Annual Report • Apr 3, 2020
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
Verslag van de Raad van Bestuur
Geconsolideerde jaarrekening
Jaarrekening ageas SA/NV
| A | Inleiding 5 | ||
|---|---|---|---|
| Verslag van de Raad van Bestuur 6 | |||
| 1 | Strategie en bedrijfsmodel van Ageas 6 | ||
| 2 | Resultaten en ontwikkelingen 9 | ||
| 3 | Het scheppen van waarde in en voor de maatschappij 11 | ||
| 4 | Corporate Governance Statement 34 | ||
| B | Geconsolideerde jaarrekening 2019 50 | ||
| Geconsolideerde balans 51 | |||
| Geconsolideerde resultatenrekening 52 | |||
| Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income 53 | |||
| Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 54 | |||
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht 55 | |||
| C | Algemene Informatie 56 | ||
| 1 | Juridische structuur 57 | ||
| 2 | Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 58 | ||
| 3 | Overnames en desinvesteringen 88 | ||
| 4 | Risicomanagement 90 | ||
| 5 | Toezicht en solvabiliteit 121 | ||
| 6 | Beloningen en vergoeding 125 | ||
| 7 | Verbonden partijen 139 | ||
| 8 | Informatie operationele segmenten 141 | ||
| D | Toelichting op de geconsolideerde balans 153 | ||
| 9 | Geldmiddelen en kasequivalenten 154 | ||
| 10 | Financiële beleggingen 155 | ||
| 11 | Vastgoedbeleggingen 161 | ||
| 12 | Leningen 164 | ||
| 13 | Beleggingen en aandeel in resultaat van geassocieerde ondernemingen 166 | ||
| 14 | Herverzekering en overige vorderingen 169 | ||
| 15 | Overlopende rente en overige activa 170 | ||
| 16 | Materiële vaste activa 171 | ||
| 17 | Goodwill en overige immateriële activa 173 | ||
| 18 | Eigen vermogen 176 | ||
| 19 | Verzekeringsverplichtingen 182 | ||
| 20 | Achtergestelde schulden 187 | ||
| 21 | Leningen 190 | ||
| 22 | Actuele en uitgestelde belastingen 192 | ||
| 23 | RPN (I) 194 | ||
| 24 | Overlopende rente en overige verplichtingen 195 | ||
| 25 | Voorzieningen 197 | ||
| 26 | Minderheidsbelangen 198 | ||
| 27 | Derivaten 199 | ||
| 28 | Toezeggingen 201 | ||
| 29 | Reële waarde van financiële activa en financiële passiva 202 |
| E | Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 204 | ||
|---|---|---|---|
| 30 | Verzekeringspremies 205 | ||
| 31 | Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 207 | ||
| 32 | Resultaat op verkoop en herwaarderingen 208 | ||
| 33 | Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 209 | ||
| 34 | Commissiebaten 210 | ||
| 35 | Overige baten 211 | ||
| 36 | Schadelasten en uitkeringen 212 | ||
| 37 | Financieringslasten 213 | ||
| 38 | Wijzigingen bijzondere waardeverminderingen 214 | ||
| 39 | Commissielasten 215 | ||
| 40 | Personeelskosten 216 | ||
| 41 | Overige lasten 217 | ||
| 42 | Belastingen op de winst 219 | ||
| F | Toelichting op posten niet opgenomen in de geconsolideerde balans 220 | ||
| 43 | Voorwaardelijke verplichtingen 221 | ||
| 44 | Gebeurtenissen na balansdatum 225 | ||
| Bericht van de Raad van Bestuur 226 | |||
| Verslag van de commissaris 227 | |||
| G | Statutaire jaarrekening 2019 ageas SA/NV 232 | ||
| Algemene informatie 233 | |||
| Aanvullende toelichting op onderdelen in de balans en de resultatenrekening en reglementaire voorschriften 234 | |||
| Belangenverstrengeling 272 | |||
| Verslag van de commissaris 273 | |||
| H | Overige informatie 277 | ||
| Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst 278 | |||
| Registratie van gedematerialiseerde aandelen 279 | |||
| Begrippenlijst en Afkortingen 280 |
Het Ageas Jaarverslag 2019 bevat het Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas, opgesteld op basis van de in België toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften (op grond van artikel 3:6 en artikel 3:32 van de Belgische Wet op het Vennootschapsrecht), de Geconsolideerde Jaarrekening Ageas 2019 (met vergelijkende cijfers voor 2018), opgesteld conform de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard door de Europese Unie en de Verkorte Jaarrekening van ageas SA/NV.
Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit Jaarverslag luiden in miljoenen euro's, tenzij anders vermeld.
2019 was het eerste jaar in de uitvoering van het drie jaar omvattende strategisch plan Connect 21, zowel op het niveau van de Groep als binnen de lokale entiteiten. De strategische keuzes in het kader van Connect21 zijn vertaald naar lokale actieplannen die rekening houden met de specifieke kenmerken van alle ondernemingen in de desbetreffende landen. Zo waarborgt Ageas relevant te blijven voor al zijn stakeholders en trouw aan de doelstelling 'Supporter van jouw leven'.
Als 'Supporter van jouw leven' streeft de groep ernaar waarde te scheppen voor klanten, werknemers, partners, beleggers en de maatschappij als geheel. Voor elk van deze stakeholdergroepen formuleerde Ageas specifieke beloften en dienovereenkomstige KPI's.
De afgelopen tien jaar is Ageas geëvolueerd tot een winstgevende verzekeringsmaatschappij die constant op zoek is naar manieren om zich verder te ontwikkelen, waarbij de klant centraal staat. Bij de opzet van het strategisch plan Connect21 is Ageas teruggegaan naar de basis en heeft de onderneming de essentie van haar bestaan onderzocht. Het bedrijf erkent dat de wereld complexer wordt en dit betekent dat de rol van een verzekeraar voortdurend verandert en groter wordt, om te voldoen aan de veranderende behoeften van alle stakeholders.
Ageas streeft er naar om zich te buigen over de onzekerheden en de mogelijkheden, zodat haar klanten met alle gemoedsrust ten volle van elke fase van hun leven kunnen genieten. Met haar competenties en vaardigheden biedt Ageas oplossingen op het gebied van gezondheid, welzijn, huisvesting en mobiliteit, evenals voor zaken die met ouderdom te maken hebben, waaronder spaar- en pensioenoplossingen.
Ageas gebruikt de nieuwste technologische ontwikkelingen om een uitmuntende klantenervaring te creëren en biedt oplossingen die verder gaan dan de traditionele grenzen van verzekeringen: voorbereiding en bescherming, naast preventie en ondersteuning.
In deze nieuwe terreinen buiten traditionele verzekeringen is Ageas zich ook bewust van haar bredere rol in de maatschappij en speelt zij in op de maatschappelijke uitdagingen waar Ageas de meeste waarde kan toevoegen. Het onderschrijven van de Principles for Responsible Investment (PRI) van de VN en het aannemen van een selectie van relevante Sustainable Development Goals (SDG) van de VN ondersteunt deze inspanningen.
Het succes van Ageas hangt af van hoe alle stakeholders hun relaties met Ageas op lange termijn beoordelen. De implementatie van Connect21 is een geleidelijk proces in een wereld die voortdurend verandert. Ageas wil hyperrelevant blijven en erkent dat hiervoor voortdurende ontwikkeling en innovatie nodig zijn, teneinde op lange termijn het concurrentievoordeel te behouden. Via een specifiek strategisch proces, "Think 2030" houdt de groep maatschappelijke trends en technologische innovaties nauwlettend in het oog, en ook hoe deze het toekomstige product- en dienstenaanbod voor klanten beïnvloeden.
Vanuit haar doel en kernwaarden – zorgen, durven, realiseren en delen – biedt Ageas in 14 Europese en Aziatische landen Leven- en Niet-Leven-oplossingen aan miljoenen particuliere en bedrijfsklanten. De onderneming helpt klanten om hun risico's te beheren, erop te anticiperen en deze te verzekeren, met een brede waaier aan producten die zowel aan de huidige als toekomstige behoeften voldoen. Ageas onderscheidt zich ons door haar expertise op het gebied van partnerships en heeft langetermijn overeenkomsten gesloten met toonaangevende financiële instellingen en distributeurs over de hele wereld, waardoor zij altijd dicht bij de klant is. In de toekomst zal Ageas deze partnerships of ecosystemen uitbouwen en versterken. Door producten en diensten te ontwikkelen die verder gaan dan alleen verzekeringen streeft de onderneming ernaar om in een razendsnel veranderende wereld in te spelen op nieuwe behoeften en prioriteiten. Net als elk ander bedrijf opereert Ageas binnen een dynamisch wet- en regelgevingskader zoals Solvency II en Mifid en recenter de AVG met betrekking tot gegevensbescherming. Ageas speelt ook in op regelgeving of kaders zoals de PRI en SDG's van de VN en principes rond klimaatverandering zoals de richtlijnen van de Task Force for Climate related Financial Disclosures (TCFD). En er komen nog meer ontwikkelingen aan, zo zal bijvoorbeeld de taxonomie van beleggingen van de EU tegen eind 2021 van kracht worden.
Het is vanzelfsprekend dat Ageas haar beloften uitsluitend kan waarmaken met de steun van passend opgeleide en betrokken medewerkers en het kapitaal dat haar aandeelhouders ter beschikking stellen.
Wat betreft de opbrengstenstromen bepalen drie belangrijke componenten de financiële resultaten van Ageas:
Onderschrijving: het nettoresultaat van de geïnde verzekeringspremies minus de uitgekeerde schades. Het poolen of onderling spreiden van de risico's van verzekerde individuen of bedrijven binnen een grotere portefeuille van verzekerde activa is de essentie van verzekeringen. De klant betaalt periodiek, doorgaans maandelijks of jaarlijks premie, om risico's aangaande levens, woningen, auto's, reizen of specifiekere soorten risico te dekken. Ageas verzekert deze en keert na claims uit in het geval van een ongunstige gebeurtenis. In de toekomst kunnen andere opbrengstenbronnen mogelijk zijn, afhankelijk van welke diensten Ageas buiten verzekeringen kan ontwikkelen;
Met een groepsbreed doel en waarden, en duidelijke strategische keuzes en bedrijfsmodel streeft Ageas ernaar een echte 'Supporter van jouw leven' te zijn en waarde te scheppen voor alle stakeholders: klanten, werknemers, partners, beleggers en maatschappij.
Dit jaarverslag en het activiteitenrapport beoogt de lezer alle relevante informatie te bieden die deze nodig heeft teneinde de inspanningen te beoordelen die Ageas levert om te voldoen aan de financiële en nietfinanciële verwachtingen van al haar stakeholders.
Het nettoresultaat van Ageas voor 2019 bedroeg EUR 979 miljoen, 21% hoger dan vorig jaar dankzij de stabiele bijdrage van de Belgische activiteiten, een uitzonderlijk hoog resultaat van de Aziatische Leven-activiteiten en sterke operationele prestaties in Niet-leven in Continentaal Europa. Het nettoresultaat profiteerde verder van enkele eenmalige elementen in de eerste helft van het jaar en een aanzienlijk niveau van meerwaarden. Het resultaat van vorig jaar werd beïnvloed door bijzondere waardeverminderingen op aandelen en omvatte EUR 35 miljoen aan meerwaarden op de verkoop van het belang van de Groep in Cardif Lux Vie.
Het premie-inkomen over 2019 steeg op vergelijkbare basis met 11%. De groei was vooral toe te schrijven aan de solide omzet in België en Azië. In het VK daalde het premie-inkomen slechts enigszins, niettegenstaande de strategische beslissing om uit zwak presterende programma's te stappen en een strikt prijsbeleid te hanteren. Continentaal Europa leverde een uitstekende commerciële prestatie in Niet-leven, terwijl het premie-inkomen Leven in het lage renteklimaat daalde.
De Technische verplichtingen Leven, exclusief shadow accounting van de geconsolideerde entiteiten, stegen met 3% in vergelijking met het einde van 2018, vooral dankzij de hogere verkopen. De Technische verplichtingen Leven in de niet-geconsolideerde entiteiten in Azië namen met 25% toe.
De operationele marge voor Producten met interestgarantie profiteerde in het vierde kwartaal van hogere beleggingsresultaten in België en Continentaal Europa. Over het volledige jaar genomen lag de marge perfect binnen het streefbereik. Hoewel de totale operationele marge van Unit-linked in België opliep tot de bovenkant van het streefbereik van 40 basispunten en in Continentaal Europa verbeterde, blijft deze per eind 2019 enigszins onder het streefbereik.
De combined ratio voor het kwartaal weerspiegelt de sterke operationele prestatie in Woningverzekeringen en Ongevallen & Gezondheidszorg in alle regio's, deels tenietgedaan door claims voor Autoverzekeringen. De impact van het slechte weer in België in het eerste kwartaal werd ruimschoots gecompenseerd door de operationele prestaties in de rest van het jaar. Dit leidde tot een sterke combined ratio sinds begin dit jaar, boven het vastgestelde streefniveau van 96%.
De bijdrage van de Algemene rekening bedroeg in 2019 EUR (123) miljoen vanwege de hogere kosten met betrekking tot de uitvoering van de Fortis-schikking, terwijl de herwaardering van de RPN(I) neutraal was. Het nettoresultaat van vorig jaar omvatte een positieve herwaardering van de RPN(I) en een meerwaarde op de verkoop van de Luxemburgse activiteiten.
De Solvency IIageas-ratio bedroeg eind december 217%, een bijzonder sterk resultaat. De stijging tijdens het kwartaal was voornamelijk te danken aan de uitgifte van een Tier 1-schuldinstrument voor een bedrag van EUR 750 miljoen. De Solvency IIageas-ratio omvat niet het bod tot aankoop van de FRESH, dat naar verwachting in het eerste kwartaal van 2020 een negatieve impact van ongeveer 12 procentpunten zal hebben.
ageas SA/NV rapporteerde voor het boekjaar 2019 op basis van de Belgische boekhoudregels een positief nettoresultaat van EUR 209 miljoen (2018: EUR 825 miljoen) en een eigen vermogen van EUR 5.673 miljoen (2018: EUR 6.160 miljoen).
Een meer gedetailleerde toelichting bij het statutaire nettoresultaat van ageas SA/NV en andere Belgische wettelijke verplichtingen in overeenstemming met artikel 3:6 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen, bevindt zich in de jaarrekening van ageas SA/NV. PwC bracht een goedkeurende accountantsverklaring uit met een toelichtende paragraaf omtrent de jaarrekening van ageas SA/NV.
Raadpleeg toelichting 44 over de terugkoop van de FRESH-effecten en COVID-19.
De Raad van Bestuur van Ageas zal de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 20 mei 2020 voorstellen om een bruto cash dividend van EUR 2,65 per aandeel uit te keren.
Op 2 augustus 2019 voltooide Ageas het op 8 augustus 2018 aangekondigde inkoopprogramma. Ageas kondigde op 7 augustus 2019 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen aan voor EUR 200 miljoen.
Nadere informatie over deze aandeleninkoopprogramma's, de uitstaande aandelen van Ageas, de dividendrechten en de kapitaalstructuur is te vinden in de Corporate Governance Statement en in toelichting 18 Eigen vermogen.
In overeenstemming met de nieuwe Belgische Corporate Governance Code die vanaf 1 januari 2020 van kracht is geworden en met ons strategische plan Connect21, heeft Ageas een bijgewerkte versie van zijn Corporate Governance Charter ingevoerd. Daarin bevestigt de Raad van Bestuur de doelstelling van de Groep om voor al zijn stakeholders duurzame economische waarde te creëren. Het nieuwe charter kan worden geraadpleegd op de website van Ageas.
Om deze duurzame waardecreatie doeltreffend na te streven, ontwikkelt de Raad van Bestuur een inclusieve benadering die een evenwicht tot stand brengt tussen de legitieme belangen en verwachtingen van aandeelhouders en andere stakeholders, met een verhoogde focus op duurzaamheid, ESG-aangelegenheden en ethische vereisten.
Als verzekeringsgroep staat Ageas in het middelpunt van een aantal maatschappelijke thema's die een grote rol spelen in het leven van iedereen. Vergrijzing, gezondheidsgerelateerde zaken, nieuwe leefvormen, mobiliteit en klimaatverandering creëren allemaal risico's en kansen voor de activiteiten van Ageas. Om niet alleen vandaag maar ook in de toekomst relevant te blijven, heeft de Groep nagedacht over deze uitdagingen. In het kader van Connect21, het lopende strategisch driejarenplan, heeft Ageas gekozen voor het stakeholdermodel waarin zij waarde wil scheppen voor al haar stakeholders en tegelijkertijd rekening wil houden met landspecifieke factoren. Voor elke categorie van stakeholders werden duidelijke ambities overeengekomen die in praktijk moeten gebracht worden. Ageas heeft de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG) van de VN onderschreven en op basis van haar kerncompetenties ervoor gekozen zich actief in te zetten voor de volgende 10 SDG's:
In 2019 is Ageas gestart met de omzetting van haar engagement naar stakeholders in concrete projecten en actieplannen. Het project wordt aangestuurd vanuit het CEO-departement. Dit weerspiegelt de reikwijdte van het project en het feit dat het engagegment voor stakeholders betrekking heeft op alle aspecten van de onderneming.
De onderstaande afbeelding symboliseert het engagement naar de stakeholders en een duidelijke uitspraak over wie de Groep wil zijn, een 'Supporter van jouw leven'.
Binnen de organisatie is een netwerk van ESG-ambassadeurs opgezet, met vertegenwoordigers in alle relevante landen, er zorg voor dragend dat alle nodige vaardigheden en ervaring aanwezig zijn.
Dit netwerk legde een aantal thema's en projecten vast die de basis vormen voor het actieplan. Dit betreft:
In het kader van deze laatste, streeft Ageas ernaar om onder andere aan de volgende regelgeving te voldoen:
Bij het opstellen van dit verslag bleef Ageas consistent met de voorgaande twee jaren met focus op de materiële aspecten voor Ageas als Groep en aangevuld met nieuwe inzichten die in de loop van 2019 verkregen werden.
Het verslag vermeldt de vooruitgang per stakeholdergroep, met als startpunt de materiële onderwerpen en de beloften aangegaan in het kader van Connect21. Waar mogelijk en passend geeft Ageas naast kwalitatieve informatie ook een aantal cijfers. Zoals eerder gemeld is het de bedoeling om dit de komende jaren verder te structureren en te verrijken, teneinde te komen tot een rapportering van relevante financiële en niet-financiële indicatoren voor elke categorie stakeholders. Ageas wijst er graag op dat alle gegevens, tenzij anders vermeld, zijn gebaseerd op de gangbare consolidatiekring.
In de loop van 2019 was er een halfjaarlijkse periodieke rapportage over de status van het project naar het Executive Committee, Management Committee alsook de Raad van Bestuur (zie ook nota 4).
Belangrijke onderwerpen die ter sprake komen met betrekking tot de klanten
Het doel van de onderneming is herbeoordeeld in het kader van het strategisch plan Connect21 en verklaart: "Wij bestaan voor onze klanten. We zijn er om hen in goede en slechte tijden bij te staan. De toekomst is niet altijd even duidelijk, laat staan voorspelbaar. Wij beschermen wat ze vandaag hebben, en helpen hen om hun toekomstdromen waar te maken. Als 'Supporter van jouw leven' buigen wij ons over de onzekerheden en de mogelijkheden, zodat onze klanten met alle gemoedsrust ten volle van elke fase van hun leven kunnen genieten".
De beloften ten opzichte van de klanten zijn de volgende:
De inzet voor de klanten is sterk gekoppeld aan de sterke banden van de onderneming met partners, omdat veel klanten via partners worden bediend. Zodoende werden de volgende beloften naar partners toe gemaakt:
Ageas houdt in het achterhoofd dat de wereld snel verandert, met nieuwe maatschappelijke uitdagingen, nieuwe oplossingen dankzij de snelheid van de technologische en wetenschappelijke vooruitgang, de veranderende aard van risico en de verwachtingen van haar klanten en andere stakeholders.
Om in de toekomst competitief en hyper-relevant te blijven moet Ageas meer dan ooit voortdurend nieuw kennis en technologie evalueren, herbeoordelen en omzetten in nieuwe innovatieve ideeën. Aanwezig zijn voor de klanten, in elke levensfase én met een uitgebreider productaanbod, ligt in lijn met onze aangepaste doelen én de ambitie om producten en diensten aan te bieden die verder gaan dan verzekeringen.
De Ageas Groep bedient direct of indirect bijna 371 miljoen klanten, in 14 Europese en Aziatische landen. Ageas is voornamelijk actief in mature markten in West-Europa en via joint ventures in Aziatische groeilanden. Via een breed scala aan kanalen ligt de focus op Levenen Niet-Leven-oplossingen voor individuele klanten en kleine en middelgrote bedrijven. Binnen het huidige strategisch plan is de reikwijdte verbreed naar activiteiten op het gebied van preventie en ondersteuning en om onze klanten te helpen op potentiële risico's te anticiperen, naast de gebruikelijke bescherming en assistentie ingeval van een ongunstige gebeurtenis. Deze uitdrukkelijkere ambitie ligt in lijn met de aangepaste doelstelling en stelt ons in staat om de klanten oplossingen te bieden die economische waarde scheppen en inspelen op bepaalde maatschappelijke kwesties bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid en welzijn, vergrijzing of mobiliteit. Deze bredere ambitie resulteert doorgaans ook in nieuwe types van partnerships, naast de traditionele allianties .
1 Het aantal klanten is aangepast na een wijziging van de definitie voor een aantal Aziatische joint ventures.
Deze nieuwe benadering wordt ondersteund door een goede communicatie en de juiste opzet van diensten, evenals een constante focus op de aanpassing van het productengamma aan de nieuwe eisen. Hiermee wil Ageas inspelen op nieuwe maatschappelijke trends zoals de deeleconomie en groene producten en diensten. Tegelijkertijd worden nieuwe technologische en digitale mogelijkheden gebruikt om het leven van de klant te vergemakkelijken.
In lijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) beoordeelde Ageas de afgelopen jaren haar beheerkader voor persoonsgegevens, bestaande uit de regels en principes ten aanzien van de verwerking en bescherming van persoonsgegevens binnen Ageas en de entiteiten die er deel van uitmaken. Deze regels geven enerzijds de betrokkenen meer rechten en houden anderzijds strikte en formele regels voor Ageas in bij de verwerking van persoonsgegevens. De processen zijn geformaliseerd en alle relevante informatie wordt aan de betrokkenen medegedeeld, inclusief informatie over de overdracht van gegevens buiten de EER. Op deze wijze versterkte Ageas de transparantie en controle en beschermt zij de belangen van klanten, medewerkers en andere belangrijke stakeholders op het gebied van gegevensbescherming.
Ageas investeert ook in permanente bewustwording en verplichte opleiding met betrekking tot de beheerprocessen voor persoonsgegevens (zie paragraaf 3.3). Beheer van persoonsgegevens maakt deel uit van het risicomanagementkader van de Ageas Groep en wordt aangevuld door het gegevensbeheerbeleid en het informatiebeveiligingsbeleid, gedetailleerd beschreven in het informatiebeveiligingskader van Ageas. Net als het overige beleid van Ageas zijn deze beleidsplannen verplicht voor alle dochtermaatschappijen van Ageas en hebben met Ageas verbonden ondernemingen een inspanningsverplichting om deze te implementeren.
Ageas erkent dat (persoons-)gegevens een belangrijk actief vormen. Samen met andere informatie kunnen gegevens inzichten bieden over klanten, producten en diensten. Ze kunnen ook bijdragen aan innovatie en aan het behalen van strategische doelstellingen. Als gegevens echter niet juist worden beheerd, kunnen deze net tot vele risico's leiden, waaronder niet-naleving van wet- en regelgeving, evenals beveiligingsrisico's. Daarom hanteert en verbetert Ageas een gegevensbeheer waarmee de volgende zaken worden gewaarborgd:
Alle informatie waarover Ageas beschikt moet afdoende worden beschermd tegen een grote reeks van bedreigingen waaronder malware, computer-hacking, dos-aanvallen, computerfraude, phishing, social engineering, evenals het verlies, de diefstal of openbaarmaking van vertrouwelijke informatie (waaronder – gevoelige – persoonsgegevens), brand, enz. Informatiebeveiliging wordt gerealiseerd door de implementatie van geschikte controlemaatregelen, waaronder niettechnische (bijv. beleid, processen, procedures, richtlijnen, toezicht door organisatiestructuren) en technische (bijv. perimetercontrole, toegangscontrole, bewaking, veilige codes enzovoort).
In 2019 startte Ageas met de implementatie en uitvoering van het SDGkader van de VN in haar activiteiten. Om dit te bereiken, voerde de onderneming een uitgebreid onderzoek uit via haar ambassadeursnetwerk. Het doel was om alle producten en diensten te analyseren tegen de geselecteerde SDG's en dit tot op het niveau van de afzonderlijke SDG-doelstellingen en te beoordelen hoe deze hieraan bijdragen. Dit onderzoek leidde tot een raming van de gecreëerde maatschappelijke waarde. Tegelijkertijd moet het in de toekomst een inspiratie zijn voor de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten die voldoen aan de criteria van 'gemeenschappelijke waarde creatie'. De hierna vermelde voorbeelden bieden een overzicht per regio van de producten die het meest relevant zijn in het kader van de realisatie van de SDGs.
In België lanceerde AG Insurance in 2019 "Phil@home", een dienstenoplossing die ouderen kan helpen langer in hun eigen woning te blijven in een veilige omgeving. Deze dienst is een combinatie van innovatieve technologie en persoonlijke coördinatie. Meer in het bijzonder biedt Phil@home een uitgebreide oplossing waarin klanten in elke levensfase gebruik kunnen maken van specifieke ondersteuningsdiensten gericht op veiligheid, onderhoud, en herstellingen en aanpassingen aan de woning. Naar verwachting zullen in de loop van de tijd andere diensten rond mobiliteit, zorg en administratie alsook nieuwe partners toegevoegd worden om het aanbod te vervolledigen. Met dit aanbod kunnen ouderen langer in hun eigen persoonlijke omgeving van het leven genieten. In 2019 werd het product na een testfase in een beperkt aantal gemeenten geleidelijk geografisch verder uitgerold.
Dit product biedt oplossingen voor maatschappelijke thema's verbonden met gezondheid, vergrijzing en duurzame steden en infrastructuur en voldoet in grote lijnen aan SDG 3.
Ageas heeft een breed aanbod aan duurzame beleggingsoplossingen voor particuliere en institutionele beleggers (zie ook 3.5):
In België steeg de belangstelling van institutionele klanten voor duurzame beleggingsproducten in 2019 gestaag verder. Op 7 november ontving AG Insurance het "Towards Sustainability'-label voor haar duurzame Tak 23-fondsen. Dit betekent dat deze fondsen worden beheerd volgens een kwaliteitsnorm die een aantal minimumeisen definieert, waaraan duurzame financiële producten moeten voldoen wat betreft de portefeuille en het beleggingsproces. De normen staan onder toezicht van het Central Labelling Agency van het Belgische SRI-Label (CLA). Per eind 2019 was ongeveer EUR 1,3 miljard belegd in deze duurzame fondsen.
Het totale bedrag dat in duurzame oplossingen volgens de duidelijk gedefinieerde ESG-criteria was belegd bedroeg eind 2019 EUR 5,8 miljard, een toename van 25% vergeleken met eind 2018.
In Portugal is Ocidental Pensões de eerste die via haar Horizonte Open Pension Funds de PRI-principes van de VN onderschrijft en die zijn fonds beheert volgens de principes van Verantwoord Beleggen.
In Portugal introduceerde Médis in 2017 GoFar, een ambitieuze en innovatieve joint venture met de nationale apothekersorganisatie ANF. Via dit partnership hebben klanten toegang tot uitstekende en gedifferentieerde gezondheidszorg van hoge kwaliteit en voordeligere zorg, toegankelijker voor een grotere populatie. De oplossing gebruikt informatietechnologie om de toegang van klanten efficiënter te maken.
Dit product streeft naar een oplossing voor maatschappelijke vragen rond de gezondheidszorg, inclusief Preventie en voldoet als zodanig aan SDG 3, maar ook aan SDG 17, via het partnership met ANF. Het specifieke doel is om innovatieve en baanbrekende gezondheidszorgoplossingen voor een breder publiek te ontwikkelen.
In 2018 besloot Médis om te focussen op een compleet ecosysteem voor mondzorg en lanceerde Médis Dental Insurance, het eerste volledig op tandzorg gerichte zorgverzekeringsproduct in Portugal. In december 2018 werd de eerste tandheelkundige kliniek in Lissabon geopend en in de loop van 2019 kwamen er nog drie bij in Lissabon en Porto. In 2023 moet een nationaal netwerk van 30 klinieken operationeel zijn dat kan voldoen aan de reële behoefte aan tandzorg. Klanten kunnen online afspraken maken voor de langere openingstijden in de week en in het weekend en hebben toegang tot een Personal Patient Manager en de faciliteiten van een betrouwbaar en uiterst deskundig medisch team met ervaring op diverse deelterreinen binnen de tandheelkunde gebruik makend van geavanceerde apparatuur en technologieën. Het is de ambitie om deze nieuwe dienst verder te integreren in het productaanbod van Médis.
Dit product beoogt om bredere oplossingen te leveren voor maatschappelijke problemen rond gezondheid en welzijn, inclusief preventie, en voldoet zodoende aan SDG 3, maar ook aan SDG 17 via het partnership met een lokale speler die gespecialiseerd is in tandzorg. In mindere mate beantwoordt het project ook aan SDG's 8 en 9 omdat het bijdraagt aan het scheppen van goede banen met een focus op ondernemerschap en innovatie. Dit laatste aspect vloeit voort uit de creatie van een nieuwe klantervaring.
Met het project 'Silver' biedt Ageas in Portugal een uitgebreid en kwalitatief hoogwaardig pakket aan oplossingen op het gebied van Gezondheid, Levensstijl en Financiële Zekerheid waarmee mensen een aangenaam leven kunnen leiden en ook hun gezin emotioneel kunnen ondersteunen.
Dit project streeft naar bredere oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken rond Gezondheid en Welzijn en voldoet zodoende aan SDG 3.
In Azië en meer in het bijzonder in China, lanceerde de joint venture van Ageas met Taiping Life in 2012 een verzekering tegen ernstige ziekte. Binnen dit project worden de marktomstandigheden en behoeften op het gebied van ernstige aandoeningen van stedelijke en plattelandsbewoners onderzocht en worden exclusieve producten voor toepassing bij ernstige ziekten ontwikkeld en projecten van lokale overheden ondersteund. Tot nu toe worden ruim 7,5 miljoen stedelijke en plattelandsbewoners gedekt voor poliklinische en klinische medische zorg via een verzekering tegen ernstige ziekten in samenwerking met de provinciale overheid van Guangxi.
Via haar joint venture Etiqa en haar lokale partner Maybank bracht Ageas in Maleisië twee levens- en overlijdensverzekeringsproducten op de markt. Deze worden verkocht via de lokale partner POS, de nationale posterijen, POS Khairat en Pos Tenang. Het eerste product voorziet bij overlijden van een persoon in een uitkering aan zijn/haar echtgenoot en hun kinderen. Dit product werd gecreëerd om te voorkomen dat gezinnen met lage inkomens nog dieper in de armoede terecht komen in geval van nood en wordt bewust betaalbaar gehouden. Het tweede product biedt een gelijksoortige bescherming in geval van overlijden van een persoon en vergoeding van medische kosten bij ongevallen, eveneens aan betaalbare prijzen.
In beide landen zijn deze producten bedoeld om door ziekte en ongelijkheid veroorzaakte armoede aanzienlijk te verminderen. Als zodanig bieden deze een oplossing in lijn met de SDG's 1 en 10.
Voor bepaalde producten en diensten kan Ageas door technologische vooruitgang en specifieke op gegevensanalyse en betere voorspellende modellen gebaseerde apps of oplossingen duurzamere producten aanbieden. Deze kunnen prijsdifferentiatie toepassen of maken een bredere klantenbasis mogelijk, inclusief klantengroepen die in het verleden vaak geen toegang tot verzekeringen hadden.
Technologische innovatie op het gebied van gegevensanalyses, FinTech, procesautomatisering met robots, artificiële intelligentie en stembesturing opent over het algemeen de deur tot een nieuw aanbod dat het leven van onze klanten gemakkelijker maakt. Daarnaast kunnen deze ook bijdragen aan beter inzicht en een hogere financiële geletterdheid en ook dit is een belangrijke doelstelling in het kader van een verhoogde relevantie.
In België hebben medewerkers van zakelijke klanten via "My Global Benefits" 24/7 toegang tot hun actuele pensioenstatus en tot uitgebreide informatie over hun zorgverzekering. Dit maakt deel uit van de strategie van AG Insurance om klanten een volledig geïntegreerde en digitale B2B2C-oplossing te bieden.
Interparking heeft haar Pcard+ uitgebreid met multimodaliteitsoplossingen. Gebruikers van het Brusselse openbaarvervoernetwerk MIVB/STIB kunnen hun vervoerbewijs rechtstreeks opladen op hun Pcard+.
Artificiële intelligentie (AI) wordt gebruikt om de afhandeling van binnenkomende berichten te automatiseren, teneinde de juistheid en de snelheid van antwoorden te versterken.
Zowel in het VK als in Turkije is AI volledig geïntegreerd in het schadeafhandelingsproces. Door het gebruik van AI kunnen schadeclaims efficiënter worden afgewikkeld en klanten profiteren hiervan. Via dieplerende artificiële intelligentie analyseert Tractable foto's van beschadigde voertuigen om kostenramingen voor herstellingen te genereren. De technologie kan momenteel 13 belangrijke carrosseriedelen van een voertuig analyseren en deze gegevens gebruiken om een prijsopgave voor het noodzakelijke herstelwerk te bevestigen. Dit betekent een bredere kostenbeheersing binnen de technische functie, omdat nu ongeveer 60% van alle herstelwerkzaamheden in een "Solutions Centre" kunnen worden gecontroleerd, een veel hoger volume dan de 10% herstellingen die voorheen werden beoordeeld.
In Turkije werd een soortgelijke automatisering geïntroduceerd onder de naam ADA. Deze automatiseert een aantal activiteiten namens medewerkers, agenten, en nu ook klanten van Aksigorta. Goedkeuringen voor autoverzekeringspolissen duren nu 2-3 minuten in plaats van 2-3 uur en zijn 24/7 mogelijk. Dit is een zeer positieve evolutie voor het klanttevredenheidsaspect.
In China verbetert de klantenservice door het gebruik van chatbots. Deze kunnen vragen van klanten beantwoorden en ook 'gemoedelijk' communiceren. Chatbots begrijpen ongestructureerde vragen en leveren 24/7 antwoorden en oplossingen, op basis van vooraf voorgeprogrammeerde gegevens. Daarnaast is Virtual Agent ingevoerd en deze benut NLP (natural language processing) technieken en gebruikt robots in plaats van mensen om klanten te bellen. Virtual Agent wordt gebruikt in gesprekken in de vorm van een vragenlijst. Op deze manier wordt een consistente performance gewaarborgd en wordt waardevolle mankracht zoveel mogelijk vrijgesteld van repetitieve taken.
Met deze technologische ontwikkelingen beoogt Ageas om de productiviteit te verhogen via diversificatie, technologische modernisering en innovatie, ook gericht op een arbeidsintensieve sector met een hoge toegevoegde waarde. Dit draagt bij aan de realisatie van de geselecteerde SDG's 8 en 9.
In het kader van Connect21 besloot Ageas zich voor de klantervaring te richten op de volgende KPI's:
In dit verband ligt de nadruk op eindklanten, als onderdeel van het engagement van Ageas naar stakeholders.
NPS meet hoe waarschijnlijk het is dat klanten producten of diensten van Ageas aanbevelen. NPS is een erkende indicator voor klantentrouw. De resultaten worden gebruikt om de vooruitgang in de klantervaring intern te meten en verbeteringsprogramma's op te zetten. De Ageas Groep gebruikt de NPS-methodiek al vele jaren en deze wordt lokaal geïmplementeerd, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen in de lokale organisaties en processen.
Hoewel NPS binnen Ageas wordt beschouwd als een sleutelfactor voor de klantervaring en belangrijke informatie is om te werken aan de verbetering van deze ervaring, mag men niet vergeten dat ook andere indicatoren worden opgevolgd, zoals de klanttevredenheid en de NES (net easiness score, die meet hoe 'gemakkelijk' het is voor de klant om een bepaalde dienst geleverd te krijgen).
Verder worden ook andere manieren gebruikt om de feedback van klanten vast te leggen, zoals Trustpilot binnen Ageas VK. Ageas gebruikt niet alleen de score als zodanig; deze is slechts een uitkomst en biedt richtlijnen voor de verbeteringsacties die Ageas Groep voortdurende ontwikkelt. Daarnaast is deze methodiek zeer belangrijk om de feedback van klanten vast te leggen en deze te vertalen naar nieuwe of aangepaste prioriteiten om de klantervaring te verbeteren.
Het NPS-kader dat Ageas gebruikt, bestaat uit vier elementen, elk met specifieke kenmerken:
De Benchmarking NPS tegenover die van concurrenten meet de lokale marktpositie van een Ageas-onderneming ten opzichte van de concurrentie. Relationele NPS drukt de perceptie uit van de bestaande klanten van het lokale merk/dienst weer en wordt gebruikt om de algemene vooruitgang en opmerkingen van klanten te meten.
Om de kwaliteit van de geleverde dienstverlening te meten en inzicht te krijgen in de problemen en/of prioriteiten van klanten, gebruikt Ageas intern de transactionele NPS. Contactpunt- en Customer Journey NPS meet de kwaliteit van de dienstverlening, op het moment van een klantcontact (contactpunt) of ten aanzien van een specifieke customer journey (zoals afhandeling van claims).
In 2019 vond een consistente meting van de benchmarking NPS tegenover concurrenten plaats in ongeveer 70% van de geconsolideerde entiteiten van de Groep. Gemiddeld behaalde 88% van de gemeten entiteiten scores van op of boven het lokale marktgemiddelde.
In 2019 werden ongeveer 40% van de belangrijkste customer journeys/contactpunten consistent gemonitord op transactionele NPS en deze scores werden vervolgens gebruikt als input voor lokale verbetertrajecten.
Het totale aantal klanten bedroeg 37 miljoen per eind 2019. Vergeleken met vorig jaar werd de berekeningsmethode veranderd in verband met een definitiewijziging in een aantal Aziatische activiteiten. Het herberekende aantal voor 2018 bedraagt 32 miljoen. De stijging betreft vooral de Aziatische activiteiten dankzij de acquisitie van de Indiase Niet-Leven verzekeraar RSGI, de groei in China en een bijna verdubbeling van het aantal klanten in Vietnam. Hierna volgt een overzicht van het aantal klanten per regio:
| In miljoen | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| België | 2,98 | 2,99 |
| VK | 4,81 | 4,81 |
| Continentaal Europa | 4,95 | 4,75 |
| Azië | 23,99 | 19,43 |
| Totaal | 36,73 | 31,97 |
Belangrijke onderwerpen die ter sprake komen met betrekking tot medewerkers
Ageas heeft ruim 45.000 medewerkers in Europa en de joint ventures in Azië die samen de engagementen genomen naar de stakeholders toe in de praktijk gaan omzetten. Op 31 december 2019 bedroeg het aantal werknemers in de geconsolideerde entiteiten 11.552 (met gemiddeld 13.3 dienstjaren).
Het personeelsbestand is de afgelopen drie jaar met ongeveer 6% gedaald. Dit weerspiegelt de reorganisatie in het VK en de sluiting van Ageas BV in Nederland, gedeeltelijk gecompenseerd door de overname van Ageas Seguros in Portugal.
De beloften naar de medewerkers toe zijn de volgende:
'Supporter van jouw leven' is het motto dat Ageas niet alleen ten opzichte van klanten wil waarmaken, maar ook voor haar medewerkers. Op het niveau van de lokale entiteiten zijn diverse initiatieven geïmplementeerd om het evenwicht tussen werk en privéleven van medewerkers verder te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn flexibele arbeidstijden, mogelijkheid tot telewerken en flexibeleinkomensregelingen met een specifieke focus op mobiliteit.
Een nieuwe editie van de Ageas Challenge werd gelanceerd in 2019 naar alle Ageas-medewerkers toe. Naast verschillende lokale initiatieven zijn er in het kader van de Ageas-challenge ook initiatieven voor de hele Groep gelanceerd. Tot deze initiatieven behoren stap- en slaap-challenges en initiatieven rond gezonde voeding waarmee medewerkers worden aangemoedigd om bewust met gezondheid en welzijn aan de slag te gaan. Via een digitaal platform uitgerold in de ganse Groep worden extra motivaties en tips ter beschikking gesteld van de medewerkers.
Een groep van 65 medewerkers werd geselecteerd om zich onder leiding en toezicht van professionele coaches voor te bereiden op deelname aan de Olympische triatlon van Lissabon in 2020. Een groepsbrede challenge werd gelanceerd om samen 1.000.000 miljoen stappen te zetten. Meer dan 4.000 geregistreerde medewerkers op het platform bereikten samen ruimschoots het dubbele van het oorspronkelijke doel.
In de strijd tegen mentale gezondheidsproblemen, waaronder stressgerelateerde aandoeningen en burnouts, introduceerde AG Insurance in België voor haar klanten het "Welkom Terug"-programma, een uitbreiding van het programma voor haar bedrijfsklanten. Dit reintegratieprogramma is gebaseerd op een snelle aanpak na slechts vier weken afwezigheid. Binnen AG Insurance zelf krijgen medewerkers specifiek medisch advies aangeboden om in te stemmen met een passende datum om weer aan het werk te gaan en ervoor te zorgen dat medewerkers terugkeren naar de juiste baan.
In samenwerking met Mind, Samaritans en Time for Change ontwikkelde Ageas UK in het Verenigd Koninkrijk een kader om het geestelijke en financiële welzijn van haar medewerkers te ondersteunen. Tot deze programma's behoorde ook de introductie van Eerste Hulp bij geestelijke gezondheidsproblemen.
Deze initiatieven passen binnen de realisatie van SDG 3.
Sinds de oprichting van de Ageas Academy in januari 2016 verwelkomde de Groep al meer dan 615 deelnemers aan verschillende programma's over bedrijfsbrede onderwerpen: klantkennis, bedrijfskennis, leiderschap, nieuwe vaardigheden en gedrag en financieel en risicomanagement. De deelnemers waarderen de programma's hoger dan de vastgestelde KPI van 8/10 op het gebied van kwaliteit en relevantie.
De Ageas Academy blijft investeren in digitaal leren. Het aantal collega's dat leert via het digitale aanbod zoals 'Gear Up Insurance Knowledge' en 'Leadership insights' stijgt elk jaar opnieuw en hetzelfde geldt voor de Livestream-sessies. Populaire onderwerpen bij deze sessies waren Insurtech en AI (Artificiële Intelligentie).
Het nieuw ontwikkelde DURVEN-programma is bedoeld om in te spelen op de uitdaging van de exponentiële groei van nieuwe technologie en
Totaal aantal formele opleidingsuren in de drie thuismarkten:
de behoefte aan toekomstbestendig leiderschap. Tot dit programma behoort een proces dat uitgaat van een rolmodel voor leiderschap, instrumenten om het hiaat met dit ideaalprofiel te beoordelen en een hierbij passend ontwikkelingstraject.
Het rolmodel wat betreft toekomstbestendig leiderschap is gebaseerd op drie criteria. Een daarvan is de bereidheid om nieuwe technologieën te onderzoeken en te gebruiken.
In het laatste kwartaal van 2019 werd de TQ-scan (voor vaardigheden op het gebied van nieuwe technologie) voor het topmanagement gelanceerd. 54% van deze groep vulde de zelfbeoordeling in en ontving een gepersonaliseerd ontwikkelingstraject.
Naast het programma van de Ageas Academy investeren ook de lokale Ageas-entiteiten in een leeraanbod voor medewerkers van alle niveaus.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| AG Insurance (België) | 170.454 | 118.404 |
| Ageas VK | 76.497 | 75.512 |
| Ageas Portugal | 30.270 | 22.262 |
Ageas investeert ook in permanente bewustwording en verplichte training met betrekking tot de beheerprocessen voor persoonsgegevens (GDPR). Wereldwijd werden sessies georganiseerd in alle geconsolideerde entiteiten met in totaal een dekkingsgraad van 85%. Daarnaast werden specifiek voor medewerkers die zich bezighouden met gegevensverwerking elearning-modules beschikbaar gesteld, evenals specifiek afgestemde opleidingssessies.
Met betrekking tot diversiteit nam Ageas in 2018 het Ageas EveryOnebeleid aan, een benadering voor diversiteit en inclusiviteit. Ageas moedigt haar mensen aan om verschillend te denken en te doen, om zichzelf te zijn en hun eigen vaardigheden bij te dragen. Het beleid is van toepassing op alle medewerkers van de geconsolideerde entiteiten van de Groep en de juridische eenheden hiervan.
Het totale personeelsbestand bestaat uit 46% mannelijke en 54% vrouwelijke collega's. De genderdiversiteit op niveau van het topmanagement (75% / 25%) bleef ongewijzigd ten opzichte van 2018 en is in lijn met de markt. Er is echter nog actie vereist om de diversiteit verder te versterken. De diversiteit in de Raad van Bestuur evolueerde van 82% / 18% mannen/vrouwen in 2012 naar 64% / 36% in 2019.
Meer details zijn te raadplegen in hoofdstuk 4 'Corporate Governance Statement'.
| Geconsolideerde entiteiten | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Totaal aantal medewerkers | ||
| - Mannen | 46% | 46% |
| - Vrouwen | 54% | 54% |
| Raad van Bestuur | ||
| - Mannen | 64% | 64% |
| - Vrouwen | 36% | 36% |
| Topmanagement | ||
| - Mannen | 75% | 75% |
| - Vrouwen | 25% | 25% |
Ageas stimuleert een internationaal personeelsbestand; dit blijkt onder meer uit de 16 nationaliteiten die werkzaam zijn in het Brusselse kantoor van Ageas. Onze talentenpijplijn en opvolgingsplanning ondersteunt een lokale benadering rekening houdend met de verwachte uitstroom op basis van de leeftijdscurve.
De initiatieven met betrekking tot permanente educatie hebben betrekking op de realisatie van SDG 4, terwijl de diversiteit in het personeelsbestand is gekoppeld aan de SDG's 5 en 10.
In sommige gevallen maakten veranderende marktomstandigheden en interne afstemming een verdere stroomlijning van onze organisatie noodzakelijk. In 2019 werd een reorganisatie van Ageas UK aangekondigd en uitgevoerd. De betrokken medewerkers werden met een intensief programma begeleid teneinde ontslagen te beperken en de interne mobiliteit en inzet elders te maximaliseren. Ongeveer twee derde van de medewerkers van de vestiging Port Solent werd met succes naar een andere vestiging overgeplaatst en 74% van de medewerkers van Stoke worden elders ingezet.
Binnen Connect21 werden de waarden bijgewerkt en voor het eerst consistent gemaakt voor de hele Groep, terwijl de focus op lokale autonomie gehandhaafd blijft. De nieuwe waarden vatten de belangrijkste prioriteiten van de nieuwe strategie goed samen en weerspiegelen de betrokkenheid van onze medewerkers om de aan alle categorieën van stakeholders gemaakte beloften waar te maken.
De nadruk lag in eerste instantie op bewustwording en betrokkenheid ten aanzien van de nieuwe waarden van Ageas. Uit tussentijdse enquêtes die in een aantal entiteiten werden gehouden, bleek dat 98% van de medewerkers de 4 waarden kennen en weten dat 'Zorgen' degene is die het dichtste bij het DNA van de onderneming komt en 'Durven' de meest uitdagende is.
Een voortdurende dialoog met en meting van de inspanningen ten opzichte van medewerkers is het uitgangspunt voor de medewerkersstrategie. Er werden twee belangrijke prestatieindicatoren gedefinieerd:
De jaarlijkse enquête "betrokkenheid medewerkers" wordt gehouden onder de medewerkers van alle geconsolideerde entiteiten en is gebaseerd op de volgende zes vragen:
In 2019 lag de responsquote tussen de 75% en 98% en over het algemeen in lijn met of hoger dan in 2018.
De resultaten van 2019 tonen een voortdurende en toenemende verbetering in bijna alle gemeten terreinen. Een aanzienlijke toename en verbetering van het soort en de reikwijdte van initiatieven die de afzonderlijke operationele entiteiten uitvoeren om de betrokkenheid te verhogen en eventuele negatieve invloeden van zakelijke veranderingen op lokaal niveau te beperken, droeg zeker bij aan deze positieve ontwikkeling. Connect21 en de nieuwe waarden geven ook duidelijk vorm aan de wijze waarop Ageas omgaat met medewerkers in de hele Groep en er wordt een solide platform gebouwd om de strategische doelstellingen te ondersteunen.
Het best presterende onderdeel blijft "Ik werk graag samen met mijn team" en het sterkst verbeterde onderdeel is "Ik ben bereid om een extra inspanning te leveren", een maatstaf die doorgaans veel lastiger te verbeteren valt.
| 2019 | 2017* | |
|---|---|---|
| Deelnemingsgraad | 69% | 64% |
In 2018 werd geen enquête gehouden.
In april 2019 werd voor de vierde keer een Denison-enquête over de bedrijfscultuur gehouden onder de top 800 van Ageas. Op basis van 60 standaardvragen meet de enquête de mate waarin :
De missie van het bedrijf duidelijk is voor de medewerkers;
69% van de medewerkers nam deel aan de enquête, een stijging van 5% ten opzicht van de voorgaande enquête (2017). De totaalresultaten van 2019 waren beter dan die van de voorgaande enquêtes en op vrijwel alle maatstaven werd vooruitgang geboekt .
Alle entiteiten streven ernaar om op basis van de enquêteresultaten en de geïdentificeerde acties de resultaten verder te verbeteren.
Belangrijke onderwerpen met betrekking tot beleggers
De beloften ten opzichte van beleggers zijn de volgende:
Ageas nam een duidelijk engagement naar een aantal bijgewerkte financiële doelstellingen. Deze doelstellingen weerspiegelen enerzijds een streven naar continuïteit en consistentie, maar spelen tegelijkertijd in op de veranderende verwachtingen die beleggers ten aanzien van de onderneming hebben. Financiële doelstellingen moeten de strategie op lange termijn van Ageas ondersteunen, rekening houdend met de technologische, maatschappelijke en andere uitdagingen waar het bedrijf mee wordt geconfronteerd. Zodoende beogen de financiële doelstellingen een goed evenwicht tussen operationele doelen, kapitaalbeheerdoelen maar ook solvabiliteitsdoelen. De ontwikkeling van een reeks niet-financiële indicatoren dient te voldoen aan de groeiende verwachting van beleggers wat betreft de bredere rol van een onderneming ten opzichte van de stakeholders.
Met behulp van een gecertificeerde externe partij identificeert Ageas halfjaarlijks de beleggers. Per 30 juni 2019 werd 87% van de beleggers geïdentificeerd en bleek dat institutionele beleggers 51% van alle uitstaande Ageas aandelen in bezit hebben. De top 100-beleggers zijn eigenaar van in totaal 47% van alle uitstaande aandelen van Ageas. Van de laatste groep is 54% al ten minste 9 jaar aandeelhouder en dit vertegenwoordigt 31% van de uitstaande Ageas aandelen.
Belangrijke onderwerpen met betrekking tot de maatschappij
In het kader van Connect21 is het stakeholder-model uitgebreid met de "maatschappij" als vijfde categorie van stakeholders. Net als voor andere groepen stakeholders zijn de prioriteiten vastgelegd in een aantal beloften:
Onze inzet is duidelijk: Het reeds genoemde opnemen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG), ontwikkeld door de VN, als kader, het vertalen van de VN SDG's naar inspirerende boodschappen voor onze medewerkers en de gedetailleerde koppeling van de huidige producten- en dienstenportefeuille daaraan moet zorgen voor een integrale verankering en implementatie in de organisatie. Uiteindelijk moet dit leiden tot een geïntegreerd bedrijfsmodel waarbij het scheppen van economische en maatschappelijke waarde hand in hand gaat. Gebaseerd op expertise en beschikbare vaardigheden zullen de inspanningen vooral gericht zijn op oplossingen voor thema's gerelateerd aan vergrijzing, gezondheid en welzijn, ongunstige gebeurtenissen in het algemeen en preventie ten aanzien van deze onderwerpen.
Hierna worden een aantal voorbeelden gebracht die illustreren hoe Ageas zijn inzet voor de maatschappij, die verder gaat dan producten en diensten, in de praktijk brengt.
In België heeft Interparking de Parkeerschool opgericht die teams opleidt en traint waarbij medewerkers opleidingscertificaten kunnen behalen, van hulpkrachten tot en met het niveau van parkeergaragemanager. Dit initiatief past binnen de doelstellingen van SDG 10 om medewerkers met een lagere opleiding trainingen te bieden waarmee zij certificaten kunnen behalen. Zo draagt de Parkeerschool bij aan het verminderen van ongelijkheid voor mensen die moeilijker toegang tot de arbeidsmarkt hebben.
Interparking draagt ook bij aan de ondersteuning van SDG 4, net als het Go Stem-project op het niveau van de Ageas Groep. Samen met Dwengo vzw/asbl en SheGoesICT werden ongeveer 7.500 leerlingen van de laatste twee klassen van de basisschool uitgenodigd om hun talent voor wetenschap en technologie te ontdekken. Zij werden uitgedaagd om een creatieve robot te ontwerpen en te programmeren die zelfstandig kan tekenen.
De bovengenoemde organisaties kiezen resoluut voor een inclusieve benadering. Zodoende selecteert WeGoSTEM zorgvuldig de scholen voor een workshop met een voorkeur voor scholen met veel kinderen uit achtergestelde groepen en scholen buiten het stadscentrum. Vorig jaar had 29% van de kinderen die deelnamen aan WeGoStem een speciale sociaal-economische status en dit ligt boven het Belgische gemiddelde. WeGoSTEM strijdt ook tegen de genderkloof, vooral in STEM-beroepen, onder meer door doelbewust naar lagere scholen te gaan.
Ageas UK, in toepassing van de waarde 'Zorgen', werkt sinds 2012 samen met de Road Safety Foundation om campagne te voeren voor veiligere wegen, waarmee het aantal doden en gewonden wordt verminderd. In 2019 publiceerde Ageas UK het rapport "Hoe veilig bent u op de belangrijkste Britse wegen?" Dit jaarlijkse verslag onderzoekt het Britse wegennetwerk en identificeert die wegen waar fysieke verbeteringen levens kunnen redden.
Ageas UK ontwikkelde een interactieve kaart die iedereen kan raadplegen om de situatie in zijn of haar buurt te zien (www.dangerousroads.ageas.co.uk). Dit initiatief past binnen de SDG's 9 en 11 die streven naar verbetering van mobiliteit en beoogt bij te dragen aan duurzamere steden in het VK. Daarnaast is een samenwerkingsverband opgezet met de 'Groene autoonderdelenspecialisten', Het doel is het gebruik van gerecyclede/gereviseerde onderdelen in plaats van gloednieuwe, waar dat mogelijk is en als de klant ermee instemt. Dit vermindert de milieubelasting van het verspillen van prima auto-onderdelen die anders worden verschroot en betekent ook dat nog bruikbare voertuigen langer op de weg kunnen worden gehouden. Dit helpt dus klanten, en reduceert tegelijkertijd de milieu-impact en draagt zodoende bij aan de SDG's 11 en 13, door te streven naar beter afvalbeheer en vermindering van de ecologische voetafdruk.
In Portugal wordt Ageas steeds bekender bij het grote publiek als partner voor veel lokale verenigingen en organisaties op het gebied van gezondheid (zie hoofdstuk 3.2), maar ook onderwijs en als partner ter bescherming van de nationale natuur en erfgoed.
Grupo Ageas Portugal investeert sterk in kunst en cultuur als strategische pijler van de merkpositionering en streeft hierbij naar merkbekendheid terwijl het tegelijk bijdraagt aan de maatschappelijke ontwikkeling. Een van de elementen waar Grupo Ageas Portugal zich op richt is dat "Iedereen recht heeft op cultuur" en dat cultuur zodanig altijd toegankelijk en inclusief moet zijn, door deze ook de wereld van Ageas en van belangrijke stakeholders in te brengen. Daarom bevordert en ondersteunt Grupo Ageas Portugal voortdurend jong opkomende theatertalenten. Ageas Portugal ondersteunt daarnaast nationale culturele evenementen zoals het Festival Internacional de Música de Marvão en is het de belangrijkste partner van belangrijke en iconische Portugese culturele instellingen zoals het Coliseu Porto Ageas en het Teatro Nacional D. Maria.
Deze initiatieven horen bij de SDG's 8,11 en 17 door bij te dragen aan de bevordering van de lokale cultuur. Dit moet leiden tot meer toerisme, helpt de nationale cultuur te behouden en dit alles samen met lokale partners uit de culturele sector.
In samenwerking met Mentes Empreendedoras organiseert Ageas Portugal ook een wedstrijd voor scholen, gericht op leerlingen tussen de 11 en 15 jaar oud, om te onderstrepen hoe belangrijk sparen is. Deze initiatieven beogen om bij te dragen aan een beter lokaal onderwijssysteem en om jonge mensen spaargewoonten en financieel inzicht bij te brengen en de lokale gemeenschap te informeren over duurzaam financieel beheer. Via zijn partnerschap met Singularity University beoogt het bedrijf bij te dragen aan het delen en de toegankelijkheid van kennis binnen de bredere Portugese maatschappij.
Beide initiatieven passen binnen het realiseren van SDG 4.
De meeste maatschappelijke initiatieven in Azië zijn gericht op SDG 3 en SDG 4. Met betrekking tot gezondheid en welzijn (SDG 3) lanceerde Muang Thai Life in Thailand MTL Six Packs, een programma om via een app mensen te motiveren en aan te moedigen tot een gezondere leefstijl. Het is een open programma waarin mensen e-stickers kunnen verzamelen en deze kunnen inruilen voor Smile-punten of leefstijlbeloningen. In India werd een gelijkaardig initiatief, #KeepMoving, gelanceerd om mensen tot een gezondere leefstijl te motiveren. Hier ligt de focus op zowel lichamelijke als financiële fitheid. In de Filipijnen is de lokale joint venture van Ageas, Troo, actief betrokken bij Passionately Pink, een organisatie die de bewustwording over borstkanker bevordert.
Met betrekking tot kwaliteitsonderwijs (SDG 4) ondersteunt Muang Thai Life 'Young Financial Stars', een programma dat streeft naar het vergroten van inzicht op het gebied van financiën, verzekeringen en vermogensplanning onder universiteitsstudenten. In India wordt de 170 jaar oude 'Students' Literary and Scientific Society' ondersteund met als doel onderwijs aan meisjes. Via de lokale joint venture werd de noodzakelijke infrastructuur verkregen en kunnen de studenten worden voorzien van onderwijsmaterialen en ondersteuning. In de Filipijnen werkt Troo samen met de lokale universiteit Mapua Institute om specifiek op technologie gerichte stages aan te bieden. Sinds de start heeft Troo diverse stagiairs van de universiteit aangeboden om aan echte business cases te werken en hen voor te bereiden op hun werkzame leven.
Wat betreft de beleggingsstrategie voor het beheerde vermogen functioneert Ageas lokaal. Op groepsniveau houdt het Ageas Investment Committee (Agico) toezicht op de beleggingsprincipes en stelt de richtlijnen vast. De Chief Financial Officer (CFO) is de voorzitter van het Agico. Het Agico adviseert rond de beleggingen van alle geconsolideerde entiteiten en de joint ventures in Europa (Turkije) en Azië.
Ageas en meer in het bijzonder AG Insurance vertegenwoordigen ongeveer 81% van de beleggingsportefeuille van Ageas en hebben een lange staat van dienst wat betreft duurzaamheid. De eerste duurzame beleggingsoplossing in België werd bijvoorbeeld al in 2007 geïntroduceerd. Deze strategie werd verder ontwikkeld en leidde eind 2018 tot de ondertekening van de principes voor duurzaam beleggen (PRI) van de VN door Ageas Groep en AG Insurance, de Belgische verzekeringsdochter. Door ondertekening van de PRI van de VN engageren de bedrijven zich formeel om ecologische, sociale en governance aspecten als fundamentele hoeksteen in hun besluitvorming voor beleggingen op te nemen. In de loop van 2019 is het kader binnen de organisatie verder uitgerold.
De belangrijkste principes kunnen als volgt worden weergegeven:
De integratie van ESG-factoren is in alle beleggingscategorieën een vaste component van het besluitvormingsproces geworden. Deze factoren kunnen risico's en kansen voor bedrijven vormen en maken daarom integraal deel uit van de beleggingsanalyse. Voor de entiteiten waar de meeste activa intern worden beheerd, wordt een bedrijfseigen ESG-integratiebenadering toegepast. Als het beheer van de meeste activa is uitbesteed aan externe beheerders, genieten zij die de PRI ("Principles of Responsible Investment") van de VN hebben ondertekend de voorkeur. Voor infrastructuurbeleggingen zijn de Equator-principes van toepassing.
Met betrekking tot de beleggingen van alle geconsolideerde entiteiten van Ageas zijn de uitsluitingscriteria voor beleggingen in 2019 uitgebreid. Hiertoe behoort de uitsluiting van bedrijven actief in de productie van controversiële wapens (anti-persoonslandmijnen, clustermunitie/-bommen, nucleaire, chemische en biologische wapens enz.), in belastingparadijzen en in landen waarvoor internationale sancties en embargo's gelden en tot slot wapenproducenten, tabaksbedrijven en ondernemingen die actief zijn in de kolenmijnbouw of die elektriciteit produceren met kolen. Deze uitsluitingsregels zijn van toepassing voor alle beleggingen, behalve voor obligatieposities uit het verleden, waarvoor de vervaldatum wordt afgewacht.
Deze besluiten, die op alle beleggingsactiviteiten van invloed zijn, vormen een natuurlijke ontwikkeling voor Ageas als zorgvuldige, maatschappelijk betrokken belegger voor de lange termijn en bevestigt de intentie om een verantwoord belegger te zijn.
Ageas levert financiering op lange termijn aan de reële economie, inclusief infrastructuurprojecten, vooral via de activiteiten in België voor een totaal bedrag van ongeveer EUR 1,8 miljard. De financiering voor aan alternatieve energie gerelateerde projecten zoals de bouw van zonnepanelen en windturbines of de financiering van bedrijven die energie opwekken uit afval, beloopt ongeveer EUR 300 miljoen.
In België belegt AG Insurance ook in ondermeer groene obligaties, leningen voor sociale woningbouw en andere leningen met een positieve maatschappelijke impact (bijv. universiteiten, ziekenhuizen enz.). Deze beleggingen hebben een omvang van bijna EUR 4 miljard.
In 2019 werd een bedrag van ongeveer EUR 600 miljoen belegd in nieuwe duurzame projecten, waarbij de verdeling naar categorie als volgt is:
| Activa | ||
|---|---|---|
| Nieuwe duurzame beleggingen 2019 | (in miljoenen EUR) | % |
| Hernieuwbare energie | 135 | 22% |
| Duurzame mobiliteit | 176 | 29% |
| Sociale woningbouw | 257 | 42% |
| Gezondheidszorg | 27 | 5% |
| Onderwijs | 11 | 2% |
| Totaal | 606 | 100% |
AG Insurance belegt in vijf nieuwe groene infrastructuurprojecten waaronder hernieuwbare energie (onshore wind- en zonneparken) en in duurzame mobiliteit zoals de 'Luikse tram'. Daar kwamen investeringen van bijna EUR 260 miljoen in sociale woningbouw en EUR 40 miljoen in onderwijs (universiteiten) en gezondheid (ziekenhuizen) bij.
Per eind 2019 beliep het totaal aan beleggingen in hernieuwbare energie en duurzame mobiliteit, ongeveer EUR 1 miljard.
Per eind 2019 is ongeveer EUR 5,6 miljard of rond 7% van de totale activa belegd in vastgoed. AG Real Estate, de belangrijkste private vastgoedbelegger en volledige dochtermaatschappij van AG Insurance, beheert deze beleggingen actief. Deze heeft ook een belang van 51% in Interparking, een van de toonaangevende Europese exploitanten van openbare parkeervoorzieningen. Beide ondernemingen spannen zich sterk in om hun activa en activiteiten te moderniseren en te laten voldoen aan de hoogste milieunormen. Het duurzaamheidsbeleid van AG Real Estate geeft specifiekere richtlijnen over hoe deze zijn portefeuille beheert en deze principes maken integraal deel uit van de kwaliteitsnormen en het leiderschap van AG Real Estate.
De prioriteiten van het milieubeleid van AG Real Estate zijn de volgende:
Het charter omvat ook een actieve meting van de relevante doelstellingen om een jaarlijkse beoordeling van de prestaties mogelijk te maken inclusief permanente monitoring via de eigen interne processen.
De vastgoedportefeuille van Ageas omvat diverse soorten onroerend goed: kantoren, magazijnen, winkelcentra, ontwikkelingsprojecten van nieuwe stadsdelen, woningen, sociale infrastructuur en beheer van openbare parkeervoorzieningen.
Building Research Establishment Environmental Assessment Method, BREEAM en BREEAM In-use, is de referentie voor een duurzaam kwaliteitskeurmerk voor alle nieuw gebouwde gebouwen en voor bestaande gebouwen. In 2017 startte een certificeringsproject voor alle kantoorgebouwen. De vastgoedportefeuille van Ageas heeft naar verwachting in 2020 minimaal een certificering 'zeer goed' en er is een budget vastgesteld om de noodzakelijke aanpassingen op tijd uit te voeren.
Binnen het certificeringsproces behaalde AG Real Estate Property Management 16 BREEAM In-Use voorlopige beoordelingen. Eind 2019 verkregen de eerste twee gebouwen een certificaat van tenminste 'zeer goed'.
Afvalbeheer wordt handmatig bewaakt en geoptimaliseerd. Sinds 2017 beschikken al onze kantoorgebouwen over een real time volgsysteem wat betreft energieverbruik. Hiermee kan ongebruikelijk verbruik direct worden opgespoord en kunnen corrigerende maatregelen worden genomen. De informatie wordt actief gedeeld met alle huurders, wat nuttig is voor zowel de huurders als AG Real Estate.
In dit kader werkt AG Real Estate ook samen met WeCircular, een organisatie die verantwoordelijk is voor het recycleren van sigarettenpeuken. Zo wordt de negatieve invloed op het milieu verminderd en worden natuurlijke hulpbronnen bespaard.
In het kader van de zorg voor biodiversiteit stellen AG Insurance en AG Real Estate hun gebouwen sinds 2016 ter beschikking van de organisatie 'madeinabeilles'. Op de daken van diverse gebouwen zijn bijenkorven geplaatst, die helpen om de biodiversiteit te behouden of te verbeteren.
Commuty, een platform voor een eenvoudige uitwisseling en het vrijmaken van parkeerplaatsen, wordt als test geïmplementeerd in het gebouw waarin AG Real Estate zijn hoofdkantoor heeft. Het systeem beoogt om beschikbare parkeerplaatsen voor zoveel mogelijk medewerkers beschikbaar te maken, vooral in vakantieperiodes, telewerken of externe afspraken. Daarnaast wordt gezamenlijk reizen actief bevorderd om het aantal auto's en de hiermee verbonden CO2 uitstoot te reduceren.
Al deze acties en initiatieven dragen bij aan de SDG's 9, 11 en 13.
AG Real Estate neemt actief deel aan de ontwikkeling van nieuwe stadsdelen en steeds met als doel deze duurzamer te maken. Zodoende dragen zij bij aan de realisatie van de geselecteerde SDG's 9 en 11.
Twee van de belangrijkste projecten zijn momenteel:
Een consortium van projectontwikkelaars waaronder AG Real Estate won de aanbesteding georganiseerd door de stad Parijs en SEMAPA: 'Uitvinden van Bruneseau'.
De milieuambitie van het Bruneseau-project is de hoogste binnen de huidige bouwopties: om de eerste volledig CO2-vrije wijk in Frankrijk te ontwikkelen en de met de gebouwen verbonden CO2-voetafdruk reduceren met een factor 5.
Deze ambitie, om de door Elioth geteste E+C-certificatie te behalen, wordt mogelijk gemaakt door het grootscheepse gebruik van hout in de vloeren en het lokaal opwekken van energie op een niveau dat nog nooit is gerealiseerd voor een stedelijk project op deze schaal. 65% van de in de wijk gebruikte energie is hetzij hernieuwbaar of teruggewonnen en 50% wordt ter plaatse opgewekt.
Een aantal kerncijfers:
Hoe kan het monofunctionele Brussel Noord veranderd worden in een levendige en inclusieve Brusselse wijk? Deze vraag bracht de afgelopen twee jaar diverse partijen bijeen in een veelzijdig denkproces. Met AG Real Estate in de leiding, werden er diverse initiatieven genomen, die allemaal het potentieel voor een meer diverse stedelijke omgeving aantoonden. De discussie werd aangezwengeld door lezingen, tentoonstellingen, symposia en workshops. Terwijl de bestaande gebouwen in gebruik blijven, nieuwe deelnemers deel namen aan de discussie, werd een start gemaakt met de transformatie van de wijk. De partners van Lab North menen dat het debat hiervoor opener moet worden en dat er een gezamenlijke visie moet worden ontwikkeld. Stappen in de goede richting worden gezet.
Een gezamenlijke visie voor Brussel Noord moet gezamenlijk worden uitgewerkt, gebruik makend van het werk dat de afgelopen twee jaar al is verzet. Kritisch denkwerk is verricht over wat kan werken en wat niet. Het project is een voorbeeld van samenwerking tussen private, publieke en burgerlijke partners, die allemaal worden gedreven door de ambitie om met een toekomstbestendige en duurzame visie voor dit belangrijke en karakteristieke deel van Brussel te komen.
Voor alle in aanbouw zijnde gebouwen houdt AG Real Estate zich aan de hoogste energienormen, inclusief onderzoek naar systemen voor hernieuwbare energie. AG Real Estate heeft geen woningen in gebruik en zodoende ook niet in haar vastgoedportefeuille.
Met de Pre-engineered Building (PEB)-methodiek kunnen verschillende technieken in geavanceerde gebouwen worden geïntegreerd, waaronder isolatie, gesloten systemen voor elektriciteitsopwekking en systemen om warmteverlies tegen te gaan.
In het kader van het in 2015 gestarte privaat-publieke partnership 'Scholen van Morgen' werden tot eind 2019, 182 scholen gebouwd, goed voor ongeveer 700.000 m² waardoor meer dan 130.000 leerlingen in België kunnen leren in moderne gebouwen en waarmee wordt bijgedragen aan het realiseren van SDG 9.
Interparking bezit bijna 950 parkeerfaciliteiten in 9 Europese landen en bedient ongeveer 120 miljoen klanten per jaar.
Interparking is ervan overtuigd dat bovenal multi-modaliteit de sleutel is voor succesvolle groene en efficiënte mobiliteit. Interparking biedt parkeerplaatsen dicht bij belangrijke openbaarvervoerknooppunten, zoals metro, tram, bus, treinstations of luchthavens. In België kunnen gebruikers van het openbaar vervoer hun vervoerbewijs rechtstreeks opladen op hun Pcard+. De Pcard+ biedt niet alleen toegang tot parkeerfaciliteiten tegen aantrekkelijke tarieven, maar ook toegang tot openbaarvervoernetwerken in de regio Brussel.
Gebruikers kunnen vandaag de dag diverse transportmogelijkheden gebruiken om in en rond de steden te reizen, zoals auto, tram, bus, metro, trein en deelfietsen. In Berlijn kan met 'E-Park & Rail' online een parkeerplaats worden gereserveerd bij Berlin Südkreuz als men een treinkaartje koopt. In Amsterdam is er 'Park&Bike', waarbij onze klanten tegen een aantrekkelijk tarief een fiets kunnen reserveren om door de straten van de stad te rijden.
Via de bevordering van openbaar vervoer draagt dit initiatief bij aan SDG 11 en 13. Hiermee wordt de omschakeling naar duurzame en schonere steden gestimuleerd door gebruik van openbaar vervoer, dat minder broeikasgas uitstoot dan eigen vervoermiddelen.
Interparking was bovendien de eerste parkeerexploitant die een kredietlijn met milieudoelstellingen afsloot. In oktober 2018 sloten BNP Paribas Fortis en Interparking een leenovereenkomst waarbij deze laatste betere financieringsvoorwaarden verkrijgt als de CO2- en energievoetafdruk in 2020 met respectievelijk 30% en 20% wordt gereduceerd. Een onafhankelijke bureau bewaakt het behalen van de doelstellingen. Eind 2019 was Interparking goed op weg om de vastgestelde milieudoelstellingen te behalen.
Sinds 2015 heeft Interparking een CO2-neutraal label verkregen voor de hele groep in de 9 landen waarin het bedrijf actief is. Dit werd bereikt door :
Andere lopende initiatieven zijn het testen en invoeren van een filterend ventilatie-/ionisatiesysteem specifiek gericht op fijnstof en ultrafijnstof in parkeervoorzieningen, de zogenoemde 'Longen van de Stad'. Dit moet uiteindelijk tot een reductie van 50% tot 70% van fijnstof en ultrafijnstof leiden. Deze systemen zijn in 2019 geïnstalleerd in diverse parkeergarages in Frankrijk en België.
Interparking experimenteert ook in Nederland met voordelige tarieven voor klanten, die in auto's met een lage emissie of elektrische voertuigen rijden (maximaal 20% korting).
Tot slot voorziet Interparking binnen zijn parkeerfaciliteiten speciale zones voor elektrische voertuigen, inclusief meer dan 750 oplaadstations, evenals voor deelvoertuigen. Voor dit laatste werkt Interparking samen met de grote autodeelbedrijven.
Deze initiatieven dragen bij aan het realiseren van de klimaatdoelen van SDG 13.
Per 31 december 2019 en gebaseerd op het bovengenoemde, belegde Ageas ongeveer EUR 6 miljard via haar beleggingsportefeuille in duurzame activa. Dit vertegenwoordigt 7% van het totaal beheerd vermogen.
Daarnaast initieerde Ageas in 2019 de meting van zijn CO2-uitstoot voor alle geconsolideerde entiteiten, inclusief AG Real Estate en Interparking, gebaseerd op de gegevens van 2018. Als verzekeraar blijft de milieu-impact van Ageas beperkt, maar het bedrijf neemt niettemin haar verantwoordelijkheid op en neemt actie indien dit passend is. De meting is georganiseerd volgens het internationale GHG-protocol en resulteerde in een consistente reeks gegevens waarmee een diepgaande analyse van de diverse uitstootbronnen mogelijk is. De onderstaande tabel toont de absolute en relatieve geraamde CO2e uitstoot in tonnen, voor de belangrijkste uitstootcategorieën.
| Deelgebied | Totaal netto (t CO2e) | Relatief aandeel | |
|---|---|---|---|
| Directe energie - gas en zware brandstoffen | 2.160 | 7% | |
| Koelmiddelen | 1.191 | 4% | |
| Deelgebied 1 | Eigen voertuigen | 8.337 | 28% |
| Totaal deelgebied 1 | 11.688 | 39% | |
| Elektriciteit – netto | 1.406 | 5% | |
| Deelgebied 2 | Totaal deelgebied 2 | 1.406 | 5% |
| Woon-werkverkeer | 10.287 | 35% | |
| Zakenreizen | 5.877 | 20% | |
| Deelgebied 3 | Papier | 136 | 1% |
| Afval | 323 | 1% | |
| Totaal deelgebied 3 | 16.623 | 56% | |
| Totaal tonnen CO2e bruto | 29.717 | ||
| CO2-compensatie (AG Insurance België en Interparking) | 11.705 | ||
| Totaal tonnen CO2e netto | 18.012 | ||
| Tonnen CO2e per FTE | 2,8 |
De belangrijkste bijdragen aan de CO2-voetafdruk van Ageas komen uit deelgebied 1, autovloot (28%) en in deelgebied 3 woon-werkverkeer (35%) en zakenreizen (20%). Dit komt overeen met de organisatiestructuur van de Groep met sterke banden in Europa en Azië.. In deze laatste regio worden de activiteiten aangestuurd vanuit het regionale kantoor in Hongkong en voor de follow-up van het management zijn veelvuldige bezoeken noodzakelijk. Het relatieve aandeel van de uitstoot verbonden met elektriciteit blijft beperkt omdat groene stroom vandaag de dag al goed is voor meer dan 80% van het totale elektriciteitsverbruik:
| Elektriciteit in detail | Tonnen CO2e |
|---|---|
| Elektriciteit - bruto | 6.480 |
| CO2e vermeden door groene stroom | 5.076 |
| Elektriciteit – netto | 1.406 |
Eind 2019 ondersteunt Ageas actief twee specifieke projecten die een deel van de CO2-uitstoot compenseren. Deze projecten bevinden zich in West-Afrika, in het bijzonder in Ghana en in Benin, en richten zich op de optimalisatie van het koken van maaltijden bij mensen thuis in deze twee landen. De gunstige effecten van de projecten gaan verder dan een vermindering van broeikasgassen, en hebben in het bijzonder een goede invloed op:
En specifiek voor het project in Ghana, ondersteuning voor de lokale werkgelegenheid omdat de fornuizen in het land zelf worden gemaakt.
De volgende stappen na deze eerste meting zijn:
Belangrijke onderwerpen met betrekking tot alle stakeholders
Integriteit is het belangrijkste uitgangspunt voor het eerbiedigen van mensenrechten. Dit vertaalt zich in de expliciete afwijzing van enige vorm van discriminatie, de strijd tegen corruptie en fraude, de verplichting om uitsluitend met vertrouwde en betrouwbare externe partijen overeenkomsten te sluiten en de onvoorwaardelijke inzet voor zero-tolerance van onwettige en onaanvaardbare praktijken. Met deze overtuiging heeft Ageas een overkoepelend integriteitsbeleid uitgegeven. Dit vormt de ruggengraat van de filosofie over ethiek en integreert de waarden van Ageas. Dit beleid beschrijft de integriteitsprincipes en licht toe via welke onderwerpen, structuren en processen deze tot uiting komen en hoe we deze in praktijk kunnen brengen, in de Groep en ten opzichte van interne en externe stakeholders – personen, organisaties en entiteiten, klanten, distributeurs, leveranciers, markten. Deze principes die in dit beleid zijn vastgelegd, zijn verankerd in het hele kader van Ageas-beleid en zijn van toepassing voor alle dochtermaatschappijen van Ageas, evenals, op basis van een inspanningsverplichting, voor gelieerde ondernemingen. Dit beleidskader is gebaseerd op en weerspiegelt een analyse van de risico's waaraan de Groep is blootgesteld vanuit integriteits-, governance-, maatschappelijk en milieuperspectief, rekening houdend met het regelgevingsklimaat waarin deze actief is. Teneinde de consistentie van het complete beleid te waarborgen, ontwikkelde de afdeling ERM (Enterprise Risk Management) een model dat als referentie dient voor alle beleidsonderdelen binnen de Ageas Groep.
In 2019 werd het Corporate Governance Charter van Ageas herbeoordeeld en bijgewerkt om te voldoen aan de bijgewerkte Belgische Corporate Governance Code die van kracht is met ingang van 1 januari 2020.
De herbeoordeling van de Code en zodoende van het Corporate Governance Charter van Ageas werd uitgevoerd teneinde rekening te houden met wijzigingen in de regelgeving, maar zeker ook om rekening te houden met maatschappelijke ontwikkelingen en verwachtingen betreffende de governance van beursgenoteerde bedrijven.
De Code behandelt en onderstreept een aantal zaken die de veranderende maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van de governance van beursgenoteerde bedrijven weerspiegelen, zoals:
Deze verwachtingen vinden hun weerslag in de bevestiging van een benadering die de belangen van stakeholders tegen elkaar afweegt. Er wordt van de Raad van Bestuur verwacht dat deze een inclusieve benadering hanteert die de gerechtvaardigde belangen en verwachtingen van aandeelhouders afweegt tegen die van andere stakeholders. Als gevolg hiervan wordt meer nadruk gelegd op duurzaamheid en ESG-kwesties en op ethische vereisten (integriteit, onafhankelijkheid van oordeel, belangenverstrengeling, selectieproces enz.).
De Raad van Bestuur heeft het document goedgekeurd en het is voor het publiek toegankelijk op de website van Ageas in het onderdeel Governance.
De dimensie mensenrechten is aanwezig in het volledige beleidspakket dat zich uitstrekt over alle verplichte regelgevingsdomeinen. Diverse afdelingen, waaronder Compliance, Risk Management, Legal, Finance, Audit en Human Resources zijn hier eigenaar van.
Ageas heeft een verregaand beleid betreffende belangenvermenging ingevoerd, als onderdeel van de solide en kwalitatief hoogstaande governance van het bedrijf en haar activiteiten. Een reeks aan wet- en regelgevingsbepalingen leggen in dit verband duidelijke verplichtingen op. Er is sprake van belangenvermenging in een situatie met aan elkaar tegengestelde belangen, die de ethische verwezenlijking van de gerechtvaardigde doelen van Ageas en/of haar stakeholders in gevaar brengt, of een situatie die hier de schijn van wekt.
In dit verband verbiedt Ageas haar medewerkers of vertegenwoordigers om directe of indirecte bijdragen te leveren aan politieke partijen, organisaties of individuele personen die zich met politiek bezighouden (inclusief verkiezingscommissies, aan partijen verbonden organisaties, met partijen verbonden onderzoeksinstellingen, druk- of lobbygroepen, kwesties met politieke banden, partijfunctionarissen en kandidaten) als manier om voordelen te verkrijgen bij zakelijke transacties.
Voor politieke en maatschappelijke verkregen mandaten is geen voorafgaande toestemming van de werkgever nodig, maar deze moeten wel worden gemeld. Ageas houdt zich aan het Transparantieregister van de EU.
Ook de principes van Deskundigheid en Betrouwbaarheid zijn essentieel voor integriteit. Het beleid ten aanzien van deskundigheid en betrouwbaarheid beschrijft de regels en processen teneinde te waarborgen dat leden van de Raad van Bestuur en het Management Committee, de hoofden van de onafhankelijke controlefuncties en aangewezen sleutelmanagers ten allen tijde voldoen aan de eisen qua Deskundigheid en Betrouwbaarheid. De principes van geschiktheid voor de functie wat betreft vaardigheden, ervaring en professioneel gedrag en betrouwbaarheid, d.w.z. blijk geven van integriteit en eerlijkheid en het ontbreken van een voorgeschiedenis van overtredingen of veroordelingen, worden ook toegepast op alle medewerkers en worden in het wervingsproces gecontroleerd.
Compliance spant zich ervoor in om altijd volledig op de hoogte te zijn van de huidige en verwachte belangrijke trends en organiseert bijeenkomsten voor brainstorming en de uitwisseling van kennis rond actuele onderwerpen. In 2018 lag de focus op transparantie in de endto-end Customer Journey en in 2019 komt de (compliance-) impact van cognitieve systemen op de klantrelatie aan bod. Het scheppen en behouden van bewustwording via training en informatiesessies is ook een van de manieren waarop Compliance integriteit ondersteunt.
Het voorkomen van fraude, corruptie, witwassen van geld, financiering van terrorisme en de naleving van regels betreffende sancties en embargo's ondersteunen de integriteitsprocessen.
Meer in het bijzonder draagt de strijd tegen corruptie bij aan de integriteit, aan een zekerder en betrouwbaarder economisch, sociaal en groen klimaat en aan de ondersteuning van mensenrechten. Om deze reden is het beleid ter bestrijding van omkoperij en corruptie een belangrijke pijler in de preventie van corruptie, waarvoor Ageas strikt het nultolerantie-principe toepast.
Het beschrijft de gedragshouding waarmee Ageas beoogt om actief te zijn en haar zakelijke activiteiten uit te voeren en vermeldt de principes en regels die moeten worden nageleefd om actieve of passieve corruptie, of de schijn daarvan, te vermijden, in het bijzonder als het gaat om geschenken, voordelen en uitnodigingen.
Het beleid omvat de definities, criteria, regels, processen en verwacht gedrag teneinde te waarborgen dat het nultolerantie-principe wordt nageleefd. Het beschrijft ook de minimale normen van het programma tegen omkoperij dat in alle Ageas-entiteiten moet worden toegepast.
Hierbij geldt strikt de verplichting om geschenken of voordelen, hetzij ontvangen of gegeven, te melden bij de Compliance-afdeling en het recht van de Compliance-afdeling om te vragen een geschenk of voordeel af te wijzen als dit onaanvaardbaar wordt geacht.
Bewustwording inzake integriteit in haar verschillende vormen is het doel van het periodieke en verplichte trainingsprogramma dat de Compliance-afdeling beheert. Dit programma omvat introductiesessies voor nieuwkomers en regelmatige opfrissessies voor alle medewerkers over belangrijke compliance-onderwerpen, het verwachte gedrag en verplichte meldingen. Het omvat ook specifieke themasessies over belangrijke actuele thema's die aan de Raad van Bestuur en het topmanagement, evenals aan de desbetreffende stafleden worden gepresenteerd.
Ageas hanteert een reeks processen om de doeltreffende implementatie van de beleidsregels te controleren.
De meldplicht van medewerkers wordt voortdurend bewaakt: melding van geschenken of voordelen, externe mandaten en persoonlijke transacties in Ageas-effecten of andere effecten waar beperkingen voor gelden. De meldingen worden gecontroleerd door een vragenlijst die aan het eind van elk jaar aan alle medewerkers wordt gestuurd teneinde te controleren dat alle noodzakelijke meldingen werden verricht.
Er bestaat een interne procedure om misstanden te melden zonder dat hiervoor vergeldingsmaatregelen worden genomen.
Over al deze controlemaatregelen wordt verslag uitgebracht tot het niveau van het Executive Committee en de desbetreffende Comités van de Raad van Bestuur, hetgeen mogelijk tot opvolgende maatregelen kan leiden.
De Raad van Bestuur functioneert binnen het kader van de Belgische wetgeving, de vereisten van de Belgische centrale bank (NBB), de Belgische Corporate Governance Code, de normale bedrijfsvoering in België en de statuten. De rol en verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur evenals zijn samenstelling, structuur en organisatie worden in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter dat kan worden geraadpleegd op de Ageas-website.
In 2019 steeg het aantal leden van de Raad van Bestuur van veertien naar vijftien, namelijk: Jozef De Mey (Voorzitter), Guy de Selliers de Moranville (Vice-voorzitter), Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Jane Murphy, Richard Jackson, Lucrezia Reichlin, Yvonne Lang Ketterer, Katleen Vandeweyer, Sonali Chandmal, Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (CDO), Antonio Cano (COO) en Emmanuel Van Grimbergen (CRO).
Emmanuel Van Grimbergen werd in mei 2019 door de aandeelhouders benoemd als nieuw lid van de Raad van Bestuur.
Het grootste deel van de Raad van Bestuur bestaat uit onafhankelijke niet-uitvoerende leden en vijf van de vijftien leden van de Raad van Bestuur van Ageas zijn vrouw.
De Raad van Bestuur kwam in 2019 dertien keer in vergadering bijeen. De details omtrent de aanwezigheid kunnen worden teruggevonden in sectie 4.5 Raad van Bestuur.
In 2019 werden onder meer de volgende zaken behandelt in vergaderingen van de Raad van Bestuur:
Het Jaarverslag over 2018 en de verplichte rapportage aan de NBB (inclusief de RSR-, SCFR- en SOGA-rapporten);
Persberichten;
De leden van het Executive Committee brachten tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur verslag uit over de resultaatontwikkeling en de algemene prestaties van de verschillende activiteiten.
De taakopdracht van iedere Advisory Board Committee, de functies en verantwoordelijkheid is nader omschreven in het Ageas Corporate Governance Charter, dat kan worden geraadpleegd op de Ageaswebsite.
Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 4.5 Raad van Bestuur.
In de loop van 2019 veranderde de samenstelling van het Corporate Governance Committee. Per december 2019 bestond het Corporate Governance Committee uit de volgende leden: Jozef De Mey (voorzitter), Guy de Selliers de Moranville, Lionel Perl, Richard Jackson en Yvonne Lang Ketterer. De CEO heeft de vergaderingen bijgewoond, met uitzondering van discussies aangaande zijn eigen situatie.
Het Corporate Governance Committee is in 2019 zeven keer bijeengekomen waarvan twee gezamenlijke bijeenkomsten met het Remuneration Committee.
De volgende zaken zijn aan de orde geweest:
De voorzitter van het Corporate Governance Committee heeft na elke vergadering over deze onderwerpen verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de definitieve besluitvorming de aanbevelingen van de commissie aan de Raad van Bestuur voorgelegd.
In 2019 volgde Richard Jackson Jan Zegering Hadders op als voorzitter van het Audit Committee. Per 31 december 2019 bestond het Audit Committee uit de volgende leden: Richard Jackson (voorzitter), Jan Zegering Hadders en Sonali Chandmal. Het Audit Committee wordt bijgestaan door de afdelingen Interne Audit, Compliance en Finance van Ageas en de externe accountant.
Het Audit Committee is in 2019, naast één gezamenlijke vergadering met het Risk & Capital Committee, zes keer bijeengekomen. De vergaderingen werden bijgewoond door leden van het Executive Committee, de interne auditor, de Directeur Compliance en de externe accountants. De volgende zaken zijn aan de orde geweest:
Tijdens de gemeenschappelijke vergadering met het Risk & Capital Committee bespraken de leden de nieuwe risico's, de niet aan de controle gerelateerde diensten die de externe accountant leverde en het beoordelingsproces van de controlefuncties.
De voorzitter van het Audit Committee had elk kwartaal een-op-een besprekingen met de interne, externe accountants en met de directeur Group Compliance. Hij heeft over deze beraadslagingen van het Committee verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de besluitvorming de aanbevelingen van het Audit Committee aan de Raad van Bestuur voorgelegd.
Per 31 december 2019 bestond het Remuneration Committee uit de volgende leden: Lionel Perl (voorzitter), Jane Murphy and Katleen Vandeweyer.
Het Remuneration Committee wordt bijgestaan door Willis Towers Watson, een extern gespecialiseerd consultantsbureau dat marktinformatie en advies verstrekt over algemeen gehanteerde beloningselementen, best practices en verwachte ontwikkelingen. Willis Towers Watson verstrekt geen materiële diensten die verband houden met beloningen of bijkomende voordelen aan het Executive Committee van Ageas, of een ander onderdeel van de Ageas organisatie.
De CEO, de CDO en de directeur Group Human Resources woonden de vergaderingen bij, behalve wanneer kwesties werden besproken die betrekking hadden op hun eigen situatie.
Het Remuneration Committee kwam vijf keer bijeen waarvan twee keer samen met het Corporate Governance Committee.
In 2019 heeft de Remuneration Committee de volgende aanbevelingen besproken met en geadviseerd aan de Raad van Bestuur:
Het gezamenlijke Remuneration and Corporate Governance Committees hebben over de volgende zaken gesproken en advies gegeven:
De voorzitter van het Remuneration Committee rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde de Raad van Bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming. Nadere informatie over het Remuneration Committee is te vinden in het Verslag van het Remuneration Committee (zie ook sectie 4.7 van dit hoofdstuk).
In 2019 volgde Yvonne Lang Ketterer Guy de Selliers de Moranville op als voorzitter van het Risk and Capital Committee. Per 31 december 2019 bestond het Risk & Capital Committee uit de volgende leden: Yvonne Lang Ketterer (voorzitter), Guy de Selliers de Moranville en Lucrezia Reichlin.
Het Risk & Capital Committee kwam, inclusief één gezamenlijke vergadering met het Audit Committee, zes keer bijeen. De vergaderingen werden bijgewoond door de leden van het Executive Committee.
De volgende zaken zijn in 2019 in het Risk & Capital Committee aan de orde geweest:
De voorzitter van het Risk & Capital Committee rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde de Raad van Bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming.
Tijdens de gemeenschappelijke vergadering met het Audit Committee bespraken de leden het crisismanagement, de nieuwe risico's, de niet aan de controle gerelateerde diensten die de externe accountant leverde en het beoordelingsproces van de controlefuncties.
Het Executive Management van Ageas bestaat uit de leden van het Executive Committee en de leden van het Management Committee. De rol van het Executive Management is leiding geven aan Ageas in overeenstemming met de waarden, strategieën, beleidslijnen, plannen en budgetten die de Raad van Bestuur heeft opgesteld.
Het Executive Committee bestaat uitsluitend uit leden van de Raad van Bestuur. De CEO is de voorzitter van het Executive Committee en dit vergadert één keer per week volgens een vooraf bepaald vergaderschema. Bijkomende vergaderingen worden gehouden indien dat nodig blijkt.
De samenstelling van het Executive Committee veranderde in 2019: Emmanuel Van Grimbergen werd benoemd tot Chief Risk Officer en Filip Coremans nam de functie van Chief Development Officer over.
Het Executive Committee van Ageas bestond eind 2019 uit:
Het Management Committee bestond eind 2019 uit:
Met betrekking tot risicomanagement en interne controlesystemen is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor de goedkeuring van toereikende kaders voor risicomanagement en -beheersing. In dit verband voert Ageas een groepsbreed key risk reporting-proces uit om de belangrijkste (bestaande en dreigende) risico's in kaart te brengen die een impact kunnen hebben op onze doelstellingen. Het beoordeelt eveneens het controlekader dat op punt staat om ervoor te zorgen dat deze risico's continu worden beheerd. De Raad van Bestuur, het management en alle medewerkers voeren deze risico- en beheersingsactivitetien voortdurend uit, teneinde de volgende zaken in redelijkheid te kunnen waarborgen:
Raadpleeg voor gedetailleerde informatie over het interne controlekader toelichting 4 Risicomanagement in de Geconsolideerde jaarrekening 2019 van Ageas.
Per 1 januari 2020 werd een nieuwe Belgische Corporate Governance Code van kracht (de 2020 Code). Ageas paste zijn Corporate Governance Charter aan zodat dit voldoet aan de nieuwe 2020 Code. Het herziene charter is te raadplegen op de website van Ageas.
In dit rapport rapporteert Ageas op basis van de op 12 maart 2009 gepubliceerde Belgische Corporate Governance Code (de 2009 Code), die tot 31 december 2019 van toepassing was op Ageas.
De 2009 Code is gebaseerd op het 'pas toe of leg uit'-principe. Dit betekent dat bedrijven de Code moeten naleven of in de 'Corporate Governance-verklaring' moeten uitleggen waarom ze hiervan afwijken. Bij Ageas zijn er geen aspecten van corporate governance die bijkomende toelichting vereisen met het oog op Code 2009.
Het diversiteitsbeleid is van toepassing op alle topmanagers en leden van de Raad van Bestuur in de hele groep:
Valérie van Zeveren
Details over de andere posities van leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee zijn te raadplegen op de Ageas-website.
De aanwezigheid bij de vergaderingen van de Raad van Bestuur, het Audit Committee, Risk & Capital Committee, Remuneration Committee en Corporate Governance Committee was als volgt:
| Vergaderingen | Vergaderingen | Vergaderingen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vergaderingen Audit | Corporate Governance | Remuneration | Risk & Capital | ||||||||
| Raad van Bestuur | Committee | Committee | Committee | Committee | |||||||
| Naam | Gehouden | Bijgewoond | Gehouden * | Bijgewoond | Gehouden ** | Bijgewoond | Gehouden ** | Bijgewoond | Gehouden * | Bijgewoond | |
| Jozef De Mey | 13 | 13 | ( 100%) | 7 | 7 | ||||||
| Guy de Selliers de Moranville | 13 | 13 | ( 100%) | 7 | 4 | 6 | 6 | ||||
| Lionel Perl | 13 | 13 | ( 100%) | 7 | 7 | 5 | 5 | ||||
| Jan Zegering Hadders*** | 13 | 13 | ( 100%) | 6 | 6 | 7 | 3 | ||||
| Bart De Smet | 13 | 13 | ( 100%) | ||||||||
| Jane Murphy | 13 | 13 | ( 100%) | 5 | 5 | ||||||
| Lucrezia Reichlin | 13 | 11 | ( 85%) | 6 | 4 | ||||||
| Richard Jackson**** | 13 | 13 | ( 100%) | 6 | 6 | 7 | 4 | ||||
| Yvonne Lang Ketterer**** | 13 | 13 | ( 100%) | 7 | 4 | 6 | 6 | ||||
| Katleen Vandeweyer | 13 | 13 | ( 100%) | 5 | 5 | ||||||
| Christophe Boizard | 13 | 13 | ( 100%) | ||||||||
| Filip Coremans | 13 | 13 | ( 100%) | ||||||||
| Antonio Cano | 13 | 12 | ( 93%) | ||||||||
| Sonali Chandmal | 13 | 11 | ( 85%) | 6 | 5 |
Emmanuel Van Grimbergen 13 11 ( 85%)
Inclusief de gezamenlijke vergadering van het RCC en het AC.
** inclusief de gezamenlijke vergaderingen van het RC en het CGC.
***Dhr. Zegering Hadders verliet het CGC in juni 2019.
Mevr. Y. Lang Ketterer en Dhr. R. Jackson zijn sinds juni 2019 lid van het CGC .
Leden van de Executive Committee hebben de bestuurs- en commissievergaderingen bijgewoond als gast en niet als leden van de Executive Committee. Om die reden is hun aanwezigheid bij de bestuurs- en commissievergaderingen niet vermeld in de tabel.
De Raad van Bestuur verklaart om wettelijke redenen dat het Jaarverslag Ageas 2019 is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke regels ter implementatie van de Europese overnamerichtlijn. Die regels traden in België per 1 januari 2008 in werking. De Raad van Bestuur geeft hierbij de volgende verklaring voor de diverse elementen die onder de nieuwe regels vallen:
Behoudens de informatie in toelichting 18 Eigen Vermogen, toelichting 7 Verbonden partijen en toelichting 20 Achtergestelde schulden van de toelichting op de Geconsolideerde jaarrekening 2019 van Ageas, is Ageas zich niet bewust van eventuele afspraken tussen aandeelhouders die de overdracht van aandelen of de uitoefening van stemrecht zouden kunnen beperken;
leden van de Raad van Bestuur worden benoemd of ontslagen door een meerderheid van stemmen uitgebracht bij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV. Statutenwijzigingen kunnen alleen worden doorgevoerd nadat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders daartoe een motie heeft goedgekeurd. Indien minder dan 50% van de aandeelhouders vertegenwoordigd is, wordt een tweede vergadering belegd die met 75% van de stemmen de motie kan aannemen, ongeacht of er een aanwezigheidsquorum wordt gehaald;
Aandeelhouders van Ageas zijn verplicht te voldoen aan bepaalde meldingseisen indien hun deelneming in Ageas boven of onder bepaalde drempels komt, zoals voorgeschreven door de Belgische wet en door de statuten van ageas SA/NV. De aandeelhouder moet de onderneming en de FSMA inlichten als zijn deelneming boven of onder de 3% of 5% (en bij elk meervoud van 5%) van de stemrechten komt. Ageas publiceert die informatie op haar website.
Geachte aandeelhouder, namens het Remuneration Committee verstrek ik u graag het Remuneration Report voor 2019.
Dit rapport bevat een samenvatting van ons bezoldigingsbeleid, evenals ons jaarverslag betreffende bezoldiging, dat is opgesteld overeenkomstig de meldingsverplichtingen van de Richtlijn betreffende de aandeelhoudersrechten en de concept-richtlijnen uitgegeven door de Europese Commissie.
In het rapport vindt u een bevestiging van de doelstellingen van ons bezoldigingsbeleid, evenals een overzicht van de belangrijkste onderwerpen die wij in het Committee in 2019 bespraken. Net als in het verleden implementeerden we het beleid consistent met betrekking tot de bezoldiging van de Raad van Bestuur en het Executive Committee. Wij bespraken en anticipeerden op de belangrijke veranderingen in het regelgevingskader zoals de Richtlijn betreffende aandeelhoudersrechten, de Corporate Governance Code 2020 en het nieuwe Belgische Wetboek van Vennootschappen en stelden passende wijzigingen in ons bezoldigingsbeleid voor die in 2020 ingaan.
Ageas zal dit verslag aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 20 mei 2020 ter goedkeuring voorleggen.
Lionel Perl Voorzitter van het Remuneration Committee 24 maart 2020
Het Remuneration Committee bestond uit Lionel Perl (voorzitter), Jane Murphy en Katleen Vandeweyer. Het Committee kwam in het verslagjaar vijf keer bijeen, waarvan twee keer samen met het Corporate Governance Committee. De CEO en de CDO, in zijn hoedanigheid van eindverantwoordelijke voor personeelszaken, alsmede de groepsdirecteur Human Resources woonden de vergaderingen van het Remuneration Committee bij, met uitzondering van de discussies over zaken die henzelf betreffen. De details omtrent de aanwezigheid kunnen worden teruggevonden in sectie 4.5 Raad van Bestuur.
Het Remuneration Committee wordt bijgestaan door Willis Towers Watson, een externe professionele dienstverlener. Willis Towers Watson verstrekt geen materiële compensatie noch enige diensten die verband houden met beloningen of bijkomende voordelen aan het Executive Committee van Ageas, of een ander onderdeel van de Ageas organisatie.
De belangrijkste doelstellingen van ons beleid zijn marktconforme beloning, volledige transparantie over de bezoldiging, naleving van bestaande en komende Belgische wetgeving en Europese regelgeving.
Het doel van de beloning van zowel de Raad van Bestuur als van het Executive Committee is:
De Raad van Bestuur legt aan de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders een nieuw bezoldigingsbeleid voor, dat een update vormt voor het actuele beleid en daarnaast de laatste ontwikkelingen in Corporate Governance en het wettelijke kader weerspiegelt. Ook in de toekomst zal de Raad van Bestuur wijzigingen of aanpassingen hiervan ter goedkeuring aan de aandeelhouders voorleggen.
Dit bezoldigingsverslag biedt gedetailleerd inzicht in het werk van het Remuneration Committee en de implementatie van het bezoldigingsbeleid gedurende het boekjaar 2019.
Ageas bestudeert de bestaande en toekomstige wetgeving nauwkeurig en probeert indien passend hierop te anticiperen. In dit kader heeft Ageas een nieuw bezoldigingsbeleid en een nieuw bezoldigingsverslag opgesteld, in de geest van de EU-Aandeelhoudersrechtenrichtlijn en de lokale Belgische implementatie hiervan en van de Belgische Corporate Governance Code 2020.
In 2019 besprak het Remuneration Committee en legde het aanbevelingen voor aan de Raad van Bestuur over:
Tijdens de gezamenlijke vergaderingen met het Corporate Governance Committee werden de volgende onderwerpen besproken en voorgelegd aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring:
De op 15 mei 2019 gehouden Jaarlijkse Algemene Vergadering keurde het verslag van het Remuneration Committee 2018 goed met 95,38% van de stemmen van de aandeelhouders. Wij streven naar een voortdurend engagement met al onze aandeelhouders en zullen altijd actief rekening houden met hun feedback bij het formuleren van onze bezoldigingspraktijken.
De bezoldiging van de Raad van Bestuur bestaat uit een vaste jaarlijkse bezoldiging en een aanwezigheidspremie. Sinds 2018 bedraagt de jaarlijkse vaste vergoeding EUR 120.000 voor de Voorzitter en EUR 60.000 voor de andere niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. De niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen een aanwezigheidspremie van EUR 2.000 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 1.500 per vergadering van een bestuurscommissie. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies is de aanwezigheidspremie vastgesteld op respectievelijk EUR 2.500 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 2.000 per vergadering van een bestuurscommissie. In 2019 werden geen wijzigingen aan deze bedragen voorgesteld.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders keurde op 15 mei 2019 het voorstel goed om de bezoldiging van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur die ageas SA/NV in geconsolideerde entiteiten van Ageas Groep vertegenwoordigen op een lijn te brengen.
Sinds 2019 bedraagt de jaarlijkse vaste vergoeding in dit geval EUR 60.000 voor de Voorzitter en EUR 45.000 voor de andere nietuitvoerende leden van de Raad van Bestuur. De niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen een aanwezigheidspremie van EUR 2.000 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 1.500 per vergadering van een bestuurscommissie. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies is de aanwezigheidspremie vastgesteld op respectievelijk EUR 2.500 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 2.000 per vergadering van een bestuurscommissie.
Gegevens voor E. Van Grimbergen met ingang van zijn benoeming op 1 juni 2019.
Op basis van de beoordeling van de competitieve positionering van de bezoldiging van het Executive Management in de tweede helft van 2018, werd de basisbeloning van de CEO per 1 januari 2019 vastgesteld op EUR 700.000 per jaar, binnen bandbreedte voor basisbeloning van de CEO gevalideerd op EUR 550.000 tot EUR 750.000 per jaar. Dit is goedgekeurd door de Algemene vergadering van Aandeelhouders.
De basisbeloning van Filip Coremans (CDO), Christophe Boizard (CFO) en Antonio Cano (COO) bedraagt EUR 485.000 per jaar.
Alle variabele toekenningen met betrekking tot de prestaties in 2019 stemden overeen met het bezoldigingsbeleid. De belangrijkste besluiten van het Commitee waren de volgende:
In mei 2019 benoemde de Algemene Vergadering van Aandeelhouders Emmanuel Van Grimbergen tot Chief Risk Officer, met ingang van juni 2019. Voor die tijd was Emmanuel Van Grimbergen Group Risk Officer en acht jaar lang lid van het Management Committee van Ageas. Met een basisbeloning van EUR 400.000, is zijn bezoldigingspakket volledig in lijn met het bezoldigingsbeleid voor de andere leden van het Executive Committee.
Tijdens de vergadering van 4 november 2019 besprak het Remuneration Committee de impact van de Belgische Corporate Governance Code 2020, de Aandeelhoudersrechtenrichtlijn ("Say on Pay") en de nieuwe Wet op de Vennootschappen. Na deze bespreking valideerde het comité de volgende voorstellen voor implementatie in 2020:
Het Remuneration Committee besprak principe 7.6 van de nieuwe Belgische Corporate Governance Code die bepaalt dat nietuitvoerende bestuursleden een deel van hun bezoldiging in de vorm van aandelen zouden moeten ontvangen. In dit verband werd voorgesteld om 1) de volgende benchmarking van de bezoldiging van de Raad van Bestuur van Ageas naar voren te halen naar 1 januari 2020 en ii) de potentiële verhoging van de bezoldiging van de Raad van Bestuur op basis van deze benchmarking zou dan in de vorm van aandelen worden uitgekeerd en tot een maximum van 20% van de vaste bezoldiging. Na afloop van deze benchmarking in januari 2020 werd besloten de bezoldiging van de Raad van Bestuur in 2020 niet te verhogen. Niettemin bevestigt Ageas de intentie om toekomstige verhogingen tot een maximum van 20% van de vaste bezoldiging uit te keren in de vorm van aandelen, in overeenstemming met de Belgische Corporate Governance Code 2020.
Raad van Bestuur 24 maart 2020
Het Remuneration Committee beoordeelt jaarlijks het bezoldigingsbeleid van de leden van het Executive Committee van Ageas. Het totale bezoldigingspakket van de leden van het Executive Committee bestaat uit de volgende componenten, die in dit verslag nader worden toegelicht:
De onderstaande grafiek toont de bezoldigingsmix (basisbeloning t.o.v. STI t.o.v. LTI) voor een lid van het Executive Committee Member, zowel bij het behalen van de doelstelling en maximaal:
| Vaste bezoldiging | Principes |
|---|---|
| Basisbeloning | De basisbeloning wordt jaarlijks herbeoordeeld en vergeleken met die van andere BEL 20-bedrijven en grote Europese verzekeraars. De beoogde doelstelling is om de basisbeloning van het Executive Committee te positioneren binnen een bandbreedte van 80 tot 120% van de gekozen mediane marktreferentie. |
| Overige voordelen | De leden van het Executive Committee ontvangen bijkomende voordelen in lijn met het bezoldigingsbeleid van Ageas, inclusief gezondheidszorg verzekering, overlijdens- en invaliditeitsdekking en een bedrijfswagen. |
De Short-Term Incentive (STI) als aan de doelstelling wordt voldaan, bedraagt 50% van de basisbeloning. Dit kan oplopen tot maximaal 100% van de basisbeloning.
Voor de STI geldt een uitstelperiode van drie jaar, dat wil zeggen dat de STI voor prestatiejaar N als volgt wordt uitbetaald:
Overeenkomstig het bezoldigingsbeleid moet de prestatie gedurende de uitstelperiode standhouden en zodoende kunnen de STI-betalingen naar boven of naar beneden worden gecorrigeerd.
Het Short-Term Incentive Plan omvat een terugvorderingsbepaling.
.
Voor alle leden van het Executive Committee worden de jaarprestaties vergeleken met zowel persoonlijke als voor het bedrijf als geheel geldende prestatiecriteria. Voor de CRO gelden specifiek met de Risk Function verbonden criteria.
Operationele marge Unit linked
Strategische uitdagingen
20% 10% 15% 10% 5%
De doelstelling van de Long-Term Incentive (LTI) bedraagt 45% van de basisbeloning alle leden van het Executive Committee. Dit kan oplopen tot maximaal 90% van de basisbeloning.
De prestatieaandelen worden 3,5 jaar na voorwaardelijke toekenning onvoorwaardelijk toegekend. Nadat de aandelen onvoorwaardelijk zijn toegekend, moeten deze nog 1,5 jaar in bezit worden gehouden (in totaal 5 jaar na de datum van voorwaardelijke toekenning). Na deze blokkeerperiode mogen de desbetreffende personen de onvoorwaardelijk toegekende aandelen verkopen, onder voorwaarden vastgelegd in het bezoldigingsbeleid.
Er wordt een tweestapsmethodiek gebruikt teneinde het aantal voorwaardelijk toe te kennen aandelen te bepalen (stap 1) en het aantal onvoorwaardelijk toe te kennen aandelen na de prestatieperiode van 3,5 jaar (stap 2).
Het aantal toe te kennen aandelen in het kader van dit plan is gebaseerd op de 'Ageas Business Score', die voortvloeit uit de realisatie van de KPI's voor het bedrijf (raadpleeg het bovenstaande onderdeel STI voor nadere details) en wordt als volgt berekend:
| Toekenning | ||||
|---|---|---|---|---|
| AGEAS Business Score | % van doelstelling | % van basisbeloning | ||
| <3 | 0% | 0% | ||
| 3 | 50% | 22.50% | ||
| 4 (behaald doel) | 100% | 45% | ||
| 5 | 150% | 67.50% | ||
| 6 of 7 | 200% | 90% | ||
Voor de onvoorwaardelijke toekenning na 3,5 jaar wordt een relatieve "total shareholder return" (TSR) prestatiemeting ten opzichte van een vergelijkingsgroep, toegepast. De onderstaande tabel toont het schema voor onvoorwaardelijke toekenning van de prestatieaandelen:
| Percentiel TSR-score | Onvoorwaardelijke toekenning % |
|---|---|
| ≥ 75% | 200% |
| ≥60%-<75% | 150% |
| ≥40%-<60% | 100% |
| ≥25%-<40% | 50% |
| < 25% | 0% |
De volgende bedrijven, die een vergelijkbaar bedrijfsmodel hebben en waaronder een aantal concurrenten, vormen de vergelijkingsgroep voor de toekenning van 2019:
| AEGON NV | KBC GROEP NV |
|---|---|
| ALLIANZ SE-REG | MAPFRE SA |
| ASSICURAZIONI GENERALI | NATIONALE NEDERLANDEN |
| AVIVA PLC | PRUDENTIAL PLC |
| AXA SA | SAMPO OYJ-A SHS |
| BALOISE INSURANCE | SWISS LIFE HOLDING AG-REG |
| BNP PARIBAS | VIENNA INSURANCE GROUP AG |
| CNP ASSURANCES | ZURICH INSURANCE GROUP AG |
| Beloningscomponent | Principes |
|---|---|
| Buitengewone items | Voor elk lid van het Executive Committee bedraagt de beëindigingsvergoeding 12 maandsalarissen, wat in bepaalde omstandigheden kan worden opgetrokken naar 18 maanden, (met inbegrip van het niet-concurrentiebeding). Gedetailleerdere informatie over de verbrekingsafspraken die gelden voor het Executive Committee staat in ons bezoldigingsbeleid dat is te raadplegen op de website van Ageas. |
| Pensioen | Leden van het Executive Committee nemen deel aan een toegezegdebijdragepensioenregeling. De pensioenbijdrage voor leden van het Executive Committee is gelijk aan 25% van (basisbeloning + variabele beloning). Deze regeling omvat ook een dekking bij overlijden. |
Zoals vastgelegd in het beleid ontvangen niet-uitvoerende bestuursleden van Ageas een vaste vergoeding en een aanwezigheidspremie, terwijl leden van comités slechts een aanwezigheidspremie ontvangen. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de vaste vergoedingen en aanwezigheidspremies die sinds 1 januari 2018 gelden voor leden van de Raad van Bestuur van Ageas.
| Raad van Bestuur | Committee | |||
|---|---|---|---|---|
| Voorzitter | Lid | Voorzitter | Lid | |
| Vaste vergoeding | € 120.000 | € 60.000 | N.v.t. | N.v.t. |
| Aanwezigheidspremie | € 2.500 | € 2.000 | € 2.000 | € 1.500 |
In overeenstemming met het beleid voor 2019 ontvangen nietuitvoerende bestuursleden geen variabele en of aandelengekoppelde beloningen en bouwen ze geen pensioenrechten op.
De bezoldiging van uitvoerend bestuurders (d.w.z. de leden van het Executive Committee) is uitsluitend verbonden met hun functie van lid van het Executive Committee.
De bezoldiging van niet-uitvoerend bestuurders die ageas SA/NV vertegenwoordigen in geconsolideerde entiteiten van de Ageas Groep is sinds 1 januari 2019 op lijn gebracht overeenkomstig de onderstaande tabel:
| Raad van Bestuur | Committee | |||
|---|---|---|---|---|
| Voorzitter | Lid | Voorzitter | Lid | |
| Vaste vergoeding | € 60.000 | € 45.000 | N.v.t. | N.v.t. |
| Aanwezigheidspremie | € 2.500 | € 2.000 | € 2.000 | € 1.500 |
(voor winstbestemming)
| 31 december | 31 december | ||
|---|---|---|---|
| Toelichting | 2019 | 2018 | |
| Activa | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 9 | 3.745,4 | 2.924,8 |
| Financiële beleggingen | 10 | 64.002,3 | 61.442,6 |
| Vastgoedbeleggingen | 11 | 2.602,5 | 2.727,3 |
| Leningen | 12 | 11.072,0 | 9.788,5 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 16.428,9 | 15.509,3 | |
| Beleggingen in deelnemingen | 13 | 4.716,0 | 3.071,0 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 14 | 1.860,0 | 1.843,1 |
| Actuele belastingvorderingen | 83,1 | 64,2 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 22 | 106,3 | 139,6 |
| Overlopende rente en overige activa | 15 | 1.910,8 | 1.837,1 |
| Materiële vaste activa | 16 | 1.718,6 | 1.234,6 |
| Goodwill en overige immateriële activa | 17 | 1.202,8 | 1.097,1 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 7,1 | ||
| Totaal activa | 109.448,7 | 101.686,3 | |
| Passiva | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 19.1 | 28.761,2 | 26.987,5 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 19.2 | 32.242,7 | 30.860,1 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 19.3 | 16.438,1 | 15.511,1 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 19.4 | 7.597,6 | 7.424,6 |
| Achtergestelde schulden | 20 | 3.116,7 | 2.285,0 |
| Schulden | 21 | 2.956,4 | 2.184,2 |
| Actuele belastingverplichtingen | 49,6 | 35,7 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 22 | 1.119,4 | 1.039,6 |
| RPN(I) | 23 | 359,0 | 358,9 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 24 | 2.744,8 | 2.586,0 |
| Voorzieningen | 25 | 582,5 | 887,1 |
| Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop | 6,9 | ||
| Totaal verplichtingen | 95.968,0 | 90.166,7 | |
| Eigen vermogen | 18 | 11.221,3 | 9.411,4 |
| Minderheidsbelangen | 26 | 2.259,4 | 2.108,2 |
| Totaal eigen vermogen | 13.480,7 | 11.519,6 | |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 109.448,7 | 101.686,3 |
| Toelichting | 2019 | 2018 | |
|---|---|---|---|
| Baten | |||
| Bruto premie-inkomen - |
9.383,6 | 8.860,0 | |
| Wijziging in niet-verdiende premies - |
( 0,2 ) | 52,9 | |
| Uitgaande herverzekeringspremies - |
( 362,2 ) | ( 266,6 ) | |
| Netto verdiende premies | 30 | 9.021,2 | 8.646,3 |
| Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 31 | 2.612,3 | 2.670,5 |
| Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 23 | ( 0,1 ) | 89,1 |
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 32 | 326,5 | 314,9 |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 33 | 1.898,5 | ( 652,9 ) |
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 13 | 622,9 | 251,5 |
| Commissiebaten | 34 | 364,6 | 296,5 |
| Overige baten | 35 | 253,3 | 210,8 |
| Totale baten | 15.099,2 | 11.826,7 | |
| Kosten | |||
| Schadelasten en uitkeringen, bruto - |
( 8.440,3 ) | ( 7.904,6 ) | |
| Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars - |
145,7 | 21,5 | |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | 36 | ( 8.294,6 ) | ( 7.883,1 ) |
| Lasten inzake unit-linked contracten | ( 1.976,7 ) | 588,2 | |
| Financieringslasten | 37 | ( 128,8 ) | ( 122,5 ) |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 38 | ( 56,2 ) | ( 134,6 ) |
| Wijzigingen in voorzieningen | 25 | ( 5,2 ) | ( 10,3 ) |
| Commissielasten | 39 | ( 1.092,5 ) | ( 1.047,5 ) |
| Personeelslasten | 40 | ( 831,1 ) | ( 809,3 ) |
| Overige lasten | 41 | ( 1.281,4 ) | ( 1.157,9 ) |
| Totale lasten | ( 13.666,5 ) | ( 10.577,0 ) | |
| Resultaat voor belastingen | 1.432,7 | 1.249,7 | |
| Belastingbaten (lasten) | 42 | ( 254,5 ) | ( 252,8 ) |
| Nettoresultaat over de periode | 1.178,2 | 996,9 | |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 26 | 199,0 | 187,8 |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 979,2 | 809,1 | |
| Gegevens per aandeel (EUR) | |||
| Gewoon resultaat per aandeel | 18 | 5,09 | 4,11 |
| Verwaterd resultaat per aandeel | 18 | 5,08 | 4,11 |
Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'Discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden gepresenteerd.
| Toelichting | 2019 | 2018 | |
|---|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen | 9.383,6 | 8.860,0 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 30 | 1.161,8 | 1.201,3 |
| Bruto premies | 10.545,4 | 10.061,3 |
| Toelichting | 2019 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| COMPREHENSIVE INCOME | |||||
| Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd: | |||||
| De herberekening van de verplichting inzake de toegezegde pensioenregeling | ( 84,1 ) | 45,0 | |||
| Gerelateerde belasting De herberekening van de verplichting inzake de toegezegde pensioenregeling |
6 | 22,1 ( 62,0 ) |
( 7,8 ) 37,2 |
||
| Totaal van de onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd: | ( 62,0 ) | 37,2 | |||
| Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: | |||||
| Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden | 6,1 | 9,2 | |||
| Gerelateerde belasting Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden |
10 | ( 1,5 ) 4,6 |
( 2,3 ) 6,9 |
||
| Wijzigingen in herwaardering van voor verkoop beschikbare beleggingen 1) | 663,3 | ( 414,8 ) | |||
| Gerelateerde belasting Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop |
10 | ( 90,8 ) 572,5 |
31,5 ( 383,3 ) |
||
| Aandeel in Overig comprehensive income van deelnemingen | 13 | 858,6 | 113,0 | ||
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen | 169,8 | 8,9 | |||
| Totaal van onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: | 1.605,5 | ( 254,5 ) | |||
| Overig comprehensive income over de periode, na belastingen | 1.543,5 | ( 217,3 ) | |||
| Nettoresultaat over de periode | 1.178,2 | 996,9 | |||
| Totaal comprehensive income over de periode | 2.721,7 | 779,6 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 199,0 | 187,8 | |||
| Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen Totaal comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen |
100,2 | 299,2 | ( 82,2 ) | 105,6 | |
| Totaal comprehensive income over de periode, toewijsbaar aan de aandeelhouders | 2.422,5 | 674,0 |
1) De wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.
| Koers- | Nettoresultaat toewijsbaar |
Ongerealiseerde | Eigen vermogen |
Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen- | Uitgifte- | Overige | verschillen- | aan | winsten en | aandeel- Minderheids- | eigen | ||
| kapitaal | premie | reserves | reserve | aandeelhouders | verliezen | houders | belangen | vermogen | |
| Stand per 1 januari 2018 | 1.549,6 | 2.251,5 | 2.481,2 | ( 84,2 ) | 623,2 | 2.789,6 | 9.610,9 | 551,3 | 10.162,2 |
| Nettoresultaat over de periode | 809,1 | 809,1 | 187,8 | 996,9 | |||||
| Herwaardering van investeringen | ( 176,3 ) | ( 176,3 ) | ( 87,1 ) | ( 263,4 ) | |||||
| Herwaardering IAS 19 | 33,2 | 33,2 | 4,0 | 37,2 | |||||
| Wisselkoersverschillen | 8,0 | 8,0 | 0,9 | 8,9 | |||||
| Totaal verandering | |||||||||
| eigen vermogen niet-eigenaren | 33,2 | 8,0 | 809,1 | ( 176,3 ) | 674,0 | 105,6 | 779,6 | ||
| Overdracht | 623,2 | ( 623,2 ) | |||||||
| Dividend | ( 403,2 ) | ( 403,2 ) | ( 201,0 ) | ( 604,2 ) | |||||
| Wijziging in kapitaal | ( 84,0 ) | ( 84,0 ) | |||||||
| Eigen aandelen | ( 207,3 ) | ( 207,3 ) | ( 207,3 ) | ||||||
| Intrekking van aandelen | ( 47,2 ) | ( 195,7 ) | 242,9 | ||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 3,5 | 3,5 | 3,5 | ||||||
| Impact geschreven putoptie | |||||||||
| op minderheidsbelang 1) | ( 252,9 ) | ( 252,9 ) | 1.694,2 | 1.441,3 | |||||
| Overige veranderingen | |||||||||
| in het eigen vermogen 2) | ( 14,2 ) | 1,3 | ( 0,7 ) | ( 13,6 ) | 42,1 | 28,5 | |||
| Stand per 1 januari 2019 | 1.502,4 | 2.059,3 | 2.502,9 | ( 74,9 ) | 809,1 | 2.612,6 | 9.411,4 | 2.108,2 | 11.519,6 |
| Nettoresultaat over de periode | 979,2 | 979,2 | 199,0 | 1.178,2 | |||||
| Herwaardering van investeringen | 1.318,7 | 1.318,7 | 117,0 | 1.435,7 | |||||
| Herwaardering IAS 19 | ( 44,8 ) | ( 44,8 ) | ( 17,2 ) | ( 62,0 ) | |||||
| Wisselkoersverschillen | 169,4 | 169,4 | 0,4 | 169,8 | |||||
| Totaal verandering | |||||||||
| eigen vermogen niet-eigenaren | ( 44,8 ) | 169,4 | 979,2 | 1.318,7 | 2.422,5 | 299,2 | 2.721,7 | ||
| Overdracht | 809,1 | ( 809,1 ) | |||||||
| Dividend | ( 415,7 ) | ( 415,7 ) | ( 149,0 ) | ( 564,7 ) | |||||
| Wijziging in kapitaal | 2,3 | 2,3 | |||||||
| Eigen aandelen | ( 184,6 ) | ( 184,6 ) | ( 184,6 ) | ||||||
| Intrekking van aandelen | ( 201,3 ) | 201,3 | |||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 0,1 | 0,1 | 0,1 | ||||||
| Impact geschreven putoptie | |||||||||
| op minderheidsbelang 1) | ( 1,7 ) | ( 1,7 ) | ( 5,0 ) | ( 6,7 ) | |||||
| Overige veranderingen | |||||||||
| in het eigen vermogen 2) | ( 10,7 ) | ( 10,7 ) | 3,7 | ( 7,0 ) | |||||
| Stand per | |||||||||
| 31 december 2019 | 1.502,4 | 1.858,1 | 2.855,8 | 94,5 | 979,2 | 3.931,3 | 11.221,3 | 2.259,4 | 13.480,7 |
1) Heeft betrekking op de putopties op aandelen AG Insurance in 2018 en de putoptie op aandelen Interparking.
2) Overige wijzigingen in het eigen vermogen omvat een schadevergoeding betaald aan BNP Paribas voor de aangehouden Ageas aandelen met betrekking tot de CASHESobligaties en de betaling aan houders van FRESH-obligaties.
| Toelichting | 2019 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 9 | 2.924,8 | 2.552,3 | ||
| Resultaat voor belastingen | 1.432,7 | 1.249,7 | |||
| Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de | |||||
| kasstroom uit bedrijfsactiviteiten: | |||||
| Herberekening RPN(I) | 23 | 0,1 | ( 89,1 ) | ||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 32 | ( 326,5 ) | ( 314,9 ) | ||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 13 | ( 622,9 ) | ( 251,5 ) | ||
| Afschrijvingen en oprenting | 41 | 654,0 | 675,3 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen | 38 | 56,2 | 134,6 | ||
| Voorzieningen | 25 | ( 7,6 ) | 16,2 | ||
| Op aandelen gebaseerde beloningen | 40 | 7,1 | 8,7 | ||
| Totaal aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de | |||||
| kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | ( 239,6 ) | 179,3 | |||
| Wijzigingen in operationele activa en passiva: | |||||
| Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa en passiva) | 10 | ( 4,7 ) | 31,7 | ||
| Leningen | 12 | ( 1.242,5 ) | ( 827,5 ) | ||
| Herverzekering en overige vorderingen | 14 | 50,4 | 278,0 | ||
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | ( 919,6 ) | 318,1 | |||
| Schulden | 21 | 200,5 | 124,5 | ||
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 19.1 & 19.2 & 19.4 | 3.410,4 | ( 696,4 ) | ||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 19 | 863,4 | ( 403,8 ) | ||
| Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en passiva | ( 2.995,8 ) | 742,6 | |||
| Dividend ontvangen van deelnemingen | 13 | 154,8 | 168,7 | ||
| Betaalde winstbelastingen | ( 243,0 ) | ( 303,4 ) | |||
| Totaal wijzigingen in operationele activa en passiva | ( 726,1 ) | ( 567,5 ) | |||
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 467,0 | 861,5 | |||
| Aankoop van beleggingen | 10 | ( 7.515,0 ) | ( 8.034,0 ) | ||
| Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen | 10 | 7.983,3 | 8.400,6 | ||
| Aankoop van vastgoedbeleggingen | 11 | ( 102,2 ) | ( 110,6 ) | ||
| Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen | 11 | 314,4 | 34,9 | ||
| Aankopen van materiële vaste activa | 16 | ( 129,2 ) | ( 90,6 ) | ||
| Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa | 16 | ( 0,4 ) | 0,9 | ||
| Investeringen in dochterondernemingen en deelnemingen | |||||
| (inclusief kapitaalverhogingen in deelnemingen) | 3 | ( 353,4 ) | ( 178,3 ) | ||
| Desinvesteringen in dochterondernemingen en deelnemingen | |||||
| (inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen) | 3 | 127,1 | 429,0 | ||
| Aankoop van immateriële vaste activa | 17 | ( 58,5 ) | ( 31,8 ) | ||
| Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa | 17 | 4,0 | 0,1 | ||
| Kasstroom uit beleggingsactiviteiten | 270,1 | 420,2 | |||
| Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden | 20 | 1.311,4 | |||
| Terugbetaling van achtergestelde schulden | 20 | ( 484,4 ) | |||
| Aankoop van eigen aandelen | ( 184,6 ) | ( 207,3 ) | |||
| Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders van moedervennootschappen | ( 415,7 ) | ( 403,2 ) | |||
| Dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen | ( 149,0 ) | ( 201,0 ) | |||
| Terugbetaling van kapitaal (inclusief minderheidsbelangen) | ( 98,0 ) | ||||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 77,7 | ( 909,2 ) | |||
| Effect van wisselkoersverschillen op geldmiddelen en kasequivalenten | 5,8 | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december | 9 | 3.745,4 | 2.924,8 | ||
| Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | |||||
| Ontvangen rente | 31 | 1.942,6 | 2.023,9 | ||
| Ontvangen dividenden van beleggingen | 31 | 137,9 | 137,3 | ||
| Betaalde rente | 37 | ( 107,5 ) | ( 119,2 ) |
ageas SA/NV, statutair gevestigd te Rue du Marquis 1/ Markiesstraat 1, Brussel, België is de moedermaatschappij van de Ageas Groep. Het jaarverslag omvat de geconsolideerde jaarrekening van de Ageas Groep en de jaarrekening van ageas SA/NV.
Ageas aandelen zijn genoteerd op de gereguleerde markt van Euronext in Brussel. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADRprogramma in de Verenigde Staten.
Bekende aandeelhouders van ageas SA/NV, gebaseerd op de officiële meldingen zijn per 31 december 2019:
(*) Op 31 december 2019 werden Intreas N.V. en Ageas B.V. geliquideerd.
Per 31 december 2019 is de juridische structuur van Ageas als volgt.
Volledig geconsolideerde entiteiten van Ageas in Continentaal Europa zijn in Portugal: Millenniumbcp Ageas (51%), Ocidental Seguros (100%), Médis (100%), Ageas Portugal Vida (100%) en Ageas Portugal Seguros (100%) en in Frankrijk: Ageas France (100%). De volledige lijst van ondernemingen binnen de reikwijdte van de Groep wordt gepubliceerd in 'Ageas SFCR - Quantitative Reporting' die kan worden geraadpleegd op de website: https://www.ageas.com/investors/quarterly-results.
De Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas van 2019, inclusief alle toelichtingen, is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) die van toepassing zijn per 1 januari 2019, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals goedgekeurd door de Europese Unie (EU) op die datum.
De grondslagen voor financiële verslaggeving die zijn toegepast in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas van 2019 zijn consistent met deze die zijn toegepast voor het boekjaar dat eindigde op 31 december 2018, met uitzondering van de wijzigingen vermeld in de onderstaande paragraaf 2.2.
De Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas is opgemaakt in de veronderstelling van continuïteit van de bedrijfsvoering ('going concern'). De Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas is opgesteld in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas. Tenzij anders aangegeven zijn alle bedragen afgerond naar het dichtstbijgelegen duizendtal.
Activa en passiva opgenomen op de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van geldmiddelen en kasequivalenten, herverzekerings- en overige vorderingen, overlopende rente en overige activa, verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten niet-leven, overlopende rente en overige verplichtingen en actuele belastingvorderingen en -schulden.
De belangrijkste IFRS-standaarden die zijn toegepast voor de bepaling van de activa en verplichtingen zijn:
IFRS 13 voor waardering tegen reële waarde;
IFRS 15 voor opbrengsten van contracten met klanten en
In 2019 werden de volgende nieuwe of herziene IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen in IFRS-standaarden en interpretaties van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).
De IASB heeft in oktober 2017 de wijzigingen in IFRS 9 'kenmerken van vervroegde terugbetaling met negatieve compensatie' gepubliceerd. De EU heeft deze wijzigingen goedgekeurd in maart 2018. Deze wijzigingen zijn van toepassing voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2019.
Deze (beperkte) wijzigingen aan IFRS 9 'financiële instrumenten' laten entiteiten toe om bepaalde financiële activa met kenmerken van vervroegde terugbetaling met negatieve compensatie op te nemen tegen hun geamortiseerde kostprijs. Zonder deze wijzigingen zouden deze financiële activa moeten worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies (FVPL), omdat de contractvoorwaarden van het financiële actief op bepaalde data geen aanleiding geven tot kasstromen die uitsluitend aflossingen en rentebetalingen zijn op het uitstaande hoofdsombedrag betreffen (SPPI -test).
Ageas heeft besloten om IFRS 9 'financiële instrumenten' niet toe te passen vanaf 2018 omdat Ageas in aanmerking komt voor een tijdelijke vrijstelling voor de toepassing van IFRS 9. Informatie hierover is opgenomen in onderstaande paragraaf over 'wijzigingen van IFRS 4 over de toepassing van IFRS 9 over financiële instrumenten met IFRS 4 over verzekeringscontracten'. Ondanks dat Ageas heeft besloten om de tijdelijke vrijstelling voor de toepassing van IFRS 9 toe te passen, wordt rekening gehouden met bovenstaande wijzigingen van IFRS 9 bij de uitvoering van de SPPI-test, die Ageas uitvoert in het kader van de jaarlijkse toelichting over de wijzigingen van IFRS 4 over de toepassing van IFRS 9 over financiële instrumenten met IFRS 4 over verzekeringscontracten'.
De IASB heeft in januari 2016 IFRS 16 'leasingovereenkomsten' gepubliceerd. De EU heeft deze standaard goedgekeurd in oktober 2017. IFRS 16 is van toepassing voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2019.
IFRS 16 vervangt de eerdere standaarden en interpretaties IAS 17 'leasingovereenkomsten', SIC-15 'operationele leases - incentives', SIC-27 'evaluatie van de economische realiteit van transacties in de juridische vorm van een leaseovereenkomst' en IFRIC 4 'vaststelling of een overeenkomst een lease-overeenkomst bevat'.
IFRS 16 zet de grondslagen uiteen voor de opname, waardering en presentatie van en de informatieverschaffing over leaseovereenkomsten. Deze grondslagen zijn van toepassing op beide partijen in een leaseovereenkomst: de 'leasingnemer' (huurder) en de 'leasinggever' (verhuurder).
De belangrijkste wijziging van IFRS 16, in vergelijking met IAS 17, betreft de waardering en presentatie van leaseovereenkomsten als leasingnemer. Teneinde leasingtransacties getrouw weer te geven in de jaarrekening, verplicht IFRS 16 een leasingnemer om een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief en een leaseverplichting op te nemen. De leaseverplichting wordt gewaardeerd tegen de contante waarde van de leasebetalingen en wordt verdisconteerd op basis van de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst. De rentelasten op de leaseverplichting en de afschrijvingskosten voor het met een gebruiksrecht overeenstemmend actief worden afzonderlijk van elkaar gepresenteerd. In het geconsolideerde kasstroomoverzicht worden leasebetalingen gepresenteerd als kasstroom uit bedrijfsactiviteiten, als onderdeel van 'schulden'.
Op de overgangsdatum naar IFRS 16 (d.w.z. op 1 januari 2019) heeft Ageas de aangepaste retrospectieve methode toegepast, met opname van het cumulatieve effect van de eerste toepassing van IFRS 16 voor alle leaseovereenkomsten als een aanpassing in de geconsolideerde openingsbalans per 1 januari 2019, zonder de aanpassing van vergelijkende informatie van voorgaande boekhoudperioden.
Voor leaseovereenkomsten die onder IAS 17 als operationele leaseovereenkomsten waren geclassificeerd, is per 1 januari 2019 een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief opgenomen ten belope van hetzelfde bedrag als de leaseverplichting op dezelfde datum. Voor leaseovereenkomsten die onder IAS 17 als financiële leaseovereenkomsten waren geclassificeerd, is de boekwaarde per 1 januari 2019 van een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief en de leaseverplichting gelijk aan de boekwaarde van een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief en de leaseverplichting per 31 december 2018, onder toepassing van IAS 17.
De leaseverplichting per 1 januari 2019 is gewaardeerd tegen de contante waarde van de resterende leasebetalingen, welke verdisconteerd is op basis van de marginale rentevoet van de leasingnemer. Meer informatie over de bepaling van deze marginale rentevoet is opgenomen in paragraaf 2.8.7 van deze grondslagen. Op overgangsdatum naar IFRS 16 werd de leaseverplichting voor leaseovereenkomsten, die onder IAS 17 als operationele leaseovereenkomsten waren geclassificeerd, gewaardeerd op basis van een marginale rentevoet 3,86%. Bij de vaststelling van deze rentevoet heeft Ageas rekening gehouden met de resterende termijn van de leaseovereenkomst voor de (langetermijn-) leaseovereenkomsten voor parkeergarages. Voor alle andere leaseovereenkomsten, die een minderheid vertegenwoordigen van de totale leaseverplichting per 1 januari 2019, is rekening gehouden met de oorspronkelijke termijn van de leaseovereenkomst.
Bij de toepassing van de aangepaste retroactieve methode, is gebruik gemaakt van volgende praktisch oplossingen die IFRS 16 biedt:
De wijzigingen die per 1 januari 2019 zijn verwerkt in de geconsolideerde openingsbalans zijn toegelicht in volgende toelichtingen bij de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas:
De aansluiting tussen de operationele leaseverplichting per 31 december 2018 onder toepassing van IAS 17 en de leaseverplichting per 1 januari 2019 onder toepassing van IFRS 16 is als volgt:
| Totaal | |
|---|---|
| Operationele leaseverplichting per 31 december 2018 | 680,6 |
| Aanpassingen met betrekking tot kortlopende leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten van activa met een lage waarde | |
| waarvoor per 1 januari 2019 geen leaseverplichting is opgenomen | 17,3 |
| Operationele leaseverplichting per 31 december 2018, onderworpen aan discontering | 697,9 |
| Operationele leaseverplichting per 31 december 2018, | |
| verdisconteerd op basis van de marginale rentevoet van de leasingnemer per 1 januari 2019 | 480,9 |
| Financiële leaseverplichting per 31 december 2018 | 16,7 |
| Overeenkomsten herbeoordeeld als leaseovereenkomsten | 8,5 |
| Leaseverplichting opgenomen per 1 januari 2019 | 506,1 |
Afgezien van de impact van de erkenning van een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief en de leaseverplichting voor leaseovereenkomsten van vastgoed en bedrijfswagens voor medewerkers, die onder IAS 17 als operationele leaseovereenkomsten werden geclassificeerd, heeft de implementatie van IFRS 16 niet geleid tot een significante impact in het eigen vermogen en in de overige nietgerealiseerde resultaten. De implementatie van IFRS 16 heeft niet geleid tot aanpassingen in de bedragen die Ageas erkent voor activa die zij aanhoudt als leasinggever.
Concessies voor parkeergarages worden aangezien als publiekprivate overeenkomsten waarop IFRIC 12, 'dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten' van toepassing is. Als zodanig vallen deze concessies niet onder IFRS 16 'leaseovereenkomsten'. Omwille van de consistentie met de principes van IFRS 16, is in de geconsolideerde openingsbalans per 1 januari 2019 een aanvullend immaterieel vast actief opgenomen ten belope van een bedrag dat overeenkomt met de per 1 januari 2019 bestaande verplichting inzake niet (volledig) vooruitbetaalde concessies voor parkeergarages. De aanpassing aan de geconsolideerde openingsbalans per 1 januari 2019 bedraagt EUR 48,5 miljoen. Deze wordt toegelicht in toelichting 17 over goodwill en overige immateriële vaste activa en toelichting 21 over leningen in deze Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.
De overige wijzigingen in de IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen van IFRS-standaarden die per 1 januari 2019 van kracht werden (en door de EU zijn goedgekeurd), hadden geen significante impact op de geconsolideerde balans en resultatenrekening van Ageas. Deze wijzigingen betreffen:
De volgende nieuwe of herziene IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen van IFRS-standaarden worden van kracht voor boekhoudperiodes die beginnen op 1 januari 2020 of later.
De IASB heeft in juli 2014 de aangevulde versie van IFRS 9 'financiële instrumenten' gepubliceerd en in november 2016 heeft de EU IFRS 9 goedgekeurd. Alhoewel IFRS 9 van toepassing is voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2018, heeft Ageas IFRS 9 niet toegepast in 2018 en 2019. In plaats hiervan heeft Ageas in deze periode IAS 39 – financiële instrumenten – opname en waardering toegepast. Onderstaande paragrafen bieden een toelichting op deze afwijking.
Om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van verzekeringsondernemingen dat de implementatie van IFRS 9 'financiële instrumenten' vóór de ingangsdatum van IFRS 17 'verzekeringscontracten' (1 januari 2022) zou leiden tot onverklaarbare volatiliteit, heeft de IASB in september 2016 'wijzigingen in IFRS 4: toepassing van IFRS 9 financiële instrumenten met IFRS 4 verzekeringscontracten' gepubliceerd. Deze wijzigingen zijn goedgekeurd door de EU in november 2017. Een jaar later, in november 2018, heeft de IASB voorlopig ingestemd met een verlenging van de tijdelijke vrijstelling voor verzekeringsondernemingen van de toepassing van IFRS 9 tot 2022. De IASB heeft deze beslissing genomen op het ogenblik dat zij voorlopig instemde met het uitstel van de ingangsdatum van IFRS 17 tot 2022. Zo kunnen verzekeringsondernemingen IFRS 9 en IFRS 17 tegelijkertijd toepassen. De IASB heeft bovenstaande nogmaals bevestigd in de Exposure Draft 'wijzigingen aan IFRS 17', gepubliceerd op 26 juni 2019. Ter aanvulling van bovenstaande, heeft de IASB in maart 2020 voorlopig ingestemd met een uitstel van de ingangsdatum van IFRS 17 tot rapporteringsperiodes die starten op of na 1 januari 2023. Hierbij heeft de IASB tevens voorlopig ingestemd met een verlenging van de tijdelijke vrijstelling voor verzekeringsondernemingen van de toepassing van IFRS 9 tot 2023.
Deze wijzigingen in IFRS 4 bieden twee alternatieven om het effect van de verschillende ingangsdata van IFRS 9 en IFRS 17 tot een minimum te beperken. Deze opties zijn de overlappingsbenadering en de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9.
De tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 is een optionele tijdelijke vrijstelling voor boekhoudperiodes die beginnen vóór 1 januari 2023 voor entiteiten welke overwegend verzekeringscontracten uitgeven. Ageas heeft op de referentiedatum van 31 december 2015 nagegaan of haar activiteiten overwegend verband houden met verzekering, en concludeerde dat ze in aanmerking kwam voor de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9. Dit betekent dat:
Er is geen herbeoordeling van deze analyse uitgevoerd op latere datum omdat er geen substantiële veranderingen plaatsvonden in de activiteiten van Ageas die een dergelijke herbeoordeling noodzakelijk zouden maken.
Omdat Ageas in aanmerking komt voor de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9, besloot Ageas om hiervan gebruik te maken. Intussen loopt er binnen Ageas een gecombineerd implementatieproject voor de implementatie van IFRS 9 en IFRS 17.
Gezien de beslissing van Ageas om gebruik te maken van de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9, verschaft Ageas volgende informatie over de reële waarde en de kredietrisicoblootstelling, welke de gebruikers van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas moet toelaten om de jaarrekening van Ageas te vergelijken met andere ondernemingen die IFRS 9 toepassen.
| Reële waarde op 31 december 2019 | Reële waarde op 31 december 2018 | Mutatie in reële waarde in 2019 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voldoen aan | Voldoen niet aan | Voldoen aan | Voldoen niet aan | Voldoen aan | Voldoen niet aan | ||
| Reële waarde van financiële activa (in miljoen euro) | SPPI-test | SPPI-test | SPPI-test | SPPI-test | SPPI-test | SPPI-test | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 3.743,6 | 1,8 | 2.851,5 | 73,2 | 892,1 | ( 71,4 ) | |
| Schuldeffecten incl. structured notes | 61.349,6 | 180,3 | 58.442,3 | 145,6 | 2.907,3 | 34,7 | |
| Aandelen en overige beleggingen | 4.649,0 | 4.462,6 | 186,4 | ||||
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 10,1 | 9,9 | 0,2 | ||||
| Derivaten voor afdekkingsdoeleinden | 0,3 | 27,5 | ( 27,2 ) | ||||
| Leningen | 11.537,2 | 600,4 | 9.426,5 | 896,4 | 2.110,7 | ( 296,0 ) | |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 16.428,9 | 15.509,3 | 919,6 | ||||
| Overige vorderingen | 659,1 | 717,2 | ( 58,1 ) |
| Als een ECL gedurende levensduur | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Met | ||||||||
| Significant | waarde- | Handels | ||||||
| toegenomen | vermindering | en overige | Met | |||||
| kredietrisico sinds | op balansdatum | vorderingen | waarde | |||||
| Bruto boekwaarde per 31 december 2019 onder | Als een ECL voor | initiële opname | maar niet | gewaardeerd | vermindering | |||
| toepassing van IAS 39 voor financiële activa | de komende | maar zonder | verworven met | overeenkomstig | verworven | |||
| die voldoen aan de SPPI-test | 12 maanden | waardevermindering | waardevermindering | IFRS 9 §5.5.15 | financiële activa | |||
| AAA | 6.147,5 | |||||||
| AA | 33.963,1 | |||||||
| A | 14.592,3 | |||||||
| BBB | 14.911,5 | |||||||
| Totaal beleggingskwaliteit | 69.614,4 | |||||||
| Minder dan beleggingskwaliteit | 434,8 | 32,4 | 26,4 | |||||
| Zonder kredietbeoordeling | 4.413,1 | 11,1 | 27,2 | 601,4 | 42,7 | |||
| Totaal | 74.462,3 | 43,5 | 53,6 | 601,4 | 42,7 |
Bruto boekwaarde per 31 december 2019 onder toepassing van IAS 39 en reële waarde voor financiële activa die voldoen aan de SPPI-test en die geen laag kredietrisico hebben
| Bruto boekwaarde onder toepassing van IAS 39 | 1.177,9 |
|---|---|
| Reële waarde | 1.146,6 |
| Verschil | 31,3 |
IAS 28 'investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures' vereist dat een entiteit uniforme grondslagen voor financiële verslaggeving toepast wanneer zij de vermogensmutatiemethode gebruikt. Ageas wijkt tijdelijk af van deze regel voor zijn deelneming in Maybank Ageas Holdings Berhad. Deze entiteit past sinds 2018 IFRS 9 toe, terwijl Ageas de tijdelijke vrijstelling voor de toepassing van IFRS 9 gebruikte over dezelfde rapportageperiode. Deze afwijking van de toepassing van uniforme grondslagen is toegestaan door paragraaf 39I van de wijzigingen aan IFRS 4 over toepassing van IFRS 9 met IFRS 4. Het financieel jaarverslag van Maybank Ageas Holdings Berhad kan worden geraadpleegd op de volgende website: (http://www.etiqa.com.my/en/financial-report).
De IASB heeft in mei 2017 IFRS 17 'verzekeringscontracten' gepubliceerd. IFRS 17 is een allesomvattende nieuwe boekhoudkundige standaard voor verzekeringscontracten en omvat grondslagen over de opname, waardering, presentatie en toelichtingen van nieuwe en lopende groepen van verzekeringscontracten. Zodra IFRS 17 van toepassing is, vervangt deze de huidige standaard IFRS 4 'verzekeringscontracten', die in 2005 is gepubliceerd.
In november 2018 heeft de IASB besloten om voorlopig in te stemmen met een uitstel van de ingangsdatum van IFRS 17 met één jaar, waardoor de toepassing van IFRS 17 ingaat voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2022. Samen met het uitstel van de ingangsdatum van IFRS 17 met één jaar, besloot de IASB om ook de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 voor verzekeraars te verlengen tot 2022. Zo kunnen IFRS 9 en IFRS 17 tegelijkertijd worden toegepast. De IASB bevestigde dit voorlopige besluit tijdens haar Board vergadering van april 2019 en in de Exposure Draft over 'wijzigingen aan IFRS 17', dat op 26 juni 2019 werd gepubliceerd. Ter aanvulling van bovenstaande, heeft de IASB in maart 2020 voorlopig ingestemd met een uitstel van de ingangsdatum van IFRS 17 (inclusief de aanpassingen aan IFRS 17 die midden 2020 worden gepubliceerd) tot rapporteringsperiodes die starten op of na 1 januari 2023. Hierbij heeft de IASB tevens voorlopig ingestemd met een verlenging van de tijdelijke vrijstelling voor verzekeringsondernemingen van de toepassing van IFRS 9 tot 2023.
Gegeven de beslissing van de IASB om de ingangsdata van IFRS 9 'financiële instrumenten' en IFRS 17 'verzekeringscontracten' te aligneren, is momenteel een gezamenlijk implementatieproject voor IFRS 9 en IFRS 17 lopende binnen Ageas. De toepassing van IFRS 9 en IFRS 17 zal leiden tot significante veranderingen in de boekhoudkundige grondslagen en in de presentatie in de Geconsolideerde IFRS Jaarrekening van Ageas. Deze wijzigingen zullen een belangrijke impact hebben op het eigen vermogen, nettoresultaat en de niet-gerealiseerde resultaten.
De IASB neemt momenteel een aantal maatregelen om de implementatie van IFRS 17 te ondersteunen. In 2018 en 2019 zijn de leden van de IFRS 17 Transition Resource Group (TRG) enkele keren samengekomen. Op basis van deze vergaderingen, heeft de IASB Board tijdens zijn vergadering in april 2019 de toestemming gegeven aan de medewerkers van de IASB om het proces op te starten om een Exposure Draft over IFRS 17 te publiceren. Deze Exposure Draft omvat een pakket van wijzigingen van IFRS 17. De IASB heeft deze Exposure Draft over 'wijzigingen in IFRS 17' gepubliceerd op 26 juni 2019 en belanghebbenden konden hun opmerkingen overmaken aan de IASB tot 25 september. De IASB analyseert en bespreekt momenteel de input die zij van de belanghebbenden heeft ontvangen. De IASB verwacht tegen midden 2020 een bijgewerkte versie van IFRS 17 te publiceren. Deze ontwikkelingen maken het momenteel onmogelijk om de precieze impact van IFRS 17 redelijkerwijs in te schatten.
De EU heeft IFRS 17 nog niet goedgekeurd. Ter voorbereiding van deze goedkeuring heeft de EU aan de EFRAG gevraagd om een advies uit te brengen. De timing van dit advies van de EFRAG zal afhangen van de acties die de IASB in de komende maanden zal ondernemen.
IFRS 17 introduceert een op de actuele waarde gebaseerd boekhoudkundig model voor verzekeringscontracten. De IASB verwacht dat IFRS 17 zal leiden tot een grotere vergelijkbaarheid en transparantie in de boekhoudkundige verwerking van verzekeringscontracten in vergelijking met IFRS 4, dat grotendeels gebaseerd is op de verderzetting van lokale boekhoudregels.
De belangrijkste kenmerken van het nieuwe boekhoudkundige waarderingsmodel voor verzekeringscontracten onder IFRS 17 zijn:
De presentatie in de resultatenrekening van opbrengsten en lasten uit verzekeringsactiviteiten is gebaseerd op het concept van de in de boekhoudperiode geleverde verzekeringsdiensten;
Gegarandeerde bedragen, die polishouders altijd ontvangen ongeacht of er zich een verzekerde gebeurtenis voordoet (nietafgescheiden beleggingscomponenten) worden niet opgenomen in de resultatenrekening maar worden rechtstreeks in de balans verwerkt;
Onderstaande toekomstige wijzigingen in IFRS-standaarden, interpretaties en aanpassingen van IFRS-standaarden die per 1 januari 2020 of later in werking treden, zullen naar verwachting geen significante impact hebben op de geconsolideerde balans of resultatenrekening van Ageas. Niet alle onderstaande wijzigingen zijn al goedgekeurd door de EU. Deze wijzigingen betreffen:
De opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas vereist het gebruik van bepaalde schattingen en aannames welke de gerapporteerde bedragen voor activa, passiva, opbrengsten en lasten beïnvloeden. Bij elke schatting bestaat er van nature een belangrijk risico dat de boekwaarde van activa en passiva in de loop van het volgende boekjaar in belangrijke mate worden aangepast (in positieve of negatieve zin).
De onderstaande tabel vermeldt de schattingsonzekerheid van de belangrijkste schattingen en aannames:
Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Onzekerheden gerelateerd aan de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen
Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
De toelichtingen bij deze Geconsolideerde Jaarrekening verlenen bijkomende informatie over de toepassing van deze schattingen en aannames en hun effect op de gerapporteerde cijfers. Toelichting 4 Risicomanagement van deze Geconsolideerde Jaarrekening beschrijft hoe Ageas de diverse risico's van verzekeringsactiviteiten vermindert.
Gebeurtenissen na balansdatum hebben betrekking op gebeurtenissen, gunstig of ongunstig, die zich voordoen tussen de balansdatum en de datum waarop de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas wordt goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur.
Er zijn twee soorten gebeurtenissen:
Een overzicht van gebeurtenissen na de balansdatum is opgenomen in toelichting 44, 'Gebeurtenissen na balansdatum' van deze Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.
De gerapporteerde operationele segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.
De operationele segmenten van Ageas zijn:
Activiteiten binnen de groep die geen verband houden met verzekeringsactiviteiten en eliminatieverschillen worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd. Deze nietverzekeringsactiviteiten worden gerapporteerd in het operationeel segment Algemene Rekening, dat activiteiten omvat zoals groepsfinanciering en overige holdingactiviteiten. Het operationeel segment Algemene Rekening omvat tevens de investering in Royal Park Investments en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES/RPN(I).
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme commerciële condities, zoals die van toepassing zouden zijn tussen niet-verwante derden. Eliminaties worden afzonderlijk gerapporteerd.
De geconsolideerde jaarrekening van Ageas omvat de jaarrekeningen van ageas SA/NV (de moederonderneming) en haar dochterondernemingen.
Dochterondernemingen zijn die entiteiten waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde er voordelen uit te halen ('zeggenschap'). Bij de evaluatie van de zeggenschap over een andere entiteit, wordt het bestaan en effect van materiële potentiële stemrechten van substantiële aard, die thans uitoefenbaar of thans converteerbaar zijn, in aanmerking genomen.
Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum van overdracht van de effectieve zeggenschap tot op de einddatum van deze zeggenschap.
Dochterondernemingen die uitsluitend zijn verworven met de bedoeling te worden doorverkocht, worden verantwoord als 'vaste activa aangehouden voor verkoop'.
Alle significante transacties tussen ondernemingen, binnen de groep (saldi, winsten en verliezen uit transacties tussen ondernemingen van Ageas) worden geëlimineerd.
Het resultaat van een gedeeltelijke verkoop van een belang in een dochteronderneming wordt als volgt verwerkt:
Participaties in geassocieerde ondernemingen zijn beleggingen waarbij Ageas een significante invloed heeft op het financiële of operationele beleid, maar geen zeggenschap of gedeelde zeggenschap heeft.
Participaties in geassocieerde ondernemingen worden gewaardeerd op basis van de vermogensmutatiemethode. Bij aankoop wordt de deelname gewaardeerd tegen kostprijs, waarbij geen transactiekosten worden meegenomen. Daarna wordt ons aandeel in het nettoresultaat van het boekjaar verwerkt als 'Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen'. Het aandeel van Ageas in de mutaties in het eigen vermogen van de deelneming na de overname wordt verwerkt in overige niet-gerealiseerde resultaten. Dividenden ontvangen uit geassocieerde ondernemingen verminderen de boekwaarde van de belegging.
Participaties in joint ventures, waarbij de gemeenschappelijke zeggenschap in een overeenkomst Ageas rechten verschaft ten aanzien van de netto activa van deze gemeenschappelijke overeenkomst, worden op dezelfde methode verwerkt als beleggingen in geassocieerde ondernemingen.
Winsten op transacties tussen Ageas en beleggingen gewaardeerd volgens de equity methode worden geëlimineerd naar rato van het aandeel van Ageas. Verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie blijkt dat het overgedragen actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Verliezen worden geboekt totdat de boekwaarde van de investering tot nul is gedaald. Verdere verliezen worden alleen verantwoord voor zover Ageas gehouden is aan in rechte afdwingbare of een feitelijke verplichtingen of betalingen heeft verricht namens de geassocieerde onderneming.
Ageas past IAS 39 toe voor lange termijn belangen (zoals leningen) in een geassocieerde onderneming of joint venture die deel uitmaken van onze totale investering in die geassocieerde onderneming of de joint venture, maar waarvoor de vermogensmethode niet wordt toegepast.
Een vast actief (of groep van activa die wordt afgestoten, zoals dochterondernemingen) wordt aangehouden voor verkoop indien het in zijn huidige staat onmiddellijk beschikbaar is voor verkoop en als de verkoop ervan bijzonder waarschijnlijk is. Een verkoop is bijzonder waarschijnlijk als:
Het actief wordt op actieve wijze voor verkoop op de markt gebracht tegen een prijs die redelijk is ten opzichte van zijn actuele reële waarde;
De verkoop naar verwachting zal worden afgerond binnen de 12 maanden na de datum van aanmerking tot verkoop en
De waarschijnlijkheid dat de verkoop zal worden goedgekeurd door de aandeelhouders maakt deel uit van de beoordeling of de verkoop al dan niet bijzonder waarschijnlijk is. Als de verkoop onderworpen is aan een goedkeuring door de regelgever, wordt een verkoop alleen beschouwd als zijnde bijzonder waarschijnlijk na deze goedkeuring.
Een vast actief (of groep activa die wordt afgestoten) geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wordt:
De datum van verkoop van een dochteronderneming of van een groep van activa die wordt afgestoten, is de datum waarop de zeggenschap wordt overgedragen. De geconsolideerde resultatenrekening omvat de resultaten van deze dochteronderneming of groep van activa die wordt afgestoten tot op de datum van verkoop. Het resultaat bij verkoop is het verschil tussen a) de opbrengst van de verkoop en b) de boekwaarde van de netto-activa plus alle bijbehorende goodwill en bedragen die zijn geaccumuleerd in het de overige niet-gerealiseerde resultaten (bijvoorbeeld, wisselkoersverschillen en de reserve activa voor verkoop).
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van Ageas die ofwel is afgestoten, ofwel is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, en dat aan de volgende criteria voldoet:
Resultaten op beëindigde bedrijfsactiviteiten worden afzonderlijk verantwoord in de resultatenrekening.
Voor elke individuele entiteit van Ageas worden transacties in vreemde valuta gerapporteerd tegen de valutakoers op de datum van de transactie.
Monetaire posten die in vreemde valuta luiden worden iedere balansdatum omgerekend op basis van de slotkoers. Voor monetaire activa, waarvan de wijzigingen in reële waarde onder de overige resultaten worden opgenomen, zoals voor verkoop beschikbare effecten, wordt de wisselkoerscomponent met betrekking tot deze wijzigingen in reële waarde ook onder de overige resultaten opgenomen.
Niet-monetaire posten die tegen de historische kostprijs worden gewaardeerd, die in vreemde valuta luiden, worden omgerekend op basis van de historische wisselkoers op aankoopdatum. Niet-monetaire posten die tegen de reële waarde worden gewaardeerd, worden omgerekend op basis van de wisselkoers op de datum waarop de reële waarde wordt bepaald. De hieruit voortvloeiende koersverschillen worden in de resultatenrekening verwerkt als de wijzigingen in reële waarde tevens in de resultatenrekening worden opgenomen, of worden verwerkt onder de overige niet-gerealiseerde resultaten wanneer de wijziging in reële waarde ook onder de overige niet-gerealiseerde resultaten wordt verwerkt.
In het consolidatieproces, wordt de balans van entiteiten waarvan de functionele valuta niet de euro is, omgerekend op basis van de slotkoers. De resultatenrekening en het kasstroomoverzicht van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers voor het lopende jaar (of uitzonderlijk tegen de wisselkoers op de transactiedatum indien de wisselkoersen significant schommelen).
Wisselkoersverschillen uit omrekening worden verantwoord in het eigen vermogen. Bij verkoop van een entiteit die in vreemde valuta luidt, worden de koersverschillen erkend in de resultatenrekening als onderdeel van het resultaat van de verkoop.
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van monetaire posten, leningen en andere valuta-instrumenten, aangemerkt als afdekking van een netto investering in een entiteit die in vreemde valuta luidt, worden erkend in het eigen vermogen, met uitzondering voor eventuele afdekkingsineffectiviteit, die onmiddellijk in de resultatenrekening wordt erkend.
Goodwill en wijzigingen in de reële waarde, die voortvloeien uit de acquisitie van een entiteit die in vreemde valuta luidt, worden erkend als activa en verplichtingen van deze entiteit en worden op balansdatum tegen de slotkoers omgerekend. Alle wisselkoersverschillen die hieruit voortvloeien worden in het eigen vermogen erkend. Bij verkoop van deze entiteit worden de niet gerealiseerde wisselkoersverschillen in de resultatenrekening erkend.
In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.
| Koersen per einde periode | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 1 euro = | 31 december 2019 | 31 december 2018 | 2019 | 2018 | |
| Britse pond | 0,85 | 0,89 | 0,88 | 0,88 | |
| Amerikaanse dollar | 1,12 | 1,15 | 1,12 | 1,18 | |
| Hongkong dollar | 8,75 | 8,97 | 8,77 | 9,26 | |
| Turkse lira | 6,68 | 6,06 | 6,36 | 5,71 | |
| Chinese yuan renminbi | 7,82 | 7,88 | 7,74 | 7,81 | |
| Indiase roepie | 80,19 | 79,73 | 78,83 | 80,74 | |
| Maleisische ringgit | 4,60 | 4,73 | 4,64 | 4,76 | |
| Filipijnse peso | 56,90 | 60,11 | 57,98 | 62,21 | |
| Thaise baht | 33,41 | 37,05 | 34,76 | 38,17 | |
| Vietnamese dong | 25.977 | 26.316 | 28.384 | 27.027 |
Ageas bepaalt de classificatie en waardering van activa en verplichtingen op basis van de aard van de onderliggende transacties.
Een financieel instrument is een overeenkomst die leidt tot een financieel actief van één partij en een financiële verplichting of eigenvermogen-instrument van een andere partij.
Ageas classificeert en waardeert financiële activa en verplichtingen op basis van de aard van de onderliggende transacties.
Het management bepaalt de passende classificatie van de financiële instrumenten op de datum van aankoop:
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen. Elk verschil met de reële waarde bij de eerste opname, voortvloeiend uit transactiekosten, initiële premies of kortingen, wordt geamortiseerd over de looptijd van de belegging met behulp van de effectieve-rentemethode. Indien wordt vastgesteld dat een tot einde looptijd aangehouden actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt de bijzondere waardevermindering verantwoord in de resultatenrekening.
Leningen en vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen. Bij de eerste opname worden leningen en vorderingen gewaardeerd op de reële waarde inclusief transactiekosten en initiële premies of kortingen. De geamortiseerde kostprijs wordt berekend met gebruik van de effectieve-rentemethode (ERM), rekening houdend met kortingen of premies bij aankoop en kosten die integraal deel uitmaken van de ERM. De ERM-amortisatie wordt verwerkt in de resultatenrekening. Winsten en verliezen worden verantwoord in de resultatenrekening als de beleggingen niet langer worden verantwoord of een bijzondere waardevermindering ondergaan.
Voor instrumenten met een variabele rente worden de kasstromen regelmatig opnieuw geschat om de rentebewegingen in de markt weer te geven. Als de initiële waardering van het instrument met een variabele rente (bijna) gelijk is aan de hoofdsom, heeft de schatting geen significant effect op de boekwaarde van het instrument en wordt er geen aanpassing gedaan op de rentebaten, die op basis van het toerekeningsbeginsel worden opgenomen. Indien echter een instrument met variabele rente wordt verkregen tegen een significante premie of korting, wordt deze premie of korting afgeschreven over de verwachte looptijd van het instrument en opgenomen in de berekening van de ERM. De boekwaarde zal elke periode opnieuw worden berekend door de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen tegen de actuele effectieve rentevoet te berekenen. Alle aanpassingen worden verantwoord in de resultatenrekening.
Voor handelsdoeleinden aangehouden beleggingen, derivaten en activa die zijn aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeverandering in de resultatenrekening, worden verantwoord tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden verantwoord in de resultatenrekening. De (gerealiseerde en ongerealiseerde) resultaten worden verantwoord als 'Resultaat op verkopen en herwaarderingen'. Rente ontvangen (betaald) op activa (verplichtingen) aangehouden voor handelsdoeleinden wordt verantwoord als rentebaten (rentelasten). Ontvangen dividenden worden verantwoord als 'Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten'.
Het grootste deel van de financiële beleggingen van Ageas (zijnde obligatieleningen en aandelenbelangen) behoort tot de categorie 'Voor verkoop beschikbaar' en wordt opgenomen tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden rechtstreeks in het eigen vermogen verantwoord (overig comprehensive income) tot de belegging wordt verkocht. Op het moment van verkoop wordt de cumulatieve verandering in de reële waarde in het eigen vermogen overgedragen naar de resultatenrekening. Opbrengsten uit voor verkoop beschikbare schuldeffecten worden verantwoord met gebruik van de effectieve-rentemethode. Periodieke amortisatie en bijzondere waardeminderingsverliezen worden verantwoord in de resultatenrekening en dividenden worden na ontvangst verwerkt als opbrengsten.
Voor die verzekeringsportefeuilles waar de niet-gerealiseerde winsten of verliezen op obligaties een rechtstreeks effect hebben op de waardering van de verzekeringsverplichtingen past Ageas in overeenstemming met IFRS 4 'shadow accounting' toe. Dit betekent dat de wijzigingen in de niet-gerealiseerde winsten en verliezen van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen en hetgeen impliceert waarom deze wijzigingen geen deel uitmaken van het eigen vermogen.
Een financieel actief (of een groep financiële activa) geclassificeerd als voor verkoop beschikbaar, leningen en vorderingen of tot einde looptijd aangehouden wordt beschouwd als onderhevig aan een bijzondere waardevermindering als:
Voor aandelen omvatten de eventuele objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen onder meer het feit of de reële waarde per de balansdatum significant (25%) beneden de boekwaarde ligt of per de balansdatum gedurende een langere periode beneden de boekwaarde is geweest (365 opeenvolgende dagen).
Afhankelijk van het type financieel actief, kan de realiseerbare waarde als volgt worden geschat:
Indien wordt vastgesteld dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt het bedrag van de bijzondere waardevermindering opgenomen in de resultatenrekening. Niet-gerealiseerde en voorheen in het eigen vermogen opgenomen verliezen van voor verkoop beschikbare activa die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, worden overgedragen naar de resultatenrekening op het moment dat de bijzondere waardevermindering zich voordoet.
Indien in een volgende periode de reële waarde van een schuldinstrument dat is geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop, stijgt en de stijging objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bedrag van de bijzondere waardevermindering in de resultatenrekening, valt het bedrag van de bijzondere waardevermindering vrij, waarbij het bedrag van de vrijval wordt verwerkt in de resultatenrekening. Verdere positieve herwaarderingen van als voor verkoop beschikbare schuldinstrumenten worden opgenomen in overig comprehensive income.
Bijzondere waardeverminderingen voor als voor verkoop beschikbare aandeleninstrumenten worden niet via de resultatenrekening teruggenomen. Stijgingen in de reële waarde na de bijzondere waardevermindering worden rechtstreeks verwerkt in overig comprehensive income.
Alle aan- en verkopen van financiële activa en verplichtingen die moeten worden afgewikkeld binnen het door regelgeving of marktconventie vastgestelde tijdsbestek, worden opgenomen op de transactiedatum, namelijk de datum waarop Ageas als partij betrokken wordt bij de contractuele bepalingen van de financiële activa.
Andere termijnaankopen en -verkopen dan degene die moeten worden afgewikkeld binnen het tijdsbestek dat door regelgeving of marktconventie is vastgesteld, worden tot het moment van afwikkeling opgenomen als afgeleide termijntransacties.
De IFRS-classificatie van financiële verplichtingen bepaalt de waardering en verwerking ervan in de resultatenrekening als volgt:
Achtergestelde verplichtingen en schulden worden bij eerste opname tegen reële waarde gewaardeerd (onder aftrek van transactiekosten) en worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve-rentemethode, waarbij de periodieke afschrijving wordt opgenomen in de resultatenrekening.
Transactiekosten op financiële instrumenten verwijzen naar de extra kosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving of vervreemding van een financieel actief of een financiële verplichting. Daarin zijn inbegrepen commissies die worden betaald aan agenten, adviseurs, brokers en effectenhandelaren, evenals heffingen opgelegd door toezichthouders en effectenbeurzen evenals overdrachtsbelasting en andere heffingen.
Deze transactiekosten worden verantwoord in de eerste waardering van de financiële activa en verplichtingen, behalve indien de financiële activa of verplichtingen worden gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. In dat geval worden de transactiekosten direct als kosten opgenomen.
De reële waarde is de waarde waartegen een actief of toegekend aandeleninstrument kan worden verhandeld en een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot markttransactie bereidwillige partijen.
De reële waarde die getoond wordt, is de 'clean fair value' overeenkomend met de totale reële waarde ('dirty' fair value) exclusief opgelopen rente en transactiekosten. De opgelopen rente wordt afzonderlijk geclassificeerd.
De reële waarde van een verplichting of een eigenvermogensinstrument de gevolgen van het risico dat het instrument niet presteert. Dit risico omvat, maar hoeft niet beperkt te zijn tot, het eigen risico van de entiteit.
Een actief of verplichting wordt in eerste instantie gewaardeerd tegen de reële waarde. Als de transactieprijs afwijkt van deze reële waarde, wordt de hieruit voortvloeiende winst of verlies in de resultatenrekening verwerkt, tenzij IFRS anders voorschrijft.
De basisprincipes voor het bepalen van de reële waarde zijn:
Bij het bepalen van de reële waarde wordt de volgende hiërarchie gebruikt voor het bepalen en vermelden van de reële waarde, in de genoemde volgorde:
De plaatsing van de waardering van de reële waarde in de hiërarchie wordt bepaald op basis van het laagste niveau van input dat van belang is voor de waardering van de reële waarde in zijn geheel.
De bepaling van de reële waarde volgens niveau 2 en 3 vereist doorgaans het gebruik van waarderingstechnieken.
Een financieel instrument wordt beschouwd als marktgenoteerd in een actieve markt als genoteerde prijzen eenvoudig en regelmatig opvraagbaar zijn bij een beurs, dealer, broker, industriële groep, pricing service of regelgevende/toezichthoudende instanties en als deze prijzen een weergave zijn van feitelijke en regelmatig terugkerende markttransacties op basis van vrij economisch verkeer. Indien een financieel instrument wordt verhandeld in een actieve en liquide markt is de genoteerde prijs of waarde de beste indicator voor de reële waarde ervan. Die reële waarde wordt niet gecorrigeerd voor een groot pakket aandelen, tenzij er een bindende afspraak is gemaakt om de aandelen te verkopen tegen een andere prijs dan de marktprijs. De meest geschikte marktprijs voor een actief in bezit of een uit te geven passief is de huidige biedprijs, en voor een aan te kopen actief of een passief in bezit, de laatprijs. Middenkoersen worden gebruikt als basis voor het bepalen van de reële waarde van activa en verplichtingen met tegengestelde marktrisico's.
Als er een significante daling is in het volume of het activiteitsniveau voor het actief of de verplichting, worden de transacties of genoteerde prijzen beoordeeld en kan er een alternatieve waarderingsmethode of meerdere waarderingsmethoden (bijv. contante-waardetechnieken) worden toegepast.
Als er geen marktprijs op een actieve markt beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van de contante waarde-methode of andere waarderingsmethoden gebaseerd op waarneembare marktgegevens op de balansdatum. Deze informatie kan hetzij direct waarneembaar zijn (prijzen) of indirect waarneembaar (afgeleid van prijzen zoals rente of wisselkoersen).
Als er een waarderingsmethode gebruikelijk is in de markt om de prijs van een instrument te bepalen en van deze waarderingsmethode is aangetoond dat de bepaalde waardering een betrouwbare schatting oplevert van de prijs bij een daadwerkelijke markttransactie, dan gebruikt Ageas deze waarderingsmethode. Tot de veel gebruikte waarderingsmethoden in financiële markten behoren recente markttransacties, discounted cash flows (inclusief optiewaarderingsmodellen) en actuele vervangingswaarde. Een geaccepteerde waarderingsmethode houdt rekening met alle factoren die marktpartijen voor de prijsvorming belangrijk achten. Deze methode dient tevens consistent te zijn met algemeen aanvaarde economische modellen voor de waardering van financiële instrumenten.
De gebruikte methoden en hypothesen om de reële waarde te bepalen, zijn grotendeels afhankelijk van het feit of het instrument verhandeld wordt op een financiële markt en welke informatie gebruikt kan worden in de waarderingsmodellen. Hierna wordt een samenvatting gegeven van de verschillende financiële instrumenten met de hiervoor gehanteerde reële waarderingsmethode:
i) De reële waarde van als voor verkoop beschikbaar geclassificeerde effecten en van effecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening wordt bepaald aan de hand van marktprijzen van actieve markten. Indien geen genoteerde prijzen in een actieve markt beschikbaar zijn, wordt de reële waarde bepaald aan de hand van contante-waarde berekeningen. Disconteringsfactoren worden hierbij gebaseerd op een swapcurve, plus een spread die de risicokenmerken van het instrument uitdrukt. De reële waarde van als tot de vervaldag aangehouden geclassificeerde effecten (alleen nodig voor informatieverschaffing) worden op dezelfde wijze bepaald.
Niet-beursgenoteerde financiële instrumenten worden vaak verhandeld op over-the-counter (OTC) markten waar de marktprijzen verkrijgbaar zijn via handelaren of andere bemiddelaars. Vanuit verschillende bronnen zijn beursnoteringen verkrijgbaar voor een aantal financiële instrumenten die geregeld worden verhandeld op een OTC-markt. De financiële pers, verschillende beurspublicaties en informatie van individuele marketmakers zijn voorbeelden van deze bronnen
Gedetailleerdere informatie over de toepassing van deze waarderingsmethoden en aannames is vermeld in de desbetreffende toelichtingen in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.
Financiële activa en verplichtingen worden gesaldeerd en het nettobedrag wordt in de balans gerapporteerd wanneer er een wettelijk afdwingbaar recht is om de verantwoorde bedragen te salderen en de intentie bestaat om tot een afwikkeling op netto basis te komen, dan wel tegelijkertijd het actief te realiseren en de verplichting af te wikkelen.
Derivaten zijn financiële instrumenten zoals swaps, termijncontracten, futures en (geschreven en gekochte) optiecontracten. De waarde van deze financiële instrumenten verandert als gevolg van veranderingen in diverse onderliggende variabelen. Derivaten vergen weinig tot geen aanvangsinvestering en worden op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.
Alle derivaten worden op de balans verantwoord tegen reële waarde op de transactiedatum. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
Financiële activa of verplichtingen kunnen in contracten besloten derivaten omvatten. Dergelijke financiële instrumenten worden dikwijls hybride financiële instrumenten genoemd. Tot hybride financiële instrumenten behoren omgekeerde converteerbare obligaties (obligaties waarvoor de terugbetaling de vorm van aandelen kan aannemen) en/of obligaties met geïndexeerde interestbetalingen.
Indien het basiscontract niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening en er geen nauw verband bestaat tussen de kenmerken en risico's van het in een contract besloten derivaat en de kenmerken en risico's van het basiscontract, dient het in een contract besloten derivaat te worden gescheiden van het basiscontract en te worden gewaardeerd tegen reële waarde als een op zichzelf staand derivaat. Reëlewaardeveranderingen worden in de resultatenrekening verantwoord. Het basiscontract wordt verantwoord en gewaardeerd door toepassing van de regels van de betreffende categorie van het financiële instrument.
Indien het basiscontract wordt gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening of een nauw verband bestaat tussen de kenmerken en risico's van het in een contract besloten derivaat en de kenmerken en risico's van het basiscontract, wordt het in een contract besloten derivaat niet gescheiden en wordt het hybridische financieel instrument gewaardeerd als een enkel instrument.
De af te scheiden derivaten worden naargelang het geval verantwoord als hedging derivaten of derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Op de datum dat Ageas een derivatencontract afsluit, wordt dit contract aangemerkt als hetzij:
Afdekkingen van vaststaande toezeggingen zijn reële-waarde afdekkingen, uitgezonderd afdekkingen van de valutarisico's van een vaststaande verbintenis, die als kasstroomafdekking worden verantwoord.
In het kader van hedge accounting wordt de volgende documentatie opgesteld:
Activa, verplichtingen, vaststaande toezeggingen of verwachte transacties waarbij een externe partij betrokken is, worden als afgedekte items aangemerkt. Een afgedekte positie kan ook een specifiek risico zijn dat deel uitmaakt van het totale risico van de afgedekte positie.
De verandering in reële waarde van een afgedekte positie die aan het afgedekte risico toe te rekenen is en de verandering in reële waarde van het afdekkingsinstrument in een reële-waarde afdekking worden verantwoord in de resultatenrekening. De verandering in reële waarde van rentedragende derivaten wordt afzonderlijk van de overlopende rente verantwoord.
Indien de afdekking niet langer voldoet aan de criteria van hedge accounting of anderszins wordt beëindigd, wordt de aanpassing van de boekwaarde van een afgedekt rentedragend financieel instrument die uit hedge accounting voortvloeit afgeschreven op basis van de nieuwe effectieve rentevoet, berekend op de datum waarop de afdekking is beëindigd.
Veranderingen in reële waarde van derivaten die zijn aangewezen en in aanmerking komen als kasstroomafdekkingen worden in het eigen vermogen onder Ongerealiseerde winsten en verliezen verantwoord. Het bedrag aan eigen vermogen wordt geherclassificeerd naar de resultatenrekening als de indekte positie van invloed is op de resultatenrekening. Niet-effectieve afdekkingen worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.
Indien de afdekking van een verwachte transactie of vaststaande toezegging tot de opname van een niet-financieel actief of een nietfinanciële verplichting leidt, worden de winsten en verliezen die eerder in het eigen vermogen waren uitgesteld, overgeboekt van het eigen vermogen en verantwoord in de eerste waardering van dat nietfinanciële actief of die niet-financiële verplichting. In andere gevallen worden in het eigen vermogen verantwoorde bedragen naar de resultatenrekening overgeboekt en als baten of lasten verantwoord in de periodes waarin de afgedekte vaststaande toezegging of verwachte transactie de resultatenrekening beïnvloedt.
Het bovenstaande is ook het geval indien de afdekking niet langer voldoet aan de criteria voor hedge accounting, of op een andere wijze wordt stopgezet, maar de verwachte transacties of vaststaande toezeggingen naar verwachting wel zullen plaatsvinden. Indien de verwachte transacties of vaststaande toezeggingen naar verwachting niet meer zullen plaatsvinden, worden de in het eigen vermogen uitgestelde bedragen rechtstreeks overgebracht naar de resultatenrekening.
Effecten die onder een terugkoopovereenkomst ('repo') vallen, blijven op de balans staan zolang substantieel alle risico's en opbrengsten van het eigendom bij Ageas blijven. De van dergelijke verkopen ontvangen opbrengsten worden geneutraliseerd door onder 'Schulden' een dienovereenkomstige financiële verplichting op te nemen.
Effecten die zijn aangekocht als gevolg van een overeenkomst tot terugverkoop ('reverse repo') worden niet verantwoord in de balans. Het recht om geldmiddelen te ontvangen van een tegenpartij wordt opgenomen onder 'Leningen'. Het verschil tussen de verkoopprijs en de terugkoopprijs wordt verantwoord als rente en toegerekend over de looptijd van de overeenkomsten met behulp van de effectieverentemethode.
Effecten uitgeleend aan tegenpartijen blijven op de balans staan. Op gelijksoortige wijze worden geleende effecten niet in de balans verantwoord. Indien geleende effecten aan derden worden verkocht, worden de opbrengsten uit de verkoop en de schuld uit de verplichting tot teruggave van de zekerheid verantwoord. De verplichting tot teruggave van de zekerheid wordt gewaardeerd tegen reële waarde en verantwoord in de resultatenrekening. Geleende of ontvangen geldmiddelen in verband met het lenen of uitlenen van effecten worden verantwoord onder 'Leningen' of onder 'Schulden'.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten liquide middelen, vrij beschikbare tegoeden bij (centrale) banken en andere financiële instrumenten met een vervaldatum korter dan drie maanden vanaf de datum van verwerving.
Ageas presenteert de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten op basis van de indirecte methode, waarbij het nettoresultaat wordt aangepast met het oog op de gevolgen van transacties van niet-geldelijke aard, eventuele overlopende posten voor al ontvangen of toekomstige kasontvangsten of kasbetalingen uit exploitatie en posten van baten of lasten in verband met investerings- of financieringskasstromen.
Ontvangen en betaalde rente worden in het kasstroomoverzicht verantwoord als kasstromen uit bedrijfsactiviteiten. Ontvangen dividenden worden in het kasstroomoverzicht verantwoord als kasstromen uit bedrijfsactiviteiten. Betaalde dividenden worden verantwoord als kasstromen uit financieringsactiviteiten.
Vastgoed geclassificeerd als vastgoed voor eigen gebruik omvat voornamelijk:
Alle voor eigen gebruik aangehouden vastgoed en alle vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen (behalve voor terreinen die niet worden afgeschreven) en eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De kostprijs is het equivalent van de contante prijs die is betaald of de reële waarde van elke andere vergoeding die is gegeven om het actief te verwerven op het moment van de verwerving of de bouw van het actief.
De afschrijvingen op gebouwen worden berekend volgens de lineaire methode teneinde de kosten van die activa af te schrijven gedurende de geschatte levensduur tot de restwaarde. De levensduur van IT, kantoor- en andere apparatuur wordt afzonderlijk vastgesteld voor elk actief. De levensduur van de gebouwen wordt afzonderlijk bepaald voor elk belangrijk deel (componentenbenadering) en wordt elk jaareinde herzien. De vastgoedbeleggingen worden gesplitst in de volgende componenten: ruwbouw, ramen en deuren, technische uitrusting, ruwe afwerking en detailafwerking.
De maximale levensduur van de componenten is als volgt:
| Ruwbouw | 50 jaar voor kantoren en winkelpanden 70 jaar voor woningen |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ramen en deuren | 30 jaar voor kantoren en winkelpanden 40 jaar voor woningen |
|||||
| Technische uitrusting | 15 jaar voor parkeergarages 20 jaar voor kantoren 25 jaar voor winkelpanden 40 jaar voor woningen |
|||||
| Ruwe afwerking | 15 jaar voor parkeergarages 20 jaar voor kantoren 25 jaar voor winkelpanden 40 jaar voor woningen |
|||||
| Detailafwerking | 10 jaar voor kantoren, winkelpanden en woningen |
Een vastgoedbelegging is vastgoed dat Ageas aanhoudt om huuropbrengsten of een waardestijging te realiseren. Ageas kan bepaalde vastgoedbeleggingen ook voor eigen gebruik aanwenden. Indien de beleggingen aangewend voor eigen gebruik afzonderlijk kunnen worden verkocht of geleased via financiële lease, worden die delen verantwoord als materiële vaste activa. Indien de beleggingen aangewend voor eigen gebruik niet afzonderlijk kunnen worden verkocht, worden die delen alleen als vastgoedbeleggingen behandeld als Ageas een onbelangrijk deel voor eigen gebruik aanhoudt.
Omwille de vergelijkbaarheid hanteert Ageas een kostprijsmodel, zowel voor vastgoedbeleggingen als voor vastgoed voor eigen gebruik. Na de initiële opname wordt al het vastgoed gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen (volgens een lineaire methode) en eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. Wijzigingen in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen worden zodoende niet verantwoord in de resultatenrekening (tenzij er een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden) of in overig comprehensive income.
De restwaarde en de geschatte gebruiksduur van vastgoedbeleggingen worden afzonderlijk bepaald voor elk belangrijk onderdeel (componentenbenadering) en worden op elke balansdatum opnieuw bekeken. Voor vastgoedbeleggingen wordt dezelfde maximale geschatte gebruiksduur van de componenten toegepast als voor vastgoed aangehouden voor eigen gebruik.
Ageas verhuurt zijn vastgoedbeleggingen door middel van diverse niet-opzegbare huurcontracten. Bepaalde contracten bevatten verlengingsopties voor diverse tijdsperioden. De met deze contracten verbonden huurinkomsten worden in de loop van de tijd verantwoord als beleggingsbaten, en wel lineair over de huurperiode.
Overboekingen naar of van vastgoedbeleggingen vinden alleen plaats als er een wijziging is van het gebruik:
Wanneer het resultaat van een bouwcontract op betrouwbare wijze kan worden geschat, worden de contractopbrengsten en -kosten in verband met het bouwcontract verantwoord als baten, respectievelijk lasten met verwijzing naar het stadium van uitvoering van de contractactiviteit op balansdatum. Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale contractkosten hoger zullen zijn dan de totale contractopbrengsten wordt het verwachte verlies onmiddellijk als last verantwoord in de resultatenrekening.
Net als andere niet-financiële activa ondergaat vastgoed voor eigen gebruik een bijzondere waardevermindering als de boekwaarde hoger is dan de realiseerbare waarde.
De realiseerbare waarde wordt bepaald als het hoogste bedrag van hetzij: de reële waarde verminderd met verkoopkosten of de bedrijfswaarde.
Aan het einde van iedere verslagperiode beoordeelt Ageas of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Hierbij wordt rekening gehouden met diverse informatiebronnen, zowel extern (bijvoorbeeld belangrijke wijzigingen in het economische klimaat) als intern (bijvoorbeeld desinvesteringsplannen). Indien dergelijke aanwijzingen bestaan (en uitsluitend dan), verlaagt Ageas de boekwaarde van het actief naar de geschatte realiseerbare waarde en het bedrag van de verandering in het lopende jaar wordt verwerkt in de resultatenrekening.
Na opname van een bijzondere waardevermindering wordt de afschrijving voor toekomstige perioden gecorrigeerd voor de herziene boekwaarde onder vermindering van de restwaarde over de resterende gebruiksduur van het actief. Voor vastgoed wordt de gebruiksduur van elk belangrijk onderdeel afzonderlijk bepaald en aan het eind van het jaar herbeoordeeld.
Indien in een volgende periode het bedrag van de bijzondere waardeverminderingen op niet-financiële activa, uitgezonderd dalingen in de goodwill, daalt als gevolg van een gebeurtenis die zich voordoet na de waardevermindering, valt de eerder opgenomen waardeverandering vrij in de resultatenrekening. Deze verhoogde waarde mag niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na afschrijvingen, als in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief was opgenomen.
Financieringskosten worden over het algemeen als last verantwoord in de periode waarin ze zijn gemaakt.
Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving of bouw van een actief worden, terwijl het actief in opbouw is, geactiveerd als onderdeel van de kosten van dat actief. De activering van financieringskosten dient in te gaan wanneer:
Het activeren van financieringskosten wordt beëindigd wanneer het daarbij behorend actief in materiële zin gereed is; hetzij voor verkoop hetzij voor gebruik. Indien de vervaardiging voor langere tijd wordt onderbroken, wordt eveneens de rentetoerekening uitgesteld. Indien de vervaardiging in fasen plaatsvindt en elke afzonderlijke fase beschouwd kan worden als een afzonderlijk actief, wordt de toerekening van rente aan desbetreffend actief beëindigd indien het actief in materiële zin gereed is.
Voor een lening die met een bepaald actief samenhangt wordt de effectieve rentevoet op die lening toegepast. In andere gevallen wordt een gewogen gemiddeld betaalde rentevoet toegepast.
Voor kwalificerende activa waarvan de aanvangsdatum op of voor 1 januari 2008 valt, geldt dat de financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving of bouw van een kwalificerend actief (een actief waarvoor gedurende langere tijd werkzaamheden nodig waren om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop ervan) als last worden verantwoord in de periode waarin ze zijn gemaakt.
Een immaterieel vast actief is een identificeerbaar niet-monetair actief en wordt uitsluitend verantwoord als het toekomstige economische voordelen oplevert en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald.
Immateriële vaste activa worden op de balans verantwoord tegen kostprijs, verminderd met eventuele geaccumuleerde afschrijving en eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De restwaarde en de geschatte gebruiksduur van immateriële vaste activa worden op elke balansdatum opnieuw bekeken.
Immateriële activa met een bepaalde levensduur worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur. Op immateriële vaste activa met een onbepaalde gebruiksduur zoals goodwill wordt niet afgeschreven, maar deze worden minstens eenmaal per jaar getoetst op bijzondere waardevermindering. Geïdentificeerde eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening verantwoord.
Value of business acquired (VOBA) vertegenwoordigt het verschil tussen de reële waarde bij acquisitie gewaardeerd op basis van de waarderingsgrondslagen van Ageas en de boekwaarde van een portefeuille van verzekerings- en beleggingscontracten, verworven in het kader van een acquisitie van een business of een portefeuille.
VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de verwachte periode van de opbrengsten van de verworven portefeuille. Op elke verslagdatum maakt VOBA deel uit van de toereikendheidstoets voor verplichtingen om te beoordelen of de verplichtingen die voortvloeien uit verzekerings- en beleggingscontracten toereikend zijn.
Intern gegenereerde immateriële vaste activa worden geactiveerd wanneer Ageas alle navolgende punten kan aantonen:
Alleen immateriële vaste activa die door ontwikkeling ontstaan worden geactiveerd. Alle andere intern gegenereerde immateriële activa worden niet geactiveerd en de uitgaven worden weergegeven in de resultatenrekening in het jaar waarin de uitgaven zich voordoen.
Software voor de computer, die niet zonder specifieke software werkt, zoals het besturingssysteem, vormt een integraal onderdeel van de betreffende hardware en wordt behandeld als materiële vaste activa. Wanneer de software geen integraal onderdeel van de betreffende hardware uitmaakt, worden de kosten die zijn gemaakt tijdens de ontwikkelingsfase en waarvoor Ageas kan aantonen dat aan alle hierboven vermelde criteria voldaan is, geactiveerd als immateriële vaste activa en lineair afgeschreven over de geschatte gebruiksduur. Over het algemeen wordt dergelijke software afgeschreven over maximaal 5 jaar.
Overige immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur, zoals parkeerconcessies, handelsmerken en licenties worden doorgaans lineair over hun geschatte gebruiksduur afgeschreven. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur worden op elke verslagdatum getoetst op bijzondere waardeverminderingen.
Parkeerconcessies worden opgenomen als immateriële vaste activa als Ageas het recht heeft het gebruik van de concessie-infrastructuur in rekening te brengen. De ontvangen immateriële vaste activa worden bij eerste opname gewaardeerd op de reële waarde, als prijs voor de bouw- of moderniseringsdiensten in een serviceconcessieovereenkomst. De toepasselijke reële waarde wordt bepaald met verwijzing naar de reële waarde van de geleverde bouw- of moderniseringsdiensten. Na de eerste opname worden de parkeerconcessies verantwoord tegen kostprijs, verminderd met eventuele geaccumuleerde afschrijvingen en eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De geschatte gebruiksduur van een immaterieel vast actief binnen een serviceconcessieovereenkomst is de periode die begint op het moment dat Ageas het gebruik van de concessie-infrastructuur in rekening kan brengen, tot het einde van de concessieperiode. De op de parkeerconcessies toegepaste principes voor bijzondere waardevermindering zijn dezelfde als die voor vastgoedbeleggingen worden toegepast.
Bij eerste opname wordt goodwill gewaardeerd tegen kostprijs, zijnde het positieve verschil tussen de reële waarde van de verkrijgingsprijs en:
Overnamekosten worden direct in het resultaat verantwoord; kosten voor het uitgeven van schuldbewijzen of aandelen worden echter verantwoord in overeenstemming met IAS 32 en IAS 39.
Bedrijfscombinaties worden verantwoord op basis van de zogenaamde 'acquisition method'. De verkrijgingsprijs van de overgenomen partij wordt bepaald op de reële waarde van de opgeofferde waarde op het overnamemoment (gecorrigeerd voor een eventueel minderheidsbelang). Voor elke bedrijfscombinatie heeft Ageas de optie enig minderheidsbelang te waarderen tegen de reële waarde of tegen het evenredig deel van het minderheidsbelang in de identificeerbare netto-activa van de overgenomen partij.
De goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs minus eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen.
In geval van een stapsgewijze overname wordt op moment van uitbreiding van het belang het eerder gehouden belang geherwaardeerd tegen reële waarde en via het resultaat verantwoord.
Ten opzichte van het hierboven gemelde, gelden de volgende verschillen:
Bedrijfscombinaties werden verantwoord op basis van de zogenaamde 'purchase method'. Direct aan de overname toerekenbare transactiekosten maakten onderdeel uit van de verkrijgingsprijs. Een eventueel minderheidsbelang werd gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de overgenomen partij.
In geval van een stapsgewijze overname werd elke 'stap' afzonderlijk verwerkt. Elk nieuw verkregen belang had geen effect op eerder verwerkte goodwill.
Voorwaardelijke vergoedingen werden uitsluitend en alleen verantwoord als Ageas een verplichting had en er waarschijnlijk economische uitstroom ging plaatsvinden, waarvan een betrouwbare schatting kon worden gemaakt. Latere aanpassingen aan de voorwaardelijke vergoeding hadden effect op de goodwill.
Goodwill is een immaterieel vast actief met een onbepaalde levensduur en, net als alle andere immateriële vaste activa met onbepaalde levensduur, wordt de boekwaarde van deze immateriële vaste activa jaarlijks beoordeeld, of frequenter, als gebeurtenissen of veranderingen van omstandigheden aangeven dat een dergelijke boekwaarde niet realiseerbaar is. In dat geval wordt de realiseerbare waarde bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid waaraan goodwill is toegerekend. Deze waarde wordt dan vergeleken met de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid en als de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.
In het geval van een bijzonder waardeverminderingsverlies verlaagt Ageas eerst de boekwaarde van de aan de kasstroomgenererende eenheid toegerekende goodwill en vervolgens de andere activa van de eenheid naar rato van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Eerder verantwoorde bijzondere waardeverminderingsverliezen met betrekking tot goodwill worden niet teruggeboekt.
Activa die als gevolg van operationele leaseovereenkomsten worden geleased, worden verantwoord in de balans van Ageas onder 'vastgoedbeleggingen' (gebouwen) en onder 'materiële vaste activa' (materieel en motorvoertuigen). Deze activa worden verantwoord tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen. Leasingbaten, na aftrek van eventuele aan leasingnemers gegeven voordelen, worden lineair geamortiseerd over de leaseperiode. De directe aanvangskosten die Ageas heeft gemaakt, worden toegevoegd aan de boekwaarde van het geleasede actief en worden over de leaseperiode verantwoord onder lasten op dezelfde basis als de leaseopbrengsten.
Ageas sloot ook financiële leaseovereenkomsten af waarbij vrijwel alle aan het eigendom van de geleasede activa verbonden risico's en beloningen, behalve het juridische eigendom, aan de cliënt worden overgedragen. Activa geleased onder een financiële lease worden verwerkt als vordering tegen een bedrag gelijk aan de netto-investering in de lease. De netto-investering in de lease omvat de contante waarden van de leasebetalingen en de eventuele waarborg op de restwaarden. Het verschil tussen het actief en de contante waarde van de vordering wordt verantwoord als onverdiende financiële baten. Financiële baten worden gedurende de looptijd van de leaseovereenkomst verantwoord op basis van een patroon dat een constant periodiek rendement op uitstaande netto-investering van de financiële leaseovereenkomst weerspiegelt. De directe initiële kosten voor Ageas worden opgenomen in de initiële waardering van de nettoinvestering in de lease en verminderen het bedrag aan inkomsten dat in de loop van de leasetermijn wordt opgenomen.
Ageas least terreinen, gebouwen, apparatuur en auto's. De leasevoorwaarden worden afzonderlijk overeengekomen en omvatten een brede waaier aan voorwaarden.
Voor 1 januari 2019 paste Ageas een ander waarderingsmodel toe, afhankelijk of de lease was geclassificeerd als operationele of financiële lease. Bij operationele lease werden de betalingen doorgaans via de resultatenrekening verwerkt, voornamelijk lineair over de looptijd van de lease. Bij financiële lease werd het desbetreffende actief geactiveerd en werd een dienovereenkomstige leaseverplichting opgenomen.
Vanaf 1 januari 2019 is een waarderingsmodel van toepassing op activa die worden geleased onder zowel operationele als financiële leasetransacties. Bij dit waarderingsmodel worden bij aanvang een gebruiksrechtactief en een leaseverplichting opgenomen.
De leaseverplichting omvat de contante waarde van de volgende leasebetalingen die niet zijn betaald op de aanvangsdatum, inclusief leasebetalingen die verschuldigd zijn onder redelijk zekere verlengingsopties:
De leaseverplichting wordt verdisconteerd met toepassing van het impliciete rentetarief van de lease. Als dit tarief niet eenvoudig kan worden bepaald, wordt het incrementele financieringstarief van Ageas toegepast. Als incrementeel financieringstarief past Ageas een breed beschikbare samengestelde curve toe, die is gebaseerd op een steekproef van bestaande secundaire obligaties van financiële emittenten met een rating A, verhoogd met een risicopremie. Voor parkeergarages wordt een risicovrije rente toegepast, gelijk aan de renteswap voor een soortgelijke looptijd, verhoogd met een risicopremie.
De boekwaarde van de leaseverplichting stijgt vervolgens om de rente op de leaseverplichting te weerspiegelen en daalt om de uitgevoerde leasebetalingen te weerspiegelen. De leaseverplichting wordt herberekend teneinde de leaseveranderingen of wijzigingen in de leasebetalingen te weerspiegelen, inclusief een wijziging in een index of tarief gebruikt om deze betalingen te bepalen.
De rente op de leaseverplichting in elke periode vertegenwoordigt het bedrag dat een constant periodiek rentetarief over het resterende saldo van de leaseverplichting levert. De rente op de leaseverplichting wordt verwerkt in de resultatenrekening, samen met de variabele leasebetalingen die niet zijn opgenomen in de waardering van de leaseverplichting in de periode waarin de gebeurtenis of voorwaarde die de aanleiding voor deze betalingen is zich voordoet.
Het gebruiksrechtactief wordt gewaardeerd tegen de kostprijs en omvat de initieel opgenomen leaseverplichting, gecorrigeerd voor eventuele leasebetalingen die hebben plaatsgevonden bij of voor de aanvang van de lease, eventueel ontvangen lease-incentives, eventuele initiële directe kosten voor Ageas en een raming van de kosten die gepaard gaan met de ontmanteling en verwijdering van het onderliggende actief.
Vervolgens wordt het gebruiksrechtactief gewaardeerd tegen de kostprijs, onder aftrek van de opgelopen afschrijvingen en eventuele bijzonder waardeverminderingen. Het gebruiksrechtactief wordt lineair afgeschreven over de gebruiksduur van het actief of de looptijd van de lease, naargelang welke korter is. Net als andere niet-financiële activa ondergaat een gebruiksrechtactief een bijzondere waardevermindering wanneer de boekwaarde van dat actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De afschrijving van het gebruiksrechtactief en eventuele bijzondere waardeverminderingen worden verwerkt in de resultatenrekening.
Bij een herwaardering van de leaseverplichting in het licht van wijzigingen in de lease of in de leasebetalingen wordt het gebruiksrechtactief gecorrigeerd voor deze herwaardering.
Het bovengenoemde waarderingsmodel wordt niet gebruikt voor lease van activa met een lage waarde voor Ageas of kortlopende leases, waarbij de looptijd van de lease bij aanvang hiervan 12 maanden of minder bedraagt. Voor deze leases worden de uitgevoerde leasebetalingen als kosten opgenomen in de resultatenrekening, op lineaire basis over de looptijd van de lease.
In het geconsolideerde kasstroomoverzicht worden leasebetalingen gepresenteerd als kasstroom uit bedrijfsactiviteiten, als onderdeel van 'schulden'.
Vorderingen op banken, overheden en klanten omvatten leningen die Ageas heeft geïnitieerd door rechtstreeks geld te verschaffen aan de lener of tussenpersoon. Deze leningen worden tegen geamortiseerde kosten opgenomen.
Titels van schuldvorderingen die op de primaire markt rechtstreeks van de emittent werden overgenomen worden als lening verantwoord op voorwaarde dat er geen actieve markt voor deze titels is.
Leningen die worden geïnitieerd of aangekocht met het voornemen ze op korte termijn te verkopen of te securitiseren worden verantwoord als activa aangehouden voor handelsdoeleinden.
Leningen die worden aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening of als voor verkoop beschikbaar worden als zodanig verantwoord bij eerste opname.
Kredietverbintenissen die bepalen dat een lening kan worden opgenomen binnen het tijdskader dat algemeen door regelgeving of een marktconventie is vastgesteld, worden niet in de balans verantwoord.
De marginale kosten en ontvangen provisies voor het afsluiten van leningen worden geamortiseerd over de looptijd van de lening als een aanpassing van de rentebaten.
Een kredietrisico voor een specifieke waardevermindering op een lening vastgesteld als er een objectieve aanwijzing bestaat dat Ageas niet alle bedragen zal kunnen innen die verschuldigd zijn in overeenstemming met de contractuele voorwaarden. Het bedrag van de waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde, zijnde de contante waarde van de verwachte kasstromen of de waarde van de zekerheden indien de lening door een zekerheid is gedekt, verminderd met de kosten om deze zekerheden te realiseren.
Een 'bestaande maar niet gerapporteerde' (incurred but not reported, 'IBNR') waardevermindering op leningen wordt verantwoord wanneer er een objectieve aanwijzingen is dat verliezen aanwezig zijn in componenten van de leningenportefeuille, zonder dat leningen die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan specifiek zijn geïdentificeerd. De IBNR wordt geschat op basis van historische patronen van verliezen in elk segment, die het huidige economische klimaat waarin de leners opereren weergeven en die op basis van een analyse van de politiek-economische situatie in bepaalde landen rekening houdt met een verhoogd risico van betalingsmoeilijkheden.
Bijzondere waardeverminderingen worden verantwoord als een daling van de boekwaarde van 'vorderingen op banken' en 'vorderingen op klanten'.
Bijzondere waardeverminderingen op niet uit de balans blijkende kredietverbintenissen worden verantwoord als 'voorzieningen'.
Wanneer een specifieke lening wordt geïdentificeerd als oninbaar en alle wettelijke en procedurele middelen uitgeput zijn, wordt de lening in mindering gebracht op de daarmee verband houdende lasten van bijzondere waardevermindering; latere realisaties worden onder wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen in de resultatenrekening verantwoord.
Ageas aanvaardt en/of cedeert herverzekeringen in het kader van de normale bedrijfsvoering. Herverzekeringsvorderingen omvatten hoofdzakelijk saldi die verschuldigd zijn door zowel verzekerings- als herverzekeringsondernemingen voor gecedeerde verzekeringsverplichtingen. Bedragen die vorderbaar zijn op of verschuldigd zijn aan herverzekeraars worden geschat op een wijze die strookt met de bedragen die verbonden zijn aan de herverzekerde polissen en die in overeenstemming zijn met het herverzekeringscontract.
Herverzekering wordt in de balans op bruto basis gepresenteerd, tenzij een recht op verrekening bestaat.
Overige vorderingen, die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering en door toedoen van Ageas ontstaan, worden bij eerste opname tegen reële waarde verantwoord en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd aan de hand van de effectieve-rentemethode, onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
De kosten van nieuwe en hernieuwde verzekeringen, die alle variëren en hoofdzakelijk verband houden met de productie van nieuwe verzekeringen, worden uitgesteld en afgeschreven, resulterend in overlopende acquisitiekosten (deferred acquisition costs (DAC)). DAC omvatten voornamelijk commissies, onderschrijvings-, agenten- en polisuitgifte-kosten. De afschrijvingsmethode is gebaseerd op de verwachte verdiende premie of de geschatte brutowinstmarges. DAC worden periodiek getoetst op realiseerbaarheid op basis van schattingen van toekomstige winsten van de onderliggende contracten.
Voor levensverzekerings- en beleggingsproducten, in beide gevallen zonder discretionaire winstdeling, worden de DAC geamortiseerd in verhouding tot de verwachte premies. Veronderstellingen wat betreft verwachte premies worden geschat op de datum van de polisuitgifte en worden consequent toegepast tijdens de looptijd van de contracten. Afwijkingen van de op basis van ervaring geschatte resultaten worden weergegeven in de resultatenrekening in de verslagperiode waarin die afwijkingen zich voordoen. Voor deze contracten worden de DAC over het algemeen voor de totale looptijd van de polis afgeschreven.
Voor levensverzekerings- en beleggingsproducten, in beide gevallen met discretionaire winstdeling, worden de DAC afgeschreven over de verwachte looptijd van de contracten op basis van de waarde van de geschatte brutomarge of -winstbedragen op basis van het verwachte beleggingsrendement. De verwachte brutomarge omvat verwachte premies en beleggingsresultaat, verminderd met uitkeringen en administratieve kosten, wijzigingen in de netto premiereserve en, indien van toepassing, verwachte dividend voor polishouders. Afwijkingen tussen de werkelijke resultaten en de op basis van ervaring geschatte resultaten worden verantwoord in de resultatenrekening in de verslagperiode waarin die afwijkingen zich voordoen. De overlopende acquisitiekosten worden aangepast om rekening te houden met het amortisatie-effect van ongerealiseerde winsten (verliezen) die in het eigen vermogen zijn verantwoord alsof ze gerealiseerd waren met de overeenkomstige aanpassing aan ongerealiseerde winsten (verliezen) in het eigen vermogen.
Voor kortlopende contracten worden de overlopende acquisitiekosten geamortiseerd over de verslagperiode waarin de betreffende geschreven premies worden verdiend. Toekomstige beleggingsopbrengsten met een risicovrij rendementspercentage worden in aanmerking genomen bij het inschatten van de realiseerbaarheid van de overlopende acquisitiekosten.
Sommige beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling die door verzekeringsinstellingen zijn uitgegeven betreffen zowel het initiëren van een financieel instrument als het verlenen van diensten op het gebied van beleggingsbeheer. Indien duidelijk identificeerbaar worden de marginale kosten met betrekking tot het recht om diensten op het gebied van beleggingsbeheer te verlenen verantwoord als actief en worden ze geamortiseerd als de desbetreffende opbrengsten worden verwerkt. Het betreffende immateriële actief wordt op elke verslaggevingsdatum getoetst op realiseerbaarheid. Commissies voor het beheer van beleggingen op deze contracten worden verantwoord als opbrengsten wanneer deze diensten worden verleend.
Verplichtingen inzake (her)verzekerings- en beleggingscontracten houden verband met:
Aan polishouders verbonden verplichtingen worden geclassificeerd op basis van de kenmerken van de onderliggende verzekeringscontracten en de specifieke risico's van deze contracten:
Verzekeringscontracten zijn die contracten waarin Ageas een aanzienlijk verzekeringsrisico van een andere partij (de polishouder) heeft geaccepteerd door ermee in te stemmen de polishouder te compenseren indien een bepaalde onzekere toekomstige gebeurtenis (de verzekerde gebeurtenis) nadelige gevolgen heeft voor de polishouder. Er is uitsluitend sprake van aanzienlijk verzekeringsrisico indien een verzekeraar als gevolg van een verzekerde gebeurtenis in elk scenario aanzienlijke aanvullende voordelen moet uitkeren, exclusief scenario's zonder economische betekenis (dat wil zeggen zonder waarneembaar effect op de economische betekenis van de transactie). Verzekeringscontracten kunnen ook een financieel risico overdragen.
Beleggingscontracten (met of zonder discretionaire winstdeling) zijn contracten die een aanzienlijk financieel risico overdragen. Een financieel risico is het risico van een mogelijke toekomstige verandering in een of meer van de volgende variabelen: een bepaalde rentevoet, prijs van een financieel instrument, grondstoffenprijs, valutakoersen, index van prijzen of rentevoeten, kredietwaardigheid of kredietindex of andere variabele, mits, in geval van een niet-financiële variabele, de variabele niet specifiek voor een contractpartij is.
Als een contract als een verzekeringscontract is aangemerkt, blijft het een verzekeringscontract tot het einde van de looptijd, zelfs als het verzekeringsrisico aanzienlijk afneemt tijdens deze periode, tenzij alle rechten en verplichtingen nietig verklaard of beëindigd zijn. Beleggingscontracten kunnen echter na aanvang worden aangemerkt als verzekeringscontracten als het verzekeringsrisico aanzienlijk wordt.
Verzekeringscontracten, herverzekeringscontracten en beleggingscontracten met DPF worden verantwoord overeenkomstig IFRS 4. Beleggingscontracten die geen significant verzekeringsrisico overdragen worden verantwoord overeenkomstig IAS 39.
Voor levensverzekeringscontracten worden toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen berekend met behulp van een nettopremiemethode (de contante waarde van toekomstige nettokasstromen), waarbij wordt uitgegaan van actuariële veronderstellingen op basis van historische ervaring en standaarden binnen de verzekeringssector.
Winstdelende polissen omvatten eventuele verplichtingen die contractuele dividenden of andere winstdelingen weerspiegelen. Voor bepaalde contracten zijn de toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen geherwaardeerd om de huidige marktrente te reflecteren.
De beleggingsovereenkomsten zonder winstdeling zijn voornamelijk unit-linked overeenkomsten waarbij Ageas de beleggingen namens de polishouder aanhoudt en deze tegen reële waarde waardeert. Eigen aandelen aangehouden voor polishouders worden geëlimineerd. Unitlinked overeenkomsten zijn specifieke levensverzekeringscontracten waarop artikel 25 van EU-richtlijn 2002/83/EG op van toepassing is. De uitkeringen van deze overeenkomsten zijn gekoppeld aan icbe's (instellingen voor collectieve belegging in effecten), aan een aandelenmandje, een referentiewaarde, of aan een combinatie van die waarden, of units, die in de overeenkomsten zijn vastgelegd. De verplichtingen voor unit-linked overeenkomsten worden gewaardeerd tegen waarde per eenheid (= de reële waarde van het fonds waarin de unit-linked overeenkomst is belegd, gedeeld door het aantal van de units van het fonds), waarbij veranderingen in de reële waarde worden verantwoord in de resultatenrekening. De reële waarde bedraagt nooit minder dan het uit te keren bedrag bij afkoop (indien van toepassing), rekening houdend met de vereiste opzegtermijn voor zover van toepassing.
Bepaalde producten bevatten financiële garanties die ook worden gewaardeerd tegen reële waarde en worden verantwoord in verplichtingen met betrekking tot unit-linked overeenkomsten, waarbij de reële-waardeverandering wordt verantwoord in de resultatenrekening. Er wordt rekening gehouden met verzekeringsrisico's op basis van actuariële veronderstellingen.
Stortingen en onttrekkingen worden rechtstreeks in de balans verwerkt als mutatie van de verplichting, zonder invloed op de resultatenrekening.
De financieringscomponent voor levensverzekeringscontracten met gegarandeerde minimumrendementen wordt gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Aanvullende verplichtingen zijn vastgesteld teneinde de verwachte langetermijnrente te weerspiegelen. Deze aanvullende verplichtingen worden berekend als het verschil tussen de contante waarde en de boekwaarde van de gegarandeerde bedragen.
De verplichtingen met betrekking tot lijfrentepolissen tijdens de opbouwperiode zijn gelijk aan de cumulatieve saldi van de polishouder. Na de opbouwperiode zijn de verplichtingen gelijk aan de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen. Wijzigingen in sterftetabellen uit voorgaande jaren worden volledig in deze verplichtingen weergegeven.
De meeste levensverzekerings- of beleggingscontracten voorzien in een gegarandeerde vergoeding. Sommige contracten kunnen ook een recht op winstdeling bevatten (discretionary participation features (DPF)). Dit element geeft de houder van het contract het recht om, boven op gegarandeerde elementen, aanvullende uitkeringen en bonussen te ontvangen:
Voor levensverzekeringscontracten en beleggingscontracten met DPF worden vergoedingen ten gunste van polishouders berekend uitgaande van het contractueel verschuldigde bedrag op basis van de statutaire nettowinst, beperkingen en betaaltermijnen. De DPFcomponent inzake beleggingscontracten betreft een voorwaardelijke toezegging met betrekking tot ongerealiseerde winsten en verliezen. Deze toezegging blijft hierdoor onderdeel van de ongerealiseerde winsten en verliezen zoals begrepen in het eigen vermogen. Indien de toezegging onvoorwaardelijk wordt, vindt overboeking naar de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven plaats.
Beleggingscontracten zonder DPF worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs en verantwoord als een depositoverplichting.
Als er geen nauw verband bestaat tussen in een contract besloten derivaten en de basiscontracten, worden in een contract besloten derivaten gescheiden van de basiscontracten en verantwoord tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. Actuariële veronderstellingen worden op elke verslaggevingsdatum beoordeeld en de daaruit voortvloeiende impact wordt in de resultatenrekening verwerkt.
De depositocomponent van een verzekeringscontract wordt gesplitst als aan de twee volgende voorwaarden wordt voldaan:
Momenteel heeft Ageas alle rechten en verplichtingen met betrekking tot uitgegeven verzekeringscontracten opgenomen, conform de regels voor verslaggeving. Dientengevolge heeft Ageas geen gesplitste depositocomponent met betrekking tot de verzekeringscontracten opgenomen.
Claims en schadebehandelingskosten worden in de resultatenrekening verantwoord op het moment dat de uitgaven worden gedaan. Nietbetaalde claims en schadebehandelingskosten omvatten schattingen voor gerapporteerde claims en voorzieningen voor claims die zijn voorgevallen maar niet gerapporteerd. De schattingen van voorgevallen maar niet gerapporteerde claims worden gebaseerd op ervaring uit het verleden, de huidige ontwikkeling van claims en het heersende sociale, economische en wettelijke kader. De verplichting voor schadeverzekeringsclaims en schadebehandelingskosten (na aftrek van schadeloosstellingen, verhaalde schaden, verkrijging van het eigendom van verzekerde zaken en subrogatie) is gebaseerd op schattingen van verwachte verliezen en houdt rekening met de beoordeling door het management wat betreft de verwachte inflatie, de kosten voor afhandeling van claims, juridische risico's en trends in de ontwikkeling van compensatietoekenningen. Schadeverplichtingen inzake arbeidsongeschiktheid worden verantwoord tegen de netto contante waarde. De opgenomen verplichtingen zijn toereikend om de uiteindelijke kosten van claims en schadebehandelingskosten te dekken. De daaruit voortvloeiende aanpassingen worden in de resultatenrekening verantwoord.
Ageas verdisconteert de verplichtingen voor schade enkel voor claims met bepaalbare en periodieke betalingstermijnen.
Op elke rapporteringsdatum voert Ageas toereikendheidstoetsen (Liability Adequacy Test (LAT)) uit teneinde te waarborgen dat de opgenomen verzekeringsverplichtingen toereikend zijn.
Afzonderlijke toetsen worden uitgevoerd voor:
In het kader van deze LAT's kijkt Ageas naar de beste schattingen, overeenkomend met de contante waarde van alle contractuele kasstromen, inclusief verwante kasstromen zoals commissies en kosten. De contractlimieten van Solvency II worden toegepast, maar zijn in Niet-leven beperkt tot diegene die binnen de IFRS-reserves vallen.
Voor verplichtingen Leven (en verplichtingen gezondheid die lijken op die van verplichtingen Leven, inclusief annuïteiten afkomstig van Nietleven-producten) omvat de LAT ook de kasstromen voortvloeiend uit embedded opties en waarborgen en beleggingsbaten. Beleggingsinkomsten worden bepaald met gebruik van het actuele boekrendement van de bestaande portefeuille, gebaseerd op de veronderstelling dat na het einde van de looptijd van de financiële instrumenten herbelegging plaatsvindt tegen een risicovrije rente plus een bedrijfsspecifiek aanpassing voor volatiliteit op basis van EIOPAmethodiek. Voor directe beleggingen in vastgoed, worden de werkelijke huuropbrengsten tot de volgende contractuele verlengingsperiode in aanmerking gekomen.
Voor Niet-leven wordt de contante waarde van alle kasstromen bepaald, gebruikmakend van een risicovrije disconteringsvoet verhoogd met een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing op basis van de EIOPA-methodiek (na het laatste liquide punt wordt de zogenaamde Ultimate Forward Rate-extrapolatie gebruikt).
Elk tekort in de LAT wordt meteen in de resultatenrekening opgenomen, als een bijzondere waardevermindering van het DAC- of VOBA-type of als een verlies. Als het tekort in een volgende periode vermindert, wordt de daling van het tekort via de resultatenrekening teruggeboekt. Een tekort wordt gedefinieerd als:
In 2019 werden de (lokale) LAT-vereisten van Ageas en van een aantal dochtermaatschappijen aangepast, waarbij de LAT-toetsing nu rekening houdt met het effect van herverzekering, voor rechtstreekse vastgoedbeleggingen met de werkelijke huuropbrengsten tot de volgende contractuele verlengingsperiode, tegenover eerder het risicovrije tarief. Bovendien wordt de LAT voor de Leven-activiteiten bepaald op het niveau van de juridische entiteit en op fungibel niveau en voor Niet-leven-activiteiten op productniveau.
Als de lokale LAT-vereisten strenger zijn dan de bovengenoemde, passen de lokale entiteiten de lokale regels toe.
In sommige onderdelen van Ageas heeft de realisatie van winsten en verliezen directe gevolgen voor de waardering van de verzekeringsverplichtingen en de daaraan gerelateerde acquisitiekosten.
In een aantal van deze onderdelen past Ageas shadow accounting toe op de veranderingen in de reële waarde van de voor verkoop beschikbare beleggingen en van de activa en verplichtingen die van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen. Shadow accounting betekent dat ongerealiseerde winsten of verliezen op voor verkoop beschikbare activa, die in het eigen vermogen worden opgenomen zonder de resultatenrekening te beïnvloeden, van invloed zijn op de waardering van verzekeringsverplichtingen (of overgedragen acquisitiekosten of value of business acquired) op dezelfde manier als gerealiseerde winsten of verliezen dat zouden doen.
Als onderdeel van shadow accounting breiden sommige ondernemingen van Ageas de standaard-LAT uit met een shadow-LATtoetsing. Onder de shadow-LAT wordt het bedrag aan ongerealiseerde meerwaarden, verwerkt in overig comprehensive income, bovenop het overschot dat voortvloeit uit de standaard-LAT, verantwoord als een shadow-verplichting.
De overblijvende ongerealiseerde veranderingen in de reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa (na toepassing van shadow accounting) die onderhevig zijn aan discretionaire winstdeling, worden aangemerkt als een afzonderlijk onderdeel van het eigen vermogen.
Een bijkomende uitgestelde-winstdelingsverplichting (deferred profit sharing liability, DPL) wordt toegerekend op basis van een constructieve verplichting of op basis van het bedrag dat wettelijk of contractueel moet worden betaald op verschillen tussen statutaire baten en IFRS-baten en ongerealiseerde winsten of verliezen die onder eigen vermogen zijn verantwoord.
De boekhoudkundige verwerking van herverzekeringscontracten hangt af van het feit of er binnen het contract significante verzekeringsrisico's worden overgedragen.
Herverzekeringscontracten waarbij een aanzienlijk verzekeringsrisico wordt overgedragen, worden verantwoord naar gelang het verzekeringscontract.
Herverzekeringscontracten die niet een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen, worden verantwoord op basis van de deposit method en onder leningen of schulden verantwoord als financiële activa of verplichtingen. Een dergelijk financieel actief of dergelijke financiële verplichting wordt verantwoord tegen de betaalde, respectievelijk ontvangen vergoeding, verminderd met eventuele, expliciet geïdentificeerde premies of vergoedingen die toekomen aan de herverzekerde. De betaalde, respectievelijk ontvangen bedragen die uit deze contracten voortvloeien, worden verantwoord als deposito's met behulp van de effectieve-rentemethode.
Deposito's van herverzekeraars in het kader van in herverzekering gecedeerde zaken die een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen, zijn gelijk aan het op balansdatum verschuldigde bedrag.
Verplichtingen met betrekking tot gecedeerde herverzekeringsactiviteiten die geen aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen, kunnen worden beschouwd als financiële verplichtingen en deze verplichtingen worden op dezelfde wijze als andere financiële verplichtingen verantwoord.
Schuldbewijzen, achtergestelde schulden en overige financieringen worden eerst verantwoord tegen reële waarde met inbegrip van de directe transactiekosten. Vervolgens worden ze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en eventuele verschillen tussen de nettoopbrengst en de aflossingsprijs worden verantwoord in de resultatenrekening over de periode van de lening op basis van de effectieve-rentemethode.
Schulden die in een vast aantal eigen aandelen van Ageas kunnen worden omgezet, worden bij de eerste opname gescheiden in twee componenten:
Indien Ageas de schulden, achtergestelde verplichtingen en overige leningen aflost, worden deze uit de balans verwijderd en wordt het verschil tussen de boekwaarde van de verplichting en de betaalde vergoeding in de resultatenrekening verantwoord.
Ageas kent wereldwijd een aantal toegezegdpensioen- en toegezegdebijdrage-pensioenregelingen in overeenstemming met lokale voorwaarden of sectorgebonden praktijken. De pensioenregelingen worden doorgaans gefinancierd door betalingen aan verzekeraars of aan door trustees beheerde regelingen. De financiering wordt bepaald aan de hand van periodieke actuariële berekeningen. Gekwalificeerde actuarissen berekenen de pensioenactiva en -verplichtingen minimaal één keer per jaar.
Een toegezegdpensioenregeling is een pensioenregeling waarbij een vaste toezegging aan een werknemer op pensioenleeftijd wordt vastgelegd, doorgaans afhankelijk van een of meer factoren zoals leeftijd of dienstjaren.
Een toegezegdebijdrageregeling is een pensioenregeling waarbij Ageas vaste bijdragen betaalt. Onder IAS 19 wordt een regeling met een toegezegde bijdrage en een gewaarborgd rendement echter beschouwd als een toegezegd-pensioenregeling vanwege het (wettelijk vastgestelde) gewaarborgde rendement dat in deze regelingen is opgenomen.
Voor toegezegdpensioenregelingen worden de pensioenkosten en daarmee verband houdende pensioenactiva of -verplichtingen geschat op basis van de projected unit credit-methode. In deze methode:
Herwaarderingen, bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het effect van het actiefplafond en het rendement op fondsbeleggingen (exclusief nettorente) worden via overig comprehensive income direct opgenomen in de balans in de periode waarin deze herwaarderingen zich voordoen. Herwaarderingen worden in latere perioden niet geherclassificeerd in de resultatenrekening. De nettorente wordt berekend door de disconteringsvoet op de nettoverplichting of het actief uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling toe te passen.
Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden in de resultatenrekening opgenomen op het eerstvolgende moment:
De fondsbeleggingen die bij de pensioenverplichtingen van een entiteit behoren, moeten aan bepaalde criteria voldoen om te worden verantwoord als In aanmerking komende fondsbeleggingen van pensioenregelingen. Die criteria hebben betrekking op het feit dat deze activa juridisch los dienen te staan van Ageas of de crediteuren van Ageas. Indien dit niet het geval is, worden de activa verantwoord in de relevante rubriek in de balans (zoals beleggingen, materiële vaste activa enz.). Indien de activa aan de criteria voldoen, worden deze activa met de pensioenverplichting verrekend.
Indien de reële waarde van fondsbeleggingen met de contante waarde van de verplichtingen van een toegezegdpensioenregeling wordt verrekend, kan het resultaat leiden tot een negatieve waarde (een actief). In dat geval mag het verantwoorde actief niet groter zijn dan de contante waarde van economische voordelen in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regeling ('actiefplafond').
Voorzorgsregelingen die voordelen voor langdurige diensttijd voorzien maar geen pensioenregelingen zijn, worden gewaardeerd tegen contante waarde op basis van de projected unit credit-methode.
De bijdragen van Ageas voor toegezegdebijdrage-pensioenregelingen worden verwerkt in de resultatenrekening in het jaar waar deze betrekking op hebben, behalve in het geval van toegezegdebijdrageregelingen met een gegarandeerd rendement, die boekhoudkundig worden behandeld als een toegezegdpensioenregeling.
Sommige ondernemingen van Ageas bieden werknemers vergoedingen na uitdiensttreding, zoals leningen tegen voordelige rente en gezondheidszorg verzekeringen. Een werknemer kan gewoonlijk van deze vergoedingen profiteren als de werknemer in dienst blijft tot en met de pensioenleeftijd en een minimumperiode in dienstverband is geweest. De verwachte kosten van die vergoedingen worden toegerekend over de periode van tewerkstelling, op basis van een methode die gelijk is aan de methode voor toegezegdpensioenregelingen. De verplichtingen worden bepaald aan de hand van actuariële berekeningen.
Aandelenopties en aandelen onder voorwaarden (restricted shares), zowel via aandelen als contant afgerekende regelingen, worden aan bestuurders en werknemers toegekend als tegenprestatie voor ontvangen diensten. De reële waarde van de ontvangen diensten wordt bepaald aan de hand van de reële waarde van de toegekende aandelenopties en aandelen onder voorwaarden. De kosten van aandelenopties en aandelendeelnameplannen worden gewaardeerd op de toekenningsdatum op basis van de reële waarde van de opties en aandelen onder voorwaarden en worden in de resultatenrekening verantwoord, hetzij direct op de datum van toekenning indien er geen sprake is van een vesting period, hetzij over de vesting period van de opties en aandelen onder voorwaarden.
In aandelen afgerekende regelingen worden verwerkt als toename van het eigen vermogen en worden geherwaardeerd voor het aantal aandelen tot aan de voorwaarden voor vesting is voldaan.
In contanten afgerekende regelingen worden verwerkt als toename van verplichtingen en worden geherwaardeerd voor zowel:
Herberekende kosten worden tijdens de vesting period verantwoord in de resultatenrekening. Kosten met betrekking tot de huidige en voorgaande perioden worden rechtstreeks verantwoord in de resultatenrekening.
De reële waarde van de aandelenopties wordt bepaald met gebruik van een optiewaarderingsmodel dat rekening houdt met de volgende elementen:
Wanneer de opties worden uitgeoefend en nieuwe aandelen worden uitgegeven, wordt de ontvangen opbrengst na aftrek van eventuele transactiekosten in het aandelenkapitaal verantwoord (nominale waarde) en het surplus bij de uitgiftepremie (het agio). Indien voor dit doel eigen aandelen zijn ingekocht, worden deze geëlimineerd in de rubriek Eigen aandelen.
Personeelsrechten inzake jaarlijkse toegezegde vakantiedagen en uit hoofde van langdurige diensttijd verdiende vakantiedagen worden verantwoord wanneer deze rechten werknemers toekomen. Een voorziening wordt gemaakt voor de geschatte verplichting voor vakantiedagen en extra vakantiedagen vanwege langdurige diensttijd van medewerkers tot de balansdatum.
Voorzieningen zijn verplichtingen die onzekerheden met zich meebrengen in hoogte of tijdstip van betaling. Voorzieningen worden verantwoord op de balans indien er een bestaande (wettelijke of constructieve) verplichting is tot overdracht van economische voordelen, zoals kasstromen, als gevolg van gebeurtenissen in het verleden en indien op de balansdatum een betrouwbare schatting mogelijk is. Voorzieningen worden aangelegd voor bepaalde garantieovereenkomsten waarvoor Ageas bij niet-betaling verantwoordelijk is. Voorzieningen worden geschat op basis van alle relevante factoren en informatie die op balansdatum bestaan en worden verdisconteerd tegen de risicovrije rentevoet.
Voorwaardelijke verplichtingen zijn onzekerheden waarvan het bedrag niet met voldoende betrouwbaarheid kan worden geschat of wanneer het niet waarschijnlijk is dat betaling vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen.
Kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of aandelenopties, met uitzondering van die bij een bedrijfscombinatie, worden in mindering gebracht op het eigen vermogen na aftrek van eventuele daarmee verband houdende winstbelastingen.
Wanneer de moedermaatschappij of haar dochterondernemingen aandelenkapitaal van Ageas kopen of rechten verkrijgen om aandelenkapitaal van Ageas te kopen, wordt de betaalde vergoeding inclusief eventuele toerekenbare transactiekosten, na aftrek van winstbelastingen, in mindering gebracht op het eigen vermogen.
Dividenden die worden betaald op ingekochte eigen aandelen die in handen van ondernemingen van Ageas zijn, worden geëlimineerd wanneer de Geconsolideerde Jaarrekening wordt opgesteld.
Aandelen Ageas die Ageasfinlux S.A. in het kader van FRESHkapitaaleffecten aanhoudt, zijn niet dividend- of kapitaalgerechtigd. Deze aandelen worden geëlimineerd voor de berekening van het dividend, de nettowinst en het eigen vermogen per aandeel. De kostprijs van de aandelen wordt in mindering gebracht op het eigen vermogen.
Componenten van samengestelde financiële instrumenten (verplichtingen en delen van het eigen vermogen) worden verantwoord in de respectievelijke rubrieken van de balans.
Andere elementen die in eigen vermogen worden verantwoord hebben betrekking op:
Een kortlopend verzekeringscontract is een contract dat voorziet in verzekeringsbescherming voor een vaste, maar korte periode en dat de verzekeraar de mogelijkheid geeft om het contract op te zeggen of de bepalingen ervan te wijzigen aan het einde van een contractperiode.
Een langlopend contract is een contract waarvan de bepalingen over het algemeen niet eenzijdig kunnen worden gewijzigd, zoals een nietopzegbaar of gewaarborgd hernieuwbaar contract, en dat de uitvoering van verschillende functies en diensten (waaronder verzekeringsbescherming) voor een lange periode bepaalt.
Premies uit levensverzekeringscontracten en langlopende beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling worden verwerkt als baten zodra deze door de polishouder verschuldigd zijn. De geschatte toekomstige opbrengsten en kosten wordt verrekend met deze baten met als doel de winst te verantwoorden gedurende de geschatte duur van de verzekeringen. Dit 'matching'-proces wordt uitgevoerd aan de hand van een bepaling van de verplichtingen uit hoofde van de verzekeringscontracten en beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling alsmede aan de hand van vooraf te betalen kosten zoals polisacquisitiekosten.
Voor verzekeringsovereenkomsten met een korte looptijd (hoofdzakelijk Niet-leven) worden de premies direct bij ingang van de overeenkomst verwerkt. Die premies worden in de resultatenrekening pro-rata gedurende de termijn van de verzekeringsdekking verantwoord als Verdiend. De voorziening voor niet-verdiende premies bevat het gedeelte van de geboekte premies voor de nog niet afgelopen termijn van de dekking.
Voor alle rentedragende instrumenten worden de rentebaten en -lasten verantwoord in de resultatenrekening (ongeacht of deze instrumenten zijn geclassificeerd als tot einde looptijd aangehouden, voor verkoop beschikbaar, tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening, als derivaten of als overige activa of passiva) op basis van het toerekeningsbeginsel met behulp van de effectieverentemethode op basis van de werkelijke aankoopprijs inclusief directe transactiekosten. In die rentebaten zijn onder andere begrepen de verdiende coupons op instrumenten met een vaste of variabele rente en de waardevermeerdering of amortisatie van de transactiekosten, de korting of de premie.
Is een financieel actief eenmaal afgewaardeerd tot de geschatte realiseerbare waarde, dan worden de rentebaten daarna gebaseerd op de effectieve rente die ook is gebruikt voor het contant maken van de toekomstige kasstromen voor de bepaling van de realiseerbare waarde.
Dividenden worden opgenomen in de resultatenrekening wanneer het dividend is gedeclareerd.
Ageas treedt op als verhuurder voor niet-opzegbare huurcontracten die verlengingsopties kunnen bevatten, voor vastgoedbeleggingen en voor bepaald vastgoed voor eigen gebruik. Huurinkomsten en andere inkomsten worden, onder aftrek van aan huurders toegekende huurincentives, opgenomen volgens het toerekeningsbeginsel, en worden lineair opgenomen tenzij er overtuigende aanwijzingen zijn dat de voordelen over de periode van de leaseovereenkomst niet gelijkmatig aangroeien.
Bij financiële instrumenten die worden aangemerkt als voor verkoop aangehouden, vertegenwoordigen de gerealiseerde winsten of verliezen op verkopen en desinvesteringen het verschil tussen de ontvangen opbrengsten en de oorspronkelijke boekwaarde van het verkochte actief, verminderd met eventuele in de resultatenrekening verantwoorde bijzondere waardeverminderingen en gecorrigeerd voor het effect van eventuele hedge accounting. Gerealiseerde winsten en verliezen uit verkopen worden in de resultatenrekening verantwoord in de rubriek Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Bij financiële instrumenten die via de resultatenrekening tegen de reële waarde worden gewaardeerd, wordt het verschil tussen de boekwaarde aan het einde van de huidige verslagperiode en de voorgaande verslagperiode in de resultatenrekening opgenomen onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Bij derivaten wordt het verschil tussen de 'schone' reële waarde (dat wil zeggen, zonder het niet-gerealiseerde gedeelte van de rentebijboekingen) aan het einde van de lopende verslagperiode en de voorgaande verslagperiode in de resultatenrekening verantwoord onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Bij terugboeking of een bijzondere waardevermindering op een financieel actief, worden de eerder rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkte ongerealiseerde winsten en verliezen overgedragen naar de resultatenrekening.
Commissies die een integraal onderdeel vormen van de effectieve rente van een financieel instrument worden in het algemeen behandeld als een aanpassing op de effectieve rente. Dat is het geval bij commissies die worden ontvangen als vergoeding voor activiteiten zoals het evalueren van de financiële toestand van de kredietnemer, het evalueren en boeken van garanties etc. en ook voor commissies die worden ontvangen bij de uitgifte van tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerde financiële verplichtingen. Beide soorten commissies worden uitgesteld en verwerkt als aanpassing van het effectieve rentetarief van het onderliggende financieel instrument, gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
Wordt een financieel instrument tegen de reële waarde in de winst- en verliesrekening verwerkt, dan worden de commissies bij eerste opname van het instrument als baten verantwoord.
Commissies worden in het algemeen als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Indien het onwaarschijnlijk is dat een specifieke leenovereenkomst wordt aangegaan en de lening wordt niet als derivaat aangemerkt, dan wordt de bereidstellingsprovisie op basis van tijdsevenredigheid gedurende de bereidstellingstermijn als bate verantwoord.
Herverzekeringscommissies worden verantwoord als verdiend, deelname aan herverzekeringen worden na ontvangst als inkomsten verantwoord.
Commissies die voortvloeien uit het onderhandelen over of deelnemen in de onderhandeling over een transactie voor een derde worden verantwoord wanneer de onderliggende transactie wordt voltooid. Commissiebaten worden verantwoord wanneer de prestatieverplichting uitgevoerd is. Consortiumcommissie wordt verantwoord in het resultaat wanneer de syndicaatvorming is voltooid.
De baten uit beleggingscontracten waarbij het gedekte verzekeringsrisico niet significant is, betreffen de vergoeding voor de verzekeringsdekking, administratiekosten en afkoopkosten. Commissies worden als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Aan de lastenkant staan sterfteclaims en bijgeschreven rente.
Actuele belastingverplichtingen zijn verschuldigde (terug te vorderen) winstbelastingen met betrekking tot de fiscale winst (het fiscale verlies) over een periode.
Winstbelasting die op winsten moet worden betaald, wordt als last verantwoord op basis van de belastingwetgeving die in elk rechtsgebied geldt in de periode waarin de winsten ontstaan. De belastingeffecten van voor voorwaartse compensatie beschikbare winstbelastingsverliezen worden verantwoord als een uitgestelde belastingvordering indien het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst wordt gerealiseerd waarmee die verliezen kunnen worden verrekend.
Als een juridische entiteit oordeelt dat het niet waarschijnlijk is dat de desbetreffende belastingdienst de toegepaste belastingbehandeling aanvaardt, dan toont deze juridische entiteit de onzekerheidsfactor voor elke onzekere belastingbehandeling door hetzij het meest waarschijnlijke bedrag te gebruiken, of de verwachte waarde, gebaseerd op een reeks mogelijke uitkomsten, afhankelijk welke methode de onzekerheid de uitkomst van de onzekerheid het beste voorspelt.
Uitgestelde belastingverplichtingen zijn in toekomstige perioden te betalen winstbelastingen met betrekking tot fiscale tijdelijke verschillen. Uitgestelde belastingvorderingen zijn in toekomstige perioden terug te vorderen winstbelastingen met betrekking tot verrekenbare tijdelijke verschillen, voorwaartse compensatie van nietgecompenseerde fiscale verliezen en voorwaartse compensatie van ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden.
Uitgestelde belastingen worden volledig verantwoord op basis van de balansmethode op tijdelijke verschillen tussen de fiscale waarde van de activa en verplichtingen en de boekwaarde daarvan in de Geconsolideerde Jaarrekening.
De per balansdatum vastgestelde of grotendeels vastgestelde tarieven worden gebruikt om de uitgestelde belastingen te bepalen.
Uitgestelde belastingvorderingen worden verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale toekomstige winst beschikbaar zal zijn om een deel of de gehele uitgestelde belastingvordering te verrekenen.
Een uitgestelde belastingvordering wordt opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures, tenzij het tijdstip waarop het tijdelijke verschil wordt afgewikkeld kan worden bepaald en het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de nabije toekomst niet zal worden afgewikkeld.
Huidige en uitgestelde belastingen die betrekking hebben op herwaardering tegen reële waarde van balansposten die rechtstreeks als lasten of baten in eigen vermogen worden verwerkt (zoals voor verkoop beschikbare beleggingen en kasstroomafdekkingen), worden ook rechtstreeks als baten of lasten in het eigen vermogen verantwoord en worden vervolgens samen met de uitgestelde winst of het uitgestelde verlies in de resultatenrekening verantwoord.
De gewone winst per aandeel wordt berekend door de voor gewone aandeelhouders beschikbare nettowinst te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande gewone aandelen gedurende het jaar, met uitsluiting van het gemiddeld aantal gewone aandelen die door Ageas zijn gekocht en als eigen aandelen worden aangehouden.
Voor de verwaterde winst per aandeel wordt het gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande gewone aandelen aangepast op basis van de veronderstelling dat alle gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden worden geconverteerd, zoals converteerbare obligatieleningen, preferente aandelen, aandelenopties en aan werknemers toegekende aandelen onder voorwaarden. Potentiële of voorwaardelijke aandelenuitgiftes worden behandeld als verwaterend wanneer hun conversie in aandelen de nettowinst per aandeel zou doen verminderen.
Het effect van de beëindigde bedrijfsactiviteiten op de gewone en de verwaterde resultaten per aandeel wordt weergegeven door het nettoresultaat voor beëindigde bedrijfsactiviteiten te delen door het gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen gedurende het jaar, exclusief het gemiddeld aantal door Ageas gekochte gewone aandelen en gehouden als eigen aandelen.
De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2019 en 2018. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in toelichting 44 Gebeurtenissen na balansdatum.
Op 22 februari 2019 maakte Ageas bekend dat alle noodzakelijke toestemmingen van de toezichthouders waren verkregen en bevestigde de afronding van de overname van 40% van het aandelenkapitaal in de Indiase Niet-Levens-verzekeraar Royal Sundaram General Insurance Co. Limited (RSGI). De netto overnamesom bedroeg EUR 191 miljoen, hetgeen een nominale goodwill van EUR 136,2 miljoen tot gevolg had. RSIG wordt met ingang van het eerste kwartaal van 2019 door Ageas Groep opgenomen met toepassing van de equity methode.
Via een inbreng in natura, verkreeg AG Insurance 25,63% van vastgoedfonds Eurocommercial Properties Belgium (EPB) voor een totaal activabedrag van EUR 50,6 miljoen.
Eind december 2019 verwierven diverse groepsentiteiten gezamenlijk drie vastgoedbedrijven in Portugal voor een bedrag van EUR 70,8 miljoen. De meerderheid van de aandelen is in bezit van Milleniumbcp Ageas. Ageas Groep consolideert deze drie bedrijven volledig per 31 december 2019.
In het laatste kwartaal van 2019 verkocht AG Insurance Hexa Logistic voor een bedrag van EUR 25,6 miljoen en realiseerde hiermee een meerwaarde van EUR 12,8 miljoen.
Als onderdeel van de diversificatie van vastgoedbeleggingen en met ondersteuning van AG Real Estate voltooide Ocidental Vida, in januari 2018, in een partnerschap met Sonae Sierra, een in winkelcentra gespecialiseerde internationale projectontwikkelaar en investeerder, de overname van het bedrijf '3Shoppings' voor een bedrag van EUR 43 miljoen. Deze onderneming bezit twee winkelcentra in twee steden in Noord-Portugal, Guimarães en Maia. Als onderdeel van de overeenkomst bleef Sonae Sierra aan als vermogens- en vastgoedbeheerder. Ocidental Vida heeft een belang van 80% en Sonae is eigenaar van de resterende 20%.
In april 2018 verwierf AG Insurance 65% van Salus, bestaande uit vijf exploitanten van bejaardentehuizen in Duitsland. De aankoopprijs bedroeg EUR 57 miljoen, gevolgd door een kapitaalverhoging van EUR 24 miljoen om externe leningen af te lossen.
In 2018 nam AG Real Estate diverse kleine ondernemingen over voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 15 miljoen. Daarnaast heeft AG Insurance enkele andere overnames en kapitaalverhogingen in deelnemingen uitgevoerd voor een totaalbedrag van circa EUR 11 miljoen.
Ageas bevestigde op 21 december 2018 de verkoop van zijn belang van 33% in het aandelenkapitaal van Cardif Luxembourg Vie (CLV) aan BNP Paribas Cardif te hebben afgerond. De totale verkoopprijs in contanten bedroeg EUR 152 miljoen.
De verkoop van Cardif Luxembourg Vie leverde voor de Groep een netto meerwaarde van EUR 35 miljoen op. EUR 15 miljoen op het niveau van Verzekeringen in het segment Continentaal Europa en EUR 20 miljoen in de Algemene Rekening.
De totale nettowinst die Cardif Luxembourg Vie over de verslagperiode tot de verkoop bijdroeg, beliep bijna EUR 9 miljoen (zie toelichting 8 Informatie operationele segmenten).
De verkoop van de deelnemingen North Light en Pole Star door AG Real Estate werd in januari 2018 afgerond. De intrinsieke waarde van deze deelnemingen, EUR 41,8 miljoen, werd op 31 december 2017 reeds geherclassificeerd in voor verkoop aangehouden activa. Het belang van 40% in deze dochterondernemingen werd verkocht voor een bedrag van EUR 82 miljoen, hetgeen een meerwaarde van EUR 37,9 miljoen opleverde.
In het laatste kwartaal van 2018 verkocht AG Real Estate Agridec (onderdeel van het Woluwe Shopping Center) voor een bedrag van EUR 103 miljoen en realiseerde hiermee een meerwaarde van EUR 40 miljoen.
In de onderstaande tabel zijn de activa en verplichtingen als gevolg van overnames en desinvesteringen van dochterondernemingen en deelnemingen per de datum van de overname of desinvestering weergegeven.
| 2019 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|
| Overnames | Desinvesteringen | Overnames Desinvesteringen | ||
| Activa en verplichtingen van overnames en desinvesteringen | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 8,0 | ( 1,1 ) | 5,2 | ( 10,9 ) |
| Vastgoedbeleggingen | 81,8 | ( 26,1 ) | 231,2 | ( 126,4 ) |
| Leningen | 31,9 | 6,9 | ||
| Beleggingen in deelnemingen (inclusief kapitaalterugbetalingen) | 261,8 | ( 97,3 ) | 81,8 | ( 244,8 ) |
| Herverzekering en overige vorderingen | 2,3 | ( 0,2 ) | 6,9 | ( 1,5 ) |
| Actuele en uitgestelde belastingvorderingen | 0,1 | |||
| Overlopende rente en overige activa | 0,1 | ( 0,5 ) | 0,8 | 46,1 |
| Materiële vaste activa | 0,6 | 39,3 | ||
| Goodwill en overige immateriële activa | 45,3 | ( 0,1 ) | 18,1 | ( 6,3 ) |
| Schulden | 49,2 | 91,0 | ( 13,9 ) | |
| Actuele en uitgestelde belastingen | 7,9 | ( 2,8 ) | 31,6 | ( 12,4 ) |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 7,8 | ( 0,5 ) | 21,6 | ( 5,2 ) |
| Voorzieningen | 0,4 | |||
| Minderheidsbelangen | 5,5 | ( 0,3 ) | 55,2 | ( 17,4 ) |
| Netto verworven activa / Netto vervreemde activa | 361,4 | ( 114,7 ) | 183,5 | ( 294,9 ) |
| Resultaat bij beëindiging bedrijfsactiviteiten, bruto | 13,5 | 145,0 | ||
| Resultaat op beëindigde bedrijfsactiviteiten, na belasting | 13,5 | 145,0 | ||
| Geldmiddelen aangewend voor acquisities / ontvangen bij verkopen: | ||||
| Totaal aankoopprijs / verkoopopbrengst | ( 361,4 ) | 128,2 | ( 183,5 ) | 439,9 |
| Min: Verworven/vervreemde geldmiddelen en kasequivalenten | 8,0 | ( 1,1 ) | 5,2 | ( 10,9 ) |
| Geldmiddelen aangewend voor acquisities / ontvangen bij verkopen | ( 353,4 ) | 127,1 | ( 178,3 ) | 429,0 |
De totale aankoopprijs voor overnames van dochterbedrijven en deelnemingen bedroeg in 2019 EUR 361,4 miljoen (2018: EUR 183,5 miljoen).
Als multinationale aanbieder van verzekeringen, creëert Ageas waarde via behoorlijk beheren van het onderschrijven, bewaren en transformeren van risico's, zowel op individueel als op algemeen portefeuille niveau. De verzekeringsactiviteiten van Ageas bieden zowel Leven- als Niet-levensverzekeringen aan en deze zijn dus met een aantal risico's, van interne dan wel externe aard verbonden, die de doelstellingen van Ageas kunnen beïnvloeden.
Ageas wil uitsluitend risico's nemen:
De belangrijkste doelstellingen van het risicomanagement van Ageas zijn:
Ageas definieert risico als de afwijking van verwachte resultaten. Deze afwijking kan een effect hebben op de solvabiliteit, de inkomsten of de liquiditeit van Ageas, evenals op de bedrijfsdoelstellingen of toekomstige kansen.
Ageas heeft een Enterprise Risk Management ('ERM')-kader opgesteld en geïmplementeerd, gebaseerd op COSO2 ERM en interne controlekaders, dat de sleutelcomponenten omvat die als ondersteunende basis van het risicomanagementsysteem dienen. Ons ERM kan worden gedefinieerd als het proces van systematische en uitgebreide identificatie van kritische risico's, waarbij hun impact wordt beoordeeld en integrale strategieën worden geïmplementeerd om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de doelstellingen van de onderneming worden behaald. Het ERM-kader van Ageas (afgebeeld in het bovenstaande diagram) bepaalt de volgende doelstellingen op hoogste niveau:
bewust te zijn van de risico's van hun activiteiten, deze risico's adequaat beheren en hierover transparant rapporteren;
Een sterk en doeltreffend risico governancekader, ondersteund door een solide risicocultuur, is kritisch voor de totale effectiviteit van de risicomanagementmaatregelen van Ageas. De Raad van Bestuur is uiteindelijk verantwoordelijk voor het algemene Risicobeheer. Deze wordt in de decharge van zijn taken bijgestaan door verschillende belangrijke bestuursorganen zoals hieronder wordt weergegeven en verder in deze sectie wordt toegelicht.
2 Committee of sponsoring organisations of the treadway commission.
De Raad van Bestuur is het ultieme beslissingsorgaan binnen Ageas zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Algemene Vergadering. De Raad van Bestuur bepaalt de strategie van Ageas, de risk appetite en de algemene limieten voor risicotolerantie. Onder andere keurt het de geschikte kaders goed voor het risicomanagement en beheersing, kijkt het toe op de prestatie van externe en interne audits en volgt het de prestatie op van Ageas inzake zijn strategische doelstellingen, plannen, risicoprofielen en budgetten.
Het Risk & Capital Committee (RCC) adviseert de Raad van Bestuur via aanbevelingen over risico- en kapitaalaangelegenheden, en in het bijzonder over (i) de definitie van, het toezicht op en de bewaking van het risicoprofiel van Ageas ten opzichte van het beoogde niveau van risk appetite zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur; (ii) kapitaaltoereikendheid en kapitaalallocatie met betrekking tot de strategie en strategische initiatieven met inbegrip van de Own Risk & Solvency Assessment (ORSA); (iii) strategische asset allocation; (iv) het risk governance raamwerk van Ageas en zijn processen en v) alle financiële aspecten van de zaken uit het verleden van het vroegere Fortis.
Het Audit Committee assisteert de Raad van Bestuur bij het toezicht op en bewaken van verantwoordelijkheden met betrekking tot de interne controle in de breedste zin van het woord. Dit omvat ook de interne controle van de financiële- en risicorapportage en compliance.
De Raad van Bestuur heeft de ExCo aangesteld om voorstellen te ontwikkelen gerelateerd aan de strategie van de organisatie die rekening houden met de managementvereisten inzake risico en financieel beheer die werden bepaald. Onder andere volgt het Executive Committee de prestatie van Ageas op als geheel, met inbegrip van belangrijke vaststellingen die worden gerapporteerd via de risicomanagement functie en commissies. Het implementeert afdoende systemen van interne controles met inbegrip van het bestuur en rapportage van risico's en financiële rapporten. Het zorgt ervoor dat er gepaste en doeltreffende functies en processen voor interne audit, risicomanagement en compliance bestaan. Het adviseert het Risk & Capital Committee, het Audit Committee, de Raad van Bestuur en de markten/aandeelhouders over het bovenstaande.
Het Management Committee adviseert het Executive Committee met betrekking tot de strategie en bedrijfsontwikkeling, beleid van Ageas op groepsniveau met inbegrip van financieel beheer (zoals financieringsstrategie, solvabiliteitsaangelegenheden, maar met uitzondering van dividendbeleid) en risicomanagement (zoals risk appetite).
De volgende organen geven advies – uiteindelijk aan het Executive Committee en/of de Raad van Bestuur, tenzij ze expliciet werden gemandateerd voor specifieke taken om beslissingen te nemen door het Executive Committee en/of de Raad van Bestuur:
Het Ageas Investment Committee (AGICO) adviseert het Executive Committee, bewaakt de totale marktrisico's en zorgt ervoor dat die risico's in overeenstemming zijn met het risicokader en binnen de vastgestelde limieten worden beheerst. Het adviseert het management bij investeringsbeslissingen. Het behoort tevens tot de rol van de commissie om op het gebied van strategische activa-allocatie en Asset & Liability Management aanbevelingen te doen op het niveau van de holding. Het doel van het Ageas Investment Committee is het algehele investeringsbeleid van de groep te optimaliseren. Het zorgt ervoor dat, indien noodzakelijk, maatregelen worden getroffen (onder meer risicovermindering). Het zorgt ervoor dat, indien noodzakelijk, maatregelen worden getroffen (onder meer risicovermindering). Deze commissie is gesplitst in een Aziatisch deel en Europees deel. Dit zorgt voor relevante regiofocus.
Ageas Risk Committee (ARC) adviseert het Executive Committee over alle risico gerelateerde onderwerpen. Die commissie ziet erop toe dat alle risico´s die van invloed zijn op de realisatie van strategische, operationele en financiële doelstellingen direct worden gesignaleerd, gemeten, beheerst, gemeld en bewaakt (aan de hand van toereikende risk appetite-limieten). Ook zorgt de commissie ervoor dat het risicobouwwerk en de risico-organisatie toereikend zijn en dat men zich daaraan houdt (zoals voorgeschreven door het ERM-kader). De Chief Risk Officers en Chief Financial Officers van de Groep, de regio's en de locaties zijn lid van het ARC, dat ervoor zorgt dat de beslissingen of aanbevelingen gemaakt door het ARC rekening houden met de visies en expertise van de operaties. De belangrijkste risicoaangelegenheden en methodologieën worden herzien en bepaald door het Executive Committee en door de Raad van Bestuur. Het ARC wordt zelf geadviseerd door het Ageas Risk Forum over onderwerpen in verband met het risicomanagementkader en door de Model Control Board van Ageas, die ervoor zorgt dat er relevante modellen worden gehanteerd die geschikt zijn voor de taak waarvoor ze worden gebruikt.
Het Ageas Risk Forum (ARF) adviseert het Ageas Risk Committee over vraagstukken verbonden met het enterprise risk management-kader. De Risk Officers van de Groep, regio's en locaties zijn leden van het ARF en waarborgen het uitwisselen van kennis en best practices teneinde het ERM-kader van de Groep verder te ontwikkelen en voortdurend te verbeteren. Waar gepast wordt het ARF zelf geadviseerd door risico technische commissies.
De Ageas Model Control Board (MCB) adviseert het Ageas Risk Committee over vraagstukken verbonden met de modellen en methodieken. De MCB bestaat uit Group Risk Model Managers en regionale en lokale vertegenwoordigers, wat goede interacties met de lokale Model Control Boards mogelijk maakt. Het MCB waarborgt dat de gebruikte modellen geschikt zijn en passen bij de taken waarvoor deze worden ingezet. Waar gepast wordt de MCB zelf geadviseerd door risico technische commissies.
Risicotechnische commissies, zoals Ageas Financial Risk Technical Committee, Ageas Life Technical Committee, Ageas Non Life Technical Committee en Ageas Operational Risk Technical Committee fungeren als technisch deskundige organen. Zij zien toe op de consistentie van de methoden en modellen die bij de lokale dochtermaatschappijen van Ageas worden toegepast. Zij verzamelen de bedrijfsvereisten en stemmen de platforms van de Ageas groep op elkaar af. Dat wil zeggen dat zij de risicobeoordelingen ondersteunen en de bedrijfsvereisten afstemmen op die van de toezichthouder. De commissies fungeren verder als adviesorganen voor het ARF en de MCB.
De Group Risk Function, die valt onder de verantwoordelijkheid van de Group Chief Risk Officer (CRO), is verantwoordelijk is voor het bewaken van, en verslag uitbrengen over het algehele risicoprofiel van de groep, inclusief het totale risicoprofiel van de verzekeringsmaatschappijen. Die functie ontwikkelt, formuleert en implementeert het ERM-kader dat via regelmatige geactualiseerde risicobeleidslijnen wordt gedocumenteerd. De risicofunctie zorgt dat de totale model governance klopt en houdt daarbij rekening met de opmerkingen van het onafhankelijke Model Validation-team van Ageas. De functie coördineert ook grote risicogerelateerde projecten. Group Risk (dat ook deel uitmaakt van het netwerk van ESG-ambassadeurs) volgt het onderwerp duurzaamheid en monitort ontwikkelingen zoals actieplannen van de Europese Commissie, de opinies van de EIOPA (European Insurance and Occupational Pensions Authority), verklaringen van toezichthouders en wijzigingen in regelgeving en bereidt passende acties voor.
Informatiebeveiliging maakt deel uit van het ERM-kader en de Group Chief Information Security Officer (CISO) legt binnen de Group Riskorganisatie verantwoording af aan het topmanagement. De Group (en lokale) CISO's ontwikkelen en onderhouden de informatiebeveiligingsstrategie en het bijbehorende beleid dat het governancekader voor informatiebeveiliging ondersteunt en coördineren informatiebeveiliging in de hele organisatie. De Group (en lokale) CISO's houden toezicht op de informatiebeveiligingsprogramma's en de hieraan gekoppelde initiatieven. Zij brengen regelmatig verslag uit over met informatiebeveiliging verbonden risico's aan de desbetreffende Steering / Risk Committees, Executive Management en de Raad van Bestuur.
De functionaris voor gegevensbescherming (Data Protection Officer (DPO)) is een onafhankelijke functie die het management ondersteunt met betrekking tot de verantwoordelijkheid om naleving van de AVG te waarborgen. De DPO ontwikkelt en bewaakt de implementatie van het beheerkader voor persoonsgegevens via passende managementstructuren en controlemaatregelen en voert analyses uit van beveiligings- privacy- en gegevensbeschermingsrisico's. De DPO escaleert vraagstukken naar de lokale toezichthouder voor gegevensbescherming indien duidelijk wordt dat de entiteit persoonsgegevens begint te verwerken die schade en/of bezorgdheid bij de betrokken kunnen veroorzaken. De DPO organiseert ook opleidingsprogramma's voor medewerkers teneinde ervoor te zorgen dat de entiteit inzicht heeft in zijn verantwoordelijkheden en plichten.
Een onafhankelijke functie die rechtstreeks onder de CRO valt teneinde de samenwerking met het Risicomanagement systeem te faciliteren. De belangrijkste taak van de Actuariële Functie is het verstrekken van actuariële beoordelingen op die belangrijke terreinen (technische voorzieningen, onderschrijving en herverzekering) en coördineert daarnaast de berekening van technische voorzieningen en waarborgt een afdoende mate aan consistentie binnen de hele Groep. Op groepsniveau bestaan gelijktijdig twee Actuariële Functies; de Ageas Group Actuarial Function die de beoordelingen van de lokale entiteiten consolideert en de Ageas Local Actuarial Function (ALAF). De ALAF focust op de door ageas SA/NV onderschreven herverzekeringsactiviteiten.
Bovengenoemde structuren bevorderen consistentie, transparantie en uitwisseling van kennis en zorgen ervoor dat de ontwikkelingen op groepsniveau profiteren van de praktische ervaring en deskundigheid van de lokale dochtermaatschappijen.
Elke OpCo is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een allesomvattend risicomanagementkader en voor het management van de risico's binnen de limieten, het beleid en de richtlijnen vastgesteld door toezichthouders, Ageas Groep en zijn lokale Raad van Bestuur.
Daarnaast heeft elke OpCo verplicht:
Ageas heeft een model met drie 'lines of defence' geïmplementeerd – de drie lijnen delen het uiteindelijke doel het bedrijfte helpen zijn doelstellingen te behalen en tegelijkertijd risico's doeltreffend te managen.
Verantwoordelijk voor de implementatie van het ERM-kader en de verankering van een passende risicocultuur op alle niveaus. De eerste line of defence heeft de primaire verantwoordelijkheid om de risico's op zijn terrein te identificeren, erkennen, meten, managen en de volledige classificatie ervan te melden en te waarborgen dat Ageas niet te maken krijgt met onverwachte gebeurtenissen. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de bedrijfsstrategie; dit geldt voor zowel de CEO, de lijn- en businessmanagers als de medewerkers in de bedrijfsonderdelen. Zij zijn verantwoordelijk om te waarborgen dat afdoende en doeltreffende processen en controlemaatregelen zijn ingevoerd.
Risk Management geeft de richting aan voor het management, maar is niet verantwoordelijk voor de besluiten van het management of de uitvoering ervan. Zijn taak is vooral het adviseren van het senior management en de Raad van Bestuur over het vaststellen van de strategie op het hoogste niveau en de aggregatie van de risk appetite. Risk Management stelt het ERM-kader op en onderhoudt dit (inclusief de set van ERM-beleid die in de hele Groep is ingevoerd) en faciliteert, beoordeelt en bewaakt de doeltreffende werking van het risicomanagementsysteem. Daarnaast levert Risk Management, opleidingen en training op het gebied van risk management, is deze belast met toezicht en het stellen van kritische vragen bij belangrijke risico's, inclusief hoe deze gemeten en gemanaged worden. CISO's zijn verantwoordelijk voor het informatie beveiligingsmanagement en hebben onder meer de volgende belangrijkste verantwoordelijkheden:
Waarborgen dat hiaten en overlappingen in informatie beveiliging worden geïdentificeerd en aangepakt;
Toezicht op het onderzoek en de afwikkeling van informatiebeveiligingsincidenten;
De rol van de Actuariële Functie is gebaseerd op specifieke technische expertise en ervaring die in de functie werd opgedaan. Ze coördineert de berekening van de technische voorzieningen en handelt onafhankelijk van model managers, implementatie managers en model gebruikers om een oordeel te verstrekken over de betrouwbaarheid en toereikendheid van de technische voorzieningen. Ook verstrekt ze een oordeel over het gepaste karakter van de verzekeringstechnische praktijken en de herverzekeringsregelingen.
Compliance geeft een redelijke mate van zekerheid dat de organisatie en zijn werknemers voldoen aan de wetgeving, regelgeving, interne regels en ethische normen. Vanuit die hoedanigheid controleert Compliance of er sprake is van een beleid (voor zowel risico als compliance) en of dit beleid voldoet aan alle interne en externe regels en vereisten.
De functionarissen voor gegevensbescherming (DPO's) waarborgen op onafhankelijke wijze dat de entiteit de wet correct toepast teneinde persoonsgegevens te beschermen en houdt een openbaar register bij van alle processen die de entiteit uitvoert waarbij persoonsgegevens worden verwerkt. De DPO voor de Ageas Groep is ondergebracht binnen de Group Risk-structuur. DPO's hebben onder andere de volgende hoofdverantwoordelijkheden:
Biedt het senior management en de Raad van Bestuur een redelijke mate van onafhankelijke bevestiging betreffende de toereikendheid en doeltreffendheid van governance, risicomanagement en -controlemaatregelen.
Kapitaal is een schaars en strategisch middel. Een duidelijk gedefinieerde, zorgvuldige en gedisciplineerde management benadering is noodzakelijk om de efficiënte en effectieve inzet ervan te waarborgen. De kapitaalbeheer-benadering die Ageas volgt, beoogt om de behoeften en eisen van alle stakeholders inclusief aandeelhouders, schuldbeleggers, toezichthouders, ratingbureaus en klanten tegen elkaar af te wegen.
De belangrijkste doelstellingen van kapitaalbeheer bij Ageas zijn:
De doelstellingen van Ageas ten aanzien van kapitaalbeheer moeten worden gerealiseerd door het volgen van duidelijk gedefinieerde processen. Deze worden bepaald door duidelijk gedefinieerd beleid en procedures, teneinde ervoor te zorgen dat de kapitaalbeheer praktijken binnen de Groep en de OpCo's begrepen, gedocumenteerd en bewaakt worden (met indien noodzakelijk corrigerende maatregelen).
Het kapitaalbeheer kader van Ageas definieert regels en principes ten aanzien van de volgende aspecten:
Het dividendbeleid (en toekomstige ophalingen van kapitaal);
Kapitaalstructurering, d.w.z. behoud van een efficiënt evenwicht tussen eigen en vreemd vermogen;
Onder Solvency II gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) (voor Niet-leven op het niveau van bepaalde entiteiten) om zijn Solvency kapitaalvereisten te meten onder Pijler 1. Ageas vult het PIM voor Nietleven aan met eigen interne analyse om zijn Solvency-kapitaalvereisten te meten (genoemd SCRageas) onder Pijler 2. Naast het Partieel Intern Model voor Niet-leven verfijnt de SCRageas de standaardformule met de volgende elementen:
Deze SCRageas wordt daarna vergeleken met het in aanmerking komende eigen vermogen om de algehele kapitaalvereisten van de Groep te bepalen en de Solvency IIageas ratio vast te stellen.
Raadpleeg voor meer informatie over Solvency II, toelichting 5 Toezicht en solvabiliteit.
De algehele kapitaalvereisten worden elk kwartaal en elk jaar op Groepsniveau gecontroleerd:
Het risk appetite-kader bestaat uit criteria die worden gebruikt om de bereidwilligheid van het management te formuleren om risico te nemen op een specifiek domein. Het risk appetite-kader van Ageas is van toepassing op alle dochtermaatschappijen van Ageas, (gedefinieerd als entiteiten waarin Ageas, rechtstreeks of niet rechtstreeks aandeelhouder is en de operationele zeggenschap heeft) en op basis van een inspanningsverplichting, op gelieerde ondernemingen (gedefinieerd als entiteiten waarin Ageas, rechtstreeks of niet rechtstreeks aandeelhouder is maar niet de operationele zeggenschap heeft.
Het Risk Appetite & Capital Management-kader voorziet mogelijke Managementmaatregelen langs drie assen.
Het risk appetite-kader moet er vooral voor zorgen dat:
Gezien hun belang voor de operationele continuïteit van Ageas en het vermogen om zijn verplichtingen ten opzichte van de stakeholders te vervullen, zijd de volgende criteria vereist:
Solvabiliteit
Teneinde een consistente en omvattende benadering van risico-identificatie te waarborgen, heeft Ageas een risicoclassificatie gedefinieerd voor de belangrijkste risico's waar de Groep mee geconfronteerd kan worden. De risicoclassificatie (onderstaand) ligt in lijn met de risicocategorieën van Solvency II, hetgeen de afstemming van interne en externe rapportages vergemakkelijkt.
| TOTALE RISICO'S | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FINANCIELE RISICO'S | VERZEKERINGSRISICO'S | OPERATIONELE RISICO'S | STRATEGISCHE & BEDRIJFSRISICO'S |
||||||
| R IS IC O C LA SS IF IC A TI E |
Marktrisico Wanbetalingsrisicio Liquiditeitsrisico (activa & passiva) Risico van immateriële activa |
Levensverzekeringsrisico Verzekeringrisico niet-leven Gezondheidsrisico Herverzekeringsrisico |
Klanten, producten en bedrijfsactiviteiten Uitvoering, levering en procesmanagement Bedrijfsonderbreking en systeemfouten Arbeidspraktijken en veiligheid op de werkvloer Interne fraude, externe fraude (incl. cyber) Schade aan materiële activa |
Strategisch risico Veranderings-risico Milieu- en bedrijfstakrisico Systeemrisico |
De risico-in-uitvoerings-cyclus (afgebeeld in de illustratie van het ERMkader, sectie 4.1) is fundamenteel voor het rapportageproces aangaande de belangrijkste risico's. Dit bestaat uit een systematisch benadering om de belangrijkste (bestaande) risico's te identificeren die de realisatie van de strategie en doelstellingen van Ageas bedreigen. Het proces omvat alle risicotypes van onze risicoclassificatie teneinde de belangrijkste risico's te identificeren, beoogt de oorzaken van risico's te analyseren en te waarborgen dat er diepgaande maatregelen worden ontwikkeld om risico's te beheersen en te beperken. Tijdens dit proces worden geïdentificeerde risico's beoordeeld en gemanaged met gebruik van de Ageas risicoratingmethodiek (waarschijnlijkheidsen impact criteria worden gebruikt om de mate van zorgwekkendheid te bepalen, en dit geeft aan welke maatregelen wij moeten nemen. Elke regio en/of dochtermaatschappij volgt de voor hen belangrijkste risico's ten minste een keer per kwartaal en de belangrijkste risico's worden ook op groepsniveau bewaakt.
Ageas heeft ook een risicoproces voor dreigende risico's geïmplementeerd. Dreigende risico's worden afgeleid uit nieuwe trends 4 die een mogelijke dreiging/risico of kans voor de onderneming kunnen vormen en die, gezien hun aard, onzeker en moeilijk kwantificeerbaar zijn. Verzekeraars staan voor veranderingen en onzekerheden die zich steeds sneller lijken te ontwikkelen. Inzicht in
4 actuele en toekomstige ontwikkelingen verbonden met de interne en externe omgeving, waaronder strategische doelstellingen. Deze ontwikkelingen werden geïdentificeerd via het Think2030-initiatief en het 2019 Group Strategy Horizon Scan-proces.
deze veranderingen kunnen ons helpen nieuwe kansen te ontdekken of maatregelen te ontwikkelen om potentiële risico's te beperken.
Bij het identificeren van de belangrijkste en toekomstige risico's wordt gebruik gemaakt van een brede waaier aan interne en externe bronnen. Tot de interne bronnen behoren onze risicoclassificatie, die traditionele aan verzekeringen verbonden risico's afdekt, zoals financiële, verzekerings- en operationele risico's die onze strategie en activiteiten kunnen beïnvloeden. Hiertoe behoren risico's op het gebied van klimaatverandering, milieu, mensenrechten en kapitaal. De externe bronnen omvatten bedrijfstakrapporten en in de markt beschikbare informatie.
De belangrijkste risico's waarmee Ageas in 2019 te maken kreeg waren:
Sinds 31 januari 2020 is het Verenigd Koninkrijk geen lid meer van de Europese Unie. In het terugtrekkingsakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie is een overgangsperiode tot eind 2020 overeengekomen. In dit tijdsbestek blijft de EU-wetgeving gelden voor het Verenigd Koninkrijk en vinden onderhandelingen over een handelsovereenkomst plaats.
De impact voor Ageas na de overgangsperiode hangt af van of er een handelsovereenkomst wordt gesloten en onder welke voorwaarden. Mogelijke gevolgen zijn:
Hoewel toekomstige risico's met een mogelijke impact op onze doelstellingen gedurende het jaar vrij constant blijven, zijn er altijd nieuwe trends die de aandacht van het publiek trekken. Sommige hiervan verdwijnen weer snel en andere worden in de loop van de tijd krachtiger. Wij beogen de volgende ontwikkelingen voortdurend te bewaken en voorbereid te zijn zodra dit nodig is:
De volgende secties geven meer details van de verschillende risicoblootstellingen van Ageas.
Financieel risico betreft alle risico's die samenhangen met de waarde en resultaatontwikkeling van activa en verplichtingen die van invloed kunnen zijn op de solvabiliteit, winst en liquiditeit als gevolg van veranderingen in financiële omstandigheden. Hieronder vallen:
Het financieel risico is voor veel van de activiteiten van Ageas het meest materiële risico. In het risicokader voor alle activiteiten worden beleggingsbeleid, limieten, stresstests en regelmatige bewaking gecombineerd om de aard en omvang van de financiële risico's te beheersen en ervoor te zorgen dat de genomen risico's aanvaardbaar zijn voor de klant en de aandeelhouder en dat daar een overeenkomstig rendement tegenover staat.
De lokale dochtermaatschappijen van Ageas bepalen de totale beleggingsmix op basis van onderzoek naar de juiste strategische mix en de adequaatheid ervan vanuit ALM oogpunt. Over de tactische allocatie beslissen ze naar aanleiding van de ontwikkelingen van de marktsituatie en –vooruitzichten. In het besluitvormingsproces gaat het bij de juiste streefmix om het vinden van een evenwicht tussen risk appetite, kapitaalvereisten, risico en rendement op de lange termijn, de verwachtingen van de polishouders, afspraken over winstdeling, belastingen en liquiditeit. De missie van de Group Risk-functie is onder meer de bewaking van de totale blootstellingen ten opzichte van de risk appetite voor financieel risico en de nauwe samenwerking met de lokale dochtermaatschappijen om het beleid en de 'best practices' tot stand te brengen die door het lokale bestuur moeten worden goedgekeurd zodat ze een onderdeel vormen van de reguliere activiteiten op lokaal niveau.
Marktrisico komt voort uit ongunstige veranderingen in de financiële situatie als gevolg, direct of indirect, van fluctuaties van het niveau en de volatiliteit van marktprijzen van activa en verplichtingen.
Bij de in deze toelichting vermelde gevoeligheden is de impact voor minderheidsbelangen niet inbegrepen/
Renterisico bestaat voor alle activa en verplichtingen die gevoelig zijn voor veranderingen in de rentetermijnstructuur of in de volatiliteit van de rente. Dit geldt zowel voor reële als voor nominale termijnstructuren. Het risico doet zich voor al gevolg van een 'mismatch' tussen de gevoeligheid van activa en passiva voor veranderingen in de rentetarieven en de bijbehorende volatiliteit, die een ongunstige impact kan hebben op de winsten en de solvabiliteit.
Ageas meet, bewaakt en beheerst het renterisico aan de hand van een aantal indicatoren zoals kasstroomverschillenanalyse en stresstests. Het beleggingsbeleid en het ALM-beleid vereisen gewoonlijk een duidelijke afstemming tenzij afwijking geaccordeerd is. Langer lopende zaken kunnen lastiger zijn om af te stemmen aangezien geschikte activa ontbreken. In de matchingstrategie wordt rekening gehouden met de risk appetite, de beschikbaarheid van de (langetermijn)activa, de huidige en verwachte marktrente en de garantieniveaus. In voorkomende gevallen wordt gebruik gemaakt van derivaten om het renterisico af te dekken. Wij wijzen erop dat lage rentetarieven worden gedefinieerd als een strategisch risico, met focus op de structuur van vaste/variabele kosten.
De typische langetermijn-verzekeringsverplichtingen en het tekort aan langetermijn activa zorgen doorgaans voor een negatief verschil voor de categorieën van lange looptijden en een positief verschil aan het kortere uiteinde van de rentecurve.
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een afname van de rentevoet van maximaal 50 basispunten (afhankelijk van de rentecurve, of toename van de rentevoet met 75 basispunten, (nooit lager dan nul, op de obligatieportefeuille, inclusief de risicovrije obligaties en obligaties met variabele rente tot de renteherzieningsdatum).
| 2019 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|
| Effect op eigen | Effect op eigen | |||
| Effect op | vermogen | Effect op | Vermogen | |
| resultatenrekening | vlgs. IFRS | resultatenrekening | vlgs. IFRS | |
| Rentevoet - daling (max. 50 bp) | ( 0,3 ) | 10,7 | ( 1,1 ) | 114,9 |
| Rentevoet - stijging (75 bp) | 1,3 | ( 1.116,1 ) | 0,9 | ( 1.533,8 ) |
Aandelenrisico treedt op als gevolg van de gevoeligheid van activa en verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of volatiliteit van marktprijzen voor aandelen of hun rendement, die van invloed kunnen zijn op de winst en de solvabiliteit.
Deze risico's worden beheerst door op basis van de risk appetite limieten vast te stellen en door een beleggingsbeleid dat een aantal controlemaatregelen vereist, zoals welke maatregelen er moeten worden getroffen bij aanzienlijke waardedalingen. Door dit risico in een eerder stadium proactief te beheren, is de blootstelling aan het aandelenrisico door middel van verkoop en afdekking snel gedaald. Hiermee worden verliezen beperkt en kunnen verzekeringsmaatschappijen solvabel blijven tijdens een financiële crisis.
Voor risicomanagement doeleinden definieert Ageas zijn aandelenposities op basis van de economische realiteit van onderliggende activa en risico's. De totale economische positie in aandelen tegen reële waarde wordt in de volgende tabel geïllustreerd, inclusief aansluiting op de gepubliceerde cijfers onder IFRS.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Type van actief | ||
| Directe aandelen beleggingen | 2.301,4 | 2.254,1 |
| Aandelen fondsen | 489,9 | 279,3 |
| Private equity | 103,3 | 82,6 |
| Activa-allocatie fondsen | 52,9 | 91,0 |
| Totaal economische blootstelling aandelen | 2.947,5 | 2.707,0 |
| Obligatiefondsen | 413,9 | 806,9 |
| Geldmarktfondsen | 349,5 | 199,5 |
| Vastgoedfondsen (SICAFI/REITS) | 1.065,6 | 884,7 |
| Totaal blootstelling aandelen volgens IFRS-definitie | 4.776,5 | 4.598,1 |
| waarvan: | ||
| Beschikbaar voor verkoop (zie toelichting 10) | 4.649,0 | 4.462,6 |
| Aangehouden tegen reële waarde (zie toelichting 10) | 127,5 | 135,5 |
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een gevoeligheidsschok waarbij de aandelenmarkten 30% dalen.
| 2019 Effect op |
2018 Effect op |
|||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | eigen vermogen | Effect op | eigen vermogen | |
| resultatenrekening | vlgs. IFRS | resultatenrekening | vlgs. IFRS | |
| Aandelen - marktrisico | ( 107,7 ) | ( 616,1 ) | ( 198,3 ) | ( 419,9 ) |
Spreadrisico ontstaat door de gevoeligheid van de waarde van activa en verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de creditspreads van de risicovrije rentetermijnstructuur.
Een aanzienlijk deel van de verplichtingen van Ageas is in bepaalde mate niet liquide. Ageas streeft ernaar kredietbeleggingen bij voorkeur tot einde looptijd aan te houden. De impact van het spreadrisico op lange termijn wordt hierdoor aanzienlijk beperkt, omdat de verplichtingen die in bepaalde mate niet liquide zijn, maken dat Ageas deze beleggingen tot einde looptijd kan aanhouden. Hoewel de volatiliteit op korte termijn significant kan zijn, is het onwaarschijnlijk dat Ageas wordt gedwongen tegen bodemprijzen te verkopen. Ageas kan echter besluiten te verkopen als zij meent dat dit de beste aanpak is. Voor interne risicomanagementdoeleinden beschouwt Ageas de gevoeligheid voor het fundamentele spreadrisico op lange termijn overeenkomst het Solvency II "Volatility Adjustment"-concept, maar houdt daarbij rekening met de specifieke kenmerken van de portefeuille. Dit wordt gezien als meer in overeenstemming met het bedrijfsmodel van Ageas, waarbij de realisatie van minderwaarden doorgaans wordt vermeden, vergeleken met een pure mark-tomarketbenadering.
Dit verklaart ook waarom Ageas de behandeling van het spreadrisico van de standaardformule in de SCRageas als volgt heeft herzien:
Het effect van spreadrisico wordt gemeten op basis van factor keer looptijd. De tabel hieronder geeft de factoren weer voor bedrijfsobligaties met rating AAA t/m B met een gewijzigde looptijd van (korter dan) 5 jaar en gelijk aan 10 jaar die worden toegepast op de kredietblootstelling om de impact te meten op de IFRS resultatenrekening en IFRS eigen vermogen.
| Effect op resultatenrekening | Effect op eigen vermogen vlgs. IFRS | |
|---|---|---|
| Stress - AAA (5 jaar / 10 jaar) | + 54 / + 42 basispunten | + 68 / + 53 basispunten |
| Stress - AA (5 jaar / 10 jaar) | + 66 / + 51 basispunten | + 83 / + 64 basispunten |
| Stress - A (5 jaar / 10 jaar) | + 84 / + 63 basispunten | + 105 / + 79 basispunten |
| Stress - BBB (5 jaar / 10 jaar) | + 150 / + 120 basispunten | + 188 / + 150 basispunten |
| Stress - BB (5 jaar / 10 jaar) | + 270 / + 210 basispunten | + 338 / + 263 basispunten |
| Stress - B (5 jaar / 10 jaar) | + 450 / + 351 basispunten | + 563 / + 439 basispunten |
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een spreadgevoeligheidsschok.
| 2019 Effect op |
2018 Effect op |
|||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | eigen vermogen | Effect op | eigen vermogen | |
| resultatenrekening | vlgs. IFRS | resultatenrekening | vlgs. IFRS | |
| Spreadrisico | ( 3,0 ) | ( 969,1 ) | ( 6,1 ) | ( 945,2 ) |
Het valutarisico vloeit voort uit de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor veranderingen in het niveau van valutakoersen als er een 'mismatch' is tussen de relevante valuta's van activa en verplichtingen. Op groepsniveau omvat dit risico situaties waarin Ageas activa (in dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen) of verplichtingen (van financiering) heeft in andere valuta's dan de euro.
In het beleggingsbeleid van Ageas wordt dit risico beperkt door de eis dat de 'valuta mismatch' tussen activa en verplichtingen tot een minimum wordt beperkt; in veel gevallen wordt dat risico volledig geëlimineerd.
Het is beleid bij Ageas om de aandelenbeleggingen en permanente financiering in buitenlandse valuta's voor dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen niet af te dekken. Ageas accepteert de 'mismatch' die voortvloeit uit het eigendom van lokale dochtermaatschappijen in niet-euro valuta's als normaal voor een internationale groep.
In de volgende tabel zijn de belangrijkste valutarisicoposities per 31 december weergegeven. Het betreft hier netto posities (activa minus verplichtingen), na afdekking genoteerd in euro's.
| Per 31 december 2019 | HKD | GBP | USD | CNY | INR | MYR | PHP | THB | VND | RON | TRY | Overige |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal activa | 6,3 | 3.824,0 | 1.080,7 | 1.742,4 | 225,5 | 479,8 | 90,4 | 1.499,4 | 17,2 | 26,3 | 82,6 | 50,3 |
| Totaal verplichtingen | 11,5 | 2.803,5 | 33,7 | 1,2 | 6,2 | |||||||
| Totaal activa minus verplichtingen | ( 5,2 ) 1.020,5 | 1.047,0 | 1.742,4 | 225,5 | 479,8 | 90,4 | 1.499,4 | 17,2 | 25,1 | 82,6 | 44,1 | |
| Buiten balans | ( 2,4 ) | ( 589,7 ) | ||||||||||
| Netto positie | ( 5,2 ) 1.018,1 | 457,3 | 1.742,4 | 225,5 | 479,8 | 90,4 | 1.499,4 | 17,2 | 25,1 | 82,6 | 44,1 | |
| Waarvan geïnvesteerd in | ||||||||||||
| dochtermaatschappijen | ||||||||||||
| en deelnemingen | ( 4,6 ) | 997,7 | 76,1 | 1.742,4 | 219,4 | 479,8 | 57,1 | 1.499,4 | 14,1 | 26,3 | 82,6 | |
| Per 31 december 2018 | HKD | GBP | USD | CNY | INR | MYR | PHP | THB | VND | RON | TRY | Overige |
| Totaal activa | 3,8 | 3.614,3 | 1.265,7 | 1.150,9 | 38,1 | 426,8 | 84,4 | 685,1 | 17,2 | 24,4 | 83,8 | 41,8 |
| Totaal verplichtingen | 6,6 | 2.737,2 | 729,3 | 6,3 | 4,6 | 1,4 | 1,4 | 33,8 | ||||
| Totaal activa minus verplichtingen | ( 2,8 ) | 877,1 | 536,4 | 1.144,6 | 33,5 | 426,8 | 84,4 | 683,7 | 17,2 | 23,0 | 83,8 | 8,0 |
| Buiten balans | ( 28,8 ) | ( 461,9 ) | 10,5 | |||||||||
| Netto positie | ( 2,8 ) | 848,3 | 74,5 | 1.144,6 | 33,5 | 426,8 | 84,4 | 683,7 | 17,2 | 23,0 | 83,8 | 18,5 |
| Waarvan geïnvesteerd in | ||||||||||||
| dochtermaatschappijen | ||||||||||||
| en deelnemingen | ( 0,6 ) | 895,8 | 82,0 | 1.150,9 | 26,6 | 426,8 | 53,7 | 685,1 | 11,4 | 24,4 | 83,8 |
Vastgoedrisico ontstaat als het resultaat van de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor het niveau of de volatiliteit van marktprijzen van vastgoed of hun rendement.
Met het oog op risicomanagement definieert Ageas de blootstelling aan vastgoed op basis van de marktwaarde van deze activa met inbegrip van activa die worden aangehouden voor eigen gebruik en IFRS 16 leaseactiva. Deze blootstelling verschilt van de blootstelling gerapporteerd onder de IFRS definities, die niet-gerealiseerde winsten of verliezen uitsluiten. De tabel hieronder definieert wat Ageas beschouwt als economische blootstelling aan vastgoed en hoe dit wordt aangesloten bij de cijfers gerapporteerd onder IFRS.
Voor interne risicomanagementdoeleinden past Ageas in de belangrijkste dochtermaatschappijen een intern vastgoedmodel toe. In dit model wordt vastgoedrisico behandeld overeenkomstig de onderliggende economische blootstelling in plaats van volgens de IFRS-classificatie van de activa.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Type van actief | ||
| Boekwaarde | ||
| Vastgoed (zie toelichting 11) | 2.602,5 | 2.727,3 |
| Materiële vaste activa; terreinen en gebouwen voor | ||
| eigen gebruik en parkeergarages (zie toelichting 16) | 1.571,6 | 1.105,4 |
| Vastgoed voor verkoop (zie toelichting 15) | 194,3 | 125,5 |
| Totaal (tegen geamortiseerde kostprijs) | 4.368,4 | 3.958,2 |
| Vastgoed fondsen (tegen reële waarde) | 1.065,6 | 884,7 |
| Totaal vastgoed blootstelling volgens IFRS definitie | 5.434,0 | 4.842,9 |
| Ongerealiseerde herwaarderingen (Economische blootstelling) | ||
| Vastgoed (zie toelichting 11) | 1.302,9 | 1.307,7 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik (zie toelichting 16) | 624,2 | 499,3 |
| Totaal economische blootstelling op vastgoed | 7.361,1 | 6.649,9 |
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS van een neerwaartse schok op de vastgoedmarkt van 10%.
| 2019 Effect op |
2018 Effect op |
|||
|---|---|---|---|---|
| Effect op resultatenrekening |
eigen vermogen vlgs. IFRS |
Effect op resultatenrekening |
eigen vermogen vlgs. IFRS |
|
| Vastgoedrisico | ( 150,5 ) | ( 325,6 ) | ( 216,9 ) | ( 346,5 ) |
Marktconcentratie-risico heeft betrekking op risico's die ontstaan door een gebrek aan diversificatie van de activaportefeuille door een grote totale positie bij individuele tegenpartijen, of een aantal gecorreleerde tegenpartijen.
Concentratierisico kan ontstaan als gevolg van een grote totale positie bij individuele tegenpartijen dan wel een totale positie bij een aantal positief gecorreleerde tegenpartijen (dat wil zeggen, partijen die onder vergelijkbare omstandigheden in gebreke blijven) die potentieel tot aanzienlijke bijzondere waardeverminderingen zouden kunnen leiden in het geval van faillissement of niet-betaling.
Het vermijden van concentraties is een fundamentele factor in de kredietrisicostrategie van Ageas om liquide en gediversifieerde portefeuilles aan te houden. Elke dochtermaatschappij is verantwoordelijk voor haar eigen tegenpartijlimieten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de bewuste dochtermaatschappij en vereisten op het niveau van de Groep. Het voortdurend monitoren valt eveneens onder de verantwoordelijkheid van de individuele werkmaatschappijen. De Groep volgt deze limieten aan de hand van periodieke rapportages en bewaakt de totale positie.
Met het oog op het beheer van de concentratie van kredietrisico is het risicobeleid van Ageas gericht op het spreiden van kredietrisico over verschillende sectoren en landen. Ageas houdt de grootste posities in individuele entiteiten, bedrijfsgroepen (total one obligor) en andere potentiële concentraties (sectoren en regio's) nauwlettend in de gaten. Dit om een goede spreiding te bevorderen en eventueel significant concentratierisico op tijd te signaleren.
| Overheid en | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| officiële | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
| 31 december 2019 | instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 35.738,1 | 17.586,4 | 4.867,5 | 1.558,4 | 93,1 | 59.843,5 |
| VK | 421,1 | 1.251,9 | 1.526,2 | 41,7 | 3.240,9 | |
| Continentaal Europa | 6.917,7 | 3.264,7 | 419,7 | 20,7 | 96,8 | 10.719,6 |
| Frankrijk - |
2.097,8 | 821,1 | 55,7 | 20,4 | 36,9 | 3.031,9 |
| Portugal - |
4.819,9 | 2.443,6 | 364,0 | 0,3 | 59,9 | 7.687,7 |
| Azië | 4,3 | 0,4 | 4,7 | |||
| Herverzekering | 278,2 | 687,8 | 35,3 | 1.001,3 | ||
| Algemene rekening en eliminaties* | 0,5 | 2.190,8 | ( 1.001,3 ) | 0,8 | 1.190,8 | |
| Totaal | 43.355,6 | 24.985,9 | 5.847,4 | 1.579,1 | 232,8 | 76.000,8 |
| Overheid en | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| officiële | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
| 31 december 2018 | instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 34.785,1 | 7.842,2 | 12.572,4 | 1.501,4 | 83,5 | 56.784,6 |
| VK | 751,2 | 804,7 | 1.404,2 | 39,5 | 2.999,6 | |
| Continentaal Europa | 6.048,1 | 2.136,4 | 1.537,4 | 23,6 | 61,5 | 9.807,0 |
| Frankrijk - |
1.817,4 | 525,1 | 315,1 | 23,3 | 19,6 | 2.700,5 |
| Portugal - |
4.230,7 | 1.611,3 | 1.222,3 | 0,3 | 41,9 | 7.106,5 |
| Azië | 3,0 | 0,5 | 3,5 | |||
| Herverzekering | 30,2 | 98,2 | 13,4 | 141,8 | ||
| Algemene rekening en eliminaties* | 1.677,0 | 4,2 | 80,5 | 1.761,7 | ||
| Totaal | 41.584,4 | 12.493,5 | 15.616,4 | 1.525,0 | 278,9 | 71.498,2 |
De post algemene rekening en eliminaties is in 2019 voornamelijk verbonden met het herverzekeringsprogramma.
| Overheid en | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| officiële | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
| 31 december 2019 | instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 21.641,4 | 2.298,9 | 1.710,2 | 1.558,4 | 49,6 | 27.258,5 |
| VK | 306,1 | 2.215,3 | 898,4 | 43,3 | 3.463,1 | |
| Continentaal Europa | 21.321,6 | 16.510,0 | 3.228,1 | 20,4 | 89,1 | 41.169,2 |
| Frankrijk - |
6.639,0 | 5.043,7 | 948,6 | 20,4 | 53,7 | 12.705,4 |
| Portugal - |
2.867,2 | 399,4 | 199,8 | 51,7 | 3.518,1 | |
| Overige - |
11.815,4 | 11.066,9 | 2.079,7 | ( 16,3 ) | 24.945,7 | |
| Azië | 299,4 | 0,5 | 299,9 | |||
| Overige landen | 86,5 | 3.662,3 | 10,7 | 0,3 | 50,3 | 3.810,1 |
| Totaal | 43.355,6 | 24.985,9 | 5.847,4 | 1.579,1 | 232,8 | 76.000,8 |
| Overheid en | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| officiële | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
| 31 december 2018 | instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 21.105,8 | 1.245,4 | 2.054,2 | 1.501,4 | 128,2 | 26.035,0 |
| VK | 450,0 | 647,1 | 1.961,9 | 43,6 | 3.102,6 | |
| Continentaal Europa | 19.968,8 | 9.224,7 | 9.644,3 | 23,4 | 106,4 | 38.967,6 |
| Frankrijk - |
6.513,9 | 2.566,1 | 3.323,0 | 23,3 | 30,0 | 12.456,3 |
| Portugal - |
2.593,9 | 444,9 | 329,9 | 6,3 | 3.375,0 | |
| Overige - |
10.861,0 | 6.213,7 | 5.991,4 | 0,1 | 70,1 | 23.136,3 |
| Azië | 40,0 | 115,0 | 0,6 | 155,6 | ||
| Overige landen | 59,8 | 1.336,3 | 1.841,0 | 0,2 | 0,1 | 3.237,4 |
| Totaal | 41.584,4 | 12.493,5 | 15.616,4 | 1.525,0 | 278,9 | 71.498,2 |
De tabel hieronder toont de hoogste blootstellingen op de uiteindelijke moedermaatschappij gemeten aan reële waarde en nominale waarde met hun ratings.
| Hoogste blootstelling top 10 | Groepsrating | Reële waarde | Nominale waarde |
|---|---|---|---|
| Koninkrijk België | AA- | 20.653,6 | 15.005,0 |
| Franse republiek | AA | 7.003,8 | 5.188,6 |
| Portugese republiek | BBB- | 5.175,9 | 4.392,4 |
| Oostenrijkse republiek | AA+ | 2.874,5 | 2.159,4 |
| Koninkrijk Spanje | A- | 2.271,8 | 1.593,2 |
| Bondsrepubliek Duitsland | AAA | 1.792,3 | 1.339,3 |
| Italiaanse republiek | BBB | 1.557,5 | 1.617,9 |
| Europese Investeringsbank | AAA | 1.373,4 | 1.116,8 |
| Regio Wallonië | A | 1.059,4 | 965,7 |
| EFSF | AA+ | 806,6 | 630,7 |
| Totaal | 44.568,8 | 34.009,0 |
Het Koninkrijk België blijft de belangrijkste tegenpartij, in overeenstemming met de strategie om zich 'op de thuismarkt terug te plooien' waardoor het nadeel ontstaat dat het risico van het thuisland toeneemt.
Het risico dat optreedt wanneer een tegenpartij in gebreke blijft, omvat twee subrisico's:
De volgende tabel geeft een overzicht van het kredietrisico waaraan Ageas is blootgesteld.
| 31 december 2019 | België | VK | CEU | Her- Azië verzekering |
Eliminaties verzekeringen |
Totaal verzekeringen |
Algemeen | Groep Eliminaties |
Totaal Ageas |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
||||||||||
| (zie toelichting 9) | 975,5 | 105,6 | 320,2 | 4,3 | 199,0 | 1.604,6 | 2.140,8 | 3.745,4 | ||
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) |
||||||||||
| (zie toelichting 10) | 8,3 | 1,8 | 10,1 | 10,1 | ||||||
| Leningen Bijzondere |
10.839,0 | 45,9 | 164,7 | ( 0,1 ) | 11.049,5 | 926,8 | ( 876,2 ) | 11.100,1 | ||
| waardeverminderingen | ( 28,0 ) | ( 0,2 ) | 0,1 | ( 28,1 ) | ( 28,1 ) | |||||
| Totaal leningen, netto (zie toelichting 12) |
10.811,0 | 45,9 | 164,5 | 11.021,4 | 926,8 | ( 876,2 ) | 11.072,0 | |||
| Rentedragende investeringen Bijzondere |
47.003,9 | 1.592,5 | 9.872,6 | 767,0 | 0,1 | 59.236,1 | 59.236,1 | |||
| waardeverminderingen Totale rentedragende beleggingen, netto |
( 0,1 ) | ( 20,3 ) | ( 20,4 ) | ( 20,4 ) | ||||||
| (zie toelichting 10) | 47.003,8 | 1.592,5 | 9.852,3 | 767,0 | 0,1 | 59.215,7 | 59.215,7 | |||
| Herverzekering en | ||||||||||
| Overige vorderingen Bijzondere |
1.016,8 | 1.496,9 | 360,3 | 0,4 | 35,3 | ( 1.002,9 ) | 1.906,8 | 7,0 | ( 4,7 ) | 1.909,1 |
| waardeverminderingen Totaal herverzekering en |
( 8,9 ) | ( 2,4 ) | ( 37,8 ) | ( 49,1 ) | ( 49,1 ) | |||||
| overige vorderingen, netto (zie toelichting 14) |
1.007,9 | 1.494,5 | 322,5 | 0,4 | 35,3 | ( 1.002,9 ) | 1.857,7 | 7,0 | ( 4,7 ) | 1.860,0 |
| Totaal kredietrisico, bruto Bijzondere |
59.843,5 | 3.240,9 | 10.719,6 | 4,7 | 1.001,3 | ( 1.002,9 ) | 73.807,1 | 3.074,6 | ( 880,9 ) | 76.000,8 |
| waardeverminderingen Totaal kredietrisico, |
( 37,0 ) | ( 2,4 ) | ( 58,3 ) | 0,1 | ( 97,6 ) | ( 97,6 ) | ||||
| netto zoals op de balans verantwoord |
59.806,5 | 3.238,5 | 10.661,3 | 4,7 | 1.001,3 | ( 1.002,8 ) | 73.709,5 | 3.074,6 | ( 880,9 ) | 75.903,2 |
| Verplichtingen buiten balans (zie toelichting 28) |
6.149,0 | 0,5 | ( 0,1 ) | 6.149,4 | 6.149,4 | |||||
| Totaal kredietrisico, buiten balans |
6.149,0 | 0,5 | ( 0,1 ) | 6.149,4 | 6.149,4 | |||||
| Totaal kredietrisico, netto | 65.955,5 | 3.238,5 | 10.661,8 | 4,7 | 1.001,3 | ( 1.002,9 ) | 79.858,9 | 3.074,6 | ( 880,9 ) | 82.052,6 |
| Her- | Eliminaties | Totaal | Groep | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2018 | België | VK | CEU | Azië | verzekering verzekeringen | verzekeringen | Algemeen Eliminaties | Ageas | ||
| Geldmiddelen en | ||||||||||
| kasequivalenten | ||||||||||
| (zie toelichting 9) | 790,4 | 200,0 | 563,8 | 3,1 | 5,4 | 1.562,7 | 1.362,1 | 2.924,8 | ||
| Derivaten aangehouden voor | ||||||||||
| handelsdoeleinden (activa) | ||||||||||
| (zie toelichting 10) | 5,0 | 0,7 | 0,1 | 5,8 | 4,2 | 9,9 | ||||
| Leningen | 9.326,1 | 53,5 | 86,0 | 9.465,6 | 1.011,1 | ( 660,2 ) | 9.816,5 | |||
| Bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | ( 27,8 ) | ( 0,2 ) | ( 28,0 ) | ( 28,0 ) | ||||||
| Totaal leningen, netto | ||||||||||
| (zie toelichting 12) | 9.298,4 | 53,4 | 85,8 | 9.437,6 | 1.011,1 | ( 660,2 ) | 9.788,5 | |||
| Rentedragende investeringen | 45.883,9 | 1.959,0 | 8.893,0 | 119,1 | ( 0,1 ) | 56.854,9 | 56.854,9 | |||
| Bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | ( 0,1 ) | ( 20,3 ) | ( 20,4 ) | ( 20,3 ) | ||||||
| Totale rentedragende | ||||||||||
| beleggingen, netto | ||||||||||
| (zie toelichting 10) | 45.883,8 | 1.959,0 | 8.872,7 | 119,1 | ( 0,1 ) | 56.834,5 | 56.834,6 | |||
| Herverzekering en | ||||||||||
| overige vorderingen | 779,2 | 787,1 | 263,5 | 0,4 | 17,3 | ( 29,4 ) | 1.818,1 | 78,9 | ( 4,9 ) | 1.892,1 |
| Bijzondere waardeverminderingen | ( 6,6 ) | ( 3,9 ) | ( 38,5 ) | ( 49,0 ) | ( 49,0 ) | |||||
| Totaal herverzekering en | ||||||||||
| overige vorderingen, netto | ||||||||||
| (zie toelichting 14) | 772,6 | 783,2 | 225,0 | 0,3 | 17,3 | ( 29,4 ) | 1.769,0 | 79,0 | ( 4,9 ) | 1.843,1 |
| Totaal kredietrisico, bruto | 56.784,6 | 2.999,6 | 9.807,0 | 3,5 | 141,8 | ( 29,4 ) | 69.707,1 | 2.456,3 | ( 665,1 ) | 71.498,2 |
| Bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | ( 34,5 ) | ( 3,9 ) | ( 59,0 ) | ( 97,4 ) | ( 97,3 ) | |||||
| Totaal kredietrisico, | ||||||||||
| netto zoals op | ||||||||||
| balans verantwoord | 56.750,1 | 2.995,7 | 9.748,0 | 3,5 | 141,8 | ( 29,4 ) | 69.609,7 | 2.456,3 | ( 665,1 ) | 71.400,9 |
| Verbintenissen die niet | ||||||||||
| uit de balans blijken | ||||||||||
| (zie toelichting 28) | 4.703,2 | 4.703,2 | 4.703,2 | |||||||
| Totaal kredietrisico, | ||||||||||
| buiten balans | 4.703,2 | 4.703,2 | 4.703,2 | |||||||
| Totaal kredietrisico, netto | 61.453,3 | 2.995,7 | 9.748,0 | 3,5 | 141,8 | ( 29,4 ) | 74.312,9 | 2.456,3 | ( 665,1 ) | 76.104,1 |
De tabel hieronder geeft informatie over de bijzondere waardevermindering voor kredietrisico op 31 december.
| 2019 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitstaand | Waarde- | Uitstaand | Waarde | |||
| met bijzondere | verminderingen | met bijzondere | verminderingen | |||
| waarde- | voor specifiek | Dekkings- | waarde- | voor specifiek | Dekkings | |
| verminderingen | kredietrisico | ratio | verminderingen | kredietrisico | ratio | |
| Rentedragende investeringen (zie toelichting 10) | 6,4 | ( 20,4 ) | 318,7% | 6,3 | ( 20,3 ) | 322,2% |
| Totaal leningen (zie toelichting 12) | 61,4 | ( 27,4 ) | 44,6% | 59,2 | ( 27,2 ) | 45,9% |
| Overige vorderingen (zie toelichting 14) | 26,8 | ( 49,1 ) | 183,2% | 27,8 | ( 49,0 ) | 176,3% |
| Totaal uitstaand bedrag onderhevig | ||||||
| aan bijzondere waardeverminderingen | 94,6 | ( 96,9 ) | 102,4% | 93,3 | ( 96,5 ) | 103,4% |
Het wanbetalingsrisico voor beleggingen vertegenwoordigt het risico dat beleggingen van Ageas daadwerkelijk in gebreke blijven. Waardeschommelingen als gevolg van marktvolatiliteit op korte termijn vallen onder het marktrisico. Dit omvat geen contracten die vallen onder het tegenpartijrisico (zie B).
Dit risico wordt beheerd aan de hand van limieten waarbij rekening wordt gehouden met het soort kredietpositie, de kredietkwaliteit en, waar nodig, de looptijden. Regelmatige bewaking en waarschuwingssystemen helpen eveneens bij het beheer van kredietrisico.
Beleggingsposities worden bewaakt aan de hand van een driemaandelijkse limietoverschrijdings-rapportage. Limieten worden bewaakt op basis van de reële waarde binnen de activaclassificatie. De limieten per categorie zijn als volgt gedefinieerd.
Voor overheidsobligaties geldt een limiet per land op diverse manieren:
Voor bedrijfsobligaties gelden eveneens meerdere criteria:
Er worden ook stresstesten uitgevoerd teneinde de impact te beoordelen als afzonderlijke grote tegenpartijen niet meer aan hun verplichtingen voldoen.
Aandelenbeleggingen zijn toegestaan wanneer de dochtermaatschappij ervoor zorgt dat de indicatoren binnen de limieten voor de risk appetite blijven.
De creditrating die Ageas toepast is gebaseerd op de op één na best beschikbare rating van Moody's, Fitch en Standard & Poor's. Voor specifieke soorten blootstelling kan gebruik worden gemaakt van andere ratingbureaus, bijvoorbeeld AM Best voor herverzekeringstegenpartijen. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de kredietkwaliteit van leningen, rentedragende beleggingen, staatsobligaties, bedrijfsobligaties, banken en andere financiële instellingen.
In de onderstaande tabel wordt de kredietkwaliteit van leningen weergegeven.
| 2019 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | |
| Beleggingsclassificatie | ||||
| AAA | 1.388,9 | 12,5% | 1.228,9 | 12,5% |
| AA | 2.187,0 | 19,7% | 2.297,2 | 23,4% |
| A | 1.537,3 | 13,8% | 1.634,3 | 16,6% |
| BBB | 211,9 | 1,9% | 187,1 | 1,9% |
| Beleggingsclassificatie | 5.325,1 | 47,9% | 5.347,5 | 54,4% |
| Minder dan beleggingskwaliteit | 0,0% | 11,5 | 0,1% | |
| Zonder kredietbeoordeling | 4.598,6 | 41,5% | 3.279,5 | 33,4% |
| Hypothecaire leningen | 1.176,4 | 10,6% | 1.178,0 | 12,0% |
| Totaal bruto investeringen in leningen | 11.100,1 | 100,0% | 9.816,5 | 100,0% |
| Bijzondere waardeverminderingen | ( 28,1 ) | ( 28,0 ) | ||
| Totaal netto investeringen in leningen (zie toelichting 12) | 11.072,0 | 9.788,5 |
Onderstaande tabel zet de kredietkwaliteit van Rentedragende beleggingen uiteen waarbij per 31 december een constant aandeel van investment grade beleggingen wordt getoond.
| 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | ||
| Beleggingsclassificatie | |||||
| AAA | 4.763,0 | 8,0% | 4.895,4 | 8,6% | |
| AA | 31.324,7 | 53,0% | 30.955,5 | 54,6% | |
| A | 8.776,4 | 14,8% | 7.979,4 | 14,0% | |
| BBB | 12.328,3 | 20,8% | 11.163,6 | 19,6% | |
| Beleggingsclassificatie | 57.192,4 | 96,6% | 54.993,9 | 96,8% | |
| Minder dan beleggingskwaliteit | 316,7 | 0,5% | 368,4 | 0,6% | |
| Zonder kredietbeoordeling | 1.706,6 | 2,9% | 1.472,3 | 2,6% | |
| Totaal netto investeringen in rentedragende effecten | 59.215,7 | 100,0% | 56.834,6 | 100,0% | |
| Bijzondere waardeverminderingen | 20,4 | 20,3 | |||
| Totaal investeringen in rentedragende effecten, bruto (zie toelichting 10) | 59.236,1 | 56.854,9 |
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van overheidsobligaties.
| 31 december 2019 | Percentage | 31 december 2018 | Percentage | |
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 33.921,4 | 88,4% | 32.408,0 | 87,8% |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 0,9 | 0,0% | 0,8 | 0,0% |
| Held to maturity (tot einde looptijd aangehouden) | 4.437,9 | 11,6% | 4.505,5 | 12,2% |
| Totaal overheidsobligaties (zie toelichting 10) | 38.360,2 | 100,0% | 36.914,3 | 100,0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 2.282,5 | 6,0% | 2.310,5 | 6,3% |
| AA | 28.227,1 | 73,6% | 27.720,1 | 75,1% |
| A | 3.416,1 | 8,9% | 2.972,9 | 8,1% |
| BBB | 4.392,3 | 11,4% | 3.792,6 | 10,3% |
| Totaal beleggingskwaliteit | 38.318,0 | 99,9% | 36.796,1 | 99,7% |
| Minder dan beleggingskwaliteit | 30,7 | 0,1% | 70,1 | 0,2% |
| Zonder kredietbeoordeling | 11,5 | 0,0% | 48,1 | 0,1% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 42,2 | 0,1% | 118,2 | 0,3% |
| Totaal overheidsobligaties | 38.360,2 | 100,0% | 36.914,3 | 100,0% |
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van bedrijfsobligaties.
| 31 december 2019 | Percentage | 31 december 2018 | Percentage | |
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 12.590,5 | 100,0% | 11.539,8 | 100,0% |
| Totaal bedrijfsobligaties (zie toelichting 10) | 12.590,5 | 100,0% | 11.539,8 | 100,0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 41,0 | 0,3% | 40,0 | 0,3% |
| AA | 1.008,1 | 8,0% | 1.029,8 | 8,9% |
| A | 3.553,2 | 28,2% | 3.194,5 | 27,7% |
| BBB | 6.751,2 | 53,7% | 6.196,0 | 53,7% |
| Totaal beleggingskwaliteit | 11.353,5 | 90,2% | 10.460,3 | 90,6% |
| Minder dan beleggingskwaliteit | 267,5 | 2,1% | 272,2 | 2,4% |
| Zonder kredietbeoordeling | 969,5 | 7,7% | 807,3 | 7,0% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 1.237,0 | 9,8% | 1.079,5 | 9,4% |
| Totaal bedrijfsobligaties | 12.590,5 | 100,0% | 11.539,8 | 100,0% |
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van banken en andere financiële instellingen.
| 31 december 2019 | Percentage | 31 december 2018 | Percentage | |
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 8.082,4 | 98,5% | 8.136,4 | 97,7% |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 119,4 | 1,5% | 189,7 | 2,3% |
| Totaal banken en andere financiële instellingen (zie toelichting 10) | 8.201,8 | 100,0% | 8.326,1 | 100,0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 2.431,2 | 29,6% | 2.536,3 | 30,4% |
| AA | 2.071,4 | 25,3% | 2.181,1 | 26,2% |
| A | 1.792,3 | 21,9% | 1.795,0 | 21,6% |
| BBB | 1.184,3 | 14,4% | 1.174,5 | 14,1% |
| Totaal beleggingskwaliteit | 7.479,2 | 91,2% | 7.686,9 | 92,3% |
| Minder dan beleggingskwaliteit | 17,4 | 0,2% | 24,9 | 0,3% |
| Zonder kredietbeoordeling | 705,2 | 8,6% | 614,3 | 7,4% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 722,6 | 8,8% | 639,2 | 7,7% |
| Totaal banken en andere financiële instellingen | 8.201,8 | 100,0% | 8.326,1 | 100,0% |
Het tegenpartijrisico houdt rekening met potentiële verliezen als gevolg van onverwachte wanbetaling of een verslechtering van de kredietwaardigheid van tegenpartijen en debiteuren. De reikwijdte van het wanbetalingsrisico voor tegenpartijen omvat risicobeperkende contracten (zoals herverzekeringsovereenkomsten, effectiseringen en afgeleide producten), geldmiddelen, te ontvangen sommen van tussenpersonen, gediversifieerde hypotheekportefeuilles en andere kredietblootstelling die elders niet gedekt is (garanties, polishouders enz.).
Het risico dat een tegenpartij in gebreke blijft kan ontstaan door de inkoop van herverzekeringen, andere risico verminderende maatregelen en 'andere activa'. Ageas beperkt deze vorm van risico door strikt beleid bij de keuze van tegenpartijen, eisen die worden gesteld aan zekerheden en door diversificatie.
Binnen Ageas wordt dit risico verminderd door de toepassing van het tegenpartijen risicobeleid en het nauwlettend volgen van de uitstaande posities van tegenpartijen. Diversificatie en het vermijden van blootstelling aan tegenpartijen met een lage kredietrating zijn sleutelelementen om dit risico te ondervangen.
Een bijzondere waardevermindering voor een specifiek kredietrisico wordt vastgesteld als er objectieve aanwijzingen zijn dat Ageas niet alle verschuldigde bedragen in overeenstemming met de contractuele voorwaarden zal kunnen innen. De omvang van de bijzondere waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. In het geval van aan de markt verhandelde effecten is de realiseerbare waarde gelijk aan de reële waarde.
Bijzondere waardeverminderingen zijn gebaseerd op de laatste schatting door Ageas van de nog mogelijke inning en vertegenwoordigen het verlies dat Ageas denkt te zullen lijden. Voorwaarden voor afschrijving kunnen zijn dat de faillissementsprocedure van de debiteur is afgerond en alle zekerheden zijn benut, dat de debiteur en/of garantiegever in staat van insolventie verkeren/verkeert, dat alle normale inspanningen voor de inning zijn geleverd of dat het punt van economisch verlies (dat wil zeggen, het moment waarop alle kosten samen hoger zijn dan het bedrag dat nog kan worden geïnd) is bereikt.
Liquiditeitsrisico treedt op als Ageas onvoldoende liquide middelen heeft en niet in staat is om beleggingen en overige activa liquide te maken en te voldoen aan haar financiële verplichtingen wanneer die verschuldigd zijn. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door een onverwachte vraag naar contanten van polishouders en andere contractuele partijen waaraan niet kan worden voldaan zonder verliezen te lijden of de bedrijfsvoering te schaden als gevolg van beperkingen op de te liquideren activa. Deze beperkingen kunnen structureel zijn of kunnen te wijten zijn aan marktontwrichtingen.
De financiële verplichtingen van Ageas en de lokale dochtermaatschappijen van Ageas betreffen vaak lange termijn verplichtingen en in het algemeen zijn activa die worden aangehouden om aan deze verplichtingen te voldoen lange termijn activa en illiquide activa. Vorderingen en andere uitstromen van kasmiddelen kunnen onvoorspelbaar zijn en aanzienlijk verschillen van verwachte bedragen. Als er geen liquide middelen beschikbaar zijn om een financiële verplichting na te komen als deze opeisbaar is, zullen er liquide middelen moeten worden geleend en/of zullen illiquide activa moeten worden verkocht (met mogelijk een aanzienlijk verlies tot gevolg) om aan de verplichting te voldoen. Verliezen zouden ontstaan door de korting die moet worden verleend om de activa te liquideren.
Als verzekeringsmaatschappij genereert Ageas normaal gesproken contante middelen en blijft dit risico daardoor relatief laag. In de afgelopen jaren waren de gevolgen van de (Europese) schuldencrisis een sterk bepalende factor. De Europese Centrale Bank heeft een liquiditeitsverhogend monetair beleid gevoerd om deze crisis te beteugelen. Ageas houdt een kaspositie aan om bestand te zijn tegen (relatief) slechte liquiditeitsomstandigheden als deze zich voordoen. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de verklaringen van de ECB over potentiële veranderingen in het monetaire beleid.
De beleggingshorizon voor activa van de Algemene Rekening is vastgesteld overeenkomstig de verwachte betaaldata voor de bedragen voorzien in het WCAM ('Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade)-schikkingsvoorstel. Dividenduitkeringen aan aandeelhouders, evenals de kosten van de holding worden gefinancierd door dividenduitkeringen van de operationele verzekeringsentiteiten van Ageas.
De oorzaken van liquiditeitsrisico in de operationele bedrijven kunnen worden gesplitst in factoren die een plotselinge toename van de behoefte aan contanten veroorzaken en factoren die leiden tot een onverwachte daling van de beschikbare middelen om aan de behoefte aan contanten te voldoen. Er zijn de volgende liquiditeitsrisico's:
Ieder bedrijf van Ageas moet ervoor zorgen dat wordt voldaan aan alle liquiditeitsvereisten. Liquiditeitsrisico's worden geïdentificeerd en bewaakt zodat de omstandigheden waarin liquiditeitsproblemen mogelijk kunnen zijn, bekend zijn en worden begrepen (bijv. onverwachte ongunstige wijzigingen in het uitloopprofiel van de verplichtingen, massaal verval, vertraging in nieuwe polissen, wijziging in de rating enz.) en men weet hoe hierop kan worden ingespeeld (bijv. de liquiditeit van activa in een crisis).
Het risico van immateriële activa is het risico van verlies, of een ongunstige waardeontwikkeling van immateriële activa door een wijziging in de verwachte toekomstige voordelen die uit de immateriële activa kunnen worden gehaald. Immateriële activa kunnen bestaan uit de waarde van verworven activiteiten, parkeerconcessies en intellectuele eigendommen.
Verzekeringstechnische risico's betreffen alle risico's van verzekeringsverplichtingen als gevolg van afwijkingen in claims door de onzekerheid en timing van die claims, alsmede afwijkingen in uitgaven en verval, in vergelijking met de onderliggende hypothesen gemaakt bij de acceptatie van de polis.
Het levenrisico omvat het sterfterisico, het langlevenrisico, het invaliditeitsrisico, het morbiditeitsrisico (d.w.z. ziekte met mogelijk dodelijk afloop), het verval- en behoudrisico, het kostenrisico, het catastroferisico en het herzieningsrisico.
Tot de Niet-levenrisico's behoren het reserverisico, het premierisico en catastroferisico's. Het reserverisico hangt samen met de te betalen schaden terwijl het premierisico betrekking heeft op toekomstige schadevorderingen (met uitzondering van catastrofeschades). Het catastroferisico betreft schades die door rampgebeurtenissen worden veroorzaakt, zowel natuurrampen als door mensen veroorzaakte rampen.
Elke maatschappij beheert verzekeringstechnische risico's door middel van acceptatiebeleid, productgoedkeuringsbeleid, reserveringsbeleid, beleid voor schadebeheer en herverzekeringsbeleid. Er wordt vooral op gelet dat de klantengroep die een product koopt inderdaad overeenkomt met de onderliggende aannames over klanten bij de ontwikkeling en prijsstelling van het product.
Het acceptatiebeleid wordt lokaal vastgesteld als onderdeel van het algehele Enterprise Risk Management-kader en wordt beoordeeld door actuariële medewerkers die de feitelijke schadehistorie evalueren. Er wordt gebruikgemaakt van een reeks indicatoren en hulpmiddelen voor het maken van statistische analyses om de acceptatienormen te verfijnen, met als doel het schadeverloop te verbeteren en/of te waarborgen dat de prijsstelling op de juiste wijze wordt bijgesteld.
De verzekeringsmaatschappijen streven ernaar om de premies op een niveau vast te stellen waarbij het bedrag van de premies samen met de beleggingsinkomsten die daarmee worden gegenereerd groter is dan het totale bedrag van verwachte schaden, schadeafhandelingskosten en beheerskosten. De juistheid van de prijsstelling wordt getoetst met behulp van diverse technieken en belangrijke prestatie-indicatoren die passen bij de betreffende portefeuille. Dit gebeurt zowel a priori (bijvoorbeeld beoordeling van de winstgevendheid) als a posteriori (bijvoorbeeld embedded value, combined ratio's).
De factoren waarmee rekening wordt gehouden bij de prijsstelling voor verzekeringen verschillen per product en zijn afhankelijk van de geboden dekking en uitkeringen. De volgende factoren worden in het algemeen in overweging genomen:
In zijn blootstelling aan de hierboven genoemde risico's profiteert Ageas van diversificatie over geografische regio's, productgroepen en zelfs verschillende verzekeringsrisicofactoren, zodat Ageas niet blootgesteld wordt aan grote concentraties verzekeringsrisico's. Daarnaast hebben de verzekeringsmaatschappijen van Ageas specifieke maatregelen getroffen om de blootstelling aan de concentratie van verzekeringsrisico's te verkleinen. Bijvoorbeeld producten die afkoopkosten in rekening brengen en/of producten die worden aangepast aan de marktwaarde beperken het verlies voor de verzekeringsmaatschappij en herverzekeringscontracten leiden tot een beperkte blootstelling aan grote verliezen.
Het levensverzekeringsrisico ontstaat uit de levensverzekeringsverplichtingen in relatie tot de gevaren die verzekerd zijn en de processen die bij de bedrijfsvoering worden gebruikt.
Verzekeringstechnische risico's Leven bestaan hoofdzakelijk uit sterfte-/langlevenrisico, invaliditeitsrisico/morbiditeitsrisico, verval- en behoudrisico, leven-kostenrisico, herzienings- en catastroferisico. Deze paragraaf beschrijft eerst deze risico's (onder A t/m F). Daarna wordt beschreven hoe de dochtermaatschappijen van Ageas deze risico's beheren (onder G).
Sterfterisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waarbij een toename van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. De sterftetabellen die gebruikt worden ten behoeve van de prijsstelling bevatten voorzichtige marges. Zoals gebruikelijk in de sector maken de dochtermaatschappijen van Ageas gebruik van ervaringstabellen met adequate zekerheidstoeslagen. Elk jaar moeten de veronderstellingen worden herzien om de verwachte sterftecijfers te vergelijken met de ervaringsgegevens. Deze analyse vindt plaats op basis van een aantal criteria, zoals leeftijd, polisjaar, verzekerde som en andere verzekeringstechnische criteria.
Langlevenrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waarbij een daling van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. Dit risico wordt beheerd door het aantal vastgestelde sterftegevallen binnen de portefeuille jaarlijks te evalueren. Wanneer blijkt dat de levensverwachting sneller toeneemt dan de sterftetabellen aangeven, worden extra voorzieningen aangelegd en worden de prijzen van nieuwe producten dienovereenkomstig aangepast.
Invaliditeitsrisico/morbiditeitsrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van invaliditeits-, gezondheidszorg- of morbiditeitspercentages. Dit risico kan zich bijvoorbeeld voordoen in portefeuilles met invaliditeitsen gezondheidzorg verzekeringen en ongevallenverzekeringen voor werknemers. De verzekeringsmaatschappijen van Ageas beperken het invaliditeitsrisico tevens door medische selectiecriteria en een passende herverzekering.
Vervalrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het percentage polisverval en -behoud, onder andere in de vorm van polisverlenging, -afkoop, premieverlagingen en andere factoren die tot lagere premies leiden. Behoudrisico is vaak een andere naam voor de volatiliteit van het premieverval en vervangingen van verlopen polissen, annuleringen binnen de wettelijke bedenktijd of afkopen.
De ontwikkeling en prijsstelling van verzekeringspolissen is mede gebaseerd op aannames over de kosten van het verkopen en administreren van de polissen totdat deze vervallen of uitkeren en over het verwachte behoud. Het risico van een andere feitelijke ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan worden in het stadium van de productontwikkeling in kaart gebracht. Dat risico kan worden verminderd via het productontwerp, bijvoorbeeld met een boeteclausule voor vervroegde aflossing of retentiebonussen, aanloopkosten of het spreiden van de provisie aan verzekeringsagenten om de belangen op elkaar af te stemmen of door een aanpassing van de marktwaarde voor bepaalde groepscontracten waarbij de risico's in geval van verval volledig door de polishouders worden gedragen.
Leven-kostenrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de kosten die worden gemaakt bij de uitvoering van (her)verzekeringsovereenkomsten. Het kostenrisico ontstaat als de voorziene kosten bij de prijsstelling van een garantie ontoereikend zijn om in het volgende jaar de werkelijke kosten op te vangen.
Herzieningsrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het herzieningspercentage dat op lijfrentes wordt toegepast als gevolg van veranderingen in het juridische klimaat of in de gezondheidstoestand van de verzekerde.
Levenscatastroferisico komt voort uit extreme of ongeregelde gebeurtenissen die levensbedreigend zijn, bijvoorbeeld nucleaire explosie, pandemie van een nieuwe infectie ziekte, terrorisme of natuurrampen.
Via interne risicorapportering per kwartaal worden verzekeringsrisico's Leven bewaakt om beter inzicht te hebben in hun blootstelling aan bepaalde gebeurtenissen en hun ontwikkeling. De meeste levensverzekeringsdochtermaatschappijen staan blootgesteld aan gelijksoortige gebeurtenissen zoals (massaal) verval, kosten en sterfte/langleven.
De verzekeringstechnische risico's Niet-leven bestaan voornamelijk uit het reserverisico, premierisico, catastroferisico en vervalrisico. Deze paragraaf beschrijft eerst deze risico's (onder A t/m D). Daarna wordt beschreven hoe de dochtermaatschappijen van Ageas deze risico's beheersen (onder E), in subparagraaf F worden de schaderatio's weergegeven, onder G de risicogevoeligheden Niet-leven en onder H zijn de schadereservetabellen te vinden.
Reserverisico houdt verband met de uitstaande schaden en is het risico van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van schommelingen in het tijdstip en het bedrag van de afhandeling en kosten van schaden.
Premierisico Niet-leven is het risico dat de premie ontoereikend is om alle verplichtingen te dekken, inclusief schade en kosten als gevolg van schommelingen in de schadefrequentie, de ernst van de schadeclaims, het tijdstip van de afhandeling of nadelige veranderingen in de kosten.
Het schaderisico bij Niet-leven kan om diverse redenen afwijken van de verwachte uitkomst. In een analyse wordt doorgaans anders omgegaan met claims met een lange of met een korte looptijd. Zo worden claims met een korte looptijd (zoals autoschade en schade aan goederen) over het algemeen binnen enkele dagen of weken gemeld en kort daarna afgewikkeld. De afwikkeling van claims met een lange looptijd (zoals bij lichamelijk letsel of aansprakelijkheid) kan daarentegen jaren in beslag nemen. Bij claims met een lange looptijd is, als gevolg van de aard van de schade, informatie over de gebeurtenis (bijvoorbeeld over de vereiste medische behandeling) niet altijd direct beschikbaar. Daarnaast is schade met een lange looptijd moeilijker te analyseren, zijn hiervoor meer gedetailleerde werkzaamheden vereist en is de mate van onzekerheid groter dan bij schade met een korte looptijd.
De verzekeringsmaatschappijen van Ageas houden rekening met de ervaringen met vergelijkbare gevallen en historische trends, zoals het voorzieningenpatroon, de groei van de blootstelling, schade-uitkeringen, de omvang van lopende en nog niet uitgekeerde schadegevallen, evenals gerechtelijke uitspraken en economische omstandigheden. Indien de ervaring hetzij onvoldoende wordt geacht of volledig afwezig, in het licht van de specifieke aard van de schadegebeurtenis 5 dan gebruikt Ageas betrouwbare (externe of overige) bronnen en beoordelingen, rekening houden met zijn risico positie.
Om het claimrisico te verminderen, passen de verzekeringsmaatschappijen van Ageas een selectie- en acceptatiebeleid toe. De prijsstelling wordt per klantensegment en per soort activiteit bepaald, waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van de kennis of verwachtingen ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van de frequentie en omvang van claims. Daarnaast profiteren de verzekeringsmaatschappijen van Ageas van spreidingseffecten omdat de Niet-levenbedrijven actief zijn op een groot aantal verschillende terreinen en in een groot aantal verschillende regio's. Aan het gemiddeld aantal claims verandert dit niets, maar de variatie in de totale claimportefeuille neemt hierdoor wel af, en daarmee tevens het risico. Het risico van onverwacht grote schadeclaims wordt door polisbeperkingen, beheer van het concentratierisico en herverzekeringen ingeperkt.
Catastroferisico betreft claims in verband met rampen, namelijk natuurrampen zoals storm, overstromingen, aardbevingen, ernstige vorst, tsunami's en door mensen veroorzaakte rampen zoals terrorisme, explosies of schadegevallen met doden waarbij tal van slachtoffers betrokken zijn of die neveneffecten hebben zoals vervuiling, storing in bedrijfsactiviteiten.
De vermindering van het catastroferisico vindt plaats via concentratierisicobeer en herverzekering.
Vervalrisico heeft betrekking op de toekomstige premies in een premievoorziening waarbij een verwachte winst is voorzien. Vervalrisico is het risico van meer verval dan verwacht, waardoor de winst minder is dan verwacht.
Het beheersen van Niet-leven risico's binnen Ageas is in overeenstemming met de voor elke Niet-leven entiteit geldende instructies en richtlijnen op het gebied van verzekeren en risico's nemen. Hieronder vallen regels voor risicoacceptatie, richtlijnen op het gebied van schadebeheer, herverzekeringsactiviteiten en management in het algemeen.
Op Groepsniveau is in verband met het bovenstaande een aantal rapportageschema's, zoals KPI-rapporten en toereikendheidstoetsen ingevoerd, zowel voor schade- en premiereserves.
Daarnaast is een intern model ontwikkeld om het verzekeringstechnisch risico Niet-leven voor de entiteiten en de groep beter te beheren. Het model wordt gebruikt om de optimale herverzekeringsprogramma's te vinden en zo de Niet-leven-risico's van de entiteiten te beperken, maar ook om risicoconcentratie binnen de Groep te vermijden. Weergerelateerde schades zijn een goed voorbeeld van concentratierisico's voor de Groep. Klimaatverandering verdient in dit verband bijzondere aandacht. Voor de modellen betreffende natuurverschijnselen worden externe modellen gebruikt. Ageas waarborgt een permanente opvolging van de implicatie van klimaatverandering op deze modellen en er vindt een permanente dialoog plaats met de aanbieders van deze modellen.
Schaderatio is een maatstaf die wordt gebruikt om de geschiktheid te beoordelen van het gedeelte van de premies dat wordt gehanteerd om schadeclaims te dekken. Schaderatio wordt gedefinieerd als de totale (geschatte) kosten van schade als percentage van de verdiende premies. Combined ratio is de som van schade- en lastenratio (inclusief commissies).
Over het algemeen genomen mag een combined ratio onder de 100 procent worden verwacht met een doelstelling van minder dan 96%. Vanwege de intrinsieke veranderlijkheid van het schadeclaimproces en/of ondoelmatige premies, kan de combined ratio soms boven de 100 procent bedragen. Deze situatie wordt aangepakt door middel van het beheersen van Niet-leven risico's (zie punt E hierboven).
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de Combined ratio's en Schaderatio's van de laatste vijf jaar.
De in de onderstaande tabel getoonde Niet-leven risicogevoeligheden gaan uit van het effect op het resultaat voor belasting, rekening houdend met een afname van de kosten zoals inbegrepen in de Geconsolideerde resultatenrekening met 10% en een toename van schadelasten zoals inbegrepen in de Geconsolideerde resultatenrekening met 5%.
| Effect op resultaat | Effect op resultaat | |
|---|---|---|
| voor belasting per | voor belasting per | |
| Gevoeligheden Niet-leven | 31 december 2019 | 31 december 2018 |
| Lasten (10%) | 137,5 | 139,4 |
| Schadelasten 5% | ( 116,2 ) | ( 113,8 ) |
De reserves die in de balans zijn verantwoord voor schadeclaims en de kosten van schadeclaims worden naar schadejaar door de actuarissen en de afdeling schadebeheer geanalyseerd. Uitkeringen en reserves worden derhalve in een tabel met twee tijdsperiodes weergegeven: schadejaar (jaar van de schade, in de kolommen) en kalenderjaar (ontwikkelingsjaar, op de regels). Deze zogenoemde uitfaserende driehoek laat zien hoe de schadereserve zich in de tijd ontwikkelt als gevolg van gedane betalingen en nieuwe schattingen van de uiteindelijke schade per de betreffende balansdatum.
Alle schadeclaims zijn het gevolg van verzekeringsovereenkomsten zoals gedefinieerd onder IFRS, inclusief alle schadeovereenkomsten waarvan de reserves in driehoeksformaat kunnen worden verantwoord. De genoemde belangrijkste cijfers zijn niet contant gemaakt. De contant gemaakte schadereserve en een aantal andere verplichtingen (bijv. permanente arbeidsongeschiktheid of lijfrentes uit zorg- of ongevallenverzekeringen of andere overeenkomsten zoals autoverzekeringen in het VK) zijn opgenomen in de reconciliatieregels.
Alle bedragen in de tabel worden berekend tegen de van toepassing zijnde wisselkoers per jaareinde 2019.
| Schadejaar | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | |
| Betalingen op: | ||||||||||
| N | 1.109,7 | 1.040,2 | 1.038,1 | 990,1 | 1.100,7 | 1.077,1 | 1.320,0 | 1.230,0 | 1.235,4 | 1.251,8 |
| N + 1 | 603,9 | 512,8 | 489,9 | 499,7 | 508,4 | 518,6 | 518,4 | 516,8 | 530,9 | |
| N + 2 | 122,0 | 134,1 | 119,4 | 114,4 | 130,0 | 133,9 | 121,5 | 117,2 | ||
| N + 3 | 87,4 | 71,2 | 89,4 | 74,8 | 81,7 | 101,7 | 89,6 | |||
| N + 4 | 55,9 | 50,3 | 66,4 | 59,1 | 61,4 | 50,6 | ||||
| N + 5 | 46,4 | 27,8 | 50,3 | 30,6 | 50,5 | |||||
| N + 6 | 25,9 | 18,0 | 21,4 | 17,7 | ||||||
| N + 7 | 14,3 | 9,9 | 15,9 | |||||||
| N + 8 | 8,7 | 10,3 | ||||||||
| N + 9 | 9,3 | |||||||||
| Schadekosten: (Cumulatieve betalingen | ||||||||||
| + uitstaande claims reserve) | ||||||||||
| N | 2.155,9 | 2.085,4 | 2.086,8 | 2.067,7 | 2.170,2 | 2.165,4 | 2.629,8 | 2.381,2 | 2.356,1 | 2.405,1 |
| N + 1 | 2.145,7 | 2.011,5 | 2.052,2 | 2.012,8 | 2.153,3 | 2.148,7 | 2.624,4 | 2.346,4 | 2.394,9 | |
| N + 2 | 2.150,5 | 2.000,0 | 2.056,8 | 1.954,7 | 2.154,8 | 2.203,0 | 2.512,7 | 2.317,7 | ||
| N + 3 | 2.149,5 | 1.973,2 | 2.032,4 | 1.938,4 | 2.169,4 | 2.135,4 | 2.401,6 | |||
| N + 4 | 2.147,7 | 1.947,5 | 2.055,2 | 1.971,2 | 2.130,6 | 2.085,3 | ||||
| N + 5 | 2.148,2 | 1.971,4 | 2.059,1 | 1.957,7 | 2.087,6 | |||||
| N + 6 | 2.170,0 | 1.976,5 | 2.040,9 | 1.929,5 | ||||||
| N + 7 | 2.168,0 | 1.967,4 | 2.027,6 | |||||||
| N + 8 | 2.170,0 | 1.955,0 | ||||||||
| N + 9 | 2.150,3 | |||||||||
| Uiteindelijk verlies, geschat op de initiële datum | 2.155,9 | 2.085,4 | 2.086,8 | 2.067,7 | 2.170,0 | 2.165,4 | 2.629,8 | 2.381,2 | 2.356,0 | 2.405,1 |
| Uiteindelijk verlies, geschat in voorgaand jaar | 2.170,0 | 1.967,4 | 2.040,9 | 1.957,7 | 2.130,5 | 2.135,4 | 2.512,8 | 2.346,4 | 2.356,0 | |
| Uiteindelijk verlies, geschat in huidig jaar | 2.150,3 | 1.955,0 | 2.027,6 | 1.929,5 | 2.087,6 | 2.085,1 | 2.401,6 | 2.317,7 | 2.394,9 | 2.405,1 |
| Surplus (tekort) huidig jaar ten opzicht | ||||||||||
| van initieel schadejaar | 5,6 | 130,5 | 59,3 | 138,2 | 82,4 | 80,3 | 228,2 | 63,5 | ( 38,9 ) | |
| Surplus (tekort) huidig jaar ten opzichte | ||||||||||
| van vorig schadejaar | 19,7 | 12,5 | 13,3 | 28,2 | 42,9 | 50,2 | 111,2 | 28,7 | ( 38,9 ) | |
| Uitstaande claims reserve voor 2010 | 442,8 | |||||||||
| Uitstaande claims reserve van 2010 tot 2019 | 3.373,1 | |||||||||
| Overige verplichtingen (niet in tabel) | 1.710,2 | |||||||||
| Claims ongevallenverzekeringen en zorg | 1.506,6 | |||||||||
| Totaal schadeverplichting in de balans | 7.032,7 |
De versterking van de voorzieningen werd in 2019 voortgezet door een voortdurende aanpassing van de verwachte schade-uitkeringen.
De schadereserve ontwikkelingstabel per schadejaar (zie hierboven) laat de ontwikkeling zien van de uiteindelijke totale schade (in gedane betalingen en uitstaande schadereserves) voor elk schadejaar (zoals aangegeven in de kolom), per ontwikkelingsjaar (zoals aangegeven in de regel) vanaf het jaar van het optreden van de schade tot en met boekjaar 2019.
In de driehoek 'Betalingen' is het totale bedrag aan schadebetalingen weergegeven, verminderd met terugvorderingen, exclusief herverzekering.
De tweede driehoek, 'Schadekosten', geeft de som van de cumulatieve betalingen en de uitstaande claimsreserve inclusief IBN(E)R voor elk schadejaar weer. Dit is voor aftrek van herverzekering.
De regels 'Uiteindelijk verlies', geschat per de datum dat de schade voor het eerst optrad, per het vorige boekjaar en het huidige boekjaar weerspiegelt het feit dat de schatting fluctueert met de kennis en informatie die over de schadeclaim is vergaard. Hoe langer de ontwikkelingsperiode van de claims, hoe nauwkeuriger de inschatting van het uiteindelijke verlies.
Het bedrag bij 'Totaal schadeverplichting in de balans' wordt verder toegelicht in sectie 19.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven.
Gezondheid verzekeringstechnisch risico geeft het risico weer dat ontstaat uit de verplichtingen van de gezondheidszorg verzekeringen. Of dat nu gebeurt op een gelijkaardige technische basis als die van de levensverzekering of niet, voortvloeiend uit zowel de gedekte gevaren en de processen die worden gebruikt in de bedrijfsvoering.
De onderdelen van gezondheidsverzekeringsrisico moeten worden opgesplitst afhankelijk van het type verplichtingen: indien gelijkaardig aan levensrisico of gemodelleerd op basis van gelijkaardige technieken als die voor levensverplichtingen – we verwijzen naar sectie 4.7.2.1 Levensverzekeringsrisico's. Voor verplichtingen gelijkaardig aan Niet-leven verplichtingen of gemodelleerd op een gelijkaardige manier, verwijzen we naar sectie 4.7.2.2 Verzekeringsrisico's Nietleven.
Operationele risico's worden gedefinieerd als de risico's van verlies als gevolg van ontoereikende of falende interne processen, systemen, medewerkers of externe gebeurtenissen.
Ageas beschouwt operationeel risico als een 'paraplu-risico' dat zeven subrisico's omvat: Klanten, producten en bedrijfspraktijken; Uitvoering, levering en procesmanagement; Bedrijfsonderbreking en systeemfouten; Handelingen van werknemers en veiligheid op de werkvloer; Interne fraude; Externe fraude; en Schade aan materiële activa. Om afdoende beheer van operationele risico's te waarborgen, heeft Ageas groepsbreed beleid en processen ingevoerd met betrekking tot onder meer de volgende onderwerpen:
De strategie van Ageas om operationele risico's te verminderen, is om operationele fouten of onderbrekingen te minimaliseren, of deze nu door interne of externe factoren worden veroorzaakt, die tot reputatieschade en/of financiële verliezen kunnen leiden. Wij doen dit met een sterk en robuust intern controlesysteem (ICS). Opleidings- en trainingsinitiatieven voor risicobewustzijn maken deel uit van de activiteiten van de Ageas-entiteiten omdat deze cruciaal zijn teneinde te waarborgen dat medewerkers voldoende inzicht hebben in hun taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot risicomanagement.
Ageas past de standaardformule toe om het operationele risicokapitaal te berekenen. Ageas heeft ook een scenario-gebaseerde benadering geïmplementeerd. Deze gebruikt opinies van deskundigen, interne en externe gegevens. De geschatte frequentie en ernst worden vertaald in de meest waarschijnlijke potentiële verliezen en de worst case potentiële verliezen voor elk operationeel risicoscenario. De scenariooutputs worden gebruikt om te bepalen of het op de standaardformule gebaseerde operationele risicokapitaal voldoende is om onze belangrijkste operationele risico's te dekken.
Daarnaast worden regelmatig speciale beoordelingen op het gebied van gegevensbescherming en informatiebeveiliging uitgevoerd.
Deze risicocategorie omvat externe en interne factoren die een invloed kunnen hebben op de mogelijkheid van Ageas om te voldoen aan zijn huidige plannen en doelstellingen, en om zich te positioneren met het oog op de verwezenlijking van aanhoudende groei en waardecreatie.
Risico voor de organisatie voortvloeiend uit onduidelijk inzicht in en vertaling van de strategie, onvoldoende vastgesteld onzekerheidsniveaus (risico) van de strategie en/of problemen die wij in de implementatiefasen ondervinden. Het omvat:
risico voor de organisatie voortvloeiend uit ons bedrijfsmodel (en dat van invloed is op de zakelijke beslissingen die wij nemen).
Partnerschapsrisico:
risico voor de organisatie voortvloeiend uit partnerships, afhankelijkheid van partnergerelateerde distributiekanalen, beperkte operationele controle inherent aan joint ventures, aanbieding van verzekeringsdiensten als onderdeel van een breder 'partnership eco-systeem' (bijv. koppeling van verzekeringsproducten met dienstverleners zoals Amazon, nutsbedrijven op het gebied van connected homes enz.).
Ageas Groep heeft een sterk strategisch risicomanagementkader om op deze risico's te anticiperen, deze te melden en te verminderen. Het ORSA-rapport biedt een beoordeling van de algemene toereikendheid van solvabiliteit voor de drie jaren omvattende gebudgetteerde periode (multi-year budget of MYB), waarbij strategische risico's zijn inbegrepen.
Risico voor de organisatie voortvloeiend uit het management van veranderingen (bijv. programma's en projecten) of het onvermogen om snel genoeg in te spelen op bedrijfstak- en marktveranderingen (bijv. regelgeving en producten).
Risico's voortvloeiend uit interne en/of externe omgevingsfactoren zoals:
Het risico van verstoring van financiële dienstverleningsorganisaties die mogelijk ernstige gevolgen heeft voor het financiële systeem en/of de echte economie. Systeemrisico-gebeurtenissen kunnen hun oorsprong hebben in, zich verspreiden via, of buiten Ageas blijven.
Indien noodzakelijk sluiten de verzekeringsbedrijven van Ageas herverzekeringscontracten af om de verzekeringstechnische risico's te verminderen. Deze herverzekering kan op polis-per-polis-basis (per risico) plaatsvinden of op portefeuillebasis (per gebeurtenis). Deze laatste gebeurtenissen zijn voornamelijk weergerelateerd (bijv. orkanen, aardbevingen en overstromingen) of ontstaan door menselijk handelen, met vele claims veroorzaakt door een afzonderlijke gebeurtenis. Voor de selectie van herverzekeringsmaatschappijen zijn voornamelijk de prijsstelling en de beheersing van het tegenpartijrisico bepalend. Het beheer van het tegenpartijrisico is geïntegreerd in het totale beheer van het kredietrisico.
Ageas richtte een interne herverzekeringsmaatschappij op, genaamd Intreas N.V., die in juni 2015 een licentie in Nederland verkreeg. In 2018 verkreeg Ageas een vergunning voor Leven en voor Niet-Leven voor ageas SA/NV in België. In de loop van 2019 werden de activiteiten van Intreas N.V. volledig overgedragen aan ageas SA/NV en werd Intreas N.V. geliquideerd.
De reden voor het aanvragen van een vergunning voor ageas SA/NV is het optimaliseren van het herverzekeringsprogramma van Ageas door het harmoniseren van risicoprofielen doorheen gecontroleerde limieten/entiteiten en om het kapitaalbeheer te verbeteren.
De verzekeringsmaatschappijen in scope voor Intreas zijn:
Teneinde in overeenstemming te zijn met zijn risk appetite, vermindert ageas SA/NV een gedeelte van het risico op de aangegane contracten door de aankoop van groep retrocessie dekkingen en/of dekkingen die zijn eigen balans beschermen. Ageas SA/NV onderschrijft proportionele overeenkomsten, die een deel van de Niet-levenactiviteiten van de dochtermaatschappijen.
Sinds de overdracht van de activiteiten van Intreas aan ageas SA/NV werd de governance aangepast teneinde te voldoen en te opereren binnen het risicomanagementkader van Ageas en om de procesbeheersing te laten voldoen aan de standaarden van de Groep.
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van het behoud van het risico per product (in nominale bedragen) van Ageas.
| Waarschijnlijk maximaal | Waarschijnlijk maximaal | |
|---|---|---|
| 2019 | verlies per risico | verlies per gebeurtenis |
| Productsegmenten | ||
| Auto, wettelijke aansprakelijkheid | 4.350.500 | 4.350.500 |
| Auto overige | 122.882.500 | |
| Vastgoed | 5.000.000 | 122.882.500 |
| Wettelijke aansprakelijkheid algemeen | 3.700.750 | 6.700.750 |
| Bedrijfsongevallenverzekering | 3.000.000 | 3.000.000 |
| Persoonlijke ongevallen | 3.000.000 | 3.000.000 |
De tabel geeft het hoogste bedrag per risico weer voor alle entiteiten van de groep voor soortgelijke dekking waarvoor Ageas de maximale neemt om risico's te beperken. Bedragen die hoger zijn dan in de tabel weergegeven, worden overgedragen naar derden herverzekeraars. De hoogte hangt af van het type gebeurtenis dat door deze herverzekeringsovereenkomsten wordt gedekt: per individueel risico of per gebeurtenis. Aangezien de catastrofedekking voor Auto overige onder de reguliere herverzekeringsovereenkomsten valt, wordt het genoemde behoud beschouwd als het maximale bedrag waaraan Ageas blootgesteld is.
Voor het behoud per gebeurtenis, nemen we de maximale gecombineerde blootstelling van AIL, AGI en Ageas SA/NV in aanmerking.
De onderstaande tabel biedt een overzicht van de premies die per product aan herverzekeraars zijn betaald per jaareinde (bedragen in miljoenen).
| Bruto geboekte | Uitgaande | Netto geboekte | |
|---|---|---|---|
| 2019 | premies | premies | premies |
| Productsegmenten | |||
| Leven | 5.167,2 | ( 38,1 ) | 5.129,1 |
| Ongevallen en gezondheidzorg | 979,9 | ( 46,5 ) | 933,4 |
| Brand, schade, andere schade aan eigendommen en overige | 3.238,6 | ( 278,8 ) | 2.959,8 |
| Bruto geboekte | Uitgaande | Netto geboekte | |
|---|---|---|---|
| 2018 | premies | premies | premies |
| Productsegmenten | |||
| Leven | 4.794,0 | ( 36,6 ) | 4.757,4 |
| Ongevallen en gezondheidzorg | 904,5 | ( 29,2 ) | 875,3 |
| Brand, schade, andere schade aan eigendommen en overige | 3.162,9 | ( 198,4 ) | 2.964,5 |
De tabel toont de aanzienlijke toename van het premie-inkomen voor Leven. Herverzekering blijft stabiel voor Leven maar stijgt voor P&C-activiteiten en ongevallen en gezondheidszorg.
ageas SA/NV is de uiteindelijke moedermaatschappij van de Ageas Groep en heeft sinds juni 2018 een vergunning om alle leven en niet-leven activiteiten van ageas SA/NV uit te voeren. De Nationale Bank van België (NBB) heeft ageas SA/NV aangemerkt als een Verzekeringsholding. In Juni 2018 heeft de NBB aan ageas SA/NV een licentie verstrekt om life en non-life herverzekeringsactiviteiten te verwerken. De NBB is de toezichthoudende instantie en ontvangt in die hoedanigheid specifieke rapporten die de basis vormen voor het prudentieel toezicht op het niveau van de groep. In zijn rol van toezichthoudende instantie voor de groep faciliteert de NBB groepstoezicht via een college van toezichthouders. Toezichthouders in de EER-lidstaten waarin Ageas actief is, zijn in dit college vertegenwoordigd. Het college werkt op basis van Europese richtlijnen, waarborgt dat de samenwerking, uitwisseling van informatie en gezamenlijk overleg tussen de toezichthoudende instanties plaatsvindt en bevordert de convergentie van toezichthoudende activiteiten. In juni 2018 verleende de NBB ageas SA/NV een vergunning voor de onderschrijving van herverzekeringsactiviteiten. In de tweede helft van 2018 begon Ageas SA/NV met de onderschrijving van herverzekeringsactiviteiten.
Sinds 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau onder het Solvency II-raamwerk. In plaats van de Standaardformule toe te passen gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) voor de Pijler 1-rapportage waarbij het grootste deel van de schadeverzekeringsrisico's worden gemodelleerd aan de hand van Ageas-specifieke formules.
Voor volledig geconsolideerde entiteiten is de consolidatiescope voor Solvency II is vergelijkbaar met de IFRS consolidatiescope. De Europese beleggingen in deelnemingen werden pro-rata opgenomen, zonder enige diversificatievoordelen. Alle niet-Europese deelnemingen (inclusief Turkije) werden uitgesloten van beschikbaar kapitaal en vereist kapitaal, aangezien de toepasselijke solvabiliteitsstelsels niet als gelijkwaardig aan Solvency II worden beschouwd.
In het Partieel Intern Model (PIM) past Ageas overgangsmaatregelen toe inzake de technische voorzieningen in Portugal en Frankrijk, de grandfathering van uitgegeven hybride schuld en de verlenging van rapportagedeadlines op het niveau van de Groep.
De aansluiting tussen het eigen vermogen volgens de IFRS en het eigen vermogen volgens Solvency II en de resulterende solvabiliteitsratio volgens het Partieel Intern Model is de volgende:
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| IFRS eigen vermogen | 13.480,7 | 11.519,6 |
| Eigen vermogen | 11.221,3 | 9.411,4 |
| Minderheidsbelangen | 2.259,4 | 2.108,2 |
| Achtergestelde verplichtingen die in aanmerking komen | 3.116,7 | 2.285,0 |
| Perimeter wijzigingen aan IFRS waarde | ( 4.927,2 ) | ( 3.170,6 ) |
| Uitsluiting van verwachte dividenden | ( 489,6 ) | ( 414,4 ) |
| Proportionele consolidatie | ( 342,8 ) | ( 315,3 ) |
| Verwijdering uit de balans van beleggingen in deelnemingen | ( 4.094,8 ) | ( 2.440,9 ) |
| Waarderingsverschillen - (niet geaudit) | ( 1.999,3 ) | ( 1.290,6 ) |
| Herwaardering van vastgoedinvesteringen | 1.885,1 | 1.807,0 |
| Verwijdering uit de balans van parking concessies | ( 530,9 ) | ( 422,6 ) |
| Verwijdering uit de balans van goodwill | ( 614,4 ) | ( 602,1 ) |
| Herwaardering van balansonderdelen gerelateerd aan de verzekeringsactiviteiten - | ||
| (niet door de accountant gecontroleerd) | ( 6.851,6 ) | ( 4.960,1 ) |
| (Technische voorzieningen, bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten | ||
| kunnen worden verhaald, de waarde van verworven ondernemingen | ||
| en uitgestelde overnamekosten) | - | |
| Herwaardering van activa die onder IFRS niet aan reële waarde kunnen worden geboekt | 3.653,6 | 2.613,8 |
| (Obligaties aangehouden tot einde looptijd, leningen, hypotheken) | - | |
| Belastingimpact op waarderingsverschillen | 500,3 | 252,1 |
| Overige | ( 41,4 ) | 21,3 |
| Totaal Solvency II eigen vermogen - (niet geaudit) | 9.670,9 | 9.343,4 |
| Niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal | ( 1.017,9 ) | ( 1.284,4 ) |
| Totaal in aanmerking komend Solvency II eigen vermogen - (niet geaudit) | 8.653,0 | 8.059,0 |
| Vereist kapitaal voor de Groep volgens het Partieel Intern Model (SCR) – (niet-geaudit) | 4.253,6 | 3.728,1 |
| Kapitaalratio | 203,4% | 216,2% |
| 31 december 2019 | ||
|---|---|---|
| Totaal in aanmerking komend eigen vermogen onder Solvency II, | ||
| waarvan - (niet geaudit): | 8.653,0 | 8.059,0 |
| Tier 1 | 5.502,4 | 5.618,8 |
| Tier 1 restricted | 1.375,6 | 1.404,7 |
| Tier 2 | 1.667,7 | 952,0 |
| Tier 3 | 107,3 | 83,5 |
Het eigen vermogen steeg van EUR 8.059 miljoen in het vierde kwartaal van 2018 naar EUR 8.653 miljoen in het vierde kwartaal van 2019; dit wordt verklaard door de 'Halley'-uitgifte, betaling van de Indiase Niet-Leven RSGI-deelneming die geen deel uitmaakt van SII, de dalende rentecurve en de inkoop van eigen aandelen.
Niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal is verbonden met belangen van derden.
De solvabiliteitskapitaalvereisten kunnen als volgt worden samengevat:
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Marktrisico | 4.821,3 | 4.420,6 |
| Tegenpartij kredietrisico | 358,0 | 351,3 |
| Levensverzekeringstechnisch risico | 775,1 | 633,5 |
| Gezondheidzorg verzekeringtechnisch risico | 320,8 | 347,8 |
| Niet-leven verzekeringstechnisch risico | 809,5 | 718,4 |
| Diversificatie tussen de hierboven vermelde risico's | ( 1.535,1 ) | ( 1.395,0 ) |
| Niet-diversifieerbare risico's | 534,9 | 507,4 |
| Absorberend vermogen van technische voorzieningen om verliezen te compenseren | ( 1.034,5 ) | ( 1.001,5 ) |
| Absorberend vermogen van uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren | ( 796,4 ) | ( 854,4 ) |
| Vereist kapitaal voor de Groep volgens het Partieel Intern Model (SCR) – (niet-geaudit) | 4.253,6 | 3.728,1 |
| Impact van Schade Intern Model op Niet-Leven Verzekeringstechnisch Risico | ( 21,7 ) | 364,2 |
| Impact van Schade Intern Model op Diversificatie tussen risico's | 38,7 | ( 198,4 ) |
| Impact van Schade intern Model op correctie voor het vermogen via Uitgestelde Belastingen | 24,3 | 7,1 |
| Vereist Kapitaal voor de Groep onder de Standaardformule | 4.294,9 | 3.901,0 |
Ageas is van mening dat een sterke kapitaalbasis in de individuele verzekeringsactiviteiten een noodzaak is, enerzijds als een competitief voordeel en anderzijds omdat het nodig is om de geplande groei te financieren.
Voor zijn kapitaalbeheer hanteert Ageas een interne benadering gebaseerd op het Partieel Intern Model met een aangepast spreadrisico, waarbij een Intern Model wordt toegepast voor Vastgoed (vanaf 2016), overgangsmaatregelen worden verwijderd (met uitzondering van de grandfathering van uitgegeven hybride schuld en de verlenging van rapportagedeadlines) en een aanpassing voor de reële waardering van IAS 19-reserves.
Onder deze aanpassing wordt het spreadrisico berekend op het fundamenteel gedeelte van het spreadrisico voor alle obligaties. Dit betekent een SCR-last voor overheidsobligaties uit de EU en met een hoge rating en verlaagt het spreadrisico voor alle andere obligaties. De technische voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde met gebruik van een rentecurve zoals voorgeschreven door EIOPA. In plaats van de standaard volatiliteitsaanpassing passen de ondernemingen een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing toe, of gebruiken een model voor verwachtverlies-model gebaseerd op de samenstelling van hun specifieke activaportefeuille. Deze SCR wordt SCRageas genoemd.
De aansluiting van de SCRageas met het Partieel Intern Model SCR is de volgende:
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Partieel Intern Model SCR Groep | 4.253,6 | 3.728,1 |
| Uitsluiting van Algemene Rekening | ( 70,5 ) | ( 78,4 ) |
| Partieel Intern Model SCR Verzekeringsactiviteiten | 4.183,1 | 3.649,7 |
| Impact van Intern Model Vastgoed | ( 445,2 ) | ( 247,4 ) |
| Bijkomend Spreadrisico | 281,9 | 143,2 |
| Min diversificatie | 35,0 | 107,6 |
| Min correctie technische voorziening | ( 150,0 ) | ( 56,3 ) |
| Min Beperking correctie voor het vermogen van uitgesteld belastingverlies | 1,9 | 54,9 |
| Group SCR ageas | 3.906,7 | 3.651,7 |
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| In aanmerking komend groepsvermogen gebaseerd op Partieel Intern Model | 8.653,0 | 8.059,0 |
| Uitsluiting van Algemene Rekening | ( 719,9 ) | ( 556,4 ) |
| Herwaardering technische voorziening | ( 196,3 ) | ( 314,4 ) |
| Terugboeking van parking concessies | 245,2 | 208,0 |
| Herberekening van niet-beschikbaar | ( 67,2 ) | ( 4,2 ) |
| In aanmerking komend groepsvermogen onder Solvency II ageas | 7.914,8 | 7.392,0 |
Group SCRageas steeg van EUR 3.652 miljoen in het vierde kwartaal van 2018 naar EUR 3.907 miljoen in het vierde kwartaal van 2019 en wordt voornamelijk verklaard door toenemend aandelenrisico en verzekeringstechnisch risico Niet-leven:
Deze stijging wordt gedeeltelijk gecompenseerd door het hogere vermogen om verliezen te absorberen binnen Technische voorzieningen.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigen | Solvabiliteits- | Eigen | Solvabiliteits | |||
| vermogen | SCR | ratio | vermogen | SCR | ratio | |
| België | 6.261,7 | 2.837,1 | 220,7% | 6.446,4 | 2.747,3 | 234,6% |
| VK | 851,6 | 475,1 | 179,2% | 820,1 | 490,3 | 167,3% |
| Continentaal Europa | 1.072,4 | 631,9 | 169,7% | 1.036,3 | 581,3 | 178,3% |
| Herverzekering | 708,0 | 410,3 | 172,6% | 111,0 | 56,7 | 195,7% |
| Totaal Verzekering | 7.914,8 | 3.906,7 | 202,6% | 7.392,0 | 3.651,7 | 202,2% |
| Algemene Rekening inclusief eliminatie en diversificatie | 719,3 | 66,4 | 0,0% | 606,2 | 76,1 | |
| Niet-Overdraagbaar eigen vermogen / Diversificatie | ( 978,9 ) | ( 447,7 ) | 0,0% | ( 1.021,8 ) | ( 223,9 ) | |
| Totaal Ageas | 8.634,1 | 3.973,1 | 217,3% | 7.998,2 | 3.727,8 | 214,6% |
De beoogde kapitaalratio wordt gesteld op 175% gebaseerd op SCRageas.
Dit hoofdstuk heeft betrekking op vergoedingen na uitdiensttreding, andere langetermijn-personeelsbeloningen en beëindigingsvergoedingen. Vergoedingen na uitdiensttreding zijn personeelsbeloningen, zoals pensioenen en gezondheidszorg regelingen, die worden uitgekeerd na beëindiging van de arbeidsrelatie. Andere langetermijn-personeelsbeloningen zijn personeelsbeloningen die niet (volledig) betaalbaar zijn binnen twaalf maanden na de periode waarin de medewerkers de betreffende dienst hebben verleend, zoals jubileumuitkeringen en langdurige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsvergoedingen die betaalbaar zijn ten gevolge van het voortijdig beëindigen van de arbeidsovereenkomst met een werknemer.
De volgende tabel geeft een overzicht van alle personeelsvergoedingen binnen Ageas.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 741,6 | 644,1 |
| Overige vergoedingen na uitdiensttreding | 139,9 | 132,2 |
| Overige lange-termijn-personeelsbeloningen | 17,0 | 16,1 |
| Verplichtingen voor ontslagvergoedingen | 4,5 | 5,1 |
| Totaal verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen (activa) | 903,0 | 797,5 |
Verplichtingen en gerelateerde prestatiekosten worden volgens de 'projected unit credit' methode berekend. Het doel van deze methode is de beloningen toe te rekenen naar rato van het aantal dienstjaren waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige salarisverhogingen en de toewijzingsbeginselen van de pensioenregeling.
De verplichting voor toegezegdpensioenregelingen vertegenwoordigt de netto contante waarde van de toegekende beloningen per verslagdatum. De aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen de contante waarde van de beloningen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer gedurende de periode.
De pensioenkosten omvatten nettorentelasten, berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettopensioenschuld. De disconteringsvoet is een voet van toepassing op hoogwaardige bedrijfsobligaties als er sprake is van een actieve markt voor zulke obligaties, en een voet van toepassing op overheidsobligaties op andere markten.
Bepaalde activa kunnen worden beperkt tot hun recupereerbare bedrag in de vorm van een reductie in toekomstige contributies of een cash terugbetaling (actiefplafond). Bovendien kan er een verplichting omwille van een minimumvereiste inzake financiering worden geregistreerd.
Actuariële winsten en verliezen voor vergoedingen na uitdiensttreding worden geregistreerd in overig comprehensive income, terwijl die voor Andere personeelsbeloningen op lange termijn en uitdiensttredingsvergoedingen in de resultatenrekening worden geboekt.
Ageas heeft pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen voor het merendeel van haar medewerkers. Het heeft voor Ageas de voorkeur om de pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen te vervangen door pensioenregelingen op basis van beschikbare premies om zodoende de werkgeverskosten beter te kunnen bewaken en beheersen en mobiliteit van medewerkers tussen de landen te bevorderen. Ageas financiert echter, conform eerdere afspraken, nog altijd pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen die voor het merendeel van de huidige medewerkers gelden.
Toegezegdpensioenregelingen worden berekend op basis van het aantal dienstjaren en het salarisniveau. De pensioenverplichtingen worden bepaald aan de hand van sterftecijfers, het personeelsverloop, de loonstijging en economische aannames met betrekking tot bijvoorbeeld de inflatie en het disconteringspercentage. De disconteringsvoet wordt per land of per regio vastgesteld op basis van het rendement (per de einddatum) van bedrijfsobligaties met een AArating. Door deze pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen is de groep blootgesteld aan actuariële risico's, zoals langleven-, valuta-, rente- en marktrisico.
Naast pensioenuitkeringen omvatten de kosten van regelingen op basis van vaste toezeggingen ook andere kosten, zoals de vergoeding van een deel van de premies van gezondheidszorg verzekeringen, die in stand blijven na pensionering van medewerkers.
Ageas financiert wereldwijd een aantal regelingen op basis van beschikbare premies. Bij dit type regelingen blijft de verplichting van de werkgever beperkt tot de uitkering van de vergoedingen die zijn berekend in overeenstemming met het reglement. In 2019 bedroegen de werkgeversbijdragen voor regelingen op basis van beschikbare premies EUR 11,4 miljoen (2018: EUR 11,7 miljoen). Deze bijdragen worden verantwoord onder Personeelskosten (zie toelichting 40).
In België, heeft Ageas regelingen met toegezegde bijdragen, opgezet in overeenstemming met de Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen (WAP plannen). Deze plannen verbinden de werkgever tot de betaling van een toelage berekend volgens het pensioenreglement, en het toekennen van een gewaarborgd minimum rendement gelinkt aan de rentes op Belgische overheidsobligaties, met een ondergrens van 1,75% en een bovengrens van 3,75%.
De wet van 18 december 2015 om de houdbaarheid en maatschappelijke doelstelling van werknemerspensioenen te verzekeren en om het aanvullend karakter verder te verstevigen in vergelijking met de wettelijke pensioenen verandert het engagement van de werkgever ten aanzien van deze plannen. Per 1 januari 2016 is de door de werkgever gegarandeerde rentevoet gelijk aan een percentage (gelijk aan 65% ) van het gemiddelde rendement op de 24 voorgaande maanden tot 1 juni van de Belgische OLO's met een looptijd van 10 jaar. Dit rendement zal worden toegepast op 1 januari van het volgende jaar. Deze berekening resulteert in een gegarandeerde rentevoet van 1,75% op 1 januari 2019 (1,75% op 1 januari 2018).
Door deze minimale rendementsgaranties voldoen WAP plannen strikt genomen niet aan de definitie van toegezegdebijdragenregelingen van IAS 19. Hoewel IAS 19 geen rekening houdt met de boekhoudkundige verwerking van hybride plannen, kunnen dergelijke plannen dankzij de wetswijziging per 1 januari 2016 boekhoudkundig worden verwerkt met behulp van de 'projected unit credit'-methode. Bijgevolg heeft Ageas de verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen vanaf 1 januari 2016 geschat volgens IAS 19.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de bedragen die per 31 december zijn opgenomen in de balans in verband met pensioenregelingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | ||
| Contante waarde van verplichtingen met kwalificerende beleggingen | 286,1 | 289,1 | |||
| Contante waarde van verplichtingen zonder kwalificerende beleggingen | 784,5 | 642,6 | 139,9 | 132,2 | |
| Contante waarde van de verplichting | 1.070,6 | 931,7 | 139,9 | 132,2 | |
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen | ( 342,9 ) | ( 306,1 ) | |||
| 727,7 | 625,6 | 139,9 | 132,2 | ||
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten | 12,0 | 16,8 | |||
| Overige bedragen verantwoord in de balans | 1,9 | 1,7 | |||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 741,6 | 644,1 | 139,9 | 132,2 | |
| Bedragen in de balans: | |||||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 792,0 | 666,6 | 139,9 | 132,2 | |
| Activa voor plannen met vaste toezeggingen | ( 50,4 ) | ( 22,6 ) | |||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 741,6 | 644,1 | 139,9 | 132,2 |
De verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen zijn opgenomen onder 'Overlopende rente en overige verplichtingen' (zie toelichting 24) en de activa uit hoofde van pensioenregelingen met vaste toezeggingen vallen onder 'Overlopende rente en overige activa' (zie toelichting 15).
Omdat Ageas als financiële instelling gespecialiseerd is in het beheer van regelingen voor personeelsvergoedingen zijn een aantal pensioenregelingen voor medewerkers verzekerd via verzekeringsbedrijven die deel uitmaken van de Groep. Derhalve, en in overeenstemming met IFRS, worden deze activa niet tot het toetsingsvermogen gerekend en mogen deze niet worden gerekend tot de fondsbeleggingen. Om die reden worden deze regelingen aangemerkt als 'niet gefinancierd'.
Vanuit economisch oogpunt wordt de nettoverplichting inzake toegezegdpensioenregelingen gecompenseerd door de niet tot het toetsingsvermogen gerekende fondsbeleggingen die binnen Ageas worden aangehouden (2019: EUR 538,1 miljoen; 2018: EUR 485,3 miljoen). Economisch gezien resulteert dit voor 2019 in een netto pensioenverplichting van EUR 203,5 miljoen (2018: EUR 158,8 miljoen) voor verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen in de balans.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | ||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen per 1 januari | 644,1 | 678,6 | 132,2 | 130,0 | |
| Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen | 53,2 | 49,4 | 5,4 | 4,7 | |
| Bijdragen werkgevers | ( 17,5 ) | ( 5,0 ) | |||
| Bijdragen werknemers betaald aan de werkgever | 2,0 | 1,9 | |||
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | ( 39,8 ) | ( 34,7 ) | ( 2,8 ) | ( 2,7 ) | |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 0,7 | ||||
| Overdracht | ( 0,2 ) | ( 2,5 ) | |||
| Wisselkoersverschillen | ( 1,2 ) | ( 0,1 ) | |||
| Overige | 21,1 | 0,3 | |||
| Herberekening | 79,9 | ( 44,5 ) | 5,1 | 0,2 | |
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen per 31 december | 741,6 | 644,1 | 139,9 | 132,2 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | |||
|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | |||
| 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | |
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen per 1 januari | 931,7 | 996,8 | 132,2 | 130,0 |
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 43,1 | 50,6 | 3,1 | 3,3 |
| Rentelasten | 14,8 | 13,3 | 2,3 | 2,1 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven en niet-verworven rechten | 2,8 | 0,9 | ( 0,5 ) | |
| Planinperkingen | 0,9 | ( 9,2 ) | ( 0,2 ) | |
| Schikkingen | ( 23,0 ) | |||
| Herberekening | 129,7 | ( 52,7 ) | 5,1 | 0,2 |
| Bijdragen deelnemers | 0,2 | 0,4 | ||
| Bijdragen werknemers betaald aan de werkgever | 2,0 | 1,9 | ||
| Uitkeringen | ( 13,4 ) | ( 19,3 ) | ||
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | ( 39,8 ) | ( 34,7 ) | ( 2,8 ) | ( 2,7 ) |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 3,0 | |||
| Overdracht | 12,0 | ( 15,2 ) | ||
| Wisselkoersverschillen | 9,4 | ( 1,8 ) | ||
| Overige | 0,2 | ( 2,3 ) | ||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen per 31 december | 1.070,6 | 931,7 | 139,9 | 132,2 |
De volgende tabel toont de mutaties in de reële waarde van de kwalificerende beleggingen.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 1 januari | 306,1 | 334,9 |
| Schikkingen | ( 22,0 ) | |
| Rentebaten | 7,6 | 6,7 |
| Herberekening (rendement op de kwalificerende beleggingen,exclusief rente-effect) | 44,8 | ( 10,4 ) |
| Bijdragen werkgevers | 16,9 | 5,0 |
| Bijdragen deelnemers | 0,2 | 0,4 |
| Uitkeringen | ( 12,8 ) | ( 19,3 ) |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 4,4 | |
| Overdracht | 12,2 | ( 12,7 ) |
| Wisselkoersverschillen | 10,6 | ( 1,7 ) |
| Overige | ( 20,7 ) | ( 1,2 ) |
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 31 december | 342,9 | 306,1 |
De volgende tabel toont de veranderingen in het actiefplafond en/of minimale financieringsvereisten.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten per 1 januari | 16,8 | 16,7 |
| Rentelasten | 0,2 | 0,2 |
| Herberekening | ( 5,0 ) | ( 2,2 ) |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 2,1 | |
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten per 31 december | 12,0 | 16,8 |
Het actiefplafond houdt verband met Ageas-entiteiten in Portugal.
De volgende tabel geeft een overzicht van de componenten die betrekking hebben op de toegezegdpensioenregelingen en overige uitkeringen na uitdiensttreding voor het jaar eindigend per 31 december en die van invloed zijn op de resultatenrekening.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | ||
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 43,1 | 50,6 | 3,1 | 3,3 | |
| Netto rentekosten | 7,4 | 6,8 | 2,3 | 2,1 | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven en niet-verworven rechten | 2,8 | 0,9 | ( 0,5 ) | ||
| Planinperkingen | 0,9 | ( 9,2 ) | ( 0,2 ) | ||
| Schikkingen | ( 1,0 ) | ||||
| Overige | 0,3 | ||||
| Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen | 53,2 | 49,4 | 5,4 | 4,7 |
De netto rentekosten en andere zijn verantwoord als Financieringslasten (zie toelichting 37). Alle overige kosten worden verantwoord als Personeelskosten (zie toelichting 40).
De samenstelling van herberekeningen per 31 december is als volgt.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | ||
| Rendement op kwalificerende beleggingen, exclusief effect op de rente | ( 44,8 ) | 10,4 | |||
| Herberekening van actiefplafond / minimale financieringsvereisten | ( 5,0 ) | ( 2,2 ) | |||
| Actuariële (winsten) verliezen m.b.t.: | |||||
| wijziging in demografische veronderstellingen | 13,0 | ( 19,0 ) | 5,3 | ||
| wijziging in financiële veronderstellingen | 108,2 | ( 38,0 ) | 10,6 | ( 2,9 ) | |
| ervaringsaanpassingen | 8,5 | 4,3 | ( 10,8 ) | 3,1 | |
| Herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling, netto (actief) | 79,9 | ( 44,5 ) | 5,1 | 0,2 |
De herberekening van de netto verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling wordt onder overig comprehensive income verantwoord. Herberekeningen van kwalificerende beleggingen zijn met name het verschil tussen de eigenlijke return van kwalificerende beleggingen en verwachte disconteringsvoet. Herberekeningen van de toegezegdpensioenverplichtingen geven de verandering in actuariële veronderstellingen (demografische en financiële veronderstellingen) en de ervaringsaanpassingen weer.
Ervaringsaanpassingen zijn de actuariële winsten en verliezen die ontstaan door verschillen tussen de actuariële veronderstellingen aan het begin van het jaar en de werkelijke uitkomsten gedurende het jaar.
De volgende tabel is een weergave van de gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregeling in jaren.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | |
|---|---|---|
| 2019 | met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding |
| Gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregeling | 15,7 | 23,0 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de landen in de eurozone.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | |||||
| Laag | Hoog | Laag | Hoog | Laag | Hoog | Laag | Hoog | |
| Disconteringsvoet | 0,3% | 1,1% | 0,7% | 1,7% | 0,9% | 1,0% | 1,8% | 1,8% |
| Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 1,5% | 4,8% | 0,5% | 4,8% | ||||
| Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 1,5% | 1,8% | 1,5% | 1,8% | ||||
| Evolutie medische kosten | 3,8% | 3,8% | 3,8% | 3,8% |
De disconteringsvoet voor Pensioenregelingen is gewogen voor de netto verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling (activa). De meest uitgebreide pensioenplannen situeren zich in België, met disconteringsvoeten variërend van 0,32% tot 1,05%. De toekomstige salarisverhogingen variëren in 2019 van 1,50 % voor oudere personeelsleden tot 4,75% voor jongere personeelsleden.
De volgende tabel bevat de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de overige landen.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 2,0% | 2,9% |
| Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 3,3% | 3,6% |
| Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 0,0% | 0,0% |
De eurozone vertegenwoordigt 79% van de totale verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen van Ageas. Onder overige landen valt uitsluitend het Verenigd Koninkrijk. Uitkeringen na uitdiensttreding in landen buiten de eurozone en het Verenigd Koninkrijk worden aangemerkt als niet van materieel belang.
Een toe- of afname van 1% in de veronderstelde actuariële veronderstellingen zou het volgende effect hebben op de pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | ||
| Contante waarde van de verplichting | 1.070,6 | 931,7 | 139,9 | 132,2 | |
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde disconteringsvoet: | |||||
| 1% toename | ( 12,9% ) | ( 11,9% ) | ( 19,9% ) | ( 17,3% ) | |
| 1% afname | 16,2% | 14,8% | 26,0% | 23,5% | |
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde toekomstige salarisverhogingen: | |||||
| 1% toename | 12,0% | 12,0% | |||
| 1% afname | ( 9,9% ) | ( 9,8% ) | |||
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde pensioenverhogingen: | |||||
| 1% toename | 9,1% | 8,0% | |||
| 1% afname | ( 7,9% ) | ( 7,1% ) |
Een toe- of afname van de veronderstelde trendmatige groei met 1% van de medische kosten zou het volgende effect hebben op de uitkeringsverplichting voor medische kosten.
| Medische kosten | ||
|---|---|---|
| 2019 | 2018 | |
| Contante waarde van de verplichting | 139,9 | 132,1 |
| Effect van de veronderstelde trendmatige veranderingen van de medische kosten: | ||
| 1% toename | 23,4% | 23,9% |
| 1% afname | ( 17,6% ) | ( 18,0% ) |
De samenstelling van de kwalificerende beleggingen is als volgt.
| 31 december 2019 | % | 31 december 2018 | % | |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 65,4 | 19,1% | 53,2 | 17,4% |
| Obligaties | 143,9 | 42,0% | 133,3 | 43,5% |
| Verzekeringscontracten | 27,5 | 8,0% | 31,1 | 10,2% |
| Vastgoedportefeuille | 45,3 | 13,2% | 43,9 | 14,3% |
| Geldmiddelen | 5,2 | 1,5% | 5,8 | 1,9% |
| Overige | 55,6 | 16,2% | 38,8 | 12,7% |
| Totaal | 342,9 | 100,0% | 306,1 | 100,0% |
De kwalificerende beleggingen bestaan voornamelijk uit vastrentende waarden, gevolgd door aandelen, vastgoed (fondsen) en beleggingscontracten die zijn afgesloten bij verzekeringsmaatschappijen. Volgens het interne beleggingsbeleid van Ageas dienen voor de financiering van pensioenregelingen beleggingen in derivaten en opkomende markten te worden vermeden. Het bedrag in 'Overige' houdt verband met twee gediversifieerde fondsen in het Verenigd Koninkrijk.
De samenstelling van de pensioenplanbeleggingen voor de niet-kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen is als volgt.
| 31 december 2019 | % | 31 december 2018 | % | |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 28,3 | 5,2% | 23,8 | 4,9% |
| Obligaties | 444,4 | 80,8% | 388,0 | 79,9% |
| Verzekeringscontracten | 11,4 | 2,1% | 9,2 | 1,9% |
| Vastgoedportefeuille | 57,8 | 10,5% | 57,2 | 11,8% |
| Converteerbare obligaties | 6,7 | 1,2% | 3,4 | 0,7% |
| Geldmiddelen | 0,9 | 0,2% | 3,8 | 0,8% |
| Totaal | 549,5 | 100,0% | 485,4 | 100,0% |
Ageas past het beleid voor asset-allocatie geleidelijk aan om zo de looptijd van de beleggingen beter af te stemmen op de looptijd van de pensioenverplichtingen.
Naar verwachting zal Ageas als werkgever in het boekjaar eindigend op 31 december 2019 de volgende bijdragen betalen aan regelingen ten behoeve van uitkeringen na uitdiensttreding.
Pensioenregelingen met vaste toezeggingen
| Verwachte bijdragen voor volgend jaar | 1,5 |
|---|---|
| Verwachte bijdragen voor volgend jaar voor ongekwalificeerde pensioenplanbeleggingen | 35,9 |
De Andere langetermijn personeelsbeloningen bestaan uit verplichtingen van de werkgever tot het uitkeren van bijvoorbeeld jubileumpremies. De tabel hieronder geeft de netto verplichtingen weer. De verplichtingen met betrekking tot Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn opgenomen in de balans onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie toelichting 24).
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichting | 17,0 | 16,1 |
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 17,0 | 16,1 |
De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Andere langetermijnpersoneelsbeloningen.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Netto verplichting per 1 januari | 16,1 | 16,2 |
| Totale lasten | 1,8 | 0,6 |
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | ( 0,9 ) | ( 0,7 ) |
| Netto verplichting per 31 december | 17,0 | 16,1 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de actuariële veronderstellingen die zijn gehanteerd voor het berekenen van de verplichtingen met betrekking tot andere langetermijnpersoneelsbeloningen.
| 2019 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|
| Laag | Hoog | Laag | Hoog | |
| Disconteringsvoet | 0,32% | 0,57% | 0,89% | 1,20% |
| Toekomstige salarisverhogingen | 2,05% | 4,15% | 2,31% | 4,10% |
De kosten van de Andere langetermijn personeelsbeloningen worden hierna getoond. De rentekosten zijn verantwoord als Financieringslasten (zie toelichting 37) en de overige kosten zijn verantwoord als Personeelskosten (zie toelichting 40).
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 0,9 | 1,1 |
| Rentelasten | 0,2 | 0,1 |
| Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) | 0,7 | ( 0,6 ) |
| Totale lasten | 1,8 | 0,6 |
Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsbeloningen die betaalbaar zijn in verband met het beëindigen van de arbeidsrelatie met een werknemer vóór de normale pensioendatum of het besluit van een werknemer om vrijwillig ontslag te accepteren in ruil voor deze vergoeding.
De onderstaande tabel toont verplichtingen die samenhangen met Beëindigingsvergoedingen die in de balans begrepen zijn onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie toelichting 24).
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichting | 4,5 | 5,1 |
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 4,5 | 5,1 |
De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Beëindigingsvergoedingen.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Netto verplichting per 1 januari | 5,1 | 7,8 |
| Totale lasten | 2,4 | 1,9 |
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | ( 3,0 ) | ( 4,6 ) |
| Netto verplichting per 31 december | 4,5 | 5,1 |
Kosten die gerelateerd zijn aan Beëindigingsvergoedingen worden hieronder getoond. De netto rentekosten zijn verantwoord als Financieringslasten (zie toelichting 37). Alle overige kosten worden verantwoord als Personeelskosten (zie toelichting 40).
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 2,3 | 2,4 |
| Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) | 0,1 | ( 0,5 ) |
| Totale lasten | 2,4 | 1,9 |
Ageas maakt gebruik van de mogelijkheid om haar werknemers en leden van het Executive Committee in aandelen en aan aandelen gerelateerde instrumenten te belonen.
Het kan hierbij gaan om de volgende instrumenten:
Voor de leden van het Executive en het Management Committee geldt een Long-term incentive plan (LTI). Bij deze regeling worden prestatieaandelen voorwaardelijk toegekend waarbij na 3,5 jaar onvoorwaardelijke toekenning volgt. Het aantal toe te kennen aandelen in het kader van dit plan is gebaseerd op de 'Ageas Business Score', die voortvloeit uit de realisatie van de KPI's voor het bedrijf. Voor de onvoorwaardelijke toekenning na 3,5 jaar wordt een relatieve TSRprestatiemeting ten opzichte van een vergelijkingsgroep toegepast. Nadat de aandelen onvoorwaardelijk zijn toegekend, moeten deze nog 1,5 jaar in bezit worden gehouden (in totaal 5 jaar na de datum van voorwaardelijke toekenning). Na deze blokkeerperiode mogen de desbetreffende personen de onvoorwaardelijk toegekende aandelen verkopen, onder voorwaarden vastgelegd in het bezoldigingsbeleid. Meer details over dit plan zijn te vinden in het verslag van het Remuneration Committee, sectie 4.7.7.
Voor 2015 werden in totaal 82.775 prestatieaandelen toegezegd voor toekenning. Voor 2016 werden geen aandelen toegekend, voor 2017 werden in totaal 71.870 prestatieaandelen toegezegd voor toekenning, voor 2018 werden in totaal 35.612 prestatieaandelen toegezegd voor toekenning. Het 2015 programma, werd onvoorwaardelijk op 30 juni 2019. Rekening houdend met de relatieve TSR – prestatiemeting, werden 71.733 prestatie aandelen onvoorwaardelijk en 11.042 werden geannuleerd.
Voor het prestatiejaar 2019 werden in totaal 51.393 prestatieaandelen toegezegd voor toekenning aan de leden van het Executive en het Management Committee.
De volgende tabel toont het verloop van de toezeggingen van restricted shares gedurende het jaar aan leden van het Executive Committee en het Management Committee.
| (aantal aandelen in '000) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 1 maart | 159 | 190 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen (vervallen) | 11 | |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - gevestigd | 72 | |
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 31 december | 159 | 107 |
In 2017, 2018 en 2019 heeft Ageas een aandelengekoppelde incentiveprogramma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de periode van drie jaar volgend op de lancering van elk van de plannen en op voorwaarde van een voortgezet dienstverband worden de senior managers beloond met een betaling in contanten gelijk aan een waarde:
De verplichting voortvloeiend uit deze in contanten afgewikkelde transacties wordt op elke rapportagedatum bepaald tegen de reële waarde.
De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit vijftien leden: Jozef De Mey (voorzitter), Guy de Selliers de Moranville (vice-voorzitter), Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Katleen Vandeweyer, Jane Murphy, Richard Jackson, Lucrezia Reichlin, Yvonne Lang Ketterer en Sonali Chandmal als niet-uitvoerend bestuurders en Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (CDO), Antonio Cano (COO) en Emmanuel Van Grimbergen (CRO) als uitvoerend bestuurders.
Emmanuel Van Grimbergen werd tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in mei 2019 benoemd als nieuw lid van de Executive Board.
Inzake het lidmaatschap van de Raad van Bestuur van niet-uitvoerende bestuurders in dochtermaatschappijen van Ageas, is Guy de Selliers de Moranville Voorzitter van de Raad van Bestuur van AG Insurance SA/NV en Jan Zegering Hadders is een lid van deze Raad. Lionel Perl en Jozef de Mey zijn lid van de Raad van Bestuur van Ageas VK Ltd. Jozef De Mey is ook voorzitter van de Raad van Bestuur van Credimo N.V. (BE) en lid van de Raad van Bestuur van Credima Holding N.V. (BE). Hij is vice-voorzitter van de Raad van Bestuur van Muang Thai Group Holding Company Ltd. (Thailand) en van Muang Thai Life Assurance Public Company Ltd. (Thailand).
Jane Murphy is lid van de Raad van Bestuur van Ageas France SA en Richard Jackson is lid van de Raad van Bestuur van Ageas Portugal Holdings SGSP (PT), van Médis (Companhia Portuguesa de Seguros de Saude S.A.) en Ocidental (Companhia Portuguesa de Seguros S.A.).
Voor zover deze posities worden vergoed, staan de betaalde bedragen in de tabellen hieronder.
De totale bezoldiging van Niet-uitvoerende Bestuurders bedroeg in het boekjaar 2019 EUR 1,56 miljoen (2018: EUR 1,37 miljoen). De vergoeding is inclusief de basisvergoeding voor het bestuurslidmaatschap en een vergoeding voor de aanwezigheid op bestuursvergaderingen en vergaderingen van bestuurscommissies, op het niveau van Ageas Groep en de dochterondernemingen van Ageas.
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de bezoldiging die in 2019 door de leden van de Raad van Bestuur is ontvangen. Ook opgenomen is het aandelenbezit van de bestuursleden per 31 december 2019.
| Vaste vergoeding Aanwezigheidspremie | Aandelen Ageas | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Naam persoon 1) | Functie 2) | 2019 | 2019 | Totaal 4) | per 31-12-2019 5) |
| Jozef De Mey | Voorzitter | 120.000 | 48.000 | 168.000 | 20.000 |
| Guy de Selliers de Moranville | Vice-voorzitter | 60.000 | 42.500 | 102.500 | 264.333 6) |
| Jan Zegering Hadders | Niet-uitvoerend bestuurder | 60.000 | 41.000 | 101.000 | - |
| Lionel Perl | Niet-uitvoerend bestuurder | 60.000 | 43.500 | 103.500 | - |
| Richard Jackson | Niet-uitvoerend bestuurder | 60.000 | 42.500 | 102.500 | - |
| Jane Murphy | Niet-uitvoerend bestuurder | 60.000 | 33.500 | 93.500 | - |
| Lucrezia Reichlin | Niet-uitvoerend bestuurder | 60.000 | 29.500 | 89.500 | - |
| Yvonne Lang Ketterer | Niet-uitvoerend bestuurder | 60.000 | 42.500 | 102.500 | - |
| Sonali Chandmal | Niet-uitvoerend bestuurder | 60.000 | 29.500 | 89.500 | - |
| Katleen Vandeweyer | Niet-uitvoerend bestuurder | 60.000 | 33.500 | 93.500 | - |
| Bart De Smet | Chief Executive Officer (CEO) 3) | - | - | see infra | 29.957 |
| Christophe Boizard | Chief Financial Officer (CFO) 3) | - | - | see infra | 21.589 |
| Filip Coremans | Chief Development Officer (CDO) 3) | - | - | see infra | 8.542 |
| Antonio Cano | Chief Operating Officer (COO) 3) | - | - | see infra | 11.117 |
| Emmanuel Van Grimbergen | Chief Risk Officer (CRO) 3) | - | - | see infra | 6.293 |
| Totaal | 660.000 | 386.000 | 1.046.000 | 361.831 |
1) De leden van de Raad van bestuur waren in functie van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 met uitzondering van E. Van Grimbergen die in mei 2019 werd benoemd.
2) Bestuursleden ontvangen tevens een vergoeding voor het bijwonen van een commissievergadering op uitnodiging.
3) De leden van de Executive Board worden niet bezoldigd als bestuursleden maar als leden van het Executive Committee (zie toelichting 6.3.2 voor details over hun bezoldiging).
4) Exclusief onkostenvergoeding.
5) Exclusief de aandelen verplicht tot toekenning in het kader van de langetermijnbonus.
6) Indirect gehouden aandelen via trusts.
De bezoldiging ontvangen door de leden van de Raad van Bestuur voor hun mandaat in 2019 in dochterondernemingen van Ageas is als volgt.
| Vaste vergoeding | Aanwezigheidspremie | |||
|---|---|---|---|---|
| Naam persoon (1) | Functie | 2019 | 2019 | Totaal 2) |
| Jozef De Mey | Voorzitter | 103.296 | 64.605 | 167.901 |
| Guy de Selliers de Moranville | Vice-voorzitter | 60.000 | 28.500 | 88.500 |
| Jan Zegering Hadders | Niet-uitvoerend bestuurder | 45.000 | 27.000 | 72.000 |
| Lionel Perl | Niet-uitvoerend bestuurder | 45.000 | 14.500 | 59.500 |
| Richard Jackson | Niet-uitvoerend bestuurder | 45.000 | 14.000 | 59.000 |
| Jane Murphy | Niet-uitvoerend bestuurder | 45.000 | 20.000 | 65.000 |
| Lucrezia Reichlin | Niet-uitvoerend bestuurder | - | - | |
| Yvonne Lang Ketterer | Niet-uitvoerend bestuurder | - | - | |
| Sonali Chandmal | Niet-uitvoerend bestuurder | - | - | |
| Katleen Vandeweyer | Niet-uitvoerend bestuurder | - | - | |
| Bart De Smet | Chief Executive Officer (CEO) | - | - | |
| Christophe Boizard | Chief Financial Officer (CFO) | - | - | |
| Filip Coremans | Chief Development Officer (CDO) | - | - | |
| Antonio Cano | Chief Operating Officer (COO) | - | - | |
| Emmanuel Van Grimbergen | Chief Risk Officer (CRO) | - | - | |
| Totaal | 343.296 | 168.605 | 511.901 |
1) De leden van de Executive Board worden niet bezoldigd als bestuursleden maar als leden van het Executive Committee (zie toelichting 6.3.2 voor details over hun bezoldiging).
2) Exclusief onkostenvergoeding.
Per 31 december 2019 bestond het Executive Committee van Ageas uit Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (CDO), Antonio Cano (COO) en Emmanuel Van Grimbergen (CRO) die werd benoemd tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 15 mei 2019. Alle leden van het Executive Committee zijn Uitvoerende leden van de Raad van Bestuur.
In 2019 bedroeg de totale bezoldiging, inclusief pensioenbijdragen en secundaire arbeidsvoorwaarden van het Executive Committee EUR 6.782.299 tegenover EUR 5.104.954 in 2018. Dit bestond uit:
| 1 - | 2 - | 3 - | 4 - | 5 - | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaste | Variabele | Buitengewone | Totale | Proportie | ||||||
| bezoldiging | bezoldiging | items | Pensioenlasten | bezoldiging | van | |||||
| Overige | Eenjaars | Meerjaars | Vast | Variabel | ||||||
| Naam persoon | Basisbeloning | Premies | voordelen | variabel | variabel (3) | (1+4)/5 | (2+3)/5 | |||
| B. De Smet | 700.000 | - | 95.296 | 466.550 | 472.500 | - | 273.980 | 2.008.326 | 53% | 47% |
| C. Boizard | 485.000 | - | 93.316 | 307.248 | 327.375 | - | 183.741 | 1.396.680 | 55% | 45% |
| E. Van Grimbergen1) | 233.333 | - | 30.362 | 140.467 | 157.500 | - | 58.331 | 619.993 | 52% | 48% |
| A. Cano | 485.000 | - | 72.709 | 311.613 | 327.375 | - | 184.459 | 1.381.156 | 54% | 46% |
| F. Coremans 2) | 485.000 | - | 65.672 | 311.613 | 327.375 | - | 186.484 | 1.376.144 | 54% | 46% |
| Totaal | 2.388.333 | - | 357.355 | 1.537.491 | 1.612.125 | - | 886.995 | 6.782.299 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van alle beloningscomponenten voor leden van het Executive Committee.
1) De cijfers voor Emmanuel Van Grimbergen houden uitsluitend verband met zijn functie als lid van het Executive Committee, d.w.z. vanaf zijn benoeming tot CRO per 1 juni 2019.
2) Een deel van de beloningscomponenten houden verband met zijn eerder functie als CRO. Filip Coremans werd per 1 juni 2019 tot CDO benoemd.
3) Marktwaarde van meerjaarsvariabele beloning op het moment van voorwaardelijke toekenning. Voor de onvoorwaardelijke toekenning na 3,5 jaar wordt een relatieve TSRprestatiemeting ten opzichte van een vergelijkingsgroep toegepast.
De vaste bezoldiging bestaat uit een basisbeloning, premies en overige secundaire arbeidsvoorwaarden zoals gezondheidszorg verzekering, overlijdens- en invaliditeitsdekking en een bedrijfswagen.
De onderstaande tabel toont de basisbeloning voor 2019 van het Executive Committee, vergeleken met die van 2018.
| Naam persoon | 2019 | 2018 | % |
|---|---|---|---|
| Bart de Smet (CEO) | 700.000 | 650.000 | 108% |
| Christophe Boizard (CFO) | 485.000 | 450.000 | 108% |
| Emmanuel Van Grimbergen (CRO) 1) | 233.333 | Niet van toepassing, vervulde in 2018 de functie van Group Risk Officer | |
| Antonio Cano (COO) | 485.000 | 450.000 | 108% |
| Filip Coremans (CDO) | 485.000 | 450.000 | 108% |
| Totaal 2) | 2.388.333 | 2.000.000 | 119% |
1) Voor Emmanuel Van Grimbergen pro-rata vanaf de benoeming tot CRO op 1 juni 2019.
2) Stijgingspercentage op vergelijkbare basis bedraagt 108%.
De leden van het Executive Committee ontvingen geen aanwezigheidspremie voor hun deelname aan vergaderingen van de Raad van Bestuur.
De leden van het Executive Committee ontvingen in totaal EUR 357.355 aan overige voordelen in lijn met het bezoldigingsbeleid.
De variabele bezoldiging bestaat uit de kortetermijnbonus (STI -eenjaarsvariabel) en de langetermijnbonus (LTI - meerjaarsvariabel).
Deze wordt gebaseerd op de Ageas Business Score voor het desbetreffende jaar, evenals de individuele score (en functieprestaties voor de CRO) en resulteerde in de volgende werkelijk STIuitbetalingspercentages (doelstelling = 50% van de basisbeloning, bandbreedte 0-100% van de basisbeloning):
Voor het prestatiejaar 2019 werd een STI met een totaalbedrag van EUR 1.537.491 toegekend. 50% van dit bedrag wordt in 2020 uitgekeerd; het resterende gedeelte wordt uitgesteld naar 2021 en 2022 en wordt aangepast aan de prestatie. De in 2020 uitbetaalde STI bestaat uit 50% van de STI verdiend voor het prestatiejaar 2019, 25% van de STI voor 2018 en 25% van de STI voor 2017. De uitbetalingen overeenkomend met de prestatiejaren 2017 en 2018 werden respectievelijk neerwaarts en opwaarts bijgesteld.
Onderstaand zijn de afzonderlijke bedragen voor elk lid van het Executive Committee vermeld:
| In 2020 betaalde STI voor de prestatiejaren | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| STI toegekend voor | ||||||||
| prestatiejaar | 2019 | 2018 | 2017 | |||||
| Naam persoon | 2019 | 50% | 25% | 25% | Totaal | |||
| Bart de Smet (CEO) | 466.550 | 233.275 | 99.732 | 114.802 | 447.809 | |||
| Christophe Boizard (CFO) | 307.248 | 153.624 | 63.986 | 71.551 | 289.161 | |||
| Emmanuel Van Grimbergen (CRO) 1) | 140.467 | 70.234 | 70.234 | |||||
| Antonio Cano (COO) | 311.613 | 155.807 | 64.662 | 72.897 | 293.366 | |||
| Filip Coremans (CDO) 2) | 311.613 | 155.807 | 65.842 | 75.597 | 297.246 | |||
| Totaal | 1.537.491 | 768.747 | 294.222 | 334.847 | 1.397.816 |
1) Bonusbedragen hebben uitsluitend betrekking op de functie als lid van het Executive Committee. Emmanuel Van Grimbergen werd per 1 juni 2019 tot CRO benoemd.
2) Bonusbedragen hebben gedeeltelijk betrekking op de eerdere functie als CRO. Filip Coremans werd per 1 juni 2019 tot CDO benoemd.
Met een Ageas Business Score van 5 (op een schaal van 1 tot 7) besloot de Raad van Bestuur op een toekenning in 2019 van 150% van de doelstelling (d.w.z. 67,5% van de basisbeloning). Gebaseerd op een volume gewogen gemiddelde prijs (VWAP) van EUR 48,2645 per
Het aantal voor 2019 toegekende aandelen staat in de volgende tabel:
Ageas aandeel over de maand februari 2020, leidde dit tot een voorwaardelijke toekenning van 33.402 aandelen met een totale waarde van EUR 1.612.125. In 2018 werden 21.356 aandelen toegekend voor een totaal bedrag van EUR 900.000. De aandelen worden geblokkeerd tot 2025 en de toekenning wordt op 30 juni van N+4 gecorrigeerd in het licht van de relatieve Total Shareholder Return (TSR)-score van het aandeel Ageas over de prestatieperiode.
| Datum | Aandelenkoers op | Aantal | |
|---|---|---|---|
| Naam persoon | toekenning | toekenningsdatum | toegekende aandelen |
| Bart de Smet (CEO) | 1-3-2020 | 48,2645 | 9.790 |
| Christophe Boizard (CFO) | 1-3-2020 | 48,2645 | 6.783 |
| Emmanuel Van Grimbergen (CRO) 1) | 1-3-2020 | 48,2645 | 3.263 |
| Antonio Cano (COO) | 1-3-2020 | 48,2645 | 6.783 |
| Filip Coremans (CDO) 2) | 1-3-2020 | 48,2645 | 6.783 |
| Totaal | 33.402 |
1) Toekenning aan Emmanuel Van Grimbergen heeft uitsluitend betrekking op zijn functie als CRO vanaf 1 juni 2019.
2) Toekenning heeft gedeeltelijk betrekking op de eerdere functie als CRO. Filip Coremans werd per 1 juni 2019 tot CDO benoemd.
De aandelen die werden toegezegd in het kader van het LTI-plan 2015 zijn op 30 juni 2019 onvoorwaardelijk toegekend. Het aantal aandelen werd gecorrigeerd rekening houdend met de TSR-prestatie van Ageas gedurende de beoordelingsperiode. De onderstaande tabel vermeldt het aantal oorspronkelijk toegekende aandelen, het aantal onvoorwaardelijk toegekende aandelen, evenals het aantal aandelen dat bij onvoorwaardelijke toekenning werd verkocht om de inkomstenbelasting te financiering en het resterende aantal aandelen waarvoor een periode van aandeelhouderschap geldt:
| Aantal aandelen voorzien voor |
Aangepast aantal onvoorwaardelijk |
Aantal ter financiering van inkomstenbelasting |
Aantal tot 1 januari 2021 |
|
|---|---|---|---|---|
| toekenning | toegekend | verkochte | geblokkeerde | |
| Naam persoon | voor 2015 | op 30 juni 2019 | aandelen | aandelen |
| Bart De Smet | 15.084 | 13.072 | 3.572 | 9.500 |
| Christophe Boizard | 11.805 | 10.230 | 5.008 | 5.222 |
| Emmanuel Van Grimbergen 1) | 4.634 | 4.016 | 2.008 | 2.008 |
| Antonio Cano | 8.230 | 7.132 | 3.491 | 3.641 |
| Filip Coremans | 11.149 | 9.662 | 4.729 | 4.933 |
| Totaal | 50.902 | 44.112 | 18.808 | 25.304 |
1) Heeft betrekking op voorwaardelijk toegekende aandelen in de functie van Group Risk Officer.
In het gehele boekjaar werden geen buitengewone items aan leden van het Executive Committee uitbetaald.
Een totaalbedrag van EUR 886.995 werd bijgedragen aan een toegezegdebijdragepensioenregeling voor de leden van het Executive Committee.
| Naam persoon | Pensioenbijdrage |
|---|---|
| Bart De Smet | 273.980 |
| Christophe Boizard | 183.741 |
| Emmanuel Van Grimbergen 1) | 58.331 |
| Antonio Cano | 184.459 |
| Filip Coremans | 186.484 |
| Totaal | 886.995 |
1) Heeft uitsluitend betrekking op de functie van CRO.
Zoals bovenstaand vermeld, werd de LTI-regeling toegekend tegen 150% van de doelstelling hetgeen resulteerde in de toewijzing van 33.402 aandelen voor een bedrag van EUR 1.612.125.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal aandelen dat in voorgaande jaren werd toegekend. Die aandelen zullen pas op 30 juni van N+4 onvoorwaardelijk worden toegekend en worden bijgesteld met inachtneming van de relatieve TSR-prestatie in de tussenliggende periode.
| Aantal aandelen | Aantal aandelen | Aantal aandelen | Aantal aandelen | |
|---|---|---|---|---|
| voorzien voor | voorzien voor | voorzien voor | voorzien voor | |
| toekenning | toekenning | toekenning | toekenning | |
| Naam persoon | over 2016 | over 2017 | over 2018 | over 2019 |
| Bart De Smet | - | 14.033 | 6.941 | 9.970 |
| Christophe Boizard | - | 9.715 | 4.805 | 6.783 |
| Emmanuel Van Grimbergen 1) | - | 4.430 | 2.228 | 4.504 |
| Antonio Cano | - | 9.715 | 4.805 | 6.783 |
| Filip Coremans | - | 9.715 | 4.805 | 6.783 |
| Totaal | - | 47.608 | 23.584 | 34.643 |
1) aandelen tot 1 juni 2019 hebben betrekking op zijn mandaat als Group Risk Officer. Over heel 2019 zijn er 1.241 aandelen toegekend aan de Group Risk Officer en ingaande 1 juni 2019 zijn er 3.263 aandelen toegekend aan de CRO.
Ageas paste dit verslagjaar geen terugvorderingsbepalingen toe. Geen van de leden van het Executive Committee nam tijdens het boekjaar ontslag.
De regelgeving geeft nog geen volledige duidelijkheid over de specifieke vereisten voor de vergelijking van de jaarlijkse wijziging in de bezoldiging van bestuurders ten opzichte van het bredere personeelsbestand en de bedrijfsprestaties. De onderstaande tabel geeft een overzicht over de ontwikkeling van de totale bezoldiging van de leden van het Executive Committee vergeleken met de ontwikkeling van de gemiddelde bezoldiging van medewerkers.
| Jaarlijkse wijziging | 2015 | 2016 | Verschil | 2017 | Verschil | 2018 | Verschil | 2019 | Verschil |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale bezoldiging | |||||||||
| Executive Committee 1) | |||||||||
| Bart De Smet | 1.744.391 | 1.289.459 | ( 26% ) | 2.124.161 | 65% | 1.668.696 | ( 21% ) | 2.008.326 | 20% |
| Christophe Boizard | 1.366.122 | 905.035 | ( 34% ) | 1.467.481 | 62% | 1.161.803 | ( 21% ) | 1.396.680 | 20% |
| Filip Coremans | 1.236.028 | 864.436 | ( 30% ) | 1.452.109 | 68% | 1.144.313 | ( 21% ) | 1.376.144 | 20% |
| Antonio Cano | na | 829.304 | 1.430.608 | 1.130.143 | ( 21% ) | 1.381.156 | 22% | ||
| Emmanuel Van Grimbergen | na | na | na | na | 619.993 | ||||
| Bedrijfsprestaties | |||||||||
| Ageas Business Score % 2) | 108% | 74% | 182% | 93% | 130% | ||||
| TSR 01-01/31-12 van JR 3) | 52.12% | (7.64%) | 14.52% | 1.21% | 40,86% | ||||
| Gemiddelde bezoldiging | |||||||||
| van medewerkers op voltijdsbasis | 71.041 | 70.033 | ( 1% ) | 73.299 | 5% | 73.512 | 0,3% | 77.372 | 5,3% |
| FTE per 31/12 4) | 11.918 | 12.080 | 11.261 | 11.009 | 10.741.5 | ||||
| Totaal personeelslasten 5) | 846.700.000 | 846.000.000 | 825.400.000 | 809.300.000 | 831.100.000 |
1) totale bezoldiging as gedefinieerd in tabel bij 6.3.2.2.
2) bandbreedte is 0-200%.
3) Total Shareholder Return.
4) FTE geconsolideerde entiteiten Ageas.
5) als vermeld in de jaarrekeningen.
Met Ageas verbonden partijen zijn deelnemingen, pensioenfondsen, bestuursleden (bestaande uit de niet-uitvoerende en de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van Ageas), uitvoerende managers, naaste familieleden van de hiervoor genoemde personen, entiteiten waarover de hiervoor genoemde personen zeggenschap hebben of die substantieel door hen worden beïnvloed en eventuele overige verbonden entiteiten. Ageas gaat bij de bedrijfsvoering regelmatig transacties aan met verbonden partijen. Dergelijke transacties hebben met name betrekking op leningen, deposito's en herverzekeringscontracten en vinden plaats onder dezelfde commerciële voorwaarden als transacties met niet-verbonden partijen.
Dochtermaatschappijen van Ageas kunnen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening kredieten, leningen of garanties verstrekken aan bestuursleden, uitvoerende managers, naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van de uitvoerende managers.
Per 31 december 2019 waren er geen uitstaande of nieuwe leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan bestuursleden en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers.
In 2013 vond een transactie plaats tussen ageas SA/NV en een van zijn onafhankelijke bestuursleden, de heer Guy de Selliers de Moranville. De transactie heeft betrekking op de huur door ageas SA/NV van een van zijn vastgoedpanden. Dit vastgoed wordt beschouwd als een geschikte ontmoetingsplaats om belangrijke gasten van de Raad van Bestuur en het Executive Management te ontvangen en wordt gehuurd tegen een jaarlijkse huur van EUR 50.000 (geïndexeerd).
Het management beschouwt de transactie met de heer Guy de Selliers de Moranville als marktconform.
Ageas SA/NV heeft dit huurcontract in november 2019 opgezegd en het contract zal op 30 april 2020 worden beëindigd.
De onderstaande tabellen tonen de regels van de resultatenrekening en de balans waarin bedragen met betrekking tot verbonden partijen zijn begrepen. In zowel 2018 als 2019 vonden transacties met verbonden partijen uitsluitend plaats met geassocieerde ondernemingen.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Resultatenrekening - verbonden partijen | ||
| Rentebaten | 11,0 | 9,3 |
| Verzekeringspremies | 13,6 | |
| Commissiebaten | 4,4 | 7,6 |
| Gerealiseerde meerwaarden | 0,1 | |
| Overige baten | 4,2 | 2,8 |
| Wijzigingen in voorzieningen voor verzekerings- en beleggingscontracten | ( 11,4 ) | |
| Commissielasten | ( 34,4 ) | ( 29,5 ) |
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Balans - verbonden partijen | ||
| Financiële beleggingen | 78,6 | 84,6 |
| Aandeel herverzekering, handels- en andere debiteuren | 15,2 | 4,5 |
| Vorderingen op klanten | 391,2 | 347,5 |
| Overige activa | 1,8 | 1,6 |
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 10,7 | |
| Schuldbewijzen, achtergestelde schulden en overige financieringen | 3,7 | 2,9 |
| Overige verplichtingen | 2,8 | 2,9 |
De wijzigingen gedurende het jaar eindigend op 31 december in de Vorderingen op verbonden partijen zijn als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Verbonden partijen leningen per 1 januari | 347,5 | 249,0 |
| Toevoegingen of voorschotten | 67,7 | 113,2 |
| Terugbetalingen | ( 7,3 ) | ( 14,7 ) |
| Overige | ( 16,7 ) | |
| Verbonden partijen leningen per 31 december | 391,2 | 347,5 |
Ageas is georganiseerd in zes operationele segmenten:
Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa, Azië en Herverzekering. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met de kernactiviteit verzekeringen, zoals groepsfinanciering en andere holdingactiviteiten, in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.
Deze segmentbenadering komt overeen met de reikwijdte van de managementverantwoordelijkheden.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.
In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de operationele segmenten.
Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.
Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan, aan externe klanten verkochte producten, wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.
De Belgische verzekeringsactiviteiten, onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. AG Insurance is ook voor 100% eigenaar van AG Real Estate dat de vastgoedactiviteiten van AG beheert.
AG Insurance richt zich op particulieren en kleine, middelgrote en grote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven en Niet-leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht zoals onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis SA/NV 25% eigenaar van AG Insurance.
Ageas is in het Verenigd Koninkrijk een van de gevestigde algemene verzekeraars en hanteert een multichannel-distributiestrategie met makelaars, affinity-partners en directe distributie. De visie bestaat erin om op de algemene verzekeringsmarkt in het VK een winstgevende groei te realiseren door een breed scala van verzekeringsoplossingen aan te bieden, toegespitst op particuliere verzekeringen en verzekeringen voor bedrijven.
Continentaal Europa bestaat uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in drie landen: Portugal, Frankrijk en Turkije. Het productprogramma omvat Leven (in Portugal en Frankrijk) en Niet-Leven (in Portugal en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerschappen met bedrijven met een aanzienlijke marktpositie zijn deze markten toegankelijk geworden.
Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor bevindt zich in Hongkong. De activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met toonaangevende lokale partners en financiële instellingen in China, Maleisië, Thailand, India, de Filipijnen en Vietnam. Deze activiteiten worden onder IFRS verantwoord als deelnemingen.
Intreas is de interne herverzekeraar voor Niet-leven van Ageas, die in 2015 werd opgezet met als doel de optimalisatie van de herverzekeringsprogramma's van Niet-leven binnen Ageas. In de loop van 2019 werden de activiteiten van Intreas volledig overgedragen aan ageas SA/NV en per 31 december 2019 werd Intreas geliquideerd.
In juni 2018 verkreeg Ageas SA/NV een vergunning van de Nationale Bank van België om herverzekeringsactiviteiten uit te voeren. Voor Groeps-rapportagedoeleinden worden de herverzekeringsactiviteiten
van ageas SA/NV vermeld in het segment Herverzekeringen terwijl de bestaande activiteiten in de Algemene Rekening blijven.
De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de holding. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments en de verplichting uit hoofde van de RPN(I).
| Her- | Eliminaties | Totaal Algemene | Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2019 | België | VK | CEU | Azië verzekering verzekeringen | verzekeringen | Rekening | Groep | Totaal | ||
| Activa | ||||||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 975,5 | 105,6 | 320,2 | 4,3 | 199,0 | 1.604,6 | 2.140,8 | 3.745,4 | ||
| Financiële beleggingen | 50.759,0 1.699,1 | 10.759,1 | 787,9 | 64.005,1 | ( 2,8 ) | 64.002,3 | ||||
| Vastgoedbeleggingen | 2.399,5 | 203,0 | 2.602,5 | 2.602,5 | ||||||
| Leningen | 10.811,0 | 45,9 | 164,5 | 11.021,4 | 926,8 | ( 876,2 ) | 11.072,0 | |||
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 9.800,4 | 6.628,5 | 16.428,9 | 16.428,9 | ||||||
| Beleggingen in deelnemingen | 512,1 | 97,4 | 83,0 4.012,2 | 4.704,7 | 14,3 | ( 3,0 ) | 4.716,0 | |||
| Herverzekering en overige vorderingen | 1.007,9 1.494,5 | 322,5 | 0,4 | 35,3 | ( 1.002,9 ) | 1.857,7 | 7,0 | ( 4,7 ) | 1.860,0 | |
| Actuele belastingvorderingen | 57,5 | 0,5 | 25,1 | 83,1 | 83,1 | |||||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 7,8 | 35,8 | 62,6 | 0,1 | 106,3 | 106,3 | ||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.365,5 | 193,9 | 211,0 | 0,3 | 131,4 | ( 13,1 ) | 1.889,0 | 122,6 | ( 100,8 ) | 1.910,8 |
| Materiële vaste activa | 1.595,4 | 77,4 | 33,7 | 2,0 | 1.708,5 | 10,1 | 1.718,6 | |||
| Goodwill en overige immateriële activa | 510,0 | 252,8 | 440,0 | 1.202,8 | 1.202,8 | |||||
| Activa aangehouden voor verkoop | ||||||||||
| Totaal activa | 79.801,6 4.002,9 19.253,2 4.019,2 | 1.153,6 | ( 1.015,9 ) | 107.214,6 | 3.221,6 | ( 987,5 ) 109.448,7 | ||||
| Passiva | ||||||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| verzekeringscontracten Leven | 25.004,0 | 3.768,7 | 28.772,7 | ( 11,5 ) | 28.761,2 | |||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| beleggingscontracten Leven | 26.450,4 | 5.792,3 | 32.242,7 | 32.242,7 | ||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| unit-linked contracten | 9.800,4 | 6.637,7 | 16.438,1 | 16.438,1 | ||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| verzekeringscontracten Niet-Leven | 4.078,3 2.630,2 | 856,0 | 1.023,1 | ( 990,0 ) | 7.597,6 | 7.597,6 | ||||
| Achtergestelde schulden | 1.141,5 | 188,8 | 175,0 | 1.505,2 | 2.487,6 | ( 876,1 ) | 3.116,7 | |||
| Schulden | 2.913,4 | 6,5 | 38,8 | 2,0 | ( 12,9 ) | 2.947,7 | 8,7 | 2.956,4 | ||
| Actuele belastingverplichtingen | 32,8 | 2,0 | 12,6 | 47,6 | 2,0 | 49,6 | ||||
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 1.021,7 | 1,8 | 85,4 | 1.108,9 | 10,5 | 1.119,4 | ||||
| RPN(I) | 359,0 | 359,0 | ||||||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.147,5 | 147,5 | 342,3 | 9,6 | 22,3 | ( 13,0 ) | 2.656,2 | 174,6 | ( 86,0 ) | 2.744,8 |
| Voorzieningen | 26,4 | 28,4 | 9,2 | 63,9 | 518,6 | 582,5 | ||||
| Verplichtingen inzake geschreven | ||||||||||
| putopties op minderheidsbelang | ||||||||||
| Verplichtingen met betrekking tot | ||||||||||
| vaste activa aangehouden voor verkoop | ||||||||||
| Totaal verplichtingen | 72.616,4 3.005,2 17.718,0 | 11,6 | 1.045,4 | ( 1.015,9 ) | 93.380,6 | 3.561,0 | ( 973,6 ) | 95.968,0 | ||
| Eigen vermogen | 5.135,0 | 997,7 | 1.326,1 4.007,6 | 108,2 | 0,7 | 11.575,3 | ( 339,4 ) | ( 14,6 ) | 11.221,3 | |
| Minderheidsbelangen | 2.050,2 | 209,1 | ( 0,7 ) | 2.258,7 | 0,7 | 2.259,4 | ||||
| Totaal eigen vermogen | 7.185,2 | 997,7 | 1.535,2 4.007,6 | 108,2 | 13.834,0 | ( 339,4 ) | ( 13,9 ) | 13.480,7 | ||
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 79.801,6 4.002,9 19.253,2 4.019,2 | 1.153,6 | ( 1.015,9 ) | 107.214,6 | 3.221,6 | ( 987,5 ) 109.448,7 | ||||
| Aantal werknemers | 6.377 | 2.614 | 1.529 | 67 | 2 | ( 2 ) | 10.587 | 154 | 10.741 | |
| Her- | Eliminaties | Totaal Algemene | Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2018 | België | VK | CEU | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | Rekening | Groep | Totaal | |||
| Activa | ||||||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 790,4 | 200,0 | 563,8 | 3,1 | 5,4 | 1.562,7 | 1.362,1 | 2.924,8 | ||
| Financiële beleggingen | 49.443,9 | 2.094,5 | 9.782,9 | 119,1 | 61.440,4 | 4,4 | ( 2,2 ) | 61.442,6 | ||
| Vastgoedbeleggingen | 2.564,0 | 23,5 | 139,8 | 2.727,3 | 2.727,3 | |||||
| Leningen | 9.298,4 | 53,4 | 85,8 | 9.437,6 | 1.011,1 | ( 660,2 ) | 9.788,5 | |||
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 8.160,7 | 7.348,6 | 15.509,3 | 15.509,3 | ||||||
| Beleggingen in deelnemingen | 528,5 | 92,7 | 84,0 2.357,0 | 3.062,2 | 10,3 | ( 1,5 ) | 3.071,0 | |||
| Herverzekering en overige vorderingen | 772,6 | 783,2 | 225,0 | 0,3 | 17,3 | ( 29,4 ) | 1.769,0 | 79,0 | ( 4,9 ) | 1.843,1 |
| Actuele belastingvorderingen | 28,8 | 0,5 | 34,9 | 64,2 | 64,2 | |||||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 18,1 | 47,4 | 74,1 | 139,6 | 139,6 | |||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.374,1 | 262,3 | 191,0 | 0,3 | 12,8 | ( 8,0 ) | 1.832,5 | 97,9 | ( 93,3 ) | 1.837,1 |
| Materiële vaste activa | 1.163,3 | 49,8 | 20,4 | 1.233,5 | 1,1 | 1.234,6 | ||||
| Goodwill en overige immateriële activa | 411,0 | 239,2 | 446,9 | 1.097,1 | 1.097,1 | |||||
| Activa aangehouden voor verkoop | 7,1 | 7,1 | 7,1 | |||||||
| Totaal activa | 74.560,9 3.846,5 18.997,2 2.360,7 | 154,6 | ( 37,4 ) | 99.882,5 | 2.565,9 | ( 762,1 ) 101.686,3 | ||||
| Passiva | ||||||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| verzekeringscontracten Leven | 23.519,6 | 3.477,1 | 26.996,7 | ( 9,2 ) | 26.987,5 | |||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| beleggingscontracten Leven | 25.576,8 | 5.283,3 | 30.860,1 | 30.860,1 | ||||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 8.160,7 | 7.350,4 | 15.511,1 | 15.511,1 | ||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| verzekeringscontracten Niet-Leven | 3.997,8 | 2.559,5 | 862,4 | 29,4 | ( 24,5 ) | 7.424,6 | 7.424,6 | |||
| Achtergestelde schulden | 1.326,2 | 194,0 | 175,0 | 1.695,2 | 1.250,0 | ( 660,2 ) | 2.285,0 | |||
| Schulden | 2.131,3 | 0,2 | 63,4 | ( 10,7 ) | 2.184,2 | 2.184,2 | ||||
| Actuele belastingverplichtingen | 28,9 | 3,2 | 1,0 | 33,1 | 2,6 | 35,7 | ||||
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 960,0 | 0,5 | 70,1 | 1.030,6 | 9,0 | 1.039,6 | ||||
| RPN(I) | 358,9 | 358,9 | ||||||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.051,5 | 171,5 | 309,2 | 6,8 | 9,5 | ( 2,2 ) | 2.546,3 | 120,6 | ( 80,9 ) | 2.586,0 |
| Voorzieningen | 27,8 | 21,8 | 7,9 | 57,5 | 829,6 | 887,1 | ||||
| Verplichtingen met betrekking tot | ||||||||||
| vaste activa aangehouden voor verkoop | 6,9 | 6,9 | 6,9 | |||||||
| Totaal verplichtingen | 67.787,5 2.950,7 17.599,8 | 6,8 | 38,9 | ( 37,4 ) | 88.346,3 | 2.570,7 | ( 750,3 ) | 90.166,7 | ||
| Eigen vermogen | 4.843,0 | 895,8 | 1.219,7 2.353,9 | 115,7 | 0,4 | 9.428,5 | ( 4,8 ) | ( 12,3 ) | 9.411,4 | |
| Minderheidsbelangen | 1.930,4 | 177,7 | ( 0,4 ) | 2.107,7 | 0,5 | 2.108,2 | ||||
| Totaal eigen vermogen | 6.773,4 | 895,8 | 1.397,4 2.353,9 | 115,7 | 11.536,2 | ( 4,8 ) | ( 11,8 ) | 11.519,6 | ||
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 74.560,9 3.846,5 18.997,2 2.360,7 | 154,6 | ( 37,4 ) | 99.882,5 | 2.565,9 | ( 762,1 ) 101.686,3 | ||||
| Aantal werknemers | 6.368 | 2.914 | 1.503 | 69 | 4 | 10.858 | 151 | 11.009 |
| Her- | Eliminaties | Totaal Algemene | Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | België | VK | CEU | Azië | verzekering | verzekeringen | verzekeringen | rekening | groep | Totaal |
| Baten | ||||||||||
| Bruto premie-inkomen - |
5.868,6 | 1.374,6 | 2.121,5 | 1.688,5 | ( 1.667,7 ) | 9.385,5 | ( 1,9 ) | 9.383,6 | ||
| Wijziging in niet-verdiende premies - |
( 2,1 ) | 17,3 | ( 15,4 ) | ( 240,6 ) | 240,6 | ( 0,2 ) | ( 0,2 ) | |||
| Uitgaande herverzekeringspremies - |
( 563,9 ) ( 896,8 ) | ( 276,0 ) | ( 51,3 ) | 1.425,8 | ( 362,2 ) | ( 362,2 ) | ||||
| Netto verdiende premies | 5.302,6 | 495,1 | 1.830,1 | 1.396,6 | ( 1,3 ) | 9.023,1 | ( 1,9 ) | 9.021,2 | ||
| Rentebaten, dividend | ||||||||||
| en overige beleggingsbaten | 2.348,3 | 38,4 | 212,7 | 12,5 | 0,1 | 2.612,0 | 36,8 | ( 36,5 ) | 2.612,3 | |
| Niet-gerealiseerde winst | ||||||||||
| (verlies) op RPN(I) | ( 0,1 ) | ( 0,1 ) | ||||||||
| Resultaat op verkoop | ||||||||||
| en herwaarderingen | 271,5 | 6,5 | 44,1 | 5,1 | ( 0,1 ) | 327,1 | 3,6 | ( 4,2 ) | 326,5 | |
| Baten uit beleggingen | ||||||||||
| inzake unit-linked contracten | 1.123,0 | 775,5 | 1.898,5 | 1.898,5 | ||||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 45,7 | 13,1 | 17,2 | 545,2 | 621,2 | 1,7 | 622,9 | |||
| Commissiebaten | 347,9 | 248,0 | 178,1 | 4,0 | ( 413,4 ) | 364,6 | 364,6 | |||
| Overige baten | 203,0 | 37,6 | 23,3 | 0,7 | ( 0,4 ) | 264,2 | 5,9 | ( 16,8 ) | 253,3 | |
| Totale baten | 9.642,0 | 838,7 | 3.081,0 | 545,9 | 1.418,2 | ( 415,1 ) | 15.110,7 | 47,9 | ( 59,4 ) | 15.099,2 |
| Kosten | ||||||||||
| Schadelasten en uitkeringen, bruto - |
( 5.826,4 ) ( 834,3 ) ( 1.761,6 ) | ( 1.107,4 ) | 1.086,5 | ( 8.443,2 ) | 2,9 | ( 8.440,3 ) | ||||
| Schadelasten en uitkeringen, - |
||||||||||
| aandeel herverzekeraars | 344,9 | 709,1 | 158,2 | 20,1 | ( 1.086,6 ) | 145,7 | 145,7 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | ( 5.481,5 ) ( 125,2 ) ( 1.603,4 ) | ( 1.087,3 ) | ( 0,1 ) | ( 8.297,5 ) | 2,9 | ( 8.294,6 ) | ||||
| Lasten inzake unit-linked contracten | ( 1.159,2 ) | ( 817,4 ) | ( 0,1 ) | ( 1.976,7 ) | ( 1.976,7 ) | |||||
| Financieringslasten | ( 96,8 ) | ( 9,9 ) | ( 13,4 ) | ( 0,1 ) | ( 0,7 ) | ( 0,1 ) | ( 121,0 ) | ( 43,1 ) | 35,3 | ( 128,8 ) |
| Wijzigingen in bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | ( 46,7 ) | ( 4,8 ) | ( 4,7 ) | ( 56,2 ) | ( 56,2 ) | |||||
| Wijzigingen in voorzieningen | 1,4 | 0,3 | 1,7 | ( 6,9 ) | ( 5,2 ) | |||||
| Commissielasten | ( 656,7 ) ( 243,7 ) | ( 183,5 ) | ( 422,1 ) | 413,5 | ( 1.092,5 ) | ( 1.092,5 ) | ||||
| Personeelslasten | ( 550,5 ) ( 142,3 ) | ( 84,0 ) ( 24,7 ) | ( 0,1 ) | ( 801,6 ) | ( 29,5 ) | ( 831,1 ) | ||||
| Overige lasten | ( 865,9 ) ( 230,2 ) | ( 199,0 ) | ( 6,0 ) | 76,5 | 2,0 | ( 1.222,6 ) | ( 75,8 ) | 17,0 | ( 1.281,4 ) | |
| Totale lasten | ( 8.855,9 ) ( 756,1 ) ( 2.905,1 ) ( 30,8 ) | ( 1.433,6 ) | 415,1 | ( 13.566,4 ) | ( 155,3 ) | 55,2 | ( 13.666,5 ) | |||
| Resultaat voor belastingen | 786,1 | 82,6 | 175,9 | 515,1 | ( 15,4 ) | 1.544,3 | ( 107,4 ) | ( 4,2 ) | 1.432,7 | |
| Belastingbaten (lasten) | ( 184,4 ) | ( 13,9 ) | ( 43,6 ) | ( 0,2 ) | ( 0,8 ) | ( 242,9 ) | ( 11,5 ) | ( 0,1 ) | ( 254,5 ) | |
| Nettoresultaat over de periode | 601,7 | 68,7 | 132,3 | 514,9 | ( 16,2 ) | 1.301,4 | ( 118,9 ) | ( 4,3 ) | 1.178,2 | |
| Toewijsbaar aan de | ||||||||||
| minderheidsbelangen | 175,3 | 23,5 | 198,8 | 0,2 | 199,0 | |||||
| Nettoresultaat toewijsbaar | ||||||||||
| aan de aandeelhouders | 426,4 | 68,7 | 108,8 | 514,9 | ( 16,2 ) | 1.102,6 | ( 118,9 ) | ( 4,5 ) | 979,2 | |
| Totale baten van externe klanten | 9.876,1 1.459,6 | 3.225,5 | 545,9 | 15.107,1 | ( 7,9 ) | 15.099,2 | ||||
| Totale baten intern | ( 234,1 ) ( 620,9 ) | ( 144,5 ) | 1.418,2 | ( 415,1 ) | 3,6 | 55,8 | ( 59,4 ) | |||
| Totale baten | 9.642,0 | 838,7 | 3.081,0 | 545,9 | 1.418,2 | ( 415,1 ) | 15.110,7 | 47,9 | ( 59,4 ) | 15.099,2 |
| Overige niet-geldelijke lasten | ||||||||||
| (anders dan afschrijvingen) | ( 6,9 ) | ( 6,9 ) |
Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.
| Her- | Eliminaties | Totaal | Algemene Eliminaties | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | België | VK | CEU | Azië verzekering | verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | |
| Bruto premie-inkomen | 5.868,6 | 1.374,6 | 2.121,5 | 1.688,5 | ( 1.667,7 ) | 9.385,5 | ( 1,9 ) | 9.383,6 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 743,1 | 418,8 | ( 0,1 ) | 1.161,8 | 1.161,8 | ||||
| Bruto premie | 6.611,7 | 1.374,6 | 2.540,3 | 1.688,5 | ( 1.667,8 ) | 10.547,3 | ( 1,9 ) | 10.545,4 |
| Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | België | VK | CEU | Azië verzekering | verzekeringen | verzekeringen | rekening | groep | Totaal | |
| Baten | ||||||||||
| Bruto premies - |
5.348,0 | 1.388,4 | 2.122,6 | 61,1 | ( 58,8 ) | 8.861,3 | ( 1,3 ) | 8.860,0 | ||
| Wijziging in niet-verdiende premies - |
3,9 | 60,1 | ( 11,1 ) | 52,9 | 52,9 | |||||
| Uitgaande herverzekeringspremies - |
( 65,9 ) | ( 128,1 ) | ( 101,9 ) | ( 27,6 ) | 56,9 | ( 266,6 ) | ( 266,6 ) | |||
| Netto verdiende premies | 5.286,0 | 1.320,4 | 2.009,6 | 33,5 | ( 1,9 ) | 8.647,6 | ( 1,3 ) | 8.646,3 | ||
| Rentebaten, dividend | ||||||||||
| en overige beleggingsbaten | 2.405,5 | 52,0 | 209,8 | 1,8 | 2.669,1 | 33,4 | ( 32,0 ) | 2.670,5 | ||
| Niet-gerealiseerde winst | ||||||||||
| (verlies) op RPN(I) | 89,1 | 89,1 | ||||||||
| Resultaat op verkoop | ||||||||||
| en herwaarderingen | 240,1 | 3,6 | 48,6 | ( 0,1 ) | 292,2 | 22,7 | 314,9 | |||
| Baten uit beleggingen inzake | ||||||||||
| unit-linked contracten | ( 478,3 ) | ( 174,6 ) | ( 652,9 ) | ( 652,9 ) | ||||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 19,9 | 11,2 | 22,0 | 196,7 | 249,8 | 1,7 | 251,5 | |||
| Commissiebaten | 168,7 | 16,7 | 114,5 | ( 3,4 ) | 296,5 | 296,5 | ||||
| Overige baten | 162,7 | 39,6 | 17,0 | 3,2 | ( 0,9 ) | 221,6 | 5,6 | ( 16,4 ) | 210,8 | |
| Totale baten | 7.804,6 | 1.443,5 | 2.246,9 | 199,8 | 35,3 | ( 6,2 ) | 11.723,9 | 152,5 | ( 49,7 ) | 11.826,7 |
| Kosten | ||||||||||
| Schadelasten en uitkeringen, bruto - |
( 5.311,4 ) | ( 768,2 ) ( 1.820,3 ) | ( 21,4 ) | 14,9 | ( 7.906,4 ) | 1,8 | ( 7.904,6 ) | |||
| Schadelasten en uitkeringen, - |
||||||||||
| aandeel herverzekeraars | 17,7 | ( 26,5 ) | 43,6 | 1,6 | ( 14,9 ) | 21,5 | 21,5 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | ( 5.293,7 ) | ( 794,7 ) ( 1.776,7 ) | ( 19,8 ) | ( 7.884,9 ) | 1,8 | ( 7.883,1 ) | ||||
| Lasten inzake | ||||||||||
| unit-linked contracten | 440,6 | 147,6 | 588,2 | 588,2 | ||||||
| Financieringslasten | ( 97,4 ) | ( 10,8 ) | ( 16,1 ) | ( 124,3 ) | ( 29,6 ) | 31,4 | ( 122,5 ) | |||
| Wijzigingen in bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | ( 129,9 ) | ( 4,7 ) | ( 134,6 ) | ( 134,6 ) | ||||||
| Wijzigingen in voorzieningen | ( 6,1 ) | ( 0,7 ) | ( 6,8 ) | ( 3,5 ) | ( 10,3 ) | |||||
| Commissielasten | ( 632,5 ) | ( 247,1 ) | ( 165,8 ) | ( 5,4 ) | 3,3 | ( 1.047,5 ) | ( 1.047,5 ) | |||
| Personeelslasten | ( 537,4 ) | ( 149,3 ) | ( 71,3 ) ( 20,6 ) | ( 778,6 ) | ( 30,7 ) | ( 809,3 ) | ||||
| Overige lasten | ( 800,2 ) | ( 134,5 ) | ( 168,4 ) | ( 9,6 ) | ( 2,5 ) | 2,9 | ( 1.112,3 ) | ( 62,0 ) | 16,4 | ( 1.157,9 ) |
| Totale lasten | ( 7.056,6 ) ( 1.336,4 ) ( 2.056,1 ) ( 30,2 ) | ( 27,7 ) | 6,2 | ( 10.500,8 ) | ( 125,8 ) | 49,6 ( 10.577,0 ) | ||||
| Resultaat voor belastingen | 748,0 | 107,1 | 190,8 | 169,6 | 7,6 | 1.223,1 | 26,7 | ( 0,1 ) | 1.249,7 | |
| Belastingbaten (lasten) | ( 175,2 ) | ( 20,4 ) | ( 42,8 ) | ( 238,4 ) | ( 14,4 ) | ( 252,8 ) | ||||
| Nettoresultaat over de periode | 572,8 | 86,7 | 148,0 | 169,6 | 7,6 | 984,7 | 12,3 | ( 0,1 ) | 996,9 | |
| Toewijsbaar aan de | ||||||||||
| minderheidsbelangen | 157,5 | 30,3 | 187,8 | 187,8 | ||||||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan | ||||||||||
| de aandeelhouders | 415,3 | 86,7 | 117,7 | 169,6 | 7,6 | 796,9 | 12,3 | ( 0,1 ) | 809,1 | |
| Totale baten van externe klanten | 7.816,4 | 1.461,2 | 2.259,1 | 199,7 | 11.736,4 | 90,3 | 11.826,7 | |||
| Totale baten intern | ( 11,8 ) | ( 17,7 ) | ( 12,2 ) | 0,1 | 35,3 | ( 6,2 ) | ( 12,5 ) | 62,2 | ( 49,7 ) | |
| Totale baten | 7.804,6 | 1.443,5 | 2.246,9 | 199,8 | 35,3 | ( 6,2 ) | 11.723,9 | 152,5 | ( 49,7 ) | 11.826,7 |
| Overige niet-geldelijke | ||||||||||
| lasten anders dan afschrijvingen | ( 3,5 ) | ( 3,5 ) |
Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.
| Her- | Eliminaties | Totaal Algemene | Eliminaties | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | België | VK | CEU | Azië | verzekering verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | |||
| Bruto premie-inkomen | 5.348,0 | 1.388,4 | 2.122,6 | 61,1 | ( 58,8 ) | 8.861,3 | ( 1,3 ) | 8.860,0 | ||
| Premies inzake beleggingscontracten | 798,1 | 403,2 | 1.201,3 | 1.201,3 | ||||||
| Bruto premie-inkomen | 6.146,1 | 1.388,4 | 2.525,8 | 61,1 | ( 58,8 ) | 10.062,6 | ( 1,3 ) | 10.061,3 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2019 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | verzekeringen | rekening | groep | Totaal |
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.055,3 | 549,2 | 0,1 | 1.604,6 | 2.140,8 | 3.745,4 | |
| Financiële beleggingen | 56.427,4 | 7.577,7 | 64.005,1 | ( 2,8 ) | 64.002,3 | ||
| Vastgoedbeleggingen | 2.352,2 | 250,3 | 2.602,5 | 2.602,5 | |||
| Leningen | 9.996,7 | 1.062,9 | ( 38,2 ) | 11.021,4 | 926,8 | ( 876,2 ) | 11.072,0 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 16.428,9 | 16.428,9 | 16.428,9 | ||||
| Beleggingen in deelnemingen | 4.065,9 | 638,8 | 4.704,7 | 14,3 | ( 3,0 ) | 4.716,0 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 389,1 | 2.818,2 | ( 1.349,6 ) | 1.857,7 | 7,0 | ( 4,7 ) | 1.860,0 |
| Actuele belastingvorderingen | 45,7 | 37,4 | 83,1 | 83,1 | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 33,4 | 72,9 | 106,3 | 106,3 | |||
| Overlopende rente en overige activa | 1.544,0 | 358,0 | ( 13,0 ) | 1.889,0 | 122,6 | ( 100,8 ) | 1.910,8 |
| Materiële vaste activa | 1.371,5 | 336,9 | 0,1 | 1.708,5 | 10,1 | 1.718,6 | |
| Goodwill en overige immateriële activa | 873,9 | 605,5 | ( 276,6 ) | 1.202,8 | 1.202,8 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | |||||||
| Totaal activa | 94.584,0 | 14.307,8 | ( 1.677,2 ) | 107.214,6 | 3.221,6 | ( 987,5 ) | 109.448,7 |
| Passiva | |||||||
| Verplichtingen inzake | |||||||
| verzekeringscontracten Leven | 28.772,7 | 28.772,7 | ( 11,5 ) | 28.761,2 | |||
| Verplichtingen inzake | |||||||
| beleggingscontracten Leven | 32.242,7 | 32.242,7 | 32.242,7 | ||||
| Verplichtingen inzake | |||||||
| unit-linked contracten | 16.438,1 | 16.438,1 | 16.438,1 | ||||
| Verplichtingen inzake | |||||||
| verzekeringscontracten | 8.587,6 | ( 990,0 ) | 7.597,6 | 7.597,6 | |||
| Achtergestelde schulden | 1.056,0 | 487,5 | ( 38,3 ) | 1.505,2 | 2.487,6 | ( 876,1 ) | 3.116,7 |
| Schulden | 2.444,7 | 515,9 | ( 12,9 ) | 2.947,7 | 8,7 | 2.956,4 | |
| Actuele belastingverplichtingen | 32,4 | 15,1 | 47,6 | 2,0 | 49,6 | ||
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 918,2 | 190,7 | 1.108,9 | 10,5 | 1.119,4 | ||
| RPN(I) | 359,0 | 359,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.028,9 | 873,7 | ( 246,3 ) | 2.656,2 | 174,6 | ( 86,0 ) | 2.744,8 |
| Voorzieningen | 23,3 | 40,6 | 63,9 | 518,6 | 582,5 | ||
| Verplichtingen met betrekking tot | |||||||
| vaste activa aangehouden voor verkoop | |||||||
| Totaal verplichtingen | 84.043,9 | 10.736,8 | ( 1.400,1 ) | 93.380,6 | 3.561,0 | ( 973,6 ) | 95.968,0 |
| Eigen vermogen | 8.456,7 | 3.395,8 | ( 277,2 ) | 11.575,3 | ( 339,4 ) | ( 14,6 ) | 11.221,3 |
| Minderheidsbelangen | 2.083,4 | 175,2 | 0,1 | 2.258,7 | 0,7 | 2.259,4 | |
| Totaal eigen vermogen | 10.540,1 | 3.571,0 | ( 277,1 ) | 13.834,0 | ( 339,4 ) | ( 13,9 ) | 13.480,7 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 94.584,0 | 14.307,8 | ( 1.677,2 ) | 107.214,6 | 3.221,6 | ( 987,5 ) | 109.448,7 |
| Aantal werknemers | 4.190 | 6.398 | ( 1 ) | 10.587 | 154 | 10.741 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2018 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | Verzekeringen | rekening | groep | Totaal |
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.073,3 | 489,4 | 1.562,7 | 1.362,1 | 2.924,8 | ||
| Financiële beleggingen | 54.251,5 | 7.188,9 | 61.440,4 | 4,4 | ( 2,2 ) | 61.442,6 | |
| Vastgoedbeleggingen | 2.451,2 | 276,1 | 2.727,3 | 2.727,3 | |||
| Leningen | 8.420,7 | 1.054,4 | ( 37,5 ) | 9.437,6 | 1.011,1 | ( 660,2 ) | 9.788,5 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 15.509,3 | 15.509,3 | 15.509,3 | ||||
| Beleggingen in deelnemingen | 2.635,5 | 426,7 | 3.062,2 | 10,3 | ( 1,5 ) | 3.071,0 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 419,5 | 1.737,7 | ( 388,2 ) | 1.769,0 | 79,0 | ( 4,9 ) | 1.843,1 |
| Actuele belastingvorderingen | 31,8 | 32,3 | 0,1 | 64,2 | 64,2 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 48,3 | 91,3 | 139,6 | 139,6 | |||
| Overlopende rente en overige activa | 1.533,9 | 306,4 | ( 7,8 ) | 1.832,5 | 97,9 | ( 93,3 ) | 1.837,1 |
| Materiële vaste activa | 993,7 | 239,9 | ( 0,1 ) | 1.233,5 | 1,1 | 1.234,6 | |
| Goodwill en overige immateriële activa | 809,4 | 287,6 | 0,1 | 1.097,1 | 1.097,1 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 5,6 | 1,6 | ( 0,1 ) | 7,1 | 7,1 | ||
| Totaal activa | 88.183,7 | 12.132,3 | ( 433,5 ) | 99.882,5 | 2.565,9 | ( 762,1 ) | 101.686,3 |
| Passiva | |||||||
| Verplichtingen inzake | |||||||
| verzekeringscontracten Leven | 26.996,7 | 26.996,7 | ( 9,2 ) | 26.987,5 | |||
| Verplichtingen inzake | |||||||
| beleggingscontracten Leven | 30.860,1 | 30.860,1 | 30.860,1 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 15.511,1 | 15.511,1 | 15.511,1 | ||||
| Verplichtingen inzake | |||||||
| verzekeringscontracten Niet-Leven | 7.449,1 | ( 24,5 ) | 7.424,6 | 7.424,6 | |||
| Achtergestelde schulden | 1.210,0 | 522,6 | ( 37,4 ) | 1.695,2 | 1.250,0 | ( 660,2 ) | 2.285,0 |
| Schulden | 1.963,9 | 231,1 | ( 10,8 ) | 2.184,2 | 2.184,2 | ||
| Actuele belastingverplichtingen | 18,9 | 14,2 | 33,1 | 2,6 | 35,7 | ||
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 856,0 | 174,7 | ( 0,1 ) | 1.030,6 | 9,0 | 1.039,6 | |
| RPN(I) | 358,9 | 358,9 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.052,2 | 854,2 | ( 360,1 ) | 2.546,3 | 120,6 | ( 80,9 ) | 2.586,0 |
| Voorzieningen | 23,5 | 34,0 | 57,5 | 829,6 | 887,1 | ||
| Verplichtingen met betrekking tot | |||||||
| vaste activa aangehouden voor verkoop | 6,2 | 0,7 | 6,9 | 6,9 | |||
| Totaal verplichtingen | 79.498,6 | 9.280,6 | ( 432,9 ) | 88.346,3 | 2.570,7 | ( 750,3 ) | 90.166,7 |
| Eigen vermogen | 6.746,7 | 2.682,4 | ( 0,6 ) | 9.428,5 | ( 4,8 ) | ( 12,3 ) | 9.411,4 |
| Minderheidsbelangen | 1.938,4 | 169,3 | 2.107,7 | 0,5 | 2.108,2 | ||
| Totaal eigen vermogen | 8.685,1 | 2.851,7 | ( 0,6 ) | 11.536,2 | ( 4,8 ) | ( 11,8 ) | 11.519,6 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 88.183,7 | 12.132,3 | ( 433,5 ) | 99.882,5 | 2.565,9 | ( 762,1 ) | 101.686,3 |
| Aantal werknemers | 4.109 | 6.749 | 10.858 | 151 | 11.009 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2019 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | verzekeringen | rekening | groep | Totaal |
| Baten | |||||||
| Bruto premies - |
5.167,2 | 4.218,5 | ( 0,2 ) | 9.385,5 | ( 1,9 ) | 9.383,6 | |
| Wijziging in niet-verdiende premies - |
( 0,3 ) | 0,1 | ( 0,2 ) | ( 0,2 ) | |||
| Uitgaande herverzekeringspremies - |
( 38,1 ) | ( 324,0 ) | ( 0,1 ) | ( 362,2 ) | ( 362,2 ) | ||
| Netto verdiende premies | 5.129,1 | 3.894,2 | ( 0,2 ) | 9.023,1 | ( 1,9 ) | 9.021,2 | |
| Rentebaten, dividend en | |||||||
| overige beleggingsbaten | 2.325,4 | 303,7 | ( 17,1 ) | 2.612,0 | 36,8 | ( 36,5 ) | 2.612,3 |
| Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | ( 0,1 ) | ( 0,1 ) | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 283,6 | 43,6 | ( 0,1 ) | 327,1 | 3,6 | ( 4,2 ) | 326,5 |
| Baten uit beleggingen inzake | |||||||
| unit-linked contracten | 1.898,5 | 1.898,5 | 1.898,5 | ||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 576,0 | 45,2 | 621,2 | 1,7 | 622,9 | ||
| Commissiebaten | 267,2 | 97,4 | 364,6 | 364,6 | |||
| Overige baten | 165,6 | 98,6 | 264,2 | 5,9 | ( 16,8 ) | 253,3 | |
| Totale baten | 10.645,4 | 4.482,7 | ( 17,4 ) | 15.110,7 | 47,9 | ( 59,4 ) | 15.099,2 |
| Kosten | |||||||
| Schadelasten en uitkeringen, bruto - |
( 5.957,5 ) | ( 2.485,7 ) | ( 8.443,2 ) | 2,9 | ( 8.440,3 ) | ||
| Schadelasten en uitkeringen, - |
|||||||
| aandeel herverzekeraars | 18,4 | 127,3 | 145,7 | 145,7 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | ( 5.939,10 ) | ( 2.358,4 ) | ( 8.297,5 ) | 2,9 | ( 8.294,6 ) | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | ( 1.976,7 ) | ( 1.976,7 ) | ( 1.976,7 ) | ||||
| Financieringslasten | ( 86,0 ) | ( 36,6 ) | 1,6 | ( 121,0 ) | ( 43,1 ) | 35,3 | ( 128,8 ) |
| Wijzigingen in bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen | ( 48,5 ) | ( 7,7 ) | ( 56,2 ) | ( 56,2 ) | |||
| Wijzigingen in voorzieningen | 1,3 | 0,4 | 1,7 | ( 6,9 ) | ( 5,2 ) | ||
| Commissielasten | ( 356,5 ) | ( 736,1 ) | 0,1 | ( 1.092,5 ) | ( 1.092,5 ) | ||
| Personeelslasten | ( 403,0 ) | ( 398,6 ) | ( 801,6 ) | ( 29,5 ) | ( 831,1 ) | ||
| Overige lasten | ( 706,4 ) | ( 531,9 ) | 15,7 | ( 1.222,6 ) | ( 75,8 ) | 17,0 | ( 1.281,4 ) |
| Totale lasten | ( 9.514,9 ) | ( 4.068,9 ) | 17,4 | ( 13.566,4 ) | ( 155,3 ) | 55,2 | ( 13.666,5 ) |
| Resultaat voor belastingen | 1.130,5 | 413,8 | 1.544,3 | ( 107,4 ) | ( 4,2 ) | 1.432,7 | |
| Belastingbaten (lasten) | ( 140,9 ) | ( 102,0 ) | ( 242,9 ) | ( 11,5 ) | ( 0,1 ) | ( 254,5 ) | |
| Nettoresultaat over de periode | 989,6 | 311,8 | 1.301,4 | ( 118,9 ) | ( 4,3 ) | 1.178,2 | |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 148,9 | 49,9 | 198,8 | 0,2 | 199,0 | ||
| Nettoresultaat toewijsbaar | |||||||
| aan de aandeelhouders | 840,7 | 261,9 | 1.102,6 | ( 118,9 ) | ( 4,5 ) | 979,2 | |
| Totale baten van externe klanten | 10.619,1 | 4.475,3 | 12,7 | 15.107,1 | ( 7,9 ) | 15.099,2 | |
| Totale baten intern | 26,3 | 7,4 | ( 30,1 ) | 3,6 | 55,8 | ( 59,4 ) | |
| Totale baten | 10.645,4 | 4.482,7 | ( 17,4 ) | 15.110,7 | 47,9 | ( 59,4 ) | 15.099,2 |
| Overige niet-geldelijke lasten | |||||||
| anders dan afschrijvingen | ( 6,9 ) | ( 6,9 ) | |||||
Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden gepresenteerd.
| 31 december 2019 | Leven | Niet-leven | Eliminaties verzekeringen |
Totaal verzekeringen |
Algemene rekening |
Eliminaties groep |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen | 5.167,2 | 4.218,5 | ( 0,2 ) | 9.385,5 | ( 1,9 ) | 9.383,6 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.161,8 | 1.161,8 | 1.161,8 | ||||
| Bruto premie-inkomen | 6.329,0 | 4.218,5 | ( 0,2 ) | 10.547,3 | ( 1,9 ) | 10.545,4 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | verzekeringen | rekening | Eliminaties | Totaal |
| Baten | |||||||
| Bruto premies - |
4.794,0 | 4.067,4 | ( 0,1 ) | 8.861,3 | ( 1,3 ) | 8.860,0 | |
| Wijziging in niet-verdiende premies - |
52,9 | 52,9 | 52,9 | ||||
| Uitgaande herverzekeringspremies - |
( 36,6 ) | ( 230,0 ) | ( 266,6 ) | ( 266,6 ) | |||
| Netto verdiende premies | 4.757,4 | 3.890,3 | ( 0,1 ) | 8.647,6 | ( 1,3 ) | 8.646,3 | |
| Rentebaten, dividend en | |||||||
| overige beleggingsbaten | 2.375,1 | 310,3 | ( 16,4 ) | 2.669,1 | 33,4 | ( 32,0 ) | 2.670,5 |
| Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 89,1 | 89,1 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 260,2 | 32,0 | 292,2 | 22,7 | 314,9 | ||
| Baten uit beleggingen inzake | |||||||
| unit-linked contracten | ( 652,9 ) | ( 652,9 ) | ( 652,9 ) | ||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 206,6 | 43,2 | 249,8 | 1,7 | 251,5 | ||
| Commissiebaten | 263,4 | 33,1 | 296,5 | 296,5 | |||
| Overige baten | 131,8 | 90,3 | ( 0,5 ) | 221,6 | 5,6 | ( 16,4 ) | 210,8 |
| Totale baten | 7.341,7 | 4.399,2 | ( 17,0 ) | 11.723,9 | 152,5 | ( 49,7 ) | 11.826,7 |
| Kosten | |||||||
| Schadelasten en uitkeringen, bruto - |
( 5.590,0 ) | ( 2.316,4 ) | ( 7.906,4 ) | 1,8 | ( 7.904,6 ) | ||
| Schadelasten en uitkeringen, - |
|||||||
| aandeel herverzekeraars | 19,5 | 2,0 | 21,5 | 21,5 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | ( 5.570,5 ) | ( 2.314,4 ) | ( 7.884,9 ) | 1,8 | ( 7.883,1 ) | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | 588,2 | 588,2 | 588,2 | ||||
| Financieringslasten | ( 89,6 ) | ( 35,7 ) | 1,0 | ( 124,3 ) | ( 29,6 ) | 31,4 | ( 122,5 ) |
| Wijzigingen in bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen | ( 122,4 ) | ( 12,2 ) | ( 134,6 ) | ( 134,6 ) | |||
| Wijzigingen in voorzieningen | ( 4,5 ) | ( 2,3 ) | ( 6,8 ) | ( 3,5 ) | ( 10,3 ) | ||
| Commissielasten | ( 334,8 ) | ( 712,7 ) | ( 1.047,5 ) | ( 1.047,5 ) | |||
| Personeelslasten | ( 384,8 ) | ( 393,8 ) | ( 778,6 ) | ( 30,7 ) | ( 809,3 ) | ||
| Overige lasten | ( 636,8 ) | ( 491,3 ) | 15,8 | ( 1.112,3 ) | ( 62,0 ) | 16,4 | ( 1.157,9 ) |
| Totale lasten | ( 6.555,2 ) | ( 3.962,4 ) | 16,8 | ( 10.500,8 ) | ( 125,8 ) | 49,6 | ( 10.577,0 ) |
| Resultaat voor belastingen | 786,5 | 436,8 | ( 0,2 ) | 1.223,1 | 26,7 | ( 0,1 ) | 1.249,7 |
| Belastingbaten (lasten) | ( 138,2 ) | ( 100,3 ) | 0,1 | ( 238,4 ) | ( 14,4 ) | ( 252,8 ) | |
| Nettoresultaat over de periode | 648,3 | 336,5 | ( 0,1 ) | 984,7 | 12,3 | ( 0,1 ) | 996,9 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 140,3 | 47,5 | 187,8 | 187,8 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan | |||||||
| de aandeelhouders | 508,0 | 289,0 | ( 0,1 ) | 796,9 | 12,3 | ( 0,1 ) | 809,1 |
| Totale baten van externe klanten | 7.316,7 | 4.396,1 | 23,6 | 11.736,4 | 90,3 | 11.826,7 | |
| Totale baten intern | 25,0 | 3,1 | ( 40,6 ) | ( 12,5 ) | 62,2 | ( 49,7 ) | |
| Totale baten | 7.341,7 | 4.399,2 | ( 17,0 ) | 11.723,9 | 152,5 | ( 49,7 ) | 11.826,7 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders | |||||||
| dan afschrijvingen | ( 3,5 ) | ( 3,5 ) |
Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden gepresenteerd.
| Eliminaties | Totaal | Algemene | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | verzekeringen | rekening | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premie-inkomen | 4.794,0 | 4.067,4 | ( 0,1 ) | 8.861,3 | ( 1,3 ) | 8.860,0 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.201,3 | 1.201,3 | 1.201,3 | ||||
| Bruto premie-inkomen | 5.995,3 | 4.067,4 | ( 0,1 ) | 10.062,6 | ( 1,3 ) | 10.061,3 |
Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.
Het operationeel resultaat omvat de netto verdiende premies, commissies en gealloceerde beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden, na aftrek van netto schadelasten, uitkeringen en alle operationele lasten, inclusief de kosten voor schadeafhandeling, beleggingskosten, commissies en andere lasten, gealloceerd aan verzekerings- en/of beleggingscontracten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt. De definities van de alternatieve prestatiemaatstaven worden onder de tabellen toegelicht.
Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Leven activiteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het segment Leven omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). Het segment Niet-leven bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Gezondheidszorg verzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.
Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.
| Her- | Eliminaties | Totaal | Algemene | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | België | VK | CEU | Azië | verzekering | verzekeringen | verzekeringen | rekening | Eliminaties | Ageas |
| Bruto premie-inkomen Leven | 4.525,7 | 1.803,3 | 6.329,0 | 6.329,0 | ||||||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 2.086,0 | 1.374,6 | 737,0 | 1.688,5 | ( 1.667,6 ) | 4.218,5 | ( 1,9 ) | 4.216,6 | ||
| Operationele kosten | ( 597,0 ) ( 214,6 ) | ( 197,1 ) | ( 1,5 ) | ( 0,1 ) | ( 1.010,3 ) | ( 1.010,3 ) | ||||
| Gegarandeerde producten - |
422,9 | 76,7 | 499,6 | 499,6 | ||||||
| Unit-linked producten - |
36,2 | 7,9 | 44,1 | 44,1 | ||||||
| Operationeel resultaat Leven | 459,1 | 84,6 | 543,7 | 543,7 | ||||||
| Ongevallen en gezondheidszorg - |
48,2 | ( 4,8 ) | 39,2 | ( 14,4 ) | 0,1 | 68,3 | 68,3 | |||
| Auto - |
52,8 | 64,2 | 10,2 | ( 29,9 ) | ( 4,9 ) | 92,4 | 92,4 | |||
| Brand en overige schade - |
||||||||||
| aan eigendommen | 56,1 | 24,5 | 20,9 | 14,7 | 0,3 | 116,5 | 116,5 | |||
| Overige - |
61,1 | 9,6 | 5,9 | 8,2 | 3,4 | 88,2 | ( 3,7 ) | 84,5 | ||
| Operationeel resultaat Niet-leven | 218,2 | 93,5 | 76,2 | ( 21,4 ) | ( 1,1 ) | 365,4 | ( 3,7 ) | 361,7 | ||
| Operationeel resultaat | 677,3 | 93,5 | 160,8 | ( 21,4 ) | ( 1,1 ) | 909,1 | ( 3,7 ) | 905,4 | ||
| Aandeel in het resultaat van | ||||||||||
| deelnemingen, niet gealloceerd | 13,1 | 17,5 | 545,2 | 0,1 | 575,9 | 1,7 | 577,6 | |||
| Overig niet-technisch resultaat, | ||||||||||
| inclusief brokerage | 108,8 | ( 24,0 ) | ( 2,4 ) ( 30,1 ) | 6,0 | 1,0 | 59,3 | ( 109,1 ) | ( 0,5 ) | ( 50,3 ) | |
| Resultaat voor belastingen | 786,1 | 82,6 | 175,9 | 515,1 | ( 15,4 ) | 1.544,3 | ( 107,4 ) | ( 4,2 ) | 1.432,7 | |
| Key performance indicators Leven | ||||||||||
| Netto-onderschrijvingsmarge | ( 0,03% ) | 0,05% | ( 0,02% ) | ( 0,02% ) | ||||||
| Beleggingsmarge | 0,84% | 0,49% | 0,77% | 0,77% | ||||||
| Operationele marge | 0,81% | 0,54% | 0,75% | 0,75% | ||||||
| Operationele marge - |
||||||||||
| Gegarandeerde producten | 0,88% | 0,90% | 0,88% | 0,88% | ||||||
| Operationele marge - |
||||||||||
| Unit-linked producten | 0,40% | 0,11% | 0,28% | 0,28% | ||||||
| Operationele kosten Leven in % van het | ||||||||||
| gemiddeld beheerd vermogen | ||||||||||
| Leven (op jaarbasis) | 0,41% | 0,41% | 0,41% | 0,41% | ||||||
| Key performance indicators Niet-leven | ||||||||||
| Kostenratio | 36,6% | 64,1% | 33,1% | 24,4% | 35,3% | 35,3% | ||||
| Schaderatio | 55,5% | 25,3% | 55,3% | 77,9% | 59,7% | 59,7% | ||||
| Combined ratio | 92,1% | 89,4% | 88,4% | 102,3% | 95,0% | 95,0% | ||||
| Operationele marge | 14,3% | 18,9% | 16,0% | ( 1,5% ) | 9,4% | 9,3% | ||||
| Technische voorzieningen | 65.333,1 | 2.630,2 | 17.054,7 | 1.023,1 | ( 990,0 ) | 85.051,1 | ( 11,5 ) 85.039,6 |
De schade en kostenratio van segment Verenigd Koninkrijk (VK) zijn sterk beïnvloedt als gevolg van de Loss Portfolio Transfers (LPT) overeenkomsten in het kader van de herverzekeringsactiviteiten die sinds het eerste kwartaal van 2019 zijn geïnitieerd.
| Her- | Eliminaties | Totaal | Algemene | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | België | VK | CEU | Azië | verzekering | verzekeringen | verzekeringen | rekening | Eliminaties | Ageas |
| Bruto premie-inkomen Leven | 4.146,0 | 1.849,2 | 0,1 | 5.995,3 | 5.995,3 | |||||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 2.000,1 | 1.388,4 | 676,6 | 61,1 | ( 58,8 ) | 4.067,4 | ( 1,3 ) | 4.066,1 | ||
| Operationele kosten | ( 571,6 ) ( 224,0 ) | ( 176,3 ) | ( 2,5 ) | 0,1 | ( 974,3 ) | ( 974,3 ) | ||||
| Gegarandeerde producten - |
406,2 | 87,9 | 494,1 | 494,1 | ||||||
| Unit-linked producten - |
32,0 | 6,9 | 38,9 | 38,9 | ||||||
| Operationeel resultaat Leven | 438,2 | 94,8 | 533,0 | 533,0 | ||||||
| Ongevallen en gezondheidszorg - |
46,8 | ( 2,4 ) | 43,9 | 0,9 | 89,2 | 89,2 | ||||
| Auto - |
81,4 | 92,2 | ( 1,8 ) | 0,4 | 172,2 | 172,2 | ||||
| Brand en overige schade - |
||||||||||
| aan eigendommen | 39,3 | ( 0,6 ) | 14,1 | 3,4 | 56,2 | 56,2 | ||||
| Overige - |
55,2 | 3,4 | ( 1,3 ) | 1,1 | 0,1 | 58,5 | 58,5 | |||
| Operationeel resultaat Niet-leven | 222,7 | 92,6 | 54,9 | 5,8 | 0,1 | 376,1 | 376,1 | |||
| Operationeel resultaat | 660,9 | 92,6 | 149,7 | 5,8 | 0,1 | 909,1 | 909,1 | |||
| Aandeel in het resultaat van | ||||||||||
| deelnemingen, niet gealloceerd | 11,2 | 22,3 | 196,7 | 230,2 | 1,7 | 0,1 | 232,0 | |||
| Overig niet-technisch resultaat, | ||||||||||
| inclusief brokerage | 87,1 | 3,3 | 18,8 | ( 27,1 ) | 1,8 | ( 0,1 ) | 83,8 | 25,0 | ( 0,2 ) | 108,6 |
| Resultaat voor belastingen | 748,0 | 107,1 | 190,8 | 169,6 | 7,6 | 1.223,1 | 26,7 | ( 0,1 ) 1.249,7 | ||
| Key performance indicators Leven | ||||||||||
| Netto-onderschrijvingsmarge | 0,01% | 0,19% | 0,05% | 0,05% | ||||||
| Beleggingsmarge | 0,78% | 0,41% | 0,69% | 0,69% | ||||||
| Operationele marge | 0,79% | 0,60% | 0,74% | 0,74% | ||||||
| Operationele marge - |
||||||||||
| Gegarandeerde producten | 0,85% | 1,08% | 0,88% | 0,88% | ||||||
| Operationele marge - |
||||||||||
| Unit-linked producten | 0,40% | 0,09% | 0,25% | 0,25% | ||||||
| Operationele kosten Leven in % van het | ||||||||||
| gemiddeld beheerd | ||||||||||
| vermogen Leven | 0,40% | 0,39% | 0,40% | 0,40% | ||||||
| Key performance indicators Niet-leven | ||||||||||
| Kostenratio | 37,4% | 36,6% | 29,7% | 23,5% | 35,8% | 35,8% | ||||
| Schaderatio | 56,0% | 60,2% | 62,7% | 59,1% | 58,5% | 58,5% | ||||
| Combined ratio | 93,4% | 96,8% | 92,4% | 82,6% | 94,3% | 94,3% | ||||
| Operationele marge | 11,5% | 7,0% | 9,2% | 17,4% | 9,7% | 9,7% | ||||
| Technische voorzieningen | 61.254,9 | 2.559,5 | 16.973,2 | 29,4 | ( 24,5 ) | 80.792,5 | ( 9,2 ) 80.783,3 |
| Netto-onderschrijvingsresultaat : | Het verschil tussen de netto verdiende premies en de som van de werkelijke schade-uitkeringen en de mutatie van de | |
|---|---|---|
| verzekeringsverplichtingen, beide gecorrigeerd voor herverzekering. Het resultaat wordt weergegeven onder aftrek van | ||
| schadeafhandelingskosten, algemene kosten, provisies en herverzekering. | ||
| Netto-onderschrijvingsmarge | : | Voor Leven het netto-onderschrijvingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde netto verzekeringsverplichtingen Leven |
| tijdens de verslagperiode. Voor Niet-Leven het netto-onderschrijvingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | ||
| Netto beleggingsresultaat | : | De som van beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden op activa die verzekeringsverplichtingen dekken, na |
| aftrek van de hieraan verbonden beleggingskosten. De beleggingsresultaten voor Leven worden daarnaast gecorrigeerd voor het aan | ||
| de polishouders als technische rente en winstdeling toegewezen bedrag. Het beleggingsresultaat voor Ongevallen & Leven (onderdeel | ||
| van niet-Leven) wordt ook gecorrigeerd voor de opgelopen technische rente van de verzekeringsverplichtingen. | ||
| Nettobeleggingsmarge | : | Voor Leven het beleggingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde netto verzekeringsverplichtingen Leven tijdens de |
| verslagperiode. Voor Niet-Leven het Netto beleggingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | ||
| Netto operationeel resultaat | : | De som van het netto-onderschrijvingsresultaat, beleggingsresultaat en overige aan de verzekerings- en/of beleggingscontracten |
| toegewezen resultaten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten | ||
| die niet onder de verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of | ||
| resultaat van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt. | ||
| Netto operationele marge | : | Voor leven het operationele resultaat op jaarbasis voor de periode, gedeeld door de gemiddelde netto verzekeringsverplichtingen Leven. |
| Voor Niet-Leven het operationele resultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | ||
| Netto verdiende premies | : | De premies Niet-Leven die de risico's voor de huidige periode dekken, verrekend met de premies betaald aan herverzekeraars en |
| mutatie in reserves voor niet verdiende premies. | ||
| Lastenratio | : | De lasten als percentage van de netto verdiende premies. De lasten omvatten de interne kosten van schadeafhandelingscommissies, |
| onder aftrek van herverzekering. | ||
| Schaderatio | : | De kosten van claims, onder aftrek van herverzekering, als percentage van de netto verdiende premies. |
| Combined ratio | : | Een maatstaf voor de winstgevendheid in Niet-Leven, de verhouding tussen de totale kosten van de verzekeraar en de netto verdiende |
| premies. Dit zijn de totale lasten van de verzekeraar als percentage van de netto verdiende premies. Dit is de som van de schade- en | ||
| de lastenratio. |
152 Ageas Jaarverslag 2019
Toelichting op de geconsolideerde balans
Geldmiddelen en kasequivalenten zijn direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van verkrijging.
De geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december bestaan uit.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen | 2,6 | 2,8 |
| Vorderingen op banken | 3.587,8 | 2.696,6 |
| Overige | 155,0 | 225,4 |
| Totaal geldmiddelen en kasequivalenten | 3.745,4 | 2.924,8 |
De samenstelling van de financiële beleggingen is als volgt.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Financiële beleggingen | ||
| - Tot einde looptijd aangehouden |
4.437,9 | 4.505,5 |
| - Voor verkoop beschikbaar |
59.569,7 | 56.861,8 |
| - Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening |
253,7 | 332,0 |
| - Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden |
10,1 | 9,9 |
| Totaal bruto | 64.271,4 | 61.709,2 |
| Bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - op voor verkoop beschikbare beleggingen |
( 269,1 ) | ( 266,6 ) |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen | ( 269,1 ) | ( 266,6 ) |
| Totaal | 64.002,3 | 61.442,6 |
| Overheidsobligaties | Totaal | ||
|---|---|---|---|
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2018 | 4.559,5 | 4.559,5 | |
| Einde looptijd | ( 49,7 ) | ( 49,7 ) | |
| Verkopen | ( 5,9 ) | ( 5,9 ) | |
| Amortisatie | 1,6 | 1,6 | |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2018 | 4.505,5 | 4.505,5 | |
| Einde looptijd | ( 65,9 ) | ( 65,9 ) | |
| Amortisatie | ( 1,7 ) | ( 1,7 ) | |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2019 | 4.437,9 | 4.437,9 | |
| Reële waarde op 31 december 2018 | 6.455,3 | 6.455,3 | |
| Reële waarde op 31 december 2019 | 6.878,3 | 6.878,3 |
De reële waarde van overheidsobligaties aangemerkt als tot einde looptijd aangehouden beleggingen is gebaseerd op beurskoersen in actieve markten (niveau 1).
De overheidsobligaties aangemerkt als beleggingen tot einde looptijd aangehouden naar land van uitgifte per 31 december zijn als volgt.
| 31 december 2019 | Historische/geamortiseerde kostprijs | Reële waarde |
|---|---|---|
| Belgische overheid | 4.320,7 | 6.699,1 |
| Portugese overheid | 117,2 | 179,2 |
| Totaal | 4.437,9 | 6.878,3 |
| 31 december 2018 | ||
| Belgische overheid | 4.328,3 | 6.223,1 |
| Portugese overheid | 177,2 | 232,2 |
| Totaal | 4.505,5 | 6.455,3 |
| Historische/ | Bruto | Bruto | Bijzondere | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | ongerealiseerde | Totaal | waarde | Reële | |
| 31 december 2019 | kostprijs | winsten | verliezen | bruto verminderingen | waarde | |
| Overheidsobligaties | 27.562,6 | 6.382,4 | ( 23,6 ) | 33.921,4 | 33.921,4 | |
| Bedrijfsobligaties | 19.167,6 | 1.534,5 | ( 9,0 ) | 20.693,1 | ( 20,2 ) | 20.672,9 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 54,8 | 3,0 | ( 0,3 ) | 57,5 | ( 0,2 ) | 57,3 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 46.785,0 | 7.919,9 | ( 32,9 ) | 54.672,0 | ( 20,4 ) | 54.651,6 |
| Private equity en durfkapitaal | 83,3 | 20,5 | ( 0,5 ) | 103,3 | 103,3 | |
| Aandelen | 4.044,5 | 763,9 | ( 17,3 ) | 4.791,1 | ( 248,6 ) | 4.542,5 |
| Overige beleggingen | 3,2 | 3,2 | 3,2 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | ||||||
| in aandelen en overige beleggingen | 4.131,0 | 784,4 | ( 17,8 ) | 4.897,6 | ( 248,6 ) | 4.649,0 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 50.916,0 | 8.704,3 | ( 50,7 ) | 59.569,6 | ( 269,0 ) | 59.300,6 |
| Historische/ | Bruto | Bruto | Bijzondere | |||
| geamortiseerde | ongerealiseerde | ongerealiseerde | Totaal | waarde | Reële |
| geamortiseerde | ongerealiseerde | ongerealiseerde | Totaal | waarde | Reële | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2018 | kostprijs | winsten | verliezen | bruto verminderingen | waarde | |
| Overheidsobligaties | 27.794,4 | 4.694,7 | ( 81,1 ) | 32.408,0 | 32.408,0 | |
| Bedrijfsobligaties | 18.749,8 | 1.050,3 | ( 103,6 ) | 19.696,5 | ( 20,3 ) | 19.676,2 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 44,3 | 4,1 | 48,4 | 48,4 | ||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 46.588,5 | 5.749,1 | ( 184,7 ) | 52.152,9 | ( 20,3 ) | 52.132,6 |
| Private equity en durfkapitaal | 66,6 | 16,0 | 82,6 | 82,6 | ||
| Aandelen | 4.282,2 | 440,5 | ( 100,3 ) | 4.622,4 | ( 246,3 ) | 4.376,1 |
| Overige beleggingen | 3,9 | 3,9 | 3,9 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | ||||||
| in aandelen en overige beleggingen | 4.352,7 | 456,5 | ( 100,3 ) | 4.708,9 | ( 246,3 ) | 4.462,6 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 50.941,2 | 6.205,6 | ( 285,0 ) | 56.861,8 | ( 266,6 ) | 56.595,2 |
Een bedrag van EUR 1.369,5 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is aangehouden als onderpand (2018: EUR 1.229,6 miljoen) (zie ook toelichting 21 Leningen).
De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:
De waarderingen per jaareinde zijn als volgt.
| 31 december 2019 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 33.588,9 | 332,5 | 33.921,4 | |
| Bedrijfsobligaties | 19.273,6 | 900,1 | 499,2 | 20.672,9 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 9,0 | 43,8 | 4,5 | 57,3 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 2.442,7 | 1.428,2 | 778,1 | 4.649,0 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 55.314,2 | 2.704,6 | 1.281,8 | 59.300,6 |
| 31 december 2018 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 32.376,3 | 31,7 | 32.408,0 | |
| Bedrijfsobligaties | 18.460,8 | 733,7 | 481,7 | 19.676,2 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 33,1 | 5,9 | 9,4 | 48,4 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 2.248,3 | 1.483,9 | 730,4 | 4.462,6 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 53.118,5 | 2.255,2 | 1.221,5 | 56.595,2 |
De veranderingen in niveau 3-waarderingen zijn als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.221,5 | 734,8 |
| Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode | ( 15,6 ) | ( 7,6 ) |
| Aankoop | 113,7 | 501,5 |
| Opbrengst van verkopen | ( 92,8 ) | ( 8,5 ) |
| Gerealiseerde winsten (verliezen) | 2,1 | 5,3 |
| Bijzondere waardeverminderingen | ( 4,3 ) | |
| Ongerealiseerde winsten (verliezen) | 57,2 | ( 4,0 ) |
| Stand per 31 december | 1.281,8 | 1.221,5 |
Niveau 3-waarderingen voor private equity en durfkapitaal maken gebruik van reële waarden die worden bekendgemaakt in het geauditeerde financieel verslag van de relevante deelnemingen. Niveau 3-waarderingen voor aandelen en asset-backed securities maken gebruik van de methode van de gedisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen houden rekening met de oorspronkelijke verzekeringstechnische criteria, de kenmerken van de leningnemer (zoals leeftijd en kredietscores), loan-to-value-ratio's, verwachte schommelingen in de huizenprijzen en verwachte vooruitbetalingsniveaus, enz. De verwachte kasstromen worden gedisconteerd tegen voor risico gecorrigeerde rentes. Marktdeelnemers maken vaak gebruik van dergelijke gedisconteerde kasstroomtechnieken om private equity en durfkapitaal te waarderen. Voor de waardering van deze instrumenten maken wij eveneens tot op zekere hoogte gebruik van deze prijzen. Deze technieken zijn onderhevig aan inherente beperkingen, zoals een schatting van de gepaste voor risico gecorrigeerde disconteringsvoet, en verschillende gegevens en veronderstellingen zouden verschillende resultaten opleveren.
De niveau 3-posities zijn met name gevoelig voor een verandering in het niveau van de verwachte toekomstige kasstromen, en dienovereenkomstig varieert hun reële waarde in verhouding tot de veranderingen in deze kasstromen. De veranderingen in de waarde van deze niveau 3-instrumenten worden verantwoord in het overige comprehensive income.
De overheidsobligaties naar land van uitgifte per 31 december zijn als volgt.
| Historische/ | Bruto | ||
|---|---|---|---|
| geamortiseerde | Ongerealiseerde | Reële | |
| 31 december 2019 | kostprijs | winsten (verliezen) | waarde |
| Belgische overheid | 11.386,4 | 2.743,2 | 14.129,6 |
| Franse overheid | 4.982,1 | 1.362,4 | 6.344,5 |
| Portugese overheid | 2.321,9 | 426,6 | 2.748,5 |
| Oostenrijkse overheid | 2.131,0 | 512,1 | 2.643,1 |
| Spaanse overheid | 1.899,9 | 327,8 | 2.227,7 |
| Italiaanse overheid | 1.178,8 | 322,5 | 1.501,3 |
| Duitse overheid | 888,6 | 300,6 | 1.189,2 |
| Nederlandse overheid | 481,0 | 85,0 | 566,0 |
| Ierse overheid | 402,0 | 47,8 | 449,8 |
| Britse overheid | 291,7 | 14,4 | 306,1 |
| Poolse overheid | 298,5 | 59,7 | 358,2 |
| Slowaakse overheid | 208,1 | 43,7 | 251,8 |
| Tsjechische overheid | 150,9 | 3,0 | 153,9 |
| Finse overheid | 115,1 | 21,6 | 136,7 |
| Verenigde Staten van Amerika: overheid | 16,4 | 16,4 | |
| Overige overheden | 810,2 | 88,4 | 898,6 |
| Totaal | 27.562,6 | 6.358,8 | 33.921,4 |
| Historische/ | Bruto | ||
|---|---|---|---|
| geamortiseerde | Ongerealiseerde | Reële | |
| 31 december 2018 | kostprijs | winsten (verliezen) | waarde |
| Belgische overheid | 11.727,6 | 1.925,3 | 13.652,9 |
| Franse overheid | 5.191,8 | 1.120,9 | 6.312,7 |
| Oostenrijkse overheid | 2.181,0 | 442,1 | 2.623,1 |
| Portugese overheid | 2.132,9 | 282,5 | 2.415,4 |
| Spaanse overheid | 1.654,4 | 110,7 | 1.765,1 |
| Italiaanse overheid | 1.088,0 | 156,1 | 1.244,1 |
| Duitse overheid | 875,6 | 290,6 | 1.166,2 |
| Nederlandse overheid | 471,0 | 76,2 | 547,2 |
| Ierse overheid | 507,2 | 36,4 | 543,6 |
| Britse overheid | 446,2 | 3,8 | 450,0 |
| Poolse overheid | 299,1 | 52,2 | 351,3 |
| Slowaakse overheid | 208,2 | 37,4 | 245,6 |
| Tsjechische overheid | 150,6 | 9,5 | 160,1 |
| Finse overheid | 117,8 | 23,7 | 141,5 |
| Verenigde Staten van Amerika: overheid | 20,2 | ( 0,1 ) | 20,1 |
| Overige overheden | 722,8 | 46,3 | 769,1 |
| Totaal | 27.794,4 | 4.613,6 | 32.408,0 |
De volgende tabel toont de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | ||
| Boekwaarde | 54.651,6 | 52.132,6 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 7.887,0 | 5.564,4 |
| - Gerelateerde belasting |
( 2.006,1 ) | ( 1.433,3 ) |
| Shadow accounting | ( 3.546,9 ) | ( 1.697,9 ) |
| - Gerelateerde belasting |
929,4 | 447,8 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 3.263,4 | 2.881,0 |
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen: | ||
| Boekwaarde | 4.649,0 | 4.462,6 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 766,6 | 356,2 |
| - Gerelateerde belasting |
( 66,7 ) | ( 34,0 ) |
| Shadow accounting | ( 304,8 ) | ( 132,5 ) |
| - Gerelateerde belasting |
68,2 | 35,3 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 463,3 | 225,0 |
De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | ( 266,6 ) | ( 204,3 ) |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ( 46,7 ) | ( 90,6 ) |
| Terugname bij de verkoop/desinvestering | 42,9 | 28,9 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 1,4 | ( 0,6 ) |
| Stand per 31 december | ( 269,0 ) | ( 266,6 ) |
De volgende tabel geeft toelichting op beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening per 31 december.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 0,9 | 0,8 |
| Bedrijfsobligaties | 119,4 | 189,7 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 5,9 | 6,0 |
| Obligaties | 126,2 | 196,5 |
| Overige beleggingen | 127,5 | 135,5 |
| Aandelen en overige beleggingen | 127,5 | 135,5 |
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen | ||
| in de resultatenrekening | 253,7 | 332,0 |
Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.
De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 31 december 2019 EUR 127,2 miljoen (31 december 2018: EUR 197,3 miljoen).
De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:
De waarderingen per jaareinde zijn als volgt.
| 31 december 2019 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 0,9 | 0,9 | ||
| Bedrijfsobligaties | 119,4 | 119,4 | ||
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 5,9 | 5,9 | ||
| Overige beleggingen | 127,6 | ( 0,1 ) | 127,5 | |
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen | ||||
| in de resultatenrekening | 128,5 | 125,2 | 253,7 | |
| 31 december 2018 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Overheidsobligaties | 0,8 | 0,8 | ||
| Bedrijfsobligaties | 0,1 | 189,6 | 189,7 | |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 6,0 | 6,0 | ||
| Overige beleggingen | 135,5 | 135,5 | ||
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen | ||||
| in de resultatenrekening | 136,4 | 195,6 | 332,0 |
Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten worden gebaseerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten). Zie ook toelichting 27 Derivaten voor nadere details.
AG Insurance, een dochtermaatschappij van Ageas Groep, houdt notes die een belang vertegenwoordigen (via de ontvangst van aflossingen en rente) in een gestructureerde entiteit die niet wordt geconsolideerd. De gestructureerde entiteit belegt in hypotheek- en leasevorderingen en genereert middelen via de uitgifte van notes of units.
Deze gestructureerde notes en units worden opgenomen in Voor verkoop beschikbare beleggingen'. Behoudens de notes en units heeft AG Insurance geen andere belangen in deze gestructureerde entiteiten. De maximale verliesblootstelling van AG Insurance is beperkt tot de boekwaarde van de aangehouden notes of units.
De boekwaarde van het belang van AG Insurance in het Fonds van hypotheekleningen bedraagt EUR 471,2 miljoen per 31 december 2019 (EUR 481,7 miljoen per 31 december 2018). De boekwaarde van het belang van AG Insurance in door Huuropbrengsten gedekte vorderingen bedraagt EUR 18,7 miljoen per 31 december 2019.
De totale activa van de gestructureerde entiteit belopen EUR 819,2 miljoen per 31 december 2019 tegenover EUR 481,7 miljoen per 31 december 2018.
Het Fonds van hypotheekleningen is volledig eigendom van AG Insurance en de totale activa van de door Huuropbrengsten gedekte vorderingen bedraagt EUR 348 miljoen per 31 december 2019.
Beleggingen in vastgoed hebben met name betrekking op kantoren en winkelpanden.
De volgende tabel geeft de wijzigingen in vastgoedbeleggingen weer gedurende het jaar eindigend op 31 december.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 2.607,4 | 2.752,3 |
| Bijzondere waardeverminderingen | ( 4,9 ) | ( 25,0 ) |
| Totaal vastgoedbeleggingen | 2.602,5 | 2.727,3 |
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Kostprijs per 1 januari | 3.483,7 | 3.447,3 |
| Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving | 1,1 | |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 32,6 | 72,0 |
| Toevoegingen/aankopen | 37,3 | 64,6 |
| Verbeteringen | 64,9 | 46,0 |
| Verkopen | ( 236,3 ) | ( 56,8 ) |
| Wisselkoersverschillen | 0,5 | ( 0,2 ) |
| Overige | ( 46,9 ) | ( 89,2 ) |
| Kostprijs per 31 december | 3.336,9 | 3.483,7 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | ( 731,4 ) | ( 756,0 ) |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 11,0 | 32,0 |
| Afschrijvingen | ( 91,3 ) | ( 98,5 ) |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 65,4 | 43,6 |
| Overboeking van (naar) materiële vaste activa | ||
| Overige | 16,8 | 47,5 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | ( 729,5 ) | ( 731,4 ) |
| Cumulatieve bijzondere waardevermindering per 1 januari | ( 25,0 ) | ( 42,2 ) |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 12,0 | 0,8 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ( 1,6 ) | ( 4,1 ) |
| Terugname van bijzondere waardeverminderingen | 0,6 | 0,2 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen door desinvesteringen | 9,1 | |
| Overige | 20,3 | |
| Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen per 31 december | ( 4,9 ) | ( 25,0 ) |
| Netto vastgoedbeleggingen per 31 december | 2.602,5 | 2.727,3 |
Per 31 december 2019 en 31 december 2018 was er geen onroerend als zekerheid gesteld (zie ook toelichting 21 Leningen).
Jaarlijkse waarderingsbepalingen, waarbij de onafhankelijke taxaties elke drie jaar veranderen, behelzen bijna alle vastgoedbeleggingen. Reële waarden (niveau 3) zijn gebaseerd op niet-observeerbare marktgegevens en/of verdisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen uit vastgoed houden rekening met verwachte groeipercentages van huurinkomsten, periodes van leegstand, bezettingsgraad en lease-incentives zoals huurvrije perioden en andere kosten die niet
worden betaald door huurders. De verwachte netto-kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van op risico aangepaste disconteringsvoet. Om de disconteringsvoet te bepalen, wordt met een aantal factoren rekening gehouden, zoals de kwaliteit van het gebouw en zijn locatie (toplocatie vs. secundaire locatie), kredietkwaliteit van de huurder en huurvoorwaarden. Voor ontwikkelingsvastgoed (dus in opbouw) wordt de reële waarde bepaald op de kostprijs tot het vastgoed in gebruik is genomen.
De onderstaande tabel toont de reële waarde van het vastgoed.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Reële waarden gebaseerd op marktinformatie | 154,5 | 132,6 |
| Reële waarden gebaseerd op onafhankelijke waardering | 3.718,6 | 3.902,4 |
| Totaal reële waarde van vastgoedbeleggingen | 3.873,1 | 4.035,0 |
| Totale boekwaarde (inclusief leaseverplichting) | 2.570,2 | 2.727,3 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 1.302,9 | 1.307,7 |
| Ongerealiseerde winsten (verliezen) polishouders | ( 36,4 ) | ( 34,3 ) |
| Belasting | ( 324,5 ) | ( 321,4 ) |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) | 942,0 | 952,0 |
Ageas verhuurt bepaalde activa (voornamelijk vastgoed voor beleggingsdoeleinden) aan externe partijen op basis van operationele leaseovereenkomsten. De toekomstige minimale leasetermijnen inzake niet-opzegbare overeenkomsten bedragen per 31 december:
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 56,3 | 56,3 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 160,3 | 151,8 |
| 1 jaar tot 2 jaar | 186,9 | 176,4 |
| 2 jaar tot 3 jaar | 137,4 | 136,7 |
| 3 jaar tot 4 jaar | 109,9 | 113,0 |
| 4 jaar tot 5 jaar | 93,6 | 102,6 |
| Langer dan 5 jaar | 711,2 | 654,6 |
| Totaal niet verdisconteerde te ontvangen leasebetalingen | 1.455,6 | 1.391,4 |
Een bedrag van EUR 72,7 miljoen in 2019 van de totale minimumbetalingen te ontvangen via niet-opzegbare leaseovereenkomsten houdt verband met terreinen, gebouwen en uitrusting (2018: EUR 65,7 miljoen). De rest heeft betrekking op vastgoedbeleggingen.
In voorgaande jaren sponsorde AG Real Estate een aantal vastgoedcertificaten die per 31 december 2019 een marktkapitalisatie van EUR 20,6 miljoen vertegenwoordigden. Dergelijke certificaten zijn door vastgoedbeleggingen gedekte securitisatie-vehikels die zichzelf financieren via de uitgifte van schuldcertificaten. Certificaten kunnen al dan niet op de effectenbeurs zijn genoteerd en bieden een variabel rendement, dat wil zeggen de netto-inkomsten van het vastgoed, evenals de opbrengsten bij verkoop. AG Real Estate consolideert deze securitisatie-vehikels niet omdat zij de zeggenschap, inclusief alle risico's en opbrengsten, heeft overgedragen aan de certificaathouders. Wij leveren uitsluitend vermogens- en vastgoedbeheerdiensten, tegen een marktconform tarief voor deze diensten.
AG Real Estate sponsorde Ascencio SCA, een beursgenoteerde REIT (hierna het 'fonds') via zijn belang van 49% in Ascencio SA, de statutaire beheerder van het fonds. Dit belang, dat in 2018 werd verkocht, was geclassificeerd onder 'Beleggingen in deelnemingen' en verwerkt via de vermogensmutatiemethode. AG Real Estate is nog altijd eigenaar van 13,1% van de aandelen in het fonds, geclassificeerd onder 'Voor verkoop beschikbare beleggingen'.
Anders dan de onderstaand vermelde heeft AG Real Estate geen significant belang in de certificaten die zij heeft uitgegeven. Als aandeel- of obligatiehouders is de maximale verliesblootstelling van AG Real Estate aan deze certificaten beperkt tot de boekwaarde van deze instrumenten op haar balans.
| 2019 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|
| Eigendoms- | bedrag | Eigendoms- | bedrag | |
| Uitbreiding Woluwe | 19,4% | 0,7 | 19,4% | 1,8 |
| Ascencio SCA | 13,1% | 47,7 | 13,1% | 43,1 |
De leningen zijn als volgt samengesteld.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Overheid en officiële instellingen | 4.966,4 | 4.648,4 |
| Commerciële leningen | 3.978,9 | 2.690,2 |
| Hypothecaire leningen | 1.176,4 | 1.178,0 |
| Polisbeleningen | 402,7 | 347,0 |
| Rentedragende deposito's | 70,0 | 420,0 |
| Leningen aan banken | 505,7 | 532,9 |
| Totaal | 11.100,1 | 9.816,5 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen | ( 28,1 ) | ( 28,0 ) |
| Totaal leningen | 11.072,0 | 9.788,5 |
De commerciële leningen zijn als volgt samengesteld.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Vastgoed | 232,0 | 143,3 |
| Infrastructuur | 1.112,2 | 895,3 |
| Zakelijke | 88,3 | 82,8 |
| Financiële leasevorderingen | 163,8 | 71,2 |
| Overige | 2.382,6 | 1.497,6 |
| Totaal commerciële leningen | 3.978,9 | 2.690,2 |
Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaalbedrag van EUR 1.947 miljoen (31 december 2018: EUR 1.080 miljoen). De stijging in de regel 'Overige' heeft voornamelijk betrekking op de beleggingen in de gestructureerde entiteiten (zie sectie 'Belangen in niet-geconsolideerde gestructureerde entiteiten' in deze toelichting.
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor leningen.
| Totaal kredietrisico op leningen | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Boekwaarde | 11.072,0 | 9.788,5 |
| Ontvangen onderpanden | ||
| Financiële instrumenten | 367,5 | 339,7 |
| Materiële vaste activa | 2.094,7 | 2.104,2 |
| Overige onderpand en garanties | 84,3 | 174,7 |
| Niet gegarandeerd uitstaand bedrag | 8.525,5 | 7.169,9 |
| Meerwaarde onderpand t.o.v. kredietrisico 1) | 1.044,0 | 1.090,1 |
1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening.
De wijzigingen in de bijzondere waardevermindering op leningen zijn.
| 2019 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|
| Specifiek | Specifiek | |||
| kredietrisico | IBNR | kredietrisico | IBNR | |
| Stand per 1 januari | 27,2 | 0,8 | 9,9 | 0,8 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | 3,5 | 21,0 | ||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ( 3,3 ) | ( 2,1 ) | ||
| Afschrijvingen van oninbare leningen | ( 0,1 ) | ( 1,6 ) | ||
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 0,1 | ( 0,1 ) | ||
| Stand per 31 december | 27,4 | 0,7 | 27,2 | 0,8 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor leningen die onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen.
| Totaal uitstaand bedrag aan leningen onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen | 2019 | 2018 |
|---|---|---|
| Uitstaand met bijzondere waardeverminderingen | 61,4 | 59,2 |
| Ontvangen onderpanden Materiële vaste activa |
74,6 | 49,9 |
| Meerwaarde onderpand en garanties t.o.v. bijzondere waardeverminderingen 1) | 34,7 | 13,5 |
1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening.
AG Insurance houdt, samen met Ageas France en Ageas Portugal notes die een belang vertegenwoordigen (via de ontvangst van aflossingen en rente) in gestructureerde entiteiten die niet worden geconsolideerd. De gestructureerde entiteiten beleggen in hypotheekvorderingen en genereren middelen via de uitgifte van notes. Behoudens de notes hebben AG Insurance, Ageas France en Ageas Portugal geen andere belangen in deze gestructureerde entiteiten. De maximale verliesblootstelling van AG Insurance, Ageas France en Ageas Portugal is beperkt tot de boekwaarde van de aangehouden notes (EUR 824,2 miljoen per 31 december 2019).
De volgende tabel geeft overzicht van de belangrijkste beleggingen in geassocieerde ondernemingen. Het percentage belang kan variëren als er in een land verschillende geassocieerde ondernemingen zijn waarin de Groep een onderscheiden percentage van het aandelenkapitaal in bezit heeft.
| 2019 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|
| % belang | Boekwaarde | Boekwaarde | ||
| Geassocieerde ondernemingen | ||||
| Taiping Holdings | China | 12,0% - 24,9% | 1.742,4 | 1.150,9 |
| Muang Thai Group Holding | Thailand | 7,8% - 30,9% | 1.499,4 | 687,5 |
| Maybank Ageas Holding Berhad | Maleisië | 31,0% | 479,8 | 426,8 |
| BG1 | België | 50,0% | 94,4 | 97,0 |
| Tesco Insurance Ltd | VK | 50,1% | 97,4 | 92,7 |
| Aksigorta | Turkije | 36,0% | 82,6 | 83,8 |
| DTHP | België | 33,0% | 76,1 | 82,0 |
| East West Ageas Life | Filipijnen | 50,0% | 57,1 | 53,7 |
| Pleyel | België | 56,5% | 33,0 | 48,3 |
| IDBI Federal Life Insurance | India | 26,0% | 29,9 | 26,6 |
| Royal Sundaram General Insurance Company Limited | India | 40,0% | 189,5 | |
| EPB NV (Eurocommercial properties) | België | 25,6% | 50,8 | |
| MB Ageas Life JSC | Vietnam | 32,0% | 14,1 | 11,4 |
| Royal Park Investments | België | 44,7% | 6,8 | 6,9 |
| Overige | 262,7 | 303,4 | ||
| Totaal | 4.716,0 | 3.071,0 |
De stijging in de boekwaarde in 2019 van Muang Thai Group Holding houdt verband met de wijzigingen in de reële waarde voor de staatsobligaties die zijn geclassificeerd als 'Voor verkoop beschikbare beleggingen'.
Royal Sundaram General Insurance Company Limited in India werd in februari 2019 door Ageas Group overgenomen. (Zie toelichting 3 Overnames en desinvesteringen voor nadere details).
| Aandeel in | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale | Totale | Eigen | Eigen | Totale | Totale | Netto- | Aandeel in | ||
| activa | passiva | vermogen | vermogen van | Baten | Lasten | resultaat | resultaat van | ||
| (100% | (100% | (100% | deelnemingen | (100% | (100% | (100% | deelnemingen Ontvangen | ||
| 2019 | belang) | belang) | belang) | (Ageas deel) | belang) | belang) | belang) | (Ageas deel) | dividend |
| Taiping Holdings | 77.474,4 | 70.362,2 | 7.112,2 | 1.739,0 | 21.119,7 | ( 19.360,1 ) | 1.759,6 | 438,0 | 58,8 |
| Muang Thai Group Holding | 19.342,8 | 14.430,8 | 4.912,0 | 1.461,7 | 3.096,4 | ( 2.878,9 ) | 217,5 | 66,1 | 25,7 |
| Maybank Ageas Holding Berhad | 7.948,5 | 6.467,3 | 1.481,2 | 458,5 | 1.942,8 | ( 1.799,7 ) | 143,1 | 44,3 | 16,3 |
| BG1 | 216,5 | 27,8 | 188,7 | 94,4 | 11,1 | ( 7,6 ) | 3,5 | 1,8 | |
| Tesco Insurance Ltd | 1.110,8 | 916,5 | 194,3 | 97,4 | 317,6 | ( 291,4 ) | 26,2 | 13,1 | 17,7 |
| DTHP | 911,6 | 681,0 | 230,6 | 76,1 | 69,8 | ( 95,5 ) | ( 25,7 ) | ( 8,5 ) | |
| East West Ageas Life | 170,0 | 56,0 | 114,0 | 57,1 | 39,3 | ( 51,6 ) | ( 12,3 ) | ( 6,1 ) | |
| Pleyel | 247,1 | 66,3 | 180,8 | 33,0 | 5,3 | ( 9,9 ) | ( 4,6 ) | ( 2,6 ) | |
| Aksigorta | 693,2 | 578,0 | 115,2 | 41,4 | 469,9 | ( 421,2 ) | 48,7 | 17,5 | 12,7 |
| IDBI Federal Life Insurance | 1.287,5 | 1.172,5 | 115,0 | 29,9 | 332,2 | ( 312,5 ) | 19,7 | 5,1 | 3,1 |
| Royal Sundaram General Insurance Company | 784,5 | 652,1 | 132,4 | 53,0 | 263,8 | ( 274,9 ) | ( 11,1 ) | ( 4,4 ) | |
| EPB NV (Eurocommercial properties) | 565,1 | 367,0 | 198,1 | 50,8 | 6,1 | ( 5,5 ) | 0,6 | 0,2 | |
| MB Ageas Life JSC | 104,8 | 60,8 | 44,0 | 14,1 | 84,6 | ( 77,4 ) | 7,2 | 2,3 | |
| Royal Park Investments | 15,1 | 15,1 | 6,8 | 7,4 | ( 3,6 ) | 3,8 | 1,7 | 1,9 | |
| Bijbehorende goodwill | 240,1 | ||||||||
| Overige | 262,7 | 54,4 | 18,6 | ||||||
| Totaal | 4.716,0 | 622,9 | 154,8 |
| Aandeel in | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale | Totale | Eigen | Eigen | Totale | Totale | Netto- | Aandeel in | ||
| activa | passiva | vermogen | vermogen van | Baten | Lasten | resultaat | resultaat van | ||
| (100% | (100% | (100% | deelnemingen | (100% | (100% | (100% | deelnemingen Ontvangen | ||
| 2018 | belang) | belang) | belang) | (Ageas deel) | belang) | belang) | belang) | (Ageas deel) | dividend |
| Taiping Holdings | 61.363,8 | 56.624,8 | 4.739,0 | 1.147,5 | 16.653,1 | ( 16.284,7 ) | 368,4 | 89,7 | 67,4 |
| Muang Thai Group Holding | 14.091,2 | 11.829,4 | 2.261,8 | 653,5 | 3.076,0 | ( 2.837,9 ) | 238,1 | 71,9 | 18,3 |
| Maybank Ageas Holding Berhad | 6.837,8 | 5.525,7 | 1.312,1 | 406,1 | 1.323,3 | ( 1.185,4 ) | 137,9 | 42,7 | 16,0 |
| BG1 | 223,4 | 29,5 | 193,9 | 97,0 | 10,9 | ( 8,6 ) | 2,3 | 1,2 | |
| Tesco Insurance Ltd | 1.157,3 | 972,2 | 185,1 | 92,7 | 374,0 | ( 351,6 ) | 22,4 | 11,2 | 11,8 |
| DTHP | 909,4 | 661,0 | 248,4 | 82,0 | 63,2 | ( 79,5 ) | ( 16,3 ) | ( 5,4 ) | |
| East West Ageas Life | 137,1 | 30,1 | 107,0 | 53,5 | 21,9 | ( 34,9 ) | ( 13,0 ) | ( 6,5 ) | |
| Evergreen | 253,4 | 123,8 | 129,6 | 46,3 | 18,0 | ( 11,9 ) | 6,1 | 2,2 | |
| Aksigorta | 583,7 | 477,0 | 106,7 | 38,4 | 401,3 | ( 363,9 ) | 37,4 | 13,5 | 9,6 |
| IDBI Federal Life Insurance | 1.048,6 | 946,4 | 102,2 | 26,6 | 280,5 | ( 270,2 ) | 10,3 | 2,7 | |
| Predirec | 76,5 | 76,5 | 22,6 | 2,5 | 2,5 | 0,7 | |||
| MB Ageas Life JSC | 72,9 | 37,3 | 35,6 | 11,4 | 49,7 | ( 61,1 ) | ( 11,4 ) | ( 3,7 ) | |
| Royal Park Investments | 16,7 | 1,3 | 15,4 | 6,9 | 6,5 | ( 3,0 ) | 3,5 | 1,6 | 12,5 |
| Cardif Lux Vie | 99,1 | ( 72,7 ) | 26,4 | 8,8 | 9,0 | ||||
| Bijbehorende goodwill | 104,3 | ||||||||
| Overige | 282,3 | 20,9 | 24,1 | ||||||
| Totaal | 3.071,0 | 251,5 | 168,7 |
Deelnemingen zijn onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar deze deelnemingen opereren. Dividendbetalingen van deelnemingen worden soms onderworpen aan afspraken met aandeelhouders met de partners in de onderneming. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen afspraken met aandeelhouders (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) onder andere zijn:
Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de overblijvende activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken tegen een aantal Amerikaanse financiële instellingen.
De onderstaande tabel toont de componenten van herverzekering en overige vorderingen.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Aandeel herverzekeraars in verplichtingen | ||
| voor verzekerings- en beleggingscontracten | 728,7 | 659,8 |
| Vorderingen op polishouders | 425,2 | 420,6 |
| Vorderingen inzake commissiebaten | 76,5 | 86,5 |
| Vorderingen op tussenpersonen | 337,2 | 318,1 |
| Vorderingen uit hoofde van herverzekering | 47,0 | 45,6 |
| Overige | 294,5 | 361,5 |
| Totaal bruto | 1.909,1 | 1.892,1 |
| Bijzondere waardeverminderingen | ( 49,1 ) | ( 49,0 ) |
| Totaal netto | 1.860,0 | 1.843,1 |
Onder 'Overige' vallen BTW en andere indirecte belastingen. Per 31 december 2019 omvatte dit ook de vooruitbetaling van EUR 8,5 miljoen (31 december 2018: EUR 77 miljoen) aan de Stichting Forsettlement (zie toelichting 25 Voorzieningen).
Het verloop van de bijzondere waardeverminderingen op herverzekering en overige vorderingen is als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 49,0 | 47,8 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | 3,6 | 1,3 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ( 1,1 ) | ( 0,3 ) |
| Afschrijvingen van niet-inbare bedragen | ( 2,2 ) | ( 1,2 ) |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | ( 0,2 ) | 1,4 |
| Stand per 31 december | 49,1 | 49,0 |
Veranderingen in het aandeel herverzekeraars in verplichtingen voor verzekerings- en beleggingscontracten worden hieronder weergegeven.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 659,8 | 713,9 |
| Wijziging verplichtingen huidig jaar | 46,5 | 52,6 |
| Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren | ( 36,0 ) | ( 80,3 ) |
| Betaalde schaden huidig jaar | 27,8 | ( 2,0 ) |
| Betaalde schaden voorgaande jaren | ( 26,5 ) | ( 32,0 ) |
| Overige netto-toevoegingen via de resultatenrekening | 39,7 | 10,3 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 17,4 | ( 2,7 ) |
| Stand per 31 december | 728,7 | 659,8 |
De onderstaande tabel toont de componenten van overlopende rente en overige activa.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Overlopende acquisitiekosten | 424,6 | 407,8 |
| Overlopende overige kosten | 88,3 | 84,5 |
| Overlopende baten | 1.103,8 | 1.128,7 |
| Derivaten gehouden voor afdekkingsdoeleinden | 0,3 | 27,5 |
| Vastgoed aangehouden voor verkoop | 194,3 | 125,5 |
| Activa voor plannen met vaste toezeggingen | 50,4 | 22,6 |
| Overige | 50,1 | 41,7 |
| Totaal bruto | 1.911,8 | 1.838,3 |
| Bijzondere waardeverminderingen | ( 1,0 ) | ( 1,2 ) |
| Totaal netto | 1.910,8 | 1.837,1 |
Overlopende baten betreffen met name overlopende renteopbrengsten op overheidsobligaties (2019: EUR 696 miljoen; 2018: EUR 722 miljoen), bedrijfsobligaties (2019: EUR 266 miljoen; 2018: EUR 275 miljoen).
Het verloop van de overlopende acquisitiekosten in verband met verzekerings- en beleggingscontracten over het jaar is als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 407,8 | 412,1 |
| Geactiveerde overlopende acquisitiekosten | 253,6 | 329,3 |
| Afschrijvingen | ( 241,0 ) | ( 331,4 ) |
| Overige aankopen en verkopen van activiteiten | ( 0,2 ) | |
| Overige aanpassingen inclusief omrekeningsverschillen | 4,4 | ( 2,2 ) |
| Stand per 31 december | 424,6 | 407,8 |
Tot materiële vaste activa behoren kantoorgebouwen en openbare parkeergarages.
De boekwaarde van de verschillende categorieën materiële vaste activa is als volgt.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Parkeergarages | 1.348,6 | 943,9 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 223,0 | 161,5 |
| Verbeteringen aan gehuurde objecten | 27,6 | 26,1 |
| Apparatuur, motorvoertuigen en IT-apparatuur | 117,3 | 103,1 |
| Gebouwen in aanbouw | 2,1 | |
| Totaal | 1.718,6 | 1.234,6 |
| Terreinen en gebouwen voor | Apparatuur, motorvoertuigen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| eigen gebruik en parkeergarages | en IT-apparatuur | ||||
| Geleased | Geleased | ||||
| 2018 | In eigendom | (gebruiksrecht) | In eigendom | gebruiksrecht) | |
| Kostprijs per 1 januari | 1.685,4 | 329,6 | |||
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 38,6 | 5,2 | |||
| Toevoegingen | 50,4 | 34,9 | |||
| Terugname door desinvesteringen | ( 5,9 ) | ||||
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | 0,1 | ||||
| Wisselkoersverschillen | ( 0,4 ) | ( 0,6 ) | |||
| Overige | 0,7 | ( 0,3 ) | |||
| Kostprijs per 31 december | 1.774,7 | 363,0 | |||
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | ( 619,9 ) | ( 227,8 ) | |||
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | ( 4,5 ) | ||||
| Afschrijvingen | ( 39,3 ) | ( 32,2 ) | |||
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 5,8 | ||||
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | ( 0,1 ) | ||||
| Wisselkoersverschillen | 0,6 | ||||
| Overige | ( 0,3 ) | 1,0 | |||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | ( 659,5 ) | ( 257,3 ) | |||
| Cumulatieve bijzondere waardevermindering per 1 januari | ( 9,8 ) | ||||
| Toename bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | ( 2,6 ) | ||||
| Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen | |||||
| per 31 december | ( 9,8 ) | ( 2,6 ) | |||
| Totaal per 31 december | 1.105,4 | 103,2 |
| Terreinen en gebouwen voor | Apparatuur, motorvoertuigen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| eigen gebruik en parkeergarages | en IT-apparatuur | ||||
| Geleased | Geleased | ||||
| 2019 | In eigendom | (gebruiksrecht) | In eigendom | gebruiksrecht) | |
| Kostprijs per 1 januari | 1.774,7 | 363,0 | |||
| Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving | 468,2 | 22,4 | |||
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 0,5 | 0,1 | |||
| Toevoegingen | 42,0 | 46,1 | 23,7 | 8,8 | |
| Terugname door desinvesteringen | ( 0,1 ) | 1,7 | ( 8,3 ) | ( 0,3 ) | |
| Wisselkoersverschillen | 2,9 | 0,7 | 3,9 | ( 0,1 ) | |
| Overige | 1,1 | 5,0 | 0,7 | 1,1 | |
| Kostprijs per 31 december | 1.821,1 | 521,7 | 383,1 | 31,9 | |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | ( 659,5 ) | ( 257,3 ) | |||
| Afschrijvingen | ( 39,0 ) | ( 59,7 ) | ( 32,5 ) | ( 8,7 ) | |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 0,1 | 0,1 | 5,6 | ||
| Wisselkoersverschillen | ( 0,2 ) | ( 0,1 ) | ( 3,3 ) | ||
| Overige | 4,7 | ( 6,5 ) | ( 0,3 ) | ||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | ( 693,9 ) | ( 66,2 ) | ( 287,8 ) | ( 8,7 ) | |
| Cumulatieve bijzondere waardevermindering per 1 januari | ( 9,8 ) | ( 2,6 ) | |||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ( 1,2 ) | ( 3,6 ) | ( 1,2 ) | ||
| Terugname van bijzondere waardeverminderingen | 1,2 | ||||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen door desinvesteringen | 2,6 | ||||
| Overige | 2,3 | ||||
| Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen per 31 december | ( 9,8 ) | ( 1,3 ) | ( 1,2 ) | ||
| Totaal per 31 december | 1.117,4 | 454,2 | 94,1 | 23,2 |
Een bedrag van EUR 178,0 miljoen van de materiële vaste activa is verpand als zekerheid (31 december 2018: EUR 184,3 miljoen).
Vastgoed, met uitzondering van parkeergarages, worden elk jaar extern gewaardeerd, waarbij de onafhankelijke taxateurs elke drie jaar gewijzigd worden. De reële waarde is gebaseerd op niveau 3 waarderingen.
Ageas bepaalt de reële waarde van parkeergarages aan de hand van in-housemodellen die ook niet-waarneembare marktgegevens gebruiken (niveau 3). De reële waarden die hieruit voortvloeien worden aangepast aan de hand van de beschikbare marktgegevens en/of transacties. Niveau 3 waarderingstechnieken worden gebruikt voor de waardering van parkeergarages, voornamelijk met verdisconteerde kasstromen. Bij de bepaling van de verwachte kasstromen van parkeergarages wordt met een aantal factoren rekening gehouden, zoals de verwachte inflatie en economische groei van afzonderlijke parkeerterreinen. De verwachte netto kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van voor risico gecorrigeerde disconteringsvoeten. Om de disconteringsvoet te bepalen wordt met een aantal factoren rekening gehouden zoals de kwaliteit van de parkeergarage en de locatie ervan.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Totaal reële waarde van terreinen en gebouwen voor | ||
| eigen gebruik en parkeergarages | 1.742,3 | 1.604,7 |
| Totale boekwaarde (inclusief leaseverplichting) | 1.118,1 | 1.105,4 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 624,2 | 499,3 |
| Belasting | ( 168,3 ) | ( 139,9 ) |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) | 455,9 | 359,4 |
De onderstaande tabel toont de boekwaarde van goodwill en overige immateriële vaste activa.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Goodwill | 614,4 | 602,1 |
| Serviceconcessies openbare parkeergarages | 431,2 | 327,3 |
| VOBA | 57,6 | 72,5 |
| Software | 39,0 | 34,1 |
| Overige immateriële vaste activa | 60,6 | 61,1 |
| Totaal | 1.202,8 | 1.097,1 |
De belangrijkste bijdrage aan VOBA wordt geleverd door Millenniumbcp Ageas.
Mutaties in goodwill, VOBA en serviceconcessies openbare parkeergarages zijn onderstaand vermeld.
| Openbare parkeergarages | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Goodwill | VOBA | Serviceconcessies | ||||
| 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | |
| Kostprijs per 1 januari | 630,3 | 632,4 | 529,0 | 529,0 | 594,2 | 572,6 |
| Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving | 48,5 | |||||
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 41,5 | |||||
| Toevoegingen | 40,0 | 22,3 | ||||
| Terugname door desinvesteringen | ( 38,9 ) | ( 0,7 ) | ||||
| Wisselkoersverschillen | 13,6 | ( 2,1 ) | ||||
| Overige | ( 1,4 ) | |||||
| Kostprijs per 31 december | 643,9 | 630,3 | 529,0 | 529,0 | 683,9 | 594,2 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | ( 456,5 ) | ( 440,3 ) | ( 239,3 ) | ( 222,2 ) | ||
| Afschrijvingslasten | ( 14,9 ) | ( 16,2 ) | ( 24,5 ) | ( 17,7 ) | ||
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 21,8 | 0,6 | ||||
| Overige | ( 0,1 ) | |||||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | ( 471,4 ) | ( 456,5 ) | ( 242,1 ) | ( 239,3 ) | ||
| Cumulatieve bijzondere waardevermindering per 1 januari | ( 28,2 ) | ( 28,4 ) | ( 27,6 ) | ( 10,5 ) | ||
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 0,2 | |||||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ( 0,1 ) | ( 17,1 ) | ||||
| Terugname van bijzondere waardeverminderingen | 17,1 | |||||
| Wisselkoersverschillen | ( 1,5 ) | 0,2 | ||||
| Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen per 31 december | ( 29,5 ) | ( 28,2 ) | ( 10,6 ) | ( 27,6 ) | ||
| Totaal per 31 december | 614,4 | 602,1 | 57,6 | 72,5 | 431,2 | 327,3 |
Goodwill wordt jaarlijks aan het eind van het jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen door vergelijking van de opbrengstwaarde van kasstroomgenererende eenheden (CGU) met hun boekwaarde. De opbrengstwaarde is de reële waarde verminderd met verkoopkosten of de waarde in gebruik als deze hoger is. Het type van de overgenomen onderneming, het niveau van de operationele integratie en gezamenlijk management zijn bepalend voor de definiëring van een CGU. Op basis van deze criteria heeft Ageas CGU's op landniveau aangemerkt.
De realiseerbare waarde van een CGU wordt bepaald door berekening van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen van die CGU. De belangrijkste aannames die zijn gebruikt in het kasstroommodel zijn afhankelijk van de inputgegevens die verschillende financiële en economische variabelen weerspiegelen, zoals de risicovrije rente in een land en een premie die het inherente risico van de betreffende entiteit weergeeft.
Deze variabelen worden bepaald op basis van een beoordeling door het management. Indien een onderneming een beursnotering kent, wordt de marktwaarde eveneens als element in de evaluatie betrokken.
De volgende tabel toont de samenstelling van de goodwill en de bijzondere waardeverminderingen van de belangrijkste kasstroomgenererende eenheden per 31 december 2019.
| Bijzondere | Methode | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrag | waarde- | Netto- | gebruikt voor | ||
| goodwill | verminderingen | bedrag | Bedrijfsonderdeel | realiseerbare waarde | |
| Kasstroom genererende eenheid (CGU) | |||||
| Ageas Portugal | 335,9 | 335,9 | Continentaal Europa | Waarde in gebruik | |
| Ageas (VK) | 276,6 | 29,5 | 247,1 | Verenigd Koninkrijk (VK) | Waarde in gebruik |
| Overige | 31,4 | 31,4 | Waarde in gebruik | ||
| Totaal | 643,9 | 29,5 | 614,4 |
Voor Ageas Portugal bedraagt de goodwill EUR 335,9 miljoen (2018: EUR 335,9 miljoen). In 2016 is de juridische structuur in Portugal vereenvoudigd en alle Portugese entiteiten zijn nu eigendom van Ageas Portugal Holding en worden door Ageas Portugal Holding gecontroleerd, waarbij een centraal Executive Committee op landniveau alle strategische beslissingen neemt. Daarom wordt Ageas Portugal beschouwd als één CGU.
Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruikgemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De businessplannen houden rekening met de verdere integratie van de verschillende entiteiten in Portugal.
De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie in Portugal. De gebruikte disconteringsvoet van 8,5% is gebaseerd op de risicovrije rentevoet, de aandelenrisicopremie en een bèta-coëfficiënt. Uit de toets op bijzondere waardeverminderingen bleek dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof. Er was derhalve geen aanleiding voor een bijzondere waardevermindering van de goodwill voor Ageas Portugal.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen zou de goodwill voor Ageas Portugal nog steeds geen bijzondere waardevermindering moeten ondergaan als de groei grotendeels negatief was of de disconteringsvoet met meer dan 5,7% zou stijgen.
De goodwill voor Ageas VK bedraagt GBP 235,3 miljoen (2018: GBP 235,3 miljoen). Netto, na bijzondere waardeverminderingen, bedraagt de goodwill GBP 210,3 miljoen (2018: GBP 210,3 miljoen). In het Verenigd Koninkrijk zijn alle entiteiten eigendom en onder controle van Ageas VK Holding met een eigen Executive Committee dat alle strategische beslissingen neemt. Daarom wordt Ageas VK beschouwd als één CGU.
Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruikgemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie.
De gebruikte disconteringsvoet van 5,9% is gebaseerd op de risicovrije rentevoet, de aandelenrisicopremie en een bèta-coëfficiënt. Uit de toets op bijzondere waardeverminderingen bleek dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof en zodoende vond geen bijzondere waardevermindering op de goodwill plaats.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen zou de goodwill voor de activiteiten in het VK nog steeds geen bijzondere waardevermindering moeten ondergaan als groeitempo op lange termijn negatief zou zijn en de disconteringsvoet met bijna 3,0% zou stijgen.
Overige omvat goodwill in CGU's in Frankrijk en België.
VOBA zal naar verwachting als volgt worden afgeschreven.
| Geschatte afschrijving VOBA | |
|---|---|
| 2020 | 13,0 |
| 2021 | 11,3 |
| 2022 | 9,6 |
| 2023 | 7,5 |
| 2024 | 5,6 |
| Later | 10,6 |
| Totaal | 57,6 |
De samenstelling van het eigen vermogen per 31 december 2019 is als volgt.
| Aandelenkapitaal | ||
|---|---|---|
| Gewone aandelen: 198.374.327 uitgegeven en betaalde aandelen Ageas met een fractiewaarde van EUR 7,57 | 1.502,4 |
|---|---|
| Uitgiftepremies | 1.858,1 |
| Overige reserves | 2.855,8 |
| Koersverschillenreserve | 94,5 |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 979,2 |
| Ongerealiseerde winsten en verliezen | 3.931,3 |
| Eigen vermogen | 11.221,3 |
Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 15 mei 2019 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2019-2021) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 148.000.000 uit te breiden.
Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,57 kan Ageas hiermee maximaal 19.550.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor toelichting 43 Voorwaardelijke verplichtingen).
Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen.
Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een onderdeel van de Ageas Groep is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen (zie hieronder) en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie toelichting 20 Achtergestelde schulden).
Eigen aandelen zijn uitgegeven gewone aandelen die door Ageas zijn teruggekocht. Deze aandelen worden afgetrokken van het eigen vermogen en worden verantwoord onder overige reserves.
Het totaal aantal eigen aandelen (7,8 miljoen) bestaat uit voor de FRESH aangehouden aandelen (4,0 miljoen) en de overblijvende aandelen die resteren uit het aandeleninkoopprogramma (3,8 miljoen, zie onder), waarvan 0,1 miljoen worden gebruikt voor definitieve toekenningen in het kader van het 'restricted share programme'. Nadere informatie over de FRESH is te vinden in toelichting 20 Achtergestelde schulden.
Ageas presenteerde op 7 augustus 2019 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 200 miljoen dat start op 19 augustus 2019 en eindigt op 5 augustus 2020.
Tussen 19 augustus 2019 en 31 december 2019 heeft Ageas 1.334.047 aandelen ingekocht, wat overeenkomt met 0,67% van de totale uitstaande aandelen en een totaalbedrag van EUR 68,8 miljoen.
Ageas presenteerde op 8 augustus 2018 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen dat zou lopen van 13 augustus 2018 tot 2 augustus 2019 en een omvang had van EUR 200 miljoen. Dit programma werd afgerond en in totaal werden 4.501.516 aandelen ingekocht, overeenkomend met 2,27% van het totale aantal uitstaande aandelen.
De Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 15 mei 2019 van ageas SA/NV keurde de intrekking goed van 4.647.872 eigen aandelen. Als gevolg hiervan is het totale aantal uitgegeven aandelen gedaald naar 198.374.327.
In 2015 en 2016 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet (zie ook toelichting 6 sectie 6.2 Aandelenen aandelenoptieregelingen).
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dividend- en stemgerechtigde aandelen per 31 december.
| Aantal aandelen uitgegeven per 31 december 2019 | 198.374 |
|---|---|
| Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht: | |
| Aandelen aangehouden door ageas SA/NV | 3.821 |
| Aandelen gerelateerd aan FRESH (zie toelichting 20) | 3.968 |
| Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie Noot 43) | 3.959 |
| Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht | 186.626 |
BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de CASHES die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd (zie toelichting 20 Achtergestelde schulden en toelichting 43 Voorwaardelijke verplichtingen).
In 2012 deed BNP Paribas een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES. Op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas Fortis SA/NV 7.553 ingekochte CASHES van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas.
Ageas en BNP Paribas hebben een overeenkomst gesloten over de inkoop van de nog uitstaande CASHES door BNP Paribas op voorwaarde dat deze worden geconverteerd in Ageas aandelen. In 2016 zijn 656 CASHES ingekocht en geconverteerd. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas liep eind 2016 af. Op dit moment heeft BNP Paribas Fortis SA/NV nog 4,0 miljoen Ageas aandelen verbonden aan de CASHES in bezit.
De onderstaande tabel toont het aantal uitstaande aandelen.
| Uitgegeven | Eigen | Uitstaande | |
|---|---|---|---|
| in duizenden | aandelen | aandelen | aandelen |
| Stand per 1 januari 2018 | 209.400 | ( 10.394 ) | 199.006 |
| Intrekking van aandelen | ( 6.378 ) | 6.378 | |
| Netto gekocht/verkocht | ( 4.645 ) | ( 4.645 ) | |
| Gebruikt voor aandelenplannen management | |||
| Stand per 31 december 2018 | 203.022 | ( 8.661 ) | 194.361 |
| Intrekking van aandelen | ( 4.648 ) | 4.648 | |
| Netto gekocht/verkocht | ( 3.879 ) | ( 3.879 ) | |
| Gebruikt voor aandelenplannen management | 72 | 72 | |
| Stand per 31 december 2019 | 198.374 | ( 7.820 ) | 190.554 |
De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 31 december.
| in duizenden | |
|---|---|
| Stand per 31 december 2019 | 198.374 |
| Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden per Aandeelhoudersvergadering van 15 mei 2019 | 19.550 |
| Totaal potentieel aantal aandelen per 31 december 2019 | 217.924 |
Eigen aandelen, zijnde gewone aandelen die zijn teruggekocht door Ageas, worden in mindering gebracht op het eigen vermogen en verantwoord onder overige reserves. De overige reserves bevatten ook de aanpassing van de geschreven putoptie op minderheidsbelangen. De jaarlijkse saldi van de winsten van het jaar en de dividenden verbonden aan dat jaar worden opgeteld bij of afgetrokken van de overige reserves.
De koersverschillenreserve vormt een afzonderlijke component van het eigen vermogen waarin koersverschillen worden verantwoord die voortkomen uit de omrekening van de resultaten en financiële posities van buitenlandse activiteiten die zijn opgenomen in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.
De netto-investeringen in activiteiten, die de euro niet als functionele valuta hebben, worden door Ageas niet afgedekt, tenzij het effect van eventuele wisselkoersbewegingen naar de inschatting van Ageas de risk appetite overschrijdt. Leningen voor financieringsdoeleinden en al bekende betalingen of dividenduitkeringen in vreemde valuta worden echter wel afgedekt. Koersverschillen op leningen en overige valutainstrumenten die fungeren als afdekkingsinstrument voor dergelijke investeringen worden tot de verkoop van de netto investering verantwoord in het eigen vermogen (onder koersverschillenreserve), met uitzondering van het eventuele niet-effectieve deel van de afdekking, dat direct in de resultatenrekening wordt verantwoord. Bij de desinvestering van een entiteit worden die koersverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de winst of het verlies op de verkoop.
De ongerealiseerde winsten en verliezen, zoals begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders, zijn als volgt.
| Geherclassificeerd | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop | in tot einde loop- | Herwaardering | ||||
| beschikbare | tijd aangehouden | van | Cash flow | DPF | ||
| 31 december 2019 | beleggingen | beleggingen | deelnemingen | hedges | component | Totaal |
| Bruto | 8.659,8 | ( 37,6 ) | 1.156,2 | ( 54,4 ) | 9.724,0 | |
| Gerelateerde belasting | ( 2.074,0 ) | 9,4 | 1,6 | ( 2.063,0 ) | ||
| Shadow accounting | ( 3.851,7 ) | ( 3.851,7 ) | ||||
| Gerelateerde belasting | 997,6 | 997,6 | ||||
| Minderheidsbelangen | ( 906,3 ) | 11,3 | 16,4 | 3,0 | ( 875,6 ) | |
| Discretionary participation features | ||||||
| (discretionaire winstdelingscomponent) | 14,9 | ( 14,9 ) | ||||
| Totaal | 2.840,3 | ( 16,9 ) | 1.172,6 | ( 49,8 ) | ( 14,9 ) | 3.931,3 |
| Geherclassificeerd | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop | in tot einde loop- | Herwaardering | ||||
| beschikbare | tijd aangehouden | van | Cash flow | DPF | ||
| 31 december 2018 | beleggingen | beleggingen | deelnemingen | hedges | component | Totaal |
| Bruto | 5.928,4 | ( 43,7 ) | 297,6 | ( 7,5 ) | 6.174,8 | |
| Gerelateerde belasting | ( 1.468,8 ) | 10,9 | 1,8 | ( 1.456,1 ) | ||
| Shadow accounting | ( 1.830,5 ) | ( 1.830,5 ) | ||||
| Gerelateerde belasting | 483,1 | 483,1 | ||||
| Minderheidsbelangen | ( 777,1 ) | 13,4 | 8,0 | ( 3,0 ) | ( 758,7 ) | |
| Discretionary participation features | ||||||
| (discretionaire winstdelingscomponent) | 8,2 | ( 8,2 ) | ||||
| Totaal | 2.343,3 | ( 19,4 ) | 305,6 | ( 8,7 ) | ( 8,2 ) | 2.612,6 |
De ongerealiseerde winsten en verliezen op voor verkoop beschikbare beleggingen worden nader toegelicht in toelichting 10 Financiële beleggingen. Ongerealiseerde winsten en verliezen op tot einde looptijd aangehouden beleggen vertegenwoordigen ongerealiseerde winsten en verliezen die moeten worden geamortiseerd.
Reële waardeveranderingen van derivaten die zijn aangewezen en in aanmerking komen als kasstroomafdekkingen, worden in het eigen vermogen verantwoord als een ongerealiseerde winst of verlies. Nieteffectieve afdekkingen worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.
Ageas sluit verzekeringscontracten af met gegarandeerde winstdelingen en winstdelingscomponenten waarvan de omvang en het moment van toekenning volledig tot de discretie van Ageas behoren. Afhankelijk van de contractuele en wettelijke voorwaarden en condities worden ongerealiseerde waardeveranderingen in de reële waarde van de beleggingsmix verband houdende met dergelijke contracten, na de toepassing van shadow accounting, verantwoord in een afzonderlijke discretionaire winstdelingscomponent (DPF) als onderdeel van de niet-gerealiseerde winsten en verliezen in het eigen vermogen en als niet-gerealiseerde winsten en verliezen met betrekking tot voor verkoop beschikbare beleggingen.
De mutaties in bruto ongerealiseerde winsten en verliezen, zoals begrepen in het eigen vermogen, zijn als volgt.
| Geherclassificeerd | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop | in tot einde loop- | Herwaardering | |||
| beschikbare | tijd aangehouden | van | Cash flow | ||
| beleggingen | beleggingen | deelnemingen | hedges | Totaal | |
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 1 januari 2018 | 7.643,8 | ( 52,9 ) | 184,6 | ( 35,7 ) | 7.739,8 |
| Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen | |||||
| tijdens de verslagperiode | ( 1.430,4 ) | 133,1 | 28,2 | ( 1.269,1 ) | |
| Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop | ( 275,4 ) | ( 275,4 ) | |||
| Terugname ongerealiseerde verliezen door | |||||
| bijzondere waardeverminderingen | ( 10,6 ) | ( 10,6 ) | |||
| Overname en desinvestering van deelnemingen | ( 20,1 ) | ( 20,1 ) | |||
| Amortisatie | 8,8 | 8,8 | |||
| Overige | 1,0 | 0,4 | 1,4 | ||
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2018 | 5.928,4 | ( 43,7 ) | 297,6 | ( 7,5 ) | 6.174,8 |
| Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen | |||||
| tijdens de verslagperiode | 2.820,4 | 858,0 | ( 47,3 ) | 3.631,1 | |
| Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop | ( 104,9 ) | ( 104,9 ) | |||
| Terugname ongerealiseerde verliezen door | |||||
| bijzondere waardeverminderingen | 15,9 | 15,9 | |||
| Overname en desinvestering van deelnemingen | 0,6 | 0,6 | |||
| Amortisatie | 5,7 | 5,7 | |||
| Overige | 0,4 | 0,4 | 0,8 | ||
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per | |||||
| 31 december 2019 | 8.659,8 | ( 37,6 ) | 1.156,2 | ( 54,4 ) | 9.724,0 |
De dochterondernemingen van Ageas zijn onderhevig aan juridische beperkingen ten aanzien van de hoogte van het dividend dat zij mogen uitkeren aan hun aandeelhouders.
Volgens het Belgische Wetboek van Vennootschappen moet een onderneming 5% van de nettowinst over het boekjaar toevoegen aan een wettelijke reserve tot deze reserve gelijk is aan 10% van het aandelenkapitaal. Een onderneming mag geen dividend uitkeren indien het nettovermogen van de onderneming lager is dan het totaal van het gestorte kapitaal en de niet-uitkeerbare reserves of na uitkering van dividend zou dalen tot onder dat niveau.
Dochterondernemingen en deelnemingen zijn tevens onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar zij opereren en aan aandeelhouderscontracten met de partners in het organisatie. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen aandeelhoudersovereenkomsten (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) het volgende bevatten:
De Raad van Bestuur van Ageas heeft besloten de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders te vragen voor de uitkering van een bruto contante dividenduitkering over 2019 van EUR 2,65 per aandeel.
Ageas berekent het rendement op het eigen vermogen door het resultaat op jaarbasis voor de periode te delen door het gemiddeld netto vermogen aan het begin en het eind van de periode.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Rendement eigen vermogen - Verzekeringen | ||
| (exclusief ongerealiseerde meer- en minderwaarden) | 15,3% | 11,8% |
In de volgende tabel worden de uitgangspunten voor de bepaling van de winst per aandeel weergegeven.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 979,2 | 809,1 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor | ||
| gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) | 192.525 | 196.776 |
| Aanpassingen voor: | ||
| - aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend |
72 | 155 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterd | ||
| resultaat per aandeel (in duizenden) | 192.597 | 196.931 |
| Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 5,09 | 4,11 |
| Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 5,08 | 4,11 |
In 2019 en 2018 hadden 3,97 miljoen aandelen Ageas betrekking op de FRESH. Aangezien deze niet voor dividend in aanmerking komen en er geen stemrechten mee zijn verbonden, werden deze uitgesloten van de berekening van de gewone winst per aandeel.
De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, totaal 3,96 miljoen (31 december 2018: 3,96 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook toelichting 43 Voorwaardelijke verplichtingen). Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.
Zodra een polis is verkocht, worden verplichtingen getroffen die ervoor moeten zorgen dat er voldoende middelen aanwezig zijn om te voldoen aan toekomstige claims uit hoofde van die polis. De Leven verplichtingen kunnen worden onderverdeeld naar:
Nadere informatie over deze verzekerings verplichtingen wordt hierna weergegeven. Raadpleeg toelichting 4.7, "Details inzake verschillende risicoposities in risicomanagement" voor meer gedetailleerde informatie over gevoeligheden en risicoposities voor de verzekerings verplichtingen.
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 26.098,3 | 25.755,4 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 217,6 | 168,5 |
| Shadow accounting | 2.456,7 | 1.072,8 |
| Voor eliminaties | 28.772,6 | 26.996,7 |
| Eliminaties | ( 11,4 ) | ( 9,2 ) |
| Bruto | 28.761,2 | 26.987,5 |
| Herverzekering | ( 17,8 ) | ( 23,2 ) |
| Netto | 28.743,4 | 26.964,3 |
De wijzigingen in de verplichtingen inzake levensverzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) zijn als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 26.996,7 | 27.488,4 |
| Bruto premie-inkomen | 2.126,6 | 1.986,8 |
| Tijdswaarde | 703,6 | 732,4 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | ( 1.849,0 ) | ( 1.937,7 ) |
| Transfer tussen verplichtingen | ( 63,0 ) | ( 36,1 ) |
| Aanpassing shadow accounting | 1.384,0 | ( 650,9 ) |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | ( 526,3 ) | ( 586,2 ) |
| Stand per 31 december | 28.772,6 | 26.996,7 |
De shadow accountingaanpassing houdt verband met de nietgerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille.
De regel 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer en varieert daarom in het volume.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen die voortvloeien uit verzekeringscontracten Leven, was in 2019 en 2018 niet materieel.
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake beleggingscontracten.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 30.593,9 | 29.876,6 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 253,7 | 225,8 |
| Shadow accounting | 1.395,1 | 757,7 |
| Bruto | 32.242,7 | 30.860,1 |
De wijzigingen in de verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven zijn als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 30.860,1 | 31.350,6 |
| Bruto premie-inkomen | 2.811,5 | 2.579,1 |
| Tijdswaarde | 431,5 | 483,5 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | ( 2.233,9 ) | ( 2.503,9 ) |
| Transfer tussen verplichtingen | ( 152,5 ) | ( 317,5 ) |
| Aanpassing shadow accounting | 637,4 | ( 620,9 ) |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | ( 111,4 ) | ( 110,8 ) |
| Stand per 31 december | 32.242,7 | 30.860,1 |
De shadow accountingaanpassing houdt verband met de nietgerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille. De overdracht van verplichtingen houdt voornamelijk verband met interne bewegingen tussen productportefeuilles. De regel 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekeringsen actuariële risico's van garanties in de contracten weer en varieert daarom in het volume.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen die voortvloeien uit beleggingscontracten Leven, was in 2019 en 2018 niet materieel.
De verplichtingen inzake unit-linked contracten (voor rekening en risico van polishouders) gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Verzekeringscontracten | 2.741,2 | 2.358,5 |
| Beleggingscontracten | 13.696,9 | 13.152,6 |
| Totaal | 16.438,1 | 15.511,1 |
Het verloop van de verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van verzekeringscontracten is als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.358,5 | 2.538,0 |
| Bruto premie-inkomen | 230,9 | 229,6 |
| Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde | 341,2 | ( 194,8 ) |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | ( 136,6 ) | ( 132,8 ) |
| Transfer tussen verplichtingen | ( 43,3 ) | ( 41,9 ) |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | ( 9,5 ) | ( 39,6 ) |
| Stand per 31 december | 2.741,2 | 2.358,5 |
Het verloop van de verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van beleggingscontracten is als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 13.152,6 | 13.278,2 |
| Bruto premie-inkomen | 1.160,0 | 1.199,7 |
| Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde | 1.473,6 | ( 603,1 ) |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | ( 2.314,3 ) | ( 1.087,0 ) |
| Transfer tussen verplichtingen | 251,3 | 377,8 |
| Wisselkoersverschillen | 0,5 | 0,8 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | ( 26,8 ) | ( 13,8 ) |
| Stand per 31 december | 13.696,9 | 13.152,6 |
De overdracht van verplichtingen betreft vooral interne bewegingen tussen verschillende productcontracten. 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer.
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Schadeverplichting | 6.994,2 | 6.206,5 |
| Niet-verdiende premies | 1.577,4 | 1.221,6 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 16,0 | 21,0 |
| Voor eliminaties | 8.587,6 | 7.449,1 |
| Eliminaties | ( 990,0 ) | ( 24,5 ) |
| Bruto | 7.597,6 | 7.424,6 |
| Herverzekering | ( 710,9 ) | ( 636,6 ) |
| Netto | 6.886,7 | 6.788,0 |
Niet-levenverplichtingen worden getroffen voor schadegebeurtenissen die wel al hebben plaatsgevonden, maar die nog niet zijn afgewikkeld en kwantificeren de uitstaande schadeverplichting. Over het algemeen bepaalt Ageas verplichtingen voor schade per productcategorie, dekking en jaar en houdt daarbij rekening met voorzichtige uitkeringsramingen inzake gemelde schade en schattingen van (nog) niet gemelde schadegevallen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de schade-afwikkelingskosten en inflatie. De uitbetalingen worden gewoonlijk niet verdisconteerd. Sommige ongevallenclaims (met name de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) betreffen echter langetermijncontracten en de gerelateerde verplichtingen worden berekend op basis van technieken die vergelijkbaar zijn met die van Leven, zoals die van verdisconteerde kasstromen.
Niet-verdiende premies hebben betrekking op het niet vervallen deel van het risico waarvoor de premie is ontvangen maar dat nog niet is verdiend door de verzekeraar.
Het verloop van de verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) is als volgt.
| 2019 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 7.449,1 | 7.595,9 | ||
| Aankoop/Verkoop dochterondernemingen | ( 4,2 ) | |||
| Toevoeging verplichtingen huidig jaar | 2.790,1 | 2.648,9 | ||
| Betaalde schaden huidig jaar | ( 1.332,4 ) | ( 1.294,7 ) | ||
| Wijziging verplichtingen huidig jaar | 1.457,7 | 1.354,2 | ||
| Toevoeging verplichtingen voorgaande jaren | ( 304,3 ) | ( 332,5 ) | ||
| Betaalde schaden voorgaande jaren | ( 1.116,6 ) | ( 1.104,2 ) | ||
| Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren | ( 1.420,9 ) | ( 1.436,7 ) | ||
| 36,7 | ( 82,5 ) | |||
| Wijziging in niet-verdiende premies | 0,2 | ( 52,9 ) | ||
| Transfer tussen verplichtingen | ( 73,7 ) | ( 64,5 ) | ||
| Wisselkoersverschillen | 130,1 | ( 18,6 ) | ||
| Overige wijzigingen (inclusief aan herverzekering gerelateerde eliminaties) | 1.049,4 | 71,7 | ||
| Stand per 31 december | 8.587,6 | 7.449,1 |
De valutaverschillen houden voornamelijk verband met de koers van het Britse pond.
Op 27 februari 2017 kondigde de toenmalige Britse minister van Financiën een wijziging aan in de Ogden-disconteringsvoet van 2,5% naar -0,75%. Per 31 december 2018 werd de actuariële beste schatting voor het tarief verhoogd van -0,75% naar 0%. Er werd echter een Ogden-specifieke marge verwerkt om de totale IFRS-reserve op -0,75% te houden.
Op 15 juli 2019 maakte de Britse minister van Financiën bekend dat de Ogden-disconteringsvoet zou worden verhoogd van -0,75% naar -0,25%. Naar aanleiding van deze bekendmaking bepaalde Ageas VK de reserves volgens de actuariële beste schatting op basis van de nieuwe disconteringsvoet van -0,25% en viel de Ogden-specifiek marge per 30 juni 2019 vrij.
De toereikendheidstoetsen per jaareinde 2019 hebben de toereikendheid van de verplichtingen bevestigd.
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verplichtingen per bedrijfssegment.
| Niet-leven bruto split in verplichtingen: | Leven bruto split in verplichtingen: | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Niet-verdiende | Uitstaande | Totaal | Unit- | Leven | |
| 31 december 2019 | Niet-leven | premies | claims | Leven | linked | Gegarandeerd |
| België | 4.078,3 | 348,7 | 3.729,6 | 61.254,8 | 9.800,4 | 51.454,4 |
| VK | 2.630,2 | 719,6 | 1.910,6 | |||
| Continentaal Europa | 856,0 | 189,0 | 667,0 | 16.198,7 | 6.637,7 | 9.561,0 |
| Herverzekering | 1.023,1 | 320,1 | 703,0 | |||
| Eliminaties | ( 990,0 ) | ( 990,0 ) | ( 11,5 ) | ( 11,5 ) | ||
| Totaal verzekeraars | 7.597,6 | 1.577,4 | 6.020,2 | 77.442,0 | 16.438,1 | 61.003,9 |
| Niet-leven bruto split in verplichtingen: | Leven bruto split in verplichtingen: | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Niet-verdiende | Uitstaande | Totaal | Unit- | Leven | |
| 31 december 2018 | Niet-leven | premies | claims | Leven | linked | Gegarandeerd |
| België | 3.997,8 | 346,6 | 3.651,2 | 57.257,1 | 8.160,7 | 49.096,4 |
| VK | 2.559,5 | 701,3 | 1.858,2 | |||
| Continentaal Europa | 862,4 | 173,7 | 688,7 | 16.110,8 | 7.350,4 | 8.760,4 |
| Herverzekering | 29,4 | 29,4 | ||||
| Eliminaties | ( 24,5 ) | ( 24,5 ) | ( 9,2 ) | ( 9,2 ) | ||
| Totaal verzekeraars | 7.424,6 | 1.221,6 | 6.203,0 | 73.358,7 | 15.511,1 | 57.847,6 |
De achtergestelde schulden zijn als volgt.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Uitgegeven door Ageasfinlux S.A. | ||
| FRESH | 1.250,0 | 1.250,0 |
| Uitgegeven door ageas SA/NV | ||
| Perpetual Subordinated Fixed Rate Resettable Temporary Write-Down Restricted | ||
| Tier 1 Notes | 744,6 | |
| Subordinated Fixed to Floating Rate Notes | 493,1 | |
| Uitgegeven door AG Insurance | ||
| Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Restricted Tier 1 Notes | 480,1 | |
| Subordinated Fixed to Floating Rate Tier 2 Loan | 73,7 | |
| Fixed Rate Reset Dated Subordinated Notes | 396,7 | 396,4 |
| Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes | 99,8 | 99,7 |
| Uitgegeven door Millenniumbcp Ageas | ||
| Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Loan | 58,8 | 58,8 |
| Totaal achtergestelde schulden | 3.116,7 | 2.285,0 |
De onderstaande tabel toont de wijzigingen in achtergestelde schulden.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.285,0 | 2.261,3 |
| Opbrengsten van uitgifte | 1.311,4 | |
| Aflossing | (484,4) | |
| Wisselkoersverschillen | 4,0 | 21,8 |
| Afschrijvingen premies en kortingen | 0,7 | 1,9 |
| Stand per 31 december | 3.116,7 | 2.285,0 |
Het grootste deel van de uitstaande achtergestelde verplichtingen per 31 december 2019 betreft posities met een looptijd van meer dan vijf jaar.
Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen tegen een variabele rentevoet van de 3-maands Euribor verhoogd met 135 basispunten. De effecten hebben geen einddatum, maar kunnen worden ingeruild tegen Ageas-aandelen tegen een prijs van 315 EUR naar eigen inzicht van de houder. De effecten zullen automatisch worden omgezet naar Ageas-aandelen indien de prijs van het Ageas-aandeel hoger is dan of gelijk aan EUR 472,50 tijdens twintig opeenvolgende beurshandelsdagen. De effecten kwalificeren als Grandfathered Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
De effecten werden uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 4,0 miljoen Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 31 december 2019 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is reeds inclusief de 4,0 miljoen Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).
In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement minder dan 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
Op 19 november 2019 lanceerde Ageas via zijn volledige dochtermaatschappij Ageasfinlux S.A. een bod tot aankoop in contanten van de uitstaande FRESH-effecten. Gedetailleerdere informatie is te raadplegen in toelichting 44 Gebeurtenissen na balansdatum.
Op 10 december 2019 gaf ageas SA/NV achtergestelde schuldeffecten uit voor een totale hoofdsom van EUR 750 miljoen in de vorm van Perpetual Subordinated Fixed Rate Resettable Temporary Write-Down Restricted Tier 1 Notes.
Deze notes hebben een vaste jaarlijks betaalbare coupon van 3,875% met renteherziening in juni 2030 (geen step-up) en daarna elke vijf jaar. Zij hebben geen vastgestelde vervaldatum en ageas SA/NV kan deze, behalve in bepaalde specifieke omstandigheden, niet aflossen voor de zesmaandsperiode voorafgaand aan juni 2030.
De effecten komen in aanmerking als restricted Tier 1-kapitaal voor zowel Ageas Groep als ageas SA/NV krachtens de Europese wettelijke vereisten voor verzekeraars (Solvency II) en hebben een rating BBB van Standard & Poor's en BBB- van Fitch. De notes staan genoteerd aan de gereguleerde markt van de Luxemburgse effectenbeurs..
De netto-opbrengsten van de uitgifte van dit instrument worden gebruikt voor algemene bedrijfsdoeleinden en teneinde de wettelijk vereiste solvabiliteit van de Ageas Groep en haar operationele entiteiten te versterken, onder meer door vervanging van de FRESHeffecten die werden teruggekocht in het bod dat Ageas hier in 2019 op deed (zie 20.1).
Op 10 april 2019 gaf ageas SA/NV zijn eerste schuldeffecten uit in de vorm van Subordinated Fixed to Floating Rate Notes voor EUR 500 miljoen die in 2049 vervallen.
Deze notes hebben een vaste coupon van 3,25%, jaarlijks betaalbaar tot de eerste call-datum (2 juli 2029). Vanaf de eerste call-datum zal de coupon driemaandelijks betaalbaar zijn tegen een 3-maand Euribor variabele rente vermeerderd met een initiële kredietspread en een step-up van 100 basispunten.
Dit instrument komt in aanmerking als Tier 2-kapitaal voor zowel Ageas Groep als ageas SA/NV krachtens de Europese wettelijke vereisten voor verzekeraars (Solvency II) en heeft een rating BBB+ van Standard & Poor's en van Fitch. De note staat genoteerd aan de gereguleerde markt van de Luxemburgse effectenbeurs.
AG Insurance heeft in maart 2019 de eeuwigdurende achtergestelde obligaties ('fixed rate reset perpetual subordinated notes') afgelost, die op 21 maart 2013 waren uitgegeven voor een bedrag van USD 550 miljoen en tegen een rente van 6,75%, halfjaarlijks betaalbaar. De USD 550 miljoen aan notes waren genoteerd aan de Beurs van Luxemburg en kwalificeerden als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars voor zowel AG Insurance als Ageas Groep (Solvency II).
Op 26 juni 2019 verstrekten Ageas en BNP Paribas Cardif aan AG Insurance een achtergestelde lening van EUR 300 miljoen (Ageas: EUR 225 miljoen, BNP Paribas Cardif: EUR 75 miljoen) als gedeeltelijke vervanging voor de USD 550 miljoen die in maart 2019 werden afgelost. Op het niveau van de Ageas Groep wordt de intragroepslening tussen Ageas en AG Insurance geëlimineerd.
Op 31 maart 2015 heeft AG Insurance voor een bedrag van EUR 400 miljoen Fixed Rate Subordinated Notes (achtergestelde obligaties tegen vaste rente) uitgegeven met een rentevoet van 3,5% en een looptijd van 32 jaar. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum op 30 juni 2027 of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op de eerste calldatum en op elke vijfde verjaardag van de eerste calldatum zal de rentevoet opnieuw bepaald worden, als de som van de vijfjarige euro mid swap rente verhoogd met 3,875%. De obligaties zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg en kwalificeren als Tier 2 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
Op 18 december 2013 plaatste AG Insurance voor een bedrag van EUR 450 miljoen Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes ( achtergestelde obligaties met vaste naar variabele rente), met een looptijd van 31 jaar en een rentevoet van 5,25%. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum op 18 juni 2024 of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op hun eerste calldatum zullen de obligaties rente dragen aan een variabele rentevoet van 3-maands Euribor verhoogd met 4,136% per jaar, betaalbaar per kwartaal.
De obligaties kwalificeren als Tier 2 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II). De obligaties zijn onderschreven door ageas SA/NV (EUR 350 miljoen) en BNP Paribas Fortis SA/NV (EUR 100 miljoen) en zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg. Het gedeelte verstrekt door ageas SA/NV wordt geëlimineerd omdat het een intra-groepstransactie betreft.
Op 5 december 2014 hebben Ageas Insurance International N.V. (51%) (AII) en BCP Investments B.V. (49%) een achtergestelde lening van EUR 120 miljoen verstrekt aan Millenniumbcp Ageas tegen 4,75% per jaar tot de eerste calldatum in december 2019 en 6-maands Euribor + 475 basispunten per jaar daarna. Het deel verstrekt door AII wordt geëlimineerd omdat het een intra-groepstransactie betreft. De obligaties kwalificeren als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
De volgende tabel toont de samenstelling van de leningen.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Terugkoopovereenkomsten | 1.442,7 | 1.262,9 |
| Leningen | 849,8 | 789,6 |
| Schulden aan banken | 2.292,5 | 2.052,5 |
| Depots van herverzekeraars | 83,0 | 84,8 |
| Leaseverplichtingen | 506,3 | 16,7 |
| Overige financieringen | 74,6 | 30,2 |
| Totaal schulden | 2.956,4 | 2.184,2 |
Terugkoopovereenkomsten zijn zekergestelde kortlopende leningen die worden gebruikt voor de afdekking van specifieke beleggingen met rentevoeten die opnieuw kunnen worden vastgesteld en met het oog op kasbeheer.
Daarnaast heeft Ageas vastgoed met een boekwaarde van EUR 178,0 miljoen als zekerheid gesteld voor leningen en overige (2018: EUR 184,3 miljoen).
De boekwaarde van de leningen is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reële waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).
De leaseverplichtingen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de leasebetalingen en wordt verdisconteerd op basis van de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst. De rentelasten op de leaseverplichting en de afschrijvingskosten voor het met een gebruiksrecht overeenstemmend actief worden afzonderlijk van elkaar gepresenteerd.
De onderstaande tabel toont de wijzigingen in leningen.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.184,2 | 1.969,3 |
| Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving | 537,9 | |
| Aankoop dochterondernemingen | 49,2 | 91,0 |
| Verkoop dochterondernemingen | ( 13,9 ) | |
| Opbrengsten van uitgifte | 382,9 | 193,8 |
| Betalingen | ( 182,4 ) | ( 69,3 ) |
| Wisselkoersverschillen | 0,7 | |
| Afschrijvingen premies en kortingen | 0,2 | |
| Gerealiseerde winsten & verliezen | ( 0,8 ) | |
| Overige wijzigingen | ( 16,3 ) | 14,1 |
| Stand per 31 december | 2.956,4 | 2.184,2 |
De regel 'Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving' houdt verband met de implementatie van 16 'leases' en omvat EUR 48,5 miljoen verbonden met 'serviceconcessierechten'. Meer gegevens zijn te raadplegen in de Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving
De volgende tabel toont de niet-verdisconteerde kasstromen van de leningen, afgezien van de leaseverplichtingen, ingedeeld per relevante looptijdgroep op 31 december.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Minder dan 1 jaar | 1.784,5 | 1.547,9 |
| 1 jaar tot 3 jaar | 392,6 | 154,1 |
| 3 jaar tot 5 jaar | 141,0 | 304,9 |
| Langer dan 5 jaar | 132,0 | 160,6 |
| Totaal | 2.450,1 | 2.167,5 |
De verplichtingen van Ageas (als leasingnemer) inzake financiële leaseovereenkomsten kunnen als volgt worden weergegeven.
| 2019 | 2018 | ||
|---|---|---|---|
| Operationele lease | Financiële lease | ||
| Minimum lease | Minimum lease | Minimum lease | |
| betalingen | betalingen | betalingen | |
| Minder dan 1 jaar | 76,1 | 76,3 | 2,3 |
| 1 jaar tot 2 jaar | 71,2 | 68,0 | 1,9 |
| 2 jaar tot 3 jaar | 65,5 | 62,7 | 1,8 |
| 3 jaar tot 4 jaar | 50,8 | 56,3 | 6,8 |
| 4 jaar tot 5 jaar | 43,8 | 48,5 | 0,7 |
| Langer dan 5 jaar | 437,1 | 368,8 | 46,1 |
| Totaal | 744,5 | 680,6 | 59,6 |
| Jaarlijkse huurlasten | 5,1 | 4,6 | |
| Toekomstige financieringslasten | 238,2 | 42,9 |
De cijfers voor 2019 geven het effect weer van de implementatie van IFRS 16 die geldt vanaf 1 januar2019. Meer informatie over IFRS 16 is te raadplegen in de Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving.
Een nadere detaillering van de uitgestelde winstbelastingen per 31 december is als volgt.
| Balans na | Resultatenrekening | |||
|---|---|---|---|---|
| 2019 | 2018 | 2019 | 2018 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen op: | ||||
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 11,5 | 8,9 | 2,4 | 3,7 |
| Vastgoedbeleggingen | 6,8 | 10,0 | ( 3,3 ) | ( 11,0 ) |
| Leningen aan klanten | 1,7 | 1,9 | ( 0,2 ) | |
| Materiële vaste activa | 41,9 | 43,5 | ( 2,0 ) | 1,3 |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 7,7 | 7,8 | ( 0,1 ) | ( 0,2 ) |
| Verzekeringspolis en claim reserves | 871,6 | 472,0 | ( 26,9 ) | 3,1 |
| Schuldbewijzen en achtergestelde schulden | ( 1,5 ) | ( 1,7 ) | 0,2 | 0,2 |
| Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding | 97,1 | 93,5 | ( 18,8 ) | ( 71,5 ) |
| Overige voorzieningen | 8,8 | 12,2 | ( 2,8 ) | 3,1 |
| Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten | 0,7 | 0,1 | 0,6 | ( 0,9 ) |
| Niet-aangewende compensabele verliezen | 105,8 | 118,5 | ( 14,7 ) | ( 19,3 ) |
| Overige | 95,2 | 84,6 | 10,6 | 74,3 |
| Bruto uitgestelde belastingvorderingen | 1.247,3 | 851,3 | ( 55,0 ) | ( 17,2 ) |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen | ( 27,5 ) | ( 28,6 ) | 1,0 | 1,0 |
| Netto uitgestelde belastingvorderingen | 1.219,8 | 822,7 | ( 54,0 ) | ( 16,2 ) |
| Uitgestelde belastingverplichtingen op: | ||||
| Afgeleide financiële instrumenten (activa) | 0,4 | 0,1 | ( 0,3 ) | 0,6 |
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 1.800,9 | 1.292,3 | ( 3,0 ) | ( 3,5 ) |
| Unit-linked beleggingen | 1,3 | |||
| Vastgoedbeleggingen | 103,4 | 103,4 | 0,9 | 13,9 |
| Leningen aan klanten | 0,6 | 0,9 | 0,3 | 0,2 |
| Materiële vaste activa | 138,9 | 145,9 | 7,1 | 10,4 |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 87,6 | 88,4 | 4,3 | 4,8 |
| Overige voorzieningen | 2,6 | 3,4 | ( 1,9 ) | ( 1,2 ) |
| Overlopende acquisitiekosten | 32,0 | 32,3 | 0,3 | ( 1,4 ) |
| Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten | 0,7 | 0,8 | 0,1 | |
| Belastingvrij gerealiseerde reserves | 25,0 | 22,7 | ( 2,3 ) | 2,3 |
| Overige | 40,8 | 32,5 | ( 10,9 ) | ( 3,4 ) |
| Totaal uitgestelde belastingverplichtingen | 2.232,9 | 1.722,7 | ( 5,4 ) | 24,0 |
| Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) | ( 59,4 ) | 7,8 | ||
| Netto uitgestelde belastingen | ( 1.013,1 ) | ( 900,0 ) |
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om actuele belastingvorderingen te salderen met actuele belastingverplichtingen en wanneer de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit. Na deze saldering zijn deze bedragen in de balans als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen | 106,3 | 139,6 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 1.119,4 | 1.039,6 |
| Netto uitgestelde belastingen | ( 1.013,1 ) | ( 900,0 ) |
Per 31 december 2019 bedroegen de actuele en uitgestelde belastingen opgenomen in het eigen vermogen respectievelijk EUR 47 miljoen en EUR 1.018 miljoen. (2018: EUR 36 miljoen en EUR 937 miljoen)
Uitgestelde belastingvorderingen worden verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstig belastbaar resultaat zal zijn waarmee de uitgestelde belastingvordering verrekend kan worden. Er zijn uitgestelde belastingvorderingen verantwoord met betrekking tot niet benutte (gevorderde) belastingverliezen alsmede belastingverminderingen tegen een geschatte belastingwaarde van EUR 78,3 miljoen (2018: EUR 89,9 miljoen). De fiscale verliezen die niet zijn verantwoordt bedragen per 31 december 2019 EUR 3.325 miljoen (2018: EUR 4.247 miljoen). Het grootste deel van de (gevorderde) overgedragen fiscale verliezen zijn ontstaan door de vereffening van Brussels Liquidation Holding (het voormalige Fortis Brussels, waartoe de bankactiviteiten van Fortis voorheen behoorden). Voor belastingdoeleinden ontstond het verlies op de verkoop van Fortis Bank pas op het moment van de vereffening.
De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis Groep, hebben een financieel instrument geïntroduceerd, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).
De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. In februari 2012 lanceerde BNP Paribas een openbaar bod op CASHES aan een prijs van 47,5% en werden 7.553 aangeboden CASHES effecten omgezet in Ageas aandelen; Ageas betaalde een schadevergoeding van EUR 287 miljoen aan BNP Paribas aangezien de conversie aanleiding gaf tot een pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting.
In mei 2015 kwamen Ageas en BNP Paribas overeen dat BNP Paribas te allen tijde CASHES kan aankopen van individuele beleggers, op voorwaarde dat de aangekochte effecten worden omgezet in Ageas aandelen; bij een dergelijke conversie wordt de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting betaald aan BNP Paribas, terwijl Ageas de breakup fee ontvangt die gekoppeld is aan de prijs waartegen BNP Paribas de CASHES kan kopen.
BNP Paribas kocht en converteerde in de eerste negen maanden van 2016 656 CASHES onder deze overeenkomst; Ageas betaalde 44,3 miljoen EUR voor de pro-rata schikking van de RPN(I), na aftrek van de ontvangen break-up fee. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas liep eind 2016 af en werd niet verlengd.
Per 31 december 2019 resteren 3.791 uitstaande CASHES.
Referentiebedrag en rentebetalingen Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:
Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedraagt 3-maands Euribor plus 90 basispunten. Ageas gaf 6,3% van de totaal uitstaande aandelen van AG Insurance in onderpand ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV.
Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.
Het RPN-referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag bleef stabiel van EUR 358,9 miljoen op het einde van 2018 naar EUR 359,0 miljoen op 31 december 2019, voornamelijk als gevolg van de stijging van de prijs van CASHES van 75,95% naar 81,55% over 2019, die volledig werd gecompenseerd door een koersstijging van het Ageas aandeel van EUR 39,30 naar EUR 52,68 over dezelfde periode.
Per 31 december 2019 leidt een toename van de prijs van de CASHES met 1%, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, tot een stijging van het referentiebedrag met EUR 9,5 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 4,0 miljoen zal doen dalen.
De samenstelling van de overlopende rente en overige verplichtingen is per 31 december als volgt.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde baten | 146,3 | 151,0 |
| Overlopende financieringslasten | 50,6 | 30,6 |
| Overlopende lasten | 97,0 | 77,1 |
| Derivaten gehouden voor afdekkingsdoeleinden | 55,3 | 35,4 |
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 10,4 | 15,0 |
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 792,0 | 666,6 |
| Verplichtingen voor overige vergoedingen na uitdiensttreding | 139,9 | 132,2 |
| Verplichtingen voor ontslagvergoedingen | 4,5 | 5,1 |
| Verplichtingen voor overige personeelsbeloningen op lange termijn | 17,0 | 16,1 |
| Verplichtingen voor personeelsbeloningen op korte termijn | 94,8 | 89,8 |
| Verplichtingen inzake geschreven putopties op minderheidsbelang | 112,6 | 108,9 |
| Handelsschulden | 213,4 | 183,9 |
| Schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 428,1 | 424,5 |
| Btw en overige te betalen belastingen | 149,0 | 142,5 |
| Te betalen dividenden | 14,3 | 14,6 |
| Schulden aan herverzekeraars | 17,0 | 45,6 |
| Overige verplichtingen | 402,6 | 447,1 |
| Totaal | 2.744,8 | 2.586,0 |
Details over personeelsvergoedingen zijn te vinden in toelichting 6 sectie 6.1 Personeelsvergoedingen.
Alle aan- en verkopen van financiële activa met verplichte levering binnen een tijdsbestek dat is voorgeschreven door regelgeving of marktconventie worden opgenomen op de transactiedatum, zijnde de datum waarop Ageas toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
De regel 'overige verplichtingen' heeft betrekking op verplichtingen in verband met de vereffening van aandelentransacties, ontvangen geldmiddelen die moeten worden gealloceerd aan beleggingen en kleine uitgaven die moeten worden betaald.
Uitgestelde baten en overlopende bedragen worden beschouwd als kortlopende verplichtingen met een looptijd van minder dan een jaar.
De volgende tabellen tonen de niet-verdisconteerde kasstromen van de crediteuren en overige verplichtingen, ingedeeld naar de relevante looptijdgroep.
| 31 december 2019 | Minder dan 1 jaar | 1 tot 3 jaar | 3 tot 5 jaar | Langer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|
| Btw en overige te betalen belastingen | 149,0 | |||
| Te betalen dividenden | 0,2 | 14,1 | ||
| Handelsschulden | 211,7 | 0,9 | 0,8 | |
| Schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 129,9 | 9,7 | 43,9 | 244,6 |
| Schulden aan herverzekeraars | 17,0 | |||
| Overige verplichtingen | 391,8 | 10,8 | ||
| Totaal | 899,6 | 21,4 | 43,9 | 259,5 |
| 31 december 2018 | Minder dan 1 jaar | 1 tot 3 jaar | 3 tot 5 jaar | Langer dan 5 jaar |
| Btw en overige te betalen belastingen | 142,2 | 0,2 | ||
| Te betalen dividenden | 3,5 | 0,1 | 11,0 | |
| Handelsschulden | 169,6 | 1,4 | ||
| Schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 137,1 | 8,1 | 42,5 | 231,5 |
| Schulden aan herverzekeraars | 42,8 | 2,8 | ||
| Overige verplichtingen | 305,0 | 38,4 |
De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar aan het einde van de periode op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in toelichting 43 Voorwaardelijke verplichtingen.
Op 14 maart 2016 kondigden Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en de VEB een voorstel aan voor schikking (de "Schikking") van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor gebeurtenissen van 2007 en 2008 voor een bedrag van EUR 1,2 miljard.
Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook tot overeenstemming was gekomen met de D&O verzekeraars (Directors & Officers) (de "Verzekeraars"), de bestuurders en functionarissen betrokken bij de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis, om voor een bedrag van EUR 290 miljoen te schikken.
Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 12 december 2017 dienden de aanvragers een gewijzigde en bijgewerkte schikking in bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze aangepaste schikking hield rekening met de voornaamste bezwaren van het Gerechtshof en het totale budget werd met EUR 100 miljoen opgetrokken naar EUR 1,3 miljard.
Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008), overeenkomstig de Nederlandse Wet Collectieve afwikkeling Massaschade, "WCAM". Door de Schikking bindend te verklaren, meende het Gerechtshof dat de krachtens de schikking aangeboden vergoeding redelijk is en dat de claimantenorganisaties Deminor, SICAF en FortisEffect de belangen van de begunstigden van de Schikking naar behoren behartigen.
Op 21 december 2018 verschafte Ageas duidelijkheid door eerder dan op de uiterste datum af te zien van zijn beëindigingsrecht. Zodoende is de Schikking definitief.
De belangrijkste componenten van de voorziening per 31 december 2019 van EUR 514,3 miljoen zijn:
Het restant van de voorschot betaling om de claims in het kader van de WCAM-schikking te voldoen die Ageas aan Stichting FORsettlement ('Stichting') betaalde, bedroeg per 31 december 2019 EUR 8,5 miljoen.
De bedragen worden weergegeven op de regel 'voorzieningen' in de balans en op de regel 'wijzigingen in voorzieningen' in de resultatenrekening.
Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 887,1 | 1,178,1 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 0,4 | |
| Toename (Afname) voorziening | ( 7,6 ) | 16,2 |
| Aanwendingen in de loop van het jaar | ( 298,2 ) | ( 307,5 ) |
| Wisselkoersverschillen | 1,2 | ( 0,1 ) |
| Stand per 31 december | 582,5 | 887,1 |
EUR 514,3 miljoen van het totale bedrag aan voorzieningen per 31 december 2019 houdt verband met de schikkingsovereenkomst (2018: EUR 812,4 miljoen).
In de navolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste minderheidsbelangen (NCI) in de entiteiten van Ageas.
| Eigen | Eigen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Resultaat | vermogen | Resultaat | vermogen | |||
| % van | per | per | % van | per | Per | |
| minderheids- | 31 december | 31 december | minderheids- | 31 december | 31 december | |
| belangen | 2019 | 2019 | belangen | 2018 | 2018 | |
| Groepsmaatschappij | ||||||
| AG Insurance (België) | 25,0% | 94,4 | 1,652,2 | 25,0% | 102,8 | 1,567,3 |
| AG Real Estate (onderdeel van AG Insurance) | ||||||
| voornamelijk Interparking voor 49% eigendom | 25,0% | 80,9 | 398,0 | 25,0% | 54,7 | 363,1 |
| Van AG Real Estate | ||||||
| Millenniumbcp Ageas (onderdeel van CEU) | 49,0% | 23,8 | 208,3 | 49,0% | 30,2 | 177,0 |
| Overige | ( 0,1 ) | 0,9 | 0,1 | 0,8 | ||
| Totaal Minderheidsbelangen | 199,0 | 2,259,4 | 187,8 | 2.108,2 |
Minderheidsbelangen vertegenwoordigt de deelneming van een derde partij in het eigen vermogen van de dochtermaatschappijen van Ageas.
Ageas Insurance verstrekte Parkimo, een minderheidsaandeelhouder van Interparking, een onvoorwaardelijke putoptie voor haar belang van 10,05% in Interparking. De putoptie werd gewaardeerd tegen reële waarde van het verwachte af re rekenen bedrag van EUR 111,8 miljoen (2018: EUR 108,1 miljoen). AG Insurance verleende andere putopties voor een bedrag van EUR 0,8 miljoen (2018: EUR 0,8 miljoen).
Nadere informatie met betrekking tot de balans van AG Insurance is opgenomen in toelichting 8 informatie operationele segmenten. Details van de andere dochteronderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft, zijn opgenomen in de volgende tabel.
| Activa | Passiva | Eigen vermogen | Activa | Passiva | Eigen vermogen | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| per | per | per | per | per | per | |
| 31 december | 31 december | 31 december | 31 december | 31 december | 31 december | |
| 2019 | 2019 | 2019 | 2018 | 2018 | 2018 | |
| Dochteronderneming | ||||||
| Millenniumbcp Ageas | 11.245,5 | 11.025,0 | 220,5 | 10.540,2 | 10.383,1 | 157,1 |
Door dochterondernemingen van Ageas gebruikte derivaten voldoen aan de relevante wet- en regelgeving en de interne richtlijnen van Ageas. Derivaten worden gebruikt om markt- en beleggingsrisico's te beheersen, zowel voor handelsdoeleinden als voor afdekkingsdoeleinden. De dochterondernemingen van Ageas beheersen de risicopositie in de beleggingsportefeuille aan de hand van algemene drempels en doelstellingen. Het belangrijkste doel van deze afgeleide instrumenten is om ongunstige marktbewegingen van geselecteerde effecten of delen van een portefeuille af te dekken. Ageas maakt selectief gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals swaps, opties en termijncontracten ter afdekking voor veranderingen in valutakoersen of de rente in de beleggingsportefeuille.
Ageas kan afdekkingsinstrumenten inzetten voor afzonderlijke transacties (microhedge) of voor een portefeuille van vergelijkbare activa of verplichtingen (portefeuillehedge). Wanneer Ageas hedge accounting toepast om boekhoudkundige mismatches te beperken, is aan de criteria voor hedge accounting voldaan. In het bijzonder wordt beoordeeld of de afdekkingsrelaties effectief zijn als compensatie voor veranderingen in de reële waarde of de kasstromen tussen het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie. Ook wordt de vereiste afdekkingsdocumentatie opgesteld. Bij aanvang worden alle afdekkingsrelaties goedgekeurd: Ageas moet zekerstellen dat aan alle afdekkingsvoorwaarden is voldaan en dat de documentatie compleet is. Als er geen formele afdekkingsrelatie kan worden vastgesteld of als dat te lastig is, worden de derivaten verwerkt als voor handelsdoeleinden aangehouden.
Futures zijn overeenkomsten die tegen een specifieke prijs en op een specifieke datum in de toekomst moeten worden afgewikkeld en die op diezelfde markten kunnen worden verhandeld. Termijncontracten zijn maatovereenkomsten tussen twee entiteiten die tegen een vandaag overeengekomen prijs op een specifieke datum in de toekomst worden afgewikkeld. De valutatermijncontracten en -futures betreffen hoofdzakelijk overeenkomsten die het valutarisico op activa die in buitenlandse valuta's luiden af te dekken.
Swapcontracten zijn overeenkomsten tussen twee partijen waarin één verzameling kasstromen wordt geruild voor een andere verzameling kasstromen. Betalingen zijn gebaseerd op de nominale waarde van de swap. Ageas gebruikt hoofdzakelijk renteswaps om de kasstromen van ontvangen of betaalde rente te beheersen en (cross) valutaswapcontracten om kasstromen die in buitenlandse valuta's luiden te beheersen.
Derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten).
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde | |||||
| Nominaal | Nominaal | |||||
| Activa | Passiva | bedrag | Activa | Passiva | bedrag | |
| Valutacontracten | ||||||
| Forwards en futures | 7,6 | 1,7 | 659,6 | 3,1 | 1,9 | 386,7 |
| Swaps | 10,6 | 4,1 | 4,2 | 191,5 | ||
| Totaal | 7,6 | 1,7 | 670,2 | 7,2 | 6,1 | 578,2 |
| Rentecontracten | ||||||
| Swaps | 2,3 | 8,5 | 250,5 | 2,0 | 8,7 | 305,5 |
| Totaal | 2,3 | 8,5 | 250,5 | 2,0 | 8,7 | 305,5 |
| Effecten/Index contracten | ||||||
| Opties en warrants | 0,2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | ||
| Totaal | 0,2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | ||
| Overige | 0,2 | 0,7 | ||||
| Totaal | 10,1 | 10,4 | 920,9 | 9,9 | 15,0 | 883,9 |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 4,1 | 6,0 | ||||
| Reële waarden op basis van een waarderingsmodel | 10,1 | 10,4 | 5,8 | 9,0 | ||
| Totaal | 10,1 | 10,4 | 9,9 | 15,0 | ||
| Over the counter (OTC) | 10,1 | 10,4 | 920,9 | 9,9 | 15,0 | 883,9 |
| Totaal | 10,1 | 10,4 | 920,9 | 9,9 | 15,0 | 883,9 |
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde | |||||
| Nominaal | Nominaal | |||||
| Activa | Passiva | bedrag | Activa | Passiva | bedrag | |
| Rentecontracten | ||||||
| Swaps | 54,1 | 1.407,4 | 3,1 | 25,6 | 1.362,1 | |
| Totaal | 54,1 | 1.407,4 | 3,1 | 25,6 | 1.362,1 | |
| Effecten/Index contracten | ||||||
| Forwards en futures | 0,3 | 1,2 | 19,2 | 24,4 | 9,7 | 96,5 |
| Totaal | 0,3 | 1,2 | 19,2 | 24,4 | 9,7 | 96,5 |
| Totaal | 0,3 | 55,3 | 1.426,6 | 27,5 | 35,3 | 1.458,6 |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 47,0 | 19,5 | ||||
| Reële waarden op basis van een waarderingsmodel | 0,3 | 8,3 | 27,5 | 15,8 | ||
| Totaal | 0,3 | 55,3 | 27,5 | 35,3 | ||
| Over the counter (OTC) | 0,3 | 55,3 | 1.426,6 | 27,5 | 35,3 | 1.458,6 |
| Totaal | 0,3 | 55,3 | 1.426,6 | 27,5 | 35,3 | 1.458,6 |
Ontvangen en gedane toezeggingen waren als volgt.
| Verplichtingen | 31 december 2019 | 31 december 2018 |
|---|---|---|
| Ontvangen verplichtingen | ||
| Kredietlijnen | 961,6 | 751,0 |
| Onderpand & garanties ontvangen | 4.155,6 | 4.986,0 |
| Overige niet in de balans gewaardeerde rechten | 5,7 | 5,7 |
| Verzekeringsgerelateerde rechten en toezeggingen | 10,3 | |
| Totaal ontvangen | 5.133,2 | 5.742,7 |
| Verstrekte verplichtingen | ||
| Garanties, Financieel en Prestatie Gerelateerde Kredietbrieven | 279,5 | 116,5 |
| Kredietlijnen | 3.527,0 | 1.712,1 |
| Gebruikt | ( 1.580,1 ) | ( 631,9 ) |
| Beschikbaar | 1.946,9 | 1.080,2 |
| Onderpand & garanties verstrekt | 1.629,5 | 1.298,3 |
| In bewaring gegeven activa en vorderingen | 945,4 | 890,3 |
| Kapitaal rechten en verplichtingen | 154,7 | 166,2 |
| Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen | 1.192,9 | 1.151,7 |
| Verzekeringsgerelateerde rechten en toezeggingen | 0,5 | |
| Totaal verstrekt | 6.149,4 | 4.703,2 |
Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.
Andere niet in de balans gewaardeerde toezeggingen op 31 december 2019 omvatten voor EUR 93 miljoen uitstaande kredietaanbiedingen (31 december 2018: EUR 316 miljoen) en voor EUR 548 miljoen aan vastgoedtoezeggingen (31 december 2018: EUR 461 miljoen).
In de volgende tabel zijn de boekwaarde en de reële waarde weergegeven van de financiële activa en verplichtingen die in de geconsolideerde balans van Ageas niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd. De verplichtingen worden tegen geamortiseerde kosten aangehouden.
| 31 december 2019 | 31 december 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Niveau | Boekwaarde | Reële waarde | Boekwaarde | Reële waarde | |
| Activa | |||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2 | 3.745,4 | 3.745,4 | 2.924,8 | 2.924,8 |
| Tot einde looptijd gehouden financiële beleggingen | 1 / 3 | 4.437,9 | 6.878,3 | 4.505,5 | 6.455,3 |
| Leningen | 2 | 11.072,0 | 12.137,6 | 9.788,5 | 10.323,0 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 2 | 1.860,0 | 1.860,0 | 1.843,1 | 1.843,1 |
| Totaal financiële activa | 21.115,3 | 24.621,3 | 19.061,9 | 21.546,2 | |
| Passiva | |||||
| Achtergestelde schulden | 2 | 3.116,7 | 3.204,2 | 2.285,0 | 2.292,8 |
| Schulden exclusief leaseverplichtingen | 2 | 2.450,1 | 2.449,5 | 2.167,5 | 2.166,2 |
| Totaal financiële verplichtingen | 5.566,8 | 5.653,7 | 4.452,5 | 4.459,0 |
De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief worden verhandeld op financiële markten, kan als volgt worden samengevat.
| Type instrument | Producten Ageas | Reële waarde berekening |
|---|---|---|
| Instrumenten zonder vast einde looptijd |
Zichtrekeningen, spaarrekeningen enz. |
Nominale waarde. |
| Instrumenten zonder optionele kenmerken |
Gewone leningen, deposito's enz. | Methode van de gedisconteerde kasstromen; de gebruikte rentecurve voor de discontering is de swapcurve plus spread (activa) of de swapcurve min spread (verplichtingen); de spread is gebaseerd op de commerciële marge berekend op basis van het gemiddelde aan nieuwe polissen tijdens de laatste drie maanden. |
| Instrumenten met optiekenmerken | Hypotheekleningen en overige instrumenten met optionele kenmerken |
Het product wordt gesplitst en de lineaire component (zonder optiekenmerk) wordt gewaardeerd met behulp van de methode van de gedisconteerde kasstromen en de optiecomponent wordt gewaardeerd op basis van een optiewaarderingsmodel. |
| Achtergestelde obligaties of vorderingen |
Achtergestelde activa | De waardering is gebaseerd op prijzen verkregen van brokers in een inactieve markt (niveau 3). |
| Private equity | Private equity en niet beursgenoteerde deelnemingen |
Doorgaans gebaseerd op de waarderingsrichtlijnen van de European Venture Capital Association. Vaak worden ratio's gebruikt zoals ondernemingswaarde/EBITDA, koers kasstroom en koers-winst enz. |
| Preferente aandelen (niet beursgenoteerd) |
Preferente aandelen | Als het aandeel is geclassificeerd als vreemd vermogen wordt de methode van de gedisconteerde kasstromen gebruikt. |
Ageas heeft een beleid geformuleerd om de onzekerheden met betrekking tot de berekening van reële waarde door middel van waarderingsmethoden en interne modellen te kunnen kwantificeren en bewaken. Gerelateerde onzekerheden worden benoemd in het modelrisicoconcept.
Modelrisico ontstaat wanneer de productwaarderingsmethode die gehanteerd wordt nog niet is gestandaardiseerd, of wanneer gebruik wordt gemaakt van inputgegevens die niet rechtstreeks in de markt zichtbaar zijn, maar op aannames zijn gebaseerd.
De ontwikkeling van nieuwe, geavanceerde producten in de markt heeft geleid tot de ontwikkeling van wiskundige modellen waarmee deze producten kunnen worden gewaardeerd. Deze modellen repliceren het complexe patroon van de functie van een optie op basis van aannames over het stochastische gedrag van de onderliggende variabelen, numerieke algoritmen en andere theoretische benaderingen die nodig zijn om de complexiteit van het financiële instrument na te bootsen.
Voorts zijn de onderliggende hypothesen van een model afhankelijk van de algemene marktomstandigheden (specifieke rentestanden, volatiliteit etc.) op het moment van ontwikkeling van het model. Er bestaat geen garantie dat het model nog steeds de juiste resultaten weergeeft wanneer marktcondities radicaal veranderen.
Eventuele modelonzekerheden worden zo precies mogelijk gekwantificeerd. Dit vormt de basis voor de aanpassing van de reëlewaardeberekening door de waarderingsmethoden en interne modellen.
Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf voor het jaar eindigend op 31 december.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen Leven | 6.329,0 | 5.995,3 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 4.218,5 | 4.067,4 |
| Algemene rekening en eliminaties | ( 2,1 ) | ( 1,4 ) |
| Totaal bruto premie-inkomen | 10.545,4 | 10.061,3 |
| 2019 | 2018 | |
| Netto verdiende premies Leven | 5.129,1 | 4.757,4 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 3.894,2 | 3.890,3 |
Algemene rekening en eliminaties ( 2,1 ) ( 1,4 ) Totaal netto verdiende premies 9.021,2 8.646,3
In de onderstaande tabel worden de bruto premie-inkomsten Leven weergegeven per 31 december.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 155,8 | 148,6 |
| Geboekte periodieke premies | 75,1 | 81,0 |
| Totaal unit-linked contracten | 230,9 | 229,6 |
| Niet unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 380,7 | 324,6 |
| Geboekte periodieke premies | 944,3 | 919,9 |
| Totaal collectief | 1.325,0 | 1.244,5 |
| Geboekte eenmalige premies | 392,7 | 330,4 |
| Geboekte periodieke premies | 408,9 | 411,9 |
| Totaal individueel | 801,6 | 742,3 |
| Totaal niet unit-linked contracten | 2.126,6 | 1.986,8 |
| Beleggingscontracten met DPF | ||
| Geboekte eenmalige premies | 2.274,2 | 2.093,6 |
| Geboekte periodieke premies | 535,5 | 484,0 |
| Totaal beleggingscontracten met DPF | 2.809,7 | 2.577,6 |
| Geboekte premies Leven | 5.167,2 | 4.794,0 |
| Geboekte eenmalige premies | 1.111,7 | 1.156,0 |
| Geboekte periodieke premies | 50,1 | 45,3 |
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.161,8 | 1.201,3 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 6.329,0 | 5.995,3 |
Het bruto premie-inkomen Leven bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Vergoedingen worden in de resultatenrekening als baten opgenomen
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Bruto premies Leven | 5.167,2 | 4.794,0 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | ( 38,1 ) | ( 36,6 ) |
| Netto verdiende premies Leven | 5.129,1 | 4.757,4 |
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de netto verdiende premies Niet-leven per 31 december. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige schade aan eigendommen zijn samengevoegd onder brand, schade en overige.
| Ongevallen | Brand & schade | ||
|---|---|---|---|
| 2019 | & gezondheidszorg | en overige | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 979,9 | 3.238,6 | 4.218,5 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | ( 5,5 ) | 5,2 | ( 0,3 ) |
| Bruto verdiende premies | 974,4 | 3.243,8 | 4.218,2 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | ( 46,5 ) | ( 278,8 ) | ( 325,3 ) |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | 2,5 | ( 1,2 ) | 1,3 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 930,4 | 2.963,8 | 3.894,2 |
| Ongevallen | Brand & schade | ||
|---|---|---|---|
| 2018 | & gezondheidszorg | en overige | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 904,5 | 3.162,9 | 4.067,4 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | ( 5,4 ) | 58,3 | 52,9 |
| Bruto verdiende premies | 899,1 | 3.221,2 | 4.120,3 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | ( 29,2 ) | ( 198,4 ) | ( 227,6 ) |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | 0,9 | ( 3,3 ) | ( 2,4 ) |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 870,8 | 3.019,5 | 3.890,3 |
De verdeling van de netto verdiende premies Niet-leven per verzekeringssegment is als volgt.
| Ongevallen | Brand & schade | ||
|---|---|---|---|
| 2019 | & gezondheidszorg | en overige | Totaal |
| België | 502,4 | 1.024,9 | 1.527,3 |
| VK | 22,0 | 473,1 | 495,1 |
| Continentaal Europa | 270,2 | 206,2 | 476,4 |
| Herverzekering | 135,8 | 1.260,8 | 1.396,6 |
| Eliminatie | ( 1,2 ) | ( 1,2 ) | |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 930,4 | 2.963,8 | 3.894,2 |
| Ongevallen | Brand & schade | ||
|---|---|---|---|
| 2018 | & gezondheidszorg | en overige | Totaal |
| België | 521,6 | 1.422,8 | 1.944,4 |
| VK | 29,5 | 1.290,9 | 1.320,4 |
| Continentaal Europa | 318,2 | 275,6 | 593,8 |
| Herverzekering | 1,5 | 32,1 | 33,6 |
| Eliminatie | ( 1,9 ) | ( 1,9 ) | |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 870,8 | 3.019,5 | 3.890,3 |
De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten per 31 december.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Rentebaten | ||
| Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten | 3,4 | 2,7 |
| Rentebaten op leningen aan banken | 17,2 | 21,3 |
| Rentebaten op beleggingen | 1.534,7 | 1.620,4 |
| Rentebaten op leningen aan klanten | 239,5 | 209,1 |
| Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 0,5 | 2,0 |
| Overige rentebaten | 0,6 | 1,8 |
| Totaal rentebaten | 1.795,9 | 1.857,3 |
| Dividenden op aandelen | 137,9 | 137,3 |
| Huurbaten uit vastgoedbeleggingen | 212,7 | 221,6 |
| Huurbaten van parkeergarage | 441,7 | 430,7 |
| Overige beleggingsbaten | 24,1 | 23,6 |
| Totaal rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 2.612,3 | 2.670,5 |
De onderstaande tabel geeft een specificatie van het resultaat op verkoop en herwaarderingen voor het jaar eindigend op 31 december.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Obligaties aangehouden voor verkoop | 52,9 | 50,5 |
| Aandelen aangehouden voor verkoop | 115,7 | 131,6 |
| Financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden | 4,8 | ( 3,3 ) |
| Vastgoedbeleggingen | 153,7 | 21,7 |
| Gerealiseerde winst (verlies) op de verkoop van aandelen van dochtermaatschappijen | 13,0 | 41,5 |
| Beleggingen in deelnemingen | 0,5 | 103,5 |
| Materiële vaste activa | 0,7 | 0,8 |
| Activa en verplichtingen tegen reële waarde | ||
| met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 1,9 | 3,6 |
| Afdekkingsresultaten | ( 4,1 ) | ( 21,5 ) |
| Overige | ( 12,6 ) | ( 13,5 ) |
| Totaal resultaat op verkoop en herwaarderingen | 326,5 | 314,9 |
De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.
De beleggingen in deelnemingen van EUR 103,5 miljoen in 2018 betreffen met name de meerwaarden op de verkopen van Cardif Luxembourg Vie, North Light en Pole Star. Deze desinvesteringen worden gedetailleerder toegelicht in toelichting 3 Overnames en desinvesteringen.
De baten inzake unit-linked contracten zijn als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - verzekeringscontracten | 333,1 | ( 201,9 ) |
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - beleggingscontracten | 1.502,3 | ( 643,8 ) |
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) | 1.835,4 | ( 845,7 ) |
| Beleggingsbaten - verzekeringscontracten | 9,8 | 5,2 |
| Beleggingsbaten - beleggingscontracten | 53,3 | 187,6 |
| Beleggingsbaten | 63,1 | 192,8 |
| Totaal baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 1.898,5 | ( 652,9 ) |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de commissiebaten per 31 december.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Commissiebaten | ||
| Herverzekering | 80,7 | 23,7 |
| Verzekeringen en beleggingen | 152,2 | 148,4 |
| Vermogensbeheer | 29,9 | 58,3 |
| Garantie- en bereidstellingcommissies | 1,0 | 0,8 |
| Overige servicevergoedingen | 100,8 | 65,3 |
| Totaal commissiebaten | 364,6 | 296,5 |
De regel 'Overige servicevergoedingen' heeft voornamelijk betrekking op vergoedingen ontvangen van Ageas makelaars voor de verkoop van verzekeringspolissen aan derde partijen.
De overige baten per 31 december bestaan uit de volgende componenten.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Overige baten | ||
| Opbrengsten uit verkoop van voor verkoop aangehouden vastgoed | 91,5 | 37,4 |
| Teruggave van personeels- en overige kosten van derde partijen | 31,8 | 70,2 |
| Overige | 130,0 | 103,2 |
| Totaal overige baten | 253,3 | 210,8 |
De regel 'Overige' omvat voornamelijk de doorberekening van servicekosten met betrekking tot verhuuractiviteiten.
De opbouw van de schadelasten en uitkeringen, na herverzekering, zoals per 31 december verantwoord in de resultatenrekening is als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Levensverzekeringen | 5.939,1 | 5.570,5 |
| Niet-levensverzekeringen | 2.358,4 | 2.314,4 |
| Algemene rekening en eliminaties | ( 2,9 ) | ( 1,8 ) |
| Totaal schadelasten en uitkeringen, netto | 8.294,6 | 7.883,1 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Uitkeringen en afkopen, bruto | 4.578,1 | 4.927,7 |
| Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto | 1.379,4 | 662,3 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto | 5.957,5 | 5.590,0 |
| Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen | ( 18,4 ) | ( 19,5 ) |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto | 5.939,1 | 5.570,5 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Schaden, bruto | 2.449,0 | 2.398,9 |
| Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto | 36,7 | ( 82,5 ) |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto | 2.485,7 | 2.316,4 |
| Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden | ( 117,7 ) | ( 62,9 ) |
| Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten | ( 9,6 ) | 60,9 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto | 2.358,4 | 2.314,4 |
De onderstaande tabel toont de financieringslasten naar product per 31 december.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Financieringslasten | ||
| Achtergestelde schulden | 57,5 | 69,0 |
| Leaseverplichting | 15,1 | |
| Leningen van banken | 19,2 | 16,1 |
| Overige financieringen | 2,5 | 1,7 |
| Derivaten | 14,2 | 6,6 |
| Overige verplichtingen | 20,3 | 29,1 |
| Totaal financieringslasten | 128,8 | 122,5 |
De wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen per 31 december kunnen als volgt worden gespecificeerd.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op: | ||
| Beleggingen in aandelen en overige beleggingen | 46,7 | 90,6 |
| Vastgoedbeleggingen | 1,0 | 3,9 |
| Leningen | 0,2 | 18,9 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 2,5 | 1,0 |
| Materiële vaste activa | 4,8 | 2,6 |
| Goodwill en overige immateriële activa | 1,0 | 17,3 |
| Overlopende rente en overige activa | 0,3 | |
| Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 56,2 | 134,6 |
De samenstelling van de commissielasten per 31 december is als volgt.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Commissielasten | ||
| Effecten | 4,8 | 1,0 |
| Tussenpersonen | 1.072,8 | 1.013,5 |
| Vermogensbeheer | 6,1 | 10,8 |
| Bewaarneming | 5,7 | 5,5 |
| Overige commissielasten | 3,1 | 16,7 |
| Totaal commissielasten | 1.092,5 | 1.047,5 |
De personeelskosten zijn per 31 december als volgt te specificeren.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Personeelslasten | ||
| Salarissen | 587,7 | 571,2 |
| Sociale-zekerheidslasten | 127,0 | 126,0 |
| Lasten pensioenregelingen op basis van pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 45,8 | 42,3 |
| Lasten pensioenregelingen op basis van beschikbare premies | 11,4 | 11,7 |
| Op aandelen gebaseerde beloning | 7,0 | 8,7 |
| Overige | 52,2 | 49,4 |
| Totaal personeelskosten | 831,1 | 809,3 |
Overige is inclusief de kosten van de vertrekregelingen, herstructureringskosten en niet-monetaire voordelen voor personeel zoals leaseauto's, onkosten en verzekeringspremies.
In toelichting 6 sectie 6.1 Personeelsvergoedingen is nadere informatie te vinden over de personele vergoedingen na dienstverband en andere langetermijnpersoneelsbeloningen, waaronder pensioenkosten uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen en toegezegdebijdrageregelingen.
De overige lasten kunnen per 31 december als volgt worden gespecificeerd.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Afschrijving van materiële vaste activa | ||
| Gebouwen voor eigen gebruik en parkeergarages | 98,7 | 39,3 |
| Verbeteringen aan gehuurde objecten | 4,9 | 5,3 |
| Vastgoedbeleggingen | 91,3 | 98,5 |
| Bedrijfsmiddelen | 33,9 | 32,2 |
| Afschrijving van immateriële vaste activa | ||
| Gekochte software | 7,2 | 6,9 |
| Zelf ontwikkelde software | 2,7 | 3,2 |
| Value of Business acquired (VOBA) | 14,9 | 16,2 |
| Overige immateriële vaste activa | 28,1 | 23,5 |
| Overige | ||
| Kosten met betrekking tot leases van activa met een lage waarde | 0,2 | |
| Overige huurlasten en gerelateerde lasten | 14,3 | 18,8 |
| Variabele leasebetalingen | 88,5 | |
| Operationele en overige directe kosten verband houdend met vastgoedbeleggingen | 55,3 | 54,8 |
| Operationele en overige directe kosten verband houdend met vastgoed voor eigen gebruik | 60,1 | 192,2 |
| Advieskosten | 165,4 | 139,8 |
| Geactiveerde overlopende acquisitiekosten | ( 253,7 ) | ( 329,3 ) |
| Afschrijving overlopende acquisitiekosten | 241,0 | 331,4 |
| Marketing en public relations | 67,5 | 55,6 |
| IT-kosten | 169,4 | 163,7 |
| Onderhouds- en reparatiekosten | 14,5 | 13,5 |
| Kostprijs van vastgoed aangehouden voor verkoop | 81,8 | 35,7 |
| Overige | 295,4 | 256,6 |
| Totaal overige lasten | 1.281,4 | 1.157,9 |
De regel 'Operationele en overige directe kosten verband houdend met vastgoedbeleggingen' wordt deels gecompenseerd door inkomsten zoals vermeld in toelichting 35 'Overige baten'.
Onder de post 'Overige' vallen reis- en verblijfkosten, porto en telefonie, uitzendkrachten en opleidingskosten van personeel.
Onder de post 'Advieskosten' vallen de aan de accountants van Ageas betaalde vergoedingen.
Voor 2019 en 2018 zijn deze als volgt samengesteld:
De accountantsvergoedingen zijn als volgt te specificeren per 31 december.
| Statutaire accountants Ageas |
2019 Overige accountants Ageas |
Statutaire accountants Ageas |
2018 Overige accountants Ageas |
|
|---|---|---|---|---|
| Accountantskosten | 3,7 | 0,1 | 3,7 | 1,7 |
| Controle-gerelateerde kosten | 0,7 | 0,1 | ||
| Belastingadvieskosten | 0,1 | 0,4 | ||
| Overige niet-controlegerelateerde kosten | 0,1 | |||
| Totaal | 4,5 | 0,1 | 4,2 | 1,8 |
De details van de winstbelastingen per 31 december zijn hieronder weergegeven.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Belasting over het boekjaar | 202,4 | 266,9 |
| Aanpassing belastingen voorgaande jaren | ( 7,3 ) | ( 6,3 ) |
| Totaal actuele belastinglast | 195,1 | 260,6 |
| Uitgestelde belastingen van het boekjaar | 62,4 | ( 6,4 ) |
| Invloed belastingtariefwijzigingen op uitgestelde belastingen | ( 0,9 ) | ( 2,3 ) |
| Uitgestelde belastingen voortvloeiend uit de afboeking (of terugname) | ||
| van een uitgestelde belastingvordering | ( 1,0 ) | |
| Voorheen niet erkende belastingverliezen, belastingfaciliteiten en | ||
| tijdelijke verschillen die uitgestelde winstbelastingen verminderen | ( 1,1 ) | 0,9 |
| Totaal uitgestelde belastinglasten | 59,4 | ( 7,8 ) |
| Totaal belastingen | 254,5 | 252,8 |
Hieronder volgt een afstemming van de verwachte winstbelastingen op de feitelijke winstbelastingen. Vanwege de consolidatie van de financiële verslaggeving door de Belgische topholding ageas SA/NV, wordt als belastingpercentage voor de groep het geldend belastingpercentage voor vennootschapsbelasting in België gehanteerd. Afwijkingen tussen de verwachte winstbelastingen en de feitelijke winstbelastingen in de verschillende rechtsgebieden waar de Ageas Groep actief is en die het gevolg zijn van lokale belastingwetten en –regels, worden opgenomen tegen de van toepassing zijnde lokale belastingpercentages en kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën.
| 2019 | 2018 | |
|---|---|---|
| Resultaat voor belastingen | 1.432,7 | 1.249,7 |
| Toepasselijk belastingpercentage voor de groep | 29,58% | 29,58% |
| Verwachte winstbelastingen | 423,8 | 369,7 |
| Stijging (daling) tegen lokale belastingen als gevolg van: | ||
| Fiscaal vrijgestelde inkomsten (inclusief dividend en vermogenswinsten) | ( 44,7 ) | ( 94,2 ) |
| Aandeel in nettoresultaat van deelnemingen en joint ventures | ( 165,7 ) | ( 61,6 ) |
| Niet-aftrekbare posten | 15,8 | 13,5 |
| Voorheen niet opgenomen belastingverliezen en tijdelijke verschillen | ( 4,1 ) | ( 0,9 ) |
| Afboeking en terugname van afboeking van uitgestelde belastingvorderingen, | ||
| inclusief niet-verrekenbaar geachte belastingverliezen van het huidig jaar | 36,6 | 25,6 |
| Invloed van wijziging belastingtarief op tijdelijke verschillen | ( 0,9 ) | ( 2,3 ) |
| Invloed van afwijkende buitenlandse belastingtarieven | ( 37,5 ) | ( 23,7 ) |
| Aanpassingen voor actuele en uitgestelde belastingen van voorgaande jaren | ( 4,5 ) | ( 4,2 ) |
| Uitgestelde belastingen op investeringen in dochterondernemingen, | ||
| deelnemingen en Joint Ventures | 19,4 | 2,4 |
| Lokale winstbelasting (staat/stad/regio/gemeente) | 0,4 | 1,1 |
| Overige | 15,9 | 27,4 |
| Werkelijke winstbelastingen | 254,5 | 252,8 |
Toelichting op posten niet opgenomen in de geconsolideerde balans
De Ageas Groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.
Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in september/oktober 2007, aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan het worden betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België.
Op 14 maart 2016 kondigde Ageas een schikking aan met verscheidene claimantenorganisaties die aandeelhouders vertegenwoordigen in collectieve procedures voor de Belgische en Nederlandse rechtbanken. Op 23 mei 2016 verzochten de partijen bij de schikking, Ageas, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis, VEB en Stichting FORsettlement, het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend te verklaren voor alle in aanmerking komende Fortis aandeelhouders die niet binnen een bepaalde periode hebben gekozen voor een opt-out, overeenkomstig de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade. Ageas heeft tevens een overeenkomst bereikt met de heer Arnauts en de heer Lenssens, twee advocaten die namens een aantal eisers juridische stappen hebben genomen tegen Ageas, en in 2017 met de in Luxemburg gevestigde onderneming Archand s.à.r.l. en hieraan verbonden personen, om de schikking te steunen.
Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 16 oktober 2017 besloot Ageas een ultieme bijkomende inspanning van EUR 100 miljoen te leveren.
Op 12 december 2017 dienden de partijen een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel in. Consumentenclaim, een tegenstander van de schikking in haar oorspronkelijke vorm van 2016, zegde haar steun toe aan het schikkingsvoorstel van 2017.
Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008). Ageas zag op 21 december 2018 af van haar beëindigingsrecht, waardoor de schikking definitief werd.
Dit betekent dat in aanmerking komende aandeelhouders recht hebben op vergoeding voor de gebeurtenissen van 2007-2008, met volledige vrijwaring van aansprakelijkheid voor deze gebeurtenissen, en conform de (overige) bepalingen van het schikkingsakkoord. Verder betekent het dat in aanmerking komende aandeelhouders die niet tijdig hebben gekozen voor een opt-out (uiterlijk op 31 december 2018), ongeacht of ze al dan niet tijdig een claim indienen, deze vrijwaring van aansprakelijkheid van rechtswege erkennen en afstand doen van eventuele rechten in verband met de gebeurtenissen.
De periode voor het indienen van vorderingen begon op 27 juli 2018 en eindigde op 28 juli 2019. Per 31 december 2019 werd EUR 702 miljoen uitbetaald aan in aanmerking komende aandeelhouders, en werd een voorziening van EUR 514.3 million opgenomen voor de schikking (zie nooit 15 Voorzieningen).
De partijen bij de schikking hebben zich ertoe verbonden hun procedures tegen Ageas te schorsen en hebben hun advocaten in die zin geïnstrueerd. Bovendien zijn vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bij het Amsterdams Gerechtshof alle juridische procedures in Nederland over de gebeurtenissen van 2007-2008 van rechtswege geschorst. Nu de schikking definitief is geworden, hebben de partijen die de schikking steunen bevestigd hun juridische procedures te zullen beëindigen.
De partijen die op tijd bekendmaakten voor een opt-out te kiezen, kunnen hun juridische procedures in Nederland hervatten, of in voorkomend geval, in België hervatten of voortzetten.
In de paragrafen hieronder geven we een overzicht van alle overblijvende procedures, die niet beëindigd waren per einde 2019. Die procedures maken voorwaardelijke verplichtingen uit waar geen voorzieningen voor zijn aangelegd.
In een procedure die werd ingeleid door een aantal voormalige aandeelhouders vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari – juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008. Deze procedure is nog gaande. Er vond een hoorzitting plaats op 3 februari 2020. Het Gerechtshof van Arnhem had de procedure geschorst tot 3 maart 2020 om de partijen de kans te geven tot een buitengerechtelijk akkoord te komen, die schorsing is op vraag van de partijen verlengd tot 31 maart 2020.
Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50 % van de eisers onontvankelijk. Op 29 april 2016 besloot de Rechtbank van Koophandel te Brussel de zaak te schorsen in afwachting van het resultaat van de strafprocedure.
Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk. De partijen zijn bezig met het beëindigen van deze procedure, we verwachten dat deze procedure in de loop van 2020 beëindigd zal zijn.
Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn. Op 16 maart 2016 heeft Patrinvest beroep aangetekend bij het Brusselse Hof van Beroep. De partijen hebben schriftelijke stukken uitgewisseld en wachten nu een pleitdatum en het besluit van het Hof af; hiervoor is nog geen datum vastgesteld.
Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.
De partijen zijn bezig met het beëindigen van deze procedure, we verwachten dat deze procedure in de loop van 2020 beëindigd zal zijn.
Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure. De partijen zijn bezig met het beëindigen van deze procedure, we verwachten dat deze procedure in de loop van 2020 beëindigd zal zijn.
In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.
Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.
In het kader van een schikking met de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, met betrekking tot de gebeurtenissen en ontwikkelingen rond de voormalige Fortis groep in 2007 en 2008, heeft Ageas een vrijwaring verleend aan de verzekeraars voor het totale dekkingsbedrag van de betrokken polissen. Daarnaast ging Ageas ook vrijwaringsverbintenissen aan ten gunste van enkele voormalige Fortis bestuurders en functionarissen en ten gunste van BNP Paribas Fortis met betrekking tot toekomstige verdedigingskosten, en ten gunste van de bestuurders van de twee Nederlandse stichtingen die in het kader van de schikking zijn opgericht.
De Mandatory Convertible Securities uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCShouders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Per 1 februari 2019 bevestigde het Brusselse Hof van Beroep het vonnis van de Rechtbank van Koophandel en wees alle vorderingen af. In juli 2019 hebben de hedgefondsen bij het Hof van Cassatie beroep aangetekend tegen alle oorspronkelijk betrokken gedaagden. De betrokken partijen hebben conclusies uitgewisseld in 2019, en de datum van de hoorzitting moet nog worden vastgesteld.
In België loopt sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings zijn vordering ingediend met volgende ten lasteleggingen: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprime-gerelateerde activa, (ii) aanzetting om in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 op basis van verkeerde informatie en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008. In verband met deze feiten verzocht hij de Raadkamer een aantal personen naar de correctionele rechtbank te verwijzen. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum. De procureur des Konings heeft nooit de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank geëist en verklaarde op 20 december 2018 ook niet langer verwijzing van individuele personen naar de correctionele rechtbank te eisen. De Procureur des Konings heeft zijn finale eindvordering ingediend in oktober 2019, met daarin de reeds aangekondigde vordering Ageas noch de andere betrokken partijen naar de strafrechtbanken te verwijzen. Er heeft een inleidende zitting plaatsgevonden op 17 februari 2020 voor de Raadkamer. Pleidooien zullen plaatsvinden op 8 en 9 juni 2020.
Het overgrote deel van procedures met betrekking tot de gebeurtenissen van 2007-2008 zijn in de loop van 2019 beëindigd, of worden verwacht in 2020 beëindigd te zijn, omdat de schikking wordt ondersteund door het grootste deel van de hierboven vermelde partijen. Enkele van genoemde burgerlijke zaken kunnen echter worden voorgezet door claimanten die tijdig voor een opt-out uit de schikking hebben gekozen.
Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat negatieve gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. De schikking heeft de omvang van de mogelijke gevolgen van de gebeurtenissen van 2007-2008 substantieel verminderd. Hoewel wij niet verwachten dat de genoemde gevolgen een significante impact zullen hebben op de financiële positie of de resultaten van ageas SA/NV, kunnen dergelijke gevolgen in dit stadium niet exact worden ingeschat.
In 2007 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven, waarbij ageas SA/NV als medeschuldenaar optrad (BNP Paribas Fortis SA/NV was op dat moment een dochteronderneming). Van de oorspronkelijk uitgegeven 12.000 effecten, blijven er 3.791 effecten uitstaan, die een totaalbedrag vertegenwoordigen van EUR 948 miljoen.
De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden afgelost, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 3.958.859 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.
De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de aandelen Ageas die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.
BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 200 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. Indien geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACSM verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het bruto dividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.
Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 fuseerde met Cardif Lux International S.A. Er kunnen geen nieuwe vorderingen meer worden ingediend (de uiterste termijn was 31 december 2018).
Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van een unitlinked product door het doorrekenen van bepaalde transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata, en eisten tevens een verbod op de doorrekening van de kosten. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Nadat Ageas France hiertegen cassatieberoep had ingesteld bij het Franse Hof van Cassatie, heeft dit Hof van Cassatie op 8 september 2016 het arrest van het Hof van Beroep in Parijs grotendeels vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof van Beroep in Versailles. De procedure bij het Hof van Beroep is Versailles is stopgezet. Een procedure in eerste aanleg, die een aantal jaren was opgeschort in afwachting van het besluit van het Franse Hof van Cassatie, is door twee eisers gereactiveerd. Er is een zitting gehouden in de eerste helft van oktober 2019, de partijen zijn conclusies aan het uitwisselen.
Op 19 november 2019 lanceerde Ageas via zijn volledige dochtermaatschappij Ageasfinlux S.A. een bod tot aankoop in contanten van de uitstaande FRESH-effecten, waarmee Ageas de houders van FRESH-effecten de kans bood uit te stappen (zie toelichting 20.1).
Aan houders van FRESH-effecten die hun FRESH op geldige wijze aanboden voor 17.00 uur op 2 december 2019 werd 59,0 procent van de hoofdsom van de ter terugkoop aangeboden en geaccepteerde FRESH geboden; aan houders van FRESH-effecten die hun FRESH hierna voor 10.00 uur CET op 3 januari 2020 aanboden, werd 56,0 procent van de hoofdsom van de ter terugkoop aangeboden en geaccepteerde FRESH geboden.
Ageas ging de verplichting tot terugkoop aan op de datum van bekendmaking van de resultaten van de tender aan de markt, dat wil zeggen op 3 januari 2020. In totaal werden 65,50% (EUR 818.750.000) van het totale bedrag aan uitstaande FRESH-effecten ter terugkoop aangeboden en geaccepteerd.
De aangekochte FRESH-effecten werden op 13 januari 2020 omgeruild tegen 2.599.206 onderliggende aandelen van ageas SA/NV. Deze aandelen blijven op de balans van de Groep staan als eigen aandelen en zullen nog steeds geen recht geven op dividenden of stemrechten.
Deze transactie zal leiden tot een winst op de gedelgde schuld, na aftrek van de kosten van afwikkeling van de daarmee verbonden renteswap, van ongeveer EUR 306 miljoen in het eerste kwartaal van 2020.
Teneinde de daling van de solvabiliteit van Ageas Groep als gevolg van deze FRESH-transactie te beperken, gaf ageas SA/NV op 10 december 2019 een Restricted Tier 1 subordinated instrument met een omvang van EUR 750 miljoen uit (zie toelichting 20.2).
Er hebben na de balansdatum geen andere materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die wijzigingen aan de in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas per 31 december 2019 opgenomen bedragen of toelichting hierop noodzakelijk zouden maken.
In december 2019 was er een uitbraak van het Covid-19-virus in de Chinese stad Wuhan. Op 31 december 2019 was slechts een beperkt aantal besmettingsgevallen met het Covid-19-virus bij de Wereldgezondheidsorganisatie gemeld. Op dat moment bestond er geen duidelijkheid omtrent de besmetting van mens-tot-mens. Via geïnfecteerde reizigers verspreidde het virus zich, begin 2020, en ondertussen is er officieel sprake van een pandemie. Ageas is van mening dat de escalatie van de ernst van de virusuitbraak, begin 2020, geen aanvullende informatie bevatte over de onzekerheden die op de balansdatum van 31 december 2019 reeds bestonden. Zodoende beschouwt Ageas het Covid-19-virus als een gebeurtenis waarvoor geen aanpassingen moeten worden gedaan.
De verwachting is dat de impact van Covid-19 op de schadelast beperkt zal zijn. De directe en indirecte gevolgen op de commerciële activiteiten (omzet), als gevolg van de verlaagde algemene economische activiteit, kunnen op dit moment niet voldoende worden ingeschat. Echter, in het eerste kwartaal zal de instroom van nieuwe polissen negatief worden beïnvloed, terwijl het aantal polisverlengingen op een relatief hoog niveau blijft. Met betrekking tot de hoge volatiliteit en het negatieve sentiment op de financiële markten, kan er op dit moment niet voldoende goed worden ingeschat welke gevolgen dit zal hebben op de middellange en lange termijn. Echter, in het eerste kwartaal verwachten wij waardeverminderingen te zullen boeken op onze aandelenportefeuilles alsook een negatief effect op de reële waarden van activa. In dit verband verwijzen we naar de sensitiviteiten zoals opgenomen in toelichting 4 'Risicomanagement'.
De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas per 31 december 2019, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC) en het Verslag van de Raad van Bestuur in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en toezichtvereisten in België.
De Raad van Bestuur heeft op 24 maart 2020 de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas en het Verslag van de Raad van Bestuur beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.
De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en van onzekerheden waarmee Ageas geconfronteerd wordt en dat de informatie die in deze jaarrekening is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.
De Raad van Bestuur van Ageas verklaart tevens dat het Verslag van de Raad van Bestuur een juist beeld geeft van de ontwikkelingen en resultaten van de dochtermaatschappijen van de groep.
Het jaarverslag van Ageas bestaande uit de Geconsolideerde Jaarrekening en het Verslag van de Raad van Bestuur zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 20 mei 2020.
Brussel, 24 maart 2020
Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Chief Financial Officer Christophe Boizard
Chief Operating Officer Antonio Cano Chief Development Officer Filip Coremans Bestuurders Richard Jackson
Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Chief Risk Officer Emmanuel Van Grimbergen (Benoemd 15 mei 2019) Yvonne Lang Ketterer Jane Murphy Lionel Perl Lucrezia Reichlin Katleen Vandeweyer Jan Zegering Hadders Sonali Chandmal
Verslag van de commissaris
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van ageas SA/NV (de "Vennootschap") en haar filialen (samen "de Groep"), leggen wij u ons Commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van Commissaris door de Algemene vergadering van 16 mei 2018, overeenkomstig het voorstel van de Raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het Auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de Algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap uitgevoerd gedurende twee opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2019 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van het comprehensive income, het geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen, het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde balans van EUR 109.448,7 miljoen en de geconsolideerde resultatenrekening sluit af met een winst van het boekjaar ("Nettoresultaat over de periode") van EUR 1.178,2 miljoen.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2019, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de Internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de Commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van de Raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Wij vestigen de aandacht op toelichting 43 bij de geconsolideerde jaarrekening, waarin beschreven wordt dat, hoewel het aangevuld en gewijzigd voorstel voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over de voormalige Fortis-groep voor de gebeurtenissen van 2007 en 2008 (de "Schikking") nu definitief werd, de Vennootschap nog betrokken is bij een aantal gerechtelijke procedures in België als gevolg van de voorbenoemde gebeurtenissen. Toelichting 43 bij de geconsolideerde jaarrekening geeft aan dat, aangezien de Schikking nu definitief is, de risico's verbonden aan deze gerechtelijke procedures zijn afgenomen. Onverminderd het feit dat de Raad van bestuur niet verwacht dat deze overblijvende risico's een significante invloed hebben op de financiële positie van de Vennootschap, kunnen deze gevolgen, in deze fase, niet precies worden ingeschat. Wij gaan akkoord met de visie van de Raad van bestuur. Aldus brengen wij geen voorbehoud in ons oordeel tot uitdrukking met betrekking tot deze aangelegenheid.
Wat betreft de COVID-19 pandemie, vestigen wij de aandacht op punt 2.3 van het jaarverslag en toelichting 44 van de geconsolideerde jaarrekening ("Gebeurtenissen na balansdatum"). Daarin licht de Raad van bestuur zijn mening toe dat de gevolgen van deze pandemie een effect zouden kunnen hebben op de bedrijfsactiviteiten van de Groep in 2020, maar dat ze geen effecten van materieel belang hebben op de financiële toestand van de Groep per 31 december 2019. Wij brengen geen voorbehoud in ons oordeel tot uitdrukking met betrekking tot deze aangelegenheid.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Per jaareinde 31 december 2019 bedragen de technische voorzieningen, zoals in toelichting 19 bij de geconsolideerde jaarrekening gedetailleerd, EUR 85.039,6 miljoen en vertegenwoordigen ze ongeveer 78% van het balanstotaal van de Groep. De technische voorzieningen van de verzekeringsactiviteiten niet-leven worden hoofdzakelijk bepaald op basis van de beste inschatting van schadedossiers uitgevoerd door de beheerders van schadedossiers, rekening houdend met de beschikbare informatie op datum van de afsluiting van het boekjaar. De technische voorzieningen van de verzekeringsactiviteiten leven worden berekend op basis van de actuariële technieken beschreven in de wet alsook overeenkomstig de technische parameters die uit de verzekeringscontracten voortvloeien. Zoals in toelichting 2.8.11 van de geconsolideerde jaarrekening is vermeld, wordt in het kader van de afsluiting van het boekjaar een test uitgevoerd om de toereikendheid van de verzekeringsverplichtingen (leven en niet-leven) ten aanzien van de geschatte toekomstige kasstromen na te gaan. In voorkomend geval worden de technische voorzieningen verhoogd met het bedrag van de eventuele tekorten die uit de toereikendheidstest zouden voortvloeien.
De toereikendheidstest van de technische voorzieningen is gebaseerd op actuariële technieken. De test is relatief complex aangezien hij steunt op een aantal veronderstellingen met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen die een belangrijke mate van beoordeling vereisen. Deze kunnen worden beïnvloed door toekomstige economische omstandigheden en het ondernemingsbeleid alsook door specifieke wet- en regelgeving binnen de verzekeringssector. De veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gehanteerd worden, hangen voor de verzekeringsactiviteiten niet-leven hoofdzakelijk af van de betaalde bedragen voor schadegevallen, van het aantal opgelopen doch nog niet aangegeven schadegevallen en van de schaderegelingskosten. Voor de verzekeringsactiviteiten leven hangen de veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gehanteerd worden, voornamelijk af van de risico's die verbonden zijn aan sterfte, aan levensverwachting, aan de gevolgen van de vermindering van financiële rendementen (en met name de interestvoeten) alsook aan de algemene kosten.
Bovendien heeft de Groep ervoor geopteerd de techniek van schaduwboekhouding ('shadow accounting', een in IFRS 4 omschreven optie) toe te passen en bijgevolg over te gaan tot de eventuele opname van een bijkomende voorziening die door de toepassing van deze boekhoudkundige optie tot stand komt ("de schaduwvoorziening"). Voor de verzekerings- en beleggingscontracten leven die aan IFRS 4 onderworpen zijn en die niet uit afgescheiden fondsen bestaan, wordt deze schaduwvoorziening bepaald als het negatieve verschil tussen het resultaat van de toereikendheidstest (cf. voorgaande paragraaf) en de netto niet-gerealiseerde meerwaarden van de beleggingen die aan deze contracten zijn toegewezen.
Deze verschillende elementen in combinatie met de eventuele onzekerheid die inherent is aan de technieken van modellering en aan het discretionaire karakter van de veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest gehanteerd werden, zijn de voornaamste redenen om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.
We hebben tests uitgevoerd met betrekking tot de operationele doeltreffendheid van de controles die de Groep heeft opgezet om zich te vergewissen van de kwaliteit van de gegevens die in de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt worden.
Met de hulp van onze interne experten in actuariële wetenschappen hebben we eveneens de gepastheid van de gehanteerde veronderstellingen in het licht van de huidige marktomstandigheden beoordeeld alsook de geschiktheid ervan gelet op de in de loop van het boekjaar opgenomen technische resultaten.
Voor de verzekeringsactiviteiten niet-leven hebben we, op onafhankelijke wijze, de beste inschatting van de schadereserves herberekend op basis van erkende actuariële technieken. Vervolgens hebben we onze resultaten vergeleken met de resultaten van de Groep en hebben we de nodige onderliggende documentatie bekomen die de waargenomen significante verschillen verantwoordt.
Voor de levensverzekeringsactiviteiten hebben we de door de directie voorbereide analyse van de bewegingen van technische voorzieningen voor levensverzekeringen beoordeeld en, indien nodig, de elementen van de aansluiting onderzocht.
We hebben ons er bovendien van vergewist dat de (inkomende en uitgaande) kasstromen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt zijn, consistent zijn ten opzichte van de stromen die in de berekening van de beste inschatting van technische voorzieningen onder het referentiekader 'Solvabiliteit II' gehanteerd zijn.
Voor een steekproef van contracten hebben we de juistheid getest van de kerngegevens die in de belangrijkste technische systemen opgenomen zijn en die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt zijn.
Ten slotte hebben we onze bevindingen gedeeld en bevestigd met de leden van het Auditcomité en van het Directiecomité alsook met de actuariële functie van de Groep.
Op basis van onze controlewerkzaamheden menen we dat de in de toereikendheidstest gehanteerde veronderstellingen in het licht van de huidige marktomstandigheden en gelet op de technische resultaten van het afgelopen boekjaar redelijk zijn.
De Groep bezit financiële instrumenten die niet onderworpen zijn aan een notering op een gereglementeerde markt. Het gaat voornamelijk om obligaties van ondernemingen en aandelen in nietbeursgenoteerde vennootschappen, waarvan de details te vinden zijn in toelichting 10.2 en 10.3, niveau 2 en 3, bij de geconsolideerde jaarrekening. De technieken en modellen die worden gebruikt om deze financiële activa te waarderen, maken gebruik van diverse veronderstellingen die, voor veel van hen, gepaard gaan met een bepaalde mate van beoordeling. Hoeveel elementen de reële waarde van het financieel instrument kunnen beïnvloeden hangt overigens af van zowel het type instrument als van het instrument zelf. Bijgevolg zou het gebruik van diverse waarderingstechnieken en -veronderstellingen in sterk uiteenlopende schattingen van reële waarde kunnen resulteren.
De onzekerheid die aan deze evaluatietechnieken en -modellen per type instrument verbonden is, is de voornaamste reden om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.
Wij hebben inzicht verkregen in de interne controleomgeving wat betreft de waardering van financiële instrumenten, daarin begrepen de uitgevoerde controles op de prijzen en het validatieproces van de modellen.
We hebben steekproefsgewijs financiële instrumenten uitgekozen en, met behulp van onze experten inzake waardering van financiële instrumenten, een nazicht uitgevoerd van de gehanteerde inschattingen en voornaamste gehanteerde veronderstellingen voor het bepalen van de reële waarde, rekening houdend met de marktgegevens. We hebben eveneens, wanneer zulks gepast werd geacht, de basisgegevens die voor de bepaling van de reële waarde gebruikt zijn getest. Onze experten hebben voor de steekproef van de geselecteerde financiële instrumenten de reële waarde op onafhankelijke wijze herberekend. Ten slotte hebben we de naleving van de toepassing van de door de Groep gehanteerde waarderingsregels beoordeeld.
We beschouwen de voornaamste veronderstellingen die bij het bepalen van de marktwaarde gehanteerd zijn als aanvaardbaar. Uit onze onafhankelijke testen is geen uitzondering gebleken wat betreft het bepalen van de marktwaarde van de beleggingen waarvoor geen genoteerde prijs op een actieve markt bestaat.
Gezien het significante volume van de geregistreerde transacties hangt de betrouwbaarheid van de boekhoudkundige en financiële informatie in eerste instantie af van de kwaliteit van de IT-systemen alsook van de daaraan verbonden interfaces en controles.
De geautomatiseerde boekhoudkundige verwerking, de controleomgeving betreffende de IT-systemen en in het bijzonder het IT-beheer alsook de algemene controles van deze systemen moeten op effectieve wijze zijn ontworpen en werken om de betrouwbaarheid van de financiële informatie te garanderen. Het belangrijke aantal geautomatiseerde controles van de vele technische systemen alsook het belang van de interfaces tussen de vele IT-systemen onderling en met het boekhoudkundig systeem zijn de voornaamste redenen om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.
Met de hulp van onze specialisten inzake IT-audit hebben we inzicht verkregen in de algemene controleomgeving van de Groep met betrekking tot het beheer van de IT-systemen.
In het kader van onze controlewerkzaamheden hebben we tevens de algemene controles die aan de IT-systemen ("ITGC") verbonden zijn beoordeeld, zoals de controles inzake de toegang tot programma's en gegevens en inzake de werking en verdere ontwikkeling van en aanpassingen aan deze systemen. Daarnaast omvatten onze controleprocedures de evaluatie van het ontwerp van de kernprocedures en van de geautomatiseerde controles die tot de samenstelling van de door de Groep verstrekte financiële informatie leiden. Op basis van de resultaten van deze evaluatie, hebben we de auditprocedures uitgevoerd die als noodzakelijk worden beschouwd om ons te verzekeren van de betrouwbaarheid van de door de ITsystemen geproduceerde boekhoudkundige en financiële informatie.
Ten slotte hebben we ons vergewist van de integriteit van de gegevens die via de verschillende IT-systemen doorgegeven worden naar de systemen die voor het opstellen van de financiële informatie gebruikt worden.
De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de Raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de Raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de Raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een Commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de Raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
Wij communiceren met het Auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het Auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het Auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag van de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, en is dit verslag opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
De op grond van artikel 3:32, §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vereiste niet-financiële informatie werd opgenomen in het jaarverslag. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op de « Sustainable Development Goals » van de Verenigde Naties. Overeenkomstig artikel 3:80, §1, 5° van het voormeld Wetboek spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met het vermelde referentiemodel
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het Auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Sint-Stevens-Woluwe, 24 Maart 2020
De Commissaris PwC Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door
Yves Vandenplas Bedrijfsrevisor
G Statutaire jaarrekening 2019 ageas SA/NV Statutaire jaarrekening 2019 ageas SA/NV
Het merendeel van de 'algemene informatie' wordt verantwoord in het verslag van de Raad van Bestuur van Ageas. In deze algemene informatie treft u alleen informatie aan over ageas SA/NV, die niet elders is verstrekt.
Ageas SA/NV is een naamloze vennootschap. De onderneming is statutair gevestigd in de Markiesstraat 1 te 1000 Brussel. De vennootschap is ingeschreven in het rechtspersonenregister van Brussel onder nr. 0451.406.524.
De vennootschap is opgericht op 6 november 1993 onder de naam 'Fortis Capital Holding'.
De statuten van de vennootschap kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, op de zetel van de vennootschap en op de website van Ageas.
De beslissingen betreffende de benoeming en afzetting van de leden van de organen van de vennootschap worden onder meer gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad. De financiële berichten over de vennootschap evenals de oproepingen tot de Algemene Vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, de kranten en de informatieperiodieken. De jaarrekeningen van de vennootschap zijn verkrijgbaar op de zetel en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Zij worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en naar de personen die er om gevraagd hebben.
De bedragen in deze aanvullende informatie zijn in miljoenen euro's, tenzij anders is vermeld.
De jaarrekening is nog niet gepubliceerd. PwC zal een oordeel zonder voorbehoud afgeven, met een toelichtende paragraaf omtrent de jaarrekening van ageas SA/NV.
In juni 2018 verstrekte de NBB herverzekeringsvergunningen aan de vennootschap voor zowel Niet-Leven als Leven.
ageas SA/NV rapporteerde voor het boekjaar 2019 een nettowinst van EUR 209 miljoen (2018: EUR 825 miljoen) en een eigen vermogen van EUR 5.673 miljoen (2018: EUR 6.160 miljoen).
1.2.1 ACTIVA
1.2.1.1 Imateriële vaste activa (2019: EUR 9 miljoen; 2018: EUR 1 miljoen)
(2019: EUR 8.317 miljoen; 2018: EUR 7.140 miljoen)
De beleggingen in Ageas Insurance International (EUR 6.440 miljoen) en Royal Park Investments (EUR 4 miljoen) bleven stabiel ten opzichte van 31 december 2018.
Notes, obligaties en vorderingen bestaan uit leningen aan gelieerde ondernemingen (EUR 571 miljoen). De mutatie ten opzichte van vorig jaar is het gevolg van een nieuwe lening (EUR 221 miljoen).
Deze bestaan uit vastrentende waarden (EUR 226 miljoen) en deposito's bij kredietinstellingen (EUR 500 miljoen). De vastrentende waarden uit het voorgaande jaar bestonden uit staatsobligaties (EUR 350 miljoen) die in 2019 vervielen.
Dit onderdeel omvat de ontvangen deposito's verbonden met binnenkomende herverzekeringsovereenkomsten met ingehouden fondsen.
1.2.1.3 Deel van de herverzekeraar in de technische voorzieningen (2019: EUR 22 miljoen; 2018: EUR 0 miljoen)
(2019: EUR 228 miljoen; 2018: EUR 82 miljoen) Vorderingen omvatten EUR 199 miljoen verbonden met gecentraliseerde cash pooling.
(2019: EUR 698 miljoen; 2018: EUR 551 miljoen)
Dit onderdeel omvat de eigen aandelen verworven via aandeleninkoopprogramma's en eigen aandelen teneinde de 'restricted shares' programma's voor sommige personeelsleden en bestuurders van de vennootschap af te dekken.
(2019: EUR 19 miljoen; 2018: EUR 14 miljoen) De overlopende baten hebben voornamelijk betrekking op opgelopen rente (EUR 17 miljoen) op intercompany-leningen.
1.2.2 Passiva
1.2.2.1 Eigen Vermogen (2019: EUR 5.673 miljoen; 2018: EUR 6.160 miljoen)
(2019: EUR 1.502 miljoen; 2018: EUR 1.502 miljoen)
(2019: EUR 2.051 miljoen; 2018: EUR 2.051 miljoen)
(2019: EUR 66 miljoen; 2018: EUR 55 miljoen) 5% van de voor winstbestemming beschikbare winst werd toegevoegd aan de wettelijke reserve.
(2019: EUR 182 miljoen; 2018: EUR 201 miljoen) Onbeschikbare reserves hebben betrekking op de aangehouden eigen aandelen.
(2019: EUR 1.595 miljoen; 2018: EUR 1.777 miljoen)
De daling van de onbeschikbare reserves weerspiegelt het netto-effect van een overdracht naar de onbeschikbare reserves met betrekking tot het inkoopprogramma voor eigen aandelen (EUR 185 miljoen) en een overdracht van onbeschikbare reserves van EUR 3 miljoen met betrekking tot de afwikkeling van een regeling voor aandelen.
(2019: EUR 277 miljoen; 2017: EUR 573 miljoen)
Het boekjaar 2019 werd afgesloten met een winst van 209 miljoen. Na winstbestemming aan de wettelijke reserves (EUR 10 miljoen) en het voorgestelde dividend (EUR 495 miljoen) bedraagt de overgedragen winst EUR 277 miljoen.
(2019: EUR 1.246 miljoen; 2018: EUR 0 miljoen)
In 2019 werden twee achtergestelde schulden uitgegeven:
(2019: EUR 943 miljoen; 2018: EUR 3 miljoen)
De reserves voor niet-verdiende premies (EUR 224 miljoen) en voorzieningen voor schadeclaims (EUR 703 miljoen) hebben betrekking op intra-group binnenkomende verzekeringsprogramma's. In 2019 werd een egalisatiereserve (EUR 17 miljoen) gevormd.
(2019: EUR 873 miljoen; 2018: EUR 1.171 miljoen)
De daling van de voorzieningen wordt verklaard uit de reductie van de voorziening voor de schikking na betalingen aan in aanmerking komende aandeelhouders in 2019. Zie noot 25 'Voorzieningen' van de Geconsolideerde jaarrekening voor nadere details.
De toename van de te betalen bedragen wordt met name verklaard door de hogere uit te keren dividenden over het boekjaar (2019: EUR 495 miljoen; 2018: EUR 415 miljoen).
(2019: EUR 17 miljoen; 2018: EUR 8 miljoen)
(2019: EUR (40) miljoen; 2018: EUR 1 miljoen)
In 2019 werden Niet-Leven quota share-overeenkomsten en loss portfolio transfer-contracten met gelieerde ondernemingen overeengekomen.
(2019: EUR 374 miljoen; 2018: EUR 831 miljoen)
Onder beleggingsbaten vallen dividenden ontvangen van dochterondernemingen en deelnemingen (2019: EUR 352 miljoen; 2018: EUR 813 miljoen).
(2019: EUR 32 miljoen; 2018: EUR 17 miljoen)
(2019: EUR 5 miljoen; 2018: EUR 93 miljoen) De stijging van de overige baten heeft betrekking op het voor het voorgaande jaar verwachte lagere bedrag voor de afwikkeling van RPN(I) (EUR 89 miljoen).
(2019: EUR 98 miljoen; 2018: EUR 82 miljoen)
De samenstelling van kosten is als volgt:
Gezien een belangenvermenging en zoals vereist door artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen, is een uittreksel van de notulen van de vergadering van de Raad van Bestuur van 19 februari 2019 bijgevoegd bij het verslag van de Raad van Bestuur bij de statutaire jaarrekening van ageas SA/NV.
Zie noot Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst.
De vennootschap heeft geen werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling uitgevoerd.
Als gevolg van de fusie tussen ageas SA/NV en ageas N.V. in 2012, is in Nederland een bijkantoor geopend (Nederlandse vaste inrichting). Dit bijkantoor werd in 2018 gesloten.
Raadpleeg toelichting 44 van de Geconsolideerde jaarrekening over de terugkoop van de FRESH-effecten en COVID-19.
1.3.5 Overige informatie die volgens het Belgisch Wetboek van Vennootschappen in dit verslag moeten worden opgenomen
Zoals voorgeschreven in de wet en de statuten van de vennootschap, verzoeken wij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders om de Raad van Bestuur en de externe accountant te willen ontlasten van hun mandaat.
In 2019 heeft geen kapitaalverhoging, noch een uitgifte van warrants plaatsgevonden.
De externe accountant heeft in 2019 een aanvullende belastingadviesopdracht uitgevoerd.
Zie noot 4 Risicomanagement van de Geconsolideerde Jaarrekening.
Zie Verslag van de Raad van Bestuur, punt 4 Corporate Governance Statement in het Jaarverslag.
Zie Verslag van de Raad van Bestuur, punt 4.7 Verslag van het Remuneration Committee in het Jaarverslag.
| 10 | EUR | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| NAT. Datum neerlegging Nr. | Blz. | E. | D. | VOL1. |
| NAAM : | AGEAS SA/NV |
|---|---|
| Rechtsvorm : | NV |
| Adres : | Markiesstraat 1 - Bus: 7 |
| Postnummer : | 1000 |
| Gemeente : | Brussel |
| Rechtspersonenregister (RPR) - Rechtbank van Koophandel van : | Brussel, nederlandstalige |
| Internetadres* : | www.ageas.com |
| Ondernemingnummer : | 451.406.524 |
| Datum : | 2019/06/06 van de neerlegging van de oprichtingsakte OF van het recentste stuk dat de datum van bekendmaking van de oprichtingsakte en van de akte tot statutenwijziging vermeldt. |
| JAARREKENING goedgekeurd door de algemene vergadering van : met betrekking tot het boekjaar dat de periode dekt van : Vorig boekjaar van : |
2020/05/20 2019/01/01 tot 2019/12/31 2018/01/01 tot 2018/12/31 |
| De bedragen van het vorige boekjaar zijn identiek met die welke eerder openbaar werden gemaakt : | ja/neen ** |
VOLLEDIGE LIJST met naam,voornamen, beroep, woonplaats (adres, nummer, postnummer en gemeente) en functie in de onderneming, van de BESTUURDERS, ZAAKVOERDERS en COMMISSARISSEN
(eventueel vervolg op blz. VOL 1bis)
Zijn gevoegd bij deze jaarrekening: - het verslag van de commissarissen ** - Het jaarverslag **
Totaal aantal neergelegde bladen ............................................................................................................................................:
Nummers van de bladen van het standaardformulier die niet werden neergelegd omdat ze niet dienstig zijn...........................:
Handtekening Handtekening
(naam en hoedanigheid) (naam en hoedanigheid) Jozef De Mey - Voorzitter van de Raad van Bestuur Bart De Smet - CEO
* Facultatieve vermelding.
** Schrappen wat niet van toepassing is
| 10 | EUR | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| NAT. Datum neerlegging Nr. | Blz. | E. | D. | VOL1. |
VOLLEDIGE LIJST met naam,voornamen, beroep, woonplaats (adres, nummer, postnummer en gemeente) en functie in de onderneming, van de BESTUURDERS, ZAAKVOERDERS en COMMISSARISSEN
PwC Reviseurs d'Entreprises srl / Bedrijfsrevisoren bv, Woluwedal 18 , Sint Stevens Woluwe, België Commissaris, vertegenwoordigd door Dhr. VANDENPLAS Yves (lidmaatschapsnummer A01525) Mandaat van 16/05/2018 tot 19/05/2021
| btw | EUR | VOL 1bis |
|---|---|---|
| Lidmaatschaps | Aard van de opdracht | |
|---|---|---|
| Naam, voornamen, beroep en woonplaats | nummer | (A, B, C en/of D) |
| Afgesloten | Vorig | Afgesloten | Vorig | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Actief | Codes | boekjaar | boekjaar | Passief | Codes | boekjaar | boekjaar | |||
| A. | - | - | A. | Eigen vermogen (staat nr. 5) | 11 | 5.673.422.754 | 6.159.829.549 | |||
| I. Geplaatst kapitaal of | ||||||||||
| B. | Immateriële activa (staat nr. 1) | 21 | 9.130.307 | 654.862 | equivalent fonds, onder aftrek van | |||||
| I. Oprichtingskosten | 211 | 8.662.9950 | 0 | het niet-opgevraagd kapitaal | 111 | 1.502.364.273 | 1.502.364.273 | |||
| II. Immateriële vaste activa | 212 | 467.312 | 654.862 | 1. Geplaatst kapitaal | 111.1 | 1.502.364.273 | 1.502.364.273 | |||
| 1. Goodwill 2. Overige immateriële vaste activa |
212.1 212.2 |
0 467.312 |
0 654.862 |
2. Niet opgevraagd kapitaal (-) II. Uitgiftepremies |
111.2 112 |
( 0 2.050.976.359 |
) ( 0 ) 2.050.976.359 |
|||
| 3. Vooruitbetalingen | 212.3 | 0 | 0 | III. Herwaarderings-meerwaarden | 113 | 0 | 0 | |||
| IV. Reserves | 114 | 1.842.866.665 | 2.033.651.752 | |||||||
| C. | Beleggingen (staten nrs. 1, 2 en 3) | 22 | 8.317.368.173 7.140.642.525 | 1. Wettelijke reserve | 114.1 | 66.218.835 | 55.748.362 | |||
| I. Terreinen en gebouwen (staat nr. 1) 1. Onroerende goederen bestemd |
221 | 0 | 0 | 2. Onbeschikbare reserve a) voor eigen aandelen |
114.2 114.21 |
181.850.446 181.850.446 |
201.255.449 201.255.449 |
|||
| voor bedrijfsdoeleinden | 221.1 | 0 | 0 | b) andere | 114.22 | 0 | 0 | |||
| 2. Overige | 221.2 | 0 | 0 | 3. Vrijgestelde reserve | 114.3 | 0 | 0 | |||
| 4. Beschikbare reserve | 114.4 | 1.594.797.384 | 1.776.647.942 | |||||||
| II. Beleggingen in verbonden ondernemingen en | V. Overgedragen resultaat | 115 | 277.215.458 | 572.837.164 | ||||||
| deelnemingen (staten nrs. 1, 2 en 18) | 222 | 7.011.898.891 6.790.642.525 | 1. Overgedragen winst | 115.1 | 277.215.458 | 572.837.164 | ||||
| Verbonden ondernemingen | 222.1 | 7.007.415.950 6.786.159.584 | 2. Overgedragen verlies (-) | 115.2 | ( 0 ) ( |
0 ) | ||||
| 1. Deelnemingen | 222.11 | 6.436.159.584 6.436.159.584 | VI. - | - | ||||||
| 2. Bons, obligaties en vorderingen | 222.12 | 571.256.366 | 350.000.000 | |||||||
| - Andere ondernemingen waarmee een | B. | Achtergestelde schulden (staten nrs.7 en 18) | 12 | 1.246.316.701 | 0 | |||||
| deelnemings- verhouding bestaat | 222.2 | 4.482.941 | 4.482.941 | |||||||
| 3. Deelnemingen 4. Bons, obligaties en vorderingen |
222.21 222.22 |
4.482.941 0 |
0 | 4.482.941 Bbis. Fonds voor toekomstige toewijzingen | 13 | 0 | 0 | |||
| C. | Technische voorzieningen (staat nr. 7) | 14 | 943.599.529 | 2.723.700 | ||||||
| III. Overige financiële beleggingen | 223 | 726.393.952 | 350.000.000 | I. Voorziening voor niet-verdiende | ||||||
| 1. Aandelen, deelnemingen en andere | premies en lopende risico's | 141 | 223,948,585 | 0 | ||||||
| niet-vastrentende effecten (staat nr.1) | 223.1 | 0 | 0 | II. Voorziening voor verzekering'leven' | 142 | 0 | 0 | |||
| 2. Obligaties en andere | III. Voorziening voor te betalen schaden | 143 | 703.029.125 | 2.723.700 | ||||||
| vastrentende effecten (staat nr.1) | 223.2 | 226.386.941 | 350.000.000 | IV. Voorziening voor winstdeling en restorno's | 144 | 0 | 0 | |||
| 3. Deelnemingen in gemeen- | V. Voorziening voor egalisatie en catastrofen | 145 | 16.621.820 | 0 | ||||||
| schappelijke beleggingen | 223.3 | 0 | 0 | VI. Andere technische voor-zieningen | 146 | 0 | 0 | |||
| 4. Hypothecaire leningen en hypoth. kredieten 223.4 | 0 | 0 | ||||||||
| 5. Overige leningen | 223.5 | 0 | 0 | |||||||
| 6. Deposito's bij krediet- instellingen | 223.6 | 500.007.011 | 0 | |||||||
| 7. Overige | 223.7 | 0 | 0 | |||||||
| IV. Deposito's bij cederende ondernemingen | 224 | 579.075.330 | 0 | |||||||
| D. | Beleggingen betreffende de verrichtingen | D. | Technische voorzieningen betreffende | |||||||
| verbonden aan een beleggingsfonds | de verrichtingen verbonden aan een | |||||||||
| van de groep van activiteiten | beleggingsfonds van de groep van activiteiten | |||||||||
| 'Leven' en waarbij het beleggingsrisico niet | 'Leven' wanneer het beleggingsrisico niet | |||||||||
| gedragen wordt door de onderneming | 23 | 0 | 0 | gedragen wordt door de onderneming (staat nr. 7) 15 | 0 | 0 |
| Afgesloten | Vorig | Afgesloten | Vorig | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Actief | Codes | boekjaar | boekjaar | Passief | Codes | boekjaar | boekjaar | ||
| Dbis. Deel van de herverzekeraars in | E. | Voorzieningen voor overige | |||||||
| de technische voorzieningen | 24 | 22.677.192 | 0 | risico's en kosten | 16 | 873.266.723 | 1.171.292.586 | ||
| I. Voorziening voor niet-verdiende | I. Voorziening voor pensioenen en | ||||||||
| premies en lopende risico's | 241 | 0 | 0 | soortgelijke verplichtingen | 161 | 0 | 0 | ||
| II. Voorziening voor verzekering'leven' | 242 | 0 | 0 | II. Voorziening voor belastingen | 162 | 0 | 0 | ||
| III. Voorziening voor te betalen schaden | 243 | 22.677.192 | 0 | III. Andere voorzieningen (staat nr. 6) | 163 | 873.266.723 | 1.171.292.586 | ||
| IV. Voorziening voor winstdeelname en restorno's | 244 | 0 | 0 | ||||||
| V. Andere technische voorzieningen | 245 | 0 | 0 F. | Deposito's ontvangen van herverzekeraars | 17 | 0 | 0 | ||
| VI. Voorzieningen betreffende de verrichtingen | |||||||||
| verbonden aan een beleggingsfonds van | |||||||||
| de groep van activiteiten 'leven' | |||||||||
| waarbij het beleggingsrisico niet | |||||||||
| gedragen wordt door de onderneming | 246 | 0 | 0 | ||||||
| E. | Vorderingen (staten nrs. 18 en 19) | 41 | 228.067.650 | 81.868.603 G. | Schulden (staten nrs. 7 en 18) | 42 | 540.192.660 | 446.101.730 | |
| I. Vorderingen uit hoofde van | I. Schulden uit hoofde van recht | ||||||||
| rechtstreekse verzekerings-verrichtingen | 411 | 0 | 0 | streekse verzekeringsverrichtingen | 421 | 0 | 0 | ||
| 1. Verzekeringnemers | 411.1 | 0 | 0 | II. Schulden uit hoofde van | |||||
| 2. Tussenpersonen | 411.2 | 0 | 0 | herverzekeringsverrichtingen | 422 | 13.791.526 | 0 | ||
| 3. Overige | 411.3 | 0 | 0 | III. Niet-achtergestelde obligatieleningen | 423 | 0 | 0 | ||
| II. Vorderingen uit hoofde van | 1. Converteerbare leningen | 423.1 | 0 | 0 | |||||
| herverzekeringsverrichtingen | 412 | 13.529.941 | 3.337.260 | 2. Niet-converteerbare leningen | 423.2 | 0 | 0 | ||
| III. Overige vorderingen | 413 | 214.537.709 | 78.531.343 | IV. Schulden t.a.v kredietinstellingen | 424 | 0 | 0 | ||
| IV. Opgevraagd, niet gestort kapitaal | 414 | 0 | 0 | V. Overige schulden | 425 | 526.401.134 | 446.101.730 | ||
| 1. Schulden wegens belastingen, | 425.1 | 5.390.059 | 4.951.270 | ||||||
| F. | Overige activabestanddelen | 25 | 697.881.880 | 550.973.951 | bezoldigingen en sociale lasten | ||||
| I. Materiële activa | 251 | 749.058 | 445.922 | a) belastingen | 425.11 | 811.942 | 1.265.695 | ||
| II. Beschikbare waarden | 252 | 515.269.875 | 349.260.078 | b) bezoldigingen en sociale lasten | 425.12 | 4.578.116 | 3.685.575 | ||
| III. Eigen aandelen | 253 | 181.850.445 | 201.255.449 | 2. Overige | 425.2 | 521.011.075 | 441.150.460 | ||
| IV. Overige | 254 | 12.503 | 12.503 | ||||||
| G. | Overlopende rekeningen (staat nr. 4) | 431/433 | 18.992.484 | 13.773.561 H. | Overlopende rekeningen (staat nr. 8) | 434/436 | 17.319.321 | 7.965.940 | |
| I. Verworven, niet-vervallen | |||||||||
| intresten en huurgelden | 431 | 16.947.809 | 0 | ||||||
| II. Overgedragen acquisitiekosten | 432 | 0 | 0 | ||||||
| 1. Verzekeringsverrichtingen niet-leven | 432.1 | 0 | 0 | ||||||
| 2. Verzekeringsverrichtingen leven | 432.2 | 0 | 0 | ||||||
| III. Overige overlopende rekeningen | 433 | 2.044.676 | 13.773.561 | ||||||
| TOTAAL | 21/43 | 9.294.117.687 7.787.913.503 | TOTAAL | 11/43 | 9.294.117.687 | 7.787.913.503 |
| Afgesloten | Vorig | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Inhoud | Codes | boekjaar | boekjaar | |||
| 1. | Verdiende premies, onder aftrek van herverzekering | 710 | 933.444.287 | 4.634.704 | ||
| a) | Brutopremies (staat nr.10) | 710.1 | 981.054.593 | 4.634.704 | ||
| b) | Uitgaande herverzekeringspremies (-) | 710.2 | ( | 50.174.084 ) | ( 0 ) |
|
| c) | Wijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's, | |||||
| zonder aftrek van herverzekering (stijging -, daling +) | 710.3 | 2.563.778 | 0 | |||
| d) | Wijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's, deel | |||||
| van de herverzekeraars (stijging +, daling -) | 710.4 | 0 | 0 | |||
| 2. | Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgebracht van de niet-technische rekening (post 6) | 711 | 0 | 0 | ||
| 2bis. Opbrengsten van beleggingen | 712 | 11.819.993 | 273 | |||
| a) | Opbrengsten van beleggingen in verbonden ondern.of deze waarmee | |||||
| een deelnemingsverhouding bestaat | 712.1 | 0 | 0 | |||
| aa) verbonden ondernemingen | 712.11 | 0 | 0 | |||
| 1° deelnemingen |
712.111 | 0 | 0 | |||
| 2° bons, obligaties en vorderingen |
712.112 | 0 | 0 | |||
| bb) andere ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat | 712.12 | 0 | 0 | |||
| 1° deelnemingen |
712.121 | 0 | 0 | |||
| 2° bons, obligaties en vorderingen |
712.122 | 0 | 0 | |||
| b) | Opbrengsten van andere beleggingen | 712.2 | 11.802.977 | 273 | ||
| aa) opbrengsten van terreinen en gebouwen | 712.21 | 0 | 0 | |||
| bb) opbrengsten van andere beleggingen | 712.22 | 11.802.977 | 273 | |||
| c) | Terugneming van waardecorrecties op beleggingen | 712.3 | 0 | 0 | ||
| d) | Meerwaarden op de realisatie | 712.4 | 17.016 | 0 | ||
| 3. | Overige technische opbrengsten, onder aftrek van herverzekering | 714 | 213.966 | 0 | ||
| 4. | Schadelast, onder aftrek van herverzekering (-) | 610 | ( | 623.798.296 ) | ( 2.723.700 ) |
|
| a) | Betaalde netto-bedragen | 610.1 | 447.071.458 | 0 | ||
| aa) bruto-bedragen (staat nr.10) | 610.11 | 447.071.458 | 0 | |||
| bb) deel van de herverzekeraars (-) | 610.12 | ( | 0 ) | ( 0 ) |
||
| b) | Wijziging van de voorziening voor te betalen schaden, | |||||
| zonder aftrek van herverzekering (stijging +, daling -) | 610.2 | 176.726.837 | 2.723.700 | |||
| aa) wijziging van de voorziening voor te betalen schaden, | ||||||
| zonder aftrek van herverzekering (staat nr. 10) (stijging +, daling -) | 610.21 | 199.404.030 | 0 | |||
| bb) wijziging van de voorziening voor te betalen schaden, | ||||||
| deel van de herverzekeraars (stijging -, daling +) | 610.22 | ( | 22.677.193 ) | 0 |
Afdeling II. Resultatenrekening op 31/12/2019 (in eenheden van Euro)
| Inhoud | Codes | Afgesloten boekjaar |
Vorig boekjaar |
|
|---|---|---|---|---|
| 5. | Wijziging van de andere technische voorzieningen, onder aftrek van herverzekering (stijging -, daling+) |
611 | 0 | 0 |
| 6. | Winstdeling en restorno's, onder aftrek van herverzekering (-) | 612 | ( 0 ) |
( 0 ) |
| 7. | Netto-bedrijfskosten (-) | 613 | ( 340.662.231 ) |
( 1.297.717 ) |
| a) Acquisitiekosten |
613.1 | 342.435.823 | 1.297.717 | |
| b) Wijziging van het bedrag van de geactiveerde acquisitiekosten (stijging -, daling +) |
613.2 | 0 | 0 | |
| c) Administratiekosten |
613.3 | 2.092.996 | 0 | |
| d) Van de herverzekeraars ontvangen commissie-lonen en winstdeelnemingen (-) |
613.4 | ( 3.906.588 ) |
( 0 ) |
|
| 7bis. Beleggingslasten (-) | 614 | ( 2.447.518 ) |
( 0 ) |
|
| a) Beheerslasten van beleggingen |
614.1 | 2.447.518 | 0 | |
| b) Waardecorrecties op beleggingen |
614.2 | 0 | 0 | |
| c) Minderwaarden op de realisatie |
614.3 | 0 | 0 | |
| 8. | Overige technische lasten, onder aftrek van herverzekering (-) | 616 | ( 2.301.133 ) |
( 0 ) |
| 9. | Wijziging van de voorziening voor egalisatie en catastrofen, onder aftrek van herverzekering (stijging -, daling +) |
16.621.820 | 0 | |
| 619 | ||||
| 10. Resultaat van de technische rekening niet-levensverzekering | ||||
| Winst (+) | 710 / 619 | 0 | 613.560 | |
| Verlies (-) | 619 / 710 | ( 40.312.752 ) |
( 0 ) |
| Afgesloten | Vorig | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Inhoud | Codes | boekjaar | boekjaar | ||
| 1. | Premies, onder aftrek van herverzekering | 720 | 0 | 0 | |
| a) | Brutopremies (staat nr.10) | 720.1 | 0 | 0 | |
| b) | Uitgaande herverzekeringspremies (-) | 720.2 | ( 0 ) ( |
0 ) | |
| 2. | Opbrengsten van beleggingen | 722 | 0 | 0 | |
| a) | Opbrengsten van beleggingen in verbonden onderneming | ||||
| en of deze waarmee een deelnemingsverhouding bestaat | 722.1 | 0 | 0 | ||
| aa) verbonden ondernemingen | 722.11 | 0 | 0 | ||
| 1° deelnemingen |
722.111 | 0 | 0 | ||
| 2° bons, obligaties en vorderingen |
722.112 | 0 | 0 | ||
| bb) andere ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat | 722.12 | 0 | 0 | ||
| 1° deelnemingen |
722.121 | 0 | 0 | ||
| 2° bons, obligaties en vorderingen |
722.122 | 0 | 0 | ||
| b) | Opbrengsten van andere beleggingen | 722.2 | 0 | 0 | |
| aa) opbrengsten van terreinen en gebouwen | 722.21 | 0 | 0 | ||
| bb) opbrengsten van andere beleggingen | 722.22 | 0 | 0 | ||
| c) | Terugneming van waardecorrecties op beleggingen | 722.3 | 0 | 0 | |
| d) | Meerwaarden op de realisatie | 722.4 | 0 | 0 | |
| 3. | Waardecorrecties op beleggingen van de actiefpost D. (opbrengsten) | 723 | 0 | 0 | |
| 4. | Overige technische opbrengsten, onder aftrek van herverzekering | 724 | 0 | 0 | |
| 5. | Schadelast, onder aftrek van herverzekering (-) | 620 | ( 0 ) ( |
0 ) | |
| a) | Betaalde netto-bedragen | 620.1 | 0 | 0 | |
| aa) bruto-bedragen | 620.11 | 0 | 0 | ||
| bb) deel van de herverzekeraars (-) | 620.12 | ( 0 ) ( |
0 ) | ||
| b) | Wijziging van de voorziening voor te betalen schaden,onder aftrek van herverzekering (stijging +, daling -) 620.2 | 0 | 0 | ||
| aa) wijziging van de voorziening voor te betalen schaden, zonder aftrek van herverzekering | |||||
| (stijging +, daling -) | 62.21 | ||||
| bb) wijziging van de voorziening voor te betalen schaden,deel van de herverzekeraars | |||||
| (stijging -, daling +) | 620.22 | 0 | 0 |
Afdeling II. Resultatenrekening op 31/12/2019 (in eenheden van Euro)
| Afgesloten | Vorig | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Inhoud | Codes | boekjaar | boekjaar | ||
| 6. | Wijziging van de andere technische voorzieningen,onder aftrek van herverzekering (stijging-, daling+) | 621 | 0 | 0 | |
| a) | Wijziging van de voorziening voor verzekering 'leven', onder aftrek van herverzekering (stijging -, daling +) 621.1 | 0 | 0 | ||
| aa) wijziging van de voorziening voor verzekering 'leven', | |||||
| zonder aftrek van herverzekering (stijging -, daling +) | 621.11 | 0 | 0 | ||
| bb) wijziging van de voorziening voor verzekering 'leven', | |||||
| deel van de herverzekeraars (stijging +, daling -) | 621.12 | 0 | 0 | ||
| b) | Wijziging van de andere technische voorzieningen zonder aftrek van herverzekering | ||||
| (stijging -, daling +) | 621.2 | 0 | 0 | ||
| 7. | Winstdeling en restorno's, onder aftrek van herverzekering (-) | 622 | ( 0 ) ( |
0 ) | |
| 8. | Netto-bedrijfskosten (-) | 623 | ( 0 ) ( |
0 ) | |
| a) | Acquisitiekosten | 623.1 | 0 | 0 | |
| b) | Wijziging van het bedrag van de geactiveerde acquisitiekosten (stijging -, daling +) | 623.2 | 0 | 0 | |
| c) | Administratiekosten | 623.3 | 0 | 0 | |
| d) | Van de herverzekeraars ontvangen commissie-lonen en winstdeelnemingen (-) | 623.4 | ( 0 ) ( |
0 ) | |
| 9. | Beleggingslasten (-) | 624 | ( 0 ) ( |
0 ) | |
| a) | Beheerslasten van beleggingen | 624.1 | 0 | 0 | |
| b) | Waardecorrecties op beleggingen | 624.2 | 0 | 0 | |
| c) | Minderwaarden op de realisatie | 624.3 | 0 | 0 | |
| 10. | Waardecorrecties op beleggingen van de actiefpost D. (kosten) (-) | 625 | ( 0 ) ( |
0 ) | |
| 11. | Overige technische lasten, onder aftrek van herverzekering (-) | 626 | ( 0 ) ( |
0 ) | |
| 12. | Toegerekende opbrengst van beleggingen, overge-boekt naar de niet-technische rekening (post 4) (-) | 627 | ( 0 ) ( |
0 ) | |
| 12bis. Wijziging van het fonds voor toekomstige dotaties (stijging -, daling +) | 628 | 0 | 0 | ||
| 13. | Resultaat van de technische rekening levensverzekering | ||||
| Winst (+) | 720 / 628 | 0 | 0 | ||
| Verlies (-) | 628 / 720 | ( 0 ) ( |
0 ) |
Afdeling II. Resultatenrek. op 31/12/2019 (in eenheden van Euro)
| Afgesloten | Vorig | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Inhoud | Codes | boekjaar | boekjaar | |||
| 1. | Resultaat van de technische rekening niet levensverzekering (post 10) | |||||
| Winst (+) | (710 / 619) | 0 | 613.560 | |||
| Verlies (-) | (619 / 710) | ( | 40.312.752 ) | ( | 0 ) | |
| 2. | Resultaat van de technische rekening levensverzekering (post 13) | |||||
| Winst (+) | (720 / 628) | 0 | 0 | |||
| Verlies (-) | (628 / 720) | ( | 0 ) | ( | 0 ) | |
| 3. | Opbrengsten van beleggingen | 730 | 374.301.491 | 830.877.000 | ||
| a) Opbrengsten van beleggingen in verbonden ondernemingen of |
||||||
| deze waarmee een deelnemingsverhouding bestaat | 730.1 | 374.301.491 | 830.877.000 | |||
| b) Opbrengsten van andere beleggingen |
730.2 | 0 | 0 | |||
| aa) opbrengsten van terreinen en gebouwen | 730.21 | 0 | 0 | |||
| bb) opbrengsten van andere beleggingen | 730.22 | 0 | 0 | |||
| c) Terugneming van waardecorrecties op beleggingen |
730.3 | 0 | 0 | |||
| d) Meerwaarden op de realisatie |
730.4 | 0 | 0 | |||
| 4. | Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt van de | |||||
| technische rekening levensverzekering (post 12) | 731 | 0 | 0 | |||
| 5. | Beleggingslasten (-) | 630 | ( | 31.806.672 ) | ( | 16.666.531 ) |
| a) Beheerslasten van beleggingen |
630.1 | 31.806.672 | 16.666.531 | |||
| b) Waardecorrecties op beleggingen |
630.2 | 0 | 0 | |||
| c) Minderwaarden op de realisatie |
630.3 | 0 | 0 | |||
| 6. | Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt naar de | |||||
| technische rekening niet-levensverzekering (post 2) (-) | 631 | ( | 0 ) | ( | 0 ) | |
| 7. | Overige opbrengsten (staat nr. 13) | 732 | 5.614.299 | 93.041.528 | ||
| 8. | Overige kosten (staat nr. 13) (-) | 632 | ( | 98.277.224 ) | ( | 81.371.853 ) |
| 8bis. Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening,vóór belasting | ||||||
| Winst (+) | 710 / 632 | 209.519.142 | 826.493.705 | |||
| Verlies (-) | 632 / 710 | ( | 0 ) | ( | 0 ) | |
| 9. | - | - | ||||
| 10. | - | - |
246 Ageas Jaarverslag 2019
Afdeling II. Resultatenrek. op 31/12/2019 (in eenheden van Euro)
| Afgesloten | Vorig | |||
|---|---|---|---|---|
| Inhoud | Codes | boekjaar | boekjaar | |
| 11. | Uitzonderlijke opbrengsten (staat nr. 14) | 733 | 0 | 0 |
| 12. | Uitzonderlijke kosten (staat nr. 14) (-) | 633 | ( 0 ) |
( 0 ) |
| 13. | Uitzonderlijk resultaat | |||
| Winst (+) | 733 / 633 | 0 | 0 | |
| Verlies (-) | 633 / 733 | ( 0 ) |
( 0 ) |
|
| 14. | - | - | ||
| 15. | Belastingen op het resultaat (-/+) | 634 / 734 | 109.690 | 1.233.963 |
| 15bis. Uitgestelde belastingen (-/+) | 635 / 735 | 0 | 0 | |
| 16. | Resultaat van het boekjaar | |||
| Winst (+) | 710 / 635 | 209.409.452 | 825.259.742 | |
| Verlies (-) | 635 / 710 | ( 0 ) |
( 0 ) |
|
| 17. | a) Onttrekking aan de belastingvrije |
736 | 0 | 0 |
| b) Overboeking naar de belastingvrije reserves (-) |
636 | ( 0 ) |
( 0 ) |
|
| 18. | Te bestemmen resultaat van het boekjaar | |||
| Winst (+) | 710 / 636 | 209.409.452 | 825.259.742 | |
| Verlies (-) | 636 / 710 | ( 0 ) |
( 0 ) |
| Afgesloten | Vorig | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Inhoud | Codes | boekjaar | boekjaar | ||||
| A. | Te bestemmen winstsaldo | 710 / 637.1 | 782.246.052 | 1.029.809.041 | |||
| Te verwerken verliessaldo (-) | 637.1 / 710 | ( | 0 ) | ( | 0 ) | ||
| 1. | Te bestemmen winst van het boekjaar | 710 / 636 | 209.409.452 | 825.259.742 | |||
| Te verwerken verlies van het boekjaar (-) | 636 / 710 | ( | 0 ) | ( | 0 ) | ||
| 2. | Overgedragen winst van het vorig boekjaar | 737.1 | 572.836.600 | 204.549.299 | |||
| Overgedragen verlies van het vorig boekjaar (-) | 637.1 | ( | 0 ) | ( | 0 ) | ||
| B. | Onttrekking aan het eigen vermogen | 737.2 / 737.3 | 0 | 0 | |||
| 1. | aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies | 737.2 | 0 | 0 | |||
| 2. | aan de reserves | 737.3 | 0 | 0 | |||
| C. | Toevoeging aan het eigen vermogen (-) | 637.2 / 637.3 ( | 10.470.473 ) | ( 41.262.987 ) |
|||
| 1. | aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies | 637.2 | 0 | 0 | |||
| 2. | aan de wettelijke reserve | 637.31 | 10.470.473 | 41.262.987 | |||
| 3. | aan de overige reserves | 637.32 | 0 | 0 | |||
| D. | Over te dragen resultaat | ||||||
| 1. | Over te dragen winst (-) | 637.4 | ( | 277.215.458 ) | ( 572.837.282 ) |
||
| 2. | Over te dragen verlies | 737.4 | 0 | 0 | |||
| E. | Tussenkomst van de vennoten in het verlies | 737.5 | 0 | 0 | |||
| F. | Uit te keren winst (-) | 637.5 / 637.7 ( | 494.560.122 ) | ( 415.708.772 ) |
|||
| 1. | Vergoeding van het kapitaal | 637.5 | 494.560.122 | 415.708.772 | |||
| 2. | Bestuurders of zaakvoerders | 637.6 | 0 | 0 | |||
| 3. | Andere rechthebbenden | 637.7 | 0 | 0 |
| Betrokken activa-posten | Betrokken activa-posten | Betrokken activa-posten | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| B. | C.I. | C.II.1. | C.II.2. | C.II.3. | C.II.4. | C.III.1. | C.III.2. | |||
| Benaming | Codes | Immateriële activa |
Terreinen en gebouwen |
Deelnemingen in verbonden ondernemingen |
Bons, obligaties en vorderingen in verbonden ondernemingen |
Deelnemingen in ondernemingen waarmee een deelnemings verhouding bestaat |
Bons, obligaties en vorderingen in ondernemingen waarmee een deelnemings verhouding bestaat |
Aandelen, deelnemingen en andere niet-vastrentende effecten |
Obligaties en andere vastrentende effecten |
|
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | |||
| a) AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||||||||
| Per einde van het vorige boekjaar | 08.01.01 | 937.750 | 6.436.159.584 | 350.000.000 | 4.482.941 | 350.000.000 | ||||
| Mutaties tijdens het boekjaar : | 9.242.067 | 0 | 221.256.366 | 0 | ( | 123.613.059 ) | ||||
| - Aanschaffingen | 8.01.021 | 9.242.067 | 221.256.366 | 228.119.758 | ||||||
| - Nieuwe oprichtingskosten | 8.01.022 | |||||||||
| - Overdrachten en | ||||||||||
| buitengebruikstellingen | 8.01.023 (-) |
( ) ( |
0 ) ( | 0 ) ( | 0 ) ( | 0 ) ( | 0 ) ( | 0 ) ( | 350,000,000 ) | |
| - Overboeking van een post | ||||||||||
| naar een andere | (+)(-) 8.01.024 | |||||||||
| - Andere mutaties | (+)(-) 8.01.025 | ( | 1.732.817 ) | |||||||
| Per einde van het boekjaar | 08.01.03 | 10.179.817 | 0 | 6.436.159.584 | 571.256.366 | 4.482.941 | 0 | 0 | 226.386.941 | |
| b) MEERWAARDEN | ||||||||||
| Per einde van het vorige boekjaar | 08.01.04 | |||||||||
| Mutaties tijdens het boekjaar : | ||||||||||
| - Geboekt | 8.01.051 | |||||||||
| - Verworven van derden | 8.01.052 | |||||||||
| - Afgeboekt | 8.01.053 (-) |
( | ) ( | ) | ( | ) | ( | ) | ||
| - Overboeking van een post naar een andere (+)(-) 8.01.054 | ||||||||||
| Per einde van het boekjaar | 08.01.06 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| c) AFSCHRIJVINGEN EN | ||||||||||
| WAARDEVERMINDERINGEN | ||||||||||
| Per einde van het vorige boekjaar | 08.01.07 | 282.888 | 0 | |||||||
| Mutaties tijdens het boekjaar : | 766.621 | 0 | ||||||||
| - Geboekt | 8.01.081 | 766.621 | ||||||||
| - Teruggenomen want overtollig | 8.01.082 (-) |
( ) ( |
) ( | ) ( | ) ( | ) ( | ) ( | ) ( | ) | |
| - Verworven van derden | 8.01.083 | |||||||||
| - Afgeboekt | 8.01.084 (-) |
( ) ( |
) ( | ) ( | ) ( | ) ( | ) ( | ) ( | ) | |
| - Overgeboekt van een post naar een andere (+)(-) 8.01.085 | ||||||||||
| Per einde van het boekjaar | 08.01.09 | 1.049.509 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| d) NIET-OPGEVRAAGDE BEDRAGEN (art. 29, § 1.) |
||||||||||
| Per einde van het vorige boekjaar | 08.01.10 | |||||||||
| Mutaties tijdens het boekjaar | (+)(-) 08.01.11 | |||||||||
| Per einde van het boekjaar | 08.01.12 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| e) RESULTATEN UIT DE OMREKENING | ||||||||||
| VAN VREEMDE VALUTA | ||||||||||
| Per einde van het vorige boekjaar | (+)(-) 08.01.13 | |||||||||
| Mutaties tijdens het boekjaar | (+)(-) 08.01.14 | |||||||||
| Per einde van het boekjaar | (+)(-) 08.01.15 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| NETTO BOEKWAARDE PER EINDE VAN HET BOEKJAAR |
||||||||||
| (a) + (b) - (c) - (d) +/- (e) | 08.01.16 | 9.130.307 | 0 | 6.436.159.584 | 571.256.366 | 4.482.941 | 0 | 0 | 226.386.941 | |
Hieronder worden de ondernemingen vermeld waarin de onderneming een deelneming bezit in de zin van het koninklijk besluit van 17 november 1994 (opgenomen in de posten C.II.1., C.II.3., D.II.1. en D.II.3. van de activa), alsmede de andere ondernemingen waarin de onderneming maatschappelijke rechten bezit (opgenomen in de posten C.III.1. en D.III.1. van de activa)ten belope van ten minste tien procent van het geplaatste kapitaal.
| Maatschappelijke rechten gehouden door | Gegevens geput uit de laatst beschikbare jaarrekening | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| NAAM, volledig adres van de zetel en, zo het een naar Belgisch recht betreft, het B.T.W.- of NATIONAAL NUMMER |
de onderneming (rechtstreeks) |
dochter ondernemingen |
Jaarrekening per |
Munt Eenheid (*) |
Eigen vermogen |
Netto resultaat |
|||
| aantal | % | % | (+) of (-) (in duizenden munteenheden) |
||||||
| (*) volgens officiele codificatie. | |||||||||
| Royal Park Investments NV Markiesstraat 1 |
|||||||||
| B - 1000 Brussel NN 0807.882.811 |
3.800.000 | 44,70 | 0 | 31-12-2018 | EUR | 11.304,63 | 3.569,78 | ||
| Ageas Insurance International NV Markiesstraat 1 B - 1000 Brussel NN 0718.677.849 |
3.625.000 | 100,00 | 0 | 31-12-2018 | EUR | 9.568,70 | 756,30 |
250 Ageas Jaarverslag 2019
| Activa - posten | Codes | Bedragen | |
|---|---|---|---|
| C. | Beleggingen | 8.03 | 11.520.157.109 |
| I. | Terreinen en gebouwen. | 8.03.221 | 0 |
| II. | Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen. - Verbonden ondernemingen. |
8.03.222 8.03.222.1 |
10.202.082.803 10.197.599.862 |
| 1. Deelnemingen. |
8.03.222.11 | 9.568.744.984 | |
| 2. Bons, obligaties en vorderingen. |
8.03.222.12 | 628.854.878 | |
| - Andere ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat. |
8.03.222.2 | 4.482.941 | |
| 3. Deelnemingen |
8.03.222.21 | 4.482.941 | |
| 4. Bons, obligaties en vorderingen. |
8.03.222.22 | 0 | |
| III. | Overige financiële beleggingen. | 8.03.223 | 726.329.185 |
| 1. Aandelen, deelnemingen en andere niet-vastrentende effecten. |
8.03.223.1 | 0 | |
| 2. Obligaties en andere vastrentende effecten. |
8.03.223.2 | 226.322.174 | |
| 3. Deelbewijzen in gemeenschappelijke beleggingen. |
8.03.223.3 | 0 | |
| 4. Hypothecaire leningen en hypothecaire kredieten. |
8.03.223.4 | 0 | |
| 5. Overige leningen. |
8.03.223.5 | 0 | |
| 6. Deposito's bij kredietinstellingen. |
8.03.223.6 | 500.007.011 | |
| 7. Overige |
8.03.223.7 | 0 | |
| IV. | Deposito's bij cederende ondernemingen. | 8.03.224 | 591.745.121 |
| A. | Schatting van de reële waarde voor elke categorie afgeleide financiële instrumenten die niet gewaardeerd worden op basis van de reële waarde, met opgave van de omvang, de aard en het ingedekte risico van de instrumenten |
Netto boekwaarde | Reële waarde |
|---|---|---|---|
| B. | Voor de financiële vaste activa, vermeld in de posten C.II. en C.III., die in aanmerking worden genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde : de nettoboekwaarde en de reële waarde van de afzonderlijke activa, dan wel van passende groepen van deze afzonderlijke activa |
Netto boekwaarde | Reële waarde |
| C.III.2 Obligaties en andere vastrentende effecten |
114.859.577 | 113.792.855 |
Voor elk van de in B. vermelde financiële vaste activa, dan wel de in B. bedoelde passende groepen van deze afzonderlijke activa, die in aanmerking worden genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde, moeten hierna ook de redenen worden vermeld waarom de boekwaarde niet is verminderd, met opgave van de aard van de aanwijzingen die aan de veronderstelling ten grondslag liggen dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd :
C.III.2 Obligaties en andere vastrentende effecten: zie waarderingsregels in staat Nr. 20 Waarderingsregels
| Bedrag | |
|---|---|
| Uitsplitsing van de actiefpost G.III. indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt. Over te dragen kosten |
1.609.343 |
| Codes | Bedragen | Aantal aandelen | ||
|---|---|---|---|---|
| A. | MAATSCHAPPELIJK KAPITAAL | |||
| 1. Geplaatst kapitaal (post A.I.1. van de passiva) |
||||
| - Per einde van het vorige boekjaar |
8.05.111.101 | 1.502.364.273 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx | ||
| - Wijzigingen tijdens het boekjaar : |
8.05.111.103 | |||
| - Per einde van het boekjaar |
8.05.111.102 | 1.502.364.273 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx | ||
| 2. | Samenstelling van het kapitaal | |||
| 2.1. Soorten aandelen volgens het vennootschapsrecht | 8.05.1.20 | 1.502.364.273 | 198.374.327 | |
| Volgestorte aandelen zonder aanwijzing van nominale waarde | ||||
| 2.2. Gewone aandelen op naam of aan gedematerialiseerd | ||||
| Op naam | 8.05.1.21 | xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx | 10.925.065 | |
| Gedematerialiseerd | 8.05.1.22 | xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx | 187.449.262 | |
| Niet-opgevraagd bedrag | Opgevraagd niet-gestort | |||
| Codes | (post A.I.2. van de passiva) | bedrag(actiefpost E.I.V.) | ||
| B. | NIET-GESTORT KAPITAAL (art.51 - S.W.H.V.) | |||
| Aandeelhouders die nog moeten volstorten | 8.05.3 | |||
| TOTAAL | 8.05.2 |
| Codes | Kapitaalbedrag | Aantal aandelen | ||
|---|---|---|---|---|
| C. | AANDELEN VAN DE ONDERNEMING GEHOUDEN DOOR | |||
| - de onderneming zelf |
8.05.3.1 | 181.850.446 | 3.820.753 | |
| - haar dochters |
8.05.3.2 | |||
| D. | VERPLICHTINGEN TOT UITGIFTE VAN AANDELEN | |||
| 1. Als gevolg van de uitoefening van CONVERSIERECHTEN. |
||||
| - Bedrag van de lopende converteerbare leningen |
8.05.4.1 | |||
| - Bedrag van het te plaatsen kapitaal |
8.05.4.2 | |||
| - Maximum aantal uit te geven aandelen |
8.05.4.3 | |||
| 2. Als gevolg van de uitoefening van de INSCHRIJVINGSRECHTEN. |
||||
| - Aantal inschrijvingsrechten in omloop |
8.05.4.4 | |||
| - Bedrag van het te plaatsen kapitaal. |
8.05.4.5 | |||
| - Maximum aantal uit te geven aandelen |
8.05.4.6 | |||
| 3. Als gevolg van de betaling van derden in aandelen. |
||||
| - Bedrag van het te plaatsen kapitaal. |
8.05.4.7 | |||
| - Maximum aantal uit te geven aandelen |
8.05.4.8 |
| Codes | Bedrag | |||
|---|---|---|---|---|
| E. | TOEGESTAAN, NIET-GEPLAATST KAPITAAL | 8.05.5 | 148.000.000 | |
| Daaraan | ||||
| Aantal | verbonden | |||
| Codes | aandelen | stemrecht | ||
| F. | DEELBEWIJZEN BUITEN KAPITAAL | 8.05.6 | ||
| Waarvan: | ||||
| - gehouden door de vennootschap zelf |
8.05.6.1 | |||
| - gehouden door haar dochters |
8.05.6.2 |
Belangrijkste aandeelhouders (boven de statutaire drempel van 3%) op 31/12/2019
Op 31 december 2019 bezaten de leden van de raad van bestuur van ageas SA/NV samen 91.205 aandelen.
| Bedragen | |
|---|---|
| Uitsplitsing van de passiefpost E.III. indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt. | |
| voorziening RPN(I) | 359.000.000 |
| Voorziening Fortis settlement | 514.266.723 |
a) Uitsplitsing van de schulden (of een deel van de schulden) waarvan de resterende looptijd méér dan 5 jaar is.
| Betrokken posten van de passiva | Codes | Bedragen | ||
|---|---|---|---|---|
| B. | Achtergestelde schulden. | 8.07.1.12 | 1.246.316.701 | |
| I. | Converteerbare leningen | 8.07.1.121 | ||
| II. | Niet-converteerbare leningen | 8.07.1.122 | 1.246.316.701 | |
| G. | Schulden | 8.07.1.42 | ||
| I. | Schulden uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen | 8.07.1.421 | ||
| II. | Schulden uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen | 8.07.1.422 | ||
| III. | Niet-achtergestelde obligatieleningen. | 8.07.1.423 | ||
| 1. Converteerbare leningen. |
8.07.1.423.1 | |||
| 2. Niet-converteerbare leningen. |
8.07.1.423.2 | |||
| IV. | Schulden ten aanzien van kredietinstellingen | 8.07.1.424 | ||
| V. | Overige schulden | 8.07.1.425 | ||
| TOTAAL | 8.07.1.5 | 1.246.316.701 |
b) Schulden (of gedeelte van de schulden) en technische voorzieningen (of gedeelte van de technische voorzieningen) gewaarborgd door zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op de activa van de onderneming.
| Betrokken posten van de passiva | Codes | Bedragen | |
|---|---|---|---|
| B. | Achtergestelde schulden. | 8.07.2.12 | |
| I. Converteerbare leningen |
8.07.2.121 | ||
| II. Niet-converteerbare leningen |
8.07.2.122 | ||
| C. | Technische voorzieningen | 8.07.2.14 | 259.896.237 |
| D. | Technische voorzieningen betreffende de verrichtingen verbonden aan een beleggingsfonds | 8.07.2.15 | |
| van de groep van activiteiten 'Leven' wanneer het beleggingsrisico niet gedragen wordt door de onderneming | |||
| G. | Schulden | 8.07.2.42 | |
| I. Schulden uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen. |
8.07.2.421 | ||
| II. Schulden uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen. |
8.07.2.422 | ||
| III. Niet-achtergestelde obligatieleningen |
8.07.2.423 | ||
| 1. Converteerbare leningen |
8.07.2.423.1 | ||
| 2. Niet-converteerbare leningen |
8.07.2.423.2 | ||
| IV. Schulden ten aanzien van kredietinstellingen |
8.07.2.424 | ||
| V. Overige schulden |
8.07.2.425 | ||
| - schulden wegens belastingen, bezoldigingen en sociale lasten |
8.07.2.425.1 | ||
| a) belastingen |
8.07.2.425.11 | ||
| b) bezoldigingen en sociale lasten |
8.07.2.425.12 | ||
| - schulden van huurfinanciering en gelijkaardige |
8.07.2.425.26 | ||
| - overige |
8.07.2.425.3 | ||
| TOTAAL | 8.07.2.5 | 259.896.237 |
c) Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
| Betrokken posten van de passiva | Codes | Bedragen | ||
|---|---|---|---|---|
| 1. | a) b) |
Belastingen (post G.V.1.a) van de passiva) Vervallen belastingsschulden Niet-vervallen belastingsschulden |
8.07.3.425.11.1 8.07.3.425.11.2 |
811.942 |
| 2. | a) b) |
Bezoldigingen en sociale lasten (post G.V.1.b) van de passiva) Vervallen schulden ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid Andere schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten |
8.07.3.425.12.1 8.07.3.425.12.2 |
4.578.116 |
| Bedragen | |
|---|---|
| Uitsplitsing van de passiefpost H indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt. | |
| Toe te rekenen kosten – Aandelenplannen | 4.780.230 |
| Toe te rekenen - Andere | 2.447.790 |
| Toe te rekenen kosten – Stichtingen | 287.229 |
| Toe te rekenen kosten - Interesten | 9.804.072 |
| 17.319.321 |
| Betrokken posten en sub-posten van het actief (*) | Afgesloten boekjaar | Betrokken posten en sub-posten van het passief (*) | Afgesloten boekjaar |
|---|---|---|---|
| TOTAAL | TOTAAL |
(*) Met vermelding van de cijfers en letters betreffende de inhoud van de betrokken post of sub-post van de balans (voorbeeld : C.III.2. obligaties en andere vastrentende effecten).
| RECHTSTREEKSE ZAKEN |
RECHTSTREEKSE ZAKEN |
RECHTSTREEKSE ZAKEN |
||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Inhoud | Codes | Totaal | Totaal | Ongevallen en gezond heids zorg |
Motorrijtuige n Burgerlijke aansprakelij k heid |
Motorrijtuigen andere takken |
Scheepvaart Luchtvaart Transport |
Brand en andere schade aan goederen |
Algemene Burgerlijke aansprakelijk heid |
Krediet en Borgtocht |
Diverse geldelijke verliezen |
Rechts bijstand |
Hulp verlening |
AANGENOMEN ZAKEN |
| takken 1 en 2 |
tak 10 |
takken 3 en 7 |
takken 4,5,6,7, 11 en 12 |
takken 8 en 9 |
tak 3 |
takken 14 en 15 |
tak 16 |
tak 17 |
tak 18 |
|||||
| 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | ||
| 1) Brutopremies. | 8.10.01.710.1 | 981.054.593 | 981.054.593 | |||||||||||
| 2) Verdiende brutopremies 8.10.02 | 983.618.371 | 983.618.371 | ||||||||||||
| 3) Bruto schaden | 8.10.03 | 646.475.488 | 646.475.488 | |||||||||||
| 4) Bruto bedrijfskosten | 8.10.04 | 344.528.819 | 344.528.819 | |||||||||||
| 5) Herverzekeringssaldo | 8.10.05 | ( 23.590.303 ) | ( 23.590.303 ) | |||||||||||
| 6) Commissielonen (art. 37) 8.10.06 |
Nr. 10.Inlichtingen betreffende de technische rekeningen (vervolg en slot
| Inhoud | Codes | Bedragen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| A. | Rechtstreekse zaken | |||||
| 1) | Brutopremies : | 8.10.07.720.1 | ||||
| a) | 1. | Individuele premies : | 8.10.08 | |||
| 2. | Premies betreffende groepsverzekeringsovereenkomsten : | 8.10.09 | ||||
| b) | 1. | Periodieke premies : | 8.10.10 | |||
| 2. | Enige premies : | 8.10.11 | ||||
| c) | 1. | Premies van overeenkomsten zonder winstdeling : | 8.10.12 | |||
| 2. | Premies van overeenkomsten met winstdeling : | 8.10.13 | ||||
| 3. | Premies van overeenkomsten waarbij het beleggingsrisico niet gedragen wordt door de onderneming : | 8.10.14 | ||||
| 2) | Herverzekeringssaldo : | 8.10.15 | ||||
| 3) | Commissielonen (art. 37): | 8.10.16 | ||||
| B. | Aangenomen zaken | |||||
| Bruto premies : | 8.10.17.720.1 | |||||
| III. Niet-levensverzekering en levensverzekering, rechtstreekse zaken | ||||||
| Bruto premies : | ||||||
| - | in België : | 8.10.18 | ||||
| - | in de andere Lid-Staten van de E.E.G : | 8.10.19 | ||||
| - | in de overige landen : | 8.10.20 |
Wat personeel betreft:
A. Volgende gegevens over het boekjaar en over het vorige boekjaar met betrekking tot de werknemers ingeschreven in het personeelsregister en verbonden met de onderneming door een arbeidsovereenkomst of een startbaanovereenkomst
| Afgesloten | Vorig | |||
|---|---|---|---|---|
| Code | boekjaar | boekjaar | ||
| a) | het totale aantal op afsluitdatum van het boekjaar | 8.11.10 | 136,00 | 109,50 |
| b) | het gemiddelde personeelsbestand tewerkgesteld door de onderneming tijdens het boekjaar en | |||
| tijdens het vorige boekjaar, berekend in voltijdse equivalenten overeenkomstig | ||||
| artikel 15, § 4, van het Wetboek van Vennootschappen,en uitgesplitst naar volgende categorieën | 8.11.11 | 125,90 | 100,10 | |
| - Directiepersoneel |
8.11.11.1 | |||
| - Bedienden |
8.11.11.2 | 125,90 | 100,10 | |
| - Arbeiders |
8.11.11.3 | |||
| - Andere |
8.11.11.4 | |||
| c) | het aantal gepresteerde uren | 8.11.12 | 187.014,60 | 151.919,80 |
B. Volgende gegevens over het boekjaar en over het vorige boekjaar met betrekking tot de uitzendkrachten ende ter beschikking van de onderneming gestelde personen
| Afgesloten | Vorig | |||
|---|---|---|---|---|
| Code | boekjaar | boekjaar | ||
| a) | het totale aantal op afsluitdatum van het boekjaar | 8.11.20 | 17,90 | 24,00 |
| b) | het gemiddeld aantal in voltijdse equivalenten berekend op een analoge | |||
| manier als de werknemers ingeschreven in het personeelsregister | 8.11.21 | 19,77 | 21,80 | |
| c) | het aantal gepresteerde uren | 8.11.22 | 34.071,55 | 34.848,00 |
Nr.12. Staat betreffende het geheel van de administratie- en beheerskosten, uitgesplitst volgens aard (Een asteriks (*) rechts van de inhoud van een post of een sub-post duidt op het bestaan van een definitie of een verklarende nota in hoofdstuk III van de bijlage bij het huidige besluit)
| Benaming | Codes | Bedragen | ||
|---|---|---|---|---|
| I. | Personeelskosten* | 8.12.1 | 1.548.047 | |
| 1. a) Bezoldigingen |
8.12.111 | 1.548.047 | ||
| b) Pensioenen | 8.12.112 | 0 | ||
| c) Andere rechtstreekse sociale voordelen | 8.12.113 | 0 | ||
| 2. Patronale bijdragen voor sociale verzekeringen |
8.12.12 | 0 | ||
| 3. Patronale toelagen en premies voor buitenwettelijke verzekeringen |
8.12.13 | 0 | ||
| 4. Andere personeelsuitgaven |
8.12.14 | 0 | ||
| 5. Voorzieningen voor pensioenen, bezoldigingen en sociale lasten |
8.12.15 | 0 | ||
| a) Dotaties (+) | 8.12.15.1 | 0 | ||
| b) Bestedingen en terugnemingen (-) | 8.12.15.2 | ( | 0 ) | |
| 6. Uitzendkrachten of personen ter beschikking gesteld van de onderneming |
8.12.16 | 0 | ||
| II. | Diverse goederen en diensten* | 8.12.2 | 544.949 | |
| III. Afschrijvingen en waardeverminderingen op immateriële en materiële activa, andere dan de beleggingen* | 8.12.3 | 0 | ||
| IV. Voorzieningen voor overige risico's en lasten* | 8.12.4 | 0 | ||
| 1. Dotaties (+) |
8.12.41 | 0 | ||
| 2. Bestedingen en terugnemingen (-) |
8.12.42 | ( | 0 ) | |
| V. | Overige lopende lasten 1. Fiscale bedrijfskosten |
8.12.5 8.12.51 |
714.701 0 |
|
| a) Onroerende voorheffing | 8.12.511 | 0 | ||
| b) Overige | 8.12.512 | 0 | ||
| 2. Bijdragen gestort aan openbare instellingen* |
8.12.52 | 0 | ||
| 3. Theoretische kosten* |
8.12.53 | 0 | ||
| 4. Overige |
8.12.54 | 714.701 | ||
| VI. Teruggewonnen administratiekosten en overige lopende opbrengsten (-) | 8.12.6 | ( | 0 ) | |
| 1. Teruggewonnen administratiekosten |
8.12.61 | 0 | ||
| a) Ontvangen vergoedingen voor beheersprestaties van collectieve pensioenfondsen voor rekening van derden 8.12.611 | 0 | |||
| b) Overige* | 8.12.612 | 0 | ||
| 2. Overige lopende opbrengsten. |
8.12.62 | 0 | ||
| TOTAAL | 8.12.7 | 2.807.698 |
* Aldus gewijzigd bij artikel 10, § 2 van het koninklijk besluit van 4 augustus 1996.
| Bedragen | ||
|---|---|---|
| A. | Uitsplitsing van de OVERIGE OPBRENGSTEN (post 7. van de niet-technische rekening), indien het om belangrijke bedragen gaat. | 5.614.299 |
| Doorbelasting kosten | 5.171.994 | |
| Overige | 442.305 | |
| B. | Uitsplitsing van de OVERIGE KOSTEN (post 8. van de niet-technische rekening), indien het om belangrijke bedragen gaat. | 98.277.224 |
| Diensten en diverse goederen | 55.199.883 | |
| Personeelskosten | 20.284.137 | |
| Afschrijvingen | 395.149 | |
| Werkingskosten stichtingen | 21.987.743 | |
| Overige | 410.313 | |
Bedragen
A. Uitsplitsing van de UITZONDERLIJKE OPBRENGSTEN (post 11. van de niet-technische rekening), indien het om belangrijke bedragen gaat.
B. Uitsplitsing van de ANDERE UITZONDERLIJKE KOSTEN (post 12. van de niet-technische rekening), indien het om belangrijke bedragen gaat.
| Codes | Bedragen | ||
|---|---|---|---|
| A. | UITSPLITSING VAN DE POST 15 a) 'Belastingen': | 8.15.1.634 | 109.690 |
| 1. 2. |
Belastingen op het resultaat van het boekjaar: a. Voorafbetalingen en terugbetaalbare voorheffingen b. Andere verrekenbare bestanddelen c. Overschot van de voorafbetalingen en/of van de geactiveerde terugbetaalbare voorheffingen (-) d. Geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post G.V.1.a) van de passiva) Belastingen op het resultaat van vorige boekjaren : a) Verschuldigde of betaalde belastingsupplementen : b) Geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post G.V.1.a van de passiva) of belasting supplementen waarvoor een voorziening werd gevormd (opgenomen onder post E.II.2 van de passiva) |
8.15.1.634.1 8.15.1.634.11 8.15.1.634.12 8.15.1.634.13 8.15.1.634.14 8.15.1.634.2 8.15.1.634.21 8.15.1.634.22 |
( ) 109.690 109.690 |
| Codes | Bedragen | ||
| B. | BELANGRIJKSTE OORZAKEN VAN DE VERSCHILLEN TUSSEN DE WINST VOOR BELASTINGEN, zoals deze blijkt uit de jaarrekening, EN DE GERAAMDE BELASTBARE WINST, met bijzondere vermelding van die welke voortspruiten uit het tijdsverschil tussen de vaststelling van de boekwinst en de fiscale winst (in de mate waarin het resultaat van het boekjaar op belangrijke wijze werd beïnvloed op het stuk van de belastingen). winst voor belastingen DBI |
209.519.142 ( 209.519.142 ) |
C. INVLOED VAN DE UITZONDERLIJKE RESULTATEN OP DE BELASTINGEN OP HET RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR
| Codes | Bedragen | ||
|---|---|---|---|
| D. | BRONNEN VAN BELASTINGLATENTIES (in de mate waarin deze informatie | ||
| belangrijk is om een inzicht te verkrijgen in de financiële positie van de onderneming). | |||
| 1. | Actieve latenties | 8.15.4.1 | 12.915.605.774 |
| - Gecumuleerde fiscale verliezen die aftrekbaar zijn van latere belastbare winsten |
8.15.4.11 | 10.551.989.298 | |
| - DBI aftrek |
2.363.616.476 | ||
| 2. | Passieve latenties | 8.15.4.2 |
| Bedragen van | Bedragen van het | |||
|---|---|---|---|---|
| Codes | het boekjaar | vorige boekjaar | ||
| A. | Taksen : | |||
| 1. Taksen op verzekeringsovereenkomsten ten laste van derden |
8.16.11 | |||
| 2. Andere taksen ten laste van de onderneming |
8.16.12 | |||
| B. | De ingehouden bedragen ten laste van derden bij wijze van : | |||
| 1. Bedrijfsvoorheffing |
8.16.21 | 8.265.219 | 5.417.644 | |
| 2. Roerende voorheffing (op dividenden) |
8.16.22 | 108.285.916 | 94.164.066 |
(Een asteriks (*) rechts van de inhoud van een post of een sub-post duidt op het bestaan van een definitie of een verklarende nota in hoofdstuk III van de bijlage bij het besluit van 17/11/1994)
| Codes | Bedragen | ||
|---|---|---|---|
| A. | Zekerheden door derden gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van de onderneming* : | 8.17.00 | |
| B. | Persoonlijke zekerheden door de onderneming gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van derden* | 8.17.01 | |
| C. | Zakelijke zekerheden door de onderneming gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen middelen als | ||
| zekerheid van de rechten en verplichtingen* : | |||
| a) van de onderneming : |
8.17.020 | 259.896.237 | |
| b) van derden : |
8.17.021 | ||
| D. | Ontvangen zekerheden* (andere dan in baar geld) : | ||
| a) effecten en waarden van herverzekeraars |
8.17.030 | ||
| (CFR. Hoofdstuk III, Omschrijving en toelichting : actiefposten C.III.1 en 2 en passiefpost F) | |||
| b) overige: |
8.17.031 | ||
| E. | Termijnverrichtingen* : | ||
| a) Verrichtingen op effecten (aankopen) : |
8.17.040 | ||
| b) Verrichtingen op effecten (verkopen) : |
8.17.041 | ||
| c) Verrichtingen op vreemde valuta (te ontvangen) : |
8.17.042 | ||
| d) Verrichtingen op vreemde valuta (te leveren) : |
8.17.043 | ||
| e) Verrichtingen op rente (aankopen, ) : |
8.17.044 | ||
| f) Verrichtingen op rente (verkopen, ) : |
8.17.045 | ||
| g) Overige verrichtingen (aankopen, ) : |
8.17.046 | ||
| h) Overige verrichtingen (verkopen, ) : |
8.17.047 | ||
| F. | Goederen en waarden van derden gehouden door de onderneming* : | 8.17.05 | |
| G. | Aard en zakelijk doel van de regelingen die niet in de balans zijn opgenomen, financiële gevolgen ervan, mits de | ||
| risico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor | |||
| zover de bekendmaking van deze risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van | |||
| de financiële positie van de onderneming. | 8.17.06 | ||
| Gbis Aard en de financiële gevolgen van materiële gebeurtenissen die zich na de balansdatum hebben voorgedaan | |||
| en die niet in de resultatenrekening of balans werden opgenomen. | |||
| Gelieve te refereren naar toelichting 44 Gebeurtenissen na balansdatum in het | |||
| Ageas Geconsolideerde jaarverslag. | 8.17.06B | ||
| H. | Overige (nader te bepalen) : | 8.17.07 |
| Ondernemingen waarmee een | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verbonden ondernemingen | deelnemingsverhouding bestaat | ||||||
| Afgesloten | Vorig | Afgesloten | Vorig | ||||
| Betrokken balansposten | Codes | boekjaar | boekjaar | boekjaar | boekjaar | ||
| C. | II. | Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen | 8.18.222 | 7.007.415.950 | 6.786.159.584 | 4.482.941 | 4.482.941 |
| 1 + 3 Deelnemingen | 8.18.222.01 | 6.436.159.584 | 6.436.159.587 | 4.482.941 | 4.482.941 | ||
| 2 + 4 Bons, obligaties en vorderingen | 8.18.222.02 | 571.256.366 | 350.000.000 | ||||
| - achtergestelde |
8.18.222.021 | ||||||
| - overige |
8.18.222.022 | 571.256.366 | 350.000.000 | ||||
| D. | II. | Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen | 8.18.232 | ||||
| 1 + 3 Deelnemingen | 8.18.232.01 | ||||||
| 2 + 4 Bons, obligaties en vorderingen | 8.18.232.02 | ||||||
| - achtergestelde |
8.18.232.021 | ||||||
| - overige |
8.18.232.022 | ||||||
| E. | Vorderingen | 8.18.41 | 212.044.511 | 3.337.260 | |||
| I. | Vorderingen uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen 8.18.411 | ||||||
| II. | Vorderingen uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen | 8.18.412 | 12.256.666 | 3.337.260 | |||
| III. Overige vorderingen | 8.18.413 | 199.787.845 | |||||
| F. | Achtergestelde schulden | 8.18.12 | |||||
| G. | Schulden | 8.18.42 | 9.012.004 | 0 | |||
| I. | Schulden uit hoofde van recht-streekse verzekeringsverrichtingen | 8.18.421 | |||||
| II. | Schulden uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen | 8.18.422 | 9.012.004 | ||||
| III | Niet-achtergestelde obligatie-leningen | 8.18.423 | |||||
| IV. | Schulden ten aanzien van kredietinstellingen | 8.18.424 | |||||
| V. | Overige schulden | 8.18.425 |
| Verbonden ondernemingen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Codes | Afgesloten boekjaar | Vorig boekjaar | ||
| - | Door de onderneming gestelde of onherroepelijk beloofde PERSOONLIJKE | |||
| EN ZAKELIJKE ZEKERHEDEN als waarborg voor schulden of verplichtingen | ||||
| van verbonden ondernemingen | 8.18.50 | |||
| - | Door verbonden ondernemingen gestelde of | |||
| onherroepelijk beloofde PERSOONLIJKE EN ZAKELIJKE ZEKERHEDEN | ||||
| als waarborg voor schulden of verplichtingen van de onderneming | 8.18.51 | |||
| - | Andere betekenisvolle financiële verplichtingen | 8.18.52 | ||
| - | Opbrengsten van terreinen en gebouwen | 8.18.53 | ||
| - | Opbrengsten van andere beleggingen | 8.18.54 | 9.475.731 |
| Codes | Bedragen | ||
|---|---|---|---|
| 1. | Uitstaande vorderingen op deze personen | 8.19.1 | |
| 2. | Waarborgen toegestaan in hun voordeel | 8.19.2 | |
| 3. | Andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel | 8.19.3 | |
| 4. | Rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en ten laste van de resultatenrekening toegekende | ||
| - aan bestuurders en zaakvoerders |
8.19.41 | 6.544.166 | |
| - aan oud-bestuurders en oud-zaakvoerders |
8.19.42 |
de interestvoet, de voornaamste voorwaarden en de eventueel afgeloste of afgeschreven bedragen of bedragen waarvan werd afgezien betreffende de bovenvermelde posten 1., 2. en 3.
De Commissaris(sen) en de personen met wie hij (zij) verbonden is (zijn)
| Codes | Bedragen | ||
|---|---|---|---|
| 1. | Bezoldiging van de commissaris(sen) | 8.19.5 | 688.250 |
| 2. | Bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen | ||
| de vennootschap door de commissaris(sen) | 8.19.6 | 234.409 | |
| - Andere controleopdrachten |
8.19.61 | 97.500 | |
| - Belastingadviesopdrachten |
8.19.62 | 136.909 | |
| - Andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten |
8.19.63 | ||
| 3. | Bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen | ||
| de vennootschap door personen met wie de commissaris(sen) verbonden is (zijn) | 8.19.7 | ||
| - Andere controleopdrachten |
8.19.71 | ||
| - Belastingadviesopdrachten |
8.19.72 | ||
| - Andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten |
8.19.73 |
Vermeldingen in toepassing van het artikel 133, paragraaf 6 van het Wetboek van vennootschappen
(Deze staat wordt onder meer beoogd in de artikelen : 12bis, § 5 ; 15 ; 19, 3de lid ; 22bis, 3de lid; 24, 2de lid ; 27, 1°, laatste lid en 2°, laatste lid ; 27bis, § 4, laatste lid ; 28, § 2, 1ste en 4de lid ; 34, 2de lid ; 34quinquies, 1ste lid ; 34sexies, 6°, laatste lid ; 34septies, § 2 en door Hoofdstuk III. 'Omschrijving en toelichting', Afdeling II, post 'Theoretische huur'.)
De waarderingsregels zijn opgesteld in overeenstemming met het Koninklijk Besluit van 17 november 1994 op de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.
De kosten van een kapitaalsverhoging worden afgeschreven over maximaal 5 jaar. Kosten voor uitgifte van een lening worden afgeschreven over de looptijd van de lening, of desgevallend tot de eerste call date.
Kosten van software worden op het actief geboekt tegen aanschaffingsprijs, verminderd met de daaraan verbonden afschrijvingen. Deze kosten worden afgeschreven over een periode van 5 jaar.
De beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen worden op het actief geboekt tegen aanschaffingswaarde, inclusief bijkomende kosten, en verminderd met de daaraan verbonden waardeverminderingen.
Tot een waardevermindering op deelnemingen, aandelen en deelbewijzen die in deze post zijn opgenomen wordt overgegaan in geval van een duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de vennootschap waarin de deelneming, aandelen en deelbewijzen worden aangehouden. Waarderverminderingen worden niet gehandhaafd in die mate waarin ze op balansdatum hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling.
Op vorderingen en vastrentende effecten worden waardeverminderingen toegepast op balansdatum, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag.
De aandelen en gelijkgestelde deelbewijzen worden op het actief geboekt tegen hun aanschaffingswaarde verminderd met de daaraan verbonden waardeverminderingen. De bijkomende kosten worden opgenomen in de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan ze werden aangegaan. Op balansdatum maken de aandelen het voorwerp uit van een evaluatie teneinde het eventuele blijvende karakter van de latente minderwaarden te bepalen op basis van hun permanentie en de evolutie van de beursmarkten. Voor beursgenoteerde aandelen en deelbewijzen wordt automatisch een waardevermindering geboekt in geval de beurskoers op balansdatum 25% lager is dan hun aanschaffingswaarde, of indien de beurskoers tijdens 365 opeenvolgende dagen onder de aanschaffingswaarde ligt. Die regel is van toepassing behalve indien blijkt dat andere indicatoren meer relevant blijken te zijn. Indien de evaluatie leidt tot een waarde lager dan de boekhoudkundige waarde, wordt er een waardevermindering, gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de evaluatiewaarde doorgevoerd. Als de waardering leidt tot een waarde die hoger is dan de boekhoudkundige waarde, wordt een terugneming, gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de waarderingswaarde, verricht ten belope van de voordien geboekte waardeverminderingen. Voor niet-genoteerde aandelen en deelnemingen wordt een gelijkaardige waardering verricht dan diegene voor deelnemingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen zoals hierboven toegelicht, op basis van de intrinsieke waarde.
Obligaties, vorderingen, leningen en andere vastrentende effecten worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde, exclusief bijkomende kosten en verminderd met de daaraan verbonden waardeverminderingen. Indien evenwel hun actuariële rendement berekend bij aankoop, met inachtneming van hun terugbetalingswaarde op de vervaldag, verschilt van hun nominale rendement, dan wordt het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde pro rata temporis over de resterende looptijd van de effecten in resultaat genomen als bestanddeel van de renteopbrengst van deze effecten en, naargelang de situatie, toegevoegd aan of afgetrokken van de aanschaffingswaarde van de effecten. De bijkomende kosten worden opgenomen in de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan ze werden aangegaan.
Waardeverminderingen worden toegepast in de mate dat er een risico bestaat dat de emittent zijn verbintenissen niet of niet volledig zou nakomen. De evaluatie van dit risico gebeurt op basis van de notie van credit event zoals nader gespecificeerd door IAS 39.58-62 (EU-versie). In voorkomend geval wordt de waardevermindering eveneens bepaald volgens de principes van IAS 39.
De meer- en minderwaarden uit de verkoop van vastrentende effecten in het kader van arbitrageverrichtingen mogen gespreid in het resultaat genomen worden samen met de toekomstige opbrengsten van de in het kader van de arbitrage verworven of verkochte effecten.
Deposito's bij cederende ondernemingen omvatten vorderingen op de cederende ondernemingen welke overeenstemmen met de bij deze ondernemingen of bij een derde gestelde garanties of door deze ondernemingen ingehouden bedragen.
Waardeverminderingen worden aangelegd overeenkomstig de hierboven opgenomen waarderingsregels voor "overige financiële beleggingen – obligaties, vorderingen, leningen en andere vastrentende effecten".
De vorderingen worden tegen hun nominale waarde of aanschaffingsprijs geboekt, al naar gelang. Waardeverminderingen worden toegepast in de mate dat er een risico bestaat dat de debiteur zijn verbintenissen niet of niet volledig zou nakomen. De evaluatie van dit risico gebeurt op basis van de notie van credit event zoals nader gespecificeerd door IAS 39.58-62 (EU-versie). In voorkomend geval wordt de waardevermindering eveneens bepaald volgens de principes van IAS 39.
Elektronische uitrusting, meubilair en kosten van inrichting worden op het actief geboekt tegen aanschaffingsprijs, verminderd met de daaraan verbonden afschrijvingen. Meubilair en elektronische uitrusting worden over een termijn van 3 jaar afgeschreven. De kosten van inrichting worden over een termijn van 9 jaar afgeschreven.
Op beschikbare waarden worden waardeverminderingen toegepast wanneer de realisatiewaarde op balansdatum lager is dan de aanschaffingswaarde.
Voor eigen aandelen op het actief van de balans wordt een onbeschikbare reserve gevormd, gelijk aan de waarde waarvoor de verkregen aandelen zijn ingeschreven. Waardeverminderingen worden geboekt wanneer op de balansdatum hun realisatiewaarde lager ligt dan hun aanschaffingswaarde.
Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers op transactiedatum. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoersen op balansdatum. De winsten of verliezen voortvloeiend uit deze omrekening, evenals de gerealiseerde wisselkoersverschillen, worden in de resultatenrekening opgenomen. De omrekeningsverschillen van de technische voorzieningen, uitgedrukt in vreemde valuta, zijn begrepen in de post 'Overige technische lasten, onder aftrek van herverzekering' in de technische rekening 'niet-levensverzekering'.
De achtergestelde schulden worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde. Wanneer het actuariële rendement berekend bij de uitgifte, met inachtneming van hun terugbetalingswaarde, verschilt van het nominaal rendement, wordt het verschil tussen de initiële reële waarde en de terugbetalingswaarde pro rata temporis over de resterende looptijd van de schuld in resultaat genomen als bestanddeel van de rentekost van deze effecten en, naar gelang het geval, toegevoegd of afgetrokken van de initiële reële waarde.
De voorziening voor niet-verdiende premies omvat het bedrag dat overeenstemt met het gedeelte van de ontvangen premies dat moet worden toegerekend aan een volgend boekjaar of aan volgende boekjaren om de schadelast en de administratiekosten te dekken. De voorziening voor niet-verdiende premies wordt in beginsel volgens de pro rata temporis methode berekend.
Een voorziening voor lopende risico's wordt samengesteld ter aanvulling van de voorziening voor niet-verdiende premies wanneer blijkt dat het geschatte deel van de schadelast en van de administratiekosten betreffende lopende en na het einde van het boekjaar te dragen overeenkomsten, hoger zal zijn dan het geheel van de niet-verdiende premies met betrekking tot deze overeenkomsten.
De voorziening voor te betalen schaden bevat het totaal van de geschatte kosten van de afwikkeling van alle al dan niet aangemelde schaden welke tot het einde van het boekjaar hebben plaatsgevonden, verminderd met de bedragen die reeds met betrekking tot zulke schaden zijn betaald. De voorziening wordt voor elke herverzekeringsovereenkomst apart bepaald op basis van de door de cedenten meegedeelde informatie per productcategorie, dekking en jaar en alle andere elementen in ons bezit. Zo nodig wordt de voorziening aangevuld op basis van beschikbare statistische informatie.
De voorziening voor egalisatie en catastrofen is een reglementaire voorziening die wordt aangelegd met als doel om in de komende jaren, hetzij het niet-terugkerend technisch verlies te compenseren, hetzij de schommelingen in de schaderatio te nivelleren. Het normbedrag voor deze voorziening wordt bepaald volgens de forfaitaire methode (NBB mededeling D151).
De voorzieningen voor risico's en kosten beogen naar hun aard duidelijk omschreven verliezen of kosten te dekken die op de balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn, doch waarvan het bedrag niet vaststaat. De voorzieningen voor risico's en kosten moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
De voorzieningen voor risico's en kosten worden geïndividualiseerd naar gelang van de risico's en kosten met dezelfde aard die ze moeten dekken.
De vennootschap heeft pensioenplannen voor haar werknemers met toegezegde doelregeling en plannen met toegezegde bijdrageregeling met een wettelijk gegarandeerd minimumrendement. De eerste zijn het voorwerp van aanvullende voorzieningen aan de wiskundige reserves die op de balans opgenomen zijn. Deze aanvullende voorzieningen weerspiegelen de verplichtingen eigen aan de werkgever en worden bepaald volgens principes gelijksoortig aan IAS 19. De vennootschap verwerkt de pensioenplannen met toegezegde bijdrageregeling volgens de intrinsieke-waarde methode. Volgens deze methode wordt de op te nemen pensioenverplichting gebaseerd op de som van de positieve verschillen tussen de wettelijk gewaarborgde minimumreserve op de berekeningsdatum (berekend door de bijdragen uit het verleden op te renten tegen het gegarandeerde minimumrendement, zoals gedefinieerd in Artikel 24 van de Wet betreffende de Aanvullende Pensioenen (WAP), tot de berekeningsdatum) en de werkelijk opgebouwde reserve (reserve berekend door de bijdragen uit het verleden op te renten tegen de technische rentevoet, rekening houdend met winstdelingen, tot de berekeningsdatum).
| A. | Vermelding van de wijzigingen en hun verantwoordingen. |
|---|---|
B. Verschil in raming dat uit de wijzigingen volgt (te vermelden in het boekjaar waarin deze wijzgiging zich, voor het eerst, heeft voorgedaan).
| Betrokken posten en subposten (*) | Bedragen | Betrokken posten en subposten (*) | Bedragen |
|---|---|---|---|
(*) Met vermelding van de cijfers en letters betreffende de inhoud van de betrokken post of sub-post van de balans (voorbeeld : C.III.2. Obligaties en andere vastrentende effecten).
Nr.22. Verklaring met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening.
A. Inlichtingen te verstrekken door alle ondernemingen.
| - | De onderneming stelt op en publiceert, overeenkomstig het koninklijk besluit betreffende de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen |
|---|---|
| en herverzekeringsondernemingen, een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag | |
| ja /neen (*) : | |
| - | De onderneming stelt noch een geconsolideerde jaarrekening, noch een geconsolideerd jaarverslag op, omwille van de volgende reden(en) (*) : |
| * de onderneming oefent, alleen of gezamenlijk, geen controle uit op één of meerdere filialen naar Belgisch of buitenlands recht; | |
| ja /neen (*): | |
| * de onderneming is zelf een filiaal van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening opstelt en publiceert : |
|
| ja /neen (*): | |
| - | Verantwoording van het vervullen van de voorwaarden voorzien in artikel 8, paragrafen 2 en 3 van het |
| koninklijk besluit van 6 maart 1990 betreffende de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen : | |
| - | Naam, volledig adres van de zetel en indien het een ondernemingen naar Belgisch recht betreft, |
| het B.T.W.-nummer of het nationaal nummer van de moederonderneming die de geconsolideerde | |
| jaarrekening opstelt en publiceert en voor dewelke de vrijstelling werd toegestaan : | |
* Het overbodige schrappen.
B. Inlichtingen te verstrekken door de onderneming wanneer ze gemeenschappelijke filiale is.
(**) Wordt de jaarrekening van de onderneming op verschillende niveaus geconsolideerd, dan worden deze gegevens verstrekt, enerzijds voor het grootste geheel en anderzijds voor het kleinste geheel van ondernemingen waarvan de vennootschap als dochter deel uitmaakt en waarvoor een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld en openbaar gemaakt.
De onderneming, in voorkomend geval, somt de bijkomende inlichtingen op, vereist:
door de artikelen : 2bis. ; 4, 2de lid ; 10, 2de lid ; 11, 3de lid ; 19, 4de lid ; 22; 27bis, § 3, laatste lid ; 33, 2de lid ; 34 sexies, § 1, 4° ; 39.
in Hoofdstuk III, Afdeling I. van de toelichting : voor de actiefposten C.II.1., C.II.3., C.III.7.c) en F.IV.
en
voor de passiefpost C.I.b) en C.IV.
De impact op de resultatenrekening voor 2019, prorata temporis over de resterende looptijd van de effecten, van het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde vertegenwoordigt een kost van EUR 1 732 817 EUR..
Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.
Het RPN-referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag bleef stabiel op en veranderde van EUR 358,9 miljoen op het einde van 2018 naar EUR 359,0 miljoen op 31 december 2019, voornamelijk als gevolg van een stijging van de koers van CASHES van 75,95% naar 81,55% over 2019, en een koersstijging van het Ageas aandeel van EUR 39,30 naar EUR 52,68 over dezelfde periode.
Gelieve te refereren naar toelichting 43 – Voorwaardelijke verplichtingen in het Ageas Geconsolideerde Jaarverslag.
De onderneming vermeldt de transacties die zij met verbonden partijen is aangegaan, met opgave van het bedrag van deze transacties, de aard van de relatie met de verbonden partij, alsook alle andere informatie over de transacties die nodig is om een beter inzicht te krijgen in de financiële positie van de onderneming indien het om transacties van enige betekenis gaat die niet werden verricht onder de normale marktvoorwaarden.
De voormelde informatiegegevens kunnen overeenkomstig hun aard worden samengevoegd, behalve wanneer gescheiden informatie nodig is om inzicht te krijgen in de gevolgen van de transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de onderneming.
De voormelde informatie hoeft niet te worden verstrekt voor de transacties die zijn aangegaan tussen twee of meer leden van een groep, mits de dochterondernemingen die partij zijn bij de transactie, geheel eigendom zijn van een dergelijk lid.
Onder 'verbonden partij' wordt hetzelfde verstaan als in de internationale standaarden voor jaarrekeningen die zijn goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002.
NIHIL. Het concept 'marktvoorwaarden' is, voor de toepassing van deze bijlage, gelijkgesteld met het concept 'on an arm's length basis' dat de internationale rapporteringsnormen IFRS hanteren.
Gezien een belangenvermenging is een uittreksel van de notulen van de vergadering van de Raad van Bestuur van 19 februari 2019 bijgevoegd bij het verslag van de Raad van Bestuur bij de statutaire jaarrekening van ageas SA/NV.
Alle leden van het Executive Committee met uitzondering van de CEO verlieten de vergadering. De CEO verliet de vergadering toen zijn beoordeling werd besproken.
De voorgestelde beoordeling van individuele doelstellingen 2018 voor de leden van het EXCO en MCO werden nagelopen en besproken. Op basis van de positieve aanbeveling van de gezamenlijke Remco en CGC en na zorgvuldig beraad keurden de leden van de Raad van Bestuur de beoordelingsvoorstellen voor de individuele doelstellingen 2018 van de leden van het EXCO en MCO goed.
De voorgestelde beoordeling van de bedrijfs-KPI's 2018 werden doorgelopen en besproken. Op basis van de positieve aanbeveling van de gezamenlijke Remco en CGC en na zorgvuldig beraad keurden de leden van de Raad van Bestuur de beoordelingsvoorstellen voor de bedrijfs-KPI's 2018 goed.
De voorgestelde individuele doelstellingen 2019 voor de leden van het EXCO en MCO werden nagelopen en besproken. Op basis van de positieve aanbeveling van de gezamenlijke Remco en CGC en na zorgvuldig beraad keurden de leden van de Raad van Bestuur de beoordelingsvoorstellen voor de individuele doelstellingen 2019 van de leden van het EXCO en MCO goed.
De voorgestelde bedrijfs-KPI's 2019 werden doorgelopen en besproken. Op basis van de positieve aanbeveling van de gezamenlijke Remco en CGC en na zorgvuldig beraad keurden de leden van de Raad van Bestuur de beoordelingsvoorstellen voor de bedrijfs-KPI's 2019 van de leden van het EXCO en MCO goed.
Het voorgestelde aandelenprogramma voor managers werd doorgelopen en besproken. Op basis van de positieve aanbeveling van de Remco en na zorgvuldig beraad keurde de Raad van Bestuur het voorgestelde aandelenprogramma 2019 voor managers voor de instelling van een aandelengekoppeld incentiveplan voor managers goed.
In het kader van de wettelijke controle van de jaarrekening van ageas SA/NV (de "Vennootschap"), leggen wij u ons Commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van Commissaris door de Algemene vergadering van 16 mei 2018, overeenkomstig het voorstel van de Raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het Auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de Algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020. Wij hebben de wettelijke controle van de jaarrekening van de Vennootschap uitgevoerd gedurende twee opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de jaarrekening van de Vennootschap, die de balans op 31 december 2019 omvat, alsook de resultatenrekening van het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting. Deze jaarrekening vertoont een balanstotaal van EUR 9.294.117.687 en de resultatenrekening sluit af met een winst van het boekjaar van EUR 209.402.452.
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Vennootschap per 31 december 2019, alsook van haar resultaten over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de Commissaris voor de controle van de jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van de Raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Wij vestigen de aandacht op toelichting 23 bij de jaarrekening, waarin beschreven wordt dat, hoewel het aangevuld en gewijzigd voorstel voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over de voormalige Fortis-groep voor de gebeurtenissen van 2007 en 2008 (de "Schikking") nu definitief werd, de Vennootschap nog betrokken is bij een aantal gerechtelijke procedures in België als gevolg van de voorbenoemde gebeurtenissen. Toelichting 23 bij de jaarrekening geeft aan dat, aangezien de Schikking nu definitief is, de risico's verbonden aan deze gerechtelijke procedures zijn afgenomen. Onverminderd het feit dat de Raad van bestuur niet verwacht dat deze overblijvende risico's een significante invloed hebben op de financiële positie van de Vennootschap, kunnen deze gevolgen, in deze fase, niet precies worden ingeschat. Wij gaan akkoord met de visie van de Raad van bestuur. Aldus brengen wij geen voorbehoud in ons oordeel tot uitdrukking met betrekking tot deze aangelegenheid.
Wat betreft de COVID-19 pandemie, vestigen wij de aandacht op punt 2.3 van het jaarverslag en toelichting 17 van de jaarrekening (punt Gbis "Aard en de financiële gevolgen van materiële gebeurtenissen die zich na de balansdatum hebben voorgedaan en die niet in de resultatenrekening of balans worden weergegeven"). Daarin licht de Raad van bestuur zijn mening toe dat de gevolgen van deze pandemie een effect zouden kunnen hebben op de bedrijfsactiviteiten van de Vennootschap in 2020, maar dat ze geen effecten van materieel belang hebben op de financiële toestand van de Vennootschap per 31 december 2019. Wij brengen geen voorbehoud in ons oordeel tot uitdrukking met betrekking tot deze aangelegenheid
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Per jaareinde 31 december 2019 bedragen de technische voorzieningen EUR 943.599.529. Toelichting 20 bij de jaarrekening bevat gedetailleerde informatie over de waardering van technische voorzieningen (punt "Technische voorzieningen"). Technische voorzieningen worden bepaald op basis van door de cederende ondernemingen verstrekte informatie. Dit zijn voornamelijk dochterondernemingen van de Vennootschap.
De toereikendheidstest van de technische voorzieningen is gebaseerd op actuariële technieken. De test is relatief complex aangezien hij steunt op een aantal veronderstellingen met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen die een belangrijke mate van beoordeling vereisen. Deze kunnen worden beïnvloed door toekomstige economische omstandigheden en het ondernemingsbeleid alsook door specifieke wet- en regelgeving binnen de verzekeringssector. De veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gehanteerd worden, hangen voor de verzekeringsactiviteiten niet-leven hoofdzakelijk af van de betaalde bedragen voor schadegevallen, van het aantal opgelopen doch nog niet aangegeven schadegevallen en van de schaderegelingskosten. Voor activtieiten analoog aan die van de levensverzekering hangen de veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gehanteerd worden, voornamelijk af van de risico's die verbonden zijn aan sterfte, aan levensverwachting, aan de gevolgen van de vermindering van financiële rendementen (en met name de interestvoeten) alsook aan de algemene kosten. Deze verschillende elementen in combinatie met de eventuele onzekerheid die inherent is aan de technieken van modellering en aan het discretionaire karakter van de veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest gehanteerd werden, zijn de voornaamste redenen om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.
We hebben tests uitgevoerd met betrekking tot de operationele doeltreffendheid van de controles die de dochterondernemingen van de Vennootschap hebben opgezet om zich te vergewissen van de kwaliteit van de gegevens die in de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt worden.
Voor de verzekeringsactiviteiten niet-leven hebben we, op onafhankelijke wijze, de beste inschatting van de schadereserves herberekend op basis van erkende actuariële technieken. Vervolgens hebben we onze resultaten vergeleken met de resultaten van de Vennootschap en hebben we de nodige onderliggende documentatie bekomen die de waargenomen significante verschillen verantwoordt.
Ten slotte hebben we onze bevindingen gedeeld en bevestigd met de leden van het Auditcomité en van het Directiecomité alsook met de actuariële functie van de Vennootschap.
Op basis van onze controlewerkzaamheden menen we dat de in de toereikendheidstest gehanteerde veronderstellingen in het licht van de huidige marktomstandigheden en gelet op de technische resultaten van het afgelopen boekjaar redelijk zijn.
De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel, alsook voor de interne beheersing die de Raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de jaarrekening is de Raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de Raad van bestuur het voornemen heeft om de Vennootschap te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een Commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de Raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons Commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons Commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Vennootschap haar continuïteit niet langer kan handhaven;
het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening, en van de vraag of de jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld.
Wij communiceren met het Auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het Auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het Auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag, van de documenten die overeenkomstig de wettelijke en reglementaire voorschriften dienen te worden neergelegd, voor het naleven van de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die van toepassing zijn op het voeren van de boekhouding, alsook voor het naleven van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (vanaf 1 januari 2020), het Wetboek van vennootschappen (tot en met 31 december 2019) en van de statuten van de Vennootschap.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag, bepaalde documenten die overeenkomstig de wettelijke en reglementaire voorschriften dienen te worden neergelegd, alsook de naleving van de statuten en van bepaalde verplichtingen uit het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (vanaf 1 januari 2020) en het Wetboek van vennootschappen (tot en met 31 december 2019) te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, en is opgesteld overeenkomstig de artikelen 3:5 en 3:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
De op grond van artikel 3:6, §4 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vereiste niet-financiële informatie werd opgenomen in het jaarverslag. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op de « Sustainable Development Goals » van de Verenigde Naties. Overeenkomstig artikel 3:75, §1, 6° van het voormeld Wetboek spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met het vermelde referentiemodel.
De sociale balans, neer te leggen bij de Nationale Bank van België overeenkomstig artikel 3:12, §1, 8° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, bevat, zowel qua vorm als qua inhoud alle door dit Wetboek voorgeschreven inlichtingen en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van onze opdracht.
Sint-Stevens-Woluwe, 24 Maart 2020
The Commissaris PwC Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door
Yves Vandenplas Bedrijfsrevisor
H Overige informatie
Bepaalde mededelingen die zijn opgenomen in dit Jaarverslag, waaronder de mededelingen die worden gedaan in de hiervan deel uitmakende hoofdstukken Bericht aan de aandeelhouders, Overzicht activiteiten, Verslag van het Executive Committee en toelichting 5 Risicomanagement, betreffen toekomstverwachtingen en andere uitspraken over de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige visie, ramingen en aannames van het management met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. Deze mededelingen worden gedaan onder voorbehoud van bepaalde risico's en onzekerheden die tot gevolg kunnen hebben dat de werkelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen wezenlijk afwijken van die welke expliciet of impliciet in deze mededelingen zijn weergegeven, waaronder het niveau van de voorzieningen met betrekking tot de krediet- en beleggingsportefeuilles.
Andere, meer algemene factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden, zijn onder meer:
veranderingen in de rente en de ontwikkelingen op de financiële markten;
frequentie en omvang van verzekerde schadegevallen;
De statuten van de vennootschappen ageas SA/NV kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel in Brussel (ageas SA/NV) en op het hoofdkantoor van de vennootschap.
Het Jaarverslag wordt gedeponeerd bij de Nationale Bank van België (ageas SA/NV). De beslissingen inzake (her)benoeming en vertrek van bestuurders worden onder andere gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad (ageas SA/NV).
De financiële berichten over de vennootschappen alsmede de oproepingen tot de algemene vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, de kranten en de informatieperiodieken. Het Jaarverslag van de vennootschappen, evenals een lijst met alle deelnemingen van Ageas, zijn verkrijgbaar op het hoofdkantoor en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Deze worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en op verzoek naar de personen die daarom vragen.
Het aandeel Ageas is genoteerd aan Euronext Brussel. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADR-programma in de Verenigde Staten.
De aandelen kunnen op naam of gedematerialiseerd worden gehouden.
De vennootschap biedt de aandeelhouders de mogelijkheid om hun gedematerialiseerde aandelen kosteloos te laten registreren. Ageas heeft een snelle omzettingsprocedure ontwikkeld zodat de aandelen op korte tijd als gedematerialiseerde aandelen geleverd kunnen worden.
E-mail: [email protected]
De vennootschap stuurt haar berichten, zoals het jaarverslag, kosteloos aan de houders van geregistreerde gedematerialiseerde aandelen. De vennootschap nodigt elke houder van gedematerialiseerde aandelen die bij de vennootschap geregistreerd werden persoonlijk uit om deel te nemen aan de Algemene Vergaderingen en bezorgt hen de agenda, de voorstellen voor besluiten en de volmachten voor hun vertegenwoordiging en voor hun deelname aan de stemming. Op de datum waarop het dividend wordt uitgekeerd, crediteert de vennootschap automatisch de bankrekeningen die haar werden opgegeven door de houders van gedematerialiseerde aandelen die bij de vennootschap geregistreerd werden, met het bedrag van de hen toekomende dividenden.
Bedrag waarvoor het financieel actief of de financiële verplichting bij de eerste opname in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde geaccumuleerde afschrijving van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag, en verminderd met eventuele afboekingen wegens bijzondere waardeverminderingen.
Obligaties of andere schuldeffecten, gedekt door schuldinstrumenten (anders dan hypotheken) of schuldvorderingen.
Een onderneming waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap.
Een honderste procentpunt (0,01%).
Een afdekking van het risico op schommelingen in de kasstromen van een actief of een verplichting of van een verwachte toekomstige transactie en die voortkomen uit variabele koersen of prijzen.
De reële waarde, exclusief het ongerealiseerde deel van de opgelopen rente.
De administratieve vereffening van effecten, futures en opties via een verrekeningsagentschap en de eraan verbonden financiële instellingen (clearing members).
Onder Solvency II maken in principe alle met een verzekeringscontract verband houdende verplichtingen, met inbegrip van verplichtingen die verband houden met unilaterale rechten van de verzekeringsonderneming om de reikwijdte van de overeenkomst en de met betaalde premies verband houdende verplichtingen te vernieuwen of te verlengen, deel uit van de overeenkomst. De verplichtingen die verband houden met de verzekeringsdekking die door de verzekeringsonderneming wordt geboden na de toekomstige datum waarop de verzekeringsonderneming een unilateraal recht heeft om (a) de overeenkomst te beëindigen, (b) uit hoofde van de overeenkomst te betalen premies af te wijzen of (c) de uit hoofde van de overeenkomst te bepalen premies of uitkeringen zodanig te wijzigen dat de premies de risico's volledig weerspiegelen die niet tot de overeenkomst behoren, tenzij de verzekeringsonderneming de verzekeringnemer ertoe kan verplichten de toekomstige premies van dat deel te betalen.
Het verschil tussen alle contractuele kasstromen die aan een entiteit verschuldigd zijn overeenkomstig het contract en alle kasstromen die de entiteit verwacht te ontvangen (d.w.z. alle mankerende bedragen), gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet.
Het renteverschil tussen overheidsobligaties en bedrijfsobligaties (ook wel 'credits' genoemd).
Overeenkomst, meestal tussen een belegger en een bank (maar eventueel ook een agent of een trustbedrijf), waarbij de belegger effecten, goud of andere kostbaarheden tegen betaling in bewaring geeft bij de bank, die daarvoor een vergoeding in rekening brengt.
De kosten van nieuwe en hernieuwde verzekeringen omvatten voornamelijk commissies, uitgaven met betrekking tot tussenpersonen en uitgifte van nieuwe polissen. Deze variëren naar gelang en houden hoofdzakelijk verband met de productie van nieuwe verzekeringen en worden uitgesteld en afgeschreven.
Een financieel instrument zoals een swap, futures- of termijncontract of optie (geschreven of gekocht). Dat financiële instrument heeft een waarde die verandert naar gelang de veranderingen in de onderliggende waarde. Het instrument vergt weinig tot geen aanvangsinvestering en wordt op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.
Verzekering tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.
Een waarderingsmethode waarbij de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd worden tegen een rentevoet die de tijdswaarde van het geld uitdrukt alsook een risicopremie die een weerspiegeling vormt van de extra opbrengst die beleggers verlangen om het risico te compenseren dat de verwachte kasstroom niet wordt gerealiseerd.
Een contractueel recht om, in aanvulling op gegarandeerde voordelen, aanvullende voordelen te ontvangen:
Een afgeleid instrument dat in een ander contract, het basiscontract, ligt besloten. Het basiscontract kan een schuld- of aandeleninstrument zijn, een lease, een verzekeringscontract of een verkoop- of aankoopcontract.
Het geheel van niet-verplichte verzekeringen en andere voorzieningen die werknemers, naast hun salaris, ontvangen in ruil voor door hen verrichte diensten.
Het gewogen gemiddelde van de kredietverliezen met het respectievelijke wanbetalingsrisico als weging.
Een leaseovereenkomst die vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen overdraagt. Het eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden overgedragen.
Een afdekking om de blootstelling te beperken aan schommelingen in de reële waarde van een actief of een verplichting (dan wel een deel daarvan), of een vaststaande verbintenis. De schommeling van de reële waarde is verbonden aan een specifiek risico en is van invloed op de gerapporteerde netto winst.
Een leaseovereenkomst die vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen overdraagt. Het eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden overgedragen.
Dit vertegenwoordigt het positieve verschil tussen enerzijds de reële waarde van de activa, passiva en uitgegeven eigenvermogeninstrumenten plus eventuele direct aan de bedrijfscombinatie toe te schrijven kosten, en anderzijds het belang van Ageas in de reële waarde van de activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen.
Totale premies (al dan niet verdiend) voor in een bepaalde periode aangegane verzekeringscontracten, zonder aftrek van in herverzekering gegeven premies.
Verantwoording van de compenserende effecten van veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en de reële waarde van het afgedekte instrument in de resultatenrekening van dezelfde periode.
De standaard internationale boekhoudregels voor het opstellen van jaarrekeningen per 1 januari 2005 voor alle beursgenoteerde ondernemingen binnen de Europese Unie, die de jaarcijfers beter vergelijkbaar maken en beter inzicht in de financiële positie en resultaten verschaffen.
Het bedrag waarmee de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. In dergelijke gevallen zal de boekwaarde via de resultatenrekening teruggebracht worden tot de reële waarde.
Contracten die aan de ene partij (Ageas, dochtermaatschappijen of deelnemingen) een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen van de andere Partij (de verzekeringsnemer) door overeen te komen om de verzekeringsnemer te vergoeden voor een onvoorziene gebeurtenis die schade berokkent aan de verzekerde.
Een levensverzekeringscontract dat het financiële risico, maar geen significant verzekeringsrisico overdraagt.
Een identificeerbaar, niet-monetair actief. Het immaterieel vast actief wordt verantwoord tegen kostprijs als het toekomstige economische voordelen zal opleveren en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald.
Vastgoed dat wordt aangehouden omwille van huuropbrengsten of een stijging van de kapitaalwaarde.
| AUD | Australië, dollars |
|---|---|
| CAD | Canada, dollars |
| CHF | Zwitserland, francs |
| CNY | China, yuan/renminbi |
| DKK | Denemarken, kroner |
| GBP | Verenigd Koninkrijk, ponden |
| HKD | Hongkong, dollar |
| HUF | Hongarije, Forint |
| INR | India, Rupees |
| MAD | Marokko, Dirham |
| MYR | Maleisië, ringgit |
| PHP | Filipijnse peso |
| PLN | Polen, Zloty |
| RON | Roemenie, Leu |
| SEK | Zweden, kronor |
| THB | Thailand, baht |
| TRY | Turkije, nieuwe lira |
| TWD | Taiwan, nieuwe dollars |
| USD | Verenigde Staten, dollars |
| ZAR | Zuid-Afrika, rand |
Een maatstaf waarmee kan worden beoordeeld of de instromende kasmiddelen van Ageas voldoende zijn voor een liquiditeitspositie waarmee een efficiënte bedrijfsvoering mogelijk is, de reputatie van Ageas in de markt kan worden gehandhaafd en de uitstroom van kasmiddelen in normale marktsituaties kan worden gedekt.
De waarde die door de beurs aan de vennootschap wordt toegekend. Marktkapitalisatie is gelijk aan het aantal uitstaande aandelen vermenigvuldigd met de geldende koers van het aandeel.
Non-controlling interest (minderheidsbelang).
Een afdekking van het financiële risico van een netto investering in een buitenlandse entiteit door een transactie met een compenserend risicoprofiel af te sluiten.
De aankoop van een effect waaraan een overeenkomst gekoppeld wordt om het op een toekomstige datum tegen een hogere prijs terug te verkopen.
Een overeenkomst die het gebruik van een goed toelaat tegen periodieke betalingen, maar geen overdracht inhoudt van een eigendomstitel. Het financiële risico blijft bij de schuldeiser of leasinggever.
Het bedrijfsresultaat gedeeld door de nettopremies. Het bedrijfsresultaat is de winst of het verlies uit alle activiteiten, inclusief het technisch en beleggingsresultaat.
Het recht, maar niet de verplichting, om een effect gedurende een bepaalde periode of op een bepaalde datum tegen een bepaalde prijs te kopen (calloptie) of verkopen (putoptie).
Effecten van bedrijven die niet aan een beurs zijn genoteerd. Omdat een markt ontbreekt, moet een belegger zelf een koper vinden als hij zijn aandeel in een dergelijk bedrijf wil verkopen.
Voorzieningen zijn verplichtingen die onzekerheden met zich meebrengen in hoogte of tijdstip van betaling. Voorzieningen worden verantwoord op de balans indien er een bestaande (wettelijke of constructieve) verplichting is tot overdracht van economische voordelen, zoals kasstromen, als gevolg van gebeurtenissen in het verleden en indien op de balansdatum een betrouwbare schatting mogelijk is.
De aankoop van een effect waaraan een overeenkomst gekoppeld wordt om het op een toekomstige datum tegen een hogere prijs terug te verkopen.
Onder IFRS 4 kunnen niet gerealiseerde resultaten op activa die gelden als dekking voor de verzekeringsverplichtingen in de waardering van verzekeringsverplichtingen worden opgenomen op eenzelfde wijze als gerealiseerde resultaten. De hieraan gerelateerde aanpassing van de verzekeringsverplichtingen (of overlopende acquisitiekosten of immateriële activa) worden uitsluitend verantwoord in het eigen vermogen indien de niet-gerealiseerde meerwaarden rechtstreeks is het eigen vermogen worden verantwoord.
Een lening van een effect van de ene partij aan de andere, die op zijn beurt het effect dient terug te bezorgen op de eindvervaldag van de transactie. Tegenover een dergelijke lening staat veelal een onderpand. Dit type transactie geeft aan de eigenaar van het effect de mogelijkheid om extra rendement te behalen.
Een financieel actief voldoet aan de SPPI-test indien de contractuele voorwaarden van het financieel actief op specifieke data uitsluitend aanleiding zijn voor betaling van aflossingen op de hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom.
Een serie maatstaven waarmee kan worden beoordeeld of de instromende kasmiddelen van Ageas voldoende zijn voor een liquiditeitspositie waarmee een efficiënte bedrijfsvoering mogelijk is, de reputatie van Ageas kan worden gehandhaafd en verliezen uit posten in de verplichtingen gedurende perioden met liquiditeitsspanningen te vermijden.
Gestructureerde kredietinstrumenten zijn waardepapieren, die gecreëerd worden door het herverpakken van kasstromen uit financiële contracten en bevatten obligaties gedekt door overige activa (ABS), obligaties gedekt door hypotheken (MBS) en schuldpapieren met onderpand (CDO's).
Een lening (of effect) dat lager staat in de rangorde van schulden die aanspraak kunnen maken op activa en inkomsten.
Ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('beleidsbepalende invloed').
De datum waarop Ageas toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
De contante waarde van toekomstige winsten (ook gedefinieerd als 'value of business acquired' of 'VOBA') uit verworven verzekeringscontracten. De VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de premie of bruto winst van de polissen.
Afkorting van Value at Risk. Een techniek op basis van de statistische analyse van historische marktontwikkelingen en fluctuaties. De VaR bepaalt de kans dat het verlies op een portefeuille een bepaald bedrag zal overschrijden.
| AFS | Voor verkoop beschikbaar |
|---|---|
| ALM | Asset and liability management |
| AVG | Algemene verordening gegevensbescherming |
| CASHES | Convertible and Subordinated Hybrid Equity-linked Securities |
| CDS | Credit default swap |
| CEU | Continentaal Europa |
| CGU | Cash generating unit (kasstroomgenererende eenheid) |
| DPF | Discretionary participation features (discretionaire winstdelingscomponent) |
| ECL | Verwachte kredietverliezen |
| EPS | Earnings per share (winst per aandeel) |
| Euribor | Euro inter bank offered rate |
| EV | Embedded value |
| FRESH | Floating rate equity linked subordinated hybrid bond |
| HTM | Held to maturity (tot einde looptijd aangehouden) |
| HFT | Held for trading (aangehouden voor handelsdoeleinden) |
| IBNR | Incurred but not reported |
| IFRIC | International Financial Reporting Interpretations Committee |
| IFRS | International Financial Reporting Standards |
| LAT | Liability adequacy test |
| MCS | Mandatory Convertible Securities |
| OTC | Over the counter |
| SPPI | Solely Payments of Principal and Interest (uitsluitend betaling hoofdsom en rente) |
| SPE | Special purpose entity |
| VK | Verenigd Koninkrijk |
Dit Jaarverslag werd op CO2 neutraal papier gedrukt.
Ageas en ageas SA/NV Markiesstraat 1 1000 Brussel, België Tel: +32 (0) 2 557 57 11 Fax: +32 (0) 2 557 57 50 Internet: www.ageas.com E-mail: [email protected]
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.