Carlos Alonso – Chief Strategy Officer | |||||||||
| PSR 2016 | 31/03/2020 | 31/12/2022 | 971 | 0 | 971 | 0 | 0 | 971 | |
| Curd Vandekerckhove – Div. CEO BBRG | |||||||||
| PSR 2016 | 14/05/2018 | 31/12/2020 | 1 588 | 1 588 | (1 588) | 0 | 0 | ||
| PSR 2016 | 31/03/2020 | 31/12/2022 | 2 413 | 0 | 2 413 | 0 | 0 | 2 413 | |
| Stijn Vanneste – Div. CEO SWS | |||||||||
| PSR 2016 | 14/05/2018 | 31/12/2020 | 1 177 | 1 177 | 0 | (1 177) | 0 | 0 | |
| PSR 2016 | 31/03/2020 | 31/12/2022 | 1 608 | 0 | 1 608 | 0 | 0 | 1 608 | |
| Arnaud Lesschaeve – Div. CEO RR | |||||||||
| PSR 2016 | 31/03/2020 | 31/12/2022 | 1 270 | 0 | 1 270 | 0 | 0 | 1 270 | |
| Jun Liao – Div. CEO SPB | |||||||||
| PSR 2016 | 31/03/2020 | 31/12/2022 | 2 256 | 0 | 2 256 | 0 | 0 | 2 256 | |
| TOTAAL | 7 840 | 10 766 | (7 840) | (1 000) | 9 766 |
Matthew Taylor, voormalig Gedelegeerd Bestuurder, verliet op 12 mei 2020 de vennootschap met het oog op pensioen. In overeenstemming met de contractuele overeenkomst heeft de vennootschap een opzeggingsvergoeding betaald op basis van twaalf maanden remuneratie, waarbij de remuneratiebasis de vaste vergoeding, het gemiddelde van de korte termijn variabele vergoeding uitgekeerd in de laatste 2 jaar en de jaarlijkse pensioenbijdrage omvat.
Rajita D'Souza, voormalig Chief Human Resources Officer, heeft besloten om Bekaert vanaf 31 december 2020 te verlaten.
De Raad van Bestuur heeft de bevoegdheid om een deel of de volledige waarde van toegekende prestatiegebonden vergoedingen aan het Uitvoerend Management te verminderen (malus) of terug te vorderen (claw back) in geval van:
De Raad van Bestuur heeft in 2020 geen gebruik gemaakt van dit recht.
Het belangrijkste verschil in het remuneratiebeleid tussen het Uitvoerend Management en de werknemers in het algemeen is de balans tussen vaste en prestatiegebonden remuneratie zoals korte termijn en lange termijn variabele vergoeding. Over het algemeen is de verhouding tussen prestatie-gebonden remuneratie, en met name de lange termijn variabele vergoeding, hoger voor leden van het Uitvoerend Management. Dit weerspiegelt dat de leden van het Uitvoerend Management meer handelingsvrijheid hebben en dat de gevolgen van hun beslissingen normaalgezien een breder en verregaander effect in de tijd hebben.
De remuneratie voor de leden van het Uitvoerend Management is echter afgestemd op de remuneratiestructuren van de bredere groep werknemers:
De verhouding tussen de hoogste remuneratie van de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management tot de laagste remuneratie van de werknemers van NV Bekaert SA in België (exclusief BGE-leden) bedraagt 1:30.
Onderstaande tabel geeft de remuneratie weer van de leden van de Raad van Bestuur, het Uitvoerend Management, de gemiddelde remuneratie van andere werknemers (uitgedrukt in voltijdse equivalenten) en enkele belangrijke financiële bedrijfsgegevens over de laatste 5 kalenderjaren.
| 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Remuneratie | |||||
| Niet-uitvoerende Bestuurders(1) | |||||
| Gemiddelde remuneratie (€) | 88 844 | 86 671 | 95 768 | 121 629 | 104 000 |
| Verschil ten opzichte van voorgaand jaar (%) | -4,9% | -2,4% | +10,5% | +27,0% | -14,5% |
| Gedelegeerd Bestuurder | |||||
| Gemiddelde remuneratie (€) | 1 773 510 | 1 562 907 | 1 135 011 | 1 787 480 | 1 225 527 |
| Verschil ten opzichte van voorgaand jaar (%) | +15,9% | -11,9% | -27,4% | +57,5% | -31,4% |
| Andere BGE-leden | |||||
| Gemiddelde remuneratie (€) | 824 562 | 901 307 | 609 540 | 748 023 | 839 736 |
| Verschil ten opzichte van voorgaand jaar (%) | +22,7% | +9,3% | -32,4% | +22,7% | +11,9% |
| Overige medewerkers(2) | |||||
| Gemiddelde remuneratie (€) | 70 471 | 72 406 | 76 067 | 77 757 | 79 859 |
| Verschil ten opzichte van voorgaand jaar (%) | 0% | +2,7% | +5,1% | +2,2% | +2,7% |
| Financiële bedrijfsgegevens | |||||
| EBITDA-onderliggend | |||||
| Bedrag in miljoen € | 513 | 497 | 426 | 468 | 479 |
| Verschil ten opzichte van voorgaand jaar (%) | +17,% | -3,1% | -14,3% | +9,9% | +2,4% |
| Omzet | |||||
| Bedrag in miljoen € | 3 715 | 4 098 | 4 305 | 4 322 | 3 772 |
| Verschil ten opzichte van voorgaand jaar (%) | +1,2% | +10,3% | +5,1% | +0,4% | -12,7% |
| Werkkapitaal | |||||
| Bedrag in miljoen € | 843 | 888 | 875 | 699 | 535 |
| Verschil ten opzichte van voorgaand jaar (%) | +3,7% | +5,3% | -1,5% | -20,1% | -23,5% |
| Koers aandeel (op 31 december) | |||||
| Koers van het aandeel (in €) | 38.48 | 36.45 | 21.06 | 26.50 | 27.16 |
| Verschil ten opzichte van voorgaand jaar (%) | +35,6% | -5,3% | -42,2% | +25,8% | +2,5% |
(1) Tot en met 2019 was de remuneratie van de Bestuurders gebaseerd op het aantal bijgewoonde vergaderingen van de Raad van Bestuur (2) Gebaseerd op het gemiddelde bruto jaarinkomen van alle werknemers van NV Bekaert SA in België, exclusief BGE-leden.
De variaties in gemiddelde remuneratie voor leden van het BGE worden voornamelijk gedreven door korte termijn, lange termijn en aandelen gerelateerde remuneratie, de variatie in de onderliggende vaste vergoeding over een vijfjaarlijkse periode bedraagt 1,1% per jaar.
Vanwege de uitzonderlijke omstandigheden veroorzaakt door Covid-19 heeft de Raad van Bestuur in 2020 afgeweken van het remuneratiebeleid op de volgende remuneratie-elementen:
In tegenstelling tot het planreglement van het aandelenoptieplan 2015-2017 waarbij in geval van vertrek niet-verworven aandelenopties slechts kunnen worden uitgeoefend in de 12 maanden volgend op de datum van definitieve verwerving ('vesting'), zullen de niet-verworven aandelenopties toegekend op 21 december 2017 aan de voormalige Gedelegeerd Bestuurder verder uitoefenbaar blijven tot 20 december 2027.
Het Bekaert-aandeel steeg in 2020 met 2,5% wanneer men de slotkoers op het jaareinde van 2020 vergelijkt met die van 2019, 9% boven de prestatie van onze referentie-index, Euronext Brussels BEL Mid. Het Bekaertaandeel deed het beter dan de marktindexen sinds de publicatie van het activiteitenverslag over het derde kwartaal op 20 november 2020, die een positief vooruitzicht op de prestaties van de Vennootschap voor het volledige boekjaar 2020 omvatte.
geïndexeerde weergave Bekaert versus Bel Mid
Het Bekaert-aandeel is genoteerd op Euronext Brussels als ISIN BE0974258874 (BEKB) en werd voor het eerst genoteerd in december 1972. De ICB-sectorcode is 2727 Diversified Industrials.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Koers op 31 december (in €) |
25,72 | 26,34 | 28,38 | 38,48 | 36,45 | 21,06 | 26,50 | 27,16 |
| Hoogste koers (in €) | 31,11 | 30,19 | 30,00 | 42,45 | 49,92 | 40,90 | 28,26 | 28,50 |
| Laagste koers (in €) | 20,01 | 21,90 | 22,58 | 26,56 | 33,50 | 17,41 | 19,38 | 13,61 |
| Gemiddelde slotkoers (in €) | 24,93 | 27,15 | 26,12 | 37,06 | 42,05 | 28,21 | 23,96 | 19,95 |
| Dagelijks volume | 126 923 | 82 813 | 120 991 | 123 268 | 121 686 | 154 726 | 96 683 | 72 995 |
| Dagelijkse omzet (in miljoen €) |
3,1 | 2,1 | 3,1 | 4,5 | 5,0 | 4,4 | 2,3 | 1,5 |
| Jaarlijkse omzet (in miljoen €) |
796 | 527 | 804 | 1 147 | 1 279 | 1 121 | 592 | 386 |
| Omloopsnelheid (% jaarlijks) | 54 | 35 | 52 | 53 | 51 | 65 | 41 | 31 |
| Omloopsnelheid (% aangepaste free float) |
90 | 59 | 86 | 88 | 86 | 109 | 68 | 52 |
| Free float (%) | 59,9 | 55,7 | 56,7 | 59,2 | 59,6 | 59,3 | 59,3 | 59,5 |
Het gemiddelde aantal dagelijks verhandelde aandelen was ongeveer 73 000 aandelen in 2020. Het volume piekte op 20 november, met 531 100 verhandelde aandelen.
Op 31 december 2020 had Bekaert een marktkapitalisatie van € 1,6 miljard en een free float marktkapitalisatie van € 1 miljard. De free float was 59,51% en de free float band 60%.
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (de Transparantiewet) heeft Bekaert, in haar statuten, de drempels van 3% en 7,50% ingesteld bovenop de wettelijke drempels van 5% en elk veelvoud van 5%. Een overzicht van de kennisgevingen van deelnemingen van 3% of meer, indien van toepassing, is te vinden in de sectie met informatie over de moedervennootschap van dit jaarverslag, cfr. pagina 189 (deelnemingen in het kapitaal).
De Stichting Administratiekantoor Bekaert (hoofdaandeelhouder) bezit 34,19% van de aandelen, terwijl de institutionele en niet-geïdentificeerde aandeelhouders samen 36,69% van de aandelen bezitten. Retail vertegenwoordigt 10,45%, Private Banking 12,36% en eigen aandelen 6,31%.
Op 8 december 2007 maakte de Stichting Administratiekantoor Bekaert overeenkomstig artikel 74 van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen bekend dat zij op 1 september 2007 individueel meer dan 30% van de effecten met stemrechten van de vennootschap bezat.
Per 31 december 2020 bedraagt het kapitaal van de vennootschap € 177 812 000, vertegenwoordigd door 60 414 841 aandelen zonder vermelding van waarde. De aandelen zijn op naam of gedematerialiseerd. Alle aandelen hebben dezelfde rechten.
De Raad van Bestuur werd gemachtigd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 13 mei 2020 het kapitaal, in één of meer malen, te verhogen met een maximumbedrag (exclusief uitgiftepremie) van € 177 793 000. De Raad van Bestuur kan deze machtiging gebruiken tot 23 juni 2025.
De Raad van Bestuur is tevens uitdrukkelijk gemachtigd om het kapitaal te verhogen zelfs na het tijdstip dat de vennootschap de mededeling van de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) ontvangt dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap, binnen de door de toepasselijke wettelijke bepalingen toegestane grenzen. Deze machtiging is geldig met betrekking tot openbare overnamebiedingen waarvan de vennootschap de voornoemde mededeling ontvangt uiterlijk drie jaar na 13 mei 2020.
De Raad van Bestuur heeft gebruikgemaakt van zijn bevoegdheden in het kader van het toegestaan kapitaal dat op dat moment van toepassing was, toen deze op 18 mei 2016 besloot om niet-gesubordineerde nietgewaarborgde converteerbare obligaties uit te geven met vervaldag in juni 2021 voor een totaalbedrag van € 380 000 000 (de "Converteerbare Obligaties"). Deze Converteerbare Obligaties hebben een nulcoupon en hun conversieprijs bedraagt € 50,71 per aandeel.
In verband met de uitgifte van de Converteerbare Obligaties heeft de Raad van Bestuur besloten om het voorkeursrecht van bestaande aandeelhouders buiten toepassing te laten, zoals uiteengezet in artikel 596 en volgende van het Wetboek van vennootschappen dat op dat moment van toepassing was. De voorwaarden van de Converteerbare Obligaties laten de vennootschap toe om, bij conversie van de obligaties, nieuwe aandelen of bestaande aandelen te leveren of een bedrag in cash te betalen.
Teneinde de verwatering voor bestaande aandeelhouders bij conversie van de Converteerbare Obligaties te verzachten, heeft de Raad van Bestuur het voornemen om waar mogelijk het bedrag in hoofdsom van de Converteerbare Obligaties in cash terug te betalen en, indien de dan geldende aandeelprijs boven de conversieprijs ligt, het verschil in bestaande aandelen van de vennootschap te betalen. De conversie van de Converteerbare Obligaties zou dan geen verwateringseffect voor de bestaande aandeelhouders hebben.
Bovendien laten de voorwaarden van de Converteerbare Obligaties de vennootschap toe de obligaties in bepaalde omstandigheden terug te betalen tegen hun bedrag in hoofdsom samen met de opgelopen en niet-betaalde rente, als de aandelen van de vennootschap worden verhandeld tegen een hogere prijs dan 130% van de conversieprijs gedurende een bepaalde periode.
Het totale aantal uitstaande en in Bekaert-aandelen converteerbare inschrijvingsrechten onder het aandelenoptieplan SOP 2005-2009 is 63 820. In de loop van 2020 werden in totaal 6 400 inschrijvingsrechten uitgeoefend onder het aandelenoptieplan SOP 2005-2009. Dit resulteerde in de uitgifte van 6 400 nieuwe aandelen van de vennootschap, en een verhoging van het kapitaal met € 19.000 en van de uitgiftepremie met € 133 288.
Op 31 december 2019 bezat de vennootschap 3 873 075 eigen aandelen. Van deze 3 873 075 eigen aandelen werden 63 541 aandelen overgedragen in de loop van 2020 (zie onderstaande tabel). De vennootschap heeft in 2020 geen aandelen gekocht en er werden geen eigen aandelen geannuleerd. Als gevolg hiervan was de vennootschap op 31 december 2020 in het bezit van een totaal van 3 809 534 eigen aandelen.
| Datum | Aantal eigen aandelen |
Doel | Ontvanger | Prijs per aandeel (€) |
|---|---|---|---|---|
| 31 maart 2020 | 10 766 | Personal Shareholding Requirement | BGE-leden | 15,290 |
| 14 mei 2020 | 5 948 | Share Matching Plan | BGE-leden | 0 |
| 29 mei 2020 | 10 036 | Vergoeding niet-uitvoerende Bestuurders | Voorzitter en andere niet-uitvoe rende Bestuurders |
0 |
| 4 december 2020 | 6 000 | Uitoefening opties volgens SOP 2010-2014 | Werknemers | 26,055 |
| 4 december 2020 | 1 500 | Uitoefening opties volgens SOP 2010-2014 | Werknemers | 21,450 |
| 15 december 2020 | 2 400 | Uitoefening opties volgens SOP 2010-2014 | Werknemers | 26,055 |
| 17 december 2020 | 5 000 | Uitoefening opties volgens SOP 2010-2014 | Werknemers | 21,450 |
| 18 december 2020 | 7 491 | Share Matching Plan | BGE-leden | 0 |
| 21 december 2020 | 6 000 | Uitoefening opties volgens SOP 2010-2014 | Werknemers | 26,055 |
| 23 december 2020 | 2 400 | Uitoefening opties volgens SOP 2010-2014 | Werknemers | 26,055 |
| 29 december 2020 | 6 000 | Uitoefening opties volgens SOP 2010-2014 | Werknemers | 26,055 |
Op 21 januari 2020 werd een eerste toekenning van 182 900 performance share units onder het performance share plan 2018-2020 gedaan. Daarnaast werd op 17 augustus 2020 een halfjaarlijkse toekenning van 12 580 performance share units gedaan onder het performance share plan 2018- 2020. Elke performance share unit geeft de begunstigde recht op een performance share aan de voorwaarden van het performance share plan 2018-2020.
Deze performance share units zijn definitief verworven ('gevest') na afloop van een verwervingsperiode van drie jaar, mits het bereiken van vooropgestelde prestatiedoelen. De precieze mate waarin de performance share units definitief verworven ('gevest') worden, is afhankelijk van het al dan niet bereiken van deze prestatiedoelen. Indien de vastgelegde minimumdrempel niet behaald wordt, dan is er geen enkele definitieve verwerving ('vesting'). Bij het bereiken van deze minimumdrempel, zal 50% van de performance share units definitief verworven ('gevest') worden; de volledige verwezenlijking van de overeengekomen prestatiedoelen zal leiden tot een 'par vesting' van 100% van de performance share units; terwijl er een maximale definitieve verwerving ('vesting') zal zijn van 300% van de performance share units indien de werkelijke prestaties gelijk zijn of hoger zijn dan een overeengekomen bovengrens
Detailgegevens omtrent kapitaal, aandelen, aandelenoptieplannen en performance share plannen zijn te vinden in het Financieel Overzicht (Toelichting 6.13 bij de geconsolideerde jaarrekening).
De Raad van Bestuur zal de op 12 mei 2021 te houden Gewone Algemene Vergadering voorstellen een brutodividend van € 1,00 per aandeel uit te keren.
De Raad van Bestuur herbevestigt het dividendbeleid dat, voor zover de winst het toelaat, een stabiel of groeiend dividend voorziet terwijl een voldoende niveau van kasstroom in de vennootschap wordt behouden voor investeringen en zelffinanciering ter ondersteuning van de groei. Op langere termijn streeft de vennootschap naar een 'payout ratio' van 40% van het perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert.
| in € | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 2020(1) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal brutodividend |
0,850 0,900 | 1,100 | 1,100 0,700 0,350 1,000 | ||||
| Nettodividend(2) | 0,638 0,657 0,770 0,770 0,490 0,245 0,700 | ||||||
| Couponnummer | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
(1) Dividend onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2021.
(2) Onderhevig aan de toepasselijk belastingwetgeving.
De Gewone Algemene Vergadering vond plaats op 13 mei 2020. Op dezelfde dag werd een Buitengewone Algemene Vergadering gehouden. De besluiten van de vergaderingen zijn op www.bekaert.com terug te vinden.
Bekaert wil haar aandeelhouders van transparante financiële informatie voorzien.
Alle aandeelhouders kunnen rekenen op toegang tot informatie en ons engagement om relevante updates over marktontwikkelingen, prestatievoortgang en andere relevante informatie te delen. Alle dergelijke updates zijn online te vinden in het beleggersgedeelte van de website van de vennootschap en worden live gepresenteerd in vergaderingen met analisten, aandeelhouders en investeerders. De kalender met investor relations conferences, roadshows en groepsbezoeken bij Bekaert wordt op onze website gepubliceerd.
De statuten bevatten geen beperkingen inzake de overdraagbaarheid van de aandelen, behoudens ingeval van controlewijziging, voor dewelke conform artikel 9 van de statuten de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Bestuur moet worden aangevraagd.
Voor het overige zijn de aandelen vrij overdraagbaar.
De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van enige wettelijke beperking op de overdracht van aandelen in hoofde van enige aandeelhouder.
Volgens de statuten geeft elk aandeel de houder het recht op één stem. De statuten bevatten geen beperkingen van het stemrecht en iedere aandeelhouder kan zijn stemrecht uitoefenen op voorwaarde dat hij geldig werd toegelaten tot de Algemene Vergadering en dat zijn rechten niet werden geschorst. De regels inzake de toelating tot de Algemene Vergadering zijn opgenomen in het WVV en in de statuten. Krachtens de statuten kan de vennootschap de uitoefening schorsen van rechten verbonden aan effecten die toebehoren aan verscheidene eigenaars.
Niemand kan op een Algemene Vergadering van Aandeelhouders aan een stemming deelnemen voor stemrechten die verbonden zijn aan effecten waarvan hij niet krachtens de wet tijdig kennis heeft gegeven.
De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van enige andere wettelijke beperking inzake de uitoefening van het stemrecht.
De Raad van Bestuur zijn geen aandeelhoudersovereenkomsten bekend die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten of van de uitoefening van het stemrecht.
De statuten en het Bekaert Corporate Governance Charter bevatten specifieke regels inzake de (her)benoeming, vorming en evaluatie van Bestuurders.
De Bestuurders worden voor een maximale duur van vier jaar door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd, die hen ook te allen tijde kan ontslaan. Een besluit tot benoeming of ontslag behoeft de gewone meerderheid van de stemmen. De kandidaten voor de opdracht van Bestuurder, die deze opdracht nog niet vervuld hebben binnen de vennootschap, moeten ten laatste twee maanden vóór de Gewone Algemene Vergadering de Raad van Bestuur op de hoogte brengen van hun kandidatuur.
Enkel wanneer een plaats van Bestuurder vroegtijdig openvalt, kunnen de overblijvende Bestuurders zelf een nieuwe Bestuurder benoemen (coöpteren). In dat geval zal de eerstvolgende Algemene Vergadering de definitieve benoeming doen.
Het benoemingsproces voor Bestuurders wordt geleid door het Benoemings- en Remuneratiecomité, dat een gemotiveerde aanbeveling doet aan de voltallige Raad van Bestuur. Op basis van deze aanbeveling besluit de Raad van Bestuur welke kandidaten aan de Algemene Vergadering voor benoeming zullen worden voorgedragen. Bestuurders zijn in de regel herbenoembaar voor een onbeperkt aantal termijnen, met dien verstande dat Bestuurders ten tijde van hun initiële benoeming niet jonger mogen zijn dan 30 jaar en niet ouder dan 66 jaar, en ontslag moeten nemen in het jaar waarin zij de leeftijd van 69 jaar bereiken.
De statuten kunnen door een Buitengewone Algemene Vergadering worden gewijzigd conform het WVV. Elke wijziging van de statuten vereist een quorum van ten minste 50% van het kapitaal (indien niet aan het quorum wordt voldaan, moet een tweede vergadering met dezelfde agenda worden bijeengeroepen, waarvoor geen quorumvereiste van toepassing is) en een gekwalificeerde meerderheid van 75% van de stemmen die tijdens de vergadering worden uitgebracht (een meerderheid van 80% is van toepassing op wijzigingen van het voorwerp of de doelen van de vennootschap en de verandering van de rechtsvorm van de vennootschap).
De Raad van Bestuur is op grond van Artikel 40 van de statuten gemachtigd om het kapitaal in één of meer malen te verhogen met een maximumbedrag van € 177 793 000. De duur van deze machtiging is beperkt tot vijf jaar vanaf 23 juni 2020, doch is door de Algemene Vergadering hernieuwbaar.
De Raad van Bestuur is tevens uitdrukkelijk gemachtigd door Artikel 40 van de statuten om het kapitaal te verhogen zelfs na het tijdstip dat de vennootschap de mededeling van FSMA ontvangt dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap, binnen de door de toepasselijke wettelijke bepalingen toegestane grenzen. Deze machtiging is geldig met betrekking tot openbare overnamebiedingen waarvan de vennootschap de voornoemde mededeling ontvangt uiterlijk drie jaar na 13 mei 2020
De vennootschap kan eigen aandelen of certificaten die daarop betrekking hebben verkrijgen en in pand nemen met inachtneming van de toepasselijke wettelijke voorwaarden.
De Raad van Bestuur is op grond van Artikel 10 van de statuten gemachtigd om, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke voorwaarden, eigen aandelen of certificaten die daarop betrekking hebben, te verkrijgen en in pand te nemen, zonder dat het totale aantal eigen aandelen of certificaten die daarop betrekking hebben dat de vennootschap in toepassing van deze machtiging bezit of in pand heeft 20% van het totale aantal aandelen mag overschrijden, tegen een vergoeding van minstens € 1,00 en hoogstens 30% boven het rekenkundig gemiddelde van de slotkoers van het aandeel van de vennootschap gedurende de laatste dertig beursdagen vóór het besluit van de Raad van Bestuur tot verkrijging respectievelijk inpandneming. Deze machtiging is toegekend voor een periode van vijf jaar te rekenen van de bekendmaking van 23 juni 2020.
De Raad van Bestuur is ook gemachtigd door Artikel 10 van de statuten om, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke voorwaarden, eigen aandelen of certificaten die daarop betrekking hebben, te verkrijgen en in pand te nemen wanneer deze verkrijging respectievelijk inpandneming noodzakelijk is ter voorkoming van een dreigend ernstig nadeel voor de vennootschap, hierin begrepen een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap. Deze machtiging is toegekend voor een periode van drie jaar te rekenen vanaf 23 juni 2020.
De hierboven uiteengezette machtigingen doen geen afbreuk aan de mogelijkheden, overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen, voor de Raad van Bestuur om eigen aandelen en certificaten die erop betrekking hebben, te verkrijgen of in pand te nemen indien daartoe geen statutaire machtiging of machtiging van de Algemene Vergadering vereist is.
De Raad van Bestuur is op grond van Artikel 10 van de statuten gemachtigd om alle of een gedeelte van de verworven eigen aandelen of certificaten die daarop betrekking hebben, te vernietigen.
De vennootschap kan eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten die daarop betrekking hebben slechts vervreemden met inachtneming van de toepasselijke wettelijke voorwaarden.
De Raad van Bestuur is op grond van Artikel 11 van de statuten gemachtigd om, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke voorwaarden, eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten die daarop betrekking hebben, te vervreemden aan een of meer bepaalde personen andere dan het personeel.
De Raad van Bestuur is door Artikel 11 van de statuten gemachtigd om, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke voorwaarden, eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten die daarop betrekking hebben, te vervreemden ter vermijding van ernstig dreigend nadeel voor de vennootschap, hierin begrepen een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap. Deze machtiging is toegekend voor een periode van drie jaar vanaf 23 juni 2020.
De hierboven uiteengezette machtigingen doen geen afbreuk aan de mogelijkheden, overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen, voor de Raad van Bestuur om eigen aandelen, winstbewijzen en certificaten die erop betrekking hebben, te vervreemden indien daartoe geen statutaire machtiging of machtiging van de Algemene Vergadering vereist is.
De bevoegdheden van de Raad van Bestuur zijn in detail beschreven in de toepasselijke wettelijke bepalingen terzake, de statuten en het Bekaert Corporate Governance Charter.
De vennootschap is partij bij een aantal belangrijke overeenkomsten die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over de vennootschap, al dan niet na een openbaar overnamebod.
In de mate waarin op grond van deze overeenkomsten aan derden rechten worden toegekend die een aanzienlijke invloed hebben op het vermogen van de vennootschap, dan wel een aanzienlijke schuld of verplichting te haren laste doen ontstaan, werden deze rechten, conform artikel 7:151 van het WVV, goedgekeurd door de Bijzondere Algemene Vergaderingen van 13 april 2006, 16 april 2008, 15 april 2009, 14 april 2010 en 7 april 2011 en door de Gewone Algemene Vergaderingen van 9 mei 2012, 8 mei 2013, 14 mei 2014, 13 mei 2015, 11 mei 2016, 10 mei 2017, 9 mei 2018, 8 mei 2019 en 13 mei 2020; de notulen van deze vergaderingen werden neergelegd bij de griffie van de rechtbank van koophandel van Gent, afdeling Kortrijk op 14 april 2006, 18 april 2008, 17 april 2009, 16 april 2010, 15 april 2011, 30 mei 2012, 23 mei 2013, 20 juni 2014, 19 mei 2015, 18 mei 2016, 2 juni 2017, 7 februari 2019, 23 mei 2019 en 23 juni 2020 respectievelijk en zijn beschikbaar op www.bekaert.com.
Het betreft in hoofdzaak jointventure-overeenkomsten (die de relaties tussen partijen in het kader van een gemeenschappelijke dochtervennootschap omschrijven), overeenkomsten waarbij door financiële instellingen, particuliere investeerders of andere investeerders geldmiddelen ter beschikking van de vennootschap of van een van haar dochtervennootschappen worden gesteld, en overeenkomsten tot levering van goederen of diensten door of aan de vennootschap. Elk van deze overeenkomsten bevat clausules die, ingeval van wijziging van de controle van de vennootschap, de wederpartij in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden het recht verlenen om de overeenkomst vervroegd te beëindigen, en in het geval van een financiële overeenkomst tevens de vervroegde terugbetaling van de ter beschikking gestelde geldmiddelen te eisen. In het geval van jointventure-overeenkomsten wordt voorzien dat, ingeval van controlewijziging van de vennootschap, de wederpartij de participatie van de vennootschap in de joint venture kan verwerven (met uitzondering van de Chinese vennootschappen, waarbij partijen in overleg dienen te bepalen of een partij de joint venture alleen voortzet, waarna deze de participatie van de andere partij moet kopen), waarbij de waarde tegen dewelke de participatie alsdan is over te dragen wordt bepaald in functie van contractuele formules die beogen een overdracht tegen een arm's length prijs te verzekeren.
De volgende beschrijving van Bekaerts interne controle en risicobeheerssystemen is gebaseerd op de "Internal Control Integrated Framework" (1992) en de "Enterprise Risk Management Framework" (2004), gepubliceerd door het Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission ("COSO").
De Raad van Bestuur heeft een kader goedgekeurd voor interne controle en risicobeheer voor de vennootschap en de Groep dat werd opgesteld door het BGE, en controleert de implementatie daarvan. Het Audit, Risk en Finance Comité controleert de doeltreffendheid van de interne controle- en risicobeheersingssystemen, om ervoor te zorgen dat de belangrijkste risico's correct worden geïdentificeerd, beheerd en bekendgemaakt volgens het door de Raad van Bestuur aangenomen kader. Het Audit, Risk en Finance Comité doet ook aanbevelingen aan de Raad van Bestuur in dit opzicht.
De organisatie van de diensten boekhouding en controle bestaat uit drie niveaus: (i) het boekhoudkundige team in de verschillende juridische entiteiten of gezamenlijke dienstencentra, verantwoordelijk voor de voorbereiding en de rapportering van de financiële informatie, (ii) de controllers op de verschillende niveaus in de organisatie (zoals fabriek en regio), verantwoordelijk voor o.a. het nazicht van de financiële informatie in hun verantwoordelijkheidsdomein, en (iii) de dienst Group Finance, verantwoordelijk voor het finale nazicht van de financiële informatie van de verschillende juridische entiteiten en voor de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening.
Naast bovengemelde gestructureerde controles voert de afdeling Interne Audit een risicogebaseerd programma uit om de doeltreffendheid van de interne controle in de verschillende processen op het niveau van de juridische entiteiten te valideren en een betrouwbare financiële rapportering te verzekeren.
De geconsolideerde jaarrekening van Bekaert is opgemaakt in overeenstemming met de "International Financial Reporting Standards" (IFRS), onderschreven door de Europese Unie. Die jaarrekening is eveneens conform de IFRS uitgegeven door de "International Accounting Standards Board".
Alle IFRS-boekhoudnormen, richtlijnen en interpretaties, toe te passen door alle juridische entiteiten, zijn gegroepeerd in het handboek Bekaert Accounting Manual, dat voor alle werknemers die betrokken zijn bij de financiële rapportering beschikbaar is op het intranet van Bekaert. Dit handboek wordt regelmatig aangepast door Group Finance ingeval van relevante wijzigingen in IFRS, of interpretaties ervan, en de gebruikers worden van elke dergelijke wijziging op de hoogte gebracht. IFRS-opleidingen vinden plaats in de verschillende regio's wanneer dit noodzakelijk of geschikt geacht wordt. E-learningmodules over IFRS worden ook beschikbaar gesteld door Group Finance om individuele training te bieden.
De overgrote meerderheid van de groepsvennootschappen gebruikt het globale ERP-systeem (Enterprise Resource Planning) van Bekaert; de boekhoudkundige transacties worden ingeboekt in een uniform rekeningenstelsel, waarbij boekhoudkundige manuals de standaardmanier van boeken voor de meest relevante transacties beschrijven. Deze boekhoudkundige manuals worden aan de gebruikers toegelicht tijdens opleidingssessies en zijn beschikbaar op het intranet van Bekaert.
Alle groepsvennootschappen gebruiken dezelfde software om de financiële gegevens te rapporteren voor consolidatie en externe rapporteringsdoeleinden. Een rapporterings-manual is beschikbaar op het intranet van Bekaert en trainingen vinden plaats wanneer dit noodzakelijk of geschikt geacht wordt.
Er worden geschikte maatregelen genomen om een tijdige
en kwalitatieve rapportering te garanderen en om de potentiële risico's die gerelateerd zijn aan het financieel rapporteringsproces te beperken, met inbegrip van (i) goede coördinatie tussen de diensten Groeps-communicatie en Group Finance, (ii) zorgvuldige planning van alle activiteiten, met inbegrip van verantwoordelijken en timings, (iii) richtlijnen verdeeld door Group Finance naar de verantwoordelijken vóór de kwartaal-rapportering, met inbegrip van relevante aandachtspunten en (iv) opvolging en terugkoppeling van de stiptheid, kwaliteit en aandachtspunten om te streven naar continue verbetering.
Een kwartaalevaluatie vindt plaats over de financiële resultaten, bevindingen door de interne auditafdeling en andere belangrijke controle-gebeurtenissen, waarvan de resultaten besproken worden met de commissaris.
Materiële wijzigingen aan de IFRS-boekhoudnormen worden gecoördineerd door Group Finance, nagezien door de commissaris, gerapporteerd aan het Audit, Risk en Finance Comité en aan de Raad van Bestuur van de vennootschap meegedeeld.
Materiële wijzigingen aan de statutaire boekhoudnormen van een groepsvennootschap worden goedgekeurd door diens Raad van Bestuur.
De correcte toepassing van de boekhoudnormen door de juridische entiteiten zoals beschreven in de boekhoudkundige manual van Bekaert, zowel als de juistheid, de consistentie en de volledigheid van de gerapporteerde informatie, worden op een permanente basis nagezien door de controle organisatie (zoals hierboven omschreven).
Bijkomend worden alle relevante entiteiten op periodieke basis gecontroleerd door de afdeling Interne Audit. Voor de meest belangrijke onderliggende processen (verkoop, aankoop, investeringen, thesaurie, enz.) bestaan er richtlijnen en procedures die onderhevig zijn aan (i) een evaluatie door de respectieve managementteams middels een zelfbeoordelingstool, en (ii) controle door de afdeling Interne Audit op een roterende basis.
In het ERP-systeem wordt nauw toezicht gehouden op mogelijke conflicten met betrekking tot scheiding van verantwoordelijkheden.
Bekaert heeft in de meeste groepsvennootschappen een globaal ERP-systeemplatform ingevoerd om de efficiënte verwerking van transacties te ondersteunen en het management te voorzien van transparante en betrouwbare informatie om de operationele activiteiten te beheren, te controleren en te sturen.
De voorziening van diensten van informatie-technologie om deze systemen te laten lopen, te onderhouden en te ontwikkelen, is in grote mate uitbesteed aan professionele toeleveranciers van IT-diensten die gestuurd en gecontroleerd worden door geëigende IT-controlestructuren en waarvan de kwaliteit bewaakt wordt door uitgebreide dienstverleningscontracten.
Samen met haar IT-leveranciers heeft Bekaert adequate managementprocessen geïmplementeerd om te verzekeren dat geschikte maatregelen op dagelijkse basis getroffen worden om de prestaties, de beschikbaarheid en de integriteit van haar IT-systemen te behouden. Op regelmatige ogenblikken wordt de geschiktheid van deze procedures nagetrokken en geauditeerd en waar nodig verder geoptimaliseerd.
Gepaste toewijzing van verantwoordelijkheden, en coördinatie tussen de betrokken afdelingen, verzekeren een efficiënt en stipt communicatieproces van periodieke financiële informatie naar de markt. Voor het eerste en het derde kwartaal wordt een trading update gepubliceerd, terwijl alle relevante financiële informatie op halfjaarlijkse en op jaarlijkse basis wordt bekendgemaakt. Vóór de externe rapportering is de verkoops- en financiële informatie onderhevig aan (i) de gepaste controles door de bovenvermelde controleorganisatie, (ii) nazicht door het Audit, Risk en Finance Comité, en (iii) goedkeuring door de Raad van Bestuur van de vennootschap.
Elke beduidende wijziging aan de IFRS-boekhoudnormen die door Bekaert toegepast worden, wordt onderworpen aan nazicht door het Audit, Risk en Finance Comité en goedkeuring door de Raad van Bestuur van de vennootschap.
De leden van de Raad van Bestuur worden op periodieke basis op de hoogte gehouden van de evolutie en belangrijke wijzigingen in de onderliggende IFRS-standaarden. Alle relevante financiële informatie wordt toegelicht aan het Audit, Risk en Finance Comité en de Raad van Bestuur om hen in staat te stellen de jaarrekening te analyseren. Alle gerelateerde persberichten worden goedgekeurd vóór hun verspreiding naar de markt.
Relevante bevindingen van de afdeling Interne Audit en/ of de commissaris in verband met de toepassing van de boekhoudnormen, alsook van de richtlijnen en procedures, en scheiding van verantwoordelijkheden worden gerapporteerd aan het Audit, Risk en Finance Comité.
Er wordt ook een periodieke thesaurie-update voorgelegd aan het Audit, Risk en Finance Comité.
Er is een procedure van kracht om het gepaste bestuursorgaan van de vennootschap op korte termijn samen te roepen wanneer de omstandigheden het nodig achten.
De Raad van Bestuur heeft de Bekaert Gedragscode goedgekeurd, die voor het eerst uitgegeven werd op 1 december 2004 en in oktober 2020 voor het laatst werd aangepast. De Gedragscode bepaalt de Bekaert missie en waarden, evenals de basisprincipes van hoe Bekaert zaken wenst te doen.
Implementatie van de Gedragscode is verplicht voor alle dochtervennootschappen van de Groep en alle kaderleden en werknemers in loondienst vernieuwen jaarlijks hun engagement. De procedure voor het melden van integriteitskwesties (klokkenluidersregeling) versterkt en ondersteunt de implementatie ervan. De Gedragscode maakt als Appendix 3 deel uit van het Bekaert Corporate Governance Charter en is beschikbaar op www.bekaert.com.
Meer gedetailleerde beleidsplannen en richtlijnen worden opgemaakt indien nodig om de consistente toepassing van de Gedragscode over de hele groep te verzekeren.
Bekaerts interne controlemodel bestaat uit een reeks groepsprocedures voor de algemene bedrijfsprocessen en is wereldwijd van toepassing. Bekaert heeft diverse middelen om de effectiviteit en efficiëntie van het ontwerp en de werking van het interne controlemodel constant te bewaken.
De afdeling Interne Audit bewaakt de interne controleprestatie op basis van het globale kader en rapporteert op elke vergadering van het Audit, Risk en Finance Comité. De afdeling Governace, Risk en Compliance rapporteert aan het Audit, Risk en Finance Comité tijdens elk van haar vergaderingen over risico- en nalevingskwesties.
Het BGE evalueert regelmatig de blootstelling van de Groep aan risico's, de potentiële financiële impact hiervan en de acties om de blootstelling te beheren, beperken en controleren.
Op verzoek van de Raad van Bestuur en het Audit, Risk en Finance Comité heeft het management een kader voor permanent globaal enterprise risk management (ERM) ontwikkeld om de Groep bij te staan bij het beheren van onzekerheid in Bekaerts waardecreatieproces.
Het kader bestaat uit de identificatie, beoordeling en prioritering van de belangrijkste risico's waarmee Bekaert geconfronteerd wordt en van de voortdurende rapportage en controle van die belangrijke risico's (waaronder de ontwikkeling en implementatie van risicobeperkende plannen).
De risico's worden geïdentificeerd in zes risicocategorieën: strategische risico's, risico's betreffende mensen/organisatie, operationele risico's, juridische/compliance risico's, financiële risico's en geopolitieke/landspecifieke risico's. De geïdentificeerde risico's worden geclassificeerd op twee assen: waarschijnlijkheid en impact of gevolg.
Er worden beslissingen genomen en actieplannen bepaald om de geïdentificeerde risico's te beperken. Ook de evolutie van de risico-gevoeligheid (afname, verhoging, stabiel) wordt geëvalueerd.
Hieronder staan de belangrijkste risico's opgenomen in het ERM-rapport 2020 van Bekaert, dat werd gemeld aan het Audit, Risk en Finance Comité en de Raad van Bestuur.
| • Zoals veel internationale bedrijven wordt Bekaert blootgesteld aan risico's die voortvloeien uit economische trends. Strategisch verdedigt Bekaert zichzelf tegen economische en cyclische risico's door actief te zijn in verschillende regio's en sectoren. Bekaert beschikt over productiefaciliteiten en kantoren in 44 landen en de markten kunnen in zeven sectoren worden gebundeld. Deze sectorale verdeling is een voordeel omdat het Bekaert minder gevoelig maakt voor sectorspecifieke trends. |
|
|---|---|
| Toch kan een crisis invloed hebben op de belangrijkste sectoren waarin Bekaert actief is, d.w.z. banden- en automobielindustrie, energie en nutsvoorzieningen en de bouwsector. Zo kan een recessie voor de banden- en automobielindustrie en de bouw bijvoorbeeld leiden tot een aanzienlijke daling van de vraag door een zwak consumentenvertrouwen en uitgestelde investeringen. De resulterende upstream en downstream overcapaciteit kan leiden tot prijserosie in de hele toeleveringsketen. De banden- en automobielindustrie en de bouwsector werden zwaar getroffen door de Covid-19-pandemie in de eerste helft van 2020 (de omzet in de rubber reinforcement business was bijvoorbeeld 30% lager in vergelijking met de eerste helft van 2019). Verdere en blijvende effecten van de pandemie kunnen de vraag in bepaalde markten blijven beïnvloeden. |
|
| Strategische risico's |
In olie- en gasmarkten heeft het niveau en de trend van de olieprijs invloed op de vraag naar producten van Bekaert met betrekking tot die markten. De werkelijke investeringen in offshore aardoliewinning zijn extreem belangrijk voor de platte- en profieldraadactiviteiten van Bekaert en voor de offshore staalkabelactiviteit van de Bridon-Bekaert Ropes Group. Hoewel Bekaert inspanningen levert om haar activiteiten minder afhankelijk te maken van olie en deze beter in lijn te brengen met de realiteit van de markt, en hoewel Bekaert klaar zal zijn om kansen te benutten die voortvloeien uit een reactivering van investeringen in oliewinning in de toekomst, kan het niet worden uitgesloten dat het huidige olieprijsniveau een invloed zal blijven uitoefenen op de vraag naar producten van Bekaert en daardoor op de resultaten ervan. |
| • Prijsvolatiliteit van de walsdraad kan leiden tot verdere marge-erosie Walsdraad, de belangrijkste grondstof van Bekaert, wordt gekocht van staalfabrieken van over de hele wereld. Walsdraad vertegenwoordigt ongeveer 45% van de verkoopkosten. In principe worden prijsbewegingen zo snel mogelijk doorgerekend in de verkoopprijzen, via contractueel overeengekomen prijsmechanismen of via individuele onderhandelingen. Als Bekaert er niet in slaagt om de verhoging van kosten tijdig door te rekenen aan klanten, kan dit een negatieve invloed hebben op de winstmarges van Bekaert. Ook de tegengestelde prijstrend houdt winstrisico's in: als grondstofprijzen aanzienlijk dalen en Bekaert hoger geprijsd materiaal op voorraad heeft, kan de winstgevendheid worden getroffen door (niet-contante) correcties van de voorraadwaardering op de balansdatum van een rapportageperiode. |
|
| • Uitbreidingsprojecten worden blootgesteld aan risico's van het leveren van het verwachte rendement Bekaert voert regelmatig uitbreidingsprojecten uit. Deze projecten zijn onderhevig aan risico's van vertraging en kostenoverschrijdingen als gevolg van onvoorziene hindernissen en als zodanig kan het verwachte rendement van het project mogelijk niet worden bereikt. Eveneens kunnen veronderstellingen die worden gebruikt voor de businesscase (gewijzigde marktomstandigheden, handelingen van concurrenten, ) het behaalde rendement van het project beïnvloeden. |
|
| Mensen/ organisatie |
• Bekaert wordt blootgesteld aan bepaalde risico's op de arbeidsmarkt Een competitieve arbeidsmarkt kan de kosten voor Bekaert doen stijgen en bijgevolg de winstgevendheid verminderen. Het succes van Bekaert hangt hoofdzakelijk af van haar capaciteit om talent op alle niveaus aan te trekken en te behouden. Bekaert concurreert met andere bedrijven in de markt die mensen in dienst nemen. Een tekort aan gekwalificeerde mensen zou Bekaert kunnen dwingen om lonen of andere voordelen te verhogen om effectief competitief te zijn bij het aannemen of behouden van gekwalificeerde werknemers of het behouden van dure tijdelijke werknemers. Een steeds mobielere, jonge bevolking in opkomende markten verhoogt het risico van personeelsverloop verder. Het is niet zeker dat hogere arbeidskosten gecompenseerd kunnen worden door inspanningen om de doeltreffendheid in andere activiteitengebieden van Bekaert te verhogen. |
| • Bronafhankelijkheid kan invloed hebben op de bedrijfsactiviteiten en winstgevendheid van Bekaert Bekaert maakt zich zorgen over de voortdurende veranderingen in het handelsbeleid als gevolg van de handelsspanningen tussen elk van de VS, Europa of Indië aan de ene kant, en China aan de andere kant. Hoewel Bekaert nu in grote mate in staat is geweest om zich aan te passen aan de steeds veranderende handelsbeleidslijnen en -plichten door middel van aangepaste prijsmaatregelen (doorrekening van hogere, door invoerrechten beïnvloede prijzen van grondstoffen), alternatieve leveringsbronnen, alternatieve technologieën die binnenlandse inkoop mogelijk maken en effectief lobbyen om vrijstellingen te verkrijgen, heeft de verandering in het handelsbeleid de resultaten van Bekaerts Noord-Amerikaanse activiteiten tijdens eerdere rapporteringsperioden beïnvloed. |
|
| Operationele risico's |
Bekaert kan in de toekomst ook toegang worden ontzegd tot grondstoffen of afhankelijk worden van alternatieve leveranciers voor haar grondstoffen, die hogere prijzen kunnen aanrekenen voor dergelijke grondstoffen. Dit kan bijvoorbeeld zijn vanwege veranderingen in het handelsbeleid, het faillissement van bestaande leveranciers of de Covid-19 pandemie. Toegenomen bronafhankelijkheid kan invloed hebben op de bedrijfsactiviteiten van Bekaert (omdat de vennootschap noodzakelijke veranderingen in de toeleveringsketen zou moeten implementeren) en op de winstgevendheid (omdat verhoogde prijzen betaald moeten worden voor de grondstoffen). |
| Bekaerts proactieve aanpak van het leveranciersrisicobeheer moet de waarschijnlijkheid of de impact van dergelijke situaties verminderen. |
|
| • Bekaert is onderworpen aan strenge milieuwetgeving Bekaert is onderworpen aan milieuwetten, -voorschriften en -besluiten. Deze wetten, voorschriften en besluiten (die wereldwijd strenger worden) kunnen Bekaert verplichten kosten aan te gaan voor het saneren en voor het vergoeden van schade op plaatsen waar de bodem verontreinigd is. |
|
| Krachtens de milieuwetten kan Bekaert aansprakelijk worden gesteld voor het herstellen van milieuschade en worden onderworpen aan daarmee verband houdende kosten in haar productie-eenheden, opslagplaatsen en kantoren alsook de grond waarop deze gevestigd zijn, ongeacht het feit of Bekaert de productie-eenheden, opslagplaatsen en kantoren bezit, huurt of onderverhuurt en ongeacht het feit of deze milieuschade door Bekaert werd veroorzaakt of door een vroegere eigenaar of huurder. |
De kosten voor het onderzoeken, herstellen of verwijderen van milieuschade kunnen aanzienlijk zijn en de activiteiten, financiële toestand en bedrijfsresultaten van de Groep negatief beïnvloeden. Het is de praktijk van Bekaert om voorzieningen (per entiteit) op te nemen voor gekende milieuverplichtingen. Preventie en risicobeheer spelen een belangrijke rol in het milieubeleid van Bekaert; waaronder maatregelen tegen grondwateren bodemvervuiling, verantwoordelijk gebruik van water en wereldwijde ISO 14001-certificering. Bekaerts globale procedure die voorzorgsmaatregelen tegen bodem- en grondwaterverontreiniging (ProSoil) verzekert, wordt voortdurend opgevolgd in het licht van de toepasselijke regels en uitgewerkt met een lijst van concrete actieplannen voor een juiste aanpak. Verantwoord gebruik van water is ook een blijvende prioriteit. Bekaert controleert voortdurend haar waterverbruik en heeft programma's geïmplementeerd die streven naar het verminderen van waterverbruik op lange termijn. 87% van de fabrieken van Bekaert wereldwijd zijn ISO 14001-gecertificeerd. ISO 14001 maakt deel uit van de internationaal erkende ISO 14000-norm die praktische tools aanbiedt aan bedrijven om hun milieuverantwoordelijkheden te beheren. ISO 14001 legt de nadruk op systemen voor milieubeheer. De certificatie van alle Bekaert fabrieken over de hele wereld blijft onze doelstelling en is een element in het integratieproces van nieuwe entiteiten en van vestigingen die aan de consolidatieperimeter toegevoegd worden. Bekaert ontving ook op groepsniveau een certificaat voor ISO 14001 en ISO 9001. De ISO 9000-familie behandelt verschillende aspecten van kwaliteitsmanagement. • Bekaert is onderworpen aan cyberbeveiligingsrisico's Veel operationele activiteiten van Bekaert zijn afhankelijk van IT-systemen, ontwikkeld en onderhouden door interne en externe experts. Een cyberaanval in een van deze IT-systemen kan de activiteiten van Bekaert onderbreken, wat kan zorgen voor een negatieve invloed op de verkoop en winstgevendheid. Bekaert implementeert een stappenplan voor cyberbeveiliging om het risico te verminderen. Juridische/ compliance risico's • Bekaert wordt blootgesteld aan risico's op het gebied van regelgeving en compliance Als internationaal bedrijf is Bekaert onderworpen aan vele wetten en voorschriften in alle landen waar het actief is. Dergelijke wet- en regelgeving wordt steeds complexer, strenger en verandert sneller en vaker dan voorheen. Deze talrijke wetten en voorschriften omvatten, onder andere, gegevensbeschermingsvereisten (zoals de Europese Algemene Verordening inzake Gegevensbescherming en California Consumer Privacy Act), wetten inzake intellectuele eigendom, arbeidsverhoudingen, belastingen, concurrentie, import- en handelsbeperkingen (bijvoorbeeld het handelsbeleid in de VS en de EU), deviezenwetten, anti-omkoping- en anticorruptievoorschriften, gezondheids- en veiligheidsvoorschriften. Naleving van deze wetten en voorschriften kan leiden tot extra kosten of kapitaaluitgaven, wat een negatieve invloed kan hebben op de mogelijkheden van Bekaert om haar activiteiten te ontwikkelen. Bovendien is er, gezien de hoge mate van complexiteit van deze wetten, ook het risico dat Bekaert sommige bepalingen onbedoeld schendt. Schendingen van deze wetten en voorschriften kunnen leiden tot boetes, strafrechtelijke sancties tegen Bekaert, stopzetting van bedrijfsactiviteiten in gesanctioneerde landen, de implementatie van complianceprogramma's en beperkingen voor het uitvoeren van de bedrijfsactiviteiten van Bekaert. Bekaert is ook bezig met het opleiden van de organisatie in juridisch bewustzijn en een Compliance Comité controleert en stuurt de acties die nodig zijn om compliance te waarborgen. Bekaert beschikt over een Gedragscode en een procedure voor het melden van integriteitskwesties. Management en bedienden zijn wereldwijd onderworpen aan een jaarlijks proces waarbij naleving van de principes van de Gedragscode moet bevestigd worden. Bekaert kan verder ook onderworpen worden aan overheidsonderzoeken (inclusief door belastingautoriteiten). Dergelijke onderzoeken zijn in de afgelopen jaren veel regelmatiger geworden in de opkomende markten zoals China en India en kunnen aanzienlijke uitgaven vereisen en resulteren in verplichtingen of overheidsbesluiten die een wezenlijk nadelig effect kunnen hebben op de activiteiten, bedrijfsresultaten en financiële toestand van Bekaert. Het is de praktijk van Bekaert om voorzieningen (per entiteit) op te nemen voor bepaalde geïdentificeerde risico's in verband met regelgeving en compliance. • Het niet voldoende beschermen van de intellectuele eigendom van Bekaert kan haar activiteiten en bedrijfsresultaten aanzienlijk schaden Bekaert is een wereldwijde technologieleider in staaldraadtransformatie en deklagen, en investeert intensief in voortdurende innovatie. De vennootschap beschouwt haar technologisch leiderschap als een onderscheidende factor ten opzichte van de concurrentie. Bijgevolg is bescherming van de intellectuele eigendom een belangrijke zorg en tevens een risico. Lekken van de intellectuele eigendom kunnen Bekaert schade toebrengen en de concurrentie helpen, zowel op het vlak van productontwikkeling, procesinnovatie en machinetechniek. Tegen het einde van 2020 had Bekaert (inclusief Bridon-Bekaert Ropes Group) een portefeuille van 1.828 octrooirechten (d.w.z. octrooien, octrooiaanvragen, utiliteitsmodellen en aanvragen voor utiliteitsmodellen). Bekaert initieert ook procedures tegen concurrenten in geval octrooi-inbreuken werden vastgesteld. Bekaert kan niet garanderen dat haar intellectuele eigendom niet zal worden aangevochten, geschonden of omzeild door derden. Bovendien is het mogelijk dat Bekaert er niet in slaagt om met succes een octrooi te verkrijgen, de registratie van octrooien te voltooien of octrooien te beschermen, wat een wezenlijke en negatieve invloed kan hebben op de activiteiten, financiële positie, bedrijfsresultaten en vooruitzichten.
De activa, inkomsten, winsten en kasstromen van Bekaert worden beïnvloed door schommelingen in de wisselkoersen van verschillende valuta's. Het valutarisico van de Groep kan worden opgesplitst in twee categorieën: omrekeningsen transactioneel valutarisico. Een omrekeningsrisico ontstaat wanneer de financiële gegevens van buitenlandse dochtervennootschappen worden omgezet in de rapporteringsvaluta van de Groep, de euro. De belangrijkste valuta's zijn Chinese renminbi, Amerikaanse dollar, Tsjechische kroon, Braziliaanse real, Chileense peso, Russische roebel, Indiase roepie en Britse pond. De Groep is verder blootgesteld aan transactionele valutarisico's als gevolg van haar investeringen (verwerving en verkoop van investeringen in buitenlandse ondernemingen), financiering (financiële verplichtingen in vreemde valuta) en bedrijfsvoering (commerciële activiteiten met aan- en verkoop in vreemde valuta). Via haar hedgingbeleid beperkt Bekaert de impact van de wisselkoersrisico's.
Als internationale groep die operationeel is in meerdere rechtsgebieden, is Bekaert onderworpen aan belastingwetgeving in vele landen over de hele wereld. Bekaert structureert en voert haar activiteiten wereldwijd uit in het licht van diverse reglementaire vereisten en de commerciële, financiële en fiscale doelstellingen van Bekaert. In het algemeen streeft Bekaert ernaar om haar activiteiten op een fiscaal efficiënte manier te structureren, met inachtneming van de toepasselijke fiscale wetten en voorschriften. Hoewel verwacht wordt dat deze waarschijnlijk hun gewenste effect zullen behalen, zouden Bekaert en haar dochtervennootschappen, indien één van hen met succes zou worden aangevochten door de relevante belastingautoriteiten, bijkomende belastingschulden kunnen oplopen die een nadelige invloed zouden kunnen hebben op haar effectief belastingtarief, bedrijfsresultaten en financiële toestand. Aangezien de fiscale wetten en voorschriften in de verschillende rechtsgebieden waarin Bekaert actief is, vaak geen duidelijke of definitieve richtlijnen geven, is de structuur, de bedrijfsvoering en het belastingregime van Bekaert en haar dochtervennootschappen gebaseerd op de interpretaties van de fiscale wetten en voorschriften in België en de andere rechtsgebieden waarin Bekaert en haar dochtervennootschappen actief zijn.
Hoewel het ondersteund wordt door belastingadviseurs en specialisten, kan Bekaert niet garanderen dat dergelijke interpretaties niet zullen worden betwist door de relevante belastingautoriteiten of dat de relevante belasting- en exportwetten en -regelgeving in sommige van deze landen niet het voorwerp zullen uitmaken van wijzigingen (in het bijzonder in de context van de snel veranderende internationale fiscale omgeving), uiteenlopende interpretaties en inconsistente handhaving, wat een nadelige invloed zou kunnen hebben op het effectieve belastingtarief, de bedrijfsresultaten en de financiële toestand van Bekaert. Het is de praktijk van Bekaert om voorzieningen (per entiteit) op te nemen voor bepaalde potentiële belastingverplichtingen.
Bekaert is onderhevig aan het risico dat de partijen met wie zij zaken doet (met inbegrip van in het bijzonder haar klanten) en die betalingen aan Bekaert moeten verrichten, niet in staat zijn om dergelijke betalingen tijdig te doen. Hoewel Bekaert een kredietbeleid heeft bepaald dat rekening houdt met de risicoprofielen van de klanten en de markten waartoe zij behoren, kan dit beleid slechts enkele van zijn kredietrisico's beperken. Als bedragen die verschuldigd zijn aan Bekaert niet worden betaald of niet tijdig worden betaald, heeft dit mogelijk niet alleen invloed op de huidige handels- en cashflowpositie maar ook op haar financiële en commerciële positie. Bekaert heeft een kredietverzekering afgesloten om dergelijke risico's te beperken.
De Covid-19-pandemie heeft de kans op het ontstaan van een dergelijk risico verhoogd, omdat de liquiditeitspositie van bepaalde klanten werd getroffen door de gevolgen van de pandemie en omdat het betalingsgedrag van bepaalde klanten is veranderd. Enkele van de top-10 klanten van Bekaert stelden hun betalingen uit in de maanden april en mei, maar het aantal achterstallige betalingen werd vanaf juni weer normaal. Daarnaast hebben kredietverzekeringsmaatschappijen de kredietlimieten verlaagd of kredietverzekeringen voor bepaalde derden uitgesloten. Vanwege dit verhoogde risico heeft Bekaert maatregelen getroffen om de risico's die zich kunnen voordoen vroegtijdig te detecteren, te vermijden en in te dekken. Op dit moment heeft Bekaert nog niet te maken gehad met verhoogde voorzieningen voor oninbare schulden of faillissementen van klanten die leiden tot afschrijvingen van oninbare schulden, maar het risico zou zich kunnen voordoen als de impact van de pandemie leidt tot het niet kunnen innen van uitstaande vorderingen op klanten die failliet gaan.
Bekaert werd met haar activiteiten in Venezuela de laatste jaren geconfronteerd met tekorten aan walsdraad, stroomvoorziening en de extreme devaluatie van de munt. Bekaert heeft de afgelopen jaren haar bedrijfsactiviteiten in Venezuela beperkt en sinds 2010 wordt een waardevermindering geboekt op de activa op Venezolaanse bodem om het uitstaande risico te minimaliseren. Ondanks de politieke en monetaire instabiliteit, is management erin geslaagd de onderneming in Venezuela operationeel te houden en bijgevolg werd er besloten dat de onderneming nog steeds onder controle is. Eind 2020 bedroegen de cumulatieve omrekeningsverschillen \$ 59,8 miljoen, die - in geval van verlies van controle - zouden worden geregenereerd naar de winst- en verliesrekening.
• Negatieve bedrijfsprestaties of veranderingen in het onderliggend economisch klimaat kunnen leiden tot waardevermindering van activa. In overeenstemming met de Internationale Boekhoudnormen betreffende de waardevermindering van activa (d.w.z. IAS36) mogen activa niet worden meegenomen in de financiële overzichten van een bedrijf met meer dan het hoogst realiseerbare bedrag (d.w.z. door het verkopen of gebruiken van het activa). In het geval de boekwaarde het realiseerbare bedrag overschrijdt, zijn de activa in waarde verminderd. Bekaert onderzoekt regelmatig haar groepen activa die geen kasstromen individueel genereren (d.w.z. Cashflow Genererende Eenheden (CGU's)) en meer specifiek CGU's waaraan goodwill wordt toegewezen. Niettemin kan Bekaert ook verplicht zijn waardeverminderingsverliezen te herkennen bij andere activa als gevolg van (externe) onverwachte negatieve gebeurtenissen die een invloed kunnen hebben op hun verwachte prestaties. Hoewel bijzondere waardeverminderingen geen invloed hebben op de kaspositie van Bekaert, zijn bijzondere waardeverminderingsverliezen indicatoren van een potentieel tekort in het (verwachte) businessplan van Bekaert, wat een indirecte impact zou kunnen hebben op het verwachte winstgenererend vermogen van Bekaert. Voor meer informatie over de goodwill van Bekaert op de balans (en bijzondere waardeverminderingsverliezen hieruit voortvloeiend), zie Toelichting 6.2 (Goodwill) van dit verslag. Meer specifiek beschrijft deze toelichting in meer detail de uitkomsten van bijzondere waardeverminderingen op goodwill die voortvloeien uit de bedrijfscombinatie Bridon-Bekaert Ropes Group, wat het grootste deel van het goodwill bedrag op de balans vertegenwoordigt. Een strikte uitvoering en implementatie van de verschillende initiatieven die zijn opgenomen in het herstelplan voor winst van de Bridon-Bekaert Ropes Group is essentieel om geen waardeverminderingsverlies op te lopen.
Financiële risico's
| • Bekaert wordt geconfronteerd met risico's van activa- en winstconcentratie in China | |
|---|---|
| Geopolitieke/ | Hoewel Bekaert een echte globale onderneming is met een wereldwijd netwerk van productieplatformen en verkoop- en distributiekantoren, waardoor de concentratie van activa en winst tot een minimum wordt beperkt, loopt Bekaert nog steeds een risico op concentratie van activa en winst op bepaalde locaties (zoals Jiangyin, China). Indien zich een ander risico zou voordoen, zoals een politiek, sociaal risico of een milieurisico met grote schade, dan kan het risico op activa- en winstconcentratie zich voordoen. Als onderdeel van een bedrijfscontinuïteitsplan heeft Bekaert maatregelen ingevoerd om dit risico te verminderen door middel van back-up scenario's en leveringsgoedkeuringen vanuit andere locaties. In sterk gereguleerde sectoren, zoals de automobielsector, zorgt Bekaert er bijvoorbeeld voor dat meer dan één productievestiging is goedgekeurd om aan de bandenproducenten te leveren. |
| landspecifieke risico's |
• De impact van de Covid-19-pandemie op de langere termijn op de bedrijfsactiviteiten en winstgevendheid van Bekaert hangt af van een breed scala aan factoren, inclusief de duur en het bereik van de pandemie, de getroffen geografische gebieden, de sociale impact, het effect ervan op de economische activiteit (bijv. verharding van de verzekeringsmarkten) en de aard en ernst van maatregelen die door overheden worden genomen om de verdere verspreiding van het virus te beperken; inclusief beperkingen op zakelijke activiteiten en reizen, beperkingen op grote bijeenkomsten en de verplichting om zichzelf te isoleren. Bekaert implementeerde een crisismanagementplan en governance om de Covid-19 pandemiecrisis te beheersen met de nadruk op het vrijwaren van de gezondheid & veiligheid van onze werknemers, het beschermen van onze klanten en onze business, het verzekeren van financiële slagkracht, het identificeren en nastreven van opportuniteiten die voortvloeien uit de crisis en het in staat stellen van de organisatie om met ambiguïteit om te gaan en het engagement hoog te houden – better together. |
Een doeltreffend kader voor interne controle en ERM is noodzakelijk om een redelijke zekerheid te kunnen geven omtrent de financiële rapportering van Bekaert en om fraude te voorkomen. Interne controle op financiële rapportering kan niet alle fouten voorkomen of opsporen, wegens beperkingen eigen aan de controle, zoals mogelijke menselijke fouten, het misleiden of omzeilen van controles of fraude. Daarom kan een effectieve interne controle enkel een redelijke garantie bieden voor de voorbereiding en de correcte voorstelling van de financiële informatie. Het niet oppikken van een fout als gevolg van menselijke fouten, het misleiden of omzeilen van controles of fraude kan een negatieve invloed hebben op de reputatie en de financiële resultaten van Bekaert.
Dit kan er ook toe leiden dat Bekaert niet voldoet aan haar lopende verplichtingen voor openbaarmaking.
Onze strategie is gericht op consistent waarde creëren voor al onze stakeholders: klanten en andere businesspartners, medewerkers, aandeelhouders en de gemeenschappen waar we actief zijn.
better together beschrijft de unieke samenwerking binnen Bekaert en tussen Bekaert en alle stakeholders. We willen voor ieder van hen langetermijnwaarde creëren en op die manier duurzame businesspartnerschappen uitbouwen.
Onze waarden maken ons tot wie we zijn en geven richting aan onze acties. We voeren business op een maatschappelijk verantwoorde en ethische wijze. Voor ons gaat duurzaam ondernemen over economisch succes, de veiligheid en ontwikkeling van medewerkers, duurzame relaties met onze businesspartners, verantwoordelijkheid voor het milieu en sociale vooruitgang. Op die manier vertaalt Bekaert duurzaam ondernemen in een voordeel voor alle stakeholders.
De belangen van onze klanten, medewerkers, aandeelhouders, lokale overheden en de gemeenschappen waar we actief zijn, zijn gereflecteerd in de manier waarop we onze operaties beheren. We doen dit op een gestructureerde manier: we hebben onze verbeterambities omgezet in duidelijke doelen op korte termijn en bouwen onze duurzaamheidsstrategie voor de komende jaren verder uit.
Onder toezicht van de Raad van Bestuur wordt Bekaerts duurzaamheidsstrategie voor de langere termijn bepaald. De strategie zal de ambities van de onderneming bevatten die ons in staat zullen stellen:
Bekaerts Duurzaamheidsrapport 2020 werd samengesteld volgens de GRI Sustainability Reporting Standards (Core optie). Global Reporting Initiative (GRI) is een non-profit organisatie die economische, milieugerelateerde en maatschappelijke duurzaamheid bevordert. In 2020 werd Bekaert erkend door opname in de Solactive ISS ESG Screened Europe Small Cap Index en de Solactive ISS ESG Screened Developed Markets Small Cap Index - een referentiecriterium voor toppresteerders op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen gebaseerd op Vigeo Eiris' onderzoek - en in Kempen SRI.
In respectievelijk 2020-2021 analyseerden de ratingagentschappen MSCI en ISS-oekom de ecologische, sociale en governance prestaties van ons bedrijf op basis van publiek beschikbare informatie. Hun rapporten worden gebruikt door institutionele investeerders en financiële dienstverleners.
Voor het vierde jaar op rij kreeg Bekaert het gouden erkenningsniveau van EcoVadis toegekend, een onafhankelijk bureau voor duurzaam ondernemen waarvan de methodologie op internationale CSR-normen gebaseerd is. Het bureau stelt dat Bekaert deel uitmaakt van de top 5% van de door EcoVadis beoordeelde bedrijven in dezelfde industriecategorie.
Als antwoord op de groeiende interesse doorheen de toeleveringsketen om over de ecologische voetafdruk van activiteiten en logistiek te rapporteren, werkt Bekaert ook mee aan de bevragingen van CDP (vroeger bekend als het Carbon Disclosure Project) omtrent klimaatverandering en de toeleveringsketen.
Bekaert heeft een 'B-' score behaald in CDP's Supplier Engagement Rating (SER), een verbetering met twee stappen vergeleken met de vorige rating. Bekaerts rating voor rapportering en betrokkenheid ten aanzien van klanten is significant verbeterd wat ons in een leidende 'A'-ratingpositie brengt.
Als bedrijf en als individuen handelen we met integriteit en houden we ons aan de hoogste normen van zakelijke ethiek. We bevorderen gelijke kansen, koesteren diversiteit en willen een risicovrije werkomgeving creëren doorheen onze organisatie. Onze waarden zijn verankerd in onze cultuur en verbinden ons als het One Bekaert-team.
We handelen integer · Wij verdienen vertrouwen · Wij zijn niet te stuiten!
Onze medewerkers zijn de drijvende kracht achter ons wereldwijd succes. De sterkte van ons bedrijf is de passie van elke Bekaert-medewerker om een extra inspanning te leveren voor onze klanten en om te zorgen voor elkaar en voor de wereld om ons heen. Dat is waar better together om gaat.
Bekaert beantwoordde de Covid-19-pandemie met globale en lokale maatregelen om de gezondheid en veiligheid van alle medewerkers en hun families, en van onderaannemers en bezoekers op onze sites te vrijwaren. We voldeden rigoureus aan de ingevoerde regelgevingen in alle landen waar Bekaert activiteiten heeft. Intussen communiceerden we nauwgezet met klanten en leveranciers om de continuïteit in de business- en voorraadketen te verzekeren.
Onze teamleden in China werden als eersten geconfronteerd met de uitdagingen van het virus en met strikte maatregelen om de verspreiding tegen te gaan. Hun lessen zijn enorm waardevol geweest voor ons. Hun maatregelen en best practices werden geïntegreerd in de globale Covid-19-preventieregels van Bekaert.
Deze maatregelen, al vroeg geïmplementeerd in China en overgenomen door onze teams wereldwijd, omvatten:
Het engageren en empoweren van onze medewerkers is altijd belangrijk geweest binnen Bekaert. We empoweren onze teams met verantwoordelijkheid, autoriteit en aansprakelijkheid en rekenen op het engagement van elke Bekaert-medewerker om de prestaties te verbeteren.
We willen een werkomgeving creëren die niemand schade berokkent. We zijn vastberaden alles te doen wat nodig is om ongevallen op de werkvloer te voorkomen.
We zetten hoge ambities op vlak van diversiteit, veiligheid en naleving van onze Gedragscode. We verwijzen naar ons Duurzaamheidsrapport om meer te lezen over onze initiatieven en over de personeels- en veiligheidsgerelateerde data van 2020.
Wij staan voor verantwoordelijke en duurzame businesspraktijken in al onze zakelijke en maatschappelijke relaties. Onze aankoop- en innovatieprogramma's verbeteren de duurzaamheid over de gehele waardeketen.
We zijn open en eerlijk met onze zakenpartners. We verwachten van hen dat zij zich houden aan businessprincipes die overeenstemmen met internationaal geaccepteerde ethische normen.
In het begin van 2020 (pre-Covid-19) nodigde de Lipetsk-fabriek in Rusland haar staalkoordklanten uit om te bespreken hoe we nog beter aan hun noden kunnen voldoen en hoe we kunnen samenwerken om nieuwe types staalkoord te ontwikkelen. De Bekaert Lipetsk kwaliteits- en technologieteams bezochten ook de vestigingen van de klanten om hun procesnoden goed te begrijpen.
Virtuele communicatie werd de norm bij al onze klantencontacten in 2020. De voortdurend veranderende businessdynamieken wereldwijd vereisten constante afstemming en interactie. Hoewel we geïsoleerd en verhinderd waren om persoonlijk en rechtstreeks contact te hebben zoals we dat kenden uit vergaderingen, bezoeken, beurzen of conferenties, brachten de onlinevergaderingen ons dichter bij elkaar dan tevoren. Ze brachten ook meer teams en individuen samen dan de gebruikelijke verkoop-aankooprelaties tussen Bekaert en de klanten.
We onderzochten en breidden het gebruik van digitale kanalen verder uit, integreerden een live chat in onze website, en deelden informatie en expertise in virtuele engagementcampagnes.
Fabrieksteams connecteerden met klanten en collega's die telewerkten via livestream om pre-kwalificatietests te bekijken. We organiseerden online trainingssessies voor klanten, terwijl conferenties en beurzen digitaal plaatsvonden met avatar-netwerking en virtuele beursstanden. We activeerden ook gebruiksvriendelijke klantenportaalsites op onze website: MyBekaert en My Rope. Deze digitale platformen hebben interactie en vertrouwen opgebouwd in onze commerciële relaties.
We engageren ons met de leveranciers om het bewustzijn voor en de controle op duurzaam ondernemen bij onze leveranciers te verbeteren en we leggen de lat hoog in onze R&D-projecten door duidelijke duurzaamheidsvoordelen als doel te hebben.
We verwijzen naar het Duurzaamheidsrapport om meer te lezen over hoe we better together werken met onze klanten en leveranciers.
We hechten belang aan zorg voor het klimaat en streven naar een circulaire economie: we ontwikkelen en installeren productie-uitrusting die het energieverbruik vermindert en recyclage optimaliseert. We maken zoveel mogelijk gebruik van hernieuwbare energiebronnen en voorkomen lozingen van onbehandeld afvalwater en afval.
We streven er voortdurend naar om processen te ontwikkelen die minder materiaal gebruiken, ons energieverbruik reduceren en afval verminderen. Onze ambities om het aandeel hernieuwbare energie te verhogen en bijgevolg onze broeikasgasemissies te verminderen, zijn hoog.
Drijvende windplatformen vormen een oplossing om de globale energiemix verder te decarboniseren en leverzekerheid te verhogen. Onze oplossingen voor windparken getuigen van onze toewijding aan duurzaamheid. We hebben verschillende producten in ons portfolio die gebruikt worden om (drijvende) windparken te bouwen: Dramix® staalvezels voor betonversterking, Bezinox® wapeningsdraad om elektriciteit aan land te brengen via onderzeese stroomkabels, A-Cords distributieriemen om de hellingshoek van wieken aan te passen, supergeleidende draad voor turbinegeneratoren, Bekinox® verwarmingskabels om wieken van windturbines te ontdooien en ankerlijnen om de platformen op hun plaats te houden.
We zijn niet alleen onze aanwezigheid in de windenergiemarkt aan het versterken met onze innovatieve producten en oplossingen, we verhogen ook geleidelijk aan ons aandeel hernieuwbare energie aan de hand van VPPA's.
In december 2020 heeft ENGIE Noord-Amerika de bouw van het King Plains windpark afgewerkt in Oklahoma (VS). Bekaert sloot in 2019 een Virtual Power Purchase Agreement (VPPA) af met ENGIE Noord-Amerika om 35 MW aan te kopen en neemt bijkomende VPPA's in overweging om onze doelstelling van 100% hernieuwbare energiebronnen in de VS te bereiken. Bekaert onderzoekt of het ook VPPA's kan afsluiten in Europa als een van de maatregelen om de globale doelstelling van 55% hernieuwbare energie te behalen tegen 2025.
We verwijzen naar ons Duurzaamheidsrapport voor meer voorbeelden van ons uitgebreidere productaanbod dat bijdraagt aan een schoner milieu en voor een volledig overzicht van de 2020 data van ons energieverbruik, het aandeel hernieuwbare energie, broeikasgasemissies en waterverbruik.
We ondersteunen en ontwikkelen maatschappelijke initiatieven die bijdragen aan de verbetering van de sociale omstandigheden in de gemeenschappen waarin we actief zijn.
Educatieve projecten vormen de ruggengraat van Bekaerts sociale steun en andere activiteiten in de gemeenschap, omdat wij ervan overtuigd zijn dat onderwijs en opleiding de sleutel vormen voor een duurzame toekomst.
Het Bekaert-team in India zamelde voedsel, kleding en schrijfgerief in voor het jaarlijkse 'Joy of giving' project. In februari 2020 schonken ze de goederen aan een lokale organisatie die kinderen steunt op vlak van opleiding en welzijn. Het team in India schonk ook computers aan plaatselijke scholen.
Covid-19 voegde een andere dimensie toe aan onze verantwoordelijke acties die de maatschappij steunen. Sinds de uitbraak van de pandemie hebben we de lokale gemeenschappen waar we actief zijn betrokken en gesteund met initiatieven die bewustwording creëren voor het belang van bescherming en met giften en vrijwilligerswerk in medische en zorgcentra over de hele wereld.
We verwijzen naar ons Duurzaamheidsrapport om meer te lezen over de initiatieven die onze Bekaert-collega's wereldwijd hebben georganiseerd om medische centra en zorgcentra, en kinderen en studenten te steunen.
| Geconsolideerde winst-en-verliesrekening82 | |
|---|---|
| Geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat83 | |
| Geconsolideerde balans 84 | |
| Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen86 | |
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht88 |
| 2.1. | Conformiteitsverslag89 |
|---|---|
| 2.2. | Algemene principes91 |
| 2.3. | Balanselementen 92 |
| 2.4. | Elementen van de winst-en-verliesrekening99 |
| 2.5. | Overzicht van het volledig perioderesultaat en mutatieoverzicht van het eigen vermogen99 |
| 2.6. | Alternatieve prestatiemaatstaven99 |
| 2.7. | Diverse100 |
| 3. Cruciale beoordelingen en belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden 101 | |
| 3.1. | Cruciale beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving 101 |
| 3.2. | Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden101 |
| 4. Segmentrapportering103 | |
| 4.1. | Kerngegevens per rapporteringssegment 103 |
| 4.2. | Omzet per land105 |
| 5. Elementen van de winst-en-verliesrekening106 | |
| 5.1. | Netto-omzet106 |
| 5.2. | Bedrijfsresultaat (EBIT) per functie107 |
| 5.3. | Bedrijfsresultaat (EBIT) per aard van opbrengsten en kosten 111 |
| 5.4. | Renteopbrengsten en -lasten 112 |
| 5.5. | Overige financiële opbrengsten en lasten 112 |
| 5.6. | Winstbelastingen 113 |
| 5.7. | Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen 114 |
| 5.8. | Winst per aandeel 114 |
| 6. Balanselementen 116 | |
| 6.1. | Immateriële activa 116 |
| 6.2. | Goodwill 117 |
| 6.3. | Materiële vaste activa122 |
| 6.4 | Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa124 | |
|---|---|---|
| 6.5. | Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen127 | |
| 6.6. | Overige vaste activa130 | |
| 6.7. | Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 131 | |
| 6.8. | Operationeel werkkapitaal134 | |
| 6.9. | Overige vorderingen136 | |
| 6.10. Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen136 | ||
| 6.12. Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa 137 | ||
|---|---|---|
| 6.13. Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, | ||
| op aandelen gebaseerde betalingen138 | ||
| 6.14. Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves145 | ||
| 6.15. Minderheidsbelangen 147 | ||
| 6.16. Voorzieningen voor personeelsbeloningen 151 | ||
| 6.17. Overige voorzieningen160 | ||
| 6.18. Rentedragende schulden161 | ||
| 6.19. Overige verplichtingen op meer dan een jaar164 | ||
| 6.20. Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar164 | ||
| 6.21. Belastingposities164 | ||
| 7. Diverse elementen165 | ||
| 7.1. | Toelichting bij het kasstroomoverzicht165 | |
| 7.2. | Beheer van financiële risico's en derivaten168 | |
| 7.3. | Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen, gewaarborgde verplichtingen en activa | |
| verpand als waarborg 180 | ||
| 7.4. | Verbonden partijen181 | |
| 7.5. | Gebeurtenissen na balansdatum182 | |
| 7.6. | Opdrachten uitgevoerd door de commissaris en aanverwante personen 182 | |
| 7.7. | Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen183 |
| Jaarverslag van de Raad van Bestuur en jaarrekening van NV Bekaert SA187 | |
|---|---|
| Voorstel van resultaatverwerking NV Bekaert SA 2020189 | |
| Statutaire benoemingen190 |
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2019 | 2020 |
| Omzet | 5.1. | 4 322 450 | 3 772 374 |
| Kostprijs van verkopen | 5.2. | -3 795 320 | -3 214 056 |
| Marge op omzet | 5.2. | 527 131 | 558 318 |
| Commerciële kosten | 5.2. | -188 606 | -167 141 |
| Administratieve kosten | 5.2. | -127 676 | -133 526 |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | 5.2. | -70 729 | -52 361 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 5.2. | 27 655 | 84 659 |
| Andere bedrijfskosten | 5.2. | -12 758 | -33 422 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 5.2. | 155 017 | 256 527 |
| waarvan | |||
| EBIT - Onderliggend | 5.2. / 5.3. | 241 909 | 272 244 |
| Eenmalige elementen | 5.2. | -86 891 | -15 717 |
| Renteopbrengsten | 5.4. | 2 841 | 3 386 |
| Rentelasten | 5.4. | -69 166 | -59 554 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten | 5.5. | -18 371 | -30 165 |
| Resultaat vóór belastingen | 70 322 | 170 194 | |
| Winstbelastingen | 5.6. | -51 081 | -56 513 |
| Resultaat na belastingen (geconsolideerde ondernemingen) | 19 241 | 113 682 | |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde | |||
| ondernemingen | 5.7. | 28 959 | 34 355 |
| PERIODERESULTAAT | 48 200 | 148 037 | |
| Toerekenbaar aan | |||
| aandeelhouders van Bekaert | 41 329 | 134 687 | |
| minderheidsbelangen van derden | 6.15. | 6 871 | 13 350 |
| Winst per aandeel | |||
|---|---|---|---|
| in € per aandeel | 5.8. | 2019 | 2020 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | |||
| Basisberekening | 0,731 | 2,382 | |
| Na verwateringseffect | 0,730 | 2,266 | |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze winst-en-verliesrekening.
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2019 | 2020 |
| Perioderesultaat | 48 200 | 148 037 | |
| Andere elementen van het resultaat | 6.14. | ||
| Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd kunnen | |||
| worden naar de winst-en-verliesrekening | |||
| Omrekeningsverschillen | |||
| Omrekeningsverschillen van de periode m.b.t. dochterondernemingen | 16 563 | -80 879 | |
| Omrekeningsverschillen van de periode m.b.t. joint ventures en | |||
| geassocieerde ondernemingen | -2 171 | -38 134 | |
| Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd | |||
| kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening, na belastingen | 14 392 | -119 013 | |
| Andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd | |||
| kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening | |||
| Herwaarderingen van de nettoverplichting m.b.t. | |||
| toegezegdpensioenregelingen | -833 | 2 497 | |
| Nettowijziging in reële waarde van deelnemingen aangemerkt als tegen | |||
| reële waarde via eigen vermogen | 2 372 | 250 | |
| Aandeel in niet-herclassificeerbare andere elementen van het resultaat | |||
| van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 11 | 4 | |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het | |||
| resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen worden naar de winst | |||
| en-verliesrekening | 6.7. | 1 822 | -1 024 |
| Andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd | |||
| kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening, na belastingen | 3 372 | 1 727 | |
| Andere elementen van het resultaat (opgenomen in het eigen vermogen) | 17 764 | -117 286 | |
| VOLLEDIG PERIODERESULTAAT | 65 964 | 30 751 | |
| Toerekenbaar aan | |||
| aandeelhouders van Bekaert | 62 506 | 23 233 | |
| minderheidsbelangen van derden | 6.15. | 3 458 | 7 518 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat.
| Activa per 31 december | Toe | ||
|---|---|---|---|
| in duizend € | lichting | 2019 | 2020 |
| Immateriële activa | 6.1. | 60 266 | 54 664 |
| Goodwill | 6.2. | 149 784 | 149 398 |
| Materiële vaste activa | 6.3. | 1 349 657 | 1 191 781 |
| Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa | 6.4. | 149 051 | 132 607 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 6.5. | 160 665 | 123 981 |
| Overige vaste activa | 6.6. | 36 281 | 45 830 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 6.7. | 142 333 | 124 243 |
| Vaste activa | 2 048 037 | 1 822 503 | |
| Voorraden | 6.8. | 783 030 | 683 477 |
| Ontvangen bankwissels | 6.8. | 59 904 | 54 039 |
| Handelsvorderingen | 6.8. | 644 908 | 587 619 |
| Overige vorderingen | 6.9. / 6.21. | 111 615 | 101 330 |
| Geldbeleggingen | 6.10. | 50 039 | 50 077 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 6.10. | 566 176 | 940 416 |
| Overige vlottende activa | 6.11. | 40 510 | 41 898 |
| Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 6.12. | 466 | 6 740 |
| Vlottende activa | 2 256 647 | 2 465 597 | |
| Totaal | 4 304 684 | 4 288 100 |
| Passiva per 31 december | Toe | ||
|---|---|---|---|
| in duizend € | lichting | 2019 | 2020 |
| Kapitaal | 6.13. | 177 793 | 177 812 |
| Uitgiftepremies | 37 751 | 37 884 | |
| Overgedragen resultaten | 6.14. | 1 492 028 | 1 614 781 |
| Eigen aandelen | 6.14. | -107 463 | -106 148 |
| Overige Groepsreserves | 6.14. | -165 000 | -276 448 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 1 435 110 | 1 447 880 | |
| Minderheidsbelangen | 6.15. | 96 430 | 87 175 |
| Eigen vermogen | 1 531 540 | 1 535 055 | |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen | 6.16. | 123 409 | 130 948 |
| Overige voorzieningen | 6.17. | 25 005 | 25 166 |
| Rentedragende schulden | 6.18. | 1 184 310 | 968 076 |
| Overige verplichtingen op meer dan een jaar | 6.19. | 265 | 1 231 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 6.7. | 34 182 | 38 337 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | 1 367 171 | 1 163 759 | |
| Rentedragende schulden | 6.18. | 424 184 | 641 655 |
| Handelsschulden | 6.8. | 652 384 | 668 422 |
| Personeelsbeloningen | 6.8. / 6.16. | 148 784 | 149 793 |
| Overige voorzieningen | 6.17. | 30 222 | 11 421 |
| Verplichtingen met betrekking tot winstbelastingen | 6.21. | 82 411 | 53 543 |
| Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar | 6.20. | 67 988 | 64 451 |
| Verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd | |||
| als aangehouden voor verkoop | 6.12. | - | - |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 1 405 973 | 1 589 286 | |
| Totaal | 4 304 684 | 4 288 100 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde balans.
| Kapitaal | Uitgiftepremies | Overgedragen resultaten |
Eigen aandelen | Gecumuleerde omrekenings verschillen |
|---|---|---|---|---|
| 177 793 | 37 751 | 1 480 235 | -108 843 | -130 102 |
| - | - | 41 329 | - | - |
| - | - | 11 | - | 16 138 |
| - | - | - | - | - |
| - | ||||
| - | ||||
| - | ||||
| - | ||||
| - | ||||
| - | ||||
| -113 964 | ||||
| -113 964 | ||||
| - | ||||
| -113 858 | ||||
| - | ||||
| - | - | 8 556 | - | - |
| 19 | 133 | - | - | - |
| - | - | -231 | 1 314 | - |
| - | - | -19 787 | - | - |
| - - - - - - 177 793 177 793 - - - |
- - - - - - 37 751 37 751 - - - |
-18 6 973 - 4 390 -1 341 -39 557 1 492 022 1 492 022 134 687 - -467 |
- - - - 1 380 - -107 463 -107 463 - - - |
Toewijsbaar aan aandeelhouders van Bekaert 1 Toewijsbaar aan aandeelhouders van Bekaert 1
1 Zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'.
2 Zie toelichting 6.15. 'Minderheidsbelangen'.
3 In december 2019 verwierf de Groep de resterende minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA voor een bedrag van € 9,5 miljoen. Als onderdeel van de transactie was de put-optie van Maccaferri gedoofd.
4 In februari 2020 werd de uitkoop van Continental in Bekaert Slatina SRL door verwerving van Conti's 20% minderheidsbelangen afgerond. Er werd een vergoeding van € 9,0 miljoen betaald.
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van Bekaert 1 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal eigen vermogen |
Minderheids belangen 2 |
Totaal | Put -optiereserve voor minderheids belangen |
Uitgestelde belastingreserve |
Herwaarderings reserve voor DB regelingen |
Herwaarderings Gecumuleerde reserve voor niet omrekenings geconsolideerde verschillen deelnemingen |
| 1 511 637 | 119 071 | 1 392 566 | -8 206 | 26 694 | -68 267 | -130 102 -14 489 |
| 48 200 | 6 871 | 41 329 | - | - | - | - - |
| 17 765 | -3 413 | 21 178 | - | 1 413 | 1 244 | 16 138 2 372 |
| 652 | 652 | - | - | - | - | - - |
| - | - | 6 | -6 | 18 | - - |
|
| 1 533 | -13 632 | 15 165 | 8 200 | 3 | -11 | - - |
| 128 | 128 | - | - | - | - | - - |
| 4 390 | - | 4 390 | - | - | - | - - |
| 39 | - | 39 | - | - | - | - - |
| -52 804 | -13 247 | -39 557 | - | - | - | - - |
| 1 531 540 | 96 430 | 1 435 110 | - | 28 104 | -67 016 | -113 964 -12 117 |
| 1 531 540 | 96 430 | 1 435 110 | - | 28 104 | -67 016 | -113 964 -12 117 |
| 148 037 | 13 350 | 134 687 | - | - | - | - - |
| -117 286 | -5 832 | -111 454 | - | -1 319 | 3 473 | -113 858 250 |
| -8 970 | -8 503 | -467 | - | - | - | - - |
| 8 556 | - | 8 556 | - | - | - | - - |
| 152 | - | 152 | - | - | - | - - |
| 1 083 | - | 1 083 | - | - | - | - - |
| -28 057 | -8 270 | -19 787 | - | - | - | - - |
| 1 535 055 | 87 175 | 1 447 880 | - | 26 785 | -63 543 | -227 822 -11 867 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen.
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2019 | 2020 |
| Bedrijfsactiviteiten | |||
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 5.2. / 5.3. | 155 017 | 256 527 |
| Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in het bedrijfsresultaat | 7.1. | 305 198 | 270 417 |
| Investeringsposten verwerkt in het bedrijfsresultaat | 7.1. | 3 428 | -38 626 |
| Gebruikte bedragen van voorzieningen voor personeelsbeloningen | |||
| en overige voorzieningen | 7.1. | -61 299 | -50 756 |
| Betaalde winstbelastingen | 5.6. / 7.1. | -60 624 | -56 504 |
| Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 341 721 | 381 059 | |
| Wijzigingen in operationeel werkkapitaal | 6.8. | 168 549 | 124 419 |
| Overige bedrijfskasstromen | 7.1. | 14 056 | -556 |
| Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 524 326 | 504 921 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Nieuwe bedrijfscombinaties | 7.2. | - | -978 |
| Inkomsten uit verkoop van deelnemingen | 800 | - | |
| Ontvangen dividenden | 6.5. | 18 750 | 25 324 |
| Aankopen immateriële activa | 6.1. | -4 410 | -3 214 |
| Aankopen materiële vaste activa | 6.3. | -94 504 | -104 477 |
| Aankopen RoU Land | 6.4. | -13 074 | - |
| Inkomsten uit verkoop van vaste activa | 7.1. | 1 349 | 52 136 |
| Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten | -91 089 | -31 209 | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Ontvangen rente | 5.4. | 2 960 | 3 076 |
| Betaalde rente | 5.4. | -50 130 | -42 864 |
| Betaalde brutodividenden aan aandeelhouders van NV Bekaert SA | -39 557 | -19 787 | |
| Betaalde brutodividenden aan minderheidsbelangen | -13 873 | -5 953 | |
| Inkomsten uit rentedragende langetermijnschulden | 6.18. | 585 696 | 201 309 |
| Aflossing van rentedragende langetermijnschulden | 6.18. | -675 253 | -247 673 |
| Kasstromen m.b.t. rentedragende kortetermijnschulden | 6.18. | -76 715 | 41 358 |
| Transacties eigen aandelen | 6.13. | 39 | 1 084 |
| Verkopen en verwervingen van minderheidsbelangen | 7.1. | -9 500 | -8 970 |
| Overige financieringskasstromen | 7.1. | 7 540 | -4 319 |
| Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten | -268 793 | -82 741 | |
| Toename of afname (-) in geldmiddelen en kasequivalenten | 164 444 | 390 972 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten - begin van de periode | 398 273 | 566 176 | |
| Effect van wisselkoersfluctuaties | 3 459 | -16 731 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten - einde van de periode | 566 176 | 940 416 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd kasstroomoverzicht.
NV Bekaert SA (de 'Onderneming') is een onderneming die in België gedomicilieerd is. De Onderneming is een wereldmarkt- en technologisch leider in staaldraadtransformatie en deklaagtechnologieën. De geconsolideerde jaarrekening van de Onderneming omvat de Onderneming en haar dochterondernemingen (samen verder de 'Groep' of 'Bekaert' genoemd) en het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde ondernemingen gewaardeerd volgens de equity-methode. De geconsolideerde jaarrekening werd door de Raad van Bestuur van de Onderneming vrijgegeven voor publicatie op 24 maart 2021.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Deze jaarrekening is ook in overeenstemming met de IFRS-standaarden zoals gepubliceerd door de IASB.
wijziging aan de leasebetalingen ten gevolge van een aan Covid-19 gerelateerde huurconcessie, verwerken op een gelijkaardige manier als zou men een wijziging verwerken onder IFRS 16 die geen verband houdt met een wijziging van de lease-overeenkomst. De uitzondering geldt enkel voor huurconcessies ontvangen als direct gevolg van de Covid-19 pandemie en enkel indien aan volgende voorwaarden werd voldaan: (a) de herziene vergoeding voor de lease als gevolg van de wijziging in leasebetalingen dient substantieel gelijk te zijn, of minder dan, de vergoeding voor de lease onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging; (b) elke vermindering in leasebetalingen beïnvloedt enkel de betalingen die oorspronkelijk verschuldigd waren op of voor 30 juni 2021 (een huurconcessie voldoet aan deze voorwaarde als deze resulteert in het verminderen van de leasebetalingen op of voor 30 juni 2021 en het verhogen van de leasebetalingen verschuldigd na 30 juni 2021); en; (c) er is geen substaniële wijziging aan de overige voorwaarden in de lease-overeenkomst.
In de huidige verslagperiode heeft de Groep slechts voor een beperkt bedrag aan ontvangen huurconcessies (€ 0,2 miljoen) gebruik gemaakt van deze uitzondering in IFRS 16.
» De Groep heeft in het huidige jaar voor het eerst de aanpassingen toegepast tot IFRS 3 'Definitie van een bedrijfscombinatie'. De aanpassingen verduidelijken dat waar een bedrijfscombinatie normaal outputs heeft, deze outputs niet noodzakelijk zijn om een geïntegreerde geheel van activiteiten en activa te kunnen kwalificeren als een bedrijfscombinatie. Om een verworven geheel van activiteiten en activa te kunnen beschouwen als een bedrijfscombinatie, moeten op zijn minst inputs en een substantieel proces aanwezig zijn die samen significant bijdragen tot de mogelijkheid om outputs te creëren.
De aanpassingen verwijderen ook de beoordeling of een marktparticipant in de mogelijkheid is om ontbrekende inputs of processen te vervangen en blijvend outputs te kunnen produceren. De aanpassingen geven ook bijkomende richtlijnen die helpen bij het beoordelen of een verworven proces voldoende substantieel is.
De aanpassingen voeren eveneens een optionele concentratietest in die toelaat een vereenvoudigde beoordeling te maken om vast te stellen dat een verworven geheel van activiteiten en activa geen business zijn. Deze zogenaamde concentratietest stelt vast of substantieel alle reële waarde van de overgenomen activiteiten en activa is geconcentreerd in een individueel identificeerbaar actief of groep van vergelijkbare activa. Deze aanpassingen worden toegepast op alle bedrijfscombinaties en verworven activa waarvoor de verwervingsdatum ligt op of na 1 januari 2020.
» De Groep heeft de aanpassingen tot IAS 1 en IAS 8 'Definitie van materialiteit' voor het eerst toegepast in het huidige jaar. De aanpassingen maken de definitie van materialiteit in IAS 1 duidelijker zonder intentie om de onderliggende concepten rond materialiteit in de IFRS standaarden te veranderen. Het concept van het verbergen van belangrijke informatie door het geven van te veel onbelangrijke informatie werd ook toegevoegd als onderdeel van deze nieuwe definitie.
De drempel van materialiteit die gebruikers kunnen beïnvloeden werd gewijzigd van 'kan beïnvloeden' naar 'kan redelijkerwijs verondersteld worden te beïnvloeden'. De definitie van materialiteit in IAS 8 is vervangen door een verwijzing naar de definitie van materialiteit in IAS 1. Bijkomend heeft het IASB ook de andere standaarden alsook het Conceptuele Kader aangepast waarin een definitie van materialiteit voorkwam of waar er referenties waren naar de term materialiteit, om zo de consistentie te garanderen.
» De Groep heeft voor het eerst dit jaar de aanpassingen aan Verwijzingen naar het Conceptuele Kader in IFRS standaarden toegepast.
De Groep heeft niet geopteerd voor vervroegde toepassing van volgende nieuwe of gewijzigde standaarden:
kost, noch de informatie die werd opgenomen met betrekking tot deze elementen. De aanpassingen verduidelijken dat de classificatie van schulden als op korte of lange termijn is gebaseerd op rechten aanwezig op het einde van de rapporteringsperiode, specifiëren dat de classificatie niet wordt beïnvloed door de verwachtingen over de vraag of een entiteit haar recht om de afwikkeling van een verplichting uit te stellen zal uitoefenen, leggen uit dat rechten bestaan als aan covenanten wordt voldaan aan het einde van de rapporteringsperiode, en introduceren een definitie voor 'afwikkeling' om duidelijk te maken dat een afwikkeling verwijst naar een transfer van geldmiddelen, eigenvermogensinstrumenten, overige activa of diensten. Deze aanpassingen worden retrospectief toegepast voor jaarlijkse verslagperiodes die beginnen op of na 1 januari 2023, waarbij een vervroegde toepassing wordt toegelaten.
» Aanpassingen tot IFRS 3 'Bedrijfscombinaties' die IFRS 3 bijwerken zodat deze verwijst naar het 2018 Conceptuele Kader in plaats van naar het Kader van 1989. De aanpassingen zijn van toepassing voor bedrijfscombinaties voor dewelke de verwervingsdatum op of na het begin van de eerste jaarlijkse periode valt te beginnen vanaf 1 januari 2022. Vervroegde toepassing wordt toegelaten indien een entiteit ook alle andere bijgewerkte referenties (gepubliceerd samen met het bijgewerkte Conceptuele Kader) op het zelfde ogenblik of vroeger toepast.
» Aanpassingen tot IAS 37 'Voorzieningen, voorwaardelijke activa en verplichtingen' dewelke verduidelijken dat de kost om een contract te voldoen de kosten bevat die rechtstreeks gelinkt zijn met het contract. Kosten die rechtstreeks gelinkt zijn aan een contract bevatten zowel de incrementele kosten om aan een contract te voldoen (voorbeelden zijn directe arbeid en materialen) en een toewijzen van overige kosten die rechstreeks gelinkt zijn aan het voldoen van het contract (een voorbeeld hiervan is de afschrijvingskost voor een element van materiële vaste activa gebruikt in het nakomen van een contract). Deze aanpassingen gaan in voor jaarlijkse periodes die beginnen op of na 1 januari 2022, waarbij vervroegde toepassing wordt toegelaten.
Verwacht wordt dat deze nieuwe standaarden, aanpassingen aan standaarden en interpretaties, die na 2020 van kracht worden, geen belangrijke effecten op de jaarrekening zullen hebben.
De geconsolideerde rekeningen worden voorgesteld in duizend euro, op basis van de historische kostprijsmethode, behalve voor derivaten, financiële activa aangemerkt als tegen reële waarde via OCI en financiële activa aangemerkt als tegen reële waarde via resultaat, die tegen reële waarde worden opgenomen. Financiële activa waarvoor geen prijsnotering voorhanden is in een actieve markt en waarvan de reële waarde niet op een betrouwbare manier kan bepaald worden, worden tegen historische kostprijs gewaardeerd. Tenzij anders vermeld, werden de grondslagen voor financiële verslaggeving consistent met het vorig boekjaar toegepast.
Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover NV Bekaert SA een beslissende invloed ('zeggenschap') uitoefent. Dit is het geval wanneer NV Bekaert SA blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele opbrengsten uit haar deelneming in de entiteit en de mogelijkheid heeft om deze opbrengsten te beïnvloeden door haar macht over de entiteit. De jaarrekeningen van dochterondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap. Alle intragroepsverrichtingen, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten op intragroepsverrichtingen worden geëlimineerd; niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd tenzij het om permanente waardeverminderingen gaat. Het deel van het eigen vermogen en van het resultaat dat toewijsbaar is aan de minderheidsaandeelhouders wordt afzonderlijk vermeld in de balans, de winst-en-verliesrekening en het geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat. Wijzigingen in het aandeelhouderschap van de Groep in dochterondernemingen waarbij de Groep de zeggenschap niet verliest, worden verwerkt als eigenvermogentransacties. Daarbij worden de nettoboekwaardes van de Groepsbelangen en van minderheidsbelangen aangepast aan de gewijzigde participatieverhoudingen in deze dochterondernemingen. Verschillen tussen de aanpassing van de minderheidsbelangen en de reële waarde van de betaalde of ontvangen overnamevergoeding worden rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen. Wanneer de Groep de zeggenschap in een dochteronderneming verliest, wordt de winst of het verlies op de afstoting bepaald als het verschil tussen:
Er is sprake van een gezamenlijke overeenkomst wanneer NV Bekaert SA contractueel overeengekomen is om de zeggenschap te delen met een of meerdere partijen, wat enkel het geval is wanneer beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die gezamenlijke zeggenschap hebben. Een gezamenlijke overeenkomst kan behandeld worden als een gezamenlijke activiteit (wanneer NV Bekaert SA rechten op de activa en verbintenissen voor de verplichtingen heeft) of als een gezamenlijke entiteit / joint venture (wanneer NV Bekaert SA enkel recht heeft op het nettoactief). Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin NV Bekaert SA, rechtstreeks of onrechtstreeks, een invloed van betekenis heeft en die geen dochterondernemingen of gezamenlijke overeenkomsten zijn. Dit is verondersteld het geval te zijn indien de Groep tenminste 20% van de stemrechten verbonden met de aandelen bezit. De opgenomen financiële informatie met betrekking tot deze ondernemingen is opgesteld volgens de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. Wanneer de Groep gezamenlijke zeggenschap in een joint venture verwerft of een invloed van betekenis in een geassocieerde onderneming, wordt het aandeel in de verworven activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen initieel geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum en verwerkt volgens de equity-methode. Indien de overnamevergoeding meer bedraagt dan de reële waarde van het verworven aandeel in de overgenomen activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen wordt dit verschil als goodwill opgenomen. Is de aldus berekende goodwill negatief, dan wordt dit verschil onmiddellijk in het resultaat verwerkt. Daarna wordt het aandeel van de Groep in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen overeenkomstig de equity-methode in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen tot de dag dat er een einde komt aan de gezamenlijke zeggenschap of de invloed van betekenis. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een joint venture of geassocieerde onderneming groter wordt dan de boekwaarde van de deelneming, wordt de boekwaarde op nul gezet en worden bijkomende verliezen enkel nog opgenomen in de mate dat de Groep bijkomende verplichtingen op zich genomen heeft. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep tegenover de deelneming in de joint venture of de geassocieerde onderneming. De nettoboekwaarde van deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen wordt opnieuw geëvalueerd indien er indicaties zijn van een bijzondere waardevermindering, of indicaties dat eerder opgenomen bijzondere waardeverminderingen niet langer gerechtvaardigd zijn. De deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen in de balans omvatten ook de boekwaarde van gerelateerde goodwill.
Elementen uit de jaarrekening van elk van de Groepsentiteiten worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit werkt (de 'functionele valuta'). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro, de functionele valuta van de onderneming en tevens de presentatievaluta van de Groep. De jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen worden als volgt omgerekend:
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de nettoinvestering in buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen tegen de slotkoers worden in het eigen vermogen opgenomen onder 'Gecumuleerde omrekeningsverschillen'. Bij verkoop van buitenlandse entiteiten worden de betreffende gecumuleerde omrekeningsverschillen opgenomen in de winst-en-verliesrekening als deel van de gerealiseerde meer- of minwaarde op de verkoop. In de jaarrekening van de moedervennootschap en haar dochterondernemingen worden alle monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum, wat aanleiding geeft tot niet-gerealiseerde wisselresultaten. Alle gerealiseerde en niet-gerealiseerde koerswinsten en -verliezen worden in de winst-en-verlies- rekening opgenomen, behalve wanneer zij opgespaard worden in het eigen vermogen als in aanmerking komende kasstroomafdekkingen en afdekkingen van nettoinvesteringen. Goodwill wordt beschouwd als een actief van de overgenomen partij en wordt daarom verwerkt in de valuta van de overgenomen partij en omgerekend tegen de slotkoers.
Immateriële activa verworven in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde; afzonderlijk verworven immateriële activa worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun initiële opname worden immateriële activa gewaardeerd tegen kostprijs of reële waarde verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun naar best vermogen geschatte gebruiksduur. De afschrijvingsduur en -methode worden elk jaar opnieuw geëvalueerd bij afsluiting van het boekjaar. Een wijziging in de gebruiksduur van een immaterieel actief wordt prospectief verwerkt als een schattingswijziging. Volgens de bepalingen van IAS 38 kunnen immateriële activa een onbepaalde gebruiksduur hebben. Indien de gebruiksduur van een immaterieel actief niet kan worden bepaald, wordt er geen afschrijving opgenomen en wordt het actief minstens jaarlijks geëvalueerd met het oog op een bijzondere waardevermindering.
Uitgaven voor aangekochte licenties, patenten, handelsmerken en soortgelijke rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de contractuele looptijd, indien van toepassing, of over de geschatte gebruiksduur, die gewoonlijk ingeschat wordt op hoogstens 10 jaar.
Uitgaven met betrekking tot aankoop, ontwikkeling of onderhoud van computersoftware worden over het algemeen ten laste van het resultaat genomen op het ogenblik dat ze zich voordoen. Alleen externe uitgaven die rechtstreeks verband houden met de aankoop en implementatie van aangekochte ERP-software worden als immateriële activa opgenomen en lineair afgeschreven over 5 jaar.
Commerciële activa omvatten vooral klantenlijsten, contracten met klanten en merknamen, meestal verworven in bedrijfscombinaties, en met een gebruiksduur van 8 tot 15 jaar.
Bij gebrek aan IASB-standaarden en -interpretaties betreffende de administratieve verwerking van CO2-emissierechten, heeft de Groep de 'nettobenadering' gebruikt. Deze methode houdt in dat:
Uitgaven voor onderzoeksactiviteiten met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis of inzichten worden als kosten in de winst-enverliesrekening opgenomen op het ogenblik dat ze zich voordoen.
Uitgaven voor ontwikkelingsactiviteiten, waarbij onderzoeksresultaten toegepast worden in een plan of ontwerp voor de productie van nieuwe of substantieel verbeterde producten en processen voorafgaand aan commerciële productie of ingebruikname, worden alleen opgenomen in de balans als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
» het product of proces is nauwkeurig omschreven en de uitgaven zijn afzonderlijk identificeerbaar en op een betrouwbare manier meetbaar;
Geactiveerde ontwikkelingskosten worden lineair afgeschreven vanaf de start van de commerciële productie van het product over de verwachte duur van de gegenereerde voordelen. De afschrijvingsduur is normaliter hoogstens tien jaar. Een lopend onderzoeks- en ontwikkelingsproject verworven in een bedrijfscombinatie wordt afzonderlijk van goodwill geactiveerd als zijn reële waarde betrouwbaar kan bepaald worden.
Overnames van bedrijven worden verwerkt volgens de overnamemethode. De overgedragen overnamevergoeding in een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen reële waarde, die berekend wordt als de som van de reële waardes op de overnamedatum van de activa afgestaan door de Groep, de verplichtingen opgenomen door de Groep tegenover de vorige eigenaars van de overgenomen activiteit en de participaties afgestaan door de Groep in ruil voor de zeggenschap in de overgenomen partij. Uitgaven in verband met de overname worden opgenomen in het resultaat zodra ze zich voordoen. De identificeerbare overgenomen activa en opgelopen verplichtingen worden opgenomen tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Goodwill wordt bepaald als het verschil tussen:
(ii) het saldo van de identificeerbare overgenomen activa min de opgelopen verplichtingen op de overnamedatum. Indien dit verschil, na een grondige evaluatie, negatief blijkt ('negatieve goodwill'), dan wordt het onmiddellijk in het resultaat opgenomen als een opbrengst uit een voordelige aankoop.
Minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd ofwel tegen reële waarde ofwel tegen hun evenredig aandeel in de opgenomen waarde van de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij. Deze waarderingskeuze kan transactie per transactie gemaakt worden. Wanneer de overnamevergoeding die de Groep verschuldigd is bij een bedrijfscombinatie voorwaardelijke vorderingen of verplichtingen omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum en opgenomen in de overnamevergoeding voor de bedrijfscombinatie. Latere wijzigingen in reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden opgenomen in het resultaat.
Wanneer een bedrijfscombinatie in fasen tot stand komt, wordt het belang dat de Groep voorheen had in de overgenomen partij geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de Groep de zeggenschap verwerft), en wordt de eventuele opbrengst of last opgenomen in het resultaat. Bedragen met betrekking tot belangen in de overgenomen partij vóór de overnamedatum die voorheen rechtstreeks opgenomen werden in het eigen vermogen, worden overgedragen naar de winst-en-verliesrekening indien dat ook van toepassing zou zijn bij afstoting van de betreffende belangen.
Voor het toetsen op bijzondere waardevermindering wordt goodwill toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden van de Groep waarvan verwacht wordt dat zij voordelen zullen halen uit de synergieën van de bedrijfscombinatie. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill is toegewezen, worden jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt ook tussentijds wanneer er aanwijzingen zijn dat de boekwaarde van de eenheid hoger zou kunnen zijn dan de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde, wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van de boekwaarde van de goodwill die aan de kasstroomgenererende eenheid werd toegewezen. Daarna wordt de bijzondere waardevermindering toegewezen aan de andere vaste activa die tot de eenheid behoren, evenredig met hun boekwaarde. Wanneer een bijzondere waardevermindering voor goodwill eenmaal is opgenomen, wordt deze in een latere periode niet teruggenomen.
De Groep heeft geopteerd voor het historischekostprijsmodel en niet voor het herwaarderingsmodel. Afzonderlijk verworven materiële vaste activa worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Materiële vaste activa verworven in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen hun reële waarde, die vanaf dan geldt als hun kostprijs. Na hun initiële opname worden materiële vaste activa gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat alle directe kosten en uitgaven die opgelopen werden om het actief op de locatie en in de staat te brengen die noodzakelijk is om op de beoogde wijze te functioneren. Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden geactiveerd als deel van de kost van dat actief. Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur, naargelang van hun categorie.
De gebruiksduur en de afschrijvingsmethode worden minstens op het einde van elk boekjaar opnieuw geëvalueerd. Tenzij herzien ten gevolge van specifieke wijzigingen in de verwachte gebruiksduur, worden volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages toegepast:
| » terreinen | 0% |
|---|---|
| » gebouwen | 5% |
| » installaties, machines en uitrusting | 8%-25% |
| » testapparatuur voor onderzoek en ontwikkeling | 16,7%-25% |
| » meubilair en rollend materieel | 20% |
| » computermaterieel | 20% |
De Groep beoordeelt bij de start van een contract of het contract een lease betreft of een lease bevat. De Groep erkent een recht-op-gebruik actief en een overeenkomstige leaseverplichting voor alle lease-overeenkomsten waarin de Groep leasingnemer is, behalve voor de korte termijn leases (gedefinieerd als leases met een leasetermijn van 12 maanden of minder) of voor leases waar het onderliggend actief een lage waarde heeft (zoals printers, kopieerapparaten en klein kantoormaterieel). Voor deze leases erkent de Groep de leasebetalingen als een operationele kost die lineair wordt gespreid over de leaseperiode.
Het recht-op-gebruik actief bevat de initiële waarde van de overeenkomstige leaseverplichting, leasebetalingen gedaan bij of voor de start van de overeenkomst, na aftrek van eventuele ontvangen lease incentives en eventuele initiële directe kosten.
Ze worden vervolgens gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Wanneer de Groep ook een verplichting op zich neemt voor kosten van demontage en verwijdering van geleasde activa, herstel van de site waarop deze zich bevindt of herstel van het onderliggende actief, in de staat vereist door de voorwaarden opgenomen in de lease, wordt een voorziening erkent en gewaardeerd onder IAS 37. Voor zover de kosten betrekking hebben op een recht-op-gebruik actief, worden de kosten opgenomen in de waarde van het gerelateerde rechtop-gebruik actief, tenzij deze kosten worden gemaakt om voorraden te produceren.
Recht-op-gebruik activa worden afgeschreven over de leaseperiode of de gebruiksduur van het onderliggende actief, afhankelijk welke van de twee de kortste periode heeft. Indien een lease-overeenkomst de eigendom van het onderliggende actief overdraagt, of de kosten van het recht-op-gebruik actief recflecteren dat de Groep verwacht om de aankoopoptie uit te oefenen, dan wordt het gerelateerde recht-op-gebruik actief afgeschreven over de gebruiksduur van het onderliggende actief. De gebruiksrechten van terreinen worden lineair afgeschreven over de contractuele periode die kan variëren tussen 30 en 100 jaar, maar die in de meeste gevallen 50 jaar bedraagt. De afschrijving begint op de ingangsdatum van de lease-overeenkomst.
De recht-op-gebruik activa worden gepresenteerd als een afzonderlijke regel in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie. De Groep past IAS 36 toe om te bepalen of een recht-op-gebruik actief moet worden afgewaardeerd.
Variabele huur die niet gelinkt is aan een index of intrest is niet opgenomen in de waardering van de leaseverplichting en het recht-op-gebruik actief. De gerelateerde betalingen worden opgenomen als een kost in de periode waarin de gebeurtenis of voorwaarde die dergelijke betalingen activeert, plaatsvindt. Als een praktisch hulpmiddel laat IFRS 16 toe dat een leasingnemer geen onderscheid maakt tussen leasecomponenten en non-leasecomponenten, en in plaats daarvan zowel de lease als de geassocieerde non-leasecomponenten als één geheel beschouwd. De Groep heeft deze optie gebruikt voor de contracten met betrekking tot bedrijfswagens en industriële voertuigen, waarbij non-leasecomponenten zoals onderhoud en vervanging van banden niet worden afgezonderd maar inbegrepen zijn in de leasecomponent.
Investeringssubsidies met betrekking tot de aankoop van materiële vaste activa worden in mindering gebracht van de kostprijs van deze activa. Zij worden in de balans opgenomen tegen hun verwachte waarde op het ogenblik van de initiële goedkeuring en – indien nodig – achteraf gecorrigeerd bij de definitieve toekenning. De subsidie wordt afgeschreven over dezelfde periode als de materiële vaste activa waarvoor de subsidie werd verkregen.
De Groep classificeert zijn financiële activa in volgende categorieën: gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, tegen reële waarde via het resultaat (RWvR) of tegen reële waarde via OCI (RWvOCI). De classificatie hangt af van de contractuele karakteristieken van de financiële activa en het bedrijfsmodel waaronder zij worden aangehouden. Management bepaalt de classificatie van haar financiële activa bij de initiële opname.
Financiële activa worden aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs indien het contract de karakteristieken heeft van een basis leningovereenkomst en indien ze werden verworven met de intentie om de contractuele kasstromen te ontvangen tot aan de vervaldatum. De financiële activa die door de Groep gewaardeerd worden tegen geamortiseerde kostprijs bevatten, tenzij anders vermeld, volgende balanselementen: handelsvorderingen en overige vorderingen, ontvangen bankwissels, geldbeleggingen, geldmiddelen en kasequivalenten. Deze worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
Andere schuldinstrumenten en alle eigenvermogensinstrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Eigenvermogeninstrumenten worden ofwel gewaardeerd tegen reële waarde via het resultaat (RWvR) ofwel tegen reële waarde via OCI (Other Comprehensive Income = andere elementen van het resultaat)(RWvOCI). Deze optie kan instrument per instrument gekozen worden en kan vervolgens niet meer worden teruggedraaid. In principe zal Bekaert haar belangrijkste strategische niet-geconsolideerde eigenvermogensinstrumenten waarderen tegen reële waarde via OCI. Derivaten behoren ook tot de categorie tegen RWvR, tenzij ze aangemerkt werden en effectief zijn als afdekking.
Betaling door middel van bankwissels is een wijdverbreide praktijk in China. Ontvangen bankwissels worden ofwel geïnd op de vervaldag, ofwel verdisconteerd voor de vervaldag, ofwel doorgegeven aan een leverancier als betaling van een schuld. Verdisconteren gebeurt ofwel met, ofwel zonder verhaal. Met verhaal betekent dat de verdisconterende bank terugbetaling kan eisen indien de uitgever zijn verplichting niet nakomt. Wanneer een bankwissel verdisconteerd wordt met verhaal, wordt het ontvangen bedrag niet afgeboekt van de uitstaande ontvangen bankwissels, maar wordt een verplichting opgezet onder 'rentedragende schulden op ten hoogste een jaar' tot de vervaldag van de wissel.
Kasequivalenten en geldbeleggingen zijn kortlopende beleggingen die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is. Zij houden geen significant risico op waardeverandering in. Kasequivalenten zijn in hoge mate liquide en hebben een oorspronkelijke looptijd van hoogstens drie maanden, terwijl geldbeleggingen een oorspronkelijke looptijd van meer dan drie maanden en ten hoogste een jaar hebben. Balansen uit cash pool faciliteiten worden gerapporteerd als geldmiddelen en kasequivalenten. Bankkredieten worden niet gerapporteerd als een vermindering van geldmiddelen en kasequivalenten, maar als rentedragende schulden.
Financiële activa die schuldinstrumenten zijn, behalve deze tegen RWvR, worden getoetst op bijzondere waardevermindering volgens het 'Expected Credit Loss'(ECL)-model. Het bedrag van verwachte kredietverliezen wordt op iedere balansdatum bijgewerkt om wijzigingen in kredietrisico te weerspiegelen sinds de initële opname van het respectievelijke financiële instrument. Bij de bepaling of het kredietrisico van een financieel actief aanzienlijk is toegenomen sinds initiële opname, en bij de inschatting van ECLs, houdt Bekaert rekening met logische en ondersteunende informatie die relevant en beschikbaar is zonder onnodige extra kosten of moeite. Dit omvat ook kwantitatieve en kwalitatieve informatie uit analyses gebaseerd op historische informatie binnen de Groep, een geïnformeerde kredietbeoordeling met inbegrip van vooruitziende informatie. De Groep neemt steeds levenslange ECLs op voor handelsvorderingen.
Op iedere balansdatum waardeert Bekaert de bijzondere waardevermindering voor financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs (bijv. handelsvorderingen en ontvangen bankwissels) als de actuele waarde van de verwachte kastekorten (verdisconteerd aan de originele effectieve rentevoet). Oninbaar geachte bedragen worden afgewaardeerd tegenover de betreffende provisierekening op iedere balansdatum. Bij de beoordeling van een collectieve afwaardering maakt de Groep gebruik van historische informatie over werkelijk geleden verliezen, en corrigeert deze in het geval economische of kredietcondities van dien aard zijn dat de werkelijke verliezen waarschijnlijk groter of kleiner zijn dan gesuggereerd door historische trends. Toevoegingen aan deze provisierekening als terugnames worden gerapporteerd onder 'commerciële kosten' in de winst-en-verliesrekening.
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen opbrengstwaarde indien deze lager is. De kostprijs wordt bepaald volgens de FIFO-methode (first-in, first-out). Van geproduceerde voorraden omvat de kostprijs alle directe en indirecte productiekosten die nodig zijn om de goederen tot hun afwerkingsstadium op balansdatum te brengen. De opbrengstwaarde staat gelijk met de geschatte verkoopprijs in normale marktomstandigheden, verminderd met de kosten die nodig zijn voor afwerking en verkoop.
Bij inkoop van eigen aandelen wordt de aanschaffingsprijs, samen met de direct toewijsbare transactiekosten, opgenomen als een wijziging van het eigen vermogen. Ingekochte eigen aandelen worden in de balans gerapporteerd als een vermindering van het eigen vermogen. Bij annulering of verkoop van eigen aandelen wordt het transactieresultaat opgenomen in de overgedragen resultaten.
De minderheidsbelangen vertegenwoordigen het aandeel van de minderheidsaandeelhouders in het eigen vermogen van dochterondernemingen waarin de Groep niet de volle 100% bezit. Minderheidsbelangen worden op de overnamedatum gewaardeerd ofwel tegen hun reële waarde ofwel tegen het evenredig belang van de minderheidsaandeelhouders in de reële waarde van de opgenomen nettoactiva bij verwerving van een dochteronderneming (bedrijfscombinatie). Nadien wordt hun waarde aangepast voor hun evenredig deel in latere winsten of verliezen. De verliezen die toewijsbaar zijn aan minderheidsaandeelhouders in een geconsolideerde dochteronderneming kunnen groter zijn dan hun aandeel in het eigen vermogen van de dochteronderneming. Een evenredig deel van het volledig perioderesultaat wordt toegewezen aan de minderheidsbelangen, ook al wordt het saldo van de minderheidsbelangen daardoor negatief.
Voorzieningen worden opgenomen in de balans indien de Groep op balansdatum een wettelijke of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, waarvoor het waarschijnlijk nodig zal zijn middelen te besteden die economische voordelen inhouden die op een betrouwbare manier geschat kunnen worden. Elke voorziening is gebaseerd op de beste schatting van de uitgave die nodig is om aan de bestaande verplichting te voldoen op de balansdatum. Indien aangewezen, worden voorzieningen verdisconteerd.
Een voorziening voor herstructurering wordt enkel opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd en de herstructurering ofwel werd aangevat, ofwel publiekelijk werd aangekondigd vóór balansdatum. Voorzieningen voor herstructurering omvatten enkel uitgaven die een rechtstreeks gevolg zijn van de herstructurering en geen verband houden met de lopende activiteiten van de entiteit.
Voorzieningen voor bodemsanering met betrekking tot vervuilde terreinen worden opgenomen overeenkomstig het door de Groep gepubliceerde milieubeleid en de vigerende wettelijke bepalingen.
De moedervennootschap en verschillende van haar dochterondernemingen voorzien in pensioen-, overlijdens- en gezondheidszorgregelingen ten gunste van een belangrijk deel van hun werknemers.
De meeste pensioenregelingen zijn van het type 'toegezegdpensioen', en de voordelen zijn afhankelijk van het aantal jaren dienst en het verloningsniveau. Bij toegezegdpensioenregelingen komt het in de balans opgenomen bedrag (de nettoverplichting of -vordering) overeen met de contante waarde van de brutoverplichting, verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. De contante waarde van de brutoverplichting van een toegezegdpensioenregeling is de contante waarde, vóór aftrek van de fondsbeleggingen, van de verwachte toekomstige betalingen die vereist zijn om de verplichting af te wikkelen die resulteert uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Voor toegezegdpensioenregelingen worden de contante waarde van de brutoverplichting en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en eventuele pensioenkosten van verstreken diensttijd berekend volgens de projected unit credit-methode. De disconteringsvoet komt overeen met het rendement op balansdatum op hoogwaardige bedrijfsobligaties met een resterende looptijd die vergelijkbaar is met deze van de verplichtingen van de Groep. Wanneer de reële waarde van de fondsbeleggingen groter is dan de contante waarde van de brutoverplichting, wordt de op te nemen nettovordering begrensd tot een maximumbedrag (de asset ceiling). Het maximumbedrag komt overeen met de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen of verminderingen van toekomstige bijdragen tot de regeling. De nettorente op de nettoverplichting / nettovordering is gebaseerd op dezelfde disconteringsvoet. Actuariële winsten en verliezen omvatten ervaringsaanpassingen (de gevolgen van verschillen tussen de voorgaande actuariële veronderstellingen en wat zich werkelijk voorgedaan heeft) en de gevolgen van wijzigingen in actuariële veronderstellingen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd vertegenwoordigen de wijziging in de contante waarde van de brutoverplichting voor prestaties die in voorgaande perioden door werknemers zijn verricht, en die in de verslagperiode resulteren uit planwijzigingen of inperkingen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden onmiddellijk opgenomen via het resultaat. Herwaarderingen van de nettoverplichting (-vordering) omvatten (a) actuariële winsten en verliezen, (b) het rendement op de fondsbeleggingen, na aftrek van de bedragen die opgenomen werden in de nettorente op de nettoverplichting (-vordering) en (c) wijzigingen in het effect van de asset ceiling, na aftrek van bedragen die al vervat zitten in de nettorente op de nettoverplichting (-vordering). Herwaarderingen worden onmiddellijk opgenomen via het eigen vermogen. Een afwikkeling is een transactie die alle verdere wettelijke of feitelijke verplichtingen wegneemt voor alle voordelen of een gedeelte van de voordelen voorzien door de toegezegdpensioenregeling, voor zover het niet gaat om een uitkering van voordelen aan, of in naam van, werknemers die beschreven is in de beschikkingen van de regeling en vervat zit in de actuariële veronderstellingen.
zowel van het dienstjaar als van verstreken diensttijd, met inbegrip van winsten of verliezen uit afwikkelingen, opgenomen in het bedrijfsresultaat (EBIT), terwijl de nettorente op de nettoverplichting (-vordering) in de rentelasten wordt opgenomen, als rentegedeelte van rentedragende voorzieningen. Brugpensioenregelingen in België en gezondheidszorgregelingen in de Verenigde Staten worden ook verwerkt als toegezegdpensioenregelingen.
Verplichtingen aangaande bijdragen tot toegezegdebijdragenregelingen worden ten laste van de winst-en-verliesrekening genomen op het ogenblik dat zij ontstaan. In België legt de Belgische pensioenwetgeving een minimumrendement op. Tot voor 2015 werden toegezegdebijdragenregelingen in België in wezen verwerkt als toegezegdebijdragenregelingen. De nieuwe wetgeving die van kracht werd in december 2015 bracht de verplichte kwalificatie als toegezegdpensioenregeling met zich, waardoor er per jaareinde 2016 een actuariële waardering werd uitgevoerd.
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zoals jubileumpremies worden verwerkt volgens de projected unit credit-methode. De boekhoudkundige verwerking verschilt echter met die van de vergoedingen na uitdiensttreding, omdat actuariële winsten en verliezen onmiddellijk opgenomen worden via het resultaat.
De Groep kent op aandelen gebaseerde, in eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde betalingen toe aan bepaalde werknemers. De plannen in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld kennen aan werknemers van de Groep het recht toe om aandelen van NV Bekaert SA te verwerven. Deze omvatten aandelenoptieplannen ('SOP'), het prestatieaandelenplan ('PSP'), het personal shareholding requirement plan ('PSR') en aandelengiften, allen geëxploiteerd in België. De plannen in geldmiddelen afgewikkeld kennen werknemers van de Groep een bonus in geldmiddelen toe waarvan het bedrag afhankelijk is van de koers van het Bekaertaandeel op de Euronextbeurs. Share appreciation rights ('SAR') en prestatieaandeeleenheden ('PSU') zijn van dit type, allen geëxploiteerd buiten België.
In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum (zonder rekening te houden met het effect van niet-marktgerelateerde toezeggingsvoorwaarden). De reële waarde op de toekenningsdatum van in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen wordt ten laste genomen van het resultaat met daartegenover een toename van het eigen vermogen. De reële waarde wordt lineair afgeschreven over de wachtperiode tot de definitieve toezegging, gebaseerd op het geschatte aantal aandelenopties van de Groep dat uiteindelijk zal toegezegd worden, en aangepast voor het effect van niet-marktgerelateerde toezeggingsvoorwaarden.
In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen worden opgenomen als verplichtingen tegen hun reële waarde, die op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling herbepaald wordt. Wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
De Groep gebruikt een binomiaal model of Monte Carlo simulaties om de reële waarde van op aandelen gebaseerde betalingen te bepalen.
Rentedragende schulden omvatten financiële verplichtingen en leningen die initieel opgenomen worden tegen de reële waarde van de ontvangen geldmiddelen, na aftrek van transactiekosten. Later worden ze aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode. Verschillen tussen het ontvangen bedrag (na aftrek van transactiekosten) en het terug te betalen bedrag op de vervaldatum worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen tijdens de duur van de verplichting. Indien financiële verplichtingen afgedekt zijn met behulp van derivaten die als reëlewaardeafdekking worden aangemerkt, worden de afdekkingsinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde en wordt de waardering van de afgedekte posities aangepast voor reëlewaardewijzigingen ten gevolge van het afgedekte risico (zie grondslagen voor financiële verslaggeving over derivaten en afdekking).
In de rentedragende schulden zijn ook leaseverplichtingen opgenomen met betrekking tot alle lease-overeenkomsten waarin de Groep optreedt als leasingnemer, behalve voor de korte termijn leases en de leases voor activa met een geringe waarde. De leaseverplichting wordt initieel gewaardeerd als de actuele waarde van de nog niet-betaalde leasebetalingen bij de start van de overeenkomst, verdisconteerd aan de intrest impliciet vermeld in de lease. Indien deze intrest niet gemakkelijk kan worden bepaald, gebruikt de Groep haar marginale rentevoet. De leasebetalingen die zijn inbegrepen in de waardering van de leaseverplichting omvatten:
De leaseverplichtingen worden vervolgens gewaardeerd door het verhogen van de boekwaarde voor het weerspiegelen van intrest op de leaseverplichting (met gebruik van de effectieverentemethode) en het verminderen van de boekwaarde voor het weerspiegelen van de gemaakte leasebetalingen. De Groep herwaardeert de leaseverplichting (en maakt een overeenkomstige aanpassing aan het recht-op-gebruik actief) wanneer:
» Er een wijziging is aan de leasetermijn, of er is een belangrijke gebeurtenis of wijziging in omstandigheden resulterend in een wijziging in de beoordeling tot uitoefening van een aankoopoptie, waarbij bijgevolg de leaseverplichting wordt geherwaardeerd door het verdisconteren van de herziene leasebetalingen aan een herziene disconteringsvoet.
Handelsschulden en overige verplichtingen op ten hoogste een jaar – met uitzondering van derivaten – worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs, die overeenkomt met de reële waarde van de te betalen vergoeding, en worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Winstbelastingen worden ingedeeld in actuele en uitgestelde belastingen. Actuele belastingen omvatten de verwachte, over de verslagperiode verschuldigde belastingen en aanpassingen aan de belastingen van vorige jaren. Tijdens de beoordeling van mogelijke belastingsschulden neemt de Groep aan dat de belastingautoriteiten alle bedragen, waarvoor zij het recht hebben, zullen nakijken en alle gerelateerde informatie ter beschikking hebben tijdens deze controles. De Groep houdt rekening met zowel de inschattingen, beslissingen en uitspraken ontvangen in het kader van belastingscontroles en andere informatiebronnen alsook met andere mogelijke controlemiddelen van belastingautoriteiten. De Groep erkent een schuld indien de Groep oordeelt dat het niet waarschijnlijk is dat de belastingsdiensten de door de Groep ingenomen positie voor de betreffende belastingsbehandeling zal aanvaarden. De Groep berekent de belastingsschuld op basis van de meest waarschijnlijke uitkomst van mogelijke economische uitstromen. De Groep is evenwel van oordeel dat haar positie voor al deze controles verantwoord is.
Uitgestelde belastingen worden volgens de balansmethode berekend op tijdelijke verschillen tussen enerzijds de belastingbasis van activa en verplichtingen en anderzijds hun nettoboekwaarde. Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de belastbare winst in de periode waarin de tijdelijke verschillen gerealiseerd of afgerekend zullen worden, op basis van de belastingtarieven die wettelijk vastliggen of zo goed als vastgelegd zijn op de balansdatum. Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst zal gerealiseerd worden waartegen de tijdelijke verschillen afgezet kunnen worden; dit criterium wordt op elke balansdatum opnieuw geëvalueerd. Uitgestelde belastingen worden ook berekend voor tijdelijke verschillen op deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen, behalve in het geval dat de Groep kan beslissen over het tijdstip waarop het tijdelijk verschil teruggedraaid wordt en het onwaarschijnlijk is dat het tijdelijk verschil teruggedraaid wordt in de nabije toekomst.
De Groep gebruikt derivaten om valuta- en renterisico's af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. Het nettorisico van alle dochterondernemingen van de Groep wordt centraal beheerd door de Groepsdienst Thesaurie in overeenstemming met de doelstellingen en regels die door het management vastgelegd werden. Het is de politiek van de Groep om geen speculatieve transacties of transacties met een hefboomeffect aan te gaan.
Derivaten worden initieel opgenomen en ook nadien gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde van verhandelde derivaten is hun marktwaarde. Indien er geen marktwaarde beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van gekende financiële waarderingsmodellen, gebaseerd op relevante marktkoersen op de balansdatum.
De Groep past hedge accounting toe in overeenstemming met IFRS 9 om de volatiliteit in de winst-en-verliesrekening te beperken. Afhankelijk van de aard van het afgedekte risico wordt een onderscheid gemaakt tussen reëlewaardeafdekkingen, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van nettoinvesteringen in buitenlandse entiteiten.
Reëlewaardeafdekkingen zijn afdekkingen van het risico van veranderingen in de reële waarde van opgenomen activa en verplichtingen. De derivaten die aangemerkt werden als reëlewaardeafdekkingen worden gewaardeerd tegen reële waarde, en de waardering van hun afgedekte posities (activa of verplichtigen) wordt aangepast voor wijzigingen in reële waarde ten gevolge van het afgedekte risico. De overeenkomstige veranderingen in reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Wanneer een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting stopgezet en wordt de aanpassing aan de boekwaarde van het afgedekte rentedragende financieel instrument gradueel opgenomen in de winst-en-verliesrekening tot op de vervaldag van de afgedekte positie.
Kasstroomafdekkingen zijn afdekkingen van de variabiliteit van toekomstige kasstromen die verband houden met opgenomen activa of verplichtingen, zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties, of het valutarisico op nietopgenomen vaststaande toezeggingen. Veranderingen in de reële waarde van een afdekkingsinstrument dat voldoet als zeer effectieve kasstroomafdekking worden in het eigen vermogen opgenomen, meer bepaald in de afdekkingsreserve. Het nieteffectieve deel ervan wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ingeval de afgedekte kasstroom resulteert in de opname van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, worden de voorheen in het eigen vermogen opgenomen gecumuleerde winsten en verliezen op het derivaat overgeboekt uit het eigen vermogen en opgenomen in de initiële waardering van de kostprijs of de boekwaarde van het actief of de verplichting. Bij alle andere kasstroomafdekkingen worden de gecumuleerde winsten en verliezen op het derivaat overgeboekt van de afdekkingsreserve naar de winst-en-verliesrekening op het ogenblik dat de afgedekte vaststaande toezegging of de voorziene transactie resulteert in het opnemen van een winst of een verlies. Zodra een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting prospectief stopgezet. In dit geval blijven de gecumuleerde winsten en verliezen op het afdekkingsinstrument opgespaard in het eigen vermogen tot de toegezegde of voorziene transactie zich voordoet. Wanneer verwacht wordt dat een voorziene transactie zich niet meer zal voordoen, worden de gecumuleerde winsten en verliezen overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst-en-verliesrekening.
Indien een netto-investering in een buitenlandse entiteit wordt afgedekt, worden alle winsten en verliezen met betrekking tot het effectieve deel van het afdekkingsinstrument, samen met de winsten en verliezen als gevolg van de omrekening van de afgedekte investering, onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen. Winsten en verliezen op het niet-effectieve deel worden onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De gecumuleerde winsten en verliezen als gevolg van de herwaardering van het afdekkingsinstrument die voorheen werden opgenomen in het eigen vermogen en de winsten en verliezen als gevolg van de omrekening van het afgedekte instrument worden enkel opgenomen in de winst-en-verliesrekening bij afstoting van de investering.
Om te voldoen aan de vereisten in IFRS 9 met het oog op de toepassing van hedge accounting, documenteert de Groep – bij het aangaan van de afdekking – de strategie en het doel van de afdekking, de relatie tussen het financieel instrument dat wordt gebruikt als afdekking en de afgedekte positie, en de verwachte (prospectieve) effectiviteit. De effectiviteit van bestaande afdekkingen wordt elk kwartaal opnieuw beoordeeld. Voor nieteffectieve afdekkingen wordt de hedge accounting onmiddellijk stopgezet.
De Groep maakt ook gebruik van derivaten die niet voldoen aan de voorwaarden voor hedge accounting in IFRS 9, maar als effectieve economische afdekkingen fungeren volgens het risicobeheer van de Groep. Wijzigingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Derivaten besloten in een basiscontract dat geen derivaat is en die geen financiële activa zijn, worden behandeld als afzonderlijke derivaten indien zij voldoen aan de definitie van een derivaat, hun risico's en karakteristieken niet nauw verbonden zijn met het basiscontract en het basiscontract niet gewaardeerd is tegen reële waarde via het resultaat.
Goodwill, immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, worden minstens jaarlijks getoetst op bijzondere waardvermindering. Andere immateriële en materiële vaste activa worden getoetst op bijzondere waardevermindering zodra bepaalde gebeurtenissen of gewijzigde omstandigheden erop wijzen dat hun boekwaarde misschien niet meer kan gerealiseerd worden. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening wanneer en in de mate dat de boekwaarde van een actief hoger is dan zijn realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de reële waarde min verkoopkosten en de bedrijfswaarde). De reële waarde min verkoopkosten is de te verwachten opbrengst uit een niet-gedwongen verkoop van een actief tussen goed geïnformeerde, onafhankelijke partijen, verminderd met de verkoopkosten. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte kasstromen uit het gebruik van een actief. Realiseerbare waarden worden geraamd voor individuele activa, of – indien dit niet mogelijk is – voor de kleinste kasstroomgenererende eenheid waartoe de activa behoren. Bijzondere waardeverminderingen opgenomen in vroegere boekjaren worden teruggenomen via de winst-enverliesrekening wanneer er een aanwijzing is dat de vroeger opgenomen bijzondere waardeverminderingen weggevallen of gedaald zijn. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden echter nooit teruggenomen.
De Groep erkent hoofdzakelijk opbrengsten uit de verkoop van producten. Opbrengsten worden gewaardeerd op basis van de vergoeding waarop de Groep verwacht recht te hebben in een contract met klanten, en sluit bedragen uit ontvangen voor rekening van derden. De Groep erkent opbrengsten uit de verkoop van producten op het ogenblik dat de controle over de producten wordt overgedragen naar de klant. De opbrengsten uit de verkoop van producten worden erkend op een ogenblik in de tijd. Omzet wordt opgenomen na aftrek van omzetbelastingen en kortingen. Er worden geen opbrengsten opgenomen in verband met ruiltransacties indien het gaat om een uitwisseling van gelijkaardige goederen of diensten. Rente wordt opgenomen op een tijdsbasis die het effectieve rendement op het actief weerspiegelt. Royalty's worden opgenomen op basis van het toerekeningsprincipe volgens de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden opgenomen op het ogenblik dat het recht van de aandeelhouder op ontvangst vastgelegd is.
Het overzicht van het volledig perioderesultaat presenteert een overzicht van alle opbrengsten en kosten die opgenomen werden hetzij in de winst-en-verliesrekening hetzij in het eigen vermogen. Volgens IAS 1 'Presentatie van de jaarrekening' kan een entiteit kiezen voor ofwel één enkel overzicht van het volledig perioderesultaat ofwel twee overzichten, namelijk een winst-en-verliesrekening onmiddellijk gevolgd door een overzicht van het volledig perioderesultaat. De Groep heeft voor de tweede mogelijkheid geopteerd. Als gevolg van de presentatie van een overzicht van het volledig perioderesultaat beperkt de inhoud van het mutatieoverzicht van het eigen vermogen zich tot wijzigingen die verband houden met het aandeelhouderschap.
Om de financiële prestaties van de Groep te analyseren, gebruikt Bekaert consequent verschillende non-GAAPmetrieken of Alternatieve Prestatiemaatstaven ("APM's") zoals gedefinieerd in de Richtlijnen voor alternatieve prestatiemaatregelen van de European Securities and Markets Authority's ("ESMA"). In overeenstemming met deze ESMA-richtlijnen worden de definitie en reden voor gebruik, evenals de afstemmingstabellen, van elke van deze APM's opgegeven in het gedeelte Kerncijfers van het verslag van de Raad van Bestuur. De belangrijkste APM's die in het Financieel Overzicht worden gebruikt, hebben betrekking op onderliggende prestatiemaatstaven.
Bedrijfsopbrengsten en -kosten die verband houden met herstructureringsprogramma's, bijzondere waardeverminderingen, de eerste verwerking van bedrijfscombinaties, afstoting van activiteiten, milieuprovisies of andere gebeurtenissen en transacties met een eenmalig effect, zijn uitgesloten van de onderliggende EBIT(DA)-maatstaven.
Herstructureringsprogramma's omvatten voornamelijk ontslagvergoedingen, winsten en verliezen bij verkoop en bijzondere waardeverminderingen van activa die betrokken zijn bij een shutdown, belangrijke reorganisatie of verplaatsing van activiteiten. Wanneer er geen verband is met herstructureringsprogramma's, komen alleen bijzondere waardeverminderingen als gevolg van het testen van kasstroomgenererende eenheden in aanmerking als eenmalige effecten.
Eenmalige effecten van bedrijfscombinaties omvatten voornamelijk: aan acquisitiegerelateerde uitgaven, negatieve goodwill, winsten en verliezen op step acquisitie en recycling van CTA op de eerder gehouden rente. Eenmalige effecten van afstotingen van activiteiten omvatten winsten en verliezen op de verkoop van activiteiten die niet kwalificeren als beëindigde bedrijfsactiviteiten. Deze afgestoten bedrijfsactiviteiten kunnen bestaan uit integrale of onderdelen (groepen activa die worden afgestoten) van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen.
Naast milieuprovisies omvatten andere gebeurtenissen of transacties die niet inherent zijn aan het bedrijf en een eenmalig effect hebben, voornamelijk rampen en verkopen van vastgoedbeleggingen.
Een vast actief, of een groep activa die wordt afgestoten, wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer de boekwaarde hoofdzakelijk gerealiseerd zal worden via een verkooptransactie eerder dan door het te blijven gebruiken. Deze voorwaarde is enkel vervuld als de verkoop heel waarschijnlijk geacht wordt en als het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) klaar is voor onmiddellijke verkoop in zijn huidige staat. Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van een entiteit die ofwel afgestoten is ofwel geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt en zowel operationeel als voor de financiële verslaggeving onderscheiden kan worden van de rest van de entiteit.
Er kan pas sprake zijn van een zeer waarschijnlijke verkoop als de entiteit zich verbonden heeft tot een plan voor de verkoop van het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) en als een operationeel plan opgestart is om een koper te vinden en het plan tot een goed einde te brengen. Bovendien moet de verkoop van het actief (of van de groep activa die wordt afgestoten) actief gepromoot worden tegen een redelijke prijs in verhouding tot zijn huidige reële waarde en dient de verkoopovereenkomst naar verwachting afgesloten te worden binnen het jaar na de classificatiedatum. Activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen reële waarde na aftrek van verkoopkosten als deze lager is dan de boekwaarde. Een eventueel overschot van de boekwaarde tegenover de reële waarde na aftrek van verkoopkosten wordt afgeboekt als een bijzondere waardevermindering. Zodra activa geclassificeerd worden als aangehouden voor verkoop worden ze niet langer afgeschreven. Vergelijkende balansinformatie voor voorgaande perioden wordt niet herwerkt om de nieuwe classificatie in de balans te weerspiegelen.
Voorwaardelijke activa worden niet opgenomen in de balans, maar worden opgenomen in de toelichtingen wanneer een instroom van economische voordelen waarschijnlijk is. Behalve als zij uit een bedrijfscombinatie ontstaan zijn, worden voorwaardelijke verplichtingen niet opgenomen in de balans maar vermeld in de toelichtingen, tenzij de kans op een verlies gering is.
Gebeurtenissen na balansdatum die bijkomende informatie verschaffen omtrent de situatie van de Onderneming op balansdatum (adjusting events) worden verwerkt in de jaarrekening. Andere gebeurtenissen na balansdatum (non-adjusting events) worden enkel vermeld in de toelichtingen als ze belangrijk geacht worden.
Bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep is het management genoodzaakt om beoordelingen, schattingen en veronderstellingen over de boekwaarde van activa en verplichtingen te maken die niet onmiddellijk beschikbaar zijn uit enigerlei bronnen. Deze beoordelingen, schattingen en veronderstellingen worden voortdurend opnieuw geëvalueerd.
Hierna volgen de cruciale beoordelingen, met uitzondering van deze die bestaan uit schattingen (zie toelichting 3.2. 'Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden'), die een belangrijke invloed hebben op de gerapporteerde bedragen in deze geconsolideerde jaarrekening.
schap heeft. Per jaareinde 2020 bedroegen de gecumuleerde omrekeningsverschillen € -59,8 miljoen die, bij verlies van de zeggenschap, zouden overgeboekt worden naar de winst-en-verliesrekening. Afgezien van de gecumuleerde omrekeningsverschillen is de bijdrage van de activiteiten in Venezuela tot de geconsolideerde jaarrekening niet van groot belang.
Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste veronderstellingen omtrent de toekomst en de belangrijkste andere bronnen van schattingsonzekerheden op het einde van de verslagperiode die een risico inhouden op beduidende aanpassingen aan de boekwaarden van activa en verplichtingen in de komende verslagperiode.
verschillende rechtsgebieden complex zijn en een evaluatie van het risico en een inschatting van de uitkomst vereisen, wat een belangrijke bron van schattingsonzekerheden is. Anderzijds voeren de belastingsautoriteiten van de rechtsgebieden regelmatig belastingcontroles uit die mogelijke problemen aan het licht kunnen brengen. Gezien de belastingcontroles meerdere jaren kunnen duren verhoogt dit nog de onzekerheid. Gezien de uitkomst van zulke belastingcontroles onzeker is, heeft Bekaert in de algehele evaluatie van mogelijke belastingschulden rekening gehouden met de kwaliteit van zijn aangifteposities die het onderwerp uitmaken van iedere belastingcontrole, en concludeert dat de Groep inzake dergelijke blootstellingen voldoende verplichtingen opgenomen heeft in haar geconsolideerde jaarrekening. Overeenkomstig besluit Bekaert dat het onwaarschijnlijk is dat mogelijke belastingblootstellingen meer dan de bedragen momenteel opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening een materieel effect zullen hebben op haar financiële positie. Zowel de duurtijd als de positie aangenomen door de belastingautoriteiten geven aanleiding tot onzekerheid en een risico dat kan leiden tot een aanpassing in het volgende boekjaar van de opgenomen bedragen voor belastingschulden gerelateerd aan onzekere belastingposities. In 2020 zijn een aantal belastingscontroles afgerond wat aanleiding gaf tot een bijkomende belastingskost enerzijds en het vrijvallen van voorzieningen voor onzekere belastingsposities anderzijds. Op jaareinde 2020 zijn onzekere belastingposities opgenomen ten bedrage van € 31,6 miljoen (2019: € 64,7 miljoen). Zie ook toelichting 6.21. 'Belastingposities'.
Bekaert gebruikt een business segmentatie om de aard en de financiële prestaties van het bedrijf als geheel te evalueren, in overeenstemming met de manier waarop de financiële prestaties worden gerapporteerd aan de chief operating decision maker. De business units (BU) van de Groep worden gekenmerkt door BU-specifieke product- en marktprofielen, industrietrends, kostenfactoren en technologienoden die aangepast zijn aan de specifieke industrievereisten.
De volgende vier segmenten worden gepresenteerd:
Enkel de elementen van het kapitaalgebruik (immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa, recht-op-gebruik vaste activa en de elementen van het operationeel werkkapitaal) worden toegewezen aan de verscheidene segmenten. Alle andere activa en verplichtingen worden gerapporteerd als 'niet-toegewezen activa en verplichtingen'. 'Groep' omvat voornamelijk de functionele eenheid groepstechnologie en niet-doorgerekende kosten voor groepsmanagement en -diensten; het is geen rapporteerbaar segment op zich. Eventuele verkopen tussen segmenten gebeuren tegen prijzen die beantwoorden aan het arm's length principe. Intersegment omvat voornamelijk eliminaties van vorderingen en schulden, van verkopen en van marges op overdrachten van voorraden en van vaste activa en de bijhorende aanpassingen aan afschrijvingen en waardeverminderingen.
| 2019 | Rubber | Staaldraad | Specialty | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | versterking | toepassingen | Businesses | BBRG | Groep | Intersegment | Geconsolideerd |
| Geconsolideerde omzet aan derden | 1 952 881 | 1 447 804 | 413 915 | 488 658 | 19 193 | - | 4 322 450 |
| Geconsolideerde omzet | 1 985 551 | 1 491 303 | 425 906 | 491 065 | 90 667 | -162 042 | 4 322 450 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 154 802 | 25 286 | 34 079 | 9 187 | -76 466 | 8 129 | 155 017 |
| EBIT - Onderliggend | 172 288 | 50 697 | 52 014 | 11 860 | -53 080 | 8 129 | 241 909 |
| Afschrijvingen en | |||||||
| waardeverminderingen | 123 097 | 56 897 | 14 994 | 32 782 | 14 602 | -13 303 | 229 069 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 8 446 | 10 709 | 2 293 | -2 247 | - | - | 19 202 |
| EBITDA | 286 345 | 92 891 | 51 366 | 39 723 | -61 864 | -5 174 | 403 288 |
| Activa van het segment | 1 525 870 | 878 533 | 302 231 | 588 025 | 37 850 | -120 089 | 3 212 419 |
| Niet-toegewezen activa | 1 092 265 | ||||||
| Totaal activa | 4 304 684 | ||||||
| Verplichtingen van het segment | 286 671 | 286 024 | 67 223 | 102 129 | 87 143 | -24 422 | 804 769 |
| Niet-toegewezen verplichtingen | 1 968 375 | ||||||
| Totaal verplichtingen | 2 773 144 | ||||||
| Kapitaalgebruik | 1 239 198 | 592 509 | 235 008 | 485 896 | -49 293 | -95 668 | 2 407 651 |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 1 305 979 | 643 316 | 232 702 | 478 220 | -19 528 | -100 472 | 2 540 217 |
| ROCE | 11,9% | 3,9% | 14,6% | 1,9% | - | - | 6,1% |
| Investeringsuitgaven materiële vaste activa |
42 094 | 27 560 | 20 073 | 13 743 | 2 183 | -7 422 | 98 231 |
| Investeringsuitgaven immateriële activa |
815 | 76 | - | 436 | 2 597 | -324 | 3 600 |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde |
|||||||
| ondernemingen | 5 751 | 23 207 | - | - | - | - | 28 959 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
54 721 | 105 944 | - | - | - | - | 160 665 |
| Aantal personeelsleden (einde jaar) 1 | 13 011 | 6 217 | 1 457 | 2 558 | 1 750 | - | 24 994 |
| 2020 | Rubber | Staaldraad | Specialty | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | versterking | toepassingen | Businesses | BBRG | Groep | Intersegment | Geconsolideerd |
| Geconsolideerde omzet aan derden | 1 614 077 | 1 333 513 | 389 434 | 424 359 | 10 991 | - | 3 772 374 |
| Geconsolideerde omzet | 1 644 744 | 1 363 252 | 396 030 | 426 682 | 71 658 | -129 992 | 3 772 374 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 136 126 | 87 921 | 36 244 | 23 805 | -33 772 | 6 203 | 256 527 |
| EBIT - Onderliggend | 144 305 | 96 093 | 45 285 | 33 763 | -53 585 | 6 384 | 272 244 |
| Afschrijvingen en | |||||||
| waardeverminderingen | 102 706 | 49 433 | 16 469 | 30 757 | 13 145 | -10 407 | 202 103 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 1 825 | 2 752 | 1 699 | 6 964 | 724 | - | 13 964 |
| EBITDA | 240 657 | 140 106 | 54 412 | 61 526 | -19 903 | -4 204 | 472 594 |
| Activa van het segment | 1 404 496 | 804 952 | 288 357 | 505 875 | -8 564 | -122 938 | 2 872 179 |
| Niet-toegewezen activa | 1 415 922 | ||||||
| Totaal activa | 4 288 100 | ||||||
| Verplichtingen van het segment | 310 268 | 307 519 | 71 377 | 82 838 | 84 133 | -46 917 | 809 219 |
| Niet-toegewezen verplichtingen | 1 943 826 | ||||||
| Totaal verplichtingen | 2 753 045 | ||||||
| Kapitaalgebruik | 1 094 228 | 497 433 | 216 980 | 423 037 | -92 697 | -76 021 | 2 062 960 |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 1 166 713 | 544 493 | 226 288 | 457 583 | -70 926 | -88 974 | 2 235 178 |
| ROCE | 11,7% | 16,1% | 16,0% | 5,2% | - | - | 11,5% |
| Investeringsuitgaven | |||||||
| materiële vaste activa | 37 425 | 20 596 | 29 183 | 16 452 | 848 | -4 510 | 99 993 |
| Investeringsuitgaven | |||||||
| immateriële activa | 460 | 141 | 14 | 443 | 2 435 | -279 | 3 214 |
| Aandeel in het resultaat van joint | |||||||
| ventures en geassocieerde | |||||||
| ondernemingen | 7 121 | 27 240 | - | - | -6 | - | 34 355 |
| Deelnemingen in joint ventures en | |||||||
| geassocieerde ondernemingen | 43 287 | 80 674 | - | - | 19 | - | 123 981 |
| Aantal personeelsleden (einde jaar) 1 | 12 540 | 6 028 | 1 373 | 2 320 | 1 578 | - | 23 839 |
1 Aantal personeelsleden: voltijdse equivalenten.
De tabel hieronder toont het relatief gewicht van België (land waar de Onderneming is gevestigd), Chili, China, de Verenigde Staten en Slovakije in termen van omzet en vaste activa (immateriële activa; goodwill; materiële vaste activa; recht-op-gebruik vaste activa; deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen).
| in duizend € | 2019 | % van totaal | 2020 | % van totaal |
|---|---|---|---|---|
| Geconsolideerde omzet aan derden | ||||
| vanuit België | 341 696 | 8% | 272 187 | 7% |
| vanuit Chili | 385 282 | 9% | 348 906 | 9% |
| vanuit China | 921 153 | 21% | 841 825 | 22% |
| vanuit de VS | 703 660 | 16% | 553 461 | 15% |
| vanuit Slovakije | 343 124 | 8% | 320 459 | 8% |
| vanuit andere landen | 1 627 535 | 38% | 1 435 535 | 39% |
| Totaal geconsolideerde omzet aan derden | 4 322 450 | 100% | 3 772 374 | 100% |
| Geselecteerde vaste activa gelokaliseerd | ||||
| in België | 137 619 | 7% | 120 396 | 7% |
| in Chili | 90 051 | 5% | 84 340 | 5% |
| in China | 342 611 | 18% | 300 702 | 18% |
| in de VS | 139 802 | 7% | 118 356 | 7% |
| in Slovakije | 141 388 | 8% | 129 278 | 8% |
| in andere landen | 1 017 952 | 55% | 899 358 | 55% |
| Totaal geselecteerde vaste | ||||
| activa | 1 869 423 | 100% | 1 652 429 | 100% |
Bekaerts top 5-klanten vertegenwoordigden samen 20% (2019: 21%) van de totale geconsolideerde omzet van de Groep, terwijl de volgende top 5-klanten nog eens 7% (2019: 8%) vertegenwoordigden van de totale geconsolideerde omzet van de Groep.
De Groep erkent omzet uit de volgende bronnen: levering van producten en, in beperkte mate, levering van diensten en projecten. Bekaert oordeelt dat de levering van producten de belangrijkste prestatieverplichting is. De Groep erkent omzet op het ogenblik dat de controle over de betrokken producten wordt overgedragen naar de klant. Klanten verwerven controle op het ogenblik van de levering (op basis van de inco terms in voege). Het bedrag dat aan omzet wordt erkend, wordt gecorrigeerd voor volumekortingen. Er wordt geen correctie gemaakt voor teruggaves of garanties of variabele vergoedingen gezien de impact als niet materieel wordt geacht op basis van historische informatie.
De disaggregatie van opbrengsten op basis van het moment waarop opbrengsten worden opgenomen, d.w.z. op een moment in de tijd of over een periode (gebruikelijk voor ontwikkelingsactiviteiten), brengt niet veel toegevoegde waarde aangezien de verkoop van machines aan derden zeer weinig bijdraagt tot de totale omzet.
| in duizend € | 2019 | % van totaal | 2020 | % van totaal |
|---|---|---|---|---|
| Verkoop van goederen | 4 311 201 | 99,7% | 3 765 501 | 99,8% |
| Verkoop van machines door engineering | 10 814 | 0,3% | 6 519 | 0,2% |
| Verkoop andere | 435 | 0,0% | 354 | 0,0% |
| Netto-omzet | 4 322 450 | 100% | 3 772 374 | 100% |
In de volgende tabel wordt de netto-omzet gedisaggregeerd per sector inclusief een reconciliatie tussen de netto-omzet per sector en de operationele segmenten van de Groep (zie toelichting 4.1. 'Kerncijfers per rapporteringssegment'). Deze analyse wordt ook vaak getoond in persberichten, aandeelhoudersbrochures en andere presentaties.
| 2019 in duizend € |
Rubber versterking |
Staaldraad toepassingen |
Specialty Businesses |
BBRG | Groep Geconsolideerd | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Sector | ||||||
| Banden en automobiel | 1 843 534 | 163 620 | 39 134 | 7 842 | - | 2 054 130 |
| Energie en nutsvoorzieningen | 445 | 174 990 | 46 810 | 92 986 | - | 315 231 |
| Bouw | 558 | 448 795 | 285 962 | 66 078 | - | 801 393 |
| Consumptiegoederen | 132 | 225 075 | 3 207 | - | - | 228 414 |
| Landbouw | - | 257 477 | - | 31 926 | - | 289 403 |
| Machinebouw | 93 884 | 54 919 | 3 715 | 140 783 | 19 193 | 312 494 |
| Grondstoffen | 14 328 | 103 492 | 35 087 | 149 042 | - | 301 949 |
| Overige sectoren | - | 19 436 | - | - | - | 19 436 |
| Totaal | 1 952 881 | 1 447 804 | 413 915 | 488 657 | 19 193 | 4 322 450 |
| 2020 in duizend € |
Rubber versterking |
Staaldraad toepassingen |
Specialty Businesses |
BBRG | Groep Geconsolideerd | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Sector | ||||||
| Banden en automobiel | 1 535 462 | 133 083 | 30 112 | 7 200 | - | 1 705 857 |
| Energie en nutsvoorzieningen | 85 | 183 525 | 22 118 | 78 296 | - | 284 024 |
| Bouw | 7 | 378 062 | 293 574 | 60 367 | - | 732 010 |
| Consumptiegoederen | - | 99 798 | 3 754 | - | - | 103 552 |
| Landbouw | - | 261 174 | - | 38 126 | - | 299 300 |
| Machinebouw | 68 307 | 74 357 | 3 937 | 116 585 | 10 991 | 274 177 |
| Grondstoffen | 10 215 | 203 513 | 35 940 | 123 785 | - | 373 453 |
| Overige sectoren | - | - | - | - | - | - |
| Totaal | 1 614 077 | 1 333 513 | 389 434 | 424 359 | 10 991 | 3 772 374 |
| Omzet en marge op omzet | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | verschil (%) |
| Omzet | 4 322 450 | 3 772 374 | -12,7% |
| Kostprijs van verkopen | -3 795 320 | -3 214 056 | -15,3% |
| Marge op omzet | 527 131 | 558 318 | 5,9% |
| Marge op omzet in % van omzet | 12,2% | 14,8% |
Bekaert realiseerde een geconsolideerde omzet van € 3,8 miljard in 2020, gevoelig lager dan vorig jaar (-12,7%) door de ingrijpende impact van de Covid-19-pandemie in de eerste helft van 2020. De organische omzetdaling (-9,7%) was het gevolg van lagere volumes (-8,3%) en verrekende walsdraadprijzen en andere prijsmixeffecten over het volledige jaar (-1,4%). De wisselkoersbewegingen waren -3,0% negatief (hoofdzakelijk gerelateerd aan de US dollar, Chileense peso en Chinese renminbi).
De Groep slaagde er niet enkel in om de impact op de marge op omzet te compenseren, maar realizeerde zelfs een toename van € 31,2 miljoen (5,9%) in absolute bedragen, wat resulteerde in een marge van 14,8% (2019: 12,2%). Dit werd gerealiseerd dankzij positieve businessmixeffecten volgend op continue groei in businesses met goede marges, significante vooruitgang in winstherstel in zowel Staaldraadtoepassingen als BBRG, impact van mitigerende acties als reactie op de economische implicaties van Covid-19 en ongunstige impact van wisselkoersen (€ -18,0 miljoen).
| Overheadkosten | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | verschil (%) |
| Commerciële kosten | -188 606 | -167 141 | -11,4% |
| Administratieve kosten | -127 676 | -133 526 | 4,6% |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | -70 729 | -52 361 | -26,0% |
| Totaal | -387 011 | -353 027 | -8,8% |
De overheadkosten daalden met € 34,0 miljoen (9,4% van omzet, stabiel in vergelijking met 2019). De daling in absolute termen werd hoofdzakelijk bereikt door de impact over het volledige jaar van kostenbesparingsmaatregelen genomen in het voorbije jaar en de impact van de mitigerende acties genomen in Covid-19 tijden. De impact van eenmalige elementen afkomstig van de herstructureringsprogramma's op de overheadkosten daalden met € 5,7 miljoen en hadden hoofdzakelijk betrekking op ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen van activa. In 2020 waren in de verkoopskosten voor € -5,4 miljoen (2019: € -6,4 miljoen) voorzieningen voor dubieuze debiteuren en voor € 4,9 miljoen (2019: € 5,9 miljoen) vrijval van ongebruikte voorzieningen en aangewende bedragen voor dubieuze debiteuren inbegrepen.
| Andere bedrijfsopbrengsten | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | verschil |
| Ontvangen royalty's | 12 997 | 10 139 | -2 858 |
| Winsten op verkoop van immateriële en materiële vaste activa | 553 | 3 410 | 2 858 |
| Gerealiseerde wisselresultaten op verkopen en aankopen | -1 137 | -1 047 | 90 |
| Overheidssubsidies | 5 017 | 3 411 | -1 606 |
| Ontvangen vergoedingen voor schadeclaims | 1 475 | 3 192 | 1 717 |
| Herstructurering 1 | 559 | 41 254 | 40 695 |
| Milieu | - | 16 218 | 16 218 |
| Overige opbrengsten | 8 191 | 8 081 | -110 |
| Totaal | 27 655 | 84 659 | 57 003 |
1 2020: hoofdzakelijk winsten uit de verkoop van vaste activa
| Andere bedrijfskosten | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | verschil |
| Verliezen op verkoop van immateriële en materiële vaste activa | -2 213 | -2 594 | -381 |
| Afschrijvingen op immateriële activa | -2 542 | -1 688 | 853 |
| Bankkosten | -2 866 | -2 615 | 251 |
| Aan belastingen gerelateerde kosten (andere dan winstbelastingen) | -1 977 | -1 562 | 414 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | -5 377 | -5 377 |
| Herstructurering | -2 657 | -13 832 | -11 175 |
| Verliezen op afgestoten activiteiten | - | -705 | -705 |
| Overige kosten | -504 | -5 049 | -4 546 |
| Totaal | -12 758 | -33 422 | -20 664 |
Het inkomen van royalty's nam met 22% af ten gevolge van lagere omzet gerelateerd aan Covid-19. Overheidssubsidies hadden voornamelijk betrekking op subsidies in China. Er zijn geen aanwijzingen dat niet aan de voorwaarden voor dergelijke subsidies zal kunnen worden voldaan en dus ook niet dat de subsidies mogelijk teruggestort moeten worden in de toekomst.
De winsten op verkoop van immateriële en materiële vaste activa bevatten in 2020 de opbrengsten uit de verkoop van activa in België.
De ontvangen vergoedingen voor schadeclaims bevatten in 2020 vergoedingen ontvangen voor bedrijfsonderbrekingen ten gevolge van Covid-19 voor een bedrag van € 1,6 miljoen.
In 2020 bevatten 'Herstructurering - opbrengsten' hoofdzakelijk de opbrengsten van de verkopen van gronden en gebouwen volgend op de sluiting van fabrieken ten gevolge van herstructureringen en bevatten 'Herstructurering - kosten' een deel (ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen) gerelateerd aan de herstructureringsprogramma's en sluiting van fabrieken. In 2019 bevatten 'Herstructurering - kosten' een deel van de kosten gerelateerd aan de herstructureringsprogramma's in 2019.
'Milieu' had vooral betrekking op de terugname van provisies in België gelinkt aan het afstoten van activa en een vergoeding voor grond- en grondwatersanering in Italië.
De bijzondere waardeverminderingen in 2020 waren hoofdzakelijk voor activa in België en de Verenigde Staten als gevolg van de sluiting van fabrieken.
De sectie 'Overige' van de 'Andere bedrijfskosten' bevatte in 2020 een boete voor het opzeggen van een elektriciteitscontract tegen een lager tarief.
De sectie 'Overige' van de 'Andere bedrijfsopbrengsten' bevatte in 2019 eenmalige meevallers bij het sluiten van regelingen voor personeelsbeloningen.
De volgende tabellen combineren de gerapporteerde en onderliggende resultaten en geven een analyse van de eenmalige elementen per categorie (zoals gedefinieerd in toelichting 2.6. 'Alternatieve prestatiemaatstaven), operationele segmenten en elementen in de winst-en-verliesrekening.
| 2019 | 2020 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| EBIT gerapporteerd en onderliggend in duizend € |
gerapporteerd | waarvan onderliggend |
waarvan eenmalige elementen |
gerapporteerd | waarvan onderliggend |
waarvan eenmalige elementen |
| Omzet | 4 322 450 | 4 322 450 | - | 3 772 374 | 3 772 374 | - |
| Kostprijs van verkopen | -3 795 320 | -3 734 464 | -60 856 | -3 214 056 | -3 173 517 | -40 539 |
| Marge op omzet | 527 131 | 587 986 | -60 856 | 558 318 | 598 857 | -40 539 |
| Commerciële kosten | -188 606 | -182 692 | -5 914 | -167 141 | -162 602 | -4 538 |
| Administratieve kosten | -127 676 | -118 467 | -9 208 | -133 526 | -121 961 | -11 565 |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | -70 729 | -61 963 | -8 766 | -52 361 | -49 857 | -2 504 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 27 655 | 27 096 | 559 | 84 659 | 27 187 | 57 472 |
| Andere bedrijfskosten | -12 758 | -10 052 | -2 706 | -33 422 | -19 379 | -14 043 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 155 017 | 241 909 | -86 891 | 256 527 | 272 244 | -15 717 |
| Kostprijs | Commer | Admini | Andere | Andere | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eenmalige elementen 2019 in duizend € |
van verkopen |
ciële kosten |
stratieve kosten |
Onderzoek en ontwikkeling |
bedrijfs opbrengsten |
bedrijfs kosten |
Totaal |
| Herstructureringsprogramma's per segment | |||||||
| Rubberversterking 1 | -15 017 | -39 | -31 | - | 0 | -12 | -15 099 |
| Staaldraadtoepassingen 2 | -20 025 | -1 322 | -672 | - | 167 | -1 378 | -23 230 |
| Specialty Businesses 3 | -12 846 | -2 596 | -66 | -226 | 69 | -633 | -16 297 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group | |||||||
| (BBRG) | -3 176 | -30 | -1 414 | - | - | -35 | -4 655 |
| Groep 4 | -5 933 | -1 894 | -6 588 | -8 440 | 322 | -599 | -23 132 |
| Totaal | |||||||
| herstructureringsprogramma's | -56 997 | -5 881 | -8 771 | -8 666 | 559 | -2 657 | -82 413 |
| Bijzondere waardeverminderingen/ (terugdraai van bijzondere waardeverminderingen) behalve i.v.m. herstructurering |
|||||||
| Bridon-Bekaert Ropes Group | |||||||
| (BBRG) | 2 247 | - | - | - | - | - | 2 247 |
| Totaal andere bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen/ | |||||||
| (terugdraai van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen) | 2 247 | - | - | - | - | - | 2 247 |
| Milieuprovisies/ (terugdraai van provisies) |
|||||||
| Staaldraadtoepassingen | 322 | - | - | - | - | - | 322 |
| Totaal milieuprovisies/ | |||||||
| (terugdraai van provisies) | 322 | - | - | - | - | - | 322 |
| Andere gebeurtenissen en transacties |
|||||||
| Rubberversterking 5 | -2 387 | - | - | - | - | - | -2 387 |
| Staaldraadtoepassingen 6 | -2 503 | - | - | - | - | - | -2 503 |
| Specialty Businesses 6 | -1 538 | - | - | -100 | - | - | -1 638 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) |
- | - | -215 | - | - | -49 | -265 |
| Groep | - | -32 | -222 | - | - | - | -254 |
| Totaal andere gebeurtenissen en | |||||||
| transacties | -6 428 | -32 | -437 | -100 | - | -49 | -7 046 |
| Totaal | -60 856 | -5 914 | -9 208 | -8 766 | 559 | -2 706 | -86 891 |
1 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen van activa als gevolg van de herstructurering in Noord-Amerika.
2 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen van activa als gevolg van de herstructurering in Maleisië, Noord-Amerika en België.
3 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen van activa als gevolg van de sluiting van de fabriek in Moen (België).
4 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten als gevolg van de herstructurering in België.
5 Had voornamelijk betrekking op operationele verliezen en kosten opgelopen tijdens onderhandelingen over arbeidsovereenkomsten in Bekaert Sardegna (Italië).
6 Had voornamelijk betrekking op de impact van de langzaamaanacties in België.
| Kostprijs | Commer | Admini | Andere | Andere | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eenmalige elementen 2020 | van | ciële | stratieve | Onderzoek en | bedrijfs | bedrijfs | |
| in duizend € | verkopen | kosten | kosten | ontwikkeling | opbrengsten | kosten | Totaal |
| Herstructureringsprogramma's per segment | |||||||
| Rubberversterking 1 | -3 427 | -1 335 | -402 | - | 283 | -1 105 | -5 986 |
| Staaldraadtoepassingen 2 | -7 754 | -992 | -985 | - | 2 609 | -850 | -7 972 |
| Specialty Businesses 3 | -7 869 | -560 | -23 | -130 | 751 | -1 039 | -8 870 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group | |||||||
| (BBRG) 4 | -8 957 | 5 | -191 | - | 55 | -1 174 | -10 262 |
| Groep 5 | -10 685 | -951 | -9 680 | -2 374 | 37 738 | -9 664 | 4 385 |
| Intersegment | - | - | - | - | -181 | - | -181 |
| Totaal | |||||||
| herstructureringsprogramma's | -38 692 | -3 833 | -11 280 | -2 504 | 41 254 | -13 832 | -28 887 |
| Afstoting van activiteiten | |||||||
| Groep 6 | - | -705 | - | - | - | - | -705 |
| Totaal afstoting van activiteiten | - | -705 | - | - | - | - | -705 |
| Milieuprovisies/ (terugdraai van | |||||||
| provisies) | |||||||
| Rubberversterking | -2 192 | - | - | - | - | - | -2 192 |
| Groep 7 | - | - | - | - | 16 218 | - | 16 218 |
| Totaal milieuprovisies/ | |||||||
| (terugdraai van provisies) | -2 192 | - | - | - | 16 218 | - | 14 026 |
| Andere gebeurtenissen en | |||||||
| transacties | |||||||
| Staaldraadtoepassingen | - | - | -199 | - | - | - | -199 |
| Specialty Businesses | - | - | - | - | - | -171 | -171 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group | |||||||
| (BBRG) | 345 | - | - | - | - | -41 | 304 |
| Groep | - | - | -85 | - | - | - | -85 |
| Totaal andere gebeurtenissen en | |||||||
| transacties | 345 | - | -284 | - | - | -212 | -151 |
| Totaal | -40 539 | -4 538 | -11 565 | -2 504 | 57 472 | -14 043 | -15 717 |
1 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten, de sluiting van de fabriek in Figline (Italië) en de herstructurering in India.
2 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen van activa als gevolg van de herstructurering in België.
3 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten en bijzondere waardeverminderingen van activa als gevolg van de herstructurering in China, de sluiting van de fabriek in Moen (België) en ontslagkosten als gevolg van de herstructurering in België.
4 Had voornamelijk betrekking op bijzondere waardeverminderingen van activa als gevolg van de geplande sluiting van de fabriek in Canada en ontslagkosten als gevolg van de herstructurering in het Verenigd Koninkrijk.
5 Had voornamelijk betrekking op ontslagkosten als gevolg van de herstructurering in België en winst op verkoop van terreinen en gebouwen in België.
6 Vrijwaring van contractuele aansprakelijkheid met betrekking tot eerdere desinvesteringen.
7 Had voornamelijk betrekking op de terugname van voorzieningen in België in verband met de verkoop van activa en een terugbetaling van grond- en grondwatersanering in Italië.
De onderstaande tabel levert bijkomende informatie over de toewijzing van de voornaamste componenten van het bedrijfsresultaat (EBIT) per aard van de opbrengsten en kosten.
| in duizend € | 2019 | % op omzet | 2020 | % op omzet |
|---|---|---|---|---|
| Omzet | 4 322 450 | 100% | 3 772 374 | 100% |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 27 655 | - | 84 659 | - |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 4 350 106 | - | 3 857 032 | - |
| Zelfgeproduceerde materiële vaste activa | 21 946 | 0,5% | 17 200 | 0,5% |
| Grondstoffen | -1 668 930 | -38,6% | -1 349 418 | -35,8% |
| Halfproducten en handelsgoederen | -337 144 | -7,8% | -306 261 | -8,1% |
| Voorraadwijziging goederen in bewerking en gereed product | -81 658 | -1,9% | -43 634 | -1,2% |
| Personeelskosten | -861 117 | -19,9% | -796 051 | -21,1% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -229 069 | -5,3% | -202 103 | -5,4% |
| Bijzondere waardeverminderingen | -19 202 | -0,4% | -13 964 | -0,4% |
| Vervoer- en verhandelingskosten gereed product | -182 697 | -4,2% | -164 390 | -4,4% |
| Hulpstoffen en wisselstukken | -241 698 | -5,6% | -217 900 | -5,8% |
| Kosten voor nutsvoorzieningen | -259 727 | -6,0% | -224 534 | -6,0% |
| Onderhouds- en herstellingskosten | -65 435 | -1,5% | -57 147 | -1,5% |
| Leasing en gerelateerde kosten | -9 883 | -0,2% | -8 503 | -0,2% |
| Commissies in commerciële kosten | -8 120 | -0,2% | -6 315 | -0,2% |
| Douane en accijnzen | -11 928 | -0,3% | -2 432 | -0,1% |
| ICT-kosten | -39 363 | -0,9% | -39 208 | -1,0% |
| Reclame- en promotiekosten | -6 715 | -0,2% | -5 328 | -0,1% |
| Reis-, restaurant- en hotelkosten | -24 005 | -0,6% | -8 181 | -0,2% |
| Consultancy en overige honoraria | -29 956 | -0,7% | -29 753 | -0,8% |
| Kantoorbenodigdheden en -uitrusting | -9 110 | -0,2% | -8 451 | -0,2% |
| Durfkapitaalfondsen O&O | -1 974 | 0,0% | -1 973 | -0,1% |
| Tijdelijke of externe personeelskosten | -31 907 | -0,7% | -27 261 | -0,7% |
| Verzekeringskosten | -8 762 | -0,2% | -10 692 | -0,3% |
| Diverse bedrijfskosten | -88 636 | -2,1% | -94 207 | -2,5% |
| Totaal bedrijfskosten | -4 195 089 | -97,1% | -3 600 506 | -95,4% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 155 017 | 3,6% | 256 527 | 6,8% |
De bijzondere waardeverminderingen hadden voornamelijk betrekking op de herstructureringsprogramma's in China en België en de sluiting van de entiteit in Canada. De afschrijvingen en waardeverminderingen omvatten waardeverminderingen / (terugnemingen van waardeverminderingen) op voorraden en handelsvorderingen.
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Renteopbrengsten van financiële activa niet geclassificeerd als tegen RWVR | 2 841 | 3 386 |
| Renteopbrengsten | 2 841 | 3 386 |
| Rentelasten van financiële verplichtingen niet geclassificeerd als tegen RWVR | -56 072 | -51 159 |
| Overige schuldgerelateerde rentelasten | -8 839 | -5 536 |
| Schuldgerelateerde rentelasten | -64 911 | -56 695 |
| Rentegedeelte van verdisconteerde voorzieningen | -4 255 | -2 859 |
| Rentelasten | -69 166 | -59 554 |
| Totaal | -66 324 | -56 168 |
De daling van de rentelasten was hoofdzakelijk het gevolg van een sterke daling in de rentelasten gerelateerd aan derivaten. Er was een sterke afname van intragroepsleningen in vreemde valuta enerzijds en schuld ten opzichte van derden in vreemde valuta anderzijds, wat een gelijkaardige daling tot gevolg heeft gehad in het volume aan derivaten die dienen om het onderliggende renterisico af te dekken (zie toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten').
In tweede instantie is de daling van de standaard rentelasten gelinkt met een verdere daling van de rentevoeten.
Rentelasten van financiële verplichtingen niet geclassificeerd als tegen RWvR hebben betrekking op alle schuldinstrumenten van de Groep, andere dan renterisicobeperkende derivaten aangemerkt als economische afdekkingen.
In het rentegedeelte van verdisconteerde voorzieningen, had € -2,8 miljoen (2019: € -4,1 miljoen) betrekking op de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (zie toelichting 6.16. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen') en had € -0,1 miljoen (2019: € -0,2 miljoen) betrekking op overige voorzieningen (zie toelichting 6.17. 'Overige voorzieningen').
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Waardeaanpassingen van derivaten | 1 241 | 567 |
| Wisselresultaten op afgedekte posities | -5 162 | -9 765 |
| Nettoimpact van derivaten en afgedekte posities | -3 921 | -9 198 |
| Overige wisselresultaten | -9 071 | -17 934 |
| Winsten & verliezen op verkoop van financiële vaste activa | -21 | - |
| Dividenden van niet-geconsolideerde deelnemingen | 543 | 1 184 |
| Bankkosten en heffingen op financiële transacties | -4 015 | -3 376 |
| Bijzondere waardeverminderingen op overige vorderingen | -524 | - |
| Overige | -1 362 | -842 |
| Totaal | -18 371 | -30 165 |
Waardeaanpassingen omvatten de wijzigingen in reële waarde van alle derivaten die niet als kasstroomafdekkingen worden aangemerkt. Wisselresultaten op afgedekte posities hebben ook enkel betrekking op economische afdekkingen. De hier getoonde nettoimpact van derivaten en afgedekte posities omvat geen effecten die opgenomen werden in andere rubrieken van de winst-en-verliesrekening zoals rentelasten, kostprijs van verkopen of andere bedrijfsopbrengsten en -kosten. Voor meer details betreffende de impact van derivaten en afgedekte posities, zie toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
Waardeaanpassingen van derivaten bevatten een reëlewaardewinst van € 1,1 miljoen in 2020 (2019: winst van € 2,6 miljoen), waarvan € 1,0 miljoen betrekking had op een overeenkomst tot virtuele aankoop van energie en € 0,1 miljoen was gerelateerd aan de conversieoptie vervat in de converteerbare obligatielening uitgegeven in juni 2016 (zie de sectie 'Financiële instrumenten volgens de hiërarchie van reëlewaardebepalingen' in toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten').
De overige wisselresultaten bedroegen € -17,9 miljoen in 2020. Deze stijging was hoofdzakelijk te wijten aan de devaluatie van de Turkse lira, de Braziliaanse real en de US dollar, wat resulteerde in niet-gerealiseerde en gerealiseerde wisselkoersverschillen op elementen van het werkkapitaal en intragroepsleningen. De bankkosten en heffingen op financiële transacties bevatten eveneens de kosten gelinkt aan de factoring-overeenkomsten.
Alle dividenden van niet-geconsolideerde deelnemingen hebben betrekking op deelnemingen die zijn aangehouden tot op balansdatum aangezien er geen aandelen zijn verkocht gedurende het jaar.
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Verschuldigde belastingen over het lopend jaar | -56 828 | -58 130 |
| Verschuldigde belastingen over de voorbije jaren | 377 | 21 386 |
| Uitgestelde belastingen - wegens wijzigingen in tijdelijke verschillen | -7 630 | -32 159 |
| Uitgestelde belastingen - wegens wijzigingen in belastingvoeten | -1 203 | -2 214 |
| Uitgestelde belastingen - aanpassingen inzake overgedragen verliezen van voorbije jaren | -3 950 | 6 990 |
| Uitgestelde belastingen - aanwending van voorheen niet-opgenomen uitgestelde | ||
| belastingvorderingen | 18 153 | 7 614 |
| Totale belastinglast | -51 081 | -56 513 |
In onderstaande tabel wordt de winst vóór belastingen getoond als resultaat vóór belastingen.
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen | 70 322 | 170 194 |
| Belastinglast op resultaten van fiscale entiteiten tegen de theoretische lokale | ||
| belastingvoet van de betrokken landen | -20 654 | -46 943 |
| Theoretische belastingvoet 1 | -29,4% | -27,6% |
| Belastingimpact van: | ||
| Fiscaal niet-aftrekbare uitgaven | -11 684 | -8 528 |
| Verworpen intrestkosten 2 | -4 214 | -31 |
| Andere belastingvoeten en speciale belastingregimes 3 | 16 381 | 13 334 |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen 4 | -35 287 | -33 855 |
| Aanwending of opname van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belasting | ||
| vorderingen 5 | 18 153 | 7 614 |
| Uitgestelde belastingen wegens wijzigingen in belastingvoeten | -1 203 | -2 214 |
| Belastingen met betrekking tot voorgaande jaren 6 | -3 573 | 28 376 |
| Fiscaal vrijgestelde inkomsten | 10 | 129 |
| Roerende voorheffing i.v.m. dividenden, royalty's, rente en diensten | -14 085 | -15 864 |
| Overige | 5 075 | 1 469 |
| Totale belastinglast | -51 081 | -56 513 |
| Werkelijke belastingvoet | -72,6% | -33,2% |
1 De theoretische belastingvoet wordt berekend als een gewogen gemiddelde, rekening houdend met de resultaten vóór belastingen in verschillende landen met verschillende belastingvoeten.
2 De verworpen intrestkosten daalden aanzienlijk in 2020 omwille van betere resultaten vóór belastingen die aanleiding gaven tot een hogere graad van aftrekbaarheid van interesten, en herstructureringen van intercompany leningen van BBRG.
3 In 2020 hadden de speciale belastingregimes vooral betrekking op belastingstimulansen in België, terwijl in 2019 vooral België en Nederland bijdroegen.
4 In 2020 hadden niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen voornamelijk betrekking op overgedragen verliezen in Brazilië, Canada, China, Chili, Duitsland, Italië en de Verenigde Staten, en op bijzondere waardeverminderingen op activa van de zaagdraadactiviteiten in China, terwijl in 2019 dit vooral betrekking had op overgedragen verliezen in België, Canada, China, Costa Rica, Duitsland, Maleisië en de Verenigde Staten.
5 In 2020 was de beweging vooral een gevolg van het gebruik van overgedragen verliezen en opname van uitgestelde belastingvorderingen die voorheen niet erkend werden, net als in 2019.
6 In 2020 zijn een aantal belastingcontroles afgerond wat aanleiding gaf tot een bijkomende belastingkost enerzijds en het vrijvallen van betrokken voorzieningen voor onzekere belastingposities anderzijds. In 2019 was deze rubriek vooral gerelateerd aan belastingcontroles.
In 2020 reflecteerde het aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde deelnemingen betere prestaties van de Staaldraadtoepassingen en Rubberversterking activiteiten. De performantieverbeteringen overstegen het aanzienlijke effect van wisselkoersschommelingen tussen de Braziliaanse real en de euro (gemiddelde koers daalde van 2019 naar 2020 met 33,4%). Aanvullende informatie met betrekking tot de Braziliaanse joint ventures wordt verstrekt onder toelichting 6.5. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
| in duizend € | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|
| Joint ventures | |||
| Agro-Bekaert Colombia SAS | Colombia | - | -244 |
| Agro - Bekaert Springs, SL | Spanje | - | -6 |
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 23 326 | 27 631 |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazilië | 5 751 | 7 121 |
| Servicios Ideal AGF Inttegra Cía Ltda | Ecuador | -119 | -147 |
| Totaal | 28 959 | 34 355 |
| Aantal |
|---|
| 56 514 831 |
| 72 433 |
| - |
| 56 587 264 |
| Na | |||
|---|---|---|---|
| Basis | verwaterings | ||
| in duizend € | berekening | effect | |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan gewone aandeelhouders | 41 329 | 41 329 | |
| Effect van converteerbare obligatieleningen 1 | - | - | |
| Winst | 41 329 | 41 329 | |
| Winst per aandeel (in €) | 0,731 | 0,730 |
| 2020 | Aantal | |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (basisberekening) | 56 554 555 | |
| Verwateringseffect van op aandelen gebaseerde betalingsregelingen | 85 471 | |
| Verwateringseffect van converteerbare obligatieleningen 1 | 7 493 591 | |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (na verwateringseffect) | 64 133 617 | |
| Na | ||
| Basis | verwaterings | |
| in duizend € | berekening | effect |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan gewone aandeelhouders | 134 687 | 134 687 |
| Effect van converteerbare obligatieleningen 1 | - | 10 613 |
| Winst | 134 687 | 145 300 |
| Winst per aandeel (in €) | 2,382 | 2,266 |
1 Niet te vermelden als het effect van de converteerbare obligatie antidilutief is, d.i. als het effect zodanig is dat het de EPS-ratio zou verbeteren (zie verder).
De winst per aandeel (earnings per share, 'EPS') is het bedrag van de winst na belastingen toewijsbaar aan elk aandeel. De basisberekening van de winst per aandeel komt overeen met het resultaat van de periode toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert gedeeld door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen gedurende het jaar. De winst per aandeel na verwateringseffect weerspiegelt de verbintenissen van de Groep tot het uitgeven van aandelen in de toekomst. Daartoe behoren in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde plannen (inschrijvingsrechten, opties, prestatieaandelen en matching shares, zie toelichting 6.13. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen') en mogelijks de afwikkeling van de converteerbare obligatielening. Inschrijvingsrechten, opties en andere op aandelen gebaseerde regelingen zijn slechts dilutief in de mate dat hun uitoefenprijs lager is dan de gemiddelde slotkoers van de periode, waarbij in de uitoefenprijs ook de reële waarde van nog te leveren diensten tijdens de resterende wachtperiode is inbegrepen. Voorwaardelijke uit te geven aandelen (bijv. prestatieaandelen) zijn alleen dilutief als aan de voorwaarden is voldaan op balansdatum. Het verwateringseffect van op aandelen gebaseerde regelingen beperkt zich tot het gewogen gemiddeld aantal aandelen op te nemen in de noemer van de EPS-ratio; er is geen effect op de winst op te nemen in de teller van de EPS-ratio. De converteerbare obligatielening heeft meestal een effect op zowel de noemer als de teller van de EPS-ratio. Het verwateringseffect van de converteerbare obligatielening op de winst (op te nemen in de teller van de EPS-ratio) bestaat uit het terugdraaien van alle opbrengsten en kosten die direct verband houden met de converteerbare obligatielening en die de 'basis'-winst voor de periode beïnvloed hebben. Volgende elementen van de winst-en-verliesrekening werden beïnvloed door de converteerbare obligatielening:
Om de impact van verwatering te berekenen, wordt er verondersteld dat alle potentieel dilutieve aandelen werden uitgeoefend bij het begin van de periode, of, als de instrumenten uitgegeven werden gedurende de periode, op uitgiftedatum. Bekaert heeft de keuze om het notioneel bedrag van de obligaties terug te betalen in aandelen of in cash, maar elke koersstijging van het aandeel boven de conversieprijs moet geconverteerd worden in aandelen. Bekaert heeft een call-optie wanneer de aandelenkoers de conversieprijs met 30,0% overstijgt, waardoor het aantal te converteren aandelen gelimiteerd is tot 1,7 miljoen. Het management is niet van plan om het notioneel bedrag af te wikkelen in aandelen en heeft reeds voldoende aandelen laten inkopen om de call-optie af te dekken. Dit belet niet dat, conform IAS 33 'Winst per aandeel', het aantal toe te voegen in de noemer gelijkstaat met de 7,5 miljoen potentiële aandelen die overeenkomen met het notioneel bedrag van de obligatielening gedeeld door de conversieprijs. Dit resulteert in een totaal verwateringseffect van € -0,116 per aandeel (2019: € -0,001), waarvan € -0,004 verband houdt met de op aandelen gebaseerde regelingen (2019: € -0,001) en waarvan € -0,112 gelinkt is aan de converteerbare obligatielening (2019: anti-dilutief).
De gemiddelde slotkoers tijdens 2020 was € 19,92 per aandeel (2019: € 23,96 per aandeel). Volgende tabel toont alle antidilutieve instrumenten tijdens de verslagperiode. Opties en inschrijvingsrechten waren out of the money aangezien de uitoefenprijs hoger lag dan de gemiddelde slotkoers, terwijl prestatieaandelen antidilutief waren doordat de prestatiedoelstelling niet was voldaan.
| Niet-dilutieve instrumenten | Datum van toekenning |
Uitoefenprijs (in €) |
Aantal toegekend |
Aantal uitstaand |
|---|---|---|---|---|
| SOP2 - opties | 19.02.2007 | 30,175 | 37 500 | 10 000 |
| SOP2 - opties | 18.02.2008 | 28,335 | 30 630 | 19 320 |
| SOP 2005-2009 - inschrijvingsrechten | 19.02.2007 | 30,175 | 153 810 | 8 970 |
| SOP 2005-2009 - inschrijvingsrechten | 18.02.2008 | 28,335 | 215 100 | 54 850 |
| SOP 2010-2014 - opties | 20.02.2012 | 25,140 | 287 800 | 54 100 |
| SOP 2010-2014 - opties | 28.05.2013 | 21,450 | 260 000 | 127 500 |
| SOP 2010-2014 - opties | 17.02.2014 | 25,380 | 373 450 | 182 800 |
| SOP 2010-2014 - opties | 16.02.2015 | 26,055 | 349 810 | 286 500 |
| SOP 2015-2017 - opties | 15.02.2016 | 26,375 | 227 250 | 197 500 |
| SOP 2015-2017 - opties | 13.02.2017 | 39,430 | 273 325 | 226 200 |
| SOP 2015-2017 - opties | 20.02.2018 | 34,600 | 225 475 | 217 100 |
| Licenties, | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| patenten en | Gebruiks | |||||
| Aanschaffingswaarde | soortgelijke | Computer | recht | Commer | ||
| in duizend € | rechten | software | terreinen | ciële activa | Overige | Totaal |
| Per 1 januari 2019 | 23 587 | 87 787 | 65 246 | 55 053 | 14 466 | 246 138 |
| Aanschaffingen | 30 | 4 331 | - | - | - | 4 361 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -963 | -15 | - | - | -91 | -1 069 |
| Overdrachten 1 | 782 | -655 | -65 246 | -1 183 | 1 230 | -65 072 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||
| -verliezen (-) | 338 | 200 | - | 2 539 | 603 | 3 680 |
| Per 31 december 2019 | 23 773 | 91 649 | - | 56 408 | 16 208 | 188 037 |
| Per 1 januari 2020 | 23 773 | 91 649 | - | 56 408 | 16 208 | 188 037 |
| Aanschaffingen | - | 3 214 | - | - | - | 3 214 |
| Eerste consolidatie | - | 7 | - | - | - | 7 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - | -2 048 | - | - | - | -2 048 |
| Overdrachten 1 | 2 601 | 216 | - | -37 | - | 2 779 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||
| -verliezen (-) | -34 | -1 566 | - | -2 081 | -642 | -4 323 |
| Per 31 december 2020 | 26 340 | 91 472 | - | 54 290 | 15 566 | 187 667 |
| waardeverminderingen Per 1 januari 2019 |
14 239 | 73 318 | 15 309 | 14 729 | 14 041 | 131 636 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 622 | 4 511 | - | 3 584 | 800 | 10 517 |
| Terugname van bijzondere | ||||||
| waardeverminderingen en | ||||||
| afschrijvingen | - | -223 | - | - | - | -223 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -337 | -12 | - | - | -91 | -440 |
| Overdrachten1 | - | - | -15 309 | -466 | 466 | -15 309 |
| Omrekeningswinsten (-) en | ||||||
| -verliezen | 334 | 136 | - | 641 | 480 | 1 591 |
| Per 31 december 2019 | 15 859 | 77 730 | - | 18 487 | 15 696 | 127 772 |
| Per 1 januari 2020 | 15 859 | 77 730 | - | 18 487 | 15 696 | 127 772 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 655 | 4 815 | - | 3 311 | 108 | 9 890 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | 103 | - | - | - | 103 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - | -2 039 | - | - | - | -2 039 |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen |
-3 | -1 498 | - | -604 | -616 | -2 722 |
| Per 31 december 2020 Nettoboekwaarde |
17 510 | 79 111 | - | 21 194 | 15 188 | 133 003 |
| per 31 december 2019 | 7 914 | 13 919 | - | 37 921 | 512 | 60 266 |
| Nettoboekwaarde | ||||||
| per 31 december 2020 | 8 830 | 12 361 | - | 33 096 | 378 | 54 664 |
1 Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van 'Immateriële activa' en 'Materiële vaste activa' (zie toelichting 6.3.) en 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa' (zie toelichting 6.4.) worden opgeteld.
De aanschaffingen van software hadden voornamelijk betrekking op bijkomende licenties en kosten voor het implementeren van het MES project (Manufacturing Excellence System), projecten met betrekking tot digitalisatie en ERP software (SAP) in het algemeen.
Bij de toepassing in 2019 van IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' werden vroeger verworven gebruiksrechten op terreinen ondergebracht onder de nieuwe balansrubriek 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa' (zie toelichting 6.4.).
Op balansdatum waren er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur.
Deze toelichting behelst hoofdzakelijk goodwill op verwerving van dochterondernemingen. Goodwill met betrekking tot joint ventures en geassocieerde ondernemingen zit vervat in toelichting 6.5. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
| Aanschaffingswaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | 154 192 | 155 024 |
| Toenames | - | 598 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) | 832 | -1 342 |
| Per 31 december | 155 024 | 154 280 |
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 4 937 | 5 240 |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen | 303 | -358 |
| Per 31 december | 5 240 | 4 883 |
| Nettoboekwaarde per 31 december | 149 784 | 149 398 |
De goodwill verworven ten gevolge van een bedrijfscombinatie wordt bij acquisitie toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden waarvan verwacht wordt dat zij voordeel zullen halen uit deze bedrijfscombinatie. De nettoboekwaarde van de goodwill en de eraan verbonden bewegingen van de periode zijn als volgt toegewezen:
| 2019 in duizend € |
Groep van kasstroomgenererende eenheden |
Nettoboek waarde per 1 januari |
Toename | Bijzondere waardever mindering |
Omrekenings verschillen |
Nettoboek waarde per 31 december |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dochterondernemingen | ||||||
| SWS | Bekaert Bradford UK Ltd | 2 502 | - | - | 129 | 2 631 |
| SB | Verbrandingstechnologie - verwarming EMEA |
3 027 | - | - | - | 3 027 |
| SB | Bouwproducten | 71 | - | - | - | 71 |
| RR | Rubberversterkingsproducten | 4 255 | - | - | - | 4 255 |
| SWS | Productie-eenheid Orrville | |||||
| (USA) | 10 245 | - | - | 197 | 10 442 | |
| SWS | Inchalam-groep | 799 | - | - | -49 | 750 |
| SWS | Bekaert Ideal SL vennootschappen |
844 | - | - | - | 844 |
| SWS | Bekaert (Qingdao) Wire Products Co Ltd |
385 | - | - | - | 385 |
| SWS | Bekaert Jiangyin Wire Products Co Ltd |
47 | - | - | - | 47 |
| BBRG | BBRG | 127 080 | - | - | 252 | 127 332 |
| Subtotaal | 149 255 | - | - | 529 | 149 784 | |
| Joint ventures en geassocieerde | ||||||
| ondernemingen | ||||||
| SWS | Belgo Bekaert Arames Ltda | 3 382 | - | - | -54 | 3 328 |
| RR | BMB-Belgo Mineira Bekaert | |||||
| Artefatos de Arame Ltda | 2 068 | - | - | -33 | 2 035 | |
| Subtotaal | 5 450 | - | - | -87 | 5 363 | |
| Totaal | 154 705 | - | - | 443 | 155 148 |
| Groep van | Nettoboek | Bijzondere | Nettoboek | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | kasstroomgenererende | waarde per | waardever | Omrekenings | waarde per | |
| in duizend € | eenheden | 1 januari | Toename | mindering | verschillen | 31 december |
| Dochterondernemingen | ||||||
| SWS | Bekaert Bradford UK Ltd | 2 631 | - | - | -141 | 2 490 |
| SB | Verbrandingstechnologie - | |||||
| verwarming EMEA | 3 027 | - | - | - | 3 027 | |
| SB | Bouwproducten | 71 | - | - | - | 71 |
| RR | Rubberversterkingsproducten | 4 255 | - | - | - | 4 255 |
| SWS | Productie-eenheid Orrville | |||||
| (USA) | 10 442 | - | - | -882 | 9 560 | |
| SWS | Inchalam-groep | 750 | - | - | -23 | 727 |
| SWS | Bekaert Ideal SL | |||||
| vennootschappen | 844 | - | - | - | 844 | |
| SWS | Bekaert (Qingdao) Wire | |||||
| Products Co Ltd | 385 | - | - | - | 385 | |
| SWS | Bekaert Jiangyin Wire | |||||
| Products Co Ltd | 47 | - | - | - | 47 | |
| SWS | Grating Peru SAC | - | 598 | - | -51 | 547 |
| BBRG | BBRG | 127 332 | - | - | 113 | 127 445 |
| Subtotaal | 149 784 | 598 | - | -984 | 149 398 | |
| Joint ventures en geassocieerde | ||||||
| ondernemingen | ||||||
| SWS | Belgo Bekaert Arames Ltda | 3 328 | - | - | -970 | 2 358 |
| RR | BMB-Belgo Mineira Bekaert | |||||
| Artefatos de Arame Ltda | 2 035 | - | - | -593 | 1 442 | |
| Subtotaal | 5 363 | - | - | -1 563 | 3 800 | |
| Totaal | 155 148 | 598 | - | -2 547 | 153 198 |
In het model voor het toetsen op bijzondere waardevermindering van de goodwill voortvloeiend uit de BBRG-bedrijfscombinatie werden volgende karakteristieken verwerkt:
De disconteringsvoet is gebaseerd op de (langetermijn-)kapitaalkosten vóór belastingen en de risico's zitten ingebed in de kasstromen. Er wordt een gewogen gemiddelde kapitaalkost (weighted average cost of capital = WACC) bepaald voor de regio's waarin de euro, de US dollar en de Chinese renminbi de dominante valuta's zijn. Voor landen of activiteiten met een hoger ingeschat risico wordt de WACC opgetrokken met een risicopremie die specifek is voor dit land of deze activiteit. De WACC wordt bepaald vóór belastingen omdat de relevante kasstromen ook vóór belastingen bepaald worden. De weging van kapitaalkosten voor schulden en eigen vermogen is gebaseerd op een streefcijfer van 50% gearing (nettoschuld in verhouding tot het eigen vermogen). Voor kasstroommodellen die in reële termen uitgedrukt zijn (zonder inflatie), wordt de nominale WACC aangepast voor de verwachte inflatievoet. Voor kasstroommodellen die in nominale termen uitgedrukt zijn wordt de nominale WACC gebruikt. Alle parameters die de berekening van de disconteringsvoeten beïnvloeden, worden minstens jaarlijks herzien.
De bufferruimte voor bijzondere waardeverminderingen op de goodwill van BBRG, d.i. het overschot van de realiseerbare waarde tegenover de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid van BBRG, wordt geschat op € 218,7 miljoen (2019: € 76,9 miljoen). De stijging is het gecombineerd resultaat van een bijgewerkt actieplan (€ +78,9 miljoen) en een daling van het kapitaalgebruik in de business (€ -62,9 miljoen). De bufferruimte steeg met € 114,2 miljoen in vergelijking met de eerste jaarhelft, toen een toets op bijzondere waardevermindering werd uitgevoerd op basis van een conservatieve update van het actieplan van vorig jaar. In vergelijking met de situatie na de eerste jaarhelft was de stijging van de bufferruimte op jaareinde het gecombineerd resultaat van een nieuw actieplan (€ 115,7 miljoen voornamelijk afkomstig uit een verbeterde EBITDA marge met 100 basispunten en een hoger samengesteld jaarlijks groeipercentage (CAGR) over de expliciet gebudgeteerde periode met 155 basispunten), een afname van het kapitaalgebruik (impact van € 39,2 miljoen), gecompenseerd door een toename van de impliciete disconteringsvoet (€ -50,7 miljoen).
Bij wijze van voorbeeld geven de volgende scenario's de gevoeligheid van deze bufferruimte weer voor wijzigingen in de belangrijkste assumpties van het actieplan:
Op basis van de gegevens die op vandaag gekend zijn, zouden redelijkerwijs mogelijke veranderingen in de voornaamste veronderstellingen (waaronder de disconteringsvoet, de omzet- en marge-evolutie) geen aanleiding geven tot bijzondere waardeverminderingen voor kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill werd toegewezen.
Bovendien, als gevolg van de veranderingen in de huidige economische omgeving in het kader van de Covid-19 pandemie, werden alle kasstroomgenererende eenheden door het management getoetst op bijzondere waardeverminderingen, ook diegene waaraan geen goodwill is toegewezen. Op basis van deze tests oordeelde het management dat er op vandaag geen bijzondere waardeverminderingen dienen erkend te worden:
| waardevermindering 2019 | EUR-regio | USD-regio | CNY-regio | |
|---|---|---|---|---|
| Streefcijfers voor de Groep | ||||
| Gearing : nettoschuld / eigen vermogen | 50% | |||
| % schulden | 33% | |||
| % eigen vermogen | 67% | |||
| % langetermijnschulden | 75% | |||
| % kortetermijnschulden | 25% | |||
| Schuldkost voor Bekaert | 1,4% | 3,5% | 5,0% | |
| Langetermijnrentevoet | 1,7% | 3,9% | 5,1% | |
| Kortetermijnrentevoet | 0,5% | 2,3% | 4,6% | |
| Eigenvermogenkost voor Bekaert | ||||
| = Rf + β . Em (na belastingen) |
7,7% | 9,5% | 12,8% | |
| Risicovrije rentevoet = Rf | -0,2% | 1,6% | 4,9% | |
| Beta = β | 1,2 | |||
| Marktrisicopremie voor eigen vermogen = Em | 6,6% | |||
| Belastingvoet | 27% | |||
| Eigenvermogenkost vóór belastingen voor Bekaert | 10,6% | 13,1% | 17,6% | |
| Bekaert WACC - nominaal | 7,5% | 9,9% | 13,4% | |
| Verwachte inflatie | 1,7% | 1,8% | 2,9% | |
| Bekaert WACC in reële termen | 5,8% | 8,1% | 10,5% |
| waardevermindering 2020 | EUR-regio | USD-regio | CNY-regio | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Streefcijfers voor de Groep | |||||
| Gearing : nettoschuld / eigen vermogen | 50% | ||||
| % schulden | 33% | ||||
| % eigen vermogen | 67% | ||||
| % langetermijnschulden | 75% | ||||
| % kortetermijnschulden | 25% | ||||
| Schuldkost voor Bekaert | 1,2% | 3,8% | 4,8% | ||
| Langetermijnrentevoet | 1,5% | 4,2% | 4,9% | ||
| Kortetermijnrentevoet | 0,4% | 2,7% | 4,4% | ||
| Eigenvermogenkost voor Bekaert | |||||
| (na belastingen) | = Rf + β . Em | 7,9% | 9,0% | 13,1% | |
| Risicovrije rentevoet = Rf | -0,3% | 0,8% | 4,9% | ||
| Beta = β | 1,3 | ||||
| Marktrisicopremie voor eigen vermogen = Em | 6,3% | ||||
| Belastingvoet | 27% | ||||
| Eigenvermogenkost vóór belastingen voor Bekaert | 10,8% | 12,4% | 18,0% | ||
| Bekaert WACC - nominaal | 7,6% | 9,5% | 13,6% | ||
| Verwachte inflatie | 1,4% | 2,0% | 2,8% | ||
| Bekaert WACC in reële termen | 6,2% | 7,5% | 10,8% |
| Instal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Terreinen | laties, machines |
Meubilair | Overige materiële |
||||
| Aanschaffingswaarde | en | en | en rollend | Financiële | vaste | Activa in | |
| in duizend € | gebouwen | uitrusting | materieel | leasing | activa | aanbouw | Totaal |
| Per 1 januari 2019 | 1 154 803 | 2 825 271 | 107 931 | 10 645 | 19 178 | 132 554 | 4 250 382 |
| Aanschaffingen | 42 820 | 98 511 | 6 958 | - | 1 017 | -50 871 | 98 434 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -1 635 | -25 254 | -3 517 | - | -412 | -19 | -30 838 |
| Overdrachten1 | 1 417 | 1 250 | 61 | -10 645 | -2 658 | -173 | -10 748 |
| Omrekeningswinsten en | |||||||
| -verliezen (-) | 5 647 | 21 729 | 318 | - | 141 | 1 718 | 29 554 |
| Per 31 december 2019 | 1 203 052 | 2 921 507 | 111 751 | - | 17 266 | 83 209 | 4 336 784 |
| Per 1 januari 2020 | 1 203 052 | 2 921 507 | 111 751 | - | 17 266 | 83 209 | 4 336 784 |
| Aanschaffingen | 30 526 | 56 434 | 4 638 | - | 366 | 8 140 | 100 104 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -23 901 | -94 052 | -5 109 | - | -1 014 | -195 | -124 271 |
| Eerste consolidatie | - | 250 | 19 | - | - | - | 268 |
| Overdrachten1 | - | 2 254 | 39 | - | - | -2 817 | -524 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||||
| aangehouden voor verkoop 2 | -8 482 | - | - | - | - | - | -8 482 |
| Omrekeningswinsten en | |||||||
| -verliezen (-) | -48 096 | -110 778 | -3 225 | - | -320 | -4 313 | -166 732 |
| Per 31 december 2020 | 1 153 100 | 2 775 614 | 108 112 | - | 16 298 | 84 023 | 4 137 147 |
| Per 1 januari 2019 | 585 428 | 2 105 560 | 85 045 | 1 993 | 5 714 | - | 2 783 740 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen van het boekjaar | 42 998 | 134 269 | 9 113 | - | 813 | - | 187 193 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | 23 127 | 37 | - | - | - | 23 164 |
| Terugname van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen en | |||||||
| afschrijvingen | -410 | -3 352 | - | - | - | - | -3 762 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -470 | -21 890 | -3 263 | - | -442 | - | -26 064 |
| Overdrachten1 | 727 | - | - | -1 993 | -727 | - | -1 993 |
| Omrekeningswinsten (-) en | |||||||
| -verliezen | 3 647 | 14 057 | 303 | - | 98 | - | 18 106 |
| Per 31 december 2019 | 631 920 | 2 251 771 | 91 236 | - | 5 457 | - | 2 980 384 |
| Per 1 januari 2020 | 631 920 | 2 251 771 | 91 236 | - | 5 457 | - | 2 980 384 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 41 434 | 111 237 | 8 236 | - | 760 | - | 161 667 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 1 931 | 14 779 | 210 | - | - | - | 16 920 |
| Terugname van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen en | |||||||
| afschrijvingen | - | -3 125 | -16 | - | - | - | -3 141 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -15 797 | -93 637 | -4 913 | - | -784 | - | -115 131 |
| Overdrachten1 | - | 788 | - | - | - | - | 788 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||||
| aangehouden voor verkoop 2 | -2 115 | - | - | - | - | - | -2 115 |
| Omrekeningswinsten (-) en | |||||||
| -verliezen | -22 617 | -74 523 | -2 667 | - | -187 | - | -99 994 |
| Per 31 december 2020 | 634 755 | 2 207 291 | 92 087 | - | 5 246 | - | 2 939 379 |
1 Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van 'Immateriële activa' (zie toelichting 6.1. 'Immateriële activa') en 'Recht-op-gebruik vaste activa' (zie toelichting 6.4. 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa') en materiële vaste activa worden opgeteld.
2In 2020 heeft de herclassificering als aangehouden voor verkoop hoofdzakelijk betrekking op de gebouwen in Canada (zie toelichting 6.12.'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa').
| Instal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| laties, | Overige | ||||||
| Terreinen | machines | Meubilair | materiële | ||||
| en | en | en rollend | Financiële | vaste | Activa in | ||
| in duizend € | gebouwen | uitrusting | materieel | leasing | activa | aanbouw | Totaal |
| Nettoboekwaarde per | |||||||
| 31 december 2019 vóór | |||||||
| investeringssubsidies | 571 132 | 669 736 | 20 515 | - | 11 809 | 83 209 | 1 356 401 |
| Netto-investeringssubsidies | -5 313 | -1 432 | - | - | - | - | -6 744 |
| Nettoboekwaarde | |||||||
| per 31 december 2019 | 565 820 | 668 304 | 20 515 | - | 11 809 | 83 209 | 1 349 656 |
| Nettoboekwaarde per | |||||||
| 31 december 2020 vóór | |||||||
| investeringssubsidies | 518 345 | 568 325 | 16 026 | - | 11 050 | 84 023 | 1 197 769 |
| Netto-investeringssubsidies | -4 704 | -1 284 | - | - | - | - | -5 988 |
| Nettoboekwaarde | |||||||
| per 31 december 2020 | 513 641 | 567 041 | 16 026 | - | 11 050 | 84 023 | 1 191 781 |
Investeringen in materiële vaste activa omvatten uitbreidingsprogramma's en technologische aanpassingen aan bestaande installaties in de ganse groep, maar hoofdzakelijk in Rubberversterking (in de fabrieken in EMEA en China, als ook voor de opstart in Vietnam). In de Staaldraadtoepassingen vonden de investeringen voornamelijk plaats in Centraal-Europa en Latijns-Amerika. In de Specialty Businesses werd geïnvesteerd in uitbreidingsprogramma's in Centraal-Europa en Indië (bouwproducten), in België (staalvezeltechnologieën) en in de Europese vestigingen van verbrandingstechnologie. Tenslotte vonden de investeringen in BBRG voornamelijk plaats in de kabelentiteit gevestigd in het VK en in de advanced cords-vestigingen.
Ten gevolge van de aangekondigde fabriekssluitingen werden bijzondere waardeverminderingen genomen in BBRG (Canada), Specialty Businesses (verbrandingstechnologie in China) en in Staaldraadtoepassingen (EMEA). In 2019 werden ten gevolge van de fabriekssluitingen bijzondere waardeverminderingen genomen in Staaldraadtoepassingen (Noord-Amerika en Maleisië) en in Specialty Businesses (België).
Sinds de toepassing in 2019 van IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' werden de activa onder een financiële leasing ondergebracht onder de nieuwe balansrubriek 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa' (zie toelichting 6.4.).
Er werden geen materiële vaste activa verpand als waarborg voor leningen.
Deze toelichting verstrekt informatie over lease-overeenkomsten waar de Groep optreedt als een leasingnemer. Over het algemeen treedt de Groep niet op als leasinggever.
De balans van de recht-op-gebruik vaste activa toonde volgende bewegingen gedurende het jaar:
| Aanschaffingswaarde | Recht op gebruik |
Recht op gebruik |
Recht op gebruik installaties, machines en |
Recht op gebruik kantoor |
Recht op gebruik industriële |
Recht op gebruik bedrijfs |
Recht op gebruik overige materiële vaste |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | terreinen | gebouwen | uitrusting | materieel | voertuigen | wagens | activa | Totaal |
| Per 1 januari 2019 | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Recht op gebruik-activa op | ||||||||
| overgangsdatum | - | 56 370 | 2 171 | 8 307 | 15 868 | 508 | 315 | 83 540 |
| Nieuwe lease-overeenkomsten / | ||||||||
| uitbreidingen | 13 074 | 12 827 | 98 | 10 715 | 5 660 | 1 065 | 62 | 43 502 |
| Beëindigde overeenkomsten / | ||||||||
| inkorting van de contractduur | - | -5 147 | -300 | -3 596 | -1 363 | -28 | -4 | -10 438 |
| Overdrachten 1 | 65 246 | 7 712 | 2 364 | - | 500 | - | - | 75 821 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||||
| -verliezen (-) | 469 | 1 102 | 47 | -14 | 143 | 1 | - | 1 748 |
| Per 31 december 2019 | 78 789 | 72 863 | 4 381 | 15 411 | 20 808 | 1 547 | 373 | 194 173 |
| Per 1 januari 2020 | 78 789 | 72 863 | 4 381 | 15 411 | 20 808 | 1 547 | 373 | 194 173 |
| Nieuwe lease-overeenkomsten / | ||||||||
| uitbreidingen | - | 11 809 | 1 500 | 5 026 | 5 334 | 406 | 235 | 24 309 |
| Beëindigde overeenkomsten / | ||||||||
| inkorting van de contractduur | -3 978 | -7 710 | -285 | -2 399 | -3 122 | -135 | -12 | -17 641 |
| Overdrachten 1 | - | - | -2 255 | - | - | - | - | -2 255 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||||
| -verliezen (-) | -3 434 | -3 276 | -135 | -545 | -396 | -87 | -8 | -7 881 |
| Per 31 december 2020 | 71 376 | 73 686 | 3 206 | 17 494 | 22 624 | 1 730 | 589 | 190 704 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Per 1 januari 2019 |
- | - | - | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 384 | 10 844 | 973 | 4 959 | 6 676 | 304 | 72 | 25 212 |
| Beëindigde overeenkomsten | - | -2 219 | -293 | -1 161 | -854 | -8 | - | -4 536 |
| Overdrachten 1 | 15 309 | 1 178 | 643 | - | 173 | - | - | 17 302 |
| Wijziging in de grondslagen voor | ||||||||
| financiële verslaggeving | - | 7 032 | - | - | - | - | - | 7 032 |
| Omrekeningswinsten (-) en | ||||||||
| -verliezen | 117 | -16 | 9 | -17 | 20 | -1 | -1 | 111 |
| Per 31 december 2019 | 16 809 | 16 818 | 1 331 | 3 781 | 6 015 | 296 | 71 | 45 121 |
| Per 1 januari 2020 | 16 809 | 16 818 | 1 331 | 3 781 | 6 015 | 296 | 71 | 45 121 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 419 | 9 987 | 832 | 4 949 | 6 301 | 353 | 88 | 23 930 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | 59 | - | - | - | - | - | 59 |
| Beëindigde overeenkomsten | -400 | -3 792 | -285 | -1 542 | -2 318 | -34 | -1 | -8 372 |
| Overdrachten 1 | - | - | -788 | - | - | - | - | -788 |
| Omrekeningswinsten (-) en | ||||||||
| -verliezen | -627 | -853 | -36 | -163 | -147 | -25 | -3 | -1 853 |
| Per 31 december 2020 | 17 201 | 22 219 | 1 055 | 7 026 | 9 852 | 590 | 155 | 58 097 |
| Nettoboekwaarde | ||||||||
| per 31 december 2019 | 61 980 | 56 045 | 3 049 | 11 630 | 14 793 | 1 251 | 302 | 149 051 |
| Nettoboekwaarde | ||||||||
| per 31 december 2020 | 54 175 | 51 467 | 2 151 | 10 468 | 12 773 | 1 141 | 433 | 132 607 |
1 Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van 'Immateriële activa' (zie toelichting 6.1. 'Immateriële activa') en 'Materiële vaste activa' (zie toelichting 6.3. 'Materiële vaste activa') en 'Recht-op-gebruik vaste activa' worden opgeteld.
De Groep huurt verscheidene fabrieken, kantoren, opslagplaatsen, industrieel materieel, industriële voertuigen, bedrijfswagens, servers en klein kantoormaterieel zoals printers. Deze contracten kunnen zowel lease als non-leasecomponenten bevatten. De Groep wijst de vergoeding in het contract toe aan lease- en non-leasecomponenten gebaseerd op hun relatieve individuele prijzen. Echter voor de leases van bedrijfswagens en industriële voertuigen, waarbij de Groep optreedt als een leasingnemer, werd gekozen om lease- en non-leasecomponenten niet af te zonderen. In plaats daarvan werd gekozen deze te beschouwen als één enkele leasecomponent. De voornaamste non-leasecomponenten die werden opgenomen in de leasecomponent zijn kosten voor onderhoud en kosten voor de vervanging van banden. De Groep heeft de praktische uitzondering voor activa met lage waarde toegepast op de leases van printers en klein kantoormaterieel. De Groep heeft de praktische uitzondering ook toegepast voor korte termijn leases (gedefinieerd als leases met een looptijd van maximum 12 maanden). Er waren geen contracten waarin ontmantelingskosten, restwaardegaranties of initiële directe kosten waren opgenomen, noch contracten met variabele huurkosten andere dan die gekoppeld aan een index of intrest.
Als gevolg van de Covid-19 pandemie ontvingen Bekaert entiteiten een beperkt bedrag aan huurconcessies (€ 0,2 miljoen). Bekaert heeft besloten om gebruik te maken van de praktische oplossing en heeft deze niet verwerkt als een wijziging van de lease-overeenkomst in het kader van IFRS 16 'Lease-overeenkomsten'.
De gemiddelde huurtermijn voor de recht-op-gebruik activa (exclusief de gebruiksrechten van terreinen) bedroeg 9,8 jaar (2019: 10,3 jaar). RoU gebouwen hadden een gemiddelde looptijd van 13 jaar (2019: 14 jaar) en de overige categorieën van vaste activa (met uitzondering van terreinen) hadden een gemiddelde looptijd tussen 4 en 6 jaar.
RoU terreinen hebben betrekking op de gebruiksrechten van terreinen die vooraf werden betaald en hadden een gemiddelde gebruiksduur van 54 jaar.
De leasebetalingen worden verdisconteerd op basis van de intrestvoet impliciet vermeld in de lease. Indien deze intrest niet gemakkelijk kan worden bepaald, wat in het algemeen het geval is voor de leases van de Groep, wordt de marginale rentevoet van de leasingnemer gebruikt om de toekomstige leasebetalingen te verdisconteren. De marginale rentevoet is de rente die een individuele leasingnemer zou moeten betalen om de nodige fondsen te ontlenen, om een actief met een vergelijkbare waarde als het recht-op-gebruik actief te verkrijgen in een gelijkaardige economische context met overeenkomstige condities en zekerheden.
De marginale rentevoet wordt bepaald door de Groepsdienst Thesaurie en houdt enerzijds rekening met de marktrente per munt voor verschillende relevante tijdbuckets en anderzijds met een kredietmarge voor iedere individuele entiteit gebaseerd op diens kredietwaardigheid. De marginale rentevoet wordt berekend als de som van beide elementen. De gewogen gemiddelde disconteringsvoet per eind 2020 bedroeg 4,09% (2019: 3,71%).
De financiële kost wordt tijdens de leaseperiode toegerekend aan de winst-en-verliesrekening om op die manier een constante periodieke rente te produceren over het resterende saldo van de verplichting voor elke periode. Voor verdere informatie verwijzen we naar toelichting 6.18. 'Rentedragende schulden'.
De Groep is blootgesteld aan mogelijke toekomstige stijgingen in variabele leasebetalingen die gebaseerd zijn op een index of intrest die, zolang ze niet van kracht zijn, niet werden inbegrepen in de leaseverplichting. Op het ogenblik dat de leasebetalingen worden aangepast door wijzigingen in de index of intrest, wordt de leaseverplichting opnieuw beoordeeld en aangepast tegenover het recht-op-gebruik actief.
Recht-op-gebruik vaste activa worden algemeen lineair afgeschreven over de kortste termijn, zijnde de gebruiksduur van het actief of de leasetermijn.
De winst-en-verliesrekening bevatte volgende elementen gelinkt aan leases:
| 2019 in duizend € |
Recht op gebruik terreinen |
Recht op gebruik gebouwen |
Recht op gebruik installaties, machines en uitrusting |
Recht op gebruik kantoor materieel |
Recht op gebruik industriële voertuigen |
Recht op gebruik bedrijfs wagens |
Recht op gebruik overige materiële vaste activa |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen van recht op gebruik-activa |
-1 384 | -10 844 | -973 | -4 959 | -6 676 | -304 | -72 | -25 212 |
| Rentelasten (inbegrepen in de financiële kosten) |
-3 689 | |||||||
| Kosten gelinkt aan kortlopende lease-overeenkomsten |
-695 | |||||||
| Kosten gelinkt aan activa met geringe waarde |
-669 | |||||||
| Totaal | -30 264 |
| 2020 in duizend € |
Recht op gebruik terreinen |
Recht op gebruik gebouwen |
Recht op gebruik installaties, machines en uitrusting |
Recht op gebruik kantoor materieel |
Recht op gebruik industriële voertuigen |
Recht op gebruik bedrijfs wagens |
Recht op gebruik overige materiële vaste activa |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen van recht op | ||||||||
| gebruik-activa | -1 419 | -9 987 | -832 | -4 949 | -6 301 | -353 | -88 | -23 930 |
| Rentelasten (inbegrepen in de | ||||||||
| financiële kosten) | -3 593 | |||||||
| Kosten gelinkt aan kortlopende | ||||||||
| lease-overeenkomsten | -1 121 | |||||||
| Kosten gelinkt aan activa met | ||||||||
| geringe waarde | -888 | |||||||
| Totaal | -29 532 |
De resterende operationele leasekosten opgenomen in het bedrijfsresultaat hadden voornamelijk betrekking op kosten die gelinkt zijn aan gehuurde activa zoals brandstof voor bedrijfswagens, niet-aftrekbare BTW op bedrijfswagens of onroerende voorheffing op gebouwen.
De totale uitgaande kasstroom voor leases bedroeg in 2020 € 27,8 miljoen (2019: € 29,1 miljoen).
In 2020 en in 2019 had de Groep geen deelnemingen in ondernemingen die worden geclassificeerd als geassocieerde ondernemingen.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | 148 221 | 155 302 |
| Kapitaalsverhogingen en -verminderingen | 128 | 872 |
| Resultaat van het boekjaar | 28 959 | 34 355 |
| Dividenden | -19 506 | -24 908 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -2 511 | -45 443 |
| Andere elementen van het resultaat | 11 | 3 |
| Per 31 december | 155 302 | 120 181 |
Voor een analyse van het resultaat van het boekjaar verwijzen we naar toelichting 5.7. 'Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
Omrekeningswinsten en –verliezen hadden voornamelijk te maken met de evolutie van de Braziliaanse real ten opzichte van de euro die een aanzienlijke waardedaling kende in 2020 (6,4 BRL/EUR eind 2020 tegenover 4,5 BRL/EUR eind 2019) terwijl deze stabiel bleef in 2019.
Kapitaalverhogingen hadden betrekking op Agro - Bekaert Springs, SL en Agro-Bekaert Colombia SAS, nieuwe 50/50 joint ventures in Spanje en Colombia, en in beperkte mate tot Servicios Ideal AGF Inttegra Cía Ltda in Ecuador.
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 5 450 | 5 363 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -87 | -1 563 |
| Per 31 december | 5 363 | 3 800 |
| Nettoboekwaarde van gerelateerde goodwill per 31 december | 5 363 | 3 800 |
| Totale nettoboekwaarde van deelnemingen in joint ventures per 31 december | 160 665 | 123 981 |
Het aandeel van de Groep in het eigen vermogen van de joint ventures is als volgt samengesteld:
| in duizend € | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|
| Joint ventures | |||
| Agro-Bekaert Colombia SAS | Colombia | - | 473 |
| Agro - Bekaert Springs, SL | Spanje | - | 20 |
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 102 421 | 77 679 |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazilië | 52 686 | 41 845 |
| Servicios Ideal AGF Inttegra Cía Ltda | Ecuador | 195 | 164 |
| Totaal joint ventures, exclusief gerelateerde goodwill | 155 302 | 120 181 | |
| Nettoboekwaarde van gerelateerde goodwill | 5 363 | 3 800 | |
| Totaal joint ventures, inclusief gerelateerde goodwill | 160 665 | 123 981 |
In overeenstemming met IFRS 12 'Informatieverschaffing over betrokkenheid in andere entiteiten' wordt de volgende informatie verstrekt voor belangrijke joint ventures. De twee Braziliaanse joint ventures werden samengevoegd om te benadrukken dat de samenwerking met ArcelorMittal doorweegt bij het analyseren van het relatief belang van de joint ventures.
| Naam van de joint venture | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Land | 2019 | 2020 |
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 45,0% (50,0%) | 45,0% (50,0%) |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazilië | 44,5% (50,0%) | 44,5% (50,0%) |
Belgo Bekaert Arames Ltda produceert en verkoopt een variatie van staaldraadproducten, veelal voor industriële klanten, en BMB produceert en verkoopt vooral draden en kabels voor de rubberversterking van banden.
| 2019 in duizend € |
2020 |
|---|---|
| Omzet 850 227 |
694 366 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) 91 292 |
109 680 |
| Renteopbrengsten 11 873 |
8 524 |
| Rentelasten -10 440 |
-4 397 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten -1 807 |
-2 062 |
| Winstbelastingen -16 366 |
-25 656 |
| Perioderesultaat 74 552 |
86 089 |
| Andere elementen van het resultaat 25 |
6 |
| Volledig perioderesultaat 74 577 |
86 095 |
| 24 050 Afschrijvingen en waardeverminderingen |
16 214 |
| EBITDA 115 342 |
125 894 |
| Dividenden ontvangen van de entiteit 19 506 |
24 908 |
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Vlottende activa | 256 465 | 217 429 |
| Vaste activa | 254 482 | 189 957 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | -127 800 | -109 817 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | -39 493 | -33 600 |
| Nettoactiva | 343 654 | 263 969 |
Geldmiddelen en kasequivalenten -21 263 -19 393 Nettoschuld -18 777 -12 756
| Braziliaanse joint ventures: nettoschuldelementen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Rentedragende schulden op meer dan een jaar | 1 541 | 8 247 |
| Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar | 19 900 | 17 252 |
| Totaal financiële schulden | 21 441 | 25 499 |
| Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar | -18 955 | -18 862 |
In 2019 is het ICMS-belastingtarief gedaald waardoor de Braziliaanse joint ventures hun ICMS-belastingvorderingen in 2020 geheel hebben kunnen aanwenden. Op jaareinde 2019 bedroeg het openstaand saldo € 2,7 miljoen. Zij worden tevens geconfronteerd met geschillen die betrekking hebben op ICMS-tegemoetkomingen voor een totaal bedrag van € 6,0 miljoen (2019: € 8,9 miljoen). Daarnaast zijn er nog meerdere andere belastinggeschillen hangende, waarvan de meeste al jaren teruggaan, voor een totaal nominaal bedrag van € 11,6 miljoen (2019: € 14,3 miljoen). Het spreekt vanzelf dat eventuele winsten en verliezen voortvloeiend uit bovenvermelde voorwaardelijke verplichtingen de Groep slechts zouden affecteren in de mate van hun participatie in de betrokken joint ventures (d.i. 45%).
Niet-opgenomen verbintenissen om materiële vaste activa te verwerven bedroegen € 4,6 miljoen (2019: € 11,1 miljoen), waarvan € 2,7 miljoen (2019: € 9,8 miljoen) tegenover andere Bekaertvennootschappen. Daarnaast hadden de Braziliaanse joint ventures ook niet-opgenomen verbintenissen lopen om de komende vijf jaar elektriciteit aan te kopen voor een totaalbedrag van € 25,2 miljoen (2019: € 45,6 miljoen).
Er waren geen beperkingen om geld over te maken in de vorm van contanten en dividenden. Bekaert had geen voorwaardelijke verplichtingen tegenover haar Braziliaanse joint ventures.
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Nettoactiva van Belgo Bekaert Arames Ltda | 226 735 | 171 882 |
| Deelnemingspercentage van de Groep | 45,0% | 45,0% |
| Proportionele nettoactiva | 102 031 | 77 347 |
| Consolidatie-aanpassingen | 390 | 332 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in Belgo Bekaert Arames Ltda | 102 421 | 77 679 |
| Nettoactiva van BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | 116 919 | 92 088 |
| Deelnemingspercentage van de Groep | 44,5% | 44,5% |
| Proportionele nettoactiva | 52 029 | 40 979 |
| Consolidatie-aanpassingen | 657 | 866 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in BMB-Belgo Mineira Bekaert | ||
| Artefatos de Arame Ltda | 52 686 | 41 845 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in de Braziliaanse joint | ||
| ventures | 155 107 | 119 524 |
De volgende tabel geeft de geaggregeerde informatie voor de andere joint ventures weer die in deze context niet materieel werden geacht.
| Geaggregeerde informatie van de overige joint ventures in duizend € |
2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Aandeel van de Groep in het resultaat uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | -119 | -397 |
| Aandeel van de Groep in andere elementen van het resultaat | 6 | -14 |
| Aandeel van de Groep in het volledig perioderesultaat | -113 | -411 |
| Geaggregeerde nettoboekwaarde van het aandeel van de Groep in deze joint ventures | 196 | 657 |
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Financiële vorderingen op meer dan een jaar en kaswaarborgen | 6 518 | 7 451 |
| Restitutierechten en overige vorderingen op meer dan een jaar | 2 767 | 3 164 |
| Derivaten (zie toelichting 7.2.) | 3 374 | 3 762 |
| Nettovordering uit toegezegdpensioenregelingen op meer dan een jaar | 10 470 | 18 082 |
| Eigenvermogensinstrumenten aangehouden tegen RWvOCI | 13 152 | 13 372 |
| Totaal overige vaste activa | 36 281 | 45 830 |
De nettovordering uit toegezegdpensioenregelingen was gerelateerd aan de pensioenregelingen in het Verenigd Koninkrijk. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar toelichting 6.16. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen'.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | 11 153 | 13 152 |
| Veranderingen in reële waarde | 2 372 | 220 |
| Overige | -328 | - |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -45 | - |
| Per 31 december | 13 152 | 13 372 |
De eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële waarde via OCI (RWvOCI), in overeenstemming met IFRS 9 'Financiële instrumenten', hadden hoofdzakelijk betrekking op:
Voor meer informatie over de herwaarderingsreserve voor deelnemingen aangemerkt als tegen reële waarde via eigen vermogen, zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'.
| Nettoboekwaarde | Vorderingen | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | 138 403 | 142 333 | 37 892 | 34 182 |
| Toename of afname via resultaat | -5 981 | -9 302 | -11 351 | 10 467 |
| Toename of afname via OCI | 1 552 | 557 | -270 | 1 580 |
| Wijziging in de grondslagen voor financiële | ||||
| verslaggeving | 15 891 | - | 15 891 | - |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | 1 158 | -6 372 | 710 | -4 919 |
| Saldering vorderingen en verplichtingen | -8 690 | -2 973 | -8 690 | -2 973 |
| Per 31 december | 142 333 | 124 243 | 34 182 | 38 337 |
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen waren toe te wijzen aan de volgende rubrieken:
| Vorderingen | Verplichtingen | Nettovorderingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 |
| Immateriële activa | 23 178 | 19 553 | 11 159 | 12 051 | 12 019 | 7 502 |
| Materiële vaste activa | 52 680 | 44 130 | 50 334 | 52 401 | 2 346 | -8 271 |
| Financiële vaste activa | 8 | 111 | 16 140 | 20 961 | -16 132 | -20 850 |
| Voorraden | 9 915 | 9 565 | 3 238 | 2 103 | 6 677 | 7 462 |
| Vorderingen | 4 049 | 4 614 | 189 | 57 | 3 860 | 4 557 |
| Andere vlottende activa | 1 084 | 831 | 1 926 | 2 598 | -842 | -1 767 |
| Voorzieningen voor | ||||||
| personeelsbeloningen | 21 074 | 23 494 | 132 | 119 | 20 942 | 23 375 |
| Overige voorzieningen | 3 956 | 3 477 | 483 | 177 | 3 473 | 3 300 |
| Overige verplichtingen | 27 561 | 27 967 | 8 036 | 8 299 | 19 525 | 19 668 |
| Overdraagbare fiscaal | ||||||
| aftrekbare verliezen, | ||||||
| aftrekposten en | ||||||
| terugvorderbare belastingen | 56 283 | 50 930 | - | - | 56 283 | 50 930 |
| Belastingvorderingen / | ||||||
| -verplichtingen | 199 788 | 184 672 | 91 637 | 98 766 | 108 151 | 85 906 |
| Saldering vorderingen en | ||||||
| verplichtingen | -57 455 | -60 429 | -57 455 | -60 429 | - | - |
| Nettobelastingvorderingen / | ||||||
| -verplichtingen | 142 333 | 124 243 | 34 182 | 38 337 | 108 151 | 85 906 |
De uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot materiële vaste activa kwamen voornamelijk voort uit verschillen qua afschrijvingsmethode tussen IFRS en fiscale boeken, terwijl de uitgestelde belasting gerelateerd aan immateriële activa voornamelijk gegenereerd werd door de eliminatie van intragroepswinsten in de geconsolideerde jaarrekening. De uitgestelde belastingen met betrekking tot voorzieningen voor personeelsbeloningen werden hoofdzakelijk gegenereerd door tijdelijke verschillen als gevolg van de toepassing van IAS 19 'Personeelsbeloningen'. De uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot financiële vaste activa hadden voornamelijk te maken met tijdelijke verschillen die ontstaan uit niet-uitgekeerde winsten bij dochterondernemingen en joint ventures.
De evolutie van uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen was als volgt te verklaren:
| Opgenomen | Wijziging grondslagen voor |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 in duizend € |
Per 1 januari |
via winst-en verlies rekening |
Opgenomen via OCI |
financiële verslag geving 1 |
Omreke ningswinsten en -verliezen |
Per 31 december |
| Tijdelijke verschillen | ||||||
| Immateriële activa | 20 796 | -8 461 | - | - | -316 | 12 019 |
| Materiële vaste activa | 14 820 | 1 628 | - | -14 203 | 101 | 2 346 |
| Financiële vaste activa | -15 794 | -670 | 427 | - | -95 | -16 132 |
| Voorraden | 5 463 | 1 327 | - | - | -113 | 6 677 |
| Vorderingen | 3 687 | 264 | - | - | -91 | 3 860 |
| Andere vlottende | ||||||
| activa | -4 252 | 3 455 | - | - | -45 | -842 |
| Voorzieningen voor | ||||||
| personeelsbeloningen | 19 676 | -284 | 1 570 | - | -20 | 20 942 |
| Overige voorzieningen | 3 709 | 1 612 | -175 | -1 688 | 15 | 3 473 |
| Overige verplichtingen | 1 871 | 1 401 | - | 15 891 | 362 | 19 525 |
| Overdraagbare fiscaal aftrekbare verliezen, aftrekposten en terugvorderbare |
||||||
| belastingen | 50 535 | 5 098 | - | - | 650 | 56 283 |
| Totaal | 100 511 | 5 370 | 1 822 | - | 448 | 108 151 |
| Opgenomen | Wijziging grondslagen voor |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 in duizend € |
Per 1 januari |
via winst-en verlies rekening |
Opgenomen via OCI |
financiële verslag geving |
Omreke ningswinsten en -verliezen |
Per 31 december |
| Tijdelijke verschillen | ||||||
| Immateriële activa | 12 019 | -4 805 | - | - | 288 | 7 502 |
| Materiële vaste activa | 2 346 | -13 535 | - | - | 2 918 | -8 271 |
| Financiële vaste activa | -16 132 | -3 136 | -1 770 | - | 188 | -20 850 |
| Voorraden | 6 677 | 646 | - | - | 139 | 7 462 |
| Vorderingen | 3 860 | 840 | - | - | -143 | 4 557 |
| Andere vlottende activa |
-842 | -933 | - | - | 8 | -1 767 |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen |
20 942 | 2 812 | 580 | - | -959 | 23 375 |
| Overige voorzieningen | 3 473 | -300 | 167 | - | -40 | 3 300 |
| Overige verplichtingen | 19 525 | 853 | - | - | -710 | 19 668 |
| Overdraagbare fiscaal aftrekbare verliezen, aftrekposten en terugvorderbare |
||||||
| belastingen | 56 283 | -2 211 | - | - | -3 142 | 50 930 |
| Totaal | 108 151 | -19 769 | -1 023 | - | -1 453 | 85 906 |
1 Was een gevolg van de eerste toepassing van IFRS 16 'Lease-overeenkomsten'. Zie toelichting 6.4. 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa'.
| 2019 in duizend € |
Voor belastingen |
Belastingen | Na belastingen |
|---|---|---|---|
| Omrekeningsverschillen | 14 392 | - | 14 392 |
| Nettowijziging in reële waarde van deelnemingen aangemerkt als tegen reële waarde via eigen vermogen |
2 372 | - | 2 372 |
| Winsten en verliezen uit herwaardering van toegezegdpensioenregelingen | -833 | 1 822 | 989 |
| Aandeel in OCI van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 11 | - | 11 |
| Totaal | 15 942 | 1 822 | 17 764 |
| 2020 | Voor | Na | |
|---|---|---|---|
| in duizend € | belastingen | Belastingen | belastingen |
| Omrekeningsverschillen | -119 013 | - | -119 013 |
| Nettowijziging in reële waarde van deelnemingen aangemerkt als tegen reële | |||
| waarde via eigen vermogen | 250 | - | 250 |
| Winsten en verliezen uit herwaardering van toegezegdpensioenregelingen | 2 497 | -1 023 | 1 474 |
| Aandeel in OCI van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 4 | - | 4 |
| Totaal | -116 262 | -1 023 | -117 285 |
Er werden geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen met betrekking tot tijdelijke verschillen voor een brutobedrag van € 235,5 miljoen (2019: 239,8 miljoen). De niet-opgenomen belastingvorderingen inzake verliezen en aftrekposten zijn per vervaldatum voorgesteld in onderstaande tabel.
De volgende tabel geeft een overzicht van de brutobedragen van de verliezen en aftrekposten die uitgestelde belastingvorderingen genereren en waarvan sommige niet opgenomen werden.
| 2019 in duizend € |
Vervallend binnen 1 jaar |
Vervallend tussen 1 en 5 jaar |
Vervallend na meer dan 5 jaar |
Niet vervallend |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleggingsverliezen | Bruto | - | - | 574 | 35 524 | 36 098 |
| Niet opgen. | - | - | -574 | -35 524 | -36 098 | |
| Netto | - | - | - | - | - | |
| Operationele verliezen | Bruto | 24 698 | 86 514 | 155 343 | 645 801 | 912 356 |
| Niet opgen. | -15 857 | -51 380 | -132 007 | -508 934 | -708 178 | |
| Netto | 8 841 | 35 134 | 23 336 | 136 867 | 204 178 | |
| Aftrekposten | Bruto | 2 756 | 22 695 | 35 958 | 19 899 | 81 308 |
| Niet opgen. | - | -22 695 | -13 496 | -17 096 | -53 287 | |
| Netto | 2 756 | - | 22 462 | 2 803 | 28 021 | |
| Totaal | Bruto | 27 454 | 109 209 | 191 875 | 701 224 | 1 029 762 |
| Niet opgen. | -15 857 | -74 075 | -146 077 | -561 554 | -797 563 | |
| Netto | 11 597 | 35 134 | 45 798 | 139 670 | 232 199 |
| 2020 in duizend € |
Vervallend binnen 1 jaar |
Vervallend tussen 1 en 5 jaar |
Vervallend na meer dan 5 jaar |
Niet vervallend |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleggingsverliezen | Bruto | - | - | 536 | 43 072 | 43 608 |
| Niet opgen. | - | - | - | -36 872 | -36 872 | |
| Netto | - | - | 536 | 6 200 | 6 736 | |
| Operationele verliezen | Bruto | 11 649 | 94 489 | 123 900 | 780 467 | 1 010 505 |
| Niet opgen. | -11 583 | -73 063 | -110 464 | -656 033 | -851 143 | |
| Netto | 66 | 21 426 | 13 436 | 124 434 | 159 362 | |
| Aftrekposten | Bruto | 4 106 | - | 35 884 | 35 752 | 75 742 |
| Niet opgen. | - | - | -17 775 | -10 284 | -28 059 | |
| Netto | 4 106 | - | 18 109 | 25 468 | 47 683 | |
| Totaal | Bruto | 15 755 | 94 489 | 160 320 | 859 291 | 1 129 855 |
| Niet opgen. | -11 583 | -73 063 | -128 239 | -703 189 | -916 074 | |
| Netto | 4 172 | 21 426 | 32 081 | 156 102 | 213 781 |
De bovenstaande tabel vertegenwoordigt de basisbedragen die netto uitgestelde belastingvorderingen genereren (2020: € 50,9 miljoen (2019: € 56,3 miljoen)).
Uitgestelde belastingvorderingen werden enkel geboekt in de mate dat het waarschijnlijk was dat er toekomstige belastbare winsten zouden gemaakt worden, rekening houdend met zowel positieve als negatieve elementen. Deze afweging is gemaakt rekening houdend met voorzichtige schattingen op basis van het businessplan van de betrokken entiteit, meestal gekoppeld aan een tijdshorizon van 5 jaar.
In sommige landen zijn uitgestelde belastingen op beleggingsverliezen, operationele verliezen en aftrekposten geboekt in de mate van geboekte onzekere belastingposities om aan te tonen dat sommige aanpassingen omwille van belastingcontroles zouden leiden tot een aanpassing van de belastingverliezen in plaats van een betaling van een belastingkost door de betrokken entiteit.
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Grondstoffen | 139 985 | 120 139 |
| Hulpstoffen en wisselstukken | 91 125 | 78 711 |
| Goederen in bewerking | 136 425 | 125 676 |
| Gereed product | 282 018 | 234 858 |
| Handelsgoederen | 133 477 | 124 093 |
| Voorraden | 783 030 | 683 477 |
| Handelsvorderingen | 644 908 | 587 619 |
| Ontvangen bankwissels | 59 904 | 54 039 |
| Betaalde voorschotten | 15 820 | 18 594 |
| Handelsschulden | -652 384 | -668 422 |
| Ontvangen voorschotten | -18 791 | -15 682 |
| Schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid | -125 051 | -116 014 |
| Belastingen m.b.t. personeel | -8 543 | -9 101 |
| Operationeel werkkapitaal | 698 893 | 534 510 |
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | 874 657 | 698 893 |
| Organische toename of afname -171 466 |
-119 935 | |
| Afwaarderingen en terugname van afwaarderingen | -7 072 | -7 304 |
| Eerste consolidatie | - | 329 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) | 2 774 | -38 258 |
| Overige | - | 785 |
| Per 31 december | 698 893 | 534 510 |
Het gewogen gemiddeld operationeel werkkapitaal vertegenwoordigde 16,4% van de omzet (2019: 18,2%).
Bijkomende informatie volgt hieronder:
» Voorraden
De kostprijs van verkopen bevatte vervoer- en verhandelingskosten van gereed product voor € 164,4 miljoen (2019: € 182,7 miljoen), die nooit werden gekapitaliseerd in voorraden. De bewegingen in de voorraden in 2020 omvatten afwaarderingen voor € -34,6 miljoen (2019: € -38,1 miljoen) en terugnames van afwaarderingen ten belope van € 27,7 miljoen (2019: € 31,5 miljoen). Net als in 2019 werden in 2020 geen voorraden verpand als waarborg voor leningen.
» Handelsvorderingen en ontvangen bankwissels
Eind 2020 waren voor € 152,3 miljoen aan handelsvorderingen opgenomen in het factoringprogramma (2019: € 121,1 miljoen). De volgende tabel stelt de bewegingen in waardeverminderingen op handelsvorderingen voor. Er werden geen waardeverminderingen geboekt voor ontvangen bankwissels.
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Brutoboekwaarde | 746 499 | 682 152 |
| Waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen (afgewaardeerd) | -41 687 | -40 494 |
| specifieke waardevermindering voor dubieuze vorderingen 1 | -35 993 | -35 097 |
| algemene waardevermindering voor dubieuze vorderingen 1 | -5 694 | -5 397 |
| Nettoboekwaarde | 704 812 | 641 658 |
1 De splitsing in waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen is aangepast (herclassificering € 5,6 miljoen van de algemene naar de specifieke waardevermindering).
De volgende tabel geeft verdere informatie omtrent waardeverminderingen en vervallen vorderingen:
| Waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | -40 818 | -41 687 |
| Opgenomen verliezen in huidig jaar | -6 417 | -5 350 |
| Opgenomen verliezen in vorige jaren - aangewende bedragen | 626 | 1 596 |
| Opgenomen verliezen in vorige jaren - terugname van niet-aangewende | ||
| bedragen | 5 345 | 3 354 |
| Eerste consolidatie | - | -81 |
| Omrekeningswinsten en verliezen (-) | 69 | 1 550 |
| Overige | -492 | 124 |
| Per 31 december | -41 687 | -40 494 |
In overeenstemming met IFRS 9 'Expected credit loss' model voor financiële activa, wordt er op iedere rapporteringsdatum een algemene waardevermindering voor handelsvorderingen geboekt om het ongekende afwaarderingsrisico af te dekken. Deze algemene waardevermindering bestaat uit een percentage van de handelsvorderingen op iedere rapporteringsdatum. De percentages houden rekening met historische informatie inzake verliezen op handelsvorderingen en worden ieder jaar opnieuw nagekeken. Voor meer informatie over kredietverbeteringstechnieken verwijzen wij naar toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 130 379 | 111 615 |
| Toename of afname | -21 786 | -4 792 |
| Waardeverminderingen (-) en terugnemingen van waardeverminderingen | -2 | - |
| Eerste consolidatie | - | 192 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | 3 024 | -5 685 |
| Per 31 december | 111 615 | 101 330 |
Overige vorderingen hadden voornamelijk betrekking op winstbelastingen (€ 35,1 miljoen (2019: € 43,3 miljoen)), BTW en overige belastingen (€ 52,1 miljoen (2019: € 53,0 miljoen)), sociale leningen aan personeel (€ 3,7 miljoen (2019: € 4,3 miljoen)) en dividenden van joint ventures (€ 2,1 miljoen (2019: € 1,6 miljoen). Zie ook toelichting 6.21. 'Belastingposities'. Waardeverminderingen van overige vorderingen zijn opgenomen in toelichting 5.5. 'Overige financiële opbrengsten en lasten'.
| Nettoboekwaarde in duizend € |
2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 566 176 | 940 416 |
| Geldbeleggingen | 50 039 | 50 077 |
Voor de wijzigingen in geldmiddelen en kasequivalenten: zie het geconsolideerd kasstroomoverzicht en toelichting 7.1. 'Toelichtingen bij het kasstroomoverzicht'. Kasequivalenten en geldbeleggingen omvatten op de balansdatum geen marktgenoteerde schuldinstrumenten of eigenvermogensinstrumenten.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Financiële vorderingen en kaswaarborgen | 8 779 | 7 707 |
| Betaalde voorschotten | 15 820 | 18 594 |
| Derivaten (zie toelichting 7.2.) | 4 623 | 5 250 |
| Overlopende rekeningen (actief) | 11 289 | 10 346 |
| Per 31 december | 40 510 | 41 898 |
De financiële vorderingen en kaswaarborgen hadden voornamelijk betrekking op vorderingen uit de verkoop van het meerderheidsbelang in de rubberversterkingsfabriek Sumaré (Brazilië) in 2017 (€ 4,6 miljoen, hetzelfde bedrag als in 2019) en diverse kaswaarborgen (€ 1,0 miljoen (2019: € 2,5 miljoen)).
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | 546 | 466 |
| Toenames en afnames (-) | -86 | 6 468 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | 6 | -193 |
| Per 31 december | 466 | 6 740 |
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Materiële vaste activa | 466 | 6 740 |
| Totaal activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 466 | 6 740 |
| Totaal verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd als | ||
| aangehouden voor verkoop | - | - |
De stijging van de activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop had bijna volledig betrekking op gebouwen in Canada na de aankondiging om de fabriek in Pointe-Claire te sluiten (€ 6,1 miljoen).
| 2019 | 2020 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Geplaatst kapitaal in duizend € |
Nominale waarde |
Aantal aandelen |
Nominale waarde |
Aantal aandelen |
||
| 1 | Per 1 januari | 177 793 | 60 408 441 | 177 793 | 60 408 441 | |
| Bewegingen van het jaar | ||||||
| Uitgifte van nieuwe aandelen | - | - | 19 | 6 400 | ||
| Per 31 december | 177 793 | 60 408 441 | 177 812 | 60 414 841 | ||
| 2 | Structuur | |||||
| 2.1 | Soorten gewone aandelen | |||||
| Gewone aandelen zonder nominale | ||||||
| waarde | 177 793 | 60 408 441 | 177 812 | 60 414 841 | ||
| 2.2 | Aandelen op naam | 21 834 895 | 22 502 452 | |||
| Gedematerialiseerde aandelen | 38 573 546 | 37 912 389 | ||||
| Toegestaan niet-geplaatst kapitaal | 176 000 | 176 000 |
In 2020 werden er voor een totaal van 6 400 inschrijvingsrechten uitgeoefend in het kader van het SOP 2005-2009-aandelenoptieplan, met als resultaat dat er 6 400 nieuwe aandelen van de Onderneming werden uitgegeven.
Op 31 december 2019 bezat de Onderneming 3 873 075 eigen aandelen. Van deze 3 873 075 eigen aandelen werden 10 036 aandelen aangeleverd aan de niet-uitvoerende bestuursleden van Bekaert als remuneratie voor hun prestaties als Voorzitter of lid van de Raad van Bestuur en werden 13 439 aandelen aangeleverd aan de leden van het Bekaert Group Executive (BGE) in de context van het Bekaert share-matching plan. Een som van 10 766 aandelen werd verkocht aan leden van het BGE in het kader van het Bekaert personal shareholding requirement plan. Daarnaast werden 29 300 aandelenopties uitgeoefend als onderdeel van het Stock Option Plan 2010-2014 en 29 300 eigen aandelen werden daarvoor gebruikt. De Onderneming kocht geen aandelen gedurende 2020 en er werden geen eigen aandelen vernietigd. Als gevolg daarvan bezat Bekaert in totaal 3 809 534 eigen aandelen op 31 december 2020.
In onderstaande tabellen zijn de details van de aandelenoptieplannen weergegeven die hetzij op de balansdatum, hetzij op de vorige balansdatum nog een uitstaand saldo vertoonden:
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| 22.05 - | 15.11 - | |||||||
| 21.12.2006 | 19.02.2007 | 30,175 | 37 500 | 27 500 | - | 10 000 | 30.06.2010 | 15.12.2021 |
| 22.05 - | 15.11 - | |||||||
| 20.12.2007 | 18.02.2008 | 28,335 | 30 630 | 11 310 | - | 19 320 | 30.06.2011 | 15.12.2022 |
| 22.05 - | 15.11 - | |||||||
| 17.12.2009 | 15.02.2010 | 33,990 | 49 500 | 5 000 | 44 500 | - | 30.06.2013 | 15.12.2019 |
| 117 630 | 43 810 | 44 500 | 29 320 | |||||
| Aantal inschrijvingsrechten | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Datum van uitgifte van warrants |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| 22.05 - | 15.11 - | ||||||||
| 22.12.2005 | 20.02.2006 | 22.03.2006 | 23,795 | 190 698 | 190 683 | 15 | - | 30.06.2009 | 15.12.2020 |
| 22.05 - | 15.11 - | ||||||||
| 21.12.2006 | 19.02.2007 | 22.03.2007 | 30,175 | 153 810 | 144 240 | 600 | 8 970 | 30.06.2010 | 15.12.2021 |
| 22.05 - | 15.11 - | ||||||||
| 20.12.2007 | 18.02.2008 | 22.04.2008 | 28,335 | 215 100 | 147 550 | 12 700 | 54 850 | 30.06.2011 | 15.12.2022 |
| 22.05 - | 15.11 - | ||||||||
| 17.12.2009 | 15.02.2010 | 08.09.2010 | 33,990 | 225 450 | 69 600 | 155 850 | - | 30.06.2013 | 15.12.2019 |
| 785 058 | 552 073 | 169 165 | 63 820 |
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| 16.12.2010 | 14.02.2011 | 77,000 | 360 925 | - | 360 925 | - | 28.02 - 13.04.2014 |
Medio nov.- 15.12.2020 |
| 22.12.2011 | 20.02.2012 | 25,140 | 287 800 | 231 100 | 2 600 | 54 100 | 27.02. - 12.04.2015 |
Medio nov. - 21.12.2021 |
| 20.12.2012 | 18.02.2013 | 19,200 | 267 200 | 215 342 | 2 700 | 49 158 | Eind feb. - 10.04.2016 |
Medio nov. - 19.12.2022 |
| 29.03.2013 | 28.05.2013 | 21,450 | 260 000 | 132 500 | - | 127 500 | Eind feb. - 09.04.2017 |
Eind feb. - 28.03.2023 |
| 19.12.2013 | 17.02.2014 | 25,380 | 373 450 | 188 250 | 2 400 | 182 800 | Eind feb. - 09.04.2017 |
Medio nov. - 18.12.2023 |
| 18.12.2014 | 16.02.2015 | 26,055 | 349 810 | 44 800 | 18 510 | 286 500 | Eind feb. - 08.04.2018 |
Medio nov. - 17.12.2024 |
| 1 899 185 | 811 992 | 387 135 | 700 058 |
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| Eind feb. - | Medio nov. - | |||||||
| 17.12.2015 | 15.02.2016 | 26,375 | 227 250 | 1 500 | 28 250 | 197 500 | 07.04.2019 | 16.12.2025 |
| Eind feb. - | Medio nov. - | |||||||
| 15.12.2016 | 13.02.2017 | 39,426 | 273 325 | - | 47 125 | 226 200 | 12.04.2020 | 14.12.2026 |
| Eind feb. - | Medio nov. - | |||||||
| 21.12.2017 | 20.02.2018 | 34,600 | 225 475 | - | 8 375 | 217 100 | 11.04.2021 | 20.12.2027 |
| 726 050 | 1 500 | 83 750 | 640 800 | |||||
| 2019 | 2020 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
||||
| Aandelenoptieplan SOP2 | Aantal opties | (in €) | Aantal opties | (in €) | |
| Uitstaand op 1 januari | 73 820 | 31,993 | 29 320 | 28,963 | |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | -44 500 | 33,990 | - | - | |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | - | - | - | - | |
| Uitstaand op 31 december | 29 320 | 28,963 | 29 320 | 28,963 |
| 2019 | 2020 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenoptieplan SOP 2005-2009 | Aantal inschrijvings rechten |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
Aantal inschrijvings rechten |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
|
| Uitstaand op 1 januari | 173 570 | 31,630 | 70 220 | 28,156 | |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | -103 350 | 33,990 | - | - | |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | - | - | -6 400 | 23,795 | |
| Uitstaand op 31 december | 70 220 | 28,156 | 63 820 | 28,594 |
| 2019 | 2020 | |||
|---|---|---|---|---|
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
|||
| Aandelenoptieplan SOP 2010-2014 | Aantal opties | (in €) | Aantal opties | (in €) |
| Uitstaand op 1 januari | 1 025 083 | 39,653 | 1 025 083 | 39,653 |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | - | - | -295 725 | 77,000 |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | - | - | -29 300 | 25,033 |
| Uitstaand op 31 december | 1 025 083 | 39,653 | 700 058 | 24,488 |
| 2019 | 2020 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenoptieplan SOP 2015-2017 | Aantal opties | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
Aantal opties | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
|
| Uitstaand op 1 januari | 718 550 | 33,866 | 711 675 | 33,863 | |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | -5 375 | 36,283 | -70 875 | 34,721 | |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | -1 500 | 26,375 | - | - | |
| Uitstaand op 31 december | 711 675 | 33,863 | 640 800 | 33,769 |
Gewogen gemiddelde resterende contractuele looptijd
| in jaren | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| SOP2 | 2,6 | 1,6 |
| SOP 2005-2009 | 2,6 | 1,8 |
| SOP 2010-2014 | 3,2 | 3,0 |
| SOP 2015-2017 | 7,0 | 6,0 |
Aangezien er geen opties werden uitgeoefend in 2020, was er geen gewogen gemiddelde aandelenkoers voor de SOP2-opties (2019: n/a) en voor de SOP 2015-2017-opties (2019: € 26,38). De gewogen gemiddelde aandelenkoers bij uitoefening voor de SOP 2010-2014-opties was € 25,03 (2019: n/a) en € 23,80 voor de SOP 2005-2009-inschrijvingsrechten (2019: n/a). De uitoefenprijs van de inschrijvingsrechten en opties is gelijk aan het laagste van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende dertig dagen die de aanboddatum voorafgaan en (ii) de laatste slotkoers van de dag vóór de aanboddatum. Wanneer de inschrijvingsrechten onder het SOP 2005-2009-plan uitgeoefend worden, wordt het eigen vermogen verhoogd met de ontvangen opbrengsten. Volgens de voorwaarden van het SOP2-plan waren alle tot in 2004 toegekende inschrijvingsrechten of opties onmiddellijk toegezegd.
Onder de voorwaarden van het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 werden opties tot het verwerven van bestaande aandelen van de Onderneming aangeboden aan de leden van het Bekaert Group Executive, de Senior Vice Presidents en hogere kaderleden gedurende de periode 2010-2014. De toekenningsdata van elk aanbod waren gepland in de periode 2011-2015. De uitoefenprijs van het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 werd op dezelfde manier bepaald als van de voorgaande plannen. De toezeggingsvoorwaarden van zowel de SOP 2010-2014-toekenningen, de SOP 2005-2009-toekenningen als de SOP2-toekenningen vanaf 2006 zijn zo opgesteld dat de inschrijvingsrechten of opties volledig toegezegd zullen zijn op 1 januari van het vierde jaar na de datum van het aanbod. In het kader van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 werd de uitoefenperiode van de SOP2-opties en de SOP 2005-2009-inschrijvingsrechten toegekend in 2006, 2007 en 2008 met vijf jaar verlengd in het voordeel van begunstigden die onderworpen waren aan de Belgische inkomstenbelastingen op het ogenblik dat de verlenging werd aangeboden.
De opties toegekend onder SOP2, SOP 2010-2014 en SOP 2015-2017 alsook de inschrijvingsrechten toegekend onder SOP 2005-2009 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de opties wordt bepaald door middel van een binomiaal waarderingsmodel. Voor de tranches die een kost met zich mee brachten in de huidige of voorgaande periode worden de inputs en de uitkomsten van dit waarderingsmodel hieronder gedetailleerd:
| Details waarderingsmodel Aandelenoptieplannen 2015-2017 |
Toegekend in februari 2016 |
Toegekend in februari 2017 |
Toegekend in februari 2018 |
|---|---|---|---|
| Inputs van het model | |||
| Aandelenkoers op toekenningsdatum | |||
| (in €) | 27,25 | 39,39 | 37,40 |
| Uitoefenprijs (in €) | 26,38 | 39,43 | 34,60 |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% |
| Wachtperiode (jaren) | 3,00 | 3,00 | 3,00 |
| Contractduur (jaren) | 10 | 10 | 10 |
| Uitstroom van personeel | 3% | 3% | 3% |
| Risicovrije rentevoet | 0,05% | -0,18% | 0,08% |
| Uitoefenfactor | 1,40 | 1,40 | 1,40 |
| Uitkomst van het model | |||
| Reële waarde (in €) | 7,44 | 10,32 | 10,61 |
| Uitstaande opties | 197 500 | 226 200 | 217 100 |
Het model houdt rekening met een vervroegde uitoefening door middel van een uitoefenfactor. Een uitoefenfactor van 1,40 staat voor de veronderstelling dat de begunstigde de opties en inschrijvingsrechten uitoefent na de wachtperiode zodra de aandelenkoers de uitoefenprijs met 40% overstijgt (gemiddeld).
In de loop van 2020 werden geen opties (2019: geen opties) toegekend onder SOP 2015-2017. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 0,7 miljoen (2019: € 1,8 miljoen) voor de toegekende opties op basis van hun reële waarde en toezeggingsperiode.
De leden van het Bekaert Group Executive, het senior management en een beperkt aantal kaderleden van de Onderneming en van enkele van haar dochtervennootschappen ontvingen prestatieaandeeleenheden die de begunstigde het recht geven prestatieaandelen te ontvangen: gedurende 2015, 2016 en 2017 volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017 en in 2019 en 2020 volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2018-2020. Deze prestatieaandeeleenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachttijd van drie jaar op voorwaarde dat een vooraf vastgelegde prestatiedoelstelling bereikt wordt. De prestatiedoelstelling werd vastgelegd door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de Groep. Voor meer informatie verwijzen we naar het 'Remuneratieverslag' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.
| Aantal eenheden | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van toekenning |
Toege kend |
Geleverd | Verbeurd verklaard |
Vervallen | Uitstaand | Vervaldag | |
| PSP 2015-2017 | 15.12.2016 | 52 450 | - | 4 217 | 48 233 | - | 31.12.2019 |
| PSP 2015-2017 | 06.03.2017 | 10 000 | - | - | 10 000 | - | 31.12.2019 |
| PSP 2015-2017 | 01.09.2017 | 5 000 | - | - | 5 000 | - | 31.12.2019 |
| PSP 2015-2017 | 21.12.2017 | 55 250 | - | 4 900 | 50 350 | - | 31.12.2020 |
| PSP 2018-2020 | 15.02.2019 | 178 233 | - | 11 427 | - | 166 806 | 31.12.2021 |
| PSP 2018-2020 | 26.07.2019 | 35 663 | - | 2 837 | - | 32 826 | 31.12.2021 |
| PSP 2018-2020 | 21.01.2020 | 182 900 | - | 4 481 | - | 178 419 | 31.12.2022 |
| PSP 2018-2020 | 17.08.2020 | 12 580 | - | - | - | 12 580 | 31.12.2022 |
| 532 076 | - | 27 862 | 113 583 | 390 631 |
De prestatieaandeeleenheden toegekend onder deze plannen worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de prestatieaandeeleenheden onder het Performance Share Plan 2015-2017 wordt bepaald door middel van een binominaal waarderingsmodel. Voor de openstaande tranches worden inputs en uitkomsten van het waarderingsmodel hieronder gedetailleerd:
| Toegekend in | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Details waarderingsmodel Prestatieaandelenplan |
februari 2016 |
juli 2016 |
december 2016 |
maart 2017 |
september 2017 |
december 2017 |
| Inputs van het model | ||||||
| Aandelenkoers op toekennings datum (in €) |
32,00 | 38,38 | 39,49 | 46,90 | 40,58 | 34,60 |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% | 39% | 39% | 39% |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% |
| Wachtperiode (jaren) | 2,83 | 2,50 | 3,00 | 2,83 | 2,25 | 3,00 |
| Uitstroom van personeel | 3% | 3% | 3% | 0% | 3% | 3% |
| Risicovrije rentevoet | -0,41% | -0,56% | -0,53% | -0,53% | -0,55% | -0,46% |
| Uitkomst van het model | ||||||
| Reële waarde (in €) | 46,89 | 50,30 | 52,15 | 46,90 | 54,34 | 40,19 |
| Uitstaande prestatieaandeel eenheden |
- | - | - | - | - | - |
Onder PSP 2015-2017 heeft de Groep een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 0,6 miljoen (2019: € 1,9 miljoen) voor de toegekende prestatieaandeeleenheden op basis van hun reële waarde en toezeggingsperiode.
In 2020 werd, op 21 januari een aanbod van 182 900 prestatieaandeeleenheden en op 17 augustus een aanbod van 12 580 prestatieaandeeleenheden gedaan in het kader van het Performance Share Plan 2018-2020 (2019: op 15 februari een aanbod van 178 233 prestatieaandeeleenheden en op 26 juli een aanbod van 35 663). De reële waarde van de prestatieaandeeleenheden is gelijk aan de aandelenkoers op toekenningsdatum (21 januari 2020: € 25,14 en 17 augustus 2020: € 16,92 (15 februari 2019: € 23,76 en 26 juli 2019: € 23,94)), aangezien de prestatiedoelstelling niet-marktprijsgerelateerde voorwaarden zijn (Onderliggende EBITDA en operationele kasstroom). Het aanbod in 2020 vertegenwoordigde een reële waarde van € 4,8 miljoen (2019: € 5,1 miljoen). De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 4,7 miljoen in 2020 (2019: € 2,2 miljoen).
| 2019 | 2020 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| PSP 2015-2017 | Aantal eenheden | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
Aantal eenheden | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) |
|
| Uitstaand op 1 januari | 121 168 | 46,035 | 50 950 | 40,190 | |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | -2 318 | 41,655 | -600 | 40,190 | |
| Vervallen gedurende het jaar | -67 900 | 50,571 | -50 350 | 40,190 | |
| Uitstaand op 31 december | 50 950 | 40,190 | - | - | |
| 2019 | 2020 | ||||
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
||||
| PSP 2018-2020 | Aantal eenheden | (in €) | Aantal eenheden | (in €) | |
| Uitstaand op 1 januari | - | - | 206 621 | 23,791 | |
| Toegekend gedurende het jaar | 213 896 | 23,790 | 195 480 | 24,058 | |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | -7 275 | 23,760 | -11 470 | 24,344 |
In maart 2016 introduceerde de Onderneming het Personal Shareholding Requirement Plan voor de Chief Executive Officer en de andere leden van het Bekaert Group Executive ('BGE'), op grond waarvan ze een persoonlijk belang in aandelen van de Onderneming opbouwen en behouden en waarbij de verwerving van het aantal aandelen van de Onderneming wordt ondersteund door een zogenaamd matching-mechanisme door de Onderneming. Het matching-mechanisme van de Onderneming bestaat erin dat de Onderneming de investering van het BGE-lid in aandelen van de Onderneming in jaar x zal evenaren door een gelijk aantal aandelen van de Onderneming als verworven door het BGE-lid toe te kennen op het einde van jaar x+2. Deze PSR eenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachtperiode van drie jaar, afhankelijk van een serviceconditie die onderhevig is aan slechte of goede vertrekomstandigheden. Voor meer informatie verwijzen we naar het 'Remuneratieverslag' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.
Uitstaand op 31 december 206 621 23,791 390 631 24,185
| Datum van toekenning |
Toege kend |
Geleverd | Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Vervaldag | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| PSR 2016 | 31.03.2017 | 14 668 | 13 428 | 1 240 | - | 31.12.2019 |
| PSR 2016 | 01.09.2017 | 2 523 | 2 523 | - | - | 31.12.2019 |
| PSR 2016 | 14.05.2018 | 15 251 | 14 191 | 1 060 | - | 31.12.2020 |
| PSR 2016 | 31.03.2020 | 10 766 | - | - | 10 766 | 31.12.2022 |
| 43 208 | 30 142 | 2 300 | 10 766 |
De matching shares toe te kennen onder het Personal Shareholding Requirement Plan 2016 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.14. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de matching shares wordt bepaald door middel van een binominaal waarderingsmodel.
Voor de openstaande tranches worden inputs en uitkomsten van het waarderingsmodel hieronder gedetailleerd:
| Details waarderingsmodel Personal Shareholding Requirement (PSR) plan |
Bij te passen december 2018 |
Bij te passen december 2019 |
Bij te passen december 2020 |
Bij te passen december 2022 |
||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Startdatum maart 2016 |
Startdatum juni 2016 |
Startdatum maart 2017 |
Startdatum september 2017 |
Startdatum mei 2018 |
Startdatum maart 2020 |
|
| Inputs van het model | ||||||
| Aandelenkoers op startdatum (in €) | 35,71 | 38,97 | 45,87 | 40,04 | 34,00 | 14,98 |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% | 39% | 39% | 36% |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% |
| Wachtperiode (jaren) | 2,75 | 2,50 | 2,75 | 2,33 | 2,60 | 2,75 |
| Uitstroom van personeel | 4% | 4% | 4% | 4% | 4% | 0% |
| Risicovrije rentevoet | -0,40% | -0,01% | -0,51% | -0,54% | -0,39% | -0,47% |
| Uitkomst van het model | ||||||
| Reële waarde (in €) | 29,27 | 32,16 | 37,60 | 33,20 | 27,95 | 13,81 |
| Uitstaande PSR-eenheden | - | - | - | - | - | 10 766 |
De toe te kennen matching shares vertegenwoordigen een reële waarde van € 0,1 miljoen (2019: € 0,4 miljoen). De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 0,2 miljoen (2019: € 0,4 miljoen) voor de aan te bieden matching shares op basis van hun reële waarde en toezeggingsperiode.
| Aantal eenheden | ||||
|---|---|---|---|---|
| PSR 2016 | 2019 | 2020 | ||
| Uitstaand op 1 januari | 28 600 | 13 661 | ||
| Bijgepast gedurende het jaar | -14 939 | -13 661 | ||
| Verworven gedurende het jaar | - | 10 766 | ||
| Uitstaand op 31 december | 13 661 | 10 766 |
De vaste vergoeding van de Voorzitter wordt gedeeltelijk betaald in cash en gedeeltelijk onder de vorm van aandelen van de vennootschap, met een aanhoudingsperiode van drie jaar vanaf de datum van toekenning. Voor andere niet-uitvoerende Bestuurders, wordt de vergoeding voor de uitoefening van taken als een lid van de Raad van Bestuur betaald in cash, maar met de optie om elk jaar een deel daarvan (0%, 25% of 50%) te ontvangen onder de vorm van aandelen van de vennootschap. In overeenstemming met IFRS 2 wordt dit behandeld als op aandelen gebaseerde betalingen met een cash alternatief. De reële waarde van de aandelengift is gelijk aan de aandelenkoers op toekenningsdatum (29 mei 2020: € 18,43). Deze aandelengift is onmiddellijk toegekend. De aandelengift vertegenwoordigde een reële waarde van € 0,2 miljoen. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag € 0,2 miljoen.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Herwaarderingsreserve voor niet-geconsolideerde | ||
| eigenvermogendeelnemingen -12 117 |
-11 867 | |
| Herwaarderingsreserve voor toegezegdpensioenregelingen -67 017 |
-63 543 | |
| Andere herwaarderingsreserve | -6 | - |
| 28 104 Reserve voor uitgestelde belastingen |
26 785 | |
| Overige reserves -51 036 |
-48 626 | |
| Gecumuleerde omrekeningsverschillen -113 964 |
-227 823 | |
| Totaal overige Groepsreserves -165 000 |
-276 448 | |
| Eigen aandelen -107 463 |
-106 148 | |
| Overgedragen resultaten 1 492 028 |
1 614 781 |
In de volgende secties van deze toelichting worden de bewegingen in de Groepsreserves en de overgedragen resultaten getoond en becommentarieerd.
| Herwaarderingsreserve voor niet-geconsolideerde eigenvermogendeelnemingen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | -14 489 | -12 117 |
| Wijzigingen in reële waarde | 2 372 | 250 |
| Per 31 december | -12 117 | -11 867 |
| Waarvan | ||
| Deelneming in Xinyu Xinsteel Metal Products Co Ltd | -2 112 | -1 951 |
| Deelneming in Shougang Concord Century Holdings Ltd | -10 097 | -10 009 |
| Overige deelnemingen | 92 | 92 |
De herwaardering van de deelneming in Shougang Concord Century Holdings Ltd is gebaseerd op de slotkoers van het aandeel op de beurs van Hongkong. De reële waarde van de investering in Xinyu Xinsteel Metal Products Co Ltd wordt bepaald op basis van een verdisconteringsmethode van toekomstige opbrengsten zoals getoond in het meest recent strategisch plan 2021-2025. Zie ook toelichting 6.6. 'Overige vaste activa'.
| Herwaarderingsreserve voor toegezegdpensioenregelingen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | -68 267 | -67 017 |
| Herwaarderingen van de periode | 1 261 | 3 474 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -11 | - |
| Per 31 december | -67 017 | -63 543 |
De herwaarderingen resulteren uit het gebruik van gewijzigde actuariële veronderstellingen bij de bepaling van de toegezegdpensioenverplichtingen, uit verschillen tegenover de werkelijke rendementen van fondsbeleggingen op de balansdatum en uit wijzigingen in niet-opgenomen activa omwille van het asset ceiling-principe (zie toelichting 6.16. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen').
| Reserve voor uitgestelde belastingen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | 26 694 | 28 104 |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat | 1 407 | -1 319 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | 3 | - |
| Per 31 december | 28 104 | 26 785 |
Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat ('OCI' = Other Comprehensive Income) worden eveneens opgenomen via OCI (zie toelichting 6.7. 'Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen').
| Eigen aandelen in duizend € |
2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | -108 843 | -107 463 |
| Verkochte aandelen | 1 380 | 1 314 |
| Per 31 december | -107 463 | -106 148 |
Er waren voldoende eigen aandelen zowel om verwatering tegen te gaan als om het kasstroomrisico van op aandelen gebaseerde betalingsregelingen af te dekken. Er werden geen bijkomende aandelen ingekocht in 2020 (2019: geen aandelen). 63 541 eigen aandelen werden verkocht aan de begunstigden van de op aandelen gebaseerde betalingsregelingen van de Groep (2019: 28 957 aandelen). Eigen aandelen worden verwerkt volgens het FIFO-principe (first-in, first-out). Winsten en verliezen op verkopen van eigen aandelen worden rechtstreeks opgenomen in overgedragen resultaten (zie bewegingen in overgedragen resultaten hierna). Zie ook toelichting 6.13. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen'.
1 Ten gevolge van de wijziging qua functionele munteenheid naar de US dollar op 1 januari 2019, is het bedrag bevroren.
De schommelingen in omrekeningsverschillen weerspiegelden zowel de wisselkoersevolutie als het relatief belang van de nettoactiva opgenomen in de vermelde valuta's.
| Overgedragen resultaten | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Toelichting | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | 1 480 234 | 1 492 028 | |
| Toegekende eigenvermogensinstrumenten | 6.13. | 4 390 | 8 556 |
| Resultaat van de periode toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 41 329 | 134 687 | |
| Dividenden | -39 557 | -19 787 | |
| Herclassificeringen binnen het eigen vermogen | - | -6 | |
| Eigenaandelentransacties | 6.13. | -1 341 | -231 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | 6 973 | -467 | |
| Per 31 december | 1 492 028 | 1 614 781 |
Eigenaandelentransacties (€ -0,2 miljoen tegenover € -1,3 miljoen in 2019) vertegenwoordigden het verschil tussen de opbrengsten en de FIFO-boekwaarde van de verkochte aandelen. Wijzigingen in Groepsstructuur in 2020 hadden betrekking op de verwerving van minderheidsbelangen in Bekaert Slatina SRL, terwijl deze in 2019 betrekking hadden op de verwerving van de minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | 119 071 | 96 430 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -13 504 | -8 503 |
| Aandeel in het perioderesultaat | 6 871 | 13 350 |
| Aandeel in andere elementen van het resultaat behalve CTA | -1 667 | -677 |
| Uitgekeerde dividenden | -13 247 | -8 270 |
| Kapitaalverhogingen | 652 | - |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) | -1 746 | -5 155 |
| Per 31 december | 96 430 | 87 175 |
De wijzigingen in Groepsstructuur in 2020 hadden quasi uitsluitend betrekking op de verwerving van de minderheidsbelangen in Bekaert Slatina SRL met een boekwaarde van € +8,5 miljoen op datum van de transactie. De wijzigingen in 2019 hadden quasi uitsluitend betrekking op de verwerving van de minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA.
Het aandeel in het perioderesultaat van minderheidsbelangen verbeterde aanzienlijk, vooral door een veel betere bijdrage van de entiteiten waarvan sommige vorig jaar verlieslatend waren. Evenwel heeft ook hier de Covid-19 pandemie tot op zekere hoogte op deze verbetering gewogen.
In overeenstemming met IFRS 12 'Informatieverschaffng over belangen in andere entiteiten' wordt volgende informatie verschaft met betrekking tot dochterondernemingen waarin derden minderheidsbelangen aanhouden die van materieel belang zijn voor de Groep. De bedoeling van IFRS 12 is om van een entiteit bijkomende toelichting te vereisen die de lezers van haar jaarrekening toelaten volgende elementen te evalueren: (a) de aard van haar belangen in andere entiteiten en de daaraan verbonden risico's en (b) de effecten van deze belangen op haar financiële positie, winstgevendheid en kasstromen. Bekaert heeft vele partnerschappen over de hele wereld, waarvan de meeste individuele entiteiten niet zouden voldoen aan redelijke materialiteitscriteria. Daarom heeft de Groep twee groepen van entiteiten met minderheidsbelangen geïdentificeerd die onderling verbonden zijn door de aard van hun activiteiten en aandeelhouderstructuur: (1) de Wire-entiteiten in Chili en Peru, waar de minderheidsbelangen hoofdzakelijk in handen zijn van de Chileense partners, en (2) de Wire-entiteiten in de Andina regio, waar de minderheidsbelangen hoofdzakelijk in handen zijn van de Ecuadoriaanse familie Kohn en van ArcelorMittal. Bij de groepering van de informatie werden enkel de intragroepseffecten binnen elke groep van entiteiten geëlimineerd, terwijl alle andere entiteiten van de Groep als derden werden behandeld.
| Entiteiten opgenomen in de toelichting m.b.t. materiële minderheidsbelangen |
Land | Aandeel van minderheidsbelangen op jaareinde |
|||
|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | 2020 | ||||
| Wire-entiteiten Chili en Peru | |||||
| Acma SA | Chili | 48,0% | 48,0% | ||
| Acmanet SA | Chili | 48,0% | 48,0% | ||
| Industrias Acmanet Ltda | Chili | 48,0% | 48,0% | ||
| Industrias Chilenas de Alambre - Inchalam SA | Chili | 48,0% | 48,0% | ||
| Grating Peru SAC | Peru | - | 62,5% | ||
| Procercos SA | Chili | 48,0% | 48,0% | ||
| Prodalam SA | Chili | 48,0% | 48,0% | ||
| Prodicom Selva SAC | Peru | 62,5% | 62,5% | ||
| Prodimin SAC | Peru | 62,5% | 62,5% | ||
| Prodac Contrata SAC | Peru | 62,5% | 62,5% | ||
| Productos de Acero Cassadó SA | Peru | 62,5% | 62,5% | ||
| Wire-entiteiten Andina regio | |||||
| Agro-Bekaert Colombia SAS | Colombia | - | 60,0% | ||
| Agro - Bekaert Springs, SL | Spanje | - | 60,0% | ||
| Bekaert Ideal SL | Spanje | 20,0% | 20,0% | ||
| Bekaert Costa Rica SA | Costa Rica | 41,6% | 41,6% | ||
| BIA Alambres Costa Rica SA | Costa Rica | 41,6% | 41,6% | ||
| Ideal Alambrec SA | Ecuador | 41,6% | 41,6% | ||
| InverVicson SA | Venezuela | 20,0% | 20,0% | ||
| Productora de Alambres Colombianos Proalco SAS | Colombia | 20,0% | 20,0% | ||
| Vicson SA | Venezuela | 20,0% | 20,0% |
De hoofdactiviteit van de voornaamste entiteiten in bovenstaande lijst is de productie en verkoop van draad en andere draadproducten, in hoofdzaak voor de lokale markt. De volgende entiteiten zijn in wezen holdings die deelnemingen aanhouden in één of meer van de overige entiteiten in de vorige lijst: Industrias Acmanet Ltda, Procercos SA, Bekaert Ideal SL en Agro - Bekaert Springs SL.
De volgende tabel toont het relatief belang van de entiteitgroepen met materiële minderheidsbelangen in termen van resultaten en eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen.
| Materiële en overige minderheidsbelangen | Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
Eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 |
| Wire-entiteiten Chili en Peru | 5 248 | 9 602 | 71 643 | 72 282 |
| Wire-entiteiten Andina regio | 1 489 | 2 156 | 12 017 | 11 474 |
| Consolidatieaanpassingen op materiële minderheidsbelangen |
659 | 181 | -28 031 | -28 184 |
| Bijdrage van de materiële minderheidsbelangen tot de geconsolideerde minderheidsbelangen |
7 396 | 11 939 | 55 630 | 55 572 |
| Overige minderheidsbelangen | -525 | 1 411 | 40 800 | 31 603 |
| Totaal minderheidsbelangen | 6 871 | 13 350 | 96 430 | 87 175 |
De onderstaande tabellen geven een beknopt overzicht van de financiële staten voor deze entiteitgroepen.
| Wire-entiteiten Chili en Peru | |
|---|---|
| 2019 in duizend € |
2020 |
| Vlottende activa 206 915 |
218 034 |
| Vaste activa 134 516 |
121 990 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar 133 503 |
140 264 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar 72 797 |
62 648 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van | |
| Bekaert 63 488 |
64 830 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan | |
| minderheidsbelangen 71 643 |
72 282 |
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Omzet | 495 350 | 433 751 |
| Kosten | -483 891 | -414 334 |
| Perioderesultaat | 11 459 | 19 417 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 6 211 | 9 815 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 5 248 | 9 602 |
| Andere elementen van het resultaat | -5 946 | -7 360 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | -3 338 | -3 270 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -2 608 | -4 090 |
| Volledig perioderesultaat | 5 513 | 12 057 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 2 873 | 6 545 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 2 640 | 5 512 |
| Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen | -6 720 | -5 340 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten | 56 707 | 60 491 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten | -8 956 | -4 228 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten | -40 962 | -28 441 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) | 6 788 | 27 822 |
Een sterke cashgeneratie gekoppeld met inspanningen inzake strikt werkkapitaalbeheer (lagere werkkapitaalactiva en hogere werkkapitaalpassiva) resulteerden in een aanzienlijk lagere nettoschuldpositie. De vaste activa daalden omwille van een grotere afschrijvingskost dan de investeringen.
De vraag bleef beneden het niveau van voor de Covid-19 periode wat resulteerde in een daling van de omzet met 12,4%. Er werd echter een aanzienlijke margeverbetering van onderliggend bedrijfsresultaat (EBIT) op omzet gerealiseerd (7,7% vergeleken met 5,1% vorig jaar). De sterke margeverbetering was het resultaat van een verbeterde business mix, een strikte kostencontrole en de doeltreffendheid van Covid-19 maatregelen.
| Wire-entiteiten Andina regio | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Vlottende activa | 78 647 | 75 125 |
| Vaste activa | 46 229 | 40 417 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 82 759 | 74 998 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | 9 014 | 7 553 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep | 21 086 | 21 517 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 12 017 | 11 474 |
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Omzet | 182 162 | 157 487 |
| Kosten | -177 069 | -152 300 |
| Perioderesultaat | 5 093 | 5 188 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 3 604 | 3 032 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 1 489 | 2 156 |
| Andere elementen van het resultaat | -1 220 | -3 325 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | -560 | -2 270 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -660 | -1 047 |
| Volledig perioderesultaat | 3 873 | 1 863 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van Bekaert | 3 044 | 761 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 829 | 1 109 |
| Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen | -5 691 | -2 060 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten | 16 288 | 14 148 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten | -1 801 | -3 635 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten | -20 161 | -5 295 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) | -5 674 | 5 218 |
Het werkkapitaal bleef ongeveer stabiel met een gelijkmatige daling van werkkapitaalactiva en -passiva. De nettoschuldpositie verbeterde vooral als gevolg van een lagere dividenduitbetaling in 2020.
De omzet van 2020 was 13,5% lager vooral omwille van de Covid-19 pandemie. Er werd echter een aanzienlijke margeverbetering van onderliggend bedrijfsresultaat (EBIT) op omzet gerealiseerd (8,6% vergeleken met 5,6% vorig jaar). Ook hier was de sterke margeverbetering een gevolg van een verbeterde business mix, een strikte kostencontrole en de doeltreffendheid van Covid-19 maatregelen.
De toestand voor Vicson SA (Venezuela) blijft onder controle. De onderneming slaagt er in om een voldoende hoeveelheid grondstoffen aan te kopen om de activiteiten draaiend te houden, zij het op een lager niveau. Bovendien is in het land de toegang tot US dollars flexibeler geworden zodat de facturaties aan veel klanten in die munt gebeuren. Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen bedroegen € 0,9 miljoen op 31 december 2020 (tegenover € 1,3 miljoen op 31 december 2019), vooral ten gevolge van vooruitbetalingen voor grondstoffen om een tekort te vermijden.
Per 31 december 2020 bedroegen de totale nettovoorzieningen voor personeelsbeloningen € 262,7 miljoen (€ 261,7 miljoen per jaareinde 2019), met volgende samenstelling:
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Voorzieningen voor | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | 120 248 | 118 892 |
| Andere langetermijnpersoneelsbeloningen | 4 437 | 4 700 |
| In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen | 1 662 | 2 556 |
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | 125 051 | 116 014 |
| Ontslagvergoedingen | 20 794 | 38 580 |
| Totaal voorzieningen in de balans | 272 193 | 280 742 |
| waarvan | ||
| Voorzieningen op meer dan een jaar | 123 409 | 130 948 |
| Voorzieningen op ten hoogste een jaar | 148 784 | 149 793 |
| Activa voor | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | -10 470 | -18 082 |
| Totaal activa in de balans | -10 470 | -18 082 |
| Totaal nettovoorzieningen | 261 722 | 262 660 |
In overeenstemming met IAS 19, 'Personeelsbeloningen' worden vergoedingsregelingen na uitdiensttreding opgedeeld in toegezegdebijdragenregelingen en toegezegdpensioenregelingen.
Bij toegezegdebijdragenregelingen betaalt Bekaert bijdragen aan publieke of private pensioenfondsen of aan verzekeringsmaatschappijen. Eenmaal de bijdragen zijn betaald, heeft de Groep geen verdere betalingsverplichtingen. Deze bijdragen worden ten laste genomen van de periode waarin de verplichting ontstaat.
De Belgische toegezegdebijdragenregelingen zijn bij wet onderworpen aan gewaarborgde minimumrendementen. De pensioenwetgeving definieert het minimum gegarandeerd rendement vanaf 1 januari 2016 als een variabel procent dat gelinkt is aan de rendementen op overheidsobligaties die in de markt worden waargenomen. Vanaf 2016 wordt het minimum gegarandeerd rendement 1,75% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen. De vroegere rendementen (3,25% op werkgeversbijdragen en 3,75% op werknemersbijdragen) worden verder toegepast op de gecumuleerde bijdragen van het verleden aan de groepsverzekering op 31 december 2015. Bijgevolg werden de toegezegdebijdragenregelingen geherclassificeerd als toegezegdpensioenregelingen op jaareinde, waarbij een actuariële waardering werd uitgevoerd.
In Nederland neemt Bekaert deel aan een collectieve toegezegdpensioenregeling van meerdere werkgevers die gefinancierd wordt via het Pensioenfonds Metaal & Techniek ('PMT'). Deze regeling wordt geclassificeerd als toegezegdebijdragenregeling omdat er geen informatie beschikbaar is met betrekking tot de fondsbeleggingen toerekenbaar aan Bekaert. De bijdragen met betrekking tot deze regeling bedroegen € 1,9 miljoen (2019: € 1,9 miljoen). De werkgeversbijdragen worden elke vijf jaar vastgelegd door het PMT, ze zijn gelijk voor alle deelnemende bedrijven en uitgedrukt als een percentage van het pensioengevend salaris. De totale bijdrage van Bekaert vertegenwoordigt minder dan 0,1% van de volledige PMT bijdrage. De financieringsregels specifiëren dat een werkgever niet verplicht is tot het betalen van verdere bijdragen met betrekking tot eerder opgebouwde uitkeringen. De financieringsstatus van het PMT was 95,4% op 31 december 2020 (2019: 98,8%). Gedurende de periode van 2015 tot 2022 is er geen verplichting voor de deelnemende bedrijven tot financiering van enig tekort van het PMT (of tot het ontvangen van enig overschot).
| Toegezegdebijdragenregelingen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Opgenomen kosten | 16 601 | 15 534 |
Meerdere ondernemingen van de Groep voorzien in toegezegdpensioenregelingen voor pensioenen en andere vergoedingen na uitdiensttreding. Dergelijke regelingen gelden meestal voor alle werknemers en zijn gebaseerd op hun bezoldiging en aantal dienstjaren.
De recentste actuariële IAS 19-waarderingen werden voor alle significante toegezegdpensioenregelingen na uitdiensttreding uitgevoerd op 31 december 2020 door onafhankelijke actuarissen. In België, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bevinden zich de belangrijkste toegezegdpensioenregelingen voor de Groep. Zij vertegenwoordigden 89,1% (2019: 89,2%) van de brutoverplichtingen en 99,7% (2019: 99,6%) van de fondsbeleggingen van de Groep.
De gefinancierde pensioenregelingen in België vertegenwoordigden een brutoverplichting van € 229,4 miljoen (2019: € 216,3 miljoen) en € 205,7 miljoen activa (2019: € 202,0 miljoen). Deze omvatten de toegezegdebijdragenregelingen gefinancierd door groepsverzekeringen.
De traditionele toegezegdpensioenregelingen voorzien in de betaling van een éénmalige kapitaalsuitkering bij pensionering en in geval van overlijden of invaliditeit voorafgaand aan pensionering. Deze regelingen worden extern gefinancierd door twee instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP) in eigen beheer. Op regelmatige basis wordt een Asset Liability Matching ('ALM') studie uitgevoerd, waarin de gevolgen van strategische investeringsrichtlijnen worden geanalyseerd in termen van risico- en rendementsprofielen. Uit deze studie worden de investeringsprincipes en het financieringsbeleid afgeleid. Het is de bedoeling de beleggingen afdoende te diversifiëren teneinde het risico onder controle te houden. De investerings- en aansprakelijkheidsrisico's worden op kwartaalbasis opgevolgd. De financieringspolitiek heeft als doel om minstens volledig gefinancierd te zijn in termen van statutaire minimumvereisten (dit is een voorzichtige schatting van de pensioenverplichtingen).
Andere regelingen hebben in hoofdzaak betrekking op brugpensioenen (brutoverplichting € 8,4 miljoen (2019: € 10,4 miljoen)), die niet extern gefinancierd zijn. Een bedrag van € 3,4 miljoen (2019: € 4,4 miljoen) heeft betrekking op werknemers in actieve dienst die nog geen brugpensioenakkoord hebben afgesloten.
De gefinancierde pensioenregelingen in de Verenigde Staten vertegenwoordigden een brutoverplichting van € 127,4 miljoen (2019: € 130,9 miljoen) en € 104,8 miljoen activa (2019: € 99,5 miljoen). De plannen voorzien in levenslange rentebetalingen aan de deelnemers, maar werden gesloten voor nieuwe deelnemers. De activa zijn geïnvesteerd in obligaties en in aandelen. Op basis van een ALM studie werd de allocatie van de activa meer verschoven naar obligaties met langere looptijd. De financieringspolitiek is erop gericht om voldoende gefinancierd te zijn in termen van de vereisten van de Pension Protection Act om te vermijden dat er uitkeringsbeperkingen van kracht worden of dat de regelingen een at risk-status verwerven.
Niet-gefinancierde regelingen omvatten plannen voor medische zorgen (brutoverplichting € 3,8 miljoen (2019: € 4,0 miljoen)).
De gefinancierde pensioenregeling in het Verenigd Koninkrijk is een plan gesloten voor nieuwe deelnemers en verdere opbouw en vertegenwoordigt een brutoverplichting van € 92,0 miljoen (2019: € 95,4 miljoen) en € 110,1 miljoen activa (2019: € 105,8 miljoen). De regeling wordt beheerd door een aparte Raad van Bestuur die juridisch los staat van de onderneming. De Raad van Bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van zowel werkgevers als werknemers. De bestuurders zijn wettelijk verplicht om te handelen in het belang van alle betrokken begunstigden en zijn verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van de activa en het dagelijkse beheer van de uitkeringen.
De pensioenverplichting bestaat enkel uit voordelen voor deelnemers met uitgestelde rechten en rentetrekkers. In grote lijnen is ongeveer 70% van de verplichtingen toe te schrijven aan inactieven en 30% aan gepensioneerden (2019: 20% gepensioneerden).
Britse wetgeving vereist dat pensioenregelingen op prudente wijze worden gefinancierd. De laatste waardering ter bepaling van de financiering werd uitgevoerd door een erkende actuaris per 31 december 2019 en resulteerde in een overschot van € 7,4 miljoen. Bijgevolg kon de entiteit sneller dan voorzien, vanaf 1 juli 2020, ophouden met de betalingen volgens het financieringsakkoord afgesloten na de waardering in 2016 (vastgesteld op € 0,8 miljoen per jaar tot 31 augustus 2021). De bovenstaande bijdragen omvatten geen administratiekosten die los van IAS 19 worden gerapporteerd.
Volgende bedragen werden opgenomen in de balans:
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| België | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 216 335 | 229 377 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -201 965 | -205 728 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 14 369 | 23 649 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 10 449 | 8 365 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 24 818 | 32 014 |
| Verenigde Staten | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 130 913 | 127 361 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -99 463 | -104 847 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 31 450 | 22 514 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 9 612 | 8 975 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 41 062 | 31 489 |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 95 353 | 91 997 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -105 823 | -110 079 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | -10 470 | -18 082 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | - | - |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | -10 470 | -18 082 |
| Andere | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 1 377 | 1 633 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -1 570 | -1 425 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | -193 | 208 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 54 561 | 55 181 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 54 368 | 55 389 |
| Totaal | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 443 977 | 450 368 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -408 821 | -422 079 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 35 156 | 28 289 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 74 622 | 72 521 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 109 778 | 100 810 |
De evolutie van de brutoverplichting, de fondsbeleggingen en de nettovoorziening en -vordering over het jaar waren als volgt:
| in duizend € | Bruto verplichting |
Fonds beleggingen |
Netto voorzieningen/ vorderingen (-) |
|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2019 Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten |
475 011 16 483 |
-350 350 - |
124 661 16 483 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | -3 624 | - | -3 624 |
| Winsten (-) / verliezen uit afwikkelingen | -3 047 | 574 | -2 474 |
| Rentelasten / -opbrengsten (-) | 13 008 | -9 099 | 3 909 |
| Kosten / opbrengsten (-) via het resultaat | 22 819 | -8 525 | 14 294 |
| Componenten opgenomen in EBIT | 10 385 | ||
| Componenten opgenomen in het financieel resultaat | 3 909 | ||
| Herwaarderingen | |||
| Rendement op fondsbeleggingen, met uitzondering van bedragen opgenomen in de rentelasten / -opbrengsten (-) |
- | -53 233 | -53 233 |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in demografische assumpties |
-2 993 | - | -2 993 |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in financiële | |||
| assumpties | 57 575 | - | 57 575 |
| Winsten (-) / verliezen bij ervaringsaanpassingen | -517 | - | -517 |
| Wijzigingen geboekt via het eigen vermogen | 54 066 | -53 233 | 833 |
| Bijdragen | |||
| Werkgeversbijdragen / uitbetaalde vergoedingen | - | -29 551 | -29 551 |
| Werknemersbijdragen | 169 | -169 | - |
| Uitbetalingen van het plan | |||
| Uitbetaalde vergoedingen | -39 489 | 39 489 | - |
| Effecten van omrekening van vreemde valuta | 6 024 | -6 482 | -458 |
| Per 31 december 2019 | 518 600 | -408 821 | 109 778 |
| Per 1 januari 2020 | 518 600 | -408 821 | 109 778 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 16 035 | - | 16 035 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 937 | - | 936 |
| Winsten (-) / verliezen uit afwikkelingen | -3 816 | - | -3 816 |
| Rentelasten / -opbrengsten (-) | 9 402 | -6 860 | 2 541 |
| Kosten / opbrengsten (-) via het resultaat | 22 557 | -6 860 | 15 697 |
| Componenten opgenomen in EBIT | 13 155 | ||
| Componenten opgenomen in het financieel resultaat | 2 541 | ||
| Herwaarderingen | |||
| Rendement op fondsbeleggingen, met uitzondering van bedragen opgenomen in de rentelasten / -opbrengsten (-) |
- | -33 773 | -33 773 |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in demografische assumpties |
-1 753 | - | -1 753 |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in financiële | |||
| assumpties | 34 728 | - | 34 728 |
| Winsten (-) / verliezen bij ervaringsaanpassingen | -2 | -1 697 | -1 699 |
| Wijzigingen geboekt via het eigen vermogen | 32 973 | -35 470 | -2 497 |
| Bijdragen | |||
| Werkgeversbijdragen / uitbetaalde vergoedingen | - | -17 052 | -17 052 |
| Werknemersbijdragen | 170 | -170 | - |
| Uitbetalingen van het plan | |||
| Uitbetaalde vergoedingen | -30 914 | 30 914 | - |
| Effecten van omrekening van vreemde valuta | -20 497 | 15 380 | -5 116 |
| Per 31 december 2020 | 522 889 | -422 079 | 100 810 |
De pensioenkosten van verstreken diensttijd hadden voornamelijk betrekking op de herstructurering in België en het effect van het arrest van november 2020 van het Hoge Gerechtshof betreffende het wegwerken van ongelijkheden in de Guaranteed Minimum Pensions op eerdere overdrachten naar andere regelingen in het VK. Winsten uit afwikkelingen hadden hoofdzakelijk betrekking op wijzigingen in vergoedingsregelingen na uitdiensttreding in Ecuador en de herstructurering in België. In de winst-en-verliesrekening worden zowel de pensioenkosten, toegerekend aan het dienstjaar als van verstreken diensttijd, inclusief de winsten en verliezen uit afwikkelingen, opgenomen in het bedrijfsresulaat (EBIT). De nettorentelast of -opbrengst maakt deel uit van de rentelasten, onder rentegedeelte van rentedragende voorzieningen.
Restitutierechten voortkomend uit herverzekeringscontracten met betrekking tot pensioenen, overlijdens- en invaliditeitsvergoedingen in Duitsland bedroegen € 0,2 miljoen (2019: € 0,2 miljoen).
Voor 2021 worden volgende bijdragen en uitbetaalde vergoedingen verwacht:
| Verwachte bijdragen en uitbetaalde vergoedingen in duizend € |
2021 |
|---|---|
| Pensioenregelingen | 17 879 |
| Totaal | 17 879 |
De reële waarde van de fondsbeleggingen per 31 december was als volgt samengesteld:
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| België | ||
| Obligaties | 53 875 | 54 808 |
| Aandelen | 78 740 | 80 076 |
| Geldmiddelen | 5 570 | 920 |
| Verzekeringen | 63 782 | 69 923 |
| Totaal België | 201 965 | 205 728 |
| Verenigde Staten | ||
| Obligaties | ||
| USD langetermijnobligaties | 31 608 | 29 765 |
| USD vastrentende effecten | 4 765 | 4 944 |
| USD gewaarborgde deposito's | 3 749 | 3 191 |
| Aandelen | ||
| USD aandelen | 37 665 | 42 610 |
| Niet-USD aandelen | 16 671 | 19 026 |
| Vastgoed | 5 006 | 5 310 |
| Totaal Verenigde Staten | 99 463 | 104 847 |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Obligaties | 45 457 | 27 929 |
| Afgeleide producten | 50 246 | 60 967 |
| Aandelen | 8 029 | 14 576 |
| Geldmiddelen | 2 091 | 6 607 |
| Totaal Verenigd Koninkrijk | 105 823 | 110 079 |
| Andere | ||
| Obligaties | 1 569 | 1 425 |
| Totaal Andere | 1 569 | 1 425 |
| Totaal | 408 821 | 422 079 |
In de Verenigde Staten wordt voornamelijk geïnvesteerd via beleggingsfondsen en gekantonneerde fondsen van verzekeringsmaatschappijen in genoteerde aandelen en obligaties. In België wordt voornamelijk belegd via beleggingsfondsen in genoteerde aandelen en obligaties. De beleggingen zijn afdoende gediversifieerd zodat een faling van één enkele belegging geen materiële impact zou hebben op het globale niveau van de activa. In het Verenigd Koninkrijk wordt een groot deel van de activa geïnvesteerd in beleggingen die erop gericht zijn om te voldoen aan toekomstige kasstromen en obligaties.
De fondsbeleggingen van de Groep omvatten geen directe positie in Bekaertaandelen of -obligaties, noch in vastgoed dat wordt gebruikt door een Bekaertentiteit.
De voornaamste actuariële veronderstellingen op balansdatum (gewogen gemiddelden gebaseerd op uitstaande brutoverplichtingen) waren:
| Actuariële veronderstellingen | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 1,9% | 1,4% |
| Jaarlijkse verhoging van bezoldigingen | 3,0% | 3,0% |
| Onderliggende inflatie | 1,9% | 1,4% |
| Toename gezondheidszorgkost (initieel) | 7,0% | 6,8% |
| Toename gezondheidszorgkost (uiteindelijk) | 5,0% | 5,0% |
| Gezondheidszorg (jaren voor het bereiken van het uiteindelijke percentage) | 8 | 7 |
De disconteringsvoet voor het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en België is een weerspiegeling van zowel de huidige renteomgeving als van de specifieke karakteristieken van de planverplichtingen. In eerste instantie worden de geprojecteerde toekomstige uitbetalingen gekoppeld aan de toepasselijke contantkoersen, op basis waarvan de contante waarde berekend wordt. Daarna wordt teruggerekend wat de gemiddelde disconteringsvoet is die dezelfde contante waarde oplevert. De contantkoersen worden afgeleid van een rentecurve gebaseerd op hoogwaardige bedrijfsobligaties met een AA-kredietstatus uitgegeven in de munt van de toepasselijke regionale markt.
Dit resulteerde in de volgende disconteringsvoeten:
| Disconteringsvoet | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| België | 0,8% | 0,6% |
| Verenigde Staten | 3,2% | 2,4% |
| Verenigd Koninkrijk | 2,1% | 1,5% |
| Overige | 2,6% | 2,9% |
Dit resulteerde in de volgende inflatievoeten:
| 2019 Inflatie |
2020 |
|---|---|
| België 1,5% |
1,5% |
| Verenigde Staten - |
- |
| Verenigd Koninkrijk 2,8% |
2,9% |
| Overige 2,1% |
1,9% |
| Totaal 1,9% |
1,4% |
Assumpties met betrekking tot toekomstige sterfte zijn gebaseerd op actuarieel advies in overeenstemming met gepubliceerde statistieken en ervaring voor elke regio. Deze assumpties worden vertaald in een gemiddelde levensverwachting in jaren voor een gepensioneerde die uit dienst treedt op de leeftijd van 65.
| 2019 | 2020 | |
|---|---|---|
| Levensverwachting voor een man van 65 (jaren) op de balansdatum | 19,7 | 20,2 |
| Levensverwachting voor een vrouw van 65 (jaren) op de balansdatum | 22,9 | 22,6 |
| Levensverwachting voor een man van 65 (jaren) tien jaar na de balansdatum | 20,5 | 20,9 |
| Levensverwachting voor een vrouw van 65 (jaren) tien jaar na de balansdatum | 23,7 | 23,4 |
Een sensitiviteitsanalyse levert volgende effecten op:
| Sensitiviteitsanalyse in duizend € |
Wijziging in veronder stelling |
Impact op toegezegdpensioenregelingen | ||
|---|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet | -0,50% | Stijging met | 31 561 | 6,0% |
| Salarisstijging | 0,50% | Stijging met | 10 667 | 2,0% |
| Gezondheidszorgkost | 0,50% | Stijging met | 197 | 0,10% |
| Levensverwachting | 1 jaar | Stijging met | 7 937 | 1,5% |
Bij bovenstaande sensitiviteitsanalyse werden alle andere veronderstellingen constant gehouden.
De Groep is door zijn toegezegdpensioenregelingen blootgesteld aan een aantal risico's, waarvan de belangrijkste hieronder zijn toegelicht:
| Volatiliteit van de activa | De verplichtingen van het plan worden berekend met behulp van een disconteringsvoet gebaseerd op bedrijfsobligatierendementen; wanneer de fondsbeleggingen dit rendement niet behalen, zal dit een tekort veroorzaken. |
|---|---|
| Wijzigingen in obligatierendementen |
Een afname van de rendementen op bedrijfsobligaties leidt tot een toename van de verplichtin gen, hoewel dit gedeeltelijk zal worden gecompenseerd door een waardestijging van de obligaties in portefeuille. |
| Salarisrisico | De brutoverplichtingen van de meeste regelingen worden berekend op basis van de toekomstige verloning van de deelnemers. Bijgevolg zal een hoger dan verwachte salarisstijging leiden tot hogere verplichtingen. |
| Langlevenrisico | Belgische pensioenplannen voorzien in de betaling van een éénmalige kapitaalsuitkering bij pensionering. Zodoende is er weinig of geen langlevenrisico. Pensioenplannen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voorzien in voordelen voor de deelnemers zolang zij leven, dus zal een toename in levensverwachting resulteren in een toename van de planverplichtingen. |
De gewogen gemiddelde vervaltermijnen van de brutoverplichtingen waren als volgt:
| Gewogen gemiddelde vervaltermijnen van de brutoverplichtingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| in jaren | 2019 | 2020 | |||
| België | 13,7 | 13,5 | |||
| Verenigde Staten | 12,1 | 12,1 | |||
| Verenigd Koninkrijk | 23,0 | 19,9 | |||
| Overige | 9,9 | 11,9 | |||
| Totaal | 14,7 | 14,1 |
Ontslagvergoedingen zijn geldmiddelen en andere vergoedingen die aan werknemers worden betaald wanneer hun dienstverband is beëindigd. De toename in 2020 was voornamelijk gerelateerd aan de aanleg van de voorziening voor het herstructureringsprogramma in België, gecompenseerd door het gebruik van deze provisie voor het uitbetalen van vergoedingen.
De andere langetermijnpersoneelsbeloningen hadden betrekking op jubileumpremies.
De Groep kent aan bepaalde werknemers Stock Appreciation Rights (SARs) toe die hen het recht geven om op de uitoefendatum de intrinsieke waarde van de SARs te ontvangen. Deze SARs worden verwerkt als in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen in overeenstemming met IFRS 2. De reële waarde van elke toekenning wordt herberekend op balansdatum, gebruik makend van hetzelfde binomiaal waarderingsmodel als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen (zie toelichting 6.13. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen'). Gebaseerd op de lokale regulering is de uitoefenprijs voor elke toekenning onder de SAR-plannen in de VS gelijk aan de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende de dertig dagen volgend op de datum van het aanbod. De uitoefenprijs van de andere SAR-plannen is bepaald op dezelfde wijze als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen: als de laagste waarde van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende dertig dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod, en (ii) de laatste slotkoers voorafgaand aan de datum van het aanbod.
Het model houdt rekening met volgende inputs voor alle toekenningen: de aandelenkoers op balansdatum: € 27,16 (2019: € 26,50), verwachte volatiliteit van 36% (2019: 35%), een verwacht dividend van 3,0% (2019: 3,0%), een wachtperiode van 3 jaar, een gemiddelde contractduur van 10 jaar, en een uitoefenfactor van 1,40 (2019: 1,40). De input voor de risicovrije rente varieert per toekenning en is gebaseerd op het rendement van de Belgische OLO's (Obligation Linéaire / Lineaire Obligatie) met een looptijd gelijk aan de looptijd van de bewuste SAR-toekenning.
De uitoefenprijzen en reële waardes van de uitstaande SARs per toekenning worden weergegeven in onderstaande tabel:
| toekenning in € |
Aantal toegekend |
Uitoefenprijs | Reële waarde per 31 dec 2019 |
Reële waarde per 31 dec 2020 |
|---|---|---|---|---|
| Toekenning 2012 | 21 200 | 27,63 | 3,80 | 3,20 |
| Toekenning 2013 | 20 900 | 22,09 | 6,43 | 6,58 |
| Toekenning 2014 | 36 800 | 25,66 | 5,36 | 5,41 |
| Toekenning 2015 | 40 200 | 25,45 | 5,73 | 5,86 |
| Toekenning 2016 | 20 250 | 28,38 | 5,23 | 5,34 |
| Toekenning 2017 | 26 375 | 38,86 | 3,76 | 3,79 |
| Toekenning 2018 | 16 875 | 37,06 | 4,31 | 4,33 |
| Details van andere SAR-plannen per toekenning in € |
Aantal toegekend |
Uitoefenprijs | Reële waarde per 31 dec 2019 |
Reële waarde per 31 dec 2020 |
|---|---|---|---|---|
| Toekenning 2012 | 19 500 | 25,14 | 4,69 | 4,25 |
| Toekenning 2013 | 24 500 | 19,20 | 8,03 | 8,43 |
| Exceptionele toekenning 2013 | 10 000 | 21,45 | 6,89 | 7,17 |
| Toekenning 2014 | 54 800 | 25,38 | 5,50 | 5,57 |
| Toekenning 2015 | 44 700 | 26,06 | 5,61 | 5,73 |
| Toekenning 2016 | 38 500 | 26,38 | 5,69 | 5,85 |
| Toekenning 2017 | 53 000 | 39,43 | 3,70 | 3,68 |
| Toekenning 2018 | 37 500 | 34,60 | 4,68 | 4,68 |
Op 31 december 2020 bedroeg de totale verplichting voor de VS SAR-plannen € 0,2 miljoen (2019: € 0,3 miljoen), terwijl de totale verplichting voor andere SAR-plannen € 0,7 miljoen bedroeg (2019: € 0,7 miljoen).
De Groep nam een totale opbrengst van € 0,1 miljoen op (2019: kost van € 0,4 miljoen) tijdens het jaar in verband met SARs.
De Groep kende aan bepaalde werknemers in geldmiddelen afgewikkelde prestatieaandeeleenheden toe die de begunstigde het recht geven de waarde van de prestatieaandelen te ontvangen: gedurende 2015, 2016 en 2017 volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017 en in 2019 en 2020 volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2018- 2020. Deze prestatieaandeeleenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachttijd van drie jaar afhankelijk van het bereiken van vooraf vastgelegde prestatiedoelstellingen. De prestatiedoelstellingen werden vastgelegd door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de Groep.
Deze prestatieaandeeleenheden worden verwerkt als in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen in overeenstemming met IFRS 2. De reële waarde van elke toekenning wordt herberekend op balansdatum, gebruik makend van hetzelfde binomiaal waarderingsmodel als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen (zie toelichting 6.13. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen'). Het model houdt rekening met volgende inputs voor alle toekenningen: de aandelenkoers op balansdatum: € 27,16 (2019: € 26,50), verwachte volatiliteit van 36% (2019: 35%), een verwacht dividend van 3,0% (2019: 3,0%), een wachtperiode van 3 jaar. De input voor de risicovrije rentevoet varieert per toekenning en is gebaseerd op het rendement van de Belgische OLO's met een vergelijkbare looptijd als de bewuste toekenning van prestatieaandeeleenheden.
De reële waarde van elke toekenning onder PSU 2018-2020 is gelijk aan de aandelenkoers op balansdatum aangezien de prestatiedoelstellingen niet-marktprijsgerelateerde voorwaarden zijn (Onderliggende EBITDA en operationale kasstroom).
De reële waardes van de uitstaande prestatieaandeeleenheden per toekenning worden weergegeven in onderstaande tabel:
| Details van prestatieaandeeleenheden per toekenning in € |
Aantal toegekend |
Reële waarde per 31 dec 2019 |
Reële waarde per 31 dec 2020 |
|
|---|---|---|---|---|
| PSU 2015-2017 | Toekenning 2017 | 13 500 | 5,51 | - |
| PSU 2018-2020 | Toekenning 2019 | 51 995 | 26,50 | 27,16 |
| PSU 2018-2020 | Toekenning 2020 | 45 141 | - | 27,16 |
| PSU 2018-2020 | Toekenning 2020 | 444 | - | 27,16 |
Op 31 december 2020 bedroeg de totale verplichting voor de VS-prestatieaandeeleenheden € 0,3 miljoen (2019: € 0,1 miljoen), terwijl de totale verplichting voor de andere prestatieaandeeleenheden € 1,3 miljoen bedroeg (2019: € 0,5 miljoen).
De Groep nam een totale kost van € 0,8 miljoen (2019: kost van € 0,6 miljoen) op tijdens het jaar in verband met prestatieaandeeleenheden.
Kortetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op verplichtingen voor verloning en sociale zekerheid die volledig betaalbaar zijn binnen de 12 maanden na het einde van de periode waarin werknemers de gerelateerde prestaties verrichten.
| Herstruc | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | turering | Geschillen | Milieu | Overige | Totaal |
| Per 1 januari 2019 | 16 205 | 6 792 | 33 290 | 9 937 | 66 224 |
| Bijkomende voorzieningen | 4 904 | 9 620 | 403 | 224 | 15 152 |
| Terugnemingen ongebruikte bedragen | -60 | -5 134 | -654 | -406 | -6 254 |
| Toename in contante waarde | - | - | - | 202 | 202 |
| Opgenomen in de winst-en | |||||
| verliesrekening | 4 844 | 4 486 | -250 | 20 | 9 100 |
| Aanwendingen van het jaar | -8 885 | -2 950 | -577 | -831 | -13 243 |
| Wijziging in de grondslagen voor | |||||
| financiële verslaggeving | - | - | - | -7 032 | -7 032 |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen | -10 | 130 | 25 | 32 | 177 |
| Per 31 december 2019 | 12 155 | 8 458 | 32 488 | 2 127 | 55 227 |
| Waarvan | |||||
| op ten hoogste een jaar | 11 104 | 4 246 | 14 574 | 298 | 30 222 |
| op meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar | 1 051 | 3 813 | 1 973 | 1 518 | 8 355 |
| op meer dan vijf jaar | - | 399 | 15 941 | 311 | 16 651 |
| Herstruc | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | turering | Geschillen | Milieu | Overige | Totaal |
| Per 1 januari 2020 | 12 155 | 8 458 | 32 488 | 2 127 | 55 227 |
| Bijkomende voorzieningen | 755 | 2 391 | 2 090 | 935 | 6 170 |
| Terugnemingen ongebruikte bedragen | -1 542 | -2 596 | -5 789 | -153 | -10 080 |
| Toename in contante waarde | - | - | - | 43 | 43 |
| Opgenomen in de winst-en | |||||
| verliesrekening | -787 | -205 | -3 699 | 825 | -3 867 |
| Aanwendingen van het jaar | -4 148 | -1 077 | -8 766 | -169 | -14 160 |
| Overdrachten | -390 | -369 | 24 | 734 | - |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen | -305 | -208 | -31 | -69 | -613 |
| Per 31 december 2020 | 6 525 | 6 600 | 20 015 | 3 448 | 36 588 |
| Waarvan | |||||
| op ten hoogste een jaar | 6 467 | 3 389 | 737 | 828 | 11 421 |
| op meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar | 58 | 3 211 | 3 988 | 2 364 | 9 621 |
| op meer dan vijf jaar | - | - | 15 290 | 256 | 15 546 |
De daling van de herstructureringsprogramma's had voornamelijk betrekking op het aanwenden van de provisie gelinkt aan de sluiting van de rubberversterkingsfabriek in Figline (Italië) en van de staaldraadtoepassingenfabriek in Shelbyville (Noord-Amerika), en een terugname van de herstructureringsvoorziening in Maleisië.
Voorzieningen voor geschillen hielden in hoofdzaak verband met productkwaliteitsklachten en productgaranties in meerdere entiteiten.
Milieuvoorzieningen hadden voornamelijk betrekking op vestigingen in EMEA. De verwachte bodemsaneringskosten worden elk jaar opnieuw geschat, gebaseerd op een evaluatie door een extern expert. Het is onzeker wanneer de kosten zullen worden gemaakt, want dit hangt vaak af van beslissingen inzake de bestemming van de sites. De daling in de milieuvoorzieningen had hoofdzakelijk te maken met de verkoop van de site in Hemiksem (België) waarbij een deel van de voorziening werd aangewend en een deel werd teruggenomen, gedeeltelijk gecompenseerd door een nieuwe milieuvoorziening die werd aangelegd in Bekaert Sardegna.
De stijging in de overige voorzieningen had voornamelijk betrekking op herclassificeringen en bijkomende voorzieningen voor rechtszaken.
De volgende tabel toont een analyse van de nettoboekwaarde van de rentedragende schulden van de Groep, per contractuele vervaldatum:
| 2019 in duizend € |
Vervallend binnen het jaar |
Vervallend over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar |
Vervallend over meer dan 5 jaar |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Rentedragende schulden | ||||
| Financiële leasing | 19 728 | 42 689 | 25 835 | 88 253 |
| Kredietinstellingen | 358 843 | 182 019 | 50 000 | 590 862 |
| Schuldschein-lening | - | 188 349 | 131 019 | 319 368 |
| Obligatieleningen | 45 614 | - | 200 000 | 245 614 |
| Converteerbare obligatieleningen | - | 364 399 | - | 364 399 |
| Totaal financiële schulden | 424 184 | 777 456 | 406 854 | 1 608 495 |
| 2020 in duizend € |
Vervallend binnen het jaar |
Vervallend over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar |
Vervallend over meer dan 5 jaar |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Rentedragende schulden | ||||
| Leaseverplichtingen | 19 746 | 39 603 | 21 157 | 80 505 |
| Ontvangen kaswaarborgen | - | 51 | 120 | 171 |
| Kredietinstellingen | 246 817 | 187 511 | - | 434 328 |
| Schuldschein-lening | - | 298 702 | 20 933 | 319 635 |
| Obligatieleningen | - | - | 400 000 | 400 000 |
| Converteerbare obligatieleningen | 375 092 | - | - | 375 092 |
| Totaal financiële schulden | 641 655 | 525 867 | 442 210 | 1 609 732 |
Een analyse van de contractueel overeengekomen, niet-verdisconteerde kasuitstromen met betrekking tot financiële verplichtingen van de Groep wordt voorgesteld in toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'. De financiële schuld vervallend binnen het jaar is met € 217,5 miljoen gestegen door het feit dat de converteerbare obligatielening komt te vervallen in juni 2021 (€ 375,1 miljoen), deels gecompenseerd door een daling in de kredietinstellingen (€ -112,0 miljoen) en het wegvallen van een vervallen obligatielening (€ -45,6 miljoen).
In principe gaan entiteiten van de Groep leningen aan in hun lokale valuta om valutarisico's te vermijden. Als de financiering in een andere valuta gebeurt, zonder enige compenserende balanspositie, dekken de entiteiten het valutarisico af door middel van derivaten (cross-currency interest-rate swaps of termijnwisselcontracten). Obligatieleningen, commercial paper en schulden tegenover kredietinstellingen zijn niet gewaarborgd, met uitzondering van de factoring-programma's.
Voor meer informatie over het beheer van financiële risico's verwijzen wij naar toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
In overeenstemming met alle financiële derivate vorderingen en schulden, is het derivaat dat de in de converteerbare obligatielening besloten conversieoptie vertegenwoordigt (€ 0,03 miljoen tegenover € 0,1 miljoen in 2019) niet opgenomen in de nettoschuld (zie toelichting 6.19. 'Overige verplichtingen op meer dan een jaar').
De volgende tabel geeft een overzicht van de berekening van de nettoschuld.
| 2019 in duizend € |
2020 |
|---|---|
| 1 184 310 Rentedragende schulden op meer dan een jaar |
968 076 |
| 424 184 Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar |
641 655 |
| Totaal financiële schulden 1 608 495 |
1 609 732 |
| -6 518 Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar |
-7 451 |
| -8 779 Leningen op ten hoogste een jaar |
-7 707 |
| Geldbeleggingen -50 039 |
-50 077 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten -566 176 |
-940 416 |
| Nettoschuld 976 984 |
604 081 |
Om tegemoet te komen aan de toelichtingsvereisten van IAS 7 'Het kasstroomoverzicht' toont deze sectie een overzicht van de wijzigingen in verplichtingen die ontstaan uit financieringsactiviteiten. De opdeling in langetermijnschulden en kortetermijnschulden is gebaseerd op de initiële looptijd van de schuld. In het geconsolideerd kasstroomoverzicht worden de kasstromen met betrekking tot rentedragende langetermijnschulden opgedeeld in inkomsten en aflossingen. Overnames en afstotingen hadden in 2020 betrekking op de overname van Grating Peru SAC. In 2020 hadden de overige wijzigingen in financiële schuld hoofdzakelijk betrekking op non-cash bewegingen in de leaseverplichtingen (€ 22,0 miljoen) (zie ook toelichting 6.4. 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa'), en opgelopen rente uit afschrijvingen op verplichtingen via de effectieverentemethode (€ 11,0 miljoen). Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden omvatten swaps en opties die zorgen voor een (economische) afdekking van renterisico's, zie toelichting 7.2. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'. Overnames en afstotingen hadden in 2019 betrekking op het uitdoven van de put-optie als onderdeel van de transactie waarbij de Groep de minderheidsbelangen van Maccaferri heeft ingekocht. In 2019 hadden de overige wijzigingen in financiële schuld hoofdzakelijk betrekking op non-cash bewegingen van de leaseverplichting ten gevolge van de toepassing van IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' (€ 108,0 miljoen) (zie ook toelichting 6.4. 'Recht-op-gebruik (RoU) vaste activa'), en opgelopen rente uit afschrijvingen op verplichtingen via de effectieverentemethode (€ 14,2 miljoen).
| Niet-kasstromen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 in duizend € |
Per 1 januari | Kasstromen | Overnames en afstotingen |
Gecumuleerde omrekenings verschillen |
Reëlewaarde wijzigingen |
Overige wijzigingen |
Per 31 december |
| Financiële schulden | |||||||
| Langetermijnschulden1 | 1 372 759 | -89 560 | - | -1 594 | - | 122 199 | 1 403 804 |
| Financiële leasing | 2 664 | - | - | - | - | -2 664 | - |
| Leaseverplichtingen | - | -27 866 | - | 1 784 | - | 114 335 | 88 253 |
| Kredietinstellingen | 775 461 | -385 912 | - | -3 378 | - | - | 386 171 |
| Schuldschein-lening | - | 319 218 | - | - | - | 150 | 319 368 |
| Obligatieleningen | 240 614 | 5 000 | - | - | - | - | 245 614 |
| Converteerbare obligatieleningen |
354 021 | - | - | - | - | 10 378 | 364 398 |
| Kortetermijnschulden | 255 946 | -76 715 | - | 25 460 | - | - | 204 691 |
| Totaal financiële schulden | 1 628 705 | -166 275 | - | 23 866 | - | 122 199 | 1 608 495 |
| Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden |
|||||||
| Interest-rate swaps | - | - | - | - | 496 | - | 496 |
| Cross-currency interest-rate swaps |
522 | - | - | - | -4 227 | - | -3 705 |
| Overige verplichtingen uit financieringsactiviteiten |
|||||||
| Put -opties op minderheids | |||||||
| belangen | 11 033 | - | -11 033 | - | - | - | - |
| Conversiederivaat | 220 | - | - | - | -105 | - | 115 |
| Totaal verplichtingen uit financieringsactiviteiten |
1 640 480 | -166 275 | -11 033 | 23 866 | -3 837 | 122 199 | 1 605 400 |
1 Inclusief het deel van de schulden op meer dan een jaar dat binnen het jaar vervalt, nl. € 686,1 miljoen per 1 januari en € 219,5 miljoen per 31 december.
| 2020 in duizend € |
Per 1 januari | Kasstromen | Overnames en afstotingen |
Gecumuleerde omrekenings verschillen |
Reëlewaarde wijzigingen |
Overige wijzigingen |
Per 31 december |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële schulden | |||||||
| Langetermijnschulden1 | 1 403 804 | -46 364 | - | -9 486 | - | 32 912 | 1 380 866 |
| Financiële leasing | - | 175 | - | -3 | - | - | 171 |
| Leaseverplichtingen | 88 253 | -25 785 | - | -3 914 | - | 21 952 | 80 505 |
| Kredietinstellingen | 386 171 | -175 139 | - | -5 569 | - | - | 205 463 |
| Schuldschein-lening | 319 368 | - | - | - | - | 267 | 319 635 |
| Obligatieleningen | 245 614 | 154 386 | - | - | - | - | 400 000 |
| Converteerbare obligatieleningen |
364 398 | - | - | - | - | 10 694 | 375 092 |
| Kortetermijnschulden | 204 691 | 41 358 | 1 237 | -18 420 | - | - | 228 865 |
| Totaal financiële schulden | 1 608 495 | -5 006 | 1 237 | -27 906 | - | 32 912 | 1 609 732 |
| Derivaten aangehouden ter afdekking van financiële schulden |
|||||||
| Interest-rate swaps | 496 | - | - | - | 585 | - | 1 081 |
| Cross-currency interest-rate swaps |
-3 705 | - | - | - | -1 325 | - | -5 030 |
| Overige verplichtingen uit financieringsactiviteiten |
|||||||
| Conversiederivaat | 115 | - | - | - | -81 | - | 34 |
| Totaal verplichtingen uit financieringsactiviteiten |
1 605 400 | -5 006 | 1 237 | -27 906 | -820 | 32 912 | 1 605 817 |
1 Inclusief het deel van de schulden op meer dan een jaar dat binnen het jaar vervalt, nl. € 219,5 miljoen per 1 januari en € 412,8 miljoen per 31 december.
| Nettoboekwaarde in duizend € |
2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Overige schulden op meer dan één jaar | 150 | 150 |
| Derivaten (zie toelichting 7.2.) | 115 | 1 081 |
| Totaal | 265 | 1 231 |
De derivaten hadden betrekking op een interest-rate swap om de variabele rente in enkele van de Schuldschein-leningen af te dekken (€ 1,1 miljoen) (zie toelichting 6.18. 'Rentedragende schulden' en 7.2. 'Beheer van risico's en derivaten').
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Overige verplichtingen | 7 375 | 9 939 |
| Derivaten (zie toelichting 7.2.) | 2 116 | 1 885 |
| Ontvangen voorschotten | 18 791 | 15 682 |
| Overige belastingen | 30 307 | 27 073 |
| Overlopende rekeningen (passief) | 9 399 | 9 872 |
| Totaal | 67 988 | 64 451 |
De derivaten bevatten termijnwisselcontracten (€ 1,6 miljoen (2019: € 1.4 miljoen)) and CCIRSs (€ 0,2 miljoen (2019: € 0,7 miljoen)). Overige belastingen hadden in hoofdzaak betrekking op BTW, afhoudingen op lonen en wedden en niet-winstgebaseerde belastingen.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belastingvorderingen, belastingschulden en onzekere belastingposities opgenomen op balansdatum. De belastingvorderingen en -schulden bevatten zowel inkomstenbelastingen als BTW en overige belastingen.
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Belastingvorderingen 1 | 93 150 | 83 487 |
| Vaststaande belastingschulden 2 | 47 990 | 48 976 |
| Onzekere belastingposities 3 | 64 728 | 31 639 |
1 Het saldo van 2019 is aangepast door toevoeging van belastingvorderingen andere dan winstbelastingen (€ 2,5 miljoen).
2 Het saldo van 2019 is aangepast door toevoeging van belastingschulden andere dan winstbelastingen (€ 10,4 miljoen) en ingehouden belastingen m.b.t. personneel (€ 8,5 miljoen).
3 In 2020 zijn een aantal belastingcontroles afgerond wat aanleiding gaf tot een bijkomende belastingkost enerzijds en het vrijvallen van voorzieningen voor onzekere belastingposities anderzijds.
| Samenvatting |
|---|
| -------------- |
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| EBIT | 155 017 | 256 527 |
| Posten zonder kasstroomeffect opnieuw bijgeteld bij EBIT | 248 271 | 216 067 |
| EBITDA | 403 288 | 472 594 |
| Overige brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | -61 567 | -91 535 |
| Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 341 721 | 381 059 |
| Wijzigingen in operationeel werkkapitaal 1 | 168 549 | 124 419 |
| Overige bedrijfskasstromen | 14 056 | -556 |
| Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 524 326 | 504 921 |
| Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten | -91 089 | -31 209 |
| Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten | -268 793 | -82 741 |
| Toename of afname in geldmiddelen en kasequivalenten | 164 444 | 390 972 |
1 De waarde verschilt van de organische afname gerapporteerd in toelichting 6.8. 'Operationeel werkkapitaal' door een herclassificering van € -16,1 miljoen voor handelsvorderingen gerelateerd aan investeringen in materiële vaste activa op jaareinde (2019: € -20,6 miljoen).
Het overzicht van de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten is opgesteld volgens de indirecte methode, terwijl de directe methode gevolgd werd voor de kasstromen uit andere activiteiten. De directe methode is gericht op het classificeren van brutokasinstromen en brutokasuitstromen per categorie.
| Details van geselecteerde bedrijfskasstromen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in bedrijfsresultaat (EBIT) | ||
| Afschrijvingen en waardeverminderingen 1 | 229 069 | 202 103 |
| Bijzondere waardeverminderingen op activa | 19 202 | 13 964 |
| Posten zonder kasstroomeffect opnieuw bijgeteld bij EBIT | 248 271 | 216 067 |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen: aanleg / terugname (-) van | ||
| ongebruikte bedragen | 41 385 | 49 703 |
| Overige voorzieningen: aanleg / terugname (-) van ongebruikte bedragen | 11 152 | -3 909 |
| In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde | ||
| betalingen | 4 390 | 8 556 |
| Overige posten zonder kasstroomeffect verwerkt in bedrijfsresultaat (EBIT) | 56 928 | 54 350 |
| Totaal | 305 198 | 270 417 |
| Investeringsposten verwerkt in bedrijfsresultaat (EBIT) | ||
| Winst (-) of verlies bij verkoop van activiteiten | - | 705 |
| Winst (-) of verlies bij verkoop van immateriële en materiële vaste activa | 3 428 | -39 331 |
| Totaal | 3 428 | -38 626 |
| Terugname gebruikte bedragen op voorzieningen voor personeelsbeloningen en | ||
| overige voorzieningen | ||
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen: gebruikte bedragen | -45 801 | -36 596 |
| Overige voorzieningen: gebruikte bedragen | -15 498 | -14 160 |
| Totaal | -61 299 | -50 756 |
| Betaalde winstbelastingen | ||
| Verschuldigde winstbelastingen | -56 451 | -36 744 |
| Toename of afname (-) in nettoverplichtingen m.b.t. winstbelastingen | -4 173 | -19 760 |
| Totaal | -60 624 | -56 504 |
| Overige bedrijfskasstromen | ||
| Bewegingen in overige vlottende activa en verplichtingen op ten hoogste een jaar | 10 610 | -1 225 |
| Overige | 3 446 | 669 |
| Totaal | 14 056 | -556 |
1 Inclusief € -7,3 miljoen (2019: € -7,1 miljoen) afwaarderingen / (terugnames van afwaarderingen) op voorraden en handelsvorderingen (zie toelichting 6.8. 'Operationeel werkkapitaal').
Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten stegen met € +39,3 miljoen als gevolg van betere operationele prestaties (€ +69,3 miljoen EBITDA), lagere aanwending van overige voorzieningen en voorzieningen voor personeelsbeloningen (€ 10,5 miljoen) en de aanpassing van de investeringsposten verwerkt in het bedrijfsresultaat was € 42,1 miljoen hoger, wat het resultaat was van de verkoop van onroerend goed in Scheldestroom NV.
De kasinstroom door de afname in werkkapitaal bedroeg € +124,4 miljoen in 2020 (2019: € 168,5 miljoen) (zie organische afname in toelichting 6.8. 'Operationeel werkkapitaal'). Dit was een gecombineerd effect van lagere voorraadniveaus als gevolg van een striktere controle van de voorraadniveaus, lagere handelsvorderingen en hogere handelsschulden als gevolg van de constante inspanningen om de betalingstermijnen te spiegelen aan de betalingstermijnen van de klanten.
Overige bedrijfskasstromen hadden voornamelijk te maken met verschuivingen in overige vorderingen en verplichtingen die niet vervat zitten in het werkkapitaal en geen verband houden met investerings- of financieringsactiviteiten.
In 2020 werden € 56,5 miljoen winstbelastingen betaald. De meeste belastingen werden betaald in China (€ 19,4 miljoen), België (€ 12,9 miljoen), Turkije (€ 6,5 miljoen) en Indonesië (€ 4,9 miljoen).
Nieuwe bedrijfscombinaties hebben hoofdzakelijk betrekking op de investeringen in nieuwe joint ventures in 2020.
Kasuitstromen van investeringen in materiële vaste activa namen toe van € 94,5 miljoen in 2019 tot € 104,5 miljoen in 2020.
In 2019 werd de earn-out voor de verkoop van de droogsysteem-activiteiten weergegeven in 'Inkomsten uit verkoop van deelnemingen'.
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa hadden in 2020 betrekking op de verkoop van (1) Bekaert sites in België, (2) gronden en gebouwen als gevolg van de herstructurering in België en (3) de Belton, Texas fabriek als gevolg van de herstructurering in de Verenigde Staten. In 2019 was er enkel een beperkt bedrag voor de verkoop van activa.
De volgende tabel verschaft meer details in verband met welbepaalde investeringskasstromen:
| Details van geselecteerde investeringskasstromen | |
|---|---|
| 2019 in duizend € |
2020 |
| Overige portfolio-investeringen | |
| Nieuwe bedrijfscombinaties - |
-978 |
| Totaal - |
-978 |
| Inkomsten uit verkoop van vaste activa | |
| Inkomsten uit verkoop van materiële vaste activa 1 349 |
48 199 |
| Inkomsten uit verkoop van recht op verkoop vast actief - |
3 861 |
| Totaal 1 349 |
52 060 |
Nieuwe rentedragende langetermijnschulden (€ 201,3 miljoen) sloegen vooral op de nieuwe obligatielening (2019: € 585,7 miljoen, hoofdzakelijk gerelateerd aan de nieuwe obligatielening uitgegeven in oktober 2019 (€ 200,0 miljoen), de kasinstroom van de Schuldschein-leningen (€ 320,5 miljoen) en de financieringstransacties in China, Chili en Peru (€ 66,5 miljoen)). Aflossing van rentedragende langetermijnschulden (€ -247,7 miljoen) hield voornamelijk verband met de terugbetaling van een obligatielening (€ -45,6 miljoen) en de herfinanciering van locale leningen in België (€ -75,0 miljoen), China (€ -91,3 miljoen), in Chili (€ -9,1 miljoen) en in het Verenigd Koninkrijk (€ -2,6 miljoen). Kasinstroom uit kortetermijnschulden beliep € 41,4 miljoen in 2020 (2019: kasuitstroom € -76,7 miljoen). Voor een overzicht van de bewegingen in verplichtingen die ontstaan uit financieringsactiviteiten, zie toelichting 6.18. 'Rentedragende schulden'.
In 2020 beliepen de transacties in eigen aandelen € 1,1 miljoen (2019: bijna geen) en bestonden uit inkomsten uit de uitoefening van aandelenopties.
In 2020 omvatten de 'Verkopen en aankopen van minderheidsbelangen' de aankoop van de (20%) aandelen voorafgaand aangehouden door Continental Global Holding Netherlands BV in Bekaert Slatina SRL in Roemenië (€ -9,0 miljoen). In 2019 omvatte het de buy-out van Maccaferri's 50% aandeel in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA (€ -9,5 miljoen).
Ontvangsten uit overige financieringskasstromen waren het gevolg van de uitgifte van nieuwe aandelen ten gevolge van de uitoefening van inschrijvingsrechten (€ 0,2 milljoen vs geen in 2019), bijdrage van minderheidsaandeelhouders in kapitaalverhogingen (geen vs € 0,7 miljoen in 2019), en netto-ontvangsten uit leningen en vorderingen (€ -0,2 miljoen vs € -11,9 miljoen in 2019). Overige financiële opbrengsten en lasten omvatten in hoofdzaak belastingen en bankkosten op financiële transacties (€ -3,4 miljoen tegenover € -3,8 miljoen in 2019).
De volgende tabel verschaft meer details in verband met welbepaalde financieringskasstromen:
| Details van geselecteerde financieringskasstromen | |
|---|---|
| in duizend € 2019 |
2020 |
| Overige financieringsstromen | |
| Nieuwe aandelen uitgegeven voor uitgeoefende warrants - |
153 |
| Bijdrage van minderheidsaandeelhouders in kapitaalverhogingen 652 |
- |
| Toename (-) of afname van kort- en langlopende leningen en financiële vorderingen 11 902 |
-211 |
| Toename (-) of afname van financiële activa op ten hoogste een jaar -3 |
-46 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten -5 012 |
-4 215 |
| Totaal 7 540 |
-4 319 |
De Groep is blootgesteld aan risico's als gevolg van bewegingen in wisselkoersen, rentevoeten en marktprijzen die haar activa en verplichtingen beïnvloeden. Het financieel risicobeheer van de Groep heeft tot doel om de effecten van deze marktrisico's als gevolg van haar operationele en financiële activiteiten te beperken. Naargelang het ingeschatte risico worden daartoe welbepaalde derivaten als afdekkingsinstrumenten ingezet. De Groep dekt voornamelijk risico's af die de kasstromen beïnvloeden. Derivaten worden enkel gebruikt als afdekkingsinstrument en niet voor handels- of speculatieve doeleinden. Om het kredietrisico te beperken, worden afdekkingstransacties over het algemeen enkel aangegaan met financiële instellingen die tenminste een A-kredietscore hebben.
De richtlijnen en principes van het financieel risicobeheer van Bekaert worden vastgelegd door het Audit, Risk en Finance Comité en gecontroleerd door de Raad van Bestuur van de Groep. De Groepsdienst Thesaurie is verantwoordelijk voor de implementatie van het financieel risicobeleid. Dit houdt in dat gepaste richtlijnen worden gedefinieerd en effectieve controle- en verslaggevingsprocedures worden opgezet. Het Audit, Risk en Finance Comité wordt geregeld geïnformeerd over de blootstelling aan valuta- en renterisico's.
Het valutarisico van de Groep kan opgedeeld worden in twee categorieën: valutatranslatierisico en valutatransactierisico.
Een valutatranslatierisico ontstaat wanneer de financiële gegevens van buitenlandse dochterondernemingen omgezet worden naar de presentatievaluta van de Groep, de euro. De voornaamste valuta's zijn de Chinese renminbi, de US dollar, de Tsjechische kroon, de Braziliaanse real, de Chileense peso, de Russische roebel, de Indische roepie en de pond sterling. Aangezien er geen kasstroomeffect is, dekt de Groep dit risico gewoonlijk niet af.
De Groep is blootgesteld aan valutatransactierisico's die voortvloeien uit haar investerings-, financierings- en bedrijfsactiviteiten.
Valutarisico's op het vlak van investeringen ontstaan uit de overname of de verkoop van deelnemingen in buitenlandse vennootschappen, en soms ook uit te ontvangen dividenden vanuit buitenlandse deelnemingen. Indien materieel geacht, worden deze risico's afgedekt door middel van termijnwisselcontracten.
Valutarisico's op het vlak van financiering ontstaan uit financiële verplichtingen in vreemde valuta's. De Groepsdienst Thesaurie dekt deze risico's af en maakt hiervoor gebruik van cross-currency interest-rate swaps en termijnwisselcontracten om financiële verplichtingen in vreemde valuta's om te zetten naar de functionele valuta van de betrokken entiteit. Op de verslagdatum bestonden de verplichtingen in vreemde valuta waarvoor het valutarisico werd afgedekt voornamelijk uit intragroepsleningen in euro en US dollar.
Valutarisico's in het kader van bedrijfsactiviteiten vloeien voort uit commerciële activiteiten met aan- en verkopen in vreemde valuta, alsook betalingen en ontvangsten van royalty's. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om het valutarisico op de verwachte kasinstromen en kasuitstromen voor de volgende drie maanden te beperken. Belangrijke blootstellingen en vaststaande toezeggingen buiten dit tijdskader kunnen ook afgedekt worden.
Volgende tabel geeft een samenvatting van de nettoposities van de Groep voor de belangrijkste valutaparen met betrekking tot bedrijfs-, investerings- en financiële vorderingen en schulden in vreemde valuta op de verslagdatum. De nettoposities van de valuta zijn vóór eliminaties van intragroepsverrichtingen. Een positief bedrag betekent dat de Groep een nettovordering heeft in de eerste valuta. In de tabel vertegenwoordigt de kolom 'Totaal risico' de balanspositie, terwijl de kolom 'Totaal derivaten' alle derivaten omvat ter afdekking van zowel de balanspositie als de verwachte transacties.
| Valutapaar - 2019 | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Totaal risico | Totaal derivaten | Nettopositie |
| AUD/USD | 1 614 | -6 044 | -4 431 |
| BRL/EUR | 25 900 | - | 25 900 |
| CLP/EUR | -20 164 | - | -20 164 |
| CZK/EUR | 870 | -820 | 50 |
| EUR/CNY | -81 668 | 39 553 | -42 116 |
| EUR/GBP | -8 033 | 6 101 | -1 932 |
| EUR/INR | -33 154 | - | -33 154 |
| EUR/MYR | -15 551 | 15 000 | -551 |
| EUR/RON | -42 080 | 7 473 | -34 607 |
| EUR/USD | -2 043 | 6 212 | 4 169 |
| IDR/USD | 8 199 | - | 8 199 |
| JPY/CNY | 4 792 | -2 657 | 2 135 |
| JPY/USD | 4 158 | -2 478 | 1 680 |
| NOK/GBP | 9 547 | - | 9 547 |
| NZD/USD | -9 347 | -859 | -10 206 |
| RUB/EUR | 32 263 | -32 256 | 8 |
| TRY/EUR | 25 074 | - | 25 074 |
| USD/BRL | -20 256 | - | -20 256 |
| USD/CLP | 8 004 | - | 8 004 |
| USD/CNY | -59 157 | 68 126 | 8 968 |
| USD/COP | -10 586 | 18 359 | 7 773 |
| USD/EUR | 230 415 | -254 001 | -23 587 |
| USD/GBP | 100 058 | - | 100 058 |
| USD/INR | -42 405 | 18 539 | -23 866 |
| in duizend € | Totaal risico | Totaal derivaten | Nettopositie |
|---|---|---|---|
| BRL/EUR | 2 104 | - | 2 104 |
| CZK/EUR | 11 317 | 3 908 | 15 225 |
| EUR/CNY | -27 568 | -2 500 | -30 068 |
| EUR/GBP | -4 047 | 2 464 | -1 583 |
| EUR/INR | -33 691 | 18 530 | -15 161 |
| EUR/MYR | -23 277 | - | -23 277 |
| EUR/RON | -31 373 | - | -31 373 |
| EUR/RUB | -28 520 | 21 866 | -6 654 |
| EUR/USD | -2 648 | 4 014 | 1 365 |
| IDR/USD | 2 497 | - | 2 497 |
| JPY/CNY | 5 143 | -2 554 | 2 589 |
| JPY/USD | 3 504 | -2 042 | 1 462 |
| NOK/GBP | 11 878 | - | 11 878 |
| NZD/USD | -9 585 | -765 | -10 350 |
| RUB/EUR | 21 869 | - | 21 869 |
| TRY/EUR | 14 378 | - | 14 378 |
| USD/BRL | -17 094 | - | -17 094 |
| USD/CLP | 1 586 | - | 1 586 |
| USD/CNY | 17 752 | 8 300 | 26 052 |
| USD/COP | 2 515 | 11 744 | 14 259 |
| USD/EUR | 140 981 | -82 843 | 58 138 |
| USD/GBP | -2 438 | - | -2 438 |
| USD/INR | -48 221 | - | -48 221 |
De redelijkerwijs mogelijke schommelingen die gebruikt worden in deze berekening, zijn gebaseerd op de volatiliteit op jaarbasis met betrekking tot de dagelijkse wisselkoersbewegingen gedurende de verslagperiode, met een betrouwbaarheidsinterval van 95%.
Indien de valuta's verzwakt of versterkt waren met de redelijkerwijs mogelijke procenten en indien alle andere variabelen constant gebleven waren, zou het perioderesultaat vóór belastingen € 1,6 miljoen (2019: € 7,3 miljoen) lager respectievelijk hoger geweest zijn.
Per 31 december 2020 maakt de Groep geen gebruik van hedge accounting (idem per 31 december 2019).
De Groep is onderworpen aan renterisico en dit voornamelijk op schulden in US dollar, Chinese renminbi en euro. Om het effect van rentevoetfluctuaties in de betrokken regio's te minimaliseren, wordt het renterisico op de nettoschuld uitgedrukt in deze valuta's afzonderlijk beheerd. De volgende algemene richtlijnen worden toegepast om het renterisico af te dekken:
De Groepsdienst Thesaurie gebruikt interest-rate swaps en cross-currency interest-rate swaps om ervoor te zorgen dat de vaste/ variabele renteverhouding van langlopende schulden binnen de limieten blijft.
Het volgende overzicht toont de gewogen gemiddelde rentevoeten, exclusief het effect van swaps, op balansdatum.
De converteerbare obligatielening wordt aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode wat resulteert in de spreiding van de conversieoptie en de transactiekosten over de duur van de verplichting via de rentelasten. Bijgevolg zullen de effectieve rentelasten hoger zijn dan de nominale rentelasten.
| Lange termijn | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | Korte | |||
| 2019 | rentevoet | rentevoet | Totaal | termijn | Totaal |
| US dollar | 4,65% | 4,12% | 4,28% | 2,77% | 3,06% |
| Chinese renminbi | - | 4,63% | 4,63% | 4,13% | 4,44% |
| Euro | 1,26% | 1,40% | 1,32% | 1,25% | 1,32% |
| Overige | 6,74% | - | 6,74% | 5,22% | 5,72% |
| Totaal | 1,65% | 2,06% | 1,75% | 3,57% | 2,16% |
| Lange termijn | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | Korte | |||
| 2020 | rentevoet | rentevoet | Totaal | termijn | Totaal |
| US dollar | 4,69% | 3,50% | 4,10% | 1,72% | 2,06% |
| Chinese renminbi | - | 3,71% | 3,71% | 3,80% | 3,79% |
| Euro | 1,39% | 1,48% | 1,43% | 0,55% | 1,43% |
| Overige | 6,31% | - | 6,31% | 3,92% | 4,83% |
| Totaal | 1,72% | 1,67% | 1,71% | 2,82% | 1,92% |
Zoals vermeld in toelichting 6.18. 'Rentedragende schulden' bedroeg de totale financiële schuld van de Groep € 1 609,7 miljoen op 31 december 2020 (2019: € 1 608,5 miljoen). De volgende tabel toont het valuta- en renteprofiel, d.i. de procentuele verdeling van de totale financiële schuld per valuta en per type van rentevoet (vast, vlottend), inclusief het effect van swaps.
| Lange termijn | ||||
|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | vlottende | ||
| 2019 | rentevoet | rentevoet | rentevoet | Totaal |
| US dollar | 1,00% | 2,20% | 14,10% | 17,30% |
| Chinese renminbi | - | 1,90% | 1,20% | 3,10% |
| Euro | 54,70% | 14,70% | 0,20% | 69,60% |
| Overige | 3,30% | - | 6,70% | 10,00% |
| Totaal | 59,00% | 18,80% | 22,20% | 100,00% |
| Lange termijn Korte termijn |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste | Vlottende | vlottende | |||
| 2020 | rentevoet | rentevoet | rentevoet | Totaal | |
| US dollar | 0,80% | 0,80% | 9,10% | 10,70% | |
| Chinese renminbi | - | 0,50% | 4,40% | 4,90% | |
| Euro | 62,10% | 13,00% | 0,30% | 75,40% | |
| Overige | 3,40% | - | 5,60% | 9,00% | |
| Totaal | 66,30% | 14,30% | 19,40% | 100,00% |
De volgende tabel toont voor de belangrijkste valuta's de redelijkerwijs mogelijke schommelingen met een 95%-betrouwbaarheidsinterval; de cijfers zijn gebaseerd op de volatiliteit op jaarbasis van de dagelijkse noteringen van de Interbank Offered Rate op 3 maanden in 2020 en 2019.
| 2019 | Rentevoet per 31 december |
Redelijkerwijs mogelijke schommelingen (+/-) |
|---|---|---|
| Chinese renminbi 1 | 2,64% | 0,44% |
| Euro | 0,00% | 0,00% |
| US dollar | 1,91% | 0,28% |
| 2020 | Rentevoet per 31 december |
Redelijkerwijs mogelijke schommelingen (+/-) |
|---|---|---|
| Chinese renminbi 1 | 2,53% | 0,42% |
| Euro | 0,00% | 0,00% |
| US dollar | 0,24% | 0,24% |
1 Voor de Chinese renminbi werd de PBOC-referentievoet voor leningen op hoogstens 6 maand genomen.
Indien we de geschatte mogelijke renteschommelingen toepassen op de schuld met vlottende rentevoet – in de veronderstelling dat alle andere variabelen constant bleven – zou het perioderesultaat vóór belastingen € 3,9 miljoen (2019: € 1,7 miljoen) hoger/ lager geweest zijn. Aangezien de EURIBOR negatief was en Bekaert een 0% floor in voege heeft, gaan rederlijkerwijs mogelijke schommelingen van de EURIBOR geen effect genereren met uitzondering van de reëlewaardebepaling van de interest-rate swap op balansdatum.
De Groep maakt geen gebruik van hedge accounting per 31 december 2020 (2019: ook niet) en bijgevolg was geen gevoeligheidsanalyse vereist.
De Groep is blootgesteld aan kredietrisico's ten gevolge van haar bedrijfsactiviteiten en bepaalde financieringsactiviteiten. In het kader van haar bedrijfsactiviteiten heeft de Groep een kredietbeleid opgezet dat rekening houdt met het risicoprofiel van de klanten in functie van het marktsegment waartoe zij behoren. Op basis van hun activiteitenplatform, productsegment en regio wordt het kredietrisico van de klanten geanalyseerd en wordt beslist om het kredietrisico af te dekken. De blootstelling aan kredietrisico's wordt continu opgevolgd en de kredietwaardigheid van alle klanten wordt geregeld geëvalueerd. Omwille van het specifieke karakter van sommige staaldraadactiviteiten die slechts een beperkt aantal wereldwijd opererende klanten tellen, wordt het concentratierisico van dichtbij opgevolgd en wordt – overeenkomstig de kredietbeleidslijnen – indien nodig onmiddellijk actie ondernomen. Er dient geen enkele van de volgens IFRS 8 §34 vereiste toelichtingen in verband met individuele klanten (of groepen van klanten onder gezamenlijke zeggenschap) verstrekt, aangezien geen enkele klant van de Groep instaat voor meer dan 10% van de omzet. Op 31 december 2020 was 57,3% (2019: 64,7%) van het kredietrisico afgedekt door kredietverzekeringspolissen en handelsfinancieringsinstrumenten. In het kader van financieringsactiviteiten worden transacties in principe enkel afgesloten met tegenpartijen die minstens een A-kredietscore hebben. Daarbij worden kredietlimieten vastgelegd voor elke tegenpartij in functie van haar kredietwaardigheid. Dankzij deze aanpak acht de Groep de risico's bij staking van betaling door de tegenpartij beperkt, zowel wat bedrijfsactiviteiten als wat financieringsactiviteiten betreft. In overeenstemming met het in IFRS 9 opgenomen 'verwachte verlies' model voor financiële vorderingen, werd er een algemene waardevermindering voor handelsvorderingen aangelegd met als bedoeling ongekende risico's verbonden aan handelsvorderingen op iedere rapporteringsdatum af te dekken. Deze algemene waardevermindering voor handelsvorderingen bestaat uit een percentage van openstaande handelsvorderingen op iedere rapporteringsdatum. Deze percentages houden rekening met historische informatie rond verliezen op handelsvorderingen en worden jaar-op-jaar herbekeken. Gedurende de Covid-19 pandemie werden de uitstaande handelsvorderingen op tweewekelijkse basis opgevolgd en werd hierbij vooral ook naar de evolutie van de DSO (Days Sales Outstanding) gekeken. Aangezien de DSO op 31 december 2020 was gedaald in vergelijking met jaareinde 2019, en er geen verdere indicatoren waren voor een verhoogd risico op dubieuze debiteuren, werd er geen extra algemene waardevermindering voor handelsvorderingen aangelegd in 2020.
Liquiditeitsrisico betekent het risico dat de Groep haar verplichtingen niet kan nakomen op de vervaldag omdat ze niet in staat is om activa te gelde te maken of de nodige kredieten te bekomen. Om de liquiditeit en de financiële flexibiliteit te allen tijde te garanderen, beschikt de Groep, naast de beschikbare geldmiddelen, over verscheidene kortlopende, niet-toegezegde kredietlijnen in de belangrijkste valuta's en voor bedragen die geacht worden toereikend te zijn voor de huidige en toekomstige financiële behoeften. Deze kredietfaciliteiten hebben meestal een gemengd karakter en kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor voorschotten, kaskredieten, acceptkredieten en verdisconteringen. De Groep heeft ook toegezegde kredietfaciliteiten ter beschikking voor een maximumbedrag van € 200 miljoen (2019: € 200 miljoen) tegen variabele rentevoeten met vaste marges. Op jaareinde was van deze kredietlijnen niets (2019: nihil) opgenomen. Bovendien beschikt de Groep over een commercial paper & medium-term note program voor een bedrag van € 123,9 miljoen (2019: € 123,9 miljoen). Per jaareinde 2020 waren er geen uitstaande commercial paper notes (2019: nihil). Per jaareinde was er geen externe bankschuld onderworpen aan schuldconvenanten (2019: nihil). De Groep heeft per 31 december 2020 verdisconteerde uitstaande vorderingen voor een totaal bedrag van € 145,3 miljoen (2019: € 121,3 miljoen) in de bestaande factoring-programma's. In de loop van 2020 heeft de Groep nieuwe factoring-overeenkomsten afgesloten in Indonesië en China waaronder op jaareinde 2020 € 7,0 miljoen werd opgenomen. Onder deze overeenkomsten worden vrijwel alle risico's en voordelen, verbonden aan de eigendom van de vorderingen, overgedragen aan de factor. Bijgevolg werden de gefactorde vorderingen per eind 2020 uitgeboekt.
De volgende tabel toont de contractueel overeengekomen, niet-verdisconteerde kasuitstromen met betrekking tot financiële verplichtingen (inclusief financiële verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop). Enkel nettorentebetalingen en aflossingen van de hoofdsom zijn hierin vervat.
| 2019 | 2025 en | |||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2020 | 2021 | 2022-2024 | verder |
| Financiële verplichtingen - hoofdsom | ||||
| Handelsschulden | -652 384 | - | - | - |
| Overige verplichtingen | -7 375 | -150 | - | - |
| Rentedragende schulden | -427 578 | -452 771 | -349 021 | -416 826 |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -196 609 | - | -4 930 | - |
| Financiële verplichtingen - rente | ||||
| Handels- en overige schulden | - | - | - | - |
| Rentedragende schulden | -24 786 | -13 917 | -35 708 | -13 895 |
| Derivaten - netto afgewikkeld | -596 | -809 | -982 | -21 |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -5 150 | -539 | -581 | - |
| Totaal niet-verdisconteerde kasstromen | -1 314 478 | -468 186 | -391 222 | -430 742 |
| 2020 | 2026 en | |||
| in duizend € | 2021 | 2022 | 2023-2025 | verder |
| Financiële verplichtingen - hoofdsom | ||||
| Handelsschulden | -668 422 | - | - | - |
| Overige verplichtingen | -9 939 | -150 | - | - |
| Rentedragende schulden | -649 314 | -42 990 | -490 011 | -450 037 |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -103 678 | -18 530 | - | - |
| Financiële verplichtingen - rente | ||||
| Handels- en overige schulden | - | - | - | - |
| Rentedragende schulden | -24 001 | -18 041 | -45 128 | -17 087 |
| Derivaten - netto afgewikkeld | -348 | -348 | -609 | - |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -2 825 | -2 059 | - | - |
| Totaal niet-verdisconteerde kasstromen | -1 458 527 | -82 118 | -535 748 | -467 124 |
Hierin zijn alle instrumenten begrepen die aangehouden werden op de balansdatum en waarvoor de betalingen reeds contractueel werden vastgelegd. Prognoses met betrekking tot toekomstige nieuwe verplichtingen zijn niet meegerekend. Bedragen in vreemde valuta werden omgerekend tegen de slotkoers op de balansdatum. Variabele rentebetalingen met betrekking tot financiële instrumenten werden berekend op basis van de toepasselijke termijnrentevoeten.
Alle financiële derivaten die de Groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of een verwacht risico. In functie van het verwachte effect op de winst-en-verliesrekening en als voldaan is aan de strikte criteria van IFRS 9, beslist de Groep geval per geval of hedge accounting zal toegepast worden. In de volgende secties worden de transacties beschreven waarvoor hedge accounting wordt toegepast en de transacties die niet in aanmerking komen voor hedge accounting, maar als een economische afdekking fungeren.
De Groep heeft geen hedge accounting toegepast in 2020 (2019: geen). Bijgevolg waren er geen reëlewaardeafdekkingen noch kasstroomafdekkingen in 2020 (2019: geen).
De Groep gebruikt ook financiële instrumenten die als economische afdekking fungeren, maar waarvoor geen hedge accounting wordt toegepast, ofwel omdat niet voldaan is aan de criteria die IFRS 9 'Financiële instrumenten' vooropstelt om in aanmerking te komen voor hedge accounting, ofwel omdat de Groep bewust besloten heeft om geen hedge accounting toe te passen. Deze derivaten worden verwerkt als afzonderlijke instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Het volgende overzicht presenteert de notionele bedragen van de derivaten volgens hun looptijd. Indien derivaten worden aangemerkt voor hedge accounting conform IFRS 9 zal worden getoond of deze deel uitmaken van een reëlewaardeafdekking (FVH) of een kasstroomafdekking (CFH). Bekaert maakt per 31 december 2020 geen gebruik van hedge accounting:
| Vervallend | ||||
|---|---|---|---|---|
| Vervallend over meer dan |
Vervallend | |||
| 2019 | binnen het | 1 en ten | over meer dan | |
| in duizend € | jaar hoogste 5 jaar |
5 jaar | ||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | ||||
| Termijnwisselcontracten | 192 025 | - | - | |
| Interest-rate swaps | - | 196 500 | - | |
| Cross-currency interest-rate swaps | 312 895 | 4 930 | - | |
| Conversiederivaat | - | 380 000 | - | |
| Totaal | 504 920 | 581 430 | - |
| Vervallend | Vervallend over meer dan |
Vervallend | ||
|---|---|---|---|---|
| 2020 in duizend € |
binnen het 1 en ten jaar hoogste 5 jaar |
over meer dan 5 jaar |
||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | ||||
| Termijnwisselcontracten | 71 063 | - | - | |
| Interest-rate swaps | - | 196 500 | - | |
| Cross-currency interest-rate swaps | 108 665 | 18 530 | - | |
| Conversiederivaat | 380 000 | - | - | |
| Totaal | 559 728 | 215 030 | - |
Het volgende overzicht vat de reële waarden van de verschillende derivaten samen. Indien derivaten worden aangemerkt voor hedge accounting conform IFRS 9 zal worden getoond of deze deel uitmaken van een reëlewaardeafdekking (FVH) of een kasstroomafdekking (CFH). Bekaert maakt per 31 december 2020 geen gebruik van hedge accounting:
| Reële waarde van korte- en langetermijnderivaten | Vorderingen | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 |
| Financiële instrumenten | ||||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | ||||
| Termijnwisselcontracten | 1 602 | 570 | 1 424 | 1 618 |
| Interest-rate swaps | - | - | 496 | 1 081 |
| Cross-currency interest-rate swaps | 3 902 | 5 264 | 197 | 234 |
| Conversiederivaat | - | - | 115 | 34 |
| Overige derivaten | 2 492 | 3 178 | - | - |
| Totaal | 7 997 | 9 012 | 2 231 | 2 967 |
| Op meer dan een jaar | 3 374 | 3 762 | 610 | 1 081 |
| Op ten hoogste een jaar | 4 623 | 5 250 | 1 621 | 1 885 |
| Totaal | 7 997 | 9 012 | 2 231 | 2 967 |
In 2020 hadden de overige derivate vorderingen betrekking op het VPPA derivaat voor € 3,2 miljoen (2019: € 2,5 miljoen).
De Groep heeft geen financiële activa en verplichtingen die gesaldeerd worden voorgesteld in de balans overeenkomstig IAS 32. De Groep gaat ISDA (Internationale Swaps en Derivaten Associatie)-raamovereenkomsten aan met de tegenpartijen voor de meeste van haar derivaten, die de tegenpartijen toelaten om vorderingen uit derivaten te salderen met verplichtingen uit derivaten bij het afwikkelen in geval van wanbetaling. Bij deze overeenkomsten worden geen waarborgen uitgewisseld, noch in geldmiddelen noch in beleggingsinstrumenten.
Het potentieel effect van het salderen van derivatencontracten wordt hierna weergegeven:
| Effect van afdwingbare salderingsovereenkomsten | Vorderingen | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 |
| Totaal derivaten opgenomen in de balans | 7 997 | 9 012 | 2 231 | 2 967 |
| Afdwingbare salderingen | -197 | -234 | -197 | -234 |
| Nettobedragen | 7 800 | 8 778 | 2 034 | 2 733 |
De volgende tabellen tonen de verschillende klassen van financiële activa en verplichtingen met hun nettoboekwaarde en reële waarde, ingedeeld naargelang hun waarderingscategorie volgens IFRS 9 'Financiële instrumenten'.
Geldmiddelen en kasequivalenten, geldbeleggingen, handelsvorderingen, overige vorderingen, ontvangen bankwissels en leningen en financiële vorderingen vervallen meestal op korte termijn. Daarom benadert hun nettoboekwaarde op de verslagdatum hun reële waarde. Ook handelsschulden en overige verplichtingen vervallen meestal op korte termijn en om dezelfde reden benadert hun nettoboekwaarde hun reële waarde. De Groep heeft overigens geen posities in collateralized debt obligations (CDO's).
Volgende afkortingen voor categorieën onder IFRS 9 worden hierna gebruikt:
| Afkorting | Categorie volgens IFRS 9 |
|---|---|
| GK | Financiële activa en financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs |
| RWvOCI/EV | Eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële waarde via OCI |
| RWvR/Vpl | Financiële activa verplicht te waarderen tegen reële waarde via het resultaat |
| AVH | Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden |
| RWvR | Financiële verplichtingen aangehouden als tegen reële waarde via het resultaat |
| Categorie | 31 december 2019 | 31 december 2020 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Nettoboekwaarde t.o.v. reële waarde | volgens | Netto | Reële | Netto | Reële |
| in duizend € | IFRS 9 | boekwaarde | waarde | boekwaarde | waarde |
| Activa | |||||
| Financiële activa op >1 jaar | |||||
| - Financiële & overige | |||||
| vorderingen en kaswaarborgen | GK | 9 026 | 9 026 | 10 365 | 10 365 |
| - Beleggingen in aandelen | RWvOCI/EV | 13 152 | 13 152 | 13 372 | 13 372 |
| - Derivaten | |||||
| - Aangehouden voor | |||||
| handelsdoeleinden | RWvR/Vpl | 3 374 | 3 374 | 3 762 | 3 762 |
| Financiële activa op <= 1 jaar | |||||
| - Financiële & overige | |||||
| vorderingen en kaswaarborgen | GK | 8 779 | 8 779 | 7 707 | 7 707 |
| - Geldmiddelen en kasequivalenten |
566 176 | 566 176 | 940 416 | 940 416 | |
| GK | |||||
| - Geldbeleggingen | GK | 50 039 | 50 039 | 50 077 | 50 077 |
| - Handelsvorderingen | GK | 644 908 | 644 908 | 587 619 | 587 619 |
| - Ontvangen bankwissels | GK | 59 904 | 59 904 | 54 039 | 54 039 |
| - Overige activa op <= 1 jaar | |||||
| - Overige vorderingen | GK | 17 831 | 17 831 | 17 830 | 17 830 |
| - Derivaten | |||||
| - Aangehouden voor | |||||
| handelsdoeleinden | RWvR/Vpl | 4 623 | 4 623 | 5 250 | 5 250 |
| Verplichtingen | |||||
| Rentedragende schulden op > 1 jaar | |||||
| - Leaseverplichtingen | GK | 68 525 | 68 525 | 60 760 | 60 760 |
| - Ontvangen kaswaarborgen | GK | - | - | 171 | 171 |
| - Kredietinstellingen | GK | 232 019 | 232 019 | 187 511 | 187 511 |
| - Schuldschein -lening | GK | 319 368 | 319 368 | 319 635 | 319 635 |
| - Obligatieleningen | GK | 564 399 | 567 749 | 400 000 | 401 693 |
| Rentedragende schulden op <= 1 | |||||
| jaar | |||||
| - Leaseverplichtingen | GK | 19 728 | 19 728 | 19 746 | 19 746 |
| - Kredietinstellingen | GK | 358 843 | 358 843 | 246 817 | 246 817 |
| - Obligatieleningen | GK | 45 614 | 46 523 | 375 092 | 377 929 |
| Overige verplichtingen op > 1 jaar | |||||
| - Conversieoptie | AvH | 115 | 115 | - | - |
| - Overige derivaten | AVH | - | - | 1 081 | 1 081 |
| - Overige verplichtingen | GK | 150 | 150 | 150 | 150 |
| Handelsschulden | GK | 652 384 | 652 384 | 668 422 | 668 422 |
| Overige verplichtingen op <= 1 jaar | |||||
| - Conversieoptie | AvH | - | - | 34 | 34 |
| - Overige verplichtingen | GK | 26 165 | 26 165 | 25 621 | 25 621 |
| - Derivaten | |||||
| - Aangehouden voor | |||||
| handelsdoeleinden | AvH | 2 116 | 2 116 | 1 851 | 1 851 |
| Getotaliseerd per categorie volgens IFRS 9 | |||||
| Financiële activa | GK | 1 356 662 | 1 356 662 | 1 668 053 | 1 668 053 |
| RWvOCI/EV | 13 152 | 13 152 | 13 372 | 13 372 | |
| RWvR/Vpl | 7 997 | 7 997 | 9 012 | 9 012 | |
| Financiële verplichtingen | GK | 2 287 195 | 2 291 454 | 2 303 925 | 2 308 454 |
| AvH | 2 231 | 2 231 | 2 967 | 2 967 | |
| RWvR | - | - | - | - | |
De reële waarde van alle financiële instrumenten aangehouden in de balans tegen geamortiseerde kostprijs werd bepaald door het gebruik van 'Niveau 2'-reëlewaardebepalingstechnieken.
De reëlewaardebepaling van financiële activa en verplichtingen kan worden getypeerd op een van de volgende manieren:
| Op uitgifte | Op 31 dec | Op 31 dec | Op 31 dec 2020 |
|---|---|---|---|
| € 27,16 | |||
| 0,03% | -0,13% | -0,31% | -0,54% |
| 29,00% | 22,00% | 22,00% | 33,90% |
| 225 bps | 200 bps | 190 bps | 175 bps |
| datum € 37,97 |
2018 € 21,06 |
2019 € 26,50 |
in duizend €
| Reële waarde van de converteerbare schuld | 380 000 | 363 432 | 371 564 | 377 963 |
|---|---|---|---|---|
| Reële waarde van de plain vanilla- schuld | 339 509 | 363 212 | 371 449 | 377 929 |
| Reële waarde van de conversie-optie | 40 491 | 220 | 115 | 34 |
| VPPA derivaat | 31 december 2020 |
|---|---|
| Niveau 2-inputs | |
| Disconteringsvoet | Gewogen gemiddelde van curven van bedrijfsobligaties van beleggingskwaliteit |
| Niveau 3-inputs | |
| Power forward sensitiviteit | Geschatte prijsprognose voor piek- en daluren |
| Productie sensitiviteit | Gebaseerd op windstudies in de omgeving |
| Uitkomsten van het model (in duizend €) | |
| Reële waarde van het VPPA derivaat | 3 178 |
De nettoboekwaarde (d.i. de reële waarde) van de niveau-3-verplichtingen/(vorderingen) is als volgt geëvolueerd:
| Niveau 3 - financiële verplichtingen / (vorderingen) | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Per 1 januari | 11 253 | -2 378 |
| Uitgedoofd | -11 033 | - |
| (Winst) / verlies in reële waarde | -2 597 | -766 |
| Per 31 december | -2 378 | -3 144 |
Winsten en verliezen op de reële waarde worden gerapporteerd in de overige financiële opbrengsten en lasten.
De volgende tabel toont de sensitiviteit van de reëlewaardeberekening voor de conversieoptie en het VPPA-derivaat aan de belangrijkste inputs van niveau 3.
| in duizend € | Wijziging | Impact op de conversieoptie | ||
|---|---|---|---|---|
| Impliciete volatiliteit | 3,5% | toename met | 57 | |
| -3,5% | afname met | -27 | ||
| Kredietmarge | 25 bps | toename met | - | |
| -25 bps | afname met | - |
| in duizend € | Wijziging | Impact op het VPPA derivaat | ||
|---|---|---|---|---|
| Power forward sensitiviteit | +10% | toename met | 1 385 | |
| -10% | afname met | -1 385 | ||
| Productie sensitiviteit | +5% | toename met | 407 | |
| -5% | afname met | -407 |
De volgende tabel toont een analyse van financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd in de balans volgens de hoger beschreven hiërarchie van reëlewaardebepalingen:
| Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|
| - | 5 505 | 2 492 | 7 997 |
| 5 745 | 7 407 | - | 13 152 |
| 5 745 | 12 912 | 2 492 | 21 149 |
| - | - | 115 | 115 |
| - | 2 116 | - | 2 116 |
| - | 2 116 | 115 | 2 231 |
| 2020 | ||||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa verplicht te waarderen tegen reële | ||||
| waarde via het resultaat | ||||
| Vorderingen uit derivaten | - | 5 834 | 3 178 | 9 012 |
| Eigenvermogensinstrumenten aangemerkt als tegen reële | ||||
| waarde via OCI | ||||
| Beleggingen in aandelen | 5 833 | 7 538 | - | 13 372 |
| Totaal activa | 5 833 | 13 372 | 3 178 | 22 384 |
| Financiële verplichtingen aangehouden voor | ||||
| handelsdoeleinden | ||||
| Conversieoptie | - | - | 34 | 34 |
| Verplichtingen uit andere derivaten | - | 2 932 | - | 2 932 |
| Totaal verplichtingen | - | 2 932 | 34 | 2 967 |
De Groep beheert haar kapitaal om te verzekeren dat haar entiteiten in staat zullen zijn hun activiteiten verder te zetten, en met de bedoeling de rentabiliteit voor haar aandeelhouders te maximaliseren door de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen te optimaliseren. De Groep heeft haar strategie in dit verband niet gewijzigd tegenover 2019.
De kapitaalstructuur van de Groep bestaat uit nettoschuld, zoals gedefinieerd in toelichting 6.18. 'Rentedragende schulden', en eigen vermogen (zowel toerekenbaar aan de Groep als aan minderheidsbelangen).
Het Audit, Risk en Finance Comité van de Groep controleert de kapitaalstructuur op halfjaarlijkse basis. Als onderdeel van deze controle wordt de kapitaalkost herzien en worden de risico's geëvalueerd die verband houden met elke vorm van kapitaalverstrekking. De Groep beoogt een gearing ratio van 50%, gedefinieerd als de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen. De Groep hanteert systematisch een aantal richtlijnen om deze doelstelling te realizeren, o.a.
» strikte kostopvolging om de winstgevendheid te verbeteren;
» bewaken van het werkkapitaal door:
| Gearing | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Nettoschuld | 976 984 | 604 081 |
| Eigen vermogen | 1 531 540 | 1 535 055 |
| Nettoschuld op eigen vermogen | 63,8% | 39,4% |
Per 31 december had de Groep de volgende belangrijke voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen:
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Voorwaardelijke verplichtingen | 8 830 | 12 105 |
| Toezeggingen tot aankoop van vaste activa | 50 072 | 45 690 |
| Toezeggingen tot deelneming in durfkapitaalfondsen | 10 835 | 8 246 |
Er waren op jaareinde 2020 geen bankgaranties gelinkt aan milieuverplichtingen.
Afgezien van de lease-overeenkomsten zijn er geen beperkingen in de realisatie van activa of het afwikkelen van verplichtingen. De leaseverplichtingen zijn effectief gewaarborgd aangezien de rechten op de geleasde activa die in de jaarrekening zijn opgenomen, in geval van wanbetaling aan de leasinggever toekomen. De voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen en de activa verpand als waarborg voor derden met betrekking tot de joint ventures staan beschreven in toelichting 6.5. 'Deelnemingen in joint ventures en associates'.
Transacties tussen de Onderneming en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd in de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting. Transacties met andere verbonden partijen worden hieronder toegelicht.
| Transacties met joint ventures | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2019 | 2020 |
| Verkopen van goederen | 17 377 | 12 117 |
| Aankopen van goederen | 23 998 | 18 621 |
| Geleverde diensten | 282 | 177 |
| Ontvangen royalty's en managementvergoedingen | 12 944 | 10 074 |
| Rente- en soortgelijke opbrengsten | - | 1 |
| Ontvangen dividenden | 19 439 | 24 706 |
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Langetermijnvorderingen | 24 | - |
| Handelsvorderingen | 5 817 | 4 554 |
| Overige kortetermijnvorderingen | 1 499 | 2 060 |
| Handelsschulden | 5 134 | 4 271 |
| Overige kortetermijnverplichtingen | - | 1 181 |
Geen enkele van de verbonden partijen heeft nog andere transacties aangegaan die voldoen aan de criteria van IAS 24 'Informatieverschaffing over verbonden partijen'.
Het Key Management omvat de Raad van Bestuur, de CEO, de leden van het Bekaert Group Executive en de Senior Vice Presidents (zie laatste pagina van het 'Financieel overzicht').
| in duizend € | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Aantal personen | 34 | 34 |
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | ||
| Basisvergoedingen | 7 607 | 7 621 |
| Variabele vergoedingen | 792 | 3 103 |
| Vergoedingen als bestuurders van dochterondernemingen | 596 | 563 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | 517 | 419 |
| Toegezegdebijdragenregelingen | 721 | 1 276 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 4 991 | 6 280 |
| Totaal brutovergoedingen | 15 224 | 19 262 |
| Gemiddelde brutovergoeding per persoon | 448 | 567 |
| Aantal toegekende prestatie-aandeeleenheden (zowel in eigenvermogensinstrumenten | ||
| als in geldmiddelen afgewikkeld) | 156 026 | 156 021 |
| Aantal toe toe te kennen matching shares | - | 10 766 |
| Aantal toegekende aandelen | 13 787 | 23 475 |
Voor de toelichtingen die betrekking hebben op de Belgische Corporate Governance Code verwijzen wij naar het hoofdstuk 'Corporate Governance' in dit jaarverslag.
Gedurende 2020 werden er door de commissaris en met hem beroepshalve in samenwerkingsverband opererende personen bijkomende opdrachten uitgevoerd ten belope van € 1 044 806.
Deze opdrachten betroffen in essentie verder assurance-opdrachten (€ 53 200), belastingadviesdiensten (€ 771 136) en andere niet-controlediensten (€ 220 470). De bijkomende opdrachten werden goedgekeurd door het Audit, Risk en Finance Comité.
De vergoedingen voor controlediensten voor NV Bekaert SA en haar dochterondernemingen bedroegen € 2 171 941.
| Met industriële activiteit | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| EMEA | |||
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | Aalter, België | EUR | 100 |
| Bekaert Bohumín sro | Bohumín, Tsjechië | CZK | 100 |
| Bekaert Bradford UK Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Bekaert Combustion Technology BV | Assen, Nederland | EUR | 100 |
| Bekaert Figline SpA Bekaert Heating Romania SRL |
Milaan, Italië Negoiesti, Brazi Commune, Roemenië |
EUR RON |
100 100 |
| Bekaert Hlohovec as | Hlohovec, Slovakije | EUR | 100 |
| Bekaert Izmit Çelik Kord Sanayi ve Ticaret AS | Izmit, Turkije | EUR | 100 |
| Bekaert Kartepe Çelik Kord Sanayi ve Ticaret AS | Kartepe, Turkije | EUR | 100 |
| Bekaert Petrovice sro | Petrovice, Tsjechië | CZK | 100 |
| Bekaert Sardegna SpA | Assemini, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert Slatina SRL | Slatina, Roemenië | RON | 100 |
| Bekaert Slovakia sro Bekintex NV |
Sládkovičovo, Slovakije Wetteren, België |
EUR EUR |
100 100 |
| Bridon International GmbH | Gelsenkirchen, Duitsland | EUR | 100 |
| Bridon International Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Industrias del Ubierna SA | Burgos, Spanje | EUR | 100 |
| OOO Bekaert Lipetsk | Gryazi, Rusland | RUB | 100 |
| Noord-Amerika | |||
| Bekaert Corporation | Wilmington (Delaware), Verenigde Staten | USD | 100 |
| Bridon-American Corporation | New York, Verenigde Staten | USD | 100 |
| Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée | Pointe-Claire, Canada | CAD | 100 |
| Latijns-Amerika | |||
| Acma SA | Santiago, Chili | CLP | 52 |
| Acmanet SA | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| BBRG - Osasco Cabos Ltda | São Paulo, Brazilië | BRL | 100 |
| Bekaert Costa Rica SA BIA Alambres Costa Rica SA |
San José-Santa Ana, Costa Rica San José-Santa Ana, Costa Rica |
USD USD |
58 58 |
| Grating Perú S.A.C. | Lima, Peru | USD | 38 |
| Ideal Alambrec SA | Quito, Ecuador | USD | 58 |
| Industrias Chilenas de Alambre - Inchalam SA | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Prodimin SAC Prodinsa SA |
Lima, Peru Maipú, Chili |
USD CLP |
38 100 |
| Productora de Alambres Colombianos Proalco SAS | Bogotá, Colombia | COP | 80 |
| Productos de Acero Cassadó SA | Callao, Peru | USD | 38 |
| Vicson SA | Valencia, Venezuela | USD | 80 |
| Pacifisch Azië | |||
| Bekaert Applied Material Technology (Shanghai) Co Ltd | Shanghai, China | CNY | 100 |
| Bekaert Binjiang Steel Cord Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 90 |
| Bekaert (China) Technology Research and Development Co Ltd Bekaert (Chongqing) Steel Cord Co Ltd |
Jiangyin (provincie Jiangsu), China Chongqing, China |
CNY CNY |
100 100 |
| Bekaert Heating Technology (Suzhou) Co Ltd | Taicang City (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd | Huizhou (provincie Guangdong), China | CNY | 100 |
| Bekaert Industries Pvt Ltd | Taluka Shirur, District Pune, India | INR | 100 |
| Bekaert (Jining) Steel Cord Co Ltd | Jining City, Yanzhou district (provincie Shandong), China |
CNY | 60 |
| Bekaert Jiangyin Wire Products Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert Mukand Wire Industries Pvt Ltd | Pune, India | INR | 100 |
| Bekaert New Materials (Suzhou) Co Ltd | Suzhou (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Qingdao) Wire Products Co Ltd Bekaert (Shandong) Tire Cord Co Ltd |
Qingdao (provincie Shandong), China Weihai (provincie Shandong), China |
CNY CNY |
100 100 |
| Bekaert (Shenyang) Advanced Cords Co Ltd | Shenyang (provincie Liaoning), China | CNY | 100 |
| Bekaert Shenyang Advanced Products Co Ltd | Shenyang (provincie Liaoning), China | CNY | 100 |
| Bekaert Toko Metal Fiber Co Ltd | Tokio, Japan | JPY | 70 |
| Bekaert Vietnam Co Ltd | Son Tinh District, provincie Quang Ngai, Vietnam | USD | 100 |
| Bekaert Wire Ropes Pty Ltd Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd |
Mayfield East, Australië Hangzhou (provincie Zhejiang), China |
AUD CNY |
100 100 |
| China Bekaert Steel Cord Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 90 |
| PT Bekaert Indonesia | Karawang, Indonesië | USD | 100 |
| PT Bekaert Wire Indonesia | Karawang, Indonesië | USD | 100 |
| PT Bridon | Bekasi, West Java, Indonesië | USD | 100 |
1 Functionele valuta
2 Belangenpercentage
| Verkoopkantoren, magazijnen en andere | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| EMEA | |||
| Bekaert AS | Hellerup, Denemarken | DKK | 100 |
| Bekaert Emirates LLC | Dubai, Verenigde Arabische Emiraten | AED | 49 |
| Bekaert France SAS | Rijsel, Frankrijk | EUR | 100 |
| Bekaert Gesellschaft mbH | Wenen, Oostenrijk | EUR | 100 |
| Bekaert GmbH | Neu-Anspach, Duitsland | EUR | 100 |
| Bekaert Middle East LLC | Dubai, Verenigde Arabische Emiraten | AED | 49 |
| Bekaert Norge AS | Oslo, Noorwegen | NOK | 100 |
| Bekaert Poland Sp z oo | Warsaw, Polen | PLN | 100 |
| Bekaert (Schweiz) AG | Baden, Zwitserland | CHF | 100 |
| Bekaert Svenska AB | Göteborg, Zweden | SEK | 100 |
| Bridon-Bekaert ScanRope AS | Tonsberg, Noorwegen | NOK | 100 |
| Bridon Scheme Trustees Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| British Ropes Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Leon Bekaert SpA | Milaan, Italië | EUR | 100 |
| OOO Bekaert Wire | Moskou, Rusland | RUB | 100 |
| Rylands-Whitecross Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Scheldestroom NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Twil Company | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Latijns-Amerika | |||
| Bekaert Guatemala SA | Ciudad de Guatemala, Guatemala | GTQ | 58 |
| Bekaert Specialty Films de Mexico SA de CV | Monterrey, Mexico | MXN | 100 |
| Bekaert Trade Mexico S de RL de CV | Mexico Stad, Mexico | MXN | 100 |
| Inversiones BBRG Lima SA | Lima, Peru | PEN | 96 |
| Procables SA | Callao, Peru | PEN | 96 |
| Prodac Contrata SAC | Callao, Peru | USD | 38 |
| Prodalam SA | Santiago, Chili | CLP | 52 |
| Prodicom Selva SAC Specialty Films de Services Company SA de CV |
Ucayali, Peru Monterrey, Mexico |
USD MXN |
38 100 |
| Pacifisch Azië | |||
| Bekaert Architectural Design Consulting (Shanghai) Co Ltd | Shanghai, China | CNY | 100 |
| Bekaert Japan Co Ltd | Tokio, Japan | JPY | 100 |
| Bekaert Korea Ltd | Seoel, Zuid-Korea | KRW | 100 |
| Bekaert Malaysia Sdn Bhd | Kuala Lumpur, Maleisië | MYR | 100 |
| Bekaert Management (Shanghai) Co Ltd | Shanghai, China | CNY | 100 |
| Bekaert Shah Alam Sdn Bhd | Kuala Lumpur, Maleisië | MYR | 100 |
| Bekaert Singapore Pte Ltd | Singapore | SGD | 100 |
| Bekaert Taiwan Co Ltd | Taipei, Taiwan | TWD | 100 |
| Bekaert (Thailand) Co Ltd | Tambol Pluakdaeng, Amphur Pluakdaeng, | USD | 100 |
| Thailand | |||
| BOSFA Pty Ltd | Mayfield East, Australië | AUD | 100 |
| Bridon Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | HKD | 100 |
| Bridon New Zealand Ltd | Aukland, Nieuw Zeeland | NZD | 100 |
| Bridon Singapore (Pte) Ltd | Singapore | SGD | 100 |
| Bridon (South East Asia) Ltd | Hong Kong, China | HKD | 100 |
PT Bekaert Trade Indonesia Karawang, Indonesië USD 100
| Financiële ondernemingen | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| Acma Inversiones SA | Santiago, Chili | CLP | 100 |
| BBRG Finance (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| Becare DAC | Dublin, Ierland | EUR | 100 |
| Bekaert Building Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Carding Solutions Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Coördinatiecentrum NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Financiële ondernemingen | Adres | FV1 | %2 |
| Bekaert do Brasil Ltda | Contagem, Brazilië | BRL | 100 |
| Bekaert Holding Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Ibérica Holding SL | Burgos, Spanje | EUR | 100 |
| Acma Inversiones SA | Santiago, Chili | CLP | 100 |
| Bekaert Ideal SL | Burgos, Spanje | EUR | 80 |
| BBRG Finance (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| Bekaert Investments NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Becare DAC | Dublin, Ierland | EUR | 100 |
| Bekaert Investments Italia SpA | Milaan, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert Building Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert North America Management Corporation | Wilmington (Delaware), Verenigde Staten | USD | 100 |
| Bekaert Carding Solutions Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Services Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Coördinatiecentrum NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Bekaert Singapore Holding Pte Ltd | Singapore | SGD | 100 |
| Bekaert do Brasil Ltda | Contagem, Brazilië | BRL | 100 |
| Bekaert Specialty Wire Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Holding Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Stainless Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Ibérica Holding SL | Burgos, Spanje | EUR | 100 |
| Bekaert Steel Cord Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Ideal SL | Burgos, Spanje | EUR | 80 |
| Bekaert Strategic Partnerships Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Investments NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Bekaert Wire Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Investments Italia SpA | Milaan, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Bekaert North America Management Corporation | Wilmington (Delaware), Verenigde Staten | USD | 100 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | EUR | 100 |
| Bekaert Services Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bridon Holdings Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Bekaert Singapore Holding Pte Ltd | Singapore | SGD | 100 |
| Bridon Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Bekaert Specialty Wire Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Industrias Acmanet Ltda | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Bekaert Stainless Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Inversiones Bekaert Andean Ropes SA | Santiago, Chili | CLP | 100 |
| Bekaert Steel Cord Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| InverVicson SA | Valencia, Venezuela | USD | 80 |
| Bekaert Strategic Partnerships Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Procercos SA | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Bekaert Wire Products Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | EUR | 100 |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd Bridon Holdings Ltd Joint ventures Bridon Ltd |
Doncaster, Verenigd Koninkrijk Doncaster, Verenigd Koninkrijk Doncaster, Verenigd Koninkrijk |
EUR GBP GBP |
100 100 100 |
| Industrias Acmanet Ltda | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Inversiones Bekaert Andean Ropes SA | Santiago, Chili | CLP | 100 |
| Met industriële activiteit | Adres | FV1 | %2 |
| InverVicson SA | Valencia, Venezuela | USD | 80 |
| Procercos SA Latijns-Amerika |
Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Agro-Bekaert Colombia SAS | Malambo - Atlántico, Colombia | COP | 40 |
| Belgo Bekaert Arames Ltda Joint ventures |
Contagem, Brazilië | BRL | 45 |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Vespasiano, Brazilië | BRL | 45 |
| Met industriële activiteit | Adres | FV1 | %2 |
|---|---|---|---|
| Latijns-Amerika Verkoopkantoren, magazijnen en andere |
Adres | FV1 | %2 |
| Agro-Bekaert Colombia SAS Belgo Bekaert Arames Ltda EMEA |
Malambo - Atlántico, Colombia Contagem, Brazilië |
COP BRL |
40 45 |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda Servicios Ideal AGF Inttegra Cia Ltda Netlon Sentinel Ltd |
Vespasiano, Brazilië Quito, Ecuador Blackburn, Verenigd Koninkrijk |
BRL USD GBP |
45 29 50 |
| Pacifisch Azië | |||
| Verkoopkantoren, magazijnen en andere Bekaert Engineering (India) Pvt Ltd |
Adres New Delhi, India |
FV1 INR |
%2 40 |
| EMEA Financiële ondernemingen Netlon Sentinel Ltd |
Adres Blackburn, Verenigd Koninkrijk |
FV1 GBP |
%2 50 |
| Pacifisch Azië EMEA |
|||
| Bekaert Engineering (India) Pvt Ltd Agro - Bekaert Springs SL |
New Delhi, India Burgos, Spanje |
INR EUR |
40 40 |
Servicios Ideal AGF Inttegra Cia Ltda Quito, Ecuador USD 29
| Joint ventures | Adres | %1 |
|---|---|---|
| Agro-Bekaert Colombia SAS | Malambo - Atlántico, Colombia | 40 |
| Dochterondernemingen | Adres | %1 |
|---|---|---|
| Grating Perú S.A.C. | Lima, Peru | 38 |
| Dochterondernemingen | Adres | %1 |
|---|---|---|
| Bekaert Slatina SRL | Slatina, Roemenië | From 80 to 100 |
| 4. Naamswijzigingen | ||
| Nieuwe naam | Vorige naam | |
| Bekaert Coördinatiecentrum NV | Bekaert Coördinatiecentrum | |
| Bekaert Malaysia Sdn Bhd | Bekaert Ipoh Sdn Bhd | |
| Bekintex NV | Bekintex | |
| 5. Geliquideerd | ||
| Ondernemingen | Adres | |
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions BV | Aalst (Erembodegem), België | |
| Bridon Ropes NV/SA | Zwevegem, België |
| Ondernemingen | Adres |
|---|---|
| BBRG Holding (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk |
| BBRG Operations (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk |
| BBRG Production (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk |
| BBRG (Purchaser) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk |
| BBRG (Subsidiary) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk |
| Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk |
In overeenstemming met de Belgische wetgeving geeft onderstaande tabel de kruispuntbanknummers van de Belgische ondernemingen weer.
| Ondernemingen | Kruispuntbanknummer |
|---|---|
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | BTW BE 0645.654.071 RPR Gent, afdeling Gent |
| Bekaert Coördinatiecentrum NV | BTW BE 0426.824.150 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| Bekaert Investments NV | BTW BE 0406.207.096 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | BTW BE 0550.983.358 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| Bekintex NV | BTW BE 0452.746.609 RPR Gent, afdeling Dendermonde |
| NV Bekaert SA | BTW BE 0405.388.536 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
| Scheldestroom NV | BTW BE 0403.676.188 RPR Gent, afdeling Kortrijk |
Het jaarverslag van de Raad van Bestuur en de statutaire jaarrekening van de moedervennootschap NV Bekaert SA worden hierna in verkorte vorm weergegeven.
Het verslag van de Raad van Bestuur ex artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen is niet integraal opgenomen in het verslag ex artikel 119.
Exemplaren van het volledig verslag van de Raad van Bestuur en van de volledige statutaire jaarrekening van NV Bekaert SA zijn op verzoek gratis beschikbaar op volgend adres:
NV Bekaert SA Bekaertstraat 2 BE-8550 Zwevegem België www.bekaert.com
De commissaris heeft een goedkeurende verklaring zonder voorbehoud gegeven met betrekking tot de statutaire jaarrekening van NV Bekaert SA.
Conform de wet zullen het jaarverslag van de Raad van Bestuur en de jaarrekening van NV Bekaert SA samen met het verslag van de commissaris worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.
| in duizend € - Jaren afgesloten op 31 december 2019 |
2020 |
|---|---|
| Omzet 319 403 |
281 052 |
| Bedrijfsresultaat vóór niet-recurrente resultaten -2 950 |
-14 004 |
| Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten en -kosten 386 |
-3 430 |
| Bedrijfsresultaat na niet-recurrente resultaten -2 564 |
-17 434 |
| Financieel resultaat vóór niet-recurrente resultaten 101 126 |
1 763 |
| Niet-recurrente financiële opbrengsten en -kosten -40 472 |
-73 711 |
| Financieel resultaat na niet-recurrente resultaten 60 654 |
-71 947 |
| Resultaat voor belastingen 58 089 |
-89 381 |
| Belastingen op het resultaat 3 237 |
2 492 |
| Perioderesultaat 61 327 |
-86 890 |
| in duizend € - 31 december | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 2 167 321 | 2 000 915 |
| Oprichtingskosten en immateriële activa | 76 888 | 66 449 |
| Materiële vaste activa | 40 577 | 32 588 |
| Financiële vaste activa | 2 049 856 | 1 901 878 |
| Vlottende activa | 322 614 | 461 406 |
| Totaal der activa | 2 489 935 | 2 462 321 |
| Eigen vermogen | 1 100 900 | 957 368 |
| Kapitaal | 177 793 | 177 812 |
| Uitgiftepremies | 37 751 | 37 884 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 1 995 | 1 995 |
| Wettelijke reserve | 17 779 | 17 779 |
| Onbeschikbare reserves | 102 636 | 103 467 |
| Beschikbare reserves en overgedragen resultaten | 762 945 | 618 430 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 56 887 | 77 510 |
| Schulden | 1 332 148 | 1 427 443 |
| Schulden op meer dan een jaar | 1 025 650 | 845 650 |
| Schulden op ten hoogste een jaar | 306 498 | 581 793 |
| Totaal der passiva | 2 489 935 | 2 462 321 |
De waarderings- en omrekeningsregels toegepast in de statutaire jaarrekening van de moedervennootschap zijn gebaseerd op het Belgisch boekhoudrecht.
De omzet van de in België gevestigde vennootschap bedroeg € 281,1 miljoen, een daling met -12% in vergelijking met 2019. Het operationele verlies vóór niet-recurrente resultaten bedroeg € -14,0 miljoen, vergeleken met een verlies van € -3,0 miljoen vorig jaar. De daling van het operationeel resultaat was het gecombineerd effect van lagere omzetvolumes en de kosten uit de aankondiging van de herstructurering in 2020.
De niet-recurrente elementen in de operationele resultaten bedroegen € -3,4 miljoen in 2020 (hoofdzakelijk versnelde afschrijvingen en de realisatie van materiële vaste activa), vergeleken met € 0,4 miljoen vorig jaar.
Het financieel resultaat vóór niet-recurrente resultaten bedroeg € 1,8 miljoen tegenover € 101,1 miljoen vorig jaar. De lagere dividendinkomsten in 2020 zijn de grootste verklaring voor deze evolutie.
De niet-recurrente financiële opbrengsten en kosten bedroegen € -73,7 miljoen in 2020, vergeleken met € -40,5 miljoen in het vorig jaar, wat hoofdzakelijk gedreven was door de afschrijvingen op deelnemingen.
De belastingen op het resultaat van € 2,5 miljoen zijn positief als gevolg van een belastingskrediet op immateriële activa, idem met vorig jaar.
Dit leidde tot een perioderesultaat van € -86,9 miljoen in vergelijking met € 61,3 miljoen in 2019.
De voorzieningen voor milieusaneringsprogramma's zijn gedaald tot € 17,2 miljoen (2019: € 17,8 miljoen).
Meer informatie omtrent de activiteiten van de Onderneming inzake onderzoek en ontwikkeling vindt u in het hoofdstuk 'Technologie en Innovatie' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (de transparantiewet) heeft NV Bekaert SA aan de wettelijke quota van 5% en van elk veelvoud van 5% de statutaire quota van 3% en 7,5% toegevoegd. In 2020 werden geen relevante kennisgevingen ontvangen. Op 31 december 2020 bedroeg het totale aantal effecten met stemrecht 60 414 841.
Gedetailleerde informatie is te vinden op: www.bekaert.com/other-regulated-information.
Het resultaat van het boekjaar na belastingen bedroeg € -86 889 620 tegenover € 61 326 822 vorig boekjaar.
De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering van 12 mei 2021 het resultaat als volgt zal bestemmen:
| in € | |
|---|---|
| Te bestemmen resultaat van het boekjaar | -86 889 620 |
| Onttrekking aan de reserves | 143 684 803 |
| Uit te keren winst | 56 795 183 |
De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering een brutodividend zal uitkeren van € 1,00 per aandeel (2019: € 0,35 per aandeel).
Het dividend is in euro betaalbaar op 14 mei 2021 bij de loketten van:
» BNP Paribas Fortis, ING België, Bank Degroof Petercam, KBC Bank, Belfius Bank in België;
» Société Générale in Frankrijk;
Het bestuurdersmandaat van de onfhankelijke bestuurders Henriette Fenger Ellekrog en Eriikka Söderström zal eindigen bij afloop van de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 12 mei 2021.
De Raad van Bestuur stelt voor dat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders:
NV Bekaert SA | 31 december 2020
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van NV Bekaert SA (de "vennootschap") en haar filialen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 8 mei 2019, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2020 overeenkomstig artikel 41 van de EU Verordening 537/2014, dat stelt dat vanaf 17 juni 2020 een controleopdracht niet mag worden verlengd voor mandaten die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de verordening een duur hebben van 20 jaar of meer. Bij gebrek aan online archieven die teruggaan vóór 1997, is het voor ons niet mogelijk om met precisie het eerste jaar van ons mandaat te achterhalen. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van NV Bekaert SA uitgevoerd gedurende tenminste 24 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2020 omvat, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie 4 288 100 (000) EUR bedraagt en waarvan het geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat afsluit met een winst van het boekjaar van 148 037 (000) EUR.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2020 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
1
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
| Kernpunten van de controle | Hoe onze controle de kernpunten van de controle behandelde |
|---|---|
| Waardering van goodwill – BBRG kasstroom genererende eenheid |
|
| Het totaalbedrag aan goodwill geboekt per 31 december 2020 bedroeg 149 miljoen EUR. Het merendeel van deze goodwill (127 miljoen EUR) heeft betrekking op de kasstroom genererende eenheid Bridon Bekaert Ropes groep ('BBRG'). De vennootschap bepaalt jaarlijks de boekwaarde van de vaste activa toegewezen aan de BBRG kasstroom genererende eenheid. Bekaert toetst de waardering door de realiseerbare waarde van de kasstroom genererende eenheid te berekenen met behulp van een discounted cashflow-methode ("DCF"). Deze methode is complex en vereist een belangrijke beoordeling in het bepalen van de toekomstige kasstromen, de omzetgroei, de marge evolutie en de disconteringsvoet. Vanwege de inherente onzekerheid bij het bepalen van de verdisconteerde kasstromen, beschouwen we deze beoordeling als een belangrijk kernpunt. De vennootschap heeft de aard en de waarde van de assumpties gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen, toegelicht in toelichting 3.2 en 6.2 van de geconsolideerde jaarrekening. |
In onze controle hebben we, met de hulp van onze waarderingsdeskundigen, de veronderstellingen van het management, zoals gebruikt in de discounted cashflow berekening, geëvalueerd en geverifieerd. We hebben de belangrijkste drijfveren van de verwachte toekomstige kasstromen inclusief de ingeschatte omzetgroei, ingeschatte brutomarge en de gebruikte disconteringsvoet kritisch geëvalueerd. Onze procedures bevatten bovendien de evaluatie van het ontwerp en implementatie van de interne controles met betrekking tot de voorbereiding en goedkeuring van het budget van BBRG, dat als basis dient in het DCF-model. We hebben de budgetten kritisch beoordeeld, rekening houdend met de historische juistheid van de management inschattingen. Daarenboven hebben wij specifieke aandacht besteed aan de sensitiviteit van de beschikbare buffer ("headroom") van de kasstroom generende entiteit BBRG en we zijn nagegaan of een redelijke mogelijke wijziging in de veronderstellingen aanleiding zou kunnen geven tot een boekwaarde die de realiseerbare waarde overschrijdt. We hebben de gepastheid van de toelichting opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening nagezien. |
| Controle beoordeling over de Venezolaanse operaties |
|
| Het geconsolideerd eigen vermogen bevat gecumuleerde omrekeningsverschillen ten belope van |
We hebben de cruciale beoordeling van de groep met |
gecumuleerde omrekeningsverschillen ten belope van 59,7 miljoen EUR (debet) met betrekking tot de Venezolaanse dochters Vicson en Invervicson. De groep evalueert op periodieke basis de cruciale beoordeling met betrekking tot de zeggenschap over haar Venezolaanse dochters rekening houdend met de politieke en monetaire instabiliteit van het land. Een verlies aan zeggenschap over de Venezolaanse dochters zou resulteren in een vervreemding van hun aandeel en de noodzakelijke aanpassingen in dit verband in overeenstemming met IFRS 10, waarbij alle gecumuleerde omrekeningsverschillen zouden worden erkend in de winst-en-verliesrekening.
betrekking tot de zeggenschap over haar Venezolaanse dochters kritisch beoordeeld en hebben het ontwerp en implementatie van de interne controles over dit beoordelingsproces geëvalueerd.
We evalueerden kritisch de beoordeling en argumenten van de groep die de assumptie van zeggenschap over haar Venezolaanse dochters onderbouwt en dit rekening houdend met de beperkingen om fondsen te transfereren naar de moedervennootschap. Meer specifiek hebben wij de mogelijkheid tot het aankopen van grondstoffen door de Venezolaanse dochters nagegaan, alsook de
Gegeven de onzekerheid over het economisch klimaat in Venezuela en de mogelijke materiële impact op het groepsresultaat, beschouwen we de assumptie met betrekking tot de zeggenschap over haar Venezolaanse dochters als een belangrijk kernpunt. De groep licht de uitkomst van haar beoordeling toe in toelichting 3.1 en 6.14 van de geconsolideerde jaarrekening. mogelijkheid om de lokale productie en operaties aan te sturen en kasstromen te genereren. Belastingschulden – Onzekere belastingposities De belastingschulden, zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2020, bevatten schulden voor onzekere belastingposities voor een bedrag van 31,7 miljoen EUR. Gezien haar wereldwijde aanwezigheid is de groep actief in vele belastingrechtsgebieden alsook onderhevig aan periodieke belastingcontroles, inclusief controles over transactie-gerelateerde belastingen en transfer pricing overeenkomsten, dewelke kunnen leiden tot betwistingen met de betreffende belastingsautoriteiten. In die gevallen waar het bedrag van de belastingschuld onzeker is, boekt de groep een schuld naargelang haar beoordeling van de waarschijnlijkheid van de schuld. Het inschatten van de belastingschuld voor onzekere belastingposities vereist een belangrijke inschatting van het management. De groep licht de uitkomst van haar beoordeling toe in toelichting 3.2 en 6.21 van de geconsolideerde jaarrekening. We hebben een gedetailleerd inzicht verkregen in de belastingstrategie van de groep evenals de belangrijke technische belastingkwesties en risico's in verband met operationele en wetgevende ontwikkelingen. We hebben de status van de lopende audits van lokale belastingautoriteiten kritisch beoordeeld. We hebben het oordeel van het management geëvalueerd met betrekking tot de onzekere belastingposities en de bepaling van de voorzieningen voor deze posities. We beschouwden hierbij het advies ingewonnen door het management bij derde partijen om hun cruciale beoordeling te ondersteunen. We evalueerden het proces en de interne controles rond het bepalen van de schuld voor onzekere belastingposities, inclusief hoe deze beoordeling en inschattingen worden opgebouwd, goedgekeurd en opgenomen in de boekhouding. Belastingen – recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen De groep heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend voor een bedrag van 124,2 miljoen EUR. De groep dient een inschatting te maken over de recupereerbaarheid van deze uitgestelde belastingvorderingen. De beoordeling hiervan hangt af van cruciale assumpties genomen door de groep, zoals het budget en de toekomstige winstgevenheid van elk van de entiteiten apart, inclusief assumpties rond de toepasbare belastingvoeten. De recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen wordt beschouwd als een belangrijk kernpunt gezien deze een belangrijk deel van de geconsolideerde jaarrekening uitmaken en het proces een zorgvuldige overweging vraagt met Als deel van onze audit procedures hebben wij de inschattingen van het management, betreffende de kans dat de geboekte belastingvorderingen kunnen worden gerecupereerd door toekomstige belastbare winsten, beoordeeld en getoetst. In onze procedures hebben wij, waar nodig, de budgetten en projecties opgemaakt door het management geëvalueerd en hierbij de relevante belastingwetgeving in beschouwing genomen. Verder hebben we kritisch nagezien dat deze consistent zijn met de groepsbudgetten en -projecties alsook met de daarin gehanteerde belastingsvoeten.
condities.
betrekking tot de toekomstige markt en economische
De groep licht haar positie met betrekking tot belastingvorderingen toe in toelichting 5.6 en 6.7 van
de geconsolideerde jaarrekening.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
het concluderen dat de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de groep haar continuïteit niet langer kan handhaven;
het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in een afzonderlijk verslag gevoegd bij het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Dit verslag van niet-financiële informatie bevat de door artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste inlichtingen en is in overeenstemming met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op GRI normen. Overeenkomstig artikel 3:80 § 1, 5° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met de in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening vermelde GRI normen.
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Getekend te Gent.
De commissaris
| Digitally signed by Charlotte Vanrobacys |
Signed By: Charlotte Vanrobaeys (Signa Signing Time: 25-Mar-21 11:44 CET |
|---|---|
| DocuSign | C: BE Issuer: Citizen CA |
| C952EDC43B08459C90DD4354EDC5E3E3 |
Deloitte Bedrijfsrevisoren CVBA Vertegenwoordigd door Charlotte Vanrobaeys
Deloitte Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises Coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid/Société coopérative à responsabilité limitée Registered Office: Gateway building, Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, B-1930 Zaventem VAT BE 0429.053.863 - RPR Brussel/RPM Bruxelles - IBAN BE86 5523 2431 0050 - BIC GKCCBEBB
Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited
| Certificate Of Completion | ||
|---|---|---|
| Envelope Id: 161EF66C9071422B88B6CC0E0CAF12E2 Status: Completed |
||
| Subject: Please DocuSign: conso-PIE-opinion - NV Bekaert SA 31.12.2020 (NL) (25.03.2021).docx | ||
| Source Envelope: | ||
| Document Pages: 7 | Signatures: 1 | Envelope Originator: |
| Certificate Pages: 2 | Initials: 0 | Isabel Eggermont |
| AutoNav: Enabled | Luchthaven Brussel Nationaal 1 J | |
| EnvelopeId Stamping: Disabled | Zaventem, Vlaams-Brabant 1930 | |
| Time Zone: (UTC+01:00) Brussels, Copenhagen, Madrid, Paris | ||
| IP Address: 31.186.239.205 | ||
| Record Tracking | ||
| Status: Original | Holder: Isabel Eggermont | Location: DocuSign |
| 25-Mar-21 11:39 | ||
| Signer Events | Signature | Timestamp |
| Charlotte Vanrobaeys | Sent: 25-Mar-21 11:41 | |
| Viewed: 25-Mar-21 11:42 | ||
| Partner Audit & Assurance | Signed: 25-Mar-21 11:44 | |
| Deloitte Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises | ||
| Security Level: Email, Account Authentication (None), Digital Certificate |
Signature Adoption: Pre-selected Style Using IP Address: 31.186.239.208 |
|
| Signature Provider Details: | ||
| Signature Type: Signer Held EU Qualified | ||
| Signature Issuer: Citizen CA | ||
| Electronic Record and Signature Disclosure: Not Offered via DocuSign |
||
| In Person Signer Events | Signature | Timestamp |
| Editor Delivery Events | Status | Timestamp |
| Agent Delivery Events | Status | Timestamp |
| Intermediary Delivery Events | Status | Timestamp |
| Certified Delivery Events | Status | Timestamp |
| Carbon Copy Events | Status | Timestamp |
| Isabel Eggermont | Sent: 25-Mar-21 11:44 | |
| Resent: 25-Mar-21 11:44 | ||
| Executive Management Assistant Audit & | Viewed: 25-Mar-21 11:52 | |
| Assurance | ||
| Deloitte Bedrijfsrevisoren / Réviseurs d'Entreprises | ||
| Security Level: Email, Account Authentication (None) |
||
| Electronic Record and Signature Disclosure: Not Offered via DocuSign |
||
| Witness Events | Signature | Timestamp |
| Notary Events | Signature | Timestamp |
| Envelope Summary Events | Status | Timestamps |
| Status | Timestamps |
|---|---|
| Security Checked | 25-Mar-21 11:42 |
| Security Checked | 25-Mar-21 11:44 |
| Security Checked | 25-Mar-21 11:44 |
| Status | Timestamps |
Per einde maart 20211
| Oswald Schmid1 | Chief Executive Officer & Chief Operations Officer |
|---|---|
| Juan Carlos Alonso | Chief Strategy Officer |
| Kersten Artenberg | Chief Human Resources Officer |
| Taoufiq Boussaid | Chief Financial Officer |
| Arnaud Lesschaeve | Divisional CEO Rubber Reinforcement |
| Jun Liao1 | Divisional CEO Specialty Businesses & country manager China |
| Curd Vandekerckhove | Divisional CEO BBRG |
| Stijn Vanneste | Divisional CEO Steel Wire Solutions |
| Jan Boelens | Senior Vice President Steel Wire Solutions EMEA |
|---|---|
| Bruno Cluydts | Chief Strategy Officer BBRG |
| Philip Eyskens | Senior Vice President General Counsel, Legal, IP & GRC |
| Lieven Larmuseau | Executive Vice President Strategy, Sales & Marketing Rubber Reinforcement |
| Patrick Louwagie | Senior Vice President Global Engineering |
| Dirk Moyson | Senior Vice President Global Operations Rubber Reinforcement |
| Steven Parewyck | Senior Vice President Latin America |
| Raf Rentmeesters | Senior Vice President Building Products |
| Adam Touhig | Senior Vice President Rubber Reinforcement Asia |
| Gunter Van Craen | Chief Digital & Information Officer |
| Piet Van Riet | Executive Vice President Steel Wire Solutions South & Central America |
| Luc Vankemmelbeke | Senior Vice President Procurement |
| Geert Voet | Chief Operations Officer Ropes BBRG |
| Zhigao Yu | Senior Vice President Technology |
Isabelle Vander Vekens
Deloitte Bedrijfsrevisoren
Katelijn Bohez
www.bekaert.com [email protected] T +32 56 76 61 00 [email protected] [email protected]
Het jaarverslag betreffende het boekjaar 2020 is beschikbaar op internet in het Engels en het Nederlands op annualreport.bekaert.com
Uitgever & coördinatie: Katelijn Bohez, VP Investor Relations & External Communications
1 Op 1 april 2021 zal Yves Kerstens Bekaert vervoegen als Divisie-CEO Specialty Businesses en Chief Operations Officer, en wordt hij lid van het BGE. Jun Liao zal de rol van China CEO opnemen en het China Transformation Office leiden naast zijn huidige verantwoordelijkheden als landmanager voor China.
De ondertekenende personen verklaren dat, voorzover hen bekend:
Namens de Raad van Bestuur:
Oswald Schmid Jürgen Tinggren
Gedelegeerd Bestuurder Voorzitter van de Raad van Bestuur
Dit rapport kan toekomstgerichte verklaringen bevatten. Die verklaringen reflecteren de huidige inzichten van de bedrijfsleiding aangaande toekomstige gebeurtenissen, en zijn onderhevig aan bekende en onbekende risico's, onzekerheden en andere factoren die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten aanzienlijk verschillen van toekomstige resultaten of prestaties die door die toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt of die daaruit zouden kunnen worden afgeleid. Bekaert verstrekt de in dit rapport opgenomen informatie per huidige datum en neemt geen enkele verplichting op om de toekomstgerichte verklaringen in het licht van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderszins te actualiseren. Bekaert wijst elke aansprakelijkheid af voor verklaringen die door derden worden afgelegd of gepubliceerd, en neemt geen enkele verplichting op om onnauwkeurige gegevens, informatie, conclusies of opinies te corrigeren die door derden worden gepubliceerd met betrekking tot dit of enig ander rapport of persbericht dat door Bekaert wordt verspreid.
Visit: www.bekaert.com/financialcalendar
www.bekaert.com
NV Bekaert SA Bekaertstraat 2 BE-8550 Zwevegem Belgium T +32 56 76 61 00
[email protected] www.bekaert.com
© Bekaert 2021
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.