AI assistant
UCB — Annual Report 2018
Feb 28, 2019
4017_10-k_2019-02-28_ce29fae9-9444-4d5b-9ea5-f4b9695a6483.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Geïntegreerd 2018Jaarverslag
Inhoudstafel
| Brief aan onze belanghebbenden | |
|---|---|
| De eerste 90 jaar | |
| Onze Patiëntenwaarde Strategie | |
| Onze Patiëntenwaarde Strategie | |
| 1 Van Patientwaarde Strategie naar actie in O&O | |
| 2 Van Patientenwaardestrategie naar patiëntentoegang |
|
| 3 Van Patientenwaardestrategie naar actie in epilepsie |
|
| 4 Van Patientenwaardestrategie naar actie in immunologie |
|
| 5 Van Patientenwaardestrategie naar actie in osteologie |
|
| Ons deugdelijk bestuur | |
| 1 Zakelijk gedrag | |
| 2 Risicobeheer | |
| 3 Verklaring Inzake Deugdelijk Bestuur | |
| Onze medewerkers | |
| Onze medewerkers | |
| 1 Onze organisatie | |
| 2 Diversiteit en inclusie | |
| 3 Aantrekken en aanwerven van medewerkers | |
| 4 Ontwikkeling en behoud van medewerkers | |
| Onze maatschappelijke inzet | |
| Onze maatschappelijke inzet | |
| 1 Ziektebewustzijn verhogen | |
| 2 Samenwerken met de lokale gemeenschappen | |
| 3 Toegang tot Gezondheid in MVO-projecten |
| Onze milieuvoetafdruk | 142 |
|---|---|
| Onze milieuvoetafdruk | 143 |
| 1 Bereik van de rapportage | 145 |
| 2 Van milieustrategie naar milieuactie | 147 |
| 3 Richting koolstofneutraliteit | 149 |
| 4 Wateronttrekking | 155 |
| 5 Afvalproductie | 156 |
| 6 Vooruitzichten voor 2019 | 158 |
| Onze jaarrekening | 159 |
| Onze jaarrekening | 160 |
| 1 Overzicht van de bedrijfsprestaties | 161 |
| 2 Geconsolideerde jaarrekening | 175 |
| 3 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening |
180 |
| 4 Verantwoordelijkheidsverklaring | 282 |
| 5 Verslag van de commissaris | 283 |
| 6 Verkorte statutaire jaarrekening van UCB NV | 291 |
| Data en rapportering | 297 |
| Medewerkers data | 298 |
| GRI normen | 303 |
| Limited assurance rapport van de onafhankelijke auditor met betrekking tot het Geïntegreerd Jaarverslag 2018 van UCB |
312 |
| Verklarende woordenlijst | |
|---|---|
| Referenties | 317 |
| Toekomstgerichte verklaringen | 318 |
| Financiële kalender | 319 |
| Contacten | 319 |
Welkom in ons 2018 Geïntegreerd Jaarverslag!
Wij zetten onze reis met je verder in dit nieuwe formaat …
Een reis om de door de patiënt verkozen biofarma leider te worden, die de verschillende dimensies van onze onderneming omvat om duurzame waarde te bieden voor patiënten, belanghebbenden en onze medewerkers, het veranderende ecosysteem te navigeren en de rol die we spelen in de samenleving aan te scherpen.
Svenja, UCB
Over dit Verslag
Dit Geïntegreerde Jaarverslag 2018 bevat het
management verslag in overeenstemming met artikel 12 van het Koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt. Alle informatie die moet worden opgenomen in een dergelijk management verslag overeenkomstig de artikelen 96 en 119 van het Belgische Wetboek van vennootschappen (dwz Verklaring Inzake Deugdelijk Bestuur – inclusief het Remuneratieverslag – Overzicht van de Bedrijfsprestaties en UCB's Verklaring over niet-financiële informatie) wordt gerapporteerd in alle verschillende secties van dit Geïntegreerde Jaarverslag 2018.
Alles wat we doen start met één eenvoudige vraag:
"Hoe zal dit waarde creëren voor mensen die met een ernstige chronische ziekte leven?"
Victoria, heeft psoriasis
We werken met patiënten om hun klinische, economische, sociale en persoonlijke behoeften beter te begrijpen. Wat belangrijk is voor patiënten is hoe dat ze zich voelen in hun dagelijks leven terwijl ze voortgaan met hun zorgtraject. Wij behandelen niet alleen een
ziekte, wij zorgen voor individuele mensen. Patiënten inspireren ons om hen meerwaarde te bieden via meer geavanceerde wetenschap, innovatievere geneesmiddelen en meer praktische oplossingen …
Ons Engagement
Innovatieve oplossingen voor patiënten aanbieden, vandaag & morgen
Meer dan 3,3 miljoen patiënten gebruiken onze belangrijkste medicijnen en helpen hen om wat vertrouwen in hun leven terug te winnen. Sommige patiënten wachten nog steeds op een passende behandeling, dus we blijven zoeken …
Ethisch en verantwoordelijk zakendoen
Integriteit, transparantie, ethisch gedrag en risicobeheer helpen ons bij het navigeren door de uitdagende zakelijke en juridische omgevingen.
Een gevarieerde en inclusieve organisatie bevorderen
We werken samen met 7 495 medewerkers, gericht op één doel: een verschil maken in het leven van patiënten.
Een positieve impact op gemeenschappen creëren
Als bedrijfburger hebben we ook een rol te spelen binnen onze gemeenschappen – of ze nu naast de deur liggen of mijlenver weg zijn.
Acties ondernemen om onze ecologische voetafdruk te beperken
We nemen onze verantwoordelijkheid voor de planeet zeer serieus; dit is de reden waarom we ambitieuze milieudoelstellingen stellen.
Op een sterke financiële basis bouwen
Door de jaren heen heeft UCB een continue groei gerealiseerd, de winstgevendheid verhoogd en de schuld verlaagd, terwijl er meer dan 20% is geïnvesteerd in O&O.
UCB ondersteunt ook verschillende initiatieven om bij te dragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (United Nations Sustainable Development Goals – ook bekend als SDG's).
Wij zijn UCB
Wij zijn UCB, een innovatiegedreven wereldwijd biofarmaceutisch bedrijf
We zijn bezig met het onderzoeken, ontwikkelen, produceren, verkopen en distribueren van biofarmaceutische oplossingen om waarde te creëren voor patiënten, het bedrijf, zijn aandeelhouders en de samenleving in het algemeen.
Onze ambitie is om het leven van mensen die leven met een ernstige ziekte te veranderen. Onze focus ligt op stoornissen op vlak van neurologie en immunologie - we plaatsen patiënten in het centrum van onze onze wereld. We worden ...
Geïnspireerd door Patiënten. Gedreven door wetenschap.
Atlanta, GA • Filiaal
Raleigh, NC
(18% van wereldwijd) 1 318 medewerkers 54% / 46%
• Ontwikkeling vrouwen / mannen 2 158 miljoen
(50% van de netto-omzet) 1
• 100% electriciteit van hernieuwbare bronnen (Atlanta)
(1% van de netto-omzet) 1
• ISO14001 gecertifieerd • OHSAS 18001 gecertifieerd
• Zonnepannelen
geïnstalleerd
• 100% electriciteit van hernieuwbare bronnen
Europa – andere
UCB heeft filialen in
Bulgarije, Denemarken, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Spanje, de Tsjechische Republiek, Zweden
medewerkers (8% van wereldwijd) 539
(19% van de netto-omzet) 1 809 miljoen
vrouwen / mannen 61% / 39%
Internationale markten – andere
UCB heeft filialen in Australië, Brazilië, Canada, Hong Kong, India, Mexico, Rusland, Taiwan, Turkije, Ukraine, Zuid Korea
1: Globale netto-omzet exclusief afdekking
(10% van wereldwijd) 743 medewerkers
(9% van de netto-omzet) 1 372 miljoen
vrouwen / mannen 52% / 48%
Brief aan onze belanghebbenden
Geachte mensen die met een ernstige chronische ziekte leven, geachte aandeelhouders, partners en collega's,
Welkom in ons eerste Geïntegreerd Jaarverslag!
Een reis om de door de patiënt verkozen biofarma leider te worden, die de verschillende dimensies van onze onderneming omvat om duurzame waarde te bieden voor patiënten, belanghebbenden en onze medewerkers, het veranderende ecosysteem te navigeren en de rol die we spelen in de samenleving aan te scherpen.
Vandaag zijn er nog te veel patiënten met ernstige chronische ziekten die nog op zoek zijn naar oplossingen terwijl ze dagelijks geconfronteerd worden met uitdagingen in hun leven. De Patiëntenwaardestrategie nodigt iedereen bij UCB uit om alles wat we doen te starten met één eenvoudige vraag:
"Hoe zal dit waarde creëren voor mensen die met een ernstige chronische ziekte leven?"
We zijn er van overtuigd dat onze Patiëntenwaardestrategie zal leiden tot een positieve impact voor patiënten, onze belanghebbenden en UCB.
UCB wil tegen 2025 aanwezig zijn en leiden in specifieke patiëntenpopulaties, gedefinieerd door het aandeel van de patiënt in het relevante segment. Daarom zal onze innovatie zich richten op gedifferentieerde geneesmiddelen met een hoge responsvoorspelbaarheid; en waar aangewezen zullen we gebruik maken van nieuwe wetenschappelijke platforms. In een steeds meer belemmerende externe wereld waar innovatie van essentieel belang is, bevestigen we onze patiëntenwaardestrategie om het toekomstige succes en de duurzame groei van UCB te stimuleren.
De ambitie van UCB is om de verkozen Biopharma Leader van de patiënt te zijn die waarde creëert voor specifieke populaties door middel van unieke resultaten, de beste patiëntenervaring voor zoveel mogelijk van deze levens.
2018, een bewogen jaar!
2018 markeerde de 90ste jubileum van UCB. Sinds haar oprichting in 1928 wordt UCB gekenmerkt door een zeer sterke ondernemersgeest, een sterke vastberadenheid en veerkracht, lange termijn opvattingen en een sterke overtuiging dat wetenschap en innovatie de mensheid zouden verbeteren. Het bedrijf onderging verschillende transformaties, die op bepaalde momenten moeilijke beslissingen vereisten om de groei van het bedrijf op lange termijn te garanderen. Vandaag de dag zijn we een middelgrote wereldwijde biofarma die oplossingen biedt aan patiënten in bijna elke hoek van de wereld.
Onze kernproducten blijven verder groeien. Op basis van zijn gedifferentieerd profiel en de lanceringen van de nieuwe indicatie in 2018, houdt Cimzia® zich goed staande in een competitieve omgeving. Vimpat ®, Keppra® en Briviact® bereikten meer en meer patiënten met epilepsie, dankzij nieuwe indicaties en lanceringen in nieuwe regio's - ook weerspiegeld in de nieuwe blockbuster status voor Vimpat ®. Onze belangrijkste geneesmiddelen kwamen dichter bij de patiënten in
China: we hebben goedkeuring gekregen voor Keppra® voor monotherapie bij partiële epilepsieaanvallen (goedgekeurd op basis van extrapolatie van aanvullende therapie met gedegen wetenschappelijke onderbouwing) en Neupro ®, waar de lanceringsvoorbereidingen aan de gang zijn. UCB heeft ook Vimpat ® ingediend voor de aanvullende therapie van partiële epilepsieaanvallen bij kinderen boven de 4 jaar en voor volwassenen, gebaseerd op extrapolatie.
UCB zette haar O&O-inspanningen voort om steeds meer gedifferentieerde oplossingen te genereren die de belofte van het verbeteren van de zorgstandaard: Evenity™ (romosozumab) werd opnieuw ingediend bij de Amerikaanse autoriteiten en werd goedgekeurd in Japan; bimekizumab Fase 3 programma startte in psoriasis terwijl de rekrutering voor artritis psoriatica en axiale spondyloarthitis zal beginnen in 2019. Het late stadium programma voor padsevonil heeft goede vooruitgang geboekt. Rozanolixizumab heeft een positieve proof of concept bereikt en gaat door naar de confirmatieve ontwikkelingsfase.
Psoriasis is een wrede ziekte, er is geen genezing, het is erfelijk, mensen staren en schrikken vav je weg en het kan niet alleen fysiek maar ook mentaal gevolgen hebben. Na 32 jaar met de ziekte te hebben geleefd heb ik het geaccepteerd als deel van wie ik ben. Ik praat er nu vrijuit over en houd van de huid die ik heb, want dat ben ik ook. Ik hou ervan om deel uit te maken van het UCB-panel zodat ik mijn ervaringen en meningen kan delen.
Victoria, heeft psoriasis
We initieerden het "Nieuwe Ontwikkelingsparadigma" met als doel de klinische ontwikkelingstijd en -kosten te verminderen en gedifferentieerde geneesmiddelen met toegevoegde waarde voor de patiënt te creëren. Een voorbeeld hiervan is ons partnerschap met Science 37, Los Angeles (VS), dat klinische studies rechtstreeks bij de patiënten thuis brengt. We hebben ook de klinische pijplijn verder gedifferentieerd en onze onderzoekscapaciteiten versterkt.
UCB heeft haar strategische focus voortgezet met de aanschaf van midazolam neusspray, bedoeld als reddingsbehandeling voor acute herhaalde aanvallen bij patiënten met epilepsie. De indiening van de nieuwe medicatie-aanvraag werd in augustus 2018 bij de Amerikaanse authoriteiten ingediend na een eerdere toekenning van de status van weesgeneesmiddel en van de fast-track. We verkochten onze dochteronderneming "Innere Medizin", die met succes farmaceutische producten voor hart- en vaatziekten en ademhalingsziekten in Duitsland heeft gepromoot.
UCB vertoonde een omzetgroei van +2% - bij constante wisselkoersen een plus van 5% - d.w.z. € 4,6 miljard, de onderliggende rentabiliteit, recurrente EBITDA, bedroeg € 1,4 miljard (+2%; 5% bij constante wisselkoersen) -
beide aan de bovenkant van de bandbreedte voor onze financiële vooruitzichten voor 2018 en vormt zo een solide basis waardoor we onze O&O-investeringen kunnen intensiveren. Nadat we de middellangetermijndoelstelling van 30% recurrente EBITDA-marge al in 2017 hadden bereikt, een jaar eerder dan gepland, hebben we een nieuwe doelstelling geformuleerd: 31% in 2021, herstellend van de verwachte kortetermijnimpact van investeringen in onze sterke ontwikkelingspijplijn.
We hebben ook goede vooruitgang geboekt op het gebied van onze langetermijndoelstellingen voor het milieu, namelijk om koolstofneutraal te zijn, het waterverbruik met 20% te verminderen en de afvalproductie met 25% te verminderen tegen 2030.
We zijn zeer tevreden over de resultaten van onze eerste fase van de patiëntenwaardestrategie, met een toename van het aantal patiënten dat met onze belangrijkste geneesmiddelen wordt behandeld en de "Go to Market" benadering, aangepast aan de lokale markten en de specifieke behoeften van de patiënt.
De komende jaren zullen we ons toeleggen op het versnellen en uitbreiden van duurzame groei.
2019 en verder: groei, duurzaamheid en winstgevendheid versnellen en uitbreiden
Zoals de afgelopen jaren is bewezen, blijft de Patiëntwaardestrategie van UCB de beste weg naar duurzame groei.
We gaan nu de volgende fase in die we "Versnelling & Uitbreiding" noemen.
We zullen ons groeipotentieel versnellen door de toegang van patiënten tot onze belangrijkste geneesmiddelen te maximaliseren, door ons vermogen om differentiatie aan te tonen verder te verbeteren en door de ontwikkelingstermijnen te versnellen door middel van nieuwe benaderingen. We zullen ons uitbreiden naar nieuwe patiëntenpopulaties met de lancering van Evenity™ voor osteoporose na een breuk en de ontwikkeling van bimekizumab bij psoriasis en andere auto-immuunziekten inclusief artritisindicaties, padsevonil bij epilepsie en rozanolixizumab bij
verschillende - voornamelijk neuro-inflammatoire aandoeningen.
Op basis van onze bestaande sterke ontwikkelingspijplijn hebben we potentieel 6 productlanceringen in de komende 5 jaar. De succesvolle evolutie van onze laat stadium pijplijn vereist extra middelen op korte termijn en daarom zullen we aanzienlijk blijven investeren in O&O om baanbrekende geneesmiddelen te leveren met duurzame waardeproposities voor patiënten, zorgprofessionals en betalers en om de duurzaamheid van UCB te waarborgen. Dankzij haar sterke financiële fundamenten zal UCB selectief gebruik maken van haar financiële en strategische flexibiliteit om haar interne pijplijn aan te vullen met externe innovatieve activa, programma's of platformen via partnerschappen, licenties of acquisities.
Voor 2019 streven we naar een omzet in de orde van grootte van € 4,6-4,7 miljard - dankzij de groei van de kernproducten en een recurrente EBITDA van 27-29% van de omzet.
Terwijl we op korte termijn onze investeringen zullen verhogen om onze nieuwe groeidrijvers voor de periode na 2021 te maximaliseren en duurzaamheid te bevorderen, zijn we vastbesloten om terug te keren naar competitieve winstgevendheid en om daarna onze recurrente EBITDA/opbrengstratio te verhogen tot 31% in 2021. We hebben ook nieuwe
piekomzetdoelstellingen gedefinieerd voor Cimzia®, die naar verwachting € 1,7 miljard zal bereiken in 2024, en Vimpat ®, dat naar verwachting € 1,4 miljard zal bereiken in 2022.
We zullen ons blijven inzetten: het ontwikkelen van onze medewerkers, het institutionaliseren van reflectie en continu leren, het vergroten van de samenwerking en het waarborgen van vroegtijdige en consistente betrokkenheid van patiënten, artsen, betalers, regelgevers en partners. Wij zetten een open dialoog met al onze belanghebbenden voort en verwelkomen deze.
We zijn dankbaar voor de voortdurende steun van onze aandeelhouders, de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité - het allerbelangrijkste - van alle medewerkers van UCB voor hun inzet om onze visie te verwezenlijken.
Met deze steun gaat UCB de volgende strategische fase in, in het worden van de door patiënten verkozen biofarma leider - geïnspireerd door patiënten en gedreven door de wetenschap. We zullen met nederigheid en vertrouwen streven naar het creëren van waarde voor specifieke patiëntenpopulaties door middel van unieke resultaten, het leveren van de beste patiëntenervaring voor zoveel mogelijk van deze levens en daarmee duurzame groei en winstgevendheid voor UCB bereiken, en het leveren van een positieve bijdrage aan onze belanghebbenden en de maatschappij.
Jean-Christophe Tellier, Chief Executive Officer Evelyn du Monceau, Voorzitster van de Raad van bestuur.
Februari 2019
We bouwen voort op een sterk erfgoed.
Opgericht in 1928, UCB is voortdurend geëvolueerd om de uitdagingen en opportuniteiten van een steeds veranderende wereld aan te gaan. Het is een spannende reis geweest met ups en downs: het realiseren van enkele dromen, het aangaan van enkele uitdagingen, het leren van mislukkingen, het nemen van risico's en het grijpen van de kansen ....
De referentieaandeelhouder heeft een zeer beslissende rol gespeeld. Dankzij haar ondernemerschap heeft de familie Janssen de ontwikkeling van UCB in alle fasen ondersteund: het nemen van risico's, het ondersteunen van moeilijke strategische beslissingen, het omvormen van het bedrijf van een Belgisch chemisch conglomeraat tot een wereldwijde biofarmaleider.
Vandaag is UCB is een innovatiegedreven wereldwijd actief biofarmaceutisch bedrijf actief op het gebied van onderzoek, ontwikkeling, productie, verkoop en distributie van biofarmaceutische geneesmiddelen om waarde voor patiënten te creëren door het verbeteren van hun leven, en daarmee waarde creëren voor de onderneming, zijn belanghebbenden en de maatschappij in het algemeen.
Als je meer wil weten over onze geschiedenis, nodigen wij je uit om het boek "UCB - de eerste 90 jaar" te lezen.
1 of 1 2/8/19, 12:30 PM Kijk eens
Emmanuel Janssen richtte Union Chimique Belge (UCB) op in Brussel (België), voornamelijk gefocust op industriële chemicaliën
Productie van primaire zorgproducten (calcium, vitamines, insuline, enz.) tijdens Wereld Oorlog II
Sterkere focus op onderzoek, wat in 1954 tot de ontdekking leidde van één van de eerste kalmeringsmiddelen in de wereld, Atarax® (hydroxyzine), die de middelen verschafte om een nieuw state-of-the-art O&O centrum op te zetten in Brainel'Alleud, België, in 1964.
1928 1940 De jaren 50 De jaren 70
Focus op een beperkt aantal producten met hogere toegevoegde waarde. Ontwikkeling van een Europees netwerk door overnames in Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.
Overname van Celltech Group Ltd., een toonaangevende Britse biotechnologische
Focus op biofarmaceutica, een combinatie van grote, op antilichamen gebaseerde moleculen en kleine, chemisch
afgeleide moleculen. Afstoting van nietkernactiviteiten, startend met de film- en chemische afdelingen, gevolgd door eerstelijns gezondheidszorg
onderneming.
De jaren 80 1987 2000 2004
Globalisering door overnames in de Verenigde Staten, Korea, Thailand en Japan
2006 2008 2016
Overname van Schwarz Pharma AG, gebaseerd in Duitsland, die complementaire therapeutische en geografische focus met zich meebracht.
Lancering vanNeupro® (rotigotine transdermale pleister) in de ziekte van Parkinson
Lancering van Zyrtec® (cetirizine), een nieuwe antihistamine, UCB's eerste blockbuster met een nettoomzet van € 1,7 miljard in 2001 (partner: Pfizer)
Lancering van Cimzia® (certolizumab pegol), de eerste biologische behandeling voor auto-immuunziekten door UCB. Het bereikte de status van blockbuster in 2015.
Lancering van Keppra® (levetiracetam), een nieuwe behandelingsmogelijkheid voor mensen met epilepsie. Het bereikte blockbuster status in 2008 met een nettoomzet van € 1,2 miljard
Lancering van Vimpat® (lacosamide), een nieuw werkingsmechanisme om epilepsie te behandelen. Het bereikte de status van blockbuster in 2018.
producten.
Lancering van Briviact®
(brivaracetam), een nieuwe behandelingsmogelijkheid voor mensen met epilepsie.
HOOFDSTUK
Onze Patiëntenwaarde Strategie
In 2015 is UCB aan een heel belangrijke veranderingstraject begonnen geleid door onze Patiëntenwaarde Strategie.
Deze evolutie van het traditionele farmamodel is van cruciaal belang voor ons om op lange termijn concurrerend en duurzaam te blijven in een steeds complexter wordende en op waarde gerichte gezondheidszorgomgeving. Ons operationeel model van wentenschappelijke innovatie naar klinische ontwikkeling en commercialisering is gebaseerd op het begrijpen van de omgeving van de patiënt om zo aansprekende waardevolle voorstellen aan te leveren in samenwerking met belanghebbenden.
Van Wetenschap naar Oplossing
We willen wetenschappelijke hypotheses vertalen naar oplossingen voor patiënten en hen betrekken bij de reis.
Geïnspireerd door patiënten …
We starten ons onderzoek vanuit het perspectief van de patiënt eerder dan vanuit een puur wetenschappelijk oogpunt. We luisteren naar de patiënten om de volle impact van de ziekte te omvatten, de onvoorspelbaarheid, de fysieke effecten en de zware sociale stigma... Die hebben een effect op elk deel van het leven van de patiënt, inclusief hun opleiding, tewerkstelling en onafhankelijkheid. Het heeft ook grote impact op hun familie.
Het patiënten traject begrijpen: van de eerste symptomen tot de correcte diagnose kan soms jaren duren en patiënten gaan door heel wat emoties - zowel positieve als negatieve. Door de impact van de ziekte op hun dagelijks
leven te begrijpen kunnen we allemaal een positieve verandering te weeg brengen in het leven van diegene die tegen gelijkaardige uitdagingen aanlopen.
Hoe hopeloos deze strijd ook lijkt, het is mogelijk om te vechten en te managen.
Rebecca, heeft reumatoïde artritis
Zelfs al zijn er overeenkomsten, een ziekte kan zich op verschilllende manieren manifesteren bij verschillende patiënten. Denk aan epilepsie: tot op heden zijn er 30 verschillende soorten aanvallen geïdentificeerd. Eén ding hebben alle patiënten die epilepsie hebben met elkaar gemeen: ze willen allemaal hun aanvallen onder controle krijgen - het voornaamste doel dat tot een betere levenskwaliteit leidt. We kunnen niet langer voor een eenzelfde aanpak voor iedereen gaan.
... gedreven door wetenschap
Innovatie is een belangrijke component in onze strategie, het genereren van inzichten die vertaald kunnen worden in klinische differentiatie in de volgende stap.
Het ontdekken en de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen is een lang en ingewikkeld process. Toch is het een essentieel onderdeel van wat we doen: onze wetenschap heeft reeds oplossingen voor mensen met chronische ernstige ziekte geleverd in het gebied van immunologie en neurologie - maar we weten dat er nog steeds een nood is voor nieuwe behandelingen en remedies. Om innovatie te stimuleren blijft UCB meer dan 20% van haar opbrengsten investeren in "O&O".
UCB is echter ook pragmatisch en bescheiden genoeg om te erkennen dat één bedrijf, zelfs één zo dynamisch als UCB, ernstige ziektes niet alleen kan overwinnen. Wij focussen onze middelen waar we een echt verschil kunnen maken en geven onze ontwikkelingspijplijn activa in licentie waar UCB niet kan leiden. We werken samen in verschillende honderden allianties, van samenwerkingsverbanden met Europese en Amerikaanse academische groepen tot multipele industriële overeenkomsten als ook lidmaatschappen in belangrijke door de autoriteiten geleidde consortia. Dankzij dit netwerk kunnen UCB teams kennis delen en vergaren - die soms leiden tot overnames, zoals Beryllium of Element Genomics, of spin-offs zoals Syndesi Therapeutics.
Alles begint en eindigt met de patiënt.
Wij combineren patiënteninzichten met wetenschap en vertalen deze naar oplossingen. Maar om waarde te creëren voor patiënten moeten we er ons ook van verzekeren dat patiënten toegang hebben tot UCB oplossingen! UCB haar patiëntenwaarde strategie vind haar voedingsbodem in onze ambitie om het leven van 'patiënten te verbeteren' door gerichte behandelingen, medicijnen en diensten, en past zich aan de specifieke dynamieken en invloeden van belanghebbenden in lokale patiënten omgevingen aan. Op onze website bieden wij informatie aan over onze gesponsorde klinische onderzoeken zodat de patiënten geïnformeerde beslissingen kunnen maken over het al
dan niet deelnemen in de klinische studies van UCB. We hebben UCBCares® gecreëerd, een specifieke dienst om patiënten te ondersteunen tijdens hun behandelingsreis, verdergaand dan enkel medische informatie.
UCB streeft ernaar om met de Patiëntenwaarde Strategie unieke resultaten te kunnen bieden en de beste patiëntenervaring aan zoveel mogelijk mensen binnen specifieke populaties. UCB zal enkel activa commercialiseren waar we de meeste impact kunnen hebben. Als we niet in een sterke positie staan zullen we samenwerkingsverbanden aangaan om zo die waarde te ontketenen.
Fase 2 van onze strategie ingaan
UCB heeft een duidelijke lange-termijn strategie om haar ambitie om de door Patiënten Verkozen Biofarmaceutische Leider te worden te realiseren. In 2019 starten we de tweede fase van de strategie, genaamd "Versnelling en Uitbreiding". We blijven
doorgaan met onze dialoog met patiënten en zorgverstrekkers zodat we kunnen verzekeren dat onze oplossingen echt een verschil maken met een sterke focus op specifieke patiëntengroepen die het meeste baat hebben bij UCB medicijnen.
Groei & Voorbereiding (2015-2018)
- Meer dan 3,3 miljoen patiënten gebruiken onze kernmedecijnen vergeleken met 2,3 miljoen (2015).
- Onze pijplijn activa gingen verder vooruit:
- Briviact® werd in 2016 gelanceerd
- romosozumab evolueerde van Fase 3 tot indieningsfase
- bimekizumab voltooide Fase 2b, en startte Fase 3
- padsevonil voltooide Fase 2a en begon Fase 2b
- We hebben het pad geëeffend:
- Cimzia® in psoriasis voorbereiding voor bimekizumab
- romosozumab in osteoporose
- midazolam in acute herhaalde aanvallen
- We verbeterden onze financiële en strategische flexibiliteit:
- De opbrengsten groeiden met 20% van € 3,87 miljard (2015) tot € 4,63 miljard (2018)
- De Recurrente EBITDA steeg van 21% (2015) tot 30% (2018)
- De netto schuld daalde van € 921 miljoen (2015) tot € 237 miljoen (2018)
- We bleven gefocust, investeerden in activiteiten en stootten enkele af
- We bepaalden ambitieuze doelstellingen om onze ecologische voetafdruk te verminderen
Versnelling & Uitbreiding (2019-2021)
- We streven ernaar om het aantal levens te vermeerderen die we positief kunnen impacteren en we focussen op die patiënten die hier het meeste baat bij hebben.
- Bij goedkeuring door de regelgevende instanties plannen wij:
- Evenity™ (romosozumab) naar patiënten die osteoporose met een hoge kans op breuken hebben te brengen in nauwe samenwerking met Amgem
- midazolam naar patiënten te brengen die gebundelde aanvallen hebben
- We zetten de ontwikkeling van onze laat-stadium activa verder:
- bimekizumab in psoriasis, psoriatische artritis en axiale spondylartritis
- padsevonil voor geneesmiddelen-resistente epilepsie patiënten
- rozanolixizumab voor patiënten met een IgG-gemedieerde auto-immuunziekte
- We versterken onze O&O om zo nieuwe innovatieve verbindingen te leveren in een kortere cyclustijd
- We identificeren en nemen actie op potentiële opportuniteiten buiten UCB - door overname of afstoting
Baanbrekend & Leidend (2022-2025)
- We verbreden de toegang voor patiënten voor Evenity™ en midazolam
- We hopen om bimekizumab, padsevonil en rozanolixizumab aan patiënten te brengen terwijl we het verlies van exclusiviteit voor Cimzia®, Vimpat ® and Neupro ® beperken
- We brengen baanbrekende oplossingen
1 Van Patientwaarde Strategie naar actie in O&O
Het ontdekken en de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen is een lang en ingewikkeld process.
Het is tijdrovend: vanaf de eerste test tot aan de goedkeuring duurt het gemiddeld 12 jaar
Het is duur: elk O&O-project kost ongeveer 2 miljard euro
Het is riskant: van de 10 000 potentiële moleculen zal(zullen) slechts 1 of 2 project(en) de patiënten bereiken
Het evoluerende gezondheidsecosysteem, samen met de druk om de complexiteit, tijd en kosten te verminderen, maken het oude ontwikkelingsmodel onhoudbaar.
Om deze uitdagingen aan te gaan, heeft UCB het Nieuw Ontwikkelingsparadigma (New Development Paradigm – NDP) in het leven geroepen om onze Patient Value Strategy te ondersteunen en onze aanpak van
geneesmiddelenontwikkeling te verbeteren om de ontwikkelingstijd te verkorten, de ontwikkelingskosten te verlagen en differentiatie en waarde te creëren. Het is het doel van UCB om nieuwe routes te creëren voor een snelle toegang voor patiënten en het maximaliseren van de waarde van de patiënt gedurende de hele levenscyclus van het geneesmiddel, in lijn met drie welomschreven doelstellingen:
Onze aanpak om geneesmiddelen te ontwikkelen innoveren
De geneesmiddelen die we ontwikkelen differentiëren
De toegang tot onze geneesmiddelen versnellen en optimaliseren
Het Nieuwe Ontwikkelingsparadigma helpt ons echt om onze patiëntenwaardestrategie te realiseren en onze geneesmiddelen sneller bij de patiënten te krijgen, aan
hun belangrijkste behoeften te voldoen en hen meer waarde te bieden. Het NDP bestaat uit 14 patiëntenwaardeversterkers georganiseerd in 4 pijlers:
1. Van Patiënten Inzichten tot Patiënten Resultaten
Bij UCB begint en eindigt alles bij de patiënt. Deze systematische aanpak helpt ervoor te zorgen dat de ervaringen, perspectieven, behoeften en prioriteiten van de patiënt in de ontwikkeling en beoordeling van onze oplossingen worden geïntegreerd en op een zinvolle manier worden vastgelegd. We betrekken patiënten en patiëntenvertegenwoordigers voor, tijdens en na het ontwikkelingscontinuüm om inzicht te krijgen in de onvervulde behoeften en voorkeuren van de patiënt en deze te vertalen naar een UCBontwikkelingsstrategie die echte waarde oplevert.
2. Gegevens en het nut ervan
We duiken diep in de klinische onderzoeksdatabases en in de praktijk om de resultaten, populaties, segmentatie en complexe heterogeniteit van de reis van elke patiënt beter te begrijpen, om een specifieke vraag te beantwoorden of om het klinisch ontwerp te verbeteren. We beoordelen ook de directe/indirecte impact van een therapeutische interventie op de resultaten en kosten van de gezondheidszorg, die kunnen worden gebruikt om de toegevoegde waarde van geneesmiddelen voor de gezondheidszorgsystemen aan te tonen.
3. Innovatieve benaderingen
We kijken naar biomarkers die gebruikt kunnen worden voor het beoordelen van doelbetrokkenheid, proof of concept, prognostische en voorspellende resultaten, surrogaateindpunten en veiligheid. We passen innovatieve studies toe die alternatieve en flexibele studieontwerpen omvatten en gebruiken gegevens om te beslissen hoe aspecten van de studie te wijzigen zonder de productiviteit van O&O te ondermijnen. We integreren ook digitale technologie om de ontwikkeling van geneesmiddelen te ondersteunen.
4. Wereldpopulaties
We zijn van plan ons te richten op subgroeppen patiëntenpopulaties zoals pediatrie, geriatrie, vrouwen in de vruchtbare leeftijd, enz. Zij worden normaal gesproken niet in de kernontwikkelingsprogramma's in aanmerking genomen vanwege medische overwegingen met een hoog risico. Tegelijkertijd willen we minder afgebakende markten (bijvoorbeeld Japan, China, Brazilië en Rusland) eerder in het
ontwikkelingsproces betrekken om de toegang van patiënten tot therapeutica in deze regio's te versnellen.
Onze O&O focus is zeer duidelijk: de juiste molecule naar de juiste patiënt brengen voor de juiste indicatie
Onze pijplijn bouwt de basis van UCB's toekomst dus investeerden we 25% van de opbrengsten in O&O in 2018. Wij focussen op baanbrekende innovatieve oplossingen met als bedoeling nieuwe sterk gediversifieerde oplossingen te ontdekken die het leven van patiënten significant gaan beïnvloeden. We hebben een strategische visie ontwikkeld om samen te werken met patiënten bij elke stap van het klinische ontwikkelingsproces om hun behoeften te identificeren en er de nodige lessen uit te trekken voor het uittekenen van studies en activiteiten.
We contacteren hen om hun inzichten en ervaringen te vergelijken, wat ons leidt naar een dieper begrip van hun behoeften. Bovendien werken we, bouwend op recente vooruitgang in menselijke biologie, genetica, biomarkers en "big data", aan nieuwe manieren om op wetenschappelijke wijze subgroepen patiëntenpopulaties te identificeren, zodat we beter kunnen voorspellen welke patiënten zullen reageren op onze geneesmiddelen.
Vervolgens maken wij gebruik van onze interne wetenschappelijke expertise, onze gepatenteerde technologische platformen en externe netwerk van internationaal gerenomeerde wetenschappers en academici, om de volgende generatie van doorbraakkandidaten te identificeren. We bepalen duidelijke mijlpalen die ons in staat stellen om solide data-gedreven beslissingen te nemen. We zoeken naar een sterk signaal – positief of negatief – zodat we snel veelbelovende molecullen kunnen omzetten in innovatieve therapiën of onleefbare opties te beëindigen en zo deze middelen te herschikken binnen onze pijplijn.
We zullen enkel moleculen intern verder ontwikkelen als we de grootste impact kunnen hebben in onze kerntherapeutische domeinen: immunologie en neurologie.
We kunnen er voor kiezen om niet alle projecten naar de markt te brengen en samen te werken met externe partijen/organizaties om het potentieel van het project
te maximaliseren en zo veel mogelijk patiënten te bereiken. Voor een bedrijf van onze omvang is het van vitaal belang om gefocust te blijven.
| Fase 1 | Fase 2 | Fase 3 | Indiening | |
|---|---|---|---|---|
| Evenity™ (romosozumab) osteoporose |
||||
| midazolam neusspray acute herhaalde aanvallen |
||||
| bimekizumab (IL17A/F) psoriasis |
||||
| Artritis psoriatica | Fase 3 resultaten K4 2019 Start Fase 3 in K2 2019 |
|||
| axiale spondyloartritis | Start Fase 3 in K2 2019 | |||
| dapirolizumab pegol (CD40L antilichaam) systemische lupus erythematosus |
Fase 2 ressultaten (Okt 2018 - partner: Biogen) | |||
| padsevonil (PPSI) zeer resistente epilepsie |
Fase 2b resultaten: eerste helft van 2020 | |||
| Fase 3 start in K1 2019 | ||||
| rozanolixizumab (FcRn) myasthenia gravis |
bevestigende fase start K2 2019 | |||
| immune thrombocytopenie | bevestigende fase start K4 2019 | |||
| CIDP | Fase 2 start in K1 2019 | |||
| UCB7858, UCB0159 | ||||
| UCB0599, UCB0107 | ||||
| Osteologie Immunologie |
Neurologie |
Wijzigingen sinds februari 2018:
- Begin 2018 besloten UCB en partner Vectura om UCB4144/VR942 in licentie te geven.
- UCB0107 voor het eerst in de mens (maart 2018)
- midazolam verworven van Proximagen (april 2018) en ingediend (augustus 2018)
- seletalisib in het syndroom van Sjögren en APDS gedeprioritiseerd (juli 2018)
- Eind 2018 werd één fase 1-project binnen neurologie, radiprodil (UCB3491), beëindigd omwille van een gebrek aan patiënten voor rekrutering – gedreven door een voldoende zorgstandaard. UCB6673 werd teruggegeven aan de partner – als gevolg van de prioritering binnen de UCB-pijpleiding.
- Evenity™ (romosozumab) appropval in Japan (januari 2019)
Hier zijn de belangrijkste mijlpalen die we bereikt hebben of van plan zijn te bereiken:
Groei & Voorbereiding (2015-2018)
Evenity™ (romosozumab)
Evolutie van Fase 3 tot indieningsfase
midazolam
acquisitie en indiening (2018)
bimekizumab
- positieve Fase 2b resultaten in psoriasis, artritis psoriatica & ankyloserende spondylitis (2017)
- Start Fase 3 in psoriasis (2017).
dapirolizumab pegol
Fase 2b voltooid (2016 – 2018)
padsevonil
- Fase 2a voltooid (2015 2017)
- Start Fase 2b (2018)
seletalisib
- Start Fase 2a in het Syndroom van Sjögren (2015)
- Start Fase 1 in APDS (2016).
- deprioritering (2018)
rozanolixizumab
- proof of concept bereikt in myasthenia gravis (2017 – 2018)
- proof of concept bereikt in immune thrombocytopenia (2016 – -2018)
Fase 1 projecten:
- radiprodil (UCB3491) Fase 1 (2016-2018)
- UCB0107 (anti-Tau) startte Fase 1 (2018)
We bleven gefocust, investeerden in activiteiten en stootten enkele af
UCB6352 uit-licentie to Syndax
Versnelling & Uitbreiding (2019-2021)
Evenity™ (romosozumab)
- goedkeuring (Japan jan 2019)
- regelgevende beslissing (EU/VS – K1 2019)
- lancering in verschillende landen over de hele wereld
midazolam
regelgevend besluit bij acute herhaalde aanvallen (VS – K2 2019)
padsevonil
- Start Fase 3 (2019).
- Fase 2b resultaten in geneesmiddelen-resistente epilepsie (H1 2020)
We versterken onze O&O om zo nieuwe innovatieve verbindingen te leveren in een kortere cyclustijd
Baanbrekend & Leidend (2022-2025)
- We verbreden de toegang voor patiënten voor Evenity™ en midazolam
- We hopen om bimekizumab, padsevonil en rozanolixizumab naar de patiënten te brengen.
- We brengen baanbrekende oplossingen
CIDP: Chronische ontstekingsremmende demyeliniserende polyneuropathie (Chronic Inflammatory Demyelinating Polyneuropathy)
Evenity™ is de handelsnaam van romosozumab die voorlopig goedgekeurd is door de Amerikaanse Voedsel en Geneesmiddelen Administratie (U.S. Food & Drug Administration – FDA) en het Europees Geneesmiddelenbureau (European Medicines Agency – EMA). CIDP: Chronische ontstekingsremmende demyeliniserende polyneuropathie (Chronic Inflammatory Demyelinating Polyneuropathy)
2 Van Patientenwaardestrategie naar patiëntentoegang
Een vergrijzende bevolking, de verhoogde prevalentie van chronische ziekten en de financieringsbeperkingen in de gezondheidszorg hebben ervoor gezorgd dat de belanghebbenden in het gezondheidszorgsysteem steeds meer de waarde van geneesmiddelen en de resultaten die ze brengen gaan bestuderen. UCB gelooft dat waarde begint met wat het meeste van belang is voor de patiënten maar ook dat het de noden van een
bepaald gezondheidszorgsysteem waar de patiënt zorg krijgt reflecteert. Wij beschouwen de vervulling van deze critereia als vitaal om een duurzame toegang tot onze oplossingen te garanderen.
Onze aanpak wordt door drie fundamentele principes gestuurd:
Verhoging van Gezondheid en Waarde
De ontwikkeling en aanpassing van geneesmiddelen die patiëntenwaarde creëren aanmoedigen
Innovatie behouden
Innovatie promoten en belonen op een manier die duurzaam is voor zowel UCB als het gezondheidszorg ecosysteem
Het juiste doen voor de juiste patiënt
Ons leiden om redelijk te handelen zodat de patiënten die het meest baat hebben de beste toegang hebben tot deze geneesmiddelen
In onze zoektocht om toegang te verzekeren tot onze zorgoplossingen zoeken wij actief naar op waarde gebaseerde overeenkomsten van verschillende aard, met inbegrip van die gedreven door patiëntenuitkomsten, diegene die riscio met de betalende instanties delen en diegene die focussen op patiëntpopulaties die het meeste baat hebben bij de behandeling. Deze zouden moeten leiden tot het sneller toegang hebben voor patiënten, hogere waarde brengen aan de betalende instanties en tevens de ontdekking, ontwikkeling en comercialisering van gediversifieerde, hoogwaardige geneesmiddelen te ondersteunen. Wij beschouwen op waarde gebaseerde overeenkomsten als vitale middelen voor duurzamen biofarmaceutische innovatie, gezondheidszorg financiering en toegang voor patiënten tot zorg - en de daaruit voorkomende publieke gezondheid en maatschappelijke winsten. Bijgevolg heeft UCB talrijke op waarde gebaseerde overeenkomsten in Europen en de VS, ofwel op nationaal niveau ofwel bij regionale betalende instanties of lokale ziekenhuizen.
UCB zet zich ook in om patiënten te ondersteunen tijdens hun behandelingsreis om zo de best mogelijke ervaring met UCB zorgoplossingen te bevorderen. In 2014 lanceerde UCB UCBCares®, een specifieke dienst om patiënten te ondersteunen met meer dan medische informatie. UCBCares® streeft ernaar om meer te doen dan enkel vragen te beantwoorden of in te gaan op bezorgdheden die patiënten zouden kunnen hebben. Wij verbeteren zo gradueel onze diensten, komende van een transactionele aanpak naar meer holistische en gepersonaliseerd oplossingen Waar van toepassing worden hier ook richtlijnen inbegrepen die patiënten kunnen helpen hun behandeling beter te begrijpen en te beheren. UCBCares® is ook toegangbaar voor kernbelanghebbenden zoals zorgverleners en zorgverstrekkers. Wie er ook contact met ons opneemt - het ultieme doel is om de best mogelijke steun aan te bieden om het leven van de patiënten te verbeteren. Eerst gelanceerd in de VS, UCBCares® is nu ook aanwezig in 19 Europese landen. Gemiddeld krijgt UCB jaarlijks 65 000 aanvragen.
3 Van Patientenwaardestrategie naar actie in epilepsie
- Verschillende behandelingsopties brengen: Keppra®, Vimpat ® en Briviact® naar meer dan 2,8 milljoen patiënten
- Sneller toegang tot patiënten krijgen dank zij innovatieve extraplatie
- Acquisitie van midazolam neusspray
-
Het verkennen van het potentieel van nieuwe technologieën
-
Verder onderzoek van Keppra® liet UCB wetenschappers toe om hun ontdekkingen in epilepsie verder te zetten
- Volgende stap: nieuwe behandelingen identificeren die epilepsie kunnen voorkomen of genezen
Patiënten wachten nog steeds
PhRMA GoBoldly campagne
Vandaag zijn bijna 60% van de nieuwe gediagnosticeerde patiënten met epilepsie aanvalvrij met hun eerste anti-epilepticum. Maar voor 30-40% van de patiënten blijven hun aanvallen ongecontroleerd. Dit zijn de grote uitdagingen die we blijven aanpakken.
Tot op vandaag zijn er meer dan 30 verschillende soorten aanvallen geïdentificeerd. Soorten aanvallen en frequenties variëren sterk van de ene patiënt tot de andere. Sommigen zijn kort, zoals spierschokken, terwijl andere langdurige stuiptrekkingen zijn. Sommige patiënten ervaren slechts zelden aanvallen, terwijl anderen er meerdere keren per dag mee worden geconfronteerd. Focale aanvallen beginnen in slechts één deel van de hersenen, terwijl gegeneraliseerde aanvallen het resultaat zijn van gelijktijdige abnormale activiteit in de gehele hersenen. Epilepsie kan teweeggebracht worden door hoodletsles, beroertes, hersenschade bij de geboorte en hersentumors; maar
voor het overgrote deel lijkt er geen duidelijke oorzaak te zijn. Eén ding hebben patiënten die vechten met epilepsie allemaal gemeen: ze willen allen controle terugwinnen – een primaire doelstelling die leidt tot een hogere levenskwaliteit. We kunnen niet langer voor één algemene aanpak voor iedereen gaan. We kunnen niet langer voor een eenzelfde aanpak voor iedereen gaan.
UCB haar expertise in het veld van epilepsie wordt ruim erkent in de wetenschappelijke en medische gemeenschappen. Ons verhaal begon tientallen jaren geleden toen een groep wetenschappers in Brainel'Alleud (België) een molecule ontdekten met een uniek profiel in epilepsie modellen: Hun vertrouwen tonend, daagden zij de conventionele wetenschappelijk aanpak om nieuwe epilepsiebehandelingen te testen uit en vervolgden hun onderzoek die een werkelijk onuitgegeven nieuw mechanisme voor levetiracetam identificeerde dat uiteindelijk het eerste blockbuster geneesmiddel in epilepsie werd onder de merknaam Keppra®.
Keppra® opende de deur voor een hele nieuwe aanpak om epilepsie te behandelen met een radicaal nieuw actiemechanisme, die nieuwe molecule activiteitenprofielen correleerde met innovatieve preklinische modellen Deze aanpak bracht projecten voort zoals Briviact® en padsevonil en leidde ook tot de identificatie van nieuwe verbindingen voor de behandeling van cognitieve stoornissen. Dit laatste
bracht de creatie van een spin-off bedrijf, Syndesi Therapeutics, teweeg.
UCB blijft onderzoeken hoe nieuwe technologieën en big data de diagnose en behandeling van epilepsie kunnen verbeteren, zoals eliprio™, een programma dat gebruik maakt van voorspellende analyses en machinaal leren om de behandeling van epilepsie te personaliseren. Een ander voorbeeld is onze investering in Ceribell, een fascinerende startup gebaseerd in Silicon Valley (VS) actief in de gezondheidszorg die een nieuw, innovatief, draagbaar, klinisch EEC-systeem ontwikkelt dat onmidelijke diagnoses van epilepsie mogelijk maakt.
UCB heeft een grote bijdrage geleverd aan de verbetering van de epilepsiezorg, door verschillende behandelingsopties te brengen naar patiënten en professionele zorgverleners: Keppra®, Vimpat ® en Briviact®. In 2018 verwierf UCB ook de rechten voor de nasale toedieningsvorm van midazolam, een behandeling voor acute herhaaldelijke aanvallen, momenteel beoordeeld door de FDA.
Therapiën voor epilepsy werken enkel in op de symptomen van de ziekte waardoor 30% van alle patiënten nog steeds ongecontrolleerde aanvallen heeft. Dit benadrukt een nood aan het identificeren van nieuwe behandelingen die epilepsie kunnen voorkomen of genezen – een reis die UCB al is begonnen en waarin UCB een pionier wil zijn!
Dit zijn de belangrijkste mijlpalen die we bereikt hebben of van plan zijn te bereiken:
Groei & Voorbereiding (2015-2018)
Vimpat ® (lacosamide)
- goedkeuring in epilepsie PA aanvullende therapie (Japan – 2016 / China – 2018)
- goedkeuring in epilepsie PA monotherapie
- (EU 2016 / Japan 2017)
- goedkeuring in epilepsie PA pediatrie (VS & EU – 2017)
- start van fase 3 voor epilepsie PGTCA (2015)
Keppra® (levetiracetam)
- goedkeuring in epilepsie PA monotherapie (Japan – 2015 / China – 2018)
- goedkeuring in epilepsie PGTCA – aanvullende therapie (Japan – 2016 / China – 2018)
Briviact® (brivaracetam)
- goedkeuring in epilepsie PA (VS & EU – 2016)
- goedkeuring voor epilepsie PA monotherapie (VS – 2017)
- goedkeuring in epilepsie PA pediatrie (VS & EU – 2018)
midazolam
acquisitie en indiening (VS – 2018)
Raadpleeg de website van UCB voor meer informatie over de goedgekeurde indicaties van Vimpat ®, Keppra® en Briviact®.
Versnelling & Uitbreiding (2019-2021)
Vimpat ® (lacosamide)
- goedkeuring in epilepsie PA pediatrie (Japan – Jan 2019)
- Fase 3 resultaten in epilepsie PGTCA (mid 2019)
Keppra® (levetiracetam)
- Indiening in epilepsie monotherapie (VS – Jan 2019)
- verstrijken van het patent (Japan – 2020)
Briviact® (brivaracetam)
- Fase 3 gaat van start in acute herhaaldelijke aanvallen (2020)
- Fase 3 resultaten in epilepsie PA (Japan – 2021)
midazolam
regelgevend besluit bij acute herhaalde aanvallen (VS – K2 2019)
padsevonil
- Start Fase 3 (2019).
- Fase 2b resultaten in geneesmiddelen-resistente epilepsie (H1 2020)
Baanbrekend & Leidend (2022-2025)
Vimpat ® (lacosamide)
- verstrijken van het patent (VS & EU – 2022)
- verlies van exclusiviteit (Japan – 2024)
Briviact® (brivaracetam)
verstrijken van het patent (VS & EU – 2026)
4 Van Patientenwaardestrategie naar actie in immunologie
- slecths een minimale transfer is van Cimzia® via de placenta (CRIB) en moedermelk (CRADLE)
- bimekizumab:: het vertalen van wetenschappelijke hypotheses in klinische differentiatie
Patiënten willen meer en verdienen meer
Grace, heeft PsO & PsA
Er zijn vele patiënten met chronische ontstekingsziektes zoals reumatoide artritis, psoriasis, artritis psoriatica en axiale spondylartritis. Voor vrouwen met chronische ontstekingsziekten brengt het vooruitzicht op het krijgen van kinderen veel vragen over gezondheid en geneesmiddelen met zich mee.
Vrouwen onderbreken frequent hun behandeling voor en tijdens hun zwangerschap, een periode waarin de bestrijding van de ziekte essentieel is om een optimale gezondheid te garanderen voor zowel moeder als de baby, of stellen de conceptie met tegenzin uit. De gevolgen van een actieve ziekte tijdens de zwangerschap kan ernstige implicaties hebben voor zowel moeder als kind, zoals een verhoogd risicio op miskraam, een verhoogd risico op premature bevalling, de nood voor een keizersnee, en een te kleine baby voor de zwangerschapsduur. Deze vrouwen worden
geconfronteerd met moeilijke vragen rond de impact van actieve ziekte opflakkeringen op hunzelf en hun babies en zij hebben nood aan meer informatie over therapeutische interventie.
UCB is koploper in het bestuderen van hoe biologische geneesmiddelen vrouwen in vruchtbare leeftijd impacteert, door twee eerste-in-hun-soort studies te houden, CRIB (om de placentale transfer tussen moeder en foetus te evalueren) en CRADLE (om de transfer naar moedermelk te evalueren). De resultaten toonden een minimale transfer van Cimzia® aan door de placenta of door moedermelk. CRIB en CRADLE data zorgden voor een update van de bijsluiter in 2018. Zo kunnen vrouwen en hun behandelende arts een beter geïnformeerde beslissing nemen en hun ziekte beheren tijdens hun zwangerschap.
Door de zichtbare en fysieke invaliderende aspecten eist psoriasis dikwijls een emotionele tol van de patiënten, dit kan leiden tot verhoogd zelf-bewustzijn, frustratie, vermoeidheid, depressie en zelfs suïcidale gedachten. Dankzij innovatie worden er nieuwe behandelingsopties
ontwikkeld en zijn beschikbaar voor de patiënten. De bredere waaier in therapieën zorgde ook voor hogere verwachtingen bij de patiënten. Minder plaque is niet genoeg meer, ze willen een zuivere huid, ze willen dat alle fysieke, emontionele en sociale tekenen van de ziekte verdwijnen!
UCB ontwikkelt bimekizumab. Onze wetenschappelijke hypothese: door de ontsteking die met psoriasis geassocieerd wordt, op twee fronten aan te vallen; het neutraliseren van IL-17A en IL-17F cytokines heeft bimekizumab het potentieel om de lat hoger te leggen om de ratio in verbetering in de huid te bereiken en te behouden. Fase 2b resultaten tonen dat tot 60% van de patiënten behandeld met bimekizumab snel een volledige zuivere huid bereikten. Gebaseerd op de snelle en belangrijke resultaten gaat UCB snel over tot een Fase 3 ontwikkelingsprogramma, resultaten hiervan worden verwacht in K4 van 2019.
Hier zijn de belangrijkste mijlpalen die we bereikt hebben of van plan zijn te bereiken::
Groei & Voorbereiding (2015-2018)
Cimzia® (certolizumab pegol)
- goedkeuring in psoriasses (VS & EU – 2018)
- uitbreiding van bijsluiter voor vrouwen in vruchtbare leeftijd (VS, EU & Japan – 2018)
- indiening in niet radiografische axiale spondyloartritis (VS – 2018)
- Indiening in reumatoïde artritis (China – 2018)
- Fase 3 studie in psoriasis en artritis psoriatica (Japan – 2018)
- CRIB studie (2017)
- CRADLE studie (2016)
- EXXELERATE studie (2016)
- AutoClick® en ava® apparaten
bimekizumab
- positieve Fase 2b resultaten in psoriasis, artritis psoriatica & ankyloserende spondylitis (2017)
- Start Fase 3 in psoriasis (2017).
Versnelling & Uitbreiding (2019-2021)
Cimzia® (certolizumab pegol)
- indiening in psoriasis en artritis psoriatica (Japan – 2019)
- regelgevende beslissing in niet radiografische axiale spondyloartritis (VS – K2 2019)
- Regelgevende beslissing in reumatoïde artritis (China)
bimekizumab
- start van Fase 3 in artritis psoriatica (K2 2019)
- start van Fase 3 axiale spondylartritis (K2 2019)
- Fase 3 resultaten in psoriasis (K4 2019)
Baanbrekend & Leidend (2022-2025)
Cimzia® (certolizumab pegol)
- verstrijken van het patent (VS & EU – 2024)
- verlies van exclusiviteit (Japan – 2026)
Raadpleeg de website van UCB voor meer informatie over de goedgekeurde indicaties van Cimzia®.
5 Van Patientenwaardestrategie naar actie in osteologie
- PATIENT WETENSCHAP OPLOSSING Samenwerking met belanghebbenden om het belang van fragiliteitsbreuken te begrijpen Evenity™ (romosozumab) naar patiënten die osteoporose met een hoge kans op breuken hebben brengen Door een genetisch inzicht van een Afrikaner populatie Eén vrouw op drie en één man op vijf ouder dan 50 loopt risico op een fragiliteitsfractuur door osteoporose
- Een langdurige samenwerking met Amgen
- Vier belangrijke studies met meer dan 12 000 patiënten
Van een genetisch inzicht in botgroei naar een innovatieve antilichaam
Wereld Osteoporose Dag 2018
De origine van UCB haar anti-sclerostine programma was de genetica van een kleine populatie Afrikaners die lijden aan een zeldzame, erfelijke conditie genaamd
sclerosteose, die gekarakteriseerd is door botwildgroei tijdens hun leven.
In 2001 rapporteerde UCB een eigen nieuw doelwit dat gebruikt maakt van moleculaire analyse, waaruit bleek dat de ontwikkeling van sclerosteose het gevolg is van de afwezigheid van sclerostine, een van nature voorkomend eiwit dat de snelheid van botvorming reguleert. Dit leverde de stimulans voor ons onderzoek op dit gebied.
In 2004 zijn we een samenwerking aangegaan met Amgen, een bedrijf met bestaande expertise op het gebied van osteoporose. Sindsdien hebben we verder onderzoek gedaan en een monoklonaal antilichaam ontwikkeld, genaamd Evenity™ (romosozumab). Evenity™ bindt en remt het sclerostine eiwit, waardoor het een dubbel effect op het bot heeft, zowel een verhoging van botvorming als een afname van
botafbraak. Dit dubbel effect differentieert het van andere behandelingen op het gebied van osteoporose.
In 2017 werd er een robuust klinisch
ontwikkelinsprogramma voltooid dat de werkzaamheid en veiligheid van Evenity™ evalueerde bij meer dan 12 000 patiënten. Deze substantiële dataset werd ingediend bij de gezondheidsauthoriteiten in verschillende landen, en UCB verwacht feedback in de nabije toekomst. Begin 2019 bereikten we een eerste mijlpaal met de goedkeuring van Evenity™ in Japan.
Vandaag loopt één vrouw op drie en één man op vijf ouder dan 50 risico op een breuk door osteoporose Elke drie seconden breekt iemand een botosteoporose, dit zijn bijna 9 miljoen breuken elk jaar . Een fragiliteitsfractuur is vaak het eerste teken van osteoporose. Daarom moet de eerste breuk als een belangrijk waarschuwingssignaal worden beschouwd. Het zou ertoe moeten leiden dat patiënten navraag doen rond osteoporose bij hun arts, en bepalen of ze therapie nodig hebben. Dit is een belangrijke stap omdat 80% van diegene die een breuk hebben gehad niet geïdentificeerd noch behandeld werden voor osteoporose.
Dit zijn de belangrijkste mijlpalen die we bereikt hebben of van plan zijn te bereiken:
Groei & Voorbereiding (2015-2018)
Fase 3 resultaten:
- STRUCTURE studie (2015)
- FRAME studie (2016)
- BRIDGE studie (2016)
- ARCH studie (2017)
Indiening
- indiening in osteoporose bij postmenopauzale vrouwen (VS – 2016)
- indiening in osteoporose (Japan – 2016)
- herindiening (VS 2017)
- indiening in osteoporose bij postmenopauzale vrouwen (EU – jan 2018)
Versnelling & Uitbreiding (2019-2021)
- goedkeuring (Japan jan 2019)
- regelgevende beslissing ((EU & VS – K2 2019)
- lancering in verschillende landen over de hele wereld
Baanbrekend & Leidend (2022-2025)
Evenity™ is de handelsnaam van romosozumabdie voorlopig goedgekeurd is door de Amerikaanse Voedsel en Geneesmiddelen Administratie (U.S. Food & Drug Administration – FDA) en het Europees Geneesmiddelenbureau (European Medicines Agency – EMA).
HOOFDSTUK
Ons deugdelijk bestuur
Als biofarma bedrijf worden wij geconfronteerd met een uitdagende en steeds evoluerende zakelijke en juridische omgeving.
Zaken doen op een ethische, duurzame en verantwoorde wijze is fundamenteel voor UCB's basiswaarden. We hebben een sterke cultuur van integriteit, met beleid en procedures om ervoor te zorgen dat de hoogste ethische standaarden worden toegepast doorheen de waardeketting van de onderneming, met inbegrip van de basisprincipes over hoe de organisatie werkt, hoe beslissingen worden genomen en hoe wordt omgegaan met risico's.
ONZE RAAD VAN BESTUUR
9 Mannen 12 LEDEN 3 Vrouwen
De Raad van bestuur is het bestuursorgaan van UCB. De rol van de Raad bestaat erin om UCB als een ondernemer te leiden binnen een kader van behoedzame en doeltreffende controles die het mogelijk maken risico's te beoordelen en te beheren. De Raad bepaalt de strategische doelen van UCB, ziet erop toe dat de nodige financiële en menselijke middelen voorhanden zijn opdat UCB haar doelstellingen kan halen en beoordeelt de prestaties van het management. De Raad bepaalt de waarden en normen van UCB en zorgt ervoor dat het zijn verplichtingen aan aandeelhouders en andere belanghebbenden begrijpt en nakomt. Het neemt collegiale verantwoordelijkheid op voor de goede uitoefening van zijn taken en bevoegdheden.
Meer over onze Raad van bestuur
Het Uitvoerend Comité bestaat uit het top management van UCB. Het bestuurt de UCB groep in de meest uitgebreide zin en verzekert de goede werking van het bestuur van de UCB Groep. Het zorgt voor de implementatie, de toetsing en de coördinatie van de strategische plannen van de UCB Groep op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, operaties, financiële, administratieve, risico- en juridische kwesties, personeelsbeleid en investeringen.
Meer over ons Uitvoerend Comité
1 Zakelijk gedrag
1.1 Gedragscode
UCB blijft zich ten volle inzetten voor een cultuur van integriteit, transparantie en ethisch leiderschap. De waardenverklaring van UCB beschrijft de kernprincipes en waarden die bepalend zijn voor hoe de organisatie te werk gaat en hoe beslissingen worden genomen. De Gedragscode is een instrument dat mensen helpt om te begrijpen hoe het besluitvormingsproces wordt beïnvloed vanuit integriteit, transparantie en ethiek. Tijdens het onderzoek van de Belangrijke Onderwerpen, wordt zakelijk gedrag beschouwd als een zeer relevant Belangrijk Aspect.
Om UCB's Gedragscode aan te vullen en onze medewerkers verder te ondersteunen in het maken van ethische beslissingen, heeft UCB in 2018 een Ethisch Besluitvormingskader opgezet voor de senior leiders binnen het bedrijf, vooraleer deze training ook verder uit te rollen naar de bredere organisatie.
Het succes van het bedrijf is afhankelijk van de integriteit van zijn medewerkers.
De UCB Gedragscode, intern beschikbaar in 14 talen, stelt de grenzen en legt de verwachtingen vast voor het gedrag van UCB medewerkers.
De Gedragscode vereist Prestatie met Integriteit en bepaalt de bindende principes van het zakelijk en ethisch gedrag dat wordt verwacht van iedere medewerker en van derden die handelen namens UCB. Het omvat verschillende onderwerpen zoals beleidsregels over belangenconflicten, vertrouwelijkheid, naleving van wet- en regelgeving, bestrijding van omkoping en corruptie, respect, mensenrechten en kinderarbeid, evenals procedures voor klokkenluiders.
De Gedragscode is ook beschikbaar op onze website.
Toezicht op naleving
De Gedragscode maakt deel uit van de verplichte trainingen die jaarlijks moet worden voltooid. In 2018 heeft 85% van de medewerkers deze training voltooid. Nieuwe medewerkers hebben twee maanden de tijd om hun training te voltooien en dit vormt een deel van de resterende 15%.
De training over Verplichte Veligheidsrapportering helpt de medewerkers van UCB begrijpen waarom de rapportering van veiligheidssignalen over medicatie belangrijk is, wat ze moeten melden, en hoe ze deze informatie moeten melden om onze patiënten te
beschermen. Deze training moet om de 2 jaar gevolgd worden. Op een totaal van 1 944 in aanmerking komende collega's, heeft 92% de training voltooid.
De training ter Bestrijding van Omkoping en Corruptie heeft tot doel UCB personeel een beter begrip te verschaffen over het brede scala aan risico's verbonden aan omkoping en corruptie, hoe ze te identificieren en hoe ze te vermijden. Deze module dient om de 2 jaar gevolgd te worden door een geselecteerde doelgroep. Op een totaal van 1 067 in aanmerking komende collega's, heeft 91% de training voltooid.
| Gedragscode | Verplichte veiligheidsrapportage |
Anti-omkoping en anticorruptie |
|
|---|---|---|---|
| Publiek | Alle medewerkers | Geselecteerde medewerkers |
Geselecteerde medewerkers |
| Frequentie | Elk jaar | Elke 2 jaar | Elke 2 jaar |
| Nalevingspercentage 2018 |
85% | 92% | 91% |
| Nalevingspercentage 2017 | 91% | 96% | 91% |
De berekening van de naleving van 2018 voor verplichte opleidingen houdt enkel rekening met gegevens van 2018. Bij de berekening van de naleving in 2017 zijn daarentegen ook de gegevens van de voorgaande jaren in aanmerking genomen.
Het Talent en Bedrijfsreputatie departement is een speciaal programma gestart om erop toe te zien dat medewerkers deze verplichte trainingen effectief volgen.
1.2 Dialoog met belanghebbenden
Onze ambitie is om in een wereld waarin de gebruiken inzake gezondheid en geneesmiddelen snel wijzigen, de biofarmaceutische leider te zijn, die verkozen en vertrouwd wordt.
Om vertrouwen op te bouwen, is het belangrijk om transparant te zijn - open en duidelijk bekendmaken wat UCB doet, hoe UCB werkt, waar UCB succesvol is, en waar de uitdagingen liggen voor UCB en de industrie. Dit is van toepassing op alle aspecten van ons
wereldwijd zakendoen. UCB heeft getracht informatie te verstrekken met verwijzing naar de Global Reporting Initiative Standards (Normen voor Werelwijd Rapporteringsinitiatief). Daarenboven worden in dit 2018 Geïntegreerd Jaarverslag ook de volgende 5 duurzaamheidsdomeinen besproken die in de Belgische wetgeving van 2017 werden geïdentificeerd (milieuaangelegenheden; sociale- en personeelsaangelegenheden, mensenrechten, anticorruptie en omkoping en diversiteit en inclusie).
Als je de hulp van je partner, ouders, kinderen, vrienden en artsen kunt accepteren, groei je mee met de taken die je moet oplossen.
Esther, heeft de ziekte van Crohn
Betrokkenheid van de belanghebbenden en materialiteit 1.2.1
Bij UCB geloven we dat het bedrijf op lange termijn succesvol zal zijn als het waarde creëert voor zowel onze aandeelhouders als voor de samenleving in zijn geheel. De stem van de belanghebbenden is essentieel tijdens deze tocht en hun aanbevelingen om te concentreren op belangrijke materiële aspecten zijn ingebakken in de visie van het bedrijf. De vraag "hoe gaat dit waarde creëeren voor mensen met ernstige
chronische ziekten?" blijft het leidende holistische principe van UCB om te bepalen wat de impact zal zijn van beslissingen van het bedrijf voor patiënten, onze zaken, het personeel van UCB, onze omgeving en onze samenleving. Het Duurzame Ontwikkelingsdoel #3 Een goede gezondheid en welzijn stemt overeen met de missie van UCB, om te streven naar een betere gezondheid en toekomst voor mensen met ernstige chronische ziekten door toonaangevende innovatie in geneeskunde.
UCB onderhoudt een open dialoog met belanghebbenden op globaal, regionaal en nationaal niveau en betrekt belanghebbenden zonder enige beperking om deze Belangrijke Aspecten te bespreken. Om de drie jaar voert UCB een studie uit over de belangrijke aspecten - huidige zowel als toekomstige. In 2018 heeft UCB meer dan 350 externe en 700 interne
belanghebbenden 1 uitgenodigd om 30 belangrijke economische, sociale en milieuaspecten geselecteerd door UCB te beoordelen en hun respectievelijke relevantie vast te stellen. Belanghebbenden konden ook bijkomende belangrijke aspecten aanreiken, die zij als belangrijk beschouwden, zonder grenzen.
De antwoordgraad op het online onderzoek was 23%. Externe en interne belanghebbenden beschouwden de volgende negen belangrijke aspecten als zeer relevant:
Hoewel de belanghebbenden het milieu niet identificeerden als zeer relevant, heeft UCB toch besloten om het milieu te beschouwen als een belangrijk onderwerp, gezien UCB's engagement om de ecologische voetafdruk van het bedrijf te reduceren en ambitieuze klimaatdoelstellingen te behalen. Daarnaast verkoos UCB om te rapporteren over bepaalde belangrijke onderwerpen, die niet als zeer belangrijk werden beschouwd door belanghebbenden maar wel voor UCB.
Gebaseerd op de feedback van de belanghebbenden en op de beslissing van UCB over het milieu, bevestigt de onderneming deze vijf Belangrijke Onderwerpen:
1 De interne belanghebbenden werden geïdentitificeerd in alle operaties van UCB wereldwijd . De externe belanghebbenden bestonden uit verschillende vertegenwoordigers van de samenleving, zoals gedetailleerd in de infografiek.
2 UCB verstaat onder "Toegang tot Gezondheidszorg en Geneesmiddelen" de pijplijn van innovatieve nieuwe verbindingen, maar ook de toegang tot kwalitatieve gezondheidszorg voor kansarme personen die leven met ernstige aandoeningen in bepaalde landen. Samen met partners worden initiatieven genomen om de beperkte of ontbrekende zorgcapaciteit, diagnose, behandeling, levenskwaliteit, opvoeding over ziektes, bewustwording van de gemeenschap en het stigma dat de mensen hun gezondheid en toekomst negatief beïnvloedt, te verbeteren.
Raad voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 1.2.2
De Raad voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) houdt toezicht op de activiteiten van het MVO-departement in de verschillende toegang tot gezondheids- en geneesmiddeleninitiatieven in Azië en Afrika, evenals de beoordeling van de Materialiteitsonderwerpen en de identificatie van de relevante Belangrijke Aspecten. De MVO Raad begeleidt en bewaakt de sociale en ecologische verantwoordelijkheden, acties en impact van UCB.
In 2018 werd de samenstelling van de MVO-Raad geëvalueerd en drie leden van het Uitvoerend Comité (Emmanuel Caeymaex, Jean-Luc Fleurial, Charl van Zyl) en twee externe personen brengen nu extra interne en externe expertise in beslissingen die van invloed kunnen zijn op de maatschappij en het milieu.
1.2.3 Relaties met openbare instanties
Hoewel UCB in 2018 geen belangrijke punten of formele beleidsposities rapporteert, onderhoudt UCB actief contact met publieke beleidsmakers, wetgevers en
andere belanghebbenden. Landen waarin UCB zaken doet hebben wetten en voorschriften over de betrokkenheid van bedrijven bij het politieke proces. Sommige van deze wetten stellen strikte grenzen aan bijdragen door ondernemingen aan politieke partijen en kandidaten, terwijl andere wetten deze volledig verbieden.
UCB heeft geen significante politieke bijdragen gedaan in de landen waarin het actief is. Nochtans maakt UCB Inc., onze Amerikaans filiaal, bedrijfsbijdragen over aan politieke kandidaten in deelstaten, in bedragen beperkt door de wet en in overeenstemming met toepasselijke rapporterings- en bekendmakingsverplichtingen. UCB Inc. heeft een Federaal Politiek Actie Comité, dat bijdragen overmaakte aan federale en politieke kandidaten van deelstaten in de Verenigde Staten, eveneens in bedragen beperkt door de wet en in overeenstemming met toepasselijke rapporterings- en bekendmakingsverplichtingen. Er werden geen klachten over gegevensprivacy of schending daarvan ontvangen.
In België werd de Waarnemingspost voor de Farmaceutische Sector opgericht om aanbevelingen te analyseren, evalueren en formuleren over de concurrentiepositie van de Belgische farmaceutische sector. UCB wordt vertegenwoordigd door zijn Head of Public Affairs.
In 2018 was UCB niet betrokken bij enige actie met betrekking tot wetten en voorschriften over concurrentiebeperkend gedrag, antitrust of monopolie.
1.2.4 Relaties met vakverenigingen
UCB is lid van verschillende internationale en lokale beroepsverenigingen:
UCB is lid van de Pharmaceutical Research and Manufacturers Association (Farmaceutische Onderzoek en Productie Vereninging) (PhRMA, VS) de Biotechnology Innovation Organization (Biotechnologische Innovatie Organizatie) (BIO, VS), het R&D-based Pharmaceutical Association Committee (O&O-gebaseerde Farmaceutische Vereniging Comité (RDPAC, China) alsook lid van verschillende natioale kamers van koophandel, verenigingen en initiatieven voor duurzame ontwikkeling.
UCB is een actief lid van de EFPIA-werkgroep die zich richt op de implementatie van de 'Falsified Medicine Directive (FMD)' (Vervalste Geneesmiddelenrichtlijn), ontworpen om patiënten te beschermen door het minimaliseren van de kans dat vervalste geneesmiddelen de gevestigde geneesmiddelenketen binnentreden en is een kernbijdrager in de EFPIA-werkgroep over de implementatie van de Europese Verordening voor Medische Hulpmiddelen.
Als Belgisch bedrijf is UCB bestuurslid van verschillende Belgische handelsverenigingen en -organisaties, zoals:
Gezien het strategische belang nemen verschillende medewerkers actief deel aan allerlei taakgroepen, projecten en comités die zich bezighouden met huidige problemen in de sector, bijv. Gezondheid, Veiligheid en Milieu, Intellectuele Eigendom, Publiek Beleid, Wereldwijde Gezondheidszorg en Naleving. Jean-Christophe Tellier, de CEO van UCB, is bijvoorbeeld lid van de Raad van Bestuur van EFPIA, Penningmeester, en Voorzitter van de Innovatie EFPIA door de Raad Gesponsorde Comités. Hij is ook Voorzitter van de Raad van bestuur van het 'Innovative Medicines Initiative' (IMI
-Innovatieve Geneesmiddelen Initiatief) een publiekprivate samenwerking tussen EFPIA en de Europese Unie, vertegenwoordigd door de Europese Commissie. Hij is ook lid van de IFPMA CEO Steering Committee, lid van de Raad van Bestuur van PhRMA, Washington (VS) en de Waalse Excellence in Life Sciences and Biotechnology (WELBIO), Wavre (België) om oplossingen te bespreken op het gebied van innovatie, biotechnologie en farmaceutica. Meer informatie vind men hier.
UCB is ook lid van de Transported Asset Protection Association (Vervoerde Activa Beschermingsvereniging - TAPA), en het EFPIA Security (Veiligheid) Forum in een samenwerking met andere belanghebbenden om benchmarking mogelijk te maken, samen oplossingen te vinden en te bespreken en de productintegriteit en transparantie van de toeleveringsketen te garanderen.
UCB is ook een van de 19 aangesloten bedrijven in TransCelerate Biopharma Inc. , een organisatie zonder winstbejag met een missie om samen te werken in de hele biofarmaceutische onderzoeks- en ontwikkelingsgemeenschap om de implementatie van oplossingen voor te identificeren, te prioriteren, te ontwerpen en te vergemakkelijken, om zo effectieve en hoogwaardige levering van nieuwe medicijnen te bevorderen. Via TransCelerate Biopharma Inc. werken UCB en de andere aangesloten bedrijven samen met organisaties voor patiëntenbetrokkenheid, gezondheidsautoriteiten, onderzoekssites, onderzoeksgemeenschappen en andere industriële groepen en initiatieven wereldwijd.
UCB is ook lid van Patient Focused Medicines Development (PFMD), een initiatief dat patiëntenorganisaties, farmaceutische bedrijven en andere belanghebbenden in de gezondheidszorg bijeenbrengt. Het doel van PFMD is om de wereldwijde gezondheid te verbeteren door samen met patiënten de toekomst van de gezondheidszorg voor patiënten mee te ontwerpen. Het heeft tot doel initiatieven en beste praktijken samen te brengen die de stem van de patiënt gedurende de hele levenscyclus van geneesmiddelenontwikkeling integreren, waardoor het opzetten en implementeren van een effectief, wereldwijd gestandaardiseerd kader en de nodige hulpmiddelen en ondersteuning om adoptie mogelijk te maken door verschillende belanghebbenden, wordt bespoedigd.
UCB is lid van het 'Access Accelerated' initiatief "een wereldwijd samenwerkingsverband dat zich inzet voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling van de VN(#3) om vroegtijdige sterfgevallen als gevolg van niet-overdraagbare ziekten tegen 2030 te verminderen", beheerd vanuit de IFPMA-kantoren.
Er wordt geen financiering verleend naast de gewone jaarlijkse lidmaatschappen, met uitzondering van het Access Accelerate-initiatief waarvoor we een
afzonderlijke financiële bijdrage leveren bovenop onze jaarlijkse IFPMA-lidmaatschapsgelden.
1.3 Mensenrechten
Zoals vermeld in de Gedragscode, zijn UCB en haar collega's verplicht om alle van toepassing zijnde wetten na te leven en de mensenrechten te respecteren en met de nodige voortvarendheid te handelen om te voorkomen dat ze inbreuk maken op de rechten van anderen, zoals uitgedrukt door het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens en de beginselen die zijn uiteengezet in de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over Fundamentele Beginselen en Rechten op het Werk. UCB neemt de bescherming van mensenrechten zeer serieus en steunt overheidsinitiatieven die zijn gericht op het handhaven en bevorderen van mensenrechten over de hele wereld. Hoewel UCB geen lid is van het Global Compact van de Verenigde Naties (UNGC), heeft het bedrijf de tien principes
inzake mensenrechten, arbeid en milieu opgenomen in zijn bedrijfsvoering.
Een bedrijfsbreed zorgvuldigheidseisen-proces is uitgerold om de initiële en vervolgbetrokkenheid met nieuwe partners, leveranciers, enz. te bepalen. Meer specifiek, als een nieuwe partner wordt geïdentificeerd, voert UCB een diepgaande beoordeling uit van specifieke risico's gerelateerd aan een aantal kritische standaarden, waaronder mensenrechten. Dit zorgvuldigheidseisen-proces kan bijv. de beslissing beïnvloeden over het weerhouden van partners en bepaalde opvolgingen van activiteiten en processen van derden die in onze Gedragscode beschreven staan te activeren.
Mogelijke nieuwe partner
Beoordeling op basis van kritische normen
Nieuw samenwerkingsverband afgestemt op de Gedragscode
Waarde creatie voor patiënten
UCB is vastbesloten om invloed uit te oefenen op het gebied van mensenrechten en de nodige stappen te ondernemen om hoge ethische normen voor arbeid en eerlijke behandeling van mensen te bevorderen en aan te moedigen. Tot op heden is er geen melding gemaakt van een inbreuk op de mensenrechten in verband met UCB of haar leveranciers. Om onze vooruitgang te meten, worden de relevante Key Performance Indicators vermeld in de GRI-Normenindicatoren.
Slavernij en mensenhandel
In overeenstemming met de Britse Wet op de Moderne Slavernij van 2015 hebben de Britse dochtermaatschappijen van UCB voor het boekjaar dat eindigde op 31 december 2017 een Moderne Slavernijverklaring gepubliceerd. De 2017-verklaring, gepubliceerd in 2018, is beschikbaar op de UCB VK-website. In deze Verklaring worden de stappen beschreven die UCB-bedrijven hebben genomen om het risico van moderne slavernij en mensenhandel in hun
bedrijfs- en toeleveringsketen aan te pakken. De verklaring verwijst in het bijzonder naar de implementatie van een nieuw Zorgvuldigheidseisen proces voor Derden met een beoordeling van de slavernij- en mensenhandelrisico's voor partners, leveranciers, enz. Evenals processen om het melden van bezorgdheden aan te moedigen en klokkenluiders te beschermen.
UCB heeft het grootste respect voor de mensenrechten en een nultolerantie voor moderne slavernij en zet zich in voor verdere verbeteringen om deze risico's te bewaken en om, voor zover mogelijk, te garanderen dat er geen mensenhandel of moderne slavernij in haar toeleveringsketens plaatsvindt. Er zijn tot op heden geen incidenten gemeld of geïdentificeerd.
In de loop van 2019 zullen de relevante dochterondernemingen van UCB een bijgewerkte Verklaring van de Moderne Slavernij publiceren voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2018.
1.4 Bestrijding van omkoping en corruptie
UCB's Gedragscode, die deel uitmaakt van de verplichte training voor alle UCB medewerkers, omvat Antiomkoping en Anticorruptie (ABAC) -standaarden beschouwd als een zeer relevant Materiaal Aspect. Bovendien neemt UCB deze standaarden op in haar Business Compliance-beleid en procedures met betrekking tot de betrokkenheid van belanghebbenden bij de gezondheidszorg.
Risico's van omkoping en corruptie in de gezondheidssector bestaat vooral uit omkoping bij het leveren van medische diensten, corruptie in de inkoopketen, ongepaste marketingrelaties, misbruik van posities, ongeldige terugbetalingsclaims en fraude en verduistering van medicijnen. Deze risico's van omkoping of corruptie kunnen zowel van UCB medewerkers, als van derde partijen die namens UCB optreden, komen.
Er zijn diverse processen ter ondersteuning van het ABAC-beleid, zoals:
- specifieke ABAC-trainingen voor die medewerkers die contact hebben met externe belanghebbenden;
- systematische procescontroles van financiële transacties aan belanghebbenden in de gezondheidszorg, waaronder evaluatie en goedkeuring van activiteiten en de daaraan gekoppelde overdracht van waarde door het management van UCB en/of onafhankelijke functies, zoals Ethics and Compliance;
- regelmatige monitoring van naleving en doeltreffendheid van die beheersmaatregelen is ingesteld, waaronder monitoring van overdracht van waarde en controle van deze door de Finance, Ethics and Compliance en Global Internal Audit departementen;
- Integriteit Zorgvuldigheidseisen worden doorgevoerd binnen UCB om voorgaande geschiedenis van overtredingen van ABAC-standaarden door onze potentiële partners die contact hebben met belanghebbenden in de gezondheidszorg namens UCB te identificeren;
-
- \$ effectieve monitoring van waardeoverdracht door een systematische evaluatie van financiële transacties in de vorm van een vergoeding voor diensten, rechten, donaties of sponsoring van die belanghebbenden, en niet-financiële transacties als organisatie van zakelijke reizen en wetenschappelijke/medische evenementen;
- elke derde partij, handelend in naam van UCB, die interageert met belanghebbenden wordt verwacht en is contractueel verplicht om te handelen volgens de hoogste normen, inclusief de ABAC-normen. De externe partijen moeten beschikken over interne standaarden en controles of zich ertoe verbinden zich te houden aan die welke door UCB zijn gedefinieerd.
Het Global Internal Audit departement van UCB controleert op regelmatige basis en volgens een vastgestelde kalender de bedrijfsactiviteiten van UCB op mogelijke risico's met betrekking tot de hierboven beschreven gebieden. In 2018 werden drie corruptiezaken geïdentificeerd waarbij UCB
medewerkers of derden die in opdracht van UCB handelen, werden geïdentificeerd. Gerapporteerde beschuldigingen van individueel wangedrag werden systematisch onderzocht en disciplinaire acties werden ondernomen.
Daarnaast voldoet UCB aan de verplichtingen voor publieke openbaarmaking van financiële transacties met zorginstellingen, zorgverleners en patiëntenorganisaties. Er zijn specifieke verplichtingen van kracht in Europa,
1.5 Innovatie
Innovatie vormt de kern van de strategie, acties, cultuur en investeringen van UCB.
Door de afgelopen jaren meer dan 20% van zijn omzet in R & D te investeren, is UCB een van de grootste investeerders in innovatie in Europa in de farmaceutische industrie en in de wereldwijde kopgroep wat innovatie-investeringen per medewerker betreft. We bevorderen innovatief risico nemen en ondernemerschap, uitdaging en transparantie, essentiële componenten van een innovatiecultuur.
Turkije, Rusland, de VS, Japan, Nieuw-Zeeland en Australië en UCB streeft ernaar om aan alle bestaande voorschriften en gedragslijnen omtrent transparantie te voldoen.
De voortgang van de O&O-pijplijn, de voortdurende toename van door UCB gegenereerde publicaties in wetenschappelijke tijdschriften op hoog niveau en ons vermogen om topwetenschappelijk talent aan te trekken, zijn de vruchten van onze innovatiefocus.
UCB streeft ernaar het leven van patiënten te verbeteren door hen te helpen het leven te leiden dat ze willen. We richten onze strategie en middelen op het ontdekken, ontwikkelen en commercialiseren van innovatieve oplossingen voor de patiënten die we bedienen.
UCB is echt een zeer inspirerende werkplek die voortdurend evolueert in termen van organisatie en activiteitenmodel om uiteindelijk meer waarde te bieden aan de patiënten; ik ben blij om deel uit te maken van deze reis
Élisabeth, UCB
Digitalisering
Vooruitgang op het gebied van digitale technologieën en kunstmatige intelligentie (AI - Artificial Intelligence) versnelt waarschijnlijk de integratie van verschillende processen in de gezondheidszorg en medische oplossingen en verkleint de toegang tot de dienstenkloof voor patiënten. Patiënten omarmen digitale toegang tot gezondheidszorg snel en zoeken zorg via internet.
UCB bewaakt de types van, soms ontwrichtende, transformaties en nieuwe gegevenstoegankelijkheid van digitale technologieën, met name op het gebied van medicijnontdekking, klinische read-outs (biosensoren) en medische hulpmiddelen, om de toegang te verbeteren, objectief de patiënttrajecten te begrijpen en de periode om onder meer nieuwe oplossingen op de markt te brengen in te korten. Anticiperen op, en waarderen van, veranderingen en het implementeren van verandermanagement zal belangrijk zijn voor UCB.
AI gebiedt flexibiliteit en de behoefte aan nieuwe vaardigheden binnen UCB's personeelsbestand. Aangezien nieuwe en innovatieve trajecten de norm zullen worden op het gebied van productie, toeleveringsketen, geneesmiddelenontwikkeling, regelgeving en veiligheid, en ondersteuning en overzichtsfuncties, moeten we klaar zijn om hier gebruik van te maken.
Verschillende departement houden zich bezig met AIinitiatieven en scouting van ecosystemen, en aangezien de patiënt centraal staat in UCB haar patiëntenwaarde strategie UCB, ligt de nadruk op het verbeteren van de patiëntenreis en het verkorten van de tijd die nodig is
1.6 Klinische studies
Om innovatieve geneesmiddelen aan te bieden aan mensen met ernstige chronische aandoeningen, voert UCB veel O&O-activiteiten uit. De klinische onderzoeken voldoen aan de Good Clinical Practice (Goede Klinische Praktijken - GCP) -normen om de veiligheid, het welzijn en de vertrouwelijkheid van onze patiënten en de integriteit van de klinische studiegegevens te beschermen, ongeacht de fase of locatie waar de onderzoeken worden uitgevoerd.
Patiënten worden ingeschreven in klinische onderzoeken die consistent zijn met de principes die hun oorsprong vinden in de Verklaring van Helsinki en de bijbehorende amendementen, evenals de wetten, voorschriften en bepalingen van de landen waar mensen zijn ingeschreven.
om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen. Enkele voorbeelden zijn het myUCB-platform voor door patiënten gemelde resultaten en verbeterde patiëntenervaring voor patiënten die deelnemen aan klinische onderzoeken of het deep-machine-leren om beelden van nieuwe medische aandoeningen, bijvoorbeeld Bonebot, te interpreteren.
UCB is voorbereid om de veranderingen te omarmen die zijn gecreëerd door externe en interne innovatieve digitale technologieplatforms, om bedrijfsmodellen aan te passen en ervoor te zorgen dat de impact op de waarde van de patiënt adequaat kan worden gemeten en gerapporteerd.
Klinische studieprotocollen worden geëvalueerd en goedgekeurd voor ethische aanvaardbaarheid en wetenschappelijke validiteit door interne en externe evaluaties en door Adviescommissies. Vrijwilligers in de klinische onderzoeken van UCB ontvangen een gedetailleerde geïnformeerde toestemming, een volledige uitleg van het onderzoeksdoel, de methoden en rapportage, verwachte voor- en nadelen, informatie over compensatie voor gezondheidsproblemen, de mogelijkheid om zich op elk gewenst moment terug te trekken en andere details. Bovendien wordt speciale nadruk gelegd op de educatie en training van het betrokken institutionele- en UCB's ondersteuningspersoneel. Pre-studie audits en monitoring van de medische instellingen worden uitgevoerd om volledige GCP te garanderen.
Studiegegevens worden op de juiste wijze beheerd om de mensenrechten, privacy en vertrouwelijkheid van de persoonlijke gegevens van de onderzoeksvrijwilligers te beschermen.
UCB zet zich in voor transparantie, door het openbaar maken en delen van klinische studiegegevens. UCB's commitment op UCB.com om de resultaten van alle studies in te dienen voor publicatie in peer-reviewed tijdschriften en de naleving van internationale normen, zoals International Committee of Medical Journals Editors (ICMJE) - Internationaal Commité van Uitgevers voor Medische Tijdschriften) en Good Publication Practices for Communicating Company-Sponsored
Medical Research (Goede Publicatie Praktijken voor het Communiceren van door Bedrijven Gesponsord Medisch Onderzoek (GPP3A) ).
UCB's Transparantiebeleid voor Data van Klinische Proeven met betrekking tot de openbaarmaking van klinische studiegegevens regelt de tijdige vrijgave van gegevens met het oog op het maximaliseren van de waarde van het onderzoek ten voordele van de patiënten. In 2018 illustreren twee belangrijke gebeurtenissen het engagement van UCB voor transparantie van klinische studiegegevens. Enerzijds verwelkomde UCB het Klinische Studie Data Aanvraag Steering Comité (CSDC) waarvan het bedrijf deel uitmaakt sinds 2014 en anderzijds is UCB actief betrokken bij het PhRMA / EFPIA Principles for Responsible Clinical Trial Initiative (Principes voor Verantwoordelijke Klinische Studies Initiatief) voor het delen van gegevens van geanonimiseerde gegevens op patiëntniveau en geredigeerde studiedocumenten met externe belanghebbenden.
Bovendien is transparantie en het dichten van de kloof in het melden van klinische proeven op openbare databases, zoals de meest gebruikte ClinicalTrials.gov, belangrijk voor UCB. Tijdige openbaarmaking van informatie over klinische proeven is essentieel voor het bevorderen van medisch inzicht, het dichten van de kloof bij het melden van positieve en negatieve klinische gegevens en het helpen verbeteren van het leven van mensen met ernstige ziekten. Naast juridisch gedefinieerde ethische, compliance- en tijdlijngrenzen, gelooft UCB in Transparantie Met Inzicht - dat gaat over het in balans houden van transparantie en de behoefte aan gegevensexclusiviteit - voor het uiteindelijke voordeel van de patiënten.
Dierenwelzijn
Dierproeven zijn een cruciaal aspect van medisch onderzoek, zowel voor het ontwikkelen van nieuwe doorbraken in experimenteel onderzoek als om te zorgen voor maximale veiligheid van nieuwe behandelingen voordat deze worden toegepast bij menselijke proefpersonen. Het gebruik van dieren is echter alleen toegestaan binnen UCB, als er geen alternatief is, ofwel omdat we essentiële informatie moeten genereren die alleen van het hele lichaam kan worden verkregen of omdat het wettelijk vereist is voor een regelgevende instantie. UCB fungeert als een verantwoordelijk bedrijf in het beheer van dierenwelzijn, en beide onderzoekseenheden van UCB die betrokken zijn bij dierproeven houden zich aan strikte dierenwelzijnsnormen en -beleid. Deze worden regelmatig beoordeeld op mogelijke verbeterpunten, in overeenstemming met de huidige beste praktijken.
UCB zet zich in voor het verantwoord en gepast gebruik van dieren in medisch onderzoek en voldoet aan alle toepasselijke wetten, voorschriften en industrienormen. Er zijn twee onderzoekssites in UCB (VK en België) die studies met dieren uitvoeren en beide werken in volledige overeenstemming met de EU-richtlijn 2010/ 63/EU betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. UCB zorgt er ook voor dat elk extern uitgevoerd werk bij Contractonderzoeksorganisaties en externe academische partners wordt uitgevoerd in overeenstemming met de lokale dierenwelzijnswetgeving en met UCB's vereisten voor dierenwelzijn. UCB zal geen dierstudies plaatsen in instellingen waar de dierenwelzijnsnormen ontoereikend worden geacht.
Waar mogelijk, zet UCB zich ook in voor de 3V's bij dierproeven (vervanging van dieren in onderzoek met alternatieven zonder dieren, vermindering van het aantal dieren dat nodig is om wetenschappelijk robuuste resultaten te bereiken en verfijning van procedures om lijden te minimaliseren) en houdt voortdurend toezicht op mogelijkheden voor verbetering op dit gebied. UCB is actief betrokken bij NC3R's (U.K. National Council for Replacement, Refinement & Reduction of Animals in Research - Britse Nationale Raad voor Vervanging, Verfijning en Vermindering van Dieren in Onderzoek), bijvoorbeeld door een programmamanager mee te financieren om toezicht te houden op verschillende op 3V's gebaseerde projecten op farmaceutisch gebied en door lidmaatschap in verschillende NC3R-werkgroepen. UCB is ook betrokken bij andere consortia die direct of indirect in de 3V's werken.
De twee UCB-onderzoekslocaties die dierstudies uitvoeren, hebben ook plaatselijke dierenwelzijns- en ethische comités die zorgvuldig overwegen of het gebruik van dieren voor bepaalde onderzoeksactiviteiten noodzakelijk en gerechtvaardigd is, of er een geschikt dieralternatief bestaat en in plaats daarvan moet worden
gebruikt en of het mogelijk leed voldoende is geminimaliseerd. Ze handelen ook om de 3V's te promoten en te zorgen voor naleving van de hoogste normen voor welzijn en zorg, evenals voor het beoordelen en goedkeuren van alle nieuw voorgestelde interne projectlicenties waarbij dieren op hun locatie zijn betrokken.
Onderzoekslocatie in Slough (VK)
In aanvulling op EU-richtlijn 2010/63 /EU voldoet de onderzoekslocatie in Slough (Verenigd Koninkrijk) volledig aan de Britse Dierenwet (Wetenschappelijke Procedures) 1986. De Home Office's Animals in Science Regulation Unit (De Dieren in Wetenschap Voorschriften Unit van het Ministerie van Binnenlandse Zaken) bezoekt de site regelmatig, vaak onaangekondigd, om ervoor te zorgen dat hoge normen voor dierenwelzijn worden gehandhaafd.
UCB is ook een van de 100 bedrijven die de U.K. Concordat on Openness on Animal Research (Britse Concordaat voor Openheid over Dier Onderzoek) hebben ondertekend. De deelnemende bedrijven
verplichten zich ertoe om het publiek nauwkeurige en actuele informatie te verstrekken over wat dierenonderzoek inhoudt en over de rol die het speelt in het algehele proces van wetenschappelijke ontdekkingen en behandelingsontwikkeling, over hoe dergelijke onderzoeken in het VK zijn geregeld en over wat onderzoekers en dierenverzorgers doen om dierenzorg en -welzijn te bevorderen, het gebruik van dieren te verminderen en het lijden en letsels aan dieren te minimaliseren.
Onderzoeksite in Braine-l'Alleud (België)
UCB-site Braine-l'Alleud, België
In aanvulling op EU-richtlijn 2010/63/EU heeft de Belgische onderzoekssite in Braine-l'Alleud (België) accreditatie ontvangen van de Association for Assessment and Accreditation van Laboratory Animal Care International (AAALAC - de Internationale Vereniging voor de Beoordeling en Accreditatie van Zorg aan Proefdieren). Deze particuliere non-profitvereniging propageert een verantwoordelijke behandeling van laboratoriumdieren door vrijwillige accreditatie en beoordelingsprogramma's. Deze accreditatie vormt een kwaliteitslabel dat staat voor een hoog niveau van professionalisme op het gebied van de verzorging en het gebruik van proefdieren. De AAALAC-accreditatie bevordert ook de voortdurende verbetering van de wetenschappelijke topkwaliteit op het gebied van dierproeven en -onderzoek.
Dieren gebruikt voor onderzoek in 2018
In 2018 heeft UCB in totaal 17 020 dieren gebruikt, zowel op onze eigen onderzoekslocaties als bij externe contractonderzoeksorganisaties. Met zijn voortdurende inzet voor de geleidelijke implementatie van in silico en
in vitro technologieën, blijft UCB elke gelegenheid aangrijpen om het aantal dieren dat in onderzoeksstudies wordt gebruikt te verminderen. In totaal 97,6 % van alle door UCB-onderzoekers en contractanten gebruikte dieren zijn knaagdieren. De resterende 2,4% zijn niet-menselijke primaten, honden, lama's, miniatuurvarkens en konijnen.
1.7 Toeleveringsketen en inkoop
1.7.1 Beheer van de toeleveringsketen
UCB zet zich in voor de bevordering van ethische en verantwoordelijke praktijken in onze toeleveringsketen, terwijl we er tegelijkertijd voor zorgen dat onze relaties en samenwerkingsverbanden op het gebied van inkoop, productie en leveranciers groei en concurrentievoordelen opleveren.[3]
Een uitgebreid wereldwijd netwerk zorgt voor een toereikend aanbod van hoogwaardige medische producten die belangrijk zijn voor mensen met ernstige chronische ziekten. Het beheer van de toeleveringsketen is een functioneel georganiseerde
entiteit met sterk gecentraliseerd beheer en met directe banden naar de departementen van UCB, gerelateerde productfranchises, en commerciële regio's. Het moet duidelijk zijn dat toeleveringsketens zeer complex kunnen zijn.
De kernwaarde voor de afdelingen productie, levering en inkoop is een effectieve aansturing van het externe netwerk van leveranciers, externe productieorganisaties, contractlaboratoria, vervoerders, externe logistiek en commerciële distributeurs, waarbij risicobeheer een belangrijk onderdeel vormt.
Een diagram van de toeleveringsketen in één oogopslag:
Van de in totaal 36 GMP/GDP-Inspecties van de Regelgevende Instanties van de toeleveringsketen van UCB (24 inspecties op de partnersite en 12 op UCBlocaties of filialen), waren er geen met kritieke bevindingen.
Beheer en duurzaamheid van de toeleveringsketen 1.7.2
De Veiligsraad voor de Toeleveringsketen houdt toezicht op het verantwoordelijke
toeleveringsketenbeheer en houdt productie- en leveringspartners aan hoge kwaliteitsnormen. De Raad controleert de veiligheid van de producten en de toeleveringsketen en handhaaft de wereldwijde strategie van UCB ter bestrijding van namaak om de gezondheid
van de patiënt en de volksgezondheid te garanderen. Het multidisciplinaire team van de Raad is ook verantwoordelijk voor het opsporen, beperken, aanpakken en voorkomen van risico's die voortkomen uit potentiële vervalsing, diefstal, namaak of verduistering van producten die de veiligheid van patiënten in gevaar kunnen brengen.
UCB hanteert vergelijkbare hoge kwaliteitsnormen voor kwaliteit en doeltreffendheid voor technisch complexe formuleringen en specifieke verpakkingen die worden geproduceerd in onze eigen wereldwijde productie en in onze externe productieorganisaties. Het beheer van de toeleveringsketen omvat een waaier aan activiteiten waaronder een goede planning van de toeleveringsketen, voorraadbeheer en transport/leveringsbeheer, temperatuurbeheersing, logistieke dienstverleners en logistieke beveiliging, verzekeren van solide milieugezondheid en -veiligheidsvoorwaarden, naleving van de voorschriften voor gevaarlijke goederen en wereldwijd handelsbeheer.
UCB ondertekende de Science Based
Targets-initiatieven, waarmee de uitstoot van broeikasgassen volgens de COP21-ambitie (om de stijging van de wereldwijde temperatuur aan het eind van deze eeuw onder de 2° C te houden) voor onze gehele waardeketen wordt gedefinieerd, dus inclusief het externe netwerk van leveranciers, externe productieorganisaties, onderzoekslaboratoria, vervoerders, externe logistiek en commerciële distributeurs.
Meer specifiek heeft elk team van de Global Manufacturing and Centre of Excellence nu een toegewijd teamlid dat zich richt op groene logistiek en transportanalyse, om de MVO-onderwerpen naar een hoger niveau te tillen. Het Toeleveringsketen departement heeft ook een methode gedefinieerd om de CO2-emissies van primaire en secundaire distributiepartners te verzamelen en te berekenen. Naarmate de CO2-basislijn wordt vastgesteld, kunnen we de CO2-uitstoot volgen en meten en kunnen we samen met leveranciers verder zoeken naar manieren om de uitstoot te verminderen.
Door middel van het serialisatieprogramma wordt een extra controle en verificatie in de hele toeleveringsketen gegarandeerd, terwijl onze handelsprogramma's de samenwerkingsverbanden met onze distributeurs
1.8 Productverantwoordelijkheid
Het Global Labelling Committee beoordeelt de etikettering van alle UCB-geneesmiddelen.
Dit comité zorgt ervoor dat de etikettering:
- voldoet aan de nationale voorschriften voor geneesmiddelen met betrekking tot veiligheid, werkzaamheid en kwaliteit van geneesmiddelen, evenals de nauwkeurigheid van de productinformatie die op grond van hun regelgeving wordt verstrekt;
beheren om onze geneesmiddelen te helpen beschermen en de integriteit van deze geneesmiddelen tot aan de levering aan de patiënt te waarborgen.
1.7.3 Inkoop
UCB vindt het belangrijk om haar maatschappelijke verantwoordelijkheden in de gehele toeleveringsketen, inclusief leveranciers, waar te maken. Daarom vereist UCB dat partners hun activiteiten uitvoeren in overeenstemming met de Gedragscode. Voor elke nieuwe Aanvraag tot Voorstel/Offerte/Informatie wordt de zakenpartner verzocht de principes in de Gedragscode te accepteren en moet hij ook een samenvattend document ondertekenen, met de nadruk op de volgende gebieden:
-
- Ethiek, Nalevingsprogramma's, Trainingen en Monitoring bij de Leverancier;
-
- Anti-Corruptie;
-
- Onderzoek, Uitsluitingen, Beroepsschorsing gerelateerd aan Omkoping, Witwassen van Geld, Fraude of andere relevante strafbare feiten;
-
- Openbaarmakingsvereisten; en
-
- Gegevensprivacy en beveiliging.
Collega's van de inkoopafdeling overzien meer dan 22 000 verschillende leveranciers in 34 landen voornamelijk vanuit acht landen: België, Frankrijk, Duitsland, Japan, Spanje, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
-
- op gepaste en begrijpelijke wijze informatie over geneesmiddelen en het veiligheidsprofiel voor patiënten en artsen weerspiegelt; en,
-
- in het productieland identiek is voor patiënten en artsen in landen waarnaar hetzelfde medicijn wordt geëxporteerd.
Bovendien promoot UCB alleen geneesmiddelen die in overeenstemming zijn met de wetten, voorschriften en
3 Bereik van Rapportage: De Veiligheidsraad voor de Toeleveringsketen houdt toezicht op productiefaciliteiten en partners in de toeleveringsketen.
industriegedragslijnen die van toepassing zijn op dat land. Er is toezicht dat de promotie van geneesmiddelen accuraat, eerlijk, objectief, aan de hoogste ethische normen voldoet en voldoet aan de lokale wettelijke vereisten. Claims moeten de nieuwste, actuele wetenschappelijke bewijsverklaringen weerspiegelen en mogen niet dubbelzinnig zijn.
UCB houdt zich aan alle toepasselijke nationale wetten, voorschriften en industriegedragslijnen zoals afgeleid van de CIOMS/WHO-aanbeveling zoals afgeleid uit de WHO-Ethische Criteria voor
Geneesmiddelenbevordering en de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Communautaire Code betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, EFPIA, IFPMA en PhRMA.
Marketingcommunicatie en ongevraagde verzoeken om medische informatie. 1.8.1
Reclame, persberichten en wetenschappelijke mededelingen met betrekking tot onze verbindingen, producten en ziektes worden voorgelegd aan de wereldwijde of lokale comités, waarvan de leden vakkundig zijn opgeleid.
In 2018 zijn er in totaal 1 317 wereldwijde mededelingen beoordeeld.
UCB heeft interne processen gedefinieerd om te reageren op elk ongevraagd verzoek om medische informatie. In 2018 ontving UCB gemiddeld 4 932 productgerelateerde vragen per maand.
1 317 wereldwijde mededelingen werden beoordeeld
4 932 productgerelateerde vragen per maand
werden ontvangen
1.8.2 Veiligheid van patiënten en geneesmiddelen
Alle producten van UCB zijn onderworpen aan een voortdurende risico-evaluatie om ervoor te zorgen dat productetikettering en veiligheidsinformatie actueel blijven, omdat het bedrijf zich inzet voor de volksgezondheid en een hoge standaard van professionele en persoonlijke integriteit nastreeft.
Een cruciale verplichting is het volgen van het veiligheidsprofiel van onze producten, zowel in ontwikkeling als op de markt. Net als andere biofarmabedrijven ontvangt UCB elk jaar duizenden meldingen van bijwerkingen. Deze meldingen worden samen met andere interne en externe gegevens (bijv. wetenschappelijke literatuur, externe databases, enz.) geanalyseerd en beoordeeld door onze veiligheidsteams om mogelijke veiligheidsproblemen met onze geneesmiddelen te identificeren. Het doel van deze beoordelingen is om de impact van onze evoluerende productveiligheidsprofielen te controleren in het kader van de bewezen of verwachte werkzaamheid en de evolutie van de alternatieve zorgstandaard. Deze
beoordelingen zorgen ervoor dat het voordeelrisicoprofiel van onze geneesmiddelen actueel is, duidelijk wordt gecommuniceerd en dat de juiste acties worden ondernomen om de potentiële risico's voor de patiënten tot een minimum te beperken. Al deze voordeel-risicobeoordelingen worden regelmatig geëvalueerd door de multidisciplinaire Benefit-Risk Board (Raad voor Voordelen-Risico's -d.w.z. jaarlijks of om het jaar, afhankelijk van het risiconiveau van de producten).
De Benefit-Risk Board brengt ook het Global Labelling Committee op de hoogte om ervoor te zorgen dat de vereiste labelwijzigingen tijdig worden doorgevoerd. De Benefit-Risk Board wordt voorgezeten door de Chief Medical Officer (lid van het Uitvoerend Comité). In 2018 werd 100% van de producten die moesten worden beoordeeld, beoordeeld door de Benefit-Risk Board. In overeenstemming met de voorschriften verstrekt UCB aan de gezondheidsinstanties informatie over afzonderlijke meldingen van bijwerkingen, periodieke overzichtsrapporten en de voordeelrisicobeoordelingen.
UCB vereist dat een training voor
geneesmiddelenveiligheid elke twee jaar door alle medewerkers en voor nieuwkomers binnen twee maanden na de aanwerving wordt voltooid. In landen waar UCB aanwezig is, is 24/7 toegang tot gekwalificeerd veiligheidspersoneel beschikbaar om dringende verzoeken om ondersteuning van
zorgverleners met betrekking tot goedgekeurde producten te beantwoorden.
Het is de verantwoordelijkheid van UCB om betrouwbare en veilige geneesmiddelen aan onze patiënten te leveren en Global Quality Processes and Governance bewaakt dit belangrijke doel. Deze processen zijn ontworpen om de best mogelijke productkwaliteit, veiligheid en therapeutische voordelen voor patiënten te garanderen. De efficiëntie van de processen en de naleving van de regelgeving worden periodiek beoordeeld en gecontroleerd via het auditprogramma van de Quality Departement van UCB. Indien risico's worden vastgesteld, worden passende preventieve en corrigerende maatregelen geïmplementeerd.
UCB verkoopt geen producten die op een bepaalde markt zijn verboden. Alle UCB-producten voldoen aan de wettelijke en veiligheidseisen voor geneesmiddelen.
2 Risicobeheer
2.1 Onze aanpak van risicobeheer
Volgens het Wereld Economisch Forum 2018 Wereldwijd Risico-rapport1 bevinden we ons in een transformationele periode voor onze wereld. Hoewel er bemoedigende tekenen zijn dat de ergste financiële crisis sinds de Tweede Wereldoorlog achter de rug is, zien we een versnelling van sociale verwevenheid en technologische vooruitgang die de wereldwijde mogelijkheden en het aanpassingsvermogen naar een nieuwe limiet duwt.
Binnen ondernemingsrisicobeheer bij UCB behouden we onze toewijding aan onze visie en onze patiëntenwaardestrategie en proberen we nieuwe manieren te vinden om onze steeds veranderlijkere, complexere en dubbelzinnige omgeving te beheren en te benutten.
Mijn eerste ontmoeting met 'meneer Parkinson' was op 13 november 1987 om 8u37 's ochtends. Ik deed letterlijk mijn horloge af om te douchen toen mijn nieuwe leven begon. Na een lichamelijk onderzoek was de diagnose duidelijk: Ik had de ziekte van Parkinson Vreemd genoeg was ik opgelucht. Ik wist dat meneer Parkinson en ik vrienden konden zijn.
Christer, heeft de ziekte van Parkinson
Onze verbinding met de strategie versterken en onze risicolens uitbreiden: 2.1.1
Voortbouwend op de solide basis van het risicokader en het bestuursplatform van UCB, heeft risicobeheer boeiende kansen gehad om onze impact in 2018 te vergroten. Ondernemingsrisicobeheer is formeel gepositioneerd in de groep Bedrijfsstrategie en Bedrijfsontwikkeling en optimaliseert de mogelijkheden om bij te dragen tot het succes van UCB's zakelijke doelstellingen en de strategie voor de langere termijn.
Met deze integratie kan UCB de interfaces tussen strategie, ondernemingsrisicobeheer en objectieve setting verbeteren voor een meer flexibele en waardevermeerderende aanpak, en ons begrip van onzekerheid vergroten, zowel uit onze interne context als uit nieuwe risico's die voortkomen uit de externe omgeving.
*Ook rekening houdend met macro-externe trends, verwachtingen van belanghebbenden, operationele processen en wettelijke/ regelgevende verplichtingen
Voortzetting van onze inzet naar robuust risicobeheer 2.1.2
Proces en raamwerk
Gebruik makend van de belangrijkste vertegenwoordigers van alle nalevings-, operationele en strategische bedrijfsdomeinen, worden risico's geïdentificeerd en beoordeeld vanuit elk bedrijfsonderdeel en zijn leiderschapsteam. Daarnaast wordt een "top-down / outside-in" -beoordeling uitgevoerd om een holistisch risicoprofiel te voltooien.
Toprisico's zijn verbonden met de strategische prioriteiten om de impact te naar waarde te kunnen schatten. Een goed begrip van beide, hoe het risico geneigd is en hoe goed UCB voorbereid is om te reageren, wordt gecommuniceerd met en besproken met zowel ons Uitvoerend Comité als onze Raad van bestuur. Omdat de risico's waarmee we geconfronteerd worden evolueren, is onze aanpak van het beheer van deze risico's ook dynamisch, waardoor nieuwe of gewijzigde risico's op elk moment van het jaar kunnen worden beoordeeld en gecommuniceerd.
In de specifieke context van milieu- en sociale risico's is de evaluatie van de risico's die van invloed kunnen zijn op de activiteiten van UCB verankerd in ons Ondernemingsrisicobeheer-model. UCB past het voorzorgsbeginsel toe bij innovatie en ontwikkeling van nieuwe producten als hulpmiddel voor maatschappelijk en milieu risicobeheer. We bestuderen de voordelen en mogelijke risico's voor gezondheid en milieu van innovatie en nieuwe technologieën op een wetenschappelijke en transparante wijze.
Bestuur en toezicht
UCB blijft aantonen dat het zich inzet voor het beheren van onzekerheid door aan de top verantwoordelijkheid te creëren en het ondernemen van actie door de bedrijfsonderdelen te stimuleren. Elk toprisico is eigendom van een lid van het Uitvoerend Comité. Dat lid is verantwoordelijk voor het begrijpen van de aard van het risico, en het ons in staat stellen het te beantwoorden.
1 Het Wereldwijde Risico Raport 2018, 13e editie, Wereld Economisch Forum (2018)
2.2 Toprisico's 2018
We behouden een sterke verbondenheid met onze Raad van bestuur/Auditcomité en brengen feedback met betrekking tot risico terug in de organisatie. De Wereldwijde Interne Audit-functie is verantwoordelijk voor het onafhankelijk en regelmatig beoordelen van de
toprisico's en het overeenkomen met de bedrijfsfuncties over hun plan van aanpak. De geïllustreerde risico's zijn een weergave van de belangrijkste risico's die werden geïdentificeerd en beheerd in 2018.
Toprisico's geïdentificeerd UCB's antwoord
Concurrentie van biosimilars en nieuwe medicijnklassen
Biosimilaire nieuwkomers en hun marktimpact nemen wereldwijd toe. Tegelijkertijd draagt de lancering van nieuwe klassen van op biologische gebaseerde geneesmiddelen bij aan de rijke complexiteit van de biologische markt. Als een belangrijk onderdeel van zijn strategie ondersteunt UCB de toenemende innovatie en toegang tot biologische producten door te investeren in superieure algemene waardeproposities in populaties van patiënten doelgroepen.
Intensiteit van opeenvolgende productintroducties
UCB heeft sterke pijplijnresultaten opgeleverd, terwijl we blijven streven naar, en investeren in, sterk gedifferentieerde geneesmiddelen die zich richten op de behoeften van vast omlijnde populaties. Onze volgende reeks nieuwe oplossingen zouden snel achter elkaar kunnen komen, waardoor er behoefte is aan duidelijke waardeberichten en lanceringswendbaarheid.
Als een innovatief bedrijf houd UCB zich bezig met meerdere gerichte differentiatiestrategieën. We streven actief naar het evenwicht tussen het bieden van superieure patiëntenresultaten tegen concurrerende zorgkosten, beïnvloed door een diepgaand begrip van de behoeften van patiënten en regelgevende belanghebbenden.
UCB past zijn capaciteiten en herschikt middelen en talenten op een wendbare manier aan om het lanceringssucces in een snel veranderende omgeving te optimaliseren. Leiderschap en capaciteiten zullen blijven evolueren in overeenstemming met onze Patiëntenwaarde-strategie met de ontwikkeling van een innovatief en adaptief vermogen van alle leiders en teams.
Toprisico's geïdentificeerd UCB's antwoord
Wisselkoersvolatiliteit
De inkomsten van UCB zijn onderhevig aan wisselkoersschommelingen als gevolg van het wereldwijde karakter van haar activiteiten. De nettoomzet in de VS was goed voor 50% van de totale gerapporteerde netto-omzet in 2018. Productie, onderzoek en ontwikkeling en andere bedrijfskosten werden hoofdzakelijk in Euro, Pond Sterling en Zwitserse Frank gemaakt. Bijgevolg zijn de resultaten en kasstromen van UCB blootgesteld aan volatiliteit in vreemde valuta, voornamelijk aan de afschrijving van de Amerikaanse Dollar, en in mindere mate aan de depreciatie van de Japanse Yen en de appreciatie van de Zwitserse Frank en het Pond Sterling ten opzichte van de Euro.
De financiële risico's van de UCB-groep worden centraal beheerd. Het beleid voor het beheer van financiële risico's van de Groep is opgesteld om de netto vreemde valutablootstellingen van de UCB-groep te identificeren en om de verwachte kasstromen in vreemde valuta af te dekken gedurende een periode van minimaal 6 maanden en maximaal 26 maanden. Bovendien wordt de valutasamenstelling van de activa en passiva van de groep nauwlettend gevolgd. Voor meer informatie Zie Toelichting 4.
Wereldwijde prijsstelling en toegangsuitdagingen
Farmaceutische prijzen worden nog steeds kritisch bekeken, met wereldwijde betalers, zowel overheid als particulieren, die op zoek zijn naar middelen om de kosten te verlagen. Strategieën voor uitbetalers omvatten neerwaartse prijsdruk, kortingsoverwegingen, toename van de out-of-pocket kosten voor patiënten en toegangsbeperkingen.
Wijzigingen in toegang tot Medicare en andere veranderingen in de houding van de Amerikaanse overheid kunnen het vermogen van UCB verhinderen om de benodigde diensten en oplossingen aan te bieden aan onze patiënten.
UCB werkt actief samen met betalers en industrie verenigingen om patiënten de beste toegang te bieden en tegelijkertijd duurzame oplossingen te promoten die wereldwijd een belangrijk verschil maken.
Onze uitvoerende en leidende teamcomités controleren, en zijn betrokken bij het Amerikaanse beleidsecosysteem om onze visie om een verschil te maken voor mensen met ernstige ziekten te blijven waarmaken.
Cybersecurity/big data en kunstmatige intelligentie
Onze wereld is in toenemende mate afhankelijk van het evoluerende digitale landschap om de doelen van vandaag te bereiken en nieuwe paradigma's voor de toekomst te creëren. Cyberveiligheid en gegevensprivacy in alle vormen zijn van het grootste belang voor UCB, omdat inbreuken en verstoringen reputatieschade, financiële en operationele schade kunnen veroorzaken. Kunstmatige intelligentie (KI) verandert de manier waarop we leven en communiceren. Met de ervaring die UCB al heeft opgedaan in de KI-ruimte, onderzoeken we voortdurend hoe dit een rol kan spelen in het leven van onze patiënten en in onze manier van zakendoen.
UCB heeft een veelzijdige strategie voor cyberbeveiliging en gegevensbeheer, samen met actieve programma's voor de juiste preventie-, detectie- en responscontroles. Dit omvat continue monitoring en analyse, detectie van, en reactie op, indringingsincidenten, beveiligingstesten en bewustmakingstrainingen en campagnes voor gebruikers. Bovendien bouwt UCB een Cybercrisisprogramma dat ons in staat stelt om grote beveiligingsincidenten (bijvoorbeeld datalekken of malware) goed af te handelen.1
UCB heeft processen opgezet om te voldoen aan de nieuwe GDPR-wetgeving. Ethische beoordelingen vormen een integraal onderdeel van elk relevant KIproject bij UCB.
Toprisico's geïdentificeerd UCB's antwoord
Intellectuele eigendom
Intellectuele Eigendomsrechten (IE) zijn essentieel om innovatie te bevorderen van steeds complexere wetenschap en snel evoluerende patiënten noden. Moeilijkheden bij het verkrijgen en verdedigen van octrooien die waardevolle innovatie beschermen, komen vaak voor. In een politiek uitdagende omgeving is de publieke perceptie van intellectueel eigendom vaak negatief en verkeerd begrepen.
UCB verplicht zich om IE selectief te maken, te onderhouden en te verdedigen wanneer er sprake is van kerninnovatie en wanneer dit een echte patiënten- en maatschappelijke meerwaarde heeft. We zijn ons proactief bewust van het competitieve landschap rond onze programma's. UCB bevordert een verandering in de algemene kijk op IE, innovatie en toegang door actieve betrokkenheid van het overheidsbeleid en het bevorderen van risicodeling met andere belanghebbenden in de gezondheidszorg. We blijven onze IE efficiënt verdedigen met proceswinst op Vimpat ® (VS, VK, NL), Neupro ® (VS) and Toviaz® (VS).
Opvolging van 2017
Biologische voorzieningen
Met de snelle toename van nieuwe biologische en biosimilaire producten heeft UCB het potentieel erkend voor beperkte interne en externe wereldwijde grootschalige capaciteit om aan onze ontwikkelings- en commerciële behoeften te voldoen. Onze responsstrategie was zowel de externe bevoorrading te beveiligen als onze interne productiecapaciteit uit te breiden. Door acties die in 2018 op beide fronten werden uitgevoerd, kon UCB dit toprisico verminderen.
1 In 2018 werden geen onderbouwde klachten over aan klanten privacy gegevens vastgesteld door middel van interne monitoring- en auditactiviteiten. Eén incident met betrekking tot gestolen IT-materiaal is gecommuniceerd aan de autoriteiten en dit IT-incident heeft niet geleid tot een hoog risico voor de rechten en vrijheden van de betrokken betrokkenen.
3 Verklaring Inzake Deugdelijk Bestuur
3.1 Reikwijdte van de rapportering
Als een vennootschap met hoofdzetel in België, die de hoogste normen inzake deugdelijk bestuur nastreeft, heeft de Raad van bestuur (de "Raad") van UCB NV ("UCB") inoktober2005 een Corporate Governance Charter (het "Charter") aangenomen, zoals vereist door de Belgische Corporate Governance Code (eerste versie, 2004). Zoals vereist door artikel 96, 1, 1° van het Wetboek van Vennootschappen, volgt UCB de "Belgische Corporate Governance Code 2009" ("de Corporate Governance Code") als haar referentiecode, rekening houdend met het specifieke internationale karakter van UCB1 .
Het Charter is beschikbaar op de website van UCB en beschrijft de belangrijkste aspecten van het deugdelijk bestuur van UCB, inclusief de bestuursstructuur en het intern reglement van de Raad, zijn comités en het Uitvoerend Comité, en van de aandeelhoudersvergaderingen. Het Charter wordt gedurende het jaar regelmatig bijgewerkt en jaarlijks
herzien door de Raad om in overeenstemming te zijn met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, de Corporate Governance Code en de interpretatie ervan.
In overeenstemming met het Wetboek van Vennootschappen en de Corporate Governance Code, voorzien de volgende pagina's feitelijke informatie over het deugdelijk bestuur van UCB. Het verslag bevat een overzicht van de wijzigingen op het vlak van het deugdelijk bestuur binnen UCB en van relevante gebeurtenissen die in de loop van 2018 hebben plaatsgevonden, zoals wijzigingen in UCB's kapitaal- of aandeelhoudersstructuur, de wijzigingen aan UCB's bestuur en aan de samenstelling van de Raad en zijn Comités, de belangrijkste kenmerken van UCB's interne controle- en risicobeheerssystemen, en het remuneratieverslag. Verder verschaft het verslag, indien nodig, bijkomende informatie over de eventuele afwijkingen van de Corporate Governance Code.
Je kan niet groeien zonder anderen te helpen.
Denelle, UCB
1 De "Belgische Corporate Governance Code 2009" is beschikbaar op de website van de Corporate Governance Commissie.
3.2 Kapitaal en aandelen
3.2.1 Kapitaal
In 2018 is het kapitaal van UCB niet gewijzigd. Op 31 december 2018 bedroeg het € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen.
3.2.2 Aandelen
Sinds 13maart2014 wordt het aandelenkapitaal van UCB vertegenwoordigd door 194505658 volledig volgestorte aandelen ("UCB aandelen"). De UCB aandelen zijn, naar keuze van de aandeelhouder, op naam of gedematerialiseerd, in overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen.
Ingevolge de Wet van 14 december 2005 werden aandelen aan toonder geleidelijk afgeschaft, wat leidde tot hun omzetting in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten vanaf 1 januari 2014 en hun complete afschaffing op het einde van 2015.
Vanaf 1 januari 2016 hebben de rechtmatige eigenaars van niet opgeëiste aandelen aan toonder het recht om bij de Deposito- en Consignatiekas de terugbetaling te vorderen van de netto-opbrengst van de onderliggende aandelen, op voorwaarde dat zij op geldige wijze hun hoedanigheid van rechthebbende kunnen aantonen en mits een boete van 10% van de verkoopsopbrengst van de onderliggende aandelen aan toonder per begonnen jaar. Meer details over het dematerialiserings- en omzettingsproces zijn beschikbaar op de website van UCB.
UCB aandelen op naam worden ingeschreven in UCB's register van aandelen op naam. Alle UCB aandelen zijn toegelaten tot de notering en verhandeling op Euronext Brussels.
3.2.3 Eigen aandelen
In overeenstemming met artikel 12, §2 van de statuten van UCB, heeft de buitengewone algemene vergadering van 26 april 2018 beslist om de Raad van bestuur voor een nieuwe periode van 2 jaar (en 2 maanden) die afloopt op 30 juni 2020 te machtigen om, op of buiten de beurs, door aankoop, omruiling, inbreng of om het
even welke andere wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, tot 10% van het totale aantal UCB aandelen te verwerven, berekend op de datum van elke verwerving, tegen een prijs of een tegenwaarde per aandeel gelijk aan maximaal de hoogste koers van het UCB aandeel op Euronext Brussel op de datum van de verwerving en minimaal € 1, zonder afbreuk te doen aan artikel 208 van het Koninklijk Besluit van 31 januari 2001. UCB NV mag, samen met zijn directe of indirecte dochtervennootschappen, evenals personen die handelen in hun eigen naam maar voor rekening van UCB of zijn directe of indirecte dochtervennootschappen, als gevolg van dergelijke verkrijging(en) niet meer dan 10% van het totaal aantal aandelen uitgegeven door UCB verwerven, berekend op het moment van de relevante verwerving. De machtiging die aan de Raad werd verleend, is ook van toepassing op alle verwervingen van UCB aandelen, direct dan wel indirect, door de rechtstreekse dochtervennootschappen van UCB in de zin van artikel 627 van het Wetboek van vennootschappen. Elke vervreemding van eigen aandelen door UCB of haar rechtstreekse dochtervennootschappen zal in voorkomend geval worden uitgevoerd op basis van de machtiging verleend aan de Raad opgenomen in artikel 12 in fine van de statuten.
In 2018 heeft UCB NV 48 711 UCB aandelen verworven en 1 054 516 UCB aandelen overgedragen. Op 31 december 2018 was UCB NV eigenaar van 2 102 356 UCB aandelen, die 1,08% van het totale aantal UCB aandelen vertegenwoordigen. UCB NV bezit geen andere UCB effecten. Op 31 december 2018 hield UCB NV eveneens 9 705 UCB aandelen aan in naam en voor rekening van werknemers van de UCB Groep, na de definitieve verwerving van die aandelen, in afwachting van hun levering aan de respectievelijke begunstigden.
UCB Fipar SA, een onrechtstreekse
dochtervennootschap van UCB, heeft 780013 UCB aandelen verworven en 471 701 UCB aandelen verkocht in 2018. Op 31 december 2018 was UCB Fipar SA eigenaar van 3929828 UCB effecten die, indien uitgeoefend, 2,02% van het totale aantal UCB aandelen vertegenwoordigen. Deze deelneming van UCB effecten bestaat uit 3494828aandelen en 435000 gelijkgestelde
financiële instrumenten (uitstaande opties). Op 31 december 2018 hield UCB Fipar SA ook 230 989 UCB aandelen aan in naam en voor rekening van werknemers van de UCB Groep, na de definitieve verwerving van die aandelen, in afwachting van hun levering aan de respectievelijke begunstigden.
De UCB aandelen werden verworven door UCB en UCB Fipar SA onder meer om de verplichtingen van UCB in te dekken die voortvloeien uit de aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en aandelenprestatieplannen voor werknemers. Een aantal van deze aandelen werd daarna overgedragen aan andere met UCB verbonden vennootschappen in de loop van 2018, uitsluitend om deze te leveren aan werknemers van deze andere verbonden vennootschappen. Aangezien deze aandelen allemaal geleverd zijn aan in aanmerking komende werknemers, houdt geen enkele van deze andere verbonden vennootschappen nog UCB aandelen aan op 31 december 2018. Voor meer details verwijzen we naar Toelichting 26.2 Eigen aandelen.
3.2.4 Toegestaan kapitaal
De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 26 april 2018 besloot om de Raad te machtigen (en om de statuten overeenkomstig te wijzigen) om gedurende 2 jaar het kapitaal in één of meer malen te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de wettelijke grenzen,
- i. met maximaal 5% van het kapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten (al dan niet ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen);
- ii. met maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging
waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders niet wordt beperkt of uitgesloten.
Het totale bedrag waarmee de Raad het kapitaal kan verhogen door een combinatie van de machtigingen zoals bepaald onder (i) en (ii), is in ieder geval beperkt tot maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging.
De Raad is bovendien uitdrukkelijk gemachtigd om deze machtiging te gebruiken, binnen de beperkingen zoals bepaald onder (i) en (ii) hierboven, voor de volgende verrichtingen:
-
- een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of van warranten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten;
-
- een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen;
-
- een kapitaalverhoging door omzetting van reserves.
Een dergelijke kapitaalverhoging kan om het even welke vorm aannemen, met inbegrip van, maar zonder beperking tot, een inbreng in geld of in natura, met of zonder uitgiftepremie, door omzetting van reserves en/ of uitgiftepremies en/of overgedragen winst, voor zover maximaal door de Wet is toegestaan.
Elke beslissing van de Raad om gebruik te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%.
De Raad heeft de bevoegdheid, met recht van indeplaatsstelling, om de statuten te wijzigen om daarin de kapitaalverhogingen weer te geven die het gevolg zijn van de uitoefening van deze machtiging.
Het Belgische Wetboek van Vennootschappen laat het gebruik van deze machtiging niet toe van zodra de vennootschap op de hoogte is gebracht van een openbaar overnamebod door de FSMA.
3.3 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
3.3.1 Referentieaandeelhouder
De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de "Referentieaandeelhouder" of "Tubize" genoemd), een Belgische vennootschap genoteerd op Euronext Brussel. Tubize bezit 68 076 981 UCB aandelen op een totaal van 194 505 658 (d.i. 35,00%) op 31 december 2018.
Op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen door Tubize en, in voorkomend geval, recentere publieke informatie, kan de aandeelhouderstructuur van Tubize op 31 december 2018 samengevat worden als volgt:
| In onderling overleg | Buiten onderling overleg | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stemrechten | % | Stemrechten | % | Stemrechten | % | |
| Financière Eric Janssen SPRL | 8 525 014 | 19,14% | 1 988 800 | 4,46% | 10 513 814 | 23,60% |
| Daniel Janssen | 5 881 677 | 13,20% | – | – | 5 881 677 | 13,20% |
| Altaï Invest SA | 4 969 795 | 11,16% | 26 468 | 0,06% | 4 996 263 | 11,22% |
| Barnfin SA | 3 903 835 | 8,76% | – | – | 3 903 835 | 8,76% |
| Jean van Rijckevorsel | 11 744 | 0,03% | – | – | 11 744 | 0,03% |
| Totaal stemrechten gehouden door de | ||||||
| referentieaandeehouders | 23 292 065 | 52,28% | 2 015 268 | 4,52% | 25 307 333 | 56,81% |
| Andere aandeelhouders | – | – | 19 241 265 | 43,19% | 19 241 265 | 43,19% |
| Totaal stemrechten | 23 292 065 | 52,28% | 21 256 533 | 47,72% | 44 548 598 | 100,00% |
Altaï Invest SA wordt gecontroleerd door Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen. Barnfin SA wordt gecontroleerd door Bridget van Rijckevorsel.
De referentieaandeelhouders van Tubize, behorend tot de familie Janssen, handelen in onderling overleg, d.w.z. zij hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van
hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van Tubize te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten, conform artikel 3, §1, 13°, a), b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, a) en b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen.
3.3.2 Transparantieverklaringen
In de loop van 2018 heeft UCB de volgende transparantieverklaringen ontvangen:
- Op 25 januari 2018 kreeg UCB een
- transparantieverklaring van Tubize, die vermeldde dat Tubize op 19 januari 2018 de bevestiging kreeg dat de overeenkomst om te handelen in onderling overleg met Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG (hierna ook genoemd "Schwarz") was beëindigd. UCB kreeg een gelijkaardige kennisgeving van Schwarz op 29 januari 2018.
- UCB ontving transparantieverklaringen van BlackRock, Inc., respectievelijk gedateerd op 3 juli (2 kennisgevingen op dezelfde dag, één verwijzend naar de situatie op 29 juni en de andere verwijzend naar de situatie op 2 juli), 9 juli, 19 juli, 20 juli, 31 juli, 2 augustus (2 kennisgevingen op dezelfde dag, één verwijzend naar de situatie op 31 juli en de andere verwijzend naar de situatie op 1 augustus), 3 augustus, 6 augustus, 7 augustus, 8 augustus, 10 augustus, 23 augustus, 24 augustus, 28 augustus, 29 augustus, 31 augustus, 11 september, 13 september, 17 september, 18 september, 26 september, 27 september, 28 september, 1 oktober, 3 oktober, 4 oktober, 8 oktober, 16 november, 19 november, 10 december, 11 december, 27 december en 28 december 2018. De laatste kennisgeving in 2018 verklaarde dat BlackRock Inc. op 27 december 2018, rekening houdend met de participaties van verbonden vennootschappen, 9072842 UCB aandelen met stemrecht aanhield, die 4,66% vertegenwoordigen van het totale aantal aandelen uitgegeven door UCB, en 720 194 gelijkgestelde financiële instrumenten, die 0,37% van het totale aantal aandelen uitgegeven door UCB vertegenwoordigen.
- UCB ontving ook een transparantieverklaring van The Capital Group Companies, Inc., gedateerd op 29 maart 2018. Deze kennisgeving meldde dat The Capital Group Companies, Inc. op 27 maart 2018, rekening houdend met de participaties aangehouden door verbonden vennootschappen, 5655000 UCB aandelen met stemrecht aanhield, die 2,91% vertegenwoordigen van het totale aantal aandelen uitgegeven door UCB.
Al deze kennisgevingen, alsook meer recente kennisgevingen ontvangen in 2019, zijn beschikbaar op de website van UCB.
3.3.3 Relaties met en tussen aandeelhouders
Wij verwijzen u naar toelichting 43.2 voor een overzicht van de relaties tussen UCB en haar aandeelhouders. Verder is UCB niet op de hoogte van overeenkomsten tussen zijn aandeelhouders, met uitzondering van de informatie hieronder vermeld.
Wat zijn deelneming in UCB betreft, handelde Tubize tot januari 2018 in onderling overleg met Schwarz, d.w.z. zij hadden een akkoord gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van UCB te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten (conform artikel 3, §1, 13°, b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen).
UCB kreeg kennisgevingen in toepassing van artikel 74, §7 van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, van Tubize, Schwarz en UCB Fipar SA, respectievelijk op 11 november 2007, 11 december 2007 en 28 december 2007. Op 16 augustus 2018 ontving UCB, in uitvoering van artikel 74, §8 van de Wet op de openbare overnamebiedingen, een bijgewerkte kennisgeving van Tubize en Schwarz (deze kennisgeving is beschikbaar op de website van UCB), waarin wordt verklaard:
- dat Tubize geen UCB aandelen verwierf sinds 31 juli 2017;
- dat het onderling overleg tussen Financière de Tubize SA en Schwarz ten einde kwam begin 2018;
- dat Tubize 68076981 UCB aandelen aanhield op 31 juli 2018, op een totaal aantal van 194505658 (d.w.z. 35,00%).
Zoals vermeld in paragraaf 3.3.2. hierboven ontving UCB op 25 januari 2018 een transparantieverklaring van Tubize die meldde dat Tubize op 19 januari 2018 de bevestiging kreeg dat de overeenkomst om te handelen in onderling overleg met Schwarz was beëindigd, en een transparantieverklaring van Schwarz die deze informatie bevestigde op 29 januari 2018.
3.3.4 Aandeelhoudersstructuur
Naast de kennisgevingen hierboven vermeld onder 3.3.2 en 3.3.3 en de kennisgeving gedaan in 2014 door Vanguard Health Care Fund verwerkt in de tabel hieronder, houden ook UCB en zijn dochtervennootschappen UCB aandelen aan.
De overige UCB aandelen zijn in handen van het publiek.
Op de volgende pagina vindt u een bijgewerkt overzicht van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief
gelijkgestelde financiële instrumenten), op basis van het aandelenregister van UCB, de transparantieverklaringen ontvangen in uitvoering van de Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, de kennisgeving ontvangen in uitvoering van artikel 74, §8 van de Wet van 1 april2007 op de openbare overnamebiedingen, de kennisgevingen aan de FSMA in uitvoering van de Wet van 2augustus2002 op het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en, in voorkomend geval, recentere publieke bekendmakingen (situatie op 31 december 2018):
| Laatste update | ||||
|---|---|---|---|---|
| Kapitaal | € 583 516 974 | |||
| Totaal aantal stemrechten (noemer) | 194 505 658 | 13 maart 2014 | ||
| 1 | Financière de Tubize SA ('Tubize') | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 68 076 981 | 35,00% | 19 januari 2018 | |
| 2 | UCB NV | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 2 102 356 | 1,08% | 31 december 2018 | |
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 0 | 0,00% | 06 maart 2017 | |
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | 18 december 2015 | |
| Totaal | 2 102 356 | 1,08% | ||
| 3 | UCB Fipar SA | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 3 494 828 | 1,80% | 31 december 2018 | |
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 435 000 | 0,22% | 03 juni 2015 | |
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | 25 december 2015 | |
| Totaal | 3 929 828 | 2,02% | ||
| UCB NV + UCB Fipar SA(2) | ||||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 5 597 184 | 2,88% | ||
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 435 000 | 0,22% | ||
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | ||
| Totaal | 6 032 184 | 3,10% | ||
| 3 Free float |
120 831 493 | 62,12% | ||
| 4 | Vanguard Health Care Fund | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 9 741 353 | 5,01% | 28 oktober 2014 | |
| 5 | BlackRock, Inc. | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 9 072 842 | 4,66% | 27 december 2018 | |
(alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totale aantal stemrechten)
1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 14 februari 2008 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen die, indien uitgeoefend, bijkomende stemrechten verlenen, d.w.z. effecten, opties, futures, swaps, rentetermijnovereenkomsten en andere derivatenovereenkomsten m.b.t. bestaande stemrechtverlenende effecten die hun houder het recht verlenen om, uitsluitend op eigen initiatief van de houder, zulke stemrechtverlenende effecten te verwerven, in uitvoering van een overeenkomst die bindend is onder de toepasselijke wetgeving.
2 UCB NV controleeert onrechtstreeks UCB Fipar SA | artikel 6, §5, 2° en artikel 9, §3, 2° van de Wet op openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
3 Free Float zijn de UCB aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize), UCB NV of UCB Fipar SA. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlende effecten (aandelen) gehouden door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten.
In lijn met het lange-termijn dividendbeleid van UCB stelt de Raad een bruto-dividend voor van € 1,21 per aandeel (2017: € 1,18). Als dit dividend wordt goedgekeurd door de Algemene Vergadering op 25 april 2019, zal het netto-dividend van € 0,847 per aandeel betaalbaar zijn vanaf 30 april 2019 tegen afgifte van coupon nummer 22.
3.3.5 Algemene vergadering van aandeelhouders
In overeenstemming met de statuten, vindt de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders plaats op de laatste donderdag vanaprilom 11.00u MET. In 2019 is dit op 25 april.
De regels aangaande de agenda, de procedure voor het bijeenroepen van vergaderingen, toelating tot de vergaderingen, de procedure voor het uitoefenen van stemrecht en andere details kan men vinden in de statuten en in het Corporate Governance Charter, die beschikbaar zijn op de UCB website.
3.4 Raad van bestuur en comités van de Raad
3.4.1 Raad van bestuur
Samenstelling van de Raad en onafhankelijke bestuurders
Sinds de algemene vergadering van 26 april 2018 is de Raad samengesteld als volgt:
Evelyndu Monceau
Voorzitster van de Raad 1950 – Belg
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 1984
- Voorzitster van de Raad sinds 2017
- Vicevoorzitster van de Raad van 2006 tot 2017
- Voorzitster van het Governance, Benoemingsen Remuneratiecomité sinds 2006
- Einde mandaat: 2019
Ervaring
Meer dan 30 jaar in de industriële sector, via verscheidene bestuursmandaten, en in holdingvennootschappen.
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA
- Lid van de Raad van bestuur van Solvay SA
- Lid van het vergoedingscomité en het benoemingscomité van Solvay SA
Pierre L. Gurdjian
Vicevoorzitter van de Raad Onafhankelijk bestuurder 1961 – Belg
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2016
- Lid van het Governance, Benoemings- en Remuneratie comité sinds 2016
- Einde mandaat: 2020
Ervaring
Senior Partner bij McKinsey and Co. waar hij bijna drie decennia actief was en senior professional in de domeinen Filantropie en Onderwijs.
- Voorzitter van de Raad van bestuur van de Université Libre de Bruxelles
- Lid van de Raad van bestuur van Lhoist
Jean-Christophe Tellier
Uitvoerend bestuurder 1959 – Fransman
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2014
- Einde mandaat: 2022
Ervaring
Meer dan 25 jaar in de farmaceutische sector, bij Ipsen en Novartis waar hij verscheidene senior uitvoerende functies bekleedde.
Belangrijkste externe mandaten
- Vicevoorzitter en Verkozen Voorzitter van de Raad van bestuur van EFPIA (European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations)
- Voorzitter van de Innovation Board Sponsored Committee (EFPIA)
- Voorzitter van de IMI (Innovative Medicines Initiative) Bestuursraad
- Lid van de Raad van bestuur van PhRMA (Pharmaceutical Research and Manufacturers of America)
- Lid van de Raad van bestuur van WELBIO (Walloon Institute for Life Lead Sciences)
Alice Dautry
Onafhankelijk bestuurster 1950 – Franse
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2015
- Lid van het Wetenschappelijk Comité sinds 2015
- Einde mandaat: 2019
Ervaring
Meer dan 30 jaar in het wetenschappelijk domein, voornamelijk bij het Instituut Pasteur waarvan ze voorzitster was (2005-2013)
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Board of Trustees van het Institute of Science and Technology in Oostenrijk
- Lid van de Raad van toezicht van KLM
Kay Davies
Onafhankelijk bestuurster 1951 – Britse
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2014
- Voorzitster van het Wetenschappelijk Comité sinds 2014
- Lid van het Governance, Benoemings- en Remuneratiecomité sinds 2017
- Einde mandaat: 2022
Ervaring
Meer dan 20 jaar in wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit van Oxford
- Lid van de Raad van bestuur van Biotech Growth Trust
- Lid van de Raad van bestuur van Genome England
Albrecht De Graeve
Onafhankelijk bestuurder 1955 – Belg
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2010
- Lid (sinds 2010) en Voorzitter (sinds 2015) van het Auditcomité
- Einde mandaat: 2021
Ervaring
Meer dan 30 jaar ervaring op globaal niveau in diverse industriële sectoren (Alcatel, VRT en Bekaert)
Belangrijkste externe mandaten
- Voorzitter van de Raad van bestuur van Bekaert NV
- Voorzitter van de Raad van bestuur van Telenet Group Holding NV
- Voorzitter van de Raad van bestuur van Sibelco NV
RochDoliveux
Bestuurder 1956 – Fransman
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2017
- Einde mandaat: 2021
Ervaring
Meer dan 30 jaar ervaring in de farmaceutische sector, waarvan 10 jaar als UCB's Chief Executive Officer en Voorzitter van het Uitvoerend Comité.
- Voorzitter van het GLG Healthcare Instituut
- Voorzitter van de Raad van bestuur van de Pierre Fabre Groep
- Voorzitter van de Raad van bestuur van de Vlerick Business School
- Voorzitter van het Caring Entrepreneurship Fund (Koning Boudewijnstichting)
- Lid van de Raad van bestuur van Stryker Corporation
Charles-Antoine Janssen
Bestuurder 1971 – Belg
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2012
- Lid van het Auditcomité sinds 2015
- Einde mandaat: 2020
Ervaring
Meer dan 20 jaar ervaring in operaties, met inbegrip van UCB waar hij verschillende leidinggevende posities bekleedde. Vandaag beheert hij private equity activiteiten en investeringen met sociale impact.
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA
- Managing partner bij Kois Invest
- Mede-oprichter, lid van de Raad van bestuur en lid van de Adviesraad van meerdere private vennootschappen, organisaties zonder winstoogmerk en private equity fondsen
Cyril Janssen
Bestuurder 1971 – Belg
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2015
- Einde mandaat: 2019
Ervaring
Met meer dan 20 jaar ervaring als onafhankelijk adviseur heeft Cyril mandaten gehad in zowel de audiovisuele als niet-gouvernementele sector. Als sterke pleitbezorger voor het welzijn van kinderen, lag de focus van Cyril de voorbije 10 jaar op investeren in initiatieven met een sterke maatschappelijke impact en die gericht zijn op het leven gemakkelijker maken voor gezinnen.
- Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA
- Lid van de Raad van bestuur van Financière Eric Janssen
- Lid van het Steering Committee van het Caring Entrepreneurship Fund (Koning Boudewijnstichting)
Viviane Monges
Onafhankelijk bestuurster 1963 – Franse
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2017
- Lid van het Auditcomité sinds 2018
- Einde mandaat: 2021
Ervaring
30 jaar in financiële functies, voornamelijk in de farmaceutische sector (Wyeth, Novartis, Galderma, Nestlé).
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de strategische Raad van Neomedlight
- Lid van de Raad van bestuur van Novo Holdings
- Lid van de Raad van bestuur van Idorsia
- Lid van de Raad van bestuur van Voluntis
Norman J. Ornstein
Onafhankelijk bestuurder 1948 – Amerikaan
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2008
- Einde mandaat: 2019
Ervaring
Meer dan 40 jaar als professor en analist van Amerikaanse politiek en beleid
Belangrijkste externe mandaten
- Voorzitter van Campaign Legal Center (VS)
- Residerend professor, American Enterprise Instituut
Cédric van Rijckevorsel
Bestuurder
1970 – Belg
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2014
- Einde mandaat: 2022
Ervaring
Meer dan 20 jaar in de banken- en financiële sector, hoofdzakelijk bij IDS Capital
- Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA
- Lid van de Raad van bestuur van Barnfin SA
- Dagelijks bestuurder en stichter van IDS Capital (Zwitserland en VK)
Ulf Wiinberg
Onafhankelijk bestuurder 1958 – Deen / Zweed
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2016
- Lid van het Auditcomité sinds 2016
- Einde mandaat: 2020
Ervaring
Bijna 20 jaar in hogere leidinggevende functies in farmaceutische ondernemingen en in gezondheidszorg organisaties
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Alfa Laval AB
- Lid van de Raad van bestuur van Agenus Inc.
- Voorzitter van de Raad van bestuur van Hansa Medical
Tijdens de algemene vergadering van 26 april 2018 werden de mandaten van Jean-Christophe Tellier, Kay Davies (onafhankelijk bestuurder) en Cédric van Rijckevorsel hernieuwd voor een nieuwe termijn van 4 jaar.
Alice Dautry, Kay Davies, Albrecht De Graeve, Viviane Monges, Pierre Gurdjian, Norman Ornstein en Ulf Wiinberg kwalificeren allemaal als onafhankelijk bestuurder en voldoen aan alle onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code.
Evelyn du Monceau, Charles-Antoine Janssen, Cyril Janssen en Cédric van Rijckevorsel zijn vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder en zij kunnen bijgevolg niet kwalificeren als onafhankelijk bestuurder. Roch Doliveux was CEO van UCB van 2005 tot 31 december 2014. Hierdoor kwalificeert hij niet als onafhankelijk bestuurder in overeenstemming met de criteria bepaald door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen.
De mandaten van Evelyn du Monceau, Alice Dautry, Cyril Janssen en Norman J. Ornstein zullen aflopen op de algemene vergadering van 25 april 2019. Het mandaat van Norman J. Ornstein zal niet hernieuwd worden, gezien hij de leeftijdsgrens van 70 heeft bereikt.
Op advies van het Governance, Nomination and Compensation Committee ("GNCC") zal de Raad aan de algemene vergadering van 25 april 2019 voorstellen om:
- het mandaat van mevr. Alice Dautry als onafhankelijk bestuurster te hernieuwen voor de statutaire termijn van 4 jaar;
- de mandaten van mevr. Evelyn du Monceau en dhr. Cyril Janssen als bestuurder te hernieuwen voor de statutaire termijn van 4 jaar;
- mevr. Jan Berger te benoemen als nieuwe onafhankelijk bestuurster voor de statutaire termijn van 4 jaar.
Volgens de informatie verstrekt aan de Vennootschap, voldoen mevr. Alice Dautry en mevr. Jan Berger beiden aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden opgelegd door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code. Indien herbenoemd, zal mevr. Alice Dautry lid blijven van het Wetenschappelijk Comité.
Mits bevestiging van de voormelde herbenoemingen en benoeming door de algemene vergadering van 25 april 2019 en in overeenstemming met het Charter, zal Evelyn du Monceau Voorzitster blijven van de Raad en van het GNCC. De samenstelling van de bijzondere comités van de Raad (GNCC, Auditcomité en Wetenschappelijk comité) zal niet veranderen.
Als gevolg van de hierboven vermelde herbenoemingen en benoeming, zal de Raad nog steeds samengesteld zijn uit een meerderheid van onafhankelijke, nietuitvoerende bestuurders in 2019. Alle bijzondere comités van de Raad zullen ook nog steeds samengesteld zijn uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders. Het Auditcomité in het bijzonder wordt voorgezeten worden door Albrecht De Graeve, onafhankelijk bestuurder. Jean-Christophe Tellier is de enige uitvoerende bestuurder (CEO).
De Raad van UCB is samengesteld uit één derde vrouwen, zoals vereist door artikel 518bis §1 van het Wetboek van vennootschappen. Dit aantal zal stijgen door de voorgestelde benoeming van een bijkomende vrouw (mevr. Jan Berger) die een mannelijke bestuurder zal vervangen1 .
WERKING VAN DE RAAD
In2018 kwam de Raad zes keer samen, inclusief voor hun jaarlijkse off-site strategische meeting (oktober). De aanwezigheidsgraad van zijn leden was als volgt:
| Evelyn du Monceau, Voorzitster | 100% |
|---|---|
| Pierre L. Gurdjian, Vicevoorzitter | 100% |
| Jean-Christophe Tellier, Uitvoerend | |
| bestuurder | 100% |
| Alice Dautry | 100% |
| Kay Davies | 100% |
| Albrecht De Graeve | 100% |
| Roch Doliveux | 100% |
| Charles-Antoine Janssen | 100% |
| Cyril Janssen | 100% |
| Viviane Monges | 100% |
| Norman J. Ornstein | 83% |
| Cédric van Rijckevorsel | 100% |
| Ulf Wiinberg | 100% |
Gedurende het jaar had de Raad ook verschillende telefonische conferenties om geïnformeerd of geupdate te worden over belangrijke projecten of zaken.
In 2018 betroffen de belangrijkste besprekingen, beoordelingen en beslissingen van de Raad: de strategie en investeringen van UCB, opvolging van de prestaties en uitvoering van de strategie, de verslagen van het Auditcomité, het Wetenschappelijk Comité en het GNCC, deugdelijk bestuur en (re)organisatie van UCB, risico en risicobeheersing (met inbegrip van regelmatige opvolging van rechtzaken en een "Cyber Security" review), opvolgingsplanning, de benoemingen voorbehouden aan de Raad, het beleid inzake verloning en Lange-Termijn Incentives Plannen, de jaarrekeningen en financiële rapportering, belangrijke financieringstransacties en bedrijfszaken, bedrijfsontwikkeling en M&A projecten, inclusief maar niet beperkt tot O&O-contracten, investeringen, licentieovereenkomsten, evenals de rapporten en voorstellen van besluit aan de algemene vergadering.
Er waren in 2018 geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van de Raad die tot een belangenconflict aanleiding zouden kunnen geven, met uitzondering van het vermelde in sectie 3.12 hieronder.
Er was dit jaar geen specifiek inductieprogramma voor de Raad aangezien er geen nieuwe bestuurder werd aangesteld in 2018. Het management bleef tijdens het jaar contact houden met de Raad om vragen te beantwoorden of nog om een degelijke opvolging en begrip van het bedrijf en de omgeving te verzekeren.
Sinds 2014, en twee keer per jaar (de vergaderingen in juli en december) houdt de Raad ook een bijzondere sessie waarbij het uitvoerend lid (de CEO) niet aanwezig is.
De secretaris van de Raad is Xavier Michel (Group Secretary General).
Evaluatie van de Raad
In overeenstemming met zijn Charter (sectie 3.5) moet de Raad een (interne) evaluatie doen op regelmatige basis en minstens om de twee jaar. In 2017 heeft Raad een volledige interne evaluatie uitgevoerd. De resultaten hiervan werden geanalyseerd in februari 2018 en passende acties werden ondernomen om de
1 De Raad is samengesteld uit 4 vrouwen op een totaal van 13 leden. In overeenstemming met artikel 518bis §1 van het Wetboek van vennootschappen, die het vereiste minimum aantal bestuurders van het andere geslacht vastlegt op een derde (d.i. vrouwen in het geval van UCB), moet dit minimum aantal afgerond worden naar het dichtstbijzijnde gehele getal (13/3 = 4,33), het dichtstbijzijnde gehele getal is bijgevolg 4). Mits bevestiging van de voormelde benoeming door de algemene vergadering van 25 april 2019 zal de Raad samengesteld zijn uit 5 vrouwen op een totaal van 13 leden.
belangrijkste resultaten van de evaluatie te implementeren. De evaluatie liet over het algemeen zien dat er een unaniem perspectief is van een sterk presterende Raad met een gebalanceerde samenstelling, een doordachte constructieve cultuur en die effectief functioneert. De Raad identificeerde enkele focusgebieden voor verdere verbetering, zoals: blijven de kwaliteit opdrijven van de dialoog met het management en anticiperen op wijzigingen op korte en middellange termijn in de samenstelling en de daaruit voortvloeiende opvolgingsproblemen.
Erebestuurders
De Raad heeft de volgende bestuurders benoemd als erebestuurders:
- Karel Boone, Erevoorzitter
- Mark Eyskens, Erevoorzitter
- Georges Jacobs de Hagen, Erevoorzitter
- Daniel Janssen, Erevicevoorzitter
- Gerhard Mayr, Erevoorzitter
- Prins Lorenz van België
- Alan Blinken
- Arnoud de Pret
- Michel Didisheim
- Peter Fellner
- Guy Keutgen
- Jean-Pierre Kinet
- Paul Etienne Maes (†)
- Tom McKillop
- Gaëtan van de Werve
- Jean-Louis Vanherweghem
- Bridget van Rijckevorsel
3.4.2 Comités van de Raad
Auditcomité
De Raad heeft een Auditcomité opgezet waarvan de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen, de Corporate Governance Code en het Charter. Het is samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders, allemaal nietuitvoerende bestuurders, en wordt voorgezeten door
Albrecht De Graeve, zelf ook een onafhankelijk bestuurder. Alle leden hebben de nodige deskundigheid in audit en boekhouding zoals vereist door artikel 526bis van het Wetboek van vennootschappen.
| Einde mandaat |
Onafhankelijk bestuurder |
Aanwezig heidsgraad |
|
|---|---|---|---|
| Albrecht De Graeve, | |||
| Voorzitter | 2021 | x | 100% |
| Charles-Antoine | |||
| Janssen | 2020 | 100% | |
| Ulf Wiinberg | 2020 | x | 100% |
| Viviane Monges1 | 2021 | x | 100% |
1 Lid van het Audit Comité sinds 26 april 2018
Het Auditcomité vergaderde vier keer in 2018. Elk Auditcomité ging gepaard met een besloten sessie met enkel de interne auditors en de commissaris, zonder dat het management aanwezig was. Indien nodig werden de vergaderingen van het Auditcomité, al dan niet deels, bijgewoond door de commissaris.
De vergaderingen van het Auditcomité werden ook bijgewoond door Detlef Thielgen (Chief Financial Officer), Doug Gingerella (Global Internal Audit) en Xavier Michel (Group Secretary General), die optreedt als secretaris van het Auditcomité.
De vergaderingen werden deels ook bijgewoond op regelmatige basis door Jean-Christophe Tellier (CEO), Evelyn du Monceau (Voorzitster van de Raad) en andere leden van het management of personeel afhankelijk van het onderwerp (boekhouding, belastingen, risico's, pensioenen, kwaliteit, IT, ...).
In 2018, en overeenkomstig zijn intern reglement (zie het Charter dat beschikbaar is op de website van UCB), hield het Auditcomité toezicht op het financiële verslaggevingsproces (met inbegrip van de jaarrekeningen), de systemen voor interne controle en risicobeheer van UCB alsook hun doeltreffendheid, de interne audit alsook de doeltreffendheid daarvan, het audit plan en de hieruit voortkomende resultaten, de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarverslagen, en de onafhankelijkheid van de commissaris, met inbegrip van de verlening van bijkomende diensten aan UCB waarvoor het Auditcomité de vergoedingen beoordeelde en goedkeurde. Daarnaast beoordeelde het Auditcomité problemen
verbonden aan de verplichte rotatie van de commissaris, bedrijfsherstructureringsprojecten, wereldwijd risicobeheer (met inbegrip van een beoordeling van cyber en IT risico's, rechtzaken en belastingen, alsook het globale risicooverzicht en -beleid voor de UCB Groep), de waardeverminderingen en eigenvermogenswaarde van dochtervennootschappen, pensioenplannen en -verplichtingen, nieuwe IFRS-regels en andere nieuwe fiscale of boekhoudkundige regels, alsook de tevredenheidsonderzoeken van de commissaris.
Governance, benoemings- & remuneratiecomité
De Raad richtte een governance, benoemings- & remuneratiecomité ("GNCC") op, waarvan de samenstelling, de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code. De huidige samenstelling van het GNCC is als volgt:
| Einde mandaat |
Onafhankelijk bestuurder |
Aanwezig heidsgraad |
|---|---|---|
| 2019 | 100% | |
| 2022 | x | 100% |
| 2020 | x | 100% |
Het GNCC vergaderde vier keer in 2018. De vergaderingen van het comité werden bijgewoond
door Jean‑Christophe Tellier (CEO), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden, en door Jean-Luc Fleurial (Head of Talent & Company Reputation), die optreedt als secretaris van het GNCC, behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden of op de remuneratie van de CEO.
In 2018, en overeenkomstig zijn intern reglement (zie het Charter dat beschikbaar is op de website van UCB), beoordeelde het GNCC de benoemingsvoorstellen die ter goedkeuring aan de Raad werden voorgelegd (voor het Uitvoerend Comité en senior management posities), de prestaties van de leden van het Uitvoerend Comité en hun bezoldiging. Het deed ook voorstellen en beoordeelde de opvolgingsplanning van de leden van de Raad, het Uitvoerend Comité en senior executives. Het beoordeelde en deed relevante voorstellen of aanbevelingen aan de Raad over de toekomstige samenstelling en de vergoeding van de Raad, effectief vanaf goedkeuring door de algemene vergadering van 25 april 2019. Het beoordeelde het remuneratiebeleid, de lange-termijn incentives toe te kennen aan het management
(inclusief de CEO) alsook de prestatiecriteria waaraan deze incentives zijn gekoppeld, en legde deze ter goedkeuring voor aan de Raad. Het GNCC heeft de totale beloningsstrategie en aanpak beoordeelt, maakte een algehele beoordeling van het deugdelijk bestuur binnen UCB, en stelde een jaarlijks verslag op over deugdelijk bestuur voor de Raad. Het keek ook toe op de opvolging van de resultaten van de evaluatie van de Raad die werd uitgevoerd in 2017.
Een meerderheid van de leden van het GNCC is onafhankelijk en voldoet aan de
onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code. Alle leden hebben de nodige deskundigheid en ervaring op het gebied van remuneratiebeleid zoals vereist door artikel 526quater, §2 van het Belgische Wetboek van vennootschappen.
Wetenschappelijk Comité
Het Wetenschappelijk Comité staat de Raad bij in zijn beoordeling van de kwaliteit van UCB's O&O en de concurrentiële positie hiervan. Het Wetenschappelijk Comité is samengesteld uit leden die wetenschappelijke en medische expertise hebben, en die momenteel allen onafhankelijk zijn.
| heidsgraad | ||
|---|---|---|
| 2022 | x | 100% |
| 2019 | x | 100% |
| mandaat bestuurder |
Ze vergaderen regelmatig met Dhaval Patel, Head Patient Value Unit NewMedicines™ & Chief Scientific Officer. De leden van het Wetenschappelijk Comité zijn ook nauw betrokken bij de activiteiten van de Wetenschappelijke Adviesraad van UCB, die is samengesteld uit externe gereputeerde wetenschappelijke medische deskundigen. De Wetenschappelijke Adviesraad werd inseptember2005 door het Uitvoerend Comité opgericht om de O&O activiteiten van UCB kritisch op te volgen, wetenschappelijk nazicht en strategische input te geven over de beste manier om UCB te positioneren als een succesvolle leider in biofarmaceutica en om het Uitvoerend Comité te adviseren over strategische keuzes op het gebied van het vroege stadium van O&O en O&O technologie. Het Wetenschappelijk comité brengt verslag uit aan de Raad over de beoordeling van de Wetenschappelijke Adviesraad wat betreft UCB's onderzoeksactiviteiten en strategische oriëntatie.
3.5 Uitvoerend Comité
Samenstelling en werking van het Uitvoerend Comité
Tijdens 2018 was het Uitvoerend Comité samengesteld als volgt:
Jean-Christophe Tellier
Chief Executive Officer 1959 – Fransman
Vervoegde UCB in 2011
Benoemd in 2011
Benoemd tot CEO in 2015
Belangrijkste externe mandaten
- Vicevoorzitter en Verkozen Voorzitter van de Raad van bestuur van EFPIA (European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations)
- Voorzitter van de Innovation Board Sponsored Committee (EFPIA)
- Voorzitter van de IMI (Innovative Medicines Initiative) Bestuursraad
- Lid van de Raad van bestuur van PhRMA (Pharmaceutical Research and Manufacturers of America)
- Lid van de Raad van bestuur van WELBIO (Walloon Institute for Life Lead Sciences)
Ervaring
Meer dan 25 jaar in de farmaceutische sector, bij Ipsen en Novartis waar hij verscheidene senior uitvoerende functies bekleedde.
Emmanuel Caeymaex
Executive Vice President & Immunology Patient Value Unit Head 1969 – Belg
Vervoegde UCB in 1994 Benoemd in 2015
Geen externe mandaten
Ervaring
Meer dan 20 jaar ervaring in biofarmaceutische marketing en verkoop, algemeen bestuur en het leiden van wereldwijde projecten.
Jean-Luc Fleurial
Executive Vice President & Chief Talent Officer 1965 – Fransman
Vervoegde UCB in 2017 Benoemd in 2017
Geen externe mandaten
Ervaring
Meer dan 20 jaar ervaring in het bouwen en implementeren van talentstrategieën in verschillende regio's en bedrijven, voornamelijk bij Procter&Gamble en Bristol Myers Squibb.
Iris Löw-Friedrich
Executive Vice President Chief Medical Officer & Head of Development and Medical Patent Value Practices 1960 - Duitse
Vervoegde UCB in 2006 Benoemd in 2008
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Supervisory Board van Fresenius SE & Co KGaA
- Lid van de Raad van bestuur van TransCelerate
- Lid van de Supervisory Board van Evotec AG
Ervaring
Arts, gecertifieerd in interne geneeskunde, met meer dan 20 jaar ervaring in ontwikkeling van geneesmiddelen, met senior uitvoerende posities bij Hoechst, Aventis, BASF Pharma/Knoll, Abbott en Schwarz Pharma.
Alexander Moscho
Executive Vice President & Chief Strategy Officer 1970 - Duitser
Vervoegde UCB in 2017 Benoemd in 2017
Belangrijkste externe mandaten
Lid van de Scientific Advisory Board van Adolphe Merkle Instituut Freiburg
Ervaring
Meer dan 20 jaar wereldwijde ervaring in de pharmaceutische-, biotech- en geneeskundesector bij Bayer en McKinsey, waar hij senior uitvoerende functies bekleedde in strategie en uitvoerend manegement.
Dhaval Patel
Executive Vice President & Chief Scientific Officer 1961 – Amerikaan
Vervoegde UCB in 2017 Benoemd in 2017
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Inflazome
- Lid van de Raad van bestuur van Anokion
- Lid van de Raad van bestuur van Kanyos Bio
- Klinische professor aan de Universiteit van North Carolina in Chapel Hill
Ervaring
Meer dan 30 jaar ervaring in O&O en in immunologie, meer in het bijzonder bij Novartis en in de academische wereld bij het Duke University Medical Center en de Universiteit van North Carolina.
Pascale Richetta
Executive Vice President & Bone Patient Value Unit Head 1959 – Franse
Vervoegde UCB in 2016 Benoemd in 2016
Geen externe mandaten
Ervaring
Meer dan 20 jaar ervaring in de farma- en biotechindustrie bij Ipsen, GSK, Abbott en Abbvie.
Anna S. Richo
Executive Vice President & General Counsel 1960 – Amerikaanse
Vervoegde UCB in 2012 Benoemd in 2012
Verliet UCB in januari 2019
Geen externe mandaten
Ervaring
Meer dan 27 jaar in biofarmaceutische industrie en de sector van medische apparatuur bij Amgen en Baxter Healthcare Corp., waar ze verschillende senior uitvoerende posities bekleedde.
Bharat Tewarie
Executive Vice President & Chief Marketing Officer 1961 - Nederlander
Vervoegde UCB in 2015 Benoemd in 2015
Geen externe mandaten
Ervaring
Arts, met meer dan 25 jaar ervaring in de farma en biotech industrie bij Boehringer Ingelheim, F. Hoffman La Roche, Serono, EMD Serono en Merck Serono in verschillende senior uitvoerende posities in Nederland, Duitsland, Zwitserland en de VS.
DetlefThielgen
Executive Vice President & Chief Financial Officer 1960 - Duitser
Vervoegde UCB in 2006 Benoemd in 2007
Geen externe mandaten
Ervaring
Meer dan 25 jaar in de farmaceutische sector bij Schwarz Pharma en UCB waar hij verscheidene senior uitvoerende functies bekleedde.
Charl van Zyl
Executive Vice President & Chief Operating Officer 1967 - Brit / Zuid-Afrikaan
Vervoegde UCB in 2017 Benoemd in 2017
Belangrijkste externe mandaten
Lid van de Raad van BIO (Biotechnology Innovation Organization)
Ervaring
Bijna 20 jaar ervaring in de gezondheidszorg waardeketen, inclusief bedrijfsontwikkeling en licentiëring, productie, marketing en verkoop en onderzoek en klinische ontwikkeling.
Jeff Wren
Executive Vice President & Neurology Patient Value Unit Head 1963 – Amerikaan
Vervoegde UCB in 2010 Benoemd in 2015
Geen externe mandaten
Ervaring
Meer dan 25 jaar in de farmaceutische sector, bij Sepracor (nu Sunovian) en TAP Pharmaceuticals, in senior posities die verkoop, marketing en gereguleerde markten omvatten.
Xavier Michel, Group Secretary General, treedt op als secretaris van het Uitvoerend Comité, en verzekert zo de link tussen de Raad van bestuur, het Uitvoerend Comité en de bredere organisatie.
Anna Richo, General Counsel & Head of Legal, IP and Ethics & Compliance heeft UCB verlaten om persoonlijke redenen met ingang op 2 januari 2019.
Het Uitvoerend Comité kwam bijeen op regelmatige basis, gemiddeld 2 tot 3 dagen per maand in 2018.
In 2018 waren er geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van het Uitvoerend Comité.
De werking, competenties en delegatie van bevoegdheden van het Uitvoerend Comité worden verder beschreven in het Charter.
Erevoorzitters van het Uitvoerend Comité
De volgende bestuurders werden benoemd tot erevoorzitters van het Uitvoerend Comité:
- RochDoliveux
- Georges Jacobs de Hagen
- Daniel Janssen
- Paul Etienne Maes (†)
3.6 Diversiteit op niveau van de Raad en het Uitvoerend Comité
Deze sectie bevat de informatie vereist in uitvoering van artikels 119, §2 en 96, §2, 6° van het Wetboek van vennootschappen (zoals gewijzigd door de Wet van 3 september 2017 die de EU Richtlijn 2014/95 van 22 oktober 2014 over de openbaarmaking van nietfinanciële informatie en informatie over diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen implementeerde in het Belgisch recht).
Diversiteit wordt bij UCB omschreven als de collectieve rijkdom van unieke achtergronden, het leven en de culturele ervaringen van mensen.
Bij UCB is diversiteit en inclusie intrinsiek verbonden met de UCB-cultuur: het is consistent met UCB's doel, strategieën en waarden. UCB's culturele intelligentie is een cruciale factor in de waarde die we brengen naar onze patiënten.
Terwijl diversiteit op zich niet noodzakelijkerwijs meerwaarde creëert, stelt het samenbrengen van verschillende gedachten en perspectieven om effectief samen te werken en het creëren van een omgeving
waarin uiteenlopende ideeën en dialoog welkom zijn, het UCB personeel in staat om volledig bij te dragen aan het creëren van waarde voor patiënten.
Gedurende de laatste jaren werd de inzet van UCB op gebied van diversiteit en inclusie versneld door het versterken van de bewustwording hierrond binnen de organisatie. In het bijzonder voor leidinggevenden werd de focus gelegd op:
- het belang benadrukken van diversiteit en inclusie in onze belangrijkste HR processen zoals aanwerving en talentbeheer;
- simuleren van scenario's voor geslachtsevenwicht in onze successieplanning voor het management;
- het meten van de meningen van onze werknemers over de diversiteit en inclusiecultuur binnen UCB, via onze enquête over betrokkenheid van de werknemers die we op regelmatige basis afnemen; en
- het zorgen voor een gebalanceerde pool van senior leiders, die zijn blootgesteld aan diverse professionele en culturele ervaringen.
Diversiteit op niveau van de Raad van bestuur Voor de Raad van bestuur werden alle Belgische wettelijke vereisten nageleefd en deze werden ook geïntegreerd in het proces voor recrutering en benoeming van de Raad. Wanneer er vervangingen of benoemingen voor de Raad worden overwogen, houdt UCB systematisch rekening met het verbeteren van de
geslachtsdiversiteit binnen de Raad.
De Raad bestaat momenteel uit 4 vrouwen en 9 mannen, met 5 verschillende nationaliteiten. Mits bevestiging van de voormelde herbenoemingen en benoeming door de algemene vergadering van 25 april 2019 (voorgestelde benoeming van mevr. Jan Berger), zal de Raad samengesteld zijn uit 5 vrouwen en 8 mannen, met 5 verschillende nationaliteiten. De voorzitster van de Raad is ook een vrouw.
Diversiteit op niveau van het Uitvoerend Comité
Voor het Uitvoerend Comité hebben we geen formele diversiteitspolitiek. We bekijken onze talenten vanuit een diversiteitsperspectief, om een robuust en divers successieplan te verzekeren, en alle aanbevelingen naar toekomstige samenstelling toe worden strikt op deze basis gedaan.
Vandaag komen UCB's leidinggevenden uit gevarieerde opleidingen en een multidisciplinaire professionele achtergrond. In de loop van 2018 bestond het Comité uit 3 vrouwen en 9 mannen, met 6 verschillende nationaliteiten.
De omvang van ons Uitvoerend Comité weerspiegelt de overtuiging van UCB dat dit de beste garantie is voor diversiteit in ervaring, kennis en bekwaamheid.
Vandaag de dag is onze aanpak niet om diversiteit en inclusie te formaliseren in een reeks beleidsmaatregelen, maar om actief een cultuur en praktijk van diversiteit en inclusie te promoten.
Meer informatie over diversiteit en inclusie bij UCB in het algemeen kan gevonden worden in de afdeling Onze mensen - diversiteit & inclusie.
3.7 Verslag over het Bezoldigingsbeleid
Het verslag over het bezoldigingsbeleid beschrijft de filosofie en principes inzake bezoldiging voor de uitvoerende en de niet-uitvoerende bestuurders van UCB en de manier waarop de beloningsniveaus voor leidinggevenden worden bepaald met het oog op individuele en bedrijfsprestaties. Het GNCC (Governance, Nomination and Compensation Committee – het Comité voor Governance, Benoemingen en Bezoldigingen) ziet toe op de beleidslijnen betreffende bezoldiging en bezoldigingsplannen voor onze uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders. De taken en verantwoordelijkheden van het Comité worden nader toegelicht in het Corporate Governance Charter dat door onze Raad van bestuur werd goedgekeurd.
Bezoldiging voor niet-uitvoerende bestuurders
De leden van de Raad van bestuur van UCB worden voor hun diensten vergoed op basis van een bezoldigingsplan via contanten. De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op marktanalyses die rekening houden met de vergoeding van vergelijkbare Europese biofarmaceutische ondernemingen.
De bezoldiging van de leden van de Raad bestaat uit een vaste jaarlijkse vergoeding voor hun bijdrage aan de Raad en aan een Comité dewelke kan variëren op grond van een specifiek mandaat. Leden van de Raad ontvangen tevens een vergoeding per bijgewoonde vergadering met uitzondering van de Voorzitter van de Raad die enkel een vaste jaarlijkse vergoeding ontvangt. De jaarlijkse bezoldiging wordt pro-rata uitbetaald op grond van het aantal maanden in dienst als actief lid van de Raad gedurende het kalenderjaar. Er worden geen lange-termijn incentives of andere vormen van variabele bezoldiging toegekend. Een aanpassing van de bezoldigingen werd goedgekeurd tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering van 25april2013. De bezoldiging van de leden van de Raad van UCB is vastgelegd als volgt:
Jaarlijkse bezoldiging
| Voorzitster van de Raad | € 210 000 |
|---|---|
| Vicevoorzitter | € 105 000 |
| Bestuurders | € 70 000 |
Presentiegeld Raad van bestuur
- Voorzitter van de Raad geen presentiegeld (maakt deel uit van de jaarlijkse bezoldiging)
- Vicevoorzitter € 1 500 per bijeenkomst
- Bestuurders € 1 000 per bijeenkomst
Auditcomité/Wetenschappelijk Comité (jaarlijkse emolumenten - geen presentiegeld)
- Voorzitter van de Comités € 30 000
- Leden van het Comité € 20 000
Governance, Benoemings- en Remuneratie Comité (jaarlijkse emolumenten – geen presentiegeld)
- Voorzitster van het Comité € 20 000
- Leden van het Comité € 15 000
Gezien de nood om diverse bestuurdersprofielen aan te trekken die onze marktafdruk vertegenwoordigen, heeft het GNCC, met medewerking van Willis Towers Watson, een externe marktanalyse van de bezoldiging van de Raad uitgevoerd in 2018. Deze marktanalyse bestudeerde zowel Europese Biofarma als BEL20 referentiepunten. De Europese Biofarma data werden als voornaamste referentiepunten weerhouden, gezien het feit dat we experten met een diepgaande kennis van onze sector willen aantrekken. De mediaan van deze referentiegroep is het doel. Voor de voorzitter werd een voorstel geformuleerd tussen het 25e percentiel en de mediaan van het referentiepunt terwijl het mediaan niveau voorgesteld werd voor de andere bestuurders. Hoewel we ook bestuurders met kennis van de Amerikaanse markt moeten kunnen aantrekken, gezien dat dit onze grootste nationale markt is, werd er geen analyse van de Amerikaanse markt gemaakt vermits de vorm en kwantum van de Amerikaanse bestuurders honoraria niet vergelijkbaar zijn met de Europese normen.
De aanbevelingen zouden de jaarlijkse bezoldiging van de bestuurders verhogen met ongeveer 14% (dit vertegenwoordigt bij benadering 2.3% sinds de laatste marktanalyse, licht boven de inflatie tijdens deze periode). Er werd geen verandering voorgesteld aan de presentiegelden van de Raad. De bezoldigingen voor de comités van de Raad zouden tussen 12% en 13% omhoog gaan.
De aanpassing van de bezoldigingen zal worden voorgelegd aan de algemene vergadering van 25 april 2019.
In 2018 was de totale bezoldiging van de leden van de Raad, inbegrepen de bezoldigingen voor de comités, als volgt:
| Vergoeding als lid van het comité | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanwezig heidsgraad |
Vaste vergoeding als bestuurder |
Presentiegeld raad van bestuur |
Auditcomité | GNCC | Weten schappelijk Comité |
Totaal | |
| Evelyn du Monceau, Voorzitster | 6/6 | € 210 000 | € 20 000 | € 230 000 | |||
| Pierre L. Gurdjian, Vicevoorzitter | 6/6 | € 105 000 | € 9 000 | € 15 000 | € 129 000 | ||
| Alice Dautry | 6/6 | € 70 000 | € 6 000 | € 20 000 | € 96 000 | ||
| Kay Davies | 6/6 | € 70 000 | € 6 000 | € 15 000 | € 30 000 | € 121 000 | |
| Albrecht De Graeve | 6/6 | € 70 000 | € 6 000 | € 30 000 | € 106 000 | ||
| Roch Doliveux | 6/6 | € 70 000 | € 6 000 | € 76 000 | |||
| Charles-Antoine Janssen | 6/6 | € 70 000 | € 6 000 | € 20 000 | € 96 000 | ||
| Cyril Janssen | 6/6 | € 70 000 | € 6 000 | € 76 000 | |||
| Viviane Monges1 | 6/6 | € 70 000 | € 6 000 | € 13 333 | € 89 333 | ||
| Norman J. Ornstein | 5/6 | € 70 000 | € 5 000 | € 75 000 | |||
| Jean-Christophe Tellier, | |||||||
| Uitvoerend bestuurder | 6/6 | € 70 000 | € 6 000 | € 76 000 | |||
| Cédric van Rijckevorsel | 6/6 | € 70 000 | € 6 000 | € 76 000 | |||
| Ulf Wiinberg | 6/6 | € 70 000 | € 6 000 | € 20 000 | € 96 000 |
Lid van het Audit Comité sinds 26 april 2018
3.7.1 UCB's verloningsprincipes
UCB is een globale biofarma onderneming die zich focust op het creëren van waarde voor patiënten met ernstige aandoeningen. Om ons te helpen onze doelen te bereiken, hebben we betrokken medewerkers nodig die nauw samenwerken om superieure en duurzame waarde voor patiënten te creëren.
Onze compensatieplannen zijn gericht op het sturen en belonen van uitstekende prestaties en innovatie, terwijl we onze medewerkers afstemmen op onze ambitie voor het creëren van waarde voor onze patiënten. Ons Wereldwijd Bezoldigingsbeleid is opgebouwd rond de volgende principes:
- een sterke motivatie creëren om onze bedrijfsstrategie, en daarmee onze patiëntgerichte doelen, te realiseren;
- de bezoldiging van de medewerkers afstemmen op de individuele bijdrage en het algemene succes van UCB;
-
om aanhoudende hoge prestaties te herkennen en belonen en een gedrag te eisen dat volledig in lijn is met onze principes voor patiëntenwaarde;
-
redelijk en billijk zijn, in overeenstemming met de marktpraktijken;
- het mogelijk maakt dat UCB de beste talenten aantrekt, motiveert en behoudt.
Om te verzekeren dat de bezoldiging de performantie op een gepast wijze reflecteert, is de variabele bezoldiging de belangrijkste component van de totale bezoldiging van ons Uitvoerend Comité team. De variabele bezoldigingsprogramma's van UCB zijn nauw verbonden
met zowel de bedrijfsresultaten als met de individuele resultaten beiden op korte en op lange termijn. Zo creëren we een evenwicht tussen de financiële resultaten, de bedrijfsduurzaamheid en de waardecreatie voor onze belanghebbenden.
Onze bezoldigingsprincipes worden momenteel herbekeken, zodat we kunnen garanderen dat deze afgestemd zijn op onze Patiëntenwaardestrategie, ons waardevoorstel als werkgever, en de evolutie van de medewerkers.
Het Bezoldigingsbeleid voor het Managementteam van UCB 3.7.2
Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité is vastgelegd door de Raad van bestuur op basis van de aanbevelingen door het GNCC. Het GNCC komt minstens twee maal per jaar samen om:
- na te gaan welke marktfactoren een invloed hebben op huidige en toekomstige bezoldigingspraktijken;
- de doelmatigheid van ons bezoldigingsbeleid te toetsen met het oog op het erkennen van prestaties en de gepaste evolutie van de plannen te bepalen;
- de financiële doelstellingen van de verschillende prestatiegerelateerde bezoldigingsprogramma's te beoordelen; en
- het niveau van de bezoldigingen van het managementteam van UCB te bepalen in functie van hun individuele rol, competenties en prestaties.
Het GNCC moet ervoor zorgen dat de
bezoldigingsprogramma's toepasselijk op de leden van het Uitvoerend Comité, inclusief aandelen gerelateerde incentives, pensioenplannen en andere voordelen, redelijk en passend zijn om leden van het Uitvoerend Comité aan te trekken, te behouden en te motiveren.
Verklaring over het tijdens het verslaggevingsjaar gevoerde bezoldigingsbeleid: bezoldiging voor uitvoerende bestuurders 3.7.3
Dit gedeelte beschrijft de competitieve positioneringsstrategie van UCB tegenover de markt waarin het opereert. Het bevat tevens een overzicht van ons bezoldigingsbeleid voor het uitvoerend management, de doelstellingen van de verschillende bezoldigingscomponenten en het verband tussen bezoldiging en prestatie.
Marktanalyse voor ons beloningsprogramma
In lijn met onze totale bezoldigingsprincipes moet de vorm en het niveau van het bezoldigingspakket van ons management team in lijn liggen met de bedrijfsresultaten, individuele vaardigheden en prestaties en de gangbare praktijken in gelijkaardige internationale biofarmaceutische ondernemingen waarmee we
wedijveren voor talent. Het GNCC onderzoekt regelmatig de gepaste mix en het gepaste niveau van bezoldigingen in contanten en in aandelen voor de leden van het managementteam op basis van de aanbevelingen van het Talent en Bedrijfsreputatie departement. Deze aanbevelingen worden onderzocht met onze onafhankelijke beloningsconsultant Willis Towers Watson, teneinde het competitieve niveau van onze totale directe bezoldiging te verzekeren rekening houdend met markttendensen in onze sector. Gewoonlijk wordt er om de twee jaar een individuele marktanalyse gevoerd om de competitiviteit van de totale directe bezoldigingscomponenten van ieder lid van het management team te analyseren.
Het vergoedingspakket bestaat uit twee hoofdbestanddelen:
- een vast bezoldigingselement: het basissalaris
- een variabel bezoldigingselement: bestaande uit een bonus in contanten en lange-termijn incentives.
De beoogde mix van totale directe bezoldiging voor de CEO en het Uitvoerend Comité is als volgt:
CEO
| 30% | 27% | 43% |
|---|---|---|
| Uitvoerend Comité | ||
| 41% | 26% | 33% |
Salaris Bonus LTI
UCB vergelijkt de totale bezoldiging voor het managementteam met een welbepaalde referentiegroep van internationale biofarmaceutische bedrijven (bedrijven met farmaceutische en/of biotechnologische activiteiten). In de vergelijking hanteren we een gerichte benadering van gelijkaardige bedrijven in Europa alsook in de Verenigde Staten. De bedrijven in onze referentiegroep variëren in omvang en therapeutisch gebied. We beogen vergelijkbare ondernemingen die volledig geïntegreerde biofarmaceutische bedrijven zijn die optreden in een complexe omgeving gericht op onderzoek, ontwikkeling en commercialisering. Waar mogelijk, wensen wij ook bedrijven op te nemen die concurrenten zijn in dezelfde therapeutische domeinen. Terwijl we ondernemingen beogen die grofweg de grootte van UCB reflecteren, is de grootte van de
onderneming niet de belangrijkste factor, omdat ook een regressie analyse wordt gehanteerd om de gegevens aan te passen aan de grootte van UCB.
De samenstelling van de bezoldigingsreferentiegroep wordt regelmatig nagekeken en wordt aangepast wanneer aangewezen, bijvoorbeeld wanneer consolidatie verrichtingen naar een minder robuuste marktanalyse leiden.
UCB wenst zich competitief te positioneren op de marktmediaan van deze referentiegroep voor alle elementen van de totale directe bezoldiging. De LTI streefniveaus worden getoetst aan het Europees biofarma niveau. Het reële vergoedingsniveau van elke persoon wordt bepaald overeenkomstig de ervaring van de persoon in vergelijking met de referentie en rekening houdend met zijn impact op de bedrijfsresultaten.
Bezoldigingscomponenten en resultaat gebonden bezoldiging
Ons bezoldigingsprogramma vergoedt het managementteam voor hun verantwoordelijkheden en voor de individuele en de bedrijfsprestaties. Voor zowel de korte-termijn (bonus) als de lange-termijn incentives, worden de resultaten afgemeten tegenover de doelen zoals vastgesteld door de Raad. Gedurende de prestatieperiode worden de resultaten regelmatig getoetst en op het moment van de definitieve verwerving of van uitbetaling worden de finale resultaten gevalideerd door het financieel departement waarna ze definitief goedgekeurd worden door het Auditcomité en de Raad.
De totale directe bezoldiging (basissalaris, bonus en lange-termijn incentives) is heel variabel en afhankelijk van de individuele en bedrijfsprestaties, zoals geïllustreerd hieronder. Een bonus is enkel verschuldigd voorzover een aanvaardbaar niveau van bedrijfs- en/of individuele prestatie is bereikt. Om een 100% bonus te krijgen, moet een ambitieus doel bereikt worden en enkel met zeer uitzonderlijke ondernemings- en individuele prestaties kan het hoogste niveau van bonus uitbetaling bereikt worden. De impact van de prestaties op de bezoldiging kan als volgt geïllustreerd worden voor de CEO en wordt meer gedetailleerd beschreven verder in dit deel.
Maximum
Prestaties stemmen overeen met doel 100%
Minimum
Basissalaris Variabele beloning
Naast het basissalaris en de resultaat gebonden incentives heeft ons managementteam recht op een aantal vergoedingen en voordelen. De bezoldigingsstructuur is conform de marktpraktijken inzake bezoldiging, de Belgische wetgeving inzake deugdelijk bestuur en met de Europese regelgeving inzake bezoldiging van de leden van het managementteam.
Het GNCC maakt voorstellen aan de Raad over de vergoedingen voor de CEO. De voorstellen van de CEO betreffende de bezoldiging van de andere leden van het Uitvoerend Comité worden ter goedkeuring voorgelegd aan het GNCC.
Hieronder beschrijven we hoe elke component bepaald wordt en hoe prestatie in rekening wordt genomen voor de variabele loon componenten.
Vast bezoldigingselement: het basissalaris
Het beoogde basissalaris wordt bepaald op basis van de specifieke verantwoordelijkheden van de functie en van het mediaan niveau van basissalaris die de markt gewoonlijk bereid is te betalen voor een gelijkaardige rol. Het reële basissalaris van het individu hangt af van de mate van zijn/haar invloed op de resultaten en van zijn/haar niveau van kennis en ervaring. De evolutie van het basissalaris is afhankelijk van het niveau van duurzame prestaties van het individu en van de evolutie van de marktanalyse. Jaarlijkse verhogingen zijn grotendeels in lijn met de gemiddelde salaris evolutie van een grotere groep medewerkers in de betrokken regio.
Variabele beloning componenten
De beoogde variabele bezoldigingsniveaus (bonus en lange-termijn incentives of 'LTI') worden vastgelegd rekening houdend met het mediaan marktniveau van onze referentiegroep. Op deze beoogde niveaus worden de performantie coëfficiënten toegepast die rekening houden met de bedrijfsprestaties, de individuele prestaties alsook
het individuele gedrag en een holistische overweging van de lange-termijn waardecreatie voor patiënten.
Variabele bezoldiging: bonus
De bonus is ontworpen om werknemers te belonen voor de behaalde resultaten van de onderneming en het individu over een tijdspanne van één jaar. De beoogde variabele bezoldiging is gebonden aan een dubbele prestatiecoëfficiënt: de bedrijfs- en de individuele prestatiecoëfficiënt. Dit mechanisme creëert een sterke band tussen individuele bijdrage en bedrijfsresultaten, die beschouwd worden als onderling afhankelijk. De berekeningswijze levert aanzienlijke waarde wanneer zowel de bedrijfsresultaten als de persoonlijke prestaties uitstekend zijn. Daartegenover, bij een lager niveau van bedrijfsresultaten en/of van individuele performantie dan verwacht, resulteert dit in een aanzienlijk lagere waarde.
Om op de groei van de inkomsten maar ook op de onderliggende rentabiliteit te focussen, hanteert UCB de Terugkerende Inkomsten vóór Interesten, Belasting, Afschrijvingen en Aflossingen ("REBITDA") als indicator voor korte-termijn bedrijfsresultaten voor haar managementteam en voor de overige medewerkers. De bedrijfsresultatencoëfficiënt is gedefinieerd als een percentage van de behaalde REBITDA vergeleken met het budget, tegen vaste wisselkoersen, vertaald in een uitbetalingscurve die verzekert dat enkel een aanvaardbaar niveau van prestatie beloond wordt. Het doel wordt vastgesteld op een niveau dat het GNCC als voldoende uitdagend beschouwt. Een drempelwaarde wordt ingesteld op een niveau dat wordt beschouwd als het minimaal acceptabele prestatieniveau, en daar het vooropgesteld streefdoel uitdagend is, kan het maximum alleen worden bereikt als werkelijk uitzonderlijke prestaties worden bereikt. De uitbetalingscurve voor het senior management is momenteel als volgt vastgesteld:
| Terugkerende EBITDA vs. doelwit | Uitbetaling |
|---|---|
| <85% | 0% |
| 85% | 30% |
| 93% | 90% |
| 100% | 100% |
| 106% | 110% |
| 113% | 150% |
Het doel dat werd gesteld voor de REBITDA 2018, impliceerde een dubbelcijferige stijging ten opzichte van de doelstelling van het voorgaande jaar, tegen constante wisselkoersen.
Vermits de berekening van de bonus is gebaseerd is op een dubbele coëfficiënt, resulteert een 0% bedrijfsresultatencoëfficiënt in het verdwijnen van de bonusuitbetaling ongeacht de persoonlijke prestatie.
De individuele prestatie coëfficiënt ("IPM") wordt bepaald rekening houdend met de mate waarin de jaarlijkse objectieven gerealiseerd werden alsook het gedrag getoond door het individu vergeleken met de Patientenwaardeprincipes van UCB. Nogmaals, de IPM kan nul bedragen als de individuele prestaties en/of gedrag ondermaats zijn en kan gaan tot 175% bij zeer uitzonderlijke prestaties. Hoewel deze dubbele coëefficiënt benadering kan resulteren in een maximum bonus van 262,5% van de doelwaarde, zal de totale mogelijke bonus worden beperkt tot 175% voor het Uitvoerend Comité vanaf 2019 (zie sectie 3.7.4 voor meer detail).
De objectieven van de CEO worden door het GNCC ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van bestuur. Het GNCC legt de individuele prestatie coëfficiënt van de CEO, gebaseerd op de prestatie-evaluatie op het einde van het jaar, voor aan de Raad van bestuur. De CEO legt de individuele prestatie coëfficiënt van de andere leden van het Uitvoerend Comité ter goedkeuring voor aan het GNCC. In de beoordeling van individuele prestaties van de CEO, houdt het GNCC rekening met zowel het behalen van de financiële en kwantitatieve objectieven als met niet-financiële aspecten.
Voor de CEO en het Uitvoerend Comité behelst dit de mate waarin de doelstellingen behaald zijn met respect van de Patiëntenwaarde Principes van UCB en met de leiderschapsstijl die verwacht wordt.
Hieronder staan de criteria op basis waarvan elk lid van het Uitvoerend Comité wordt geëvalueerd:
- Specifieke bedrijfsdoelstellingen
- Strategische bijdrage en visie
- Leiderschap
- Teambijdrage in het Uitvoerend Comité
- Impact
De doelstelling voor de bonus werd vastgelegd op 90% van het basissalaris voor de CEO en op 65% van het basissalaris voor de andere leden van het Uitvoerend Comité, dit in lijn met de marktpraktijk.
Variabele bezoldiging: Lange-termijn incentives (LTI)
Om lange-termijn resultaten te garanderen, bestaat onze bezoldigingspraktijk voor het Hoger Management erin om een aanzienlijk gedeelte van de aandelen gerelateerde bezoldiging te verbinden aan financiële en niet-financiële strategische bedrijfsdoelen op middellange en lange termijn. Het lange-termijn incentives programma wordt getoetst aan de gangbare praktijken bij Europese biofarmaceutische ondernemingen. Het bestaat uit drie delen met een aandelenoptieplan, een aandelentoekenningsplan (toekenning van gratis aandelen - stock award) en een aandelenprestatieplan (performance shares). Gratis aandelen, die verworven worden op basis van tijdsgebonden criteria zullen vanaf 2019 niet langer deel uit maken van de LTI mix voor het Uitvoerend Comité.
Deze zullen vervangen worden door prestatieaandelen, om zo een hogere focus gericht op de bedrijfsresultaten te verzekeren (zie sectie 3.7.4 voor meer detail). De Raad bepaalt naar eigen inzicht de mogelijkheid tot deelname aan de lange-termijn incentive plannen.
De referentiewaarde van de lange-termijn incentives wordt uitgedrukt als een percentage van het basissalaris. Het beoogde doel aan lange-termijn incentives vertegenwoordigt 140% van het basissalaris van de CEO en 80% van het basissalaris van de andere leden van het Uitvoerend Comité. De effectieve toekenning wordt bepaald in functie van individuele prestatie, waarbij zowel korte termijn realisaties als de impact op langetermijn waardecreatie in rekening wordt genomen. De resulterende waarde wordt vertaald in een aantal langetermijn incentives, gebruik makend van de binomiale waarde van ieder LTI-instrument, en verdeeld onder de lange-termijn incentive plannen op grond van de volgende verdeling:
Zie sectie 3.7.4 voor meer detail over de toekomstige aanpassingen, vanaf 2019, aan deze verdeling.
Aandelenopties
Het Aandelenoptieplan geeft de mogelijkheid aan de begunstigde om een UCB aandeel te kopen tegen een bepaalde prijs na afloop van de bepaalde wachttijden. De wachttijd bedraagt doorgaans drie jaar, te rekenen vanaf de toekenningsdatum, maar kan langer zijn afhankelijk van lokale gebruiken. Na afloop van de wachttijd, worden aandelenopties uitgeoefend wanneer de prijs van het aandeel hoger ligt dan de uitoefenprijs en het management wordt bijgevolg aangemoedigd om de prijs van het aandeel gedurende de wachttijd te doen stijgen. In de Verenigde Staten worden geen aandelenopties, maar wel "Stock Appreciation Rights" toegekend. Ze volgen dezelfde regels inzake uitoefenbaarheid als het aandelenoptieplan maar in plaats van een levering in aandelen, worden ze geleverd in een contant bedrag gelijk aan de waardestijging van de UCB aandelen. Alle aandelenopties en Stock Appreciation Rights vervallen op hun tiende verjaardag na toekenningsdatum. De uitoefenprijs wordt vastgelegd op de toekenningsdatum, zonder verdere korting op de prijs van het onderliggende UCB aandeel. Voor leden van het management die een Belgisch contract hebben,
zijn belastingen verschuldigd op de onderliggende waarde van de opties op het moment van de toekenning.
Gratis aandelen
In het Aandelentoekenningsplan worden voorwaardelijke rechten toegekend op gewone UCB aandelen voor zover men in dienst blijft van UCB tot drie jaar na de datum van toekenning. Het management wordt aangemoedigd om de prijs van het aandeel gedurende de wachttijd te doen stijgen met het oog op een hogere waarde van hun gratis aandelen op het moment van de definitieve verwerving. Afhankelijk van de lokale wetgeving, kunnen in bepaalde landen de gratis aandelen ook worden geleverd in de vorm van "fictieve aandelen" (waarbij de waarde gebaseerd is op de evolutie van de prijs van het aandeel maar waarbij de levering in cash gebeurt op een vooraf bepaalde definitieve verwervingsdatum). Dit LTI vehikel zal vanaf 2019 niet langer beschikbaar zijn voor het Uitvoerend Comité (zie sectie 3.7.4).
Prestatieaandelenplan
Het Aandelenprestatieplan heeft tot doel het hoger management te vergoeden voor specifieke prestaties in overeenstemming met de strategische prioriteiten van het bedrijf. Prestatieaandelen zijn de toekenning van gewone UCB aandelen aan het management, waarbij vooraf bepaalde bedrijfsdoelstellingen moeten behaald
worden op het moment van definitieve verwerving, om uitbetaling te verkrijgen. De voorwaarden voor uitbetaling worden op het moment van de toekenning bepaald door de Raad op initiatief van het GNCC. De maatstaven die gebruikt worden in dit plan moeten strategisch relevant zijn voor de vennootschap en de belanghebbenden, terwijl ze binnen de invloed en controle moeten liggen van het management. Ze moeten ook meetbaar zijn tijdens de tijdshorizon van het plan.
De wachttijd bedraagt drie jaar. Het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de wachttijd op basis van de prestaties van het bedrijf ten opzichte van de doelstellingen. Indien de resultaten bereikt door de onderneming onder een bepaalde grens uitvallen of indien de begunstigde de onderneming verlaat vóór de definitieve verwerving, worden geen aandelen geleverd. De maximale uitbetaling bedraagt 150% van de oorspronkelijke toekenning en is verschuldigd indien de resultaten aanzienlijk hoger zijn dan de oorspronkelijke doelstellingen. De doelen worden vastgelegd op een niveau dat voldoende hoog is en de maximum uitbetaling is gebonden aan een prestatie die kan beschouwd worden als uitzonderlijk.
De toekenning van 2018 was gebonden aan de volgende prestatiecriteria die moeten gemeten worden op het einde van 2020:
De keuze van de prestatiecriteria weerspiegelt de groei en de financiële gezondheid van UCB terwijl het de vooruitgang van de gedifferentieerde pijplijn met zeer geëngageerde medewerkers vergoedt. De prestatie criteria worden regelmatig geëvalueerd teneinde ze zo
veel mogelijk te laten samenlopen met de prioriteiten van het bedrijf.
Vanaf 2019 zullen de criteria die gebruikt worden in het Aandelenprestatieplan verminderd worden van 4 naar 2 (zie sectie 3.7.4). Een gerichtere benadering op het
genereren van cashflow en omzetgroei zal een blijvende aandacht op groei en duurzaamheid verzekeren. Zo kunnen we blijven investeren in innovatieve oplossingen voor patiënten.
Aandelenaankoopplan voor de medewerkers (enkel voor de Verenigde Staten)
Het Aandelenaankoopplan geeft aan de medewerkers de mogelijkheid om gewone UCB aandelen te kopen met een korting van 15%. Het plan werd ingevoerd met het oog op het verder afstemmen van de belangen van de medewerkers met de belangen van de aandeelhouders van UCB.
Pensioenen
Vermits het Uitvoerend Comité een internationaal karakter heeft, nemen de leden ervan deel in de pensioenplannen toepasselijk in het land waar ze onder contract staan. Elk plan varieert overeenkomstig de lokale markt en wettelijke omgeving. Alle vaste prestatieplannen bij UCB zijn, in de mate van het mogelijke, afgesloten of niet langer toegankelijk voor nieuwe deelnemers. Bijgevolg treedt ieder nieuw lid van het Uitvoerend Comité automatisch toe tot een plan met vaste bijdrage of een cash balance plan.
België
De leden van het Uitvoerend Comité nemen deel aan een pensioenplan van het type cash balance dat volledig gefinancierd wordt door UCB. De uitkering op pensioengerechtigde leeftijd is gelijk aan de kapitalisatie tegen een gewaarborgd rendementspercentage van de jaarlijkse bijdragen die de werkgever heeft betaald terwijl de begunstigde aangesloten was bij het plan. De bijdrage van UCB bedraagt 9,15% van het jaarlijks basissalaris en de beoogde bonus. UCB biedt ook een gewaarborgd jaarrendement van 2,5% verhoogd met de Belgische gezondheidsindex (met een minimum gedefinieerd door de Belgische wetgeving en een maximum van 6%).
De leden van het Uitvoerend Comité zijn ook aangesloten bij het aanvullend vaste bijdrageplan voor het hoger management van UCB. De bijdragen tot dit plan zijn tweeledig:
een bijdrage van de onderneming die berust op de werkelijke bedrijfsresultaten zoals die door de Raad van bestuur worden vastgelegd en;
een bijdrage van de onderneming ten belope van 10% van het basisjaarsalaris.
De CEO neemt deel aan dezelfde plannen als de andere leden van het Uitvoerend Comité die in België gebaseerd zijn.
VS
Leden nemen deel aan het pensioenspaarplan van UCB. Dit plan bestaat uit een gekwalificeerd en een ongekwalificeerd deel. De totale bijdrage van UCB aan het plan varieert van 3,5% tot 9% van het basisjaarsalaris op basis van de leeftijd. Stortingen tot het maximaal door de 'Internal Revenue Services' ("IRS" - Amerikaanse belastingsdienst) toegelaten bedrag worden gestort in het gekwalificeerd deel van het plan. Bijdragen boven dit maximumbedrag van de IRS worden gestort in het ongekwalificeerd deel.
De leden van het Uitvoerend Comité kunnen ook deelnemen aan een uitgestelde bezoldigingsregeling die volledig door de werknemers wordt gefinancierd. Deelnemers storten bijdragen op individuele basis en kunnen salaris en/of bonus uitstellen.
Duitsland
Detlef Thielgen en Iris Löw-Friedrich worden gedekt door een gesloten vaste prestatie pensioenplan. In deze regeling worden uitkeringen toegezegd bij pensioen, arbeidsongeschiktheid en overlijden. De uitkeringen bij pensioen en arbeidsongeschiktheid bedragen 50% van het laatste basisjaarsalaris voorafgaand aan de pensionering of de arbeidsongeschiktheid. Alexander Moscho, die in 2017 is toegetreden tot UCB, heeft een vaste bijdrage pensioenregeling.
Andere bezoldigingscomponenten
Leden van het Uitvoerend Comité nemen tevens deel aan een internationale ziekteverzekeringsplan en aan een levensverzekeringsplan bestemd voor het hoger management. De leden van het Uitvoerend Comité genieten ook bepaalde voordelen zoals een bedrijfswagen en andere voordelen in natura. Al die elementen worden hierna beschreven in de sectie: "Bezoldiging van de CEO en van het Uitvoerend Comité". Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité wordt uitvoerig toegelicht in het Corporate Governance Charter van UCB (zie punt 5.4.) dat geraadpleegd kan worden op de UCB website.
Opzeggingsregelingen
Gelet op het internationaal karakter van ons Uitvoerend Comité evenals de spreiding van onze uiteenlopende activiteiten over verschillende geografische gebieden, worden de arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst door verschillende rechtsstelsels.
In de loop van 2014 werd een Belgisch dienstenovereenkomst opgemaakt voor Jean-Christophe Tellier met een opzeggingsregeling die vergelijkbaar is met de regeling die in voege was onder zijn vroeger Amerikaans arbeidscontract, zijnde een forfaitair bedrag overeenstemmend met 18 maanden basissalaris verhoogd met de werkelijke gemiddelde bonus die hij ontvangen heeft tijdens de drie voorgaande jaren indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB.
De contracten voor verschillende leden van het Uitvoerend Comité (Emmanuel Caeymaex, Iris Löw-Friedrich en Detlef Thielgen) werden getekend vóór de inwerkingtreding van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur van 6april2010 die het niveau van opzeggingsvergoedingen beperkt.
Detlef Thielgen en Emmanuel Caeymaex hebben geen specifieke opzeggingsregeling in hun Belgisch contract. In geval van onvrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zullen de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing zijn.
Jean-Luc Fleurial, Dhaval Patel, Pascale Richetta, Bharat Tewarie en Charl van Zyl hebben Belgische arbeidsovereenkomsten met ieder een opzeggingsclausule die hen recht geeft op een opzeggingsvergoeding van 12 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB.
Iris Löw-Friedrich en Alexander Moscho hebben een Duitse arbeidsovereenkomst waarin een opzeggingstermijn is bedongen van zes maanden en een ontslagvergoeding van één jaar basissalaris plus bonus.
Anna Richo heeft een Amerikaanse arbeidsovereenkomst waarin een clausule is opgenomen die voorziet in een ontslaguitkering gelijk aan 18 maanden basissalaris plus bonus bij gedwongen ontslag door de onderneming of als gevolg van een wijziging in de controle van UCB.
Jeff Wren die een Amerikaanse arbeidsovereenkomst heeft, heeft een beding in die overeenkomst die hem recht geeft op een vertrekpremie van 12 maanden basissalaris indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst.
Anna Richo beslistte om UCB te verlaten vanaf 2 januari 2019. Er was geen ontslagvergoeding verschuldigd.
3.7.4 Bezoldigingsbeleid vanaf 2019
UCB is momenteel zijn beloningsfilosofie aan het herbekijken, en hierdoor worden een aantal veranderingen voorzien voor 2019 in de bezoldiging van het Uitvoerend Comité. Deze veranderingen worden gestuurd door verschillende belangrijke factoren:
- het verband tussen bezoldiging en prestatie verhogen (bedrijf en individu);
- een betere aansluiting aan de beste marktpraktijken verzekeren; en
- incentive plan criteria vastleggen die de prioriteiten van "Versnelling en Uitbreiding" reflecteren, de fase van onze strategie die nu intreedt.
De voorgestelde veranderingen die van toepassing zullen zijn vanaf 2019 voor de leden van het Uitvoerend Comité omvatten:
- een verlaging van de bovengrens van de bonus uitbetalingen van 262% naar 175%, wat beter overeenstemt met de beste marktpraktijken;
- aanpassingen in de criteria van het Aandelenprestatieplan, waarbij deze worden vereenvoudigd van de huidige vier criteria naar twee gefocusde criteria: Aangepaste kasstroom uit operationele activiteiten en Cumulatieve winstgroei. Met deze criteria willen we ons meer gaan richten op duurzame omzetgroei, terwijl we ons patiëntenbereik versnellen. Het genereren van cashflow laat ons toe om in de toekomst te investeren, terwijl we onze activa ontwikkelen en uitbreiden voor toekomstige Patientenwaarde; en
- tegelijkertijd zullen we de lange-termijn incentives mix aanpassen door de gratis aandelen te elimineren en de nadruk op prestatieaandelen te verhogen. Dit verzekert dat de definitieve verwerving van LTI steeds meer gelinkt is aan het behalen van strategische prioriteiten.
Het GNCC zal onze bezoldigingspraktijken voor het hoger management blijven monitoren en aanbevelingen maken die deze praktijken aligneren met onze beloningstrategie.
Bezoldiging van de CEO en van het Uitvoerend Comité 3.7.5
De bezoldiging van de CEO is, zoals hierboven vermeld, samengesteld uit zijn basissalaris, korte- en langetermijnincentives, evenals andere vergoedingen en voordelen. Hij heeft tevens ook recht op de bestuurdersbezoldigingen als lid van de Raad van bestuur van UCB NV. De bezoldigingen rechtstreeks of onrechtstreeks aan de CEO toegekend door UCB of enige andere vennootschap van de groep in 2018, bedragen:
- Basissalaris: € 1 072 376;
- Korte-termijn incentive (bonus) betaald in 2019 en verbonden aan het boekjaar 2018: € 1 246 446;
- Lange-termijn incentives (aantal UCB aandelen en opties): zie hieronder;
- Andere componenten van de bezoldiging, zoals de pensioenbijdragen, de verzekeringsdekking, de waarde van andere voordelen en andere contractuele verplichtingen: € 949 475, waarvan €358 438 het bedrag is van de pensioenbijdrage (op grond van 'service' kost).
De totale bezoldiging van de CEO (basissalaris + bonus + LTI) voor 2018 bedraagt € 4 282 762 (met uitsluiting
van de bijdragen tot het pensioenplan en andere voordelen).
Andere leden van het Uitvoerend Comité
Hieronder vindt u de bezoldigingen die de leden van het Uitvoerend Comité hebben verdiend in 2018 op grond van de periode die effectief gepresteerd werd als lid van het Uitvoerend Comité (zie hierboven sectie "Samenstelling van het Uitvoerend Comité").
De bezoldiging en andere voordelen direct en indirect toegekend op een globale basis door de vennootschap of door enige dochtervennootschap van de groep aan alle andere leden van het Uitvoerend Comité in 2018 bedragen:
- Basissalarissen (verdiend in 2018): € 6 046 908;
- Korte-termijn incentive (bonus), betaald in 2019 en betreffende het boekjaar 2018: € 4 013 977;
- Lange-termijn incentive (aantal UCB aandelen en opties): zie hieronder;
- Andere componenten van de bezoldiging, zoals de pensioenbijdragen, de verzekeringsdekking, de waarde van andere voordelen en andere contractuele verplichtingen: €4463286, waarvan €2915504 het bedrag is van de pensioenbijdrage (op grond van 'service' kost).
De totale bezoldiging van het Uitvoerend Comité (basissalaris + bonus + LTI) bedraagt in 2018: € 16 141 847 (uitgezonderd de pensioenbijdragen en andere voordelen).
In 2018 toegekende lange-termijnincentives
| Aandelen opties1 |
Binomiale waarde aandelen opties2 |
Gratis aandelen3 |
Binomiale waarde gratis aandelen4 |
Prestatie aandelen5 |
Binomiale waarde prestatie aandelen6 |
Totale binomiale waarde LTI7 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jean-Christophe Tellier | 44 741 | 591 029 | 12 561 | 686 459 | 20 745 | 686 452 | 1 963 939 |
| Emmanuel Caeymaex | 11 741 | 155 099 | 3 296 | 180 126 | 5 444 | 180 142 | 515 367 |
| Jean-Luc Fleurial | 7 519 | 99 326 | 2 111 | 115 366 | 3 486 | 115 352 | 330 044 |
| Iris Löw-Friedrich | 14 472 | 191 175 | 4 063 | 222 043 | 6 710 | 222 034 | 635 252 |
| Alexander Moscho | 8 647 | 114 227 | 2 428 | 132 690 | 4 009 | 132 658 | 379 575 |
| Dhaval Patel | 15 273 | 201 756 | 4 288 | 234 339 | 7 082 | 234 343 | 670 439 |
| Pascale Richetta | 13 088 | 172 892 | 3 675 | 200 839 | 6 069 | 200 823 | 574 554 |
| Anna Richo | 16 883 | 223 024 | 4 740 | 259 041 | 7 828 | 259 029 | 741 094 |
| Bharat Tewarie | 10 734 | 141 796 | 3 014 | 164 715 | 4 977 | 164 689 | 471 200 |
| Detlef Thielgen | 15 166 | 200 343 | 4 258 | 232 700 | 7 032 | 232 689 | 665 731 |
| Charl van Zyl | 13 929 | 184 002 | 3 911 | 213 736 | 6 459 | 213 728 | 611 467 |
| Jeff Wren | 11 077 | 146 327 | 3 110 | 169 962 | 5 136 | 169 950 | 486 239 |
Aantal rechten om één UCB-aandeel te kopen tegen een prijs van € 66,18 tussen 1 april 2021 en 31 maart 2028 (tussen 1 januari 2022 en 31 maart 2028 voor Jean-Christophe Tellier, Emmanuel Caeymaex, Jean-Luc Fleurial, Dhaval Patel, Pascale Richetta, Bharat Tewarie, Detlef Thielgen en Charl van Zyl). Aantal rechten om te genieten van de verhoging van de prijs van het aandeel tussen toekenning en uitoefening met een uitoefenprijs van € 66,18 tussen 1 april 2021 en 31 maart 2028 voor Anna Richo en Jeff Wren.
2 De aandelenopties toegekend in 2018 hebben een waarde van € 13,21 zoals berekend overeenkomstig de binomiale methode, zoals gedefinieerd door Willis Towers Watson.
Aantal UCB-aandelen (of fictieve aandelen) dat gratis geleverd wordt na een wachttijd van drie jaar voorz over de begunstigde nog in dienst is bij UCB.
4 De gratis aandelen toegekend in 2018 hebben een waarde van € 54,65 zoals berekend overeenkomstig de binomiale methode, zoals gedefinieerd door Willis Towers Watson.
5 Aantal UCB-aandelen (of "Phantom shares") dat gratis geleverd wordt na een wachttijd van drie jaar voor zover de deelnemer nog in dienst is bij UCB en mits aan de vooraf bepaalde prestatievoorwaarden voldaan is.
6 De prestatieaandelen toegekend in 2018 hebben een waarde van € 33,09 per aandeel zoals berekend overeenkomstig de binomiale methode.
7 Binomiale waarde: een objectieve techniek om lange-termijnincentives te waarderen waarbij een eerlijke waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een lange-termijnincentive.
In 2018 verworven lange-termijnincentives
Hieronder bevindt zich een tabel met de lange-termijn incentives toegekend tijdens de voorbije jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité (opgenomen in de
vorige jaarverslagen) en die verworven of uitgeoefend werden tijdens het kalenderjaar 2018 (niet te combineren met de hoger vermelde tabel die langetermijn incentive toekenningen van 2018 weergeeft).
| Aandelenopties Gratis aandelen |
Prestatieaandelen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal definitief verworven (niet uitgeoefend)3 |
Aantal uitgeoefend4 |
Aantal definitief verworven |
Totale waarde bij definitieve verwerving (€) |
Totaal aantal aandelen verworven |
Aandelen verworven (% van de toegekende aandelen)5 |
Totale waarde bij definitieve verwerving (€) |
|
| Jean-Christophe Tellier1 | 10 058 | 669 159 | 20 754 | 118% | 1 629 320 | ||
| Emmanuel Caeymaex | 5 745 | 4 500 | 1 975 | 131 397 | 4 076 | 118% | 320 009 |
| Jean-Luc Fleurial2 | 1 500 | 118 710 | |||||
| Iris Löw-Friedrich | 15 521 | 22 000 | 3 336 | 220 309 | 6 883 | 118% | 536 377 |
| Alexander Moscho2 | 3 000 | 235 470 | |||||
| Dhaval Patel2 | 7 500 | 588 675 | |||||
| Pascale Richetta2 | 15 000 | 1 046 700 | |||||
| Anna Richo | 14 874 | 30 308 | 3 196 | 212 630 | 6 594 | 118% | 517 670 |
| Bharat Tewarie1 | 2 414 | 160 603 | 4 982 | 118% | 391 130 | ||
| Detlef Thielgen | 17 785 | 3 787 | 251 949 | 7 814 | 118% | 613 473 | |
| Charl van Zyl2 | |||||||
| Jeff Wren | 10 456 | 2 246 | 149 426 | 4 635 | 118% | 363 853 |
In 2015, werden er aandelenopties toegekend aan Jean-Christophe Tellier and Bharat Tewarie in België. Deze opties worden uitoefenbaar in januari 2019.
Jean-Luc Fleurial, Charl van Zyl, Alexander Moscho, Dhaval Patel en Pascale Richetta vervoegden UCB na de 2015 LTI toekenning.
3 De aandelenopties toegekend aan Iris Löw-Friedrich op 1 april 2015 zijn uitoefenbaar sinds 1 april 2018 en hebben een uitoefenprijs van € 67,35. De stock appreciation rights toegekend aan Anna Richo en Jeff Wren op 1 april 2015 werden uitoefenbaar op 1 april 2018 en hebben een uitoefenprijs van € 67,35. De aandelenopties toegekend aan Detlef Thielgen en Emmanuel Caeymaex op 1 april 2014 werden uitoefenbaar op 1 januari 2018 en hebben een uitoefenprijs van € 58,12.
4 Emmanuel Caeymaex oefende aandelenopties uit die hem op 1 april 2012 en op 1 april 2013 waren toegekend met een uitoefenprijs van € 32,36 en van € 48,69. Iris Löw-Friedrich heeft aandelenopties uitgeoefend die haar werden toegekend op 1 april 2008 en 1 april 2009 met een uitoefenprijs van € 22,01 en van € 21,38. Anna Richo oefende de Stock Appreciation Rights uit die haar op 1 april 2014 en 1 april 2015 werden toegekend met een uitoefenprijs van € 58,12 en van € 67,35.
5 De Prestatieaandelen toegekend in 2015 werden uitbetaald aan 118% op grond van de resultaten bereikt ten opzichte van de prestatievoorwaarden bepaald bij toekenning.
Lange-Termijn incentives toekenning in 2019
Het beleid van UCB bestaat erin om een aantal langetermijn incentives toe te kennen op grond van de individuele prestaties tijdens het prestatiejaar, ook rekening houdend met de individuele impact op waardecreatie op lange termijn. De toekenning gebeurt op 1 april volgend op de afsluiting van het prestatiejaar. De grootte van de toekenning is gebaseerd op de waardering en de aandelenkoers zoals gedefinieerd in het beleid. De feitelijke grootte van de toekenning is slechts geweten op 1 april, gebaseerd op de prijs van het aandeel op die dag. Hieronder kan u het aantal opties en prestatieaandelen vinden die zullen toegekend worden op 1 april 2019. De resulterende waarde zal in het bezoldigingsrapport van volgend jaar gepubliceerd worden.
| Aandelenopties 2019 | Prestatieaandelen 2019 | |
|---|---|---|
| Jean-Christophe Tellier | 39 623 | 27 735 |
| Emmanuel Caeymaex | 10 499 | 7 349 |
| Jean-Luc Fleurial | 8 405 | 5 883 |
| Iris Löw-Friedrich | 10 739 | 7 517 |
| Alexander Moscho | 8 922 | 6 245 |
| Dhaval Patel | 14 142 | 9 899 |
| Pascale Richetta | 10 700 | 7 489 |
| Bharat Tewarie | 6 337 | 4 436 |
| Detlef Thielgen | 11 084 | 7 759 |
| Charl van Zyl | 12 336 | 8 635 |
| Jeff Wren | 8 590 | 6 012 |
3.8 Belangrijkste kenmerken van interne controle- en risicobeheersystemen van UCB
3.8.1 Interne controle
Als bestuursorgaan van UCB leidt de Raad UCB als een ondernemer, en is hij verantwoordelijk voor het goedkeuren van de strategie en doelstellingen van de vennootschap. Dit omvat het toezicht op de ontwikkeling, implementatie en handhaving van een voorzichtig en effectief systeem van interne controles, zoals hieronder verder beschreven, maar ook risicobeheerprocessen zoals verder beschreven in 3.8.2 hieronder.
Het Auditcomité staat de Raad bij in zijn opdracht van toezicht op de interne controle- en risicobeheerprocessen opgesteld door het management van UCB en de UCB Groep in zijn geheel, op de doeltreffendheid van de algemene interne controleprocessen van UCB, het globale proces van financiële verslaggeving, de commissaris (met inbegrip van zijn benoemingsprocedure), en de Globale Interne Audit afdeling en de doeltreffendheid daarvan.
Het management van UCB staat in voor de ontwikkeling en handhaving van passende interne controles om redelijke zekerheid te bieden over de verwezenlijking van de doelstellingen inzake de betrouwbaarheid van de financiële informatie, de naleving van toepasselijke weten regelgeving en de uitvoering van interne controleprocessen binnen UCB (controleomgeving, risico/controle systeem en toezicht), en dit op de meest doeltreffende manier. Op het interne controle proces wordt wereldwijd toegezien door de Interne Audit afdeling op geautomatiseerde wijze voor toegang tot systemen en splitsing van taken, het uitvoeren van testen op zelfcontrole beoordelingen, en het toezien op permanente controles. Er werden informatiesystemen ontwikkeld om de langetermijn doelstellingen van UCB te ondersteunen, die beheerd worden door een professioneel Information Managementteam.
Als een belangrijk onderdeel van het interne controlesysteem van het management, herbekijkt UCB jaarlijks zijn business plan en het bereidt een gedetailleerd jaarlijks budget voor elk boekjaar voor, dat wordt beoordeeld en goedgekeurd door de Raad. Een
management rapporteringsysteem werd opgezet, dat de bedrijfsleiding zicht geeft op financiële en operationele prestatie-indicatoren. Maandelijks worden door de bedrijfsleiding financiële verslagen voorbereid om elk belangrijk onderdeel van de activiteiten af te dekken. Afwijkingen ten opzichte van het plan of van vroegere verwachtingen worden geanalyseerd, verklaard en er wordt tijdig op gereageerd. Naast de regelmatige beraadslagingen van de Raad, komt ook het Uitvoerend Comité minstens maandelijks samen om de prestaties te bespreken, waarbij, indien nodig, over specifieke projecten wordt overlegd.
De Globale Interne Audit functie verleent op een onafhankelijke en objectieve manier diensten die tot doel hebben de interne controleomgeving en activiteiten van UCB te evalueren, hun toegevoegde waarde te vergrotenen en te verbeteren, door middel van een systematische en gedisciplineerde benadering van de evaluatie en aanbevelingen tot verbetering van de processen van UCB inzake bestuur, compliance, interne controle en risicobeheer.
De Global Internal Audit Groep stelde een Audit Plan op bestaande uit financiële, compliance en operationele audits en beoordelingen. Dit Plan werd beoordeeld en goedgekeurd door het Auditcomité en omvat de relevante bedrijfsactiviteiten van UCB. Het programma omvat onafhankelijke beoordelingen van de interne controle- en risicobeheerssystemen. De bevindingen en de status van de gerelateerde corrigerende maatregelen worden regelmatig schriftelijk aan het Uitvoerend Comité gemeld, en er wordt minstens twee keer per jaar schriftelijk aan het Auditcomité gerapporteerd over de status van de voltooiing van het auditplan alsook over een samenvatting van de bevindingen en corrigerende maatregelen.
UCB nam formele procedures aan voor de interne controle aangaande financiële rapportering, waaraan wordt gerefereerd als de "Transparentie Richtlijn Procedure". Deze procedure is erop gericht het risico van selectieve openbaarmaking te beperken; draagt ertoe bij dat de bekendmaking door UCB van alle
belangrijke informatie aan haar beleggers, schuldeisers en toezichthouders precies, volledig en tijdig gebeurd en de toestand van UCB correct weergeeft; en draagt ertoe bij adequate openbaarmaking te garanderen van belangrijke financiële en niet-financiële informatie en belangrijke gebeurtenissen, transacties en risico's.
Het proces bestaat uit een aantal onderdelen. Bepaalde personen op sleutelposities in het interne controleproces, waaronder alle leden van het Uitvoerend comité, dienen schriftelijk te verklaren dat ze de vereisten van UCB inzake financiële rapportering begrijpen en hebben nageleefd, inclusief het verschaffen van redelijke zekerheid betreffende de efficiëntie en doeltreffendheid van de activiteiten, de betrouwbaarheid van financiële informatie en naleving van de wet- en regelgeving. Om te verzekeren dat zij de uitgebreide waaier aan potentiële problemen kunnen inschatten, wordt hen een gedetailleerde checklist bezorgd om in te vullen, die hen kan helpen bij hun verklaring. Verder wordt een gedetailleerde, wereldwijde beoordeling uitgevoerd van verkopen, kredieten, vorderingen, handelsvoorraden, overlopende rekeningen, voorzieningen, reserves en betalingen. De financiële directeurs/vertegenwoordigers van alle afzonderlijke juridische entiteiten dienen daarnaast schriftelijk te bevestigen dat hun financiële rapportering in deze domeinen op betrouwbare gegevens is gesteund en dat hun resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig de geldende vereisten.
Deze procedures worden gecoördineerd door de Globale Interne Audit afdeling vóór de vrijgave van de halfjaar- en jaarresultaten. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met het Chief Accounting Office alsook met de financiële en juridische diensten en de commissaris. Gepaste opvolging wordt gegeven aan elk potentieel probleem en eventuele wijzigingen aan de gerapporteerde financiële informatie of openbaarmakingen worden geëvalueerd. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met de CEO en CFO, en nadien met het Auditcomité, voorafgaand aan de bekendmaking van de rekeningen.
3.8.2 Risicobeheer
De volledige UCB Groep en al zijn
dochtervennootschappen wereldwijd zijn toegewijd om een effectief risicobeheersysteem te voorzien, om de dreigingen te minimaliseren die een impact kunnen hebben op onze mogelijkheid om onze strategische plannen en doelstellingen te verwezenlijken.
Daarom heeft de UCB Groep de volgende risicobeheer praktijken aangenomen:
Een globaal risicobeheerbeleid, van toepassing op de hele UCB Groep en zijn wereldwijde dochtervennootschappen, beschrijft het engagement van UCB om doorheen de UCB Groep een doeltreffend risicobeheersysteem te voorzien en beschrijft het kader en het design voor het beheren van de belangrijkste risico's bij UCB.
De Raad keurt de strategie en de doelstellingen van de UCB Groep goed en ziet toe op de ontwikkeling, de implementatie en de controle op het risicobeheersysteem van de UCB Groep. De Raad wordt in zijn opdracht van risicobeoordeling en risicobeheer bijgestaan door het Auditcomité. Het Auditcomité onderzoekt op regelmatige basis de gebieden waar risico's een grote impact zouden kunnen hebben op de financiële situatie en reputatie van de UCB Groep. Het Auditcomité controleert het algemene risicobeheersysteem van UCB.
Het Uitvoerend Comité is verantwoordelijk voor de implementatie van de risicobeheerstrategie en -doelstellingen, en voor het verdedigen van de prioritisering, controle en toezicht op de risico's die kritiek zijn voor UCB's succes. De Globale Interne Audit functie is belast met de onafhankelijke en regelmatige controle en validatie van het risicobeheersysteem binnen UCB. Daarnaast heeft de Globale Interne Audit functie als opdracht om, in overleg met de business, te beslissen over maatregelen om vastgestelde risico's aan te pakken en te controleren.
De "Head of Entreprise Risk Management" bezorgt regelmatige status updates rechtstreeks aan het Uitvoerend Comité, en op regelmatige basis eveneens aan het Auditcomité en de Raad. Het "Risk2Value Comité", samengesteld uit leden van het senior management van alle bedrijfsfuncties, levert strategisch leiderschap ter ondersteuning van het proces van de evaluatie van risico's op bedrijfsniveau en het proces voor vaststellen van prioriteiten, en wordt ondersteund door een bedrijfsrisicobeheersysteem dat de reële of potentiële risico's of blootstelling daaraan op doeltreffende wijze beoordeelt, rapporteert en beheert. Om aan informatie over risico's te komen, wordt gekeken naar de beoordeling vanuit de bedrijfsfuncties (van onder naar boven), input vanuit uitvoerende leiders (van boven naar onder), en de externe context voor de organisatie (van buiten naar binnen). De belangrijkste risico's binnen de organisatie worden elk opgevolgd door een lid van het Uitvoerend Comité, om te zorgen voor de nodige toerekenbaarheid en prioriteit.
3.9 Persoonlijke beleggingstransacties en handel in UCB aandelen
De Raad heeft een "Dealing Code" aangenomen om handel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, in het bijzonder tijdens de periodes voorafgaand aan de publicatie van resultaten of informatie die de prijs van UCB effecten zou kunnen beïnvloeden, of, in voorkomend geval, de prijs van effecten uitgegeven door een derde partij-vennootschap.
In 2016 werd een nieuwe Dealing Code goedgekeurd door de Raad, om de regels te reflecteren van de nieuwe EU Verordening Nr.596/2014 over Marktmisbruik, Richtlijn 2014/57/EU over strafsancties voor marktmisbruik en de Belgische Wet van 2augustus2002 over het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, zoals gewijzigd door de Wet van 27 juni2016, die van kracht werd op 3juli2016. In 2017 herbekeek UCB de Dealing Code en werkte deze bij om nieuwe wetgeving weer te geven en overwegingen met betrekking tot ethiek op te nemen in overeenstemming met onze strategie voor patiëntenwaarden.
De Dealing Code omvat regels voor bestuurders, het uitvoerend management en werknemers op sleutelposities, die verbieden om UCB aandelen of andere financiële instrumenten verbonden met het UCB aandeel te verhandelen tijdens een bepaalde periode vóór de bekendmaking van haar financiële resultaten (zogenaamde "gesloten periodes"). Verder verbiedt deze aan personen die voorkennis bezitten of weldra zouden kunnen bezitten om te handelen in UCB aandelen of andere gerelateerde effecten.
De Raad heeft de Group General Counsel en de Group Secretary General (Xavier Michel) aangeduid als Insider Trading Compliance Officers. Hun taken en verantwoordelijkheden worden in de Dealing Code bepaald.
In overeenstemming met de Dealing Code heeft de Vennootschap de lijst vastgelegd van personen met leidinggevende verantwoordelijkheid (bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité) en de lijst van personen op sleutelposities, die de Insider Trading Compliance Officer(s) vooraf moeten informeren en goedkeuring moeten krijgen voor de transacties in UCB aandelen en verbonden effecten die ze willen uitvoeren voor eigen rekening. Transacties in effecten van de Vennootschap door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid of door personen nauw met hen verbonden, moeten ook gemeld worden aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), de Belgische toezichthouder op de markten. De procedure voor dergelijke rapportering en de verplichtingen die hieraan verbonden zijn, zijn ook opgenomen in de Dealing Code.
De Dealing Code is beschikbaar op de UCB website.
3.10 Externe controle
De algemene vergadering van 26 april 2018 heeft het mandaat van PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren BV CVBA als commissaris van UCB hernieuwd voor de wettelijke termijn van 3 jaar. De vaste vertegenwoordiger aangeduid door PwC voor UCB in België is Dhr. Romain Seffer. PwC werd benoemd tot commissaris in de
dochtervennootschappen van de UCB Groep wereldwijd.
In 2018 betaalde UCB de volgende vergoedingen aan zijn commissaris:
| € | Controle | Andere controle opdrachten |
Belasting advies opdrachten |
Andere opdrachten buiten de controle |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| PwC (België-wettelijke commissaris) | 734 635 | 104 875 | 187 049 | 1 026 559 | |
| PwC andere verbonden netwerken | 1 468 401 | 39 488 | 69 000 | 1 387 764 | 2 964 653 |
| Totaal | 2 203 036 | 144 363 | 69 000 | 1 574 813 | 3 991 212 |
Informatie vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 3.11
De volgende elementen kunnen een invloed hebben in het geval van een openbaar overnamebod:
Kapitaalstructuur van UCB, met vermelding van de verschillende soorten aandelen en, voor elke soort aandelen, van de rechten en plichten die eraan verbonden zijn en het percentage van het geplaatste kapitaal dat erdoor wordt vertegenwoordigd op 31 december 2018 3.11.1
Sinds 13 maart 2014 bedraagt het kapitaal van UCB € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestorte aandelen zonder nominale waarde. Aan alle UCB aandelen zijn dezelfde rechten verbonden.
Er zijn geen verschillende soorten van UCB aandelen (zie sectie 3.2.2).
3.11.2 Wettelijke of statutaire beperkingen op de overdracht van effecten
Beperkingen op de overdracht van effecten zijn enkel van toepassing op niet volledig volgestorte aandelen, overeenkomstig artikel 11 van de statuten van UCB (hierna de "Statuten"), dat bepaalt als volgt:
("…)
B) Elke eigenaar van niet volledig volgestorte aandelen die de algeheelheid of een deel van zijn effekten wenst af te staan zal zijn voornemen bij een ter post aangetekende brief aan de raad van bestuur betekenen, waarbij hij de naam van de kandidaat overnemer, het aantal te koop gestelde effecten, de prijs en de voorwaarden van de geplande afstand aangeeft.
De Raad van bestuur zal, op dezelfde wijze, zich tegen deze afstand kunnen verzetten binnen de maand van deze kennisgeving door een andere kandidaat koper aan de kandidaat verkoper voor te stellen. De door de Raad voorgestelde kandidaat zal over een recht van voorkoop beschikken op de te koop gestelde effekten tenzij de kandidaat verkoper, binnen de vijftien dagen, verkiest aan de afstand te verzaken.
Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend tegen een eenheidsprijs gelijk aan de laagste van de twee zoals hierna bepaalde bedragen:
- de gemiddelde sluitingskoers van het gewoon UCB aandeel op de "continumarkt" op Euronext Brussels van de dertig open beursdagen die de betekening waarvan sprake in voorgaande alinea voorafgaan, verminderd met het nog te volstorten bedrag;
- de eenheidsprijs aangeboden door de kandidaat overnemer.
Voormelde bekendmaking door de Raad van bestuur zal gelden als kennisgeving van de uitoefening van het recht van voorkoop, in naam en voor rekening van de door de Raad voorgestelde kandidaat koper. De prijs zal betaalbaar zijn binnen de maand van deze kennisgeving, onverminderd de door de kandidaat overnemer gunstigere aangeboden voorwaarden.
C) Indien de Raad van bestuur niet antwoord binnen de maand van de kennisgeving, op de kennisgeving waarvan sprake in de eerste alinea van subsectie b), zal de verkoop in voordeel van de kandidaat overnemer kunnen plaatsvinden, aan voorwaarden die minstens gelijk zijn aan deze bepaald in gezegde kennisgeving.
(…")
Op dit moment is het kapitaal van UCB volledig volgestort.
Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden, en een beschrijving van deze rechten 3.11.3
Er zijn geen dergelijke effecten.
Mechanisme voor de controle van enig aandelenplan voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend 3.11.4
Er is geen dergelijk systeem.
Wettelijke of statutaire beperkingen van de uitoefening van het stemrecht 3.11.5
De bestaande UCB aandelen verlenen de houders ervan stemrecht op de algemene vergadering.
Overeenkomstig artikel 38 van de statuten, zijn de volgende beperkingen van toepassing:
"Ieder aandeel geeft recht op één stem.
Elke natuurlijke of rechtspersoon die, onder bezwarende titel, stemverlenende effecten, die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen, zou verwerven of erop inschrijven, zal binnen de wettelijke termijnen het aantal verworven of ingeschreven effecten moeten aangeven alsmede het volledig aantal effecten die hij reeds bezit, wanneer dit totaal aantal drie percent van de totale stemrechten die, voor elke eventuele herleiding, op een algemene vergadering kunnen worden uitgeoefend, overschrijdt. Hetzelfde zal gelden telkens de persoon die gehouden is tot voormelde oorspronkelijke kennisgeving, zijn stemkracht zal verhogen tot 5%, 7,5%, 10% en vervolgens tot iedere veelvoud van 5% van het totaal aantal stemrechten zoals hierboven gedefinieerd of wanneer, als gevolg van een overdracht van effecten, zijn stemkracht onder één van de hiervoor bedoelde drempels zakt. Dezelfde kennisgevingverplichtingen zijn van toepassing op effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere
derivatencontracten indien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst (dit wil zeggen een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is), reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven. Opdat de kennisgevingverplichtingen toepassing zouden vinden,
moet de houder, al dan niet op termijn, hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven hetzij naar eigen goeddunken gebruik kunnen maken van zijn recht om dergelijke stemrechtverlenende effecten al dan niet te verwerven. Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd. Deze verklaringen zullen gebeuren in de gevallen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in de geldende wetgeving betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Het niet eerbiedigen van huidige statutaire bepaling zal kunnen worden bestraft overeenkomstig artikel 516 van het Wetboek van vennootschappen. Niemand kan op de algemene vergadering aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan aandelen waarvan hij, overeenkomstig voorgaande alinea, het bezit ter kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de datum van de vergadering."
Het stemrecht verbonden aan UCB aandelen die UCB of haar rechtstreekse of onrechtstreekse dochtervennootschappen aanhouden, wordt van rechtswege geschorst.
Aandeelhoudersovereenkomsten die bekend zijn bij UCB en aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en / of van de uitoefening van stemrechten 3.11.6
UCB heeft geen kennis van de inhoud van schriftelijke overeenkomsten die zouden kunnen leiden tot beperkingen op de overdracht van haar effecten en/of de uitoefening van stemrechten. UCB ontving op 25 januari 2018 bericht van de beëindiging van de overeenkomst tot handelen in onderling overleg tussen Tubize en Schwarz.
A. Regels voor de benoeming en vervanging van leden van de Raad 3.11.7
De statuten bepalen:
"De vennootschap wordt bestuurd door een Raad van bestuur bestaande uit ten minste drie leden, al dan niet aandeelhouders, die voor vier jaar worden benoemd door de algemene vergadering, die ze te allen tijde kan ontslaan.
De uittredende bestuurders zijn herverkiesbaar. De opdracht der niet herkozen uittredende bestuurders eindigt onmiddelijk na de gewone algemene vergadering.
De algemene vergadering bepaalt de vaste of veranderlijke vergoedingen van de bestuurders en het bedrag van hun zitpenningen, onder de algemene kosten te boeken.
De algemene vergadering beslist bij gewone meerderheid over deze aangelegenheden. De regels betreffende de samenstelling van de Raad van bestuur worden uitvoerig beschreven in onderdeel 3.2 van het Corporate Governance Charter als volgt:
("…)
Samenstelling van de Raad van bestuur
De Raad is van mening dat een aantal van 10 tot 15 leden aangewezen is met het oog op een efficiënte besluitvorming enerzijds en de bijdrage van ervaring en kennis op verschillende gebieden anderzijds. Een dergelijk aantal maakt het ook mogelijk om de samenstelling van de Raad te wijzigen zonder onnodige ontwrichting. Dit gaat verder dan de wetgeving en de statuten van UCB, die bepalen dat de Raad uit minstens drie leden moet bestaan. De algemene vergadering beslist over het aantal bestuurders, op voorstel van de Raad.
Een grote meerderheid van de leden van de Raad zijn niet-uitvoerende bestuurders.
De curricula vitae van de bestuurders en van de kandidaat-bestuurders kunnen worden geraadpleegd op de website van UCB (www.ucb.com). Deze curricula vitae vermelden ook de bestuursmandaten die elk lid
van de Raad in andere beursgenoteerde vennootschappen uitoefent.
Benoeming van bestuurders
De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering, op voorstel van de Raad en op aanbeveling van het GNCC.
Wanneer de Raad kandidaten aan de algemene vergadering voorstelt, houdt hij in het bijzonder rekening met volgende criteria:
- een grote meerderheid van de bestuurders zijn niet‑uitvoerende bestuurders;
- minstens drie niet-uitvoerende bestuurders voldoen aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door de wet en de Raad;
- geen enkele individuele bestuurder of groep van bestuurders mag de besluitvorming domineren;
- de samenstelling van de Raad garandeert verscheidenheid en de inbreng van ervaring, kennis en kunde die vereist is voor het succes van UCB's gespecialiseerde internationale activiteiten; en
- kandidaten zijn volledig beschikbaar om hun functies uit te oefenen en oefenen niet meer dan vijf bestuursmandaten uit in genoteerde vennootschappen.
Het GNCC verzamelt informatie, die de Raad in staat stelt om zich ervan te verzekeren dat de voornoemde criteria vervuld zijn op het ogenblik van de (her)benoemingen en tijdens de duur van het mandaat.
Voor elke nieuwe benoeming van een bestuurder voert het GNCC een beoordeling uit van reeds aanwezige en vereiste vaardigheden, kennis en ervaring in de Raad. Het profiel van de ideale kandidaat wordt opgemaakt op basis van die beoordeling en aan de Raad voorgesteld voor bespreking en definitieve vaststelling.
Eens het profiel is vastgesteld, selecteert het GNCC kandidaten die voldoen aan het profiel, en dit in overleg met de leden van de Raad (inclusief de voorzitter van het Uitvoerend Comité) en eventueel met behulp van een wervingsbureau. Het GNCC doet de aanbeveling van de uiteindelijke kandidaat aan de Raad. De Raad beslist over de voorstellen die aan de aandeelhouders ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.
Duur van de mandaten en leeftijdsgrens
Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd voor een termijn van vier jaar, en zij kunnen worden herbenoemd.
Daarnaast werd een leeftijdsgrens van 70 jaar vastgelegd. Een bestuurder zal zijn/haar mandaat ter beschikking stellen op de dag van de algemene vergadering die volgt op zijn/haar 70 ste verjaardag. De Raad mag uitzonderingen voorstellen op die regel.
Procedure voor de benoeming en de verlenging van mandaten
Het proces voor benoeming en herbenoeming van bestuurders wordt geleid door de Raad, en streeft naar het behoud van een optimaal niveau van vaardigheden en ervaring binnen UCB en zijn Raad.
De Raad beoordeelt de voorstellen tot benoeming, herbenoeming, ontslag en eventuele terugtreding van een bestuurder, op aanbeveling van het GNCC. Het GNCC beoordeelt alle bestuurders die kandidaat zijn voor herbenoeming bij de volgende algemene vergadering, voor wat betreft hun toewijding en doeltreffendheid, waarna aan de Raad een aanbeveling met betrekking tot hun herbenoeming wordt gedaan.
Speciale aandacht wordt gegeven aan de evaluatie van de Voorzitster van de Raad en de Voorzitters van de comités van de Raad.
De evaluatie wordt uitgevoerd door de Voorzitster van het GNCC en de Vicevoorzitter van de Raad of een ander lid van het GNCC, die samenzitten met elke bestuurder in hun hoedanigheid van bestuurder en, in voorkomend geval, in hun hoedanigheid van Voorzitter of lid van een comité van de Raad. De Voorzitster van de Raad en het GNCC wordt beoordeeld door de Vicevoorzitter van de Raad en een senior onafhankelijke bestuurder. Deze sessies verlopen aan de hand van een vragenlijst en behandelen de rol van de bestuurder in het bestuur van UCB en de doeltreffendheid van de Raad, en onder meer hoe zij hun toewijding, inbreng en constructieve deelname aan de beraadslaging en besluitvorming evalueren.
Feedback wordt bezorgd aan het GNCC, dat op zijn beurt rapporteert aan de Raad en aanbevelingen maakt aangaande de voorgestelde herbenoemingen.
De Raad legt zijn voorstellen betreffende benoemingen, herbenoemingen, ontslag of eventuele terugtreding van bestuurders voor aan de algemene vergadering. Deze voorstellen worden meegedeeld aan de algemene vergadering als onderdeel van de agenda van de betreffende algemene vergadering.
De algemene vergadering beslist over deze voorstellen van de Raad bij gewone meerderheid.
Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, heeft de Raad het recht om voorlopig in de vacature te voorzien, waarbij het zijn beslissing kan laten bekrachtigen door de eerstvolgende algemene vergadering.
De benoemingsvoorstellen vermelden of de kandidaat al of niet wordt voorgedragen als uitvoerend bestuurder, bepalen de voorgestelde duur van het mandaat (d.i. niet meer dan vier jaar, in overeenstemming met de statuten) en delen mee waar alle nuttige informatie over de professionele kwalificaties van de kandidaat, alsook diens belangrijkste functies en bestuursmandaten kunnen worden bekomen of geraadpleegd.
De Raad deelt ook mee of de kandidaat al of niet voldoet aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden, in het bijzonder die bepaald in artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, zoals het feit dat een bestuurder, om in aanmerking te komen als onafhankelijk bestuurder, niet meer dan drie opeenvolgende mandaten mag hebben uitgeoefend (met een maximum van twaalf jaar). Indien de kandidaat aan de onafhankelijkheidscriteria beantwoordt, zal aan de algemene vergadering worden voorgesteld om de onafhankelijkheid te bekrachtigen. De voorstellen voor benoeming zijn beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com).
(…")
Het Charter bepaalt bijkomend dat een bestuurder als onafhankelijk kwalificeert als hij of zij geen zakelijke of andere relaties met de UCB groep heeft die zijn/haar onafhankelijk oordeel zou kunnen in het gedrang brengen. Bij de beoordeling van dit criterium houdt de Raad rekening met een betekenisvolle status als afnemer, leverancier of aandeelhouder van de UCB groep op een individuele basis.
B. Regels voor de wijziging van de statuten van UCB 3.11.7.
De regels met betrekking tot statutenwijzigingen worden bepaald door het Wetboek van vennootschappen.
De beslissing om de statuten te wijzigen, moet genomen worden door de algemene vergadering, in principe met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat tenminste 50% van het maatschappelijk kapitaal tegenwoordig of vertegenwoordigd is op de vergadering.
Indien op de eerste buitengewone algemene vergadering het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, dan kan een tweede buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen, die kan beslissen zonder aanwezigheidsquorum.
In uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld wijziging van het doel van de vennootschap, wijziging van rechten verbonden aan effecten) kunnen bijkomende aanwezigheids- en stemquora vereisten van toepassing zijn.
Bevoegdheden van de Raad van bestuur, in het bijzonder wat de mogelijkheid tot uitgifte of inkoop van aandelen betreft 3.11.8
Machten van de Raad van bestuur
"De Raad is het bestuursorgaan van UCB. De Raad heeft de bevoegdheid om alle beslissingen te nemen over alle aangelegenheden die de Wet niet uitdrukkelijk toewijst aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
De Raad heeft de verantwoordelijkheid voor bepaalde belangrijke gebieden voor zichzelf voorbehouden, en heeft zijn overige bevoegdheden gedelegeerd aan een Uitvoerend Comité (zoals verder gedetailleerd in het Charter). In alle zaken waarin het uitsluitend bevoegd is, werkt de Raad nauw samen met het Uitvoerend Comité, dat in het bijzonder verantwoordelijk is voor de voorbereiding van het merendeel van de voorstellen tot beslissing door de Raad.
Machtigingen van de Raad tot uitgifte of inkoop van aandelen
De buitengewone algemene vergadering van 26 april 2018 heeft besloten om de machtigingen van de Raad te hernieuwen:
- om gedurende een nieuwe periode van 2 jaar het kapitaal in één of meer malen te verhogen (en om de statuten overeenkomstig te wijzigen), onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet onder de sectie 3.2.4 Toegestaan kapitaal, en
- om gedurende een nieuwe periode van 2 jaar (en 2 maanden) die afloopt op 30 juni 2020, direct of indirect, op of buiten de beurs, door middel van aankoop, ruik, inbreng of op enige andere wijze, tot 10% van het totaal aantal aandelen van de Vennootschap te verwerven, berekend op de dag van elke verwerving, binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet onder 3.2.3 Eigen aandelen.
- Belangrijke overeenkomsten waarbij UCB partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over UCB na een openbaar overnamebod, evenals de gevolgen daarvan, behalve indien zij zodanig van aard zijn dat openbaarmaking ervan UCB ernstig zou schaden; deze afwijkende regeling is niet van toepassing indien UCB specifiek verplicht is om dergelijke informatie openbaar te maken op grond van andere wettelijke vereisten. 3.11.9
- Kredietovereenkomst ter waarde van € 1miljard tussen onder meer UCB SA/NV, BNP Paribas Fortis SA/NV, Commerzbank Aktiengesellschaft, filiale Luxembourg, ING Bank N.V. en Mizuho Bank Europe N.V. als "coordinating bookrunners", Banco Santander, S.A., Bank of America Merrill Lynch International Limited, The Bank of Tokyo-Mitsubishi, UFJ, Ltd., Barclays Bank PLC, BNP Paribas Fortis SA/NV, Commerzbank Aktiengesellschaft, filiale Luxemburg, Crédit Agricole Corporate and Investment Bank, HSBC Bank PLC, Belgisch bijkantoor, ING Bank N.V., Intesa SanPaolo Bank Luxembourg S.A., Amsterdams bijkantoor, KBC Bank NV, Mizuho Bank Europe N.V., Sumitomo Mitsui
Banking Corporation en The Royal Bank of Scotland PLC. als "mandated lead arrangers", en Wells Fargo Bank International Unlimited Company als "lead arranger", van 14december2009 (zoals gewijzigd en aangepast op 30november2010, op 7oktober2011, op 9 januari 2014 en voor de laatste maal op 9 januari 2018), waarvan de controlewijzigingsclausule laatst werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 26 april 2018, op grond waarvan elke kredietverstrekker in bepaalde omstandigheden zijn verplichtingen kan opzeggen en terugbetaling van zijn aandeel in de leningen kan eisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, in geval van een wijziging van controle over UCB NV.
- Euro Medium Term Note Program van 6maart2013, met een laatste bijwerking van de basis prospectus op 10maart2015, voor een maximaal bedrag van € 3 miljard (het "EMTN Programma"). Clausule 5 (e) (i) bepaalt dat, voor die Notes uitgegeven onder het EMTN Programma waarin een "controlewijziging 'put" clausule is opgenomen in de finale voorwaarden, elke houder van dergelijke Note, ingevolge een wijziging van de controle over UCB NV, het recht heeft om de terugbetaling van die Note te eisen door uitoefening van het "controlewijziging 'put" recht. Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd op de algemene vergaderingen van 25april2013, 24april2014, 30april2015, 28 april 2016, 27 april 2017 en 26 april 2018. De volgende Notes werden uitgegeven onder het EMTN Programma door UCB NV, en zijn onderworpen aan de hierboven beschreven controlewijzigingsclausule:
- publiek geplaatste obligatielening met vervaldag op 27maart2020, ter waarde van € 250miljoen met vastrentende coupon van 3,75%, uitgegeven op 27 maart 2013;
- bij institutionelen geplaatste obligatielening met vervaldag op 4januari2021, ter waarde van € 350miljoen met vastrentende coupon van 4,125%, uitgegeven op 4oktober2013;
- bij institutionelen privaat geplaatste obligatielening met vervaldag op 28november2019, ter waarde van € 55miljoen met vastrentende coupon van 3,292%, uitgegeven op 28november2013;
- bij institutionelen privaat geplaatste obligatielening met vervaldag op 17 december 2019, ter waarde
van € 20miljoen met vastrentende coupon van 3,284%, uitgegeven op 10 december 2013;
bij institutionelen geplaatste obligatielening met vervaldag op 2april2022, ter waarde van € 350 miljoen met vastrentende coupon van 1,875%, uitgegeven op 2april2015.
In overeenstemming met artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen werd de hierboven beschreven controlewijzigingsclausule voorzien in het EMTN Programma van 6 maart 2013 goedgekeurd door de algemene vergaderingen van 25 april 2013, 24 april 2014, 30 april 2015, 28 april 2016, 27 april 2017 en 26 april 2018, met betrekking tot Notes die in het kader van het EMTN Programma zouden worden uitgegeven binnen de 12 maanden volgend op deze algemene vergaderingen van respectievelijk 25 april 2013, 24 april 2014, 30 april2015, 28 april 2016, 27 april 2017 en 26 april 2018 waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule van toepassing zou zijn. Een gelijkaardige goedkeuring zal worden voorgelegd aan de algemene vergadering van 25 april 2019 met betrekking tot Notes die onder het EMTN Programma zouden uitgegeven worden van 25 april 2019 tot en met 30 april 2020 en waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule van toepassing zou zijn.
- Publiek geplaatste ongedekte niet-achtergestelde obligatielening van UCB NV uitgegeven op 2oktober2013 met vervaldag op 2oktober2023, ter waarde van € 175717000 met vastrentende coupon van 5,125%, die bepaalt dat bij wijziging van controle (zoals gedefinieerd in de voorwaarden) de obligatiehouders de terugbetaling kunnen eisen van de emittent. Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014.
- Kredietovereenkomst ter waarde van een bedrag van € 100 miljoen tussen UCB Lux S.A. als ontlener, UCB NV als promotor en garant en de EIB van 15april2013, zoals gewijzigd, herbevestigd en overgedragen aan UCB NV als ontlener op 20oktober2016, met ingang op 24oktober2016, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 25april2013.
- Kredietovereenkomst ter waarde van € 75miljoen/USD 100miljoen tussen UCB NV als ontlener en de EIB van 16 juni 2014, zoals gewijzigd en herbevestigd op 20 oktober 2016, met ingang op
21oktober2016, waarvan de
controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24april2014, op grond waarvan, in bepaalde omstandigheden, het krediet, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, onmiddellijk opeisbaar wordt – naar goeddunken van de EIB – bij wijziging van controle over UCB NV.
- Co-development overeenkomst met de EIB ter waarde van € 75miljoen, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014, op grond waarvan de EIB de overeenkomst kan beëindigen bij wijziging van controle over UCB NV en waarbij UCB NV gehouden zal zijn tot betaling van een beëindigingsvergoeding, die, afhankelijk van de omstandigheden, gelijk kan zijn aan het volledige, een gedeelte of een verhoogd bedrag (beperkt tot 110%) van het krediet verkregen van de EIB.
- De aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van UCB, waaronder UCB jaarlijks aandelen toekent aan bepaalde werknemers op basis van graad en prestatiecriteria, worden volgens de regels van beide plannen definitief verworven na drie jaar, op voorwaarde dat de begunstigde doorlopend in dienst blijft bij de UCB Groep. Zij kunnen ook definitief verworven bij een wijziging van controle of fusie. Op 31 december 2018 stonden de volgende aantallen aandelen en prestatieaandelen uit:
- 2 201 916 toegekende aandelen, waarvan er 626 292 definitief verworven zullen worden in 2019;
- 383 835 prestatieaandelen, waarvan er 96 948 definitief verworven zullen worden in 2019.
In overeenstemming met artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen zal de algemene vergadering van 25 april 2019 gevraagd worden om deze controlewijzigingsclausule goed te keuren. De controlewijzigingsclausules opgenomen in de overeenkomsten met leden van het Uitvoerend Comité, zoals verder beschreven in het Verslag over het bezoldigingsbeleid (sectie 3.7.3).
- Overeenkomsten tussen UCB en zijn bestuurders of werknemers die vergoedingen voorzien wanneer de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien, of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt als gevolg van een openbaar overnamebod 3.11.10
- Voor meer informatie, zie sectie 3.7.3 over de belangrijkste contractuele voorwaarden inzake aanwervings- en ontslagregelingen van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. Er zijn geen andere overeenkomsten die voorzien in specifieke vergoedingen voor de leden van de Raad in het geval van beëindiging naar aanleiding van een openbaar overnamebod.
- Naast de leden van het Uitvoerend Comité aangeduid in sectie 3.7.3, geniet op het einde van 2018 één werknemer in de Verenigde Staten en één werknemer buiten de Verenigde Staten van een controlewijzigingsclausule die hun beëindigingsvergoeding garandeert als de tewerkstelling van de werknemer eindigt naar aanleiding van een openbaar overnamebod.
3.12 Toepassing van artikel 523 van het wetboek van vennootschappen
UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE RAAD VAN 21 FEBRUARI 2018
De Raad paste artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen toe op 21 februari 2018 in verband met de beslissingen met betrekking tot remuneratie van de CEO, de prestatiebonus en lange termijn incentives (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering):
Voorafgaand aan enige beraadslaging of beslissing door de Raad van bestuur betreffende de goedkeuring van de CEO-bonus op basis van de prestaties van 2017, het basissalaris voor de CEO in 2018 en de toekenning van LTI aan de CEO voor 2018 (inclusief aandelenopties, aandelentoekenningen en prestatieaandelen), evenals de goedkeuring van de bonusuitbetaling voor 2017, de definitieve verwerving van LTI en van de 2018 LTIplannen, toekenningsvoorwaarden en toekenningen, verklaarde J.-C. Tellier dat hij een direct financieel
belang had bij de implementatie van de voormelde beslissingen. In overeenstemming met Art. 523 van het Wetboek van Vennootschappen, trok hij zich terug uit de vergadering van de Raad van bestuur om niet deel te nemen aan de beraadslaging en de stemming met betrekking tot deze kwesties. De Raad van bestuur stelde vast dat artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen van toepassing was op deze verrichting. Jean-Luc Fleurial verliet de zaal eveneens voor er werd beraadslaagd of beslist over deze kwesties.
***
BEDRIJFSRESULTATEN 2017, BONUSUITBETALING, DEFINITIEVE TOEKENNING VAN LTI EN 2018-DOELSTELLINGEN
Beslissing: Na beoordeling keurde de Raad in het algemeen de aanbevelingen van het Governance, Nomination and Compensation Committee ("GNCC") goed betreffende (i) de bonusuitkering voor 2017 op basis van de resultaten per jaareinde 2017 (REBITDA), (ii) de REBITDA-doelstelling voor de 2018 bonusuitbetaling en (iii) de toekenningsvoorwaarden gebruikt voor het Prestatieaandelenplan 2018-2020 (uitbetaling in 2021). Het bekrachtigde daarnaast de definitieve verwerving (en totale uitbetaling) in 2018 van het Prestatieaandelenplan 2015-2017 en de definitieve verwerving van aandelen onder het aandelentoekenningsplan 2015-2017.
UCB LANGE-TERMIJN INCENTIVES TOEGEKEND IN 2018
Beslissing: Op aanbeveling van het GNCC heeft de Raad unaniem de volgende lange-termijn beloningsplannen en de belangrijkste bepalingen en voorwaarden daarvan goedgekeurd:
UCB aandelenoptieplan 2018: uitgifte van 900 000 aandelenopties (streefcijfer + 15% om rekening te houden met differentiatie op basis van prestaties), in principe op 1 april 2018 tenzij uitzonderlijke omstandigheden, voor ongeveer 380 werknemers (geen rekening houdend met werknemers die zijn aangetrokken of gepromoveerd tot in aanmerking komende graden tussen 1 januari 2018 en 1 april 2018);
De uitoefenprijs van deze opties zal gelijk zijn aan het lagere van (i) het gemiddelde van de slotkoers over de 30 kalenderdagen voorafgaand aan het aanbod (d.i. in principe van 2 tot 31 maart 2018) of (ii) de slotkoers op de dag voorafgaand aan het aanbod (in principe 31 maart 2018).
UCB zal een andere uitoefenprijs bepalen voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist. De aandelenopties zullen uitoefenbaar zijn na een periode van drie jaar vanaf de datum van aanbod, behalve in landen waar dat niet toegestaan is of minder gunstig is.
- Toekenning van gratis aandelen en prestatieaandelen 2018-2020: toewijzing van een initieel aantal van 1 098 000 aandelen, waarvan:
- een geschat aantal van 955 000 aandelen aan in aanmerking komende werknemers, namelijk tot ongeveer 1 760 collega's (met uitzondering van nieuw aangeworven medewerkers en gepromoveerde werknemers tot en met 1 april 2018), volgens de toepasselijke toewijzingscriteria (streefcijfer + 15% om rekening te houden met differentiatie op basis van prestaties). Deze gratis aandelen zullen worden toegewezen als en wanneer de in aanmerking komende werknemers nog steeds in dienst zijn bij de UCB-groep 3 jaar na de toekenning van deze gratis aandelen;
- een geschat aantal van 143 000 aandelen aan het hoger management voor het Prestatieaandelenplan 2018, namelijk aan ongeveer 54 personen, volgens de toepasselijke toewijzingscriteria. Deze aandelen zullen worden geleverd na een periode van 3 jaar en het werkelijk toegekende aantal aandelen zal variëren van 0% tot 150% van het aantal oorspronkelijk toegekende aandelen, afhankelijk van de mate waarin de prestatiecriteria zoals vastgesteld door de Raad van UCB NV op het moment van de toekenning werden behaald.
- Het werd erkend dat de financiële impact van de toekenning van opties voor de Vennootschap gekoppeld is aan het verschil tussen de aankoopprijs van eigen aandelen door de Vennootschap (of de aandelenprijs op de datum van definitieve verwerving voor plannen die in geld worden afgehandeld) enerzijds en de uitoefenprijs van de opties betaald aan de Vennootschap door de begunstigde bij uitoefening van de opties anderzijds. Voor de gratis aandelen en de prestatieaandelen komt de financiële impact
overeen met de waarde van UCB-aandelen op het moment van verwerving door de Vennootschap met het oog op de levering, of op het moment van definitieve verwerving voor plannen die in geld afgehandeld worden.
- De Raad besliste verder om alle machten te delegeren aan de leden van het Uitvoerend Comité, met twee samen handelend en met recht tot indeplaatsstelling, om alles te doen wat nodig, vereist of nuttig is om de bovenstaande beslissingen uit te voeren, inclusief de afronding van alle vereiste documentatie, de daadwerkelijke beslissing tot toekenning en de definitieve voorwaarden en modaliteiten van de plannen en incentives.
- CEO basissalaris vanaf 1 maart 2018: € 1077607 (tegenover € 1 046 220 in2017);
- CEO bonus uitbetaling 2018 (prestaties 2017): € 1 536 217;
- lange termijn incentives 2018 voor de CEO:
- aandelenopties: 44741 (definitieve verwerving na 3 jaar en 9 maanden);
- gratis aandelen: 12561 (definitieve verwerving na 3 jaar).
- prestatieaandelen: 20745 (definitieve verwerving na 3 jaar).
(…")
CEO VERGOEDING EN LTI
Beslissing: Op aanbeveling van het GNCC keurde de Raad unaniem het volgende goed:
"Pas toe of leg uit" principe (toepassing van artikel 96 § 2 sectie 2 van het Wetboek van vennootschappen) 3.13
Het Charter van UCB voldoet aan de bepalingen van de Corporate Governance Code.
HOOFDSTUK
Onze medewerkers
108
Medewerkers spelen een vitale rol in UCB's reis van de groei fase naar de versnellingsfase.
Om betrokken te zijn in de missie van UCB om het leven van patiënten met chronische ernstige ziektes te verbeteren, de klinische ontwikkeling van nieuwe molecules en oplossingen voor de patiënten te versnellen, en de bedrijfswaarde te verbeteren, is het cruciaal om het juiste talent aan te trekken in de Patiëntenwaardestrategie
Ik ben er trots op deel uit te maken van een patiëntgericht bedrijf dat luistert naar hun stem en behoeften en een op waarde gebaseerde gezondheidszorg opbouwt.
Tathiana, UCB
Met als objectief een dynamische en inspirerende bedrijfscultuur te bevorderen werkt UCB aan het aanbieden van gerichte opleidingen om zo de capaciteiten, groeiopportuniteiten en vaardigheden van onze mensen te versterken vermits het ontwikkelen en management van medewerkers worden aanzien als zeer relevante Belangrijke Aspecten.
Medewerkers per regio
58% Europa
Het bedrijf is georganiseerd in 4 Patientwaarde Organisatie pijlers1 rond welke we waarde creëren voor elke patient,
gericht door onze focus en geïntegreerd in functionele teams rond verschillende patiëntenpopulaties:
| Marketing and | ||
|---|---|---|
| NewMedicines™ | access practices | |
| Immunology | Development/ medical practices |
|
| Neurology | ||
| Bone | Corporate strategy and business development |
|
| Patiënten | ||
| Finance | ||
| Quality assurance | Talent | |
| Technical operations | Legal | |
UCB zorgt ervoor dat individuele medewerkers de Patiëntenwaardestrategie begrijpen als een absolute vereiste om de door de patiënten verkozen biofarma leider te worden. Dit gezamenlijke doel creërt het fundament voor
de waarde voor patiënten. Deel uitmaken van de missie inspireert en beïnvloed ons gedrag om verantwoordelijk te handelen, verantwoording af te leggen, en flexibilteit te tonen.
Meer informatie over de medewerkers bij UCB kan teruggevonden worden in Data rapportering
Bij UCB beschrijven verschillende maatschappelijke en menselijke beleidsregels de richtlijnen om beste marktpraktijen in bepaalde werksituaties te bevorderen die in lijn liggen met onze cultuur en waarden.
Het Talent en Bedrijsreputatie departement beheert het Betrokkenheid van het Personeel beleid dat steeds wordt verbeterd door verschillende processen zoals, maar niet gelimiteerd tot:
- robuuste jaarlijkse HR-processen die talentontwikkeling bevorderen, prestatie verhogen en passende organisatorische planning waarborgen, zoals bouwen aan toekomstige mogelijkheden en opvolging;
- ontwikkeling en regelmatige beoordeling van de totale beloningen om een gebalanceerde, concurrerende bezoldiging te waarborgen die de gewenste resultaten heeft ter ondersteuning van de bedrijfsstrategie, en het waarborgen dat medewerkers en hun gezinnen adequaat gedekt zijn tijdens belangrijke gebeurtenissen in hun leven;
- beheer van medewerkersprestaties, zodat de bijdragen van de medewerkers in lijn liggen met Patiëntenwaarde doelen, hun impact gemeten wordt op een objectieve manier, net als de uitdrukking van de verwachte waarden en gedrag;
- planning van ontwikkelingsgesprekken ondersteund met adequate en doorlopende trainingsopportuniteiten voor de medewerker (training
& opleiding aanbod, alsook leren tijdens het werk, coaching en mentoring);
- periodieke medewerkersbetrokkenheidsenquêtes die UCB en haar leiderschap toelaat om te antwoorden op de feedback van medewerkers over hun werkervaring;
- welzijnsinitiatieven in vestigingen en bij filialen, zoals bijvoorbeeld gezondheidsscreening campagnes, burn-out bewustzijn, faciliteiten voor gezondheid op de werkplek, opties voor gezond eten, afspraken rond flexibel werken, programma's voor ondersteuning van medewerkers, en basis medewerkersvoordelen zoals zorgverzekering, en
- werkpraktijken in lijn met de gegevensprivacyvereisten (GDPR).
Bij UCB is het belangrijkste sociale- en medewerkersrisico de uitdaging om belangrijke leiderschapsprofielen en kritieke expertise in een zeer gespecialiseerde, sterkgeregulariseerde, complexe omgeving aan te trekken, te behouden en te motiveren en dit in een competitieve talentmarkt. Dit kan leiden tot een verlies van collectieve bekwaamheid, geïmpacteerde operationele doeltreffendheid en strategische implementatie, en suboptimale resultaten.
1 Bereik van Rapportage: Mederwerkers worden gegroepeerd in de vier Patiëntenwaarde Pijlers: Functies voor patiëntenwaarde; praktijken voor patiëntenwaarde; eenheden voor patiëntenwaarde en operaties voor patiëntenwaarde. Medewerkers van Elements Genomics, overgenomen in april 2018, maken deel uit van de patiëntenwaarde eenheid NewMedicines™.
Daarnaast kunnen de risico's gekoppeld aan een personeelsbestand dat zich niet voldoende bewust is van de specifieke ethische en nalevingsvereisten die betrekking hebben op hun functie, afdeling of de biotechnische omgeving als geheel, leiden tot reputatieen wettelijke risico's voor het bedrijf en de ontwikkeling en productie van zijn producten. Dit omvat eveneens fiduciaire risico's en databeveiligingsrisico's, zoals malware-aanvallen en beheer van vertrouwelijke en gevoelige gegevens.
Tenslotte is er het risico niet in staat te zijn om een gezonde en veilige omgeving te bieden waar het welzijn van de medewerker niet voldoende ondersteund of gepromoot is, of waar werkplekgevaren niet worden beheerd of voldoende gecommuniceerd worden aan het personeel, wat kan leiden tot veiligheidsincidenten of niet optimale gezondheid van medewerkers, zowel fysiek als mentaal.
De resultaten van de sociale en medewerkers beleidslijnen hierboven beschreven bevatten:
-
- een vermindering en beperking van sociale en medewerkers risico's;
-
- personeel dat in lijn met de gedefiniëerde besdrijfswaarden werkt, wat leidt tot een gezonde bedrijfscultuur waar mensen kunnen gedijen en naar hun beste behoren presteren.
-
- verhoogde betrokkenheid van de medewerkers, resulterend in grotere discretionaire inspanningen en duurzame tewerkstelling;
-
- voortdurende ontwikkeling en behoud van UCB talent, wat leidt tot een grotere organisatorische mogelijkheden, versnelde innovatie en competitieve voordelen en uitmuntendheid;
-
- een verhoogd begrip van de zakelijke en nalevingsomgeving, resulterend in verhoogd ethisch en nalevingsgedrag en praktijken;
-
- veilige en gezonde medewerkers die kunnen werken in een positieve werkomgeving; en
-
- focus van medewerkers op hun bijdrage tot UCB's Patiëntenwaardestrategie, met de verzekering dat zij, en hun gezinnen, goed gedekt zijn in het geval van ziekte, handicap, overlijden en pensioen.
Om ons succes te meten zijn de relevante KPI's weergegeven in de GRI Normen Indicatoren.
Er werden in 2018 17 gevallen van intimidatie op de werkplek, en 6 gevallen van discriminatie gerapporteerd binnen UCB. Gerapporteerde beschuldigingen van individueel wangedrag werden systematisch onderzocht and onderbouwde disciplinaire acties werden ondernomen wanneer nodig.
2 Diversiteit en inclusie
De erkenning dat we de door patiënten verkozen biofarma leider worden bestaat in de ogen van onze externe belanghebbenden en zal aan UCB worden toegekent, alleen als onze medewerkers de buitenwereld vertegenwoordigen.
Bij UCB wordt diversiteit gepromoot zodat mensen, ongeacht hun ras, etniciteit, nationaliteit, religie, geslacht, leeftijd of seksuele geaardheid kunnen bijdragen tot de bedrijfsactiviteiten.
UCB heeft de diversiteit en inclusie programma's verder versterkt. In de lente van 2018 heeft het Uitvoerend Comité van UCB een diversiteit en inclusie Ambitie Verklaring geïmplementeerd: 'we inspireren een cultuur van inclusie door diverse talenten te waarderen, onze medewerkers te motiveren, en verscheidenheid van ideëen en ervaringen als hefboom te gebruiken om waarde te creëren voor patiënten'. Dit programma definieert diversiteit als de collectieve rijkheid van de medewerkers hun unieke achtergrond, leven en culturele ervaringen en de diversiteit van ideeën die dit meebrengt. Het stimuleert creativiteit, de bedrijfscultuur, duidelijkheid in de communicatie, and vooral kritisch denken. Het geeft richtlijnen voor diversiteit & inclusie.
Het nieuwe programma schetst hoe UCB zal nastreven om diverse profielen op alle continenten te aan te trekken. Voorts gaat het ook in op de acquisitie van talenten met brede cross-functie ervaringen en het identificeren van adaptieve leiders die klaar zijn voor een steeds snellere veranderende wereld. Een diverse en inclusieve organisatie bouwen, waar mensen de ambitie van de Patiëntenwaardestrategie begrijpen, op een weerbare manier leven, zich ethisch en integer gedragen, is belangrijk voor UCB. Deze afstemming is nodig om van UCB een duurzaam winstgevend bedrijf te maken.
UCB implementeerd maatregelen om diversiteit te promoten. Hoewel UCB een 51%/49% evenwicht heeft tussen mannen en vrouwen binnen de organisatie, worden inspanningen om de carrière mogelijkheden voor vrouwen in het Hoger management te verbeteren benadrukt. Vrouwen vertegenwoordigden 22% in het Hoger management in 2012, in de periode over de laatste 6 jaren steeg dit tot 29%. Er is een sterke inzet om gelijke kansen te verzekeren voor de aangeboden posities.
| Wereldwijd niveau |
Admin | Hoger Management |
Manager | Verkoop | Technisch personeel |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Medewerkers bij UCB |
7 495 | 834 | 147 | 4 324 | 1 755 | 435 |
| Vrouwen | 49% | 62% | 29% | 51% | 49% | 19% |
| Mannen | 51% | 38% | 71% | 49% | 51% | 81% |
In landen waar meer dan 150 mensen werkzaam zijn, d.w.z. China, Duitsland, Japan, Mexico, Zwitserland, het VK en de VS, is 70% van het leiderschapsteam afkomstig uit het land zelf (82% vorig jaar) en is de verdeling tussen vrouwen en mannen respectievelijk 37% en 63%.
Het Talent en Bedrijfsreputatie departement herziet het proces voor de ontwikkeling en ondersteuning van vrouwen alsook voor de andere kwetsbaare groepen om een optimale diversiteit binnen het personeel van UCB te garanderen. In de opvolgingsplanning van UCB zijn 43% van de collega's vrouwen, dus zullen vrouwen evenzeer mogelijk in aanmerking komen als opvolgers voor belangrijke posities.
Wereldwijde Vrouwen in Leiderschap Top, UCB
Aan het einde van 2018 vond voor de allereerste keer de Wereldwijde UCB Vrouwen in Leiderschap Top (WIL/ WISE) plaats, met deelnemers uit zowel de Raad van bestuur als het Uitvoerend Comité alsook deelnemers van de lokale mederwerkers resource groepen vanuit de hele wereld. Een wereldwijde visie werd gecreëerd en goedgekeurd, en alle lokale teams zullen in 2019 doorgaan om strategisch te aligneren en zo de creatie van waarde voor de patiënten te ondersteunen.
Het Talent en Bedrijfsreputatie departement schetste een programma om onbewuste vooroordelen te beperken in onze beslissingsname, vooral in relatie tot onze talenten. Een ervaringsmodel van onbewuste vooroordelen werd geïmplementeerd met de individuele departementen en teams. Het model identificeerde de karakteristieken van vooroordelen, versterkte het bewustzijn van de teamleden en identificeerde mitigatieplannen voor onbewuste vooroordelen. Het zal verder gecascadeerd worden binnen de organisatie.
Daarnaast nam UCB in 2018 de 'Diversity and Inclusion Maturity Model' blauwdruk aan, van Bersin van Deloitte, om een inclusieve cultuur te bouwen, gebaseerd op 6 inclusieve leiderschaps principes: kennisname van vooroordelen, culturele intelligentie, samenwerking,
nieuwsgierigheid, durf en inzet. UCB streeft ernaar om deze inclusieve cultuur te omarmen en diversiteit en inclusie te verankeren als kern bedrijfswaarden. UCB leiders zullen verantwoordelijk gehouden worden om de diversiteit en inclusie resultaten te verbeteren.
| Wereldwijd niveau |
≤ 29j | 30j-49j | ≥ 50j | |
|---|---|---|---|---|
| Medewerkers bij UCB |
7 495 | 558 | 4 989 | 1 968 |
| Vrouwen | 49% | 58% | 50% | 44% |
| Mannen | 51% | 42% | 50% | 56% |
Deeltijds/Voltijds contract
Meer informatie over de medewerkers bij UCB kan teruggevonden worden in Data rapportering
3 Aantrekken en aanwerven van medewerkers
UCB evolueerde vorig jaar haar Talent Aantrekkingsprogramma tot een geïntegreerde aanpak die ondersteuning biedt voor het aanwerven van medewerkers en contractanten. Het doel is om UCB haar Patiëntenwaardestrategie te ondersteunen door het verwerven van competenties en vaardigheden op een flexibelere manier. Lees meer over carrières bij UCB.
UCB bied opportuniteiten aan voor studenten en stagiaires om deel uit te maken van de UCB cultuur en training.
94 studenten aangeworven
voor een UCB stage
34%/66%
vrouwen/mannen aangenomen studenten
medewerkers aangenomen
voor UCB posities
vrouwen/mannen nieuwe medewerkers
| Nieuwe medewerkers |
≤ 29j | 30j-49j | ≥ 50j | |
|---|---|---|---|---|
| Medewerkers bij UCB |
1 105 | 236 | 734 | 135 |
| Vrouwen | 51% | 56% | 51% | 45% |
| Mannen | 49% | 44% | 49% | 55% |
Meer informatie over de medewerkers bij UCB kan teruggevonden worden in Data rapportering
4 Ontwikkeling en behoud van medewerkers
4.1 Prestatiebeoordeling van onze medewerkers
De ontwikkeling en behoud van de medewerkers van UCB is van cruciaal belang om de door patiënten verkozen biofarma leider te worden. Tijdens de herziening van de Belangrijke Onderwerpen, worden de ontwikkeling en het management van de medewerkers als zeer relevante Belangrijke Aspecten aanzien.
UCB wordt ook gedreven door een hoge prestatiecultuur. Daarvoor wordt een jaarlijks Prestatiemanagement proces
- gehanteerd waardoor medewerkers zich kunnen concentreren op waardegedreven acties en resultaten, en direct en continu feedback kunnen zoeken om zo bij te kunnen dragen aan UCB's strategische prioriteiten gedurende het jaar. Eind januari 2019 was 90% van het Jaareinde Prestatie Beoordelingen proces voor de medewerkers voltooid. Medewerkers worden beloond en krijgen erkenning voor hun persoonlijke bijdragen aan het succes van het bedrijf.
- UCB's benadering van de patiënt is innovatief. Ik had nog nooit gezien of gehoord van een farmaceutisch bedrijf dat op een dergelijke manier werkt voor de patiënt. Dat geldt ook voor de genegenheid, en de interesse die zij tonen in de patiënten en hoe zij onze meningen volledig in overweging nemen en waarderen. Met dank aan UCB.
Esperanza, heeft het rusteloze benen syndroom
De Talent- en Organisatiebeoordeling is ontworpen om de belangrijkste talenten in onze organisatie te identificeren en actieplannen te initiëren om onze collega's te ontwikkelen, behouden en betrekken. Het proces vraagt ook dat managers geschikte opvolgers identificeren en hen voorbereid voor de meest bedrijfskritische posities. Het
beoordelingsproces is kritiek voor UCB omdat het niet alleen toelaat de identificatie van capaciteitsbehoeften voor het bedrijf mogelijk te maken maar ook het langetermijnsucces en de duurzaamheid van het bedrijf ondersteunt.
In totaal maakten 6 007 medewerkers deel van de Talent en Organisatiebeoordeling, afgerond in november 2018.
In totaal zijn 2 072 collega's geïdentificeerd als 'high potentials', met 330 collega's als Top Talenten.
4.2 Opleiding bij UCB
Gemiddeld kregen medewerkers 20,79 uren formeel leren over een waaier van verschillende vakgebieden: ontwikkeling van leiderschaps-, professionele en technische vaardigheden. Dit gebeurde door een focus op de ontwikkeling van strategische capaciteiten, een leercultuur, leerervaringen, flexibele manier van werken en operationele uitmuntendheid.
In 2018 investeerde UCB meer dan € 12,2 miljoen in leerprogramma's, inhoud, technologieën en diensten om haar engagement om talent te laten groeien en persoonlijke ontwikkeling te bevorderen1 . Speciale nadruk werd gelegd op de opleiding van mensen in nieuwe strategische capaciteiten, belangrijk voor het bedrijf.
| Admin | Hoger Management |
Manager | Verkoop | Technisch personeel |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Vrouwen | 16u | 15u | 17u | 22u | 58u |
| Mannen | 32u | 7u | 17u | 22u | 55u |
Terwijl UCB de Versnellings- en Uibreidingsfase van haar lange-termijn strategie ingaat, heeft de opleidingsorganisatie een belangrijke missie
uitgestippeld om een conducieve on-line training omgeving te creëren voor de medewerkers om zo beter de patiënten te kunnen dienen. Medewerkers worden
uitgenodigd om een continue leerhouding aan te nemen en UCB gelooft dat het oprichten van een gunstige leeromgeving de duurzaamheid van het bedrijf ten goede zal komen.
UCB past verschillende opleidingsprogrammas aan voor de noden van specifieke teams. Bijvoorbeeld, de opleiding Ontwikkeling Centra voor Medische Praktijken of nog de Ecosystemen in de Gezondheidszorg opleiding. Deze laatste training is een immersieve, patiëntgerichte opleidingen en een ervaringsgericht programma ontwikelt door de Commerciële en Ethische en Compliance teams en werd erkend door de Life Science Trainers and Educators Network (LTEN - LevensWetenschappen Trainers en Opleiders Netwerk) Het werd opgenomen als een Innovatie Award finalist tussen alle farmaceutische, biotechnische, medische apparaten en diagnostisce ondernemeningen wereldwijd.
Talent en leiderschapsontwikkelingsprogramma's
Het ontwilkkelen van leiders is kritiek om de Patiëntenwaardestrategie te realiseren. UCB heeft 3 wereldwijde leiderschapsontwikkelingsprogrammas met verschillende externe partners gecreërd:
- Accelerate voor eerstelijns leidingevenden
- Navigate voor managers die managers leiden; en
- Orchestrate voor senior leidendgevenden die aan het hoofd staan van een business of een functie.
Elk programma duurt 6 tot 9 maanden, heeft vele face-toface modules, promoot teamwerk en bevat type-1 ervaringen om vaardigheden en gedragingen te ontwikkelen en ontplooien.
Het Accelerate programma wordt in het land van de deelnemer uitgevoerd.
Het Navigate programma omvat blootstelling aan verschillende culturen en diversiteit. De deelnemers bezoeken verschillende continenten en ontmoeten partners en professionele zorgverleners in lokale settings om zo het lokale ecosysteem beter te begrijpen.
De Orchestrate senior managers nemen deel aan een uitgebreide transformatieve opleiding over inclusief leiderschap waaronder een bezoek aan Rwanda. In 2018 namen 17 toekomstige UCB leiders deel. Groepjes van 2 of 3 bezochten verschillende delen van Rwanda om een beter begrip te krijgen van het raakvlak tussen mensen die epilepsie hebben, zorgverleners en UCB's betrokkenheid. Zij observeerden en beleefden de splitsing tussen (i) de noden van achtergestelde gemeenschappen, kansarme mensen die epilepsie hebben en hun families, de gezondheidsinfrastructuur; (ii) de vrijgevigheid, het karakter en het doorzettingsvermogen van de zorgverleners, gezondheidswerkers, traditionele helers, en vrijwilligers die dagelijks met heel wat beperkingen voor kwaliteitsvolle zorg zorgen; en (iii) de betrokkenheid van UCB bij MVO-activiteiten en ethisch en verantwoordelijk zakelijk gedrag.
In 2018 namen 17 UCB senior managers deel aan deze progamma's.
1 Bereik van Rapportage: UCB implementeerde het Leanring Management System (OpleidingsBeheerSysteem) wat toeliet om de opleidingsuren die genomen werden door onze medewerkers beter te kunnen bijhouden. Opleidingsuren worden zowel voor on-line opleidingen als klassikale opleidingen en door een instructeur geleide cursussen bijgehouden door een algemene schatting van opleidingsuren per cursus. Al onze verplichte bedrijfstrainingen (opleidingen die voor alle of de meeste UCB medewerkers relevant zijn) moeten tweejaarlijks worden gevolgd. Studenten, leercontracten en stagiairs werden niet opgenomen in de gegevens over opleiding.
Sylvia en Jan, UCB, tijdens hun bezoek aan het Gikonko-gezondheidscentrum, Rwanda.
Pacifique, NIYO Kunstvcentrum in Rwanda, Jan en Sylvia, UCB
4.3 Medewerkers inzichten
In 2018 kregen de medewerkers van UCB de mogelijkheid om feedback te geven over hoe het met het bedrijf gaat aan de hand van een medewerkersenquête. Een nieuwe aanpak werd geïntrocureed met een flexibele methodologie die een volledige telling afwisselt met regelmatige tussentijdse peilingen om zo de betrokkenheid van de medewerkers, een belangrijke indicator van de gezondheid van de onderneming, in het oog te kunnen houden. Het bedrijf Perceptyx™ Inc. ondersteunt deze enquêtes.
De tussentijdse peilingen bevestigen dat medewerkers zeer betrokken en overtuigd blijven over de toekomst van UCB. Ongeveer de helft van de deelnemers gaven tevens constructieve feedback over verschillende
onderwerpen gerelateerd aan de strategie en cultuur van het bedrijf, wat hun betrokkenheid bij UCB nog verder bevestigde.
De feedback die werd opgehaald door de enquête werd eerst aan het UCB leiderschapsteam meedegedeeld en daarna aan alle medewerkers. Leidinggevende teams over alle gebieden van het bedrijf deelden ook de resultaten met hun departementen, wat leidde tot een verdere dialoog over mogelijke gebieden voor verbetering.
De scores hieronder vergelijken het percentage van gunstige antwoorden versus de Hoog Performerende (HP) norm.
75,7%
Ik zou UCB aanraden als een geweldige plek om te werken (82,6% HP)
80,2% Ik geloof dat UCB een veelbelovende toekomst heeft (83,6% HP)
85,9% Ik ben er trots op om voor UCB te werken
(90,6 HP)
4.4 Welzijn van de medewerkers en gezondheid en veiligheid op het werk
UCB creëert een positieve en creatieve omgeving waarin zowel aan de individuele als aan de bedrijfsdoelstellingen wordt voldaan en mensen worden gestimuleerd om hun talenten te benutten en nieuwe vaardigheden te ontwikkelen.
Ons welzijnsprogramma is gebaseerd op vijf belangrijke pijlers:
-
- informatie
-
- preventie
-
- fysieke gezondheid
-
- mentale gezondheid; en
-
- een geweldige dag op het werk hebben, voortgezet in de verschillende UCB-locaties.
In België was één van de vele hoogtepunten het 'Virgin Pulse' project dat gedurende 100 dagen, 100 teams van 7 stimuleerde om letterlijk hun 'extra mijl' te wandelen, te lopen, te fietsen, te zwemmen, ...
Gerelateerd aan Gezondheid en Veiligheid werden een aantal specifieke sociale en
mederwerkersbeleidsmaatregelen en processen geïmplementeerd bij UCB. Deze bevatten:
implementatie van gecertificeerde managementsystemen voor gezondheid & veiligheid op industriële locaties, om risico's correct te kunnen beheren;
periodieke noodoefeningen, ook met externe interventieteams, om de paraatheid van ons Gezondheids- & Veiligheidsprogramma te verzekeren; en
uitvoeren van reguliere interne en externe inspecties, beoordelingen en consultaties van UCB locaties en belangrijke contract productie organisaties resulterend in passende acties voor verbetering in het Gezondheid en Veiligheid programma waar en wanneer nodig
Daarnaast zijn minimale Gezondheids- & Veiligheidsvereisten gedefinieerd om consistente toepassing binnen de Groep te waarborgen. Gezondheids- & Veiligheidscriteria worden ook opgenomen in de wereldwijde bouwkundige standaarden (voor bewustzijn en algehele consistente toepassing van standaarden).
Door de inherente aard van een industrieel veiligheidsprogramma (zoals potentiële niet-naleving of menselijke fouten ondanks strenge veiligheidsmaatregelen) is er een potentieel risico van het in gevaar brengen van medewerkers, eigendommen of het algemene publiek (omliggende gemeenschappen), wat kan leiden tot mogelijk verlies van leven en/of meer juridische blootstelling, wat dan weer een negatieve impact kan hebben op de reputatie van UCB.
Hoewel het ontwerp van installaties en hightech apparatuur steeds veiliger wordt, worden er ook nog steeds beheersystemen voor gezondheid en veiligheid toegepast en wordt veilig gedrag actief gestimuleerd. De systemen op de locaties van Bulle (Zwitserland), Slough (VK) en Zhuhai (China) zijn 0HSAS18001-gecertifieerd. De doelstelling is een toegenomen veiligheidsbewustzijn en een reductie van het aantal, en de ernst van, mogelijke incidenten waarbij medewerkers van UCB of andere belanghebbenden betrokken zijn die aanwezig zijn of in de buurt wonen van UCB-activiteiten.
Gebaseerd op de Take a Second. Safety
First gedragsveiligheidscampagne die werd gelanceerd in 2015, (gericht op verhogen van bewustzijn over
belangrijke oorzaken van ongelukken), lanceerde UCB dit jaar de Accident Alert (Waarschuwing bij Ongevallen) campagne. De campagne benadrukt het belang van melding te doen van, en te handelen bij, potentiële gevaarlijke situaties die een ingrijpende impact kunnen hebben, zodat UCB zich kan concentreren op de belangrijkste gebeurtenissen. Deze Accident Alert campagne maakte het makkelijker om zulke gebeurtenissen te kunnen rapporteren, verhoogde het bewustzijn en creërde opportuniteiten om getrokken lessen te delen.
De volgende stappen bevatten:
- het uitrollen van een wereldwijde Welzijnsstrategie die gericht is op een groter G&V-bewustzijn en ownership bij alle activiteiten van UCB;
- de beoordeling van de culturele rijpheid van de G&Vprogramma's op alle industriële locaties; en
- de lancering van gedragsmatige veiligheidsprogramma's op alle industriële sites (voortbouwend op de eerder gelanceerde campagnes).
Wat de prestaties betreft, werd de frequentiegraad (Lost Time Incident Rate, LTIR) voor 2018 berekend op 1,99 incidenten met meer dan één dag afwezigheid per miljoen gewerkte uren. De ernstgraad (Lost Time Severity Rate, LTSR) werd berekend als 0,039 dag verloren per 1 000 gewerkte uren.1
In 2018 waren er geen sterfgevallen ten gevolge van werkgerelateerde ongevallen. UCB heeft geen activiteiten waarbij medewerkers een verhoogd risico of een verhoogde blootstelling aan beroepsziekten hebben.
Inspace is een belangrijk initiatief gerelateerd aan UCB's Patiëntenwaardestrategie, dat het bedrijf helpt om na te denken over de manier waarop we samen werken en leven. Het doel bij UCB is om innovatiever te zijn en beter samen te werken.
Inspace inhuldiging bijj Chez Paul & John, UCB HQ
De nieuwe werkruimte gecreërd door het Inspace project laat collega's toe om vlot te interageren met elkaar, om geïnspireerd te worden door vakgenoten om nieuwe aanpakken te proberen, om te werken in een omgeving dat aan een scala van noden voldoet, om spontaan te zijn, en om zich gestimuleerd te voelen om te co-creëren en kennis te delen.
Als fysieke omgeving verzekert Inspace de juiste balans in ruimtes tussen stilte, energie, betrokkenheid en
verkenning, met verschillende niveau's in interactie, lawaai, licht, materialen en meubels. Het renoveren van het gebouw laat ook toe om het verbruik van verwarming, airconditioning en electriciteit efficiënter te maken.
Om het Inspace concept te definiëren werden alle collega's uitgenodigd voor workshops, waar de volgende vragen werden besproken:
- welke veranderingen in de manier van werken zal de nieuwe werkplek met zich meebrengen?
- wat wordt er verwacht op mentaal, fysiek en virtueel niveau?
- hoe gaan collega's het beste met elkaar samenwerken?
- welke werkomgevingen geven of nemen het meest waarschijnlijk energie?
- hoe zal het concept van teamcohesie moeten evolueren?
De workshops werden met een participatieve aanpak gegeven, waarbij open discussies en feedback de belangrijkste succeselementen waren - in lijn met de cultuur van UCB.
Inspace werd als eerste geïntroduceerd in ons kantoor in Peking (China) en daarna in het hoofdkwartier van UCB in Brussel (België). De eerste teams verhuisden naar hun lichte nieuwe werkomgeving in juni 2018 en januari 2019. De feedback is zeer positief en het ruimtelijk concept ontgrendeld barrières, inspireert formele en informele discussies en bereikt de gestelde doelen. Het concept, samen gecreëerd tijdens de participatieve worskshops werkt. Deze enthousiaste reacties versterken de visie dat Inspace innovatie en team spirit versnelt.
4.5 Medewerkers en gemeenschappen
De 'Youngsters'-gemeenschap bleef jonge collega's bijeenbrengen om samen te werken, te leren en te inspireren. Ze creëren een dynamische, nieuwsgierige, creatieve en innovatieve omgeving waarin vertrouwen, samenwerking en collectieve kennis toegepast worden. In 2018 vierden ze hun tweede verjaardag door
1 Bereik van Rapportage: Gegevens over gezondheid en veiligheid op het werk zijn van toepassing op 99% van de mensen die werkzaam zijn bij UCB.
te reflecteren over wat ze hadden geleerd en hun successen te vieren.
De 'Youngsters' organiseerden in 2018 drie sessies met de leden van het Uitvoerend Comité. Een van die sessies was met de CEO van UCB, Jean-Christophe Tellier, waar hij inzichten deelde over zijn professionele reis en de jonge professionals nuttig advies gaf voor hun toekomst.
Daarbovenop werden ook professionele ontwikkelingssessies georganizeerd om hun zakelijke begrip te verhogen. Cross-functionele workshops gaven hen de opportuniteit om hun stem en mening te delen met de rest van de organisatie.
Diogo, Kieran, Breda, Andreia, Pallavi, Sonia, Elizabeth, UCB Slough
Tien Eco-Teams zijn actief in vier verschillende UCB vestigingen. Meer informatie over de Eco-Teams kan je vinden in de sectie Van milieustrategie naar milieuactie.
UCB medewerkers met pensioen
4.6 Medewerkers verloop
In 2018 hebben in totaal 1 024 medewerkers UCB verlaten. Tijdens het process om sommige producten te verkopen hebben verschillende mensen UCB verlaten en hebben nieuwe posities gevonden in het nieuwe bedrijf.
vrouwen/mannen vertrokken
| Verloop | ≤ 29j | 30j-49j | ≥ 50j | |
|---|---|---|---|---|
| Medewerkers bij UCB |
1 024 | 109 | 667 | 248 |
| Vrouwen | 53% | 52% | 55% | 46% |
| Mannen | 47% | 48% | 45% | 54% |
De omzet wordt berekend op 13,6%1 . Meer informatie over de medewerkers bij UCB kan teruggevonden worden in Data en rapportering
1 Bereik van Rapportage: De berekening van het personeelsverloop is gebaseerd op het totale aantal medewerkers dat vrijwillig is vertrokken, met uitzondering van de medewerkers die betrokken zijn bij een desinvestering, of wegens ontslag, pensionering of overlijden tijdens de tewerkstelling, gedeeld door het totale aantal medewerkers.
HOOFDSTUK
Onze maatschappelijke inzet
UCB zet zich in om een positieve invloed te creëren in de gemeenschappen over de hele wereld waar patiënten leven of waar UCB werkzaam is. Maatschappelijk ondernemen heeft altijd priorteit gehad over korte-termijn maximalisatie van de winst.
Ik heb geleerd dat met hulp en ondersteuning, ik een volwaardig leven kan leiden. Ik kan ook een belangrijke rol spelen om anderen te helpen om mensen met epilepsie als gewaardeerde, bijdragende leden van de maatschappij te aanvaarden.
Thomas, heeft epilepsie
In 2018 heeft UCB wereldwijd ruim € 4 miljoen besteed aan sponsoring van, en donaties aan, maatschappelijke organisaties, waaronder € 1,6 miljoen voor de MVOinitiatieven voor patiënten. Dit omvat ook een uitzonderlijke gift van € 1 miljoen aan het UCB Maatschappelijk Verantwoodelijkheidsfonds (Societal
Responsibility Fund) van de Koning Boudewijnstichting ter ondersteuning van initiatieven die toegang bieden tot gezondheid, geneesmiddelen en ziektebewustzijn voor mensen met epilepsie in landen met beperkte middelen in Afrika.
1 Ziektebewustzijn verhogen
UCB neemt deel aan talrijke initiatieven om bewustzijnsprogramma's voor gemeenschappen op te zetten om ernstige ziekten beter te begrijpen en misvattingen, stigmatisering en discriminatie van mensen met ernstige ziekten en hun families te verminderen.
Elk jaar werkt UCB samen met nationale en internationale stichtingen om het wereldwijde bewustzijn van de preventie, diagnose en behandeling van specifieke ziekten te vergroten.
Wereld Osteoporose Dag 2018
- 12 februari Internationale Epilepsie Dag
- 12 oktober Wereld Artritis Dag
- 20 oktober Wereld Osteoporose Dag
- 29 oktober Wereld Psoriasis Dag
Naast deze dagen van wereldwijde bewustwording organiseerde UCB-teams lokale evenementen:
"Ik heb epilepsie, en dan?" – een nieuwe campagne om de ziekte bij adolescenten in Spanje te normaliseren
Meeting van mensen met epilepsie: Deense collega's werken samen met de epilepsie gemeenschap om zich te focussen op het verbeteren van de diagnose, het beheer en de behandeling van epilepsie op het grootste politieke evenement in Denemarken
2 Samenwerken met de lokale gemeenschappen
Enkele maatschappelijke samenwerkingsprojecten dit jaar waren:
Epilepsie op School een educatieve presentatie verkrijgbaar op de Website van het Turkse Ministerie van Onderwijs, (Turkije) 2.1
De Epilepsie op School educatieve presentatie die werd voorbereid samen met het Turkse afdeling van de Internationale Liga Tegen Epilepsie, werd op 27 februari 2018 opgeladen op de EBA-website (Educatief Informatie Netwerk) van het ministerie van Onderwijs.
Het Epilepsie op School project is een resultaat van gedefinieerde onbeantwoorde noden, na een door UCB Turkije geïnitieerd patiënt marktonderzoek dat in samenwerking met OverheidsInstanties en Verenigingen werd opgezet. EBA is een maatschappelijk educatief platform onder leiding van het Algemene Directoraat van Innovatie en Educatieve Technologieën van het Ministerie van Onderwijs.
Epilepsie op School bevat basisbegrippen van epilepsie voor leerkrachten die een belangrijke rol spelen in het leven van studenten met epilepsie, epilepsiepsychologie bij kinderen en praktische suggesties voor het
benaderen van kinderen die epilepsie hebben. Vanaf nu zal het EBA platform leraren, studenten en ouders, evenals als iedereen die gemakkelijk informatie wil vinden, in staat stellen om meer te weten te komen over epilepsie en de basisstappen bij eerste hulp.
Epilepsie op School is het eerste project dat werd opgeladen op een openbaar educatief platform dat werd geïnitieerd door een farmaceutisch bedrijf in samenwerking met het Ministerie van Onderwijs. Het EBA platform bood de mogelijkheid om kennis te delen en bewustzijn te vergroten over epilepsie voor leerkrachten, studenten én gezinnen. Het is ook een goed voorbeeld van het op vertrouwen gebaseerde samenwerkingsverband van UCB met Overheidsinstanties en verenigingen van gezondheidswerkers.
Het industriepark Research Triangle Parc (RTP) verwelkomde 10 Wake County Leraren, UCB Raleigh, NC (VS) 2.2
Bruce, Sarah, Cherilyn, Antwanna, Andrew, Michelle, Ken en Laura komen aan bij UCB
Op 19 juli 2018 verwelkomde RTP tien middelbare schoolleraren als onderdeel van het SummerSTEM onderdompelingsprogramma.
SummerSTEM is een bekroond achtdaags professioneel ontwikkelingsprogramma om het inzicht van docenten in de kennis en vaardigheden die nodig zijn om te slagen in de STEM-carrière (Science, Technology, Engineering, & Math - Wetenschap, Technologie, Techniek en Wiskunde) te verrijken. Dit programma is een samenwerking tussen het "WakeEd Partnership", het "Wake County" Publiek School Systeem en biotechbedrijven in Noord Carolina.
Tijdens het programma namen de leerkrachten deel aan kennissessies in farmaceutische productie en klinische ontwikkeling, die UCB organiseerde in samenwerking met Biogen (ook gevestigd in RTP). In overeenstemming met UCB's 2018-bedrijfsprioriteiten, vertegenwoordigde dit programma onze voortdurende externe engagementstrategie en was het een kans om de kennis en de toepassing van STEM-industrieën, -beroepen en -ervaringen van onze lokale opvoeders te verbeteren om de weg van toekomstige generaties naar het personeelsbestand te ondersteunen.
Bruce, Millbrook High School, Antwanna, NWCCA.
Bij UCB namen de leerkrachten deel aan boeiende, handson ervaringen die waren ontworpen om lessen uit de echte wereld naar het klaslokaal te brengen over onderwerpen zoals patiëntgerichtheid, het klinisch studielandschap en
essentiële kennis, vaardigheden en competenties voor succes in de biotechnologie industrie. Het succes van het evenement was een multifunctionele inspanning onder leiding van teams uit de hele organisatie, waaronder Global Clinical Development, Global Clinical Sciences and Operations en Business Excellence.
Aan het einde van het programma ontwikkelen de leraren een projectgebaseerde leereenheid die ze aan de studenten in hun klas bezorgen op basis van hun ervaringen uit deze sessies. Het programma mondt uit in STEMposium in mei 2019, waar studenten zullen presenteren wat ze hebben geleerd naar aanleiding van het voltooien van dit programma door hun leraren.
2.3 Samen Heropbouwen (VS)
In 2018 sloot UCB zich aan bij Samen Heropbouwen (Rebuilding Together), een vooraanstaande Amerikaanse non-profitorganisatie in veilige en gezonde huisvesting met meer dan 40 jaar ervaring. Elk jaar voltooien Rebuilding Together-filialen en bijna 100 000 vrijwilligers ongeveer 10 000 heropbouwprojecten. Opgericht in 1974, geloven ze in veilige huizen en gemeenschappen voor iedereen. Door deze visie zet Rebuilding Together zich in voor het herstellen van
huizen voor oudere Amerikanen of mensen met een handicap die fysiek en financieel niet in staat zijn om veilige levensomstandigheden te handhaven.
Het eerste project in San Jose, CA in april ondersteunde een vrouw die reeds verschillende eerdere fracturen en vallen had gehad. Gezien het succes van UCB's engagement met Rebuilding Together, namen collega's in oktober, op Wereld Osteoporose Dag, deel aan nog drie activiteiten met de organisatie in Seattle, WA, Philadelphia, PA en Atlanta, GA, waarbij ze aan huizen en aan een lokaal seniorencentrum werkten. UCB ondersteunde deze bouwprojecten door donaties en het leveren van vrijwilligers.
Dit is in lijn met onze belofte om patiënten te ondersteunen in de ziektedomeinen waarin wij werken.
EPPI-peddeltriatlon (Tsjechische Republiek) 2.4
Het werd opgericht als een tak van de EPPIE'S Great Race (opgericht door Eppaminondas Johnson in 1979 in Californië), en het is een triatlon toegangbaar voor patiënten die epilepsie hebben - het zwemonderdeel in de race is vervangen door peddelen.
Dit 16e seizoen van de EPPI-peddeltriatlon onderstreepte de toewijding van de patiëntgerichtheid om het bewustzijn van epilepsie te vergroten. In totaal namen 127 kinderen en volwassenen deel aan de race dit jaar, dus in 16 jaar geschiedenis hebben er meer dan 1 500 mensen gerend, gefietst en gepeddeld, zij aan zij met patiënten met epilepsie. De inschrijvingskosten voor deze race worden gedoneerd aan de patiëntenorganisatie 'EpiStop'.
EPPI-peddeltriatlon, UCB Tsjechische Republiek
In de Tsjechische Republiek organiseert UCB elk jaar de EPPI Paddling Triathlon - een speciale triatlon om patiënten met epilepsie te ondersteunen tijdens hun levensreis in samenwerking met patiëntenorganisaties en de Tsjechische belangrijkste opinieleiders.
3 Toegang tot Gezondheid in MVO-projecten
Het MVO departement is verantwoordelijk voor acties met betrekking tot het belangrijke onderwerp Toegang tot Gezondheid en Geneesmiddelen en Bewustzijn en Voorlichting over Ziektes. Deze aspecten werden zeer relevant geacht voor de belanghebbenden.
Epilepsie is een veel voorkomende neurologische aandoening en naar schatting leeft 80% van de 70 miljoen mensen met epilepsie in de wereld in Sub-Saharisch Afrika. Epilepsie gaat gepaard met een hoge ziektelast en stigma en in landen met lage en middeninkomens (LLMI) hebben mensen met epilepsie vaak geen toegang tot kwaliteitsvolle epilepsiezorg.
Toegang tot epilepsiezorg blijft een complexe uitdaging voor de volksgezondheid in LLMI. Beperkte, of gebrek aan gekwalificeerde zorgverstrekkers en ziektebewustzijn op verschillende niveaus van de maatschappij maakt mensen met epilepsie kwetsbaarder voor armoede en sociale uitsluiting. Bovendien zijn de obstakels voor kwaliteitsvolle epilepsiezorg veelvoudig in deze middel-arme landen, zoals onder andere armoede, loopafstand tot gezondheidscentra, en beperkte medische middelen.
In de afgelopen 6 jaar heeft het MVO departement van UCB, samen met de partners van de 9 lopende initiatieven in Afrika en Azië, de Toegang tot Gezondheid-visie verder verfijnd door verschillende initiatieven te verbeteren en voort te bouwen op ervaring en expertise verkregen in individuele initiatieven op het gebied van toegang en gezondheid, geneesmiddelen, ziektebewustzijn en onderwijs voor kansarme mensen met epilepsie. Het MVO departement is verantwoordelijk voor het evalueren en regelmatig rapporteren van de implementatieactiviteiten en de impact van de verschillende activiteiten.
In dit verband behoudt UCB de vier hoekstenen van de strategie:
- het creëren van inclusieve onderwijsplatformen over epilepsie voor gezondheidswerkers, die vaak beperkte kennis hebben over de ziekte, de oorzaken, de diagnose en de behandelingsmogelijkheden;
- het uitbreiden en versnellen van lokale bewustwordingsprogramma's over epilepsie als chronische ziekte, om de aanvaarding en sociale integratie van mensen die epilepsie hebben te vergroten binnen hun familie, school en sociaal en economische netwerk;
- het verbeteren van de toegang tot diagnose en behandeling (binnen de behandelingsrichtlijnen van de landen) die holistische zorg biedt; en
- het oprichten van een academisch neurologieplatform om een nieuwe generatie van onderzoekers en neurologen op te leiden als een duurzame basis voor de zorginfrastructuur van het land.
In het kader van een gedeelde verantwoordelijkheidsfilosofie heeft het MVO departement een duurzame en verantwoorde relatie met de verschillende partners tot stand gebracht, zich volledig bewust zijnde van de realiteit en de uitdagingen in het veld, waardoor realistische en impactvolle verbeteringen worden aangebracht voor mensen die epilepsie hebben.
Rekening houdend met de O&O-focus bij UCB, zijn er geen programma's voor verwaarloosde tropische ziektes, specifieke behoeften van ontwikkelingslanden inzake hoge-belasting ziektes; of voor O&Osamenwerkingsverbanden.
3.1 Koning Boudewijnstichting (België)
Het UCB Maatschappelijk Verantwoordelijkheidsfonds (Societal Responsibility Fund) werd in 2014 gezamenlijk gelanceerd door UCB en de Koning Boudewijnstichting (KBS). KBS is een onafhankelijke, non-profit en gerenomeerde organisatie die 35 jaar geleden is opgericht en internationaal is gegroeid door middel van meerdere samenwerkingsverbanden wereldwijd.
Dit samenwerkingsverband stelt UCB collega's en belanghebbenden in staat om MVO-initiatieven financieel te ondersteunen door middel van donaties aan het UCB Maatschappelijk Verantwoordelijkheidsfonds. Vijf
3.2 Duke Medicine (Oeganda)
In 2018 voltooide de DGNN-afdeling (VS) van de Duke Universiteit (Durham, VS) de tweede van een driejarige financiering door het UCB Maatschappelijk Verantwoordelijkheidsfonds van de Koning Boudewijnstichting.
De algemene doelstelling van ons samenwerkingsverband met DGNN is om voort te bouwen op synergieën tussen onze twee organisaties om de toegang tot kwaliteitsvolle epilepsiezorg in Oeganda te verbeteren door kennis te delen over ziektebewustzijn en onderwijsprogramma's, trainingsmodellen en infrastructuurversterking. Epilepsietrainingen van zorgverleners en initiatieven
initiatieven worden ondersteund, namelijk Fracarita Belgium in Kigali (Rwanda), Fracarita Belgium in Lubumbashi (Democratische Republiek Congo), DukeMedicine, Globaal Neurochirurgie en Neurologie departement (VS) van de Duke University (Durham, VS) in Oeganda, Menselijkheid en Inclusie (Brussel, België) in Madagaskar en One Family Health (Londen, VK) in Rwanda.
In 2018 keurde het management van het UCB Maatschappelijk Verantwoordelijkheidsfonds een conceptnota goed voor het verbeteren van de toegang tot epilepsiezorg door neurologienetwerken te creëren in Rwanda en Mozambique. Het programma zal de capaciteit op het gebied van neurologie versterken, neurologische subspecialisatie bevorderen door middel van gerichte sponsoring, deskundige EECtrainingscursussen aanbieden, helpen bij het opzetten van ziekteregisters voor zeldzame neurologische aandoeningen, de capaciteit van klinisch onderzoek ondersteunen en ziektebewustzijn en onderwijsprogramma's creëren in die landen.
voor bewustmaking van de gemeenschap zijn bedoeld om de toegang tot kwaliteitsvolle zorg te versnellen en de diagnose- en behandelingskloven te verminderen en hebben ook de impact van het verminderen van stigma en sociaal isolement van mensen die epilepsie hebben. Voorlopige gegevens van de studie Praktische en Culturele Barrières voor Epilepsiezorg hielpen op een cultureel toegeëigende manier bij het identificeren van barrières en het karakteriseren van voorspellers van zorggebruikspatronen bij toegang tot stedelijke en landelijke gebieden. Doorlopende analyses van deze gegevens en gegevens met betrekking tot de behandelings- en prevalentiepatronen zullen de effectiviteit van onze activiteiten informeren en maximaliseren.
3.3 Fracarita Belgium – Kigali (Rwanda)
Fracarita Belgium is een fondsenwervende arm voor de Broeders van Liefde. In Rwanda zijn de activiteiten met de Broeders van Liefde hun negende jaar ingegaan. De lokale teams versnelden aanzienlijk in 2018 en verschaften verbeterde, diepgaande inzichten in de ziektelast- en zorgmodellen voor epilepsie. Naast voortdurende donatie van anti-epileptica, wordt een verdere versterking van de neurologie en de capaciteit van de volksgezondheid bereikt door een vierledige aanpak:
het aanbieden van een Master in Neurologie training aan twee artsen aan de Cheik anta Diop Universiteit in Dakar (Senegal);
- het aanbieden van een Master in Volksgezondheid opleiding aan één onderzoeker aan de Mount Kenia Universiteit in Kigali (Rwanda);
- voortzetting van de epilepsie en depressie als comorbiditeit onderzoeksstudie in het kader van het PhD-programma, onder supervisie van Prof. dr Paul Boon van de Neurologie Afdeling van de Universiteit Gent (België); en
- het aanbieden van epilepsie trainingen aan traditionele helers in dorpen van het gezondheidsdistrict Musanze.
Daarnaast voltooide een medewerker van het Ruhengeri Ziekenhuis een drie maanden durende EEC-training in Gent, werd EEC-apparatuur verstrekt aan het Gikonko gezondheidscentrum, het neuropsychiatrische ziekenhuis Butare en het doorverwijsziekenhuis Ruhengeri.
Florence, Cyusa, Jean-Christophe, Dr. Fidele en Dirk, Rwanda
Fracarita Belgium – Lubumbashi (Democratische Republiek Congo) 3.4
Onze samenwerking met de Broeders van Liefde in het neuropsychiatrische centrum Dr Joseph Guislain in Lubumbashi (DR Congo) is de oudste van de MVO initiatieven en is zijn tiende jaar ingegaan. Het is gebaseerd op vier doelstellingen:
- een beter begrip van de ziektelast van epilepsie, vooral voor kinderen die epilepsie hebben;
-
een structuur van betaalbare en duurzame zorg voor mensen met epilepsie en hun familie te ontwikkelen;
-
de neurologiecapaciteit van het centrum te versterken door de terugkeer van één van de neurologisten van de Cheik anta Diop Universiteit in Dakar (Senegal) en twee artsen in neurologie opleiding, respectievelijk in het eerste en het laatste jaar: en
- donatie van anti-epileptica.
Het outreach-programma van de mobiele kliniek gaat verder naar de vier gezondheidscentra in de buurt van Lubumbashi. In 2018 is het aantal raadplegingen tijdens die tweemaandelijkse activiteiten toegenomen met 34% tot 3 347.
Menselijkheid & Inclusie (Madagascar)
Het Menselijkheid en Inclusie project wordt gedurende drie jaar gefinancierd door het UCB Maatschappelijk Verantwoordelijkheidsfonds van de Koning Boudewijnstichting en start haar derde jaar in 2019.
Het Anjaratsara-initiatief is bedoeld om het beheer van epilepsie op alle niveaus van de gezondheidspiramide te waarborgen, waardoor zowel de sociale integratie van volwassenen als de toegang tot scholen voor kinderen met epilepsie worden verbeterd. Activiteiten worden geïmplementeerd in de Boeny en Analanjirofo regio's.
In het tweede jaar kregen artsen en paramedisch personeel van basisgezondheidscentra in de twee districten een training over epilepsie om de diagnose en behandelingskloof te verbeteren. Ook werden gezondheidsmedewerkers van de gemeenschap opgeleid om hun kennis van epilepsie te verbeteren en hun doorverwijsstrategie op één lijn te brengen.
Na verschillende bewustwordings- en
educatieactiviteiten met de gezondheidsmedewerkers in de gemeenschap kwam een aanzienlijk aantal mensen die epilepsie hebben al naar voren. Slechts 32% van deze personen had een anti-epileptische behandeling, wat het belang van dit initiatief illustreert.
3.5 3.6 One Family Health, Rwanda
In 2018 ging voor One Family Health (OFH) het derde en laatste jaar van een samenwerkingsverband met het UCB Maatschappelijk Verantwoordelijkheidsfonds van de Koning Boudewijnstichting in.
Onze samenwerking ondersteunt de OFH-missie om de toegang tot kwalitatieve essentiële geneesmiddelen en elementaire gezondheidsdiensten in afgelegen en achtergestelde gemeenschappen in Rwanda te verbeteren. De NGO werkt nauw samen met de regering van Rwanda om een gezondheidspost in elke cel - de laagste administratieve entiteit - te brengen, ter ondersteuning van universele toegang tot zorg.
OFH zal ook na de beëindiging van onze samenwerking in 2019 blijven werken aan deze doelstellingen.
De Roch Doliveux Neurologie Studiebeurs - Mozambique 3.7
Een PhD-programma begon onder supervisie van Prof. Dr Lieven Lagae, afdeling Pediatrische Neurologie van de KU Leuven Universiteit (België). Daarnaast startte een pediater haar eerste van een twee jaar durende kindneurologie training ook onder supervisie van Prof. Dr Lieven Lagae.
Wereldgezondheidsorganisatie, Myanmar 3.8
In 2018 werd een vierjarig samenwerkingsverband met de Wereldgezondheidsorganisatie opgestart om toegang te bieden tot zorg in het Schaalvergrotingsprogramma van het Epilepsie-Initiatief van Myanmar.
Dit programma was een voortzetting van het succesvolle vijfjarige proefproject in het kader van het Nationale Raamwerk voor Epilepsiezorg in Myanmar en werd ondersteund door UCB. Het raamwerk biedt een op maat gemaakt model voor epilepsiezorg op alle niveaus van het gezondheidszorgsysteem en valideerde een model dat effectief is in het aanbieden van een epilepsiedekking van 47%.
De Wereldgezondheidsorganisatie en het Ministerie van Volksgezondheid en Sport zijn vastbesloten voort te bouwen op de geleerde lessen en het bewijsmateriaal dat uit dit proefproject is voortgekomen. Het opschalingsprogramma heeft tot doel de duurzaamheid op lange termijn van toegankelijke, betaalbare en hoogwaardige zorg voor epilepsie in het land te waarborgen.
De aanpak voor het opschalen van epilepsiezorg in Myanmar is om geleidelijk aan 85 townships te bereiken in negen staten/regio's en om een beleid en door de staat gelokaliseerde diensten te schetsen binnen de Universal Health Coverage (UHC - Universele Gezondheidsdekking). Er zal een cascadeopleidingsmodel worden aangenomen waarbij het centrale niveau opleidingen zal verzorgen voor de opleiders op staats- en regionaal niveau (zowel in de medische zorg - specialisten in ziekenhuizen en
volksgezondheidssectoren) en niet-overdraagbare ziekten-knooppunten op regionaal en nationaal niveau die verantwoordelijk zijn voor de implementatie in deze townships.
3.9 Project HOOP, China
De Regenboog Brug - het Hoop en Zorg voor Kinderen en Families met Epilepsie-programma met Project HOOP en het Shanghai Medisch Centrum voor Kinderen heeft het tweede jaar van epilepsieactiviteiten voor kinderen in afgelegen delen van China voltooid. Een breed platform van institutionele en academische ondersteuning is beschikbaar bij de Chinese Associatie tegen Epilepsie, het Neurologiecomité, de Chinese Kindergeneeskundige Vereniging, de Chinese Medische Associatie en 14 bijbehorende universitaire ziekenhuizen.
Tot op heden bracht de opleiding voor medisch personeel 2 529 kinderartsen en huisartsen samen in klaslokaaltraining, waardoor dan 553 000 kinderen met epilepsie baat hadden bij deze trainingen.
Daarnaast heeft de Regenboog Brug weekendworkshops voor families georganiseerd, en zo 24 kinderen die epilepsie hebben en 55 van hun familieleden samengebracht. De vreugde en het geluk van kinderen die spelletjes spelen en tijdens het spelen over epilepsie leren, is hartverwarmend. Ouders ontvangen ondertussen kwaliteitsvolle tijd met het aanwezige neurologie personeel en leren de overeenkomsten en uitdagingen kennen en hopen dat dit hen verenigt. Daarnaast doen vrijwilligers uit de gemeenschap ook mee aan de activiteiten of stellen ze faciliteiten gratis beschikbaar of verlagen ze de kosten. Leraren, artsen, kinderartsen en vrijwilligers zijn voorbeelden van de grootheid van de Chinese mensen.
Naast de openbare educatie-initiatieven worden ook schoolleraren uitgenodigd om hun begrip van epilepsie te verbeteren en te leren hoe te handelen in het geval een kind een aanval krijgt in de klas, op het schoolplein, in sportactiviteiten of thuis. Schoolleraren zijn essentieel voor het welzijn van alle kinderen op school, inclusief
kinderen die epilepsie hebben in de schoolomgeving. Verschillende workshops brachten 70 leraren bij elkaar.
Bedrijfsontwikkelingscentrum Rode Kruisvereniging van China - China 3.10
De activiteiten met het Bedrijfsontwikkelingscentrum van de Rode Kruisvereniging van China (Peking, China) voltooiden in 2018 het zesde jaar van het samenwerkingsverband met UCB.
Tot op heden hebben meer dan 1 500 dorpsartsen van etnische minderheden in afgelegen China uit elf provincies een training op maat gevolgd. Naar schatting hebben bijna 500 000 mensen rechtstreeks baat gehad bij de nieuwe verworven kennis en vaardigheden, waaronder ook mensen die epilepsie hebben. Er wordt tevens geschat dat bijna 10 000 000 mensen indirect baat vonden bij de trainingscursussen. Dorpsartsen deelden de trainingsmodules met hun leraren in de township ziekenhuizen en tijdens maandelijkse trainingssessies kregen andere dorpsartsen dezelfde training.
Tijdens veldbezoeken met dorpsartsen waren we getuige van de niet-aflatende toewijding in verlichting van ziektes van de dorpelingen. Hun oprechte en ontroerend menselijke, holistische benadering van hun patiënten; is aangrijpend. Hun medische nieuwsgierigheid en hun honger naar belangrijke kennis om het leven van hun buren, in hun dorpen, te verbeteren, was fascinerend.
Dr. ChunXiang, China
In 2018 werd een geïntegreerd epilepsiezorgmodel gelanceerd in Zigong City (provincie Sichuan). Epilepsietraining, afgestemd op de behoeften van de zorgverleners, werd voorbereid door de Zigongvakschool samen met de neurologiestaf van het eerste en vierde People's Hospital. Het overkoepelende doel van dit Zigong-model is om de detectie, verwijzing, diagnose en behandelkeuze en therapietrouw van mensen met epilepsie te versnellen door naadloos de vijf lagen van zorgvoorzieningen in de stad te verbinden. Naast gemeenschaps- en schoolactiviteiten mobiliseren we de mensen om de ziekte te begrijpen, het stigma te
verminderen en de integratie van mensen met epilepsie te verbeteren.
Bovendien bracht Phoenix Metropolis Media op de China Epilepsie Dag, als onderdeel van hun MVObijdrage, gratis een epilepsievideo op hun buitenschermen uit in vijf toonaangevende steden in China die meer dan 15 300 000 bezoekers bereikten. De video toonde verschillende kinderen uit de autonome regio GuangXi Zhuang, mevrouw Li Ting (Olympisch gouden medaillewinnaar) en mevrouw Li Rao als ambassadeurs van liefde voor kinderen die epilepsie hebben.
Bovendien toonde CCTV-12 een video over de impact van de dorpsartsentraining in Binnen-Mongolië. Dr. Zhang werd gedurende drie dagen gevolgd in zijn werk en zijn overwegingen over zijn verbeterde kennis, over hoe het zijn houding en praktijk veranderde ten opzichte van patiënten in het algemeen en mensen die epilepsie hebben. De documentaire illustreerde de afstand en de ontberingen van dorpsartsen en mensen die in deze zeer afgelegen delen van China wonen.
Dr. Anguo en Dr. Xiulian, China
HOOFDSTUK
Onze milieuvoetafdruk
Wij verbinden ons ertoe om onze ecologische voetafdruk te verkleinen met de gedachte dat het geen zin heeft om onze patiënten oplossingen te bieden voor hun ziekte aan de ene kant terwijl we aan de andere kant de omgeving waarin ze leven vernietigen.
In 2016 hebben we onze bedrijfsmilieustrategie versterkt door 3 ambitieuze en absolute doelen aan te nemen met als bedoeling de voetafdruk van de belangrijkste milieuinvloeden van UCB te verminderen tegen 2030:
-
- De uitstoot van broeikasgassen verminderen met 35% en koolstof-neutraal worden
-
- Waterverbruik verminderen met 20%
-
- Afvalproductie verminderen met 25%
UCB's doel is geneesmiddelen te ontwikkelen en te maken voor mensen met ernstige ziektes op de meest duurzame manier die mogelijk is. Hiervoor is UCB vastbesloten om de ambities te verwezenlijken die zijn vastgelegd in het Akkoord van Parijs op de 21e sessie van de Conference of the Parties (COP21), zoals blijkt uit de
ondertekening van de Science Based Targets Engagement Letter.
Wij geloven dat onze milieu-ambitie de overgang naar een koolstofarme economie zal helpen realiseren. Deze ambitie zal ons ook toelaten om het geïdentificeerde risico aan te pakken dat erin bestaat dat de steeds veranderende en nieuwe of opkomende vereisten van regelgevende instanties, gericht op het verkleinen van klimaatinvloeden, mogelijk een negatieve invloed kunnen hebben op UCB's nalevingsstatus met de toepasselijke regels en waardoor er mogelijk een negatieve waardeketen-omvattende impact is op de reputatie van UCB.
Onze milieustrategie focust momenteel op de activiteiten waar we rechtstreeks controle over hebben, en stelt duidelijke, absolute mijlpalen om onze vooruitgang te meten. De verwachte resultaten van onze versterkte milieustrategie omvatten:
- een verminderde milieu-voetafdruk;
- verbeterde betrokkenheid van de medewerkers;
- lagere operationele uitgaven; en,
- verminderde blootstelling aan belastingen of andere vereisten van regelgevende instanties die een impact hebben op de nalevingsstatus en/of goederenkost.
Onze vooruitgang in 2018
| 2015 (referentiejaar) |
2016 | 2017 | 2018 | Verschil 2018/ 2015 |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Bereik (% werknemers) | 86% | 86% | 90% | 90% | 4% |
| Energie (megajoules) | 1 137 502 | 854 906 | 797 9001 | 829 248 | -27% |
| Elektriciteit van hernieuwbare bronnen | 59% | 80% | 92% | 92% | 33% |
| CO2 emissies (ton) | 112 415 | 94 002 | 86 965 | 78 328 | -30% |
| Directe broeikasgassen emissies – scope 1 | 37 573 | 28 415 | 26 0901 | 27 508 | -27% |
| (Markt-gebaseerde) indirecte broeikasgassen emissies – scope 2 |
28 108 | 10 936 | 5 888 | 5 818 | -79% |
| (Locatie-gebaseerde) indirecte broeikasgassen emissies – scope 2 |
20 703 | ||||
| Andere indirecte broeikasgassen emissies | |||||
| – scope 3 | 46 734 | 54 651 | 54 987 | 45 009 | -4% |
| Water (m3 ) |
804 360 | 704 310 | 663 359 | 799 469 | -1% |
| Afval (ton) | 9 746 | 8 713 | 7 090 | 6 970 | -24% |
| Teruggewonnen afval | 95% | 97% | 91% | 92% | -3% |
1 Deze indicator werd enigszins aangepast om de nauwkeurigheid en vergelijkbaarheid van de gegevens te verbeteren.
Naast de verandering in het bereik van de rapportage, beïnvloedden volgende factoren het verbruik:
- verhoogde productie- en onderzoeksactiviteiten;
- schommelingen in weeromstandigheden (met een impact op de nood aan koeling/verwarming);
- realisatie van besparingsprogramma's.
1 Bereik van de rapportage
De planeetgegevens worden geconsolideerd voor alle productie- en onderzoekscentra, het hoofdkantoor en filialen in Brazilië, China, India, Italië, Japan, Duitsland, Mexico, Rusland en de Verenigde Staten. Deze groep omvat 90% van de medewerkers van UCB, in vergelijking met een dekking van 86% in 2015 (referentiejaar).
Veranderingen het bereik in de laatste jaren:
- 2015: Opstart van de biofabriek in Bulle (Zwitserland) en afstoting van de Kremers Urban activiteiten samen met de productielocatie in Seymour, IN (VS).
- 2016: Afstoting van de productielocatie in Shannon (Ierland)
- 2017: Consolidatie van 2 bijkomende filialen: Brazilië en Rusland.
De voetafdruk van Beryllium in Boston, MA (VS), verworven in 2017, 50 medewerkers, en Element Genomics in Durham, NC (VS), verworven in 2018, 15 medewerkers, is nog niet opgenomen in dit rapport.
In de GRI Duurzaamheidsindicatoren-sectie wordt voor elke (milieu) indicator vermeld of het rapportageniveau van UCB de GRI rapporteringsvereisten volledig of gedeeltelijk dekt.
Tijdens de verificatie en consolidatie van de gegevens werden volgende notities toegevoegd:
- In Atlanta (VS) en Monheim (Duitsland) worden er gebouwen verhuurd aan derden en zijn er geen afzonderlijke elektriciteitsmeters geïnstalleerd. Als gevolg daarvan wordt het verbruik overschat, waardoor de impact niet betrouwbaar kan worden gemeten.
- De berekening van de directe CO2-emissies die het gevolg zijn van het aardgasverbruik in 2018 houdt rekening met de hoge of lage verbrandingswaarden van het gas. Vanaf 2016 worden de conversiefactoren
gebruikt die zijn gepubliceerd in versie 7.51 van de 'Bilan Carbone' richtlijnen. Voorheen werden conversiefactoren gebruikt die werden gepubliceerd door de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in zijn '2006 Richtlijn voor het schatten en rapporteren van broeikasgasemissies' en de 'Conversiefactoren voor bedrijfsrapportage' die in 2013 werden gepubliceerd door het Britse Ministerie van Milieu, Voeding en Plattelandszaken (Department of Environment, Food and Rural Affairs, DEFRA) in het Methodologiedocument voor Emissiefactoren. De nieuwe factoren werden gekozen om consistent te zijn met een CO2-inventaris die UCB in 2015 heeft uitgevoerd, en gebaseerd zijn op de 'Bilan Carbone' methode.
- Het energieverbruik van het wagenpark van UCB (anders dan werkvoertuigen) en de gerelateerde CO2-uitstoot is nog niet opgenomen in het rapport.
- Gezien het groeiend percentage elektriciteit dat wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen, werden de CO2-emissies als gevolg van elektriciteitsverbruik berekend op basis van marktconforme equivalenten van CO2 voor de verbruikte elektriciteitsmix zoals gerapporteerd door de locaties van UCB. Wanneer de specifieke verhouding niet beschikbaar was voor een bepaalde locatie werden standaard de locatiespecifieke verhoudingen van het International Energy Agency (IEA) voor 2018 toegepast. In de GRI
Duurzaamheidsindicatoren-sectie worden zowel de locatie- als de marktgebaseerde emissies gerapporteerd. Conversiefactoren die worden gebruikt voor de berekening van de CO2-emissies veroorzaakt door zakenreizen per vliegtuig houden rekening met stralingsforcering.
In totaal wordt 92% van het door UCB geproduceerde afval teruggewonnen en de methoden waarmee afval wordt teruggewonnen zijn geclassificeerd overeenkomstig bijlage B van de EU-richtlijn 2008/98/ EU.
De andere indirecte broeikasgasemissies (scope 3) gerapporteerd onder GRI-indicator EN17 hebben betrekking op binnenlandse en internationale vliegreizen van UCB-werknemers die in 30 landen werken: Australië, België, Bulgarije, Brazilië, Canada, China (inclusief Hong Kong), Denemarken, Duitsland, Finland,
Frankrijk, Griekenland, Hongarije, India, Italië, Japan, Mexico, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Spanje, de Tsjechische Republiek, Taiwan, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zuid-Korea, Zweden en Zwitserland .
2 Van milieustrategie naar milieuactie
Naast het stimuleren van overwegingen om voortdurend milieutechnische verbeteringen aan te brengen in onze patiënten oplossingen, infrastructuren en processen, proberen we om iedereen bij UCB te betrekken door:
-
- het milieubewustzijn te verhogen
-
- ecologischer gedrag aan te moedigen
De Groene Teams en de viering van de Wereld Milieudag zijn goede voorbeelden.
2.1 Groene Teams
Op een meer permanente basis doen Groene Teamleden vrijwilligerswerk bij projecten, het organiseren van
2.2 Wereld Milieudag - 5 juni
workshops en activiteiten die het bewustzijn verhogen over de impact die onze dagelijks activiteiten (op het werk of elders) hebben op het milieu, en het ontwikkelen van een groene mindset bevorderen.
Tien Groene Teams zijn actief in vijf verschillende UCB vestigingen: Brussel en Braine-l'Alleud (België), Monheim (Duitsland), Slough (VK) en Atlanta (VS).
In 2018 bijvoorbeeld namen collega's deel aan de Wereld Opruimdag door afval te verzamelen in de buurt van verschillende UCB locaties. In Slough (VK) werden er "Groenten Dagen" georganiseerd om collega's aan te moedigen om meer vegetarisch voedsel te eten, en het koffie-klantenprogramma werd er aangepast zodat enkel zij die een herbruikbaar kopje meebrengen hier nog gebruik van kunnen maken.
Wereld Milieudag in China, UCB Laeticia, Emmanuel, Sarah, Bérangère en Luc, UCB
Sinds 2014 verven collega's wereldwijd 'de stad groen' voor de Wereld Milieudag met activiteiten die georganiseerd worden op verschillende locaties. Voorbeelden van de activiteiten die in 2018 georganiseerd werden zijn:
- workshops die verspreid over de hele week in Bulle (Zwitserland) georganiseerd werden, gaande van sessies om autodelen en fietsen naar het werk te promoten, tot rondleidingen op de site bedoeld om de milieu impact en mitigatie-projecten te illustreren en bewustwordings-sessies over hoe een koolstofneutrale locatie te creëren.
- promotie van afval recyclage tips in RTP, NC (VS)
- creatieve 'eco' brainstorm sessies in Monheim (Duistland) waar 90 ideeën uit voorkwamen
- onze collega's in Saitama (Japan) voerden activiteiten uit die biodiversiteit ondersteunden
een 'Groene Team' stand op het personeelsfeest van UCB België...
Een van de hoogtepunten van deze speciale dag was een zeer onderhoudende en motiverende lezing van Bertrand Piccard, co-piloot van de eerste succesvolle rond-de-wereld vlucht op zonne-energie met de beroemde Solar Impulse. Bijna 200 collega's woonden de lezing bij in onze locatie in Braine-l'Alleud (België), en nagenoeg 1 000 anderen volgden de lezing via Skype.
Dhr Piccard inspireerde collega's met verhalen over groene innovaties die ons tot een koolstofarme economie en maatschappij zullen leiden, ons uitnodigend om nog groener te denken en te handelen om zo ons doel om een koolstofneutraal bedrijf te worden tegen 2030 te bereiken.
3 Richting koolstofneutraliteit
Het is de ambitie van UCB om de activiteiten die we direct beïnvloeden koolstofneutraal te maken tegen 2030.
Onze acties om koolstofneutraal te worden zijn gericht op zowel koolstofvermindering als koolstofcompensatie mechanismen.
Deze ambitie omvat:
- alle scope 1 emissies
- alle scope 2 emissies
- het deel van de scope 3 emissies, dat betrekking heeft op activiteiten die worden uitgevoerd op UCB locaties (zoals productonderzoek, ontwikkeling en productie), de distributie van UCB-producten, apparaten en
verpakkingen die op de markt worden gebracht, zakenreizen, woon-werkverkeer van werknemers, enz. Als onderdeel van ons 'Science Based Targets' initiatief, werden de objectieven voor de scope 3 emissies, die geen deel uit maken van het bereik hierboven vermeld, bevestigd in 2019. Dit heeft hoofdzakelijk betrekking op onze leveranciers en contractproductieorganisaties.
3.1 Energieverbruik
| GRI indicator | Definitie | Eenheid | 2015 (referentie jaar) |
2018 – Actueel |
Verschil % | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 302-1 | Totaal | Totaal energieverbruik | Gigajoule | 1 137 502 | 829 248 | -27% |
| Gas | Gasverbruik | Gigajoule | 652 584 | 465 729 | -29% | |
| Stookolie | Verbruik stookolie | Gigajoule | 12 956 | 16 115 | 24% | |
| Brandstof voor voertuigen |
Brandstofverbruik utilitaire voertuigen | Gigajoule | 158 | 112 | -29% | |
| Elektriciteit | Elektriciteitsverbruik | Gigajoule | 471 804 | 347 292 | -26% | |
| 302-4 | Bespaarde energie |
Energie bespaard door besparingen en efficiëntieverbeteringen |
Gigajoule | 6 743 | 6 653 | -1% |
Energiebesparende initiatieven die in 2018 werden gerealiseerd, leverden een herhaalde energiebesparing van 6 653 gigajoule op, wat 0,8% van het scope 1 en scope 2 energieverbruik van UCB bedraagt. Er werden energiebesparingsprojecten voltooid op de locaties in Bulle (Zwitserland), Braine-l'Alleud (België) en Zhuhai (China). De belangrijkste bijdragen hierin waren de optimalisatie van HVAC-installaties1 in Braine-l'Alleud (België), de vervanging van fluorescente lampen door LED lampen op de Zhuhai-site (China) en het hergebruik van het hete spuiwater in het zwarte stoom-systeem in Bulle (Zwitersland).
In 2018 was 92% van de door UCB verbruikte elektriciteit afkomstig van hernieuwbare bronnen, waarbij 5 UCBlocaties volledig afhankelijk waren van groen elektriciteit: Bulle (Zwitserland), Monheim (Duitsland), Atlanta (VS), Braine-l'Alleud en Brussel (België). Hernieuwbare elektriciteitsbronnen waren zonneenergie, wind en waterkracht alsook biomassa.
Elektriciteit opgewekt door UCB via zonnepanelen
In 2018 genereerde UCB 2 641 gigajoule elektriciteit door zonnepanelen geïnstalleerd in Braine-l'Alleud (België) en Bulle (Zwitserland), een toename van 59% vergeleken met ons referentiejaar 2015. Deze toename kwam er vooral door de installatie van bijkomende zonnepanelen in Braine-l'Alleud (België).
In vergelijking met ons referentiejaar 2015 zijn de totale CO2-emissies van scope 1 en scope 2 met 49%
verminderd; scope 1 emissies zijn gedaald met 27%, die van scope 2 met 79%. Deze dalingen zijn vooral gelinkt aan de afstoting van de locaties in Seymour (VS) en Shannon (Ierland) in respectievelijk 2015 en 2016, hernieuwingsprojecten op verschillende productielocaties en het feit dat 92% van de verbruikte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen werd gegenereerd.
Zakenreizen, die zijn gekoppeld aan CO2 -emissies van scope 3, resulteerden in 45 009 ton, een stijging van 4% ten opzichte van 2015.
3.2 Koolstofvermindering
Activiteiten rechtstreeks gecontroleerd door UCB
Activiteiten die indirect worden gecontroleerd door UCB
Koolstofvermindering gelinkt aan activiteiten rechtstreeks gecontroleerd door UCB 3.2.1
UCB stelde korte- en langetermijndoelen om de koolstofvoetafdruk van de activiteiten die wij rechtstreeks
2015 Referentiejaar
Leveranciers GMO's
Verminderen van de voetafdruk
controleren te verlagen (de linker helft van bovenstaande grafiek).
De evolutie van de koolstofvoetafdruk van deze activiteiten sinds 2015 is weergegeven in de grafiek hieronder:
1 HVAC: Verwarming, Ventilatie en Air-conditioning (Heating, Ventilation and Air-conditioning)
| 2015 (referentie |
2018 – | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| GRI indicator | Definitie | Eenheid | jaar) | Actueel | Verschil % | |
| 305-1 | Directe broeikasgassen emissies – scope 1 | Elektriciteit | Ton CO2 | 0 | 0 | niet van toepassing |
| Gas | Ton CO2 | 36 610 | 26 512 | -28% | ||
| Olie | Ton CO2 | 963 | 997 | 2% | ||
| 305-2 | Indirecte broeikasgassen emissies – scope 2 | Electriciteit (markt gebaseerd) |
Ton CO2 | 28 108 | 5 818 | -79% |
| Electriciteit (locatie gebaseerd) |
Ton CO2 | niet van toepassing |
20 703 | niet van toepassing |
||
| Gas | Ton CO2 | 0 | 0 | niet van toepassing |
||
| Olie | Ton CO2 | 0 | 0 | niet van toepassing |
||
| 305-3 | Andere indirecte broeikasgassen emissies – scope 3 |
Zakenreizen | Ton CO2 | 46 734 | 45 009 | -4% |
We streven ernaar om de emissies van broeikasgassen van activiteiten die we rechtstreeks controleren te verminderen door het:
- verhogen van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, op procentuele basis;
- verbeteren van de energie-efficiëntie van onze processen, installaties en gebouwen; en
- veranderen van ons gedrag waar mogelijk (zoals slimmer reizen).
Twee belangrijke interne belanghebbenden hebben de koolstofverminderingsuitdaging meteen opgepikt:
- door een proactief aankoopbeleid van onze aankoopteams is het percentage verbruikte elektriciteit gegenereerd van hernieuwbare bronnen verhoogd tot 92% in 2018.
- Technical and Supply Operations (TSO) lanceerde het 'Green@TSO' programma in 2017. Dit langetermijnsinitiatief zal onze teams verantwoordelijk voor ontwikkeling, productie, leveringsketen, apparaten en verpakkingen uitdagen om milieubewuste beslissingen te nemen met de bedoeling om oplossingen te ontwikkelen waar zowel de patiënt als de planeet baat
bij hebben. In 2018 bleven 10 werkgroepen mogelijkheden voor de korte termijn identificeren en trajecten voor de langere termijn ontwikkelen om de energie-efficiëntie van onze industriële installaties en processen te optimaliseren. Het Global Distribution and Logistics team bijvoorbeeld identificeerde vier clusters (verpakking, netwerkrouting, vervoerders, laadefficiëntie en intermodale transport methodes) rond welke efficiëntieverbeteringsprogramma's worden opgezet vanaf 2019.
Koolstofvermindering gelinkt aan activiteiten die indirect worden gecontroleerd door UCB 3.2.2
Om de volledige waardeketen te kunnen aanpakken als onderdeel van ons 'Science Based Targets'-initiatief, werden de objectieven voor de scope 3 emissies, die geen deel uit maken van het hierboven vermelde bereik voorbereid. Deze hebben hoofdzakelijk betrekking op onze leveranciers en contractproductieorganisaties. Deze zullen, samen met de scope-1 en scope-2 objectieven die we reeds vermeldden en de scope-3 objectieven voor de activiteiten die we rechtstreeks controleren, in 2019 worden voorgelegd aan het 'Science Based Targets' Comité.
3.3 Koolstofcompensatie
Hoewel onze belangrijkste focus ligt op het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen zullen we de emissies die we niet op korte termijn kunnen verminderen moeten compenseren. Daarom is UCB in 2017 samengewerkingsverbanden aangegaan met
duurzaamheidsorganisaties die zich richten op herbebossing en milieubescherming, en die onze inspanningen inzake koolstofcompensatie zullen coördineren.
ontwikkelingsdoelstellingen (SDG) van de VN.
1 Onze partner zal gedurende een periode van 10 jaar de lokale populatie ook voorzien van energie-efficiënte fornuizen en duurzaam geproduceerde houtskool. Dit helpt het illegaal kappen van bossen voor het klaarmaken van dagelijkse maaltijden in het Virunga-park te voorkomen. Via dit initiatief wordt de uitstoot van zo'n 400 000 ton CO2 voorkomen.
4 Wateronttrekking
UCB stelde een absoluut doel om tegen 2030 het waterverbruik met 20% te verminderen, vergeleken met de uitgangswaarde in 2015. Deze doelstelling is erg ambitieus omdat de transformatie van UCB naar een toonaangevend biofarma-bedrijf zal leiden tot de introductie van productieprocessen waarbij meer water nodig is.
| GRI indicator | Definitie | Eenheid | 2015 (referentie jaar) |
2018 – Actueel |
Verschil % | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 303-1 | Water | Totaal volume water | 3 m |
804 360 | 799 469 | -1% |
| Leidingwater | 3 m |
624 427 | 552 985 | -11% | ||
| Grond- en oppervlaktewater | 3 m |
179 933 | 246 484 | 37% |
Vergeleken met 2015 daalde het waterverbruik met 1%. Deze evolutie is vooral veroorzaakt door de afstoting van de locaties in Seymour (VS) en Shannon (Ierland) die het waterverbruik deden dalen tot 190 654 m³ - en waterbesparingsprojecten enerzijds en het steeds belangrijker worden van water intense bio-processen in onze productielocatie in Bulle (Zwitersland) en een verhoogd gebruik van oppervlaktewater voor koelingsdoeleinden in onze locatie in Monheim (Duitsland) anderzijds.
De waterbesparingsprojecten die in 2018 werden voltooid in Braine-l'Alleud (België) en Bulle (Zwitserland) resulteerden in een jaarlijkse terugkerende waterbesparing van 38 000 m³. UCB nam voor de eerste maal deel aan de Climate Disclosure Project's "Global Water Reporting Scheme".
5 Afvalproductie
UCB stelde een absoluut doel om het afval met 25% tegen 2030 te verminderen, vergeleken met de uitgangswaarde in 2015.
In 2018 daalde het afval dat op de verschillende UCBlocaties werd gegenereerd met 28% in vergelijking met de uitgangswaarde.
| GRI indicator | Definitie | Eenheid | 2015 (referentie jaar) |
2018 – Actueel |
Verschil % | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 306-2 | Afvalver wijdering |
Totaal gewicht aan afval | Ton | 9 745 | 6 790 | -28% |
| Totaal gewicht aan afval dat niet wordt hergebruikt |
Ton | 520 | 536 | 3% | ||
| Totaal gewicht aan afval dat wordt hergebruikt | Ton | 9 255 | 6 435 | -30% | ||
| Subtotalen | Ton | % | ||||
| Subtotaal afval dat hoofdzakelijk als brandstof of een ander middel voor energieopwekking wordt hergebruikt (EU afvalterugwinningscode R1) |
Ton | 2 919 | 2 120 | -27% | ||
| Subtotaal afval dat wordt teruggewonnen door terugwinning of regeneratie van oplosmiddelen (EU-afvalterugwinningscode R2) |
Ton | 2 839 | 2 598 | -8% | ||
| Subtotaal afval dat wordt teruggewonnen door hergebruik/terugwinning van organische stoffen die niet als oplosmiddel worden gebruikt (EU-afvalterugwinningscode R3) |
Ton | 1 604 | 1 204 | -25% | ||
| Subtotaal afval dat wordt teruggewonnen door hergebruik/terugwinning van andere anorganische materialen dan metalen (EU afvalterugwinning R5) |
Ton | 1 790 | 404 | -76% | ||
| Subtotaal afval hergebruikt volgens andere methoden (EU-afvalhergebruikscodes R4 R5 R6 R9) |
Ton | 74 | 108 | 47% | ||
| 306-3 | Totaal aantal en volume van |
Aantal | 0 | 0 | niet van toepassing |
|
| belangrijke lekken |
Volume | Ton | 0 | 0 | niet van toepassing |
|
| 306-4 | Gevaarlijk afval | Gevaarlijke afval zoals gedefinieerd door de plaatselijk geldende voorschriften |
Ton | 6 455 | 4 844 | -25% |
| Niet-gevaarlijk afval |
Ander vast afval (met uitzondering van emissies en afvalwater) |
Ton | 3 291 | 2 126 | -35% |
teruggewonnen afval
UCB is er wereldwijd in geslaagd om 92% van haar afval te hergebruiken, voornamelijk door middel van het terugwinnen van afval als brandstof voor energieopwekking en de terugwinning en regeneratie van oplosmiddelen. Dit percentage van teruggewonnen afval is een lichte daling in vergelijking met de uitgangswaarde van 94% in 2015.
Afvalpreventie en verbeterde terugwinning van afval door een actief beheer van de diverse afvalstromen blijven cruciaal bij het beheersen van de milieuvoetafdruk van UCB.
6 Vooruitzichten voor 2019
In 2019 plannen we:
- onze klimaatactiedoelen goedgekeurd te hebben door het 'Science Based Targets'-initiatief.
- een "slimmer reizen" initiatief te lanceren dat de koolstofvoetafdruk van onze zakenreizen aanpakt
- de inspanning om de gemiddelde CO2-uitstoot van ons wagenpark te verlagen verder te zetten
- groene criteria op te nemen in het ontwerp van nieuwe gebouwen om ze te laten voldoen aan groene bouwnormen zoals LEED1 of BREEAM2 .
- het uitrollen van ons Green@TSO programma gericht op de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen verder te zetten door de optimalisatie van industriële processen.
- Onze koolstofcompensatie projecten EcoMakala en Desa'a Forest in de Democratische Republiek Congo en in Ethiopië verder te doen groeien.
Zelfs wanneer de toekomst donker aanvoelt met een chronische ziekte, kan je houding een nog groter probleem zijn. Ik heb geleerd dat je mentale training nodig hebt zodat je je hersenen kan 'omdraaien', positief kan blijven en je beste zelf naar voren kan brengen.
Susanne, heeft ankyloserende spondylitis
1 LEED (Leiderschap in Energie en Milieu Ontwerp - Leadership in Energy and Environmental Design)
2 BREEAM (Bouwkundig onderzoek inrichting milieubeoordelingsmethode - Building Research Establishment Environmental Assessment Method) zijn toonaangevende normen voor de "beoordeling van eco-gebouwen".
HOOFDSTUK
Onze jaarrekening
Overheen de laatste vijf jaren kende UCB een voortdurende groei en bouwden we een solide financiële basis uit. Dit heeft ons toegelaten om:
- Een aanzienlijk deel van onze opbrengsten te investeren in onze pijplijn, met onderzoeks- en ontwikkelingskosten tussen € 1,0 en 1,2 miljard.
- Onze financiële flexibiliteit te verhogen door het afbouwen van onze schuld: onze netto schuld / rEBITDA ratio daalde van 2,65 in 2014 tot 0,17 in 2018.
- Dezelfde rentabiliteit te bereiken als onze sectorgenoten, met een rEBITDA / opbrengsten ratio die steeg van 18% in 2014 tot 30% in 2018.
Een voortdurende en winstgevende groei
Een stevige basis voor toekomstige groei
Ratio onderzoeks- en ontwikkelingskosten / opbrengsten
Financieel verslag voor 2018
Overzicht van de bedrijfsprestaties Geconsolideerde jaarrekening Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening Verantwoordelijkheidsverklaring Verslag van de commissaris UCB NV
1 Overzicht van de bedrijfsprestaties
1.1 Kerncijfers
- De opbrengsten voor 2018 stegen met 2%, of +5% bij constante wisselkoersen (CW), tot € 4 632 miljoen. De netto-omzet bedroeg € 4 412 miljoen, een verhoging van 5% (+8% CW). Deze groei werd gedreven door de voortdurende prestaties van de kernproducten in immunologie, Cimzia®, de epilepsie franchise: Vimpat ®, Keppra® en Briviact®, alsook Neupro ®, het geneesmiddel voor de ziekte van Parkinson. Royaltyinkomsten en -vergoedingen bedroegen € 92 miljoen. De overige opbrengsten daalden naar € 128 miljoen.
- De recurrente EBITDA groeide met 2% (+5% CW) tot € 1 398 miljoen, wat te danken is aan de groei van onze kernproducten, en dit ondanks hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten.
- De winst bereikte € 823 miljoen van € 771 miljoen, waarvan € 800 miljoen toe te rekenen is aan de aandeelhouders van UCB tegenover € 753 miljoen in 2017.
- De kern-WPA bereikte € 4,78 in vergelijking met € 4,82 in 2017.
| Actueel1 | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2018 | 2017 | Actuele wisselkoersen |
CW2 |
| Opbrengsten | 4 632 | 4 530 | 2% | 5% |
| Netto-omzet | 4 412 | 4 182 | 5% | 8% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 92 | 108 | -15% | -11% |
| Overige opbrengsten | 128 | 240 | -47% | -46% |
| Brutowinst | 3 434 | 3 330 | 3% | 6% |
| Marketing- en verkoopkosten | -964 | -940 | 3% | 6% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -1 161 | -1 057 | 10% | 11% |
| Algemene en administratiekosten | -180 | -192 | -6% | -5% |
| Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | -24 | -11 | >100% | >100% |
| Recurrente EBIT (rEBIT) | 1 105 | 1 130 | -2% | 1% |
| Niet-recurrente baten/lasten (-) | 4 | -43 | >-100% | >-100% |
| EBIT (operationele winst) | 1 109 | 1 087 | 2% | 5% |
| Netto financiële kosten | -93 | -99 | -6% | -5% |
| Winst vóór belastingen | 1 015 | 988 | 3% | 6% |
| Winstbelastingen | -200 | -218 | -8% | -5% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 815 | 770 | 6% | 9% |
| Winst/verlies (-) uit beëindige bedrijfsactiviteiten | 8 | 1 | >100% | >100% |
| Winst | 823 | 771 | 7% | 10% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 800 | 753 | 6% | 10% |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 23 | 18 | 26% | 32% |
| Recurrente EBITDA | 1 398 | 1 375 | 2% | 5% |
| Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) | 341 | 209 | 63% | |
| Netto financiële schuld | 237 | 525 | -55% | |
| Netto kasstroom uit voortgezette operationele bedrijfsactiviteiten | 1 098 | 896 | 23% | |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd (miljoen) | 188 | 188 | 0% | |
| Winst per aandeel (€per gewogen gemiddeld aantal aandelen – | ||||
| niet-verwaterd) Kernwinst per aandeel (€per gewogen gemiddeld aantal aandelen – |
4,24 | 4,00 | 6% | 6% |
| niet-verwaterd) | 4,78 | 4,82 | -1% | 3% |
Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de bedrijfsprestaties niet gelijk is aan de weergegeven som.
2 CW: Constante wisselkoersen
Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingsgroep UCB, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen. De afzonderlijke statutaire jaarrekening van UCB NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen, evenals het verslag van de Raad van bestuur aan de Algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris, zullen binnen de statutaire termijnen neergelegd worden bij de Nationale Bank van België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze website.
Wijziging van de reikwijdte: als gevolg van de afstoting van de activiteiten Films (inseptember2004), Surface Specialities (infebruari2005) en Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. (innovember2015), rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.
Recurrente en niet-recurrente posten: Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB
Belangrijkste gebeurtenissen1 1.2
Er hebben zich een aantal belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden:
1.2.1 Belangrijke overeenkomsten / initiatieven
- Februari 2018 UCB en een investeerderssyndicaat onder leiding van Novo Seeds kondigden de lancering aan van Syndesi Therapeutics om nieuwe therapieën voor cognitieve stoornissen te ontwikkelen. Syndesi Therapeutics ontving een exclusieve licentie voor een eersteklas kleine moleculeprogramma van UCB. Een serie A-investering voor een totaal bedrag van € 17 miljoen zal de klinische ontwikkeling van het hoofdproduct financieren tot de vroege proof-ofconcept bij de mens.
- Begin 2018 besloten UCB en partner Vectura een licentie te verlenen voor UCB4144/VR942, een biologieproduct met droog poeder dat fase 1 met succes heeft voltooid in 2017.
- Maart 2018 UCB verwierf Element Genomics in de VS om het UCB-platform voor genomica en epigenomica
beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven ("nietrecurrente" posten). Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen, of operationele winst), wordt ook "recurrente EBIT" (rEBIT of recurrente operationele winst) opgenomen, die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De recurrente EBIT is gelijk aan de lijn "operationele winst vóór bijzondere waardeverminderingen van activa, herstructurering en overige baten en lasten" die in de geconsolideerde jaarrekening gerapporteerd wordt.
Kern-WPA is de kern-nettowinst, of de nettowinst die kan worden toegerekend aan UCB aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van nietrecurrente posten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van beëindigde activiteiten, en de netto afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet, per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.
te versterken om nieuwe doelstellingen voor geneesmiddelen te identificeren.
- April 2018 UCB heeft een overeenkomst gesloten om midazolam-neusspray (USL261) van Proximagen te verkrijgen. USL261 is een nasaal toegediende, experimentele formulering van midazolam die bedoeld is als reddingsbehandeling voor acute herhaalde aanvallen bij epilepsiepatiënten. Afsluiting van de overeenkomst vond plaats in juni 2018. De indiening van de nieuwe medicatie-aanvraag werd door de FDA aanvaard in augustus, na een eerdere toekenning van de status van weesgeneesmiddel en van de fast-track.
-
Mei 2018 UCB heeft een overeenkomst gesloten met Science 37, gebaseerd in Los Angeles, California (VS), een baanbrekend bedrijf dat zich richt op klinische proeven "zonder site". De decentrale klinische proefbenadering van Science 37 combineert technologieën die de manier waarop klinische proeven worden uitgevoerd fundamenteel kunnen veranderen. Met deze samenwerking wil UCB een betere patiëntenervaring bieden, op een patiëntgerichte manier klinisch onderzoek innoveren en versnellen en nieuwe oplossingen sneller bij de patiënt brengen.
-
Mei 2018 Het Amerikaanse Hof van Beroep voor het Federale Circuit (CAFC) heeft de Delaware District Court gesteund en de geldigheid bevestigd van het Amerikaanse octrooi RE38.551 met betrekking tot Vimpat ® (lacosamide), het epilepsiemedicijn van UCB.
- In september heeft UCB, in overeenstemming met haar strategische focus, haar dochteronderneming "Innere Medizin" verkocht. "Innere Medizin" heeft gedurende vele jaren met succes farmaceutische producten gepromoot in Duitsland, voornamelijk op het gebied van interne geneeskunde voor cardiovasculaire en ademhalingsaandoeningen.
Update over regelgeving en vooruitgang van de pijplijn 1.2.2
Neurologie
- In januari 2018 diende UCB Vimpat ® (lacosamide) in voor pediatrische patiënten met partieel beginnende epilepsie van vier jaar en ouder in Japan.
- In februari begon het fase 2b-onderzoek met padsevonil voor geneesmiddelen-resistente epilepsiepatiënten. De eerste resultaten worden verwacht in de eerste helft van 2020.
- In maart ging UCB0107, een gehumaniseerd, immunoglobuline monoklonaal antilichaam met een specificiteit voor humaan tau, het klinische fase 1-programma in.
- In mei werden Briviact® (brivaracetam) orale formuleringen in de Verenigde Staten goedgekeurd als monotherapie en adjuvante therapie bij de behandeling van partieel (focale) beginnende epileptische aanvallen bij patiënten van vier jaar en ouder.
- In juni heeft het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) van het Europees Geneesmiddelenbureau een positief advies aangenomen voor Briviact® om de therapeutische indicatie uit te breiden met adjuvante therapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen met of zonder secundaire generalisatie bij epilepsiepatiënten vanaf 4 jaar. De Europese Commissie heeft dit in juli goedgekeurd.
-
In augustus werd de indiening van de nieuwe medicatieaanvraag voor midazolam neusspray door de FDA aanvaard, na een eerdere toekenning van de status van weesgeneesmiddel en van de fast-track.
-
In juli werden positieve fase 2-resultaten bereikt voor Briviact® (brivaracetam) voor acute herhaalde aanvallen.
- UCB was baanbrekend met het extrapolatieconcept in China: in maart 2018 diende UCB Keppra® (levetiracetam) in voor monotherapie bij de behandeling van partieel beginnende epileptische aanvallen op basis van extrapolatie van adjuvante therapie met een solide wetenschappelijke basis. De goedkeuring werd verkregen in augustus. In september diende UCB Vimpat ® (lacosamide) IV (intraveneus) en orale formulering in voor adjuvante therapie bij de behandeling van partieel beginnende epileptische aanvallen bij kinderen vanaf 4 jaar en bij volwassenen, op basis van extrapolatie.
- In oktober kondigde UCB positieve resultaten aan uit een fase 2-onderzoek met een nieuw, subcutaan FcRn (neonatale Fc receptor) monoklonaal antilichaam, rozanolixizumab, bij patiënten met myasthenia gravis (MG), waarbij proof-of-concept bereikt werd. Deze resultaten ondersteunen de versnelde ontwikkeling van rozanolixizumab met een bevestigende studie voor MG die zal starten in het derde kwartaal van 2019.
- In december werd Vimpat ® (lacosomide) goedgekeurd in China als adjuvante therapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen met of zonder secundaire generalisatie bij volwassen en adolescente epilepsiepatiënten vanaf 16 jaar en ouder. In januari 2019 werd Vimpat ® in Japan goedgekeurd voor de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij kinderen van 4 jaar en ouder. Daarenboven werden twee nieuwe formuleringen goedgekeurd, IV (intraveneus) en droge siroop.
- In december werd Keppra® (levetiracetam) ingediend bij de Amerikaanse autoriteiten voor monotherapie bij de behandeling van epilepsie, alsook een bijsluiterupdate rond zwangerschap. De indiening van de aanvraag werd door de FDA aanvaard in januari 2019. De bijsluiter rond zwangerschap voor Keppra® werd goedgekeurd door de EU in april 2018.
- Eind 2018 werd één fase 1-project binnen neurologie, UCB3491, beëindigd omwille van een gebrek aan patiënten voor rekrutering - gedreven door een voldoende zorgstandaard.
Immunologie
Een bijsluiterupdate voor Cimzia® (certolizumab pegol) bij zwangerschap en borstvoeding werd goedgekeurd in Europa (januari 2018) en in de VS (maart 2018), waardoor het de eerste anti-TNF-behandelingsoptie is die gedurende de gehele zwangerschap kan worden overwogen voor vrouwen met chronische ontstekingsziekten.
In maart 2018 kreeg de Cimzia®-injectiespuit de goedkeuring in de VS voor de optie om deze gedurende een enkele periode van maximaal 7 dagen bij kamertemperatuur op te slaan binnen de goedgekeurde houdbaarheidstermijn, waardoor beter tegemoet gekomen wordt aan de noden van de patiënt. In maart kondigde UCB ook de indiening aan van Cimzia® bij de State Drug Administration (SDA, voormalig CFDA) in China voor de behandeling van matige tot ernstige reumatoïde artritis. In juni verleende de SDA prioriteitsonderzoek.
In april heeft het Europees Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) de goedkeuring van een bijsluiteruitbreiding voor Cimzia® aanbevolen, met een nieuwe indicatie voor volwassen patiënten met matigetot-ernstige plaque psoriasis. De Europese Commissie heeft dit in juni goedgekeurd.
In mei werd Cimzia® goedgekeurd voor volwassenen met matige-tot-ernstige plaque psoriasis in de VS. Eveneens in mei kondigde UCB positieve topline resultaten aan van C-AXSPAND, een fase
3-placebogecontroleerd onderzoek naar de werkzaamheid van Cimzia® op de tekenen en symptomen van actieve axiale spondyloartritis (axSpA) bij patiënten zonder röntgenbewijs van spondylitis ankylopoetica (AS). In september werden deze gegevens ingediend bij de Amerikaanse regelgevende instanties voor niet-radiografische axiale spondyloartritis (nraxSpA). De indiening werd goedgekeurd in oktober. In augustus keurden de Japanse autoriteiten het Cimzia® AutoClick® apparaat goed. In september werd de bijsluiterupdate voor Cimzia® bij zwangerschap en borstvoeding goedgekeurd in Japan. Eveneens in september en in Japan, werden positieve fase 3-resultaten bereikt voor Cimzia® bij patiënten met psoriasis en psoriatische artritis. De aanvraag bij de Japanse autoriteit vond plaats injanuari2019.
In de loop van de eerste helft van 2018 werden verdere onderzoeken opgestart met bimekizumab bij matigetot-ernstige psoriasis. Van de drie lopende fase 3-onderzoeken zijn er twee die een actieve comparator bevatten, namelijk ustekinumab en adalimumab. De
resultaten worden verwacht tegen het einde van 2019. Een aanvullend fase 3b-onderzoek om bimekizumab rechtstreeks te vergelijken met secukinumab werd in juni opgestart. De vergelijkende studies zijn ontworpen om superioriteit ten opzichte van actieve comparators op hechtige eindpunten te demonstreren.
- In juli toonde een volledige evaluatie van klinische onderzoeken in de beginfase van seletalisib in het syndroom van Sjörgen en het geactiveerde PI3Kdeltasyndroom (APDS) positieve resultaten en werd geen nieuw veiligheidssignaal waargenomen. In het licht van haar andere aankomende investeringen in onderzoek en ontwikkeling, en als onderdeel van de regelmatige portfolioprioritering heeft UCB besloten geen prioriteit te geven aan de verdere interne ontwikkeling van seletalisib.
- In oktober maakten UCB en haar partner Biogen topline resultaten bekend van een fase 2b-onderzoek met dapirolizumab pegol (DZP), voor matige tot ernstige actieve systemische lupus erythematosus. UCB en Biogen blijven deze gegevens verder evalueren en bekijken mogelijke volgende stappen.
- Eind 2018 werd er één fase 1-project, UCB6673, opnieuw ondergebracht bij de partner - als een gevolg van prioritering binnen de UCB pijplijn.
Osteologie
Begin januari 2019 kondigden UCB en Amgen de goedkeuring van Evenity™ (romosozumab) in Japan aan. Evenity™ werd goedgekeurd in Japan om het risico op fracturen te verminderen en de botmineraaldichtheid te verhogen bij mannen en post-menopauzale vrouwen met osteoporose met een hoge kans op breuken. Een week later stemde het Bone, Reproductive and Urologic Drugs Advisory Committee (BRUDAC) van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) positief voor de goedkeuring van romosozumab. Hoewel de FDA niet gebonden is door de aanbevelingen van het Advisory Committee, zal het deze in overweging nemen bij het nemen van zijn beslissing. Het Europese geneesmiddelenbureau (EMA) onderzoekt momenteel een marketingaanvraag voor romosozumab en interacties met het bureau zijn momenteen aan de gang.
Alle overige klinische ontwikkelingsprogramma's verlopen zoals gepland.
1 Van 1 januari 2018 tot de publicatiedatum van dit verslag.
1.3 Opbrengsten en recurrente EBITDA
1.3.1 Netto-omzet per product
De totale netto-omzet steeg in 2018 naar
€ 4 412 miljoen, 5% meer dan vorig jaar of +8% CW.
| Actueel | Verschil | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Actuele | |||||
| € miljoen | 2018 | 2017 | wisselkoersen | CW | |
| Immunologie | |||||
| Cimzia® | 1 446 | 1 424 | 2% | 5% | |
| Neurologie | |||||
| ® Vimpat |
1 099 | 976 | 13% | 17% | |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR/E Keppra® ) |
790 | 778 | 2% | 5% | |
| ® Neupro |
321 | 314 | 2% | 4% | |
| Briviact® | 142 | 87 | 63% | 70% | |
| Gevestigde merken | |||||
| Zyrtec® (Zyrtec-D/Cirrus® ) |
101 | 103 | -2% | 2% | |
| Xyzal® | 90 | 104 | -14% | -11% | |
| Overige producten | 323 | 368 | -12% | -9% | |
| Netto omzet vóór afdekkingen | 4 312 | 4 154 | 4% | 8% | |
| Bepaalde afdekkingen heringedeeld volgens netto | |||||
| omzet | 100 | 28 | >100% | ||
| Totale netto-omzet | 4 412 | 4 182 | 5% | 8% |
Kernproducten
De netto-omzet van Cimzia ® (certolizumab pegol) voor patiënten met inflammatoire TNF gemedieerde ziekten verhoogde in een competitieve marktomgeving tot € 1 446 miljoen (+2%; +5% CW), gedreven door de introductie van nieuwe indicaties.
De netto-omzet van Vimpat ® (lacosamide) steeg tot € 1 099 miljoen (+13%; +17% CW), wat een nieuwe blockbuster betekent voor UCB, en toont duurzame dubbelcijferige groei aan in alle markten waar Vimpat ® beschikbaar is voor mensen die leven met epilepsie.
Keppra ® (levetiracetam), eveneens tegen epilepsie, haalde een netto-omzet van € 790 miljoen (+2%; +5% CW). Dit was vooral gedreven door de groei in de
internationale markten, met name Japan waar de nettoomzet met +13% (+16% CW) groeide tot € 154 miljoen.
Briviact® (brivaracetam), sinds 2016 beschikbaar voor patiënten met epilepsie, behaalde een netto-omzet van € 142 miljoen na € 87 miljoen in 2017, een groei met 63% (+70% CW).
Bijgevolg bereikte UCB's epilepsiefranchise een nettoomzet van € 2 031 miljoen, een stijging van 10%.
Neupro ® (rotigotine), de pleister voor de ziekte van Parkinson, haalde een netto-omzet van € 321 miljoen (+2%; +4% CW), groeit nog steeds in Europa en de VS en bereikte zijn piekverkoop in 2018.
Gevestigde merken
Zyrtec® (cetirizine, inclusief Zyrtec®-D/Cirrus®) voor mensen die met allergie leven, haalde een netto-omzet van € 101 miljoen (-2%; +2% CW).
De netto-omzet van Xyzal® (levocetirizine), eveneens voor allergie, daalde tot € 90 miljoen (14%; -11% CW), voornamelijk door generische concurrentie in de internationale markten.
Andere producten: De netto-omzet voor de andere gevestigde merken verminderde met 12% (-9% CW) tot € 323 miljoen voornamelijk door de afstoting van 'Innere Medizin". Gecorrigeerd voor afgestote en beëindigde niet-kernproducten, daalden de andere gevestigde merken met 7%.
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet leidden tot een stijging van € 100 miljoen (na € 28 miljoen in 2017), wat het resultaat weergeeft van de transactionele indekkingsactiviteiten van UCB, die moeten erkend worden in de "netto-omzet" in overeenstemming met IFRS. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar.
1.3.2 Netto-omzet per geografisch gebied
| Verschil actuele | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Actueel 2018 |
2017 | wisselkoersen € miljoen |
% | Verschil CW € miljoen |
% |
| Netto-omzet in de VS | 2 158 | 2 069 | 90 | 4% | 192 | 9% |
| Cimzia® | 896 | 918 | -21 | -2% | 21 | 2% |
| ® Vimpat |
822 | 746 | 76 | 10% | 115 | 15% |
| Keppra® | 221 | 232 | -11 | -5% | 0 | 0% |
| Briviact® | 109 | 63 | 45 | 72% | 51 | 80% |
| ® Neupro |
101 | 96 | 5 | 5% | 9 | 10% |
| Gevestigde merken | ||||||
| Overige | 9 | 14 | -5 | -34% | -4 | -31% |
| Netto-omzet in Europa | 1 325 | 1 288 | 37 | 3% | 42 | 3% |
| Cimzia® | 400 | 370 | 29 | 8% | 31 | 8% |
| Keppra® | 216 | 235 | -18 | -8% | -18 | -8% |
| ® Vimpat |
206 | 177 | 29 | 16% | 30 | 17% |
| ® Neupro |
174 | 168 | 6 | 3% | 6 | 4% |
| Briviact® | 29 | 22 | 7 | 32% | 7 | 33% |
| Gevestigde merken | ||||||
| Zyrtec® | 55 | 52 | 4 | 7% | 4 | 7% |
| Xyzal® | 27 | 29 | -1 | -5% | -1 | -5% |
| Overige | 218 | 235 | -18 | -7% | -17 | -7% |
| Netto-omzet op internationale markten | 829 | 798 | 31 | 4% | 83 | 10% |
| Keppra® (inclusief E Keppra® ) |
352 | 311 | 41 | 13% | 59 | 19% |
| Cimzia® | 150 | 136 | 13 | 10% | 25 | 19% |
| ® Vimpat |
70 | 53 | 17 | 33% | 22 | 42% |
| ® Neupro |
46 | 50 | -3 | -7% | -2 | -4% |
| Briviact® | 4 | 1 | 2 | >100% | 3 | >100% |
| Gevestigde merken | ||||||
| Xyzal® | 63 | 75 | -13 | -17% | -10 | -13% |
| Zyrtec® (inclusief Cirrus® ) |
46 | 51 | -5 | -10% | -1 | -2% |
| Overige | 98 | 120 | -22 | -19% | -13 | -10% |
| Netto omzet vóór afdekkingen | 4 312 | 4 154 | 158 | 4% | 317 | 8% |
| Bepaalde afdekkingen heringedeeld | ||||||
| volgens netto-omzet | 100 | 28 | 72 | >100% | ||
| Totale netto-omzet | 4 412 | 4 182 | 230 | 5% | 330 | 8% |
De door UCB gerapporteerde netto-omzet in de VS steeg tot € 2 158 miljoen (+4%; +9% CW); gedreven door de kernproducten. De netto-omzet van Cimzia® daalde met 2% bij actuele wisselkoersen en steeg met 2% bij constante wisselkoersen tot € 896 miljoen. Vimpat ® steeg met 10% (+15% CW) tot € 822 miljoen. De Keppra® franchise daalde tot € 221 miljoen (-5%; 0% CW), met generische concurrentie sinds 2008, en Briviact® behaalde een netto-omzet van € 109 miljoen; +72%; +80% CW. Netto-omzet voor Neupro ® steeg tot € 101 miljoen (+5%).
De netto-omzet in Europa bedroeg € 1 325 miljoen (+3%; +3% CW), gedreven door de voortdurende duurzame groei van de kernproducten: Cimzia® (€ 400 miljoen; +8%), Vimpat ® (€ 206 miljoen; +16%), Keppra® (€ 216 miljoen; -8%) en Briviact® (€ 29 miljoen; +32%) dat in 2016 gelanceerd werd, net als Neupro ® (€ 174 miljoen; +3%). De gevestigde merken daalden, voornamelijk als gevolg van verplichte prijsdalingen en generische concurrentie. Gecorrigeerd voor de afstoting van "Innere Medizin", steeg de netto-omzet in Europe met 4%.
De netto-omzet van de internationale markten, inclusief Japan en China die de grootste nettoomzetbijdragers waren, bedroeg € 829 miljoen (+4%; +10% CW) dankzij de duurzame groei van de kernproducten. Daarvan steeg de netto-omzet in Japan met 5% tot € 305 miljoen dankzij een duurzame vraag vanuit de markt. In Japan, bleef de netto-omzet van Cimzia® stabiel bij € 34 miljoen, rapporteerde Vimpat ® een netto-omzet van € 22 miljoen, groeide de nettoomzet van E Keppra® tot € 154 miljoen (+13%) en
bereikte Neupro ® een netto-omzet van € 31 miljoen. De netto-omzet in China bedroeg € 151 miljoen.
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar nettoomzet leidden tot een stijging van € 100 miljoen (na € 28 miljoen in 2017), wat het resultaat weergeeft van de transactionele indekkingsactiviteiten van UCB, die moeten erkend worden in de "netto-omzet" in overeenstemming met IFRS.
1.3.3 Royaltyinkomsten en -vergoedingen
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2018 | 2017 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Biotechnologische IE | 56 | 59 | -4% | 0% |
| Zyrtec® in de VS |
12 | 26 | -56% | -53% |
| Toviaz® | 19 | 19 | 1% | 6% |
| Overige | 5 | 4 | 25% | 27% |
| Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa |
92 | 108 | -15% | -11% |
In 2018 daalden de royaltyinkomsten en -vergoedingen tot € 92 miljoen (-15%).
Royaltyinkomsten voor Zyrtec® werden gedreven door de levenscyclus van het product.
Royaltyinkomsten voor Toviaz® bleven stabiel. De franchise royalties betaald door Pfizer, voor de behandeling voor een overactieve blaas, geven de prestaties weer van de franchise in de markt.
1.3.4 Overige opbrengsten
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2018 | 2017 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Opbrengsten uit contractproductie | 83 | 91 | -9% | -8% |
| Xyzal® in de VS |
0 | 56 | -100% | -100% |
| Samenwerkingen in Japan | 8 | 30 | -75% | -75% |
| Product winstdeling | 11 | 16 | -32% | -32% |
| Overige | 26 | 47 | -44% | -43% |
| Overige opbrengsten | 128 | 240 | -47% | -46% |
Overige opbrengsten bedroegen € 128 miljoen (-47%) in vergelijking met € 240 miljoen in 2017 toen er een impact van € 56 miljoen was door de eenmalige overige opbrengsten als gevolg van een licentieovereenkomst met betrekking tot Xyzal® zonder vorschrift in de VS. Gecorrigeerd voor deze eenmaige overige opbrengsten in 2017 bedroeg de daling van overige opbrengsten 30%.
De opbrengsten uit contractproductie daalden van € 91 miljoen tot € 83 miljoen, waarbij contractproductie voor de in 2016 afgestote gevestigde merken niet langer inbegrepen zijn.
Onze samenwerkingsactiviteiten in Japan omvatten de samenwerking met Otsuka voor E Keppra® en Neupro ®, met Astellas voor Cimzia® en met Daiichi Sankyo voor Vimpat ®. De opbrengsten bedroegen € 8 miljoen in
vergelijking met € 30 miljoen in 2017. 2017 kende het voordeel van een ontvangen omzetmijlpaalbetaling, die zich niet opnieuw voordeed in 2018 aangezien de volgende mijlpaal nog moet bereikt worden.
De productwinstdelingsovereenkomsten voor Dafiro ®/Provas® en Xyzal® bereikten een opbrengst van € 11 miljoen (-32%) gedreven door de levenscylcus van deze producten.
De "overige" opbrengsten bedroegen € 26 miljoen (-44%) en omvatten mijlpaalbetalingen en andere betalingen van onze O&O-partners. Dit is het gevolg van de afstoting van "Innere Medizin" en het zich niet opnieuw voordoen van O&O betalingen zoals ontvangen in 2017.
1.3.5 Brutowinst
| Actueel | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2018 | 2017 | Actuele wisselkoersen |
CW | ||
| Opbrengsten | 4 632 | 4 530 | 2% | 5% | ||
| Netto-omzet | 4 412 | 4 182 | 5% | 8% | ||
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 92 | 108 | -15% | -11% | ||
| Overige opbrengsten | 128 | 240 | -47% | -46% | ||
| Kostprijs van de omzet | -1 198 | -1 200 | 0% | 1% | ||
| Kostprijs van de omzet voor producten en diensten | -823 | -848 | -3% | -3% | ||
| Royaltylasten | -241 | -227 | 6% | 11% | ||
| Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan | ||||||
| omzet | -134 | -125 | 8% | 9% | ||
| Brutowinst | 3 434 | 3 330 | 3% | 6% |
In 2018 bereikte de brutowinst € 3 434 miljoen (+3%), gedreven door de netto-omzetgroei en een
voortdurend verbeterde productmix. De brutomarge verbeterde van 73,5% in 2017 tot 74,1%.
De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gekoppelde immateriële activa:
- De kostprijs van de omzet voor producten en diensten daalde met 3% tot € 823 miljoen.
- De royaltylasten stegen naar € 241 miljoen van € 227 miljoen. Royaltylasten voor producten op de markt, voornamelijk Cimzia® en Vimpat ®, bleven stijgen door de groei van beide producten.
Afschrijvingen van aan de omzet gekoppelde
immateriële activa: Onder IFRS 3 ("Bedrijfscombinaties") heeft UCB op zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan, die verband houden met de overnames van Celltech en Schwarz Pharma (lopend onderzoek en ontwikkeling, productiekennis, royaltystromen, handelsbenamingen, enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa waarvoor al producten zijn gelanceerd bereikten € 134 miljoen van € 125 miljoen in 2017 – gedreven door de lancering van Cimzia® in psoriasis in de EU en de VS in 2018.
1.3.6 Recurrente EBIT en recurrente EBITDA
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2018 | 2017 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Opbrengsten | 4 632 | 4 530 | 2% | 5% |
| Netto-omzet | 4 412 | 4 182 | 5% | 8% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 92 | 108 | -15% | -11% |
| Overige opbrengsten | 128 | 240 | -47% | -46% |
| Brutowinst | 3 434 | 3 330 | 3% | 6% |
| Marketing- en verkoopkosten | -964 | -940 | 3% | 6% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -1 161 | -1 057 | 10% | 11% |
| Algemene en administratiekosten | -180 | -192 | -6% | -5% |
| Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | -24 | -11 | >100% | >100% |
| Totale bedrijfskosten | -2 329 | -2 200 | 6% | 8% |
| Recurrente EBIT (rEBIT) | 1 105 | 1 130 | -2% | 1% |
| Plus: Afschrijving van immateriële activa | 170 | 160 | 6% | 8% |
| Plus: Afschrijving van materiële vaste activa | 123 | 85 | 44% | 47% |
| Recurrente EBITDA (rEBITDA) | 1 398 | 1 375 | 2% | 5% |
De bedrijfskosten, die de marketing- en verkoopkosten, de onderzoeks- en ontwikkelingskosten, de algemene en administratiekosten en de overige bedrijfsbaten/ lasten omvatten, bedroegen € 2 329 miljoen (+6%) en weerspiegelen:
- met 3% gestegen marketing- en verkoopkosten tot € 964 miljoen; marketing- en verkoopsinspanningen werden verbeterd en toegespitst op Cimzia®, Vimpat ® en Briviact® waar de meeste patiënten baat bij kunnen hebben. Neupro ® heeft zijn piekverkoop bereikt in 2018 en wordt verwacht om de maturiteit van zijn levenscyclus te bereiken.
- 10% hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten van € 1 161 miljoen ten gevolge van een ver gevorderde pijplijn die zich in de laatste fase van het
klinische ontwikkelingsproces bevindt, met inbegrip van het fase 3-programma voor bimekizumab in psoriasis waarvoor de rekrutering voltooid is (resultaten verwacht in het vierde kwartaal van 2019). De O&O ratio (als percentage van de opbrengsten) steeg tot 25%, tegenover 23% in 2017.
- met 6% gedaalde algemene en administratiekosten van € 180 miljoen, met dank aan een gedisciplineerde uitgavenbeheersing.
- Overige bedrijfslasten bedroegen € 24 miljoen tegenover € 11 miljoen in 2017, vooral door de samenwerkingsovereenskomst voor de voorbereiding van de commercialisering van Evenity™ (€ -10 miljoen), voorzieningen voor BTW & de recupereerbaarheid van subsidies (€-19 miljoen), afstoting van activa (€ -6 miljoen),
waardevermindering op handelsvorderingen (€ -4 miljoen), gecompenseerd door ontvangen subsidies (€ 15 miljoen).
De totale bedrijfskosten in verhouding tot de opbrengsten (bedrijfskostenratio) bedroegen 50,3% vergeleken met 48,6%, als een gevolg van hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten.
De recurrente EBIT daalde naar € 1 105 miljoen, een afname van 2% in vergelijking met 2017, als een gevolg van hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten en hogere afschrijvingen:
- De totale afschrijving van immateriële activa (product gerelateerde en andere) bedroeg € 170 miljoen (6%), gedreven door de lancering van Cimzia® in psoriasis in 2018;
- Afschijvingen van materiële vaste activa stegen naar € 123 miljoen (44%) als gevolg van de impact van IFRS
16 op het boeken van leaseovereenkomsten. Deze omvatten € 10 million gerelateerd aan voorfinanciering van kapitaaluitgaven zoals voorzien in de overeenkomst tussen UCB en Lonza voor de productie door Lonza van gepegyleerde actieve bulkproducten op basis van antilichaamfragmenten. Deze zijn opgenomen in de kostprijs van de omzet, en worden opnieuw toegevoegd voor de berekening van recurrente EBITDA.
De recurrente EBITDA steeg tot € 1 398 miljoen tegenover € 1 375 miljoen (+2%; +5% CW), gedreven door de groei van onze kernproducten, die de hogere marketing- en verkoopskosten en hogere onderzoeksen ontwikkelingskosten compenseert. De recurrente EBITDA ratio (als percentage van de opbrengsten) oversteeg voor het tweede jaar op rij de 30%-grens, namelijk 30,2% tegenover 30,4% in 2017.
1.4 Nettowinst
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2018 | 2017 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Recurrente EBIT | 1 105 | 1 130 | -2% | 1% |
| Kosten van bijzondere waardeverminderingen | 0 | -1 | -74% | -69% |
| Reorganisatiekosten | -20 | -23 | -11% | -10% |
| Nettowinst op afstotingen | 47 | 3 | >100% | >100% |
| Overige niet-recurrente baten/lasten (-) | -23 | -22 | 6% | 7% |
| Totale niet-recurrente baten/lasten (-) | 4 | -43 | >-100% | >-100% |
| EBIT (operationele winst) | 1 109 | 1 087 | 2% | 5% |
| Netto financiële kosten (-) | -93 | -99 | -6% | -5% |
| niet van | niet van | |||
| Resultaat van geassocieerde deelnemingen | -1 | 0 | toepassing | toepassing |
| Winst vóór belastingen | 1 015 | 988 | 3% | 6% |
| Winstbelastingen | -200 | -218 | -8% | -5% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 815 | 770 | 6% | 9% |
| Winst/verlies (-) uit beëindige bedrijfsactiviteiten | 8 | 1 | >100% | >100% |
| Winst | 823 | 771 | 7% | 10% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 800 | 753 | 6% | 10% |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 23 | 18 | 26% | 32% |
| Nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB |
800 | 753 | 6% | 10% |
De totale niet-recurrente baten/lasten (-) bedroegen
€ 4 miljoen baten vóór belastingen, tegenover
€ 43 miljoen lasten vóór belastingen in 2017. De baten
voor 2018 zijn gerelateerd aan nettowinst op afstotingen van UCB's niet-kernactiva, inkomsten voortvloeiend uit het cumulatief bedrag van wisselkoersverschillen voor
buitenlandse entiteiten die geliquideerd werden in 2018, gecompenseerd door reorganisatiekosten en voorzieningen voor proceskosten. In 2017 hielden de lasten verband met reorganisatie en proceskosten.
De netto financiële kosten daalden van € 99 miljoen naar € 93 miljoen.
De winstbelastingen daalden met 8% tot € 200 miljoen in vergelijking met € 218 miljoen in 2017. Het gemiddeld effectief belastingspercentage op recurrente activiteiten bedroeg 19,7%, in vergelijking met 22,0% in 2017. Het effectief belastingspercentage voor 2018 is gedaald
dankzij fiscale stimulansen voor onderzoek en ontwikkeling.
De winst/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten leidde tot een boekwinst van € 8 miljoen tegenover € 1 miljoen in 2017.
De winst van de Groep bedroeg € 823 miljoen (tegenover € 771 miljoen), waarvan € 800 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB en € 23 miljoen aan minderheidsbelangen. Voor 2017 haalde UCB een winst van € 771 miljoen, waarvan € 753 miljoen toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB en € 18 miljoen aan minderheidsbelangen.
1.5 Kern-WPA
| Actueel Verschil |
||||
|---|---|---|---|---|
| Actuele | ||||
| € miljoen | 2018 | 2017 | wisselkoersen | CW |
| Winst | 823 | 771 | 7% | 10% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 800 | 753 | 6% | 10% |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 23 | 18 | 26% | 32% |
| Nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van | ||||
| UCB | 800 | 753 | 6% | 10% |
| Totale niet-recurrente baten (-)/lasten | -4 | 43 | >-100% | >-100% |
| Winstbelasting op niet-recurrente lasten (-)/baten | 7 | 12 | -43% | -43% |
| niet van | niet van | |||
| Financiële éénmalige baten (-)/lasten | 0 | 0 | toepassing | toepassing |
| Winstbelasting op financiële éénmalige | niet van | niet van | ||
| baten/lasten (-) | 0 | 0 | toepassing | toepassing |
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -8 | -1 | >100% | >100% |
| Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan | ||||
| de omzet | 134 | 125 | 8% | 9% |
| Winstbelasting op afschrijvingen van immateriële | ||||
| activa gerelateerd aan omzet | -28 | -25 | 11% | 11% |
| Kern-winst toerekenbaar aan | ||||
| aandeelhouders van UCB | 901 | 907 | -1% | 3% |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) | 188 | 188 | 0% | |
| Kern-WPA toerekenbaar aan aandeelhouders van | ||||
| UCB (€) | 4,78 | 4,82 | -1% | 3% |
De winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB, gecorrigeerd voor het effect na belastingen van nietrecurrente elementen, financiële eenmalige posten, de bijdragen na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan de omzet, geeft aanleiding tot een kern-winst toerekenbaar aan de
aandeelhouders van UCB van € 901 miljoen (-1%), wat leidt tot een kern-winst per aandeel (WPA) van €4,78, ten opzichte van € 4,82 in 2017, op een niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen van 188 miljoen. De beperkte afname is voornamelijk gerelateerd aan niet-recurrente baten in 2018 en niet-recurrente lasten in 2017.
1.6 Balans en kapitaaluitgaven
1.6.1 Kapitaaluitgaven
De kapitaaluitgaven voor materiële vaste activa voortvloeiend uit de biofarmaceutische activiteiten van UCB bedroegen € 94 miljoen (2017: € 100 miljoen). De kapitaaluitgaven voor materiële vaste activa hielden in 2018 vooral verband met andere vaste activa.
De verwerving van immateriële vaste activa bedroeg € 247 miljoen in 2018 (2017: € 109 miljoen) and is gerelateerd aan licentieovereenkomsten, software en geactiveerde ontwikkelingskosten. Voor 2018 waren de voornaamste verwervingen gerelateerd aan € 129 miljoen voor de verwerving van midazolam van Proximagen en de laatste € 33 miljoen mijlpaalbetaling aan Dermira voor het klinische programma dat de werkzaamheid en veiligheid evalueert van Cimzia® bij volwassen patiënten met matige-tot-ernstige chronische plaque psoriasis.
Bovendien heeft UCB, zoals bepaald in de overeenkomst tussen UCB en Lonza voor de productie door Lonza van gepegyleerde actieve bulkproducten op basis van antilichaamfragmenten, deelgenomen in de voorfinanciering van de gerelateerde kapitaaluitgaven. De afschrijvingskosten op deze investering zijn opgenomen in de kostprijs van de omzet en werden weer toegevoegd met het oog op de berekening van de recurrente EBITDA.
1.6.2 Balans
De immateriële activa stegen met € 53 miljoen van € 817 miljoen per 31 december 2017 tot € 870 miljoen per 31 december 2018. Dit omvat de lopende afschrijvingen op immateriële activa (€ 170 miljoen), gedeeltelijk gecompenseerd door toevoegingen resulterend uit de aankoop van Proximagen, een mijlpaalbetaling aan Dermira, software en geactiveerde in aanmerking komende ontwikkelingskosten.
Goodwill bedraagt € 4 970 miljoen, en verhoogde met € 132 miljoen, door de aankoop van Element Genomics (€ 22 miljoen) en een sterkere Amerikaanse dollar in vergelijking met december 2017.
Overige vaste activa stegen met € 139 miljoen, gedreven door materiële vaste activa als gevolg van de erkenning van gebruiksrechten van activa als gevolg van de implementatie van IFRS 16.
De stijging van de vlottende activa van € 2 677 miljoen per 31 december 2017 tot € 2 950 miljoen per 31 december 2018 is het gevolg van een licht toegenomen commerciële en ontwikkelingsvoorraden en verhoogde kaspositie.
Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 6 255 miljoen, een toename van € 519 miljoen tussen 31 december 2017 en 31 december 2018. De voornaamste wijzigingen komen voort uit de nettowinst na minderheidsbelangen (€ 800 miljoen), de kasstroomafdekkingen (€ -141 miljoen), omrekening in Amerikaanse dollar en Britse pond (€ 68 miljoen), de dividendbetalingen (€ -222 miljoen) en de verwerving van eigen aandelen (€ -38 miljoen).
De langlopende verplichtingen bedroegen
€ 2 021 miljoen, een afname van € 211 miljoen die vooral te maken heeft met lange termijn schuld en de verschuiving van obligaties naar kortlopende verplichtingen.
De kortlopende verplichtingen bedroegen
€ 2 238 miljoen, een stijging van € 289 miljoen, door de impact van kortlopende leningen en obligaties, alsook hogere handelsverplichtingen.
De nettoschuld daalde met € 288 miljoen van € 525 miljoen eind december 2017 tot € 237 miljoen eind december 2018, vooral als gevolg van de onderliggende rentabiliteit, gecompenseerd door de verwerving van activa, de dividendbetaling op de resultaten van 2017 en de verwerving van eigen aandelen. De nettoschuld ten opzichte van de recurrente EBITDA-ratio bereikte voor 2018 0,17 na 0,38 voor 2017.
1.7 Kasstroomoverzicht
De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:
- De kasstroom uit operationele activiteiten bedroeg € 1 089 miljoen, waarvan € 1 098 miljoen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten, in vergelijking met € 896 miljoen in 2017 uit de onderliggende netto winstgevendheid, gecompenseerd door een hogere behoefte aan commerciële en ontwikkelingsvoorraden.
- 1.8 Vooruitzichten voor 2019
Voor 2019 verwacht UCB een voortgezette groei van haar kernproducten die de verdere groei van de onderneming zal bewerkstelligen. UCB zal ook haar sterke ontwikkelingspijplijn uitbreiden om potentiële nieuwe oplossingen voor patiënten aan te bieden en haar bestaande pijplijnactiva aanvullen met externe mogelijkheden.
We verwachten opbrengsten in 2019 tussen € 4.6 – 4.7 miljard. Recurrente EBITDA in het bereik van
- De kasstroom uit investeringsactiviteiten toonde een uitstroom van € 320 miljoen (voorgezette bedrijfsactiviteiten), in vergelijking met € 228 miljoen in 2017 na investering in activa zoals midazolam, verworven van Proximagen, en de laatste mijlpaalbetaling aan Dermira, gecompenseerd met de afstoting van niet-kernactiva.
- De kasstroom uit financieringsactiviteiten heeft een uitstroom van € 538 miljoen, en omvat het dividend betaald aan aandeelhouders van UCB (€ 222 miljoen), de verwerving van eigen aandelen (€ 51 miljoen) en de terugbetaling van leningen (€ 169 miljoen).
27 - 29% van de opbrengsten, wat de hogere investeringen in onderzoek en ontwikkeling weergeeft. Bijgevolg wordt verwacht dat de kern-winst per aandeel (kern-WPA) zal uitkomen tussen € 4,40 en € 4,80, op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 188 miljoen.
De hierboven genoemde cijfers voor de vooruitzichten voor 2019 zijn berekend op dezelfde basis als de werkelijke cijfers voor 2018.
2 Geconsolideerde jaarrekening
2.1 Geconsolideerde winst- en verliesrekening
| Voor het boekjaar eindigend op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
| Voortgezette bedrijfsactiviteiten | |||
| Netto-omzet | 5 | 4 412 | 4 182 |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 92 | 108 | |
| Overige opbrengsten | 9 | 128 | 240 |
| Opbrengsten | 4 632 | 4 530 | |
| Kostprijs van de omzet | -1 198 | -1 200 | |
| Brutowinst | 3 434 | 3 330 | |
| Marketing- en verkoopkosten | -964 | -940 | |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -1 161 | -1 057 | |
| Algemene en administratiekosten | -180 | -192 | |
| Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | 12 | -24 | -11 |
| Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, | |||
| reorganisatiekosten en overige baten en lasten | 1 105 | 1 130 | |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | 13 | 0 | -1 |
| Reorganisatiekosten | 14 | -20 | -23 |
| Overige baten/lasten (-) | 15 | 24 | -19 |
| Operationele winst | 1 109 | 1 087 | |
| Financiële opbrengsten | 16 | 16 | 15 |
| Financiële kosten | 16 | -109 | -114 |
| Aandeel in het verlies van geassocieerde deelnemingen | -1 | 0 | |
| Winst vóór belastingen | 1 015 | 988 | |
| Winstbelastingen | 17 | -200 | -218 |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 815 | 770 | |
| Beëindigde bedrijfsactiviteiten | |||
| Winst/verlies (-) uit beëindige bedrijfsactiviteiten | 8 | 8 | 1 |
| Winst | 823 | 771 | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van UCB NV | 800 | 753 | |
| Minderheidsbelangen | 23 | 18 | |
| Gewone winst per aandeel (€) | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 40 | 4,20 | 3,99 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 40 | 0,04 | 0,01 |
| Totale gewone winst per aandeel | 4,24 | 4,00 | |
| Verwaterde winst per aandeel (€) | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 40 | 4,20 | 3,99 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 40 | 0,04 | 0,01 |
| Totale verwaterde winst per aandeel | 4,24 | 4,00 |
2.2 Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| Voor het boekjaar eindigend op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
| Winst van de periode | 823 | 771 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden |
|||
| - Nettowinst/-verlies (-) op de voor verkoop beschikbare financiële activa1 |
-35 | -12 | |
| - Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten | 65 | -340 | |
| - Effectief gedeelte van winst/verlies (-) op kasstroomafdekkingen | -194 | 157 | |
| Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet gerealiseerde resultaten die overgeboekt kunnen worden naar de winst |
|||
| of het verlies in latere perioden | 53 | -47 | |
| Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden |
|||
| - Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten |
32 | 12 | 27 |
| - Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet gerealiseerde resultaten die nooit worden overgeboekt naar de winst |
|||
| of het verlies in latere perioden | -3 | -18 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen | -102 | -233 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen |
721 | 538 | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van UCB NV | 699 | 508 | |
| Minderheidsbelangen | 22 | 30 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen |
721 | 538 |
FVOCI: Financiële activa aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten
2.3 Geconsolideerde balans
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| Activa | |||
| Vaste activa | |||
| Immateriële activa | 19 | 870 | 817 |
| Goodwill | 20 | 4 970 | 4 838 |
| Materiële vaste activa | 21 | 805 | 673 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 31 | 760 | 715 |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 22 | 159 | 197 |
| Totaal vaste activa | 7 564 | 7 240 | |
| Vlottende activa | |||
| Voorraden | 23 | 647 | 597 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 24 | 835 | 809 |
| Te ontvangen belastingen | 81 | 12 | |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 22 | 105 | 194 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 25 | 1 262 | 1 049 |
| Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassifieerd | |||
| als aangehouden voor verkoop | 8,2 | 20 | 16 |
| Totaal vlottende activa | 2 950 | 2 677 | |
| Totaal activa | 10 514 | 9 917 | |
| Eigen vermogen en verplichtingen | |||
| Eigen vermogen | |||
| Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van | |||
| UCB | 26 | 6 310 | 5 813 |
| Minderheidsbelangen | 22,6 | -55 | -77 |
| Totaal eigen vermogen | 6 255 | 5 736 | |
| Langlopende verplichtingen | |||
| Leningen | 28 | 198 | 303 |
| Obligaties | 29 | 1 152 | 1 231 |
| Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële | |||
| instrumenten) | 30 | 32 | 57 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 31 | 39 | 53 |
| Personeelsbeloningen | 32 | 419 | 441 |
| Voorzieningen | 33 | 155 | 121 |
| Handels- en overige verplichtingen | 34 | 26 | 26 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 2 021 | 2 232 | |
| Kortlopende verplichtingen | |||
| Leningen | 28 | 74 | 39 |
| Obligaties | 29 | 75 | 0 |
| Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) |
30 | 133 | 53 |
| Voorzieningen | 33 | 51 | 37 |
| Handels- en overige verplichtingen | 34 | 1 786 | 1 724 |
| Te betalen belastingen | 35 | 119 | 96 |
| Verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, | |||
| geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 8,2 | 0 | 0 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 2 238 | 1 949 | |
| Totaal verplichtingen | 4 259 | 4 181 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 10 514 | 9 917 |
2.4 Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| Voor het boekjaar eindigend op 31 december | |||
|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
| Jaarwinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 800 | 753 | |
| Minderheidsbelangen | 24 | 18 | |
| Aanpassing voor winst(-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 8 | -11 | 0 |
| Aanpassing voor winst(-)/verlies uit geassocieerde deelnemingen | 1 | 0 | |
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties | 36 | 254 | 150 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit | |||
| operationele activiteiten | 36 | 202 | 218 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten |
36 | 2 | 35 |
| Wijzigingen in het werkkapitaal | 36 | -35 | -79 |
| Ontvangen rente | 16 | 20 | 16 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 1 257 | 1 111 | |
| Betaalde belastingen gedurende de periode | -168 | -184 | |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit operationele activiteiten: | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1 098 | 896 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -9 | 31 | |
| Netto kasstromen uit operationele activiteiten | 1 089 | 927 | |
| Verwerving van materiële vaste activa | 21 | -94 | -100 |
| Verwerving van immateriële activa | 19 | -247 | -109 |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven | |||
| geldmiddelen | -13 | -7 | |
| Verwerving van overige investeringen | -21 | -17 | |
| Subtotaal verwervingen | -375 | -233 | |
| Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa | 1 | 0 | |
| Ontvangsten uit verkoop van andere bedrijfsactiviteiten, na aftrek van overgedragen geldmiddelen |
52 | 2 | |
| Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen | 2 | 3 | |
| Subtotaal ontvangsten uit verkopen | 55 | 5 | |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten: | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | -320 | -228 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten: | -320 | -228 | |
| Ontvangsten uit leningen | 28 | 8 | 19 |
| Terugbetalingen van leningen (-) | 28 | -177 | -45 |
| Terugbetaling van financiële leaseverplichtingen | 28 | -33 | -1 |
| Inkoop (-)/vervreemding van eigen aandelen | 26 | -51 | -105 |
| Uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders van UCB, na aftrek van | |||
| dividenden betaald op eigen aandelen | 26,2, 41 | -222 | -217 |
| Betaalde rente | 16 | -63 | -53 |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit financieringsactiviteiten | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | -538 | -402 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | |
| Netto kasstromen gebruikt voor financieringsactiviteiten | -538 | -402 | |
| Netto toename / afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten | 231 | 297 | |
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 240 | 266 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -9 | 31 | |
| Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode | 1 022 | 756 | |
| Effect van wisselkoersschommelingen | -16 | -31 | |
| Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode | 1 237 | 1 022 |
2.5 Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
| 2018 | Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen kapitaal |
Cumula tieve |
Voor verkoop |
||||||||
| en uitgifte |
Eigen | Over gedragen |
Overige | omreke nings |
beschikbare financiële |
Kasstroom | Minder heids |
Totaal eigen |
||
| € miljoen | premies | aandelen | resultaat | reserves | verschillen | activa1 | afdekkingen Totaal | belangen | vermogen | |
| Balans per 1 januari 2018 | 2 614 | -357 | 3 811 | -155 | -220 | 30 | 90 | 5 813 | -77 | 5 736 |
| Winst van de periode | – | – | 800 | – | – | – | – | 800 | 23 | 823 |
| Niet-gerealiseerde | ||||||||||
| resultaten van de periode | – | – | – | 9 | 66 | -35 | -141 | -101 | -1 | -102 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde |
||||||||||
| resultaten | – | – | 800 | 9 | 66 | -35 | -141 | 699 | 22 | 721 |
| Dividenden (Toelichting 41) | – | – | -222 | – | – | – | – | -222 | – | -222 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 27) |
– | – | 58 | – | – | – | – | 58 | – | 58 |
| Overboeking tussen | ||||||||||
| reserves | – | 53 | -53 | – | – | – | – | – | – | – |
| Eigen aandelen | ||||||||||
| (Toelichting 26) | – | -38 | – | – | – | – | – | -38 | – | -38 |
| Andere bewegingen | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – |
| Balans per 31 december 2018 |
2 614 | -342 | 4 394 | -146 | -154 | -5 | -51 | 6 310 | -55 | 6 255 |
FVOCI: Financiële activa aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten
| 2017 | Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen kapitaal en |
Over | Cumula tieve omreke |
Voor verkoop beschikbare |
Minder | Totaal | |||||
| € miljoen | uitgifte premies |
Eigen aandelen |
gedragen resultaat |
Overige reserves |
nings verschillen |
investe ringen |
Kasstroom afdekkingen Totaal |
heids belangen |
eigen vermogen |
|
| Balans per 1 januari 2017 | 2 614 | -283 | 3 263 | -164 | 132 | 42 | -20 | 5 584 | -107 | 5 477 |
| Winst van de periode | – | – | 753 | – | – | – | – | 753 | 18 | 771 |
| Niet-gerealiseerde resultaten van de periode |
– | – | – | 9 | -352 | -12 | 110 | -245 | 12 | -233 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde |
||||||||||
| resultaten | – | – | 753 | 9 | -352 | -12 | 110 | 508 | 30 | 538 |
| Dividenden (Toelichting 41) | – | – | -217 | – | – | – | – | -217 | – | -217 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 27) |
– | – | 60 | – | – | – | – | 60 | – | 60 |
| Overboeking tussen reserves |
– | 45 | -45 | – | – | – | – | – | – | – |
| Eigen aandelen (Toelichting 26) |
– | -119 | – | – | – | – | – | -119 | – | -119 |
| Andere bewegingen | – | – | -3 | – | – | – | – | -3 | – | -3 |
| Balans per 31 december 2017 |
2 614 | -357 | 3 811 | -155 | -220 | 30 | 90 | 5 813 | -77 | 5 736 |
Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
| 1 | Algemene informatie | 181 |
|---|---|---|
| 2 | Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving |
181 |
| 3 | Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen |
204 |
| 4 | Financieel risicobeheer | 209 |
| 5 | Gesegmenteerde informatie | 219 |
| 6 | Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten |
220 |
| 7 | Bedrijfscombinatie | 223 |
| 8 | Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassifieerd als aangehouden voor verkoop |
225 |
| 9 | Overige opbrengsten | 226 |
| 10 Operationele kosten volgens aard | 226 | |
| 11 Kosten voor personeelsbeloningen | 227 | |
| 12 Overige bedrijfsbaten/-lasten | 227 | |
| 13 | Bijzondere waardevermindering van niet financiële activa |
228 |
| 14 Reorganisatiekosten | 228 | |
| 15 Overige baten/lasten | 228 | |
| 16 Financiële opbrengsten en financiële kosten | 229 | |
| 17 Winstbelastingen (-)/tegoeden | 229 | |
| 18 | Componenten van niet-gerealiseerde resultaten (inclusief minderheidsbelangen) |
231 |
| 19 Immateriële activa | 232 | |
| 20 Goodwill | 234 | |
| 21 | Materiële vaste activa | 235 |
| 22 Financiële en overige activa | 237 |
| 23 Voorraden | |
|---|---|
| 24 Handelsvorderingen en overige vorderingen | |
| 25 Geldmiddelen en kasequivalenten | |
| 26 Kapitaal en reserves | |
| 27 Op aandelen gebaseerde betalingen | |
| 28 Leningen | |
| 29 Obligaties | |
| 30 Overige financiële verplichtingen | |
| 31 | Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen |
| 32 Personeelsbeloningen | |
| 33 Voorzieningen | |
| 34 Handels- en overige verplichtingen | |
| 35 Te betalen belastingen | |
| 36 | Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht |
| 37 Financiële instrumenten per categorie | |
| 38 Afgeleide financiële instrumenten | |
| 39 Leaseovereenkomsten | |
| 40 Winst per aandeel | |
| 41 Dividend per aandeel | |
| 42 | Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen |
| 43 Transacties met verbonden partijen | |
| 44 Gebeurtenissen na balansdatum | |
| 45 | UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd) |
1 Algemene informatie
UCB NV (UCB of "de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in drie therapeutische gebieden, namelijk neurologie, immunologie en osteologie.
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2018 omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven. Binnen de Groep hebben UCB Pharma NV en UCB S.R.O, beiden 100% dochterondernemingen, bijkantoren, respectievelijk in het Verenigd Koninkrijk en Slovakije, die geïntegreerd zijn in hun rekeningen.
UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is.
De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext Brussels.
De Raad van bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 27 februari 2019. De aandeelhouders zullen verzocht worden de statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren op de algemene vergadering van 25 april 2019.
We ontwikkelen en passen innovatieve technologieën toe om effectieve medicijnen te ontwerpen voor onze patiënten.
Jiye, UCB
2 Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving
De voornaamste grondslagen die toegepast werden om deze geconsolideerde jaarrekening op te stellen, worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden consequent toegepast voor alle weergegeven jaren, tenzij anders vermeld.
2.1 Grondslag voor de opstelling
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS-normen) en interpretaties gepubliceerd door de IFRS Interpretatiecommissie (IFRS IC) zoals deze
goedgekeurd werden door de Europese Unie per 31 december 2018.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van het historische kostprijsmodel, met dien verstande dat bepaalde posten, waaronder financiële activa tegen reële waarde, afgeleide financiële instrumenten en verplichtingen voor in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties, tegen reële waarde worden weergegeven.
Voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met de IFRS-normen zijn bepaalde kritische schattingen nodig. Het vereist tevens dat de
directie haar beoordelingsvermogen gebruikt in de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. De domeinen die een hoger niveau van beoordeling of complexiteit met zich meebrengen, of domeinen waarin de veronderstellingen en schattingen belangrijk zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden in Toelichting 3 verduidelijkt.
Wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen 2.2
De Groep heeft besloten om IFRS 16 Leaseovereenkomsten (uitgegeven in januari 2016) vervroegd toe te passen vanaf 1 januari2018.
In overeenstemming met de overgangsbepalingen in IFRS 16 zullen de nieuwe regels voor lease accounting retroactief worden toegepast, waarbij het cumulatieve effect van de eerste toepassing van de nieuwe standaard op 1 januari2018 wordt erkend (d.w.z. beperkt retroactieve toepassing). Vergelijkende cijfers werden niet aangepast voor IFRS 16.
Bij de eerste toepassing van IFRS 16, heeft de Groep gebruik gemaakt van de volgende praktische uitzonderingen die door de standaard zijn toegestaan:
- het gebruik van één enkele disconteringsvoet voor een portefeuille van leaseovereenkomsten met redelijk vergelijkbare kenmerken;
- de uitsluiting van initiële directe kosten voor de waardering van het gebruiksrecht op de datum van eerste toepassing;
- het gebruik van achteraf gekende informatie bij het bepalen van de leasetermijn wanneer het contract opties bevat om de leaseovereenkomst te verlengen of te beëindigen;
- voor contracten die zijn aangegaan vóór 1 januari2018, heeft de Groep niet opnieuw beoordeeld of het contract een leaseovereenkomst is of bevat. De Groep past IFRS 16 niet toe op contracten die eerder niet werden geïdentificeerd als zijnde een contract met een leaseovereenkomst onder IAS 17 en IFRIC 4.
- voor contracten waarvoor een voorziening voor verlieslatende leaseovereenkomsten was opgezet onder de toepassing van IAS 37 voor de datum van eerste toepassing, heeft de Groep de waarde van het
gebruiksrecht aangepast op de datum van eerste toepassing met het bedrag van deze voorziening in plaats van een test op bijzondere waardeverminderingen uit te voeren.
Als gevolg van de toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten, heeft de Groep haar grondslagen voor financiële verslaggeving voor leaseovereenkomsten aangepast. Zie Toelichting 2.17 voor de herwerkte grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot leaseovereenkomsten.
De Groep heeft IFRS 9 Financiële instrumenten toegepast met ingang van 1 januari 2018. IFRS 9 vervangt de bepalingen van IAS 39 met betrekking tot de opname, classificatie en waardering van financiële activa en financiële verplichtingen, het niet langer in de balans opnemen van financiële instrumenten, bijzondere waardeverminderingen op financiële activa en hedge accounting.
De toepassing van IFRS 9 Financiële instrumenten vanaf 1 januari 2018 resulteerde in wijzigingen in de grondslagen voor de financiële verslaggeving maar resulteerde niet in aanpassingen aan de bedragen opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2017. De nieuwe grondslagen voor de financiële verslaggeving zijn opgenomen in toelichtingen 2.18, 2.19 en 2.21. In overeenstemming met de overgangsbepalingen in IFRS 9 werden de vergelijkende cijfers niet aangepast. Aangezien er geen impact was op de bedragen opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2017, werd het beginsaldo van het eigen vermogen op 1 januari 2018 niet gewijzigd door de toepassing van IFRS 9.
De Groep heeft de IFRIC 23 interpretatie inzake de erkenning en waardering van verplichtingen voor onzekere belastingsposities (uitgegeven op 7 juni 2017) vervroegd toegepast met ingang van 1 januari 2018.
UCB heeft hierbij rekening gehouden met het tweestappen model zoals voorgesteld in de interpretatie:
erkenning: UCB heeft voor alle posities bepaald of er een waarschijnlijkheid van meer dan 50% bestaat dat de belastingadministratie de positie zoals ingenomen in de belastingaangifte zouden aanvaarden. In het geval de waarschijnlijkheid minder dan 50% bedraagt, werd er van uitgegaan dat een bijkomende verplichting vereist is;
waardering: UCB heeft voor elke onzekere belastingpositie bepaald of de meest waarschijnlijke uitkomst, dan wel de verwacht waarde methode, de uitkomst van de onzekerheid beter voorspelt.
Daarenboven heeft de Groep dezelfde aanpak toegepast voor vorderingen (bv. voor Onderlinge Overlegprocedures) als degene ze heeft toegepast voor verplichtingen.
Interesten en boetes zijn opgenomen onder belastingen waar van toepassing (d.w.z. wanneer ze beschouwd worden als winstbelastingen).
Als gevolg van de toepassing van IFRIC 23 werd paragraaf 3.2.5 Belastingsposities onder 3. Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen bijgewerkt.
Bepaalde wijzigingen aan bestaande standaarden, jaarlijkse verbeteringen aan standaarden en een nieuwe interpretatie zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2018. De Groep diende echter haar grondslagen voor financiële verslaggeving niet aan te passen en diende ook geen retroactieve aanpassingen te doen ten gevolge van de toepassing van deze wijzigingen, verbeteringen aan de standaarden en nieuwe interpretatie.
Impact van de wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving ten gevolge van de toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten en IFRS 9 Financiële instrumenten 2.2.1
IFRS 16 Leaseovereenkomsten
Bij de toepassing van IFRS 16 (1 januari 2018), heeft de Groep leaseverplichtingen opgenomen voor een bedrag van € 120 miljoen in verband met leases die eerder werden geclassificeerd als 'operationele leases' volgens de principes van IAS 17 Leaseovereenkomsten. Deze verplichtingen werden gewaardeerd tegen de contante waarde van de resterende leasebetalingen, verdisconteerd met behulp van de marginale rentevoet van de groep op 1 januari2018.
De bijhorende gebruiksrechten van activa werden gewaardeerd aan het hetzelfde bedrag als deze leaseverplichting, aangepast voor een initiële inschatting van de herstelkosten voor een bedrag van € 9 miljoen. De voorziening voor herstelkosten werd opgenomen als een afzonderlijke verplichting.
Gebruiksrechten van activa werden opgenomen voor een bedrag van € 129 miljoen op 1 januari 2018 en hebben betrekking op:
| Gebouwen | € 90 miljoen |
|---|---|
| Wagens | € 35 miljoen |
| Fabrieksuitrusting en machines | € 3 miljoen |
| Kantoorapparatuur | € 1 miljoen |
Leaseverplichtingen stegen met € 120 miljoen op 1 januari 2018 en een voorziening voor herstelkosten werd opgezet voor een bedrag van € 9 miljoen. De netto impact op het overgedragen resultaat op 1 januari 2018 was nihil.
In 2018 werden afschrijvingskosten op gebruiksrechten van activa, die ontstonden ingevolge de toepassing van IFRS 16, erkend voor een bedrag van € 38 miljoen. Rentekosten (opgenomen onder financiële kosten) werden opgenomen voor een bedrag van € 3 miljoen. De totale kost voor leaseovereenkomsten onder de oude regelgeving zou € 4 miljoen lager geweest zijn.
Totale gebruiksrechten van activa die ontstonden ingevolge de toepassing van IFRS 16, bedragen € 100 miljoen op 31 december 2018. Totale leaseverplichtingen voor leases die eerder werden geclassificeerd als 'operationele leases' volgens de principes van IAS 17 Leaseovereenkomsten bedragen € 97 miljoen. De voorziening voor herstelkosten die werd opgezet op 1 januari 2018 als gevolg van de toepassing van IFRS 16 bedraagt € 10 miljoen op 31 december 2018.
IFRS 9 Financiële instrumenten
De toepassing van IFRS 9 Financiële instrumenten, heeft geen impact op de openingsbalans van het eigen vermogen op 1 januari 2018 (datum van eerste toepassing van IFRS 9) om volgende redenen:
Classificatie en waardering:
Op 1 januari 2018 heeft de directie van de Groep onderzocht welke bedrijfsmodellen van toepassing zijn op de financiële activa die de Groep aanhoudt en heeft zij haar financiële instrumenten onderverdeeld in de van toepassing zijnde IFRS 9-categorieën:
Alle voor verkoop beschikbare investeringen werden geherclassificeerd naar financiële activa die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) zonder impact op de openingsbalans van het eigen vermogen op 1 januari 2018.
De Groep heeft ervoor gekozen om de wijzigingen in reële waarde op al haar eigen-
- vermogensinstrumenten, voorheen geclassificeerd als voor verkoop beschikbare investeringen, te tonen in de niet-gerealiseerde resultaten, omdat deze investeringen aangehouden worden als langetermijn strategische investeringen waarvan niet verwacht wordt dat ze op korte tot middellange termijn zullen worden verkocht. Bijgevolg werden activa met een reële waarde van € 83 miljoen geherclassificeerd van voor verkoop beschikbare financiële activa naar financiële activa die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten en reële waarde-winsten van € 30 miljoen werden geherclassificeerd van de voor verkoop beschikbare financiële activa-reserve naar de financiële activa tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in nietgerealiseerde resultaten-reserve op 1 januari 2018. Financiële kosten voor 2018 waren € 31 miljoen lager aangezien bijzondere waardeverminderingsverliezen op eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten niet gerapporteerd zijn in de winst- en verliesrekening vanaf 1 januari 2018.
- Handels- en overige vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten en overige financiële activa geclassificeerd als leningen en vorderingen werden geherclassificeerd als financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs zonder impact op de openingsbalans van het eigen vermogen op 1 januari 2018.
- Leningen en obligaties: Op 1 januari 2018 waren er geen uitstaande leningen of obligaties die
gewaardeerd werden aan geamortiseerde kostprijs en waarvoor de opname van winsten of verliezen uit herfinanciering werd uitgesteld over de resterende looptijd door het aanpassen van de effectieve rentevoet op basis van het feit dat de algemene voorwaarden van de faciliteit grotendeels ongewijzigd waren gebleven. Bijgevolg was er geen retrospectieve aanpassing nodig met betrekking tot deze wijziging in IFRS 9. In 2018 werden er geen leningen of obligaties geherfinancierd.
- Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingsactiviteiten:
- Nieuwe afdekkingen aangemerkt vanaf 1 januari 2018: Alle afdekkingsrelaties die open stonden per 31 december 2017 onder IAS 39 kwalificeerden ook als afdekkingsrelaties onder IFRS 9. De strategieën van de Groep inzake risicobeheer en de hedging documentatie zijn in lijn met de vereisten van IFRS 9 en de bestaande afdekkingsrelaties zijn daarom behandeld als doorlopende afdekkingen. Voor 1 januari 2018 erkende de Groep wijzigingen in de tijdswaarde van opties onmiddellijk in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / financiële kosten) in het geval dat enkel de intrinsieke waarde van de opties werd aangemerkt als afdekkinginstrument. Vanaf 1 januari 2018 zullen deze wijzigingen erkend worden in de nietgerealiseerde resultaten en vervolgens in de winsten verliesrekening (financiële opbrengsten / financiële kosten) wanneer de afgedekte transactie de winst- en verliesrekening beïnvloedt. In 2018 heeft de Groep geen opties gebruikt voor afdekkingsactiviteiten.
- Impact van de toepassing van IFRS 9 op voorgaande periodes: Aangezien er geen uitstaande opties waren op 31 december 2017 die deel uitmaakten van een afdekkingsrelatie, waren er geen retrospectieve aanpassingen nodig op 1 januari 2018 als gevolg van de toepassing van de nieuwe waarderingsregels voor hedging onder IFRS 9. Bijgevolg is er geen impact op het eigen vermogen op 1 januari 2018 als gevolg van de toepassing van IFRS 9.
- Bijzondere waardevermindering van financiële activa:
- De Groep heeft één categorie van financiële activa geïdentificeerd die onderworpen zijn aan het nieuwe model voor verwachte kredietverliezen: handels- en overige vorderingen. De Groep heeft
haar methodologie voor bijzondere waardeverminderingen herwerkt onder IFRS 9 voor handels- en overige vorderingen. Deze wijziging in methodologie voor bijzondere waardeverminderingen had echter geen impact op het eigen vermogen van de Groep per 1 januari 2018 in vergelijking met 31 december 2017.
- Hoewel geldmiddelen en kasequivalenten ook onderworpen zijn aan de vereisten van IFRS 9 met betrekking tot bijzondere waardeverminderingen, werd er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geïdentificeerd. Per 31 december 2017 werden ook geen contractuele activa erkend.
- De Groep maakt gebruik van de vereenvoudigde benadering in IFRS 9 om verwachte kredietverliezen te waarderen waarbij een voorziening voor levenslange verwachte verliezen wordt opgenomen voor alle handelsvorderingen. Op basis daarvan werd de voorziening per 1 januari 2018 berekend gebaseerd op matrixen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de voorziening voor vorderingen op particuliere klanten en de voorziening voor vorderingen op klanten in de publieke sector. De matrixen voor het bepalen van de voorziening reflecteren relevante toekomstgerichte informatie en houden rekening met een waarschijnlijkheid van betaling die dichtbij nul komt wanneer de vordering vervallen is voor een periode variërend van 180 tot 365 dagen. De totale voorziening voor kredietverliezen na rekening gehouden te hebben met de kredietverzekeringsdekking en de additionele voorzieningen voor geïdentificeerde, specifieke gevallen waar er een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is, bedraagt € 8 miljoen per 1 januari 2018, hetgeen in lijn is met de voorziening voor kredietverliezen per 31 december 2017. Daardoor is de openingsbalans van het eigen vermogen per 1 januari 2018 niet geïmpacteerd door de toepassing van het model voor verwachte kredietverliezen onder IFRS 9. De voorziening voor kredietverliezen is verder met € 1 miljoen gestegen tot € 9 miljoen in 2018. Deze verhoging zou niet verschillend geweest zijn onder het model voor opgelopen kredietverliezen onder IAS 39.
Overige financiële activa aan geamortiseerde kostprijs omvatten de overige vorderingen. De toepassing van het model voor verwachte kredietverliezen resulteerde niet in de opname van een voorziening op 1 januari 2018 voor deze vorderingen. Er werd ook geen voorziening voor verwachte verliezen geboekt in 2018.
IFRIC 23 onzekerheid aangaande de behandeling van winstbelastingen
UCB heeft IFRIC 23 retroactief toegepast waarbij het cumulatieve effect van de initiële toepassing van de interpretatie erkend werd op datum van de initiële toepassing als een aanpassing van de openingsbalans van het overgedragen resultaat.
Er is geen impact op de openingsbalans van het eigen vermogen per 1 januari 2018 ingevolge de vervroegde toepassing van IFRIC 23.
De verplichtingen voor onzekere belastingposities op 1 januari 2018, berekend volgens de nieuwe IFRIC 23 richtlijnen, bedragen € 55 miljoen, in vergelijking met € 55 miljoen onder de oude richtlijnen. Dit is te wijten aan de volgende zaken:
- UCB paste reeds een twee-stappen benadering toe met betrekking tot de erkenning en waardering van verplichtingen voor onzekere belastingposities;
- Verplichtingen voor onzekere belastingposities die als binair kwalificeren, kenden geen impact door IFRIC 23.
- Verplichtingen voor onzekere belastingposities met betrekking tot transfer pricing werden reeds gewaardeerd op basis van een impliciete variant van de verwachte waarde methode, waarbij rekening werd gehouden met de verschillende elementen die een invloed konden hebben op de uitstroom van fondsen als een gevolg van een herziening door de belastingadministraties. Het verder op punt stellen van dit model onder IFRIC 23 gaf geen aanleiding to materieel afwijkende verplichtigen.
- UCB nam boetes en interesten onder IAS 12 al op onder belastingen, na een beoordeling of deze al dan niet kwalificeerden als winstbelastingen.
Nieuwe standaarden en wijzigingen aan standaarden die nog niet werden toegepast 2.3
Er zijn geen standaarden of wijzigingen aan bestaande standaarden die werden uitgegevend door de IASB, die nog niet van kracht zijn en waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep hebben.
2.4 Consolidatie
2.4.1 Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (waaronder gestructureerde entiteiten) waarover de Groep zeggenschap heeft. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit wanneer de Groep blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele inkomsten van de entiteit en de mogelijkheid heeft om haar macht over de entiteit uit te oefenen teneinde de hoogte van de variabele inkomsten te beïnvloeden. Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap aan de Groep wordt overgedragen. Ze worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop die zeggenschap eindigt.
Bedrijfscombinaties worden door de Groep administratief verwerkt volgens de overnamemethode. De waarde die wordt overgedragen voor de overname van een dochteronderneming is gelijk aan de som van de reële waarden van de overgedragen activa, de aangegane verbintenissen en de deelnemingen die door de Groep worden uitgegeven. De waarde die wordt overgedragen omvat de reële waarde van om het even welke actief- of passiefpost die voortvloeit uit een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst. Overnamegerelateerde kosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening naarmate ze worden opgelopen. In een bedrijfscombinatie verworven identificeerbare activa en aangegane verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Voor elke overname boekt de Groep enig minderheidsbelang in de overgenomen partij tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in de netto activa van de overgenomen partij.
Voorwaardelijke vergoedingen die door de Groep moeten worden overgedragen, worden geboekt tegen reële waarde op de overnamedatum. Latere wijzigingen van de reële waarde van de voorwaardelijke vergoedingen, die verondersteld worden een actief of verplichting te zijn, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Voorwaardelijke vergoedingen geclassificeerd als eigen vermogen worden niet opnieuw gewaardeerd, en de daaropvolgende afwikkeling wordt verwerkt binnen eigen vermogen.
Goodwill wordt initieel gewaardeerd als het positieve verschil tussen enerzijds het totaal van de overgedragen vergoedingen en de reële waarde van minderheidsbelangen en anderzijds de netto verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen. Indien deze vergoeding minder is dan de reële waarde van de netto-activa van de overgenomen dochteronderneming, dan wordt het verschil in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Intragroepstransacties, intragroepssaldi en nietgerealiseerde winsten op transacties tussen groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Nietgerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig, zijn de grondslagen voor de financiële verslaggeving van dochterondernemingen gewijzigd om consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen te verzekeren.
Wijzigingen in de eigendomsbelangen in dochterondernemingen zonder wijziging van zeggenschap 2.4.2
De Groep beschouwt transacties met minderheidsbelangen, die niet resulteren in een verlies van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders van de Groep. Voor aankopen van minderheidsbelangen wordt het verschil tussen de prijs die betaald werd en het overeenstemmende verworven aandeel tegen de boekwaarde van de netto-activa van de dochteronderneming opgenomen in het eigen vermogen. Ook winst of verlies uit de verkoop aan minderheidsbelangen wordt opgenomen in het eigen vermogen.
2.4.3 Verkoop van dochterondernemingen
Wanneer de Groep niet langer de controle heeft, wordt een eventueel behouden belang in de entiteit geherwaardeerd tegen reële waarde, en wordt het verschil met de boekwaarde in resultaat geboekt. De
reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een geassocieerde deelneming, joint venture of financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in nietgerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de resultatenrekening.
2.4.4 Geassocieerde deelnemingen
Geassocieerde deelnemingen zijn bedrijven waarop de Groep een invloed van betekenis heeft, maar waarover de Groep geen zeggenschap heeft. Dit zal in het algemeen het geval zijn wanneer de Groep tussen 20% en 50% van de stemrechten bezit. Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden geboekt in overeenstemming met de vermogensmutatiemethode en initieel opgenomen tegen kostprijs. De boekwaarde wordt vermeerderd of verminderd, voor het opnemen van het aandeel van de investeerder, na de overnamedatum, in de winst of het verlies van de entiteit waarin is geïnvesteerd. De investeringen van de Groep in geassocieerde deelnemingen omvatten goodwill die bij de overname werd geïdentificeerd.
Wanneer de Groep stopt met het boeken van een deelneming onder de vermogensmutatiemethode ten gevolge van een verlies van invloed van betekenis, wordt het eventueel behouden belang in deze deelneming geherwaardeerd tegen reële waarde, waarbij het verschil met de boekwaarde in resultaat wordt geboekt. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in nietgerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de resultatenrekening.
Indien het eigendomsbelang in een geassocieerde deelneming wordt gereduceerd, maar een invloed van betekenis behouden blijft, wordt slechts een evenredig gedeelte van de eerder in niet-gerealiseerde resultaten geboekte bedragen overgeboekt naar de resultatenrekening.
Het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming na de overname wordt geboekt in de winst- en verliesrekening en haar aandeel in de bewegingen van de niet-gerealiseerde resultaten wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, met een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde van de investering. De cumulatieve bewegingen na de overname worden geboekt tegenover de boekwaarde van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of overschrijdt, inclusief andere ongedekte vorderingen, boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde deelneming.
De boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen wordt onderzocht op bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met de richtlijnen zoals beschreven in Toelichting 2.10. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de Groep en haar geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in de geassocieerde deelnemingen. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de grondslagen voor de financiële verslaggeving van geassocieerde deelnemingen gewijzigd om de consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen voor financiële verslaggeving te verzekeren.
Verwateringswinsten en -verliezen uit investeringen in geassocieerde deelnemingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt.
2.4.5 Belangen in gezamenlijke activiteiten
Een gezamenlijke activiteit is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen, of de joint operators die gezamenlijke zeggenschap hebben over de overeenkomst, rechten hebben op de activa en verplichtingen hebben ten aanzien van de passiva, met betrekking tot de overeenkomst. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap over een overeenkomst en bestaat slechts wanneer beslissingen over relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de zeggenschap delen.
Bij het verrichten van activiteiten op grond van gezamenlijke activiteiten boekt de Groep met betrekking tot haar belang in een gezamenlijke activiteit:
- haar activa, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangehouden activa;
- haar verplichtingen, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangegane verplichtingen;
- haar opbrengsten uit de verkoop van haar aandeel in de output van de gezamenlijke activiteiten;
- haar aandeel in de opbrengsten uit de verkoop van de output van de gezamenlijke activiteiten;
- haar kosten, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijke kosten.
Wanneer een entiteit van de Groep transacties verricht met een gezamenlijke activiteit waarbij die entiteit joint operator is, wordt de Groep geacht de transacties te verrichten met de andere partijen bij de gezamenlijke activiteit en worden uit de transacties voortvloeiende winsten en verliezen slechts opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep ten belope van de belangen van de andere partijen in de gezamenlijke activiteit.
2.5 Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.
2.6 Omrekening van vreemde valuta
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening werden de volgende belangrijke wisselkoersen gebruikt:
| Slotkoers | Gemiddelde koers | |||
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | |
| USD | 1,145 | 1,202 | 1,180 | 1,127 |
| JPY | 125,620 | 135,360 | 130,363 | 126,409 |
| GBP | 0,898 | 0,889 | 0,885 | 0,876 |
| CHF | 1,126 | 1,170 | 1,155 | 1,110 |
Slotkoersen zijn de spotkoersen op 31 december 2018 en 31 december 2017.
2.6.1 Functionele en presentatievaluta
De posten in de enkelvoudige jaarrekeningen van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd met behulp van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta van de Vennootschap en de presentatievaluta van de Groep.
2.6.2 Transacties en saldi
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta aan de hand van de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Wisselkoerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de omrekening van monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het jaar, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen onder Financiële opbrengsten of Financiële kosten, behalve wanneer het gaat om bedragen die worden uitgesteld in nietgerealiseerde resultaten, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen en kwalificerende afdekkingen van netto-investeringen of wanneer deze toe te schrijven zijn aan een deel van de netto-investering in een buitenlandse activiteit.
Wisselkoersverschillen op in vreemde valuta uitgedrukte monetaire financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) worden deels opgenomen in de winst- en verliesrekening en deels in niet-gerealiseerde resultaten geboekt. Voor de erkenning van wisselkoerswinsten en -verliezen onder IAS 21, worden de activa behandeld alsof ze aangehouden worden aan geamortiseerde kostprijs in de vreemde valuta. Bijgevolg worden wisselkoersverschillen op de geamortiseerde kostprijs en voortvloeiend uit wijzigingen in de geamortiseerde kostprijs (zoals rente berekend met gebruik van de effectieve rentemethode en bijzondere waardeverminderingsverliezen) opgenomen in de winsten verliesrekening. Alle andere winsten en verliezen (d.w.z. wijzigingen in de reële waarde met inbegrip van wisselkoersverschillen daarop) worden geboekt in nietgerealiseerde resultaten.
Wisselkoersverschillen op in vreemde valuta uitgedrukte monetaire financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) worden in nietgerealiseerde resultaten geboekt als onderdeel van de toename of afname van de reële waarde
2.6.3 Groepsvennootschappen
De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een hyperinflatoire economie heeft) die een functionele valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt naar de presentatievaluta omgerekend:
- de activa en passiva voor elke gepresenteerde balans worden omgerekend aan de slotkoers op balansdatum;
- de opbrengsten en kosten voor elke winst- en verliesrekening worden omgerekend aan de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen redelijke benadering is van het cumulatief effect van de koersen die van kracht zijn op de transactiedata; in dat geval worden de opbrengsten en de kosten omgerekend aan de koersen op de transactiedata); en
- alle daaruit voortvloeiende wisselkoersverschillen worden geboekt in niet-gerealiseerde resultaten (vermeld als "cumulatieve omrekeningsverschillen").
Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de netto-investering in buitenlandse bedrijfsactiviteiten en van leningen en andere valuta-instrumenten die bedoeld zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. Wanneer buitenlandse bedrijfsactiviteiten gedeeltelijk of volledig worden vervreemd of verkocht, worden de wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, in de winst- en verliesrekening opgenomen als een winst of verlies op de verkoop.
Goodwill en reële waarde-aanpassingen bij de overname van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en passiva van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend.
2.7 Opbrengsten
Opbrengsten worden erkend als de zeggenschap over een goed of dienst wordt overgedragen aan een klant.
2.7.1 Netto-omzet
Netto-omzet omvat de opbrengsten die erkend worden als gevolg van de overdracht van zeggenschap over goederen aan de klant.
Het bedrag van de erkende opbrengsten is het bedrag dat werd toegewezen aan de prestatieverplichting die vervuld werd met inachtname van de variabele vergoeding. Het geraamde bedrag van de variabele vergoeding wordt opgenomen in de transactieprijs voor zover dat het zeer waarschijnlijk is dat er zich geen significante tegenboeking zal voordoen in het bedrag van de erkende cumulatieve opbrengsten zodra de onzekerheid verbonden aan de variabele vergoeding vervolgens opgelost is. De variabele vergoeding die in de transactieprijs is opgenomen, heeft betrekking op verkoopretours, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (charge-backs) toegekend aan verschillende klanten en die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma's, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate", "Federal Medicare" in de VS en andere, alsook op de extra heffingen op de vergoeding van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift in de VS. Een verplichting wordt erkend voor verwachte verkoopretours, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (charge-backs) of andere terugbetalingen die direct of indirect worden gedaan ten aanzien van klanten met betrekking tot de gerealiseerde verkopen tot het einde van de rapporteringsperiode. De betalingsvoorwaarden kunnen verschillend zijn van contract tot contract maar er wordt geacht dat er geen financieringselement aanwezig is. Bijgevolg wordt de transactieprijs niet aangepast voor de effecten van een significante financieringscomponent. Zodra de zeggenschap over de producten is overgedragen aan de klant wordt een vordering erkend, aangezien dit het tijdstip is waarop de vergoeding onvoorwaardelijk is, aangezien enkel het verstrijken van de tijd nog vereist is voordat de betaling verschuldigd is.
De transactieprijs wordt aangepast voor elke te betalen vergoeding aan de klant (direct of indirect) die economisch gelinkt is aan de opbrengsten uit een contract aangegaan met een klant tenzij een betaling wordt gedaan voor onderscheiden diensten ontvangen van de klant. In het laatste geval wordt de reële waarde van de ontvangen diensten geraamd en opgenomen onder de marketing- en verkoopkosten.
Het bedrag van de variabele vergoeding wordt geraamd op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten.
De netto-omzet wordt weergegeven exclusief btw, andere omzet-gerelateerde belastingen of enige andere bedragen die worden geïnd voor rekening van derden, zoals de overheid of overheidsinstellingen.
2.7.2 Royaltyinkomsten
Royalty's gebaseerd op omzet die voortvloeien uit het in licentie geven van intellectuele eigendom worden erkend als de daaropvolgende onderliggende verkopen plaatsvinden, op voorwaarde dat de prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is op dat moment.
2.7.3 Overige opbrengsten
De overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentie- en winstdelingsovereenkomsten, evenals opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten. De onderliggende prestatieverplichtingen kunnen vervuld zijn op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de specifieke situatie.
Voor de prestatieverplichtingen die vervuld worden over een bepaalde periode, worden de opbrengsten erkend, gebaseerd op een patroon dat het best de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant reflecteert. Gewoonlijk wordt deze vooruitgang gemeten op basis van een input-methode, waarbij de opgelopen kosten en uren in verhouding tot het totaal van de verwachte op te lopen kosten en uren gebruikt wordt als een basis.
Elke variabele vergoeding die beloofd werd in ruil voor een licentie of intellectuele eigendom en die gebaseerd is op het bereiken van bepaalde omzetdoelen, wordt op dezelfde manier geboekt als de royalty's gebaseerd op omzet. Dit is namelijk op het moment dat de gerelateerde verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat
de betreffende prestatieverplichting die daaraan gelinkt is vervuld is.
Elke variabele vergoeding, zoals een ontwikkelingsmijlpaalbetaling die beloofd werd in ruil voor ontwikkelingsactiviteiten of intellectuele eigendom die in licentie werd gegeven, wordt enkel opgenomen in de transactieprijs zodra het zeer waarschijnlijk is dat de gerelateerde mijlpaal zal worden behaald, hetgeen dan resulteert in een inhalingsbeweging van opbrengsten op dat moment voor alle prestaties tot op dat moment.
Vooruitbetalingen of licentierechten waarvoor er navolgende prestatieverplichtingen zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgestelde opbrengsten en worden als opbrengsten erkend wanneer de prestatieverplichtingen vervuld zijn over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting.
2.7.4 Rentebaten
Rente wordt proportioneel met de tijd opgenomen, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.
2.7.5 Dividendinkomsten
Dividenden worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.
2.8 Kostprijs van de omzet
De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de directe productiekosten, de daarmee verband houdende indirecte productiekosten en de afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa, alsook verleende diensten. Opstartkosten worden als kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden met verkochte goederen worden opgenomen in "kostprijs van verkochte goederen".
2.9 Onderzoek en ontwikkeling
Intern gegenereerde immatriële activa-uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling 2.9.1
Alle interne onderzoekskosten worden als lasten opgenomen naarmate ze gemaakt worden. Interne ontwikkelingskosten worden enkel geactiveerd als ze voldoen aan de opnamecriteria van IAS 38 "Immateriële activa". Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en aanzienlijke onzekerheden in verband met de ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico's met betrekking tot het resultaat van klinische proeven alsook de kans op officiële goedkeuring) werd geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen voor activering als immateriële activa. Op 31 december 2018 voldeden geen interne ontwikkelingskosten aan de opnamecriteria.
2.9.2 Verworven immatriële activa
Betalingen voor de verwerving van lopende onderzoeksen ontwikkelingsprojecten via licentieovereenkomsten, bedrijfscombinaties of afzonderlijke aankopen van activa worden als immateriële activa geactiveerd, op voorwaarde dat deze afzonderlijk identificeerbaar zijn, door de Groep gecontroleerd worden en naar verwachting toekomstige economische voordelen zullen opleveren. Vermits afzonderlijk verworven onderzoeks- en ontwikkelingsactiva steeds geacht worden te voldoen aan het waarschijnlijkheidscriterium van IAS 38 en het bedrag van de betalingen betrouwbaar kan worden bepaald, worden vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen aan derden voor farmaceutische producten of compounds waarvoor de goedkeuring om deze op de markt te brengen nog niet door de regelgevende instanties verleend werd, geboekt als immateriële activa. Ze worden lineair afgeschreven over hun geschatte levensduur zodra de producten gecommercialiseerd worden.
Bijzondere waardevermindering van nietfinanciële activa 2.10
Op elke verslagdatum beoordeelt de Groep de boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en geassocieerde deelnemingen om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering bestaan. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat om de omvang van het bijzonder waardeverminderingsverlies te bepalen. Ongeacht of er al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering zijn, vindt jaarlijks een evaluatie plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en van de goodwill. Deze activa
worden niet afgeschreven. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt geboekt voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn realiseerbare waarde overtreft.
Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde van een individueel actief te schatten, schat de Groep de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid (KGE) waartoe het actief behoort. De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde verminderd met de kosten voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de bedrijfswaarde te bepalen, hanteert de Groep schattingen van toekomstige kasstromen die door het actief of de kasstroomgenererende eenheid worden gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt die worden gebruikt bij de initiële waardering van het actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich baseert op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op middellange termijn. De geschatte kasstromen worden verdisconteerd op basis van een passende rentevoet, die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van geld weerspiegelen, en de risico's die inherent zijn aan het actief of de kasstroomgenererende eenheid.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van nietfinanciële activa". Voor niet-financiële activa, andere dan de goodwill, die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke verslagdatum beoordeeld of een terugname van het bijzonder waardeverminderingsverlies noodzakelijk is. De terugname van de bijzondere waardevermindering wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt enkel teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na aftrek van de afschrijvingen, indien er geen bijzonder waardeverminderingsverlies was geboekt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden nooit teruggenomen.
Immateriële activa worden product per product (d.w.z. per compound) of in voorkomend geval per indicatie, beoordeeld voor een bijzondere waardevermindering.
2.11 Reorganisatiekosten, overige baten en lasten
De uitgaven die door de Groep worden gedaan met het oog op een betere positionering om het hoofd te bieden aan de economische omgeving waarin ze opereert, zijn in de winst- en verliesrekening als "reorganisatiekosten" opgenomen.
De minderwaarden en meerwaarden uit de verkoop van immateriële activa, andere dan activa in ontwikkelingsfase, of materiële vaste activa, en verhogingen of terugnemingen van voorzieningen voor geschillen, andere dan belastinggeschillen of geschillen met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als 'overige baten en lasten'.
2.12 Winstbelastingen
De belastingkost voor de periode omvat de verschuldigde en uitgestelde winstbelastingen. Belastingkosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben op posten die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten of direct in het eigen vermogen. Indien bepaalde bedragen opgenomen worden in de nietgerealiseerde resultaten of in het eigen vermogen, wordt de belasting erop eveneens geboekt in de nietgerealiseerde resultaten of, desgevallend, direct in het eigen vermogen.
Voor de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt verwezen naar Toelichting 2.13.2 onder Overheidssubsidies.
De over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt berekend op basis van de fiscale wetgeving die van kracht is of wezenlijk van kracht is op de balansdatum in de landen waar de dochterondernemingen van de Vennootschap actief zijn en belastbare winsten genereren.
De verschuldigde en terug te vorderen winstbelastingen worden gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om deze te compenseren en de intentie bestaat om het saldo op netto basis af te handelen of om de belastingvorderingen en –schulden gelijktijdig te realiseren.
De uitgestelde winstbelasting wordt, volgens de balansmethode, erkend op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en de overeenkomstige fiscale waarde die bij de berekening van de belastbare winst wordt gebruikt.
De uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kunnen worden voor het verrekenen van aftrekbare tijdelijke verschillen, overgedragen belastingkredieten en overgedragen verliezen. Uitgestelde winstbelastingen worden niet erkend indien zij ontstaan bij de eerste boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een actief of een verplichting in een transactie (andere dan bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de transactie noch de boekhoudkundige winst, noch de belastbare winst beïnvloedt.
De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden.
Uitgestelde winstbelasting wordt berekend tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de verplichting afgewikkeld wordt of de vordering gerealiseerd wordt. De Groep houdt enkel rekening met fiscale wetgeving die wezenlijk van kracht is bij de raming van het bedrag van de uitgestelde winstbelastingen dat erkend dient te worden. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden niet verdisconteerd.
Er worden geen uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen erkend voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten indien de Vennootschap in staat is om het tijdstip van de tegenboeking van de tijdelijke verschillen te controleren en een tegenboeking van de verschillen in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde en terug te vorderen winstbelasting te compenseren en indien de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde belastbare entiteit en dezelfde belastingautoriteit.
2.13 Overheidssubsidies
Overheidssubsidies worden erkend tegen reële waarde indien er een redelijke zekerheid bestaat dat deze subsidies ontvangen zullen worden en dat de Groep zal voldoen aan alle voorwaarden die eraan verbonden zijn.
Terugvorderbare voorschotten ontvangen van de overheid 2.13.1
De Groep ontvangt contante betalingen van de overheid om hiermee bepaalde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gedeeltelijk te financieren. De betalingen ontvangen van de overheid dienen door de Groep terugbetaald te worden indien zij beslist om de resultaten van de onderzoeksfasevan het betreffende project verder te exploiteren en commercialiseren. Indien de Groep beslist om niet verder te gaan met de resultaten van de onderzoeksfase, dienen de ontvangen voorschotten niet terugbetaald te worden. In dit geval dienen de rechten op de onderzoeksresultaten overgedragen te worden aan de overheid. Wanneer de Groep deze voorschotten ontvangt, worden deze opgenomen onder de langlopende verplichtingen. Alleen wanneer er voldoende zekerheid bestaat dat de Groep deze voorschotten niet zal moeten terugbetalen, worden deze voorschotten als overheidssubsidies erkend en opgenomen in "Overige bedrijfsbaten". Meer bepaald is dit op het ogenblik dat de overheid de ontvangst van de onderzoeksresultaten bevestigt alsook hun akkoord met de beslissing van de Groep om niet verder te gaan met het onderzoek.
2.13.2 Belastingkrediet voor O&O
Het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt beschouwd als een overheidssubsidie voor investeringen in vaste activa indien er geen bijkomende relevante voorwaarden moeten voldaan worden die niet direct gerelateerd zijn aan deze activa. Het belastingkrediet wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening evenredig met de kosten die het krediet beoogt te compenseren. Indien het belastingkrediet ontvangen werd om onderzoeks- en ontwikkelingskosten die niet worden
geactiveerd, te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling opgenomen in de winsten verliesrekening op het zelfde moment en in mindering van de betreffende onderzoeks- en ontwikkelingskosten opgenomen onder "onderzoeks- en ontwikkelingskosten". Indien het belastingkrediet ontvangen werd om afschrijvingen op immateriële activa, zoals bv. licenties te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling erkend in de winst- en verliesrekening over de (resterende) gebruiksduur van het actief en opgenomen onder "Overige bedrijfsbaten".
Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat niet kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt als een uitgestelde belastingvordering geboekt. Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt in mindering gebracht van de schuld voor te betalen belastingen. Indien het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling niet terugbetaalbaar is door de fiscale autoriteiten, wordt de recupereerbaarheid van de uitgestelde belastingvordering op regelmatige basis beoordeeld net zoals voor de andere uitgestelde belastingvorderingen.
2.14 Immateriële activa
Patenten, licenties, handelsmerken en overige immatriële activa 2.14.1
Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa (gezamenlijk "immateriële activa" genoemd) worden opgenomen tegen historische kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële waarde op de verwervingsdatum.
Immateriële activa (behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de wettelijke goedkeuring verkregen is). De geschatte gebruiksduur is gebaseerd op de kortste van enerzijds de economische gebruiksduur (gewoonlijk tussen 5 en 20 jaar) en anderzijds de looptijd van het contract. Immateriële activa (behalve goodwill) worden geacht een bepaalde economische gebruiksduur te hebben. Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd.
2.14.2 Computersoftware
Verworven licenties voor computersoftware worden geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd voor de verwerving en ingebruikstelling van de specifieke software. Deze kosten worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5 jaar).
2.15 Goodwill
Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen en vertegenwoordigt het verschil tussen de overgedragen vergoeding en de belangen van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen onderneming en de reële waarde van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming.
Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen als een actief tegen kostprijs en wordt daarna gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill die voortvloeit uit de overname van dochterondernemingen wordt apart in de balans opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de overname van geassocieerde deelnemingen, wordt opgenomen in de investering in geassocieerde deelnemingen.
UCB is werkzaam in één segment en heeft bijgevolg één kasstroomgenererende eenheid voor de test op bijzondere waardeverminderingen.
Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens wanneer er een indicatie voor een bijzondere waardevermindering is, getoetst op bijzondere waardeverminderingen door het vergelijken van de boekwaarde met de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid, wordt het bijzonder waardeverminderingsverlies eerst toegewezen aan de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid en wordt het vervolgens op een evenredige basis aan de andere activa van de eenheid toegewezen op basis van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden niet teruggenomen.
Bij de verkoop van een dochteronderneming of geassocieerde deelneming wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies uit de verkoop van de entiteit.
Indien de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.
2.16 Materiële vaste activa
Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen, behalve materiële vaste activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
De kosten omvatten alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik.
Aangekochte software die integraal deel uitmaakt van de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt als onderdeel van die uitrusting geactiveerd.
Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerkend komend actief, worden geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van dat actief.
Kosten na eerste opname worden enkel opgenomen in de boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief erkend, naargelang het geval, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die hieraan verbonden zijn naar de Groep zullen vloeien en wanneer de kostprijs ervan op een betrouwbare wijze kan worden bepaald. Alle overige kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten opgenomen wanneer ze zich voordoen.
Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode om de kosten van activa, uitgezonderd terreinen en vaste activa in aanbouw, toe te kennen aan hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving begint wanneer het actief gebruiksklaar is. Terreinen worden niet afgeschreven.
De restwaarde en de gebruiksduur van een actief worden ten minste aan het eind van elk boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de wijziging(en) administratief verwerkt als (een) schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten.
De volgende gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste categorieën van materiële vaste activa:
| Gebouwen | 20-33 jaar |
|---|---|
| Machines | 7-15 jaar |
| Laboratoriummateriaal | 7 jaar |
| Prototypemateriaal | 3 jaar |
| Meubilair | 7 jaar |
| Voertuigen | 5-7 jaar |
| Computermateriaal | 3 jaar |
| Gebruiksrechten | Levensduur van de activa of, |
| van activa | indien korter, de leasetermijn |
Winst en verlies uit verkopen worden bepaald op basis van de vergelijking tussen de ontvangsten uit de verkoop en de boekwaarde, en worden in de winst- en verliesrekening onder "overige baten en lasten" geboekt.
Vastgoedbeleggingen betreffen terreinen en gebouwen die aangehouden worden om huuropbrengsten te genereren. Deze activa worden aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte gebruiksduur. De onderliggende gebruiksduur komt overeen met die van materiële vaste activa die aangewend worden voor eigen gebruik. Gezien het geringe bedrag van vastgoedbeleggingen, worden deze niet afzonderlijk op de balans vermeld.
2.17 Leaseovereenkomsten
De Groep huurt verschillende gebouwen, uitrustingen en wagens en de huurovereenkomsten worden meestal afgesloten voor een vaste korte- of lange-termijn periode. De huurvoorwaarden worden op een individuele basis onderhandeld en omvatten een breed scala van verschillende algemene voorwaarden. De leaseovereenkomsten leggen geen convenanten op, maar de geleasede activa mogen niet gebruikt worden als zekerheid voor leningsdoeleinden.
Leaseovereenkomsten worden opgenomen als een gebruiksrecht van activa en overeenkomstige verplichting op de datum waarop het geleasede actief beschikbaar is voor gebruik door de Groep. Elke leasebetaling wordt opgesplitst in enerzijds de terugbetaling van de verplichting en anderzijds een financiële kost. De financiële kost wordt toegerekend aan de winst- en verliesrekening over de periode van de leaseovereenkomst zodat een constante periodieke interestvoet wordt gegenereerd op het uitstaand saldo van de verplichting voor elke periode. Het gebruiksrecht van een actief wordt lineair afgeschreven over het kortste van de gebruiksduur van het actief of de leaseperiode.
De activa en verplichtingen voortvloeiend uit een leaseovereenkomst worden aanvankelijk gewaardeerd op basis van een contante waarde. Leaseverplichtingen omvatten de netto contante waarde van de volgende leasebetalingen:
- vaste betalingen (inclusief in wezen vaste betalingen), verminderd met alle te ontvangen huurvoordelen;
- variabele leasebetalingen die gebaseerd zijn op een index of een tarief.
Er zijn geen leaseovereenkomsten waarvoor de Groep verwacht een bepaald bedrag te moeten betalen als gegarandeerde restwaarde of om een aankoopoptie uit te oefenen waarbij het redelijk zeker is dat de Groep deze optie zal uitoefenen of enige schadevergoeding zou moeten betalen voor het beëindigen van de leaseovereenkomst ingeval de leasetermijn het uitoefenen van deze optie reflecteert.
De leasebetalingen worden verdisconteerd aan de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst, indien deze rentevoet kan worden bepaald, of aan de marginale rentevoet van de Groep.
Gebruiksrechten van activa worden gewaardeerd aan kostprijs die het volgende omvat:
- het bedrag van de oorspronkelijke waardering van de leaseverplichting;
-
leasebetalingen gedaan op het moment van of voor de aanvangsdatum;
-
initiële directe kosten (behalve voor de leaseovereenkomsten die al bestonden op overgangsdatum), en
- herstelkosten.
Gebruiksrechten van activa worden opgenomen als onderdeel van de materiële vaste activa en leaseverplichtingen als onderdeel van de leningen in de balans. Alle leasebetalingen die vervallen binnen 12 maanden worden als kortlopende verplichtingen geclassificeerd. Alle leasebetalingen die vervallen na minstens 12 maanden na balansdatum worden als langlopende verplichtingen geclassificeerd.
Betalingen voor korte-termijn leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde worden op een lineaire basis erkend als een kost in de winst- en verliesrekening. Korte-termijn leaseovereenkomsten zijn leaseovereenkomsten met een leasetermijn van 12 maanden of minder. Activa met geringe waarde omvatten voornamelijk IT-materiaal (laptops, tablets, mobiele telefoons, pc's) en klein kantoormaterieel en meubilair.
Sommige leaseovereenkomsten voor wagens bevatten variabele leasebetalingen. Het betreft leaseovereenkomsten voor wagens die een finale huuraanpassingsclausule bevatten: bij het beëindigen van de leaseovereenkomst wordt een definitieve afrekening opgemaakt om de finale huuraanpassing te bepalen. Deze finale huuraanpassing is een huurbetaling (of terugbetaling) die het werkelijk gebruik van de geleasede wagen reflecteert. Dit finale bedrag is niet gekend bij aanvang van de leaseovereenkomst. Het bedrag van de huuraanpassing is geen gespecifieerd bedrag maar hangt af van gekende factoren zoals de maandelijkse afschrijving en de initiële aanschaffingskost en verschillende factoren die niet gekend zijn bij aanvang van de leaseovereenkomst, zoals kilometerstand, staat van het voertuig, slijtage, schade, geografie van de operatie, verwijderingskanaal en andere factoren. Al deze factoren samen vertegenwoordigen in het algemeen het "gebruik" van het voertuig. Betalingen die variëren afhankelijk van het gebruik van het onderliggend actief, en meer bepaald van de kilometerstand van het voertuig, zijn variabele leasebetalingen. De finale huuraanpassing wordt erkend als een kost, of ingeval het een terugbetaling betreft, als een vermindering van de kost wanneer gerealiseerd.
In een aantal leaseovereenkomsten voor gebouwen en wagens, aangegaan door de Groep, zijn opties om contracten te verlengen opgenomen. Deze voorwaarden worden gebruikt om de operationele flexibiliteit bij het beheer van contracten te maximaliseren. De aangehouden opties om contracten te verlengen kunnen alleen door de Groep worden uitgeoefend en niet door de respectieve leasinggever.
Er zijn geen belangrijke leaseovereenkomsten waarbij de Groep leasinggever is.
2.18 Financiële activa: investeringen
2.18.1 Classificatie
De groep classificeert haar financiële activa in de volgende categorieën: deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (FVPL), deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI), en deze die aan geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd. De classificatie hangt af van de manier waarop de Groep de financiële activa beheert (businessmodel) en van de contractuele voorwaarden van de kasstromen.
De investeringen zijn opgenomen onder de vaste activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering te verkopen binnen de 12 maanden na de balansdatum.
Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Financiële activa worden niet langer opgenomen in de balans als de rechten om kasstromen uit de investeringen te ontvangen, vervallen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom hoofdzakelijk heeft overgedragen.
Voor activa gewaardeerd tegen reële waarde, zullen winsten en verliezen opgenomen worden in de winsten verliesrekening of in niet-gerealiseerde resultaten. Voor investeringen in eigenvermogensinstrumenten die niet aangehouden worden voor handelsdoeleinden, zal dit afhangen van het feit of de Groep bij eerste opname een onherroepelijke keuze heeft gemaakt om het
eigenvermogensinstrument te boeken als financieel actief gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten.
2.18.2 Waardering
Bij de eerste opname waardeert de Groep een financieel actief tegen zijn reële waarde plus transactiekosten die direct toe te rekenen zijn aan de aanschaffing van het financieel actief, in geval het een financieel actief betreft dat niet gewaardeerd wordt tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten voor financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden opgenomen als kost in de winst- en verliesrekening.
Financiële activa met in contract besloten afgeleide financiële instrumenten worden in hun geheel beschouwd voor het bepalen of hun kasstromen enkel de betaling van hoofdsom en rente betreffen.
Schuldinstrumenten
De Groep heeft momenteel geen investeringen in schuldinstrumenten.
Eigen-vermogensinstrumenten
De Groep waardeert alle eigen-vermogensinstrumenten na eerste opname tegen reële waarde. Ingeval de directie van de Groep ervoor gekozen heeft om de winsten en verliezen ten gevolge van de wijzigingen in reële waarde op eigen-vermogensinstrumenten te tonen in de niet-gerealiseerde resultaten, is er geen herclassificatie na eerste opname van winsten en verliezen door wijzigingen in reële waarde naar de winst- en verliesrekening op het ogenblik dat de investering niet langer wordt opgenomen in de balans. Dividenden afkomstig van dergelijke investeringen blijven opgenomen in de winst- en verliesrekening onder financiële opbrengsten op het moment dat de Groep het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.
Bijzondere waardeverminderingsverliezen (en terugname van bijzondere waardeverminderingsverliezen) op eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden niet afzonderlijk van de andere wijzigingen in de reële waarde gerapporteerd.
Alle wijzigingen in de reële waarde van de financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als financiële opbrengsten / kosten.
De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedkoersen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor nietgenoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken.
Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingsactiviteiten 2.19
De Groep maakt gebruikt van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico's die voortvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voert geen speculatieve transacties uit.
Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als ze zich voordoen. Afgeleide financiële instrumenten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde.
De Groep houdt ook rekening met het kredietrisico en het risico van wanprestatie in haar waarderingstechnieken, wat zorgt voor een verwaarloosbare impact op de waardering van derivaten als gevolg van wijzigingen in de credit- of debetmarge gerealiseerd op tegenpartijen waarmee financiële markttransacties afgesloten worden.
De methode voor het opnemen van de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen is afhankelijk van de vraag of het afgeleide financiële instrument als een afdekkinginstrument is aangeduid, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reële-waardeafdekkingen of afdekkingen van netto‑investeringen.
De Groep documenteert bij het afsluiten van de transactie de economische relatie tussen het afdekkinginstrument en de afgedekte posten, alsook haar doelstellingen en strategie inzake risicobeheer waarvoor de verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep past deze beoordeling aan wanneer nodig bijvoorbeeld wanneer de afdekkingsratio opnieuw wordt geëvalueerd of wanneer de analyse van de oorzaken van afdekkingsineffectiviteit wordt aangepast.
De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie minder dan 12 maanden bedraagt.
In contract besloten afgeleide financiële instrumenten bij financiële verplichtingen worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt indien de economische kenmerken en risico's van het basiscontract en van het in contract besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn, een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contract besloten afgeleide financieel instrument zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en indien het gecombineerde instrument niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt.
2.19.1 Kasstroomafdekkingen
Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, wordt opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder "Financiële opbrengsten/ Financiële kosten".
Wanneer optiecontracten worden gebruikt om een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie af te dekken, merkt de Groep enkel de intrinsieke waarde van de opties aan als afdekkinginstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijzigingen in de intrinsieke waarde van de opties worden erkend in
niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de tijdswaarde van de opties die betrekking hebben op de afgedekte post (gealigneerde tijdswaarde) worden ook erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Deze zullen worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten) zodra de afgedekte transactie de winst- en verliesrekening beïnvloedt (in het geval van transactiegerelateerde afdekkingen) of over de periode van de afdekking (in het geval van tijdsperiodegerelateerde afdekkingen).
Wanneer termijncontracten worden gebruikt om verwachte toekomstige transacties af te dekken, merkt de Groep over het algemeen enkel de wijziging in reële waarde van het termijncontract met betrekking tot de spot component aan als afdekkinginstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de forward component van het contract dat betrekking heeft op de afgedekte post (gealigneerde forward component) wordt erkend in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten).
Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in intrinsieke waarde van de opties of met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten geaccumuleerd in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in de periode dat de afgedekte post de winst- en verliesrekening beïnvloedt op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening heeft beïnvloed. Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, dan worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in het eigen vermogen erkende afgeleide financieel instrument opgenomen in de initiële waardering van het actief of de verplichting wanneer het actief of de verplichting wordt erkend.
Wanneer termijncontracten en financiële instrumenten met vreemde valuta basis spreads worden gebruikt in afdekkingen, beslist de Groep voor elke afdekkingsrelatie afzonderlijk of de wijzigingen in de valuta basis spreads geboekt worden zoals de tijdswaarde van opties of deze wijzigingen in waarde opgenomen worden in de winsten verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten).
Wanneer een afdekkinginstrument vervalt, verkocht wordt of beëindigd wordt, of wanneer een afdekking niet langer aan de criteria voor hedge accounting beantwoordt, wordt de geaccumuleerde uitgestelde winst of verlies in niet-gerealiseerde resultaten op dat moment behouden in niet-gerealiseerde resultaten tot de verwachte toekomstige transactie plaats vindt, resulterend in de erkenning van een niet-financieel actief of niet-financiële verplichting. Zodra verwacht wordt dat een verwachte toekomstige transactie zich niet meer zal voordoen, worden de geaccumuleerde winsten of verliezen opgenomen onder nietgerealiseerde resultaten onmiddellijk overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten).
2.19.2 Reële waarde-afdekkingen
Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als reële-waardeafdekkingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt onder "Financiële opbrengsten / Financiële kosten", samen met eventuele wijzigingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden.
2.19.3 Afdekkingen van netto-investeringen
Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten worden geboekt op vergelijkbare wijze met kasstroomafdekkingen. Elke winst of elk verlies op het afdekkinginstrument met betrekking tot het effectieve gedeelte van de afdekking wordt opgenomen in de cumulatieve
omrekeningsverschillenreserve. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve gedeelte wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder "Financiële opbrengsten / Financiële kosten". De in het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winst- en verliesrekening overgeboekt wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit gedeeltelijk wordt afgestoten of wordt verkocht.
Afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komen voor hedge accounting 2.19.4
Bepaalde afgeleide financiële instrumenten kwalificeren niet voor hedge accounting. Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet kwalificeren voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt onder "Financiële opbrengsten / Financiële kosten".
2.20 Voorraden
Grondstoffen, verbruiksproducten, goederen die aangekocht werden voor doorverkoop, goederen in bewerking en afgewerkte goederen worden gewaardeerd tegen de kostprijs of de netto realiseerbare waarde, indien die lager is.
De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde kostenmethode. De kostprijs van goederen in bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten voor de verwerking en andere kosten die gemaakt worden om de voorraden naar hun huidige locatie en in hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten omvatten de productiekosten en de gerelateerde vaste en variabele indirecte productiekosten (inclusief de afschrijvingskosten).
De netto realiseerbare waarde vertegenwoordigt de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de kosten voor de marketing, de verkoop en de distributie.
2.21 Handelsvorderingen
Handelsvorderingen worden bij eerste opname geboekt tegen hun transactieprijs en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode na aftrek van een voorziening voor bijzondere waardeverminderingen.
Voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen, past de Groep de vereenvoudigde benadering toe die is toegestaan door IFRS 9, die vereist dat levenslange verliezen worden opgenomen vanaf de eerste opname van de vorderingen. De Groep identificeerde twee categorieën handelsvorderingen: vorderingen op particuliere klanten en vorderingen op klanten in de publieke sector. Voor elk van deze categorieën maakt de Groep gebruik van een matrix om de voorziening voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen.
In geval er een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is voor een specifieke vordering, zal een bijzondere waardevermindering worden opgenomen voor het bedrag van de levenslang verwachte kredietverliezen.
Voor alle vorderingen die gedekt zijn door een kredietverzekering of door een factoringovereenkomst zonder verhaal, zullen de levenslang verwachte kredietverliezen worden berekend rekening houdend met deze dekking.
2.22 Geldmiddelen en kasequivalenten
Ten behoeve van de presentatie in het Geconsolideerd Kasstroomoverzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten contanten, direct opvraagbare deposito's en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening-courant worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen in de balans.
Vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 2.23
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Vennootschap die ofwel afgestoten is, ofwel geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Het moet ofwel een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, ofwel deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht.
Intragroepstransacties tussen voortgezette en beëindigde bedrijfsactiviteiten worden geëlimineerd tegenover de voortgezette bedrijfsactiviteiten.
Vaste activa of een groep activa die wordt afgestoten, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en een verkoop als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door hun voortgezette gebruik. Bijzondere waardeverminderingsverliezen bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop worden in de winst- en verliesrekening geboekt. Vaste activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden niet afgeschreven.
2.24 Aandelenkapitaal
2.24.1 Gewone aandelen
Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Bijkomende kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of opties worden in mindering van de ontvangen bedragen in het eigen vermogen gepresenteerd, na aftrek van belastingen. De Vennootschap heeft geen preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente aandelen uitgegeven.
2.24.2 Eigen aandelen
Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van de Vennootschap koopt (eigen aandelen) wordt de betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten (na aftrek van winstbelastingen) in mindering gebracht van het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen geannuleerd of verkocht zijn. Wanneer dergelijke aandelen later worden verkocht, wordt elke ontvangen vergoeding, na aftrek van de rechtstreeks toerekenbare bijkomende transactiekosten en het gerelateerde winstbelastingseffect, opgenomen in het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap.
2.25 Obligaties en leningen
Obligaties, leningen en voorschotten in rekeningcourant worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, na aftrek van de opgelopen transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieve rentemethode. Verschillen tussen de ontvangsten (na aftrek van transactiekosten) en de afwikkeling of aflossing van leningen worden erkend over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep.
Leningen worden geclassificeerd als kortlopende verplichtingen, behalve wanneer de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting voor ten minste 12 maanden na de balansdatum uit te stellen.
2.26 Samengestelde financiële instrumenten
Door de Groep uitgegeven samengestelde financiële instrumenten omvatten converteerbare obligaties die in gewone aandelen kunnen worden omgezet naar keuze van de emittent. Het aantal uit te geven aandelen varieert niet met veranderingen in hun reële waarde. Gelet op de optie van de emittent om in contanten af te lossen, werden dergelijke converteerbare obligaties in het verleden opgesplitst in een schuld- en een derivaatcomponent.
Bij eerste opname van de obligatie, werd de reële waarde van de schuldcomponent bepaald op basis van de actuele waarde van de contractueel vastgestelde kasstromen verdisconteerd op basis van de interestvoet die op dat moment werd toegepast door de markt op instrumenten met een vergelijkbare kredietwaardigheid en die nagenoeg dezelfde kasstromen opleveren, onder dezelfde voorwaarden, maar zonder de conversieoptie.
Na de eerste opname wordt de schuldcomponent gewaardeerd op basis van de geamortiseerde kostprijs, met gebruik van de effectieve rentemethode.
Het resterende deel van de ontvangen bedragen werd toegewezen aan de conversieoptie en opgenomen onder "overige derivaten". Na de eerste opname werd de derivaatcomponent gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle winsten en verliezen bij herwaardering werden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Als gevolg van een beslissing van de Raad van bestuur in 2010, om de rechten van UCB met betrekking tot de
optie om in contanten af te wikkelen, in te trekken, werd de derivaatcomponent geherclassificeerd naar het eigen vermogen, op basis van de reële waarde op de dag van deze beslissing. De eigen-vermogenscomponent werd overgeboekt naar uitgiftepremies op het ogenblik van de conversie van de resterende converteerbare obligaties in 2014.
Transactiekosten die rechtstreeks aan de obligatieemissie zijn toe te rekenen en bijkomende kosten vertegenwoordigen, worden in de berekening van de geamortiseerde kostprijs opgenomen, met gebruik van de effectieve rentemethode, en worden via de winst- en verliesrekening over de levensduur van het instrument afgeschreven.
2.27 Handelsschulden
Handelsschulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode.
2.28 Personeelsbeloningen
2.28.1 Pensioenverplichtingen
De Groep kent verschillende vergoedingen na uitdiensttreding toe, waaronder zowel toegezegdpensioenregelingen als toegezegde bijdragenregelingen.
Een toegezegde bijdragenregeling is een pensioenplan waarbij de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en geen wettelijke of feitelijke verplichting heeft om bijkomende bijdragen te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen zou beschikken om aan alle werknemers de voordelen te betalen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde bijdragenregelingen worden als kosten voor personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winsten verliesrekening opgenomen wanneer ze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden als een actief geboekt voor zover deze terugbetaalbaar zijn in contanten of tot een vermindering van toekomstige betalingen zullen leiden.
Toegezegd-pensioenregelingen bepalen een bedrag voor pensioenuitkering dat een werknemer bij pensionering zal ontvangen, meestal op basis van één of meer factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en loon. De verplichting, opgenomen in de geconsolideerde balans, met betrekking tot de toegezegdpensioenregelingen, is de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een eventueel surplus dat voortvloeit uit deze berekening wordt beperkt tot de contante waarde van eventuele economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verminderingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.
De bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de 'projected unit credit'-methode. Een volledige actuariële waardering op basis van bijgewerkte personeelsgegevens wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige actuariële waardering eveneens vereist indien de nettoschommeling in de balans van het ene jaar op het andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van omstandigheden met betrekking tot de regeling (significante wijzigingen in lidmaatschap, wijzigingen in de regeling enz.). In jaren waar een volledige actuariële waardering niet vereist is, worden prognoses ("rollforwards" genoemd) gebruikt op basis van het voorgaande jaar met bijgewerkte veronderstellingen (disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van de individuele werknemers gebruikt van de laatste volledige waarderingsdatum, rekening houdend met veronderstellingen op het vlak van loonsverhogingen en mogelijk verloop.
Bij alle waarderingen worden de verplichtingen gewaardeerd op de toepasselijke balansdatum en de marktwaarde van de pensioenfondsbeleggingen wordt eveneens op deze datum gerapporteerd, onafhankelijk van het feit of het een volledige of een rollforwardwaardering betreft.
De contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt bepaald door de geschatte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren op basis van de marktrendementen van hoogwaardige
ondernemingsobligaties waarvan de looptijd consistent is met de looptijd van de verplichtingen van de Groep en waarvan de valuta dezelfde is als die waarin de beloningen verwacht worden te zullen worden betaald.
Herwaarderingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen, de impact van de limiet op activa (indien van toepassing) en het rendement op fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in de balans samen met een tenlasteneming of creditering van niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin deze zich voordoen. Herwaarderingen die opgenomen zijn in niet-gerealiseerde resultaten worden nooit naar de winst- en verliesrekening overgeboekt. De entiteit kan deze in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt als winst of verlies in de periode van de wijziging van de regeling. Nettorente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettoverplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. De kosten voor toegezegde pensioenrechten worden onderverdeeld in drie categorieën:
- aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winsten en verliezen op inperkingen en afwikkelingen;
- netto rentekosten of -inkomsten;
- herwaardering.
De Groep neemt de eerste twee componenten van de kosten voor toegezegde pensioenen op onder de personeelskosten in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening (in de operationele kosten volgens aard). Netto rentekosten of -inkomsten worden opgenomen als onderdeel van de operationele winst. Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden opgenomen als pensioenkosten van verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de niet-gerealiseerde resultaten.
2.28.2 Overige vergoedingen na uitdiensttreding
Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun gepensioneerden medische zorgverlening na uitdiensttreding. De nettoverplichting van de Groep is het bedrag van toekomstige beloningen die werknemers hebben verdiend in ruil voor hun dienstverband in de lopende en voorgaande perioden. De verwachte kosten
van deze beloningen worden erkend over de periode van tewerkstelling, op basis van dezelfde methodologie als deze die gebruikt wordt voor de toegezegdpensioenregelingen.
2.28.3 Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd vóór de normale pensioendatum, of wanneer een werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag aanvaardt. De Groep neemt ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar heeft verplicht tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat het plan ingetrokken wordt, hetzij de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar hun contante waarde verdisconteerd.
2.28.4 Overige lange-termijnpersoneelsbeloningen
De verplichtingen voor jubileumpremies en beloningen voor het in dienst zijn gedurende een lange periode worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen met betrekking tot diensten verstrekt door werknemers tot op het einde van de verslagperiode, gebruik makend van de "projected unit credit"-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met verwachte toekomstige loonsverhogingen, ervaringen inzake personeelsverloop en dienstverleningsperioden. Verwachte toekomstige betalingen worden verdisconteerd op basis van de marktrendementen van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd en de valuta zo nauw mogelijk overeenkomen met deze van de geschatte toekomstige kasuitstromen. Herwaarderingen ten gevolge van
ervaringsaanpassingen en wijzigingen in actuariële veronderstellingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
2.28.5 Winstdeling en bonusregelingen
De Groep neemt een verplichting en een last op voor bonussen en winstdeling op basis van een formule waarbij de winst die toewijsbaar is aan de aandeelhouders van de Vennootschap, na bepaalde correcties, in aanmerking genomen wordt. De Groep neemt een voorziening op indien ze daar contractueel toe verplicht is of indien er een gangbare praktijk is die een feitelijke verplichting gecreëerd heeft, en er een betrouwbare schatting van de verplichting gemaakt kan worden.
2.28.6 Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep beheert verschillende in eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen als beloning voor de werknemers.
De reële waarde van de diensten die worden ontvangen van de werknemers in ruil voor de toekenning van aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaal bedrag dat wordt opgenomen in kosten, wordt bepaald door verwijzing naar de reële waarde van de toegekende aandelenopties, waarbij geen rekening wordt gehouden met de impact van eventuele voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde voorwaarden die niet marktgerelateerd zijn (bijvoorbeeld rentabiliteit, gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de entiteit).
Voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde voorwaarden die niet marktgerelateerd zijn, worden opgenomen in de veronderstellingen over het aantal opties dat verwacht wordt onvoorwaardelijk te worden. Het totale bedrag van de kost wordt opgenomen over de wachtperiode, hetgeen de periode is gedurende dewelke alle bepaalde "vesting conditions" moeten worden vervuld.
De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt bepaald op de toekenningsdatum volgens het waarderingsmodel van Black & Scholes, dat rekening houdt met de verwachte looptijd en het annuleringspercentage van de opties. Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schattingen van het aantal opties dat naar verwachting onvoorwaardelijk zal worden. Ze neemt de impact van de herziening op de oorspronkelijke schattingen desgevallend op in de winst- en verliesrekening, met een overeenkomstige aanpassing in het eigen vermogen.
De ontvangen bedragen worden, na aftrek van eventuele direct toerekenbare transactiekosten, gecrediteerd in het aandelenkapitaal (nominale waarde) en in de uitgiftepremie wanneer de opties uitgeoefend worden. De reële waarde van het bedrag dat betaalbaar is aan werknemers op basis van "share appreciation rights", fantoomaandelenoptieplannen, fantoomaandelentoekenningsplannen en fantoomprestatieaandelenplannen die in geldmiddelen worden afgewikkeld, wordt geboekt als een last, met een overeenstemmende verhoging van de verplichtingen over de periode gedurende dewelke de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling.
Alle wijzigingen in de reële waarde van de verplichtingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als personeelskosten.
2.29 Voorzieningen
Voorzieningen worden in de balans opgenomen wanneer:
er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting is als gevolg van een gebeurtenis in het verleden;
- het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen omvatten, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; en
- het bedrag van de verplichting betrouwbaar geschat kan worden.
Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, is de beste schatting van de vereiste uitgaven om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting vereist zullen zijn om de verplichting af te wikkelen, aan de hand van een disconteringsvoet die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico's die inherent zijn aan de verplichting. De verhoging van de voorziening vanwege het verstrijken van tijd wordt als rentelast geboekt.
Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige verwachting gewekt heeft dat ze de reorganisatie zal doorvoeren door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen.
3 Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen
Schattingen en beoordelingen worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden.
Kritische beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep 3.1
Opbrengsterkenning
De Groep is betrokken partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen,
ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet en royalty's die zich verspreid over verschillende jaren kunnen voordoen en bepaalde toekomstige contractuele verplichtingen kunnen inhouden. Voor alle licentieverleningsovereenkomsten waarbij een licentie wordt toegekend samen met andere goederen en diensten, maakt de Groep eerst een
beoordeling over het feit of de licentie al dan niet beschouwd dient te worden als een afzonderlijke prestatieverplichting of niet. Indien het toekennen van de licentie beschouwd wordt als een afzonderlijke prestatieverplichting, worden de opbrengsten met betrekking tot de overdracht van de licentie erkend op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de aard van de licentie. Opbrengsten worden enkel gespreid over een bepaalde periode indien de Groep ontwikkelings-, productie- of andere activiteiten uitvoert die een significante impact hebben op de getransfereerde intellectuele eigendom, waarbij de licentiehouder wordt blootgesteld aan de effecten van deze activiteiten, indien deze activiteiten geen afzonderlijke dienst vertegenwoordigen. Indien de Groep van oordeel is dat deze voorwaarden niet vervuld zijn, worden de opbrengsten die resulteren uit licentieverleningsovereenkomsten erkend op het ogenblik dat de zeggenschap over de licentie getransfereerd wordt.
Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend en ingeval de input-methode als de beste methode wordt beschouwd om de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant weer te geven, kan enige beoordeling nodig zijn bij de toepassing van deze methode, met name bij het inschatten van de totale op te lopen kosten en uren. In dit geval gebruikt de Groep haar beste schatting op basis van ervaringen uit het verleden en actuele kennis en vooruitgang van de te verstrekken dienst. Schattingen worden op continue basis opnieuw beoordeeld. Gezien de activiteiten van de Groep, biedt de input-methode in de meeste gevallen de meest getrouwe weergave van de overdracht van de dienst aan de klant.
Voor licenties die gebundeld worden met andere diensten (zoals bijvoorbeeld ontwikkelings- of productiediensten) zal de Groep een beoordeling maken over het feit of de gecombineerde prestatieverplichting vervuld wordt op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend, zal de Groep beoordelen over welke periode de diensten worden verstrekt. De Groep zal ook een beoordeling maken bij het toewijzen van de verschillende componenten van de transactieprijs aan de verschillende
prestatieverplichtingen in geval er, naast de overdracht van de licentie, ook andere prestatieverplichtingen in de licentieverleningsovereenkomst opgenomen zijn.
Opbrengstenerkenning voor
licentieverleningsovereenkomsten is bijgevolg gebaseerd op de specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan elke licentieverleningsovereenkomst. Dit kan ertoe leiden dat kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als contractuele verplichtingen en dan overgeboekt worden naar de opbrengsten in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.
Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Bedrijfsactiviteiten die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop of die verkocht werden, worden gepresenteerd als beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening indien de bedrijfsactiviteiten een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een
dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. De inschatting van wat een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit is, gebeurt geval per geval en hangt af van de grootte van de bedrijfsactiviteiten in termen van opbrengsten, brutowinst of totale waarde van activa en verplichtingen in vergelijking met de totale bedrijfsactiviteiten van de Groep.
Leaseovereenkomsten
Vanwege de wijzigingen in de grondslagen voor de financiële verslaggeving als gevolg van de toepassing van IFRS 16, werden de volgende kritische beoordelingen met betrekking tot leaseovereenkomsten gemaakt, startend vanaf de datum van initiële toepassing van IFRS 16 (1 januari 2018):
Voor het bepalen van de leasetermijn houdt het management rekening met alle feiten en omstandigheden die een economisch voordeel inhouden bij het uitoefenen van een optie om een contract te verlengen of te beëindigen. De beoordeling wordt herzien indien zich een belangrijke gebeurtenis of een significante wijziging in de omstandigheden voordoet die een invloed kan hebben op deze beoordeling. Gedurende het huidige boekjaar was er geen materiële financiële impact als een gevolg van de herziening van leasetermijnen om het effect van het uitoefenen van opties om een contract te verlengen of the beëindigen, weer te geven.
Kritische boekhoudkundige schattingen en veronderstellingen 3.2
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen en veronderstellingen maakt die invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, de toelichting van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten tijdens de verslagperiode.
De directie baseert haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerapporteerde bedragen van
opbrengsten en kosten die mogelijks niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.
3.2.1 Omzetreducties
De Groep heeft accruals geboekt voor verwachte verkoopretours, terugvorderingen (charge-backs) en andere rabatten, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate" en "Federal Medicare" in de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen.
Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen worden de kortingen, rabatten en andere verminderingen die op de factuur worden vermeld in de winst- en verliesrekening opgenomen als een onmiddellijke vermindering van de bruto-omzet. De verkoopretours, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke accrualrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet.
Alle omzetreducties worden beschouwd als deel uitmakend van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs. Het bedrag van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs wordt zo bepaald dat de totale transactieprijs de prijs is die door het management wordt ingeschat als zijnde niet onderworpen aan beperkingen.
3.2.2 Immateriële activa en goodwill
De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 870 miljoen (Toelichting 19) en goodwill met een boekwaarde van € 4 970 miljoen (Toelichting 20). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. bij de start van de commercialisering van de gerelateerde producten).
De directie schat dat de economische gebruiksduur voor verworven lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die producten bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de economische gebruiksduur gelijk is aan de periode waarin deze producten substantieel alle geldelijke bijdragen zullen realiseren.
Deze immateriële activa en goodwill worden regelmatig getoetst op bijzondere waardeverminderingen en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen.
Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele verkoop. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepaste disconteringsvoet die de risico's en onzekerheden die gepaard gaan met de geraamde kasstromen weerspiegelt.
De werkelijke resultaten kunnen sterk afwijken van dergelijke schattingen van verdisconteerde toekomstige kasstromen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de economische gebruiksduur en tot bijzondere waardeverminderingen.
De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de "bedrijfswaarde", die vereist is voor de test op bijzondere waardeverminderingen van immateriële activa en goodwill op het einde van het jaar:
- groeiratio voor de eindwaarde 3.0%
- disconteringsvoet met betrekking tot goodwill en immateriële activa voor verkochte producten 6.41%
- disconteringsvoet met betrekking tot immateriële activa gerelateerd aan pijplijnproducten 13.0%
Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een disconteringsvoet na belastingen gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen.
De directie is van mening dat het gebruik van de disconteringsvoet na belastingen overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een disconteringsvoet vóór belastingen toegepast op kasstromen vóór belastingen.
3.2.3 Milieuvoorzieningen
De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieusanering die toegelicht worden in Toelichting 33. De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep.
Toekomstige kosten voor milieusanering worden beïnvloed door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het percentage van vervuiling dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de verplichtingen op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds voorziene bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten van de bedrijfsactiviteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van
toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Indien dergelijke wijzigingen zich zouden voordoen, kan dit een impact hebben in de toekomst op de in de balans geboekte voorzieningen.
3.2.4 Personeelsbeloningen
De Groep heeft momenteel een groot aantal toegezegd-pensioenregelingen, die uiteengezet worden in Toelichting 32. De berekening van de activa of verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en beloningen.
Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen inzake toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege wijzigingen in de markten economische omstandigheden, een hoger of lager personeelsverloop, langere of kortere levensverwachting van deelnemers en andere wijzigingen in de geëvalueerde factoren.
Deze verschillen zouden een invloed kunnen hebben op de activa of verplichtingen die in de toekomst in de balans zullen worden geboekt.
3.2.5 Belastingposities
De Groep is actief in meerdere jurisdicties waar vaak een complexe juridische en fiscale regelgeving van toepassing is. De posities met betrekking tot de inkomstenbelasting worden als gefundeerd beschouwd door de Groep en zijn bedoeld om uitdagingen door de fiscus te weerstaan. Het wordt evenwel erkend dat sommige posities onzeker zijn en interpretaties bevatten van complexe fiscale wetgeving alsook transfer pricing overwegingen, die zouden betwist kunnen worden door de fiscus. De Groep beoordeelt deze posities op basis van technische aspecten en dit op een regelmatige basis gebruik makend van alle beschikbare informatie (wetgeving, jurisprudentie, regelgeving, gevestigde
praktijken, gezaghebbende doctrine, alsook op basis van besprekingen met de fiscale autoriteiten, waar van toepassing). Een verplichting wordt opgenomen voor elk item waarvoor het onwaarschijnlijk is dat de positie kan standhouden bij onderzoek door de fiscale autoriteiten op basis van alle relevante informatie. De verplichting wordt berekend als zijnde de meest waarschijnlijke uitkomst of de verwachte waarde, afhankelijk van welke methode verwacht wordt de beste voorspelling te geven van de uitkomst van elke onzekere belastingpositie, met het oog op het weergeven van de waarschijnlijkheid dat een aanpassing bij onderzoek wordt erkend. Deze inschattingen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die bestaan op het einde van de verslagperiode. De belastingverplichting en kost inzake winstbelastingen bevatten boetes en nalatigheidsinteresten die voortvloeien uit fiscale geschillen. Een vordering voor aanpassingen naar aanleiding van een belastingcontrole wordt erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht, op basis van de technische aspecten van de fiscale zaak, dat een Onderling Overleg of Arbitrageprocedure kan voorzien in een overeenkomstige aanpassing in één of meerdere rechtsgebieden. De vordering wordt berekend als de verwachte waarde van de recupereerbaarheid in de vennootschapsbelasting in de betreffende jurisdictie na voltooiing van het Onderling Overleg of Arbitrageprocedure.
De Groep heeft een netto uitgestelde belastingvordering van € 721 miljoen (Toelichting 31). De opname van uitgestelde belastingvorderingen is gebaseerd op de vraag of het waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn in de toekomst waartegen de terugboeking van tijdelijke verschillen kan worden afgezet. Indien de tijdelijke verschillen betrekking hebben op verliezen, wordt de beschikbaarheid van de verliezen die moeten verrekend worden ten opzichte van de voorspelde belastbare winst ook in rekening
genomen. Voor 2018 hield de Groep ook rekening met de belastinghervorming in België, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.
Belangrijke elementen die het management heeft beoordeeld, bevatten de erkenning op de balans van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot verliezen in jurisdicties waar verliezen werden gemaakt in voorgaande perioden, maar waar nu winsten worden gemaakt of waarvan verwacht wordt dat er ook in de nabije toekomst winsten zullen worden gemaakt. In dergelijke gevallen heeft het management de beste inschatting gemaakt van de juiste waarde van deze activa hetgeen de inschatting omvat van de lengte van de toekomstige periode die gebruikt dient te worden voor dergelijke beoordelingen. Deze beoordelingen worden geval per geval gemaakt, rekening houdend met de oorsprong en aard van de verwachte inkomsten en dit entiteit per entiteit, maar deze periode overschrijdt in de meeste gevallen niet de periode van vijf jaar.
Verschillen in de verwachte belastbare winst en de werkelijke winstgevendheid of een verlaging van de verwachte toekomstige belastbare winsten zouden de uitgestelde belastingvorderingen die in toekomstige perioden worden erkend, kunnen beïnvloeden.
Er werden geen materiële uitgestelde belastingvorderingen erkend voor entiteiten die momenteel nog steeds verlieslatend zijn. De Groep heeft ook belangrijke boekhoudkundige schattingen en beoordelingen gemaakt met betrekking tot belastingverplichtingen gerelateerd aan controles die aan de gang zijn in een aantal belangrijke jurisdicties. De Groep werkt constructief mee met de fiscale autoriteiten en de relevante vertegenwoordigers van de overheid. Waar nodig worden consultants en juridische adviseurs geraadpleegd om opinies te bekomen over fiscale wetgeving en principes.
4 Financieel risicobeheer
De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voortvloeien uit haar onderliggende activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten.
Deze financiële risico's bestaan uit marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's.
Deze toelichting geeft informatie over de mate waarin de Groep aan de voornoemde risico's is blootgesteld, over de grondslagen en de procedures van de Groep om deze risico's te beheren en over het kapitaalbeheer van de Groep. Risicobeheer wordt uitgevoerd door de afdeling Financieel Beheer van de Groep volgens beleidslijnen die door het Financial Risk Management Committee (FRMC) zijn goedgekeurd.
Het FRMC is momenteel samengesteld uit de de financieel directeur, het hoofd van de afdeling Boekhouding, Rapportering & Consolidatie, het hoofd van de Interne Audit afdeling, het hoofd van de Belastingafdeling, het hoofd van de afdeling Financiën & Risico en de CFO voor de praktijken voor patiëntwaarde en voor bedrijfsstrategie & ontwikkeling. Het FRMC is verantwoordelijk voor:
- de analyse van de resultaten van de risicobeoordeling van UCB;
- de goedkeuring van de aanbevolen strategieën voor risicobeheer;
- het toezicht op de naleving van beleid voor het beheer van de financiële marktrisico's;
- de goedkeuring van beleidswijzigingen; en
- de verslaggeving aan het Auditcomité.
De beleidslijnen die het FRMC voor het financieel risicobeheer van de Groep heeft bepaald, moeten identificatie en analyse van de risico's voor de Groep mogelijk maken, om de gepaste limieten en controles van de risico's te bepalen, toezicht te houden op de risico's en te zorgen dat de limieten nageleefd worden. Het FRMC herziet de beleidslijnen voor het risicobeheer om de zes maanden om deze aan eventuele wijzigingen in de marktvoorwaarden en de activiteiten van de Groep aan te passen.
Het FRMC heeft ook de risico's verbonden met de Brexit, die betrekking hebben op de activiteiten van de Groep, geïdentificeerd en beoordeeld en heeft besloten dat de Brexit beslissing van het Verenigd Koninkrijk geen belangrijke impact zou hebben op de activiteiten van de Groep. Om vertagingen in de toeleveringsketen te vermijden, zullen de voorraadniveaus voor de operaties in het Verenigd Koninkrijk licht verhoogd worden. Andere kritische Brexit-gerelateerde risico's werden beperkt.
4.1 Marktrisico
Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van haar activa en verplichtingen zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico's te beheren en in de hand te houden. De Groep legt financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan, of houdt financiële activa aan, om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep ernaar hedge accounting te gebruiken om volatiliteit in de winst- en verliesrekening te beheren. De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.
4.1.1 Valutarisico
De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta's die invloed hebben op haar in euro uitgedrukte nettowinst en financiële positie. De Groep beheert actief haar posities in vreemde valuta's en sluit, indien van toepassing, transacties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van bestaande activa en verplichtingen, alsook verwachte transacties. De Groep gebruikt termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps (waarbij verschillende valuta's betrokken zijn) ter afdekking van bepaalde valutastromen en financieringstransacties waartoe zij zich heeft verbonden of die zij verwacht.
De instrumenten die gekocht worden ter afdekking van blootstelling aan transacties noteren voornamelijk in Amerikaanse dollar, Brits pond, Japanse yen en
Zwitserse frank, d.w.z. de valuta's waarin de Groep haar grootste risico's loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin om de impact af te dekken van de omzetting van activa en verplichtingen in vreemde valuta naar de functionele valuta van de relevante dochterondernemingen, alsook om de impact af te dekken van koerschommelingen op de verwachte kasstromen van de Groep in vreemde valuta, en dit voor minimaal 6 maanden tot maximaal 26 maanden.
De Groep heeft bepaalde investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de nettoactiva blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta's.
De omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen van de Groep alsook van gelijkgestelde netto-investeringsposities in buitenlandse activiteiten en afdekkingen van netto-investeringen worden weergegeven als cumulatieve omrekeningsverschillen in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de Groep.
4.1.2 Effect van koersschommelingen
Per 31 december 2018 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn indien de euro met 10 % was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta's, met behoud van alle andere variabelen:
| Per 31 december 2018 | |||
|---|---|---|---|
| € miljoen | Wijziging in wisselkoers: Versteviging/ Verzwakking (-) EUR |
Impact op eigen vermogen: verlies (-)/winst |
Impact op winst- en verliesrekening: verlies (-)/winst |
| USD | +10% | -119 | -16 |
| -10% | 146 | 19 | |
| GBP | +10% | -40 | 0 |
| -10% | 49 | 0 | |
| CHF | +10% | -58 | -1 |
| -10% | 71 | 1 | |
| JPY | +10% | 13 | 0 |
| -10% | -16 | 0 | |
| Per 31 december 2017 | |||
|---|---|---|---|
| € miljoen | Wijziging in wisselkoers: Versteviging/ Verzwakking (-) EUR |
Impact op eigen vermogen: verlies (-)/winst |
Impact op winst- en verliesrekening: verlies (-)/winst |
| USD | +10% | -94 | -6 |
| -10% | 115 | 7 | |
| GBP | +10% | -33 | -4 |
| -10% | 40 | 5 | |
| CHF | +10% | -50 | -2 |
| -10% | 61 | 3 | |
| JPY | +10% | 12 | -2 |
| -10% | -15 | 2 |
4.1.3 Rentevoetrisico
Rentevoetwijzigingen kunnen leiden tot variaties in renteopbrengsten en -kosten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaalde financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep zijn zowel vast als variabel, zoals beschreven in Toelichtingen 28 en 29. De Groep maakt gebruik van rentevoetderivaten om het rentevoetrisico te beheren, zoals beschreven in Toelichting 38.
De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) als afdekkinginstrumenten, onder reële
waardeafdekkingen, tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen. Zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte posten zijn geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening.
In 2018 werden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet geboekt in het eigen vermogen volgens IFRS 9.
4.1.4 Effect van wijzigingen in de rentevoeten
Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou het eigen vermogen met € 1 miljoen hebben verhoogd (2017: € 1 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou het eigen vermogen met € 1 miljoen hebben doen dalen (2017: € 1 miljoen).
Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou de winst- en verliesrekening met € 0 miljoen hebben verhoogd (2017: € 0 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou winst- en verliesrekening met € 0 miljoen hebben doen dalen (2017: € 0 miljoen).
4.1.5 Overige risico's in verband met de marktprijs
Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van toepassing, worden voor contractuele doeleinden aangehouden, en verhandelbare effecten worden hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de prestaties van de investeringen en hun risicoprofiel.
Investeringen in aandelen, obligaties, schuldpapieren en overige vastrentende waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling.
Zaken die aan marktprijsrisico's onderhevig zijn, zijn eerder immaterieel en derhalve wordt verondersteld dat de impact op het eigen vermogen of de winst- en verliesrekening van een redelijke wijziging in dit marktprijsrisico te verwaarlozen is.
Zoals in 2017, verwierf de Groep in de loop van 2018 eigen aandelen, dewelke in het eigen vermogen werden geboekt.
4.2 Kredietrisico
Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico's die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico's van de tegenpartij, in het bijzonder in de Verenigde Staten, door de verkoop via groothandelaars (Toelichting 24).
Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid‑Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten.
In de Verenigde Staten en China (sinds 2014) heeft de Groep een financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen afgesloten waardoor deze niet langer in de balans dienen opgenomen te worden. Conform de algemene voorwaarden van de overeenkomst, behoudt UCB geen enkel risico van nietbetaling of laattijdig betalingsrisico met betrekking tot de overgedragen handelsvorderingen.
De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico's wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot hoogwaardige tegenpartijen, kredietratings regelmatig te evalueren en voor elke individuele tegenpartij bepaalde limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn gebaseerd op langetermijnkredietbeoordelingen die algemeen worden beschouwd als zijnde van hoge kwaliteit en op een 5-jarige "Credit Default Swap"-koers.
Waar het aangewezen is om het risico te beperken, worden met de respectieve tegenpartijen salderingsovereenkomsten ("netting") afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). De maximale
blootstelling aan kredietrisico's die voortvloeien uit financiële activiteiten, salderingsovereenkomsten buiten beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van financiële activa plus de positieve reële waarde van derivaten.
4.3 Liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder risico van aantasting van de reputatie van de Groep.
De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan zijn liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte doorlopende bevestigde kredietfaciliteiten.
Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar:
- Geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 25): € 1 262 miljoen (2017: € 1 049 miljoen)
- Ongebruikte kredietfaciliteiten en niet-opgenomen beschikbaar bedrag onder financieringscontract (Toelichting 28): € 64 miljoen (2017: € 72 miljoen), lineair degressief afgebouwd sinds 2016 tot 2025;
- Ongebruikte doorlopende kredietfaciliteiten Toelichting 28): € 1 miljard (2017: € 1 miljard); de bestaande toegezegde gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit van de Groep ten belope van € 1 miljard, vervallend in 2024, werd per eind 2018 nog niet opgenomen.
De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de financiële verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd op de balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering van impact van saldering. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen.
| Per 31 december 2018 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | Totaal | Contractuele kasstromen |
Minder dan 1 jaar |
Tussen 1 en 2 jaar |
Tussen 2 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
| Bankleningen en andere | |||||||
| langetermijnleningen | 28 | 146 | 146 | 11 | 121 | 14 | 0 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen | 28 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 28 | 101 | 105 | 38 | 29 | 32 | 6 |
| Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 |
29 | 188 | 221 | 9 | 9 | 203 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2022 |
29 | 351 | 377 | 7 | 7 | 363 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2021 |
29 | 361 | 392 | 14 | 14 | 364 | 0 |
| Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020 |
29 | 252 | 268 | 9 | 259 | 0 | 0 |
| EMTN programma met vervaldatum in 2019 | 29 | 75 | 77 | 77 | 0 | 0 | 0 |
| Handels- en overige verplichtingen | 34 | 1 812 | 1 812 | 1 786 | 8 | 17 | 1 |
| Voorschotten in rekening-courant | 28 | 25 | 25 | 25 | 0 | 0 | 0 |
| Renteswaps | 51 | 51 | 15 | 14 | 22 | 0 | |
| Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden |
|||||||
| Uitgaand | 3 120 | 3 120 | 3 120 | 0 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 3 006 | 3 006 | 3 006 | 0 | 0 | 0 | |
| Termijncontracten en overige financiële derivaten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
|||||||
| Uitgaand | 399 | 399 | 399 | 0 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 399 | 399 | 399 | 0 | 0 | 0 | |
| Per 31 december 2017 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | Totaal | Contractuele kasstromen |
Minder dan 1 jaar |
Tussen 1 en 2 jaar |
Tussen 2 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
| Bankleningen en andere | |||||||
| langetermijnleningen | 28 | 311 | 311 | 11 | 21 | 279 | 0 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen | 28 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 28 | 5 | 5 | 2 | 2 | 1 | 0 |
| Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 |
29 | 188 | 230 | 9 | 9 | 27 | 185 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2022 |
29 | 349 | 384 | 7 | 7 | 370 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2021 |
29 | 365 | 407 | 14 | 14 | 379 | 0 |
| Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020 |
29 | 254 | 277 | 9 | 9 | 259 | 0 |
| EMTN programma met vervaldatum in 2019 | 29 | 75 | 79 | 2 | 77 | 0 | 0 |
| Handels- en overige verplichtingen | 34 | 1 750 | 1 750 | 1 724 | 10 | 15 | 1 |
| Voorschotten in rekening-courant | 28 | 26 | 26 | 26 | 0 | 0 | 0 |
| Renteswaps | 63 | 63 | 14 | 14 | 31 | 4 | |
| Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden |
|||||||
| Uitgaand | 2 753 | 2 753 | 2 753 | 0 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 2 848 | 2 848 | 2 848 | 0 | 0 | 0 | |
| Termijncontracten en overige financiële derivaten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
|||||||
| Uitgaand | 2 460 | 2 460 | 2 460 | 0 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 2 455 | 2 455 | 2 455 | 0 | 0 | 0 |
4.4 Kapitaalrisicobeheer
Het beleid van de Groep aangaande het kapitaalrisicobeheer bestaat erin de continuïteit van de Groep als "going concern" veilig te stellen om
aandeelhouders verder rendement te bieden en patiënten voordelen te blijven bieden, en de externe schuld van de Groep verder te verminderen om tot een kapitaalstructuur te komen die vergelijkbaar is met die van anderen in de sector.
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Totale leningen (Toelichting 28) | 272 | 342 |
| Obligaties (Toelichting 29) | 1 227 | 1 231 |
| Min: geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 25), schuldinstrumenten (Toelichting 22) en in pand gegeven contanten met betrekking tot de financiële leaseverplichting |
-1 262 | -1 049 |
| Netto-schuld | 237 | 525 |
| Totaal eigen vermogen | 6 255 | 5 736 |
| Totaal financieel kapitaal | 6 492 | 6 260 |
| Gearing ratio | 4% | 8% |
4.5 Schatting van reële waarde
De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals financiële activa tegen reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten) is gebaseerd op de beurskoersen op de balansdatum.
De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van beproefde waarderingstechnieken
zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte contante waarden van kasstromen. De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden en kredieten verzuimrisico's op elke balansdatum.
Voor langetermijnschulden worden marktnoteringen gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstromen. De reële waarde van de renteswaps is berekend als de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de contante waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum.
De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en de boekwaarde van handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen die in de toelichting wordt opgenomen, wordt bepaald door middel van het
verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige marktrentevoeten waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten.
4.5.1 Hiërarchie van de reële waarde
IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie:
- Niveau 1: genoteerde (niet aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
- Niveau 2: andere technieken waarvan alle inputs die een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij indirect;
- Niveau 3: technieken die inputs gebruiken die een aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.
Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.
| 4.5.2 | Financiële activa tegen reële waarde | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| ------- | -------------------------------------- | -- | -- | -- | -- |
| 31 december 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa | ||||
| Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (Toelichting 22) |
||||
| Genoteerde aandelen | 69 | 0 | 0 | 69 |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afgeleide financiële activa (Toelichting 38) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 4 | 0 | 4 |
| Termijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 7 | 0 | 7 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 1 | 0 | 1 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 37 | 0 | 37 |
| 31 december 2017 | ||||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa | ||||
| Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (Toelichting 22) |
||||
| Genoteerde aandelen | 83 | 0 | 0 | 83 |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afgeleide financiële activa (Toelichting 38) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 112 | 0 | 112 |
| Termijncontracten – reële waarde met verwerking van | ||||
| waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening | 0 | 19 | 0 | 19 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 45 | 0 | 45 |
4.5.3 Financiële verplichtingen tegen reële waarde
| 31 december 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële verplichtingen | ||||
| Afgeleide financiële activa (Toelichting 38) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 97 | 0 | 97 |
| Termijncontracten – reële waarde met verwerking van | ||||
| waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening | 0 | 10 | 0 | 10 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van | ||||
| waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening | 0 | 3 | 0 | 3 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) (Toelichting 30) |
||||
| Warranten | 0 | 0 | 55 | 55 |
| 31 december 2017 | ||||
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële verplichtingen | ||||
| Afgeleide financiële activa (Toelichting 38) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 9 | 0 | 9 |
| Termijncontracten – reële waarde met verwerking van | ||||
| waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening | 0 | 20 | 0 | 20 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 1 | 0 | 1 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van | ||||
| waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening | 0 | 4 | 0 | 4 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) (Toelichting 30) |
||||
| Warranten | 0 | 0 | 76 | 76 |
In het boekjaar dat werd afgesloten op 31 december 2018 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde waarderingen en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reële waarde waarderingen.
Waarderingstechnieken voor de reële-
waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waardehiërarchie gebruiken ofwel de "verdisconteerde cash flow" of de "Black & Scholes" methode (alleen voor vreemde valuta-opties) en publiek beschikbare marktinformatie.
De reële waarde van de door een dochteronderneming uitgegeven warranten wordt bepaald via een modelberekening van de verdisconteerde netto contante waarde van de geschatte kasuitstromen. Er is geen wijziging gebeurd in de waarderingstechnieken in vergelijking met vorig jaar. De waardering wordt voorbereid door de financiële afdeling op maandelijkse basis en nagekeken door het Uitvoerend comité. De waarde van de warranten is gebaseerd op de winstgevendheid van de dochteronderneming en de belangrijkste veronderstellingen in het waarderingsmodel omvatten niet observeerbare inputgegevens voor verwachte netto-omzet, mijlpaalgebeurtenissen en
disconteringsvoet. De gebruikte disconteringsvoet is 8,2%. Een stijging/daling in netto-omzet met 10% zou leiden tot een stijging/daling van de reële waarde van de warranten met 0% (2017: 0%). Een daling/stijging van de disconteringsvoet met 1% zou leiden tot een stijging/ daling van de reële waarde van de warranten met 0% (2017: 1%). De wijziging in reële waarde, erkend in de winst- en verliesrekening, bedraagt € 6 miljoen (2017: € 11 miljoen) en is opgenomen in overige financiële kosten (Toelichting 16).
De volgende tabel laat de wijzigingen zien voor niveau 3-instrumenten.
| € miljoen | Warranten | Totaal |
|---|---|---|
| 1 januari 2017 | 127 | 127 |
| Contante aankoop van extra warranten | 0 | 0 |
| Contante afwikkeling van warranten | -48 | -48 |
| Effect van wijzigingen in de reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening | 11 | 11 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -13 | -13 |
| 31 december 2017 | 76 | 76 |
| Contante aankoop van extra warranten | 0 | 0 |
| Contante afwikkeling van warranten | -30 | -30 |
| Effect van wijzigingen in de reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening | 6 | 6 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 3 | 3 |
| 31 december 2018 | 55 | 55 |
Saldering van financiële activa en financiële verplichtingen 4.6
Hoewel de Groep posten heeft die onderhevig zijn aan een afdwingbare master netting- of soortgelijke overeenkomst worden de financiële activa en financiële verplichtingen bruto in de balans opgenomen als niet aan de eisen is voldaan om ze netto op te nemen. De
onderstaande reconciliaties hebben betrekking op de posten die onderhevig zijn aan een afdwingbare master netting- of soortgelijke overeenkomst en die niet op een netto basis zijn opgenomen in de balans.
De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare master netting-overeenkomsten.
31 december 2018
| Gerelateerde niet op de balans verrekende posten | ||||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Bruto financiële activa op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden | Nettobedragen |
| Derivaten | 49 | 27 | 0 | 22 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 49 | 27 | 0 | 22 |
31 december 2018
| Bruto financiële | Gerelateerde niet op de balans verrekende posten | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | verplichtingen op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden | Nettobedragen |
| Derivaten | 110 | 27 | 0 | 83 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 110 | 27 | 0 | 83 |
Met de respectieve tegenpartijen zijn
salderingsovereenkomsten ("netting") afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association) die de saldering van de financiële activa en financiële verplichtingen toelaat. Dit is van toepassing op de reële waarde-afwikkeling in
geval van niet betaling, maar geldt niet op de afsluitdatum 31 december 2018.
De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare master netting-overeenkomsten.
31 december 2017
| Gerelateerde niet op de balans verrekende posten | ||||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Bruto financiële activa op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden | Nettobedragen |
| Derivaten | 176 | 31 | 0 | 145 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 176 | 31 | 0 | 145 |
31 december 2017
| Bruto financiële | Gerelateerde niet op de balans verrekende posten | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | verplichtingen op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden | Nettobedragen |
| Derivaten | 34 | 31 | 0 | 3 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 34 | 31 | 0 | 3 |
5 Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica.
Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen, en wijzen middelen toe op
ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.
Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de opbrengsten afkomstig van de belangrijkste klanten:
5.1 Omzet per product
De netto-omzet bestaat uit:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Cimzia® | 1 446 | 1 424 |
| ® Vimpat |
1 099 | 976 |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) |
790 | 778 |
| ® Neupro |
321 | 314 |
| Briviact® | 142 | 87 |
| Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D® /Cirrus® ) |
101 | 103 |
| Xyzal® | 90 | 104 |
| Overige producten | 323 | 368 |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet | 100 | 28 |
| Totale netto-omzet | 4 412 | 4 182 |
5.2 Geografische informatie
De onderstaande tabel toont de netto-omzet in elke geografische markt waar de klanten zich bevinden:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Verenigde Staten | 2 158 | 2 069 |
| Duitsland | 334 | 319 |
| Europa – overige (met uitzondering van België) | 331 | 322 |
| Japan | 305 | 292 |
| Spanje | 179 | 175 |
| Frankrijk (inclusief Franse gebieden) | 163 | 161 |
| China | 151 | 134 |
| Italië | 149 | 141 |
| VK en Ierland | 131 | 133 |
| België | 39 | 37 |
| Andere landen | 372 | 371 |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet | 100 | 28 |
| Totale netto-omzet | 4 412 | 4 182 |
De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| België | 296 | 260 |
| Zwitserland | 295 | 298 |
| VK en Ierland | 68 | 40 |
| Verenigde Staten | 54 | 32 |
| Japan | 30 | 23 |
| China | 24 | 12 |
| Andere landen | 38 | 8 |
| Totaal | 805 | 673 |
5.3 Informatie over belangrijke klanten
UCB heeft 1 klant die individueel meer dan 15% van de totale netto-omzet vertegenwoordigt op het einde van 2018.
In de VS vertegenwoordigde de verkoop aan 3 groothandelaars ongeveer 75% van de omzet in de VS (2017: 74%).
6 Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten
De Groep heeft volgende bedragen erkend met betrekking tot opbrengsten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten | 4 603 | 4 493 |
| Opbrengsten uit overeenkomsten waarbij risico's en voordelen worden gedeeld | 29 | 37 |
| Totaal opbrengsten | 4 632 | 4 530 |
Uitsplitsing van opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten 6.1
| Actueel Timing van de opbrengstenerkenning |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | |||||
| € miljoen | 2018 | 2017 | Op een bepaald moment in de tijd |
Over een bepaalde periode |
Op een bepaald moment in de tijd |
Over een bepaalde periode |
| Netto-omzet in de VS | 2 158 | 2 069 | 2 158 | 0 | 2 069 | 0 |
| Cimzia® | 896 | 918 | 896 | 0 | 918 | 0 |
| ® Vimpat |
822 | 746 | 822 | 0 | 746 | 0 |
| Keppra® | 221 | 232 | 221 | 0 | 232 | 0 |
| ® Neupro |
101 | 96 | 101 | 0 | 96 | 0 |
| Briviact® | 109 | 63 | 109 | 0 | 63 | 0 |
| Gevestigde merken | 9 | 14 | 9 | 0 | 14 | 0 |
| Netto-omzet in Europa | 1 325 | 1 288 | 1 325 | 0 | 1 288 | 0 |
| Cimzia® | 400 | 370 | 400 | 0 | 370 | 0 |
| Keppra® | 216 | 235 | 216 | 0 | 235 | 0 |
| ® Neupro |
174 | 168 | 174 | 0 | 168 | 0 |
| ® Vimpat |
206 | 177 | 206 | 0 | 177 | 0 |
| Briviact® | 29 | 22 | 29 | 0 | 22 | 0 |
| Gevestigde merken | 300 | 316 | 300 | 0 | 316 | 0 |
| Netto-omzet op internationale markten | 829 | 798 | 829 | 0 | 798 | 0 |
| Keppra® | 352 | 311 | 352 | 0 | 311 | 0 |
| Cimzia® | 150 | 136 | 150 | 0 | 136 | 0 |
| ® Vimpat |
70 | 53 | 70 | 0 | 53 | 0 |
| ® Neupro |
46 | 50 | 46 | 0 | 50 | 0 |
| Briviact® | 4 | 1 | 4 | 0 | 1 | 0 |
| Gevestigde merken | 207 | 246 | 207 | 0 | 246 | 0 |
| Netto-omzet vóór hedging | 4 312 | 4 154 | 4 312 | 0 | 4 154 | 0 |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet |
100 | 28 | 100 | 0 | 28 | 0 |
| Totale netto-omzet | 4 412 | 4 182 | 4 412 | 0 | 4 182 | 0 |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 92 | 108 | 92 | 0 | 108 | 0 |
| Opbrengsten uit contractproductie | 83 | 91 | 83 | 0 | 91 | 0 |
| Inkomsten uit licentieovereenkomsten (vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, |
||||||
| mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet) | 12 | 100 | 2 | 10 | 73 | 27 |
| Opbrengsten voortvloeiend uit diensten & overige leveringen |
4 | 12 | 1 | 3 | 0 | 12 |
| Totaal overige opbrengsten | 99 | 203 | 86 | 13 | 164 | 39 |
| Totaal opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten |
4 603 | 4 493 | 4 590 | 13 | 4 454 | 39 |
6.2 Contractuele activa en verplichtingen
De Groep heeft de volgende opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen erkend:
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| Contractuele verplichtingen die voortvloeien uit licentieovereenkomsten |
|||
| Langlopend | 34 | 6 | 9 |
| Kortlopend | 34 | 16 | 21 |
| Totale opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen | 22 | 30 |
De Groep heeft geen opbrengstgerelateerde contractuele activa.
De opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen hebben betrekking op nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten met Otsuka, Daiichi, GSK en
Pfizer (zie hieronder). Deze verplichtingen zijn gedaald als gevolg van de opname van opbrengsten gedurende het jaar als gevolg van prestatieverplichtingen die in 2018 werden vervuld.
De volgende tabel toont hoeveel van de opbrengsten die in de huidige rapporteringsperiode werden erkend, opgenomen was in het saldo van contractuele verplichtingen aan het begin van de periode en hoeveel van de opbrengsten betrekking heeft op prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden werden vervuld.
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Erkende opbrengsten opgenomen in het saldo van contractuele verplichtingen aan het | ||
| begin van de periode | 9 | 22 |
| Opbrengsten resulterend uit licentieovereenkomsten | 9 | 22 |
| Erkende opbrengsten met betrekking tot prestatieverplichtingen die in voorgaande | ||
| perioden werden vervuld | 196 | 181 |
| Omzet van producten | 104 | 56 |
| Opbrengsten resulterend uit licentieovereenkomsten | 92 | 125 |
De volgende tabel toont nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten:
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| Totaal bedrag van de transactieprijs toegewezen aan ontwikkelingsovereenkomsten die op 31 december gedeeltelijk of volledig onvervuld zijn |
34 | 12 | 18 |
| Ontvangen vooruitbetalingen voor licentie-overeenkomsten die erkend worden in opbrengsten naarmate de prestatieverplichtingen worden |
|||
| vervuld over de periode | 34 | 10 | 12 |
| Nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit | |||
| licentieovereenkomsten: | 22 | 30 |
Het management verwacht dat 62% van de transactieprijs die toegewezen is aan de onvervulde ontwikkelingsovereenkomsten op 31 december 2018, erkend zal worden in de opbrengsten in de volgende rapporteringsperiode. De resterende 38% zal worden opgenomen in de boekjaren 2020 tot 2026. De bedragen die hierboven werden opgenomen, omvatten geen variabele vergoeding die beperkt is. De prestatieverplichtingen die nog vervuld dienen te worden, betreffen ontwikkelingsactiviteiten die in de komende jaren zullen worden uitgevoerd (€ 12 miljoen), evenals het verlenen van toegang tot intellectuele
7 Bedrijfscombinatie
7.1 Overname van Beryllium LLC
Op 2 juni 2017 verhoogde UCB haar aandelenbelang in Beryllium LLC van 27% naar volledige eigendom. UCB werkt reeds verschillende jaren op succesvolle wijze samen met Beryllium LLC en verwierf een belang van 27% in het bedrijf in 2014. UCB verhoogde haar aandelenbelang tot 100% van de uitgegeven en uitstaande aandelen van Beryllium LLC door het betalen van een netto-bedrag van € 7 miljoen aan de externe aandeelhouders van Beryllium LLC, nadat € 7 miljoen terugbetaald was aan UCB, als vergoeding voor de preferente aandelen serie A die door UCB werden aangehouden in Beryllium LLC sinds 2014, inclusief opgebouwde dividenden. UCB finaliseerde de toewijzing van de aankoopprijs (zie onderstaande tabel). De finale goodwill vertegenwoordigt verwachte synergiën met het super netwerk van UCB en onderzoek naar kernantilichamen en kleine moleculen, alsook de ervaren werknemers. Het wordt niet verwacht dat de goodwill fiscaal aftrekbaar is. Aanpassingen ten gevolge
eigendomsrechten waarvan de Groep eigenaar is (€ 10 miljoen).
Alle andere ontwikkelings-, productie- of overige dienstenovereenkomsten gelden voor een periode van een jaar of korter of worden gefactureerd op basis van de gepresteerde tijd. Zoals toegestaan onder IFRS 15, wordt de transactieprijs die is toegewezen aan deze onvervulde overeenkomsten niet toegelicht.
Er werden geen activa erkend voor gemaakte kosten om een contract na te komen.
van de toewijzing van de aankoopprijs hebben voornamelijk betrekking op de identificatie van immateriële activa zoals het micro RNA targeting platform, contracten met klanten, kennis inzake research en standaard operationele procedures alsook de identificatie van uitgestelde belastingvorderingen als onderdeel van de overgedragen fiscale verliezen van Beryllium LLC waarvan verwacht wordt dat ze kunnen worden gerealiseerd in volgende jaren. De reële waarde van de overgenomen vorderingen is geraamd op € 1 miljoen. Alle contractuele kasstromen worden verwacht te worden geïnd. Er werden geen voorwaardelijke verplichtingen geïdentificeerd. Er werden kosten met betrekking tot de overname voor een bedrag van € 1 miljoen opgenomen onder Overige Lasten in 2017. Er werden geen bijkomende materiële kosten met betrekking tot de overname opgenomen in 2018. Er werd geen materiële winst of verlies erkend als gevolg van het herwaarderen aan reële waarde van het aandelenbelang in Beryllium LLC aangehouden door UCB voor de bedrijfscombinatie.
| € miljoen | Initiële openingsbalans |
Aanpassingen als gevolg van de toewijzing van de aankoopprijs |
Aangepaste openingsbalans |
|---|---|---|---|
| Totale aankoopprijs | 7 | 0 | 7 |
| Betaalde vergoeding in cash (netto) | 7 | 7 | |
| Voorwaardelijke vergoeding | 0 | 0 | |
| Afwikkeling van de vordering op Beryllium LLC voor het opgenomen bedrag |
4 | 4 | |
| Reële waarde van de voorheen aangehouden investering | 4 | 4 | |
| Opgenomen bedrag voor identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen |
-2 | -4 | -6 |
| Vaste activa | -2 | -5 | -7 |
| Vlottende activa | -2 | -2 | |
| Langlopende verplichtingen | 2 | -1 | 1 |
| Kortlopende verplichtingen | 0 | 2 | 2 |
| Goodwill | 13 | -4 | 9 |
7.2 Overname van Element Genomics Inc.
UCB verwierf op 30 maart 2018 Element Genomics Inc. Element Genomics Inc. is een kleinschalige biotech spin-off van Duke University met geavanceerde expertise op het gebied van functionele genomica. Het bedrijf dat oorspronkelijk op 13 augustus 2015 werd opgericht, wordt aangedreven door een team van 12 wetenschappers, gevestigd in het centrum van Durham, North Carolina in de Verenigde Staten. De beproefde technologieën en expertise van Element zullen UCB's eigen onderzoekscapaciteiten versterken en daardoor meer waarde toevoegen aan de vroege pijplijn van UCB. De kern van het Element Genomics-platform bestaat uit een reeks methoden om het begrip van de structuur en functie van het genoom te verbeteren. Dit omvat 'CRISPR-bewerkingstechnologieën' die kunnen worden gebruikt om te analyseren hoe mutaties sleutelpaden en ziektes beïnvloeden alsook om regulerende elementen, chromatinestructuur en epigenetica te onderzoeken en moduleren om de effecten op genexpressie en ziektes te bepalen.
UCB verwierf 100% van de uitgegeven en uitstaande aandelen van Element Genomics Inc. voor een totaal bedrag van € 24 miljoen, waarvan € 10 miljoen afhankelijk is van toekomstige mijlpalen. De reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding is geraamd op € 9 miljoen. De schatting houdt rekening met de veronderstelde waarschijnlijkheid en timing van het bereiken van de mijlpalen van de overeenkomst. Er waren geen aanpassingen nodig aan deze schatting
sedert de datum van overname. De verplichting wordt gepresenteerd onder de langlopende 'Handels- en overige verplichtingen'. Bij overname werd door UCB een bedrag van € 6 miljoen betaald aan de houders van een converteerbare obligatie. Aangezien deze terugbetaling werd veroorzaakt door een change-incontrol clausule zoals voorzien in de voorwaarden van de converteerbare obligatie-overeenkomst toen de obligaties in 2016 door Element Genomics Inc. werden uitgegeven, wordt deze betaling niet beschouwd als onderdeel van de vergoeding die wordt overgedragen aan de verkopers in ruil voor controle over Element in overeenstemming met de bepalingen in IFRS 3 Bedrijfscombinaties.
UCB dient de toewijzing van de aankoopprijs nog te finaliseren maar onderstaande tabel toont de initiële bedragen voor de overgenomen netto-activa en goodwill. De goodwill vertegenwoordigt verwachte synergiën met UCB's biotech onderzoeksactiviteiten alsook de ervaren werknemers. Het wordt niet verwacht dat de goodwill fiscaal aftrekbaar is. Aanpassingen ten gevolge van de toewijzing van de aankoopprijs hebben voornamelijk betrekking op de identificatie van immateriële activa zoals het technologieplatform, kennis inzake research en standaard operationele procedures alsook de identificatie van uitgestelde belastingvorderingen resulterend uit de overgedragen fiscale verliezen van Element. Er werden geen materiële vorderingen overgenomen als onderdeel van de bedrijfscombinatie. Er werden geen voorwaardelijke verplichtingen geïdentificeerd. Er werden kosten met
betrekking tot de overname voor een bedrag van € 1 miljoen opgenomen onder Overige Lasten in de periode eindigend op 31 december 2018. De opbrengsten en winst of verlies van Element Genomics Inc. opgenomen in de geconsolideerde winst- en
verliesrekening voor de rapporteringsperiode sinds de overname zijn niet materieel. De opbrengsten en winst of verlies van Element Genomics Inc. indien de datum van overname 1 januari 2018 zou zijn geweest, zijn ook niet materieel.
| € miljoen | Initiële openingsbalans |
Aanpassingen als gevolg van de initiële toewijzing van de aankoopprijs |
Aangepaste openingsbalans (nog niet finaal) |
|---|---|---|---|
| Totale aankoopprijs | 17 | 0 | 17 |
| Betaalde vergoeding in cash | 13 | 13 | |
| Bedrag betaald aan de houders van de converteerbare obligatie | -6 | -6 | |
| Bedrag voorlopig ingehouden als compensatie voor eventuele schadevergoeding |
1 | 1 | |
| Voorwaardelijke vergoeding | 9 | 9 | |
| Opgenomen bedrag voor identificeerbare verworven activa en | |||
| overgenomen verplichtingen | 6 | -1 | 5 |
| Vaste activa | -1 | -1 | |
| Vlottende activa | -1 | -1 | |
| Langlopende verplichtingen | 0 | ||
| Kortlopende verplichtingen | 1 | 1 | |
| Converteerbare obligatie | 6 | 6 | |
| Goodwill | 23 | -1 | 22 |
Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassifieerd als aangehouden voor verkoop 8
8.1 Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Op 2september2015 heeft UCB een overeenkomst afgesloten met Lannett Company, Inc. ("Lannett") voor de verkoop van haar Amerikaanse dochteronderneming gespecialiseerd in generische geneesmiddelen, Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. ("KU"). De verkoop werd afgesloten op 25november2015.
De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten van € 8 miljoen voor 2018 bevat een winst van € 9 miljoen resulterend uit de verkoop van KU. Onder beëindigde bedrijfsactiviteiten worden ook de bijkomende kosten voor een milieuvoorziening met betrekking tot de voormalige folie- en chemische activiteiten opgenomen voor een bedrag van € 1 miljoen. De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten van € 1 miljoen voor 2017 bevat een verlies van € 1 miljoen voor kosten resulterend uit de verkoop van KU, alsook een gedeeltelijke tegenboeking van voorzieningen met betrekking tot de
voormalige folie- en chemische activiteiten voor een bedrag van € 2 miljoen.
De kasstromen van beëindigde bedrijfsactiviteiten worden afzonderlijk vermeld in het kasstroomoverzicht. In 2018 was er een uitgaande kasstroom van € 9 miljoen, voornamelijk gerelateerd aan de afwikkeling van een claim met betrekking tot de activiteiten van KU.
Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassifieerd als aangehouden voor verkoop 8.2
De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2018 hebben hoofdzakelijk betrekking op de gebouwen van de vestiging in Monheim in Duitsland. In 2016 besloot UCB om de gebouwen van deze vestiging te verkopen en om een overeenkomst af te
sluiten om het gedeelte dat momenteel door UCB wordt gebruikt, terug te leasen. Het verkoopcontract voor de vestiging in Monheim werd getekend in november 2018 en de werkelijke overdracht van het gebouw vond plaats in februari 2019. Er werd geen bijzonder
waardeverminderingsverlies geboekt op deze activa.
9 Overige opbrengsten
De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2017 hebben ook betrekking op de gebouwen van de vestiging in Monheim.
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Opbrengsten gegenereerd uit winstdelingsovereenkomsten | 11 | 16 |
| Vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en terugbetalingen | 34 | 133 |
| Opbrengsten uit contractproductie | 83 | 91 |
| Totaal overige opbrengsten | 128 | 240 |
De opbrengsten uit winstdelingovereenkomsten hebben voornamelijk betrekking op opbrengsten uit de gezamenlijke promotie van Dafiro ®.
In de loop van 2018 ontving UCB mijlpaalbetalingen en terugbetalingen van verschillende partijen, voornamelijk (van):
- Sanofi, voor samenwerking en ontwikkeling van innovatieve anti-inflammatoire kleine moleculen;
- Otsuka, voor de gezamenlijke ontwikkeling van E Keppra® en Neupro ® in Japan;
10 Operationele kosten volgens aard
De onderstaande tabel toont een aantal kostenitems die in de winst- en verliesrekening worden geboekt met een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep:
- Daiichi Sankyo, voor Vimpat ® in Japan;
- Astellas, voor Cimzia® in Japan;
- Biogen, voor de gezamelijke ontwikkeling van het antilichaam dapirolizumab pegol.
De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten houden voornamelijk verband met de loonfabricageovereenkomsten die werden afgesloten na de afstoting van gevestigde merken.
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| Kosten voor personeelsbeloningen | 11 | 1 180 | 1 200 |
| Afschrijvingen van materiële vaste activa | 21 | 117 | 74 |
| Afschrijving van immateriële activa | 19 | 170 | 160 |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa (netto) | 13 | 0 | 1 |
| Totaal | 1 467 | 1 435 |
11 Kosten voor personeelsbeloningen
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 807 | 790 | |
| Kosten voor sociale zekerheid | 123 | 121 | |
| Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegd-pensioenregelingen | 32 | 61 | 72 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegde bijdragenregelingen | 18 | 25 | |
| Op aandelen gebaseerde betalingen aan werknemers en bestuurders | 27 | 65 | 88 |
| Verzekering | 51 | 47 | |
| Overige personeelsbeloningen | 55 | 57 | |
| Totaal kosten voor personeelsbeloningen | 1 180 | 1 200 |
De totale kosten voor personeelsbeloningen worden toegerekend aan functionele lijnen binnen de winst- en verliesrekening.
De overige personeelsbeloningen bestaan voornamelijk uit ontslagvergoedingen, afvloeiingsregelingen en uitkeringen voor langdurige / tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
| Aantal werknemers per 31 december | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Met uurloon | 0 | 3 |
| Met maandloon | 3 024 | 3 139 |
| Directie | 4 471 | 4 336 |
| Totaal | 7 495 | 7 478 |
Meer informatie over vergoedingen na uitdiensttreding en op aandelen gebaseerde betalingen vindt u in Toelichtingen 32 en 27.
12 Overige bedrijfsbaten/-lasten
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Voorzieningen | -19 | 5 |
| Waardevermindering op handelsvorderingen | -4 | -4 |
| Verlies uit de verkoop van vaste activa | -7 | -1 |
| Terugbetaling door derden van ontwikkelingskosten | 1 | 8 |
| Ontvangen overheidssubsidies | 15 | 14 |
| Samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling en commercialisering van Evenity™ | -10 | -39 |
| Overige baten/lasten (-) | 0 | 6 |
| Totaal overige bedrijfsbaten / -lasten | -24 | -11 |
Het resultaat van de samenwerkingsovereenkomst met Amgen voor de ontwikkeling en commercialisering van Evenity™ bedroeg € -10 miljoen in lasten (in vergelijking met € -39 miljoen in 2017). Alle doorrekeningen van kosten voor ontwikkeling en commercialisering naar / van Amgen worden geclassificeerd als overige
bedrijfsbaten / -lasten. Het equivalent totale netto doorrekeningen per 31 december 2018 bestaat uit € 2 miljoen marketing- en verkoopbaten (€ -17 miljoen lasten in 2017) en € -12 miljoen ontwikkelingskosten (€ -22 miljoen in 2017).
De voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op BTW risico's en risico's gelinkt aan de recupereerbaarheid van subsidies.
13 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
Een beoordeling van de realiseerbare waarden van de activa van de Groep resulteerde in de boeking van bijzondere waardeverminderingsverliezen ten bedrage van € 0 miljoen (2017: € 1 miljoen).
In 2017 werd er een bijzonder
waardeverminderingsverlies van € 6 miljoen erkend met betrekking tot narcotische hoestonderdrukkers. Daarnaast werd een bijzondere waardevermindering van € 1 miljoen erkend met betrekking tot Metadate®. Verder werd de bijzondere waardevermindering op inotuzumab ozogamicin, in licentie gegeven aan Pfizer, voor een bedrag van € 6 miljoen, die geboekt werd in 2013, teruggenomen aangezien Pfizer bekend maakte dat de Europese Commissie Besponsa® (inotuzumab
14 Reorganisatiekosten
De reorganisatiekosten voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2018 bedragen € 20 miljoen (2017:
ozogamicin) goedgekeurd heeft als monotherapie voor de behandeling van volwassenen met recidiverende of refractaire Acute Lymfatische Leukemie (ALL).
In 2018 werden geen bijzondere
waardeverminderingsverliezen geboekt voor materiële vaste activa van de Groep (2017: € 0 miljoen).
Geen redelijkerwijs mogelijke wijziging in één van de basisveronderstellingen waarop het management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van de realiseerbare waarde van de activa zou aanleiding kunnen geven tot een boekwaarde die zijn realiseerbare waarde overschrijdt.
€ 23 miljoen) en hebben betrekking op nieuwe organisatiemodellen en bedrijfsstopzetting.
15 Overige baten/lasten
De totale overige baten/lasten vertegenwoordigden baten van € 24 miljoen (2017: lasten van € 19 miljoen) en omvatten de volgende posten:
- Nettowinst op afstotingen: € 47 miljoen in 2018 die gerelateerd is aan de verkoop van Innere Medizin en de afstoting van niet-kern producten uit de gevestigde merken portfolio (€ 3 miljoen in 2017, gelinkt aan bijkomende opbrengsten ontvangen met betrekking tot de verkoop van de nitratenactiviteit).
- Overige lasten: € 59 miljoen in 2018, gerelateed aan juridische kosten met betrekking tot intellectuele eigendom en de Distelbène voorziening (2017: € 22 miljoen, voornamelijk gerelateerd aan juridische kosten in verband met intellectuele eigendom).
- Overige baten: € 36 miljoen in 2018, voornamelijk met betrekking tot de erkenning van het cumulatief bedrag van wisselkoersverschillen voor buitenlandse entiteiten die geliquideerd werden in 2018. Deze wisselkoersverschillen werden voorheen uitgesteld in niet-gerealiseerde resultaten.
16 Financiële opbrengsten en financiële kosten
De netto financiële kosten voor het jaar bedroegen € 93 miljoen (2017: € 99 miljoen). Het detail van de financiële kosten en financiële opbrengsten is als volgt:
Financiële kosten
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Rentekosten van: | ||
| Particuliere obligaties | -25 | -25 |
| Institutionele euro-obligaties | -17 | -17 |
| Overige leningen | -17 | -14 |
| Financiële kosten op leases | -3 | 0 |
| Waardevermindering op aandelen en overige financiële activa | 0 | 0 |
| Nettoverlies op rentederivaten | 0 | 0 |
| Nettoverliezen op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten | -3 | 0 |
| Nettoverliezen uit wisselkoersverschillen | -38 | -44 |
| Overige netto financiële opbrengsten/kosten(-) | -6 | -14 |
| Totaal financiële kosten | -109 | -114 |
Financiële opbrengsten
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Rentebaten: | ||
| Op bankdeposito's | 1 | 1 |
| Op rentederivaten | 15 | 13 |
| Nettowinst op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten | 0 | 1 |
| Totaal financiële opbrengsten | 16 | 15 |
De overige netto financiële opbrengsten / kosten bevatten € 6 miljoen kosten die verband houden met de verandering in reële waarde van de warranten
verbonden aan de gestructureerde entiteit Edev S.à.r.l. (€ -11 miljoen in 2017) (Toelichting 4.5.3).
17 Winstbelastingen (-)/tegoeden
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting | -145 | 16 |
| Uitgestelde winstbelasting | -55 | -234 |
| Totale winstbelastingen (-) / tegoeden | -200 | -218 |
De Groep is actief in verschillende landen en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in veel verschillende fiscale jurisdicties.
De kost uit hoofde van winstbelastingen op de winst van de Groep vóór belastingen verschilt van het theoretische bedrag dat tot stand zou komen bij gebruik van het gewogen gemiddelde belastingtarief dat van toepassing
is op de winsten (verliezen) van de geconsolideerde ondernemingen.
De winstbelastingen die erkend werden in de winst- en verliesrekening kunnen als volgt worden gedetailleerd:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Winst vóór belastingen | 1 015 | 988 |
| Winstbelastingen(-) berekend op basis van lokale belastingpercentages die van toepassing | ||
| zijn in de respectievelijke landen | -213 | -206 |
| Theoretisch belastingpercentage | 21% | 21% |
| Erkende winstbelasting voor de periode | -145 | 16 |
| Erkende uitgestelde winstbelasting | -55 | -234 |
| Totale winstbelastingen | -200 | -218 |
| Effectief belastingpercentage | 19,7% | 22,0% |
| Verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen | 13 | -12 |
| Verworpen uitgaven | -27 | -34 |
| Niet-belastbare inkomsten | 15 | 8 |
| Stijging (-)/daling in verplichtingen voor onzekere belastingposities | -33 | 181 |
| Effect van het gebruik gedurende de periode van voorheen niet erkende | ||
| belastingtegoeden en verliezen | 4 | 43 |
| Belastingtegoeden | 73 | 37 |
| Wijziging in belastingpercentages | 59 | -124 |
| Effect van de tegenboeking van voorheen erkende uitgestelde belastingvorderingen op | ||
| fiscale verliezen | 0 | 0 |
| Aanpassingen aan de winstbelasting voor de periode gerelateerd aan voorgaande jaren | 6 | 35 |
| Aanpassingen aan de uitgestelde winstbelasting gerelateerd aan voorgaande jaren | 8 | -71 |
| Netto-effect van voorheen niet erkende uitgestelde belastingvorderingen en niet | ||
| erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor huidig boekjaar | -95 | -89 |
| Bronbelasting | -1 | -2 |
| Overige belastingen | 4 | 3 |
| Totaal verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen | 13 | -12 |
Het theoretische belastingpercentage bleef stabiel in vergelijking met vorig jaar.
Het effectief belastingpercentage van 19,7% is licht lager dan voorgaand jaar en is samengesteld uit een kost voor wat betreft de winstbelasting die over de verslagperiode verschuldigd is en een kost voor wat betreft de uitgestelde winstbelasting. De voornaamste drijfveren voor dit belastingpercentage kunnen als volgt worden samengevat:
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting:
- De impact van fiscale stimulansen voor onderzoek en ontwikkeling in belangrijke jurisdicties.
- Een toename van de reserves voor onzekere belastingposities die de technische aspecten van de posities en de huidige status van de besprekingen met de belastingsadministraties in belangrijke jurisdicties weergeven. Deze reserves worden gedeeltelijk
gecompenseerd door de verdere erkenning van activa voor Onderling Overlegprocedures.
De impact van de Belgische belastinghervorming die de aanwending van overgedragen fiscale verliezen beperkt.
Uitgestelde winstbelasting
- In lijn met voorgaande jaren is het belastingpercentage gestegen als gevolg van verliezen en verrekenbare innovatie-aftrek die tijdens de periode werden gegenereerd maar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend.
- Uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot de activiteiten in de VS konden geherwaardeerd worden op basis van verdere richtlijnen rond de Amerikaanse belastinghervorming, waarbij het van toepassing zijnde belastingtarief werd bevestigd.
Factoren die de kost voor winstbelastingen
in de toekomst zullen beïnvloeden
De Groep is op de hoogte van verschillende factoren die het toekomstige effectieve belastingpercentage van de Groep zouden kunnen beïnvloeden, meer bepaald de mix van winsten en verliezen tussen de verschillende landen waarin de Groep actief is, het bedrag van niet erkende verliezen die in de toekomst op de balans kunnen worden gebracht alsook het resultaat van toekomstige belastingcontroles.
Wijzigingen in de fiscale wetgeving in jurisdicties waarin de Groep actief is alsook de impact van internationale fiscale regelgeving, zoals de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag (CCCTB) van de Europese Unie en de aanbevelingen van de OESO inzake belastingerosie en winstverschuiving (BEPS), kunnen een belangrijke impact hebben.
Bedrijfsherstructureringen, acquisities en desinvesteringen, toekomstige planning evenals de wijzigingen in fiscale wetgeving kunnen ook gevolgen hebben voor de toekomstige kost voor winstbelastingen van de Groep.
De Groep heeft vooral aandacht voor het volgende:
- Zwitserland: Zwitserland wordt verwacht een belastinghervorming door te voeren in de nabije toekomst, wat zou leiden tot een verminderd tarief voor de vennootschapsbelasting (afhankelijk van het kanton in Zwitserland). De wijziging van de belastingwetgeving wordt verwacht om op langere termijn een positief effect te hebben op de over de periode verschuldigde winstbelasting.
- Verenigde Staten: De Amerikaase overheid is momenteel de wetteksten en interpretaties van de Amerikaanse belastinghervorming uit 2017 aan het uitvaardigen. UCB blijft haar belastingposities in de Verenigde Staten consistent herbeoordelen op basis van de meest recente richtlijnen.
- Verenigd Koninkrijk: Het management van UCB volgt de Brexit van nabij op, alsook elke invloed die deze zou kunnen hebben op het gebied van de venootschapsbelasting.
18 Componenten van niet-gerealiseerde resultaten (inclusief minderheidsbelangen)
| € miljoen | 1 januari 2017 | Bewegingen van 2017 na belastingen |
31 december 2017 |
Bewegingen van 2018 na belastingen |
31 december 2018 |
|---|---|---|---|---|---|
| Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden: |
153 | -254 | -101 | -110 | -211 |
| Cumulatieve omrekeningsverschillen | 132 | -352 | -220 | 66 | -154 |
| Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet |
|||||
| gerealiseerde resultaten | 41 | -12 | 29 | -35 | -6 |
| Kasstroomafdekkingen | -20 | 110 | 90 | -141 | -51 |
| Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden: |
-353 | 9 | -344 | 9 | -335 |
| Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten |
-353 | 9 | -344 | 9 | -335 |
| Totaal niet-gerealiseerde resultaten toerekenbaar aan aandeelhouders |
-200 | -245 | -445 | -101 | -546 |
19 Immateriële activa
| 2018 | |||
|---|---|---|---|
| Handelsmerken, patenten, |
|||
| € miljoen | licenties | Overige | Totaal |
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 2 525 | 342 | 2 867 |
| Verwervingen | 194 | 15 | 209 |
| Afstotingen | -4 | -16 | -20 |
| Bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 1 | 20 | 21 |
| Verkopen | -14 | -5 | -19 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop | 0 | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 35 | 2 | 37 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 2 737 | 358 | 3 095 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere | |||
| waardeverminderingsverliezen per 1 januari | -1 837 | -213 | -2 050 |
| Afschrijvingen voor het jaar | -136 | -34 | -170 |
| Afstotingen | -2 | 14 | 12 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst- en | |||
| verliesrekening | 0 | 0 | 0 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 0 | 0 | 0 |
| Verkopen | 13 | 2 | 15 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop | 0 | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -30 | -2 | -32 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere | |||
| waardeverminderingsverliezen per 31 december | -1 992 | -233 | -2 225 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 745 | 125 | 870 |
| 2017 | |||
|---|---|---|---|
| Handelsmerken, patenten, |
|||
| € miljoen | licenties | Overige | Totaal |
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 2 278 | 396 | 2 674 |
| Verwervingen | 73 | 31 | 104 |
| Afstotingen | -3 | -15 | -18 |
| Bedrijfscombinaties | 5 | 0 | 5 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 295 | -68 | 227 |
| Verkopen | 0 | 0 | 0 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop | 0 | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -123 | -2 | -125 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 2 525 | 342 | 2 867 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere | |||
| waardeverminderingsverliezen per 1 januari | -1 489 | -310 | -1 799 |
| Afschrijvingen voor het jaar | -604 | 444 | -160 |
| Afstotingen | 1 | 15 | 16 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst- en | |||
| verliesrekening | -1 | 0 | -1 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 163 | -366 | -203 |
| Verkopen | 0 | 0 | 0 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop | 0 | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 93 | 4 | 97 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere | |||
| waardeverminderingsverliezen per 31 december | -1 837 | -213 | -2 050 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 688 | 129 | 817 |
De Groep schrijft alle immateriële activa af zodra ze in gebruik worden genomen. De afschrijving van immateriële activa wordt toegeschreven aan de kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa die verband houden met compounds. De afschrijvingen met betrekking tot software worden toegeschreven aan de functies die deze software gebruiken.
Het merendeel van de immateriële activa van de Groep is uit vorige overnames voortgekomen. In 2018 verwierf de Groep immateriële activa voor een totaal van € 209 miljoen (2017: € 104 miljoen). Deze verwervingen betreffen aangegane licentieovereenkomsten, software en in aanmerking komende geactiveerde ontwikkelingskosten, waarvan de meest belangrijke betrekking hebben op de verwerving van de intranasale midazolam van Proximagen voor € 132 miljoen en de laaste mijlpaalbetaling aan Dermira voor € 33 miljoen. Er waren ook toevoegingen voor in totaal € 24 miljoen met betrekking tot de kapitalisatie van externe ontwikkelingskosten voor studies uitgevoerd na goedkeuring door de regelgevende instanties.
Afstotingen in 2018 en 2017 hadden voornamelijk betrekking op software.
In de loop van het jaar erkende de Groep bijzondere waardeverminderingen voor een totaal bedrag van € 0 miljoen (2017: € 1 miljoen). De bijzondere waardevermindering van € 1 miljoen in 2017 had betrekking op narcotische hoestonderdrukkers (€ 6 miljoen) en Metadate® (€ 1 miljoen), gecompenseerd door een terugname van de bijzondere waardevermindering op inotuzumab ozomagicin, een actief dat in licentie werd gegeven voor een bedrag van € 6 miljoen. De bijzondere waardeverminderingen worden nader omschreven in Toelichting 13 en zijn in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa".
Afstotingen met een netto-boekwaarde van € 4 miljoen hebben betrekking op de immateriële activa van UCB Innere Medizin GmbH & Co. KG.
Overige immateriële activa omvatten vooral software en lopende ontwikkelingsprojecten. Deze activa worden pas afgeschreven zodra ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de betreffende producten voor het eerst gecommercialiseerd worden) en overgeboekt naar de rubriek licenties.
20 Goodwill
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Netto-boekwaarde per 1 januari | 4 838 | 5 178 |
| Verwervingen | 22 | 9 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 110 | -349 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 4 970 | 4 838 |
De Groep controleert de goodwill elk jaar op bijzondere waardeverminderingen of vaker als er aanwijzingen zijn dat er mogelijks een bijzondere waardevermindering zou moeten geboekt worden op de goodwill. Bij het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen functioneert de Groep als één segment, biofarmaceutische producten, met één enkele kasstroomgenererende eenheid (cash generating unit of CGU) die het laagste niveau vertegenwoordigt waarop de goodwill wordt gemonitord.
Het realiseerbare bedrag van de kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald op basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die toegepast werd voor het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen is dezelfde als deze die in 2017 werd toegepast.
Belangrijkste veronderstellingen
Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag liggen van het door het management en raad van bestuur goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 10 jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de langetermijnprognoses gebruikt om de passende levenscycli van producten volledig te modelleren op basis van de verstrijkdatum van het patent en het therapeutische gebied. Deze langetermijnprognoses, gebaseerd op de resultaten uit het verleden en de verwachtingen van het management inzake marktontwikkelingen, worden aangepast voor specifieke risico's en omvatten:
- de omzetgroeipercentages van pas geïntroduceerde producten;
- de waarschijnlijkheid dat nieuwe producten en/of indicaties de commercialiseringsfase halen;
- de slaagkansen van toekomstige productlanceringen en de verwachte data daarvan;
de erosie-effecten na het verstrijken van octrooien.
In vergelijking met 2017 waren er geen beduidende veranderingen in deze belangrijkste veronderstellingen, behalve voor de veronderstellingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van productlancering, die werden aangepast rekening houdend met de nieuwste ontwikkelingen.
Kasstromen van na de geplande prognosetermijn (eindwaarde) worden geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 3 % (2017: 3%). Dit groeicijfer is niet hoger dan het gemiddelde groeipercentage op lange termijn voor de desbetreffende gebieden waarin de CGU actief is.
De meeste inkomsten en uitgaven van de Groep worden geboekt in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij het opstellen van de toekomstige kasstromen:
| Prognoses over 10jaar |
2017 | |
|---|---|---|
| USD | 1,23 – 1,32 | 1,10 – 1,25 |
| GBP | 0,90 – 1,02 | 0,87 – 0,90 |
| JPY | 130 – 133 | 120 |
| CHF | 1,12 – 1,16 | 1,00 – 1,06 |
Uitgaande van de risicovrije kortetermijnrente LIBOR op 6 maanden en de langetermijnrente op generieke EUoverheidsobligaties op 20 jaar (2017: 20 jaar), worden de toegepaste disconteringsvoeten bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost voor DCF-modellen, inclusief de benchmark op 20 jaar (2017: 20 jaar) voor de kosten van het eigen en het vreemd vermogen, aangepast voor de specifieke activa en landenrisico's die gepaard gaan met de CGU. Gelet op de aard van de sector, heeft de Groep een disconteringsvoet toegepast van 6,41% (2017: 6,62%) voor in de handel verkrijgbare
producten en van 13,0% (2017: 13,0%) voor pijplijnproducten. In de handel verkrijgbare producten zijn producten die verkocht worden op de markt per jaareinde. Deze bevatten onze producten Cimzia®, Vimpat ®, Neupro ®,Keppra®, Briviact® en andere producten (Zyrtec®, Xyzal® en overige). Pijplijnproducten zijn producten die nog niet verkocht worden op de markt per jaareinde (bv. Evenity™). Voor pijplijnproducten wordt een andere disconteringsvoet gebruikt aangezien de risico's met betrekking tot deze producten hoger zijn dan voor de producten die reeds op de markt zijn. De disconteringsvoeten worden minstens één keer per jaar herzien.
Aangezien de kasstromen pas na belasting worden opgenomen in de berekening van de bedrijfswaarde van de CGU, wordt een disconteringsvoet na belasting gebruikt om consistent te blijven.
Het gebruik van de disconteringsvoet na winstbelasting benadert het resultaat van het gebruik van een tarief vóór belasting toegepast op kasstromen vóór belasting. Er werd een belastingvoet gehanteerd tussen 1% en 25% (2017: 12% -25%).
Gevoeligheidsanalyse
Op basis van wat hierboven werd beschreven, heeft het management geoordeeld dat geen enkele redelijke verandering in om het even welke belangrijke veronderstelling voor het bepalen van de realiseerbare waarde ertoe zou leiden dat de boekwaarde van de CGU wezenlijk hoger zou worden dan zijn realiseerbare waarde. Ter informatie: de gevoeligheidsanalyse die gebruik maakt van een groeipercentage van 0% gecombineerd met een disconteringsvoet onder de 12,3% geeft geen aanleiding tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill.
21 Materiële vaste activa
| 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Terrein en gebouwen |
Installaties en machines |
Kantoor inrichting, computer uitrusting, voertuigen en andere |
Activa in opbouw |
Totaal |
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 475 | 768 | 117 | 134 | 1 494 |
| Verwervingen | 97 | 38 | 49 | 80 | 264 |
| Afstotingen | -2 | -9 | -3 | -1 | -15 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 4 | 73 | 5 | -105 | -23 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 8 | 15 | 2 | 1 | 26 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 582 | 885 | 170 | 109 | 1 746 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari | -250 | -464 | -105 | -2 | -821 |
| Afschrijvingen voor het jaar | -40 | -54 | -23 | 0 | -117 |
| Afstotingen | 2 | 8 | 2 | 0 | 12 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | -2 | 0 | 0 | 0 | -2 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -4 | -8 | -1 | 0 | -13 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per | |||||
| 31 december | -294 | -518 | -127 | -2 | -941 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 288 | 367 | 43 | 107 | 805 |
| 2017 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Kantoor | |||||
| inrichting, computer |
|||||
| uitrusting, | |||||
| Terrein en | Installaties en | voertuigen en | Activa in | ||
| € miljoen | gebouwen | machines | andere | opbouw | Totaal |
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 542 | 784 | 112 | 85 | 1 523 |
| Verwervingen | 3 | 16 | 4 | 105 | 128 |
| Bedrijfscombinaties | 0 | 2 | 0 | 0 | 2 |
| Afstotingen | 9 | -16 | 3 | -1 | -5 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | -21 | 19 | 4 | -50 | -48 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor | |||||
| verkoop | -31 | -1 | -1 | 0 | -33 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -27 | -36 | -5 | -5 | -73 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 475 | 768 | 117 | 134 | 1 494 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari | -288 | -457 | -98 | -2 | -845 |
| Afschrijvingen voor het jaar | -20 | -46 | -8 | 0 | -74 |
| Afstotingen | -9 | 15 | -2 | 0 | 4 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 23 | 1 | 0 | 0 | 24 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor | |||||
| verkoop | 31 | 1 | 1 | 0 | 33 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 13 | 22 | 2 | 0 | 37 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per | |||||
| 31 december | -250 | -464 | -105 | -2 | -821 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 225 | 304 | 12 | 132 | 674 |
Er zijn geen eigendomsbeperkingen op de materiële vaste activa en er zijn evenmin materiële vaste activa in onderpand gegeven ter dekking van schulden.
In 2018 verwierf de Groep materiële vaste activa voor een totaal bedrag van € 264 miljoen (2017: € 128 miljoen). Deze verwervingen omvatten gebruiksrechten voor geleasde activa als een gevolg van de toepassing van IFRS 16 voor een bedrag van € 140 miljoen. Andere verwervingen hielden vooral verband met de upgrade van de biotech fabriek in Bulle (Zwitserland), de nieuwe biologische productie-eenheid en het vernieuwen van een fabriek op de UCB site in Braine (België), IT-hardware en andere materialen en installaties.
Gedurende het jaar heeft de Groep geen bijzondere waardeverminderingsverliezen erkend (2017: bijzondere waardevermindering van € 0 miljoen).
De afschrijvingskost voor het boekjaar bedroeg € 117 miljoen (2017: € 74 miljoen) en omvat de afschrijvingen op gebruiksrechten van geleasde activa (€ 38 million).
Gekapitaliseerde financieringskosten
Er werden geen financieringskosten gekapitaliseerd in 2018 (2017: € 0 miljoen).
22 Financiële en overige activa
22.1 Financiële en overige vaste activa
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet gerealiseerde resultaten (zie onder) |
52 | 69 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen | 3 | 4 |
| Deposito's in contanten | 9 | 8 |
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 38) | 38 | 45 |
| Restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland | 23 | 23 |
| Overige financiële activa | 34 | 48 |
| Financiële en overige vaste activa | 159 | 197 |
22.2 Financiële en overige vlottende activa
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Materiaal voor klinische tests | 77 | 49 |
| Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet | ||
| gerealiseerde resultaten (zie onder) | 17 | 14 |
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 38) | 11 | 131 |
| Financiële en overige vlottende activa | 105 | 194 |
Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in nietgerealiseerde resultaten 22.3
resultaten zoals opgenomen onder de vaste en vlottende activa omvatten het volgende:
De financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Aandelen | 69 | 83 |
| Schuldinstrumenten | 0 | 0 |
| Voor verkoop beschikbare financiële activa | 69 | 83 |
De evolutie van de boekwaarde van de financiële activa tegen reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten is als volgt samengesteld:
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Aandelen | Schuldin strumenten |
Aandelen | Schuldin strumenten |
| Per 1 januari | 83 | 0 | 64 | 3 |
| Verwervingen | 23 | 0 | 31 | 0 |
| Afstotingen | 0 | 0 | 0 | -3 |
| Reële waardeverminderingen met verwerking on niet | ||||
| gerealiseerde resultaten | -37 | 0 | -12 | 0 |
| Per 31 december | 69 | 0 | 83 | 0 |
Voor de financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, benadert de boekwaarde de reële waarde.
De Groep heeft geen investeringen in schuldinstrumenten.
De aandelen omvatten voornamelijk de investeringen in Dermira Inc., Heidelberg Pharma AG, Clementia Pharmaceuticals Inc., Ceribell Inc. en investeringen in UCB Ventures die geclassificeerd werden als financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten. Deze investeringen worder gewaardeerd aan reële waarde. Winsten en verliezen ten gevolge van de wijzigingen in reële waarde worden getoond in de nietgerealiseerde resultaten.
Eind 2018 bedroegen de belangen van UCB in Dermira Inc., Heidelberg Pharma AG, Clementia Pharmaceuticals Inc. en Ceribell Inc. respectievelijk 4,45%, 4,03%, 0,77% en 4,41% (2017: 4,45%, 5,04%, 0,92% en 0%). Aangezien UCB geen invloed van betekenis heeft in deze ondernemingen, worden deze eigenvermogensinstrumenten geclassificeerd als financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten.
De verwervingen van financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten gedurende het jaar omvatten € 18 miljoen investeringen gedaan in UCB Ventures, het risicokapitaalfonds van UCB.
De verliezen op reële waardeverminderingen verwerkt in niet-gerealiseerde resultaten hebben voornamelijk betrekking op de daling van de waarde van UCB's belang in Dermira Inc. (€ 31 miljoen)
De financiële vlottende activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in nietgerealiseerde resultaten (€ 17 miljoen) hebben betrekking op definitief verworven langetermijnincentives toegekend aan werknemers. Deze
worden in bewaring gehouden voor rekening van de relevante deelnemers op een afzonderlijke effectenrekening van UCB. Er is een overeenkomstige verplichting opgenomen onder Overige verplichtingen (Toelichting 34).
22.4 Investeringen in geassocieerde deelnemingen
In december 2017 heeft de Groep een investering gedaan in Syndesi Therapeutics SA, een Belgisch bedrijf. Deze investering wordt beschouwd als een investering in een geassocieerde deelneming en wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, omdat UCB een invloed van betekenis heeft via haar aandelenbelang (18,1%) en aanwezigheid in de Raad van bestuur. Het aandeel van de Groep in het verlies van de geassocieerde deelneming voor 2018 bedraagt € 1 miljoen en er zijn geen niet-gerealiseerde resultaten verbonden aan de investering van de Groep in deze geassocieerde deelneming. Deze investering is opgenomen in de financiële en overige vaste activa in de balans.
22.5 Gezamenlijke activiteiten
Er werden geen gezamenlijke activiteiten aangegaan door de Groep in 2018.
Dochterondernemingen met materiële minderheidsbelangen 22.6
De geaccumuleerde minderheidsbelangen bedragen € -55 miljoen op 31 december 2018 en hebben betrekking op Edev S.à.r.l. ("Edev"). Er zijn geen dividenden betaald aan minderheidsbelangen, noch in 2018 noch in 2017.
Het in Luxemburg gevestigde Edev is volledig eigendom van minderheidsbelangen en het overzicht van de financiële informatie in de onderstaande tabellen is gebaseerd op de financiële situatie voor eliminatie van de intragroepstransacties.
Samenvatting van de balans
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 0 | 0 |
| Vlottende activa | 1 | 0 |
| Totaal activa | 1 | 0 |
| Langlopende verplichtingen | 29 | 52 |
| Kortlopende verplichtingen | 27 | 24 |
| Totaal verplichtingen | 56 | 76 |
| Minderheidsbelangen | -55 | -76 |
Samenvatting van de winst- en verliesrekening
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | 29 | 30 |
| Kosten | -6 | -12 |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 23 | 18 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde winst (verlies) toewijsbaar aan de | ||
| minderheidsbelangen | 22 | 30 |
Samenvatting van het kasstroomoverzicht
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Netto kasinstroom (uitstroom) uit operationele activiteiten | 0 | 0 |
| Netto kasinstroom (uitstroom) uit investeringsactiviteiten | 0 | 0 |
| Netto kasinstroom (uitstroom) uit financieringsactiviteiten | 0 | 0 |
| Netto kasinstroom (uitstroom) | 0 | 0 |
23 Voorraden
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 83 | 97 |
| Goederen in bewerking | 441 | 362 |
| Afgewerkte producten | 123 | 135 |
| Goederen aangekocht voor doorverkoop | 0 | 3 |
| Voorraden | 647 | 597 |
De kostprijs van de voorraden die zijn opgenomen als kost in "kostprijs van de omzet" bedroeg € 685 miljoen (2017: € 713 miljoen). Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er voorraden die geboekt zijn tegen hun netto realiseerbare waarde. De
waardeverminderingen op voorraden bedroegen € 37 miljoen in 2018 (2017: € 21 miljoen) en zijn opgenomen in de "kostprijs van de omzet". De totale voorraad steeg met € 50 miljoen. De toename is voornamelijk te wijten aan de Cimzia® voorraad.
24 Handelsvorderingen en overige vorderingen
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 625 | 583 |
| Min: provisie voor waardeverminderingen | -9 | -8 |
| Handelsvorderingen – netto | 616 | 575 |
| Te ontvangen BTW | 43 | 56 |
| Te ontvangen interesten | 11 | 10 |
| Vooruitbetaalde onkosten | 95 | 83 |
| Nog te ontvangen inkomsten | 0 | 6 |
| Overige vorderingen | 54 | 63 |
| Te ontvangen royalty's | 16 | 16 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 835 | 809 |
De boekwaarde van handelsvorderingen en overige vorderingen benadert hun reële waarde. Met betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële waarde geacht overeen te komen met de boekwaarde verminderd met de voorziening voor waardeverminderingen, en voor alle andere vorderingen benadert de boekwaarde de reële waarde, gezien de korte looptijd van deze bedragen.
Er bestaat enige concentratie van kredietrisico bij de handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. De Groep werkt samen met specifieke groothandelaars in bepaalde landen. De grootste uitstaande handelsvordering op één klant in 2018 was 18% (2017: 17%) namelijk op McKesson Corp. U.S.
De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen van de Groep per jaareinde is als volgt:
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Bruto boekwaarde |
Waarde verminderingen |
Bruto boekwaarde |
Waarde verminderingen |
| Niet vervallen | 556 | 0 | 505 | 0 |
| Vervallen – minder dan één maand | 43 | 0 | 57 | -1 |
| Vervallen – langer dan een maand en niet langer dan drie maanden |
6 | 0 | 6 | 0 |
| Vervallen – langer dan drie maanden en niet langer dan zes maanden |
4 | 0 | 4 | 0 |
| Vervallen – langer dan zes maanden en niet langer dan één jaar |
9 | -3 | 5 | -3 |
| Vervallen – langer dan één jaar | 7 | -6 | 6 | -4 |
| Totaal | 625 | -9 | 583 | -8 |
Op basis van historische percentages van wanbetaling, meent de Groep dat er geen voorziening voor waardeverminderingen nodig is voor
handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn, tenzij er
een specifieke indicatie of bewijs van een bijzondere waardevermindering is. Dit betreft 89% (2017: 87%) van het uitstaande saldo op de balansdatum.
De bewegingen in de voorziening voor waardeverminderingen op handelsvorderingen worden hieronder vermeld:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | -8 | -6 |
| Waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst- en verliesrekening | -1 | -5 |
| Benutting/afname van provisie voor waardeverminderingen | -1 | 3 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 1 | 0 |
| Balans per 31 december | -9 | -8 |
De overige categorieën binnen handels- en overige vorderingen bevatten geen activa die een waardevermindering hebben ondergaan.
De boekwaarden van de handels- en overige vorderingen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| EUR | 264 | 360 |
| USD | 318 | 226 |
| JPY | 58 | 20 |
| GBP | 40 | 42 |
| CNY | 30 | 31 |
| CHF | 20 | 22 |
| KRW | 3 | 9 |
| Andere valuta's | 102 | 99 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 835 | 809 |
De maximale blootstelling aan kredietrisico op de rapporteringsdatum is de reële waarde van elke categorie van vorderingen zoals hierboven vermeld. De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid aan.
25 Geldmiddelen en kasequivalenten
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Korte-termijndeposito's | 1 035 | 856 |
| Banktegoed en beschikbaar saldo | 227 | 193 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (uitgezonderd voorschotten in rekening-courant) | 1 262 | 1 049 |
Geldmiddelen en kortetermijndeposito's van € 28 miljoen worden aangehouden in landen met beperkende regelgeving inzake kapitaalexport uit het land anders dan via gewone dividenden, zoals China, India, Korea en Thailand. Er zijn geen belangrijke
kassaldo's waarvoor het gebruik door de Groep beperkt is voor het vereffenen van de eigen verplichtingen.
Voor het kasstroomoverzicht bestaan de geldmiddelen en kasequivalenten uit het volgende:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1 262 | 1 049 |
| Voorschotten in rekening-courant (Toelichting 28) | -25 | -26 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (uitgezonderd voorschotten in rekening-courant) | 1 237 | 1 023 |
26 Kapitaal en reserves
26.1 Aandelenkapitaal en uitgiftepremies
Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen (2017: € 584 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen (2017: 194 505 658 aandelen). De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Per 31 december 2018 waren er 68 967 581 aandelen op naam en 125 538 077 gedematerialiseerde aandelen. Houders van UCB aandelen hebben recht op dividenden, zoals vastgesteld, en op één stem per aandeel op de algemene aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet‑geplaatst kapitaal.
Op 31 december 2018 bedroegen de uitgiftepremies € 2 030 miljoen (2017: € 2 030 miljoen).
26.2 Ingekochte eigen aandelen
De Groep verwierf, via UCB NV en UCB Fipar NV, 780013 eigen aandelen (2017: 1 700 000) voor een totaal bedrag van € 51miljoen (2017: € 113 miljoen) en transfereerde 1 477 506 eigen aandelen (2017: 1233 685) voor een totaal bedrag van € 62miljoen (2017: € 64 miljoen). Netto inkoop van 697 493 eigen aandelen voor een netto bedrag van € 11 miljoen.
In 2018 verwierf of verkocht de Groep geen eigen aandelen als gevolg van aandelenruiltransacties (2017: 0 verworven en 0 verkocht). De Groep behield 5597 184eigen aandelen, waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties, op 31 december 2018 (2017: 6294677). Deze eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening van aandelenopties en de toekenning van prestatieaandelen aan het Uitvoerend comité en aan bepaalde categorieën van werknemers.
In het lopende jaar werden geen callopties op UCB aandelen aangekocht (2017: 0) en werden er geen callopties
uitgeoefend (2017: 1.000.000 callopties werden uitgeoefend, leidend tot € 8 miljoen positieve impact op het eigen vermogen).
26.3 Overige reserves
De overige reserves bedragen € -146 miljoen (2017: € -155 miljoen) en omvatten de volgende items:
- de IFRS-acquisitiemeerwaarde die werd gerealiseerd tijdens de Schwarz Pharma-bedrijfscombinatie voor € 232 miljoen (2017: € 232 miljoen);
- de herwaardering van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten voor een bedrag van € -344 miljoen (2017: € -353 miljoen).
- de aankoop van de resterende 25% minderheidsbelangen in Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd. voor € -11 miljoen (2017: € -11 miljoen);
- de aankoop van de resterende 30% minderheidsbelangen in Meizler Biopharma voor € -23 miljoen (2017: € -23 miljoen). UCB verwierf 51% van de aandelen van Meizler Biopharma (vervolgens "Meizler UCB" genaamd) in 2012. Bij de koopovereenkomst werd een putoptie toegekend aan de verkopende aandeelhouders en aan UCB werd een calloptie toegekend op de overblijvende aandelen. In 2013 werden wijzigingen aangebracht aan de originele aankoopovereenkomst waarbij het procentuele belang van UCB werd aangepast naar 70% en de bepalingen van de put- en callopties werden aangepast. In 2014 verwierf UCB het resterende belang van 30% in de gewone en preferente aandelen van Meizler UCB. Na voltooiing van deze transactie in 2014 zijn er geen uitstaande put- en callopties meer.
26.4 Cumulatieve omrekeningsverschillen
De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valutaomrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken. De reserve omvat ook de niet gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van nettoinvesteringen.
27 Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep beheert verschillende in eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen waaronder een aandelenoptieplan, een "Stock Appreciation Rights"-plan (recht op de meerwaarde op de aandelen), een aandelentoekenningsplan, en een prestatieaandelenplan om de personeelsleden voor geleverde diensten te belonen.
Het aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan worden in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld, terwijl het "Stock Appreciation Rights"-plan in geld afgewikkeld wordt. Naast deze plannen hanteert de Groep ook aandelenaankoopplannen voor werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, alsook "fantoomaandelenplannen". De kosten die opgelopen worden voor deze plannen zijn niet materieel.
Aandelenoptieplan en stock appreciation rights-plan 27.1
Het Governance, benoemings- en remuneratiecomité ("GNCC") kende opties op aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend comité, de Senior Executives en de hogere kaders van de UCB-Groep. De uitoefenprijs van de in het kader van deze plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste van de volgende twee waarden:
- het gemiddelde van de slotkoers van de UCB aandelen op Euronext te Brussel tijdens de periode van 30 dagen vóór het aanbod; of
- de slotkoers van de UCB aandelen op Euronext Brussel op de dag vóór de toekenning.
Een aangepaste uitoefenprijs wordt vastgelegd voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten. De opties worden uitoefenbaar na een wachtperiode van drie jaar, behalve voor de rechthebbende werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een langere wachttijd vereist om van een lager belastingtarief te kunnen genieten. Wanneer een werknemer de Groep verlaat, vervallen zijn/haar opties gewoonlijk na zes
maanden. Bij overlijden of pensioen van een werknemer of in het geval van onvrijwillig ontslag wanneer er bij de toekenning belastingen werden betaald, blijven de opties verworven. De Groep is niet verplicht om de opties terug te kopen of te vereffenen in geld.
De opties zijn niet overdraagbaar (behalve bij overlijden).
Het "Stock Appreciation Rights"(SAR's)-plan heeft dezelfde kenmerken als het aandelenoptieplan, behalve dat het voor UCB-werknemers in de Verenigde Staten bestemd is. Dit plan wordt afgewikkeld in geldmiddelen.
27.2 Aandelentoekenningsplan
Het "GNCC" kende gratis aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend comité, de Senior Executives en de hogere en middenkaders van de UCB-Groep. Aan de aandelen die gratis toegekend werden, zijn voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode verbonden waarbij de begunstigden verplicht zijn om drie jaar in dienst te blijven na de toekenningsdatum. De toegekende aandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk onvoorwaardelijk worden. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.
27.3 Prestatieaandelenplan
Het "GNCC" kende prestatieaandelen toe aan de Senior Executives voor specifieke doelstellingen in overeenstemming met de strategische prioriteiten van het bedrijf. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven (de wachtperiode) om de prestatieaandelen definitief te verwerven en het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de wachtperiode op basis van de prestaties van het bedrijf ten opzichte van haar doelstellingen.
De prestatieaandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk onvoorwaardelijk worden. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.
Fantoomaandelenoptie-, -aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen 27.4
De Groep heeft ook plannen voor fantoomaandelenopties, fantoomaandelentoekenningen en fantoomprestatieaandelen (collectief "fantoomaandelenplannen" genoemd). Deze "fantoomaandelenplannen" worden toegekend aan bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract hebben bij bepaalde verbonden ondernemingen van de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de aandelenoptie-, aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve wat de afwikkeling ervan aangaat. Op 31 december 2018 waren er 238 deelnemers (2017: 269) voor deze plannen en de kost voor deze op aandelen gebaseerde betalingsplannen is immaterieel.
Aandelenaankoopplannen voor werknemers in de VS 27.5
Dit plan is bedoeld om werknemers van met UCB verbonden ondernemingen in de Verenigde Staten de kans te bieden gewone aandelen van de Groep te kopen. Aandelen worden gekocht met een korting van 15% die wordt gefinancierd door UCB. Werknemers sparen een bepaald percentage van hun salaris door looninhouding en de aandelen worden aangekocht met de bijdragen van de werknemer, na belastingen. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke bankinstelling op een rekening op naam van de medewerker.
De beperking op deelname van de werknemers aan dit plan is als volgt:
- tussen 1% en 10% van de vergoeding van elke deelnemer;
- maximaal USD 25000 per jaar per deelnemer;
- maximaal USD 5 miljoen in totaal in eigendom van Amerikaanse werknemers in alle vormen van aandelenplannen over een voortschrijdende periode van 12 maanden.
Op 31 december 2018 had het plan 559 deelnemers (2017: 514). Er zijn geen specifieke voorwaarden en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.
27.6 Aandelenplan in het Verenigd Koninkrijk
Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit van UCB-aandelen door werknemers in het Verenigd Koninkrijk aan te moedigen. Deelnemers sparen een bepaald deel van hun salaris via looninhoudingen en UCB biedt één gratis aandeel voor elke 5 aandelen die iedere deelnemer koopt. De aandelen worden aangehouden op een rekening op naam van de medewerker door een onafhankelijke vennootschap die optreedt als trustinstelling. Werknemersbijdragen aan het plan zijn beperkt tot het laagste van volgende bedragen:
- 10% van de vergoeding van elke deelnemer;
- maximaal GBP 1500 per jaar per deelnemer.
Op 31 december 2018 had het plan 238 deelnemers (2017: 180) en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.
27.7 Kost voor op aandelen gebaseerde betalingen
en is als volgt opgenomen in de relevante functionele lijnen in de winst- en verliesrekening:
De totale kost voor op aandelen gebaseerde betalingen van de Groep bedroeg € 65 miljoen (2017: € 88 miljoen),
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Kostprijs van de omzet | 5 | 4 |
| Marketing- en verkoopkosten | 25 | 47 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 25 | 19 |
| Algemene en administratiekosten | 10 | 18 |
| Overige bedrijfslasten | – | – |
| Totale operationele kosten | 65 | 88 |
| waarvan in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld: | ||
| Aandelenoptieplannen | 7 | 6 |
| Aandelentoekenningsplannen | 43 | 59 |
| Prestatieaandelenplan | 7 | 13 |
| waarvan afgewikkeld in geldmiddelen: | ||
| "Stock Appreciation Rights"-plan | 4 | 5 |
| Fantoomaandelenoptie-, -aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen | 4 | 5 |
27.8 Aandelenoptieplannen
De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per 31 december zijn:
| 2018 | 2017 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (€) |
Aantal aandelen opties |
Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (€) |
Aantal aandelen opties |
| Uitstaand per 1 januari | 10,01 | 47,91 | 4 807 210 | 9,66 | 44,40 | 5 312 229 |
| + nieuwe opties toegekend | 11,55 | 66,18 | 563 267 | 12,79 | 70,29 | 501 278 |
| (-) opgegeven opties | 11,79 | 65,38 | 47 382 | 10,49 | 58,49 | 60 880 |
| (-) uitgeoefende opties | 8,88 | 37,82 | 1 103 701 | 9,43 | 38,67 | 823 317 |
| (-) vervallen opties | 4,33 | 22,01 | 21 960 | 9,14 | 43,57 | 81 700 |
| Uitstaand per 31 december | 10,53 | 52,95 | 4 197 434 | 10,01 | 47,91 | 4 807 210 |
| Aantal volledig onvoorwaardelijk geworden opties: |
||||||
| Per 1 januari | 3 011 624 | 3 326 315 | ||||
| Per 31 december | 2 362 106 | 3 011 624 |
Per 31 december 2018 zijn de vervaldata en uitoefenprijzen van de uitstaande aandelenopties als volgt:
| Laatste datum van uitoefening | Uitoefenprijzen (€) | Aantal aandelenopties |
|---|---|---|
| 31 maart 2019 | [21,38–22,75] | 55 800 |
| 31 maart 2020 | 31,62 | 199 300 |
| 31 maart 2021 | [25,32–26,80] | 344 100 |
| 31 maart 2022 | 32,36 | 599 779 |
| 31 maart 2023 | [48,69–49,80] | 709 200 |
| 31 maart 2024 | 58,12 | 353 577 |
| 31 maart 2025 | 67,35 | 435 639 |
| 31 maart 2026 | 67,23 | 461 996 |
| 31 maart 2027 | [70,26–72,71] | 481 076 |
| 31 maart 2028 | 66,18 | 556 967 |
| Totaal uitstaand | 4 197 434 |
De reële waarde wordt berekend aan de hand van het Black & Scholes-waarderingsmodel.
De volatiliteit werd voornamelijk bepaald op basis van de historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste vijf jaar. De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weergegeven in de verwachte looptijd van de opties. Het verwachte
percentage voor opgegeven aandelenopties is gebaseerd op het werkelijke personeelsverloop in de categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties.
De belangrijkste veronderstellingen die gehanteerd werden bij de waardering van de reële waarde van de aandelenopties toegekend in 2018 en 2017 zijn:
| 2018 | 2017 | ||
|---|---|---|---|
| Aandelenprijs op toekenningsdatum | € | 65,98 | 72,53 |
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs | € | 66,18 | 70,29 |
| Verwachte volatiliteit | % | 25,78 | 24,06 |
| Verwachte looptijd van de opties | jaren | 5,00 | 5,00 |
| Verwachte dividendopbrengst | % | 1,79 | 1,59 |
| Risicovrije rentevoet | % | -0,05 | -0,14 |
| Verwacht jaarlijks percentage voor opgegeven aandelenopties | % | 7,00 | 7,00 |
27.9 "Stock Appreciation Rights" (SAR's)-plan
De bewegingen van de SAR's en de variabelen die gebruikt werden in het waarderingsmodel per 31 december 2018 zijn in de onderstaande tabel terug te vinden.
De reële waarde van de SAR's op de toekenningsdatum wordt bepaald aan de hand van het Black & Scholesmodel. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd op elke rapporteringsdatum.
| 2018 | 2017 | ||
|---|---|---|---|
| Uitstaande rechten per 1 januari | 1 142 697 | 1 320 926 | |
| + nieuwe rechten toegekend | 163 378 | 167 809 | |
| (-) opgegeven rechten | 77 422 | 51 232 | |
| (-) uitgeoefende rechten | 249 193 | 292 106 | |
| (-) vervallen rechten | 2 500 | 2 700 | |
| Uitstaande rechten per 31 december | 976 960 | 1 142 697 | |
| De significante veronderstellingen die gehanteerd werden voor de waardering van de reële waarde van de "stock appreciation rights" zijn: |
|||
| Aandelenprijs op jaareinde | € | 71,30 | 66,18 |
| Uitoefenprijs | € | 66,18 | 70,26 |
| Verwachte volatiliteit | % | 25,59 | 25,66 |
| Verwachte looptijd van de opties | jaren | 5,00 | 5,00 |
| Verwachte dividendopbrengst | % | 1,65 | 1,74 |
| Risicovrije rentevoet | % | -0,03 | -0,14 |
| Verwacht jaarlijks percentage voor opgegeven aandelenopties | % | 7,00 | 7,00 |
27.10 Aandelentoekenningsplan
De kost voor de op aandelen gebaseerde betalingen met betrekking tot deze aandelentoekenningsplannen wordt gespreid over de wachtperiode van drie jaar.
De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode. De evolutie in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt:
| 2018 | 2017 | |||
|---|---|---|---|---|
| Aantal aandelen | Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
Aantal aandelen | Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
|
| Uitstaand per 1 januari | 1 965 445 | 69,59 | 1 850 490 | 64,76 |
| + nieuwe toegekende aandelen | 851 379 | 66,08 | 865 475 | 72,26 |
| (-) opgegeven toegekende aandelen | 165 637 | 69,15 | 123 441 | 68,21 |
| (-) toegekende aandelen omgezet in fantoomplannen | 0 | 0 | 44 729 | 63,09 |
| (-) definitief verworven en uitgekeerde toegekende aandelen |
569 658 | 67,00 | 582 350 | 58,99 |
| Uitstaand per 31 december | 2 081 529 | 68,60 | 1 965 445 | 69,59 |
27.11 Prestatieaandelenplan
De evolutie in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt:
| 2018 | 2017 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal aandelen | Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
gemiddelde reële Aantal aandelen |
|||
| Uitstaand per 1 januari | 334 967 | 69,66 | 322 861 | 63,92 | |
| + nieuwe toegekende prestatieaandelen | 137 785 | 65,99 | 152 653 | 72,53 | |
| + aandelen omgezet van het pensioenplan | 0 | 0 | 77 714 | 64,61 | |
| (-) opgegeven prestatieaandelen | 14 717 | 70,29 | 28 561 | 68,65 | |
| (-) definitief verworven prestatieaandelen | 91 160 | 67,30 | 189 700 | 59,43 | |
| Uitstaand per 31 december | 366 875 | 68,84 | 334 967 | 69,66 |
28 Leningen
De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:
| Kasstromen Niet-constante wijzigingen |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Uit financierings |
Toename/ Afname van |
Transfer van langlopend naar |
Wisselkoers | ||||
| € miljoen | 2017 | activiteiten | geldmiddelen | kortlopend | wijzigingen | Overige | 2018 |
| Langlopend | |||||||
| Bankleningen | 300 | -150 | 0 | -17 | 2 | 0 | 135 |
| Overige langetermijnleningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leaseovereenkomsten | 3 | 0 | 0 | -1 | 0 | 61 | 63 |
| Totaal langlopende leningen | 303 | -150 | 0 | -18 | 2 | 61 | 198 |
| Kortlopend | |||||||
| Voorschotten in rekening-courant | 26 | 0 | -2 | 0 | 1 | 0 | 25 |
| Kortlopende component van | |||||||
| bankleningen | 11 | -19 | 0 | 17 | 1 | 1 | 11 |
| Schuldpapier en andere | |||||||
| kortetermijnleningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leaseovereenkomsten | 2 | -33 | 0 | 1 | 0 | 68 | 38 |
| Totaal kortlopende leningen | 39 | -52 | -2 | 18 | 2 | 69 | 74 |
| Totaal leningen | 342 | -202 | -2 | 0 | 4 | 130 | 272 |
Op 31 december 2018 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 3,32% (2017: 3,03%) vóór hedging. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële waarde-afdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 2,31% (2017: 2,19%) na hedging. De vergoedingen die betaald
werden voor de regeling van de obligaties (Toelichting 29) en de gewijzigde faciliteitsovereenkomst worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten.
Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de actuele waarde van de
betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta's.
Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die om de zes maanden wordt bijgewerkt, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde.
Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.
Op 9 januari 2018 heeft de Groep de hernieuwbare kredietfaciliteit van € 1 miljard, toen met een vervaldag op 9 januari 2021, gewijzigd en verlengd naar een hernieuwbare kredietfaciliteit van € 1 miljard die vervalt in 2023 (inclusief de optie om verdere verlengingen van de vervaldag met twee bijkomende jaren aan te vragen). In
december 2018 verlengde de Groep de vervaldag van de kredietfaciliteit tot 9 januari 2024 (waarbij de optie om een verdere verlenging van de vervaldag met één bijkomend jaar, tot 2025, behouden bleef). Per 31 december 2018 waren er geen uitstaande bedragen onder de hernieuwbare kredietfaciliteit (2017: € 0 miljoen).
De Groep beschikt over bepaalde bindende en nietbindende bilaterale financieringsovereenkomsten. In dit verband werd voor de bindende bilaterale overeenkomst een totaal bedrag van € 64 miljoen niet opgenomen op het einde van 2018 (2017: € 72 miljoen).
Raadpleeg Toelichting 4.3 voor de analyse van de looptijden van de leningen van de Groep (uitgezonderd overige financiële verplichtingen).
De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| EUR | 94 | 244 |
| USD | 52 | 67 |
| Overige | 0 | 0 |
| Totale rentedragende leningen per valuta | 146 | 311 |
| EUR | 28 | 5 |
| GBP | 25 | 0 |
| USD | 15 | 0 |
| Overige | 33 | 0 |
| Totale verplichtingen uit leaseovereenkomsten per valuta | 101 | 5 |
| Voorschotten in rekening-courant – USD | 23 | 22 |
| Voorschotten in rekening-courant – overige | 2 | 4 |
| Totaal leningen | 272 | 342 |
29 Obligaties
De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt:
| Boekwaarde | Reële waarde | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Coupon rente |
Eindver valdag |
2017 | Kasstromen | Reële waarde aanpas singen |
Andere bewe gingen |
2018 | 2017 | 2018 |
| Particuliere obligatie | 5,125% | 2023 | 188 | 0 | -1 | 0 | 188 | 209 | 206 |
| Institutionele euro obligatie |
1,875% | 2022 | 349 | 0 | 1 | 1 | 351 | 362 | 362 |
| Institutionele euro obligatie |
4,125% | 2021 | 365 | 0 | -4 | 1 | 361 | 387 | 376 |
| Particuliere obligatie | 3,750% | 2020 | 254 | 0 | -2 | 0 | 252 | 268 | 260 |
| EMTN Programma1 | 3,284% | 2019 | 20 | 0 | 0 | 0 | 20 | 20 | 20 |
| EMTN Programma1 | 3,292% | 2019 | 55 | 0 | 0 | 0 | 55 | 55 | 55 |
| Totaal obligaties | 1 231 | 0 | -6 | 2 | 1 227 | 1 301 | 1 279 | ||
| waarvan: | |||||||||
| Langlopend | 1 231 | 0 | -6 | -73 | 1 152 | 1 226 | 1 204 | ||
| Kortlopend | 0 | 0 | 0 | 75 | 75 | 75 | 75 | ||
| Derivaten gebruikt voor hedging |
-38 | 0 | 6 | 0 | -32 | ||||
| waarvan: | |||||||||
| Vaste activa (-) | -42 | 0 | 8 | 0 | -34 | ||||
| Langlopende verplichtingen (+) |
4 | 0 | -2 | 0 | 2 |
1 EMTN: Euro Medium Term Note. De reële waarde van het EMTN-programma kan niet nauwkeurig worden bepaald door de beperkte liquiditeit in secundair markthandelen voor dit programma, en is voor rapporteringsdoeleinden vervangen door de boekwaarde.
29.1 Particuliere obligaties
Met vervaldatum in 2020:
In maart 2013 rondde UCB een emissie van € 250 million aan obligaties af in de vorm van een openbare aanbieding aan particuliere beleggers in België in het kader van haar EMTN-Programma. De obligaties werden uitgegeven tegen 101,875% van de nominale waarde. De particuliere obligatie heeft een coupon van 3,75% per jaar en een effectief rendement van 3,444% per jaar. De obligaties noteren op de gereglementeerde markt Euronext Brussel.
Met vervaldatum in 2023:
In oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie van obligaties met een vaste couponrente ter waarde van € 750 miljoen, met een couponrendement en een effectieve rentevoet van 5,75 % per jaar, die bedoeld is voor particuliere beleggers.
In september 2013 deed UCB een onvoorwaardelijk openbaar ruilaanbod voor maximaal € 250 miljoen van de € 750 miljoen particuliere obligaties die in november 2014 afliepen en die een brutocoupon van 5,75% hadden. Bestaande obligatiehouders kregen de kans om hun bestaande obligaties om te wisselen voor nieuw uitgegeven obligaties die inoktober2023 vervallen in een ruilverhouding van 1 tot 1. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,398% per jaar bedraagt.
Op het einde van de ruilperiode werden 175 717 bestaande obligaties voor omwisseling aangeboden, goed voor een nominaal bedrag van € 176 miljoen.
De 175717 nieuwe obligaties zijn in oktober2013 uitgegeven en zijn genoteerd op Euronext te Brussel. De bestaande obligaties die in het kader van het omruilaanbod omgewisseld werden, zijn door UCB
geannuleerd. De 574283 uitstaande particuliere obligaties zijn vervallen en afgelost in november 2014.
29.2 Institutionele euro-obligatie
Met vervaldatum in 2021:
In september 2013 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in januari 2021 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTNprogramma. Deze obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven tegen 99,944% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 4,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 4,317% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext Brussel.
Met vervaldatum in 2022:
In april 2015 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in april 2022 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in april 2015 uitgegeven tegen 99,877% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 1,875% per jaar, terwijl het effectief rendement 2,073% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext Brussel.
29.3 EMTN-programma
Met vervaldatum in 2019:
In november 2013 heeft UCB voor € 55 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,292% per jaar en een effectief rendement van 3,384% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext Brussel.
Met vervaldatum in 2019:
In december 2013 heeft UCB voor € 20 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,284% per jaar en een effectief rendement van 3,356% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext Brussel.
29.4 Reële waarde-afdekking
De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als reële waarde-afdekkingen van de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties. De wijziging in de boekwaarde van de obligaties is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het gehedged deel van de obligaties, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van het corresponderende afgeleide financiële instrument.
30 Overige financiële verplichtingen
| Boekwaarde | Reële waarde | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | |
| Langlopend | |||||
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 38) | 3 | 5 | 3 | 5 | |
| Overige financiële verplichtingen | 29 | 52 | 29 | 52 | |
| Totaal langlopende overige financiële verplichtingen | 32 | 57 | 32 | 57 | |
| Kortlopend | |||||
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 38) | 107 | 29 | 107 | 29 | |
| Overige financiële verplichtingen | 26 | 24 | 26 | 24 | |
| Totaal kortlopende overige financiële verplichtingen | 133 | 53 | 133 | 53 | |
| Totaal overige financiële verplichtingen | 165 | 110 | 165 | 110 |
De overige financiële verplichtingen bevatten een verplichting van € 55 miljoen (2017: € 76 miljoen)
voortvloeiend uit de uitgifte van warranten aan de aandeelhouders van Edev Sàrl (Toelichting 4.5.3).
31 Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
Opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 31.1
| € miljoen | 2017 | Acquisities/ Verkopen |
Aanpassing O&O |
Beweging van het jaar |
Niet gerealiseerde resultaten – kasstroom afdekkingen |
Niet gerealiseerde resultaten – pensioenen |
Effect van wisselkoers wijzigingen |
2018 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa | -73 | 0 | 0 | 21 | 0 | 0 | 0 | -52 |
| Materiële vaste activa | -20 | 0 | 0 | -1 | 0 | 0 | 0 | -21 |
| Voorraden | 166 | 0 | 0 | 34 | 0 | 0 | 0 | 200 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen |
33 | 0 | 0 | 3 | 0 | 0 | 0 | 36 |
| Personeelsbeloningen | 52 | 0 | 0 | 0 | 0 | -4 | 0 | 48 |
| Voorzieningen Overige korte termijnverplichtingen |
15 -264 |
0 0 |
0 0 |
-12 -12 |
0 52 |
0 0 |
0 2 |
3 -222 |
| Netto lease-activa/- verplichtingen |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ongebruikte fiscale verliezen |
382 | 0 | 0 | -90 | 0 | 0 | 0 | 291 |
| Ongebruikte belastingtegoeden |
371 | 0 | 65 | 2 | 0 | 0 | 0 | 438 |
| Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen/ verplichtingen(-) |
662 | 0 | 65 | -55 | 52 | -4 | 1 | 721 |
| € miljoen | 2016 | Acquisities/ Verkopen |
Aanpassing O&O |
Beweging van het jaar |
Niet gerealiseerde resultaten – kasstroom afdekkingen |
Niet gerealiseerde resultaten – pensioenen |
Effect van wisselkoers wijzigingen |
2017 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa | -111 | 0 | 0 | 32 | 0 | 0 | 6 | -73 |
| Materiële vaste activa | -18 | 0 | 0 | -3 | 0 | 0 | 1 | -20 |
| Voorraden | 251 | 0 | 0 | -85 | 0 | 0 | 0 | 166 |
| Handelsvorderingen en overige |
||||||||
| vorderingen | 54 | 2 | 0 | -22 | 0 | 0 | -1 | 33 |
| Personeelsbeloningen | 72 | 0 | 0 | 0 | 0 | -18 | -2 | 52 |
| Voorzieningen | 39 | 0 | 0 | -24 | 0 | 0 | 0 | 15 |
| Overige korte termijnverplichtingen |
-264 | 0 | 0 | 69 | -47 | 0 | -22 | -264 |
| Netto lease-activa/- verplichtingen |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ongebruikte fiscale verliezen |
593 | 0 | 0 | -205 | 0 | 0 | -6 | 382 |
| Ongebruikte belastingtegoeden |
327 | 0 | 41 | 4 | 0 | 0 | -1 | 371 |
| Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen/ verplichtingen(-) |
943 | 2 | 41 | -234 | -47 | -18 | -25 | 662 |
In totaal werden uitgestelde belastingvorderingen ten belope van € 721 miljoen geboekt per 31 december 2018. Op basis van het niveau van voorgaande belastbare winsten en geprojecteerde toekomstige fiscale winsten over de perioden waarin verrekenbare tijdelijke verschillen naar verwachting zullen worden tegengeboekt, is de Groep van mening dat het waarschijnlijk is dat de voordelen van de geboekte uitgestelde belastingvorderingen zullen worden gerealiseerd.
De Groep zag een algemene stijging van de erkende uitgestelde belastingvorderingen, ondanks een substantiële aanwending van overgedragen fiscale verliezen. Dit is te wijten aan regelmatige bewegingen op de balans van UCB en de uitkomst van de belastinghervorming in de Verenigde Staten.
Belastinghervormingen
De bekrachtiging en invoering van wijzigingen aan de belastingwetgeving in de Verenigde Staten werden beoordeeld en de benodigde wijzigingen werden doorgevoerd.
Belastingkredieten voor O&O
De Groep heeft hogere uitgestelde belastingvorderingen erkend op belastingkredieten voor O&O. De totale uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot belastingkredieten voor O&O per jaareinde bedragen € 438 miljoen (2017: € 372 miljoen). Deze zullen effectief resulteren in een belastingvoordeel in cash in toekomstige periodes.
Uitgestelde belastingvorderingen op verliezen
UCB heeft een substantiële aanwending van overgedragen fiscale verliezen gekend, gedeeltelijk gecompenseerd door een afname van uitgestelde belastingverplichtingen. Een uitgestelde belastingvordering van € 291 miljoen (2017: € 382 miljoen) werd erkend met betrekking tot overgedragen fiscale verliezen voor een totaal bedrag van € 1,33 miljard (2017: € 1,58 miljard) aangezien de Groep besloten heeft dat de relevante entiteiten belastbare winsten zullen blijven genereren in de voorzienbare toekomst tegenover dewelke deze verliezen kunnen worden afgezet. Deze verliezen hebben zich voorgedaan in een aantal jurisdicties waarin UCB opereert en vervallen niet. Er werden in deze periode geen bijkomende eerder niet-erkende fiscale verliezen en belastingtegoeden erkend. Om de
beschikbaarheid van de toekomstige belastbare winsten in te schatten, werd gebruik gemaakt van nietverdisconteerde prognoses.
31.2 Ongebruikte fiscale verliezen
Per 31 december 2018 had de Groep € 2 506 miljoen (2017: € 2 013 miljoen) aan bruto ongebruikte fiscale verliezen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering is opgenomen in de balans. Deze overdraagbare fiscale verliezen hebben geen vervaldatum.
Op basis van de huidige prognoses en de huidige wetgeving wordt verwacht dat de meerderheid van deze verliezen volledig gebruikt zal worden binnen de komende 10 jaar maar er werd besloten om voorlopig geen uitgestelde belastingvordering te erkennen voor deze verliezen gezien het lange-termijnkarakter van deze prognoses.
Tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering of -verplichting erkend werd 31.3
Uitgestelde belastingvorderingen worden erkend voor tijdelijke verschillen die inkomsten vertegenwoordigen die waarschijnlijk in de nabije toekomst gerealiseerd zullen worden. Uitgestelde belastingvorderingen van € 392 miljoen (2017: € 497 miljoen) voor niet opgenomen belastingkredieten en immateriële activa werden niet erkend omwille van de onzekerheid omtrent de terugvordering.
Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij investeringen in dochterondernemingen, aangezien er een 100% participatievrijstelling beschikbaar is voor inkomende dividenden.
Er bestaat een aanvullende niet-erkende uitgestelde belastingverplichting van € 220 miljoen (2017: € 229 miljoen) met betrekking tot een interne reorganisatie die plaats vond in 2014. De belastingverplichting zal alleen worden verwezenlijkt bij verkoop van het relevante actief, een gebeurtenis die door UCB wordt gecontroleerd en waarvoor geen plannen in de nabije toekomst zijn.
31.4 Direct in niet-gerealiseerde resultaten erkende uitgestelde winstbelastingen
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Uitgestelde winstbelasting met betrekking tot pensioenen | -3 | -18 |
| Uitgestelde winstbelasting met betrekking tot het effectief gedeelte van de wijzigingen in | ||
| reële waarde van kasstroomafdekkingen | 53 | -47 |
| Uitgestelde winstbelastingen direct erkend in niet-gerealiseerde resultaten | 50 | -65 |
32 Personeelsbeloningen
De meeste werknemers zijn gedekt door pensioenplannen die door bedrijven van de Groep financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke regelingen is afhankelijk van wettelijke voorschriften, fiscale vereisten en economische omstandigheden van de landen waarin de werknemers tewerkgesteld zijn. De Groep beheert zowel toegezegde bijdragenregelingen als toegezegd-pensioenregelingen.
32.1 Toegezegde bijdragenregelingen
Regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding worden geclassificeerd als "toegezegde bijdragenregelingen" als de Groep vaste bijdragen betaalt in een apart fonds of aan een onafhankelijke financiële instelling en verder geen wettelijke of feitelijke verplichting heeft om bijkomende bijdragen te betalen.
Bijgevolg worden er geen activa of verplichtingen opgenomen in de balans van de Groep met betrekking tot dergelijke regelingen, met uitzondering van de gewone vooruitbetalingen en de toe te rekenen bijdragen. UCB is bij wet verplicht is om een bepaald minimaal rendement te garanderen op de werknemersen werkgeversbijdragen voor de Belgische toegezegde bijdragenregelingen. Als een gevolg, dienen deze regelingen beschouwd te worden als toegezegdpensioenregelingen. Indien betrouwbare schattingen kunnen gemaakt worden voor materiële regelingen, worden deze gewaardeerd onder IAS 19 op basis van de 'projected unit credit'-methode. Deze regelingen worden samen met de resultaten voor de andere toegezegd-pensioenregelingen weergegeven.
32.2 Toegezegd-pensioenregelingen
De Groep beheert verscheidene toegezegdpensioenregelingen. De toegekende voordelen omvatten voornamelijk pensioenvoordelen, jubileumpremies en ontslagvergoedingen. De voordelen worden toegekend volgens de lokale marktpraktijken en regelgeving.
Deze regelingen zijn ofwel niet-gefinancierd ofwel gefinancierd via externe pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk) gefinancierde regelingen worden de fondsbeleggingen afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de trustees beheerd worden. Indien een regeling nietgefinancierd is, met name voor de belangrijkste toegezegd-pensioenplannen in Duitsland, wordt voor de pensioenverplichting een verplichting opgenomen in de balans van de Groep. Voor gefinancierde regelingen is de Groep aansprakelijk voor het negatieve verschil tussen de reële waarde van de fondsbeleggingen en de contante waarde van de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Bijgevolg wordt in de geconsolideerde balans van de Groep een verplichting (of een actief indien de regeling overgefinancierd is) opgenomen. Alle belangrijke regelingen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen.
De Groep analyseert de waarde van de risico's in haar balans en winst- en verliesrekening die verbonden zijn met haar toegezegd- pensioenplannen. Het beoogde risiconiveau met betrekking tot de risicomaatstaven voor een geconsolideerde balans en winst- en
verliesrekening over één jaar worden jaarlijks vastgelegd op basis van door UCB bepaalde risicotolerantiedrempels.
Voor UCB zijn de belangrijkste risico's verbonden aan de toegezegd-pensioenplannen de disconteringsvoet, de inflatie en de levensverwachting. De belangrijkste risico's zijn deze met betrekking tot regelingen in België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Voor de regelingen in België wordt de levensverwachting niet als een risico beschouwd, vermits pensioenen er worden uitgekeerd als een forfaitaire vergoeding of geëxternaliseerd worden vóór ze worden betaald als een annuïteit.
De voorbije jaren heeft UCB verschillende projecten uitgevoerd om de risicofactoren te verlagen.
- In het Verenigd Koninkrijk werd de buy-out gefinaliseerd voor drie van de vier pensioenregelingen door de voordelen van alle deelnemers aan de regelingen te verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij. UCB heeft bijgevolg geen verplichtingen meer tegenover de deelnemers aan deze drie regelingen. Het "British Pension Scheme", het "Dumfries Pension Scheme" en het "Bridgewater Pension Scheme" werden volledig uitgekocht, respectievelijk in oktober 2015, december 2017 en oktober 2018.
- Het "Pension and Insurance Scheme" van Celltech in het Verenigd Koninkrijk concentreert zich sinds 2012 op een geleidelijke risicovermindering gaande van een toewijzing van 50% groei/50% obligaties naar een toewijzing van 10% groei/90% obligaties. De toewijzing groei/obligaties is momenteel rond 30%/70%.
- UCB heeft besloten om de toegezegdpensioenregeling in de VS af te wikkelen door een forfaitair bedrag aan de deelnemers van deze regeling aan te bieden en de overblijvende verplichtingen over te dragen aan een verzekeringsmaatschappij. De afwikkeling van deze regeling werd in december 2017 voltooid. Voor de Belgische pensioenregelingen, tenslotte, blijft de focus op een diversificatie van de fondsbeleggingen. In 2015 heeft het Belgische pensioencomité de "Global Investment Solution" van Mercer toegepast teneinde de diversificatie in het type van fondsbeleggingen en aangestelde beleggingsbeheerders te verbeteren maar tegelijkertijd
toch ook een nauwgezette controle op de risico's te behouden.
Het in de geconsolideerde balans opgenomen bedrag dat voortvloeit uit de verplichtingen van de Groep met betrekking tot haar toegezegd-pensioenregelingen is als volgt:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten | 996 | 1 040 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | -600 | -629 |
| Tekort voor gefinancierde plannen | 396 | 411 |
| Impact van de limiet op activa | 0 | 1 |
| Netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten | 396 | 412 |
| Plus: Verplichting met betrekking tot in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting27) |
23 | 29 |
| Totale verplichtingen uit personeelsbeloningen | 419 | 441 |
| waarvan: | ||
| Gedeelte opgenomen als langlopende verplichtingen | 419 | 441 |
| Gedeelte opgenomen als vaste activa | 0 | 0 |
94% van de netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten heeft betrekking op toegezegd-pensioenplannen in België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
De evolutie in de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten in het lopende jaar is als volgt:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 1 040 | 1 124 |
| Aan het huidig dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 58 | 55 |
| Rentekosten | 18 | 22 |
| Herwaarderingswinst (-)/verlies | ||
| Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen | -12 | 2 |
| Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen | -46 | -2 |
| Effect van ervaringsaanpassingen | 18 | -1 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies op afwikkelingen | -6 | 8 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 1 | -25 |
| Pensioenbetalingen uit het plan | -22 | -36 |
| Pensioenbetalingen door de werkgever | -6 | -6 |
| Betalingen uit afwikkelingen | -40 | -99 |
| Bijdragen door deelnemers | 3 | 3 |
| Overige | -6 | -5 |
| Per 31 december | 996 | 1 040 |
De evolutie in de reële waarde van de fondsbeleggingen in het lopende jaar is als volgt:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 629 | 675 |
| Renteopbrengsten | 12 | 15 |
| Herwaarderingswinst/verlies (-) | ||
| Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) | -29 | 27 |
| Wijzigingen in de limiet op activa (excl. renteopbrengsten) | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 1 | -20 |
| Bijdragen door deelnemers | 2 | 3 |
| Werkgeversbijdragen | 62 | 72 |
| Pensioenbetalingen uit het plan | -28 | -36 |
| Betalingen uit afwikkelingen | -40 | -99 |
| Betaalde onkosten, belastingen en premies | -8 | -8 |
| Wijziging van de reikwijdte | -1 | 0 |
| Per 31 december | 600 | 629 |
De reële waarde van de fondsbeleggingen bedraagt € 600 miljoen (2017: € 629 miljoen), goed voor 60% (2017: 61%) van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Het totale tekort van € 396 miljoen (2017: € 411 miljoen) zal naar verwachting weggewerkt worden over de geschatte resterende gemiddelde duur van het dienstverband van het huidige lidmaatschap.
De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van deze toegezegd-pensioenplannen zijn de volgende:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Totaal aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, (incl. pensioenkosten | ||
| van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies uit afwikkelingen) | 52 | 63 |
| Netto rentekosten | 6 | 7 |
| Herwaardering van andere lange-termijnpersoneelsbeloningen | 1 | 0 |
| Administratiekosten en belastingen | 2 | 2 |
| Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt in de winst- en | ||
| verliesrekening | 61 | 72 |
| Herwaarderingswinst (-)/verlies | ||
| Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen | -11 | 2 |
| Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen | -46 | -2 |
| Effect van ervaringsaanpassingen | 16 | -1 |
| Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) | 29 | -26 |
| Wijzigingen in de limiet op activa (excl. renteopbrengsten) | 0 | 0 |
| Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt in niet | ||
| gerealiseerde resultaten | -12 | -27 |
| Totale componenten van kosten voor toegezegde pensioenen | 49 | 45 |
De totale aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto rentekosten, de herwaardering van andere lange-termijnpersoneelsbeloningen, administratiekosten en belastingen voor het jaar zijn opgenomen onder de kosten voor personeelsbeloningen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. 93% van de kosten voor toegezegde pensioenen die opgenomen zijn in de winst- en verliesrekening hebben betrekking op toegezegdpensioenregelingen in België en het Verenigd Koninkrijk. De herwaardering van de netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten is opgenomen in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten als onderdeel van de nietgerealiseerde resultaten. De totale herwaarderingen resulteerden in een winst van € 12 miljoen in 2018 in vergelijking met een winst van € 27 miljoen in 2017. De winst in 2018 is voornamelijk het gevolg van een toename in de disconteringsvoeten en een bijwerking van de sterftetabellen in het Verenigd Koninkrijk, gecompenseerd door een lager rendement op fondsbeleggingen.
De opsplitsing van de geboekte kosten over de functionele lijnen is als volgt:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Kostprijs van de omzet | 12 | 15 |
| Marketing- en verkoopkosten | 12 | 8 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 30 | 26 |
| Algemene en administratiekosten | 7 | 23 |
| Overige baten en lasten | 0 | 0 |
| Totaal | 61 | 72 |
Het reële rendement op de fondsbeleggingen bedraagt €-29 million (2017: € 27 miljoen), en het reële rendement op restitutierechten bedraagt € 0 miljoen (2017: € 0 miljoen).
De voornaamste categorieën van fondsbeleggingen op het einde van de rapporteringsperiode zijn als volgt:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 20 | 12 |
| Eigen-vermogensinstrumenten | 143 | 143 |
| Europa | 46 | 57 |
| Verenigde Staten | 14 | 32 |
| Rest van de wereld | 83 | 54 |
| Schuldinstrumenten | 224 | 195 |
| Bedrijfsobligaties | 110 | 83 |
| Overheidsobligaties | 52 | 46 |
| Overige | 62 | 66 |
| Vastgoed | 11 | 9 |
| In aanmerking komende verzekeringscontracten | 90 | 133 |
| Beleggingsfondsen | 94 | 113 |
| Overige | 18 | 24 |
| Totaal | 600 | 629 |
Nagenoeg alle aandelen en schuldinstrumenten beschikken over beurskoersen in actieve markten. Vastgoed kan gerangschikt worden als niveau 3-instrument op basis van de definities in IFRS 13, Waardering tegen reële waarde.
De in de fondsen aangehouden activa bevatten geen directe beleggingen in aandelen van UCB, noch in onroerend goed of andere activa die gebruikt worden door de Groep, al kan het wel zijn dat UCB aandelen deel uit maken van de investeringen in
beleggingsfondsen. De voornaamste gewogen gemiddelde actuariële veronderstellingen die zijn gebruikt, zijn als volgt:
| Eurozone | KV | VS | Overige | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | |
| niet van | ||||||||
| Disconteringsvoet | 1,94% | 1,61% | 2,90% | 2,60% | toepassing | 3,40% | 0,83% | 0,68% |
| niet van | niet van | niet van | niet van | |||||
| Inflatie | 1,75% | 1,75% | 3,30% | 3,20% | toepassing | toepassing | toepassing | toepassing |
Belangrijke actuariële veronderstellingen voor de bepaling van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten zijn de disconteringsvoet en de inflatie. De volgende gevoeligheidsanalyses werden bepaald op basis van redelijkerwijze mogelijke fluctuaties in de veronderstellingen die zich voordoen op het einde van de rapporteringsperiode.
- Als de disconteringsvoet 50 basispunten hoger (lager) zou zijn, dan zouden de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten dalen met € 73 miljoen (stijgen met € 82 miljoen) als alle overige veronderstellingen constant zouden blijven.
- Als het inflatiepercentage zou stijgen (dalen) met 25 basispunten, dan zouden de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten stijgen met € 22 miljoen (dalen met € 21 miljoen) als alle overige veronderstellingen constant zouden blijven.
De cijfers zoals boven vermeld houden geen rekening met enige onderlinge relatie tussen de veronderstellingen, met name tussen de disconteringsvoet, verwachte loonsverhogingen en inflatiepercentages.
De dochterondernemingen van de Groep moeten de verwachte verdiende pensioenrechten op jaarbasis financieren. De financiering is doorgaans gebaseerd op lokale actuariële vereisten en in dit kader wordt de disconteringsvoet bepaald op basis van een risicovrije interestvoet.
Onderfinanciering in verband met verstreken diensttijd wordt voldaan door het opzetten van herstelplannen en beleggingsstrategieën op basis van de demografische evolutie voor het plan, de juiste periodes voor de aflossing van verplichtingen voor verstreken diensttijd,
verwachte loonsverhogingen en de financiële mogelijkheden van de plaatselijke onderneming.
De gemiddelde duur van de toegezegdpensioenregelingen op het einde van de rapporteringsperiode bedraagt 15,74 jaar (2017: 16,95jaar). Dit cijfer kan verder worden uitgesplitst in een gemiddelde duur voor volgende regio's:
| Eurozone: | 14,16jaar (2017: 15,32jaar); |
|---|---|
| Verenigd Koninkrijk: | 18,71 jaar (2017: 19,74jaar); |
| Overige: | 18,39jaar (2017: 19,33jaar). |
De Groep verwacht in de loop van het volgende boekjaar een bijdrage te doen van € 64 miljoen aan de toegezegd-pensioenregelingen.
Om de drie jaar wordt een studie uitgevoerd waarin activa en passiva tegen elkaar afgewogen worden. Hierin worden de beleggingsstrategieën geanalyseerd in het licht van risico- en rendementsprofielen. Een dergelijke studie werd in 2018 in Zwitserland uitgevoerd. Deze studie resulteerde in een kleine herschikking van de activa. In België werd de meest recente studie uitgevoerd in 2016. Een nieuwe studie zal uitgevoerd worden in de loop van 2019.
Bij het bepalen van een langetermijnstrategie voor de pensioenplannen, houdt het beleggingscomité rekening met enkele door de Groep gedefinieerde basisprincipes zoals:
een goed evenwicht tussen het bijdrageniveau dat aanvaardbaar is voor UCB en het niveau van
het beleggingsrisico dat aan de verplichtingen verbonden is;
- de volatiliteit verminderen door een diversificatie van de beleggingen; en
- het niveau van het beleggingsrisico dient af te hangen van de financiële situatie van de regelingen en hun schuldpositie.
33 Voorzieningen
De wijzigingen in de voorzieningen worden hieronder weergegeven:
| € miljoen | Milieu | Herstructurering | Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2018 | 19 | 18 | 121 | 158 |
| Ontstaan in het jaar | 3 | 8 | 81 | 92 |
| Tegenboeking ongebruikte bedragen | -2 | -2 | -17 | -21 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 0 | -2 | 2 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 0 | 0 | 1 | 1 |
| Gebruikt in het jaar | -1 | -14 | -9 | -24 |
| Per 31 december 2018 | 19 | 8 | 179 | 206 |
| Langlopend gedeelte | 18 | 0 | 137 | 155 |
| Kortlopend gedeelte | 1 | 8 | 42 | 51 |
| Totale voorzieningen | 19 | 8 | 179 | 206 |
33.1 Milieuvoorzieningen
UCB heeft bepaalde milieuverplichtingen behouden die voornamelijk verband hielden het afstoten van Films en Surface Specialties in het verleden. Dit laatste heeft betrekking op de afgestoten vestigingen waarvoor UCB volledig verantwoordelijk is gebleven, in overeenstemming met de contractuele bepalingen die zijn overeengekomen met Cytec Industries Inc. In 2018 werd een bijkomende milieuvoorziening met betrekking tot de folie-activiteiten geboekt.
33.2 Reorganisatievoorzieningen
De voorzieningen voor reorganisatie die in 2018 werden aangelegd, hebben betrekking op verdere optimalisatie en reorganisatie in Europa. Het gebruik van de voorzieningen heeft vooral betrekking op eerdere reorganisaties in Europa.
33.3 Overige voorzieningen
Overige voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op:
- voorzieningen voor rechtszaken die voornamelijk voorzieningen omvatten voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers van UCB;
- voorzieningen voor productaansprakelijkheid die betrekking hebben op de risico's die gepaard gaan met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van dit soort geneesmiddelen. UCB is momenteel gedaagde in verschillende
productaansprakelijkheidsrechtzaken in Frankrijk met betrekking tot Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep. De eisers in deze rechtszaken beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène genomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijke letsels hebben opgelopen. De voorziening met betrekking tot Distilbène nam met
€ 31 miljoen toe tot een totaal van € 99 miljoen om de netto geschatte toekomstige kasuitstromen weer te geven. De voorziening werd verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet van 0,83%. Indien de disconteringsvoet 25 basispunten hoger (lager) zou zijn, zou de voorziening dalen (stijgen) met € 3 miljoen;
- voorzieningen voor herstelkosten voor geleasede gebouwen ingevolge de toepassing van IFRS 16 (€ 10 miljoen) (zie Toelichting 2.2.1 en Toelichting 39);
- voorzieningen met betrekking tot de recupereerbaarheid van te ontvangen belastingen, andere dan winstbelastingen.
Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde risico's een evaluatie gemaakt samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vak-experts.
34 Handels- en overige verplichtingen
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Overige schulden | 26 | 26 |
| Totaal langlopende handels- en overige verplichtingen | 26 | 26 |
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 364 | 281 |
| Te ontvangen facturen | 117 | 121 |
| Te betalen belastingen, andere dan winstbelastingen | 57 | 73 |
| Lonen en socialezekerheidsbijdragen | 184 | 208 |
| Overige schulden | 37 | 36 |
| Uitgestelde inkomsten in verband met ontwikkelingsovereenkomsten | 12 | 18 |
| Overige uitgestelde inkomsten | 51 | 55 |
| Te betalen royalty's | 91 | 77 |
| Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties | 569 | 549 |
| Gelopen interesten | 32 | 31 |
| Overige toe te rekenen kosten | 272 | 275 |
| Totaal kortlopende handels- en overige verplichtingen | 1 786 | 1 724 |
De handels- en overige verplichtingen worden grotendeels geclassificeerd als kortlopend en bijgevolg worden de boekwaarden van de totale handels- en overige verplichtingen verondersteld een redelijke benadering te zijn van hun reële waarde.
"Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties" bevatten rabatten, terugvorderingen (charge-backs), kortingen en accruals voor verwachte verkoopretours met betrekking tot producten die verkocht werden in de VS aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma's inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate",
"Federal Medicare" en andere. De verkoopretouren en omzetreducties worden geboekt in dezelfde periode als de onderliggende verkopen als een vermindering van de omzet.
De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving.
Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes
en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties.
De accruals worden beoordeeld en regelmatig aangepast gelet op de contractuele en wettelijke verplichtingen, historische trends, ervaring uit het verleden en verwachte marktomstandigheden.
Alle retouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat, afgetrokken van de omzet en in de toepasselijke accrualrekening op de balans gepresenteerd. De schatting voor toekomstige retouren van producten is gebaseerd op verschillende factoren zoals onder andere
historische retourpercentages, vervaldatum per product, retourpercentage per afgesloten batch, effectief verwerkte retouren alsook alle andere specifiek geïdentificeerde verwachte retouren ten gevolge van gekende factoren zoals verlies van exclusiviteit van patent, terugroepingen van producten en stopzettingen of een veranderende competitieve omgeving. Aanpassingen aan deze accruals kunnen noodzakelijk zijn in de toekomst gebaseerd op herziene schattingen betreffende onze veronderstellingen, hetgeen een impact zou hebben op het geconsolideerd resultaat uit onze bedrijfsactiviteiten. De verplichting voor verkoopretouren en reducties in de VS die opgenomen is als onderdeel van de verplichting voor te betalen rabatten en kortingen bedraagt € 460 miljoen per 31 december 2018 (31 december 2017: € 445 miljoen).
35 Te betalen belastingen
Te betalen belastingen omvatten verplichtingen voor onzekere belastingposities voor een bedrag van € 91 miljoen (2017: € 55 miljoen). Verplichtingen voor onzekere belastingposities worden erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen standpunt inzake belastingen wellicht niet kan worden gehandhaafd indien dit door de fiscale autoriteiten zou worden betwist. Deze beoordeling gebeurt voor alle posities en wordt berekend als zijnde de meest waarschijnlijke uitkomst of de verwachte waarde, waar van toepassing. Zie Toelichting 3.2.5 voor meer gedetailleerde informatie inzake de inschatting door de Groep van onzekere belastingposities.
UCB wordt geconfronteerd met belastingcontroles in een aantal landen waar het activiteiten heeft. De punten die ter discussie staan, zijn in sommige gevallen complex en dergelijke controles kunnen een aantal jaren aanslepen alvorens ze opgelost zijn.
De verplichtingen voor onzekere belastingposities zijn in 2018 toegenomen. In 2018 was er een netto-toename van verplichtingen ingevolge de herwaardering en
prognose van bestaande belastingrisico's, tegenboeking van belastingrisico's op basis van het verstrijken van de verjaringsterming en opname van nieuwe verplichtingen, allen op basis van de technische aspecten van de fiscale zaken en de status van besprekingen met de fiscale autoriteiten bij belastingcontrole (waar van toepassing).
UCB heeft vorderingen erkend voor belastingvermindering in een aantal rechtsgebieden voor een totaal bedrag van € 17 miljoen. Activa worden alleen erkend als het waarschijnlijk wordt geacht dat overeenkomstige aanpassingen zullen worden toegestaan volgens de Onderlinge Overleg/ Arbitrageprocedure. Zie Toelichting 3.2.5 voor meer gedetailleerde informatie inzake de inschatting door de Groep van vorderingen voor aanpassingen naar aanleiding van een belastingcontrole.
De Groep volgt de verplichtingen voor onzekere belastingposities die eind 2018 erkend werden strikt op, waarbij ook de status van lopende belastingcontroles wordt weergegeven.
36 Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer.
UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. Het nettoresultaat is aangepast voor:
- de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de wijzigingen inzake werkkapitaal;
- opbrengsten en kosten die verband houden met kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten.
Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2018 hebben voornamelijk betrekking op cumulatieve omrekeningsverschillen op geliquideerde entiteiten die overgeboekt werden naar de winst- en verliesrekening (€ 32 miljoen) en belastingkredieten (€ 74 miljoen) waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden.
Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2017 hebben voornamelijk betrekking op een vordering voor een bedrag van € 46 miljoen met betrekking tot de licentieverlening van Xyzal® en belastingkredieten voor O&O voor een bedrag van € 71 miljoen waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden.
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties | 254 | 150 | |
| Afschrijvingen | 10, 21, 19 | 288 | 234 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen/terugname (-) | 10, 13 | 1 | 1 |
| Kost voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen | |||
| gebaseerde betalingen | 12 | 8 | |
| Overige niet-geldelijke transacties in de winst- en verliesrekening | -110 | -76 | |
| Als gevolg van de toepassing van IFRS 9 | 16 | 4 | -1 |
| Niet-gerealiseerde wisselkoerswinst (-)/verlies | 8 | 6 | |
| Wijziging in voorzieningen en personeelsbeloningen | 26 | -17 | |
| Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren | 25 | -5 | |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten |
202 | 218 | |
| Belastingkost voor de periode uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 17 | 199 | 218 |
| Belastingkost voor de periode uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 3 | 0 | |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit | |||
| investerings- en financieringsactiviteiten | 2 | 35 | |
| Winst (-)/verlies uit de verkoop van vaste activa | -41 | -2 | |
| Opbrengsten uit (-)/kosten van dividenden | 0 | 0 | |
| Renteopbrengsten (-)/-kosten | 43 | 37 | |
| Wijzigingen in het werkkapitaal | |||
| Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans | -53 | -19 | |
| Handels- en overige vorderingen en andere activa, beweging per | |||
| geconsolideerde balans | -32 | 95 | |
| Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans | 69 | -140 | |
| Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: | -16 | -64 | |
| Niet-geldelijke posten1 | 33 | -116 | |
| Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten |
-25 | 5 | |
| Wijzigingen in te ontvangen/te betalen intresten afzonderlijk vermeld | |||
| onder kasstromen uit operationele activiteiten | 0 | 2 | |
| Wijzigingen in te ontvangen dividenden afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit investeringsactiviteiten |
0 | 0 | |
| Wijzigingen in te betalen dividenden afzonderlijk vermeld onder | |||
| kasstromen uit financieringsactiviteiten | 0 | 0 | |
| Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta | -27 | 94 | |
| Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht | -35 | -79 |
1 Niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met een nieuwe waardering van een geassocieerde deelneming in een vreemde munt en andere bewegingen die verband houden met toevoegingen aan/ verwijderingen uit de consolidatiekring of met fusies van entiteiten.
37 Financiële instrumenten per categorie
31 december 2018
| € miljoen | Toelichting | Activa tegen afgeschreven kostprijs |
Financiële activa tegen reële waarde via winst en verlies |
Afgeleide financiële instrumenten gebruikt voor kasstroom afdekkingen |
Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in niet gerealiseerde resultaten |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa zoals opgenomen in de balans |
||||||
| Financiële en overige activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten en geassocieerde |
||||||
| deelnemingen) | 22 | 143 | 0 | 0 | 69 | 212 |
| Afgeleide financiële activa | 38 | 0 | 44 | 5 | 0 | 49 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen (inclusief |
||||||
| vooruitbetaalde kosten) | 24 | 835 | 0 | 0 | 0 | 835 |
| Geldmiddelen en | ||||||
| kasequivalenten | 25 | 1 262 | 0 | 0 | 0 | 1 262 |
| Totaal | 2 240 | 44 | 5 | 69 | 2 358 |
| 31 december 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | Verplichtingen tegen reële waarde via winst en verlies |
Afgeleide financiële instrumenten gebruikt voor kasstroom afdekkingen |
Verplichtingen tegen afgeschreven kostprijs |
Totaal |
| Verplichtingen zoals opgenomen in de balans |
|||||
| Leningen | 28 | 0 | 0 | 272 | 272 |
| Obligaties | 29 | 32 | 0 | 1 195 | 1 227 |
| Afgeleide financiële verplichtingen |
38 | 13 | 97 | 0 | 110 |
| Handels- en overige verplichtingen |
34 | 0 | 0 | 1 812 | 1 812 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) |
30 | 55 | 0 | 0 | 55 |
| Totaal | 100 | 97 | 3 279 | 3 476 |
| 31 december 2017 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | Leningen en vorderingen |
Financiële activa tegen reële waarde via winst en verlies |
Afgeleide financiële instrumenten gebruikt voor kasstroom afdekkingen |
Voor verkoop beschikbaar |
Totaal |
| Activa zoals opgenomen in de balans |
||||||
| Financiële en overige activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten en geassocieerde deelnemingen) |
22 | 128 | 0 | 0 | 83 | 211 |
| Afgeleide financiële activa | 38 | 0 | 64 | 112 | 0 | 176 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen (inclusief vooruitbetaalde kosten) |
24 | 809 | 0 | 0 | 0 | 809 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
25 | 1 049 | 0 | 0 | 0 | 1 049 |
| Totaal | 1 986 | 64 | 112 | 83 | 2 245 |
31 december 2017
| Verplichtingen tegen reële |
Afgeleide financiële instrumenten gebruikt voor |
Verplichtingen tegen |
|||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | waarde via winst en verlies |
kasstroom afdekkingen |
afgeschreven kostprijs |
Totaal |
| Verplichtingen zoals opgenomen in de balans |
|||||
| Leningen | 28 | 0 | 0 | 342 | 342 |
| Obligaties | 29 | 38 | 0 | 1 193 | 1 231 |
| Afgeleide financiële verplichtingen |
38 | 24 | 10 | 0 | 34 |
| Handels- en overige verplichtingen |
34 | 0 | 0 | 1 750 | 1 750 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële |
|||||
| instrumenten) | 30 | 76 | 0 | 0 | 76 |
| Totaal | 138 | 10 | 3 285 | 3 433 |
38 Afgeleide financiële instrumenten
| Activa | Verplichtingen | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 |
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 4 | 112 | 97 | 9 |
| Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en |
||||
| verliesrekening | 7 | 19 | 10 | 20 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 1 | 0 | 0 | 1 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
37 | 45 | 3 | 4 |
| Totaal | 49 | 176 | 110 | 34 |
| waarvan: | ||||
| Langlopend (Toelichtingen 22 en 30) | 38 | 45 | 3 | 5 |
| Kortlopend (Toelichtingen 22 en 30) | 11 | 131 | 107 | 29 |
De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als een vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van het gehedgede item meer dan 12 maanden bedraagt, en als een vlottend actief of kortlopende verplichting als de looptijd van het gehedgede item minder dan 12 maanden bedraagt.
De kasstroomafdekkingen die door de Groep werden uitgevoerd, werden als bijzonder effectief beoordeeld en in 2018 werd een netto niet-gerealiseerd verlies van € 141 miljoen (2017: netto niet-gerealiseerde winst
van € 110 miljoen) na uitgestelde belasting opgenomen in het eigen vermogen aangaande deze transacties. Deze winsten/verliezen zullen in de winst- en verliesrekening worden geboekt in de periode waarin de gehedgede verwachte transacties de winst- en verliesrekening beïnvloeden.
Het niet-effectieve deel dat in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen en dat ontstaat bij kasstroomafdekkingen, bedraagt € 0 miljoen (2017: € 0 miljoen).
38.1 Wisselkoersderivaten
Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik van financiële derivatencontracten wordt beschreven in Toelichting 4 "Financieel risicobeheer".
De Groep heeft verschillende valutatermijncontracten afgesloten om een deel van de zeer waarschijnlijke toekomstige omzet en royaltyinkomsten, die voor 2019 en 2020 worden verwacht, af te dekken.
De reële waarden van de valutaderivatencontracten zijn als volgt:
| Activa | Verplichtingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | |
| USD | 4 | 111 | 93 | 17 | |
| GBP | 0 | 2 | 1 | 3 | |
| JPY | 1 | 13 | 10 | 0 | |
| CHF | 3 | 0 | 0 | 8 | |
| RUB | 1 | 0 | 0 | 0 | |
| Overige valuta's | 2 | 5 | 3 | 1 | |
| Totaal valutaderivaten | 11 | 131 | 107 | 29 |
De looptijdanalyse voor de valutaderivaten wordt hieronder vermeld:
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| 1 jaar of minder | -96 | 102 |
| 1-5 jaar | 0 | 0 |
| Langer dan 5 jaar | 0 | 0 |
| Totaal valutaderivaten – netto activa/netto passiva (-) | -96 | 102 |
De volgende tabel toont de opsplitsing van de valutaderivaten per uitdrukkingsvaluta (verkochte valuta weergave) per 31 december 2018:
| Notionele bedragen in €miljoen | USD | GBP | EUR | JPY | CHF | Overige valuta's |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Futures | 1 002 | 5 | 418 | 171 | 2 | 202 | 1 800 |
| Valutaswaps | 548 | 140 | 782 | 121 | 13 | 115 | 1 719 |
| Optie/collar | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 1 550 | 145 | 1 200 | 292 | 15 | 317 | 3 519 |
38.2 Rentederivaten
De Groep gebruikt verschillende rentederivaten om haar blootstelling aan de wijzigende rentevoeten op haar
leningen te beheren. De data voor de prijsherzieningen en de afschrijvingskenmerken komen overeen met die van de vastrentende obligaties. De uitstaande rentederivaten zijn als volgt:
| Contract type |
Nominale waarde van contracten (miljoen) |
Gemiddelde rentevoet (betalend (-)/ontvangend (+)) |
Marge in punten (betalend (-)/ ont vangend (+)) |
Voor periode van/tot | Variabele renteopbrengsten |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| IRS | EUR 200 | 1,53% | 4-okt-13 | 4-jan-21 | -EURIBOR 3 maanden | |
| IRS | EUR 150 | 1,59% | 4-okt-13 | 4-jan-21 | -EURIBOR 3 maanden | |
| IRS | EUR 250 | 1,36% | 27-nov-13 | 27-maart-20 | -EURIBOR 3 maanden | |
| IRS | EUR 175 | 1,91% | 27-nov-13 | 2-okt-23 | -EURIBOR 3 maanden | |
| IRS | EUR 150 | -1,12% | 27-maart-14 | 27-maart-20 | EURIBOR 3 maanden | |
| IRS | USD 100 | -1,97% | 20-nov-14 | 22-nov-21 | USD LIBOR 3 maanden | |
| IRS | EUR 100 | 0,44% | 17-dec-15 | 2-april-22 | -EURIBOR 6 maanden | |
| IRS | EUR 100 | 0,45% | 17-dec-15 | 2-april-22 | -EURIBOR 6 maanden | |
| CCIRS | USD 230 | -USD LIBOR 3 maanden | -0,16% | 27-nov-13 | 2-okt-23 | EURIBOR 3 maanden |
| CCIRS | EUR 205 | USD LIBOR 3 maanden | 0,45% | 2-april-16 | 2-okt-23 | -EURIBOR 3 maanden |
Afdekking van netto-investeringen in een buitenlandse entiteit 38.3
Alle niet-gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van netto-investeringen worden opgenomen in Cumulatieve Omrekeningsverschillen. Deze niet‑gerealiseerde winsten en verliezen zullen in het eigen vermogen geboekt blijven en zullen alleen in de winst- en verliesrekening opgenomen worden als de Groep de onderliggende activa niet meer in bezit heeft.
39 Leaseovereenkomsten
39.1 Bedragen opgenomen de balans
De balans geeft de volgende bedragen weer met betrekking to leaseovereenkomsten:
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| Gebouwen | 21 | 97 | 33 |
| Installaties en machines | 21 | 3 | 0 |
| Kantooruitrusting en voertuigen | 21 | 28 | 0 |
| Totale gebruiksrechten van activa | 128 | 33 | |
| Korlopend1 | 28 | 38 | 2 |
| Langlopend1 | 28 | 63 | 3 |
| Totale verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 101 | 5 |
In 2017 werden enkel verplichtingen uit leaseovereenkomsten opgenomen die als 'financiële leases' werden geclassificeerd volgens de principes van IAS 17 Leaseovereenkomsten. Deze werden weergegeven als onderdeel van de leningen van de Groep.
De verwervingen van gebruiksrechten voor geleasde activa gedurende boekjaar 2018 bedroegen € 140 miljoen.
Op 31 december 2018 zijn er geen verplichtingen voor gegarandeerde restwaarde inbegrepen in de leaseverplichtingen.
Op 31 december 2018 bedroegen de leaseverbintenissen voor nog niet begonnen leases € 18 miljoen.
Bedragen opgenomen in de winst- en verliesrekening 39.2
De winst- en verliesrekening geeft de volgende bedragen weer met betrekking to leaseovereenkomsten:
| € miljoen | Toelichting | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|
| Afschrijvingskosten op gebruiksrechten van activa | 21 | 43 | 5 |
| Gebouwen | 21 | 27 | 5 |
| Installaties en machines | 21 | 1 | 0 |
| Kantooruitrusting en voertuigen | 21 | 15 | 0 |
| Rentelasten1 (inclusief financiële lasten) |
16 | 3 | 0 |
| Kosten met betrekking tot korte-termijnleases | 3 | 3 | |
| Kosten met betrekking tot activa met een lage waarde die geen korte | |||
| termijn leases betreffen | 3 | 3 | |
| Kosten met betrekking tot variabele leasebetalingen die niet in de | |||
| leaseverplichtingen zijn vervat | 0 | 0 | |
| Totale kosten met betrekking tot leaseovereenkomsten | 52 | 11 |
In 2017 werden enkel rentelasten uit leaseovereenkomsten opgenomen die als 'financiële leases' werden geclassificeerd volgens de principes van IAS 17 Leaseovereenkomsten.
De totale kasuitstroom voor leaseovereenkomsten in 2018 bedroeg € 33 miljoen.
In 2018 waren er geen materiële opbrengsten uit onderverhuring.
Aansluiting met operationele leaseverbintenissen gerapporteerd op 31 december 2017 39.3
Operationele leaseverbintenissen bedroegen € 90 miljoen op 31 december 2017. Bij de toepassing van IFRS 16 op 1 januari 2018, heeft de Groep leaseverplichtingen opgenomen voor een bedrag van € 120 miljoen in verband met leases die eerder werden geclassificeerd als 'operationele leases' volgens de principes van IAS 17 Leaseovereenkomsten. Het verschil van € 30 miljoen is voornamelijk te wijten aan aanpassingen ingevolge een verschillende behandeling van opties om contracten te verlengen voor een bedrag van € 37 miljoen, deels gecompenseerd door het effect resulterend uit de verdiscontering van leaseverplichtingen voor een bedrag van € 7 miljoen.
40 Winst per aandeel
40.1 Gewone winst per aandeel
| € | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 4,20 | 3,99 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0,04 | 0,01 |
| Gewone winst per aandeel | 4,24 | 4,00 |
De gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop, met
uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden.
40.2 Verwaterde winst per aandeel
| € | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 4,20 | 3,99 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0,04 | 0,01 |
| Verwaterde winst per aandeel | 4,24 | 4,00 |
40.3 Winst
aandelen van de moedermaatschappij is gebaseerd op de volgende gegevens:
De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van gewone
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar | ||
| aan aandeelhouders van UCB NV | 792 | 752 |
| Winst/verlies (-) uit beëindige bedrijfsactiviteiten | 8 | 1 |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | 800 | 753 |
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar | ||
| aan aandeelhouders van UCB NV | 792 | 752 |
| Winst/verlies (-) uit beëindige bedrijfsactiviteiten | 8 | 1 |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | 800 | 753 |
40.4 Aantal aandelen
| In duizenden aandelen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel | 188 484 | 188 281 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel | 188 484 | 188 281 |
41 Dividend per aandeel
De bruto-dividenden uitgekeerd in 2018 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2017) en in 2017 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2016) bedroegen respectievelijk € 226 miljoen (€ 1,18 per aandeel) en € 220 miljoen (€ 1,15 per aandeel).
Een dividend voor het afgelopen jaar dat eindigde op 31 december 2018 van €1,21 per aandeel, goed voor
42 Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen
42.1 Kapitaal- en overige verbintenissen
Op 31 december 2018 heeft de Groep zich verbonden om € 43 miljoen (2017: € 63 miljoen) te besteden voornamelijk met betrekking tot verwachte kapitaalinvesteringen voor mijlpaalbetalingen resulterend uit samenwerkingsovereenkomsten.
UCB sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmaceutische bedrijven, bedrijven die klinische studies uitvoeren en financiële investeerders. Zulke samenwerkingsovereenkomsten kunnen
een totaal dividend van € 233 miljoen, moet voorgesteld worden tijdens de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering op 25 april 2019.
Overeenkomstig IAS 10 Gebeurtenissen na balansdatum, is het voorgestelde dividend niet als een verplichting geboekt op het einde van het jaar.
mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Onderstaande tabel geeft de maxima aan die betaald zouden worden als alle mijlpalen – hoewel dit erg onwaarschijnlijk is – zouden worden gerealiseerd. Deze cijfers zijn exclusief royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de verkochte eenheden en bedragen die reeds werden voorzien voor reeds behaalde mijlpalen. De bedragen zijn niet aangepast voor risico's, noch verdisconteerd, en de timing van de betalingen is gebaseerd op de op dit ogenblik beste inschattingen van de Groep omtrent de realisatie van de betreffende mijlpalen.
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Minder dan 1 jaar | 133 | 58 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 156 | 101 |
| Langer dan 5 jaar | 527 | 860 |
| Totaal | 816 | 1 019 |
UCB heeft verschillende overeenkomsten gesloten met contractproductie-organisaties voor het leveren van haar producten. De uitstaande verbintenissen ten aanzien van deze contractproductie-organisaties bedragen € 415 miljoen per eind 2018 (2017: € 447 miljoen).
Als onderdeel van de innovatiestrategie van UCB, heeft UCB een risicokapitaalfonds opgericht, UCB Ventures. Het fonds is voornamelijk bedoeld om het innovatieecosysteem van UCB meer ruimte te geven, een betere kijk op nieuwe technologieën, producten, platformen en kanalen te creëren om UCB's bestaande activiteiten uit te breiden of aan te vullen, netwerken en strategische relaties te ontwikkelen in de risicokapitaalinvesteerdersgemeenschap met het oog op het identificeren van opportuniteiten die UCB anders niet zou zien. In dit kader heeft UCB eind 2018 uitstaande verplichtingen voor een totaal bedrag van USD 14 miljoen met betrekking tot investeringen in risicokapitaalfondsen.
42.2 Waarborgen
De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.
42.3 Voorwaardelijke verplichtingen
De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. De lopende zaken kunnen leiden tot verplichtingen, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen die strijdig zijn met UCB's belangen. Mogelijke kasuitstromen gereflecteerd in een voorziening kunnen geheel of gedeeltelijk gecompenseerd worden door een verzekering in bepaalde gevallen. UCB heeft geen voorzieningen aangelegd voor mogelijke schadegevallen voor bepaalde bijkomende juridische claims tegen onze dochterondernemingen indien UCB momenteel van mening is dat een betaling ofwel niet waarschijnlijk is of niet betrouwbaar kan worden ingeschat.
® Zaken betreffende intellectuele eigendom (geselecteerde zaken) 42.3.1
Vimpat
- Delaware District Court rechtszaak: Injuni2013 diende UCB een aanklacht in bij het District Court van Delaware tegen 16 beklaagden, die goedkeuring wilden verkrijgen van hun generische versies van Vimpat ®. De beklaagden dienden certificaten in, die onder meer de geldigheid van het RE38,551 ('551) Vimpat® patent betwistten. Op 12augustus2016 oordeelde rechter Stark ten gunste van UCB en handhaafde de geldigheid van het patent. De beklaagden hebben beroep aangetekend en op 23 mei 2018 bevestigde het Hof van Beroep op federaal niveau (Federal Circuit) de beslissing. Begin oktober 2018 dienden Accord Healthcare en Intas Pharmaceuticals een verzoekschrift voor certiorari in bij het Amerikaanse Hooggerechtshof, dat werd afgewezen op 19 november 2018. Op 21 november 2018 dienden Mylan, Sun en Alembic een ander verzoekschrift voor certiorari in bij het Amerikaanse Hooggerechtshof. UCB wacht momenteel op een uitspraak.
- Bijkomende Delaware District Court rechtszaak: In 2016 heeft UCB bij de rechtbank van Delaware een aanklacht ingediend tegen drie beklaagden, Hetero, Zydus en Aurobindo (C.A. Nr. 16-451-LPS, 16-452-LPS en 16-903-LPS), die op zoek waren naar goedkeuring van een tweede generieke versie van Vimpat ® ("Tweede golf ANDA-zaken"). De partijen stipuleerden dat de uitkomst van de oorspronkelijke Delaware rechtszaak deze tweede golf zaken zal bepalen en beëindigen.
- Tussen Partijen Beoordeling (TPB): Innovember2015 diende Argentum Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een TPB voor het Patent- en Merkenbureau van de VS (US Patent and Trademark Office – USPTO) en voor de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB), om het Vimpat® '551 patent ongeldig te laten verklaren. Inmei2016 voerde de PTAB hun beoordeling uit. Mylan, Breckenridgde en Alembic hebben zich aangesloten bij de TPB. Op 22 maart 2017 handhaafde de PTAB de geldigheid van het '551 patent. Argentum ging niet in beroep tegen deze beslissing, maar Mylan, Breckenridge en Alembic hebben beroep aangetekend bij het Hof van Beroep op federaal niveau. Op 1 februari 2019 heeft het Hof van Beroep op federaal niveau de eerdere
bevindingen van de PTAB rond de geldigheid van het Vimpat® patent bevestigd.
- Accord VK rechtszaak: In juli 2016 diende Accord Healthcare een verzoekschrift in voor het High Court in het Verenigd Koninkrijk, om een verklaring van ongeldigheid en terugtrekking te vragen van het Europees patent (VK) 0888829, dat lacosamide bekendmaakt en claimt. In november 2017 vaardigde rechter Birrs zijn beslissing uit in het voordeel van UCB, die de geldigheid van het VK deel van het Europees patent bevestigt. Accord heeft onlangs hoger beroep aangetekend tegen de beslissing van het Hof van Beroep in het Verenigd Koninkrijk. Een hoorzitting over het hoger beroep is gepland op 8/ 9 mei 2019.
- Accord Nederland rechtszaak: Op 29 juni 2017 heeft Accord een dagvaarding ingediend bij het gerechtshof van Den Haag, om het Nederlandse Vimpat ® patent en SPC ongeldig te laten verklaren. Op 23 februari 2019 oordeelde het Hof ten gunste van UCB en bevestigde het de geldigheid van het patent.
- Accord en Teva Duitse rechtszaak: In de zomer van 2017 dienden Accord Healthcare en Teva een vordering tot nietigverklaring in bij het Duitse patentgerecht om het Duitse deel van het Europese Vimpat ®-patent/SPC ongeldig te verklaren. De zaken zijn geconsolideerd en de hoorzittingsdatum is gepland voor 15 oktober 2019. Een voorlopige advies van het Duits patentgerecht in december was voordelig met betrekking tot de geldigheid van het Vimpat®-patent.
- Accord Italiaanse rechtszaak: In oktober 2017 diende Accord een vordering tot nietigverklaring in tegen het Italiaanse deel van het Europese Vimpat ®-patent bij de Rechtbank van Milaan. Er is nog geen datum vastgesteld voor de rechtszaak.
- Laboratorios Normon, Spaanse rechtszaak: In oktober 2017 werd UCB door de rechtbank van Barcelona op de hoogte gebracht van een vordering tot nietigverklaring tegen het Spaanse deel van het Europese Vimpat ®-patent door Laboratorios Normon, S.A. Er is nog geen datum vastgesteld voor de rechtszaak.
- GL Pharma, Oostenrijkse rechtszaak: In november 2017 diende GL Pharma een vordering in tot verklaring voor recht van niet-inbreuk met betrekking tot hun generieke lacosamide-product, bewerend dat
het Vimpat ®-patent niet-afdwingbaar is. De zaak is hangende.
Neupro ®
- Watson Delaware District Court rechtszaak: Inaugustus2014 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Watson Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Neupro ®. Watson diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro ® betwist, voornamelijk 6 884 434('434). De rechtszaak vond plaats in juni 2017. Rechter Stark oordeelde ten gunste van UCB en handhaafde de geldigheid van het '434 patent, maar trok het polymorfe patent '414 in. Activas heeft beroep aangetekend. UCB heeft incidenteel beroep aangetekend. De zaak is hangende.
- Zydus Delaware District Court rechtszaak: Innovember2016 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Zydus Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Neupro ®. Zydus diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro ® betwist. De zaak werd geschorst tot augustus 2019.
- Mylan Delaware District Court rechtszaak: In maart2017 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Mylan Pharmaceuticals, die goedkeuring wenst te verkrijgen van zijn generische versie van Neupro ®. Mylan diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro ® betwist. De zaak is hangende.
Toviaz®
Mylan Tussen Partijen Beoordeling (TPB):
Injanuari2016 diende Mylan Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een TPB voor het Patent- en Merkenbureau van de VS (US Patent and Trademark Office – USPTO), om alle in het Orange Book opgesomde patenten in verband met Toviaz® ongeldig te laten verklaren. Injuli2016 voerde de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB) zijn onderzoek uit. Alembic, Torrent en Amerigan sloten zich aan bij het verzoekschrift. Op 19 juli 2017 handhaafde de PTAB de geldigheid van alle patenten opgenomen in het Orange Book. Mylan heeft beroep aangetekend op federaal niveau (Federal Circuit) tegen de uitspraak van de PTAB samen met de uitspraak van de rechtbank van Delaware in het voordeel van UCB; Amerigan is toegetreden tot het hoger beroep. Op 11 januari 2019 heeft het federaal niveau uitspraak gedaan in het voordeel van UCB. De zaak is hangende.
Adair Patent rechtszaak – Chugai
Op 14december2016 diende Chugai Pharmaceuticals een verzoekschrift in bij het Patent Court van het Verenigd Koninkrijk, om bevestiging te krijgen dat hun product Actemra® UCB's US Patent 7 556 771 niet schendt. De rechtszaak vond plaats in maart 2018. Het Patent Court kwam tot een besluit in augustus 2018 in het voordeel van Chugai. UCB heeft beroep aangetekend.
42.3.2 Productaansprakelijkheidszaken
Distilbène productaansprakelijkheidsrechtzaak – Frankrijk: Franse entiteiten van de UCB Groep zijn genoemd als verweerders in verschillende productaansprakelijkheidsrechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep, ingenomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijke letsels hebben opgelopen. De Groep heeft een
productaansprakelijkheidsverzekering maar gezien deze dekking door de verzekering onvoldoende zal zijn, heeft de Groep een provisie aangelegd (zie Toelichting 33).
Opioïden rechtszaak: In maart 2018 werd de Amerikaanse entiteit, samen met meerdere beklaagden, genoemd in twee rechtszaken met betrekking tot de promotie en verkoop van opioïden. Deze zaken zijn American Resource Insurance Co., Inc. vs Purdue Pharma, LP, et al., in de Amerikaanse District Court voor het zuidelijk District van Alabama, en State of Arkansas, et. al. vs Purdue Pharma, L.P. in de Circuit Court of Crittenden County, Arkansas. De zaken zijn hangende.
42.3.3 Onderzoeken
Zuidelijk district van New York – Pharmacy Benefit Managers en Cimzia®
Inmaart2016 ontving de Vennootschap een burgerlijke onderzoeksaanvraag (Civil Investigative Demand – CID) van de Civil Frauds Unit van het kantoor van de VS procureur in het zuidelijke district van New York. De CID vraagt de Vennootschap om alle contracten (vanafjanuari2006 tot en met vandaag) tussen de Vennootschap en elke Pharmacy Benefit Manager (PBM) over Cimzia® te identificeren en te verstrekken, met inbegrip van alle documenten die nodig zijn om alle diensten geleverd door een PBM evenals alle betalingen aan een PBM aan te tonen. Inaugustus2016 werden alle gevraagde documenten overhandigd aan de overheid. De Vennootschap werkt samen met het kantoor van de Amerikaanse procureur in reactie op de bezorgde CID.
42.3.4 Overige zaken
Cimzia® CIMplicity® rechtszaak: In maart 2018 werd UCB, Inc. aangeklaagd, bewerende dat het CIMplicity®-programma van Cimzia®, namelijk de verpleegstersopleidersdiensten en vergoedingsdiensten, sinds 2011 in strijd is met federale en nationale voorschriften voor valse beweringen en smeergeld. Op 17 december 2018 het het Amerikaanse Ministerie van Justitie alle claims verworpen. De zaak is hangende.
42.3.5 Afgesloten juridische zaken
- Ex Parte heronderzoek: Inmaart2016 diende Argentum Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een ex parte heronderzoek voor de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB), om het Vimpat ® '551 patent ongeldig te laten verklaren. Op 16juni2016 verklaarde de USPTO het verzoek tot heronderzoek ontvankelijk. Op 23 februari 2018 handhaafde de USPTO de geldigheid van het Vimpat ® '551 patent.
- Rechtszaak met betrekking tot verkochte
activiteiten: Inoktober2008 diende Apotex Inc. een klacht in tegen UCB, Lonza Braine S.A. en S&D Chemicals (Canada) Ltd. bij het Superior Court van Ontario in Toronto, Ontario, Canada, voor contractbreuk en om schadevergoeding te verkrijgen voor de beweerde niet-levering van het geneesmiddel desmopressin aan Apotex. UCB stootte dit geneesmiddel af als onderdeel van zijn Bioproducten business aan Lonza in 2006. Lonza diende een tegenclaim in tegen UCB en S&D Chemicals, UCB diende een tegenclaim in tegen Lonza en S&D Chemicals, en S&D Chemicals diende een tegenclaim in tegen UCB en Lonza. In het tweede kwartaal van 2018 hebben de partijen een minnelijke schikking bereikt zonder dat UCB betalingen verschuldigd is. Alle claims tegen UCB werden verworpen in mei.
43 Transacties met verbonden partijen
43.1 Verkopen en diensten binnen de Groep
Gedurende de boekjaren afgesloten op 31 december 2018 en 2017 werden alle transacties binnen de UCB-Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van wederzijds economisch voordeel van de betrokken partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden vastgesteld in overeenstemming met criteria van marktconforme onderhandelingen en eerlijk handelen, en met het oog op de creatie van waarde voor de gehele UCB-Groep. De voorwaarden die van toepassing waren op transacties binnen de UCB-Groep waren gelijkaardig aan de voorwaarden die van toepassing waren op transacties met derde partijen.
Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en afgewerkte producten gingen deze criteria gepaard met het principe van de verhoging van de productiekosten van elke partij met een onafhankelijk vastgestelde winstmarge. Met betrekking tot de diensten die geleverd werden binnen de UCB-Groep gingen deze criteria vergezeld van het principe van voldoende vergoedingen om de kosten te dekken die door elke partij werden gemaakt en een marktconforme winstmarge. De binnen de UCB-Groep uitgevoerde transacties vormen standaardtransacties voor een biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte medische producten, deposito's en leningen voor verbonden ondernemingen van de UCB-Groep, alsook gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB-Groep om de operaties te optimaliseren door middel van schaal- en synergievoordelen.
Financiële transacties met andere verbonden partijen dan verbonden ondernemingen van UCB NV 43.2
In 2018 zijn er geen financiële transacties geweest met andere verbonden partijen dan de verbonden ondernemingen van UCB NV.
43.3 Vergoedingen van managers op sleutelposities
De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van bestuur en het Uitvoerend Comité voor het jaargedeelte waarin ze hun mandaat uitoefenden.
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Korte-termijnpersoneelsbeloningen | 17 | 18 |
| Ontslagvergoedingen | 0 | 0 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 3 | 4 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 8 | 11 |
| Totale vergoedingen van managers op sleutelposities | 28 | 33 |
Korte-termijnpersoneelsbeloningen omvatten lonen (inclusief socialezekerheidsbijdragen), tijdens het jaar verdiende bonussen, autoleasing en andere vergoedingen indien van toepassing. Op aandelen gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over de wachtperiode van de reële waarde van toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen zoals in Toelichting 27 nader wordt uitgelegd. De ontslagvergoedingen omvatten alle gecompenseerde bedragen, waaronder voordelen in natura en uitgestelde vergoedingen. Er zijn door de Vennootschap of door
een dochteronderneming van de Groep geen leningen toegekend aan een bestuurder of kaderlid van de Groep en er zijn evenmin garanties in die zin gegeven.
43.4 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de "Referentieaandeelhouder" of "Tubize" genoemd), een Belgische vennootschap genoteerd op Euronext Brussel. Tubize bezit 68 076 981 UCB aandelen op een totaal van 194 505 658 (d.i. 35,00%) op 31 december 2018.
Op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen door Tubize en, in voorkomend geval, recentere publieke informatie, kan de aandeelhouderstructuur van
Tubize op 31 december 2018 samengevat worden als volgt:
| In onderling overleg | Buiten onderling overleg | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stemrechten | % | Stemrechten | % | Stemrechten | % | |
| Financière Eric Janssen SPRL | 8 525 014 | 19,14% | 1 988 800 | 4,46% | 10 513 814 | 23,60% |
| Daniel Janssen | 5 881 677 | 13,20% | – | – | 5 881 677 | 13,20% |
| Altaï Invest SA | 4 969 795 | 11,16% | 26 468 | 0,06% | 4 996 263 | 11,22% |
| Barnfin SA | 3 903 835 | 8,76% | – | – | 3 903 835 | 8,76% |
| Jean van Rijckevorsel | 11 744 | 0,03% | – | – | 11 744 | 0,03% |
| Totaal stemrechten gehouden door de | ||||||
| referentieaandeehouders | 23 292 065 | 52,28% | 2 015 268 | 4,52% | 25 307 333 | 56,81% |
| Andere aandeelhouders | – | – | 19 241 265 | 43,19% | 19 241 265 | 43,19% |
| Totaal stemrechten | 23 292 065 | 52,28% | 21 256 533 | 47,72% | 44 548 598 | 100,00% |
Altaï Invest SA wordt gecontroleerd door Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen. Barnfin SA wordt gecontroleerd door Bridget van Rijckevorsel, geboren Paule Bridget Janssen.
De referentieaandeelhouders van Tubize, behorend tot de familie Janssen, handelen in onderling overleg, d.w.z. zij hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van Tubize te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten, conform artikel 3, §1, 13°, a), b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, a) en b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen.
Wat zijn deelneming in UCB betreft, handelde Tubize in onderling overleg met Schwarz, d.w.z. zij hebben een akkoord gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam
gemeenschappelijk beleid ten aanzien van UCB te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten (conform artikel 3, §1, 13°, b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen).
Op 25 januari 2018 ontving UCB van Tubize een transparantiekennisgeving waarin werd vermeld dat Tubize op 19 januari 2018 een bevestiging ontving van de beëindiging van de overeenkomst om in overleg met Schwarz te handelen, en een transparantiekennisgeving van Schwarz ter bevestiging van deze informatie op 29 januari 2018.
UCB en haar dochtervennootschappen houden ook UCB aandelen aan (zie hierna voor een overzicht van hun deelnemingen per 31 december 2018). De overige UCB aandelen zijn in handen van het publiek.
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de grote aandeelhouders van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (situatie op 31 december 2018):
| Laatste update | ||||
|---|---|---|---|---|
| Kapitaal | € 583 516 974 | |||
| Totaal aantal stemrechten (noemer) | 194 505 658 | 13 maart 2014 | ||
| 1 | Financière de Tubize SA ('Tubize') | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 68 076 981 | 35,00% | 19 januari 2018 | |
| 2 | UCB NV | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 2 102 356 | 1,08% | 31 december 2018 | |
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 0 | 0,00% | 06 maart 2017 | |
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | 18 december 2015 | |
| Totaal | 2 102 356 | 1,08% | ||
| 3 | UCB Fipar SA | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 3 494 828 | 1,80% | 31 december 2018 | |
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 435 000 | 0,22% | 03 juni 2015 | |
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | 25 december 2015 | |
| Totaal | 3 929 828 | 2,02% | ||
| UCB NV + UCB Fipar SA(2) | ||||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 5 597 184 | 2,88% | ||
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 435 000 | 0,22% | ||
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | ||
| Totaal | 6 032 184 | 3,10% | ||
| 3 Free float |
120 831 493 | 62,12% | ||
| 4 | Vanguard Health Care Fund | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 9 741 353 | 5,01% | 28 oktober 2014 | |
| 5 | BlackRock, Inc. | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 9 072 842 | 4,66% | 27 december 2018 |
(alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totale aantal stemrechten)
1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 14 februari 2008 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen die, indien uitgeoefend, bijkomende stemrechten verlenen, d.w.z. effecten, opties, futures, swaps, rentetermijnovereenkomsten en andere derivatenovereenkomsten m.b.t. bestaande stemrechtverlenende effecten die hun houder het recht verlenen om, uitsluitend op eigen initiatief van de houder, zulke stemrechtverlenende effecten te verwerven, in uitvoering van een overeenkomst die bindend is onder de toepasselijke wetgeving.
2 UCB NV controleeert onrechtstreeks UCB Fipar SA | artikel 6, §5, 2° en artikel 9, §3, 2° van de Wet op openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
Free Float zijn de UCB aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize), UCB NV of UCB Fipar SA. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlende effecten (aandelen) gehouden door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten.
44 Gebeurtenissen na balansdatum
De UCB vestiging in Monheim, 'Creative Campus Monheim', werd verkocht aan de stad Monheim am Rhein. Het verkoopcontract werd getekend in november 2018 en de werkelijke overdracht van de site vond plaats op 1 februari 2019. Op de Creative Campus Monheim zijn 10 ondernemingen, actief op het gebied van levenswetenschappen, gevestigd, waaronder UCB. UCB
heeft nu een huurovereenkomst voor haar ruimte afgesloten voor de komende 20 jaar. De stad Monheim plant om de campus verder te ontwikkelen en uit te breiden. De stad heeft dienaangaande reeds een master plan voorgesteld.
45 UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd)
| Naam en maatschappelijke zetel | Holding | Moedermaatschappij |
|---|---|---|
| Australië | ||
| UCB Australia Pty. Ltd. – Level 1, 1155 Malvern Road – 3144 Malvern, Victoria België |
100% | UCB SA |
| UCB Fipar NV – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0403.198.811) | 100% | UCB Belgium SA |
| UCB Biopharma Sprl – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0543.573.053) | 100% | UCB Pharma SA |
| UCB Belgium NV – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0402.040.254) | 100% | UCB Pharma SA |
| UCB Belgium NV – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0402.040.254) | 100% | UCB SA |
| Sifar NV – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0453.612.580) | 100% | UCB Finance NV |
| UCB Ventures NV – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0667.816.096) | 100% | UCB SA |
| UCB Ventures Belgium NV – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0668.388.891) | 100% | UCB Ventures SA |
| Brazilië | ||
| UCB Biopharma Ltda – Av. Brigadeiro Faria Limal Itaim Bibi – CEP: 04538-132 São Paulo | 100% | UCB SA |
| Bulgarije | ||
| UCB Bulgaria EOOD –15, Ljubata Str., Fl. 4 apt. 10-11, Lozenetz – Sofia 1407 | 100% | UCB SA |
| Canada | ||
| UCB Canada Inc. – 2060 Winston Park Drive, Suite 401 – ON L6H5R7 Oakville | 100% | UCB Holdings Inc. |
| China | ||
| UCB Trading (Shanghai) Co Ltd – Suite 317, 439 No.1 Fu Te Road West – | 100% | UCB SA |
| Shanghai (Pilot Free Trade Zone) | ||
| UCB Pharma (Hong Kong) Ltd – Unit 3713-18,37F, Tower 1, Millenium City 5, 388 Kwun Tong Road, Kwun Tong, Kowloon – Hong Kong |
100% | UCB Pharma GmbH |
| UCB Pharma (Zhuhai) Company Ltd – Section A., Workshop, No.3 Science & Technology 05th Road, Innovatie Coast, National Hi-Tech Industrial Development Zone – Zhuhai Guangdong Province |
100% | UCB Pharma GmbH |
| Denemarken | ||
| UCB Nordic AS – Edvard Thomsens Vej 14, 7 – 2300 Copenhagen | 100% | UCB Finance NV |
| Duitsland | ||
| UCB Pharma GmbH – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein | 100% | UCB GmbH |
| UCB GmbH – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein | 100% | UCB Finance NV |
| UCB BioSciences GmbH – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein | 100% | UCB Pharma GmbH |
| UCB Innere Medizin GmbH & Co. KG – Alfred-Nobel-Strasse 10 – | 100% | UCB Pharma GmbH |
| 40789 Monheim am Rhein3 | ||
| UCB Primary Care GmbH3 – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein | 100% | UCB Pharma GmbH |
| Finland | ||
| UCB Pharma Oy Finland – Bertel Jungin aukio 5, 6.krs – 02600 Espoo | 100% | UCB Finance NV |
| Frankrijk | ||
| UCB Pharma SA – Défense Ouest 420, rue d'Estienne d'Orves – 92700 Colombes | 100% | UCB SA |
| Griekenland | ||
| UCB A.E. – 63 Agiou Dimitriou Street – 17456 Alimos – Athens | 100% | UCB SA |
| Hongarije | ||
| UCB Hungary Ltd – Obuda Gate Building Arpád Fejedelem ùtja 26-28 – 1023 Budapest | 100% | UCB SA |
| Ierland | ||
| UCB (Pharma) Ireland Ltd – United Drug House Magna Drive, Magna Business Park, City West Road – Dublin 24 |
100% | UCB SA |
| UCB Manufacturing Ireland Ltd – Shannon Industrial Estate – Shannon, County Clare | 100% | UCB SA |
| Indië | ||
| UCB India Private Ltd – Building No. – P3, Unit No. – 103, 1st Floor, Prithvi Complex, Kalher Pipe Line, Kalher, Bhiwandi, Thane – 421302 Maharashtra |
100% | UCB SA |
| Naam en maatschappelijke zetel | Holding | Moedermaatschappij |
|---|---|---|
| Uni-Mediflex Private Ltd – Building No. – P3, Unit No. – 103, 1st Floor, Prithvi Complex, Kalher Pipe Line, Kalher, Bhiwandi, Thane – 421302 Maharashtra |
100% | UCB SA |
| Italië | ||
| UCB Pharma SpA – Via Varesina 162 – 20156 Milano | 100% | UCB SA |
| Japan | ||
| UCB Japan Co Ltd – Shinjuku Grand Tower, 8-17-1 Nishi-Shinjuku – 160-0023 Shinjuku, Tokyo |
100% | UCB SA |
| Luxemburg | ||
| Edev Sàrl – Rue Eugène Ruppert, 5C – 2453 Luxembourg | 0% | N/A |
| Maleisië | ||
| UCB Trading (Malaysia) Sdn. Bhd. – Level 21, Suite 21,01, The Gardens South Tower, Mid Valley City, Lingkaran Syed Putra – 59200 Kuala Lumpur |
100% | UCB SA |
| Mexico | ||
| UCB de Mexico SA de C.V. – Calzada Mariano Escobedo 595, Piso 3, Oficina 03/100, Colonia Rincón del Bosque, Bosque de Chapultepec I sección, Alcaldía Miguel Hidalgo – 11589 Mexico D.F. |
100% | UCB SA |
| Vedim SA de C.V. – Calzada Mariano Escobedo 595, Piso 3, Oficina 03/100, Colonia Rincón del Bosque, Bosque de Chapultepec I sección, Alcaldía Miguel Hidalgo – 11589 Mexico D.F. |
100% | Sifar SA |
| Nederland | ||
| UCB Finance N.V. – Hoge Mosten 2 – 4822 NH Breda | 100% | UCB SA |
| UCB Pharma B.V. (Netherlands) – Hoge Mosten 2 – 4822 NH Breda | 100% | UCB Finance NV |
| Noorwegen | ||
| UCB Pharma A.S. – Grini Naeringspark 8b – 1361 Osteras, Baerum | 100% | UCB Finance NV |
| Oekraïne | ||
| UCB Ukraine LLC – 19 Grygoriya Skovorody Str., Business Center "Podol Plaza" – 04070 Kiev |
100% | UCB Pharma GmbH |
| Oostenrijk | ||
| UCB Pharma Gesellschaft m.b.H. – Twin Tower, Wienerbergstrasse 11/12a – 1100 Wien | 100% | UCB Finance NV |
| Polen | ||
| Vedim Sp. z.o.o. – Ul. Z. Herberta, 8 – 00-380 Warszawa | 100% | Sifar SA |
| UCB Pharma Sp. z.o.o. – Ul. Z. Herberta, 8 – 00-380 Warszawa | 100% | UCB SA |
| Portugal | ||
| UCB Pharma (Produtos Farmaceuticos) Lda – Estrada de Paço de Arcos, 58 – 2770-130 Paço de Arcos |
100% | UCB SA |
| Roemenië | ||
| UCB Pharma Romania S.R.L. – 40-44 Banu Antonache, 4th fl., district 1 – 011665 Bucharest |
100% | UCB SA |
| Rusland | ||
| UCB Pharma LLC – Shturvaluaya 5 bldg 1 – 125364 Moscow | 100% | UCB SA |
| UCB Pharma Logistics LLC – Perevedenovky pereulok 13 bldg 21 – 105082 Moscow | 100% | UCB SA |
| Singapore | ||
| UCB Trading (SG) Pte. Ltd. –8 Marina Boulevard #05-02, Marina Bay Financial Centre Tower 1 – 18981 Singapore |
100% | UCB SA |
| Spanje | ||
| Vedim Pharma SA1 – Plaza de Manuel Gómez Moreno, s/n, Edificio Bronce, 5th floor – 28020 Madrid |
100% | UCB SA |
| UCB Pharma SA – Plaza de Manuel Gómez Moreno, s/n, Edificio Bronce, 5th floor – 28020 Madrid |
100% | Vedim Pharma SA |
| Taiwan | ||
| UCB Pharmaceuticals (Taiwan) Ltd –12F.-2, No.88, Dunhua N. Rd., Songshan Dist. – 10551 Taipei |
100% | UCB SA |
| Naam en maatschappelijke zetel | Holding | Moedermaatschappij |
|---|---|---|
| Thailand | ||
| UCB Trading (Thailand) Ltd – 98 Sathorn Square, 37/F, Room 3780, North Sathorn Road, Khwaeng Silom, Khet Bangrak – 10500 Bangkok |
100% | UCB SA |
| Tsjechische Republiek | ||
| UCB S.R.O. – Thámova 13 – 186 00 Praha 8 | 100% | UCB SA |
| Turkije | ||
| UCB Pharma A.S. – Palladium Tower, Barbaros Mah., Kardelen Sok. No.2, Kat.24/80 – 34746 Istanbul |
100% | UCB SA |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| UCB Fipar Ltd2 , subs. of UCB Inc. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire |
100% | UCB Inc. |
| Fipar U.K. Ltd2 , subs of UCB Fipar Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire |
100% | UCB Fipar Ltd |
| UCB (Investments) Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire | 100% | UCB SA |
| Celltech Group Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire | 100% | UCB (Investments) Ltd |
| Celltech R&D Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire | 100% | Celltech Group Ltd |
| Celltech Ltd2 – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire | 100% | Celltech Group Ltd |
| Darwin Discovery Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire | 100% | Celltech Group Ltd |
| UCB Pharma Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire | 100% | Celltech Group Ltd |
| Schwarz Pharma Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire | 100% | Celltech Group Ltd |
| Verenigde Staten | ||
| UCB Holdings Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Finance NV |
| UCB Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware | 100% | UCB Holdings Inc. |
| UCB Biosciences Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Inc. |
| UCB Manufacturing Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Inc. |
| Upstate Pharma LLC – C T Corporation System, 111 Eight Avenue, NY – 10011 New York | 100% | UCB Inc. |
| 1 – 251 Little Falls Drive – 19808 Wilmington, Delaware Beryllium LLC |
100% | UCB Biosciences Inc. |
| Beryllium Discovery Corp. – 3 Preston Court – 01730 Bedford, Massachusetts | 100% | UCB Biosciences Inc. |
| The RNA Medicines Company Inc. – 2711 Centerville Road, Suite 400 – 19808 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Biosciences Inc. |
| Element Genomics Inc.4 – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Biosciences Inc. |
| Zuid-Korea | ||
| UCB Korea Co Ltd. – 4th Fl., A+ Asset Tower, 369 Gangnam-daero, Seocho-gu – 06621 Seoul |
100% | UCB SA |
| Zweden | ||
| UCB Pharma AB (Sweden) – Klarabergsgatan 29 – 111 21 Stockholm | 100% | UCB Finance NV |
| Zwitserland | ||
| UCB Farchim SA (A.G. – Ltd.) – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Investissements SA |
| UCB Investissements SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Finance NV |
| Doutors Réassurance SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Investissements SA |
| UCB-Pharma AG – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Investissements SA |
| Medeva Pharma Suisse SA – Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Investissements SA |
| UCB Medical Devices SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Investissements SA |
1 Deze bedrijven zijn gefuseerd met andere ondernemingen van de Groep en zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2017 en 2018 (tot hun effectieve fusiedatum).
2 UCB Fipar Ltd, Fipar U.K. Ltd en Celltech Ltd werden respectievelijk geliquideerd op 9 juli 2018, 21 juni 2018 en 21 juni 2018. Deze bedrijven zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2017 en 2018 (tot hun datum van liquidatie).
3 De aandelen in UCB Innere Medizin GmbH & Co. KG en UCB Primary Care GmbH werden van de hand gedaan op 28 september 2018. De resultaten van beide entiteiten zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2017 en 2018 (tot en met 28 september 2018).
4 Op 30 maart 2018 heeft UCB Element Genomics Inc. verworven. De biotech spin-off is volledig geconsolideerd in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2018 vanaf de datum van verwerving.
4 Verantwoordelijkheidsverklaring
Wij bevestigen hierbij dat, voor zover wij weten, de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2018, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen (International Financial Reporting Standards), zoals aangenomen door de Europese Unie, en met de wettelijke verplichtingen die in België van toepassing zijn, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, passiva, financiële positie en winst of verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het
verslag van de Raad van bestuur een reëel overzicht geeft van de ontwikkeling en prestaties van het bedrijf en de positie van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden die zij verwachten.
Ondertekend door Jean-Christophe Tellier (CEO) en Detlef Thielgen (CFO) namens de Raad van bestuur
5 Verslag van de commissaris
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders over het boekjaar afgesloten op 31 december 2018
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van UCB SA (de "Vennootschap") en haar filialen (samen "de Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening alsook het verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 25 april 2018, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Vennootschap aangevat vóór 1990.
5.1 Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
5.1.1 Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2018 omvat, alsook het geconsolideerd overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, waarvan het totaal van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie € 10 514 miljoen bedraagt en waarvan het geconsolideerd overzicht van winst of verlies afsluit met een winst van het boekjaar (toegekend aan aandeelhouders) van € 800 miljoen.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2018, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over
het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
5.1.2 Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de internationale controlestandaarden zoals door de IAASB van toepassing verklaard op de boekjaren afgesloten vanaf 31 december 2018 en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau toegepast. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controleinformatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
5.1.3 Kernpunten van de controle
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Aanzienlijke beoordelingen en inschattingen van verkoopkortingen, rabatten en verkoopretouren die zijn opgenomen in de VS (zie Toelichtingen 2.7.1, 3.2.1 en 34).
Aandachtsgebied
In de VS verkoopt de UCB Groep producten aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële en overheidscontractuele regelingen of andere terugbetalingsprogramma's (Medicaid, Medicare of een gelijkaardig schema). Dit proces leidt tot belangrijke aanpassingen van de bruto-omzet in de vorm van verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en verkoopretouren. Aan het einde van het jaar worden aanzienlijke bedragen van deze niet-afgewikkelde aanpassingen als voorziening geboekt op de balans. Het proces voor het bepalen van deze voorzieningen is complex en is afhankelijk van contractvoorwaarden en regelgeving, evenals prognoses van verkoopvolumes per kanaal en inschattingen van verwachte retouren van producten. Zoals vermeld in Toelichting 34 bedraagt de voorziening op 31 december 2018 € 460 miljoen (€ 445 miljoen op 31 december 2017). We hebben ook geëvalueerd of het passende beleid voor de erkenning van opbrengsten consistent was met IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.
Hoe onze audit het aandachtsgebied behandelde
Onze testen waren gericht op de voorzieningen voor verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren die aan het einde van het jaar zijn opgenomen, aangezien het proces voor deze voorzieningen gebruik maakt van grote hoeveelheden gegevens met betrekking tot verkoopvolumes en kortingen uit meerdere bronnen die, samengenomen, een aanzienlijke beoordeling vereisen door het management in een complexe Amerikaanse gezondheidszorgomgeving.
We hebben de berekeningen van het management van de voorzieningen voor verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren verkregen en de inputs in de berekening van de voorzieningen getest. We hebben de volgende procedures uitgevoerd:
- We hebben de volledigheid en nauwkeurigheid van de voorzieningen beoordeeld door het proces dat door het management wordt toegepast, hetwelke wordt gebruikt om de saldi aan het einde van het jaar te berekenen en vast te leggen, te begrijpen en te testen.
- We hebben de wiskundige nauwkeurigheid van de saldi aan het einde van het jaar getest en de bedragen vergeleken met onze eigen, onafhankelijk verwachtingen (inhoudelijke analyse). Onze onafhankelijke verwachtingen werden ontwikkeld op basis van verkoopcijfers, ontvangen historische kortingsfacturen, aangepast voor huidige volumes, kortingspercentages zoals opgenomen in verkoopcontracten en overeenkomsten met derde partijen en gecorrigeerd voor bedrijfs- of industriespecifieke factoren.
- We hebben de belangrijkste beoordelingen en veronderstellingen aangaande de analyse beoordeeld en we hebben andere bekende factoren, zoals generieke deelnemers en overheidsinformatie en wettelijke of regelgevende informatie, in aanmerking genomen. We hebben de veronderstellingen beoordeeld die worden gebruikt om de standaard vertragingstijden voor commerciële kortingen, Medicare-kortingen, Medicaid-kortingen, contante kortingen, terugvorderingen en retouren te bepalen.
- We onderzochten declaraties van derden en gegevens zoals externe gegevens, we bemonsterde kortings- en terugvorderingsfacturen ontvangen na jaareinde en
we hebben de inschattingen van het management beoordeeld aangaande de aanwezige voorraad in de verschillende kanalen.
We hebben terugkijktests uitgevoerd die de opgebouwde voorzieningen in vorige perioden vergeleken met de feitelijke kortingen, terugvorderingen, rabatten of ontvangen retouren om de historische nauwkeurigheid van het management te testen bij het berekenen van deze voorzieningen.
Bij het bepalen van de geschiktheid van het beleid voor de erkenning van opbrengsten in overeenstemming met IFRS 15, zoals toegepast door het management, met betrekking tot het berekenen van verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren krachtens contractuele en wettelijke vereisten, is er ruimte voor beoordeling. We hebben geen materiële verschillen geïdentificeerd tussen onze onafhankelijke verwachtingen en de voorzieningen en we vonden de beoordelingen van het management redelijk. Bovendien zijn de toegepaste grondslagen consistent, in alle materiële opzichten, met IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.
Boekwaarde van goodwill en immateriële activa (zie Toelichtingen 2.10, 2.14, 2.15, 3.2.2, 13, 19 en 20)
Aandachtsgebied
De UCB Groep heeft voor EUR 870 miljoen immateriële activa (31 december 2017 - € 817 miljoen), bestaande uit belangrijke licenties, patenten en verworven handelsmerken. Daarnaast heeft de Groep € 4 970 miljoen aan goodwill op 31 december 2018 (31 december 2017 - € 4 838 miljoen).
De boekwaarde van de goodwill en immateriële activa zijn afhankelijk van toekomstige kasstromen en wanneer deze kasstromen niet voldoen aan de verwachtingen van de Groep, bestaat het risico dat de activa een bijzondere waardevermindering moeten ondergaan. De door de Groep uitgevoerde analyse van bijzondere waardeverminderingen bevatten een aantal belangrijke beoordelingen en veronderstellingen, waaronder omzetgroei, het succes van nieuwe productintroducties, vervaldata voor octrooien, winstmarges, eindwaarden en disconteringsvoet. Wijzigingen in deze veronderstellinegn kunnen leiden tot een wijziging in de boekwaarde van immateriële activa en goodwill. De Groep heeft één kasstroomgenererende eenheid ("CGU"),
Biopharmaceuticals, voor het testen van de goodwill op bijzondere waardeverminderingen.
Hoe onze audit het aandachtsgebied behandelde
We hebben de analyse van waardevermindering van de UCB Groep verkregen en de redelijkheid van de methodologie en de belangrijkste veronderstellingen getest, inclusief winst- en kasstroomgroei, eindwaarden, de impact van het vervallen van octrooien, prijseffecten, mogelijke productveroudering, de kans op succes voor pijplijnproducten en de selectie van disconteringsvoeten. We hebben de onderbouw van de veronderstellingen van het management beoordeeld, inclusief het vergelijken van relevante veronderstellingen met de industrie-specifieke en economische voorspellingen. Daarbij werkten we samen met onze interne waarderingsspecialisten. We hebben ook het proces geëvalueerd met betrekking tot het opstellen van het strategisch plan van de Groep dat werd goedgekeurd door de Raad van bestuur van UCB.
We hebben de gevoeligheidsanalyses van het management verkregen en geëvalueerd om de impact van redelijke mogelijke wijzigingen in de belangrijkste veronderstellingen vast te stellen en we hebben onze eigen onafhankelijke gevoeligheidsberekeningen uitgevoerd om de neerwaartse wijzigingen in de modellen te kwantificeren die vereist zijn om te resulteren in een bijzondere waardevermindering. We hebben ook de redelijkheid van de voorspelde verdisconteerde kasstromen beoordeeld door deze te vergelijken met de marktkapitalisatie van de Groep.
Naar aanleiding van onze werkzaamheden hebben wij vastgesteld dat geen bijzondere waardeverminderingen dienen geboekt te worden in 2018 (zie Toelichting 13). We hebben geconstateerd dat de beoordelingen van het management werden onderbouwd door redelijke veronderstellingen die onredelijke negatieve veranderingen zouden vereisen voordat een materiële waardevermindering noodzakelijk was.
Met betrekking tot de CGU Biopharmaceuticals hebben we bevestigd dat dit het laagste niveau is waarop het management goodwill voor interne doeleinden controleert, dat het consistent is met de manier waarop de resultaten en de financiële positie van de Groep worden gerapporteerd aan het directiecomité en de raad van bestuur en dat het aldus voldoet aan IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.
Opname van uitgestelde belastingvorderingen en onzekere belastingposities (zie Toelichtingen 2.2.1, 2.12, 3.2.5, 31 en 35)
Aandachtsgebied
De UCB Groep heeft aanzienlijke fiscale verliezen uit het verleden. Er bestaat een inherente onzekerheid bij het beoordelen van zowel de beschikbaarheid van verliezen en belastingkredieten als bij het voorspellen van toekomstige belastbare winsten, wat de mate bepaalt waarin uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen. Bovendien kunnen de beschikbaarheid en het bedrag van de fiscale verliezen en belastingkredieten worden beïnvloed door lopende belastingcontroles. Op 31 december 2018 heeft de Groep € 760 miljoen aan uitgestelde belastingvorderingen erkend (31 december 2017 - € 715 miljoen). Het proces voor het bepalen van uitgestelde belastingvorderingen is complex en vereist een aanzienlijke mate van oordeelsvorming.
De groep is actief in een complexe, multinationale belastingomgeving en er zijn openstaande belasting- en verrekenprijzenaangelegenheden met belastingautoriteiten. Oordeel is vereist bij het bepalen van verplichtingen die vereist zijn met betrekking tot onzekere belastingposities. Op 31 december 2018 heeft de Groep verplichtingen opgenomen van € 91 miljoen met betrekking tot onzekere belastingposities (31 december 2017 - € 55 miljoen). De stijging in verplichtingen voor onzekere belastingposities wordt verklaard door fiscale aangelegenheden geïdentificeerd in verschillende rechtsgebieden en onzekere belastingposities geïndentificeerd in voorgaande jaren die een update vereisten.
Hoe onze audit het aandachtsgebied behandelde
Wij hebben de geschiktheid van de belangrijkste veronderstellingen en inschattingen van het management geëvalueerd, met name de waarschijnlijkheid om voldoende toekomstige belastbare winsten te genereren ter ondersteuning van de opname van uitgestelde belastingvorderingen.
We evalueerden de mogelijke effecten van belastingcontroles op de beschikbaarheid van fiscale verliezen en belastingvoordelen (en de noodzaak om een verplichting voor onzekere belastingposities te erkennen, indien dit noodzakelijk wordt geacht).
We hebben gekeken naar de status van recente en lopende belastingcontroles, de uitkomsten van eerdere controles, de oordelende posities ingenomen in belastingaangiften en inschattingen van het lopende jaar en ontwikkelingen in de belastingomgeving.
Samen met onze eigen specialisten op het vlak van internationale belastingen hebben we de correspondentie met de relevante belastingautoriteiten en bepaalde externe belastingadviezen beoordeeld en geëvalueerd. Op basis van deze informatie hebben we de veronderstellingen geanalyseerd en beoordeeld dewelke het management heeft gebruikt om belastingverplichtingen te bepalen. We besluiten dat de voorzieningen voor onzekere belastingposities werden bepaald in overeenstemming met IFRIC 23.
Wij hebben beoordeeld of de informatieverstrekking door de UCB Groep over de gevoeligheid van de erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor redelijke mogelijke veranderingen in belangrijke veronderstellingen, de bijbehorende inherente risico's en de toelichtingen met betrekking tot belasting- en onzekere belastingposities weerspiegelt.
Naar aanleiding van ons werk hebben we vastgesteld dat de conclusies van het management met betrekking tot de opname van uitgestelde belastingvorderingen en de recupereerbaarheid passend zijn. We hebben ook vastgesteld dat de verplichtingen voor onzekere belastingposities en de bijbehorende toelichtingen aanvaardbaar zijn.
Lopende rechtzaken, claims en onderzoeken door regelgevende instanties (zie Toelichtingen 2.29, 3.2.3, 33 en 42)
Aandachtsgebied
De farmaceutische industrie is een sterk gereguleerde sector, die het inherente risico voor rechtzaken, claims en onderzoeken door regelgevende instanties verhoogt. De UCB Groep is betrokken bij een aantal juridische acties, waaronder productaansprakelijkheid, commerciële geschillen en onderzoeken door regelgevende instanties, die een belangrijke invloed kunnen hebben op de jaarrekening.
We concentreerden ons op dit gebied omdat de uitkomst van dergelijke juridische acties onzeker is en de posities ingenomen door het management gebaseerd zijn op de toepassing van belangrijke beoordelingen en inschattingen. Dienovereenkomstig kunnen onverwachte nadelige resultaten van dergelijke juridische acties een wezenlijke invloed hebben op de gerapporteerde winst en de balanspositie of toekomstige kasstromen van de Groep.
Op 31 december 2018 beschikte de Groep over voorzieningen voor € 206 miljoen (31 december 2017 - € 158 miljoen) onder meer met betrekking tot feitelijke juridische acties die tegen de Groep werden ingesteld en worden deze voorzieningen in Toelichting 33 uiteengezet, evenals de vermelding van voorwaardelijke verplichtingen in Toelichting 42 met betrekking tot lopende onderzoeken door regelgevende instanties of juridische claims waarbij de bestuurders menen dat zij een goede verdediging hebben tegen de claims.
Zoals uiteengezet in Toelichting 33 en 42, is de Groep betrokken bij diverse gevallen van
productaansprakelijkheid met betrekking tot het product Distilbène. In 2015 werd een voorziening opgenomen voor € 50 miljoen die overeenstemt met de verwachte toekomstige kasstromen die de verzekeringsdekking overschrijden en die als een aanzienlijke inschatting wordt beschouwd. Deze voorziening bedroeg € 68 miljoen op 31 december 2017 en werd verder verhoogd tot € 99 miljoen op 31 december 2018.
Hoe onze audit het aandachtsgebied behandelde We hebben actuele of lopende juridische claims en claims van regelgevende instanties besproken met de General Counsel van de Group om de status van elke zaak te begrijpen.
We hebben onze eigen verwachtingen van de waarschijnlijke uitkomst vastgesteld en het voorziene bedrag (bijv. Distilbène) inhoudelijk getest door de veronderstellingen, die zijn gebruikt om de voorziening te bepalen, te beoordelen door middel van bespreking en verwijzing naar de uitgesproken (vergelijkbare) vonnissen, en op basis van beschikbare documentatie zoals correspondentie met en het verkrijgen van onafhankelijke bevestigingen van de externe juridische adviseurs.
We hebben de volledigheid van de juridische en regelgevende zaken onderzocht door middel van bespreking met de General Counsel van de Groep en door het lezen van notulen van vergaderingen van het directiecomité en de raad van bestuur en hebben geen andere juridische zaken geïdentificeerd die ons nog niet waren bekendgemaakt.
Wij hebben de veronderstellingen met betrekking tot de waardering van de voorziening van € 99 miljoen (31 december 2017 - € 68 miljoen) voor het Distilbène product beoordeeld op basis van de uitgesproken vonnissen voor gesloten Distilbène-zaken. We hebben deze besproken met het management en de gebruikte veronderstellingen beoordeeld.
Onze testen hebben geen afwijkingen van materieel belang in de opgenomen voorzieningen geïdentificeerd. Wij hebben geconstateerd dat in de context van de jaarrekening van de Groep de beoordelingen door het management en de geboekte voorzieningen redelijk zijn en dat de toelichtingen met betrekking tot juridische en regelgevende zaken, voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen in Toelichting 33 en 42 in overeenstemming waren met de vereisten van IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.
Voorzieningen voor vergoedingen na uitdiensttreding (zie Toelichting 2.28, 3.2.4 en 32)
Aandachtsgebied
De UCB Groep heeft wereldwijd verschillende regelingen voor personeelsbeloningen waarvan de meest significante en die het meeste vatbaar zijn voor potentiële afwijkingen bestaan in het VK, België, en Duitsland. Er worden aanzienlijke inschattingen gemaakt bij de waardering van toegezegd-pensioenregelingen na uitdiensttreding en kleine veranderingen in de gehanteerde veronderstellingen en inschattingen, waarvan de voornaamste de disconteringsvoet, inflatie en levensduur zijn, zouden een aanzienlijke invloed kunnen hebben op de resultaten en de financiële positie van de Groep zoals beschreven in Toelichting 32.
Het totale bedrag van de voorzieningen voor vergoedingen na uitdiensttreding erkend op 31 december 2018 bedraagt € 396 miljoen (31 december 2017 - € 412 miljoen), bestaande uit een totale toegezegd-pensioenverplichting van € 996 miljoen (31 december 2017 - € 1040 miljoen)
gecompenseerd door de totale activa van € 600 miljoen (31 december 2017 - € 629 miljoen).
Hoe onze audit het aandachtsgebied behandelde
Met de betrokkenheid van onze interne actuariële specialisten hebben we de belangrijkste veronderstellingen beoordeeld, met name de disconteringsvoet, de inflatie, de mortaliteit / levensverwachting, de inflatiecijfers en toekomstige salarisverhogingen. We hebben de belangrijkste gebruikte veronderstellingen vergeleken met onze interne criteria en externe gegevens.
Wij hebben controlewerkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot de reële waarde van de activa, de bepaling van de verplichting voor toegezegdpensioenregelingen en de onderliggende censusgegevens.
Op basis van onze uitgevoerde procedures, beschouwen wij de veronderstellingen van het management en de resulterende waardering van de verplichtingen voor personeelsbeloningen binnen een redelijk bereik. Wij hebben de toereikendheid van de informatie in Toelichting 32 met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding beoordeeld en voldoende bevonden.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening 5.1.4
De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit
verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening 5.1.5
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten; en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn
van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
- het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
- het concluderen dat de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
- het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de
onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
het verkrijgen van voldoende en geschikte controleinformatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van de Raad van bestuur
De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de niet-financiële informatie en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien in 2018) bij de in België van toepassing zijnde internationale auditstandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag van de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport 5.2.3
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag van de gonsolideerde jaarrekening en de andere informatie in het jaarrapport, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, en is dit jaarverslag opgesteld overeenkomstig het artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening, een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
De op grond van artikel 119, §2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste niet-financiële informatie werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op de GRI standaarden. Overeenkomstig artikel 148, § 1, 5° van het Wetboek van vennootschapen spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met de vermelde GRI standaarden.
5.2.4 Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
- Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
- De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 134 van het Wetboek van vennootschappen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
5.2.5 Andere vermeldingen
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Brussel, 27 februari 2019
De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren cvba vertegenwoordigd door
Romain Seffer Bedrijfsrevisor
6 Verkorte statutaire jaarrekening van UCB NV
6.1 Inleiding
Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen, is er besloten om een ingekorte versie van de statutaire jaarrekening van UCB NV te presenteren.
De statutaire jaarrekening van UCB NV wordt opgesteld volgens de Belgische algemeen aanvaarde boekhoudprincipes (Belgische GAAP).
Er dient opgemerkt dat enkel de hierboven weergegeven geconsolideerde jaarrekening een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van de UCB Groep.
De statutaire commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd en bevestigd dat de nietgeconsolideerde jaarrekening van UCB NV over het
boekjaar afgesloten op 31 december 2018 een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van UCB NV en overeenstemt met alle wettelijke en reglementaire bepalingen.
Overeenkomstig de wetgeving zullen deze afzonderlijke jaarrekeningen, samen met het managementverslag van de Raad van bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris ingediend worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutaire termijnen.
Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.ucb.com of op eenvoudig verzoek aan:
UCB NV
Corporate Communication Researchdreef 60 B-1070 Brussel (Belgium)
6.2 Balans
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Oprichtingskosten | 11 | 12 |
| Immateriële activa | 0 | 0 |
| Materiële vaste activa | 18 | 9 |
| Financiële activa | 4 128 | 4 813 |
| Vaste activa | 4 157 | 4 834 |
| Vorderingen op meer dan 1 jaar | 1 596 | 1 150 |
| Vorderingen op ten hoogste 1 jaar | 883 | 1 591 |
| Korte-termijninvesteringen | 113 | 156 |
| Banktegoed en beschikbaar saldo | 122 | 28 |
| Overlopende rekeningen en transitorische posten | 176 | 211 |
| Vlottende activa | 2 890 | 3 136 |
| Totaal activa | 7 047 | 7 970 |
| Verplichtingen | ||
| Capital | 584 | 584 |
| Uitgiftepremie | 2 000 | 1 999 |
| Reserves | 2 729 | 2 929 |
| Overgedragen winst | 22 | 36 |
| Eigen vermogen | 5 334 | 5 548 |
| Voorzieningen | 38 | 41 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 38 | 41 |
| Schulden op meer dan 1 jaar | 1 261 | 1 501 |
| Schulden op ten hoogste 1 jaar | 375 | 830 |
| Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten | 39 | 50 |
| Kortlopende verplichtingen | 1 675 | 2 381 |
| Totaal verplichtingen | 7 047 | 7 970 |
6.3 Winst- en verliesrekening
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 74 | 77 |
| Bedrijfskosten | -128 | -131 |
| Bedrijfsresultaat | -55 | -54 |
| Financiële opbrengsten | 258 | 181 |
| Financiële kosten | -181 | -91 |
| Financieel resultaat | 77 | 90 |
| Winst vóór belastingen | 22 | 36 |
| Winstbelastingen | 0 | 0 |
| Voor bestemming beschikbare winst van het jaar | 22 | 36 |
Naar aanleiding van het Koninklijk Besluit van 18december2015 tot omzetting van de Richtlijn 2013/ 34/EU van 26juni2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van het KB van
30januari2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen, worden de uitzonderlijke resultaten nu opgenomen onder het bedrijfsresultaat of het financieel resultaat afhankelijk van de aard van de bedragen.
6.4 Winstbestemmingsrekening
| € miljoen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Te bestemmen winst van het boekjaar | 22 | 36 |
| Overgedragen winst van het vorige boekjaar | 0 | 0 |
| Te bestemmen winst | 22 | 36 |
| Aan de wettelijke reserve | 0 | 0 |
| Aan overige reserves | 0 | 0 |
| Onttrekking aan aandelenkapitaal en reserves | 213 | 190 |
| Aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies | 0 | 0 |
| Aan de reserves | 213 | 190 |
| Toevoeging aan eigen vermogen en reserves | 0 | 0 |
| Over te dragen winst | 0 | 0 |
| Over te dragen resultaat | 0 | 0 |
| Dividenden | -233 | -226 |
| Uit te keren winst | -233 | -226 |
| Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, zal het brutodividend | ||
| worden bepaald op: | € 1,21 | € 1,18 |
| Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, en rekening houdend met de fiscale regelgeving, zal het totale nettodividend na belasting per aandeel worden |
||
| bepaald op: | € 0,847 | € 0,826 |
De activiteiten van UCB NV genereerden in 2018 een nettowinst van € 22 miljoen na belastingen. Het bedrag dat beschikbaar is voor uitkering bedraagt € 22 miljoen.
Het geplaatst kapitaal van UCB NV wordt vertegenwoordigd door 194505658 aandelen zonder nominale waarde per 31 december 2018.
Op 31 december 2018 bezit UCB NV 2012356 eigen aandelen om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden.
De Raad van bestuur stelt voor om een bruto-dividend van € 1,21 per aandeel uit te keren. Als dit dividendvoorstel is goedgekeurd door de Algemene
Vergadering op 25 april 2019 zal het netto-dividend van € 0,847 per aandeel betaalbaar zijn vanaf 2 mei 2019 tegen afgifte van coupon nummer 22. De aandelen ingekocht door UCB NV hebben geen recht op een dividend.
Per 31 december 2018 is het bruto-dividend betaalbaar aan de houders van de 192 493 302 UCB-aandelen, of een totale uitkering van € 233 miljoen. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van het aantal UCB-aandelen in handen van UCB NV op de datum waarop het dividend wordt goedgekeurd. De Raad van bestuur zal het aantal UCB aandelen waarvoor een dividend betaalbaar is meedelen tijdens de algemene vergadering en zal het totaalbedrag dat moet uitgekeerd worden ter goedkeuring voorleggen. De jaarrekening van 2018 zal dienovereenkomstig worden aangepast.
Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving 6.5
De Raad van bestuur heeft de volgende beslissingen genomen in overeenstemming met Artikel 28 van het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Belgische Wetboek van vennootschappen.
6.5.1 Materiële vaste activa
Materiële vaste activa die werden gekocht van derden zijn tegen aankoopprijs opgenomen in de activa van de balans; activa die door het bedrijf zelf geproduceerd worden, zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs. De aankoop- of kostprijs wordt "prorata temporis" lineair afgeschreven. De volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages werden toegepast:
| Administratieve gebouwen | 3% |
|---|---|
| Industriële gebouwen | 5% |
| Uitrusting/gereedschap | 15% |
| Meubilair en kantoorbenodigdheden | 15% |
| Voertuigen | 20% |
| Computerapparatuur en kantoorbenodigdheden33,3% | |
| Prototypemateriaal | 33.3% |
6.5.2 Financiële activa
UCB deelnemingen werden gewaardeerd in overeenstemming met het deel dat werd aangehouden in het eigen vermogen van de betrokken UCB bedrijven. Aandelen die geen deel uitmaken van de UCB-bedrijven worden gewaardeerd tegen kostprijs. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt wanneer de waardering een permanent verlies in realiseerbare waarde laat zien.
6.5.3 Vorderingen en schulden
Die worden tegen hun boekwaarde weergegeven. Er wordt een afschrijving op vorderingen geboekt indien de terugbetaling op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk onzeker of twijfelachtig is.
6.5.4 Activa en verbintenissen in vreemde valuta's
Transacties in vreemde munteenheden worden verwerkt tegen de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum.
Niet-monetaire activa en passiva (materiële en immateriële activa, participaties) die in een vreemde munt uitgedrukt zijn, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva die uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. Gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen worden erkend in de resultatenrekening.
6.5.5 Voorzieningen
Alle risico's die de onderneming loopt, maken het voorwerp uit van voorzieningen die elk jaar herzien worden aan de hand van de principes van voorzichtigheid, goede trouw en oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de normale waarde geboekt.
6.5.6 Vreemde valuta's
Afgeleide financiële instrumenten worden geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, tenzij het afgeleide financiële instrument geen compenserende tegenpost heeft in de enkelvoudige jaarrekening. In dit geval zal het afgeleide financiële instrument alleen in de toelichting opgenomen worden als een buiten-balans verplichting en bijgevolg geen impact hebben op de balans en/of de winst- en verliesrekening. Het bedrag dat toegelicht wordt als
buiten-balans verplichting zal in lijn zijn met de IFRSmethodologie. Bovendien zal het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, geclassificeerd worden op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening of de balans waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening beïnvloedt of resulteert in de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting.
Reële waarde-aanpassingen op verworven leningen 6.5.7
Leningen die zijn verworven, worden opgenomen in de balans tegen nominale waarde. Alle verschillen tussen de nominale waarde en de aanschaffingswaarde worden erkend op een overlopende rekening en opgenomen in de winst- en verliesrekening prorata temporis op een lineaire basis over de resterende looptijd van de leningen.
HOOFDSTUK
7
Data en rapportering
Medewerkers data
Patiëntenwaarde Pijlers
| 2018 | |
|---|---|
| Patiënt Waarde Eenheden | 2 853 |
| Osteologie | 123 |
| Immunologie | 914 |
| Neurologie | 1 285 |
| NewMedicines™ | 531 |
| Patiënt Waarde Praktijken | 822 |
| Ontwikkelings-/medische praktijken | 753 |
| Marketing- en toegangspraktijen | 69 |
| Patiënt Waarde Functies | 851 |
| Corporate Strategy and Development | 32 |
| Financiën | 532 |
| Juridische Dienst | 124 |
| Talent | 163 |
| Patiënt Waarde Operaties | 2 969 |
| Kwaliteitsgarantie | 165 |
| Technische operaties | 2 804 |
| Totaal | 7 495 |
Vaste en tijdelijke contracten per geslacht
| 2017 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrouwen | Mannen | Totaal | Vrouwen | Mannen | Totaal | |
| Tijdelijk contract | 407 | 390 | 797 | 344 | 323 | 667 |
| Vast contract | 3 314 | 3 367 | 6 681 | 3 353 | 3 475 | 6 828 |
| Totaal | 3 721 | 3 757 | 7 478 | 3 697 | 3 798 | 7 495 |
Vaste en tijdelijke contracten per regio
| 2017 | 2018 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europe | Internationale markten (IM) |
Verenigde Staten |
Totaal | Europe | Internationale markten (IM) |
Verenigde Staten |
Totaal | |
| Tijdelijk contract | 135 | 652 | 10 | 797 | 131 | 528 | 8 | 667 |
| Vast contract | 4 281 | 1 289 | 1 111 | 6 681 | 4 245 | 1 273 | 1 310 | 6 828 |
| Total | 4 416 | 1 941 | 1 121 | 7 478 | 4 376 | 1 801 | 1 318 | 7 495 |
Deeltijdse en voltijdse contracten per geslacht
| 2017 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrouwen | Mannen | Totaal | Vrouwen | Mannen | Totaal | |
| Deeltijds contract | 428 | 86 | 514 | 418 | 104 | 522 |
| Voltijds contract | 3 293 | 3 671 | 6 964 | 3 279 | 3 694 | 6 973 |
| Totaal | 3 721 | 3 757 | 7 478 | 3 697 | 3 798 | 7 495 |
Medewerkers per regio en per geslacht
| 2017 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrouwen | Mannen | Totaal | Vrouwen | Mannen | Totaal | |
| Europa | 2 189 | 2 227 | 4 416 | 2 129 | 2 247 | 4 376 |
| België | 951 | 1 149 | 2 100 | 992 | 1 197 | 2 189 |
| Duitsland | 385 | 243 | 628 | 260 | 178 | 438 |
| Verenigd Koninkrijk | 316 | 297 | 613 | 326 | 316 | 642 |
| Zwitserland | 187 | 297 | 484 | 191 | 323 | 514 |
| Rest van Europa | 350 | 241 | 591 | 360 | 233 | 593 |
| Internationale markten (IM) | 909 | 1 032 | 1 941 | 854 | 947 | 1 801 |
| China | 404 | 337 | 741 | 370 | 277 | 647 |
| Japan | 102 | 312 | 414 | 96 | 315 | 411 |
| Rest van IM | 403 | 383 | 786 | 388 | 355 | 743 |
| Verenigde Staten | 623 | 498 | 1 121 | 714 | 604 | 1 318 |
| Groot Totaal | 3 721 | 3 757 | 7 478 | 3 697 | 3 798 | 7495 |
Medewerkers per subgroep en leeftijdsgroep, vrouwen
| 2017 | 2018 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Administratie/Ondersteuning | 73 | 323 | 152 | 548 | 58 | 294 | 169 | 521 |
| Hoger kader | 12 | 31 | 43 | 12 | 31 | 43 | ||
| Kader/Professionelen | 133 | 1 549 | 446 | 2 128 | 142 | 1 567 | 479 | 2 188 |
| Verkoopspersoneel | 88 | 646 | 186 | 920 | 91 | 594 | 178 | 863 |
| Technisch personeel | 22 | 48 | 12 | 82 | 23 | 46 | 13 | 82 |
| Totaal | 316 | 2 578 | 827 | 3 721 | 314 | 2 513 | 870 | 3 697 |
Medewerkers per subgroep en leeftijdsgroep, mannen
| 2017 | 2018 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Administratie/Ondersteuning | 32 | 169 | 96 | 297 | 39 | 169 | 105 | 313 |
| Hoger kader | 35 | 68 | 103 | 38 | 66 | 104 | ||
| Kader/Professionelen | 65 | 1 387 | 610 | 2 062 | 81 | 1 427 | 628 | 2 136 |
| Verkoopspersoneel | 88 | 635 | 219 | 942 | 70 | 598 | 224 | 892 |
| Technisch personeel | 40 | 231 | 82 | 353 | 34 | 244 | 75 | 353 |
| Totaal | 225 | 2 457 | 1 075 | 3 757 | 244 | 2 476 | 1 098 | 3 798 |
Nieuwe medewerkers per regio
| 2017 | 2018 | |
|---|---|---|
| Europa | 449 | 466 |
| België | 212 | 211 |
| Duitsland | 47 | 37 |
| Verenigd Koninkrijk | 76 | 100 |
| Zwitserland | 69 | 57 |
| Rest van Europa | 45 | 62 |
| Internationale markten (IM) | 301 | 303 |
| China | 102 | 130 |
| Japan | 65 | 43 |
| Rest van IM | 134 | 130 |
| Verenigde Staten | 131 | 336 |
| Groot Totaal | 881 | 1 105 |
Nieuwe medewerkers per regio en leeftijdsgroep, vrouwen
| 2017 | 2018 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Europa | 75 | 141 | 22 | 238 | 63 | 145 | 19 | 228 |
| België | 38 | 66 | 7 | 111 | 29 | 59 | 5 | 93 |
| Duitsland | 5 | 18 | 2 | 25 | 3 | 10 | 3 | 16 |
| Verenigd Koninkrijk | 14 | 32 | 5 | 51 | 12 | 42 | 3 | 57 |
| Zwitserland | 13 | 12 | – | 25 | 10 | 8 | 1 | 19 |
| Rest van Europa | 5 | 13 | 8 | 26 | 9 | 26 | 7 | 43 |
| Internationale markten (IM) | 38 | 113 | 6 | 157 | 45 | 113 | 5 | 163 |
| China | 20 | 35 | 2 | 57 | 31 | 47 | – | 78 |
| Japan | 6 | 21 | – | 27 | – | 8 | 2 | 10 |
| Rest van IM | 12 | 57 | 4 | 73 | 14 | 58 | 3 | 75 |
| Verenigde Staten | 4 | 59 | 18 | 81 | 24 | 116 | 37 | 177 |
| Groot Totaal | 117 | 313 | 46 | 476 | 132 | 374 | 61 | 567 |
Nieuwe medewerkers per regio en leeftijdsgroep, mannen
| 2017 | 2018 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Europa | 47 | 137 | 27 | 211 | 56 | 150 | 33 | 239 |
| België | 20 | 70 | 11 | 101 | 29 | 76 | 13 | 118 |
| Duitsland | 5 | 13 | 4 | 22 | 4 | 13 | 4 | 21 |
| Verenigd Koninkrijk | 6 | 15 | 4 | 25 | 9 | 25 | 9 | 43 |
| Zwitserland | 13 | 26 | 5 | 44 | 12 | 23 | 3 | 38 |
| Rest van Europa | 3 | 13 | 3 | 19 | 2 | 13 | 4 | 19 |
| Internationale markten (IM) | 34 | 98 | 12 | 144 | 19 | 106 | 15 | 140 |
| China | 19 | 26 | – | 45 | 14 | 36 | 2 | 52 |
| Japan | 4 | 28 | 6 | 38 | 1 | 25 | 7 | 33 |
| Rest van IM | 11 | 44 | 6 | 61 | 4 | 45 | 6 | 55 |
| Verenigde Staten | – | 33 | 17 | 50 | 29 | 104 | 26 | 159 |
| Groot Totaal | 81 | 268 | 56 | 405 | 104 | 360 | 74 | 538 |
Verloop per regio
| 2017 | 2018 | |
|---|---|---|
| Europa | 297 | 458 |
| België | 88 | 99 |
| Duitsland | 39 | 211 |
| Verenigd Koninkrijk | 54 | 61 |
| Zwitserland | 25 | 24 |
| Rest van Europa | 91 | 63 |
| Internationale markten (IM) | 468 | 431 |
| China | 246 | 226 |
| Japan | 47 | 45 |
| Rest van IM | 175 | 160 |
| Verenigde Staten | 169 | 135 |
| Groot Totaal | 934 | 1 024 |
Verloop per regio en leeftijdsgroep, vrouwen
| 2017 | 2018 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Europa | 18 | 82 | 48 | 148 | 28 | 130 | 90 | 248 |
| België | 5 | 26 | 8 | 39 | 6 | 24 | 9 | 39 |
| Duitsland | 2 | 5 | 11 | 18 | 8 | 60 | 61 | 129 |
| Verenigd Koninkrijk | 8 | 15 | 8 | 31 | 8 | 18 | 8 | 34 |
| Zwitserland | 2 | 5 | 1 | 8 | 6 | 4 | – | 10 |
| Rest van Europa | 1 | 31 | 20 | 52 | – | 24 | 12 | 36 |
| Internationale markten (IM) | 54 | 175 | 10 | 239 | 26 | 172 | 11 | 209 |
| China | 46 | 96 | 3 | 145 | 19 | 92 | 1 | 112 |
| Japan | – | 10 | 3 | 15 | 1 | 10 | 4 | 15 |
| Rest van IM | 8 | 69 | 4 | 81 | 6 | 70 | 6 | 82 |
| Verenigde Staten | – | 64 | 28 | 92 | 3 | 67 | 14 | 84 |
| Groot Totaal | 72 | 321 | 86 | 479 | 57 | 369 | 115 | 541 |
Verloop per regio en leeftijdsgroep, mannen
| 2017 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Europa | 14 | 83 | 52 | 149 | 14 | 111 | 85 | 210 |
| België | 7 | 30 | 12 | 49 | 5 | 34 | 21 | 60 |
| Duitsland | 9 | 12 | 21 | 4 | 32 | 46 | 82 | |
| Verenigd Koninkrijk | 4 | 12 | 7 | 23 | 3 | 14 | 10 | 27 |
| Zwitserland | 3 | 11 | 3 | 17 | 2 | 10 | 2 | 14 |
| Rest van Europa | – | 21 | 18 | 39 | – | 21 | 6 | 27 |
| Internationale markten (IM) | 47 | 148 | 34 | 229 | 38 | 157 | 27 | 222 |
| China | 37 | 63 | 1 | 101 | 28 | 85 | 1 | 114 |
| Japan | 4 | 18 | 12 | 34 | 1 | 16 | 13 | 30 |
| Rest van IM | 6 | 67 | 21 | 94 | 9 | 56 | 13 | 78 |
| Verenigde Staten | – | 61 | 16 | 77 | – | 30 | 21 | 51 |
| Groot Totaal | 61 | 301 | 104 | 455 | 52 | 298 | 133 | 483 |
Opleidingsuren per geslacht
| Aantal opleidingsuren vrouwen/mannen | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Administratie/ondersteunend personeel | 20/35 | 16/32 |
| Hoger kader | 17/13 | 15/7 |
| Kader/Professionelen | 19/21 | 17/17 |
| Verkoopspersoneel | 8/8 | 22/22 |
| Technisch personeel | 57/75 | 58/55 |
| Gemiddeld aantal opleidingsuren | 19,50 | 20,79 |
| Totaal aantal uren | 159 100 | 159 045 |
GRI normen
Universele normen
Organizatie profiel
| Externe | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Openbaarmaking | assurance | Referentie verslag | |||
| 102-1 | Naam van de organisatie | Brief aan onze belanghebbenden | |||
| 102-2 | Activiteiten, merken, producten en diensten | Brief aan onze belanghebbenden | |||
| 102-3 | Locatie van het hoofdkantoor | Wij zijn UCB | |||
| 102-4 | Locatie van de activiteiten | β | Brief aan onze belanghebbenden | ||
| 102-5 | Eigendomsbelanngen en rechtsvorm | Verklaring Inzake Deugdelijk Bestuur | |||
| 102-6 | Actieve markten | β | Wij zijn UCB | ||
| 102-7 | Omvang van de organisatie | β | Brief aan onze belanghebbenden Medewerkers data |
||
| Totaal aantal werknemers | β | Medewerkers data | |||
| Totaal aantal activiteiten | β | Brief aan onze belanghebbenden | |||
| Netto-omzet (voor organisaties uit de particuliere sector) of netto-opbrengsten (voor organisaties uit de publieke sector_x000D_) |
β | Brief aan onze belanghebbenden | |||
| Totale kapitalisatie (voor organisaties uit de particuliere sector) uitgesplitst in schuld en eigen vermogen |
β | Brief aan onze belanghebbenden | |||
| Hoeveelheid van de geleverde producten of diensten. | Brief aan onze belanghebbenden | ||||
| 102-8 | Informatie over werknemers en andere werkers | β | Onze medewerkers | ||
| Totaal aantal werknemers per arbeidscontract (vast en tijdelijk), per geslacht |
β | Onze medewerkers Medewerkers data |
|||
| Totaal aantal werknemers per arbeidscontract (vast en tijdelijk), per regio |
β | Onze medewerkers Medewerkers data |
|||
| Totaal aantal werknemers naar type werk (voltijds en deeltijds), per geslacht |
β | Onze medewerkers Medewerkers data |
|||
| Of een aanzienlijk deel van de activiteiten van de organisatie wordt uitgevoerd door werkers die geen werknemer zijn. Indien van toepassing, een beschrijving van de aard en omvang van het werk dat wordt uitgevoerd door werkers die geen werknemer zijn. |
β | Onze medewerkers Medewerkers data |
|||
| Eventuele significante variaties in de aantallen die in de Toelichtingen 102-8-a, 102-8-b en 102-8-c worden gerapporteerd (zoals seizoensgebonden variaties in de toeristische of agrarische sector). |
Onze medewerkers Medewerkers data |
||||
| Een toelichting op de wijze waarop de gegevens zijn samengesteld, met inbegrip van eventuele veronderstellingen. |
β | Onze medewerkers Medewerkers data |
|||
| 102-9 | Toeleveringsketen | Toeleveringsketen en inkoop | |||
| 102-10 | Significante veranderingen in de organisatie en haar toeleveringsketen |
Geen significante veranderingen in de organisatie en haar toeleveringsketen |
|||
| 102-11 | Voorzorgsbeginsel of -aanpak | Onze milieuvoetafdruk | |||
| 102-12 | Externe initiatieven | Relaties met vakverenigingen Toegang tot Gezondheid in MVO projecten |
|||
| 102-13 | Lidmaatschap in verenigingen | Relaties met vakverenigingen Toegang tot Gezondheid in MVO projecten |
β Indicatie dat Standaard publicatie-item extern gewaarborgd is
Volledige openbaarmaking
Gedeeltelijke openbaarmaking 303
Strategie
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | |
|---|---|---|---|
| 102-14 | Verklaring van senior beslisser | Brief aan onze belanghebbenden | |
| 102-15 | Belangrijkste effecten, risico's en kansen | Risicobeheer Betrokkenheid van de belanghebbenden en materialiteit |
Ethiek en integriteit
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | ||
|---|---|---|---|---|
| 102-16 | Waarden, prinicipes, standaarden en gedragsnormen | β | Wij zijn UCB | |
| 102-17 | Adviesmechanismen en bezorgdheden over ethiek | Gedragscode Inkoop Mensenrechten |
Deugdelijk bestuur
| Externe | ||||
|---|---|---|---|---|
| Openbaarmaking | assurance | Referentie verslag | ||
| 102-18 | Structuur deugdelijk bestuur | β | Ons deugdelijk bestuur | |
| 102-20 | Verantwoordelijkheid op uitvoerend niveau voor economische, milieu- en sociale onderwerpen |
Raad voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen |
||
| 102-21 | Raadpleging van belanghebbenden over economische, milieu- en sociale onderwerpen |
Betrokkenheid van de belanghebbenden en materialiteit |
||
| 102-22 | Samenstelling van het hoogste bestuurslichaam en zijn comités |
Raad van bestuur en comités van de Raad |
||
| 102-23 | Voorzitter van het hoogste bestuurslichaam | Raad van bestuur en comités van de Raad |
||
| 102-24 | Benoeming en selectie van het hoogste bestuurslichaam | Governance, benoemings- & remuneratiecomité |
||
| 102-26 | Rol van het hoogste bestuurslichaam bij de vaststelling van het doel, de waarden en de strategie |
Uitvoerend Comité | ||
| 102-30 | Doeltreffendheid van risicomanagementprocessen | Risicobeheer | ||
| 102-32 | De rol van het hoogste bestuurslichaam in de duurzaamheidsrapportage |
Raad voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen |
||
| 102-40 | Lijst van groepen belanghebbenden | Betrokkenheid van de belanghebbenden en materialiteit |
||
| 102-41 | Collectieve arbeidsovereenkomsten | Collectieve arbeidsovereenkomsten zijn specifiek per land |
β Indicatie dat Standaard publicatie-item extern gewaarborgd is
Betrokkenheid van de belanghebbenden
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | |
|---|---|---|---|
| 102-42 | Het identificeren en selecteren van belanghebbenden | Betrokkenheid van de belanghebbenden en materialiteit |
|
| 102-43 | Benadering van belanghebbendenbetrokkenheid | Betrokkenheid van de belanghebbenden en materialiteit |
|
| 102-44 | Belangrijkste onderwerpen en aandachtspunten die onder de aandacht zijn gebracht |
Betrokkenheid van de belanghebbenden en materialiteit |
Rapportageprincipes
| Externe | |||
|---|---|---|---|
| Openbaarmaking | assurance | Referentie verslag | |
| 102-45 | Entiteiten opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening | Onze jaarrekening | |
| 102-46 | Definiëren van de inhoud van het verslag en de grenzen van de onderwerpen |
Betrokkenheid van de belanghebbenden en materialiteit |
|
| 102-47 | Lijst van materiële onderwerpen | Betrokkenheid van de belanghebbenden en materialiteit |
|
| 102-48 | Herformulering van informatie | Onze milieuvoetafdruk | |
| 102-49 | Verandering in de rapportage | Betrokkenheid van de belanghebbenden en materialiteit |
|
| 102-50 | Verslagperiode | Betrokkenheid van de β belanghebbenden en materialiteit |
|
| 102-51 | Datum van het meest recente verslag | Betrokkenheid van de β belanghebbenden en materialiteit |
|
| 102-52 | Rapportagecyclus | Betrokkenheid van de β belanghebbenden en materialiteit |
|
| 102-53 | Contactpunt voor vragen over het rapport | β Contacten |
|
| 102-54 | Vorderingen uit hoofde van rapportage in overeenstemming met de GRI-normen |
Betrokkenheid van de β belanghebbenden en materialiteit |
|
| 102-55 | GRI-inhoud index | β GRI-tabellen |
|
| 102-56 | Externe assurance | β Betrouwbaarheidsverklaring |
Specifieke thematische normen
Economisch
Economische aspecten
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | ||
|---|---|---|---|---|
| GRI 201: Economische prestatie 2018 | ||||
| 201-1 | Rechtstreekse gegenereerde en verdeelde economische waarde |
β | Onze jaarrekening | |
| 201-3 | Verplichtingen uit hoofde van toegezegd pensioenregelingen en andere pensioenregelingen |
β | Onze jaarrekening Personeelsbeloningen |
β Indicatie dat Standaard publicatie-item extern gewaarborgd is
Aanwezigheid op de markt
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | |
|---|---|---|---|
| GRI 202: Aanwezigheid op de markt 2018 | |||
| 202-2 | Aandeel van het topmanagement dat wordt aangeworven uit de lokale gemeenschap |
Diversiteit en inclusie |
Anti-corruptie
| Externe | |||
|---|---|---|---|
| Openbaarmaking | assurance | Referentie verslag | |
| De voortgang van de acties en de beperking van potentiële risico's met betrekking tot het zeer relevante materiële aspect 'Persoonlijke en Vertrouwelijke Informatie, Bedrijfsethiek en Anti-omkoping en Anticorruptie' worden beheerd door de afdeling Ethiek en Compliance, binnen de Juridische Patientenwaarde Functie |
|||
| GRI 205: Anti-corruptie 2018 | |||
| 205-1 | Operaties beoordeeld op risico's in verband met corruptie | Bestrijding van omkoping en corruptie |
|
| 205-2 | Communicatie en opleiding over anticorruptiebeleid en -procedures |
Gedragscode Toezicht op naleving |
|
| Totaal aantal en percentage van de leden van het bestuurslichaam waaraan het anticorruptiebeleid_x000D_ en de procedures van de organisatie zijn gecommuniceerd, uitgesplitst per regio. |
Geen openbaarmaking | ||
| Totaal aantal en percentage medewerkers aan wie het anticorruptiebeleid_x000D_ en de procedures van de organisatie zijn gecommuniceerd, uitgesplitst naar werknemerscategorie en regio. |
Geen openbaarmaking | ||
| Het totale aantal en het percentage zakelijke partners aan wie het anticorruptiebeleid en de procedures van de organisatie zijn gecommuniceerd, uitgesplitst naar type zakelijke partner en regio. Beschrijf of het anticorruptiebeleid en de procedures van de organisatie zijn gecommuniceerd aan andere personen of organisaties. |
Geen openbaarmaking | ||
| Totaal aantal en percentage van de leden van het bestuurslichaam die een opleiding over corruptiebestrijding hebben ontvangen, uitgesplitst naar regio |
Geen openbaarmaking | ||
| Totaal aantal en percentage werknemers dat een opleiding over corruptiebestrijding heeft gevolgd, uitgesplitst naar werknemerscategorie en regio |
β | Gedragscode | |
| 205-3 | Bevestigde gevallen van corruptie en genomen maatregelen | Bestrijding van omkoping en corruptie |
Milieu
Energie
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | ||
|---|---|---|---|---|
| GRI 302: Energie 2018 | ||||
| 302-1 | Energieverbruik binnen de organisatie | β | Richting koolstofneutraliteit | |
| 302-4 | Vermindering van het energieverbruik | Richting koolstofneutraliteit |
β Indicatie dat Standaard publicatie-item extern gewaarborgd is
Water
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | |
|---|---|---|---|
| GRI 303: Water en afvalwater 2018 | |||
| 303-1 | Wateronttrekking per bron | β | Wateronttrekking |
Uitstoot
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | ||
|---|---|---|---|---|
| GRI 305: Uitstoot 2018 | ||||
| 305-1 | Directe broeikasgassen emissies – scope 1 | β | Koolstofvermindering | |
| 305-2 | Indirecte broeikasgassen emissies – scope 2 | β | Koolstofvermindering | |
| 305-3 | Andere indirecte broeikasgassen emissies – scope 3 | Koolstofvermindering |
Afvalwater en afval
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | ||
|---|---|---|---|---|
| GRI 306: Afvalwater en afval | ||||
| 306-2 | Afval per soort en verwijderingsmethode | β | Afvalproductie | |
| 306-3 | Aanzienlijke lekkages | β | Afvalproductie | |
| 306-4 | Transport van gevaarlijk afval | β | Afvalproductie |
Sociaal
Werkgelegenheid
| Externe | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Openbaarmaking | assurance | Referentie verslag | |||
| De voortgang van de acties en het beperken van potentiële risico's met betrekking tot de zeer relevante materiële aspecten 'Beheer van de Medwerker en Ontwikkeling van de Medewerker' worden beheerd door de Talent en Bedrijfsreputatie Patiëntwaarde Functie. |
|||||
| GRI 401: Tewerkstelling 2018 | |||||
| 401-1 | Nieuwe medewerkers en verloop van medewerkers | β | Aantrekken en aanwerven van medewerkers Medewerkers verloop |
Gezondheid en veiligheid op het werk
| Referentie verslag | ||||
|---|---|---|---|---|
| De voortgang van de acties en het beperken van potentiële risico's met betrekking tot de zeer relevante materiële aspecten 'Beheer van de Medwerker en Ontwikkeling van de Medewerker' worden beheerd door de Talent en Bedrijfsreputatie Patiëntwaarde Functie. |
||||
| Welzijn van de medewerkers en gezondheid en veiligheid op het werk |
||||
| Welzijn van de medewerkers en gezondheid en veiligheid op het werk |
||||
| assurance |
β Indicatie dat Standaard publicatie-item extern gewaarborgd is
Volledige openbaarmaking
Gedeeltelijke openbaarmaking 307
Opleiding en educatie
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | ||
|---|---|---|---|---|
| The progress of the actions and mitigation of potential risks relative to the very relevant material aspects 'People Management and People Development' are being managed by the Talent and Company Reputation Patient Value Function. |
||||
| GRI 404: Opleiding en educatie 2018 | ||||
| 404-1 | Gemiddeld aantal uren opleiding per jaar per medewerker | β | Opleiding bij UCB | |
| 404-3 | Percentage werknemers dat regelmatig prestatie- en loopbaanontwikkelingsbeoordelingen ontvangt |
Prestatiebeoordeling van onze medewerkers |
Diversiteit en gelijke kansen
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | ||
|---|---|---|---|---|
| The progress of the actions and mitigation of potential risks relative to the very relevant material aspects 'People Management and People Development' are being managed by the Talent and Company Reputation Patient Value Function. |
||||
| GRI 405: Diversiteit en gelijke kansen 2018 | ||||
| 405-1 | Diversiteit van bestuursorganen en medewerkers | β | Diversiteit op niveau van de Raad en het Uitvoerend Comité Medewerkers data |
Non-discriminatie
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | |
|---|---|---|---|
| De voortgang van de acties en de beperking van potentiële risico's met betrekking tot het zeer relevante materiële aspect 'Persoonlijke en Vertrouwelijke Informatie, Bedrijfsethiek en Anti-omkoping en Anticorruptie' worden beheerd door de afdeling Ethiek en Compliance, binnen de Juridische Patientenwaarde Functie. |
|||
| GRI 406: Non-discriminatie 2018 | |||
| 406-1 | Gevallen van discriminatie en genomen corrigerende maatregelen |
Onze medewerkers | |
Kinderarbeid
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | |
|---|---|---|---|
| GRI 408: Kinderarbeid 2018 | |||
| 408-1 | Operaties en leveranciers met een aanzienlijk risico op incidenten met kinderarbeid |
Gedragscode |
β Indicatie dat Standaard publicatie-item extern gewaarborgd is
Beoordeling van de mensenrechten
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | |
|---|---|---|---|
| GRI 412: Beoordeling van de mensenrechten 2018 | |||
| 412-2 | Training van werknemers over mensenrechtenbeleid of -procedures |
Gedragscode | |
| Totaal aantal uren dat in de verslagperiode is besteed aan opleiding over mensenrechtenbeleid of procedures met betrekking tot aspecten van mensenrechten die relevant zijn voor de bedrijfsvoering. |
Geen openbaarmaking | ||
| Percentage medewerkers dat tijdens de verslagperiode is opgeleid in mensenrechtenbeleid of -procedures met betrekking tot aspecten van mensenrechten die relevant zijn voor de bedrijfsvoering. |
β | Gedragscode |
Lokale gemeenschappen
| Externe | |||
|---|---|---|---|
| Openbaarmaking | assurance | Referentie verslag | |
| De voortgang van de acties en de beperking van potentiële risico's met betrekking tot de zeer relevante materiële aspecten 'Toegang tot Gezondheidszorg en Geneesmiddelen, Prijszetting en Ziektebewustwording' worden beheerd door de Marketing en Patiëntentoegang Patiëntenwaarde Praktijk. |
|||
| GRI 413: Lokale gemeenschappen 2018 | |||
| 413-1 | Activiteiten met betrokkenheid van de lokale gemeenschap, effectbeoordelingen en ontwikkelingsprogramma's |
Onze medewerkers Onze maatschappelijke inzet Toegang tot Gezondheid in MVO projecten |
Publiek beleid
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | |
|---|---|---|---|
| GRI 415: Publiek beleid 2018 | |||
| 415-1 | Politieke bijdragen | Relaties met openbare instanties |
Gezondheid en veiligheid van de klant
| Externe | |||
|---|---|---|---|
| Openbaarmaking | assurance | Referentie verslag | |
| GRI 416: Gezondheid en veiligheid van de klant 2018 | |||
| 416-1 | Beoordeling van de gezondheids- en veiligheidseffecten van product- en dienstencategorieën |
Veiligheid van patiënten en geneesmiddelen |
|
| 416-2 | Incidenten van niet-naleving met betrekking tot de gezondheids- en veiligheidseffecten van producten en diensten |
Veiligheid van patiënten en geneesmiddelen |
β Indicatie dat Standaard publicatie-item extern gewaarborgd is
Marketing en bijsluiters
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | |
|---|---|---|---|
| GRI 417: Marketing en bijsluiters 2018 | |||
| 417-1 | Vereisten voor product- en dienstinformatie en etikettering | Productverantwoordelijkheid | |
| 417-3 | Gevallen van niet-naleving van de voorschriften inzake marketingmededelingen |
Marketingcommunicatie en ongevraagde verzoeken om medische informatie |
Privacy van de klant
| Externe | ||||
|---|---|---|---|---|
| Openbaarmaking | assurance | Referentie verslag | ||
| De voortgang van de acties en de beperking van potentiële risico's met betrekking tot het zeer relevante materiële aspect 'Persoonlijke en Vertrouwelijke Informatie, Bedrijfsethiek en Anti-omkoping en Anticorruptie' worden beheerd door de afdeling Ethiek en Compliance, binnen de Juridische Patientenwaarde Functie. |
||||
| GRI 418: Privacy van de klant 2018 | ||||
| 418-1 | Gestaafde klachten over inbreuken op de privacy van klanten en verlies van klantgegevens |
Risicobeheer |
Sociaal-economische naleving
| Externe | ||||
|---|---|---|---|---|
| Openbaarmaking | assurance | Referentie verslag | ||
| De voortgang van de acties en de beperking van potentiële risico's met betrekking tot het zeer relevante materiële aspect 'Persoonlijke en Vertrouwelijke Informatie, Bedrijfsethiek en Anti-omkoping en Anticorruptie' worden beheerd door de afdeling Ethiek en Compliance, binnen de Juridische Patientenwaarde Functie. |
||||
| GRI 419: Sociaal-economische naleving 2018 | ||||
| 419-1 | Niet-naleving van wet- en regelgeving op sociaal en economisch gebied |
Relaties met openbare instanties |
Betrokkenheid van medewerkers
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | |
|---|---|---|---|
| GRI 501: Betrokkenheid van medewerkers 2018 | |||
| 501-1 | Percentage collega's die deelnemen aan UCB Voices | Medewerkers inzichten | |
| 501-2 | Percentage collega's dat de verplichte trainingsprogramma's afrondt |
Gedragscode | |
| 501-3 | Initiatieven ter ondersteuning van milieuduurzaamheid en milieubewustzijn georganiseerd door collega's |
Van milieustrategie naar milieuactie | |
| 501-4 | Initiatieven ter ondersteuning van de MVO patiënteninitiatieven van UCB in landen met weinig middelen, georganiseerd door collega's. |
In 2018 werden er geen activiteiten georganiseerd |
β Indicatie dat Standaard publicatie-item extern gewaarborgd is
Innovatie
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | ||
|---|---|---|---|---|
| De voortgang van de acties en de beperking van potentiële risico's met betrekking tot de zeer relevante materiële aspecten 'Innovatie, Onderzoek en Ontwikkeling' worden beheerd door de NewMedicines Patiëntenwaarde Eenheid en de Bedrijfstrategie en Bedrijfsontwikkeling Patiëntenwaarde Functie, ondersteund door andere afdelingen. |
||||
| GRI 502: Innovatie 2018 | ||||
| 502-1 | Percentage van de omzet geïnvesteerd in O&O | Van Patientwaarde Strategie naar actie in O&O Innovatie |
Prijszetting
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | ||
|---|---|---|---|---|
| De voortgang van de acties en de beperking van potentiële risico's met betrekking tot de zeer relevante materiële aspecten 'Toegang tot Gezondheidszorg en Geneesmiddelen' worden beheerd door de Marketing en Patiëntentoegang Patiëntenwaarde Praktijk en de Talent en Bedrijsreputatie Patiëntenwaarde Functie, ondersteund door andere afdelingen. |
||||
| GRI 503: Prijszetting 2018 | ||||
| 503-1 | Toegangsinitiatieven | Van Patientwaarde Strategie naar patiëntentoegang Risicobeheer |
Ziektebewustzijn
| Externe | ||||
|---|---|---|---|---|
| Openbaarmaking | assurance | Referentie verslag | ||
| De voortgang van de acties en de beperking van potentiële risico's met betrekking tot de zeer relevante materiële aspecten 'Toegang tot Gezondheidszorg en Geneesmiddelen' worden beheerd door de Marketing en Patiëntentoegang Patiëntenwaarde Praktijk en de Talent en Bedrijsreputatie Patiëntenwaarde Functie, ondersteund door andere afdelingen. |
||||
| GRI 504: Ziektebewustzijn 2018 | ||||
| 504-1 Ziektebewustzijn en educatie |
Ziektebewustzijn verhogen |
Toegang tot gezondheidszorg
| Openbaarmaking | Externe assurance |
Referentie verslag | ||
|---|---|---|---|---|
| De voortgang van de acties en de beperking van potentiële risico's met betrekking tot de zeer relevante materiële aspecten 'Toegang tot Gezondheidszorg en Geneesmiddelen, Prijszetting en Ziektebewustwording' worden beheerd door de Marketing en Patiëntentoegang Patiëntenwaarde Praktijk. |
||||
| GRI 505: Toegang tot gezondheidszorg 2018 | ||||
| 505-1 | Toegang tot gezondheidszorg in landen met weinig middelen |
Toegang tot Gezondheid in MVO projecten |
β Indicatie dat Standaard publicatie-item extern gewaarborgd is
Limited assurance rapport van de onafhankelijke auditor met betrekking tot het Geïntegreerd Jaarverslag 2018 van UCB
Dit rapport is opgesteld in overeenstemming met de voorwaarden opgenomen in onze opdrachtbrief, voor een periode van drie jaar, gedateerd op 22 oktober 2018, waarbij we werden aangesteld om een onafhankelijk limited assurance rapport uit te brengen met betrekking tot geselecteerde duurzaamheidsgegevens, aangegeven door middel van een kleine Griekse letter beta (β), van het geïntegreerd jaarverslag voor het jaar afgesloten op 31 december 2018 (het "Verslag").
Verantwoordelijkheden van de Raad van bestuur
De Raad van bestuur van UCB ("de Vennootschap") is verantwoordelijk voor het opstellen van de geselecteerde gegevens, aangegeven door middel van een kleine Griekse letter beta (β), van het Verslag van UCB en haar dochtermaatschappijen, alsook voor de verklaring dat het Verslag is opgesteld in overeenstemming met de vereisten van het "Global Reporting Initiative" ("GRI") Standards - Core (de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek"), in overeenstemming met de criteria die in het Verslag beschreven staan en met de aanbevelingen van GRI Standards (de "Criteria").
Deze verantwoordelijkheid bevat de selectie en toepassing van de meest gepaste methodes om de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek" op te stellen, alsook de betrouwbaarheid van de onderliggende informatie en het gebruik van assumpties en schattingen voor de opmaak van individuele toelichtingen inzake duurzaamheid, die redelijk zijn in de gegeven omstandigheden. Bovendien bevat de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur het ontwerpen, het implementeren en het onderhouden van systemen en processen die relevant zijn bij het opstellen van de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek", die
geen afwijkingen van materieel belang die het gevolg zijn van fraude of fouten bevatten.
Verantwoordelijkheid van de onafhankelijke auditor
Onze verantwoordelijkheid bestaat erin een onafhankelijke conclusie te formuleren met betrekking tot de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek" die opgenomen is in het Verslag, gebaseerd op de door ons uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen onderbouwende informatie. We hebben onze werkzaamheden verricht in overeenstemming met de International Standard on Assurance Engagements (ISAE) 3000 (Revised) "Assurance Engagements other than Audits or Reviews of Historical Financial Information". Deze standaard schrijft voor dat we voldoen aan de ethische vereisten en dat we de opdracht plannen en uitvoeren om een beperkte mate van zekerheid te verkrijgen of er niets onder onze aandacht is gekomen dat ons doet aannemen dat de informatie over de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek" in alle van materieel belang zijnde opzichten niet opgesteld zou zijn overeenkomstig de door de Vennootschap uitgebrachte Criteria.
Het doel van een limited assurance opdracht is het uitvoeren van werkzaamheden die wij nodig achten met het oog op het verkrijgen van voldoende en geschikte informatie die een basis vormt voor het formuleren van een negatieve vorm van onze conclusie, over de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek".
De werkzaamheden uitgevoerd in een limited assurance opdracht verschillen naar aard en timing van, en hebben een kleinere omvang dan het geval is bij, een reasonable assurance opdracht. Dienovereenkomstig is het niveau
van zekerheid verkregen in een limited assurance opdracht substantieel lager dan het niveau van zekerheid dat zou worden verkregen indien een reasonable assurance opdracht was uitgevoerd.
De keuze van de uitgevoerde werkzaamheden is afhankelijk van de door ons toegepaste oordeelsvorming en van de inschatting van het risico op afwijkingen van materieel belang in de verklaringen van de Raad van Bestuur. Het geheel van de door ons uitgevoerde werkzaamheden bestond onder meer uit de volgende procedures:
- Het beoordelen en toetsenvan het opzetten en het functioneren van de systemen en processen die gebruikt werden voor het verzamelen, het analyseren, het aggregeren en valideren van de gegevens, inclusief de gebruikte berekenings- en inschattingmethodes voor de informatie en de gegevens in het Verslag voor het jaar afgesloten op 31 december 2018;
- Het interviewen van de verantwoordelijke personeelsleden inclusief bedrijfsbezoeken;
- De inspectie van interne en externe documenten.
Wij hebben de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek" geëvalueerd op grond van de Criteria. De juistheid en de volledigheid van de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek" zijn onderhevig aan inherente beperkingen gezien de aard daarvan en de gebruikte methodes voor het bepalen, berekenen of schatten van zulke informatie. Daarom moet ons limited assurance rapport gelezen worden in samenhang tot de Criteria.
Onze onafhankelijkheid en kwaliteitscontrole
We hebben de onafhankelijkheidsvoorschriften en andere ethische vereisten van de Code of Ethics for Professional Accountants uitgebracht door de International Ethics Standards Boards for Accountants (IESBA) nageleefd. Deze zijn gebaseerd op de fundamentele principes van integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en waakzaamheid, confidentialiteit en professioneel gedrag.
Ons bedrijfsrevisorenkantoor past de International Standard on Quality Control (ISQC) n°1 toe en onderhoudt een uitgebreid systeem van kwaliteitscontrole met inbegrip van gedocumenteerde beleidslijnen en procedures met betrekking tot ethische vereisten, professionele standaarden, en van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire vereisten.
Conclusie
Gebaseerd op de door ons uitgevoerde werkzaamheden, zoals beschreven in dit onafhankelijk limited assurance rapport, en op de verkregen onderbouwende informatie, is niets onder onze aandacht gekomen dat ons laat vermoeden dat de geselecteerde duurzaamheidsgegevens, aangegeven door middel van een kleine Griekse letter beta (β), van het 2018 Verslag van UCB, alsook de verklaring van UCB dat dit rapport voldoet aan de GRI Standards – Core vereisten, niet zijn
Beperking van het gebruik en de verdeling van ons rapport
opgesteld, in alle van materieel belang zijnde opzichten,
Ons assurance rapport is opgesteld in overeenstemming met de voorwaarden die opgenomen zijn in onze opdrachtbrief. Ons rapport is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de Vennootschap, met betrekking tot het Verslag over het jaar afgesloten op 31 december 2018 en kan niet gebruikt worden voor andere doeleinden. Wij zijn niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor dit rapport of voor de door ons getrokken conclusies ten aanzien van enige derde partij.
Sint-Stevens Woluwe, 27 februari 2019
PwC Bedrijfsrevisoren bcvba vertegenwoordigd door
overeenkomstig de Criteria.
Marc Daelman Bedrijfsrevisor
Verklarende woordenlijst
CPM/Corporate Performance Multiplier
De bedrijfsresultatencoëficiënt is een van de twee vermenigvuldigers die de bonusuitbetaling definiëren. Deze is gebaseerd op het behalen van de bedrijfsdoelwitten door de vennootschap.
CW
Constante wisselkoersen.
EBIT/Operationele winst
Bedrijfsresultaat zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening.
EMA/European Medicines Agency
Instantie die verantwoordelijk is voor de beoordeling van geneesmiddelen ter bescherming en bevordering van de gezondheid van mens en dier. www.emea.europa.eu.
FDA/Food and Drug Administration (VS)
Agentschap binnen het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid en Human Services dat verantwoordelijk is voor de bescherming en bevordering van de gezondheid van de natie. www.fda.gov.
Financiële éénmalige posten
Winsten en verliezen voortvloeiend uit de verkoop van financiële vaste activa (andere dan afgeleide financiële instrumenten en restitutierechten voor toegezegdpensioenregelingen) alsook bijzondere waardeverminderingsverliezen op deze financiële vaste activa worden beschouwd als financiële eenmalige posten.
FRMC/Financial Risk Management Committee
Financieel risicobeheer Comité.
Gevestigde merken
Portfolio van 150 geneesmiddelen van hoge kwaliteit die niet langer beschermd zijn door een patent, met bewezen waarde voor patiënten en dokters gedurende vele jaren.
Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen
Aantal uitstaande gewone aandelen aan het begin van de periode, aangepast voor het aantal aandelen ingekocht of uitgegeven gedurende de periode, vermenigvuldigd met een tijdswegingsfactor.
IPM/Individuele prestatie coëfficiënt
De individuele prestatie coëfficiënt is een van de twee vermenigvuldigers die de bonusuitbetaling definiëren Het beschouwt een combinatie van individuele behaalde resultaten en gedemonstreerd gedrag.
Kernproducten
Cimzia®, Vimpat®, Keppra®, Briviact® en Neupro®.
Kern-WPA/Kern winst per aandeel
Winst die kan worden toegerekend aan UCB aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, éénmalige winstbelastingen, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de nettoafschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet, gedeeld door het niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen.
KU
Kremers Urban, farmaceutische vennootschap in de VS, gespecialiseerd in generische geneesmiddelen. Afgestoten in november 2015.
LTI
Lange-termijnincentives zijn gericht op het motiveren en behouden van sleuteltalent gedurende een periode van minimaal 3 jaar. Ze stemmen de beloningen van medewerkers af op de bedrijfs- en patiëntdoelen en zorgen voor meer financiële voordelen naarmate het bedrijf groeit. Bij UCB omvat dit toegekende aandelen, aandelenopties en prestatieaandelen.
Netto dividend
Het bedrag dat een aandeelhouder van UCB zal ontvangen na aftrek van de Belgische roerende voorheffing, die momenteel 30% bedraagt. Lagere tarieven voor roerende voorheffing kunnen van toepassing zijn voor bepaalde categorieën van beleggers.
Netto financiële schuld
Langlopende en kortlopende leningen, obligaties en voorschotten in rekening-courant verminderd met voor verkoop beschikbare obligaties, in pand gegeven contanten met betrekking tot financiële leaseovereenkomsten, geldmiddelen en kasequivalenten.
OCI
Other comprehensive income/andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.
PA
Partieel beginnende aanvallen, ook bekend als focale aanvallen.
PBM
Pharmacy Benefit Manager.
PGTCA
Primaire, gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen.
PMDA/Pharmaceuticals and medical devices agency
Japanse regelgevende autoriteit belast met de bescherming van de gezondheid van de bevolking door het verzekeren van de veiligheid, efficiëntie en kwaliteit van geneesmiddelen en medische toestellen. http://www.pmda.go.jp/english.
PSP
Performance Share Plan. Het prestatie aandelen plan kent gewone UCB aandelen toe aan in aanmerking komende kaderleden. De toekenningen worden drie jaar na toekenning onvoorwaardelijk, in afwachting van bepaalde voorwaarden, waaronder het voldoen aan vooraf vastgestelde bedrijfsbrede doelstellingen.
Recurrente EBIT (REBIT)
Operationele winst gecorrigeerd voor bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten.
Recurrente EBITDA (REBITDA/Recurring Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization charges)
Operationele winst gecorrigeerd voor afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten en lasten.
Risk2Value
Dit vermogen om risico's te overwegen – positief en negatief – en om bewust van het risico eerder dan beperkt door risico beslissingen te nemen bij de
planning en uitvoering van de patiënt waarde strategieën noemen wij "Risk2Value".
Werkkapitaal
Omvat voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen en handelsschulden en overige schulden, verplicht binnen en na 12 maanden.
WPA
Winst per aandeel.
Referenties
Patiëntenwaarde Strategie paginas
1 National Institute of Neurological Disorders and Stroke (Nationaal Instituut voor Neurologische aandoeningen en beroertes) – https://www.ninds.nih.gov/Disorders/ Patient-Caregiver-Education/Hope-Through-Research/ Epilepsies-and-Seizures-Hope-Through#3109_8 – Geconsulteerd op 23 januari 2018
2 Epilepsy Foundation (Epilepsie Stichting) – https://www.epilepsy. com/learn/about-epilepsy-basics/ what-epilepsy – Geconsulteerd op 4 februari 2019
Epilepsie paginas
3 Kwan P., Brodie M.J. – Early identification of refractory epilepsy (vroege identificatie van refractaire epilepsie) – New England Journal of Medicine 2000; 342(5):314–9
4 National Institute of Neurological Disorders and Stroke (Nationaal Instituut voor Neurologische aandoeningen en beroertes) – Geconsulteerd op 4 februari 2019
5 Epilepsy Foundation (Epilepsie Stichting) – https://www.epilepsy.com/learn/about-epilepsy-basics/ what-epilepsy – Geconsulteerd op 4 februari 2019
Immunologie paginas
6 Mease PJ en Armstrong AW. Patiënten managen met Psoriaticsche Ziekte: De Diagnose en Faramacologische Behandeling van Artritis Psoriatica in Patiënten met Psoriasis. Geneesmiddelen. 2014;74(4):423-41. Gladman DD, Antoni C, Mease P, et al. Artritis Psoriatica: epidemiologie, klinische kenmerken, verloop, en uitkomst. Ann Rheum Dis. 2005;64 Suppl 2:ii14-7.
7 Brouwer J, Laven JS, Hazes JM, Dolhain RJ. Miskramen in Vrouwelijke Reumatoïde Artritis patiënten: Associaties met Serologische Bevindingen, Ziekteactiviteiten, en Antireuma Geneesmiddelen Behandeling. Arthritis Rheumatol. 2015;67(7):1738–43.
8 Bharti B, Lee SJ, Linday SP, et al. Ernst van de ziekte en zwangerschapsuitkomsten in vrouwen met reumatoïde artritis: resultaten van de Organizatie van Teratologie Informatie Specialisten auto-immuunziektes tijdens de zwangerschap project. J Rheumatol. 2015;42:1376–1382
9 Brouwer J, Hazes JMW, Laven JSE, et al. Vruchtbaarheid in vrouwen met reumatoïde artritis Invloed in Ziekteactiveit en Medicatie. Annalen van de Reumatoïde Ziektes 2015;74:1836-1841.
10 Abraham B, Mariette X, Flynn AD, et al. Ontbreken van Placentale Transfer van Certolizumab Pegol Tijdens de Zwangerschap: Resultaten van CRIB, een Prospective, Postmarketing, Multicenter Farmacokinetische Studie Gastroenterol. 2017;S0016-5085(17)34376–7.
11 Clowse ME, Förger F, Hawng C, et al. Minimale tot geen transfer van certolizumab pegol in de moedermelk: resultaten van CRADLE, een prospective, postmarketing, multicenter farmacokinetische studie. Ann Rheum Dis. 2017;0:1–7.
12 International Federation of Psoriasis Associations (Internationale Federatie voor Psoriasi Verenigingen – https://ifpa-pso.com/our-cause/ – Geconsulteerd 4 februari 2019
Osteologie paginas
13 International Osteoporosis Foundation – What you need to know about osteoporosis factsheet (Internationaal Osteoporose Fonds – Wat je moet weten over osteoporose: factsheet) - https://www.iofbonehealth.org/sites/default/ files/media/PDFs/Fact%20Sheets/fact_sheetwhat_you_need_to_know_about_osteoporosis.pdf – Geconsulteerd op 4 februari 2019
14 Nguyen TV, Center JR, Eisman JA (2004) Osteoporosis: underrated, underdiagnosed and undertreated. (Osteoporose: onderschat, ondergediagnosticeerd en onderbehandeld.) Med J Aust 180:S18
Toekomstgerichte verklaringen
Dit geïntegreerd jaarverslag bevat toekomstgerichte verklaringen, met inbegrip van maar niet beperkt tot, verklaringen met de woorden "gelooft", "verwacht", "veronderstelt", "is van plan", "streeft naar", "schat", "kan", "zal", "verder gaan met" en vergelijkbare uitdrukkingen. Deze toekomstgerichte verklaringen zijn gebaseerd op bestaande plannen, ramingen en overtuigingen van het management. Per definitie bieden dergelijke toekomstgerichte verklaringen geen garantie op resultaten in de toekomst en zijn ze onderhevig aan bekende en onbekende risico's, onzekerheden en veronderstellingen die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, de financiële toestand, het rendement of de prestaties van UCB, of de resultaten van de sector, beduidend afwijken van eventuele toekomstige resultaten, rendementen of prestaties die expliciet of impliciet door de toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt in dit geïntegreerd jaarverslag.
Belangrijke factoren die tot dergelijke verschillen zouden kunnen leiden zijn onder meer: wijzigingen in de algemene economische, zakelijke en concurrentiële situatie, het mislopen van de vereiste reglementaire goedkeuringen of het niet tegen aanvaardbare voorwaarden kunnen verkrijgen ervan, kosten in verband met onderzoek en ontwikkeling, wijzigingen in de vooruitzichten van producten die in de pijplijn zitten of door UCB ontwikkeld worden, gevolgen van toekomstige gerechtelijke uitspraken of onderzoeken door de overheid, claims in verband met productaansprakelijkheid, aanvechting van de patentbescherming van producten of kandidaatproducten, wijzigingen in de wetgeving, wisselkoersschommelingen, wijzigingen of onzekerheden in de belastingwetgeving of de handhaving van deze wetten en het aanwerven en behouden van het personeel. Er is geen enkele garantie dat kandidaat-producten in de pijplijn goedgekeurd zullen worden als product of dat er nieuwe indicaties voor bestaande producten ontwikkeld en goedgekeurd zullen worden. Producten of potentiële producten die het onderwerp zijn van samenwerkingen, joint ventures of licentiesamenwerkingen kunnen onderhevig zijn aan verschillen tussen de partners. UCB of
anderen kunnen ook problemen ontdekken met betrekking tot de veiligheid, de bijwerkingen of met de productie van haar producten nadat deze op de markt gebracht zijn. Bovendien kunnen de verkoopcijfers beinvloed wor ̈ den door nationale en internationale tendensen op het gebied van kostenbeheersing in de gezondheidszorg en het terugbetalingsbeleid opgelegd door derde betalers, evenals door de wetgeving die de prijs en de terugbetaling van biofarmaceutica beinvloedt. ̈
Gezien deze onzekerheden wordt het publiek ervoor gewaarschuwd geen overmatig vertrouwen te hechten aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen. De toekomstgerichte verklaringen gelden slechts op de datum van dit geïntegreerd jaarverslag. UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen in dit geïntegreerd jaarverslag bij te werken om enige wijziging van haar verwachtingen aangaande de toekomstgerichte verklaringen weer te geven, noch voor enige wijziging van de gebeurtenissen, voorwaarden of omstandigheden waarop deze toekomstgerichte verklaringen gebaseerd zijn, tenzij een dergelijke verklaring volgens de geldende wetten en reglementen verplicht is.
Taal van het geïntegreerd verslag
Volgens de Belgische wet moet UCB haar geïntegreerd jaarverslag in het Frans en het Nederlands publiceren. UCB heeft ook een Engelse versie van dit geïntegreerd jaarverslag.
Beschikbaarheid van het verslag
Het geïntegreerd jaarverslag als zodanig is beschikbaar op de website van UCB (https://www.ucb.com/investors).
Andere informatie op de website van UCB of op andere websites, maakt geen deel uit dit verslag.
Financiële kalender
25 april 2019 Algemene vergadering van aandeelhouders
25 juli 2019 Financiële resultaten over de eerste 6 maanden van 2019
Contacten
Investor Relations
Antje Witte,
VP Investor Relations Tel.: +32 2 559 9414 E-mail: [email protected] [email protected]
Communicatie
France Nivelle,
VP Global Communication and Change Support Tel.: +32 2 559 9178 E-mail: [email protected]
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
Dirk Teuwen,
VP Corporate Societal Responsibility Tel.: +32 2 559 9161 E-mail: [email protected] [email protected]
UCB SA
Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussel, België Tel.: +32.2.559.99.99 – Fax: +32.2.559.99.00 VAT BE0403.053.608 www.ucb.com
Ontwerp en realisatie
nexxar GmbH, Wenen Online jaarverslagen en online duurzaamheidsrapporten www.nexxar.com