AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

ageas SA/NV

Quarterly Report Aug 11, 2021

3905_ir_2021-08-11_0de23e10-3373-4694-bc4d-c65cc79091ae.pdf

Quarterly Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

Verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag Eerste halfjaar 2021

A Ontwikkelingen en resultaten 3
Kerncijfers en ontwikkelingen 4
B Geconsolideerd financieel verslag 8
Geconsolideerde balans9
Geconsolideerde resultatenrekening 10
Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income11
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen12
Geconsolideerd kasstroomoverzicht13
C Algemene informatie 14
Covid-1915
1 Samenvatting van de grondslagen voor financiële verslaggeving16
2 Overnames en desinvesteringen23
3 Toezicht en solvabiliteit 24
4 Verbonden partijen25
5 Informatie operationele segmenten 26
D Toelichting op de geconsolideerde balans 32
6 Financiële beleggingen, Vastgoedbeleggingen, Materiële vaste activa33
7 Leningen 39
8 Uitstaande aandelen en winst per aandeel40
9 Verzekeringsverplichtingen 42
10 Achtergestelde schulden 43
11 Schulden44
12 RPN (I)45
13 Voorzieningen 46
14 Toezeggingen 47
15 Reële waarde van financiële activa en financiële passiva 48
E Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 49
16 Verzekeringspremies50
17 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten51
18 Schadelasten en uitkeringen 52
19 Financieringslasten 53
F Toelichting op posten niet opgenomen in de geconsolideerde balans 54
20 Voorwaardelijke verplichtingen55
21 Gebeurtenissen na balansdatum58
Bericht van de Raad van Bestuur 59
Verslag van de commissaris 60

A Ontwikkelingen en resultaten

Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag luiden in miljoenen euro's, tenzij anders vermeld.

Kerncijfers en ontwikkelingen

Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Netto resultaat Ageas 407 791
Per segment:
-
België
191 139
-
VK
34 26
-
Continentaal Europa
63 86
-
Azië
203 216
-
Herverzekering
30 24
-
Algemene Rekening & Eliminatie
(115) 300
waarvan RPN(I) (57) 16
Per type:
-
Leven
340 310
-
Niet-Leven
181 181
-
Algemene Rekening & Eliminatie
(115) 300
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (in miljoenen) 187 189
Winst per aandeel (in EUR) 2,18 4,19
Bruto-premie inkomen (incl. niet-geconsolideerde deelnemingen aan 100%) 22.185 20.031
-
waarvan premie-inkomen van niet-geconsolideerde deelnemingen
16.994 15.337
Ageas' deel in premie-inkomsten (incl. niet-geconsolideerde entiteiten) 8.545 7.801
Per segment:
-
België
2.409 2.284
-
VK
683 774
-
Continentaal Europa
1.137 915
-
Azië
4.316 3.829
Per type:
-
Leven
6.020 5.442
-
Niet-Leven
2.525 2.360
Combined ratio 93,0% 91,7%
Operationele marge producten met intrestgarantie (bps) 86 75
Operationele marge Unit-Linked producten (bps) 35 28
30 juni 2021 31 december 2020
Eigen vermogen 11.426 11.555
Netto eigen vermogen per aandeel (in EUR) 61,11 61,80
Netto eigen vermogen per aandeel (in EUR) exclusief ongerealiseerde winsten en verliezen 39,91 39,64
Rendement Eigen Vermogen - Ageas Groep (exclusief ongerealiseerde winsten) 10,9% 15,5%
Groep Solvency II ageas (niet gereviewed) 196% 193%
Technische Verplichtingen Leven (geconsolideerde entiteiten) 77.517 78.692

Aanhoudende solide bedrijfsprestaties

Ageas heeft zowel in Europa als in Azië op commercieel vlak sterk gepresteerd met een duidelijke groei van het premie-inkomen in Unit-linked en Nietleven. De operationele marges van Leven en de combined ratio van Niet-Leven weerspiegelden de solide operationele resultaten van de geconsolideerde entiteiten. Het nettoresultaat van de niet-geconsolideerde entiteiten werd gedreven door sterke onderliggende prestaties, gedeeltelijk tenietgedaan door het effect van de ongunstige ontwikkeling van de discontovoet in China en de lagere netto gerealiseerde meerwaarden. Covid-19 had nog steeds een impact op de beleggingsopbrengsten van Leven en de schaderatio van Niet-leven, zij het in mindere mate dan in 2020. Het effect op het resultaat van het tweede kwartaal was neutraal omdat beide elementen elkaar compenseerden. De onlangs overgenomen Turkse levensverzekeraar AgeSa, die vanaf dit kwartaal in de cijfers is opgenomen, heeft al een eerste positieve bijdrage geleverd aan het nettoresultaat.

Het premie-inkomen van de Groep sinds het begin van dit jaar, met inbegrip van de niet-geconsolideerde entiteiten (aan 100%), gaf blijk van een sterke commerciële dynamiek, zowel in Europa als in Azië, en lag 11% hoger dan in de eerste helft van vorig jaar. Het premie-inkomen in Leven nam toe door nieuwe activiteiten in Azië, waaronder een sterke campagne aan het begin van het jaar in China, en de verkoop van Unitlinked producten in België en Continentaal Europa. Het premieinkomen van Niet-leven steeg vooral dankzij sterke prestaties in België en de integratie van Taiping Reinsurance. In Continentaal Europa is het premie-inkomen van Niet-leven zowel in Portugal als in Turkije gestegen, maar hadden ze te lijden onder het wisselkoerseffect van de Turkse lira.

De Niet-leven combined ratio van de geconsolideerde entiteiten over de eerste jaarhelft bedroeg 93% en was sterk in alle productlijnen. Tegen het einde van het tweede kwartaal is de schadefrequentie bij Autoverzekeringen bijna terug op het niveau van vóór de coronacrisis, aangezien de mobiliteitsbeperkingen in Europa zijn opgeheven. De combined ratio van de Woningverzekeringen werd beïnvloed door ongunstige weersomstandigheden in België en zal in de tweede helft van het jaar onder druk blijven staan als gevolg van de overstromingen die in juli grote delen van het land hebben getroffen.

De operationele marge van Producten met gegarandeerde rente in Leven over het eerste halfjaar kwam uit op 86 basispunten, dankzij een solide beleggingsresultaat. De inkomsten uit Vastgoed in België herstellen geleidelijk van de impact van Covid-19

De operationele marge van Unit-linked van de Groep bedroeg eind juni 35 basispunten, ruim binnen de doelstelling, dankzij een bevredigende marge in België en een sterk herstel in Continentaal Europa

De sterke operationele prestaties van de verzekeringsactiviteiten, zowel in Leven als in Niet-leven, leverden een nettowinst op van EUR 521 miljoen. Het nettoresultaat van de Algemene Rekening bedroeg EUR 115 miljoen negatief. De nettowinst van de Groep klokte af op EUR 407 miljoen. De nettowinst van de Groep over het tweede kwartaal kwam uit op EUR 111 miljoen, inclusief het negatieve effect van EUR 58 miljoen in verband met de RPN(i) herwaardering. Het nettoresultaat van Verzekeringen over het tweede kwartaal bedroeg EUR 203 miljoen.

Midden juli werd België getroffen door zware overstromingen die grote schade veroorzaakten. De totale bruto schadelast voor de Belgische markt overstijgt ruimschoots het in de huidige wetgeving vastgestelde plafond voor de tussenkomst van de verzekeringssector. De regering en de sector evalueren een voorstel om een snelle vergoeding van de verzekerde verliezen voor de slachtoffers te verzekeren.

Op basis van het huidige voorstel zal de afwikkeling van gerelateerde schadedossiers naar schatting een impact hebben van EUR 55 miljoen1 op het nettoresultaat van de Groep. Als gevolg hiervan, en in combinatie met de verwachte impact van renteontwikkelingen in China, verwacht Ageas resultaten voor 2021 in lijn met zijn aanvankelijke prognose van EUR 850 tot 950 miljoen2 zoals gecommuniceerd aan het begin van het jaar.

De beleggingsportefeuille van Ageas had per eind juni 2021 een waarde van EUR 83,7 miljard in vergelijking met EUR 85,1 miljard eind 2020. Deze daling is te wijten aan lagere latente meer- en minderwaarden op de vastrentende portefeuille als gevolg van de stijgende rentevoeten. De reële waarde van de vastgoedportefeuille is gestegen tot EUR 6,2 miljard met EUR 2 miljard aan latente winsten, in lijn met eind 2020.

De Technische Verplichtingen Leven, exclusief de shadow accounting van de geconsolideerde entiteiten, stegen eind juni tot EUR 74 miljard ten gevolge van het toegenomen premie-inkomen in Groep Leven in België en in Unit-linked. De Technische Verplichtingen Leven in de niet-geconsolideerde entiteiten zijn sterk toegenomen dankzij de aanhoudende groei van het premie-inkomen en de sterke persistentie.

Het totale eigen vermogen is in de eerste zes maanden licht gedaald tot EUR 11,4 miljard, of EUR 61,11 per aandeel, vooral onder invloed van de evolutie van de latente meerwaarden op de vastrentende portefeuille.

De Solvency II-ratio van Ageas steeg tot 196%, door de sterke operationele prestaties die de opbouw van het verwachte dividend meer dan dekte. Het operationeel vrij kapitaal voor de eerste zes maanden van 2021 bedroeg EUR 375 miljoen, inclusief EUR 163 miljoen aan dividenden van de niet-Europese niet-gecontroleerde deelnemingen.

De regelgevende solvabiliteitsratio van de PIM daalde tot 196% door de evolutie van de spread en de verschillen tussen de activaportefeuille van Ageas en de referentieportefeuille van EIOPA.

1 Na belastingen en na herverzekering.

2 Exclusief de impact van de RPN(i).

België

Zowel in Leven als in Niet-leven is het premie-inkomen sinds het jaarbegin aanzienlijk gestegen. In Unit-linked groeide het premieinkomen in Leven sterk (+62% op jaarbasis), onder impuls van de cashbackcampagne in het makelaarskanaal en een solide prestatie in het Bankkanaal. Niet-Leven tekende een uitzonderlijke toename op van het premie-inkomen van 7% in vergelijking met vorig jaar, met een stijging in alle segmenten dankzij de gezamenlijke inspanningen van AG en zijn distributiepartners.

De operationele marge van Producten met gegarandeerde rente in Leven kwam eind juni uit op 81 basispunten dankzij een verbeterd beleggingsresultaat ondanks het effect van Covid-19 op de inkomsten uit Vastgoed, terwijl vorig jaar sterk te lijden had onder de volatiliteit van de financiële markten. De recurrente beleggingsopbrengsten uit Vastgoed herstellen zich geleidelijk nu de Covid-19 beperkingen worden versoepeld. De operationele marge van Unit-linked was erg goed met 37 basispunten.

De combined ratio van Niet-leven werd gekenmerkt door sterke onderliggende prestaties die profiteerden van een lagere schadefrequentie bij de Autoverzekeringen ter compensatie van het slechte weer (impact van 4pp).

De Solvabiliteitspositie in België steeg naar 200% door de operationele prestatie en de opwaartse evolutie van de risicovrije rentvoet. Beslissingen inzake vermogensbeheer troffen de generatie van Operationeel Vrij Kapitaal dat EUR 203 miljoen bedroeg.

VK

Het premie-inkomen sinds het begin van dit jaar bij gelijke perimeter rekening houdend met de verkoop van Tesco Underwriting - bleef grotendeels stabiel bij constante wisselkoersen. De aanhoudende groei in Woningverzekeringen compenseerde enigszins de lagere premies in Autoverzekeringen als gevolg van de kortingen op de premies op de hele markt als erkenning voor het lagere aantal schadedossier door Covid-19.

De schadekosten in Auto zijn tegen het einde van het tweede kwartaal grotendeels teruggekeerd naar het niveau van vóór Covid, waarbij een lagere frequentie van dossiers de aanhoudende stijging van de schadeinflatie niet langer compenseert. Het nettoresultaat weerspiegelt een versterking van reserves voor toekomstige schadekosten en profiteerde ook van een wijziging in de belastingwetgeving.

Het gegenereerde Operationeel Vrij Kapitaal bedroeg EUR 50 miljoen.

Continentaal Europa

Continentaal Europa presteerde uitstekend op commercieel vlak, zowel in Leven als Niet-leven. In Leven herstelden het premie-inkomen sterk sinds het jaarbegin (+56% bij gelijke perimeter tegen constante wisselkoersen) onder impuls van de Unit-linked verkopen. Voorts bleef het flexibele pensioenproduct buiten balans groeien en genereerde het EUR 110 miljoen in het eerste halfjaar. Het premie-inkomen in Nietleven steeg met 17% tegen constante wisselkoersen, met groei in alle productlijnen in zowel Portugal als Turkije.

De operationele marge van Producten met gegarandeerde rente kwam eind juni uit op een solide 113 basispunten, dankzij sterke verzekeringstechnische prestaties. In 2020 omvatte dit een positieve bijdrage van een vrijval van reserves in Portugal in het eerste kwartaal. De Unit-linked marge, die gestaag bleef verbeteren na een gewijzigde productmix, kwam uit op 32 basispunten, binnen de nagestreefde vork van de Groep.

De combined ratio van de geconsolideerde entiteiten bedroeg een sterke 87%. Vorig jaar profiteerde de combined ratio van een lage schadefrequentie, terwijl de frequentie dit kwartaal terug aansloot bij het niveau van vóór de pandemie.

Exclusief het effect van EUR 20 miljoen van de vrijval van reserves in Portugal vorig jaar, is het resultaat van Leven gestegen, dankzij solide verzekeringstechnische prestaties die verder werden ondersteund door meerwaarden. De bijdrage aan de nettowinst van de Groep op kwartaalbasis van de recent overgenomen Turkse levensverzekeringsmaatschappij AgeSA (voorheen AvivaSa) werd met ingang van 5 mei geconsolideerd in de resultaten en bedroeg EUR 4 miljoen. Het resultaat van Niet-leven weerspiegelde de normalisering van de frequentie van Autoverzekeringen en een lagere bijdrage van Turkije als gevolg van ongunstige schade-ervaringen.

De solvabiliteit steeg tot 177% dankzij een sterke commerciële prestatie van Unit-linked in Portugal. Dit resulteerde in een generatie van Operationeel Vrij Kapitaal van EUR 90 miljoen.

Azië

Het premie-inkomen in Azië bleef fors groeien, met een toename van 14% tegen constante wisselkoersen in de eerste jaarhelft. Zonder Taiping Reinsurance, dat sinds december 2020 wordt geconsolideerd, bedroeg de groei 5% tegen constante wisselkoersen. De stijging van het premie-inkomen was toe te schrijven aan zowel het segment Leven als Niet-leven, die respectievelijk met 5% en 3% groeiden. De Technische Verplichtingen Leven stegen met 11% dankzij een aanhoudende groei van het premie-inkomen en een sterke persistentie. Meer bepaald in China profiteerde het premie-inkomen van een sterk volume aan nieuwe activiteiten in het eerste kwartaal dankzij de succesvolle openingscampagnes, terwijl de nadruk in het tweede kwartaal meer lag op producten met een hoge toegevoegde waarde. In Niet-leven veerde het premie-inkomen in het tweede kwartaal sterk op ondanks de aanhoudende pandemie, met een groei van 11% bij gelijke perimeter. Bovendien droeg Taiping Reinsurance aanzienlijk bij tot het premie-inkomen.

Het segment Leven bleef op operationeel vlak sterk presteren, met een tweede kwartaal dat grotendeels in lijn lag met de uitstekende prestaties van vorig jaar. Het nettoresultaat werd ongunstig beïnvloed door de ongunstige ontwikkeling van de discontovoet en de lagere netto gerealiseerde meerwaarden in China. Het resultaat van Niet-Leven is sterk gestegen dankzij de bijdrage van Taiping Reinsurance.

De solvabiliteitspositie van onze niet-Europese niet-gecontroleerde entiteiten is in de eerste helft van het jaar licht gedaald doordat het beschikbare kapitaal werd beïnvloed door de dividenduitkeringen en de impact van de financiële markten. De toename van het vereiste kapitaal weerspiegelt de groei van de activiteiten.

Herverzekering

Het premie-inkomen Herverzekeringen omvatte EUR 763 miljoen uit de quotashare overeenkomsten, terwijl een intern Levensherverzekeringscontract dat in het begin van het jaar met Ageas France werd gesloten, premie-inkomen van EUR 14 miljoen genereerde.

In de eerste helft van het jaar profiteerde het herverzekeringsresultaat van de lagere schadefrequentie in het lopende jaar voor Autoverzekeringen op het niveau van de afdragende entiteiten. Dat compenseerde ruimschoots het aandeel in het negatieve resultaat door het slechte weer tot eind juni in België. Het voordeel van lagere schadefrequentie op het herverzekeringsresultaat nam af als gevolg van de versoepeling van de Covid-19-maatregelen.

Algemene Rekening

Het nettoresultaat van de Algemene Rekening omvatte een negatief effect van EUR 57 miljoen als gevolg van de herwaardering van het referentiebedrag voor de RPN(i)-verplichting in de eerste jaarhelft. Het resultaat van het eerste halfjaar van 2020 werd gunstig beïnvloed door een meerwaarde van EUR 332 miljoen in verband met de tendertransactie op de FRESH-effecten.

De totale liquide activa bleven op hetzelfde niveau als eind vorig jaar, namelijk EUR 1,2 miljard. De EUR 670 miljoen die de operationele entiteiten in de eerste helft van het jaar hebben opgestroomd, hebben de holdingkosten en het dividend van EUR 485 miljoen dat in het tweede kwartaal aan de aandeelhouders van Ageas is uitgekeerd, ruimschoots gecompenseerd. Een cash-out van EUR 140 miljoen hield verband met de overname van het Turkse levensverzekeringsbedrijf AgeSa, terwijl een eerste betaling voor de verkoop van Tesco EUR 45 miljoen bijdroeg.

B Geconsolideerd financieel verslag

Geconsolideerde balans

30 juni 31 december
Toelichting 2021 2020
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 2.011 2.241
Financiële beleggingen 6 61.591 63.710
Vastgoedbeleggingen 6 3.101 2.889
Leningen 7 13.988 13.398
Beleggingen inzake unit-linked contracten 17.876 17.088
Beleggingen in deelnemingen 4.967 4.929
Herverzekering en overige vorderingen 2.207 1.961
Actuele belastingvorderingen 28 49
Uitgestelde belastingvorderingen 102 98
Overlopende rente en overige activa 1.752 1.885
Materiële vaste activa 6 1.748 1.827
Goodwill en overige immateriële activa 1.299 1.229
Activa aangehouden voor verkoop 114
Totaal activa 110.670 111.418
Passiva
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 9.1 28.836 29.973
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 9.2 30.804 31.629
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 9.3 17.877 17.090
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 9.4 7.784 7.404
Achtergestelde schulden 10 2.747 2.758
Schulden 11 4.324 3.920
Actuele belastingverplichtingen 107 89
Uitgestelde belastingverplichtingen 1.074 1.105
RPN(I) 12 477 420
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.834 2.934
Voorzieningen 13 189 322
Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop
Totaal verplichtingen 97.053 97.644
Eigen vermogen 8 11.426 11.555
Minderheidsbelangen 2.191 2.219
Totaal eigen vermogen 13.617 13.774
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 110.670 111.418

Geconsolideerde resultatenrekening

Toelichting Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Baten
-
Bruto premie-inkomen
4.438 4.296
-
Wijziging in niet-verdiende premies
(115) (128)
-
Uitgaande herverzekeringspremies
(219) (203)
Netto verdiende premies 16 4.104 3.965
Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 17 1.166 1.190
Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) (57) 16
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 88 414
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 832 (601)
Aandeel in resultaat van deelnemingen 231 252
Commissiebaten 228 187
Overige baten 135 87
Totale baten 6.727 5.510
Kosten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
(3.612) (3.429)
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
104 83
Schadelasten en uitkeringen, netto 18 (3.508) (3.346)
Lasten inzake unit-linked contracten (899) 543
Financieringslasten 19 (69) (71)
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen (29) (131)
Wijzigingen in voorzieningen 13 10 30
Commissielasten (626) (584)
Personeelslasten (419) (419)
Overige lasten (597) (550)
Totale lasten (6.137) (4.528)
Resultaat voor belastingen 590 982
Belastingbaten (lasten) (117) (126)
Nettoresultaat over de periode 473 856
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 66 65
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 407 791
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 8 2,18 4,19
Verwaterd resultaat per aandeel 8 2,17 4,19

Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'Discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden gepresenteerd.

Toelichting Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Bruto premie-inkomen 4.438 4.296
Premies inzake beleggingscontracten (direct erkend als passiva) 16 784 415
Bruto premies 5.222 4.711

Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income

Toelichting Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
COMPREHENSIVE INCOME
Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd:
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegde pensioenregeling 50 (7)
Totaal van onderdelen die niet naar resultatenrekening worden geclassificeerd: 50 (7)
Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening:
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden 1 2
Gerelateerde belasting
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden
6 1 (1)
1
Wijzigingen in herwaardering van voor verkoop beschikbare beleggingen (1) (2) (160)
Gerelateerde belasting
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop
6 42
40
(4)
(164)
Aandeel in Overig comprehensive income van deelnemingen (188) (98)
Wijzigingen in omrekeningsverschillen 111 (207)
Totaal van onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar resultatenrekening: (36) (468)
Overig comprehensive income over de periode 14 (475)
Nettoresultaat over de periode 473 856
Totaal comprehensive income over de periode 487 381
Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen 66 65
Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen
Totaal comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen
43 109 (61) 4
Totaal comprehensive income over de periode, toewijsbaar aan de aandeelhouders 378 377

(1) De wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

Nettoresultaat Niet
Koers- toewijsbaar gerealiseerde Totaal
Aandelen Uitgifte Overige verschillen aan winsten en Eigen Minderheids- eigen
kapitaal premie reserves reserve aandeelhouders verliezen vermogen belangen vermogen
Stand per 1 januari 2020 1.502 2.051 2.663 95 979 3.931 11.221 2.260 13.481
waarvan bedragen in OCI geaccumuleerd in eigen
vermogen ivm activa aangehouden voor verkoop 3 7 10 10
Nettoresultaat over de periode 791 791 65 856
Herwaardering van investeringen (202) (202) (59) (261)
Herwaardering IAS 19 (5) (5) (2) (7)
Wisselkoersverschillen (207) (207) (207)
Totaal comprehensive income over de periode (5) (207) 791 (202) 377 4 381
Overdracht 979 (979)
Dividend (50) (50) (10) (60)
Wijziging in kapitaal 7 7
Eigen aandelen (126) (126) (126)
Op aandelen gebaseerde beloning (1) (1) (1)
Overige veranderingen in het eigen vermogen (1) 10 10 (3) 7
Stand per 30 juni 2020 1.502 2.051 3.470 (112) 791 3.729 11.431 2.258 13.689
Stand per 1 januari 2021 1.502 2.051 2.978 (260) 1.141 4.143 11.555 2.219 13.774
Nettoresultaat over de periode 407 407 66 473
Herwaardering van investeringen (179) (179) 32 (147)
Herwaardering IAS 19 39 39 11 50
Wisselkoersverschillen 111 111 111
Totaal comprehensive income over de periode 39 111 407 (179) 378 109 487
Overdracht 1.141 (1.141)
Dividend (485) (485) (141) (626)
Wijziging in kapitaal 1 1
Eigen aandelen
Op aandelen gebaseerde beloning 3 3 3
Overige veranderingen in het eigen vermogen (1) (25) (25) 3 (22)
Stand per 30 juni 2021 1.502 2.051 3.651 (149) 407 3.964 11.426 2.191 13.617

(1) Overige wijzigingen in het eigen vermogen omvat de putoptie op aandelen Interparking, een schadevergoeding betaald aan BNP Paribas voor de aangehouden Ageas aandelen met betrekking tot de CASHES-obligaties en de betaling aan houders van FRESH-obligaties.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Toelichting Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 2.241 3.745
Resultaat voor belastingen 590 982
Aanpassingen voor niet-geldelijke posten opgenomen in het resultaat voor belastingen:
Herberekening RPN(I) 12 57 (16)
Resultaat op verkoop en herwaarderingen (88) (414)
Aandeel in resultaat van deelnemingen (231) (252)
Afschrijvingen en oprenting 405 392
Bijzondere waardeverminderingen 29 131
Voorzieningen
Op aandelen gebaseerde beloningen
13 (10)
5
(30)
Totaal aanpassingen voor niet-geldelijke posten opgenomen in het resultaat voor belastingen 167 (189)
Wijzigingen in operationele activa en passiva:
Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa en passiva) 28 3
Leningen 7 (589) (1.748)
Herverzekering en overige vorderingen (171) (166)
Beleggingen inzake unit-linked contracten (789) 594
Opbrengsten uit uitgifte van schulden 11 998 782
Betalingen van schulden 11 (596) (39)
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 9.1 & 9.2 & 9.4 (1.514) (143)
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 9 970 (603)
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en passiva 920 (636)
Dividend ontvangen van deelnemingen 198 147
Betaalde winstbelastingen (68) (48)
Totaal wijzigingen in operationele activa en passiva (613) (1.857)
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 144 (1.064)
Investeringsactiviteiten binnen de groep 2
Aankoop van beleggingen (2.312) (3.710)
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 2.935 4.112
Aankoop van vastgoedbeleggingen (260) (200)
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 2 7
Aankopen van materiële vaste activa (40) (69)
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 3 1
Investeringen in dochterondernemingen en deelnemingen
(inclusief kapitaalverhogingen in deelnemingen) (187) (10)
Desinvesteringen in dochterondernemingen en deelnemingen
(inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen) 156 9
Aankoop van immateriële vaste activa (50) (33)
Wijziging van consolidatiekring (2)
Kasstroom uit beleggingsactiviteiten 245 109
Terugbetaling van achtergestelde schulden 10 (507)
Aankoop van eigen aandelen (126)
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders van moedervennootschappen (485) (50)
Dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen (141) (10)
Terugbetaling van kapitaal (inclusief minderheidsbelangen) (6)
Kasstroom uit financieringsactiviteiten (626) (699)
Effect van wisselkoersverschillen op geldmiddelen en kasequivalenten 7 (8)
Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni 2.011 2.083
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 1.189 1.219
Ontvangen dividenden van beleggingen 85 68
Betaalde rente (102) (97)

C Algemene informatie

De Covid-19 pandemie heeft een impact gehad op de financiële positie en resultaten. Meer informatie is te vinden in sectie A. Ontwikkelingen en resultaten en toelichting 11 schulden.

1 Samenvatting van de grondslagen voor financiële verslaggeving

Dit beknopte geconsolideerde tussentijds financieel verslag ('tussentijds financieel verslag') over de eerste zes maanden van 2021 omvat de jaarrekening van ageas SA/NV (de moederonderneming) en haar dochterondernemingen. Dit tussentijds financieel verslag is opgesteld in overeenstemming met de International Accounting Standard IAS 34 'Tussentijdse financiële verslaggeving', zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals goedgekeurd door de Europese Unie (EU).

De Raad van Bestuur van Ageas heeft dit tussentijds financieel verslag goedgekeurd voor publicatie op 10 augustus 2021.

1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

Dit beknopte geconsolideerde tussentijds financieel verslag van Ageas omvat een actualisering van de meest recente volledige geconsolideerde jaarrekening van Ageas voor het boekjaar dat eindigde op 31 december 2020 en moet bijgevolg worden gelezen in samenhang met deze jaarrekening.

Tijdens de eerste zes maanden van 2021 heeft Ageas dezelfde grondslagen voor financiële verslaggeving toegepast als deze die zijn toegepast voor het boekjaar dat eindigde op 31 december 2020, met uitzondering van de wijzigingen opgenomen in sectie 1.2 hieronder.

Dit beknopte geconsolideerde tussentijds financieel verslag van Ageas is opgemaakt in de veronderstelling van continuïteit van de bedrijfsvoering ('going concern') en is opgesteld in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas. Alle bedragen zijn afgerond naar het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders aangegeven.

Activa en passiva opgenomen op de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van geldmiddelen en kasequivalenten, herverzekerings- en overige vorderingen, overlopende rente en overige activa, verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten niet-leven, sommige schulden zoals terugkoopovereenkomsten, overlopende rente en overige verplichtingen en actuele belastingvorderingen en -schulden.

De belangrijkste IFRS-standaarden die zijn toegepast voor de waardering van de activa en verplichtingen zijn:

  • IAS 1 voor de presentatie van de jaarrekening;
  • IAS 16 voor materiële vaste activa;
  • IAS 19 voor personeelsbeloningen;
  • IAS 23 voor financieringskosten (leningen);
  • IAS 28 voor investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures;
  • IAS 32 voor financiële instrumenten presentatie;
  • IAS 36 voor bijzondere waardevermindering van activa;
  • IAS 38 voor immateriële activa;
  • IAS 39 voor financiële instrumenten opname en waardering;
  • IAS 40 voor vastgoedbeleggingen;
  • IFRS 3 voor bedrijfscombinaties;

  • IFRS 4 voor verzekeringscontracten;

  • IFRS 7 voor financiële instrumenten informatieverschaffing;
  • IFRS 8 voor operationele segmenten;
  • IFRS 10 voor de geconsolideerde jaarrekening;
  • IFRS 12 voor informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten;
  • IFRS 13 voor waardering tegen reële waarde;
  • IFRS 15 voor opbrengsten van contracten met klanten; en
  • IFRS 16 voor leaseovereenkomsten.

1.2 Wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving

1.2.1 Wijzigingen in de IFRS-standaarden tijdens het huidige boekjaar

In 2021 werden de volgende nieuwe of herziene IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen in IFRS-standaarden en interpretaties van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).

Rentebenchmarkhervorming (fase 2) – Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16

De rentebenchmarks, die worden gebruikt als referentievoet in de financiële markt voor de bepaling van interestvoeten en betalingsverplichtingen, ondergaan een grondige hervorming en transitie om te voldoen aan nieuwe reglementaire voorschriften en marktbehoeften. Als gevolg van deze hervorming kunnen sommige bestaande rentebenchmarks zoals Eonia en Libor worden opgeheven. De IASB heeft twee wijzigingen aan IFRS-standaarden gepubliceerd die de boekhoudkundige gevolgen van deze hervormingen behandelen:

  • In september 2019 heeft de IASB wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7 'Rentebenchmarkhervorming' (fase 1) gepubliceerd. De EU heeft deze wijzigingen, die van toepassing zijn voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2020, goedgekeurd in januari 2020.
  • In augustus 2020 heeft de IASB wijzigingen in IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16 'Rentebenchmarkhervorming' (fase 2) gepubliceerd. De EU heeft deze wijzigingen, die van toepassing zijn voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2021, goedgekeurd in januari 2021.

Ageas heeft beide wijzigingen niet vervroegd toegepast.

De fase 1 wijzigingen behandelen potentiële kwesties in de periode voorafgaand aan de vervanging van de huidige rentebenchmarks door alternatieve rentebenchmarks. De fase 2 wijzigingen behandelen potentiële kwesties gerelateerd aan de wijziging van de huidige rentebenchmark in een alternatieve rentebenchmark.

De wijzigingen voorzien in (verplicht toe te passen) tijdelijke uitzonderingen op bepaalde vereisten inzake hedge accounting voor afdekkingsrelaties waarop de onzekerheid rond de rentebenchmarkhervorming rechtstreeks van invloed is. Hierdoor kunnen bestaande afdekkingsrelaties blijven doorlopen gedurende de periode waarin er onzekerheid bestaat over de hervorming. Daarnaast voorzien de wijzigingen in een praktische oplossing voor situaties waarin de transitie van de huidige rentebenchmark door een alternatieve benchmark als gevolg heeft dat de contractuele kasstromen van activa, verplichtingen of huurovereenkomsten wijzigen. Wijzigingen in contractuele kasstromen, als direct gevolg van de rentebenchmarkhervorming, worden aanzien als een wijziging in de variabele interestvoet (vergelijkbaar met een wijziging in de marktrente of marktinterest), eerder dan dat een activa of verplichting niet langer wordt opgenomen op de balans.

Het financieel verslag van Ageas per 30 juni 2021 omvat een nominaal bedrag van afdekkingsrelaties, die gelinkt zijn aan de EURIBOR, voor EUR 834 miljoen en een nominaal bedrag van achtergestelde schulden met variabele rentevoet, eveneens gelinkt aan de EURIBOR, voor EUR 442.8 miljoen.

In 2019 is de EURIBOR hervormd naar een hybride methode en heeft de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) de European Money Markets Institute (EMMI) aangesteld als beheerder van de EURIBOR rentebenchmark. Hierdoor kunnen entiteiten die onder toezicht staan van de EU de EURIBOR in de nabije toekomst blijven gebruiken. Vanaf januari 2022 zal de European Securities and Market Authority (ESMA) de FSMA opvolgen als beheerder van de EURIBOR. De ESMA heeft al in september 2020 bevestigd dat ze niet van plan is om de EURIBOR af te schaffen.

Ageas volgt de ontwikkelingen rond de rentebenchmarkhervorming verder op. Omdat de kans bestaat dat de EURIBOR in de toekomst zal ophouden te bestaan, worden alternatieven opgenomen in nieuwe contracten en volgt Ageas de ontwikkelingen rond de EURIBOR op voor de bestaande contracten, opdat hun continuïteit niet in het gedrang komt in de onwaarschijnlijke situatie dat de EURIBOR wordt stopgezet. Per 30 juni 2021 hebben deze wijzigingen in IFRS standaarden geen impact op de geconsolideerde balans en resultatenrekening van Ageas.

Covid-19 gerelateerde huurtoegevingen – Wijzigingen in IFRS 16

Ageas past IFRS 16 'Leaseovereenkomsten', zoals gepubliceerd door de IASB in januari 2016 en goedgekeurd door de EU in november 2017, toe sinds 1 januari 2019. In mei 2020 heeft de IASB wijzigingen gepubliceerd in IFRS 16 gerelateerd aan Covid-19 gerelateerde huurtoegevingen. De EU heeft deze wijzigingen goedgekeurd in oktober 2020.

Ten gevolge van de Covid-19 uitbraak, hebben verschillende verhuurders huurtoegevingen toegekend aan huurders, dit onder de vorm van uitstel van huurbetalingen of vermindering van het huurbedrag, eventueel gecompenseerd door een verhoging van de huur in toekomstige periodes. De wijzigingen voorzien in de praktische oplossing dat huurders niet moeten beoordelen of de Covid-19 gerelateerde huurtoegevingen, die resulteren in een vermindering van de verschuldigde huurbedragen tot en met 30 juni 2021, moeten worden aanzien als een wijziging van de leaseovereenkomst. Als huurder heeft Ageas niet genoten van Covid-19 gerelateerde huurtoegevingen, die zouden resulteren in een wijziging van de leaseovereenkomst. Bijgevolg hebben deze wijzigingen in IFRS 16 geen impact op de geconsolideerde balans en resultatenrekening van Ageas.

Gegeven de huidige situatie van de Covid-19 pandemie, heeft de IASB in maart 2021 besloten om de praktische oplossing hierboven te verlengen voor Covid-19 gerelateerde huurtoegevingen die resulteren in een vermindering van de verschuldigde huurbedragen tot en met 30 juni 2022. Deze wijziging is nog niet goedgekeurd door de EU. Omdat Ageas tot op heden niet heeft genoten van Covid-19 gerelateerde huurtoegevingen, wordt verwacht dat deze wijzigingen geen gevolgen hebben voor Ageas.

1.2.2 Toekomstige wijzigingen IFRS-standaarden

De volgende nieuwe of herziene IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen van IFRS-standaarden en interpretaties worden van kracht voor boekhoudperiodes die beginnen op 1 januari 2022 of later. Ageas heeft geen IFRS-standaarden toegepast die al zijn gepubliceerd door de IASB maar die nog niet effectief zijn.

Verlenging van de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 – Wijzigingen in IFRS 4

De IASB heeft in juli 2014 IFRS 9 'Financiële instrumenten' gepubliceerd en de EU heeft IFRS 9 goedgekeurd in november 2016. Alhoewel IFRS 9 van toepassing is voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2018, blijft Ageas ondertussen IAS 39 'Financiële instrumenten – opname en waardering' toepassen. Ageas zal IFRS 9 voor de eerste keer toepassen voor de boekhoudperiode die begint op of na 1 januari 2023. Onderstaande paragrafen verduidelijken deze afwijking.

Samen met de publicatie van wijzigingen in IFRS 17 in juni 2020, heeft de IASB wijzigingen in IFRS 4 'Verlenging van de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9' gepubliceerd. Hiermee heeft de IASB bevestigd dat verzekeringsondernemingen de initiële toepassingsdatum van IFRS 9 en IFRS 17 kunnen aligneren. De EU heeft de wijzigingen in IFRS 4 goedgekeurd in december 2020.

De wijzigingen in IFRS 4 bieden twee alternatieven om het effect van de verschillende toepassingsdata van IFRS 9 en IFRS 17 tot een minimum te beperken. Deze opties zijn de overlappingsbenadering en de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9.

De tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 is een optionele tijdelijke vrijstelling voor boekhoudperiodes die beginnen vóór 1 januari 2023, voor entiteiten die overwegend verzekeringscontracten uitgeven. Ageas heeft op de referentiedatum van 31 december 2015 nagegaan of haar activiteiten overwegend verband houden met verzekering en concludeerde dat ze in aanmerking kwam voor de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9. Dit betekent dat:

  • De boekwaarde van de verplichtingen die voortvloeien uit contracten die vallen binnen het toepassingsgebied van IFRS 4 significant is in vergelijking met de totale boekwaarde van alle verplichtingen van Ageas; en
  • Het percentage van de totale boekwaarde van de met verzekeringsactiviteiten verband houdende verplichtingen, ten opzichte van de totale boekwaarde van alle verplichtingen van Ageas, is hoger dan 90 procent.

Bovenstaande analyse is niet opnieuw uitgevoerd op een latere datum omdat er geen substantiële veranderingen hebben plaatsvonden in de activiteiten van Ageas, die een dergelijke herbeoordeling noodzakelijk zouden maken.

Omdat Ageas in aanmerking komt voor de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9, besloot Ageas om hiervan gebruik te maken en om de initiële toepassingsdatum van IFRS 9 en IFRS 17 te aligneren. Intussen werkt Ageas aan een gecombineerd implementatieproject voor de implementatie van beide IFRS-standaarden.

IFRS 17 Verzekeringscontracten

De IASB heeft IFRS 17 'Verzekeringscontracten' gepubliceerd in mei 2017 en heeft in juni 2020 wijzigingen aan IFRS 17 gepubliceerd. IFRS 17 is van toepassing voor boekhoudperiodes die beginnen op of na 1 januari 2023, wat ook de initiële datum is waarop Ageas IFRS 17 zal toepassen.

IFRS 17 is een allesomvattende nieuwe boekhoudstandaard voor verzekeringscontracten, herverzekeringscontracten en beleggingscontracten met een discretionair winstdelingselement. IFRS 17 omvat grondslagen over de opname en waardering, presentatie en toelichting van nieuwe en lopende groepen van contracten. Vanaf 1 januari 2023 zal IFRS 17 de huidige standaard IFRS 4 'Verzekeringscontracten' vervangen, welke gepubliceerd is in 2005. De IASB verwacht dat IFRS 17 zal leiden tot een grotere vergelijkbaarheid en transparantie in de boekhoudkundige verwerking van verzekeringscontracten ten opzichte van IFRS 4, dat grotendeels gebaseerd is op de verderzetting van lokale boekhoudregels.

IFRS 17 introduceert een boekhoudkundig waarderingsmodel voor verzekeringscontracten, herverzekeringscontracten en beleggingscontracten met een discretionair winstdelingselement dat gebaseerd is op de actuele waarde. De belangrijkste kenmerken van dit nieuw boekhoudkundig waarderingsmodel zijn:

  • Waardering van de contante waarde van de toekomstige kasstromen, welke een expliciete risicocorrectie omvat, op het einde van elke rapporteringsperiode;
  • De contractuele verwachte winstmarge (CSM) weerspiegelt de niet-verdiende winst in de toekomstige kasstromen. In plaats van deze winst te erkennen op initiële contractdatum, vereist IFRS 17 dat deze winst wordt erkend in de resultatenrekening gedurende de periode dat verzekeringsdekking wordt verleend;
  • Sommige wijzigingen in de verwachte contante waarde van de toekomstige kasstromen leiden tot een aanpassing van de CSM en worden bijgevolg erkend in de resultatenrekening gedurende de periode waarin verzekeringsdekking wordt verleend;
  • Het effect van wijzigingen in de verdisconteringsvoet wordt ofwel erkend in de resultatenrekening ofwel in overige niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen, dit in functie van de boekhoudkundige grondslag die de onderneming heeft gekozen.
  • Een vereenvoudigd waarderingsmodel, Premium Allocation Approach (PAA), kan worden toegepast voor verzekeringscontracten die voldoen aan specifieke voorwaarden, zoals een dekkingsperiode van maximaal één jaar;
  • Voor winstdelende verzekeringscontracten waarbij de polishouders deelnemen in de resultaten van een duidelijk geïdentificeerde set van onderliggende financiële activa en waarbij de winstdeelname substantieel is, wordt de Variable Fee Approach (VFA) toegepast. Dit is een variatie op het algemene waarderingsmodel, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke winstdelende kenmerken van deze verzekeringscontracten;
  • De presentatie in de resultatenrekening van opbrengsten en lasten uit verzekeringsactiviteiten is gebaseerd op het concept van de in de boekhoudperiode geleverde verzekeringsdiensten;
  • Gegarandeerde bedragen, die polishouders altijd ontvangen, ongeacht of er zich een verzekerde gebeurtenis voordoet (nietafgescheiden beleggingscomponenten) worden rechtstreeks op de balans erkend en beïnvloeden de resultatenrekening niet;
  • Verhoogde transparantie over de winstgevendheid van verzekeringscontracten: opbrengsten en lasten uit verzekeringsactiviteiten worden afzonderlijk gepresenteerd van deze uit financiële activiteiten; en
  • Uitgebreide toelichtingen hebben tot doel om de bedragen op de balans en in de resultatenrekening, gerelateerd aan verzekeringscontracten, te verduidelijken.

De EU heeft IFRS 17 nog niet goedgekeurd. Dit proces is lopende. In maart 2021 heeft de EFRAG zijn finaal advies over IFRS 17, inclusief de wijzigingen van juni 2020, overgemaakt aan de EU. Momenteel analyseert de EU een mogelijke afwijking van de verplichting in IFRS 17 om contracten te groepen in jaarlijkse cohorten, dit voor groepen van verzekeringscontracten met winstdelende eigenschappen waarbij de polishouders deelnemen in de resultaten van een duidelijk geïdentificeerde set van onderliggende financiële activa en waarbij de winstdeelname substantieel is en voor groepen van beleggingscontracten met een discretionair winstdelingselement waarbij de kasstromen beïnvloed zijn door kasstromen aan polishouders in andere groepen.

Omdat Ageas de mogelijkheid heeft om de initiële toepassingsdatum van IFRS 9 'Financiële instrumenten' en IFRS 17 'Verzekeringscontracten' te aligneren, heeft Ageas een gecombineerd implementatieproject opgezet. De toepassing van beide standaarden zal leiden tot belangrijke wijzigingen in de grondslagen voor financiële rapportering en tot belangrijke wijzigingen in de geconsolideerde IFRS jaarrekening van Ageas. Deze wijzigingen zullen een belangrijke impact hebben op het eigen vermogen, nettoresultaat en de nietgerealiseerde resultaten in het eigen vermogen. Omdat het implementatieproject momenteel nog lopende is, kan de impact van beide standaarden op de balans en resultatenrekening van Ageas niet op een betrouwbare manier worden gekwantificeerd.

Overige wijzigingen in IFRS-standaarden

De overige wijzigingen in de IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen van IFRS-standaarden en interpretaties, die per 1 januari 2022 of later van kracht worden, zullen naar verwachting geen significante impact hebben op de geconsolideerde balans en resultatenrekening van Ageas. De EU heeft nog niet alle wijzigingen goedgekeurd. Deze wijzigingen betreffen:

  • Wijzigingen in IAS 1 'Classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend';
  • Wijzigingen in IAS 16 'Materiële vaste activa: opbrengsten vóór gebruik'
  • Wijzigingen in IAS 37 'Verlieslatende contracten: kost van de uitvoering van een contract';

  • Wijzigingen in IFRS 3 'Referenties naar het raamwerk voor de opstelling en presentatie van jaarrekeningen';

  • Jaarlijkse verbeteringen aan de IFRS-standaarden (cyclus 2018- 2020): wijziging aan IFRS 1 'Eerste toepassing van IFRSstandaarden', wijziging aan IFRS 9 'Financiële instrumenten', wijziging aan voorbeelden horende bij IFRS 16 'Leaseovereenkomsten' en wijziging aan IAS 41 'Landbouw'.
  • Wijzigingen aan IAS 1 en IFRS Practice Statement 2: Toelichting van grondslagen voor financiële verslaggeving';
  • Wijzigingen aan IAS 8 'Definitie van boekhoudkundige schattingen'; en
  • Wijzigingen aan IAS 12'Uitgestelde belastingen gerelateerd aan éénzelfde transactie'.

1.3 Het gebruik van schattingen

De opstelling van het beknopte geconsolideerde tussentijds financieel verslag van Ageas vereist het gebruik van bepaalde oordelen, schattingen en aannames welke de gerapporteerde bedragen voor activa, passiva, opbrengsten en lasten beïnvloeden. Bij elke schatting bestaat er van nature een belangrijk risico dat de boekwaarde van activa en passiva in de loop van het volgende boekjaar in belangrijke mate worden aangepast (in positieve of negatieve zin).

Ondanks dat de onzekerheden in de vooruitzichten op korte, middellange en lange termijn omwille van de Covid-19 uitbraak gedaald zijn ten opzichte van 2020, blijven de gebruikte oordelen, schattingen en aannames onderhevig aan een verhoogde onzekerheid. Hierdoor kunnen de erkende bedragen afwijken van vorige schattingen en aannames. Gebruikte schattingen en onderliggende assumpties zijn herzien, meer bepaald voor wat betreft de reële waardes van (niet genoteerde) financiële activa en verplichtingen die worden gewaardeerd aan de hand van een waarderingstechniek (niveau 2 of 3), de reële waardes van vastgoedbeleggingen en materiële vaste activa, uitgestelde belastingvorderingen, verzekeringsverplichtingen, hedge accounting, de waardering van de realiseerbare waarde van financiële activa, geassocieerde ondernemingen en goodwill.

De onderstaande tabel vermeldt de schattingsonzekerheid van de belangrijkste schattingen en aannames:

Activa

Financiële instrumenten

  • Reële waarde Niveau 2:
  • . Het waarderingsmodel
  • . Inactieve markten
  • Reële waarde Niveau 3:
  • . Het waarderingsmodel
  • . Gebruik van niet-waarneembare input
  • . Inactieve markten

Vastgoedbeleggingen:

Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde

Leningen:

  • Het waarderingsmodel
  • Gebruik van parameters als kredietrisico-spread, looptijd en rentevoet

Deelnemingen:

Onzekerheden gerelateerd aan de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen

Waarderingstest van goodwill:

  • Het waarderingsmodel
  • Financiële en economische variabelen
  • De gebruikte rentevoet
  • De aan de entiteit inherente risicopremie

Overige immateriële vaste activa:

Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde

Uitgestelde belastingvorderingen:

  • Interpretatie van belastingwetgeving
  • Bedrag en tijdstip van toekomstig belastbaar inkomen

Passiva

Verplichtingen betreffende verzekeringscontracten

  • Leven:
  • . De gebruikte actuariële aannames
  • . De verwachte rendementscurve gebruikt bij de toereikendheidstoets (LAT-test)
  • . Het herbeleggingsprofiel van de beleggingsportefeuille, kredietrisico-spread en looptijd, bij de bepaling van de schaduw LAT aanpassing
  • Niet-Leven:
  • . De verwachte schadelast die aan het eind van de rapporteringsperiode wordt gerapporteerd
  • . De verwachte schadelast voor voorgevallen maar nietgerapporteerde schadeclaims aan het einde van de rapporteringsperiode
  • . Schadebehandelingskosten

Pensioenverplichtingen:

  • De gebruikte actuariële aannames
  • De gebruikte rentevoet
  • Inflatie- en salarisontwikkelingen

Voorzieningen:

  • De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden
  • De berekening van de beste inschatting

Uitgestelde belastingverplichtingen:

  • Interpretatie van belastingwetgeving
  • Bedrag en tijdstip van toekomstig belastbaar inkomen

1.4 Segmentinformatie

De gerapporteerde operationele segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dat ze dezelfde economische kenmerken delen.

De operationele segmenten van Ageas zijn:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Herverzekering; en
  • Algemene Rekening.

Activiteiten binnen de groep die geen verband houden met verzekeringsactiviteiten en eliminatieverschillen worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd. Deze nietverzekeringsactiviteiten worden gerapporteerd in het operationeel segment Algemene Rekening, dat activiteiten omvat zoals groepsfinanciering en overige holdingactiviteiten. Het operationeel segment Algemene Rekening omvat tevens de investering in Royal Park Investments en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES/RPN(I).

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme commerciële condities, zoals die van toepassing zouden zijn tussen niet-verwante derden. Eliminaties worden afzonderlijk gerapporteerd.

1.5 Consolidatiegrondslagen

Het beknopte geconsolideerde tussentijds financieel verslag van Ageas omvat de jaarrekeningen van ageas SA/NV (de moederonderneming) en haar dochterondernemingen.

Bedrijfscombinaties

Bedrijfscombinaties die voldoen aan de definitie van een bedrijf en waarvan de zeggenschap is overgedragen aan Ageas, worden erkend op basis van de zogenaamde 'acquisition method'. Om als een bedrijf te worden aanzien, moeten de overgenomen activiteiten en activa ten minste een middel en een substantieel proces omvatten die samen een significante bijdrage leveren tot het vermogen om een productie tot stand te brengen. Het overgenomen proces (of groep van processen) is substantieel als het van cruciaal belang is voor het vermogen om verworven middelen tot een productie te ontwikkelen of in een productie om te zetten of van cruciaal belang is voor het vermogen om producten te blijven produceren.

De verkrijgingsprijs van de overname wordt bepaald als de reële waarde van de opgeofferde waarde op het overnamemoment (gecorrigeerd voor een eventueel minderheidsbelang). Voor elke bedrijfscombinatie heeft Ageas de optie enig minderheidsbelang te waarderen tegen de reële waarde of tegen het evenredig deel van het minderheidsbelang in de identificeerbare netto-activa van de overgenomen partij.

In geval van een stapsgewijze overname wordt, op het moment van uitbreiding van het belang, het eerder aangehouden belang geherwaardeerd tegen reële waarde en via het resultaat verantwoord.

Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn die entiteiten waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde er voordelen uit te halen ('zeggenschap'). Bij de evaluatie van de zeggenschap over een andere entiteit, wordt het bestaan en effect van materiële potentiële stemrechten van substantiële aard, die thans uitoefenbaar of thans converteerbaar zijn, in aanmerking genomen.

Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum van overdracht van de effectieve zeggenschap tot op de einddatum van deze zeggenschap.

Dochterondernemingen die uitsluitend zijn verworven met de bedoeling te worden doorverkocht, worden verantwoord als 'vaste activa aangehouden voor verkoop'.

Alle significante transacties tussen ondernemingen binnen de groep (saldi, winsten en verliezen uit transacties tussen ondernemingen van Ageas) worden geëlimineerd.

Geassocieerde ondernemingen

Participaties in geassocieerde ondernemingen zijn beleggingen waarbij Ageas een significante invloed heeft op het financiële of operationele beleid, maar geen zeggenschap of gedeelde zeggenschap heeft.

Participaties in geassocieerde ondernemingen worden gewaardeerd op basis van de vermogensmutatiemethode. Bij aankoop wordt de deelname gewaardeerd tegen kostprijs, waarbij transactiekosten worden meegenomen. Daarna wordt ons aandeel in het nettoresultaat van het boekjaar verwerkt als 'Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen'. Het aandeel van Ageas in de mutaties in het eigen vermogen van de deelneming na de overname wordt verwerkt in overige niet-gerealiseerde resultaten. Dividenden ontvangen uit geassocieerde ondernemingen verminderen de boekwaarde van de belegging.

Participaties in joint ventures, waarbij de gemeenschappelijke zeggenschap in de overeenkomst Ageas rechten verschaft ten aanzien van de netto activa van deze gemeenschappelijke overeenkomst, worden op dezelfde methode verwerkt als beleggingen in geassocieerde ondernemingen.

Winsten op transacties tussen Ageas en beleggingen gewaardeerd volgens de equity methode worden geëlimineerd naar rato van het aandeel van Ageas. Verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie blijkt dat het overgedragen actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Verliezen worden geboekt totdat de boekwaarde van de investering tot nul is gedaald. Verdere verliezen worden alleen verantwoord voor zover Ageas gehouden is aan in rechte afdwingbare of een feitelijke verplichtingen of betalingen heeft verricht namens de geassocieerde onderneming.

Ageas past IAS 39 toe voor lange termijn belangen (zoals leningen) in een geassocieerde onderneming of joint venture die deel uitmaken van onze totale investering in die geassocieerde onderneming of de joint venture, maar waarvoor de vermogensmutatiemethode niet wordt toegepast.

1.6 Transacties en saldi in vreemde valuta

In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.

Koersen per einde periode Gemiddelde koers
1 euro = 30 juni 2021 31 december 2020 Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Britse pond 0,86 0,90 0,87 0,87
Amerikaanse dollar 1,19 1,23 1,21 1,10
Hongkong dollar 9,23 9,51 9,36 8,55
Turkse lira 10,32 9,11 9,52 7,15
Chinese yuan renminbi 7,67 8,02 7,80 7,75
Indiase roepie 88,32 89,66 88,41 81,71
Maleisische ringgit 4,93 4,93 4,94 4,68
Filipijnse peso 58,06 59,13 58,16 55,83
Thaise baht 38,12 36,73 37,15 34,82
Vietnamese dong 27.286 28.108 27.771 25.701

2 Overnames en desinvesteringen

Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in toelichting 21 Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames per 30 juni 2021

AgeSA (voorheen: AvivaSA) (CEU)

Op 5 mei 2021 kondigde Ageas aan dat het alle goedkeuringen van de regelgevende instanties had verkregen en de overname van Aviva plc, een belang van 40% in het Turkse beursgenoteerde levensverzekerings- en pensioenbedrijf AgeSA, had voltooid. Het overnamebedrag is GBP 119 miljoen (EUR 143 miljoen inclusief transactiekosten). AgeSA wordt verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode.

2.2 Desinvesteringen per 30 juni 2021

Tesco Underwriting Ltd. (TU) (VK)

Op 14 oktober 2020 heeft Ageas aangekondigd dat Tesco Bank het 50,1%-belang van Ageas in de geassocieerde onderneming Tesco Underwriting Limited zal overnemen. Dienovereenkomstig werd de boekwaarde van de geassocieerde deelneming in de jaarrekening 2020 gepresenteerd als aangehouden voor verkoop. De verkoop werd op 4 mei 2021 afgerond voor een vergoeding van GBP 112 miljoen. De impact van de verkoop op de resultaten van de eerste 6 maanden van 2021 was een winst van EUR 4,2 miljoen. Deze winst is verdeeld over de posten "Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten" en "Resultaat op verkoop en herwaarderingen" van de resultatenrekening.

2.3 Overnames in 2020

Taiping Reinsurance Co. Ltd. (TPRe) (Azië)

Op 27 november 2020 verwierf Ageas een belang van 24,99% in Taiping Reinsurance Company Limited (TPRe) door in te schrijven op een kapitaalverhoging van HKD 3 miljard (EUR 336 miljoen). TPRe is een dochteronderneming van China Taiping Insurance Holdings (CTIH). Het belang in de deelneming TPRe wordt boekhoudkundig verwerkt via de vermogensmutatiemethode.

Additionele acquisitie in IFLIC (Azië)

Op 30 december 2020 heeft Ageas een aanvullend belang van 23% verworven in de Indiase levensverzekerings-joint venture IDBI Federal Life Insurance Company Ltd. (IFLIC) voor een bedrag van INR 5,1 miljard (EUR 58 miljoen inclusief transactiekosten). Met deze transactie verhoogde Ageas zijn belang in IFLIC tot 49% en wordt het de grootste aandeelhouder in de joint venture die het samen met IDBI Bank en Federal Bank exploiteert. Ageas blijft de geassocieerde deelneming boekhoudkundig verwerken volgens de vermogensmutatiemethode. Na de transactie heeft IFLIC de nieuwe naam Ageas Federal Life Insurance Company gekregen.

2.4 Desinvesteringen in 2020

AG Insurance (België)

In het tweede kwartaal van 2020 leidde een verlies van zeggenschap in de Sicav Equities Euro tot de deconsolidatie van deze entiteit, wat resulteerde in een meerwaarde van EUR 26 miljoen.

In het derde kwartaal van 2020 verkocht AG Insurance de geassocieerde deelneming SCI Frey Retail Fund 2 voor een bedrag van EUR 41 miljoen, waarmee een meerwaarde van EUR 8 miljoen werd gerealiseerd. In het laatste kwartaal van 2020 heeft AG Insurance zijn belangen in de geassocieerde deelneming BG1 verkocht voor een totaalbedrag van EUR 125 miljoen, met een meerwaarde van EUR 32 miljoen.

3 Toezicht en solvabiliteit

ageas SA/NV is de ultieme moedermaatschappij van de Ageas Groep. De Nationale Bank van België (NBB) heeft ageas SA/NV aangemerkt als een Verzekeringsholding. Sinds juni 2018 heeft de NBB aan ageas SA/NV een vergunning toegekend om alle leven en niet-leven herverzekeringsactiviteiten uit te voeren. NBB is de toezichthoudende instantie en ontvangt in die hoedanigheid specifieke rapporten die de basis vormen voor het prudentieel toezicht op het niveau van de groep. In zijn rol van toezichthoudende instantie voor de groep faciliteert de NBB groepstoezicht via een college van toezichthouders. Toezichthouders in de EER-lidstaten waarin Ageas actief is, zijn in dit college vertegenwoordigd. Het college werkt op basis van Europese richtlijnen, waarborgt dat de samenwerking, uitwisseling van informatie en gezamenlijk overleg tussen de toezichthoudende instanties plaatsvindt en bevordert de convergentie van toezichthoudende activiteiten.

3.1 Vereist en beschikbaar kapitaal onder Solvency II – Partieel Intern Model (Pijler 1 – niet gereviewed)

Sinds 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau onder het Solvency II-raamwerk. In plaats van de Standaardformule toe te passen gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) voor de Pijler 1-rapportage waarbij het grootste deel van de schadeverzekeringsrisico's worden gemodelleerd aan de hand van Ageas-specifieke formules.

Voor volledig geconsolideerde entiteiten is de consolidatiekring voor Solvency II vergelijkbaar met die van IFRS, met een uitzondering voor Interparking, dat in Solvency II proportioneel geconsolideerd wordt en in IFRS volledig. De Europese beleggingen in deelnemingen werden pro-rata opgenomen, zonder enige diversificatievoordelen. Alle niet-Europese deelnemingen (inclusief Turkije) werden uitgesloten van beschikbaar kapitaal en vereist kapitaal, aangezien de toepasselijke solvabiliteitsstelsels niet als gelijkwaardig aan Solvency II worden beschouwd.

In het Partieel Intern Model (PIM) past Ageas overgangsmaatregelen toe inzake de technische voorzieningen in Portugal en Frankrijk en de grandfathering van uitgegeven hybride schuld.

3.2 Kapitaalbeheer Ageas onder Solvency II – SCRageas (Pijler 2 – niet gereviewed)

Ageas is van mening dat een sterke kapitaalbasis in de individuele verzekeringsactiviteiten een noodzaak is, enerzijds als een competitief voordeel en anderzijds omdat het nodig is om de geplande groei te financieren.

Voor zijn kapitaalbeheer hanteert Ageas een interne benadering gebaseerd op het Partieel Intern Model met een aangepast spread risico, waarbij een Intern Model wordt toegepast voor Vastgoed (vanaf 2016), overgangsmaatregelen worden verwijderd (met uitzondering van de grandfathering van uitgegeven hybride schuld en de verlenging van rapportagedeadlines) en een aanpassing voor de reële waardering van IAS 19-reserves.

Onder deze aanpassing wordt het spread risico berekend op het fundamenteel gedeelte van het spreadrisico voor alle obligaties. Dit betekent dat eveneens een SCR-last wordt toegekend aan overheidsobligaties uit de EU met een hoge rating en verlaagt het spread risico voor alle andere obligaties. De technische voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde met gebruik van een rentecurve zoals voorgeschreven door EIOPA. In plaats van de standaard volatiliteitsaanpassing passen de ondernemingen een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing toe, of gebruiken een model voor verwachte verliezen gebaseerd op de samenstelling van hun specifieke activaportefeuille. Deze SCR wordt SCRageas genoemd.

Kapitaalpositie Ageas per segment, gebaseerd op de SCR Ageas

31 december 2020
Eigen Solvabiliteits- Eigen Solvabiliteits
vermogen SCR ratio vermogen SCR ratio
België 6.124 3.060 200,1% 5.882 3.019 194,8%
VK 727 412 176,6% 840 463 181,4%
Continentaal Europa 1.114 630 176,8% 1.051 634 165,8%
Herverzekering 822 390 211,0% 832 407 204,4%
Niet-Overdraagbaar eigen vermogen / Diversificatie (859) (394) (844) (419)
Totaal Verzekering 7.928 4.097 193,5% 7.761 4.104 189,1%
Algemene Rekening inclusief eliminatie en diversificatie 258 70 295 68
Totaal Ageas 8.186 4.167 196,4% 8.056 4.172 193,1%

De beoogde kapitaalratio wordt gesteld op 175% gebaseerd op SCRageas.

Per 30 juni 2021 waren er geen uitstaande of nieuwe leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan bestuursleden en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers.

De wet van 28 april 2020 tot uitvoering van Richtlijn 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad (de Tweede Richtlijn Aandeelhoudersrechten of SRD II) introduceerde een nieuw regime voor transacties met verbonden partijen, dat van toepassing is op alle leden van de Ageas groep. De wet werd van kracht op 16 mei 2020. Dit nieuwe regime houdt onder meer een sterkere verplichting in voor Ageas om te rapporteren over de toepassing van de procedure voor transacties met verbonden partijen, zowel onmiddellijk wanneer de transactie plaatsvindt, als in het jaarverslag voor het relevante financiële jaar. In het eerste semester van 2021 vonden er binnen Ageas groep geen transacties plaats waarop de procedure van toepassing op transacties tussen verbonden partijen diende toegepast te worden.

5 Informatie operationele segmenten

51 Algemene informatie

De te rapporteren segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's, de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in die bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.

Operationele segmenten

Ageas is georganiseerd in zes operationele segmenten:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa (CEU);
  • Azië;
  • Herverzekering; en
  • Algemene Rekening.

Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa, Azië en Herverzekering. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met de kernactiviteit verzekeringen, zoals groepsfinanciering en andere holdingactiviteiten, in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.

Deze segmentbenadering komt overeen met de reikwijdte van de managementverantwoordelijkheden.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

In het eerste halfjaar van 2021 deden zich geen wijzigingen voor in de operationele segmenten.

5.2 Resultatenrekening per operationeel segment

Her- Eliminaties Totaal ver- Algemene Eliminaties
Eerste halfjaar 2021 België VK CEU Azië verzekering verzekeringen zekeringen rekening groep Totaal
Baten
-
Bruto premie-inkomen
2.837 683 887 903 (870) 4.440 (2) 4.438
-
Wijziging in niet-verdiende premies
(116) 26 (22) (138) 135 (115) (115)
-
Uitgaande herverzekeringspremies
(391) (319) (196) (39) 726 (219) (219)
Netto verdiende premies 2.330 390 669 726 (9) 4.106 (2) 4.104
Rentebaten, dividend
en overige beleggingsbaten 1.041 25 90 10 (1) 1.165 18 (17) 1.166
Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) (57) (57)
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 67 3 20 1 (1) 90 (5) 3 88
Baten uit beleggingen
inzake unit-linked contracten 581 250 1 832 832
Aandeel in resultaat van deelnemingen 6 9 215 230 1 231
Commissiebaten 249 110 130 7 (268) 228 228
Overige baten 111 16 13 1 141 5 (11) 135
Totale baten 4.385 544 1.181 215 744 (277) 6.792 (38) (27) 6.727
Kosten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
(2.535) (410) (631) (433) 395 (3.614) 2 (3.612)
-
Schadelasten en uitkeringen aandeel herverzekeraars
209 188 85 4 (382) 104 104
Schadelasten en uitkeringen, netto (2.326) (222) (546) (429) 13 (3.510) 2 (3.508)
Lasten inzake unit-linked contracten (622) (276) (1) (899) (899)
Financieringslasten (44) (4) (5) (1) 1 (53) (34) 18 (69)
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen (27) (2) (29) (29)
Wijzigingen in voorzieningen 10 10
Commissielasten (361) (132) (117) (284) 268 (626) (626)
Personeelslasten (271) (65) (55) (11) (1) 1 (402) (18) 1 (419)
Overige lasten (411) (88) (74) (1) 1 (5) (578) (27) 8 (597)
Totale lasten (4.062) (511) (1.075) (12) (714) 277 (6.097) (69) 29 (6.137)
Resultaat voor belastingen 323 33 106 203 30 695 (107) 2 590
Belastingbaten (lasten) (81) 1 (28) (108) (10) 1 (117)
Nettoresultaat over de periode 242 34 78 203 30 587 (117) 3 473
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 51 15 66 66
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 191 34 63 203 30 521 (117) 3 407
Totale baten van externe klanten 4.540 731 1.288 211 6.770 (43) 6.727
Totale baten intern (155) (187) (107) 4 744 (277) 22 5 (27)
Totale baten 4.385 544 1.181 215 744 (277) 6.792 (38) (27) 6.727

Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.

Her- Eliminaties Totaal ver- Algemene Eliminaties
Eerste halfjaar 2021 België VK CEU Azië verzekering verzekeringen zekeringen rekening groep Totaal
Bruto premie-inkomen 2.837 683 887 903 (870) 4.440 (2) 4.438
Premies inzake beleggingscontracten 375 409 (1) 783 1 784
Bruto premie 3.212 683 1.296 903 (871) 5.223 (1) 5.222
Her- Eliminaties Totaal ver- Algemene Eliminaties
Eerste halfjaar 2020 België VK CEU Azië verzekering verzekeringen zekeringen rekening groep Totaal
Baten
-
Bruto premies
2.803 690 786 1.028 (1.010) 4.297 (1) 4.296
-
Wijziging in niet-verdiende premies
(107) (2) (17) (134) 132 (128) (128)
-
Uitgaande herverzekeringspremies
(364) (452) (237) (28) 878 (203) (203)
Netto verdiende premies 2.332 236 532 866 3.966 (1) 3.965
Rentebaten, dividend
en overige beleggingsbaten 1.061 16 103 9 1.189 20 (19) 1.190
Niet-gerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 16 16
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 67 3 12 82 335 (3) 414
Baten uit beleggingen inzake
unit-linked contracten (382) (219) (601) (601)
Aandeel in resultaat van deelnemingen 3 8 11 228 1 251 1 252
Commissiebaten 219 134 118 2 (286) 187 187
Overige baten 67 17 8 92 4 (9) 87
Totale baten 3.367 414 565 228 877 (285) 5.166 376 (32) 5.510
Kosten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
(2.532) (404) (485) (618) 609 (3.430) 1 (3.429)
-
Schadelasten en uitkeringen,aandeel herverzekeraars
197 324 141 30 (609) 83 83
Schadelasten en uitkeringen, netto (2.335) (80) (344) (588) (3.347) 1 (3.346)
Lasten inzake unit-linked contracten 357 186 543 543
Financieringslasten (44) (4) (6) (1) (55) (35) 19 (71)
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen (110) (21) (131) (131)
Wijzigingen in voorzieningen (1) 1 (1) (1) 31 30
Commissielasten (337) (136) (103) (294) 286 (584) (584)
Personeelslasten (277) (67) (51) (11) (1) 1 (406) (13) (419)
Overige lasten (369) (103) (72) (1) 30 (515) (44) 9 (550)
Totale lasten (3.116) (390) (410) (12) (853) 285 (4.496) (61) 29 (4.528)
Resultaat voor belastingen 251 24 155 216 24 670 315 (3) 982
Belastingbaten (lasten) (76) 2 (40) (114) (12) (126)
Nettoresultaat over de periode 175 26 115 216 24 556 303 (3) 856
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 36 29 65 65
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 139 26 86 216 24 491 303 (3) 791
Totale baten van externe klanten 3.512 709 711 228 5.160 350 5.510
Totale baten intern (145) (295) (146) 877 (285) 6 26 (32)
Totale baten 3.367 414 565 228 877 (285) 5.166 376 (32) 5.510

Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.

Her- Eliminaties Totaal ver- Algemene Eliminaties
Eerste halfjaar 2020 België VK CEU Azië verzekering verzekeringen zekeringen rekening groep Totaal
Bruto premie-inkomen 2.803 690 786 1.028 (1.010) 4.297 (1) 4.296
Premies inzake beleggingscontracten 242 173 415 415
Bruto premie-inkomen 3.045 690 959 1.028 (1.010) 4.712 (1) 4.711

5.3 Operationeel resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.

Het operationeel resultaat omvat de netto verdiende premies, commissies en gealloceerde beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden, na aftrek van netto schadelasten, uitkeringen en alle operationele lasten, inclusief de kosten voor schadeafhandeling, beleggingskosten, commissies en andere lasten, gealloceerd aan verzekerings- en/of beleggingscontracten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt. De definities van de alternatieve prestatiemaatstaven worden onder de tabellen toegelicht.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Leven activiteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het segment Leven omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). Het segment Niet-leven bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Gezondheidszorg verzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.

Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Herver- Eliminaties Totaal ver- Algemene Totaal
Eerste halfjaar 2021 België VK CEU Azië zekering verzekeringen zekeringen rekening Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 1.981 876 22 (21) 2.858 2.858
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.231 683 420 881 (850) 2.365 (1) 2.364
Operationele kosten (315) (118) (98) (2) 1 (532) (532)
-
Gegarandeerde producten
188 48 1 237 237
-
Unit-linked producten
23 10 33 33
Operationeel resultaat Leven 211 58 1 270 270
-
Ongevallen en gezondheidszorg
9 24 (4) 29 29
-
Auto
64 37 10 14 (4) 121 121
-
Brand en overige schade aan eigendommen
12 (7) 8 10 23 23
-
Overige
23 1 (3) 9 (1) 29 2 31
Operationeel resultaat Niet-leven 108 31 39 29 (5) 202 2 204
Operationeel resultaat 319 31 97 30 (5) 472 2 474
Aandeel in het resultaat van deelnemingen, niet gealloceerd 6 215 (4) 217 1 218
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 4 2 3 (12) 9 6 (108) (102)
Resultaat voor belastingen 323 33 106 203 30 695 (107) 2 590
Key performance indicators Leven
Netto-onderschrijvingsmarge (0,02%) 0,35% 21,23% 0,07% 0,07%
Beleggingsmarge 0,73% 0,43% 0,66% 0,66%
Operationele marge 0,71% 0,78% 21,23% 0,73% 0,73%
-
Operationele marge Gegarandeerde producten
-
Operationele marge
0,81% 1,13% 21,23% 0,86% 0,86%
Unit-linked producten 0,37% 0,32% 0,35% 0,35%
Operationele kosten Leven in % van het
gemiddeld beheerd vermogen Leven (op jaarbasis) 0,43% 0,46% 6,56% 0,43% 0,43%
Key performance indicators Niet-leven
Kostenratio 34,2% 39,3% 23,4% 39,0% 35,5% 35,5%
Schaderatio 56,6% 56,8% 59,3% 58,4% 57,5% 57,5%
Combined ratio 90,8% 96,1% 82,7% 97,4% 93,0% 93,0%
Operationele marge 14,8% 7,9% 17,7% 4,2% 9,8% 9,9%
Technische voorzieningen 66.304 2.552 16.376 1.659 (1.576) 85.315 (14) 85.301
Herver- Eliminaties Totaal ver- Algemene Totaal
Eerste halfjaar 2020 België VK CEU Azië zekering verzekeringen zekeringen rekening Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 1.897 561 8 (8) 2.458 2.458
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.148 690 398 1.020 (1.002) 2.254 (1) 2.253
Operationele kosten (309) (113) (97) (1) (1) (521) (521)
-
Gegarandeerde producten
112 102 1 (1) 214 214
-
Unit-linked producten
18 3 1 22 22
Operationeel resultaat Leven 130 105 1 236 236
-
Ongevallen en gezondheidszorg
6 25 1 32 32
-
Auto
62 44 15 22 (2) 141 141
-
Brand en overige schade aan eigendommen
13 (8) 11 2 (1) 17 17
-
Overige
35 (17) 3 (1) 3 23 (3) 20
Operationeel resultaat Niet-leven 116 19 54 23 1 213 (3) 210
Operationeel resultaat 246 19 159 24 1 449 (3) 446
Aandeel in het resultaat van deelnemingen, niet gealloceerd 8 11 228 1 248 1 249
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 5 (3) (15) (12) (2) (27) 314 287
Resultaat voor belastingen 251 24 155 216 24 670 315 (3) 982
Key performance indicators Leven
Netto-onderschrijvingsmarge (0,01%) 0,96% 159,45% 0,20% 0,20%
Beleggingsmarge 0,46% 0,42% 0,45% 0,45%
Operationele marge 0,45% 1,38% 159,45% 0,65% 0,65%
-
Operationele marge Gegarandeerde producten
0,46% 2,33% 159,45% 0,75% 0,75%
-
Operationele marge
Unit-linked producten 0,40% 0,10% 0,28% 0,28%
Operationele kosten Leven in %
van het gemiddeld beheerd vermogen Leven 0,43% 0,45% 0,43% 0,43%
Key performance indicators Niet-leven
Kostenratio 36,2% 64,5% 28,9% 30,3% 36,4% 36,4%
Schaderatio 50,6% 34,1% 38,6% 68,1% 55,3% 55,3%
Combined ratio 86,8% 98,6% 67,5% 98,4% 91,7% 91,7%
Operationele marge 17,1% 8,2% 33,5% 2,6% 11,0% 10,8%
Technische voorzieningen 65.062 2.408 16.403 1.407 (1.372) 83.908 (12) 83.896

Definities van alternatieve resultaatmaatstaven in de tabellen:

Netto-onderschrijvingsresultaat : Het verschil tussen de netto verdiende premies en de som van de werkelijke schade-uitkeringen en de mutatie
van de verzekeringsverplichtingen, beide gecorrigeerd voor herverzekering. Het resultaat wordt weergegeven
onder aftrek van schadeafhandelingskosten, algemene kosten, provisies en herverzekering.
Netto-onderschrijvingsmarge :
Voor Leven het netto-onderschrijvingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde netto
verzekeringsverplichtingen Leven tijdens de verslagperiode. Voor Niet-Leven het netto-onderschrijvingsresultaat
gedeeld door de netto verdiende premie.
Netto beleggingsresultaat :
De som van beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer-
of minderwaarden op activa die
verzekeringsverplichtingen
dekken,
na
aftrek
van
de
hieraan
verbonden
beleggingskosten.
De
beleggingsresultaten voor Leven worden daarnaast gecorrigeerd voor het aan de polishouders als technische
rente en winstdeling toegewezen bedrag. Het beleggingsresultaat voor Ongevallen & Leven (onderdeel van niet
Leven) wordt ook gecorrigeerd voor de opgelopen technische rente van de verzekeringsverplichtingen.
Nettobeleggingsmarge :
Voor Leven het beleggingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde netto verzekeringsverplichtingen
Leven tijdens de verslagperiode. Voor Niet-Leven het Netto beleggingsresultaat gedeeld door de netto verdiende
premie.
Netto operationeel resultaat :
De som van het netto-onderschrijvingsresultaat, beleggingsresultaat en overige aan de verzekerings- en/of
beleggingscontracten toegewezen resultaten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor
belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en/of beleggingscontracten
worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat van niet-geconsolideerde
partnerships is verwerkt.
Netto operationele marge :
Voor leven het operationele resultaat op jaarbasis voor de periode, gedeeld door de gemiddelde netto
verzekeringsverplichtingen Leven. Voor Niet-Leven het operationele resultaat gedeeld door de netto verdiende
premie.
Netto verdiende premies :
De premies Niet-Leven die de risico's voor de huidige periode dekken, verrekend met de premies betaald aan
herverzekeraars en mutatie in reserves voor niet verdiende premies.
Lastenratio :
De lasten als percentage van de netto verdiende premies. De lasten omvatten de interne kosten van
schadeafhandelingscommissies, onder aftrek van herverzekering.
Schaderatio :
De kosten van claims, onder aftrek van herverzekering, als percentage van de netto verdiende premies.
Combined ratio :
Een maatstaf voor de winstgevendheid in Niet-Leven, de verhouding tussen de totale kosten van de verzekeraar
en de netto verdiende premies. Dit zijn de totale lasten van de verzekeraar als percentage van de netto verdiende
premies. Dit is de som van de schade- en de lastenratio.

D Toelichting op de geconsolideerde balans

6 Financiële beleggingen, Vastgoedbeleggingen, Materiële vaste activa

De samenstelling van de financiële beleggingen is als volgt.

30 juni 2021 31 december 2020
Financiële beleggingen
- Tot einde looptijd aangehouden 4.355 4.416
- Voor verkoop beschikbaar 57.266 59.317
- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 320 297
- Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 1 16
Totaal bruto 61.942 64.046
Bijzondere waardeverminderingen:
- op voor verkoop beschikbare beleggingen (351) (336)
Totaal bijzondere waardeverminderingen (351) (336)
Totaal 61.591 63.710

6.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

Overheidsobligaties Totaal
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2020 4.438 4.438
Einde looptijd (18) (18)
Amortisatie (4) (4)
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2020 4.416 4.416
Einde looptijd (58) (58)
Amortisatie (3) (3)
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 30 juni 2021 4.355 4.355
Reële waarde op 31 december 2020 7.101 7.101
Reële waarde op 30 juni 2021 6.636 6.636

De reële waarde van overheidsobligaties aangemerkt als tot einde looptijd aangehouden beleggingen is gebaseerd op beurskoersen in actieve markten (niveau 1).

De overheidsobligaties aangemerkt als beleggingen tot einde looptijd aangehouden naar land van uitgifte zijn als volgt.

30 juni 2021 Historische/geamortiseerde kostprijs Reële waarde
Belgische overheid 4.309 6.537
Portugese overheid 46 99
Totaal 4.355 6.636
31 december 2020 Historische/geamortiseerde kostprijs Reële waarde
Belgische overheid 4.313 6.937
Portugese overheid 103 164
Totaal 4.416 7.101

6.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
30 juni 2021 geamortiseerde
kostprijs
ongerealiseerde
winsten
ongerealiseerde
verliezen
Totaal waarde
verminderingen
Reële
waarde
Overheidsobligaties 27.068 5.729 (56) 32.741 32.741
Bedrijfsobligaties 17.694 1.375 (11) 19.058 (20) 19.038
Gestructureerde schuldinstrumenten 46 1 47 47
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 44.808 7.105 (67) 51.846 (20) 51.826
Private equity en durfkapitaal 118 16 (1) 133 133
Aandelen 4.172 1.137 (24) 5.285 (331) 4.954
Overige beleggingen 2 2 2
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 4.292 1.153 (25) 5.420 (331) 5.089
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 49.100 8.258 (92) 57.266 (351) 56.915
Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde waarde Reële
31 december 2021 kostprijs winsten verliezen Totaal verminderingen waarde
Overheidsobligaties 26.910 7.392 34.302 34.302
Bedrijfsobligaties 18.083 1.699 (7) 19.775 (22) 19.753
Gestructureerde schuldinstrumenten 49 2 51 51
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 45.042 9.093 (7) 54.128 (22) 54.106
Private equity en durfkapitaal 99 19 118 118
Aandelen 4.281 816 (29) 5.068 (314) 4.754
Overige beleggingen 3 3 3
Voor verkoop beschikbare beleggingen

Een bedrag van EUR 2.642 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is aangehouden als onderpand (31 december 2020: EUR 2.288 miljoen) (zie ook toelichting 11 Leningen).

Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 49.425 9.928 (36) 59.317 (336) 58.981

in aandelen en overige beleggingen 4.383 835 (29) 5.189 (314) 4.875

De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:

  • Niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • Niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • Niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).
30 juni 2021 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 32.391 350 32.741
Bedrijfsobligaties 17.732 842 464 19.038
Gestructureerde schuldinstrumenten 47 47
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.877 1.347 865 5.089
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 53.000 2.586 1.329 56.915
31 december 2020 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 33.900 402 34.302
Bedrijfsobligaties 18.178 1.103 472 19.753
Gestructureerde schuldinstrumenten 8 42 1 51
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.554 1.482 839 4.875
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 54.640 3.029 1.312 58.981

De veranderingen in niveau 3-waarderingen zijn als volgt.

30 juni 2021 31 december 2020
Stand op start periode 1.312 1.282
Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode (21) (28)
Aankoop 45 126
Opbrengst van verkopen (24) (30)
Gerealiseerde winsten (verliezen) (26)
Bijzondere waardeverminderingen (3)
Ongerealiseerde winsten (verliezen) 46 (36)
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen (2)
Stand op einde periode 1.329 1.312

De volgende tabel toont de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.

30 juni 2021 31 december 2020
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 51.826 54.106
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 7.038 9.086
-
Gerelateerde belasting
(1.776) (2.300)
Shadow accounting (2.617) (4.511)
-
Gerelateerde belasting
762 1.228
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 3.407 3.503
30 juni 2021 31 december 2020
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 5.089 4.875
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.128 806
-
Gerelateerde belasting
(143) (113)
Shadow accounting (700) (531)
-
Gerelateerde belasting
87 74
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 372 236

De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.

30 juni 2021 31 december 2020
Stand op start periode (336) (269)
Aan- en verkoop dochterondernemingen 38
Toename bijzondere waardeverminderingen (22) (154)
Terugname bij de verkoop/desinvestering 6 49
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen 1
Stand op einde periode (351) (336)

6.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

30 juni 2021 31 december 2020
Overheidsobligaties 4
Bedrijfsobligaties 134 132
Gestructureerde schuldinstrumenten 3 4
Obligaties 141 136
Aandeleneffecten 21 12
Overige beleggingen 158 149
Aandelen en overige beleggingen 179 161
Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 320 297

De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 30 juni 2021 EUR 141 miljoen (31 december 2020: EUR 134 miljoen).

De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:

Niveau 1 : genoteerde prijzen in actieve markten;

Niveau 2 : waarneembare marktgegevens in actieve markten; Niveau 3 : niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

30 juni 2021 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 4 4
Bedrijfsobligaties 134 134
Gestructureerde schuldinstrumenten 3 3
Aandeleneffecten 21 21
Overige beleggingen 158 158
Totaal beleggingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 183 137 320
31 december 2020 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties
Bedrijfsobligaties 130 2 132
Gestructureerde schuldinstrumenten 4 4
Aandeleneffecten 12 12
Overige beleggingen 149 149
Totaal beleggingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 161 134 2 297

6.4 Vastgoedbeleggingen en materiële vaste activa

Het jaarlijkse taxatieproces voor onafhankelijke taxateurs wordt verklaard in toelichting 11 Vastgoedbeleggingen en toelichting 16 Materiële vaste activa in ons jaarverslag over 2020.

Vastgoedbeleggingen

30 juni 2021 31 december 2020
Reële waarden gebaseerd op marktinformatie 335 302
Reële waarden gebaseerd op onafhankelijke waardering 4.020 3.797
Totaal reële waarde van vastgoedbeleggingen 4.355 4.099
Totale boekwaarde (inclusief leaseverplichting) 3.042 2.829
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.313 1.270
Ongerealiseerde winsten (verliezen) polishouders (36) (36)
Belasting (352) (344)
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies 925 890

Materiële vaste activa

30 juni 2021 31 december 2020
Totaal reële waarde van terreinen en gebouwen vooreigen gebruik en parkeergarages 1.805 1.811
Totale boekwaarde (inclusief leaseverplichting) 1.138 1.188
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 667 623
Belasting (174) (164)
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies 493 459

30 juni 2021 31 december 2020
Overheid en officiële instellingen 4.986 5.110
Commerciële leningen 6.695 5.970
Hypothecaire leningen 1.179 1.179
Polisbeleningen 495 462
Rentedragende deposito's 390 340
Leningen aan banken 272 366
Totaal 14.017 13.427
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen (29) (29)
Totaal leningen 13.988 13.398

De toename van de commerciële leningen houdt voornamelijk verband met infrastructuurleningen en investeringen in mortgage notes.

8 Uitstaande aandelen en winst per aandeel

De onderstaande tabel toont het aantal uitstaande aandelen.

Uitgegeven Eigen Uitstaande
in duizenden aandelen aandelen aandelen
Stand per 1 januari 2020 198.374 (7.820) 190.554
Intrekking van aandelen (3.821) 3.821
Netto gekocht/verkocht (3.592) (3.592)
Gebruikt voor aandelenplannen management
Stand per 31 december 2020 194.553 (7.591) 186.962
Intrekking van aandelen (3.520) 3.520
Netto gekocht/verkocht
Gebruikt voor aandelenplannen management
Stand per 30 juni 2021 191.033 (4.071) 186.962

8.1 Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 19 mei 2021 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2021-2023) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 150.000.000 uit te breiden.

Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,86 kan Ageas hiermee maximaal 19.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor toelichting 20 Voorwaardelijke verplichtingen en toelichting 20.1 in het jaarverslag 2020).

Eigen aandelen

Eigen aandelen zijn uitgegeven gewone aandelen die door Ageas zijn teruggekocht. Deze aandelen worden afgetrokken van het eigen vermogen en worden verantwoord onder overige reserves.

Het totaal aantal eigen aandelen (4,1 miljoen) bestaat uit voor de FRESH aangehouden aandelen (1,2 miljoen), onderliggende aandelen van teruggekochte FRESH-effecten (2,8 miljoen) en de resterende aandelen afkomstig uit het aandeleninkoopprogramma (0,1 miljoen), waarvan 0,1 miljoen worden gebruikt voor definitieve toekenningen in het kader van het 'restricted share programme'.

Aflossing van FRESH-effecten

Op 3 januari 2020 kondigde Ageas aan dat in totaal 65,50% (EUR 818.750.000) van de totale hoofdsom van de uitstaande FRESHeffecten werd teruggekocht tegen een contante betaling van EUR 513 miljoen. De aangekochte FRESH-effecten werden op 13 januari 2020 omgeruild tegen 2.599.206 onderliggende aandelen van ageas SA/NV.

Op 2 april 2020 kocht Ageas een bijkomend aantal FRESH-effecten van een externe derde partij, die eveneens werden omgeruild voor 150.000 onderliggende aandelen van ageas SA/NV.

Deze aandelen blijven op de balans van de Groep staan als eigen aandelen en geven nog steeds geen recht op dividenden of stemrechten. Nadere informatie over de FRESH is te vinden in toelichting 10 Achtergestelde schulden.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2019-2020

Ageas presenteerde op 7 augustus 2019 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen dat zou lopen van 19 augustus 2019 tot 5 augustus 2020 en een omvang had van EUR 200 miljoen. Dit programma werd afgerond en in totaal werden 4.926.363 aandelen ingekocht, overeenkomend met 2,53% van de totale uitstaande aandelen.

De Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 19 mei 2021 van ageas SA/NV keurde de intrekking goed van 3.520.446 aandelen (resultaat van de inkoop van aandelen in 2020). Als gevolg hiervan is het totale aantal uitgegeven aandelen gedaald naar 191.033.128.

8.2 Dividend- en stemgerechtigde aandelen

in duizenden
Aantal aandelen uitgegeven per 30 juni 2021 191.033
Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht:
Aandelen aangehouden door ageas SA/NV 2.821
Aandelen gerelateerd aan FRESH (zie toelichting 10) 1.219
Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie toelichting 20) 3.959
Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht 183.034

8.3 Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten voor de bepaling van de winst per aandeel weergegeven.

Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 407 791
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) 186.962 188.906
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend 212
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen
voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) 187.174 188.906
Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 2,18 4,19
Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 2,17 4,19

Aangezien aandelen in verband met de FRESH niet voor dividend in aanmerking komen en er geen stemrechten mee zijn verbonden, werden deze uitgesloten van de berekening van de gewone winst per aandeel.

Aandelen Ageas uitgegeven in verband met CASHES behoren tot de gewone aandelen. Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.

9 Verzekeringsverplichtingen

9.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven

30 juni 2021 31 december 2020
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 26.495 26.516
Verplichting voor winstdeling polishouders 204 182
Shadow accounting 2.152 3.292
Voor eliminaties 28.851 29.990
Eliminaties (15) (17)
Bruto 28.836 29.973
Herverzekering (17) (34)
Netto 28.819 29.939

9.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

30 juni 2021 31 december 2020
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 29.523 29.672
Verplichting voor winstdeling polishouders 163 250
Shadow accounting 1.118 1.707
Bruto 30.804 31.629

9.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

30 juni 2021 31 december 2020
Verzekeringscontracten 3.155 2.904
Beleggingscontracten 14.722 14.186
Totaal 17.877 17.090

9.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven

30 juni 2021 31 december 2020
Schadeverplichting 7.381 7.076
Niet-verdiende premies 1.913 1.614
Shadow accounting 47 43
Verplichting voor winstdeling polishouders 19 11
Voor eliminaties 9.360 8.744
Eliminaties (1.576) (1.340)
Bruto 7.784 7.404
Herverzekering (794) (686)
Netto 6.990 6.718

10 Achtergestelde schulden

30 juni 2021 31 december 2020
Uitgegeven door Ageasfinlux S.A.
FRESH Restricted Tier 1 Notes 384 384
Uitgegeven door ageas SA/NV
Perpetual Subordinated Fixed Rate Resettable Temporary Write-Down Restricted
Tier 1 Notes 744 750
Subordinated Fixed to Floating Rate Tier 2 Notes 989 994
Uitgegeven door AG Insurance
Subordinated Fixed to Floating Rate Tier 2 Loan 74 74
Fixed Rate Reset Dated Subordinated Tier 2 Notes 397 397
Fixed to Floating Callable Subordinated Tier 2 Notes 100 100
Uitgegeven door Millenniumbcp Ageas
Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Restricted Tier 1 Loan 59 59
Totaal achtergestelde schulden 2.747 2.758
30 juni 2021 31 december 2020
Stand op start periode 2.758 3.117
Opbrengsten van uitgifte 498
Aflossing (507)
Gerealiseerde meerwaarden (359)
Wisselkoersverschillen en andere (11) 9
Stand op einde periode 2.747 2.758

Een deel van de FRESH-schuld werd afgelost na het overnamebod in januari 2020, ook werd in het tweede kwartaal van 2020 een extra aantal FRESHeffecten ingekocht op de markt, zoals toegelicht in toelichting 8.

30 juni 2021 31 december 2020
Terugkoopovereenkomsten 2.758 2.312
Leningen 881 898
Schulden aan banken 3.639 3.210
Depots van herverzekeraars 75 77
Leaseverplichtingen 547 570
Overige financieringen 63 63
Totaal schulden 4.324 3.920

Daarnaast heeft Ageas vastgoed met een boekwaarde van EUR 169 miljoen als zekerheid gesteld voor leningen en overige (31 december 2020: EUR 173 miljoen).

Interparking, de dochteronderneming van de Groep, die voor 51% eigendom is van AG Insurance, is actief in verschillende landen in Europa, voornamelijk in België, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië en Nederland. Als gevolg van de verstoring veroorzaakt door Covid-19 op de financiële prestaties en financiële ratio's van Interparking, ontving Interparking waivers met betrekking tot leningsconvenanten. Langlopende bankleningen, in totaal voor een bedrag van EUR 577 miljoen, waarvoor waivers een aflossingsvrije periode bieden die korter is dan 12 maanden na de verslagdatum, zijn geherclassificeerd als kortlopend op de verslagdatum. De Groep heeft geconcludeerd dat het bedrijf in staat is haar activiteiten in continuïteit voort te zetten.

De volgende tabel toont de wijzigingen in de schulden:

30 juni 2021 31 december 2020
Stand op start periode 3.920 2.956
Opbrengsten van uitgifte 998 1.053
Betalingen (596) (90)
Wisselkoersverschillen en overige wijzigingen 2 1
Stand op einde periode 4.324 3.920

12 RPN (I)

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis Groep, hebben een financieel instrument geïntroduceerd, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).

De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. In februari 2012 lanceerde BNP Paribas een openbaar bod op CASHES aan een prijs van 47,5% en werden 7.553 aangeboden CASHES effecten omgezet in Ageas aandelen; Ageas betaalde een schadevergoeding van EUR 287 miljoen aan BNP Paribas aangezien de conversie aanleiding gaf tot een pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting.

In mei 2015 kwamen Ageas en BNP Paribas overeen dat BNP Paribas te allen tijde CASHES kan aankopen van individuele beleggers, op voorwaarde dat de aangekochte effecten worden omgezet in Ageas aandelen; bij een dergelijke conversie wordt de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting betaald aan BNP Paribas, terwijl Ageas de breakup fee ontvangt die gekoppeld is aan de prijs waartegen BNP Paribas de CASHES kan kopen.

BNP Paribas kocht en converteerde in de eerste negen maanden van 2016 656 CASHES onder deze overeenkomst; Ageas betaalde 44 miljoen EUR voor de pro-rata schikking van de RPN(I), na aftrek van de ontvangen break-up fee. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas liep eind 2016 af en werd niet verlengd.

Per 30 juni 2021 resteren 3.791 uitstaande CASHES.

Referentiebedrag en rentebetalingen

Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:

het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 13 miljoen aandelen Ageas waarin het instrument wordt geconverteerd, minus

  • het verschil tussen EUR 3.000 miljoen bij de uitgifte en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd aan de beurs van Luxemburg, vermenigvuldigd met
  • het aantal uitstaande CASHES (3.791 op 30 juni 2021) gedeeld door het aantal CASHES effecten dat oorspronkelijk werd uitgegeven (12.000).

Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedraagt 3-maands Euribor plus 90 basispunten. Ageas gaf 6,3% van de totaal uitstaande aandelen van AG Insurance in onderpand ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV.

Waardering

Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.

Het RPN-referentiebedrag is gebaseerd op de CASHES-prijs en de Ageas-aandelenprijs. Het referentiebedrag steeg van 420 miljoen EUR op 31 december 2020 tot 476 miljoen EUR op 30 juni 2021, voornamelijk als gevolg van de stijging van de CASHES-prijs van 84,17% op 31 december 2020 tot 91,49% op 30 juni 2021, die slechts gedeeltelijk werd gecompenseerd door de stijging van de koers van het Ageas-aandeel van 43,58 EUR naar 46,80 EUR over dezelfde periode.

Gevoeligheid van de waarde van RPN(I)

Per 30 juni 2021 leidt een toename van de prijs van de CASHES met 1%, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, tot een stijging van het referentiebedrag met EUR 9,5 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 4 miljoen zal doen dalen.

13 Voorzieningen

De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar aan het einde van de periode op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in toelichting 20 Voorwaardelijke verplichtingen.

Globale schikking gerelateerd aan de Fortis-gebeurtenissen van 2007 en 2008

Op 14 maart 2016 kondigden Ageas en de claimantenorganisaties Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en de VEB een voorstel aan voor schikking (de "Schikking") van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor gebeurtenissen van 2007 en 2008 voor een bedrag van EUR 1,2 miljard.

Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook tot overeenstemming was gekomen met de D&O verzekeraars (Directors & Officers) (de "Verzekeraars"), de bestuurders en functionarissen betrokken bij de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis, om voor een bedrag van EUR 290 miljoen te schikken.

Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om de Schikking bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de Schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 12 december 2017 dienden de aanvragers een gewijzigde en bijgewerkte Schikking in bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze aangepaste Schikking hield rekening met de voornaamste bezwaren van het Gerechtshof en het totale budget werd met EUR 100 miljoen opgetrokken naar EUR 1,3 miljard.

Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de Schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008), overeenkomstig de Nederlandse Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade, "WCAM". Door de Schikking bindend te verklaren, meende het Gerechtshof dat de krachtens de Schikking aangeboden vergoeding redelijk is en dat de claimantenorganisaties Deminor, SICAF en FortisEffect de belangen van de begunstigden van de Schikking naar behoren behartigen.

Op 21 december 2018 verschafte Ageas duidelijkheid door eerder dan op de uiterste datum af te zien van zijn beëindigingsrecht. Zodoende is de Schikking definitief.

De belangrijkste componenten van de voorziening per 30 juni 2021 van EUR 117 miljoen (31 december 2020: EUR 246 miljoen) zijn:

  • EUR 1.309 miljoen voor het akkoord omtrent de WCAM-schikking;
  • EUR 7,5 miljoen verbonden met staartrisico, inclusief opgelopen kosten;
  • minus EUR 1 miljoen nog ter beschikking te stellen aan Stichting FORsettlement door Stichting FORclaims, de stichting die de bijdrage van de Verzekeraars beheert;
  • minus EUR 1.199 miljoen die al aan in aanmerking komende aandeelhouders werd uitgekeerd.

De bedragen worden weergegeven op de regel 'voorzieningen' in de balans en op de regel 'wijzigingen in voorzieningen' in de resultatenrekening.

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.

30 juni 2021 31 december 2020
Stand op start periode 322 582
Toename (Afname) voorziening (10) (36)
Aanwendingen in de loop van het jaar (124) (223)
Wisselkoersverschillen en overige 1 (1)
Stand op einde periode 189 322

Ontvangen en gedane toezeggingen waren als volgt.

Verplichtingen 30 juni 2021 31 december 2020
Ontvangen verplichtingen
Kredietlijnen 1.108 1.114
Onderpand & garanties ontvangen 4.400 4.435
Overige niet in de balans gewaardeerde rechten 38 38
Totaal ontvangen 5.546 5.587
Verstrekte verplichtingen
Garanties, Financieel en Prestatiegerelateerde Kredietbrieven 252 292
Beschikbare kredietlijnen 1.034 982
Onderpand & garanties verstrekt 2.853 2.459
In bewaring gegeven activa en vorderingen 975 1.006
Kapitaal rechten en verplichtingen 394 189
Vastgoedtoezeggingen 671 419
Overige niet in de balans opgenomen verplichtingen 985 961
Totaal verstrekt 7.164 6.308

Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.

Andere niet in de balans gewaardeerde toezeggingen op 30 juni 2021 omvatten voor EUR 337 miljoen uitstaande kredietaanbiedingen (31 december 2020: EUR 185 miljoen).

15 Reële waarde van financiële activa en financiële passiva

In de volgende tabel wordt de reële waarde weergegeven van de financiële activa en passiva gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs.

30 juni 2021 31 december 2020
Niveau Boekwaarde Reële waarde Boekwaarde Reële waarde
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 2 2.011 2.011 2.241 2.241
Tot einde looptijd gehouden financiële beleggingen 1 4.355 6.636 4.416 7.101
Leningen 2 13.988 15.178 13.398 14.936
Herverzekering en overige vorderingen 2 2.207 2.207 1.961 1.961
Totaal financiële activa 22.561 26.032 22.016 26.239
Passiva
Achtergestelde schulden 2 2.747 2.801 2.758 2.847
Schulden exclusief leaseverplichtingen 2 3.777 3.777 3.350 3.363
Totaal financiële verplichtingen 6.524 6.578 6.108 6.210

E Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening

16 Verzekeringspremies

Het bruto premie-inkomen Leven bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Vergoedingen worden in de resultatenrekening als baten opgenomen.

Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Bruto premie-inkomen Leven 2.858 2.458
Bruto premie-inkomen Niet-leven 2.365 2.254
Algemene rekening en eliminaties (1) (1)
Totaal bruto premie-inkomen 5.222 4.711
Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Netto verdiende premies Leven 2.060 2.029
Netto verdiende premies Niet-leven 2.045 1.937
Algemene rekening en eliminaties (1) (1)
Totaal netto verdiende premies 4.104 3.965

Leven

Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Bruto premies Leven 2.074 2.044
Uitgaande herverzekeringspremies (14) (15)
Netto verdiende premies Leven 2.060 2.029

Niet-leven

Brand, schade en overige bevat de verzekeringspremies voor auto, brand en overige schade aan eigendommen.

Ongevallen Brand & schade
Eerste halfjaar 2021 & gezondheidszorg en overige Totaal
Bruto geboekte premies 588 1.777 2.365
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto (63) (51) (114)
Bruto verdiende premies 525 1.726 2.251
Uitgaande herverzekeringspremies (25) (231) (256)
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 50 50
Netto verdiende premies Niet-leven 500 1.545 2.045
Ongevallen Brand & schade
Eerste halfjaar 2020 & gezondheidszorg en overige Totaal
Bruto geboekte premies 545 1.709 2.254
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto (55) (73) (128)
Bruto verdiende premies 490 1.636 2.126
Uitgaande herverzekeringspremies (24) (175) (199)
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 1 9 10
Netto verdiende premies Niet-leven 467 1.470 1.937

17 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Rentebaten
Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten 1 1
Rentebaten op leningen aan banken 11 9
Rentebaten op beleggingen 682 733
Rentebaten op leningen aan klanten 140 122
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en overige 3 1
Totaal rentebaten 837 866
Dividenden op aandelen 85 68
Huurbaten uit vastgoedbeleggingen 103 102
Huurbaten van parkeergarage 130 140
Overige beleggingsbaten 11 14
Totaal rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 1.166 1.190

Huurinkomsten uit parkeergarages, in het bijzonder deze in luchthavens en stadscentra, ondervonden een negatieve impact in de eerste jaarhelft van 2021 en 2020 door de COVID-19-pandemie.

18 Schadelasten en uitkeringen

Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Levensverzekeringen 2.311 2.254
Niet-levensverzekeringen 1.199 1.094
Algemene rekening en eliminaties (2) (2)
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 3.508 3.346
Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Uitkeringen en afkopen, bruto 2.327 2.622
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto (8) (358)
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 2.319 2.264
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen (8) (10)
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 2.311 2.254
Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Schaden, bruto 1.169 1.271
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto 125 (101)
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 1.294 1.170
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden (54) (93)
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten (41) 17
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 1.199 1.094

Eerste halfjaar 2021 Eerste halfjaar 2020
Achtergestelde schulden 42 39
Leaseverplichting 8 8
Leningen van banken 9 9
Derivaten 3 4
Overige 7 11
Totaal financieringslasten 69 71

De financieringslasten in de post 'Overige' houden voornamelijk verband met rentelasten op voorzieningen voor vergoedingen na uitdiensttreding.

F Toelichting op posten niet opgenomen in de geconsolideerde balans

20 Voorwaardelijke verplichtingen

20.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

De Ageas groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.

Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals de acquisitie van delen van ABN AMRO en de kapitaalverhoging in september/oktober 2007, de aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, de desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures.

Op 14 maart 2016 kondigde Ageas een schikking aan met verscheidene claimantenorganisaties die aandeelhouders vertegenwoordigen in collectieve procedures voor de Belgische en Nederlandse rechtbanken. Op 23 mei 2016 verzochten de partijen bij de schikking, Ageas, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis, VEB en Stichting FORsettlement, het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend te verklaren voor alle in aanmerking komende Fortis aandeelhouders die niet binnen een bepaalde periode hebben gekozen voor een opt-out, overeenkomstig de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade. Ageas heeft tevens een overeenkomst bereikt met de heer Arnauts en de heer Lenssens, twee advocaten die namens een aantal eisers juridische stappen hebben genomen tegen Ageas, en in 2017 met de in Luxemburg gevestigde onderneming Archand s.à.r.l. en hieraan verbonden personen, om de schikking te steunen.

Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 16 oktober 2017 besloot Ageas een ultieme bijkomende inspanning van EUR 100 miljoen te leveren.

Op 12 december 2017 dienden de partijen een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel in. Consumentenclaim, een tegenstander van de schikking in haar oorspronkelijke vorm van 2016, zegde haar steun toe aan het schikkingsvoorstel van 2017.

Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008). Ageas zag op 21 december 2018 af van haar beëindigingsrecht, waardoor de schikking definitief werd.

Dit betekent dat in aanmerking komende aandeelhouders recht hebben op vergoeding voor de gebeurtenissen van 2007-2008, met volledige vrijwaring van aansprakelijkheid voor deze gebeurtenissen, en conform de (overige) bepalingen van het schikkingsakkoord. Verder betekent het dat in aanmerking komende aandeelhouders die niet tijdig hebben gekozen voor een opt-out (uiterlijk op 31 december 2018), ongeacht of ze al dan niet tijdig een claim indienen, van rechtswege worden geacht deze vrijwaring van aansprakelijkheid te erkennen en afstand te doen van eventuele rechten in verband met de gebeurtenissen.

De periode voor het indienen van vorderingen begon op 27 juli 2018 en eindigde op 28 juli 2019. Per 30 juni 2021 werd EUR 1.199 miljoen uitbetaald aan in aanmerking komende aandeelhouders, en werd een resterende voorziening van EUR 117 miljoen opgenomen voor de schikking (zie toelichting 13 Voorzieningen).

OVERBLIJVENDE PROCEDURES

Nu de schikking definitief is geworden, hebben de partijen die de schikking steunen bevestigd hun juridische procedures te zullen beëindigen.

De partijen die op tijd bekendmaakten voor een opt-out te kiezen, kunnen hun juridische procedures in Nederland hervatten, of in voorkomend geval, in België hervatten of voortzetten.

In de paragrafen hieronder geven we een overzicht van alle overblijvende procedures, die hetzij beëindigd zijn tussen 1 januari 2021 en 30 juni 2021, hetzij niet beëindigd waren per 30 juni 2021. Die procedures maken voorwaardelijke verplichtingen uit waar geen voorzieningen voor zijn aangelegd.

1. In Nederland

1.1 Cebulon

Op 14 juli 2020 is de Nederlandse vennootschap Cebulon een juridische procedure gestart tegen Ageas en enkele medegedaagden, aangaande beweerdelijk misleidende communicatie in de periode 2007-2008. Cebulon eist in haar hoedanigheid van voormalige Fortis aandeelhouder een schadevergoeding voor de rechtbank van Utrecht. Er heeft een inleidingszitting plaatsgevonden op 9 september 2020. De partijen zijn conclusies aan het uitwisselen.

1.2 Nederlandse individuele investeerder

Op 29 januari 2021 is een Nederlandse individuele investeerder een juridische procedure gestart tegen Ageas. Hij eist compensatie voor de schade die hij beweerdelijk heeft geleden door de Fortis crisis in 2007-2008, voor de rechtbank van Utrecht. De inleidingszitting vond plaats op 10 maart 2021. De partijen zijn conclusies aan het uitwisselen.

2. In België

2.1 Modrikamen

Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Mr. Modrikamen zette de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voort inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers werd nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50 % van de eisers onontvankelijk. Op 29 april 2016 besloot de Rechtbank van Koophandel te Brussel de zaak te schorsen in afwachting van het resultaat van de strafprocedure, inmiddels is deze procedure gereactiveerd. Ageas sloot een dadingsovereenkomst met mr. Modrikamen en zijn cliënten die tijdig een opt-out formulier hebben ingediend op 7 juni 2020, waardoor deze procedure niet langer door deze personen wordt nagestreefd tegen Ageas.

2.2 Deminor

Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk. De partijen zijn bezig met het beëindigen van deze procedure, we verwachten dat deze procedure in de loop van 2021 beëindigd zal zijn.

2.3 Overige vorderingen namens individuele aandeelhouders

Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn. Op 16 maart 2016 heeft Patrinvest beroep aangetekend bij het Brusselse Hof van Beroep. De partijen hebben schriftelijke stukken uitgewisseld en wachten nu een pleitdatum en het besluit van het Hof af; hiervoor is nog geen datum vastgesteld.

Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure. De partijen zijn bezig met het beëindigen van deze procedure, we verwachten dat deze procedure in de loop van 2021 beëindigd zal zijn.

Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure. De partijen zijn bezig met het beëindigen van deze procedure, we verwachten dat deze procedure in de loop van 2021 beëindigd zal zijn.

3. Vrijwaringsbedingen

In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.

In het kader van een schikking met de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, met betrekking tot de gebeurtenissen en ontwikkelingen rond de voormalige Fortis groep in 2007 en 2008, heeft Ageas een vrijwaring verleend aan de verzekeraars voor het totale dekkingsbedrag van de betrokken polissen. Daarnaast ging Ageas ook vrijwaringsverbintenissen aan ten gunste van enkele voormalige Fortis bestuurders en functionarissen en ten gunste van BNP Paribas Fortis met betrekking tot toekomstige verdedigingskosten, en ten gunste van de bestuurders van de twee Nederlandse stichtingen die in het kader van de schikking zijn opgericht.

20.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

In 2007 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven, waarbij ageas SA/NV als medeschuldenaar optrad (BNP Paribas Fortis SA/NV was op dat moment een dochteronderneming). Van de oorspronkelijk uitgegeven 12.000 effecten, blijven er 3.791 effecten uitstaan, die een totaalbedrag vertegenwoordigen van EUR 948 miljoen.

De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden afgelost, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 3.958.859 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.

De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de aandelen Ageas die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.

BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 200 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. Indien geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement lager dan 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACSM verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het bruto dividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.

20.3 Overige voorwaardelijke verplichtingen

Een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, hebben vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van een unitlinked product door het doorrekenen van bepaalde transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata, en eisten tevens een verbod op de doorrekening van de kosten. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Nadat Ageas France hiertegen cassatieberoep had ingesteld bij het Franse Hof van Cassatie, heeft dit Hof van Cassatie op 8 september 2016 het arrest van het Hof van Beroep in Parijs grotendeels vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof van Beroep in Versailles. De procedure bij het Hof van Beroep is Versailles is stopgezet. Een procedure in eerste aanleg, die een aantal jaren was opgeschort in afwachting van het besluit van het Franse Hof van Cassatie, is door twee eisers gereactiveerd. Er is een zitting gehouden in de eerste helft van oktober 2019, de partijen zijn conclusies aan het uitwisselen.

21 Gebeurtenissen na balansdatum

Overstromingen

Midden juli werd België getroffen door zware overstromingen die grote schade veroorzaakten. De totale bruto schadelast voor de Belgische markt overstijgt ruimschoots het in de huidige wetgeving vastgestelde plafond voor de tussenkomst van de verzekeringssector. De regering en de sector evalueren een voorstel om een snelle vergoeding van de verzekerde verliezen voor de slachtoffers te verzekeren.

Op basis van het huidige voorstel zal de afwikkeling van gerelateerde schadedossiers naar schatting een impact hebben van EUR 55 miljoen op het nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders van de Groep.

Inkoopprogramma eigen aandelen

Op 10 augustus 2021 heeft de Raad van Bestuur beslist een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen te starten voor EUR 150 miljoen. Het inkoopprogramma zal op 1 september 2021 starten voor een periode eindigend op 29 juli 2022.

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2021, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, en met de Europese Transparantierichtlijn (2004/109/EG).

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2021 een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en van onzekerheden waarmee Ageas geconfronteerd wordt en dat de informatie die in dit verslag is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om enige berichtgeving significant aan te passen.

De Raad van Bestuur heeft het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2021 op 10 augustus 2021 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

Brussel, 10 augustus 2021

Raad van Bestuur

Voorzitter Bart De Smet Chief Executive Officer Hans De Cuyper Chief Financial Officer Christophe Boizard Chief Risk Officer Emmanuel Van Grimbergen Managing Director Europe Antonio Cano Managing Director Asia Filip Coremans Onafhankelijke bestuurders Richard Jackson

Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Yvonne Lang Ketterer Jane Murphy Lucrezia Reichlin Katleen Vandeweyer Sonali Chandmal Jean-Michel Chatagny (benoemd op 19 mei 2021)

Verslag van de commissaris

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE RAAD VAN BESTUUR VAN AGEAS SA/NV OMTRENT DE BEOORDELING VAN HET VERKORT GECONSOLIDEERD TUSSENTIJDS FINANCIEEL VERSLAG OVER DE PERIODE VAN ZES MAANDEN AFGESLOTEN OP 30 JUNI 2021

Inleiding

Wij hebben een beoordeling uitgevoerd van de in bijlage opgenomen geconsolideerde balans van Ageas en haar dochtervennootschappen op 30 juni 2021, alsmede van de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van het comprehensive income, het geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden afgesloten op die datum, en algemene informatie, omvattende een samenvatting van de grondslagen voor financiële verslaggeving, en de toelichtingen (het "verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag"). De raad van bestuur is verantwoordelijk dat dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag is opgesteld en gepresenteerd in overeenstemming met IAS 34, zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid om een besluit te formuleren over dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag op basis van onze beoordeling.

Omvang van de beoordeling

Wij hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig de "International Standard on Review Engagements 2410 – Review of Interim Financial Information Performed by the Independent Auditor of the Entity". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het verzoeken om inlichtingen aan hoofdzakelijk financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het toepassen van analytische en andere procedures van beoordeling. De reikwijdte van een beoordeling is substantieel kleiner dan een controle uitgevoerd volgens "International Standards on Auditing" en laat ons bijgevolg niet toe om met zekerheid te stellen dat we kennis hebben van alle belangrijke gegevens die zouden geïdentificeerd zijn indien we een volkomen controle zouden hebben uitgevoerd. Wij brengen dan ook geen controleoordeel tot uitdrukking.

Besluit

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat het bijgaande verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag, in alle van materieel belang zijnde opzichten niet opgesteld zou zijn in overeenstemming met IAS 34, zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Sint-Stevens-Woluwe, 10 Augustus 2021

De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door

Roland Jeanquart Bedrijfsrevisor

Kurt Cappoen Bedrijfsrevisor

Ageas en ageas SA/NV Markiesstraat 1 1000 Brussel, België Tel: +32 (0) 2 557 57 11 Fax: +32 (0) 2 557 57 50 Internet: www.ageas.com E-mail: [email protected]

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.