Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

UCB Interim / Quarterly Report 2018

Jul 26, 2018

4017_ir_2018-07-26_4d7ae679-aa16-49c0-866b-83980e231aa0.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Halfjaarlijks financieel verslag 2018 Brussel, 26 juli 2018

Inhoudstafel

1. Overzicht van de bedrijfsprestaties.........................3 1.1. Kerncijfers..............................................................3 1.2. Belangrijkste gebeurtenissen ................................4 1.3. Netto-omzet per product........................................7 1.4. Netto-omzet per geografisch gebied .....................8 1.5. Royaltyinkomstern en -vergoedingen ..................10 1.6. Overige opbrengsten ...........................................10 1.7. Brutowinst ............................................................11 1.8. Recurrente EBIT en recurrente EBITDA .............12 1.9. Winst....................................................................13 1.10. Kern-WPA............................................................14 1.11. Balans ..................................................................14 1.12. Kasstroomoverzicht .............................................15 1.13. Vooruitzichten voor 2018 bevestigd ....................15

2. Verkorte geconsolideerde winsten verliesrekening .....................16

2.1. Verkorte geconsolideerde winst- en
verliesrekening16
2.2. Verkort geconsolideerd overzicht van
gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 17
2.3. Verkorte geconsolideerde balans 18
2.4. Verkort geconsolideerd kasstroomoverzicht19
2.5. Verkort geconsolideerd mutatieoverzicht van het
eigen vermogen 20
3. Toelichtingen
21
3.1. Algemene informatie21
3.2. Grondslag voor de opstelling21
3.3. Grondslagen voor financiële verslaggeving21
3.4. Schattingen29
3.5. Financieel risicobeheer29
3.6. Gesegmenteerde informatie 32
3.7. Seizoensgebonden activiteiten33
3.8. Opbrengsten uit contracten aangegaan met
klanten 33
3.9. Bedrijfscombinatie 34
3.10. Activa van een groep activa die wordt afgestoten,
geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 37
5. Verantwoordelijkheidsverklaring
51
4. Verslag van de commissaris
50
3.32. Gebeurtenissen na de tussentijdse balansdatum49
46
3.31. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen
3.30. Dividenden 46
3.29. Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur45
3.28. Transacties met verbonden partijen44
kasstroomoverzicht 44
3.26.
3.27.
Voorzieningen 43
Toelichting bij het geconsolideerde
3.25. Overige financiële verplichtingen 43
3.24. Obligaties 42
3.23. Leningen 41
3.22. Kapitaal en reserves 40
3.21. Waardevermindering op voorraden 40
3.20. Financiële en overige activa 40
3.19. Materiële vaste activa 39
3.18. Goodwill 39
3.17. Immateriële activa39
3.16. Winstbelastingen38
3.15. Financiële opbrengsten en financiële kosten38
3.14. Overige baten en lasten38
3.13. Reorganisatiekosten 38
activa38
3.12. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële
3.11. Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 37

6. Verklarende woordenlijst...........52

1.1. Kerncijfers

  • De opbrengsten stegen in de eerste zes maanden van 2018 met 2% tot € 2 269 miljoen, of +6% aan constante wisselkoersen (CW). De netto-omzet bedroeg € 2 146 miljoen, een verhoging van 5% (+10% CW). Aangepast voor de eenmalige overige opbrengsten in 2017, bedroeg de toename van de opbrengsten 4% (+ 9% CW). Deze groei is het gevolg van de voortdurende prestaties van de kernproducten die 87% van de nettoomzet (vóór hedging) vertegenwoordigen. Royaltyinkomsten en -vergoedingen bedroegen € 56 miljoen. Overige opbrengsten bedroegen € 67 miljoen, een daling met 50% als gevolg van de eenmalige overige opbrengsten van € 56 miljoen voor de licentieovereenkomst met betrekking tot Xyzal® (levocetirizine) zonder voorschrift in 2017.
  • Recurrente EBITDA steeg tot € 794 miljoen, een verhoging van 7% (+12% CW), gedreven door de aanhoudende groei van de netto-omzet en een verbeterde bedrijfskostenratio.
  • De winst van de Groep bedroeg € 574 miljoen, tegenover € 451 miljoen (+27%; +33% CW), waarvan € 551 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB en € 23 miljoen aan minderheidsbelangen.
  • De kernwinst per aandeel (WPA) bedroeg € 3,09 tegen € 2,53 in de eerste helft van 2017.
Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni1 Actueel Verschil
€ miljoen 2018 2017 Actuele
wisselkoersen
CW
Opbrengsten 2 269 2 230 2% 6%
Netto-omzet 2 146 2 036 5% 10%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 56 58 -4% 6%
Overige opbrengsten 67 136 -50% -50%
Brutowinst 1 696 1 666 2% 7%
Marketing- en verkoopkosten -442 -464 -5% 2%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -500 -474 5% 9%
Algemene en administratiekosten -88 -93 -5% -2%
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) -9 -16 -48% -42%
Recurrente EBIT (REBIT) 657 619 6% 11%
Niet-recurrente baten/lasten (-) 19 1 > 100% > 100%
EBIT (operationele winst) 676 619 9% 14%
Netto financiële kosten (-) -46 -55 -17% -16%
Aandeel in de winst van geassocieerde deelnemingen -1 0 n.v.t. n.v.t.
Winst vóór belastingen 629 564 12% 17%
Winstbelastingen -56 -114 -51% -49%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 573 450 27% 33%
Winst/verlies (-) uit beëindige bedrijfsactiviteiten 1 1 -44% -62%
Winst 574 451 27% 33%
Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 551 431 28% 33%
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 23 20 15% 29%
Recurrente EBITDA 794 742 7% 12%
Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) 265 90 > 100%
Netto financiële schuld2 766 525 46%
Kasstroom uit operationele activiteiten 492 294 67%
Gewogen gemiddeld aantal aandelen (niet verwaterd) 188 188 0%
Winst per aandeel (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet
verwaterd)
2,93 2,29 28% -11%
Kernwinst per aandeel (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet
verwaterd)
3,09 2,53 22% 27%

1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de bedrijfsprestaties niet gelijk is aan de weergegeven som.

2 Voor de netto financiële schuld is de vergelijkende periode de balans per 31 december 2017.

De financiële informatie in dit managementverslag moet worden gelezen in samenhang met de verkorte geconsolideerde tussentijds financiële informatie en de geconsolideerde jaarrekening op 31 december 2017. Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie werd onderworpen aan een beperkt nazicht en is niet geauditeerd.

Wijziging van de groep: als gevolg van de afstoting van de activiteiten Films (2004), Surface Specialities (2005) en Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. (2015), rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.

Recurrente en niet-recurrente posten: eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven ("nietrecurrente" posten).

Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), wordt ook "recurrente EBIT" (REBIT of recurrente operationele winst) opgenomen, die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De recurrente EBIT is gelijk aan de regel 'operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en -lasten' die in de geconsolideerde jaarrekening gerapporteerd wordt.

Kern-WPA is de kern-nettowinst, of de winst die kan worden toegekend aan UCB aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, éénmalige winstbelastingen, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de netto afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet, per nietverwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.

1.2. Belangrijkste gebeurtenissen1

Er hebben zich verschillende belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden:

Belangrijke overeenkomsten / initiatieven

  • Februari 2018 UCB en een investeerderssyndicaat onder leiding van Novo Seeds kondigden de lancering aan van Syndesi Therapeutics om nieuwe therapieën voor cognitieve stoornissen te ontwikkelen. Syndesi Therapeutics ontving een exclusieve licentie voor een eersteklas kleine moleculeprogramma van UCB. Een serie Ainvestering voor een totaal bedrag van € 17 miljoen zal de klinische ontwikkeling van het hoofdproduct financieren tot de vroege proof-of-concept bij de mens.
  • Begin 2018 besloten UCB en partner Vectura een licentie te verlenen voor UCB4144/VR942, een biologieproduct met droog poeder dat fase 1 met succes in 2017 heeft voltooid.
  • Maart 2018 UCB verwierf Element Genomics in de VS om het UCB-platform voor genomica en epigenomica te versterken om nieuwe doelstellingen voor geneesmiddelen te identificeren.
  • April 2018 UCB heeft een overeenkomst gesloten om midazolam-neusspray (USL261) van Proximagen te verkrijgen. USL261 is een nasaal toegediende, experimentele formulering van

midazolam die bedoeld is als reddingsbehandeling voor acute herhaalde aanvallen bij epilepsiepatiënten. Afsluiting van de overeenkomst vond plaats in juni 2018.

  • Mei 2018 UCB heeft een overeenkomst gesloten met Science 37, gebaseerd in Los Angeles, California (VS), een baanbrekend bedrijf dat zich richt op klinische proeven "zonder site". De decentrale klinische proefbenadering van Science 37 combineert technologieën die de manier waarop klinische proeven worden uitgevoerd fundamenteel kunnen veranderen. Met deze samenwerking wil UCB een betere patiëntenervaring bieden, op een patiëntgerichte manier klinisch onderzoek innoveren en versnellen en nieuwe oplossingen sneller bij de patiënt brengen.
  • Mei 2018 Het Amerikaanse Hof van Beroep voor het Federale Circuit (CAFC) heeft de Delaware District Court gesteund en de geldigheid bevestigd van het Amerikaanse octrooi RE38.551 met betrekking tot Vimpat® (lacosamide), het epilepsiemedicijn van UCB.

1 Van 1 januari 2018 tot de publicatiedatum van dit verslag.

Update over regelgeving en vooruitgang van de pijplijn

Neurologie

  • In januari 2018 diende UCB Vimpat® (lacosamide) in voor pediatrische patiënten met partieel beginnende epilepsie van vier jaar en ouder in Japan.
  • In februari begon de fase 2b-studie met padsevonil voor zeer geneesmiddelen-resistente epileptische patiënten. De eerste resultaten worden verwacht in de eerste helft van 2020.
  • In maart ging UCB0107, een gehumaniseerd, immunoglobuline monoklonaal antilichaam met een specificiteit voor humaan tau, het klinische fase 1 programma in. Het wordt momenteel onderzocht binnen UCB voor de potentiële behandeling van tauopathieën, een groep van ongeneeslijke neurodegeneratieve ziekten die progressieve supranucleaire verlamming (PSP) en de ziekte van Alzheimer (AD) omvatten. Pre-klinische gegevens tonen aan dat UCB0107 meer werkzaamheid heeft in een seeding model met behulp van humane AD- en PSP-cellen in vergelijking met andere antilichamen.
  • In april heeft UCB heeft een overeenkomst afgesloten om midazolam-neusspray (USL261) van Proximagen te verkrijgen. USL261 is een nasaal toegediende, experimentele formulering van midazolam die bedoeld is als reddingsbehandeling voor acute herhaalde aanvallen bij epilepsiepatiënten. De nieuwe medicatie-aanvraag werd in mei ingediend in de Verenigde Staten nadat de vorige status van weesgeneesmiddel en de fasttrack werd al door de FDA toegekend. Acute herhaalde aanvallen, die soms serie-, recidiverende, gebundelde of crescendo-aanvallen worden genoemd, kunnen meerdere spoedeisende hulpzorgen en/of ziekenhuisopnames per jaar veroorzaken. Ze kunnen ook evolueren naar status epilepticus, waarbij een aanval langer duurt dan 5 minuten of wanneer aanvallen dicht bij elkaar plaatsvinden en de patiënt tussendoor niet herstelt. Ze kunnen levensbedreigend zijn. UCB schat dat in de VS meer dan 150 000 mensen met refractaire epilepsie ook acute herhaalde aanvallen ervaren.

• In mei werden Briviact® (brivaracetam) orale formuleringen in de Verenigde Staten goedgekeurd als monotherapie en adjuvante therapie bij de behandeling van partieel (focale) beginnende epileptische aanvallen bij patiënten van vier jaar en ouder.

In juni heeft het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) van het Europees Geneesmiddelenbureau een positief advies aangenomen voor Briviact® om de therapeutische indicatie uit te breiden met adjuvante therapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen met of zonder secundaire generalisatie bij epileptische patiënten vanaf 4 jaar. De Europese Commissie heeft dit in juli goedgekeurd.

Immunologie

• Een bijsluiterupdate voor Cimzia® (certolizumab pegol) in zwangerschap en borstvoeding werd goedgekeurd in Europa (januari 2018) en in de VS (maart 2018), waardoor het de eerste anti-TNFbehandelingsoptie is die gedurende de gehele zwangerschap kan worden overwogen voor vrouwen met chronische ontstekingsziekten.

In maart 2018 kreeg de Cimzia®-injectiespuit de goedkeuring in de VS voor de optie om deze gedurende een enkele periode van maximaal 7 dagen bij kamertemperatuur op te slaan binnen de goedgekeurde houdbaarheidstermijn, waardoor beter tegemoet gekomen wordt aan de noden van de patiënt.

In maart kondigde UCB ook de indiening aan van Cimzia® bij de State Drug Administration (SDA, voormalig CFDA) in China voor de behandeling van matige tot ernstige reumatoïde artritis. In juni verleende de SDA prioriteitsonderzoek. In april heeft het Europees Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) de goedkeuring van een bijsluiteruitbreiding voor Cimzia® aanbevolen, met een nieuwe indicatie voor volwassen patiënten met matige-tot-ernstige plaque psoriasis. De Europese Commissie heeft dit in juni goedgekeurd.

In mei werd Cimzia® goedgekeurd voor volwassenen met matige-tot-ernstige plaque psoriasis in de VS. Eveneens in mei kondigde UCB positieve topline resultaten aan van C-AXSPAND, een fase 3 placebogecontroleerd onderzoek naar de werkzaamheid van Cimzia® op de tekenen en symptomen van actieve axiale spondyloartritis (axSpA) bij patiënten zonder röntgenbewijs van spondylitis ankylopoetica (AS).

  • In de loop van de eerste zes maanden van 2018 werden verdere onderzoeken met bimekizumab bij matige-tot-ernstige psoriasis gestart. Uit de lopende drie fase 3-onderzoeken zijn er twee die een actieve comparator bevatten, namelijk ustekinumab en adalimumab. De resultaten worden verwacht tegen het einde van 2019. Een aanvullend fase 3bonderzoek om bimekizumab rechtstreeks met secukinumab te vergelijken, werd in juni geïnitieerd. De vergelijkende studies zijn ontworpen om superioriteit ten opzichte van actieve comparators op hechtige eindpunten te demonstreren. De fase 3-programma's voor bimekizumab voor arthritis psoriatica en spondylitis ankylopoetica worden naar verwachting tegen het einde van 2018 gestart.
  • In juli toonde een volledige evaluatie van klinische onderzoeken in de beginfase van seletalisib in het syndroom van Sjörgen en het geactiveerde PI3Kdeltasyndroom (APDS) positieve resultaten en werd geen nieuw veiligheidssignaal waargenomen. In het licht van zijn andere aankomende O&O-investeringen en als onderdeel van de regelmatige portfoliaprioritering heeft UCB besloten geen prioriteit te geven aan de verdere interne ontwikkeling van seletalisib.
  • • Reeds in december 2017 bereikte rozanolixizumab (UCB7665) "proof of concept" (POC) bij patiënten met immune trombocytopenie (ITP) op basis van tussentijdse gegevens van een lopend fase 2aonderzoek, waarbij twee initiële doseringsschema's van subcutaan rozanolixizumab werden gebruikt (vijf wekelijkse dosissen van 4 mg/kg en drie wekelijkse dosissen van 7 mg/kg). Rekrutering voor hogere dosissen is aan de gang en verdere resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2018. In april 2018 verleende de Amerikaanse FDA de weesgeneesmiddel-aanduiding voor ITP. Een fase 2a POC-studie in myasthenia gravis (MG) is aan de gang en de resultaten worden verwacht in de derde kwartaal van 2018. Voorbereidingen voor klinische onderzoeken met patiënten met chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie (CIDP) zijn aan de gang.

Osteologie

• In juli hebben UCB en Amgen de hernieuwde indiening aangekondigd van de biologische licentie aanvraag bij de Amerikaanse "Food and Drug Administration" (FDA) voor Evenity™ (romosozumab), een monoklonaal antilichaam voor de behandeling van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met een hoog risico op fracturen. Evenity™ verhoogt de botvorming en vermindert gelijktijdig botresorptie om de botmineraaldichtheid (BMD) te verhogen en het risico op fracturen te verminderen.

Alle overige klinische ontwikkelingsprogramma's verlopen zoals gepland.

1.3. Netto-omzet per product

De totale netto-omzet bedraagt € 2 146 miljoen in de eerste zes maanden van 2018, i.e. 5% meer dan vorig jaar of +10% meer bij constante wisselkoersen (CW).

Deze verhoging is het gevolg van de voortdurende sterke groei van de kernproducten Cimzia®, Vimpat®, Keppra®,

Briviact® en Neupro®, die een gecombineerde nettoomzet van € 1 801 miljoen halen (+3%; +12% CW), wat 87% van de totale netto-omzet van UCB vóór afdekkingen vertegenwoordigt vóór hedging.

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni Actueel Verschil
€ miljoen 2018 2017 Actuele
wisselkoersen
CW
Kernproducten 1 801 1 741 3% 12%
Immunologie / Cimzia® 679 663 2% 11%
Neurologie
Vimpat® 522 477 10% 20%
Keppra® (inclusief Keppra® XR + E Keppra ®) 392 412 -5% 2%
Neupro® 148 154 -4% 0%
Briviact® 60 36 67% 83%
Gevestigde merken 280 302 -7% -3%
Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D®/Cirrus®) 58 61 -6% -3%
Xyzal® 51 54 -6% 0%
Overige producten 171 186 -8% -5%
Netto-omzet vóór hedging 2 081 2 043 2% 10%
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto
omzet
65 -8 > -100%
Totale netto-omzet 2 146 2 036 5% 10%

Kernproducten

  • Cimzia® (certolizumab pegol), voor mensen die met inflammatoire TNF gemedieerde ziekten leven, de netto-omzet steeg tot € 679 miljoen (+2%; +11% CW), gedreven door een voortdurende duurzame groei in alle regio's. Tijdens het eerste kwartaal van 2018 werd Cimzia® goedgekeurd tijdens zwangerschap en borstvoeding in de EU en de VS. In mei en juni werd Cimzia® gelanceerd voor volwassenen met matige-tot-ernstige plaque psoriasis in respectievelijk de Verenigde Staten en de EU.
  • Vimpat® (lacosamide) met een netto-omzet van € 522 miljoen (+10%; +20% CW) bereikt meer en meer mensen die met epilepsie leven, wat een sterke groei in alle regio's weerspiegelt. Behandelingsopties die beschikbaar zijn voor patiënten omvatten zowel mono- en adjuvante therapie als gebruik voor pediatrische doeleinden.

  • Keppra® (levetiracetam) beschikbaar voor mensen die leven met epilepsie behaalde een netto-omzet van € 392 miljoen (-5%; +2% CW). De evolutie weerspiegelt het gevestigde merk en de maturiteit van het product.

  • Briviact® (brivaracetam), nu beschikbaar voor patiënten met epilepsie sinds 2016, rapporteert een netto-omzet van € 60 miljoen (+67%; +83% CW). Dit wordt veroorzaakt door een verdubbeling van de netto-omzet in US dollars in de VS. In mei en juli werd Briviact® goedgekeurd in respectievelijk de Verenigde Staten en de EU voor jonge patiënten vanaf vier jaar. Briviact® heeft een andere werkingswijze dan Vimpat® en onderscheidt zich van Keppra®.
  • Neupro® (rotigotine) voor de behandeling van de ziekte van Parkinson (PD) en het rustelozebenensyndroom (RLS), bereikte een nettoomzet van € 148 miljoen (-4%; 0% CW).

Gevestigde merken

  • Zyrtec® (cetirizine, inclusief Zyrtec®-D / Cirrus®) voor mensen die met allergie leven, had een netto-omzet van € 58 miljoen (-6%; -3% CW) als gevolg van generieke concurrentie.
  • Xyzal® (levocetirizine), ook voor mensen die met een allergie leven, had een stabiele netto-omzet aan constante wisselkoersen van € 51 miljoen (-6% actueel; 0% CW).
  • Andere producten: de netto-omzet voor de andere gevestigde merken verminderde tot € 171 miljoen (- 8%; -5% CW). Dit komt hoofdzakelijk door de afstoting van producten. Na aanpassing voor de afstotingen hadden deze producten een stabiele netto-omzet.
  • Aangemerkte en niet toegewezen afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet waren € 65 miljoen positief (€ 8 miljoen negatief in de eerste helft van 2017), en geven UCB's transactionele indekkingsactiviteiten weer die erkend moeten worden in de "netto-omzet" in overeenstemming met IFRS. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar, Japanse yen, Britse pond en Zwitserse frank.

1.4. Netto-omzet per geografisch gebied

  • De netto-omzet in de VS haalde € 992 miljoen (+1%; +13% CW). Deze groei is het gevolg van de voortdurende prestaties van de kernproducten die een gecombineerde netto-omzet van € 989 miljoen haalden (+2%, +14% CW) - i.e. bijna honderd procent van de netto-omzet van UCB in de VS. Dit werd aangedreven door de groei met dubbele cijfers bij constante wisselkoersen van Cimzia® en Vimpat®. De netto-omzet van de gevestigde merken bedroeg € 3 miljoen na € 12 miljoen als gevolg van de afstotingen.
  • De netto-omzet in Europa bedroeg € 671 miljoen (+7%; +7% CW), gedreven door de verdere groei van de kernproducten die een gecombineerde nettoomzet haalden van € 503 miljoen – wat 8% meer en 75% van de netto-omzet van UCB in Europa vertegenwoordigt. Het allergieproduct Zyrtec® (inclusief Cirrus) haalde een omzet van € 35 miljoen (+10%; +10% CW) en de andere producten vertegenwoordigden € 134 miljoen (+4%; +5% CW).
  • De netto-omzet in de internationale markten bedroeg € 418 miljoen (-3%; +5% CW). De kernproducten haalden een gecombineerde nettoomzet van € 309 miljoen (+3%), wat 74% van de netto-omzetvan UCB in deze regio vertegenwoordigt. Dit werd gecompenseerd door de impact van generische concurrentie binnen de gevestigde merkenportfolio. Japan vertegenwoordigt met € 154 miljoen de grootste markt (-13%, -6% CW). Keppra® haalde een netto-omzet van € 74 miljoen (- 20%; -13% CW), Cimzia® van € 17 miljoen (-8%; 0% CW), Neupro® van € 15 miljoen (-16%; -10% CW) en Vimpat® is verdubbeld tot € 12 miljoen (+98%; >100% CW). De netto-omzet in China bedroeg € 85 miljoen (+8%; +12% CW).
  • Aangemerkte en niet toegewezen afdekkingen geherclassificeerd naar netto omzet waren € 65 miljoen positief (€ 8 miljoen negatief in de eerste helft van 2017), en geven UCB's transactionele indekkingsactiviteiten weer die erkend moeten worden in de "netto-omzet" in overeenstemming met IFRS. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar, Japanse yen, Britse pond en Zwitserse frank.
Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni Actueel Verschil - actuele
wisselkoersen
Verschil – constante
wisselkoersen (CW)
€ miljoen 2018 2017 € miljoen % € miljoen %
Netto-omzet in de VS 992 983 9 1% 126 13%
Cimzia® 416 420 5 -1% 45 11%
Vimpat® 387 368 19 5% 66 18%
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 99 109 10 -9% 2 2%
Neupro® 41 50 9 -18% 4 -8%
Briviact® 46 25 21 86% 27 > 100%
Gevestigde merken 3 12 9 -75% -7 -72%
Netto-omzet in Europa 671 629 42 7% 46 7%
Cimzia® 192 176 16 9% 18 10%
Keppra® 113 119 6 -5% 5 -4%
Vimpat® 100 82 17 21% 17 21%
Neupro® 85 80 5 6% 5 6%
Briviact® 13 11 2 19% 2 20%
Gevestigde merken 168 160 8 5% 9 6%
Zyrtec® (inclusief Cirrus®) 35 31 3 10% 3 10%
Overige producten 134 128 6 4% 6 5%
Netto-omzet op internationale markten 418 432 14 -3% 23 5%
Keppra® 180 184 4 -2% 9 5%
Cimzia® 71 66 5 8% 13 19%
Vimpat® 35 26 9 34% 12 47%
Neupro® 22 23 1 -6% 0 2%
Briviact® 1 1 1 > 100% 1 > 100%
Gevestigde merken 109 132 -23 -17% 12 -9%
Zyrtec® (inclusief Cirrus®) 23 30 7 -23% 5 -16%
Xyzal® 34 37 3 -8% 0 0%
Overige producten 52 64 12 -19% 7 -10%
Netto-omzet vóór hedging 2 081 2 043 38 2% 196 10%
Aangemerkte afdekkingen 65 -8 73 > -100%
geherclassificeerd naar netto-omzet
Totale netto-omzet 2 146 2 036 110 5% 198 10%

1.5. Royaltyinkomstern en -vergoedingen

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni Actueel Verschil
€ miljoen 2018 2017 Actuele
wisselkoersen
CW
Biotechnologische IE 39 32 24% 36%
Zyrtec® in de VS 8 17 -57% -50%
Toviaz® 8 8 -1% 11%
Overige 1 1 -6% 1%
Royaltyinkomstern en -vergoedingen 56 58 -4% 6%

In de eerste zes maanden van 2018 daalden de royaltyinkomsten en –vergoedingen van € 58 miljoen naar € 56 miljoen.

De inkomsten van de biotechnologische IE werden onveranderd beïnvloed door de vervaldatum van octrooien, maar vertoonde een verbetering ad interim.

Royalty's geïnd voor Zyrtec® in de VS daalden als gevolg van een lager niveau van royalty's als gevolg van de looptijd van het product.

1.6. Overige opbrengsten

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni Actueel Verschil € miljoen 2018 2017 Actuele wisselkoersen CW Opbrengsten uit contractproductie 43 47 -9% -7% Product winstdeling 10 12 -22% -21% Samenwerkingen in Japan 4 6 -33% -33% Xyzal® in de VS 0 56 -100% -100% Overige 10 15 -32% -26% Overige opbrengsten 67 136 -50% -50%

De overige opbrengsten bereikten € 67 miljoen, in vergelijking met € 136 miljoen in de eerste helft van 2017. De eerste zes maanden van 2017 profiteerden van eenmalige overige opbrengsten van € 56 miljoen als gevolg van de licentieovereenkomst met betrekking tot Xyzal® zonder voorschrift in de VS. Aangepast voor de eenmalige overige opbrengsten in 2017, bedroeg de toename van de totale opbrengsten 4% (+9% CW).

De opbrengsten uit contractproductie bedroegen € 43 miljoen. De opbrengsten uit contractproductie met betrekking tot gevestigde merken die in 2016 werden afgestoten zijn voor de meerderheid niet meer in acht genomen.

De product winstdelingsovereenkomsten voor Dafiro® / Provas® (2016) en Xyzal® haalden € 10 miljoen opbrengsten.

De samenwerkingsactiviteiten in Japan (Otsuka voor E Keppra®, Daiichi Sankyo voor Vimpat® en Astellas voor Cimzia®) bereikten een totaal van € 4 miljoen, na € 6 miljoen in 2017.

De "overige" opbrengsten bedroegen € 10 miljoen en omvatten mijlpaalbetalingen en andere betalingen van onze R&D-partners.

De franchiseroyalties betaald door Pfizer voor Toviaz® (fesoterodine), de behandeling voor een overactieve blaas, bleven stabiel.

1.7. Brutowinst

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni Actueel Verschil
€ miljoen 2018 2017 Actuele
wisselkoersen
CW
Opbrengsten 2 269 2 230 2% 6%
Netto-omzet 2 146 2 036 5% 10%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 56 58 -4% -3%
Overige opbrengsten 67 136 -50% -50%
Kostprijs van de omzet -573 -564 1% 4%
Kostprijs van de omzet voor producten en diensten -394 -393 0% 1%
Royaltylasten -118 -110 7% 18%
Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan -61 -61 1% 5%
omzet
Brutowinst 1 696 1 666 2% 7%

In de eerste zes maanden van 2018 bedroeg de brutowinst € 1 696 miljoen, wat een stabiele brutomarge van 75% weerspiegelt. Het bereiken van dit niveau was mogelijk dankzij de netto-omzetgroei en de verbeterde productmix in het algemeen, maar ook door de afstotingen in 2016.

De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gekoppelde immateriële activa:

• De kostprijs van omzet voor producten en diensten steeg licht tot € 394 miljoen.

  • Royalty uitgaven stegen tot € 118 miljoen van € 110 miljoen te wijten aan de groei van de op de markt gebrachte kernproducten, voornamelijk Cimzia® en Vimpat®.
  • Afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan omzet: Onder IFRS 3 heeft UCB op zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan, die verband houden met de overname van Celltech en Schwarz Pharma. De afschrijvingskosten van de immateriële activa waarvoor al producten zijn gelanceerd, waren stabiel op € 61 miljoen.

1.8. Recurrente EBIT en recurrente EBITDA

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni Actueel Verschil
€ miljoen 2018 2017 Actuele
wisselkoersen
CW
Opbrengsten 2 269 2 230 2% 6%
Netto-omzet 2 146 2 036 5% 10%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 56 58 -4% 6%
Overige opbrengsten 67 136 -50% -50%
Brutowinst 1 696 1 666 2% 7%
Marketing- en verkoopkosten -442 -464 -5% 2%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -500 -474 5% 9%
Algemene en administratiekosten -88 -93 -5% -2%
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) -9 -16 -48% -42%
Totale bedrijfskosten -1 039 -1 047 -1% 4%
Recurrente EBIT (REBIT) 657 619 6% 11%
Afschrijving van immateriële activa 79 78 2% 6%
Afschrijving van materiële vaste activa 58 45 29% 36%
Recurrente EBITDA (REBITDA) 794 742 7% 12%

De bedrijfskosten, die de marketing- en verkoopkosten, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de algemene en administratiekosten en overige bedrijfsbaten/-lasten omvatten, bedroegen € 1 039 miljoen en weerspiegelen een verbeterde bedrijfskostenratio: De totale bedrijfskosten in verhouding tot de opbrengsten (bedrijfskosten-ratio) verbeterden van 47% naar 46%.

  • Lagere marketing- en verkoopskosten van € 442 miljoen, wat de voortgezette groei van de kernproducten weerspiegelt.
  • Hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten van € 500 miljoen, resulterend in een R&D ratio van 22% tijdens de eerste zes maanden van 2018, tegenover 21% in 2017.
  • Iets lager algemene en administratiekosten van € 88 miljoen;
  • Overige bedrijfslasten van € 9 miljoen, voornamelijk door de samenwerking met Amgen ter voorbereiding van de commercialisering van EvenityTM, weerspiegelen het netto bedrag dat ten laste van UCB is.

De recurrente EBIT steeg tot € 657 miljoen, in vergelijking met € 619 miljoen tijdens de eerste zes maandan van 2017.

  • De totale afschrijving van immateriële activa (product gerelateerde en andere) bedroeg € 79 miljoen;
  • Afschrijvingslasten op materiële vaste activa stegen naar € 58 miljoen als gevolg van de impact van IFRS 16 op het boeken van leaseovereenkomsten.

Recurrente EBITDA steeg tot € 794 miljoen, na € 742 miljoen in 2017 (+7%; +12% CW), gedreven door de aanhoudende groei van de netto-omzet en een verbeterde bedrijfskostenratio. De recurrente EBITDA ratio (in percentage van opbrengsten) steeg tot 35% tijdens de eerste zes maanden van 2018, tegenover 33% in 2017.

1.9. Winst

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni Actueel Verschil
€ miljoen 2018 2017 Actuele
wisselkoersen
CW
Recurrente EBIT 657 619 6% 11%
Kosten van bijzondere waardeverminderingen 0 4 -100% -100%
Reorganisatiekosten -4 -7 -41% -39%
Nettowinst op afstotingen 0 0 niet van niet van
toepassing toepassing
Overige niet-recurrente baten/lasten (-) 23 3 > 100% > 100%
Totale niet-recurrente baten/lasten (-) 19 1 > 100% > 100%
EBIT (operationele winst) 676 619 9% 14%
Netto financiële kosten (-) -46 -55 -17% -16%
Resultaat van geassocieerde deelnemingen -1 0 niet van niet van
toepassing toepassing
Winst vóór belastingen 629 564 12% 17%
Winstbelastingen -56 -114 -51% -49%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 573 450 27% 33%
Winst/verlies (-) uit beëindige bedrijfsactiviteiten 1 1 -44% -62%
Winst 574 451 27% 33%
Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 551 431 28% 33%
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 23 20 15% 29%
Nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 551 431 28% 33%

De totale niet-recurrente baten / lasten (-) bedroegen € 19 miljoen baten vóór belastingen (na € 1 miljoen in 2017), en betreffen reorganisatiekosten en gecompenseerd door inkomsten voortvloeiend uit het cumulatief bedrag van wisselkoersverschillen voor buitenlandse entiteiten die geliquideerd werden in 2018.

De netto financiële kosten daalden van € 55 miljoen in 2017 naar € 46 miljoen.

De winstbelastingen bedroegen € 56 miljoen tegenover € 114 miljoen in juni 2017. Het gemiddeld effectief belastingpercentage met betrekking tot de recurrente activiteiten bedraagt 9%, tegenover 20% in dezelfde periode vorig jaar. Deze lage belastingvoet werd

gedreven door spreiding van uitgaven en een late meevaller van de Amerikaanse belastinghervorming.

De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten bedroeg € 1 miljoen, tegenover een winst van € 1 miljoen in 2017.

De winst van de Groep bedroeg € 574 miljoen (tegenover € 451 miljoen), waarvan € 551 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB en € 23 miljoen aan minderheidsbelangen. Voor de eerste zes maanden van 2017 haalde UCB een winst van € 451 miljoen, waarvan € 431 miljoen toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB en € 20 miljoen aan minderheidsbelangen.

1.10. Kern-WPA

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni Actueel Verschil
€ miljoen 2018 2017 Actuele
wisselkoersen
CW
Winst 574 451 27% 33%
Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 551 431 28% 33%
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 23 20 15% 29%
Nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 551 431 28% 33%
Totale niet-recurrente baten (-)/lasten -19 -1 > 100% > 100%
Winstbelasting op niet-recurrente lasten (-)/baten 0 -1 -59% -59%
0 0 niet van niet van
Financiële éénmalige baten (-)/lasten toepassing toepassing
Winstbelasting op financiële éénmalige baten/lasten (-) 0 0 niet van niet van
toepassing toepassing
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -1 -1 -44% -62%
Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de 61 61 1% 5%
omzet
Winstbelasting op afschrijvingen van immateriële activa -11 -12 -6% -5%
gerelateerd aan omzet
Kern-winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 581 477 22% 27%
Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) 188 188 0%
Kern-WPA toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 3,09 2,53 22% 27%

De winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB, gecorrigeerd voor het effect na belastingen van nietrecurrente elementen, financiële eenmalige posten, de bijdragen na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan omzet, geeft aanleiding tot een kern-winst toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB van € 581 miljoen, wat leidt

tot een kern-winst per aandeel (WPA) van € 3,09 per aandeel, ten opzichte van € 2,53 in 2017, op een nietverwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen van 188 miljoen.

1.11. Balans

De immateriële activa stegen met € 110 miljoen van € 817 miljoen per 31 december 2017 tot € 927 miljoen op 30 juni 2018. Dit omvat de lopende afschrijvingen op immateriële activa, gedeeltelijk gecompenseerd door toevoegingen resulterend uit de aankoop van Proximagen, mijlpaal betaling aan Dermira, software en geactiveerde in aanmerking komende ontwikkelingskosten.

Goodwill bedraagt € 4 930 miljoen, verhoogde met € 92 miljoen, door de aankoop van Element Genomics en een sterkere Amerikaanse dollar en Britse pond in vergelijking met december 2017.

Overige vaste activa stegen met € 188 miljoen, voornamelijk als gevolg van een verhoging van de uitgestelde belastingvorderingen na belastinghervormingen in de VK en België, en hogere materiële vaste activa als gevolg van de erkenning van gebruiksrechten van activa als gevolg van de implementatie van IFRS 16.

De daling van de vlottende activa van € 2 677 miljoen op 31 december 2017 tot € 2 566 miljoen op 30 juni 2018 is het gevolg van lagere financiële derivaten en kasposities, gedeeltelijk gecompenseerd door een iets hogere behoefte aan werkkapitaal.

Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 5 942 miljoen, een toename van € 206 miljoen tussen 31 december 2017 en 30 juni 2018. De voornaamste wijzigingen komen voort uit de nettowinst na minderheidsbelangen (€ 551 miljoen), de positieve omrekeningsverschillen van de Amerikaanse dollar en het Britse pond (€ 14 miljoen), gecompenseerd door de kasstroomafdekkingen (€ -94 miljoen), de dividendbetalingen (€ -222 miljoen) en de aankoop van eigen aandelen (€ -63 miljoen).

De langlopende verplichtingen bedragen

€ 2 150 miljoen, en daalden met € 82 miljoen als gevolg van overdracht van bankleningen naar kortlopende verplichtingen.

De kortlopende verplichtingen bedragen

€ 2 104 miljoen, een stijging van € 155 miljoen, als gevolg van de toename van financiële verplichtingen uit derivaten en het kortlopend gedeelte van de bankleningen.

De nettoschuld steeg met € 241 miljoen, van € 525 miljoen eind december 2017 tot € 766 miljoen eind juni 2018, vooral als gevolg van de onderliggende rentabiliteit, gecompenseerd door de dividendbetaling op de resultaten van 2017, de aankoop van eigen aandelen, de leaseverplichtingen opgenomen op 1 januari 2018 en investeringen volgens onze strategie. De nettoschuld ten opzichte van de recurrente EBITDA-ratio bereikte voor 2018 0,51 na 0,38 eind 2017.

1.12. Kasstroomoverzicht

De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:

  • De kasstroom uit operationele activiteiten bedroeg € 490 miljoen, waarvan € 492 miljoen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten, in vergelijking met € 294 miljoen in 2017 uit de onderliggende netto winstgevendheid.
  • De kasstroom uit investeringsactiviteiten vertoonde in 2018 een uitstroom van € 283 miljoen (voortgezette bedrijfsactiviteiten) in vergelijking met een uitgaande kasstroom van € 109 miljoen in 2017.

Het houdt verband met de upgrade/onderhoud van fabrieken, strategische investeringen, gekapitaliseerde ontwikkelingskosten en risicokapitaalfondsen.

• De kasstroom uit financieringsactiviteiten heeft een uitstroom van € 345 miljoen, en omvat het dividend betaald aan aandeelhouders van UCB (€ 222 miljoen), de aankoop van eigen aandelen (€ 51 miljoen), de netto terugbetaling van kortlopende leningen (€ 11 miljoen) en de terugbetaling van leaseverplichtingen (€ 19 miljoen).

1.13. Vooruitzichten voor 2018 bevestigd

Voor 2018 verwacht UCB een voortgezette stijgende groei van haar kernproducten die de verdere groei van de onderneming zal bewerkstelligen. UCB zal ook haar ontwikkelingspijplijn uitbreiden om potentiële nieuwe oplossingen voor patiënten aan te bieden en haar bestaande pijplijnactiva aanvullen met externe mogelijkheden.

De omzet van 2018 zal naar verwachting ongeveer € 4,5 - 4,6 miljard bedragen; recurrente EBITDA zal in het bereik van € 1,3 - 1,4 miljard blijven. Bijgevolg wordt verwacht dat de kern-winst per aandeel (kern-WPA) zal uitkomen tussen € 4,30 en € 4,70, op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 188 miljoen.

De hierboven genoemde cijfers voor de vooruitzichten voor 2018 werden berekend op dezelfde basis als de werkelijke cijfers voor 2017.

2. Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening

2.1. Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni
€ miljoen
Toelichting 2018
Beperkt
nazicht
2017
Beperkt
nazicht
VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Netto-omzet 3.6 2 146 2 036
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 56 58
Overige opbrengsten 67 136
Opbrengsten 3.8 2 269 2 230
Kostprijs van de omzet -573 -564
Brutowinst 1 696 1 666
Marketing- en verkoopkosten -442 -464
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -500 -474
Algemene en administratiekosten -88 -93
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 3.11 -9 -16
Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, 657 619
reorganisatiekosten en overige baten en lasten
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 3.12 0 4
Reorganisatiekosten 3.13 -4 -7
Overige baten/lasten (-) 3.14 23 3
Operationele winst 676 619
Financiële opbrengsten 3.15 8 12
Financiële kosten 3.15 -54 -67
Netto financiële kosten (-) 3.15 -46 -55
Aandeel in de winst van geassocieerde deelnemingen -1 0
Winst vóór belastingen 629 564
Winstbelastingen 3.16 -56 -114
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 573 450
BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst/verlies (-) uit beëindige bedrijfsactiviteiten 3.10 1 1
WINST 574 451
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB NV 551 431
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 23 20
GEWONE WINST PER AANDEEL (€)1
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 2,93 2,29
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Totale gewone winst per aandeel 2,93 2,29
VERWATERDE WINST PER AANDEEL (€)2
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 2,93 2,29
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Totale verwaterde winst per aandeel 2,93 2,29

1 Het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen tijdens de tussentijdse periode bedraagt voor de berekening van de gewone winst per aandeel 188 189 602 (2017: 188 252 891).

2 Het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen tijdens de tussentijdse periode bedraagt voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel 188 189 602 (2017: 188 252 891).

2.2. Verkort geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni
€ miljoen
2018 Beperkt
nazicht
2017 Beperkt
nazicht
Winst van de periode 574 451
Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere
perioden
Nettowinst / -verlies (-) op de financiële activa tegen reële waarde met verwerking
van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten
-32 -7
Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten 13 -198
Effectief gedeelte van winst / verlies (-) op kasstroomafdekkingen -128 126
Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde
resultaten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere
perioden
34 -42
Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies
in latere perioden:
Herwaardering van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde
pensioenrechten
-1 14
Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde
resultaten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in
latere perioden
0 -2
Niet-gerealiseerde resultaten voor de periode na belastingen -114 -109
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na
belastingen
460 342
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB NV 438 315
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 22 27
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na
belastingen
460 342

2.3. Verkorte geconsolideerde balans

30 juni 2018
Beperkt
31 dec 2017
Gecontroleerd
€ miljoen Toelichting nazicht
ACTIVA
Vaste activa
Immateriële activa 3.17 927 817
Goodwill 3.18 4 930 4 838
Materiële vaste activa 3.19 795 673
Uitgestelde belastingvorderingen 814 715
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële
instrumenten)
3.20 164 197
Totaal vaste activa 7 630 7 240
Vlottende activa
Voorraden 3.21 632 597
Handelsvorderingen en overige vorderingen 861 809
Te ontvangen belastingen 19 12
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële 133 194
instrumenten)
Geldmiddelen en kasequivalenten 895 1 049
Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassifieerd 26 16
als aangehouden voor verkoop
Totaal vlottende activa 2 566 2 677
Totaal activa 10 196 9 917
EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen
Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 3.22 5 997 5 813
Minderheidsbelangen -55 -77
Totaal eigen vermogen 5 942 5 736
Langlopende verplichtingen
Leningen 3.23 219 303
Obligaties 3.24 1 230 1 231
Andere financiële verplichtingen (incl. afgeleide financiële instrumenten) 3.25 65 57
Uitgestelde belastingverplichtingen 33 53
Personeelsbeloningen 446 441
Voorzieningen 3.26 123 121
Handels- en overige verplichtingen 34 26
Totaal langlopende verplichtingen 2 150 2 232
Kortlopende verplichtingen
Leningen 3.23 219 39
Obligaties 3.24 0 0
Andere financiële verplichtingen (incl. afgeleide financiële instrumenten) 3.25 95 53
Voorzieningen 3.26 39 37
Handels- en overige verplichtingen 1 657 1 724
Te betalen belastingen 94 96
Verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, 0 0
geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
Totaal kortlopende verplichtingen 2 104 1 949
Totaal verplichtingen 4 254 4 181
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 10 196 9 917

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni
€ miljoen
Toelichting 2018
Beperkt
nazicht
2017
Beperkt
nazicht
Nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 551 431
Minderheidsbelangen 23 20
Aanpassing voor winst(-)/verlies uit geassocieerde deelnemingen 1 0
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 35T3.2735T 56 90
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten 35T3.2735T 56 114
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en
financieringsactiviteiten
35T3.2735T 21 16
Wijzigingen in het werkkapitaal 35T3.2735T -125 -225
Ontvangen rente 14 9
Kasstromen uit operationele activiteiten 597 455
Betaalde belastingen gedurende de periode -107 -130
Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit operationele activiteiten: 490 325
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 492 294
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -2 31
Netto kasstromen uit operationele activiteiten 490 325
Verwerving van immateriële activa -216 -44
Verwerving van materiële vaste activa -49 -46
Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen -12 -7
Verwerving van overige investeringen -10 -14
Subtotaal verwervingen -287 -111
Ontvangsten uit verkoop van immateriële activa 3 0
Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa 1 1
Ontvangsten uit verkoop van bedrijfsactiviteiten, na aftrek van overgedragen
geldmiddelen
0 0
Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen 0 1
Ontvangen dividenden 0 0
Subtotaal ontvangsten uit verkopen 4 2
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten: -283 -109
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -283 -109
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten: -283 -109
Ontvangsten uit leningen 8 9
Terugbetaling van leningen (-) -19 -26
Terugbetaling van leaseverplichtingen -19 0
Inkoop (-)/vervreemding van eigen aandelen -51 -105
Uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders van UCB, na aftrek van dividenden
betaald op eigen aandelen
-222 -217
Betaalde rente -42 -35
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit financieringsactiviteiten -345 -374
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -345 -374
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit financieringsactiviteiten -345 -374
Netto toename / afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten -138 -158
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -136 -189
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -2 31
Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode 1 022 756
Effect van wisselkoersschommelingen -5 -22
Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode 879 787

2.5. Verkort geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen

TOEREKENBAAR AAN AANDEELHOUDERS VAN UCB NV

€ miljoen Aandelenkapitaal en
uitgiftepremies
Hybride kapitaal Eigen aandelen Overgedragen resultaat Overige reserves omrekeningsverschillen
Cumulatieve
waarde via niet-gerealiseerde
Financiële activa aan reële
resultaten (FVOCI)1
Kasstroomafdekkingen Totaal Minderheidsbelangen Totaal eigen vermogen
Balans per 1 januari 2018 2 614 -357 3 811 -156 -220 30 90 5 813 -77 5 736
Winst van de periode 551 551 23 574
Niet-gerealiseerde resultaten
van de periode
-1 14 -32 -94 -113 -1 -114
Totaal gerealiseerde en
niet-gerealiseerde
resultaten
551 -1 14 -32 -94 438 22 460
Dividenden -222 -222 -222
Op aandelen gebaseerde
betalingen
31 31 31
Overboeking tussen reserves 47 -47 0 0
Eigen aandelen -63 -63 -63
Balans per 30 juni 2018
(beperkt nazicht)
2 614 -373 4 124 -156 -206 -2 -4 5 997 -55 5 942
Balans per 1 januari 2017 2 614 0 -283 3 263 -164 132 42 -20 5 584 -107 5 477
Winst van de periode 431 431 20 451
Niet-gerealiseerde resultaten
van de periode
12 -205 -7 84 -116 7 -109
Totaal gerealiseerde en
niet-gerealiseerde
resultaten
431 12 -205 -7 84 315 27 342
Dividenden -217 -217 -217
Op aandelen gebaseerde
betalingen
28 28 28
Overboeking tussen reserves 48 -48 0 0
Eigen aandelen -97 -97 -97
Balans per 30 juni 2017
(beperkt nazicht)
2 614 0 -332 3 457 -152 -73 35 64 5 613 -80 5 533

1 FVOCI: Financiële activa aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten

3. Toelichtingen

3.1. Algemene informatie

UCB NV (UCB of "de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in drie therapeutische gebieden namelijk neurologie, immunologie en osteologie.

Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie van de Vennootschap voor de eerste zes maanden eindigend op 30 juni 2018 (hierna 'de tussentijdse periode') omvat de Vennootschap en haar dochterondernemingen. Binnen de Groep hebben UCB Pharma NV en UCB S.R.O, beiden 100 % dochterondernemingen, bijkantoren, respectievelijk in het VK en Slovakije, die geïntegreerd zijn in hun rekeningen.

UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is. De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te 1070 Brussel, België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext Brussels. Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie werd op 25 juli 2018 goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur. Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie werd onderworpen aan een beperkt nazicht en is niet geauditeerd.

De geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het jaar dat eindigde op 31 december 2017 is verkrijgbaar op de UCB website.

3.2. Grondslag voor de opstelling

Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met International Accounting Standard (IAS) 34 ('Tussentijdse financiële verslaggeving'), zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie bevat niet alle informatie die verplicht gerapporteerd moet worden in de volledige geconsolideerde jaarrekening en moet samen met de geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2017 worden gelezen, die is opgesteld in overeenstemming met IFRS. Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie is uitgedrukt in euro (€) en alle waarden zijn afgerond tot het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders vermeld.

3.3. Grondslagen voor financiële verslaggeving

De grondslagen voor financiële verslaggeving die toegepast werden voor het opmaken van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie zijn volledig in overeenstemming met deze die gebruikt werden bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het jaar afgesloten op 31 december 2017, met uitzondering van de toepassing van nieuwe en gewijzigde standaarden (zie volgende paragrafen).

Nieuwe standaarden en wijzigingen aan standaarden die door de Groep werden toegepast

De Groep heeft besloten om IFRS 16 Leaseovereenkomsten (uitgegeven in januari 2016) vervroegd toe te passen vanaf 1 januari 2018.

In overeenstemming met de overgangsbepalingen in IFRS 16 zullen de nieuwe regels voor lease accounting retroactief worden toegepast, waarbij het cumulatieve effect van de eerste toepassing van de nieuwe standaard op 1 januari 2018 wordt erkend (d.w.z.

beperkt retroactieve toepassing). Vergelijkende cijfers werden niet aangepast voor IFRS 16.

Bij de eerste toepassing van IFRS 16, heeft de Groep gebruik gemaakt van de volgende praktische uitzonderingen die door de standaard zijn toegestaan:

  • het gebruik van één enkele disconteringsvoet voor een portefeuille van leaseovereenkomsten met redelijk vergelijkbare kenmerken;
  • de uitsluiting van initiële directe kosten voor de waardering van het gebruiksrecht op de datum van eerste toepassing;
  • het gebruik van achteraf gekende informatie bij het bepalen van de leasetermijn wanneer het contract opties bevat om de leaseovereenkomst te verlengen of te beëindigen;
  • voor contracten die zijn aangegaan vóór 1 januari 2018, heeft de Groep niet opnieuw beoordeeld of het contract een leaseovereenkomst is of bevat. De Groep past IFRS 16 niet toe op contracten die eerder niet werden geïdentificeerd als zijnde een contract met een leaseovereenkomst onder IAS 17 en IFRIC 4.
  • • voor contracten waarvoor een voorziening voor verlieslatende leaseovereenkomsten was opgezet onder de toepassing van IAS 37 voor de datum van eerste toepassing, heeft de Groep de waarde van het gebruiksrecht aangepast op de datum van eerste toepassing met het bedrag van deze voorziening in plaats van een test op bijzondere waardeverminderingen uit te voeren.

Als gevolg van de toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten, heeft de Groep haar grondslagen voor financiële verslaggeving voor leaseovereenkomsten aangepast. De nieuwe grondslagen voor financiële verslaggeving worden hieronder beschreven. De toepassing van IFRS 16 resulteerde in wijzigingen aan de grondslagen voor financiële verslaggeving maar had geen impact op de openingsbalans van het eigen vermogen op 1 januari 2018. Zie hieronder voor een gedetailleerde impact op de openingsbalans op 1 januari 2018.

De Groep heeft IFRS 9 Financiële instrumenten toegepast met ingang van 1 januari 2018. IFRS 9 vervangt de bepalingen van IAS 39 met betrekking tot de opname, classificatie en waardering van financiële activa en financiële verplichtingen, het niet langer in de balans opnemen van financiële instrumenten, bijzondere waardeverminderingen op financiële activa en hedge accounting.

De toepassing van IFRS 9 Financiële instrumenten vanaf 1 januari 2018 resulteerde in wijzigingen in de grondslagen voor de financiële verslaggeving maar resulteerde niet in aanpassingen aan de bedragen opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2017. De nieuwe grondslagen voor de financiële verslaggeving worden hieronder weergegeven. In overeenstemming met de overgangsbepalingen in IFRS 9 werden de vergelijkende cijfers niet aangepast. Aangezien er geen impact was op de bedragen opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2017, werd het beginsaldo van het eigen vermogen op 1 januari 2018 niet gewijzigd door de toepassing van IFRS 9.

Bepaalde wijzigingen aan bestaande standaarden, jaarlijkse verbeteringen aan standaarden en een nieuwe interpretatie zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2018. De Groep diende echter haar grondslagen voor financiële verslaggeving niet aan te passen en diende ook geen retroactieve aanpassingen te doen ten gevolge van de toepassing van deze wijzigingen, verbeteringen aan de standaarden en nieuwe interpretatie.

Wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving ten gevolge van de toepassing van IFRS 16, Leaseovereenkomsten en IFRS 9, Financiële instrumenten

Als gevolg van de toepassing van IFRS 16, Leaseovereenkomsten en IFRS 9, Financiële instrumenten, werden de grondslagen voor de financiële verslaggeving voor leaseovereenkomsten en financiële instrumenten als volgt herwerkt:

Leaseovereenkomsten:

De Groep huurt verschillende gebouwen, uitrustingen en wagens en de huurovereenkomsten worden meestal afgesloten voor een vaste korte- of lange-termijn periode. De huurvoorwaarden worden op een individuele basis onderhandeld en omvatten een breed scala van verschillende algemene voorwaarden. De leaseovereenkomsten leggen geen convenanten op maar de geleasede activa mogen niet gebruikt worden als zekerheid voor leningsdoeleinden.

Leaseovereenkomsten worden opgenomen als een gebruiksrecht van activa en overeenkomstige verplichting op de datum waarop het geleasede actief beschikbaar is voor gebruik door de Groep. Elke leasebetaling wordt opgesplitst tussen de terugbetaling van de verplichting en een financiële kost. De financiële kost wordt toegerekend aan de winst- en verliesrekening over de periode van de leaseovereenkomst zodat een constante periodieke interestvoet wordt gegenereerd op het uitstaand saldo van de verplichting voor elke periode. Het gebruiksrecht van een actief wordt lineair afgeschreven over het kortste van de gebruiksduur van het actief of de leaseperiode.

De activa en verplichtingen voortvloeiend uit een leaseovereenkomst worden aanvankelijk gewaardeerd op basis van een contante waarde. Leaseverplichtingen omvatten de netto contante waarde van de volgende leasebetalingen:

  • vaste betalingen (inclusief in wezen vaste betalingen), verminderd met alle te ontvangen huurvoordelen;
  • variabele leasebetalingen die gebaseerd zijn op een index of een tarief.

Er zijn geen leaseovereenkomsten waarvoor de Groep verwacht een bepaald bedrag te moeten betalen als gegarandeerde restwaarde of om een aankoopoptie uit te oefenen waarbij het redelijk zeker is dat de Groep deze optie zal uitoefenen of enige schadevergoeding zou moeten betalen voor het beëindigen van de leaseovereenkomst ingeval de leasetermijn het uitoefenen van deze optie reflecteert.

De leasebetalingen worden verdisconteerd aan de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst, indien deze rentevoet kan worden bepaald, of aan de marginale rentevoet van de Groep.

Gebruiksrechten van activa worden gewaardeerd aan kostprijs die het volgende omvat:

  • het bedrag van de oorspronkelijke waardering van de leaseverplichting;
  • leasebetalingen gedaan op het moment van of voor de aanvangsdatum;
  • initiële directe kosten (behalve voor de leaseovereenkomsten die al bestonden op overgangsdatum), en
  • herstelkosten.

Gebruiksrechten van activa worden opgenomen als onderdeel van de materiële vaste activa en leaseverplichtingen als onderdeel van de leningen in de balans. Alle leasebetalingen die vervallen binnen 12 maanden worden als kortlopende verplichtingen geclassificeerd. Alle leasebetalingen die vervallen na minstens 12 maanden na balansdatum worden als langlopende verplichtingen geclassificeerd.

Betalingen voor korte-termijn leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde worden op een lineaire basis erkend als een kost in de winst- en verliesrekening. Korte-termijn leaseovereenkomsten zijn leaseovereenkomsten met een leasetermijn van 12 maanden of minder. Activa met geringe waarde omvatten voornamelijk IT-materiaal (laptops, tablets, mobiele telefoons, pc's) en klein kantoormaterieel en meubilair.

Sommige leaseovereenkomsten voor wagens bevatten variabele leasebetalingen. Het betreft leaseovereenkomsten voor wagens die een finale huuraanpassingsclausule bevatten: bij het beëindigen van de leaseovereenkomst wordt een definitieve afrekening opgemaakt om de finale huuraanpassing te bepalen. Deze finale huuraanpassing is een huurbetaling (of terugbetaling) die het werkelijk gebruik van de geleasede wagen reflecteert. Dit finale bedrag is niet gekend bij aanvang van de leaseovereenkomst. Het bedrag van de huuraanpassing is geen gespecifieerd bedrag maar hangt af van gekende factoren zoals de maandelijkse afschrijving en de initiële aanschaffingskost en verschillende factoren die niet gekend zijn bij aanvang van de leaseovereenkomst, zoals kilometerstand, staat van het voertuig, slijtage, schade, geografie van de operatie, verwijderingskanaal en andere factoren. Al deze factoren samen vertegenwoordigen in het algemeen het "gebruik" van het voertuig. Betalingen die variëren afhankelijk van het gebruik van het onderliggend actief en meer bepaald van de kilometerstand van het voertuig zijn variabele leasebetalingen. De finale huuraanpassing wordt erkend als een kost, of ingeval het een terugbetaling betreft, als een vermindering van de kost wanneer gerealiseerd.

Opties om contracten te verlengen zijn opgenomen in een aantal leaseovereenkomsten voor gebouwen en wagens aangegaan door de Groep. Deze voorwaarden worden gebruikt om de operationele flexibiliteit bij het beheer van contracten te maximaliseren. De aangehouden opties om contracten te verlengen kunnen alleen door de Groep worden uitgeoefend en niet door de respectieve lessor.

Er zijn geen belangrijke leaseovereenkomsten waarbij de Groep lessor is.

Financiële instrumenten:

A. Investeringen

A1. CLASSIFICATIE

De groep classificeert haar financiële activa in de volgende categorieën: deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (FVPL), deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI), deze die aan geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd. De classificatie hangt af van de manier waarop de Groep de financiële activa beheert (businessmodel) en van de contractuele voorwaarden van de kasstromen.

De investeringen zijn opgenomen onder de vaste activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering te verkopen binnen de 12 maanden na de balansdatum.

Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Financiële activa worden niet langer opgenomen in de balans als de rechten om kasstromen uit de investeringen te ontvangen, vervallen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom hoofdzakelijk heeft overgedragen.

Voor activa gewaardeerd tegen reële waarde, zullen winsten en verliezen opgenomen worden in de winst- en verliesrekening of in niet-gerealiseerde resultaten. Voor investeringen in eigenvermogensinstrumenten die niet aangehouden worden voor handelsdoeleinden, zal dit afhangen van het feit of de Groep bij eerste opname een onherroepelijke keuze heeft gemaakt om het eigenvermogensinstrument te boeken als financieel actief gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten.

A2. Waardering

Bij de eerste opname waardeert de Groep een financieel actief tegen zijn reële waarde plus transactiekosten die direct toe te rekenen zijn aan de aanschaffing van het financieel actief, in geval het een financieel actief betreft dat niet gewaardeerd wordt tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten voor financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

worden opgenomen als kost in de winst- en verliesrekening.

Financiële activa met in contract besloten afgeleide financiële instrumenten worden in hun geheel beschouwd voor het bepalen of hun kasstromen enkel de betaling van hoofdsom en rente betreffen.

Schuldinstrumenten

De Groep heeft momenteel geen investeringen in schuldinstrumenten.

Eigen-vermogensinstrumenten

De Groep waardeert alle eigen-vermogensinstrumenten na eerste opname tegen reële waarde. Ingeval de directie van de Groep ervoor gekozen heeft om de winsten en verliezen ten gevolge van de wijzigingen in reële waarde op eigen-vermogensinstrumenten te tonen in de niet-gerealiseerde resultaten, is er geen herclassificatie na eerste opname van winsten en verliezen door wijzigingen in reële waarde naar de winsten verliesrekening op het ogenblik dat de investering niet langer wordt opgenomen in de balans. Dividenden afkomstig van dergelijke investeringen blijven opgenomen in de winst- en verliesrekening onder financiële opbrengsten op het moment dat de Groep het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.

Bijzondere waardeverminderingsverliezen (en terugname van bijzondere waardeverminderingsverliezen) op eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden niet afzonderlijk van de andere wijzigingen in de reële waarde gerapporteerd.

Alle wijzigingen in de reële waarde van de financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als financiële opbrengsten / kosten.

De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedkoersen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor nietgenoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken.

B. Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingsactiviteiten

De Groep maakt gebruikt van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico's die voortvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voert geen speculatieve transacties uit.

Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als ze zich voordoen. Afgeleide financiële instrumenten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde.

De Groep houdt ook rekening met het kredietrisico en het risico van wanprestatie in haar waarderingstechnieken, wat zorgt voor een verwaarloosbare impact op de waardering van derivaten als gevolg van wijzigingen in de credit- of debetmarge gerealiseerd op tegenpartijen waarmee financiële markttransacties afgesloten worden.

De methode voor het erkennen van de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen hangt af van het feit of het afgeleide financiële instrument als een afdekkinginstrument is aangemerkt, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reële-waardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen.

De Groep documenteert bij het afsluiten van de transactie de economische relatie tussen het afdekkinginstrument en de afgedekte posten, alsook haar doelstellingen en strategie inzake risicobeheer waarvoor de verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep past deze beoordeling aan wanneer nodig bijvoorbeeld wanneer de afdekkingsratio opnieuw wordt geëvalueerd of wanneer de analyse van de oorzaken van afdekkingsineffectiviteit wordt aangepast.

De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie minder dan 12 maanden bedraagt.

In contract besloten afgeleide financiële instrumenten bij financiële verplichtingen worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt indien de economische kenmerken en risico's van het basiscontract en van het in contract besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn, een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contract besloten afgeleide financieel instrument zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en indien het

gecombineerde instrument niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt.

B1. KASSTROOMAFDEKKINGEN

Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, wordt opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder "Financiële opbrengsten/ Financiële kosten".

Wanneer optiecontracten worden gebruikt om een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie af te dekken, merkt de Groep enkel de intrinsieke waarde van de opties aan als afdekkinginstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijzigingen in de intrinsieke waarde van de opties worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de tijdswaarde van de opties die betrekking hebben op de afgedekte post (gealigneerde tijdswaarde) worden ook erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Deze zullen worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten) zodra de afgedekte transactie de winst- en verliesrekening beïnvloedt (in het geval van transactiegerelateerde afdekkingen) of over de periode van de afdekking (in het geval van tijdsperiodegerelateerde afdekkingen).

Wanneer termijncontracten worden gebruikt om verwachte toekomstige transacties af te dekken, merkt de Groep over het algemeen enkel de wijziging in reële waarde van het termijncontract met betrekking tot de spot component aan als afdekkinginstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de forward component van het contract dat betrekking heeft op de afgedekte post (gealigneerde forward component) wordt erkend in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten).

Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in intrinsieke waarde van de opties of met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten geaccumuleerd in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in de periode dat de afgedekte post de winst- en verliesrekening beïnvloedt op dezelfde lijn van de winsten verliesrekening waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening heeft

beïnvloed. Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, dan worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in het eigen vermogen erkende afgeleide financieel instrument opgenomen in de initiële waardering van het actief of de verplichting wanneer het actief of de verplichting wordt erkend.

Wanneer termijncontracten en financiële instrumenten met vreemde valuta basis spreads worden gebruikt in afdekkingen beslist de Groep voor elke afdekkingsrelatie afzonderlijk of de wijzigingen in de valuta basis spreads geboekt worden zoals de tijdswaarde van opties of deze wijzigingen in waarde opgenomen worden in de winsten verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten).

Wanneer een afdekkinginstrument vervalt, verkocht wordt of beëindigd wordt, of wanneer een afdekking niet langer aan de criteria voor hedge accounting beantwoordt, wordt de geaccumuleerde uitgestelde winst of verlies in niet-gerealiseerde resultaten op dat moment behouden in niet-gerealiseerde resultaten tot de verwachte toekomstige transactie plaats vindt, resulterend in de erkenning van een niet-financieel actief of niet-financiële verplichting. Zodra verwacht wordt dat een verwachte toekomstige transactie zich niet meer zal voordoen, wordt de geaccumuleerde winst of verlies opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten onmiddellijk overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten).

B2. Reële waarde-afdekkingen

Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als reële waarde-afdekkingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt onder "Financiële opbrengsten / Financiële kosten", samen met eventuele wijzigingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden.

B3. Afdekking van netto-investeringen

Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten worden geboekt op vergelijkbare wijze met kasstroomafdekkingen. Elke winst of elk verlies op het afdekkinginstrument met betrekking tot het effectieve gedeelte van de afdekking wordt opgenomen in de cumulatieve omrekeningsverschillenreserve. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve gedeelte wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder "Financiële

opbrengsten / Financiële kosten". De in het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winst- en verliesrekening overgeboekt wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit gedeeltelijk wordt afgestoten of wordt verkocht.

B4. AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN DIE NIET IN AANMERKING KOMEN VOOR HEDGE ACCOUNTING

Bepaalde afgeleide financiële instrumenten kwalificeren niet voor hedge accounting. Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet kwalificeren voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt onder "Financiële opbrengsten / Financiële kosten".

Handelsvorderingen:

Handelsvorderingen worden bij eerste opname geboekt tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode na aftrek van een voorziening voor bijzondere waardeverminderingen.

Voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen, past de Groep de vereenvoudigde benadering toe die is toegestaan door IFRS 9, die vereist dat levenslange verliezen worden opgenomen vanaf de eerste opname van de vorderingen. De Groep identificeerde 2 categorieën handelsvorderingen: vorderingen op particuliere klanten en vorderingen op klanten in de publieke sector. Voor elk van deze categorieën maakt de Groep gebruik van een matrix om de voorziening voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen.

In geval er een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is voor een specifieke vordering, zal een bijzondere waardevermindering worden opgenomen voor het bedrag van de levenslang verwachte kredietverliezen.

Voor alle vorderingen die gedekt zijn door een kredietverzekering of door een factoringovereenkomst zonder verhaal, zullen de levenslang verwachte kredietverliezen worden berekend rekening houdend met deze dekking.

Impact van de wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving ten gevolge van de toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten en IFRS 9 Financiële instrumenten

IFRS 16, Leaseovereenkomsten

Bij de toepassing van IFRS 16 (1 januari 2018), heeft de Groep leaseverplichtingen opgenomen voor een bedrag van € 120 miljoen in verband met leases die eerder werden geclassificeerd als 'operationele leases' volgens de principes van IAS 17 Leaseovereenkomsten. Deze verplichtingen werden gewaardeerd tegen de contante waarde van de resterende leasebetalingen, verdisconteerd met behulp van de marginale rentevoet van de groep op 1 januari 2018.

De bijhorende gebruiksrechten van activa werden gewaardeerd aan het hetzelfde bedrag als deze leaseverplichting, aangepast voor een initiële inschatting van de herstelkosten voor een bedrag van € 9 miljoen. De voorziening voor herstelkosten werd opgenomen als een afzonderlijke verplichting.

Gebruiksrechten van activa werden opgenomen voor een bedrag van € 129 miljoen op 1 januari 2018 en hebben betrekking op:

Gebouwen € 90 miljoen
Wagens € 35 miljoen
Fabrieksuitrusting en machines € 3 miljoen
Kantoorapparatuur € 1 miljoen

Leaseverplichtingen stegen met € 120 miljoen op 1 januari 2018 en een voorziening voor herstelkosten werd opgezet voor een bedrag van € 9 miljoen. De netto impact op het overgedragen resultaat op 1 januari 2018 was nihil.

Voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2018, werden afschrijvingskosten op gebruiksrechten van activa erkend voor een bedrag van € 20 miljoen. Rentekosten (opgenomen onder financiële kosten) werden opgenomen voor een bedrag van € 1 miljoen. De totale kost voor leaseovereenkomsten onder de oude regelgeving zou € 2 miljoen lager geweest zijn.

Totale gebruiksrechten van activa per 30 juni bedragen € 112 miljoen, totale leaseverplichtingen voor leases die eerder werden geclassificeerd als 'operationele leases' volgens de principes van IAS 17 Leaseovereenkomsten bedragen € 107 miljoen. De voorziening voor herstelkosten die werd opgezet op 1 januari 2018 als gevolg van de toepassing van IFRS 16 bedraagt € 9 miljoen op 30 juni 2018.

IFRS 9, Financiële instrumenten

De toepassing van IFRS 9, Financiële instrumenten, heeft geen impact op de openingsbalans van het eigen vermogen op 1 januari 2018 (datum van eerste toepassing van IFRS 9) om volgende redenen:

A. Classificatie en waardering

Op 1 januari 2018 heeft de directie van de Groep onderzocht welke bedrijfsmodellen van toepassing zijn op de financiële activa die de Groep aanhoudt en heeft zij haar financiële instrumenten onderverdeeld in de van toepassing zijnde IFRS 9-categorieën:

  • Alle voor verkoop beschikbare investeringen werden geherclassificeerd naar financiële activa die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) zonder impact op de openingsbalans van het eigen vermogen op 1 januari 2018.
  • De Groep heeft ervoor gekozen om de wijzigingen in reële waarde op al haar eigenvermogensinstrumenten, voorheen geclassificeerd als voor verkoop beschikbare investeringen, te tonen in de niet-gerealiseerde resultaten, omdat deze investeringen aangehouden worden als langetermijn strategische investeringen waarvan niet verwacht wordt dat ze op korte tot middellange termijn zullen worden verkocht. Bijgevolg werden activa met een reële waarde van € 83 miljoen geherclassificeerd van voor verkoop beschikbare financiële activa naar financiële activa die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten en reële waarde-winsten van € 30 miljoen werden geherclassificeerd van de voor verkoop beschikbare financiële activa-reserve naar de financiële activa tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten-reserve op 1 januari 2018. Financiële kosten voor de zes maanden tot juni 2018 waren € 30 miljoen lager aangezien bijzondere waardeverminderingsverliezen op eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten niet gerapporteerd zijn in de winst- en verliesrekening vanaf 1 januari 2018.

  • Handels- en overige vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten en overige financiële activa geclassificeerd als leningen en vorderingen werden geherclassificeerd als financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs zonder impact op de openingsbalans van het eigen vermogen op 1 januari 2018.

  • Leningen en obligaties: Op 1 januari 2018 waren er geen uitstaande leningen of obligaties die gewaardeerd werden aan geamortiseerde kostprijs en waarvoor de opname van winsten of verliezen uit herfinanciering werd uitgesteld over de resterende looptijd door het aanpassen van de effectieve rentevoet op basis van het feit dat de algemene voorwaarden van de faciliteit grotendeels ongewijzigd waren gebleven. Bijgevolg was er geen retrospectieve aanpassing nodig met betrekking tot deze wijziging in IFRS 9. Gedurende de eerste zes maanden van 2018 werden er geen leningen of obligaties geherfinancierd.

B. Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingsactiviteiten

  • Nieuwe afdekkingen aangemerkt vanaf 1 januari 2018: Alle afdekkingsrelaties die open stonden per 31 december 2017 onder IAS 39 kwalificeerden ook als afdekkingsrelaties onder IFRS 9. De strategieën van de Groep inzake risicobeheer en de hedging documentatie zijn in lijn met de vereisten van IFRS 9 en de bestaande afdekkingsrelaties zijn daarom behandeld als doorlopende afdekkingen. Voor 1 januari 2018 erkende de Groep wijzigingen in de tijdswaarde van opties onmiddellijk in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / financiële kosten) in het geval dat enkel de intrinsieke waarde van de opties werd aangemerkt als afdekkinginstrument. Vanaf 1 januari 2018 zullen deze wijzigingen erkend worden in de nietgerealiseerde resultaten en vervolgens in de winsten verliesrekening (financiële opbrengsten / financiële kosten) wanneer de afgedekte transactie de winst- en verliesrekening beïnvloedt. Gedurende de zes maanden eindigend op 30 juni 2018 heeft de Groep geen opties gebruikt voor afdekkingsactiviteiten.
  • Impact van de toepassing van IFRS 9 op voorgaande periodes: Aangezien er geen uitstaande opties waren op 31 december 2017 die deel uitmaakten van een afdekkingsrelatie, waren er geen retrospectieve aanpassingen nodig op 1 januari 2018 als gevolg van de toepassing van de

nieuwe waarderingsregels voor hedging onder IFRS 9. Bijgevolg is er geen impact op het eigen vermogen op 1 januari 2018 als gevolg van de toepassing van IFRS 9.

C. Bijzondere waardevermindering van financiële activa

De Groep heeft 1 categorie van financiële activa geïdentificeerd die onderworpen zijn aan het nieuwe model voor verwachte kredietverliezen: handels- en overige vorderingen. De Groep heeft haar methodologie voor bijzondere waardeverminderingen herwerkt onder IFRS 9 voor handels- en overige vorderingen. Deze wijziging in methodologie voor bijzondere waardeverminderingen had echter geen impact op het eigen vermogen van de Groep per 1 januari 2018 in vergelijking met 31 december 2017.

Hoewel geldmiddelen en kasequivalenten ook onderworpen zijn aan de vereisten van IFRS 9 met betrekking tot bijzondere waardeverminderingen, werd er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geïdentificeerd. Per 31 december 2017 werden ook geen contractuele activa erkend.

De Groep maakt gebruik van de vereenvoudigde benadering in IFRS 9 om verwachte kredietverliezen te waarderen waarbij een voorziening voor levenslange verwachte verliezen wordt opgenomen voor alle handelsvorderingen. Op basis daarvan werd de voorziening per 1 januari 2018 berekend gebaseerd op matrixen waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de voorziening voor vorderingen op particuliere klanten en de voorziening voor vorderingen op klanten in de publieke sector. De matrixen voor het bepalen van de voorziening reflecteren relevante toekomstgerichte informatie en houden rekening met een waarschijnlijkheid van betaling die dichtbij nul komt wanneer de vordering vervallen is voor een periode variërend van 180 tot 365 dagen. De totale voorziening voor kredietverliezen na rekening gehouden te hebben met de kredietverzekeringsdekking en de additionele voorzieningen voor geïdentificeerde specifieke gevallen waar er een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is, bedraagt € 8 miljoen per 1 januari 2018 hetgeen in lijn is met de voorziening voor kredietverliezen per 31 december 2017. Daardoor is de openingsbalans van het eigen vermogen per 1 januari 2018 niet geïmpacteerd door de toepassing van het model voor verwachte kredietverliezen onder IFRS 9. De voorziening voor kredietverliezen is verder met € 3 miljoen gestegen tot € 11 miljoen gedurende de zes maanden tot 30 juni 2018. Deze verhoging zou niet

verschillend geweest zijn onder het model voor opgelopen kredietverliezen onder IAS 39.

Overige financiële activa aan geamortiseerde kostprijs omvatten de overige vorderingen. De toepassing van het model voor verwachte kredietverliezen resulteerde niet in de opname van een voorziening op 1 januari 2018 voor deze vorderingen. Er werd ook geen voorziening voor verwachte verliezen geboekt in de zes maanden eindigend op 30 juni 2018.

Impact van nieuwe standaarden die nog niet werden toegepast door de Groep

Er zijn geen standaarden of wijzigingen aan bestaande standaarden of interpretaties die nog niet van kracht zijn en waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep hebben.

3.4. Schattingen

De opstelling van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie vereist dat het management een oordeel vormt, schattingen en veronderstellingen maakt die een invloed hebben op de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving en op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, opbrengsten en kosten.

Bij de opstelling van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie waren de belangrijke beoordelingen die het management heeft gemaakt bij de toepassing van de door de Groep gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en de belangrijke bronnen van schattingsonzekerheden dezelfde als deze die van toepassing waren op de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar eindigend op 31 december 2017. Vanwege de wijzigingen in de grondslagen voor de financiële

verslaggeving als gevolg van de toepassing van IFRS 16, werden de volgende krtische boekhoudkundige schattingen en veronderstellingen met betrekking tot leaseovereenkomsten gemaakt startend vanaf de datum van initiële toepassing van IFRS 16 (1 januari 2018):

Voor het bepalen van de leasetermijn houdt het management rekening met alle feiten en omstandigheden die een economisch voordeel inhouden bij het uitoefenen van een optie om een contract te verlengen. De beoordeling wordt herzien indien zich een belangrijke gebeurtenis of een significante wijziging in de omstandigheden voordoet die een invloed kan hebben op deze beoordeling. Gedurende de eerste zes maanden van 2018 werden er geen leasetermijnen herzien om het effect van het uitoefenen van opties om een contract te verlengen, weer te geven.

3.5. Financieel risicobeheer

Financiële risicofactoren

De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voortvloeien uit haar onderliggende activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten. Deze financiële risico's bestaan uit marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's. Dit verkort geconsolideerd financieel verslag bevat niet alle informatie over het financieel risicobeheer en de informatieverschaffing die vereist is in de jaarrekening en dient samen met de jaarrekening van de Groep per 31 december 2017 gelezen te worden. De structuur van het Financial Risk Management Committee (FRMC) werd gewijzigd in april 2018. De CFO Patient Value Operations and Corporate Strategy & Development trad toe tot dit FRMC op deze datum en verving hierbij de Head of Global Business Impact & Services.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder risico van aantasting van de reputatie van de Groep.

In vergelijking met eind vorig jaar waren er geen wezenlijke wijzigingen in de contractuele nietverdisconteerde kasuitstromen voor financiële verplichtingen.

Schatting van reële waarde

IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie:

  • Niveau 1 Genoteerde (niet aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
  • Niveau 2 Andere technieken waarvan alle inputs die een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij indirect;
  • Niveau 3 Technieken die inputs gebruiken die een aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.

Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.

De onderstaande tabellen geven de financiële activa en passiva weer van de Groep, die gewaardeerd zijn tegen reële waarde op 30 juni 2018 en 31 december 2017 en zijn gegroepeerd in overeenstemming met de reële waarde hiërarchie.

€ miljoen Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
30 juni 2018
Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van de
waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten
Genoteerde aandelen 68 0 0 68
Genoteerde schuldinstrumenten 0 0 0 0
Afgeleide financiële activa
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 36 0 36
Termijncontracten - reële waarde met verwerking van 0 20 0 20
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 1 0 1
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van 0 42 0 42
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
Andere financiële activa (exclusief afgeleide financiële
instrumenten)
Warranten 0 0 0 0
€ miljoen Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
31 december 2017
Voor verkoop beschikbare financiële activa
Genoteerde aandelen 83 0 0 83
Genoteerde schuldinstrumenten 0 0 0 0

Financiële activa tegen reële waarde

31 december 2017
Voor verkoop beschikbare financiële activa
Genoteerde aandelen 83 0 0 83
Genoteerde schuldinstrumenten 0 0 0 0
Afgeleide financiële activa
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 112 0 112
Termijncontracten - reële waarde met verwerking van 0 19 0 19
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van 0 45 0 45
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
Andere financiële activa (exclusief afgeleide financiële
instrumenten)
Warranten 0 0 0 0

Financiële verplichtingen tegen reële waarde

€ miljoen Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
30 juni 2018
Afgeleide financiële passiva
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 67 0 67
Termijncontracten - reële waarde met verwerking van 0 25 0 25
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van 0 3 0 3
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële
instrumenten)
Warranten aan de aandeelhouders van Edev Sàrl 0 0 65 65
€ miljoen Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
31 december 2017
Afgeleide financiële passiva
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 9 0 9
Termijncontracten - reële waarde met verwerking van 0 20 0 20
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 1 0 1
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van 0 4 0 4
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële
instrumenten)
Warranten 0 0 76 76

In de tussentijdse periode vonden geen overboekingen plaats tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde waarderingen, en geen overboekingen van en naar niveau 3 van de reële waarde waarderingen.

Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de "verdisconteerde cash flow" of de "Black en Scholes" methode (alleen voor vreemde valutaopties) en publiek beschikbare marktinformatie. Er is geen wijziging gebeurd in de waarderingstechnieken in vergelijking met december 2017 (zie Toelichting 4.5 van het jaarverslag voor 2017).

Reële-waardebepalingen met gebruik van significante niet observeerbare inputgegevens (niveau 3).

De reële waarde van de door een dochteronderneming uitgegeven warranten wordt bepaald via een modelberekening van de verdisconteerde netto contante waarde van de geschatte kasuitstromen. Er is geen

wijziging gebeurd in de waarderingstechnieken in vergelijking met december 2017. De waarde van de warranten is gebaseerd op de winstgevendheid van de dochteronderneming en de belangrijkste veronderstellingen in het waarderingsmodel omvatten niet observeerbare inputgegevens voor verwachte nettoomzet, mijlpaalgebeurtenissen en disconteringsvoet. De gebruikte disconteringsvoet is 8,2%. Een stijging/daling in netto-omzet met 10% zou leiden tot een stijging/daling van de reële waarde van de warranten met 0%. Een daling/stijging van de disconteringsvoet met 1% zou leiden tot een stijging/daling van de reële waarde van de warranten met 1%. De wijziging in reële waarde sinds december 2017, erkend in de winst- en verliesrekening, bedraagt € 3 miljoen en is opgenomen in financiële kosten/opbrengsten (zieToelichting 3.15).

De volgende tabel laat de wijzigingen zien voor niveau 3 instrumenten.

€ miljoen Warranten Totaal
1 januari 2018 76 76
Contante aankoop van extra 0 0
warranten
Contante afwikkeling van -16 -16
warranten
Effect van wijzigingen in de reële 3 3
waarde opgenomen in de winst- en
verliesrekening
Effect van wisselkoerswijzigingen 2 2
30 juni 2018 65 65

3.6. Gesegmenteerde informatie

De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica.

Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen, en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.

Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de opbrengsten afkomstig van de belangrijkste klanten:

Omzet per product informatie

Voor de zes maanden, eindigend
op 30 juni
€ miljoen
2018
Beperkt
nazicht
2017
Beperkt
nazicht
Cimzia® 679 663
Vimpat® 522 477
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 392 412
Neupro® 148 154
Briviact® 60 36
Zyrtec® (inclusief Zyrtec
D/Cirrus®)
58 61
Xyzal® 51 54
Overige producten 171 186
Aangemerkte afdekkingen
geherclassificeerd naar netto
omzet
65 -8
Totale netto-omzet 2 146 2 036

Wisselkoersen

De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij de opstelling van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie:

Slotkoers Gemiddelde koers
Equivalent
van € 1
30 juni
2018
31 dec
2017
30 juni
2018
30 juni
2017
US\$ 1,168 1,202 1,210 1,082
JPY 129,360 135,360 131,563 121,624
GBP 0,885 0,889 0,880 0,86
CHF 1,158 1,170 1,170 1,076

Geografische informatie

De onderstaande tabel toont de netto-omzet in elke geografische markt waar de klanten zich bevinden:

Voor de zes maanden, eindigend
op 30 juni
€ miljoen
2018
Beperkt
nazicht
2017
Beperkt
nazicht
Verenigde Staten 992 983
Europa – overige (met
uitzondering van België)
169 160
Duitsland 163 151
Japan 154 177
Spanje 90 86
China 85 72
Frankrijk (inclusief Franse
gebieden)
82 77
Italië 78 79
VK en Ierland 70 64
België 19 18
Andere landen 179 177
Aangemerkte afdekkingen
geherclassificeerd naar netto
omzet
65 -8
Totale netto-omzet 2 146 2 036

De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden. De stijging in materiële vaste activa heeft voornamelijk betrekking op de opname van gebruiksrechten van activa ten gevolge van de toepassing van IFRS 16 (€ 112 miljoen op 30 juni 2018).

Voor de zes maanden,
eindigend op 30 juni
€ miljoen
2018
Beperkt
nazicht
2017
Gecontroleerd1
Zwitserland 296 298
België 282 260
VK en Ierland 72 40
Verenigde Staten 52 32
Japan 30 23
China 24 12
Andere landen 39 8
Totaal activa (materiële
vaste activa)
795 673

1 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2017

Informatie over belangrijke klanten

UCB heeft één klant die individueel meer dan 15% van de totale netto-omzet vertegenwoordigt per einde juni 2018.

In de VS vertegenwoordigde de verkoop aan 3 groothandelaars ongeveer 76% van de omzet in de VS (juni 2017: 80%) voor pijplijnproducten.

3.7. Seizoensgebonden activiteiten

De opbrengsten van de Groep in het biofarmaceutische segment omvatten seizoensgebonden opbrengsten afkomstig van de allergiefranchise die schommelen volgens de hevigheid van het pollenseizoen in de verschillende geografische gebieden waar de Groep actief is.

Nochtans, kan er op een geconsolideerde basis, geen systematisch of voorspelbaar seizoensgebonden karakter in de bedrijfsactiviteiten van de Groep in zijn geheel onderkend worden.

3.8. Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten

De Groep heeft volgende bedragen erkend met betrekking tot opbrengsten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening:

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni
€ miljoen
2018
Beperkt
nazicht
2017
Beperkt
nazicht
Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten 2 252 2 212
Opbrengsten uit overeenkomsten waarbij risico's en voordelen worden gedeeld 17 18
Totaal opbrengsten 2 269 2 230

Uitsplitsing van opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten

Actueel Timing van de opbrengstenerkenning
2018 2017 2018 20171
Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni
€ miljoen
Op een
bepaald
moment in
de tijd
Over een
bepaalde
periode
Op een
bepaald
moment in
de tijd
Over een
bepaalde
periode
Netto-omzet in de VS 992 983 992 0 983 0
Cimzia® 416 420 416 0 420 0
Vimpat® 387 368 387 0 368 0
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 99 109 99 0 109 0
Neupro® 41 50 41 0 50 0
Briviact® 46 25 46 0 25 0
Gevestigde merken 3 12 3 0 12 0
Netto-omzet in Europa 671 629 671 0 629 0
Cimzia® 192 176 192 0 176 0
Keppra® 113 119 113 0 119 0
Vimpat® 85 80 85 0 80 0
Neupro® 100 82 100 0 82 0
Briviact® 13 11 13 0 11 0
Gevestigde merken 168 160 168 0 160 0
Netto-omzet op internationale markten 418 432 418 0 432 0
Cimzia® 180 184 180 0 184 0
Vimpat® 71 66 71 0 66 0
Keppra® 35 26 35 0 26 0
Briviact® 22 23 22 0 23 0
Neupro® 1 1 1 0 1 0
Gevestigde merken 109 132 109 0 132 0
Netto-omzet vóór hedging 2 081 2 043 2 081 0 2 043 0
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd
naar netto-omzet
65 -8 65 0 -8 0
Totale netto-omzet 2 146 2 036 2146 0 2 036 0
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 56 59 56 0 59 0
Opbrengsten uit contractproductie 43 47 43 0 47 0
Inkomsten uit licentieovereenkomsten 5 66 0 5 56 10
(vooruitbetalingen,
ontwikkelingsmijlpaalbetalingen,
mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet)
Opbrengsten voortvloeiend uit diensten &
2 5 0 2 0 5
overige leveringen
Totaal overige opbrengsten 50 118 43 7 103 15
Totaal opbrengsten uit contracten
aangegaan met klanten
2 252 2 212 2 245 7 2 197 15

3.9. Bedrijfscombinatie

Overname van Beryllium LLC

Op 2 juni 2017 verhoogde UCB haar aandelenbelang in Beryllium LLC van 27% naar volledige eigendom. UCB werkt reeds verschillende jaren op succesvolle wijze samen met Beryllium LLC en verwierf een belang van 27% in het bedrijf in 2014. UCB verhoogde haar aandelenbelang tot 100% van de uitgegeven en

uitstaande aandelen van Beryllium LLC door het betalen van een netto-bedrag van € 7 miljoen aan de externe aandeelhouders van Beryllium LLC, nadat € 7 miljoen terugbetaald was aan UCB, als vergoeding voor de preferente aandelen serie A die door UCB werden aangehouden in Beryllium LLC sinds 2014, inclusief

opgebouwde dividenden. UCB finaliseerde de toewijzing van de aankoopprijs (zie onderstaande tabel). De finale goodwill vertegenwoordigt verwachte synergiën met het super netwerk van UCB en onderzoek naar kernantilichamen en kleine moleculen; alsook de ervaren werknemers. Het wordt niet verwacht dat de goodwill fiscaal aftrekbaar is. Aanpassingen ten gevolge van de toewijzing van de aankoopprijs hebben voornamelijk betrekking op de identificatie van immateriële activa zoals het micro RNA targeting platform, contracten met klanten, kennis inzake research en standaard operationele procedures alsook de identificatie van uitgestelde belastingvorderingen als onderdeel van de overgedragen fiscale verliezen van

Beryllium LLC waarvan verwacht wordt dat ze kunnen worden gerealiseerd in volgende jaren. De reële waarde van de overgenomen vorderingen is geraamd op € 1 miljoen. Alle contractuele kasstromen worden verwacht te worden geïnd. Er werden geen voorwaardelijke verplichtingen geïdentificeerd. Er werden kosten met betrekking tot de overname voor een bedrag van € 1 miljoen opgenomen onder Overige Lasten in 2017. Er werden geen bijkomende materiële kosten met betrekking tot de overname opgenomen in 2018. Er werd geen materiële winst of verlies erkend als gevolg van het herwaarderen aan reële waarde van het aandelenbelang in Beryllium LLC aangehouden door UCB voor de bedrijfscombinatie.

€ miljoen Initiële
openingsbalans
Aanpassingen als
gevolg van de
toewijzing van de
aankoopprijs
Aangepaste
openings-balans
Totale aankoopprijs 7 0 7
Betaalde vergoeding in cash (netto) 7 7
Voorwaardelijke vergoeding 0 0
Afwikkeling van de vordering op Beryllium LLC voor het 4 4
opgenomen bedrag
Reële waarde van de voorheen aangehouden investering 4 4
Opgenomen bedrag voor identificeerbare verworven -2 -4 -6
activa en overgenomen verplichtingen
Vaste activa -2 -5 -7
Vlottende activa -2 -2
Langlopende verplichtingen -2 -1 -1
Kortlopende schulden 0 -2 -2
Goodwill -13 -4 -9

Overname van Element Genomics Inc.

UCB verwierf op 30 maart 2018 Element Genomics Inc. Element Genomics Inc. is een kleinschalige biotech spin-off van Duke University met geavanceerde expertise op het gebied van functionele genomica. Het bedrijf dat oorspronkelijk op 13 augustus 2015 werd opgericht, wordt aangedreven door een team van 12 wetenschappers, gevestigd in het centrum van Durham, North Carolina in de Verenigde Staten. De beproefde technologieën en expertise van Element zullen UCB's eigen onderzoekscapaciteiten versterken en daardoor meer waarde toevoegen aan de vroege pijplijn van UCB. De kern van het Element Genomics-platform bestaat uit een reeks methoden om het begrip van de structuur en functie van het genoom te verbeteren. Dit omvat 'CRISPR-bewerkingstechnologieën' die kunnen worden

gebruikt om te analyseren hoe mutaties sleutelpaden en ziektes beïnvloeden alsook om regulerende elementen, chromatinestructuur en epigenetica te onderzoeken en moduleren om de effecten op genexpressie en ziektes te bepalen.

UCB verwierf 100% van de uitgegeven en uitstaande aandelen van Element Genomics Inc. voor een totaal bedrag van € 24 miljoen, waarvan € 10 miljoen afhankelijk is van toekomstige mijlpalen. De reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding is geraamd op € 9 miljoen. De schatting houdt rekening met de veronderstelde waarschijnlijkheid en timing van het bereiken van de mijlpalen van de overeenkomst. Er waren geen aanpassingen nodig aan deze schatting sedert de datum van overname. De verplichting wordt

gepresenteerd onder de langlopende 'Handels- en overige verplichtingen'. Bij overname werd door UCB een bedrag van € 6 miljoen betaald aan de houders van een converteerbare obligatie. Aangezien deze terugbetaling werd veroorzaakt door een change-incontrol clausule zoals voorzien in de voorwaarden van de converteerbare obligatie-overeenkomst toen de obligaties in 2016 door Element Genomics Inc. werden uitgegeven, wordt deze betaling niet beschouwd als onderdeel van de vergoeding die wordt overgedragen aan de verkopers in ruil voor controle over Element in overeenstemming met de bepalingen in IFRS 3 Bedrijfscombinaties.

Gezien de recente datum waarop de overname plaats vond, dient UCB de toewijzing van de aankoopprijs nog te finaliseren maar onderstaande tabel toont de initiële bedragen voor de overgenomen netto-activa en goodwill. De goodwill vertegenwoordigt verwachte synergiën met UCB's biotech onderzoeksactiviteiten alsook de ervaren werknemers. Het wordt niet verwacht dat de goodwill fiscaal aftrekbaar is. Aanpassingen ten gevolge van de toewijzing van de aankoopprijs hebben voornamelijk betrekking op de identificatie van immateriële activa zoals het technologieplatform, kennis inzake research en standaard operationele procedures alsook de identificatie van uitgestelde belastingvorderingen resulterend uit de overgedragen fiscale verliezen van Element. Er werden geen materiële vorderingen overgenomen als onderdeel van de bedrijfscombinatie. Er werden nog geen voorwaardelijke verplichtingen geïdentificeerd. Er werden kosten met betrekking tot de overname voor een bedrag van € 1 miljoen opgenomen onder Overige Lasten in de periode eindigend op 30 juni 2018. De opbrengsten en winst of verlies van Element Genomics Inc. opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor de rapporteringsperiode sinds de overname zijn niet materieel. De opbrengsten en winst of verlies van Element Genomics Inc. indien de datum van overname 1 januari 2018 zou zijn geweest, zijn ook niet materieel.

€ miljoen Initiële
openingsbalans
Aanpassingen als
gevolg van de
initiële toewijzing
van de
aankoopprijs
Aangepaste
openingsbalans
(nog niet finaal)
Totale aankoopprijs 17 0 17
Betaalde vergoeding in cash 13 13
Bedrag betaald aan de houders van de converteerbare
obligatie
-6 -6
Bedrag voorlopig ingehouden als compensatie voor
eventuele schadevergoeding
1 1
Voorwaardelijke vergoeding 9 9
Opgenomen bedrag voor identificeerbare verworven
activa en overgenomen verplichtingen
6 0 6
Vaste activa
Vlottende activa -1 -1
Langlopende verplichtingen
Kortlopende schulden 1 1
Converteerbare obligatie 6 6
Goodwill 23 0 23

3.10. Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop

De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 30 juni 2018 hebben betrekking op de gebouwen van de vestiging in Monheim in Duitsland (€ 16 miljoen) alsook op de activa en verplichtingen van UCB Innere Medizin GmbH & Co. KG (netto-activa van € 10 miljoen).

In 2016 besloot UCB om de gebouwen van de vestiging in Monheim te verkopen en om een overeenkomst af te sluiten om het gedeelte dat momenteel door UCB wordt gebruikt, terug te huren. Momenteel zijn de onderhandelingen met de koper nog aan de gang. Er zijn enkele vertragende factoren maar UCB verwacht dat deze gunstig kunnen worden opgelost.

UCB Innere Medizin GmbH & Co. KG is een dochteronderneming van de Groep die gevestigd is in Duitsland waarvan de activiteiten voornamelijk betrekking hebben op de commercialisering van lokale gevestigde merken. Gedurende de eerste helft van 2018 werd voldaan aan de criteria van IFRS 5 voor de classificatie als aangehouden voor verkoop.

Er werden geen bijzondere

waardeverminderingsverliezen geboekt vermits de geschatte verkoopprijs niet lager ligt dan de boekwaarde van deze activa.

De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2017 hebben betrekking op de gebouwen van de vestiging in Monheim in Duitsland.

Per 30 juni 2018 werden er geen activiteiten geclassificeerd als beëindigde bedrijfsactiviteiten. De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten per 30 juni 2018 ten belope van € 1 miljoen heeft betrekking op een

3.11. Overige bedrijfsbaten/-lasten (-)

De overige bedrijfsbaten / -lasten (-) bedroegen € 9 miljoen lasten in de tussentijdse periode (2017: € 16 miljoen lasten) en omvatten voornamelijk overheidssubsidies (€ 6 miljoen), bijkomende voorzieningen (€ -6 miljoen) alsook het resultaat van de samenwerkingsovereenkomst met Amgen voor de ontwikkeling en commercialisering van Evenity™ voor een netto-bedrag van € 7 miljoen (lasten). Vanaf 2017 worden alle doorrekeningen van kosten voor ontwikkeling en commercialisering naar / van Amgen geclassificeerd

gedeeltelijke terugname van voorzieningen in verband met de voormalige folie-activiteiten gecompenseerd door bijkomende kosten met betrekking tot de verkoop van Kremers Urban Pharmaceuticals, Inc. dat in november 2015 verkocht werd aan Lannett Company, Inc. De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten per 30 juni 2017 ten belope van € 1 miljoen heeft betrekking op een gedeeltelijke terugname van voorzieningen in verband met de voormalige folie-activiteiten.

€ miljoen 30 juni
2018
Beperkt
nazicht
31 dec
2017
Gecontrol
eerd
Immateriële activa 4 0
Materiële vaste activa 17 16
Overige 1 0
Voorraden 3 0
Handelsvorderingen en overige
vorderingen
7 0
Geldmiddelen 7 0
Activa geclassificeerd als
aangehouden voor verkoop
39 16
Overige 4 0
Handels- en overige
verplichtingen
9 0
Verplichtingen die verband
houden met activa
geclassificeerd als
aangehouden voor verkoop
13 0
Netto-activa geclassificeerd
als aangehouden voor
verkoop
26 16

als overige bedrijfsbaten / -lasten. De totale netto doorrekeningen per juni 2018 bestaan uit € 5 miljoen marketing- en verkoopsinkomsten en € 12 miljoen ontwikkelingskosten.

In 2017 waren de overige bedrijfslasten voornamelijk gerelateeerd aan de samenwerkingsovereenkomst met Amgen gecompenseerd door inkomsten van overheidssubsidies.

3.12. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

Op het einde van elke rapporteringsperiode beoordeelt het management of er een indicatie is dat een actief in waarde zou zijn verminderd. Indien dergelijke indicatie aanwezig is, raamt het management de realiseerbare waarde van het actief om na te gaan of er een bijzonder waardeverminderingsverlies moet worden erkend.

In de loop van de eerste helft van 2018 heeft het management de niet-financiële activa op bijzondere waardeverminderingen beoordeeld (inclusief immateriële activa en goodwill) op basis van externe en interne indicatoren en besloot dat er geen bijzondere waardeverminderingen vereist waren.

3.13. Reorganisatiekosten

De reorganisatiekosten voor een bedrag van € 4 miljoen (2017: € 7 miljoen) waren toe te schrijven aan afvloeiingskosten.

3.14. Overige baten en lasten

De overige baten / lasten (-) bedroegen € 23 miljoen baten in 2018 (2017: € 3 miljoen baten) en hebben voornamelijk betrekking op de opname in de winst- en verliesrekening van het cumulatief bedrag van wisselkoersverschillen voor buitenlandse entiteiten die geliquideerd werden in 2018. Deze wisselkoersverschillen werden voorheen uitgesteld in niet-gerealiseerde resultaten. Deze baten werden

gecompenseerd door juridische kosten met betrekking tot intellectuele eigendom.

In de eerste helft van 2017 waren de overige baten voornamelijk het resultaat van de gedeeltelijke terugname van de voorziening met betrekking tot Distilbène in Frankrijk.

3.15. Financiële opbrengsten en financiële kosten

De netto financiële kosten voor het jaar bedroegen € 46 miljoen (2017: € 55 miljoen kosten).

3.16. Winstbelastingen

Voor de zes maanden, eindigend
op 30 juni
€ miljoen
2018
Beperkt
nazicht
2017
Beperkt
nazicht
Over de verslagperiode
verschuldigde winstbelasting
-117 -85
Uitgestelde winstbelasting 61 -29
Totale winstbelastingen (-) /
tegoeden
-56 -114

De Groep is actief in een internationale context en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in alle jurisdicties waar ze actief is en in verhouding tot de ontplooide activiteiten.

Het geconsolideerde effectief belastingpercentage van de Groep met betrekking tot de voortgezette bedrijfsactiviteiten voor de zes maanden bedraagt 8,9% (2017: 20,2%).

De winstbelastingen bedroegen € 56 miljoen tegenover € 114 miljoen in juni 2017. Het effectief belastingpercentage van de Groep exclusief éénmalige posten was 9,2% vergeleken met 20,2% in dezelfde periode vorig jaar, gedreven door de spreiding van uitgaven en items die op een bepaald moment geboekt dienden te worden.

3.17. Immateriële activa

Tijdens de periode verwierf de Groep ongeveer € 182 miljoen immateriële activa (2017: € 27 miljoen) met als belangrijkste de intranasale midazolam verworven van Proximagen voor € 129 miljoen en de laatste mijlpaal aan Dermira voor € 33 miljoen. Daarnaast activeerde de Groep € 6 miljoen (2017: € 18 miljoen) software en software-ontwikkelingskosten die in aanmerking komen voor activering.

In de eerste helft van het jaar was er geen bijzondere waardevermindering van immateriële activa (2017: € 2 miljoen).

3.18. Goodwill

De goodwill steeg met € 69 miljoen ten gevolge van wisselkoersschommelingen. Er werd bijkomende goodwill erkend voor een bedrag van € 23 miljoen als gevolg van de overname van Element Genomics Inc. in maart 2018.

In de eerste helft van het jaar erkende de Groep geen bijzondere waardeverminderingsverliezen op haar goodwill.

3.19. Materiële vaste activa

Tijdens de periode investeerde de Groep ongeveer € 59 miljoen (2017: € 47 miljoen) in nieuwe uitrusting die hoofdzakelijk verband houdt met de capaciteitstoename van de fabriek in Bulle (Zwitserland) en IT hardware en overige installaties en uitrustingen die worden opgenomen onder activa in aanbouw. Inclusief gebruiksrechten van activa voor de geleasede activa (€ 135 miljoen) als gevolg van de toepassing van IFRS 16, bedragen de toevoegingen aan de materiële vaste activa € 194 miljoen.

De Groep verkocht ook diverse materiële vaste activa, met een boekwaarde van ongeveer € 2 miljoen (2017: € 1 miljoen).

De totale verkopen van immateriële activa gedurende de eerste zes maanden van 2018 bedragen € 3 miljoen. € 4 miljoen is overgedragen naar activa aangehouden voor verkoop (zie Toelichting 3.10).

De afschrijvingskost voor de periode bedroeg € 79 miljoen (2017: € 78 miljoen).

In de eerste helft van het jaar erkende de Groep geen bijzondere waardeverminderingsverliezen (2017: € 0 miljoen).

De afschrijvingskost voor de periode bedroeg € 59 miljoen (2017: € 37 miljoen). Dit omvat de afschrijvingen op gebruiksrechten van activa.

Als gevolg van wisselkoerswijzigingen is de nettoboekwaarde van materiële vaste activa met € 4 miljoen gestegen (2017: € -11 miljoen).

Er was ook een transfer van activa voor een bedrag van € 10 miljoen vanuit materiële vaste activa naar immateriële activa.

De financiële en overige vaste activa bedroegen € 164 miljoen op 30 juni 2018 in vergelijking met € 197 miljoen in december 2017.

De daling houdt voornamelijk verband met een daling van de reële waarde van de beleggingen in aandelen van de Groep van € 32 miljoen, waarvan de daling van de waarde van UCB's belang in Dermira Inc. met € 28 miljoen de belangrijkste is. Bijkomende investeringen voor een bedrag van € 10 miljoen werden gedaan door UCB Ventures, het risicokapitaalfonds van UCB, waarbij de totale investeringswaarde voor dit fonds op € 25 miljoen gebracht werd.

De andere belangrijkste bewegingen in de periode hebben betrekking op de afschrijving op de voorgefinancierde kapitaaluitgave door Lonza (€ 5 miljoen) en de daling van de lange termijn vordering op Chattem Inc., met betrekking tot de goedkeuring van Xyzal® Allergy 24 HR als een zonder voorschrift verkrijgbare behandeling (€ 4 miljoen).

3.21. Waardevermindering op voorraden

De kostprijs van de omzet voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2018 bevat een bedrag van € - 7 miljoen kosten of waardeverminderingen (2017: € 4 miljoen) teneinde de boekwaarde van de voorraden in overeenstemming te brengen met hun realiseerbare waarde.

3.22. Kapitaal en reserves

Aandelenkapitaal en uitgiftepremies

Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen per 30 juni 2018 (2017: € 584 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen (2017: 194 505 658 aandelen). Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal.

Op 30 juni 2018 bedroegen de uitgiftepremies € 2 030 miljoen (2017: € 2 030 miljoen)

Eigen aandelen

De Groep verwierf 780 013 aandelen (juni 2017: 1 700 000 aandelen) voor een totaal bedrag van € 51 miljoen (juni 2017: € 113 miljoen) en verkocht 690 921 eigen aandelen (juni 2017: 1 108 693 eigen aandelen) voor een totaal bedrag van € 36 miljoen (juni 2017: € 58 miljoen) in de eerste helft van het jaar.

Per 30 juni 2018 behield de Groep 6 383 769 eigen aandelen (juni 2017: 6 419 669 aandelen). Deze eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening van aandelenopties en de toekenning van prestatieaandelen aan de leden van het Uitvoerend Comité en aan bepaalde categorieën van werknemers.

In het lopende jaar werden geen callopties op UCBaandelen aangekocht. Per 30 juni 2018 behield de Groep 435 000 opties op UCB-aandelen (juni 2017: 435 000).

Overige reserves

De overige reserves bedragen € -156 miljoen (2017: € -155 miljoen) en omvatten de volgende items:

  • de IFRS-acquisitiemeerwaarde die werd gerealiseerd tijdens de Schwarz Pharma-bedrijfscombinatie voor (2017: € 232 million);
  • de herwaardering van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten voor een bedrag van € -354 miljoen (2017: € -353 miljoen) wordt

vooral beïnvloed door licht hogere disconteringsvoeten en een bijwerking van de sterftetabellen gecompenseerd door negatieve ervaringsaanpassingen;

  • de aankoop van de resterende 25% minderheidsbelangen in Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd. voor € -11 miljoen in 2012 (2017: € - 11 miljoen); en
  • de aankoop van de resterende 30% minderheidsbelangen in UCB Biopharma SA (Brazilië) voor € -23 miljoen in 2014 (2017: € - 23 miljoen).

3.23. Leningen

Op 30 juni 2018 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep (exclusief leaseovereenkomsten) gelijk aan 3,07% (juni 2017: 3,01%) vóór indekking. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte

kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële waardeafdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 2,18% (juni 2017: 2,31%) na indekking.

Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde. Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.

Naast de uitstaande schuld, obligaties in de kapitaalmarkten en de gesyndiceerde leningsovereenkomst (niet getrokken per 30 juni 2018) beschikt UCB over bepaalde bindende en niet-bindende bilaterale financieringsovereenkomsten alsook over een Belgisch commercial paper programma.

Als gevolg van de toepassing van IFRS 16 omvatten de verplichtingen voor leases alle verplichtingen die voortvloeien uit dergelijke overeenkomsten, inclusief de verplichtingen die betrekking hebben op gebruiksrechten van activa.

Cumulatieve omrekeningsverschillen

De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valutaomrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken. De reserve omvat ook de niet gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of verliezen als gevolg van de afdekking van nettoinvesteringen. Bij verkoop of liquidatie van deze bedrijven worden deze cumulatieve omrekeningsverschillen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.

De boekwaarden van de leningen zijn als volgt:

Langlopend
Bankleningen
143
300
Overige
0
0
langetermijnleningen
Leaseovereenkomsten
76
3
Totaal langlopende
219
303
leningen
Kortlopend
Voorschotten in
24
26
rekening-courant
Kortlopende
160
11
component van
bankleningen
Schuldpapier en
0
0
andere
kortetermijnleningen
Leaseovereenkomsten
35
2
Totaal kortlopende
219
39
leningen
Totaal leningen
438
342
  1. De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2017.

3.24. Obligaties

De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt:

Boekwaarde Reële waarde
€ miljoen Couponren
te
Eindverval
dag
30 juni 2018
Beperkt
nazicht
31 dec 2017
Gecontroleer
d
30 juni
2018
Beperkt
nazicht
31 dec 2017
Gecontroleer
d
EMTN programma1 3,284% 2019 20 20 20 20
EMTN programma1 3,292% 2019 55 55 55 55
Particuliere obligatie 3,750% 2020 253 254 265 268
Institutionele euro-obligatie 4,125% 2021 364 365 383 387
Institutionele euro-obligatie 1,875% 2022 350 349 364 362
Particuliere obligatie 5,125% 2023 188 188 209 209
Totaal obligaties 1 230 1 231 1 296 1 301
Kortlopend 1 230 1 231 1 296 1 301
Langlopend 0 0 0 0

1 EMTN: Euro Medium Term Note. De reële waarde van het EMTN-programma kan niet nauwkeurig worden bepaald door de beperkte liquiditeit in secundair markthandelen voor dit programma, en is voor rapporteringsdoeleinden vervangen door de boekwaarde.

EMTN-programma

Met vervaldatum in 2019

In december 2013 heeft UCB voor € 20 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,284% per jaar en een effectief rendement van 3,356% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext Brussel.

Met vervaldatum in 2019

In november 2013 heeft UCB voor € 55 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,292% per jaar en een effectief rendement van 3,384% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext Brussel.

Particuliere obligaties

Met vervaldatum in 2020

In maart 2013 rondde UCB een emissie van € 250 miljoen aan obligaties af in de vorm van een openbare aanbieding aan particuliere beleggers in België in het kader van haar EMTN-Programma. De obligaties werden uitgegeven tegen 101,875% van de nominale waarde. De particuliere obligatie heeft een coupon van

3,75% per jaar en een effectief rendement van 3,444% per jaar. De obligaties noteren op de gereglementeerde markt Euronext Brussel.

Met vervaldatum in 2023

In oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie van obligaties met een vaste couponrente ter waarde van € 750 miljoen, met een couponrendement en een effectieve rentevoet van 5,75 % per jaar, die bedoeld is voor particuliere beleggers.

In september 2013 deed UCB een onvoorwaardelijk openbaar ruilaanbod voor maximaal € 250 miljoen van de € 750 miljoen particuliere obligaties die in november 2014 afliepen en die een brutocoupon van 5,75% hadden. Bestaande obligatiehouders kregen de kans om hun bestaande obligaties om te wisselen voor nieuw uitgegeven obligaties die in oktober 2023 vervallen in een ruilverhouding van 1 tot 1. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,398% per jaar bedraagt.

Op het einde van de ruilperiode werden 175 717 bestaande obligaties voor omwisseling aangeboden, goed voor een nominaal bedrag van € 176 miljoen. De 175 717 nieuwe obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven en zijn genoteerd op Euronext te Brussel. De bestaande obligaties die in het kader van het omruilaanbod omgewisseld werden, zijn door UCB geannuleerd. De 574 283 uitstaande particuliere obligaties zijn vervallen en afgelost in november 2014.

Institutionele euro-obligaties

Met vervaldatum in 2021

In september 2013 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in januari 2021 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTNprogramma. Deze obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven tegen 99,944% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 4,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 4,317% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext Brussel.

Met vervaldatum in 2022

In april 2015 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in april 2022 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in april 2015 uitgegeven tegen 99,877%

van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 1,875% per jaar, terwijl het effectief rendement 2,073% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext Brussel.

Reële waarde-afdekkingen

De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als reële-waardeafdekkingen van de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties. De wijziging in de boekwaarde van de obligaties is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het gehedgde deel van de obligaties, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van het corresponderende afgeleide financiële instrument.

3.25. Overige financiële verplichtingen

De overige financiële verplichtingen bevatten afgeleide financiële instrumenten voor een bedrag van € 95 miljoen (2017: € 34 miljoen). De overige financiële verplichtingen bevatten een verplichting van € 65 miljoen (2017: € 76 miljoen) voortvloeiend uit de uitgifte van warranten

aan de aandeelhouders van Edev Sàrl (zie Toelichting 3.5).

3.26. Voorzieningen

Milieuvoorzieningen

De milieuvoorzieningen daalden van € 19 miljoen per eind december 2017 tot € 17 miljoen op het einde van de tussentijdse periode als gevolg van de terugname van bepaalde milieuvoorzieningen in verband met de verkoop van de activiteiten Films.

Reorganisatievoorzieningen

De voorzieningen voor reorganisatie daalden van € 18 miljoen eind december 2017 naar € 8 miljoen op het einde van de tussentijdse periode. Het gebruik van de voorziening wordt gedeeltelijk gecompenseerd door voorzieningen voor verdere optimalisatie.

Overige voorzieningen

De overige voorzieningen stegen van € 121 miljoen eind december 2017 naar € 137 miljoen eind juni 2018. Deze verhoging heeft voornamelijk betrekking op een voorziening voor de recupereerbaarheid van te ontvangen belastingen, andere dan winstbelastingen, alsook op het opzetten van een voorziening voor herstelkosten voor geleasede gebouwen als gevolg van de toepassing van IFRS 16 (zie Toelichting 3.3). Er wordt een evaluatie gemaakt met betrekking tot alle risico's samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vak-experts en het huidig uitstaand bedrag werd beoordeeld als zijnde de beste inschatting door het management van de kosten om de verplichtingen van de Groep af te wikkelen op balansdatum.

3.27. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer.

UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. Het nettoresultaat is aangepast voor:

• de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen, bijzondere

waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de wijzigingen inzake werkkapitaal;

• opbrengsten en kosten die verband houden met kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten.

Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni
€ miljoen
2018
Beperkt
2017
Beperkt
nazicht nazicht
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 56 90
Afschrijvingen 139 115
Bijzondere waardeverminderingsverliezen/terugname (-) 0 -4
Kost voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde
betalingen
18 -20
Overige niet-geldelijke transacties in de winst- en verliesrekening 68 -32
Als gevolg van de toepassing van IFRS 9 9 -5
Niet-gerealiseerde wisselkoerswinst (-) / verlies 12 51
Wijziging in voorzieningen en personeelsbeloningen 3 -15
Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren 3 0
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten 56 114
Belastingkost voor de periode uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 56 114
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en
financieringsactiviteiten
21 16
Winst (-)/verlies uit de verkoop van vaste activa 0 0
Opbrengsten uit (-)/kosten van dividenden 0 0
Renteopbrengsten (-) / -kosten 21 16
Wijzigingen in het werkkapitaal
Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans 35 -33
Handels- en overige vorderingen en andere activa, beweging per geconsolideerde balans 49 84
Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans 42 -293
Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: 126 -242
Niet-geldelijke posten1 12 -16
Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren afzonderlijk vermeld
onder kasstromen uit operationele activiteiten
3 0
Wijzigingen in te ontvangen/te betalen intresten afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit
operationele activiteiten
6 8
Wijzigingen in te ontvangen dividenden afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit
investeringsactiviteiten
0 0
Wijzigingen in te betalen dividenden afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit
financieringsactiviteiten
0 0
Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta 14 25
Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht -125 -225
  1. Niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met een nieuwe waardering van een geassocieerde deelneming in een vreemde munt en andere bewegingen die verband houden met toevoegingen aan/verwijderingen uit de consolidatiekring of met fusies van entiteiten.

3.28. Transacties met verbonden partijen

Vergoedingen van managers op sleutelposities

Er waren geen wijzigingen met betrekking tot de verbonden partijen die in het jaarverslag voor 2017 werden geïdentificeerd en vermeld.

De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité, voor de eerste zes maanden eindigend op 30 juni 2018 waarin ze hun mandaat uitoefenden.

€ miljoen 2018
Beperkt
nazicht
Korte-termijnpersoneelsbeloningen 7
Ontslagvergoedingen 0
Vergoedingen na uitdiensttreding 2
Op aandelen gebaseerde betalingen 0
Total vergoedingen van managers op
sleutelposities
9

3.29. Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur

Verklaringen ontvangen in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 betreffende de belangrijke deelnemingen

Laatste wijziging: 24 juli 2018 Situatie op
Aandelenkapitaal
Totaal aantal stemrechten (= noemer)
€ 583 516 974
194 505 658
13 maart 2014
1 Financière de Tubize SA ("Tubize")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 68 076 981 35,00% 19 januari 2018
2 UCB NV
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 2 798 638 1,44% 30 juni 2018
gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 0 0,00% 6 maart 2017
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00% 18 december 2015
Totaal 2 798 638 1,44%
3 UCB Fipar SA
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 3 585 131 1,84% 30 juni 2018
Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 435 000 0,22% 3 juni 2015
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00% 25 december 2015
Totaal 4 020 131 2,07%
UCB NV + UCB Fipar SA2 6 818 769 3,51%
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 6 383 769 3,28%
Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 435 000 0,22%
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00%
Free float3 (stemrechtverlenende effecten (aandelen)) 120 134 000 61,67%
4 Vanguard Health Care Fund
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 9 741 353 5,01% 28 oktober 2014
5 BlackRock, Inc.
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 9 090 707 4,67% 19 juli 2018
(alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totaal aantal stemrechten)

1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit van 14 februari 2008 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen die, indien uitgeoefend, een bijkomend stemrecht verlenen: d.w.z. effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten [en andere derivatencontracten] die hun houder het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst, reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven.

2 UCB NV controleert onrechtstreeks UCB Fipar SA | artikel 6, §5, 2° en artikel 9, §3, 2 van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

3 Free float zijn de UCB aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize), UCB NV of UCB Fipar SA. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlenende effecten (aandelen) gehouden door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten.

3.30. Dividenden

Het voorstel van de raad van bestuur om een brutodividend van € 1,18 per aandeel (2017: € 1,15 per aandeel) uit te betalen aan de houders van UCB aandelen gerechtigd op een dividend of 191 647 728 aandelen werd goedgekeurd op 26 april 2018. De 2 857 930 aandelen ingekocht door UCB NV op de datum van dividendbetaling hebben geen recht op een dividend. Een dividend voor een totaal bedrag van € 226 miljoen (2017: € 220 miljoen) werd uitgekeerd (€ 222 miljoen na aftrek van dividenden betaald aan UCB Fipar SA in 2018 tegenover € 217 miljoen in 2017) voor het boekjaar 2017 zoals goedgekeurd door de UCBaandeelhouders op hun jaarlijkse algemene vergadering van 26 april 2018, en werd bijgevolg weergegeven in de eerste helft van 2018.

3.31. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen

Belangrijke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden in de eerste helft van het jaar 2018 waardoor de voorwaardelijke activa en verplichtingen die in het jaarverslag voor 2017 beschreven staan werden bijgewerkt (pagina's 169-171).

Kapitaal- en overige verbintenissen

Per 30 juni 2018 heeft de Groep zich verbonden om € 46 miljoen (eind 2017: € 63 miljoen) te besteden voornamelijk met betrekking tot kapitaalinvesteringen voor de biotechfabriek in Bulle (Zwitserland), de installatie van nieuwe productielijnen en processen (België), de renovatiewerken op het hoofdkantoor van UCB en het vernieuwen van de fabriek in China.

UCB sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmaceutische bedrijven, bedrijven die klinische studies uitvoeren en financiële investeerders. Zulke samenwerkingsovereenkomsten kunnen mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Op 30 juni 2018 had de Groep voor ongeveer € 4 miljoen aan verplichtingen in verband met immateriële activa die in de tweede jaarhelft betaald moeten worden.

UCB heeft verschillende overeenkomsten gesloten met contractproductie-organisaties voor het leveren van haar producten. De uitstaande verbintenissen ten aanzien van deze contractproductie-organisaties bedragen € 538 miljoen per 30 juni 2018.

Als onderdeel van de innovatiestrategie van UCB, heeft UCB een risicokapitaalfonds opgericht, UCB Ventures. In dit kader heeft UCB resterende investeringsverbintenissen voornamelijk aan risicokapitaalfondsen voor een bedrag van US\$ 19 miljoen.

Garanties

De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.

Voorwaardelijke verplichtingen

De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. De lopende zaken kunnen leiden tot verplichtingen, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen die strijdig zijn met UCB's belangen.

Mogelijke kasuitstromen gereflecteerd in een voorziening kunnen geheel of gedeeltelijk gecompenseerd worden door een verzekering in bepaalde gevallen. UCB heeft geen voorzieningen aangelegd voor mogelijke schadegevallen voor bepaalde bijkomende juridische claims tegen onze dochterondernemingen indien UCB momenteel van mening is dat een betaling ofwel niet waarschijnlijk is of niet betrouwbaar kan worden ingeschat.

  • A. Zaken betreffende intellectuele eigendom (geselecteerde zaken)
  • A1. Vimpat®
  • Delaware District Court rechtszaak: in juni 2013 diende UCB een aanklacht in bij het District Court van Delaware tegen 16 beklaagden, die goedkeuring wilden verkrijgen van hun generische versies van Vimpat®. De beklaagden dienden paragraaf IV certificaten in, die onder meer de geldigheid van het RE38,551 ('551) Vimpat® patent betwistten. Op 12 augustus 2016 oordeelde rechter Stark ten gunste van UCB en handhaafde de geldigheid van het patent. De beklaagden hebben beroep aangetekend en op 23 mei 2018 bevestigde het Hof van Beroep op federaal niveau (Federal Circuit) de beslissing. Sommige beklaagden hebben verzoekschriften ingediend voor een nieuwe hoorzitting En Banc.
  • Bijkomende Delaware District Court rechtszaak: in 2016 heeft UCB bij de rechtbank van Delaware een aanklacht ingediend tegen drie beklaagden, Hetero, Zydus en Aurobindo (C.A. Nr. 16-451-LPS, 16-452-LPS en 16-903-LPS), die op zoek waren naar goedkeuring van een tweede generieke versie van Vimpat® ("Tweede golf ANDA-zaken"). De recente bevestiging op federaal niveau (Federal Circuit) van de geldigheid van het '551-patent zal naar verwachting deze acties oplossen.
  • Tussen Partijen Beoordeling (TPB):
  • in november 2015 diende Argentum Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een TPB voor het Patenten Merkenbureau van de VS (US Patent and Trademark Office – USPTO) en voor de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB), om het Vimpat® '551 patent ongeldig te laten verklaren. In mei 2016 voerde de PTAB hun beoordeling uit. Mylan, Breckenridgde en Alembic hebben zich aangesloten bij de TPB. Op 22 maart 2017 handhaafde de PTAB de geldigheid van het '551 patent. Argentum ging niet in beroep tegen deze beslissing, maar Mylan, Breckenridge, en Alembic hebben beroep aangetekend bij het Hof van Beroep op federaal niveau. Het beroep is hangende.
  • Accord U.K. rechtszaak: in juli 2016 diende Accord Healthcare een verzoekschrift in voor het High Court in het Verenigd Koninkrijk, om een verklaring van ongeldigheid en terugtrekking te vragen van het Europees patent (UK) 0 888 829, dat lacosamide bekendmaakt en claimt. In november 2017 vaardigde rechter Birrs zijn beslissing uit in het voordeel van UCB, die de geldigheid van het VK deel van het

Europees patent bevestigt. Accord heeft onlangs hoger beroep aangetekend bij de beslissing van het Hof van Beroep in het Verenigd Koninkrijk. Een hoorzitting over het hoger beroep is gepland op 8/9 mei 2019.

  • Accord Nederland rechtszaak: op 29 juni 2017 heeft Accord een dagvaarding ingediend bij het gerechtshof van Den Haag, om het Nederlands Vimpat® patent en SPC ongeldig te laten verklaren. De rechtszaak is vastgesteld voor 5 oktober 2018.
  • Accord en Teva Duitse rechtszaak: in de zomer van 2017 dienden Accord Healthcare en Teva vorderingen tot nietigverklaring in bij het Duits patentgerecht om het Duitse deel van het Europees Vimpat®-patent/SPC ongeldig te verklaren. De zaken zijn geconsolideerd en de hoorzittingsdatum is gepland voor 15 oktober 2019.
  • Accord Italiaanse rechtszaak: in oktober 2017 diende Accord een vordering tot nietigverklaring in tegen het Italiaanse deel van het Europees Vimpat® patent bij de Rechtbank van Milaan. Er is nog geen datum vastgesteld voor de rechtszaak.
  • Laboratorios Normon, Spaanse rechtszaak: in oktober 2017 werd UCB door de rechtbank van Barcelona op de hoogte gebracht van een vordering tot nietigverklaring tegen het Spaanse deel van het Europees Vimpat®-patent door Laboratorios Normon, S.A. Er is nog geen datum vastgesteld voor de rechtszaak.
  • GL Pharma, Oostenrijkse rechtszaak: in november 2017 diende GL Pharma een vordering in tot verklaring voor recht van niet-inbreuk met betrekking tot hun generieke lacosamide-product, bewerend dat het Vimpat®-patent niet-afdwingbaar is. De zaak is hangende.

A2. Neupro®

Watson Delaware District Court rechtszaak: in augustus 2014 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Watson Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Neupro®. Watson diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro® betwist, voornamelijk 6,884,434 ('434). De rechtszaak vond plaats in juni 2017. Rechter Stark oordeelde ten gunste van UCB en handhaafde de geldigheid van het '434 patent. Activas heeft beroep aangetekend.

  • Zydus Delaware District Court rechtszaak: in november 2016 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Zydus Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Neupro®. Zydus diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro® betwist. De zaak is hangende.
  • Mylan Delaware District Court rechtszaak: in maart 2017 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Mylan Pharmaceuticals, die goedkeuring wenst te verkrijgen van zijn generische versie van Neupro®. Mylan diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro® betwist. De zaak is hangende.

A3. Toviaz®

Mylan Tussen Partijen Beoordeling (TPB):

in januari 2016 diende Mylan Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een TPB voor het Patent- en Merkenbureau van de VS (US Patent and Trademark Office – USPTO), om alle in het Orange Book opgesomde patenten in verband met Toviaz® ongeldig te laten verklaren. In juli 2016 voerde de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB) zijn onderzoek uit. Alembic, Torrent en Amerigan sloten zich aan bij het verzoekschrift. Op 19 juli 2017 handhaafde de PTAB de geldigheid van alle patenten opgenomen in het Orange Book. Mylan heeft beroep aangetekend op federaal niveau (Federal Circuit) tegen de uitspraak van de PTAB op het federale circuit samen met de uitspraak van de rechtbank van Delaware in het voordeel van UCB; Amerigan is toegetreden tot het hoger beroep. Het beroep is hangende.

A4. Adair Patent rechtszaak – Chugai

Op 14 december 2016 diende Chugai Pharmaceuticals een verzoekschrift in bij het Patent Court van het Verenigd Koninkrijk, om bevestiging te krijgen dat hun product Actemra® UCB's US Patent 7,556,771 niet schendt. De rechtszaak vond plaats in maart 2018. We wachten momenteel op een beslissing.

  • B. Productaansprakelijkheidszaken
  • Distilbène productaansprakelijkheidsrechtzaak – Frankrijk: Franse entiteiten van de UCB Groep zijn genoemd als verweerders in verschillende productaansprakelijkheidsrechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep, ingenomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijke letsels hebben opgelopen. De Groep heeft een productaansprakelijkheidsverzekering maar gezien deze dekking door de verzekering onvoldoende zal zijn, heeft de Groep een provisie aangelegd.
  • Opioïden rechtszaak: in maart 2018 werd de Amerikaanse entiteit, samen met meerdere beklaagden, genoemd in twee rechtszaken met betrekking tot de promotie en verkoop van opioïden. Deze zaken zijn American Resource Insurance Co., Inc. vs Purdue Pharma, LP, et al., in de Amerikaanse District Court voor het zuidelijk District van Alabama, en State of Arkansas, et. al. vs Purdue Pharma, L.P. in de Circuit Court of Crittenden County, Arkansas. De zaken zijn hangende.

C. Onderzoeken

Zuidelijk district van New York – Pharmacy Benefit Managers en Cimzia® : in maart 2016 ontving de Vennootschap een burgerlijke onderzoeksaanvraag (Civil Investigative Demand – CID) van de Civil Frauds Unit van het kantoor van de VS procureur in het zuidelijk district van New York. De CID vraagt de Vennootschap om alle contracten (vanaf januari 2006 tot en met vandaag) tussen de Vennootschap en elke Pharmacy Benefit Manager (PBM) over Cimzia® te identificeren en te verstrekken, met inbegrip van alle documenten die nodig zijn om alle diensten geleverd door een PBM evenals alle betalingen aan een PBM aan te tonen. In augustus 2016 werden alle gevraagde documenten overhandigd aan de overheid. De Vennootschap werkt samen met het kantoor van de Amerikaanse procureur in reactie op de bezorgde CID.

D. Overige zaken

Cimzia® CIMplicity® rechtszaak: in maart 2018 werd UCB, Inc. aangeklaagd, bewerende dat het CIMplicity® programma van Cimzia®, namelijk de verpleegstersopleidersdiensten en vergoedingsdiensten, sinds 2011 in strijd is met federale en nationale voorschriften voor valse beweringen en smeergeld. De zaak is hangende.

E. Afgesloten juridische zaken

  • Ex Parte heronderzoek: in maart 2016 diende Argentum Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een ex parte heronderzoek voor de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB), om het Vimpat® '551 patent ongeldig te laten verklaren. Op 16 juni 2016 verklaarde de USPTO het verzoek tot heronderzoek ontvankelijk. Op 23 februari 2018 handhaafde de USPTO de geldigheid van het Vimpat® '551 patent.
  • Rechtszaak met betrekking tot verkochte activiteiten – Desmopressin: in oktober 2008 diende Apotex Inc. een klacht in tegen UCB, Lonza Braine S.A. en S&D Chemicals (Canada) Ltd. bij het Superior Court van Ontario in Toronto, Ontario, Canada, voor contractbreuk en om schadevergoeding te verkrijgen voor de beweerde niet-levering van het geneesmiddel Desmopressin aan Apotex. UCB stootte dit geneesmiddel af als onderdeel van zijn Bioproducten business aan Lonza in 2006. Lonza diende een tegenclaim in tegen UCB en S&D Chemicals, UCB diende een tegenclaim in tegen Lonza en S&D Chemicals, en S&D Chemicals diende een tegenclaim in tegen UCB en Lonza. Tijdens het eerste kwartaal van 2018 werd een vooronderzoek voorbereid. Inmiddels hebben de partijen een minnelijke schikking bereikt zonder dat UCB betalingen verschuldigd is.

Het wordt niet verwacht dat er enige materiële verplichtingen zullen ontstaan uit de voorwaardelijke verplichtingen andere dan deze die voorzien werden (zie Toelichting 3.26 alsook Toelichting 33 van het jaarverslag voor 2017).

3.32. Gebeurtenissen na de tussentijdse balansdatum

Na de verslagperiode zijn er geen belangrijke gebeurtenissen.

4. Verslag van de commissaris omtrent de beperkte controle van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie voor de periode afgesloten op 30 juni 2018

Inleiding

We hebben een beperkt nazicht uitgevoerd van de in bijlage opgenomen verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie van UCB NV en haar dochtervennootschappen (de "Groep") op 30 juni 2018, die de verkorte geconsolideerde balans en de verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening, het verkorte geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten, de verkorte geconsolideerde staat van wijzigingen in het eigen vermogen en het verkorte geconsolideerd kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden afgesloten op die datum omvat, evenals van de toelichtingen. De raad van bestuur is verantwoordelijk dat deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie is opgesteld en gepresenteerd in overeenstemming met IAS 34 zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid om een besluit te formuleren over deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie op basis van ons beperkt nazicht.

Omvang van het beperkt nazicht

We hebben ons beperkt nazicht uitgevoerd overeenkomstig met de "International Standard on Review Engagements 2410 - Review of interim financial information performed by the independent auditor of the entity". Een nazicht bestaat uit vragen van inlichtingen aan hoofdzakelijk financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het toepassen van analytische en andere procedures van nazicht. Een beperkt nazicht is substantieel minder uitgebreid dan een volkomen controle uitgevoerd volgens "International Standards on Auditing" en laat ons bijgevolg niet toe om met zekerheid te stellen dat we kennis hebben van alle belangrijke gegevens die zouden geïdentificeerd zijn indien we een volkomen controle zouden hebben uitgevoerd. We brengen dan ook geen controle verslag uit.

Conclusie

Op basis van ons beperkt nazicht is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de bijgaande verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie, in alle materiële opzichten niet opgesteld zou zijn in overeenstemming met IAS 34 zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Sint-Stevens-Woluwe, 25 juli 2018

PwC Bedrijfsrevisoren Vertegenwoordigd door

Romain Seffer Bedrijfsrevisor

We bevestigen hierbij dat, naar ons beste weten, de verkorte geconsolideerde financiële informatie voor de periode van zes maanden die eindigt op 30 juni 2018, die werd opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse financiële verslaggeving" zoals aanvaard door de Europese Unie, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst/het verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het tussentijdse beheersverslag een reëel overzicht geeft van de belangrijke gebeurtenissen die zich in de eerste zes maanden van het boekjaar hebben voorgedaan, van de belangrijke transacties met de verbonden partijen, en van hun impact op de verkorte geconsolideerde financiële informatie, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden voor de resterende zes maanden van het boekjaar.

In naam van de raad van bestuur

Jean-Christophe TELLIER, Detlef THIELGEN,

Chief Executive Officer Chief Financial Officer

6. Verklarende woordenlijst

CW: Constante wisselkoersen

  • EBIT/Operationele winst: Bedrijfsresultaat zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening.
  • EMA/European Medicines Agency: Instantie die verantwoordelijk is voor de beoordeling van geneesmiddelen ter bescherming en bevordering van de gezondheid van mens en dier. www.emea.europa.eu
  • FDA / U.S. Food and Drug Administration :

Agentschap binnen het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid en Human Services dat verantwoordelijk is voor de bescherming en bevordering van de gezondheid van de natie. www.fda.gov

Finale huuraanpassingsclausule :Bij het beëindigen van de leaseovereenkomst wordt een definitieve afrekening opgemaakt om de finale huuraanpassing te bepalen

Financiële activa tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening: Financiële activa die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in de winsten verliesrekening

  • Financiële activa tegen reële waarde met waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten:Financiële activa die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten
  • Financiële éénmalige posten: Winsten en verliezen voortvloeiend uit de verkoop van financiële vaste activa (andere dan afgeleide financiële instrumenten en restitutierechten voor toegezegdpensioenregelingen) alsook bijzondere waardeverminderingsverliezen op deze financiële vaste activa worden beschouwd als financiële eenmalige posten.
  • FVOCI: Financiële activa aan reële waarde via nietgerealiseerde resultaten
  • Gevestigde merken: Portfolio van 150 geneesmiddelen van hoge kwaliteit die niet langer beschermd zijn door een patent, met bewezen waarde voor patiënten en dokters gedurende vele jaren

  • Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen: Aantal uitstaande gewone aandelen aan het begin van de periode, aangepast voor het aantal aandelen ingekocht of uitgegeven gedurende de periode, vermenigvuldigd met een tijdswegingsfactor.

  • Kern-WPA / Kern-winst per aandeel: Winst die kan worden toegerekend aan UCB aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van nietrecurrente posten, financiële eenmalige posten, éénmalige winstbelastingen, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de nettoafschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet, gedeeld door het niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen.
  • Netto financiële schuld: Langlopende en kortlopende leningen, obligaties en voorschotten in rekeningcourant verminderd met voor verkoop beschikbare obligaties, in pand gegeven contanten met betrekking tot financiële leaseovereenkomsten, geldmiddelen en kasequivalenten.
  • PA: Partieel beginnende aanvallen, ook bekend als focale aanvallen
  • PGTCA: Primaire, gegeneraliseerde tonischeclonische aanvallen.

PMDA / Pharmaceuticals And Medical Devices Agency: Japanse regelgevende autoriteit belast met de bescherming van de gezondheid van de bevolking door het verzekeren van de veiligheid, efficiëntie en kwaliteit van geneesmiddelen en medische toestellen. http://www.pmda.go.jp/english/

  • Recurrente EBIT (REBIT): Operationele winst gecorrigeerd voor bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten
  • Recurrente EBITDA (REBITDA/Recurring Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization charges): Operationele winst gecorrigeerd voor afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten en lasten
  • Werkkapitaal: Omvat voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen en handelsschulden en overige schulden, verplicht binnen en na 12 maanden

WPA: Winst per aandeel

Financiële kalender

28 februari 2019 Jaarrekening voor 2018

Toelichtingen

Deze niet-geauditeerde verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële staten zijn opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie, met inbegrip van IAS 34 - Tussentijdse financiële verslaggeving. Bij het opstellen van deze financiële staten op 30 juni 2018 en voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2016 werden dezelfde grondslagen voor financiële verslaggeving en boekhoudkundige schattingen gebruikt als in de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2017, tenzij anders aangegeven. Geen van de nieuwe of herziene IFRSstandaarden en interpretaties die verplicht van toepassing zijn met ingang vanaf 1 januari 2016 heeft een belangrijke invloed op dit tussentijds verslag gehad.

Dit tussentijds verslag geeft slechts een verklaring van de gebeurtenissen en transacties die belangrijk zijn om de veranderingen in de financiële positie en de financiële prestaties sinds de laatste jaarlijkse verslagperiode te begrijpen, en dient daarom te worden gelezen in samenhang met de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2017, beschikbaar op de website van de UCB (www.ucb.com). Andere informatie op de website van UCB of op andere websites, maakt geen deel uit dit halfjaarlijks verslag.

Officiële taal van het verslag

Volgens de Belgische wet moet UCB haar jaarverslag in het Frans en het Nederlands publiceren. UCB heeft ook een Engelse versie van dit jaarverslag.

Toekomstgerichte verklaringen

Dit halfjaarverslag bevat uitspraken over de toekomst op basis van bestaande plannen, ramingen en overtuigingen van het management. Alle uitspraken, behalve uitspraken die historische feiten inhouden, zijn uitspraken die beschouwd dienen te worden als toekomstgerichte verklaringen, met inbegrip van ramingen van inkomsten, operationele marges, kapitaaluitgaven, contanten, andere financiële informatie, de verwachte juridische, politieke, reglementaire of klinische resultaten en andere soortgelijke ramingen en resultaten. Per definitie bieden dergelijke toekomstgerichte verklaringen geen garantie op resultaten in de toekomst en zijn ze onderhevig aan

risico's, onzekerheden en aannemingen die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten beduidend kunnen afwijken van de toekomstgerichte verklaringen die in dit halfjaarverslag uitgedrukt worden. Belangrijke factoren die tot dergelijke verschillen zouden kunnen leiden zijn: wijzigingen in de algemene economische, zakelijke en concurrentiële situatie, het mislopen van de vereiste reglementaire goedkeuringen of het niet tegen aanvaardbare voorwaarden kunnen verkrijgen ervan, kosten in verband met onderzoek en ontwikkeling, wijzigingen in de vooruitzichten van producten die in de pijplijn zitten of door UCB ontwikkeld worden, gevolgen van toekomstige wettelijke uitspraken of onderzoeken door de overheid, claims in verband met productaansprakelijkheid, aanvechting van de patentbescherming van producten of kandidaatproducten, wijzigingen in de wetgeving, wisselkoersschommelingen, wijzigingen of onzekerheden in de belastingwetgeving of de handhaving van deze wetten en het aanwerven en behouden van het personeel.

Voorts vormt in dit document vervatte informatie geen aanbod tot verkopen of uitnodiging tot formuleren van een aanbod tot kopen van om het even welke effecten en is er geen sprake van aanbod, verzoek of verkoop van effecten in om het even welke jurisdictie waar een dergelijk aanbod, verzoek of verkoop onwettig zou zijn vóór de registratie of kwalificatie volgens de effectenwetgeving van deze jurisdictie. UCB geeft deze informatie vrij vanaf de datum van dit persbericht en wijst uitdrukkelijk de verantwoordelijkheid af om de informatie in dit persbericht bij te werken, zowel om de feitelijke resultaten te bevestigen of om een wijziging van de verwachtingen te melden.

Er is geen enkele garantie dat kandidaat-producten in de pijplijn goedgekeurd zullen worden als product of dat er nieuwe indicaties voor bestaande producten ontwikkeld en goedgekeurd zullen worden. Producten of potentiële producten die het onderwerp zijn van samenwerkingen, joint ventures of licentiesamenwerkingen kunnen onderhevig zijn aan verschillen tussen de partners. UCB of anderen kunnen ook problemen ontdekken met betrekking tot de veiligheid, de bijwerkingen of met de productie van haar producten nadat deze op de markt gebracht zijn.

Bovendien kunnen de verkoopcijfers beïnvloed worden door nationale en internationale tendensen op het gebied van kostenbeheersing in de gezondheidszorg en het terugbetalingsbeleid opgelegd door derde betalers, evenals door de wetgeving die de prijs en de terugbetaling van biofarmaceutica beïnvloedt.

Over UCB

UCB, Brussel, België (www.ucb.com) is een wereldwijd biofarmaceutisch bedrijf dat zich toelegt op het ontdekken en ontwikkelen van innovatieve geneesmiddelen en oplossingen voor het transformeren van het leven van mensen met ernstige ziekten van het immuunsysteem of het centraal zenuwstelsel. Het bedrijf telt meer dan 7 500 medewerkers in zowat 40 landen. In 2017 bedroegen de inkomsten € 4,5 miljard. UCB is genoteerd op de NYSE Euronext te Brussel (symbool: UCB). Volg ons op Twitter: @UCB_news

Contacten

Investor Relations Global Communications
Antje Witte France Nivelle
Investor Relations, UCB Global Communications, UCB
T+32.2.559.94.14 T+32.2.559.91.78
[email protected] [email protected]
Isabelle Ghellynck Laurent Schots
Investor Relations, UCB Media Relations, UCB
T+32.2.559.95.88 T+32.2.559.92.64

[email protected]

Bekijk onze IR App

Of scan de QR-code hieronder!

[email protected]