AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

ageas SA/NV

Annual Report Apr 2, 2021

3905_10-k_2021-04-02_2cafe1dc-17be-463a-b24c-b7816a559350.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

Jaarverslag 2020 Verbonden blijven

Inhoudstafel

A Inleiding 5
Verslag van de Raad van Bestuur 6
1 Resultaten en ontwikkelingen 10
2 Strategie en bedrijfsmodel van Ageas 13
3 Waardecreatie in en voor de maatschappij 16
4 Corporate Governance Statement 47
B Geconsolideerde jaarrekening 2020 64
Geconsolideerde balans 65
Geconsolideerde resultatenrekening 66
Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income 67
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 68
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 69
C Algemene informatie 70
Covid-19 71
1 Juridische structuur 72
2 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 73
3 Overnames en desinvesteringen 101
4 Risicomanagement 103
5 Toezicht en solvabiliteit 132
6 Beloningen en vergoeding 136
7 Verbonden partijen 150
8 Informatie operationele segmenten 152
D Toelichting op de geconsolideerde balans 164
9 Geldmiddelen en kasequivalenten 165
10 Financiële beleggingen 166
11 Vastgoedbeleggingen 172
12 Leningen 175
13 Beleggingen en aandeel in resultaat van geassocieerde ondernemingen 177
14 Herverzekering en overige vorderingen 180
15 Overlopende rente en overige activa 181
16 Materiële vaste activa 182
17 Goodwill en overige immateriële activa 184
18 Eigen vermogen 186
19 Verzekeringsverplichtingen 191
20 Achtergestelde schulden 196
21 Schulden 199
22 Actuele en uitgestelde belastingen 201
23 RPN (I) 203
24 Overlopende rente en overige verplichtingen 204
25 Voorzieningen 205
26 Minderheidsbelangen 206
27 Derivaten 207
28 Toezeggingen 209
29 Reële waarde van financiële activa en financiële passiva 210
E Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 211
30 Verzekeringspremies 212
31 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 214
32 Resultaat op verkoop en herwaarderingen 215
33 Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 216
34 Commissiebaten 217
35 Overige baten 218
36 Schadelasten en uitkeringen 219
37 Financieringslasten 220
38 Wijzigingen bijzondere waardeverminderingen 221
39 Commissielasten 222
40 Personeelskosten 223
41 Overige lasten 224
42 Belastingen op de winst 226
F Toelichting op posten niet opgenomen in de geconsolideerde balans 227
43 Voorwaardelijke verplichtingen 228
44 Gebeurtenissen na balansdatum 232
Bericht van de Raad van Bestuur 233
Verslag van de commissaris 234
G Statutaire jaarrekening 2020 ageas SA/NV 239
Algemene informatie 240
Aanvullende toelichting op onderdelen in de balans en de winst-en-verliesrekening en reglementaire voorschriften 241
Belangenconflict 279
Verslag van de commissaris 280
H Overige informatie 284
Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst 285
Beschikbaarheid van bedrijfsdocumenten voor openbare inzage 285
Registratie van gedematerialiseerde aandelen 286
GRI Index 287
Begrippenlijst en Afkortingen 290

Het Ageas Jaarverslag 2020 bevat het Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas, opgesteld op basis van de in België toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften (op grond van artikel 3:6 en artikel 3:32 van de Wetboek van vennootschappen en verenigingen), de Geconsolideerde Jaarrekening Ageas 2020 (met vergelijkende cijfers voor 2019), opgesteld conform de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard door de Europese Unie en de Verkorte Jaarrekening van ageas SA/NV.

Niet-financiële informatie werd bekendgemaakt in overeenstemming met de Europese richtlijn over nietfinanciële informatie, nationale wetgeving over ESG-aspecten en aanbevelingen van toezichthouders zoals de Euronext-adviezen voor ESG-rapportage gepubliceerd in januari 2020. Voor het eerst zijn de informatie en de gegevens in het Jaarverslag opgesteld in overeenstemming met de standaarden (core) van het Global Reporting Initiative (GRI)*

Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit Jaarverslag luiden in miljoenen euro's, tenzij anders vermeld.

* De GRI Standards kunnen beschouwd worden als het meest gebruikelijke rapporteringsformaat voor economische, sociale en milieu-impacten. Duurzaamheidsrapportering gebaseerd op deze Standaarden geven een inzicht in de positieve en negatieve bijdrage van een organisatie tot duurzame ontwikkeling. De zogenaamde "core" optie houdt in dat er minstens een indicator voor elk significant onderwerp opgenomen is in het jaarverslag. Detailinformatie kan gevonden worden in de GRI inhoudstafel in sectie H.

4

E Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening ........................................................ 211 Verzekeringspremies ................................................................................................................................................................... 212 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten ...................................................................................................................... 214 Resultaat op verkoop en herwaarderingen ................................................................................................................................... 215 Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten .................................................................................................................... 216 Commissiebaten .......................................................................................................................................................................... 217 Overige baten .............................................................................................................................................................................. 218 Schadelasten en uitkeringen ........................................................................................................................................................ 219 Financieringslasten ...................................................................................................................................................................... 220 Wijzigingen bijzondere waardeverminderingen ............................................................................................................................ 221 Commissielasten ......................................................................................................................................................................... 222 Personeelskosten ........................................................................................................................................................................ 223 Overige lasten ............................................................................................................................................................................. 224 Belastingen op de winst ............................................................................................................................................................... 226

F Toelichting op posten niet opgenomen in de geconsolideerde balans ................................. 227 43 Voorwaardelijke verplichtingen .................................................................................................................................................... 228 44 Gebeurtenissen na balansdatum ................................................................................................................................................. 232 Bericht van de Raad van Bestuur .............................................................................................................................................................. 233 Verslag van de commissaris ...................................................................................................................................................................... 234

G Statutaire jaarrekening 2020 ageas SA/NV .......................................................................... 239

H Overige informatie .............................................................................................................. 284 Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst .......................................................................................... 285 Beschikbaarheid van bedrijfsdocumenten voor openbare inzage .............................................................................................................. 285 Registratie van gedematerialiseerde aandelen .......................................................................................................................................... 286 GRI Index.................................................................................................................................................................................................. 287 Begrippenlijst en Afkortingen .................................................................................................................................................................... 290

Algemene informatie ................................................................................................................................................................................. 240 Aanvullende toelichting op onderdelen in de balans en de winst-en-verliesrekening en reglementaire voorschriften .................................. 241 Belangenconflict ....................................................................................................................................................................................... 279 Verslag van de commissaris ...................................................................................................................................................................... 280

Ageas

Een internationale onderneming met een lokale identiteit en één focus: Supporter of your life Verslag van de

Verslag van de Raad van Bestuur Raad van Bestuur

Terugblik

van de CEO & de voorzitter van de Raad van Bestuur

Hans De Cuyper en Bart De Smet blikken terug op de hoogtepunten van 2020 en praten namens de Raad van Bestuur over hun vooruitzichten voor 2021.

2020 zal voor altijd de geschiedenis ingaan als het jaar van de gebeurtenis die niemand had voorspeld, maar die ieder van ons heeft uitgedaagd om zowel ons privéleven als ons werk helemaal anders in te richten. Voor Ageas werd 2020 ook gekenmerkt door de verandering aan de top, waarbij Bart De Smet, sinds 2009 CEO, de CEO-fakkel doorgaf aan Hans De Cuyper.

Misschien moeten we beginnen met de vraag welke lessen we uit het jaar van de pandemie kunnen leren?

BART: We hebben heel wat geleerd. We hebben geleerd dat er in het leven niets zeker is. Maar – en dat is belangrijker – we hebben ook geleerd dat er niets onmogelijk is. De wereldwijde pandemie heeft ons laten zien dat de wereld een stuk kwetsbaarder is dan we dachten. Als mens kunnen we echter opvallend veel incasseren wanneer we met schijnbaar onoverkomelijke problemen worden geconfronteerd. En allemaal zijn we in ons dagelijks leven meer van anderen afhankelijk dan we hadden gedacht.

HANS: Dit jaar is ook opnieuw gebleken dat we de toekomst nooit uit het oog mogen verliezen. Dat we steeds rekening moeten houden met verschillende scenario's... en dat we stappen moeten nemen om onszelf tegen de toekomst te wapenen. Velen hebben uiteraard momenten van groot leed meegemaakt, maar tegelijkertijd zagen we ook zo veel voorbeelden van hoop voor de toekomst. Terwijl we hierover nadenken, krijg ik het gevoel dat we geschiedenis aan het schrijven zijn en dat we het verhaal van 2020 nog jarenlang aan toekomstige generaties zullen vertellen. Als verhaal kan het wel tellen.

Hoe heeft Ageas als bedrijf gereageerd?

HANS: Ik ben er trots op dat we er voor al onze stakeholders zijn geweest. De gezondheid en het mentale welzijn van onze werknemers was natuurlijk van in het begin onze topprioriteit, en we hebben al het mogelijke gedaan om hun overgang naar telewerken zo soepel mogelijk te laten verlopen. We hebben de dienstverlening aan onze klanten naadloos voortgezet. Daarbovenop hebben onze verzekeringsmaatschappijen hun verzekeringsdekking tijdelijk uitgebreid of aangepast, bijvoorbeeld voor patiënten, medisch personeel, vrijwilligers …En we hebben maatregelen genomen om de economie en de sectoren die het zwaarst door de crisis waren getroffen, te steunen.

BART: We hebben daarnaast ook praktische steun geboden die veel verder gaat dan verzekeringsoplossingen, ook aan de meest kwetsbaren van onze maatschappij, aan wie eenzaam was en aan wie het grootste risico liep of het meeste hulp nodig had. Toen het coronavirus in China uitbrak, heeft Ageas bijvoorbeeld 22.000 maskers en 1.800 beschermende pakken geschonken aan medisch personeel in Wuhan en de provincie Hubei. En toen ziekenhuizen in Italië en Spanje enkele weken later zwaar door COVID-19 werden getroffen, hebben onze Chinese partners op hun beurt 30.000 maskers geleverd. HANS: We hebben ook financiële steun geboden voor medisch onderzoek naar vaccins tegen COVID-19 en antivirale behandelingen. En ook onze lokale operationele entiteiten hebben tal van initiatieven georganiseerd om de economische impact van de pandemie ter plaatse te helpen beteugelen en om het fysieke en mentale welzijn van mensen te verbeteren. Het is een lange lijst. We zijn trots als we terugblikken op wat er gedaan is, en we zijn dankbaar voor de helden die hun nek uitsteken. Onze mensen hebben onze waarde CARE, die we als Groep omarmen, echt uitgedragen.

Hoe zijn jullie er in dit moeilijke jaar in geslaagd om toch gewoon elke dag door te gaan met 'business as usual'?

BART: Door gefocust te blijven en snel te reageren. Soms door dingen anders te doen, maar ze toch voor elkaar te krijgen. Er zijn heel wat mensen die op ons rekenen, dus we moesten wel. We hebben geleerd dat we door aanpassingsvermogen, flexibiliteit en wendbaarheid heel wat kunnen bereiken.

Samen zijn we blijven doorgaan

HANS: 2020 was het tweede jaar van ons strategisch driejarenplan Connect21, en het was belangrijk dat we onze strategische doelstellingen en targets niet uit het oog verloren. We zijn onze mensen en onze partners dankbaar voor hun vastberadenheid en hun inzet om onze band met onze klanten in stand te houden.

Samen zijn we blijven doorgaan, natuurlijk met in de eerste plaats oog voor de gezondheid en de veiligheid van onze werknemers, door de juiste omgeving te creëren zodat mensen van thuis uit konden werken en waar en wanneer mogelijk op een veilige manier naar kantoor konden komen.

Hoe zouden jullie de prestaties van het bedrijf in 2020 beschrijven?

BART: Onze activiteiten hebben in het tweede jaar van Connect21 sterk gepresteerd. Ze hebben een aanhoudende duurzame winstgevende groei gerealiseerd, die meer dan ooit profiteerde van de geografische diversificatie, onze evenwichtige productportefeuille en ons behoedzame beheer. In reële termen hebben onze activiteiten Leven en Niet-Leven anders gereageerd. Terwijl de financiële markten een invloed hadden op de prestaties van Leven, hadden de lockdownmaatregelen om de verspreiding van het virus te beperken een positieve impact op onze resultaten van Niet-Leven, door het lagere aantal schadeclaims. Ook gunstig was dat Azië en Europa van elkaars ervaring konden leren. Door de pandemie leefde en werkte de hele wereld in verschillende tempo's, en konden we van deze verschillende ervaringen profiteren.

HANS: Ondanks de context was 2020 een jaar van uitstekende resultaten. Op een 100%-basis is onze omzet slechts in geringe mate gedaald tegenover 2019, onder andere dankzij een sterk herstel in China en Singapore. Aangezien onze distributie vrijwel overal

'klantgericht' is, via agenten, makelaars en het bankverzekeringskanaal, kunnen we trots zijn op de prestaties en de toewijding van onze verkoopteams, die er op elk moment voor onze klanten zijn geweest.

We hebben het jaar afgesloten met een resultaat van de Groep van EUR 1.141 miljoen, waarvan EUR 961 miljoen Nettowinst Verzekeringen. Het resultaat van de Groep profiteerde van de succesvolle FRESH-transactie met een uitzonderlijke kapitaalwinst van EUR 332 miljoen. Hoewel het verzekeringsresultaat het met EUR 170 miljoen minder gerealiseerde meerwaarden moest doen, zijn onze marges in Leven stabiel gebleven. Onze sterke operationele prestaties in Niet-Leven hebben geleid tot een uitstekende Combined Ratio van 91,3%. De resultaten, de balans, en de solvabiliteitspositie van het bedrijf hebben goed stand gehouden en hebben 2021 sterk ingezet. We mogen trots zijn op de manier waarop we het bijzonder woelige vaarwater van 2020 hebben doorkruist.

We hebben in 2020 enkele belangrijke strategische initiatieven genomen. Wat is het belang van die deals voor Ageas?

BART: In 2020 besloten we om een belang te nemen in Taiping Reinsurance. Daardoor konden we onze productportefeuille diversifiëren en ons gevestigde partnership met moederbedrijf China Taiping Insurance Holding versterken. Ook besloten we om ons belang in onze Britse joint venture Tesco Underwriting te verkopen, zodat we ons konden toeleggen op onze kernactiviteiten in het VK en onze inspanningen konden concentreren op de verdere ontwikkeling van het makelaarskanaal en het directe verkoopkanaal. Dat gaf ons meteen de gelegenheid om de waarde die de afgelopen jaren was gecreëerd, naar boven te brengen. En aan het einde van het jaar bevestigden we ons vertrouwen in het potentieel van onze Indiase levensverzekeringsjoint-venture door een extra belang van 23% te verwerven. Sindsdien zijn we de grootste aandeelhouder van het bedrijf.

Heeft Ageas al zijn streefdoelen in het kader van Connect21 waargemaakt?

HANS: Onze sterke operationele prestaties hebben het jaar binnen de verwachtingen afgesloten. Onze balans bleef sterk omdat we konden voortbouwen op een comfortabele kaspositie en een stabiele solvabiliteitsmarge, waardoor we onze aandeelhouders een dividend konden uitkeren. En we reageerden op de bekommernissen van de toezichthouder over de buitengewone marktomstandigheden. In een open dialoog met de Nationale Bank, en op basis van onze sterke kapitaalpositie, besloten we om de betaling van het volledige dividend uit te stellen tot de bijzondere aandeelhoudersvergadering in de herfst. En in overeenstemming met de M&A-richtlijnen van de Groep werd het aandeleninkoopprogramma opgeschort als reactie op de aanzienlijke transactie met Taiping Reinsurance.

We hebben er alle vertrouwen in dat we onze targets in het kader van Connect21 aan het einde van onze strategische driejarencyclus zullen halen. Zo ver zijn we echter nog niet. Maar we zijn hard aan het werk om onze doelstellingen te verwezenlijken.

Hoe heeft de financiële gemeenschap op onze prestaties gereageerd?

BART: Het overgrote deel van de analisten die Ageas volgen, gaf een positieve of neutrale aanbeveling. De succesvolle plaatsing van 500 miljoen euro aan achtergestelde schuld en de verbetering van onze financiële ratings weerspiegelen het vertrouwen van de beleggingsgemeenschap in de toekomst van ons bedrijf, in onze weerbaarheid en ons vermogen om onze beloftes waar te maken.

Vorig jaar heeft Ageas van de naleving van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN een speerpunt gemaakt. Hebben jullie in dit opzicht vooruitgang geboekt?

HANS: We hebben ten aanzien van deze doelstellingen inderdaad een overtuigde positie ingenomen, via initiatieven en producten die oplossingen bieden voor een aantal maatschappelijke uitdagingen, gaande van gezondheid en vergrijzing, via mobiliteit tot klimaatverandering. De Principes voor Verantwoord beleggen van de VN (UN PRI) zijn een integraal onderdeel van onze langetermijnbenadering voor ons beleggingsproces. Dit jaar hebben we onze eerste materialiteitsbeoordeling uitgevoerd, en wat we uit deze belangrijke en uitvoerige analyse hebben geleerd, wordt belangrijk voor onze toekomstige strategische plannen. Door die materialiteitsanalyse kunnen we nog een andere belofte aan onze stakeholders waarmaken, namelijk meer transparantie over duurzaamheid. We hebben ons dit jaar ook achter andere initiatieven geschaard, bijvoorbeeld de Principes voor Duurzaam Verzekeren van het UNEP FI (PSI) (een Financieel initiatief van het milieuprogramma van de Verenigde Naties). We onderschreven ook het Business for Nature-initiatief, een extra blijk van ons engagement ten aanzien van duurzaamheid. Duurzaam ondernemen is een integraal onderdeel van onze groepsidentiteit, en zal in de toekomst alleen maar belangrijker worden.

BART: We hebben inderdaad solide vooruitgang geboekt, en op lange termijn blijven ESG-factoren een voortdurende prioriteit, aangezien we op dat vlak nog wel enige weg af te leggen hebben. Een van onze belangrijkste doelstellingen was meer transparantie en een betere openbare informatieverschaffing over de verschillende duurzaamheidsaspecten (ESG), niet alleen in het belang van onze investeerders, maar ook het bredere publiek. We zijn trots dat we daar in 2020 erkenning voor hebben gekregen in de vorm van een hogere ESG-rating en belangrijke certificeringen voor onze beleggingen.

Is Ageas klaar voor de toekomst?

BART: Het is erg belangrijk om toekomstbestendig te zijn. Maar als we dit jaar iets geleerd hebben, is het dat zekerheid niet bestaat. Niet in het gewone leven, en niet voor bedrijven. Als Groep kijken we echter wel verder vooruit dan een termijn van drie jaar,

Het is erg belangrijk om toekomstbestendig te zijn

en proberen we ervoor te zorgen dat we steeds optimaal voorbereid zijn op de toekomst. Dat zijn we onze stakeholders verschuldigd. Dankzij ons Think2030-initiatief, dat het beste van menselijke en artificiële intelligentie combineert, scannen we continu langetermijntrends die wellicht een impact hebben op verschillende aspecten in het leven van onze stakeholders. Dit jaar hebben we dat initiatief verder uitgebreid. Het zal in onze toekomstige strategische planoefeningen goed van pas komen. Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee.

Bart, enige speciale bedenkingen over je nieuwe functie als

zoveel duizenden werknemers in Europa en Azië.

BART: Ten eerste wil ik onze aftredende voorzitter, Jozef De Mey, heel erg bedanken. Hij heeft zowel als voorzitter als in belangrijke uitvoerende functies zoveel jaren in dienst gesteld van de Groep. Hij was een van de belangrijkste architecten van onze expansie naar Azië. Ik heb de fakkel doorgegeven aan Hans en heb er alle vertrouwen in dat hij het als CEO fantastisch zal doen. We kennen elkaar al lang en ik weet dat de Groep in goede handen is. Hoewel de koers die Ageas vaart volgens mij wel de goede richting uitgaat, zou ik enigszins teleurgesteld zijn als er helemaal niets verandert. Ik ben dus benieuwd naar de veranderingen die Hans zal doorvoeren om het bedrijf in de toekomst verder uit te bouwen, met de steun en de toewijding van Wil je hier tot slot nog iets aan toevoegen, Hans?

Het was daadwerkelijk een uitzonderlijk jaar, en we zijn onze mensen, onze partners, onze klanten en onze aandeelhouders heel dankbaar voor hun loyale steun. We hebben geleerd dat we door samen te werken fantastische resultaten kunnen bereiken en het verschil kunnen maken. Het merk Ageas heeft dit jaar zijn 10-jarige jubileum gevierd. Dat is behoorlijk jong, maar toch kan het heel wat verwezenlijkingen op zijn conto schrijven. Maar dan nog gaat het niet om wat we gisteren hebben gedaan of zelfs vandaag. Wat telt, is wat we morgen zullen doen, en dat is wat alles zo boeiend maakt. Ons bedrijf draait al bijna twee eeuwen mee in de samenleving, in goede en slechte tijden. We waren getuige van tal van maatschappelijke uitdagingen en hebben heel wat vooruitgang geboekt. We hebben verandering altijd als iets goeds gezien, maar de rol die wij moeten spelen blijft dezelfde: beantwoorden aan de steeds veranderende behoeften van onze

2020 was een jaar van onverwachte uitdagingen. Morgen staan er ons ongetwijfeld nog meer te wachten. Maar we zijn er klaar voor en we

HANS: Een woord eigenlijk. Bedankt.

klanten en stakeholders.

kijken reikhalzend uit naar de toekomst.

voorzitter de laatste maanden?

Zijn er door corona nieuwe trends die aan de horizon verschijnen?

HANS: De horizon zal blijven veranderen, en we zullen waakzaam moeten blijven. Recente gebeurtenissen hebben veel belangrijke trends die we al eerder hadden vastgesteld, in een stroomversnelling gebracht, en we hebben ook ons actieplan in bepaalde domeinen versneld uitgevoerd. Een voorbeeld is de trend 'werken in de toekomst', waar er een 'nieuw normaal' is ontstaan. Klanten begonnen zich al anders te gedragen, maar nu iedereen steeds meer gebruikmaakt van digitale technologieën, veranderen ook de verwachtingen van klanten sneller dan ooit. We blijven onszelf vragen stellen zodat we relevant blijven. En dat blijven we ook doen tijdens de voorbereiding van onze strategie na Connect21.

Ook aan de top is er dit jaar een en ander veranderd: er is een nieuw managementteam. Vertel daar eens wat over?

HANS: Mijn voorganger, Bart De Smet, is benoemd tot voorzitter van de Groep. Na wat alleen maar kan worden beschreven als een opmerkelijke staat van dienst van meer dan 10 jaar. Onder zijn leiding heeft Ageas schoon schip gemaakt met vrijwel alle zaken uit het verleden, en kreeg het de strategische en financiële flexibiliteit om zijn eigen toekomst te schrijven.

Ik kijk ernaar uit om de lijn voort te zetten

Ik kijk ernaar uit om zijn lijn voort te zetten en de prestaties te blijven leveren die van onze teams worden verwacht. En om te kijken wat we nog meer kunnen doen.

In 2020 hebben we ook twee nieuwe uiterst ervaren mensen in het

Ageas Jaarverslag 2020 9

Management Committee verwelkomd. Binnen de Groep was hun enorme talent al duidelijk, en dat wordt daar goed benut. Heidi Delobelle werd benoemd tot CEO van AG in België en Ant Middle werd CEO van Ageas UK. In het Executive Committee benoemden we een Managing Director voor Europa en een Managing Director voor Azië. Zo krijgen onze twee belangrijkste regio's op het niveau van de Groep ook een plaats aan de tafel. En verder bevordert het de uitwisseling van expertise tussen regio's, entiteiten, en tussen ons en onze partners. Bart, enige speciale bedenkingen over je nieuwe functie als voorzitter de laatste maanden?

BART: Ten eerste wil ik onze aftredende voorzitter, Jozef De Mey, heel erg bedanken. Hij heeft zowel als voorzitter als in belangrijke uitvoerende functies zoveel jaren in dienst gesteld van de Groep. Hij was een van de belangrijkste architecten van onze expansie naar Azië. Ik heb de fakkel doorgegeven aan Hans en heb er alle vertrouwen in dat hij het als CEO fantastisch zal doen. We kennen elkaar al lang en ik weet dat de Groep in goede handen is. Hoewel de koers die Ageas vaart volgens mij wel de goede richting uitgaat, zou ik enigszins teleurgesteld zijn als er helemaal niets verandert. Ik ben dus benieuwd naar de veranderingen die Hans zal doorvoeren om het bedrijf in de toekomst verder uit te bouwen, met de steun en de toewijding van zoveel duizenden werknemers in Europa en Azië.

Wil je hier tot slot nog iets aan toevoegen, Hans?

HANS: Een woord eigenlijk. Bedankt.

Het was daadwerkelijk een uitzonderlijk jaar, en we zijn onze mensen, onze partners, onze klanten en onze aandeelhouders heel dankbaar voor hun loyale steun. We hebben geleerd dat we door samen te werken fantastische resultaten kunnen bereiken en het verschil kunnen maken. Het merk Ageas heeft dit jaar zijn 10-jarige jubileum gevierd. Dat is behoorlijk jong, maar toch kan het heel wat verwezenlijkingen op zijn conto schrijven. Maar dan nog gaat het niet om wat we gisteren hebben gedaan of zelfs vandaag. Wat telt, is wat we morgen zullen doen, en dat is wat alles zo boeiend maakt. Ons bedrijf draait al bijna twee eeuwen mee in de samenleving, in goede en slechte tijden. We waren getuige van tal van maatschappelijke uitdagingen en hebben heel wat vooruitgang geboekt. We hebben verandering altijd als iets goeds gezien, maar de rol die wij moeten spelen blijft dezelfde: beantwoorden aan de steeds veranderende behoeften van onze klanten en stakeholders.

2020 was een jaar van onverwachte uitdagingen. Morgen staan er ons ongetwijfeld nog meer te wachten. Maar we zijn er klaar voor en we kijken reikhalzend uit naar de toekomst. 2020 zorgde voor onverwachte uitdagingen, morgen duiken er andere op, we zijn er alvast klaar voor en kijken met enthousiasme naar wat de toekomst zal brengen

1 Resultaten en ontwikkelingen 1 Resultaten en ontwikkelingen

Netto resultaat Ageas 1.141 979
Per segment:
- België 411 427
- VK 65 69
- Continentaal Europa 136 108
- Azië 269 515
- Herverzekering 79 (16)
- Algemene Rekening & Eliminatie 181 (124)
waarvan RPN(I) (61)
Per type:
- Leven 570 841
- Niet-Leven 391 262
- Algemene Rekening & Eliminatie 180 (124)
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (in miljoenen) 188 193
Winst per aandeel (in EUR) 6,07 5,09
Bruto-premie inkomen
(incl. niet-geconsolideerde deelnemingen aan 100%) 35.572 35.852
- waarvan premie-inkomen van niet-geconsolideerde deelnemingen 26.107 25.326
Ageas' deel in premie-inkomsten (incl. niet-geconsolideerde entiteiten) 14.535 15.007
Per segment:
- België 4.575 4.959
- VK 1.525 1.552
- Continentaal Europa 1.873 2.171
- Azië 6.561 6.326
Per type:
- Leven 9.978 10.482
- Niet-Leven 4.557 4.525
Combined ratio 91,3% 95,0%
Operationele marge producten met intrestgarantie (bps) 90 88
Operationele marge Unit-Linked producten (bps) 29 28
2020 2019
Eigen vermogen 11.555 11.221
Netto eigen vermogen per aandeel (in EUR) 61,80 58,89
Netto eigen vermogen per aandeel (in EUR)
exclusief ongerealiseerde winsten en verliezen 39,64 38,26
Rendement Eigen Vermogen - Ageas Groep
(exclusief ongerealiseerde winsten) 15,5% 13,9%
Groep Solvency II ageas 193% 217%
Technische Verplichtingen Leven (geconsolideerde entiteiten) 78.692 77.442

2020 2019

Nettoresultaat van Ageas gekenmerkt door sterke operationele prestaties van Leven en Niet-Leven

Als gevolg van de coronapandemie werd de economie vanaf half februari 2020 gekenmerkt door een vertraging en extreem volatiele financiële markten. In dit moeilijke klimaat is Ageas erin geslaagd om het premie-inkomen op EUR 35,6 miljard te handhaven, bijna op hetzelfde niveau als in 2019. Het nettoresultaat van de Groep bedroeg EUR 1.141 miljoen, waarvan EUR 961 miljoen betrekking had op de verzekeringsactiviteiten. De beperkte mobiliteit tijdens de lockdown zorgde voor een significante verbetering van de claims frequentie in Autoverzekeringen. De samenstelling van de productportefeuille van Ageas die vooral geënt is op retail klanten en beperkt blootgesteld aan bedrijfsrisico's, had een positieve invloed op het Niet-Leven resultaat. De volatiliteit van de financiële markten die resulteerde in afwaarderingen op de aandelenportefeuille en een lager rendement uit de Vastgoedtak, beïnvloeden voornamelijk het Leven resultaat. Ondanks de pandemie zijn de kapitaal-, solvabiliteits- en liquiditeitspositie van de Groep sterk gebleven. solvabiliteits- en liquiditeitspositie van de Groep sterk 2020 verschillende impact In bruto miljard 961 sterke tot sterke 90 Groep 391 Het nettoresultaat lagere de vrijwel werd EUR

IFRS-resultaten

Premie-inkomen

Het premie-inkomen van de Groep, inclusief de niet-geconsolideerde entiteiten (tegen 100%), is ondanks de moeilijke context van 2020 sterk gebleven. Het premie-inkomen was vrijwel stabiel in vergelijking met vorig jaar, voornamelijk dankzij een sterk herstel van de Aziatische activiteiten. De verschillende timing van de overheidsmaatregelen om de impact van de pandemie te bestrijden in de landen waar Ageas actief is, wordt weerspiegeld in de regionale trends van het premieinkomen in de loop van 2020. In Azië steeg het bruto premie-inkomen met 4% jaar-op-jaar, waarbij de aanzienlijke daling in het eerste kwartaal ruimschoots gecompenseerd werd door een sterk herstel in China en Maleisië in het tweede deel van het jaar. In Europa daalde het premie-inkomen met 8% door het lagere premie-inkomen in Leven. De lockdownmaatregelen hadden slechts een beperkte invloed op de premies in Niet-Leven.

Nettoresultaat

De nettowinst van de Groep bedroeg EUR 1.141 miljard en profiteerde van de EUR 332 miljoen aan meerwaarden in verband met de transacties met betrekking tot de FRESH-effecten. Hoewel er EUR 170 miljoen minder meerwaarden werden gerealiseerd, genereerden de verzekeringsactiviteiten een nettowinst van EUR 961 miljoen, gekenmerkt door een sterke prestatie van Niet-Leven. De combined ratio verbeterde tot 91,3%, gekenmerkt door sterke prestaties voor de meeste productlijnen en profiteerde zowel direct als indirect van de omstandigheden die door de pandemie werden veroorzaakt. De Operationele marge van Producten met gegarandeerde rente in de geconsolideerde entiteiten steeg tot 90 basispunten. De ongunstige evolutie van de aandelenmarkten en de lagere beleggingsopbrengsten uit Vastgoed werden ruimschoots gecompenseerd door het sterke onderschrijvingsresultaat. De Operationele marge Unit-Linked producten van de Groep bleef gestaag stijgen en bedroeg 29 basispunten.

De bijdrage van Leven aan de nettowinst bedroeg EUR 570 miljoen; die van Niet-Leven EUR 391 miljoen. Het nettoresultaat in België bedroeg EUR 411 miljoen, waarbij de lagere bijdrage van de nettomeerwaarden vrijwel volledig gecompenseerd werd door een beter resultaat Niet-Leven. De Britse activiteiten droegen EUR 65 miljoen bij aan het nettoresultaat. De lagere schadefrequentie en de vrijval uit vorige jaren in Autoverzekeringen compenseerden er ruimschoots de impact van het slechte weer. De nettowinst in Continentaal Europa steeg tot EUR 136 miljoen met sterke resultaten in zowel Leven als Niet-Leven. In Azië daalde het nettoresultaat tot EUR 269 miljoen, door het lagerenteklimaat en de zeer volatiele financiële markten, hetgeen resulteerde in IFRS waardeverminderingen op aandelen. Het Herverzekeringssegment leverde een bijdrage van EUR 79 miljoen als gevolg van de sterke algemene resultaten van Niet-Leven van de cederende entiteiten.

Het nettoresultaat van de Algemene Rekening steeg aanzienlijk, tot EUR 181 miljoen, en profiteerde van de reeds vermelde meerwaarde in verband met de transacties met de FRESH-effecten. De herwaardering van de RPN(I)-verplichting leidde tot een negatieve bijdrage (zonder cash impact) van EUR 61 miljoen.

Solvabiliteit

Ondanks de negatieve impact van de financiële markten als gevolg van de onzekerheid over de COVID-19-pandemie en de transactie met de FRESH-effecten bleef de Solvency IIageas ratio sterk op 193%. De investeringen in China (Taiping Re) en India (AFLIC) werden ruimschoots gecompenseerd door de uitgifte van Tier 2-schuld ten belope van EUR 500 miljoen in het vierde kwartaal.

Het beschikbare solvabiliteitskapitaal van de niet-Europese minderheidsdeelnemingen steeg in vergelijking met december 2019 waarbij de gerealiseerde winst van de bedrijfsactiviteiten ruimschoots compensatie bood voor de betaling van dividenden aan aandeelhouders en de negatieve evolutie van de aandelenmarkten. De daling in de solvabiliteitsratio naar 220% was toe te schrijven aan een stijging van de kapitaalvereisten om de groei van de activiteiten te weerspiegelen.

Statutaire resultaten van ageas SA/NV volgens Belgische boekhoudregels

ageas SA/NV rapporteerde voor het boekjaar 2020 op basis van de Belgische boekhoudregels een positief nettoresultaat van EUR 672 miljoen (2019: EUR 209 miljoen) en een eigen vermogen van EUR 5.687 miljoen (2019: EUR 6.118 miljoen).

Een meer gedetailleerde toelichting bij het statutaire nettoresultaat van ageas SA/NV en andere Belgische wettelijke verplichtingen in overeenstemming met artikel 3:6 van het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen, bevindt zich in de jaarrekening van ageas SA/NV. PwC heeft een oordeel zonder voorbehoud afgeleverd over de jaarrekening van ageas SA/NV.

Dividend

De solvabiliteits- en kaspositie van Ageas hebben het afgelopen jaar erg goed standgehouden en zijn bedrijfsactiviteiten zijn sterk gebleven. Bijgevolg stelt de Raad van Bestuur van Ageas, volledig in overeenstemming met de aanbevelingen van de Nationale Bank van België, voor om over het boekjaar 2020 een bruto cash dividend van EUR 2,65 per aandeel uit te keren. Dat stemt overeen met een payoutratio van 56% op het nettoresultaat van de Groep, zonder de impact van de RPN(I) en de FRESH-transactie.

Overnames en desinvesteringen

Op 14 oktober maakten Ageas en Tesco Personal Finance Plc (Tesco Bank) bekend dat ze een overeenkomst hadden gesloten waarbij Tesco Bank het belang van Ageas van 50,1% in Tesco Underwriting zou kopen. Het samenwerkingsverband werd in 2009 aangegaan en werd eind 2014 verlengd met een periode van zeven jaar. De transactie zal naar verwachting in het tweede kwartaal van 2021 worden afgerond en moet nog worden goedgekeurd door de toezichthouder in het VK, de Prudential Regulation Authority (PRA).

Op 27 november voltooide Ageas de intekening op een kapitaalverhoging van Taiping Reinsurance Co. Ltd. (TPRe), een 100% dochteronderneming van zijn Chinese partner China Taiping Insurance Holdings. Ageas bezit nu 24,99% van het verhoogde aandelenkapitaal van TPRe, dat in de hele wereld herverzekeringsactiviteiten uitvoert in Leven en Niet-Leven.

Op 31 december kondigde Ageas aan dat het een bijkomend belang van 23% had verworven in de Indiase levensverzekeringsjoint-venture, IDBI Federal Life Insurance Company Ltd. (IFLIC). Ageas werd zo de grootste aandeelhouder met een belang van 49% in de joint venture met IDBI Bank en Federal Bank. Na de transactie werd de onderneming omgedoopt tot Ageas Federal Life Insurance Company.

Overige ontwikkelingen

Om een geïntegreerde duurzame waardecreatie doeltreffend na te streven, ontwikkelt de Raad van Bestuur een inclusieve benadering die een evenwicht tot stand brengt tussen de legitieme belangen en verwachtingen van aandeelhouders en andere stakeholders, met een verhoogde focus op duurzaamheid, ESG-aangelegenheden en ethische vereisten. Meer informatie over de geboekte vooruitgang is te vinden in toelichting 3 van het Verslag van de Raad van Bestuur.

Gebeurtenissen na balansdatum

We verwijzen u graag naar toelichting 44 met betrekking tot de verwerving van een belang van 40% in AvivaSA, een Turkse beursgenoteerde levens- en pensioenverzekeraar.

2 Strategie en bedrijfsmodel van Ageas 2 Strategie en bedrijfsmodel van Ageas

2020 was het tweede jaar in de implementatie van het drie jaar omvattende strategisch plan Connect21, zowel op het niveau van de Groep als in de lokale entiteiten. De strategische keuzes in het kader van Connect21 werden vertaald naar lokale actieplannen die rekening houden met de specifieke kenmerken van alle ondernemingen in de desbetreffende landen. Zo waarborgt Ageas relevant te blijven voor al zijn stakeholders en trouw aan de doelstelling 'Supporter van jouw leven'. In het activiteitenverslag van Ageas, dat samen met het jaarverslag wordt gepubliceerd, komen er verschillende voorbeelden aan bod van de manier waarop Ageas die strategie implementeert.

Eind 2020 ging het proces van de volgende strategische evolutie van start. Het resultaat wordt naar verwachting in de eerste helft van 2021 gecommuniceerd.

Supporter van jouw leven

Als 'Supporter van jouw leven' streeft de groep ernaar waarde te scheppen voor klanten, werknemers, partners, beleggers en de maatschappij als geheel. Voor elk van deze stakeholdergroepen formuleerde Ageas specifieke beloften en dienovereenkomstige KPI's.

Connect21, gericht op duurzame groei voor alle stakeholders

De afgelopen tien jaar is Ageas geëvolueerd tot een winstgevende verzekeringsmaatschappij die constant op zoek is naar manieren om zich verder te ontwikkelen, waarbij de klant centraal staat. Bij de opzet van het strategisch plan Connect21 is Ageas teruggegaan naar de basis en heeft de onderneming de essentie van haar bestaan onderzocht. Het bedrijf erkent dat de wereld complexer wordt en dit betekent dat de rol van een verzekeraar voortdurend verandert en groter wordt, om te voldoen aan de veranderende behoeften van alle stakeholders.

Ageas streeft er naar om zich te buigen over de onzekerheden en de mogelijkheden, zodat haar klanten met alle gemoedsrust ten volle van elke fase van hun leven kunnen genieten. Met haar competenties en vaardigheden biedt Ageas oplossingen op het gebied van gezondheid, welzijn, huisvesting en mobiliteit, evenals voor uitdagingen die gepaard gaan met ouder worden, waaronder spaar- en pensioenoplossingen.

Ageas gebruikt de nieuwste technologische ontwikkelingen om een uitmuntende klantenervaring te creëren en biedt oplossingen die verder gaan dan de traditionele grenzen van verzekeringen: voorbereiding en bescherming, naast preventie en ondersteuning.

In deze nieuwe terreinen buiten traditionele verzekeringen is Ageas zich ook bewust van haar bredere rol in de maatschappij en speelt zij in op de maatschappelijke uitdagingen waar Ageas de meeste waarde kan toevoegen. Het onderschrijven van de Principles for Responsible Investment (PRI) van de VN voor zijn beleggingen, van de UNEP FI Principes of Sustainable Insurance (PSI) en het omarmen van een selectie van relevante duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's) ondersteunt deze inspanningen.

Vanuit zijn doel en kernwaarden – zorgen, durven, realiseren en delen – biedt Ageas in 14 Europese en Aziatische landen Leven- en Niet-Leven-oplossingen aan miljoenen particuliere en bedrijfsklanten. De onderneming helpt klanten om hun risico's te beheren, erop te anticiperen en deze te verzekeren, met een brede waaier aan producten die zowel aan de huidige als toekomstige behoeften voldoen. Ageas onderscheidt zich door zijn expertise op het gebied van partnerships en heeft langetermijnovereenkomsten gesloten met toonaangevende financiële instellingen en distributeurs over de hele wereld, waardoor zij altijd dicht bij de klant is. In de toekomst zal Ageas deze partnerships of ecosystemen uitbouwen en versterken. Door producten en diensten te ontwikkelen die verder gaan dan alleen verzekeringen streeft de onderneming ernaar om in een razendsnel veranderende wereld in te spelen op nieuwe behoeften en prioriteiten. Net als elk ander bedrijf opereert Ageas binnen een dynamisch wet- en regelgevend kader zoals Solvency II en Mifid en recenter de AVG met betrekking tot gegevensbescherming. Ageas speelt ook in op regelgeving of kaders zoals de PRI en SDG's van de VN en principes rond klimaatverandering zoals de richtlijnen van de Task Force for Climate related Financial Disclosures (TCFD). En er komen nog meer ontwikkelingen aan. Zo zullen bijvoorbeeld de taxonomie van de EU en de verplichte bekendmaking van informatie in verband met duurzaamheid in de sector van de financiële dienstverlening in 2021

Het is vanzelfsprekend dat Ageas haar beloften uitsluitend kan waarmaken met de steun van passend opgeleide en betrokken medewerkers en het kapitaal dat haar aandeelhouders ter beschikking

Wat betreft de opbrengstenstromen bepalen drie belangrijke

Onderschrijving: het nettoresultaat van de geïnde verzekeringspremies minus de uitgekeerde schades. Het poolen of onderling spreiden van de risico's van verzekerde individuen of bedrijven binnen een grotere portefeuille van verzekerde activa is de essentie van verzekeringen. De klant betaalt periodiek, doorgaans maandelijks of jaarlijks premie, om risico's aangaande

componenten de financiële resultaten van Ageas:

van kracht worden

stellen.

Het succes van Ageas hangt af van hoe alle stakeholders hun relaties met Ageas op lange termijn beoordelen. De implementatie van Connect21 is een geleidelijk proces in een wereld die voortdurend verandert. Ageas wil hyperrelevant blijven en weet dat het zijn concurrentievoordeel op lange termijn alleen kan behouden als het blijft evolueren en zichzelf opnieuw blijft uitvinden. Via een specifiek strategisch proces, 'Think 2030', houdt de Groep maatschappelijke trends en technologische innovaties nauwlettend in het oog, en ook hoe deze het toekomstige product- en dienstenaanbod voor klanten beïnvloeden.

Het onderstaande schema presenteert het bedrijfsmodel van Ageas, in lijn met zijn strategie, en vermeldt de kapitalen die in het kader van Integrated Reporting voor Ageas relevant zijn.

Ageas Jaarverslag 2020 15

levens, woningen, auto's, reizen of specifiekere soorten risico te dekken. Ageas verzekert deze en keert na claims uit in het geval van een ongunstige gebeurtenis. In de toekomst kunnen andere opbrengstenbronnen mogelijk zijn, afhankelijk van welke diensten

Beleggingen: het financiële nettoresultaat gegenereerd via de belegging van premies in andere opbrengsten genererende activa, zoals staats- of bedrijfsobligaties, leningen, aandelen of vastgoed. Door te beleggen in een brede en gediversifieerde waaier aan activa, gespreid over vele sectoren, ondersteunt Ageas ook actief de economie en de maatschappij, en genereert tegelijkertijd een financieel rendement dat in eerste instantie ten goede komt aan alle klanten en in een tweede stap terugvloeit naar

Herverzekering: In 2015 besloot Ageas een eigen interne herverzekeringsactiviteit op te zetten, met name gericht op de Niet-Leven-activiteiten. Met deze eigen herverzekering neemt Ageas voor eigen rekening deel aan de risicodekking en realiseert het zo een betere diversificatie van zijn eigen risico's. In 2020 begon ageas SA/NV ook in het segment Leven deel te nemen aan bestaande herverzekeringsprogramma's van zijn groepsentiteiten ('interne-herverzekeringsactiviteiten'), in een pilootproject samen met Portugal. In 2021 wordt die deelname voortgezet en zullen er verdere mogelijkheden worden geanalyseerd, ook in de context

Met een groepsbreed doel en waarden, en duidelijke strategische keuzes en bedrijfsmodel streeft Ageas ernaar een echte 'Supporter van jouw leven' te zijn en waarde te scheppen voor alle stakeholders:

Dit jaarverslag en het activiteitenrapport beoogt de lezer alle relevante informatie te bieden die deze nodig heeft teneinde de inspanningen te beoordelen die Ageas levert om te voldoen aan de financiële en niet-

klanten, werknemers, partners, beleggers en maatschappij.

financiële verwachtingen van al haar stakeholders.

Ageas buiten verzekeringen kan ontwikkelen;

haar aandeelhouders of obligatiehouders;

van het kapitaalbeheer.

Het bedrijfsmodel van Ageas

termijn met onze partners

aandeelhouders

impact

tevreden klanten

medewerkers

Vanuit zijn doel en kernwaarden – zorgen, durven, realiseren en delen – biedt Ageas in 14 Europese en Aziatische landen Leven- en Niet-Leven-oplossingen aan miljoenen particuliere en bedrijfsklanten. De onderneming helpt klanten om hun risico's te beheren, erop te anticiperen en deze te verzekeren, met een brede waaier aan producten die zowel aan de huidige als toekomstige behoeften voldoen. Ageas onderscheidt zich door zijn expertise op het gebied van partnerships en heeft langetermijnovereenkomsten gesloten met toonaangevende financiële instellingen en distributeurs over de hele wereld, waardoor zij altijd dicht bij de klant is. In de toekomst zal Ageas deze partnerships of ecosystemen uitbouwen en versterken. Door producten en diensten te ontwikkelen die verder gaan dan alleen verzekeringen streeft de onderneming ernaar om in een razendsnel veranderende wereld in te spelen op nieuwe behoeften en prioriteiten. Net als elk ander bedrijf opereert Ageas binnen een dynamisch wet- en regelgevend kader zoals Solvency II en Mifid en recenter de AVG met betrekking tot gegevensbescherming. Ageas speelt ook in op regelgeving of kaders zoals de PRI en SDG's van de VN en principes rond klimaatverandering zoals de richtlijnen van de Task Force for Climate related Financial Disclosures (TCFD). En er komen nog meer ontwikkelingen aan. Zo zullen bijvoorbeeld de taxonomie van de EU en de verplichte bekendmaking van informatie in verband met duurzaamheid in de sector van de financiële dienstverlening in 2021 van kracht worden

Het is vanzelfsprekend dat Ageas haar beloften uitsluitend kan waarmaken met de steun van passend opgeleide en betrokken medewerkers en het kapitaal dat haar aandeelhouders ter beschikking stellen.

Wat betreft de opbrengstenstromen bepalen drie belangrijke componenten de financiële resultaten van Ageas:

Onderschrijving: het nettoresultaat van de geïnde verzekeringspremies minus de uitgekeerde schades. Het poolen of onderling spreiden van de risico's van verzekerde individuen of bedrijven binnen een grotere portefeuille van verzekerde activa is de essentie van verzekeringen. De klant betaalt periodiek, doorgaans maandelijks of jaarlijks premie, om risico's aangaande levens, woningen, auto's, reizen of specifiekere soorten risico te dekken. Ageas verzekert deze en keert na claims uit in het geval van een ongunstige gebeurtenis. In de toekomst kunnen andere opbrengstenbronnen mogelijk zijn, afhankelijk van welke diensten Ageas buiten verzekeringen kan ontwikkelen;

  • Beleggingen: het financiële nettoresultaat gegenereerd via de belegging van premies in andere opbrengsten genererende activa, zoals staats- of bedrijfsobligaties, leningen, aandelen of vastgoed. Door te beleggen in een brede en gediversifieerde waaier aan activa, gespreid over vele sectoren, ondersteunt Ageas ook actief de economie en de maatschappij, en genereert tegelijkertijd een financieel rendement dat in eerste instantie ten goede komt aan alle klanten en in een tweede stap terugvloeit naar haar aandeelhouders of obligatiehouders;
  • Herverzekering: In 2015 besloot Ageas een eigen interne herverzekeringsactiviteit op te zetten, met name gericht op de Niet-Leven-activiteiten. Met deze eigen herverzekering neemt Ageas voor eigen rekening deel aan de risicodekking en realiseert het zo een betere diversificatie van zijn eigen risico's. In 2020 begon ageas SA/NV ook in het segment Leven deel te nemen aan bestaande herverzekeringsprogramma's van zijn groepsentiteiten ('interne-herverzekeringsactiviteiten'), in een pilootproject samen met Portugal. In 2021 wordt die deelname voortgezet en zullen er verdere mogelijkheden worden geanalyseerd, ook in de context van het kapitaalbeheer.

Met een groepsbreed doel en waarden, en duidelijke strategische keuzes en bedrijfsmodel streeft Ageas ernaar een echte 'Supporter van jouw leven' te zijn en waarde te scheppen voor alle stakeholders: klanten, werknemers, partners, beleggers en maatschappij.

Dit jaarverslag en het activiteitenrapport beoogt de lezer alle relevante informatie te bieden die deze nodig heeft teneinde de inspanningen te beoordelen die Ageas levert om te voldoen aan de financiële en nietfinanciële verwachtingen van al haar stakeholders.

3 Waardecreatie in en voor de maatschappij 3.1 3 Waardecreatie in en voor de maatschappij

Onze belofte aan onze stakeholders verder versterkt door Connect21

Als verzekeringsgroep staat Ageas in het middelpunt van een aantal maatschappelijke thema's die een grote rol spelen in het leven van iedereen. Vergrijzing, gezondheidsgerelateerde zaken, nieuwe leefvormen, mobiliteit en klimaatverandering creëren allemaal risico's en kansen voor de activiteiten van Ageas.

Om niet alleen vandaag maar ook in de toekomst relevant te blijven, heeft de Groep nagedacht over deze uitdagingen. In het kader van Connect21, het lopende strategisch driejarenplan, heeft Ageas gekozen voor het stakeholdermodel waarin zij waarde wil scheppen voor al haar stakeholders en tegelijkertijd rekening wil houden met landspecifieke factoren. Voor elke categorie van stakeholders werden duidelijke ambities overeengekomen die in praktijk moeten gebracht worden. Ageas heeft de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG) van de VN onderschreven en op basis van haar kerncompetenties ervoor gekozen zich actief in te zetten voor de volgende 10 SDG's:

De afbeelding visualiseert het engagement naar de stakeholders en een duidelijke uitspraak over wie de Groep wil zijn, een 'Supporter van jouw leven'

Ageas' eerste materialiteitsmatrix

Om een beter inzicht te verkrijgen in de duurzaamheidsonderwerpen die voor het bedrijf het meest relevant zijn, heeft Ageas in 2020 zijn eerste materialiteitsoefening uitgevoerd. De resultaten van de beoordeling zullen worden gebruikt als input voor toekomstige strategische planningscycli en om aan zijn stakeholders transparanter over duurzaamheid te communiceren. De materialiteitsbeoordeling bestond uit drie grote fasen die plaatsvonden tussen februari en september 2020.

Aangezien de overlegrondes plaatsvonden tijdens de wereldwijde coronacrisis, is het geen verrassing dat de onderwerpen Financiële veerkracht en Verantwoordelijk bestuur zowel door stakeholders als door het management als het belangrijkst werden beschouwd. Voor een verzekeringsmaatschappij zijn solide financiële prestaties, een sterk en betrouwbaar bestuur en continu anticiperen op (maatschappelijke) uitdagingen cruciaal om aan de behoeften van alle stakeholders te voldoen.

Onze aanpak

In een eerste fase werd een uitgebreide desktopstudie op interne en openbare documenten uitgevoerd (documenten van internationaal erkende duurzaamheidsstandaarden en -organisaties, ESG-ratings, verslagen van collega's in de sector en artikelen uit de media). Op basis daarvan werd er een lijst opgesteld van onderwerpen die voor Ageas relevant zijn, met inachtneming van het concept van dubbele materialiteit. De verschillende operationele entiteiten van Ageas waren bij deze fase betrokken, zodat de lijst van de onderwerpen representatief zou zijn voor alle geografische gebieden waar Ageas actief is.

In de tweede fase werd er overleg gepleegd met zowel stakeholders als het management om de prioriteiten binnen de relevante onderwerpen vast te stellen. Er werden verschillende groepen van stakeholders geselecteerd, op basis van de impact die Ageas op hen heeft en op basis van hun invloed op Ageas. De uiteindelijke categorieën waren Werknemers, Beleggers, de Maatschappij en Zakenpartners. De eindklant werd in deze eerste materialiteitsbeoordeling niet betrokken. Wel boden zakenpartners (makelaars) een inzicht in de verwachtingen van de eindklant. Ook al onderhoudt Ageas regelmatig contact met alle groepen stakeholders, het was de eerste keer dat er specifiek met deze stakeholders overleg werd gepleegd over duurzaamheid. Er zullen met elke groep stakeholders verdere gesprekken worden gevoerd over specifieke onderwerpen die uit de beoordeling naar voren kwamen. Om een inzicht te verkrijgen in de geografische verschillen binnen de Ageas Groep, werden de verschillende entiteiten betrokken: België, het VK, Continentaal Europa en de hoofdkantoren van Ageas in Brussel en Hong Kong.

Voor het interne perspectief werd een beroep gedaan op het Executive Management en de Raad van Bestuur, alsook de CEO's en HRmanagers van de OpCo's. Zowel het overleg met de stakeholders als met het management bestond uit een online enquête in combinatie met dieptegesprekken. Ageas ontving in totaal 1.234 ingevulde enquêtes (responspercentage van 54%). Verder werden er in totaal 22 dieptegesprekken georganiseerd, gespreid over de verschillende groepen stakeholders en het management, om een diepgaander inzicht te verwerven in de verwachtingen en de prestaties van Ageas ten aanzien van deze onderwerpen.

In de derde en laatste fase werd de ontvangen input geanalyseerd en werden er conclusies getrokken. Dat leidde tot een geconsolideerde materialiteitsmatrix voor de hele Ageas Groep (zoals hierna weergegeven). Om de resultaten voor de lokale Opco's concreter te maken, werd er ook voor elke OpCo een materialiteitsmatrix opgesteld. De materialiteitsmatrix van de Groep werd gepresenteerd aan en goedgekeurd door het Executive Management en de Raad van Bestuur.

Resultaten Resultaten

De resultaten van de eerste materialiteitsmatrix voor Ageas worden hierna gepresenteerd: De resultaten van de eerste materialiteitsmatrix voor Ageas worden hierna gepresenteerd:

Ageas heeft de belangrijkste 8 ESG-materialiteitsonderwerpen gekoppeld aan de kapitalen van het International Integrated Reporting Council model (IIRC1), zoals opgenomen in het bedrijfsmodel van Ageas, en aan de door Ageas geselecteerde duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG's). Uit het overzicht blijkt duidelijk het gebruik van de IR-kapitalen en het bevestigt de gemaakte SDG keuzes. Ageas heeft de belangrijkste 8 ESG-materialiteitsonderwerpen gekoppeld aan de kapitalen van het International Integrated Reporting Council model (IIRC1), zoals opgenomen in het bedrijfsmodel van Ageas, en aan de door Ageas geselecteerde duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG's). Uit het overzicht blijkt duidelijk het gebruik van de IR-kapitalen en het bevestigt de gemaakte SDG keuzes.

Onderwerpen van hoog belang IR Kapitaal SDGs
9 Financiële veerkracht Financieel
7 Verantwoordelijk bestuur Intellectueel, Menselijk, Sociaal en relationeel
11 Verzekeringsproducten en diensten die beschermen tegen maatschappelijke uitdagingen Sociaal en rationeel, Intellectueel
14 Maatschappelijk verantwoorde beleggingen gericht op maatschappelijke uitdagingen Financieel, Intellectueel, Sociaal en rationeel
12 Begrijpelijke, eerlijke en transparante informatie voor klanten Sociaal en relationeel, Intellectueel
2 Gezondheid en welzijn van onze medewerkers Menselijk
3 Persoonlijke en professionele ontwikkeling van onze medewerkers Menselijk
10 Verzekeringsproducten en -diensten die verantwoord gedrag stimuleren Sociaal en relationeel, Intellectueel

1 Model voor geïntegreerde verslaggeving, zie https://integratedreporting.org/wp-content/uploads/2013/12/13-12-08-THE-INTERNATIONAL-IR-FRAMEWORK-2-1.pdf 1 Model voor geïntegreerde verslaggeving, zie https://integratedreporting.org/wp-content/uploads/2013/12/13-12-08-THE-INTERNATIONAL-IR-FRAMEWORK-2-1.pdf

Bestuur met betrekking tot duurzaamheid

Het governancemodel van Ageas is gebaseerd op een robuust kader waarbinnen risico's die ontstaan door duurzaamheidsgerelateerde onderwerpen op alle niveaus van de Groep worden begrepen en bewaakt en waarover rekenschap wordt afgelegd.

Zoals bepaald in het Corporate Governance Charter is het de taak van de Raad van Bestuur om toezicht uit te oefenen en duurzame waardecreatie door de Vennootschap, de Ageas Groep, na te streven door de strategische ambities voor het beheer van de Vennootschap op te stellen, een effectief, verantwoordelijk en ethisch leiderschap te organiseren, en ten slotte, de prestaties van de Vennootschap te bewaken. Om deze duurzame waardecreatie doeltreffend na te streven, ontwikkelt de Raad van Bestuur een inclusieve benadering die een evenwicht tot stand brengt tussen de legitieme belangen en verwachtingen van aandeelhouders en andere stakeholdergroepen, met een verhoogde focus op onderwerpen die verband houden met duurzaamheid, ook wel ESG-aangelegenheden genoemd, en in bredere zin hoe er moet worden omgegaan met de huidige maatschappelijke uitdagingen waarop de Vennootschap wenst in te spelen via haar producten en diensten of beleggingsstrategie. De vier subcomités nemen elk een specifiek deel van die taak voor hun rekening en verlenen advies aan de Raad van Bestuur. Het Remuneration Committee adviseert bijvoorbeeld over de manier waarop duurzaamheid kan worden opgenomen in de prestatieindicatoren, en het Risk and Capital Committee over het definiëren en de opvolging van risico's, waaronder ook sociale en milieugebonden risico's, binnen de traditionele onderschrijvingsactiviteit in Leven en Niet-Leven en in de beleggingsstrategie rekening houdend met enige reputatie- of bedrijfsrisico's, inclusief milieugebonden en sociale aspecten (meer informatie over het risicobeheerproces wordt verstrekt in toelichting 4).

Vanuit een managementstandpunt worden de duurzaamheidsstrategie en de implementatie daarvan aangestuurd door CEO. Dit weerspiegelt de reikwijdte van het engagement en het feit dat dit laatste ten aanzien van stakeholders betrekking heeft op alle aspecten van de onderneming. Onder leiding van de afdeling Sustainability is er een breed plan opgesteld om ESG-aspecten (milieugebonden, sociale en bestuursgebonden aspecten), waaronder klimaatgerelateerde onderwerpen, te implementeren. Dat plan houdt in dat er wordt nagedacht over huidige en toekomstige producten, de beleggingen en de organisatie. Het Corporate Sustainability team wordt ondersteund door een groep van ESG-ambassadeurs, die de operationele entiteiten in Europa en Azië vertegenwoordigen, en ook de dochterondernemingen AG Real Estate en Interparking omvatten, alsook sleutelfuncties op Corporate-niveau, zoals Risk, HR en Communications, noodzakelijk om een gecoördineerde aanpak te garanderen en om ervoor te zorgen dat de vereiste expertise aanwezig is voor een consistente implementatie. Verschillende functieoverschrijdende ESG-taskforces behandelen verschillende subprojecten, waaronder één subproject voor de beoordeling en implementatie van de richtlijnen van TCFD.

De Group Director Sustainability leidt en houdt toezicht op alle projecten, rapporteert aan en communiceert met de CEO, en brengt regelmatig verslag uit aan de Raad van Bestuur, het Executive Committee en het Management Committee over de geboekte vooruitgang en vraagt hun goedkeuring voor onderwerp specifieke actieplannen.

Behalve de SDG's en de Principles for Responsible Investment (UN PRI) heeft Ageas in 2020 ook formeel Global Compact van de Verenigde Naties (UN GC) en de Principles for Sustainable Insurance – UNEP FI (PSI) onderschreven, allemaal initiatieven met als doel een stakeholdergerichte onderneming te zijn die zich toelegt op de creatie van zowel economische als maatschappelijke waarde en zo zijn engagement te bevestigen.

Toepassingsgebied en opzet van de toelichting over de bekendmaking van niet-financiële informatie

De niet-financiële Informatie wordt bekendgemaakt in overeenstemming met de Europese richtlijn over niet-financiële informatie, nationale wetgeving over ESG-aspecten en aanbevelingen van toezichthouders zoals het Euronext-advies voor ESG-rapportage gepubliceerd in januari 2020. Er wordt ingegaan op de vooruitgang per stakeholdergroep gelinkt aan het resultaat van de ESGmaterialiteitsenquête die in 2020 werd uitgevoerd, en in overeenstemming met de beloftes in het kader van Connect21. De selectie van de KPI's wordt getoetst aan lopende initiatieven en standaarden zoals "Towards common metrics and consistent reporting of sustainable value creation" van World Economic Forum en de SASBstandaard voor de verzekeringssector; die benchmarks vormen een extra bron van inspiratie voor de verdere ontwikkeling van KPI's. Waar mogelijk en passend verstrekt Ageas naast kwalitatieve informatie ook niet-financiële indicatoren.

Voor het eerst zijn de informatie en de gegevens in het Jaarverslag opgesteld in overeenstemming met de standaarden (core) van het Global Reporting Initiative (GRI). De GRI Standaarden zijn wereldwijd best practice voor het rapporteren over economische, milieu of sociale impact. Duurzaamheidsrapporting gebaseerd op deze Standaarden geven een inzicht in de positieve en negatieve bijdrage van een organisatie tot duurzame ontwikkeling. De inhoudsindex van het GRI (zie H. Overige Informatie) laat zien tegenover welke indicatoren Ageas rapporteert en waar de betreffende informatie kan worden gevonden. Net als vorig jaar werden de principes van geïntegreerde verslaggeving waar mogelijk toegepast.

Het huidige rapport omvat de volledige Ageas Group en stemt overeen met de consolidatiekring die wordt toegepast voor de opmaak van financiële informatie in het geconsolideerd jaarverslag, tenzij het anders werd aangegeven.

Onze klanten en partners

3.2

Materiële onderwerpen die ter sprake komen met betrekking tot de klanten

  • Verzekeringsproducten en diensten die beschermen tegen maatschappelijke uitdagingen
  • Begrijpelijke, eerlijke en transparante informatie voor klanten
  • Verzekeringsproducten en diensten die verantwoordelijk gedrag aanmoedigen

Het doel van de onderneming is in het kader van het strategisch plan Connect21 opnieuw beoordeeld. Het wordt als volgt geformuleerd: "Wij bestaan voor onze klanten. We zijn er om hen in goede en slechte tijden bij te staan. De toekomst is niet altijd even duidelijk, laat staan voorspelbaar. Wij beschermen wat ze vandaag hebben, en helpen hen om hun toekomstdromen waar te maken. Als 'Supporter van jouw leven' buigen wij ons over de onzekerheden en de mogelijkheden, zodat onze klanten in alle gemoedsrust ten volle van elke fase van hun leven kunnen genieten."

De beloften ten aanzien van onze klanten zijn de volgende:

  • We helpen klanten beschermen wat ze hebben, en hun dromen waar te maken.
  • We gaan met onze klanten op lange termijn een engagement aan.
  • We bieden een uitstekende klantenervaring.
  • We bieden een gepersonaliseerde aanpak aan, op basis van duidelijke en open communicatie.

Ons engagement ten aanzien van onze klanten is gekoppeld aan de sterke banden van de onderneming met haar partners, omdat veel klanten via onze partners worden bediend. De beloften van Ageas naar partners toe zijn:

  • We investeren in partnerships of allianties op lange termijn.
  • We geven vertrouwen aan partners die onze waarden en ambities delen.
  • We willen voortdurend evolueren en partnerships verbeteren in het voordeel van iedereen.
  • We gaan op zoek naar opportuniteiten waarmee we samen kunnen slagen.

De Ageas Groep bedient rechtstreeks of onrechtstreeks bijna 39 miljoen klanten, in 14 Europese en Aziatische landen. Ageas is voornamelijk actief in mature markten in West-Europa en via joint ventures in Aziatische groeilanden. Via een breed scala aan kanalen ligt de focus op Leven- en Niet-Leven-oplossingen voor individuele klanten en kleine en middelgrote bedrijven. Binnen het huidige strategisch plan zijn de activiteiten uitgebreid naar preventie en ondersteuning, om onze klanten te helpen om potentiële risico's te anticiperen, naast de gebruikelijke bescherming en hulp in geval van een ongunstige gebeurtenis. Deze uitdrukkelijke ambitie ligt binnen de lijn van onze aangepaste missie om onze klanten oplossingen te bieden die economische waarde scheppen en tegelijkertijd inspelen op bepaalde maatschappelijke kwesties, bijvoorbeeld op het gebied van Gezondheid en Welzijn, Vergrijzing of Mobiliteit. Die bredere ambitie resulteert doorgaans ook in nieuwe types van partnerships, naast de traditionele allianties.

Ageas is zich ervan bewust dat de wereld in sneltempo verandert en wil tegemoetkomen aan de verwachtingen van zijn stakeholders, zoals die gebleken zijn uit de materialiteitsbeoordeling. Daarom wil Ageas begrijpelijke, eerlijke en transparante informatie verstrekken en verantwoordelijk gedrag van zijn klanten aanmoedigen.

Verzekeringsproducten en diensten die beschermen tegen maatschappelijke uitdagingen

Ageas wil een echte partner zijn die zorg draagt voor de gezondheid en het welzijn van mensen, volledig in de lijn van SDG 3.

Preventie is een van de hoekstenen van die strategie, wat perfect wordt geïllustreerd door AG Health Partner, een interne start-up die werknemers van bedrijven een innovatieve en uitgebreide welzijnsbenadering biedt, zonder dat er zelfs een directe link is met verzekeringsproducten. AG Health Partner steunt organisaties bij de totstandbrenging van een echte visie en strategie voor gezondheid en welzijn, via een driestapsbenadering die begint met een grondige analyse van de behoeften van het bedrijf, samengevat in een actieplan. De volgende stap is een selectiefase waarin het bedrijf uit een catalogus die initiatieven kiest die best aansluiten bij zijn waarden en behoeften. Die catalogus wordt samengesteld in samenwerking met erkende Belgische deskundigen op het gebied van mentaal, sociaal en fysiek welzijn. En tot slot worden werknemers in een implementatiefase aangemoedigd om 'My Health Partner' te gebruiken, een kennis- en communicatieplatform met persoonlijke diensten om 'gelukkig en gezond te zijn op het werk'.

De feedback van klanten is zeer positief, zowel langs werkgevers als van werknemers kant, een bewijs dat partnerships met professionele organisaties op het terrein cruciaal zijn voor de levering van aangepaste diensten die aan hoge normen voldoen.

In Portugal bouwde Médis een eigen ecosysteem dat alle belangrijke spelers uit de gezondheidszorg met elkaar verbindt. Een van de recente innovaties is 'Médico online', dat 24 uur per dag en 7 dagen per week een online verbinding biedt met een arts via een (video)gesprek. Alle communicatie vindt volledig digitaal plaats, ook de uitwisseling van documenten en voorschriften. In dit moeilijke coronatijdperk was dit het uitgelezen moment om een dergelijke oplossing te introduceren, zodat klanten in deze nieuwe wereld van veiligheidsmaatregelen en social distancing gemakkelijker toegang krijgen tot de zorg die zij nodig hebben.

Als een supporter van het leven van onze klanten was de wereldwijde pandemie een moment van de waarheid

Ageas nam niet alleen deel aan sectorale en overheidsinitiatieven, maar reageerde op tal van andere manieren en bracht op die manier onze waarden in de praktijk op de momenten die het belangrijkst zijn. Hierna komen er een beperkt, maar representatief aantal voorbeelden aan bod van initiatieven die werden georganiseerd om de zwaarst getroffen groepen te helpen. Ten aanzien van werknemers en, meer in het algemeen, de maatschappij, zijn er vergelijkbare initiatieven genomen. Die worden beschreven in deel 3.3. en 3.5.

  • Er werd bijzondere aandacht besteed aan klanten die zorgverlener zijn. In China en in Thailand werd er bijvoorbeeld (deels) gratis dekking geboden aan medische zorgverleners die positief testten op COVID-19 of die aan het virus overleden. Tegelijkertijd bood Muang Thai Insurance een gratis persoonlijke ongevallenverzekering aan artsen, verpleegkundigen en medisch personeel, net als AG, dat de arbeidsongevallen- en aansprakelijkheidsdekking voor zijn institutionele klanten uit de gezondheidszorg automatisch uitbreidde met een dekking voor ongevallen en aansprakelijkheid voor occasionele vrijwilligers. En Interparking stelde gratis parkeerplaatsen ter beschikking van medisch personeel en veiligheidsdiensten.
  • Er werden tijdelijke steunmaatregelen ingevoerd voor klanten die als gevolg van inkomensverlies moeite hadden om hun premies te betalen. In Vietnam herzagen we de betalingsfrequentie voor klanten die als gevolg van de coronacrisis in financiële moeilijkheden verkeerden. In Singapore verlengden we reispolissen met 6 maanden. Ook in het VK werden flexibele covers betalingsopties verleend waaronder de kwijtschelding van prijsaanpassingen halverwege het contract of annulatievergoedingen, uitstel van betaling voor klanten in financiële moeilijkheden en de terugbetaling van de jaarlijkse reisverzekering. AG Real Estate gaf detailhandelaars een korting van 50 procent op de handelshuur voor de periode van de lockdown. De betaling van de resterende huur kon tot het einde van het jaar worden gespreid. In de horeca hoefden de betreffende handelaars tijdens de lockdown helemaal geen huur te betalen. En Interparking gaf bijvoorbeeld een tijdelijke korting van 50% aan houders van een P-kaart.
  • In België deelde AG 200.000 vouchers van EUR 20 uit om de lokale economie te stimuleren. Klanten konden de vouchers uitgeven in lokale winkels die het zwaarst door de crisis waren getroffen, om ze wat extra steun te bieden. In Portugal werd er een globaal marktinitiatief georganiseerd om kmo's uit de detailhandel te steunen. Er werden vouchers uitgedeeld om jobs en het voortbestaan van tal van bedrijven te vrijwaren. In die context werkte Ageas Seguros mee aan de introductie van Keep Warranty, een mechanisme dat binnen bepaalde limieten garandeert dat alle vouchers die niet kunnen worden gebruikt omdat het betreffende bedrijf zijn activiteiten heeft stopgezet, worden terugbetaald.
  • Aksigorta voorzag in een speciaal steunpakket voor zijn agentenkanaal door de commissies te herzien om rekening te houden met inkomensverliezen en bood ook internetpakketten en extra opleidingen aan.

De vergrijzing wordt een van de belangrijkste sociale transformaties van de 21e eeuw, met gevolgen voor bijna alle sectoren, ook het verzekeringswezen. Tegen 2050 zal één op zes mensen in de wereld ouder zijn dan 65 (of één op vier in Europa), en naar verwachting zal het aantal 80-plussers verdriedubbelen. Ageas investeert op verschillende manieren om de behoeften van deze steeds grotere groep te steunen, en zet op die manier niet alleen optimaal in op zijn engagement ten aanzien van SDG 3 maar ook op SDG 1 en 9.

Het aanbod van Médis gericht aan senioren werd omgedoopt tot Médis vintage

om beter te voldoen aan de behoeften van de oudere bevolking. Vaak valt het pensioen samen met het wegvallen van een ziekteverzekeringsregeling van de werkgever, en aangezien de Nationale Gezondheidszorg in Portugal onder druk staat, zag Médis dat er nood was aan een specifiek aanbod. Naast de bestaande voorzieningen omvat het product nu ook een aanzienlijke dekking voor levensbedreigende ziekten en nieuwe diensten die veeleer gericht zijn op preventie, zoals een jaarlijkse check-up en een griepvaccinatie. Medische zorg thuis (kinesisten of verpleegkundigen) of nevendiensten zoals de huur of de aankoop van orthopedisch materiaal, de levering van geneesmiddelen aan huis en zelfs diensten zoals schoonmaakdiensten of catering maken allemaal deel uit van dit vintage pakket, dat beschikbaar is in twee formules: vintage of vintage plus. Met deze nieuwe oplossingen laat Médis alweer zien dat het in de gezondheidszorg een echte referentie is.

Phil at Home in België werd verder ontwikkeld

en helpt bejaarden om langer thuis te kunnen wonen, in alle veiligheid en comfort. De waardepropositie werd verder uitgebreid met een slim deurslot, voor een betere beveiliging, en met videogesprekken zodat niet digitaal onderlegde senioren contact kunnen houden met familie of zelfs gepaste zorg op afstand kunnen genieten. De nieuwe voorzieningen werden getest met i-mens, de op een na grootste zorgverlener in Vlaanderen. En in dit moeilijke coronatijdperk werden diensten aan huis alleen maar relevanter. Meer dan 70% van de senioren verklaarde immers ook op latere leeftijd thuis te willen blijven wonen. Phil at Home verzachtte de eenzaamheid van 350 senioren door tablets te leveren aan mensen thuis of in woonzorgcentra, zodat ze contact konden houden met hun familie.

Ageas wil helpen om verzekeringen toegankelijk en betaalbaar te maken voor iedereen, en wil op die manier SDG 1 'Geen armoede' en SDG 10 'Ongelijkheid verminderen' in de praktijk brengen.

Taiping Life steunt samen met zijn belangrijkste aandeelhouder China Taiping Insurance Holding achtergestelde gemeenschappen in Anhui en in de provincie Gansu. Samen organiseerden ze verschillende initiatieven, van economische hulp tot onderwijs en toegankelijke verzekeringen om armoede als gevolg van ziekte terug te dringen.

Ook biedt Ageas via zijn joint venture Etiqa in Maleisië verzekeringsproducten tegen lage premies om verzekeringen voor iedereen betaalbaar te maken. In geval van overlijden of invaliditeit wordt er een vast bedrag uitbetaald om de familie te beschermen, zodat klanten niet aan armoede worden overgeleverd.

Gewasverzekering helpt boeren het hoofd te bieden aan de impact van de klimaatverandering.

Extreme weersomstandigheden, zoals meer stormen, langdurige regenbuien, windstoten, hagelstormen en lange perioden van droogte, kunnen een verwoestende impact hebben. Boeren zijn vaak een van de eerste slachtoffers van deze klimaatgebeurtenissen, die in het slechtste geval hun hele oogst, en dus hun bron van levensonderhoud, verliezen. Toen AG en de Nederlandse gespecialiseerde verzekeraar Hagelunie in het begin van 2020 de handen in elkaar sloegen, werd er een aanbod ontwikkeld zodat Vlaamse boeren hun veldgewassen via de uitgebreide weersverzekering tegen klimaatrisico's konden verzekeren tegen schade veroorzaakt door zes natuurfenomenen.

Dit partnership combineert de kennis van de landbouwsector en het uitgebreide distributienetwerk van Ageas met de gespecialiseerde expertise van Hagelunie op het vlak van landbouwrisico's. Aan het einde van het eerste oogstseizoen waren de resultaten erg positief, zowel wat het aantal gesloten contracten betreft als in termen van schadebeheer. De extreem lange droogte in de lente van 2020 had een significante impact op de landbouwsector. De gewassen werden allemaal zwaar getroffen, waardoor de oogsten later in het jaar kleiner uitvielen. Die verloren oogst werd gecompenseerd door deze nieuwe verzekeringspolis, waarbij tot 80% van de geleden schade werd uitbetaald.

Ageas staat in het midden van de mobiliteitsrevolutie en streeft naar een positieve impact op het milieu.

Ageas legt zich toe op nieuwe technologieën, nieuwe partnerships en nieuwe innovaties. Zelfrijdende auto's worden geleidelijk aan een reëel fenomeen, en Ageas is op dat vlak duidelijk een pionier.

In 2019 was Ageas in Portugal de eerste verzekeraar van een 100% elektrisch en volledig autonoom voertuig: een shuttle op de campus van de Nova-universiteit die ook vandaag nog rijdt.

In België liet AG van zich horen met de verzekering van het eerste zelfrijdende voertuig in een echte situatie op de Belgische weg. De eerste zelfrijdende bus wordt gebruikt om bezoekers van het Algemeen Ziekenhuis Maria Middelares in Gent te vervoeren van de tramhalte naar de ingang van het ziekenhuis, via een weg waarop zich ook andere weggebruikers kunnen bevinden. Via zijn met AI uitgeruste sensoren kan dit voertuig, dat Olli 2.0 werd gedoopt, weggebruikers en andere obstakels detecteren en kan het zijn traject en zijn snelheid dienovereenkomstig aanpassen. Een interessant weetje is dat 80% van de onderdelen van Olli 2.0 uit een 3D-printer zijn gerold. AG verzekert het aansprakelijkheidsrisico en kan zo kennis en ervaring vergaren voor een toekomst waarin zelfrijdende voertuigen heel gewoon zijn.

Beide voorbeelden illustreren het engagement van Ageas ten aanzien van de SDG's 1, 9 en 17.

Dankzij technologische vooruitgang en digitale innovatie kan Ageas ook duurzamere producten aanbieden en worden er tal van nieuwe formules mogelijk die het leven van klanten gemakkelijker maken. Specifieke apps en oplossingen op basis van data-analyse en betere voorspellende modellen zijn een inherent deel van de manier waarop we zaken doen, op deze manier bijdragend tot de SDGs 8 en 9.

Bij Ageas UK maakt de bekroonde app Tractable de hele claimervaring voor klanten eenvoudiger.

De AI-software van het technologiebedrijf Tractable maakt het eenvoudiger om bij het eerste gesprek met de klant de schade te beoordelen en een schatting te maken van de reparatiekosten. In combinatie met tools zoals Sightcall (een live videolink met klanten om claims in real time te beoordelen), kunnen claims sneller worden afgewikkeld en kunnen klanten sneller weer de weg op. De efficiëntieverbeteringen leveren ook aanzienlijke milieuvoordelen op, omdat voertuigen minder vaak moeten worden binnengebracht en eindeloos papierwerk wordt vermeden. De app helpt Ageas om binnen enkele minuten te beslissen of een beschadigd voertuig van een klant moet worden gerepareerd of vervangen. De voorkeur gaat daarbij uit naar reparatie in plaats van dure of onnodige vervangingen.

Gesprekstool op basis van WhatsApp voor klanten in Turkije

WhatsApp is het meest gebruikte communicatieplatform van Turkije, en dus was het een vanzelfsprekende keuze om het kanaal in de omnichannelervaring te integreren. Het is de bedoeling om een gespreksmatige verzekeringservaring te creëren die voortbouwt op het succes en de mogelijkheden van de Aksigorta Digital Assistant (ADA), die met behulp van AI- en NLP-technologie met klanten kan praten. Dat was het begin van Claimschat, een nieuwe geautomatiseerde WhatsApp-groep voor klanten om niet-autoschade te melden, met alle partijen die bij de claim betrokken zijn. In zijn eerste jaar zijn er via Claimschat per maand gemiddeld 1.000 niet-autogerelateerde claimdossiers ingediend, met een klantentevredenheidsscore van gemiddeld 4,2/5. Dossiers werden 30% sneller afgehandeld, en 50% van de niet-autogerelateerde claims werd verwerkt door de WhatsAppgroep.

Voortbouwend op ADA en met behulp van een Whatsapp Businessaccount behandelt Aksigorta eenvoudige verzoeken via Chatbot en worden meer ingewikkelde vragen doorgeschakeld naar het callcenter, zonder dat de verbinding verbroken wordt. Het programma behandelde zo'n 3.000 vragen per maand.

Al onze activiteiten maken steeds meer gebruik van technologie: de app van Etiqa voor autoclaims biedt onmiddellijke hulp in geval van nood en start het claimproces via een videogesprek. Etiqa introduceerde in 2020 ook de live chatfunctie die klanten ondersteunt vanaf het moment waarop ze een polis kopen tot het moment van een claim.

Met deze technologische ontwikkelingen wil Ageas de klanttevredenheid en de productiviteit verhogen via diversificatie, technologische modernisering en innovatie, ook gericht op een arbeidsintensieve sector met een hoge toegevoegde waarde. Dit draagt bij aan de realisatie van de geselecteerde SDG's 8 en 9.

Begrijpelijke, eerlijke en transparante informatie

Ageas streeft ernaar te communiceren in eenvoudige, begrijpelijke taal, en wil klanten toegang bieden tot de juiste tools zodat ze op basis van de juiste kennis geïnformeerde beslissingen kunnen nemen.

Etiqa in Maleisië en de Zweedse woonwinkel IKEA hebben hun krachten gebundeld om IKEA-klanten een nieuwe verzekeringsoplossing voor de inboedel van hun woning te bieden. De polis is online beschikbaar en is bedoeld om woningverzekeringen eenvoudiger te maken, betaalbaarder en beter toegankelijk voor het publiek. Dankzij een volledig digitale aanvraagprocedure kunnen klanten de aankoop doen via de website van IKEA en hun verzekeringspolissen vervolgens online beheren. De uitgebreide polis biedt een inboedelverzekering en een persoonlijke ongevallenverzekering. Het hele proces is snel en eenvoudig, ongeacht of het gaat om het sluiten van een polis, het indienen van een claim of het ontvangen van een uitkering. Het product kreeg de toepasselijke naam HEMSAKER, van de Zweedse woorden voor 'thuis' en 'veilig'. Een veilige thuis is overigens misschien nu meer dan ooit iets waar we allemaal naar verlangen.

In lijn met SDG 4 'Kwaliteitsonderwijs' organiseerde Ageas een aantal verschillende initiatieven om financiële geletterdheid te bevorderen.

Door helder te communiceren, wil Ageas de verzekeringswereld zo eenvoudig mogelijk maken. Met die achterliggende gedachte is Ageas in Portugal een reeks educatieve live radio-uitzendingen gestart op 'Rádio Renascença', een Portugees radiostation dat in het hele land populair is. In deze reeks, 'Play safe' genaamd, kwamen er vijf experts van Ageas aan het woord om een aantal verzekeringsgerelateerde onderwerpen en producten op een eenvoudige manier uit te leggen. Aan de hand van praktische voorbeelden en vertrouwde situaties konden de experts een aantal kwesties verduidelijken waarover er bij de luisteraars de meeste onduidelijkheid bestond, en beantwoordden ze vragen.

In België ontwikkelde Yongo, een bestaand spaar- en beleggingsplatform voor kinderen van AG, een tool voor financiële geletterdheid om kinderen al op vroege leeftijd financiële vaardigheden bij te brengen en op gedisciplineerde wijze met geld te leren omgaan. De tool was ontworpen om vaardigheden te beoordelen, maar ook om kinderen tussen 6 en 12 jaar meer over geld te leren. De tool geeft ouders een goed beeld van de mate waarin hun kinderen vertrouwd zijn met geld, en biedt ook tips en advies van andere ouders en deskundigen om hun kennis te verbeteren. Yongo richt zich niet alleen tot ouders, maar wil ook scholen en leerkrachten inspireren en toegang bieden tot relevante informatie voor financiële opvoeding. De organisatie van een webinar over het onderwerp, waarin zowel praktische als wetenschappelijke inzichten aan bod kwamen, stond in 2020 eveneens op de agenda.

Niet alleen kinderen hebben baat bij financiële opvoeding. Ook millennials weten niet altijd hoe ze zich best voorbereiden op hun pensioen en hoe ze onbezorgd kunnen leven. AG ontwikkelde 4 podcasts, de 'Centennials', over financiële gemoedsrust in het gouden tijdperk.

Ageas erkent dat (persoons)gegevens een belangrijk actief vormen. Samen met andere informatie kunnen gegevens inzichten bieden over klanten, producten en diensten. Ze kunnen ook bijdragen aan innovatie en aan het behalen van strategische doelstellingen. Als gegevens echter niet juist worden beheerd, kan dat tot vele risico's leiden, waaronder niet-naleving van wet- en regelgeving, evenals beveiligingsrisico's. Daarom hanteert en verbetert Ageas een beleid voor gegevensbeheer waarmee de volgende belangrijke zaken worden gewaarborgd:

  • het vermogen om consequente besluiten te nemen over de waarde van gegevens;
  • aanpasbaarheid aan veranderingen in de externe omstandigheden;
  • technische inzet en prestatie van de onderliggende systemen;
  • dagelijkse activiteiten;
  • naleving van wet- en regelgeving;
  • reputatie van de onderneming.

Alle informatie waarover Ageas beschikt moet afdoende worden beschermd tegen een grote reeks van bedreigingen waaronder malware, computerhacking, DDOS-aanvallen, computerfraude, phishing, social engineering, evenals het verlies, de diefstal of openbaarmaking van vertrouwelijke informatie (waaronder – gevoelige – persoonsgegevens), brand, enz. Informatiebeveiliging wordt gerealiseerd door de implementatie van geschikte niet-technische (bijv. beleid, processen, procedures, richtlijnen, toezicht door organisatiestructuren) en technische (bijv. perimetercontrole, toegangscontrole, bewaking, veilige codes enzovoort) controlemaatregelen.

In lijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) heeft Ageas zijn beheerkader voor persoonsgegevens, bestaande uit de regels en principes ten aanzien van de verwerking en bescherming van persoonsgegevens binnen Ageas en de entiteiten die er deel van uitmaken, de afgelopen jaren herzien. Deze regels geven enerzijds de betrokkenen meer rechten en houden anderzijds strikte en formele regels voor Ageas in bij de verwerking van persoonsgegevens. De processen zijn geformaliseerd en alle relevante informatie wordt aan de betrokkenen medegedeeld, inclusief informatie over de overdracht van gegevens buiten de EER. Op die manier versterkt Ageas de transparantie en controle en beschermt het de belangen van klanten, medewerkers en andere belangrijke stakeholders op het gebied van gegevensbescherming.

Ageas investeert ook in permanente bewustwording en verplichte opleiding met betrekking tot de beheerprocessen voor persoonsgegevens. Beheer van persoonsgegevens maakt deel uit van het kader voor risicobeheer van de Ageas Groep en wordt aangevuld door het gegevensbeheerbeleid en het informatiebeveiligingsbeleid, gedetailleerd beschreven in het informatiebeveiligingskader van Ageas. Dat laatste is geïnspireerd door internationale normen zoals de ISO 27 Kreeks en door best practices uit de sector over informatiebeveiliging. Net als andere beleidslijnen van Ageas zijn deze beleidsplannen verplicht voor alle dochterondernemingen van Ageas en hebben met Ageas verbonden ondernemingen een inspanningsverplichting om deze te implementeren.

Verzekeringsproducten en diensten die verantwoordelijk gedrag aanmoedigen

Ageas is zich ervan bewust dat het als toonaangevende verzekeraar een unieke rol te spelen heeft, door preventief en verantwoordelijk gedrag van klanten aan te moedigen wanneer ze met de uitdagingen van onze maatschappij worden geconfronteerd.

Ageas heeft een breed aanbod aan duurzame beleggingsoplossingen voor particuliere en institutionele beleggers (zie ook 3.5):

  • Groepsverzekeringen voldoen aan strikte duurzaamheidscriteria zoals een op normen gebaseerde screening op mensenrechten en IAO-conventies, een negatieve screening op gokken, slechte behandeling van dieren enz.
  • Duurzame unit-linked-oplossingen gericht op duurzaamheidsthema's (diversiteit, klimaat enz.) en -strategieën uitsluiting van controversiële sectoren, best-in-class, reductie CO2-voetafdruk enz.)

AG biedt ook een breed en steeds groter assortiment van duurzame producten aan, waaronder pensioenproducten, langetermijnsparen en unit-linked-producten. Zo'n 95% daarvan heeft een externe certificering verkregen, zoals het Towards Sustainability-label. AG is de enige verzekeraar op de markt die volledig gecertificeerde Tak 21 producten kan bieden. Dit jaar is het duurzame assortiment uitgebreid met zo'n 14 nieuwe duurzame producten. Dat brengt het totaalbedrag op EUR 11,2 miljard, bijna dubbel zoveel als vorig jaar.

Ageas UK heeft een initiatief gelanceerd om voertuigen te herstellen met gerecycleerde auto-onderdelen, en vergroot zo ook het milieubewustzijn bij zijn klanten. Het repareren en vervangen van beschadigde voertuigen heeft een grote impact op het milieu en de sector heeft een aanzienlijke koolstofvoetafdruk. Elk jaar krijgt Ageas UK te maken met zo'n 40.000 voertuigen die beschadigd raken in ongevallen en om die weer rijklaar te krijgen zijn er zo'n 400.000 kunststof en metalen onderdelen nodig.

Door de impact van de lockdowns als gevolg van corona konden de groene onderdelen een glansrol vervullen en de tekorten in de toeleveringsketens voor reparaties dichten. Het gebruik van groene onderdelen is voor verzekeraars een win-winsituatie. Niet alleen kunnen polishouders weer sneller de weg op, maar klanten kunnen vaak hun geliefde auto's houden die anders te duur zouden zijn om te repareren. Ageas levert op die manier een relevante bijdrage aan de circulaire economie, schept een sterkere band met de klant en helpt ook de toeleveringsketen. Redenen genoeg om die aanpak ook uit te breiden naar andere segmenten dan autoverzekeringen alleen.

Meting van de effectiviteit van onze beloften aan klanten

In het kader van Connect21 besloot Ageas zich voor de klantenervaring te richten op de volgende KPI's:

Net Promotor Score (NPS);

Het aantal klanten.

In dit verband ligt de nadruk op eindklanten, als onderdeel van het engagement van Ageas ten aanzien van zijn stakeholders.

Ageas maakt gebruik van vier NPS-metingen: NPS-benchmarks tegenover concurrenten, relationele NPS, touchpoint-NPS en customer journey-NPS, die allemaal meten hoe waarschijnlijk het is dat klanten producten of diensten van Ageas aanbevelen. De NPS is dan ook een erkende indicator voor klantentrouw. Deze KPI wordt consequent gemeten en gevolgd in de meeste van onze lokale activiteiten en vertoont een continue stijging.

Naast NPS gebruiken de Opcos ook andere metingen om feedback van hun klanten te bekomen zoals de NES (Net Easiness Score)

NPS-resultaten bieden niet alleen een meetresultaat, maar vormen ook de basis voor verbeteringen van de klantenervaring op basis van continue feedbackloops. Een recent voorbeeld is de volledig hervormde klantenervaring voor zwangere vrouwen van Médis, waarbij er inspanningen werden geleverd om een echt inzicht te verkrijgen in hun behoeften en om de waardepropositie te verbeteren. In het VK is er met behulp van Signavio, een tool om verschillende klantenervaringen in kaart te brengen, een hele atlas van klantenervaringen opgesteld.

Ook in het VK hielp de lancering van de spraakanalysetool "Callminer" om beter de oorzaak en het effect te begrijpen op moeilijke situaties met klanten door inzicht te verwerven in ongestructureerde interacties met klanten doorheen alle kanalen. Deze technologie geeft toegang tot meer dan 650.000 gesprekken met klanten over klanten. Zo werden meer dan 20 initiatieven gedefinieerd rond het verbeteren van de business.

In de tabel hierna wordt alle relevante niet-financiële informatie verstrekt met vergelijkende informatie per 31 december 2020 en 2019.

Aantal klanten (Groep) (in miljoen) 2020 2019
België 2,97 2,98
Verenigd Koninkrijk 5,16 4,81
Continentaal Europa 5,18 4,95
Azië 25,53 23,99
Totaal 38,84 36,73
Aanwezigheid
Aantal landen met directe of indirecte aanwezigheid 14 14
Klanttevredenheid
% van geconsolideerde entiteiten met NPS benchmarking tov concurrenten 58% 70%
% van geconsolideerde entiteiten met NPS score op of boven het lokale marktgemiddelde 92% 88%
% van klantentrajecten/contactpunten met consistente opvolging op transactionele NPS 61% Ongeveer 40%

3.3 Onze medewerkers

De uitzonderlijke situatie in 2020 als gevolg van COVID-19 heeft alweer bewezen dat de inzet, de sterke betrokkenheid van onze werknemers en de vaardigheden in onze wereldwijde activiteiten, evenals onze waarden van wezenlijk belang zijn geweest om doorheen deze moeilijke tijden te komen.

Meer dan 45.000 medewerkers in Europa en in de joint ventures in Azië werken samen om de beloften aan alle stakeholders waar te maken. De geconsolideerde entiteiten telden 11.179 werknemers per 31 december 2020 (met gemiddeld 13 dienstjaren).

Onze beloften aan onze mensen zijn:

  • We waarderen de bijdrage van elk individu.
  • We stimuleren een samenwerkingscultuur op basis van wederzijds vertrouwen.
  • We investeren in onze mensen en creëren een klimaat waarin voortdurend bijleren en welzijn centraal staan. Hierin kan iedereen groeien en gedijen.

In 2020 wilden we opnieuw in eerste instantie een inclusieve werkplek garanderen, waarbij klanten steeds centraal staan en waar werknemers van Ageas over alle mogelijkheden en vaardigheden beschikken, niet alleen vandaag, maar ook voor de toekomst, aangezien zij van essentieel belang zijn voor het succes op lange termijn.

Gezondheid en welzijn

Een 'supporter van jouw leven' zijn, is niet alleen een belofte aan onze klanten, maar ook aan onze collega's. Er werden in de lokale entiteiten tal van initiatieven georganiseerd om de gezondheid en het welzijn van onze mensen te steunen.

Alle Ageas-medewerkers in de hele wereld kunnen sinds 2019 deelnemen aan de Ageas Challenge. Eind 2020 waren er 4.620 werknemers actief op het digitale platform, dat het hele jaar door regelmatig updates geeft over uitdagingen en over gezonde voeding.

Aangezien het onmogelijk was om eerder in het jaar fysiek deel te nemen aan de Olympische triatlon van Lissabon, hebben de geselecteerde deelnemers hun training voortgezet, in de hoop dat ze in 2021 kunnen deelnemen.

  • Gezondheid en welzijn van onze werknemers
  • Persoonlijke en professionele ontwikkeling van onze werknemers.

Verder is er dit jaar een hele waaier van wereldwijde uitdagingen georganiseerd, om onze focus te behouden en een actieve en gezonde levensstijl te bevorderen. Zo was er ondermeer de Ageas Tour Challenge 2020, alsook in totaal 2,5 miljoen kilometer aan actieve beweging behalen. Begin december werd dit wereldwijde doel gehaald. Met dank aan onze werknemers die dagelijks stappen hebben geteld, gingen wandelen, hardlopen, fietsen, zwemmen en op tal van andere manieren kilometers hebben afgelegd!

Eén initiatief in het bijzonder om dat doel te bereiken was een fietsactiviteit: meer dan 250 werknemers reden in virtuele teams dezelfde afstand als het peloton van de Ronde van Frankrijk in drie weken.

De topdeelnemers, zowel vrouwen als mannen, kregen een trui: een gele trui voor de beste fietser en een bolletjestrui voor de leider van het bergklassement.

Elke operationele entiteit kwam met specifieke oplossingen om het mentale, fysieke en financiële welzijn van collega's te steunen. Dit zijn enkele voorbeelden van de geïntroduceerde initiatieven:

Collega's in het Verenigd Koninkrijk introduceerden de Ageas | Parents Workplace Group en organiseerden virtuele bezoekjes om werkende ouders tijdens de lockdown wat morele steun te bieden; er werden meer collega's ingezet voor het Mental Health First Aider-initiatief; er werd een thuiswerkhub geïntroduceerd, met tal van tools en tips voor gezondheid en welzijn; er werden webinars georganiseerd over financieel welzijn en om te helpen signalen op te vangen dat mensen het moeilijk hebben, aangezien de meeste mensen sinds maart 2020 al van thuis uit werken.

In België werd het 'feelgood'-programma uitgerold, dat onmiddellijk steun biedt aan collega's, zowel op persoonlijk als op professioneel vlak. Er zijn verschillende opleidings- en inspiratiesessies georganiseerd over uiteenlopende onderwerpen: weerbaarheid, een positieve instelling en een gezonde levensstijl, evenwicht tussen werk en privéleven voor wie altijd thuis werkt.

Welzijn, sport, gezondheid en voeding waren de belangrijkste pijlers van de Portugese programma's om de gezondheid en het welzijn van werknemers te ondersteunen.

Ageas leverde zo een directe bijdrage aan SDG 3 door bij zijn werknemers een actieve en gezonde levensstijl te stimuleren.

Persoonlijke en professionele ontwikkeling van onze werknemers

De ontwikkeling van onze mensen blijft een prioriteit en dat is in 2020 niet veranderd. De belangrijkste principes worden beschreven in het beleid voor Opleiding en Ontwikkeling. Globaal genomen namen er dit jaar 465 mensen deel aan onze Ageas Academy. Dat zijn heel wat meer deelnemers dan de 265 die vorig jaar een programma bijwoonden, en was te danken aan het grotere aantal programma's dat – overigens digitaal – ter beschikking werd gesteld. Hierdoor waren de programma's ook niet gebonden aan geografische grenzen. Er werden een heel aantal nieuwe e-Learning-oplossingen geïntroduceerd, een nieuwe reeks Livestream-sessies en virtuele programma's voor talentontwikkeling.

Er komt een brede waaier van technische en niet-technische onderwerpen uit het hele bedrijf aan bod. Bijvoorbeeld: kennis van de klant en het bedrijf, ontwikkeling van management- en leiderschapsvaardigheden, leiden met technologie en de ontwikkeling van weerstand. De programma's werden door de deelnemers ten zeerste gewaardeerd en behaalden opnieuw een score boven de vastgestelde KPI van 8/10 op het vlak van kwaliteit en relevantie.

Naast de lokale initiatieven in elk van onze entiteiten droeg de Ageas Academy, onder andere door extra te investeren in digitale cursussen zodat ook thuiswerkende werknemers konden deelnemen, bij aan de persoonlijke leercurve en het algemeen welzijn van onze werknemers in dit moeilijke jaar.

Leidinggevenden hadden verschillende toolkits, richtsnoeren en opleidingen tot hun beschikking om hun teams virtueel en op afstand te beheren.

Deze initiatieven sluiten aan bij de verwezenlijking van SDG 4.

Hierna volgt het aantal formele opleidingsuren in onze drie thuismarkten. Als gevolg van de coronacrisis werden alle persoonlijke programma's omgezet in digitale vorm. Daardoor daalde het aantal opleidingsuren aangezien er enige tijd verstreek tot de daadwerkelijke omzetting naar de digitale versies.

Aantal uren opleiding 2020 2019
AG Insurance (België) 136.295 170.454
Ageas VK 46.615 76.497
Ageas Portugal 42.293 30.270

Betrokkenheid van werknemers

Ageas-entiteit;

De wereldwijde stem van onze mensen blijft een essentiële strategische focus. Ze verschaft een waardevol inzicht in de mogelijke manieren om groei, betrokkenheid, cultuur en leiderschap te stimuleren. Betrokkenheid van werknemers De wereldwijde stem van onze mensen blijft een essentiële strategische focus. Ze verschaft een waardevol inzicht in de mogelijke

Er zijn twee hoofdkanalen via dewelke de stem van onze mensen tot uiting komt: manieren om groei, betrokkenheid, cultuur en leiderschap te stimuleren.

  • Enquêtes naar de betrokkenheid van werknemers in elke lokale Ageas-entiteit; Er zijn twee hoofdkanalen via dewelke de stem van onze mensen tot
  • De wereldwijde Denison-enquête over de bedrijfscultuur. uiting komt: Enquêtes naar de betrokkenheid van werknemers in elke lokale

De wereldwijde Denison-enquête over de bedrijfscultuur.

De lokale enquêtes naar de betrokkenheid van werknemers leggen zich toe op de betrokkenheid bij het lokale bedrijf, NPS, deelnemingsgraad, diversiteit en inclusie en zes wereldwijde kernvragen om het gevoel van onze collega's te helpen meten, zoals: De lokale enquêtes naar de betrokkenheid van werknemers leggen zich toe op de betrokkenheid bij het lokale bedrijf, NPS,

  • V1 Ik ben trots deel uit te maken van deze organisatie deelnemingsgraad, diversiteit en inclusie en zes wereldwijde
  • V2 Ik beveel mijn organisatie aan als werkgever kernvragen om het gevoel van onze collega's te helpen meten, zoals:
  • V3 Ik heb plezier in de uitdagingen die mijn werk mij biedt V1 Ik ben trots deel uit te maken van deze organisatie
  • V4 Ik werk graag samen met mijn team V2 Ik beveel mijn organisatie aan als werkgever

V4 Ik werk graag samen met mijn team V5 Ik heb vertrouwen in mijn leidinggevende V6 Ik ben bereid om een extra inspanning te leveren

V5 Ik heb vertrouwen in mijn leidinggevende V6 Ik ben bereid om een extra inspanning te leveren V3 Ik heb plezier in de uitdagingen die mijn werk mij biedt

Resultaten voor 2020 en 2019 naar werknemersbetrokkenheid, exclusief het VK

28

In 2020, uitgezonderd het VK, bleek uit de enquête een verbetering op alle gemeten gebieden. 'Ik beveel mijn organisatie aan als werkgever' was het item waarvan de score het meest vooruitging.

Die resultaten blijven aangeven dat onze collega's uiterst gemotiveerd blijven en Ageas als werkgever waarderen.

Over het algemeen namen er in de hele organisatie ook meer medewerkers aan de enquête deel, met een gemiddelde deelnemingsgraad van 88,6%, in vergelijking met 80,1% in 2019.

Elke OpCo heeft activiteiten en initiatieven geïmplementeerd om deze verbeteringen te ondersteunen, in het bijzonder gericht op communicatie, leren en ontwikkeling, welzijn van werknemers en compensatie en voordelen.

Aangezien onze aanpak van 'flexibel werk' door de uitbraak van de coronacrisis in een stroomversnelling terechtkwam, kunnen de meeste van onze mensen nu thuis werken.

De wereldwijde Denison-enquête over de bedrijfscultuur is een toonaangevende managementtool binnen de sector, die senior managers een platform biedt om feedback te geven, inzichten te delen en bij te dragen aan de ontwikkeling en de verbetering van onze bedrijfscultuur. De antwoorden zijn afkomstig van de top 800 van Ageas wereldwijd.

Diversiteit en inclusie

Een diverse en inclusieve werkplek is eveneens een van onze centrale waarden, die tot uiting komt in ons algemeen beleid voor Diversiteit en Inclusie. Ageas levert inspanningen om een omgeving tot stand te brengen die gekenmerkt wordt door uiteenlopende culturen, kleuren en achtergronden en spoort iedereen aan om diversiteit in al zijn facetten te omarmen.

Er bestaan nu al in de hele onderneming tal van activiteiten en initiatieven om de focus op diversiteit en inclusie te ondersteunen en om iedereen aan te sporen om elke dag op het werk weer 100% van zichzelf te geven.

Dit jaar werd er een Global Inclusion Forum geïntroduceerd: een vertegenwoordiger van elke entiteit neemt elke maand de tijd om ideeën, ambities en aanbevelingen (virtueel) te bespreken en om te achterhalen op welke gebieden we samen kunnen werken om vooruitgang te boeken.

Via de recente wereldwijde Denison-enquête over de bedrijfscultuur verklaarde 74% van onze collega's diversiteit en inclusie belangrijk te vinden. 75% vindt dat Ageas een inclusieve bedrijfscultuur heeft. Dat is een fantastische basis om verdere gerichte inspanningen te blijven leveren.

In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de genderdiversiteit in onze wereldwijde organisatie:

Verhouding man/vrouw 2020 2019
Totaal aantal medewerkers
- Mannen 46% 46%
- Vrouwen 54% 54%
Raad van Bestuur
- Mannen 67% 67%
- Vrouwen 33% 33%
Topmanagement
- Mannen 74% 75%
- Vrouwen 26% 25%

Ageas heeft een internationaal personeelsbestand. Dat blijkt onder meer uit de 22 nationaliteiten die werkzaam zijn in het kantoor van Ageas Corporate Centre in Brussel. We blijven een lokale benadering hanteren en kijken behalve genderdiversiteit ook naar andere gebieden van diversiteit en inclusie. Zo organiseren we ook activiteiten om aandacht te besteden aan gebieden als invaliditeit, leeftijd en etnische afkomst, om er maar enkele te noemen. Er worden ook gerichte

inspanningen geleverd om meer diversiteit te verkrijgen in onze talentenpijplijn, in onze successieplanning en in onze wervingsactiviteiten.

De duurzaamheidsdoelstellingen voor werknemers zijn in eerste instantie gericht op menselijk kapitaal. Diversiteit en Inclusie spelen binnen al deze initiatieven een belangrijke rol.

Meting van de effectiviteit van onze beloften aan werknemers

In de tabel hierna wordt alle relevante niet-financiële informatie verstrekt, zoals hierboven besproken, met vergelijkende informatie per 31 december 2020 en 2019.

Personeelsbestand
Aantal medewerkers (groep)
meer dan 45.000
meer dan 45.000
Aantal medewerkers in de geconsolideerde entiteiten
11.179
11.552
Gemiddeld aantal dienstjaren
13,0
13,3
Diversiteit
Totaal aantal medewerkers
- Mannen
46%
46%
- Vrouwen
54%
54%
Raad van Bestuur
- Mannen
67%
67%
- Vrouwen
33%
33%
Topmanagement
- Mannen
74%
75%
- Vrouwen
26%
25%
Nationaliteiten
Aantal nationaliteiten op hoofdkantoor
22
16
Betrokkenheid medewerkers
Enquête "betrokkenheid medewerkers" - deelnemingsgraad
87%
76%
Denison deelnemingsgraad
72%
69%
Opleiding werknemers
Aantal deelnemers aan modules Ageas Academy
465
276
Ageas Academy - kwaliteits- en relevantiescore
meer dan 8/10
meer dan 8/10
Aantal uren opleiding
AG Insurance (België)
136.295
170.454
Ageas UK
46.615
76.497
Ageas Portugal
42.293
30.270
Job gerelateerde opleiding - dekkingsgraad
GDPR
87%
85%
Welzijn medewerkers
Ageas Challenge: aantal deelnemers
4.610
4.000
Ageas Challenge: deelnemers aan de Olympische triathlon
n/a
65
Verloning
Totale personeelskost (in EUR miljoen)
834
831
Ratio van CEO salaris tov mediaan
24,1
26,0
2020 2019

n/a : niet van toepassing

3.4 Onze beleggers

Materiële onderwerpen met betrekking tot beleggers

  • Financiële weerbaarheid
  • Verantwoord bestuur

Onze beloften ten aanzien van onze beleggers zijn de volgende:

  • We streven naar duurzame groei op lange termijn. We willen competitieve rendementen en een stabiel en groeiend dividend aanbieden;
  • We zetten ons in om onze financiële doelen te bereiken;
  • We willen sterke relaties aangaan en bevorderen met beleggers die ons op lange termijn steunen, op basis van vertrouwen en transparantie.

Ageas heeft zich duidelijk geëngageerd ten aanzien van een aantal bijgewerkte financiële doelstellingen. Die doelstellingen weerspiegelen enerzijds een streven naar continuïteit en consistentie, maar spelen tegelijkertijd in op de veranderende verwachtingen die beleggers ten aanzien van de onderneming hebben. Financiële doelstellingen moeten de langetermijnstrategie van Ageas ondersteunen, rekening houdend met de technologische, maatschappelijke en andere uitdagingen waar het bedrijf mee wordt geconfronteerd. Zodoende beogen de financiële doelstellingen een goed evenwicht tussen operationele doelen, kapitaalbeheerdoelen, maar ook doelstellingen op het vlak van de solvabiliteit. De ontwikkeling van een reeks nietfinanciële indicatoren moet ook voldoen aan de steeds grotere verwachtingen die beleggers hebben over de bredere rol die een onderneming te spelen heeft ten aanzien van de stakeholders. Dat is een onderwerp dat ook steeds vaker actief wordt besproken tijdens besprekingen met beleggers.

Meting van de effectiviteit van onze beloften aan beleggers

Met behulp van een gecertificeerde externe partij identificeert Ageas halfjaarlijks de beleggers. Per 30 juni 2020 werd 85% van de beleggers geïdentificeerd en bleek dat institutionele beleggers 48% van alle uitstaande Ageas-aandelen in bezit hebben. In de tabel hierna wordt een overzicht gegeven van onze langdurige relatie met onze belangrijkste institutionele aandeelhouders.

Beleggersloyauteit 2020 2019
% van uitstaande aandelen vertegenwoordigd
door top 100 aandeelhouders 45% 47%
% aandeelhouders die aandelen reeds minimum
10 jaar aanhoudt (voor 2019 minimum 9 jaar) 53% 54%
% aandelen die reeds minimum 10 jaar worden
aangehouden (voor 2019 minimum 9 jaar) 28% 31%

3.5

Onze maatschappij

Materiële onderwerpen met betrekking tot de maatschappij

  • Verzekeringsproducten en diensten die beschermen tegen maatschappelijke uitdagingen
  • Maatschappelijk verantwoorde beleggingen gericht op maatschappelijke uitdagingen

In het kader van Connect21 werd het stakeholder-model uitgebreid met de "maatschappij" als vijfde categorie van stakeholders. Net als voor andere groepen stakeholders zijn de prioriteiten vastgelegd in een aantal beloften:

  • Onze rol als verzekeraar betekent dat wij actief bijdragen aan een betere maatschappij buiten de verzekeringssector: voorbereiding op vergrijzing, bescherming tegen ongunstige gebeurtenissen en het opbouwen van een gezondere maatschappij;
  • Ons bedrijf vormt een platform waarmee wij het verschil kunnen maken en in onze kernactiviteiten maatschappelijke voordelen in evenwicht kunnen brengen met economische waarde.

Ageas wil op vier manieren bijdragen aan een betere maatschappij

  • Een strategie voor verantwoord en duurzaam beleggen;
  • Verzekeringsproducten en -diensten die een grotere nadruk leggen op maatschappelijke uitdagingen;
  • Meer aandacht voor milieuvriendelijke activiteiten en duurzaam operationeel gedrag;
  • Filantropische initiatieven.

Een strategie voor verantwoord en duurzaam beleggen

De beleggingsstrategie voor het beheerd vermogen van Ageas wordt lokaal uitgevoerd, maar op groepsniveau oefent het Ageas Investment Committee (Agico) toezicht uit op de beleggingsprincipes en stelt het de richtlijnen vast. De Chief Financial Officer (CFO) is de voorzitter van het Agico. Het Agico adviseert over de beleggingen van alle geconsolideerde entiteiten en de joint ventures in Europa (Turkije) en Azië. De Chief Investment Officer (CIO) oefent toezicht uit op de beleggingsstrategie.

Ageas en meer specifiek AG (Belgium) vertegenwoordigt ongeveer 80% van de beleggingsportefeuille van Ageas en heeft wat duurzaamheid betreft een lange staat van dienst. De eerste duurzame beleggingsoplossing werd al in 2007 geïntroduceerd. Die strategie werd verder ontwikkeld en leidde eind 2018 tot de ondertekening van de principes voor duurzaam beleggen van de Verenigde Naties (UN PRI) door Ageas Groep en AG.

Door de ondertekening van de UN PRI engageren bedrijven zich formeel om ecologische, sociale en governance aspecten als fundamentele hoeksteen in hun besluitvormingskader voor beleggingen op te nemen. Sindsdien is het kader binnen de organisatie geleidelijk aan uitgerold. In 2020 heeft zowel Ageas als AG het eerste beleggingsverslag volgens de UN PRI regels gepubliceerd.

32

De belangrijkste toegepaste beleggingsprincipes kunnen als volgt worden weergegeven:

* "Wij treden in dialoog" heeft uitsluitend betrekking op de in België aangehouden portefeuille van aandelen en bedrijfsobligaties.

In dezelfde context integreert Ageas ook de principes die zijn beschreven in de aanbevelingen van de TCFD als onderdeel van zijn kader voor verantwoord beleggen. Dat kader houdt rekening met ESGprincipes, waaronder diegene die specifiek verband houden met klimaatverandering en de overschakeling naar een koolstofarme economie. De koolstofvoetafdruk van de aandelen- en bedrijfsobligatieportefeuille is in 2020 in België en in het VK voor het eerst berekend. In 2021 wordt die oefening ook toegepast op de activiteiten in Portugal en Frankrijk.

De integratie van ESG-factoren is in alle beleggingscategorieën een vaste component van het besluitvormingsproces geworden. Deze factoren kunnen risico's en kansen voor bedrijven vormen en maken daarom integraal deel uit van de beleggingsanalyse. Voor de entiteiten waar de meeste activa intern worden beheerd, wordt een bedrijfseigen ESG-integratiebenadering toegepast. Voor activa waarvan het beheer is uitbesteed aan externe beheerders, gaat de voorkeur uit naar beheerders die de UN PRI hebben ondertekend of die een eigen ESGbeleid hanteren dat gebaseerd is op vergelijkbare principes. Voor infrastructuurbeleggingen worden bij de analyse de Equator-principes in aanmerking genomen.

Voor de geconsolideerde entiteiten hanteert Ageas een reeks uitsluitingscriteria, onder andere voor controversiële wapens (antipersoonsmijnen, clustermunitie/-bommen, nucleaire, chemische en biologische wapens enz.), belastingparadijzen en landen waarvoor internationale sancties en embargo's gelden en wapenproducenten. Deze uitsluitingsregels zijn van toepassing voor alle beleggingen, behalve voor obligatieposities uit het verleden, waarvoor de vervaldatum wordt afgewacht.

Specifiek wat de milieuaspecten betreft wordt in de besluitvorming rekening gehouden met de volgende principes:

integratie van milieufactoren zoals mijnbouw en de opwekking van elektriciteit. Alle posities zijn eind 2018 / begin 2019 verkocht. Voor cashflowmatching mogen alleen obligatieposities in onze eigen portefeuille tot aan hun vervaldatum worden behouden. Het uiteindelijke doel is om al deze posities tegen 2030 volledig te hebben verkocht.

Aanvullende beperkende criteria voor beleggingen in conventionele en onconventionele energiesectoren, specifiek voor beleggingsproducten met een focus op duurzaamheid.

Deze besluiten, die op alle beleggingsactiviteiten van toepassing zijn, vormen een natuurlijke ontwikkeling voor Ageas als zorgvuldige, maatschappelijk betrokken belegger op de lange termijn en bevestigen de intentie om een verantwoord belegger te zijn.

In de context van de implementatie van de UN PRI en de aanbevelingen van de TCFD heeft AG vooruitgang geboekt op een ander vlak: zijn beleid om in dialoog te treden met de bedrijven waarin het belegt. Zo wil AG een beter inzicht krijgen in het ESG-profiel van de bedrijven waarin het belegt en dat ESG-profiel verbeteren, om zijn beleggingsdoelstellingen op lange termijn te verwezenlijken. Het heeft de ambitie om het gedrag van bedrijven te beïnvloeden teneinde goede ESG-praktijken te bevorderen en milieuproblemen zoals de klimaatverandering aan te pakken.

Daarom is AG in 2020 toegetreden tot het initiatief Climate Action 100+. Dat is een initiatief van beleggers om 's werelds grootste producenten van broeikasgassen aan te sporen om dringend maatregelen op het vlak van klimaatverandering te nemen en te helpen de doelstellingen van het Akkoord van Parijs te verwezenlijken.

Ageas is ook voornemens om zijn stemrechten op dit vlak aan te wenden en zo een maximale invloed te kunnen uitoefenen op de overschakeling naar een koolstofarme economie. Meer precies zal Ageas zijn aandeelhoudersrechten altijd uitoefenen wanneer het ten minste 1% van het aandelenkapitaal van een bedrijf in handen heeft. Voor participaties die minder dan 1% vertegenwoordigen, overweegt Ageas voor elk geval afzonderlijk om zijn stemrechten al dan niet uit te oefenen. Zoals hierboven vermeld, heeft het stembeleid uitsluitend betrekking op activa die in België worden gehouden. In de andere geconsolideerde entiteiten ligt de focus veeleer op een bredere strategie van dialoog.

Ageas levert, in het bijzonder via zijn activiteiten in België, financiering op lange termijn aan de reële economie, inclusief infrastructuurprojecten en om de reële klimaattransitie te stimuleren. Ageas levert, in het bijzonder via zijn activiteiten in België, financiering op lange termijn aan de reële economie, inclusief infrastructuurprojecten en om de reële klimaattransitie te stimuleren.

In de praktijk werkt dit via twee dimensies: In de praktijk werkt dit via twee dimensies: Duurzame beleggingen: dit houdt verband met de manier waarop

  • Duurzame beleggingen: dit houdt verband met de manier waarop het geld dat door klanten van Ageas wordt toegewezen, wordt belegd in activa die een positieve impact hebben op de maatschappij, zoals infrastructuur, sociale leningen, groene obligaties, enz.; het geld dat door klanten van Ageas wordt toegewezen, wordt belegd in activa die een positieve impact hebben op de maatschappij, zoals infrastructuur, sociale leningen, groene obligaties, enz.; Duurzame producten:
  • Duurzame producten: ‐ Spaar- en beleggingsproducten met een erkende externe
    • ‐ Spaar- en beleggingsproducten met een erkende externe certificering zoals het 'Towards Sustainability'-label2 ; certificering zoals het 'Towards Sustainability'-label2; ‐ Themabeleggingen met een focus op klimaatverandering.
    • ‐ Themabeleggingen met een focus op klimaatverandering.

In de samenvattende tabel aan het einde van dit hoofdstuk worden er meer gegevens verstrekt over de bovenvermelde beleggingsregels. In de samenvattende tabel aan het einde van dit hoofdstuk worden er meer gegevens verstrekt over de bovenvermelde beleggingsregels. In het voorbije jaar namen de investeringen in duurzame projecten bij

In het voorbije jaar namen de investeringen in duurzame projecten bij Ageas verder toe. Ageas investeerde intussen meer dan EUR 440 miljoen in de sociale woningbouw in het bijzonder in Frankrijk alsook meer dan EUR 140 miljoen in 3 projecten rond hernieuwbare energieproducten in België (offshore windparken) en in Spanje (zonneenergie). In 2020 werd in totaal ongeveer EUR 840 miljoen geïnvesteerd in duurzame projecten vergeleken met EUR 600 miljoen in 2019. De verdeling naar categorie is als volgt: In 2019 werd een bedrag van ongeveer EUR 600 miljoen belegd in nieuwe duurzame projecten, waarbij de verdeling naar categorie als volgt is: Ageas verder toe. Ageas investeerde intussen meer dan EUR 440 miljoen in de sociale woningbouw in het bijzonder in Frankrijk alsook meer dan EUR 140 miljoen in 3 projecten rond hernieuwbare energieproducten in België (offshore windparken) en in Spanje (zonneenergie). In 2020 werd in totaal ongeveer EUR 840 miljoen geïnvesteerd in duurzame projecten vergeleken met EUR 600 miljoen in 2019. De verdeling naar categorie is als volgt: In 2019 werd een bedrag van ongeveer EUR 600 miljoen belegd in nieuwe duurzame projecten, waarbij de verdeling naar categorie als volgt is:

Activa

Nieuwe duurzame beleggingen 2020 Activa
(in miljoenen EUR)
%
Nieuwe duurzame beleggingen 2020 (in miljoenen EUR) %
Groene obligaties 50 6%
Groene obligaties 50 6%
Infrastuctuur en andere investeringen in hernieuwbare energie 156 19%
Infrastuctuur en andere investeringen in hernieuwbare energie 156 19%
Infrastructuur in "groene" mobiliteit 14 2%
Infrastructuur in "groene" mobiliteit 14 2%
Infrastructuur in andere sectoren (inclusief onderwijs, gezondheid, datatechnologie, enz) 104 12%
Infrastructuur in andere sectoren (inclusief onderwijs, gezondheid, datatechnologie, enz) 104 12%
Sociale leningen 439 52%
Sociale leningen 439 52%
Sociale en duurzame obligaties en leningen 76 9%
Sociale en duurzame obligaties en leningen 76 9%
Totaal 839 100%
Totaal 839 100%

AG Real Estate, de belangrijkste private vastgoedinvesteerder in

AG Real Estate, de belangrijkste private vastgoedinvesteerder in België en een 100%-dochteronderneming van AG, beheert deze investeringen actief. Het heeft ook een belang van 51% in Interparking, een van de toonaangevende Europese exploitanten van openbare parkeervoorzieningen. Beide ondernemingen leveren aanzienlijke inspanningen om hun activa en activiteiten te moderniseren zodat ze aan de hoogste milieunormen voldoen. In het beleid van AG Real Estate inzake duurzame ontwikkeling worden er specifiekere richtlijnen verstrekt voor het beheer van zijn portefeuille en die principes zijn een integraal onderdeel van zijn kwaliteitsnormen. België en een 100%-dochteronderneming van AG, beheert deze investeringen actief. Het heeft ook een belang van 51% in Interparking, een van de toonaangevende Europese exploitanten van openbare parkeervoorzieningen. Beide ondernemingen leveren aanzienlijke inspanningen om hun activa en activiteiten te moderniseren zodat ze aan de hoogste milieunormen voldoen. In het beleid van AG Real Estate inzake duurzame ontwikkeling worden er specifiekere richtlijnen verstrekt voor het beheer van zijn portefeuille en die principes zijn een integraal onderdeel van zijn kwaliteitsnormen.

Uit bezorgdheid over de milieu-impact van AG Real Estate via zijn verschillende activiteiten, heeft het Management Committee van AG Real Estate in de loop van 2020 beslist om een 'CSR Committee' op te richten (CSR = Corporate Social Responsibility of maatschappelijk verschillende activiteiten, heeft het Management Committee van AG Real Estate in de loop van 2020 beslist om een 'CSR Committee' op te richten (CSR = Corporate Social Responsibility of maatschappelijk

Uit bezorgdheid over de milieu-impact van AG Real Estate via zijn

verantwoord ondernemen). Dat comité is verantwoordelijk voor de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid van AG Real Estate en voor het toezicht op de acties van alle teams. De missie van het CSR Committee bestaat erin om AG Real Estate te helpen meer vooruitgang te boeken naar een volledige naleving van alle SDG's van de VN, in lijn met de strategie van Ageas. uitvoering van het duurzaamheidsbeleid van AG Real Estate en voor het toezicht op de acties van alle teams. De missie van het CSR Committee bestaat erin om AG Real Estate te helpen meer vooruitgang te boeken naar een volledige naleving van alle SDG's van de VN, in lijn met de strategie van Ageas.

verantwoord ondernemen). Dat comité is verantwoordelijk voor de

Het is de bedoeling dat de duurzaamheidsstrategie van AG Real Estate in de volledige organisatie wordt geïntegreerd. De strategie berust op vijf pijlers, hieronder geïllustreerd aan de hand van lopende initiatieven: Het is de bedoeling dat de duurzaamheidsstrategie van AG Real Estate in de volledige organisatie wordt geïntegreerd. De strategie berust op vijf pijlers, hieronder geïllustreerd aan de hand van lopende initiatieven:

Goed bestuur Goed bestuur Maatregelen die de wil illustrereert om een zakelijke gedragscode

Maatregelen die de wil illustrereert om een zakelijke gedragscode verder in te voeren via uitwisselingen en actieve deelname, teneinde: verder in te voeren via uitwisselingen en actieve deelname, teneinde: Belangenconflicten te voorkomen via effectieve maatregelen;

  • Belangenconflicten te voorkomen via effectieve maatregelen; Ethisch te handelen en transparante bestuurspraktijken te
  • Ethisch te handelen en transparante bestuurspraktijken te vorderen; vorderen; Kennis uit te wisselen door actief te zijn in beroepsorganisaties
  • Kennis uit te wisselen door actief te zijn in beroepsorganisaties binnen de sector. binnen de sector.
  • 2 2 Het 'Towards Sustainability" certificaat wordt uitgereikt voor een periode van één jaar en wordt elk jaar opnieuw herzien. Voor Tak 23 producten wordt het certificaat toegekend voor de gehele looptijd van het fonds. 'Towards sustainability' is een kwaliteitsstandaard onder het beheer van het "Centrale Merken Agentschap" van het Belgisch SRI label (CLA). Deze standaard zet een aantal minimum vereisten waaraan duurzame financiële producten moeten voldoen en dit zowel binnen een portfolio als met betrekking tot het investeringsproces. Meer informatie met betrekking tot deze certifiëring kan gevonden worden op www.towardssustainability.be. Het behalen van het certificaat betekent niet automatisch dat het product voldoet aan onze eigen doelstellingen qua duurzaamheid noch dat het certificaat automatisch voldoet aan 2 2 Het 'Towards Sustainability" certificaat wordt uitgereikt voor een periode van één jaar en wordt elk jaar opnieuw herzien. Voor Tak 23 producten wordt het certificaat toegekend voor de gehele looptijd van het fonds. 'Towards sustainability' is een kwaliteitsstandaard onder het beheer van het "Centrale Merken Agentschap" van het Belgisch SRI label (CLA). Deze standaard zet een aantal minimum vereisten waaraan duurzame financiële producten moeten voldoen en dit zowel binnen een portfolio als met betrekking tot het investeringsproces. Meer informatie met betrekking tot deze certifiëring kan gevonden worden op www.towardssustainability.be. Het behalen van het certificaat betekent niet automatisch dat het product voldoet aan onze eigen doelstellingen qua duurzaamheid noch dat het certificaat automatisch voldoet aan de vereisten van toekomstige nationale of EU regulering. Meer informatie hierover kan gevonden worden op https://www.fsma.be/nl/duurzame-financiering.

de vereisten van toekomstige nationale of EU regulering. Meer informatie hierover kan gevonden worden op https://www.fsma.be/nl/duurzame-financiering.

Stakeholder van de Stad

Een reeks initiatieven om te anticiperen op nieuwe stedelijke behoeften en om een effectieve communicatie tot stand te brengen met de openbare partners en stakeholders:

  • Dialoog en coöperatieve procedures met de instellingen en alle tegenpartijen;
  • Animatie en burgerparticipatie bij plannen voor de ontwikkeling van de stad;
  • Herontwikkeling van onze gebouwen door hun oorspronkelijke functie te toetsen aan de huidige omgeving.

UP4North (stad Brussel)

Hoe kan het monofunctionele Brussel Noord veranderd worden in een levendige en inclusieve Brusselse wijk? Deze vraag bracht de afgelopen drie jaar diverse partijen bijeen in een veelzijdig denkproces. Er werden diverse initiatieven genomen die allemaal het potentieel voor een meer diverse stedelijke omgeving toonden, met een leidende rol voor AG Real Estate. De discussie werd aangezwengeld door lezingen, tentoonstellingen, symposia en workshops. Terwijl de bestaande gebouwen in gebruik blijven, mengen nieuwe deelnemers zich in de discussie en is de transformatie van de wijk reeds aangevat. De partners van Lab North menen dat het debat hiervoor opener moet worden en dat er een gezamenlijke visie moet worden ontwikkeld. Er zijn stappen in de goede richting genomen.

Een gezamenlijke visie voor Brussel Noord moet gezamenlijk worden uitgewerkt, gebruikmakend van het werk dat tot nu toe al is verzet. Er is kritisch denkwerk verricht over wat kan werken en wat niet. Het project is een voorbeeld van samenwerking tussen private, publieke en burgerlijke partners, die allemaal de ambitie hebben om een toekomstbestendige en duurzame visie voor dit belangrijke en karakteristieke deel van Brussel uit te werken.

Sociaal engagement en sponsoring

AG Real Estate voert een hele reeks solidariteitsacties en ondersteunt het sociale weefsel door zich in te zetten voor socio-culturele activiteiten.

  • Solidariteitsacties ten behoeve van daklozen en de meest achtergestelde bevolkingsgroepen;
  • Initiatieven ter bevordering van inclusie en gelijke kansen (ontwikkeling van de vzw Up4North);
  • Invoering van een sponsorbeleid ter ondersteuning van jongeren en kwetsbare bevolkingsgroepen.

Gezondheidscrisis – Steun voor huurders

Geconfronteerd met de gezondheidscrisis wilde AG Real Estate zijn retailklanten – en meteen ook de lokale economie – steunen door daadkrachtige maatregelen te nemen. Tijdens de twee lockdowns schold AG Real Estate de huur voor zijn horecaklanten volledig vrij. Klanten die hun winkel niet mochten openen, hoefden slechts een deel (50%) van de huur te betalen. De verschuldigde 50% kon in gespreide termijnen worden betaald, zodat iedereen in zijn kasbehoeften kon blijven voorzien en zijn bedrijfsactiviteiten kon voortzetten.

Omgeving en klant

Deze initiatieven hebben betrekking op onze kernactiviteitenen en zijn het werk van al onze teams. Zij worden ingezet om de Stad van Morgen op een positieve manier te veranderen, met oog voor de belangen van onze klanten en partners.

  • Analyse en ontwikkeling van activa dankzij technische aanpassingen (nieuwe ketels, zonnepanelen, enz.);
  • Gezondheid en welzijn van de bewoners door praktische en collectieve diensten (onderhoudsdienst, Commuty…);
  • Monitoring van de energieprestaties (EPB-conformiteit) en optimalisering van het verbruik (Optiwatt-platform);
  • Ontwikkeling van positieve milieuvoorzieningen voor de bewoners (WeCircular, Commuty…);
  • Afvalbeheer door middel van selectief sorteren;
  • Toeleveringsketens en samenwerkingsverbanden met leveranciers van goederen en diensten in lijn met onze ambities op het gebied van milieubescherming.

Bruneseau (Parijs).

Een consortium van projectontwikkelaars waaronder AG Real Estate won de aanbesteding georganiseerd door de stad Parijs en SEMAPA: 'Uitvinden van Bruneseau'.

De milieuambitie van het Bruneseau-project is de grootste binnen de huidige bouwopties: de eerste volledig CO2-vrije wijk in Frankrijk ontwikkelen en de aan de gebouwen verbonden CO2-voetafdruk door vijf delen.

Deze ambitie om de door Elioth geteste E+C-certificatie te behalen, wordt mogelijk gemaakt door het grootschalige gebruik van hout in de vloeren en het lokaal opwekken van energie op een niveau dat voor een stedelijk project op deze schaal nog nooit is gerealiseerd. 65% van de in de wijk gebruikte energie is ofwel hernieuwbaar of teruggewonnen en 50% wordt ter plaatse opgewekt.

Een aantal kerncijfers:

  • 95.000 m² waarvan 25.000 m² kantoren, 50.000 m² woningen en 20.000 m² winkels en activiteiten;
  • Een CO2-voetafdruk die een vijfde is van het Parijse gemiddelde;
  • 50% van de energie wordt ter plaatse opgewekt of teruggewonnen;
  • Dekking van de behoefte door hernieuwbare of teruggewonnen energie: 65%.

Team

Ons bedrijf is gecertificeerd als 'Investors in People'. Omdat de toekomst vandaag begint en van binnenuit moet komen, hechten wij veel belang aan bewustwording en ondersteuning binnen het bedrijf.

  • Opleidingsvoorstellen om werknemers te helpen hun potentieel te ontwikkelen;
  • Kennis delen via de implementatie van een mentorprogramma;
  • Duurzame mobiliteit van onze teams, gefaciliteerd met interne instrumenten (Mobility policy, …);
  • Maatregelen bevorderen die de verhouding werk-privéleven verbeteren (telewerken, cafetariaplan, gezondheidszorg, …);
  • De teams aanmoedigen om deel te nemen aan sociale en milieuinitiatieven (Operatie Thermos, bloeddonatie).

Flex Income Plan

AG Real Estate heeft voor zijn werknemers een 'Flex Income Plan' geïntroduceerd, waarmee ze hun bruto eindejaarsbonus kunnen omzetten in extralegale voordelen. Dit bevordert het welzijn van werknemers, omdat iedereen allerlei voordelen kan selecteren die aansluiten bij hun eigen persoonlijke situatie. Een speciaal luik is gewijd aan het gebruik van zachte mobiliteit: fietsleasing, een treinabonnement, een abonnement op het openbaar vervoer of een ander vervoermiddel. Naast die catalogus is er ook een mobiliteitsplan ingevoerd om werknemers aan te moedigen hun gedrag te veranderen, bijvoorbeeld door een bedrijfswagen in te ruilen voor een lagere categorie of voor financiële hulp voor de financiering van een hypotheek of huur.

De portefeuille van Ageas Real Estate omvat diverse soorten onroerend goed: kantoren, magazijnen, winkelcentra, ontwikkelingsprojecten van nieuwe stadsdelen, woningen, sociale infrastructuur en beheer van openbare parkeervoorzieningen.

a. Kantoorgebouwen

Building Research Establishment Environmental Assessment Method, BREEAM en BREEAM In-Use, is de referentie voor een duurzaam kwaliteitskeurmerk voor alle nieuwe en bestaande gebouwen. In 2017 is er voor alle kantoorgebouwen een certificeringsproject gestart. De vastgoedportefeuille van Ageas heeft in 2020 naar verwachting minimaal een score van 'Very Good' behaald en er is een budget voorzien om de noodzakelijke aanpassingen op tijd uit te voeren.

Tijdens het certificeringsproces behaalde AG Real Estate Property Management 16 voorlopige BREEAM In-Use-certificaten. Eind 2019 behaalden de eerste twee gebouwen een score van ten minste 'Very Good'.

Afvalbeheer wordt handmatig gecontroleerd en geoptimaliseerd. Sinds 2017 zijn al onze kantoorgebouwen uitgerust met een systeem om het energieverbruik in real time te volgen. Hierdoor kan ongewoon verbruik direct worden opgespoord en kunnen er corrigerende maatregelen worden genomen. Informatie wordt actief gedeeld met alle huurders, wat zowel voor de huurders als voor AG Real Estate nuttig is.

AG Real Estate werkt ook samen met WeCircular, een organisatie die verantwoordelijk is voor het recycleren van sigarettenpeuken. Zo wordt de schadelijke invloed op het milieu verminderd en worden natuurlijke hulpbronnen beschermd.

In het kader van de zorg voor biodiversiteit stellen AG en AG Real Estate hun gebouwen sinds 2016 ter beschikking van de organisatie

'madeinabeilles'. Op de daken van diverse gebouwen zijn bijenkorven geplaatst, die helpen om de biodiversiteit in stand te houden of te verbeteren.

Commuty, een platform om eenvoudig parkeerplaatsen uit te wisselen en vrij te maken, wordt als proefproject geïmplementeerd in het hoofdkantoor van AG Real Estate. Het systeem beoogt om vrije parkeerplaatsen voor zoveel mogelijk medewerkers beschikbaar te maken, vooral in vakantieperiodes, bij telewerk of afspraken buitenshuis. Daarnaast wordt gezamenlijk reizen actief bevorderd om het aantal auto's en de hiermee verbonden CO2-uitstoot te reduceren.

Al deze acties en initiatieven dragen bij aan de SDG's 9, 11 en 13.

b. Ontwikkeling van nieuwe duurzame stadsdelen

AG Real Estate neemt actief deel aan de ontwikkeling van nieuwe stadsdelen en steeds met als doel deze duurzamer te maken. Zodoende dragen deze projecten bij aan de realisatie van de geselecteerde SDG's 9 en 11.

c. Residentiële woningen

Voor alle in aanbouw zijnde residentiële gebouwen houdt AG Real Estate zich aan de strengste energienormen, en doet het ook onderzoek naar systemen voor hernieuwbare energie. AG Real Estate heeft geen woningen in gebruik en zodoende ook niet in haar vastgoedportefeuille.

Met de Pre-engineered Building (PEB)-methodiek kunnen verschillende technieken in geavanceerde gebouwen worden geïntegreerd, waaronder isolatie, gesloten systemen voor elektriciteitsopwekking en systemen om warmteverlies tegen te gaan.

d. Sociale infrastructuur

In het kader van de in 2015 gestarte privaat-publieke samenwerking 'Scholen van Morgen' werden tot eind 2020 182 scholen gebouwd, goed voor ongeveer 700.000 m², waardoor meer dan 130.000 leerlingen in België, vooral in Vlaanderen, onderwijs kunnen volgen in moderne gebouwen en waarmee wordt bijgedragen aan de verwezenlijking van SDG 9. AG RE neemt momenteel deel aan een tweede pas door de Vlaamse regering opgezet publiek-private samenwerking voor nog eens 42 scholen. Op basis van de beschikbare gegevens wordt er door de nieuwe gebouwen tot wel 60% en meer aan gas en water bespaard in vergelijking met oudere gebouwen. Wat elektriciteit betreft, bedraagt de besparing circa 20%, omdat de integratie van nieuwe technologieën een deel van de besparingen compenseert.

e. Management openbare parkeervoorzieningen

Interparking exploiteert vandaag bijna 950 parkeerfaciliteiten in 9 Europese landen en bedient ongeveer 120 miljoen klanten per jaar.

Interparking is ervan overtuigd dat bovenal multimodaliteit de sleutel is voor succesvolle groene en efficiënte mobiliteit. Interparking biedt parkeerplaatsen dicht bij belangrijke openbaarvervoerknooppunten, zoals metro, tram, bus, treinstations of luchthavens. In België kunnen gebruikers van het openbaar vervoer hun vervoerbewijs rechtstreeks opladen op hun Pcard+. De Pcard+ biedt niet alleen toegang tot parkeerfaciliteiten tegen aantrekkelijke tarieven, maar ook toegang tot openbaarvervoernetwerken in de regio Brussel.

Gebruikers kunnen vandaag diverse transportmogelijkheden gebruiken om in en rond de steden te reizen, zoals auto, tram, bus, metro, trein en deelfietsen. In Berlijn kan met 'E-Park & Rail' online een parkeerplaats worden gereserveerd bij Berlin Südkreuz als men een treinkaartje koopt. In Amsterdam is er 'Park&Bike', waarmee onze klanten tegen een aantrekkelijk tarief een fiets kunnen reserveren om door de straten van de stad te rijden.

Via de bevordering van openbaar vervoer draagt dit initiatief bij aan SDG 11 en 13. Hiermee wordt de omschakeling naar duurzame en schonere steden gestimuleerd door het gebruik van het openbaar vervoer, wat minder broeikasgas uitstoot dan eigen vervoermiddelen.

2020 was voor Interparking natuurlijk ook een moeilijk jaar vanwege de ernstige impact van de coronapandemie op de activiteiten (zie hierna). Er werden verschillende initiatieven genomen om te helpen de gevolgen van de pandemie te verzachten, en Interparking greep eveneens de gelegenheid aan om de installatie van contactloze oplossingen in zijn parkeerlocaties te versnellen.

In 2018 sloot Interparking met BNB Paribas Fortis als de eerste exploitant van openbare parkeergarages een groene kredietlijn, waarvan de betalingsvoorwaarden afhankelijk zijn van de verwezenlijking van twee verbintenissen op milieugebied:

  • Terugdringen van de koolstofvoetafdruk van het bedrijf met 30%, tegenover 2014 , uitgedrukt in tCO2/VTE;
  • Terugdringen van het energieverbruik, uitgedrukt als kWh/parkeerplaats, met 20% tegenover 2014.

Interparking heeft die twee doelstellingen in 2020 gerealiseerd (koolstofvoetafdruk op basis van de gegevens van 2019). De tweede doelstelling heeft het zelfs overtroffen, dankzij een ambitieus plan voor de invoering van LED-verlichting gekoppeld aan de implementatie van controlesystemen voor verlichting (dimmers, bewegingssensoren, …).

Het testen en invoeren van een filterend ventilatie-/ionisatiesysteem specifiek gericht op fijnstof en ultrafijnstof in parkeervoorzieningen, de zogenoemde 'Longen van de Stad', is in 2020 voortgezet, zij het in een trager tempo door de corona-omstandigheden. Dit moet uiteindelijk tot een reductie van 50% tot 70% van fijnstof en ultrafijnstof leiden. Er zullen in de loop van 2021 nieuwe installaties worden geplaatst in diverse parkeergarages in Frankrijk en België.

Interparking experimenteert in Nederland ook met voordelige tarieven voor klanten die in auto's met een lage emissie of elektrische voertuigen rijden (maximaal 20% korting).

Tot slot is Interparking in 2020 binnen zijn parkeerfaciliteiten meer speciale zones voor elektrische voertuigen blijven voorzien, inclusief meer dan 750 oplaadstations, evenals voor deelvoertuigen. Voor dit laatste werkt Interparking samen met de grote autodeelbedrijven.

Deze initiatieven dragen bij aan het realiseren van de klimaatdoelen van SDG 13.

Verzekeringsproducten en -diensten die een grotere nadruk leggen op maatschappelijke uitdagingen

Het reeds genoemde opnemen van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's) als kader, het vertalen van de SDG's naar inspirerende boodschappen voor de medewerkers en de gedetailleerde koppeling van de huidige producten- en dienstenportefeuille daaraan, ondersteunen een integrale verankering en implementatie in de organisatie.

In hoofdstuk 3.2 komen verschillende voorbeelden van verzekeringsproducten aan bod in alle regio's waar Ageas actief is, waarbij de onderneming haar expertise op het gebied van verzekeringen tracht te combineren om tegemoet te komen aan de behoeften van alle lagen van de maatschappij, in het bijzonder rond thema's als gezondheid, vergrijzing, welzijn of, meer in het algemeen, preventie van allerhande nadelige gebeurtenissen. Deze manier van denken stimuleert bovendien productinnovatie en zorgt ervoor dat duurzaamheid bij Ageas nog sterker verankerd is binnen productontwikkeling. Ageas experimenteert ook met nieuwe methoden van impactmeting om een duidelijker beeld te krijgen over de manier waarop zijn verzekerings- en beleggingsactiviteiten niet alleen de gebruikelijke financiële voordelen opleveren voor zijn stakeholders, maar ook waarde creëren voor de maatschappij.

Meer aandacht voor milieuvriendelijke activiteiten en duurzaam operationeel gedrag

Ageas is zijn CO2-uitstoot blijven meten en berekende gegevens voor 2019 en 2020. Het bereik van de meting is nog steeds hetzelfde en is gebaseerd op het internationale GHG-protocol en omvat uitstootcategorieën van deelgebied 1, deelgebied 2 en deels deelgebied 3. De meting omvat alle geconsolideerde entiteiten: het hoofdkantoor van de Groep in Brussel, het regionale kantoor in Hongkong en de dochterondernemingen AG Real Estate en Interparking.

De berekeningen voor 2019 resulteerden in een bijna stabiel niveau van de CO2-uitstoot van ongeveer 30.000 ton CO2e. In 2020 vertoonde dat cijfer een aanzienlijke daling, grotendeels door de uitzonderlijke omstandigheden als gevolg van corona: minder reizen en minder woon-werkverkeer. Daardoor bedroeg de totale uitstoot 16.664 ton CO2e.

In de samenvattende tabel aan het einde van dit hoofdstuk wordt er meer informatie verstrekt over de berekening. De belangrijkste bijdragen aan de CO2-voetafdruk van Ageas komen uit deelgebied 1, autovloot (45%) en deelgebied 3 woon-werkverkeer (29%), rekening houdend met de uitzonderlijke situatie in 2020 en zakenreizen, hetgeen ook significant daalde in en slechts 3% bedraagt (in vergelijking met 14% in 2019). Dit komt overeen met de organisatiestructuur van de Groep met sterke banden in Europa en Azië. In deze laatste regio worden de activiteiten aangestuurd vanuit het regionale kantoor in Hongkong en voor de follow-up van het management zijn veelvuldige bezoeken noodzakelijk.

Om zijn CO2-uitstoot structureel terug te dringen, organiseerde Ageas een aantal initiatieven die de uitstoot voor de hele Groep zullen verlagen en waardoor 2020 een scharnierjaar van verandering wordt. De voornaamste initiatieven zijn:

  • Een geleidelijke herziening van het beleid voor leasewagens in de hele Groep, bedoeld om hybride en elektrische wagens onder werknemers te promoten;
  • 'Future of Work', of 'werk in de toekomst': een aangepaste organisatie- en werkomgeving waarbij werknemers actief gestimuleerd worden of de mogelijkheid krijgen om meer van de gewone werkuren van thuis uit te werken. Opgelet: de berekening van de CO2e houdt wel rekening met het effect van de uitstoot van een thuiskantoor;
  • De herziening van het reisbeleid dat uitgaat van het principe om het aantal reizen structureel terug te brengen. Dat houdt bijvoorbeeld in dat vertegenwoordigers van Ageas in de lokale raden van bestuur van onze Aziatische joint ventures een of twee lokale bestuursvergaderingen virtueel zullen bijwonen.

Sinds 2015 heeft Interparking een CO2-neutraal label dankzij ondermeer de steun aan het Gold Standard Wanrou-project in Benin, dat fornuizen levert aan huishoudens in landelijke dorpen in het noorden van het land, en in 2018 behaalde ook AG zijn CO2-neutraal label

De ambitie voor 2021 bestaat erin de bovenvermelde genomen maatregelen toe te passen op het niveau van de Groep, om de CO2 uitstoot structureel terug te dringen in alle operationele entiteiten, en verder na te denken over andere mogelijke bijkomende maatregelen. De milieuverbintenis die Ageas is aangegaan, is momenteel opgenomen in de Gedragscode. In het kader voor verantwoord beleggen en het milieubeleid van AG Real Estate komen de belangrijkste activiteiten van de Groep met een milieucomponent aan bod. Ageas wil uiterlijk eind 2021 een overkoepelend milieubeleid voor de hele Groep publiceren.

Verder legt Ageas zich niet alleen toe op een milieuvriendelijker beheer van zijn activiteiten, maar wil het ook de organisatie op een meer maatschappelijk verantwoorde manier beheren. Dat betekent onder andere ook dat Ageas zijn plicht vervult als een verantwoordelijke belastingbetaler, met toereikende procedures en controlemaatregelen, zodat alle belastingverplichtingen nauwkeurig worden berekend en alle verschuldigde belastingen tijdig worden betaald. Zodoende eerbiedigt Ageas alle internationale en nationale belastingwetten in alle landen waar het actief is. Ageas hanteert geen kunstmatige structuren die commercieel niet te rechtvaardigen zijn en die uitsluitend zijn bedoeld om belastingen te ontwijken. Met dat engagement neemt Ageas zijn verantwoordelijkheid als werkgever en als lokale stakeholder ten aanzien van de lokale gemeenschappen, om de lokale economie en haar burgers fundamenteel te steunen. Ageas brengt dan ook op transparante wijze verslag uit over alle vennootschapsbelastingen voor de geconsolideerde entiteiten.

Filantropische initiatieven

De invulling van het kader voor duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG's van de VN) gebeurt ook via verschillende andere manieren, namelijk via tal van initiatieven waarmee Ageas blijk wil geven van zijn betrokkenheid en zijn engagement ten aanzien van de maatschappij.

Door de coronapandemie, die bijzonder specifieke maatschappelijke problemen veroorzaakte, was 2020 een uitzonderlijk jaar. In die context heeft Ageas verschillende initiatieven georganiseerd om de situatie mee onder controle te helpen krijgen, gericht op specifieke lokale behoeften en daarmee uiting gevend aan de slogan 'Supporter van jouw leven'. In totaal ging EUR 6,6 miljoen naar filantropische initiatieven die door Ageas werden gesteund. Daarvan ging ongeveer EUR 4,3 miljoen naar specifieke initiatieven in verband met corona.

Hierna volgt een korte samenvatting van de belangrijkste initiatieven in verband met COVID-19 volgens regio:

In België werden er specifieke initiatieven georganiseerd door de respectieve entiteiten AG, AG Real Estate, Interparking en Ageas zelf. Ageas en AG bundelden hun krachten om de universiteit van Leuven financieel te steunen in hun onderzoek naar de ontwikkeling van een vaccin en behandeling tegen COVID-19. Ageas heeft tijdens de eerste golf van de pandemie ook mondmaskers geleverd aan ziekenhuizen in zwaar getroffen gebieden in Italië en Spanje.

AG leverde dan weer een bijdrage door de dekking van zijn gewone verzekeringspolissen uit te breiden. Daarnaast schonk het tablets en laptops, en organiseerde het initiatieven om de lokale economie te steunen en campagnes om eenzaamheid te bestrijden en om mensen te inspireren om meer te bewegen. Tot slot doneerde de onderneming ook geld aan het onderzoek naar COVID-19 en voor coronatests in België.

AG Real Estate verlaagde de huur die winkeliers moesten betalen en Interparking stelde parkeerplaatsen ter beschikking van zorgpersoneel en veiligheidsdiensten, maar bleef daarnaast ook zijn technologische innovaties op het gebied van openbare parkeerplaatsen verfijnen (bijv. contactloos betalen), ook nuttige maatregelen in de strijd tegen corona.

In het VK waren de verschillende steunacties in eerste instantie gericht op klanten, vooral klanten die werken voor de National Health Service en kwetsbare klanten. Voor de bredere samenleving gingen verschillende donaties van Ageas naar organisaties zoals het COVID-19-fonds van de Association of British Insurers, en naar lokale gemeenschapsinitiatieven en de financiering van medisch onderzoek naar de behandeling van COVID-19.

In Azië ligt de focus in alle landen op de uitgebreide verzekeringsdekking en de donatie van medische apparatuur en maskers, in Azië maar ook in Europa.

Naast de initiatieven die specifiek verband houden met COVID-19 heeft Ageas in 2020 ook weer zijn engagement ten aanzien van de maatschappij laten blijken met verschillende initiatieven. We geven hierna enkele voorbeelden van de meest veelzeggende initiatieven.

In België blijft Interparking WeGoSTEM steunen, dat strijdt tegen de genderkloof, vooral in STEM-beroepen, onder meer door doelbewust naar lagere scholen te gaan. Op die manier wordt een bijdrage geleverd aan de verwezenlijking van SDG 4 en SDG 5.

Ageas UK, in toepassing van de waarde 'Care', werkt sinds 2012 samen met de Road Safety Foundation om campagne te voeren voor veiligere wegen, waarmee het aantal doden en gewonden wordt verminderd. In 2020 lanceerde de Road Safety Foundation zijn 20e jaarverslag 'Looking back, Moving Forward', waarin er aandacht werd besteed aan welke wegen in Groot-Brittannië aanzienlijk waren verbeterd en welke wegen nog steeds aanzienlijke risico's inhielden. Er werd een investeringspakket van GBP 1,2 miljard voorzien om meer dan 5.000 km wegen te verbeteren en in de komende 20 jaar meer dan 8.000 dodelijke en ernstige ongevallen te vermijden. Dat zou tegelijkertijd een boost geven aan het Britse economische herstel en bescherming bieden aan de National Health Service, door de maatschappij over die periode bijna GBP 4,4 miljard te laten besparen.

Ageas UK ontwikkelde een interactieve kaart die iedereen kan raadplegen om de situatie in zijn of haar buurt te zien (www.dangerousroads.ageas.co.uk). Dit initiatief past binnen de SDG's 9 en 11 die streven naar verbetering van mobiliteit en beoogt bij te dragen aan duurzamere steden in het VK. Daarnaast schakelde het 'Green Parts'-initiatief over van een proeffase naar de werkelijke uitvoering: reparateurs kunnen klanten nu de keuze bieden om waar mogelijk gerecycleerde/hergebruikte auto-onderdelen te gebruiken in plaats van splinternieuwe. Dit vermindert de milieubelasting van het verspillen van prima auto-onderdelen die anders worden verschroot en betekent ook dat nog bruikbare voertuigen langer op de weg kunnen worden gehouden. Op de jaarlijkse British Insurance Awards werd het Green Parts-initiatief van Ageas UK bekroond tot 'Claims Initiative of the Year'. In dezelfde context sponsort Ageas UK het Institute of Customer Research, dat onderzoek doet naar de verwachtingen van klanten over de groene agenda, om inzicht te verschaffen en zodoende te informeren, te inspireren en te helpen een duurzame toekomst tot stand te brengen voor organisaties, klanten en de gemeenschappen die wij tot dienst zijn. Beide initiatieven willen klanten helpen om hun milieu-impact te verkleinen en dragen zodoende bij aan de SDG's 11 en 13.

In Portugal blijft Ageas zijn aanwezigheid en merk versterken. Vandaag telt het zowel in als buiten het verzekeringswezen in totaal 11 merken, als partner van veel lokale verenigingen en organisaties op het gebied van gezondheid (zie hoofdstuk 3.2), maar ook onderwijs en als partner ter bescherming van de nationale natuur en het nationale erfgoed.

Grupo Ageas Portugal investeert sterk in kunst en cultuur als strategische pijler van de merkpositionering en streeft hierbij naar merkbekendheid terwijl het tegelijk bijdraagt aan de maatschappelijke ontwikkeling. Een van de elementen waar Grupo Ageas Portugal zich op richt is dat 'Iedereen recht heeft op cultuur' en dat cultuur als zodanig altijd toegankelijk en inclusief moet zijn, door cultuur ook in de wereld van Ageas en belangrijke stakeholders op te nemen. Daarom wil Grupo Ageas Portugal ook jong talent promoten en blijven steunen, onder andere via de prijs die Ageas uitreikt aan nieuw theatertalent. De onderneming ondersteunt ook nationale culturele evenementen, zoals het Festival Internacional de Música de Marvão, en is het de belangrijkste partner van belangrijke en iconische Portugese culturele instellingen zoals het Coliseu Porto Ageas en het Teatro Nacional D. Maria.

Deze initiatieven horen bij de SDG's 8, 11 en 17 omdat ze bijdragen aan de bevordering van de lokale cultuur. Dit moet leiden tot meer toerisme en bevordert het behoud van de nationale cultuur, dit alles samen met lokale partners uit de culturele sector.

Om een beter geïnformeerde en bewustere samenleving tot stand te brengen, investeert Grupo Ageas Portugal in de bevordering van de financiële geletterdheid van jongeren en volwassenen. Het doet dat via verschillende initiatieven, in het bijzonder via twee grote projecten:

  • In samenwerking met Mentes Empreendedoras organiseert Ageas Portugal een wedstrijd voor scholen, gericht op leerlingen tussen de 11 en 15 jaar oud, om te onderstrepen hoe belangrijk sparen is. Dat initiatief beoogt om bij te dragen aan een beter lokaal onderwijssysteem en om jonge mensen goede spaargewoonten en een goed financieel inzicht bij te brengen en de lokale gemeenschap te informeren over duurzaam financieel beheer.
  • Om klanten, maar ook de hele samenleving te bereiken, worden er voorlichtingsprogramma's georganiseerd. Bijvoorbeeld 'Play safe' – Jogar p'lo Seguro – een reeks van live radio-uitzendingen met deskundigen van Ageas die uitleg geven over de verschillende soorten verzekeringen en dekkingen…. Dat alles in eenvoudige en klare taal. Dat initiatief wordt in 2021 voortgezet.

Met de Ageas Foundation geeft Ageas in Portugal ondersteuning aan een krachtig plan voor sociale ontwikkeling en ondersteuning met drie pijlers: ondernemerschap en sociale innovatie, vrijwilligerswerk door bedrijven en een duurzame impact op de maatschappij. Een van de belangrijke projecten in 2020 was, behalve dat de Ageas Foundation een partner was van de jaarlijkse wedstrijd Junior Achievement Europe, dat ze ook een van de kenmerkende prijzen aanbod, de Ageas Foundation Social Innovation Award. In 2020 werkte de Foundation ook samen met de Nova School of Business and Economics in Lissabon aan 'Impact Experience', een ontwikkelingsprogramma voor zes sociale organisaties waar werknemers van Ageas Portugal mentor van zijn.

Beide initiatieven passen binnen het realiseren van SDG 4.

In Azië zijn er aanzienlijk meer maatschappelijke initiatieven georganiseerd, die voornamelijk gericht waren op de doelen van SDG 1, SDG 3 en SDG 4.

China Taiping werkte aan armoedebestrijding door de ondersteuning van economische activiteiten en door te werken aan de vaardigheden van inwoners van achtergestelde gebieden in het Chinese binnenland, door het kopen van lokaal gekweekte producten en door de financiering en aanbieding van specifieke opleidingen voor specifieke beroepsgroepen.

In India heeft IDBI Federal Life Insurance zijn inspanningen voortgezet om mensen actief aan te sporen tot een gezond en fit leven. Door corona konden fysieke marathons niet worden georganiseerd, maar werden ze vervangen door virtuele begeleiding. In totaal deden er bijna 45.000 mensen mee aan virtuele marathons. In de Filipijnen deed Troo voor het tweede jaar mee aan 'Passionately Pink', een bewustmakingscampagne over borstkanker, met de steun van Troos partner, Filinvest.

Troo organiseerde ook online interactieve workshops voor Filipijnse leerkrachten om best practices te delen op het gebied van design thinking, en om leerkrachten te helpen om effectiever en creatiever te werk te gaan in een virtuele setting. Het initiatief ging van start in de regio Metro Manila en wordt uitgerold naar andere gebieden in de Filipijnen.

Meten van de effectiviteit van onze beloftes aan de maatschappij

De tabellen hieronder geven alle relevante non-financiële informatie weer inclusief vergelijkende data en dit per 31 December 2020 en 2019.

Duurzame investeringen (in EUR miljard) 2020 2019
Totaal fondsen in beheer 97.085 94.105
Intern beheerde activa - Percentage van de nieuwe investeringen onderworpen aan een ESG analyse Meer dan 95% Meer dan 95%
Extern beheerde activa - Percentage van de extern beheerde activa beheerd door derden die UN PRI ondertekenden 90% 90%
Aandeel van de nieuwe investeringen in kool (), tabak (), wapens (**) 0% 0%
Duurzame investeringen (General Account) met een positieve impact 6.623 5.635
Milieu
- Groene obligaties 340 291
- Infrastructuur en andere investeringen in hernieuwbare energie (inclusief zonnepanelen en windparken) 420 303
- Infrastructuur in "groene" mobiliteit (inclusief trein, metro en tram, enz) 457 331
Sociaal en duurzaam
- Infrastructuur in andere sectoren (inclusief onderwijs, gezondheid, datatechnologie, enz) 1.203 1.160
- Sociale leningen 3.864 3.281
- Sociale en duurzame obligaties en leningen 339 269
(*)
premie-drempel van 25% in traditionele producten en 10% in duurzame producten
(**)
premie-drempel van 10% in traditionele en duurzame producten
Duurzame verzekeringsoplossingen 11.194 5.469
- Producten met externe duurzaamheidscertifiëring (inclusief Towards Sustainability label) 10.693 4.955
- Producten met externe duurzamheidscertifiëring (inclusief ESG thematische fondsen) 501 514
Filantropie - Investering ten voordele van de gemeenschap (in EUR miljoen) 2020 2019
Schenkingen in geld 6,6 1,7
Inkomstenbelastingen per segment (in EUR miljoen) 2020 2019
ageas SA/NV 19 12
België 143 184
Verenigd Koninkrijk 5 14
Continentaal Europa 66 44
Totaal inkomstenbelastingen 233 254

CO2 Voetafdruk 2020 2019
Deelgebied Totaal netto (t CO2e) Relatief aandeel Totaal netto (t CO2e) Relatief aandeel
Toepassingsgebied 1 Directe energie - gas en zware brandstoffen 1.810 11% 2.394 8%
Koelmiddelen 509 3% 531 2%
Eigen voertuigen 7.474 45% 9.850 33%
Totaal toepassingsgebied 1 9.793 59% 12.775 42%
Toepassingsgebied 2 Elektriciteit – netto 1.180 7% 2.575 9%
Totaal toepassingsgebied 2 1.180 7% 2.575 9%
Toepassingsgebied 3 Woon-werkverkeer 4.881 29% 10.167 34%
Zakenreizen 553 3% 4.333 14%
Papier 181 1% 265 1%
Afval 76 0% 168 1%
Totaal toepassingsgebied 3 5.691 34% 14.933 49%
TOTAAL tonnen CO2e bruto 16.664 30.283
CO2-compensatie (AG en Interparking) * 10.272
TOTAAL in ton CO2e netto 16.664 20.011
Ton CO2e per VTE 1,6 2.8

* nog te bepalen bij het tekenen van de offsetting overeenkomsten

Elektriciteit in detail (tCO2e) 2020 2019
Elektriciteit - bruto 5.005 6.581
CO2e vermeden door groene stroom 3.825 4.006
Elektriciteit – netto 1.180 2.575

Materiële onderwerpen met betrekking tot alle stakeholders

Verantwoord bestuur

3.6

Onze doeltreffendheid voor stakeholders, ondersteund door een compleet beleidspakket

Integriteit, de toetssteen van ethisch gedrag

Integriteit is het belangrijkste uitgangspunt voor het eerbiedigen van mensenrechten, de expliciete afwijzing van enige vorm van discriminatie, de strijd tegen corruptie en fraude, de verplichting om uitsluitend met betrouwbare externe partijen overeenkomsten te sluiten en de onvoorwaardelijke inzet voor nultolerantie ten aanzien van onwettige en onaanvaardbare praktijken.

Door zijn consequente beleidskader waarin deze filosofie van ethisch gedrag is geïntegreerd en door dat kader om te zetten in een reeks eisen, normen en procedures, brengt Ageas deze principes in alle beleidslijnen tot uiting.

Het wereldwijde beleidskader omvat beleidslijnen voor compliance, maar ook een aantal beleidslijnen voor specifieke onderwerpen die onder de verantwoordelijkheid van de relevante afdelingen vallen en door hen worden beheerd, voornamelijk Risk, Legal, Investor Relations, Human Resources, Actuarial Function en Internal Audit. Het wereldwijde kader wordt continu bewaakt aan de hand van een goed gestructureerd bestuur en duidelijk gedefinieerde taken. Alle beleidslijnen moeten ten minste om de drie jaar door de Raad van Bestuur worden herzien en formeel worden goedgekeurd, en daarnaast telkens wanneer er aanleiding is voor een herziening van het beleid, bijvoorbeeld door een belangrijke wijziging in de wetgeving. Het goedkeuringsproces is duidelijk omschreven en bevat een reeks vastgestelde technische fasen, met input van specifieke advies- en besluitvormingsorganen. Dit beleidskader is gebaseerd op en weerspiegelt een analyse van de risico's waaraan de Groep is blootgesteld vanuit integriteits-, governance-, maatschappelijk en milieuperspectief, rekening houdend met het regelgevingsklimaat waarin de Groep actief is.

Een andere toetssteen van de integriteit van Ageas wordt gevormd door het Corporate Governance Charter en de Gedragscode van Ageas, die beide ethische voorschriften en beloftes in zich dragen waarop de belofte van Ageas ten aanzien van zijn stakeholders gebaseerd is.

Deze coherente reeks van bestuurselementen is het steunpunt voor de toon die uitgaat van de top om het juiste gedrag en de juiste cultuur tot stand te brengen, twee ondeelbare bestanddelen van Integriteit.

De gedragscode, het integriteitsbeleid en het TCF-beleid (Treating Customers Fairly) van Ageas zijn in wezen gebaseerd op principes en articuleren de ethische bestanddelen waar alle beleidslijnen, procedures, normen en gedragingen binnen de Ageas Groep van doordrongen moeten zijn. Ze omvatten een verklaring dat Ageas zich inzet voor de eerbiediging van mensenrechten en menselijke waardigheid, een eerste vereiste voor het principe van nultolerantie ten aanzien van onethisch gedrag en onethische praktijken.

De strijd tegen corruptie in al zijn vormen en op alle niveaus is een onlosmakelijk onderdeel van deze visie.

Strijd tegen corruptie

Een reeks thematische beleidslijnen is direct relevant in de strijd tegen corruptie: daarin zijn deze ethische, gedragsgebonden en culturele waarden geïntegreerd, en zij bieden een reeks processen die samen een vast geheel van beschermende, opsporende en bewakende vereisten vormen voor de preventie van criminele activiteiten.

  • Het beleid ter bestrijding van omkoperij en corruptie beschrijft de gedragshouding waarmee Ageas beoogt om actief te zijn en zijn zakelijke activiteiten uit te voeren, en vermeldt de principes en regels die moeten worden nageleefd om actieve of passieve corruptie, maar ook de schijn daarvan, te vermijden, in het bijzonder als het gaat om geschenken, voordelen en uitnodigingen;
  • Het beleid inzake belangenconflicten is gericht op de plicht van iedereen om waakzaam te blijven voor mogelijke of werkelijke belangenconflicten en de gevolgen daarvan voor de effectieve verwezenlijking van de doelstellingen van de onderneming, stelt een procedure vast voor de melding van dergelijke situaties en voorziet in de regels en beperkingen voor externe mandaten en functies, en voor financiële participaties in bedrijven of handelsvennootschappen;
  • Het beleid inzake persoonlijke transacties definieert de regels en verplichtingen waar Insiders van Ageas zich aan moeten houden wanneer zij persoonlijke financiële transacties verrichten met

effecten van Ageas en andere welbepaalde effecten, in overeenstemming met de verordening marktmisbruik;

  • Het beleid ter bestrijding van het witwassen van geld definieert de preventiemaatregelen die moeten worden geïmplementeerd en de due-diligencevereisten op het vlak van de strijd tegen het witwassen van geld en de preventie van financiering van terrorisme;
  • Het beleid inzake uitbesteding bevat regels voor aanvaarding van derden, voor belangenconflicten en due-diligencevereisten;
  • Het beleid inzake sancties bepaalt de normen die moeten worden toegepast bij de aanvaarding van klanten en leveranciers, bij beleggingen en bij fusies en overnames, op basis van de internationale beperkingen, dwingende sancties en uitsluitingslijsten en de restrictieve maatregelen volgens de aanbevelingen van internationale organisaties. Het vermeldt ook specifieke aandachtspunten die leiden tot verbeterde duediligenceprocedures;
  • Het beleid ten aanzien van deskundigheid en betrouwbaarheid ('Fit and Proper') bepaalt het kader en de regels die moeten worden toegepast om ervoor te zorgen dat de verplichtingen op het gebied van deskundigheid en betrouwbaarheid permanent worden nageleefd.

Voorkomen van belangenconflicten

De strijd tegen corruptie vereist een sterk preventiekader met een duidelijke nadruk op belangenconflicten, inclusief beschermende maatregelen, opsporing, afwikkeling, follow-up en melding van mogelijke en werkelijke belangenconflicten.

Ageas heeft een verregaand beleid inzake belangenconflicten ingevoerd, als onderdeel van de solide en kwalitatief hoogstaande governance van het bedrijf en zijn activiteiten. Een reeks wettelijke en regelgevende bepalingen leggen in dit verband duidelijke verplichtingen op. Een belangenconflict is een situatie met aan elkaar tegengestelde belangen, die de ethische verwezenlijking van de gerechtvaardigde doelen van Ageas en/of zijn stakeholders in gevaar brengt, en/of leidt tot corruptie.

Ageas is opgenomen in het EU Transparantieregister zodat het toegang heeft tot praktische informatie die gedeeld wordt zoals aankondigingen van activiteiten van het Europese parlement en de comités hiervan, consultatie of voortgang voor specifieke onderwerpen.

Ageas heeft ook een register van belangenconflicten ingevoerd waarin geregistreerd wordt welke belangenconflicten er zijn, hun behandeling en uitkomst.

Mensenrechten Mensenrechten Zoals vermeld in het integriteitsbeleid van Ageas heeft het concept

Zoals vermeld in het integriteitsbeleid van Ageas heeft het concept 'integriteit' voornamelijk betrekking op personen, op mensen en hun gevoel van ethiek. Integriteit betekent eerlijk zijn en respectvol en betrouwbaar handelen. Die principes zouden voor alle menselijke omgangsvormen moeten gelden en voor alle onderdelen van onze menselijke samenleving. 'integriteit' voornamelijk betrekking op personen, op mensen en hun gevoel van ethiek. Integriteit betekent eerlijk zijn en respectvol en betrouwbaar handelen. Die principes zouden voor alle menselijke omgangsvormen moeten gelden en voor alle onderdelen van onze menselijke samenleving.

De eerbiediging van mensenrechten door Ageas is een essentieel

De eerbiediging van mensenrechten door Ageas is een essentieel basiselement van het wereldwijde beleidskader. Concreet komt het in verschillende domeinen tot uiting, onder andere in Ageas' verbintenis ten aanzien van de mensenrechten en de arbeidsrechten en in de verklaring van de daaraan verbonden leidende principes. Maar ook in het sanctiebeleid van Ageas. Volgens dat beleid maakt Ageas de aanvaarding van klanten, leveranciers en beleggingen afhankelijk van de naleving van beperkingen, verbodsbepalingen, normen en aanbevelingen die door internationaal erkende organisaties zijn uitgegeven op het vlak van corruptie, het witwassen van geld, de financiering van terrorisme, controversiële wapens en onaanvaardbare activiteiten en praktijken. Ook andere gebieden zijn een tastbare uitdrukking van de bezorgdheid over mensenrechten, zoals het kader voor deskundigheid en betrouwbaarheid waarin de regels en normen worden beschreven die moeten verzekeren dat de beoogde personen hiervan ten alle tijden blijk geven. basiselement van het wereldwijde beleidskader. Concreet komt het in verschillende domeinen tot uiting, onder andere in Ageas' verbintenis ten aanzien van de mensenrechten en de arbeidsrechten en in de verklaring van de daaraan verbonden leidende principes. Maar ook in het sanctiebeleid van Ageas. Volgens dat beleid maakt Ageas de aanvaarding van klanten, leveranciers en beleggingen afhankelijk van de naleving van beperkingen, verbodsbepalingen, normen en aanbevelingen die door internationaal erkende organisaties zijn uitgegeven op het vlak van corruptie, het witwassen van geld, de financiering van terrorisme, controversiële wapens en onaanvaardbare activiteiten en praktijken. Ook andere gebieden zijn een tastbare uitdrukking van de bezorgdheid over mensenrechten, zoals het kader voor deskundigheid en betrouwbaarheid waarin de regels en normen worden beschreven die moeten verzekeren dat de beoogde personen hiervan ten alle tijden blijk geven.

Het klokkenluidersbeleid is in dit opzicht zeer relevant, aangezien het garandeert dat handelingen of praktijken die de volledige eerbiediging van de mensenrechten zouden of zouden kunnen aantasten, veilig kunnen worden gemeld, via een beschermende procedure. garandeert dat handelingen of praktijken die de volledige eerbiediging van de mensenrechten zouden of zouden kunnen aantasten, veilig kunnen worden gemeld, via een beschermende procedure.

Het klokkenluidersbeleid is in dit opzicht zeer relevant, aangezien het

Klokkenluidersbeleid Klokkenluidersbeleid Het klokkenluidersbeleid van Ageas is bedoeld om situaties of

Het klokkenluidersbeleid van Ageas is bedoeld om situaties of omstandigheden op te vangen die een negatieve impact kunnen hebben of die corruptie kunnen inhouden. omstandigheden op te vangen die een negatieve impact kunnen hebben of die corruptie kunnen inhouden.

Vanuit een intern standpunt is het doel van het beleid voor de melding

Vanuit een intern standpunt is het doel van het beleid voor de melding van compliance-incidenten (het Internal Alert System) te voorzien in een procedure om wantoestanden of incidenten te melden die ernstige nadelige gevolgen hebben of zouden kunnen hebben voor de financiële positie, resultaten en/of reputatie van Ageas. van compliance-incidenten (het Internal Alert System) te voorzien in een procedure om wantoestanden of incidenten te melden die ernstige nadelige gevolgen hebben of zouden kunnen hebben voor de financiële positie, resultaten en/of reputatie van Ageas.

Er kunnen momenten zijn waarop een werknemer oprecht bezorgd is over dergelijke wantoestand. Dankzij deze procedure kunnen dergelijke zorgen snel worden geëscaleerd naar de gepaste instantie voor onderzoek, om de situatie in alle vertrouwen en zonder vrees voor represailles op te lossen. over dergelijke wantoestand. Dankzij deze procedure kunnen dergelijke zorgen snel worden geëscaleerd naar de gepaste instantie voor onderzoek, om de situatie in alle vertrouwen en zonder vrees voor represailles op te lossen.

Er kunnen momenten zijn waarop een werknemer oprecht bezorgd is

De externe melding van incidenten valt onder het beleid voor de behandeling van klachten van klanten, polishouders, aandeelhouders, leveranciers en andere externe partijen. De externe melding van incidenten valt onder het beleid voor de behandeling van klachten van klanten, polishouders, aandeelhouders, leveranciers en andere externe partijen.

Het beleid voor de behandeling van klachten en de daaraan verbonden

Het beleid voor de behandeling van klachten en de daaraan verbonden regels zijn ontstaan uit de belofte van Ageas om ervoor te zorgen dat al zijn stakeholders eerlijk worden behandeld. Dit wordt vertaald in de plicht van de onderneming om polishouders en andere stakeholders te informeren over de regelingen die Ageas heeft ingevoerd voor de indiening van klachten en het proces om klachten te behandelen. regels zijn ontstaan uit de belofte van Ageas om ervoor te zorgen dat al zijn stakeholders eerlijk worden behandeld. Dit wordt vertaald in de plicht van de onderneming om polishouders en andere stakeholders te informeren over de regelingen die Ageas heeft ingevoerd voor de indiening van klachten en het proces om klachten te behandelen.

De essentiële rol van de Compliance-functie De essentiële rol van de Compliance-functie De Compliance-functie is verantwoordelijk voor de meeste

De Compliance-functie is verantwoordelijk voor de meeste beleidslijnen die direct van belang zijn in de strijd tegen corruptie, en speelt bijgevolg een bepalende rol bij de uitvoering van die beleidslijnen in de hele Groep. De Compliance Community bestaat uit alle Compliance-afdelingen van de Ageas Groep en is het centrale kanaal bij uitstek om de principes en de benaderingen voor alle entiteiten consequent vast te leggen en overal consequent toe te passen. Monitoring- en rapporteringsactiviteiten worden uitgevoerd door de Compliance Officers in de groepsentiteiten en worden door de Group Director Compliance geconsolideerd naar het Executive Committee en de Raad van Bestuur, aan wie zij een permanent overzicht bieden van de werkelijke situatie in de hele Groep. beleidslijnen die direct van belang zijn in de strijd tegen corruptie, en speelt bijgevolg een bepalende rol bij de uitvoering van die beleidslijnen in de hele Groep. De Compliance Community bestaat uit alle Compliance-afdelingen van de Ageas Groep en is het centrale kanaal bij uitstek om de principes en de benaderingen voor alle entiteiten consequent vast te leggen en overal consequent toe te passen. Monitoring- en rapporteringsactiviteiten worden uitgevoerd door de Compliance Officers in de groepsentiteiten en worden door de Group Director Compliance geconsolideerd naar het Executive Committee en de Raad van Bestuur, aan wie zij een permanent overzicht bieden van de werkelijke situatie in de hele Groep.

Due diligence en controlemaatregelen Due diligence en controlemaatregelen Er gelden wereldwijd een reeks controlemaatregelen die zijn afgeleid

Er gelden wereldwijd een reeks controlemaatregelen die zijn afgeleid van de beleidsprincipes en -procedures. Controlemaatregelen worden beschreven, toegewezen en gedocumenteerd. van de beleidsprincipes en -procedures. Controlemaatregelen worden beschreven, toegewezen en gedocumenteerd. Klanten, stakeholders, leveranciers en andere derde partijen

  • Klanten, stakeholders, leveranciers en andere derde partijen worden onderworpen aan een passende en relevante due diligence: ze worden geïdentificeerd, er wordt gecontroleerd of er geen belangenconflicten zijn, of ze voldoen aan de AML/CTF-3vereisten en wat hun status is in het kader van FATCA4 en de CRS5 . worden onderworpen aan een passende en relevante due diligence: ze worden geïdentificeerd, er wordt gecontroleerd of er geen belangenconflicten zijn, of ze voldoen aan de AML/CTF-3vereisten en wat hun status is in het kader van FATCA4 en de CRS5 . Contracten met leveranciers van producten en diensten en
  • Contracten met leveranciers van producten en diensten en adviseurs moeten door de juridische afdeling verplicht en formeel worden goedgekeurd alvorens ze worden ondertekend. adviseurs moeten door de juridische afdeling verplicht en formeel worden goedgekeurd alvorens ze worden ondertekend. In de Accounting-afdeling worden alle derden, leveranciers en
  • In de Accounting-afdeling worden alle derden, leveranciers en dienstenaanbieders geïdentificeerd en wordt een aantal identificatiecriteria continu opgevolgd. Alle kosten moeten worden gedocumenteerd. Voor de aanvaarding en de betaling van kosten moet er een tweestapsprocedure worden gevolgd met twee handtekeningen. dienstenaanbieders geïdentificeerd en wordt een aantal identificatiecriteria continu opgevolgd. Alle kosten moeten worden gedocumenteerd. Voor de aanvaarding en de betaling van kosten moet er een tweestapsprocedure worden gevolgd met twee handtekeningen. Er geldt een bewakingsproces voor beloningen en incentives aan
  • Er geldt een bewakingsproces voor beloningen en incentives aan en van distributeurs van producten. en van distributeurs van producten. Er bestaat een kader dat voorziet in procedures zodat de status
  • Er bestaat een kader dat voorziet in procedures zodat de status van de aangewezen betrokken personen op het vlak van deskundigheid en betrouwbaarheid te allen tijde feilloos is. van de aangewezen betrokken personen op het vlak van deskundigheid en betrouwbaarheid te allen tijde feilloos is.

(OESO)

3 Strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

3 Strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme 4 Foreign Account Tax Compliance Act (Amerikaanse belastingwet)

4 Foreign Account Tax Compliance Act (Amerikaanse belastingwet) 5 Common Reporting Standard (gemeenschappelijke rapporteringsnorm 5 Common Reporting Standard (gemeenschappelijke rapporteringsnorm (OESO)

Op het vlak van beleggingen en fusies en overnames worden die controlemaatregelen waar gepast opgenomen in beleidslijnen en procedures, die ook geavanceerdere en diepgaandere duediligencevereisten definiëren.

Alle Ageas-medewerkers moeten niet alleen deze controleprocedures volgen, ze hebben ook een meldingsplicht. In de praktijk worden alle medewerkers van in het begin van hun dienstverband geïnformeerd over hun plicht om alle beleidslijnen te volgen en de nodige initiatieven te nemen om hun meldingsplicht te vervullen, naast de criteria die in de overeenstemmende beleidslijnen zijn beschreven. Indien er na een melding daadwerkelijk een probleem blijkt te bestaan, wordt er door de bevoegde instantie een beslissing genomen, die aan de melder wordt meegedeeld. Die beslissing is bindend. Bijvoorbeeld: een geschenk dat niet voldoet aan de criteria voor aanvaarding moet aan de afzender worden terugbezorgd, of een extern mandaat dat niet verenigbaar is met de functie bij Ageas moet worden geweigerd.

Zaken die aan de afdeling Compliance moeten worden gemeld, zijn onder meer:

  • Gegeven of ontvangen geschenken, voordelen, uitnodigingen of hospitaliteit;
  • Externe mandaten of functies;
  • Financiële participatie in een activiteit of transactie;
  • Persoonlijke transacties met effecten van Ageas en/of andere aan beperkingen onderworpen effecten zoals aangemerkt door Compliance.

Zaken die aan de afdeling Legal moeten worden gemeld, zijn onder meer:

  • Lidmaatschap van sector- en beroepsverenigingen;
  • Potentiële en werkelijke belangenconflicten.

Training en bewustwording

In het kader van zijn Year Plan organiseert Compliance een breed en permanent opleidingsprogramma voor werknemers en het management.

Alle trainingssessies van Compliance zijn verplicht en deelname aan deze sessies wordt gecontroleerd in het kader van de rapportering aan de bestuursorganen. Het is de bedoeling om 100% van het doelpubliek te bereiken, tenzij afwezigheden naar behoren gerechtvaardigd zijn en worden gemeld.

In de hele Groep is het programma zo nauwkeurig mogelijk afgestemd op de trainingsbehoeften. In de holdingmaatschappij en in de dochterondernemingen zijn er trainingsinitiatieven over een consequente reeks onderwerpen: ethiek en deontologie, governance en beleid, belangenconflicten, corruptie, preventie van criminele activiteiten, de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, eerlijke behandeling van klanten en proces voor de goedkeuring van producten, transacties met derden.

De inhoud, de frequentie en de timing van trainingssessies zijn afgestemd op het doelpubliek, dat kan variëren van een deel van de werknemers op basis van hun specifieke behoeften of werkgebieden, naar alle werknemers van elk niveau.

In elke entiteit is er een welkomstprogramma voor nieuwe werknemers, die vlak na hun aanwerving een introductiesessie moeten bijwonen. Op die vergadering worden de verplichtingen op het vlak van compliance beschreven en uitgelegd, met een expliciete nadruk op de verplichtingen van werknemers inzake governance en beleidslijnen, hoe ze moeten omgaan met persoonlijke transacties, geschenken en voordelen, externe mandaten of functies, en aangevuld met een reeks onderwerpen zoals het klokkenluidersbeleid, het kader voor deskundigheid en betrouwbaarheid, de algemene regels voor concurrentie, vertrouwelijkheid en activa- en gegevensbescherming.

Op regelmatige basis worden er bewustmakingsinitiatieven georganiseerd, om de kennis van werknemers over complianceaangelegenheden en -verplichtingen up-to-date te houden. Die hebben de vorm van online tests die alle medewerkers verplicht moeten afleggen.

Het trainingsprogramma wordt continu gescreend zodat het goed aansluit bij de effectieve behoeften en wordt bijgewerkt wanneer dat nodig is. Er wordt onderzocht welke delen voor verbetering vatbaar zijn zodat het programma kan worden aangepast.

Initiatieven van Compliance om in deze snel veranderende omgeving een toereikende en efficiënte werking te verzekeren

Compliance spant zich ervoor in om altijd volledig op de hoogte te zijn van de huidige en verwachte belangrijke trends, en wil zich blijven kwijten van haar taken als de bewaarder van ethiek en de beschermer tegen corruptie. Het ontstaan van nieuwe technologieën, nieuwe manieren om zaken te doen en mogelijk ontwrichtende trends kunnen nieuwe omstandigheden creëren die niet door de traditionele radar van compliance worden opgespoord. Vandaar dat het van essentieel belang is om de benadering van Compliance en de manier van werken continu kritisch in vraag te stellen.

Daarom worden er met de hele Compliance Community bijeenkomsten georganiseerd waarop wordt gebrainstormd en waarop kennis wordt uitgewisseld over belangrijke onderwerpen. In 2018 lag de focus op transparantie in de volledige end-to-end Customer Journey. In 2019 gingen de activiteiten over de (compliance-)impact van cognitieve systemen op de relatie met de klant. In 2020 en 2021 worden er inspanningen geleverd om het volgende niveau van Compliance te bereiken en om een Compliance 2.0-functie in het leven te roepen door de pijlers waarop de functie steunt, te versterken en door haar nog beter uit te rusten om de toekomst tegemoet te kunnen gaan. De focus ligt op de twee complementaire en onlosmakelijk met elkaar verbonden concepten 'gedrag' en 'cultuur', en de ontwikkeling van een bewakings- en meetprogramma voor hun verankering.

Meting van de effectiviteit van onze benadering

In de afdeling Compliance:

  • Volgens het Year Plan van Compliance worden meldingen elk kwartaal opgevolgd. Er wordt een kwalitatieve analyse uitgevoerd.
  • Aan het einde van elk jaar wordt er naar het personeel een compliance-enquête verstuurd, om de tijdens het verstreken jaar uitgevoerde meldingen te (her)bevestigen en om te controleren of de informatie overeenstemt met de driemaandelijkse opvolging. Gemiddeld vereist slechts 7% van alle antwoorden verdere analyse om een mogelijk probleem te voorkomen en/of op te lossen.

Alle bewakings- en controleactiviteiten die door Compliance worden uitgevoerd, worden gerapporteerd aan het Executive Committee en aan de Raad van Bestuur, via het Audit Committee. In die rapportering wordt ook melding gemaakt van het aantal gevallen van interne fraude binnen de hele Groep. Tijdens de laatste zes maanden van 2020 zijn er 2 gevallen geïdentificeerd en behandeld.

In de afdeling Legal:

  • Jaarlijks wordt er naar het personeel een enquête verstuurd om informatie te verzamelen of te bevestigen over lidmaatschappen en over het plaatsvinden van of de betrokkenheid bij mogelijke of werkelijke belangenconflicten, en hoe die zijn opgelost.
  • In 2020 werd de enquête door meer dan 95% van de medewerkers ingevuld.
100%
90%
90%

4 Corporate Governance 4 Corporate Governance Statement

4.1 Raad van Bestuur 4.1 Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur

Statement

functioneert binnen het kader van de Belgische wetgeving, de vereisten van de Belgische centrale bank (NBB), de Belgische Corporate Governance Code, de normale bestuurspraktijken in België en de statuten. De rol en verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur evenals zijn samenstelling, structuur en organisatie worden in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter dat kan worden geraadpleegd op de Ageas-website. De Raad van Bestuur functioneert binnen het kader van de Belgische wetgeving, de vereisten van de Belgische centrale bank (NBB), de Belgische Corporate Governance Code, de normale bestuurspraktijken in België en de statuten. De rol en verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur evenals zijn samenstelling, structuur en organisatie worden in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter dat kan worden geraadpleegd op de Ageas-website.

4.1.1 Samenstelling

Op 31 december 2020 was de Raad van Bestuur samengesteld uit 15 leden: Bart De Smet (Voorzitter), Guy de Selliers de Moranville (Vicevoorzitter), Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Jane Murphy, Richard Jackson, Lucrezia Reichlin, Yvonne Lang Ketterer, Katleen Vandeweyer, Sonali Chandmal, Hans De Cuyper (CEO), Christophe Boizard (CFO), Emmanuel Van Grimbergen (CRO), Filip Coremans (MDA) en Antonio Cano (MDE).

Jozef De Mey heeft zijn mandaat per 22 oktober 2020 neergelegd. Bart De Smet volgde hem op als Voorzitter van de Raad van Bestuur en Hans De Cuyper volgde Bart De Smet op als CEO.

Het grootste deel van de Raad van Bestuur bestaat uit onafhankelijke niet-uitvoerende leden en vijf van de vijftien leden van de Raad van Bestuur van Ageas zijn vrouw.

4.1.2 Vergaderingen

De Raad van Bestuur kwam in 2020 vijftien maal in vergadering bijeen. De details omtrent de aanwezigheid kunnen worden teruggevonden in sectie 4.5 Raad van Bestuur.

In 2020 werden in vergaderingen van de Raad van Bestuur onder meer de volgende zaken behandeld:

  • De strategie van Ageas als geheel en van elk van de bedrijfsonderdelen;
  • De lopende ontwikkelingen bij elk van de bedrijfsonderdelen van Ageas;
  • De voorbereiding van de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders;
  • De geconsolideerde financiële kwartaal-, halfjaar- en jaarverslagen;
  • Het Jaarverslag 2019 en de verplichte rapportage aan de NBB (inclusief de RSR-, SCFR- en SOGA-rapporten);
  • Persberichten;
  • Het budget voor 2021;
  • Dividend-, kapitaal- en solvabiliteitszaken van de onderneming;
  • Het risicobeleidskader van Ageas;
  • De opvolgingsplanning van de Raad van Bestuur en het Executive Management en de effectieve opvolging van de Voorzitter en de CEO;
  • De governance en het functioneren van het Executive Committee en het Management Committee;
  • Het bezoldigingsbeleid in het algemeen en de bezoldiging van de CEO en de leden van het Executive Committee in het bijzonder;
  • De beoordeling van de controle functies;
  • De status van gerechtelijke procedures en lopende zaken uit het verleden;
  • Diverse fusie- en overnamedossiers;
  • Duurzaamheid kwesties, met inbegrip van de materialiteitsbeoordeling.

De leden van het Executive Committee brachten tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur verslag uit over de resultaatontwikkeling en de algemene prestaties van de verschillende activiteiten.

4.1.3 Bestuurscomités

Het mandaat, de rol en de verantwoordelijkheden van elk bestuurscomité zijn omschreven in het Ageas Corporate Governance Charter, dat kan worden geraadpleegd op de website van Ageas.

Informatie over aanwezigheid bij de vergaderingen van de bestuurscomités is te vinden in 4.5 Raad van Bestuur.

4.1.4 Nomination & Corporate Governance Committee (NCGC)

De samenstelling van het Nomination & Corporate Governance Committee is in de loop van 2020 veranderd. Bart De Smet heeft Jozef De Mey opgevolgd en Jane Murphy heeft Lionel Perl opgevolgd. Per 31 december 2020 bestond het Nomination & Corporate Governance Committee uit de volgende leden: Bart De Smet (Voorzitter), Guy de Selliers de Moranville, Richard Jackson, Yvonne Lang Ketterer en Jane Murphy. De CEO woonde de vergaderingen bij, behalve tijdens besprekingen over zijn eigen situatie.

Het Nomination & Corporate Governance Committee is in 2020 negen keer bijeengekomen, inclusief één gezamenlijke vergadering met het Remuneration Committee.

De volgende zaken zijn aan de orde geweest:

  • De effectieve opvolging van de Voorzitter en de CEO;
  • De opvolgingsplanning van de niet-uitvoerende bestuursleden;
  • De opvolgingsplanning van het Executive Management;
  • De doelstellingen van de CEO en de overige leden van het Executive Management;
  • De prestaties van de CEO en de overige leden van het Executive Management;
  • De herziening van de Corporate Governance Charter en van de statuten.

De Voorzitter van het Nomination & Corporate Governance Committee heeft na elke vergadering over deze onderwerpen verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de definitieve besluitvorming de aanbevelingen van de commissie aan de Raad van Bestuur voorgelegd.

4.1.5 Het Audit Committee

Per 31 december 2020 bestond het Audit Committee uit de volgende leden: Richard Jackson (Voorzitter), Jan Zegering Hadders en Sonali Chandmal.

De vergaderingen werden bijgewoond door leden van het Executive Committee, de interne auditor, de directeur Compliance en de externe auditors.

Het Audit Committee is in 2020 zes keer bijeengekomen, inclusief één gezamenlijke vergadering met het Risk & Capital Committee. De volgende zaken zijn aan de orde geweest:

  • Het bewaken van de integriteit van de driemaandelijkse, halfjaarlijkse en jaarlijkse geconsolideerde financiële overzichten, inclusief de toelichting, de consequente toepassing van of wijzigingen in de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, de consolidatiescope, de kwaliteit van het afsluitingsproces en belangrijke punten die door de CFO of de externe auditors werden aangedragen;
  • Het bewaken van de bevindingen en aanbevelingen van de interne en externe auditors over de kwaliteit van de interne audit en het boekhoudproces;
  • Het beoordelen van de plannen voor compliance en interne en externe audit en rapportering;
  • Het beoordelen van het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van het systeem voor interne controle in het algemeen en van het risicobeheersysteem in het bijzonder;
  • Het beoordelen van het rapport over de toereikendheidstoets met betrekking tot de verzekeringsverplichtingen.

Tijdens de gemeenschappelijke vergadering met het Risk & Capital Committee bespraken de leden het Internal Audit Charter, het beoordelingsproces van de controlefuncties en de status van de invoering van IFRS17.

De Voorzitter van het Audit Committee had elk kwartaal een-op-eenbesprekingen met de interne en externe auditors en met de directeur Group Compliance. Hij bracht over deze beraadslagingen van het Committee verslag uit aan de Raad van Bestuur en presenteerde de aanbevelingen van het Audit Committee aan de Raad van Bestuur ten behoeve van de besluitvorming.

4.1.6 Remuneration Committee

Per 31 december 2020 bestond het Remuneration Committee uit de volgende leden: Jane Murphy (Voorzitter), Lionel Perl en Katleen Vandeweyer.

Het Remuneration Committee wordt bijgestaan door Willis Towers Watson, een extern gespecialiseerd consultancybureau dat marktinformatie en advies verstrekt over algemeen gehanteerde beloningselementen, best practices en verwachte ontwikkelingen. Willis Towers Watson verstrekt geen materiële diensten die verband houden met beloningen of bijkomende voordelen aan het Executive Committee van Ageas, of een ander onderdeel van de Ageasorganisatie.

De CEO en de directeur Group Human Resources woonden de vergaderingen bij, behalve wanneer er kwesties werden besproken die betrekking hadden op hun eigen situatie.

Het Remuneration Committee is vier keer bijeengekomen waarvan één gezamenlijke bijeenkomst met het Corporate Governance Committee.

In 2020 besprak het Remuneration Committee en deed het aanbevelingen aan de Raad van Bestuur over:

  • De beloning van de nieuwe CEO van Ageas, van de nieuwe CEO van Ageas UK en van de nieuwe CEO van AGI;
  • De vertrekvoorwaarden voor de CEO van Ageas, voor de CEO van Ageas UK en voor de Voorzitter van de raad van bestuur van Ageas;
  • De benchmarking en de afstemming van de bezoldiging van nietuitvoerend bestuurders van Ageas die Ageas vertegenwoordigen in de raden van bestuur van geconsolideerde entiteiten van de Ageas Groep;
  • De benchmarking en beoordeling van de bezoldiging van de leden van het Management Committee ten opzichte van de geldende marktpraktijken;
  • De nieuwe remuneratie politiek met het oog op de voorlegging ervan aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor validatie;
  • De bekendmaking van de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee in de toelichting bij de Geconsolideerde jaarrekening;
  • Het verslag van het Remuneration Committee zoals beschreven in het Corporate Governance Statement;
  • De analyse van de stemming van de algemene vergadering van aandeelhouders op het remuneratieverslag;
  • Het aan aandelen gekoppelde incentiveplan ten behoeve van het senior management.

Tijdens de gezamenlijke vergaderingen met het Nomination & Corporate Governance Committee werden de volgende onderwerpen besproken en ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Bestuur:

  • De individuele (kwantitatieve en kwalitatieve) doelstellingen voor de leden van het Management Committee en het Executive Committee;
  • De doelstellingen voor de bedrijfs-KPI's;
  • De specifieke KPI's voor de Group Risk Officer; (zie 4.7.6 voor nadere details over de specifieke KPI's);
  • De evaluatie van de resultaten van de individuele doelstellingen en de bedrijfs-KPI's;
  • De individuele STI en LTI van de leden van het Management Committee en het Executive Committee op basis van de bovenvermelde evaluatie.

De Voorzitter van het Remuneration Committee rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde de Raad van Bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming. Nadere informatie over het Remuneration Committee is te vinden in het Verslag van het Remuneration Committee (zie ook sectie 4.7 van dit hoofdstuk).

4.1.7 Risk & Capital Committee (RCC)

Per 31 december 2020 bestond het Risk & Capital Committee uit de volgende leden: Yvonne Lang Ketterer (Voorzitter), Guy de Selliers de Moranville en Lucrezia Reichlin.

Het Risk & Capital Committee kwam zeven keer bijeen, inclusief één gezamenlijke vergadering met het Audit Committee. De vergaderingen werden bijgewoond door de leden van het Executive Committee.

De volgende zaken zijn in 2020 in het Risk & Capital Committee aan de orde geweest:

  • Het monitoren van het risicobeheer op basis van managementrapporten;
  • Het monitoren op kwartaalbasis van de prestaties van het vermogensbeheer, per segment en per beleggingscategorie;
  • Het beoordelen van de risicobeleidslijnen opgesteld door het management;
  • Het bewaken van de kapitaalallocatie en de solvabiliteit van de Ageas Groep;
  • Het bewaken van de belangrijkste risico's en dreigende risico's;
  • De rapportering naar de NBB inzake impact van Covid19.

De Voorzitter van het Risk & Capital Committee rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde de Raad van Bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming.

Tijdens de gemeenschappelijke vergadering met het Audit Committee bespraken de leden het Internal Audit Charter, het proces voor de evaluatie van de controlefuncties en de status van de invoering van IFRS 17.

4.2 Executive Management

Het Executive Management van Ageas bestaat uit de leden van het Executive Committee en de leden van het Management Committee. De rol van het Executive Management is leiding geven aan Ageas in overeenstemming met de waarden, strategieën, beleidslijnen, plannen en budgetten die de Raad van Bestuur heeft opgesteld.

Het Executive Committee bestaat uitsluitend uit leden van de Raad van Bestuur. De CEO is de Voorzitter van het Executive Committee, dat één keer per week vergadert volgens een vooraf bepaald vergaderschema. Bijkomende vergaderingen worden gehouden indien dat nodig blijkt.

In 2020 is de samenstelling van het Executive Committee veranderd. Hans De Cuyper werd op 22 oktober 2020 benoemd tot Chief Executive Officer.

De toewijzing van verantwoordelijkheden werd eveneens herzien. Met ingang van 1 november 2020 is Filip Coremans benoemd tot Managing Director Asia (MD Asia) en is Antonio Cano benoemd tot Managing Director Europe (MD Europe).

De taken van Christophe Boizard als Chief Financial Officer en Emmanuel Van Grimbergen als Chief Risk Officer in het Executive Committee (Exco) bleven ongewijzigd.

Het Executive Committee van Ageas bestond eind 2020 uit:

  • Hans De Cuyper, CEO, verantwoordelijk voor Strategy, M&A, Audit, Sustainability, Human Resources, Communications en Company Secretary;
  • Christophe Boizard, CFO, verantwoordelijk voor Finance, Investments, Investor Relations, Business Performance Management en Legal & Tax;
  • Emmanuel Van Grimbergen, CRO, verantwoordelijk voor Risk, Compliance, Actuariële activiteiten en Validatie;
  • Antonio Cano, MD Europe, verantwoordelijk voor het bewaken van de prestaties van de entiteiten in Europa, voor herverzekering en voor property investments within the Group;
  • Filip Coremans, MD Asia, verantwoordelijk voor het bewaken van de prestaties van de entiteiten in Azië en voor Business & Technology Development binnen de Groep.

Het Management Committee bestond eind 2020 uit:

  • De vijf leden van het Group Executive Committee;
  • De hoofden van de vier operationele segmenten: Heidi Delobelle, die Hans De Cuyper opvolgde als CEO AG Insurance (België), Steven Braekeveldt, CEO Continentaal Europa, Ant Middle, die Andy Watson opvolgde als CEO Verenigd Koninkrijk, en Gary Crist, CEO Azië.

4.3 Intern risicobeheer

Wat het systeem voor risicobeheer en interne controle betreft, is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor de goedkeuring van toereikende kaders voor risicobeheer en -controle. In dat verband hanteert Ageas binnen de hele Groep een procedure voor de rapportering van belangrijke risico's om de belangrijkste (bestaande en dreigende) risico's in kaart te brengen die een impact kunnen hebben op onze doelstellingen. Het beoordeelt eveneens het controlekader dat op punt staat om ervoor te zorgen dat deze risico's continu worden beheerd. De Raad van Bestuur, het management en alle medewerkers voeren deze activiteiten op het vlak van risicobeheer en -controle voortdurend uit, teneinde de volgende zaken in redelijkheid te kunnen waarborgen:

  • De doeltreffendheid en efficiëntie van de activiteiten;
  • Kwalitatief hoogwaardige informatie;
  • Naleving van wet- en regelgeving en van interne beleidslijnen en procedures met betrekking tot de bedrijfsvoering;
  • Bescherming van activa en identificatie en beheer van verplichtingen;
  • Verwezenlijking van de bedrijfsdoelstellingen en tegelijkertijd implementatie van de bedrijfsstrategie.

Raadpleeg voor gedetailleerde informatie over het interne controlekader toelichting 4 Risicobeheer in de Geconsolideerde jaarrekening 2020 van Ageas.

4.4 Corporate Governance referentiecodes en diversiteit

4.4.1 Corporate Governance referentiecodes

Sinds 1 januari 2020 is er een nieuwe Belgische Corporate Governance Code van kracht (de Code 2020). Ageas heeft zijn Corporate Governance Charter aangepast zodat het voldoet aan de nieuwe Code 2020. Het herziene charter is te raadplegen op de website van Ageas.

De Code 2020 is gebaseerd op het 'pas toe of leg uit'-principe. Dat betekent dat bedrijven de Code moeten naleven of in de 'Corporate Governance Statement' moeten uitleggen waarom ze hiervan afwijken. Bij Ageas zijn er geen aspecten van corporate governance die bijkomende toelichting vereisen met het oog op Code 2020.

4.4.2 Diversiteit

Het diversiteitsbeleid is van toepassing op alle senior managers en leden van de Raad van Bestuur in de hele Groep:

  • Ageas streeft naar een Raad van Bestuur waarvan de samenstelling een diversiteit aan achtergrond, kennis, ervaring en competenties weerspiegelt.
  • Benoemingen voor de Raad van Bestuur geschieden op basis van geschiktheid, maar houden ook rekening met diversiteit en de mix van vaardigheden die nodig is om de strategie van Ageas voor 2021 zo goed mogelijk te realiseren.
  • Het wettelijk vereiste minimum van 33% leden van het tegenovergestelde geslacht wordt in de Raad van Bestuur van Ageas toegepast.

Per 31 december 2020:

  • Bestond de Raad van Bestuur van Ageas uit vijf mannelijke nietuitvoerend bestuurders en vijf vrouwelijke niet-uitvoerende bestuurders, naast vijf mannelijke uitvoerende bestuursleden. Wat betreft nationaliteiten bestaat de Raad van Bestuur uit zeven bestuurders met de Belgische nationaliteit, twee bestuurders met de Nederlandse nationaliteit, één bestuurder met de Italiaanse nationaliteit, één bestuurder met de Franse nationaliteit, één bestuurder met de Zwitserse nationaliteit, één bestuurder met de Belgisch-Canadese nationaliteit, één bestuurder met de Britse nationaliteit en één bestuurder met de Indiase nationaliteit. De samenstelling van de Raad van Bestuur waarborgt diversiteit wat betreft competenties en expertise, teneinde een evenwichtig en solide besluitvormingsproces te verkrijgen.
  • Het Executive Committee van Ageas bestond uit vijf leden, waarvan drie met de Belgische, één met de Franse en één met de Nederlandse nationaliteit. Tijdens de jaarlijkse update aan de Raad van Bestuur wordt voor de opvolgingsplanning speciale aandacht besteed aan diversiteit. In het algemeen bestaat het senior management van de Ageas Groep uit 75% mannelijke senior managers en 25% vrouwelijke senior managers.

Bart De Smet

  • 1957 Belgische nationaliteit Man
  • Op 31 december 2020, Voorzitter van de Raad van Bestuur en Voorzitter van het Corporate Governance Committee.
  • Eerste benoeming in 2009. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2021.

Raad van Voorzitter Bestuur 4.5 Raad van Bestuur

4.5

Hans De Cuyper CEO

Bart De Smet Voorzitter | Voorzitter CGC

Guy de Selliers de Moranville Vice voorzitter

Jan Zegering Hadders Lid

Lionel Perl Lid

Christophe Boizard CFO

Antonio Cano MD Europe

Emmanuel Van Grimbergen CRO

Filip Coremans MD Asia

Richard Jackson Voorzitter AC

Yvonne Lang Ketterer Voorzitter RCC

Jane Murphy Voorzitter RemCo

Katleen Vandeweyer Lid

Lucrezia Reichlin Lid

Sonali Chandmal Lid

Niet-uitvoerende bestuursleden

Guy de Selliers de Moranville

  • 1952 Belgische nationaliteit Man
  • Op 31 december 2020 Vicevoorzitter van de Raad van Bestuur, lid van het Risk & Capital Committee en lid van het Nomination & Corporate Governance Committee.
  • Eerste benoeming in 2009. Mandaat loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2023.

Richard Jackson

  • 1956 Britse nationaliteit Onafhankelijk bestuurder Man
  • Op 31 december 2020 lid van de Raad van Bestuur, Voorzitter van het Audit Committee en lid van het Nomination & Corporate Governance Committee.
  • Eerste benoeming in 2013. Mandaat loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2024.

Jane Murphy

  • 1967 Belgische/Canadese nationaliteit Onafhankelijk bestuurder Vrouw
  • Op 31 december 2020, lid van de Raad van Bestuur, Voorzitter van het Remuneration Committee en lid van het Nomination & Corporate Governance Committee.
  • Eerste benoeming in 2013. Mandaat loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2024.

Yvonne Lang Ketterer

  • 1965 Zwitserse nationaliteit Onafhankelijk bestuurder Vrouw
  • Op 31 december 2020 lid van de Raad van Bestuur, Voorzitter van het Risk & Capital Committee en lid van het Nomination & Corporate Governance Committee.
  • Eerste benoeming in 2016. Mandaat loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2024.

Lucrezia Reichlin

  • 1954 Italiaanse nationaliteit Onafhankelijk bestuurder Vrouw
  • Op 31 december 2020 lid van de Raad van Bestuur en lid van het Risk & Capital Committee.
  • Eerste benoeming in 2013. Mandaat loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2024.

Sonali Chandmal

  • 1968 Belgische/Indiaanse nationaliteit Onafhankelijk bestuurder Vrouw
  • Op 31 december 2020 lid van de Raad van Bestuur en van het Audit Committee.
  • Eerste benoeming in 2018. Mandaat loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2022.

Katleen Vandeweyer

  • 1969 Belgische nationaliteit Onafhankelijk bestuurder Vrouw
  • Op 31 december 2020 lid van de Raad van Bestuur en van het Remuneration Committee.
  • Eerste benoeming in 2017. Mandaat loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2021.

Jan Zegering Hadders

  • 1946 Nederlandse nationaliteit Onafhankelijk bestuurder Man
  • Op 31 december 2020 lid van de Raad van Bestuur en lid van het Audit Committee.
  • Eerste benoeming in 2009. Mandaat loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2021.

Lionel Perl

  • 1948 Belgische nationaliteit Onafhankelijk bestuurder Man
  • Op 31 december 2020 lid van de Raad van Bestuur, lid van het Remuneration Committee.
  • Eerste benoeming in 2009. Mandaat loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2021.

Leden van het Executive Committee

Leden van de Executive Board Members Leden van het Executive Committee

Leden van de Executive Board Members

Hans De Cuyper | CEO

Hans De Cuyper

  • 1969 Belgische nationaliteit Uitvoerend bestuurder Man
  • Chief Executive Officer Hans De Cuyper
  • Eerste benoeming in 2020. Mandaat als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2024. 1969 – Belgische nationaliteit – Uitvoerend bestuurder - Man Chief Executive Officer Eerste benoeming in 2020. Mandaat als lid van de Raad van Bestuur loopt

tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2024.

Christophe Boizard

  • 1959 Franse nationaliteit Uitvoerend bestuurder Man
  • Chief Financial Officer Christophe Boizard
  • Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2015. Zittingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2023. 1959 – Franse nationaliteit - Uitvoerend bestuurder – Man Chief Financial Officer Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2015. Zittingstermijn

als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van

Filip Coremans | MD Asia

Filip Coremans | MD Asia

Christophe Boizard | CFO

Antonio Cano | MD Europe

Antonio Cano | MD Europe

Emmanuel Van Grimbergen | CRO

Emmanuel Van Grimbergen | CRO

  • Filip Coremans 1964 – Belgische nationaliteit – Uitvoerend bestuurder - Man
    • Managing Director Asia Filip Coremans

Aandeelhouders van 2023.

Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2015. Zittingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2023. 1964 – Belgische nationaliteit – Uitvoerend bestuurder - Man Managing Director Asia Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2015. Zittingstermijn

als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van

Antonio Cano Aandeelhouders van 2023.

  • 1963 Nederlandse nationaliteit Uitvoerend bestuurder Man
  • Managing Director Europe Antonio Cano
  • Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2016. Mandaat als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2024. Filip Coremans | MD AsiaAntonio Cano | MD EuropeEmmanuel Van Grimbergen | CROAgeas Jaarverslag 2020 53 1963 – Nederlandse nationaliteit – Uitvoerend bestuurder – Man Managing Director Europe Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2016. Mandaat als lid

van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van

Emmanuel Van Grimbergen Aandeelhouders van 2024.

  • 1968 Belgische nationaliteit Uitvoerend bestuurder Man
  • Chief Risk Officer Emmanuel Van Grimbergen
  • Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2019. Zittingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2023. 1968 – Belgische nationaliteit – Uitvoerend bestuurder - Man Chief Risk Officer Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2019. Zittingstermijn

als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van

Secretaris van de onderneming Aandeelhouders van 2023.

Secretaris van de onderneming Valérie Van Zeveren

Valérie Van Zeveren

Details over de andere posities van leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee zijn te raadplegen op de Ageas-website.

Details over de andere posities van leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee zijn te raadplegen op de Ageas-website.

Aanwezigheid bestuurs- en commissievergaderingen

De aanwezigheid bij de vergaderingen van de Raad van Bestuur, het Audit Committee, Risk & Capital Committee, Remuneration Committee en Nomination & Corporate Governance Committee was als volgt:

Raad van Bestuur Vergaderingen
Audit
Committee
Vergaderingen
Corporate Governance
Committee
Vergaderingen
Remuneration
Committee
Vergaderingen
Risk & Capital
Committee
Naam Gehouden Bijgewoond Gehouden* Bijgewoond Gehouden** Bijgewoond Gehouden** Bijgewoond Gehouden* Bijgewoond
Antonio Cano 15 15 (100%)
Bart De Smet 15 15 (100%) 9 8
Christophe Boizard 15 15 (100%)
Emmanuel Van Grimbergen 15 15 (100%)
Filip Coremans 15 15 (100%)
Guy de Selliers de Moranville 15 13 (87%) 9 8 7 7
Jan Zegering Hadders 15 15 (100%) 6 6
Jane Murphy* 15 15 (100%) 9 6 4 4
Jozef De Mey*** 13 9 (70%) 7 4
Katleen Vandeweyer 15 13 (87%) 4 4
Lionel Perl**** 15 15 (100%) 9 3 4 3
Lucrezia Reichlin 15 12 (80%) 7 7
Richard Jackson 15 15 (100%) 6 6 9 9
Sonali Chandmal 15 15 (100%) 6 6
Yvonne Lang Ketterer 15 15 (100%) 9 9 7 7

Nieuw lid van de Raad van Bestuur per oktober 2020 (gehouden vergaderingen zijn sinds de Algemene Vergadering)

Hans De Cuyper*** 2 2 (100%)

* Inclusief de gezamenlijke vergadering van het RCC en het AC.

** inclusief de gezamenlijke vergaderingen van het RC en het NCGC.

*** Dhr. De Mey verliet de raad van bestuur op 22 oktober 2020 en Dhr De Cuyper werd lid van de raad van bestuur vanaf diezelfde datum.

**** Dhr. Lionel Perl is sinds juni 2020 geen lid van het NCGC.

***** Mevr. Jane Murphy is sinds juni 2020 lid van het NCGC.

Leden van de Executive Committee hebben de bestuurs- en commissievergaderingen bijgewoond als gast en niet als leden van de Executive Committee. Om die reden is hun aanwezigheid bij de bestuurs- en commissievergaderingen niet vermeld in de tabel.

4.6 Geconsolideerde informatie in verband met de implementatie van de Europese overnamerichtlijn in het jaarverslag Ageas

De Raad van Bestuur verklaart om wettelijke redenen dat het Jaarverslag Ageas 2020 is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke regels ter implementatie van de Europese overnamerichtlijn. Die regels traden in België per 1 januari 2008 in werking. De Raad van Bestuur geeft hierbij de volgende verklaring voor de diverse elementen die onder de nieuwe regels vallen:

  • Een volledig overzicht van de huidige kapitaalstructuur wordt gegeven in toelichting 18 Eigen Vermogen en toelichting 20 Achtergestelde schulden van de Geconsolideerde jaarrekening 2020 van Ageas;
  • Beperkingen op de overdracht van aandelen zijn alleen van toepassing op preferente aandelen (indien uitgegeven) en de effecten zoals die zijn beschreven in toelichting 20 Achtergestelde schulden van de toelichting op de Geconsolideerde jaarrekening 2020 van Ageas;
  • Onder toelichting 1 Juridische structuur van de Geconsolideerde jaarrekening van Ageas en onder 'Staat van het kapitaal en de aandeelhoudersstructuur van de onderneming op de balansdatum' in de Jaarrekening van ageas SA/NV wordt een overzicht gegeven van belangrijke aandelenbelangen die (door derden) worden aangehouden en die de wettelijke drempel in België overschrijden, dan wel de drempels zoals die in de statuten van ageas SA/NV zijn vastgelegd;
  • Er zijn, behalve de in toelichting 18 Eigen Vermogen en toelichting 20 Achtergestelde schulden bij de Geconsolideerde jaarrekening 2020 van Ageas beschreven rechten, geen speciale rechten verbonden aan de uitgegeven aandelen;
  • Aandelen(optie)regelingen worden, voor zover van toepassing, beschreven in toelichting 6 sectie 6.2 Aandelenregelingen en met aandelen verbonden incentiveprogramma's bij de Geconsolideerde jaarrekening 2020 van Ageas. Het besluit tot uitgifte van aandelenplannen en opties ligt bij de Raad van Bestuur en is in voorkomend geval onderhevig aan lokale wettelijke beperkingen;
  • Behoudens de informatie in toelichting 18 Eigen Vermogen, toelichting 7 Verbonden partijen en toelichting 20 Achtergestelde schulden bij de Geconsolideerde jaarrekening 2020 van Ageas, is Ageas zich niet bewust van eventuele afspraken tussen aandeelhouders die de overdracht van aandelen of de uitoefening van stemrecht zouden kunnen beperken;
  • Leden van de Raad van Bestuur worden benoemd of ontslagen door een meerderheid van stemmen uitgebracht op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV. Statutenwijzigingen kunnen alleen worden doorgevoerd nadat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders daartoe een resolutie heeft goedgekeurd. Indien minder dan 50% van de aandeelhouders vertegenwoordigd is, wordt een tweede vergadering bijeengeroepen die de resolutie met 75% van de stemmen kan goedkeuren, ongeacht of er een aanwezigheidsquorum wordt gehaald;
  • De Raad van Bestuur van Ageas heeft het recht om aandelen uit te geven en in te kopen, in overeenstemming met de daartoe verleende goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV. De huidige toelating voor de aandelen van ageas SA/NV loopt af op 22 juli 2022;
  • ageas SA/NV is geen directe contractpartij bij een belangrijke overeenkomst die in werking treedt, wordt gewijzigd en/of beëindigd bij een eventuele wijziging van de zeggenschap als gevolg van een openbare overname. Voor een aantal van zijn dochterondernemingen geldt echter wel een dergelijke clausule in het geval van een directe of indirecte wijziging van de zeggenschap;
  • ageas SA/NV heeft geen afspraken met bestuursleden of werknemers gemaakt die voorzien in de betaling van een speciale vertrekpremie indien het dienstverband als gevolg van een openbare overname wordt beëindigd;
  • Er zijn geen verschillende aandelenklassen en geen preferente aandelen uitgegeven. Bijkomende informatie over de aandelen van Ageas wordt uiteengezet in toelichting 18 Eigen Vermogen;
  • Aandeelhouders van Ageas zijn verplicht te voldoen aan bepaalde meldingseisen indien hun deelneming in Ageas boven of onder bepaalde drempels komt, zoals voorgeschreven door de Belgische wet en door de statuten van ageas SA/NV. Aandeelhouders moeten de Vennootschap en de FSMA inlichten als hun deelneming stijgt tot boven of daalt tot onder 3% of 5% (en bij elk veelvoud van 5%) van de stemrechten. Ageas publiceert die informatie op zijn website.

4.7 Verslag van het Remuneratiecomité

Geachte aandeelhouder, namens het Remuneratiecomité verstrek ik u graag het remuneratieverslag voor 2020. Als inleiding wil ik graag enkele belangrijke gebeurtenissen uit ons werkjaar 2020 nader toelichten:

Door de Covid-pandemie waren we verplicht om onze bezoldigingspraktijken zorgvuldig op te volgen. We handhaafden onze KPI's en onze financiële doelstellingen zoals we die voor de crisis hadden vastgesteld, zodat de impact van de Covid-crisis volledig in onze resultaten werd vertaald;

  • Op het niveau van onze bestuursorganen zijn er een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd. Op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 22 oktober werd Bart De Smet benoemd tot Voorzitter van de Raad van Bestuur en werd Hans De Cuyper aangesteld als zijn opvolger, als CEO van Ageas. Op het niveau van onze operationele entiteiten werd Ant Middle benoemd tot CEO van Ageas UK en werd Heidi Delobelle benoemd tot CEO van AG Insurance;
  • We wilden het belang van al onze stakeholders, duidelijk tot uiting laten komen in onze objectieven die onder meer employee NPS, customer NPS en betere ESG-ratings omvatten;
  • De Europese Aandeelhoudersrechtenrichtlijn 2017/828 is in april 2020 omgezet naar Belgisch recht. We hebben ons remuneratieverslag verder bijgewerkt in overeenstemming met de informatievereisten die door de bovenvermelde reglementering worden geïntroduceerd.

In dit verslag blikken we terug op het jaar 2020. We brengen verslag uit over de prestaties van Ageas en hoe die een impact hebben gehad op de bezoldiging van het Executive Committee.

Het verslag omvat een samenvatting van het bezoldigingsbeleid voor onze Raad van Bestuur en ons Executive Management en verstrekt transparante informatie over de bezoldiging van de Raad van Bestuur en het Executive Management, inclusief variabele bezoldiging en op aandelen gebaseerde beloningen.

We verzoeken u dit verslag samen met hoofdstuk 6.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee van het jaarverslag te lezen, wat een integraal onderdeel is van het remuneratieverslag.

In het verslag worden de doelstellingen van ons bezoldigingsbeleid nogmaals beschreven en wordt er een overzicht verstrekt van de belangrijkste onderwerpen die we in 2020 in het Committee bespraken. Net als in het verleden hebben we het beleid voor de bezoldiging van de Raad van Bestuur en het Executive Committee consequent uitgevoerd.

We hechten veel waarde aan de dialoog met en feedback van onze aandeelhouders. Na feedback van onze aandeelhouders hebben we een gedetailleerder overzicht opgenomen van de resultaten op vlak van de niet-financiële en financiële KPI's en het effect daarvan op de variabele bezoldiging.

Ik kijk ernaar uit om ons remuneratieverslag aan u toe te lichten op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 19 mei 2021.

Jane Murphy Voorzitter van het Remuneratiecomité 30 maart 2021

4.7.1 Remuneratiecomité

Het Remuneratiecomité was samengesteld uit Jane Murphy (Voorzitter), Lionel Perl en Katleen Vandeweyer. Jane Murphy heeft Lionel Perl opgevolgd als Voorzitter van het Remuneratiecomité na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in mei 2020. Het Committee kwam in het verslagjaar vijf keer bijeen, waarvan twee keer samen met het Corporate Governance Committee. De CEO, de CDO (tot zijn benoeming als MD Asia) in zijn hoedanigheid van eindverantwoordelijke voor personeelszaken, alsmede de groepsdirecteur Human Resources woonden de vergaderingen van het Remuneratiecomité bij, met uitzondering van de discussies over zaken die henzelf betreffen. Informatie over de aanwezigheid bij vergaderingen kan worden geraadpleegd in sectie 4.5 Raad van Bestuur.

Het Remuneratiecomité wordt bijgestaan door Willis Towers Watson, een externe professionele dienstverlener. Willis Towers Watson verstrekt geen materiële diensten die verband houden met beloningen of bijkomende voordelen aan het Executive Committee van Ageas, of een ander onderdeel van de Ageas-organisatie.

4.7.2 Belangrijkste doelstellingen van het bezoldigingsbeleid

De belangrijkste doelstellingen van ons beleid zijn een marktconforme beloning, gedegen principes voor risicobeheer, volledige transparantie over de bezoldiging en naleving van bestaande en komende Belgische wetgeving en Europese regelgeving.

Marktconforme beloning

Het doel van de beloning van zowel de Raad van Bestuur als van het Executive Committee is:

  • een eerlijke en marktconforme beloning om het vermogen van de organisatie om essentiële talenten aan te trekken, te motiveren en te behouden in een internationale marktomgeving te verzekeren;
  • in beloning een onderscheid te maken op basis van prestaties en erkenning opbrengen voor wie consequent vooraf bepaalde objectieve doelstellingen op het niveau van de Groep, de operationele entiteiten of op individueel vlak realiseert of overtreft;
  • te streven naar waardecreatie op lange termijn en te verzekeren dat de belangen van het management zijn afgesteld op de belangen van alle stakeholders.

Gedegen risicobeheer

Het bezoldigingsbeleid omvat richtlijnen:

  • om gedegen principes voor deugdelijk bestuur en verantwoord ondernemen te hanteren en om alle wettelijke vereisten na te leven;
  • om bezoldigingspraktijken te hanteren die bijdragen aan een gedegen risicobeheer en die niet leiden tot het nemen van risico's die de limieten voor risicotolerantie van Ageas overschrijden.

Transparantie

De Raad van Bestuur zal het jaarlijkse remuneratieverslag ter goedkeuring voorleggen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Het remuneratieverslag biedt gedetailleerde informatie over de werkzaamheden van het Remuneratiecomité en de bezoldigingspraktijken voor het betreffende boekjaar. De Raad van Bestuur zal het bezoldigingsbeleid ten minste elke 4 jaar en bij elke belangrijke update ter goedkeuring voorleggen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Naleving van bestaande en komende wetgeving

Ageas bestudeert de bestaande en toekomstige wetgeving nauwkeurig en anticipeert waar dat gepast is op eventuele wijzigingen. Bij de opstelling van het bezoldigingsbeleid en het remuneratieverslag van Ageas wordt rekening gehouden met de Solvency II-richtlijn, de Europese Aandeelhoudersrechtenrichtlijn II, de omzetting daarvan in de Belgische wetgeving, de Belgische Corporate Governance Code 2020 en de herziene circulaire van de NBB 2016_31. (over de verwachtingen van de Nationale Bank van België met betrekking tot het governancesysteem voor de verzekerings- en herverzekeringssector).

4.7.3 Wat bespraken wij in 2020?

In 2020 besprak het Remuneratiecomité en deed het aanbevelingen aan de Raad van Bestuur over:

  • De bezoldiging van de nieuwe CEO van Ageas, de nieuwe CEO van Ageas UK en de nieuwe CEO van AG Insurance;
  • De voorwaarden voor het einde van het mandaat van de vertrekkende CEO van Ageas, de vertrekkende CEO van Ageas UK en de vertrekkende Voorzitter van Ageas;
  • De benchmarking van de bezoldiging van niet-uitvoerend bestuurders van Ageas ten opzichte van de geldende marktpraktijken;
  • De benchmarking en beoordeling van de bezoldiging van de leden van het Management Committee en het Executive Committee ten opzichte van de geldende marktpraktijken;
  • Het nieuwe bezoldigingsbeleid dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders;
  • De bekendmaking van de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee in de toelichting bij de Geconsolideerde jaarrekening;
  • Het verslag van het Remuneratiecomité zoals beschreven in de Corporate Governance Statement;
  • De feedback over de stemming van de aandeelhouders over het remuneratieverslag;
  • Het aan aandelen gekoppelde incentiveplan ten behoeve van het senior management.

Tijdens de gezamenlijke vergaderingen met het Corporate Governance Committee werden de volgende onderwerpen besproken en ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Bestuur:

  • De individuele (kwantitatieve en kwalitatieve) doelstellingen voor de leden van het Management Committee en het Executive Committee;
  • De doelstellingen voor de bedrijfs-KPI's;
  • De specifieke KPI's voor de Chief Risk Officer; (zie 4.7.6 voor nadere details over de specifieke KPI's);
  • De beoordeling van de resultaten van de individuele doelstellingen en de KPI's voor het bedrijf;
  • De individuele Short-Term Incentive (STI) en Long-Term Incentive (LTI) van de leden van het Management Committee en het Executive Committee op basis van de bovenvermelde beoordeling.

4.7.4 Beleidsimplementatie in 2020

Raad van Bestuur

De bezoldiging van de Raad van Bestuur bestaat uit een vaste jaarlijkse bezoldiging en een aanwezigheidspremie. Sinds 2018 bedraagt de vaste jaarlijkse bezoldiging EUR 120.000 voor de Voorzitter en EUR 60.000 voor de andere niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. De niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen een aanwezigheidspremie van EUR 2.000 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 1.500 per vergadering van een bestuurscommissie. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies is de aanwezigheidspremie vastgesteld op respectievelijk EUR 2.500 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 2.000 per vergadering van een bestuurscommissie. In 2020 werden er geen wijzigingen aan deze bedragen voorgesteld.

In lijn met principe 7.6 van de nieuwe Belgische Corporate Governance Code 2020 zullen niet-uitvoerende bestuursleden maximaal 20% van hun vaste bezoldiging in de vorm van Ageas-aandelen ontvangen. Dat principe zal worden toegepast bij eventuele volgende verhogingen van de bezoldiging van de Raad van Bestuur.

Jozef De Mey besloot om vanaf 22 oktober 2020 ontslag te nemen als Voorzitter en niet-uitvoerend bestuurder. De Raad van Bestuur vroeg Jozef De Mey om samen met de nieuwe Voorzitter te zorgen voor een naadloze overgang, in het bijzonder voor wat de Aziatische joint ventures betreft. De Raad van Bestuur stelde voor dat Jozef De Mey bijgevolg recht had op een overgangsvergoeding van EUR 100.000. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 22 oktober 2020 keurde dit voorstel goed met 87,83% van de stemmen.

Executive Committee

Benoemingen Executive Committee

Op 22 oktober 2020 benoemde de Algemene Vergadering van Aandeelhouders Hans De Cuyper tot Chief Executive Officer van Ageas. Daarvoor was Hans De Cuyper vijf jaar lang CEO van AG Insurance. Om de aanwezigheid van de klant op het niveau van het Executive Committee te versterken, is Filip Coremans, voorheen CDO, benoemd tot Managing Director Asia en is Antonio Cano, voorheen COO, benoemd tot Managing Director Europe.

Wijzigingen in de bezoldiging van het Executive Committee

Na de benoeming van de nieuwe CEO heeft de Raad van Bestuur voorgesteld om zijn basisbeloning binnen een vork van EUR 650.000 tot EUR 900.000 bruto/jaar te positioneren. Bij zijn benoeming bedraagt zijn basisbeloning EUR 650.000 per jaar, met een STI van 50% indien de doelstellingen worden behaald en een LTI van 45%. De componenten om de STI te bepalen bestaan uit KPI's voor Ageas als bedrijf (70%) en individuele KPI's (30%). De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 22 oktober 2020 keurde dit voorstel goed met 83,59% van de stemmen. Het bezoldigingspakket ligt volledig in de lijn van het bezoldigingsbeleid voor de andere leden van het Executive Committee.

Na de beoordeling van de marktconformiteit van de bezoldiging van het Executive Management in de tweede helft van 2020, werd voorgesteld om de basisbeloning van de CRO, Emmanuel Van Grimbergen, te aligneren op die van de andere leden van het Executive Committee en het bedrag daarvan vanaf 1 januari 2021 vast te leggen op EUR 485.000 bruto per jaar. Er werden geen andere wijzigingen in de bezoldiging van het Executive Management voorgesteld.

4.7.5 Totale bezoldiging en op aandelen gebaseerde beloning

Raad van Bestuur

De totale bezoldiging van niet-uitvoerende bestuurders bedroeg in het boekjaar 2020 EUR 1,77 miljoen (2019: EUR 1,56 miljoen). De vergoeding omvat de vaste verloning voor het bestuurslidmaatschap en een vergoeding voor de aanwezigheid op bestuursvergaderingen en vergaderingen van comités, op het niveau van de Ageas Groep en de dochterondernemingen van Ageas. Raadpleeg 6.3.1 van het jaarverslag voor gedetailleerde individuele informatie over de bezoldiging van de Raad van Bestuur.

Bezoldiging van het Executive Committee

In 2020 bedroeg de totale bezoldiging, inclusief pensioenbijdragen en secundaire arbeidsvoorwaarden van het Executive Committee EUR 7.749.540 tegenover EUR 6.782.299 in 2019. Raadpleeg 6.3.2 van het jaarverslag voor gedetailleerde individuele informatie over de bezoldiging van het Executive Committee.

Gegevens voor H. De Cuyper vanaf zijn benoeming op 22 oktober 2020, voor B. De Smet tot 22 oktober 2020.

4.7.6 Naleving van het beleid en toepassing van prestatiecriteria

Eenjaarsvariabele bonus (STI)

Alle variabele toekenningen met betrekking tot de prestaties in 2020 stemden overeen met het bezoldigingsbeleid. De eenjaarsvariabele bonus (STI) voor de leden van het Executive Committee wordt vastgesteld aan de hand van de verwezenlijking van zowel niet-financiële, persoonlijke criteria (weging van 30%) als financiële prestatiecriteria (weging van 70%). Voor de CRO gelden specifieke criteria die zijn verbonden met de Risk Functie. In de tabel hierna wordt een overzicht verstrekt van de KPI's, hun respectieve weging en de mate waarin ze volgens de beoordeling van de Raad van Bestuur zijn gerealiseerd.

De algemene verwezenlijking leidde tot de volgende betalingen van de beoogde STI voor het prestatiejaar 2020:

  • Bart De Smet (CEO tot 22 oktober 2020): 137% van de doelstelling;
  • Hans De Cuyper (CEO vanaf 22 oktober 2020): 133% van de doelstelling;
  • Christophe Boizard (CFO): 130% van de doelstelling;
  • Emmanuel Van Grimbergen (CRO): 125% van de doelstelling;
  • Antonio Cano (MD Europe): 131% van de doelstelling;
  • Filip Coremans (MD Asia): 134% van de doelstelling.
Totale prestatiescore Detail van de prestatiescore (2)
Naam persoon Functie Niet financieel (30%) - Bedrijf (70%) Niet-financiële prestatie-indicatoren Bedrijfsprestaties Ageas
Weging Score voor realisaties KPI Weging Score voor realisaties
Nettoresultaat 14,0% 103%
B. De Smet CEO 137% 30% 138% Resultaat per aandeel (EPS) 10,5% 126%
H. De Cuyper CEO 133% 30% 126% Groei 7,0% 112%
C. Boizard CFO 130% 30% 115% Combined Ratio 10,5% 200%
E. Van Grimbergen CRO (1) 125% 30% 121% Operationele marge Gegarandeerde producten 7,0% 110%
A. Cano MD Europa 131% 30% 119% Operationele marge Unit-linked producten 3,5% 80%
F. Coremans MD Azië 134% 30% 128% Strategische uitdagingen
Werknemer NPS 3,5% 150%
ESG-rating 7,0% 200%
Herverzekering 7,0% 125%
Totaal 70,0% 136%

(1) Voor de CRO weegt de Ageas Business prestatie voor 40%, de extra 30% is gekoppeld aan de prestatie van de risicofunctie.

(2) Scores variëren van 0%, tot 100% voor prestaties op het streefdoel, tot max. 200% voor overprestaties.

Meerjaarsvariabele bonus (LTI)

De toekenning van de meerjaarsvariabele bonus (LTI) is gebaseerd op de verwezenlijking van de 'Ageas Business Score', die voortvloeit uit de realisatie van de financiële KPI's zoals vermeld in de bovenstaande tabel.

Bij een Ageas Business Score van 5 (op een schaal van 1 tot 7) besloot de Raad van Bestuur tot toekenning van 150% van de doelstelling voor de LTI (gelijk aan 67,5% van de basisbeloning).

4.7.7 Afwijkingen van het bezoldigingsbeleid

De Raad van Bestuur vroeg vertrekkend Voorzitter Jozef De Mey om samen met de nieuwe Voorzitter te zorgen voor een naadloze overgang, in het bijzonder voor wat de Aziatische joint ventures betreft. De Raad van Bestuur stelde voor dat Jozef De Mey bijgevolg recht zou hebben op een overgangsvergoeding van EUR 100.000.

Dit voorstel werd ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 22 oktober 2020. Het voorstel werd goedgekeurd met 87,83% van de stemmen.

4.7.8 Vergelijkende informatie over wijzigingen in de bezoldiging en prestaties van de onderneming

De totale bezoldiging van de CEO voor 2020 in verhouding tot de gemiddelde bezoldiging van een werknemer leidt tot een proportionele verhouding van 24,1. Tegenover de laagste bezoldiging van een werknemer bij ageas sa/nv leidt dit tot een proportionele verhouding van 40,1. Raadpleeg 6.3.2 van het jaarverslag voor een tabel met gedetailleerde en vergelijkende informatie.

4.7.9 Stemmen van de aandeelhouders

We stellen de dialoog met onze aandeelhouders op prijs en nemen hun feedback op in de agenda en de besprekingen van het Remuneratiecomité.

Het nieuwe bezoldigingsbeleid werd ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van mei 2020. Het beleid werd goedgekeurd met 77,51% van de stemmen. Het remuneratieverslag 2019 werd op dezelfde vergadering goedgekeurd met 79,24% van de stemmen.

4.7.10 Vooruitblik 2021

Op zijn vergadering van 8 februari 2021 besprak het Remuneratiecomité de circulaire van de NBB van 26-01-2021 over dividenduitkeringen en variabele beloning. Het Remuneratiecomité heeft zorgvuldig nota genomen van de aanbevelingen van de NBB en heeft de bezoldigingspraktijken in het licht van deze circulaire beoordeeld.

Het Remuneratiecomité is van oordeel dat de bezoldigingspraktijken van Ageas in overeenstemming zijn met de aanbeveling van de NBB van een voorzichtige benadering van de variabele beloning op basis van de volgende elementen:

  • de zorgvuldige bewaking van de solvabiliteitspositie en de ontwikkeling daarvan in de loop van 2020;
  • het feit dat de financiële KPI's en de doelstellingen niet zijn aangepast en volledig rekening houden met de impact van COVID-19 op de resultaten;
  • het uitstel van variabele beloning over een periode van 3 jaar en de potentiële neerwaartse aanpassing op basis van toekomstige resultaten.

Raad van Bestuur 30 maart 2021

4.7.11 Ons bezoldigingsbeleid 2020 in het kort

4.7.11.1 Executive Committee

Het Remuneratiecomité beoordeelt jaarlijks het bezoldigingsbeleid van de leden van het Executive Committee van Ageas. Het totale bezoldigingspakket van de leden van het Executive Committee bestaat uit de volgende componenten, die in dit verslag nader worden toegelicht:

De onderstaande grafiek toont de bezoldigingsmix (basisbeloning t.o.v. STI t.o.v. LTI) voor een lid van het Executive Committee, zowel bij het behalen van de doelstelling als maximaal:

Vaste bezoldiging Principes
Basisbeloning De basisbeloning wordt jaarlijks herbeoordeeld en vergeleken met die van andere BEL 20-bedrijven en grote Europese verzekeraars. De beoogde
doelstelling is om de basisbeloning van het Executive Committee te positioneren binnen een bandbreedte van 80 tot 120% van de gekozen mediane
marktreferentie.
Overige voordelen De leden van het Executive Committee ontvangen bijkomende voordelen in lijn met het bezoldigingsbeleid van Ageas, inclusief
gezondheidszorgverzekering, overlijdens- en invaliditeitsdekking en een bedrijfswagen.

1. Eenjaarsvariabele bonus (STI)

Principes

De Short-Term Incentive (STI) als aan de doelstelling wordt voldaan, bedraagt 50% van de basisbeloning. Dit kan oplopen tot maximaal 100% van de basisbeloning.

Voor de STI geldt een uitstelperiode van drie jaar, dat wil zeggen dat de STI voor prestatiejaar N als volgt wordt uitbetaald:

  • 50% in N + 1
  • 25% in N + 2
  • 25% in N + 3

Overeenkomstig het bezoldigingsbeleid moet de prestatie gedurende de uitstelperiode standhouden en zodoende kunnen de STI-betalingen naar boven of naar beneden worden gecorrigeerd.

Het Short-Term Incentive Plan omvat een terugvorderingsbepaling.

Prestatiecriteria

Voor alle leden van het Executive Committee worden de jaarprestaties vergeleken met zowel persoonlijke als voor het bedrijf als geheel geldende prestatiecriteria. Voor de CRO gelden er specifieke criteria die verband houden met de Risk Function.

  • WPA
  • Groei
  • Combined Ratio
  • Operationele marge producten met gegarandeerde rente
  • Operationele marge Unit linked
  • Strategische uitdagingen

2. Meerjaarsvariabele bonus (LTI)

Principes

De doelstelling van de Long-Term Incentive (LTI) bedraagt 45% van de basisbeloning voor alle leden van het Executive Committee. Dit kan oplopen tot maximaal 90% van de basisbeloning.

Prestatieaandelen/onvoorwaardelijke toekenning en bezitsperiode

De prestatieaandelen worden 3,5 jaar na de voorwaardelijke toekenning onvoorwaardelijk toegekend. Nadat de aandelen onvoorwaardelijk zijn toegekend, moeten ze nog 1,5 jaar in bezit worden gehouden (in totaal 5 jaar na de datum van voorwaardelijke toekenning). Na deze blokkeringsperiode mogen de begunstigden de onvoorwaardelijk toegekende aandelen verkopen onder bepaalde voorwaarden zoals vastgelegd in het bezoldigingsbeleid.

Prestatiecriteria

Er wordt een tweestapsmethodiek gebruikt teneinde het aantal voorwaardelijk toe te kennen aandelen te bepalen (stap 1) evenals het aantal onvoorwaardelijk toe te kennen aandelen na de prestatieperiode van 3,5 jaar (stap 2).

Stap 1 – Voorwaardelijke toekenning

Het aantal toe te kennen aandelen in het kader van dit plan is gebaseerd op de 'Ageas Business Score', die voortvloeit uit de realisatie van de KPI's voor het bedrijf (raadpleeg het bovenstaande onderdeel STI voor nadere details) en wordt als volgt berekend:

Toekenning
AGEAS Business Score % van doelstelling % van basisbeloning
<3 0% 0%
3 50% 22,50%
4 (behaald doel) 100% 45%
5 150% 67,50%
6 of 7 200% 90%

Stap 2 – Onvoorwaardelijke toekenning

Voor de onvoorwaardelijke toekenning na 3,5 jaar wordt een relatieve "total shareholder return" (TSR) prestatiemeting ten opzichte van een vergelijkingsgroep, toegepast. De onderstaande tabel toont het schema voor onvoorwaardelijke toekenning van de prestatieaandelen (het totaal onvoorwaardelijke toegekende aandelen kan in elk geval niet hoger zijn dan 90 % van de basisverloning bij toekenning gedeeld door de waarde van het aandeel bij toekenning):

Percentiel TSR-score Onvoorwaardelijke toekenning %
≥75% 200%
≥60%-<75% 150%
≥40%-<60% 100%
≥25%-<40% 50%
<25% 0%

Vergelijkingsgroep

De volgende bedrijven, die een vergelijkbaar bedrijfsmodel hebben en waaronder een aantal concurrenten, vormen de vergelijkingsgroep voor de toekenning van 2020:

AEGON NV KBC GROEP NV
ALLIANZ SE-REG MAPFRE SA
ASSICURAZIONI GENERALI NATIONALE NEDERLANDEN
AVIVA PLC PRUDENTIAL PLC
AXA SA SAMPO OYJ-A SHS
BALOISE INSURANCE SWISS LIFE HOLDING AG-REG
BNP PARIBAS VIENNA INSURANCE GROUP AG
CNP ASSURANCES ZURICH INSURANCE GROUP AG

Beloningscomponent Principes
Buitengewone items Voor elk lid van het Executive Committee bedraagt de beëindigingsvergoeding 12 maandsalarissen, wat in bepaalde omstandigheden kan worden
opgetrokken naar 18 maanden, (met inbegrip van het niet-concurrentiebeding). Gedetailleerdere informatie over de verbrekingsafspraken die gelden
voor het Executive Committee staat in ons bezoldigingsbeleid dat is te raadplegen op de website van Ageas.
Pensioen Leden van het Executive Committee nemen deel aan een toegezegdebijdragepensioenregeling. De pensioenbijdrage voor leden van het Executive
Committee is gelijk aan 25% van (basisbeloning + variabele beloning). Die regeling omvat ook een dekking bij overlijden.

4.7.11.2 Raad van Bestuur

Raad van Bestuur Ageas SA/NV

Zoals vastgelegd in het beleid ontvangen niet-uitvoerende bestuursleden van Ageas een vaste vergoeding en een aanwezigheidspremie, terwijl leden van Committees slechts een aanwezigheidspremie ontvangen. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de vaste vergoedingen en aanwezigheidspremies die sinds 1 januari 2018 gelden voor leden van de Raad van Bestuur van Ageas.

Raad van Bestuur Committee
Voorzitter Lid Voorzitter Lid
Vaste vergoeding € 120.000 € 60.000 N/A N/A
Aanwezigheidspremie € 2.500 € 2.000 € 2.000 € 1.500

In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid voor 2019 ontvangen niet-uitvoerende bestuursleden geen variabele en of aandelengekoppelde beloningen en bouwen ze geen pensioenrechten op.

In lijn met principe 7.6 van de nieuwe Belgische Corporate Governance Code 2020 zullen niet-uitvoerende bestuursleden maximaal 20% van hun vaste bezoldiging in de vorm van Ageas-aandelen ontvangen. Dat principe zal worden toegepast bij eventuele volgende verhogingen van de bezoldiging van de Raad van Bestuur.

De bezoldiging van uitvoerend bestuurders (d.w.z. de leden van het Executive Committee) houdt uitsluitend verband met hun functie van lid van het Executive Committee.

Vertegenwoordiging ageas SA/NV in geconsolideerde entiteiten Ageas Groep

De bezoldiging van niet-uitvoerend bestuurders die ageas SA/NV vertegenwoordigen in geconsolideerde entiteiten van de Ageas Groep is sinds 1 januari 2019 afgestemd overeenkomstig de onderstaande tabel:

Raad van Bestuur Committee
Voorzitter Lid Voorzitter Lid
Vaste vergoeding € 60.000 € 45.000 N/A N/A
Aanwezigheidspremie € 2.500 € 2.000 € 2.000 € 1.500

Geconsolideerde jaarrekening 2020

Geconsolideerde balans

(voor winstbestemming)

31 december 31 december
Note 2020 2019
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 9 2.241 3.745
Financiële beleggingen 10 63.710 64.002
Vastgoedbeleggingen 11 2.889 2.603
Leningen 12 13.398 11.072
Beleggingen inzake unit-linked contracten 17.088 16.429
Beleggingen in deelnemingen 13 4.929 4.716
Herverzekering en overige vorderingen 14 1.961 1.860
Actuele belastingvorderingen 49 83
Uitgestelde belastingvorderingen 22 98 106
Overlopende rente en overige activa 15 1.885 1.911
Materiële vaste activa 16 1.827 1.719
Goodwill en overige immateriële activa 17 1.229 1.203
Activa aangehouden voor verkoop 114
Totaal activa 111.418 109.449
Passiva
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 19.1 29.973 28.761
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 19.2 31.629 32.243
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 19.3 17.090 16.438
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 19.4 7.404 7.598
Achtergestelde schulden 20 2.758 3.117
Schulden 21 3.920 2.956
Actuele belastingverplichtingen 89 50
Uitgestelde belastingverplichtingen 22 1.105 1.119
RPN(I) 23 420 359
Overlopende rente en overige verplichtingen 24 2.934 2.745
Voorzieningen 25 322 582
Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop
Totaal verplichtingen 97.644 95.968
Eigen vermogen 18 11.555 11.221
Minderheidsbelangen 26 2.219 2.260
Totaal eigen vermogen 13.774 13.481
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 111.418 109.449

Geconsolideerde resultatenrekening

Toelichting 2020 2019
Baten
- Bruto premie-inkomen 8.435 9.383
- Wijziging in niet-verdiende premies (22)
- Uitgaande herverzekeringspremies (411) (362)
Netto verdiende premies 30 8.002 9.021
Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 31 2.392 2.612
Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 23 (61)
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 32 639 326
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 33 484 1.898
Aandeel in resultaat van deelnemingen 13 328 623
Commissiebaten 34 385 365
Overige baten 35 201 254
Totale baten 12.370 15.099
Kosten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto (6.966) (8.440)
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 151 146
Schadelasten en uitkeringen, netto 36 (6.815) (8.294)
Lasten inzake unit-linked contracten (610) (1.977)
Financieringslasten 37 (139) (129)
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 38 (172) (56)
Wijzigingen in voorzieningen 25 36 (5)
Commissielasten 39 (1.138) (1.093)
Personeelslasten 40 (834) (831)
Overige lasten 41 (1.165) (1.281)
Totale lasten (10.837) (13.666)
Resultaat voor belastingen 1.533 1.433
Belastingbaten (lasten) 42 (233) (255)
Nettoresultaat over de periode 1.300 1.178
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 26 159 199
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 1.141 979
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 18 6,07 5,09
Verwaterd resultaat per aandeel 18 6,06 5,08

Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'Discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden gepresenteerd.

Toelichting 2020 2019
Bruto premie-inkomen 30 8.435 9.383
Premies inzake beleggingscontracten 1.057 1.162
Bruto premies 9.492 10.545

Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income

Toelichting 2020 2019
COMPREHENSIVE INCOME
Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd:
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegde pensioenregeling (71) (84)
Gerelateerde belasting
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegde pensioenregeling
6 17
(54)
22
(62)
Totaal van onderdelen die niet naar resultatenrekening worden geclassificeerd: (54) (62)
Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening:
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden
Gerelateerde belasting
4 6
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden 10 (1)
3
(1)
5
Wijzigingen in herwaardering van voor verkoop beschikbare beleggingen (1) 81 663
Gerelateerde belasting
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop
10 (37)
44
(91)
572
Aandeel in Overig comprehensive income van deelnemingen 13 144 859
Wijzigingen in omrekeningsverschillen (356) 170
Totaal van onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar resultatenrekening: (165) 1.606
Overig comprehensive income over de periode, na belastingen (219) 1.544
Nettoresultaat over de periode 1.300 1.178
Totaal comprehensive income over de periode 1.081 2.722
Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen 159 199
Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen
Totaal comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen
(34) 125 100 299
Totaal comprehensive income over de periode, toewijsbaar aan de aandeelhouders 956 2.423

(1) De wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.

66

Geconsolideerde

Baten

Kosten

Gegevens per aandeel (EUR)

worden gepresenteerd.

resultatenrekening

- Bruto premie-inkomen 8.435 9.383

- Uitgaande herverzekeringspremies (411) (362)

- Schadelasten en uitkeringen, bruto (6.966) (8.440) - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 151 146

Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 23 (61)

Netto verdiende premies 30 8.002 9.021 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 31 2.392 2.612

Resultaat op verkoop en herwaarderingen 32 639 326 Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 33 484 1.898 Aandeel in resultaat van deelnemingen 13 328 623 Commissiebaten 34 385 365 Overige baten 35 201 254 Totale baten 12.370 15.099

Schadelasten en uitkeringen, netto 36 (6.815) (8.294) Lasten inzake unit-linked contracten (610) (1.977) Financieringslasten 37 (139) (129) Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 38 (172) (56) Wijzigingen in voorzieningen 25 36 (5) Commissielasten 39 (1.138) (1.093) Personeelslasten 40 (834) (831) Overige lasten 41 (1.165) (1.281) Totale lasten (10.837) (13.666) Resultaat voor belastingen 1.533 1.433 Belastingbaten (lasten) 42 (233) (255) Nettoresultaat over de periode 1.300 1.178 Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 26 159 199 Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 1.141 979

Gewoon resultaat per aandeel 18 6,07 5,09 Verwaterd resultaat per aandeel 18 6,06 5,08

Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'Discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt

Bruto premie-inkomen 8.435 9.383 Premies inzake beleggingscontracten 30 1.057 1.162 Bruto premies 9.492 10.545

- Wijziging in niet-verdiende premies (22)

Toelichting 2020 2019

Toelichting 2020 2019

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

Nettoresultaat Niet
Koers- toewijsbaar gerealiseerde Totaal
Aandelen Uitgifte Overige verschillen aan winsten en Eigen Minderheids- eigen
kapitaal premie reserves reserve aandeelhouders verliezen vermogen belangen vermogen
Stand per 1 januari 2019 1.502 2.051 2.511 (75) 809 2.613 9.411 2.108 11.519
Nettoresultaat over de periode 979 979 199 1.178
Herwaardering van investeringen 1.319 1.319 117 1.436
Herwaardering IAS 19 (45) (45) (17) (62)
Wisselkoersverschillen 170 170 170
Totaal verandering eigen
vermogen niet-eigenaren (45) 170 979 1.319 2.423 299 2.722
Overdracht 809 (809)
Dividend (416) (416) (149) (565)
Wijziging in kapitaal 2 2
Eigen aandelen (184) (184) (184)
Op aandelen gebaseerde beloning
Overige veranderingen in het eigen vermogen (1) (12) (1) (13) (13)
Stand per 1 januari 2020 1.502 2.051 2.663 95 979 3.931 11.221 2.260 13.481
waarvan bedragen in OCI geaccumuleerd in eigen
vermogen ivm activa aangehouden voor verkoop 3 7 10 10
Nettoresultaat over de periode 1.141 1.141 159 1.300
Herwaardering van investeringen 212 212 (21) 191
Herwaardering IAS 19 (42) (42) (12) (54)
Wisselkoersverschillen (355) (355) (1) (356)
Totaal verandering eigen
vermogen niet-eigenaren (42) (355) 1.141 212 956 125 1.081
Overdracht 979 (979)
Dividend (485) (485) (167) (652)
Wijziging in kapitaal 8 8
Eigen aandelen (131) (131) (131)
Op aandelen gebaseerde beloning 1 1 1
Overige veranderingen in het eigen vermogen (1) (7) (7) (7) (14)
Stand per 31 december 2020 1.502 2.051 2.978 (260) 1.141 4.143 11.555 2.219 13.774
waarvan bedragen in OCI geaccumuleerd in eigen
vermogen ivm activa aangehouden voor verkoop 3 10 13 13

(1) Overige wijzigingen in het eigen vermogen omvat de putoptie op aandelen Interparking, een schadevergoeding betaald aan BNP Paribas voor de aangehouden Ageas aandelen met betrekking tot de CASHES-obligaties en de betaling aan houders van FRESH-obligaties.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Toelichting 2020 2019
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 9 3.745 2.925
Resultaat voor belastingen 1.533 1.433
Aanpassingen voor niet-geldelijke posten opgenomen in het resultaat voor belastingen:
Herberekening RPN(I) 23 61
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 32 (639) (326)
Aandeel in resultaat van deelnemingen 13 (328) (623)
Afschrijvingen en oprenting 41 854 654
Bijzondere waardeverminderingen 38 172 56
Voorzieningen 25 (36) (8)
Op aandelen gebaseerde beloningen 40 3 7
Totaal aanpassingen voor niet-geldelijke posten opgenomen in het resultaat voor belastingen 87 (240)
Wijzigingen in operationele activa en passiva:
Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa en passiva) 10 (9) (5)
Leningen 12 (2.331) (1.242)
Herverzekering en overige vorderingen 14 (176) 50
Beleggingen inzake unit-linked contracten (659) (920)
Opbrengsten uit uitgifte van schulden 21 1.053 383
Betalingen van schulden 21 (90) (182)
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 19.1 & 19.2 & 19.4 987 3.410
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 19.3 560 863
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en passiva (2.248) (2.996)
Dividend ontvangen van deelnemingen 13 169 155
Betaalde winstbelastingen (205) (243)
Totaal wijzigingen in operationele activa en passiva (2.949) (727)
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten (1.329) 466
Investeringsactiviteiten binnen de groep 2
Aankoop van beleggingen 10 (5.955) (7.515)
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 10 7.431 7.983
Aankoop van vastgoedbeleggingen 11 (557) (102)
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 11 328 314
Aankopen van materiële vaste activa 16 (262) (129)
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 16 7
Investeringen in dochterondernemingen en deelnemingen
(inclusief kapitaalverhogingen in deelnemingen) 3 (440) (353)
Desinvesteringen in dochterondernemingen en deelnemingen
(inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen) 3 175 127
Aankoop van immateriële vaste activa 17 (96) (59)
Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa 17 2 4
Kasstroom uit beleggingsactiviteiten 635 270
Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden 20 498 1.311
Terugbetaling van achtergestelde schulden 20 (507) (484)
Aankoop van eigen aandelen (131) (184)
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders van moedervennootschappen (485) (416)
Dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen (167) (149)
Terugbetaling van kapitaal (inclusief minderheidsbelangen) (12)
Kasstroom uit financieringsactiviteiten (804) 78
Effect van wisselkoersverschillen op geldmiddelen en kasequivalenten (6) 6
Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december 9 2.241 3.745
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 1.909 1.943
Ontvangen dividenden van beleggingen 31 128 138
Betaalde rente (132) (108)

Algemene informatie

Covid-19

Sedert begin 2020, heeft de Covid-19 pandemie geleid tot bijkomende onzekerheden in de werk omgeving van Ageas.

  • De impact op de resultaten wordt uiteengezet in deel A van dit Jaarverslag. Ook de impacten op de maatschappij, onze werknemers en initiatieven inzake filantropie worden in dit deel weergegeven.
  • De impact op onze risico classificatie is opgenomen in deel C, 4.6.
  • De impact op het gebruik van aannames en schattingen is weergegeven in deel C, 2.3.
  • Impacten op de diverse lijnen van de resultatenrekeningen worden uiteengezet in deel A en in diverse toelichtingen in delen C en D (zie toelichtingen 2.2.1, 14, 31, 36, 38, 41).

ageas SA/NV, statutair gevestigd te Rue du Marquis 1/ Markiesstraat 1, Brussel, België is de moedermaatschappij van de Ageas Groep. Het jaarverslag omvat de geconsolideerde jaarrekening van de Ageas Groep en de jaarrekening van ageas SA/NV.

Ageas aandelen zijn genoteerd op de gereguleerde markt van Euronext in Brussel. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADRprogramma in de Verenigde Staten.

Bekende aandeelhouders van ageas SA/NV, gebaseerd op de officiële meldingen zijn per 31 december 2020:

  • BlackRock, Inc 5,23%,
  • Ping An 5,17%;
  • Fosun 5,06%;
  • Schroders Plc 2,94%;
  • ageas SA/NV en haar dochtermaatschappijen hebben zelf 3,90% van de eigen aandelen in eigendom. Dit belang heeft betrekking op de FRESH (zie toelichting 18 Eigen vermogen en toelichting 20 Achtergestelde schulden), de 'restricted share'-programma's en de inkoopprogramma's van eigen aandelen (zie toelichting 18 Eigen vermogen).

Per 31 december 2020 is de juridische structuur van Ageas als volgt.

Volledig geconsolideerde entiteiten van Ageas in Continentaal Europa zijn in Portugal: Millenniumbcp Ageas (51%), Ocidental Seguros (100%), Médis (100%), Ageas Portugal Vida (100%) en Ageas Portugal Seguros (100%) en in Frankrijk: Ageas France (100%). De volledige lijst van ondernemingen binnen de reikwijdte van de Groep wordt gepubliceerd in 'Group Public Disclosure QRTs' die kan worden geraadpleegd op de website: https://www.ageas.com/investors/quarterly-results.

2 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie

De Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas van 2020, inclusief alle toelichtingen, is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) die van toepassing zijn per 1 januari 2020, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en goedgekeurd door de Europese Unie (EU) op die datum.

2.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

In de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas van 2020 zijn dezelfde grondslagen voor financiële verslaggeving toegepast als deze die zijn toegepast voor het boekjaar dat eindigde op 31 december 2019, met uitzondering van de wijzigingen opgenomen in de onderstaande paragraaf 2.2.

De Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas van 2020 is opgemaakt in de veronderstelling van continuïteit van de bedrijfsvoering ('going concern') en is opgesteld in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas. Tenzij anders aangegeven zijn alle bedragen afgerond naar het dichtstbijgelegen miljoen.

Activa en passiva opgenomen op de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van geldmiddelen en kasequivalenten, herverzekerings- en overige vorderingen, overlopende rente en overige activa, verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten niet-leven, overlopende rente en overige verplichtingen en actuele belastingvorderingen en -schulden.

De belangrijkste IFRS-standaarden die zijn toegepast voor de waardering van de activa en verplichtingen zijn:

  • IAS 1 voor de presentatie van de jaarrekening;
  • IAS 16 voor materiële vaste activa;
  • IAS 19 voor personeelsbeloningen;
  • IAS 23 voor financieringskosten (leningen);
  • IAS 28 voor investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures;
  • IAS 32 voor financiële instrumenten presentatie;
  • IAS 36 voor bijzondere waardevermindering van activa;
  • IAS 38 voor immateriële activa;
  • IAS 39 voor financiële instrumenten opname en waardering;
  • IAS 40 voor vastgoedbeleggingen;
  • IFRS 3 voor bedrijfscombinaties;
  • IFRS 4 voor verzekeringscontracten;
  • IFRS 7 voor financiële instrumenten informatieverschaffing;
  • IFRS 8 voor operationele segmenten;
  • IFRS 10 voor de geconsolideerde jaarrekening;
  • IFRS 12 voor informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten;
  • IFRS 13 voor waardering tegen reële waarde;
  • IFRS 15 voor opbrengsten van contracten met klanten; en
  • IFRS 16 voor leaseovereenkomsten.

2.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

2.2.1 Wijzigingen in de IFRS-standaarden in het huidige boekjaar

In 2020 werden de volgende nieuwe of herziene IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen in IFRS-standaarden en interpretaties van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).

Rentebenchmarkhervorming – fase 1 (Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7)

In september 2019 heeft de IASB wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7 'Rentebenchmarkhervorming' (fase 1) gepubliceerd. De EU heeft deze wijzigingen, die van toepassing zijn voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2020, goedgekeurd in januari 2020.

De wijzigingen in IAS 39 en IFRS 7 voorzien in (verplicht toe te passen) tijdelijke en beperkte uitzonderingen op de vereisten inzake hedge accounting. Hierdoor kunnen ondernemingen, voor hun afdekkingsrelaties waarop de onzekerheid rond de rentebenchmarkhervorming rechtstreeks van invloed is, aan de vereisten inzake hedge accounting blijven voldoen, door aan te nemen dat de bestaande rentebenchmarks niet zijn gewijzigd.

Per 31 december 2020 bedraagt het nominaal bedrag van de afdekkingsinstrumenten in de afdekkingsrelaties waarop de onzekerheid rond de rentebenchmarkhervorming rechtstreeks van invloed is EUR 834 miljoen. Het overgrote deel van deze afdekkingsrelaties is blootgesteld aan de EURIBOR. Gezien de wijzigingen in IAS 39 en IFRS 7 toelaten om hedge accounting te blijven toepassen voor deze afdekkingsrelaties, hebben deze wijzigingen geen impact op de geconsolideerde balans en resultatenrekening van Ageas.

Het nominaal bedrag van de achtergestelde schulden met een variabele rentevoet, die gelinkt is aan de EURIBOR, op de balans van Ageas bedraagt EUR 442,8 miljoen per 31 december 2020. Ageas verwacht niet dat een wijziging van de rentebenchmark voor deze schulden zal leiden tot een belangrijk resultaat gerelateerd aan deze wijziging.

In juli 2019 heeft de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) de European Money Markets Institute (EMMI) aangesteld als beheerder van de EURIBOR rentebenchmark, waardoor de EURIBOR ook kan worden toegepast na 1 januari 2020. In het licht van bovenstaande, verwacht Ageas dat de EURIBOR ook in de nabije toekomst kan worden gebruikt als rentebenchmark. Ageas volgt de ontwikkelingen rond de rentebenchmarkhervorming verder op.

Wijzigingen in IFRS 3 Definitie van een bedrijf

Als antwoord op de conclusies van de post-implementatie beoordeling (PIR) van IFRS 3 'Bedrijfscombinaties' met betrekking tot de uitdagingen om de definitie van een bedrijf in de praktijk toe te passen, heeft de IASB in oktober 2018 wijzigingen in IFRS 3 gepubliceerd. Deze wijzigingen in IFRS 3 zijn van toepassing voor bedrijfscombinaties waarvoor de overnamedatum valt op of na het begin van de eerste jaarlijkse boekhoudperiode die op of na 1 januari 2020 aanvangt of voor verwervingen van activa die bij of na het begin van dezelfde periode plaatsvinden. De EU heeft deze wijzigingen goedgekeurd in april 2020.

De gewijzigde definitie van een bedrijf moet entiteiten helpen te bepalen of een transactie of andere gebeurtenis een bedrijfscombinatie is dan wel een verwerving van activa. Om als een bedrijf te worden aanzien, moet een geïntegreerde reeks activiteiten en activa ten minste een middel en een substantieel proces omvatten die samen een significante bijdrage leveren tot het vermogen om een productie tot stand te brengen. Hoewel bedrijven gewoonlijk een productie hebben, is dit geen vereiste. Het bedrijf hoeft ook niet alle middelen of processen te omvatten die gebruikt worden bij de exploitatie van het bedrijf.

Ageas heeft de (gewijzigde) definitie van een bedrijf toegepast voor alle verwervingen die op of na 1 januari 2020 hebben plaatsgevonden, dit om te beoordelen of de verwerving een bedrijfscombinatie dan wel een verwerving van activa is.

Wijzigingen in IFRS 16 Covid-19 gerelateerde huurtoegevingen

Ten gevolge van de Covid-19 uitbraak, hebben verschillende verhuurders tijdelijk huurtoegevingen toegekend aan huurders, dit onder de vorm van uitstel van huurbetalingen of vermindering van het huurbedrag, eventueel gecompenseerd door een verhoging van de huur in toekomstige periodes.

De IASB heeft in mei 2020 wijzigingen in IFRS 16 gepubliceerd gerelateerd aan Covid-19 gerelateerde huurtoegevingen. De EU heeft de wijzigingen goedgekeurd in oktober 2020.

De wijzigingen bieden aan huurders de praktische mogelijkheid niet te moeten beoordelen of de Covid-19 gerelateerde huurtoegevingen moeten worden aanzien als een wijziging van de leaseovereenkomst. Als huurder heeft Ageas niet genoten van tijdelijke Covid-19 gerelateerde huurtoegevingen die zouden resulteren in een wijziging van de leaseovereenkomst. Bijgevolg hebben de wijzigingen in IFRS 16 'Leaseovereenkomsten' geen gevolgen voor Ageas.

Overige wijzigingen in IFRS-standaarden

De overige wijzigingen in de IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen van IFRS-standaarden en interpretaties die per 1 januari 2020 van kracht werden, hadden geen significante impact op de geconsolideerde balans en resultatenrekening van Ageas. Deze wijzigingen betreffen:

  • Wijzigingen in IAS 1 en IAS 8 met betrekking tot de definitie van materieel belang; en
  • Wijzigingen in de referenties in de IFRS-standaarden naar het raamwerk voor de opstelling en presentatie van jaarrekeningen.

2.2.2 Toekomstige wijzigingen IFRS-standaarden

De volgende nieuwe of herziene IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen van IFRS-standaarden en interpretaties worden van kracht voor boekhoudperiodes die beginnen op 1 januari 2021 of later.

Wijzigingen in IFRS 4 over de toepassing van IFRS 9 Financiële instrumenten met IFRS 4 Verzekeringscontracten

In juli 2014 heeft de IASB IFRS 9 'Financiële instrumenten' gepubliceerd en IFRS 9 is goedgekeurd door de EU in november 2016. Alhoewel IFRS 9 van toepassing is voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2018, is Ageas ondertussen IAS 39 'Financiële instrumenten – opname en waardering' blijven toepassen. Onderstaande paragrafen bieden een toelichting op deze afwijking.

In september 2016 heeft de IASB wijzigingen in IFRS 4 'Toepassing van IFRS 9 Financiële instrumenten met IFRS 4 Verzekeringscontracten' gepubliceerd, dit om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van verzekeringsondernemingen over de toepassing van IFRS 9 'Financiële instrumenten' vóór de ingangsdatum van IFRS 17 'Verzekeringscontracten'. Intussen heeft de IASB de toepassingsdatum van IFRS 17 uitgesteld tot 1 januari 2023. Samen met de publicatie van wijzigingen in IFRS 17 in juni 2020, heeft de IASB wijzigingen in IFRS 4 'Verlenging van de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9' gepubliceerd. Hiermee bevestigt de IASB de alineëring van de initiële toepassingsdatum van IFRS 9 en IFRS 17. De EU heeft de wijzigingen in IFRS 4 goedgekeurd in december 2020.

Deze wijzigingen in IFRS 4 bieden twee alternatieven om het effect van de verschillende ingangsdata van IFRS 9 en IFRS 17 tot een minimum te beperken. Deze opties zijn de overlappingsbenadering en de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9.

De tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 is een optionele tijdelijke vrijstelling voor boekhoudperiodes die beginnen vóór 1 januari 2023, voor entiteiten die overwegend verzekeringscontracten uitgeven. Ageas heeft op de referentiedatum van 31 december 2015 nagegaan of haar activiteiten overwegend verband houden met verzekering en concludeerde dat ze in aanmerking kwam voor de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9. Dit betekent dat:

  • De boekwaarde van de verplichtingen die voortvloeien uit contracten die vallen binnen het toepassingsgebied van IFRS 4 significant is in vergelijking met de totale boekwaarde van alle verplichtingen van Ageas; en
  • Het percentage van de totale boekwaarde van de met verzekering verband houdende verplichtingen, ten opzichte van de totale boekwaarde van alle verplichtingen van Ageas, hoger is dan 90 procent.

Er is geen herbeoordeling van deze analyse uitgevoerd op latere datum omdat er geen substantiële veranderingen plaatsvonden in de activiteiten van Ageas, die een dergelijke herbeoordeling noodzakelijk zouden maken.

Omdat Ageas in aanmerking komt voor de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9, besloot Ageas om hiervan gebruik te maken. Intussen werkt Ageas aan een gecombineerd implementatieproject voor de implementatie van IFRS 9 en IFRS 17.

Gezien de beslissing van Ageas om gebruik te maken van de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9, verschaft Ageas volgende informatie over de reële waarde en de kredietrisicoblootstelling, welke de gebruikers van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas moet toelaten om de jaarrekening van Ageas te vergelijken met andere ondernemingen, die IFRS 9 toepassen.

Mutatie in reële waarde
Reële waarde op 31 december 2020 Reële waarde op 31 december 2019 in 2020
Voldoen aan Voldoen niet aan Voldoen aan Voldoen niet aan Voldoen aan Voldoen niet aan
Reële waarde van financiële activa (in miljoen euro) SPPI-test SPPI-test SPPI-test SPPI-test SPPI-test SPPI-test
Geldmiddelen en kasequivalenten 2.177 64 3.743 2 (1.566) 62
Schuldeffecten incl. structured notes 61.038 167 61.350 180 (312) (13)
Aandelen en overige beleggingen 4.875 4.649 226
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 16 10 6
Derivaten voor afdekkingsdoeleinden 3 3
Leningen 14.338 597 11.537 601 2.801 (4)
Beleggingen inzake unit-linked contracten 17.088 16.429 659
Overige vorderingen 858 659 199
Voorziening is bepaald
Als een ECL gedurende levensduur
Significant toegenomen Met waarde- vermindering Handels-en overige Met
Bruto boekwaarde kredietrisico sinds op balansdatum vorderingen waarde
per 31 december 2020 onder Als een ECL voor initiële opname maar niet gewaardeerd vermindering
toepassing van IAS 39 voor financiële de komende maar zonder verworven met overeenkomstig verworven
activa die voldoen aan de SPPI-test 12 maanden waardevermindering waardevermindering IFRS 9 §5.5.15 financiële activa
AAA 5.722
AA 34.102
A 12.615
BBB 15.195
Totaal beleggingskwaliteit 67.634
Minder dan beleggingskwaliteit 570 123 30
Zonder kredietbeoordeling 4.985 6 20 916 47
Totaal 73.190 129 50 916 47
Voorziening is bepaald
Als een ECL gedurende levensduur
Significant toegenomen Met waarde- vermindering Handels-en overige Met
Bruto boekwaarde kredietrisico sinds op balansdatum vorderingen waarde
per 31 december 2019 onder Als een ECL voor initiële opname maar niet gewaardeerd vermindering
toepassing van IAS 39 voor financiële de komende maar zonder verworven met overeenkomstig verworven
activa die voldoen aan de SPPI-test 12 maanden waardevermindering waardevermindering IFRS 9 §5.5.15 financiële activa
AAA 6.147
AA 33.963
A 14.592
BBB 14.912
Totaal beleggingskwaliteit 69.614
Minder dan beleggingskwaliteit 435 32 26
Zonder kredietbeoordeling 4.413 11 27 601 43
Totaal 74.462 43 53 601 43

Bruto boekwaarde per 31 december 2020 onder toepassing van IAS 39 en reële waarde voor financiële activa die voldoen aan de SPPI-test en die geen laag kredietrisico hebben

Reële waarde Bruto boekwaarde onder toepassing van IAS 39 1.706
1.676
Verschil 30

IAS 28 'Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures' vereist dat een entiteit uniforme grondslagen voor financiële verslaggeving toepast wanneer zij de vermogensmutatiemethode gebruikt. Ageas wijkt tijdelijk af van deze regel voor zijn deelneming in Maybank Ageas Holdings Berhad. Deze entiteit past sinds 2018 IFRS 9 toe, terwijl Ageas de tijdelijke vrijstelling voor de toepassing van IFRS 9 gebruikte over dezelfde rapportageperiodes. Deze afwijking van de toepassing van uniforme grondslagen is toegestaan door paragraaf 39I van de wijzigingen aan IFRS 4 over de toepassing van IFRS 9 met IFRS 4. Het financieel jaarverslag van Maybank Ageas Holdings Berhad kan worden geraadpleegd op de volgende website: (https://www.etiqa.com.my/v2/about-us/financial-report).

IFRS 17 Verzekeringscontracten

De IASB heeft in mei 2017 IFRS 17 'Verzekeringscontracten' gepubliceerd en in juni 2020 zijn wijzigingen in IFRS 17 gepubliceerd. IFRS 17 is van toepassing voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2023.

IFRS 17 is een allesomvattende nieuwe boekhoudstandaard voor verzekeringscontracten, die grondslagen omvat over de opname en waardering, presentatie en toelichtingen van nieuwe en lopende groepen van verzekeringscontracten. Vanaf 1 januari 2023 zal IFRS 17 de huidige standaard IFRS 4 'Verzekeringscontracten' vervangen, welke gepubliceerd is in 2005. De IASB verwacht dat IFRS 17 zal leiden tot een grotere vergelijkbaarheid en transparantie in de boekhoudkundige verwerking van verzekeringscontracten in vergelijking met IFRS 4, dat grotendeels gebaseerd is op de verderzetting van lokale boekhoudregels.

IFRS 17 introduceert een boekhoudkundig waarderingsmodel voor verzekeringscontracten dat gebaseerd is op de actuele waarde. De belangrijkste kenmerken van dit nieuwe boekhoudkundige waarderingsmodel onder IFRS 17 zijn:

  • Waardering van de contante waarde van de toekomstige kasstromen, die tevens een expliciete risicocorrectie omvat, op het einde van elke rapporteringsperiode;
  • Een contractuele verwachte winstmarge (CSM), die de nietverdiende winst in de toekomstige kasstromen op initiële contractdatum weerspiegelt. In plaats van deze winst op initiële contractdatum in de resultatenrekening te erkennen, vereist IFRS 17 dat deze winst in de resultatenrekening wordt erkend gedurende de periode dat verzekeringsdekking wordt verleend;
  • Sommige wijzigingen in de verwachte contante waarde van de toekomstige kasstromen leiden tot een aanpassing van de CSM en worden bijgevolg in de resultatenrekening erkend gedurende de periode waarin verzekeringsdekking wordt verleend;
  • Het effect van wijzigingen in de verdisconteringsvoet wordt ofwel erkend in de resultatenrekening ofwel in de overige nietgerealiseerde resultaten in het eigen vermogen, dit in functie van de boekhoudkundige grondslag die de onderneming heeft gekozen;
  • Een vereenvoudigd waarderingsmodel, Premium Allocation Approach (PAA), kan worden toegepast voor verzekeringscontracten die voldoen aan specifieke voorwaarden, zoals een dekkingsperiode van maximaal één jaar;
  • Voor winstdelende verzekeringscontracten waarbij de polishouders deelnemen in de resultaten van een duidelijk geïdentificeerde set van onderliggende financiële activa en waarbij de winstdeelname substantieel is, wordt de Variable Fee Approach (VFA) toegepast. Dit is een variatie op het algemene waarderingsmodel, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke winstdelende kenmerken van deze verzekeringscontracten;
  • De presentatie in de resultatenrekening van opbrengsten en lasten uit verzekeringsactiviteiten is gebaseerd op het concept van de in de boekhoudperiode geleverde verzekeringsdiensten;
  • Gegarandeerde bedragen, die polishouders altijd ontvangen, ongeacht of er zich een verzekerde gebeurtenis voordoet (nietafgescheiden beleggingscomponenten) worden rechtstreeks op de balans erkend en beïnvloeden de resultatenrekening niet;
  • Verhoogde transparantie over de winstgevendheid van verzekeringscontracten: opbrengsten en lasten uit verzekeringsactiviteiten worden afzonderlijk gepresenteerd van deze uit financiële activiteiten; en
  • Uitgebreide toelichtingen hebben tot doel om de bedragen op de balans en in de resultatenrekening, gerelateerd aan verzekeringscontracten, te verduidelijken.

De EU heeft IFRS 17 nog niet goedgekeurd. In de context van deze goedkeuring, heeft de EU aan de EFRAG om een advies over IFRS 17 gevraagd. De EFRAG bereidt momenteel zijn advies over IFRS 17 voor. Gegeven de beslissing van de IASB om de initiële toepassingsdatum van IFRS 9 'Financiële instrumenten' en IFRS 17 'Verzekeringscontracten' te aligneren, is momenteel een gezamenlijk implementatieproject lopende binnen Ageas. De toepassing van IFRS 9 en IFRS 17 zal leiden tot belangrijke wijzigingen in de grondslagen voor financiële rapportering en tot belangrijke wijzigingen in de presentatie in de geconsolideerde IFRS jaarrekening van Ageas. Deze wijzigingen zullen een belangrijke impact hebben op het eigen vermogen, nettoresultaat en de niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen. Gezien de recente publicatie van wijzigingen in IFRS 17, is het momenteel nog niet mogelijk om de impact van beide standaarden toe te lichten.

Rentebenchmarkhervorming – fase 2 (Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16)

In augustus 2020 heeft de IASB wijzigingen in IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16 'Rentebenchmarkhervorming' (fase 2) gepubliceerd. De EU heeft deze wijzigingen goedgekeurd in januari 2021 en deze zijn van toepassing voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2021.

De wijzigingen behandelen de financiële rapportering van instrumenten na de hervorming van de rentebenchmark, alsook de vervanging van de huidige rentebenchmark met een alternatieve rentebenchmark. Zoals hierboven aangegeven, worden de ontwikkelingen op het vlak van de rentebenchmarkhervorming opgevolgd.

Overige wijzigingen in IFRS-standaarden

De overige wijzigingen in de IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen van IFRS-standaarden en interpretaties, die per 1 januari 2021 of later van kracht worden, zullen naar verwachting geen significante impact hebben op de geconsolideerde balans en resultatenrekening van Ageas. Niet alle van deze wijzigingen zijn al goedgekeurd door de EU. Deze wijzigingen betreffen:

  • Wijzigingen in IAS 1 'Classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend';
  • Wijzigingen in IAS 16 'Materiële vaste activa: opbrengsten vóór gebruik';
  • Wijzigingen in IAS 37 'Verlieslatende contracten: kost van de uitvoering van een contract';
  • Wijzigingen in IFRS 3 'Referenties naar het raamwerk voor de opstelling en presentatie van jaarrekeningen'; en
  • Jaarlijkse verbeteringen aan de IFRS-standaarden (cyclus 2018- 2020).

2.3 Het gebruik van schattingen

De opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas vereist het gebruik van bepaalde oordelen, schattingen en aannames welke de gerapporteerde bedragen voor activa, passiva, opbrengsten en lasten beïnvloeden. Bij elke schatting bestaat er van nature een belangrijk risico dat de boekwaarde van activa en passiva in de loop van het volgende boekjaar in belangrijke mate worden aangepast (in positieve of negatieve zin).

De onzekere vooruitzichten op korte, middellange en lange termijn ten gevolge van de Covid-19 uitbraak hebben geleid tot een verhoogde onzekerheid in de gebruikte oordelen, schattingen en aannames. Hierdoor kunnen de erkende bedragen afwijken van de vorige schattingen en aannames. De Covid-19 uitbraak heef aanleiding gegeven tot een herziening van de gebruikte schattingen en onderliggende assumpties, meer bepaald voor wat betreft de reële waardes van (niet genoteerde) financiële activa en verplichtingen die worden gewaardeerd aan de hand van een waarderingstechniek (niveau 2 of 3), de reële waardes van vastgoedbeleggingen en materiële vaste activa, uitgestelde belastingvorderingen, verzekeringsverplichtingen, hedge accounting, de waardering van geassocieerde ondernemingen en goodwill.

De onderstaande tabel vermeldt de schattingsonzekerheid van de belangrijkste schattingen en aannames:

Activa

Financiële instrumenten

  • Reële waarde Niveau 2:
    • ‐ Het waarderingsmodel
    • ‐ Inactieve markten
  • Reële waarde Niveau 3:
    • ‐ Het waarderingsmodel
    • ‐ Gebruik niet-waarneembare input
    • ‐ Inactieve markten

Vastgoedbeleggingen:

Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde

Leningen:

  • Het waarderingsmodel
  • Gebruik van parameters als kredietrisico-spread, looptijd en rentevoet

Deelnemingen:

Onzekerheden gerelateerd aan de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen

Waarderingstest van goodwill:

  • Het waarderingsmodel
  • Financiële en economische variabelen
  • De gebruikte rentevoet
  • De aan de entiteit inherente risicopremie

Overige immateriële vaste activa:

Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde

Uitgestelde belastingvorderingen:

  • Interpretatie van belastingwetgeving
  • Bedrag en tijdstip van toekomstig belastbaar inkomen

Passiva

Verplichtingen betreffende verzekeringscontracten

  • Leven:
    • ‐ De gebruikte actuariële aannames
    • ‐ De verwachte rendementscurve gebruikt bij de toereikendheidstoets (LAT-test)
    • ‐ Het herbeleggingsprofiel van de beleggingsportefeuille, kredietrisico-spread en looptijd, bij de bepaling van de schaduw LAT aanpassing
  • Niet-Leven:
    • ‐ De verwachte schadelast die aan het eind van de rapporteringsperiode wordt gerapporteerd
    • ‐ De verwachte schadelast voor voorgevallen maar nietgerapporteerde schadeclaims aan het einde van de rapporteringsperiode
    • ‐ Schadebehandelingskosten

Pensioenverplichtingen:

  • De gebruikte actuariële aannames
  • De gebruikte rentevoet
  • Inflatie- en salarisontwikkelingen

Voorzieningen:

  • De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden
  • De berekening van de beste inschatting

Uitgestelde belastingverplichtingen:

  • Interpretatie van belastingwetgeving
  • Bedrag en tijdstip van toekomstig belastbaar inkomen

78

78

hun effect op de gerapporteerde cijfers. Toelichting 4 Risicomanagement van deze Geconsolideerde Jaarrekening beschrijft hoe Ageas de diverse risico's van verzekeringsactiviteiten vermindert.

De toelichtingen bij deze Geconsolideerde Jaarrekening verlenen bijkomende informatie over de toepassing van deze schattingen en aannames en

2.4 Gebeurtenissen na de balansdatum

Gebeurtenissen na balansdatum hebben betrekking op gebeurtenissen, gunstig of ongunstig, die zich voordoen tussen de balansdatum en de datum waarop de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas wordt goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur.

Er zijn twee soorten gebeurtenissen:

  • Gebeurtenissen die wijzen op omstandigheden die bestonden op de balansdatum en die leiden tot een aanpassing van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas; en
  • Gebeurtenissen die wijzen op omstandigheden die zijn ontstaan na balansdatum en die niet leiden tot een aanpassing van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. De aard van de gebeurtenis alsook een schatting van de financiële gevolgen ervan, of een mededeling dat dergelijke schatting niet mogelijk is, moet worden toegelicht.

Een overzicht van gebeurtenissen na de balansdatum is opgenomen in toelichting 44, 'Gebeurtenissen na balansdatum' van deze Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.

2.5 Segmentinformatie

De gerapporteerde operationele segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.

De operationele segmenten van Ageas zijn:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Herverzekering; en
  • Algemene Rekening.

Activiteiten binnen de groep die geen verband houden met verzekeringsactiviteiten en eliminatieverschillen worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd. Deze nietverzekeringsactiviteiten worden gerapporteerd in het operationeel segment Algemene Rekening, dat activiteiten omvat zoals groepsfinanciering en overige holdingactiviteiten. Het operationeel segment Algemene Rekening omvat tevens de investering in Royal Park Investments en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES/RPN(I).

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme commerciële condities, zoals die van toepassing zouden zijn tussen niet-verwante derden. Eliminaties worden afzonderlijk gerapporteerd.

2.6 Consolidatiegrondslagen

De geconsolideerde jaarrekening van Ageas omvat de jaarrekeningen van ageas SA/NV (de moederonderneming) en haar dochterondernemingen.

Bedrijfscombinaties

Bedrijfscombinaties die voldoen aan de definitie van een bedrijf en waarvan de zeggenschap is overgedragen aan Ageas, worden erkend op basis van de zogenaamde 'acquisition method'. Om als een bedrijf te worden aanzien, moeten de overgenomen activiteiten en activa ten minste een middel en een substantieel proces omvatten die samen een significante bijdrage leveren tot het vermogen om een productie tot stand te brengen. Het overgenomen proces (of groep van processen) is substantieel als het van cruciaal belang is voor het vermogen om verworven middelen tot een productie te ontwikkelen of in een productie om te zetten of van cruciaal belang is voor het vermogen om producten te blijven produceren.

De verkrijgingsprijs van de overname wordt bepaald als de reële waarde van de opgeofferde waarde op het overnamemoment (gecorrigeerd voor een eventueel minderheidsbelang). Voor elke bedrijfscombinatie heeft Ageas de optie enig minderheidsbelang te waarderen tegen de reële waarde of tegen het evenredig deel van het minderheidsbelang in de identificeerbare netto-activa van de overgenomen partij.

In geval van een stapsgewijze overname wordt, op moment van uitbreiding van het belang, het eerder gehouden belang geherwaardeerd tegen reële waarde en via het resultaat verantwoord.

Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn die entiteiten waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde er voordelen uit te halen ('zeggenschap'). Bij de evaluatie van de zeggenschap over een andere entiteit, wordt het bestaan en effect van materiële potentiële stemrechten van substantiële aard, die thans uitoefenbaar of thans converteerbaar zijn, in aanmerking genomen.

Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum van overdracht van de effectieve zeggenschap tot op de einddatum van deze zeggenschap.

Dochterondernemingen die uitsluitend zijn verworven met de bedoeling te worden doorverkocht, worden verantwoord als 'vaste activa aangehouden voor verkoop'.

Alle significante transacties tussen ondernemingen, binnen de groep (saldi, winsten en verliezen uit transacties tussen ondernemingen van Ageas) worden geëlimineerd.

Gedeeltelijke verkoop van een belang in een dochteronderneming

Het resultaat van een gedeeltelijke verkoop van een belang in een dochteronderneming wordt als volgt verwerkt:

  • Zonder wijziging in de zeggenschap, wordt de transactie verwerkt als een transactie binnen het eigen vermogen (d.w.z. een transactie met aandeelhouders in hun hoedanigheid van aandeelhouder); of
  • Met verlies van zeggenschap, wordt de transactie verwerkt in de resultatenrekening, berekend op het totale belang. Het resterende belang van de dochteronderneming wordt gewaardeerd tegen de reële waarde op het moment van verlies van de zeggenschap. Als het verlies van de zeggenschap het gevolg is van een nietmonetaire storting van een dochteronderneming bij een deelneming of joint venture, dan wordt het resultaat slechts naar rato van het aan de andere investeerders overgedragen procentuele belang in de dochteronderneming in aanmerking genomen. Dit leidt tot een gedeeltelijke winstverantwoording.

Geassocieerde ondernemingen

Participaties in geassocieerde ondernemingen zijn beleggingen waarbij Ageas een significante invloed heeft op het financiële of operationele beleid, maar geen zeggenschap of gedeelde zeggenschap heeft.

Participaties in geassocieerde ondernemingen worden gewaardeerd op basis van de vermogensmutatiemethode. Bij aankoop wordt de deelname gewaardeerd tegen kostprijs, waarbij transactiekosten worden meegenomen. Daarna wordt ons aandeel in het nettoresultaat van het boekjaar verwerkt als 'Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen'. Het aandeel van Ageas in de mutaties in het eigen vermogen van de deelneming na de overname wordt verwerkt in overige niet-gerealiseerde resultaten. Dividenden ontvangen uit geassocieerde ondernemingen verminderen de boekwaarde van de belegging.

Participaties in joint ventures, waarbij de gemeenschappelijke zeggenschap in een overeenkomst Ageas rechten verschaft ten aanzien van de netto activa van deze gemeenschappelijke overeenkomst, worden op dezelfde methode verwerkt als beleggingen in geassocieerde ondernemingen.

Winsten op transacties tussen Ageas en beleggingen gewaardeerd volgens de equity methode worden geëlimineerd naar rato van het aandeel van Ageas. Verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie blijkt dat het overgedragen actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Verliezen worden geboekt totdat de boekwaarde van de investering tot nul is gedaald. Verdere verliezen worden alleen verantwoord voor zover Ageas gehouden is aan in rechte afdwingbare of een feitelijke verplichtingen of betalingen heeft verricht namens de geassocieerde onderneming.

Ageas past IAS 39 toe voor lange termijn belangen (zoals leningen) in een geassocieerde onderneming of joint venture die deel uitmaken van onze totale investering in die geassocieerde onderneming of de joint venture, maar waarvoor de vermogensmethode niet wordt toegepast.

Verkoop van dochterondernemingen, bedrijfsonderdelen en vaste activa

Een vast actief (of groep van activa die wordt afgestoten, zoals dochterondernemingen) wordt aangehouden voor verkoop indien het in zijn huidige staat onmiddellijk beschikbaar is voor verkoop en als de verkoop ervan bijzonder waarschijnlijk is. Een verkoop is bijzonder waarschijnlijk als:

  • Het gepaste managementniveau heeft zich verbonden tot een plan voor de verkoop van het actief;
  • Er is een operationeel plan opgestart om een koper te vinden en het plan te voltooien;
  • Het actief wordt op actieve wijze voor verkoop op de markt gebracht tegen een prijs die redelijk is ten opzichte van zijn actuele reële waarde;
  • De verkoop naar verwachting zal worden afgerond binnen de 12 maanden na de datum van aanmerking tot verkoop; en
  • Handelingen die nodig zijn om het plan te voltooien geven aan dat het onwaarschijnlijk is dat belangrijke wijzigingen aan het plan zullen worden aangebracht of dat het plan zal worden ingetrokken.

De waarschijnlijkheid dat de verkoop zal worden goedgekeurd door de aandeelhouders maakt deel uit van de beoordeling of de verkoop al dan niet bijzonder waarschijnlijk is. Als de verkoop onderworpen is aan een goedkeuring door de regelgever, wordt een verkoop alleen beschouwd als zijnde bijzonder waarschijnlijk na deze goedkeuring.

Een vast actief (of groep activa die wordt afgestoten) geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wordt:

  • Gewaardeerd tegen de laagste waarde van zijn boekwaarde en de reële waarde minus verkoopkosten (met uitzondering van de activa die vrijgesteld zijn van deze regel, zoals IFRS 4 verzekeringsverplichtingen, financiële activa, uitgestelde belastingen en pensioenplannen);
  • Vlottende activa en alle verplichtingen worden gewaardeerd in overeenstemming met de van toepassing zijnde IFRSstandaarden;
  • Zijn niet onderworpen aan afschrijving of waardevermindering; en
  • Worden afzonderlijk voorgesteld in de balans (activa en verplichtingen worden niet gecompenseerd).

De datum van verkoop van een dochteronderneming of van een groep van activa die wordt afgestoten, is de datum waarop de zeggenschap wordt overgedragen. De geconsolideerde resultatenrekening omvat de resultaten van deze dochteronderneming of groep van activa die wordt afgestoten tot op de datum van verkoop. Het resultaat bij verkoop is het verschil tussen a) de opbrengst van de verkoop en b) de boekwaarde van de netto-activa plus alle bijbehorende goodwill en bedragen die zijn geaccumuleerd in het de overige niet-gerealiseerde resultaten (bijvoorbeeld, wisselkoersverschillen en de reserve activa voor verkoop).

Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van Ageas die ofwel is afgestoten, ofwel is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, en dat aan de volgende criteria voldoet:

  • Het vertegenwoordigt een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied;
  • Het maakt deel uit van een gecoördineerd plan om een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied af te stoten; of
  • Het is een dochteronderneming die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling om te worden doorverkocht.

Resultaten op beëindigde bedrijfsactiviteiten worden afzonderlijk verantwoord in de resultatenrekening.

2.7 Transacties en saldi in vreemde valuta

Voor elke individuele entiteit van Ageas worden transacties in vreemde valuta gerapporteerd tegen de valutakoers op de datum van de transactie.

Monetaire posten die in vreemde valuta luiden worden iedere balansdatum omgerekend op basis van de slotkoers. Voor monetaire activa, waarvan de wijzigingen in reële waarde onder de overige resultaten worden opgenomen, zoals voor verkoop beschikbare effecten, wordt de wisselkoerscomponent met betrekking tot deze wijzigingen in reële waarde ook onder de overige resultaten opgenomen.

Niet-monetaire posten die tegen de historische kostprijs worden gewaardeerd, die in vreemde valuta luiden, worden omgerekend op basis van de historische wisselkoers op aankoopdatum. Niet-monetaire posten die tegen de reële waarde worden gewaardeerd, worden omgerekend op basis van de wisselkoers op de datum waarop de reële waarde wordt bepaald. De hieruit voortvloeiende koersverschillen worden in de resultatenrekening verwerkt als de wijzigingen in reële waarde tevens in de resultatenrekening worden opgenomen, of worden verwerkt onder de overige niet-gerealiseerde resultaten wanneer de wijziging in reële waarde ook onder de overige niet-gerealiseerde resultaten wordt verwerkt.

Omrekening van vreemde valuta

In het consolidatieproces, wordt de balans van entiteiten waarvan de functionele valuta niet de euro is, omgerekend op basis van de slotkoers. De resultatenrekening en het kasstroomoverzicht van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers voor het lopende jaar (of uitzonderlijk tegen de wisselkoers op de transactiedatum indien de wisselkoersen significant schommelen).

Wisselkoersverschillen uit omrekening worden verantwoord in het eigen vermogen. Bij verkoop van een entiteit die in vreemde valuta luidt, worden de koersverschillen erkend in de resultatenrekening als onderdeel van het resultaat van de verkoop.

Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van monetaire posten, leningen en andere valuta-instrumenten, aangemerkt als afdekking van een netto investering in een entiteit die in vreemde valuta luidt, worden erkend in het eigen vermogen, met uitzondering voor eventuele afdekkingsineffectiviteit, die onmiddellijk in de resultatenrekening wordt erkend.

Goodwill en wijzigingen in de reële waarde, die voortvloeien uit de acquisitie van een entiteit die in vreemde valuta luidt, worden erkend als activa en verplichtingen van deze entiteit en worden op balansdatum tegen de slotkoers omgerekend. Alle wisselkoersverschillen die hieruit voortvloeien worden in het eigen vermogen erkend. Bij verkoop van deze entiteit worden de niet gerealiseerde wisselkoersverschillen in de resultatenrekening erkend.

In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.

Koersen per Gemiddelde
einde periode koers
1 euro = 31 december 2020 31 december 2019 2020 2019
Britse pond 0,90 0,85 0,89 0,88
Amerikaanse dollar 1,23 1,12 1,14 1,12
Hongkong dollar 9,51 8,75 8,86 8,77
Turkse lira 9,11 6,68 8,05 6,36
Chinese yuan renminbi 8,02 7,82 7,87 7,74
Indiase roepie 89,66 80,19 84,64 78,83
Maleisische ringgit 4,93 4,60 4,80 4,64
Filipijnse peso 59,13 56,90 56,62 57,98
Thaise baht 36,73 33,41 35,71 34,76
Vietnamese dong 28.108 25.977 26.450 28.384

2.8 Verantwoording en waardering bij het opstellen van de jaarrekening

Ageas bepaalt de classificatie en waardering van activa en verplichtingen op basis van de aard van de onderliggende transacties.

2.8.1 Financiële activa

Een financieel instrument is een overeenkomst die leidt tot een financieel actief van één partij en een financiële verplichting of eigenvermogen-instrument van een andere partij.

Ageas classificeert en waardeert financiële activa en verplichtingen op basis van de aard van de onderliggende transacties.

Classificatie van financiële activa

Het management bepaalt de passende classificatie van de financiële instrumenten op de datum van aankoop:

  • Tot einde looptijd aangehouden: omvat schuldeffecten met een vaste looptijd, waarbij het management voornemens is en in de mogelijkheid verkeert om deze instrumenten tot einde looptijd aan te houden;
  • Leningen en vorderingen: omvat schuldeffecten met vaste of bepaalbare betalingen, die niet marktgenoteerd zijn in een actieve markt en die bij de eerste opname niet worden aangemerkt als voor handelsdoeleinden aangehouden, noch als voor verkoop beschikbare beleggingen;
  • Voor verkoop beschikbaar: omvat voor onbepaalde duur aan te houden effecten die kunnen worden verkocht om te voorzien in liquiditeitsbehoeften of bij wijzigingen van rentevoeten, wisselkoersen of aandelenkoersen; en
  • Financiële activa aangehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening:
    • ‐ Voor handelsdoeleinden aangehouden: omvat effecten die zijn aangeschaft met winst op korte termijn als doelstelling;
    • ‐ Financiële effecten opgenomen tegen de reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Waardering van financiële activa

Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen. Elk verschil met de reële waarde bij de eerste opname, voortvloeiend uit transactiekosten, initiële premies of kortingen, wordt geamortiseerd over de looptijd van de belegging met behulp van de effectieve-rentemethode. Indien wordt vastgesteld dat een tot einde looptijd aangehouden actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt de bijzondere waardevermindering verantwoord in de resultatenrekening.

Leningen en vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen. Bij de eerste opname worden leningen en vorderingen gewaardeerd op de reële waarde inclusief transactiekosten en initiële premies of kortingen. De geamortiseerde kostprijs wordt berekend met gebruik van de effectieve-rentemethode (ERM), rekening houdend met kortingen of premies bij aankoop en kosten die integraal deel uitmaken van de ERM. De ERM-amortisatie wordt verwerkt in de resultatenrekening. Winsten en verliezen worden verantwoord in de resultatenrekening als de beleggingen niet langer worden verantwoord of een bijzondere waardevermindering ondergaan.

Voor instrumenten met een variabele rente worden de kasstromen regelmatig opnieuw geschat om de rentebewegingen in de markt weer te geven. Als de initiële waardering van het instrument met een variabele rente (bijna) gelijk is aan de hoofdsom, heeft de schatting geen significant effect op de boekwaarde van het instrument en wordt er geen aanpassing gedaan op de rentebaten, die op basis van het toerekeningsbeginsel worden opgenomen. Indien echter een instrument met variabele rente wordt verkregen tegen een significante premie of korting, wordt deze premie of korting afgeschreven over de verwachte looptijd van het instrument en opgenomen in de berekening van de ERM. De boekwaarde zal elke periode opnieuw worden berekend door de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen tegen de actuele effectieve rentevoet te berekenen. Alle aanpassingen worden verantwoord in de resultatenrekening.

Voor handelsdoeleinden aangehouden beleggingen, derivaten en activa die zijn aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeverandering in de resultatenrekening, worden verantwoord tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden verantwoord in de resultatenrekening. De (gerealiseerde en ongerealiseerde) resultaten worden verantwoord als 'Resultaat op verkopen en herwaarderingen'. Rente ontvangen (betaald) op activa (verplichtingen) aangehouden voor handelsdoeleinden wordt verantwoord als rentebaten (rentelasten). Ontvangen dividenden worden verantwoord als 'Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten'.

Het grootste deel van de financiële beleggingen van Ageas (zijnde obligatieleningen en aandelenbelangen) behoort tot de categorie 'Voor verkoop beschikbaar' en wordt opgenomen tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden rechtstreeks in het eigen vermogen verantwoord (overig comprehensive income) tot de belegging wordt verkocht. Op het moment van verkoop wordt de cumulatieve verandering in de reële waarde in het eigen vermogen overgedragen naar de resultatenrekening. Opbrengsten uit voor verkoop beschikbare schuldeffecten worden verantwoord met gebruik van de effectieve-rentemethode. Periodieke amortisatie en bijzondere waardeminderingsverliezen worden verantwoord in de resultatenrekening en dividenden worden na ontvangst verwerkt als opbrengsten.

Voor die verzekeringsportefeuilles waar de niet-gerealiseerde winsten of verliezen op obligaties een rechtstreeks effect hebben op de waardering van de verzekeringsverplichtingen past Ageas in overeenstemming met IFRS 4 'shadow accounting' toe. Dit betekent dat de wijzigingen in de niet-gerealiseerde winsten en verliezen van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen en hetgeen impliceert waarom deze wijzigingen geen deel uitmaken van het eigen vermogen.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële activa

Een financieel actief (of een groep financiële activa) geclassificeerd als voor verkoop beschikbaar, leningen en vorderingen of tot einde looptijd aangehouden wordt beschouwd als onderhevig aan een bijzondere waardevermindering als:

  • Er objectief bewijs is van de waardevermindering als gevolg van een of meer verliesgebeurtenissen of aanleidingen (bijvoorbeeld ernstige financiële problemen bij de emittent), die hebben plaatsgevonden na de eerste opname van het actief; en
  • Deze verliesgebeurtenis (of gebeurtenissen) een impact heeft/hebben op de geraamde toekomstige kasstromen van het financieel actief (of de groep van financiële activa) die betrouwbaar kan worden geraamd.

Voor aandelen omvatten de eventuele objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen onder meer het feit of de reële waarde per de balansdatum significant (25%) beneden de boekwaarde ligt of per de balansdatum gedurende een langere periode beneden de boekwaarde is geweest (365 opeenvolgende dagen).

Afhankelijk van het type financieel actief, kan de realiseerbare waarde als volgt worden geschat:

  • De reële waarde op basis van een waarneembare marktprijs;
  • De reële waarde op basis van niet-waarneembare marktgegevens; of
  • Op basis van de reële waarde van zekerheden.

Indien wordt vastgesteld dat een voor verkoop beschikbaar actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt het bedrag van de bijzondere waardevermindering opgenomen in de resultatenrekening. Niet-gerealiseerde en voorheen in het eigen vermogen opgenomen verliezen van voor verkoop beschikbare activa die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, worden overgedragen naar de resultatenrekening op het moment dat de bijzondere waardevermindering zich voordoet.

Indien in een volgende periode de reële waarde van een schuldinstrument dat is geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop, stijgt en de stijging objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bedrag van de bijzondere waardevermindering in de resultatenrekening, valt het bedrag van de bijzondere waardevermindering vrij, waarbij het bedrag van de vrijval wordt verwerkt in de resultatenrekening. Verdere positieve herwaarderingen van als voor verkoop beschikbare schuldinstrumenten worden opgenomen in overig comprehensive income.

Bijzondere waardeverminderingen voor als voor verkoop beschikbare aandeleninstrumenten worden niet via de resultatenrekening teruggenomen. Stijgingen in de reële waarde na de bijzondere waardevermindering worden rechtstreeks verwerkt in overig comprehensive income.

Transactie en afwikkelingsdatum

Alle aan- en verkopen van financiële activa en verplichtingen die moeten worden afgewikkeld binnen het door regelgeving of marktconventie vastgestelde tijdsbestek, worden opgenomen op de transactiedatum, namelijk de datum waarop Ageas als partij betrokken wordt bij de contractuele bepalingen van de financiële activa.

Andere termijnaankopen en -verkopen dan degene die moeten worden afgewikkeld binnen het tijdsbestek dat door regelgeving of marktconventie is vastgesteld, worden tot het moment van afwikkeling opgenomen als afgeleide termijntransacties.

Classificatie en waardering van financiële verplichtingen

De IFRS-classificatie van financiële verplichtingen bepaalt de waardering en verwerking ervan in de resultatenrekening als volgt:

  • Financiële verplichtingen tegen de reële waarde met waardeveranderingen omvatten:
    • i) Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële verplichtingen, inclusief derivaten die niet voor hedgeaccounting in aanmerking komen; en
    • ii) Financiële verplichtingen die Ageas onherroepelijk bij eerste opname of eerste toepassing van IFRS heeft aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening omdat:
      • Het basiscontract een in het contract besloten derivaat bevat dat anders zou moeten worden afgezonderd;
      • Het een inconsistentie in waardering of verantwoording opheft of aanzienlijk vermindert ('rapporteringsmismatch'); of
      • Het een groep financiële activa en/of verplichtingen betreft, die gewaardeerd worden op basis van de reële waarde.
  • Andere financiële verplichtingen worden in eerste instantie opgenomen tegen de reële waarde minus transactiekosten. Vervolgens worden andere financiële verplichtingen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, gebruikmakend van de effectieve-rentemethode, waarbij de periodieke amortisatie wordt verwerkt in de resultatenrekening.

Achtergestelde verplichtingen en schulden worden bij eerste opname tegen reële waarde gewaardeerd (onder aftrek van transactiekosten) en worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve-rentemethode, waarbij de periodieke afschrijving wordt opgenomen in de resultatenrekening.

Transactiekosten

Transactiekosten op financiële instrumenten verwijzen naar de extra kosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving of vervreemding van een financieel actief of een financiële verplichting. Daarin zijn inbegrepen commissies die worden betaald aan agenten, adviseurs, brokers en effectenhandelaren, evenals heffingen opgelegd door toezichthouders en effectenbeurzen evenals overdrachtsbelasting en andere heffingen.

Deze transactiekosten worden verantwoord in de eerste waardering van de financiële activa en verplichtingen, behalve indien de financiële activa of verplichtingen worden gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. In dat geval worden de transactiekosten direct als kosten opgenomen.

Reële waarde van financiële instrumenten

De reële waarde is de waarde waartegen een actief of toegekend aandeleninstrument kan worden verhandeld en een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot markttransactie bereidwillige partijen.

De reële waarde die getoond wordt, is de 'clean' fair value overeenkomend met de totale reële waarde ('dirty' fair value) exclusief opgelopen rente en transactiekosten. De opgelopen rente wordt afzonderlijk geclassificeerd.

De reële waarde van een verplichting of een eigenvermogensinstrument de gevolgen van het risico dat het instrument niet presteert. Dit risico omvat, maar hoeft niet beperkt te zijn tot, het eigen risico van de entiteit.

Een actief of verplichting wordt in eerste instantie gewaardeerd tegen de reële waarde. Als de transactieprijs afwijkt van deze reële waarde, wordt de hieruit voortvloeiende winst of verlies in de resultatenrekening verwerkt, tenzij IFRS anders voorschrijft.

De basisprincipes voor het bepalen van de reële waarde zijn:

  • Maximaal gebruik van relevante waarneembare (markt-)gegevens en minimaal gebruik van niet-waarneembare gegevens (zoals interne schattingen en aannames);
  • Uitsluitend wijzigingen van de schattingsmethode als er een verbetering kan worden aangetoond of als de verandering noodzakelijk is vanwege wijzigingen in de marktsituatie of de beschikbaarheid van informatie.

Bij het bepalen van de reële waarde wordt de volgende hiërarchie gebruikt voor het bepalen en vermelden van de reële waarde, in de genoemde volgorde:

Niveau 1: reële waarde vastgesteld met gebruik van (niet aangepaste) genoteerde prijzen in een actieve markt voor identieke activa of verplichtingen. Dit betekent dat de genoteerde prijzen eenvoudig beschikbaar zijn en werkelijke en regelmatig voorkomende markttransacties op basis van vrij economisch verkeer weerspiegelen;

  • Niveau 2: reële waarde vastgesteld met gebruik van informatie anders dan de in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen die (op de markt) waarneembaar zijn, hetzij direct (d.w.z. prijzen) of indirect (d.w.z. ontleend aan prijzen, zoals rentetarieven of wisselkoersen);
  • Niveau 3: reële waarde vastgesteld met gebruik van informatie die niet (volledig) op waarneembare gegevens is gebaseerd;
  • Kostprijs.

De plaatsing van de waardering van de reële waarde in de hiërarchie wordt bepaald op basis van het laagste niveau van input dat van belang is voor de waardering van de reële waarde in zijn geheel.

De bepaling van de reële waarde volgens niveau 2 en 3 vereist doorgaans het gebruik van waarderingstechnieken.

Een financieel instrument wordt beschouwd als marktgenoteerd in een actieve markt als genoteerde prijzen eenvoudig en regelmatig opvraagbaar zijn bij een beurs, dealer, broker, industriële groep, pricing service of regelgevende/toezichthoudende instanties en als deze prijzen een weergave zijn van feitelijke en regelmatig terugkerende markttransacties op basis van vrij economisch verkeer. Indien een financieel instrument wordt verhandeld in een actieve en liquide markt is de genoteerde prijs of waarde de beste indicator voor de reële waarde ervan. Die reële waarde wordt niet gecorrigeerd voor een groot pakket aandelen, tenzij er een bindende afspraak is gemaakt om de aandelen te verkopen tegen een andere prijs dan de marktprijs. De meest geschikte marktprijs voor een actief in bezit of een uit te geven passief is de huidige biedprijs, en voor een aan te kopen actief of een passief in bezit, de laatprijs. Middenkoersen worden gebruikt als basis voor het bepalen van de reële waarde van activa en verplichtingen met tegengestelde marktrisico's.

Als er een significante daling is in het volume of het activiteitsniveau voor het actief of de verplichting, worden de transacties of genoteerde prijzen beoordeeld en kan er een alternatieve waarderingsmethode of meerdere waarderingsmethoden (bijv. contante-waardetechnieken) worden toegepast.

Als er geen marktprijs op een actieve markt beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van de contante waarde-methode of andere waarderingsmethoden gebaseerd op waarneembare marktgegevens op de balansdatum. Deze informatie kan hetzij direct waarneembaar zijn (prijzen) of indirect waarneembaar (afgeleid van prijzen zoals rente of wisselkoersen). Wanneer Ageas kwantitatieve niet-observeerbare informatie gebruikt bij de waardering tegen reële waarde, is deze informatie niet binnenshuis ontwikkeld.

Als er een waarderingsmethode gebruikelijk is in de markt om de prijs van een instrument te bepalen en van deze waarderingsmethode is aangetoond dat de bepaalde waardering een betrouwbare schatting oplevert van de prijs bij een daadwerkelijke markttransactie, dan gebruikt Ageas deze waarderingsmethode. Tot de veel gebruikte waarderingsmethoden in financiële markten behoren recente markttransacties, discounted cash flows (inclusief optiewaarderingsmodellen) en actuele vervangingswaarde. Een geaccepteerde waarderingsmethode houdt rekening met alle factoren die marktpartijen voor de prijsvorming belangrijk achten. Deze methode dient tevens consistent te zijn met algemeen aanvaarde economische modellen voor de waardering van financiële instrumenten. Deze technieken zijn onderhevig aan inherente beperkingen, zoals de schatting van de voor risico gecorrigeerde disconteringsvoet. Het gebruik van andere assumpties en veronderstellingen zou resulteren in een andere reële waarde.

De niveau 3 posities zijn voornamelijk gevoelig voor een verandering van de verwachte kasstromen. Bijgevolg varieert hun reële waarde in verhouding tot de veranderingen in deze kasstromen. De veranderingen in de waarde van deze niveau 3 posities worden verantwoord in de overige niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen.

De gebruikte methoden en hypothesen om de reële waarde te bepalen, zijn grotendeels afhankelijk van het feit of het instrument verhandeld wordt op een financiële markt en welke informatie gebruikt kan worden in de waarderingsmodellen. Hierna wordt een samenvatting gegeven van de verschillende financiële instrumenten met de hiervoor gehanteerde reële waarderingsmethode:

  • i) De reële waarde van als voor verkoop beschikbaar geclassificeerde effecten en van effecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening wordt bepaald aan de hand van marktprijzen van actieve markten. Indien geen genoteerde prijzen in een actieve markt beschikbaar zijn, wordt de reële waarde bepaald aan de hand van contante-waarde berekeningen. Meer bepaald voor asset-backed securities houden de verwachte kasstromen die worden gebruikt in de contante-waarde berekening rekening met de oorspronkelijke verzekeringstechnische criteria, kenmerken van de lening nemer (zoals leeftijd en kredietscores), loan-to-value ratio's, verwachte schommelingen in de huizenprijzen en verwachte vooruitbetalingsniveaus. Disconteringsfactoren worden hierbij gebaseerd op een swapcurve, plus een spread die de risicokenmerken van het instrument uitdrukt. De reële waarde van als tot de vervaldag aangehouden geclassificeerde effecten (alleen nodig voor informatieverschaffing) worden op dezelfde wijze bepaald.
  • ii) De reële waarde van derivaten wordt verkregen uit actieve markten of wordt, indien van toepassing, bepaald met behulp van contante-waarde berekeningen en optie-waarderingsmodellen. Genoteerde marktprijzen zijn de meest betrouwbare reële waarde voor op een erkende beurs verhandelde derivaten. Voor derivaten die niet op een erkende beurs worden verhandeld, is de reële waarde die waarde die gerealiseerd kan worden door beëindiging of afwikkeling van het derivaat. Factoren die van

invloed zijn op de waardering van de individuele derivaten zijn onder andere de kredietrating van de tegenpartij en de complexiteit van het derivaat. Wanneer deze factoren afwijken van de basisfactoren die ten grondslag liggen aan de notering, kan een aanpassing van de genoteerde prijs worden overwogen. Gangbare methoden voor de waardering van een renteswap hanteren een vergelijking van het rendement (de yield) van de swap met de huidige swaprentecurve. De swaprentecurve wordt afgeleid van de genoteerde swaprentevoeten. Over het algemeen zijn er aan- en verkoopkoersen van handelaars beschikbaar voor gangbare renteswaps met tegenpartijen waarvan de effecten 'investment grade' zijn.

  • iii) De reële waarde voor niet-beursgenoteerde private equitybeleggingen wordt geschat aan de hand van de toepasselijke marktvergelijkingsfactoren (bijvoorbeeld koers/winstverhouding of koers/kasstroomverhouding) om de specifieke omstandigheden van de emittent uit te drukken. Niveau 3 waarderingen voor private equity en durfkapitaal maken gebruik van reële waarden die zijn opgenomen in het geauditeerde financieel verslag van de relevante deelnemingen.
  • iv) De reële waarde van schulden en uitgegeven achtergestelde leningen wordt bepaald met behulp van modellen voor contantewaarde berekeningen, op basis van de huidige marginale rentevoet die Ageas hanteert voor leningen van hetzelfde type. Voor leningen met een variabele rente die frequent wijzigen en geen aanwijsbare wijziging van het kredietrisico vertonen, benadert de reële waarde de boekwaarde. Voor het waarderen van in leningen opgenomen rentevoetplafonds en vooruitbetalingsopties en die in overeenstemming met IFRS separaat worden verantwoord, worden optiewaarderingsmodellen gebruikt.
  • v) De reële waarde voor verbintenissen en garanties die niet uit de balans blijken, wordt gebaseerd op vergoedingen die actueel worden berekend bij soortgelijke overeenkomsten, waarbij rekening wordt gehouden met de overige voorwaarden van de overeenkomsten en de kredietwaardigheid van de tegenpartijen.

Niet-beursgenoteerde financiële instrumenten worden vaak verhandeld op over-the-counter (OTC) markten waar de marktprijzen verkrijgbaar zijn via handelaren of andere bemiddelaars. Vanuit verschillende bronnen zijn beursnoteringen verkrijgbaar voor een aantal financiële instrumenten die geregeld worden verhandeld op een OTC-markt. De financiële pers, verschillende beurspublicaties en informatie van individuele marketmakers zijn voorbeelden van deze bronnen

Covid-19 heeft niet geleid tot een wijziging van de methode die gebruikt is voor de bepaling van de reële waarde van financiële instrumenten, zoals hierboven beschreven. Indien van toepassing, houdt de bepaling van de reële waarde rekening met bijkomende onzekerheden omwille van de Covid-19 pandemie.

Gedetailleerdere informatie over de toepassing van deze waarderingsmethoden en aannames is vermeld in de desbetreffende toelichtingen in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.

Saldering van financiële activa en passiva

Financiële activa en verplichtingen worden gesaldeerd en het nettobedrag wordt in de balans gerapporteerd wanneer er een wettelijk afdwingbaar recht is om de verantwoorde bedragen te salderen en de intentie bestaat om tot een afwikkeling op netto basis te komen, dan wel tegelijkertijd het actief te realiseren en de verplichting af te wikkelen.

2.8.2 Voor afdekking gebruikte derivaten en financiële instrumenten

Derivaten zijn financiële instrumenten zoals swaps, termijncontracten, futures en (geschreven en gekochte) optiecontracten. De waarde van deze financiële instrumenten verandert als gevolg van veranderingen in diverse onderliggende variabelen. Derivaten vergen weinig tot geen aanvangsinvestering en worden op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.

Alle derivaten worden op de balans verantwoord tegen reële waarde op de transactiedatum. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden; en
  • Derivaten voor afdekkingsdoeleinden.

In een contract besloten derivaten

Financiële activa of verplichtingen kunnen in contracten besloten derivaten omvatten. Dergelijke financiële instrumenten worden dikwijls hybride financiële instrumenten genoemd. Tot hybride financiële instrumenten behoren omgekeerde converteerbare obligaties (obligaties waarvoor de terugbetaling de vorm van aandelen kan aannemen) en/of obligaties met geïndexeerde interestbetalingen.

Indien het basiscontract niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening en er geen nauw verband bestaat tussen de kenmerken en risico's van het in een contract besloten derivaat en de kenmerken en risico's van het basiscontract, dient het in een contract besloten derivaat te worden gescheiden van het basiscontract en te worden gewaardeerd tegen reële waarde als een op zichzelf staand derivaat. Reëlewaardeveranderingen worden in de resultatenrekening verantwoord. Het basiscontract wordt verantwoord en gewaardeerd door toepassing van de regels van de betreffende categorie van het financiële instrument.

Indien het basiscontract wordt gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening of een nauw verband bestaat tussen de kenmerken en risico's van het in een contract besloten derivaat en de kenmerken en risico's van het basiscontract, wordt het in een contract besloten derivaat niet gescheiden en wordt het hybridische financieel instrument gewaardeerd als een enkel instrument.

De af te scheiden derivaten worden naargelang het geval verantwoord als hedging derivaten of derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden.

Afdekking

Op de datum dat Ageas een derivatencontract afsluit, wordt dit contract aangemerkt als hetzij:

  • Een indekking van de reële waarde: een indekking van de reële waarde van een opgenomen actief of verplichting;
  • Een indekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit; of
  • Een kasstroomindekking: een indekking van toekomstige kasstromen toewijsbaar aan een opgenomen actief of een voorziene transactie.

Afdekkingen van vaststaande toezeggingen zijn reële-waarde afdekkingen, uitgezonderd afdekkingen van de valutarisico's van een vaststaande verbintenis, die als kasstroomafdekking worden verantwoord.

In het kader van hedge accounting wordt de volgende documentatie opgesteld:

  • Bij het begin van de transactie worden de relatie tussen afdekkingsinstrumenten en de afgedekte items, evenals de doelstelling en strategie op het vlak van risicobeheer met betrekking tot afdekkingstransacties gedocumenteerd;
  • Zowel bij aanvang van de afdekking als gedurende de periode van afdekking, wordt de beoordeling gedocumenteerd in hoeverre de derivaten die bij afdekkingstransacties worden gebruikt zeer effectief zijn bij het compenseren van het risico van veranderingen in de reële waarde van de afgedekte positie of aan het afgedekte risico toe te rekenen kasstromen.

Activa, verplichtingen, vaststaande toezeggingen of verwachte transacties waarbij een externe partij betrokken is, worden als afgedekte items aangemerkt. Een afgedekte positie kan ook een specifiek risico zijn dat deel uitmaakt van het totale risico van de afgedekte positie.

De verandering in reële waarde van een afgedekte positie die aan het afgedekte risico toe te rekenen is en de verandering in reële waarde van het afdekkingsinstrument in een reële-waarde afdekking worden verantwoord in de resultatenrekening. De verandering in reële waarde van rentedragende derivaten wordt afzonderlijk van de overlopende rente verantwoord.

Indien de afdekking niet langer voldoet aan de criteria van hedge accounting of anderszins wordt beëindigd, wordt de aanpassing van de boekwaarde van een afgedekt rentedragend financieel instrument die uit hedge accounting voortvloeit afgeschreven op basis van de nieuwe effectieve rentevoet, berekend op de datum waarop de afdekking is beëindigd.

Veranderingen in reële waarde van derivaten die zijn aangewezen en in aanmerking komen als kasstroomafdekkingen worden in het eigen vermogen onder Ongerealiseerde winsten en verliezen verantwoord. Het bedrag aan eigen vermogen wordt geherclassificeerd naar de resultatenrekening als de indekte positie van invloed is op de resultatenrekening. Niet-effectieve afdekkingen worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.

Indien de afdekking van een verwachte transactie of vaststaande toezegging tot de opname van een niet-financieel actief of een nietfinanciële verplichting leidt, worden de winsten en verliezen die eerder in het eigen vermogen waren uitgesteld, overgeboekt van het eigen vermogen en verantwoord in de eerste waardering van dat nietfinanciële actief of die niet-financiële verplichting. In andere gevallen worden in het eigen vermogen verantwoorde bedragen naar de resultatenrekening overgeboekt en als baten of lasten verantwoord in de periodes waarin de afgedekte vaststaande toezegging of verwachte transactie de resultatenrekening beïnvloedt.

Het bovenstaande is ook het geval indien de afdekking niet langer voldoet aan de criteria voor hedge accounting, of op een andere wijze wordt stopgezet, maar de verwachte transacties of vaststaande toezeggingen naar verwachting wel zullen plaatsvinden. Indien de verwachte transacties of vaststaande toezeggingen naar verwachting niet meer zullen plaatsvinden, worden de in het eigen vermogen uitgestelde bedragen rechtstreeks overgebracht naar de resultatenrekening.

2.8.3 Verkoop- en terugkoopovereenkomsten en (uit)lenen van effecten

Effecten die onder een terugkoopovereenkomst ('repo') vallen, blijven op de balans staan zolang substantieel alle risico's en opbrengsten van het eigendom bij Ageas blijven. De van dergelijke verkopen ontvangen opbrengsten worden geneutraliseerd door onder 'Schulden' een dienovereenkomstige financiële verplichting op te nemen.

Effecten die zijn aangekocht als gevolg van een overeenkomst tot terugverkoop ('reverse repo') worden niet verantwoord in de balans. Het recht om geldmiddelen te ontvangen van een tegenpartij wordt opgenomen onder 'Leningen'. Het verschil tussen de verkoopprijs en de terugkoopprijs wordt verantwoord als rente en toegerekend over de looptijd van de overeenkomsten met behulp van de effectieverentemethode.

Effecten uitgeleend aan tegenpartijen blijven op de balans staan. Op gelijksoortige wijze worden geleende effecten niet in de balans verantwoord. Indien geleende effecten aan derden worden verkocht, worden de opbrengsten uit de verkoop en de schuld uit de verplichting tot teruggave van de zekerheid verantwoord. De verplichting tot teruggave van de zekerheid wordt gewaardeerd tegen reële waarde en verantwoord in de resultatenrekening. Geleende of ontvangen geldmiddelen in verband met het lenen of uitlenen van effecten worden verantwoord onder 'Leningen' of onder 'Schulden'.

2.8.4 Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten liquide middelen, vrij beschikbare tegoeden bij (centrale) banken en andere financiële instrumenten met een vervaldatum korter dan drie maanden vanaf de datum van verwerving.

Kasstroomoverzicht

Ageas presenteert de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten op basis van de indirecte methode, waarbij het nettoresultaat wordt aangepast met het oog op de gevolgen van transacties van niet-geldelijke aard, eventuele overlopende posten voor al ontvangen of toekomstige kasontvangsten of kasbetalingen uit exploitatie en posten van baten of lasten in verband met investerings- of financieringskasstromen.

Ontvangen en betaalde rente worden in het kasstroomoverzicht verantwoord als kasstromen uit bedrijfsactiviteiten. Ontvangen dividenden worden in het kasstroomoverzicht verantwoord als kasstromen uit bedrijfsactiviteiten. Betaalde dividenden worden verantwoord als kasstromen uit financieringsactiviteiten.

2.8.5 Vastgoedbeleggingen en vastgoed voor eigen gebruik

Classificatie en waardering van vastgoed voor eigen gebruik

Vastgoed geclassificeerd als vastgoed voor eigen gebruik omvat voornamelijk:

  • Kantoorgebouwen die Ageas gebruikt; en
  • Commerciële gebouwen die worden gebruikt om bedrijfsactiviteiten uit te voeren.

Alle voor eigen gebruik aangehouden vastgoed en alle vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen (behalve voor terreinen die niet worden afgeschreven) en eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De kostprijs is het equivalent van de contante prijs die is betaald of de reële waarde van elke andere vergoeding die is gegeven om het actief te verwerven op het moment van de verwerving of de bouw van het actief.

De afschrijvingen op gebouwen worden berekend volgens de lineaire methode teneinde de kosten van die activa af te schrijven gedurende de geschatte levensduur tot de restwaarde. De levensduur van IT, kantoor- en andere apparatuur wordt afzonderlijk vastgesteld voor elk actief. De levensduur van de gebouwen wordt afzonderlijk bepaald voor elk belangrijk deel (componentenbenadering) en wordt elk jaareinde herzien. De vastgoedbeleggingen worden gesplitst in de volgende componenten: ruwbouw, ramen en deuren, technische uitrusting, ruwe afwerking en detailafwerking.

De maximale levensduur van de componenten is als volgt:

Ruwbouw 50 jaar voor kantoren en winkelpanden
70 jaar voor woningen
Ramen en deuren 30 jaar voor kantoren en winkelpanden
40 jaar voor woningen
Technische uitrusting 15 jaar voor parkeergarages
20 jaar voor kantoren
25 jaar voor winkelpanden
40 jaar voor woningen
Ruwe afwerking 15 jaar voor parkeergarages
20 jaar voor kantoren
25 jaar voor winkelpanden
40 jaar voor woningen
Detailafwerking 10 jaar voor kantoren, winkelpanden en woningen

Terreinen hebben een ongelimiteerde levensduur en worden derhalve niet afgeschreven.

  • Als algemene regel wordt uitgegaan van een restwaarde van nihil.
  • Kosten voor reparaties en onderhoud worden in de resultatenrekening als last verantwoord in de periode waarin de kosten zijn gemaakt. Uitgaven die de voordelen van vastgoed of vaste activa zodanig verbeteren of uitbreiden dat hun oorspronkelijke gebruik wordt uitgebreid, worden geactiveerd en vervolgens afgeschreven.
  • Financieringskosten voor de financiering van de bouw van materiële vaste activa worden op dezelfde manier behandeld als de financieringskosten voor vastgoedbeleggingen.

Classificatie en waardering van vastgoedbeleggingen

Een vastgoedbelegging is vastgoed dat Ageas aanhoudt om huuropbrengsten of een waardestijging te realiseren. Ageas kan bepaalde vastgoedbeleggingen ook voor eigen gebruik aanwenden. Indien de beleggingen aangewend voor eigen gebruik afzonderlijk kunnen worden verkocht of geleased via financiële lease, worden die delen verantwoord als materiële vaste activa. Indien de beleggingen aangewend voor eigen gebruik niet afzonderlijk kunnen worden verkocht, worden die delen alleen als vastgoedbeleggingen behandeld als Ageas een onbelangrijk deel voor eigen gebruik aanhoudt.

Omwille de vergelijkbaarheid hanteert Ageas een kostprijsmodel, zowel voor vastgoedbeleggingen als voor vastgoed voor eigen gebruik. Na de initiële opname wordt al het vastgoed gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen (volgens een lineaire methode) en eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. Wijzigingen in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen worden zodoende niet verantwoord in de resultatenrekening (tenzij er een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden) of in overig comprehensive income.

De restwaarde en de geschatte gebruiksduur van vastgoedbeleggingen worden afzonderlijk bepaald voor elk belangrijk onderdeel (componentenbenadering) en worden op elke balansdatum opnieuw bekeken. Voor vastgoedbeleggingen wordt dezelfde maximale geschatte gebruiksduur van de componenten toegepast als voor vastgoed aangehouden voor eigen gebruik.

Ageas verhuurt zijn vastgoedbeleggingen door middel van diverse niet-opzegbare huurcontracten. Bepaalde contracten bevatten verlengingsopties voor diverse tijdsperioden. De met deze contracten verbonden huurinkomsten worden in de loop van de tijd verantwoord als beleggingsbaten, en wel lineair over de huurperiode.

Overboekingen naar of van vastgoedbeleggingen vinden alleen plaats als er een wijziging is van het gebruik:

  • Naar vastgoedbeleggingen aan het einde van het eigen gebruik, bij aanvang van een operationele lease aan een andere partij of aan het einde van de bouw of ontwikkeling; en
  • Vanuit vastgoedbeleggingen bij aanvang van het eigen gebruik of bij aanvang van ontwikkeling met het oog op verkoop.

Wanneer het resultaat van een bouwcontract op betrouwbare wijze kan worden geschat, worden de contractopbrengsten en -kosten in verband met het bouwcontract verantwoord als baten, respectievelijk lasten met verwijzing naar het stadium van uitvoering van de contractactiviteit op balansdatum. Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale contractkosten hoger zullen zijn dan de totale contractopbrengsten wordt het verwachte verlies onmiddellijk als last verantwoord in de resultatenrekening.

Bijzondere waardevermindering op vastgoed voor eigen gebruik en vastgoedbeleggingen

Net als andere niet-financiële activa ondergaat vastgoed voor eigen gebruik een bijzondere waardevermindering als de boekwaarde hoger is dan de realiseerbare waarde.

De realiseerbare waarde wordt bepaald als het hoogste bedrag van hetzij: de reële waarde verminderd met verkoopkosten of de bedrijfswaarde.

  • De reële waarde verminderd met verkoopkosten is het bedrag dat zou kunnen worden verkregen door de verkoop van een actief in een ordelijke transactie tussen marktpartijen (op basis van waarneembare en niet-waarneembare marktgegevens), na aftrek van verkoopkosten
  • De bedrijfswaarde is de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen waarvan verwacht wordt dat ze zullen voortvloeien uit het voortgezette gebruik van een actief en uit de vervreemding van dat actief aan het einde van de gebruiksduur, zonder aftrek van overdrachtsbelasting.

Aan het einde van iedere verslagperiode beoordeelt Ageas of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Hierbij wordt rekening gehouden met diverse informatiebronnen, zowel extern (bijvoorbeeld belangrijke wijzigingen in het economische klimaat) als intern (bijvoorbeeld desinvesteringsplannen). Indien dergelijke aanwijzingen bestaan (en uitsluitend dan), verlaagt Ageas de boekwaarde van het actief naar de geschatte realiseerbare waarde en het bedrag van de verandering in het lopende jaar wordt verwerkt in de resultatenrekening.

Na opname van een bijzondere waardevermindering wordt de afschrijving voor toekomstige perioden gecorrigeerd voor de herziene boekwaarde onder vermindering van de restwaarde over de resterende gebruiksduur van het actief. Voor vastgoed wordt de gebruiksduur van elk belangrijk onderdeel afzonderlijk bepaald en aan het eind van het jaar herbeoordeeld.

Indien in een volgende periode het bedrag van de bijzondere waardeverminderingen op niet-financiële activa, uitgezonderd dalingen in de goodwill, daalt als gevolg van een gebeurtenis die zich voordoet na de waardevermindering, valt de eerder opgenomen waardeverandering vrij in de resultatenrekening. Deze verhoogde waarde mag niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na afschrijvingen, als in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief was opgenomen.

Financieringskosten

Financieringskosten worden over het algemeen als last verantwoord in de periode waarin ze zijn gemaakt.

Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving of bouw van een actief worden, terwijl het actief in opbouw is, geactiveerd als onderdeel van de kosten van dat actief. De activering van financieringskosten dient in te gaan wanneer:

  • Uitgaven voor het actief en financieringskosten worden gedaan; en
  • Werkzaamheden die nodig zijn om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop ervan in gang zijn gezet.

Het activeren van financieringskosten wordt beëindigd wanneer het daarbij behorend actief in materiële zin gereed is; hetzij voor verkoop hetzij voor gebruik. Indien de vervaardiging voor langere tijd wordt onderbroken, wordt eveneens de rentetoerekening uitgesteld. Indien de vervaardiging in fasen plaatsvindt en elke afzonderlijke fase beschouwd kan worden als een afzonderlijk actief, wordt de toerekening van rente aan desbetreffend actief beëindigd indien het actief in materiële zin gereed is.

Voor een lening die met een bepaald actief samenhangt wordt de effectieve rentevoet op die lening toegepast. In andere gevallen wordt een gewogen gemiddeld betaalde rentevoet toegepast.

Voor kwalificerende activa waarvan de aanvangsdatum op of voor 1 januari 2008 valt, geldt dat de financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving of bouw van een kwalificerend actief (een actief waarvoor gedurende langere tijd werkzaamheden nodig waren om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop ervan) als last worden verantwoord in de periode waarin ze zijn gemaakt.

2.8.6 Goodwill en overige immateriële activa

Immateriële activa

Een immaterieel vast actief is een identificeerbaar niet-monetair actief en wordt uitsluitend verantwoord als het toekomstige economische voordelen oplevert en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald.

Immateriële vaste activa worden op de balans verantwoord tegen kostprijs, verminderd met eventuele geaccumuleerde afschrijving en eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De restwaarde en de geschatte gebruiksduur van immateriële vaste activa worden op elke balansdatum opnieuw bekeken.

Immateriële activa met een bepaalde levensduur worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur. Op immateriële vaste activa met een onbepaalde gebruiksduur zoals goodwill wordt niet afgeschreven, maar deze worden minstens eenmaal per jaar getoetst op bijzondere waardevermindering. Geïdentificeerde eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening verantwoord.

Value of Business acquired (VOBA)

Value of business acquired (VOBA) vertegenwoordigt het verschil tussen de reële waarde bij acquisitie gewaardeerd op basis van de waarderingsgrondslagen van Ageas en de boekwaarde van een portefeuille van verzekerings- en beleggingscontracten, verworven in het kader van een acquisitie van een business of een portefeuille.

VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de verwachte periode van de opbrengsten van de verworven portefeuille. Op elke verslagdatum maakt VOBA deel uit van de toereikendheidstoets voor verplichtingen om te beoordelen of de verplichtingen die voortvloeien uit verzekerings- en beleggingscontracten toereikend zijn.

Intern gegenereerde immateriële vaste activa

Intern gegenereerde immateriële vaste activa worden geactiveerd wanneer Ageas alle navolgende punten kan aantonen:

  • De technische uitvoerbaarheid om het immaterieel vast actief te voltooien, zodat het beschikbaar zal zijn voor gebruik of verkoop;
  • De intentie het immaterieel vast actief te voltooien en te gebruiken of te verkopen;
  • Het vermogen om het immaterieel vast actief te gebruiken of te verkopen;
  • Hoe het immaterieel vast actief waarschijnlijke toekomstige economische voordelen zal genereren;
  • De beschikbaarheid van adequate technische, financiële en andere middelen om de ontwikkeling te voltooien en het immaterieel vast actief te gebruiken of te verkopen; en
  • Het vermogen om de uitgaven die aan het immaterieel vast actief kunnen worden toegerekend tijdens zijn ontwikkeling betrouwbaar te waarderen.

Alleen immateriële vaste activa die door ontwikkeling ontstaan worden geactiveerd. Alle andere intern gegenereerde immateriële activa worden niet geactiveerd en de uitgaven worden weergegeven in de resultatenrekening in het jaar waarin de uitgaven zich voordoen.

Software

Software voor de computer, die niet zonder specifieke software werkt, zoals het besturingssysteem, vormt een integraal onderdeel van de betreffende hardware en wordt behandeld als materiële vaste activa. Wanneer de software geen integraal onderdeel van de betreffende hardware uitmaakt, worden de kosten die zijn gemaakt tijdens de ontwikkelingsfase en waarvoor Ageas kan aantonen dat aan alle hierboven vermelde criteria voldaan is, geactiveerd als immateriële vaste activa en lineair afgeschreven over de geschatte gebruiksduur. Over het algemeen wordt dergelijke software afgeschreven over maximaal 5 jaar.

Overige immateriële activa met bepaalde gebruiksduur

Overige immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur, zoals parkeerconcessies, handelsmerken en licenties worden doorgaans lineair over hun geschatte gebruiksduur afgeschreven. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur worden op elke verslagdatum getoetst op bijzondere waardeverminderingen.

Parkeerconcessies worden opgenomen als immateriële vaste activa als Ageas het recht heeft het gebruik van de concessie-infrastructuur in rekening te brengen. De ontvangen immateriële vaste activa worden bij eerste opname gewaardeerd op de reële waarde, als prijs voor de bouw- of moderniseringsdiensten in een serviceconcessieovereenkomst. De toepasselijke reële waarde wordt bepaald met verwijzing naar de reële waarde van de geleverde bouw- of moderniseringsdiensten. Na de eerste opname worden de parkeerconcessies verantwoord tegen kostprijs, verminderd met eventuele geaccumuleerde afschrijvingen en eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De geschatte gebruiksduur van een immaterieel vast actief binnen een serviceconcessieovereenkomst is de periode die begint op het moment dat Ageas het gebruik van de concessie-infrastructuur in rekening kan brengen, tot het einde van de concessieperiode. De op de parkeerconcessies toegepaste principes voor bijzondere waardevermindering zijn dezelfde als die voor vastgoedbeleggingen worden toegepast.

Goodwill

Goodwill van bedrijfscombinaties na 1 januari 2010

Bij eerste opname wordt goodwill gewaardeerd tegen kostprijs, zijnde het positieve verschil tussen de reële waarde van de verkrijgingsprijs en:

  • Het deel van Ageas in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen; en
  • De reële waarde van enig eerder aangehouden belang in de overgenomen partij.

Na de eerste opnamen, wordt goodwill gewaardeerd tegen kostprijs minus eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen.

Goodwill van bedrijfscombinaties vóór 1 januari 2010

Ten opzichte van het hierboven gemelde, gelden de volgende verschillen:

Bedrijfscombinaties werden verantwoord op basis van de zogenaamde 'purchase method'. Direct aan de overname toerekenbare transactiekosten maakten onderdeel uit van de verkrijgingsprijs. Een eventueel minderheidsbelang werd gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de overgenomen partij.

In geval van een stapsgewijze overname werd elke 'stap' afzonderlijk verwerkt. Elk nieuw verkregen belang had geen effect op eerder verwerkte goodwill.

Voorwaardelijke vergoedingen werden uitsluitend en alleen verantwoord als Ageas een verplichting had en er waarschijnlijk economische uitstroom ging plaatsvinden, waarvan een betrouwbare schatting kon worden gemaakt. Latere aanpassingen aan de voorwaardelijke vergoeding hadden effect op de goodwill.

Bijzondere waardevermindering van goodwill

Goodwill is een immaterieel vast actief met een onbepaalde levensduur en, net als alle andere immateriële vaste activa met onbepaalde levensduur, wordt de boekwaarde van deze immateriële vaste activa jaarlijks beoordeeld, of frequenter, als gebeurtenissen of veranderingen van omstandigheden aangeven dat een dergelijke boekwaarde niet realiseerbaar is. In dat geval wordt de realiseerbare waarde bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid waaraan goodwill is toegerekend. Deze waarde wordt dan vergeleken met de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid en als de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.

In het geval van een bijzonder waardeverminderingsverlies verlaagt Ageas eerst de boekwaarde van de aan de kasstroomgenererende eenheid toegerekende goodwill en vervolgens de andere activa van de eenheid naar rato van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Eerder verantwoorde bijzondere waardeverminderingsverliezen met betrekking tot goodwill worden niet teruggeboekt.

2.8.7 Geleasde activa

Ageas als lessor

Activa die als gevolg van operationele leaseovereenkomsten worden geleased, worden verantwoord in de balans van Ageas onder 'vastgoedbeleggingen' (gebouwen) en onder 'materiële vaste activa' (materieel en motorvoertuigen). Deze activa worden verantwoord tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen. Leasingbaten, na aftrek van eventuele aan leasingnemers gegeven voordelen, worden lineair afgeschreven over de leaseperiode. De directe aanvangskosten die Ageas heeft gemaakt, worden toegevoegd aan de boekwaarde van het geleasede actief en worden over de leaseperiode verantwoord onder lasten op dezelfde basis als de leaseopbrengsten.

Ageas sloot ook financiële leaseovereenkomsten af waarbij vrijwel alle aan het eigendom van de geleasede activa verbonden risico's en beloningen, behalve het juridische eigendom, aan de cliënt worden overgedragen. Activa geleased onder een financiële lease worden verwerkt als vordering tegen een bedrag gelijk aan de netto-investering in de lease. De netto-investering in de lease omvat de contante waarden van de leasebetalingen en de eventuele waarborg op de restwaarden. Het verschil tussen het actief en de contante waarde van de vordering wordt verantwoord als onverdiende financiële baten. Financiële baten worden gedurende de looptijd van de leaseovereenkomst verantwoord op basis van een patroon dat een constant periodiek rendement op uitstaande netto-investering van de financiële leaseovereenkomst weerspiegelt. De directe initiële kosten voor Ageas worden opgenomen in de initiële waardering van de nettoinvestering in de lease en verminderen het bedrag aan inkomsten dat in de loop van de leasetermijn wordt opgenomen.

Ageas als lessee

Ageas least terreinen, gebouwen, apparatuur en auto's. De leasevoorwaarden worden afzonderlijk overeengekomen en omvatten een brede waaier aan voorwaarden.

Eenzelfde waarderingsmodel is van toepassing op activa die worden geleased onder zowel operationele als financiële leasetransacties. Bij dit waarderingsmodel worden bij aanvang een gebruiksrechtactief en een leaseverplichting opgenomen.

De leaseverplichting omvat de contante waarde van de volgende leasebetalingen die niet zijn betaald op de aanvangsdatum, inclusief leasebetalingen die verschuldigd zijn onder redelijk zekere verlengingsopties:

  • Vaste betalingen (inclusief naar hun wezen vaste betalingen) onder aftrek van eventuele te ontvangen lease-incentives;
  • Variabele leasebetalingen afhankelijk van een index of een tarief, initieel gewaardeerd met gebruik van de index of het tarief op de aanvangsdatum;
  • Bedragen die Ageas naar verwachting verschuldigd is in het kader van garanties op de restwaarde;
  • De uitoefenprijs van een aankoopoptie als het redelijk zeker is dat Ageas deze optie zal uitoefenen; en
  • Betalingen voor boetes bij beëindiging van de lease, als de leasetermijn het waarschijnlijk maakt dat Ageas deze optie zal uitoefenen.

De leaseverplichting wordt verdisconteerd met toepassing van het impliciete rentetarief van de lease. Als dit percentage niet eenvoudig kan worden bepaald, wordt het incrementele financieringstarief van Ageas toegepast. Als incrementeel financieringstarief past Ageas een breed beschikbare samengestelde curve toe, die is gebaseerd op een steekproef van bestaande secundaire obligaties van financiële emittenten met een rating A, verhoogd met een risicopremie. Voor parkeergarages wordt een risicovrije rente toegepast, gelijk aan de renteswap voor een soortgelijke looptijd, verhoogd met een risicopremie.

De boekwaarde van de leaseverplichting stijgt vervolgens om de rente op de leaseverplichting te weerspiegelen en daalt om de uitgevoerde leasebetalingen te weerspiegelen. De leaseverplichting wordt herberekend teneinde de leaseveranderingen of wijzigingen in de leasebetalingen te weerspiegelen, inclusief een wijziging in een index of tarief gebruikt om deze betalingen te bepalen.

De rente op de leaseverplichting in elke periode vertegenwoordigt het bedrag dat een constant periodiek rentetarief over het resterende saldo van de leaseverplichting levert. De rente op de leaseverplichting wordt verwerkt in de resultatenrekening, samen met de variabele leasebetalingen die niet zijn opgenomen in de waardering van de leaseverplichting in de periode waarin de gebeurtenis of voorwaarde die de aanleiding voor deze betalingen is zich voordoet.

Het gebruiksrechtactief wordt gewaardeerd tegen de kostprijs en omvat de initieel opgenomen leaseverplichting, gecorrigeerd voor eventuele leasebetalingen die hebben plaatsgevonden bij of voor de aanvang van de lease, eventueel ontvangen lease-incentives, eventuele initiële directe kosten voor Ageas en een raming van de kosten die gepaard gaan met de ontmanteling en verwijdering van het onderliggende actief.

Vervolgens wordt het gebruiksrechtactief gewaardeerd tegen de kostprijs, onder aftrek van de opgelopen afschrijvingen en eventuele bijzonder waardeverminderingen. Het gebruiksrechtactief wordt lineair afgeschreven over de gebruiksduur van het actief of de looptijd van de lease, naargelang welke korter is. Net als andere niet-financiële activa ondergaat een gebruiksrechtactief een bijzondere waardevermindering wanneer de boekwaarde van dat actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De afschrijving van het gebruiksrechtactief en eventuele bijzondere waardeverminderingen worden verwerkt in de resultatenrekening.

Bij een herwaardering van de leaseverplichting in het licht van wijzigingen in de lease of in de leasebetalingen wordt het gebruiksrechtactief gecorrigeerd voor deze herwaardering.

Het bovengenoemde waarderingsmodel wordt niet gebruikt voor lease van activa met een lage waarde voor Ageas of kortlopende leases, waarbij de looptijd van de lease bij aanvang hiervan 12 maanden of minder bedraagt. Voor deze leases worden de uitgevoerde leasebetalingen als kosten opgenomen in de resultatenrekening, op lineaire basis over de looptijd van de lease.

Kasstroomoverzicht

In het geconsolideerde kasstroomoverzicht worden leasebetalingen gepresenteerd als kasstroom uit bedrijfsactiviteiten, als onderdeel van 'schulden'.

2.8.8 Leningen

Vorderingen op banken, overheden en klanten omvatten leningen die Ageas heeft geïnitieerd door rechtstreeks geld te verschaffen aan de lener of tussenpersoon. Deze leningen worden tegen geamortiseerde kosten opgenomen.

Titels van schuldvorderingen die op de primaire markt rechtstreeks van de emittent werden overgenomen worden als lening verantwoord op voorwaarde dat er geen actieve markt voor deze titels is.

Leningen die worden geïnitieerd of aangekocht met het voornemen ze op korte termijn te verkopen of te securitiseren worden verantwoord als activa aangehouden voor handelsdoeleinden.

Leningen die worden aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening of als voor verkoop beschikbaar worden als zodanig verantwoord bij eerste opname.

Kredietverbintenissen die bepalen dat een lening kan worden opgenomen binnen het tijdskader dat algemeen door regelgeving of een marktconventie is vastgesteld, worden niet in de balans verantwoord.

De marginale kosten en ontvangen provisies voor het afsluiten van leningen worden geamortiseerd over de looptijd van de lening als een aanpassing van de rentebaten.

Bijzondere waardevermindering op leningen

Een kredietrisico voor een specifieke waardevermindering op een lening vastgesteld als er een objectieve aanwijzing bestaat dat Ageas niet alle bedragen zal kunnen innen die verschuldigd zijn in overeenstemming met de contractuele voorwaarden. Het bedrag van de waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde, zijnde de contante waarde van de verwachte kasstromen of de waarde van de zekerheden indien de lening door een zekerheid is gedekt, verminderd met de kosten om deze zekerheden te realiseren.

Een 'bestaande maar niet gerapporteerde' (incurred but not reported, 'IBNR') waardevermindering op leningen wordt verantwoord wanneer er een objectieve aanwijzingen is dat verliezen aanwezig zijn in componenten van de leningenportefeuille, zonder dat leningen die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan specifiek zijn geïdentificeerd. De IBNR wordt geschat op basis van historische patronen van verliezen in elk segment, die het huidige economische klimaat waarin de leners opereren weergeven en die op basis van een analyse van de politiek-economische situatie in bepaalde landen rekening houdt met een verhoogd risico van betalingsmoeilijkheden.

Bijzondere waardeverminderingen worden verantwoord als een daling van de boekwaarde van 'vorderingen op banken' en 'vorderingen op klanten'.

Bijzondere waardeverminderingen op niet uit de balans blijkende kredietverbintenissen worden verantwoord als 'voorzieningen'.

Wanneer een specifieke lening wordt geïdentificeerd als oninbaar en alle wettelijke en procedurele middelen uitgeput zijn, wordt de lening in mindering gebracht op de daarmee verband houdende lasten van bijzondere waardevermindering; latere realisaties worden onder wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen in de resultatenrekening verantwoord.

2.8.9 Herverzekering en overige vorderingen

Herverzekering

Ageas aanvaardt en/of cedeert herverzekeringen in het kader van de normale bedrijfsvoering. Herverzekeringsvorderingen omvatten hoofdzakelijk saldi die verschuldigd zijn door zowel verzekerings- als herverzekeringsondernemingen voor gecedeerde verzekeringsverplichtingen. Bedragen die vorderbaar zijn op of verschuldigd zijn aan herverzekeraars worden geschat op een wijze die strookt met de bedragen die verbonden zijn aan de herverzekerde polissen en die in overeenstemming zijn met het herverzekeringscontract.

Herverzekering wordt in de balans op bruto basis gepresenteerd, tenzij een recht op verrekening bestaat.

Overige vorderingen

Overige vorderingen, die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering en door toedoen van Ageas ontstaan, worden bij eerste opname tegen reële waarde verantwoord en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd aan de hand van de effectieve-rentemethode, onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

2.8.10 Overlopende acquisitiekosten

Algemeen

De kosten van nieuwe en hernieuwde verzekeringen, die alle variëren en hoofdzakelijk verband houden met de productie van nieuwe verzekeringen, worden uitgesteld en afgeschreven, resulterend in overlopende acquisitiekosten (deferred acquisition costs (DAC)). DAC omvatten voornamelijk commissies, onderschrijvings-, agenten- en polisuitgifte-kosten. De afschrijvingsmethode is gebaseerd op de verwachte verdiende premie of de geschatte brutowinstmarges. DAC worden periodiek getoetst op realiseerbaarheid op basis van schattingen van toekomstige winsten van de onderliggende contracten.

Amortisatie in verhouding tot verwachte premies

Voor levensverzekerings- en beleggingsproducten, in beide gevallen zonder discretionaire winstdeling, worden de DAC geamortiseerd in verhouding tot de verwachte premies. Veronderstellingen wat betreft verwachte premies worden geschat op de datum van de polisuitgifte en worden consequent toegepast tijdens de looptijd van de contracten. Afwijkingen van de op basis van ervaring geschatte resultaten worden weergegeven in de resultatenrekening in de verslagperiode waarin die afwijkingen zich voordoen. Voor deze contracten worden de DAC over het algemeen voor de totale looptijd van de polis afgeschreven.

Amortisatie in lijn met verwachte brutomarge

Voor levensverzekerings- en beleggingsproducten, in beide gevallen met discretionaire winstdeling, worden de DAC afgeschreven over de verwachte looptijd van de contracten op basis van de waarde van de geschatte brutomarge of -winstbedragen op basis van het verwachte beleggingsrendement. De verwachte brutomarge omvat verwachte premies en beleggingsresultaat, verminderd met uitkeringen en administratieve kosten, wijzigingen in de netto premiereserve en, indien van toepassing, verwachte dividend voor polishouders. Afwijkingen tussen de werkelijke resultaten en de op basis van ervaring geschatte resultaten worden verantwoord in de resultatenrekening in de verslagperiode waarin die afwijkingen zich voordoen. De overlopende acquisitiekosten worden aangepast om rekening te houden met het amortisatie-effect van ongerealiseerde winsten (verliezen) die in het eigen vermogen zijn verantwoord alsof ze gerealiseerd waren met de overeenkomstige aanpassing aan ongerealiseerde winsten (verliezen) in het eigen vermogen.

Amortisatie in lijn met verdiende premies

Voor kortlopende contracten worden de overlopende acquisitiekosten geamortiseerd over de verslagperiode waarin de betreffende geschreven premies worden verdiend. Toekomstige beleggingsopbrengsten met een risicovrij rendementspercentage worden in aanmerking genomen bij het inschatten van de realiseerbaarheid van de overlopende acquisitiekosten.

Amortisatie in lijn met betreffende opbrengsten van geleverde diensten

Sommige beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling die door verzekeringsinstellingen zijn uitgegeven betreffen zowel het initiëren van een financieel instrument als het verlenen van diensten op het gebied van beleggingsbeheer. Indien duidelijk identificeerbaar worden de marginale kosten met betrekking tot het recht om diensten op het gebied van beleggingsbeheer te verlenen verantwoord als actief en worden ze geamortiseerd als de desbetreffende opbrengsten worden verwerkt. Het betreffende immateriële actief wordt op elke verslaggevingsdatum getoetst op realiseerbaarheid. Commissies voor het beheer van beleggingen op deze contracten worden verantwoord als opbrengsten wanneer deze diensten worden verleend.

2.8.11 Verplichtingen inzake (her)verzekerings- en beleggingscontracten

Verplichtingen inzake (her)verzekerings- en beleggingscontracten houden verband met:

  • Verzekeringscontracten;
  • Herverzekeringscontracten;
  • Beleggingscontracten met discretionaire winstdelingscomponent (discretionary participation features (DPF)); en
  • Beleggingscontracten zonder DPF.

Classificatie van contracten

Aan polishouders verbonden verplichtingen worden geclassificeerd op basis van de kenmerken van de onderliggende verzekeringscontracten en de specifieke risico's van deze contracten:

Verzekeringscontracten zijn die contracten waarin Ageas een aanzienlijk verzekeringsrisico van een andere partij (de polishouder) heeft geaccepteerd door ermee in te stemmen de polishouder te compenseren indien een bepaalde onzekere toekomstige gebeurtenis (de verzekerde gebeurtenis) nadelige gevolgen heeft voor de polishouder. Er is uitsluitend sprake van aanzienlijk verzekeringsrisico indien een verzekeraar als gevolg van een verzekerde gebeurtenis in elk scenario aanzienlijke aanvullende voordelen moet uitkeren, exclusief scenario's zonder economische betekenis (dat wil zeggen zonder waarneembaar effect op de economische betekenis van de transactie). Verzekeringscontracten kunnen ook een financieel risico overdragen.

Beleggingscontracten (met of zonder discretionaire winstdeling) zijn contracten die een aanzienlijk financieel risico overdragen. Een financieel risico is het risico van een mogelijke toekomstige verandering in een of meer van de volgende variabelen: een bepaalde rentevoet, prijs van een financieel instrument, grondstoffenprijs, valutakoersen, index van prijzen of rentevoeten, kredietwaardigheid of kredietindex of andere variabele, mits, in geval van een niet-financiële variabele, de variabele niet specifiek voor een contractpartij is.

Als een contract als een verzekeringscontract is aangemerkt, blijft het een verzekeringscontract tot het einde van de looptijd, zelfs als het verzekeringsrisico aanzienlijk afneemt tijdens deze periode, tenzij alle rechten en verplichtingen nietig verklaard of beëindigd zijn. Beleggingscontracten kunnen echter na aanvang worden aangemerkt als verzekeringscontracten als het verzekeringsrisico aanzienlijk wordt.

Verzekeringscontracten, herverzekeringscontracten en beleggingscontracten met DPF worden verantwoord overeenkomstig IFRS 4. Beleggingscontracten die geen significant verzekeringsrisico overdragen worden verantwoord overeenkomstig IAS 39.

Levensverzekeringen

Toekomstige polisuitkeringen

Voor levensverzekeringscontracten worden toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen berekend met behulp van een nettopremiemethode (de contante waarde van toekomstige nettokasstromen), waarbij wordt uitgegaan van actuariële veronderstellingen op basis van historische ervaring en standaarden binnen de verzekeringssector.

Winstdelende polissen omvatten eventuele verplichtingen die contractuele dividenden of andere winstdelingen weerspiegelen. Voor bepaalde contracten zijn de toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen geherwaardeerd om de huidige marktrente te reflecteren.

De beleggingsovereenkomsten zonder winstdeling zijn voornamelijk unit-linked overeenkomsten waarbij Ageas de beleggingen namens de polishouder aanhoudt en deze tegen reële waarde waardeert. Eigen aandelen aangehouden voor polishouders worden geëlimineerd. Unitlinked overeenkomsten zijn specifieke levensverzekeringscontracten waarop artikel 25 van EU-richtlijn 2002/83/EG op van toepassing is. De uitkeringen van deze overeenkomsten zijn gekoppeld aan icbe's (instellingen voor collectieve belegging in effecten), aan een aandelenmandje, een referentiewaarde, of aan een combinatie van die waarden, of units, die in de overeenkomsten zijn vastgelegd. De verplichtingen voor unit-linked overeenkomsten worden gewaardeerd tegen waarde per eenheid (= de reële waarde van het fonds waarin de unit-linked overeenkomst is belegd, gedeeld door het aantal van de units van het fonds), waarbij veranderingen in de reële waarde worden verantwoord in de resultatenrekening. De reële waarde bedraagt nooit minder dan het uit te keren bedrag bij afkoop (indien van toepassing), rekening houdend met de vereiste opzegtermijn voor zover van toepassing.

Bepaalde producten bevatten financiële garanties die ook worden gewaardeerd tegen reële waarde en worden verantwoord in verplichtingen met betrekking tot unit-linked overeenkomsten, waarbij de reële-waardeverandering wordt verantwoord in de resultatenrekening. Er wordt rekening gehouden met verzekeringsrisico's op basis van actuariële veronderstellingen.

Stortingen en onttrekkingen worden rechtstreeks in de balans verwerkt als mutatie van de verplichting, zonder invloed op de resultatenrekening.

Gewaarborgde minimumrendementen

De financieringscomponent voor levensverzekeringscontracten met gegarandeerde minimumrendementen wordt gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Aanvullende verplichtingen zijn vastgesteld teneinde de verwachte langetermijnrente te weerspiegelen. Deze aanvullende verplichtingen worden berekend als het verschil tussen de contante waarde en de boekwaarde van de gegarandeerde bedragen.

De verplichtingen met betrekking tot lijfrentepolissen tijdens de opbouwperiode zijn gelijk aan de cumulatieve saldi van de polishouder. Na de opbouwperiode zijn de verplichtingen gelijk aan de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen. Wijzigingen in sterftetabellen uit voorgaande jaren worden volledig in deze verplichtingen weergegeven.

Discretionaire winstdeling

De meeste levensverzekerings- of beleggingscontracten voorzien in een gegarandeerde vergoeding. Sommige contracten kunnen ook een recht op winstdeling bevatten (discretionary participation features (DPF)). Dit element geeft de houder van het contract het recht om, boven op gegarandeerde elementen, aanvullende uitkeringen en bonussen te ontvangen:

  • Die waarschijnlijk een aanzienlijk deel van de totale contractuele uitkeringen vormen;
  • Waarvan het bedrag of de timing volgens contract naar goeddunken van Ageas is;
  • Die contractueel gebaseerd zijn op:
    • ‐ De prestatie van een specifieke 'pool' van contracten of een bepaald type contract;
    • ‐ Gerealiseerde en/of ongerealiseerde beleggingsrendementen op een specifieke 'pool' van activa in handen van Ageas;
    • ‐ De winst of het verlies van Ageas, een fonds of een andere entiteit die het contract uitgeeft.

Voor levensverzekeringscontracten en beleggingscontracten met DPF worden vergoedingen ten gunste van polishouders berekend uitgaande van het contractueel verschuldigde bedrag op basis van de statutaire nettowinst, beperkingen en betaaltermijnen. De DPFcomponent inzake beleggingscontracten betreft een voorwaardelijke toezegging met betrekking tot ongerealiseerde winsten en verliezen. Deze toezegging blijft hierdoor onderdeel van de ongerealiseerde winsten en verliezen zoals begrepen in het eigen vermogen. Indien de toezegging onvoorwaardelijk wordt, vindt overboeking naar de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven plaats.

Beleggingscontracten zonder DPF worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs en verantwoord als een depositoverplichting.

In een contract besloten derivaten

Als er geen nauw verband bestaat tussen in een contract besloten derivaten en de basiscontracten, worden in een contract besloten derivaten gescheiden van de basiscontracten en verantwoord tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. Actuariële veronderstellingen worden op elke verslaggevingsdatum beoordeeld en de daaruit voortvloeiende impact wordt in de resultatenrekening verwerkt.

Splitsing

De depositocomponent van een verzekeringscontract wordt gesplitst als aan de twee volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. De depositocomponent (inclusief eventuele erin besloten afkoopopties) kan afzonderlijk worden gewaardeerd (dat wil zeggen zonder rekening te houden met de verzekeringscomponent); en
    1. De grondslagen van de financiële verslaggeving van Ageas vereisen niet anderszins de opname van alle verplichtingen en rechten die voortvloeien uit de depositocomponent.

Momenteel heeft Ageas alle rechten en verplichtingen met betrekking tot uitgegeven verzekeringscontracten opgenomen, conform de regels voor verslaggeving. Dientengevolge heeft Ageas geen gesplitste depositocomponent met betrekking tot de verzekeringscontracten opgenomen.

Niet-levensverzekeringen

Claims

Claims en schadebehandelingskosten worden in de resultatenrekening verantwoord op het moment dat de uitgaven worden gedaan. Nietbetaalde claims en schadebehandelingskosten omvatten schattingen voor gerapporteerde claims en voorzieningen voor claims die zijn voorgevallen maar niet gerapporteerd. De schattingen van voorgevallen maar niet gerapporteerde claims worden gebaseerd op ervaring uit het verleden, de huidige ontwikkeling van claims en het heersende sociale, economische en wettelijke kader. De verplichting voor schadeverzekeringsclaims en schadebehandelingskosten (na aftrek van schadeloosstellingen, verhaalde schaden, verkrijging van het eigendom van verzekerde zaken en subrogatie) is gebaseerd op schattingen van verwachte verliezen en houdt rekening met de beoordeling door het management wat betreft de verwachte inflatie, de kosten voor afhandeling van claims, juridische risico's en trends in de ontwikkeling van compensatietoekenningen. Schadeverplichtingen inzake arbeidsongeschiktheid worden verantwoord tegen de netto contante waarde. De opgenomen verplichtingen zijn toereikend om de uiteindelijke kosten van claims en schadebehandelingskosten te dekken. De daaruit voortvloeiende aanpassingen worden in de resultatenrekening verantwoord.

Ageas verdisconteert de verplichtingen voor schade enkel voor claims met bepaalbare en periodieke betalingstermijnen.

Toereikendheidstoets voor de verplichtingen

Op elke rapporteringsdatum voert Ageas toereikendheidstoetsen (Liability Adequacy Test (LAT)) uit teneinde te waarborgen dat de opgenomen verzekeringsverplichtingen toereikend zijn.

Afzonderlijke toetsen worden uitgevoerd voor:

  • Verplichtingen Leven en verplichtingen gezondheid die lijken op die van verplichtingen Leven, inclusief annuïteiten afkomstig van Niet-leven-producten;
  • (Niet-verdiende) premiereserves afkomstig van Niet-levenproducten en verplichtingen gezondheid die niet lijken op die van verplichtingen Leven; en
  • Voorzieningen voor te betalen schades afkomstig van Niet-levenproducten en verplichtingen gezondheid die niet lijken op die van verplichtingen Leven.

In het kader van deze LAT's kijkt Ageas naar de beste schattingen, overeenkomend met de contante waarde van alle contractuele kasstromen, inclusief verwante kasstromen zoals commissies en kosten. De contractlimieten van Solvency II worden toegepast, maar zijn in Niet-leven beperkt tot diegene die binnen de IFRS-reserves vallen.

Voor verplichtingen Leven (en verplichtingen gezondheid die lijken op die van verplichtingen Leven, inclusief annuïteiten afkomstig van Nietleven-producten) omvat de LAT ook de kasstromen voortvloeiend uit embedded opties en waarborgen en beleggingsbaten. Beleggingsinkomsten worden bepaald met gebruik van het actuele boekrendement van de bestaande portefeuille, gebaseerd op de veronderstelling dat na het einde van de looptijd van de financiële instrumenten herbelegging plaatsvindt tegen een risicovrije rente plus een bedrijfsspecifiek aanpassing voor volatiliteit op basis van EIOPAmethodiek. Voor directe beleggingen in vastgoed, worden de werkelijke huuropbrengsten tot de volgende contractuele verlengingsperiode in aanmerking gekomen.

Voor Niet-leven wordt de contante waarde van alle kasstromen bepaald, gebruikmakend van een risicovrije disconteringsvoet verhoogd met een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing op basis van de EIOPA-methodiek (na het laatste liquide punt wordt de zogenaamde Ultimate Forward Rate-extrapolatie gebruikt).

Elk tekort in de LAT wordt meteen in de resultatenrekening opgenomen, als een bijzondere waardevermindering van het DAC- of VOBA-type of als een verlies. Als het tekort in een volgende periode vermindert, wordt de daling van het tekort via de resultatenrekening teruggeboekt. Een tekort wordt gedefinieerd als:

  • Een negatieve contante waarde van de toekomstige marge voor Leven-producten en op Leven-producten lijkende gezondheidsproducten, inclusief annuïteiten afkomstig uit Nietleven-producten; en
  • Het positieve verschil tussen de netto contante waarde van de kasstromen en de dienovereenkomstige IFRS-reserves voor Nietleven-producten en niet op Leven-producten lijkende gezondheidsproducten.

De LAT-toetsing houdt rekening met het effect van herverzekering, en voor rechtstreekse vastgoedbeleggingen worden de werkelijke huuropbrengsten tot de volgende contractuele verlengingsperiode in rekening genomen. De LAT-toetsing wordt bepaald op het niveau van de juridische entiteit.

Als de lokale LAT-vereisten strenger zijn dan de bovengenoemde, passen de lokale entiteiten de lokale regels toe.

Shadow accounting

In sommige onderdelen van Ageas heeft de realisatie van winsten en verliezen directe gevolgen voor de waardering van de verzekeringsverplichtingen en de daaraan gerelateerde acquisitiekosten.

In een aantal van deze onderdelen past Ageas shadow accounting toe op de veranderingen in de reële waarde van de voor verkoop beschikbare beleggingen en van de activa en verplichtingen die van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen. Shadow accounting betekent dat ongerealiseerde winsten of verliezen op voor verkoop beschikbare activa, die in het eigen vermogen worden opgenomen zonder de resultatenrekening te beïnvloeden, van invloed zijn op de waardering van verzekeringsverplichtingen (of overgedragen acquisitiekosten of value of business acquired) op dezelfde manier als gerealiseerde winsten of verliezen dat zouden doen.

Als onderdeel van shadow accounting breiden sommige ondernemingen van Ageas de standaard-LAT uit met een shadow-LATtoetsing. Onder de shadow-LAT wordt het bedrag aan ongerealiseerde meerwaarden, verwerkt in overig comprehensive income, bovenop het overschot dat voortvloeit uit de standaard-LAT, verantwoord als een shadow-verplichting.

De overblijvende ongerealiseerde veranderingen in de reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa (na toepassing van shadow accounting) die onderhevig zijn aan discretionaire winstdeling, worden aangemerkt als een afzonderlijk onderdeel van het eigen vermogen.

Een bijkomende uitgestelde-winstdelingsverplichting (deferred profit sharing liability, DPL) wordt toegerekend op basis van een constructieve verplichting of op basis van het bedrag dat wettelijk of contractueel moet worden betaald op verschillen tussen statutaire baten en IFRS-baten en ongerealiseerde winsten of verliezen die onder eigen vermogen zijn verantwoord.

Herverzekering

De boekhoudkundige verwerking van herverzekeringscontracten hangt af van het feit of er binnen het contract significante verzekeringsrisico's worden overgedragen.

Herverzekeringscontracten waarbij een aanzienlijk verzekeringsrisico wordt overgedragen, worden verantwoord naar gelang het verzekeringscontract.

Herverzekeringscontracten die niet een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen, worden verantwoord op basis van de deposit method en onder leningen of schulden verantwoord als financiële activa of verplichtingen. Een dergelijk financieel actief of dergelijke financiële verplichting wordt verantwoord tegen de betaalde, respectievelijk ontvangen vergoeding, verminderd met eventuele, expliciet geïdentificeerde premies of vergoedingen die toekomen aan de herverzekerde. De betaalde, respectievelijk ontvangen bedragen die uit deze contracten voortvloeien, worden verantwoord als deposito's met behulp van de effectieve-rentemethode.

Deposito's van herverzekeraars in het kader van in herverzekering gecedeerde zaken die een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen, zijn gelijk aan het op balansdatum verschuldigde bedrag.

Verplichtingen met betrekking tot gecedeerde herverzekeringsactiviteiten die geen aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen, kunnen worden beschouwd als financiële verplichtingen en deze verplichtingen worden op dezelfde wijze als andere financiële verplichtingen verantwoord.

2.8.12 Schuldbewijzen, achtergestelde verplichtingen en overige schulden

Schuldbewijzen, achtergestelde schulden en overige financieringen worden eerst verantwoord tegen reële waarde met inbegrip van de directe transactiekosten. Vervolgens worden ze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en eventuele verschillen tussen de nettoopbrengst en de aflossingsprijs worden verantwoord in de resultatenrekening over de periode van de lening op basis van de effectieve-rentemethode.

Schulden die in een vast aantal eigen aandelen van Ageas kunnen worden omgezet, worden bij de eerste opname gescheiden in twee componenten:

  • a) Een schuldinstrument, gewaardeerd door bepaling van de reële waarde van een soortgelijke verplichting (inclusief eventuele niet aan aandelen gerelateerde derivatenkenmerken) zonder hiermee verbonden aandelencomponent; en
  • b) Een aandeleninstrument waarvan de boekwaarde de optie vertegenwoordigt om het instrument in gewone aandelen te converteren, bepaald door de boekwaarde van de financiële verplichting af te trekken van de waarde van het samengestelde instrument als geheel.

Indien Ageas de schulden, achtergestelde verplichtingen en overige leningen aflost, worden deze uit de balans verwijderd en wordt het verschil tussen de boekwaarde van de verplichting en de betaalde vergoeding in de resultatenrekening verantwoord.

2.8.13 Personeelsvergoedingen

Pensioenverplichtingen

Ageas kent wereldwijd een aantal toegezegdpensioen- en toegezegdebijdrage-pensioenregelingen in overeenstemming met lokale voorwaarden of sectorgebonden praktijken. De pensioenregelingen worden doorgaans gefinancierd door betalingen aan verzekeraars of aan door trustees beheerde regelingen. De financiering wordt bepaald aan de hand van periodieke actuariële berekeningen. Gekwalificeerde actuarissen berekenen de pensioenactiva en -verplichtingen minimaal één keer per jaar.

Een toegezegdpensioenregeling is een pensioenregeling waarbij een vaste toezegging aan een werknemer op pensioenleeftijd wordt vastgelegd, doorgaans afhankelijk van een of meer factoren zoals leeftijd of dienstjaren.

Een toegezegdebijdrageregeling is een pensioenregeling waarbij Ageas vaste bijdragen betaalt. Onder IAS 19 wordt een regeling met een toegezegde bijdrage en een gewaarborgd rendement echter beschouwd als een toegezegd-pensioenregeling vanwege het (wettelijk vastgestelde) gewaarborgde rendement dat in deze regelingen is opgenomen.

Voor toegezegdpensioenregelingen worden de pensioenkosten en daarmee verband houdende pensioenactiva of -verplichtingen geschat op basis van de projected unit credit-methode. In deze methode:

  • Wordt voor elke periode van diensttijd een extra eenheid vergoeding toegekend en elke eenheid wordt afzonderlijk gewaardeerd om de uiteindelijke verplichting op te bouwen;
  • Worden de kosten van die vergoedingen in de resultatenrekening als last verantwoord om de pensioenkosten te spreiden over de diensttijd van de werknemers;
  • Wordt de pensioenverplichting gewaardeerd tegen de contante waarde van de geschatte toekomstige uitstromen van geldmiddelen, verdisconteerd tegen een rentevoet gebaseerd op de marktrendementen van kwalitatief hoogwaardige bedrijfsobligaties waarvan de looptijd overeenkomt met de resterende looptijd van de betreffende verplichting.

Herwaarderingen, bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het effect van het actiefplafond en het rendement op fondsbeleggingen (exclusief nettorente) worden via overig comprehensive income direct opgenomen in de balans in de periode waarin deze herwaarderingen zich voordoen. Herwaarderingen worden in latere perioden niet geherclassificeerd in de resultatenrekening. De nettorente wordt berekend door de disconteringsvoet op de nettoverplichting of het actief uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling toe te passen.

Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden in de resultatenrekening opgenomen op het eerstvolgende moment:

  • Op de datum van de wijziging van de regeling of van de planinperking; en
  • Op de datum waarop Ageas de herstructureringskosten erkent.

De fondsbeleggingen die bij de pensioenverplichtingen van een entiteit behoren, moeten aan bepaalde criteria voldoen om te worden verantwoord als In aanmerking komende fondsbeleggingen van pensioenregelingen. Die criteria hebben betrekking op het feit dat deze activa juridisch los dienen te staan van Ageas of de crediteuren van Ageas. Indien dit niet het geval is, worden de activa verantwoord in de relevante rubriek in de balans (zoals beleggingen, materiële vaste activa enz.). Indien de activa aan de criteria voldoen, worden deze activa met de pensioenverplichting verrekend.

Indien de reële waarde van fondsbeleggingen met de contante waarde van de verplichtingen van een toegezegdpensioenregeling wordt verrekend, kan het resultaat leiden tot een negatieve waarde (een actief). In dat geval mag het verantwoorde actief niet groter zijn dan de contante waarde van economische voordelen in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regeling ('actiefplafond').

Voorzorgsregelingen die voordelen voor langdurige diensttijd voorzien maar geen pensioenregelingen zijn, worden gewaardeerd tegen contante waarde op basis van de projected unit credit-methode.

De bijdragen van Ageas voor toegezegdebijdrage-pensioenregelingen worden verwerkt in de resultatenrekening in het jaar waar deze betrekking op hebben, behalve in het geval van toegezegdebijdrageregelingen met een gegarandeerd rendement, die boekhoudkundig worden behandeld als een toegezegdpensioenregeling.

Andere verplichtingen na uitdiensttreding

Sommige ondernemingen van Ageas bieden werknemers vergoedingen na uitdiensttreding, zoals leningen tegen voordelige rente en gezondheidszorg verzekeringen. Een werknemer kan gewoonlijk van deze vergoedingen profiteren als de werknemer in dienst blijft tot en met de pensioenleeftijd en een minimumperiode in dienstverband is geweest. De verwachte kosten van die vergoedingen worden toegerekend over de periode van tewerkstelling, op basis van een methode die gelijk is aan de methode voor toegezegdpensioenregelingen. De verplichtingen worden bepaald aan de hand van actuariële berekeningen.

Aandelenopties en regelingen voor deelneming in aandelenkapitaal

Aandelenopties en aandelen onder voorwaarden (restricted shares), zowel via aandelen als contant afgerekende regelingen, worden aan bestuurders en werknemers toegekend als tegenprestatie voor ontvangen diensten. De reële waarde van de ontvangen diensten wordt bepaald aan de hand van de reële waarde van de toegekende aandelenopties en aandelen onder voorwaarden. De kosten van aandelenopties en aandelendeelnameplannen worden gewaardeerd op de toekenningsdatum op basis van de reële waarde van de opties en aandelen onder voorwaarden en worden in de resultatenrekening verantwoord, hetzij direct op de datum van toekenning indien er geen sprake is van een vesting period, hetzij over de vesting period van de opties en aandelen onder voorwaarden.

In aandelen afgerekende regelingen worden verwerkt als toename van het eigen vermogen en worden geherwaardeerd voor het aantal aandelen tot aan de voorwaarden voor vesting is voldaan.

In contanten afgerekende regelingen worden verwerkt als toename van verplichtingen en worden geherwaardeerd voor zowel:

  • Aantal aandelen tot voldaan is aan de voorwaarden voor vesting en
  • Wijziging in de reële waarde van de restricted-shares.

Herberekende kosten worden tijdens de vesting period verantwoord in de resultatenrekening. Kosten met betrekking tot de huidige en voorgaande perioden worden rechtstreeks verantwoord in de resultatenrekening.

De reële waarde van de aandelenopties wordt bepaald met gebruik van een optiewaarderingsmodel dat rekening houdt met de volgende elementen:

  • De aandelenkoers op de datum van toekenning;
  • De uitoefenkoers;
  • De verwachte looptijd van de optie;
  • De verwachte volatiliteit van het onderliggende aandeel en de verwachte dividenden hiervoor; en
  • Het risicovrije tarief over de verwachte looptijd van de optie.

Wanneer de opties worden uitgeoefend en nieuwe aandelen worden uitgegeven, wordt de ontvangen opbrengst na aftrek van eventuele transactiekosten in het aandelenkapitaal verantwoord (nominale waarde) en het surplus bij de uitgiftepremie (het agio). Indien voor dit doel eigen aandelen zijn ingekocht, worden deze geëlimineerd in de rubriek Eigen aandelen.

Personeelsrechten

Personeelsrechten inzake jaarlijkse toegezegde vakantiedagen en uit hoofde van langdurige diensttijd verdiende vakantiedagen worden verantwoord wanneer deze rechten werknemers toekomen. Een voorziening wordt gemaakt voor de geschatte verplichting voor vakantiedagen en extra vakantiedagen vanwege langdurige diensttijd van medewerkers tot de balansdatum.

2.8.14 Voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen

Voorzieningen

Voorzieningen zijn verplichtingen die onzekerheden met zich meebrengen in hoogte of tijdstip van betaling. Voorzieningen worden verantwoord op de balans indien er een bestaande (wettelijke of constructieve) verplichting is tot overdracht van economische voordelen, zoals kasstromen, als gevolg van gebeurtenissen in het verleden en indien op de balansdatum een betrouwbare schatting mogelijk is. Voorzieningen worden aangelegd voor bepaalde garantieovereenkomsten waarvoor Ageas bij niet-betaling verantwoordelijk is. Voorzieningen worden geschat op basis van alle relevante factoren en informatie die op balansdatum bestaan en worden verdisconteerd tegen de risicovrije rentevoet.

Voorwaardelijke verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen zijn onzekerheden waarvan het bedrag niet met voldoende betrouwbaarheid kan worden geschat of wanneer het niet waarschijnlijk is dat betaling vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen.

2.8.15 Eigenvermogenscomponenten

Aandelenkapitaal en kosten van aandelenuitgifte

Kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of aandelenopties, met uitzondering van die bij een bedrijfscombinatie, worden in mindering gebracht op het eigen vermogen na aftrek van eventuele daarmee verband houdende winstbelastingen.

Eigen aandelen

Wanneer de moedermaatschappij of haar dochterondernemingen aandelenkapitaal van Ageas kopen of rechten verkrijgen om aandelenkapitaal van Ageas te kopen, wordt de betaalde vergoeding inclusief eventuele toerekenbare transactiekosten, na aftrek van winstbelastingen, in mindering gebracht op het eigen vermogen.

Dividenden die worden betaald op ingekochte eigen aandelen die in handen van ondernemingen van Ageas zijn, worden geëlimineerd wanneer de Geconsolideerde Jaarrekening wordt opgesteld.

Aandelen Ageas die Ageasfinlux S.A. in het kader van FRESHkapitaaleffecten aanhoudt, zijn niet dividend- of kapitaalgerechtigd. Deze aandelen worden geëlimineerd voor de berekening van het dividend, de nettowinst en het eigen vermogen per aandeel. De kostprijs van de aandelen wordt in mindering gebracht op het eigen vermogen.

Samengestelde financiële instrumenten

Componenten van samengestelde financiële instrumenten (verplichtingen en delen van het eigen vermogen) worden verantwoord in de respectievelijke rubrieken van de balans.

Andere eigenvermogenscomponenten

Andere elementen die in eigen vermogen worden verantwoord hebben betrekking op:

  • Mutaties in het eigen vermogen van deelnemingen (zie paragraaf 2.6);
  • Buitenlandse valuta's (zie paragraaf 2.7);
  • Voor verkoop beschikbare beleggingen (zie paragraaf 2.8.1);
  • Cash flow hedges (zie paragraaf 2.8.2);
  • Discretionaire winstdeling (zie paragraaf 2.8.11);
  • Actuariële winsten en verliezen op toegezegdpensioenregelingen (zie paragraaf 2.8.13);
  • Aandelenopties en regelingen voor aandelen onder voorwaarden (zie paragraaf 2.8.13); en
  • Dividend, eigen aandelen en intrekking van aandelen.

2.8.16 Bruto premie-inkomen

Kortlopende tegenover langlopende contracten

Een kortlopend verzekeringscontract is een contract dat voorziet in verzekeringsbescherming voor een vaste, maar korte periode en dat de verzekeraar de mogelijkheid geeft om het contract op te zeggen of de bepalingen ervan te wijzigen aan het einde van een contractperiode.

Een langlopend contract is een contract waarvan de bepalingen over het algemeen niet eenzijdig kunnen worden gewijzigd, zoals een nietopzegbaar of gewaarborgd hernieuwbaar contract, en dat de uitvoering van verschillende functies en diensten (waaronder verzekeringsbescherming) voor een lange periode bepaalt.

Ontvangen premie-inkomen

Premies uit levensverzekeringscontracten en langlopende beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling worden verwerkt als baten zodra deze door de polishouder verschuldigd zijn. De geschatte toekomstige opbrengsten en kosten wordt verrekend met deze baten met als doel de winst te verantwoorden gedurende de geschatte duur van de verzekeringen. Dit 'matching'-proces wordt uitgevoerd aan de hand van een bepaling van de verplichtingen uit hoofde van de verzekeringscontracten en beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling alsmede aan de hand van vooraf te betalen kosten zoals polisacquisitiekosten.

Verdiend premie-inkomen

Voor verzekeringsovereenkomsten met een korte looptijd (hoofdzakelijk Niet-leven) worden de premies direct bij ingang van de overeenkomst verwerkt. Die premies worden in de resultatenrekening pro-rata gedurende de termijn van de verzekeringsdekking verantwoord als Verdiend. De voorziening voor niet-verdiende premies bevat het gedeelte van de geboekte premies voor de nog niet afgelopen termijn van de dekking.

2.8.17 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

Voor alle rentedragende instrumenten worden de rentebaten en -lasten verantwoord in de resultatenrekening (ongeacht of deze instrumenten zijn geclassificeerd als tot einde looptijd aangehouden, voor verkoop beschikbaar, tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening, als derivaten of als overige activa of passiva) op basis van het toerekeningsbeginsel met behulp van de effectieverentemethode op basis van de werkelijke aankoopprijs inclusief directe transactiekosten. In die rentebaten zijn onder andere begrepen de verdiende coupons op instrumenten met een vaste of variabele rente en de waardevermeerdering of amortisatie van de transactiekosten, de korting of de premie.

Is een financieel actief eenmaal afgewaardeerd tot de geschatte realiseerbare waarde, dan worden de rentebaten daarna gebaseerd op de effectieve rente die ook is gebruikt voor het contant maken van de toekomstige kasstromen voor de bepaling van de realiseerbare waarde.

Dividenden worden opgenomen in de resultatenrekening wanneer het dividend is gedeclareerd.

Ageas treedt op als verhuurder voor niet-opzegbare huurcontracten die verlengingsopties kunnen bevatten, voor vastgoedbeleggingen en voor bepaald vastgoed voor eigen gebruik. Huurinkomsten en andere inkomsten worden, onder aftrek van aan huurders toegekende huurincentives, opgenomen volgens het toerekeningsbeginsel, en worden lineair opgenomen tenzij er overtuigende aanwijzingen zijn dat de voordelen over de periode van de leaseovereenkomst niet gelijkmatig aangroeien.

2.8.18 Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen

Bij financiële instrumenten die worden aangemerkt als voor verkoop aangehouden, vertegenwoordigen de gerealiseerde winsten of verliezen op verkopen en desinvesteringen het verschil tussen de ontvangen opbrengsten en de oorspronkelijke boekwaarde van het verkochte actief, verminderd met eventuele in de resultatenrekening verantwoorde bijzondere waardeverminderingen en gecorrigeerd voor het effect van eventuele hedge accounting. Gerealiseerde winsten en verliezen uit verkopen worden in de resultatenrekening verantwoord in de rubriek Resultaat op verkoop en herwaarderingen.

Bij financiële instrumenten die via de resultatenrekening tegen de reële waarde worden gewaardeerd, wordt het verschil tussen de boekwaarde aan het einde van de huidige verslagperiode en de voorgaande verslagperiode in de resultatenrekening opgenomen onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.

Bij derivaten wordt het verschil tussen de 'schone' reële waarde (dat wil zeggen, zonder het niet-gerealiseerde gedeelte van de rentebijboekingen) aan het einde van de lopende verslagperiode en de voorgaande verslagperiode in de resultatenrekening verantwoord onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.

Bij terugboeking of een bijzondere waardevermindering op een financieel actief, worden de eerder rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkte ongerealiseerde winsten en verliezen overgedragen naar de resultatenrekening.

2.8.19 Commissiebaten

Commissies als integraal onderdeel van effectieve rente

Commissies die een integraal onderdeel vormen van de effectieve rente van een financieel instrument worden in het algemeen behandeld als een aanpassing op de effectieve rente. Dat is het geval bij commissies die worden ontvangen als vergoeding voor activiteiten zoals het evalueren van de financiële toestand van de kredietnemer, het evalueren en boeken van garanties etc. en ook voor commissies die worden ontvangen bij de uitgifte van tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerde financiële verplichtingen. Beide soorten commissies worden uitgesteld en verwerkt als aanpassing van het effectieve rentetarief van het onderliggende financieel instrument, gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

Wordt een financieel instrument tegen de reële waarde in de winst- en verliesrekening verwerkt, dan worden de commissies bij eerste opname van het instrument als baten verantwoord.

Commissies verwerkt wanneer de diensten worden geleverd

Commissies worden in het algemeen als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Indien het onwaarschijnlijk is dat een specifieke leenovereenkomst wordt aangegaan en de lening wordt niet als derivaat aangemerkt, dan wordt de bereidstellingsprovisie op basis van tijdsevenredigheid gedurende de bereidstellingstermijn als bate verantwoord.

Herverzekeringscommissies worden verantwoord als verdiend, deelname aan herverzekeringen worden na ontvangst als inkomsten verantwoord.

Commissies verwerkt na afronding van de onderliggende transactie

Commissies die voortvloeien uit het onderhandelen over of deelnemen in de onderhandeling over een transactie voor een derde worden verantwoord wanneer de onderliggende transactie wordt voltooid. Commissiebaten worden verantwoord wanneer de prestatieverplichting uitgevoerd is. Consortiumcommissie wordt verantwoord in het resultaat wanneer de syndicaatvorming is voltooid.

Commissies uit beleggingsovereenkomsten

De baten uit beleggingscontracten waarbij het gedekte verzekeringsrisico niet significant is, betreffen de vergoeding voor de verzekeringsdekking, administratiekosten en afkoopkosten. Commissies worden als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Aan de lastenkant staan sterfteclaims en bijgeschreven rente.

2.8.20 Winstbelastingen

Actuele belastingverplichtingen

Actuele belastingverplichtingen zijn verschuldigde (terug te vorderen) winstbelastingen met betrekking tot de fiscale winst (het fiscale verlies) over een periode.

Winstbelasting die op winsten moet worden betaald, wordt als last verantwoord op basis van de belastingwetgeving die in elk rechtsgebied geldt in de periode waarin de winsten ontstaan. De belastingeffecten van voor voorwaartse compensatie beschikbare winstbelastingsverliezen worden verantwoord als een uitgestelde belastingvordering indien het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst wordt gerealiseerd waarmee die verliezen kunnen worden verrekend.

Als een juridische entiteit oordeelt dat het niet waarschijnlijk is dat de desbetreffende belastingdienst de toegepaste belastingbehandeling aanvaardt, dan toont deze juridische entiteit de onzekerheidsfactor voor elke onzekere belastingbehandeling door hetzij het meest waarschijnlijke bedrag te gebruiken, of de verwachte waarde, gebaseerd op een reeks mogelijke uitkomsten, afhankelijk welke methode de onzekerheid de uitkomst van de onzekerheid het beste voorspelt.

Uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingverplichtingen zijn in toekomstige perioden te betalen winstbelastingen met betrekking tot fiscale tijdelijke verschillen. Uitgestelde belastingvorderingen zijn in toekomstige perioden terug te vorderen winstbelastingen met betrekking tot verrekenbare tijdelijke verschillen, voorwaartse compensatie van nietgecompenseerde fiscale verliezen en voorwaartse compensatie van ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden.

Uitgestelde belastingen worden volledig verantwoord op basis van de balansmethode op tijdelijke verschillen tussen de fiscale waarde van de activa en verplichtingen en de boekwaarde daarvan in de Geconsolideerde Jaarrekening.

De per balansdatum vastgestelde of grotendeels vastgestelde tarieven worden gebruikt om de uitgestelde belastingen te bepalen.

Uitgestelde belastingvorderingen worden verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale toekomstige winst beschikbaar zal zijn om een deel of de gehele uitgestelde belastingvordering te verrekenen.

Een uitgestelde belastingvordering wordt opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures, tenzij het tijdstip waarop het tijdelijke verschil wordt afgewikkeld kan worden bepaald en het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de nabije toekomst niet zal worden afgewikkeld.

Huidige en uitgestelde belastingen die betrekking hebben op herwaardering tegen reële waarde van balansposten die rechtstreeks als lasten of baten in eigen vermogen worden verwerkt (zoals voor verkoop beschikbare beleggingen en kasstroomafdekkingen), worden ook rechtstreeks als baten of lasten in het eigen vermogen verantwoord en worden vervolgens samen met de uitgestelde winst of het uitgestelde verlies in de resultatenrekening verantwoord.

2.8.21 Winst per aandeel

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de voor gewone aandeelhouders beschikbare nettowinst te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande gewone aandelen gedurende het jaar, met uitsluiting van het gemiddeld aantal gewone aandelen die door Ageas zijn gekocht en als eigen aandelen worden aangehouden.

Voor de verwaterde winst per aandeel wordt het gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande gewone aandelen aangepast op basis van de veronderstelling dat alle gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden worden geconverteerd, zoals converteerbare obligatieleningen, preferente aandelen, aandelenopties en aan werknemers toegekende aandelen onder voorwaarden. Potentiële of voorwaardelijke aandelenuitgiftes worden behandeld als verwaterend wanneer hun conversie in aandelen de nettowinst per aandeel zou doen verminderen.

Het effect van de beëindigde bedrijfsactiviteiten op de gewone en de verwaterde resultaten per aandeel wordt weergegeven door het nettoresultaat voor beëindigde bedrijfsactiviteiten te delen door het gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen gedurende het jaar, exclusief het gemiddeld aantal door Ageas gekochte gewone aandelen en gehouden als eigen aandelen.

3 Overnames en desinvesteringen

De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2020 en 2019. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in toelichting 44 Gebeurtenissen na balansdatum.

3.1 Overnames in 2020

Taiping Reinsurance Co. Ltd. (TPRe) (Azië)

Op 27 november 2020 verwierf Ageas een belang van 24,99% in Taiping Reinsurance Company Limited (TPRe) door in te schrijven op een kapitaalverhoging van HKD 3 miljard (EUR 336 miljoen). TPRe is een dochteronderneming van China Taiping Insurance Holdings (CTIH). Het belang in de deelneming TPRe wordt boekhoudkundig verwerkt via de vermogensmutatiemethode.

Additionele acquisitie in IFLIC (Azië)

Op 30 december 2020 heeft Ageas een aanvullend belang van 23% verworven in de Indiase levensverzekerings-joint venture IDBI Federal Life Insurance Company Ltd. (IFLIC) voor een bedrag van INR 5,1 miljard (EUR 58 miljoen inclusief transactiekosten). Met deze transactie verhoogde Ageas zijn belang in IFLIC tot 49% en wordt het de grootste aandeelhouder in de joint venture die het samen met IDBI Bank en Federal Bank exploiteert. Ageas blijft de geassocieerde deelneming boekhoudkundig verwerken volgens de vermogensmutatiemethode. Na de transactie heeft IFLIC de nieuwe naam Ageas Federal Life Insurance Company gekregen.

3.2 Desinvesteringen in 2020

AG Insurance (België)

In het tweede kwartaal van 2020 leidde een verlies van zeggenschap in de Sicav Equities Euro tot de deconsolidatie van deze entiteit, wat resulteerde in een meerwaarde van EUR 26 miljoen.

In het derde kwartaal van 2020 verkocht AG Insurance de geassocieerde deelneming SCI Frey Retail Fund 2 voor een bedrag van EUR 41 miljoen, waarmee een meerwaarde van EUR 8 miljoen werd gerealiseerd. In het laatste kwartaal van 2020 heeft AG Insurance zijn belangen in de geassocieerde deelneming BG1 verkocht voor een totaalbedrag van EUR 125 miljoen, met een meerwaarde van EUR 32 miljoen.

3.3 Activa aangehouden voor verkoop in 2020

Tesco Underwriting (TU) (UK)

Op 14 oktober 2020 hebben Ageas en Tesco Personal Finance Plc (Tesco Bank) een overeenkomst aangekondigd waarbij Tesco Bank het 50,1%-belang van Ageas in de geassocieerde onderneming Tesco Underwriting Limited zal kopen. De transactie zal naar verwachting in het tweede kwartaal van 2021 worden afgerond. Bijgevolg werd de boekwaarde van EUR 109 miljoen van Tesco Underwriting in de geconsolideerde balans geclassificeerd als vaste activa aangehouden voor verkoop. Er werd een waarderingstest uitgevoerd en er was geen bijzondere waardevermindering van de boekwaarde van Tesco Underwriting nodig.

3.4 Overnames in 2019

Royal Sundaram General Insurance (Azië)

Op 22 februari 2019 maakte Ageas bekend dat alle noodzakelijke toestemmingen van de toezichthouders waren verkregen en bevestigde de afronding van de overname van 40% van het aandelenkapitaal in de Indiase Niet-Levens-verzekeraar Royal Sundaram General Insurance Co. Limited (RSGI). De netto overnamesom bedroeg EUR 191 miljoen, hetgeen een nominale goodwill van EUR 136 miljoen tot gevolg had. RSIG wordt met ingang van het eerste kwartaal van 2019 door Ageas Groep opgenomen met toepassing van de vermogensmutatiemethode.

AG Insurance (België)

Via een inbreng in natura, verkreeg AG Insurance 25,63% van vastgoedfonds Eurocommercial Properties Belgium (EPB) voor een totaal activabedrag van EUR 51 miljoen.

Vastgoedbedrijven (CEU)

Eind december 2019 verwierven diverse groepsentiteiten gezamenlijk drie vastgoedbedrijven in Portugal voor een bedrag van EUR 71 miljoen. De meerderheid van de aandelen is in bezit van Milleniumbcp Ageas. Ageas Groep consolideert deze drie bedrijven volledig per 31 december 2019.

3.5 Desinvesteringen in 2019

AG Insurance (België)

In het laatste kwartaal van 2019 verkocht AG Insurance Hexa Logistic voor een bedrag van EUR 26 miljoen en realiseerde hiermee een meerwaarde van EUR 13 miljoen.

3.6 Activa en verplichtingen van overnames en desinvesteringen

In de onderstaande tabel zijn de activa en verplichtingen als gevolg van overnames en desinvesteringen van dochterondernemingen en deelnemingen per de datum van de overname of desinvestering weergegeven.

2020 2019
Overnames Desinvesteringen Overnames Desinvesteringen
Activa en verplichtingen van overnames en desinvesteringen
Geldmiddelen en kasequivalenten 7 (6) 8 (1)
Financiële beleggingen 5
Vastgoedbeleggingen 33 82 (26)
Leningen 32 7
Beleggingen in deelnemingen
(inclusief kapitaalterugbetalingen) 427 (141) 262 (97)
Herverzekering en overige vorderingen 2
Overlopende rente en overige activa (1)
Materiële vaste activa 1
Goodwill en overige immateriële activa 45
Schulden 49
Actuele en uitgestelde belastingen 8 (3)
Overlopende rente en overige verplichtingen 13 8 (1)
Minderheidsbelangen 7 6
Overige (27)
Netto verworven activa / Netto vervreemde activa 447 (115) 361 (114)
Resultaat bij beëindiging bedrijfsactiviteiten, bruto 66 14
Resultaat op beëindigde bedrijfsactiviteiten, na belasting 66 14
Geldmiddelen aangewend voor acquisities / ontvangen bij verkopen:
Totaal aankoopprijs / verkoopopbrengst (447) 181 (361) 128
Min: Verworven/vervreemde geldmiddelen en kasequivalenten 7 (6) 8 (1)
Geldmiddelen aangewend voor acquisities / ontvangen bij verkopen (440) 175 (353) 127

102

4 Risicomanagement

4.1 Doelstellingen risicomanagement

Als multinationale verzekeraar creëert Ageas waarde door het goed beheren van het onderschrijven, bewaren en transformeren van risico's, zowel op individueel als op algemeen portefeuilleniveau. De verzekeringsactiviteiten van Ageas bieden zowel Leven- als Nietlevensverzekeringen aan en deze zijn dus met een aantal risico's van interne dan wel externe aard verbonden, die de doelstellingen van Ageas kunnen beïnvloeden.

Ageas wil uitsluitend risico's nemen:

  • waarin het bedrijf een goed inzicht heeft;
  • die het adequaat kan beoordelen en beheersen, hetzij op individueel niveau, hetzij op algemeen portefeuilleniveau;
  • die het zich kan veroorloven (d.w.z. die binnen de risicobereidheid van Ageas blijven);
  • die een acceptabele verhouding tussen risico en rendement vertonen (Rekening houdend met de betrokkenheid van Ageas naar haar belanghebbenden, de samenleving en de bedrijfs- en cultuurwaarden).

De belangrijkste doelstellingen van het risicomanagement van Ageas zijn:

  • Het nemen van risico is consistent met de strategie en met de risicobereidheid;
  • Er gelden gepaste incentives die een gemeenschappelijk begrip van onze risicocultuur bevorderen;
  • Er is tijdig geschikte en juiste informatie beschikbaar om een passende strategische besluitvorming mogelijk te maken;
  • Er bestaat aantoonbaar een passende risico governance, die afdoende en doeltreffend is;
  • Er geldt een passend Enterprise Risk Management (ERM) beleidskader (inclusief limieten en minimumnormen), dat wordt begrepen en dat is verankerd in de dagelijkse bedrijfsactiviteiten;
  • Risicoprocessen zijn van hoge kwaliteit en efficiënt, waardoor een juiste en informatieve risicorapportage mogelijk is, die het besluitvormingsproces versterkt.

* A. Rapportageproces belangrijkste & toekomstige risico's B. ORSA-proces

NB - Interne controle, informatiebeveiliging en gegevensbeheer worden beheerd onder de ERM.

Naast 4A en 4B bestaan er nog andere risicorapporten die worden gedocumenteerd binnen het Ageas Enterprise Risk Management Framework.

De risicocultuur vormt een essentieel onderdeel van de algemene bedrijfscultuur die de Raad van Bestuur, het Management Committee en het Executive Committee van Ageas trachten te bevorderen en te verankeren. Ageas risicocultuur, die hierna wordt beschreven, vloeit voort uit Ageas bedrijfscultuur. De principes van de bedrijfscultuur en de belangrijkste componenten van de risicocultuur vormen geven richting aan de acties en beslissingen en weerspiegelen de denkwijze en de houding die in de onderneming wordt verwacht. Executive Committee van Ageas trachten te bevorderen en te verankeren. Ageas risicocultuur, die hierna wordt beschreven, vloeit voort uit Ageas bedrijfscultuur. De principes van de bedrijfscultuur en de belangrijkste componenten van de risicocultuur vormen geven richting aan de acties en beslissingen en weerspiegelen de denkwijze en de houding die in de onderneming wordt verwacht.

De risicocultuur vormt een essentieel onderdeel van de algemene bedrijfscultuur die de Raad van Bestuur, het Management Committee en het

De essentiële elementen van Ageas gewenste risico- (en bedrijfs-) cultuur worden hierna weergegeven. De essentiële elementen van Ageas gewenste risico- (en bedrijfs-) cultuur worden hierna weergegeven.

Om het risicobewustzijn te helpen bevorderen en de risicocultuurwaarden in de hele organisatie te verankeren, zijn er regelmatig risicotrainingen (bijv. over soorten risicogebeurtenissen in de Ageas risicotaxonomie) en communicatie (bijv. via intranet, e-mail Om het risicobewustzijn te helpen bevorderen en de risicocultuurwaarden in de hele organisatie te verankeren, zijn er regelmatig risicotrainingen (bijv. over soorten risicogebeurtenissen in de Ageas risicotaxonomie) en communicatie (bijv. via intranet, e-mail en andere interne communicatie-apps) in de hele organisatie.

en andere interne communicatie-apps) in de hele organisatie.

4.2 Risicomanagementkader

toekomstige kansen.

limieten blijft;

4.2 Risicomanagementkader Ageas definieert risico als de afwijking van verwachte resultaten die een impact kunnen hebben op de solvabiliteit, de inkomsten of de liquiditeit van Ageas, evenals op de bedrijfsdoelstellingen of Ageas definieert risico als de afwijking van verwachte resultaten die een impact kunnen hebben op de solvabiliteit, de inkomsten of de liquiditeit van Ageas, evenals op de bedrijfsdoelstellingen of toekomstige kansen.

Ageas heeft een Enterprise Risk Management ('ERM')-kader opgesteld en geïmplementeerd, geïnspireerd op COSO1F 6 ERM en interne controlekaders, dat de sleutelcomponenten omvat die als ondersteunende basis van het risicomanagementsysteem dienen. Ageas ERM-kader kan worden gedefinieerd als het proces van systematische en uitgebreide identificatie van kritische risico's, waarbij hun impact wordt beoordeeld en integrale strategieën worden geïmplementeerd teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de doelstellingen van de onderneming worden behaald. Het ERM-kader van Ageas (afgebeeld in het bovenstaande diagram) Ageas heeft een Enterprise Risk Management ('ERM')-kader opgesteld en geïmplementeerd, geïnspireerd op COSO1F 6 ERM en interne controlekaders, dat de sleutelcomponenten omvat die als ondersteunende basis van het risicomanagementsysteem dienen. Ageas ERM-kader kan worden gedefinieerd als het proces van systematische en uitgebreide identificatie van kritische risico's, waarbij hun impact wordt beoordeeld en integrale strategieën worden geïmplementeerd teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de doelstellingen van de onderneming worden behaald. Het ERM-kader van Ageas (afgebeeld in het bovenstaande diagram) bepaalt de volgende doelstellingen op het hoogste niveau:

bepaalt de volgende doelstellingen op het hoogste niveau: Definieert een risicobereidheid teneinde te waarborgen dat het risico op insolvabiliteit te allen tijde op redelijke niveaus gehandhaafd blijft en dat het risicoprofiel binnen de vastgestelde Definieert een risicobereidheid teneinde te waarborgen dat het risico op insolvabiliteit te allen tijde op redelijke niveaus gehandhaafd blijft en dat het risicoprofiel binnen de vastgestelde limieten blijft;

  • Brengt een sterke cultuur van risicobewustzijn tot stand waarin managers hun plicht vervullen om een inzicht te hebben in en zich bewust te zijn van de risico's van hun activiteiten, deze risico's Brengt een sterke cultuur van risicobewustzijn tot stand waarin managers hun plicht vervullen om een inzicht te hebben in en zich bewust te zijn van de risico's van hun activiteiten, deze risico's adequaat te beheren en hierover transparant te rapporteren;
  • adequaat te beheren en hierover transparant te rapporteren; Waarborgt identificatie & validatie, beoordeling & stellen van prioriteiten, vastleggen, bewaken en beheren van risico's die het behalen van strategische en bedrijfsdoelstellingen beïnvloeden of Waarborgt identificatie & validatie, beoordeling & stellen van prioriteiten, vastleggen, bewaken en beheren van risico's die het behalen van strategische en bedrijfsdoelstellingen beïnvloeden of kunnen beïnvloeden;
  • kunnen beïnvloeden; Ondersteunt het besluitvormingsproces door erop toe te zien dat informatie over risico's tijdig beschikbaar is voor besluitvormers Ondersteunt het besluitvormingsproces door erop toe te zien dat informatie over risico's tijdig beschikbaar is voor besluitvormers en consistent en betrouwbaar is;
  • en consistent en betrouwbaar is; Verankert strategisch risicomanagement in het totale Verankert strategisch risicomanagement in het totale besluitvormingsproces.

4.3 Risicomanagement organisatie en bestuur

besluitvormingsproces.

4.3 Risicomanagement organisatie en bestuur Een sterk en doeltreffend risico governancekader, ondersteund door een solide risicocultuur, is van kritiek belang voor de totale effectiviteit van de risicomanagementmaatregelen van Ageas. De Raad van Bestuur is uiteindelijk verantwoordelijk voor het algemene risicobeheer. Deze wordt in de uitvoering van zijn taken bijgestaan door verschillende belangrijke bestuursorganen zoals hieronder weergegeven en zoals verder in deze sectie wordt toegelicht (verantwoordelijkheden in verband met risicomanagement en interne controle worden in deze sectie uitgelegd – raadpleeg toelichting 4 voor meer informatie over governance). Een sterk en doeltreffend risico governancekader, ondersteund door een solide risicocultuur, is van kritiek belang voor de totale effectiviteit van de risicomanagementmaatregelen van Ageas. De Raad van Bestuur is uiteindelijk verantwoordelijk voor het algemene risicobeheer. Deze wordt in de uitvoering van zijn taken bijgestaan door verschillende belangrijke bestuursorganen zoals hieronder weergegeven en zoals verder in deze sectie wordt toegelicht (verantwoordelijkheden in verband met risicomanagement en interne controle worden in deze sectie uitgelegd – raadpleeg toelichting 4 voor meer informatie over governance).

104

6 Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission. 6 Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission.

Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur beslist over de middellange- en langetermijnstrategie van de Vennootschap, op basis van voorstellen van het Executive Management, en evalueert deze regelmatig, ten minste eenmaal per jaar. De Raad van Bestuur bepaalt ook de risicobereidheid en de algemene beleidslijnen van de Vennootschap inzake risicobeheer teneinde de strategische doelstellingen van de Vennootschap te verwezenlijken. De Raad van Bestuur is de eerste lijn voor op risico's gebaseerde strategische beslissingen en is nauw betrokken bij het voortdurende toezicht op de ontwikkeling van het risicoprofiel van de Vennootschap. De Raad van Bestuur keurt de operationele plannen en voornaamste beleidslijnen goed die door het Executive Management worden ontwikkeld om de goedgekeurde strategie van de Vennootschap ten uitvoer te brengen, en zorgt ervoor dat de bedrijfscultuur de verwezenlijking van de ondernemingsstrategie ondersteunt en verantwoordelijk en ethisch gedrag bevordert. Voorts keurt de Raad van Bestuur het kader van interne controle en risicomanagement goed dat door het Executive Management wordt voorgesteld, en beoordeelt de Raad van Bestuur de implementatie van dit kader.

De Raad van Bestuur heeft de volgende Adviescomités opgericht om de Raad te adviseren over te nemen beslissingen, om de Raad zekerheid te geven dat bepaalde zaken naar behoren zijn behandeld en, indien nodig, om specifieke zaken onder de aandacht van de Raad te brengen:

  • het Audit Committee
  • het Risk & Capital Committee
  • het Remuneration Committee
  • het Nomination & Corporate Governance Committee

Om beknopt te blijven en gezien hun toezicht op het risicomanagement en de interne controle, worden hierna alleen het Audit Committee en het Risk & Capital Committee uitvoeriger beschreven.

Risk & Capital Committee

Het Risk & Capital Committee verstrekt advies aan de Raad van Bestuur over alle aspecten van de huidige en toekomstige risicostrategie en risicotolerantie, en ondersteunt de Raad van Bestuur bij de uitoefening van toezicht op de uitvoering van die strategie door het Executive Committee.

Audit Committee

Het Audit Committee assisteert de Raad van Bestuur bij het toezicht op en bewaken van verantwoordelijkheden met betrekking tot de interne controle in de breedste zin van het woord. Dit omvat ook de interne controle van de financiële rapportage en risico's.

Executive Committee

De Raad van Bestuur heeft het Executive Committee aangesteld om voorstellen te ontwikkelen gerelateerd aan de strategie van de organisatie en die rekening houden met de managementvereisten inzake risico en financieel beheer. Onder andere volgt het Executive Committee de prestatie van Ageas op als geheel, met inbegrip van de belangrijkste bevindingen die via de Risk Management functie en de Committees worden gerapporteerd. Het implementeert adequate systemen van interne controles, onder meer voor het beheer en de rapportering van risico's en financiële rapporten. Het zorgt ervoor dat de nodige doeltreffende functies en processen voor interne audit, risicobeheer en compliance aanwezig zijn. Het adviseert het Risk & Capital Committee, het Audit Committee, de Raad van Bestuur en de markten/aandeelhouders over het bovenstaande.

Management Committee

Het Management Committee adviseert het Executive Committee over de strategie en de bedrijfsontwikkeling, het beleid van Ageas als geheel, met inbegrip van het financieel beheer (zoals financieringsstrategie, solvabiliteitsaangelegenheden, maar met uitzondering van het dividendbeleid) en risicomanagement (zoals de risicobereidheid).

De volgende organen geven advies – uiteindelijk aan het Executive Committee en/of de Raad van Bestuur, tenzij ze expliciet van het Executive Committee en/of de Raad van Bestuur de opdracht hebben gekregen om voor specifieke taken beslissingen te nemen:

Ageas Investment Committee

Het Ageas Investment Committee (AGICO) adviseert het Executive Committee, bewaakt de totale marktrisico's en zorgt ervoor dat die risico's in overeenstemming zijn met het risicokader en binnen de vastgestelde limieten worden beheerst. Het adviseert het management bij investeringsbeslissingen. Het behoort tevens tot de rol van het AGICO om aanbevelingen te doen op het gebied van strategische activa-allocatie en Asset & Liability Management, en om de algemene beleggingsstrategie van de Groep te optimaliseren en ervoor te zorgen dat er maatregelen worden getroffen om risico's te beperken wanneer dat nodig is. Het AGICO is onderverdeeld in een Aziatisch deel en Europees deel zodat er aan elke regio gerichte aandacht wordt besteed.

Ageas Risk Committee (ARC)

Het Ageas Risk Committee (ARC) adviseert het Executive Committee over alle risico gerelateerde onderwerpen en ziet erop toe dat alle risico's die van invloed zijn op de realisatie van strategische, operationele en financiële doelstellingen direct worden gesignaleerd, gemeten, beheerst, gemeld en bewaakt (aan de hand van toereikende risicobereidheid-limieten). Ook zorgt de commissie ervoor dat er een adequate governance en organisatie voor risicomanagement bestaat en dat deze worden nageleefd (zoals voorgeschreven door het ERMbeleidskader). De Chief Risk Officers en Chief Financial Officers van de Groep, de regio's en de lokale entiteiten zijn lid van het ARC, wat ervoor zorgt dat de beslissingen of aanbevelingen gemaakt door het ARC rekening houden met de visies en expertise van de activiteiten. De belangrijkste risicoaangelegenheden en methodologieën worden herzien en bepaald door het Executive Committee en door de Raad van Bestuur. Het ARC wordt zelf geadviseerd door het Ageas Risk Forum over onderwerpen in verband met het risicomanagementkader en door de Model Control Board van Ageas, die ervoor zorgt dat er relevante modellen worden gehanteerd die geschikt zijn voor de taak waarvoor ze worden gebruikt.

Ageas Risk Forum (ARF)

Het Ageas Risk Forum (ARF) adviseert het Ageas Risk Committee over vraagstukken in verband met het Enterprise Risk Management-kader. De Risk Officers van de Groep, regio's en lokale entiteiten zijn lid van het ARF. Daardoor worden kennis en best practices uitgewisseld teneinde het ERM-kader van de Groep verder te ontwikkelen en voortdurend te verbeteren. Waar gepast wordt het ARF zelf geadviseerd door risico technische commissies.

Ageas Model Control Board (MCB)

De Ageas Model Control Board (MCB) adviseert het Ageas Risk Committee over vraagstukken in verband met de modellen en methodologieën. De MCB bestaat uit Group Risk Model Managers en regionale en lokale vertegenwoordigers, wat een goede interactie met de lokale Model Control Boards mogelijk maakt. Het MCB waarborgt dat de gebruikte modellen geschikt zijn en passen bij de taken waarvoor ze worden ingezet. Waar gepast wordt de MCB zelf geadviseerd door risico technische commissies.

Risicotechnische commissies

Risicotechnische commissies, zoals het Ageas Financial Risk Technical Committee, het Ageas Life Technical Committee, het Ageas Non Life Technical Committee en het Ageas Operational Risk Technical Committee fungeren als technisch deskundige organen. Zij zien toe op de consistentie van de methoden en modellen die bij de lokale dochtermaatschappijen van Ageas worden toegepast. Zij verzamelen de bedrijfsvereisten en stemmen de platforms van de Ageas Groep op elkaar af. Zo zorgen zij ervoor dat de relevante risicobeoordelingen zijn afgestemd op de bedrijfsvereisten en op de algemene reglementaire vereisten. De commissies fungeren verder als adviesorganen voor het ARF en de MCB.

Group Risk Function

De Group Risk Function, die valt onder de verantwoordelijkheid van de Group Chief Risk Officer (CRO), is verantwoordelijk is voor het bewaken van en verslag uitbrengen over het algehele risicoprofiel van de Groep, inclusief het totale risicoprofiel van de verzekeringsmaatschappijen. Die functie ontwikkelt, formuleert en implementeert het ERM-kader dat via regelmatige geactualiseerde risicobeleidslijnen wordt gedocumenteerd. De risicofunctie zorgt ervoor dat de totale modelgovernance klopt en houdt daarbij rekening met de opmerkingen van het onafhankelijke Model Validation-team van Ageas. De functie coördineert ook grote risicogerelateerde projecten. Group Risk (dat ook deel uitmaakt van het netwerk van ESG-ambassadeurs) volgt het onderwerp 'duurzaamheid' en houdt toezicht op ontwikkelingen zoals actieplannen van de Europese Commissie, de opinies van de EIOPA (European Insurance and Occupational Pensions Authority), verklaringen van toezichthouders en wijzigingen in regelgeving en bereidt passende acties voor.

Informatiebeveiliging in een onderdeel van het ERM-kader. Het Executive Committee (ExCo) is uiteindelijk verantwoordelijk voor het beleid voor informatiebeveiliging en het ontwerp, de implementatie en de juiste uitvoering van de daarmee verband houdende controlemaatregelen. Het ExCo wijst de dagelijkse verantwoordelijkheid voor deze regelingen toe aan de Group Chief Information Security Officer (CISO), die binnen de Group Riskorganisatie verantwoording aflegt aan het senior management. De CISO's op het niveau van de Groep en de lokale CISO's ontwikkelen en onderhouden de informatiebeveiligingsstrategie en het bijbehorende beleid dat het governancekader voor informatiebeveiliging ondersteunt en coördineren informatiebeveiliging in de hele organisatie. De CISO's op het niveau van de Groep en de lokale CISO's houden toezicht op de informatiebeveiligingsprogramma's en de hieraan gekoppelde initiatieven. Zij brengen regelmatig verslag uit over met informatiebeveiliging verbonden risico's aan de desbetreffende Steering / Risk Committees, het Executive Management en de Raad van Bestuur.

Group Data Protection Function

De functionaris voor gegevensbescherming (Data Protection Officer - DPO) is een onafhankelijke functie die het management ondersteunt met betrekking tot de verantwoordelijkheid om naleving van de AVG te waarborgen. De DPO ontwikkelt en bewaakt de implementatie van het kader voor het beheer van persoonsgegevens via passende beheerstructuren en controlemaatregelen en voert analyses uit van beveiligings- privacy- en gegevensbeschermingsrisico's. De DPO brengt kwesties onder de aandacht van de lokale toezichthouder voor gegevensbescherming als blijkt dat de entiteit persoonsgegevens begint te verwerken die de betrokkenen schade kunnen berokkenen en / of zorgen baren. De DPO organiseert ook opleidingsprogramma's voor medewerkers teneinde ervoor te zorgen dat de entiteit inzicht heeft in zijn verantwoordelijkheden en plichten.

Group Actuarial Function

Een onafhankelijke functie die rechtstreeks onder de CRO valt teneinde de samenwerking met het risicobeheersysteem te faciliteren. De belangrijkste taak van de Actuarial Function is het verstrekken van actuariële beoordelingen op die belangrijke terreinen (technische voorzieningen, onderschrijving en herverzekering) en coördineert daarnaast de berekening van technische voorzieningen en waarborgt een afdoende mate aan consistentie binnen de hele Groep. Op groepsniveau bestaan gelijktijdig twee actuariële functies: de Ageas Group Actuarial Function die de beoordelingen van de lokale entiteiten consolideert en de Ageas Local Actuarial Function (ALAF). De ALAF focust op de door ageas SA/NV onderschreven herverzekeringsactiviteiten.

Group Compliance Function

Een onafhankelijke controlefunctie binnen Ageas die ernaar streeft om een redelijke mate van zekerheid te verschaffen dat de onderneming en haar werknemers voldoen aan de wetgeving, regelgeving, interne regels en ethische normen.

Group Internal Audit Function

De interne auditfunctie draagt bij aan de verwezenlijking van de doelstellingen van Ageas door professionele en onafhankelijke zekerheid te verschaffen over het effectieve karakter van procedures voor governance, risicobeheer en controle. Als en wanneer dat gepast is, formuleert Audit aanbevelingen om die procedures te optimaliseren.

Lokale Operationele Entiteiten (OpCo's)

Elke OpCo is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een allesomvattend kader voor risicobeheer en voor het beheer van de risico's binnen de limieten, het beleid en de richtlijnen vastgesteld door toezichthouders, de Ageas Groep en zijn lokale Raad van Bestuur.

Daarnaast heeft elke OpCo verplicht:

  • een Risk Committee en een Audit Committee die de Raad van Bestuur bijstaan in het toezicht;
  • een Management Risk Committee, dat ondersteuning biedt aan het eigen managementteam door ervoor te zorgen dat de belangrijkste risico's goed doorgrond worden en dat de juiste risicobeheerprocedures van kracht zijn;
  • een ALM Committee dat marktrisico's volgt zodat deze risico's worden beheerst in overeenstemming met het risicokader en binnen de afgesproken limieten, en om specifieke beslissingen te nemen of aanbevelingen te doen over ALM;
  • een lokale Model Control Board die afstemt met de MCB van Ageas;
  • een risicofunctie (of Risk Officer) die de werkzaamheden van het Risk Committee ondersteunt en de risicorapportage verzorgt en opinies verstrekt aan de lokale CEO, de lokale Raad van Bestuur en het management van de Ageas Groep;
  • een actuariële functie in overeenstemming met de reglementaire vereisten van Solvency II;
  • een compliancefunctie die het bestuurs- of leidinggevend orgaan adviseert over de naleving van wettelijke en administratieve bepalingen en over het beleid op groepsniveau en op lokaal niveau indien daarin aanvullende eisen worden gesteld. Compliance onderzoekt de mogelijke impact van veranderingen in de wettelijke omgeving op de activiteiten van de betrokken onderneming en signaleert compliancerisico's;
  • een Chief Information Security Officer (CISO) ondersteunt het lokale senior management;
  • een functionaris voor gegevensbescherming die aan het hoogste lokale managementniveau rapporteert en de contactpersoon voor de lokale toezichthouder voor gegevensbescherming is.
  • een interne auditfunctie die de adequaatheid en doeltreffendheid van het interne beheersingssysteem en overige elementen van het risicobeheerssysteem evalueert.

4.3.1 Drie 'lines of defence'

Ageas heeft een model met drie 'lines of defence' geïmplementeerd – de drie lijnen hebben allemaal als uiteindelijk doel om het bedrijf te helpen zijn doelstellingen te behalen en tegelijkertijd risico's doeltreffend te beheren. om helpen beheren.

4.4 Doelstellingen kapitaalbeheer

Kapitaal is een schaars en strategisch middel. Een duidelijk gedefinieerde, zorgvuldige en gedisciplineerde management benadering is noodzakelijk om de efficiënte en effectieve inzet ervan te waarborgen. De kapitaalbeheer-benadering die Ageas volgt, beoogt om de behoeften en eisen van alle stakeholders inclusief aandeelhouders, schuldbeleggers, toezichthouders, ratingbureaus en klanten tegen elkaar af te wegen.

De belangrijkste doelstellingen van kapitaalbeheer bij Ageas zijn:

  • optimalisatie van de structuur, samenstelling en allocatie van kapitaal binnen Ageas;
  • waarborgen van waardeschepping door het financieren van winstgevende groei, evenals bescherming van de levensvatbaarheid en winstgevendheid van de onderneming;
  • waarborgen van optimale dividendniveau's, zowel voor de Groep als voor de dochtermaatschappijen.

4.4.1 Kapitaalbeheerkader

De doelstellingen van Ageas ten aanzien van kapitaalbeheer moeten worden gerealiseerd door het volgen van duidelijk gedefinieerde processen. Deze worden bepaald door duidelijk gedefinieerd beleid en procedures, teneinde ervoor te zorgen dat de kapitaalbeheer praktijken binnen de Groep en de OpCo's begrepen, gedocumenteerd en bewaakt worden (met indien noodzakelijk corrigerende maatregelen).

Het kapitaalbeheer kader van Ageas definieert regels en principes ten aanzien van de volgende aspecten:

  • Kapitaal planning, d.w.z. het kapitaal niveau dat de Groep nastreeft definiëren, hetgeen wordt bepaald door:
    • ‐ Wettelijke vereisten en verwachte veranderingen;
    • ‐ Regelgevingsvereisten en verwachte veranderingen;
    • ‐ Groei ambities en toekomstige kapitaal verbintenissen;
    • ‐ Het risk appetite-beleid.
  • Allocatie van kapitaal d.w.z. vaststellen welk kapitaalgebruik Ageas voorziet, hetgeen wordt bepaald door:
    • ‐ Optimalisering van risico/rendement;
    • ‐ Het dividendbeleid (en toekomstige ophalingen van kapitaal);
  • Kapitaalstructurering, d.w.z. behoud van een efficiënt evenwicht tussen eigen en vreemd vermogen;
  • Kapitaalbeheer governance, d.w.z. vaststellen van duidelijke taken en verantwoordelijkheden voor mensen en besluitvormingsorganen die bij kapitaalbeheerprocessen zijn betrokken.

4.5 Beoordelen van solvabiliteit en kapitaal

4.5.1 Het meten van kapitaalvereisten

Onder Solvency II gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) (voor het verzekeringstechnische risico Niet-Leven op het niveau van bepaalde entiteiten) om zijn Solvency-kapitaalvereisten te meten onder Pijler 1. Ageas vult de Pijler I PIM aan met een eigen interne analyse om zijn Solvency-kapitaalvereisten te meten (de SCRageas genoemd) onder Pijler 2. Naast het Partieel Intern Model voor Niet-Leven verfijnt de SCRageas de standaardformule met de volgende elementen:

  • Herziene behandeling van spreadrisico;
  • Opname van de fundamentele spread voor blootstellingen aan EUoverheden (en gelijkwaardig);
  • Uitsluiting van niet-fundamentele spread op andere schuld;
  • Intern model Real Estate
  • Uitsluiting van overgangsmaatregelen.

Deze SCRageas wordt daarna vergeleken met het in aanmerking komende eigen vermogen om de algehele kapitaalvereisten van de Groep te bepalen en de Solvency IIageas ratio vast te stellen.

Raadpleeg voor meer informatie over Solvency II, toelichting 5 Toezicht en solvabiliteit.

De algehele kapitaalvereisten worden elk kwartaal en elk jaar op Groepsniveau gecontroleerd:

  • Via een Solvabiliteits- en Kapitaalrapport op kwartaalbasis zorgt de Raad van Bestuur van Ageas ervoor dat de kapitaaltoereikendheid op nettobasis wordt bereikt.
  • De Raad van Bestuur van Ageas beoordeelt en stuurt eveneens proactief de kapitaaltoereikendheid van de Groep aan op een meerjarenbasis, waarbij rekening wordt gehouden met de strategie en voorspelde zakelijke en risicoveronderstellingen. Dit wordt gedaan aan de hand van een proces dat 'Own Risk & Solvency Assessment' (beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit) wordt genoemd en dat wordt ingebed in het meerjarige begrotings- en planningproces van Ageas.

4.5.2 Risk appetite-kader

Het risk appetite-kader bestaat uit criteria die worden gebruikt om de bereidwilligheid van het management te formuleren om risico te nemen op een specifiek domein. Het risk appetite-kader van Ageas is van toepassing op alle dochtermaatschappijen van Ageas, (gedefinieerd als entiteiten waarin Ageas, rechtstreeks of niet rechtstreeks aandeelhouder is en de operationele zeggenschap heeft) en op basis van een inspanningsverplichting, op gelieerde ondernemingen (gedefinieerd als entiteiten waarin Ageas, rechtstreeks of niet rechtstreeks aandeelhouder is maar niet de operationele zeggenschap heeft.

Het Risk Appetite & Capital Management-kader voorziet mogelijke Managementmaatregelen langs drie assen.

Het risk appetite-kader moet er vooral voor zorgen dat:

  • De blootstelling aan een aantal belangrijke risico's van elke operationele entiteit en de Groep als geheel binnen bekende, aanvaardbare en gecontroleerde niveaus blijven;
  • De risk appetite-criteria worden duidelijk gedefinieerd zodat de huidige blootstellingen en activiteiten kunnen worden vergeleken met de criteria die op het niveau van de Raad van Bestuur werden goedgekeurd, waardoor er een opvolging kan bestaan en positieve bevestiging dat risico's worden gecontroleerd en dat de Raad van Bestuur in staat is en bereid om deze blootstellingen te aanvaarden;
  • De risicolimieten op een transparante en duidelijke manier worden verbonden aan de feitelijke risicocapaciteit van een operationele entiteit en de Groep.

Gezien hun belang voor de operationele continuïteit van Ageas en het vermogen om zijn verplichtingen ten opzichte van de stakeholders te vervullen, zijd de volgende criteria vereist:

  • Solvabiliteit
    • ‐ De Risk Consumption (RC, zijnde het niveau van het bufferkapitaal dat wordt verbruikt door het huidige risicoprofiel, in overeenstemming met een verlies van op 1 op 30 jaar) blijft onder het Risk Appetite (RA)-budget van Ageas, bepaald op 40% van het Eigen Vermogen (EV), na aftrek van verwachte dividenden.
    • ‐ De Capital Consumption (CC) blijft onder het Target Capital (TC), vastgesteld op 175% van de SCRAgeas.
  • Winsten
    • ‐ De afwijking van de gebudgetteerde IFRS-winst per einde jaar als gevolg van een gecombineerde 1/10 financiële verliesgebeurtenis blijft beperkt tot 100%.
    • ‐ Binnen het volgende waarschuwingsmechanisme: De afwijking van de voorspelde IFRS-winst per einde jaar (of gebudgetteerde IFRS-winst indien de prognose lager is dan het budget) als gevolg van een gecombineerde 1/10 financiële verliesgebeurtenis blijft beperkt tot 100%.
  • Liquiditeit.
    • ‐ De basis-liquiditeitsratio is ten minste 100%.
    • ‐ De stressed-liquiditeitsratio is ten minste 100%.

4.6 Risicoclassificatie

Teneinde een consistente en alomvattende benadering van risico-identificatie te waarborgen, heeft Ageas een risicoclassificatie gedefinieerd voor de belangrijkste risico's waar de Groep mee geconfronteerd kan worden. De risicoclassificatie (onderstaand) ligt in lijn met de risicocategorieën van Solvency II, hetgeen de afstemming van interne en externe rapportages vergemakkelijkt.

TOTALE RISICO'S
FINANCIELE
RISICO'S
VERZEKERINGS
RISICO'S
OPERATIONELE
RISICO'S
STRATEGISCHE &
BEDRIJFSRISICO'S
Marktrisico
Wanbetalingsrisico
Liquiditeitsrisico
(activa & passiva)
Risico van immateriële
activa
Levensverzekeringsrisico
Verzekeringsrisico
niet-leven
Gezondheidsrisico
Arbeidspraktijken en
veiligheid op de werkvloer
Uitvoering, levering en
procesbeheer
Technologie
Interne fraude
Externe fraude
Schade aan materiële activa
(incl. fysieke beveiliging)
Klanten, producten, bedrijfs
en juridische praktijken
Gedrag
Naleving van de regelgeving
Derden
Wettelijke rapportage,
informatieverschaffing en
belastingen
Bedrijfscontinuïteit, crisisma
nagement en operationele
weerbaarheid
Gegevensbeheer
Informatiebeveiliging
(incl. computerbeveiliging)
Model
Strategisch risico
Veranderingsrisico
Bedrijfstakrisico
Systeemrisico
Duurzaamheidsrisico

110

De risico-in-uitvoeringscyclus (afgebeeld in de illustratie van het ERMkader, sectie 4.1) is fundamenteel voor het rapportageproces aangaande de belangrijkste risico's. Dit bestaat uit een systematisch benadering om de belangrijkste (bestaande) risico's te identificeren die een bedreiging vormen voor de verwezenlijking van de strategie en doelstellingen van Ageas. Het proces omvat alle risicotypes van onze risicoclassificatie teneinde de belangrijkste risico's te identificeren, beoogt de oorzaken van risico's te analyseren en te waarborgen dat er diepgaande maatregelen worden ontwikkeld om risico's te beheersen en te beperken. Tijdens dit proces worden geïdentificeerde risico's beoordeeld en beheerd met behulp van de risicoratingmethodiek van Ageas (waarschijnlijkheids- en impact criteria worden gebruikt om de mate van zorgwekkendheid te bepalen, die leidend is voor de te ondernemen acties). Elke regio en/of dochtermaatschappij volgt de voor hen belangrijkste risico's ten minste een keer per kwartaal en de belangrijkste risico's worden ook op groepsniveau bewaakt. kader, sectie 4.1) is fundamenteel voor het rapportageproces aangaande de belangrijkste risico's. Dit bestaat uit een systematisch benadering om de belangrijkste (bestaande) risico's te identificeren die een bedreiging vormen voor de verwezenlijking van de strategie en doelstellingen van Ageas. Het proces omvat alle risicotypes van onze risicoclassificatie teneinde de belangrijkste risico's te identificeren, beoogt de oorzaken van risico's te analyseren en te waarborgen dat er diepgaande maatregelen worden ontwikkeld om risico's te beheersen en te beperken. Tijdens dit proces worden geïdentificeerde risico's beoordeeld en beheerd met behulp van de risicoratingmethodiek van Ageas (waarschijnlijkheids- en impact criteria worden gebruikt om de mate van zorgwekkendheid te bepalen, die leidend is voor de te ondernemen acties). Elke regio en/of dochtermaatschappij volgt de voor hen belangrijkste risico's ten minste een keer per kwartaal en de belangrijkste risico's worden ook op groepsniveau bewaakt.

De risico-in-uitvoeringscyclus (afgebeeld in de illustratie van het ERM-

Ageas heeft ook een risicoproces voor toekomstige risico's geïmplementeerd. Toekomstige risico's worden afgeleid uit nieuwe trendsF 7 die een mogelijke dreiging/risico of kans voor de onderneming kunnen vormen en die, gezien hun aard, onzeker en moeilijk kwantificeerbaar zijn. Verzekeraars worden geconfronteerd met een mate van verandering en onzekerheid die zich steeds sneller lijken te ontwikkelen. geïmplementeerd. Toekomstige risico's worden afgeleid uit nieuwe trendsF 7 die een mogelijke dreiging/risico of kans voor de onderneming kunnen vormen en die, gezien hun aard, onzeker en moeilijk kwantificeerbaar zijn. Verzekeraars worden geconfronteerd met een mate van verandering en onzekerheid die zich steeds sneller lijken te ontwikkelen.

Ageas heeft ook een risicoproces voor toekomstige risico's

Inzicht in deze veranderingen kan ons helpen nieuwe kansen te ontdekken of maatregelen te ontwikkelen om potentiële risico's te beperken. ontdekken of maatregelen te ontwikkelen om potentiële risico's te beperken.

Om de belangrijkste en toekomstige risico's te identificeren, wordt

Inzicht in deze veranderingen kan ons helpen nieuwe kansen te

Om de belangrijkste en toekomstige risico's te identificeren, wordt gebruik gemaakt van een brede waaier aan interne en externe bronnen. Tot de interne bronnen behoren onze risicoclassificatie, die traditionele aan verzekeringen verbonden risico's omvat, zoals financiële, verzekerings- en operationele risico's, maar ook risico's die onze strategie en activiteiten kunnen beïnvloeden, zoals strategische risico's, duurzaamheidsrisico's... De externe bronnen omvatten bedrijfstakrapporten en op de markt beschikbare informatie. gebruik gemaakt van een brede waaier aan interne en externe bronnen. Tot de interne bronnen behoren onze risicoclassificatie, die traditionele aan verzekeringen verbonden risico's omvat, zoals financiële, verzekerings- en operationele risico's, maar ook risico's die onze strategie en activiteiten kunnen beïnvloeden, zoals strategische risico's, duurzaamheidsrisico's... De externe bronnen omvatten bedrijfstakrapporten en op de markt beschikbare informatie.

De belangrijkste risico's waarmee Ageas in 2020 te maken kreeg waren: De belangrijkste risico's waarmee Ageas in 2020 te maken kreeg waren: Volatiele / ongunstige marktschommelingen (met inbegrip van de

  • Volatiele / ongunstige marktschommelingen (met inbegrip van de volatiliteit als gevolg van de coronapandemie), volatiliteit als gevolg van de coronapandemie), Aanhoudend lage rentevoeten of plotse stijging van de rente
  • Aanhoudend lage rentevoeten of plotse stijging van de rente gecombineerd met massaal verval, gecombineerd met massaal verval, Risico van informatiebeveiliging (inclusief cyber- en gegevens-
  • Risico van informatiebeveiliging (inclusief cyber- en gegevensbescherming). bescherming).

Brexit Brexit Sinds 31 januari 2020 is het Verenigd Koninkrijk geen lid meer van de

Sinds 31 januari 2020 is het Verenigd Koninkrijk geen lid meer van de Europese Unie. In het terugtrekkingsakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie was een overgangsperiode tot eind 2020 overeengekomen. In dit tijdsbestek bleef de EU-wetgeving gelden voor het Verenigd Koninkrijk en vonden onderhandelingen over een handelsovereenkomst plaats. Europese Unie. In het terugtrekkingsakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie was een overgangsperiode tot eind 2020 overeengekomen. In dit tijdsbestek bleef de EU-wetgeving gelden voor het Verenigd Koninkrijk en vonden onderhandelingen over een handelsovereenkomst plaats. Op 24 december 2020 hebben de Europese en Britse onderhandelaars

Op 24 december 2020 hebben de Europese en Britse onderhandelaars een akkoord bereikt over de 'Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK' (Trade and Cooperation Agreement – TCA). In de TCA worden preferentiële regelingen op verschillende vlakken beschreven, waaronder de handel in goederen en diensten. De TCA 'gaat verder dan traditionele vrijhandelsakkoorden'8. De TCA is voorlopig van toepassing sinds 1 januari 2021. een akkoord bereikt over de 'Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK' (Trade and Cooperation Agreement – TCA). In de TCA worden preferentiële regelingen op verschillende vlakken beschreven, waaronder de handel in goederen en diensten. De TCA 'gaat verder dan traditionele vrijhandelsakkoorden'8. De TCA is voorlopig van toepassing sinds 1 januari 2021.

De belangrijkste gemonitorde risico's voor Ageas zijn onder meer: De belangrijkste gemonitorde risico's voor Ageas zijn onder meer: Beperkingen op de mogelijkheid om persoonsgegevens door te

  • Beperkingen op de mogelijkheid om persoonsgegevens door te geven tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk – de TCA voorziet in dit opzicht een opschorting van tenuitvoerlegging, waarbij de gegevensdoorgiften van de EU naar het VK niet worden behandeld als doorgiften naar een derde land. Dit blijft van kracht tot er een adequaatheidsbesluit wordt toegekend, of tot 1 mei 2021. Als er op die datum geen adequaatheidsbesluit is uitgevaardigd, dan wordt er een automatische verlenging van kracht tot 1 juli 2021, tenzij een van beide partijen bezwaar maakt. geven tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk – de TCA voorziet in dit opzicht een opschorting van tenuitvoerlegging, waarbij de gegevensdoorgiften van de EU naar het VK niet worden behandeld als doorgiften naar een derde land. Dit blijft van kracht tot er een adequaatheidsbesluit wordt toegekend, of tot 1 mei 2021. Als er op die datum geen adequaatheidsbesluit is uitgevaardigd, dan wordt er een automatische verlenging van kracht tot 1 juli 2021, tenzij een van beide partijen bezwaar maakt. Grensoverschrijdende (her)verzekeringsactiviteiten (verlies van
  • Grensoverschrijdende (her)verzekeringsactiviteiten (verlies van paspoortrechten). Gezien het lage volume van de verkopen in Ierland blijven de gevolgen voor de Britse activiteiten volgens onze analyses beperkt. In Europa wordt de impact geanalyseerd met betrekking tot tegenpartijen op het gebied van het beleggingsbeheer van de Europese operationele entiteiten – de situatie wordt verder gemonitord en Ageas werkt samen met Europese tegenpartijen. De meeste zakenpartners van entiteiten van Ageas (bijv. in het VK gevestigde banken, makelaars en andere tussenpersonen) hebben reeds in de EU entiteiten opgericht zodat ze financiële diensten kunnen blijven aanbieden aan klanten in de EU. paspoortrechten). Gezien het lage volume van de verkopen in Ierland blijven de gevolgen voor de Britse activiteiten volgens onze analyses beperkt. In Europa wordt de impact geanalyseerd met betrekking tot tegenpartijen op het gebied van het beleggingsbeheer van de Europese operationele entiteiten – de situatie wordt verder gemonitord en Ageas werkt samen met Europese tegenpartijen. De meeste zakenpartners van entiteiten van Ageas (bijv. in het VK gevestigde banken, makelaars en andere tussenpersonen) hebben reeds in de EU entiteiten opgericht zodat ze financiële diensten kunnen blijven aanbieden aan klanten in de EU. Een verschil in prudentiële regels (waardoor er een verschil
  • Een verschil in prudentiële regels (waardoor er een verschil ontstaat tussen de geldende kapitaalvereisten in het VK en diegene die onder Solvency II van toepassing zijn op de deelnemingen van de Ageas Groep in het VK). ontstaat tussen de geldende kapitaalvereisten in het VK en diegene die onder Solvency II van toepassing zijn op de deelnemingen van de Ageas Groep in het VK).

2020 Group Strategy Horizon Scan-proces

cooperation-agreement_nl.

7 Actuele en toekomstige ontwikkelingen verbonden met de interne en externe omgeving, waaronder strategische doelstellingen. Deze ontwikkelingen werden geïdentificeerd via het Think2030-initiatief en het 7 Actuele en toekomstige ontwikkelingen verbonden met de interne en externe omgeving, waaronder strategische doelstellingen. Deze ontwikkelingen werden geïdentificeerd via het Think2030-initiatief en het 2020 Group Strategy Horizon Scan-proces

8 https://ec.europa.eu/info/relations-united-kingdom/eu-uk -trade-and-8 https://ec.europa.eu/info/relations-united-kingdom/eu-uk -trade-andcooperation-agreement_nl.

COVID-19

Na de uitbraak van het coronavirus in Wuhan, China, in december 2019, heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de situatie in verband met COVID-19 op 11 maart 2020 een pandemie genoemd. Om de verspreiding van het virus tegen te gaan, hebben regeringen in de hele wereld 'social distancing' maatregelen, grootschalige lockdowns en reisbeperkingen opgelegd.

In 2020 stak het virus in tal van gebieden (weer) de kop op, en in bepaalde landen die de aanvankelijke uitbraak onder controle hadden weten te krijgen, nam het aantal besmettingen opnieuw toe. Vooral Europa en Noord-Amerika werden zwaar getroffen, en hoewel Azië er in 2020 beter in was geslaagd om de verspreiding van het virus te beheersen en te beperken, nam het aantal coronabesmettingen in de hele regio toe, waardoor er nieuwe lockdownmaatregelen werden ingevoerd.

Tijdens de pandemie heeft de Ageas portefeuille goed stand gehouden dankzij de product- en geografische diversificatie, en omdat Ageas niet actief is in commerciële verzekeringen.

Hoewel toekomstige risico's met een mogelijke impact op onze doelstellingen gedurende het jaar vrij constant blijven, zijn er altijd nieuwe trends die de aandacht van het publiek trekken. Sommige verdwijnen weer snel en andere veroveren in de loop van de tijd terrein. Wij beogen deze ontwikkelingen voortdurend te monitoren en actie te nemen als dit nodig is. In onderstaande Ageas toekomstige risico radar worden de toekomstige, in het vierde kwartaal van 2020 geïdentificeerde risico's weerspiegeld (risico's in paars zijn risico's die zich als gevolg van corona sneller hebben ontwikkeld):

Ageas heeft de nodige maatregelen en initiatieven genomen voor het mitigeren van de belangrijkste en toekomstige risico's zowel op het niveau van de Groep als op lokaal niveau. Die maatregelen en initiatieven worden elk kwartaal opgevolgd.

4.7 Details inzake verschillende risicoposities

De volgende secties geven meer details over de verschillende risicoblootstellingen van Ageas.

4.7.1 Financieel risico

Financieel risico betreft alle risico's die samenhangen met de waarde en resultaatontwikkeling van activa en verplichtingen die van invloed kunnen zijn op de solvabiliteit, winst en liquiditeit als gevolg van veranderingen in financiële omstandigheden. Hieronder vallen:

  • Marktrisico;
  • Risico dat optreedt wanneer een tegenpartij in gebreke blijft;
  • Liquiditeitsrisico;
  • Risico van immateriële activa.

Het financieel risico is voor veel van de activiteiten van Ageas het meest materiële risico. In het risicokader voor alle activiteiten worden beleggingsbeleid, limieten, stresstests en regelmatige bewaking gecombineerd om de aard en omvang van de financiële risico's te beheersen en ervoor te zorgen dat de genomen risico's aanvaardbaar zijn voor de klant en de aandeelhouder en dat daar een overeenkomstig rendement tegenover staat.

De lokale dochtermaatschappijen van Ageas bepalen de totale beleggingsmix op basis van onderzoek naar de juiste strategische mix en de adequaatheid ervan vanuit ALM-oogpunt. Over de tactische allocatie beslissen ze naar aanleiding van de ontwikkelingen van de marktsituatie en -vooruitzichten. In het besluitvormingsproces gaat het bij de juiste streefmix om het vinden van een evenwicht tussen risk appetite, kapitaalvereisten, risico en rendement op de lange termijn, de verwachtingen van de polishouders, afspraken over winstdeling, belastingen en liquiditeit. De missie van de Group Risk-functie is onder meer de bewaking van de totale blootstellingen ten opzichte van de risk appetite voor financieel risico en de nauwe samenwerking met de lokale dochtermaatschappijen om het beleid en de 'best practices' tot stand te brengen die door het lokale bestuur moeten worden goedgekeurd zodat ze een onderdeel vormen van de reguliere activiteiten op lokaal niveau.

4.7.1.1 Marktrisico

Marktrisico komt voort uit ongunstige veranderingen in de financiële situatie die direct of indirect het gevolg zijn van fluctuaties van het niveau en de volatiliteit van marktprijzen van activa en verplichtingen. Het omvat de volgende subrisico's:

  • a. renterisico;
  • b. aandelenrisico;
  • c. spreadrisico.
  • d. valutarisico;
  • e. vastgoedrisico;
  • f. marktrisicoconcentratie;
  • g. inflatierisico.

Bij de in deze toelichting vermelde gevoeligheden is de impact voor minderheidsbelangen niet inbegrepen.

A. RENTERISICO

Renterisico bestaat voor alle activa en verplichtingen die gevoelig zijn voor veranderingen in de rentetermijnstructuur of in de volatiliteit van de rente. Dit geldt zowel voor reële als voor nominale termijnstructuren. Het risico doet zich voor al gevolg van een 'mismatch' tussen de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor veranderingen in de rentetarieven en de bijbehorende volatiliteit, die een ongunstige impact kan hebben op de winsten en de solvabiliteit.

Ageas meet, bewaakt en beheerst het renterisico aan de hand van een aantal indicatoren zoals kasstroomverschillenanalyse en stresstests. Het beleggingsbeleid en het ALM-beleid vereisen gewoonlijk een duidelijke afstemming tenzij afwijking geaccordeerd is. Langer lopende zaken kunnen lastiger zijn om af te stemmen aangezien geschikte activa ontbreken. In de matchingstrategie wordt rekening gehouden met de risk appetite, de beschikbaarheid van de (langetermijn)activa, de huidige en verwachte marktrente en de garantieniveaus. In voorkomende gevallen wordt gebruik gemaakt van derivaten om het renterisico af te dekken. Wij wijzen erop dat lage rentetarieven worden gedefinieerd als een strategisch risico, met focus op de structuur van vaste/variabele kosten.

Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening volgens de IFRS en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een daling in de rentevoeten voor geconsolideerde entiteiten. Er wordt een opwaartse/neerwaartse schok toegepast die overeenstemt met een terugkeerperiode van 1/30 jaar (gemiddeld circa 75 basispunten). Sommige entiteiten gebruiken een vereenvoudigde methode waarbij een parallelle verschuiving van 100 basispunten in overweging wordt genomen.

2020 2019
Effect op eigen Effect op eigen
Effect op vermogen Effect op Vermogen
resultatenrekening vlgs. IFRS resultatenrekening vlgs. IFRS
Rentevoet - daling 4 433 11
Rentevoet - stijging (8) (1.389) 1 (1.116)

B. AANDELENRISICO

Aandelenrisico treedt op als gevolg van de gevoeligheid van activa en verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of volatiliteit van marktprijzen voor aandelen of hun rendement, die van invloed kunnen zijn op de winst en de solvabiliteit.

Deze risico's worden beheerst door op basis van de risk appetite limieten vast te stellen en door een beleggingsbeleid dat een aantal controlemaatregelen vereist, zoals welke maatregelen er moeten worden getroffen bij aanzienlijke waardedalingen. Door dit risico in een eerder stadium proactief te beheren, is de blootstelling aan het aandelenrisico door middel van verkoop en afdekking snel gedaald. Hiermee worden verliezen beperkt en kunnen verzekeringsmaatschappijen solvabel blijven tijdens een financiële crisis.

Voor risicobeheerdoeleinden definieert Ageas zijn aandelenposities op basis van de economische realiteit van onderliggende activa en risico's. De totale economische positie in aandelen tegen reële waarde wordt in de volgende tabel geïllustreerd, inclusief aansluiting met de gepubliceerde cijfers onder IFRS.

2020 2019
Type van actief
Directe aandelen beleggingen 2.523 2.301
Aandelen fondsen 691 490
Private equity 118 103
Activa-allocatie fondsen 41 53
Totaal economische blootstelling aandelen 3.373 2.947
Obligatiefondsen 417 414
Geldmarktfondsen 244 350
Vastgoedfondsen (SICAFI/REITS) 1.002 1.065
Totaal blootstelling aandelen volgens IFRS-definitie 5.036 4.776
waarvan:
Beschikbaar voor verkoop (zie toelichting 10) 4.875 4.649
Aangehouden tegen reële waarde (zie toelichting 10) 161 128

Gevoeligheden

Onderstaande tabel geeft het bruto effect weer op de resultatenrekening volgens de IFRS en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een aandelenschok die overeenstemt met een daling in een terugkeerperiode van 1/30 jaar (circa 30% voor in de EER genoteerde aandelen) voor geconsolideerde entiteiten.

2020 2019
Effect op eigen Effect op eigen
Effect op vermogen vlgs. Effect op vermogen vlgs.
resultatenrekening IFRS resultatenrekening IFRS
Aandelen - Neerwaarts risico (170) (888) (108) (616)

C. SPREADRISICO

Spreadrisico ontstaat door de gevoeligheid van de waarde van activa en verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de spreads van de risicovrije rentetermijnstructuur.

Een aanzienlijk deel van de verplichtingen van Ageas is relatief illiquide. Ageas streeft ernaar kredietbeleggingen bij voorkeur tot einde looptijd aan te houden. De impact van het spreadrisico op lange termijn wordt hierdoor aanzienlijk beperkt, omdat Ageas deze beleggingen doorgaans tot einde looptijd aanhoudt, in lijn met zijn illiquide langlopende verplichtingen. Hoewel de volatiliteit op korte termijn aanzienlijk kan zijn, is het onwaarschijnlijk dat Ageas wordt gedwongen tegen bodemprijzen te verkopen. Ageas kan echter wel besluiten om deze activa te vereffenen als het meent dat dit de beste aanpak is.

Voor interne risicobeheerdoeleinden beschouwt Ageas de gevoeligheid voor het fundamentele spreadrisico op lange termijn overeenkomstig het Solvency II 'Volatility Adjustment'-concept, maar houdt daarbij rekening met de specifieke kenmerken van de portefeuille. Dit wordt gezien als meer in overeenstemming met het bedrijfsmodel van Ageas, waarbij de realisatie van minderwaarden doorgaans wordt vermeden, vergeleken met een pure mark-tomarketbenadering.

Dit verklaart ook waarom Ageas de behandeling van het spreadrisico van de standaardformule in de SCRageas als volgt heeft herzien:

  • Opname van fundamentele spread voor blootstellingen aan EUoverheidsobligaties en equivalenten;
  • Uitsluiting van niet-fundamentele spread op andere schuld.

Gevoeligheden

De gevoeligheden die in aanmerking worden genomen voor de impact van de verbreding van de creditspreads op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS zijn afhankelijk van de kredietrating en de duration van de betreffende activa. Die stressscenario's stemmen overeen met een terugkeerperiode van 1/30 en variëren van +70 basispunten voor activa met een AAA-rating tot +200 basispunten voor activa met een BBB-rating. Bepaalde operationele entiteiten hanteren een vereenvoudigde methode waarbij er op de volledige kredietportefeuille een schok van +100 basispunten wordt toegepast.

Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een spreadgevoeligheidsschok.

2020 2019
Effect op eigen Effect op eigen
Effect op vermogen vlgs. Effect op vermogen vlgs.
resultatenrekening IFRS resultatenrekening IFRS
Spreadrisico - Verbredening creditspread (15) (1.385) (3) (969)

D. VALUTARISICO

Het valutarisico vloeit voort uit de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor veranderingen in het niveau van valutakoersen als er een 'mismatch' is tussen de relevante valuta's van activa en verplichtingen. Op groepsniveau omvat dit risico situaties waarin Ageas activa (in dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen) of verplichtingen (van financiering) heeft in andere valuta's dan de euro.

In het beleggingsbeleid van Ageas wordt dit risico beperkt door de eis dat de 'valutamismatch' tussen activa en verplichtingen tot een minimum wordt beperkt; in veel gevallen wordt dat risico volledig geëlimineerd.

Het is beleid bij Ageas om de aandelenbeleggingen en permanente financiering in buitenlandse valuta's voor dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen niet af te dekken. Ageas accepteert de 'mismatch' die voortvloeit uit het eigendom van lokale dochtermaatschappijen andere valuta's dan de euro als normaal voor een internationale groep.

In de volgende tabel zijn de belangrijkste valutarisicoposities per 31 december weergegeven. Het betreft hier nettoposities (activa minus verplichtingen), na afdekking genoteerd in euro's.

Per 31 december 2020 HKD GBP USD CNY INR MYR PHP THB VND RON TRY Overige
Totaal activa 343 3.639 963 2.078 284 462 95 1.271 17 29 67 67
Totaal verplichtingen 10 2.620 1 1 5
Totaal activa minus verplichtingen 333 1.019 962 2.078 284 462 95 1.271 17 28 67 62
Buiten balans (21) (462)
Netto positie 333 998 500 2.078 284 462 95 1.271 17 28 67 62
Waarvan geïnvesteerd in dochtermaatschappijen
en deelnemingen 324 1.003 64 2.078 269 462 54 1.271 17 29 67
Per 31 december 2019 HKD GBP USD CNY INR MYR PHP THB VND RON TRY Overige
Totaal activa 6 3.824 1.081 1.742 225 480 90 1.499 17 26 83 50
Totaal verplichtingen 11 2.804 34 1 6
Totaal activa minus verplichtingen (5) 1.020 1.047 1.742 225 480 90 1.499 17 25 83 44
Buiten balans (2) (590)
Netto positie (5) 1.018 457 1.742 225 480 90 1.499 17 25 83 44
Waarvan geïnvesteerd in dochtermaatschappijen
en deelnemingen (5) 998 76 1.742 219 480 57 1.499 14 26 83

E. VASTGOEDRISICO

Vastgoedrisico ontstaat als het resultaat van de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor het niveau of de volatiliteit van marktprijzen van vastgoed of hun rendement.

Met het oog op risicobeheer definieert Ageas de blootstelling aan vastgoed op basis van de marktwaarde van deze activa met inbegrip van activa die worden aangehouden voor eigen gebruik en IFRS 16 leaseactiva. Deze blootstelling verschilt van de blootstelling gerapporteerd onder de IFRS-definities, die niet-gerealiseerde winsten of verliezen uitsluiten. De tabel hieronder definieert wat Ageas beschouwt als economische blootstelling aan vastgoed en hoe dit wordt aangesloten bij de cijfers gerapporteerd onder IFRS.

Voor interne risicobeheerdoeleinden past Ageas in de belangrijkste dochtermaatschappijen een intern vastgoedmodel toe. In dit model wordt vastgoedrisico behandeld overeenkomstig de onderliggende economische blootstelling in plaats van volgens de IFRS-classificatie van de activa.

2020 2019
Type van actief
Boekwaarde
Vastgoed (zie toelichting 11) 2.889 2.603
Materiële vaste activa; terreinen en gebouwen voor eigen gebruik
en parkeergarages (zie toelichting 16) 1.678 1.572
Vastgoed voor verkoop (zie toelichting 15) 228 194
Totaal (tegen geamortiseerde kostprijs) 4.795 4.369
Vastgoed fondsen (tegen reële waarde) 1.002 1.065
Totaal vastgoed blootstelling volgens IFRS definitie 5.797 5.434
Ongerealiseerde herwaarderingen (Economische blootstelling)
Vastgoed (zie toelichting 11) 1.270 1.303
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik (zie toelichting 16) 623 624
Totaal economische blootstelling op vastgoed 7.690 7.361

Gevoeligheden

Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS van een stressscenario op de vastgoedmarkt dat overeenstemt met een terugkeerperiode van 1/30 jaar (gemiddeld 14%).

2020 2019
Effect op eigen Effect op eigen
Effect op vermogen vlgs. Effect op vermogen vlgs.
resultatenrekening IFRS resultatenrekening IFRS
Neerwaarts vastgoedrisico (189) (281) (151) (326)

F. MARKTCONCENTRATIERISICO

Marktconcentratierisico heeft betrekking op risico's die ontstaan door een gebrek aan diversificatie van de activaportefeuille door een grote totale positie bij individuele tegenpartijen, of een aantal gecorreleerde tegenpartijen.

Concentratierisico kan ontstaan als gevolg van een grote totale positie bij individuele tegenpartijen dan wel een totale positie bij een aantal positief gecorreleerde tegenpartijen (dat wil zeggen, partijen die onder vergelijkbare omstandigheden in gebreke blijven) die potentieel tot aanzienlijke bijzondere waardeverminderingen zouden kunnen leiden in het geval van faillissement of niet-betaling.

Het vermijden van concentraties is een fundamentele factor in de kredietrisicostrategie van Ageas om liquide en gediversifieerde portefeuilles aan te houden. Elke dochtermaatschappij is verantwoordelijk voor haar eigen tegenpartijlimieten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de bewuste dochtermaatschappij en vereisten op het niveau van de Groep. Het voortdurend monitoren valt eveneens onder de verantwoordelijkheid van de individuele werkmaatschappijen. De Groep volgt deze limieten aan de hand van periodieke rapportages en bewaakt de totale positie. Met het oog op het beheer van de concentratie van kredietrisico is het risicobeleid van Ageas gericht op het spreiden van kredietrisico over verschillende sectoren en landen. Ageas houdt de grootste posities in individuele entiteiten, bedrijfsgroepen (total one obligor) en andere potentiële concentraties (sectoren en regio's) nauwlettend in de gaten. Dit om een goede spreiding te bevorderen en eventueel significant concentratierisico op tijd te signaleren.

G. INFLATIERISICO.

Het inflatierisico ontstaat door de impact van het volatiliteitsniveau van de inflatie op de waarde van activa en verplichtingen.

Ageas streeft er niet naar om het inflatierisico actief te beheersen, maar kan wel beslissen om activa te houden waarvan het rendement uitdrukkelijk aan de inflatie is gekoppeld. Bovendien zijn bepaalde verzekeringsverplichtingen expliciet of impliciet gekoppeld aan de inflatie. Hoewel Ageas van oordeel is dat het inflatierisico niet voldoende wordt aangepakt in het stelsel van het wettelijk kapitaal of door indirecte methoden, kan Ageas het inflatierisico wel expliciet afdekken in het kader van Pijler II. Dit wordt momenteel gedaan in landen waar er een aanzienlijk inflatierisico bestaat in verband met lijfrente in het kader van bedrijfsongevallenverzekeringen.

Onderstaande tabel geeft informatie over de concentratie van het kredietrisico per type en locatie van de Ageas-entiteit per 31 december.

Overheid
en officiële Krediet- Zakelijke Retail
31 december 2020 instellingen instellingen klanten klanten Overige Totaal
België 36.168 16.502 6.820 1.619 81 61.190
VK 332 1.127 1.578 39 3.076
Continentaal Europa 6.867 3.017 669 22 92 10.667
- Frankrijk 2.192 889 70 22 42 3.215
- Portugal 4.675 2.128 599 50 7.452
Azië 4 1 5
Herverzekering 500 833 114 8 1.455
Algemene rekening en eliminaties* 1.210 (1.435) 211 (14)
Totaal 43.867 22.693 7.746 1.641 432 76.379
Overheid
en officiële Krediet- Zakelijke Retail
31 december 2019 instellingen instellingen klanten klanten Overige Totaal
België 35.738 17.586 4.868 1.558 94 59.844
VK 421 1.252 1.526 42 3.241
Continentaal Europa 6.918 3.265 420 21 96 10.720
- Frankrijk 2.098 821 56 20 37 3.032
- Portugal 4.820 2.444 364 60 7.688
Azië 5 5
Herverzekering 278 688 35 1.001
Algemene rekening en eliminaties* 1 2.191 (1.002) 1.190
Totaal 43.356 24.986 5.847 1.579 233 76.001

* De post 'Algemene Rekening en eliminaties' in 2020 houdt voornamelijk verband met het herverzekeringsprogramma en Group Treasury.

De tabel hieronder geeft een overzicht van de concentratie van het kredietrisico per type en locatie van de tegenpartij per 31 december.

Overheid
en officiële Krediet- Zakelijke Retail
31 december 2020 instellingen instellingen klanten klanten Overige Totaal
België 22.153 2.281 1.833 1.619 245 28.131
VK 216 1.544 820 48 2.628
Continentaal Europa 21.388 15.204 5.075 22 82 41.771
- Frankrijk 6.706 4.769 1.337 22 57 12.891
- Portugal 2.882 352 166 10 3.410
- Overige 11.800 10.083 3.572 15 25.470
Azië 279 1 280
Overige landen 110 3.385 18 56 3.569
Totaal 43.867 22.693 7.746 1.641 432 76.379
31 december 2019 Overheid
en officiële
instellingen
Krediet-
instellingen
Zakelijke
klanten
Retail
klanten
Overige Totaal
België 21.641 2.299 1.710 1.559 50 27.259
VK 306 2.215 898 44 3.463
Continentaal Europa 21.322 16.510 3.228 20 89 41.169
- Frankrijk 6.639 5.044 949 20 53 12.705
- Portugal 2.867 399 200 52 3.518
- Overige 11.815 11.067 2.080 (16) 24.946
Azië 299 299
Overige landen 87 3.663 11 50 3.811
Totaal 43.356 24.986 5.847 1.579 233 76.001

De tabel hieronder toont de hoogste blootstellingen aan de uiteindelijke moedermaatschappij gemeten tegen reële waarde en nominale waarde met hun ratings.

Hoogste blootstelling top 10 Groepsrating Reële waarde Nominale waarde
Koninkrijk België AA- 21.127 14.675
Franse republiek AA 6.749 4.827
Portugese republiek BBB- 4.806 4.002
Oostenrijkse republiek AA+ 2.790 2.047
Koninkrijk Spanje A- 2.487 1.708
Bondsrepubliek Duitsland AAA 1.660 1.247
Italiaanse republiek BBB- 1.659 1.583
Regio Wallonië A 1.190 1.048
Europese Investeringsbank AAA 1.179 924
BNP Paribas SA A+ 1.137 1.329
Totaal 44.784 33.389

Het Koninkrijk België blijft de belangrijkste tegenpartij, in overeenstemming met de strategie om zich 'op de thuismarkt terug te plooien' waardoor het nadeel ontstaat dat het risico van het thuisland toeneemt.

4.7.1.2 Risico dat optreedt als een tegenpartij in gebreke blijft

Het risico dat optreedt wanneer een tegenpartij in gebreke blijft, omvat twee subrisico's:

  • a. wanbetalingsrisico voor beleggingen;
  • b. wanbetalingsrisico voor tegenpartijen.

De blootstelling aan het kredietrisico is opgenomen in toelichting 9 Geldmiddelen en kasequivalenten, toelichting 12 Leningen, toelichting 27 Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en toelichting 28 Toezeggingen.

De tabel hieronder geeft informatie over de bijzondere waardevermindering voor kredietrisico op 31 december.

Uitstaand
met bijzondere
Waarde-
verminderingen
2020 Uitstaand
met bijzondere
Waarde-
verminderingen
2019
waarde- voor specifiek Dekkings- waarde- voor specifiek Dekkings
verminderingen kredietrisico ratio verminderingen kredietrisico ratio
Rentedragende investeringen (zie toelichting 10)
Totaal leningen (zie toelichting 12)
Overige vorderingen (zie toelichting 14)
10
48
34
(22)
(26)
(54)
220,0%
54,2%
158,8%
6
61
27
(20)
(27)
(49)
318,7%
44,6%
183,2%
Totaal uitstaand bedrag onderhevig aan 92 (102) 110,9% 95 (97) 102,4%

A. WANBETALINGSRISICO VOOR BELEGGINGEN

Het wanbetalingsrisico voor beleggingen vertegenwoordigt het risico dat beleggingen van Ageas daadwerkelijk in gebreke blijven. Waardeschommelingen als gevolg van marktvolatiliteit op korte termijn vallen onder het marktrisico. Dit omvat geen contracten die vallen onder het tegenpartijrisico (zie B).

Dit risico wordt beheerd aan de hand van limieten waarbij rekening wordt gehouden met het soort kredietpositie, de kredietkwaliteit en, waar nodig, de looptijden. Regelmatige bewaking en waarschuwingssystemen helpen eveneens bij het beheer van kredietrisico.

Beleggingsposities worden bewaakt aan de hand van een driemaandelijkse limietoverschrijdingsrapportage. Limieten worden bewaakt op basis van de reële waarde binnen de activaclassificatie. De limieten per categorie zijn als volgt gedefinieerd.

Voor overheidsobligaties geldt een limiet per land op diverse manieren:

  • 'macrolimieten' gedefinieerd als percentages van het bruto binnenlands product (bbp), de staatsschuld en investeringen;
  • 'Total one obligor' (TOO)-limieten als de maximale positie in één tegenpartij op basis van kredietratings;

(her)beleggingsbeperkingen: Een grotere blootstelling aan staatsobligaties met een BBB-rating is alleen toegestaan onder de voorwaarde van een stabiel vooruitzicht. Zonder de goedkeuring van het Ageas Risk Committee geen nieuwe beleggingen in staatsleningen met een rating van BBB of lager.

Voor bedrijfsobligaties gelden eveneens meerdere criteria:

  • Totale blootstelling aan bedrijfsobligaties als percentage van de portefeuille;
  • Limieten afhankelijk van het solvabiliteitskapitaal vereist voor spreadrisico;
  • Limieten per sector op basis van de kredietrating;
  • Bewaking van de geconcentreerde blootstelling;
  • Total one obligor.

De kredietrating die Ageas toepast is gebaseerd op de op één na best beschikbare rating van Moody's, Fitch en Standard & Poor's. Voor specifieke soorten blootstellingen kan gebruik worden gemaakt van andere ratingbureaus, bijvoorbeeld AM Best voor herverzekeringstegenpartijen. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de kredietkwaliteit van leningen, rentedragende beleggingen, staatsobligaties, bedrijfsobligaties, banken en andere financiële instellingen.

1 Leningen

In de onderstaande tabel wordt de kredietkwaliteit van Leningen weergegeven.

2020 2019
Boekwaarde Boekwaarde
Beleggingsclassificatie
AAA 1.361 1.389
AA 2.235 2.187
A 2.119 1.537
BBB 170 212
Beleggingsclassificatie 5.885 5.325
Minder dan beleggingskwaliteit
Zonder kredietbeoordeling 6.363 4.599
Hypothecaire leningen 1.179 1.176
Totaal bruto investeringen in leningen 13.427 11.100
Bijzondere waardeverminderingen (29) (28)
Totaal netto investeringen in leningen (zie toelichting 12) 13.398 11.072

2 Rentedragende beleggingen

Onderstaande tabel zet de kredietkwaliteit van Rentedragende beleggingen uiteen waarbij per 31 december een constant aandeel van investmentgrade beleggingen wordt getoond.

2020 2019
Boekwaarde Boekwaarde
Beleggingsclassificatie
AAA 4.359 4.763
AA 31.065 31.325
A 8.907 8.776
BBB 12.385 12.328
Beleggingsclassificatie 56.716 57.192
Minder dan beleggingskwaliteit 277 317
Zonder kredietbeoordeling 1.665 1.707
Totaal netto investeringen in rentedragende effecten 58.658 59.217
Bijzondere waardeverminderingen 22 20
Totaal investeringen in rentedragende effecten,
bruto (zie toelichting 10) 58.680 59.237

OVERHEIDSOBLIGATIES

In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van overheidsobligaties.

31 december 2020 31 december 2019
Naar IFRS classificatie
Voor verkoop beschikbaar 34.302 33.921
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 1
Held to maturity (tot einde looptijd aangehouden) 4.416 4.438
Totaal overheidsobligaties (zie toelichting 10) 38.718 38.360
Naar rating
AAA 2.273 2.283
AA 28.261 28.227
A 3.604 3.416
BBB 4.532 4.392
Totaal beleggingskwaliteit 38.670 38.318
Minder dan beleggingskwaliteit 27 31
Zonder kredietbeoordeling 21 12
Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling 48 42
Totaal overheidsobligaties 38.718 38.360

BEDRIJFSOBLIGATIES

In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van bedrijfsobligaties.

31 december 2020 31 december 2019
Naar IFRS classificatie
Voor verkoop beschikbaar 12.526 12.591
Totaal bedrijfsobligaties (zie toelichting 10) 12.526 12.591
Naar rating
AAA 41 41
AA 876 1.008
A 3.687 3.553
BBB 6.781 6.752
Totaal beleggingskwaliteit 11.385 11.354
Minder dan beleggingskwaliteit 239 268
Zonder kredietbeoordeling 902 970
Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling 1.141 1.237
Totaal bedrijfsobligaties 12.526 12.591

BANKEN EN ANDERE FINANCIËLE INSTELLINGEN

In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van banken en andere financiële instellingen.

31 december 2020 31 december 2019
Naar IFRS classificatie
Voor verkoop beschikbaar 7.229 8.082
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 130 119
Totaal banken en andere financiële instellingen
(zie toelichting 10) 7.359 8.202
Naar rating
AAA 2.037 2.431
AA 1.916 2.071
A 1.604 1.792
BBB 1.072 1.184
Totaal beleggingskwaliteit 6.629 7.479
Minder dan beleggingskwaliteit 10 17
Zonder kredietbeoordeling 720 705
Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling 730 723
Totaal banken en andere financiële instellingen 7.359 8.202

B. RISICO DAT OPTREEDT ALS EEN TEGENPARTIJ IN GEBREKE BLIJFT

Het tegenpartijrisico houdt rekening met potentiële verliezen als gevolg van onverwachte wanbetaling of een verslechtering van de kredietwaardigheid van tegenpartijen en debiteuren. De reikwijdte van het wanbetalingsrisico voor tegenpartijen omvat risicobeperkende contracten (zoals herverzekeringsovereenkomsten, effectiseringen en derivaten), geldmiddelen, te ontvangen sommen van tussenpersonen, gediversifieerde hypotheekportefeuilles en andere kredietblootstelling die elders niet gedekt is (garanties, polishouders enz.).

Het risico dat een tegenpartij in gebreke blijft kan ontstaan door de inkoop van herverzekeringen of andere risicoverminderende contracten. Ageas beperkt deze vorm van risico door strikt beleid bij de keuze van tegenpartijen, eisen die worden gesteld aan zekerheden en door diversificatie.

Binnen Ageas wordt dit risico verminderd door de toepassing van het tegenpartijrisicobeleid en het nauwlettend volgen van de uitstaande posities van tegenpartijen. Diversificatie en het vermijden van blootstelling aan tegenpartijen met een lage kredietrating zijn sleutelelementen om dit risico te ondervangen.

Een bijzondere waardevermindering voor een specifiek kredietrisico wordt vastgesteld als er objectieve aanwijzingen zijn dat Ageas niet alle verschuldigde bedragen in overeenstemming met de contractuele voorwaarden zal kunnen innen. De omvang van de bijzondere waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. In het geval van aan de markt verhandelde effecten is de realiseerbare waarde gelijk aan de reële waarde.

Bijzondere waardeverminderingen zijn gebaseerd op de laatste schatting door Ageas van de nog mogelijke inning en vertegenwoordigen het verlies dat Ageas denkt te zullen lijden. Voorwaarden voor afschrijving kunnen zijn dat de faillissementsprocedure van de debiteur is afgerond en alle zekerheden zijn benut, dat de debiteur en/of garantiegever in staat van insolventie verkeren/verkeert, dat alle normale inspanningen voor de inning zijn geleverd of dat het punt van economisch verlies (dat wil zeggen, het moment waarop alle kosten samen hoger zijn dan het bedrag dat nog kan worden geïnd) is bereikt.

4.7.1.3 Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico treedt op als Ageas onvoldoende liquide middelen heeft en niet in staat is om beleggingen en overige activa liquide te maken en te voldoen aan zijn financiële verplichtingen wanneer die verschuldigd zijn. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door een onverwachte vraag naar contanten van polishouders en andere contractuele partijen waaraan niet kan worden voldaan zonder verliezen te lijden of de bedrijfsvoering te schaden als gevolg van beperkingen op de te liquideren activa. Deze beperkingen kunnen structureel zijn of kunnen te wijten zijn aan marktontwrichtingen.

De financiële verplichtingen van Ageas en de lokale dochtermaatschappijen van Ageas betreffen vaak langetermijnverplichtingen en in het algemeen zijn activa die worden aangehouden om aan deze verplichtingen te voldoen langetermijnactiva die mogelijk niet liquide zijn. Vorderingen en andere uitstromen van kasmiddelen kunnen onvoorspelbaar zijn en aanzienlijk verschillen van verwachte bedragen. Als er geen liquide middelen beschikbaar zijn om een financiële verplichting na te komen als deze opeisbaar is, zullen er liquide middelen moeten worden geleend en/of zullen illiquide activa moeten worden verkocht (met mogelijk een aanzienlijk verlies tot gevolg) om aan de verplichting te voldoen. Verliezen zouden ontstaan door de korting die moet worden verleend om de activa te liquideren.

122

Als verzekeringsmaatschappij genereert Ageas normaal gesproken contante middelen en blijft dit risico daardoor relatief laag. Ageas houdt een kaspositie aan om bestand te zijn tegen slechte liquiditeitsomstandigheden als deze zich voordoen. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de verklaringen van de centrale banken over potentiële veranderingen in het monetaire beleid. Dividenduitkeringen aan aandeelhouders, evenals de kosten van de holding worden gefinancierd door dividenduitkeringen van de operationele verzekeringsentiteiten van Ageas.

De oorzaken van liquiditeitsrisico in de operationele bedrijven kunnen worden gesplitst in factoren die een plotselinge toename van de behoefte aan contanten veroorzaken en factoren die leiden tot een onverwachte daling van de beschikbare middelen om aan de behoefte aan contanten te voldoen. Er zijn de volgende liquiditeitsrisico's:

Verzekeringstechnische liquiditeitsrisico's: het risico dat Ageas of een lokale dochtermaatschappij een belangrijke som moet betalen om onvoorziene veranderingen te dekken in consumentengedrag (afkooprisico), plotselinge stijgingen van de frequentie van schadevorderingen of plotselinge grote schadevorderingen die ontstaan door grote of rampzalige gebeurtenissen zoals stormen, aswolken, grieppandemieën enz.

  • Marktliquiditeitsrisico: het risico dat het verkoopproces zelf resulteert in verliezen door marktomstandigheden of hoge concentraties;
  • Financierings-liquiditeitsrisico: het risico dat Ageas of een dochtermaatschappij niet in staat is voldoende middelen van buitenaf aan te trekken, omdat de activa illiquide zijn op het moment dat het nodig is (bijvoorbeeld om aan een onverwachte grote schadevordering te voldoen).

Ieder bedrijf van Ageas moet ervoor zorgen dat wordt voldaan aan alle liquiditeitsvereisten. Liquiditeitsrisico's worden geïdentificeerd en bewaakt zodat de omstandigheden waarin liquiditeitsproblemen mogelijk kunnen zijn, bekend zijn en worden begrepen (bijv. onverwachte ongunstige wijzigingen in het uitloopprofiel van de verplichtingen, massaal verval, vertraging in nieuwe polissen, wijziging in de rating enz.) en men weet hoe hierop kan worden ingespeeld (bijv. de liquiditeit van activa in een crisis).

Een overzicht van de verwachte uitstromen als gevolg van verzekeringsverplichtingen (behalve Unit-linked) wordt hierna verstrekt. Die kasstromen weerspiegelen een actuariële beste schatting op basis van contractlimieten volgens Solvency II. De totale uitstromen van de Groep als gevolg van verplichtingen worden niet gebruikt voor beheerdoeleinden, aangezien de liquiditeit wordt beheerd binnen de individuele verzekeringsmaatschappijen.

Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4 Jaar 5
Netto uitgaande kasstromen uit verzekeringsverplichtingen per 31 december 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Verplichtingen van polishouders, exclusief unit-linked business, exclusief herverzekering 7.243 6.559 5.891 5.720 4.233
Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4 Jaar 5
Netto uitgaande kasstromen uit verzekeringsverplichtingen per 31 december 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Verplichtingen van polishouders, exclusief unit-linked business, exclusief herverzekering 8.654 6.245 6.194 5.561 5.594

4.7.1.4 Risico van immateriële activa

Het risico van immateriële activa is het risico van verlies, of een ongunstige waardeontwikkeling van immateriële activa door een wijziging in de verwachte toekomstige voordelen die uit de immateriële activa kunnen worden gehaald. Immateriële activa kunnen bestaan uit de waarde van verworven activiteiten, parkeerconcessies en intellectuele eigendommen.

4.7.2 Verzekeringstechnisch risico

Verzekeringstechnische risico's betreffen alle risico's van verzekeringsverplichtingen als gevolg van afwijkingen in claims door de onzekerheid en timing van die claims, alsmede afwijkingen in uitgaven en verval, in vergelijking met de onderliggende hypothesen gemaakt bij de acceptatie van de polis.

Het levenrisico omvat het sterfterisico, het langlevenrisico, het invaliditeitsrisico, het morbiditeitsrisico (d.w.z. ziekte met mogelijk dodelijk afloop), het verval- en behoudrisico, het kostenrisico, het catastroferisico en het herzieningsrisico.

Tot de niet-levenrisico's behoren het reserverisico, het premierisico en catastroferisico's. Het reserverisico hangt samen met de te betalen schaden terwijl het premierisico betrekking heeft op toekomstige schadevorderingen (met uitzondering van catastrofeschades). Het catastroferisico betreft schades die door rampgebeurtenissen worden veroorzaakt, zowel natuurrampen als door mensen veroorzaakte rampen.

Elke maatschappij beheert verzekeringstechnische risico's door middel van acceptatiebeleid, productgoedkeuringsbeleid, reserveringsbeleid, beleid voor schadebeheer en herverzekeringsbeleid. Er wordt vooral op gelet dat de klantengroep die een product koopt inderdaad overeenkomt met de onderliggende aannames over klanten bij de ontwikkeling en prijsstelling van het product.

Het acceptatiebeleid wordt lokaal vastgesteld als onderdeel van het algehele Enterprise Risk Management-kader en wordt beoordeeld door actuariële medewerkers die de feitelijke schadehistorie evalueren. Er wordt gebruikgemaakt van een reeks indicatoren en hulpmiddelen voor het maken van statistische analyses om de acceptatienormen te verfijnen, met als doel het schadeverloop te verbeteren en/of te waarborgen dat de prijsstelling op de juiste wijze wordt bijgesteld.

De verzekeringsmaatschappijen streven ernaar om de premies op een niveau vast te stellen waarbij het bedrag van de premies samen met de beleggingsinkomsten die daarmee worden gegenereerd groter is dan het totale bedrag van verwachte schaden, schadeafhandelingskosten en beheerskosten. De juistheid van de prijsstelling wordt getoetst met behulp van diverse technieken en belangrijke prestatie-indicatoren die passen bij de betreffende portefeuille. Dit gebeurt zowel a priori (bijvoorbeeld beoordeling van de winstgevendheid) als a posteriori (bijvoorbeeld embedded value, combined ratio's).

De factoren waarmee rekening wordt gehouden bij de prijsstelling voor verzekeringen verschillen per product en zijn afhankelijk van de geboden dekking en uitkeringen. De volgende factoren worden in het algemeen in overweging genomen:

  • verwachte claims van verzekeringnemers en daarmee verband houdende verwachte uitkeringen en de timing daarvan;
  • de mate en aard van de onzekerheid aangaande de verwachte uitkeringen. In dit verband worden onder meer analyses gemaakt van schadestatistieken en de ontwikkeling van jurisprudentie, economische omstandigheden en demografische ontwikkelingen;
  • overige productiekosten voor het betreffende product, zoals distributie-, marketing-, polisadministratie- en schadeadministratiekosten;
  • financiële omstandigheden die de tijdswaarde van geld weerspiegelen;
  • eisen ten aanzien van de solvabiliteit;
  • beoogde niveaus van de winstgevendheid;
  • omstandigheden op de verzekeringsmarkt, met name de prijsstelling van concurrenten voor vergelijkbare producten.

In zijn blootstelling aan de hierboven genoemde risico's profiteert Ageas van diversificatie over geografische regio's, productgroepen en zelfs verschillende verzekeringsrisicofactoren, zodat Ageas niet blootgesteld wordt aan grote concentraties verzekeringsrisico's. Daarnaast hebben de verzekeringsmaatschappijen van Ageas specifieke maatregelen getroffen om de blootstelling aan de concentratie van verzekeringsrisico's te verkleinen. Bijvoorbeeld producten die afkoopkosten in rekening brengen en/of producten die worden aangepast aan de marktwaarde beperken het verlies voor de verzekeringsmaatschappij en herverzekeringscontracten leiden tot een beperkte blootstelling aan grote verliezen.

Voor risicobewaking neemt Ageas de solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR) volgens Solvency II per subrisico in aanmerking. In de tabel hierna wordt de SCR voor elk type verzekeringstechnisch risico weergegeven, met vermelding van de relatieve niveaus van risico en capital consumption.

Samenstelling SCR

met betrekking tot verzekeringsrisico 31 december 2020 31 december 2019
Levensverzekeringstechnisch risico 842 775
Gezondheidzorg verzekeringtechnisch risico 331 321
Niet-leven verzekeringstechnisch risico 796 809

4.7.2.1 Verzekeringsrisico's Leven

Het levensverzekeringsrisico ontstaat uit de levensverzekeringsverplichtingen in relatie tot de gevaren die verzekerd zijn en de processen die bij de bedrijfsvoering worden gebruikt.

Verzekeringstechnische risico's Leven bestaan hoofdzakelijk uit sterfte-/langlevenrisico, invaliditeitsrisico/morbiditeitsrisico, verval- en behoudrisico, leven-kostenrisico, herzienings- en catastroferisico. Deze paragraaf beschrijft eerst deze risico's (onder A t/m F). Daarna wordt beschreven hoe de dochtermaatschappijen van Ageas deze risico's beheren (onder G).

A. STERFTE-/LANGLEVENRISICO

Sterfterisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waarbij een toename van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. De sterftetabellen die gebruikt worden ten behoeve van de prijsstelling bevatten voorzichtige marges. Zoals gebruikelijk in de sector maken de dochtermaatschappijen van Ageas gebruik van ervaringstabellen met adequate zekerheidstoeslagen. Elk jaar moeten de veronderstellingen worden herzien om de verwachte sterftecijfers te vergelijken met de ervaringsgegevens. Deze analyse vindt plaats op basis van een aantal criteria, zoals leeftijd, polisjaar, verzekerde som en andere verzekeringstechnische criteria.

Langlevenrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waarbij een daling van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. Dit risico wordt beheerd door het aantal vastgestelde sterftegevallen binnen de portefeuille jaarlijks te evalueren. Wanneer blijkt dat de levensverwachting sneller toeneemt dan de sterftetabellen aangeven, worden extra voorzieningen aangelegd en worden de prijzen van nieuwe producten dienovereenkomstig aangepast.

B. INVALIDITEITSRISICO/MORBIDITEITSRISICO

Invaliditeitsrisico/morbiditeitsrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van invaliditeits-, ziekte- of morbiditeitspercentages. Dit risico kan zich bijvoorbeeld voordoen in portefeuilles met invaliditeits- en ziektekostenpolissen en ongevallenverzekeringen voor werknemers. De verzekeringsmaatschappijen van Ageas beperken het invaliditeitsrisico tevens door medische selectiecriteria en een passende herverzekering.

C. VERVAL- EN BEHOUDRISICO

Vervalrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het percentage polisverval en -behoud, onder andere in de vorm van polisverlenging, -afkoop, premieverlagingen en andere factoren die tot lagere premies leiden. Behoudrisico is vaak een andere naam voor de volatiliteit van het premieverval en vervangingen van verlopen polissen, annuleringen binnen de wettelijke bedenktijd of afkopen.

De ontwikkeling en prijsstelling van verzekeringspolissen is mede gebaseerd op aannames over de kosten van het verkopen en administreren van de polissen totdat deze vervallen of uitkeren en over het verwachte behoud. Het risico van een andere feitelijke ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan worden in het stadium van de productontwikkeling in kaart gebracht. Dat risico kan worden verminderd via het productontwerp, bijvoorbeeld met een boeteclausule voor vervroegde aflossing of retentiebonussen, aanloopkosten of het spreiden van de provisie aan verzekeringsagenten om de belangen op elkaar af te stemmen of door een aanpassing van de marktwaarde waarbij de risico's in geval van verval volledig door de polishouders worden gedragen. In bepaalde markten wordt het vervalrisico ook beperkt door fiscale incentives.

D. LEVEN-KOSTENRISICO

Leven-kostenrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de kosten die worden gemaakt bij de uitvoering van (her)verzekeringsovereenkomsten. Het kostenrisico ontstaat als de voorziene kosten bij de prijsstelling van een garantie ontoereikend zijn om in het volgende jaar de werkelijke kosten op te vangen.

E. HERZIENINGSRISICO

Herzieningsrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het herzieningspercentage dat op lijfrentes wordt toegepast als gevolg van veranderingen in het juridische klimaat of in de gezondheidstoestand van de verzekerde.

F. CATASTROFERISICO

Levenscatastroferisico komt voort uit extreme of ongeregelde gebeurtenissen die levensbedreigend zijn, bijvoorbeeld nucleaire explosie, pandemie van een nieuwe infectieziekte, terrorisme of natuurrampen.

G. HET BEHEERSEN VAN VERZEKERINGSRISICO'S LEVEN BINNEN DE VERZEKERINGSBEDRIJVEN VAN AGEAS

Via interne risicorapportering per kwartaal worden verzekeringsrisico's Leven bewaakt om beter inzicht te hebben in hun blootstelling aan bepaalde gebeurtenissen en hun ontwikkeling. De meeste levensverzekeringsdochtermaatschappijen staan blootgesteld aan gelijksoortige gebeurtenissen zoals (massaal) verval, kosten en sterfte/langleven.

H. GEVOELIGHEDEN OP TECHNISCHE VOORZIENINGEN

Het voornaamste hulpmiddel waarover Ageas beschikt om de gevoeligheid van de levensverzekeringsverplichtingen voor verzekeringstechnische risico's te bewaken is de driemaandelijkse risicorapportering, waarin de kapitaalvereisten per subrisico zijn opgenomen. Voor geconsolideerde entiteiten die onderworpen zijn aan Solvency II of een gelijkwaardig regime, weerspiegelen deze kapitaalvereisten de impact op het Eigen vermogen volgens Solvency II onder extreme stressscenario's voor de onderschrijvingsveronderstellingen (bijv. afkoopratio's, sterftecijfers, invaliditeits- en morbiditeitspercentages, kosten, ...) die overeenstemmen met een stressscenario van 1 op 200.

De meeste technische voorzieningen Leven bij Ageas houden verband met de spaar- en pensioenactiviteiten. Daardoor houden de belangrijkste onzekerheden in verband met de levensverzekeringsverplichtingen van Ageas verband met marktrisico's zoals het niveau van de vastrentende spreads, het rendement op risicoactiva en de termijnstructuur van rentevoeten, en niet zozeer met verzekeringstechnische risico's zoals verval-, mortaliteits- of kostenrisico's. Voor beschermings-, lijfrente- of gezondheidsproducten kunnen verzekeringstechnische risico's voor individuele entiteiten relatief groter zijn, maar op het niveau van de Groep zijn dit niet de voornaamste risico's.

Daarom rapporteert Ageas niet regelmatig over kwantitatieve eersteordegevoeligheden voor de hele Groep. In plaats daarvan worden die risico's bewaakt in het kader van de gewone risicorapportering waarbij een economisch uitgangspunt gehanteerd wordt.

4.7.2.2 Verzekeringsrisico's Niet-Leven

De verzekeringstechnische risico's Niet-Leven bestaan voornamelijk uit het reserverisico, premierisico, catastroferisico en vervalrisico. Deze paragraaf beschrijft eerst deze risico's (onder A t/m D). Daarna wordt beschreven hoe de dochtermaatschappijen van Ageas deze risico's beheersen (onder E), in subparagraaf F worden de schaderatio's weergegeven, onder G de risicogevoeligheden Niet-Leven en onder H zijn de schadereservetabellen te vinden.

A. RESERVERISICO

Reserverisico houdt verband met de uitstaande schaden en is het risico van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van schommelingen in het tijdstip en het bedrag van de afhandeling en kosten van schaden.

B. PREMIERISICO B. PREMIERISICO Premierisico Niet-Leven is het risico dat de premie ontoereikend is om

Premierisico Niet-Leven is het risico dat de premie ontoereikend is om alle verplichtingen te dekken, inclusief schade en kosten als gevolg van schommelingen in de schadefrequentie, de ernst van de schadeclaims, het tijdstip van de afhandeling of nadelige veranderingen in de kosten. alle verplichtingen te dekken, inclusief schade en kosten als gevolg van schommelingen in de schadefrequentie, de ernst van de schadeclaims, het tijdstip van de afhandeling of nadelige veranderingen in de kosten.

Het schaderisico bij Niet-Leven kan om diverse redenen afwijken van de verwachte uitkomst. In een analyse wordt doorgaans anders omgegaan met claims met een lange of met een korte looptijd. Zo worden claims met een korte looptijd (zoals autoschade en schade aan goederen) over het algemeen binnen enkele dagen of weken gemeld en kort daarna afgewikkeld. De afwikkeling van claims met een lange looptijd, zoals bij lichamelijk letsel of aansprakelijkheid, kan daarentegen jaren in beslag nemen. Bij claims met een lange looptijd is, als gevolg van de aard van de schade, informatie over de gebeurtenis (bijvoorbeeld over de vereiste medische behandeling) niet altijd direct beschikbaar. Daarnaast is schade met een lange looptijd moeilijker te analyseren, zijn hiervoor meer gedetailleerde werkzaamheden vereist en is de mate van onzekerheid groter dan bij schade met een korte looptijd. Het schaderisico bij Niet-Leven kan om diverse redenen afwijken van de verwachte uitkomst. In een analyse wordt doorgaans anders omgegaan met claims met een lange of met een korte looptijd. Zo worden claims met een korte looptijd (zoals autoschade en schade aan goederen) over het algemeen binnen enkele dagen of weken gemeld en kort daarna afgewikkeld. De afwikkeling van claims met een lange looptijd, zoals bij lichamelijk letsel of aansprakelijkheid, kan daarentegen jaren in beslag nemen. Bij claims met een lange looptijd is, als gevolg van de aard van de schade, informatie over de gebeurtenis (bijvoorbeeld over de vereiste medische behandeling) niet altijd direct beschikbaar. Daarnaast is schade met een lange looptijd moeilijker te analyseren, zijn hiervoor meer gedetailleerde werkzaamheden vereist en is de mate van onzekerheid groter dan bij schade met een korte looptijd.

De verzekeringsmaatschappijen van Ageas houden rekening met de ervaringen met vergelijkbare gevallen en historische trends, zoals het voorzieningenpatroon, de groei van de blootstelling, schade-uitkeringen, de omvang van lopende en nog niet uitgekeerde schadegevallen, evenals gerechtelijke uitspraken en economische omstandigheden. Indien de ervaring hetzij onvoldoende wordt geacht of volledig afwezig, in het licht van de specifieke aard van de schadegebeurtenis4F 9 dan gebruikt Ageas betrouwbare (externe of overige) bronnen en beoordelingen, rekening houden met zijn risicopositie. De verzekeringsmaatschappijen van Ageas houden rekening met de ervaringen met vergelijkbare gevallen en historische trends, zoals het voorzieningenpatroon, de groei van de blootstelling, schade-uitkeringen, de omvang van lopende en nog niet uitgekeerde schadegevallen, evenals gerechtelijke uitspraken en economische omstandigheden. Indien de ervaring hetzij onvoldoende wordt geacht of volledig afwezig, in het licht van de specifieke aard van de schadegebeurtenis4F 9 dan gebruikt Ageas betrouwbare (externe of overige) bronnen en beoordelingen, rekening houden met zijn risicopositie.

Om het claimrisico te verminderen, passen de verzekeringsmaatschappijen van Ageas een selectie- en acceptatiebeleid toe. De prijsstelling wordt per klantensegment en per soort activiteit bepaald, waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van de kennis of verwachtingen ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van de frequentie en omvang van claims. Daarnaast profiteren de verzekeringsmaatschappijen van Ageas van spreidingseffecten omdat de Niet-Levenbedrijven actief zijn op een groot aantal verschillende terreinen en in een groot aantal verschillende regio's. Aan het gemiddeld aantal claims verandert dit niets, maar de variatie in de totale claimportefeuille neemt hierdoor wel af, en daarmee tevens het risico. Het risico van onverwacht grote schadeclaims wordt door polisbeperkingen, beheer van het concentratierisico en herverzekeringen ingeperkt. Om het claimrisico te verminderen, passen de verzekeringsmaatschappijen van Ageas een selectie- en acceptatiebeleid toe. De prijsstelling wordt per klantensegment en per soort activiteit bepaald, waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van de kennis of verwachtingen ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van de frequentie en omvang van claims. Daarnaast profiteren de verzekeringsmaatschappijen van Ageas van spreidingseffecten omdat de Niet-Levenbedrijven actief zijn op een groot aantal verschillende terreinen en in een groot aantal verschillende regio's. Aan het gemiddeld aantal claims verandert dit niets, maar de variatie in de totale claimportefeuille neemt hierdoor wel af, en daarmee tevens het risico. Het risico van onverwacht grote schadeclaims wordt door polisbeperkingen, beheer van het concentratierisico en herverzekeringen ingeperkt.

C. CATASTROFERISICO C. CATASTROFERISICO Catastroferisico betreft claims in verband met rampen, namelijk

Catastroferisico betreft claims in verband met rampen, namelijk natuurrampen zoals storm, overstromingen, aardbevingen, ernstige vorst, tsunami's en door mensen veroorzaakte rampen zoals terrorisme, explosies of schadegevallen met doden waarbij tal van slachtoffers natuurrampen zoals storm, overstromingen, aardbevingen, ernstige vorst, tsunami's en door mensen veroorzaakte rampen zoals terrorisme, explosies of schadegevallen met doden waarbij tal van slachtoffers betrokken zijn of die neveneffecten hebben zoals vervuiling, storing in bedrijfsactiviteiten. betrokken zijn of die neveneffecten hebben zoals vervuiling, storing in bedrijfsactiviteiten.

De vermindering van het catastroferisico vindt plaats via concentratierisicobeer en herverzekering. De vermindering van het catastroferisico vindt plaats via concentratierisicobeer en herverzekering.

D. VERVALRISICO D. VERVALRISICO

Vervalrisico heeft betrekking op de toekomstige premies in een premievoorziening waarbij een verwachte winst is voorzien. Vervalrisico is het risico van meer verval dan verwacht, waardoor de winst minder is dan verwacht. Vervalrisico heeft betrekking op de toekomstige premies in een premievoorziening waarbij een verwachte winst is voorzien. Vervalrisico is het risico van meer verval dan verwacht, waardoor de winst minder is dan verwacht.

E. HET BEHEERSEN VAN NIET-LEVEN-RISICO'S DOOR DE VERZEKERINGSDOCHTERMAATSCHAPPIJEN E. HET BEHEERSEN VAN NIET-LEVEN-RISICO'S DOOR DE VERZEKERINGSDOCHTERMAATSCHAPPIJEN Het beheersen van Niet-Leven-risico's binnen Ageas volgt de voor elke

Het beheersen van Niet-Leven-risico's binnen Ageas volgt de voor elke Niet-Leven-entiteit geldende instructies en richtlijnen op het gebied van verzekeren en risico's nemen. Hieronder vallen regels voor risicoacceptatie, richtlijnen op het gebied van schadebeheer, herverzekeringsactiviteiten en management in het algemeen. Niet-Leven-entiteit geldende instructies en richtlijnen op het gebied van verzekeren en risico's nemen. Hieronder vallen regels voor risicoacceptatie, richtlijnen op het gebied van schadebeheer, herverzekeringsactiviteiten en management in het algemeen.

Op Groepsniveau is in verband met het bovenstaande een aantal rapportageschema's, zoals KPI-rapporten en toereikendheidstoetsen ingevoerd, zowel voor schade- en premiereserves. Op Groepsniveau is in verband met het bovenstaande een aantal rapportageschema's, zoals KPI-rapporten en toereikendheidstoetsen ingevoerd, zowel voor schade- en premiereserves.

Daarnaast is een intern model ontwikkeld om het verzekeringstechnisch risico Niet-Leven voor de entiteiten en de Groep beter te beheren. Het model wordt gebruikt om de optimale herverzekeringsprogramma's te vinden en zo de Niet-Leven-risico's van de entiteiten te beperken, maar ook om risicoconcentratie binnen de Groep te vermijden. Weergerelateerde schades zijn een goed voorbeeld van concentratierisico's voor de Groep. Klimaatverandering verdient in dit verband bijzondere aandacht. Voor de modellen betreffende natuurverschijnselen worden externe modellen gebruikt. Ageas waarborgt een permanente opvolging van de implicatie van klimaatverandering op deze modellen en er vindt een permanente dialoog plaats met de aanbieders van deze modellen. Daarnaast is een intern model ontwikkeld om het verzekeringstechnisch risico Niet-Leven voor de entiteiten en de Groep beter te beheren. Het model wordt gebruikt om de optimale herverzekeringsprogramma's te vinden en zo de Niet-Leven-risico's van de entiteiten te beperken, maar ook om risicoconcentratie binnen de Groep te vermijden. Weergerelateerde schades zijn een goed voorbeeld van concentratierisico's voor de Groep. Klimaatverandering verdient in dit verband bijzondere aandacht. Voor de modellen betreffende natuurverschijnselen worden externe modellen gebruikt. Ageas waarborgt een permanente opvolging van de implicatie van klimaatverandering op deze modellen en er vindt een permanente dialoog plaats met de aanbieders van deze modellen.

F. SCHADERATIO'S F. SCHADERATIO'S Schaderatio is een maatstaf die wordt gebruikt om de geschiktheid te

Schaderatio is een maatstaf die wordt gebruikt om de geschiktheid te beoordelen van het gedeelte van de premies dat wordt gehanteerd om schadeclaims te dekken. Schaderatio wordt gedefinieerd als de totale (geschatte) kosten van schade als percentage van de verdiende premies. Combined ratio is de som van schade- en lastenratio (inclusief commissies). beoordelen van het gedeelte van de premies dat wordt gehanteerd om schadeclaims te dekken. Schaderatio wordt gedefinieerd als de totale (geschatte) kosten van schade als percentage van de verdiende premies. Combined ratio is de som van schade- en lastenratio (inclusief commissies).

Over het algemeen genomen mag een combined ratio onder de 100 procent worden verwacht met een doelstelling van minder dan 96%. Vanwege de intrinsieke veranderlijkheid van het schadeclaimproces en/of ondoelmatige premies, kan de combined ratio soms meer dan 100 procent bedragen. Deze situatie wordt aangepakt door middel van het beheersen van Niet-Leven-risico's (zie punt E hierboven). Over het algemeen genomen mag een combined ratio onder de 100 procent worden verwacht met een doelstelling van minder dan 96%. Vanwege de intrinsieke veranderlijkheid van het schadeclaimproces en/of ondoelmatige premies, kan de combined ratio soms meer dan 100 procent bedragen. Deze situatie wordt aangepakt door middel van het beheersen van Niet-Leven-risico's (zie punt E hierboven).

De combined ratio en de schaderatio zijn te raadplegen in toelichting 8 Segmentrapportering. De combined ratio en de schaderatio zijn te raadplegen in toelichting 8 Segmentrapportering.

9 Bijv. ENID (Events not in data)-gebeurtenissen. 9 Bijv. ENID (Events not in data)-gebeurtenissen.

126

G. GEVOELIGHEDEN OP TECHNISCHE VOORZIENINGEN

De in de onderstaande tabel getoonde Niet-Leven-risicogevoeligheden gaan uit van het effect op het resultaat voor belasting, rekening houdend met een afname van de kosten zoals inbegrepen in de Geconsolideerde resultatenrekening met 10% en een toename van schadelasten zoals inbegrepen in de Geconsolideerde resultatenrekening met 5%.

Effect op resultaat Effect op resultaat
voor belasting per voor belasting per
Gevoeligheden Niet-leven 31 december 2020 31 december 2019
Lasten (10%) 123 118
Schadelasten 5% (107) (116)

H. SCHADERESERVETABELLEN

De reserves die in de balans zijn verantwoord voor schadeclaims en de kosten van schadeclaims worden naar schadejaar door de actuarissen en de afdeling schadebeheer geanalyseerd. Uitkeringen en reserves worden derhalve in een tabel met twee tijdsperiodes weergegeven: schadejaar (jaar van de schade, in de kolommen) en kalenderjaar (ontwikkelingsjaar, op de regels). Deze zogenoemde uitfaserende driehoek laat zien hoe de schadereserve zich in de tijd ontwikkelt als gevolg van gedane betalingen en nieuwe schattingen van de uiteindelijke schade per de betreffende balansdatum.

Alle schadeclaims zijn het gevolg van verzekeringsovereenkomsten zoals gedefinieerd onder IFRS, inclusief alle schadeovereenkomsten waarvan de reserves in driehoeksformaat kunnen worden verantwoord. De genoemde belangrijkste cijfers zijn niet contant gemaakt. De contant gemaakte schadereserve en een aantal andere verplichtingen (bijv. permanente arbeidsongeschiktheid of lijfrentes uit producten zoals arbeidsongevallenverzekering of aansprakelijkheid voor motorrijtuigen) zijn opgenomen in de reconciliatieregels.

Alle bedragen in de tabel worden berekend tegen de geldende wisselkoers per jaareinde 2020.

De schadereserve-ontwikkelingstabel per schadejaar is als volgt.

Schadejaar
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Betalingen op:
N 1.011 1.008 963 1.072 1.049 1.287 1.200 1.209 1.228 1.158
N + 1
N + 2
497
129
474
115
484
110
493
125
503
129
489
117
504
113
519
125
485
N + 3 68 86 72 79 98 86 89
N + 4 48 64 57 59 49 69
N + 5 27 48 30 49 45
N + 6 18 21 17 22
N + 7 10 16 17
N + 8 10 12
N + 9 8
Schadekosten: (Cumulatieve betalingen
+ uitstaande claims reserve)
N 2.021 2.021 2.005 2.109 2.100 2.529 2.309 2.301 2.350 2.163
N + 1 1.949 1.988 1.951 2.091 2.084 2.525 2.284 2.335 2.242
N + 2 1.939 1.993 1.896 2.094 2.137 2.427 2.257 2.305
N + 3 1.914 1.971 1.882 2.107 2.075 2.320 2.200
N + 4 1.889 1.994 1.913 2.070 2.027 2.306
N + 5 1.913 1.997 1.900 2.030 2.032
N + 6 1.918 1.979 1.873 2.020
N + 7 1.909 1.967 1.864
N + 8 1.897 1.966
N + 9 1.895
Uiteindelijk verlies, geschat op de initiële datum 2.021 2.021 2.005 2.109 2.100 2.529 2.309 2.301 2.350 2.163
Uiteindelijk verlies, geschat in voorgaand jaar 1.897 1.966 1.872 2.030 2.026 2.321 2.257 2.335 2.350
Uiteindelijk verlies, geschat in huidig jaar 1.894 1.965 1.864 2.020 2.032 2.307 2.199 2.305 2.241 2.163
Surplus (tekort) huidig jaar ten opzichte
van initieel schadejaar 127 56 141 89 68 222 110 (4) 109
Surplus (tekort) huidig jaar
ten opzichte van vorig jaar 3 1 8 10 (6) 14 58 30 109
Uitstaande claims reserve voor 2011 455
Uitstaande claims reserve van 2011 tot 2020 3.123
Overige verplichtingen
(niet in tabel) 2.019
Claims ongevallenverzekeringen en gezondheidszorg 1.515
Totaal schadereserves in de balans 7.112

De schadereserve-ontwikkelingstabel per schadejaar (zie hierboven) laat de ontwikkeling zien van de uiteindelijke totale schade (in gedane betalingen en uitstaande schadereserves) voor elk schadejaar (zoals aangegeven in de kolom), per ontwikkelingsjaar (zoals aangegeven in de regel) vanaf het jaar van het optreden van de schade tot en met boekjaar 2020.

In de driehoek 'Betalingen' is het totale bedrag aan schadebetalingen weergegeven, verminderd met terugvorderingen, exclusief herverzekering.

De tweede driehoek, 'Schadekosten', geeft de som van de cumulatieve betalingen en de uitstaande claimsreserve inclusief IBN(E)R voor elk schadejaar weer. Dit is voor aftrek van herverzekering.

De regels 'Uiteindelijk verlies', geschat per de datum dat de schade voor het eerst optrad, per het vorige boekjaar en het huidige boekjaar weerspiegelt het feit dat de schatting fluctueert met de kennis en informatie die over de schadeclaim is vergaard. Hoe langer de ontwikkelingsperiode van de claims, hoe nauwkeuriger de inschatting van het uiteindelijke verlies.

Het bedrag bij 'Totaal schadeverplichting in de balans' wordt verder toegelicht in sectie 19.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven.

4.7.2.3 Gezondheidsrisico

Verzekeringstechnisch risico gezondheid geeft het risico weer dat ontstaat uit de onderschrijving van verplichtingen in het kader van gezondheidsverzekeringen, of dat nu gebeurt op een gelijkaardige technische basis als die van de levensverzekering of niet, voortvloeiend uit zowel de gedekte gevaren als de processen die worden gebruikt in de bedrijfsvoering.

De onderdelen van het gezondheidsverzekeringsrisico moeten worden opgesplitst afhankelijk van het type verplichtingen: indien gelijkaardig aan levensrisico of gemodelleerd op basis van gelijkaardige technieken als die voor levensverplichtingen – we verwijzen naar sectie 4.7.2.1 Verzekeringsrisico's Leven. Voor verplichtingen gelijkaardig aan Niet-Leven-verplichtingen of gemodelleerd op een gelijkaardige manier, verwijzen we naar sectie 4.7.2.2 Verzekeringsrisico's Niet-Leven.

4.7.3 Operationele risico's

Operationele risico's worden gedefinieerd als de risico's van verlies als gevolg van ontoereikende of falende interne processen, medewerkers, systemen of externe gebeurtenissen.

Ageas beschouwt operationeel risico als een overkoepelend risico dat een aantal subrisico's omvat: arbeidspraktijken en veiligheid op de werkvloer, uitvoering, levering en procesmanagement, technologie, interne fraude, externe fraude, schade aan materiële activa (inclusief fysieke beveiliging), klanten, producten, bedrijfs- en juridische praktijken, gedrag, naleving van de reglementering, derden, wettelijke rapportage, informatieverschaffing en belastingen, bedrijfscontinuïteit, crisismanagement en operationele weerbaarheid, databeheer, informatiebeveiliging (inclusief cyber) en modelrisico.

Om een afdoende beheer van operationele risico's te waarborgen, heeft Ageas in de hele groep beleidslijnen en processen ingevoerd met betrekking tot onder meer de volgende onderwerpen:

  • Beheer van de continuïteit van de onderneming,
  • Beheer van het frauderisico,
  • Informatiebeveiliging,
  • Gegevensbeheer,
  • Uitbesteding,
  • Eerlijke behandeling van klanten,
  • Incidentenbeheer en verzameling van verliesgegevens,
  • Beoordeling van de toereikendheid van de interne controle,
  • In kaart brengen van de belangrijkste risico's en het rapportageproces.

De strategie van Ageas om operationele risico's te verminderen, is om operationele fouten of onderbrekingen te minimaliseren, ongeacht of deze door interne of externe factoren worden veroorzaakt, die tot reputatieschade en/of financiële verliezen kunnen leiden. Ageas doet dit met een sterk en robuust intern controlesysteem (ICS). Opleidingsen trainingsinitiatieven voor risicobewustzijn maken deel uit van de activiteiten van de Ageas-entiteiten omdat deze cruciaal zijn teneinde te waarborgen dat medewerkers voldoende inzicht hebben in hun taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot risicobeheer.

Ageas past de standaardformule toe om het operationele risicokapitaal te berekenen. Ageas heeft ook een op scenario's gebaseerde benadering waarbij gebruik wordt gemaakt van het oordeel van deskundigen en van interne en externe gegevens. De geschatte frequentie en ernst worden voor elk operationeel risicoscenario vertaald in het meest waarschijnlijke potentiële verlies en het meest ongunstige potentiële verlies. De uitkomsten van de scenario's worden gebruikt om te bepalen of het op de standaardformule gebaseerde operationele risicokapitaal voldoende is om Ageas belangrijkste operationele risico's af te dekken.

Een van de belangrijkste operationele risico's van Ageas in 2020 is het risico van informatiebeveiliging (inclusief cyberbeveiliging en gegevensbescherming).

Om de risico's op het gebied van informatiebeveiligings beter te beheersen, consolideert Ageas de activiteiten van het Security Operation Centre (SOC), waardoor informatiebeveiligingsincidenten sneller en gerichter kunnen worden opgespoord en aangepakt. De activiteiten die door het SOC zullen worden uitgevoerd, zijn onder meer regelmatige kwetsbaarheidsbeoordelingen en penetratietests, aangevuld met ethisch hacken.

Daarnaast worden ten minste jaarlijks specifieke evaluaties inzake gegevensbescherming als informatiebeveiliging verricht.

4.7.4 Strategische & bedrijfsrisico's

Deze risicocategorie omvat externe en interne factoren die een invloed kunnen hebben op het vermogen van Ageas om zijn huidige ondernemingsplan uit te voeren en zijn huidige doelstellingen te bereiken, en om zich te positioneren met het oog op de verwezenlijking van aanhoudende groei en waardecreatie.

4.7.4.1 Strategisch risico

Risico voor de organisatie die voortvloeien uit een onduidelijk inzicht in en vertaling van de strategie, onvoldoende vastgestelde onzekerheidsniveaus (risico's) die met de strategie samenhangen en/of uitdagingen waarmee men tijdens de implementatiefasen wordt geconfronteerd. Het omvat de volgende risico's:

Het bedrijfsmodelrisico:

risico voor de organisatie dat voortvloeit uit ons bedrijfsmodel (en dat van invloed is op de zakelijke beslissingen die wij nemen).

Het partnershipsrisico:

risico voor de organisatie dat voortvloeit uit partnerships, afhankelijkheid van partnergerelateerde distributiekanalen, beperkte operationele controle die inherent is aan joint ventures, aanbieding van verzekeringsdiensten als onderdeel van een breder 'partnership-ecosysteem' (bijv. koppeling van verzekeringsproducten aan dienstverleners zoals Amazon, nutsbedrijven op het gebied van connected homes enz.).

Ageas heeft een sterk strategisch risicomanagementkader om op deze risico's te anticiperen, deze te melden en te verminderen. Het ORSArapport biedt een beoordeling van de algemene toereikendheid van de solvabiliteit voor de gebudgetteerde periode van drie jaar (multi-year budget of MYB), waarbij strategische risico's zijn inbegrepen.

4.7.4.2 Veranderingsrisico

Risico's voor de organisatie die voortvloeien uit het management van veranderingen (bijv. programma's en projecten) of het onvermogen om snel genoeg in te spelen op bedrijfstak- en marktveranderingen (bijv. regelgeving en producten).

4.7.4.3 Bedrijfstakrisico

Risico's die voortvloeien uit interne en/of externe omgevingsfactoren zoals:

  • Macro-economisch, voortvloeiend uit economische factoren (bijv. inflatie, deflatie, werkloosheid, veranderend consumentenvertrouwen / -gedrag enz.) die van invloed kunnen zijn op de activiteiten. Rente / inflatie / deflatie kan ook optreden via financiële en/of verzekeringsrisico's;
  • Geopolitieke factoren die ons vermogen beïnvloeden om activiteiten uit te voeren of te ontwikkelen in de verschillende landen waar wij actief zijn / willen zijn;
  • Veranderende voorkeuren / klantgedrag;
  • Innovatie vanuit interne (eigen verzekeringsdiensten en gelanceerde producten enz.) en externe factoren (bijv. blockchain, zelfrijdende auto's enz.);
  • Concurrentierisico's ontstaan door veranderingen in het concurrentielandschap of de marktpositie.

4.7.4.4 Systeemrisico

Het risico van verstoring van financiële dienstverleningsorganisaties die mogelijk ernstige gevolgen heeft voor het financiële systeem en/of de reële economie. Systeemrisico-gebeurtenissen kunnen hun oorsprong hebben in, zich verspreiden via, of buiten Ageas blijven.

4.7.4.5 Duurzaamheidsrisico

Een duurzaamheidsrisico is een onzekere gebeurtenis van milieugebonden, sociale of bestuursgebonden aard (ESG) die, indien ze plaatsvindt, een aanzienlijke negatieve impact op Ageas kan hebben. Het zijn ook de kansen die Ageas mogelijk kan aangrijpen vanwege veranderingen in milieugebonden of sociale factoren.

Milieu heeft betrekking op de kwaliteit en het functioneren van de natuurlijke omgeving en natuurlijke systemen, en onze positieve bijdrage daaraan.

Sociaal heeft betrekking op de rechten, het welzijn en de belangen van mensen en gemeenschappen.

Bestuur heeft betrekking op elementen zoals de structuur van de Raad van Bestuur, het loon van managers, aandeelhoudersrechten en de interactie met stakeholders…

De impact van ESG-risico's wordt in overweging genomen en gerapporteerd volgens twee pijlers:

  • Fysiek risico de impact op het bedrijf als gevolg van fysieke risico's die zich voordoen (bijv. schade aan de vastgoedportefeuille, het welzijn van mensen door lange lockdowns/ snelle veranderingen in werkcultuur, technologie…).
  • Overgangsrisico de impact op het bedrijf als gevolg van de genomen / geïmplementeerde overgangsmaatregelen ter ondersteuning van een groenere economie

4.7.5 Herverzekering

Indien noodzakelijk sluiten de verzekeringsbedrijven van Ageas herverzekeringscontracten af om de verzekeringstechnische risico's te verminderen. Deze herverzekering kan op polis-per-polis-basis (per risico) plaatsvinden of op portefeuillebasis (per gebeurtenis). Deze laatste gebeurtenissen zijn voornamelijk weergerelateerd (bijv. orkanen, aardbevingen en overstromingen) of ontstaan door menselijk handelen, met vele claims veroorzaakt door een afzonderlijke gebeurtenis. Voor de selectie van herverzekeringsmaatschappijen zijn voornamelijk de prijsstelling en de beheersing van het tegenpartijrisico bepalend. Het beheer van het tegenpartijrisico is geïntegreerd in het totale beheer van het kredietrisico.

Ageas richtte een interne herverzekeringsmaatschappij op, genaamd Intreas N.V., die in juni 2015 een licentie in Nederland verkreeg. In 2018 verkreeg Ageas een vergunning voor Leven en voor Niet-Leven voor ageas SA/NV in België. In de loop van 2019 werden de activiteiten van Intreas N.V. volledig overgedragen aan ageas SA/NV en werd Intreas N.V. geliquideerd.

De reden voor het aanvragen van een vergunning voor ageas SA/NV is het optimaliseren van het herverzekeringsprogramma van Ageas door het harmoniseren van risicoprofielen doorheen gecontroleerde limieten/entiteiten en om het kapitaalbeheer te verbeteren.

De verzekeringsmaatschappijen in scope voor Intreas zijn:

  • AG Insurance, België;
  • Ageas Insurance Limited, VK;
  • Ageas Ocidental, Portugal;
  • Ageas Seguros Non-Life, Portugal;
  • Medis, Portugal;
  • Specifieke minderheidsparticipaties in bijvoorbeeld Thailand, Turkije en India.

Teneinde in overeenstemming te zijn met zijn risk appetite, vermindert ageas SA/NV een gedeelte van het risico op de aangegane contracten door de aankoop van groep retrocessie dekkingen en/of dekkingen die zijn eigen balans beschermen. Ageas SA/NV onderschrijft proportionele overeenkomsten, die een deel van de Niet-levenactiviteiten van de dochtermaatschappijen.

Sinds de overdracht van de activiteiten van Intreas aan ageas SA/NV werd de governance aangepast teneinde te voldoen en te opereren binnen het risicomanagementkader van Ageas en om de procesbeheersing te laten voldoen aan de standaarden van de Groep.

In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van het behoud van het risico per product van Ageas (in EUR mio)

Waarschijnlijk maximaal Waarschijnlijk maximaal
2020 verlies per risico verlies per gebeurtenis
Productsegmenten
Auto, wettelijke aansprakelijkheid 4 4
Terrorisme 49
Vastgoed 4 95
Wettelijke aansprakelijkheid algemeen 4 7
Bedrijfsongevallenverzekering 3 3
Persoonlijke ongevallen 3 3

De tabel geeft het hoogste bedrag (afgetopt op een terugkeerperiode van 200 jaar) per risico weer voor alle entiteiten van de groep voor soortgelijke dekking waarvoor Ageas de maximale neemt om risico's te beperken. Bedragen die hoger zijn dan in de tabel weergegeven, worden overgedragen naar derden herverzekeraars. De hoogte hangt af van het type gebeurtenis dat door deze herverzekeringsovereenkomsten wordt gedekt: per individueel risico of per gebeurtenis. Aangezien de catastrofedekking voor Auto overige onder de reguliere vastgoed herverzekeringsovereenkomsten valt, wordt het genoemde behoud beschouwd als het maximale bedrag waaraan Ageas blootgesteld is.

Voor het behoud per gebeurtenis, nemen we de maximale gecombineerde blootstelling van AIL, AGI en Ageas SA/NV in aanmerking.

De aan herverzekeraars afgestane premies per productlijn worden gepresenteerd in toelichting 30 'Verzekeringspremies'.

5 Toezicht en solvabiliteit

ageas SA/NV is de ultieme moedermaatschappij van de Ageas Groep. De Nationale Bank van België (NBB) heeft ageas SA/NV aangemerkt als een Verzekeringsholding. Sinds juni 2018 heeft de NBB aan ageas SA/NV een vergunning toegekend om alle leven en niet-leven herverzekeringsactiviteiten uit te voeren. NBB is de toezichthoudende instantie en ontvangt in die hoedanigheid specifieke rapporten die de basis vormen voor het prudentieel toezicht op het niveau van de groep. In zijn rol van toezichthoudende instantie voor de groep faciliteert de NBB groepstoezicht via een college van toezichthouders. Toezichthouders in de EER-lidstaten waarin Ageas actief is, zijn in dit college vertegenwoordigd. Het college werkt op basis van Europese richtlijnen, waarborgt dat de samenwerking, uitwisseling van informatie en gezamenlijk overleg tussen de toezichthoudende instanties plaatsvindt en bevordert de convergentie van toezichthoudende activiteiten.

5.1 Vereist en beschikbaar kapitaal onder Solvency II - Partieel Intern Model (Pijler 1)

Sinds 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau onder het Solvency II-raamwerk. In plaats van de Standaardformule toe te passen gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) voor de Pijler 1-rapportage waarbij het grootste deel van de schadeverzekeringsrisico's worden gemodelleerd aan de hand van Ageas-specifieke formules.

Voor volledig geconsolideerde entiteiten is de consolidatiekring voor Solvency II vergelijkbaar met die van IFRS, met een uitzondering voor Interparking, dat in Solvency II proportioneel geconsolideerd wordt en in IFRS volledig. De Europese beleggingen in deelnemingen werden pro-rata opgenomen, zonder enige diversificatievoordelen. Alle niet-Europese deelnemingen (inclusief Turkije) werden uitgesloten van beschikbaar kapitaal en vereist kapitaal, aangezien de toepasselijke solvabiliteitsstelsels niet als gelijkwaardig aan Solvency II worden beschouwd.

In het Partieel Intern Model (PIM) past Ageas overgangsmaatregelen toe inzake de technische voorzieningen in Portugal en Frankrijk en de grandfathering van uitgegeven hybride schuld.

132

De aansluiting tussen het eigen vermogen volgens de IFRS en het eigen vermogen volgens Solvency II en de resulterende solvabiliteitsratio volgens het Partieel Intern Model is de volgende:

31 december 2020 31 december 2019
IFRS eigen vermogen 13.774 13.481
Eigen vermogen 11.555 11.221
Minderheidsbelangen 2.219 2.260
Achtergestelde verplichtingen die in aanmerking komen 2.936 3.117
Perimeter wijzigingen aan IFRS waarde (5.326) (4.927)
Uitsluiting van verwachte dividenden (485) (490)
Proportionele consolidatie (296) (343)
Verwijdering uit de balans van beleggingen in deelnemingen (4.545) (4.095)
Waarderingsverschillen - (niet geaudit) (2.472) (1.999)
Herwaardering van vastgoedinvesteringen 1.667 1.885
Verwijdering uit de balans van parking concessies (360) (531)
Verwijdering uit de balans van goodwill (596) (614)
Herwaardering van balansonderdelen gerelateerd aan de verzekeringsactiviteiten - (niet geaudit)
(Technische voorzieningen, herverzekeringsvorderingen, VOBA en overlopende acquisitiekosten) (8.137) (6.852)
Herwaardering van activa die onder IFRS niet aan reële waarde kunnen worden geboekt
(Obligaties aangehouden tot einde looptijd, leningen, hypotheken) 4.442 3.654
Belastingimpact op waarderingsverschillen 617 500
Overige (106) (41)
Totaal Solvency II eigen vermogen - (niet geaudit) 8.912 9.671
Niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal (1.043) (1.018)
Totaal in aanmerking komend Solvency II eigen vermogen - (niet geaudit) 7.869 8.653
Vereist kapitaal voor de Groep volgens het Partieel Intern Model (SCR) – (niet-geaudit) 3.962 4.254
Kapitaalratio 198,6% 203,4%
31 december 2020 31 december 2019
Totaal in aanmerking komend eigen vermogen onder Solvency II,
waarvan - (niet geaudit): 7.869 8.653
Tier 1 5.048 5.502
Tier 1 restricted 1.205 1.376
Tier 2 1.537 1.668
Tier 3 79 107

Het eigen vermogen daalde van EUR 8.653 miljoen in het vierde kwartaal van 2019 naar EUR 7.869 miljoen in het vierde kwartaal van 2020; dit wordt verklaard door de aankoop van de deelnemingen in Azië die van het SII eigen vermogen worden uitgesloten, de dalende rentecurve, de inkoop van eigen aandelen en het verwachte dividend.

Niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal is verbonden met belangen van derden.

De solvabiliteitskapitaalvereisten kunnen als volgt worden samengevat:

31 december 2020 31 december 2019
Marktrisico 4.648 4.821
Tegenpartij kredietrisico 325 358
Levensverzekeringstechnisch risico 842 775
Gezondheidzorg verzekeringtechnisch risico 331 321
Niet-leven verzekeringstechnisch risico 796 809
Diversificatie tussen de hierboven vermelde risico's (1.549) (1.535)
Niet-diversifieerbare risico's 537 535
Absorberend vermogen van technische voorzieningen om verliezen te compenseren (1.193) (1.035)
Absorberend vermogen van uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren (774) (796)
Vereist kapitaal voor de Groep volgens
het Partieel Intern Model (SCR) – (niet-geaudit) 3.962 4.254
Impact van Schade Intern Model op Niet-Leven Verzekeringstechnisch Risico 245 254
Impact van Schade Intern Model op Diversificatie en andere risico's (122) (117)
Impact van Schade intern Model op correctie
voor het vermogen via Uitgestelde Belastingen 8 1
Vereist Kapitaal voor de Groep onder de Standaardformule – (niet-geaudit) 4.093 4.392

5.2 Kapitaalbeheer Ageas onder Solvency II – SCRageas (Pijler 2 – niet geaudit)

Ageas is van mening dat een sterke kapitaalbasis in de individuele verzekeringsactiviteiten een noodzaak is, enerzijds als een competitief voordeel en anderzijds omdat het nodig is om de geplande groei te financieren.

Voor zijn kapitaalbeheer hanteert Ageas een interne benadering gebaseerd op het Partieel Intern Model met een aangepast spread risico, waarbij een Intern Model wordt toegepast voor Vastgoed (vanaf 2016), overgangsmaatregelen worden verwijderd (met uitzondering van de grandfathering van uitgegeven hybride schuld en de verlenging van rapportagedeadlines) en een aanpassing voor de reële waardering van IAS 19-reserves.

Onder deze aanpassing wordt het spread risico berekend op het fundamenteel gedeelte van het spreadrisico voor alle obligaties. Dit betekent dat eveneens een SCR-last wordt toegekend aan overheidsobligaties uit de EU met een hoge rating en verlaagt het spread risico voor alle andere obligaties. De technische voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde met gebruik van een rentecurve zoals voorgeschreven door EIOPA. In plaats van de standaard volatiliteitsaanpassing passen de ondernemingen een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing toe, of gebruiken een model voor verwachte verliezen gebaseerd op de samenstelling van hun specifieke activaportefeuille. Deze SCR wordt SCRageas genoemd.

De aansluiting van de SCRageas met het Partieel Intern Model SCR is de volgende:

31 december 2020 31 december 2019
Partieel Intern Model SCR Groep 3.962 4.254
Uitsluiting van Algemene Rekening (71) (70)
Partieel Intern Model SCR Verzekeringsactiviteiten 3.891 4.183
Impact van Intern Model Vastgoed (271) (445)
Bijkomend Spreadrisico 623 282
Min diversificatie 11 35
Min correctie technische voorziening (80) (150)
Min Beperking correctie voor het vermogen van uitgesteld belastingverlies (72) 2
Group SCR ageas 4.103 3.907
31 december 2020 31 december 2019
In aanmerking komend groepsvermogen gebaseerd op
Partieel Intern Model 7.869 8.653
Uitsluiting van Algemene Rekening (289) (720)
Herwaardering technische voorziening (221) (196)
Terugboeking van parking concessies 362 245
Herberekening van niet-beschikbaar 40 (67)
In aanmerking komend groepsvermogen onder Solvency II ageas 7.761 7.915

Group SCRageas steeg van EUR 3.907 miljoen in het vierde kwartaal van 2019 naar EUR 4.104 miljoen in het vierde kwartaal van 2020 en wordt voornamelijk verklaard door toenemend aandelenrisico en verzekeringstechnisch risico Niet-leven:

  • Het toegenomen spread risico omwille van een modelwijziging aan het krediet model ingevoerd voor de belangrijkste leven maatschappijen in Q4 2020.
  • De stijging van het aandelen en vastgoed risico vloeit voornamelijk voort uit nieuwe investeringen: Deze risico oriëntatie geeft de zoektocht naar rendement weer maar wordt steeds toegepast binnen de voorziene limieten voor risico appetijt.

Deze stijging wordt gedeeltelijk gecompenseerd door het hogere vermogen om verliezen te absorberen binnen Technische voorzieningen na de introductie van een overloop rekening. Deze overloop rekening werd geïntroduceerd in de modellen om het financieel resultaat beter te reflecteren vanuit een beheer op basis van continuïteit. Het vorige model realiseerde meer en minderwaarden in lijn met de contracttermijnen zoals voorzien onder Solvency II (run-off perspectief) wat een vervormd beeld gaf op de toekomstige financiële marge gerealiseerd op basis van continuïteit.

31 december 2020 31 december 2019
Eigen Solvabiliteits- Eigen Solvabiliteits
vermogen SCR ratio vermogen SCR ratio
België 5.882 3.019 194,8% 6.262 2.837 220,7%
VK 840 463 181,4% 852 475 179,2%
Continentaal Europa 1.051 634 165,8% 1.072 632 169,7%
Herverzekering 832 407 204,4% 708 410 172,6%
Niet-Overdraagbaar eigen vermogen / Diversificatie (844) (419) (979) (448)
Totaal Verzekering 7.761 4.104 189,1% 7.915 3.907 202,6%
Algemene Rekening inclusief eliminatie en diversificatie 295 68 719 66
Totaal Ageas 8.056 4.172 193,1% 8.634 3.973 217,3%

De beoogde kapitaalratio wordt gesteld op 175% gebaseerd op SCRageas.

6 Beloningen en vergoeding

6.1 (Personeels)vergoedingen

Dit hoofdstuk heeft betrekking op vergoedingen na uitdiensttreding, andere langetermijn-personeelsbeloningen en beëindigingsvergoedingen. Vergoedingen na uitdiensttreding zijn personeelsbeloningen, zoals pensioenen en gezondheidszorg regelingen, die worden uitgekeerd na beëindiging van de arbeidsrelatie. Andere langetermijn-personeelsbeloningen zijn personeelsbeloningen die niet (volledig) betaalbaar zijn binnen twaalf maanden na de periode waarin de medewerkers de betreffende dienst hebben verleend, zoals jubileumuitkeringen en langdurige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsvergoedingen die betaalbaar zijn ten gevolge van het voortijdig beëindigen van de arbeidsovereenkomst met een werknemer.

De volgende tabel geeft een overzicht van alle personeelsvergoedingen binnen Ageas.

2020 2019
Pensioenregelingen met vaste toezeggingen 825 742
Overige vergoedingen na uitdiensttreding 153 140
Overige lange-termijn-personeelsbeloningen 18 17
Verplichtingen voor ontslagvergoedingen 4 5
Totaal verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen (activa) 1.000 904

Verplichtingen en gerelateerde prestatiekosten worden volgens de 'projected unit credit' methode berekend. Het doel van deze methode is de beloningen toe te rekenen naar rato van het aantal dienstjaren waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige salarisverhogingen en de toewijzingsbeginselen van de pensioenregeling.

De verplichting voor toegezegdpensioenregelingen vertegenwoordigt de netto contante waarde van de toegekende beloningen per verslagdatum. De aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen de contante waarde van de beloningen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer gedurende de periode.

De pensioenkosten omvatten nettorentelasten, berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettopensioenschuld. De disconteringsvoet is een voet van toepassing op hoogwaardige bedrijfsobligaties als er sprake is van een actieve markt voor zulke obligaties, en een voet van toepassing op overheidsobligaties op andere markten.

Bepaalde activa kunnen worden beperkt tot hun recupereerbare bedrag in de vorm van een reductie in toekomstige contributies of een cash terugbetaling (actiefplafond). Bovendien kan er een verplichting omwille van een minimumvereiste inzake financiering worden geregistreerd.

Actuariële winsten en verliezen voor vergoedingen na uitdiensttreding worden geregistreerd in overig comprehensive income, terwijl die voor Andere personeelsbeloningen op lange termijn en uitdiensttredingsvergoedingen in de resultatenrekening worden geboekt.

6.1.1 Vergoedingen na uitdiensttreding

Pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding

Ageas heeft pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen voor het merendeel van haar medewerkers.

Toegezegdpensioenregelingen worden berekend op basis van het aantal dienstjaren en het salarisniveau. De pensioenverplichtingen worden bepaald aan de hand van sterftecijfers, het personeelsverloop, de loonstijging en economische aannames met betrekking tot bijvoorbeeld de inflatie en het disconteringspercentage. De disconteringsvoet wordt per land of per regio vastgesteld op basis van het rendement (per de einddatum) van bedrijfsobligaties met een AArating. Door deze pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen is de groep blootgesteld aan actuariële risico's, zoals langleven-, valuta-, rente- en marktrisico.

Naast pensioenuitkeringen omvatten de kosten van regelingen op basis van vaste toezeggingen ook andere kosten, zoals de vergoeding van een deel van de premies van gezondheidszorg verzekeringen, die in stand blijven na pensionering van medewerkers

136

Pensioenregelingen op basis van beschikbare premies

Ageas financiert wereldwijd een aantal regelingen op basis van beschikbare premies. Bij dit type regelingen blijft de verplichting van de werkgever beperkt tot de uitkering van de vergoedingen die zijn berekend in overeenstemming met het reglement. In 2020 bedroegen de werkgeversbijdragen voor regelingen op basis van beschikbare premies EUR 11 miljoen (2019: EUR 11 miljoen). Deze bijdragen worden verantwoord onder Personeelskosten (zie toelichting 40).

In België, heeft Ageas regelingen met toegezegde bijdragen, opgezet in overeenstemming met de Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen (WAP plannen). Deze plannen verbinden de werkgever tot de betaling van een toelage berekend volgens het pensioenreglement, en het toekennen van een gewaarborgd minimum rendement gelinkt aan de rentes op Belgische overheidsobligaties, met een ondergrens van 1,75% en een bovengrens van 3,75%.

De wet van 18 december 2015 om de houdbaarheid en maatschappelijke doelstelling van werknemerspensioenen te verzekeren en om het aanvullend karakter verder te verstevigen in vergelijking met de wettelijke pensioenen verandert het engagement van de werkgever ten aanzien van deze plannen. Per 1 januari 2016 is de door de werkgever gegarandeerde rentevoet gelijk aan een percentage (gelijk aan 65% ) van het gemiddelde rendement op de 24 voorgaande maanden tot 1 juni van de Belgische OLO's met een looptijd van 10 jaar. Dit rendement zal worden toegepast op 1 januari van het volgende jaar. Deze berekening resulteert in een gegarandeerde rentevoet van 1,75% op 1 januari 2020 (1,75% op 1 januari 2019).

Door deze minimale rendementsgaranties voldoen WAP plannen strikt genomen niet aan de definitie van toegezegdebijdragenregelingen van IAS 19. Hoewel IAS 19 geen rekening houdt met de boekhoudkundige verwerking van hybride plannen, kunnen dergelijke plannen dankzij de wetswijziging per 1 januari 2016 boekhoudkundig worden verwerkt met behulp van de 'projected unit credit'-methode. Bijgevolg heeft Ageas de verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen vanaf 1 januari 2016 geschat volgens IAS 19.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de bedragen die per 31 december zijn opgenomen in de balans in verband met pensioenregelingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.

Overige vergoedingen
Pensioenregelingen
met vaste toezeggingen
na uitdiensttreding
2020 2019 2020 2019
Contante waarde van verplichtingen met kwalificerende beleggingen 307 286
Contante waarde van verplichtingen zonder kwalificerende beleggingen 862 785 153 140
Contante waarde van de verplichting 1.169 1.071 153 140
Reële waarde van kwalificerende beleggingen (353) (343)
816 728 153 140
Actiefplafond / minimale financieringsvereisten 8 12
Overige bedragen verantwoord in de balans 1 2
Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen 825 742 153 140
Bedragen in de balans:
Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen 870 792 153 140
Activa voor plannen met vaste toezeggingen (45) (50)
Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen 825 742 153 140

De verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen zijn opgenomen onder 'Overlopende rente en overige verplichtingen' (zie toelichting 24) en de activa uit hoofde van pensioenregelingen met vaste toezeggingen vallen onder 'Overlopende rente en overige activa' (zie toelichting 15).

Omdat Ageas als financiële instelling gespecialiseerd is in het beheer van regelingen voor personeelsvergoedingen zijn een aantal pensioenregelingen voor medewerkers verzekerd via verzekeringsbedrijven die deel uitmaken van de Groep. Derhalve, en in overeenstemming met IFRS, worden deze activa niet tot het toetsingsvermogen gerekend en mogen deze niet worden gerekend tot de fondsbeleggingen. Om die reden worden deze regelingen aangemerkt als 'niet gefinancierd'.

Vanuit economisch oogpunt wordt de nettoverplichting inzake toegezegdpensioenregelingen gecompenseerd door de niet tot het toetsingsvermogen gerekende fondsbeleggingen die binnen Ageas worden aangehouden (2020: EUR 531 miljoen; 2019: EUR 538 miljoen). Economisch gezien resulteert dit voor 2020 in een netto pensioenverplichting van EUR 294 miljoen (2019: EUR 204 miljoen) voor verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen in de balans.

Pensioenregelingen
met vaste toezeggingen
Overige vergoedingen
na uitdiensttreding
2020 2019 2020 2019
Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste
toezeggingen per 1 januari 742 644 140 133
Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen 59 53 5 5
Bijdragen werkgevers (3) (18)
Bijdragen werknemers betaald aan de werkgever 2 2
Uitkeringen direct betaald door de werkgever (37) (40) (3) (3)
Wisselkoersverschillen 1 (1)
Overige 1 22
Herberekening 60 80 11 5
Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste
toezeggingen per 31 december 825 742 153 140

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen.

Pensioenregelingen
met vaste toezeggingen
Overige vergoedingen
na uitdiensttreding
2020 2019 2020 2019
Verplichtingen voor regelingen met vaste
toezeggingen per 1 januari 1.071 932 140 133
Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten 53 43 4 3
Rentelasten 10 15 1 2
Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven en niet-verworven rechten 2 3
Planinperkingen 1
Schikkingen (23)
Herberekening 93 130 11 5
Bijdragen werknemers betaald aan de werkgever 2 2
Uitkeringen (13) (13)
Uitkeringen direct betaald door de werkgever (37) (40) (3) (3)
Overdracht 12
Wisselkoersverschillen (12) 9
Verplichtingen voor regelingen met vaste
toezeggingen per 31 december 1.169 1.071 153 140

De volgende tabel toont de mutaties in de reële waarde van de kwalificerende beleggingen.

Pensioenregelingen met vaste toezeggingen 2020 2019
Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 1 januari 343 306
Schikkingen (22)
Rentebaten 5 8
Herberekening (rendement op de kwalificerende beleggingen,exclusief rente-effect) 29 45
Bijdragen werkgevers 2 17
Uitkeringen (12) (13)
Overdracht 12
Wisselkoersverschillen (13) 11
Overige (1) (21)
Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 31 december 353 343

De volgende tabel toont de veranderingen in het actiefplafond en/of minimale financieringsvereisten.

2020 2019
Actiefplafond / minimale financieringsvereisten
per 1 januari 12 17
Herberekening (4) (5)
Actiefplafond / minimale financieringsvereisten
per 31 december 8 12

Het actiefplafond houdt verband met Ageas-entiteiten in Portugal.

De volgende tabel geeft een overzicht van de componenten die betrekking hebben op de toegezegdpensioenregelingen en overige uitkeringen na uitdiensttreding voor het jaar eindigend per 31 december en die van invloed zijn op de resultatenrekening.

Pensioenregelingen met Overige vergoedingen
vaste toezeggingen na uitdiensttreding
2020 2019 2020 2019
Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten 53 43 4 3
Netto rentekosten 5 7 1 2
Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven en niet-verworven rechten 2 3
Planinperkingen 1
Schikkingen (1) (1)
Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen 59 53 5 5

De netto rentekosten en andere zijn verantwoord als Financieringslasten (zie toelichting 37). Alle overige kosten worden verantwoord als Personeelskosten (zie toelichting 40).

De samenstelling van herberekeningen per 31 december is als volgt.

Pensioenregelingen met Overige vergoedingen
vaste toezeggingen na uitdiensttreding
2020 2019 2020 2019
Rendement op kwalificerende beleggingen, exclusief effect op de rente (29) (45)
Herberekening van actiefplafond / minimale financieringsvereisten (4) (5)
Actuariële (winsten) verliezen m.b.t.:
wijziging in demografische veronderstellingen 13 14 5
wijziging in financiële veronderstellingen 96 108 11
ervaringsaanpassingen (3) 9 (3) (11)
Herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling, netto (actief) 60 80 11 5

De herberekening van de netto verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling wordt onder overig comprehensive income verantwoord. Herberekeningen van kwalificerende beleggingen zijn met name het verschil tussen de eigenlijke return van kwalificerende beleggingen en verwachte disconteringsvoet. Herberekeningen van de toegezegdpensioenverplichtingen geven de verandering in actuariële veronderstellingen (demografische en financiële veronderstellingen) en de ervaringsaanpassingen weer.

Ervaringsaanpassingen zijn de actuariële winsten en verliezen die ontstaan door verschillen tussen de actuariële veronderstellingen aan het begin van het jaar en de werkelijke uitkomsten gedurende het jaar.

De volgende tabel is een weergave van de gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregeling in jaren.

2020 Pensioenregelingen
met vaste toezeggingen
Overige vergoedingen
na uitdiensttreding
Gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregeling 15 23

De volgende tabel geeft een overzicht van de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de landen in de eurozone.

Pensioenregelingen
met vaste toezeggingen
Overige vergoedingen
na uitdiensttreding
2020 2019 2020 2019
Laag Hoog Laag Hoog Laag Hoog Laag Hoog
Disconteringsvoet 0,0% 0,6% 0,3% 1,1% 0,5% 0,6% 0,9% 1,0%
Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) 1,5% 4,1% 1,5% 4,8%
Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) 1,5% 1,7% 1,5% 1,8%
Evolutie medische kosten 2,0% 3,8% 3,8% 3,8%

De disconteringsvoet voor Pensioenregelingen is gewogen voor de netto verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling (activa). De meest uitgebreide pensioenplannen situeren zich in België, met disconteringsvoeten variërend van 0,01% tot 0,64%. De toekomstige salarisverhogingen variëren in 2020 van 1,50% voor oudere personeelsleden tot 4,10% voor jongere personeelsleden.

De volgende tabel bevat de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de overige landen.

Pensioenregelingen met vaste toezeggingen 2020 2019
Disconteringsvoet 1,3% 2,0%
Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) 0,0% 3,3%

De eurozone vertegenwoordigt 80% van de totale verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen van Ageas. Onder overige landen valt uitsluitend het Verenigd Koninkrijk. Uitkeringen na uitdiensttreding in landen buiten de eurozone en het Verenigd Koninkrijk worden aangemerkt als niet van materieel belang.

Een toe- of afname van 1% in de veronderstelde actuariële veronderstellingen zou het volgende effect hebben op de pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.

Pensioenregelingen Overige vergoedingen
na uitdiensttreding
met vaste toezeggingen
2020 2019 2020 2019
Contante waarde van de verplichting 1.169 1.071 153 140
Effect van wijzigingen in de veronderstelde disconteringsvoet:
1% toename (13,0%) (12,9%) (19,5%) (19,9%)
1% afname 16,3% 16,2% 25,8% 26,0%
Effect van wijzigingen in de veronderstelde toekomstige salarisverhogingen:
1% toename 11,4% 12,0%
1% afname (9,4%) (9,9%)
Effect van wijzigingen in de veronderstelde pensioenverhogingen:
1% toename 8,8% 9,1%
1% afname (7,6%) (7,9%)

Een toe- of afname van de veronderstelde trendmatige groei met 1% van de medische kosten zou het volgende effect hebben op de uitkeringsverplichting voor medische kosten.

Medische kosten
2020 2019
Contante waarde van de verplichting 153 140
Effect van de veronderstelde trendmatige veranderingen van de medische kosten:
1% toename 25,1% 23,4%
1% afname (18,7%) (17,6%)

De samenstelling van de kwalificerende beleggingen is als volgt.

31 December 2020
%
31 December 2019 %
Aandelen 65 18,4% 65 19,1%
Obligaties 157 44,5% 144 42,0%
Verzekeringscontracten 30 8,5% 28 8,0%
Vastgoedportefeuille 41 11,6% 45 13,2%
Geldmiddelen 6 1,7% 5 1,5%
Overige 54 15,3% 56 16,2%
Totaal 353 100,0% 343 100,0%

De kwalificerende beleggingen bestaan voornamelijk uit vastrentende waarden, gevolgd door aandelen, vastgoed (fondsen) en beleggingscontracten die zijn afgesloten bij verzekeringsmaatschappijen. Volgens het interne beleggingsbeleid van Ageas dienen voor de financiering van pensioenregelingen beleggingen in derivaten en opkomende markten te worden vermeden. Het bedrag in 'Overige' houdt verband met twee gediversifieerde fondsen in het Verenigd Koninkrijk.

De samenstelling van de pensioenplanbeleggingen voor de niet-kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen is als volgt.

31 December 2020 % 31 December 2019 %
Aandelen 35 6,4% 28 5,2%
Obligaties 432 79,3% 445 80,8%
Verzekeringscontracten 14 2,6% 11 2,1%
Vastgoedportefeuille 57 10,5% 58 10,5%
Converteerbare obligaties 10 1,8% 7 1,2%
Geldmiddelen (3) (0,6%) 1 0,2%
Totaal 545 100,0% 550 100,0%

Ageas past het beleid voor asset-allocatie geleidelijk aan om zo de looptijd van de beleggingen beter af te stemmen op de looptijd van de pensioenverplichtingen.

Naar verwachting zal Ageas als werkgever in het boekjaar eindigend op 31 december 2020 de volgende bijdragen betalen aan regelingen ten behoeve van uitkeringen na uitdiensttreding.

Pensioenregelingen
met vaste toezeggingen
Verwachte bijdragen voor volgend jaar 2
Verwachte bijdragen voor volgend jaar voor ongekwalificeerde pensioenplanbeleggingen 37

6.1.2 Andere langetermijn personeelsbeloningen

De Andere langetermijn personeelsbeloningen bestaan uit verplichtingen van de werkgever tot het uitkeren van bijvoorbeeld jubileumpremies. De tabel hieronder geeft de netto verplichtingen weer. De verplichtingen met betrekking tot Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn opgenomen in de balans onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie toelichting 24).

Contante waarde van de verplichting
18
17
2020 2019
Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen 18 17

De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Andere langetermijnpersoneelsbeloningen.

2020 2019
Netto verplichting per 1 januari 17 16
Totale lasten 1 2
Uitkeringen direct betaald door de werkgever (1)
Netto verplichting per 31 december 18 17

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de actuariële veronderstellingen die zijn gehanteerd voor het berekenen van de verplichtingen met betrekking tot andere langetermijnpersoneelsbeloningen.

2020 2019
Laag Hoog Laag Hoog
Disconteringsvoet 0,03% 0,29% 0,32% 0,57%
Toekomstige salarisverhogingen 2,00% 4,10% 2,05% 4,15%

De kosten van de Andere langetermijn personeelsbeloningen worden hierna getoond. De rentekosten zijn verantwoord als Financieringslasten (zie toelichting 37) en de overige kosten zijn verantwoord als Personeelskosten (zie toelichting 40).

2020 2019
Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten 1 1
Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) 1
Totale lasten 1 2

142

6.1.3 Beëindigingsvergoedingen

Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsbeloningen die betaalbaar zijn in verband met het beëindigen van de arbeidsrelatie met een werknemer vóór de normale pensioendatum of het besluit van een werknemer om vrijwillig ontslag te accepteren in ruil voor deze vergoeding.

De onderstaande tabel toont verplichtingen die samenhangen met Beëindigingsvergoedingen die in de balans begrepen zijn onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie toelichting 24).

2020 2019
Contante waarde van de verplichting 4 5
Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen 4 5

De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Beëindigingsvergoedingen.

2020 2019
Netto verplichting per 1 januari 5 5
Totale lasten 1 2
Uitkeringen direct betaald door de werkgever (2) (2)
Netto verplichting per 31 december 4 5

Kosten die gerelateerd zijn aan Beëindigingsvergoedingen worden hieronder getoond. De netto rentekosten zijn verantwoord als Financieringslasten (zie toelichting 37). Alle overige kosten worden verantwoord als Personeelskosten (zie toelichting 40).

2020 2019
Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten 1 2
Totale lasten 1 2

6.2 Met aandelen verbonden incentive programma's

Ageas maakt gebruik van de mogelijkheid om zijn werknemers en leden van het Executive Committee en het Management Committee in aandelen en aan aandelen gerelateerde instrumenten te belonen.

Het kan hierbij gaan om de volgende instrumenten:

  • Restricted shares;
  • aandelengekoppelde incentives.

6.2.1 Toekenning van aandelen onder voorwaarden ('restricted shares')

Voor de leden van het Executive en het Management Committee geldt een Long-term incentive plan (LTI). Bij deze regeling worden prestatieaandelen voorwaardelijk toegekend waarbij na 3,5 jaar onvoorwaardelijke toekenning volgt. Het aantal toe te kennen aandelen in het kader van dit plan is gebaseerd op de 'Ageas Business Score', die voortvloeit uit de realisatie van de KPI's voor het bedrijf. Voor de onvoorwaardelijke toekenning na 3,5 jaar wordt een relatieve TSR-

prestatiemeting (totaal aandeelhoudersrendement) ten opzichte van een vergelijkingsgroep toegepast. Nadat de aandelen onvoorwaardelijk zijn toegekend, moeten ze nog 1,5 jaar in bezit worden gehouden (in totaal 5 jaar na de datum van voorwaardelijke toekenning). Na deze blokkeringsperiode mogen de begunstigden de onvoorwaardelijk toegekende aandelen verkopen onder bepaalde voorwaarden zoals vastgelegd in het bezoldigingsbeleid. Meer details over dit plan zijn te vinden in het verslag van het Remuneration Committee in sectie 4.7.10.

Voor 2016 werden geen aandelen toegekend, voor 2017 werden in totaal 71.870 prestatieaandelen toegezegd voor toekenning, voor 2018 werden in totaal 35.612 prestatieaandelen toegezegd voor toekenning en voor 2019 werden in totaal 51.393 prestatieaandelen toegezegd voor toekenning.

Voor het prestatiejaar 2020 werden in totaal 53.269 prestatieaandelen toegezegd voor toekenning aan de leden van het Executive Committee en het Management Committee.

De volgende tabel toont het verloop van de toezeggingen van restricted shares gedurende het jaar aan leden van het Executive Committee en het Management Committee.

(aantal aandelen in '000) 2021 2020
Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 1 maart 212 159
Verstrekte voorwaardelijke aandelen (vervallen)
Verstrekte voorwaardelijke aandelen - gevestigd
Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 31 december 159

6.2.2 Aandelengekoppelde incentives

In 2018, 2019 en 2020 heeft Ageas een aandelengekoppeld incentiveprogramma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de periode van drie jaar volgend op de lancering van elk van de plannen en op voorwaarde van een voortgezet dienstverband worden de senior managers beloond met een betaling in contanten gelijk aan een waarde:

  • tussen 0 en de waarde van 129.580 Ageas-aandelen op 1 april 2021 (plan 2018);
  • tussen 0 en de waarde van 125.160 Ageas-aandelen op 1 april 2022 (plan 2019).
  • tussen 0 en de waarde van 135.480 Ageas-aandelen op 1 april 2023 (plan 2020).

De verplichting voortvloeiend uit deze in contanten afgewikkelde transacties wordt op elke verslagdatum bepaald tegen de reële waarde.

6.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee

6.3.1 Bezoldiging van de Raad van Bestuur

Wijzigingen in de Raad van Bestuur in 2020

De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit vijftien leden: Bart De Smet (voorzitter), Guy de Selliers de Moranville (vicevoorzitter), Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Katleen Vandeweyer, Jane Murphy, Richard Jackson, Lucrezia Reichlin, Yvonne Lang Ketterer en Sonali Chandmal als niet-uitvoerend bestuurders en Hans De Cuyper (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (MD Asia), Antonio Cano (MD Europe) en Emmanuel Van Grimbergen (CRO) als uitvoerend bestuurders.

Jozef De Mey trad af als Voorzitter van de Raad van Bestuur op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 22 oktober 2020 en Bart De Smet werd benoemd tot Voorzitter van de Raad van Bestuur van ageas sa/nv. Hans De Cuyper volgde Bart De Smet op als CEO van ageas sa/nv en werd op dezelfde vergadering benoemd tot uitvoerend bestuurder.

Inzake het lidmaatschap van de Raad van Bestuur van niet-uitvoerende bestuurders in dochtermaatschappijen van Ageas, is Guy de Selliers de Moranville Voorzitter van de Raad van Bestuur van AG Insurance SA/NV en is Jan Zegering Hadders een lid van deze Raad. Lionel Perl is lid van de Raad van Bestuur van Ageas UK Ltd. Jozef De Mey was lid van de Raad van Bestuur van Ageas UK Ltd tot 22 oktober 2020. Jozef De Mey is ook voorzitter van de Raad van Bestuur van Credimo N.V. (BE) en lid van de Raad van Bestuur van Credima Holding N.V. (BE). Hij is vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van Muang Thai Group Holding Company Ltd. (Thailand) en van Muang Thai Life Assurance Public Company Ltd. (Thailand).

Jane Murphy is lid van de Raad van Bestuur van Ageas France SA en Richard Jackson is lid van de Raad van Bestuur van Ageas Portugal Holdings SGSP (PT), van Médis (Companhia Portuguesa de Seguros de Saude S.A.) en Ocidental (Companhia Portuguesa de Seguros S.A.).

Voor zover deze posities worden vergoed, worden de betaalde bedragen vermeld in de tabellen hieronder.

Bezoldiging van de Raad van Bestuur

De totale bezoldiging van niet-uitvoerende bestuurders bedroeg in het boekjaar 2020 EUR 1,77 miljoen (2019: EUR 1,56 miljoen). De vergoeding is inclusief de basisbeloning voor het bestuurslidmaatschap en een vergoeding voor de aanwezigheid op bestuursvergaderingen en vergaderingen van comités, op het niveau van de Ageas Groep en de dochterondernemingen van Ageas. Om een naadloze overgang van het voorzitterschap mogelijk te maken, in het bijzonder voor wat betreft de Aziatische joint ventures, heeft de Raad van Bestuur voorgesteld om Jozef De Mey een overgangsvergoeding van EUR 100.000 toe te kennen. Dit voorstel werd met 87,83% van de stemmen van de aandeelhouders goedgekeurd op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 22 oktober 2020.

In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de bezoldiging die in 2020 door de leden van de Raad van Bestuur is ontvangen. Ook opgenomen is het aandelenbezit van de bestuursleden per 31 december 2020.

Vaste vergoeding Aanwezigheidspremie Aandelen Ageas
Naam persoon (1) Functie (2) 2020 2020 Totaal (4) per 31/12/2020 (5)
Bart De Smet Voorzitter 20.000 10.500 30.500 29.957
Jozef De Mey (6) Voorzitter 100.000 39.500 139.500 -
Guy de Selliers de Moranville Vice-voorzitter 60.000 53.000 113.000 240.057 (7)
Jan Zegering Hadders Niet-uitvoerend bestuurder 60.000 40.500 100.500 -
Lionel Perl Niet-uitvoerend bestuurder 60.000 42.000 102.000 -
Richard Jackson Niet-uitvoerend bestuurder 60.000 59.000 119.000 -
Jane Murphy Niet-uitvoerend bestuurder 60.000 49.000 109.000 -
Lucrezia Reichlin Niet-uitvoerend bestuurder 60.000 36.000 96.000 -
Yvonne Lang Ketterer Niet-uitvoerend bestuurder 60.000 61.000 121.000 -
Sonali Chandmal Niet-uitvoerend bestuurder 60.000 40.500 100.500 -
Katleen Vandeweyer Niet-uitvoerend bestuurder 60.000 33.500 93.500 -
Hans De Cuyper Chief Executive Officer (CEO) (3) - - see infra 3.096
Christophe Boizard Chief Financial Officer (CFO) (3) - - see infra 21.589
Filip Coremans Managing Director Azië (MD Azië) (3) - - see infra 8.542
Antonio Cano Managing Director Europa (MD Europa) (3) - - see infra 11.117
Emmanuel Van Grimbergen Chief Risk Officer (CRO) (3) - - see infra 6.293
Totaal 660.000 464.500 1.124.500 320.651

(1) Bart De Smet is Voorzitter vanaf 22/10/2020, Jozef De Mey was Voorzitter tot 22/10/2020.

Hans De Cuyper werd uitvoerend bestuurder vanaf 22/10/2020. Alle overige bestuursleden waren in functie van 01-01-2020 tot en met 31-12-2020

(2) Bestuursleden ontvangen tevens een vergoeding voor het bijwonen van een commissievergadering op uitnodiging.

(3) De leden van de Executive Board worden niet bezoldigd als bestuursleden maar als leden van het Executive Committee. (zie toelichting 6.3.2 voor details over hun bezoldiging)

(4) Exclusief onkostenvergoeding.

(5) Exclusief de aandelen verplicht tot toekenning in het kader van de langetermijnbonus aangezien J. De Mey niet meer in functie was op 31/12/2020.

(6) Exclusief de transitievergoeding van EUR 100.000.

(7) 240.000 Indirect gehouden aandelen via trusts.

De bezoldiging ontvangen door de leden van de Raad van Bestuur voor hun mandaat in 2020 in dochterondernemingen van Ageas is als volgt.

Naam persoon (1) Functie (2) Vaste vergoeding 2020 Aanwezigheidspremie 2020 Totaal (3)
Bart De Smet Voorzitter - - -
Jozef De Mey Voorzitter 181.132 55.493 236.625
Guy de Selliers de Moranville Vice-voorzitter 60.000 37.500 97.500
Jan Zegering Hadders Niet-uitvoerend bestuurder 45.000 31.000 76.000
Lionel Perl Niet-uitvoerend bestuurder 89.138 19.000 108.138
Richard Jackson Niet-uitvoerend bestuurder 45.000 14.000 59.000
Jane Murphy Niet-uitvoerend bestuurder 45.000 22.000 67.000
Lucrezia Reichlin Niet-uitvoerend bestuurder - - -
Yvonne Lang Ketterer Niet-uitvoerend bestuurder - - -
Sonali Chandmal Niet-uitvoerend bestuurder - - -
Katleen Vandeweyer Niet-uitvoerend bestuurder - - -
Hans De Cuyper Chief Executive Officer (CEO) - - -
Christophe Boizard Chief Financial Officer (CFO) - - -
Filip Coremans Managing Director Azië (MD Azië) - - -
Antonio Cano Managing Director Europa (MD Europa) - - -
Emmanuel Van Grimbergen Chief Risk Officer (CRO) - - -
Totaal 465.270 178.993 644.263

(1) De leden van de Executive Board worden niet bezoldigd als bestuursleden maar als leden van het Directiecomité.

(zie toelichting 6.3.2 voor details over hun vergoeding)

(2) Bart De Smet is Voorzitter vanaf 22/10/2020, Jozef De Mey was Voorzitter tot 22/10/2020. Hans De Cuyper werd uitvoerend bestuurder vanaf 22/10/2020.

(3) Exclusief onkostenvergoeding.

6.3.2 Bezoldiging van leden van het Executive Committee van Ageas.

6.3.2.1 Wijzigingen in het Executive Committee in 2020

Per 31 december 2020 bestaat het Executive Committee van Ageas uit Hans De Cuyper (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (MD Asia), Antonio Cano (MD Europe) en Emmanuel Van Grimbergen (CRO). Hans De Cuyper volgde Bart De Smet op als CEO van Ageas op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 22 oktober 2020.

6.3.2.2 Totale bezoldiging 2020 van het Executive Committee

In 2020 bedroeg de totale bezoldiging, inclusief pensioenbijdragen en secundaire arbeidsvoorwaarden van het Executive Committee EUR 7.749.540 tegenover EUR 6.782.299 in 2019. Dit bestond uit:

  • een vaste bezoldiging van EUR 2.939.758 (vergeleken met EUR 2.745.688 in 2019) bestaande uit een basisbeloning van EUR 2.546.666 en secundaire arbeidsvoorwaarden (gezondheidszorgverzekering, overlijdens- en invaliditeitsdekking en een bedrijfswagen) van EUR 393.092;
  • een variabele bezoldiging van EUR 3.395.201 (vergeleken met EUR 3.149.616 in 2019) bestaande uit een eenjaarsvariabele bonus (STI) van EUR 1.676.201 in contanten uit te betalen over een periode van drie jaar en een meerjaarsvariabele bonus (LTI) in de vorm van aandelen ter waarde van EUR 1.719.000;
  • pensioenkosten van EUR 986.122 (exclusief belastingen) (in vergelijking met EUR 886.995 in 2019);
  • in lijn met het bezoldigingsbeleid en zijn contractuele voorwaarden werd aan Bart De Smet een beëindigingsvergoeding van EUR 856.917 toegekend. Die vergoeding zal worden betaald over een periode van 3 jaar (50% in 2020, 25% in 2021 en 25% in 2022).
- 1 - - 2 - - 3 - - 4 - - 5 -
Vaste Variabele Buitengewone Totale Proportie
bezoldiging bezoldiging items Pensioenlasten bezoldiging van
Overige Eenjaars Meerjaars Vast Variabel
Naam persoon Basisbeloning Premies voordelen variabel variabel (3) (1+4)/5 (2+3)/5
B. De Smet (1) 583.333 - 78.269 398.419 393.750 428.459 257.786 2.140.016 43% 57%
H. De Cuyper (2) 108.333 - 11.513 72.043 73.125 - 27.083 292.097 50% 50%
C. Boizard 485.000 - 98.622 314.524 327.375 - 193.540 1.419.062 55% 45%
E. Van Grimbergen 400.000 - 52.917 249.800 270.000 - 117.559 1.090.275 52% 48%
A. Cano 485.000 - 77.981 317.435 327.375 - 194.592 1.402.383 54% 46%
F. Coremans 485.000 - 73.790 323.980 327.375 - 195.562 1.405.707 54% 46%
Totaal 2.546.666 - 393.092 1.676.201 1.719.000 428.459 986.122 7.749.540

De onderstaande tabel geeft een overzicht van alle beloningscomponenten voor leden van het Executive Committee.

(1) Bedragen voor B. De Smet hebben betrekking op zijn rol als CEO tot 22/10/2020

(2) De bedragen voor H. De Cuyper hebben betrekking op zijn rol als CEO vanaf 22/10/2020

(3) Marktwaarde van meerjaarsvariabele beloning op het moment van voorwaardelijke toekenning.

Voor de onvoorwaardelijke toekenning na 3,5 jaar wordt een relatieve TSR-prestatiemeting ten opzichte van een vergelijkingsgroep toegepast.

A. VASTE BEZOLDIGING

De vaste bezoldiging bestaat uit een basisbeloning, premies en overige secundaire arbeidsvoorwaarden zoals gezondheidszorg verzekering, overlijdens- en invaliditeitsdekking en een bedrijfswagen.

Basisbeloning

De onderstaande tabel toont de basisbeloning van het Executive Committee voor 2020, vergeleken met die van 2019.

Naam persoon 2020 (1) 2019 (2) %
Bart De Smet (CEO) 583.333 700.000 83%
Hans De Cuyper (CEO) 108.333 - -
Christophe Boizard (CFO) 485.000 485.000 100%
Emmanuel Van Grimbergen (CRO) 400.000 233.333 171%
Antonio Cano (MD Europa) 485.000 485.000 100%
Filip Coremans (MD Azië) 485.000 485.000 100%
Totaal 2.546.666 2.388.333 107%

(1) Voor Bart De Smet tot 22/10/2020 en voor Hans De Cuyper vanaf 22/10/2020.

(2) Voor Emmanuel Van Grimbergen pro-rata vanaf de benoeming tot CRO op 1 juni 2019.

Premies

De leden van het Executive Committee ontvingen geen vergoeding voor hun deelname aan vergaderingen van de Raad van Bestuur.

Overige voordelen

De leden van het Executive Committee ontvingen in totaal EUR 393.092 aan overige voordelen in lijn met het bezoldigingsbeleid.

B. VARIABELE BEZOLDIGING

De variabele bezoldiging bestaat uit de kortetermijnbonus (STI eenjaarsvariabel) en de langetermijnbonus (LTI - meerjaarsvariabel).

STI (eenjaarsvariabele)

Deze wordt gebaseerd op de Ageas Business Score voor het desbetreffende jaar, evenals de individuele score (en functieprestaties voor de CRO) en resulteerde in de volgende werkelijk STIuitbetalingspercentages (doelstelling = 50% van de basisbeloning, bandbreedte 0-100% van de basisbeloning):

  • Hans De Cuyper (CEO) : 133% van de doelstelling;
  • Bart De Smet (CEO): 137% van de doelstelling;
  • Christophe Boizard (CFO): 130% van de doelstelling;
  • Emmanuel Van Grimbergen (CRO): 125% van de doelstelling;
  • Antonio Cano (MD Europe): 131% van de doelstelling;
  • Filip Coremans (MD Asia): 134% van de doelstelling;

Voor het prestatiejaar 2020 werd er een STI met een totaalbedrag van EUR 1.676.201 toegekend. 50% van dit bedrag wordt in 2021 uitgekeerd; het resterende gedeelte wordt uitgesteld naar 2022 en 2023 en wordt aangepast aan de prestatie.

De in 2021 uitbetaalde STI bestaat uit 50% van de STI verdiend voor het prestatiejaar 2020, 25% van de STI voor 2019 en 25% van de STI voor 2018. De uitbetalingen overeenkomend met de prestatiejaren 2018 en 2019 werden aangepast op basis van de resultaten over de jaren 2019 en 2020

Hierna worden de afzonderlijke bedragen voor elk lid van het Executive Committee vermeld:

STI toegekend In 2021 betaalde STI
voor voor de prestatiejaren
prestatiejaar 2020 2019 2018
Naam persoon 2020 50% 25% 25% Totaal
Bart De Smet (CEO) (1) 398.419 199.209 118.481 104.380 422.070
Hans De Cuyper (CEO) (2) 72.043 36.021 - - 36.021
Christophe Boizard (CFO) 314.524 157.262 78.087 67.201 302.550
Emmanuel Van Grimbergen (CRO) 249.800 124.900 35.511 - 160.411
Antonio Cano (MD Europa) 317.435 158.717 79.174 67.875 305.766
Filip Coremans (MD Azië) 323.980 161.990 79.174 69.057 310.221
Totaal 1.676.201 838.099 390.427 308.513 1.537.039

(1) Tot 22 Oktober 2020.

(2) Vanaf 22 Oktober 2020.

LTI (meerjaarsvariabele)

Toekenning gedaan in 2020

Met een Ageas Business Score van 5 (op een schaal van 1 tot 7) besloot de Raad van Bestuur op een toekenning in 2020 van 150% van de doelstelling (d.w.z. 67,5% van de basisbeloning). Gebaseerd op de gewogen gemiddelde prijs (VWAP) van EUR 45,6937 van het Ageas aandeel over de maand februari 2020, leidde dit tot een voorwaardelijke toekenning van 37.620 aandelen voor een bedrag van EUR 1.719.000; dit in vergelijking met 2019, toen er 33.402 aandelen zijn toegekend voor een bedrag van EUR 1.612.125. De aandelen worden geblokkeerd tot 2026 en zullen bij de onvoorwaardelijke toekenning op 30 juni van N+4 worden gecorrigeerd op basis van de relatieve TSR-score (totaal aandeelhoudersrendement) van het aandeel

Ageas over de prestatieperiode. Het aantal voor 2020 toegekende aandelen staat in de volgende tabel:

Aandelenkoers op Aantal toegekende
Naam persoon Datum toekenning toekenningsdatum aandelen
Bart De Smet (CEO) (1) 01/03/2021 45,6937 8.617
Hans De Cuyper (CEO) (2) 01/03/2021 45,6937 5.293
Christophe Boizard (CFO) 01/03/2021 45,6937 7.165
Emmanuel Van Grimbergen (CRO) 01/03/2021 45,6937 5.909
Antonio Cano (MD Europa) 01/03/2021 45,6937 7.165
Filip Coremans (MD Azië) 01/03/2021 45,6937 7.165
Totaal 41.314

(1) Voor Bart De Smet tot 22/10/2020.

(2) De aandelen toegekend tot 22 oktober 2020 hebben betrekking op zijn mandaat als CEO van AG Insurance. 1.600 aandelen voor 2020 hebben betrekking op zijn mandaat als CEO van Ageas.

Onvoorwaardelijke toekenning 2020

Er was geen LTI-plan 2016 toegekend en bijgevolg is er in 2020 geen plan onvoorwaardelijk toegekend.

C. BUITENGEWONE ITEMS EN PENSIOENLASTEN.

In lijn met het bezoldigingsbeleid en zijn contractuele voorwaarden werd aan Bart De Smet een beëindigingsvergoeding van EUR 856.917 toegekend in verband met de beëindiging van zijn mandaat als CEO van Ageas. Die vergoeding zal worden betaald over een periode van 3 jaar (50% in 2020, 25% in 2021 en 25% in 2022).

Een totaalbedrag van EUR 986.122 werd bijgedragen aan een toegezegdebijdragepensioenregeling voor de leden van het Executive Committee.

Naam persoon Pensioenbijdrage
Bart De Smet (1) 257.786
Hans De Cuyper (2) 27.083
Christophe Boizard 193.540
Emmanuel Van Grimbergen 117.559
Antonio Cano 194.592
Filip Coremans 195.562
Totaal 986.122
(1)
Tot 22/10/2020.

(2) Vanaf 22/10/2020.

148

6.3.2.3 Op aandelen gebaseerde bezoldiging

Zoals bovenstaand vermeld, werd de LTI-regeling toegekend tegen 150% van de doelstelling hetgeen resulteerde in de toewijzing van 37,620 aandelen voor een bedrag van EUR 1.719.000. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal aandelen dat in voorgaande jaren werd toegekend. Die aandelen zullen pas op 30 juni van N+4 onvoorwaardelijk worden toegekend en worden bijgesteld met inachtneming van de relatieve TSR-prestatie over de tussentijdse periode.

Aantal aandelen Aantal aandelen Aantal aandelen Aantal aandelen
voorzien voor voorzien voor voorzien voor voorzien voor
toekenning toekenning toekenning toekenning
Naam persoon over 2017 over 2018 over 2019 over 2020
Bart De Smet 14.033 6.941 9.790 8.617
Hans De Cuyper (1) 5.973 2.954 4.196 5.293
Christophe Boizard 9.715 4.805 6.783 7.165
Emmanuel Van Grimbergen (2) 4.430 2.228 4.504 5.909
Antonio Cano 9.715 4.805 6.783 7.165
Filip Coremans 9.715 4.805 6.783 7.165
Totaal 53.581 26.538 38.839 41.314

(1) De aandelen toegekend tot 22 oktober 2020 hebben betrekking op zijn mandaat als CEO van AG Insurance.

1.600 aandelen voor 2020 hebben betrekking op zijn mandaat als CEO van Ageas.

(2) De aandelen toegekend tot 1 juni 2019 hebben betrekking op zijn mandaat als Group Risk Officer

6.3.2.4 Aanvullende informatie

Ageas paste dit verslagjaar geen terugvorderingsbepalingen toe. Bart De Smet nam ontslag uit zijn functie van CEO van Ageas op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 22 oktober 2020. Hans De Cuyper werd op dezelfde vergadering benoemd tot CEO van Ageas.

6.3.2.5 Jaarlijkse wijziging in bezoldiging van de uitvoerend bestuurders ten opzichte van het bredere personeelsbestand en de bedrijfsprestaties

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de ontwikkeling van de totale bezoldiging van de leden van het Executive Committee vergeleken met de ontwikkeling van de gemiddelde bezoldiging van werknemers. De pay ratio wordt zowel uitgedrukt als de verhouding tussen de bezoldiging van de CEO en de gemiddelde bezoldiging van werknemers en als de verhouding tussen de bezoldiging van de CEO en de laagste bezoldiging van een werknemer op het niveau van ageas sa/nv.

Jaarlijkse wijziging 2016 Var 2017 Var 2018 Var 2019 Var 2020 Var
Totale bezoldiging Executive Committee (1)
Bart De Smet (tot 22/10/2020) 1.289.459 (26%) 2.124.161 65% 1.668.696 (21%) 2.008.326 20% 1.711.557 (15%)
Hans De Cuyper (vanaf 22/10/2020) 292.097
Christophe Boizard 905.035 (34%) 1.467.481 62% 1.161.803 (21%) 1.396.680 20% 1.419.062 2%
Filip Coremans 864.436 (30%) 1.452.109 68% 1.144.313 (21%) 1.376.144 20% 1.405.707 2%
Antonio Cano 829.304 1.430.608 1.130.143 (21%) 1.381.156 22% 1.402.383 2%
Emmanuel Van Grimbergen (vanaf 01/06/2019) N/A N/A N/A 619.993 1.090.275
Bedrijfsprestaties
Ageas Business Score % (2) 74% 182% 93% 130% 136%
TSR 01-01/31-12 van JR (3) (7,64%) 14,52% 1,21% 40,86% (10,70%)
Gemiddelde bezoldiging
van medewerkers op voltijdsbasis 70.033 (1%) 73.299 5% 73.512 0.3% 77.372 5,3% 83.029 7%
FTE per 31/12 (4) 12.080,0 11.261,0 11.009,0 10.741,5 10.044,7
Totaal personeelslasten (5) 846.000.000 825.400.000 809.300.000 831.100.000 834.000.000
Pay ratio gemiddelde beloning ten opzichte van CEO-beloning (6) 18,4 29,0 22,7 26,0 24,1
Loonverhouding laagste beloning (7) ten opzichte van CEO-beloning (6) 40,1

(1) totale bezoldiging as gedefinieerd in tabel bij 6.3.2.2.

(2) bandbreedte is 0-200%.

(3) Total Shareholder Return.

(4) FTE geconsolideerde entiteiten Ageas.

(5) als vermeld in de jaarrekeningen.

(6) Ter vergelijking met voorgaande jaren wordt de CEO-vergoeding 2020 berekend als de som van de totale vergoeding van B. De Smet en H. De Cuyper.

(7) Salaris in laagste salarisschaal op het niveau van ageas SA/NV.

7 Verbonden partijen

De wet van 28 april 2020 tot uitvoering van Richtlijn 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad introduceerde een nieuw regime voor transacties met verbonden partijen, dat van toepassing is op alle leden van de Ageas groep. De wet werd van kracht op 16 mei 2020. Dit nieuwe regime houdt onder meer een sterkere verplichting in voor Ageas om te rapporteren over de toepassing van de procedure voor transacties met verbonden partijen, zowel onmiddellijk wanneer de transactie plaatsvindt, als in het jaarverslag voor het relevante financiële jaar.

Met Ageas verbonden partijen zijn deelnemingen, pensioenfondsen, bestuursleden (bestaande uit de niet-uitvoerende en de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van Ageas), uitvoerende managers, naaste familieleden van de hiervoor genoemde personen, entiteiten waarover de hiervoor genoemde personen zeggenschap hebben of die substantieel door hen worden beïnvloed en eventuele overige verbonden entiteiten. Ageas gaat bij de bedrijfsvoering regelmatig transacties aan met verbonden partijen. Dergelijke transacties hebben met name betrekking op leningen, deposito's en herverzekeringscontracten en vinden plaats onder dezelfde commerciële voorwaarden als transacties met niet-verbonden partijen.

Dochtermaatschappijen van Ageas kunnen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening kredieten, leningen of garanties verstrekken aan bestuursleden, uitvoerende managers, naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van de uitvoerende managers.

Per 31 december 2020 waren er geen uitstaande of nieuwe leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan bestuursleden en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers. In financieel jaar 2020 vonden er binnen Ageas groep bijgevolg geen transacties plaats waarop de procedure van toepassing op transacties tussen verbonden partijen diende toegepast te worden.

Transacties en uitstaande posities tussen volledig geconsolideerde entiteiten van de Ageas groep werden geëlimineerd. Onderstaande tabellen bevatten de openstaande posities met geassocieerde deelnemingen en verbonden partijen.

2020 2019
Resultatenrekening - verbonden partijen
Rentebaten 12 11
Verzekeringspremies 21 14
Commissiebaten 6 4
Gerealiseerde meerwaarden
Overige baten 4 4
Wijzigingen in voorzieningen voor verzekerings- en beleggingscontracten (13) (11)
Commissielasten (25) (34)
2020 2019
Balans - verbonden partijen
Financiële beleggingen 64 79
Aandeel herverzekering, handels- en andere debiteuren 18 15
Vorderingen op klanten 433 391
Overige activa 2 2
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 18 11
Schuldbewijzen, achtergestelde schulden en overige financieringen 4
Overige verplichtingen 2 3

150

De wijzigingen gedurende het jaar eindigend op 31 december in de Vorderingen op verbonden partijen zijn als volgt.

2020 2019
Verbonden partijen leningen per 1 januari 391 347
Toevoegingen of voorschotten 70 68
Terugbetalingen (28) (7)
Wisselkoersverschillen en overige (17)
Verbonden partijen leningen per 31 december 433 391

8 Informatie operationele segmenten

8.1 Algemene informatie

Operationele segmenten

Ageas is georganiseerd in zes operationele segmenten:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa (CEU);
  • Azië;
  • Herverzekering; en
  • Algemene Rekening.

Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa, Azië en Herverzekering. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met de kernactiviteit verzekeringen, zoals groepsfinanciering en andere holdingactiviteiten, in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.

Deze segmentbenadering komt overeen met de reikwijdte van de managementverantwoordelijkheden.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

Allocatieregels

In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de operationele segmenten.

Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.

Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan, aan externe klanten verkochte producten, wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.

8.2 België

De Belgische verzekeringsactiviteiten, onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. AG Insurance is ook voor 100% eigenaar van AG Real Estate dat de vastgoedactiviteiten van AG beheert.

AG Insurance richt zich op particulieren en kleine, middelgrote en grote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven en Niet-leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht zoals onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen.

8.3 Verenigd Koninkrijk (VK)

Ageas is in het Verenigd Koninkrijk een van de gevestigde algemene verzekeraars en hanteert een multichannel-distributiestrategie met makelaars, affinity-partners en directe distributie. De visie bestaat erin om op de algemene verzekeringsmarkt in het VK een winstgevende groei te realiseren door een breed scala van verzekeringsoplossingen aan te bieden, toegespitst op particuliere verzekeringen en verzekeringen voor bedrijven.

8.4 Continentaal Europa

Continentaal Europa bestaat uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in drie landen: Portugal, Frankrijk en Turkije. Het productprogramma omvat Leven (in Portugal en Frankrijk) en Niet-Leven (in Portugal en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerschappen met bedrijven met een aanzienlijke marktpositie zijn deze markten toegankelijk geworden.

8.5 Azië

Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor bevindt zich in Hongkong. De activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met toonaangevende lokale partners en financiële instellingen in China, Maleisië, Thailand, India, de Filipijnen en Vietnam. Deze activiteiten worden onder IFRS verantwoord als deelnemingen.

8.6 Herverzekering

In juni 2018 verkreeg Ageas SA/NV een vergunning van de Nationale Bank van België om herverzekeringsactiviteiten uit te voeren. Voor Groeps-rapportagedoeleinden worden de herverzekeringsactiviteiten van ageas SA/NV vermeld in het segment Herverzekeringen terwijl de bestaande activiteiten in de Algemene Rekening blijven.

8.7 Algemene Rekening

De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de holding. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments en de verplichting uit hoofde van de RPN(I).

8.8 Balans per operationeel segment

Her- Eliminaties Totaal ver- Algemene Eliminaties
31 december 2020 België VK CEU Azië verzekering verzekeringen zekeringen Rekening Groep Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 811 163 333 4 40 (1) 1.350 891 2.241
Financiële beleggingen 50.428 1.420 10.480 1.379 1 63.708 5 (3) 63.710
Vastgoedbeleggingen 2.662 226 1 2.889 2.889
Leningen 12.690 25 306 57 13.078 1.165 (845) 13.398
Beleggingen inzake unit-linked contracten 10.654 6.434 17.088 17.088
Beleggingen in deelnemingen 376 71 4.478 (1) 4.924 4 1 4.929
Herverzekering en overige vorderingen 1.123 1.564 430 1 65 (1.435) 1.748 310 (97) 1.961
Actuele belastingvorderingen 15 2 32 49 49
Uitgestelde belastingvorderingen 10 29 60 (1) 98 98
Overlopende rente en overige activa 1.350 135 209 182 (17) 1.859 127 (101) 1.885
Materiële vaste activa 1.708 73 35 2 1 1.819 8 1.827
Goodwill en overige immateriële activa 523 248 447 (1) 1.217 12 1.229
Activa aangehouden voor verkoop 109 5 114 114
Totaal activa 82.350 3.768 19.068 4.485 1.723 (1.453) 109.941 2.522 (1.045) 111.418
Passiva
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 26.070 3.912 7 (2) 29.987 (14) 29.973
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 26.155 5.474 31.629 31.629
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 10.654 6.436 17.090 17.090
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 4.086 2.427 843 1.388 (1.340) 7.404 7.404
Achtergestelde schulden 1.142 157 175 1.474 2.128 (844) 2.758
Schulden 3.878 7 45 2 (19) 3.913 7 3.920
Actuele belastingverplichtingen 51 38 89 89
Uitgestelde belastingverplichtingen 996 2 92 (1) 1.089 16 1.105
RPN(I) 420 420
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.329 147 380 8 208 (91) 2.981 139 (186) 2.934
Voorzieningen 43 25 7 75 247 322
Totaal verplichtingen 75.404 2.765 17.402 10 1.603 (1.453) 95.731 2.957 (1.044) 97.644
Eigen vermogen 4.987 1.003 1.406 4.475 120 1 11.992 (435) (2) 11.555
Minderheidsbelangen 1.959 260 (1) 2.218 1 2.219
Totaal eigen vermogen 6.946 1.003 1.666 4.475 120 14.210 (435) (1) 13.774
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 82.350 3.768 19.068 4.485 1.723 (1.453) 109.941 2.522 (1.045) 111.418
Aantal werknemers 5.785 2.431 1.599 65 9.880 165 10.045

Her- Eliminaties Totaal ver- Algemene Eliminaties
31 december 2019 België VK CEU Azië verzekering verzekeringen zekeringen Rekening Groep Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 976 106 320 4 199 1.605 2.141 (1) 3.745
Financiële beleggingen 50.759 1.699 10.759 788 64.005 (3) 64.002
Vastgoedbeleggingen 2.400 203 2.603 2.603
Leningen 10.811 46 165 (1) 11.021 927 (876) 11.072
Beleggingen inzake unit-linked contracten 9.800 6.629 16.429 16.429
Beleggingen in deelnemingen 512 97 83 4.012 1 4.705 14 (3) 4.716
Herverzekering en overige vorderingen 1.008 1.495 323 35 (1.003) 1.858 7 (5) 1.860
Actuele belastingvorderingen 58 1 25 (1) 83 83
Uitgestelde belastingvorderingen 8 36 63 (1) 106 106
Overlopende rente en overige activa 1.364 193 209 1 131 (10) 1.888 123 (100) 1.911
Materiële vaste activa 1.595 77 34 3 1.709 10 1.719
Goodwill en overige immateriële activa 510 253 440 1.203 1.203
Activa aangehouden voor verkoop
Totaal activa 79.801 4.003 19.253 4.020 1.153 (1.015) 107.215 3.222 (988) 109.449
Passiva
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 25.004 3.769 28.773 (12) 28.761
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 26.450 5.792 1 32.243 32.243
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 9.800 6.638 16.438 16.438
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 4.078 2.630 856 1.023 (989) 7.598 7.598
Achtergestelde schulden 1.142 189 175 (1) 1.505 2.488 (876) 3.117
Schulden 2.913 7 39 2 (13) 2.948 9 (1) 2.956
Actuele belastingverplichtingen 33 2 13 48 2 50
Uitgestelde belastingverplichtingen 1.022 2 85 1.109 11 (1) 1.119
RPN(I) 359 359
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.148 147 342 10 22 (14) 2.655 173 (83) 2.745
Voorzieningen 26 28 9 1 64 519 (1) 582
Totaal verplichtingen 72.616 3.005 17.718 12 1.045 (1.015) 93.381 3.561 (974) 95.968
Eigen vermogen 5.135 998 1.326 4.008 108 11.575 (339) (15) 11.221
Minderheidsbelangen 2.050 209 2.259 1 2.260
Totaal eigen vermogen 7.185 998 1.535 4.008 108 13.834 (339) (14) 13.481
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 79.801 4.003 19.253 4.020 1.153 (1.015) 107.215 3.222 (988) 109.449
Aantal werknemers 6.377 2.614 1.529 67 2 (2) 10.587 154 10.741

8.9 Resultatenrekening per operationeel segment

Her- Eliminaties Totaal ver- Algemene Eliminaties
2020 België VK CEU Azië verzekering verzekeringen zekeringen rekening groep Totaal
Baten
- Bruto premie-inkomen 5.428 1.382 1.598 1.641 (1.611) 8.438 (3) 8.435
- Wijziging in niet-verdiende premies (7) (10) (3) (45) 43 (22) (22)
- Uitgaande herverzekeringspremies (733) (760) (433) (55) 1.570 (411) (411)
Netto verdiende premies 4.688 612 1.162 1.541 2 8.005 (3) 8.002
Rentebaten, dividend
en overige beleggingsbaten 2.131 38 202 21 (1) 2.391 39 (38) 2.392
Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) (61) (61)
Resultaat op verkoop
en herwaarderingen 267 26 1 (1) 293 340 6 639
Baten uit beleggingen 359 125 484 484
inzake unit-linked contracten 1 14 16 295 326 2 328
Aandeel in resultaat van deelnemingen 437 240 236 4 (532) 385 385
Commissiebaten 160 34 19 (1) 212 7 (18) 201
Overige baten 8.043 938 1.786 295 1.567 (533) 12.096 327 (53) 12.370
Kosten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto (5.088) (771) (1.094) (1.000) 985 (6.968) 2 (6.966)
- Schadelasten en uitkeringen aandeel herverzekeraars 385 476 239 36 (985) 151 151
Schadelasten en uitkeringen, netto (4.703) (295) (855) (964) (6.817) 2 (6.815)
Lasten inzake unit-linked contracten (420) (191) 1 (610) (610)
Financieringslasten (92) (9) (12) (1) (114) (63) 38 (139)
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen (145) (26) (1) (172) (172)
Wijzigingen in voorzieningen (8) (8) 44 36
Commissielasten (668) (253) (204) (547) 534 (1.138) (1.138)
Personeelslasten (549) (132) (100) (23) (1) 0 (805) (32) 3 (834)
Overige lasten (783) (179) (157) (3) 25 (1) (1.098) (82) 15 (1.165)
Totale lasten (7.368) (868) (1.545) (26) (1.488) 533 (10.762) (133) 58 (10.837)
Resultaat voor belastingen 675 70 241 269 79 1.334 194 5 1.533
Belastingbaten (lasten) (143) (5) (66) (214) (19) (233)
Nettoresultaat over de periode 532 65 175 269 79 1.120 175 5 1.300
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 121 39 (1) 159 159
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 411 65 136 269 79 1 961 175 5 1.141
Totale baten van externe klanten 8.345 1.413 2.031 294 0 12.083 287 12.370
Totale baten intern (302) (475) (245) 1 1.567 (533) 13 40 (53)
Totale baten 8.043 938 1.786 295 1.567 (533) 12.096 327 (53) 12.370

Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.

Her- Eliminaties Totaal ver- Algemene Eliminaties
2020 België VK CEU Azië verzekering verzekeringen zekeringen rekening groep Totaal
Bruto premie-inkomen 5.428 1.382 1.598 1.641 (1.611) 8.438 (3) 8.435
Premies inzake beleggingscontracten 672 385 1.057 1.057
Bruto premie 6.100 1.382 1.983 1.641 (1.611) 9.495 (3) 9.492
Her- Eliminaties Totaal ver- Algemene Eliminaties
2019 België VK CEU Azië verzekering verzekeringen zekeringen rekening groep Totaal
Baten
- Bruto premies 5.869 1.375 2.121 1.689 (1.669) 9.385 (2) 9.383
- Wijziging in niet-verdiende premies (2) 17 (15) (241) 241
- Uitgaande herverzekeringspremies (564) (897) (276) (51) 1.426 (362) (362)
Netto verdiende premies 5.303 495 1.830 1.397 (2) 9.023 (2) 9.021
Rentebaten, dividend
en overige beleggingsbaten 2.348 38 213 12 1 2.612 37 (37) 2.612
Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I)
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 271 7 44 5 327 3 (4) 326
Baten uit beleggingen inzake
unit-linked contracten 1.123 775 1.898 1.898
Aandeel in resultaat van deelnemingen 46 13 17 545 621 2 623
Commissiebaten 348 248 178 4 (413) 365 365
Overige baten 203 38 24 1 (1) 265 6 (17) 254
Totale baten 9.642 839 3.081 546 1.418 (415) 15.111 48 (60) 15.099
Kosten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto (5.826) (834) (1.762) (1.107) 1.086 (8.443) 3 (8.440)
- Schadelasten en uitkeringen,aandeel herverzekeraars 345 709 158 20 (1.086) 146 146
Schadelasten en uitkeringen, netto (5.481) (125) (1.604) (1.087) (8.297) 3 (8.294)
Lasten inzake unit-linked contracten (1.159) (817) (1) (1.977) (1.977)
Financieringslasten (97) (10) (13) (1) (121) (43) 35 (129)
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen (47) (5) (5) 1 (56) (56)
Wijzigingen in voorzieningen 2 2 (7) (5)
Commissielasten (657) (244) (183) (422) 413 (1.093) (1.093)
Personeelslasten (551) (142) (84) (25) (802) (29) (831)
Overige lasten (866) (230) (199) (6) 77 2 (1.222) (76) 17 (1.281)
Totale lasten (8.856) (756) (2.905) (31) (1.433) 415 (13.566) (155) 55 (13.666)
Resultaat voor belastingen 786 83 176 515 (15) 1.545 (107) (5) 1.433
Belastingbaten (lasten) (184) (14) (44) (1) (243) (12) (255)
Nettoresultaat over de periode 602 69 132 515 (16) 1.302 (119) (5) 1.178
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 175 24 199 199
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 427 69 108 515 (16) 1.103 (119) (5) 979
Totale baten van externe klanten 9.876 1.460 3.225 546 15.107 (8) 15.099
Totale baten intern (234) (621) (144) 1.418 (415) 4 56 (60)
Totale baten 9.642 839 3.081 546 1.418 (415) 15.111 48 (60) 15.099

Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.

Her- Eliminaties Totaal ver- Algemene Eliminaties
2019 België VK CEU Azië verzekering verzekeringen zekeringen rekening groep Totaal
Bruto premie-inkomen 5.869 1.375 2.121 1.689 (1.669) 9.385 (2) 9.383
Premies inzake beleggingscontracten 743 419 1.162 1.162
Bruto premie-inkomen 6.612 1.375 2.540 1.689 (1.669) 10.547 (2) 10.545

8.10 Balans gesplitst in Leven en Niet-leven

Eliminaties Totaal Algemene Eliminaties
31 december 2020 Leven Niet-leven verzekeringen verzekeringen Totaal groep Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 959 391 1.350 891 2.241
Financiële beleggingen 56.248 7.460 63.708 5 (3) 63.710
Vastgoedbeleggingen 2.673 216 2.889 2.889
Leningen 11.928 1.188 (38) 13.078 1.165 (845) 13.398
Beleggingen inzake unit-linked contracten 17.088 17.088 17.088
Beleggingen in deelnemingen 4.180 745 (1) 4.924 4 1 4.929
Herverzekering en overige vorderingen 403 3.123 (1.778) 1.748 310 (97) 1.961
Actuele belastingvorderingen 23 26 49 49
Uitgestelde belastingvorderingen 37 61 98 98
Overlopende rente en overige activa 1.215 662 (18) 1.859 127 (101) 1.885
Materiële vaste activa 1.487 332 1.819 8 1.827
Goodwill en overige immateriële activa 900 578 (261) 1.217 12 1.229
Activa aangehouden voor verkoop 5 109 114 114
Totaal activa 97.146 14.891 (2.096) 109.941 2.522 (1.045) 111.418
Passiva
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 29.990 (3) 29.987 (14) 29.973
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 31.629 31.629 31.629
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 17.090 17.090 17.090
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten 8.744 (1.340) 7.404 7.404
Achtergestelde schulden 1.103 410 (39) 1.474 2.128 (844) 2.758
Schulden 3.435 496 (18) 3.913 7 3.920
Actuele belastingverplichtingen 75 13 1 89 89
Uitgestelde belastingverplichtingen 871 219 (1) 1.089 16 1.105
RPN(I) 420 420
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.315 1.099 (433) 2.981 139 (186) 2.934
Voorzieningen 32 43 75 247 322
Totaal verplichtingen 86.540 11.024 (1.833) 95.731 2.957 (1.044) 97.644
Eigen vermogen 8.718 3.537 (263) 11.992 (435) (2) 11.555
Minderheidsbelangen 1.888 330 2.218 1 2.219
Totaal eigen vermogen 10.606 3.867 (263) 14.210 (435) (1) 13.774
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 97.146 14.891 (2.096) 109.941 2.522 (1.045) 111.418
Aantal werknemers 3.673 6.207 9.880 165 10.045
Eliminaties Totaal Algemene Eliminaties
31 december 2019 Leven Niet-leven verzekeringen Verzekeringen rekening groep Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.055 550 1.605 2.141 (1) 3.745
Financiële beleggingen 56.427 7.578 64.005 (3) 64.002
Vastgoedbeleggingen 2.352 251 2.603 2.603
Leningen 9.997 1.063 (39) 11.021 927 (876) 11.072
Beleggingen inzake unit-linked contracten 16.429 16.429 16.429
Beleggingen in deelnemingen 4.066 639 4.705 14 (3) 4.716
Herverzekering en overige vorderingen 389 2.818 (1.349) 1.858 7 (5) 1.860
Actuele belastingvorderingen 46 37 83 83
Uitgestelde belastingvorderingen 33 73 106 106
Overlopende rente en overige activa 1.544 356 (12) 1.888 123 (100) 1.911
Materiële vaste activa 1.372 337 1.709 10 1.719
Goodwill en overige immateriële activa 874 606 (277) 1.203 1.203
Activa aangehouden voor verkoop
Totaal activa 94.584 14.308 (1.677) 107.215 3.222 (988) 109.449
Passiva
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 28.773 28.773 (12) 28.761
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 32.243 32.243 32.243
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 16.438 16.438 16.438
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 8.588 (990) 7.598 7.598
Achtergestelde schulden 1.056 488 (39) 1.505 2.488 (876) 3.117
Schulden 2.445 516 (13) 2.948 9 (1) 2.956
Actuele belastingverplichtingen 32 16 48 2 50
Uitgestelde belastingverplichtingen 918 191 1.109 11 (1) 1.119
RPN(I) 359 359
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.116 897 (358) 2.655 173 (83) 2.745
Voorzieningen 23 41 64 519 (1) 582
Totaal verplichtingen 84.044 10.737 (1.400) 93.381 3.561 (974) 95.968
Eigen vermogen 8.457 3.396 (278) 11.575 (339) (15) 11.221
Minderheidsbelangen 2.083 175 1 2.259 1 2.260
Totaal eigen vermogen 10.540 3.571 (277) 13.834 (339) (14) 13.481
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 94.584 14.308 (1.677) 107.215 3.222 (988) 109.449
Aantal werknemers 4.190 6.398 (1) 10.587 154 10.741

8.11 Resultatenrekening gesplitst in Leven en Niet-leven

Eliminaties Totaal Algemene Eliminaties
2020 Leven Niet-leven verzekeringen verzekeringen rekening groep Totaal
Baten
- Bruto premies 4.140 4.298 8.438 (3) 8.435
- Wijziging in niet-verdiende premies (23) 1 (22) (22)
- Uitgaande herverzekeringspremies (29) (382) (411) (411)
Netto verdiende premies 4.111 3.893 1 8.005 (3) 8.002
Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 2.152 257 (18) 2.391 39 (38) 2.392
Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) (61) (61)
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 280 13 293 340 6 639
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 484 484 484
Aandeel in resultaat van deelnemingen 262 64 326 2 328
Commissiebaten 274 117 (6) 385 385
Overige baten 130 83 (1) 212 7 (18) 201
Totale baten 7.693 4.427 (24) 12.096 327 (53) 12.370
Kosten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto (4.645) (2.332) 9 (6.968) 2 (6.966)
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 22 138 (9) 151 151
Schadelasten en uitkeringen, netto (4.623) (2.194) (6.817) 2 (6.815)
Lasten inzake unit-linked contracten (610) (610) (610)
Financieringslasten (86) (29) 1 (114) (63) 38 (139)
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen (163) (9) (172) (172)
Wijzigingen in voorzieningen (5) (3) (8) 44 36
Commissielasten (368) (776) 6 (1.138) (1.138)
Personeelslasten (406) (400) 1 (805) (32) 3 (834)
Overige lasten (616) (498) 16 (1.098) (82) 15 (1.165)
Totale lasten (6.877) (3.909) 24 (10.762) (133) 58 (10.837)
Resultaat voor belastingen 816 518 1.334 194 5 1.533
Belastingbaten (lasten) (127) (87) (214) (19) (233)
Nettoresultaat over de periode 689 431 1.120 175 5 1.300
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 119 40 159 159
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 570 391 961 175 5 1.141
Totale baten van externe klanten 7.660 4.420 3 12.083 287 12.370
Totale baten intern 33 7 (27) 13 40 (53)
Totale baten 7.693 4.427 (24) 12.096 327 (53) 12.370

Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden gepresenteerd.

2020 Leven Niet-leven Eliminaties
verzekeringen
Totaal
verzekeringen
Algemene
rekening
Eliminaties
groep
Totaal
Bruto premie-inkomen 4.140 4.298 8.438 (3) 8.435
Premies inzake beleggingscontracten 1.057 1.057 1.057
Bruto premie-inkomen 5.197 4.298 9.495 (3) 9.492
Eliminaties Totaal Algemene
2019 Leven Niet-leven verzekeringen verzekeringen rekening Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 5.167 4.218 9.385 (2) 9.383
- Wijziging in niet-verdiende premies
- Uitgaande herverzekeringspremies (38) (324) (362) (362)
Netto verdiende premies 5.129 3.894 9.023 (2) 9.021
Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 2.325 304 (17) 2.612 37 (37) 2.612
Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I)
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 284 43 327 3 (4) 326
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 1.898 1.898 1.898
Aandeel in resultaat van deelnemingen 576 45 621 2 623
Commissiebaten 267 98 365 365
Overige baten 166 99 265 6 (17) 254
Totale baten 10.645 4.483 (17) 15.111 48 (60) 15.099
Kosten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto (5.957) (2.485) (1) (8.443) 3 (8.440)
- Schadelasten en uitkeringen,aandeel herverzekeraars 18 127 1 146 146
Schadelasten en uitkeringen, netto (5.939) (2.358) (8.297) 3 (8.294)
Lasten inzake unit-linked contracten (1.977) (1.977) (1.977)
Financieringslasten (86) (37) 2 (121) (43) 35 (129)
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen (48) (8) (56) (56)
Wijzigingen in voorzieningen 1 1 2 (7) (5)
Commissielasten (356) (736) (1) (1.093) (1.093)
Personeelslasten (403) (399) (802) (29) (831)
Overige lasten (706) (532) 16 (1.222) (76) 17 (1.281)
Totale lasten (9.514) (4.069) 17 (13.566) (155) 55 (13.666)
Resultaat voor belastingen 1.131 414 1.545 (107) (5) 1.433
Belastingbaten (lasten) (141) (102) (243) (12) (255)
Nettoresultaat over de periode 990 312 1.302 (119) (5) 1.178
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 149 50 199 199
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 841 262 1.103 (119) (5) 979
Totale baten van externe klanten 10.619 4.475 13 15.107 (8) 15.099
Totale baten intern 26 8 (30) 4 56 (60)
Totale baten 10.645 4.483 (17) 15.111 48 (60) 15.099

Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden gepresenteerd.

2019 Leven Niet-leven Eliminaties
verzekeringen
Totaal
verzekeringen
Algemene
rekening
Eliminaties Totaal
Bruto premie-inkomen 5.167 4.218 9.385 (2) 9.383
Premies inzake beleggingscontracten 1.162 1.162 1.162
Bruto premie-inkomen 6.329 4.218 10.547 (2) 10.545

8.12 Operationeel resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.

Het operationeel resultaat omvat de netto verdiende premies, commissies en gealloceerde beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden, na aftrek van netto schadelasten, uitkeringen en alle operationele lasten, inclusief de kosten voor schadeafhandeling, beleggingskosten, commissies en andere lasten, gealloceerd aan verzekerings- en/of beleggingscontracten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt. De definities van de alternatieve prestatiemaatstaven worden onder de tabellen toegelicht.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Leven activiteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het segment Leven omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). Het segment Niet-leven bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Gezondheidszorg verzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.

Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Herver- Eliminaties Totaal ver- Algemene Totaal
2020 België VK CEU Azië zekering verzekeringen zekeringen rekening Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 3.991 1.208 15 (17) 5.197 5.197
Bruto premie-inkomen Niet-leven 2.109 1.382 775 1.626 (1.594) 4.298 (3) 4.295
Operationele kosten (607) (212) (203) (3) (1.025) (1.025)
- Gegarandeerde producten 373 137 1 511 511
- Unit-linked producten 38 11 49 49
Operationeel resultaat Leven 411 148 1 560 560
- Ongevallen en gezondheidszorg 33 1 46 4 (2) 82 82
- Auto 94 68 24 40 2 228 228
"- Brand en overige schade aan eigendommen" 53 (5) 18 30 96 96
- Overige 45 (9) 7 3 46 (3) 43
Operationeel resultaat Niet-leven 225 55 95 77 452 (3) 449
Operationeel resultaat 636 55 243 78 1.012 (3) 1.009
Aandeel in het resultaat van deelnemingen, niet gealloceerd 14 16 293 1 324 1 325
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 39 1 (18) (24) 1 (1) (2) 193 8 199
Resultaat voor belastingen 675 70 241 269 79 1.334 194 5 1.533
Key performance indicators Leven
Netto-onderschrijvingsmarge (0,03%) 0,62% 37,28% 0,12% 0,12%
Beleggingsmarge 0,73% 0,36% 0,64% 0,64%
Operationele marge 0,70% 0,98% 37,28% 0,76% 0,76%
- Operationele marge Gegarandeerde producten' 0,77% 1,59% 37,28% 0,90% 0,90%
- Operationele marge
Unit-linked producten 0,38% 0,17% 0,29% 0,29%
Operationele kosten Leven in % van het
gemiddeld beheerd vermogen Leven (op jaarbasis) 0,41% 0,45% 1,14% 0,42% 0,42%
Key performance indicators Niet-leven
Kostenratio 36,1% 47,1% 28,4% 33,6% 36,1% 36,1%
Schaderatio 51,7% 48,3% 49,0% 62,7% 55,2% 55,2%
Combined ratio 87,8% 95,4% 77,4% 96,3% 91,3% 91,3%
Operationele marge 16,4% 8,9% 25,2% 5,1% 11,6% 11,5%
Technische voorzieningen 66.965 2.427 16.665 1.395 (1.342) 86.110 (14) 86.096

De schade en kostenratio van segment Verenigd Koninkrijk (VK) zijn sterk beïnvloedt als gevolg van de Loss Portfolio Transfers (LPT) overeenkomsten in het kader van de herverzekeringsactiviteiten die sinds het eerste kwartaal van 2019 zijn geïnitieerd.

Herver- Eliminaties Totaal ver- Algemene Totaal
2019 België VK CEU Azië zekering verzekeringen zekeringen rekening Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 4.526 1.803 0 6.329 6.329
Bruto premie-inkomen Niet-leven 2.086 1.375 737 1.689 (1.668) 4.218 (2) 4.216
Operationele kosten (597) (215) (197) (2) (0) (1.010) (1.010)
- Gegarandeerde producten 423 77 500 500
- Unit-linked producten 36 8 0 44 44
Operationeel resultaat Leven 459 85 0 544 544
- Ongevallen en gezondheidszorg 48 (5) 39 (14) 0 68 68
- Auto 53 64 10 (30) (5) 92 92
- Brand en overige schade aan eigendommen 56 25 21 15 0 117 117
- Overige 61 10 6 8 3 88 (4) 85
Operationeel resultaat Niet-leven 218 94 76 (21) (1) 365 (4) 362
Operationeel resultaat 677 94 161 (21) (1) 909 (4) 905
Aandeel in het resultaat van deelnemingen, niet gealloceerd 13 18 545 0 576 2 578
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 109 (24) (2) (30) 6 1 60 (109) (1) (50)
Resultaat voor belastingen 786 83 176 515 (15) 1.545 (107) (5) 1.433
Key performance indicators Leven
Netto-onderschrijvingsmarge (0,03%) 0,05% (0,02%) (0,02%)
Beleggingsmarge 0,84% 0,49% 0,77% 0,77%
Operationele marge 0,81% 0,54% 0,75% 0,75%
- Operationele marge Gegarandeerde producten 0,88% 0,90% 0,88% 0,88%
- Operationele marge
Unit-linked producten 0,40% 0,11% 0,28% 0,28%
Operationele kosten Leven in %
van het gemiddeld beheerd vermogen Leven 0,41% 0,41% 0,41% 0,41%
Key performance indicators Niet-leven
Kostenratio 36,6% 64,1% 33,1% 24,4% 35,3% 35,3%
Schaderatio 55,5% 25,3% 55,3% 77,9% 59,7% 59,7%
Combined ratio 92,1% 89,4% 88,4% 102,3% 95,0% 95,0%
Operationele marge 14,3% 18,9% 16,0% (1,5%) 9,4% 9,3%
Technische voorzieningen 65.332 2.630 17.055 1.023 (988) 85.052 (12) 85.040

Definities van alternatieve resultaatmaatstaven in de tabellen:

Netto-onderschrijvingsresultaat : Het verschil tussen de netto verdiende premies en de som van de werkelijke schade-uitkeringen en de mutatie
van de verzekeringsverplichtingen, beide gecorrigeerd voor herverzekering. Het resultaat wordt weergegeven
onder aftrek van schadeafhandelingskosten, algemene kosten, provisies en herverzekering.
Netto-onderschrijvingsmarge :
Voor Leven het netto-onderschrijvingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde netto
verzekeringsverplichtingen Leven tijdens de verslagperiode. Voor Niet-Leven het netto-onderschrijvingsresultaat
gedeeld door de netto verdiende premie.
Netto beleggingsresultaat :
De som van beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden op activa die
verzekeringsverplichtingen
dekken,
na
aftrek
van
de
hieraan
verbonden
beleggingskosten.
De
beleggingsresultaten voor Leven worden daarnaast gecorrigeerd voor het aan de polishouders als technische
rente en winstdeling toegewezen bedrag. Het beleggingsresultaat voor Ongevallen & Leven (onderdeel van niet
Leven) wordt ook gecorrigeerd voor de opgelopen technische rente van de verzekeringsverplichtingen.
Nettobeleggingsmarge :
Voor Leven het beleggingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde netto verzekeringsverplichtingen
Leven tijdens de verslagperiode. Voor Niet-Leven het Netto beleggingsresultaat gedeeld door de netto verdiende
premie.
Netto operationeel resultaat :
De som van het netto-onderschrijvingsresultaat, beleggingsresultaat en overige aan de verzekerings- en/of
beleggingscontracten toegewezen resultaten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor
belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en/of beleggingscontracten
worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat van niet-geconsolideerde
partnerships is verwerkt.
Netto operationele marge :
Voor leven het operationele resultaat op jaarbasis voor de periode, gedeeld door de gemiddelde netto
verzekeringsverplichtingen Leven. Voor Niet-Leven het operationele resultaat gedeeld door de netto verdiende
premie.
Netto verdiende premies :
De premies Niet-Leven die de risico's voor de huidige periode dekken, verrekend met de premies betaald aan
herverzekeraars en mutatie in reserves voor niet verdiende premies.
Lastenratio :
De lasten als percentage van de netto verdiende premies. De lasten omvatten de interne kosten van
schadeafhandelingscommissies, onder aftrek van herverzekering.
Schaderatio :
De kosten van claims, onder aftrek van herverzekering, als percentage van de netto verdiende premies.
Combined ratio :
Een maatstaf voor de winstgevendheid in Niet-Leven, de verhouding tussen de totale kosten van de verzekeraar
en de netto verdiende premies. Dit zijn de totale lasten van de verzekeraar als percentage van de netto verdiende
premies. Dit is de som van de schade- en de lastenratio.

Toelichting op de geconsolideerde balans

9 Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten zijn direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van verkrijging.

31 december 2020 31 december 2019
Geldmiddelen 2 3
Vorderingen op banken 2.053 3.588
Overige 186 154
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 2.241 3.745

10 Financiële beleggingen

De samenstelling van de financiële beleggingen is als volgt.

31 december 2020 31 december 2019
Financiële beleggingen
- Tot einde looptijd aangehouden 4.416 4.438
- Voor verkoop beschikbaar 59.317 59.570
- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 297 253
- Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 16 10
Totaal bruto 64.046 64.271
Bijzondere waardeverminderingen:
- op voor verkoop beschikbare beleggingen (336) (269)
Totaal bijzondere waardeverminderingen (336) (269)
Totaal 63.710 64.002

10.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

Overheidsobligaties Totaal
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2019 4.506 4.506
Einde looptijd (66) (66)
Amortisatie (2) (2)
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2019 4.438 4.438
Einde looptijd (18) (18)
Amortisatie (4) (4)
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2020 4.416 4.416
Reële waarde op 31 december 2019 6.878 6.878
Reële waarde op 31 december 2020 7.101 7.101

De reële waarde van overheidsobligaties aangemerkt als tot einde looptijd aangehouden beleggingen is gebaseerd op beurskoersen in actieve markten (niveau 1).

166

De overheidsobligaties aangemerkt als beleggingen tot einde looptijd aangehouden naar land van uitgifte per 31 december zijn als volgt.

31 december 2020 Historische/geamortiseerde kostprijs
Belgische overheid 4.313 6.937
Portugese overheid 103 164
Totaal 4.416 7.101
31 december 2019
Belgische overheid 4.321 6.699
Portugese overheid 117 179
Totaal 4.438 6.878

10.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde Reële
31 december 2020 kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarde
Overheidsobligaties 26.910 7.392 34.302 34.302
Bedrijfsobligaties 18.083 1.699 (7) 19.775 (22) 19.753
Gestructureerde schuldinstrumenten 49 2 51 51
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 45.042 9.093 (7) 54.128 (22) 54.106
Private equity en durfkapitaal 99 19 118 118
Aandelen 4.281 816 (29) 5.068 (314) 4.754
Overige beleggingen 3 3 3
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 4.383 835 (29) 5.189 (314) 4.875
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 49.425 9.928 (36) 59.317 (336) 58.981
Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde Reële
31 december 2020 kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarde
Overheidsobligaties 27.563 6.382 (23) 33.922 33.922
Bedrijfsobligaties 19.167 1.535 (9) 20.693 (20) 20.673
Gestructureerde schuldinstrumenten 55 3 (1) 57 57
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 46.785 7.920 (33) 54.672 (20) 54.652
Private equity en durfkapitaal 83 21 (1) 103 103
Aandelen 4.045 764 (17) 4.792 (249) 4.543
Overige beleggingen 3 3 3
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 4.131 785 (18) 4.898 (249) 4.649
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 50.916 8.705 (51) 59.570 (269) 59.301

Een bedrag van EUR 2.288 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is aangehouden als onderpand (2019: EUR 1.397 miljoen) (zie ook toelichting 21 Leningen).

De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:

  • Niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • Niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • Niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).
31 december 2020 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 33.900 402 34.302
Bedrijfsobligaties 18.178 1.103 472 19.753
Gestructureerde schuldinstrumenten 8 42 1 51
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.554 1.482 839 4.875
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 54.640 3.029 1.312 58.981
31 december 2019 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 33.589 333 33.922
Bedrijfsobligaties 19.274 900 499 20.673
Gestructureerde schuldinstrumenten 8 44 5 57
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.443 1.428 778 4.649
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 55.314 2.705 1.282 59.301

De veranderingen in niveau 3-waarderingen zijn als volgt.

2020 2019
Stand per 1 januari 1.282 1.222
Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode (28) (16)
Aankoop 126 114
Opbrengst van verkopen (30) (93)
Gerealiseerde winsten (verliezen) 2
Bijzondere waardeverminderingen (4)
Ongerealiseerde winsten (verliezen) (36) 57
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen (2)
Stand per 31 december 1.312 1.282

Niveau 3-waarderingen voor private equity en durfkapitaal maken gebruik van reële waarden die worden bekendgemaakt in het geauditeerde financieel verslag van de relevante deelnemingen. Niveau 3-waarderingen voor aandelen en asset-backed securities maken gebruik van de methode van de gedisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen houden rekening met de oorspronkelijke verzekeringstechnische criteria, de kenmerken van de leningnemer (zoals leeftijd en kredietscores), loan-to-value-ratio's, verwachte schommelingen in de huizenprijzen en verwachte vooruitbetalingsniveaus, enz. De verwachte kasstromen worden gedisconteerd tegen voor risico gecorrigeerde rentes. Marktdeelnemers maken vaak gebruik van dergelijke gedisconteerde kasstroomtechnieken om private equity en durfkapitaal te waarderen. Voor de waardering van deze instrumenten maken wij eveneens tot op zekere hoogte gebruik van deze prijzen. Deze technieken zijn onderhevig aan inherente beperkingen, zoals een schatting van de gepaste voor risico gecorrigeerde disconteringsvoet, en verschillende gegevens en veronderstellingen zouden verschillende resultaten opleveren.

De niveau 3-posities zijn met name gevoelig voor een verandering in het niveau van de verwachte toekomstige kasstromen, en dienovereenkomstig varieert hun reële waarde in verhouding tot de veranderingen in deze kasstromen. De veranderingen in de waarde van deze niveau 3-instrumenten worden verantwoord in het overige comprehensive income. Kwantitatieve, niet-waarneembare inputs, welke worden gebruikt bij waarderingen tegen reële waarde, worden niet door de entiteit ontwikkeld.

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

Historische/ Bruto
geamortiseerde Ongerealiseerde Reële
31 december 2020 kostprijs winsten (verliezen) waarde
Belgische overheid 11.336 3.289 14.625
Franse overheid 4.745 1.515 6.260
Portugese overheid 2.311 467 2.778
Oostenrijkse overheid 2.040 556 2.596
Spaanse overheid 2.021 427 2.448
Italiaanse overheid 1.171 437 1.608
Duitse overheid 859 290 1.149
Nederlandse overheid 497 94 591
Ierse overheid 336 54 390
Britse overheid 190 26 216
Poolse overheid 283 52 335
Slowaakse overheid 159 58 217
Tsjechische overheid 32 32
Finse overheid 91 19 110
Verenigde Staten van Amerika: overheid 2 2
Overige overheden 837 108 945
Totaal 26.910 7.392 34.302
Historische/ Bruto
geamortiseerde Ongerealiseerde Reële
31 december 2019 kostprijs winsten (verliezen) waarde
Belgische overheid 11.386 2.743 14.130
Franse overheid 4.982 1.362 6.345
Oostenrijkse overheid 2.322 427 2.749
Portugese overheid 2.131 512 2.643
Spaanse overheid 1.900 328 2.228
Italiaanse overheid 1.179 323 1.501
Duitse overheid 889 301 1.189
Nederlandse overheid 481 85 566
Ierse overheid 402 48 450
Britse overheid 292 14 306
Poolse overheid 299 60 358
Slowaakse overheid 208 44 252
Tsjechische overheid 151 3 154
Finse overheid 115 22 137
Verenigde Staten van Amerika: overheid 16 16
Overige overheden 810 87 898
Totaal 27.563 6.359 33.922

De volgende tabel toont de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.

31 december 2020 31 december 2019
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties
Boekwaarde 54.106 54.652
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 9.086 7.887
- Gerelateerde belasting (2.300) (2.006)
Shadow accounting (4.511) (3.547)
- Gerelateerde belasting 1.228 929
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 3.503 3.263
31 december 2020 31 december 2019
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 4.875 4.649
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 806 767
- Gerelateerde belasting (113) (67)
Shadow accounting (531) (305)
- Gerelateerde belasting 74 68
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 236 463

De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.

31 december 2020 31 december 2019
Stand per 1 januari (269) (267)
Aan- en verkoop dochterondernemingen 38
Toename bijzondere waardeverminderingen (154) (47)
Terugname bij de verkoop/desinvestering 49 43
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen 2
Stand per 31 december (336) (269)

10.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

31 december 2020 31 december 2019
Overheidsobligaties 1
Bedrijfsobligaties 132 119
Gestructureerde schuldinstrumenten 4 6
Obligaties 136 126
Aandeleneffecten 12
Overige beleggingen 149 127
Aandelen en overige beleggingen 161 127
Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 297 253

170

Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.

Overige beleggingen, gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies, zijn gerelateerd aan beleggingen in het vastgoedfonds.

De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 31 december 2020 EUR 134 miljoen (31 december 2019: EUR 128 miljoen).

De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:

  • Niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • Niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • Niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen per jaareinde zijn als volgt.

31 december 2020 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties
Bedrijfsobligaties 130 2 132
Gestructureerde schuldinstrumenten 4 4
Aandeleneffecten 12 12
Overige beleggingen 149 149
Totaal beleggingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 161 134 2 297
31 december 2019 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 1 1
Bedrijfsobligaties 119 119
Gestructureerde schuldinstrumenten 6 6
Overige beleggingen 127 127
Totaal beleggingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 128 125 253

10.4 Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten

Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten worden gebaseerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten). Zie ook toelichting 27 Derivaten voor nadere details.

10.5 Securities lending

In het kader van effectenleenovereenkomsten hebben we derden gemachtigd om bepaalde effecten gedurende een beperkte periode te gebruiken, waarna zij de effecten aan ons retourneren. Gedurende die tijd blijven we inkomsten genereren uit deze effecten. De effecten gelden eveneens als onderpand onder de vorm van "andere effecten met een dekkingsgraad van minimaal 105%". Aan het einde van het jaar hadden dergelijke overeenkomsten betrekking op een bedrag van EUR 1.006 miljoen (EUR 945 miljoen vorig jaar).

10.6 Belangen in niet-geconsolideerde gestructureerde entiteiten

AG Insurance, een dochtermaatschappij van Ageas Groep, houdt notes die een belang vertegenwoordigen (via de ontvangst van aflossingen en rente) in een gestructureerde entiteiten die niet wordt geconsolideerd. De gestructureerde entiteiten beleggen in hypotheeken leasevorderingen en genereren middelen via de uitgifte van notes of units.

Deze gestructureerde notes en units worden opgenomen in Voor verkoop beschikbare beleggingen'. Behoudens de notes en units heeft AG Insurance geen andere belangen in deze gestructureerde entiteiten. De maximale verliesblootstelling van AG Insurance is beperkt tot de boekwaarde van de aangehouden notes of units.

De boekwaarde van het belang van AG Insurance in het Fonds van hypotheekleningen bedraagt EUR 447 miljoen per 31 december 2020 (EUR 471 miljoen per 31 december 2019). De boekwaarde van het belang van AG Insurance in door Huuropbrengsten gedekte vorderingen bedraagt EUR 22 miljoen per 31 december 2020 (EUR 19 miljoen per 31 December 2019).

Het Fonds van hypotheekleningen is volledig eigendom van AG Insurance en de totale activa van de door Huuropbrengsten gedekte vorderingen bedraagt EUR 348 miljoen per 31 december 2020 (EUR 348 miljoen per 31 december 2019

Beleggingen in vastgoed hebben met name betrekking op kantoren en winkelpanden.

31 december 2020 31 december 2019
Vastgoedbeleggingen 2.891 2.608
Bijzondere waardeverminderingen (2) (5)
Totaal vastgoedbeleggingen 2.889 2.603
2020 2019
Kostprijs per 1 januari 3.338 3.484
Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving 1
Aan- en verkoop dochterondernemingen 33 33
Toevoegingen/aankopen 496 37
Verbeteringen 61 65
Verkopen (235) (237)
Overboeking van (naar) materiële vaste activa (1)
Wisselkoersverschillen 1
Overige (31) (46)
Kostprijs per 31 december 3.661 3.338
Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari (730) (731)
Aan- en verkoop dochterondernemingen 11
Afschrijvingen (94) (91)
Terugname afschrijving door desinvesteringen 46 65
Overboeking van (naar) materiële vaste activa 1
Overige 7 16
Cumulatieve afschrijvingen per 31 december (770) (730)
Cumulatieve bijzondere waardevermindering per 1 januari (5) (25)
Aan- en verkoop van dochterondernemingen 12
Toename bijzondere waardeverminderingen (1) (2)
Terugname van bijzondere waardeverminderingen 1
Terugname bijzondere waardeverminderingen door desinvesteringen 4 9
Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen per 31 december (2) (5)
Netto vastgoedbeleggingen per 31 december 2.889 2.603

Per 31 december 2020 en 31 december 2019 was er geen onroerend als zekerheid gesteld (zie ook toelichting 21 Leningen).

Jaarlijkse waarderingsbepalingen, waarbij de onafhankelijke taxaties elke drie jaar veranderen, behelzen bijna alle vastgoedbeleggingen. Reële waarden (niveau 3) zijn gebaseerd op niet-observeerbare marktgegevens en/of verdisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen uit vastgoed houden rekening met verwachte groeipercentages van huurinkomsten, periodes van leegstand, bezettingsgraad en lease-incentives zoals huurvrije perioden en andere kosten die niet worden betaald door huurders. De verwachte netto-kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van op risico aangepaste disconteringsvoet.

Om de disconteringsvoet te bepalen, wordt met een aantal factoren rekening gehouden, zoals de kwaliteit van het gebouw en zijn locatie (toplocatie vs. secundaire locatie), kredietkwaliteit van de huurder en huurvoorwaarden. Voor ontwikkelingsvastgoed (dus in opbouw) wordt de reële waarde bepaald op de kostprijs tot het vastgoed in gebruik is genomen.

31 december 2020 31 december 2019
Reële waarden gebaseerd op marktinformatie 302 154
Reële waarden gebaseerd op onafhankelijke waardering 3.797 3.719
Totaal reële waarde van vastgoedbeleggingen 4.099 3.873
Totale boekwaarde (inclusief leaseverplichting) 2.829 2.570
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.270 1.303
Ongerealiseerde winsten (verliezen) polishouders (36) (36)
Belasting (344) (325)
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) 890 942

Vastgoed verhuurd op basis van operationele lease

Ageas verhuurt bepaalde activa (voornamelijk vastgoed voor beleggingsdoeleinden) aan externe partijen op basis van operationele leaseovereenkomsten. De toekomstige minimale leasetermijnen inzake niet-opzegbare overeenkomsten bedragen per 31 december:

2020 2019
Tot 3 maanden 52 56
3 maanden tot 1 jaar 147 160
1 jaar tot 2 jaar 162 187
2 jaar tot 3 jaar 140 138
3 jaar tot 4 jaar 111 110
4 jaar tot 5 jaar 94 94
Langer dan 5 jaar 677 711
Totaal niet verdisconteerde te ontvangen leasebetalingen 1.383 1.456

Een bedrag van EUR 80 miljoen in 2020 van de totale minimumbetalingen te ontvangen via niet-opzegbare leaseovereenkomsten houdt verband met terreinen, gebouwen en uitrusting (2019: EUR 73 miljoen). De rest heeft betrekking op vastgoedbeleggingen.

Belangen in niet-geconsolideerde gestructureerde entiteiten

In voorgaande jaren sponsorde AG Real Estate een aantal vastgoedcertificaten die per 31 december 2020 een marktkapitalisatie van EUR 14,4 miljoen vertegenwoordigden. Dergelijke certificaten zijn door vastgoedbeleggingen gedekte securitisatie-vehikels die zichzelf financieren via de uitgifte van schuldcertificaten. Certificaten kunnen al dan niet beursgenoteerd zijn en bieden een variabel rendement, d.w.z. zowel de netto-inkomsten uit het vastgoed als de opbrengsten bij verkoop. AG Real Estate consolideert deze effectiseringsinstrumenten niet, omdat de zeggenschap, met inbegrip van alle risico's en beloningen, is overgedragen aan de certificaathouders. Wij leveren alleen diensten op het gebied van vermogensbeheer of vastgoedbeheer en ontvangen daarvoor een marktconforme vergoeding.

AG Real Estate sponsorde Ascencio SCA, een beursgenoteerde REIT (hierna het 'fonds') via zijn belang van 49% in Ascencio SA, de statutaire beheerder van het fonds. Dit belang, dat in 2018 werd verkocht, was geclassificeerd onder 'Beleggingen in deelnemingen' en verwerkt via de vermogensmutatiemethode. AG Real Estate is nog altijd eigenaar van 11,9% van de aandelen in het fonds, geclassificeerd onder 'Voor verkoop beschikbare beleggingen'.

Anders dan de onderstaand vermelde heeft AG Real Estate geen significant belang in de certificaten die zij heeft uitgegeven. Als aandeel- of obligatiehouders is de maximale verliesblootstelling van AG Real Estate aan deze certificaten beperkt tot de boekwaarde van deze instrumenten op haar balans.

2020 2019
Belang Bedrag Belang Bedrag
Uitbreiding Woluwe 19,4% 19,4% 1
Ascencio SCA 11,9% 38 13,1% 48

12 Leningen

31 december 2020 31 december 2019
Overheid en officiële instellingen 5.110 4.966
Commerciële leningen 5.970 3.979
Hypothecaire leningen 1.179 1.176
Polisbeleningen 462 403
Rentedragende deposito's 340 70
Leningen aan banken 366 506
Totaal 13.427 11.100
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen (29) (28)
Totaal leningen 13.398 11.072

12.1 Commerciële leningen

31 december 2020 31 december 2019
Vastgoed 367 232
Infrastructuur 1.280 1.112
Zakelijke 4.098 2.409
Financiële leasevorderingen 165 164
Overige 60 62
Totaal commerciële leningen 5.970 3.979

Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaalbedrag van EUR 982 miljoen (31 december 2019: EUR 1.947 miljoen). De stijging in de regel 'Zakelijke leningen' heeft voornamelijk betrekking op de beleggingen in de gestructureerde entiteiten (zie sectie 'Belangen in niet-geconsolideerde gestructureerde entiteiten' in deze toelichting.

12.2 Looptijden Leasing

Financiële leasevorderingen 31 december 2020 31 december 2019
Minder dan 1 jaar 3 4
1 jaar tot 3 jaar 5 6
3 jaar tot 5 jaar 5 6
Langer dan 5 jaar 152 148
Totaal financiële leasevorderingen 165 164

12.3 Onderpand op leningen

De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor leningen.

Totaal kredietrisico op leningen 2020 2019
Boekwaarde 13.398 11.072
Ontvangen onderpanden
Financiële instrumenten 373 368
Materiële vaste activa 2.076 2.095
Overige onderpand en garanties 98 84
Niet gegarandeerd uitstaand bedrag 10.851 8.526
Meerwaarde onderpand t.o.v. kredietrisico (1) 1.001 1.044

(1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening.

12.4 Bijzondere waardevermindering op leningen

Specifiek 2020 Specifiek 2019
Kredietrisico IBNR kredietrisico IBNR
Stand per 1 januari 27 1 27 1
Toename bijzondere waardeverminderingen 2 2 3
Terugname bijzondere waardeverminderingen (2) (3)
Afschrijvingen van oninbare leningen (1)
Stand per 31 december 26 3 27 1

De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor leningen die onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen.

Totaal uitstaand bedrag aan leningen onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen 2020 2019
Uitstaand met bijzondere waardeverminderingen 48 61
Ontvangen onderpanden
Materiële vaste activa 44 75
Meerwaarde onderpand en garanties t.o.v. bijzondere waardeverminderingen (1) 17 35

(1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening.

Belangen in niet-geconsolideerde gestructureerde entiteiten

AG Insurance houdt, samen met Ageas France, Ageas Portugal en Ageas Reinsurance notes die een belang vertegenwoordigen (via de ontvangst van aflossingen en rente) in gestructureerde entiteiten die niet worden geconsolideerd. De gestructureerde entiteiten beleggen in hypotheekvorderingen en genereren middelen via de uitgifte van notes. Behoudens de notes hebben AG Insurance, Ageas France en Ageas Portugal geen andere belangen in deze gestructureerde entiteiten. De maximale verliesblootstelling van AG Insurance, Ageas France en Ageas Portugal is beperkt tot de boekwaarde van de aangehouden notes (EUR 2.298 miljoen per 31 december 2020 en EUR 824 miljoen per 31 december 2019).

13 Beleggingen en aandeel in resultaat van geassocieerde ondernemingen

De volgende tabel geeft overzicht van de belangrijkste beleggingen in geassocieerde ondernemingen. Het percentage belang kan variëren als er in een land verschillende geassocieerde ondernemingen zijn waarin de Groep een onderscheiden percentage van het aandelenkapitaal in bezit heeft.

% 2020 2019
belang Boekwaarde Boekwaarde
Geassocieerde ondernemingen
Taiping Holdings China 12,00% - 24,90% 2.078 1.742
Muang Thai Group Holding Thailand 7,83% - 30,87% 1.271 1.499
Maybank Ageas Holding Berhad Maleisië 30,95% 462 480
Taiping Reinsurance Company Limited China 24,99% 327
BG1 België 50,00% 94
Tesco Insurance Ltd VK 50,10% 97
Aksigorta Turkije 36,00% 67 83
DTHP België 33,00% 64 76
East West Ageas Life Filipijnen 50,00% 54 57
Pleyel België 56,50% 29 33
Ageas Federal Life Insurance Company India 49,00% 88 30
Royal Sundaram General Insurance Company Limited India 40,00% 181 190
EPB NV (Eurocommercial properties) België 25,60% 51 51
MB Ageas Life JSC Vietnam 32,09% 17 14
Royal Park Investments België 44,71% 4 7
Overige 236 263
Totaal 4.929 4.716

De toename in de boekwaarde van Ageas Federal Life Insurance Company houdt verband met de bijkomende verwerving van een belang van 23% eind 2020 (zie toelichting 3 Overnames en desinvesteringen voor nadere details).

Tesco Insurance Ltd werd in 2020 geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop (zie toelichting 3 Overnames en desinvesteringen voor nadere details).

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de deelnemingen.

Aandeel in
eigen Aandeel in
Totale Totale Eigen vermogen Totale Totale Netto- resultaat
activa passiva vermogen van baten lasten resultaat van
(100% (100% (100% deelnemingen (100% (100% (100% deelnemingen Ontvangen
2020 belang) belang) belang) (Ageas deel) belang) belang) belang) (Ageas deel) dividend
Taiping Holdings 91.751 83.288 8.463 2.075 21.435 (20.577) 858 213 113
Muang Thai Group Holding 17.876 13.708 4.168 1.237 2.625 (2.549) 76 23 9
Maybank Ageas Holding Berhad 8.642 7.213 1.429 442 2.301 (2.157) 144 45 17
Taiping Reinsurance Co. Limited 5.972 4.784 1.188 297 236 (231) 5 1
BG1 10 (8) 2 1
Tesco Insurance Ltd 221 (193) 28 14 8
DTHP 801 606 195 64 60 (80) (20) (6)
East West Ageas Life 196 88 108 54 50 (62) (12) (6)
Pleyel 250 76 174 29 3 (10) (7) (4)
Aksigorta 621 519 102 37 375 (329) 46 16 11
Ageas Federal Life Insurance Co. 1.427 1.313 114 56 396 (383) 13 3 1
Royal Sundaram General
Insurance Company Limited 819 673 146 59 313 (285) 28 11
EPB NV (Eurocommercial properties) 555 358 197 51 33 (33)
MB Ageas Life JSC 153 100 53 17 141 (128) 13 4
Royal Park Investments 8 8 4 5 (2) 3 1 2
Bijbehorende goodwill 271
Overige 236 12 16
Totaal 4.929 328 177
Aandeel in
eigen Aandeel in
Totale Totale Eigen vermogen Totale Totale Netto- resultaat
activa passiva vermogen van baten lasten resultaat van
(100% (100% (100% deelnemingen (100% (100% (100% deelnemingen Ontvangen
2019 belang) belang) belang) (Ageas deel) belang) belang) belang) (Ageas deel) dividend
Taiping Holdings 77.474 70.362 7.112 1.739 21.120 (19.360) 1.760 438 59
Muang Thai Group Holding 19.343 14.431 4.912 1.462 3.096 (2.879) 217 66 26
Maybank Ageas Holding Berhad 7.948 6.467 1.481 459 1.943 (1.800) 143 44 16
BG1 217 28 189 94 11 (8) 3 2
Tesco Insurance Ltd 1.111 917 194 97 318 (291) 27 13 18
DTHP 912 681 231 76 70 (96) (26) (8)
East West Ageas Life 170 56 114 57 39 (52) (13) (6)
Pleyel 247 66 181 33 5 (10) (5) (3)
Aksigorta 693 578 115 41 470 (421) 49 18 13
Ageas Federal Life Insurance Co. 1.288 1.173 115 30 332 (312) 20 5 3
Royal Sundaram General
Insurance Company Limited 784 652 132 53 264 (275) (11) (4)
EPB NV (Eurocommercial properties) 565 367 198 51 6 (5) 1
MB Ageas Life JSC 105 61 44 14 85 (77) 8 2
Royal Park Investments 15 15 7 7 (4) 4 2 2
Bijbehorende goodwill 240
Overige 263 54 18
Totaal 4.716 623 155

Deelnemingen zijn onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar deze deelnemingen opereren. Dividendbetalingen van deelnemingen worden soms onderworpen aan afspraken met aandeelhouders met de partners in de onderneming. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.

Daarnaast kunnen afspraken met aandeelhouders (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) onder andere zijn:

  • specifieke bepalingen over stemrechten of de uitkering van dividend;
  • gesloten periodes waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;
  • optie tot (door)verkoop aan de andere bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende methode die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;
  • 'earn out'-mechanisme waarbij de oorspronkelijke verkoper van de aandelen additionele opbrengsten ontvangt indien bepaalde doelstellingen worden gerealiseerd;
  • exclusiviteitsbepalingen of niet-concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.

Royal Park Investments

Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de overblijvende activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken tegen een aantal Amerikaanse financiële instellingen.

14 Herverzekering en overige vorderingen

31 december 2020 31 december 2019
Aandeel herverzekeraars in verplichtingen
voor verzekerings- en beleggingscontracten 720 729
Vorderingen op polishouders 353 425
Vorderingen inzake commissiebaten 108 77
Vorderingen op tussenpersonen 337 337
Vorderingen uit hoofde van herverzekering 31 47
Overige 466 294
Totaal bruto 2.015 1.909
Bijzondere waardeverminderingen (54) (49)
Totaal netto 1.961 1.860

Onder 'Overige' vallen BTW en andere indirecte belastingen, alsook de vooruitbetaling van EUR 215 miljoen (31 december 2019: EUR 8 miljoen) aan de Stichting Forsettlement (zie toelichting 25 Voorzieningen).

Verloop van de bijzondere waardeverminderingen op herverzekering en overige vorderingen 2020 2019
Stand per 1 januari 49 49
Toename bijzondere waardeverminderingen 17 3
Terugname bijzondere waardeverminderingen (2) (1)
Afschrijvingen van niet-inbare bedragen (10) (2)
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen
Stand per 31 december 54 49

De toenames in bijzondere waardeverminderingen en afboekingen van oninbare bedragen hielden verband met Covid-19-gerelateerde huurvorderingen die Ageas heeft afgeschreven voor de huur van winkelvastgoed en kantoorgebouwen.

Verloop in het aandeel herverzekeraars in verplichtingen
voor verzekerings- en beleggingscontracten 2020 2019
Stand per 1 januari 729 660
Wijziging verplichtingen huidig jaar 104 47
Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren (54) (36)
Betaalde schaden huidig jaar (28) 28
Betaalde schaden voorgaande jaren (72) (27)
Overige netto-toevoegingen via de resultatenrekening 59 40
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen (18) 17
Stand per 31 december 720 729

15 Overlopende rente en overige activa

31 december 2020 31 december 2019
Overlopende acquisitiekosten 408 425
Overlopende overige kosten 96 88
Overlopende baten 1.043 1.104
Derivaten gehouden voor afdekkingsdoeleinden 3
Vastgoed aangehouden voor verkoop 228 194
Activa voor plannen met vaste toezeggingen 45 50
Overige 63 50
Totaal bruto 1.886 1.912
Bijzondere waardeverminderingen (1) (1)
Totaal netto 1.885 1.911

Overlopende baten betreffen met name overlopende renteopbrengsten op overheidsobligaties (2020: EUR 676 miljoen; 2019: EUR 696 miljoen), bedrijfsobligaties (2020: EUR 234 miljoen; 2019: EUR 266 miljoen).

Overlopende acquisitiekosten

2020 2019
Stand per 1 januari 425 408
Geactiveerde overlopende acquisitiekosten 491 254
Afschrijvingen (497) (241)
Overige aanpassingen inclusief omrekeningsverschillen (11) 4
Stand per 31 december 408 425

16 Materiële vaste activa

Tot materiële vaste activa behoren kantoorgebouwen en openbare parkeergarages.

31 december 2020 31 december 2019
Parkeergarages 1.461 1.349
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 217 223
Verbeteringen aan gehuurde objecten 28 28
Apparatuur, motorvoertuigen en IT-apparatuur 121 117
Gebouwen in aanbouw 2
Totaal 1.827 1.719
Terreinen en gebouwen voor Apparatuur, motorvoertuigen
eigen gebruik en parkeergarages en IT-apparatuur
Geleased Geleased
2020 In eigendom (gebruiksrecht) In eigendom (gebruiksrecht)
Kostprijs per 1 januari 1.821 522 383 32
Toevoegingen 112 92 39 12
Terugname door desinvesteringen (1) (6) (13) (4)
Wisselkoersverschillen en overige 6 5 (63)
Kostprijs per 31 december 1.938 613 346 40
Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari (694) (66) (288) (9)
Afschrijvingen (40) (63) (32) (10)
Terugname afschrijving door desinvesteringen 1 5 9 1
Wisselkoersverschillen en overige (5) 64 1
Cumulatieve afschrijvingen per 31 december (738) (124) (247) (17)
Cumulatieve bijzondere waardevermindering per 1 januari (10) (1) (1)
Toename bijzondere waardeverminderingen
Terugname van bijzondere waardeverminderingen
Terugname bijzondere waardeverminderingen door desinvesteringen
Wisselkoersverschillen en overige
Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen per 31 december (10) (1) (1)
Totaal per 31 december 1.190 488 98 23

Terreinen en gebouwen voor
eigen gebruik en parkeergarages
Apparatuur, motorvoertuigen
en IT-apparatuur
Geleased Geleased
2019 In eigendom (gebruiksrecht) In eigendom (gebruiksrecht)
Kostprijs per 1 januari 1.775 363
Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving 468 22
Aan- en verkoop dochterondernemingen
Toevoegingen 42 46 24 9
Terugname door desinvesteringen 2 (8)
Wisselkoersverschillen en overige 4 6 4 1
Kostprijs per 31 december 1.821 522 383 32
Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari (660) (257)
Afschrijvingen (39) (60) (33) (9)
Terugname afschrijving door desinvesteringen 6
Wisselkoersverschillen en overige 5 (6) (4)
Cumulatieve afschrijvingen per 31 december (694) (66) (288) (9)
Cumulatieve bijzondere waardevermindering per 1 januari (10) (3)
Toename bijzondere waardeverminderingen (1) (4) (1)
Terugname van bijzondere waardeverminderingen 1
Terugname bijzondere waardeverminderingen door desinvesteringen 3
Wisselkoersverschillen en overige 3
Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen per 31 december (10) (1) (1)
Totaal per 31 december 1.117 455 94 23

Een bedrag van EUR 173 miljoen van de materiële vaste activa is verpand als zekerheid (31 december 2019: EUR 178 miljoen).

Vastgoed, met uitzondering van parkeergarages, worden elk jaar extern gewaardeerd, waarbij de onafhankelijke taxateurs elke drie jaar gewijzigd worden. De reële waarde is gebaseerd op niveau 3 waarderingen.

Ageas bepaalt de reële waarde van parkeergarages aan de hand van in-housemodellen die ook niet-waarneembare marktgegevens gebruiken (niveau 3). De reële waarden die hieruit voortvloeien worden aangepast aan de hand van de beschikbare marktgegevens en/of transacties. Niveau 3 waarderingstechnieken worden gebruikt voor de waardering van parkeergarages, voornamelijk met verdisconteerde kasstromen. Bij de bepaling van de verwachte kasstromen van parkeergarages wordt met een aantal factoren rekening gehouden, zoals de verwachte inflatie en economische groei van afzonderlijke parkeerterreinen. De verwachte netto kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van voor risico gecorrigeerde disconteringsvoeten. Om de disconteringsvoet te bepalen wordt met een aantal factoren rekening gehouden zoals de kwaliteit van de parkeergarage en de locatie ervan.

Reële waarde van terreinen en gebouwen voor eigen gebruik en parkeergarages

31 december 2020 31 december 2019
Totaal reële waarde van terreinen en gebouwen vooreigen gebruik en parkeergarages 1.811 1.742
Totale boekwaarde (inclusief leaseverplichting) 1.188 1.118
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 623 624
Belasting (164) (168)
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) 459 456

17 Goodwill en overige immateriële activa

31 december 2020 31 december 2019
Goodwill 602 614
Serviceconcessies openbare parkeergarages 450 431
VOBA 45 58
Software 64 39
Overige immateriële vaste activa 68 61
Totaal 1.229 1.203

De belangrijkste bijdrage aan VOBA wordt geleverd door Millenniumbcp Ageas.

Mutaties in goodwill, VOBA en serviceconcessies openbare parkeergarages zijn onderstaand vermeld.

Openbare parkeergarages
Goodwill VOBA Serviceconcessies
2020 2019 2020 2019 2020 2019
Kostprijs per 1 januari 644 630 529 529 684 594
Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving 48
Aan- en verkoop dochterondernemingen 42
Toevoegingen 1 52 40
Terugname door desinvesteringen (1) (39)
Wisselkoersverschillen en overige (15) 14 (9) (1)
Kostprijs per 31 december 630 644 529 529 726 684
Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari (471) (456) (242) (239)
Afschrijvingslasten (13) (15) (24) (25)
Terugname afschrijving door desinvesteringen 1 22
Cumulatieve afschrijvingen per 31 december (484) (471) (265) (242)
Cumulatieve bijzondere waardevermindering per 1 januari (30) (28) (11) (28)
Aan- en verkoop dochterondernemingen
Toename bijzondere waardeverminderingen
Terugname van bijzondere waardeverminderingen 17
Wisselkoersverschillen en overige 2 (2)
Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen per 31 december (28) (30) (11) (11)
Totaal per 31 december 602 614 45 58 450 431

De lijn 'Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving' in 2019 is gekoppeld aan de implementatie van IFRS 16 'Leases' met betrekking tot 'serviceconcessieovereenkomst'.

Bijzondere waardevermindering van goodwill

Goodwill wordt jaarlijks aan het eind van het jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen door vergelijking van de opbrengstwaarde van kasstroomgenererende eenheden (CGU) met hun boekwaarde. De opbrengstwaarde is de reële waarde verminderd met verkoopkosten of de waarde in gebruik als deze hoger is. Het type van de overgenomen onderneming, het niveau van de operationele integratie en gezamenlijk management zijn bepalend voor de definiëring van een CGU. Op basis van deze criteria heeft Ageas CGU's op landniveau aangemerkt.

De realiseerbare waarde van een CGU wordt bepaald door berekening van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen van die CGU. De belangrijkste aannames die zijn gebruikt in het kasstroommodel zijn afhankelijk van de inputgegevens die verschillende financiële en economische variabelen weerspiegelen, zoals de risicovrije rente in een land en een premie die het inherente risico van de betreffende entiteit weergeeft.

Deze variabelen worden bepaald op basis van een beoordeling door het management. Indien een onderneming een beursnotering kent, wordt de marktwaarde eveneens als element in de evaluatie betrokken.

184

De volgende tabel toont de samenstelling van de goodwill en de bijzondere waardeverminderingen van de belangrijkste kasstroomgenererende eenheden per 31 december 2020.

Bedrag
goodwill
Bijzondere waarde-
verminderingen
Netto-
bedrag
Bedrijfsonderdeel Methode gebruikt voor
realiseerbare waarde
Kasstroom genererende eenheid (CGU)
Ageas Portugal 337 337 Continentaal Europa Waarde in gebruik
Ageas (VK) 262 28 234 Verenigd Koninkrijk (VK) Waarde in gebruik
Overige 31 31 Waarde in gebruik
Totaal 630 28 602

Ageas Portugal

Voor Ageas Portugal bedraagt de goodwill EUR 337 miljoen (2019: EUR 336 miljoen). In 2016 is de juridische structuur in Portugal vereenvoudigd en alle Portugese entiteiten zijn nu eigendom van Ageas Portugal Holding en worden door Ageas Portugal Holding gecontroleerd, waarbij een centraal Executive Committee op landniveau alle strategische beslissingen neemt. Daarom wordt Ageas Portugal beschouwd als één CGU.

Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruikgemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd.

De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie in Portugal. De gebruikte disconteringsvoet van 7,7% is gebaseerd op de risicovrije rentevoet, de aandelenrisicopremie en een bèta-coëfficiënt. Uit de toets op bijzondere waardeverminderingen bleek dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof. Er was derhalve geen aanleiding voor een bijzondere waardevermindering van de goodwill voor Ageas Portugal.

Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen zou de goodwill voor Ageas Portugal nog steeds geen bijzondere waardevermindering moeten ondergaan als de groei grotendeels negatief was of de disconteringsvoet met meer dan 6,7% zou stijgen.

Ageas VK

De goodwill voor Ageas VK bedraagt GBP 235 miljoen (2019: GBP 235 miljoen). Netto, na bijzondere waardeverminderingen, bedraagt de goodwill GBP 210 miljoen (2019: GBP 210 miljoen). In het Verenigd Koninkrijk zijn alle entiteiten eigendom en onder controle van Ageas VK Holding met een eigen Executive Committee dat alle strategische beslissingen neemt. Daarom wordt Ageas VK beschouwd als één CGU.

Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruikgemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie.

De gebruikte disconteringsvoet van 5,9% is gebaseerd op de risicovrije rentevoet, de aandelenrisicopremie en een bèta-coëfficiënt. Uit de toets op bijzondere waardeverminderingen bleek dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof en zodoende vond geen bijzondere waardevermindering op de goodwill plaats.

Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen zou de goodwill voor de activiteiten in het VK nog steeds geen bijzondere waardevermindering moeten ondergaan als groeitempo op lange termijn negatief zou zijn en de disconteringsvoet met meer dan 3,6% zou stijgen.

Overige

Overige omvat goodwill in CGU's in Frankrijk en België.

Afschrijvingsschema VOBA

VOBA zal naar verwachting als volgt worden afgeschreven.

Geschatte afschrijving VOBA
2021 11
2022 10
2023 8
2024 6
2025 10
Totaal 45

18 Eigen vermogen

De samenstelling van het eigen vermogen per 31 december 2020 is als volgt.

Aandelenkapitaal

Gewone aandelen: 194.553.574 uitgegeven en betaalde aandelen Ageas met een fractiewaarde van EUR 7,72 1.502
Uitgiftepremies 2.051
Overige reserves 2.978
Koersverschillenreserve (260)
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 1.141
Ongerealiseerde winsten en verliezen 4.143
Eigen vermogen 11.555

18.1 Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 20 mei 2020 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2020-2022) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 150.000.000 uit te breiden.

Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,72 kan Ageas hiermee maximaal 19.400.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor toelichting 43 Voorwaardelijke verplichtingen).

Eigen aandelen

Eigen aandelen zijn uitgegeven gewone aandelen die door Ageas zijn teruggekocht. Deze aandelen worden afgetrokken van het eigen vermogen en worden verantwoord onder overige reserves.

Het totaal aantal eigen aandelen (7,6 miljoen) bestaat uit voor de FRESH aangehouden aandelen (1,2 miljoen), onderliggende aandelen van teruggekochte FRESH-effecten (2,8 miljoen) en de resterende aandelen afkomstig uit het aandeleninkoopprogramma (3,6 miljoen), waarvan 0,1 miljoen worden gebruikt voor definitieve toekenningen in het kader van het 'restricted share programme'.

Aflossing van FRESH-effecten

Op 3 januari 2020 kondigde Ageas aan dat in totaal 65,50% (EUR 818.750.000) van de totale hoofdsom van de uitstaande FRESHeffecten werd teruggekocht tegen een contante betaling van EUR 513 miljoen. De aangekochte FRESH-effecten werden op 13 januari 2020 omgeruild tegen 2.599.206 onderliggende aandelen van ageas SA/NV.

Op 2 april 2020 kocht Ageas een bijkomend aantal FRESH-effecten van een externe derde partij, die eveneens werden omgeruild voor 150.000 onderliggende aandelen van ageas SA/NV.

Deze aandelen blijven op de balans van de Groep staan als eigen aandelen en geven nog steeds geen recht op dividenden of stemrechten. Nadere informatie over de FRESH is te vinden in toelichting 20 Achtergestelde schulden.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2019-2020

Ageas presenteerde op 7 augustus 2019 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen dat zou lopen van 19 augustus 2019 tot 5 augustus 2020 en een omvang had van EUR 200 miljoen. Dit programma werd afgerond en in totaal werden 4.926.363 aandelen ingekocht, overeenkomend met 2,53% van de totale uitstaande aandelen.

De Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 20 mei 2020 van ageas SA/NV keurde de intrekking goed van 3.820.574 eigen aandelen. Als gevolg hiervan is het totale aantal uitgegeven aandelen gedaald naar 194.553.574.

'Restricted share' programma

Ageas heeft een 'restricted share' programma voor de leden van het Executive en het Management Committee opgezet (zie ook toelichting 6 sectie 6.2 Met aandelen verbonden incentiveprogramma's).

18.2 Uitstaande aandelen

Uitgegeven Eigen Uitstaande
in duizenden aandelen aandelen aandelen
Stand per 1 januari 2019 203.022 (8.661) 194.361
Intrekking van aandelen (4.648) 4.648
Netto gekocht/verkocht (3.879) (3.879)
Gebruikt voor aandelenplannen management 72 72
Stand per 31 december 2019 198.374 (7.820) 190.554
Intrekking van aandelen (3.821) 3.821
Netto gekocht/verkocht (3.592) (3.592)
Gebruikt voor aandelenplannen management
Stand per 31 december 2020 194.553 (7.591) 186.962

18.3 Dividend- en stemgerechtigde aandelen

in duizenden
Aantal aandelen uitgegeven per 31 december 2020 194.553
Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht:
Aandelen aangehouden door ageas SA/NV 6.341
Aandelen gerelateerd aan FRESH (zie toelichting 20) 1.219
Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie toelichtingen 23 en 43) 3.959
Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht 183.034

18.4 Koersverschillenreserve

De koersverschillenreserve vormt een afzonderlijke component van het eigen vermogen waarin koersverschillen worden verantwoord die voortkomen uit de omrekening van de resultaten en financiële posities van buitenlandse activiteiten die zijn opgenomen in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.

De netto-investeringen in activiteiten, die de euro niet als functionele valuta hebben, worden door Ageas niet afgedekt, tenzij het effect van eventuele wisselkoersbewegingen naar de inschatting van Ageas de risk appetite overschrijdt.

18.5 Ongerealiseerde winsten en verliezen begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders

De ongerealiseerde winsten en verliezen, zoals begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders, zijn als volgt.

Geherclassificeerd
Voor verkoop in tot einde loop- Herwaardering
beschikbare tijd aangehouden van Cash flow DPF
31 december 2020 beleggingen beleggingen deelnemingen hedges component Totaal
Bruto 9.899 (33) 1.300 (22) 11.144
Gerelateerde belasting (2.415) 8 1 (2.406)
Shadow accounting (5.042) (5.042)
Gerelateerde belasting 1.302 1.302
Minderheidsbelangen (890) 10 23 2 (855)
Discretionaire winstdelingscomponent (DPF) 19 (19)
Totaal 2.873 (15) 1.323 (19) (19) 4.143
Geherclassificeerd
Voor verkoop in tot einde loop- Herwaardering
beschikbare tijd aangehouden van Cash flow DPF
31 december 2019 beleggingen beleggingen deelnemingen hedges component Totaal
Bruto 8.660 (38) 1.156 (54) 9.724
Gerelateerde belasting (2.074) 9 2 (2.063)
Shadow accounting (3.852) (3.852)
Gerelateerde belasting 997 997
Minderheidsbelangen (906) 11 17 3 (875)
Discretionaire winstdelingscomponent (DPF) 15 (15)
Totaal 2.840 (18) 1.173 (49) (15) 3.931

Reële waardeveranderingen van derivaten die zijn aangewezen en in aanmerking komen als kasstroomafdekkingen, worden in het eigen vermogen verantwoord als een ongerealiseerde winst of verlies. Nieteffectieve afdekkingen worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.

Ageas sluit verzekeringscontracten af met gegarandeerde winstdelingen en winstdelingscomponenten waarvan de omvang en het moment van toekenning volledig tot de discretie van Ageas behoren. Afhankelijk van de contractuele en wettelijke voorwaarden en condities worden ongerealiseerde waardeveranderingen in de reële waarde van de beleggingsmix verband houdende met dergelijke contracten, na de toepassing van shadow accounting, verantwoord in een afzonderlijke discretionaire winstdelingscomponent (DPF) als onderdeel van de niet-gerealiseerde winsten en verliezen in het eigen vermogen en als niet-gerealiseerde winsten en verliezen met betrekking tot voor verkoop beschikbare beleggingen.

De mutaties in bruto ongerealiseerde winsten en verliezen, zoals begrepen in het eigen vermogen, zijn als volgt.

Geherclassificeerd
Voor verkoop in tot einde loop- Herwaardering
beschikbare tijd aangehouden van Cash flow
beleggingen beleggingen deelnemingen hedges Totaal
Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 1 januari 2019 5.928 (44) 298 (7) 6.175
Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen
tijdens de verslagperiode 2.820 858 (47) 3.631
Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop (105) (105)
Terugname ongerealiseerde verliezen
door bijzondere waardeverminderingen 16 16
Overname en desinvestering van deelnemingen
Amortisatie 6 6
Wisselkoersverschillen en overige 1 1
Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2019 8.660 (38) 1.156 (54) 9.724
Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen
tijdens de verslagperiode 1.539 144 5 1.688
Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop (221) 20 (201)
Terugname ongerealiseerde verliezen
door bijzondere waardeverminderingen (53) (53)
Overname en desinvestering van deelnemingen (26) (26)
Amortisatie 4 4
Wisselkoersverschillen en overige 1 7 8
Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2020 9.899 (33) 1.300 (22) 11.144

18.6 Dividendcapaciteit

De dochterondernemingen van Ageas zijn onderhevig aan juridische beperkingen ten aanzien van de hoogte van het dividend dat zij mogen uitkeren aan hun aandeelhouders.

Volgens het Belgische Wetboek van Vennootschappen moet een onderneming 5% van de nettowinst over het boekjaar toevoegen aan een wettelijke reserve tot deze reserve gelijk is aan 10% van het aandelenkapitaal. Een onderneming mag geen dividend uitkeren indien het nettovermogen van de onderneming lager is dan het totaal van het gestorte kapitaal en de niet-uitkeerbare reserves of na uitkering van dividend zou dalen tot onder dat niveau.

Dochterondernemingen en deelnemingen zijn tevens onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar zij opereren en aan aandeelhouderscontracten met de partners in het organisatie. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.

Daarnaast kunnen aandeelhoudersovereenkomsten (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) het volgende bevatten:

  • specifieke bepalingen over stemrechten of de uitkering van dividend;
  • gesloten perioden waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;
  • optie tot (door)verkoop aan de andere, bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende methode die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;
  • earn-out mechanismen waarbij de oorspronkelijke verkoper van de aandelen additionele opbrengsten ontvangt indien bepaalde doelstellingen zijn gerealiseerd;
  • exclusiviteitsbepalingen of concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.

Dividendvoorstel voor het jaar 2020

De solvabiliteits- en kaspositie van Ageas hebben het afgelopen jaar erg goed standgehouden en de activiteiten bleven sterk. Bijgevolg stelt de Raad van Bestuur van Ageas, volledig in overeenstemming met de aanbevelingen van de Nationale Bank van België, voor om over het boekjaar 2020 een bruto cash dividend van EUR 2,65 per aandeel uit te keren. Dat stemt overeen met een payoutratio van 56% op het nettoresultaat van de Groep, zonder de impact van de RPN(I) en de FRESH-transactie.

18.7 Rendement op eigen vermogen

Ageas berekent het rendement op het eigen vermogen door het resultaat op jaarbasis voor de periode te delen door het gemiddeld netto vermogen aan het begin en het eind van de periode.

2020 2019
Rendement eigen vermogen - Verzekeringen
(exclusief ongerealiseerde meer- en minderwaarden) 12,4% 15,3%

18.8 Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten voor de bepaling van de winst per aandeel weergegeven.

2020 2019
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 1.141 979
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) 187.938 192.525
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend
159 72
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen
voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden)
188.097 192.597
Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 6,07 5,09
Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 6,06 5,08

Aangezien aandelen in verband met de FRESH niet voor dividend in aanmerking komen en er geen stemrechten mee zijn verbonden, werden deze uitgesloten van de berekening van de gewone winst per aandeel.

Aandelen Ageas uitgegeven in verband met CASHES behoren tot de gewone aandelen. Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.

190

19 Verzekeringsverplichtingen

19.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven

31 december 2020 31 december 2019
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 26.516 26.098
Verplichting voor winstdeling polishouders 182 218
Shadow accounting 3.292 2.457
Voor eliminaties 29.990 28.773
Eliminaties (17) (12)
Bruto 29.973 28.761
Herverzekering (34) (18)
Netto 29.939 28.743

De wijzigingen in de verplichtingen inzake levensverzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) zijn als volgt.

2020 2019
Stand per 1 januari 28.773 26.997
Bruto premie-inkomen 2.064 2.127
Tijdswaarde 662 704
Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige (2.084) (1.849)
Transfer tussen verplichtingen 267 (63)
Aanpassing shadow accounting 835 1.384
Overige wijzigingen, inclusief risicodekking (527) (527)
Stand per 31 december 29.990 28.773

De shadow accountingaanpassing houdt verband met de nietgerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille.

De regel 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer en varieert daarom in het volume.

Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen die voortvloeien uit verzekeringscontracten Leven, was in 2020 en 2019 niet materieel.

19.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

31 december 2020 31 december 2019
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 29.672 30.594
Verplichting voor winstdeling polishouders 250 254
Shadow accounting 1.707 1.395
Bruto 31.629 32.243
2020 2019
Stand per 1 januari 32.243 30.860
Bruto premie-inkomen 1.800 2.812
Tijdswaarde 307 432
Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige (2.608) (2.234)
Transfer tussen verplichtingen (350) (153)
Aanpassing shadow accounting 312 637
Overige wijzigingen, inclusief risicodekking (75) (111)
Stand per 31 december 31.629 32.243

De shadow accountingaanpassing houdt verband met de nietgerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille. De overdracht van verplichtingen houdt voornamelijk verband met interne bewegingen tussen productportefeuilles. De regel 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekeringsen actuariële risico's van garanties in de contracten weer en varieert daarom in het volume.

Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen die voortvloeien uit beleggingscontracten Leven, was in 2020 en 2019 niet materieel.

19.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

31 december 2020 31 december 2019
Verzekeringscontracten 2.904 2.741
Beleggingscontracten 14.186 13.697
Totaal 17.090 16.438

Het verloop van de verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van verzekeringscontracten is als volgt.

2020 2019
Stand per 1 januari 2.741 2.359
Bruto premie-inkomen 294 231
Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde 66 341
Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige (152) (137)
Transfer tussen verplichtingen (34) (43)
Overige wijzigingen, inclusief risicodekking (11) (10)
Stand per 31 december 2.904 2.741

Het verloop van de verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van beleggingscontracten is als volgt.

2020 2019
Stand per 1 januari 13.697 13.153
Bruto premie-inkomen 1.056 1.160
Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde 323 1.474
Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige (1.298) (2.314)
Transfer tussen verplichtingen 442 251
Wisselkoersverschillen (3) 1
Overige wijzigingen, inclusief risicodekking (31) (28)
Stand per 31 december 14.186 13.697

De overdracht van verplichtingen betreft vooral interne bewegingen tussen verschillende productcontracten. 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer.

19.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven

31 december 2020 31 december 2019
Schadeverplichting 7.076 6.994
Niet-verdiende premies 1.614 1.578
Verplichting voor winstdeling polishouders 11 16
Voor eliminaties 8.744 8.588
Eliminaties (1.340) (990)
Bruto 7.404 7.598
Herverzekering (686) (711)
Netto 6.718 6.887

Het verloop van de verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) is als volgt.

2020 2019
Stand per 1 januari 8.588 7.449
Aankoop/Verkoop dochterondernemingen (4)
Toevoeging verplichtingen huidig jaar 2.559 2.790
Betaalde schaden huidig jaar (1.223) (1.332)
Wijziging verplichtingen huidig jaar 1.336 1.458
Toevoeging verplichtingen voorgaande jaren (227) (305)
Betaalde schaden voorgaande jaren (1.188) (1.117)
Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren (1.415) (1.422)
(79) 36
Wijziging in niet-verdiende premies 22
Transfer tussen verplichtingen (106) (74)
Wisselkoersverschillen (140) 130
Overige wijzigingen 459 1.051
Stand per 31 december 8.744 8.588

19.5 Verzekeringsverplichtingen en toereikendheidstoetsen

De toereikendheidstoetsen per jaareinde 2020 hebben de toereikendheid van de verzekeringsverplichtingen bevestigd.

Overzicht verzekeringsverplichtingen per bedrijfssegment

In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verplichtingen per bedrijfssegment.

Niet-leven bruto
split in verplichtingen:
Leven bruto split
in verplichtingen:
Totaal Niet-verdiende Uitstaande Totaal Unit- Leven
31 december 2020 Niet-leven premies claims Leven linked Gegarandeerd
België 4.086 355 3.689 62.878 10.654 52.224
VK 2.427 691 1.736
Continentaal Europa 843 192 651 15.821 6.436 9.385
Herverzekering 1.388 376 1.012 7 7
Eliminaties (1.340) (1.341) (14) (14)
Totaal verzekeraars 7.404 1.614 5.747 78.692 17.090 61.602
Niet-leven bruto
split in verplichtingen:
Leven bruto
split in verplichtingen:
Totaal Niet-verdiende Uitstaande Totaal Unit- Leven
31 december 2019 Niet-leven premies claims Leven linked Gegarandeerd
België 4.079 349 3.730 61.255 9.800 51.455
VK 2.630 720 1.910
Continentaal Europa 856 189 667 16.199 6.638 9.561
Herverzekering 1.023 320 703
Eliminaties (990) (990) (12) (12)
Totaal verzekeraars 7.598 1.578 6.020 77.442 16.438 61.004

20 Achtergestelde schulden

31 december 2020 31 december 2019
Uitgegeven door Ageasfinlux S.A.
FRESH Restricted Tier 1 Notes 384 1.250
Uitgegeven door ageas SA/NV
Perpetual Subordinated Fixed Rate Resettable Temporary Write-Down Restricted
Tier 1 Notes 750 744
Subordinated Fixed to Floating Rate Tier 2 Notes 994 493
Uitgegeven door AG Insurance
Subordinated Fixed to Floating Rate Tier 2 Loan 74 74
Fixed Rate Reset Dated Subordinated Tier 2 Notes 397 397
Fixed to Floating Callable Subordinated Tier 2 Notes 100 100
Uitgegeven door Millenniumbcp Ageas
Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Restricted Tier 1 Loan 59 59
Totaal achtergestelde schulden 2.758 3.117
31 december 2020 31 december 2019
Stand per 1 januari 3.117 2.285
Opbrengsten van uitgifte 498 1.311
Aflossing (507) (484)
Gerealiseerde meerwaarden (359)
Wisselkoersverschillen en andere 9 5
Stand per 31 december 2.758 3.117

Het grootste deel van de uitstaande achtergestelde verplichtingen per 31 december 2020 betreft posities met een looptijd van meer dan vijf jaar.

20.1 FRESH Grandfathered Restricted Tier 1 Notes

Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen tegen een variabele rentevoet van de 3-maands Euribor verhoogd met 135 basispunten. De effecten hebben geen einddatum, maar kunnen worden ingeruild tegen Ageas-aandelen tegen een prijs van 315 EUR naar eigen inzicht van de houder. De effecten zullen automatisch worden omgezet naar Ageas-aandelen indien de prijs van het Ageas-aandeel hoger is dan of gelijk aan EUR 472,50 tijdens twintig opeenvolgende beurshandelsdagen. De effecten kwalificeren als Grandfathered Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

De effecten werden uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op de momenteel uitstaande 1,2 miljoen Ageas-aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 31 december 2020 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is reeds inclusief de 1,2 miljoen Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).

In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement minder dan 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

Op 19 november 2019 lanceerde Ageas via zijn volledige dochtermaatschappij Ageasfinlux S.A. een bod tot aankoop in contanten van de uitstaande FRESH-effecten. Tegelijktertijd startte Ageasfinlux S.A. een instemmingsprocedure om de aankoop van de FRESH-effecten toe te staan. Instemming van ten minste de meerderheid van de totale uitstaande hoofdsom van de FRESH was noodzakelijk om de voorwaarden van de FRESH te wijzigen.

Op 3 januari 2020 kondigde Ageas aan dat in totaal 65,50% (EUR 818.750.000) van de totale hoofdsom van de uitstaande FRESHeffecten was teruggekocht. In het begin van het 2e kwartaal van 2020 kocht Ageas vervolgens FRESH-effecten voor een totale hoofdsom van EUR 47.250.000 op vraag van een derde partij, Zie toelichting 32 voor de impact op het resultaat van transacties welke betrekking hebben op FRESH-aandelen. Alle in 2020 aangekochte FRESH-effecten werden ingeruild tegen 2.749.206 onderliggende aandelen van ageas SA/NV. Deze aandelen blijven in de balans van de Groep staan als eigen aandelen en zullen nog steeds geen recht geven op dividenden of stemrechten. Het totale aantal uitstaande aandelen van ageas SA/NV als gevolg van de transactie blijft onveranderd.

20.2 Subordinated Fixed to Floating Rate Tier 2 Notes

Op 24 november 2020 gaf ageas SA/NV schuldeffecten uit in de vorm van Subordinated Fixed to Floating Rate Tier 2 Notes ter waarde van EUR 500 miljoen die in 2051 vervallen.

De notes hebben een vaste coupon van 1,875%, jaarlijks betaalbaar tot de eerste renteherzieningsdatum (24 november 2031). Vanaf de eerste renteherzieningsdatum zal de coupon driemaandelijks betaalbaar zijn tegen een 3-maand Euribor variabele rente vermeerderd met een initiële kredietspread en een step-up van 100 basispunten. Merk op dat Ageas naar eigen keuze kan beslissen om het instrument vanaf 24 mei 2031, namelijk 6 maanden vóór de eerste renteherzieningsdatum, af te lossen.

Het instrument komt in aanmerking als Tier 2-kapitaal voor zowel Ageas Groep als ageas SA/NV krachtens de Europese wettelijke vereisten voor verzekeraars (Solvency II) en heeft een rating van A- volgens Standard & Poor's en van BBB+ volgens Fitch. Het instrument staat genoteerd aan de gereglementeerde markt van de Luxemburgse effectenbeurs.

20.3 Perpetual Subordinated Fixed Rate Resettable Temporary Write-Down Restricted Tier 1 Notes

Op 10 december 2019 gaf ageas SA/NV achtergestelde schuldeffecten uit voor een totale hoofdsom van EUR 750 miljoen in de vorm van Perpetual Subordinated Fixed Rate Resettable Temporary Write-Down Restricted Tier 1 Notes.

Deze notes hebben een vaste jaarlijks betaalbare coupon van 3,875% met renteherziening in juni 2030 (geen step-up) en daarna elke vijf jaar. Zij hebben geen vastgestelde vervaldatum en ageas SA/NV kan deze, behalve in bepaalde specifieke omstandigheden, niet aflossen voor de zesmaandsperiode voorafgaand aan juni 2030.

De effecten komen in aanmerking als restricted Tier 1-kapitaal voor zowel Ageas Groep als ageas SA/NV krachtens de Europese wettelijke vereisten voor verzekeraars (Solvency II) en hebben een rating BBB van Standard & Poor's en BBB- van Fitch. De notes staan genoteerd aan de gereguleerde markt van de Luxemburgse effectenbeurs.

De netto-opbrengsten van de uitgifte van dit instrument werden gebruikt voor algemene bedrijfsdoeleinden en teneinde de wettelijk vereiste solvabiliteit van de Ageas Groep en haar operationele entiteiten te versterken, onder meer door vervanging van de FRESHeffecten die werden teruggekocht in het bod dat Ageas hier in 2019 op deed (zie 20.1).

20.4 Subordinated Fixed to Floating Rate Tier 2 Notes

Op 10 april 2019 gaf ageas SA/NV zijn eerste schuldeffecten uit in de vorm van Subordinated Fixed to Floating Rate Tier 2 Notes voor EUR 500 miljoen die in 2049 vervallen.

Deze notes hebben een vaste coupon van 3,25%, jaarlijks betaalbaar tot de eerste call-datum (2 juli 2029). Vanaf de eerste call-datum zal de coupon driemaandelijks betaalbaar zijn tegen een 3-maand Euribor variabele rente vermeerderd met een initiële kredietspread en een step-up van 100 basispunten.

Dit instrument komt in aanmerking als Tier 2-kapitaal voor zowel Ageas Groep als ageas SA/NV krachtens de Europese wettelijke vereisten voor verzekeraars (Solvency II) en heeft een rating van A- volgens Standard & Poor's en van BBB+ volgens Fitch. De note staat genoteerd aan de gereguleerde markt van de Luxemburgse effectenbeurs.

20.5 Subordinated Fixed to Floating Rate Tier 2 Loan

Op 26 juni 2019 verstrekten Ageas en BNP Paribas Cardif aan AG Insurance een achtergestelde lening van EUR 300 miljoen (Ageas: EUR 225 miljoen, BNP Paribas Cardif: EUR 75 miljoen) als gedeeltelijke vervanging voor de USD 550 miljoen die in maart 2019 werden afgelost. Op het niveau van de Ageas Groep wordt de intragroepslening tussen Ageas en AG Insurance geëlimineerd.

20.6 Fixed Rate Reset Dated Subordinated Tier 2 Notes

Op 31 maart 2015 heeft AG Insurance voor een bedrag van EUR 400 miljoen Fixed Rate Subordinated Tier 2 Notes (achtergestelde obligaties tegen vaste rente) uitgegeven met een rentevoet van 3,5% en een looptijd van 32 jaar. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum op 30 juni 2027 of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op de eerste calldatum en op elke vijfde verjaardag van de eerste calldatum zal de rentevoet opnieuw bepaald worden, als de som van de vijfjarige euro mid swap rente verhoogd met 3,875%. De obligaties zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg en kwalificeren als Tier 2 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

20.7 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Tier 2 Notes

Op 18 december 2013 plaatste AG Insurance voor een bedrag van EUR 450 miljoen Fixed-to-Floating Callable Subordinated Tier 2 Notes (achtergestelde obligaties met vaste naar variabele rente), met een looptijd van 31 jaar en een rentevoet van 5,25%. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum op 18 juni 2024 of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op hun eerste calldatum zullen de obligaties rente dragen aan een variabele rentevoet van 3-maands Euribor verhoogd met 4,136% per jaar, betaalbaar per kwartaal.

De obligaties kwalificeren als Tier 2 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II). De obligaties zijn onderschreven door ageas SA/NV (EUR 350 miljoen) en BNP Paribas Fortis SA/NV (EUR 100 miljoen) en zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg. Het gedeelte verstrekt door ageas SA/NV wordt geëlimineerd omdat het een intra-groepstransactie betreft.

20.8 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Grandfathered Restricted Tier 1 Loan

Op 5 december 2014 hebben Ageas Insurance International N.V. (51%) (AII) en BCP Investments B.V. (49%) een achtergestelde lening van EUR 120 miljoen verstrekt aan Millenniumbcp Ageas tegen 4,75% per jaar tot de eerste calldatum in december 2019 en 6-maands Euribor + 475 basispunten per jaar daarna. Vanaf het 2e kwartaal van 2020 is de lening die voorheen eigendom was van Ageas Insurance International overgedragen naar de balans van ageas SA/NV. Het deel verstrekt door ageas SA/NV wordt geëlimineerd omdat het een intragroepstransactie betreft. De obligaties kwalificeren als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

21 Schulden

31 december 2020 31 december 2019
Terugkoopovereenkomsten 2.312 1.443
Leningen 898 850
Schulden aan banken 3.210 2.293
Depots van herverzekeraars 77 83
Leaseverplichtingen 570 506
Overige financieringen 63 74
Totaal schulden 3.920 2.956

Terugkoopovereenkomsten zijn zekergestelde kortlopende leningen die worden gebruikt voor de afdekking van specifieke beleggingen met rentevoeten die opnieuw kunnen worden vastgesteld en met het oog op kasbeheer.

Daarnaast heeft Ageas vastgoed met een boekwaarde van EUR 173 miljoen als zekerheid gesteld voor leningen en overige (2019: EUR 178 miljoen).

De boekwaarde van de schulden is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reële waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).

De leaseverplichtingen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de leasebetalingen en wordt verdisconteerd op basis van de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst. De rentelasten op de leaseverplichting en de afschrijvingskosten voor het met een gebruiksrecht overeenstemmend actief worden afzonderlijk van elkaar gepresenteerd.

31 december 2020 31 december 2019
Stand per 1 januari 2.956 2.184
Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving 538
Aan- en verkoop dochterondernemingen 49
Opbrengsten van uitgifte 1.053 383
Betalingen (90) (182)
Wisselkoersverschillen en overige wijzigingen 1 (16)
Stand per 31 december 3.920 2.956

De regel 'Wijziging in grondslagen van de financiële verslaggeving' voor 2019 houdt verband met de implementatie van IFRS 16 'leases' en omvat EUR 48 miljoen verbonden met 'serviceconcessierechten'.

De volgende tabel toont de niet-verdisconteerde kasstromen van de leningen, afgezien van de leaseverplichtingen, ingedeeld per relevante looptijdgroep op 31 december.

31 december 2020 31 december 2019
Minder dan 1 jaar 2.554 1.784
1 jaar tot 3 jaar 358 393
3 jaar tot 5 jaar 310 141
Langer dan 5 jaar 128 132
Totaal 3.350 2.450

Leaseverplichtingen als leasingnemer (niet verdisconteerd)

2020 Minimum lease
betalingen
2019
Minder dan 1 jaar 82 76
1 jaar tot 2 jaar 74 71
2 jaar tot 3 jaar 72 65
3 jaar tot 4 jaar 58 51
4 jaar tot 5 jaar 51 44
Langer dan 5 jaar 441 437
Totaal 778 744
Jaarlijkse huurlasten 5 5
Toekomstige financieringslasten 208 238

22 Actuele en uitgestelde belastingen

Een nadere detaillering van de uitgestelde winstbelastingen per 31 december is als volgt.

Balans Resultatenrekening
2020 2019 2020 2019
Uitgestelde belastingvorderingen op:
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 13 11 8 2
Vastgoedbeleggingen 9 7 1 (3)
Leningen aan klanten 2 2 1
Materiële vaste activa 41 42 (1) (2)
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 8 8
Verzekeringspolis en claim reserves 1.111 872 (15) (27)
Schuldbewijzen en achtergestelde schulden (2)
Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding 121 97 6 (19)
Overige voorzieningen 10 9 (3)
Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten 1 1 1 1
Niet-aangewende compensabele verliezen 98 106 (6) (15)
Overige 98 94 3 11
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 1.512 1.247 (2) (55)
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen (27) (27) 1
Netto uitgestelde belastingvorderingen 1.485 1.220 (2) (54)
Uitgestelde belastingverplichtingen op:
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 2.079 1.801 (3) (3)
Vastgoedbeleggingen 94 103 5 1
Leningen aan klanten 1 1
Materiële vaste activa 135 139 4 7
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 84 88 4 4
Schuldbewijzen en achtergestelde schulden 1
Overige voorzieningen 7 3 (10) (2)
Overlopende acquisitiekosten 33 32 (1)
Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten 1 1
Belastingvrij gerealiseerde reserves 23 25 2 (2)
Overige 34 40 7 (10)
Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 2.492 2.233 8 (5)
Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) 6 (59)
Netto uitgestelde belastingen (1.007) (1.013)

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om actuele belastingvorderingen te salderen met actuele belastingverplichtingen en wanneer de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit. Na deze saldering zijn deze bedragen in de balans als volgt.

2020 2019
Uitgestelde belastingvorderingen 98 106
Uitgestelde belastingverplichtingen 1.105 1.119
Netto uitgestelde belastingen (1.007) (1.013)

Per 31 december 2020 bedroegen de actuele en uitgestelde belastingen opgenomen in het eigen vermogen respectievelijk EUR 54 miljoen en EUR 1.050 miljoen. (2019: EUR 47 miljoen en EUR 1.018 miljoen)

Uitgestelde belastingvorderingen worden verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstig belastbaar resultaat zal zijn waarmee de uitgestelde belastingvordering verrekend kan worden. Er zijn uitgestelde belastingvorderingen verantwoord met betrekking tot niet benutte (gevorderde) belastingverliezen alsmede belastingverminderingen tegen een geschatte belastingwaarde van EUR 71 miljoen (2019: EUR 78 miljoen). De fiscale verliezen die niet zijn verantwoord bedragen per 31 december 2020 EUR 3.308 miljoen (2019: EUR 3.325 miljoen). Het grootste deel van de (gevorderde) overgedragen fiscale verliezen zijn ontstaan door de vereffening van Brussels Liquidation Holding (het voormalige Fortis Brussels, waartoe de bankactiviteiten van Fortis voorheen behoorden). Voor belastingdoeleinden ontstond het verlies op de verkoop van Fortis Bank pas op het moment van de vereffening.

202

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis Groep, hebben een financieel instrument geïntroduceerd, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).

De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. In februari 2012 lanceerde BNP Paribas een openbaar bod op CASHES aan een prijs van 47,5% en werden 7.553 aangeboden CASHES effecten omgezet in Ageas aandelen; Ageas betaalde een schadevergoeding van EUR 287 miljoen aan BNP Paribas aangezien de conversie aanleiding gaf tot een pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting.

In mei 2015 kwamen Ageas en BNP Paribas overeen dat BNP Paribas te allen tijde CASHES kan aankopen van individuele beleggers, op voorwaarde dat de aangekochte effecten worden omgezet in Ageas aandelen; bij een dergelijke conversie wordt de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting betaald aan BNP Paribas, terwijl Ageas de breakup fee ontvangt die gekoppeld is aan de prijs waartegen BNP Paribas de CASHES kan kopen.

BNP Paribas kocht en converteerde in de eerste negen maanden van 2016 656 CASHES onder deze overeenkomst; Ageas betaalde 44 miljoen EUR voor de pro-rata schikking van de RPN(I), na aftrek van de ontvangen break-up fee. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas liep eind 2016 af en werd niet verlengd.

Per 31 december 2020 resteren 3.791 uitstaande CASHES.

Referentiebedrag en rentebetalingen Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:

  • het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 13 miljoen aandelen Ageas waarin het instrument wordt geconverteerd, minus
  • het verschil tussen EUR 3.000 miljoen bij de uitgifte en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd aan de beurs van Luxemburg, vermenigvuldigd met
  • het aantal uitstaande CASHES (3.791 op 31 december 2020) gedeeld door het aantal CASHES effecten dat oorspronkelijk werd uitgegeven (12.000).

Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedraagt 3-maands Euribor plus 90 basispunten. Ageas gaf 6,3% van de totaal uitstaande aandelen van AG Insurance in onderpand ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV.

Waardering

Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.

Het RPN-referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag steeg van EUR 359 miljoen op het einde van 2019 naar EUR 420 miljoen op 31 december 2020, voornamelijk als gevolg van een koersdaling van het Ageas aandeel van EUR 52,68 naar EUR 43,58 over 2020, in combinatie met een stijging van de prijs van CASHES van 81,55% naar 84,17% over dezelfde periode.

Gevoeligheid van de waarde van RPN(I)

Per 31 december 2020 leidt een toename van de prijs van de CASHES met 1%, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, tot een stijging van het referentiebedrag met EUR 9,5 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 4 miljoen zal doen dalen.

24 Overlopende rente en overige verplichtingen

31 december 2020 31 december 2019
Uitgestelde baten 139 146
Overlopende financieringslasten 57 51
Overlopende lasten 99 97
Derivaten gehouden voor afdekkingsdoeleinden 27 55
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 8 10
Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen 870 792
Verplichtingen voor overige vergoedingen na uitdiensttreding 153 140
Verplichtingen voor ontslagvergoedingen 4 5
Verplichtingen voor overige personeelsbeloningen op lange termijn 18 17
Verplichtingen voor personeelsbeloningen op korte termijn 92 95
Verplichtingen inzake geschreven putopties op minderheidsbelang 101 113
Handelsschulden 261 213
Schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen 509 428
Btw en overige te betalen belastingen 149 149
Te betalen dividenden 16 14
Schulden aan herverzekeraars 31 17
Overige verplichtingen 400 403
Totaal 2.934 2.745

Details over personeelsvergoedingen zijn te vinden in toelichting 6 sectie 6.1 Personeelsvergoedingen.

De regel 'overige verplichtingen' heeft betrekking op verplichtingen in verband met de vereffening van aandelentransacties, ontvangen geldmiddelen die moeten worden gealloceerd aan beleggingen en kleine uitgaven die moeten worden betaald.

Uitgestelde baten en overlopende bedragen worden beschouwd als kortlopende verplichtingen met een looptijd van minder dan een jaar.

De volgende tabellen tonen de niet-verdisconteerde kasstromen van de BTW en overige te betalen belastingen, handelsschulden, schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen, schulden aan herverzekeraars en overige verplichtingen.

31 december 2020 Minder dan 1 jaar 1 tot 3 jaar 3 tot 5 jaar Langer dan 5 jaar
Niet-verdisconteerde cashflow 1.162 169 4 33
Totaal 1.162 169 4 33
31 december 2019 Minder dan 1 jaar 1 tot 3 jaar 3 tot 5 jaar Langer dan 5 jaar
Niet-verdisconteerde cashflow 1.141 39 3 42
Totaal 1.141 39 3 42

204

25 Voorzieningen

De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar aan het einde van de periode op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in toelichting 43 Voorwaardelijke verplichtingen.

Globale schikking gerelateerd aan de Fortis-gebeurtenissen van 2007 en 2008

Op 14 maart 2016 kondigden Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en de VEB een voorstel aan voor schikking (de "Schikking") van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor gebeurtenissen van 2007 en 2008 voor een bedrag van EUR 1,2 miljard.

Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook tot overeenstemming was gekomen met de D&O verzekeraars (Directors & Officers) (de "Verzekeraars"), de bestuurders en functionarissen betrokken bij de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis, om voor een bedrag van EUR 290 miljoen te schikken.

Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 12 december 2017 dienden de aanvragers een gewijzigde en bijgewerkte schikking in bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze aangepaste schikking hield rekening met de

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.

voornaamste bezwaren van het Gerechtshof en het totale budget werd met EUR 100 miljoen opgetrokken naar EUR 1,3 miljard.

Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008), overeenkomstig de Nederlandse Wet Collectieve afwikkeling Massaschade, "WCAM". Door de Schikking bindend te verklaren, meende het Gerechtshof dat de krachtens de schikking aangeboden vergoeding redelijk is en dat de claimantenorganisaties Deminor, SICAF en FortisEffect de belangen van de begunstigden van de Schikking naar behoren behartigen.

Op 21 december 2018 verschafte Ageas duidelijkheid door eerder dan op de uiterste datum af te zien van zijn beëindigingsrecht. Zodoende is de Schikking definitief.

De belangrijkste componenten van de voorziening per 31 december 2020 van EUR 246 miljoen (31 December 2019: 514 miljoen) zijn:

  • EUR 1.309 miljoen voor het akkoord omtrent de WCAM-schikking;
  • EUR 18 miljoen verbonden met staartrisico, inclusief opgelopen kosten;
  • Minus EUR 1 miljoen nog ter beschikking te stellen aan Stichting FORsettlement door Stichting FORclaims, de stichting die de bijdrage van de Verzekeraars beheert;
  • Minus EUR 1.079 miljoen die al aan in aanmerking komende aandeelhouders werd uitgekeerd.

De bedragen worden weergegeven op de regel 'voorzieningen' in de balans en op de regel 'wijzigingen in voorzieningen' in de resultatenrekening.

31 december 2020 31 december 2019
Stand per 1 januari 582 887
Aan- en verkoop dochterondernemingen
Toename (Afname) voorziening (36) (8)
Aanwendingen in de loop van het jaar (223) (298)
Wisselkoersverschillen en overige (1) 1
Stand per 31 december 322 582

26 Minderheidsbelangen

In de navolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste minderheidsbelangen (NCI) in de entiteiten van Ageas.

Eigen Eigen
% van Resultaat per vermogen per % van Resultaat per vermogen per
minderheids- 31 december 31 december minderheids- 31 december 31 december
belangen 2020 2020 belangen 2019 2019
Groepsmaatschappij
AG Insurance (België) 25,0% 97 1.637 25,0% 94 1.652
AG Real Estate (onderdeel van AG Insurance)
vooral Interparking NCI voor 49% eigendom van 25,0% 24 322 25,0% 81 398
minderheidsaandeelhouders van AG Real Estate
Millenniumbcp Ageas (onderdeel van CEU) 49,0% 39 258 49,0% 24 208
Overige (1) 2 2
Totaal Minderheidsbelangen 159 2.219 199 2.260

Minderheidsbelangen vertegenwoordigt de deelneming van een derde partij in het eigen vermogen van de dochtermaatschappijen van Ageas.

Ageas Insurance verstrekte Parkimo, een minderheidsaandeelhouder van Interparking, een onvoorwaardelijke putoptie voor haar belang van 10,05% in Interparking. De putoptie werd gewaardeerd tegen reële waarde van het verwachte af re rekenen bedrag van EUR 100 miljoen (2019: EUR 112 miljoen). AG Insurance verleende andere putopties voor een bedrag van EUR 1 miljoen (2019: EUR 1 miljoen).

Dochterondernemingen

Nadere informatie met betrekking tot de balans van AG Insurance is opgenomen in toelichting 8 informatie operationele segmenten. Details van de andere dochteronderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft, zijn opgenomen in de volgende tabel.

Eigen
Activa per Passiva per vermogen per Activa per Passiva per vermogen per
31 december 31 december 31 december 31 december 31 december 31 december
Financiële informatie (100% belang) 2020 2020 2020 2019 2019 2019
Dochteronderneming
Millenniumbcp Ageas 10.848 10.526 322 11.245 11.025 220

Valutacontracten

Futures zijn overeenkomsten die tegen een specifieke prijs en op een specifieke datum in de toekomst moeten worden afgewikkeld en die op diezelfde markten kunnen worden verhandeld. Termijncontracten zijn maatovereenkomsten tussen twee entiteiten die tegen een vandaag overeengekomen prijs op een specifieke datum in de toekomst worden afgewikkeld. De valutatermijncontracten en -futures betreffen hoofdzakelijk overeenkomsten die het valutarisico op activa die in buitenlandse valuta's luiden af te dekken.

Renteswaps

Swapcontracten zijn overeenkomsten tussen twee partijen waarin één verzameling kasstromen wordt geruild voor een andere verzameling kasstromen. Betalingen zijn gebaseerd op de nominale waarde van de swap. Ageas gebruikt hoofdzakelijk renteswaps om de kasstromen van ontvangen of betaalde rente te beheersen en (cross) valutaswapcontracten om kasstromen die in buitenlandse valuta's luiden te beheersen.

Handelsderivaten

31 december 2020 31 december 2019
Reële waarde Reële waarde
Nominaal Nominaal
Activa Passiva bedrag Activa Passiva bedrag
Valutacontracten
Forwards en futures 14 1 560 8 2 660
Swaps 6 10
Totaal 14 1 566 8 2 670
Rentecontracten
Swaps 2 7 213 2 8 251
Totaal 2 7 213 2 8 251
Totaal 16 8 779 10 10 921
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens
Reële waarden op basis van een waarderingsmodel 16 8 10 10
Totaal 16 8 10 10
Over the counter (OTC) 16 8 779 10 10 921
Totaal 16 8 779 10 10 921

Hedging-derivaten

31 december 2020 31 december 2019
Reële waarde Reële waarde
Nominaal Nominaal
Activa Passiva bedrag Activa Passiva bedrag
Valutacontracten
Forwards en futures 3 140
Totaal 3 140
Rentecontracten
Swaps 27 834 54 1.408
Totaal 27 834 54 1.408
Totaal 3 27 974 55 1.427
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens 3 20 47
Reële waarden op basis van een waarderingsmodel 7 8
Totaal 3 27 55
Over the counter (OTC) 3 27 974 55 1.427
Totaal 3 27 974 55 1.427

28 Toezeggingen

Ontvangen en gedane toezeggingen waren als volgt.

Verplichtingen 31 december 2020 31 december 2019
Ontvangen verplichtingen
Kredietlijnen 1.114 962
Onderpand & garanties ontvangen 4.435 4.156
Overige niet in de balans gewaardeerde rechten 38 15
Totaal ontvangen 5.587 5.133
Verstrekte verplichtingen
Garanties, Financieel en Prestatiegerelateerde Kredietbrieven 292 280
Beschikbare kredietlijnen 982 1.947
Onderpand & garanties verstrekt 2.459 1.630
In bewaring gegeven activa en vorderingen 1.006 945
Kapitaal rechten en verplichtingen 189 155
Vastgoedtoezeggingen 419 548
Overige niet in de balans opgenomen verplichtingen 961 644
Totaal verstrekt 6.308 6.149

Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.

Andere niet in de balans gewaardeerde toezeggingen op 31 december 2020 omvatten voor EUR 185 miljoen uitstaande kredietaanbiedingen (31 december 2019: EUR 93 miljoen).

29 Reële waarde van financiële activa en financiële passiva

In de volgende tabel wordt de reële waarde weergegeven van de financiële activa en passiva gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs.

31 december 2020 31 december 2019
Niveau Boekwaarde Reële waarde Boekwaarde Reële waarde
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 2 2.241 2.241 3.745 3.745
Tot einde looptijd gehouden financiële beleggingen 1 4.416 7.101 4.438 6.878
Leningen 2 13.398 14.936 11.072 12.138
Herverzekering en overige vorderingen 2 1.961 1.961 1.860 1.860
Totaal financiële activa 22.016 26.239 21.115 24.621
Passiva
Achtergestelde schulden 2 2.758 2.847 3.117 3.204
Schulden exclusief leaseverplichtingen 2 3.350 3.363 2.450 2.450
Totaal financiële verplichtingen 6.108 6.210 5.567 5.654

De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief worden verhandeld op financiële markten, kan als volgt worden samengevat.

Type instrument Producten Ageas Reële waarde berekening
Instrumenten zonder vast einde looptijd Zichtrekeningen, spaarrekeningen enz. Nominale waarde.
Instrumenten zonder optionele kenmerken Gewone leningen, deposito's enz. Methode van de gedisconteerde kasstromen; de gebruikte rentecurve voor de discontering is de
swapcurve plus spread (activa) of de swapcurve min spread (verplichtingen); de spread is gebaseerd op
de commerciële marge berekend op basis van het gemiddelde aan nieuwe polissen tijdens de laatste
drie maanden.
Instrumenten met optiekenmerken Hypotheekleningen en overige
instrumenten met optionele kenmerken
Het product wordt gesplitst en de lineaire component (zonder optiekenmerk) wordt gewaardeerd met
behulp van de methode van de gedisconteerde kasstromen en de optiecomponent wordt gewaardeerd
op basis van een optiewaarderingsmodel.
Achtergestelde obligaties of vorderingen Achtergestelde activa De waardering is gebaseerd op prijzen verkregen van brokers in een inactieve markt (niveau 3).
Private equity Private equity en niet-beursgenoteerde
deelnemingen
Doorgaans gebaseerd op de waarderingsrichtlijnen van de European Venture Capital Association. Vaak
worden ratio's gebruikt zoals ondernemingswaarde/EBITDA, koers-kasstroom en koers-winst enz.
Preferente aandelen (niet
beursgenoteerd)
Preferente aandelen Als het aandeel is geclassificeerd als vreemd vermogen wordt de methode van de gedisconteerde
kasstromen gebruikt.

Ageas heeft een beleid geformuleerd om de onzekerheden met betrekking tot de berekening van reële waarde door middel van waarderingsmethoden en interne modellen te kunnen kwantificeren en bewaken. Gerelateerde onzekerheden worden benoemd in het modelrisicoconcept.

Modelrisico ontstaat wanneer de productwaarderingsmethode die gehanteerd wordt nog niet is gestandaardiseerd, of wanneer gebruik wordt gemaakt van inputgegevens die niet rechtstreeks in de markt zichtbaar zijn, maar op aannames zijn gebaseerd.

De ontwikkeling van nieuwe, geavanceerde producten in de markt heeft geleid tot de ontwikkeling van wiskundige modellen waarmee deze producten kunnen worden gewaardeerd. Deze modellen repliceren het complexe patroon van de functie van een optie op basis van aannames over het stochastische gedrag van de onderliggende variabelen, numerieke algoritmen en andere theoretische benaderingen die nodig zijn om de complexiteit van het financiële instrument na te bootsen.

Voorts zijn de onderliggende hypothesen van een model afhankelijk van de algemene marktomstandigheden (specifieke rentestanden, volatiliteit etc.) op het moment van ontwikkeling van het model. Er bestaat geen garantie dat het model nog steeds de juiste resultaten weergeeft wanneer marktcondities radicaal veranderen.

Eventuele modelonzekerheden worden zo precies mogelijk gekwantificeerd. Dit vormt de basis voor de aanpassing van de reëlewaardeberekening door de waarderingsmethoden en interne modellen.

210

Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening

30 Verzekeringspremies

Het bruto premie-inkomen Leven bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Vergoedingen worden in de resultatenrekening als baten opgenomen.

2020 2019
Bruto premie-inkomen Leven 5.197 6.329
Bruto premie-inkomen Niet-leven 4.298 4.218
Algemene rekening en eliminaties (3) (2)
Totaal bruto premie-inkomen 9.492 10.545
2020 2019
Netto verdiende premies Leven 4.111 5.129
Netto verdiende premies Niet-leven 3.893 3.894
Algemene rekening en eliminaties (2) (2)
Totaal netto verdiende premies 8.002 9.021

Leven

2020 2019
Unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies 178 156
Geboekte periodieke premies 115 75
Totaal unit-linked contracten 293 231
Niet unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies 338 381
Geboekte periodieke premies 969 944
Totaal collectief 1.307 1.325
Geboekte eenmalige premies 321 393
Geboekte periodieke premies 421 409
Totaal individueel 742 802
Totaal niet unit-linked contracten 2.049 2.127
Beleggingscontracten met DPF
Geboekte eenmalige premies 1.278 2.274
Geboekte periodieke premies 521 535
Totaal beleggingscontracten met DPF 1.799 2.809
Geboekte premies Leven 4.140 5.167
Geboekte eenmalige premies 1.012 1.112
Geboekte periodieke premies 45 50
Premies inzake beleggingscontracten 1.057 1.162
Bruto premie-inkomen Leven 5.197 6.329
2020 2019
Bruto premies Leven 4.140 5.167
Uitgaande herverzekeringspremies (29) (38)
Netto verdiende premies Leven 4.111 5.129

Niet-leven

Brand, schade en overige bevat de verzekeringspremies voor auto, brand en overige schade aan eigendommen.

Ongevallen Brand & schade
2020 & gezondheidszorg en overige Totaal
Bruto geboekte premies 969 3.329 4.298
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto 6 (29) (23)
Bruto verdiende premies 975 3.300 4.275
Uitgaande herverzekeringspremies (42) (339) (381)
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies (2) 1 (1)
Netto verdiende premies Niet-leven 931 2.962 3.893
Ongevallen Brand & schade
2019 & gezondheidszorg en overige Totaal
Bruto geboekte premies 980 3.239 4.219
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto (6) 5 (1)
Bruto verdiende premies 974 3.244 4.218
Uitgaande herverzekeringspremies (46) (279) (325)
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 2 (1) 1
Netto verdiende premies Niet-leven 930 2.964 3.894

De verdeling van de netto verdiende premies Niet-leven per verzekeringssegment is als volgt. De toename in het segment herverzekering en de afname van de overige operationele segmenten houden verband met de intensivering van het interne herverzekeringsprogramma in 2020.

Ongevallen Brand & schade
2020 & gezondheidszorg en overige Totaal
België 473 904 1.377
VK 15 597 612
Continentaal Europa 219 158 377
Herverzekering 224 1.302 1.526
Eliminatie 1 1
Netto verdiende premies Niet-leven 931 2.962 3.893
2019 Ongevallen
& gezondheidszorg
Brand & schade
en overige
Totaal
België 502 1.025 1.527
VK 22 473 495
Continentaal Europa 270 206 476
Herverzekering 136 1.261 1.397
Eliminatie (1) (1)
Netto verdiende premies Niet-leven 930 2.964 3.894

31 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

2020 2019
Rentebaten
Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten 3 3
Rentebaten op leningen aan banken 19 17
Rentebaten op beleggingen 1.446 1.535
Rentebaten op leningen aan klanten 259 240
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en overige 3 1
Totaal rentebaten 1.730 1.796
Dividenden op aandelen 128 138
Huurbaten uit vastgoedbeleggingen 206 213
Huurbaten van parkeergarage 302 442
Overige beleggingsbaten 26 23
Totaal rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 2.392 2.612

Huurinkomsten uit parkeergarages, in het bijzonder deze in luchthavens en stadscentra, ondervonden een negatieve impact in 2020 door de COVID-19-pandemie.

214

32 Resultaat op verkoop en herwaarderingen

2020 2019
Obligaties aangehouden voor verkoop 50 53
Aandelen aangehouden voor verkoop 24 116
Financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden 1 5
Vastgoedbeleggingen 157 154
Gerealiseerde winst (verlies) op de verkoop van aandelen van dochtermaatschappijen 26 13
Beleggingen in deelnemingen 40 1
Materiële vaste activa (1)
Activa en passiva tegen reële waarde met waardeveranderingen
in de resultatenrekening (3) 2
Afdekkingsresultaten (14) (4)
Overige 359 (14)
Totaal resultaat op verkoop en herwaarderingen 639 326

De lijn 'Overige' in 2020 houdt voornamelijk verband met de tenderoperatie op de FRESH-effecten in het eerste kwartaal, gevolgd door de terugkoop van een aanvullend aantal FRESH-effecten in het tweede kwartaal. De twee transacties genereerden een winst van EUR 332 miljoen, na aftrek van het resultaat op de bijbehorende renteswap.

2020 2019
(On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - verzekeringscontracten 55 333
(On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - beleggingscontracten 453 1.502
(On)gerealiseerde winsten / (verliezen) 508 1.835
Beleggingsbaten - verzekeringscontracten 8 10
Beleggingsbaten - beleggingscontracten (32) 53
Beleggingsbaten (24) 63
Totaal baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 484 1.898

2020 2019
Herverzekering 98 81
Verzekeringen en beleggingen 168 152
Vermogensbeheer 28 30
Garantie- en bereidstellingcommissies 1 1
Overige servicevergoedingen 90 101
Totaal commissiebaten 385 365

De regel 'Overige servicevergoedingen' heeft voornamelijk betrekking op vergoedingen ontvangen van Ageas makelaars voor de verkoop van verzekeringspolissen aan derde partijen.

2020 2019
Opbrengsten uit verkoop van voor verkoop aangehouden vastgoed 60 92
Teruggave van personeels- en overige kosten van derde partijen 26 32
Overige 115 130
Totaal overige baten 201 254

De regel 'Overige' omvat voornamelijk de doorberekening van servicekosten met betrekking tot verhuuractiviteiten.

36 Schadelasten en uitkeringen

2020 2019
Levensverzekeringen 4.623 5.939
Niet-levensverzekeringen 2.194 2.358
Algemene rekening en eliminaties (2) (3)
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 6.815 8.294
2020 2019
Uitkeringen en afkopen, bruto 5.098 4.578
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto (453) 1.379
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 4.645 5.957
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen (22) (18)
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 4.623 5.939
2020 2019
Schaden, bruto 2.411 2.449
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto (79) 36
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 2.332 2.485
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden (157) (118)
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten 19 (9)
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 2.194 2.358

De netto verdiende premies in Niet-Leven waren in lijn met vorig jaar (zie toelichting 30). Door de geringe mobiliteit tijdens de lockdownperiodes is de schadefrequentie in Autoverzekeringen aanzienlijk afgenomen. Dit had een positieve invloed op de schadelast in Niet-Leven maar werd deels tenietgedaan door een stijging van de kost van stormen in België en het VK.

37 Financieringslasten

2020 2019
Achtergestelde schulden 78 58
Leaseverplichting 16 15
Leningen van banken 17 19
Derivaten 7 14
Overige 21 23
Totaal financieringslasten 139 129

2020 2019
Beleggingen in aandelen en overige beleggingen 152 47
Investeringen in schuldbewijzen 2
Vastgoedbeleggingen 1 1
Leningen 2
Herverzekering en overige vorderingen 15 2
Materiële vaste activa 5
Goodwill en overige immateriële activa 1
Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 172 56

Het niveau aan bijzondere waardeverminderingen op aandelenbeleggingen in 2020 weerspiegelt de ongunstige evolutie op de aandelenmarkten als gevolg van de Covid-19 pandemie, vooral in het eerste en tweede kwartaal van het jaar. De toename van de bijzondere waardeverminderingen op herverzekeringen en overige vorderingen heeft te maken met Covid-19 gerelateerde huurconcessies die Ageas als lessor heeft gegeven voor de lease van winkelpanden en kantoorgebouwen.

2020 2019
Effecten 6 5
Tussenpersonen 1.084 1.073
Vermogensbeheer 6 6
Bewaarneming 6 6
Overige commissielasten 36 3
Totaal commissielasten 1.138 1.093

222

40 Personeelskosten

2020 2019
Salarissen 583 588
Sociale-zekerheidslasten 126 127
Lasten pensioenregelingen op basis van pensioenregelingen met vaste toezeggingen 54 46
Lasten pensioenregelingen op basis van beschikbare premies 11 11
Op aandelen gebaseerde beloning 3 7
Overige 57 52
Totaal personeelskosten 834 831

Overige is inclusief hoofdzakelijk andere korte termijn werknemersvoordelen.

In toelichting 6 sectie 6.1 Personeelsvergoedingen is nadere informatie te vinden over de personele vergoedingen na dienstverband en andere langetermijnpersoneelsbeloningen, waaronder pensioenkosten uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen en toegezegdebijdrageregelingen.

41 Overige lasten

2020 2019
Afschrijving van materiële vaste activa
Gebouwen voor eigen gebruik en parkeergarages 103 99
Verbeteringen aan gehuurde objecten 5 5
Vastgoedbeleggingen 94 91
Bedrijfsmiddelen 34 34
Afschrijving van immateriële vaste activa
Gekochte software 7 7
Zelf ontwikkelde software 3 3
Value of Business acquired (VOBA) 13 15
Overige immateriële vaste activa 28 28
Overige
Overige huurlasten en gerelateerde lasten 18 14
Variabele leasebetalingen 48 89
Operationele en overige directe kosten verband houdend met vastgoedbeleggingen 51 55
Operationele en overige directe kosten verband houdend met vastgoed voor eigen gebruik 57 60
Advieskosten 126 165
Geactiveerde overlopende acquisitiekosten (418) (254)
Afschrijving overlopende acquisitiekosten 423 241
Marketing en public relations 60 68
IT-kosten 174 169
Onderhouds- en reparatiekosten 23 15
Kostprijs van vastgoed aangehouden voor verkoop 53 82
Overige 263 295
Totaal overige lasten 1.165 1.281

De parkeerbeheerder van Ageas maakt gebruik van regelingen waarbij een variabele lease wordt betaald voor parkeergarages. De daling van de variabele leasekosten weerspiegelt de lagere omzet van deze parkeergarages in 2020 ten gevolge van de Covid-19 pandemie.

De regel 'Operationele en overige directe kosten verband houdend met vastgoedbeleggingen' wordt deels gecompenseerd door inkomsten zoals vermeld in toelichting 35 'Overige baten'.

41.1 Kosten revisoren

Voor 2020 en 2019 zijn deze als volgt samengesteld:

  • vergoedingen voor controleopdrachten: hierbij zijn inbegrepen de vergoedingen voor het controleren van de statutaire, de geconsolideerde jaarrekening(en) en de beoordeling van het tussentijds financieel verslag;
  • vergoedingen voor controle gerelateerde opdrachten: hierbij zijn inbegrepen vergoedingen voor werkzaamheden verricht in het kader van prospectussen, vergoedingen voor bijzondere controles en advisering die geen verband houdt met statutaire controles;
  • vergoedingen voor belastingadviezen;
  • overige niet-controle gerelateerde vergoedingen: dit betreft onder meer kosten van ondersteuning en advisering.
2020 2019
Statutaire Overige Statutaire Overige
revisoren revisoren revisoren revisoren
Ageas Ageas Ageas Ageas
Kosten revisoren 4 1 4
Controle-gerelateerde kosten 1 1
Belastingadvieskosten
Overige niet-controlegerelateerde kosten
Totaal 5 1 5

42 Belastingen op de winst

2020 2019
Belasting over het boekjaar 255 203
Aanpassing belastingen voorgaande jaren (16) (7)
Totaal actuele belastinglast 239 196
Uitgestelde belastingen van het boekjaar (15) 62
Invloed belastingtariefwijzigingen op uitgestelde belastingen (5) (1)
Uitgestelde belastingen voortvloeiend uit de afboeking (of terugname)
van een uitgestelde belastingvordering (1)
Voorheen niet erkende belastingverliezen, belastingfaciliteiten en
tijdelijke verschillen die uitgestelde winstbelastingen verminderen 14 (1)
Totaal uitgestelde belastinglasten (6) 59
Totaal belastingen 233 255

Hieronder volgt een afstemming van de verwachte winstbelastingen op de feitelijke winstbelastingen. Vanwege de consolidatie van de financiële verslaggeving door de Belgische topholding ageas SA/NV, wordt als belastingpercentage voor de groep het geldend belastingpercentage voor vennootschapsbelasting in België gehanteerd. Afwijkingen tussen de verwachte winstbelastingen en de feitelijke winstbelastingen in de verschillende rechtsgebieden waar de Ageas Groep actief is en die het gevolg zijn van lokale belastingwetten en –regels, worden opgenomen tegen de van toepassing zijnde lokale belastingpercentages en kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën.

2020 2019
Resultaat voor belastingen 1.533 1.433
Toepasselijk belastingpercentage voor de groep 25,00% 29,58%
Verwachte winstbelastingen 383 424
Stijging (daling) tegen lokale belastingen als gevolg van:
Fiscaal vrijgestelde inkomsten (inclusief dividend en vermogenswinsten) (73) (45)
Aandeel in nettoresultaat van deelnemingen en joint ventures (81) (166)
Niet-aftrekbare posten 16 16
Voorheen niet opgenomen belastingverliezen en tijdelijke verschillen (80) (4)
Afboeking en terugname van afboeking van uitgestelde belastingvorderingen,
inclusief niet-verrekenbaar geachte belastingverliezen van het huidig jaar 23 37
Invloed van wijziging belastingtarief op tijdelijke verschillen (5) (1)
Invloed van afwijkende buitenlandse belastingtarieven (38)
Aanpassingen voor actuele en uitgestelde belastingen van voorgaande jaren (17) (4)
Uitgestelde belastingen op investeringen in dochterondernemingen,
deelnemingen en joint ventures 24 19
Lokale winstbelasting
(staat/stad/regio/gemeente)
Overige 43 17
Werkelijke winstbelastingen 233 255

Toelichting op posten niet opgenomen in de geconsolideerde balans

43.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

De Ageas-groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.

Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals de acquisitie van delen van ABN AMRO en de kapitaalverhoging in september/oktober 2007, de aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, de desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures.

Op 14 maart 2016 kondigde Ageas een schikking aan met verscheidene claimantenorganisaties die aandeelhouders vertegenwoordigen in collectieve procedures voor de Belgische en Nederlandse rechtbanken. Op 23 mei 2016 verzochten de partijen bij de schikking, Ageas, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis, VEB en Stichting FORsettlement, het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend te verklaren voor alle in aanmerking komende Fortis aandeelhouders die niet binnen een bepaalde periode hebben gekozen voor een opt-out, overeenkomstig de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade. Ageas heeft tevens een overeenkomst bereikt met de heer Arnauts en de heer Lenssens, twee advocaten die namens een aantal eisers juridische stappen hebben genomen tegen Ageas, en in 2017 met de in Luxemburg gevestigde onderneming Archand s.à.r.l. en hieraan verbonden personen, om de schikking te steunen.

Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 16 oktober 2017 besloot Ageas een ultieme bijkomende inspanning van EUR 100 miljoen te leveren.

Op 12 december 2017 dienden de partijen een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel in. Consumentenclaim, een tegenstander van de schikking in haar oorspronkelijke vorm van 2016, zegde haar steun toe aan het schikkingsvoorstel van 2017.

Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008). Ageas zag op 21 december 2018 af van haar beëindigingsrecht, waardoor de schikking definitief werd.

Dit betekent dat in aanmerking komende aandeelhouders recht hebben op vergoeding voor de gebeurtenissen van 2007-2008, met volledige vrijwaring van aansprakelijkheid voor deze gebeurtenissen, en conform de (overige) bepalingen van het schikkingsakkoord. Verder betekent het dat in aanmerking komende aandeelhouders die niet tijdig hebben gekozen voor een opt-out (uiterlijk op 31 december 2018), ongeacht of ze al dan niet tijdig een claim indienen, deze vrijwaring van aansprakelijkheid van rechtswege erkennen en afstand doen van eventuele rechten in verband met de gebeurtenissen.

De periode voor het indienen van vorderingen begon op 27 juli 2018 en eindigde op 28 juli 2019. Per 31 december 2020 werd EUR 1.079 miljoen uitbetaald aan in aanmerking komende aandeelhouders, en werd een voorziening van EUR 246,3 miljoen opgenomen voor de schikking (zie toelichting 25 Voorzieningen).

1. BURGERLIJKE PROCEDURES

I Procedures gedekt door de schikking

Nu de schikking definitief is geworden, hebben de partijen die de schikking steunen bevestigd hun juridische procedures te zullen beëindigen.

De partijen die op tijd bekendmaakten voor een opt-out te kiezen, kunnen hun juridische procedures in Nederland hervatten, of in voorkomend geval, in België hervatten of voortzetten.

In de paragrafen hieronder geven we een overzicht van alle overblijvende procedures, die hetzij beëindigd zijn tussen einde 2019 en 31 december 2020, hetzij niet beëindigd waren per 31 december 2020. Die procedures maken voorwaardelijke verplichtingen uit waar geen voorzieningen voor zijn aangelegd.

1.1 In Nederland

1.1.1 Vorderingen namens individuele aandeelhouders

In een procedure die werd ingeleid door een aantal voormalige aandeelhouders vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari – juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008. Deze procedure is inmiddels beëindigd; de partijen hebben een dadingsovereenkomst gesloten in maart 2020.

1.1.2 Cebulon

Op 14 juli 2020 is de Nederlandse vennootschap Cebulon een juridische procedure gestart tegen Ageas en enkele medegedaagden, aangaande beweerdelijk misleidende communicatie in de periode 2007-2008. Cebulon eist in haar hoedanigheid van voormalige Fortis aandeelhouder een schadevergoeding voor de rechtbank van Utrecht. Er heeft een inleidingszitting plaatsgevonden op 9 september 2020. De partijen zijn conclusies aan het uitwisselen.

1.1.3 Nederlandse individuele investeerder

Op 29 januari 2021, is een Nederlandse individuele investeerder een juridische procedure gestart tegen Ageas. Hij eist compensatie voor de schade die hij beweerdelijk heeft geleden door de Fortis crisis in 2007-2008, voor de rechtbank van Utrecht. De inleidingszitting zal plaatsvinden op 10 maart 2021.

1.2 In België

1.2.1 Modrikamen

Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Mr. Modrikamen zette de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voort inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers werd nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50 % van de eisers onontvankelijk. Op 29 april 2016 besloot de Rechtbank van Koophandel te Brussel de zaak te schorsen in afwachting van het resultaat van de strafprocedure. Ageas sloot een dadingsovereenkomst met mr. Modrikamen en zijn cliënten die tijdig een opt-out formulier hebben ingediend op 7 juni 2020, waardoor deze procedure niet langer door deze personen wordt nagestreefd tegen Ageas.

1.2.2 Deminor

Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk. De partijen zijn bezig met het beëindigen van deze procedure, we verwachten dat deze procedure in de loop van 2021 beëindigd zal zijn.

1.2.3 Overige vorderingen namens individuele aandeelhouders

Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn. Op 16 maart 2016 heeft Patrinvest beroep aangetekend bij het Brusselse Hof van Beroep. De partijen hebben schriftelijke stukken uitgewisseld en wachten nu een pleitdatum en het besluit van het Hof af; hiervoor is nog geen datum vastgesteld.

Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure. De partijen zijn bezig met het beëindigen van deze procedure, we verwachten dat deze procedure in de loop van 2021 beëindigd zal zijn.

Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure. De partijen zijn bezig met het beëindigen van deze procedure, we verwachten dat deze procedure in de loop van 2021 beëindigd zal zijn.

1.3 Vrijwaringsbedingen

In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.

In het kader van een schikking met de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, met betrekking tot de gebeurtenissen en ontwikkelingen rond de voormalige Fortis groep in 2007 en 2008, heeft Ageas een vrijwaring verleend aan de verzekeraars voor het totale dekkingsbedrag van de betrokken polissen. Daarnaast ging Ageas ook vrijwaringsverbintenissen aan ten gunste van enkele voormalige Fortis bestuurders en functionarissen en ten gunste van BNP Paribas Fortis met betrekking tot toekomstige verdedigingskosten, en ten gunste van de bestuurders van de twee Nederlandse stichtingen die in het kader van de schikking zijn opgericht.

II Procedures die niet onder de schikking vallen

2.1 Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)

De Mandatory Convertible Securities uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCShouders afgewezen. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Per 1 februari 2019 bevestigde het Brusselse Hof van Beroep het vonnis van de Rechtbank van Koophandel en wees alle vorderingen af. In juli 2019 hebben de hedgefondsen bij het Hof van Cassatie beroep aangetekend tegen alle oorspronkelijk betrokken gedaagden. Op 29 mei 2020 heeft het Hof van Cassatie alle vorderingen afgewezen, en Ageas in het gelijk gesteld. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Deze procedure is beëindigd.

2. STRAFPROCEDURE IN BELGIË

In België liep sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings zijn vordering ingediend met volgende ten lasteleggingen: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprime-gerelateerde activa, (ii) aanzetting om in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 op basis van verkeerde informatie en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008. De procureur des Konings heeft nooit de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank geëist en verklaarde op 20 december 2018 ook niet langer verwijzing van individuele personen naar de correctionele rechtbank te eisen. De Procureur des Konings heeft zijn finale eindvordering ingediend in oktober 2019, met daarin de reeds aangekondigde vordering Ageas noch de andere betrokken partijen naar de strafrechtbanken te verwijzen. Er heeft een inleidende zitting plaatsgevonden op 17 februari 2020 voor de Raadkamer. Pleidooien hebben plaatsgevonden op 8 en 9 juni 2020. Per 7 juni 2020 heeft Ageas een dadingsovereenkomst gesloten met Mr Modrikamen en zijn cliënten die tijdig een opt-out formulier hebben ingediend. Als gevolg hiervan, hebben de cliënten van Mr Modrikamen afstand gedaan van hun eisen t.a.v. Ageas, ook in de strafprocedure. Op 4 september 2020 besliste de Raadkamer om Ageas en de andere gedaagden niet door te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Tegen deze beslissing is geen beroep ingediend. De strafprocedure is dan ook beëindigd.

43.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

In 2007 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven, waarbij ageas SA/NV als medeschuldenaar optrad (BNP Paribas Fortis SA/NV was op dat moment een dochteronderneming). Van de oorspronkelijk uitgegeven 12.000 effecten, blijven er 3.791 effecten uitstaan, die een totaalbedrag vertegenwoordigen van EUR 948 miljoen.

De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden afgelost, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 3.958.859 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.

De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de aandelen Ageas die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.

BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 200 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. Indien geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement lager dan 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACSM verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het bruto dividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.

43.3 Overige voorwaardelijke verplichtingen

Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 fuseerde met Cardif Lux International S.A. Er kunnen geen nieuwe vorderingen meer worden ingediend (de uiterste termijn was 31 december 2018).

Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van een unitlinked product door het doorrekenen van bepaalde transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata, en eisten tevens een verbod op de doorrekening van de kosten. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Nadat Ageas France hiertegen cassatieberoep had ingesteld bij het Franse Hof van Cassatie, heeft dit Hof van Cassatie op 8 september 2016 het arrest van het Hof van Beroep in Parijs grotendeels vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof van Beroep in Versailles. De procedure bij het Hof van Beroep is Versailles is stopgezet. Een procedure in eerste aanleg, die een aantal jaren was opgeschort in afwachting van het besluit van het Franse Hof van Cassatie, is door twee eisers gereactiveerd. Er is een zitting gehouden in de eerste helft van oktober 2019, de partijen zijn conclusies aan het uitwisselen.

44 Gebeurtenissen na balansdatum

Op 23 februari 2021, maakte Ageas bekend dat het een overeenkomst heeft afgesloten met Aviva plc waarbij het zijn belang van 40% in de Turkse beursgenoteerde levens- en pensioenverzekeraar AvivaSA verwerft voor een totale vergoeding van GBP 122 miljoen (TRY 1,2 miljard) of zo'n EUR 142 miljoen. De transactie is onder voorbehoud van goedkeuring door de regelgevende instanties en zal naar verwachting in 2021 worden afgerond.

232

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas per 31 december 2020, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC) en het Verslag van de Raad van Bestuur in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en toezichtvereisten in België.

De Raad van Bestuur heeft op 30 maart 2021 de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas en het Verslag van de Raad van Bestuur beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en van onzekerheden waarmee Ageas geconfronteerd wordt en dat de informatie die in deze jaarrekening is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.

De Raad van Bestuur van Ageas verklaart tevens dat het Verslag van de Raad van Bestuur een juist beeld geeft van de ontwikkelingen en resultaten van de dochtermaatschappijen van de groep.

Het jaarverslag van Ageas bestaande uit de Geconsolideerde Jaarrekening en het Verslag van de Raad van Bestuur zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 19 mei 2021.

Brussel, 30 maart 2021

Raad van Bestuur

Chief Financial Officer Christophe Boizard Managing Director Europe Antonio Cano Managing Director Asia Filip Coremans Bestuurders Richard Jackson

Voorzitter Bart De Smet (benoemd op 22 oktober 2020) Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Chief Executive Officer Hans De Cuyper (benoemd op 22 oktober 2020) Chief Risk Officer Emmanuel Van Grimbergen Yvonne Lang Ketterer Jane Murphy Lionel Perl Lucrezia Reichlin Katleen Vandeweyer Jan Zegering Hadders Sonali Chandmal

Verslag van de commissaris

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS VAN AGEAS SA/NV OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2020

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van ageas SA/NV (de "Vennootschap") en haar filialen (samen "de Groep"), leggen wij u ons Commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Het vormt één geheel en is ondeelbaar.

Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van Commissaris door de Algemene vergadering van 16 mei 2018, overeenkomstig het voorstel van de Raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het Auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de Algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap uitgevoerd gedurende drie opeenvolgende boekjaren.

Verslag over de geconsolideerde jaarrekening

Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2020 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van het comprehensive income, het geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen, het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde balans van EUR 111.418 miljoen en de geconsolideerde resultatenrekening sluit af met een winst van het boekjaar ("Nettoresultaat over de periode") van EUR 1.300 miljoen.

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2020, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Basis voor het oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de Commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.

Wij hebben van de Raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Kernpunten van de controle

Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.

Toereikendheid van het bedrag van de technische voorzieningen van de Verzekeringsactiviteiten

Beschrijving van het kernpunt van de controle

Per jaareinde 31 december 2020 bedragen de technische voorzieningen, zoals in toelichting 19 bij de geconsolideerde jaarrekening gedetailleerd, EUR 86.096 miljoen en vertegenwoordigen ze ongeveer 77% van het balanstotaal van de Groep. De technische voorzieningen van de verzekeringsactiviteiten niet-leven worden hoofdzakelijk bepaald op basis van een voorzichtige inschatting van schadedossiers uitgevoerd door de beheerders van schadedossiers, rekening houdend met de beschikbare informatie op datum van de afsluiting van het boekjaar. De technische voorzieningen van de verzekeringsactiviteiten leven worden berekend op basis van de actuariële technieken beschreven in de wet alsook overeenkomstig de technische parameters die uit de verzekeringscontracten voortvloeien. Zoals in toelichting 2.8.11 van de geconsolideerde jaarrekening is vermeld, wordt in het kader van de afsluiting van het boekjaar een test uitgevoerd om de toereikendheid van de verzekeringsverplichtingen (leven en niet-leven) ten aanzien van de geschatte toekomstige kasstromen na te gaan. In voorkomend geval worden de technische voorzieningen verhoogd met het bedrag van de eventuele tekorten die uit de toereikendheidstest zouden voortvloeien.

De toereikendheidstest van de technische voorzieningen is gebaseerd op actuariële technieken. De test is relatief complex aangezien hij steunt op een aantal veronderstellingen met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen die een belangrijke mate van beoordeling vereisen. Deze kunnen worden beïnvloed door toekomstige economische omstandigheden en het ondernemingsbeleid alsook door specifieke wet- en regelgeving binnen de verzekeringssector. De veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gehanteerd worden, hangen voor de verzekeringsactiviteiten niet-leven hoofdzakelijk af van de betaalde bedragen voor schadegevallen, van het aantal opgelopen doch nog niet aangegeven schadegevallen en van de schaderegelingskosten. Voor de verzekeringsactiviteiten leven hangen de veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gehanteerd worden, voornamelijk af van de risico's die verbonden zijn aan sterfte, aan levensverwachting, aan de gevolgen van de vermindering van financiële rendementen (en met name de interestvoeten) alsook aan de algemene kosten.

Bovendien heeft de Groep ervoor geopteerd de techniek van schaduwboekhouding ('shadow accounting', een in IFRS 4 omschreven optie) toe te passen en bijgevolg over te gaan tot de eventuele opname van een bijkomende voorziening die door de toepassing van deze boekhoudkundige optie tot stand komt ("de schaduwvoorziening"). Voor de verzekerings- en beleggingscontracten leven die aan IFRS 4 onderworpen zijn en die niet uit afgescheiden fondsen bestaan, wordt deze schaduwvoorziening bepaald als het negatieve verschil tussen het resultaat van de toereikendheidstest (cf. voorgaande paragraaf) en de netto niet-gerealiseerde meerwaarden van de beleggingen die aan deze contracten zijn toegewezen. Gezien het bovenstaande, wordt de waardering van de schaduwvoorziening beïnvloed door de uitkomst van de toereikendheidstest.

Deze verschillende elementen in combinatie met de eventuele onzekerheid die inherent is aan de technieken van modellering en aan het discretionaire karakter van de veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest gehanteerd werden, zijn de voornaamste redenen om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.

Onze auditbenadering betreffende het kernpunt van de controle

We hebben tests uitgevoerd met betrekking tot de operationele doeltreffendheid van de controles die de Groep heeft opgezet om zich te vergewissen van de kwaliteit van de gegevens die in de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt worden.

Met de hulp van onze interne experten in actuariële wetenschappen hebben we eveneens de gepastheid van de gehanteerde veronderstellingen in het licht van de huidige marktomstandigheden beoordeeld alsook de geschiktheid ervan gelet op de in de loop van het boekjaar opgenomen technische resultaten.

Voor de verzekeringsactiviteiten niet-leven hebben we, op onafhankelijke wijze, het niveau van adequaatheid van de schadereserves herberekend op basis van erkende actuariële technieken. Vervolgens hebben we onze resultaten vergeleken met de resultaten van de Groep en hebben we de nodige onderliggende documentatie bekomen die de waargenomen significante verschillen verantwoordt.

Voor de levensverzekeringsactiviteiten hebben we de door de directie voorbereide analyse van de bewegingen van technische voorzieningen voor levensverzekeringen beoordeeld en, indien nodig, de elementen van de aansluiting onderzocht.

We hebben ons er bovendien van vergewist dat de (inkomende en uitgaande) kasstromen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt zijn, consistent zijn ten opzichte van de stromen die in de berekening van de beste inschatting van technische voorzieningen onder het referentiekader 'Solvabiliteit II' gehanteerd zijn.

Voor een steekproef van contracten hebben we de juistheid getest van de kerngegevens die in de belangrijkste technische systemen opgenomen zijn en die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt zijn.

Ten slotte hebben we onze bevindingen gedeeld en bevestigd met de leden van het Auditcomité en van het Directiecomité alsook met de actuariële functie van de Groep.

Op basis van onze controlewerkzaamheden menen we dat de in de toereikendheidstest gehanteerde veronderstellingen in het licht van de huidige marktomstandigheden en gelet op de technische resultaten van het afgelopen boekjaar redelijk zijn.

Waardering van de financiële instrumenten die niet genoteerd zijn op een gereglementeerde markt

Beschrijving van het kernpunt van de controle

De Groep bezit financiële instrumenten die niet genoteerd zijn op een gereglementeerde markt. Het gaat voornamelijk om obligaties van ondernemingen en aandelen in niet-beursgenoteerde vennootschappen, waarvan de details te vinden zijn in toelichting 10.2 en 10.3, niveaus 2 en 3, bij de geconsolideerde jaarrekening. De technieken en modellen die worden gebruikt om deze financiële activa te waarderen, maken gebruik van diverse veronderstellingen die, voor veel van hen, gepaard gaan met een bepaalde mate van beoordeling. Hoeveel elementen de reële waarde van het financieel instrument kunnen beïnvloeden hangt overigens af van zowel het type instrument als van het instrument zelf. Bijgevolg zou het gebruik van diverse waarderingstechnieken en -veronderstellingen in sterk uiteenlopende schattingen van reële waarde kunnen resulteren.

De onzekerheid die aan deze evaluatietechnieken en -modellen per type instrument verbonden is, is de voornaamste reden om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.

Onze auditbenadering betreffende het kernpunt van de controle

Wij hebben inzicht verkregen in de interne controleomgeving wat betreft de waardering van financiële instrumenten, daarin begrepen de uitgevoerde controles op de prijzen en het validatieproces van de modellen.

We hebben steekproefsgewijs financiële instrumenten uitgekozen en, met behulp van onze experten inzake waardering van financiële instrumenten, een nazicht uitgevoerd van de gehanteerde inschattingen en voornaamste gehanteerde veronderstellingen voor het bepalen van de reële waarde, rekening houdend met de marktgegevens. We hebben eveneens, wanneer zulks gepast werd geacht, de basisgegevens die voor de bepaling van de reële waarde gebruikt zijn getest. Onze experten hebben voor de steekproef van de geselecteerde financiële instrumenten de reële waarde op onafhankelijke wijze herberekend. Ten slotte hebben we de naleving van de toepassing van de door de Groep gehanteerde waarderingsregels beoordeeld.

We beschouwen de voornaamste veronderstellingen die bij het bepalen van de marktwaarde gehanteerd zijn als aanvaardbaar. Uit onze onafhankelijke testen is geen uitzondering gebleken wat betreft het bepalen van de marktwaarde van de beleggingen waarvoor geen genoteerde prijs op een actieve markt bestaat.

IT-systemen en geautomatiseerde controles met betrekking tot de financiële informatie

Beschrijving van het kernpunt van de controle

Gezien het significante volume van de geregistreerde transacties hangt de betrouwbaarheid van de boekhoudkundige en financiële informatie in eerste instantie af van de kwaliteit van de IT-systemen alsook van de daaraan verbonden interfaces en controles.

De geautomatiseerde boekhoudkundige verwerking, de controleomgeving betreffende de IT-systemen en in het bijzonder het IT-beheer alsook de algemene controles van deze systemen moeten op effectieve wijze zijn ontworpen en werken om de betrouwbaarheid van de financiële informatie te garanderen. Het belangrijke aantal geautomatiseerde controles van de vele technische systemen alsook het belang van de interfaces tussen de vele IT-systemen onderling en met het boekhoudkundig systeem zijn de voornaamste redenen om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.

Onze auditbenadering betreffende het kernpunt van de controle

Met de hulp van onze specialisten inzake IT-audit hebben we inzicht verkregen in de algemene controleomgeving van de Groep met betrekking tot het beheer van de IT-systemen.

In het kader van onze controlewerkzaamheden hebben we tevens de algemene controles die aan de IT-systemen ("ITGC") verbonden zijn beoordeeld, zoals de controles inzake de toegang tot programma's en gegevens en inzake de werking en verdere ontwikkeling van en aanpassingen aan deze systemen. Daarnaast omvatten onze controleprocedures de evaluatie van het ontwerp van de kernprocedures en van de geautomatiseerde controles die tot de samenstelling van de door de Groep verstrekte financiële informatie leiden. Op basis van de resultaten van deze evaluatie, hebben we de auditprocedures uitgevoerd die als noodzakelijk worden beschouwd om ons te verzekeren van de betrouwbaarheid van de door de ITsystemen geproduceerde boekhoudkundige en financiële informatie.

Ten slotte hebben we ons vergewist van de integriteit van de gegevens die via de verschillende IT systemen doorgegeven worden naar de systemen die voor het opstellen van de financiële informatie gebruikt worden.

Verantwoordelijkheden van de Raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de Raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de Raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de Raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

Verantwoordelijkheden van de Commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een Commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.

Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de Raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de Raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling worden hieronder beschreven.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het omzeilen van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van

de redelijkheid van de door de Raad van bestuur gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;

  • het concluderen of de door de Raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons Commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons Commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
  • het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.

Wij communiceren met het Auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.

Wij verschaffen aan het Auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Uit de aangelegenheden die met het Auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.

Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen

Verantwoordelijkheden van de Raad van bestuur

De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.

Verantwoordelijkheden van de Commissaris

In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening

Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.

De op grond van artikel 3:32, §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vereiste niet-financiële informatie werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op de "Sustainable Development Goals" van de Verenigde Naties. Overeenkomstig artikel 3:80, §1, 5° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met het in het jaarverslag vermelde referentiemodel.

Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

  • Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
  • De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.

Andere vermelding

Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het Auditcomité bedoeld in artikel 79 van de wet van 13 maart 2016 betreffende het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, waarin verwezen wordt naar artikel 11 van de Verordening (EU) nr. 537/2014.

Sint-Stevens-Woluwe, 30 maart 2021

De Commissaris PwC Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door

Roland Jeanquart Bedrijfsrevisor

Kurt Cappoen Bedrijfsrevisor

238

Statutaire jaarrekening 2020 ageas SA/NV

Algemene informatie

1. Voorwoord

Het merendeel van de 'algemene informatie' is opgenomen in het verslag van de Raad van Bestuur van Ageas. Deze algemene informatie bevat alleen informatie over ageas SA/NV die niet elders is verstrekt.

2. Identificatie

Ageas SA/NV is een naamloze vennootschap. De onderneming is statutair gevestigd in de Markiesstraat 1 te 1000 Brussel. De vennootschap is ingeschreven in het rechtspersonenregister van Brussel onder nr. 0451.406.524.

3. Oprichting en publicatie

De vennootschap is opgericht op 6 november 1993 onder de naam 'Fortis Capital Holding'.

4. Plaatsen waar de documenten door het publiek kunnen worden geraadpleegd

De statuten van ageas SA/NV kunnen worden geraadpleegd op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, op de maatschappelijke zetel van de vennootschap en op de website van Ageas.

Beslissingen over de benoeming en het ontslag van bestuurders van de vennootschap worden onder meer gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad. Financiële berichten over de vennootschap evenals de oproepingen

tot de Algemene Vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, kranten en tijdschriften. De jaarrekeningen van de vennootschap zijn verkrijgbaar op de maatschappelijke zetel en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Ze worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en naar de personen die erom vragen.

5. Bedragen

De bedragen in deze aanvullende informatie zijn in miljoenen euro's, tenzij anders is vermeld.

6. Oordeel van de commissaris

PwC heeft een oordeel zonder voorbehoud afgegeven over de jaarrekening van ageas SA/NV.

7 Herverzekering

Ageas sa/nv heeft een herverzekeringsvergunning voor zowel de Leven- als de Niet-Leven-activiteiten.

Er zijn met verschillende ondernemingen van de Ageas Groep interne herverzekeringsactiviteiten opgezet (voornamelijk Quota Sharecontracten (QS) en Loss Portfolio Transfers (LPT)). De betrokken ondernemingen van de Groep zijn voornamelijk de Niet-Levenentiteiten van Portugal, AG Insurance en Ageas Insurance Limited.

Voorts zijn er enkele herverzekeringsactiviteiten opgezet met joint ventures van ageas sa/nv, maar die vertegenwoordigen slechts een beperkt aantal.

1.1 Statutaire resultaten van ageas SA/NV volgens Belgische boekhoudregels

ageas SA/NV rapporteerde voor het boekjaar 2020 een nettowinst van EUR 672 miljoen (2019:EUR 209 miljoen) en een eigen vermogen van EUR 5.687 miljoen (2019: EUR 6.118 miljoen).

1.2 Toelichting bij de balans en de winst- en verliesrekening

1.2.1 Activa

1.2.1.1 Immateriële vaste activa (2020: EUR 13 miljoen; 2019: EUR 9 miljoen)

1.2.1.2 Beleggingen

(2020: EUR 9.032 miljoen; 2019: EUR 8.317 miljoen)

Investeringen in deelnemingen (EUR 7.264 miljoen)

De investeringen in Ageas Insurance International (EUR 6.436 miljoen) en Royal Park Investments (EUR 1,8 miljoen) bleven stabiel ten opzichte van 31 december 2019 (kleine daling door de kapitaalvermindering in Royal Park Investments).

Notes, obligaties en vorderingen bestaan uit leningen aan gelieerde ondernemingen (EUR 826 miljoen). De grote mutatie ten opzichte van vorig jaar is het gevolg van de overname van leningen aan gelieerde ondernemingen van Ageas Insurance International (EUR 255 miljoen).

Overige beleggingen (EUR 986 miljoen)

Deze bestaan uit een beperkte aandelenportefeuille (EUR 54 miljoen), vastrentende waarden (EUR 582 miljoen) en deposito's bij kredietinstellingen (EUR 350 miljoen). De vastgestelde stijging wordt verklaard door de opbouw van de Herverzekeringsactiviteit.

Deposito's bij cederende ondernemingen (EUR 781 miljoen)

Dit onderdeel omvat de ontvangen deposito's verbonden met binnenkomende herverzekeringsovereenkomsten met overeenkomsten voor ingehouden fondsen.

1.2.1.3 Deel van de herverzekeraar in de technische voorzieningen (2020: EUR 52 miljoen; 2019: EUR 23 miljoen)

1.2.1.4 Debiteuren

(2020: EUR 720 miljoen; 2019: EUR 228 miljoen)

Vorderingen omvatten EUR 215 miljoen in verband met de Stichting ForSettlement en een nieuwe lening tegenover Ageas Insurance International (EUR 485 miljoen).

1.2.1.5 Overige activa

(2020: EUR 319 miljoen; 2019: EUR 698 miljoen)

Eigen aandelen

(2020: EUR 272 miljoen; 2019: EUR 182 miljoen)

Dit onderdeel omvat de eigen aandelen verworven via aandeleninkoopprogramma's, aankopen van eigen aandelen van gelieerde ondernemingen en eigen aandelen verworven ten behoeve van de 'restricted shares'-programma's voor sommige personeelsleden en bestuurders van de vennootschap.

1.2.1.6 Vooruitbetalingen en overlopende baten

(2020: EUR 26 miljoen; 2019: EUR 19 miljoen) De overlopende baten hebben voornamelijk betrekking op aangegroeide rente op intercompany-leningen.

1.2.2 Passiva

1.2.2.1 Eigen Vermogen

(2020: EUR 5.687 miljoen; 2018: EUR 6.118 miljoen)

Kapitaal

(2020: EUR 1.502 miljoen; 2019: EUR 1.502 miljoen)

Uitgiftepremies (2020: EUR 2.051 miljoen; 2019: EUR 2.051 miljoen)

Wettelijke reserve

(2020: EUR 100 miljoen; 2019: EUR 66 miljoen) 5 procent van de voor winstbestemming beschikbare winst werd toegevoegd aan de wettelijke reserve.

Onbeschikbare reserves

(2020: EUR 294 miljoen; 2019: EUR 182 miljoen) Onbeschikbare reserves hebben betrekking op de door ageas of door gelieerde ondernemingen aangehouden eigen aandelen.

Beschikbare reserves

(2020: EUR 865 miljoen; 2019: EUR 1.595 miljoen)

De daling van de beschikbare reserves weerspiegelt de overdracht naar de onbeschikbare reserves met betrekking tot het inkoopprogramma voor eigen aandelen (EUR 294 miljoen) en de betaling van een tussentijds dividend van EUR 435 miljoen in 2020.

Overgedragen winst / verlies

(2020: EUR 875 miljoen; 2019: EUR 722 miljoen)

Het boekjaar 2020 werd afgesloten met een winst van 672 miljoen. Na winstbestemming aan de wettelijke reserves (EUR 34 miljoen) en het voorgestelde dividend (EUR 485 miljoen, ofwel EUR 2,65 per aandeel) bedraagt de overgedragen winst EUR 875 miljoen.

1.2.2.2 Achtergestelde verplichtingen

(2020: EUR 1.745 miljoen; 2019: EUR 1.246 miljoen) De vastgestelde stijging wordt verklaard door de uitgifte van achtergestelde schuldbewijzen op 17 november 2020, in de vorm van Subordinated Fixed to Floating Rate Notes ter waarde van EUR 500 miljoen die in 2051 vervallen.

Daarvoor waren er twee achtergestelde schulden uitgegeven:

  • Op 10 april 2019 gaf ageas SA/NV zijn eerste schuldeffecten uit in de vorm van Subordinated Fixed to Floating Rate Notes voor EUR 500 miljoen die in 2049 vervallen.
  • Op 10 december 2019 gaf ageas SA/NV achtergestelde schuldeffecten uit voor een totale hoofdsom van EUR 750 miljoen in de vorm van Perpetual Subordinated Fixed Rate Resettable Temporary Write-Down Restricted Tier 1 Notes.

1.2.2.3 Technische voorzieningen

(2020: EUR 1.373 miljoen; 2019: EUR 944 miljoen)

De reserves voor niet-verdiende premies (EUR 317 miljoen) en voorzieningen voor schadeclaims (EUR 1.021 miljoen) hebben betrekking op binnenkomende herverzekeringsprogramma's binnen de groep.

Er is een egalisatiereserve (EUR 34 miljoen) aangelegd.

1.2.2.4 Voorzieningen

(2020: EUR 666 miljoen; 2019: EUR 873 miljoen)

De daling van de voorzieningen wordt voornamelijk verklaard door de verlaging (EUR 268 miljoen) van de voorziening voor de schikking, voornamelijk na betalingen aan in aanmerking komende aandeelhouders in 2020 en de stijging in de RPN(I)-voorziening (EUR 61 miljoen). Zie toelichting 25 'Voorzieningen' van de geconsolideerde jaarrekening voor meer informatie.

1.2.2.5 Crediteuren

(2020: EUR 654 miljoen; 2019: EUR 95 miljoen)

De toename van de te betalen bedragen wordt voornamelijk verklaard door een hoger uit te keren dividend (2020: EUR 485 miljoen, ofwel EUR 2,65 per aandeel; 2019: EUR 50 miljoen).

1.2.2.6 Overlopende rekeningen

(2020: EUR 36 miljoen; 2019: EUR 17 miljoen) Uitgestelde kosten houden voornamelijk verband met de aangegroeide rente op de achtergestelde verplichtingen.

1.2.3 Winst-en-verliesrekening

1.2.3.1 Saldo technische rekening - niet-levensverzekeringen

(2020: EUR 54 miljoen; 2019: EUR (40) miljoen).

Dit resultaat omvat voornamelijk het resultaat op de inkomende Quota Share-overeenkomsten en Loss Portfolio Transfer-contracten in het kader van de herverzekeringsactiviteit in Niet-Leven. Er is in 2020 een grote stijging vastgesteld omdat de schaderatio op deze contracten in 2020 is verbeterd.

1.2.3.2 Saldo technische rekening - levensverzekeringen

(2020: EUR 1 miljoen; 2019: EUR 0 miljoen)

In 2020 is er een herverzekeringscontract Leven opgezet met een Portugese gelieerde onderneming in het Leven-segment (Ocidental Seguros).

1.2.3.3 Niet-technische rekening: beleggingsbaten

(2020: EUR 811 miljoen; 2019: EUR 374 miljoen) De beleggingsbaten omvatten voornamelijk het ontvangen dividend van Ageas Insurance International (EUR 764 miljoen) en de rente op leningen aan gelieerde ondernemingen (EUR 39 miljoen).

1.2.3.4 Niet-technische rekening: beleggingskosten

(2020: EUR 75 miljoen; 2019: EUR 32 miljoen) Deze kosten omvatten de rente op de achtergestelde verplichtingen (EUR 47 miljoen).

1.2.3.5 Overige baten

(2020: EUR 52 miljoen; 2019: EUR 6 miljoen) De daling van de overige baten heeft betrekking op de aanpassing aan de voorziening voor de Fortisschikking (EUR 40 miljoen).

1.2.3.6 Overige lasten

(2020: EUR 172 miljoen; 2019: EUR 98 miljoen)

De samenstelling van kosten is als volgt:

  • Diensten en diverse goederen EUR 68 miljoen
  • Personeelskosten EUR 26 miljoen
  • Kosten schikkingsstichtingen EUR 14 miljoen
  • Afwikkelingsbedrag RPN(I) EUR 61 miljoen

De stijging kan voornamelijk worden verklaard door het voor het voorgaande jaar verwachte lagere bedrag voor de afwikkeling van de RPN(I).

242

1.3 Reglementaire vereisten (art. 3:6 en 3:32 van het Belgisch Wetboek van vennootschappen en verenigingen)

Belangenconflict

Als gevolg van een belangenconflict en zoals vereist door artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, is een uittreksel van de notulen van de betreffende vergaderingen van de Raad van Bestuur opgenomen in het verslag van de Raad van Bestuur bij de statutaire jaarrekening van ageas SA/NV.

1.3.1 Informatie over de omstandigheden die de ontwikkeling van de vennootschap aanmerkelijk kunnen beïnvloeden

Zie de toelichting 'Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst'.

1.3.2 Informatie omtrent de werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling

De vennootschap heeft geen werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling uitgevoerd.

1.3.3 Bijkantoren van de vennootschap

Als gevolg van de fusie tussen ageas SA/NV en ageas N.V. in 2012, is er in Nederland een bijkantoor geopend (Nederlandse vaste inrichting). Dit bijkantoor werd in 2018 gesloten.

1.3.4 Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die wijzigingen aan de in de jaarrekening per 31 december 2020 opgenomen bedragen of de toelichting hierbij noodzakelijk zouden maken.

1.3.5 Overige informatie die volgens het Belgisch Wetboek van vennootschappen en verenigingen in dit verslag moeten worden opgenomen

Ontlasting van de bestuurders en de commissaris

Zoals voorgeschreven in de wet en de statuten van de vennootschap, verzoeken wij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders om de Raad van Bestuur en de commissaris te willen ontlasten van hun mandaat.

Kapitaalverhoging en uitgifte van warrants

In 2020 heeft er geen kapitaalverhoging, noch een uitgifte van warrants plaatsgevonden.

Niet-controlegerelateerde opdrachten uitgevoerd door de bedrijfsrevisor in 2020

De bedrijfsrevisor heeft in 2020 een aanvullende belastingadviesopdracht uitgevoerd.

Gebruik van financiële instrumenten

Zie toelichting 4 'Risicobeheer' bij de Geconsolideerde Jaarrekening.

Corporate Governance Statement

Zie het Verslag van de Raad van Bestuur, punt 4 'Corporate Governance Statement' in het Jaarverslag.

Bezoldigingsverslag

Zie het Verslag van de Raad van Bestuur, punt 4.7 'Verslag van het Remuneration Committee' in het Jaarverslag.

10 EUR
NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. E. D. VOL1.

JAARREKENING IN EUROS

NAAM :
Rechtsvorm :
Adres :
Postnummer :
Gemeente :
Rechtspersonenregister (RPR) - Rechtbank van Koophandel van :
Internetadres* :
Ondernemingnummer :
Datum :
AGEAS
NV
Markiesstraat 1 - Bus: 7
1000
Brussel
Brussel, nederlandstalige
www.ageas.com
451.406.524
2020/07/03 van de neerlegging van de oprichtingsakte OF van het
recentste stuk dat de datum van bekendmaking van de
oprichtingsakte en van de akte tot statutenwijziging
vermeldt.
JAARREKENING goedgekeurd door de algemene vergadering van : 2021/05/19
met betrekking tot het boekjaar dat de periode dekt van : 2020/01/01 tot 2020/12/31
Vorig boekjaar van : 2019/01/01 tot 2019/12/31

De bedragen van het vorige boekjaar zijn identiek met die welke eerder openbaar werden gemaakt : ja/neen **

VOLLEDIGE LIJST met naam,voornamen, beroep, woonplaats (adres, nummer, postnummer en gemeente) en functie in de onderneming, van de BESTUURDERS, ZAAKVOERDERS en COMMISSARISSEN

  • DE MEY Jozef, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Voorzitter van de Raad Van Bestuur, mandaat van 15/05/2019 tot 22/10/2020
  • DE SMET Bart, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 17/05/2017 tot 22/10/2020; Voorzitter van de Raad Van Bestuur, mandaat van 22/10/2020 tot 19/05/2021
  • DE CUYPER Hans, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 22/10/2020 tot 15/05/2024
  • CANO Antonio, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 20/05/2020 tot 15/05/2024
  • de SELLIERS de MORANVILLE Guy, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Ondervoorzitter van de Raad Van Bestuur, mandaat van 15/05/2019 tot 17/05/2023
  • VANDEWEYER Kathleen, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 17/05/2017 tot 19/05/2021
  • PERL Lionel, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 15/05/2019 tot 19/05/2021
  • PERL Lionel, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 15/05/2019 tot 19/05/2021
  • COREMANS Filip, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 15/05/2019 tot 17/05/2023
  • BOIZARD Christophe, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 15/05/2019 tot 17/05/2023

(eventueel vervolg op blz. VOL 1bis)

Zijn gevoegd bij deze jaarrekening: - het verslag van de commissarissen **
- Het jaarverslag **
Totaal aantal neergelegde bladen :
Nummers van de bladen van het standaardformulier die niet werden neergelegd omdat ze niet dienstig zijn :

Handtekening Handtekening

(naam en hoedanigheid) (naam en hoedanigheid) Bart De Smet - Voorzitter Raad van Bestuur Hans De Cuyper - CEO

* Facultatieve vermelding.

** Schrappen wat niet van toepassing is

244

10 EUR
NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. E. D. VOL1.

VOLLEDIGE LIJST met naam,voornamen, beroep, woonplaats (adres, nummer, postnummer en gemeente) en functie in de onderneming, van de BESTUURDERS, ZAAKVOERDERS en COMMISSARISSEN

  • JACKSON Richard, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 20/05/2020 tot 15/05/2024
  • LANG KETTERER Yvonne, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 20/05/2020 tot 15/05/2024
  • REICHLIN Lucrezia, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 20/05/2020 tot 15/05/2024
  • CHANDMAL Sonali, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 16/05/2018 tot 18/05/2022
  • VAN GRIMBERGEN Emmanuel, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 15/05/2019 tot 17/05/2023
  • HADDERS Jan Zegering, Markiesstraat 1 bus 7, 1000 Brussel, België, Bestuurder, mandaat van 15/05/2019 tot 19/05/2021

PwC Reviseurs d'Entreprises srl / Bedrijfsrevisoren bv, Woluwedal 18 , Sint Stevens Woluwe, België Commissaris, vertegenwoordigd door Dhr. CAPPOEN Kurt (lidmaatschapsnummer A01969) en JEANQUART Roland (lidmaatschapsnummer A01313) Mandaat van 16/05/2018 tot 19/05/2021

btw EUR VOL 1bis
  • Het bestuursorgaan verklaart dat geen enkele opdracht voor nazicht of correctie werd gegeven aan iemand die daar wettelijk niet toe gemachtigd is met toepassing van de artikelen 34 en 37 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen.
  • Werd de jaarrekening geverifieerd of gecorrigeerd door een externe accountant of door een bedrijfsrevisor die niet de commissaris is? JA/NEEN (1).

Indien JA, moeten hierna worden vermeld: naam, voornamen, beroep en woonplaats van elke externe accountant of bedrijfsrevisor en zijn lidmaatschapsnummer bij zijn Instituut, evenals de aard van zijn opdracht

  • A. Het voeren van de boekhouding van de onderneming (2);
  • B. Het opstellen van de jaarrekening van de onderneming (2);
  • C. Het verifiëren van deze jaarrekening;
  • D. Het corrigeren van deze jaarrekening).
  • Indien taken bedoeld onder A. (Het voeren van de boekhouding van de onderneming) of onder B. (Het opstellen van de jaarrekening) uitgevoerd zijn door erkende boekhouders of door erkende boekhouders-fiscalisten, kunnen hierna worden vermeld: naam, voornamen, beroep en woonplaats van elke erkende boekhouder of erkende boekhouder-fiscalist en zijn lidmaatschapsnummer bij het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten, evenals de aard van zijn opdracht (A. Het voeren van de boekhouding van de onderneming; B. Het opstellen van de jaarrekening).
  • (1) Schrappen wat niet van toepassing is.
  • (2) Facultatieve vermelding.
Lidmaatschaps- Aard van de opdracht
Naam, voornamen, beroep en woonplaats nummer (A, B, C en/of D)

246

Hoofdstuk I. Schema van de jaarrekening

Afdeling I. Balans op 31/12/2020 (in eenheden van Euro)

Afgesloten Vorig Afgesloten Vorig
Actief Codes boekjaar boekjaar Passief Codes boekjaar boekjaar
A. - - A. Eigen vermogen (staat nr. 5) 11 5.687.437.539 6.118.292.392
I. Geplaatst kapitaal of
B. Immateriële activa (staat nr. 1) 21 12.728.534 9.130.307 equivalent fonds, onder aftrek van
I. Oprichtingskosten 211 12.448.772 8.662.995 het niet-opgevraagd kapitaal 111 1.502.364.273 1.502.364.273
II. Immateriële vaste activa 212 279.762 467.312 1. Geplaatst kapitaal 111.1 1.502.364.273 1.502.364.273
1. Goodwill 212.1 2. Niet opgevraagd kapitaal (-) 111.2
2. Overige immateriële vaste activa 212.2 279.762 467.312 II. Uitgiftepremies 112 2.050.976.359 2.050.976.359
3. Vooruitbetalingen 212.3 III. Herwaarderings-meerwaarden 113
IV. Reserves 114 1.258.977.709 1.842.866.665
C. Beleggingen (staten nrs. 1, 2 en 3) 22 9.031.607.834 8.317.368.173 1. Wettelijke reserve 114.1 99.801.708 66.218.835
I. Terreinen en gebouwen (staat nr. 1) 221 2. Onbeschikbare reserve 114.2 294.312.045 181.850.446
1. Onroerende goederen bestemd a) voor eigen aandelen 114.21 294.312.045 181.850.446
voor bedrijfsdoeleinden 221.1 b) andere 114.22
2. Overige 221.2 3. Vrijgestelde reserve 114.3
II. Beleggingen in verbonden ondernemingen en 4. Beschikbare reserve 114.4 864.863.957 1.594.797.384
deelnemingen (staten nrs. 1, 2 en 18) 222 7.264.121.749 7.011.898.891 V. Overgedragen resultaat 115 875.119.198 722.085.095
- Verbonden ondernemingen 222.1 7.262.381.935 7.007.415.950 1. Overgedragen winst 115.1 875.119.198 722.085.095
1. Deelnemingen 222.11 6.436.159.584 6.436.159.584 2. Overgedragen verlies (-) 115.2
2. Bons, obligaties en vorderingen 222.12 826.222.351 571.256.366 VI. - -
- Andere ondernemingen waarmee een
deelnemings- verhouding bestaat 222.2 1.739.814 4.482.941 B. Achtergestelde schulden
3. Deelnemingen 222.21 1.739.814 4.482.941 (staten nrs.7 en 18) 12 1.744.860.670 1.246.316.701
4. Bons, obligaties en vorderingen 222.22
III. Overige financiële beleggingen 223 986.216.420 726.393.952 Bbis. Fonds voor toekomstige
1. Aandelen, deelnemingen en andere toewijzingen 13
niet-vastrentende effecten (staat nr.1) 223.1 54.077.627
2. Obligaties en andere C. Technische voorzieningen
vastrentende effecten (staat nr.1) 223.2 582.131.782 226.386.941 (staat nr. 7) 14 1.372.683.963 943.599.529
3. Deelnemingen in gemeen- I. Voorziening voor niet-verdiende
schappelijke beleggingen 223.3 premies en lopende risico's 141 316.933.343 223.948.585
4. Hypothecaire leningen en hypoth. Kredieten 223.4 II. Voorziening voor verzekering'leven' 142
5. Overige leningen 223.5 III. Voorziening voor te betalen schaden 143 1.021.355.376 703.029.125
6. Deposito's bij krediet- instellingen 223.6 350.007.011 500.007.011 IV. Voorziening voor winstdeling
7. Overige 223.7 en restorno's 144
IV. Deposito's bij cederende ondernemingen 224 781.269.664 579.075.330 V. Voorziening voor egalisatie
en catastrofen 145 34.395.244 16.621.820
D. Beleggingen betreffende de VI. Andere technische voor-zieningen 146
verrichtingen verbonden aan een
beleggingsfonds van de groep van D. Technische voorzieningen
activiteiten 'Leven' en betreffende de verrichtingen
waarbij het beleggingsrisico verbonden aan een beleggingsfonds
niet gedragen wordt door van de groep van activiteiten 'Leven'
de onderneming 23 wanneer het beleggingsrisico niet
gedragen wordt door de onderneming
(staat nr. 7) 15

Hoofdstuk I. Schema van de jaarrekening

Afdeling I. Balans op 31/12/2020 (in eenheden van Euro)

Afgesloten Vorig Afgesloten Vorig
Actief Codes boekjaar boekjaar Passief Codes boekjaar boekjaar
Dbis. Deel van de herverzekeraars E. Voorzieningen voor overige
in de technische voorzieningen 24 52.013.297 22.677.192 risico's en kosten 16 666.042.856 873.266.723
I. Voorziening voor niet-verdiende I. Voorziening voor pensioenen en
premies en lopende risico's 241 842.415 soortgelijke verplichtingen 161
II. Voorziening voor verzekering'leven' 242 II. Voorziening voor belastingen 162
III. Voorziening voor te betalen schaden 243 51.170.882 22.677.192 III. Andere voorzieningen (staat nr. 6) 163 666.042.856 873.266.723
IV. Voorziening voor winstdeelname
en restorno's 244 F. Deposito's ontvangen van
V. Andere technische voorzieningen 245 herverzekeraars 17
VI. Voorzieningen betreffende de verrichtingen
verbonden aan een beleggingsfonds van
de groep van activiteiten 'leven'
waarbij het beleggingsrisico niet
gedragen wordt door de onderneming 246
G. Schulden (staten nrs. 7 en 18) 42 654.072.485 95.323.022
E. Vorderingen (staten nrs. 18 en 19) 41 719.940.883 228.067.650 I. Schulden uit hoofde van recht
I. Vorderingen uit hoofde van streekse verzekeringsverrichtingen 421
rechtstreekse verzekerings-verrichtingen 411 II. Schulden uit hoofde van
1. Verzekeringnemers 411.1 herverzekeringsverrichtingen 422 20.324.418 13.791.526
2. Tussenpersonen 411.2 III. Niet-achtergestelde obligatieleningen 423
3. Overige 411.3 1. Converteerbare leningen 423.1
II. Vorderingen uit hoofde van 2. Niet-converteerbare leningen 423.2
herverzekeringsverrichtingen 412 15.164.021 13.529.941 IV. Schulden t.a.v kredietinstellingen 424
III. Overige vorderingen 413 704.776.862 214.537.709 V. Overige schulden 425 633.748.067 81.531.497
IV. Opgevraagd, niet gestort kapitaal 414 1. Schulden wegens belastingen,
bezoldigingen en sociale lasten
425.1 5.878.515 5.390.059
F. Overige activabestanddelen 25 319.036.790 697.881.880 a) belastingen 425.11 25.621 811.942
I. Materiële activa 251 782.370 749.058 b) bezoldigingen en sociale lasten 425.12 5.852.895 4.578.116
II. Beschikbare waarden 252 45.596.762 515.269.875 2. Overige 425.2 627.869.552 76.141.438
III. Eigen aandelen 253 272.645.156 181.850.445
IV. Overige 254 12.503 12.503 H. Overlopende rekeningen
(staat nr. 8) 434/436 35.966.269 17.319.321
G. Overlopende rekeningen
(staat nr. 4) 431/433 25.736.445 18.992.484
I. Verworven, niet-vervallen
intresten en huurgelden 431 21.686.623 16.947.809
II. Overgedragen acquisitiekosten 432
1. Verzekeringsverrichtingen niet-leven 432.1
2. Verzekeringsverrichtingen leven 432.2
III. Overige overlopende rekeningen 433 4.049.822 2.044.676
TOTAAL 21/43 10.161.063.783 9.294.117.687 TOTAAL 11/43 10.161.063.783 9.294.117.687

Hoofdstuk I. Schema van de jaarrekening Afdeling II. Resultatenrekening op 31/12/2020 (in eenheden van Euro)

I. Technische rekening niet-levensverzekering

Afgesloten Vorig
Inhoud Codes boekjaar boekjaar
1. Verdiende premies, onder aftrek van herverzekering 710 1.343.303.325 933.444.287
a) Brutopremies (staat nr.10) 710.1 1.406.998.161 981.054.593
b) Uitgaande herverzekeringspremies (-) 710.2 (55.588.030) (50.174.084)
c) Wijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's,
zonder aftrek van herverzekering (stijging -, daling +) 710.3 (8.949.221) (2.563.778)
d) Wijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's, deel
van de herverzekeraars (stijging +, daling -) 710.4 842.415
2. Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgebracht van de
niet-technische rekening (post 6) 711
2bis.Opbrengsten van beleggingen 712 20.774.887 11.819.993
a) Opbrengsten van beleggingen in verbonden ondern.of deze waarmee
een deelnemingsverhouding bestaat 712.1
aa) verbonden ondernemingen 712.11
1° deelnemingen 712.111
2° bons, obligaties en vorderingen 712.112
bb) andere ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 712.12
1° deelnemingen 712.121
2° bons, obligaties en vorderingen 712.122
b) Opbrengsten van andere beleggingen 712.2 20.774.887 11.802.977
aa) opbrengsten van terreinen en gebouwen 712.21
bb) opbrengsten van andere beleggingen 712.22 20.774.887 11.802.977
c) Terugneming van waardecorrecties op beleggingen 712.3
d) Meerwaarden op de realisatie 712.4 17.016
3. Overige technische opbrengsten, onder aftrek van herverzekering 714 1.757.781 213.966
3. Schadelast, onder aftrek van herverzekering (-) 610 (771.299.681) (623.798.296)
a) Betaalde netto-bedragen 610.1 645.071.639 447.071.458
aa) bruto-bedragen (staat nr.10) 610.11 651.310.261 447.071.458
bb) deel van de herverzekeraars (-) 610.12 (6.238.622)
b) Wijziging van de voorziening voor te betalen schaden,
zonder aftrek van herverzekering (stijging +, daling -) 610.2 126.228.042 176.726.837
aa) wijziging van de voorziening voor te betalen schaden,
zonder aftrek van herverzekering (staat nr. 10) (stijging +, daling -) 610.21 154.721.732 199.404.030
bb) wijziging van de voorziening voor te betalen schaden,
deel van de herverzekeraars (stijging -, daling +) 610.22 (28.493.690) (22.677.193)

Hoofdstuk I. Schema van de jaarrekening Afdeling II. Resultatenrekening op 31/12/2020 (in eenheden van Euro)

I. Technische rekening niet-levensverzekering

Afgesloten Vorig
Inhoud Codes boekjaar boekjaar
5. Wijziging van de andere technische voorzieningen, onder aftrek
van herverzekering (stijging -, daling+) 611
6. Winstdeling en restorno's, onder aftrek van herverzekering (-) 612
7. Netto-bedrijfskosten (-) 613 (516.087.950) (340.622.231)
a) Acquisitiekosten 613.1 517.802.122 342.435.823
b) Wijziging van het bedrag van de geactiveerde
acquisitiekosten (stijging -, daling +) 613.2
c) Administratiekosten 613.3 2.687.677 2.092.996
d) Van de herverzekeraars ontvangen commissie-lonen en winstdeelnemingen (-) 613.4 (4.401.849) (3.906.588)
7bis. Beleggingslasten (-) 614 (6.384.102) 2.092.996
a) Beheerslasten van beleggingen 614.1 5.742.211 2.447.518
b) Waardecorrecties op beleggingen
c) Minderwaarden op de realisatie
614.2
614.3
641.891
8. Overige technische lasten, onder aftrek van herverzekering (-) 616 (2.301.133)
9. Wijziging van de voorziening voor egalisatie en catastrofen, onder
aftrek van herverzekering (stijging -, daling +) 619 17.773.424 16.621.820
10.Resultaat van de technische rekening niet-levensverzekering
Winst (+) 710 / 619 54.290.837
Verlies (-) 619 / 710 (40.312.752)

Hoofdstuk I. Schema van de jaarrekening

Afdeling II. Resultatenrekening op 31/12/2020 (in eenheden van Euro)

II. Technische rekening levensverzekering

Afgesloten Vorig
Inhoud Codes boekjaar boekjaar
1. Premies, onder aftrek van herverzekering 720 14.958.856 0
a) Brutopremies (staat nr.10) 720.1 14.958.856 0
b) Uitgaande herverzekeringspremies (-) 720.2 0
2. Opbrengsten van beleggingen 722 0
a) Opbrengsten van beleggingen in verbonden onderneming-
en of deze waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 722.1 0
aa)
verbonden ondernemingen
722.11 0
1° deelnemingen 722.111 0
2° bons, obligaties en vorderingen 722.112 0
bb)
andere ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
722.12 0
1° deelnemingen 722.121 0
2° bons, obligaties en vorderingen 722.122 0
b) Opbrengsten van andere beleggingen 722.2 0
aa)
opbrengsten van terreinen en gebouwen
722.21 0
bb)
opbrengsten van andere beleggingen
722.22 0
c) Terugneming van waardecorrecties op beleggingen 722.3 0
d) Meerwaarden op de realisatie 722.4 0
3. Waardecorrecties op beleggingen van de actiefpost D. (opbrengsten) 723 0
4. Overige technische opbrengsten, onder aftrek van herverzekering 724 0
5. Schadelast, onder aftrek van herverzekering (-) 620 (8.308.269) 0
a) Betaalde netto-bedragen 620.1 866.965 0
aa)
bruto-bedragen
620.11 866.965 0
bb)
deel van de herverzekeraars (-)
620.12 0
b) Wijziging van de voorziening voor te betalen schaden,onder aftrek van herverzekering (stijging +, daling -) 620.2 7.441.304 0
aa)
wijziging van de voorziening voor te betalen schaden, zonder aftrek van herverzekering
(stijging +, daling -) 62.21 0
bb)
wijziging van de voorziening voor te betalen schaden,deel van de herverzekeraars
(stijging -, daling +) 620.22 0

Hoofdstuk I. Schema van de jaarrekening Afdeling II. Resultatenrekening op 31/12/2020 (in eenheden van Euro)

II. Technische rekening levensverzekering

Afgesloten Vorig
Inhoud Codes boekjaar boekjaar
6. Wijziging van de andere technische voorzieningen, 621 0 0
onder aftrek van herverzekering (stijging-, daling+) 0 0
a) Wijziging van de voorziening voor verzekering 'leven', onder aftrek van herverzekering (stijging -, daling +) 621.1 0 0
aa)
wijziging van de voorziening voor verzekering 'leven',
zonder aftrek van herverzekering (stijging -, daling +) 621.11 0 0
bb)
wijziging van de voorziening voor verzekering 'leven',
deel van de herverzekeraars (stijging +, daling -) 621.12 0 0
b) Wijziging van de andere technische voorzieningen zonder aftrek van herverzekering
(stijging -, daling +) 621.2 0 0
7. Winstdeling en restorno's, onder aftrek van herverzekering (-) 622 0 0
8. Netto-bedrijfskosten (-) 623 (5.277.584) 0
a) Acquisitiekosten 623.1 5.235.128 0
b) Wijziging van het bedrag van de geactiveerde acquisitiekosten
(stijging -, daling +) 623.2 0 0
c) Administratiekosten 623.3 42.456 0
d) Van de herverzekeraars ontvangen commissie-lonen en winstdeelnemingen (-) 623.4 0 0
9. Beleggingslasten (-) 624 0 0
a) Beheerslasten van beleggingen 624.1 0 0
b) Waardecorrecties op beleggingen 624.2 0 0
c) Minderwaarden op de realisatie 624.3 0 0
10.
Waardecorrecties op beleggingen van de actiefpost D. (kosten) (-)
625 0 0
11.
Overige technische lasten, onder aftrek van herverzekering (-)
626 0 0
12.
Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt naar een
niet-technische rekening (post 4) (-) 627 0 0
12bis. Wijziging van het fonds voor toekomstige dotaties (stijging -, daling +)
628
0
0
13.
Resultaat van de technische rekening levensverzekering
Winst (+) 720 / 628 1.373.003 0
Verlies (-) 628 / 720 0 0

Hoofdstuk I. Schema van de jaarrekening

Afdeling II. Resultatenrekening op 31/12/2020 (in eenheden van Euro)

III. Niet-technische rekening

Afgesloten Vorig
Inhoud Codes boekjaar boekjaar
1. Resultaat van de technische rekening niet levensverzekering (post 10)
Winst (+) (710 / 619) 54.290.837 0
Verlies (-) (619 / 710) 0 40.312.752
2. Resultaat van de technische rekening levensverzekering (post 13)
Winst (+) (720 / 628) 1.373.003 0
Verlies (-) (628 / 720) 0 0
3. Opbrengsten van beleggingen 730 810.922.368 374.301.491
a) Opbrengsten van beleggingen in verbonden ondernemingen of
deze waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 730.1 804.898.016 374.301.491
b) Opbrengsten van andere beleggingen 730.2 236.700 0
aa)
opbrengsten van terreinen en gebouwen
730.21 0 0
bb)
opbrengsten van andere beleggingen
730.22 236.700 0
c) Terugneming van waardecorrecties op beleggingen 730.3 0 0
d) Meerwaarden op de realisatie 730.4 5.787.653 0
4. Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt van de 0 0
technische rekening levensverzekering (post 12) 731
5. Beleggingslasten (-) 630 (75.374.004) (31.806.672)
a) Beheerslasten van beleggingen 630.1 75.374.004 31.806.672
b) Waardecorrecties op beleggingen 630.2 0 0
c) Minderwaarden op de realisatie 630.3 0 0
6. Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt naar de
technische rekening niet-levensverzekering (post 2) (-) 631 0 0
7. Overige opbrengsten (staat nr. 13) 732 52.342.001 5.614.299
8. Overige kosten (staat nr. 13) (-) 632 (171.749.888) (98.277.224)
8bis. Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening,vóór belasting
Winst (+) 710 / 632 671.804.316 209.519.142
Verlies (-) 632 / 710 0 0
9. - - 0 0
10. - - 0 0

Hoofdstuk I. Schema van de jaarrekening

Afdeling II. Resultatenrekening op 31/12/2020 (in eenheden van Euro)

III. Niet-technische rekening

Afgesloten Vorig
Inhoud Codes boekjaar boekjaar
11. Uitzonderlijke opbrengsten (staat nr. 14) 733 0 0
12. Uitzonderlijke kosten (staat nr. 14) (-) 633 0 0
13. Uitzonderlijk resultaat
Winst (+) 733 / 633 0 0
Verlies (-) 633 / 733 0 0
14. - - 0 0
15. Belastingen op het resultaat (-/+) 634 / 734 146.856 109.690
15bis. Uitgestelde belastingen (-/+) 635 / 735 0 0
16. Resultaat van het boekjaar
Winst (+) 710 / 635 671.657.460 209.409.452
Verlies (-) 635 / 710 0 0
17. a) Onttrekking aan de belastingvrije 736 0 0
b) Overboeking naar de belastingvrije reserves (-) 636 0 0
18. Te bestemmen resultaat van het boekjaar
Winst (+) 710 / 636 671.657.460 209.409.452
Verlies (-) 636 / 710 0 0

Hoofdstuk I. Schema van de jaarrekening

Afdeling II. Resultatenrekening op 31/12/2020 (in eenheden van Euro)

III. Niet-technische rekening

Afgesloten Vorig
Inhoud Codes boekjaar boekjaar
A. Te bestemmen winstsaldo 710 / 637.1 1.393.742.555 782.246.052
Te verwerken verliessaldo (-) 637.1 / 710 0 0
1. Te bestemmen winst van het boekjaar 710 / 636 671.657.460 209.409.452
Te verwerken verlies van het boekjaar (-) 636 / 710 0 0
2. Overgedragen winst van het vorig boekjaar 737.1 722.085.095 572.836.600
Overgedragen verlies van het vorig boekjaar (-) 637.1 0 0
B. Onttrekking aan het eigen vermogen 737.2 / 737.3 435.621.265 0
1. aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies 737.2 0 0
2. aan de reserves 737.3 435.621.265 0
C. Toevoeging aan het eigen vermogen (-) 637.2 / 637.3 (33.582.873) (10.470.473)
1. aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies 637.2 0 0
2. aan de wettelijke reserve 637.31 33.582.873 10.470.473
3. aan de overige reserves 637.32 0 0
D. Over te dragen resultaat
1. Over te dragen winst (-) 637.4 (875.119.198) (722.085.095)
2. Over te dragen verlies 737.4 0 0
E. Tussenkomst van de vennoten in het verlies 737.5 0 0
F. Uit te keren winst (-) 637.5 / 637.7 (920.661.749) (49.690.484)
1. Vergoeding van het kapitaal 637.5 920.661.749 49.690.484
2. Bestuurders of zaakvoerders 637.6 0 0
3. Andere rechthebbenden 637.7 0 0

No. 1. Staat van de immateriële activa, de onroerende goederen die tot belegging dienen en de effecten bestemd voor belegging.

Betrokken Betrokken Betrokken
activa-posten activa-posten activa-posten
B. C.I. C.II.1. C.II.2. C.II.3. C.II.4. C.III.1. C.III.2.
Benaming Codes Immateriële Terreinen Deelnemingen Bons, Deelnemingen in Bons, obligaties, Aandelen, Obligaties
activa en gebouwen in verbonden obligaties en ondernemingen vorderingen in deelnemingen en andere
ondernemingen vorderingen waarmee een ondernemingen en andere niet vastrentende
in verbonden deelnemingsver- waarmee een vastrentende effecten
ondernemingen houding bestaat deelnemingsver- effecten
houding bestaat
1 2 3 4 5 6 7 8
a) AANSCHAFFINGSWAARDE
Per einde van het vorige boekjaar 08.01.01 10.179.817 0 6.436.159.584 571.256.366 4.482.941 0 0 226.386.941
Mutaties tijdens het boekjaar : 5.162.116 0 0 254.965.986 (2.743.127) 0 54.077.627 355.744.841
- Aanschaffingen 8.01.021 5.162.116 0 0 254.965.986 0 0 54.077.627 372.900.459
- Nieuwe oprichtingskosten 8.01.022 0 0 0 0 0 0 0 0
- Overdrachten en
buitengebruikstellingen (-) 8.01.023 0 0 0 0 0 0 0 (12.207.816)
- Overboeking naar een andere post (+)(-) 8.01.024 0 0 0 0 0 0 0 0
- Andere mutaties (+)(-) 8.01.025 0 0 0 0 (2.743.127) 0 0 (4.947.802)
Per einde van het boekjaar 08.01.03 15.341.933 0 6.436.159.584 826.222.351 1.739.814 0 54.077.627 582.131.782
b) MEERWAARDEN
Per einde van het vorige boekjaar 08.01.04 0 0 0 0 0 0 0 0
Mutaties tijdens het boekjaar : 0 0 0 0 0 0 0 0
- Geboekt 8.01.051 0 0 0 0 0 0 0 0
- Verworven van derden 8.01.052 0 0 0 0 0 0 0 0
- Afgeboekt (-) 8.01.053 0 0 0 0 0 0 0 0
- Overboeking naar een andere post (+)(-) 8.01.054 0 0 0 0 0 0 0 0
Per einde van het boekjaar 08.01.06 0 0 0 0 0 0 0 0
c) AFSCHRIJVINGEN EN
WAARDEVERMINDERINGEN
Per einde van het vorige boekjaar 08.01.07 1.049.509 0 0 0 0 0 0 0
Mutaties tijdens het boekjaar : 1.563.890 0 0 0 0 0 0 0
- Geboekt 8.01.081 1.563.890 0 0 0 0 0 0 0
- Teruggenomen want overtollig (-) 8.01.082 0 0 0 0 0 0 0 0
- Verworven van derden 8.01.083 0 0 0 0 0 0 0 0
- Afgeboekt (-) 8.01.084 0 0 0 0 0 0 0 0
- Overboeking naar een andere post (+)(-) 8.01.085 0 0 0 0 0 0 0 0
Per einde van het boekjaar 08.01.09 2.613.399 0 0 0 0 0 0 0
d) NIET-OPGEVRAAGDE BEDRAGEN
(art. 29, § 1.)
Per einde van het vorige boekjaar 08.01.10 0 0 0 0 0 0 0 0
Mutaties tijdens het boekjaar (+)(-) 08.01.11 0 0 0 0 0 0 0 0
Per einde van het boekjaar 08.01.12 0 0 0 0 0 0 0 0
e) RESULTATEN UIT DE OMREKENING
VAN VREEMDE VALUTA
Per einde van het vorige boekjaar (+)(-) 08.01.13 0 0 0 0 0 0 0 0
Mutaties tijdens het boekjaar (+)(-) 08.01.14 0 0 0 0 0 0 0 0
Per einde van het boekjaar (+)(-) 08.01.15 0 0 0 0 0 0 0 0
NETTO BOEKWAARDE
PER EINDE VAN HET BOEKJAAR
(a) + (b) - (c) - (d) +/- (e) 08.01.16 12.728.534 0 6.436.159.584 826.222.351 1.739.814 0 54.077.627 582.131.782

Nr. 2. Staat betreffende de deelnemingen en maatschappelijke rechten in andere ondernemingen

Hieronder worden de ondernemingen vermeld waarin de onderneming een deelneming bezit in de zin van het koninklijk besluit van 17 november 1994 (opgenomen in de posten C.II.1., C.II.3., D.II.1. en D.II.3. van de activa), alsmede de andere ondernemingen waarin de onderneming maatschappelijke rechten bezit (opgenomen in de posten C.III.1. en D.III.1. van de activa)ten belope van ten minste tien procent van het geplaatste kapitaal.

Maatschappelijke rechten gehouden door Gegevens geput uit de laatst beschikbare jaarrekening
NAAM, volledig adres van de zetel en,
zo het een naar Belgisch recht betreft,
het B.T.W.- of NATIONAAL NUMMER
de onderneming
(rechtstreeks)
dochter
ondernemingen
Jaarrekening
per
Munt-
Eenheid (*)
Eigen
vermogen
Netto
resultaat
aantal % % (+) of (-)
(in duizenden munteenheden)
(*) volgens officiele codificatie.
Royal Park Investments NV
Markiesstraat 1
B - 1000 Brussel
NN 0807.882.811 3.800.000 45 0 31-12-2019 EUR 11.275 3.834
Ageas Insurance International NV
Markiesstraat 1
B - 1000 Brussel
NN 0718.677.849
792.001.700 100 0 31-12-2019 EUR 6.426.019 576.205

Nr. 3. Actuele waarde van de beleggingen (art. 38)

Activa - posten Codes Bedragen
C. Beleggingen 8.03 9.212.054.273
I. Terreinen en gebouwen. 8.03.221 0
II. Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen. 8.03.222 7.377.251.962
- Verbonden ondernemingen. 8.03.222.1 7.374.955.068
1. Deelnemingen. 8.03.222.11 6.436.159.584
2. Bons, obligaties en vorderingen. 8.03.222.12 938.795.484
- Andere ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat. 8.03.222.2 2.296.894
3. Deelnemingen 8.03.222.21 2.296.894
4. Bons, obligaties en vorderingen. 8.03.222.22 0
III. Overige financiële beleggingen. 8.03.223 1.015.451.960
1. Aandelen, deelnemingen en andere niet-vastrentende effecten. 8.03.223.1 55.138.953
2. Obligaties en andere vastrentende effecten. 8.03.223.2 610.305.996
3. Deelbewijzen in gemeenschappelijke beleggingen. 8.03.223.3 0
4. Hypothecaire leningen en hypothecaire kredieten. 8.03.223.4 0
5. Overige leningen. 8.03.223.5 0
6. Deposito's bij kredietinstellingen. 8.03.223.6 350.007.011
7. Overige 8.03.223.7 0
IV. Deposito's bij cederende ondernemingen. 8.03.224 819.350.351

Nr. 3bis Gegevens betreffende het niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde

A. Schatting van de reële waarde voor elke categorie afgeleide financiële instrumenten Netto boekwaarde Reële waarde
die niet gewaardeerd worden op basis van de reële waarde, met opgave van de omvang,
de aard en het ingedekte risico van de instrumenten
B. Voor de financiële vaste activa, vermeld in de posten C.II. en C.III., die in aanmerking worden Netto boekwaarde Reële waarde
genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde : de nettoboekwaarde en de reële waarde van
de afzonderlijke activa, dan wel van passende groepen van deze afzonderlijke activa
C.III.1 Aandelen, deelnemingen en andere niet-vastrentende effecten 44.019.277 43.747.573
C.III.2 Obligaties en andere vastrentende effecten 14.725.008 14.518.463

Voor elk van de in B. vermelde financiële vaste activa, dan wel de in B. bedoelde passende groepen van deze afzonderlijke activa, die in aanmerking worden genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde, moeten hierna ook de redenen worden vermeld waarom de boekwaarde niet is verminderd, met opgave van de aard van de aanwijzingen die aan de veronderstelling ten grondslag liggen dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd :

C.II.I Deelnemingen: zie waarderingsregels in staat Nr. 20 Waarderingsregels

C.III.2 Obligaties en andere vastrentende effecten: zie waarderingsregels in staat Nr. 20 Waarderingsregels

Nr.4 Staat betreffende de overige overlopende rekeningen van het actief

Uitsplitsing van de actiefpost G.III. indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt. Over te dragen kosten 4.049.822

Bedrag

Nr.5 Staat van het kapitaal

Codes Bedragen Aantal aandelen
A. MAATSCHAPPELIJK KAPITAAL
1. Geplaatst kapitaal (post A.I.1. van de passiva)
- Per einde van het vorige boekjaar 8.05.111.101 1.502.364.273 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
- Wijzigingen tijdens het boekjaar : 8.05.111.103
- Per einde van het boekjaar 8.05.111.102 1.502.364.273 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
2. Samenstelling van het kapitaal
2.1. Soorten aandelen volgens het vennootschapsrecht 8.05.1.20 1.502.364.273 194.553.574
Volgestorte aandelen zonder aanwijzing van nominale waarde
2.2. Gewone aandelen op naam of aan gedematerialiseerd
Op naam 8.05.1.21 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx 9.611.918
Gedematerialiseerd 8.05.1.22 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx 184.941.656
Niet-opgevraagd bedrag Opgevraagd niet-gestort
Codes (post A.I.2. van de passiva) bedrag(actiefpost E.I.V.)
B. NIET-GESTORT KAPITAAL (art.51 - S.W.H.V.)
Aandeelhouders die nog moeten volstorten 8.05.3
TOTAAL 8.05.2

Nr.5. Staat van het kapitaal (vervolg)

Codes Kapitaalbedrag Aantal aandelen
C. AANDELEN VAN DE ONDERNEMING GEHOUDEN DOOR
- de onderneming zelf 8.05.3.1 272.645.158 6.341.522
- haar dochters 8.05.3.2 21.666.887 1.249.793
D. VERPLICHTINGEN TOT UITGIFTE VAN AANDELEN
1. Als gevolg van de uitoefening van CONVERSIERECHTEN.
- Bedrag van de lopende converteerbare leningen 8.05.4.1
- Bedrag van het te plaatsen kapitaal 8.05.4.2
- Maximum aantal uit te geven aandelen 8.05.4.3
2. Als gevolg van de uitoefening van de INSCHRIJVINGSRECHTEN.
- Aantal inschrijvingsrechten in omloop 8.05.4.4
- Bedrag van het te plaatsen kapitaal. 8.05.4.5
- Maximum aantal uit te geven aandelen 8.05.4.6
3. Als gevolg van de betaling van derden in aandelen.
- Bedrag van het te plaatsen kapitaal. 8.05.4.7
- Maximum aantal uit te geven aandelen 8.05.4.8

Nr.5. Staat van het kapitaal (vervolg)

Codes Bedrag
E. TOEGESTAAN, NIET-GEPLAATST KAPITAAL 8.05.5 148.000.000
Aantal Daaraan verbonden
Codes aandelen stemrecht
F. DEELBEWIJZEN BUITEN KAPITAAL 8.05.6
Waarvan:
- gehouden door de vennootschap zelf 8.05.6.1
- gehouden door haar dochters 8.05.6.2

Nr.5. Staat van het kapitaal (vervolg en slot)

G. DE AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR VAN DE ONDERNEMING OP DE DATUM VAN JAARAFSLUITING, MET DE VOLGENDE INDELING:

  • aandeelhoudersstructuur van de onderneming op de datum van de jaarafsluiting, zoals die blijkt uit de kennisgevingen die de onderneming heeft ontvangen ingevolge artikel 631, §2, laatste lid, en artikel 632, §2, laatste lid, van het Wetboek van vennootschappen:
  • aandeelhoudersstructuur van de onderneming op de datum van de jaarafsluting, zoals die blijkt uit de kennisgevingen die de onderneming heeft ontvangen ingevolge artikel 14, vierde lid, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen of ingevolge artikel 5 van het koninklijke besluit van 21 augustus 2008 houdende nadere regels betreffende bepaalde multilaterale handelsfaciliteiten:

Belangrijkste aandeelhouders (boven de statutaire drempel van 3%) op 31/12/2019

  • BlackRock Inc.: 5,23%
  • Ping An 5,17%
  • Fosun 5,06%
  • Ageas 3,90%
  • Schröder Plc. 2,94%

Op 31 december 2020 bezaten de leden van de raad van bestuur van ageas SA/NV samen 80.651 aandelen.

Nr.6 Staat van de voorzieningen voor overige risico's en kosten - andere voorzieningen

Bedragen
Uitsplitsing van de passiefpost E.III. indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt.
Voorziening Fortis settlement 246.242.856
voorziening RPN(I) 419.800.000

Nr. 7. Staat van de technische voorzieningen en schulden

a) Uitsplitsing van de schulden (of een deel van de schulden) waarvan de resterende looptijd méér dan 5 jaar is.

Betrokken posten van de passiva Codes Bedragen
B. Achtergestelde schulden. 8.07.1.12 1.744.860.670
I. Converteerbare leningen 8.07.1.121
II. Niet-converteerbare leningen 8.07.1.122 1.744.860.670
G. Schulden 8.07.1.42
I. Schulden uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen 8.07.1.421
II. Schulden uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen 8.07.1.422
III. Niet-achtergestelde obligatieleningen. 8.07.1.423
1. Converteerbare leningen. 8.07.1.423.1
2. Niet-converteerbare leningen. 8.07.1.423.2
IV. Schulden ten aanzien van kredietinstellingen 8.07.1.424
V. Overige schulden 8.07.1.425
TOTAAL 8.07.1.5 1.744.860.670

Nr.7. Staat van de technische voorzieningen en schulden (vervolg)

b) Schulden (of gedeelte van de schulden) en technische voorzieningen (of gedeelte van de technische voorzieningen) gewaarborgd door zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op de activa van de onderneming.

Betrokken posten van de passiva Codes Bedragen
B. Achtergestelde schulden. 8.07.2.12
I. Converteerbare leningen 8.07.2.121
II. Niet-converteerbare leningen 8.07.2.122
C. Technische voorzieningen 8.07.2.14 437.664.652
D. Technische voorzieningen betreffende de verrichtingen verbonden aan een beleggingsfonds van de 8.07.2.15
groep van activiteiten 'Leven' wanneer het beleggingsrisico niet gedragen wordt door de onderneming
G. Schulden 8.07.2.42
I. Schulden uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen. 8.07.2.421
II. Schulden uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen. 8.07.2.422
III. Niet-achtergestelde obligatieleningen 8.07.2.423
1. Converteerbare leningen 8.07.2.423.1
2. Niet-converteerbare leningen 8.07.2.423.2
IV. Schulden ten aanzien van kredietinstellingen 8.07.2.424
V. Overige schulden 8.07.2.425
- schulden wegens belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 8.07.2.425.1
a) belastingen 8.07.2.425.11
b) bezoldigingen en sociale lasten 8.07.2.425.12
- schulden van huurfinanciering en gelijkaardige 8.07.2.425.26
- overige 8.07.2.425.3
TOTAAL 8.07.2.5 437.664.652

Nr.7. Staat van de technische voorzieningen en schulden (vervolg en slot)

c) Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten

Betrokken posten van de passiva Codes Bedragen
1. Belastingen (post G.V.1.a) van de passiva)
a) Vervallen belastingsschulden 8.07.3.425.11.1
b) Niet-vervallen belastingsschulden 8.07.3.425.11.2 25.621
2. Bezoldigingen en sociale lasten (post G.V.1.b) van de passiva)
a) Vervallen schulden ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid 8.07.3.425.12.1
b) Andere schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten 8.07.3.425.12.2 5.852.895

Nr.8. Staat betreffende de overlopende rekeningen van het passief

Bedragen
Uitsplitsing van de passiefpost H indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt.
Toe te rekenen kosten – Aandelenplannen 6.056.556
Toe te rekenen - Andere 2.988.272
Toe te rekenen kosten – Stichtingen 1.052.111
Toe te rekenen kosten - Interesten 25.869.331
35.966.269

Nr. 9. Activa- en passivabestanddelen met betrekking tot het beheer voor eigen rekening ten gunste van een derde van de pensioen- fondsen (art. 40bis.)

Betrokken posten en sub-posten van het actief (*) Afgesloten boekjaar Betrokken posten en sub-posten van het passief (*) Afgesloten boekjaar
TOTAAL TOTAAL

(*) Met vermelding van de cijfers en letters betreffende de inhoud van de betrokken post of sub-post van de balans (voorbeeld : C.III.2. obligaties en andere vastrentende effecten).

Nr. 10. Inlichtingen betreffende de technische rekeningen

I. Niet-Levensverzekering

Inhoud Codes Totaal RECHTSTREEKSE RECHTSTREEKSE RECHTSTREEKSE AANGE-
ZAKEN ZAKEN ZAKEN NOMEN
Tot. Ongev- Motor- Motor- Scheep- Brand en Algemene Krediet Diverse Rechts- Hulp- ZAKEN
allen rijtuigen rijtuigen vaart andere Burger- en geldelijke bijstand verlening
en Burger- andere Luchtvaart schade lijke Borgtocht verliezen
gezond- lijke takken Transport aan aansprak-
heids- aansprak- goederen elijkheid
zorg elijkheid
takken tak takken takken takken tak takken tak tak tak
1 en 2 10 3 en 7 4,5,6,7, 8 en 9 13 14 en 15 16 17 18
11 en 12
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Brutopremies. 8.10.01.710.1 1.406.998.161 1.406.998.161
Verdiende brutopremies 8.10.02 1.398.048.940 1.398.048.940
Bruto schaden 8.10.03 806.031.992 806.031.992
Bruto bedrijfskosten 8.10.04 520.489.798 520.489.798
Herverzekeringssaldo 8.10.05 (15.611.455) (15.611.455)
Commissielonen (art. 37) 8.10.06

II. Levensverzekering

Inhoud Codes Bedragen
A. Rechtstreekse zaken
1) Brutopremies : 8.10.07.720.1 0
a) 1. Individuele premies : 8.10.08 0
2. Premies betreffende groepsverzekeringsovereenkomsten : 8.10.09 0
b) 1. Periodieke premies : 8.10.10 0
2. Enige premies : 8.10.11 0
c) 1. Premies van overeenkomsten zonder winstdeling : 8.10.12 0
2. Premies van overeenkomsten met winstdeling : 8.10.13 0
3. Premies van overeenkomsten waarbij het beleggingsrisico
niet gedragen wordt door de onderneming: 8.10.14 0
2) Herverzekeringssaldo : 8.10.15 0
3) Commissielonen (art. 37): 8.10.16 0
B. Aangenomen zaken 14.958.856
Bruto premies : 8.10.17.720.1 14.958.856

III. Niet-levensverzekering en levensverzekering, rechtstreekse zaken

Bruto premies :
- in België : 8.10.18
- in de andere Lid-Staten van de E.E.G : 8.10.19
- in de overige landen : 8.10.20

264

Nr. 11. Staat betreffende de personeelsleden in dienst

Wat personeel betreft:

A. Volgende gegevens over het boekjaar en over het vorige boekjaar met betrekking tot de werknemers ingeschreven in het personeelsregister en verbonden met de onderneming door een arbeidsovereenkomst of een startbaanovereenkomst

Afgesloten Vorig
Code boekjaar boekjaar
a) het totale aantal op afsluitdatum van het boekjaar 8.11.10 157 136
b) het gemiddelde personeelsbestand tewerkgesteld door de onderneming tijdens het boekjaar en
tijdens het vorige boekjaar, berekend in voltijdse equivalenten overeenkomstig
artikel 15, § 4, van het Wetboek van Vennootschappen,en uitgesplitst naar volgende categorieën 8.11.11 149 126
- Directiepersoneel 8.11.11.1
- Bedienden 8.11.11.2 149 126
- Arbeiders 8.11.11.3
- Andere 8.11.11.4
c) het aantal gepresteerde uren 8.11.12 225.263 187.015

B. Volgende gegevens over het boekjaar en over het vorige boekjaar met betrekking tot de uitzendkrachten ende ter beschikking van de onderneming gestelde personen

Afgesloten Vorig
Code boekjaar boekjaar
a) het totale aantal op afsluitdatum van het boekjaar 8.11.20 0 18
b) het gemiddeld aantal in voltijdse equivalenten berekend op een analoge
manier als de werknemers ingeschreven in het personeelsregister 8.11.21 0 20
c) het aantal gepresteerde uren 8.11.22 187 34.072

Nr.12. Staat betreffende het geheel van de administratie- en beheerskosten, uitgesplitst volgens aard

(Een asteriks (*) rechts van de inhoud van een post of een sub-post duidt op het bestaan van een definitie of een verklarende nota in hoofdstuk III van de bijlage bij het huidige besluit)

Benaming Codes Bedragen
I. Personeelskosten* 8.12.1 1.132.660
1. a) Bezoldigingen 8.12.111 1.132.660
b) Pensioenen 8.12.112 0
c) Andere rechtstreekse sociale voordelen 8.12.113 0
2. Patronale bijdragen voor sociale verzekeringen 8.12.12 0
3. Patronale toelagen en premies voor buitenwettelijke verzekeringen 8.12.13 0
4. Andere personeelsuitgaven 8.12.14 0
5. Voorzieningen voor pensioenen, bezoldigingen en sociale lasten 8.12.15 0
a) Dotaties (+) 8.12.15.1 0
b) Bestedingen en terugnemingen (-) 8.12.15.2 0
6. Uitzendkrachten of personen ter beschikking gesteld van de onderneming 8.12.16 0
II. Diverse goederen en diensten* 8.12.2 1.597.472
III. Afschrijvingen en waardeverminderingen op immateriële 8.12.3 0
en materiële activa, andere dan de beleggingen*
IV. Voorzieningen voor overige risico's en lasten* 8.12.4 0
1. Dotaties (+) 8.12.41 0
2. Bestedingen en terugnemingen (-) 8.12.42 0
V. Overige lopende lasten* 8.12.5 800.895
1. Fiscale bedrijfskosten* 8.12.51 0
a) Onroerende voorheffing 8.12.511 0
b) Overige 8.12.512 0
2. Bijdragen gestort aan openbare instellingen* 8.12.52 0
3. Theoretische kosten* 8.12.53 0
4. Overige 8.12.54 800.895
VI. Teruggewonnen administratiekosten en overige lopende opbrengsten (-) 8.12.6 0
1. Teruggewonnen administratiekosten 8.12.61 0
a) Ontvangen vergoedingen voor beheersprestaties van collectieve
pensioenfondsen voor rekening van derden 8.12.611 0
b) Overige* 8.12.612 0
2. Overige lopende opbrengsten. 8.12.62 0
TOTAAL 8.12.7 3.531.028

* Aldus gewijzigd bij artikel 10, § 2 van het koninklijk besluit van 4 augustus 1996.

Nr.13. Overige opbrengsten, overige kosten

Bedragen
A. Uitsplitsing van de OVERIGE OPBRENGSTEN (post 7. van de niet-technische rekening), indien het om belangrijke bedragen gaat. 52.342.001
Doorbelasting kosten 6.758.000
Wijziging voorziening Fortis settlement 39.902.204
Overige 5.681.796
B. Uitsplitsing van de OVERIGE KOSTEN (post 8. van de niet-technische rekening), indien het om belangrijke bedragen gaat. 171.749.888
Voorziening schadevergoeding RPN(I) 60.800.000
Diensten en diverse goederen 68.295.113
Personeelskosten 26.575.638
Afschrijvingen 367.597
Werkingskosten stichtingen 14.466.319

Nr.14. Uitzonderlijke resultaten.

Bedragen

A. Uitsplitsing van de UITZONDERLIJKE OPBRENGSTEN (post 11. van de niet-technische rekening), indien het om belangrijke bedragen gaat.

B. Uitsplitsing van de ANDERE UITZONDERLIJKE KOSTEN (post 12. van de niet-technische rekening), indien het om belangrijke bedragen gaat.

Nr.15. Belastingen op het resultaat

Codes Bedragen
A. UITSPLITSING VAN DE POST 15 a) 'Belastingen': 8.15.1.634 146.856
1. Belastingen op het resultaat van het boekjaar: 8.15.1.634.1
a. Voorafbetalingen en terugbetaalbare voorheffingen 8.15.1.634.11
b. Andere verrekenbare bestanddelen 8.15.1.634.12
c. Overschot van de voorafbetalingen en/of van de geactiveerde terugbetaalbare voorheffingen (-) 8.15.1.634.13
d. Geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post G.V.1.a) van de passiva) 8.15.1.634.14
2. Belastingen op het resultaat van vorige boekjaren : 8.15.1.634.2 146.856
a) Verschuldigde of betaalde belastingsupplementen : 8.15.1.634.21 146.856
b) Geraamde belastingsupplementen (onder post G.V.1.a van de passiva) of belasting-
supplementen waarvoor een voorziening werd gevormd (onder post E.II.2 van de passiva) 8.15.1.634.22
B. BELANGRIJKSTE OORZAKEN VAN DE VERSCHILLEN TUSSEN DE WINST VOOR BELASTINGEN,
zoals deze blijkt uit de jaarrekening, EN DE GERAAMDE BELASTBARE WINST, met bijzondere vermelding
van die welke voortspruiten uit het tijdsverschil tussen de vaststelling van de boekwinst en de fiscale winst
(in de mate waarin het resultaat van het boekjaar op belangrijke wijze werd beïnvloed op het stuk van de belastingen).
winst voor belastingen 671.804.316
DBI (671.804.316)
C. INVLOED VAN DE UITZONDERLIJKE RESULTATEN OP DE BELASTINGEN
OP HET RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR
D. BRONNEN VAN BELASTINGLATENTIES (in de mate waarin deze informatie
belangrijk is om een inzicht te verkrijgen in de financiële positie van de onderneming).
1. Actieve latenties 8.15.4.1 13.165.724.196
- Gecumuleerde fiscale verliezen die aftrekbaar zijn van latere belastbare winsten
- DBI aftrek
8.15.4.11 10.551.989.298
2.613.734.899
2. Passieve latenties 8.15.4.2

Nr.16. Andere taksen en belastingen ten laste van derden.

Codes Bedragen van
het boekjaar
Bedragen van het
vorige boekjaar
A. Taksen :
1. Taksen op verzekeringsovereenkomsten ten laste van derden 8.16.11
2. Andere taksen ten laste van de onderneming 8.16.12
B. De ingehouden bedragen ten laste van derden bij wijze van :
1. Bedrijfsvoorheffing 8.16.21 7.597.319 8.265.219
2. Roerende voorheffing (op dividenden) 8.16.22 125.543.837 108.285.916

Nr.17. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen (art. 14)

(Een asteriks (*) rechts van de inhoud van een post of een sub-post duidt op het bestaan van een definitie of een verklarende nota in hoofdstuk III van de bijlage bij het besluit van 17/11/1994)

Codes Bedragen
A. Zekerheden door derden gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van de onderneming* : 8.17.00
B. Persoonlijke zekerheden door de onderneming gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van derden* 8.17.01
C. Zakelijke zekerheden door de onderneming gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen middelen als
zekerheid van de rechten en verplichtingen* :
a) van de onderneming : 8.17.020 437.664.652
b) van derden : 8.17.021
D. Ontvangen zekerheden* (andere dan in baar geld) :
a) effecten en waarden van herverzekeraars 8.17.030
(CFR. Hoofdstuk III, Omschrijving en toelichting : actiefposten C.III.1 en 2 en passiefpost F)
b) overige: 8.17.031
E. Termijnverrichtingen* :
a) Verrichtingen op effecten (aankopen) : 8.17.040
b) Verrichtingen op effecten (verkopen) : 8.17.041
c) Verrichtingen op vreemde valuta (te ontvangen) : 8.17.042
d) Verrichtingen op vreemde valuta (te leveren) : 8.17.043
e) Verrichtingen op rente (aankopen, ) : 8.17.044
f) Verrichtingen op rente (verkopen, ) : 8.17.045
g) Overige verrichtingen (aankopen, ) : 8.17.046
h) Overige verrichtingen (verkopen, ) : 8.17.047
F. Goederen en waarden van derden gehouden door de onderneming* : 8.17.05
G. Aard en zakelijk doel van de regelingen die niet in de balans zijn opgenomen, financiële gevolgen ervan,
mits derisico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor
zover de bekendmaking van deze risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van
de financiële positie van de onderneming. 8.17.06
Gbis Aard en de financiële gevolgen van materiële gebeurtenissen die zich na de balansdatum hebben voorgedaan
en die niet in de resultatenrekening of balans werden opgenomen.
Gelieve te refereren naar toelichting 44 Gebeurtenissen na balansdatum in het
Ageas Geconsolideerde jaarverslag. 8.17.06B
H. Overige (nader te bepalen) : 8.17.07

Nr.18. Betrekkingen met verbonden ondernemingen en met ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.

Verbonden Ondernemingen waarmee een
ondernemingen deelnemingsverhouding bestaat
Afgesloten Vorig Afgesloten Vorig
Betrokken balansposten Codes boekjaar boekjaar boekjaar boekjaar
C. II. Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen 8.18.222 7.262.381.935 7.007.415.950 1.739.814 4.482.941
1 + 3 Deelnemingen 8.18.222.01 6.436.159.584 6.436.159.584 1.739.814 4.482.941
2 + 4 Bons, obligaties en vorderingen 8.18.222.02 826.222.351 571.256.366
- achtergestelde 8.18.222.021
- overige 8.18.222.022 826.222.351 571.256.366
D. II. Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen 8.18.232
1 + 3 Deelnemingen 8.18.232.01
2 + 4 Bons, obligaties en vorderingen 8.18.232.02
- achtergestelde 8.18.232.021
- overige 8.18.232.022
E. Vorderingen 8.18.41 500.207.496 212.044.511
I. Vorderingen uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen 8.18.411
II. Vorderingen uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen 8.18.412 15.164.021 12.256.666
III. Overige vorderingen 8.18.413 485.043.475 199.787.845
F. Achtergestelde schulden 8.18.12
G. Schulden 8.18.42 12.430.965 9.012.004
I. Schulden uit hoofde van recht-streekse verzekeringsverrichtingen 8.18.421
II. Schulden uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen 8.18.422 12.430.965 9.012.004
III. Niet-achtergestelde obligatie-leningen 8.18.423
IV. Schulden ten aanzien van kredietinstellingen 8.18.424
V. Overige schulden 8.18.425

Nr.18. Betrekkingen met verbonden ondernemingen en met ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat (vervolg en slot).

Verbonden ondernemingen
Codes Afgesloten boekjaar Vorig boekjaar
- Door de onderneming gestelde of onherroepelijk beloofde PERSOONLIJKE
EN ZAKELIJKE ZEKERHEDEN als waarborg voor schulden of verplichtingen
van verbonden ondernemingen
8.18.50
- Door verbonden ondernemingen gestelde of
onherroepelijk beloofde PERSOONLIJKE EN ZAKELIJKE ZEKERHEDEN
als waarborg voor schulden of verplichtingen van de onderneming
8.18.51
- Andere betekenisvolle financiële verplichtingen 8.18.52
- Opbrengsten van terreinen en gebouwen 8.18.53
- Opbrengsten van andere beleggingen 8.18.54 13.194.862 9.475.731

Nr.19. Financiële betrekkingen met :

  • A. bestuurders en zaakvoerders;
  • B. natuurlijke of rechtspersonen die de onderneming rechtstreeks of onrechtstreeks controleren zonder verbonden ondernemingen te zijn;
  • C. andere ondernemingen welke door de sub. B vermelde personen rechtstreeks gecontroleerd worden.
Codes Bedragen
1. Uitstaande vorderingen op deze personen 8.19.1
2. Waarborgen toegestaan in hun voordeel 8.19.2
3. Andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel 8.19.3
4. Rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en ten laste van de resultatenrekening toegekende
- aan bestuurders en zaakvoerders 8.19.41 6.762.320
- aan oud-bestuurders en oud-zaakvoerders 8.19.42

De interestvoet, de voornaamste voorwaarden en de eventueel afgeloste of afgeschreven bedragen of bedragen waarvan werd afgezien betreffende de bovenvermelde posten 1., 2. en 3.

Nr.19bis.Financiële betrekkingen met :

De Commissaris(sen) en de personen met wie hij (zij) verbonden is (zijn)

Codes Bedragen
1. Bezoldiging van de commissaris(sen) 8.19.5 695.250
2. Bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten
uitgevoerd binnen de vennootschap door de commissaris(sen) 8.19.6 239.250
- Andere controleopdrachten 8.19.61 239.250
- Belastingadviesopdrachten 8.19.62 0
- Andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten 8.19.63 0
3. Bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen
de vennootschap door personen met wie de commissaris(sen) verbonden is (zijn) 8.19.7 4.010
- Andere controleopdrachten 8.19.71 0
- Belastingadviesopdrachten 8.19.72 4.010
- Andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten 8.19.73 0

Vermeldingen in toepassing van het artikel 133, paragraaf 6 van het Wetboek van vennootschappen

Nr.20. Waarderingsregels.

(Deze staat wordt onder meer beoogd in de artikelen : 12bis, § 5 ; 15 ; 19, 3de lid ; 22bis, 3de lid; 24, 2de lid ; 27, 1°, laatste lid en 2°, laatste lid ; 27bis, § 4, laatste lid ; 28, § 2, 1ste en 4de lid ; 34, 2de lid ; 34quinquies, 1ste lid ; 34sexies, 6°, laatste lid ; 34septies, § 2 en door Hoofdstuk III. 'Omschrijving en toelichting', Afdeling II, post 'Theoretische huur'.)

  • A. Regels die gelden voor de waardering van inventarissen (behalve de beleggingen van de actiefpost D)
    1. Vorming en aanpassing van de afschrijvingen
    1. Waardeverminderingen
    1. Voorzieningen voor risico's en kosten
    1. Technische voorzieningen
    1. Herwaarderingen
    1. Andere

B. Regels die gelden voor de waardering van inventarissen voor wat betreft de beleggingen van de actiefpost D.

    1. Beleggingen andere dan terreinen en gebouwen
    1. Terreinen en gebouwen
    1. Andere

De waarderingsregels zijn opgesteld in overeenstemming met het Koninklijk Besluit van 17 november 1994 op de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.

Oprichtingskosten

De kosten van een kapitaalsverhoging worden afgeschreven over maximaal 5 jaar. Kosten voor uitgifte van een lening worden afgeschreven over de looptijd van de lening, of desgevallend tot de eerste call date.

Immateriële vaste activa

Kosten van software worden op het actief geboekt tegen aanschaffingsprijs, verminderd met de daaraan verbonden afschrijvingen. Deze kosten worden afgeschreven over een periode van 5 jaar.

Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen

De beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen worden op het actief geboekt tegen aanschaffingswaarde, inclusief bijkomende kosten, en verminderd met de daaraan verbonden waardeverminderingen.

Tot een waardevermindering op deelnemingen, aandelen en deelbewijzen die in deze post zijn opgenomen wordt overgegaan in geval van een duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de vennootschap waarin de deelneming, aandelen en deelbewijzen worden aangehouden. Waarderverminderingen worden niet gehandhaafd in die mate waarin ze op balansdatum hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling.

Op vorderingen en vastrentende effecten worden waardeverminderingen toegepast op balansdatum, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag.

Overige financiële beleggingen

De aandelen en gelijkgestelde deelbewijzen worden op het actief geboekt tegen hun aanschaffingswaarde verminderd met de daaraan verbonden waardeverminderingen. De bijkomende kosten worden opgenomen in de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan ze werden aangegaan. Op balansdatum maken de aandelen het voorwerp uit van een evaluatie teneinde het eventuele blijvende karakter van de latente minderwaarden te bepalen op basis van hun permanentie en de evolutie van de beursmarkten. Voor beursgenoteerde aandelen en deelbewijzen wordt automatisch een waardevermindering geboekt in geval de beurskoers op balansdatum 25% lager is dan hun aanschaffingswaarde, of indien de beurskoers tijdens 365 opeenvolgende dagen onder de aanschaffingswaarde ligt. Die regel is van toepassing behalve indien blijkt dat andere indicatoren meer relevant blijken te zijn. Indien de evaluatie leidt tot een waarde lager dan de boekhoudkundige waarde, wordt er een waardevermindering, gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de evaluatiewaarde doorgevoerd. Als de waardering leidt tot een waarde die hoger is dan de boekhoudkundige waarde, wordt een terugneming, gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de waarderingswaarde, verricht ten belope van de voordien geboekte waardeverminderingen. Voor niet-genoteerde aandelen en deelnemingen wordt een gelijkaardige waardering verricht dan diegene voor deelnemingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen zoals hierboven toegelicht, op basis van de intrinsieke waarde.

Obligaties, vorderingen, leningen en andere vastrentende effecten worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde, exclusief bijkomende kosten en verminderd met de daaraan verbonden waardeverminderingen. Indien evenwel hun actuariële rendement berekend bij aankoop, met inachtneming van hun terugbetalingswaarde op de vervaldag, verschilt van hun nominale rendement, dan wordt het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde pro rata temporis over de resterende looptijd van de effecten in resultaat genomen als bestanddeel van de renteopbrengst van deze effecten en, naargelang de situatie, toegevoegd aan of afgetrokken van de aanschaffingswaarde van de effecten. De bijkomende kosten worden opgenomen in de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan ze werden aangegaan.

Waardeverminderingen worden toegepast in de mate dat er een risico bestaat dat de emittent zijn verbintenissen niet of niet volledig zou nakomen. De evaluatie van dit risico gebeurt op basis van de notie van credit event zoals nader gespecificeerd door IAS 39.58-62 (EU-versie). In voorkomend geval wordt de waardevermindering eveneens bepaald volgens de principes van IAS 39.

De meer- en minderwaarden uit de verkoop van vastrentende effecten in het kader van arbitrageverrichtingen mogen gespreid in het resultaat genomen worden samen met de toekomstige opbrengsten van de in het kader van de arbitrage verworven of verkochte effecten.

Deposito's bij cederende ondernemingen

Deposito's bij cederende ondernemingen omvatten vorderingen op de cederende ondernemingen welke overeenstemmen met de bij deze ondernemingen of bij een derde gestelde garanties of door deze ondernemingen ingehouden bedragen.

Waardeverminderingen worden aangelegd overeenkomstig de hierboven opgenomen waarderingsregels voor "overige financiële beleggingen – obligaties, vorderingen, leningen en andere vastrentende effecten".

Vorderingen

De vorderingen worden tegen hun nominale waarde of aanschaffingsprijs geboekt, al naar gelang. Waardeverminderingen worden toegepast in de mate dat er een risico bestaat dat de debiteur zijn verbintenissen niet of niet volledig zou nakomen. De evaluatie van dit risico gebeurt op basis van de notie van credit event zoals nader gespecificeerd door IAS 39.58-62 (EU-versie). In voorkomend geval wordt de waardevermindering eveneens bepaald volgens de principes van IAS 39.

Materiële vaste activa

Elektronische uitrusting, meubilair en kosten van inrichting worden op het actief geboekt tegen aanschaffingsprijs, verminderd met de daaraan verbonden afschrijvingen. Meubilair en elektronische uitrusting worden over een termijn van 3 jaar afgeschreven. De kosten van inrichting worden over een termijn van 9 jaar afgeschreven.

Beschikbare waarden

Op beschikbare waarden worden waardeverminderingen toegepast wanneer de realisatiewaarde op balansdatum lager is dan de aanschaffingswaarde.

Eigen aandelen

Voor eigen aandelen op het actief van de balans wordt een onbeschikbare reserve gevormd, gelijk aan de waarde waarvoor de verkregen aandelen zijn ingeschreven. Waardeverminderingen worden geboekt wanneer op de balansdatum hun realisatiewaarde lager ligt dan hun aanschaffingswaarde.

Transacties en omrekening van monetaire activa en passiva in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers op transactiedatum. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoersen op balansdatum. De winsten of verliezen voortvloeiend uit deze omrekening, evenals de gerealiseerde wisselkoersverschillen, worden in de resultatenrekening opgenomen. De omrekeningsverschillen van de technische voorzieningen, uitgedrukt in vreemde valuta, zijn begrepen in de post 'Overige technische lasten, onder aftrek van herverzekering' in de technische rekening 'niet-levensverzekering'.

Achtergestelde schulden

De achtergestelde schulden worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde. Wanneer het actuariële rendement berekend bij de uitgifte, met inachtneming van hun terugbetalingswaarde, verschilt van het nominaal rendement, wordt het verschil tussen de initiële reële waarde en de terugbetalingswaarde pro rata temporis over de resterende looptijd van de schuld in resultaat genomen als bestanddeel van de rentekost van deze effecten en, naar gelang het geval, toegevoegd of afgetrokken van de initiële reële waarde.

Technische voorzieningen

De voorziening voor niet-verdiende premies omvat het bedrag dat overeenstemt met het gedeelte van de ontvangen premies dat moet worden toegerekend aan een volgend boekjaar of aan volgende boekjaren om de schadelast en de administratiekosten te dekken. De voorziening voor niet-verdiende premies wordt in beginsel volgens de pro rata temporis methode berekend.

Een voorziening voor lopende risico's wordt samengesteld ter aanvulling van de voorziening voor niet-verdiende premies wanneer blijkt dat het geschatte deel van de schadelast en van de administratiekosten betreffende lopende en na het einde van het boekjaar te dragen overeenkomsten, hoger zal zijn dan het geheel van de niet-verdiende premies met betrekking tot deze overeenkomsten.

De voorziening voor te betalen schaden bevat het totaal van de geschatte kosten van de afwikkeling van alle al dan niet aangemelde schaden welke tot het einde van het boekjaar hebben plaatsgevonden, verminderd met de bedragen die reeds met betrekking tot zulke schaden zijn betaald. De voorziening wordt voor elke herverzekeringsovereenkomst apart bepaald op basis van de door de cedenten meegedeelde informatie per productcategorie, dekking en jaar en alle andere elementen in ons bezit. Zo nodig wordt de voorziening aangevuld op basis van beschikbare statistische informatie.

De voorziening voor egalisatie en catastrofen is een reglementaire voorziening die wordt aangelegd met als doel om in de komende jaren, hetzij het niet-terugkerend technisch verlies te compenseren, hetzij de schommelingen in de schaderatio te nivelleren. Het normbedrag voor deze voorziening wordt bepaald volgens de forfaitaire methode (NBB mededeling D151).

Voorzieningen voor andere risico's en kosten

De voorzieningen voor risico's en kosten beogen naar hun aard duidelijk omschreven verliezen of kosten te dekken die op de balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn, doch waarvan het bedrag niet vaststaat. De voorzieningen voor risico's en kosten moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

De voorzieningen voor risico's en kosten worden geïndividualiseerd naar gelang van de risico's en kosten met dezelfde aard die ze moeten dekken.

Voorzieningen voor pensioenen en soortgelijke verplichtingen

De vennootschap heeft pensioenplannen voor haar werknemers met toegezegde doelregeling en plannen met toegezegde bijdrageregeling met een wettelijk gegarandeerd minimumrendement. De eerste zijn het voorwerp van aanvullende voorzieningen aan de wiskundige reserves die op de balans opgenomen zijn. Deze aanvullende voorzieningen weerspiegelen de verplichtingen eigen aan de werkgever en worden bepaald volgens principes gelijksoortig aan IAS 19. De vennootschap verwerkt de pensioenplannen met toegezegde bijdrageregeling volgens de intrinsieke-waarde methode. Volgens deze methode wordt de op te nemen pensioenverplichting gebaseerd op de som van de positieve verschillen tussen de wettelijk gewaarborgde minimumreserve op de berekeningsdatum (berekend door de bijdragen uit het verleden op te renten tegen het gegarandeerde minimumrendement, zoals gedefinieerd in Artikel 24 van de Wet betreffende de Aanvullende Pensioenen (WAP), tot de berekeningsdatum) en de werkelijk opgebouwde reserve (reserve berekend door de bijdragen uit het verleden op te renten tegen de technische rentevoet, rekening houdend met winstdelingen, tot de berekeningsdatum).

Nr. 21. Wijzigingen in de waarderingsregels (art. 16) (art. 17)

A. Vermelding van de wijzigingen en hun verantwoordingen.

B. Verschil in raming dat uit de wijzigingen volgt
(te vermelden in het boekjaar waarin deze wijzgiging zich, voor het eerst, heeft voorgedaan).
Betrokken posten en subposten (*) Bedragen Betrokken posten en subposten (*) Bedragen

(*) Met vermelding van de cijfers en letters betreffende de inhoud van de betrokken post of sub-post van de balans (voorbeeld : C.III.2. Obligaties en andere vastrentende effecten).

Nr.22. Verklaring met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening.

  • A. Inlichtingen te verstrekken door alle ondernemingen.
  • De onderneming stelt op en publiceert, overeenkomstig het koninklijk besluit betreffende de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen, een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag ja /neen (*) :
  • De onderneming stelt noch een geconsolideerde jaarrekening, noch een geconsolideerd jaarverslag op, omwille van de volgende reden(en) (*) : * de onderneming oefent, alleen of gezamenlijk, geen controle uit op één of meerdere filialen naar Belgisch of buitenlands recht; ja /neen (*):
  • * de onderneming is zelf een filiaal van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening opstelt en publiceert : ja /neen (*):
  • Verantwoording van het vervullen van de voorwaarden voorzien in artikel 8, paragrafen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 6 maart 1990 betreffende de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen :
  • Naam, volledig adres van de zetel en indien het een ondernemingen naar Belgisch recht betreft, het B.T.W.-nummer of het nationaal nummer van de moederonderneming die de geconsolideerde jaarrekening opstelt en publiceert en voor dewelke de vrijstelling werd toegestaan :

* Het overbodige schrappen.

Nr.22. Verklaring met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening (vervolg en slot).

  • B. Inlichtingen te verstrekken door de onderneming wanneer ze gemeenschappelijke filiale is.
  • Naam, volledig adres van de zetel en, zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het ondernemingsnummer van de moederonderneming(en) en de aanduiding of deze moederonderneming(en) een geconsolideerde jaarrekening, waarin haar jaarrekening door consolidatie opgenomen is, opstelt (opstellen) en openbaar maakt (maken) (**) :
  • Indien de moederonderneming(en) (een) onderneming(en) naar buitenlands recht is (zijn), de plaats waar de hiervoor bedoelde geconsolideerde jaarrekening verkrijgbaar is (**) :
  • (**) Wordt de jaarrekening van de onderneming op verschillende niveaus geconsolideerd, dan worden deze gegevens verstrekt, enerzijds voor het grootste geheel en anderzijds voor het kleinste geheel van ondernemingen waarvan de vennootschap als dochter deel uitmaakt en waarvoor een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld en openbaar gemaakt.

Nr. 23. Bijkomende inlichtingen die de onderneming, op basis van het besluit van 17/11/94, moet verstrekken

De onderneming, in voorkomend geval, somt de bijkomende inlichtingen op, vereist:

  • door de artikelen : 2bis. ; 4, 2de lid ; 10, 2de lid ; 11, 3de lid ; 19, 4de lid ; 22; 27bis, § 3, laatste lid ; 33, 2de lid ; 34 sexies, § 1, 4° ; 39.

  • in Hoofdstuk III, Afdeling I. van de toelichting : voor de actiefposten C.II.1., C.II.3., C.III.7.c) en F.IV. en voor de passiefpost C.I.b) en C.IV.

Vermelding in toepassing van het artikel 27 bis, §3, laatste lid:

De impact op de resultatenrekening voor 2020, prorata temporis over de resterende looptijd van de effecten, van het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde vertegenwoordigt een kost van EUR 4.947.802 EUR..

RPN(I) Waardering

Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.

Het RPN-referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag steeg van EUR 359,0 miljoen op het einde van 2019 naar EUR 419,8 miljoen op 31 december 2020, voornamelijk als gevolg van een stijging van de koers van CASHES van 81,55% naar 84,17% over 2020, en een koersdaling van het Ageas aandeel van EUR 52,68 naar EUR 43,58 over dezelfde periode.

Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

Gelieve te refereren naar toelichting 43 – Voorwaardelijke verplichtingen in het Ageas Geconsolideerde Jaarverslag.

Nr. 24 Transacties door de onderneming aangegaan met verbonden partijen, onder andere voorwaarden dan de marktvoorwaarden

De onderneming vermeldt de transacties die zij met verbonden partijen is aangegaan, met opgave van het bedrag van deze transacties, de aard van de relatie met de verbonden partij, alsook alle andere informatie over de transacties die nodig is om een beter inzicht te krijgen in de financiële positie van de onderneming indien het om transacties van enige betekenis gaat die niet werden verricht onder de normale marktvoorwaarden.

De voormelde informatiegegevens kunnen overeenkomstig hun aard worden samengevoegd, behalve wanneer gescheiden informatie nodig is om inzicht te krijgen in de gevolgen van de transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de onderneming.

De voormelde informatie hoeft niet te worden verstrekt voor de transacties die zijn aangegaan tussen twee of meer leden van een groep, mits de dochterondernemingen die partij zijn bij de transactie, geheel eigendom zijn van een dergelijk lid.

Onder 'verbonden partij' wordt hetzelfde verstaan als in de internationale standaarden voor jaarrekeningen die zijn goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002.

NIHIL. Het concept 'marktvoorwaarden' is, voor de toepassing van deze bijlage, gelijkgesteld met het concept 'on an arm's length basis' dat de internationale rapporteringsnormen IFRS hanteren.

Belangenconflict

Gezien belangenconflicten gemeld werden, zijn uittreksels van de notulen van de betrokken vergaderingen van de Raad van Bestuur gevoegd in huidig verslag van de Raad van Bestuur bij de statutaire jaarrekening van ageas SA/NV.

Raad van Bestuur van de vergadering van 18 februari 2020 –

belangenconflict voor de leden van het Executive Committee De leden van het Executive Committee members informeerden de bestuurders dat ze een belangenconflict hadden en daarom niet zouden deelnemen aan de discussies mbt tot hun evaluatie.

Raad van Bestuur van de vergadering van 20 augustus 2020 – belangenconflict voor Bart De Smet mbt de opvolging van Jozef De Mey als Voorzitter van de Raad van Bestuur

Vóór de start van de vergadering informeerde Mr. De Smet de Voorzitter dat hij in een positie was van belangenconflict mbt eerste punt op de agenda en dat hij niet zou deelnemen noch aan de discussies nog aan de besluitvorming.

Raad van Bestuur van de vergadering van 15 september 2020 – belangenconflict voor de Bart De Smet mbt de vertrek vergoedingen als CEO.

Mr. De Smet informeerde de Raad van Bestuur dat hij in een positie was van belangenconflict mbt het tweede punt welk betrekking heeft op de vergoedingen voor zijn vertrek als CEO.

Raad van Bestuur van de vergadering van 12 november 2020 – belangenconflict voor Emmanuel Van Grimbergen mbt zijn remuneratie.

Er werd geen belangenconflict gemeld bij de start van de vergadering. Evenwel, tijdens de vergadering, heft de Remuneration Committee een aanbeveling geformuleerd mbt de remuneratie van de CRO. (…). Mr. Van Grimbergen heeft niet deelgenomen noch aan de discussies nog aan de besluitvorming.

Verslag van de commissaris

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS VAN AGEAS SA/NV OVER DE JAARREKENING VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2020

In het kader van de wettelijke controle van de jaarrekening van ageas SA/NV (de "Vennootschap"), leggen wij u ons Commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Het vormt één geheel en is ondeelbaar.

Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van Commissaris door de Algemene vergadering van 16 mei 2018, overeenkomstig het voorstel van de Raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het Auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de Algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020. Wij hebben de wettelijke controle van de jaarrekening van de Vennootschap uitgevoerd gedurende drie opeenvolgende boekjaren.

Verslag over de jaarrekening

Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de jaarrekening van de Vennootschap, die de balans op 31 december 2020 omvat, alsook de resultatenrekening van het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting. Deze jaarrekening vertoont een balanstotaal van EUR 10.161.063.784 en de resultatenrekening sluit af met een winst van het boekjaar van EUR 671.657.460.

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Vennootschap per 31 december 2020, alsook van haar resultaten over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.

Basis voor het oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de Commissaris voor de controle van de jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.

Wij hebben van de Raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

280

Kernpunten van de controle

Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.

Toereikendheid van het bedrag van de technische voorzieningen

Beschrijving van het kernpunt van de controle

Per jaareinde 31 december 2020 bedragen de technische voorzieningen EUR 1.372.683.963. Toelichting 20 bij de jaarrekening bevat gedetailleerde informatie over de waardering van technische voorzieningen (punt "Technische voorzieningen"). Technische voorzieningen worden bepaald op basis van door de cederende ondernemingen verstrekte informatie. Dit zijn voornamelijk dochterondernemingen van de Vennootschap.

De toereikendheidstest van de technische voorzieningen is gebaseerd op actuariële technieken. De test is relatief complex aangezien hij steunt op een aantal veronderstellingen met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen die een belangrijke mate van beoordeling vereisen. Deze kunnen worden beïnvloed door toekomstige economische omstandigheden en het ondernemingsbeleid alsook door specifieke wet- en regelgeving binnen de verzekeringssector. De veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gehanteerd worden, hangen hoofdzakelijk af van de betaalde bedragen voor schadegevallen, van het aantal opgelopen doch nog niet aangegeven schadegevallen en van de schaderegelingskosten.

Deze verschillende elementen in combinatie met de eventuele onzekerheid die inherent is aan de technieken van modellering en aan het discretionaire karakter van de veronderstellingen die in het kader van de toereikendheidstest gehanteerd werden, zijn de voornaamste redenen om dit als een kernpunt van onze controle te beschouwen.

Onze auditbenadering betreffende het kernpunt van de controle

We hebben tests uitgevoerd met betrekking tot de operationele doeltreffendheid van de controles die de dochterondernemingen van de Vennootschap hebben opgezet om zich te vergewissen van de kwaliteit van de gegevens die in de toereikendheidstest van de technische voorzieningen gebruikt worden.

We hebben, op onafhankelijke wijze, het niveau van adequaatheid van de schadereserves herberekend op basis van erkende actuariële technieken. Vervolgens hebben we onze resultaten vergeleken met de resultaten van de Vennootschap en hebben we de nodige onderliggende documentatie bekomen die de waargenomen significante verschillen verantwoordt.

Ten slotte hebben we onze bevindingen gedeeld en bevestigd met de leden van het Auditcomité en van het Directiecomité alsook met de actuariële functie van de Vennootschap.

Op basis van onze controlewerkzaamheden menen we dat de in de toereikendheidstest gehanteerde veronderstellingen in het licht van de huidige marktomstandigheden en gelet op de technische resultaten van het afgelopen boekjaar redelijk zijn.

Verantwoordelijkheden van de Raad van bestuur voor het opstellen van de jaarrekening

De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel, alsook voor de interne beheersing die de Raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Bij het opstellen van de jaarrekening is de Raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de Raad van bestuur het voornemen heeft om de Vennootschap te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

Verantwoordelijkheden van de Commissaris voor de controle van de jaarrekening

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een Commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze jaarrekening, beïnvloeden.

Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de Raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de Raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling worden hieronder beschreven.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

het identificeren en inschatten van de risico's dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het omzeilen van de interne beheersing;

  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Vennootschap;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door de Raad van bestuur gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
  • het concluderen of de door de Raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons Commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons Commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Vennootschap haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening, en van de vraag of de jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld

Wij communiceren met het Auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.

Wij verschaffen aan het Auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Uit de aangelegenheden die met het Auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.

282

Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen

Verantwoordelijkheden van de Raad van bestuur

De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag, van de documenten die overeenkomstig de wettelijke en reglementaire voorschriften dienen te worden neergelegd, voor het naleven van de wettelijke en reglementaire voorschriften die van toepassing zijn op het voeren van de boekhouding, alsook voor het naleven van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en van de statuten van de Vennootschap.

Verantwoordelijkheden van de Commissaris

In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag, bepaalde documenten die overeenkomstig de wettelijke en reglementaire voorschriften dienen te worden neergelegd, alsook de naleving uit de statuten en van bepaalde verplichtingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

Aspecten betreffende het jaarverslag

Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, en is opgesteld overeenkomstig de artikelen 3:5 en 3:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

In de context van onze controle van de jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.

De op grond van artikel 3:6, §4 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vereiste niet-financiële informatie werd opgenomen in het jaarverslag. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op de "Sustainable Development Goals" van de Verenigde Naties. Overeenkomstig artikel 3:75, §1, 6° van het voormeld Wetboek spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met het in het jaarverslag vermelde referentiemodel.

Vermelding betreffende de sociale balans

De sociale balans, neer te leggen bij de Nationale Bank van België overeenkomstig artikel 3:12, §1, 8° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, bevat, zowel qua vorm als qua inhoud alle door dit Wetboek voorgeschreven inlichtingen, waaronder deze betreffende de informatie inzake de lonen en de vormingen, en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van onze opdracht.

Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

  • Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap.
  • De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de jaarrekening

Andere vermeldingen

  • Onverminderd formele aspecten van ondergeschikt belang, werd de boekhouding gevoerd in overeenstemming met de in België van toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften.
  • De resultaatverwerking die aan de Algemene vergadering wordt voorgesteld, stemt overeen met de wettelijke en statutaire bepalingen.
  • Wij dienen u geen verrichtingen of beslissingen mede te delen die in overtreding met de statuten of het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn gedaan of genomen.
  • Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het Auditcomité bedoeld in artikel 79 van de wet van 13 maart 2016 betreffende het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, waarin verwezen wordt naar artikel 11 van de Verordening (EU) nr. 537/2014.
  • Wij hebben de vermogensrechtelijke gevolgen van de beslissing van de Raad van bestuur van 18 februari 2020, 8 augustus 2020, 15 september 2020 en 12 november 2020 zoals beschreven in een stuk "Belangenconflict" van het jaarverslag beoordeeld en hebben u niets te melden.

Sint-Stevens-Woluwe, 30 maart 2021

De Commissaris PwC Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door

Roland Jeanquart Bedrijfsrevisor

Kurt Cappoen Bedrijfsrevisor

Overige informatie

Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst

Bepaalde mededelingen die zijn opgenomen in dit Jaarverslag, waaronder de mededelingen die worden gedaan in de hiervan deel uitmakende hoofdstukken Bericht aan de aandeelhouders, Overzicht activiteiten, Verslag van het Executive Committee en toelichting 4 Risicomanagement, betreffen toekomstverwachtingen en andere uitspraken over de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige visie, ramingen en aannames van het management met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. Deze mededelingen worden gedaan onder voorbehoud van bepaalde risico's en onzekerheden die tot gevolg kunnen hebben dat de werkelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen wezenlijk afwijken van die welke expliciet of impliciet in deze mededelingen zijn weergegeven, waaronder het niveau van de voorzieningen met betrekking tot de krediet- en beleggingsportefeuilles.

Andere, meer algemene factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden, zijn onder meer:

  • de algemene economische omstandigheden;
  • veranderingen in de rente en de ontwikkelingen op de financiële markten;
  • frequentie en omvang van verzekerde schadegevallen;
  • het niveau en de ontwikkeling van de sterfte, morbiditeit en van de bestendigheid van de verzekeringsportefeuille;
  • valutakoersen, met inbegrip van de koers van de euro ten opzichte van de US dollar;
  • veranderingen in het prijs- en concurrentieklimaat, met inbegrip van een toename van de concurrentie in België;
  • veranderingen in de binnen- en buitenlandse wetgeving, voorschriften en belastingen;
  • regionale of algemene veranderingen in de waardering van activa;
  • grote (natuur)rampen;
  • het niet in staat zijn om bepaalde risico's op economisch verantwoorde wijze te herverzekeren;
  • de toereikendheid van verliesreserves;
  • veranderingen in de wet- en regelgeving betreffende de bancaire, verzekerings-, beleggings- en/of effectensector;
  • veranderingen in het beleid van centrale banken en/of buitenlandse overheden; en
  • algemene concurrentiefactoren op wereldwijde, regionale en/of nationale schaal.

Beschikbaarheid van bedrijfsdocumenten voor openbare inzage

De statuten van de vennootschappen ageas SA/NV kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel in Brussel (ageas SA/NV) en op het hoofdkantoor van de vennootschap.

Het Jaarverslag wordt gedeponeerd bij de Nationale Bank van België (ageas SA/NV). De beslissingen inzake (her)benoeming en vertrek van bestuurders worden onder andere gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad (ageas SA/NV).

De financiële berichten over de vennootschappen alsmede de oproepingen tot de algemene vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, de kranten en de informatieperiodieken. Het Jaarverslag van de vennootschappen, evenals een lijst met alle deelnemingen van Ageas, zijn verkrijgbaar op het hoofdkantoor en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Deze worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en op verzoek naar de personen die daarom vragen.

Informatieverstrekking aan aandeelhouders en beleggers

Genoteerde aandelen

Het aandeel Ageas is genoteerd aan Euronext Brussel. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADR-programma in de Verenigde Staten.

Type aandelen

De aandelen kunnen op naam of gedematerialiseerd worden gehouden.

Registratie van gedematerialiseerde aandelen

De vennootschap biedt de aandeelhouders de mogelijkheid om hun gedematerialiseerde aandelen kosteloos te laten registreren. Ageas heeft een snelle omzettingsprocedure ontwikkeld zodat de aandelen op korte tijd als gedematerialiseerde aandelen geleverd kunnen worden.

ageas SA/NV, Corporate Administration

Markiesstraat 1, 1000 Brussel, België E-mail: [email protected]

Informatie en communicatie

De vennootschap stuurt haar berichten, zoals het jaarverslag, kosteloos aan de houders van geregistreerde gedematerialiseerde aandelen. De vennootschap nodigt elke houder van gedematerialiseerde aandelen die bij de vennootschap geregistreerd werden persoonlijk uit om deel te nemen aan de Algemene Vergaderingen en bezorgt hen de agenda, de voorstellen voor besluiten en de volmachten voor hun vertegenwoordiging en voor hun deelname aan de stemming. Op de datum waarop het dividend wordt uitgekeerd, crediteert de vennootschap automatisch de bankrekeningen die haar werden opgegeven door de houders van gedematerialiseerde aandelen die bij de vennootschap geregistreerd werden, met het bedrag van de hen toekomende dividenden.

286

GRI Index

De GRI inhoudstafel geeft een overzicht van de toelichting over de materiële duurzaamheidsaspecten in het jaarverslag van Ageas 2020 alsook op de website indien relevant. Ageas rapporteert in overeenstemming met de GRI standaard optie core. Dit betekent dat voor elk materieel onderwerp er minstens 1 indicator is opgenomen, tenzij anders aangegeven. Indien er meerdere indicatoren worden gerapporteerd, zijn deze ook in de inhoudstafel opgenomen.

GRI standards
referentie
Indicator Sectie in het jaarverslag 2020 (JV)
GRI 101 - Algemene principes
GRI 102 - Algemene informatie
Organisatieprofiel
102-1 Naam van de organisatie JV Eerste pagina van het jaarverslag
102-2 Voornaamste activiteiten, merken, producten en diensten JV
Website
A. Inleiding - 2 Strategie en bedrijfsmodel van Ageas
https://www.ageas.com/nl/about/de-onderneming
102-3 Locatie van het hoofdkantoor JV C. Algemene informatie - 1 Juridische structuur
102-4 Locatie van de activiteiten JV
Website
A. Inleiding - 2 Strategie en bedrijfsmodel van Ageas
https://www.ageas.com/nl/about/de-onderneming
102-5 Eigendomsstructuur en de rechtsvorm JV C. Algemene informatie - 1 Juridische structuur
102-6 Afzetmarkten JV A. Inleiding - 2 Strategie en bedrijfsmodel van Ageas
102-7 Omvang van de organisatie JV A. Inleiding - 1 Financiële hoogtepunten
A. Inleiding - 2 Strategie en bedrijfsmodel van Ageas
A. Inleiding - 3.2 Onze klanten en partners
A. Inleiding - 3.3 Onze medewerkers
B. Geconsolideerde jaarrekening 2020
102-8 Informatie over personeelsbestand en andere werknemers JV A. Inleiding - 3.3 Onze medewerkers
102-9 Bevoorradingsketen JV A. Inleiding - 2 Strategie en bedrijfsmodel van Ageas
102-10 Significante veranderingen in de organisatie en de bevoorradingsketen Niet van toepassing
102-11 Toepassing van het voorzorgsprincipe JV C. Algemene informatie - 4 Risicomanagement
102-12 Externe initiatieven PRI, PSI, UN Global Compact
102-13 Lidmaatschappen van verenigingen The Shift, Business for Nature
Strategie
102-14 Verklaring van de hoogste beslissingsbevoegde van de organisatie JV A. Inleiding - Verslag van de Raad van Bestuur
Ethiek en integriteit
102-16 Waarden, principes, standaarden en gedragsnormen JV A. Inleiding - 3.3 Onze medewerkers
A. Inleiding - 3.6 Onze doeltreffendheid voor stakeholders ondersteund
door een compleet beleidspakket
A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
C. Algemene informatie - 4 Risicomanagement
Bestuur
102-18 Bestuursstructuur JV A. Inleiding - 4 Corporate goverance statement
C. Algemene informatie - 1 Juridische structuur
Overleg met belanghebbenden
102-40 Lijst van groepen belanghebbenden JV A. Inleiding - 3.1 Onze belofte aan onze stakeholders verder
versterkt in Connect21
102-41 Collectieve arbeidsovereenkomsten Website Policy on human and labour rights
https://www.ageas.com/about/our-ambition#block-main-navigation-lvl2
102-42 Identificatie en beheer van de selectie van belanghebbenden JV A. Inleiding - 3.1 Onze belofte aan onze stakeholders verder
versterkt in Connect21
102-43 Benadering en betrokkenheid van belanghebbenden JV A. Inleiding - 3.1 Onze belofte aan onze stakeholders verder
versterkt in Connect21
102-44 Belangrijkste onderwerpen en bezorgdheden JV A. Inleiding - 3.1 Onze belofte aan onze stakeholders verder
versterkt in Connect21
Rapportering
102-45 Entiteiten opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening JV C. Algemene informatie - 1 Juridische structuur
102-46 Inhouds- en grensbepaling van het verslag JV A. Inleiding - 3.1 Onze belofte aan onze stakeholders verder versterkt in
Connect21
102-47 Overzicht van materiële onderwerpen JV A. Inleiding - 3.1 Onze belofte aan onze stakeholders verder versterkt in
Connect21
102-48 Herformulering van informatie Niet van toepassing
GRI standards
referentie
Indicator Sectie in het jaarverslag 2020 (JV)
102-49 Wijzigingen tov vorig verslag Niet van toepassing
102-50 Verslagperiode JV Eerste pagina van het jaarverslag
102-51 Datum van het meest recente verslag Website Investeerders - kwartaalresultaten :
https://www.ageas.com/nl/investors/quarterly-results
102-52 Verslaggevingscyclus JV A. Inleiding - eerste pagina
102-53 Contactpersoon voor vragen over het verslag Website https://www.ageas.com/nl/contact/investors-relations
102-54 Rapporteringseisen in overeenstemming met GRI standards JV A. Inleiding - eerste pagina
102-55 GRI-inhoudsopgave JV H. Overige informatie - GRI index
102-56 Externe assurance Niet van toepassing
GRI 103 - Management approach
103-1 Uitleg omtrent het onderwerp en zijn afbakening JV A. Inleiding - 3.1 Onze belofte aan onze stakeholders verder versterkt in
Connect21
Economisch
201 - Economische performantie
103-2 Beschrijving van managementaanpak JV A. Inleiding - 3.5 Onze maatschappij
A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
C. Algemene informatie - 4 Risicomanagement
103-3 Evaluatie van de managementaanpak JV A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
201-1 Directe economische waarde gegenereerd en gedistribueerd JV A. Inleiding - 1 Financiële hoogtepunten
B. Geconsolideerde jaarrekening 2020 - Geconsolideerde resultatenrekening
C. Algemene informatie - 8 Informatie operationele segmenten
E. Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening
201-3 Dekking van de verplichtingen in verband met het vastgestelde en
andere uitkeringsplannen
JV C. Algemene informatie - 6 Beloningen en vergoeding - sectie 6.1
203 - Indirecte economische impacten
103-2 Beschrijving van managementaanpak JV A. Inleiding - 3.5 Onze maatschappij
A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
C. Algemene informatie - 4 Risicomanagement
103-3 Evaluatie van de managementaanpak JV A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
203-1 Investeringen in infrastructuur en diensten die ondersteund worden JV A. Inleiding - 3.5 Onze maatschappij
205 - Anti-corruptie
103-2 Beschrijving van managementaanpak JV A. Inleiding - 3.5 Onze maatschappij
A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
C. Algemene informatie - 4 Risicomanagement
103-3 Evaluatie van de managementaanpak JV A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
205-2 Communicatie en training inzake anti-corruptiebeleid en -procedures JV A. Inleiding - 3.6 Onze doeltreffendheid voor stakeholders ondersteund
door een compleet beleidspakket
207 - Belastingen
103-2 Beschrijving van managementaanpak JV A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
Tax policy - https://www.ageas.com/about/sustainability
103-3 Evaluatie van de managementaanpak JV A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
207-4 Rapportering per land JV A. Inleiding - 3.5 Onze maatschappij
Milieu-gerelateerd
305 - Emissions
103-2 Beschrijving van managementaanpak JV A. Inleiding - 3.1 Onze belofte aan onze stakeholders verder versterkt in
Connect21
103-3 Evaluatie van de managementaanpak JV A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
305-1 Directe BKG-uitstoot (scope 1) JV A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
305-2 Energie gerelateerde indirecte BKG-uitstoot (scope 2) JV A. Inleiding - 3.5 Onze maatschappij
305-3 Overige indirecte BKG uitstoot (scope 3) JV A. Inleiding - 3.5 Onze maatschappij
305-4 BKG uitstoot intensiteit JV A. Inleiding - 3.5 Onze maatschappij
Sociaal
103-2 Beschrijving van managementaanpak JV A. Inleiding - 3.1 Onze belofte aan onze stakeholders verder versterkt in
Connect21
A. Inleiding - 3.3 Onze werknemers
GRI standards
referentie
Indicator Sectie in het jaarverslag 2020 (JV)
A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
103-3 Evaluatie van de managementaanpak JV A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
403 - Gezondheid en veiligheid op het werk
403-6 Promotie van de gezondheid van de werknemer JV A. Inleiding - 3.3 Onze medewerkers
404 - Training en opleiding
404-2 Programma's om de vaardigheden van werknemers aan te scherpen en
programma's voor een soepele overschakeling
JV A. Inleiding - 3.3 Onze medewerkers
405 - Diversiteit en gelijke kansen
405-1 Diversiteit bij het bestuur en werknemers JV A. Inleiding - 3.3 Onze medewerkers
A. Inleiding - 4 Corporate governance statement
Overige belangrijke onderwerpen
103-2 Beschrijving van managementaanpak In ontwikkeling - eerste rapportering na het uitvoeren van de materialiteitsoefening
103-3 Evaluatie van de managementaanpak In ontwikkeling - eerste rapportering na het uitvoeren van de materialiteitsoefening
Verzekeringsproducten en -diensten die bescherming bieden tegen
maatschappelijke uitdagingen
JV In aanvulling op GR302
A. Inleiding - 3.2 Onze klanten en partners - KPI in ontwikkeling
Verzekeringsproducten en -diensten die verantwoord gedrag stimuleren JV In aanvulling op GR302
A. Inleiding - 3.2 Onze klanten en partners - KPI in ontwikkeling
Begrijpelijke, eerlijke en transparante klanteninformatie JV In aanvulling op GR417
A. Inleiding - 3.2 Onze klanten en partners - KPI in ontwikkeling

Begrippenlijst en Afkortingen

Geamortiseerde kostprijs

Bedrag waarvoor het financieel actief of de financiële verplichting bij de eerste opname in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde geaccumuleerde afschrijving van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag, en verminderd met eventuele afboekingen wegens bijzondere waardeverminderingen.

Door activa gedekte effecten

Obligaties of andere schuldeffecten, gedekt door schuldinstrumenten (anders dan hypotheken) of schuldvorderingen.

Geassocieerde deelneming

Een onderneming waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap.

Basispunt (bp)

Een honderste procentpunt (0,01%).

Cash flow hedge

Een afdekking van het risico op schommelingen in de kasstromen van een actief of een verplichting of van een verwachte toekomstige transactie en die voortkomen uit variabele koersen of prijzen.

Clean fair value

De reële waarde, exclusief het ongerealiseerde deel van de opgelopen rente.

Clearing

De administratieve vereffening van effecten, futures en opties via een verrekeningsagentschap en de eraan verbonden financiële instellingen (clearing members).

Contractlimieten

Onder Solvency II maken in principe alle met een verzekeringscontract verband houdende verplichtingen, met inbegrip van verplichtingen die verband houden met unilaterale rechten van de verzekeringsonderneming om de reikwijdte van de overeenkomst en de met betaalde premies verband houdende verplichtingen te vernieuwen of te verlengen, deel uit van de overeenkomst. De verplichtingen die verband houden met de verzekeringsdekking die door de verzekeringsonderneming wordt geboden na de toekomstige datum waarop de verzekeringsonderneming een unilateraal recht heeft om (a) de overeenkomst te beëindigen, (b) uit hoofde van de overeenkomst te betalen premies af te wijzen of (c) de uit hoofde van de overeenkomst te bepalen premies of uitkeringen zodanig te wijzigen dat de premies de risico's volledig weerspiegelen die niet tot de overeenkomst behoren, tenzij de verzekeringsonderneming de verzekeringnemer ertoe kan verplichten de toekomstige premies van dat deel te betalen.

Kredietverlies

Het verschil tussen alle contractuele kasstromen die aan een entiteit verschuldigd zijn overeenkomstig het contract en alle kasstromen die de entiteit verwacht te ontvangen (d.w.z. alle mankerende bedragen), gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet.

Credit spread

Het renteverschil tussen overheidsobligaties en bedrijfsobligaties (ook wel 'credits' genoemd).

Custody (bewaarneming)

Overeenkomst, meestal tussen een belegger en een bank (maar eventueel ook een agent of een trustbedrijf), waarbij de belegger effecten, goud of andere kostbaarheden tegen betaling in bewaring geeft bij de bank, die daarvoor een vergoeding in rekening brengt.

Overlopende acquisitiekosten

De kosten van nieuwe en hernieuwde verzekeringen omvatten voornamelijk commissies, uitgaven met betrekking tot tussenpersonen en uitgifte van nieuwe polissen. Deze variëren naar gelang en houden hoofdzakelijk verband met de productie van nieuwe verzekeringen en worden uitgesteld en afgeschreven.

Derivaat

Een financieel instrument zoals een swap, futures- of termijncontract of optie (geschreven of gekocht). Dat financiële instrument heeft een waarde die verandert naar gelang de veranderingen in de onderliggende waarde. Het instrument vergt weinig tot geen aanvangsinvestering en wordt op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.

Invaliditeitsverzekering

Verzekering tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.

290

Contantewaardeberekening

Een waarderingsmethode waarbij de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd worden tegen een rentevoet die de tijdswaarde van het geld uitdrukt alsook een risicopremie die een weerspiegeling vormt van de extra opbrengst die beleggers verlangen om het risico te compenseren dat de verwachte kasstroom niet wordt gerealiseerd.

Discretionaire winstdeling

Een contractueel recht om, in aanvulling op gegarandeerde voordelen, aanvullende voordelen te ontvangen:

  • die waarschijnlijk een aanzienlijk deel van de totale contractuele uitkeringen vormen;
  • waarvan het bedrag of de timing volgens contract naar goeddunken van de emittent is en
  • Die contractueel gebaseerd zijn op: (i) de prestaties van een bepaalde pool van contracten of een bepaald type contract; (ii) gerealiseerde en/of ongerealiseerde beleggingsresultaten van een bepaalde pool van door de emittent gehouden activa; of (iii) de winst of het verlies van de vennootschap, het fonds of een andere entiteit die het contract uitgeeft.

In een contract besloten derivaten

Een afgeleid instrument dat in een ander contract, het basiscontract, ligt besloten. Het basiscontract kan een schuld- of aandeleninstrument zijn, een lease, een verzekeringscontract of een verkoop- of aankoopcontract.

Employee benefits

Het geheel van niet-verplichte verzekeringen en andere voorzieningen die werknemers, naast hun salaris, ontvangen in ruil voor door hen verrichte diensten.

Verwachte kredietverliezen

Het gewogen gemiddelde van de kredietverliezen met het respectievelijke wanbetalingsrisico als weging.

Reële waarde

Een leaseovereenkomst die vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen overdraagt. Het eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden overgedragen.

Reële waarde afdekking

Een afdekking om de blootstelling te beperken aan schommelingen in de reële waarde van een actief of een verplichting (dan wel een deel daarvan), of een vaststaande verbintenis. De schommeling van de reële waarde is verbonden aan een specifiek risico en is van invloed op de gerapporteerde netto winst.

Financiële lease

Een leaseovereenkomst die vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen overdraagt. Het eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden overgedragen.

Goodwill

Dit vertegenwoordigt het positieve verschil tussen enerzijds de reële waarde van de activa, passiva en uitgegeven eigenvermogeninstrumenten plus eventuele direct aan de bedrijfscombinatie toe te schrijven kosten, en anderzijds het belang van Ageas in de reële waarde van de activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen.

Bruto geboekte premies

Totale premies (al dan niet verdiend) voor in een bepaalde periode aangegane verzekeringscontracten, zonder aftrek van in herverzekering gegeven premies.

Hedge accounting

Verantwoording van de compenserende effecten van veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en de reële waarde van het afgedekte instrument in de resultatenrekening van dezelfde periode.

IFRS

De standaard internationale boekhoudregels voor het opstellen van jaarrekeningen per 1 januari 2005 voor alle beursgenoteerde ondernemingen binnen de Europese Unie, die de jaarcijfers beter vergelijkbaar maken en beter inzicht in de financiële positie en resultaten verschaffen.

Bijzondere waardevermindering

Het bedrag waarmee de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. In dergelijke gevallen zal de boekwaarde via de resultatenrekening teruggebracht worden tot de reële waarde.

Verzekeringscontract

Contracten die aan de ene partij (Ageas, dochtermaatschappijen of deelnemingen) een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen van de andere Partij (de verzekeringsnemer) door overeen te komen om de verzekeringsnemer te vergoeden voor een onvoorziene gebeurtenis die schade berokkent aan de verzekerde.

Beleggingscontract

Een levensverzekeringscontract dat het financiële risico, maar geen significant verzekeringsrisico overdraagt.

Immateriële vast actief

Een identificeerbaar, niet-monetair actief. Het immaterieel vast actief wordt verantwoord tegen kostprijs als het toekomstige economische voordelen zal opleveren en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald.

Vastgoedbeleggingen

Vastgoed dat wordt aangehouden omwille van huuropbrengsten of een stijging van de kapitaalwaarde.

ISO-valutalijst

AUD Australië, dollars
CAD Canada, dollars
CHF Zwitserland, francs
CNY China, yuan/renminbi
DKK Denemarken, kroner
GBP Verenigd Koninkrijk, ponden
HKD Hongkong, dollar
HUF Hongarije, Forint
INR India, Rupees
MAD Marokko, Dirham
MYR Maleisië, ringgit
PHP Filipijnse peso
PLN Polen, Zloty
RON Roemenie, Leu
SEK Zweden, kronor
THB Thailand, baht
TRY Turkije, nieuwe lira
TWD Taiwan, nieuwe dollars
USD Verenigde Staten, dollars
ZAR Zuid-Afrika, rand

Liquiditeitsratio

Een maatstaf waarmee kan worden beoordeeld of de instromende kasmiddelen van Ageas voldoende zijn voor een liquiditeitspositie waarmee een efficiënte bedrijfsvoering mogelijk is, de reputatie van Ageas in de markt kan worden gehandhaafd en de uitstroom van kasmiddelen in normale marktsituaties kan worden gedekt.

Marktkapitalisatie

De waarde die door de beurs aan de vennootschap wordt toegekend. Marktkapitalisatie is gelijk aan het aantal uitstaande aandelen vermenigvuldigd met de geldende koers van het aandeel.

NCI

Non-controlling interest (minderheidsbelang).

Netto-investeringshedge

Een afdekking van het financiële risico van een netto investering in een buitenlandse entiteit door een transactie met een compenserend risicoprofiel af te sluiten.

Notioneel bedrag

Aantal valuta-eenheden, aantal aandelen, een aantal eenheden in gewicht of volume of andere eenheden gespecificeerd in een derivatencontract.

Operationele lease

Een overeenkomst die het gebruik van een goed toelaat tegen periodieke betalingen, maar geen overdracht inhoudt van een eigendomstitel. Het financiële risico blijft bij de schuldeiser of leasinggever.

Operationele marge

Het bedrijfsresultaat gedeeld door de nettopremies. Het bedrijfsresultaat is de winst of het verlies uit alle activiteiten, inclusief het technisch en beleggingsresultaat.

Optie

Het recht, maar niet de verplichting, om een effect gedurende een bepaalde periode of op een bepaalde datum tegen een bepaalde prijs te kopen (calloptie) of verkopen (putoptie).

Private equity

Effecten van bedrijven die niet aan een beurs zijn genoteerd. Omdat een markt ontbreekt, moet een belegger zelf een koper vinden als hij zijn aandeel in een dergelijk bedrijf wil verkopen.

Voorzieningen

Voorzieningen zijn verplichtingen die onzekerheden met zich meebrengen in hoogte of tijdstip van betaling. Voorzieningen worden verantwoord op de balans indien er een bestaande (wettelijke of constructieve) verplichting is tot overdracht van economische voordelen, zoals kasstromen, als gevolg van gebeurtenissen in het verleden en indien op de balansdatum een betrouwbare schatting mogelijk is.

Omgekeerde terugkoopovereenkomst

De aankoop van een effect waaraan een overeenkomst gekoppeld wordt om het op een toekomstige datum tegen een hogere prijs terug te verkopen.

Shadow accounting

Onder IFRS 4 kunnen niet gerealiseerde resultaten op activa die gelden als dekking voor de verzekeringsverplichtingen in de waardering van verzekeringsverplichtingen worden opgenomen op eenzelfde wijze als gerealiseerde resultaten. De hieraan gerelateerde aanpassing van de verzekeringsverplichtingen (of overlopende acquisitiekosten of immateriële activa) worden uitsluitend verantwoord in het eigen vermogen indien de niet-gerealiseerde meerwaarden rechtstreeks is het eigen vermogen worden verantwoord.

Effectenuitleentransacties

Een lening van een effect van de ene partij aan de andere, die op zijn beurt het effect dient terug te bezorgen op de eindvervaldag van de transactie. Tegenover een dergelijke lening staat veelal een onderpand. Dit type transactie geeft aan de eigenaar van het effect de mogelijkheid om extra rendement te behalen.

SPPI (Solely Payments of Principal and Interest)

Een financieel actief voldoet aan de SPPI-test indien de contractuele voorwaarden van het financieel actief op specifieke data uitsluitend aanleiding zijn voor betaling van aflossingen op de hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom.

Stressliquiditeitsratio

Een serie maatstaven waarmee kan worden beoordeeld of de instromende kasmiddelen van Ageas voldoende zijn voor een liquiditeitspositie waarmee een efficiënte bedrijfsvoering mogelijk is, de reputatie van Ageas kan worden gehandhaafd en verliezen uit posten in de verplichtingen gedurende perioden met liquiditeitsspanningen te vermijden.

Gestructureerde schuldinstrumenten

Gestructureerde kredietinstrumenten zijn waardepapieren, die gecreëerd worden door het herverpakken van kasstromen uit financiële contracten en bevatten obligaties gedekt door overige activa (ABS), obligaties gedekt door hypotheken (MBS) en schuldpapieren met onderpand (CDO's).

Achtergestelde obligatie (lening)

Een lening (of effect) dat lager staat in de rangorde van schulden die aanspraak kunnen maken op activa en inkomsten.

Dochteronderneming

Ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('beleidsbepalende invloed').

Transactiedatum

De datum waarop Ageas toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.

Value of Business acquired (VOBA)

De contante waarde van toekomstige winsten (ook gedefinieerd als 'value of business acquired' of 'VOBA') uit verworven verzekeringscontracten. De VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de premie of bruto winst van de polissen.

VaR

Afkorting van Value at Risk. Een techniek op basis van de statistische analyse van historische marktontwikkelingen en fluctuaties. De VaR bepaalt de kans dat het verlies op een portefeuille een bepaald bedrag zal overschrijden.

Afkortingen

AFS Voor verkoop beschikbaar
ALM Asset and liability management
AVG Algemene verordening gegevensbescherming
CASHES Convertible and Subordinated Hybrid Equity-linked Securities
CDS Credit default swap
CEU Continentaal Europa
CGU Cash generating unit (kasstroomgenererende eenheid)
DPF Discretionary participation features (discretionaire winstdelingscomponent)
ECL Verwachte kredietverliezen
EPS Earnings per share (winst per aandeel)
Euribor Euro inter bank offered rate
EV Embedded value
FRESH Floating rate equity linked subordinated hybrid bond
HTM Held to maturity (tot einde looptijd aangehouden)
HFT Held for trading (aangehouden voor handelsdoeleinden)
IBNR Incurred but not reported
IFRIC International Financial Reporting Interpretations Committee
IFRS International Financial Reporting Standards
LAT Liability adequacy test
MCS Mandatory Convertible Securities
OTC Over the counter
SPPI Solely Payments of Principal and Interest (uitsluitend betaling hoofdsom en rente)
SPE Special purpose entity
VK Verenigd Koninkrijk

Dit Jaarverslag werd op CO2 neutraal papier gedrukt.

Ageas en ageas SA/NV Markiesstraat 1 1000 Brussel, België Tel: +32 (0) 2 557 57 11 Fax: +32 (0) 2 557 57 50 Internet: www.ageas.com E-mail: [email protected]

296

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.