AI assistant
UCB — Annual Report 2012
Feb 27, 2013
4017_10-k_2013-02-27_9c3d5f66-c6d3-4131-8af3-81c98b2727ca.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Inspired by patients. Driven by science.
| II. | Management verslag van de Raad van Bestuu r |
17 | |
|---|---|---|---|
| 18 1. Verslag over de Corporate Governance 2. Overzicht van de bedrijfsprestaties 41 3. Analyse van bedrijfs- en financiële resultaten 44 |
|||
| III. | Geconsolideerde jaarrekening | 52 | |
| IV. | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening | 58 | |
| V. | Verantwoordelijkheidsverklaring | 122 | |
| VI. | Verslag van de statut aire comm issaris |
124 | |
| VII. | Verkorte statut aire jaarrekening van UCB N .V. VIII.Maatschapp elijk Verantwoord O ndernemen Prestatie Rapp ort |
126 130 |
|
Inspired by patients.
Vooruitgang van de pijplijn
Centraal zenuwstelsel (CZS)
| Neupro® (rotigotine) | ziekte van Parkinson – gevorderde stadia (Japan)1 |
|---|---|
| Neupro® (rotigotine) | rustelozebenensyndroom (Japan)1 |
| brivaracetam | epilepsie PA2 / adjunctieve therapie |
| Vimpat® (lacosamide) | epilepsie PA2 / monotherapie (VS) |
| Vimpat® (lacosamide) | epilepsie PA2 / monotherapie (EU) |
| Vimpat® (lacosamide) | epilepsie PA2 / adjunctieve therapie (Azië) |
| Vimpat® (lacosamide) | epilepsie PA2 / pediatrisch adjunctieve therapie |
| Vimpat® (lacosamide) | epilepsie PGTCA3 / adjunctieve therapie |
1 Door onze CZS partner in Japan, Otsuka 2 Partiële Aanvallen 3 Primaire, Gegeneraliseerde Tonische-Clonishe Aanvallen
| Immunologie | Fase 1 | Fase 2 | Fase 3 | Aanvraag | |
|---|---|---|---|---|---|
| Cimzia® (certolizumab pegol) | reumatoïde artritis (Japan) | ||||
| Cimzia® (certolizumab pegol) | axiale spondylartritis | ||||
| Cimzia® (certolizumab pegol) | artritis psoriatica | ||||
| epratuzumab | systemische lupus erythematosus | ||||
| Cimzia® (certolizumab pegol) | juveniele reumatoïde artritis | ||||
| romosozumab (sclerostin antilichaam) post-menopauzale osteoporose | |||||
| CDP7657 (anti-CD40L) | systemische lupus erythematosus | ||||
| UCB4940 | immunologische ziekten |
Belangrijke gegevens
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|
| pbrengsten | 3601 | 3116 | 3218 | 3246 | 3462 |
| Netto-omzet | 3 027 | 2683 | 2786 | 2876 | 3070 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 767 | 674 | 705 | 778 | 890 |
| Ratio O&O kosten / opbrengsten | 21% | 22% | 22% | 24% | 26% |
| Recurrente EBIT (REBIT) | 531 | 453 | 467 | 439 | 415 |
| Recurrente EBITDA | 733 | 698 | 731 | 687 | 655 |
| Ratio RE BITDA /opbrengsten |
20% | 22% | 23% | 21% | 19% |
| Nettowinst | 42 | 513 | 103 | 238 | 252 |
| Kern-W PA (€ per niet-verwaterd aandeel) |
1,86 | 1,74 | 1,99 | 1,91 | 2,14 |
| Nettoschuld | 2443 | 1752 | 1525 | 1548 | 1766 |
| Ratio nettoschuld / RE BITDA |
3,33 | 2,51 | 2,09 | 2,25 | 2,70 |
| Ratio eigen vermogen | 42% | 48% | 51% | 51% | 49% |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 366 | 295 | 506 | 292 | 355 |
| Investeringen (inclusief immateriële activa) | 179 | 87 | 78 | 137 | 221 |
Werknemers per functie (jaareind 2012) Werknemers per regio (jaareind 2012)
EU – Andere Bulgarije, Denemarken, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Por tugal, Roemenië, Slowakije,Tsjechië, Zweden Azië Pacific & Australië Australië, China, Hong-Kong, India, Japan, Zuid-Korea Rest van de wereld Brazilië, Kazachstan, Mexico, Noorwegen, Rusland, Zwitserland,Turkije, Oekraïne Noord Amerika Canada, VS.
2012 Mijlpalen
> o&o Mijlpalen
| Cimzia® | reumatoïde artritis (Japan) – indiening (januari 2012) | |
|---|---|---|
| artritis psoriatica – Fase 3 resultaten (februari 2012) | ||
| rheumatoid arthritis – start Fase 3 studie C-Early™ (februari 2012) | ||
| juveniele reumatoïde artritis – start Fase 3 (maart 2012) | ||
| axiale spondylartritis – Fase 3 resultaten (april 2012) | ||
| reumatoïde artritis (Japan) – goedkeuring (december 2012) | ||
| Vimpat® | epilepsie PGTCA – adjunctieve therapie – Fase 2 resultaten (januari 2012) | |
| epilepsie PA2 – adjunctieve therapie (Azië) – start Fase 3 (november 2012) |
||
| Neupro® | ziekte van Parkinson & rustelozebenensyndroom (VS) – goedkeuring (april 2012) | |
| ziekte van Parkinson & rustelozebenensyndroom (EU) – goedkeuring van bij kamertemperatuur stabiele pleister (augustus 2012) |
||
| ziekte van Parkinson & rustelozebenensyndroom (Japan) – goedkeuring (december 2012) | ||
| romosozumab | post-menopauzale osteoporose – start Fase 3 (april 2012) | |
| olokizumab | reumatoïde artritis – Fase 2 topresultaten (september 2012) |
> BEDRIJFSRESULTATEN
> Partnerschappen
UCB versterkt strategische alliantie met WILEX (januari & augustus 2012)
UCB en Astellas gaan samen Cimzia® ontwikkelen en promoten in Japan (januari 2012)
UCB treedt in een meerjarige strategische samenwerking met Nodality (februari 2012)
UCB en de universiteit van Oxford kondigen nieuw O&O partnerschap aan (maart 2012)
UCB breidt uit in Brazilië (mei 2012)
UCB en Harvard Research Alliance wordt uitgebreid en voortgezet (juni & oktober 2012)
UCB werft NewBridge Pharmaceuticals aan als exclusief partner voor verschillende Midden-Oosterse en Afrikaanse markten (november 2012) Biotie Therapies meldt positieve toplineresultaten van een Fase 2b-studie voor tozadenant in de ziekte van Parkinson (december 2012)
Gerhard Mayr, Voorzitter van de Raad
> Corporate GOVERNANCE
Gerhard Mayr werd voorzitter van de Raad van Bestuur (mei 2012) Anna S. Richo werd tot Executive Vice President & General Counsel benoemd (november 2012) Bob Trainor, Executive Vice President & General Counsel, trok zich terug (december 2012) Greg Duncan, Executive Vice President & President North American Operations, verliet UCB (februari 2013) Nieuwe organisatiestructuur om superieure en duurzame waarde te leveren aan patiënten (februari 2013)
Anna S. Richo, Executive Vice President & General Counsel
Cimzia®
- > Bereikt meer dan 41000 patiënten met de ziekte van Crohn of reumatoïde ar tritis in 34 landen
- > € 467 miljoen netto-omzet
- > Goedkeuring in Japan (december 2012)
- > 2 indieningen (februari 2013)
- > 1 indicatie in ontwikkelingsfase
Vimpat®
- > Bereikt meer dan 234000 patiënten met epilepsie in 36 landen
- > € 334 miljoen netto-omzet
- > 3 indicaties in ontwikkelingsfase
Neupro®
- > Bereikt meer dan 148 000 patiënten met de ziekte van Parkinson of het rustelozebenensyndroom in 33 landen
- > € 133 miljoen netto-omzet
- > Lancering in de VS (juli 2012)
- > Goedkeuring in Japan (december 2012)
Keppra®
- > Bereikt duizenden patiënten met epilepsie in 53 landen
- > € 838 miljoen netto-omzet
- > 40% omzetstijging in de rest van de wereld
I. Brief aan de belanghebbenden
Inspired by patients. Driven by science.
Rosanne, verzoger van een kind met epilepsie
Frauke, Jerome,
Geachte aandeelhouders, partners en iedereen die met een ernstige ziekte leeft,
In 2012 hebben we de omschakeling van UCB naar een patiëntgericht biofarmaceutisch bedrijf voltooid. Dankzij de opmerkelijke inspanningen van onze collega's bij UCB, verwachten we nu dat ons bedrijf gedurende vele jaren zal groeien, gedreven door onze kernmedicijnen, opkomende markten en nieuwe doorbraken.
Realisatie van onze financiële doelstellingen
In de loop van het jaar heeft UCB het"cross-over punt" bereikt, waarop de netto-verkoop van onze nieuwe kernmedicijnen deze van Keppra®, jarenlang de nummer één van UCB, over trof. Onze kernmedicijnen, Cimzia®, Vimpat® en Neupro® (CVN), bereikten een gecombineerde verkoop van € 934 miljoen, en beïnvloeden het leven van zo'n 420000 mensen met specifieke immunologische en neurologische aandoeningen.
De verkoop van CVN alleen al over trof trouwens deze van Keppra®. Bovendien presteerde Keppra® beter dan verwacht, en weerstond het aan de generische concurrentie in Europa en in de VS. Ook in Azië kende het een intense groei, en dan vooral in Japan, waar E Keppra® samen gepromoot wordt door Otsuka, een toonaangevend CZS-bedrijf, en waar het medicijn tot ten minste 2018 marktexclusiviteit geniet.
De prestatie van UCB in opkomende markten was een andere belangrijke groeimotor, met een verkoop van € 628 miljoen, een stijging van 22% tegenover vorig jaar. Onze verwerving van een meerderheidsbelang in Meizler in Brazilië betekent dat we nu aanwezig zijn in alle grote opkomende markten waar UCB zich op richt.
Globaal gezien, realiseerden we onze financiële doelstellingen, met inkomsten van € 3,14 miljard (stijging van 7%), een intense O&O-investering om onze pijplijn uit te breiden, alsook uitgaven om Neupro® te lanceren in de VS, wat leidt tot een onderliggende rentabiliteit (verzekerd door recurrente EBITDA) van € 655 miljoen, en een nettowinst na belasting van € 252 miljoen wat zich ver taalt in kernbesparingen per aandeel van € 2,14.
In overeenstemming met ons stabiel dividendbeleid, waarin rekening wordt gehouden met het lange termijn potentieel van de onderneming, heeft de Raad van Bestuur voorgesteld een bruto dividend uit te reiken van € 1,02 per aandeel, 2% hoger dus.
➢➢➢
Wij investeren 26% van de omzet in een veelbelovende pijplijn vol nieuwe medicijnen.
➢➢➢
Verder versterken van onze pijplijn
De financiële prestaties van UCB werden aangevuld met een aanzienlijke vooruitgang van onze pijplijn. Neupro®, bijvoorbeeld, werd goedgekeurd en gelanceerd in de VS voor de behandeling van de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom. Neupro® werd op 25 december 2012 ook goedgekeurd in Japan, net als Cimzia®. In de eerste helft van 2013 zullen we Cimzia® lanceren in Japan, samen met onze par tner Astellas, het leidinggevende immunologiebedrijf in Japan, terwijl Neupro® op de markt zal worden gebracht door Otsuka. We hebben Cimzia® in de VS en in Europa ook verder gedifferentieerd van de concurrerende produkten en Fase 3-programma's voltooid voor belangrijke nieuwe indicaties voor Cimzia®,zoals ankylosing spondylitis (ziekte van Bechterew) en ar tritis psoriatica: deze twee ziekten komen samen voor in meer dan de helft van de huidige indicaties.
In Fase 3 van de ontwikkeling blijft de rijke pijplijn van UCB met drie nieuwe potentiële geneesmiddelen, alsmaar sterker worden. Romozosumab (sclerostin-antilichaam), een mogelijk baanbrekende therapie voor aandoeningen die gepaard gaan met botverlies, ging Fase 3 van zijn ontwikkeling in voor osteoporose en wordt ontwikkeld samen met onze partner Amgen. Bovendien bleven epratuzumab, een mogelijke nieuwe behandeling voor lupus, en brivaracetam voor epilepsie, vorderingen maken in Fase 3.
In onze vroege stadium-pijplijn spitsen we ons toe op mogelijke doorbraken die echte differentiatiemogelijkheden bieden en we stoppen systematisch met projecten waarvoor dit niet het geval is. De rijkdom en de kwaliteit van onze – interne en externe – pijplijn laten ons toe om deze keuzes te maken. Zo besloten we dan ook om enerzijds olokizumab niet zelf tot in Fase 3 te brengen. Anderzijds behaalde één van onze externe programma's, tozadenant, een nieuwe orale therapie voor de ziekte van Parkinson, ontwikkeld door onze par tner Biotie, in december 2012 positieve resultaten in Fase 2b.
➢➢➢
➢➢➢
Verzekeren van kwaliteit en compliance
Binnen UCB bleven we werken volgens de strengste normen op het vlak van kwaliteit, veiligheid en compliance. We slaagden bijvoorbeeld voor alle inspecties van regelgevende instanties, zonder kritische bevindingen, en we werden door WCI erkend als een leider in de industrie op het vlak van medicijnveiligheid en onze benadering van baten / risicobeheer. We implementeerden ook voor het tweede opeenvolgende jaar onze overeenkomst voor bedrijfsintegriteit in de VS.
We bouwden onze reputatie als toonaangevend biofarmaceutisch bedrijf verder uit door middel van onze nieuwe Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
(MVO)-strategie."Maatschappelijk" weerspiegelt onze verantwoordelijkheid en inzet ten behoeve van de samenleving, rekening houdend met ecologische en sociale dimensies. Bovendien raakte UCB in deTop 100 van de meest duurzame bedrijven ter wereld, volgens Corporate Knights, een mediabedrijf uit Toronto.
Tot slot, maar niet in het minst, is het engagement van onze collega's bij UCB, dat we meten aan de hand van een jaarlijkse enquête in heel het bedrijf, in 2012 nog sterker geworden, en over treft het, volgens ons enquêtebureau, de in de industrie gangbare normen.
Neil, wetenschapper bij UCB Slough
" Patient-centricity: Waardevol medicijnen en gezondheidsoplossingen die het verschil maken voor mensen die met een ernstige ziekte leven.
UCB gaat 2013 in vanuit een sterke positie
De vooruitgang van UCB is des te indrukwekkender, gelet op de krachten die spelen in de wereldwijde biofarmaceutische industrie. Onze industrie staat op een belangrijk scharnierpunt.
Enerzijds heeft ze te kampen met grote uitdagingen, zoals het verstrijken van belangrijke patenten, een sterkere generische concurrentie, dalende O&Oinvesteringen en toenemende O&O-kosten per project. Daarbovenop dwingt de economische crisis regeringen, in Europa en daarbuiten, er toe hun gezondheidskosten in te krimpen, wat niet enkel de commerciële vooruitzichten van de industrie beïnvloedt, maar ook de toegang van de patiënten tot nieuwe medicijnen zou kunnen belemmeren, zowel in de ontwikkelings- als in de ontwikkelde landen.
Anderzijds bieden de krachten van de veroudering van de bevolking, de koopkracht van babyboomers, de kracht van activerende technologieën, de vooruitgang in de wetenschap unieke kansen voor innoverende biofarmaceutische bedrijven. Tegelijker tijd zijn de consumenten (patiënten) steeds beter geïnformeerd en krijgen ze meer macht, waardoor verwacht kan worden dat meer verantwoording zal worden
gevraagd. Tot slot wordt de informatie binnen het gezondheidszorgsysteem transparanter dan ooit tevoren het geval was; dit zorgt voor een basis voor vergelijking en inzicht, die in combinatie met technologische en wetenschappelijke vooruitgang, de fundering kan vormen voor een nog betere en economischere gezondheidszorg voor iedereen.
In dit nieuwe klimaat zullen innoverende biofarmaceutische bedrijven die snel de kracht van moderne technologieën kunnen aanwenden, een voordeel hebben. In een dergelijke complexe context zullen interne capaciteiten alleen, niet volstaan voor bedrijven om een duurzame waarde te kunnen bieden aan mensen die leven met een ernstige aandoening; de bedrijven zullen moeten samenwerken en strategische bondgenootschapen sluiten om hun krachten te bundelen voor het opbouwen van unieke voordelen. Op ieder scharnierpunt duiken er nieuwe leiders op en UCB wil één van die leiders zijn. Nieuwe biofarmaceutische leiders zullen zich richten op het aanreiken van oplossingen aan mensen die lijden aan ernstige ziekten en op het vermogen om de waarde die ze aanbrengen, te delen met patiënten en zorgbetalers.
Implementeren van een duidelijke strategie:
Carrie, leeft met de ziekte van Crohn
Inspired by patients. Driven by science.
Sinds 2004 is de strategie van UCB gericht op het leveren van uitmuntende en duurzame oplossingen voor mensen die leven met een ernstige ziekte, op het vlak van twee types ernstige aandoeningen: neurologische stoornissen en ziekten van het immuunsysteem, met speciale nadruk op reumatologie en gastro-enterologische aandoeningen. In elk van deze domeinen streven we voortdurend naar een beter begrip van de patiënten die we helpen, terwijl we de moderne wetenschap gebruiken om unieke oplossingen te creëren en doeltreffende manieren trachten te vinden om deze te bieden.
Vijf belangrijke elementen maken onze strategie mogelijk:
- 1. Verbondenheid, bijvoorbeeld door banden te creëren met de beste universiteiten en biotech bedrijven, en met de patiënten en hun zorgverleners zelf, alsook met de zorgbetalers;
- 2. Uiteenlopende (en verbonden) talenten ontwikkelen;
- 3. Verzekeren van naleving van regels en reglementeringen;
- 4. Resoluut afstoten van niet-kernactiviteiten;
- 5. Concurrentiële winstgevendheid bereiken in de tweede helft van dit decennium.
Onze onderzoeksstrategie is gericht op innoverende benaderingen in eerste – of tweede – klasse, waarbij voorrang wordt verleend aan projecten met een duidelijke "proof of concept" en duidelijke eindpunten. Voor ons productienetwerk ligt de nadruk op opschaling van O&O tot de lancering. Indien nodig, verhogen we onze interne capaciteit tijdens de commerciële Fase van het product via strategische par tnerschappen, zowel voor grote als voor kleine molecules, terwijl we een kosteneffectieve bevoorrading verzekeren. Onze biotech pilootfabriek in België is klaar en we gaan door met het uitbouwen van onze biotech fabriek voor productie op commerciële schaal in Zwitserland, initieel bedoeld voor de productie van Cimzia®.
Onze commerciële strategie bestaat erin dat we rechtstreeks contact onderhouden in Noord-Amerika, Europa en de grootste opkomende markten, met de nadruk op China, India, Rusland, Brazilië, Mexico enTurkije, die samen 75% van de medicijnen in de opkomende markten ver tegenwoordigen voor het aanspreken van gespecialiseerde ar tsen, zorgbetalers en patiëntgroepen.
In alle domeinen blijven we leren van de top bedrijven buiten de biofarmaceutische industrie in domeinen zoals innovatie, klanteninzicht, kostenbeheersing en activiteitsgestuurd management.
➢➢➢
Steun aan duizenden patiënten in 66 landen
Onze prioriteiten voor 2013
➢➢➢
Streven naar grotere groei
Als resultaat van deze allesomvattende strategie wil UCB de samengestelde groei van de biofarmaceutische industrie over treffen. We verwachten meer te investeren dan onze collega's in O&O, in verhouding tot onze verkoop, terwijl we geleidelijk een gelijke rentabiliteit bereiken door een lagere VA&A dan onze collega's.
Door het feit dat er al vele jaren geen grote patenten gaan verstrijken en met 3 nieuwe kernmedicijnen die onze groei stimuleren, plus een rijke pijplijn en geavanceerde wetenschap, is UCB nu klaar om wereldwijd een sterke aanwezigheid op te bouwen in neurologie en immunologie – en om een aanzienlijke winst af te leveren voor de aandeelhouders. Dankzij de huidige prestatie en groei van onze kernmedicijnen Cimzia®, Vimpat® en Neupro®, bevestigen we onze ambitie om meer dan 1,5 miljoen patiënten te bereiken met CVN, die een piekverkoop ver tegenwoordigen van ten minste € 3,1 miljard in de tweede helft van het decennium.
Als resultaat hiervan verwacht UCB in 2013 en omzet van ongeveer € 3,4 miljard, een recurrente EBITDA tussen € 680 - 710 miljoen en een kernwinst per aandeel (core EPS) tussen € 1,90 - € 2,05 gebaseerd op 179 miljoen aandelen.
In 2013 spitst UCB zich toe op zeven prioriteiten:
- 1. CVN uitbreiden naarmate we meer patiënten bereiken
- 2. Uitbreiden van onze activiteiten in de opkomende markten
- 3. Uitbreiden van onze pijplijn in laatste fase
- 4. Klinische proeven op mensen uitvoeren met innoverende medicijnen met doorbraakpotentieel
- 5. Verzekeren van kwaliteit en naleving van wetten en reglementeringen
- 6. Verbeteren van rentabiliteit tegenover onze collega's door ons toe te spitsen op activiteiten die waarde creëren
- 7. Ontwikkelen van enthousiaste, geëngageerde collega's en bedrijfspar tners
Alles wat we bereikt hebben – in verleden, heden en toekomst – zou niet mogelijk geweest zijn zonder de inzichten van patiënten, ar tsen, zorgbetalers en regulatoren, de inzet van onze collega's en par tners, de steun van onze aandeelhouders en het leiderschap van onze Raad. We zouden hen dan ook allemaal willen bedanken.
We zouden in het bijzonder onze dank willen uiten aan de mensen die leven met een ernstige ziekte, hun families en hun ar tsen en zorgbetalers voor hun inzichten, feedback, kennis en inspiratie.
We zijn ook oprecht dankbaar voor het getalenteerde, plichtsbewuste en diverse team van UCB-medewerkers wereldwijd. Menselijk talent is de grootste troef van elke organisatie. We willen elk van onze geëngageerde collega's bedanken die iedere dag zo veel van hun energie investeren om het verschil te maken in de levens van mensen die leven met een ernstige ziekte. Jullie werk beïnvloedt vele levens en we weten dat jullie de reglementaire normen
voor onderzoek, ontwikkeling, productie en distributie van onze producten stipt naleven om ervoor te zorgen dat we alle vereisten inzake veiligheid, kwaliteit, reglementering, wetgeving en leefmilieu naleven. Zonder jullie inspanningen zouden we dit niet kunnen waarmaken.
Tot slot gaat onze dank ook uit naar de Raad van Bestuur van UCB, voor zijn bestuur, ervaring en deskundigheid alsook zijn steun en uitdagende bijzondere bijdrage.
Bij UCB worden we geïnspireerd door patiënten, gedreven door wetenschap en zijn we vastberaden om een grote en duurzame waarde te genereren voor de patiënten zowel als voor andere belanghebbenden.
Met vriendelijke groet,
Roch Doliveux Gerhard Mayr Chief Executive Officer Voorzitter
Vooruitzicht
> o&o Mijlpalen
| 2013 | Cimzia® | axiale spondylartritis | indiening VS & EU (februari 2013) |
|---|---|---|---|
| Cimzia® | artritis psoriatica | indiening VS & EU (februari 2013) | |
| Vimpat® | epilepsie PA / monotherapie (VS) | Fase 3 resultaten (Q2 2013) | |
| Vimpat® | epilepsie PA / pediatrisch adjunctieve therapie | start Fase 3 (H1 2013) | |
| 2014 | epratuzumab | systemische lupus erythematosus | Fase 3 resultaten (H1 2014) |
| Vimpat® | epilepsie PA / monotherapie (EU) | Fase 3 resultaten (Q4 2014) | |
| Cimzia® | juveniele reumatoïde artritis | Fase 3 resultaten (H2 2014) | |
| brivaracetam | epilepsie PA / adjunctieve therapie | Fase 3 resultaten (H2 2014) | |
| 2015 | Vimpat® | epilepsie PA / adjunctieve therapie (Azië) | Fase 3 resultaten (H1 2015) |
| romosozumab | post-menopauzale osteoporose | Fase 3 resultaten (eind 2015) | |
| 2016 | Cimzia® C-Early™ | reumatoïde artritis | Fase 3 resultaten |
| Cimzia® Exxelerate™ reumatoïde artritis | Fase 3 resultaten |
> CVN piekverkopen (2015-2020)
≥ €1,5 miljard ≥ €1,2 miljard ≥ €400 miljoen Cimzia® Vimpat® Neupro®
> 2013 BEDRIJFSRESULTATEN vooruitzicht
€ 680-710
miljoen terugkerende EBITDA
€ 1,90-2,05
Kern-WPA
- 1. Verslag over de Corporate Governance
- 2. Overzicht van de bedrijfsprestaties
- 3. Operating and financial review
1.
Verslag over de Corporate Governance
Bestuurders en Commissarissen
Raadvan Bestuur
- ◆ Gerhard Mayr, Voorzitter
- ◆ Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter
- ◆ Roch Doliveux, Uitvoerend Bestuurder
- ◆ Albrecht De Graeve, Bestuurder
- ◆ Arnoud de Pret, Bestuurder
- ◆ Harriet Edelman, Bestuurder
- ◆ Peter Fellner, Bestuurder
- ◆ Charles-Antoine Janssen, Bestuurder
- ◆ Jean-Pierre Kinet, Bestuurder
- ◆ Tom McKillop, Bestuurder
- ◆ Norman J. Ornstein, Bestuurder
- ◆ Bridget van Rijckevorsel, Bestuurder
- ◆ Inge Basteleurs, Secretaris van de Raad van Bestuur (tot 31 december 2012)
Statutaire Commissarissen
◆ PricewaterhouseCoopers, ver tegenwoordigd door zijn vaste ver tegenwoordiger, Jean Fossion
Erebestuurders
- ◆ André Jaumotte, Erevoorzitter
- ◆ Mark Eyskens, Erevoorzitter
- ◆ Georges Jacobs de Hagen, Erevoorzitter
- ◆ Karel Boone, Erevoorzitter
- ◆ Daniel Janssen, Erevicevoorzitter
- ◆ Prince Lorenz of Belgium
- ◆ Alan Blinken
- ◆ Michel Didisheim
- ◆ Eric Janssen (†)
- ◆ Guy Keutgen
- ◆ Paul Etienne Maes
- ◆ Gaëtan van de Werve
- ◆ Jean-Louis Vanherweghem
Erevoorzittersvan het Uitvoerend Comité
- ◆ Daniel Janssen
- ◆ Paul Etienne Maes
- ◆ Georges Jacobs de Hagen
Als een onderneming met hoofdzetel in België die de hoogste normen betreffende deugdelijk bestuur nastreeft, heeft de Raad van Bestuur van UCB S.A. / N.V. (hierna "UCB") (hierna "de Raad") in oktober 2005 het Corporate Governance Charter goedgekeurd, zoals vereist door de Belgische wetgeving betreffende deugdelijk bestuur (eerste versie, 2004). Zoals vereist door artikel 96 van de Belgische wetgeving betreffende deugdelijk bestuur heeft UCB de Belgische Corporate Governance Code (tweede editie, maart 2009) (hierna "de Code"), als haar referentiecode genomen, rekening houdend met de specifieke internationale aspecten van UCB1 .
Dit Charter, dat op de website van UCB (www.ucb.com) kan worden geraadpleegd, beschrijft de belangrijkstæe aspecten en de structuur van het deugdelijk bestuur van UCB, de bevoegdheden van de Raad, zijn comités en het Uitvoerend
Comité. Het wordt jaarlijks geactualiseerd, in december, en nagezien door de Raad om in overeenstemming te zijn met de Code en de interpretatie ervan.
In overeenstemming met de Belgische Vennootschapswet en de Code, wordt op de volgende pagina's de feitelijke informatie weergegeven met betrekking tot het deugdelijk bestuur van UCB. Het verslag bevat een overzicht van de wijzigingen op het vlak van het deugdelijk bestuur van UCB en van relevante gebeurtenissen die in de loop van 2012 hebben plaatsgevonden, zoals wijzigingen in het kapitaal van UCB of in de aandeelhoudersstructuur, de wijzigingen in samenstelling van de Raad en comités, de belangrijkste aspecten van UCB's systemen voor interne controle en risicobeheer en het verslag aangaande de bezoldiging. Verder verschaft het verslag, waar dit van toepassing is, bijkomende informatie over eventuele afwijkingen van de Code.
1.1. | Kapitaal en aandelen
1.1.1. | Kapitaal
Het kapitaal van UCB heeft in 2012 geen wijzigingen ondergaan en op 31 december 2012 bedroeg € 550 095156, ver tegenwoordigd door 183 365 052 aandelen.
1.1.2. | Aandelen
Sinds 29 februari 2008 wordt het aandelenkapitaal van UCB ver tegenwoordigd door 183 365 052 aandelen (hierna "UCBaandelen"). De UCB-aandelen kunnen op verzoek van de aandeelhouder worden geregistreerd of gedematerialiseerd of kunnen ook aan toonder zijn, conform de wet.
Sinds 1 januari 2008 kunnen aandeelhouders niet langer verzoeken om hun UCB- aandelen in UCB-aandelen aan toonder om te zetten. In overeenstemming met de Belgische wet van 14 december 2005 werden alle UCB-aandelen aan toonder die geregistreerd zijn op een bewaarnemingsrekening of op een beleggingsrekening op 1 januari 2008 automatisch omgezet in gedematerialiseerde UCB-aandelen. Sinds 1 januari 2008 worden alle UCB-aandelen aan toonder die voor registratie op een dergelijke bewaarnemingsrekening of beleggingsrekening zijn neergelegd, automatisch omgezet in gedematerialiseerde UCB-aandelen.
De UCB-aandelen zijn geregistreerd op naam tot ze volledig volgestor t zijn en kunnen enkel overgedragen worden na voorafgaand akkoord van de Raad. De UCB-aandelen op naam worden bijgehouden in een specifiek register.
Alle UCB-aandelen zijn beursgenoteerd en worden verhandeld op NYSE Euronext Brussels.
Er zal worden voorgesteld aan de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 25 april 2013, de mogelijkheid om aandelen aan toonder te hebben binnen UCB, te annuleren.
1.1.3. | Warrants
In 1999 en 2000 gaf UCB respectievelijk 145200 en 236700 warrants uit:
- ◆ de 145 200 warrants die in 1999 uitgegeven werden zijn vervallen;
- ◆ de 236 700 warrants die in 2000 uitgegeven werden geven elk recht om in te schrijven op een gewoon aandeel: na de annulering en de uitoefening van een deel van deze warrants kunnen 32600 warrants nog worden uitgeoefend tot 31 mei 2013.
Er werden ook defensieve warrants uitgegeven, op grond van een beslissing van een Algemene Aandeelhoudersvergadering (hierna "Algemene Vergadering") in 2008, met uitsluiting van het voorkeurrecht. De lening van € 600 000 wordt ver tegenwoordigd door 30 000 schuldbewijzen met een nominale waarde van € 20. Aan elk schuldbewijs zijn.
1000 warrants verbonden die recht geven op de gezamenlijke inschrijving op 30 000000 gewone UCB-aandelen. Op deze lening werd op 24 april 2008 ingeschreven door Financière de Tubize N.V., de referentieaandeelhouder van UCB.
Op dezelfde Algemene Vergadering werd een ad hoc comité opgericht en werden de leden van dit comité benoemd. Dat comité beslist, in vooraf bepaalde omstandigheden, over de uitvoering van de warrants en keur t in voorkomend geval de overdracht van dergelijke warrants goed. De houders van warrants sloten een overeenkomst af met UCB waarin de par tijen zich er toe verbinden de voorwaarden van uitgifte en uitoefening van de warrants na te leven.
1 De Belgische Code voor Corporate Governance (tweede editie), gepubliceerd in maart 2009, is beschikbaar op de website van de Belgische Corporate Governance Committee (http://www.corporategovernancecommittee.be).
De warrants mogen enkel worden uitgeoefend indien het ad hoc comité beslist dat er zich een van de vooraf vastgelegde omstandigheden heeft voorgedaan die verbonden zijn met een vijandige overnamebieding:
- ◆ lancering van een overnamebod door een derde par tij, dat door de Raad als vijandig beschouwd wordt;
- ◆ wijziging van de controle van UCB door transacties op UCBaandelen door één of meerdere derde par tijen, uitgevoerd op of buiten de aandelenmarkt, geïsoleerd of in overleg;
- ◆ de dreiging van een overnamebod of een operatie die gepaard gaat met een wijziging van de controle van UCB.
Deze defensieve warrants en de overeenkomst tussen de houders van deze warrants en UCB eindigen op 23 april 2013. UCB-aandelen die voor tvloeien uit de uitoefening van deze warrants zullen uitgegeven worden tegen een prijs die bepaald wordt op basis van de marktprijs gedurende een periode voorafgaand aan de uitgifte.
1.1.4. | Converteerbare Obligaties
UCB heeft niet-achtergestelde ongedekte obligaties van hogere rang van 4,5% (senior unsecured bonds) met vervaldag 2015 uitgegeven voor een totale hoofdsom van € 500 miljoen geplaatst bij institutionele beleggers, als gevolg van een versnelde bookbuildingprocedure op 30 september 2009 (hierna "Conver teerbare obligaties"). De Buitengewone Algemene Vergadering besliste op 6 november 2009 om aan deze obligaties een conversierecht te verbinden.
Elke Conver teerbare Obligatie heeft een waarde van € 50 000 en kan vanaf 2 december 2009 tot 15 oktober 2015 omgezet worden tegen een conversiekoers van € 38,746 per UCB-aandeel. Na ontvangst van een verzoek tot conversie van een obligatiehouder heeft de Raad naar eigen goeddunken maar met de beste belangen voor UCB voor ogen de keuze om (i) nieuwe UCB-aandelen uit te geven, (ii) bestaande UCB-aandelen te leveren, (iii) die twee mogelijkheden te combineren.
Indien alle Conver teerbare obligaties in nieuwe UCB-aandelen zouden worden omgezet tegen de conversiekoers, zou UCB 12904 558 nieuwe UCB-aandelen uitgeven. Het is mogelijk dat de conversiekoers moet worden herzien in overeenstemming met de antiverwateringsbepalingen in de Algemene Voorwaarden van de Obligaties of in geval van wijziging van controle.
UCB Lux S.A. kocht op 26 april 2012 een bedrag van € 70 miljoen of nominale van de Conver teerbare obligaties en verkocht vervolgens een optie gelijk aan deze die in die obligaties vervat lag aan UCB.
De Obligaties zijn genoteerd op de EURO MTF markt op de Luxemburgse beurs.
Er zal worden voorgesteld aan de Algemene Vergadering van 25 april 2013 een gedematerialiseerd register voor obligaties toe te staan.
1.1.5. | Ingekochte eigen aandelen
UCB heeft 1 426 541 UCB-aandelen verworven en 4 620025 verkocht in 2012. Op 31 december 2012 bezat UCB 3 301706 UCB-aandelen (801 706 aandelen en 2500000 gelijkgestelde instrumenten), die 1,80% van het totale aantal uitgegeven UCBaandelen ver tegenwoordigen.
UCB Fipar N.V., een indirect verbonden onderneming van UCB, verwierf 746 800 UCB-aandelen in 2002, 372 904 UCB-aandelen in 2003, 1064200 UCB-aandelen in 2004, 370 000 UCB-aandelen in 2005, 950 000 UCB-aandelen in 2006 en 1 UCB-aandeel in 2012. Op 31 december 2012 hield UCB Fipar N.V. een totaal van 2691 534 UCBaandelen aan (891534 aandelen en 1800000 gelijkgestelde instrumenten), die 1,47% van het totale aantal uitgegeven UCB-aandelen ver tegenwoordigen.
UCB S.C.A., een indirect verbonden onderneming van UCB, verwierf 61200 UCB-aandelen in 2007, 50 384 UCB-aandelen in 2008, 128116 UCB-aandelen in 2009 en 239639 UCBaandelen in 2010. Op 31 december 2012 had UCB S.C.A. geen UCB-aandelen meer.
De UCB-aandelen werden door UCB Fipar N.V. en UCB S.C.A. verworven om de UCB verplichtingen te dekken die voor tvloeien uit de aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en aandelenprestatieplannen alsook uit de Conver teerbare obligaties.
Voor meer details, gelieve te verwijzen naar Toelichting 25.3 Eigen aandelen.
In overeenstemming met een beslissing van de Algemene Vergadering op 6 november 2009 mag de Raad voor onbepaalde tijd en conform ar tikel 622, § 2, deel 2, 1° van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen de UCB-aandelen vervreemden op of buiten de beurs, door middel van verkoop, ruil, inbreng of op gelijk welke andere wijze. Die toelating heeft ook bettrekking op het vervreemden van UCB-aandelen in het bezit van een directe dochteronderneming van UCB in de betekenis van ar tikel 627 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen.
In overeenstemming met een beslissing van dezelfde vergadering mogen de Raad en de raden van haar directe dochterondernemingen, gedurende een periode van vijf jaar die een aanvang neemt op 7 november 2009, UCB-aandelen verwerven tot een maximum van 20% van het totale aantal van de UCB-aandelen, voor een ruilwaarde gelijk aan de slotkoers van het UCB-aandeel op Euronext Brussels op de dag onmiddellijk voorafgaand aan de aankoop, plus of minus een maximum van vijftien procent (15%), en rekening houdend met gelijk welke toepasselijke wetsbepalingen.
Er zal worden voorgesteld aan de Algemene Vergadering van 25 april 2013:
- ◆ de instelling van een toegestaan kapitaal,
- ◆ de wijziging van de modaliteiten van de bovengenoemde toestemming door de 15%-grens te vervangen door een plafond van maximaal de hoogste beurskoers van de dag van aankoop en een drempel van minimaal € 1 (één euro) en het verlengen vóór de termijn van de vergunning voor een periode van 5 jaar, vanaf 26 april 2013.
1.2. | Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
UCB's hoofdaandeelhouder is Financière de Tubize N.V., een op Euronext Brussels genoteerde vennootschap (hierna "Financière de Tubize" of "Referentieaandeelhouder").
Financière de Tubize heeft op 1 september 2008 een transparantieverklaring verstrekt over haar par ticipatie in UCB, in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 betreffende de aangifte van belangrijke aandelenpar ticipaties in beursgenoteerde vennootschappen. Volgens ar tikel 3, § 1, 13° van de wet van 2 mei 2007, handelt Financière
de Tubize in overleg met Schwarz Vermögensverwaltung GmbH Co. KG. Hun par ticipaties staan vermeld onder nr. 1 tot 4 in de onderstaande tabel. De aandelen die onder deze overeenkomsten vallen, met inbegrip van de aandelen in handen van Financière de Tubize, ver tegenwoordigen 40,81% van het aandelenkapitaal van de Vennootschap.
53,06% van Financière de Tubize is in handen van de familie Janssen.
De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek.
1.2.1. | Controlerende en belangrijkste aandeelhoudersvan UCB op 31 december 2012
In overeenstemming met de transparantieverklaringen gemaakt volgens de Wet van 2 mei 2007, zijn de belangrijkste aandeelhouders van UCB momenteel:
| MOMENTEEL | % STEMMEN | DatUM (CONFOR M DEVERKLARING IN OVEREENS TEMMING MET DEWE T VAN 2 mei 2007) |
||
|---|---|---|---|---|
| Kapitaal € | 550095156 | |||
| Aandelen | 183365052 | |||
| 1 | Financière de Tubize N.V. (Tubize) | 66370000 | 36,0% | 5 october 2011 |
| 2 | UCB S.A. | 801706 | 31 december 2012 | |
| gelijkgestelde instrumenten1 | 2500000 | 1,80% | 26 juni 2012 | |
| opties 2 | 6606638 | 27 april 2012 | ||
| 3 | UCB Fipar N.V. | 891534 | 31 december 2012 | |
| gelijkgestelde instrumenten | 1800000 | 1,47% | 27 april 2012 | |
| 4 | Schwarz Vermögensverwaltung GmbH Co. KG | 2471404 | 1,35% | 5 october 2011 |
| Tubize + linked companies + concert 4 (excluding options) | 74834644 | 40,81% | 31 december 2012 | |
| 5 | The Capital Group Companies | 20828907 | 11,36% | 5 september 2012 |
| 6 | Vanguard Health Care Fund | 5 821 811 | 3,17% | 30 maar t 2012 |
| 1 Zie persbericht van 28 juni 2012 2 Als alle opties worden uitgeoefend, zou dit leiden tot een extra stemrecht van 3,60%. |
De informatie bettreffende de gelijkgestelde instrumenten / opties is niet vereist door de Wet
Tubize heeft verklaard afzonderlijk te werken met Schwarz Vermögensverwaltung GmbH Co. KG
Gezamenlijke mededeling van de stabiele aandeelhouders van UCB krachtens artikel 74, § 7 van de Wet van 1 april 2007
betreffende openbare overnamebiedingen
UCB heeft de mededelingen ontvangen die respectievelijk op 22 november 2007, 17 december 2007 en 28 december 2007 werden gedaan door de volgende aandeelhouders, die overeenkomstig ar tikel 74, § 7 van de Wet van 1 april 2007 in overleg handelden.
Samengevat, vanaf september 2007 en op heden, zijn de stemrechten van deze aandeelhouders als volgt toegewezen:
| September 2007 | DECEMBER 2012 | |||
|---|---|---|---|---|
| Financière de Tubize | 66370000 | 36,20% | 66370000 | 36,20% |
| Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co KG | 9885618 | 5,39% | 2471404 | 1,35% |
| UCB N.V. 1 |
- | - | 3301706 | 1,80% |
| UCB Fipar N.V. 1 |
3176578 | 1,73% | 2691534 | 1,47% |
| Totaal stemrechten | 79432196 | 43,32% | 74834644 | 40,81% |
1 Aan de stemrechten van UCB-aandelen in handen van UCB N.V. of van haar dochtervennootschappen zijn, overeenkomstig artikel 622, § 1 en 631 § 1 van de Belgische Vennootschapswet, geen stemrechten verbonden.
1.3. | Raad en Comités van de Raad
1.3.1. | raad
Samenstelling van de Raad en de onafhankelijke bestuurders
Van 1 januari 2012 tot 26 april 2012, was de samenstelling van de Raad als volgt:
- ◆ Karel Boone, Voorzitter
- ◆ Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter
- ◆ Roch Doliveux, Uitvoerend Bestuurder
- ◆ Albrecht De Graeve, Bestuurder
- ◆ Arnoud de Pret, Bestuurder
- ◆ Peter Fellner, Bestuurder
- ◆ Jean-Pierre Kinet, Bestuurder
- ◆ Thomas Leysen, Bestuurder
- ◆ Gerhard Mayr, Bestuurder
- ◆ Tom McKillop, Bestuurder
- ◆ Norman J. Ornstein, Bestuurder
- ◆ Gaëtan van de Werve, Bestuurder
- ◆ Bridget van Rijckevorsel, Bestuurder
Alexander Van Damme nam ontslag als bestuurder op 15 maar t 2012.
Thomas Leysen and Gaëtan van de Werve traden terug tijdens de Algemene Vergadering van 26 april 2012; Tom McKillop werd herbenoemd voor een termijn van vier (4) jaar als onafhankelijk bestuurder; Harriet Edelman en Charles-Antoine Janssen werden benoemd als bestuurders voor een termijn van vier (4) jaar, Harriet Edelman als onafhankelijk bestuurder.
Roch Doliveux is de enige uitvoerend bestuurder in de Raad en kwalificeer t niet als onafhankelijk bestuurder.
Evelyn du Monceau, Arnoud de Pret, Bridget van Rijckevorsel en Charles-Antoine Janssen zijn ver tegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder en zijn, als dusdanig, niet benoembaar als onafhankelijk bestuurder.
Gerhard Mayr, Albrecht De Graeve, Harriet Edelman, Peter Fellner, Jean-Pierre Kinet, Tom McKillop en Norman J. Ornstein vervullen allen de onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald in het Belgische Wetboek van Vennootschappen, de Raad en de Code.
De huidige samenstelling van de Raad is als volgt:
| Voor het eerst benoemd als bestuu rder |
Einde mandaat |
Onafhan kelijk bestuu rder |
|
|---|---|---|---|
| Gerhard Mayr, Voorzitter |
2005 | 2015 | x |
| Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter |
1984 | 2015 | |
| Roch Doliveux, Executive Director |
2004 | 2013 | |
| Albrecht De Graeve | 2010 | 2013 | x |
| Arnoud de Pret | 2005 | 2015 | |
| Harriet Edelman | 2012 | 2016 | x |
| Peter Fellner | 2005 | 2013 | x |
| Charles-Antoine Janssen | 2012 | 2016 | |
| Jean-Pierre Kinet | 2008 | 2015 | x |
| Tom McKillop | 2009 | 2016 | x |
| Norman J. Ornstein | 2008 | 2015 | x |
| Bridget van Rijckevorsel | 1992 | 2015 |
De mandaten van Roch Doliveux, Albrecht De Graeve en Peter Fellner lopen af op de Algemene Vergadering te houden op 25 april 2013. Op basis van de evaluatie van deze potentiële kandidaten, heeft de Governance, Nomination & Compensation Comité ("GNCC") aan de Raad van Bestuur voorgesteld hun mandaat te verlengen. Hun mandaten zullen tijdens die vergadering worden voorgelegd voor verlenging.
Tom McKillop heeft de leeftijdsgrens bereikt. De Raad verleende Tom McKillop, tijdens zijn vergadering van 13 december 2012, een uitzondering hierop overeenkomstig ar tikel 3.2.4. van het Corporate Governance Char ter, gezien zijn uitzonderlijke ervaring en exper tise als gepensioneerde CEO van een groot farmaceutisch bedrijf en in licht van zijn wetenschappelijke opleiding.
In geval van herbenoeming, zal Peter Fellner zijn vierde mandaat als bestuurder starten en om die reden zal hij niet meer beschouwd worden als een onafhankelijk bestuurder onder de wet.
UCB verklaart, op grond van artikel 96, § 2, 6° momenteel drie vrouwelijke bestuurders in de Raad te hebben, hetzij 25% van de bestuurders. Waar vervangingen of benoemingen voor de Raad worden overwogen, houdt UCB systematisch rekening, via zijn Raad en zijn GNCC, met de versterking van de diversiteit in de Raad, inbegrepen het zoeken naar senior vrouwelijke profielen, die een complementaire waarde kunnen toevoegen aan de Raad.
Werking van de Raad
In 2012 kwam de Raad zeven maal samen. De aanwezigheidsgraad van zijn leden was als volgt:
| Gerhard Mayr, Voorzitter | 100% |
|---|---|
| Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter | 100% |
| Roch Doliveux, Executive Director | 100% |
| Albrecht De Graeve | 100% |
| Arnoud de Pret | 100% |
| Harriet Edelman* | 100% |
| Peter Fellner | 100% |
| Charles-Antoine Janssen* | 100% |
| Jean-Pierre Kinet | 100% |
| Tom McKillop | 100% |
| Norman J. Ornstein | 100% |
| Bridget van Rijckevorsel | 100% |
| * vanaf april 2012 |
In 2012 gingen de belangrijkste besprekingen, beoordelingen en beslissingen van de Raad over de strategie van UCB, de verslagen van het Audit Comité en van het GNCC Comité, UCB's Corporate Governance en de organisatie, het risico en risicobeheersing, de opvolgingsplanning, de structurering van UCB Group, de fiscale strategie, de benoemingen voorbehouden voor de Raad, het verloningsbeleid, de bestuurs- en financiële rappor tering, onderzoek & ontwikkeling ("O&O"), de schuldherfinanciering, investeringsprogramma's en voorstellen betreffende bedrijfsontwikkeling, financiële en commerciële samenwerkingsovereenkomsten, licentieovereenkomsten, afstoting van niet-kernactiviteiten, rappor ten en resolutievoorstellen aan de aandeelhouders zoals vermeld in de uitnodigingen voor de Algemene Vergaderingen, in overeenstemming met het Belgisch Wetboek van Vennootschappen.
Er waren geen transacties of contractuele betrekkingen in 2012 tussen UCB, met inbegrip van haar verbonden ondernemingen, en leden van de Raad, die tot een belangenconflict zouden kunnen leiden, behalve dat Tom McKillop niet deelnam aan de discussie aangaande de uitzondering op de leeftijdsgrens die de Raad hem, overeenkomstig ar tikel 3.2.4. van het Corporate Governance Char ter, toestond.
In 2012 star tte de Raad een inductieprogramma, verspreid over vier inductiebijeenkomsten, voor haar nieuwe bestuurder over de verschillende exper tisedomeinen die vereist zijn in een biofarmaceutische onderneming, met name:
- Sessie 1: Juridisch, Intellectuele Eigendom, Interne Audit, Kwaliteitszorg, Veiligheid van geneesmiddelen, Corporate gezondheid veiligheid & milieu en Risicomanagement
- Sessie 2: Financiën en Investeerders informatie, IT
- Sessie 3: Mensen en UCB
- Sessie 4: Globale en technische operaties
Evaluatie van de Raad
In 2011 deed de Raad een interne evaluatie van zijn werking en zijn bijdrage aan het succes van UCB. Dit definieer t haar strategische missie en leidt tot een optimalisering van de samenstelling en van de werking van de Raad en zijn comités, en van zijn samenwerking met de CEO en het Uitvoerend Comité. Die evaluatie werd uitgevoerd door de Voorzitter van de Raad en de Voorzitter van het GNCC Comité.
1.3.2. | Comitésvan de Raad
Audit Comité
De Raad installeerde een Audit Comité, overeenkomstig de bepalingen van de Belgische Vennootschapswet.
De samenstelling van het Audit Comité (vanaf 26 april 2012) is als volgt:
| Einde mandaat |
Onafhankelijke bestuu rder |
|
|---|---|---|
| Arnoud de Pret, Voorzitter | 2015 | |
| Albrecht De Graeve | 2013 | x |
| Gerhard Mayr | 2015 | x |
Albrecht De Graeve en Gerhard Mayr vervullen de onafhankelijkscriteria vermeld in ar tikel 526ter van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en alle leden hebben de kennis in boekhoudkundige- en auditzaken vereist door ar tikel 526bis, § 2 van hetzelfde Wetboek.
De samenstelling van het Audit Comité vervult de voorwaarden van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen, die bepalen dat (ten minste) één lid een onafhankelijke bestuurder moet zijn. De Code beveelt aan dat een meerderheid van de leden van het Audit Comité onafhankelijk zou zijn, wat het geval is.
Het Audit Comité vergaderde viermaal in 2012, met een aanwezigheidsgraad van zijn leden van 100%, uitgenomen voor Albrecht De Graeve wiens aanwezigheid 75% bedroeg. De externe revisor woonde alle of een deel van alle vergaderingen bij. Gedurende elk Audit Comité is er een deel buiten de aanwezigheid van management, met enkel de interne en / of externe revisor.
De vergaderingen van het Audit Comité werden bijgewoond door Detlef Thielgen (Executive Vice President & Chief Financial Officer), Doug Gingerella (Senior Vice President Global Internal Audit / M&A), Olaf Elbracht (Vice President Repor ting & Consolidation) (driemaal) en Inge Basteleurs (Vice President Legal Affairs & Secretary General) die handelde als secretaris. Vier vergaderingen werden gedeeltelijk bijgewoond door André van der Toorn (Vice President Treasure & Risk Management); twee vergaderingen werden gedeeltelijk bijgewoond door Bo Iversen (Vice President Tax), Douglas Minder (Director Financial Collaborations & IFRS Competence Center) en René Broekhuis (Vice President Corporate Compensation & Benefits); één vergadering werd geheel bijgewoond door Anna S. Richo (Executive Vice President & General Counsel) en gedeeltelijk door Rober t J. Trainor, (Executive Vice President en General Counsel), Caroline Vancoillie (Director Repor ting & Consolidation), Raf Remijsen (Director Treasury & Corporate Finance) en Aaron Bar tlone (Senior VP Corporate SA and HS).
In 2012, en overeenkomstig haar bepalingen (zie het Corporate Governance Char ter beschikbaar op www.ucb, overzag het Audit Comité de financiële rappor tingsprocess, de interne controle en risicobeheerssystemen van UCB en hun efficiëntie, de statutaire audit van de jaarverslagen en geconsolideerde jaarverslagen en de onafhankelijkheid van de externe revisor, inbegrepen het verlenen van bijkomende diensten aan UCB dewelke het Audit Comité nakeek en waarvoor zij de vergoedingen toestond. Het Audit Comité bekeek eveneens de waardeverminderingen, de bedrijfsherstructureringsprojecten, het eigen vermogen van de dochterondernemingen, het risk management (inclusief geschillen en belastingen), IFRS, en de externe revisor tevredenheidsonderzoeken.
Governance, Nomination & Compensation Comité ("GNCC")
De Raad installeerde een GNCC Comité dat vanaf 26 april 2012 als volgt was:
| Einde mandaat |
Onafhankelijke bestuu rder |
|
|---|---|---|
| Evelyn du Monceau, Voorzitter | 2015 | |
| Gerhard Mayr | 2015 | x |
| Tom McKillop | 2016 | x |
Een meerderheid van de leden van het GNCC Comité vervullen de voorwaarden voor onafhankelijkheid van ar tikel 526ter van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en alle leden hebben de nodige kennis en ervaring inzake bezoldigingspolitiek zoals vereist door ar tikel 526quater, § 2 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen.
Het GNCC Comité vergaderde viermaal in 2012, met een aanwezigheidsgraad van 100%. De vergaderingen van het comité werden bijgewoond door Roch Doliveux (Voorzitter van het Uitvoerend Comité), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hemzelf betrekking hadden, en door Fabrice Enderlin (Executive Vice President Corporate Human Resources & Communication), die ook handelt als secretaris, behalve wanneer er zaken werden besproken die op hemzelf betrekking hadden of op de CEO's remuneratie.
Het GNCC Comité heeft in 2012 en in overeenstemming met zijn referentiekader (zie Corporate Governance Char ter beschikbaar op www.ucb.com), de benoemingsvoorstellen die ter goedkeuring aan de Raad zullen worden voorgelegd, de prestaties van de leden van het Uitvoerend Comité en hun bezoldiging, herzien. Het heeft de planning met betrekking tot de opvolging van de CEO en de andere leden van het Uitvoerend Comité herzien. Het heeft het bezoldigingsbeleid en de lange-termijn incentieven die aan bedrijfsbestuurders worden toegekend, en de prestatiecriteria waaraan deze incentieven zijn gekoppeld, herzien en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd.
Het GNCC Comité kreeg op 26 april 2012 opdracht van de Raad om toezicht te houden en te rappor teren over het deugdelijk bestuur bij UCB en verantwoordelijk te zijn voor het Corporate Governance Char ter en de corporate governance verklaring.
Wetenschappelijk Comité
Op 10 juni 2010 richtte de Raad uit haar leden een Wetenschappelijk Comité op om de Raad te helpen bij haar nazicht van de kwaliteit van UCB's O&O en de concurrentiële positie hiervan.
Leden van de Raad met uitstekende wetenschappelijke medische exper tise zijn:
| Einde mandaat |
Onafhankelijke bestuu rder |
|
|---|---|---|
| Peter Fellner | 2013 | x |
| Jean-Pierre Kinet | 2015 | x |
Het Wetenschappelijk Comité kwam driemaal bijeen in 2012 met een aanwezigheidsgraad van zijn leden van 100%.
De leden van het Wetenschappelijk Comité vergaderen regelmatig met de Executive Vice-President & President UCB NewMedicines™. De leden van het Wetenschappelijk Comité zijn ook nauw betrokken bij de activiteiten van UCB's Wetenschappelijke Adviesraad (WAR), samengesteld uit externe gereputeerde medisch wetenschappelijke exper ts. De WAR werd opgericht in september 2005 door het Uitvoerend Comité om de O&O activiteiten van UCB kritisch na te zien, wetenschappelijk nazicht en strategische input te geven over de beste manier om UCB te positioneren als een succesvolle leider in biopharmaceutica en om het Uitvoerend Comité te adviseren over strategische keuzes inzake het vroege stadium van O&O. Het Wetenschappelijk Comité brengt verslag uit aan de Raad over het nazicht van WAR van UCB's onderzoeksactiviteiten en hun strategische oriëntatie.
1.3.3. | Uitvoerend Comité
Samenstelling van het Uitvoerend Comité
Van 1 januari 2012 tot 31 oktober 2012, was de samenstelling van het Uitvoerend Comité als volgt:
- ◆ Roch Doliveux, CEO & Chair of the Executive Committee
- ◆ Greg Duncan, Executive Vice President & President of Nor th American Operations
- ◆ Fabrice Enderlin, Executive Vice President Corporate Human Resources & Communication
- ◆ Ismail Kola, Executive Vice President & President UCB NewMedicines™
- ◆ Iris Löw-Friedrich, Executive Vice President Global Projects & Development, Chief Medical Officer
- ◆ Mark McDade, Executive Vice President Global Operations
- ◆ Jean-Christophe Tellier, Executive Vice President & President of European Operations
- ◆ Detlef Thielgen, Executive Vice President & Chief Financial Officer
- ◆ Rober t J. Trainor, Executive Vice President & General Counsel (tot 31 december 2012).
Op 31 december 2012, trok Rober t J. Trainor zich terug als Executive Vice President & General Counsel. Anna S. Richo werd lid van het Uitvoerend Comité op 1 november 2012 als Executive Vice President & Deputy General Counsel en op 1 januari 2013 heeft ze Rober t J. Trainor vervangen als Executive Vice President & General Counsel.
Greg Duncan verliet het Uitvoerend Comité van UCB eind januari 2013.
Vanaf 1 februari 2013 is de samenstelling van het Uitvoerend Comité als volgt:
- ◆ Roch Doliveux, CEO & Chair of the Executive Committee
- ◆ Fabrice Enderlin, Executive Vice President, Corporate Human Resources, Communication & Corporate Societal Responsibility
- ◆ Ismail Kola, Executive Vice President & President UCB NewMedicines™
- ◆ Iris Löw-Friedrich, Executive Vice President, Biopharma Development Solutions & Chief Medical Officer
- ◆ Mark McDade, Executive Vice President, Established Brands, Solutions & Supply
- ◆ Anna S. Richo, Executive Vice President & General Counsel
- ◆ Jean-Christophe Tellier, Executive Vice President, Biopharma Brands & Solutions
- ◆ Detlef Thielgen, Executive Vice President & Chief Financial Officer
Werking van het Uitvoerend Comité
In 2012 vergaderde het Uitvoerend Comité twee à drie dagen per maand.
Er waren in 2012 geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van haar verbonden ondernemingen, en leden van het Uitvoerend Comité die tot een belangenconflict hadden kunnen leiden.
1.4. | Verslag over het Bezoldigingsbeleid
Dit deel beschrijft het bezoldigingsbeleid voor de Uitvoerende Bestuurders van UCB en biedt een overzicht van de bezoldigingsstructuur van de Uitvoerende Bestuurders. Het bezoldigingsbeleid maakt deel uit van een ruimer Human Resources beleid waarvan ook het prestatiemanagement en talent ontwikkelingsbeleid deel van uit maakt.
Het Comité voor Governance, Benoemingen en Bezoldigingen (CGBB) ziet toe op onze beleidslijnen inzake bezoldiging en op onze bezoldigingsplannen. De taken en verantwoordelijkheden van dit Comité worden nader toegelicht in het char ter dat door onze Raad van Bestuur werd goedgekeurd.
1.4.1. | Principes inzake Global Rewards gehanteerd door UCB
Om onze bedrijfsdoelstellingen in een uiterst competitieve en internationale bedrijfscontext te verwezenlijken, hebben wij hooggekwalificeerde en talentrijke executives nodig die werken in een resultaatgerichte omgeving. Om dit type cultuur met sterk betrokken werknemers aan te moedigen, is het van cruciaal belang om te beschikken over een competitief "Global Rewards Programma". Het "Global Rewards Programma" van UCB heeft de volgende doelstellingen:
- ◆ het programma moet redelijk en billijk zijn, in overeenstemming met de marktpraktijken
- ◆ sterke resultaten erkennen en vergoeden
- ◆ de vergoedingen van de executives afstemmen op de individuele bijdrage en op het succes van UCB
- ◆ een sterke motivatie tot stand brengen om onze bedrijfsstrategie en ondernemingsdoelstellingen te verwezenlijken, en
- ◆ het mogelijk maken de beste talenten in de sector op wereldwijd niveau aan te trekken en te behouden.
Het "Global Rewards Programma" ondersteunt deze doelstelling en visie.
Voor onze meest senior executives vormt de variabele bezoldiging het belangrijkste component van het totale bezoldigingspakket. Onze variabele bezoldigingsprogramma's zijn nauw verbonden met de bedrijfsresultaten en de individuele resultaten zowel op korte als op de lange termijn.
1.4.2. | Ontwikkelingvan het bezoldigingsbeleidvan UCB
Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité is vastgelegd door de Raad van Bestuur op basis van de aanbevelingen door het CGBB. Het CGBB komt minstens tweemaal per jaar samen om:
- ◆ na te gaan welke marktfactoren een invloed hebben op het huidige en toekomstige bezoldigingsprogramma van de onderneming
- ◆ de doelmatigheid van onze bezoldigingsstrategie te toetsen aan de erkenning van de resultaten en de gepaste evolutie van de plannen te bepalen
- ◆ de financiële doelstellingen van de verschillende prestatiegerelateerde bezoldigingssystemen te beoordelen
- ◆ het niveau van de bezoldigingen van het UCB Uitvoerend comité te bepalen
Het beleid zorgt er voor dat het vergoedingsprogramma voor de leden van het Uitvoerend Comité, inclusief aandelen gerelateerde incentives, pensioenplannen en ontslagregelingen, redelijk en passend zijn om Management Team leden aan te trekken, te behouden en te motiveren.
Bezoldiging voor niet-uitvoerende bestuurders
De Leden van de Raad van Bestuur worden voor hun diensten vergoed op basis van een bezoldigingsplan via contanten. De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op marktanalyses die rekening houden met de vergoeding van bestuurders van vergelijkbare Europese biofarmaceutische ondernemingen. De vergoeding bestaat uit een vast jaarlijks bedrag, waarvan de grootte afhangt van het mandaat van de bestuurder en een vergoeding per bijgewoonde vergadering. Er worden geen lange-termijnincentives toegekend en is geen andere vorm van variabele vergoeding. De hoogte van de vergoedingen werd goedgekeurd tijdens de Algemene Aandeelhoudersvergadering van 24 april 2008. Een nieuwe marktanalyse werd voorgesteld aan het CGBB in februari 2013, dit leidde tot een nieuw voorstel dat ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur en de Algemene vergadering voorgelegd zal worden. Momenteel zijn de vergoedingen van de bestuurders van UCB als volgt:
Annual fees
- ◆ Voorzitter van de Raad van Bestuur € 120 000
- ◆ Vicevoorzitter € 90 000
- ◆ Bestuurders € 60 000
Presentiegeld Raad van Bestuur
- ◆ Voorzitter van de Raad van Bestuur € 2000 per bijeenkomst
- ◆ Vicevoorzitter € 1 500 per bijeenkomst
- ◆ Bestuurders € 1 000 per bijeenkomst
Audit Comité / Comité van Bezoldigingen en Benoemingen – jaarlijkse emolumenten
- ◆ Voorzitter van de Comités van de Raad van Bestuur € 15 000
- ◆ Leden van de Comités van de Raad van Bestuur € 7 500
Wetenschappelijk Comité – jaarlijkse emolumenten
◆ Leden van het Comité – € 7 500
Bij toepassing van deze regels was de totale bezoldiging van de bestuurders en van de leden van de Comités van de Raad van bestuur van UCB in 2012 als volgt:
| ◆ Gerhard Mayr, Voorzitter | € 127000 |
|---|---|
| ◆ Karel Boone (eindigde in 2012), | € 49 000 |
| ◆ Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter | € 115500 |
| ◆ Roch Doliveux, Uitvoerend Bestuurder | € 67000 |
| ◆ Ber t De Graeve | € 74 500 |
| ◆ Arnoud de Pret | € 82 000 |
| ◆ Peter Fellner | € 74 500 |
| ◆ Jean-Pierre Kinet | € 74 500 |
| ◆ Thomas Leysen (eindigde in 2012), | € 23 500 |
| ◆ Tom McKillop | € 74 500 |
| ◆ Norman J. Ornstein | € 67000 |
| ◆ Bridget van Rijckevorsel | € 67000 |
| ◆ Gaëtan van de Werve (eindigde in 2012), | € 22 000 |
| ◆ Alexandre Van Damme (eindigde in 2012), | € 16000 |
| ◆ Charles-Antoine Janssen (nieuw in 2012) | € 45 000 |
| ◆ Harriet Edelman (nieuw in 2012) | € 45 000 |
1.4.3. | Verklaring over hettijdens het verslaggevingsjaar gevoerde bezoldigingsbeleid: bezoldiging voor uitvoerende bestuurders
Dit gedeelte beschrijft de positioneringsstrategie die UCB ontplooit tegenover zijn competitieve markt. Het bevat tevens een overzicht van ons bezoldigingsbeleid voor uitvoerende bestuurders, het doel dat met de verschillende bezoldigingscomponenten wordt beoogd en het verband tussen bezoldiging en prestatie.
Marktanalyse voor ons Total Reward Program (Totaal Bezoldigingsbeleid)
Op grond van onze Global Reward Principes streven wij naar een redelijk en passend bezoldigingspakket om management aan te trekken, te behouden en te motiveren. Bovendien moet dit bezoldigingspakket redelijk zijn naar bedrijfseconomische maatstaven en vergeleken met de ter zake geldende praktijken en gebruiken van vergelijkbare internationaal opererende biofarmaceutische ondernemingen.
Het CGNN onderzoekt regelmatig de gepaste mix en het gepaste niveau van bezoldigingen in contanten en aandelen vergoedingen voor de bestuurders op basis van de aanbevelingen van het Corporate Human Resources depar tement. Deze aanbevelingen worden onderzocht met onze onafhankelijke beloningsconsultant, Towers Watson, teneinde het competitie niveau van onze totale bezoldiging te verzekeren en rekening te houden met markttrends in onze sector. In principe voeren we om de twee jaar een marktonderzoek uit naar het concurrentievermogen van het pakket (basissalaris, bonussen, lange-termijnincentives) van iedere executive. In de jaren dat geen onderzoek plaats vindt worden deze gegevens aangepast op basis van de internationale markttrends inzake vergoedingen van Uitvoerende Bestuurders. Indien er zich aanzienlijke wijzigingen voordoen in de job- inhoud, bijvoorbeeld ingevolge een reorganisatie van de onderneming, kan er voor bepaalde functies een studie worden uitgevoerd ten einde de impact van deze veranderingen mee in rekening te nemen. Onze vergoedingspakketten voor de leden van het Uitvoerend Comité bevatten twee hoofdbestanddelen:
- ◆ Het basissalaris (een vast vergoedingselement),
- ◆ Een variabel loon (bestaande uit een contante bonus en lange-termijnincentives).
UCB vergelijkt haar Total Reward Program met een welbepaalde referentiegroep van internationale bedrijven uit de biofarmaceutische sector (bedrijven met farmaceutische of biotechnologische activiteiten). In de marktanalyse focussen we op vergelijkbare ondernemingen in Europa alsmede in de VS. UCB wenst zich te positioneren op de marktmediaan van deze referentiegroep voor het Totaal Direct Inkomen (basissalaris, kor te-termijn en lange-termijn variabel). Het reële vergoedingsniveau van elke persoon wordt bepaald overeenstemmend met de marktanalyse en rekening houdend met de resultaten en ervaring van elke persoon in vergelijking met deze studie.
De referentiegroep wordt regelmatig nagekeken om zich ervan te verzekeren dat er telkens robuuste informatie wordt verzameld die rekening houdt met de marktconsolidaties en hun impact op de stabiliteit van de onderliggende data.
Resultaat gebonden bezoldiging en bezoldigingscomponenten
Ons bezoldigingsbeleid voor bestuurders berust op een afweging tussen individuele en bedrijfsgebonden resultaten en de competitieve positie in de markt. Voor wat de kor te- en lange-termijnincentives van onze senior executives betreffen, worden de resultaten afgezet tegen de financiële doelstellingen vastgesteld door de Raad van Bestuur.
Gedurende de prestatieperiode worden de resultaten getoetst en op het moment van de definitieve verwerving of van uitbetaling worden de finale resultaten gevalideerd door het financieel depar tement en worden ze definitief goedgekeurd door het Audit Comité. Naast het basissalaris en de resultaat gebonden incentives hebben onze bestuurders recht op een breed scala aan marktconforme vergoedingen en voordelen.
In 2012 heeft UCB een aantal belangrijke wijzigingen ingevoerd in het executives bezoldigingsprogramma met de implementatie van een nieuw "Hoger Management Bezoldigingsbeleid". Deze wijzigingen zijn het resultaat van ons streven om de link te versterken tussen bezoldigingsprogramma en de bijdrage van iedere executive in het globale succes van UCB. De wijzigingen hebben vooral een impact gehad op de variabele beloning zoals hieronder uiteengezet in het deel over de variabele beloning.
Deze wijzigingen zijn volledig in lijn met de geest van de Belgische Corporate Governance wetgeving en daarom ook met de Europese wetgeving op de vergoeding van executives. Zij laten een betere afstemming toe van de vergoeding van executives met de strategie van UCB en het engagement om zowel lange-termijn als kor te-termijndoelstellingen te verwezenlijken.
Hieronder wordt uitgelegd hoe elke component bepaald wordt en hoe prestatie in rekening wordt genomen voor de variabele loonscomponenten.
Basissalaris
Het beoogde basissalaris wordt bepaald op basis van de verantwoordelijkheid van de functie binnen de organisatie en van het gerelateerde marktniveau. Eenmaal dat de beoogde marktreferentie vastgesteld is, hangt het effectieve niveau van het basissalaris af van de mate van invloed op de organisatie, de vaardigheden en het ervaringsniveau. De evolutie van het basissalaris is gebonden aan de prestatie van het individu op lange termijn, de verhouding tegenover de markt en andere marktfactoren zoals inflatie. Het CGBB maakt een voorstel van salarisherziening voor de CEO over aan de Raad van Bestuur. De CEO maakt de voorstellen voor de andere leden van het Uitvoerend Comité over aan het CGBB ter goedkeuring.
Variabele beloning
Vanaf prestatiejaar 2012, treden de nieuwe richtlijnen van UCB voor haar Hoger Management in voege. Dit heeft verschillende implicaties voor de politiek inzake variabele beloning. Ons Global Reward Program moet langdurige competitie met andere globale biofarmaceutische bedrijven ondersteunen. De nieuwe politiek verzeker t een gepast niveau van beloning voor kor te-termijnprestaties terwijl het een nieuw evenwicht brengt in de beloning van lange-termijn duurzame prestaties.
De beoogde variabele beloning (bonus en langetermijnincentives, of LTI) werden dichter bij de marktmediaan van de referentiegroep gebracht terwijl ze ook de mogelijkheid bieden aan iedere executive om het niveau van de marktmediaan te over treffen wanneer zowel de persoonlijke als de bedrijfsresultaten uitstekend zijn.
De beoogde variabele beloning is gebonden aan een dubbele prestatiecoëfficiënt, zijnde de bedrijfsresultaten en de individuele prestatie. Dit mechanisme garandeer t een sterke band tussen individuele bijdrage en bedrijfsresultaten, dewelke onderling afhankelijk zijn. De berekeningswijze lever t aanzienlijke waarde wanneer zowel de bedrijfsresultaten als de persoonlijke prestaties uitstekend zijn. Daar tegenover garandeer t het mechanisme dat wanneer de bedrijfsresultaten of de persoonlijke prestatie een lager niveau bereikt hebben dan verwacht, dit op een gepaste manier wordt weergegeven in een belangrijke vermindering van de waarde van de toegekende variabele beloning.
Prestatiebeoordeling
Bedrijfsresultatencoëfficiënt
De bedrijfsobjectieven voor de CEO worden in het begin van het jaar vastgelegd door het CGBB en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
Sinds het prestatiejaar 2012 hanteer t UCB zoveel mogelijk de Terugkerende Inkomsten vóór Inkomstenbelasting, Afschrijvingen en Aflossingen ("REBITDA") als indicator voor bedrijfsresultaten voor haar executives en senior management. De bedrijfsresultatencoëfficiënt is gedefinieerd als een percentage van de behaalde REBITDA vergeleken met het budget, ver taald in een uitbetalingscurve dewelke verzeker t dat er enkel uitbetaling is wanneer een aanvaardbaar resultaat behaald wordt. De uitbetalingscurve is zo opgesteld dat er een uitbetaling mogelijk is tussen 0% en 150%. Indien het behaalde resultaat lager is dan 30% van de bedrijfsdoelstellingen, wordt een bedrijfsresultatencoëfficiënt van 0% gehanteerd, wat betekent, rekening houdend met de opzet van het mechanisme van de dubbele coëfficiënt, dat er geen variabele beloning zal worden uitbetaald.
Individuele prestatiecoëfficiënt
De kwalitatieve objectieven van de CEO worden het CGBB voorgelegd aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring. Het CGBB legt ter goedkeuring de individuele prestatiecoëfficient van de CEO voor aan de Raad van Bestuur, gebaseerd op de prestatie-evaluatie op het einde van het jaar. De CEO legt ter goedkeuring gelijkaardige voorstellen voor de leden van Uitvoerend Comité voor aan het CGBB.
In de beoordeling van individuele prestaties van de CEO, onderzoekt het CGBB zowel het behalen van de financiële en kwantitatieve objectieven als de niet-financiële aspecten. Voor de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité behelst dit tevens de manier waarop de doelstellingen uitgevoerd zijn
rekening houdend met de waarden van het bedrijf en met het leiderschap dat verwacht wordt. Hieronder worden de criteria opgesomd die voor iedere lid van het Uitvoerend Comité worden geëvalueerd:
- ◆ Specifieke bedrijfsdoelstellingen
- ◆ Strategische bijdrage en visie
- ◆ Leiderschap
- ◆ Teambijdrage in het Uitvoerend Comité
- ◆ Impact
Bonus
De bonus in contanten is een bezoldiging voor de behaalde resultaten van de onderneming en het individu over een tijdspanne van één jaar.
Binnen de nieuwe Hoger Management beleid werd de kor te termijn beloning (bonus), vanaf 2012, verminderd van 100% van het basissalaris tot 90% van het basissalaris voor de CEO en van 75% van het basissalaris naar 65% van het basissalaris voor de leden van het Uitvoerend Comité.
Langetermijn incentives (LTI)
Onze beloningspraktijk bestaat erin om een aanzienlijk gedeelte van de aandelen gerelateerde vergoedingen te verbinden aan financiële en strategische bedrijfsresultaten op middellange en lange termijn.
Het lange-termijnincentives programma wordt getoetst aan de gangbare praktijken bij Europese biofarmaceutische ondernemingen. Het bestaat uit drie delen met een aandelenoptieplan, een aandelentoekenningsplan (toekenning van gratis aandelen) en een aandelenprestatieplan (performance shares).
In de opzet van het nieuwe Hoger Management beloningsbeleid wordt het belang van lange-termijnresultaten groter dan de kor te-termijnresultaten. Dit wordt gerealiseerd doordat de relatieve waarde van de LTI een grotere waarde ver tegenwoordigt dan deze van de (kor te termijn) bonus.
Vanaf de 2013 toekenning, in toepassing van de nieuwe Hoger Management Beloningsbeleid, wordt de referentiewaarde (target) van de lange-termijnincentives uitgedrukt als een percentage van het basissalaris en niet langer meer in een vast aantal aandelenopties en vast aantal aandelen (awards). Deze wijziging werd ingevoerd om een gepast en competitief LTI waarde te behouden. Het beoogde doel aan langetermijnincentives ver tegenwoordigt actueel 120% van het basissalaris van de CEO en 80% van het basissalaris van andere leden van het Uitvoerend Comité. Het beoogde doel van incentives is onderworpen aan de toepassing van dezelfde (dubbele) bedrijfs- en individuele prestatie coëfficiënt.
Na toepassing van de bedrijfs- en individuele prestatie coëfficiënten wordt de resulterende waarde ver taald in een aantal lange-termijn incentives, gebruik makend van de binomiale waarde van ieder LTI-instrument, op grond van de volgende verdeling:
- ◆ Aandelenopties 30%
- ◆ Gratis Aandelentoekenning 35%
- ◆ Gratie toekenning van prestatieaandelen 35%
Aandelenopties
De Raad van Bestuur bepaalt naar eigen inzicht de mogelijkheid tot deelname aan het aandelenoptieplan. De wachttijd bedraagt doorgaans drie jaar, te rekenen vanaf de toekenningsdatum, maar kan langer uitvallen afhankelijk van lokale wettelijke bepalingen. Zodra ze definitief verworven zijn, zijn aandelenopties enkel uitoefenbaar wanneer de prijs van het aandeel hoger ligt dan de oorspronkelijke uitoefenprijs en executives worden bijgevolg aangemoedigd om de prijs van het aandeel gedurende de wachttijd te doen stijgen teneinde voordeel te halen uit hun aandelenopties. In de Verenigde Staten worden geen aandelenopties, maar wel "Stock Appreciation Rights" toegekend. Ze volgen dezelfde regels inzake het verwerven als het aandelenoptieplan en hebben tot gevolg dat de werknemers in plaats van reële aandelen een contant bedrag ontvangen gelijk aan de waardestijging van de UCB-aandelen. Alle aandelenopties en Stock Appreciation Rights vervallen op hun tiende verjaardag na toekenningsdatum. De uitoefenprijs wordt vastgelegd op de toekenningsdatum, zonder verdere korting op de prijs van het onderliggende UCB-aandeel.
Aandelentoekenningsplan (toekenning van gratis aandelen)
In het aandelentoekenningsplan worden voorwaardelijke rechten toegekend op gewone UCB-aandelen voor zover men in dienst blijft van UCB tot drie jaar na de datum van toekenning. De wachttijd duur t drie jaar vanaf de datum van toekenning. De Raad van Bestuur beslist discretionair, of gratis aandelen worden toegekend aan de leden van het Uitvoerend Comité. Executives worden aangemoedigd om beter te presteren dan de biofarmaceutische markt en de prijs van het aandeel gedurende de wachttijd (vestingperiode) te laten stijgen met het oog op een hogere waarde van hun gratis aandelen op het moment van de definitieve verwervingsdatum.
Afhankelijk van de lokale wetgeving, kan in bepaalde landen de bezoldiging ook worden toegekend in de vorm van fictieve aandelen, een toekenning waarvan de waarde gebaseerd is op de evolutie van de prijs van het aandeel maar die betaald wordt in cash op een vooraf bepaalde definitieve verwervingsdatum.
Aandelenprestatieplan
Dit plan creëer t een nauwe band tussen bezoldiging en resultaten. Prestatieaandelen zijn de toekenning van gewone UCB-aandelen aan het Hoger Management en waarvoor op het ogenblik van uitbetaling bepaalde bedrijfsresultaten moeten zijn behaald. De voorwaarden voor uitbetaling worden bepaald door de Raad van Bestuur op initiatief van het CGBB op het moment van de toekenning. De maatstaven die gebruikt worden in dit plan moeten voldoen aan de volgende vereisten:
Valide zijn: strategisch relevant zijn voor de vennootschap en de belanghebbenden terwijl ze onder de invloed en controle zijn van onze executives (binnen het gezichtsveld).
Meetbaar zijn: voorspelbaar zijn, definieerbaar, robuust, realistisch en precies meetbaar zijn binnen een tijdspanne.
De wachttijd duur t drie jaar. Het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de wachttijd op basis van de mate waarin de bedrijfsgebonden doelstellingen bereikt werden. Indien de bereikte resultaten van de onderneming onder een bepaalde grens uitvallen of indien de begunstigde de onderneming verlaat vóór de definitieve verwerving, worden geen aandelen toegekend. De maximale toekenning bedraagt 150% van de oorspronkelijke toekenning.
In bepaalde landen kan de bezoldiging ook worden toegekend in de vorm van fictieve aandelen afhankelijk van de lokale wetgeving.
Pensioenen
Daar het Uitvoerend Comité van nature een internationaal karakter heeft, nemen de leden ervan deel in de pensioenregelingen toepasselijk in het land waar ze onder contract staan. Elke regeling varieer t overeenkomstig de lokale markt en wettelijke omgeving.
Alle vaste prestatieplannen bij UCB zijn afgesloten of niettoegankelijk voor nieuwe deelnemers. Bijgevolg treden nieuwe leden van het Uitvoerend Comité automatisch toe tot vaste bijdrageplannen of cash balance plannen.
België
De leden van het Uitvoerend Comité nemen deel aan een pensioenregeling van het type vaste bijdrageplan dat volledig gefinancierd wordt door UCB. De uitkering op pensioengerechtigde leeftijd is gelijk aan de kapitalisatie tegen een gewaarborgd rendementspercentage van de jaarlijkse bijdragen die de werkgever heeft betaald terwijl de begunstigde aangesloten was bij het plan. De bijdrage van UCB bedraagt 9,15% van het jaarlijks basissalaris plus de beoogde bonus. UCB biedt ook een gewaarborgd jaarrendement van 2,5% verhoogd met de Belgische gezondheidsindex (met een minimum van 3,25% in overeenstemming met de Belgische wetgeving en met een maximum van 6%).
De leden van het Uitvoerend Comité zijn ook aangesloten bij het aanvullend vaste bijdrageplan voor Senior Executives van UCB. De bijdragen tot dit plan zijn tweeledig:
- ◆ een bijdrage van de onderneming die berust op de werkelijke bedrijfsresultaten zoals die door de Raad van Bestuur worden vastgelegd, en
- ◆ een bijdrage van de onderneming ten belope van 10% van het basisjaarsalaris
De CEO heeft recht op een individuele pensioentoezegging (met een forfaitaire vergoeding op 60-jarige leeftijd). Deze pensioentoezegging werd vastgelegd bij de indiensttreding van Roch Doliveux in 2003.
De uitkering bij pensionering berust op het gemiddelde basisjaarsalaris van de afgelopen vijf jaar en zou actuarieel verminderd worden indien de CEO het bedrijf zou verlaten vóór de pensioengerechtigde leeftijd.
VS
Leden nemen deel aan het pensioenspaarplan van UCB. Dit plan bestaat uit een gekwalificeerd en een ongekwalificeerd deel. De totale bijdrage van UCB aan het plan varieert van 3,5% - 9% van het jaarsalaris op basis van de leeftijd. Stortingen tot het maximaal door de Amerikaanse fiscus toegelaten bedrag worden gestort in het gekwalificeerd deel van het plan. Bijdragen boven dit maximumbedrag worden gestort in het ongekwalificeerd deel. De pensioengerechtigde uitkeringsniveaus en bijdragen zijn beperkt.
De leden van het Uitvoerend Comité nemen ook deel aan een uitgestelde bezoldigingsregeling die volledig door de werknemers wordt gefinancierd. Deelnemers stor ten bijdragen op individuele basis en kunnen salaris en / of bonus uitstellen.
Duitsland
Beide leden van het Uitvoerend Comité worden gedekt door een gesloten vaste prestatieplan. In deze regeling worden uitkeringen toegezegd bij pensionering, arbeidsongeschiktheid en overlijden. De uitkeringen bij pensionering en arbeidsongeschiktheid bedragen 50% van het laatste basisjaarsalaris voorafgaand aan de pensionering of arbeidsongeschiktheid.
Andere bezoldigingscomponenten
Leden van het Uitvoerend Comité hebben meestal tevens recht op deelname aan een internationale ziekteverzekering en een levensverzekering zoals die beschikbaar zijn voor andere Senior Executives. De leden van het Uitvoerend Comité genieten ook bepaalde voordelen zoals een bedrijfswagen en andere voordelen in natura. Al die elementen worden hierna beschreven onder "Details betreffende de bezoldiging van het Uitvoerend Comité".
Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité wordt uitvoerig toegelicht in het Corporate Governance Char ter van UCB (zie punt 5.4) dat geraadpleegd kan worden op de website van UCB.
Opzeggingsregelingen
Gelet op het internationaal karakter van ons Uitvoerend Comité evenals de spreiding van onze activiteiten over verschillende geografische gebieden, worden de arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst door verschillende rechtsstelsels.
Al onze bestaande opzeggingsregelingen met leden van het Uitvoerend Comité, met uitzondering van Jean-Christophe Tellier en Anna S. Richo, werden onder tekend voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Belgische wet van 6 april 2010 ter versterking van het deugdelijk bestuur waarin grenzen gesteld worden aan de ontslagvergoedingen.
Het contract met Roch Doliveux, onder tekend in 2003, bepaalt dat hij in geval van ontslag een forfaitair bedrag zal ontvangen dat overeenkomt met 24 maanden van zijn werkelijk basissalaris, verhoogd met het werkelijk gemiddeld variabel loon dat hij ontvangen heeft tijdens de drie voorgaande jaren. In geval van ontslag omwille van een wijziging van controle, zal het forfaitaire bedrag overeenstemmen met 36 maanden.
Ismail Kola heeft een Belgische arbeidsovereenkomst en heeft conform een beding in die overeenkomst recht op een ver trekpremie van 18 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst. Ingeval van een wijziging in de controle van UCB, zou deze uitkering overeenstemmen met 24 maanden basissalaris plus bonus.
Fabrice Enderlin en Detlef Thielgen hebben geen specifieke opzeggingsregeling in hun Belgische contract. In geval van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zullen de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing zijn.
Iris Löw-Friedrich heeft een Duitse arbeidsovereenkomst waarin een opzeggingstermijn is bedongen van ten minste zes maanden en een ontslagvergoeding van één jaar basissalaris plus bonus. In totaal komt dit neer op een ontslagvergoeding van 18 maanden.
Rober t J. Trainor en Mark McDade vallen beide onder Amerikaanse arbeidsovereenkomsten waarin een clausule is opgenomen die voorziet in een ontslaguitkering gelijk aan 18 maanden basissalaris plus bonus bij gedwongen ontslag door de onderneming als gevolg van een wijziging in de controle.
Jean-Christophe Tellier, Greg Duncan en Anna S. Richo vallen onder Amerikaanse arbeidsovereenkomsten waarin een clausule is opgenomen die voorziet in een ontslaguitkering gelijk aan 18 maanden basissalaris plus bonus bij gedwongen ontslag door de onderneming of als gevolg van een wijziging in de controle van UCB.
1.4.4. | Bezoldigingsbeleidvanaf 2013
Het CGBB zal nauwgezet de impact van het nieuwe Hoger Management Beloningbeleid opvolgen en zal alle nodige aanpassingen invoeren met het oog op de algemene doeltreffendheid ervan.
1.4.5. | Details betreffende de bezoldiging van het Uitvoerend Comité
Voorzitter van het Uitvoerend Comité en CEO (Chief Executive Officer)
De bezoldiging van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité en CEO, Roch Doliveux, is samengesteld uit de hierboven vermelde elementen zijnde basissalaris, kor te-termijn incentives en lange-termijn incentives.
Bovenop zijn bestuurdersvergoeding als lid van de Raad van Bestuur van UCB N.V., bedroegen de bezoldiging en andere voordelen rechtstreeks of onrechtstreeks toegekend door UCB of andere vennootschappen van de groep aan de Voorzitter van het Uitvoerend Comité en CEO, in 2012:
- ◆ Basissalaris (ontvangen in 2012): € 1 320412
- ◆ Kor te-termijnincentive (bonus): betaald in 2013 en verbonden aan het boekjaar 2012: € 457963
- ◆ Lange-termijnincentive (aantal UCB-aandelen en -opties): zie hieronder.
- ◆ Andere componenten van de bezoldiging, zoals de pensioenbijdrage, de verzekeringsdekking en monetaire waarde van andere voordelen: € 2071971. Dit bedrag omvat de pensioenbijdrage (op grond van de "service cost"): € 1217083.
Op grond van de prestatie, de marktanalyse en de inflatie heeft de Raad van Bestuur in 2013 een salarisverhoging van 3% goedgekeurd waardoor het nieuwe jaarlijkse basissalaris van de CEO vanaf maar t 2013, € 1 366659 zal bedragen.
De totale bezoldiging van de CEO (basissalaris + bonus + LTI) voor 2012 bedraagt € 3 103500 (uitgezonderd bijdragen tot het pensioenplan en andere voordelen), hetgeen een vermindering van 4% ver tegenwoordigt vergeleken met 2011 (in waarde), hoofdzakelijk te wijten aan een lagere aandelenprijs op de datum van de toekenning vergeleken met de lange-termijn incentive toekenning van het voorbije jaar.
Caring Entrepreneurship Fund
Roch Doliveux blijft een deel van zijn bezoldiging doorstor ten aan een fonds dat als onderdeel van de Koning Boudewijnstichting werd opgericht. Het Caring Entrepreneurship Fund focust op de ondersteuning van ondernemerschap op het vlak van gezondheid en welzijn.
Andere leden van het Uitvoerend Comité
Hieronder vindt u de bezoldigingen die de leden van het Uitvoerend Comité verdiend hebben in 2012 op grond van de periode die effectief gepresteerd werd als lid van het Uitvoerend Comité (zie hierboven "Samenstelling van het Uitvoerend Comité").
De bezoldiging en andere voordelen direct en indirect toegekend op een globale basis door de vennootschap of door enige dochter vennootschap van de groep aan alle andere leden van het Uitvoerend Comité in 2012 bedraagt:
- ◆ Basissalaris (verdient in 2012): € 4572493
-
◆ Kor te-termijn incentive (bonus), betaald in 2013 en betreffende het boekjaar 2012: € 1867 576
-
◆ Lange-termijn incentive (aantal UCB aandelen en opties): zie hieronder
- ◆ Andere componenten van de bezoldiging, zoals de pensioenbijdragen, de verzekeringsdekking en monetaire waarde van andere voordelen: € 3 096022. Dit bedrag omvat de pensioenbijdrage (op grond van de "service cost"): € 1143166.
De totale bezoldiging van het Uitvoerend Comité (basissalaris + bonus + LTI) bedraagt in 2012: € 11 047408 (uitgezonderd de pensioenbijdragen en andere voordelen). Er moet opgemerkt worden dat een nieuw lid het Uitvoerend Comité vervoegd heeft in 2012.
In 2012 toegekende lange-termijn incentives (LTI's)
| Aandelen opties1 |
Binomiale waarde aandelen opties2 |
Gratis aandelen3 |
Binomiale waarde gratis aandelen4 |
Prestatie aandelen5 |
Binomale waarde prestatie aandelen6 |
Totale binomiale waarde LTI 8 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Roch Doliveux | 45000 | 333900 | 24000 | 619200 | 28750 | 372025 | 1325125 |
| Ismail Kola | 15000 | 111300 | 7500 | 193500 | 8750 | 113225 | 418025 |
| Rober t J. Trainor 7 | 15 000 | 111300 | 10000 | 280663 | 8750 | 113225 | 505188 |
| Iris Löw-Friedrich | 15 000 | 111300 | 7200 | 185760 | 8050 | 104167 | 401 227 |
| Fabrice Enderlin | 15000 | 111300 | 7200 | 185760 | 8050 | 104167 | 401 227 |
| Detlef Thielgen | 15000 | 111300 | 7200 | 185760 | 8050 | 104167 | 401227 |
| Greg Duncan | 12000 | 89040 | 6000 | 154800 | 7000 | 90580 | 334 420 |
| Jean-Christophe Tellier | 12000 | 89 040 | 6000 | 154800 | 7000 | 90580 | 334420 |
| Mark McDade | 12000 | 89 040 | 6000 | 154800 | 7000 | 90580 | 334420 |
| Anna S. Richo9 | 40000 | 1477186 | 1477186 |
1 Aantal rechten om één UCB-aandeel te kopen tegen een prijs van € 32,36 (€ 26,80 voor Mark McDade en Robert J. Trainor) tussen 1 april 2015 en 31 maart 2022
(tussen 1 januari 2015 en 31 maart 2021 voor Roch Doliveux, Fabrice Enderlin, Detlef Thielgen, Ismaïl Kola en Michele Antonelli).
2 De waarde van de aandelenopties in 2011 werd vastgelegd op € 7,42 volgens de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Towers Watson).
3 Aantal fictieve UCB-aandelen (of "Phantom" shares) dat gratis afgeleverd moet worden na een wachttijd van drie jaar indien de begunstigde nog in dienst is bij UCB.
4 De waarde van de toegekende aandelen in 2012 werd vastgelegd op € 20,73 per toegekend aandeel op basis van de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Towers Watson). 5 Aantal fictieve UCB-aandelen (of "Phantom shares") dat gratis afgeleverd moet worden na een wachttijd van drie jaar indien de deelnemer nog in dienst is bij UCB en mits aan de vooraf bepaalde prestatievoorwaarden voldaan is.
6 De waarde van de prestatieaandelen in 2012 werd vastgelegd op € 12,94 per prestatieaandeel op basis van de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Towers Watson).
7 Robert J. Trainor kreeg 2 500 fictieve UCB-aandelen ("Phantom shares") toegewezen per 1 december 2012 bovenop de toewijzing van 1 april 2012.
8 Binomiale waardering: een objectieve techniek om langetermijnincentives te waarderen waarbij een eerlijke waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over
de looptijd van een toegewezen optie of langetermijnincentive.
9 Op 1 november werd aan Anna S. Richo een indiensttredingspremie van 40000 ficitieve UCB-aandelen ("Phantom shares") voorzien, 20000 worden toegekend per 1 november 2013 en per 1 november 2014.
In 2012 verworven lange-termijn incentives (LTI's)
Hieronder bevindt zich een tabel met de lange-termijn incentives toegekend tijdens de voorbije jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité (opgenomen in de vorige jaar verslagen) en dewelke verworven werden tijdens het
kalenderjaar 2012 (niet te vermeerderen met de hoger vermelde tabel dewelke lange-termijn incentive toekenningen van 2012 weergeeft).
| Aandelenopties Gratis Aandelen1 Prestatieaandelen1 |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal definitief verworven (niet uitgeoefend)1-2 |
aantal uitgeoefend3 |
Aantal definitief verworven |
Totale waarde bij definitieve verwerving4 |
Aantal definitief verworven |
Totale waarde bij definitieve verwerving |
|
| Roch Doliveux | 36000 | 24000 | 769200 | 21750 | 697 088 | |
| Greg Duncan | 10100 | 10100 | 4625 | 148231 | 4219 | 135219 |
| Detlef Thielgen | 5000 | 15 000 | 6 600 | 211530 | 5 250 | 168263 |
| Mark McDade | 12000 | 12 200 | 391010 | 5250 | 168263 | |
| Fabrice Enderlin | 12000 | 12000 | 7200 | 230 760 | 5250 | 168263 |
| Iris Löw-Friedrich | 15 000 | 7500 | 240375 | 6563 | 210344 | |
| Rober t J. Trainor5 | 15000 | 32 500 | 1 325 625 | 32813 | 1349857 | |
| Ismail Kola6 | 15000 | 655 388 |
Voor tgaand op een beslissing genomen door de CGBB op 20 februari 2012 zal UCB, bij elke verwerving van gratis aandelen en prestatieaandelen, de waarde van een aantal aandelen in cash uitbetalen om de toepasselijke sociale zekerheidsbijdragen en belastingsverplichtingen te dekken als gevolg van de toekenning.
1 Jean-Christophe Tellier en Ismaïl Kola zijn in dienst getreden bij UCB na de toekenning van de 2008 LTI's. Greg Duncan werd lid van het uitvoerend comité na de 2012 verwerving van LTI's. 2 De aandelenopties toegekend aan iris Löw-Friedrich op 1 april 2009 hebben een uitoefenprijs van€ 21,38. De stock appreciation rights toegekend aan Robert J. Trainor, Greg Duncan en Mark McDade op 1 april 2009 werden uitoefenbaar op 1 april 2011 en hebben een uitoefenprijs van € 22,19. De aandelenopties toegekend aan Roch Doliveux, Detlef Thielgen en Fabrice Enderlin op 1 april 2008 werden uitoefenbaar op 1 januari 2012 en hebben een uitoefenprijs van € 22,01.
3 Fabrice Enderlin en Detlef Thielgen oefenden de rechten op de aandelenopties toegekend op 1 april 2008 uit en hebben een uitoefenprijs van € 22,01. Greg Duncan oefende de rechten op de stock appreciation rights toegekend op 1 april 2009 uit aan een uitoefenprijs van € 22,19.
4 Bij de definitieve verwerving had het UCB-aandeel een waarde van € 32,05, zijnde de marktwaarde van het aandeel dat geleverd werd op de datum van definitieve verwerving, en overeenstemmende met het gemiddelde van de laagste en hoogste prijs van het UCB-aandeel op die datum.
5 Overeenkomstig de policy werd voor Robert J. Trainor, bijkomend aan de uitoefenbaarheid van het 2009 toekenning, alle aandelen in het aandelentoekenningsplan en het aandelenprestatieplan (inclusief
fictieve aandelen toegekend in 2012) onderworpen aan een versnelde uitoefenbaarheid op de dag van pensionering. Volgens de sectie 409(a) van de US Internal Revenue Code zijn deze toekenningen onderworpen aan een overdracht en enkel in 2013 opgeleverd.
6 Op 1 december 2009 werd een Phantom stock award (geen levering van aandelen maar uitbetaling van een cash bedrag op 1 december 2012) toegekend aan Ismaïl Kola als indiensttredingspremie. Het UCB- aandeel had een waarde van € 43,695 op 1 december 2012.
In 2013 toegekende lange-termijn incentives (LTI's)
UCB's beleid voorziet er in om een aantal lange-termijn incentives toe te wijzen op basis bedrijfsprestatie- en individuele prestatiecoëfficienten toegekend voor het prestatiejaar. De toewijzing gebeur t op 1 april na afsluiting van het prestatiejaar. De grootte van de toewijzing is gebaseerd op de waardering en de aandelenkoers. De feitelijke grootte van de toewijzing is slechts geweten op 1 april,
gebaseerd op de prijs van het aandeel die dag. Hieronder kan je het aantal opties en aandelen vinden die toegewezen worden op 1 april 2013. De resulterende waarde zal in het jaarrappor t 2013 gepubliceerd worden.
| Aandelenopties 2013 | Gratis aandelen 2013 | Prestatieaandelen 2013 | |
|---|---|---|---|
| Roch Doliveux | 55 991 | 13769 | 27 828 |
| Fabrice Enderlin | 12170 | 2993 | 6 049 |
| Ismail Kola | 18 560 | 14564 | 9 224 |
| Iris Löw-Friedrich | 13 397 | 3295 | 6658 |
| Mark McDade | 15 214 | 3 741 | 7561 |
| Detlef Thielgen | 14904 | 3665 | 7407 |
| Anna S. Richo | 19 476 | 4790 | 9680 |
| Jean-Christophe Tellier | 11 272 | 2772 | 5602 |
1.5. | Belangrijkste kenmerken van de systemen voor interne controle en risicobeheer van UCB
1.5.1. | Interne controle
De Raad is het bestuursorgaan van UCB en één van zijn functies bestaat erin om UCB als een ondernemer te leiden binnen een kader van voorzichtige en doeltreffende controle die het mogelijk maakt om risico's te beoordelen en te beheren. Het management van UCB moet passende interne controles ontwikkelen en handhaven om redelijke zekerheid te bieden betreffende het verwezenlijken van de doelstellingen van de betrouwbaarheid van de financiële informatie, de naleving van toepasbare wetten en reglementen en het uitvoeren van processen van interne controle binnen UCB op de efficiëntste wijze.
Het Audit Comité staat de Raad bij in zijn opdracht van controle op het management van UCB en de UCB Groep in zijn geheel, van controle op de efficiëntie van de algemene interne controleprocessen van UCB, het totale proces van financiële verslaggeving, de controle van de externe revisor en de Global Internal Audit en de effectiviteit daarvan.
De Global Internal Audit vervult onafhankelijke en objectieve taken die tot doel hebben de interne controle en verrichtingen van UCB te evalueren, te verbeteren en hun waarde te vergroten, door middel van een systematische en gedisciplineerde benadering van de evaluatie, en het aanbevelen van verbeteringen, van de processen van UCB inzake bestuur, naleving, risicobeheer en interne controle. De Globale Interne Audit groep implementeer t een Audit Plan bestaande uit financiële, compliance, operationele audit en nazicht. Dit Plan wordt nagezien en goedgekeurd door het Audit Comité en omvat de relevante activiteiten van UCB. Het programma houdt een onafhankelijk nazicht in van de interne systemen van controle en risicobeheersing. De resultaten en de stand van de correcties worden regelmatig schriftelijk aan het Uitvoerend Comité gemeld en de stand van het Audit Plan en een samenvatting van de resultaten en correcties worden viermaal per jaar aan het Audit Comité gerappor teerd.
UCB adopteerde formele procedures aangaande financiële rappor tering overeenkomstig de Transparantie Richtlijn. Deze procedure is erop gericht het risico van selectieve openbaarmaking van gevoelige informatie te verminderen, en helpt ervoor te zorgen dat UCB alle belangrijke informatie aan haar investeerders, schuldeisers en regelgevers accuraat, compleet en tijdig verschaft, en dat deze een correcte visie geeft van de actuele toestand van UCB. Ze helpt ook de correcte openbaarmaking van belangrijke financiële en nietfinanciële informatie, belangrijke gebeur tenissen, transacties of risico's te garanderen.
Het proces bestaat uit een aantal activiteiten. Bepaalde sleutelpersonen in het interne controle proces, inclusief alle leden van het Uitvoerend Comité, dienen schriftelijk te cer tifiëren dat ze de vereisten van UCB inzake financiële rappor tering, inclusief het verschaffen van de redelijke zekerheid van efficiënte en effectieve activiteiten, betrouwbare financiële informatie en naleving van de wetten en reglementen, begrijpen en nageleefd hebben. Om te verzekeren dat zij de uitgebreide draagwijdte van mogelijke problemen schatten, wordt hen een gedetailleerde vragenlijst gegeven om in te vullen en hen te helpen bij hun cer tificatie. Verder wordt een gedetailleerd, wereldwijd nazicht uitgevoerd van de verkopen, de handelsvorderingen, voorraden, overlopende rekeningen,
voorzieningen en reserves. De financiële directeurs van elke individuele bedrijfseenheid dienen schriftelijk te bevestigen dat hun financiële rappor tering in deze domeinen gebaseerd is op betrouwbare gegevens en dat de resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig de vereisten.
Deze procedure wordt gecoördineerd door Globale Interne Audit en gebeur t voor vrijgave van de halfjaaren jaarresultaten. De uitkomst van deze procedure wordt nagekeken door het Rappor tering- en Consolidatieteam alsook door de financiële en juridische dienst en de externe revisor. Gepaste opvolging wordt gegeven aan elk potentieel probleem en wijzigingen aan de gerappor teerde financiële informatie of openbaarmakingen worden geëvalueerd.
De resultaten van deze procedure worden nagekeken door de CEO en CFO en nadien door het Audit Comité, vooraf aan de vrijgave van de rekeningen.
UCB herbekijkt haar bedrijfsplan op jaarbasis en bereidt een gedetailleerd jaarlijks budget voor dat wordt nagezien en goedgekeurd door de Raad. Een management rapporteringssysteem reikt de bedrijfsleiding financiële en operationele performantie-indicatoren aan. Analytische exploitatieboekhouding wordt maandelijks voorbereid en behandeld elk belangrijk deel van de activiteiten. Afwijkingen ten opzichte van het plan of van voorspellingen worden geanalyseerd, uitgelegd en er wordt tijdig actie op ondernomen. Behalve de regelmatige beraadslagingen van de Raad, worden ook minstens maandelijks vergaderingen gehouden van het Uitvoerend Comité om de bedrijfsactiviteiten na te zien en waar en wanneer nodig specifieke projecten te bespreken. Informatiesystemen werden ontwikkeld om de lange termijn objectieven van UCB te ondersteunen en deze worden ondersteund door een professioneel Informatie Management team.
1.5.2. | Risicobeheer
Een globaal beleid van risicobeheer, toepasbaar voor de hele UCB Groep en zijn dochterondernemingen wereldwijd, beschrijft het engagement van UCB om een doeltreffend systeem van risicobeheer in te voeren in gans UCB teneinde haar blootstelling aan risico's die de bedrijfsdoelstellingen van UCB kunnen bedreigen tot een minimum te beperken.
De Raad keur t de strategie en de doelstellingen van UCB Groep goed en ziet toe op het creëren, uitvoeren en controleren van het systeem voor risicobeheer van UCB Groep.
De Raad wordt bijgestaan door het Audit Comité in zijn opdracht van risicobeoordeling en risicobeheer. Het Audit Comité onderzoekt op regelmatige basis de gebieden waar risico's een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie en de reputatie van UCB Groep en controleer t het algemene risicobeheerproces van de UCB.
Het Corporate Risk Management Committee is samengesteld uit leden van het Uitvoerend Comité en senior managementver tegenwoordigers van alle bedrijfsfuncties en rappor teer t aan het Uitvoerend Comité. Het Corporate Risk Management Committee lever t strategisch leiderschap ter ondersteuning van het proces van evaluatie en toekenning van prioriteit van de bedrijfsrisico's. Dat proces stuur t het opstellen van plannen tot matiging van de risico's in alle geledingen van UCB, ondersteund door een globaal systeem van risicobeheer dat de reële of potentiële risico's of blootstelling aan risico's op doeltreffende en efficiënte wijze evalueer t, rappor teer t, matigt en beheer t. De voorzitter van het Corporate Risk Management Committee rappor teer t rechtstreeks aan de CEO, bezorgt regelmatige updates van de situatie aan het Uitvoerend Comité en op jaarbasis aan het Audit Comité en de Raad.
Het Uitvoerend Comité is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de strategie en doelstellingen inzake risicobeheer, terwijl Global Internal Audit belast is met de onafhankelijke en regelmatige controle en goedkeuring van het risicobeheerproces binnen UCB en, in overleg met de Business Functions, met het nemen van maatregelen om de geëvalueerde risico's te matigen en te controleren.
1.6. | Persoonlijke beleggingstransacties en handel in UCB-aandelen
De Raad heeft een Dealing Code goedgekeurd om handel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, in het bijzonder tijdens de perioden die voorafgaan aan de publicatie van resultaten of gegevens die een aanzienlijke invloed kunnen hebben op de prijs van het UCB-aandeel of de aandelenprijs van de vennootschap die het doelwit is van een geplande operatie. Dit document werd herzien en bijgewerkt door de Raad op 15 december 2011.
De Dealing Code verbiedt alle bestuurders, de Executive Management en werknemers met sleutelpositie om te handelen in UCB-aandelen of andere financiële instrumenten van UCB gedurende een welomschreven periode vóór de bekendmaking van haar financiële resultaten (zogenaamde "gesloten periodes"). De Code verbiedt werknemers en directieleden die voorkennis bezitten of weldra zullen bezitten om gedurende zogenaamde "bijzondere gesloten periodes" UCB-aandelen te kopen of te verkopen.
De Raad heeft Rober t J. Trainor, Executive Vice President & General Counsel, vanaf 1 juni 2011, en Anna S. Richo, Executive Vice President & General Counsel, vanaf 1 januari 2013, benoemd tot Insider Trading Compliance Officer wier taken en verantwoordelijkheden in de Dealing Code zijn vastgelegd.
De Dealing Code bevat de lijst van sleutelbedienden en directieleden die de Insider Trading Compliance Officer op de hoogte moeten brengen van alle transacties op UCB-aandelen die zij voor eigen rekening wensen uit te voeren. De Dealing Code voldoet volledig aan de bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG betreffende handel met voorkennis en marktmanipulatie en aan de bepalingen van de Wet van 2 augustus 2002 dienaangaande.
De Dealing Code is beschikbaar op http://www.ucb.com/ investors/governance/insider-trading.
1.7. | External audit
De Algemene Vergadering die op 26 april 2012 plaatsvond, heeft PricewaterhouseCoopers (hierna "PwC") herbenoemd tot externe revisoren van UCB voor de wettelijke periode van drie (3) jaar. De juridische ver tegenwoordiger aangeduid door PwC voor UCB in België is Jean Fossion.
PwC werd wereldwijd benoemd tot externe revisor bij de dochterondernemingen van UCB Groep.
In 2012 betaalde UCB volgende honoraria uit aan haar revisoren:
| € | Audit | Audit gerelateerd |
Niet Audit gerelateerd |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| PwC (in België) | 491000 | 112743 | 2400 | 606143 |
| PwC (buiten België) | 1713613 | 118954 | 153108 | 1985675 |
| Totaal | 2204613 | 231697 | 155508 | 2591818 |
*
1.8. | Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007
Volgende elementen kunnen een invloed hebben in het geval van een overnamebod (zie sectie 1.1.):
1.8.1. | Kapitaalstructuurvan UCB, met vermeldingvan deverschillende soorten aandelen en, voor elke soort aandelen, van de rechten en plichten die eraanverbonden zijn en het percentagevan het geplaatste kapitaal dat erdoor wordtvertegenwoordigd op 31 december 2012
Sinds 29 februari 2008 bedraagt het kapitaal van UCB € 550 095 156, ver tegenwoordigd door 183 365 052 volledig volgestor te aandelen zonder nominale waarde.
Aan alle aandelen zijn dezelfde rechten verbonden. Er zijn geen verschillende aandelencategorieën (zie sectie 1.1.2.).
1.8.2. | Wettelijke en statutaire beperkingen op de overdrachtvan effecten
Beperkingen op de overdracht van effecten zijn enkel van toepassing op niet volledig volgestor te aandelen, overeenkomstig ar tikel 11 van de Statuten van UCB (hierna de "Statuten"), opgesteld als volgt:
"…
Zolang de aandelen niet volledig volgestort zijn, zullen deze op naam blijven en slechts kunnen worden afgestaan mits voorafgaandelijke goedkeuring van de Raad.
b) Elke eigenaar van niet volledig volgestorte aandelen die de algeheelheid of een deel van zijn effecten wenst af te staan, zal zijn voornemen bij een ter post aangetekende brief aan de Raad betekenen, waarbij hij de naam van de kandidaat overnemer, het aantal te koop gestelde effecten, de prijs en de voorwaarden van de geplande afstand aangeeft.
De Raad zal, op dezelfde wijze, zich tegen deze afstand kunnen verzetten binnen de maand van deze betekening door een andere kandidaat-koper aan de kandidaat-verkoper voor te stellen. De door de Raad voorgestelde kandidaat zal over een recht van voorkoop beschikken op de te koop gestelde effecten tenzij de kandidaat-verkoper, binnen de 15 dagen, verkiest aan de afstand te verzaken.
Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend tegen een eenheidsprijs gelijk aan de laagste van de twee zoals hierna bepaalde bedragen:
- • de gemiddelde sluitingskoers van het gewoon UCB-aandeel op de "continumarkt" op Euronext Brussels van de dertig open beursdagen die de betekening waarvan sprake in voorgaande alinea voorafgaan, verminderd met het nog te volstorten bedrag;
- • de eenheidsprijs aangeboden door de kandidaat-overnemer.
Voorvermelde bekendmaking door de Raad zal gelden als betekening van de uitoefening van het recht van voorkoop, in naam en voor rekening van de door de Raad voorgestelde kandidaatkoper. De prijs zal betaalbaar zijn binnen de maand van deze betekening, onverminderd de door de kandidaat-overnemer gunstiger aangeboden voorwaarden.
c) Bij gebrek voor de Raad zich binnen de maand van de betekening, waarvan sprake in de eerste alinea sub b), uit te spreken, zal de afstand in voordeel van de kandidaat-overnemer kunnen plaatsvinden aan voorwaarden die ten minste gelijk zijn aan die bepaald in genoemde betekening.
..."
Op deze datum is het kapitaal van UCB volledig volgestor t.
1.8.3. | Houdersvan effectenwaaraan bijzondere zeggenschapsrechten verbondenzijn, en een beschrijving van deze rechten
Er zijn geen dergelijke effecten.
1.8.4. | Mechanismevoor de controle op enig aandelenplanvoorwerknemers, wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemersworden uitgeoefend
Er is geen dergelijk systeem.
1.8.5. | Wettelijke of statutaire beperking van de uitoefeningvan stemrechten
De bestaande UCB-aandelen verlenen de houders als dusdanig stemrecht op de Algemene Vergadering.
Volgens ar tikel 38 van de Statuten van UCB:
"Ieder aandeel geeft recht op één stem.
Elke natuurlijke of rechtspersoon die, onder bezwarende titel, stemverlenende effecten, die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen, zou verwerven of erop inschrijven, zal binnen de wettelijke termijnen het aantal verworven of ingeschreven effecten moeten aangeven alsmede het volledig aantal effecten die hij reeds bezit, wanneer dit totaal aantal drie percent van de totale stemrechten die, voor elke eventuele herleiding, op een Algemene Vergadering kunnen worden uitgeoefend, overschrijdt. Hetzelfde zal gelden telkens de persoon die gehouden is tot voormelde oorspronkelijke kennisgeving, zijn stemkracht zal verhogen tot vijf percent, zeven en een half percent, tien percent en vervolgens tot iedere veelvoud van vijf percent van het totaal aantal stemrechten zoals hierboven gedefinieerd of wanneer, als gevolg van een overdracht van effecten, zijn stemkracht onder één van de hiervoor bedoelde drempels zakt. Deze verklaringen zullen gebeuren in de gevallen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in de geldende wetgeving betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Het niet eerbiedigen van huidige statutaire bepaling zal kunnen worden bestraft overeenkomstig artikel 516 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen.
Niemand kan op de Algemene Vergadering aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan aandelen waarvan hij, overeenkomstig voorgaande alinea, het bezit ter kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de datum van de vergadering."
Aan ingekochte eigen aandelen (UCB-aandelen die in handen zijn van UCB of van rechtstreeks of onrechtstreekse dochtervennootschappen) zijn, overeenkomstig de Wet, geen stemrechten verbonden.
Er zal aan de Algemene Vergadering van 25 april 2013 worden voorgesteld dat alle financiële instrumenten van welke aard ook die er toe zouden leiden dat de eigenaar UCB-aandelen zou kunnen aanwerven enkel op zij eigen initiatif in mate dat de hierboven genoemde dremples overschrijden, onderworpen zouden zijn aan dezelfde notificatievereisten.
1.8.6. | Aandeelhoudersovereenkomsten die bekend zijn bij UCB en aanleiding kunnen geventot beperkingvan de overdrachtvan effecten en / ofvan de uitoefeningvan stemrechten
Alle overeenkomsten waarvan UCB op de hoogte was zijn verlopen of beëindigd.
UCB heeft geen kennis van de inhoud van andere schriftelijke overeenkomsten die zouden kunnen leiden tot beperkingen op de overdracht van haar effecten en / of de uitoefening van stemrechten.
1.8.7.a) | Regelsvoor de benoeming en de vervangingvan ledenvan de Raad
De statuten van UCB bepalen:
"UCB wordt bestuurd door een Raad bestaande uit tenminste drie leden, al dan niet aandeelhouders, die voor vier jaar worden benoemd door de Algemene Vergadering, die ze te allen tijde kan ontslaan.
De uittredende bestuurders zijn herkiesbaar. De opdracht der niet herkozen uittredende bestuurders eindigt onmiddellijk na de gewone Algemene Vergadering.
De Algemene Vergadering bepaalt de vaste of veranderlijke vergoedingen van de bestuurders en het bedrag van hun zitpenningen, onder de algemene kosten te boeken."
De Algemene Vergadering beslist bij gewone meerderheid van stemmen over die kwesties. De kandidaten worden voorgedragen door de Raad, na een selectieproces gevoerd in overeenstemming met de bepalingen van het Corporate Governance Char ter van UCB, dat als volgt verloopt:
"…
Samenstelling van de Raad
Samenstelling
De Raad is van mening dat een aantal van 10 tot 15 leden aangewezen is met het oog op een efficiënte besluitvorming enerzijds en de bijdrage van ervaring en kennis op verschillende gebieden anderzijds. Een dergelijk aantal maakt ook mogelijk om de samenstelling van de Raad zonder al te veel hinder te wijzigen. Dat sluit in grote mate aan bij de Wet en bij de Statuten van UCB, die bepalen dat de Raad uit minstens drie leden moet bestaan. De Algemene Vergadering beslist over het aantal bestuurders, op voorstel van de Raad.
Een grote meerderheid van de leden van de Raad zijn nietuitvoerende bestuurders.
De curricula vitae van de bestuurders en van de kandidaatbestuurders kunnen geraadpleegd worden op de website van UCB (www.ucb.com), waar ook een lijst te vinden is van de bestuurdersmandaten die elk lid van de Raad in andere vennootschappen uitoefent.
Aanstelling van bestuurders
De bestuurders worden benoemd door de Algemene Vergadering, op basis van een voorstel door de Raad en op aanbeveling van het GNCC Comité.
Bij het voorstellen van kandidaten op de Algemene Vergadering, houdt de Raad in het bijzonder rekening met volgende criteria:
- ◆ een grote meerderheid van de bestuurders zijn niet-uitvoerende bestuursleden;
- ◆ minstens drie niet-uitvoerende bestuurders zijn onafhankelijk, overeenkomstig de wettelijke criteria en de criteria die de Raad hanteert;
- ◆ geen enkele bestuurder alleen of een groep van bestuurders kunnen de besluitvorming domineren;
- ◆ de samenstelling van de Raad garandeert verscheidenheid en de inbreng van ervaring, kennis en kunde die vereist is voor het succes van UCB als globale biofarmaceutische onderneming;
- ◆ kandidaten zijn volledig beschikbaar om hun functies uit te oefenen en oefenen niet meer dan vijf bestuurdersmandaten in genoteerde vennootschappen uit.
Het GNCC Comité verzamelt informatie die de Raad in staat stelt om zich ervan te verzekeren dat de voornoemde criteria vervuld zijn op het ogenblik van de benoemingen en vernieuwingen en tijdens de uitoefening van het mandaat.
Voor elke nieuwe benoeming van een bestuurder, voert het GNCC Comité een beoordeling uit van de bestaande en vereiste vaardigheden, kennis en ervaring bij de Raad. Het profiel van de ideale kandidaat wordt opgemaakt op basis van die beoordeling en voorgesteld aan de Raad voor bespreking en definitieve vastlegging.
Wanneer het profiel vastgelegd is, selecteert het GNCC Comité kandidaten die het profiel hebben in overleg met de leden van de Raad (inclusief de Voorzitter van het Uitvoerend Comité) en eventueel met behulp van een wervingsbureau. Aanbeveling van de uiteindelijke kandidaat wordt gemaakt door het GNCC Comité aan de Raad. De Raad beslist over de voorstellen die worden voorgelegd aan de aandeelhouders voor goedkeuring.
Voor de aanstelling van een vertegenwoordiger van de Referentieaandeelhouder binnen de Raad, zal de Vicevoorzitter de kandidaat, gekozen door de referentieaandeelhouder, voorstellen aan de Raad na consultatie met het GNCC Comité en de dialoog met de overige bestuursleden.
Duur van de mandaten en leeftijdsgrens
Bestuurders worden door de Algemene Vergadering benoemd voor een termijn van vier jaar en die termijn kan verlengd worden.
Daarnaast werd een leeftijdsgrens van 70 jaar vastgelegd. Deze gaat in op de dag van de Algemene Vergadering die volgt op de 70ste verjaardag van een lid die, zo nodig, zijn huidig mandaat opgeeft. De Raad mag uitzonderingen voorstellen tot die regel.
Procedure voor de benoeming en de verlenging van mandaten
Het proces voor de benoeming en de herverkiezing van bestuurders wordt gestuurd door de Raad, die streeft naar een optimaal niveau van vaardigheden en ervaring binnen UCB en haar Raad.
De voorstellen voor de benoeming, de vernieuwing, het ontslag of eventuele pensionering van een bestuurder worden onderzocht door de Raad, op basis van een aanbeveling door het GNCC Comité.
Het GNCC Comité beoordeelt elke bestuurder die kandidaat is voor herverkiezing tijdens de volgende Algemene Vergadering voor wat betreft hun toewijding en effectiviteit, waarna een aanbeveling aan de Raad wordt gedaan. Speciale aandacht wordt gegeven aan de evaluatie van de Voorzitter van de Raad en de Voorzitters van de Comités van de Raad.
De evaluatie wordt uitgevoerd door de Voorzitter van de Raad en de Voorzitter van het GNCC Comité die vergaderingen hebben met elk van de bestuurders in hun hoedanigheid als bestuurder en desgevallend, als Voorzitter of lid van een Comité van de Raad.
Voor de Voorzitter van de Raad wordt het nazicht uitgevoerd door de Voorzitter van het GNCC Comité en een senior onafhankelijk lid van de Raad; voor de Voorzitter van het GNCC Comité wordt het nazicht uitgevoerd door de Voorzitter van de Raad en een senior onafhankelijk lid van de Raad. Deze sessies zijn gebaseerd op een vragenlijst en behandelen de rol van de bestuurder in de governance van UCB en de effectiviteit van de Raad, en hoe zij o.a. hun toewijding, inbreng en constructieve deelname in de beraadslagingen en het nemen van beslissingen evalueren. Het GNCC Comité ontvangt de feedback, die dit dan rapporteert naar de Raad en aanbevelingen maakt aangaande voorgestelde herbenoemingen.
De Raad legt zijn voorstellen betreffende de benoeming, de hernieuwing, het ontslag of eventuele pensionering van bestuurders voor aan de Algemene Vergadering. Die voorstellen worden meegedeeld aan de Algemene Vergadering als onderdeel van de agenda van de relevante aandeelhoudersvergadering.
De Algemene Vergadering beslist over deze voorstellen van de Raad, met een meerderheid van stemmen.
Als er tijdens een lopende termijn een mandaat vrijkomt, is de Raad gemachtigd om de vacature in te vullen en om zijn beslissing te laten bekrachtigen op de eerstvolgende Algemene Vergadering.
De voorstellen voor een benoeming vermelden of de kandidaat al of niet voorgedragen wordt als uitvoerend bestuurder, bepalen de voorgestelde duur van het mandaat: niet meer dan vier jaar overeenstemmig de Statuten, en delen mee waar alle nuttige inlichtingen over de beroepsbekwaamheden van de kandidaat, alsook diens belangrijkste functies en bestuurdersmandaten, kunnen worden bekomen of geraadpleegd.
De Raad vermeldt ook of de kandidaat al of niet beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria, in het bijzonder deze die bepaald zijn in artikel 526ter van de Vennootschappenwet zoals het feit dat een bestuurder, om in aanmerking te komen als onafhankelijk, niet meer dan drie opeenvolgende mandaten mag houden of een maximum van twaalf jaar mag zetelen. In geval de kandidaat aan de criteria beantwoordt wordt een voorstel voorgelegd aan de Algemene Vergadering om dit onafhankelijk karakter te erkennen."
De voorstellen voor benoeming zijn beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com).
1.8.7.b) | Regelsvoor dewijzigingvan de Statutenvan UCB
De wijziging van de Statuten van UCB wordt geregeld door het Belgische recht. De beslissing om de Statuten te wijzigen, moet worden genomen door een Algemene Vergadering, met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat minstens 50% van het aandelenkapitaal van UCB aanwezig of ver tegenwoordigd is op de vergadering.
Indien het aanwezigheidsquorum niet bereikt is op de eerste Buitengewone Algemene Vergadering, kan een tweede Algemene Vergadering belegd worden, die zal beslissen zonder aanwezigheidsquorum.
1.8.8. | Bevoegdhedenvan de ledenvan de Raad inzake uitgifte of inkoop van aandelen
De bevoegdheden van de Raad zijn deze die bepaald zijn door de Belgische Wet en door de Statuten.
De bevoegdheden van de Raad en de verantwoordelijkheden die de Raad voor zichzelf voorbehouden heeft, worden verder als volgt beschreven in het Corporate Governance Char ter van UCB:
"De Raad is het bestuursorgaan van UCB. De Raad heeft de bevoegdheid om alle beslissingen te nemen over alle aangelegenheden die de Wet niet uitdrukkelijk toewijst aan de Algemene Vergadering. De Raad treedt collegiaal op.
De rol, en verantwoordelijkheid en de werking van de Raad wordt bepaald door de Statuten en het intern reglement van de Raad en zijn Comités, zoals beschreven in dit Charter.
Voor aangelegenheden waarover de Raad, bij Wet, beslist heeft de Raad kerngebieden voor zichzelf voorbehouden en ruime bestuursbevoegdheden gedelegeerd aan een Uitvoerend Comité (zie punt 5).
De Raad opteerde voor het niet oprichten van een Management Comité in de zin van artikel 524 van de Belgische Vennootschappenwet, aangezien hij verkoos om de bevoegdheden die de Raad wettelijk zijn toegekend alsook de algemene vertegenwoordiging van UCB niet permanent te delegeren.
De rol van de Raad bestaat erin om UCB als een ondernemer te leiden binnen een kader van voorzichtige en doeltreffende controle die toelaat risico's te beoordelen en te beheren. De Raad bepaalt de strategische doelen van UCB, ziet erop toe dat de nodige financiële human resources voorhanden zijn opdat UCB haar doelstellingen kan halen en beoordeelt de prestatie van het management. De Raad bepaalt de waarden en normen van UCB en zorgt ervoor dat haar verplichtingen aan haar aandeelhouders en anderen begrepen en nagekomen worden. Hij neemt collegiale verantwoordelijkheid op voor een degelijke uitoefening van zijn gezag en bevoegdheden.
De bevoegdheden die de Raad voor zichzelf heeft voorbehouden, betreffen hoofdzakelijk het volgende, en de Raad krijgt dan ook alle vereiste informatie in verband met elk van deze bevoegdheden:
1. Vastleggen van de missie, de waarden en de strategie, de risicotolerantie en voornaamste beleidslijnen van UCB;
2. Controle van:
- ◆ de prestaties van het management en de uitvoering van de strategie van UCB,
- ◆ de efficiënte werking van de comités van de Raad,
- ◆ de prestaties van de externe revisor;
- 3. Benoeming of ontslag:
- ◆ onder zijn leden, van de Voorzitter van de Raad, na een raadpleging van alle leden van de Raad door de Voorzitter van het GNCC Comité,
- ◆ onder zijn leden, van de Voorzitters en leden van het Audit Comité, van het GNCC Comité en van de leden van het Wetenschappelijk Comité,
- ◆ van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité, op basis van een voorstel door het GNCC Comité,
-
◆ van leden van het Uitvoerend Comité, op basis van een voorstel door het GNCC Comité en van een aanbeveling door de Voorzitter van het Uitvoerend Comité,
-
◆ van personen in belangrijke externe organen of personen buiten UCB die UCB moeten vertegenwoordigen in bepaalde filialen, op aanbeveling van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité,
- ◆ evalueert de planning van de opvolging van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité en van de overige leden van het Uitvoerend Comité op voorstel van het GNCC Comité;
- 4. Ter bevestiging, het benoemen of ontslaan van senior executives op aanbeveling van de Voorzitter van het uitvoerend Comité;
- 5. Verzekeren van de integriteit en van het tijdig bekendmaken van de financiële rekeningen van de UCB Groep en UCB en van belangrijke financiële en niet-financiële informatie aan de aandeelhouders en financiële markten;
- 6. Goedkeuren van het kader van interne controle en risicobeheer, gecreëerd door het Uitvoerend Management en gecontroleerd door de interne audit met directe toegang tot het Audit Comité;
- 7. Voorbereiding van de Algemene Vergadering en de beslissingen die worden voorgesteld op de vergadering;
- 8. Structuur van het Uitvoerend Management en algemene organisatie van UCB (en van de Groep);
- 9. Goedkeuring van het jaarlijkse budget (met inbegrip van het investeringsbudget en het O&O-programma) en van elke verhoging van het jaarlijkse budget (investeringsbudget en O&O-programma inbegrepen);
- 10. De operaties op lange termijn of belangrijke financiële operaties;
- 11. De oprichting, vestiging, sluiting, instelling of overbrenging van dochtervennootschappen, bijkantoren, productielocaties of grote afdelingen waarvan de waarde € 50 miljoen overschrijdt;
- 12. De toewijzing, fusie, verdeling, aankoop, verkoop of verpanding van financiële instrumenten en aandelen wanneer een derde partij betrokken is, voor een waarde van meer dan € 20 miljoen;
- 13. De aankoop, verkoop of verpanding van bedrijfsmiddelen voor een waarde van meer dan € 50 miljoen, en huurovereenkomsten van meer dan negen jaar wanneer het huurgeld en lasten cumulatief meer dan € 20 miljoen bedragen;
- 14. De algemene voorwaarden van plannen voor de toekenning van aandelen en aandelenopties aan werknemers;
- 15. Op de hoogte gehouden worden, op het eind van elk halfjaar, van de liefdadigheidsgiften van meer dan € 10000 per jaar, per begunstigde;
- 16. Op verzoek van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité kan de Raad ook worden verzocht om zich uit te spreken indien er afwijkende meningen bestaan bij een meerderheid van de leden van het Uitvoerend Comité en zijn Voorzitter.
Er is op deze datum geen beslissing van de aandeelhouders die de Raad toelaat nieuwe aandelen van UCB uit te geven.
Volgens een beslissing van de Algemene Vergadering van 6 november 2009 beschikken de Raad van UCB en de Raden van Bestuur van haar directe dochterondernemingen, gedurende een periode van vijf jaar vanaf 7 november 2009, over de toelating om UCB-aandelen te kopen tot maximum 20% van de uitgegeven aandelen en voor een waarde gelijk aan de slotkoers van het UCBaandeel op Euronext Brussels op de dag onmiddellijk voorafgaand aan de aankoop, plus of minus een maximum van vijftien procent (15%), ook rekening houdend met gelijk welke Wettelijke vereisten.
Verder bestaan nog de warrants (zie sectie 1.1.3.) die in bepaalde vooraf vastgelegde omstandigheden in het kader van vijandige overnamebiedingen kunnen worden uitgeoefend indien zo beslist door het voormelde ad hoc comité.
- 1.8.9. | Belangrijke overeenkomstenwaarbij UCB partij is en die inwerkingtreden, wijziging ondergaan ofaflopen in gevalvan eenwijzigingvan controle over de emittent na een openbaar overnamebod, alsmede de gevolgen daarvan, behalve indien zij zodanigvan aard zijn dat openbaarmaking ervan de emittent ernstig zou schaden; dezeafwijkende regeling is nietvan toepassing indien de emittent specifiek verplicht istot openbaarmakingvan dergelijke informatie op grondvan anderewettelijkevereisten
- ◆ Conver teerbare niet-ingedekte niet-achtergestelde obligatie van UCB N.V. ter waarde van € 500 miljoen met vastrentende coupon van 4,50%, uitgegeven op 22 september 2009, onder dewelke, ingeval van wijziging van controle (zoals gedefiniëerd in de voorwaarden van het prospectus, en goedgekeurd op de Algemene Vergadering van 6 november 2009) de obligatiehouders het recht hebben een terugbetaling door de uitgever te eisen.
- ◆ Publiek geplaatste niet-ingedekte niet-achtergestelde obligatie van UCB N.V. ter waarde van € 750 miljoen met vastrentende coupon van 5,75%, uitgegeven op 27 november 2009, onder dewelke, ingeval van wijziging van controle (zoals gedefiniëerd in de voorwaarden van het prospectus, en goedgekeurd op de Algemene Vergadering van 6 november 2009) de obligatiehouders het recht hebben een terugbetaling door de uitgever te eisen
- ◆ Institutioneel geplaatste niet-ingedekte niet-achtergestelde obligatie van UCB N.V. ter waarde van € 500 miljoen met vastrentende coupon van 5,75%, uitgegeven op 10 december 2009, onder dewelke, ingeval van wijziging van controle (zoals gedefiniëerd in de voorwaarden van het prospectus, en goedgekeurd op de Algemene Vergadering van 29 april 2010) de obligatiehouders het recht hebben een terugbetaling door de uitgever te eisen.
- ◆ Faciliteitsovereenkomst ter waarde van € 1 000 miljoen tussen, ondermeer, UCB N.V., CommerzBank AG, Fortis Bank N.V. en Mizuho Corporate Bank Nederland N.V. als coördinatoren, "mandated lead arrangers" en "bookrunners". The Royal Bank of Scotland N.V. (Belgium branch), ING Belgium N.V., KBC Bank N.V., The Bank of Tokyo-Mitsubischi UFJ, Ltd., Barclays Capital, DnB NOR Bank ASA en Sumitomo Mitsui Banking Corporation als "mandated lead arrangers", de dato 14 december 2009 (zoals gewijzigd op 30 november 2010 en 7 oktober 2011), waarvan het beding inzake wijziging van controle werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van 26 april 2012.
- ◆ Hybride obligatie van UCB ter waarde van € 300 miljoen: vast-naar-variabele renten de eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgegeven 18 maart 2011 en die in Artikel 4 (h) ("Step-up after change of control") in hun voorwaarden een bepaling omvatten volgens dewelke ingeval van wijziging van controle (zoals in de overeenkomst gedefinieerd) de interestvoet met 500 basispunten wordt verhoogd behalve indien UCB kiest de obligatie dan terug te betalen, dewelke werd goedgekeurd op de Algemene Vergadering van 28 april 2011.
- ◆ Faciliteitsovereenkomst ten bedrage van € 150 miljoen tussen UCB Lux S.A. als ontlener, UCB N.V. als promoter en garant, en de Europese Investeringsbank, overeengekomen op 9 mei 2012, en waarvan het beding inzake wijziging van controle werd goedgekeurd op de Algemene Vergadering van 26 april 2012.
◆ Aan het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandeelplan van UCB, waarbij UCB jaarlijks aandelen toekent aan bepaalde werknemers op basis van hun graad en hun prestatie, is volgens de regels van beide plannen een wachttijd van drie jaar verbonden, op voorwaarde dat de begunstigde doorlopend in dienst blijft bij de UCB Groep.
Ze blijven ook verworven bij een wijziging van controle of fusie.
Op 31 december 2012 staat het volgende aantal aandelen uit in het kader van het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan:
- ◆ 445 700 toegekende aandelen, waarvan 132 085 in 2013 verworven worden;
- ◆ 395 025 prestatieaandelen, waarvan 124325 in 2013 verworven worden.
- ◆ De wijziging van controle bedingen begrepen in de overeenkomsten van de leden van het Uitvoerend Comité als beschreven in het remuneratie rappor t (sectie 1.4.3.).
1.8.10. | Overeenkomstentussen UCB en zijn bestuurders ofwerknemers die vergoedingenvoorzienwanneer de bestuurders ontslag nemen of, zonder geldige redden, moeten afvloeien, of detewerkstelling van dewerknemers beëindigdwordt ingevolge een openbaar overnamebod
- ◆ Voor meer informatie, zie punt 1.4.3. inzake de belangrijkste contractuele voorwaarden voor de aanwervings- en ontslagregelingen van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. Geen andere overeenkomsten voorzien in specifieke vergoedingen voor de Leden van de Raad in het geval van beëindiging wegens een overnamebod.
- ◆ Buiten de leden van het Uitvoerend Comité, geïdentificeerd in sectie 1.4.3., genieten zeven werknemers in de VS van een beding van controlewijziging dat hun beëindigingsvergoeding verhoogt als de werknemer ontslag neemt of moet afvloeien, of als de tewerkstelling van de werknemer eindigt door een overnamebod. In Europa geniet één werknemer van een dergelijk beding.
1.9. | Toepassing van artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen
Uittreksel uit de notulen van de Raad van 1 maar t 2012:
Aanwezig:
- ◆ Baron Karel Boone, Voorzitter
- ◆ Gravin Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter
- ◆ Dr. Roch Doliveux, Bestuurder
- ◆ Baron Albrecht De Graeve, Bestuurder
- ◆ Dr. Peter Fellner, Bestuurder
- ◆ Professor Jean-Pierre Kinet, Bestuurder
- ◆ Sir Thomas McKillop, Bestuurder
- ◆ Mr. Gerhard Mayr, Bestuurder
- ◆ Mr. Norman J. Ornstein, Bestuurder
- ◆ Graaf Arnoud de Pret, Bestuurder
- ◆ Mr. Alexandre Van Damme, Bestuurder
- ◆ Mw. Bridget van Rijckevorsel, Bestuurder
- ◆ Mr. Gaëtan van de Werve, Bestuurder
- ◆ Mr. Thomas Leysen, Bestuurder
In aanwezigheid:
◆ Mw. Inge Basteleurs, Secretaris van de Raad van Bestuur
'...
Voorafgaand aan elke discussie of beslissing van de Raad met bettrekking tot de volgende punten voor tvloeiend uit het GNCC Comité:
- ◆ Goedkeuring van de eindejaarsbonus betreffende de prestaties in 2011, het basissalaris vanaf 1 maart 2012 en de langetermijn incentives 2012 voor het Uitvoerend Comité en de CEO;
- ◆ Goedkeuring van het aandelenoptieplan 2012;
- ◆ Goedkeuring van het aandelentoekenningsplan 2012;
- ◆ Goedkeuring van het aandelenprestatieplan 2012.
Roch Doliveux deelde mee dat hij een rechtstreeks financieel belang had bij de genoemde beslissingen. Overeenkomstig ar tikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen, trok deze bestuurder zich terug teneinde de beraadslagingen van de Raad omtrent deze beslissingen niet bij te wonen en niet deel te nemen aan de stemming.
De Raad stelde vast dat ar tikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing was op deze handelingen.
De Raad nam de aanbevelingen van het GNCC Comité betreffende de bonus voor de prestaties 2011, het basissalaris vanaf maar t 2012 en de langetermijn incentives 2012 voor de leden van het Uitvoerend Comité en de CEO in beraad en heeft beslist de aanbevolen bonussen en de langetermijn incentives goed te keuren.
De financiële gevolgen voor de Onderneming bedragen:
- ◆ de bonus van de CEO: 1550557 (130% van de doelstelling) voor de individuele prestaties;
- ◆ de verhoging van het basissalaris van de CEO: 3%;
- ◆ de langetermijn incentives 2012 van de CEO: 45 000 (3 jaar en 8 maanden vesting); stock awards: 24000 (3 jaar vesting); Prestatieaandelenplan: 28 750 (3 jaar vesting). De kost voor UCB bij vesting is het verschil dat zou kunnen bestaan tussen de aankoopprijs van bovengenoemde eigen aandelen door de Vennootschap en de uitoefenprijs bepaald in overeenstemming met de voorwaarden van het reglement.
De Raad nam de aanbevelingen van het GNCC Comité over de langetermijnincentives 2012 in beraad en heeft het volgende beslist:
1.9.1. | Goedkeuringvan het UCB-aandelenoptieplan 2011
◆ De huidige transactie is ontworpen, als in het verleden, om het aandeelhouderschap in hun eigen bedrijf te bevorderen van ongeveer 1 250 personeelsleden– met inbegrip van de Uitvoerende Bestuurder, die lid is van het Uitvoerend Comité – en om ze financieel te stimuleren door ze nog meer te betrekken bij het succes van UCB en ze gevoelig te maken voor de waarde van de UCB-aandelen op de markten, met inachtneming van de regels betreffende voorkennis.
- ◆ De financiële gevolgen van de operatie voor UCB, voornamelijk bestaande in het eventuele verschil tussen de prijs waar tegen eigen aandelen door UCB werden gekocht en de prijs waar tegen zij verkocht worden aan het betrokken personeel op het ogenblik dat de opties uitgeoefend worden in overeenstemming met de voorwaarden vastgesteld in het reglement van het plan. UCB overweegt het afdekken van de toegekende opties via externe derivatencontracten, binnen de vooraf goedgekeurde parameters en op voorwaarde dat de marktomstandigheden dit toelaten, met het doel de financiële gevolgen te beperken tot UCB.
- a) Verdeling: De Raad heeft de aanbevelingen van het GNCC Comité goedgekeurd in verband met de regels voor de toekenning van opties volgens de categorieën waarin de functies zijn onderverdeeld en de verschillende verantwoordelijkheidsniveaus. Er zullen dus 3600000 opties toegekend worden aan circa 1 250 personeelsleden van de UCB Groep (deze schatting houdt geen rekening met werknemers in dienst genomen of bevorderd tot toegelaten niveaus tussen 1 januari 2012 en 1 april 2012).
- b) Stock appreciation Rights (SAR) in de VS: In de VS zal UCB Stock Appreciation Rights (SAR's) toekennen in plaats van aandelenopties. Het Stock Appreciation Rights Plan volgt de regels van het UCB-aandelenoptieplan. Het enig verschil is in plaats van echte aandelen toe te kennen, bieden ze hun begunstigden de mogelijkheid voordeel te halen uit de waarde verhoging van hetzelfde aantal UCBaandelen. Deze waardering wordt contant betaald op het moment van uitoefening.
- c) Bepaling van de uitoefenprijs: De uitoefenprijs van deze opties zal het laagste van de twee volgende bedragen zijn: (1) de gemiddelde slotkoers over de 30 kalenderdagen die aan het aanbod voorafgaan (van 2 tot 31 maart 2012 of (2) de slotkoers van de dag die het aanbod voorafgaat (31 maart 2012).
- d) UCB zal een andere uitoefenprijs bepalen voor de begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan een Wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten.
- e) Verwerving van rechten: De aandelenopties zullen uitoefenbaar worden na een periode van drie jaar vanaf de datum van aanbod, behalve in landen waar dat niet toegestaan is (of minder gunstig is)
1.9.2. | Goedkeuringvan het UCBaandelentoekenningsplan en het UCB-aandelenprestatieplan 2012
Het UCB-aandelentoekenningsplan, die voorbehouden is aan het Senior Management van UCB – met inbegrip van de Uitvoerende Bestuurder die lid is van het Uitvoerend Comité – voorgesteld door het GNCC Comité, heeft als doel het aandeelhouderschap onder deze personeelscategorie van de UCB Groep in hun eigen bedrijf te bevorderen en hen financieel te stimuleren door hen nog meer te betrekken in het succes van UCB en hen gevoelig te maken voor de waarde van de UCB-aandelen op de markten, met inachtneming van de regels betreffende voorkennis. Die gratis toekenning van aandelen kadert als langetermijnincentive in het bezoldigingsbeleid ten aanzien van deze personeelscategorie en is gebonden aan de voorwaarde dat de betrokkene tewerkgesteld blijft binnen UCB gedurende de vastgestelde wachttijd (meestal drie jaar na de datum van het aanbod). De financiële gevolgen van de operatie voor UCB bestaan voornamelijk in de waarde van de UCBaandelen bij verwerving.
Het UCB-prestatieaandelenplan is voorbehouden aan bepaalde Senior Executives die boven gemiddeld presteerden of als top-performers werden gewaardeerd – met inbegrip van de Uitvoerende Bestuurder die lid is van het Uitvoerend Comité – en voorgesteld door het GNCC Comité. De redenen hiervoor zijn dezelfde als hierboven. Die gratis toekenning van aandelen kader t als lange-termijnincentive in het bezoldigingsbeleid ten aanzien van deze personeels-categorie.
De verwerving van deze prestatieaandelen is verbonden aan de voorwaarde dat het personeelslid in kwestie minstens drie jaar na de aanbiedingsdatum in dienst blijft van de Groep en dat de UCB Groep vooropgestelde doelen bereikt. De uitbetaling schommelt tussen 0% en 150% van het toegekende bedrag, afhankelijk van het niveau van verwezenlijking van de prestatievoorwaarden.
De financiële gevolgen van de operatie voor UCB bestaan vooral in de waarde van de UCB-aandelen bij verwerving.
Voor het aandelenprestatieplan van april 2012, werden door de Raad twee metrieken goedgekeurd, op aanbeveling van het GNCC Comité, door de Raad: (1) aangepaste nettowinst na belastingen van 50% en (2) beating consensus revenue for 50%.
Verdeling: De Raad heeft de aanbevelingen van het GNCC Comité goedgekeurd in verband met de regels voor de gratis toekenning van aandelen op basis van de functiecategorie en het verantwoordelijkheidsniveau. Er zullen dus 300000 aandelen toegekend worden aan 38 Senior Executives van de UCB Groep. Definitieve bedragen zullen bekend zijn op 1 april 2012 (in geval van nieuwe aanwervingen).
Voor het prestatieaandelenplan zullen aandelen toegewezen worden met uitbetaling variërend tussen 0 en 150%, afhankelijk of de door de Raad vooraf vastgestelde prestatiecriteria werden gehaald. Definitieve bedragen zullen bekend zijn op 1 april 2012 (in geval van nieuwe aanwervingen).
1.9.3. | Toekenningvan Stock Awards en Prestatieaandelen in uitzonderlijke omstandigheden
In overeenstemming met de maatregelen in verband met het invoeren van een pool van "incentive-aandelen" gaf de Raad, enkel voor het jaar 2012, zijn goedkeuring aan de toewijzing van 100 000 aandelen aan het programma voor de toekenning van aandelen in uitzonderlijke omstandigheden. De begunstigden worden aangeduid door het Uitvoerend Comité en de Senior Executives en de toewijzing wordt goedgekeurd door het Uitvoerend Comité. Het GNCC Comité zal op het einde van het jaar op de hoogte worden gebracht.
1.9.4. | Delegatievan bevoegdheden
De Raad delegeerde alle bevoegdheden aan de Voorzitter van het Uitvoerend Comité, namelijk Roch Doliveux, en de Senior Executive Vice President, Fabrice Enderlin, alleen handelend met het recht van subdelegatie, om de implementatie van de beslissingen te verzekeren en in het bijzonder de regels en voorwaarden van de uitgifte, documentatie van de begunstigden en uitoefeningsprocedure.
...'
1.10. | Toepassing van artikel 96, § 2, al 2 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen (afwijking van de Belgische Corporate Governance Code)
Principe 2.9 (richtlijn): de Secretaris van de Raad rappor teer t aan de General Counsel in plaats van aan de Voorzitter van de Raad, dit om samen en op constante wijze het deugdelijke bestuur binnen UCB te monitoren.
Principe 3.6: Tom McKillop nam geen deel aan de discussie van de Raad op 13 december 2012 die hem een uitzondering heeft toegekend op de leeftijdsgrens op grond van ar tikel 3.2.4. van het Corporate Governance Char ter.
Principe 7.18: Anna S. Richo vervoegde het Uitvoerend Comité op 1 november 2012. Op advies van het GNCC Comité en gebaseerd op alignering met bestaande ver trekvergoedingen van leden van het Uitvoerend Comité, kende de Raad haar een ver trekvergoeding van achttien maanden toe.
2. Overzicht van de bedrijfsprestaties1
Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingsgroep UCB, opgesteld volgens de IFRS-normen. De afzonderlijke statutaire jaarrekening van UCB N.V., opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen, evenals het verslag van de Raad van Bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris, worden binnen de statutaire termijnen neergelegd bij de Nationale Bank van België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze website.
2.1. | Kerncijfers
- ◆ De opbrengsten zijn in 2012 met 7% gestegen tot € 3462 miljoen. De netto-omzet steeg met 7% dankzij de uitstekende prestaties van de drie kernproducten Cimzia®, Vimpat® en Neupro® en een sterke verkoop van Keppra® in Japan en de weerstand tegen de generische erosie in Europa, gedeeltelijk gecompenseerd door de generische concurrentie voor de por tefeuille van rijpe producten. De royaltyinkomsten en -vergoedingen daalden met 10% wegens een vermindering van het biotechnologisch intellectueel eigendom. De overige opbrengsten stegen met 23% als gevolg van nieuwe mijlpalen, deels gecompenseerd door een lagere omzet uit contractproductie.
- ◆ De recurrente EBITDA bedroeg in 2012 € 655 miljoen, tegenover € 687 miljoen in 2011, wat een weerspiegeling is van de hogere opbrengsten, enigszins geneutraliseerd door de lanceringskosten voor Cimzia®, Vimpat®, Neupro® en investeringen in O&O.
- ◆ De nettowinst steeg van € 238 miljoen in 2011 tot € 252 miljoen in 2012, als gevolg van een sterk bedrijfsresultaat, lagere éénmalige uitgaven en gestegen financiële lasten.
- ◆ De kern-WPA steeg van € 1,91 in 2011 naar € 2,14 per aandeel in 2012
1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de financiële en bedrijfsresultaten niet gelijk is aan de weergegeven som.
| ActuEEl | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | Actuele wisselkoersen |
Constante wisselkoersen |
| Opbrengsten | 3462 | 3 246 | 7% | 2% |
| Netto-omzet | 3070 | 2876 | 7% | 2% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 168 | 187 | -10% | -14% |
| Overige opbrengsten | 224 | 183 | 23% | 18% |
| Brutowinst | 2378 | 2233 | 6% | 1% |
| Marketing- en verkoopkosten | -875 | -837 | 5% | 0% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -890 | -778 | 14% | 10% |
| Algemene en administratiekosten | -198 | -191 | 4% | 2% |
| Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) | 0 | 12 | -96% | -92% |
| Recurrente EBIT (REBIT) | 415 | 439 | -5% | -16% |
| Niet-recurrente baten / lasten(-) | -26 | -91 | -71% | -72% |
| EBIT (operationele winst) | 389 | 348 | 12% | -1% |
| Netto financiële lasten | -147 | -115 | 29% | 28% |
| Winst vóór winstbelastingen | 242 | 233 | 3% | -16% |
| Winstbelastingen (-) / vorderingen | -7 | -9 | -30% | -2% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 235 | 224 | 5% | -16% |
| Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 17 | 14 | 21% | 20% |
| Nettowinst | 252 | 238 | 8% | -14% |
| toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 256 | 238 | 8% | -15% |
| toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -4 | 0 | n.v.t. | n.v.t. |
| Recurrente EBITDA | 655 | 687 | -5% | -12% |
| Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) | 221 | 137 | 61% | n.v.t. |
| Netto financiële schuld | 1766 | 1 548 | 14% | n.v.t. |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 355 | 292 | 21% | n.v.t. |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd | 179,3 | 178,5 | 0% | n.v.t. |
| Winst per aandeel (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet verwaterd) |
1,43 | 1,34 | 7% | -15% |
| Kern-WPA (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet verwaterd) |
2,14 | 1,91 | 12% | -4% |
2.2. | Belangrijkste gebeurtenissen in 2012
Er hebben zich een aantal belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden.
Belangrijke overeenkomsten / initiatieven
- ◆ December 2012 Biotie Therapies meldde positieve toplineresultaten van een Fase 2b-studie die zijn adenosine A2a antagonist tozadenant (SYN115) evalueer t in de ziekte van Parkinson. UCB bezit 9,2% van Biotie en heeft een licentie voor exclusieve, wereldwijde rechten op het Fase 3-ontwikkelen en commercialiseren van tozadenant. UCB analyseer t momenteel gedetailleerd de gegevens; een beslissing over de verdere ontwikkeling wordt verwacht in het eerste kwar taal van 2013.
- ◆ November 2012 Exemed Pharmaceuticals verwerft UCB's Indiase fabriek in Vapi. De UCB-fabriek in Vapi richt zich op dit ogenblik op de productie, verpakking en distributie van enkele van UCB's mature geneesmiddelen voor de Indiase markt. Exemed Pharmaceuticals zal deze activiteiten voortzetten en plant ook nieuwe business voor deze vestiging.
-
◆ November 2012 exclusief partnerschap met NewBridge Pharmaceuticals voor het beschikbaar stellen van UCBkernproducten Cimzia®, Vimpat® en Neupro® aan patiënten op verschillende Midden-Oosterse en Afrikaanse markten.
-
◆ September 2012 nieuwe biotechnologische pilootfabriek op de terreinen van UCB in Eigenbrakel (België). De fabriek zal zich richten op de ontwikkeling van UCB's moleculen voor research en klinische tests. Productieprocessen zullen worden ontworpen en geoptimaliseerd om over te stappen van ontwikkeling tot grootschalige industriële productie. In de productie-unit komen verschillende fermentatiereactoren en geïntegreerde laboratoria.
- ◆ Juni en oktober 2012 de Research Alliance tussen UCB en Harvard wordt uitgebreid en voortgezet. UCB kondigde aan dat het met Harvard een tweede en een derde samenwerkend onderzoeksproject start als uitbreiding van de Research Alliance die UCB en Harvard afsloten in 2011. Dit tweede researchproject is gericht op de translatie en de ontwikkeling van kleinmoleculaire verbindingen voor de inductie van autofagie, met mogelijke toepassingen bij de behandeling van neurodegeneratieve ziekten. Het derde researchproject richt zich op het menselijk microbioom om nieuwe therapeutische toepassingen in de immunologie te ontwikkelen
- ◆ Mei 2012 UCB breidt uit in Brazilië. UCB en Meizler Biopharma, een par ticulier Braziliaans farmaceutisch bedrijf, sloten een overeenkomst af waarbij UCB 51% van Meizler Biopharma verwerft. UCB zal enkele van zijn gevestigde en nieuwe geneesmiddelen in de por tefeuille van Meizler Biopharma inbrengen voor verkoop in Brazilië.
- ◆ April 2012 converteerbare obligaties. UCB kocht voor een uitstaand bedrag van € 70 miljoen aan conver teerbare obligaties met vervaldatum in 2015 (€ 500 miljoen conver teerbare
obligaties met coupon van 4,50% uitgegeven door UCB N.V. op 30 september 2009).
- ◆ Maar t 2012 samenwerking met de universiteit van Oxford, waarmee een investering van GBP 3,6 miljoen gepaard gaat voor projecten op het vlak van translationele geneeskunde.
- ◆ Februari 2012 meerjarige strategische samenwerking met Nodality waarbij wordt gebruikgemaakt van Nodality's gepatenteerde Single Cell Network Profiling-technologie om verschillende verbindingen van UCB te helpen ontwikkelen.
- ◆ Januari 2012 UCB en Astellas gaan samen Cimzia® ontwikkelen en promoten in Japan. Na de beslissing van Otsuka Pharmaceutical in om zijn medewerking op het vlak van immunologie stop te zetten, hebben UCB en Astellas een onderlinge overeenkomst afgesloten voor de gezamenlijke ontwikkeling en promotie van Cimzia® (certolizumab pegol) in Japan.
- ◆ Januari en augustus 2012 strategische alliantie met WILEX versterkt. UCB oefende zijn inschrijf- en over-inschrijfrechten uit op de uitgifte van nieuwe aandelen in WILEX AG, München (Duitsland), een bedrijf gespecialiseerd in de ontwikkeling van geneesmiddelen en diagnostica voor kanker. UCB verwierf bijkomende aandelen in WILEX en bezit nu 14,47%.
Update over de reglementering en vooruitgangvan de pijplijn
Immunologie
◆ In december werd Cimzia® (certolizumab pegol) goedgekeurd in Japan voor de behandeling van patiënten met reumatoïde artritis (RA) na UCB's aanvraag tot in de handel brengen bij het Japanse ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn in januari 2012. UCB en Astellas Pharma Inc. sloten een overeenkomst voor de gezamenlijke ontwikkeling en promotie van Cimzia® in Japan
In respectievelijk februari en april werden de eerste positieve resultaten genoteerd in de Fase 3-studies van Cimzia® bij psoriatische artritis en axiale spondylartritis, met inbegrip van ankylopoetica spondylitis. Aanvragen bij de Amerikaanse en Europese regelgevende instanties hiervoor,
volgden in november en december. In maart startte het Cimzia®-Fase 3-programma voor juveniele reumatoïde artritis in de Verenigde Staten als gepland. De eerste
resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2014.
- ◆ In september maakte UCB topline Fase 2-resultaten bekend voor olokizumab bij reumatoïde artritis. Deze studie bereikte het primaire eindpunt van het aantonen van een significante vermindering van de ziekteactiviteitsscore in week 12. De huidige gegevens duiden echter niet op voldoende differentiatiepotentieel in vergelijking met tocilizumab. UCB zet het programma intern niet door tot in Fase 3, en zoekt nu naar nieuwe mogelijkheden voor olokizumab waaronder de afsluiting van par tnerschappen.
- ◆ In april startte het Fase 3-klinische testprogramma voor romosozumab (een sclerostineantilichaam dat ook bekend staat als CDP7851/AMG 785) voor de behandeling van postmenopauzale osteoporose. De eerste resultaten van het Fase 3-programma worden verwacht tegen het einde van 2015.
- ◆ In het kader van de uitbreiding van zijn pijplijn begon UCB een Fase 1-studie ter evaluatie van UCB4940 voor de behandeling van immunologische ziekten.
- ◆ De overige klinische ontwikkelingsprojecten in immunologie, met name de Fase 3-programma's Cimzia® Exxelerate™ en C-Early™,
epratuzumab in uitgezaaide lupus erythematodes (SLE) maar ook CDP7657 in SLE in Fase 1 boeken vooruitgang.
Centraal zenuwstelsel (CZS)
◆ In november startte UCB een nieuwe Fase 3-studie van Vimpat® (lacosamide) in Azië die is ontworpen om de doeltreffendheid en de veiligheid te onderzoeken van lacosamide als adjuvanttherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met partiële aanvallen. Initiële resultaten van deze Fase 3-studie worden verwacht in de eerste helft van 2015. Beide, in de VS en in Europa, Fase 3-monotherapie-
ontwikkelingsprogramma's lopen zoals gepland. De eerste resultaten worden verwacht respectievelijk in het tweede kwar taal 2013 en het vierde kwar taal van 2014. Het klinische open-label Fase 2-pilottestprogramma van Vimpat® voor aanvullende therapie bij primaire gegeneraliseerde tonischclonische aanvallen (PGTCS) leverde goede resultaten op in januari. Besprekingen met regelgevende instanties om over te gaan tot Fase 3-ontwikkeling voor PGTCS zijn aan de gang. Het testprogramma van de Fase 3-pediatrische studie zou in de eerste helft van 2013 moeten beginnen.
◆ Neupro® (rotigotine) verkreeg in april de goedkeuring van de regelgevende instanties in de VS. Sinds juli 2012 is de pleister die stabiel blijft bij kamer temperatuur beschikbaar in de Verenigde Staten voor de vroege en gevorderde stadia van de ziekte van Parkinson (PD)en voor het rustelozebenensyndroom (RLS). In augustus werd de pleister ook in de Europese Unie goedgekeurd voor vroege en gevorderde stadia van de ziekte van Parkinson en voor het rustelozebenensyndroom.
In december 2012 werd Neupro® goedgekeurd in Japan voor de ziekte van Parkinson en voor het rustelozebenensyndroom. Otsuka Pharmaceutical, de CZS par tner van UCB, heeft de exclusieve rechten voor het ontwikkelen en op de markt brengen van Neupro® in Japan.
- ◆ De Fase 3-studie ter evaluatie van brivaracetam als aanvullende therapie bij de behandeling van partiële aanvallen bij volwassen epilepsiepatiënten is lopende. Deze studie evalueer t de doeltreffendheid en de veiligheid van brivaracetam bij dosissen van 100 en 200 mg / dag in vergelijking met placebo als aanvullende behandeling bij meer dan 700 volwassen epilepsiepatiënten met par tiële aanvallen die nog niet volledig onder controle zijn ondanks de gelijktijdige behandeling met 1 of 2 anti-epileptica. De deelname aan deze test heeft achterstand opgelopen als gevolg van externe redenen (concurrentie van generische middelen, concurrentie om patiënten voor klinische tests) en het ontwerp (patiënten die levetiracetam nemen, zijn uitgesloten). De eerste resultaten worden nu verwacht tegen de tweede helft van 2014. Brivaracetam biedt UCB de mogelijkheid om zijn leiderschap op het vlak van epilepsie verder uit te breiden door het aanreiken van een nieuwe en betere behandeling tegen deze complexe ziekte.
- ◆ UCB0942, een nieuw kandidaat-geneesmiddel met een innovatief werkingsmechanisme ("pre- en postsynaptische inhibitie", PPSI), werd ontwikkeld voor de behandeling van refractaire epilepsie. Fase-1-studies met enkele en meervoudige dosis werden met bevredigend resultaat afgewerkt. Echter, een verdere ontwikkeling van deze molecule zal niet verder worden gezet.
3. Analyse van bedrijfs- en financiële resultaten1
Wijziging van de groep: Als gevolg van de afstoting van de resterende niet-farmaceutische activiteiten, zoals Films (in september 2004) en Surface Specialities (in februari 2005) rappor teer t UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.
Recurrente en niet-recurrente posten: Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven ("niet-recurrente" posten). Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), is een regel voor "recurrente EBIT" (REBIT of recurrente operationele winst) opgenomen die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De recurrente EBIT is gelijk aan de regel "operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, herstructurering en overige baten en lasten" die in de geconsolideerde jaarrekening gerappor teerd wordt.
Kern-WPA is de kern-nettowinst, of de nettowinst die kan worden toegekend aan UCB-aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van nietvoorgezette activiteiten, en de nettoafschrijving die verbonden is met verkopen per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.
Kernproducten: De "kernproducten" zijn UCB's recent geïntroduceerde geneesmiddelen, met name Cimzia®, Vimpat® en Neupro®. UCB's prioriteit is de verdere lancering en groei van deze drie producten.
1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in deze analyse van bedrijfs- en financiële resultaten niet gelijk is aan de weergegeven som.
De geconsolideerde jaarrekening van 2012 is het eerste jaarverslag waarin de Groep IAS 19R vervroegd heeft toegepast. De cijfers voor 2011 zijn herwerkt als werd IAS 19R altijd al toegepast.
3.1. | Netto-omzet per product – De totale netto-omzet bedraagt € 3070 miljoen, of 7% meer dan de vorige periode
| ACTUEEL | VERSCHIL | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | ACTUELE WISSELKOERSEN |
CONSTANTE WISSELKOERSEN |
| Kernproducten | ||||
| Cimzia® | 467 | 312 | 50% | 41% |
| Vimpat® | 334 | 218 | 53% | 44% |
| Neupro® | 133 | 95 | 40% | 38% |
| Andere producten | ||||
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 838 | 966 | -13% | -16% |
| Zyr tec® (inclusief Zyr tec-D® / Cirrus®) | 249 | 260 | -4% | -8% |
| Xyzal® | 128 | 108 | 19% | 17% |
| omeprazole | 79 | 76 | 4% | -3% |
| Metadate™ CD | 65 | 62 | 5% | -3% |
| Nootropil® | 63 | 69 | -9% | -8% |
| Other | 714 | 710 | 0% | -3% |
| Totale netto-omzet | 3070 | 2 876 | 7% | 2% |
Core products
Cimzia® (certolizumab pegol), voor matige tot ernstige reumatoïde ar tritis (RA) en de ziekte van Crohn (CD, beschikbaar in de VS, Zwitserland, Brazilë, Rusland, Argentinië, Chili en Mexico) behaalde een netto-omzet van € 467 miljoen, een stijging met € 155 miljoen of 50%.
Vimpat® (lacosamide), voor epilepsie, beschikbaar als aanvullende therapie voor de behandeling van par tiële aanvallen, haalde een netto-omzet van € 334 miljoen (+53%).
Neupro® (rotigotine), tegen de ziekte van Parkinson (PD) en het rustelozebenensyndroom (RLS), noteerde een netto-omzet die van € 95 miljoen steeg tot € 133 miljoen, of plus 40%.
Andere producten
Keppra® (levetiracetam), voor epilepsie, gaf een netto-omzet van € 838 miljoen (waarvan € 55 miljoen voor Keppra® XR in de VS). Dit is 13% minder dan vorig jaar. De nettoverkoop daalde als gevolg van de verdere erosie na het verstrijken van het octrooi in Europa (-28%), deels gecompenseerd door een stijging van 40% in de "Rest van de wereld", voornamelijk als gevolg van E Keppra® in Japan.
Zyrtec® (cetirizine, inclusief Zyr tec®-D / Cirrus®), voor allergie, kende een daling van de netto-omzet met 4% tot € 249 miljoen als gevolg van de generische concurrentie.
Xyzal® (levocetirizine), voor allergie, noteerde een netto-omzet van € 128 miljoen, een stijging met 19%, vooral als gevolg van het toenemende marktaandeel in Japan, deels gecompenseerd door de generische concurrentie in Europa.
Omeprazole, een generisch product tegen hyperaciditeit, behaalde een netto-omzet van € 79 miljoen, tegenover € 76 miljoen vorig jaar.
Metadate™ CD (methylphenidate HCI), voor ADHD, behaalde een netto-omzet van € 65 miljoen, een toename van 5% despite generic launch as of september 2012.
Nootropil® (piracetam), voor cognitieve stoornissen, zag zijn netto-omzet met 9% dalen, van € 69 miljoen naar € 63 miljoen.
Andere producten: De netto-omzet van de overige rijpe producten bleef stabiel.
Netto-omzet per product
2012 - € 3 070 miljoen 2011 - € 2 876 miljoen
3.2. | Netto-omzet per geografisch gebied
Noord-Amerika: De door UCB gerappor teerde nettoomzet bedroeg € 1171 miljoen, een stijging met 24% ten opzichte van een jaar eerder. Tegen constante wisselkoersen zou deze stijging 15% bedragen. Cimzia®, voor patiënten die lijden aan de ziek te van Crohn (CD) en reumatoïde ar tritis (RA), noteerde een stijging van de netto-omzet met 42% tot € 321 miljoen. Het anti-epilepticum Vimpat®, beschikbaar als aanvullende therapie voor de behandeling van par tiële aanvallen, haalde een netto-omzet van € 251 miljoen (+58%). Na Neupro® in de tweede helf t van 2012 op de Amerikaanse mark t te hebben gebracht, haalde de nettoomzet € 15 miljoen. De franchise voor Keppra® haalde tot € 236 miljoen, een verlies van 4% ten opzichte van het voorgaande jaar, met inbegrip van een daling van 16% voor Keppra® XR. De netto-omzet bedroeg € 39 miljoen (-17%) voor venlafaxine XR en voor Tussionex™ (hydrocodone polistirex en chlorpheniramine polistirex) € 34 miljoen (-23%), beide het gevolg van de generische concurrentie. De nettoomzet voor de andere producten bedroeg € 275 miljoen (+15%, +7% bij constante koersen).
Europa: De netto-omzet bedroeg € 1275 miljoen in 2012, een daling met 9%. De netto-omzet van Cimzia® steeg met 63% van € 81 miljoen in 2011 tot € 133 miljoen in 2012. Het epilepsiegeneesmiddel Vimpat® steeg met 33% tot € 76 miljoen. Neupro® voor de behandeling van de ziek te van Parkinson en het rustelozebenensyndroom haalde een netto-omzet van € 114 miljoen, een stijging van 22% ten opzichte van het voorgaande jaar. De netto-omzet van Keppra® daalde met 28% en bedroeg € 451 miljoen, een gevolg van de generische concurrentie. De daling van het allergiegeneesmiddel Xyzal® (-25%) en bij Zyr tec® (-7%) tot een totaal niveau van € 105 miljoen was het gevolg van de verdere generische concurrentie. De netto-omzet van Nootropil® daalde tot € 33 miljoen. Alle andere producten ver tegenwoordigden een netto-omzet van € 363 miljoen, een daling met 4% ten opzichte van het vorig jaar.
"Rest van de wereld" ver tegenwoordigde in 2012 een netto-omzet van € 628 miljoen, een toename met 22%, hoofdzakelijk dankzij E Keppra® in Japan. Zyr tec® en Xyzal® droegen bij voor € 264 miljoen, waarvan € 201 miljoen in Japan. Mark tleider E Keppra® groeide met 40% op jaarbasis. De drie nieuwe kernproducten, Cimzia®, Vimpat® en Neupro®, zijn nu beschikbaar voor patiënten in dit gebied en leverden een bijdrage van € 24 miljoen.
Netto-omzet per geografisch gebied
| ACTUEEL | ACTUELE WISSELKOERSEN |
CONS TANTEWISSELKOERSEN |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | € miljoen | % | € miljoen | % |
| etto-omzet N oord-Amerika |
1 171 | 943 | 228 | 24% | 140 | 15% |
| Kernproducten | ||||||
| Cimzia® | 321 | 226 | 95 | 42% | 71 | 31% |
| V impat® |
251 | 158 | 92 | 58% | 74 | 46% |
| N eupro® |
15 | 0 | 15 | 14 | ||
| Andere producten | ||||||
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 236 | 228 | 8 | 4% | -10 | -4% |
| venlafaxine XR | 39 | 47 | -8 | -17% | -11 | -23% |
| Tussionex™ | 34 | 44 | -10 | -23% | -13 | -29% |
| Overige | 275 | 240 | 35 | 15% | 16 | 7% |
| etto-omzet Europa | 1 275 | 1403 | -129 | -9% | -136 | -10% |
| Kernproducten | ||||||
| Cimzia® | 133 | 81 | 51 | 63% | 49 | 61% |
| V impat® |
76 | 57 | 19 | 33% | 18 | 32% |
| N eupro® |
114 | 94 | 20 | 22% | 19 | 21% |
| Andere producten | ||||||
| Keppra® | 451 | 630 | -180 | -28% | -182 | -29% |
| Xyzal® | 48 | 64 | -16 | -25% | -16 | -25% |
| Zyr tec® (inclusief Cirrus®) | 57 | 61 | -4 | -7% | -4 | -7% |
| N ootropil® |
33 | 38 | -5 | -14% | -5 | -13% |
| Overige | 363 | 378 | -14 | -4% | -16 | -4% |
| etto-omzet rest van de wereld | 628 | 515 | 113 | 22% | 85 | 16% |
| Kernproducten | ||||||
| Cimzia® | 13 | 5 | 8 | 177% | 8 | 158% |
| V impat® |
7 | 3 | 4 | 162% | 4 | 151% |
| N eupro® |
4 | 2 | 3 | 193% | 3 | 189% |
| Andere producten | ||||||
| Zyr tec® (inclusief Cirrus®) | 184 | 191 | -7 | -4% | -19 | -10% |
| Keppra® | 152 | 108 | 43 | 40% | 35 | 32% |
| Xyzal® | 80 | 43 | 36 | 84% | 35 | 80% |
| ootropil® N |
30 | 31 | -2% | -1 | -2% | |
| Overige | 158 | 132 | 35 | 19% | 20 | 15% |
| iet toegewezen | -4 | 15 | ||||
| Totale netto-omzet | 3070 | 2 876 | 194 | 7% | 71 | 2% |
3.3. | Royaltyinkomsten en -vergoedingen
| ACTUEEL | VERSCHIL | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | ACTUELE WISSELKOERSEN |
CONSTANTE WISSELKOERSEN |
| Biotechnologische IE | 88 | 104 | -15% | -20% |
| Toviaz® | 38 | 39 | -2% | -2% |
| Zyr tec® VS | 19 | 18 | 5% | -3% |
| Overige | 23 | 26 | -12% | -17% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 168 | 187 | -10% | -14% |
Voor 2012 bedroegen de royaltyinkomsten en vergoedingen € 168 miljoen, een daling met € 19 miljoen of 10% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De royalty's op intellectuele eigendom (IE) in biotechnologie daalden tot € 88 miljoen vanwege het aflopen van patenten. De door Pfizer betaalde royalty's voor Toviaz® (fesoterodine), voor de behandeling van een overactieve blaas, liepen met 2% terug tot € 38 miljoen.
De in de VS ontvangen royalty's voor Zyr tec® bij de verkoop zonder voorschrift bleven stabiel en bedroegen € 19 miljoen.
De andere royaltyinkomsten daalden met € 3 miljoen tot € 23 miljoen.
3.4 | Overige opbrengsten
| ACTUEEL | VERSCHIL | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | ACTUELE WISSELKOERSEN |
CONSTANTE WISSELKOERSEN |
| Omzet uit contractproductie | 85 | 93 | -8% | -12% |
| Astellas / Otsuka | 75 | 22 | 238% | 223% |
| Provas™ en overige winstdeling | 29 | 39 | -26% | -26% |
| Xyzal® mijlpalen en winstdeling | 13 | 7 | 78% | 74% |
| Overige | 22 | 21 | 1% | -5% |
| Overige opbrengsten | 224 | 183 | 23% | 18% |
De overige opbrengsten voor 2012 bedroegen € 224 miljoen, een daling met 23% of € 41 miljoen.
De omzet uit contractproductie daalde tot € 85 miljoen, 8% minder dan dezelfde periode vorig jaar. De omzet uit contractproductie zijn in belangrijke mate verbonden met de in 2009 aangekondigde overeenkomsten met GSK.
De overige opbrengsten in verband met Otsuka in 2011 hebben betrekking op de terugbetaling van de O&O-uitgaven en -mijlpalen als onderdeel van de overeenkomsten die Otsuka en UCB in 2008 sloten voor de gezamenlijke ontwikkeling
van E Keppra® en Cimzia® in Japan. Sinds begin 2012 richt de samenwerking met Otsuka zich op E Keppra® en Neupro® en de nieuwe par tner voor de gemeenschappelijke ontwikkeling en verkoop van Cimzia® in Japan is Astellas.
De winstdelingsovereenkomst met Novar tis voor Provas™, Jalra® en Icandra® in Duitsland ver tegenwoordigt € 29 miljoen, een daling met 26%.
De Xyzal®-mijlpalen en -winstdeling stegen met 78% tot € 13 miljoen en hebben hoofdzakelijk betrekking op de ontvangen omzetmijlpalen op de Japanse markt.
3.5. | Brutowinst
| ACTUEEL | VERSCHIL | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | ACTUELE WISSELKOERSEN |
CONSTANTE WISSELKOERSEN |
| Opbrengsten | 3 462 | 3246 | 7% | 2% |
| Netto-omzet | 3070 | 2 876 | 7% | 2% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 168 | 187 | -10% | -14% |
| Overige opbrengsten | 224 | 183 | 23% | 18% |
| Kostprijs van de omzet | - 1084 | -1013 | 7% | 5% |
| Kostprijs van de omzet voor producten en diensten | -791 | -730 | 9% | 8% |
| Royaltylasten | -141 | -128 | 10% | 6% |
| Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa |
-152 | -155 | -2% | -6% |
| Brutowinst | 2 378 | 2233 | 6% | 1% |
| waarvan | ||||
| Producten en diensten | 2503 | 2 328 | 7% | 2% |
| Netto-royaltyinkomsten | 27 | 60 | -54% | -59% |
| Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa |
-152 | -155 | -2% | -6% |
De brutowinst van € 2378 miljoen is 6% hoger dan in 2011 als gevolg van de stijging van de opbrengsten.
De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gekoppelde immateriële activa:
Kostprijs van de omzet voor producten en diensten: De kostprijs van de omzet voor producten en diensten steeg met € 61 miljoen, van € 730 miljoen in 2011 (25,4% van de nettoomzet) tot € 791 miljoen in 2012 (25,8% van de netto-omzet), een gevolg van de productmix.
Royaltylasten: De royalty's stegen van € 128 miljoen in 2011 tot € 141 miljoen in 2012 als gevolg van hogere royalty's voor de gelanceerde producten (Cimzia®, Vimpat® en Neupro®), die deels werden gecompenseerd door de daling van de royaltykosten voor biotechnologie IE en venlafaxine XR.
.
| ACTUEEL | VERSCHIL | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | ACTUELE WISSELKOERSEN |
CONSTANTE WISSELKOERSEN |
| Biotechnologische IE | -35 | -42 | -16% | -22% |
| Overige | -106 | -86 | 23% | 20% |
| Royaltylasten | -141 | -128 | 10% | 6% |
Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa: Onder IFRS 3 (Bedrijfscombinaties) heeft UCB op zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan, die verband houden met de overname van Celltech en Schwarz Pharma (lopend onderzoek en ontwikkeling, productie van kennis, royaltystromen, handelsbenamingen enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa waarvoor al producten zijn gelanceerd, zijn goed voor € 152 miljoen in de eerste helft van 2012 dat € 3 miljoen lager is dan in dezelfde periode van 2011, voornamelijk vanwege het aflopen van de afschrijvingstermijn van bepaalde immateriële activa.
3.6. | Recurrente EBIT en recurrente EBITDA
| ACTUEEL | VERSCHIL | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | ACTUELE WISSELKOERSEN |
CONSTANTE WISSELKOERSEN |
||
| Opbrengsten | 3 462 | 3 246 | 7% | 2% | ||
| Netto-omzet | 3070 | 2876 | 7% | 2% | ||
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 168 | 188 | -10% | -14% | ||
| Overige opbrengsten | 224 | 183 | 23% | 18% | ||
| Brutowinst | 2 378 | 2 233 | 6% | 1% | ||
| Marketing- en verkoopkosten | -875 | -837 | 5% | 0% | ||
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -890 | -778 | 14% | 10% | ||
| Algemene en administratiekosten | -198 | -191 | 4% | 2% | ||
| Overige bedrijfsbaten / lasten (-) | 0 | 12 | -96% | -92% | ||
| Totale operationele lasten | -1 963 | -1 794 | 9% | 5% | ||
| Recurrente EBIT (REBIT) | 415 | 439 | -5% | -16% | ||
| Plus: afschrijving van immateriële activa | 176 | 180 | -3% | -6% | ||
| Plus: afschrijvingslasten | 64 | 68 | -6% | -8% | ||
| Recurrente EBITDA (REBITDA) | 655 | 687 | -5% | -12% |
De bedrijfskosten, die de marketing- en verkoopkosten, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de algemene en administratiekosten en andere bedrijfsopbrengsten / -lasten omvatten, bedroegen € 1963 miljoen in 2012, 9% meer dan vorig jaar, als gevolg van:
- ◆ € 38 miljoen meer marketing- en verkoopkosten als gevolg van de introductie van Neupro® in de Verenigde Staten in juli 2012, de voor tzetting van de lancering van E Keppra® in Japan en de verdere regionale expansie van Cimzia®, Vimpat® en Neupro®;
- ◆ € 112 miljoen meer onderzoeks- en ontwikkelingskosten ten gevolge van een ver gevorderde klinische ontwikkeling, waaronder de projecten in de laatste ontwikkelingsfase (fase 3);
- ◆ € 8 miljoen meer algemene en administratieve kosten;
- ◆ de daling met € 12 miljoen in andere bedrijfsopbrengsten / -lasten is hoofdzakelijk gelinkt met de terugbetaling van lasten in 2011, die zich niet herhaalde in 2012.
De recurrente EBIT is gedaald met € 24 miljoen of 5% als gevolg van de hogere operationele lasten.
- ◆ De totale afschrijving van immateriële activa (productgerelateerde en andere) daalde van € 180 miljoen tot € 176 miljoen, hoofdzakelijk als gevolg van de levensduur van bepaalde immateriële activa.
- ◆ De afschrijvingslasten bedroegen € 64 miljoen.
De recurrente EBITDA daalde met 5% tot € 655 miljoen in vergelijking met 2011, als gevolg van de hogere opbrengsten door de verdere lanceringskosten voor de kernproducten van UCB en belangrijke regio's en E Keppra®, en de blijvende hoge O&O-uitgaven voor de vordering van de laat stadium pijplijn naar Fase 3 toe en het beheer van het CVN levenscyclus.
3.7. | Nettowinsten en kern-WPA
| ACTUEEL | VERSCHIL | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | ACTUELE WISSELKOERSEN |
CONSTANTE WISSELKOERSEN |
| Recurrente EBIT | 415 | 439 | -5% | -16% |
| Kosten van bijzondere waardeverminderingen | -10 | -39 | -74% | -74% |
| Reorganisatiekosten | -40 | -27 | 47% | 45% |
| Nettowinst op afstotingen | 31 | 0 | >100% | >100% |
| Overige niet-recurrente baten / lasten (-) | -7 | -24 | -72% | -76% |
| Totale niet-recurrente baten / lasten (-) | -26 | -91 | -71% | -72% |
| EBIT (operationele winst) | 389 | 348 | 12% | -1% |
| Netto financiële lasten | -147 | -115 | 29% | 28% |
| Winst vóór winstbelastingen | 242 | 233 | 3% | -16% |
| Winstbelastingen (-) / vorderingen | -7 | -9 | -30% | -2% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 235 | 224 | 5% | -16% |
| Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 17 | 14 | 21% | 20% |
| Nettowinst | 252 | 238 | 8% | -14% |
| Nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 256 | 238 | 8% | -15% |
| Eenmalige financiële en andere posten na belastingen | 35 | 70 | -50% | -50% |
| Winst (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -17 | -14 | 21% | 21% |
| Eenmalige belastingen | -3 | -66 | -96% | -98% |
| Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa |
152 | 155 | -2% | -6% |
| Belastingen op immateriële activa | -41 | -43 | -6% | -9% |
| Kern-nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 383 | 340 | 13% | -4% |
| Gewogen gemiddelde aantal aandelen | 179,3 | 178,5 | 0% | n.a. |
| Kern-WPA toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 2,14 | 1,91 | 12% | -4% |
De totale niet-recurrente baten / lasten bedroegen € 26 miljoen vóór belastingen, tegenover € 91 miljoen vóór belastingen in 2011. De niet-recurrente posten van 2012 omvatten de waardevermindering van niet-financiële activa als gevolg van de jaarlijkse waardeverminderingstest; herstructureringskosten m.b.t. SHAPE, reorganisatie van ondersteuningsfuncties en afvloeiingskosten; de winst op de afstoting van rijpe primaire zorgmarkten in de Verenigde Staten en Australië; en andere uitgaven met betrekking tot geschillen, optimalisatie en opvordering van bewijsmateriaal in burgerlijke zaken. In oktober 2011 vorderden het Amerikaanse Department of Justice en de United States Attorney's Office in the Eastern District of Pennsylvania bewijsmateriaal bij UCB op met betrekking tot de prijsverslaggeving voor Cimzia® aan de Amerikaanse federale regering en de verkoop en marketing van Cimzia® in de Verenigde Staten. Het bedrijf verleende zijn volledige medewerking aan dit onderzoek, en in september 2012 sloot de overheid haar onderzoek af zonder enige boetes of straffen op te leggen of enige andere actie tegen het bedrijf te ondernemen.
De niet-recurrente posten van 2011 omvatten waardeverminderingskosten voor € 39 miljoen en houden hoofdzakelijk verband met SYN-118 en verdere optimalisatie van de productiefaciliteiten. De € 27 miljoen herstructureringskosten hebben hoofdzakelijk betrekking op de nieuwe organisatie van de Europese operaties. De andere niet-recurrente posten omvatten US\$ 30 miljoen voor de herstructurering van de licentieovereenkomst voor epratuzumab tussen Immunomedics en UCB en bijkomende afschrijvingen.
De netto financiële lasten stegen van € 115 miljoen in 2011 tot € 148 miljoen in 2012, of met € 33 miljoen – waaronder € 9 miljoen eenmalig verlies op de gedeeltelijke schuldaflossing met betrekking tot de conver teerbare obligatie en € 13 miljoen afschrijving op de WILEX-investering.
Het gemiddelde belastingtarief op recurrente activiteiten bedraagt 7% in 2012, tegenover 30% in dezelfde periode vorig jaar. Het theoretisch belastingpercentage in 2012 is laag als gevolg van de erkenning van eerder niet erkende belastingsverliezen en van belangrijke verliezen in fiscale jurisdicties met een hogere aanslagvoet. Niet-recurrente elementen zorgden voor een belastingtegoed van € 15 miljoen, tegen een belastingtegoed van € 86 miljoen in 2011. De niet-recurrente posten in 2012 omvatten eenmalige belastinginkomsten door het vrijgeven van schulden die niet langer nodig zijn.
De nettowinst bedraagt € 252 miljoen, € 14 miljoen meer dan in 2011, waarvan € 256, miljoen kan worden toegekend aan de aandeelhouders van UCB en € -4 miljoen aan het minderheidsbelang.
De nettowinst die kan worden toegekend aan de aandeelhouders van UCB, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële éénmalige posten, de bijdrage na belasting van niet-voorgezette activiteiten, en de nettoafschrijving verbonden met verkopen, leidt tot een kern-nettowinst van € 383 miljoen, 13% meer dan in 2011.
De kern-WPA die kan worden toegekend aan de aandeelhouders van UCB bedroeg 2,14 (ter vergelijking: 1,91 in 2011) per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.
3.8. | Kapitaaluitgaven
De kapitaaluitgaven voor materiële vaste activa voor tvloeiend uit de biofarmaceutische activiteiten van UCB bedroegen € 160 miljoen in 2012, tegenover € 82 miljoen in 2011. De kapitaaluitgaven hielden in 2012 vooral verband met de nieuwe biotechnologische pilootfabriek in Eigenbrakel (België) en de biotechnologiefabriek in Bulle (Zwitserland).
De verwerving van immateriële vaste activa bedroeg € 61 miljoen in 2012 (tegenover € 55 miljoen in 2011) voor softwareontwikkelingen, mijlpalen in samenwerkingsovereenkomsten en licentieafspraken.
Bovendien heeft UCB, zoals bepaald in de overeenkomst tussen UCB en Lonza voor de productie door Lonza van gepegyleerde actieve bulkproducten op basis van antilichaamfragmenten, deelgenomen in de voorfinanciering van de betreffende kapitaaluitgaven. De afschrijvingskosten op deze investering zijn opgenomen in de kosten van verkochte goederen en werden weer toegevoegd met het oog op de berekening van de recurrente EBITDA.
3.9. | Balans
Immateriële activa: De immateriële activa daalden met € 42 miljoen, van € 1525 miljoen op 31 december 2011 tot € 1483 miljoen op 31 december 2012. Dit omvat de lopende afschrijving van de immateriële activa in verband met de overname van Celltech en Schwarz Pharma (€ 175 miljoen), de waardevermindering (€ 7 miljoen) voor onder meer SYN-118 en de jaarlijkse waardeverminderingstests, alsook de impact van de daling van de Amerikaanse dollar en de stijging het Britse pond.
Goodwill: De goodwill bedraagt € 4823 miljoen, of een stijging met € 24 miljoen tussen 31 december 2011 en 31 december 2012, na de overname van Meizler Biopharma (Brazilië) gedeeltelijk werd gecompenseerd door de impact van de daling van de Amerikaanse dollar en de stijging van het Britse pond.
Overige vaste activa: De overige vaste activa stegen met € 86 miljoen, vooral door de investering in de biofabrieken, de uitgestelde belastingen met betrekking tot de boeking van de personeelsbeloningen, en de daling van de rentederivaten.
Vlottende activa: De stijging van € 1706 miljoen op 31 december 2011 tot € 1822 miljoen op 31 december 2012 is het gevolg van de voorraden Cimzia® en Neupro®, een hogere cash door de focus of het werkkapitaal, en de monetisatie van niet-gerealiseerde winsten van derivaten.
Eigen vermogen: Het eigen vermogen van UCB, € 4593 miljoen, daalde met € 108 miljoen tussen 31 december 2011 en 31 december 2012. De belangrijke veranderingen zijn een weerspiegeling van de nettowinst na minderheidsbelangen (€ 252 miljoen), andere nietgerealiseerde resultaten (€ -135 miljoen) – inclusief de IAS 19 veranderingen en de cumulatieve omrekeningsverschillen – en de dividenduitkering (€ -201 miljoen).
Langlopende schulden: De toename van de langlopende schulden van € 2 863 miljoen tot € 2 959 miljoen heeft vooral te maken met de verhoging van de lange termijn schuld en de personeelsbeloningen, en een daling van de uitgestelde belastingen.
Kortlopende schulden: De stijging van de kor tlopende schulden van € 1 612 miljoen tot € 1808 is het gevolg van de aandelenruil van 4,3 miljoen UCB-aandelen, onderhands verkocht voor een totaal bedrag van € 176 miljoen, en een verhoging van de kor tetermijnleningen bij banken.
Nettoschuld: De nettoschuld steeg met € 218 miljoen, van € 1 548 miljoen eind december 2011 tot € 1766 miljoen eind december 2012. De onderliggende rentabiliteit werd gecompenseerd door de dividendbetaling op de resultaten van 2011 en aan de aandeelhouders van de eeuwigdurende obligatie.
3.10. | Kasstroomoverzicht
De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:
De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten bedroeg € 355 miljoen, in vergelijking met € 292 miljoen in 2011. Dit is het gevolg van de focus op de verbetering van het werkkapitaal.
De kasstroom uit investeringsactiviteiten ver toont een uitstroom van € 266 miljoen in 2012 ten opzichte van € 131 miljoen in 2011 en vloeit voor t uit de gestegen uitgaven aan materiële en immateriële activa en de verwerving van 51% van Meizler Biopharma en 25% van Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd. (P.R. China).
De kasstroom uit financieringsactiviteiten tekende een uitstroom van € 27 miljoen op en omvat de aankoop van de conver teerbare obligatie, het dividend dat aan de aandeelhouders van UCB en die van de eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgekeerd werd en wordt gecompenseerd door de toename van leningen.
3.11. | Vooruitzichten voor 2013
UCB verwacht dat de financiële resultaten voor 2013 bepaald zullen worden door de gestage groei van Cimzia®, Vimpat®, Neupro® en de opkomende markten, gedeeltelijk gecompenseerd met de erosie-effecten na het verstrijken van het octrooi voor Keppra®.
De opbrengsten voor 2013 zullen naar verwachting groeien met een laag enkelvoudig decimaal percent, zonder wisselkoerseffect, en ongeveer € 3,4 miljard bedragen. De recurrente EBITDA zal naar verwachting tussen € 680 en € 710 miljoen bedragen.
De kern-WPA voor 2013 zal naar verwachting ongeveer € 1,90 tot € 2,05 bedragen, op basis van 179,3 miljoen uitstaande aandelen.
- 1. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening
- 2. Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
- 3. Geconsolideerde balans
- 4. Geconsolideerd kasstroomoverzicht
- 5. Geconsolideerde staat van wijzigingen in het eigen vermogen
1. | Geconsolideerde winst-en-verliesrekening
| Voor het boekjaar eindigend op 31 december | Toelichting | 2012 | 2011 (herwerkt) |
|---|---|---|---|
| € miljoen | |||
| Voortgezette bedrijfsactiviteiten | |||
| Netto-omzet | 5 | 3070 | 2876 |
| Royalty's | 168 | 187 | |
| Overige opbrengsten | 8 | 224 | 183 |
| Opbrengsten | 3 462 | 3 246 | |
| Kostprijs van de omzet | -1 084 | -1 013 | |
| Brutowinst | 2 378 | 2233 | |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -875 | -837 | |
| Algemene en administratiekosten | -890 | -778 | |
| Overige bedrijfsbaten / lasten (-) | -198 | -191 | |
| Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, | 11 | 0 | 12 |
| reorganisatiekosten en overige bedrijfsbaten en -lasten | |||
| Operationele winst voor bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige bedrijfsbaten/-lasten |
415 | 439 | |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | 12 | -10 | -39 |
| Reorganisatiekosten | 13 | -40 | -27 |
| Overige baten en lasten | 14 | 24 | -25 |
| Operationele winst | 389 | 348 | |
| Financiële inkomsten | 15 | 86 | 90 |
| Financieringskosten | 15 | -233 | -205 |
| Winst / verlies (-) voor winstbelastingen | 242 | 233 | |
| Winstbelastingen (-) / inkomsten | 16 | -7 | -9 |
| Winst / verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 235 | 224 | |
| Beëindigde bedrijfsactiviteiten | |||
| Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 7 | 17 | 14 |
| Winst | 252 | 238 | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van UCB N.V. | 256 | 238 | |
| Minderheidsbelangen | -4 | 0 | |
| Gewone winst per aandeel (€) | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 37 | 1,34 | 1,26 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 37 | 0,09 | 0,08 |
| Totale gewone winst per aandeel | 1,43 | 1,34 | |
| verwaterde winst per aandeel (€) | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 37 | 1,33 | 1,26 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 37 | 0,08 | 0,07 |
| Totale verwaterde winst per aandeel | 1,41 | 1,32 |
2. | Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| Voor het boekjaar eindigend op 31 december | Toelichting | 2012 | 2011 (herwerkt) |
|---|---|---|---|
| € miljoen | |||
| Winst van de periode | 252 | 238 | |
| Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Nettowinst / -verlies (-) op de voor verkoop beschikbare investeringen | 17 | -2 | -2 |
| Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten | -75 | 39 | |
| Effectief gedeelte van winst / verlies (-) op kasstroomafdekkingen | 17 | 5 | -12 |
| Nettowinst / -verlies (-) op afdekking van netto-investeringen in buitenlandse activiteiten | 17 | 0 | 0 |
| Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen | 17 | -68 | -42 |
| Winstbelasting gerelateerd tot de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 5 | 6 | |
| Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde (-) resultaten voor de periode, na belastingen | -135 | -11 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen | 117 | 227 | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van UCB N.V. | 121 | 227 | |
| Minderheidsbelangen | -4 | 0 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen | 117 | 227 |
3. | Geconsolideerde balans
| Voor het boekjaar eindigend op 31 december | Toelichting | 2012 | 2011 (herwerkt) |
1st Jan 2011 (herwerkt) |
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | ||||
| ACTIVA | ||||
| Vaste activa | ||||
| Immateriële activa | 18 | 1483 | 1525 | 1641 |
| Goodwill | 19 | 4823 | 4799 | 4 718 |
| Materiële vaste activa | 20 | 602 | 500 | 505 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 30 | 505 | 466 | 235 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 | 16 | |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële elementen) | 21 | 125 | 180 | 123 |
| Totaal vaste activa | 7538 | 7470 | 7238 | |
| Vlottende activa | ||||
| Voorraden | 22 | 616 | 537 | 434 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 23 | 835 | 851 | 705 |
| Te ontvangen belastingen | 13 | 13 | 9 | |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële elementen) | 21 | 40 | 38 | 61 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 24 | 318 | 267 | 494 |
| 1822 | 1706 | 1 703 | ||
| Activa die worden afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop |
0 | 0 | 28 | |
| Totaal vlottende activa | 1822 | 1706 | 1 731 | |
| Totaal activa | 9360 | 9176 | 8 969 | |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICH TINGEN |
||||
| Eigen vermogen | ||||
| Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders | 25 | 4594 | 4699 | 4503 |
| van UCB | ||||
| Minderheidsbelangen | -1 | 2 | 2 | |
| Totaal eigen vermogen | 4593 | 4701 | 4505 | |
| Langlopende verplichtingen | ||||
| Leningen | 27 | 193 | 42 | 32 |
| Obligaties | 28 | 1697 | 1730 | 1683 |
| Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) |
29 | 68 | 60 | 43 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 30 | 123 | 217 | 314 |
| Personeelsbeloningen | 31 | 290 | 234 | 194 |
| Voorzieningen | 32 | 438 | 472 | 218 |
| Handels- en overige verplichtingen | 33 | 150 | 108 | 127 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 2959 | 2 863 | 2611 | |
| Kortlopende verplichtingen | ||||
| Leningen | 27 | 197 | 45 | 308 |
| Andere financiële verplichtingen | 29 | 200 | 116 | 79 |
| (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | ||||
| Voorzieningen | 32 | 51 | 71 | 92 |
| Handels- en overige verplichtingen | 33 | 1295 | 1294 | 1 172 |
| Te betalen belastingen | 65 | 86 | 198 | |
| 1808 | 1612 | 1 849 | ||
| Verplichtingen die worden afgestoten geclassificeerd als aangehouden voor verkoop |
0 | 0 | 4 | |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 1808 | 1612 | 1 853 | |
| Totaal verplichtingen | 4767 | 4475 | 4 464 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 9360 | 9176 | 8 969 |
4. | Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| Voor het boekjaar eindigend op 31 december | Toelichting | 2012 | 2011 (herwerkt) |
|---|---|---|---|
| € miljoen | |||
| Jaarwinst toerekenbaar aan UCB-aandeelhouders | 256 | 238 | |
| Minderheidsbelangen | -4 | 0 | |
| Aanpassing voor winst (-) / verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 7 | -17 | -14 |
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties | 34 | 175 | 204 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen | 34 | 7 | 9 |
| uit operationele activiteiten | |||
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen | 34 | 103 | 129 |
| uit investerings- en financieringsactiviteiten | |||
| Wijzigingen in het werkkapitaal | 34 | 15 | -110 |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 535 | 456 | |
| Betaalde belastingen gedurende de periode | -180 | -164 | |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 355 | 292 | |
| Verwerving van immateriële activa | 18 | -61 | -55 |
| Verwerving van materiële vaste activa | 20 | -160 | -82 |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen | 6 | -68 | -3 |
| Verwerving van overige investeringen | -1 | -5 | |
| Subtotaal verwervingen | -290 | -145 | |
| Ontvangsten uit verkoop van immateriële vaste activa | 6 | 1 | |
| Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa | 1 | 1 | |
| Ontvangsten uit verkoop van bedrijfsactiviteiten, | 17 | 8 | |
| na aftrek van overgedragen geldmiddelen | |||
| Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen | 0 | 4 | |
| Ontvangen dividenden | 0 | 0 | |
| Subtotaal ontvangsten | 24 | 14 | |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | -266 | -131 | |
| Ontvangsten uit de uitgifte van eeuwigdurende obligaties | 25 | 0 | 295 |
| Terugkoop van obligaties | 28 | -20 | 0 |
| Ontvangsten uit leningen | 27 | 862 | 345 |
| Terugbetalingen (-) van leningen | 27 | -556 | -594 |
| Betaling van verplichtingen uit hoofde van financiële leasingovereenkomsten | -2 | -2 | |
| Inkoop / uitgifte van eigen aandelen | 25 | 4 | -137 |
| Uitgekeerde dividenden aan UCB-aandeelhouders, | 25 | -201 | -177 |
| na aftrek van dividenden betaald op eigen aandelen | |||
| Ontvangen rente | 71 | 67 | |
| Betaalde rente | -185 | -184 | |
| Kasstromen uit financieringsactiviteitenS | -27 | -387 | |
| Kasstromen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -6 | 2 | |
| Nettotoename / -afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten | 56 | -224 | |
| Nettogeldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode | 24 | 253 | 477 |
| Effect van wisselkoersschommelingen | -1 | 0 | |
| Nettogeldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode | 24 | 308 | 253 |
| Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten | 318 | 267 | |
| Waarvan bankvoorschotten | -10 | -14 |
5. | Geconsolideerde staat van wijzigingen in het eigen vermogen
| 2012 – € miljoen | Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB n.v. | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenkapitaal en uitgiftepremies |
Eeuwig durende lening | Eigen aandelen | Overgedragen resultaat |
Overige reserves | rekeningsverschillen Cumulatieve om |
Voor verkoop investeringen beschikbare |
Kasstroomafdekkingen | netto-investeringen Afdekking van |
Totaal | Minderheidsbelangen | Totaal eigen vermogen | |
| Saldo per 1 januari 2012 | 2151 | 295 | -262 | 2615 | 159 | -303 | -1 | -10 | 55 | 4699 | 2 | 4 701 |
| Winst van de periode | 256 | 256 | -4 | 252 | ||||||||
| Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
-63 | -75 | -2 | 5 | -135 | -135 | ||||||
| Totaal gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten |
256 | -63 | -75 | -2 | 5 | 121 | -4 | 117 | ||||
| Dividenden | -178 | -178 | -178 | |||||||||
| Op aandelen gebaseerde betalingen |
16 | 16 | 16 | |||||||||
| Overboeking tussen reserves | 17 | -17 | 0 | 0 | ||||||||
| Ingekochte eigen aandelen | 6 | 6 | 6 | |||||||||
| Aandelencomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie |
-7 | -7 | -7 | |||||||||
| Put en call opties voor minderheidsbelangen |
-29 | -29 | -29 | |||||||||
| Dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligaties |
-23 | -23 | -23 | |||||||||
| Bedrijfscombinaties | -11 | -11 | 1 | -10 | ||||||||
| Saldo per 31 december 2012 | 2151 | 295 | -239 | 2669 | 49 | -378 | -3 | -5 | 55 | 4594 | -1 | 4593 |
| 2011 (herwerkt) – € miljoen | Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB n.v. | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenkapitaal en uitgiftepremies |
Eeuwig durende lening | Eigen aandelen | Overgedragen resultaat |
Overige reserves | rekeningsverschillen Cumulatieve om |
Voor verkoop investeringen beschikbare |
Kasstroomafdekkingen | netto-investeringen Afdekking van |
Totaal | Minderheidsbelangen | Totaal eigen vermogen | |
| Saldo per 1 januari 2011 | 2151 | 0 | -125 | 2568 | 280 | -342 | 1 | 2 | 55 | 4590 | 2 | 4 592 |
| Effect van de vervroegde toepassing van IAS 19R |
-2 | -85 | -87 | -87 | ||||||||
| Herwerkt saldo per 1 januari 2011 | 2151 | 0 | -125 | 2566 | 195 | -342 | 1 | 2 | 55 | 4503 | 2 | 4505 |
| Winst van de periode | 238 | 238 | 0 | 238 | ||||||||
| Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
-36 | 39 | -2 | -12 | -11 | 0 | -11 | |||||
| Totaal gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten |
238 | -36 | 39 | -2 | -12 | 227 | 0 | 227 | ||||
| Dividenden | -177 | -177 | -177 | |||||||||
| Op aandelen gebaseerde betalingen |
11 | 11 | 11 | |||||||||
| Overboeking tussen reserves | 5 | -5 | 0 | 0 | ||||||||
| Ingekochte eigen aandelen | -142 | -142 | -142 | |||||||||
| Uitgifte van eeuwigdurende achtergestelde obligaties |
295 | 295 | 295 | |||||||||
| Dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligaties |
-18 | -18 | -18 | |||||||||
| Saldo per 31 december 2011 | 2 151 | 295 | -262 | 2615 | 159 | -303 | -1 | -10 | 55 | 4699 | 2 | 4 701 |
| 1. Algemene informatie ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––60 |
|
|---|---|
| 2. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving–––––60 | |
| 3. Kritische beoordelingen en schattingen t.b.v. de verslaglegging –––––––––––––––––––––– 73 |
|
| 4. Financieel risicobeheer ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 75 |
|
| 5. Gesegmenteerde informatie–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– | 81 |
| 6. Bedrijfscombinaties––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––82 | |
| 7. Beëindigde bedrijfsactiviteiten ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––83 |
|
| 8. Overige opbrengsten ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––83 |
|
| 9. Operationele kosten volgens hun aard ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––83 |
|
| 10. Personeelsvergoedingen––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––84 | |
| 11. Overige bedrijfsbaten en -lasten (-) –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––84 |
|
| 12. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa –––––––––––––––––––––––––––––85 |
|
| 13. Reorganisatiekosten ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––85 |
|
| 14. Overige baten en lasten–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––85 | |
| 15. Financiële opbrengsten en financieringskosten–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––86 | |
| 16. Winsttegoeden / belastingen (-) ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 87 |
|
| 17. Elementen van andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten––––––––––––––––88 | |
| 18. Immateriële activa –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––89 |
|
| 19. Goodwill –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––90 |
|
| 20. Materiële vaste activa ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 91 |
|
| 21. Financiële en overige activa –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––92 |
|
| 22. Voorraden –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––93 |
|
| 23. Handelsvorderingen en overige vorderingen ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––94 |
|
| 24. Geldmiddelen en kasequivalenten ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––95 |
|
| 25. Kapitaal en reserves–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––95 | |
| 26. Op aandelen gebaseerde betalingen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––96 | |
| 27. Leningen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 100 |
|
| 28. Obligaties –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––101 |
|
| 29. Overige financiële verplichtingen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 102 |
|
| 30. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen –––––––––––––––––––––––––––––––––– 103 |
|
| 31. Personeelsbeloningen ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 104 |
|
| 32. Voorzieningen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 107 |
|
| 33. Handels- en overige verplichtingen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 108 |
|
| 34. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht ––––––––––––––––––––––––––––––– 109 |
|
| 35. Financiële instrumenten per categorie –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––110 |
|
| 36. Afgeleide financiële instrumenten–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––111 | |
| 37. Winst per aandeel–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––113 | |
| 38. Dividend per aandeel –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––114 |
|
| 39. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen––––––––––––––––––––––––––––––––––––––115 | |
| 40. Transacties met verbonden partijen–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––116 | |
| 41. Gebeurtenissen na balansdatum–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––118 | |
| 42. UCB-ondernemingen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––118 |
1. Algemene informatie
UCB N.V. (UCB of "de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee therapeutische gebieden, het centrale zenuwstelsel en de immunologie.
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2012 omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven. Binnen de Groep heeft enkel UCB Pharma N.V., een 100% dochteronderneming, een vestiging in het VK die integraal in haar jaarrekening wordt opgenomen.
UCB N.V., de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is.
De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België. UCB N.V. is genoteerd op de beurs Euronext Brussels.
De Raad van Bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en de statutaire jaarrekening van UCB N.V. voor publicatie goedgekeurd op 26 februari 2013. De aandeelhouders zullen verzocht worden de geconsolideerde jaarrekening en de statutaire jaarrekening van UCB N.V. goed te keuren op de jaarlijkse vergadering op 25 april 2013.
2. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving
De voornaamste grondslagen die toegepast werden om deze jaarrekening op te stellen, worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden consequent toegepast voor alle weergegeven jaren, tenzij anders vermeld.
2.1. | Grondslag voor de opstelling
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap is opgesteld volgens de door de Europese Unie voor gebruik aangenomen International Financial Repor ting Standards (IFRS) en IFRIC-interpretaties. Alle IFRS'en die door de International Accounting Standards Board (IASB) zijn uitgegeven en die van kracht zijn op het moment dat deze geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld, zijn door de Europese Unie voor gebruik aangenomen via de goedkeuringsprocedure die door de Europese Commissie is vastgelegd.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens de historische kostprijsgrondslag, met dien verstande dat bepaalde posten, waaronder voor verkoop beschikbare financiële activa, afgeleide financiële instrumenten en de verplichtingen voor in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties, tegen reële waarde worden weergegeven.
Het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist het gebruik van bepaalde kritische schattingen t.b.v. de verslaggeving. Het vereist tevens dat de directie haar beoordelingsvermogen gebruikt in de toepassing van de grondslagen voor administratieve verslaglegging van de Groep. De domeinen die een hoger niveau van beoordeling of complexiteit met zich meebrengen, of domeinen waarin de veronderstellingen en schattingen belangrijk zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden in Toelichting 3 verduidelijkt.
Waar nodig zijn de vergelijkende waarden heringedeeld om de onderlinge vergelijkbaarheid van de informatie van dit en vorige boekjaren te verbeteren.
2.2. | Wijzigingen in de boekhoudkundige waarderingsgrondslagen en informatieverschaffing
2.2.1. | Door de Groep aangenomen nieuwe en gewijzigde normen:
In de loop van het jaar heeft de Groep de wijzigingen aan IAS 19 zoals herzien in juni 2011 en zoals onderschreven door de Europese Unie in juni 2012 (hierna "IAS 19R") vervroegd toegepast. De Groep heeft IAS 19R met terugwerkende kracht toegepast en in overeenstemming met de overgangsbepalingen zoals beschreven in IAS 19.173. Deze overgangsbepalingen hebben geen impact op toekomstige periodes. De openingspost van de financiële toestand van de eerste voorgestelde vergelijkende periode (1 januari 2011) werd herwerkt.
De wijzigingen in IAS 19 veranderen de boekhouding van toegezegdpensioenplannen en ontslagvergoedingen. De belangrijkste wijziging heeft betrekking op de boekhouding van veranderingen in toegezegdpensioenverplichtingen en fondsbeleggingen. Door deze wijzigingen moeten de veranderingen op het vlak van toegezegdpensioenverplichtingen en de reële waarde van fondsbeleggingen worden opgenomen op het ogenblik dat ze optreden. Daardoor vervalt de "bandbreedtebenadering" die was toegestaan in de eerste versies van IAS 19 en versnellen ze de opname van pensioenkosten van verstreken diensttijd. Alle actuariële winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, zodat het netto pensioenactief of de netto pensioenverplichting zoals opgenomen in het geconsolideerde overzicht van de financiële toestand de volledige waarde van het tekor t of surplus van het plan weergeeft. Bovendien worden de rentekosten en de verwachte return van fondsbeleggingen zoals gebruikt in de eerdere versie van IAS 19 in IAS 19R
vervangen door een "nettorentebedrag" dat wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de netto toegezegdpensioenverplichting (activa). IAS 19R introduceer t een aantal veranderingen in de voorstelling van de toegezegdpensioenkosten waaronder een uitbreiding van de te vermelden gegevens in de toelichtingen.
2.2.2. | Impactvan devervroegdetoepassing van IAS 19R
Deze geconsolideerde jaarrekening 2012 is het eerste jaarverslag waarin de Groep IAS 19R vervroegd heeft toegepast. De herziene norm werd retroactief toegepast in overeenstemming met IAS 8. De Groep heeft daarom de beginpost van het vermogen op 1 januari 2011 aangepast en de cijfers voor 2011 werden herwerkt als werd IAS 19R altijd al toegepast.
| € miljoen | Nettoverplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen Uitgestelde belastingverplichtingen |
netto uitgestelde belastingsverplichtingen |
EIGE N vermogen |
|---|---|---|---|
| Saldo zoals gerapporteerd op 1 januari 2011 | 87 | 99 | 4592 |
| Impact van de vervroegde toepassing van IAS 19R: | |||
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 105 | -20 | -85 |
| Overgedragen resultaten | 2 | 0 | -2 |
| Herwerkt saldo per 1 januari 2011 | 194 | 79 | 4505 |
| Saldo zoals gerapporteerd op 31 december 2011 | 86 | -223 | 4823 |
| Impact van de vervroegde toepassing van IAS 19R | 107 | -20 | -87 |
| Wijziging voor het jaar, geboekt in: | |||
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 42 | -6 | -36 |
| Cumulative omrekeningsverschillen | 3 | -1 | -2 |
| Winst- en verliesrekening | -4 | 1 | 3 |
| Herwerkt saldo per 31 december 2011 | 234 | -249 | 4701 |
De impact op de geconsolideerde winst-en-verliesrekening was als volgt:
| € miljoen | 2011 |
|---|---|
| Afname van personeelsvergoedingen | 4 |
| Toename (-) van winstbelastingen | -1 |
| Toename van de winst over het jaar | 3 |
De impact op het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten was als volgt:
| € miljoen | 2011 |
|---|---|
| Herwaardering van toegezegdpensioenverplichtingen | -42 |
| Winstbelasting | 6 |
| Afname van andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | -36 |
| Afname (-) van totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten gedurende het jaar | -33 |
Er zijn geen andere IFRS- of IFRIC-interpretaties die voor het eerst verplicht worden voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2012 en die een belangrijke impact op de Groep hadden.
2.3. | Nieuwe, nog niet aangenomen normen en interpretaties
De volgende nieuwe normen, wijzigingen aan bestaande normen en interpretaties werden gepubliceerd, maar zijn nog niet verplicht voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2012, en de Groep heeft ze niet eerder aangenomen:
◆ IFRS 9, Financiële instrumenten, behandelt de classificatie, waardering en opname van financiële activa en financiële verplichtingen. IFRS 9 werd uitgegeven in november 2009 en oktober 2010. De norm vervangt delen van IAS 39 die verband houden met de classificatie en waardering van financiële instrumenten. IFRS 9 vereist dat financiële activa worden ingedeeld in twee categorieën: waardering tegen reële waarde en waardering tegen geamor tiseerde kostprijs. De keuze wordt bepaald bij de initiële erkenning. De classificatie hangt af van de manier waarop de entiteit de financiële instrumenten beheer t (businessmodel) en van de contractuele kasstroomkarakteristieken van het instrument.
Voor financiële verplichtingen behoudt de norm de meeste vereisten uit IAS 39. De belangrijkste wijziging is dat, in de gevallen waar voor financiële verplichtingen de waardering plaatsvindt tegen reële waarde, het gedeelte van de wijziging van de reële waarde ingevolge het eigen kredietrisico van een entiteit wordt opgenomen in andere gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten, eerder dan in de winst- en verliesrekening, tenzij bij een inconsistentie in de waardering of opname ("accounting mismatch"). De Groep bestudeer t de volledige impact van IFRS 9 en neemt zich voor om IFRS 9 ten laatste toe te passen vanaf de boekingsperiode die begint op of na 1 januari 2015. De Groep zal eveneens de impact van de volgende fasen van IFRS 9 bestuderen wanneer deze door de Raad zijn goedgekeurd.
◆ IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekening (van kracht vanaf 1 januari 2014 ten laatste), bouwt voor t op de bestaande principes door het bepalen van het sleutelbegrip zeggenschap als de bepalende factor of een entiteit moet worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij. De norm biedt bijkomende richtlijnen voor de besluitvorming waar de zeggenschap moeilijk te bepalen is. De Groep onderzoekt momenteel de volledige impact van IFRS 10.
- ◆ IFRS 11, Gezamenlijke overeenkomsten (van kracht vanaf 1 januari 2014 ten laatste). IFRS 11 wil gebruikers van jaarrekeningen meer duidelijkheid bieden over de betrokkenheid van een entiteit bij gezamenlijke overeenkomsten, door te eisen dat de entiteit aangeeft welke de contractuele rechten en verplichtingen zijn die voortkomen uit de gezamenlijke overeenkomsten waarin deze participeert, onafhankelijk van de wettelijke structuur van de overeenkomst. Onder IFRS 11 zijn er nu nog slechts twee vormen van gezamenlijke overeenkomsten: gezamenlijke activiteiten en gezamenlijke entiteiten. De Groep onderzoekt momenteel de impact van de norm.
- ◆ IFRS 12, Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten (van kracht vanaf 1 januari 2014 ten laatste). IFRS 12 omvat bepalingen met betrekking tot de presentatie van toelichtingen voor alle vormen van belangen in andere entiteiten, waaronder gezamenlijke overeenkomsten, geassocieerde deelnemingen, entiteiten voor bijzondere doeleinden en andere niet-geconsolideerde entiteiten. De Groep onderzoekt momenteel nog de impact van deze norm.
- ◆ IFRS 13, Waardering van de reële waarde, is gericht op een grotere consistentie en het verminderen van de complexiteit door het duidelijk definiëren van het begrip reële waarde en het tot stand brengen van één enkele bron met de bepalingen voor het waarderen en toelichten van de reële waarde over alle IFRS-normen heen. De bepalingen, met grote overeenkomsten tussen IFRS en US GAAP, betekenen geen uitbreiding van de reëlewaardeboekhouding, maar bieden richtlijnen over de toepassing ervan waar het gebruik ervan al is vereist of toegestaan door andere normen binnen IFRS of US GAAP. De Groep onderzoekt momenteel de impact van IFRS 13.
Er zijn geen andere IFRS- of IFRIC-interpretaties die nog niet van kracht zijn en waar van verwacht kan worden dat ze een materiële impact op de Groep hebben.
2.4 | Consolidatie
Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (waaronder entiteiten voor bijzondere doeleinden) waarover de Groep de macht heeft om het financiële en operationele beleid van de entiteit te sturen, wat in het algemeen gepaard gaat met het bezit van meer dan de helft van de stemrechten. Het bestaan en het effect van potentiële stemrechten die momenteel uitoefenbaar of converteerbaar zijn, worden in overweging genomen bij de beoordeling of de Groep zeggenschap heeft over een andere entiteit. Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap aan de Groep wordt overgedragen. Ze worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop die zeggenschap eindigt.
Bedrijfscombinaties worden door de Groep administratief verwerkt volgens de overnamemethode. De waarde die wordt overgedragen voor de overname van een dochteronderneming is gelijk aan de som van de reële waarden van de overgedragen activa, de aangegane verbintenissen en de deelnemingen die door de Groep worden uitgegeven. De waarde die wordt overgedragen omvat de reële waarde van om het even welke actief- of passiefpost die voor tvloeit uit een overeenkomst van voorwaardelijke vergoeding. Overnamegerelateerde kosten worden geboekt naarmate ze worden opgelopen. In een bedrijfscombinatie verworven identificeerbare activa en verplichtingen en veronderstelde voorwaardelijke verplichtingen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Bij een overname boekt de Groep elk niet-controlerend belang in het overgenomen bedrijf tegen reële waarde of tegen het propor tionele aandeel van het niet-controlerende belang in het eigen vermogen van het overgenomen bedrijf.
Voorwaardelijke vergoedingen die aan de Groep moeten worden overgedragen, worden overgeboekt tegen reële waarde op de overnamedatum. Latere wijzigingen van de reële waarde van de voorwaardelijke vergoedingen die verondersteld worden een actief of verplichting te zijn, worden opgenomen volgens IAS 39 in ofwel de winst-en-verliesrekening of als wijziging bij andere gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten. Voorwaardelijke vergoedingen geclassificeerd als eigen vermogen worden niet opnieuw gewaardeerd, en de daaropvolgende afwikkeling wordt verwerkt binnen eigen vermogen.
Goodwill wordt initieel gewaardeerd als het positieve verschil tussen het totaal van de overgeboekte vergoedingen en de reële waarde van minderheidsbelangen en de netto verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen. Indien dit minder is dan de reële waarde van de nettoactiva van de overgenomen dochteronderneming, dan wordt het verschil in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Transacties tussen Groepsmaatschappijen, saldi en niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen Groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Nietgerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig, zijn de grondslagen voor de financiële verslaglegging van dochterondernemingen gewijzigd om consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen te verzekeren.
2.4.1. | Wijzigingen in de eigendomsbelangen in dochterondernemingen zonder wijzigingvan zeggenschap
De Groep beschouwt transacties met minderheidsbelangen, die niet resulteren in een verlies van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders van de Groep. Voor aankopen uit minderheidsbelangen wordt het verschil tussen de prijs die betaald werd en het overeenstemmende verworven aandeel tegen de boekwaarde van de nettoactiva van de dochteronderneming opgenomen in het eigen vermogen. Ook winst of verlies op de afstand van minderheidsbelangen wordt opgenomen in het eigen vermogen.
2.4.2. | Afstandvan dochterondernemingen
Indien de Groep geen controle meer uitoefent, wordt een eventueel behouden belang teruggebracht tot zijn reële waarde, en wordt het verschil met de boekwaarde in resultaat geboekt. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een geaffilieerde onderneming, joint venture of financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in andere inkomsten met betrekking tot die entiteit behandeld als had de Groep de overeenkomstige activa of passiva onmiddellijk weggeboekt. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in andere inkomsten worden overgedragen naar winst of verlies.
2.4.3. | Geassocieerde deelnemingen
Geassocieerde deelnemingen zijn bedrijven waarop de Groep een beduidende invloed maar geen zeggenschap heeft, in het algemeen een belang tussen 20% - 50% van de stemrechten. Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden geboekt in overeenstemming met de vermogensmutatiemethode en initieel als kosten beschouwd. De boekwaarde wordt vermeerderd of verminderd, voor het opnemen van het aandeel van de investeerder, op de overnamedatum, in de winst of het verlies van de entiteit waarin is geïnvesteerd. De investeringen van de Groep in geassocieerde deelnemingen omvatten goodwill die bij de overname werd geïdentificeerd.
Indien het eigendomsbelang in een geaffilieerde onderneming wordt gereduceerd maar een significante invloed behouden blijft, wordt slechts een evenredig gedeelte van de eerder in andere inkomsten geboekte bedragen overgedragen naar winst of verlies.
Het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming na de overname wordt geboekt in de winst-en verliesrekening en haar aandeel in de bewegingen van de andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten wordt geboekt in de andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, met een correctie die overeenstemt met de boekwaarde van de investering. De cumulatieve bewegingen na de overname worden vergeleken met de boekwaarde van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of overschrijdt, inclusief andere ongedekte te ontvangen posten, boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde deelneming.
Niet-gerealiseerde winst uit transacties tussen de Groep en haar geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in de geassocieerde deelnemingen. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de grondslagen voor de financiële verslaglegging van geassocieerde deelnemingen gewijzigd om de consistentie met het door de Groep aangenomen beleid te verzekeren.
Verwateringswinsten en -verliezen uit investeringen in geassocieerde deelnemingen worden in de winst-enverliesrekening geboekt.
2.5. | Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, het Uitvoerend Comité, herzien de bedrijfsresultaten en bedrijfsplannen, en maken beslissingen op het gebied van de allocatie van middelen voor het hele bedrijf, en derhalve functioneert UCB als één segment
2.6. | Omrekening van vreemde valuta
De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt in de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening:
| SLO TKOERS |
GEMIDDELDE | KOERS | ||
|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | |
| USD | 1,320 | 1,296 | 1,285 | 1,390 |
| JPY | 114,320 | 99,770 | 102,485 | 110,661 |
| GBP | 0,813 | 0,836 | 0,811 | 0,867 |
| CHF | 1,207 | 1,217 | 1,205 | 1,231 |
De slotkoers representeer t dagkoersen per 31 december 2012 en 31 december 2011.
2.6.1. | Functionele en presentatievaluta
De posten in de enkelvoudige jaarrekeningen van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd met behulp van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta van de Vennootschap en de presentatievaluta van de Groep.
2.6.2. | Transacties en saldi
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta aan de hand van de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Opbrengsten en kosten die voor tvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de omrekening van monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het jaar, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, behalve wanneer het gaat om bedragen die waren uitgesteld in andere inkomsten, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen.
Veranderingen in de reële waarde van monetaire activa uitgedrukt in vreemde valuta die geclassificeerd zijn als activa die beschikbaar zijn voor de verkoop, worden gedifferentieerd op basis van de omrekeningsverschillen die voor tvloeien uit wijzigingen in de geamor tiseerde kostprijs van de activa en andere wijzigingen van de boekwaarde van de activa. Omrekeningsverschillen verbonden aan wijzigingen in de geamor tiseerde kostprijs, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening en andere wijzigingen van de boekwaarde worden bij andere inkomsten geboekt.
Omrekeningsverschillen op niet-monetaire financiële activa en verplichtingen worden tegen hun reële waarde geboekt via de winst-en verliesrekening.
Omrekeningsverschillen op niet-monetaire financiële activa zoals aandelen worden opgenomen in de voor verkoop beschikbare reserve in andere gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten.
2.6.3. | Groepsmaatschappijen
De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een hyperinflatoire economie heeft) die een functionele valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt naar de presentatievaluta omgerekend:
- ◆ activa en passiva voor elke gepresenteerde balans worden omgerekend volgens de slotkoers op de balansdatum;
- ◆ de opbrengsten en lasten voor elke winst- en verliesrekening worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen redelijke benadering is van het cumulatief effect van de koersen die van kracht zijn op de transactiedata; in dat geval worden de opbrengsten en de lasten omgerekend tegen de koersen op de transactiedata); en
- ◆ alle daaruit voor tvloeiende wisselkoersverschillen worden geboekt in andere inkomsten (vermeld als "cumulatieve omrekeningsverschillen").
Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen die voor tvloeien uit de omrekening van de netto-investering in bedrijfsactiviteiten in het buitenland en van leningen en andere valuta-instrumenten die bedoeld zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen, opgenomen in andere inkomsten. Wanneer bedrijfsactiviteiten in het buitenland gedeeltelijk of volledig worden vervreemd of verkocht, worden de wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, in de winst- en verliesrekening als een winst of verlies op de verkoop opgenomen.
Correcties van goodwill en reële waarde bij de overname van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en passiva van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend.
2.7. | Opbrengsten
Opbrengsten worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen die aan de transactie verbonden zijn naar de entiteit zullen vloeien en deze voordelen betrouwbaar gewaardeerd kunnen worden. Het bedrag van de opbrengsten wordt pas geacht nauwkeurig te zijn gewaardeerd wanneer alle onzekerheden met betrekking tot de verkoop zijn opgelost.
Opbrengsten ver tegenwoordigen de reële waarde van de ontvangen en te ontvangen beloningen voor de verkoop van goederen in het gewone verloop van de activiteiten van de Groep. De opbrengsten worden weergegeven exclusief btw, retours, rabatten, handelskor tingen en kor tingen in verband met "Medicaid" en "Medicare" in de Verenigde Staten en soor tgelijke programma's in andere landen.
2.7.1. | Netto-omzet
Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden opgenomen wanneer:
- ◆ de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van goederen aan de koper zijn overgedragen;
- ◆ de Groep over de verkochte goederen geen feitelijke zeggenschap of betrokkenheid behoudt die gewoonlijk aan de eigenaar toekomt;
-
◆ het bedrag van de opbrengsten betrouwbaar bepaald kan worden;
-
◆ het waarschijnlijk is dat de economische voordelen met betrekking tot de transactie naar de entiteit zullen vloeien; en
- ◆ de reeds gemaakte of nog te maken kosten met betrekking tot de transactie betrouwbaar gewaardeerd kunnen worden.
Schattingen van verwachte retours, terugstor tingen aan overheidsinstellingen, groothandelaars, "managed care" bedrijven en andere klanten worden in mindering gebracht van de opbrengsten op het moment dat de gerelateerde opbrengsten geboekt worden, of wanneer de incentives aangeboden worden.
Dergelijke schattingen worden berekend op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten
2.7.2. | Royaltyinkomsten
Royalty's worden opgenomen volgens periodetoerekening in overeenstemming met de inhoud van de betrokken overeenkomst.
2.7.3. | Overige opbrengsten
De overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentieen winstdelingsovereenkomsten, evenals opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten. Overige opbrengsten worden geboekt naarmate ze worden verkregen of naarmate de daarmee verbonden dienst wordt verleend.
De Groep ontvangt van derden vooruit-, mijlpaal- en andere soor tgelijke betalingen in verband met de verkoop of het in licentie geven van producten. Opbrengsten met betrekking tot prestatiemijlpalen worden geboekt op basis van het bereiken van de mijlpaalgebeur tenis als de gebeur tenis substantieel is, objectief te bepalen is en een belangrijk punt uitmaakt in de ontwikkelingscyclus van het farmaceutische product. Vooruitbetalingen en licentierechten waarvoor er volgende mijlpalen zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgesteld inkomen en worden als opbrengsten geboekt wanneer ze verworven worden over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting.
2.7.4. | Rentebaten
Rente wordt opgenomen op basis van tijdsevenredigheid, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.
2.7.5. | Dividendinkomsten
Dividenden worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.
2.8 | Kostprijs van de omzet
De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de directe productiekosten, daarmee verband houdende indirecte productiekosten en de afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa, alsook verleende diensten. Opstar tkosten worden als kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden met verkochte goederen worden opgenomen in "kostprijs van verkochte goederen".
2.9. | Onderzoek en ontwikkeling
2.9.1. | Intern gegenereerde immateriële activa – uitgavenvoor onderzoek en ontwikkeling
Alle interne kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden als lasten opgenomen naarmate ze gemaakt worden. Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en aanzienlijke onzekerheden in verband met de ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico's met betrekking tot het resultaat van klinische proeven en de kans op officiële goedkeuring) werd geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen voor activering als immateriële activa.
2.9.2. | Verworven immateriële activa
Lopende onderzoek-en-ontwikkelingsprojecten die werden verworven door bedrijfscombinaties en rechten via ofwel licentieovereenkomsten ofwel afzonderlijke aankopen, worden als immateriële activa geactiveerd.
Deze immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik.
2.10. | Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
Op elke verslagdatum herziet de Groep de boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill en materiële vaste activa om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering bestaan. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt de verhaalbare waarde van het actief geschat om de omvang van het bijzondere waardeverminderingsverlies desgevallend te bepalen. Ongeacht of er al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering zijn, vindt jaarlijks een evaluatie plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en van de goodwill. Deze activa worden niet afgeschreven. Een verlies door bijzondere waardevermindering wordt geboekt voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn verhaalbare waarde overtreft.
Indien het niet mogelijk is de verhaalbare waarde van een individueel actief te schatten, schat de Groep de verhaalbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid (CGU) waar toe het actief behoor t. De verhaalbare waarde is het hoogste bedrag tussen de reële waarde verminderd met de kosten voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de bedrijfswaarde te bepalen, hanteer t de Groep schattingen van toekomstige kasstromen die door het actief of de kasstroomgenererende eenheid worden gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt die worden gebruikt bij de eerste waardering van het actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich baseer t op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op middellange termijn. De geschatte kasstromen worden verdisconteerd op basis van een passende rentevoet, die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van geld weerspiegelt, en de risico's die inherent zijn aan het actief of de kasstroomgenererende eenheid.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen in de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa". Voor niet-financiële activa, andere dan de goodwill, die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke verslagdatum beoordeeld of een terugneming van het bijzondere waardeverminderingsverlies mogelijk is. De terugneming van het bijzondere waardeverminderingsverlies wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden enkel teruggenomen in de mate waarin de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, min de bijzondere waardevermindering of afschrijving, als er geen bijzondere waardevermindering was geboekt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden nooit teruggenomen.
Immateriële activa worden product per product (compound) beoordeeld voor een bijzondere waardevermindering.
2.11. | Reorganisatiekosten, overige baten en lasten
De uitgaven van de Groep met het oog op een betere positie om het hoofd te bieden aan de economische omgeving waarin ze werkt, zijn in de winst- en verliesrekening als "reorganisatiekosten" opgenomen.
De minderwaarden en meerwaarden uit de verkoop van immateriële activa of materiële vaste activa, en ook toenames of terugnemingen van voorzieningen voor geschillen, andere dan belastinggeschillen of geschillen met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als "overige baten en lasten".
2.12. | Winstbelastingen
De fiscale lasten over het boekjaar omvatten de verschuldigde en uitgestelde winstbelastingen. Belastingen worden geboekt in de winst- en verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben op andere inkomsten of direct in het eigen vermogen opgenomen posten. In dat geval worden de belastingen ook geboekt in respectievelijk andere inkomsten of eigen vermogen.
De over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt berekend op basis van de belastingwetten die zijn ingevoerd of grotendeels zijn ingevoerd op de balansdatum in de landen waar de dochterondernemingen van de Vennootschap actief zijn en belastbare winsten genereren.
De latente winstbelasting wordt, door middel van de periodetoerekeningsmethode, geboekt op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en de overeenkomstige financiële belastinggrondslagen die bij de berekening van de belastbare winst worden gebruikt.
De uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kunnen worden voor de verrekenbare tijdelijke verschillen. Uitgestelde winstbelastingen worden niet verrekend indien zij ontstaan bij de eerste boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een actief of een verplichting in een transactie (andere dan bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de transactie noch de commerciële winst, noch de belastbare winst beïnvloedt.
De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden.
Uitgestelde winstbelasting wordt berekend tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de verplichting afgewikkeld wordt of de vordering gerealiseerd wordt. Actieve uitgestelde belastingen en belastingverplichtingen worden niet verdisconteerd.
Actieve uitgestelde belastingen en belastingverplichtingen worden alleen gecompenseerd als er een wettelijk uitvoerbaar recht is om de verschuldigde winstbelasting en vorderingen en de actieve uitgestelde belastingen te compenseren in dezelfde belastbare onderneming en dezelfde belastingautoriteit.
Het management evalueer t op geregelde tijden de genomen posities in de belastingaangifte met betrekking tot situaties waar de toepasbare belastingregeling vatbaar is voor interpretaties. Voorzieningen worden getroffen waar geschikt, op basis van verwachte te betalen bedragen aan de belastingautoriteiten.
2.13. | Immateriële activa
2.13.1. | Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa
Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa (gezamenlijk "immateriële activa" genoemd) worden opgenomen tegen historische kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële waarde op de verwervingsdatum.
Immateriële activa (behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de wettelijke goedkeuring verkregen is). De geschatte gebruiksduur is gebaseerd op de looptijd van het contract of de economische gebruiksduur indien deze laatste kor ter is (tussen 5 en 20 jaar). Immateriële activa (behalve goodwill) worden geacht een bepaalde economische gebruiksduur te hebben. Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd.
2.13.2. | Computersoftware
Verworven licenties voor computersoftware worden geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd voor de verwerving en ingebruikstelling van de specifieke software. Deze kosten worden afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5 jaar) op een lineaire afschrijvingsbasis.
2.14. | Goodwill
Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en gezamenlijke entiteiten (joint ventures) en ver tegenwoordigt het verschil tussen de overgeboekte vergoedingen en de belangen van de Groep in de netto reële waarde van de nettowaarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen onderneming en de reële waarde van de minderheidsbelangen in de overgenomen
onderneming. Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen als een actief tegen kostprijs en wordt daarna gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill die voor tvloeit uit de overname van dochterondernemingen wordt apar t in de balans opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de overname van geassocieerde deelnemingen, wordt opgenomen in de investering in geassocieerde deelnemingen.
UCB is werkzaam in één segment en heeft bijgevolg één kasstroom genererende eenheid voor de bijzondere waardeverminderingstest.
Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens wanneer er een aanwijzing van een bijzondere waardevermindering is, getoetst op bijzondere waardevermindering door de vergelijking van de boekwaarde met de verhaalbare waarde. Indien de verhaalbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid, wordt het bijzondere waardeverminderingsverlies eerst toegerekend om de boekwaarde van aan de eenheid toegerekende goodwill te verlagen en wordt het vervolgens naar evenredigheid aan de andere activa van de eenheid toegerekend op basis van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden niet teruggenomen.
Bij afstoting van een dochteronderneming of gezamenlijke entiteit (joint venture) wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies uit de afstoting van de entiteit.
Indien de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.
2.15. | Materiële vaste activa
Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen, behalve voor materiële vaste activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
De kosten omvatten alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik.
Aangekochte software die een integraal deel is van de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt als onderdeel van die uitrusting geactiveerd.
Kosten voor leningen die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een geschikt actief, worden geactiveerd als onderdeel van de kosten van dat actief.
Latere kosten worden enkel opgenomen in de boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief verwerkt, naargelang het geval, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die verbonden zijn aan het element de Groep ten goede zullen komen en wanneer de kostprijs van het element betrouwbaar kan worden gewaardeerd. Alle overige kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten opgenomen wanneer ze zich voordoen.
Terreinen worden niet afgeschreven.
Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode om de kosten van activa, uitgezonderd terreinen en vaste activa in aanbouw, toe te kennen aan hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving begint wanneer het actief gebruiksklaar is.
De restwaarde en de gebruiksduur van een actief worden ten minste aan het eind van elk boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de wijziging(en) administratief verwerkt als (een) schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8 (Grondslagen voor financiële verslaglegging, schattingswijzigingen en fouten).
De volgende gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste categorieën van materiële vaste activa:
| ◆ gebouwen | 20-33 jaar |
|---|---|
| ◆ machines | 7-15 jaar |
| ◆ laboratoriummateriaal | 7 jaar |
| ◆ prototypemateriaal | 3 jaar |
| ◆ meubilair | 7 jaar |
| ◆ voer tuigen | 5-7 jaar |
| ◆ computermateriaal | 3 jaar |
◆ onder financiële leases aangehouden activa levensduur van de activa of (indien kor ter) leasetermijn
Winst en verlies uit afstotingen worden bepaald op basis van de vergelijking tussen de opbrengsten uit de afstoting en de boekwaarde, en worden in de winst- en verliesrekening onder "overige baten en lasten" geboekt.
Investeringsgoederen zijn kenmerkend voor terreinen en gebouwen die het voorwerp uitmaken van een verhuurcontract. Deze activa worden aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte gebruiksduur. De onderliggende nuttige levensduur komt overeen met die van zelf gebruikte materiële vaste activa. Gezien de geringe hoeveelheid investeringseigendommen, worden deze niet afzonderlijk op de balans vermeld.
2.16. | Leases
Leaseovereenkomsten worden als financiële leases geclassificeerd wanneer de contractuele bepalingen van de leaseovereenkomst nagenoeg alle risico's en voordelen van de rechthebbende overdragen aan de leasingnemer. Alle overige leaseovereenkomsten worden als operationele leases geclassificeerd.
2.16.1. | Financiële leases
Onder financiële leases aangehouden activa worden als activa van de Groep opgenomen tegen de laagste waarde van hun reële waarde en de contante waarde van de minimale leasebetalingen verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen. De overeenkomstige verplichting ten opzichte van de leasinggever wordt in de balans opgenomen als verplichtingen uit hoofde van financiële leases.
Leasebetalingen worden verdeeld tussen de financieringskosten en de vermindering van de leaseverplichting om te komen tot een constante rente op het resterende saldo van de verplichting. Financieringskosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Het af te schrijven bedrag van een geleased actief wordt stelselmatig aan elke verslagperiode toegerekend tijdens de periode van het verwachte gebruik, op een basis die aansluit op de afschrijvingsgrondslagen die de Groep toepast op af te schrijven activa in eigendom.
Indien het redelijk zeker is dat de Groep aan het einde van de leaseperiode de eigendom zal verkrijgen, is de periode van het verwachte gebruik de gebruiksduur van het actief; zo niet wordt het actief afgeschreven over de leaseperiode, of over de gebruiksduur, als deze kor ter is.
2.16.2. | Operationele leases
Leasebetalingen op grond van een operationele lease worden lineair in de winst- en verliesrekening opgenomen over de looptijd van de betrokken leaseovereenkomst. Ontvangen en te ontvangen voorrechten als incentive om een operationele lease aan te gaan, worden eveneens lineair gespreid over de leaseperiode.
2.17. | Financiële activa
2.17.1. | Classificatie
De Groep deelt haar financiële activa in de volgende categorieën in: tegen reële waarde via winst of verlies, leningen en vorderingen, en activa beschikbaar voor verkoop. De classificatie hangt af van de doeleinden waarvoor de financiële activa zijn verworven.
De directie bepaalt de classificatie van haar financiële activa bij de eerste opname.
2.17.2. | Financiële activategen reëlewaarde viawinst ofverlies
Een instrument wordt tegen reële waarde geboekt in de winst- en verliesrekening als het aangehouden wordt voor handelsdoeleinden of als het dusdanig is aangemerkt bij de oorspronkelijke boeking. Financiële activa worden tegen reële waarde geboekt in de winst- en verliesrekening als de Groep dergelijke investeringen beheer t en beslissingen neemt over verkoop of aankoop, gebaseerd op hun reële waarde, in overeenstemming met het beleid van de Groep aangaande het beheer van financiële marktrisico's. Ook financiële derivaten worden ondergebracht als ze worden aangehouden voor handelsdoeleinden behalve als ze als afdekkingen zijn opgenomen.
2.17.3. | Leningen envorderingen
Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet op een actieve markt genoteerd zijn. Ze worden opgenomen onder vlottende activa, behalve voor looptijden van meer dan 12 maanden na de balansdatum. Deze worden als niet-vlottende activa geboekt. De leningen en vorderingen van de Groep omvatten handels- en andere vorderingen en geldmiddelen en kasequivalenten op de balans.
2.17.4. | Voorverkoop beschikbare investeringen
Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn niet-afgeleide financiële activa die in deze categorie zijn aangewezen of die in geen enkele andere categorie zijn geclassificeerd. Ze zijn opgenomen onder de niet-vlottende activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering af te stoten binnen de 12 maanden na de balansdatum.
2.17.5. | Opname enwaardering
Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Investeringen worden oorspronkelijk opgenomen tegen de reële waarde plus transactiekosten voor alle financiële activa die niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening worden geboekt. Financiële activa tegen reële waarde met verwerking in de winst-en-verliesrekening worden oorspronkelijk geboekt tegen reële waarde en de transactiekosten worden in de winsten verliesrekening als lasten opgenomen. Financiële activa worden niet langer opgenomen in de balans als de rechten om kasgeld uit de investeringen te ontvangen, verlopen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico's en voordelen van eigendom grotendeels heeft overgedragen. Voor verkoop beschikbare financiële activa en financiële activa tegen reële waarde met verwerking in de winst- en verliesrekening worden dientengevolge tegen reële waarde geboekt. Leningen en vorderingen worden tegen de geamor tiseerde kostprijs geboekt, op basis van de effectieve rentemethode, met aftrek van bijzondere waardeverminderingsverliezen.
De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedprijzen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken.
Winsten of verliezen ten gevolge van veranderingen in de reële waarde van de financiële activa tegen reële waarde via winstof verliescategorieën, worden in de winst- en verliesrekening geboekt in de periode waarin ze ontstaan, terwijl winsten of verliezen ten gevolge van veranderingen in de reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa direct in andere inkomsten worden geboekt. Bij afstoting / bijzondere waardevermindering van voor verkoop beschikbare financiële activa worden eventuele cumulatieve winsten of verliezen die zijn uitgesteld in eigen vermogen, teruggeboekt naar de winst- en verliesrekening.
2.18. | Bijzondere waardevermindering van financiële activa
2.18.1. | Activa gehoudentegen afgeschreven kostprijs
Op het einde van elke verslagperiode beoordeelt de Groep of er objectieve bewijzen zijn van een bijzondere waardevermindering van een financieel actief of een Groep van financiële activa. Financiële activa of Groepen financiële activa worden in waarde verminderd en waardeverminderingen worden geboekt indien er objectieve bewijzen zijn van een waardevermindering als gevolg van een of meerdere gebeur tenissen die zijn opgetreden na de initiële opname
van de activa (een "verliesveroorzakende gebeur tenis") en deze verliesveroorzakende gebeur tenissen een betrouwbaar schatbare impact hebben op de geraamde toekomstige cashflows van de financiële activa of Groepen financiële activa.
De criteria die de Groep gebruikt om vast te stellen dat er objectieve bewijzen zijn van een waardevermindering omvatten:
- ◆ belangrijke financiële problemen van de emittent of schuldenaar;
- ◆ contractbreuk, zoals een in gebreke blijven of bedrog bij de betalingen van interesten of kapitaal;
- ◆ de Groep die om economische of juridische redenen in verband met de financiële moeilijkheden van de kredietnemer, de kredietnemer een concessie verleent die de leninggever anders niet zou overwegen;
- ◆ het optreden van de waarschijnlijkheid dat de kredietnemer het faillissement zal aanvragen of enige andere financiële reorganisatie zal doorvoeren;
- ◆ het verdwijnen van een actieve markt voor dat vermogensbestanddeel wegens financiële problemen; of
- ◆ waarneembare informatie die aangeeft dat er een meetbare vermindering is in de geschatte toekomstige kasstromen.
De Groep onderzoekt in de eerste plaats of er objectieve bewijzen zijn van een waardevermindering.
Voor leningen en vorderingen wordt het verliesbedrag gemeten als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen (uitgezonderd toekomstige kredietverliezen die nog niet werden geboekt), verdisconteerd tegen de bij aanvang berekende effectieve rentevoet. De boekwaarde van het actief wordt verminderd en het bedrag van het verlies wordt geboekt in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. Indien een lening of een tot aan de vervaldag aan te houden investering een variabele rentevoet heeft, is de disconteringsfactor voor de bepaling van een eventuele waardevermindering gelijk aan de huidige werkelijke rentevoet zoals in het contract vastgesteld. Als praktische werkwijze kan de Groep voor de vaststelling van de waardevermindering van de reële waarde van een instrument gebruikmaken van de waarneembare marktprijs.
Indien in een volgende periode het bedrag van de waardevermindering afneemt en deze daling op een objectieve wijze in verband kan worden gebracht met een gebeur tenis die is opgetreden na de boeking van de waardevermindering (zoals een betere kredietbeoordeling van de schuldenaar), wordt de tegenboeking van de eerder opgenomen waardevermindering geboekt in de geconsolideerde winst- en verliesrekening.
2.18.2. | Voorverkoop beschikbare financiële activa
Op het einde van elke verslagperiode beoordeelt de Groep of er objectieve bewijzen zijn van een bijzondere waardevermindering van een financieel actief of een Groep van financiële activa. Voor obligaties maakt de Groep gebruik van de hierboven beschreven criteria. In het geval van beleggingen in aandelen die als beschikbaar voor verkoop geclassificeerd zijn, wordt een beduidende of aanhoudende daling van de reële waarde van het aandeel naar onder zijn kostprijs beschouwd als een indicatie dat de waarde van de aandelen daadwerkelijk verminderd is. Als dergelijk bewijs van voor verkoop beschikbare financiële activa bestaat, wordt het gecumuleerde verlies – berekend als
het verschil tussen de aankoopprijs en de huidige reële waarde, met aftrek van enig bijzonder waardeverminderingsverlies op het financieel actief dat voorheen is geboekt in de winst- en verliesrekening – uit het eigen vermogen verwijderd en in de winst- en verliesrekening opgenomen. In de geconsolideerde winst- en verliesrekening opgenomen waardeverminderingsverliezen op eigenvermogensinstrumenten worden niet teruggeboekt via de geconsolideerde winst- en verliesrekening. Indien in een latere periode de reële waarde van een schuldinstrument dat als voor verkoop beschikbaar is aangemerkt, toeneemt en de toename objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na opname van het verlies, dient het verlies te worden teruggeboekt via de geconsolideerde winst- en verliesrekening.
2.19. | Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingsactiviteiten
De Groep maakt gebruikt van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico's die voor tvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voer t geen speculatieve transacties uit.
Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winst- en verliesrekening geboekt als ze zich voordoen. Financiële derivaten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde.
De methode voor het opnemen van de daaruit voor tvloeiend winsten of verliezen is afhankelijk van de vraag of het afgeleide financiële instrument als een afdekkinginstrument is aangeduid, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep wijst afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reëlewaardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen.
De Groep documenteer t bij het afsluiten van de transactie de relatie tussen het afdekkinginstrument en de afgedekte posten, alsook de doelstellingen voor en strategie van het risicobeheer waarvoor deze verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep documenteer t eveneens haar beoordeling, zowel bij het afsluiten van de afdekkingtransacties als voor tdurend daarna, of de in afdekkingtransacties gebruikte afgeleide financiële instrumenten zeer effectief zijn wat betreft het compenseren van veranderingen in de reële waarde of kasstromen van afgedekte posities.
De volle reële waarde van een afdekkend afgeleid financieel instrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende duur van het afgedekt element meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kor tlopende verplichting als de resterende duur van de afdekking minder dan 12 maanden bedraagt.
In contracten besloten afgeleide financiële instrumenten worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt als de economische kenmerken en risico's van het basiscontract en van het in contracten besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn; een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contracten besloten derivaat zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en het gecombineerde instrument wordt niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening geboekt.
2.19.1. | Kasstroomafdekkingen
De effectieve veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die als kasstroomafdekkingen zijn aangeduid en aldus gelden, worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten opgenomen. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen als "financiële inkomsten / kosten".
Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de opname van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, dan worden op het moment dat het actief of de verplichting wordt geboekt, de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in het eigen vermogen verwerkte financieel derivaat opgenomen in de eerste waardering van het actief of de verplichting.
Indien de kasstroomafdekking van een verwachte toekomstige transactie later resulteer t in de opname van een financieel actief of een financiële verplichting, worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen die direct in het eigen vermogen opgenomen werden, geherclassificeerd in de winsten verliesrekening in dezelfde periode of perioden waarin het verworven actief of de veronderstelde verplichting de winst‑ en verliesrekening beïnvloedt.
Een relatie voor de afdekking van de kasstroom wordt prospectief gestaakt als de doeltreffendheidstest voor de afdekking faalt, wanneer het afdekkinginstrument verkocht, beëindigd of uitgeoefend wordt, als de directie de aanduiding van de verwachte transacties herroept, of wanneer deze niet langer erg waarschijnlijk zijn. Wanneer een voorspelde transactie niet langer zeer waarschijnlijk is, maar nog verwacht wordt zich voor te doen, blijven afdekkingwinsten en -verliezen die eerder naar het eigen vermogen werden uitgesteld, in het eigen vermogen opgenomen tot de transactie winst of verlies veroorzaakt.
Zodra blijkt dat de voorspelde transactie zich niet meer zal voordoen, wordt elke winst of elk verlies onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.
2.19.2. | Reëlewaardeafdekking
Veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangeduid zijn en in aanmerking komen als reëlewaardeafdekkingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt, samen met eventuele veranderingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden.
2.19.3. | Afdekkingvan een netto-investering
Afdekkingen van netto-investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland worden op vergelijkbare wijze verwerkt als kasstroomafdekkingen. Een winst of verlies op het afdekkinginstrument met betrekking tot het effectieve deel van de afdekking wordt opgenomen in gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen als "financiële opbrengsten". In het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winst- en verliesrekening teruggevoerd wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit gedeeltelijk wordt afgestoten of verkocht.
2.19.4. | Afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komenvoor hedge accounting
Bepaalde afgeleide financiële instrumenten komen niet in aanmerking voor hedge accounting. Veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt onder "financiële opbrengsten".
2.20. | Voorraden
Grondstoffen, verbruiksproducten en goederen die aangekocht werden voor doorverkoop, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun kostprijs en netto verhaalbare waarde.
De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde kostenmethode. De kostprijs van goederen in bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten voor de verwerking en andere kosten die gemaakt worden om de voorraden naar hun huidige locatie en in hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten omvatten de productiekosten en de gerelateerde vaste en variabele productiekosten (inclusief de afschrijvingskosten).
De netto verhaalbare waarde ver tegenwoordigt de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de kosten voor de marketing, de verkoop en de distributie.
2.21. | Handelsvorderingen
Handelsvorderingen worden bij aanvang geboekt tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamor tiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode met aftrek van een voorziening voor bijzondere waardevermindering.
2.22. | Geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten kassaldo, direct opvraagbare deposito's en overige kor tlopende, uiterst liquide beleggingen met originele vervaldagen van drie maanden of minder en bankvoorschotten in rekening-courant. Bankvoorschotten in rekening-courant worden opgenomen bij leningen onder kor tlopende verplichtingen op de balans.
2.23. | Vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten), aangehouden voor verkoop en beëindigde activiteiten
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Vennootschap die ofwel afgestoten is, ofwel geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Een beëindigde bedrijfsactiviteit ver tegenwoordigt een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied en maakt deel uit van een enkel gecoördineerd plan voor afstoting, of is een dochteronderneming die uitsluitend is overgenomen om doorverkocht te worden.
Vaste activa of een Groep activa die afgestoten worden, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk moet worden gerealiseerd door een verkooptransactie en een verkoop als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Niet-vlottende activa en Groepen activa die afgestoten worden, worden gewaardeerd tegen de laagste van de boekwaarde en de reële waarde verminderd met de verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk eerder gerealiseerd zal worden door een verkooptransactie dan door voor tgezet gebruik. Bijzondere waardeverminderingsverliezen na de initiële classificatie als "aangehouden voor verkoop" worden in de winst-en-verliesrekening geboekt. Niet-vlottende activa die geclassificeerd zijn als "aangehouden voor verkoop" worden niet in waarde verminderd noch afgeschreven.
2.24. | Aandelenkapitaal
2.24.1. | Gewone aandelen
Gewone aandelen worden ingedeeld bij eigen vermogen. Marginale kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of opties verschijnen in het eigen vermogen als een aftrekpost, na belastingen, van de inkomsten. De Vennootschap heeft geen preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente aandelen uitgegeven.
2.24.2. | Ingekochte eigen aandelen
Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van de Vennootschap koopt (ingekochte eigen aandelen) wordt de betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten (na winstbelastingen) in mindering gebracht van het eigen vermogen dat toe te schrijven is aan de aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen geannuleerd of heruitgegeven zijn. Wanneer dergelijke aandelen later worden heruitgegeven, wordt elke ontvangen betaling, na aftrek van enige rechtstreeks toerekenbare marginale transactiekosten en de bijhorende effecten van de winstbelasting, opgenomen in het eigen vermogen dat toe te schrijven is aan de aandeelhouders van de Vennootschap.
2.24.3. | Hybride kapitaal
Indien de obligatievoorwaarden van het hybride kapitaal voldoen aan de criteria bepaald onder IAS 32 (Financiële instrumenten: Informatieverschaffing en presentatie), worden dergelijke instrumenten geboekt als eigenvermogensinstrument van de Groep.
Indien het hybride kapitaal wordt geclassificeerd als eigen vermogen, worden de rentelasten geboekt overeenkomstig de boekingen van dividenden aan aandeelhouders, die vervat zijn in het "Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen".
2.25. | Obligaties en leningen
Obligaties, leningen en bankvoorschotten worden bij aanvang gewaardeerd tegen reële waarde, met aftrek van de opgelopen transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun geamor tiseerde kostprijs aan de hand van de effectieve rentemethode. Verschillen tussen de inkomsten (na transactiekosten) en de afwikkeling of aflossing van leningen worden geboekt over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de grondslagen van de Groep voor de administratieve verslaglegging.
Leningen worden geclassificeerd bij kor tlopende verplichtingen, behalve wanneer de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting minstens tot 12 maanden na de balansdatum uit te stellen.
2.26. | Samengestelde financiële instrumenten
Door de Groep uitgegeven samengestelde financiële instrumenten omvatten conver teerbare obligaties die in gewone aandelen kunnen worden omgezet ter keuze van de emittent. Het aantal uit te geven aandelen varieer t niet met veranderingen in hun reële waarde. Gelet op de optie van de emittent om in contanten af te lossen, werden in het verleden dusdanige conver teerbare obligaties gescheiden in een schuld- en een derivaatcomponent.
Na initiële boeking van de obligatie, werd de reële waarde van het schuldcomponent bepaald op basis van de actuele waarde van de contractueel vastgestelde kasstromen gedisconteerd op de interestvoet die op dat moment wordt toegepast door de markt op instrumenten van vergelijkbare kredietstatus en die nagenoeg dezelfde kasstromen opleveren, op dezelfde voorwaarden, maar zonder de conver teeroptie.
Na de initiële boeking wordt de schuldcomponent gemeten op basis van de geamor tiseerde kostprijs, met gebruik van de effectieve rentemethode.
Het restant van de opbrengsten werd toegewezen aan de conversieoptie en in "overige derivaten" geboekt. Na de initiële boeking werd de derivaatcomponent gemeten tegen reële waarde, waarbij alle winsten en verliezen na herwaardering in de winst- en verliesrekening werden opgenomen.
Als gevolg van een beslissing van de Raad van Bestuur in 2010, om de rechten van UCB voor de optie voor contante betaling in te trekken, werd de derivaatcomponent geherclassificeerd in eigen vermogen, op basis van de reële waarde op de dag van deze beslissing. De eigen vermogenscomponent werd na de initiële waardering niet geherwaardeerd, behalve op het ogenblik van de conversie of op de vervaldag.
Transactiekosten die rechtstreeks aan de obligatie-emissie zijn toe te schrijven en aangroeiend zijn, worden in de berekening van de geamor tiseerde kostprijs opgenomen, met gebruik van de effectieverentemethode, en worden via de winst- en verliesrekening over de levensduur van het instrument afgeschreven.
2.27. | Handelsschulden
Handelsschulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamor tiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode.
2.28. | Personeelsbeloningen
2.28.1. | Pensioenverplichtingen
De Groep kent verschillende uitdiensttredingsschema's, waaronder zowel toegezegd pensioenregelingen als toegezegde bijdrageplannen.
Een toegezegde bijdrageplan is een pensioenplan waarin de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en hoegenaamd geen wettelijke of uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen zou beschikken om aan alle werknemers de uitkeringen te betalen die betrekking hebben op de dienst van de werknemer in de huidige en vroegere periodes. Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde bijdrageplannen worden als kosten in verband met personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening geboekt wanneer ze opeisbaar zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden in de activa geboekt in de mate dat een restitutie of vermindering van toekomstige betalingen beschikbaar is.
Toegezegd pensioenplannen bepalen een bedrag voor de pensioenuitkering die een werknemer bij pensionering zal ontvangen, die meestal afhankelijk is van één of meer factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en compensatie. De verplichting, opgenomen in het geconsolideerde overzicht van de financiële toestand met betrekking tot de toegezegd pensioenplannen, is de actuele waarde van de toegezegd pensioenverplichtingen min de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een eventueel surplus uit deze berekening wordt beperkt tot de actuele waarden van eventuele economische winsten in de vorm van terugbetalingen van de plannen of verminderingen in de toekomstige bijdragen aan de plannen.
De toegezegd pensioenverplichting wordt berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de methode van de "geprojecteerde backserviceverplichting". Een volledige actuariële waardering op basis van geüpdatete personeelsgegevens wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige actuariële waardering eveneens vereist indien de netto schommeling in de balans van het ene jaar op het andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van met het plan verbonden omstandigheden (significante lidmaatschapsveranderingen, planveranderingen enz.). In jaren waar een volledige actuariële waardering niet vereist is, worden prognoses ("roll-forwards" genoemd) gebruikt op basis van het voorgaande jaar met geüpdatete veronderstellingen (disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van de individuele medewerkers gebruikt van de laatste volledige waarderingsdatum, rekening houdend met veronderstellingen op het vlak van loonsverhogingen en mogelijk verloop. Alle waarderingen moeten gericht zijn op het bepalen van de verplichtingen op de toepasbare balansdatum (31 december) en de marktwaarde van de pensioenfondsactiva moet eveneens op deze datum worden vastgesteld en gerappor teerd, zowel in het geval van een volledige als van een roll-forwardwaardering.
De contante waarde van de toegezegd pensioenverplichting wordt bepaald door de geschatte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren door middel van rendementen op hoogwaardige bedrijfsobligaties, die vervaldata hebben die in de buur t liggen van de einddata van de overeenkomstige verplichtingen van de Groep en die in dezelfde valuta worden beheerd als die waarin de uitkeringen vermoedelijk zullen worden betaald.
Herwaarderingen bevattende actuariële winsten en verliezen, de impact van het actiefplafond (indien van toepassing) en de return van fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in het overzicht van de financiële toestand met een boeking in andere gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten in de periode waarin ze optreden. Herwaarderingen die opgenomen zijn in andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten worden niet tegen geboekt. De entiteit kan deze in andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt als winst of verlies in de periode van de wijziging van de regeling. Netto rente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de netto toegezegd pensioenverplichting (activa). Toegezegd pensioenkosten worden onderverdeeld in drie categorieën:
- ◆ kosten voor de lopende diensttijd, kosten van verstreken diensttijd, winsten en verliezen op inperkingen en afwikkelingen;
- ◆ netto rentekosten of -inkomsten;
- ◆ herwaardering.
De Groep neemt de eerste twee componenten van toegezegd pensioenkosten in zijn geconsolideerde winst- en verliesrekening op in de lijn "kosten voor personeelsbeloningen" (in de vorm van samenvoeging van kosten). Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden beschouwd als een kost voor verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt in andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.
2.28.2. | Overige personeelsbeloningen na pensionering
Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun gepensioneerden voorrechten op het gebied van gezondheidszorg. De netto verplichting van de Groep is het bedrag van toekomstige voorrechten die werknemers in ruil voor hun diensten in de huidige en in vroegere periodes hebben verdiend. De verwachte kosten van deze voorrechten worden geboekt over de periode van tewerkstelling, op basis van dezelfde methode als voor de toegezegd pensioensregelingen.
2.28.3. | Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd vóór de normale pensioendatum, of wanneer een werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag aanvaardt. De Groep neemt ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar heeft verplicht tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat het plan ingetrokken wordt, hetzij de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar hun contante waarde verdisconteerd.
2.28.4. | Winstdeling en bonusregelingen
De Groep neemt een verplichting en een last op voor bonussen en winstdeling op basis van een formule waarbij de winst die toewijsbaar is aan de aandeelhouders van de Vennootschap na bepaalde correcties in aanmerking genomen wordt. De Groep neemt een voorziening op indien ze daar contractueel toe verplicht is of indien er een gangbare praktijk is die een feitelijke verplichting gecreëerd heeft, en er een betrouwbare schatting van de verplichting gemaakt kan worden.
2.28.5. | Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep beheer t verschillende in eigenvermogeninstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde beloningsplannen.
De reële waarde van de werknemersdiensten die worden ontvangen in ruil voor de toekenning van aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaalbedrag dat wordt afgeschreven wordt bepaald door verwijzing naar de reële waarde van de toegekende aandelenopties, zonder de impact van eventuele niet-verhandelbare dienst- en prestatietoekenningsvoorwaarden (bijvoorbeeld rentabiliteit, gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de entiteit).
Niet-verhandelbare toekenningsvoorwaarden zijn opgenomen in de veronderstellingen over het aantal opties dat vermoedelijk zal worden toegekend. Het totale als last opgenomen bedrag wordt geboekt over de toekenningsperiode. Dat is de periode waarover alle opgegeven toekenningsvoorwaarden vervuld moeten zijn.
De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt bepaald op de toekenningsdatum volgens het waarderingsmodel van Black-Scholes, dat rekening houdt met de verwachte looptijd en het annuleringspercentage van de opties. Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schattingen van het aantal opties dat naar verwachting zal worden toegekend. Ze neemt de impact van de herziening op de oorspronkelijke schattingen desgevallend op in de winst-en-verliesrekening, met een overeenkomstige aanpassing in het eigen vermogen.
De opbrengsten, ontvangen na aftrek van eventuele direct toerekenbare transactiekosten, worden verwerkt in het aandelenkapitaal (nominale waarde) en in de uitgiftepremie wanneer de opties uitgeoefend worden.
De reële waarde van het bedrag dat betaalbaar is aan werknemers op basis van de rechten op de meerwaarde van aandelen, die geldelijk worden afgewikkeld, wordt geboekt als een last, met een overeenstemmende verhoging van de verplichtingen over de periode waarin de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling.
Eventuele veranderingen in de reële waarde van de verplichtingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt als personeelskosten.
2.29. | Voorzieningen
Voorzieningen worden in de balans opgenomen wanneer:
- ◆ er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting is als gevolg van een gebeur tenis in het verleden;
- ◆ het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen omvatten, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; en
- ◆ het bedrag van de verplichting betrouwbaar geschat kan worden.
Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, is de beste schatting van de vereiste uitgaven om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de huidige waarde van de te
verwachten vereiste uitgaven om de verplichting af te wikkelen, aan de hand van een actualiseringspercentage dat de huidige marktwaarderingen van de tijdswaarde van het geld en de specifieke risico's van de verplichtingen weerspiegelt. De verhoging van de voorziening vanwege het verstrijken van tijd wordt als rentelast geboekt.
Een reorganisatievoorziening wordt geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige verwachting gewekt heeft dat ze de reorganisatie zal uitvoeren door te star ten met de invoering van dat plan of door de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen.
3. Kritische beoordelingen en schattingen t.b.v. de verslaglegging
Schattingen en beoordelingen worden doorlopend geëvalueerd en zijn gestoeld op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeur tenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden.
3.1. | Kritische beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor de financiële verslaglegging van de Groep
3.1.1. | Opbrengstenverantwoording
De activiteit van de Groep is van dusdanige aard dat veel verkooptransacties geen eenvoudige structuur hebben.
Verkoopovereenkomsten kunnen bestaan uit meerdere akkoorden die zich tegelijk of op verschillende tijdstippen voordoen. De Groep is ook par tij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en met bepaalde toekomstige verplichtingen. De opbrengsten worden enkel opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van goederen zijn overgedragen en wanneer de Groep over de verkochte goederen niet de feitelijke zeggenschap of effectieve controle behoudt of wanneer de verplichtingen vervuld zijn. Dit kan er toe leiden dat de kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als uitgesteld inkomen en dan overgebracht worden naar het resultaat in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.
3.2. | Kritische schattingen en veronderstellingen t.b.v. de verslaglegging
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals aangenomen voor gebruik door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen maakt en veronderstellingen doet die invloed hebben op de gerappor teerde bedragen van activa en verplichtingen en de vermelding van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerappor teerde bedragen van baten en lasten tijdens de verslagperiode.
De directie baseer t haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerappor teerde bedragen van baten en lasten die mogelijk niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.
3.2.1. | Omzetreducties
De Groep heeft transitorische posten voor verkoopretours, terugbelastingen (charge-backs) en andere rabatten, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate" en "Federal Medicare" in de Verenigde Staten en gelijksoor tige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de feitelijke verminderingen afwijken
van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de transitorische posten die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt geboekt, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen worden de kor tingen, rabatten en andere aftrek die op de factuur worden vermeld in de winst- en verliesrekening verantwoord als een onmiddellijke mindering van de brutoomzet. De verkoopretouren, terugbelastingen, rabatten en kor tingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke transitorische postenrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet.
3.2.2. | Immateriële activa en goodwill
De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 1 483 miljoen (Toelichting 18) en goodwill met een boekwaarde van € 4 823 miljoen (Toelichting 19). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer ze goedgekeurd zijn door de regelgevende instanties).
De directie schat dat de nuttige levensduur voor verworven lopende onderzoek- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die producten bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de nuttige levensduur gelijk is aan de periode waarin deze producten substantieel alle kasbijdragen zullen realiseren.
Deze immateriële activa en goodwill worden geregeld herzien op bijzondere waardevermindering en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op aanwijzingen van bijzondere waardevermindering.
Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele afstoting. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepast actuarieel percentage waaruit de risico's en onzekerheden in verband met de vooropgestelde kasstromen blijken.
De feitelijke resultaten kunnen sterk van dergelijke schattingen van toekomstige kasstromen verschillen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkor ting van de nuttige levensduur en bijzondere waardeverminderingen.
De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de "bedrijfswaarde", die vereist is om de bijzondere waardevermindering van immateriële activa en goodwill te testen op het eind van het jaar:
- ◆ Groeiratio voor de eindwaarde 3%
- ◆ Actualiseringspercentage met betrekking tot goodwill en immateriële activa voor afgezette producten 9%
- ◆ Actualiseringspercentage met betrekking tot immateriële activa voor pijplijnproducten 13%
Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een discontovoet na belastingen gebruikt om op bijzondere waardevermindering te testen.
De directie is van mening dat het gebruik van de discontovoet na belastingen overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een percentage vóór belastingen dat wordt toegepast op kasstromen vóór belastingen.
3.2.3. | Milieuvoorzieningen
De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieuherstel die beschreven worden in Toelichting 32. De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep.
Toekomstige kosten voor milieuherstel worden beïnvloed door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het afvalpercentage dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke par tijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de aansprakelijkheden op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds vastgestelde bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten van activiteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Dergelijke veranderingen zouden de op de balans geboekte voorzieningen in de toekomst kunnen beïnvloeden.
3.2.4. | Personeelsbeloningen
De Groep heeft momenteel een groot aantal toegezegde pensioenplannen, uiteengezet in Toelichting 31. De berekening van de activa of passiva met betrekking tot deze plannen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de toegezegd-pensioenverplichting die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en uitkeringen.
Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen op terreinen zoals toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege veranderingen in de markt- en economische omstandigheden, een groter of kleiner personeelsverloop, langere of kortere levensduur van deelnemers en andere veranderingen in de geëvalueerde factoren. Deze verschillen zouden een invloed kunnen hebben op de activa of passiva die in de toekomst op de balans worden geboekt.
4. Financieel risicobeheer
De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voor tvloeien uit zijn onderliggende activiteiten en vennootschappelijke financiële activiteiten.
Deze financiële risico's bestaan uit marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's.
Deze toelichting geeft informatie over de mate waarin de Groep aan de voornoemde risico's is blootgesteld, over de grondslagen en de procedures van de Groep om deze risico's te beheren en over het kapitaalbeheer van de Groep. Risicobeheer wordt uitgevoerd door de afdeling Financieel Beheer van de Groep volgens beleidslijnen die door het Financial Risk Management Committee (FRMC) zijn goedgekeurd.
Van het FRMC dat werd opgericht maken de financieel directeur en de hoofden van de afdelingen Accounting, Repor ting & Consolidation, Financieel Beheer, Interne Audit, Belastingen, en Financiën & Risico deel uit.
Het FRMC is verantwoordelijk voor:
- ◆ de analyse van de resultaten van de risicobeoordeling van UCB;
- ◆ de goedkeuring van de aanbevolen strategieën voor risicobeheer;
- ◆ de toezicht op naleving van beleid voor het beheer van de financiële marktrisico's;
- ◆ de goedkeuring van beleidswijzigingen; en
- ◆ de verslaglegging aan het Auditcomité.
De beleidslijnen die het FRMC voor het financieel risicobeheer van de Groep heeft bepaald, moeten identificatie en analyse van de risico's voor de Groep mogelijk maken, om de gepaste limieten en controles van de risico's te bepalen en te zorgen dat die limieten nageleefd worden. Het FRMC herziet de beleidslijnen voor het risicobeheer halfjaarlijks voor de aanpassing aan eventuele wijzigingen in de marktvoorwaarden en de activiteiten van de Groep.
4.1. | Marktrisico
Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van de door hem aangehouden financiële instrumenten zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico's te beheren en in de hand te houden. De Groep legt financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep ernaar dekkingstransacties te gebruiken om wisselvalligheid in de winst- en verliesrekening te beheren. De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatiedoeleinden.
4.1.1. | Valutarisico
De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta's die invloed hebben op zijn in euro uitgedrukte nettowinst en financiële positie. De Groep beheer t actief zijn posities in vreemde valuta's en sluit, indien van toepassing, transacties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van activa en verwachte transacties. De Groep gebruikt termijncontracten, valutaopties en rentevoetruiltransacties (waarbij verschillende valuta's betrokken zijn) ter afdekking van bepaalde valutastromen en financieringstransacties waar toe hij zich heeft verbonden of die hij verwacht.
De instrumenten die gekocht worden ter afdekking van blootstelling aan transacties zijn voornamelijk in Amerikaanse dollar, Brits pond, Japanse yen en Zwitserse frank, d.w.z. de valuta's waarin de Groep zijn grootste risico's loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin verwachte kasstromen uit verkoop, royalty's of inkomsten uit verleende licenties voor minimaal zes tot maximaal 26 maanden af te dekken, voor zover er geen natuurlijke afdekkingen bestaan.
De Groep heeft bepaalde investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de netto-activa blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta's. De blootstelling aan koersschommelingen die voor tvloeit uit de netto-activa van de bedrijfsactiviteiten in het buitenland van de Groep in de Verenigde Staten wordt ook beheerd aan de hand van leningen in Amerikaanse dollar. Dit biedt een economische afdekking. De blootstelling aan koersschommelingen die voor tvloeien uit de netto-activa van de buitenlandse bedrijfsactiviteiten van de Groep in Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk wordt door termijncontracten beheerd. De investeringen van de Groep in andere dochterondernemingen worden niet afgedekt door leningen of termijncontracten omdat die valuta niet als materieel worden beschouwd of langdurig neutraal zijn.
De omrekeningsverschillen voortvloeiend uit de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van buitenlandse filialen van de Groep worden weergegeven als cumulatieve omrekeningsverschillen op het geconsolideerde overzicht van veranderingen in het eigen vermogen van de Groep.
4.1.2. | Effect van koersschommelingen
Per 31 december 2012 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn als de euro met 10% was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta's, met behoud van alle andere variabelen:
| € miljoen | VERANDERING IN WISSELKOERS VERSTEVIGING / VERZWAKKINg (-) EUR |
IMPACT OP EIGENVERMOGEN: VERLIES(-) / WINST |
IMPACT OP winst en-verliesrekening VERLIES(-) / WINST |
|---|---|---|---|
| Op 31 december 2012 | |||
| USD | +10% | -140 | -1 |
| -10% | 174 | -2 | |
| GBP | +10% | 72 | 0 |
| -10% | -88 | 0 | |
| CHF | +10% | -36 | 0 |
| -10% | 44 | 0 |
| € miljoen | VERANDERING IN WISSELKOERS VERSTEVIGING / VERZWAKKINg (-) EUR |
IMPACT OP EIGENVERMOGEN: VERLIES(-) / WINST |
IMPACT OP winst en-verliesrekening VERLIES(-) / WINST |
|---|---|---|---|
| Op 31 december 2011 | |||
| USD | +10% | -158 | 8 |
| -10% | 184 | -1 | |
| GBP | +10% | 39 | -9 |
| -10% | -48 | 11 | |
| CHF | +10% | -38 | -1 |
| -10% | 47 | 1 |
De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatiedoeleinden.
4.1.3. | Rentevoetrisico
Rentevoetwijzigingen kunnen leiden tot variaties in rentebaten en -lasten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaalde financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep zijn zowel vaste als vlottende rentevoeten, zoals beschreven in Toelichting 27. De Groep gebruikt rentevoetderivaten om zijn rentevoetrisico te beheren, zoals beschreven in Toelichting 36.
De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (rentevoetruiltransacties) als afdekkinginstrumenten, onder reële waardeafdekkingen, tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen. Zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte posten zijn verantwoord tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening.
In 2012, veranderingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan de in euro gedenomineerde zwevende rente genoteerde verplichtingen van de Group of door de zeer waarschijnlijke toekomstige kasstromen van vaste rente schuldinstrumenten uit te geven in 2013 werden geboekt in het eigen vermogen onder IAS 39. Alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan in vreemde valuta genoteerde verplichtingen met zwevende rente van de
Groep, geboekt via winst of verlies. Dat is een gevolg van de onderliggende toekomstige kasstromen die werden beoordeeld als zeer waarschijnlijk voortkomend uit derivaten, die niet in aanmerking komen voor het boeken van veranderingen in reële waaarde via eigen vermogen volgens IAS 39.
4.1.4. | Effectvan rentevoetschommelingen
Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou het eigen vermogen met € 19 miljoen hebben verhoogd (2011: € 0 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou het eigen vermogen met € 20 miljoen hebben doen dalen (2011: € 0 miljoen).
Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou de winst- en verliesrekening met € 5 miljoen hebben verhoogd (2011: € 5 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou winst- en verliesrekening met € 5 miljoen hebben doen dalen (2011: € 7 miljoen). Deze veranderingen aan de winst- en verliesrekening zouden voortkomen uit de veranderingen in reële waarde van de kasstromen van de rentevoetderivaten die zijn toegewezen aan de in vreemde valuta's uitgedrukte verplichtingen met zwevende rente van de Groep, die niet in aanmerking komen voor hedge accounting, en uit het niet-doeltreffende gedeelte van afdekkingen van reële waarde, toegewezen aan een deel van vastrentende leningen van de Groep (particuliere obligatie en institutionele eurobond).
4.1.5. | Overige risico's inverband met de marktprijs
Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van toepassing, worden voor contractuele doeleinden aangehouden, en verhandelbare effecten worden hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de prestaties van de investeringen en hun risicoprofiel.
Investeringen in aandelen, obligaties, schuldpapieren en overige vastrentende waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling.
Zaken die aan marktprijsrisico's onderhevig zijn, zijn eerder immaterieel en derhalve wordt verondersteld dat de impact op het eigen vermogen of de winst- en verliesrekening van een redelijke verandering van dit marktprijsrisico te verwaarlozen is.
Zoals in 2011, verwierf de Groep in de loop van 2012 eigen aandelen alsook Amerikaanse callopties die het recht geven om aandelen van UCB N.V. te verwerven. Beide transacties werden in het eigen vermogen geboekt. In 2009 gaf de Groep een converteerbare obligatie uit die in 2015 vervalt, en kocht € 70 miljoen terug gedurende 2012. De netto vermogenscomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie bedraagt € 41 miljoen (2011: € 48 miljoen) als gevlog van UCB's beslissing om de optie voor contant betaling in te trekken op de converteerbare obligatie.
4.2. | Kredietrisico
Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico's die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico's van partners, in het bijzonder in de Verenigde Staten, door de verkoop via groothandelaars (Toelichting 23). Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten.
In de Verenigde Staten heeft de Groep een financieringsakkoord voor de handelsvorderingen dat voldoet aan de voorwaarden van het tegendraaien van de erkenning. Volgens de modaliteiten en condities van het akkoord, behoud UCB geen enkele niet betaling of andere late betalings risico's gerelateerd tot de overdracht van de handelsvorderingen.
De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico's wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot tegenpartijen van hoge kwaliteit, kredietratings regelmatig te herzien en voor elke individuele tegenpartij
limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn gebaseerd op lange termijn-kredietbeoordelingen die algemeen als van hoge kwaliteit worden beschouwd en op een 5-jarige "Credit Default Swap"-koers.
Waar het aangewezen is om het risico te beperken, worden met de respectieve tegenpartijen salderingsovereenkomsten afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). De maximale blootstelling aan kredietrisico's die voortvloeien uit financiële activiteiten, salderingsovereenkomsten buiten beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van financiële activa plus de positieve reële waarde van derivaten.
4.3. | Liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om zijn financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat hij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om zijn verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder te riskeren dat de reputatie van de Groep wordt aangetast.
De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan zijn liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte doorlopende bevestigde kredietfaciliteiten.
Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar:
- ◆ geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 24) € 318 miljoen (2011: 267 miljoen)
- ◆ verhandelbare effecten zonder aandelenkarakter (Toelichting 21) € 1 miljoen (2011: € 0 miljoen)
- ◆ ongebruikte bevestigde kredietfaciliteiten (Toelichting 27) € 1045 miljoen (2011: € 1085 miljoen)
De bestaande toegezegde gesyndiceerde hernieuwbare kredietvoorziening van € 1 miljard van de Groep, vervallend in 2016, was niet getrokken op het einde van 2012. Een bijkomende bilateraal toegezegde kredietvoorziening van € 85 miljoen (getrokken voor € 40 miljoen per einde 2012) zal van 2016 tot 2025 lineair worden afgebouwd.
De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de financiële verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd op de
balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering van impact van saldering. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen.
| € miljoen | Toelichting | Totaal | CON TRAC TUELE KAS STROMEN |
MINDER DAN 1 JAAR |
TUSSEN 1 EN 2 JAAR |
TUSSEN 2 EN 5 JAAR |
MEER DAN 5 JAAR |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Op 31 december 2012 | |||||||
| Bankleningen | 27 | 252 | 252 | 73 | 0 | 29 | 150 |
| Schuldpapier en andere kor tetermijnleningen | 27 | 111 | 111 | 111 | 0 | 0 | 0 |
| Verplichtingen uit hoofde van financiële | 27 | 17 | 17 | 3 | 10 | 2 | 2 |
| leasingovereenkomsten | |||||||
| Conver teerbare obligatie | 28 | 393 | 484 | 19 | 19 | 446 | 0 |
| Par ticuliere obligatie | 28 | 780 | 833 | 43 | 790 | 0 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie | 28 | 524 | 614 | 29 | 29 | 556 | 0 |
| Handels- en overige verplichtingen | 33 | 1145 | 1145 | 1295 | 46 | 89 | 15 |
| Bankvoorschotten | 27 | 10 | 10 | 10 | 0 | 0 | 0 |
| Renteswaps | -17 | -17 | -7 | -2 | -5 | -2 | |
| Put en call optie voor minderheidsbelangen | 36 | 29 | 46 | 0 | 0 | 46 | 0 |
| Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden | |||||||
| Uitgaand | 579 | 579 | 560 | 19 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 576 | 576 | 557 | 19 | 0 | 0 | |
| Termijncontracten en overige financiële derivaten | |||||||
| tegen reële waarde via winst of verlies | |||||||
| Uitgaand | 2104 | 2104 | 1877 | 227 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 2092 | 2092 | 1889 | 203 | 0 | 0 | |
| Op 31 december 2011 | |||||||
| Bankleningen | 27 | 47 | 47 | 22 | 1 | 24 | 0 |
| Schuldpapier en andere kor tetermijnleningen | 27 | 7 | 7 | 7 | 0 | 0 | 0 |
| Verplichtingen uit hoofde van financiële | 27 | 19 | 19 | 2 | 3 | 11 | 3 |
| leasingovereenkomsten | |||||||
| Conver teerbare obligatie | 28 | 444 | 590 | 22 | 22 | 546 | 0 |
| Par ticuliere obligatie | 28 | 773 | 879 | 43 | 43 | 793 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie | 28 | 513 | 644 | 29 | 29 | 586 | 0 |
| Handels- en overige verplichtingen | 33 | 1402 | 1402 | 1294 | 28 | 49 | 31 |
| Bankvoorschotten | 27 | 14 | 14 | 14 | 0 | 0 | 0 |
| Renteswaps | 28 | 28 | -7 | 9 | 25 | 0 | |
| Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden | |||||||
| Uitgaand | 452 | 452 | 344 | 108 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 446 | 446 | 341 | 105 | 0 | 0 | |
| Termijncontracten en overige financiële derivaten | |||||||
| tegen reële waarde via winst of verlies | |||||||
| Uitgaand | 3248 | 3248 | 3016 | 0 | 231 | 0 | |
| Inkomend | 3181 | 3181 | 2978 | 0 | 203 | 0 |
4.4. | Kapitaalrisicobeheer
Het beleid van de Groep aangaande het kapitaalrisicobeheer bestaat erin de continuïteit van de Groep als going concern veilig te stellen om aandeelhouders verder rendement te bieden en patiënten voordelen te blijven bieden, en de externe schuld van de Groep verder te verminderen om tot een kapitaalstructuur te komen die vergelijkbaar is met die van anderen in de sector.
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Totale leningen (Toelichting 27) | 390 | 87 |
| Obligaties (Toelichting 28) | 1697 | 1730 |
| Min: geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 24), voor verkoop | -321 | -269 |
| beschikbare obligaties (Toelichting 21) en in pand gegeven contanten met | ||
| betrekking tot de financiële leasing | ||
| Netto-schuld | 1766 | 1548 |
| Totaal eigen vermogen | 4593 | 4701 |
| Totaal financieel kapitaal | 6359 | 6249 |
| Gearing ratio | 28% | 25% |
4.5. | Schatting van reële waarde
De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals voor verkoop beschikbare financiële activa) is gebaseerd op de beurskoersen op de balansdatum.
De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van beproefde waarderingstechnieken zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte huidige waarden van kasstromen. De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op bestaande marktomstandigheden op elke balansdatum.
Voor langetermijnschuld worden marktnoteringen gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstroom. De reële waarde van de rentevoetruiltransacties is berekend als de actuele waarde van de geschatte verwachte kasstroom. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de huidige waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum.
De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen voor informatieverschaffing wordt bepaald door middel van verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige rentevoeten op de markt waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten.
4.5.1. | Hiërarchievan de reëlewaarde
Met ingang van 1 januari 2009 heeft de Groep het Amendement van IFRS 7 aangenomen voor financiële instrumenten die op de balans tegen reële waarde worden gemeten. Het Amendement vereist informatieverschaffing over de bepaling van de reële waarde volgens het niveau van de volgende bepalingshiërarchie van reële waarde:
- ◆ niveau 1: genoteerde (niet-gecorrigeerde) prijzen in actieve markten voor identieke activa of passiva;
- ◆ niveau 2: andere methodes waarvoor alle inputs die een belangrijk effect op de geregistreerde reële waarde hebben, direct of indirect te observeren zijn;
- ◆ niveau 3: methodes die inputs gebruiken die een belangrijk effect op de geregistreerde reële waarde hebben en die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.
Financiële activa tegen reële waarde
| € miljoen | NIVEAU 1 | NIVEAU 2 | NIVEAU 3 | TotaAl |
|---|---|---|---|---|
| 31 December 2012 | ||||
| Financiële activa | ||||
| Voor verkoop beschikbare (Toelichting 21) | ||||
| Genoteerde aandelen | 23 | 0 | 0 | 23 |
| Genoteerde obligaties | 3 | 0 | 0 | 3 |
| Afgeleide financiële activa (Toelichting 36) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 6 | 0 | 6 |
| Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies | 0 | 27 | 0 | 27 |
| Rentevoetderivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentevoetderivaten – reële waarde via winst of verlies | 0 | 7 | 0 | 7 |
| € miljoen | NIVEAU 1 | NIVEAU 2 | NIVEAU 3 | Totaa l |
|---|---|---|---|---|
| 31 december 2011 | ||||
| Financiële activa | ||||
| Voor verkoop beschikbare (Toelichting 21) | ||||
| Genoteerde aandelen | 31 | 0 | 0 | 31 |
| Genoteerde obligaties | 2 | 0 | 0 | 2 |
| Afgeleide financiële activa (Toelichting 36) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 6 | 0 | 6 |
| Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies | 0 | 32 | 0 | 32 |
| Rentevoetderivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentevoetderivaten – reële waarde via winst of verlies | 0 | 63 | 0 | 63 |
Financiële verplichtingen tegen reële waarde
| € miljoen | NIVEAU 1 | NIVEAU 2 | NIVEAU 3 | Totaa l |
|---|---|---|---|---|
| 31 december 2012 | ||||
| Financiële verplichtingen | ||||
| Afgeleide financiële passiva (Toelichting 36) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 7 | 0 | 7 |
| Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies | 0 | 36 | 0 | 36 |
| Rentevoetderivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 1 | 0 | 1 |
| Rentevoetderivaten – reële waarde via winst of verlies | 0 | 14 | 0 | 14 |
| Derivaten gekoppeld aan conver teerbare obligatie | 0 | 0 | 0 | 0 |
| € miljoen | NIVEAU 1 | NIVEAU 2 | NIVEAU 3 | Totaa l |
|---|---|---|---|---|
| 31 december 2011 | ||||
| Financiële verplichtingen | ||||
| Afgeleide financiële passiva (Toelichting 36) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 19 | 0 | 19 |
| Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies | 0 | 99 | 0 | 99 |
| Rentevoetderivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentevoetderivaten – reële waarde via winst of verlies | 0 | 31 | 0 | 31 |
| Derivaten gekoppeld aan conver teerbare obligatie | 0 | 0 | 0 | 0 |
In het boekjaar dat werd afgesloten op 31 december 2012 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reëlewaardebepaling.
5. Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica.
Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, afzonderlijk noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, het Uitvoerend Comité, herzien de bedrijfsresultaten en bedrijfsplannen, en maken beslissingen op het gebied van
de toekenning van middelen voor het hele bedrijf, en derhalve functioneer t UCB als één segment. Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de productomzet, de geografische gebieden en de inkomsten afkomstig van de belangrijkste klanten.
5.1. | Informatie over netto-omzet per product
De netto-omzet bestaat uit:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Cimzia® | 467 | 312 |
| Vimpat® | 334 | 218 |
| Neupro® | 133 | 95 |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 838 | 966 |
| Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D® / Cirrus®) | 249 | 260 |
| Xyzal® | 128 | 108 |
| omeprazole | 79 | 76 |
| Metadate™ CD | 65 | 62 |
| Nootropil® | 63 | 69 |
| venlafaxine XR | 40 | 48 |
| Tussionex™ | 34 | 44 |
| Andere producten | 640 | 618 |
| Totale netto-omzet | 3070 | 2 876 |
5.2. | Geografische informatie
De onderstaande tabel geeft de omzet weer van elke geografische markt waar klanten zich bevinden:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Noord-Amerika | 1171 | 943 |
| Duitsland | 297 | 318 |
| Frankrijk | 172 | 198 |
| Italië | 172 | 176 |
| Spanje | 138 | 162 |
| Verenigd Koninkrijk en Ierland | 125 | 145 |
| België | 36 | 41 |
| Andere landen | 959 | 893 |
| Totale netto-omzet | 3070 | 2876 |
De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Noord-Amerika | 79 | 70 |
| Zwitserland | 154 | 78 |
| Duitsland | 22 | 23 |
| Frankrijk | 2 | 2 |
| Spanje | 2 | 2 |
| Verenigd Koninkrijk en Ierland | 91 | 89 |
| België | 233 | 220 |
| Andere landen | 19 | 16 |
| Totaal | 602 | 500 |
5.3. | Informatie over belangrijke klanten
UCB heeft 1 klant die individueel meer dan 11% van de totale netto-omzet ver tegenwoordigt aan het einde van 2012.
In de VS ver tegenwoordigde de verkoop aan 3 groothandelaars ongeveer 85% van de omzet in de VS (2011: 83%).
6. Bedrijfscombinaties
Meizler Biopharma
Op 30 mei 2012 heeft UCB 51% van de uitgegeven en uitstaande aandelen verworven van Meizler Biopharma ("Meizler"), een par ticulier Braziliaans farmaceutisch bedrijf, tegen een aankoopprijs van \$SD 80 miljoen (€ 64 miljoen) verminderd met 51% van de nettoschuld van Meizler. De aanpassing voor nettoschuld was nog niet voltooid op het moment dat dit financieel verslag gepubliceerd werd. Onder de voorwaarden van de transactie kan de aankoopprijs tot \$SD 30 miljoen verhoogd worden voor bepaalde voorwaardelijke betalingen. Bij de koopovereenkomst wordt ook een putoptie op de overblijvende aandelen van Meizler toegekend aan de verkopende aandeelhouders die uitoefenbaar is in 2014, 2015 of 2016 en aan UCB wordt een calloptie toegekend met het recht om de resterende aandelen in Meizler in 2016 over te kopen van de verkopende aandeelhouders. De uitoefenprijs is gebaseerd op een veelvoud van de EBITDA-resultaten van het voorgaande jaar.
Meizler is een par ticulier Braziliaans farmaceutisch bedrijf dat werd opgericht in 1990 en net buiten Sao Paulo gevestigd is. Met een team van ongeveer 130 medewerkers commercialiseer t het bedrijf een por tefeuille van gespecialiseerde producten onder licentie op de Braziliaanse markt. Deze producten omvatten
verschillende therapeutische gebieden, waaronder het centrale zenuwstelsel en immunologie. UCB zal enkele van zijn gevestigde en nieuwe geneesmiddelen in de por tefeuille van Meizler inbrengen voor verkoop in Brazilië. Op basis van UCB's controle van de Raad van Bestuur en het management heeft UCB Meizler integraal geconsolideerd.
De totale aankoopprijs werd toegewezen aan de voorlopige netto materiële en immateriële activa op basis van hun historische boekwaarde per 30 mei 2012, zoals hieronder beschreven. Het overschot van de contante aankoopprijs op de voorlopige netto materiële en immateriële activa werd geboekt als goodwill. De Vennootschap rekent erop dat ze informatie zal verkrijgen tijdens de meetperiode (tot een jaar na de overnamedatum) om de reële waarden te helpen bepalen van de verworven nettoactiva op de overnamedatum, minderheidsbelangen, het bedrag van de voorwaardelijke vergoedingen en de put- en callopties op de resterende 49% aandelen van Meizler. De geschatte waarden die per 31 december 2012 geboekt werden, zijn nog niet definitief en kunnen onderhevig zijn aan wijzigingen, die aanzienlijk kunnen zijn. De voorlopige toewijzing van de aankoopprijs voor Meizler is als volgt:
| € miljoen | VERWERVINGSDA TUM |
|---|---|
| Inbreng in geld | 64 |
| pgenomen bedrag aan identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen | |
| (voorlopige reële waarde) | |
| Vaste activa | -4 |
| Vlottende activa | -17 |
| Langlopende verplichtingen | 5 |
| Kor tlopende verplichtingen | 10 |
| Totaal identificeerbare nettoactiva | -6 |
| Goodwill | 58 |
De winst- en verliesrekening over het jaar bedraagt voor Meizler een netto-omzet en een verlies van respectievelijk € 7,3 miljoen en € 10,4 miljoen.
Als deze bedrijfscombinatie was ingegaan op 1 januari 2012 zouden de netto-omzet en de winst van UCB respectievelijk € 12,6 miljoen en € 19,6 miljoen hebben bedragen.
7. Beëindigde bedrijfsactiviteiten
De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten, € 17 miljoen (2011: winst van € 14 miljoen) ontstond vooral door de beëindiging van de belastingplicht en de gedeeltelijke terugboeking van voorzieningen in verband met de voormalige chemische en filmactiviteiten, waaronder de beëindiging van milieuvorderingen voor vestigingen waarvoor UCB aansprakelijkheid droeg en die in de voorbije twaalf maanden werden vereffend, alsook de impact van de discontovoet.
8. Overige opbrengsten
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Opbrengsten gegenereerd uit winstdelingsovereenkomsten | 31 | 44 |
| Vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en terugbetalingen | 108 | 46 |
| Opbrengsten uit contractproductie | 85 | 93 |
| Totaal overige opbrengsten | 224 | 183 |
De opbrengsten uit winstdelingsovereenkomsten hebben voornamelijk betrekking op de volgende posten:
- ◆ opbrengsten uit de gezamenlijke promotie van Provas™, Jalra® en Icandra® in Duitsland met Novar tis;
- ◆ opbrengsten uit de gezamenlijke promotie van Xyzal® in de VS met Sanofi.
In de loop van 2012 ontving UCB mijlpaalbetalingen en terugbetalingen van verschillende par tijen, in hoofdzaak van:
◆ Otsuka, voor de gezamenlijke ontwikkeling van E Keppra® en Neupro® in Japan;
- ◆ Astellas, voor de gezamenlijke ontwikkeling en commercialisering van Cimzia® in Japan;
- ◆ mijlpaalbetalingen als gevolg van de overeenkomst met Actient Pharmaceuticals;
- ◆ GSK, voor verkoopmijlpalen van Xyzal® in Japan.
De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten wordt voornamelijk gekoppeld aan de "toll manufacturing" overeenkomsten met GSK en Shire en opbrengsten uit producten met betrekking tot de overeenkomst met Actient Pharmaceuticals en Delsym™.
9. Operationele kosten volgens hun aard
De onderstaande tabel toont een aantal uitgavenposten die in de winst- en verliesrekening worden geboekt met een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep:
| € miljoen | Note | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|---|
| Personeelsvergoedingen | 10 | 902 | 829 |
| Afschrijvingen van vaste activa | 20 | 55 | 60 |
| Afschrijving van immateriële activa | 18 | 175 | 186 |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | 12 | 10 | 39 |
| Totaal | 1142 | 1 114 |
10. Personeelsvergoedingen
| € miljoen | Toelichting | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 667 | 595 | |
| Kosten voor sociale zekerheid | 84 | 83 | |
| Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegd-pensioenregelingen | 31 | 30 | 28 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegde-bijdrageregelingen | 24 | 16 | |
| Op aandelen gebaseerde uitkeringen aan werknemers en bestuurders | 26 | 34 | 20 |
| Verzekering | 36 | 38 | |
| Overige personeelskosten | 27 | 49 | |
| Totaal personeelskosten | 902 | 829 | |
De totale personeelskosten zijn toegekend over de functionele lijnen binnen de winst en -verliesrekening, behalve in het geval van beëindigde bedrijfsactiviteiten, waar zij, indien nodig, zijn opgenomen in de bepaling van de winst uit beëindigde
bedrijfsactiviteiten. De post "overige personeelskosten" bestaat voornamelijk uit ontslagvergoedingen, afvloeiingsregelingen en uitkeringen voor langdurige / tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
| Aantal werknemers per 31 december | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Met uurloon | 869 | 848 |
| Met maandloon | 3716 | 3912 |
| Directie | 4463 | 3746 |
| Totaal | 9 048 | 8 506 |
Meer informatie over vergoedingen na uittreding en op aandelen gebaseerde betalingen vindt u in Toelichtingen 2.2, 26 en 31.
11. Overige bedrijfsbaten en -lasten (-)
De overige bedrijfsbaten en -lasten (-) bedroegen € 0 miljoen (2011: € 12 miljoen) en bestaan voornamelijk uit de afschrijving van niet-productiegerelateerde immateriële activa ten bedrage van € 6 miljoen (2011: € 6 miljoen); de teruggeboekte voorzieningen van € 3 miljoen (2011: € 6 miljoen); de waardevermindering en tegenboeking
van waardeverminderingen in verband met handelsvorderingen en materiële vaste activa van € 1 miljoen (2011: € -1 miljoen); de terugbetaling door derden van ontwikkelingskosten van de Groep van € 3 miljoen (2011: € 5 miljoen); ontvangen subsidies voor € 3 miljoen; en uitgaven in verband met de hervorming van de gezondheidszorg in de Verenigde Staten.
12. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
Een herziening van de realiseerbare bedragen van de activa van de Groep resulteerde in de boeking van bijzondere waardeverminderingslasten ten bedrage van € 10 miljoen (2011: € 39 miljoen).
De waardevermindering van handelsmerken, patenten en licenties bedraagt voor het jaar 2012 € 0 miljoen (2011: € 4 miljoen), en er waren geen waardeverminderingen betreffende de andere immateriële vaste activa (2011: € 7 miljoen).
Als gevolg van de jaarlijkse tests op bijzondere waardevermindering van de handelsmerken, patenten en licenties, werd een bijzondere waardeverminderingslast
geboekt van € 7 miljoen (2011: € 6 miljoen).
De bijzondere waardeverminderingslast met betrekking tot de materiële vaste activa van de Groep, betreffende bepaalde administratieve en productiegebouwen, bedraagt € 3 miljoen (2011: € 22 miljoen).
Redelijke en mogelijke veranderingen in de belangrijkste veronderstellingen waarop het management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van de verhaalbare waarde van het actief zouden geen aanleiding geven tot een boekwaarde hoger dan de verhaalbare waarde.
13. Reorganisatiekosten
De reorganisatiekosten per 31 december 2012 bedroegen € 40 miljoen (2011: € 27 miljoen) en hebben betrekking op bijkomende herstructureringskosten van het Shapeprogramma, de reorganisatie van ondersteuningsfuncties,
en afvloeiingskosten. In 2011 werden de reorganisatiekosten hoofdzakelijk toegeschreven aan de nieuwe organisatie van de Europese operaties.
14. Overige baten en lasten
De overige baten bedroegen € 24 miljoen (2011: lasten ten belope van € 25 miljoen) en omvatten de volgende posten:
- ◆ andere baten voor € 31 miljoen in 2012, tegenover € 0 miljoen in 2011, voor de afstoting van rijpe primaire zorgmarkten in de Verenigde Staten en Australië;
- ◆ de overige lasten bedroegen € 7 miljoen (2011: € 25 miljoen) in 2012 en hielden hoofdzakelijk verband met:
- een octrooibetwisting door aaiPharma tegen UCB in de Verenigde Staten, voor de verkoop van omeprazole producten;
- een Hatch-Waxman octrooibetwisting door UCB tegen Mallinkckrodt in de Verenigde Staten, die een ANDA had ingediend voor Metadate™ CD met een paragraaf IVcer tificatie;
- een octrooibetwisting in de Verenigde Staten door Apotex tegen UCB voor een inbreuk met betrekking tot de verkoop van Univasc®, Uniretic® en Moexipril®.
- in oktober 2011 vorderden het Amerikaanse "Depar tment
of Justice" en de "United States Attorney's Office" in het "Eastern District of Pennsylvania" bewijsmateriaal bij UCB op met betrekking tot de prijsverslaggeving voor Cimzia® aan de Amerikaanse federale regering en de verkoop en marketing van Cimzia® in de Verenigde Staten. Het bedrijf verleende zijn volledige medewerking aan dit onderzoek, en in september 2012 sloot de overheid haar onderzoek af zonder enige boetes of straffen op te leggen of enige andere actie tegen het bedrijf te ondernemen;
• de optimalisatie van de UCB-bedrijven en -structuur.
De andere € 25 miljoen lasten in 2011 komen van de herstructurering van de licentieovereenkomst voor epratuzumab tussen Immunomedics en UCB, waarbij Immunomedics na de uitvoering van de aanpassing een nietterugbetaalbare cashbetaling ontving in totaal US\$ 30 miljoen, en bijkomende afschrijvingen en waardeverminderingen.
15. Financiële opbrengsten en financieringskosten
De netto-financieringskosten voor het jaar bedroegen € 147 miljoen (2011: € 115 miljoen). Gedetailleerd zien de financiële opbrengsten en de financieringskosten er als volgt uit:
Financieringskosten
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Rentekosten van: | ||
| Converteerbare obligaties | -31 | -33 |
| Particuliere obligaties | -43 | -43 |
| Institutionele euro-obligaties | -29 | -29 |
| Overige leningen | -40 | -25 |
| Rentelasten met betrekking tot rentedragende derivaten | 0 | -4 |
| Financiële lasten op financiële leases | -1 | -1 |
| Waardevermindering op aandelen | -13 | 0 |
| Netto-reëlewaardeverliezen uit wisselkoersderivaten | 0 | -62 |
| Nettoverlies uit wisselkoersverschillen | -62 | 0 |
| Overige netto financiële opbrengsten / kosten(-) | -5 | -8 |
| Eenmalig verlies op gedeeltelijke schuldaflossing | -9 | 0 |
| Totaal financieringskosten | -233 | -205 |
Financiële opbrengsten
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Rentekosten van: | ||
| Op bankdeposito's | 16 | 8 |
| Op rentevoetderivaten | 4 | 0 |
| Dividendinkomsten | 0 | 0 |
| Nettowinst op rentederivaten | 4 | 29 |
| Netto-reëlewaardewinst uit wisselkoersderivaten | 62 | 0 |
| Nettowinst uit wisselkoersverschillen | 0 | 53 |
| Totaal financiële opbrengsten | 86 | 90 |
De waardevermindering op aandelen is gerelateerd tot de WILEX investering (Toelichting 21.3).
In april 2012 kocht UCB € 70 miljoen nominale waarde van de uitstaande conver teerbare obligatie en er werd een éénmalig verlies op de gedeeltelijke schuldaflossing geboekt voor een bedrag van € 9 miljoen (Toelichting 28.1).
16. Winsttegoeden / belastingen (-)
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting | -136 | -327 |
| Uitgestelde winstbelasting | 129 | 318 |
| Totale winsttegoeden / belastingen (-) | -7 | -9 |
De Groep is actief in verschillende landen en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in veel verschillende fiscale jurisdicties.
De lasten van de Groep uit hoofde van winstbelasting verschillen als volgt van het theoretische bedrag dat tot stand zou komen bij gebruik van het gewogen gemiddelde belastingtarief dat van toepassing is op winsten (verliezen) van de geconsolideerde bedrijven.
De belastingen op het resultaat van het boekjaar worden als volgt gedetailleerd:
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Winst / verlies (-) vóór belastingen | 242 | 233 |
| Winstbelastingen(-) / tegoeden berekend op binnenlandse belastingpercentages van toepassing in de overeenkomstige landen |
5 | -68 |
| Theoretisch belastingpercentage | -2% | 30% |
| Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting | -136 | -327 |
| Over de verslagperiode uitgestelde winstbelasting | 129 | 318 |
| Totale winstbelastingen (-) / tegoeden | -7 | -9 |
| Effectief belastingpercentage | 2,7% | 4% |
| Verschil tussen theoretisch en effectief belastingpercentage | -12 | 59 |
| Verworpen uitgaven | -118 | -85 |
| Niet-belastbare inkomsten | 39 | 127 |
| Stijging (-) / daling van de belastingvoorzieningen | 24 | -249 |
| Effect van vroegere niet erkende belastingverliezen gebruikt in de periode | 9 | 60 |
| Belastingtegoeden | 115 | 100 |
| Veranderingen in belastingpercentages | 13 | 5 |
| Andere belastingeffecten | 0 | 10 |
| In de verslagperiode doorgevoerde belastingaanpassingen voor voorgaande jaren | 11 | 16 |
| Uitgestelde belastingaanpassingen voor voorgaande jaren | -66 | 185 |
| Tegenboeking van waardeverminderingen van eerder geboekte uitgestelde belastingvorderingen | -28 | -107 |
| Bronbelasting | -10 | -2 |
| Overige belastingen | -1 | -1 |
| Totale winsttegoeden / belastingen (-) | -12 | 59 |
Dit jaar is er een laag theoretisch belastingpercentage als gevolg van belangrijke verliezen in fiscale jurisdicties met een hogere aanslagvoet.
Het effectief belastingspercentage blijft laag als gevolg van de verdere erkenning van eerder niet erkende fiscale verliezen.
17. Elementen van andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare financiële activa: | ||
| Winst / verlies (-) gedurende het jaar | -2 | -2 |
| Min: herclassificatie voor winst / verlies (-) bevat in de winst- en verliesrekening | 0 | 0 |
| -2 | -2 | |
| Kasstroomafdekkingen: | ||
| Winst / verlies (-) gedurende het jaar | 5 | -8 |
| Min: herclassificatie voor winst / verlies (-) bevat in de winst- en verliesrekening | 0 | 4 |
| 5 | -12 | |
| Afdekking van netto-investeringen: | ||
| Winst / verlies (-) gedurende het jaar | 0 | 0 |
| Min: herclassificatie voor winst / verlies (-) bevat in de winst- en verliesrekening | 0 | 0 |
| 0 | 0 | |
| Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen: | ||
| Winst / verlies (-) gedurende het jaar | -63 | -36 |
| Min: herclassificatie voor winst / verlies (-) bevat in de winst- en verliesrekening | 0 | 0 |
| -63 | -36 |
18. Immateriële activa
| 2012 | Handelsmerken, | ||
|---|---|---|---|
| € miljoen | patenten, licenties | Overige | Totaal |
| Brutoboekwaarde per 1 januari | 2505 | 170 | 2 675 |
| Verwervingen | 3 | 137 | 140 |
| Afstotingen | -62 | -1 | -63 |
| Overdracht van de ene rubriek naar een andere | -7 | 15 | 8 |
| Bedrijfscombinaties | 1 | 1 | |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -2 | -1 | -3 |
| Brutoboekwaarde per 31 december | 2438 | 320 | 2758 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 1 januari | -1072 | -78 | -1 150 |
| Afschrijvingen voor het jaar | -151 | -24 | -175 |
| Afstotingen | 58 | 58 | |
| In de winst- en verliesrekening opgenomen bijzondere waardeverminderingen | -7 | -7 | |
| Overdracht van de ene rubriek naar een andere | 7 | -9 | -2 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop | |||
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 1 | 1 | |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december | -1 164 | -111 | -1275 |
| Nettoboekwaarde per 31 december | 1274 | 209 | 1483 |
| 2011 | |||
|---|---|---|---|
| € miljoen | Handelsmerken, patenten, licenties |
Overige | Totaal |
| Brutoboekwaarde per 1 januari | 2441 | 173 | 2 614 |
| Verwervingen | 1 | 54 | 55 |
| Afstotingen | -39 | -6 | -45 |
| Overdracht van de ene rubriek naar een andere | 60 | -52 | 8 |
| Overdracht naar activa aangehouden voor verkoop | 0 | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 42 | 1 | 43 |
| Brutoboekwaarde per 31 december | 2505 | 170 | 2675 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 1 januari | -917 | -56 | -973 |
| Afschrijvingen voor het jaar | -159 | -27 | -186 |
| Afstotingen | 39 | 6 | 45 |
| In de winst- en verliesrekening opgenomen bijzondere waardeverminderingen | -10 | -7 | -17 |
| Overdracht van de ene rubriek naar een andere | -1 | 6 | 5 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop | 0 | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -24 | 0 | -24 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december | -1 072 | -78 | -1150 |
| Nettoboekwaarde per 31 december | 1433 | 92 | 1525 |
De Groep schrijft alle immateriële activa af. De afschrijving van immateriële activa wordt toegerekend aan de kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa met betrekking tot compounds. De afschrijvingen met betrekking tot software worden toegeschreven aan de functies die deze software gebruiken.
Het merendeel van de immateriële activa van de Groep is uit vorige overnames voor tgekomen. In 2012 verwierf de Groep immateriële activa voor een totaal van € 140 miljoen (2011: € 55 miljoen). Deze investeringen hadden vooral betrekking op mijlpalen in samenwerkingsovereenkomsten en licentieafspraken, toevoegingen aan de software, en de activering van in aanmerking komende software-ontwikkelingskosten.
In de loop van het jaar boekte de Groep bijzondere waardeverminderingen voor materiële vaste activa voor een totaal van € 7 miljoen (2011: € 17 miljoen) met betrekking tot de jaarlijkse waardeverminderingstest. De waardeverminderingslasten worden in Toelichting 12 gespecifieerd en zijn in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van nietfinanciële activa".
Andere immateriële activa omvatten software en de projecten van procesontwikkeling, en een belangrijk deel van de mijlpalen in samenwerkingsovereenkomsten.
19. Goodwill
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Kostprijs per 1 januari | 4 799 | 4718 |
| Verwervingen | 58 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -34 | 81 |
| Nettoboekwaarde per 31 december | 4823 | 4799 |
De Groep controleer t de goodwill op bijzondere waardevermindering op elke verslagdatum of vaker als er aanwijzingen zijn dat de goodwill aangetast zou kunnen zijn. Voor de bijzondere waardeverminderingstest functioneer t UCB als één segment, Biopharma, met één enkele kasstroom genererende eenheid (cash generating unit, CGU), die het laagste niveau ver tegenwoordigt waarop de goodwill wordt opgevolgd.
De verhaalbare waarde van de CGU wordt bepaald op basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die wordt toegepast voor de waardeverminderingstest bleef ongewijzigd in vergelijking met 2011.
Voornaamste veronderstellingen
Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag liggen van het door het management goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 10 jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de langetermijnprognoses gebruikt om de passende levenscycli van producten volledig te modelleren op basis van de verstrijkdatum van het patent en het therapeutische gebied. Deze langetermijnprognoses worden aangepast voor specifieke risico's en omvatten:
- ◆ de omzetgroeipercentages van pas geïntroduceerde producten;
- ◆ de waarschijnlijkheid dat nieuwe producten en / of indicaties de commercialiseringsfase halen;
- ◆ de kans op succes van toekomstige productlanceringen en de verwachte data daarvan;
- ◆ de erosie-effecten na verstrijking van octrooien.
Er waren in vergelijking met 2011 geen beduidende veranderingen in deze voornaamste veronderstellingen.
Kasstromen na de geplande prognoseperiode (eindwaarde) worden geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 3% (2011: 3%). Het groeipercentage is niet hoger dan het gemiddelde langetermijngroeipercentage voor de betreffende gebieden waar de CGU actief is.
De meeste inkomsten en uitgaven van de Groep worden geboekt in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij de opstelling van de toekomstige kasstromen:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| USD | 1,25 | 1,45 |
| GBP | 0,835 | 0,870 |
| JPY | 120 | 120 |
| CHF | 1,20 | 1,30 |
Uitgaande van de 6 maanden risicovrije kor tetermijn-LIBOR en de op 10-jaar lange termijn de generieke EU-overheidsobligaties, worden de disconteringsvoeten bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost voor DCF-modellen, inclusief de 10-jarige benchmarkkosten voor eigen en vreemd vermogen, aangepast ten behoeve van de specifieke activapost en landenrisico's die gepaard gaan met de CGU. Gelet op de aard van de sector, heeft de Groep een disconteringsvoet toegepast van 9% (2011: 10%) voor in de handel verkrijgbare producten en van 13% (2011: 13%) voor pijplijnproducten. De disconteringsvoeten worden minstens één keer per jaar herzien.
Aangezien de kasstromen na winstbelasting worden opgenomen in de berekening van de "bedrijfswaarde" van de CGU's, wordt een disconteringsvoet na winstbelasting gebruikt om consistent te blijven. Het gebruik van de disconteringsvoet na winstbelasting benader t het resultaat van het gebruik van een tarief vóór winstbelasting toegepast op kasstromen vóór winstbelasting. Er is een belastingvoet van 28% gehanteerd (2011: 31% - 27%).
Sensitiviteitsanalyse
Op basis van wat hiervoor werd beschreven, heeft het management beoordeeld dat geen redelijke of geschikte verandering in om het even welke voornaamste veronderstelling voor de bepaling van de verhaalbare waarde er toe zou leiden dat de boekwaarde van de CGU essentieel hoger zou zijn dan de verhaalbare waarde. Ter informatie: de sensitiviteitsanalyse die gebruikmaakt van een groeipercentage van 0% gecombineerd met een disconteringsvoet van 17,57% geeft geen aanleiding tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill.
20. Materiële vaste activa
| 2012 | KANTOOR INRICHTING, |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | TERREIN EN GEBOUWEN |
INSTALLATIES EN MACHINES |
COMPUTER UITRUSTING, VOERTUIGEN EN ANDERE |
ACTIVA IN AANBOUW |
Totaal |
| Brutoboekwaarde per 1 januari | 569 | 541 | 128 | 69 | 1307 |
| Verwervingen | 2 | 16 | 7 | 135 | 160 |
| Afstotingen | -2 | -3 | -8 | -10 | -23 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | -18 | 33 | 9 | -11 | 13 |
| Bedrijfscombinaties | 0 | 3 | 0 | 0 | 3 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -1 | -2 | 0 | 0 | -3 |
| Brutoboekwaarde per 31 december | 550 | 588 | 136 | 183 | 1457 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari | -271 | -424 | -112 | 0 | -807 |
| Afschrijvingen over het jaar | -20 | -27 | -8 | 0 | -55 |
| Bijzondere waardevermindering | -1 | -1 | 0 | -1 | -3 |
| Afstotingen | 2 | 2 | 8 | 0 | 12 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 3 | -18 | 12 | 0 | -3 |
| Bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 1 | 1 | 0 | -1 | 1 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december | -286 | -467 | -100 | -2 | -855 |
| Nettoboekwaarde per 31 december | 264 | 121 | 36 | 181 | 602 |
2011
| Brutoboekwaarde per 1 januari | 544 | 512 | 121 | 61 | 1238 |
|---|---|---|---|---|---|
| Verwervingen | 10 | 13 | 8 | 51 | 82 |
| Afstotingen | -6 | -5 | -8 | -5 | -24 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 13 | 15 | 5 | -38 | -5 |
| Overdracht naar activa aangehouden voor | 1 | 0 | 0 | 0 | 1 |
| verkoop | |||||
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 7 | 6 | 2 | 0 | 15 |
| Brutoboekwaarde per 31 december | 569 | 541 | 128 | 69 | 1307 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari | -230 | -391 | -108 | -4 | -733 |
| Afschrijvingen over het jaar | -20 | -29 | -11 | 0 | -60 |
| Bijzondere waardevermindering | -17 | -4 | 0 | -1 | -22 |
| Afstotingen | 4 | 4 | 9 | 5 | 22 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | -5 | 1 | 0 | 0 | -4 |
| Ovrdracht naar activa aangehouden voor verkoop | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -3 | -5 | -2 | 0 | -10 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december | -271 | -424 | -112 | 0 | -807 |
| Nettoboekwaarde per 31 december | 298 | 117 | 16 | 69 | 500 |
Geen van de materiële vaste activa van de Groep zijn onderworpen aan beperkingen van eigendom. Evenmin zijn er materiële vaste activa die werden verpand als zekerheid voor verplichtingen.
In de loop van 2012 verwierf de Groep materiële vaste activa voor een totaal van € 160 miljoen (2011: € 82 miljoen).
Deze toevoegingen hebben vooral betrekking op investeringen voor de bouw van een biologische pilootfabriek in Eigenbrakel (België) en een biologische fabriek in Bulle (Zwitserland) ter ondersteuning van nieuwe producten en toedieningshulpmiddelen en op de vervanging van kapitaalbestedingen.
In de loop van het jaar boekte de Groep bijzondere waardeverminderingen voor materiële vaste activa
voor een totaal van € 3 miljoen (2011: € 22 miljoen). De waardeverminderingslasten worden in Toelichting 12 gespecifieerd en zijn in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van nietfinanciële activa".
Geactiveerde financieringskosten
In de 12 maanden van 2012 bedroegen de geactiveerde financieringskosten € 3 miljoen (2011: € 0 miljoen).
Geleasede activa
UCB leaset gebouwen en kantoorinrichting onder een aantal financiële leaseovereenkomsten. De boekwaarde van de geleasede gebouwen bedraagt € 17 miljoen (2011: € 19 miljoen).
21. Financiële en overige activa
21.1. | Niet-vlottende financiële en overige activa
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare financiële activa (zie hieronder) | 25 | 33 |
| Deposito's in contanten | 6 | 9 |
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) | 8 | 63 |
| Toegestane leningen aan derde par tijen | 3 | 3 |
| Restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland | 23 | 23 |
| Overige financiële activa | 60 | 49 |
| Totaal financiële en overige activa aan het eind van het jaar | 125 | 180 |
21.2. | Vlottende financiële en overige activa
| 2012 | 2011 |
|---|---|
| 7 | 0 |
| 1 | 0 |
| 32 | 38 |
| 40 | 38 |
21.3. | Voor verkoop beschikbare financiële activa
De voor verkoop beschikbare vlottende en niet-vlottende financiële activa omvatten:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Aandelen | 23 | 31 |
| Obligaties | 3 | 2 |
| Totaal voor verkoop beschikbare financiële activa aan het eind van het jaar | 26 | 33 |
De bewegingen van de boekwaarden van voor verkoop beschikbare financiële activa zijn:
| 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | gewone aandelen |
Schuld obligaties |
gewone aandelen |
schuld obligaties |
| Per 1 januari | 31 | 2 | 15 | 3 |
| Verwervingen | 7 | 1 | 18 | 2 |
| Afstotingen | 0 | 0 | 0 | -4 |
| Herwaardering met verwerking in het eigen vermogen | -2 | 0 | -2 | 0 |
| Winst / verlies (-) overgeboekt uit eigen vermogen en geboekt in de winst- en verliesrekening |
0 | 0 | 0 | 1 |
| Bijzondere waardevermindering (Toelichting 15) | -13 | 0 | 0 | 0 |
| Per 31 december | 23 | 3 | 31 | 2 |
De Groep heeft beleggingen in beursgenoteerde obligaties, voornamelijk uitgegeven door Europese overheden, alsook door een aantal financiële instellingen. Deze obligaties zijn geclassificeerd als "beschikbaar voor verkoop" en worden gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde van de beursgenoteerde obligaties wordt bepaald op basis van de gepubliceerde beurskoersen op een actieve markt.
De investeringen in WILEX en Biotie Therapies werden geclassificeerd als voor verkoop beschikbare financiële activa, gezien UCB geen invloed van betekenis heeft, en gewaardeerd tegen reële waarde na eerste opname.
In januari 2012 heeft UCB deelgenomen aan een kapitaalsverhoging en in augustus 2012 gedeeltelijk deelgenomen aan een kapitaalsverhoging in WILEX. Als gevolg daalde het belang in WILEX van 15,38% naar 14,47% in 2012. De belangrijke daling van de reële waarde van de investering heeft geleid tot een waardevermindering van € 13 miljoen in de winst- en verliesrekening (2011: € 0 miljoen) (Toelichting 15).
In september 2012 heeft UCB deelgenomen aan een kapitaalsverhoging in Biotie Therapies en UCB's belang daalde tot 9,2% (2011: 9,5%). Een daling van de reële waarde gerelateerd tot de investering bedraagt € 2 miljoen en werd geboekt in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.
Geen van deze financiële activa is opeisbaar of heeft een bijzondere waardevermindering ondergaan aan het eind van het jaar.
22. Voorraden
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 79 | 112 |
| Halffabricaten | 388 | 278 |
| Afgewerkte producten | 141 | 130 |
| Goederen aangekocht voor doorverkoop | 8 | 17 |
| Voorraden | 616 | 537 |
De kostprijs van de als lasten geboekte voorraden die zijn opgenomen in "kostprijs van de omzet" bedroeg € 659 miljoen (2011: € 599 miljoen). Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er voorraden opgenomen als netto directe opbrengstwaarde. De afschrijving op voorraden bedroeg in 2012 € 16 miljoen (2011: € 8 miljoen) en is opgenomen in "kostprijs van de omzet". De totale voorraad steeg met € 79 miljoen, voornamelijk in verband met de opbouw van de Cimzia® en Neupro® voorraad.
23. Handelsvorderingen en overige vorderingen
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 673 | 657 |
| Min: provisie voor waardevermindering | -4 | -5 |
| Handelsvorderingen – netto | 669 | 652 |
| Te ontvangen BTW | 36 | 37 |
| Te ontvangen interesten | 5 | 10 |
| Vooruitbetaalde onkosten | 35 | 32 |
| Nog te ontvangen inkomsten | 15 | 14 |
| Overige vorderingen | 35 | 52 |
| Vorderingen uit licenties | 40 | 54 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 835 | 851 |
De boekwaarde van handelsvorderingen en overige vorderingen benader t hun reële waarde. Met betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële waarde beschouwd als de boekwaarde verminder t met de voorziening voor bijzondere waardevermindering, en voor alle andere vorderingen benader t de boekwaarde de reële waarde, gezien de kor te looptijd van deze bedragen.
Er is enige concentratie van kredietrisico's met betrekking tot handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals de Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. De Groep werkt samen met specifieke groothandelaars in bepaalde landen. De grootste uitstaande handelsvordering in 2012 van één klant bedraagt 22% (2011: 22%), in het bijzonder van McKesson Corp. U.S.
De looptijdanalyse van de handelsvorderingen van de Groep op het eind van het jaar is als volgt:
| 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | BRUTO BOEKWAARDE |
BIJZONDERE WAARDE VERMINDERING |
BRUTO BOEKWAARDE |
BIJZONDERE WAARDE VERMINDERING |
| Niet vervallen | 620 | 0 | 557 | -1 |
| Vervallen – minder dan één maand | 15 | 0 | 50 | 0 |
| Vervallen – langer dan een maand en niet langer dan drie maanden | 5 | 0 | 13 | 0 |
| Vervallen – langer dan drie maanden en niet langer dan zes maanden | 12 | 0 | 10 | 0 |
| Vervallen – langer dan zes maanden en niet langer dan één jaar | 7 | -1 | 11 | -1 |
| Vervallen – langer dan één jaar | 14 | -3 | 16 | -3 |
| Totaal | 673 | -4 | 657 | -5 |
Op basis van historische percentages van wanbetaling meent de Groep dat er geen voorziening voor bijzondere waardevermindering nodig is voor handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn of minder dan één maand vervallen. Dit betreft meer dan 92% (2011: 92%) van het uitstaande saldo op de balansdatum.
De bewegingen in de voorziening voor bijzondere waardevermindering in verband met handelsvorderingen worden hieronder weergegeven:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | -5 | -13 |
| In de winst- en verliesrekening opgenomen kosten door | -1 | 0 |
| waardeverminderingen | ||
| Benutting / afname van provisie voor waardevermindering | 2 | 8 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 0 | 0 |
| Saldo op 31 december | -4 | -5 |
De overige categorieën in de handels- en andere vorderingen bevatten geen activa die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan.
De boekwaarden van de handels- en andere vorderingen van de Groep worden in de volgende valuta's uitgedrukt:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| EUR | 232 | 271 |
| USD | 359 | 363 |
| JPY | 43 | 38 |
| GBP | 54 | 21 |
| Andere valuta's | 147 | 158 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 835 | 851 |
De maximale blootstelling aan kredietrisico op de verslagleggingsdatum is de reële waarde van elke voornoemde categorie van vordering.
De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid aan.
24. Geldmiddelen en kasequivalenten
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Kor tetermijndeposito's | 201 | 192 |
| Liquiditeiten op de bank en in kas | 117 | 75 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 318 | 267 |
| Bankvoorschotten in rekening-courant (Toelichting 27) | -10 | -14 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten verminderd met voorschotten zoals gerapporteerd in het kasstroomoverzicht |
308 | 253 |
25. Kapitaal en reserves
25.1 | Aandelenkapitaal en uitgiftepremie
Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 550 miljoen (2011: € 550 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 183365052 aandelen (2011: 183365052 aandelen). De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Op 31 december 2012 waren er 72403411 aandelen op naam en 110941641 gedematerialiseerde aandelen / aandelen aan toonder. De houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden zoals vastgesteld en op één stem per aandeel op de Aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal.
Op 31 december 2012 bedroegen de uitgiftepremies € 1601 miljoen (2011: € 1601 miljoen).
25.2 | Hybride kapitaal
Op 8 maart 2011 rondde UCB N.V. de plaatsing van € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties ("de obligaties") af. Deze werden uitgegeven voor 99,499% en bieden beleggers jaarlijks een coupon van 7,75% gedurende de eerste vijf jaar. De obligaties hebben geen eindvervaldag, maar UCB heeft het recht om de obligaties af te lossen op de vijfde verjaardag van hun uitgifte aan 101%, op 18 maart 2016 en ieder kwartaal
daarna. Na de eerste oproep-datum is de interest gebaseerd op 3-maanden vlottende EURIBOR +988,9 bsp. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.
De achtergestelde obligaties met een eeuwig durende looptijd worden beschouwd als een eigen vermogen instrument voor de Groep onder IAS 32, Financiële instrumenten: informatieverschaffing en presentatie door:
- ◆ de obligaties hebben een eeuwig durende looptijd;
- ◆ zijn achtergesteld;
- ◆ en UCB mag verkiezen om de interest betalingen over te dragen indien er geen verplichte betaling plaatsvonden in de voorbije 12 maanden gerelateerd tot junior effecten of terugkopen of de afkoop van de nominale waarde van de junior effecten.
Dienovereenkomstig werd de rente niet gepresenteerd als rentelasten in de winst- en verliesrekening, maar werd ze geboekt in overeenstemming met de boekingen van dividenden aan aandeelhouders, die vervat zijn in het "Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen". Eventuele transactiekosten worden in mindering gebracht van het hybride kapitaal, rekening houdend met belastingeffecten.
Het hybride kapitaal bedraagt € 295 miljoen per 31 december 2012. De € 23 miljoen dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligaties werden geboekt in het overgedragen resultaat.
25.3. | Ingekochte eigen aandelen
De Groep heeft via UCB N.V. en UCB Fipar N.V. 1426 541 eigen aandelen verworven voor een bedrag van € 49 miljoen en heeft 6867 242 eigen aandelen uitgegeven voor een totaal bedrag van € 235 miljoen (netto-afstoting van 5440 701 eigen aandelen voor een netto bedrag van € 186 miljoen).
De Groep behield 5993240 eigen aandelen (waarvan 4,3 miljoen gerelateerd tot aandelenruil) per 31 december 2012 (2011: 7 133 941). Deze eigen aandelen werden verworven om de uitoefening te honoreren van de aandelenopties en toegekende aandelen die aan de leden van de Raad van Bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers waren toegekend. UCB Fipar of UCB N.V. hebben het recht om deze aandelen op een latere datum te verkopen.
De Groep heeft 1 806 638 call opties op UCB-aandelen gekocht voor een totale premie van € 12 miljoen.
25.4. | Overige reserves
De overige reserves bedragen € 49 miljoen (2011: € 159 miljoen) en omvatten de volgende items:
- ◆ de IFRS-acquisitiemeerwaarde die werd gerealiseerd tijdens de Schwarz Pharma-bedrijfscombinatie voor € 232 miljoen (2011: € 232 miljoen);
- ◆ de vermogenscomponent gekoppeld aan de conver teerbare obligatie voor € 41 miljoen (2011: € 48 miljoen) als gevolg van UCB's beslissing om de optie voor contante betaling in te trekken op de conver teerbare obligatie (zie Toelichting 2.26);
- ◆ de herwaarderingswaarde van de toegezegd-pensioenverplichting voor € -184 miljoen (2011: € -121 miljoen);
- ◆ de put en call optie gerelateerd tot Meizler Biopharma voor € - 29 miljoen; en
- ◆ de aankoop van de resterende 25% minderheidsbelangen in Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd. voor € -11 miljoen.
25.5. | Cumulatieve omrekeningsverschillen
De reserve voor de cumulatieve omrekeningsverschillen ver tegenwoordigt de cumulatieve valutaomrekeningsverschillen in verband met de consolidatie van bedrijven van de Groep die een andere functionele valuta gebruiken dan de euro.
26. Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep beheer t verscheidene in eigenvermogensinstrumenten en geldelijk afgewikkelde beloningsplannen, waaronder een aandelenoptieplan, een "Share Appreciation Rights"-plan (recht op de meerwaarde op de aandelen), een aandelentoekenningsplan, en een prestatieaandelenplan om de personeelsleden voor geleverde diensten te belonen.
Het aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan zijn in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties, terwijl de SAR's in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties zijn. Naast deze plannen hanteer t de Groep ook aandelenoptieplannen voor werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
26.1. | Aandelenoptieplan en "share appreciation rights-plan"
Het Comité van Bezoldigingen heeft opties op aandelen van UCB N.V. toegekend aan de leden van het Uitvoerend Comité, de senior executives en de hogere en middenkaders van de UCB-Groep. De uitoefenprijs van de in het kader van deze plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste van de volgende twee waarden:
- ◆ het gemiddelde van de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext Brussel, tijdens een periode van 30 dagen vóór het aanbod; of
- ◆ de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext Brussels op de dag vóór de toekenning.
Een verschillende uitoefenprijs wordt bepaald voor de rechthebbende werknemers die onderworpen zijn aan een wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist als voorwaarde om kunnen genieten van een lager belastingtarief. De opties worden uitoefenbaar na een wachtperiode van drie jaar, behalve voor de rechthebbende werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een langere wachttijd vereist als voorwaarde om een lager belastingtarief te kunnen genieten. Indien een werknemer de Groep verlaat, vervallen zijn / haar opties gewoonlijk na zes maanden. Bij overlijden of pensioen van een werknemer of in het geval van onvrijwillig ontslag, als er bij de toekenning belastingen zijn betaald, blijven de opties verworven. De Groep is niet verplicht om de opties terug te kopen of af te wikkelen in geldmiddelen.
De opties hebben geen "reload"-kenmerken en zijn niet overdraagbaar (behalve bij overlijden).
Het "Share Appreciation Rights"-plan (SAR's) heeft kenmerken die lijken op die van het aandelenoptieplan, behalve dat het voor UCB-werknemers in de Verenigde Staten voorbehouden is. Deze regeling wordt geldelijk afgewikkeld. Alle aandelenopties die in 2005 en 2006 in de Verenigde Staten aan optiehouders zijn toegekend, zijn in SAR's omgezet, behalve voor drie werknemers. Sinds 2007 zijn er SAR's toegekend aan alle rechthebbende werknemers in de Verenigde Staten.
26.2. | Aandelentoekenningsplan
Het Comité van Bezoldigingen heeft gratis UCB N.V.-aandelen toegekend aan de leden van het Uitvoerend Comité en de senior executives. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven bij UCB (de wachtperiode), alsook aan de vervulling van bepaalde prestatievoorwaarden. De prestatieaandelen vervallen wanneer de begunstigde de Groep verlaat, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval ze onmiddellijk worden verworven. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.
26.3. | Prestatieaandelenplan
Het Comité van Bezoldigingen heeft prestatieaandelen toegekend aan de leden van het Uitvoerend Comité en de senior executives die buitengewone prestaties hebben geleverd. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven bij UCB (de wachtperiode), alsook aan de vervulling van bepaalde prestatievoorwaarden.
De prestatieaandelen vervallen wanneer de begunstigde de Groep verlaat, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval ze onmiddellijk worden verworven. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.
26.4. | Fantoomaandelenoptie-, -aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen
De Groep heeft ook plannen voor fantoomaandelenopties, fantoomaandelentoekenningen en fantoomprestatieaandelen (collectief "fantoomaandelenplannen" genoemd). Deze fantoomaandelenplannen worden toegekend aan bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract hebben bij bepaalde gelieerde ondernemingen van de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de aandelenoptie-, aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve wat hun afwikkeling betreft.
26.5. | Aandelenoptieplan voor werknemers in de VS
Dit plan is bedoeld om werknemers van aan UCB gelieerde ondernemingen in de Verenigde Staten de kans te bieden gewone aandelen van de Groep te kopen. De aandelen worden gekocht met een korting van 15% die wordt gefinancierd door UCB. De werknemers sparen een bepaald percentage van hun salaris door
looninhouding en de aandelen worden met deze bijdragen van de werknemer, na belastingen, gekocht. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke bankinstelling.
De beperking op deelname van de werknemer aan deze regeling, is:
- ◆ tussen 1% en 10% van de beloning van elke deelnemer;
- ◆ US\$ 25 000 per jaar per deelnemer;
- ◆ maximaal US\$ 5 miljoen in totaal in eigendom van Amerikaanse werknemers, in alle vormen van aandelenregelingen, over een voor tschrijdende periode van 12 maanden.
Per 31 december 2012 had de regeling 512 deelnemers (2011: 388). Er zijn geen specifieke toekenningsvoorwaarden en de op aandelen gebaseerde betalingslast voor deze regelingen is immaterieel.
26.6. | Aandelenplan in het VK
Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit van UCBaandelen door werknemers in het Verenigd Koninkrijk aan te moedigen. De deelnemers sparen een bepaald deel van hun salaris via looninhoudingen en UCB biedt één gratis aandeel aan voor elke vijf aandelen die een deelnemer koopt. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke vennootschap die optreedt als trustinstelling.
Werknemersbijdragen aan de regeling zijn beperkt tot het laagste van volgende bedragen:
- ◆ 10% van de beloning van elke deelnemer;
- ◆ GBP 1500 per jaar per deelnemer.
Per 31 december 2012 had de regeling 86 deelnemers (2011: 66). De op aandelen gebaseerde betalingslast voor dit plan is immaterieel.
26.7. | Op aandelen gebaseerde betalingslasten
De totale op aandelen gebaseerde betalingslasten van de Groep bedroegen € 34 miljoen (2011: € 20 miljoen) en zijn als volgt opgenomen in de relevante functionele regels in de winsten verliesrekening:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Kostprijs van de omzet | 4 | 3 |
| Marketing- en verkoopkosten | 8 | 6 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 9 | 6 |
| Algemene kosten en administratiekosten | 11 | 5 |
| Overige bedrijfsbatenlasten | 2 | 0 |
| Totale operationele lasten | 34 | 20 |
| waarvan in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld: | ||
| Aandelenoptieplannen | 12 | 9 |
| Aandelentoekenningsplannen | 3 | 2 |
| Aandelenprestatieplan | 2 | 1 |
| waarvan geldelijk afgewikkeld: | ||
| "Share Appreciation Rights"-plan | 15 | 7 |
| Fantoomaandelenoptie-, -aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen | 2 | 1 |
26.8. | Aandelenoptieplannen
De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per 31 december zijn:
| 2012 | 2011 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gewogen gemiddelde reËle waarde |
GEWO GEN GEMIDDELDE UITOEFENIN GS PRIJS (€) |
AAN TAL AANDELEN OPTIES |
GEWO GEN GEMIDDELDE REËLEWAARDE |
GEWO GEN GEMIDDELDE UITOEFENIN GS PRIJS (€) |
AAN TAL AANDELEN OPTIES |
|
| Uitstaand per 1 januari | 6,60 | 29,72 | 9089547 | 6,62 | 30,55 | 7660505 |
| + nieuwe opties toegekend | 8,82 | 32,86 | 2153 700 | 6,50 | 26,68 | 1934900 |
| (-) opties verbeurdverklaard | 7,07 | 30,10 | 253600 | 7,08 | 32,24 | 416878 |
| (-) opties uitgeoefend | 5,25 | 25,62 | 1362 040 | 3,99 | 24,05 | 88980 |
| (-) opties vervallen | - | - | 0 | - | - | 0 |
| Uitstaand per 31 december | 7,27 | 30,88 | 9627 607 | 6,60 | 29,72 | 9089547 |
| Aantal volledig verworven opties: | ||||||
| Per 1 januari | 3362747 | 2259505 | ||||
| Per 31 december | 3625207 | 3 362747 |
De uitstaande aandelenopties per 31 december 2012 met de volgende vervaldata en uitoefenprijzen zijn:
| Laatst e datum van uitoefening |
Bereik van uitoefenprijzen (€) | Aantal aandelenopties |
|---|---|---|
| 21 april 2013 | 19,94 | 1753 |
| 31 mei 2013 | [26,58-27,94] | 90100 |
| 05 april 2014 | 31,28 | 429 |
| 31 augustus 2014 | [40,10-40,20] | 268300 |
| 31 maart 2015 | [37,33-37,60] | 302881 |
| 31 maart 2016 | [40,14-40,57] | 509748 |
| 31 maart 2017 | [43,57-46,54] | 1069100 |
| 31 maart 2018 | [22,01-25,73] | 934650 |
| 31 maart 2019 | [21,38-22,75] | 1125746 |
| 31 maart 2020 | 31,62 | 1347000 |
| 31 maart 2021 | [25,32-26,87] | 1834200 |
| 31 maart 2022 | 32,36 | 2143700 |
| Totaal in omloop | 9627607 |
De gewogen gemiddelde reële waarde van de aandelenopties die in 2012 werden toegekend bedroeg € 8,82 (2011: € 6,50). De reële waarde werd bepaald op basis van het Black-Scholeswaarderingsmodel.
historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste 5 jaar. De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weerspiegeld in de verwachte levensduur van de opties. Het opgegeven verwachte percentage is gebaseerd op het werkelijke personeelsverloop in de categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties.
De volatiliteit werd voornamelijk bepaald op basis van de
De significante veronderstellingen die worden gehanteerd in de waardering van de reële waarde van de aandelenopties, zijn:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Aandelenprijs op toekenningsdatum € |
33,83 | 26,95 |
| Gewogen gemiddelde uitoefeningsprijs € |
32,36 | 26,68 |
| Verwachte volatiliteit % |
34,85 | 33,41 |
| Verwacht optielevensduur jaar |
5 | 5 |
| Verwachte dividendopbrengst % |
3,02 | 3,71 |
| Risicovrije rentevoet % |
2,12 | 3,45 |
| Verwacht jaarlijks percentage van verbeurdverklaring % |
7,00 | 7,00 |
26.9. | Share Appreciation Rights-plan (SAR's )
De bewegingen van de SAR's en de modellen inputs per 31 december 2012 zijn in de onderstaande tabel te vinden. De reële waarde van de SAR's op de toekenningsdatum
wordt bepaald aan de hand van het Black-Scholes-model. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd op elke verslagleggingsdatum.
| 2012 | 2011 | ||
|---|---|---|---|
| Uitstaande rechten per 1 januari | 2 096 250 | 1 874 700 | |
| + nieuwe rechten toegekend | 796400 | 651 200 | |
| (-) rechten verbeurdverklaard | 84500 | 206 400 | |
| (-) rechten uitgeoefend | 394050 | 223 250 | |
| Uitstaande rechten per 31 december | 2414100 | 2 096 250 | |
| De significante veronderstellingen die gehanteerd worden in de | |||
| waardering van de reële waarde van de share appreciation rights, zijn: | |||
| Aandelenprijs op jaareinde | € | 43,22 | 32,51 |
| Uitoefenprijs | € | 32,36 | 26,80 |
| Verwachte volatiliteit | % | 34,06 | 34,62 |
| Verwachte optielevensduur | jaar | 5 | 5 |
| Verwachte dividendopbrengst | % | 2,36 | 3,08 |
| Risicovrije rentevoet | % | 0,75 | 3,14 |
| Verwacht jaarlijks percentage van verbeurdverklaring | % | 7 | 7,00 |
26.10. | Aandelentoekenningsplannen
De betalingslasten in verband met deze toegekende aandelen worden gespreid over de wachtperiode van drie jaar.
De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode. De beweging in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt:
| 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| AANTAL AANDELEN |
GEWOGEN GEMIDDELDE REËLE WAARDE (€) |
AANTAL AANDELEN |
GEWOGEN GEMIDDELDE REËLE WAARDE (€) |
|
| Uitstaand per 1 januari | 268995 | 27,18 | 249910 | 26,08 |
| + nieuwe aandelen toegekend | 105190 | 34,66 | 115775 | 26,95 |
| (-) toekenningen verbeurdverklaard | 2000 | 26,95 | 28680 | 27,10 |
| (-) toekenningen verworven en uitgekeerd | 108725 | 22,66 | 68010 | 22,80 |
| Uitstaand per 31 december | 263460 | 20,60 | 268995 | 27,18 |
26.11. | Prestatieaandelenplannen
De beweging in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt:
| 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| AANTAL AANDELEN |
GEWOGEN GEMIDDELDE REËLE WAARDE (€) |
AANTAL AANDELEN |
GEWOGEN GEMIDDELDE REËLE WAARDE (€) |
|
| Uitstaand per 1 januari | 233125 | 27,29 | 236825 | 26,09 |
| + nieuwe prestatieaandelen toegekend | 97475 | 33,83 | 77175 | 26,95 |
| (-) prestatieaandelen verbeurdverklaard | 19261 | 22,75 | 29030 | 24,11 |
| (-) prestatieaandelen verworven | 85539 | 25,44 | 51845 | 23,08 |
| Uitstaand per 31 december | 225800 | 31,21 | 233125 | 27,29 |
26.12. | Opties toegekend vóór 7 november 2002
Overeenkomstig de overgangsvoorzieningen van IFRS 2 worden opties die vóór 7 november 2002 zijn toegekend en op 1 januari 2005 nog niet verworven waren, niet in de winst- en verliesrekening afgeschreven.
Respectievelijk in 1999 en in 2000 gaf UCB 145 200 en
236 700 inschrijvingsrechten (warrants) uit om in te tekenen op één gewoon aandeel. Alle 145200 warrants zijn vervallen. De 236700 warrants uitgegeven in 2000 verlenen het recht om in te tekenen op één gewoon aandeel: na de annulering, het verstrijken en het uitoefenen van een gedeelte van deze warrants kunnen nog 32 600 warrants worden uitgeoefend tot 31 mei 2013.
De beweging in het aantal opties en warrants die niet verrekend worden onder IFRS 2 kan als volgt beschreven worden:
| 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| AAN TAL AANDELEN |
GEWOGEN GEMIDDELDE REËLE WAARDE (€) |
AAN TAL AANDELEN |
GEWOGEN GEMIDDELDE REËLE WAARDE (€) |
|
| Uitstaand per 1 januari | 482089 | 40,51 | 550527 | 40,03 |
| (-) opties verbeurdverklaard | 400 | 41,68 | 9514 | 41,40 |
| (-) opties uitgeoefend | 68200 | 37,75 | 0 | 0 |
| (-) opties vervallen | 215065 | 42,48 | 58924 | 35,85 |
| Uitstaand per 31 december | 198424 | 39,33 | 482089 | 40,51 |
27. Leningen
De boekwaarden en reële waarden van de leningen zijn als volgt:
| Boekwaarde | Reële waarde | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | 2012 | 2011 |
| Langlopend | ||||
| Bankleningen | 174 | 25 | 174 | 25 |
| Overige langetermijnleningen | 5 | 0 | 5 | 0 |
| Financiële leases | 14 | 17 | 14 | 17 |
| Totaal langlopende leningen | 193 | 42 | 193 | 42 |
| Kortlopend | ||||
| Bankvoorschotten in rekening-courant | 10 | 14 | 10 | 14 |
| Kor tlopende component van bankleningen | 73 | 22 | 73 | 22 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen | 111 | 7 | 111 | 7 |
| Financiële leases | 3 | 2 | 3 | 2 |
| Totaal kortlopende leningen | 197 | 45 | 197 | 45 |
| Totaal leningen | 390 | 87 | 390 | 87 |
27.1. | Bankleningen
Op 31 december 2012 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 4,73% (2011: 5,31%) vóór afdekking. Betalingen van variabele rente zijn aan specifieke kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan reële waardeafdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 3,71% (2011: 4,49%) na afdekking. De kosten die zijn betaald voor de regeling van de obligaties, in Toelichting 28, en de nieuwe faciliteitovereenkomst zijn afgeschreven over de levensduur van de instrumenten.
Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de huidige waarde van de betalingen in verband met de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rendementscurve en de kredietspreiding van UCB voor de verschillende valuta's.
Aangezien de bankleningen leningen zijn tegen een variabele rentevoet die elke zes maanden wordt bijgesteld, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde. Wat de kor tlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden, aangezien het effect van de actualisering als onbeduidend wordt beschouwd.
UCB heeft de gesyndiceerde leningsovereenkomst van € 1 miljard die op 7 oktober 2016 vervalt, niet aangesproken (2011: € 0 miljoen).
De Groep beschikt over bepaalde bindende en niet-bindende bilaterale financieringsovereenkomsten alsook over een Belgisch commercial paper-programma. In deze context heeft UCB in mei 2012 een zevenjarige bulletlening met de Europese Investeringsbank (EIB) getekend voor € 150 miljoen.
Zie Toelichting 4.3 voor de looptijdanalyse van de leningen van de Groep (met uitsluiting van overige financiële verplichtingen) De boekwaarden van de leningen van de Groep worden uitgedrukt in de volgende valuta's:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| EUR | 247 | 47 |
| USD | 0 | 0 |
| Overige | 5 | 0 |
| Totale rentedragende leningen per valuta | 252 | 47 |
| Bankvoorschotten – EUR | 10 | 14 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – EUR | 76 | 7 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – US\$ | 19 | 0 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – overige | 16 | 0 |
| Verplichtingen uit hoofde van financiële leasingovereenkomsten – EUR | 17 | 19 |
| Totaal leningen | 390 | 87 |
27.2. | Financiële leaseverplichtingen – minimale leasebetalingen
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Schulden door financiële leases | ||
| 1 jaar of minder | 3 | 2 |
| 1-2 jaar | 10 | 3 |
| 2-5 jaar | 2 | 11 |
| Meer dan 5 jaar | 2 | 3 |
| Actuele waarde van verplichtingen uit hoofde van financiële leasingovereenkomsten | 17 | 19 |
| Min: bedrag verschuldigd binnen 12 maanden | 3 | 2 |
| Bedrag verschuldigd na 12 maanden | 14 | 17 |
De directie gaat ervan uit dat de boekwaarde van de financiële leaseverplichtingen van de Groep hun reële waarde benadert.
28. Obligaties
De boekwaarden en reële waarden van de obligaties zijn als volgt:
| Boekwaarde | Reële waarde | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Couponrente | Eindvervaldag | 2012 | 2011 | 2012 | 2011 |
| Langlopend | ||||||
| Converteerbare obligatie | 4,50% | 2015 | 393 | 444 | 450 | 509 |
| Particuliere obligatie | 5,75% | 2014 | 779 | 773 | 793 | 778 |
| Institutionele euro-obligatie | 5,75% | 2016 | 524 | 513 | 551 | 531 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 1696 | 1730 | 1794 | 1818 |
28.1. | Converteerbare obligatie
In september 2009 heeft UCB niet door zakelijke zekerheden gedekte converteerbare obligaties van hogere rangorde ter waarde van € 500 miljoen uitgegeven. De afsluitdatum voor de transactie was 22 oktober 2009 en de obligaties vervallen op 22 oktober 2015 (d.w.z. 6-jarige levensduur).
De converteerbare obligaties zijn uitgegeven, en zullen worden afgekocht tegen 100% van de hoofdsom, en dragen een coupon van 4,5% halfjaarlijks te betalen op het einde van de periode. De conversieprijs is op € 38,746 vastgesteld. Obligatiehouders hebben het recht de obligatie te converteren in nieuwe en / of bestaande (naar keuze van de Vennootschap) aandelen van de Vennootschap.
De reële waarde van de schuldcomponent is gebaseerd op de actuele waarde van de contractueel vastgestelde kasstromen gedisconteerd op de interestvoet die op dat moment door de markt wordt toegepast op instrumenten van vergelijkbare kredietstatus en die nagenoeg dezelfde kasstromen opleveren, op dezelfde voorwaarden, maar zonder de converteeroptie. Het resterende bedrag, d.w.z. het verschil tussen de totale bruto-opbrengsten na uitgifte van de obligatie en de reële waarde van de schuldcomponent, wordt toegeschreven aan de reële waarde van het derivaatcomponent. Als gevolg van een beslissing van de Raad van Bestuur om de rechten van UCB betreffende de optie van de contante geldregeling te herroepen, werd de afgeleide component geherclassificeerd naar eigen vermogen, gebaseerd op zijn reële waarde op de dag van de herroeping (verwijzing naar Toelichting 25.4).
Op 31 december 2012 werd de schuldcomponent gemeten op basis van de afgeschreven kostprijs, aan de hand van een effectieve rentevoet van 7,670% per jaar. In overeenstemming met IAS 39 worden de resterende transactiekosten die in de berekening van de effectieve rentevoet zijn opgenomen over de verwachte levensduur van het instrument afgeschreven (d.w.z. 6 jaar). De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.
De reële waarde van de schuldcomponent van de conver teerbare obligatie op 31 december 2012 bedroeg € 450 miljoen (2011: € 509 miljoen). De reële waarde wordt door een onafhankelijke financiële instelling bepaald.
De conver teerbare obligatie wordt in de balans geboekt en als volgt berekend:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Balans per 1 januari | 444 | 432 |
| Effectieve interestlast (Toelichting 15) | 31 | 33 |
| Te betalen nominale interest / nog niet verschuldigd | -4 | -4 |
| Te betalen nominale interest van de vorige periode, betaald in de huidige periode | 4 | 4 |
| Betaalde interest | -21 | -23 |
| Niet-afgeschreven transactiekosten bij initiële boeking | 0 | 0 |
| Afschrijvingslast voor de periode | 1 | 1 |
| Terugkoop van conver teerbare obligatie | -63 | 0 |
| Balans per 31 december | 393 | 444 |
28.2. | Particuliere obligatie
In oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie van obligaties met vaste koers ter waarde van € 750 miljoen, verschuldigd in 2014 en gericht op par ticuliere beleggers. Deze par ticuliere obligaties worden tegen 100% van hun hoofdsom afgekocht en hebben een coupon van 5,75% per jaar en een effectieve rentevoet van 5,75% per jaar. De obligaties zijn genoteerd aan de beurs van Luxemburg.
De boekwaarde van de par ticuliere obligatie op
31 december 2012 bedroeg € 779 miljoen (2011:
€ 773 miljoen). De Groep wijst financiële derivaten onder reëlewaardeafdekkingen toe aan de par ticuliere obligatie. De stijging van de boekwaarde van de par ticuliere obligatie is volledig te wijten aan de wijziging van de reële waarde van het gehedgede deel van de par ticuliere obligatie, en is bijna volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van de corresponderende afgeleide financiële instrumenten.
28.3. | Institutionele euro-obligatie
In december 2009 voltooide UCB een emissie van niet door zakelijke zekerheden gedekte obligaties van hogere rangorde ter waarde van € 500 miljoen, die in 2016 worden afgekocht en op institutionele beleggers zijn gericht. De obligaties worden uitgegeven op 99,635% en teruggekocht tegen 100% van de hoofdsom. De obligaties hebben een coupon van 5,75% per jaar en een effectieve rentevoet van 5,8150% per jaar. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.
De boekwaarde van de institutionele euro-obligatie op 31 december 2012 bedroeg € 524 miljoen (2011: € 513 miljoen). De Groep wijst financiële derivaten onder reëlewaardeafdekkingen toe aan de institutionele euroobligatie. De stijging van de boekwaarde van de institutionele euro-obligatie is volledig te wijten aan de wijziging van de reële waarde van het gehedgede deel van de institutionele euro-obligatie, en is bijna volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van de corresponderende afgeleide financiële instrumenten.
29. Overige financiële verplichtingen
| Boekwaarde | Reële waarde | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2012 | 2011 | 2012 | 2011 |
| Langlopend | ||||
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) | 68 | 60 | 68 | 60 |
| Totaal langlopende overige financiële verplichtingen | 68 | 60 | 68 | 60 |
| Kortlopend | ||||
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) | 19 | 89 | 19 | 89 |
| Overige financiële verplichtingen | 181 | 27 | 181 | 27 |
| Totaal kortlopende overige financiële verplichtingen | 200 | 116 | 200 | 116 |
| Totaal overige financiële verplichtingen | 268 | 176 | 268 | 176 |
De overige financiële verplichtingen bevatten een aandelen ruil ten bedrage van 4,3 miljoen UCB aandelen en bedragen € 176 miljoen (Toelichting 40.5)
30. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
30.1. | Opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Immateriële activa | -216 | -239 |
| Materiële vaste activa | 1 | -6 |
| Voorraden | 64 | 58 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 61 | 76 |
| Personeelsbeloningen | 58 | 34 |
| Voorzieningen | 13 | 20 |
| Overige kor tetermijnverplichtingen | -249 | 9 |
| Fiscale verliezen | 536 | 207 |
| Ongebruikte belastingtegoeden | 114 | 90 |
| Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen / verplichtingen(-) | 382 | 249 |
30.2. | Ongebruikte fiscale verliezen
Het bedrag en de vervaldatum van ongebruikte fiscale verliezen waarvoor in de balans geen uitgestelde belastingvordering is, is als volgt:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Vervaldag: | ||
| 1 jaar of minder | 0 | 0 |
| 1-2 jaar | 0 | 1 |
| 2-3 jaar | 0 | 4 |
| 3-4 jaar | 0 | 1 |
| Meer dan 4 jaar | 13 | 14 |
| Zonder vervaldag | 1 722 | 2043 |
| Ongebruikte fiscale verliezen | 1735 | 2063 |
30.3. | Tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingverplichtingen geboekt werden
Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij investeringen in dochterondernemingen. De niet-geboekte latente belastingverplichtingen bedragen ongeveer € 8 miljoen (2011: € 5 miljoen).
30.4. | Tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingverplichtingen geboekt werden
De uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt op overgedragen tijdelijke verschillen die baten ver tegenwoordigen die waarschijnlijk in de nabije toekomst gerealiseerd zullen worden. Uitgestelde belastingvorderingen ter waarde van € 372 miljoen (2011: € 262 miljoen) voor niet opgenomen belastingkredieten en immateriële activa die niet werden erkend gezien de onzekere terugvordering.
30.5. | Uitgestelde belastingen onmiddellijk erkend in eigen vermogen
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Uitgestelde belasting erkend in andere gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten | 5 | 6 |
| Effectief gedeelte van veranderingen van reële waarde op kasstroomafdekkingen | 0 | 0 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen op de conver teerbare obligatie | 4 | 0 |
| Uitgestelde belastingen erkend in het eigen vermogen | 9 | 6 |
31. Personeelsbeloningen
In 2012 heeft UCB de wijzigingen aan IAS 19 vervroegd toegepast. Het gevolg van de retrospectieve toepassing van IAS 19R zijn de opening en sluiting financiële posities van de eerste vergelijkende periode (2011) herwerkt (Toelichting 2.2). De meeste werknemers hebben pensioenplannen die door bedrijven van de Groep financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke plannen is afhankelijk van wettelijke voorschriften, de fiscale vereisten en economische omstandigheden van de landen waarin de werknemers tewerkgesteld zijn. De Groep beheer t zowel toegezegde-bijdrageplannen als toegezegd-pensioenplannen.
31.1. | Toegezegde-bijdrageplannen
Uitkeringsplannen na uittreding worden geclassificeerd als "toegezegde-bijdrageplannen" als de Groep vaste bijdragen betaalt in een apar t fonds of aan een onafhankelijke financiële instelling en verder geen wettelijke of uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen. Bijgevolg worden er geen activa of verplichtingen opgenomen in de balans van de Groep met betrekking tot dergelijke plannen, met uitzondering van regelmatige vooruitbetalingen en toenames van bijdragen.
31.2. | Toegezegd-pensioenplannen
De Groep beheer t verscheidene toegezegd-pensioenplannen. De toegekende uitkeringen omvatten voornamelijk pensioenvoordelen, jubileumpremies en ontslagvergoedingen. De uitkeringen worden toegekend volgens de gebruiken van de lokale markt en de regelgeving ter zake.
Deze regelingen zijn niet-gefinancierd dan wel gefinancierd via externe pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk) gefinancierde regelingen worden de activa van de regelingen afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de trustees beheerd worden. Indien een regeling niet-gefinancierd is, met name voor de belangrijkste toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland, wordt voor de pensioenverplichtingen een verplichting opgenomen in de balans van de Groep. Voor gefinancierde regelingen is de Groep aansprakelijk voor het negatieve verschil tussen de reële waarde van de pensioenfondsactiva en de contante waarde van de uitkeringsverplichtingen. Bijgevolg wordt in de geconsolideerde balans van de Groep een verplichting (of een actief indien de regeling overgefinancierd is) opgenomen. Alle voornaamste regelingen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen.
Sinds 2008 analyseer t de Groep in zijn balans en in zijn winst- en verliesrekening de waarde van de risico's die verbonden is met zijn toegezegd-pensioenplannen. Maatregelen op het vlak van het beoogde risico in termen van een geconsolideerde balans en winsten verliesrekening over 1 jaar worden jaarlijks gedefinieerd op basis van door UCB bepaalde risicotolerantiedrempels.
Voor UCB bestaan de belangrijkste risico's die gepaard gaan met zijn toegezegd-pensioenplannen uit risico's met betrekking tot de disconteringsvoet, de inflatie en de levensduur. De meeste risico's bevinden zich binnen het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en de Verenigde Staten. Voor de plannen in België kan de levensduur niet als een risico worden beschouwd, aangezien pensioenen er worden uitgekeerd als een forfaitaire vergoeding of worden geëxternaliseerd vóór ze worden betaald als een annuïteit.
De voorbije jaren heeft UCB in het VK en de VS belangrijke stappen gezet om de risicofactor te verlagen.
In het VK werd voor het Britse plan een investeringsbeslissing getroffen die bekendstaat als buy-in. De buy-in beveiligde op 17 december 2010 de pensioenen van alle gepensioneerden, begunstigden en niet meer bijdragende deelnemers met pensioenaanspraken. Op 30 juni 2012 werd het stelsel gesloten voor toekomstige toerekening en werden de resterende actieve leden getransfereerd naar het "Celltech Pension and Life Assurance Scheme". Het pensioencomité wil nu de pensioenen veiligstellen van het beperkte aantal gepensioneerden en niet meer bijdragende deelnemers met pensioenaanspraken die uit dienst zijn gegaan tussen 17 december 2010 en 30 juni 2012.
In 2011 voerde UCB eveneens een "enhanced transfer value exercise" uit voor het Britse "Celltech Pension and Life Assurance Scheme," waarbij aan de niet meer bijdragende deelnemers met pensioenaanspraken een verhoging van hun transferwaarde werd aangeboden als zij het stelsel verlieten. In totaal werd voor om en nabij de GBP 10 miljoen aan verbintenissen voor 164 leden uit het stelsel overgedragen.
In de Verenigde Staten voerde UCB in de loop van 2012 een "lump sum window exercise" uit. In het kader van deze actie werd alle niet meer bijdragende deelnemers met pensioenaanspraken voorgesteld om hun pensioenen vóór eind 2012 uit het stelsel te halen. Door deze actie werd voor om en nabij de US\$ 21 miljoen aan verbintenissen (ongeveer 40% van alle achtergestelde verbintenissen) uit het stelsel getransfereerd.
Het in de geconsolideerde balans opgenomen bedrag dat voortvloeit uit de verbintenissen van de Groep met betrekking tot zijn toegezegd-pensioenregelingen is als volgt:
| € miljoen | 2012 | 2011 (herwerkt) |
|---|---|---|
| Actuele waarde van gefinancierde verplichtingen | 781 | 688 |
| Reële waarde van pensioenfondsactiva | 528 | 472 |
| Tekort / overschot (-) voor gefinancierde plannen | 253 | 216 |
| Effect van de minimale financieringsverplichtingen / beperking van het actiefplafond | 7 | 1 |
| Effect van de minimale financieringsverplichtingen / beperking van het actiefplafond | 260 | 217 |
| Plus: verbintenissen in verband met geldelijk afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 26) | 30 | 17 |
| Totale verplichtingen uit personeelsbeloningen | 290 | 234 |
| waarvan: | ||
| Gedeelte geboekt als langlopende verplichtingen | 290 | 234 |
| Gedeelte geboekt als langlopende activa | 0 | 0 |
De bewegingen in de actuele waarde van de toegezegd-pensioenverplichtingen over het jaar zijn:
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 688 | 630 |
| Huidige kost van de lopende diensttijd | 21 | 20 |
| Interestkosten: | 30 | 29 |
| Herwaarderingswinst (-) / -verlies | ||
| Effect van veranderingen van demografische hypothesen | -7 | 2 |
| Effect van veranderingen van financiële hypothesen | 93 | 36 |
| Effect van historische aanpassingen | -3 | 5 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-) / verlies op afwikkelingen | -5 | -2 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 7 | 12 |
| Pensioenbetalingen uit het plan | -20 | -23 |
| Pensioenbetalingen door de werkgever | -8 | -9 |
| Betalingen uit afwikkelingen | -16 | -9 |
| Bijdragen door deelnemers | 1 | 3 |
| Effect van bedrijfscombinaties en afstotingen | 0 | -5 |
| Overige | 0 | -1 |
| Per 31 december | 781 | 688 |
De bewegingen in de reële waarde van de fondsbeleggingen over het jaar zijn:
| 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|
| 443 | |
| 22 | |
| 23 | 1 |
| 0 | 0 |
| 6 | 10 |
| 1 | 3 |
| 52 | 37 |
| -20 | -22 |
| -5 | -5 |
| -16 | -9 |
| -6 | -5 |
| 0 | -3 |
| 528 | 472 |
| 472 21 |
De reële waarde van pensioenfondsactiva bedraagt € 528 miljoen (2011: € 472 miljoen), wat 69% (2011: 70%) vertegenwoordigt van de toegezegd-pensioenverplichting. Het totale tekor t van € 253 miljoen (2011: € 216 miljoen) moet worden geëlimineerd over de geschatte resterende gemiddelde duur van het dienstverband van het actuele lidmaatschap.
De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van deze toegezegd-pensioenplannen zijn:
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Kosten van verstreken diensttijd (incl. winst (-) / verlies uit afwikkelingen) | 16 | 18 |
| Netto-interestkosten | 7 | 6 |
| Herwaardering van overige personeelsvergoedingen op lange termijn | 1 | 0 |
| Administratiekosten en belastingen | 6 | 4 |
| Componenten van toegezegd-pensioenkosten die zijn geboekt in de winst- en verliesrekening | 30 | 28 |
| Herwaarderingswinst (-) / -verlies | ||
| Effect van veranderingen van demografische hypothesen | -7 | 2 |
| Effect van veranderingen van financiële hypothesen | 93 | 35 |
| Effect van historische aanpassingen | -3 | 5 |
| Return op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) | -23 | 0 |
| Veranderingen qua beperking van het actiefplafond (excl. renteopbrengsten) | 6 | 0 |
| Componenten van toegezegd-pensioenkosten die zijn geboekt in andere gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten |
66 | 42 |
| Totale componenten van toegezegd-pensioenkosten | 96 | 70 |
De kosten van verstreken diensttijd, de netto-interestkosten, de herwaardering van overige personeelsvergoedingen op lange termijn, administratiekosten en belastingen voor het jaar zijn opgenomen in de personeelsvoordelen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. De herwaardering van de netto toegezegd-pensioenverplichting is opgenomen in het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten als onderdeel van andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.
De uitsplitsing van de geboekte kosten naar functionele regel is als volgt:
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Kostprijs van de omzet | 6 | 6 |
| Marketing- en verkoopkosten | 6 | 5 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 10 | 10 |
| Algemene en administratiekosten | 7 | 7 |
| Overige baten en lasten | 1 | 0 |
| Totaal | 30 | 28 |
De werkelijke opbrengsten uit de pensioenfondsactiva is € 23 miljoen (2011: € 1 miljoen), en de werkelijke opbrengsten uit restitutierechten is € 0 miljoen (2011: € 0 miljoen).
De belangrijkste categorieën van fondsbeleggingen op het einde van de verslagperiode voor elke categorie zijn de volgende:
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 21 | 27 |
| Eigen vermogen instrumenten | 100 | 70 |
| Europa | 71 | 49 |
| VS | 7 | 0 |
| Rest van de wereld | 22 | 21 |
| Schuldinstrumenten | 115 | 111 |
| Bedrijfsobligaties | 21 | 19 |
| Overheidsobligaties | 43 | 62 |
| Overige | 51 | 30 |
| Vastgoed | 4 | 3 |
| In aanmerking komende verzekeringscontracten | 192 | 181 |
| Investeringsfondsen | 96 | 80 |
| Totaal | 534 | 472 |
Zowat alle eigenvermogens- en schuldinstrumenten beschikken over beurskoersen in actieve markten. Vastgoed als niveau 3-instrumenten op basis van de definities in IFRS 13, Waardering tegen reële waarde.
De in de fondsen aangehouden activa bevatten geen directe beleggingen in aandelen van UCB, noch onroerend goed dat door de Groep wordt ingenomen of andere activa die door de Groep worden gebruikt, hoewel dit niet uitsluit dat UCB-aandelen worden opgenomen in investeringen van het type beleggingsfondsen.
De voornaamste gewogen gemiddelde actuariële veronderstellingen die zijn gebruikt met het oog op de actuariële waarderingen zijn als volgt:
| Eurozone | VK | VS | Overige | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | |
| Actualiseringspercentage | 3,39% | 4,22% | 4,28% | 4,75% | 4,00% | 4,25% | 1,99% | 2,34% |
| Inflatie | 2,00% | 2,00% | 3,00% | 3,00% | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
Belangrijke actuariële hypothesen voor de bepaling van de verbintenissen uit toegezegd-pensioenplannen zijn het actualiseringspercentage en de inflatie. De volgende sensitiviteitsanalyses werden bepaald op basis van redelijke en mogelijke veranderingen van de hypothesen die optreden bij het einde van de verslagperiode.
- ◆ Als het actualiseringspercentage 25 basispunten hoger (lager) zou zijn, dan zouden de toegezegd-pensioenverplichtingen dalen met € 30 miljoen (stijgen met € 31 miljoen) als alle overige hypothesen constant zouden blijven.
- ◆ Als het inflatiepercentage zou stijgen (dalen) met 25 basispunten, dan zouden de toegezegdpensioenverplichtingen stijgen met € 19 miljoen (dalen met € 19 miljoen) als alle overige hypothesen constant zouden blijven.
In werkelijkheid kan worden uitgegaan van onderlinge verbanden tussen de hypothesen, vooral tussen het actualiseringspercentage en de verwachte loonsverhogingen die beide in zekere mate afhankelijk zijn van de verwachte inflatie. De vorige analyse negeer t deze onderlinge verbanden tussen de hypothesen.
De dochterondernemingen van de Groep moeten de kosten van de verwachte pensioenrechten op jaarbasis financieren. De medewerkers betalen een vast percentage van 5% van het pensioengerechtigde loon. De overige bijdrage (met inbegrip van betalingen voor verstreken diensttijden) wordt betaald door de entiteiten van de Groep. De financieringsvereisten zijn gebaseerd op een lokaal actueel herwaarderingskader. In dit kader wordt het actualiseringspercentage op een risicovrij niveau ingesteld. Voor ts worden de premies bepaald op basis van het huidige loon. Bijkomende verplichtingen door verstreken diensttijden als gevolg van loonsverhogingen (verplichtingen uit verstreken diensttijden) moeten onmiddellijk aan het fonds worden betaald. Behalve de kosten van de pensioenrechten hoeven de dochterondernemingen van de
Groep geen bijkomende bijdragen te betalen als het fonds niet over voldoende middelen zou beschikken. In dat geval moet het fonds andere maatregelen treffen om zijn solvabiliteit te herstellen, zoals een reductie van de pensioenrechten van de deelnemers aan het plan.
De gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenverplichtingen op het eind van de verslagperiode bedraagt 16,38 jaar (2011: 15,70 jaar). Dit cijfer kan worden uitgesplitst naar de duur voor de volgende regio's:
- ◆ Eurozone: 14,69 jaar (2011: 13,50 jaar);
- ◆ VK: 18,48 jaar (2011: 18,12 jaar);
- ◆ VS: 13,80 jaar (2011: 14,68 jaar);
- ◆ Overige: 16,41 jaar (2011: 12,24 jaar).
De Groep verwacht in de loop van het volgende boekjaar een bijdrage te doen van € 42 miljoen aan de toegezegdpensioenplannen.
Elk jaar wordt een activa-passiva-analyse uitgevoerd waarbij de gevolgen van het strategisch beleggingsbeleid worden bekeken in het licht van risico-en-rendementsprofielen. In deze studie worden beleggings- en bijdrageregels geïntegreerd. De belangrijkste strategische keuzes die in het actuarieel en technisch beleidsdocument van het fonds werden geformuleerd, zijn:
- ◆ een activamix gebaseerd op 25% eigenvermogensinstrumenten, 50% schuldinstrumenten en 25% vastgoed;
- ◆ de rentegevoeligheid als gevolg van de duur van de toegezegd-pensioenverplichting moet worden gereduceerd met 30% door het gebruik van schuldinstrumenten in combinatie met renteswaps;
- ◆ het behoud van een eigen-vermogensbuffer die 97,5% zekerheid biedt dat de activa zullen volstaan in de loop van de volgende 12 maanden.
32. Voorzieningen
De bewegingen van de voorzieningen worden hieronder weergegeven:
| € miljoen | Milieu | Herstructurering | Belasting | Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2012 | 47 | 35 | 413 | 48 | 543 |
| Bedrijfscombinaties | 5 | 5 | |||
| Ontstaan in het jaar | 2 | 10 | 3 | 9 | 24 |
| Tegenboeking ongebruikte bedragen | -6 | -4 | -27 | -20 | -57 |
| Overdracht van de ene rubriek | 1 | 1 | |||
| naar een andere | |||||
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 1 | -1 | 0 | ||
| Gebruikt in het jaar | -6 | -12 | -9 | -27 | |
| Op 31 december 2012 | 37 | 31 | 389 | 32 | 489 |
| Langlopend gedeelte | 17 | 13 | 389 | 19 | 438 |
| Kortlopend gedeelte | 20 | 18 | 13 | 51 | |
| Totale voorzieningen | 37 | 31 | 389 | 32 | 489 |
32.1. | Milieuvoorzieningen
UCB is in het verleden bepaalde milieuverplichtingen aangegaan die verband hielden met de overname van Schwarz Pharma en de afstoting van Surface Specialties. Dit laatste geldt voor de afgestoten vestigingen waarvoor UCB volledig verantwoordelijk is gebleven, in overeenstemming met de contractuele bepalingen die zijn overeengekomen met Cytec Industries Inc. In 2012 werd een deel van de voorzieningen met betrekking tot het bedrijf Surface Specialties teruggeboekt.
32.2. | Reorganisatievoorzieningen
In 2012 werden de provisies voor herstructureringen vooral gebruikt voor het SHAPE-programma (aangekondigd in augustus 2008) en overige afvloeiingskosten. Anderzijds omvat de belangrijke toename van de provisies ook de verdere verhoging van de SHAPE-voorziening, de reorganisatie van ondersteuningsfuncties, en verschillende andere afvloeiingskosten.
32.3. | Belastingvoorzieningen
Voorzieningen voor belastingrisico's worden opgenomen als UCB van oordeel is dat de belastingdiensten een door de Groep of een dochteronderneming ingenomen
belastingstandpunt zouden kunnen betwisten. Voor iedere provisie is er een beoordeling gemaakt en de overeenkomstige provisie is de Groep's beste schatting van de verwachte blootstelling in the geval van een betwisting van de belastingsdiensten.
32.4. | Overige voorzieningen
Overige voorzieningen houden voornamelijk verband met productaansprakelijkheid en gerechtelijke proceskosten (Toelichting 14):
- ◆ Voorzieningen voor rechtszaken omvatten voornamelijk voorzieningen voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers;
- ◆ Voorzieningen voor productaansprakelijkheid hebben betrekking op de risico's die verband houden met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van deze types geneesmiddelen;
- ◆ Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde risico's samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vakexper ts een evaluatie gemaakt.
33. Handels- en overige verplichtingen
33.1. | Langlopende handelsschulden en overige verplichtingen
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| GSK / Sumitomo (Japan) | 5 | 10 |
| GSK Japan (Zwitserland) | 16 | 18 |
| Overige schulden | 65 | 72 |
| Langlopende schulden op samenwerkingsovereenkomsten | 64 | 8 |
| Totaal langlopende handelsschulden en overige verplichtingen | 150 | 108 |
33.2. | Kortlopende handelsschulden en overige verplichtingen
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 261 | 285 |
| Te betalen belastingen, andere dan winstbelastingen | 46 | 36 |
| Lonen en socialezekerheidsbijdragen | 149 | 153 |
| Overige schulden | 75 | 85 |
| Uitgestelde inkomsten in verband met samenwerkingsovereenkomsten | 47 | 42 |
| Overige uitgestelde inkomsten | 10 | 16 |
| Te betalen royalty's | 46 | 36 |
| Dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligatie | 18 | 18 |
| Te betalen rabatten en kor tingen | 353 | 340 |
| Gelopen interesten | 16 | 27 |
| Overige gelopen onkosten | 274 | 256 |
| Totaal kortlopende handelsschulden en overige verplichtingen | 1295 | 1294 |
De handelsschulden en overige verplichtingen worden grotendeels geclassificeerd als kor tlopend en bijgevolg worden de boekwaarden van de totale handelsschulden en overige verplichtingen verondersteld de reële waarde redelijk te benaderen.
34. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer.
UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. Het nettoresultaat is aangepast voor:
- ◆ de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen en waardeverminderingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen tegen marktwaarde enz., alsook de veranderlijke eisen inzake werkkapitaal;
- ◆ Baten en lasten die verband houden met kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten.
| € miljoen | Toelichting | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|---|
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties | 175 | 204 | |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 9,18, 20 | 230 | 246 |
| Afschrijvingen / terugnemingen (-) van bijzondere waardeverminderingen | 9, 12 | 23 | 39 |
| In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, | 26 | -1 | 6 |
| op aandelen gebaseerde betalingen | |||
| Overige niet-geldelijke transacties in de winst-en-verliesrekening | 19 | 0 | |
| Aanpassing IAS 39 | 15 | -67 | 33 |
| Niet gerealiseerde wisselkoersresultaten | 14 | -56 | |
| Wijziging in voorzieningen en personeelsvergoedingen | -42 | -55 | |
| Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren | -1 | -9 | |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten |
7 | 9 | |
| Belastinglast voor de periode | 7 | 9 | |
| aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings en financieringsactiviteiten |
103 | 129 | |
| Winst (-) / verlies uit de verkoop van vaste activa | -31 | 0 | |
| Betaalde / ontvangen(-) dividenden | 0 | 0 | |
| Betaalde / ontvangen(-) intresten | 134 | 129 | |
| Wijzigingen in het werkkapitaal | |||
| Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans | -79 | -103 | |
| Handels- en overige vorderingen en andere activabewegingen per | 2 | -142 | |
| geconsolideerde balans | |||
| Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans | 196 | 124 | |
| Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: | 119 | -121 | |
| Niet-geldelijke posten1 | -74 | 2 | |
| Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren | 1 | 9 | |
| afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten | |||
| Wijzigingen in te ontvangen / te betalen intresten afzonderlijk vermeld | 5 | 5 | |
| onder kasstromen uit operationele activiteiten | |||
| Wijzigingen in te ontvangen dividenden afzonderlijk vermeld | 0 | 0 | |
| onder kasstromen uit investeringsactiviteiten | |||
| Wijzigingen in te betalen dividenden afzonderlijk vermeld | 23 | 0 | |
| onder kasstromen uit financieringsactiviteiten | |||
| Wijziging bij nog te betalen bedrag vermeld onder kasstroom uit beëindigde activiteiten |
0 | 0 | |
| Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta | -59 | -5 | |
| Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht | 15 | -110 |
1 niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met een nieuwe waardering door een geassocieerde deelneming uit vreemde valuta en andere bewegingen die verband houden met toevoegingen / exits binnen de te consolideren perimeter of met fusies van entiteiten.
35. Financiële instrumenten per categorie
| € miljoen 31 december 2012 Activa volgens balans |
ToelichtinG | Leningen en vorderingen |
Financiële activa tegen reële waarde via winst en verlies |
Derivaten voor afdekking |
Beschikbaa r voor verkoop |
Totaa l |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële en overige activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten) |
21 | 99 | 0 | 0 | 26 | 125 |
| Afgeleide financiële activa | 36 | 0 | 34 | 6 | 0 | 40 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen (inclusief vooruitbetaalde onkosten) |
23 | 835 | 0 | 0 | 0 | 835 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 24 | 318 | 0 | 0 | 0 | 318 |
| Totaal | 1252 | 34 | 6 | 26 | 1318 |
| € miljoen 31 december 2012 Passiva volgens balans |
ToelichtinG | PASSIV A TEGEN REËLE WAARDE VIA WINS T ENVERLIES |
Derivaten voor afdekking |
Overige financiële verplicht ingen tegen geamor tiseerde kosten |
Totaa l |
|---|---|---|---|---|---|
| Leningen | 27 | 0 | 0 | 390 | 390 |
| Obligaties | 28 | 0 | 0 | 1697 | 1697 |
| Afgeleide financiële passiva | 36 | 79 | 8 | 0 | 87 |
| Handels- en overige verplichtingen | 33 | 0 | 0 | 1445 | 1445 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) |
29 | 0 | 0 | 181 | 181 |
| Totaal | 79 | 8 | 3713 | 3800 |
| € miljoen 31 december 2011 Activa volgens balans |
ToelichtinG | Leningen en vorderingen |
Financiële activa tegen reële waarde via winst en verlies |
Derivaten voor afdekking |
Beschikbaa r voor verkoop |
Totaa l |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële en overige activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten) |
21 | 84 | 0 | 0 | 33 | 117 |
| Afgeleide financiële activa | 36 | 0 | 95 | 6 | 0 | 101 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen (inclusief vooruitbetaalde onkosten) |
23 | 851 | 0 | 0 | 0 | 851 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 24 | 267 | 0 | 0 | 0 | 267 |
| Totaal | 1202 | 95 | 6 | 33 | 1336 |
| € miljoen 31 december 2011 Passiva volgens balans |
ToelichtinG | PASSIV TEGEN REËLE WAARDE VIA WINS ENVERLIES |
A T |
Derivaten voor afdekking |
Overige financiële verplicht ingen tegen geamor tiseerde kosten |
Totaa l |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leningen | 27 | 0 | 0 | 87 | 87 | |
| Obligaties | 28 | 0 | 0 | 1 730 | 1730 | |
| Afgeleide financiële passiva | 36 | 130 | 19 | 0 | 149 | |
| Handels- en overige verplichtingen | 33 | 0 | 0 | 1 402 | 1402 | |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) |
29 | 0 | 0 | 27 | 27 | |
| Totaal | 130 | 19 | 3 246 | 3395 |
36. Afgeleide financiële instrumenten
| € miljoen | ACTIVA | Passiva | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | ||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 6 | 6 | 7 | 19 | |
| Valutatermijncontracten – reële waarde via winst of verlies | 27 | 32 | 36 | 99 | |
| Rentevoetderivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 1 | 0 | |
| Rentevoetderivaten – reële waarde via winst of verlies | 7 | 63 | 14 | 31 | |
| Derivaten gekoppeld aan conver teerbare obligatie (Toelichting 28) |
0 | 0 | 29 | 0 | |
| Totaal | 40 | 101 | 87 | 149 | |
| waarvan: | |||||
| Langlopend (Toelichtingen 21 en 29) | 8 | 63 | 68 | 60 | |
| Kor tlopend (Toelichtingen 21 en 29) | 32 | 38 | 19 | 89 |
De volledige reële waarde van een afdekkingsderivaat wordt als een langlopend actief of langlopende verplichting geclassificeerd als de resterende looptijd van de afgedekte post langer is dan 12 maanden, en als een kor tlopende verplichting als de looptijd van de afgedekte post kor ter is dan 12 maanden.
De kasstroomafdekkingen die door de Groep zijn aangegaan, werden als bijzonder effectief beoordeeld en per 31 december 2011 werd een netto niet-gerealiseerde winst van € 5 miljoen (2011: netto niet-gerealiseerd verlies van € 12 miljoen) na
36.1. | Wisselkoersderivaten
Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik van financiële-derivaatcontracten wordt beschreven in Toelichting 4 "Financieel risicobeheer".
uitgestelde belasting, opgenomen in het eigen vermogen met betrekking tot deze contracten. Deze winsten / verliezen zullen worden geboekt in de winst- en verliesrekening in de periode waarin de afgedekte verwachte transactie van invloed is op de winst of het verlies.
Het niet-effectieve deel dat in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen en dat ontstaat bij kasstroomafdekkingen, bedraagt € 0 miljoen (2011: € 0 miljoen).
De Groep is verschillende valutatermijncontracten aangegaan om een deel van de zeer waarschijnlijke toekomstige opbrengsten uit verkoop en royalty's die voor 2012 worden verwacht, af te dekken.
De reële waarden van de wisselkoersderivaatcontracten zijn als volgt:
| € miljoen | ACTIVA | Passiva | ||
|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | |
| USD | 24 | 3 | 30 | 72 |
| GBP | 3 | 1 | 1 | 31 |
| EUR | 1 | 31 | 10 | 0 |
| PLN | 0 | 1 | 1 | 0 |
| MXN | 0 | 0 | 0 | 0 |
| JPY | 4 | 0 | 0 | 10 |
| CHF | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Andere valuta's | 1 | 2 | 1 | 5 |
| Totaal wisselkoersderivaten | 33 | 38 | 43 | 118 |
De looptijdanalyse van het wisselkoersderivaat wordt hieronder vermeld:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| 1 jaar of minder | 13 | -44 |
| 1-5 jaar | -23 | -36 |
| Langer dan 5 jaar | 0 | 0 |
| Totaal wisselkoersderivaten – netto activa / netto passiva (-) | -10 | -80 |
De volgende tabel geeft de wisselkoersderivaten weer, uitgesplitst naar de valuta waarin een prijs is uitgedrukt (valuta verkocht-weergave) per 31 december 2012:
| Notionele bedragen in € miljoen | USD | GBP | EUR | JPY | CHF | Overige valuta's |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Futures | 205 | 144 | 178 | 69 | 12 | 121 | 729 |
| Valutaswaps | 1161 | 321 | 362 | 0 | 37 | 16 | 1897 |
| Optie / collar | 159 | 0 | 54 | 0 | 0 | 0 | 213 |
| Totaal | 1525 | 465 | 594 | 69 | 49 | 137 | 2839 |
36.2. | Rentevoetderivaten
De Groep gebruikt verschillende rentevoetderivaten om zijn blootstelling aan de veranderingen van de rentevoet op zijn leningen met variabele rente te beheren. De data van de rentevoetwijzigingen en de afschrijvingen komen overeen met de vaste rentedragende obligaties.
De uitstaande rentevoetderivaten zijn als volgt:
| Contracttyp e |
Nominale waarde van contracten (miljoen) |
Gemiddelde rentevoet (betalend (-) / ontvangend(+)) |
Marge in punten (be talend (-) / ontvan gend(+)) |
Voor periode van / tot | Variabele renteopbrengsten |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| IRS | USD 150 | -3,69% | 22/1/2010 | 22/1/2013 | USD LIBOR 3 maanden | |
| IRS | USD 100 | -3,92% | 24/1/2011 | 22/1/2013 | USD LIBOR 3 maanden | |
| IRS | USD 100 | 0,76% | 24/1/2011 | 22/1/2013 | -USD LIBOR 3 maanden | |
| IRS | USD 150 | 0,76% | 24/1/2011 | 22/1/2013 | -USD LIBOR 3 maanden | |
| IRS | USD 50 | -3,21% | 23/1/2012 | 22/1/2014 | USD LIBOR 3 maanden | |
| IRS | USD 50 | 1,61% | 23/1/2012 | 22/1/2014 | -USD LIBOR 3 maanden | |
| IRS | EUR 150 | -3,59% | 23/1/2012 | 22/1/2014 | EURIBOR 6 maanden | |
| IRS | EUR 150 | 3,09% | 23/1/2012 | 22/1/2014 | -EURIBOR 6 maanden | |
| IRS | USD 150 | -3,30% | 22/1/2013 | 22/1/2014 | USD LIBOR 3 maanden | |
| IRS | USD 150 | 2,15% | 22/1/2013 | 22/1/2014 | -USD LIBOR 3 maanden | |
| IRS | USD 250 | -0,76% | 28/11/2011 | 28/11/2014 | USD LIBOR 3 maanden | |
| IRS | EUR 750 | 0,25% | 27/11/2009 | 27/11/2014 | -EURIBOR 3 maanden | |
| CCIRS | USD 1000 | -USD LIBOR 3 maanden | -0,23% | 27/11/2009 | 27/11/2014 | EURIBOR 3 maanden |
| IRS | EUR 325 | 0,54% | 10/12/2009 | 10/12/2016 | -EURIBOR 3 maanden | |
| IRS | EUR 150 | -0,86% | 21/8/2012 | 21/8/2017 | EURIBOR 3 maanden | |
| CCIRS | USD 100 | -USD LIBOR 3 maanden | -0,17% | 27/5/2011 | 27/11/2014 | EURIBOR 3 maanden |
| CCIRS | USD 130 | -USD LIBOR 3 maanden | -0,36% | 27/11/2012 | 27/11/2014 | -EURIBOR 3 maanden |
| CCIRS | USD 200 | -USD LIBOR 3 maanden | -0,18% | 27/5/2012 | 27/11/2013 | EURIBOR 3 maanden |
| CCIRS | USD 250 | +USD LIBOR 3 maanden | -0,32% | 29/11/2010 | 27/11/2014 | -EURIBOR 3 maanden |
| CCIRS | USD 205 | +USD LIBOR 3 maanden | -0,24% | 28/2/2011 | 27/11/2014 | -EURIBOR 3 maanden |
| IRS | EUR 250 | -0,89% | 22/4/2014 | 22/4/2018 | EURIBOR 6 maanden |
36.3. | Afdekking van nettobelegging in een buitenlandse entiteit
In 2006 is de Vennootschap een leningsovereenkomst aangegaan die deels was bedoeld als afdekking van de nettoinvestering in de VS-activiteiten van de Groep. Na een interne bedrijfsreorganisatie is deze netto-beleggingsafdekkingsrelatie in december 2007 beëindigd.
De niet-gerealiseerde cumulatieve wisselkoerswinst van € 55 miljoen is in een afzonderlijke eigenvermogenscomponent geboekt onder "Netto-investeringsafdekking" in 2007. Deze niet-gerealiseerde winsten / verliezen blijven in het eigen vermogen en worden alleen in de winst-en-verliesrekening opgenomen als de Groep geen onderliggende USD-activa meer in bezit heeft.
36.4. | Derivaten gekoppeld aan converteerbare obligatie
Als gevolg van een beslissing van UCB om de rechten die verbonden zijn aan de optie van de contante geldregeling in 2010 te herroepen, werd de derivate component die gekoppeld is aan de conver teerbare obligatie geherclassificeerd naar eigen vermogen (€ 56 miljoen vóór belasting of € 41 miljoen na belastingen) (zie Toelichting 2.26).
37. Winst per aandeel
Aanpassingen aan de door de Groep gevolgde grondslagen voor de financiële verslaggeving worden gedetailleerd beschreven in Toelichting 2.2. In de mate dat deze aanpassingen een impact hadden op de voor 2011 gerappor teerde resultaten, hadden zij tevens een impact op de bedragen die worden gerappor teerd als winst per aandeel.
De volgende tabel geef t een overzicht van het effect van de vervroegde toepassing van IAS 19 (zoals herzien in 2011) op zowel de gewone als de verwaterde winst per aandeel:
| 2011 | |
|---|---|
| Stijging / daling (-) van de winst over het jaar die kan worden toegekend aan de eigenaar van de Groep (€ miljoen) (Toelichting 2.2) |
3 |
| Stijging / daling (-) van de gewone winst per aandeel (€) | 0,02 |
| Stijging / daling (-) van de verwaterde winst per aandeel (€) | 0,02 |
37.1. | Gewone winst per aandeel
| € | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1,34 | 1,26 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0,09 | 0,08 |
| Gewone winst per aandeel | 1,43 | 1,34 |
BDe gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan houders van eigenvermogensinstrumenten van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal uitgegeven gewone aandelen tijdens het jaar, exclusief door de Vennootschap gekochte gewone aandelen die aangehouden worden als ingekochte eigen aandelen.
37.2. | Verwaterde winst per aandeel
| € | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1,33 | 1,26 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0,08 | 0,07 |
| Verwaterde winst per aandeel | 1,41 | 1,32 |
De verwaterde winst per aandeel wordt berekend met correctie van het uitstaande aantal gewogen gemiddelde gewone aandelen om conversie van alle te verwateren potentiële gewone aandelen te kunnen veronderstellen.
Potentiële verwateringseffecten ontstaan uit de converteerbare schuldinstrumenten en de aandelenoptieregelingen voor werknemers. Als de uitstaande instrumenten geconverteerd zouden worden, zou dit leiden tot een vermindering in rentekosten en de terugboeking van het merk naar marktcorrectie van de gerelateerde financiële derivaatverplichting. Voor de aandelenopties wordt een berekening uitgevoerd om het aantal aandelen te bepalen dat tegen reële waarde verworven zou kunnen worden (bepaald als de gemiddelde jaarlijkse marktaandeelprijs van de aandelen van de Vennootschap).
37.3. | Winst
De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij is gebaseerd op de volgende gegevens:
Gewoon
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Winst / verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toewijsbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. | 239 | 224 |
| Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 17 | 14 |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. | 256 | 238 |
Verwaterd
| € miljoen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Winst / verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toewijsbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. | 239 | 224 |
| Aangepast voor: | ||
| - interestkosten op converteerbare obligatie (na belastingen) | 13 | 15 |
| Winst / verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten gebruikt ter bepaling van de winst per aandeel | 252 | 239 |
| Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 17 | 14 |
| Aangepaste winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. | 269 | 253 |
37.4. | Aantal aandelen
| In duizend aandelen | 2012 | 2011 (HERWERKT) |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel | 179 279 | 178486 |
| Aangepast voor: | ||
| - warrants | 33 | 122 |
| - verondersteld omzetting van converteerbare obligaties | 11098 | 12905 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel | 190409 | 191513 |
Op 24 april 2008 gaf de Groep een obligatielening uit, vertegenwoordigd door 30 000 schuldbewijzen met elk een nominale waarde van € 20 waaraan telkens 1 000 defensieve warrants verbonden waren. Aan elke defensieve warrant is het recht verbonden voor de houder ervan om in te schrijven op een nieuw uitgegeven aandeel van UCB N.V. (Toelichting 4.40). De UCB-aandelen die kunnen voortvloeien uit de uitoefening van deze warrants zullen worden uitgegeven tegen een prijs die bepaald wordt op grond van de marktprijs gedurende een zekere periode voorafgaand aan de uitgifte.
Derhalve hebben die voorwaardelijk uit te geven aandelen geen verwaterend effect per 31 december 2011 en 31 december 2012, en zijn deze niet in de berekening van de verwaterde winst per aandeel opgenomen.
De aandelen die verband houden met de converteerbare obligatie hebben geen verwaterend effect per 31 december 2012.
38. Dividend per aandeel
De in 2012 en 2011 uitgekeerde brutodividenden bedroegen resp. € 181 miljoen (€ 1,00 per aandeel) en € 180 miljoen (€ 0,98 per aandeel).
Op 25 april 2013 zal op de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering een dividend van € 1,02 per aandeel worden voorgesteld met betrekking tot het op
31 december 2012 afgesloten jaar, goed voor een totaal dividend van € 186 miljoen.
Overeenkomstig IAS 10, Gebeur tenissen na balansdatum, is het voorgestelde dividend niet als een verplichting geboekt op het eind van het jaar.
39. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen
39.1. | Verbintenissen uit hoofde van operationele leases
De toekomstige gezamenlijke minimale leasebetalingen onder de niet-opzegbare operationele leases zijn als volgt:
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| 1 jaar of minder | 38 | 38 |
| 1-5 jaar | 93 | 99 |
| Langer dan 5 jaar | 33 | 37 |
| Totaal | 164 | 174 |
De Groep heeft een aantal niet-opzegbare operationele leases die voornamelijk verband houden met bedrijfswagens en kantoorinrichting.
De leaseovereenkomsten bestrijken een initiële periode van 3 tot 5 jaar. De leasebetalingen worden jaarlijks verhoogd om de huuropbrengsten op de markt te weerspiegelen. Geen van de leaseovereenkomsten omvat voorwaardelijke huurgelden. In 2012 werd € 36 miljoen (2011: € 47 miljoen) als uitgaven in de winst- en verliesrekening opgenomen met betrekking tot operationele leases.
39.2. | Kapitaalverbintenissen
Op 31 december 2012 heeft de Groep zich verbonden om € 128 miljoen (2011: € 127 miljoen) te besteden voornamelijk aan de kapitaalsuitgaven voor de constructie van een pilotfabriek voor biologische geneesmiddelen in Eigenbrakel (België) en een fabriek voor biologische geneesmiddelen in Bulle (Zwitserland). In België star tte de bouw van de
pilotfabriek in mei 2009; ze zal naar verwachting tegen midden 2013 worden voltooid. Deze pilootfabriek wordt gedeeltelijk gefinancierd met overheidssubsidies en deels met leningen. In december 2010 star tte UCB een project om een eigen biotechproductiefaciliteit te bouwen in Bulle (Zwitserland) om in de toekomst aan de stijgende vraag naar Cimzia® te kunnen voldoen. De nieuwe productiefaciliteit zou in 2015 operationeel moeten zijn; de investering bedraagt € 250 miljoen.
UCB sloot verschillende ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met meerdere privéinvesteerders en farmaceutische spelers die klinische studies uitvoeren. Zulke samenwerkingsovereenkomsten omvatten mijlpaalbetalingen die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Onderstaande tabel geeft de maxima aan die betaald zouden worden als alle mijlpalen – hoewel dit erg onwaarschijnlijk is – gerealiseerd zouden worden. Deze cijfers zijn exclusief royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de verkoop van eenheden.
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| 1 jaar of minder | 39 | 42 |
| 1-5 jaar | 256 | 350 |
| Langer dan 5 jaar | 567 | 595 |
| Totaal | 862 | 987 |
De bedragen zijn niet aangepast met het oog op het risico noch gereduceerd, en de timing van de betalingen is gebaseerd op de op dit ogenblik beste ramingen door de Groep van de realisatie van de betreffende mijlpaal.
39.3 | Waarborgen
De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.
39.4. | Voorwaardelijke verplichtingen
De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. Deze en andere lopende zaken kunnen leiden tot aansprakelijkheden, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen die strijdig zijn met UCB's belangen.
UCB blijft zich tegen de meer dan 5000 Reglan® -productverplichtingsrechtszaken verdedigen. Deze gevallen zijn
geconsolideerd in drie verschillende jurisdicties, San Francisco, Philadelphia en Atlantic City. Elk geschil omvat schadegevallen betreffende het verzaken van het risico die geassocieerd was met het gebruik van metoclopramide voor méér dan 12 weken. Het merendeel van de gevallen betreft schade als gevolg van het gebruik van generische metoclopramide. Er zijn een aantal rechtszaken in de rechtbanken in afwachting van een beslissing dat de timing and het resultaat kan beinvloeden. Momenteel zijn er geen gevallen voor de rechtbank gepland in 2013 en het is te vroeg om met zekerheid het resultaat van deze geschillen te voorspellen. De onderneming is van mening dat het een goede verdediging heeft tegenover de geschillen in behandeling.
Daarnaast is de Groep verschillende overeenkomsten aangegaan in verband met zijn activiteiten die mogelijke voorwaardelijke verplichtingen met zich meebrengen, zoals de financiële overeenkomsten met het Waals Gewest voor € 41 miljoen (2011: € 41 miljoen) en de overeenkomsten met Sandoz betreffende de productiecapaciteit voor € 4 miljoen verstreken in 2012.
Het valt niet te verwachten dat er andere materiële verplichtingen dan in Toelichting 32 vermeld zullen ontstaan uit de voorwaardelijke verplichtingen (2011: geen materiële verplichtingen).
40. Transacties met verbonden partijen
40.1. | Verkopen en diensten binnen de Groep
In de op 31 december 2012 en 2011 afgesloten boekjaren werden alle transacties binnen de UCB-Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van wederzijds economisch voordeel van de betrokken partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden vastgesteld in overeenstemming met criteria van onafhankelijke onderhandelingen en eerlijke overeenkomsten, en met het oog op de creatie van waarde voor de gehele UCB-Groep. De voorwaarden die van toepassing waren op transacties binnen de UCB-Groep waren gelijkaardig aan de voorwaarden die van toepassing waren op transacties met derde partijen.
Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en afgewerkte producten gingen deze criteria gepaard met het principe van de verhoging van de productiekosten van elke partij met een onafhankelijk vastgestelde winstmarge. Met betrekking tot de diensten die geleverd werden binnen de UCB-Groep gingen deze criteria vergezeld van het principe van voldoende vergoedingen om de kosten te dekken die door elke partij werden gemaakt en door een op een onafhankelijke manier vastgestelde marge. De binnen de UCB-Groep uitgevoerde transacties vormen standaardtransacties voor een biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte medische producten, deposito's en leningen voor verbonden ondernemingen van de UCB-Groep, alsook gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB-Groep om de operaties te optimaliseren door middel van schaal- en synergievoordelen.
40.2. | Financiële transacties met andere verbonden partijen dan met gelieerde ondernemingen van UCB nv
40.3. | Defensieve warrants
Op 24 april 2008 werd na een beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering een obligatielening uitgegeven, ver tegenwoordigd door 30 000 schuldbewijzen met elk een nominale waarde van € 20 waaraan telkens 1 000 defensieve warrants verbonden waren ("de defensieve warrants").
Aan elke defensieve warrant is het recht verbonden voor de houder ervan om in te schrijven op een nieuw uitgegeven aandeel van UCB N.V. Op deze lening werd ingeschreven door Financière de Tubize. De houders van de defensieve warrants hebben een overeenkomst gesloten met UCB N.V. dat ze zullen voldoen aan de algemene voorwaarden met betrekking tot de uitgifte en de uitoefening van de defensieve warrants.
Op de genoemde algemene vergadering van aandeelhouders werd ook beslist om een ad hoc comité op te richten om, in vooraf bepaalde omstandigheden, te beslissen over de uitvoering van deze defensieve maatregel en de overdracht van de defensieve warrants. De defensieve warrants mogen enkel uitgeoefend worden in specifieke omstandigheden waarvan het bestaan beoordeeld moet worden door een ad hoc comité:
- ◆ de lancering van een overnamebod door een derde par tij dat vijandig geacht wordt door de Raad van Bestuur;
- ◆ een wijziging van de controle van de UCB-Groep door transacties met betrekking tot UCB-aandelen door een of meerdere derde par tijen, uitgeoefend op of buiten de aandelenmarkt, geïsoleerd of in overleg;
- ◆ de dreiging van een overnamebod of een operatie die gepaard gaat met een wijziging van de controle van de UCB-Groep.
De defensieve warrants en de overeenkomst tussen de houders van de defensieve warrants en UCB N.V. vervallen op 23 april 2013. De UCB- aandelen die voor tvloeien uit de uitoefening van deze warrants zullen uitgegeven worden onder verwijzing naar de marktprijs over een periode vóór de uitgifte.
Er zijn geen financiële transacties met andere verbonden par tijen dan met gelieerde ondernemingen van UCB N.V.
40.4. | Vergoedingen van managers op sleutelposities
De onderstaande vergoedingen aan managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winsten-verliesrekening voor leden van de Raad van Bestuur en het
Uitvoerend Comité, voor het gedeelte van het jaar waarin ze hun mandaat uitoefenden.
| € miljoen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Kor tlopende personeelsvergoedingen | 11 | 10 |
| Ontslagvergoedingen | 0 | 0 |
| Uitkeringen na uittreding | 3 | 3 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 5 | 3 |
| Totaal vergoedingen van managers op sleutelposities | 19 | 16 |
Kor tlopende personeelsvergoedingen omvatten lonen (inclusief sociale-verzekeringsbijdragen), tijdens het jaar verdiende bonussen, voer tuigleasing en andere beloningen waar van toepassing. Op aandelen gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over de wachtperiode van de reële waarde van toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen zoals in Toelichting 26 nader wordt uitgelegd. De ontslagvergoedingen omvatten alle gecompenseerde bedragen, waaronder voordelen in natura en uitgestelde vergoedingen.
Er zijn door de Vennootschap of door een dochteronderneming van de Groep geen leningen toegekend aan een bestuurder of kaderlid van de Groep en er zijn evenmin garanties in die zin gegeven.
40.5. | Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
UCB's hoofdaandeelhouder is Financière de Tubize N.V., een op Euronext Brussels genoteerde vennootschap (hierna "Financière de Tubize" of "de Referentieaandeelhouder").
Financière de Tubize N.V. heeft op 1 september 2008 een transparantieverklaring verstrekt over haar par ticipatie in UCB, in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 betreffende de aangifte van belangrijke aandelenpar ticipaties in beursgenoteerde vennootschappen. Volgens ar tikel 3, § 1, 13° van de wet van 2 mei 2007 handelt Financière de Tubize N.V. in overleg met Schwarz Vermögensverwaltung GmbH Co. KG.
Hun par ticipaties zijn vermeld onder de punten 1 tot 4 in de onderstaande tabel. De aandelen die onder deze overeenkomsten vallen, met inbegrip van de aandelen die in handen zijn van Financière de Tubize, ver tegenwoordigen 40,81% van het aandelenkapitaal van UCB.
53,06% van Financière de Tubize N.V. is in handen van de familie Janssen. De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek.
Controlerende en belangrijkste aandeelhouders van UCB op 31 december 2012
In overeenstemming met de recentste transparantieverklaringen die zijn verstrekt volgens de wet van 2 mei 2007 zijn de belangrijkste aandeelhouders van UCB op dit moment:
| MOMENTEEL | % STEMMEN | DatUM (CONFOR M DEVERKLARING IN OVEREENS TEMMING MET DEWE T VAN 2 mei 2007) |
||
|---|---|---|---|---|
| Kapitaal € | 550 095156 | |||
| Aandelen | 183 365052 | |||
| 1 | Financière de Tubize N.V. (Tubize) | 66370000 | 36,0% | 5 october 2012 |
| 2 | UCB N.V. | 801706 | 31 december 2012 | |
| gelijkgestelde instrumenten1 | 2500000 | 1,80% | 26 juni 2012 | |
| opties 2 | 6606638 | 27 april 2012 | ||
| 3 | UCB Fipar N.V. | 891534 | 31 december 2012 | |
| gelijkgestelde instrumenten | 1800000 | 1,47% | 27 april 2012 | |
| 4 | Schwarz Vermögensverwaltung GmbH Co. KG | 2471404 | 1,35% | 5 october 2011 |
| Tubize + linked companies + concert 4 (excluding options) | 74834644 | 40,81% | 31 december 2012 | |
| 5 | The Capital Group Companies | 20828907 | 11,36% | 5 september 2012 |
| 6 | Vanguard Health Care Fund | 5821811 | 3,17% | 30 maar t 2012 |
| 1 Zie persbericht van 28 juni 2012 2 Als alle opties worden uitgeoefend, zou dit leiden tot een extra stemrecht van 3,60%. De informatie bettreffende de assimilated securities / opties is niet vereist door de Wet |
Financière de Tubize heeft verklaard samen te werken met Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co KG.
Er zijn geen gebeur tenissen na balansdatum.
42. UCB-ondernemingen
| Naam en maatschappelijke zetel | Holding | Moedermaatschappij |
|---|---|---|
| Australië | ||
| UCB Australia Pty. Ltd. – Level 1, 1155 Malvern Road – 3144 Malvern, Victoria | 100% | Viking Trading Co. Ltd |
| België | ||
| UCB Fipar S.A. – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussels (BE0403.198.811) | 100% | UCB Belgium N.V. |
| Fin UCB S.A. – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussels (BE0426.831.078) | 100% | UCB Pharma N.V. |
| UCB Belgium S.A. – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussels (BE0402.040.254) | 100% | UCB Pharma N.V. |
| UCB Pharma S.A. – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussels (BE0403.096.168) | 100% | UCB N.V. |
| Sifar S.A. – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussels (BE0453.612.580) | 100% | UCB Finance N.V. |
| Brazilië | ||
| UCB Farma Brasil Ltda – Rue Sete de Setembro 67, Sala 301, 20050-005 Rio de Janerio | 100% | UCB S.A. |
| Meizler UCB – Alameda Araguaia 3833 Tamboré – Barueri- 06455-000 Sao Paulo | 51% | UCB Farma Brasil Ltda |
| Bulgarije | ||
| UCB Bulgaria EOOD – 15, Lyubata Str., Fl. 4 apt. 10-11, Lozenetz, Sofia 1407 | 100% | UCB N.V. |
| Canada | ||
| UCB Canada Inc. – 2060 Winston Park Drive, Suite 401 – ON L6H5R7 Oakville | 100% | UCB Holdings Inc. |
| China | ||
| UCB Trading (Shanghai) Co Ltd – Room 317, No. 439 Fu Te Xi Yi Road, Shanghai | ||
| (Waigaoqiao Free Trade Zone) | 100% | UCB N.V. |
| UCB Pharma (Hong Kong) Ltd – Unit 514, 5 / F South Tower, World Finance Center | 100% | UCB Pharma GmbH |
| The Gateway, Harbour City – Hong Kong | ||
| Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd – Block A. Changsa Industrial zone. Qianshan District – | 100% | UCB Pharma GmbH |
| 519070 Zhuhai Guangdong Province | ||
| Denemarken | ||
| UCB Nordic AS – Arne Jacobsen Alle 15 – 2300 Copenhagen |
100% | UCB Finance N.V. |
| Duitsland | ||
| UCB Pharma GmbH – Alfred Nobel Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein | 100% | UCB GmbH |
| UCB GmbH – Alfred Nobel Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein | 100% | UCB Finance N.V. |
| UCB BioSciences GmbH – Alfred Nobel Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein | 100% | UCB Pharma GmbH |
| Sanol GmbH – Alfred Nobel Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein | 100% | UCB Pharma GmbH |
| Finland | ||
| UCB Pharma Oy (Finland) – Itsehallintokuja 6 – 02600 Espoo | 100% | UCB Finance N.V. |
| Frankrijk | ||
| UCB Pharma S.A. – 420 rue d'Etienne d'Orves – 92700 Colombes | 100% | UCB N.V. |
| Naam en maatschappelijke zetel | Holding | Moedermaatschappij |
|---|---|---|
| Griekenland | ||
| UCB A.E. – 63 Agiou Dimitriou Street – 17456 Alimos – Athens | 100% | UCB N.V. |
| ongarije | ||
| UCB Hungary Ltd – Obuda Gate Building Arpád Fejedelem ùtja 26-28, 1023 Budapest | 100% | UCB N.V. |
| India | ||
| UCB India Private Ltd – 504 Peninsula Towers, Peninsula Corporate Park, | 100% | UCB N.V. |
| Ganpatrao Kadam Marg, Lower Parel – 400 013 Mumbai | ||
| Uni-Mediflex Private Ltd – 504 Peninsula Towers, Peninsula Corporate Park, | 100% | UCB N.V. |
| Ganpatrao Kadam Marg, Lower Parel – 400 013 Mumbai | ||
| Ierland | ||
| UCB (Pharma) Ireland Ltd – United Drug House Magna Drive, Magna Business Park, | ||
| City West Road – Dublin 24 | 100% | UCB N.V. |
| Celltech Pharma Ireland – United Drug House Magna Drive, Magna Business Park, | ||
| City West Road – Dublin 24 | 100% | UCB Ltd. |
| UCB Manufacturing Ireland Ltd – Shannon Industrial Estate – Shannon County Clare | 100% | UCB Pharma GmbH |
| Kudco Ireland Ltd – Shannon Industrial Estate – Shannon County Clare | 100% | Kremers Urban |
| Pharmaceuticals Inc | ||
| Italië | ||
| UCB Pharma SpA – Via Gadames 57 – 20151 Milano | 100% | Viking Trading Co. Ltd |
| Japan | ||
| UCB Japan Co Ltd – Shinjuku Grand Tower, 8-17 Nishi-Shinjuku 160-0023 Shinjuku, Tokyo | 100% | UCB N.V. |
| Luxemburg | ||
| Société Financière UCB S.A. – Rue Eugène Rupper t, 12 – 2453 Luxembourg | 100% | UCB N.V. |
| UCB Lux S.A. – Rue Eugène Rupper t, 12 – 2453 Luxembourg | 100% | UCB N.V. |
| UCB S.C.A – Rue Eugène Rupper t, 12 – 2453 Luxembourg | 100% | UCB Lux S.A. |
| Mexico | ||
| UCB de Mexico S.A. de C.V. – Homero#440, 7fl Col. Chapultepec Morales – 11570 Mexico D.F. | 100% | UCB N.V. |
| Vedim S.A. de C.V. – Homero#440, 7fl Col. Chapultepec Morales – 11570 Mexico D.F. | 100% | Sifar N.V. |
| Nederland | ||
| UCB Finance N.V. – Lage Mosten 33 – 4822 NK Breda | 100% | UCB N.V. |
| UCB Pharma B.V. (Netherlands) – Lage Mosten 33 – 4822 NK Breda | 100% | UCB Finance N.V. |
| Noorwegen | ||
| UCB Pharma A.S. – Grini Naeringspark 8b – 1361 Osteras, Baerum | 100% | UCB Finance N.V. |
| Oostenrijk | ||
| UCB Pharma Gesellschaft m.b.H. – Geis elbergstrasse 17-19, 1110 Wien | 100% | UCB Finance N.V. |
| Polen | ||
| Vedim Sp. z.o.o. – Ul. Kruczkowskiego 8 – 00-380 Warszawa | 100% | Sifar N.V. |
| UCB Pharma Sp. z.o.o. – Ul. Kruczkowskiego 8 – 00-380 Warszawa | 100% | UCB N.V. |
| Portugal | ||
| UCB Pharma (Produtos Farmaceuticos) Lda – Ed. D. Amelia, piso 0 sala A2, | ||
| Quinta da Fonte, 2770-229 Paço de Arcos | 100% | Vedim Pharma S.A. |
| Vedim Pharma (Prod. Quimicos e Farma) Lda – Ed. D. Amelia, piso 0 sala A2, | UCB Pharma (Produtos | |
| Quinta da Fonte, 2770-229 Paço de Arcos | 100% | Farmaceuticos) Lda. |
| Naam en maatschappelijke zetel | Holding | Moedermaatschappij |
|---|---|---|
| Roemenië | ||
| UCB Pharma Romania S.R.L. – 40-44 Banu Antonache, 4th fl., district 1, 011655 Bucharest | 100% | UCB N.V. |
| Rusland | ||
| UCB Pharma LLC – Shturvaluaya 5 bldg 1 – 125364 Moscow | 100% | UCB N.V. |
| UCB Pharma Logistics LLC– Perevedenovky pereulok 13 bldg 21 – 105082 Moscow | 100% | UCB N.V. |
| Spanje | ||
| Vedim Pharma SA – Paseo de la Castellana 141, Planta 15 – 28046 Madrid |
100% | UCB N.V. |
| UCB Pharma S.A. – Paseo de la Castellana 141, Planta 15 – 28046 Madrid | 100% | Vedim Pharma S.A. |
| Tsjechië | ||
| UCB S.R.O. – Thámova 13 – 186 00 Praha | 100% | UCB N.V. |
| Turkije | ||
| UCB Pharma A.S. – Rüzgarlibahçe, Cumhuriyet Caddesi Gerçekler Sitesi, B-Blok Kat:6, Kavacik, | ||
| Beykoz – 34805 Istanbul | 100% | UCB Lux S.A. |
| Melusin Ilac ve Maddeleri Pazarlama TLS – Rüzgarlibahçe, Cumhuriyet Caddesi Gerçekler Sitesi, | ||
| B-Blok Kat:6, Kavacik, Beykoz – Istanbul | 100% | UCB Pharma GmbH |
| VK | ||
| Fipar – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd. |
| UCB Fipar Ltd, subs. of UCB Inc. – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB Inc. |
| Fipar U.K. Ltd, subs of UCB Fipar Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB Fipar Ltd |
| UCB (Investments) Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB Lux S.A. |
| Viking Trading Co Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| Vedim Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| UCB Watford Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| Celltech Group Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB Lux S.A. |
| Celltech R&D Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | Celltech Group Ltd |
| UCB Ireland – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB Lux S.A. |
| Celltech Japan Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | Celltech R&D Ltd |
| Celltech Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | Medeva Ltd |
| Chiroscience Group Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltdd |
| Chiroscience R&D Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| Darwin Discovery Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| Medeva Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| UCB Pharma Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | Evans Healthcare Ltd |
| Evans Healthcare Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | Medeva Ltd |
| Medeva International Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| Celltech Pharma Europe Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| International Medication Systems (U.K.) Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB Pharma GmbH |
| Oxford GlycoSciences – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| Oxford GlycoSciences (U.K.) Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | Oxford GlycoSciences |
| Oxford GlycoTherapeutics Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| Oxford GlycoSciences | ||
| Confirmant Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | (U.K.) Ltd |
| Schwarz Pharma Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | Celltech Group Ltd |
| Schwarz Pharmaceuticals Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| Medo Pharmaceuticals Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| Schwarz Pharma Employee Nominee Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE S lough, Berkshire |
100% | UCB (Investments) Ltd |
| Naam en maatschappelijke zetel | Holding | Moedermaatschappij |
|---|---|---|
| VS | ||
| UCB Holdings Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Finance N.V. |
| Fipar U.S. Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware | 100% | Fipar U.K. Ltd |
| UCB Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware | 100% | UCB Holdings Inc. |
| UCB Biosciences Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Inc. |
| UCB Pharco Inc. – 300 Delaware Avenue 9th floor – 19801 Wilmington, Delaware | 100% | UCB Inc. |
| Celltech U.S. LLC – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington Delaware |
100% | Medeva Ltd |
| UCB Manufacturing Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Inc. |
| UCB Technologies Inc. – C T Corporation System, 111 Eight Avenue, NY, 10011 New York | 100% | UCB Manufacturing Inc. |
| Upstate Pharma LLC – C T Corporation System, 111 Eight Avenue, NY, 10011 New York | 100% | UCB Inc. |
| Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. – 251 E. Ohio Street Suite 1100 – 46204 Indianapolis | 100% | UCB Manufacturing Inc. |
| uid-Korea | ||
| Korea UCB Co Ltd. – 5th Floor Grace tower 127 Teheran-ro 135-411 Seoul | 100% | UCB N.V. |
| weden | ||
| UCB Pharma AB (Sweden) – Stureplan 4C 4 van – 11435 Stockholm | 100% | UCB Finance N.V. |
| witserland | ||
| UCB Farchim S.A.(A.G. – Ltd.) – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Investissements S.A. |
| UCB Investissements S.A. – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Finance N.V. |
| Doutors Réassurance S.A. – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Investissements S.A. |
| UCB-Pharma AG – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle |
100% | UCB Investissements S.A. |
| Medeva Pharma Suisse S.A. – Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Investissement SA |
V. Verantwoordelijkheidsverklaring
Verantwoordelijkheidsverklaring
Wij bevestigen hierbij dat, naar ons beste weten, de geconsolideerde jaarrekening op 31 december 2012, opgesteld in overeenstemming met IFRS, zoals aangenomen door de Europese Unie, en met de wettelijke verplichtingen die in België van toepassing zijn, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, passiva, financiële positie en winst of verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het directieverslag een reëel overzicht geeft van de ontwikkeling en prestaties van het bedrijf en de positie van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden die zij verwachten.
Onder tekend door Roch Doliveux (CEO) en Detlef Thielgen (CFO) namens de Raad van Bestuur.
Roch Doliveux Chief Executive Officer
Detlef Thielgen Chief Financial Officer
Verslag van de commissaris aan de Algemene Vergadering der aandeelhouders over de geconsolideerde jaarrekening van UCB N.V. over het boekjaar afgesloten op 31 december 2012
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2012, zoals hieronder gedefinieerd, en omvat tevens ons verslag over andere door wet- en regelgeving gestelde eisen.
Verklaring over de geconsolideerde jaarrekening
Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van UCB N.V. ("de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") opgesteld in overeenstemming met International Financial Repor ting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans, de geconsolideerde winst-en verliesrekening, het geconsolideerde overzicht van de gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten, het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2012, evenals een toelichting die een overzicht van de voornaamste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing bevat. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt € 9360 miljoen en de geconsolideerde winst-en verliesrekening toont een winst van het boekjaar (aandeel groep) van € 256 miljoen.
Verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met International Financial Repor ting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne beheersing die het noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat.
Verantwoordelijkheid van de commissaris
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controleinformatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De selectie met betrekking tot uitgevoerde werkzaamheden is afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, inclusief diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risicoinschatting neemt de commissaris de interne beheersing van de groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen door de vennootschap van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, de redelijkheid van door het bestuursorgaan gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel. Wij hebben van de verantwoordelijken en van de Raad van Bestuur van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controleinformatie voldoende en geschikt is om daarop ons niet aangepast oordeel te baseren.
Niet aangepast oordeel
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening weergegeven op bladzijden 52 tot 119, een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de groep op 31 december 2012 evenals van haar geconsolideerde resultaten en geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar eindigend op die datum, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Verslag over andere doorwet- en regelgeving gestelde eisen
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van de Management verslag van Raad van Bestuur over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat is het onze verantwoordelijkheid om de naleving van bepaalde wettelijke en bestuursrechterlijke voorschriften na te gaan. Op grond hiervan sluiten wij de volgende vermelding in die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:
◆ De Management verslag van de Raad van Bestuur over de geconsolideerde jaarrekening weergegeven op bladzijden 17 tot 51 behandelt de door de wet vereiste inlichtingen en stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening. Wij kunnen ons echter niet uitspreken over de beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee de groep wordt geconfronteerd, alsook van haar positie, haar voorzienbare evolutie of de aanmerkelijke invloed van bepaalde feiten op haar toekomstige ontwikkeling. Wij kunnen evenwel bevestigen dat de verstrekte gegevens geen onmiskenbare inconsistenties vertonen met de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.
Brussel, 26 februari 2013
De commissaris PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren bcvba Ver tegenwoordigd door
Jean Fossion Bedrijfsrevisor
1. Inleiding
In overeenstemming met het Wetboek van Vennootschappen werd beslist om een verkor te statutaire jaarrekening van UCB N.V. te presenteren.
De statutaire jaarrekening van UCB N.V. wordt opgemaakt in overeenstemming met de bepalingen van de in België algemeen aanvaarde grondslagen voor de financiële verslaglegging (Belgische GAAP).
Het dient genoteerd te worden dat enkel de geconsolideerde jaarrekening zoals hierboven een getrouw beeld geeft van de financiële positie en resultaten van de UCB Groep.
De statutaire Commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgegeven, en verklaar t dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van UCB N.V. voor het jaar afgesloten op 31 december 2012, een getrouw beeld geeft van de financiële positie en resultaten van UCB N.V. in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire bepalingen.
In overeenstemming met de wetgeving, worden deze afzonderlijke jaarrekening, het Directieverslag van de Raad van Bestuur aan de algemene vergadering van aandeelhouders, het Verslag van de Raad van Commissarissen binnen de statutaire termijnen bij de Nationale Bank van België neergelegd.
Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.ucb.com of op verzoek aan:
UCB N.V. Corporate Communication Researchdreef 60 B-1070 Brussel (België)
| € miljoen | PER 31 december 2012 |
PER 31 december 2011 |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Oprichtingskosten | 25 | 31 |
| Immateriële activa | 0 | 0 |
| Materiële vaste activa | 7 | 7 |
| Financiële activa | 6993 | 6977 |
| Vaste activa | 7025 | 7015 |
| Vorderingen op meer dan 1 jaar | 1801 | 1 810 |
| Vorderingen op ten hoogste 1 jaar | 61 | 56 |
| Kor te-termijninvesteringen | 147 | 139 |
| Banktegoed en beschikbaar saldo | 122 | 84 |
| Overlopende rekeningen en transitorische posten | 18 | 26 |
| Vlottende activa | 2149 | 2 115 |
| Totaal activa | 9174 | 9 130 |
| PASSIVA | ||
| Kapitaal | 550 | 550 |
| Uitgiftepremie | 1601 | 1601 |
| Reserves | 3229 | 3079 |
| Overgedragen winst | 132 | 145 |
| Eigen vermogen | 5512 | 5375 |
| Voorzieningen | 57 | 51 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 57 | 51 |
| Schulden op meer dan 1 jaar | 2097 | 3 125 |
| Schulden op ten hoogste 1 jaar | 1418 | 540 |
| Overlopende rekeningen en uitgesteld inkomen | 90 | 40 |
| Kortlopende verplichtingen | 3605 | 3 704 |
| Totaal verplichtingen | 9174 | 9 130 |
3. Winst- en verliesrekening
| € miljoen | PER 31 december 2012 |
PER 31 december 2011 |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 46 | 44 |
| Bedrijfskosten | -87 | -118 |
| Bedrijfsresultaat | -41 | -74 |
| Financiële opbrengsten | 478 | 502 |
| Financiële kosten | -203 | -218 |
| Financieel resultaat | 275 | 284 |
| Bedrijfsresultaat voor belastingen | 234 | 210 |
| Uitzonderlijke opbrengsten | 94 | 1 072 |
| Uitzonderlijke kosten | -3 | -99 |
| Uitzonderlijk resultaat | 91 | 973 |
| Winst voor belastingen | 325 | 1 183 |
| Winstbelastingen | -2 | 19 |
| Voor bestemming beschikbare winst van het jaar | 323 | 1 202 |
4. Winstbestemmingsrekening
| € miljoen | PER 31 december 2012 |
PER 31 december 2011 |
|---|---|---|
| Voor bestemming beschikbare winst over het boekjaar | 323 | 1202 |
| Overgedragen winst van het vorige boekjaar | 145 | 148 |
| Te bestemmen winst | 468 | 1350 |
| Aan de wettelijke reserve | 0 | 0 |
| Aan overige reserves | -150 | -1025 |
| Bestemming aan eigen vermogen en reserves | -150 | -1025 |
| Over te dragen winst | -132 | -144 |
| Over te dragen resultaat | -132 | -144 |
| Dividenden | -186 | -181 |
| Uit te keren winst | -186 | -181 |
| Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, zal het | € 1,02 | € 1,00 |
| brutodividend worden bepaald op: | ||
| Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, en rekening | € 0,765 | € 0,75 |
| houdend met de fiscale regelgeving, zal het totale nettodividend na belasting per | ||
| aandeel worden bepaald op: |
De activiteiten van de UCB N.V. genereerden in 2012 een nettowinst van € 323 miljoen na belastingen. Na geaccumuleerde winst van € 145 miljoen in aanmerking te hebben genomen, is het bedrag dat beschikbaar is voor distributie € 468 miljoen.
Het geplaatst kapitaal van UCB N.V. is ver tegenwoordigd door 183365 052 aandelen zonder nominale waarde, per 31 december 2013, en een kapitaalsverhoging op 5 maar t 2013 van 52300 aandelen zonder nominale waarde. De 690 106 eigen aandelen werden verworven teneinde de uitoefening te honoreren van aandelenopties en toegekende aandelen toegekend aan de Raad van Bestuur en bepaalde categorieën van werknemers.
De Raad van Bestuur stelt een brutodividend van € 1,02 per aandeel voor, uit te betalen aan de aandeelhouders van 182727246 UCB aandelen, of een totale dividenduitkering van € 186 miljoen. Als de aandeelhouders van de Vennootschap dit voorgestelde dividend goedkeuren op de Vergadering van 25 April 2013, zal het nettodividend € 0,765 per aandeel betaalbaar zijn opf 7 mei 2013 tegen afgifte van of coupon nr 15, dat aan de aandelen aan toonder van de Vennootschap gehecht is.
5. Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaglegging
De Raad van Bestuur heeft de volgende beslissingen genomen in overeenstemming met Ar tikel 28 van het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 aangaande de implementatie van het Wetboek van Vennootschappen.
5.1. | Immateriële activa
Onderzoek- en ontwikkelingskosten worden geactiveerd als immateriële activa tegen hun aankoopprijs of kostprijs. Deze geactiveerde kosten worden volledig afgeschreven binnen het jaar, maar het verschil tussen het eigenlijke bedrag dat tijdens het jaar werd afgeschreven en het geactiveerde brutobedrag wordt verwerkt als een terugboeking van afschrijvingen in uitzonderlijke opbrengsten.
Deze kosten worden lineair afgeschreven tegen een percentage van 33 1 / 3%, over een afschrijvingstermijn van drie jaar op "pro rata temporis"-basis. De aankopprijs van patenten, licenties en soor tgelijke items wordt afgeschreven ofwel in overeenstemming met een zorgvuldige beoordeling van de economische levensduur van dergelijke immateriële vaste activa, of tegen een minimaal afschrijvingspercentage dat overeenstemt met het afschrijvingspercentage dat wordt gehanteerd door de activa die voor het patent of proces vereist zijn, of binnen een vaste afschrijvingstermijn van minstens vijf jaar, op "pro rata temporis"-basis.
5.2. | Materiële vaste activa
Materiële vaste activa die werden gekocht van derden zijn tegen aankoopprijs opgenomen in de activa in de balans; activa geproduceerd door de Vennootschap zelf zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs. De aankoop- of kostprijs wordt lineair afgeschreven op "pro rata temporis"-basis. De volgende afschrijvingspercentages werden toegepast:
| ◆ Administratieve gebouwen | 3% |
|---|---|
| ◆ Industriële gebouwen | 5% |
| ◆ Uitrusting / gereedschap | 15% |
| ◆ Meubilair en kantoorbenodigdheden | 15% |
| ◆ Voer tuigen | 20% |
| ◆ Computerapparatuur en kantoorbenodigdheden | 33,3% |
| ◆ Prototypemateriaal | 33,3% |
5.3. | Financiële activa
Deelnemingen worden gewaardeerd in overeenstemming met het aandeel dat wordt aangehouden in het eigen vermogen van de betrokken Vennootschap. Aandelenpar ticipaties die niet opgenomen zijn in de consolidatiekring, worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde. Een specifieke afschrijving is uitgevoerd wanneer een jaarlijkse waardering een permanent verlies in waarde toont.
5.4. | Vorderingen en verplichtingen
Deze worden tegen hun boekwaarde weergegeven. Vorderingen worden afgeschreven indien hun terugbetaling op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk onzeker of twijfelachtig is.
5.5. | Activa en verbintenissen uitgedrukt in vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta worden verwerkt tegen de wisselkoersen die gelden op de data van de transacties.
Niet-monetaire activa en verplichtingen (immateriële en materiële vaste activa, aandelen en aandelenpar ticipaties), uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. Gerealiseerde wisselkoesverschillen op transacties in vreemde valuta worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, evenals niet-gerealiseerde koersverliezen, terwijl niet-gerealiseerde koerswinsten in de balans worden opgenomen onder verworven kosten en uitgesteld inkomen;
5.6. | Voorzieningen
Alle risico's die de Vennootschap loopt maken het voorwerp uit van voorzieningen die elk jaar herzien worden, overeenstemmend met de regels voor voorzichtigheid, goede trouw en oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de normale waarde geboekt.
VIII. VIII. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Prestatie Rapport
- 1. Activiteiten van Maatschappelijk verantwoord ondernemen
- 2. Relevantie en dialoog met de stakeholders
- 3. Global reporting initiative (GRI)-indicatoren
- 4. GRI Bekendmaking
- 5. Personeels- en milieu gegevens
- 6. Bereik en principes van de verslaggeving
- 7. Verzekeringsverslag
Christer, heeft de ziekte van Parkinson
1. Activiteiten van Maatschappelijk verantwoord ondernemen
1.1. | Achtergrond
Dit is het vierde verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) dat de strategie van UCB op het gebied van maatschappelijke verantwoordelijkheid en duurzaam ondernemen beschrijft. Het verslag werd voorbereid en opgesteld door het MVO team in overeenstemming met de richtlijnen van verslaggeving, van het Global Repor ting Initiatief (GRI).
Op basis van ISAE3000, heeft KPMG voor een beperkt aantal indicatoren een assurance met een beperkte mate van zekerheid uitgebracht (zie de GRI-tabel aan het eind van deze sectie).
1.2. | Inleiding
In 2012 definieerde UCB een nieuwe strategie die werd voorgesteld aan het Uitvoerend Comité, wat tevens leidde tot een nieuwe naamgeving. De aanpassing van "Corporate Social Responsibility" tot "Corporate Societal Responsibility" (CSR) wil de nadruk leggen op de verantwoordelijkheid van het bedrijf ten opzichte van de samenleving in de breedste betekenis van het woord, zonder zich te beperken enkel tot de strikt sociale aspecten.
De nieuwe definitie van MVO was het resultaat van een combinatie van de gegevens van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties en het Global Footprint Network.1, 2 In deze rappor ten werden per land gegevens over gezondheid, welvaar t en opleiding en over de ecologische voetafdrukken gepubliceerd en die voor ons onze uitdaging concreet maakten. In ons streven om groei mogelijk te creëren en om onze impact op het milieu te beperken, hebben we bij UCB een patiënt- en planeetgerichte visie aangenomen. Hier worden twee dimensies met elkaar verzoend die als kritisch gelden op het vlak van duurzaamheid: (i) de menselijke ontwikkelingsindex voor gezondheid, welvaar t en levensstandaard als een indicator van de sociaal economische ontwikkeling; en (ii) de ecologische voetafdruk als indicator van de druk die de mens uitoefent op de planeet.
Wij hebben onze visie op MVO gedefinieerd door een antwoord te formuleren op de volgende vragen: hoe kan UCB een bijdrage leveren om gemeenschappen in ontwikkelingslanden te helpen een hogere menselijke ontwikkelingsindex te verkrijgen; en, hoe kan UCB zijn ecologische voetafdruk verder verkleinen?
1 The Ecological Wealth of Nations: Earth's Biocapacity as a New Framework for International Cooperation. Global Footprint Network, 2010, 13.
2 De gegevens van de menselijke ontwikkelingsindex werden gehaald uit het Human Development Report 2009 – Overcoming Barriers: Human Mobility and Development, UNDP, 2009.
1.3. | Patiëntgerichtheid
Een van onze sterke punten is het inzicht in epilepsie en onze wil en ons mogelijkheid om patiënten die met deze ziekte leven een behandeling aan te reiken. Vandaag zijn onze MVO activiteiten vooral gericht op patiënten in ontwikkelde landen. Met onze nieuwe patiëntgerichte MVO strategie willen we ook kansarme epilepsiepatiënten in ontwikkelingslanden bereiken. UCB wil dat realiseren door drie specifieke dimensies te ontwikkelen: opleiding en bewustmaking, diagnose, en behandeling – om de toegevoegde waarde voor de patiënten te verhogen.
1.3.1. | somMIGe projecten Vandaag
Afrika – Broeders van Liefde
Fracarita Belgium, de niet-gouvernementele organisatie (NGO) voor ontwikkelingssamenwerking van de Broeders van Liefde, streeft naar de verbetering van de gezondheidstoestand van de kwetsbaarste mensen, vooral kinderen en mensen met een lichamelijke beperking of een geestesziekte. Deze NGO is sterk verankerd in lokale gemeenschappen in 32 landen. Het par tnerschap met UCB concentreer t zich op mensen met epilepsie in Lubumbashi (Democratische Republiek Congo) en N'dera (Rwanda).
Samen willen we de negatieve spiraal doorbreken van armoede en geestesziekte en neurologische aandoeningen, zoals epilepsie. Epilepsiepatiënten en hun gezinnen de mogelijkheid bieden om terug te keren tot een normale levenswijze door blijvend steun te bieden voor een accurate diagnose en behandeling, maakt de kern uit van het project. Geneesheren en paramedisch personeel worden opgeleid in neurologie en krijgen materiaal ter beschikking om bewustmakingscampagnes te voeren voor studenten in scholen en voor patiënten en hun families in verschillende eerstelijns gezondheidscentra.
Het Centre neuropsychiatrique Joseph Guislain in Lubumbashi helpt patiënten met epilepsie in de stad en – door middel van mobiele teams – in naburige dorpen en steden (Kipushi, Likasi en Kitumaini). De Broeders van Liefde organiseren tweemaandelijkse bezoeken om een adequate opvolging te verzekeren en om te waken over de naleving van de behandeling – een wezenlijk aspect van het welzijn van de patiënten.
Het Centre neuropsychiatrique Ndera (Rwanda) is een referentieziekenhuis voor psychiatrie en beschikt over een nieuw ingerichte neurologieafdeling met 24 bedden voor de opname van patiënten met neurologische aandoeningen. Samen met de Rwandese Liga tegen Epilepsie wordt gewerkt aan bewustmaking en opleiding en aan het toegankelijk maken van een correcte diagnose en behandeling. In dit par tnerschap draagt UCB bij tot de wetenschappelijke en geavanceerde medische opleiding en training van geneesheren en paramedisch personeel.
India – Hope on Wheels
De oprichting van Hope on Wheels door ons Indiase UCB-dochterbedrijf is een piloot project om hulp te bieden aan patiënten met epilepsie in afgelegen gebieden van de staten Rajasthan en Karnataka.
Een mobiele kliniek moet opleiding, diagnose en behandeling toegankelijk maken door middel van creatieve oplossingen, zoals telegeneeskunde en doelgerichte par tnerships. Getrainde collega's doen regelmatig meer dan 150 dorpen en gemeenschappen aan. Gesteund door lokale medische collega's bestrijden ze in de dorpen de belangrijke sociale stigma's en de isolatie die met epilepsie gepaard gaan, en daarnaast werken ze ook aan de bewustmaking en de opleiding van patiënten en hun gezinnen. De wagen van de mobiele unit is uitgerust met de modernste neurologische apparatuur en wordt gebruikt om via telegeneeskunde in real-time consultaties met de neurologieafdeling van universitair ziekenhuizen te organiseren.
China – Project HOPE (Health Opportunities for People Everywhere)
Project HOPE beschikt over meer dan 55 jaar traditie op het vlak van algemene gezondheidseducatie en humanitaire bijstand, in een par tnerschap met verschillende organisaties en farmaceutische bedrijven.
In China heeft Project HOPE publieke en privépartners samengebracht om blijvende oplossingen aan te reiken voor gezondheidsproblemen en om de gezondheid in de gemeenschappen te verbeteren. Die samenwerking duurt al dertig jaar en wordt naar waarde geschat door het gezondheidsministerie, de Chinese partners en de weldoeners. Epilepsie bij kinderen is een ander belangrijk project dat de efficiënte samenwerking toont tussen UCB en Project HOPE om opleiding en een juiste diagnose en behandeling – en hoop – te brengen naar afgelegen gemeenschappen. Bij het project zijn de neurologieafdelingen betrokken van tien universitaire ziekenhuizen. Zij focussen op kinderen met epilepsie en hun gezinnen, door middel van gezondheidseducatie en professionele training met de steun en de medewerking van UCB.
Gezinsplanning en zwangerschap in het kader van immunologie
Op dit ogenblik krijgen vrouwen en mannen met ernstige chronische ziekten, zoals immunologische aandoeningen, vaak geen optimaal of gelijkvormig medisch advies of ondersteuning op het vlak van gezinsplanning en zwangerschap. Dat leidt tot grote angst bij deze patiënten en is het gevolg van een algemeen gebrek aan bewustzijn en feitenkennis op het complexe gebied van zwangerschap tijdens een ernstige ziekte of, omgekeerd, van ziekte die optreedt in de loop van een zwangerschap.
FPPi (Family Planning and Pregnancy in Immunological Diseases) is een medisch opleidings- en par tnerschapsinitiatief dat UCB wereldwijd lanceerde. De uiteindelijke doelstelling van het FPPiinitiatief is de verbetering van het lot van patiënten met een immunologische ziekte en hun kinderen door:
- ◆ het bevorderen van een sterker bewustzijn en een beter inzicht in de problemen in verband met gezinsplanning en zwangerschappen in een immunologiecontext;
- ◆ het stimuleren van onderzoek om kennislacunes te vullen.
Zo blijkt uit het FPPi-initiatief onze patiëntgerichte leiderschapsvisie.
Wereldgezondheidsorganisatie
Epilepsie is een prioriteit binnen het mental health Gap Action Programme (mhGAP) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). In dit domein hebben WGO en UCB een akkoord gesloten om samen te werken in een 4 jaar project om de behandelingskloof voor epilepsie te verminderen in twee ontwikkelingslanden (landen worden in 2013 geïdentificeerd).
1.4. | Planeetgerichtheid
Al onze activiteiten oefenen rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed uit op de planeet waarop we leven. Rechtstreeks, zijn het vooral onze fabrieken en researchcentra die verantwoordelijk zijn voor onze afvalproductie, energie – en waterverbruik en voor de uitstoot van broeikasgassen. Onrechtstreeks draagt ook de volledige waardeketen, met inbegrip van onze par tners (leveranciers, producenten, transpor teurs), bij tot onze ecologische voetafdruk door afvalproductie, uitstoot van broeikasgas en water-, brandstof-, gas- en elektriciteitsverbruik. UCB streeft naar een continue verbetering van zijn ecologische voetafdruk door zijn management, medewerkers en belanghebbenden actief te betrekken in zeven prioritaire domeinen:
- 1. de naleving van wetten en richtlijnen;
- 2. het verantwoord gebruik van natuurlijke grondstoffen;
- 3. de verbetering van de energie-efficiëntie en de verkleining van de CO2 -voetafdruk;
- 4. de bevordering van groene chemie;
- 5. emissiecontrole;
- 6. actief afvalstromenbeheer: preventie, sor tering en hergebruik;
- 7. de toepassing van milieuvriendelijkere principes van levenscyclusbeheer.
Na drie jaar van grondige verslaggeving, werken we momenteel vooral aan de verbetering van onze rappor teringsprocessen en – systemen om de nauwkeurigheid waarmee we verslag uitbrengen verder te verbeteren.
In een volgende stap zullen voor elk van deze zeven domeinen prestatie-kernindicatoren (key performance indicators, KPI's) worden opgesteld. Aan de hand daarvan zullen we zowel op site als op corporate niveau kor te en lange termijn doelstellingen definiëren.
1.5. | MVO bestuur
Om de beleids- en implementatieprocessen voor MVO te ontwikkelen en te sturen, heeft UCB een MVO team en een MVO Board opgericht.
Het MVO team heeft het beheer en de invoering van het beleid en de acties als hoofdopdracht, en kan daarvoor een beroep doen op het netwerk van zijn gemotiveerde UCB collega's in de verschillende landen. De MVO Board wordt gesponsord door twee leden van het Uitvoerend Comité en bestaat uit functionele en senior managers die om de twee maanden vergaderen. De Board staat in voor de bepaling van de koers en de opstelling van richtlijnen voor MVO beleid en evaluatie van de MVO activiteiten.
In beide MVO organen worden de voor UCB belangrijkste maatschappelijke onderwerpen geëvalueerd en geselecteerd op basis van UCB's fundamentele bedrijfsprincipes en kernwaarden. Dit alles geschiedt in nauwe samenwerking met onze belangrijkste stakeholders. Binnen onze "shared UCB"
visie verfijnt het controleproces aanhoudend de interne en externe relevantie van de MVO-onderwerpen en controleer t het de externe impact ervan. Dit controleproces op basis van een ID card-methode houdt systematisch rekening met de opgedane ervaringen. Het evolueer t daarom voor tdurend, steunend op de feedback van geselecteerde categorieën patiënten en externe belanghebbenden om onze waarde voor de patiënten en voor de planeet te versterken.
De UCB collega's delen een passie voor deze patiënt- en planeetgerichte initiatieven. Ze verwerken hun diepgaande ziekte- en patiëntenkennis, creativiteit en compliance in hun dagelijkse activiteiten. Een duurzame zorg voor patiënten met ernstige aandoeningen staat is de kern van alles wat UCB doet. Onze UCB collega's zijn onze meest kritische belanghebbenden, en dankzij hen kan UCB steunen op een uitgebreid netwerk van externe stakeholders: gezinnen van UCB-collega's, pleitbezorgers van patiëntenbelangen, scholen, organisaties, plaatselijke gemeenschappen, verenigingen, overheden, NGO's, media en wetenschappelijke en academische gemeenschappen.
1.6. | Erkenning
1.6.1. | ECPI en duurzaamheid
ECPI® is een toonaangevende onafhankelijke onderneming die zich richt op duurzaamheidsonderzoek, -beoordeling en -indexen. Sinds 1997 is deze actief op het vlak van onderzoek naar de integratie van immateriële waarden en niet-traditionele risicofactoren, met andere woorden milieu-, sociale en beleidsinformatie (environmental, social and governance, ESG). ECPI® levert eenvoudige, veelzijdige en betrouwbare beleggingsinstrumenten en -oplossingen om ook andere dan louter financiële gegevens te betrekken in het investeringsproces. Sinds december 2012 is UCB opgenomen in twee socialeverantwoordelijkheidsindexen van ECPI®. De eerste is de ECPI EMU Ethical Equity-index, een naar beurswaarde gewogen index die bestaat uit een korf van 150 in de eurozone beursgenoteerde bedrijven, geselecteerd op basis van hun goede praktijken op sociaal, milieu- en ethisch vlak. De tweede is de ECPI Euro Ethical Equity index, een index van 150 bedrijven met hoge beurswaarde op de Europese markt die mogelijke beleggingen vormen in overeenstemming met de ECPI SRI Screening Methodology.
1.6.2. | Top 100 van de duurzaamste bedrijventerwereld
Op 23 januari 2013 werd op het Wereld Economisch Forum in Davos (Zwitserland) de negende jaarlijkse top 100 van de duurzaamste bedrijven ter wereld bekendgemaakt. Voor het eerst was UCB in deze index opgenomen, op de 76ste plaats van het algemeen klassement.
Deze top 100 is een vooraanstaande ranking van de prestaties op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hij wordt opgesteld door Corporate Knights, een gespecialiseerd bedrijf dat actief is op het gebied van media en financiële informatie. Corporate Knights wordt internationaal beschouwd als toonaangevend voor het meten van de financiële waarde van duurzaamheid. De ranking is gebaseerd op tot het publieke domein behorende gegevens (zoals financiële rapporten en MVO verslagen). Van de om en nabij de vierduizend middelgrote, grote en zeer grote bedrijven verschijnen honderd bedrijven op de shortlist. Zij worden beoordeeld op maximaal twaalf KPI's binnen de domeinen van grondstoffen-, personeels- en financieel beheer.
2. Relevantie en dialoog met de stakeholders
De relevantiecontrole werd op informele wijze uitgevoerd, door aandachtig te luisteren naar wat onze voornaamste par tners verklaren belangrijk te vinden. Het is onze bedoeling om deze relevantiecontrole in de toekomst te formaliseren door onze collega's betrokken te houden maar ook rekening te houden met externe stakeholders en om te garanderen dat de initiatieven van UCB een meetbare en duurzame invloed hebben voor de patiënten.
Ook al is er nog geen formeel verslag opgemaakt, beschrijven we enkele voorbeelden van de dialoog met onze belangrijkste stakeholders.
De doelstellingen, voor tgang en resultaten van de MVO projecten worden met onze collega's besproken op personeelsvergaderingen en -events, via nieuwsbrieven en verslagen van bezoeken. Onze medewerkers vinden er de gelegenheid om commentaar te leveren en vragen te stellen over de MVO projecten van UCB. Hierdoor betrekken wij onze collega's bij onze MVO initiatieven en verwelkomen innoverende initiatieven die door hen worden ondersteund. Het MVO team onderzoekt verder hoe zij kunnen worden betrokken bij het selectieproces van de projecten en bij de implementering en uitvoering van de programma's.
Ook de buitenwereld wenst meer te weten over UCB's MVO initiatieven en -acties, en daarvoor verwelkomen we enquêtes en interviews. Deze werpen een licht wat UCB en hoe UCB deze initiatieven uitvoer t. Deze interactie biedt altijd de mogelijkheid een constructieve en leerzame dialoog te star ten over waar UCB staat en waar onze prioriteiten moeten liggen.
Vorig jaar onderhield UCB contacten met tal van NGO's om mogelijkheden te identificeren, te definiëren en te ontwikkelen voor een geïntegreerd zorgsysteem voor kansarme patiënten met epilepsie in ontwikkelingslanden. Deze discussies werden steeds gehouden met het oog op de ontwikkeling en introductie van daadkrachtige en duurzame projecten voor een betere gezondheid en levenskwaliteit, een beter werk en een betere sociale integratie van deze patiënten.
UCB wil een actieve par tner zijn om de levenskwaliteit te verhogen van patiënten met een ernstige ziekte door te werken aan een hecht netwerk van patiënten en zorgverleners, leveranciers en aannemers, organisaties en overheden, wetenschappers, par tners en bestuurders, door een open en eerlijke dialoog en door de inzet van de UCB medewerkers ten bate van kansarme patiënten.
Een zeer concreet initiatief om onze collega's te betrekken bij de strategische beslissingen van UCB is de ideeëncampagne "Rise of the Patients".
Gezondheidszorg zal tijdens het volgende decennium persoonlijker worden, en er wachten ons tal van uitdagingen. Hoewel de groei van de gezondheidsuitgaven moet worden gecompenseerd door meer efficiëntie en besparingen, zal gezondheid een individuele keuze worden. Patiënten zullen op een andere wijze omgaan met hun zorgverleners en de betalers. Tegen de achtergrond van een wil tot verandering lanceerde UCB in juni 2012 een eerste ideeëncampagne. Daarbij werd de kracht van het creatieve en cultureel diverse denken van UCB's talenten samengebracht en werden er twee eenvoudige vragen gesteld: (i) welke concrete acties moet UCB ondernemen om een betrouwbare par tner te zijn die informatie en oplossingen voor patiënten lever t, en (ii) welke concrete acties moet UCB ondernemen om een duidelijk inzicht te krijgen in de patiënten? De ideeëncampagne "Rise of the Patient" leverde 435 ideeën op van 291 mensen uit 23 landen en in 7 talen. Over deze ideeën werd 226 keer commentaar geleverd en in drie weken tijd werden er 2 495 stemmen uitgebracht. Dit alles getuigt van betrokkenheid en engagement, inzicht in de patiënt en par tnerschap.
Na een eerste beoordeling evalueerden de leden van de New Journey Board de ideeën volgens hun mogelijk strategische impact en haalbaarheid, en werden er drie pilotprojecten gestar t:
- ◆ de introductie van een functie van patiëntencontactpersoon – het concept evalueren van een patiëntencontactpersoon om steun te bieden aan en bruikbare inzichten te verkrijgen van de patiënten;
- ◆ luisteren naar onze klanten het verkrijgen van een duidelijk beeld van hun noden;
- ◆ het opbouwen en verbeteren van de relatie patiëntgezondheidswerker.
Naast de kwaliteit van de geformuleerde ideeën kwam de grootste impact van deze denkoefening voor t uit de betrokkenheid en de bereidheid van onze collega's, die zochten naar wegen om hun onschatbare kennis te delen en uit te bouwen, op enthousiaste en vrijwillige basis. Mensen uit alle geledingen van de organisatie, die op het eerste gezicht niet veel met elkaar gemeen leken te hebben, kwamen samen om te bouwen aan oplossingen om de levenskwaliteit van de patiënten te verbeteren.
3. Global reporting initiative (GRI)-indicatoren
3.1. | Arbeidsomstandigheden
3.1.1 | Onzetalenten
Het talent en de inzet van onze medewerkers geeft UCB de mogelijkheden om een belangrijke verbetering te brengen in de levenskwaliteit van mensen met ernstige aandoeningen. Eind 2012 werkten bij UCB wereldwijd 9048 mensen, met 70 nationaliteiten en bijna gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen (respectievelijk 53 en 47%).
UCB is actief in 37 landen. 47% van onze UCB medewerkers werken in Europa, 23% in Noord-Amerika, 18% in Azië-Pacific en Australië, en 12% in de rest van de wereld.
UCB stimuleer t zijn medewerkers om hun diversiteit, hun talenten, hun vaardigheden, hun creativiteit en samenwerking tot uiting brengen. Het is noodzakelijk voor UCB om zijn medewerkers in goede onderlinge verbondenheid op een innovatieve wijze en in een open dialoog te laten samenwerken. Zo kan een stipte naleving van strategieën bekomen worden en zo kunnen onze engagementen nagekomen worden om voor onze patiënten een blijvende meerwaarde te bieden.
Bij UCB is het aanvaarden van verschillen een bouwsteen om de verschillen van opvattingen en openheid voor andere standpunten te verwelkomen, om te leren van ervaringen, vaardigheden en instellingen van UCB medewerkers, om standpunten van verschillende oorsprong van scholing, geslacht, leeftijd en etniciteit te respecteren en te vertrouwen, en om niet tot stilstand te komen in een steeds veranderende wereld. Gebruik makend van deze diversiteit, streeft UCB naar een actieve participatie en een integratie om creativiteit en innovatie aan te moedigen.
2012 was voor UCB het jaar van de introductie van een performante organisatie, het benutten van de investeringen van de voorbije jaren in zijn medewerkers, en het aantrekken van bijkomende topwetenschappers en leidinggevende talenten. In het middenmanagement lag de verhouding van de externe aanwervingen ten opzichte van interne promoties op 56 / 44. UCB is inderdaad aanhoudend op zoek naar de vaardigheden die het bedrijf in de toekomst nodig zal hebben, vooral op het vlak van wetenschap, biotechnologie, verkoop, geneesmiddelenbewaking en medische vragen, en UCB onderkent eveneens het belang van het ontwikkelen en behouden van belangrijke talenten in het bedrijf.
Medewerkers: verdeling man / vrouw & per regio
Medewerkers & verdeling man / vrouw
Medewerkers: leeftijdpiramide Evolutie van verloop
zijn communicatie op vernieuwde wijze, om uitwisselingen, samenwerking en gemeenschappelijke ontwikkelingen te vergemakkelijken.
Bouwen aan wat ons verbindt, onze waarden naleven en onze strategie volgen zonder beperkingen en grenzen vraagt een cultuur delen, diversiteit aanvaarden, openstaan tot en zich bewust zijn van culturele intelligentie, inleven in de manier van werken van medewerkers.
Ons management team, bestaat uit 141 mensen met 18 verschillende nationaliteiten, met een grotere par ticipatie van vrouwen ten opzichte van vorig jaar (22% in 2012 vs. 18% in 2011) en met 52% tussen de leeftijd van 35 to 50 jaar en 48% ouder da 50 jaar.
Medewerkers: verdeling man / vrouw en per functie
1219
657 1520
320
Admin. / Ondersteuning
2114
2208
Kader Professionelen
31 110
Man Vrouw 2011 2012
3.1.2. | Diversiteit – een gedeelde cultuur
276 593
Technische Operatoren
In de loop der jaren is UCB geëvolueerd tot een volgroeid biotechnologiebedrijf. Om in de toekomst succesvol te zijn, zijn de inzet van het personeel en de arbeidscultuur van vitaal belang. De inzet van het personeel is een sleutelfactor tot vooruitgang in 2013: voor tbouwen op wat medewerkers samenbrengt – UCB's patiëntgerichtheid – en de diversiteit van de UCB-medewerkers in de hele wereld bevorderen en benutten. Arbeidscultuur vraagt een actief uitwisselen en vergaren van kennis over patiënten, klanten, ar tsen en derde betalers, en vereist een creatieve uitwisseling van kennis en exper tise binnen deze essentiële relaties. Onderlinge interacties zijn onontbeerlijk voor een verbondenheid, voor een goede samenwerking en voor een efficiënte co-creatie van een betere toekomst. De IT-afdelingen van UCB blijven bouwen aan nieuwe uitwisselingsplatformen en het bedrijf benader t
steuning
Medewerkers: verdeling per organisatie
2433
3.1.3. | Opleiding en ontwikkeling
In de ontwikkeling van de UCB medewerkers nemen opleiding en de verbetering van vaardigheden een belangrijke plaats in.
Elk jaar werkt de UCB opleidingsafdeling aan nieuwe trainingsprogramma's van persoonlijke en technische ontwikkeling. Deze programma's bestaan uit online modules, uit klaslokaal training en uit coaching on the job. De doelstellingen zijn het streven naar compliance, betere prestaties en deelnemen aan andere verantwoordelijkheden, nieuwe uitdagingen en groeimogelijkheden.
In 2012 investeerde UCB € 11,5 miljoen in de ontwikkeling van onze medewerkers. Meer dan 6 500 training waren beschikbaar voor UCB medewerkers.
Wij konden meer efficiëntere opleidingsprogramma's organiseren met een gemiddelde aantal trainingsuren per persoon van bijna 26 uur. In het totaal vertegenwoordigt dit 233754 uren in 2012. De trainingsuren waren bijna gelijk verdeeld tussen mannen en vrouwen, met respectievelijk 51% en 49%.
UCB gelooft dat werknemers van de biofarmaceutische industrie een zelfde basistraining moeten volgen, als draagvlak en garantie dat de patiënt in het centrum staat van alles wat we doen – van de tuinman tot de CEO en voor iedereen op de niveaus daar tussen.
Beleidsrichtlijnen van het bedrijf en opleiding
Op dit ogenblik zijn drie bedrijfswijde beleidsrichtlijnen opgesteld: de gedragscode, IT-beveiliging en geneesmiddelenbewaking, met op 31 oktober 2012 nalevingspercentages van respectievelijk 95,0%, 90,6% en 92,4%. Het nalevingspercentage drukt het aandeel van alle actieve interne UCB-medewerkers de training van de beleidsrichtlijnen hebben gevolgd.
Eind 2012 werden aangepaste versies van de gedragscode en IT-beveiliging afgewerkt en werden aangepaste trainingsmodules geïntroduceerd.
Uren opleiding per medewerker in 2012
Nieuwe trainings- en ontwikkelingscursussen
Verschillende trainings- en ontwikkelingscursussen werden voorbereid en ingevoerd. Hieronder meer gegevens over een aantal van deze cursussen:
Leiderschapsontwikkelingsprogramma's
Het concept "leiderschapspijplijn" werd ingevoerd in 2012. Het verwijst naar de geplande overgangen die toekomstige leiders voorbereiden op een succesvolle verdere loopbaan alsook naar de beschikbaarheid van leidinggevenden in de eigen organisatie.
Ons betrachting is dat toekomstige leidinggevenden begrijpen welke kennis en gedragswijzen van hen worden verwacht naarmate ze naar nieuwe posities groeien en dat ze leren omgaan met vaardigheden en verwachtingen voor en na een transitie.
Er werden vier kritische transities geïdentificeerd en specifieke programma's opgesteld:
- ◆ van individuele medewerker tot leidinggevende voor anderen (Accelerate);
- ◆ van leidinggevende voor anderen tot leidinggevende voor managers (Navigate);
- ◆ van leidinggevende voor managers tot het managen van een business (Orchestrate);
- ◆ van het managen van een business tot het managen van een bedrijf (Elevate).
Elk managementprogramma bevat een verscheidenheid van mensen die verschillende functies vervullen om zoveel mogelijk kennis samen te brengen en om de individuele groei en de veerkracht te stimuleren. Elk programma combineer t klassikale training, e-learning, coaching en praktijkgericht leren. Een programma beslaat meerdere maanden, om tussen de modules in de kennisoverdracht te optimaliseren.
Elk van de programma's ondersteunt de strategieën, waarden en doelstelling van UCB.
In 2012 hebben 113 collega's (58% mannen en 42% vrouwen) aan een van deze transitieprogramma's deelgenomen.
UCB trainingsprogramma voor de ontdekking en ontwikkeling van geneesmiddelen: de ministage
Het UCB-trainingsprogramma voor de ontdekking en ontwikkeling van geneesmiddelen biedt medewerkers de mogelijkheid een betere en ruimere kennis over de ontdekking en ontwikkeling van geneesmiddelen bij UCB te verkrijgen.
Het is de doelstelling van dit programma om:
- ◆ de kennis en exper tise binnen de organisatie uit te breiden;
- ◆ een belangrijke motivator en beïnvloeder te zijn;
- ◆ kennis en samenwerking tussen verschillende functies te vergemakkelijken.
In 2012 werden 29 trainingssessies georganiseerd, waaraan 388 UCB-collega's hebben deelgenomen.
Online biofarma-trainingsmodules
Tussen 2011 en 2012 werden zeven verschillende onlinemodules gecreëerd om UCB-medewerkers een beter inzicht in de biofarmaceutica te geven.
Eind 2012 hadden meer dan 800 collega's minstens één van deze modules gevolgd.
3.1.4. | Talent en overzichtvan de organisatie
UCB is gedreven door een cultuur van prestatie met jaarlijkse bepaling van SMART objectieven, halfjaarlijkse herziening van deze objectieven en een finale evaluatie op het einde van het jaar, en met de mogelijkheid voortdurend terugkoppeling te geven gedurende het jaar. Dit proces streeft ernaar om de organisatie te richten op gemeenschappelijke objectieven dewelke bereikbaar en meetbaar zijn. Ten minste 89% (8056 medewerkers met 50 / 50 man / vrouw verhouding) namen deel en vervolledigden deze jaarlijkse cyclus. Medewerkers worden beloond en erkend voor hun persoonlijke bijdrage tot het succes van de onderneming.
Het talen en overwicht van de organisatie is eveneens ontwikkeld tot het erkennen van sleutel talenten, op basis van hun prestatie en hun mogelijkheid verder te groeien. Een belangrijke uitkomst is het ontwerpen en verwezenlijking van actieplannen om deze medewerkers verder te ontwikkelen, te engageren en te behouden. It is eveneens een wijze om opvolgers te identificeren en te begeleiden voor onze meest kritische posities. In 2012 heeft UCB 57% van de medewerkers beoordeeld en 30% werden geïdentificeerd als top talent voor de toekomst.
3.1.5. | Welzijn op hetwerk
Het is voor UCB een topprioriteit om een positieve werkomgeving te creëren waar de doelstellingen van zowel het bedrijf als het individu worden gerealiseerd en waar mensen hun talenten kunnen ontplooien. Welzijn in een professionele context omvat aandachtspunten zoals veiligheid op het werk, de gezondheid van de medewerker, door het werk veroorzaakte psychosociale stress, hygiëne, ergonomie, verfraaiing van de werkplek en milieubeheer.
In die zin werden in onze verschillende vestigingen en filialen tal van initiatieven gelanceerd. In België bijvoorbeeld werd in 2012 een initiatief ingevoerd om een werkomgeving en werkomstandigheden te creëren die leiden tot meer welzijn. Er werden concrete inspanningen geleverd op het vlak van communicatie, opleiding en coaching en onder onze collega's werden negen welzijnsambassadeurs aangesteld om bij te dragen tot het juiste evenwicht tussen prestaties en welzijn voor iedereen. Aangemoedigd door het management, hebben deze ambassadeurs zich er toe verbonden om hun collega's in alle ver trouwelijkheid te ondersteunen.
Aanwervingen per regio (eind van het jaar 2012)
Vertrek 2012 – 2011 (per leeftijdsgroep)
MAN Vrouw
2012
Wij zijn overtuigd dat dit programma perfect beantwoordt aan de "zorgwaarde" van UCB als een sociaal geëngageerd werkgever.
In onze vestigingen in Brussel en Eigenbrakel werden verschillende conferenties en programma's georganiseerd. Enkele voorbeelden hiervan zijn: voorstellingen over energie en voeding, slaapkwaliteit en sofrologie (die werden bijgewoond door 130 tot 170 collega's), het programma gewichtscontrole werd gevolgd door 60 personen. Screening programma's inzake melanoom, borst- en prostaatkanker werden geïnitieerd.
3.1.6. | Gezondheid enveiligheid
In 2012 namen de werk gerelateerde ongevallen zowel in aantal als qua ernst licht toe in vergelijking met 2011. De belangrijkste oorzaken voor arbeidsongevallen waren glij- en struikelpartijen (29%), auto-ongevallen (26%) en contact met vaste of bewegende objecten (18%). Er waren geen dodelijke ongevallen.
Wereldwijd werd de frequentiegraad (Lost Time Injury Rate, LTIR) voor 2012 berekend op 2,26 incidenten met meer dan
een dag afwezigheid per miljoen gewerkte uren. De ernstgraad (Lost Time Severity Rate, LTSR) werd wereldwijd berekend op 0,06 verloren dagen per duizend gewerkte uren. De stijging van de frequentiegraad was vooral te wijten aan het gestegen aantal auto-ongevallen waarbij UCB-werknemers tijdens hun werktijd waren betrokken. In totaal deden 41% van de gerapporteerde Lost Time-incidenten zich voor buiten de UCB vestigingen.
De invoering van een wereldwijd veiligheids & gezondheidsdashboard, met nadruk op het tijdig opstellen van ongevallen, onderzoeksrappor ten en correctieve en preventieve maatregelen, evenals de aangehouden focus op het uitwisselen van de beschikbare VGM-kennis, -vaardigheden en -know-how, leidden tot een duidelijke verhoging van het veiligheidsbewustzijn.
In 2012 werd tevens aandacht besteed aan het in 2011 opgestar te programma voor de verdere verbetering van de arbeidshygiëne in de onderzoeks- en productieomgevingen.
Ernstgraad (Lost Time Severity Rate – LTSR)
Frequentiegraad (Lost Time Incident Rate – LTIR)
3.1.7. | Betrokkenheidvan onze medewerkers: UCB Voices
UCB Voices, de internationale enquête rond personeelsbetrokkenheid, werd in september 2012 voor het tweede jaar op rij georganiseerd. Er blijkt een positieve verbetering van de personeelsbetrokkenheid uit in vergelijking met het vorige jaar, ook voor een aantal vragen die direct betrekking hebben op het welzijn op het werk:
| Positieve antwoorden 2012 |
Positieve antwoorden 2011 |
Evolutie | |
|---|---|---|---|
| Personeelsbetrokkenheid | |||
| Ik ben er trots op om voor UCB te werken. | 73% | 66% | +7% |
| Over het algemeen ben ik tevreden met UCB als werkomgeving. | 79% | 76% | +3% |
| Ik zou UCB aanraden als een geweldige plek om te werken. | 71% | 62% | +9% |
| Ik denk er zelden aan een nieuwe baan bij een ander bedrijf te zoeken. | 63% | 56% | +7% |
| elzijn | |||
| Mijn werk geeft me een gevoel van persoonlijke voldoening. | 76% | 79% | -3% |
| Op mijn werk wordt goed gebruik gemaakt van mijn talenten, vaardigheden en vakkennis. |
77% | 75% | +2% |
| Ik ben in staat om mijn verantwoordelijkheden op het werk zodanig in te vullen dat ik een gezonde balans kan vinden tussen mijn werk en mijn privé-leven. |
68% | 66% | +2% |
| Mijn directe manager behandelt mij met respect en tact | 84% | 81% | +3% |
| I feel I am par t of a team | 82% | 78% | +3% |
In 2012 haalden we een deelname van 86% op deze enquête; een stijging ten opzichte van de 78% uit 2011. Met andere woorden, meer dan 7 500 van onze collega's hebben het belang van hun deelname aan de enquête aangegrepen om een stem te krijgen in de acties die in 2013 zullen worden ondernomen. Inderdaad, de 2011 feedback van onze collega's heeft bijgedragen tot tal van de verbeteringen, ontwikkelingen en acties die we in 2012 in ons bedrijf hebben ondernomen.
Enkele voorbeelden van acties die we hebben uitgevoerd als follow-up van de enquête zijn de volgende:
◆ In overeenstemming met het streven naar verbondenheid, samenwerking, en co-creatie (Connect, Collaborate & Co-create) en met de doelstelling om het ver trouwen in de toekomst te versterken, werd de interactiviteit tussen het UCB medewerkers en het Uitvoerend Comité beduidend versterkt. Regelmatige Lync-calls met elk lid van het Uitvoerend Comité die openstonden voor alle medewerkers vormden een aanmoediging voor een open conversatie en brachten een antwoord op vragen van medewerkers. Honderden van onze collega's namen deel aan deze webcalls.
◆ Er werd een bedrijfsbrede werkgroep opgericht om mogelijkheden te bestuderen en verbeteringsmaatregelen in te voeren met betrekking tot internationale processen, om het bewustzijn rondom efficiëntie te verhogen en efficiëntie efficientie te verbeteren. Verschillende doelstellingen op korte en langere termijn werden gedefinieerd om internationale verbeteringsmogelijkheden die werden bepaald te realiseren.
3.2. | Gemeenschap
3.2.1. | Mensenrechten en corruptiebestrijding
Onze gedragscode beschrijft een integere handelwijze en vermeldt de algemene principes van zakendoen en ethiek die we verwachten van alle UCB medewerkers alsook van derden die werken voor UCB. In 2012 werd de gedragscode aangepast. De veranderingen aan de inhoud waren de volgende:
- ◆ Inieuwe vereisten van de US Corporate Integrity Agreement (CIA) werden toegevoegd (zoals een hoofdstuk sociale media) en de Britse anti-corruptiewet werd opgenomen in het hoofdstuk antitrust;
- ◆ Ieen duidelijke vermelding van onze verbintenis tot maatschappelijk verantwoord ondernemen;
- ◆ Ieen toevoeging van de UCB Integrity Line, de hotline die kan worden gebruikt voor het melden van mogelijk inbreuken tegen de compliance;
- ◆ Ihet hoofdstuk over geschenken en uitnodigingen werd herschreven om het gebruik van reclamecadeaus te verbieden.
De gedragscode bevat de tien essentiële principes van het United Nations Global Compact (UNGC) over mensenrechten, arbeid, milieu en corruptiebestrijding.
De doelstellingen van de gedragscode zijn de volgende:
- ◆ richtlijnen verstrekken over de geest en de algemene richting van onze zakelijke praktijken;
- ◆ richtlijnen verstrekken over wat UCB verwacht van al zijn medewerkers en derden die werken voor UCB;
- ◆ een aantal ethische principes aanreiken die ons begeleiden in het beslissingsproces.
De gedragscode kan worden teruggevonden op de externe UCB-website onder "Governance".
In 2012 hadden 40% van de UCB medewerkers (35% management en 40% non-management) de training met succes beëindigd (goed voor ongeveer 3 600 uren). Dit bracht de compliance op 95% van het personeelsbestand van UCB (2011: 96%; 2010: 97%; 2009: 80%).
De gedragscode zal in de vorm van een link worden toegevoegd aan al onze contracten met externe partners, om te garanderen dat ook onze partners handelen in overeenstemming met de beschreven principes van de gedragscode.
3.2.2. | Onze betrokkenheid bij plaatselijke gemeenschappen
Als onderdeel van onze patiëntgerichtheid en om een nog beter inzicht te krijgen in ernstige ziekten, ondersteunt UCB een aantal programma's voor patiënten en hun gezinnen. Als we rekening houden met de giften van meer dan € 10 000, dan werd in 2012 meer dan € 1 miljoen uitgegeven voor de ondersteuning van gemeenschapsprojecten en schenkingen aan liefdadige instellingen over de hele wereld, waaronder productdonaties en programma's voor patiëntondersteuning.
De eerste verjaardag van levetiracetam in Japan
Een conferentie voor de eerste verjaardag van de introductie van levetiracetam in Japan werd bijgewoond door 512 zorgverleners. Hier werd ook het thema "Patient Empowerment" geïntroduceerd. Voor het eerst ook kon een Japanse patiënt met epilepsie zich richten tot een select publiek van experts. Deze patiënt vertelde: "Het was hartverwarmend om mijn bedenkingen
over epilepsie te kunnen delen met de artsen en de rest van het publiek." Een arts merkte op: "Ik ben al op veel van deze conferenties geweest, maar nog nooit heb ik een patiënt het woord horen nemen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we op dergelijke bijeenkomsten aandacht schenken aan de patiënten."
Steun aan ACS – "Action Contre les Spondylarthropathies" – in Frankrijk
UCB steunt ACS financieel om deze organisatie te helpen bij de ontwikkeling van haar activiteiten rond therapeutische opleiding. De belangrijkste doelstellingen van de vereniging zijn:
- ◆ mensen met spondylarthropathieën helpen om hun persoonlijke, familiale en beroepsziekte beter te kunnen dragen;
- ◆ onderzoek in het kader van de strijd tegen deze slepende ziekte aanmoedigen;
- ◆ patiënten ver tegenwoordigen bij medische overheden en het bestuur van gezondheidsinrichtingen.
Joggen voor lupus
Na de inspirerende verklaring van een patiënte met lupus dat zij zou deelnemen aan de twintig kilometer van Brussel, besliste een zestigtal UCB medewerkers om ook hun joggingschoenen aan te trekken en de "Louvain Foundation" te ondersteunen. Zij namen deel aan deze wedstrijd op een naar Brusselse normen warme dag. UCB beloofde € 5 voor elke door deze collega's afgelegde kilometer, wat uiteindelijk € 6 000 opbracht. De lopers genoten van de dag, vooral in de wetenschap dat ze iets deden voor lupuspatiënten.
3.2.3. | Dierenwelzijn
Association for Assessment and Accreditation of Laboratory Animal Care International (AAALAC)
In 2013 zal UCB voor zijn researchcentrum in Eigenbrakel een aanvraag doen voor een AAALAC-certificatie. Deze internationale NGO ijvert voor een verantwoorde behandeling van laboratoriumdieren door middel van vrijwillige certificatieprogramma's. Door verder te gaan dan wat de wet voorschrijft, vormt een dergelijke certificatie een kwaliteitslabel en een bewijs van groot professionalisme met betrekking tot de zorg voor en het gebruik van dieren. Het certificaat draagt tevens bij tot de voortdurende verbetering van de wetenschappelijke kwaliteit op het vlak van dierenexperimenten en -research.
Vorig jaar heeft ons team gewerkt aan de voorbereiding van dit cer tificatieproces. Met de hulp van externe consultants onderzocht het de haalbaarheid van een cer tificatie, en het besteedde ook tijd aan het informeren en motiveren van de betrokken collega's.
Dierenwelzijnsprincipes en 3R's in actie
Het rapport voor 2011 van de European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (EFPIA) over dierenwelzijnsprincipes en 3R's belicht de inspanningen van de farmaceutische bedrijven om hoge normen van dierenwelzijn te garanderen. Het beschrijft de drie R-principes: (1) "replace": indien mogelijk, een andere mogelijkheid zoeken dan met dieren werken; (2) "reduce": als experimenten met dieren onvermijdelijk zijn, er dan zo weinig mogelijk uitvoeren; en (3) "refine": het gebruik van dieren verfijnen door hun zo veel mogelijk respect te tonen.
UCB onderschrijft de dierenwelzijnsprincipes en past de 3R's toe. Zo investeert UCB bijvoorbeeld in in silico toxicologie (de wetenschap die toxische eigenschappen voorspelt op basis van rekenmodellen) om het gebruik van dieren te verminderen. In het kader van het eTox project van het Innovative Medicines Initiative
(IMI) van de Europese Unie, waaraan ook UCB deelneemt, werden recent ongeziene hoeveelheden gegevens verzameld die zullen worden gebruikt in een nieuw voorspellingssysteem eTOXsys. Dit zal "een nieuwe dimensie toevoegen aan ons huidig arsenaal [van in-vitro methodes en biochemische testen] om het beslissingsproces te verbeteren", zegt prof Trevor M Jones, algemeen directeur van ABPI, de Britse vereniging van de farma-industrie. Een dergelijke stap zal ongetwijfeld leiden tot de vermindering van het gebruik van dieren voor de veiligheidstesten van nieuwe farmaceutica in ontwikkeling.
Van de dieren die UCB onderzoekers en contractanten in experimenten gebruiken zijn 98,5% knaagdieren.
3.2.4. | Relaties met openbare instanties
In veel van de landen waarin UCB actief bestaat er wetgeving die de activiteiten van bedrijven in het politieke proces regelen. In sommige landen schrijven wetten strikte beperkingen voor van de bijdragen van bedrijven aan politieke par tijen en kandidaten. In andere landen verbieden ze bijdragen volledig. In veel landen is lobbyen (het verduidelijken van het standpunt van een bedrijf of het verdedigen van de belangen van het bedrijf bij om het even welke overheidsmedewerker of instantie) strikt geregeld of is openbaarmaking verplicht. Alle UCB medewerkers moeten deze wetten naleven.
Voor 2012 heeft UCB geen belangrijke problemen of formele beleidsstandpunten te melden., UCB heeft weliswaar actief contact gehouden met beleidsverantwoordelijken, regelgevende instanties en andere stakeholders, zoals patiëntenverenigingen en producentenorganisaties. In de Verenigde Staten heeft UCB bij wijze van voorbeeld een volledig operationele Public Policy afdeling opgericht voor relaties met de overheid op zowel federaal niveau als op niveau van de staten. Deze Amerikaanse Public Policy afdeling staat in voor de verdediging van de belangen van het bedrijf in tal van beleidszaken, zoals de invoering van de gezondheidszorghervorming, die gepaard gaat met bescherming en uitbreiding van de terugbetaling in de door de overheid beheerde en gesubsidieerde gezondheidszorg, samen met andere belangrijke beleidsoverwegingen, zoals de hervorming van de octrooibescherming en belastingvoorschriften voor niet in de Verenigde Staten gevestigde bedrijven.
In België neemt UCB deel aan een informele associatie van investeerders in Onderzoek en Ontwikkeling om de lokale omstandigheden van zakendoen te verbeteren, en dit met de
Controle van mededelingen (2012)
steun van de federale regering en de Belgische Eerste Minister in het bijzonder. UCB is lid van de lokale beroepsvereniging en in het algemeen, waar dit van nut kan zijn, is onze General Manager lid van de raad van bestuur van deze beroepsvereniging. In de Verenigde Staten is UCB lid van BIO (Biotechnology Industry Organization) en onze voorzitter van UCB US is lid van de raad van bestuur. Op Europees niveau maakt onze CEO eveneens deel uit van de raad van bestuur van de EFPIA (European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations) en onze collega's nemen actief deel aan de verschillende werkgroepen die zich buigen over actuele problemen van de sector.
3.3. | Productaansprakelijkheid
Het is de kernstrategie van UCB om de beste producten af te leveren aan patiënten met ernstige ziekten. Bovendien past UCB strikte regels toe in zijn communicatie met het publiek en zorgverleners, binnen de richtlijnen van nationale en internationale regelgevende instanties.
3.3.1. | Controlevan commerciële, wetenschappelijke en persmededelingen
De promotie en verkoop van farmaceutische producten is aan strenge regels onderworpen. UCB doet al het mogelijke om alle van toepassing zijnde wetten, voorschriften en industrie codes in acht te nemen.
UCB respecteer t volledig de ver trouwenspositie van zorgverleners, die de beste behandelingsopties voor hun patiënten kiezen. UCB maakt steeds publiciteit voor zijn producten op basis van de goedgekeurde etikettering.
De interacties van UCB met zorgverleners richten zich op het voorzien in en uitwisselen van wetenschappelijke informatie. De zorgverleners de mogelijkheid bieden om de beste behandeling te kiezen voor hun patiënten is hierbij het einddoel.
Deze interacties zijn gebaseerd op normen voor ethiek, integriteit en eerlijke marktwaarde.
Alle commerciële, wetenschappelijke en persmededelingen over onze verbindingen en producten worden voorgelegd aan onze internationale en lokale promotionele wetenschappelijke controlecomités.
In de loop van 2012 werden in totaal 1050 mededelingen gecontroleerd, verdeeld over vier categorieën, zoals de volgende grafiek illustreer t:
3.3.2. | Geneesmiddelenbewaking
Net als andere biofarmaceutische bedrijven ontvangt UCB duizenden rappor ten over ongewenste nevenwerking met betrekking tot onze geneesmiddelen, die intern worden bestudeerd en verstuurd worden gesteld aan relevante nationale en internationale centra van geneesmiddelenbewaking. Teams van ar tsen en epidemiologen gebruiken diverse instrumenten om potentiële veiligheidsproblemen mogelijks gerelateerd vroegtijdig te detecteren. Deze nevenwerkingen kunnen al dan niet gerelateerd zijn aan onze geneesmiddelen.
Samen met andere afdelingen stellen onze teams benefit / risk plannen voor onze producten op.
Deze plannen beschrijven potentiele geneesmiddelenbewakingsproblemen en de verschillende acties en tijdschema voor het verminderen van het potentiele risico voor de patiënt gedurende de gehele levenscyclus van elk geneesmiddel.
UCB stelt deze plannen ter beschikking van de gezondheidsinstanties in het kader van zijn aanvragen voor handelsvergunningen voor nieuwe geneesmiddelen. Deze plannen, die ook worden toegepast op first-in-manstudies, worden regelmatig beoordeeld en bijgewerkt met nieuwe veiligheidsgegevens, naarmate het wetenschappelijke en medische inzicht in het veiligheidsprofiel van het geneesmiddel groeit.
3.4. | Milieu
3.4.1. | Inleiding
In 2012 werd een nieuw rappor teringssysteem geselecteerd, ontwikkeld en in gebruik genomen door onze corporate teams voor Veiligheid, Gezondheid & Milieu (VGM) en MVO. Dit nieuwe systeem maakt een nauwkeuriger en pro-actiever gegevensbeheer mogelijk doordat de meeste gegevens maandelijks worden gerappor teerd en gecontroleerd, waar dat vroeger slechts twee keer per jaar gebeurde. In 2012 hebben we dit systeem getest en de gebruikers (een vijftigtal collega's) opgeleid in het gebruik ervan.
3.4.2. | Energie
In vergelijking met vorig jaar, was het wereldwijde energieverbruik van UCB in 2012 in lijn (vermindering met 1%).
De consumptie van elektriciteit en brandstof steeg met respectievelijk 3% en 11%, terwijl het gasverbruik daalde met 3%.
Hoewel het energieverbruik sterk samenhangt met onze productievolumes, werken de meeste van onze fabrieken aan energiebesparingsprogramma's. Die plannen hebben geleid tot een energiebesparing van bijna 35,5 miljoen MegaJoule.
De grootste energiebesparing werd gerealiseerd in de fabriek van Shannon (Ierland), waar men een einde stelde aan de onderdrukking van de pluim van de thermische oxidatieunit, wat een energiebesparing opleverde van 13,5miljoen MegaJoule. In het verleden werd er stoom toegevoegd om de zichtbare pluim te onderdrukken.
3.4.3. | Water
Waterverbruik (m³)
In vergelijking met vorig jaar daalde het totale waterverbruik van UCB in 2012 met 8%. Deze daling is voor een deel toe te schrijven aan de verandering van het activiteitenpakket in Monheim (Duitsland), waar bijna 130 000 m³ minder water werd verbruikt dan in 2011.
3.4.4. | Afval
Afvalbeheer (ton)
Ons afval wordt vooral geproduceerd in de productievestigingen. In vergelijking met 2011 stellen we een daling vast met 4% van de totale afvalberg.
Belangrijker nog is het feit dat ook het aandeel van gerecycleerd afval blijft verbeteren. In 2012 werd 91% van het door UCB geproduceerde afval gerecycleerd. In 2010 en 2011 bedroeg die verhouding respectievelijk 86% en 89%.
Deze recycling geschiedt vooral door de afvalverbranding met energierecuperatie, door het hergebruik van afval als een secundaire vloeibare brandstof of door de recyclage door derden van solvents en verpakkingsmateriaal.
Energieverbruik
(miljoen MegaJoules)
4. GRI – bekendmaking
De tabel vat de prestatieindicatoren van de economische, milieu en sociale prestatie van UCB in 2012 samen. De indicatoren zijn afgestemd op de GRI richtlijnen: 17 indicatoren worden volledig vermeld en 6 indicatoren worden gedeeltelijk vermeld.
Legende: indicatoren worden volledig en conform met de definitie van de GRI indicatoren vermeld
indicatoren worden gedeeltelijk vermeld en zijn gedeeltelijk conform met de definitie van de GRI indicatoren
| Vermeld | Pagina | ||
|---|---|---|---|
| algemeen | |||
| 1. | Strategie en analyse | ||
| 1.1 | Verklaring van de CEO | Brief aan belanghebbenden, p 8-15 | |
| 2. | rganisatieprofiel | ||
| 2.1 – 2.2 | Naam, producten / diensten | p 4-7 | |
| 2.3 – 2.7 | Structuur, locatie, afzetmarkten | p 14; Financieel verslag, p 44-51 | |
| 2.8 | Omvang | Brief aan belanghebbenden, p 8-15; | |
| Financieel verslag, p 18-24 | |||
| 2.9 | Significante veranderingen wat betreft omvang, structuur of eigendom | Brief aan belanghebbenden; Financieel verslag, p 41-43; Financieel verslag, p 18-24 |
|
| 2.10 | Onderscheidingen toegekend in 2012 | MVO prestatierappor t, p 133 | |
| 3. | Verslagparameters | ||
| 3.1 – 3.4 | Verslagprofiel, contactpunt | Achterkant cover | |
| 3.5 – 3.13 | Reikwijdte en afbakening van het verslag en assurance | MVO prestatierappor t, p149-151 | |
| 4. | Bestuur, verplichtingen en betrokkenheid | ||
| 4.1 – 4.13 | Bestuursstructuur | Financieel verslag, p 18-24; MVO prestatierappor t, p 133 |
|
| 4.14 – 4.17 | Overleg met belanghebbenden | Brief aan belanghebbenden, p 8-15; MVO prestatierappor t, p 134 |
|
| Economie | |||
| Economische aspecten | |||
| EC1 (ß) | Directe economische waarden die zijn gegenereerd en gedistribueerd, waaronder inkomsten, operationele kosten, personeelsvergoedingen, donaties en overige maatschappelijke investeringen, ingehouden winst en betalingen aan kapitaalverstrekkers en overheden. (Kern) |
Brief aan belanghebbenden, p 8-15; Financieel verslag, p 41-43; Financieel verslag, p 52-57 |
|
| EC3 (ß) | Dekking van de verplichtingen in verband met het vastgestelde uitkeringenplan van de organisatie. (Kern) |
Financieel verslag p 82; 101-105; | |
| milieu | |||
| Energie | |||
| EN3 (ß) | Direct energieverbruik door primaire energiebron. (Kern) | MVO prestatierappor t, p143; 147 | |
| EN4 (ß) | Indirect energieverbruik door primaire bron. (Kern) | MVO prestatierappor t, p143; 147 | |
| EN5 (ß) | Energie die bespaard is door besparingen en efficiëntieverbeteringen. (Overige) |
||
| EN7 | Initiatieven ter verlaging van het indirecte energieverbruik en reeds gerealiseerde verlaging. (Overige) |
MVO prestatierappor t, p143; 147 |
| Water | ||
|---|---|---|
| EN8 (ß) | Totale wateronttrekking per bron. (Kern) | MVO prestatierappor t p 143; 147 |
| Luchtemissies, afvalwater en afvalstoffen | ||
| EN16 (ß) | Totale directe en indirecte emissie van broeikasgassen naar gewicht.(Kern) | MVO prestatierappor t p 147 |
| EN19 | Emissie van ozonafbrekende stoffen naar gewicht. (Kern) | |
| EN20 | Emissie van (gechloreerde en niet-gechloreerde) vluchtige organische stoffen. (Kern) |
|
| EN22 (ß) | Totaalgewicht afval naar type en verwijderingsmethode. (Kern) | MVO prestatierappor t p 143; 147 |
| EN24 | Gewicht van getranspor teerd, geïmpor teerd, geëxpor teerd of verwerkt afval dat als gevaarlijk geldt op grond van bijlage I, II, III en VIII van de Conventie van Bazel en het percentage afval dat internationaal is getranspor teerd. (Overige) |
MVO prestatierappor t p 143; 147 |
| Arbeidsomstandigheden en indicato ren voor volwaardig werk | ||
| erkgelegenheid | ||
| LA1 (ß) | Totale personeelsbestand naar type werk, arbeidsovereenkomst en regio. (Kern) | MVO prestatierappor t, p 135-136; 146 |
| LA2 (ß) | Totaal aantal en snelheid van personeelsverloop per leeftijdsgroep, geslacht en regio. (Kern) |
MVO prestatierappor t, p 136-138; 146 |
| Gezondheid en veiligheid | ||
| LA7 | Letsel-, beroepsziekte-, uitvaldagen- en verzuimcijfers en het aantal werkgerelateerde sterfgevallen per regio. (Kern) |
MVO prestatierappor t, p 139; 146 |
| pleiding en onderwijs | ||
| LA10 (ß) | Gemiddeld aantal uren dat een werknemer per jaar besteedt aan opleidingen, onderverdeeld naar werknemerscategorie. (Kern) |
MVO prestatierappor t, p 137 |
| LA11 | Programma's voor competentiemanagement en levenslang leren die de blijvende management / developing-talent inzetbaarheid van medewerkers garanderen en hen helpen bij het afronden van hun loopbaan. (Overige) |
|
| LA12 (ß) | Percentage medewerkers dat regelmatig wordt ingelicht omtrent prestatie- en loopbaanontwikkeling. (Overige) |
MVO prestatierappor t, p 138 |
| iversiteit en kansen | ||
| LA13 (ß) | Samenstelling van bestuurslichamen en onderverdeling van medewerkers per categorie, naar geslacht, leeftijdsgroep, het behoren tot een bepaalde maatschappelijke minderheid en andere indicatoren van diversiteit. (Kern) |
MVO prestatierappor t, p 135-138; 146 |
| sociaal: mensenrechten | ||
| Investerings- en inkoopbeleid | ||
| HR3 (ß) | Totaal aantal uren personeelstraining over beleid en procedures betreffende aspecten van mensenrechten die relevant zijn voor de activiteiten, met inbegrip van het percentage van het personeel dat de trainingen gevolgd heeft. (Overige) |
MVO prestatierappor t, p 141 |
| Sociaal: Maatschappij | ||
| Corruptie | ||
| SO3 (ß) | Percentage of employees trained in organization's anti-corruption policies and procedures. (Core) |
MVO prestatierappor t, p 141 |
| Publiek beleid SO5 (ß) |
Standpunten betreffende publiek beleid en deelname aan de ontwikkeling ervan, evenals lobbyen. (Kern) |
MVO prestatierappor t, p 142 |
| Sociaal: product | verantwoordelijkheid | |
| Marketingcommunicatie | ||
| PR6 (ß) | Programma's voor de naleving van wetten, standaarden en vrijwillige codes met betrekking tot marketingcommunicatie, waaronder reclame, promotie en sponsoring. (Kern) |
MVO prestatierappor t, p 142 |
(ß) werden herzien voor het jaar 2012 door de bedrijfsrevisoren. Hun garantieverklaring betreffende het werk dat ze uitgevoerd hebben alsook hun opmerkingen en conclusies, kunnen teruggevonden worden op pagina 149-151 van dit verslag.
5. Personeels- en milieu gegevens
PERSONEELSGEGEVENS
| GRI | Indicator | BESCHRIJVING | Meeteenheid | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| LA 1 | Totale personeelsbestand |
Personeelsbestand op 31 december |
Totaal aantal werknemers |
9324 | 8898 | 8506 | 9048 |
| Personeelsbestand | Aantal mannelijke en | Aantal vrouwen | 4433 | 4167 | 4064 | 4297 | |
| per geslacht | vrouwelijke werknemers | 48% | 48% | 48% | 47% | ||
| Aantal mannen | 4891 | 4583 | 4442 | 4751 | |||
| 52% | 52% | 52% | 53% | ||||
| Personeelsbestand | Europa-5 / België / Europa | Aantal werknemers in | |||||
| per regio | (andere) / Azië-Pacific-Australië / Noord |
- EU-5 | 2322 | 2320 | 1710 | 1726 | |
| Amerika / Rest van de wereld | - België | 1944 | 1800 | 1883 | 1950 | ||
| - Europa (andere) | 767 | 690 | 649 | 610 | |||
| - Azië-Pacific-Australië | 1215 | 1458 | 1502 | 1670 | |||
| - Noord-Amerika | 2157 | 1829 | 1899 | 2036 | |||
| - Rest van de wereld | 919 | 801 | 863 | 1056 | |||
| Personeelsbestand naar type werk |
Aantal werknemers met een voltijdse en |
Aantal werknemers met een voltijdse baan |
8787 | 8352 | 7992 | 8535 | |
| met een deeltijdse baan | 94% | 94% | 94% | 94% | |||
| Aantal werknemers met een deeltijdse baan |
537 | 546 | 514 | 513 | |||
| 6% | 6% | 6% | 6% | ||||
| LA 2 | Aanwervingen | Aangeworven | Aantal aangeworven werknemers |
1648 | 1547 | 1252 | 1637 |
| Ver trek | Ver trokken | Aantal werknemers die het bedrijf verlaten hebben |
3616 | 1973 | 1618 | 1066 | |
| Turnover in % | 39% | 22% | 19% | 12% | |||
| LA 7 | Verzuim | Aantal verloren werkdagen wegens verzuim (uitgezonderd de VS locaties omdat de verzuimcijfers er niet opgevolgd zijn). |
Dagen | Niet weer gegeven |
39 924 | Niet weer gegeven |
Niet weer gegeven |
| LTIR | Frequentiegraad | Aantal ongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid van meer dan een dag per miljoen gepresteerde uren, gemeten gedurende een periode van 12 maanden |
3.34 | 2.33 | 1.80 | 2.26 | |
| LTSR | Ernstgraad | Aantal dagen tijdelijke arbeidsongeschiktheid, vermenigvuldigd met 1000 en gedeeld door het aantal uren blootstelling aan de risico's, gemeten gedurende een periode van 12 maanden |
0,08 | 0,05 | 0,04 | 0,06 |
MILIEU GEGEVENS
| GRI | Indicator | BeSCHRIJVING | MEETEENHEID | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| EN 3 |
Totaal | Totaal gas-, olie- en brandstof consumptie |
MegaJoules | 805 668 883 | 907 366 998 | 774 500 358 | 754414646 |
| Gas | Gasconsumptie | MegaJoules | 731752170 | 877599359 | 749110095 | 726110888 | |
| Olie | Olieconsumptie | MegaJoules | 72712252 | 29331838 | 24354325 | 28016523 | |
| Brandstof voor dienstwagens |
Brandstofconsumptien | MegaJoules | 1204461 | 435801 | 1035938 | 287235 | |
| EN 4 |
Elektriciteit | Elektriciteitsconsumptie | KwH | 159292945 | 154489251 | 143534422 | 147525758 |
| MegaJoules | 573454602 | 556161304 | 516723919 | 531092727 | |||
| EN 5 |
Energiebesparing | Energie bespaard dankzij besparingsmaatregelen en efficiëntieverbeteringen |
KwH | - | 5894000 | 743286 | 9859000 |
| MegaJoules | - | 21218400 | 2675830 | 35492400 | |||
| EN 8 |
Water | Totaal water | m³ | 898 120 | 1 015 918 | 936 025 | 860 923 |
| Leidingwater | 642 666 | 651 573 | 596 755 | 646 067 | |||
| Grond- en oppervlaktewater | 255 454 | 364 345 | 339 270 | 214 857 | |||
| Andere | 0 | 0 | 0 | 0 | |||
| CZV | Chemisch zuurstofverbruik in afvalwater na interne zuivering |
ton | 146 | 108 | 76 | 47 | |
| TZS | Totaal residueel zwevend stof, na interne zuivering |
ton | 40 | 42 | 19 | 21 | |
| EN 16 |
Directe en | Elektriciteit | ton CO2 | 54443 | 52341 | 46450 | 43306 |
| indirecte emissie van broeikasgassen |
Gas Olie |
35160 | 42749 | 34990 | 40703 | ||
| - Bereik 1&2 | 4962 | 1849 | 1706 | 1949 | |||
| EN 19 |
Ozonafbrekende stoffen |
Emissie van ozonafbrekende stoffen |
CFC-11 equivalent ton |
1,6 | 1,3 | 1,8 | 0,7 |
| EN 20 |
Gechloreerde VOS |
Emissie van gechloreerde vluchtige organische stoffen |
ton | 6 | 8 | 11 | 10 |
| Niet-gechloreerde VOS |
Emissie van niet-gechloreerde vluchtige organische stoffen |
ton | 119 | 114 | 93 | 122 | |
| EN 22 |
Afvalverwijdering | Totaal afval | ton | 13 688 | 11 556 | 12 339 | 11 789 |
| Verbranding | 1 859 | 1 235 | 3 098 | 3 091 | |||
| Hergebruikt als vloeistof | 3 926 | 2 923 | 3 187 | 2 503 | |||
| Oplosmiddelen gerecycleerd door derden |
2 145 | 2 577 | 2 785 | 3 525 | |||
| Verpakking gerecycleerd door derden |
1 806 | 1 524 | 1 359 | 954 | |||
| Gerecycleerd met andere methode |
789 | 1 636 | 544 | 667 | |||
| Niet gerecycleerd | 3163 | 1 661 | 1 366 | 1 049 | |||
| EN 24 |
Gevaarlijk afval | Afval als gevaarlijk omschreven in de lokale regelgeving |
ton | 10415 | 8801 | 9607 | 8730 |
| Niet-gevaarlijk afval |
Andere vast afval (emissies en afvalwater niet inbegrepen) |
ton | 3273 | 2755 | 2732 | 3059 |
6. Bereik en principes van de verslaggeving
Bereik
Gegevens met betrekking tot mensen worden geconsolideerd voor alle UCB filialen die wereldwijd geïntegreerd zijn in onze financiële consolidatie, ongeacht hun activiteiten (onderzoek- of industriële vestigingen, verkoopfilialen, hoofdkantoren).
Het "UCB Learning" programma consolideer t alle opleidingen die door UCB worden georganiseerd en die gevolgd worden door personeelsleden van UCB, met uitzondering van twee locaties waar het programma niet is geïmplementeerd: Zhuhai, in China en Sao Paulo in Brazilië. De populatie die niet is vervat in het "UCB Learning" programma ver tegenwoordigt 3% van de totale populatie, Opleidingen die verplicht moeten worden gevolgd zoals de Gedragscode, Geneesmiddelenbewaking en IT-veiligheid, worden gevolgd en geconsolideerd voor alle UCB werknemers.
Onze regionale spreiding is als volgt gedefinieerd:
- ◆ EU-5: Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, en het Verenigd Koninkrijk
- ◆ Andere EU landen: Bulgarije, Denemarken, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Por tugal, Roemenië, Slowakije, Tsjechië en Zweden
- ◆ Asia Pacific & Australië: Australië, China, Hong Kong, India, Japan en Zuid -Korea
- ◆ Noord-Amerika: Verenigde Staten en Canada
- ◆ Rest van de wereld: Brazilië, Kazachstan, Mexico, Noorwegen, Oekraïne, Rusland, Turkije en Zwitserland.
Gegevens inzake gezondheid- en veiligheid (arbeidsongevallen) hebben betrekking op alle UCB werknemers, met uitzondering van filialen met minder dan 10 werknemers.
De gegevens met betrekking tot de "planeet" worden geconsolideerd voor:
- ◆ alle productie-en onderzoeksvestigingen,
- ◆ verkoopsfilialen in China,India, Italië, Japan, Mexico en de Verenigde Staten,
- ◆ het hoofdkwar tier in België.
Dit bereik omvat 85% van het personeelsbestand van UCB (+ 10% in vergelijking met verleden jaar).
Voor elk van deze elementen vermelden wij of UCB's verslaggevingsniveau de vereisten volledig of gedeeltelijk dekt.
Vaststellingen die gemaakt werden bij de validatie en consolidatie van de gegevens:
-
- In Atlanta en in Monheim wordt de infrastructuur gedeeltelijk aan derden verhuurd maar werden nog geen apar te verbruiksmeters geïnstalleerd. Bijgevolg zijn de verbruiksgegevens van UCB er overschat. De precieze impact hiervan kan echter niet worden bepaald.
-
- In Braine-l'Alleud wordt de dieselolie die wordt verbruikt door de utilitaire voertuigen nu vermeld bij het algemene stookolieverbruik, vermits de brandstof in dezelfde tank wordt opgeslagen en het precieze verbruik van de voertuigen moeilijk te schatten is.
-
- Er werd een meer precieze methode gehanteerd voor de berekening van de directe CO2 uitstoot ten gevolge van het verbruik van natuurlijk gas. Omdat we echter niet beschikken over gedetailleerde informatie inzake de verbrandingswaarde van het verbruikte gas werd steeds de onderste verbrandingswaarde (lower heating value) weerhouden. De emissies ten gevolge van het gasverbruik in de voorbije jaren werden niet opnieuw berekend volgens deze nieuwe methode. Tevens dient te worden vermeld dat de CO2 uitstoot ten
gevolge van het gebruik van natuurlijk gas in 2011 42 000 Ton bedroeg in plaats van 34990 Ton.
- Tevens werd een meer precieze methode toegepast voor de berekening van de CO2 uitstoot ten gevolge van het verbruik van elektriciteit. Onze vestigingen hebben specifieke CO2 equivalenten vermeld voor de elektriciteitsmix die ze in 2012 hebben verbruikt, waarbij rekening werd gehouden met het groeiende aandeel elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Voor vestigingen die niet beschikten over de specifieke cijfers hebben we gebruik gemaakt van de waarden gepubliceerd door het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Het gevolg hiervan is dat de CO2 emissie daalt in vergelijking met vorig jaar terwijl het elektriciteitsverbruik steeg.
Verslaggevingprincipes
Om de uniformiteit en betrouwbaarheid van de voor alle entiteiten gebruikte indicatoren te waarborgen, heeft UCB de G3 richtlijnen voor MVO verslaggeving van het Global Repor ting Initiative (GRI), die betrekking hebben op maatschappelijke factoren, arbeidsveiligheid en de invloed van de activiteiten van een bedrijf op het milieu, geïmplementeerd Wij hebben onszelf beoordeeld als een C+ verslaggever, in overeenstemming met door GRI gedefinieerde toepassingsniveaus.
Deze richtlijnen specificeren de te gebruiken methoden voor prestatie verslaggeving.
Nauwkeurigheid
De Corporate afdeling Veiligheid, Gezondheid & Milieu (VGM) en het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) team van UCB zijn ervoor verantwoordelijk te waarborgen dat alle gegevens worden geconsolideerd op basis van informatie die werd verstrekt door de productie- en onderzoeksvestigingen, verkoopfilialen en administratieve hoofdkantoren over de hele wereld.
VGM-coördinatoren voeren een initiële validatie uit van de veiligheids- en milieugegevens alvorens deze te consolideren. Corporate VGM en MVO gaan bij de consolidatie ook de consistentie van de gegevens na. Deze validaties omvatten vergelijkingen met gegevens van voorgaande jaren, evenals zorgvuldige analyse van eventuele beduidende afwijkingen.
Maatschappelijke gegevens met betrekking tot het personeelsbestand worden verkregen uit wereldwijde HR informatica systemen.
Betrouwbaarheid
Om een externe beoordeling te verkrijgen van de betrouwbaarheid van onze gegevens en de grondigheid van onze verslaggevingprocedures hebben wij KPMG gevraagd een specifieke verificatie uit te voeren van bepaalde maatschappelijke en VGM-indicatoren die worden vermeld in de tabellen op pagina's 146-147. Hun garantieverklaring, waarin het werk dat zij hebben uitgevoerd wordt beschreven, evenals hun commentaren en conclusies, zijn te vinden op pagina's 149-151.
UCB blijft de betrouwbaarheid van de gegevens verder verbeteren en blijft de verslaggevingprocessen versterken
7. Verzekeringsverslag
Verzekeringsverslag
Verzekeringsverslag
Financiële kalender 2013
| 25 april | Algemene vergardering van aandeelhouders |
|---|---|
| 25 april | Interim report |
| 31 juli | Financiële resultaten over de eerste zes manden van 2013 |
| 25 oktober | Interim report |
Toekomstgerichte verklaringen
Dit jaarverslag bevat toekomstgerichte verklaringen met inbegrip van maar niet beperkt tot verklaringen met de woorden "gelooft", "verwacht", "veronderstelt", "is van plan", "streeft naar", "schat", "kan", "zal", en "verder" en vergelijkbare uitdrukkingen. Dergelijke toekomstgerichte verklaringen impliceren bekende en onbekende risico's, onzekerheden en andere factoren in die er toe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, de financiële toestand, het rendement of de prestaties van UCB, of de resultaten van de sector, beduidend afwijken van eventuele toekomstige resultaten, rendementen of prestaties die expliciet of impliciet door de toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt. Gezien deze onzekerheden wordt het publiek ervoor gewaarschuwd geen overmatig ver trouwen te hechten aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen. De toekomstgerichte verklaringen gelden slechts op de datum van dit jaarverslag. UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen in dit jaarverslag bij te werken als weerspiegeling van eventuele wijzigingen van haar verwachtingen aangaande de toekomstgerichte verklaringen of van eventuele wijzigingen van de gebeur tenissen, voorwaarden of omstandigheden waarop de toekomstgerichte verklaringen gebaseerd zijn, tenzij een dergelijke verklaring volgens de geldende wetten en reglementen verplicht is.
Officiële taal van het verslag
Volgens de Belgische wet moet UCB haar jaarverslag in het Frans en het Nederlands publiceren. UCB heeft ook een Engelse versie van dit jaarverslag. In het geval van ver taal- of interpretatieverschillen tussen de versies, zal de Franse versie als officieel jaarverslag beschouwd worden.
Beschikbaarheid van de Jaarverslag
Het jaarverslag als zodanig is beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com). Andere informatie op de website van UCB of op andere websites, maakt geen deel uit van dit jaarverslag.
Contacten
Investor Relations Antje Witte,
VP Investor Relations Tel.: +32 2 559 94 14 E-mail: [email protected]
Communications
France Nivelle, VP Global Communication and Change Support Tel.: +32 2 559 91 78 E-mail: [email protected]
Corporate Societal Responsibility
Isabelle de Cambry, Head of Corporate Societal Responsibility Tel.: +32 2 559 91 61 E-mail: [email protected]
UCB N.V. Researchdreef, 60 1070 Brussel, België Tel.: +32 2 559 99 99 – Fax: +32 2 559 99 00 RPR Brussel - BTW BE 0403.053.608 www.ucb.com
Design: stargraphic © Copyright UCB, 2013 Fotografie: Yves Fonck