Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Ekopak NV Audit Report / Information 2021

Apr 8, 2022

3944_rns_2022-04-08_7950c177-2e54-4770-9f32-8860067c4be2.pdf

Audit Report / Information

Open in viewer

Opens in your device viewer

J rverslag 2021

Together towards a sustainable future.

2021: sterke prestaties en strategische keuzen

Beste stakeholders,

Wij zijn al eind maart 2022 wanneer ik dit voorwoord voor het jaarverslag 2021 van Ekopak schrijf. Het lijkt me een beetje vreemd om terug te blikken op vorig jaar terwijl we al zo ver zijn gevorderd in 2022. Ik ben ook iemand die vooral focust op de dag van vandaag en die plannen maakt voor de toekomst. Toch is het nuttig – en zelfs noodzakelijk – om af en toe achterom te kijken. Want door het verleden te overschouwen, kan je met méér inzicht vooruitblikken naar de toekomst. De opmaak van dit jaarverslag biedt daartoe een unieke gelegenheid.

Wij hebben in 2021 een aantal belangrijke beslissingen genomen. We hebben toen gekozen om een aantal wegen in te slaan die bepalend zijn voor de toekomst van Ekopak. In 2021 waren we heel erg gefocust om die beslissingen zo goed mogelijk te implementeren, en nu zie ik vooral veel scherper in welke bredere strategische context ze passen. En dat perspectief wil ik met u delen.

Wij hebben in 2021 een aantal belangrijke beslissingen genomen die bepalend zijn voor de toekomst van Ekopak.

Pieter Loose — CEO

Zo is de beursintroductie van maart 2021 veel méér dan een manier om fondsen op te halen. Deze stap betekent ook dat Ekopak resoluut heeft geopteerd voor een groeistrategie. De beursintroductie impliceert ook dat Ekopak ervoor kiest om transparant en op regelmatige basis te rapporteren over de stand van zaken bij de implementatie van die groeistrategie.

In april 2021 ondertekende Ekopak de principes van de UN Global Compact. Deze pennentrek heeft een enorme draagwijdte. Hiermee engageert Ekopak zich immers om duurzaamheid volledig te integreren in onze strategie en onze activiteiten. De kernstrategie van Ekopak is gericht op groei, maar wel op duurzame groei. Om de duurzaamheid van onze activiteiten te bepalen, hanteren we een gevalideerde methodologie. In de toekomst gaan we ook jaarlijks verslag uitbrengen over onze vorderingen op dat vlak.

De oprichting van Ekopak France dient niet louter om Ekopak in staat te stellen beter te kunnen inspelen op de opportuniteiten op de Franse markt. Het is tevens de allereerste stap binnen onze strategie om duurzame groei ook te realiseren via geografische expansie.

Dat we voor onze duurzame groeistrategie ook het Water-as-a-Service business model gaan invoeren, werd al vermeld bij de beursintroductie. Onze overtuiging dat

Wat een parcours hebben we niet al afgelegd in 2021! En het beste moet nog komen! 2022 is alvast stevig gestart.

Pieter Loose — CEO

we met het WaaS-model werkelijk het verschil kunnen maken, is op korte tijd veel scherper gesteld en dat hebben wij in ons halfjaarverslag van september 2021 dan ook duidelijk aangegeven. De driecijferige groeivoet – triple digit growth- van de WaaS-opbrengsten in 2021 zetten dat potentieel extra in de verf.

Kortom, wij zijn in 2021 een aantal wegen ingeslagen die van enorm strategisch belang zijn. Ik sta versteld over wat we allemaal hebben kunnen realiseren in 2021. Wat een parcours hebben we niet al afgelegd! En het beste moet nog komen! 2022 is alvast stevig gestart: als voortrekker in de joint venture Waterkracht gaan we onze schouders zetten onder dit project om vanaf 2025 elk jaar 20 miljard liter Antwerps afvalwater te recycleren tot proceswater voor de Port of Antwerp. De drive waarnaar sportjournalisten verwijzen als ze schrijven over de wielerploeg Quick Step-Alpha Vinyl – waarin we co-sponsor zijn - is zeker ook voelbaar binnen Ekopak. Ook wij zijn gebeten om onze grenzen te verleggen, successen te behalen en ons team steeds verder te versterken.

Ik ben enorm dankbaar voor iedereen die daartoe een bijdrage heeft geleverd. Mijn erkentelijkheid gaat ook uit naar iedereen die ons vertrouwen heeft geschonken. Wij blijven op jullie rekenen, net zoals u ook op ons kunt rekenen.

Pieter Loose

  1. INTERVIEW

Als je impact kan hebben, moet je ervoor gaan

Hoewel het niet eenvoudig was om een gaatje te vinden in de agenda's van zowel Pieter Bourgeois (voorzitter) als Pieter Loose (CEO), namen ze graag de tijd voor dit interview. Eens we dan toch rond de tafel zaten en het gesprek over Ekopak op dreef komt, zijn ze nog moeilijk te houden want Ekopak is overduidelijk een belangrijk deel van hun leven. Voor Ekopak is hen geen inspanning teveel. Voor Ekopak dromen zij een mooie toekomst bijeen.

Maar wat heeft u ertoe aangezet om met Ekopak naar de beurs te trekken?

Pieter Loose. Eigenlijk is alles een jaar eerder gestart, toen ik Marc Coucke ontmoette. Hij was meteen enthousiast over wat we bij Ekopak doen. Hij is zich erg bewust van de waterproblematiek in de wereld en hij zag dat Ekopak een belangrijke bijdrage tot de oplossing kan leveren. Om kort te gaan: Marc nam met zijn investeringsvennootschap Alychlo een belangrijke participatie. Zo ging de bal aan het rollen.

we uit op het plan om naar de beurs te trekken en op die manier structureel toegang te krijgen tot de publieke kapitaalmarkt. De IPO was echt een succes. De beursgang was geen doel op zich, maar eerder een middel om onze dromen te realiseren. Met de IPO stapte Ekopak in één klap de wereld van de grote ondernemingen binnen. Daar gelden andere normen: prestatiemanagement, rapportering,

Pieter Bourgeois. Als investeringsmanager bij Alychlo raakte ik nauw betrokken bij Ekopak. Het was meteen duidelijk dat Ekopak actief is op een domein dat steeds relevanter zal worden in de toekomst, maar dat vandaag misschien nog iets teveel in de schaduw staat wanneer men spreekt over het milieu en het klimaat. Er liggen dus nog enorme groeikansen open voor Ekopak, en door te groeien kan Ekopak ook een wezenlijke bijdrage tot de oplossing van de waterproblematiek leveren.

Pieter Loose. Ik had op dat moment al een behoorlijk groeitraject afgelegd. Maar ik besefte dat ik hulp kon gebruiken om die groei nog verder door te trekken. Ik dacht dat ik met de

"De krachtlijnen voor Ekopak:

  • Toegang hebben tot de middelen om ons businessplan te realiseren
  • Groeien op de markten waarop we
  • al actief zijn • Groeien via geografische expensie
  • Duurzaam ondernemen
  • Focus op het WaaS-businessmodel
  • Nieuwe concepten (zoals Waterkracht) ontwikkelen"

hulp van Alychlo wel een heel eind verder zou geraken. Maar Pieter Bourgeois spiegelde me een geheel nieuwe dimensie voor.

Pieter Bourgeois. Als Pieter met Ekopak écht een verschil voor de wereld wil maken, is de inbreng van Alychlo alléén niet genoeg – misschien wel om het soort groei te realiseren dat hij in het begin voor ogen had, maar niét om de groei te realiseren die nodig is om echt iets te betekenen voor de wereldwijde uitdaging op het vlak van watervoorziening. Dan gaat het om een totaal andere dimensie. Zo kwamen

corporate governance,… Als jonge onderneming hebben we hier en daar nog een weg af te leggen, maar dat schrikt ons niet af.

De beursintroductie gaf Ekopak blijkbaar vleugels, want er is sindsdien heel wat gebeurd. Wat zijn voor u de belangrijkste verwezenlijkingen van Ekopak in 2021?

Pieter Loose. Elke dag brengt wel iets bijzonders bij Ekopak, dat maakt het hier net zo aantrekkelijk. Maar als ik dan toch een zakelijke selectie moet maken, kom ik tot vijf grote gebeurtenissen, waarvan de IPO al werd vermeld. Eigenlijk gaat het meer over beslissingen en strategieën dan over gebeurtenissen. We hebben resoluut

voor een groeistrategie gekozen, en die groei gaan we in eerste instantie vooral realiseren op de markt waarop we al actief zijn. Daarnaast hebben we beslist om onze groei mee te realiseren via geografische expansie. De oprichting van Ekopak France is daarin een allereerste stap. Verder hebben we uitgemaakt dat we onze organisatie gaan doordrenken van het duurzaamheidsbegrip; onze groei dient dus ook duurzaam te zijn. Onze groei dient bovendien rendabel te zijn. Daarom hebben we de strategische omschakeling naar het WaaS-businessmodel ingezet.

Pieter Bourgeois. Dat zijn inderdaad de vijf krachtlijnen voor Ekopak: (1) toegang verzekeren tot de kapitaalmarkten om over de nodige middelen te beschikken voor de implementatie van ons businessplan, (2) groeien op de markten waarop we al actief zijn, (3) groeien via geografische expansie, (4) inzetten op duurzaamheid, (5) volop de kaart van het WaaS-businessmodel trekken. En eigenlijk wil ik daar nog een zesde krachtlijn aan toevoegen: nieuwe concepten ontwikkelen, zoals we dat via de Waterkracht joint venture gaan doen in de haven van Antwerpen.

aandienen. Het is de taak van de Raad van Bestuur om het management hierin bij te staan en te coachen. Wij hebben dit grondig bekeken. De groeistrategie van Ekopak moet niet enkel duurzaam zijn, maar ook beheersbaar. Manageable Growth, dus. Daartoe kan je twee dingen doen. Ofwel schrap je een aantal zaken van het prioriteitenlijstje, ofwel versterk je de organisatie. Gezien de golf waarop Ekopak momenteel surft, zou de eerste optie een gemiste kans zijn. Dus hebben we welbewust gekozen om ook de nodige middelen te voorzien om de organisatie, de systemen, de processen en

Uit uw antwoord leid ik af dat duurzaamheid voor Ekopak meer is dan zomaar een project?

Pieter Loose. Dat klopt. Bij Ekopak zijn we ons altijd zeer bewust geweest van onze impact op de wereld. Duurzaamheid is de evenwichtsoefening tussen de sociale en ecologische behoeften van onze stakeholders aan de ene kant en de groei van ons bedrijf aan de andere kant. Die benadering is de hoeksteen van onze duurzaamheidsstrategie, maar ook van onze gehele bedrijfsstrategie op lange termijn.

Pieter Bourgeois. Duurzaam ondernemen is gewoon ook een kwestie van gezond zakelijk verstand. Als onderneming die

oplossingen aanbiedt voor de waterproblematiek en dus bedrijven in staat stelt om duurzamer te werken, wil Ekopak uiteraard ook zelf een duurzame onderneming zijn. Daarom hebben wij In april 2021 de principes van de VN Global Compact ondertekend. Samen met het gespecialiseerde bureau Encon hebben wij al meerdere werksessies gehad om duurzaamheid te integreren in onze strategie en onze activiteiten. De toetreding tot VN Global Compact impliceert ook ons engagement om een gevalideerde methodologie te hanteren om onze duurzaamheidsdoelstellingen te bepalen en te meten, en om daar jaarlijks over te rapporteren. In dit jaarverslag wordt deze methodologie verder toegelicht en kunt u onze voortgang op dat vlak al volgen. Ons eerste duurzaamheidsverslag zal gepubliceerd worden in het tweede kwartaal van 2022. Vanaf volgend jaar mag u van Ekopak een geïntegreerd jaarverslag verwachten, waarin duurzaamheid verweven zit doorheen het gehele rapport.

Er staat enorm veel op stapel bij Ekopak. Hoe pakt u dat allemaal aan?

Pieter Bourgeois. De werkkracht en gedrevenheid van onze CEO zijn indrukwekkend, en hij slaagt er ook in om zijn voltallige team hierin mee te trekken. Toch zal dat niet volstaan voor de uitdagingen en de opportuniteiten die zich

De groeistrategie van Ekopak moet duurzaam zijn, maar ook beheersbaar. Daarom bouwen we nu al aan een organisatiestructuur die voorzien is op de toekomstige groei.

Pieter Bourgeois — Chairman

de procedures van Ekopak uit te bouwen voor de toekomst.

Pieter Loose. Het is goed dat onze Raad van Bestuur ons daarop heeft gewezen. Samen hebben we ervoor geopteerd om systemen en processen beginnen uit te bouwen die al voorzien zijn op de verwachte toekomstige groei van Ekopak. Bij die keuze hoort uiteraard een prijskaartje, maar op lange termijn is dat de enige oplossing. We willen niet aanmodderen in de marge, maar we kiezen ze resoluut voor om een solide structuur uit te bouwen. Zoals we voor onze duurzaamheidsstrategie de principes van VN Global Compact onderschrijven – net als vele blue chip-ondernemingen – zo bouwen we ook een organisatie die zich zal kunnen spiegelen

aan deze grote bedrijven. De Corporate-afdeling zal nog verder worden uitgebouwd. Daarmee hebben we trouwens al rekening gehouden in de plannen voor onze nieuwe hoofdzetel, die we gaan bouwen op een bedrijventerrein langsheen de E17-autoweg ter hoogte van Deinze. Uiteraard gaan we van dit gebouw, dat we in het voorjaar van 2024 in gebruik willen nemen, een schoolvoorbeeld maken van duurzaamheid."

Ekopak zal dit jaar dus op meerdere bouwwerven aanwezig zijn?

Pieter Bourgeois. "Inderdaad, want we hopen heel snel ook de constructie te kunnen starten van de waterbehandelingsinstallatie voor de Waterkracht joint venture in de haven van Antwerpen. De expertise van Ekopak betreft vooral decentrale circulaire watervoorziening. Maar met Waterkracht krijgt die circulaire watervoorziening een centralere invulling aangezien we het gezuiverde water vanuit een centrale installatie in de haven gaan toeleveren aan meerdere afnemers in het havengebied. Vanaf 2025 wil Waterkracht elk jaar 20 miljard liter water zuiveren voor circulair gebruik. Als je dàt soort impact kan hebben op je expertisedomein, dan moet je ervoor gaan."

Pieter Loose. "Onze stakeholders kunnen erop rekenen!"

3.1. KERNPUNTEN 2021

Kerncijfers 2021

Management

Board of Directors

43% - 57%

33% - 67%

In 000 € Als % van
opbrengsten
1 e Helft
2021
1 e Helft
2020
1H2021/
1H2020
2 e Helft
2021
2 e Helft
2020
2H2021/
2H2020
2021 2020 2021/
2020
2021 2020
Opbrengsten
WaaS-segment 281 224 25% 924 241 283% 1.205 465 159%
niet-WaaS-segment 4.207 5.124 -18% 5.839 3.890 50% 10.046 9.014 11%
Totaal voor beide
segmenten
4.488 5.348 -16% 6.763 4.131 64% 11.251 9.479 19%
EBITDA
WaaS-segment 199 157 27% 640 156 310% 839 313 168% 69,6% 67,3%
niet-WaaS-segment 502 218 130% 404 119 239% 906 337 169% 9,0% 3,7%
Totaal voor beide
segmenten
701 375 87% 1.044 275 280% 1.745 650 168% 15,5% 6,9%

Evolutie tewerkstelling Voltijds equivalenten Aantal medewerkers

2020 2021 2020 2021
BE 32,3 46,3 39 63
7,59 14
FR 0,5 2
Totaal 54,4 79

Niet-gedisconteerde totale minimale gecontracteerde inkomsten

!

Operationele kernpunten 2021

Ekopak is in 2021 gestart met de strategische omschakeling naar het Water-as-a-Service (WaaS)-businessmodel. Deze strategie is geïnspireerd op de intentie van Ekopak om zijn productmix te optimaliseren ten gunste van die activiteiten die de hoogste groeimogelijkheden, de beste marges en een hoge graad van voorspelbaarheid bieden.

Deze strategische omschakeling kende een vliegende start in 2021. De WaaS-activiteiten vertegenwoordigen 11% van de Opbrengsten maar dragen 48% bij aan de gezamenlijke EBTIDA van beide segmenten in 2021.

Ekopak's totale opbrengsten kenden een dubbelcijferige groei (+19%) in 2021 ten opzichte van 2020. Terwijl de omschakeling naar het WaaS-businessmodel onmiddellijk snelheid nam, bleven ook de niet-WaaS-activiteiten groeien.

De gezamenlijke EBITDA voor de WaaS- en niet-Waasactiviteiten stemt overeen met een marge van 15,5% op EUR 11,3 miljoen opbrengsten – meer dan het dubbel van de 6,9%-marge van 2020.

Eenmalige kosten ten belope van EUR -0,6 miljoen en corporate kosten leiden tot een bedrijfsresultaat van -0,6 miljoen en een netto resultaat van EUR -0,7 miljoen.

WaaS-activiteiten in hogere versnelling

Hoewel de opbrengsten uit de WaaS-activiteiten van Ekopak al een opmerkelijke groei kenden in de eerste zes maanden van 2021, verdrievoudigden ze nog eens in de tweede helft van 2021: van EUR 0,3 miljoen in de eerste helft naar EUR 0,9 miljoen in de tweede jaarhelft. De resulteert in EUR 1,2 miljoen opbrengsten voor het volledige jaar 2021: een groei van 159% ten opzichte van 2020.

De WaaS-contracten die op 31 december 2021 waren ondertekend, vertegenwoordigen een niet-verdisconteerde Totale Contractuele Waarde van EUR 28,6 miljoen (te factureren over de periode 2020-2034). Ter vergelijking: deze waarde bedroeg EUR 17,8 miljoen op 31 december 2020 (te factureren over de periode 2020-2031). De toename met 61% toont het succes aan van de strategische omschakeling naar het WaaS-businessmodel.

De evolutie van de EBITDA van de WaaS-activiteiten hield gelijke trend met de groeiversnelling van de opbrengsten tussen de eerste en de tweede jaarhelft. Voor het volledige jaar 2021 komt de EBITDA voor dit segment uit op EUR 0,8 miljoen: een solide marge van 70% op de opbrengsten – boven de 67%-marge die in het businessplan wordt gehanteerd.

De prestatie die in 2021 in dit segment werd gerealiseerd, onderbouwt de belangrijke strategie om de WaaS-pijplijn te versterken als basis voor de groei van zowel recurrente jaarlijkse opbrengsten, verdiensten als kasstromen.

Solide prestatie in het niet-WaaS-segment

In de eerste helft van 2021 daalden de opbrengsten uit de niet-Waas- activiteiten van Ekopak nog met 18%, maar dit werd meer dan goedgemaakt door de indrukwekkende groei met 50% in de tweede jaarhelft, waardoor deze activiteiten over het gehele jaar 2021 een groei met 11% laten optekenen. Dit illustreert dat de strategische herschikking van niet-WaaS naar WaaS kan gepaard gaan met omzetgroei in beide segmenten tegelijk.

De EBITDA van EUR 0,9 miljoen voor de niet-WaaSactiviteiten in 2021 vertegenwoordigen een marge van 9% op de betrokken opbrengsten, wat een solide prestatie is.

De toekomstperspectieven voor de niet-WaaSactiviteiten van Ekopak, worden onder andere geïllustreerd door het contract met Vynova, waarvoor de opbrengsten naar verwachting volledig zullen opgenomen zijn tegen het vierde kwartaal van 2022, namelijk bij de oplevering van de waterbehandelingsinstallatie op de site in Tessenderlo, België. Vynova is een internationale chemische onderneming die PVC en chloor-alkaliproducten produceert die onder andere worden gebruikt in de bouw-, de medische-, de voedings- en de farmaceutische sector.

3.2. OPERATIONELE KERNPUNTEN 2021

Anticiperen op toekomstige groei

In april 2021 realiseerde Ekopak de acquisitie van iSERV met als doel om zijn platform te versterken, anticiperend op toekomstige groei; iSERV is inmiddels geïntegreerd in de organisatie als de dienstverlener op het vlak van waterbehandeling voor de niet-WaaS- als de WaaS-klanten van Ekopak.

Samen met de strategische overgang van het niet-WaaS naar het WaaS business-model, heeft Ekopak ook een begin gemaakt met een geografische expansiestrategie. In augustus 2021 richtte Ekopak een allereerste buitenlandse dochteronderneming op, Ekopak France, en opende vestigingen in Rouen en Lyon. Vanuit deze basis kan Ekopak maximaal inspelen op opportuniteiten in de belangrijke Franse waterbehandelingsmarkt, de eerste buitenlandse markt die nu intensief door het bedrijf zal worden verkend.

De inkomsten buiten Ekopak's traditionele thuismarkten België en Luxemburg, groeiden met 87% en vertegenwoordigen 12% van de totale inkomsten in 2021.

Ekopak is zich ten volle bewust van de uitdaging om de talrijke zakelijke kansen die zich aandienen, adequaat te managen en heeft daarom EUR 0,8 miljoen besteed aan het opzetten van adequate systemen en procedures, anticiperend op de toekomstige groei van de groep, alsmede voor de implementatie van de standaarden van het Global Rapporting Initiative (GRI) waarmee Ekopak zijn engagement voor duurzaam ondernemen wil onderstrepen.

Balanssituatie reflecteert een zorgvuldig beheer van middelen

De opbrengsten van de succesvolle beursgang leiden tot een aanzienlijke versterking van het Eigen Vermogen op de balans per 31 december 2021. Het eigen vermogen bedraagt EUR 58,6 miljoen op een balanstotaal van EUR 67,4 miljoen. Elke aanwending van het Eigen Vermogen wordt zorgvuldig overwogen, zoals blijkt uit het feit dat het Eigen Vermogen tussen 30 juni 2021 en 31 december 2021 slechts lichtjes is geëvolueerd van EUR 59,1 miljoen naar EUR 58,6 miljoen.

De totale passiva per 31 december 2021 bedragen EUR 8,8 miljoen tegenover EUR 6,9 miljoen per 31 december 2020. Deze stijging houdt voornamelijk verband met handels-, belasting- en overige schulden, hetgeen de groei van de activiteiten van Ekopak weerspiegelt.

De groei van de activiteiten komt ook tot uiting in de evolutie van de Activa. De stijging met EUR 4,3 miljoen van het bedrag voor Materiële vaste activa (tussen 30 juni en 31 december 2021) heeft voornamelijk betrekking op waterbehandelings-installaties voor de WaaS-activiteiten (EUR 3,7 miljoen). De toename van de bedrijfsomvang van Ekopak houdt ook een toename in van de bedragen voor Voorraden en Handelsvorderingen.

Geldmiddelen en kasequivalenten en andere vlottende activa evolueerden van EUR 50,0 miljoen op 30 juni 2021 naar EUR 42,1 miljoen op 31 december 2021. Naast de kosten verbonden aan de beursintroductie leidde ook de acquisitie van iSERV tot een reductie van de kaspositie. Bovendien werden in 2021 meerdere installaties voor WaaS-projecten betaald met geldmiddelen, al wordt nog steeds een sale-and-lease-back-benadering bestudeert voor grotere WaaS-projecten in de toekomst. Dit illustreert nogmaals dat de kasmiddelen van Ekopak goed worden beheerd.

3.3. VOORUITZICHTEN 2022

De opbrengsten van de beursgang worden weloverwogen beheerd en stellen Ekopak in staat zijn groeistrategie te financieren. Ekopak zal ook in 2022 deze middelen aan het werk blijven zetten om aandeelhouderswaarde te creëren.

Aangezien inkomsten uit WaaS-contracten pas worden erkend vanaf het moment dat de installatie operationeel wordt, is een aanzienlijk deel van de in 2021 ondertekende WaaS-contracten nog niet in de cijfers voor FY2021 opgenomen. Op jaarbasis (d.w.z. ervan uitgaande dat de contracten in een bepaald verslagjaar gedurende 12 maanden operationeel zijn) vertegenwoordigen de thans afgesloten WaaS-contracten een gewaarborgde jaaromzet van ruim EUR 2,8 miljoen. Voor dit bedrag is nog geen rekening gehouden met mogelijke 'uplift'-opbrengsten die bovenop de contractuele minimum jaarlijkse opbrengsten komen, noch met de opbrengsten uit nieuwe WaaS-contracten die in 2022 worden afgesloten.

De versnelde marktacceptatie van het innovatieve WaaS-concept leid tot de prognose van een driecijferige groeivoet (triple digit growth) voor de opbrengsten binnen dit segment in 2022. Op basis van de bemoedigende prestaties binnen het niet-WaaS-segment in de tweede helft van 2021, beoogt Ekopak een dubbelcijferige groeivoet (double digit growth) voor dit segment in 2022.

Ekopak heeft ook sterke ambities voor de activiteiten in Frankrijk in 2022. De Franse dochteronderneming, die in augustus 2021 is opgericht, krijgt meer tractie en kon al een aantal 'high-end' klanten overtuigen van de oplossingen die Ekopak biedt, wat veelbelovend is voor de toekomst.

Het ligt voor de hand dat mogelijke verschuivingen van nieuwe klanten tussen niet-WaaS en WaaS de prognose kunnen beïnvloeden voor de herschikte opbrengstenmix WaaS/niet-WaaS voor 2022 en daarmee ook voor de totale opbrengsten en winstgevendheid van de groep. Hoewel Ekopak geen directe impact op zijn activiteiten heeft geïdentificeerd omwille van de huidige turbulente politieke en economische omgeving, bemoeilijken deze factoren eveneens een meer precieze prognosestelling dan hierboven aangeven.

Ekopak heeft 2022 sterk ingezet en heeft er vertrouwen dat dit momentum kan aangehouden worden. In januari kondigde Ekopak aan dat het een Memorandum of Understanding (voorakkoord) heeft ondertekend met PMV en water-link om een joint venture op te richten, die tegen 2025 het afvalwater van Antwerpse huishoudens na zuivering zal omzetten in koelwater voor bedrijven in de Antwerpse haven. De joint venture, waarin Ekopak een belang van 51% zal hebben, krijgt de naam Waterkracht en is een toonaangevend voorbeeld van publiek-private samenwerking. Als alles volgens plan verloopt, zal vanaf 2025 jaarlijks 20 miljard liter water worden gerecycleerd. Enkele weken later onthulde Ekopak de plannen voor de constructie van een nieuw gebouw, bestaande uit een kantoorgebouw en een fabriekswerkplaats, op een perceel van ongeveer 2,1 hectare op een industrieterrein in Deinze, België. De huidige hoofdkantoren van Ekopak in Tielt, het kantoor in Gent en het magazijn in Roeselare zullen worden geïntegreerd in dit nieuwe complex, dat is opgevat als een duurzaam gebouw en dat zal voldoen aan milieuspecificaties die verder gaan dan wat wettelijk is vereist. Ekopak verwacht het nieuwe pand in het voorjaar van 2024 te betrekken.

De onderneming kan beschikken over de nodige middelen, heeft de juiste strategie uitgestippeld, heeft de belangrijke Franse markt aangeboord en, bovenal, kan rekenen op het WaaS-businessmodel dat zijn waarde al overtuigend heeft bewezen in 2021.

Ekopak wordt niet direct beïnvloed door de oorlog in Oekraïne. De groep heeft noch in Oekraïne, noch in Rusland installaties en verkent deze geografische markten niet voor haar activiteiten. Ekopak koopt geen apparatuur, belangrijke componenten en ingrediënten uit deze landen. Het kan niet worden uitgesloten dat Ekopak indirect door deze situatie wordt getroffen, meer bepaald wanneer grote klanten zouden worden getroffen, wat na verloop van tijd zou kunnen leiden tot vertraagde bestellingen. We kunnen de impact van de macro-economische situatie in de toekomst niet inschatten.

*Over het algemeen zijn er contractueel vastgestelde minimum maandelijkse vergoedingen voor de gehele duurtijd van het contract, maar meestal stipuleren de contracten ook voorwaarden waartegen een contact kan worden beëindigd.

Het verhaal achter de missie en groei van Ekopak

  1. OVER EKOPAK

De laatste paar jaar is er veel veranderd voor Ekopak. Dit is een goed moment om in de spiegel te kijken en te waarderen hoe ver we zijn gekomen, voor we weer onze schouders zetten onder het werk dat nog voor ons ligt.

Jaarverslag 2021 | Mission – Vision – Strategy 10

4.1. WAT DOEN WE?

Waterverbruikers veranderen in waterproducenten

De eenvoudigste omschrijving van wat Ekopak doet, is het aanbieden van duurzaam watermanagement voor de industrie. Dit geeft bedrijven een oplossing die het verschil maakt voor verschillende kwesties waar ze mee te maken hebben. Maar hoe precies? En wat maakt gedecentraliseerde watervoorziening een betere oplossing dan eventuele andere waterbesparingsprojecten die bedrijven mogelijk al uitvoeren? Laten we daar eens dieper op ingaan.

Bedrijven dragen een verantwoordelijkheid naar hun stakeholders die ook het beperken van hun negatieve milieu-impact omvat. Gezien de toenemende regelmaat van extreme droogte en de verregaande gevolgen voor onze samenleving, is verantwoordelijk watergebruik cruciaal: vooral als een bedrijf zeer grote watervolumes gebruikt en in grote mate afhankelijk is van de beschikbaarheid van deze natuurlijke hulpbron.

Veel bedrijven zijn zich er al van bewust dat ze beter moeten nadenken over hun watergebruik, maar tot nu toe hebben zij zich daarbij bijna volledig gericht op waterbesparingsprojecten. En dat is gewoon niet voldoende om de complexe problemen met betrekking tot hun watergebruik op te lossen.

Bedrijven hebben mogelijk water nodig voor andere zaken dan standaard sanitair gebruik, en dat verbruik zal vanzelfsprekend al groter zijn dan dat van bijvoorbeeld een gezinshuishouden. Daarbij gebruiken fabrieken en andere industriële installaties mogelijk veel meer water in hun processen of als ingrediënt voor hun product – en dit is waar hun verbruik het zwaarste weegt.

Want dit is niet alleen het onderdeel waarvoor zij het meeste water verbruiken, maar ook waar water de grootste impact heeft op het bedrijf zelf. Een korte onderbreking van de sanitaire watervoorziening is voor een bedrijf makkelijk op te vangen, omdat hun kernactiviteiten er niet van afhankelijk zijn. Maar als de watervoorziening voor de processen van een bedrijf stopt, kan dit grote veiligheidsrisico's met zich meebrengen voor de medewerkers van het bedrijf en de gebruikers van het eindproduct.

Een gedecentraliseerde watervoorziening stelt bedrijven in staat zich af te koppelen van het reguliere waternet en te beginnen met circulair gebruik.

Pieter Loose — CEO

Wanneer natuurlijke waterreserves uitgeput raken, zullen bedrijven

negatieve economische

zelfredzaam te worden, hebben die bedrijven het voordeel van zekerheid.

hoe dan ook de

gevolgen hiervan ondervinden. Door

Pieter Loose — CEO

Een gedecentraliseerde watervoorziening biedt een bredere oplossing dan simpelweg "water besparen", legt Ekopak-CEO Pieter Loose uit: "Het stelt bedrijven in staat zich af te koppelen van het reguliere waternet en te beginnen met circulair gebruik door water opnieuw te waarderen en te recycleren." Met andere woorden: in plaats van "waterverspilling tegengaan" kunnen we beter helemaal geen water meer verspillen voor industriële doeleinden door een gedecentraliseerde watervoorziening te gebruiken met een eindeloos hernieuwbare toevoer. Dat helpt bedrijven niet alleen om hun watervoetafdruk te minimaliseren, maar maakt ze ook veel minder kwetsbaar voor waterschaarste en de negatieve effecten van watertekorten en mogelijke onderbrekingen van hun processen.

Slimmer en duurzamer

"Het is slimmer, veiliger en milieuvriendelijker om te stoppen met het verbruiken en verspillen van drinkwater, en in plaats daarvan over te stappen op alternatieve bronnen zoals afvalwater, regenwater en oppervlaktewater", vertelt

Loose. "Maar voor die overstap speelt waterbehandeling natuurlijk een cruciale rol." Behalve dat bedrijven afhankelijk zijn van de continuïteit van water, zijn ze ook afhankelijk van de kwaliteit van water. Hierbij moet opgemerkt worden dat "kwaliteit" in deze context niet verwijst naar een bepaalde set criteria waar al het water aan moet voldoen: de eigenschappen die water bruikbaar maken voor een fabriek, zijn mogelijk niet dezelfde als voor een ander soort bedrijf.

"Onze ambitie is om alle bedrijven

te overtuigen zich af te koppelen van traditionele watervoorziening," stelt Loose. Hij zegt dit niet alleen vanwege zijn enthousiaste ambitie voor de groei van Ekopak, zelfs niet voor het behoud van onze schaarse natuurlijke hulpbronnen: het is ook gewoon de meest

logische stap voor ondernemers. Door over te stappen op een gedecentraliseerde watervoorziening kunnen bedrijven de continuïteit van hun eigen proceswater garanderen en tegelijk zorgdragen voor de continuïteit

van drinkwater voor de rest van de samenleving. Het is niet alleen de betere keuze, maar ook een kwestie van het beperken van bedrijfsrisico's. Wanneer natuurlijke waterreserves uitgeput raken, zullen bedrijven hoe dan ook de negatieve economische gevolgen hiervan ondervinden. Door zelfredzaam te worden, hebben die bedrijven het voordeel van zekerheid.

Daarom kan Pieter Loose nauwelijks zijn enthousiasme verbergen wanneer hij praat over de ambitieuze toekomstdromen

van Ekopak: "Wij geloven dat in 2030 50% van de Belgische bedrijven niet langer aangesloten zullen zijn op het traditionele waternet. In 2050 zal dit voor heel Europa gelden."

Onze business units

Voor het beheren van de prestaties heeft Ekopak twee business units in gebruik genomen, overeenkomend met eenzelfde aantal rapportagesegmenten: WaaS en niet-WaaS – WaaS staat voor Water-as-a-Service.

In het niet-WaaS bedrijfsmodel richt Ekopak zich op het ontwerpen en maken van waterzuiveringsinstallaties op het terrein van de klant, met als optie om ook het bijbehorende onderhoud voor rekening te nemen wanneer de installatie operationeel is. In dit bedrijfsmodel bestaat het hoofddeel van de inkomsten uit de verkoop van de waterzuiveringsinstallaties aan de klant, aangevuld door adviesdiensten, after-salesdiensten en verbruiksartikelen. Het niet-WaaS bedrijfsmodel wordt gekenmerkt door hoge opbrengsten (inherent aan de verkoop van deze investeringsgoederen), gecombineerd met EBTIDA-marges tot enkele tientallen procenten, afhankelijk aan de mix van sales en adviesdiensten, investeringsgoederen, verbruiksartikelen,…

Het WaaS bedrijfsmodel combineert de ontwerp-, bouw-, financierings-, operationele en onderhoudsdiensten van Ekopak in een one-stop-shop, end-to-end-oplossing waarin per druppel betaald wordt. Elke WaaS-overeenkomst genereert omzet in de vorm van een contractueel overeengekomen minimumbedrag per maand gedurende de looptijd van het contract, vanaf de eerste m3 water die wordt aangeleverd. Ekopak streeft naar een initiële looptijd van het contract van 10 jaar, met vaste €/m3 -prijzen. Inherent aan het WaaS bedrijfsmodel is het feit dat de exploitatie-inkomsten verspreid worden over de totale levensduur (streven: 10 jaar) van elke overeenkomst. Een vergelijkbaar niet-WaaS-overeenkomst resulteert in een eenmalige uitbetaling, een typisch tienjarige WaaS-overeenkomst garandeert 120 maandelijkse betalingen. Dat betekent dat het WaaS bedrijfsmodel een lager omzetniveau genereert op het moment dat de waterzuiveringsinstallatie in gebruik wordt genomen, maar deze is wel gegarandeerd voor de gehele looptijd van de overeenkomst. Daarbij genereert het WaaS bedrijfsmodel EBITDA-marges van minimaal 67%.

4.2. TIJDLIJN VAN ONZE GROEI

Tijdlijn van onze groei

Maart 2021

Ekopak kondigt de intentie aan om bruto € 50 miljoen op te halen met de uitgifte van nieuwe aandelen in het kader van een onderhandse plaatsing bij gekwalificeerde investeerders, gevolgd door een notering van zijn aandelen op de gereglementeerde markt van Euronext Brussels.

Maart 2021

Ekopak stelt een onderhandse plaatsingsprijs vast op € 14,00 per aandeel, wat een totale marktkapitalisatie van ongeveer € 201 miljoen zou opleveren. De totale omvang van de onderhandse plaatsing, inclusief een gedeeltelijke uitoefening van de Verhogingsoptie en inclusief de plaatsing van de Bijkomende Aandelen (473.214 bestaande Aandelen), bedraagt ongeveer € 57 miljoen. De notering van en handel in de aandelen op Euronext Brussels begint.

April 2021

Ekopak is op 19 april 2021 lid geworden van het VN Global Compact, omdat dit een uitstekend raamwerk biedt ter ondersteuning van ons proces van het integreren van duurzaamheid in onze bedrijfsstrategie en activiteiten.

Maart 2021

WaaS NV sluit een nieuwe WaaS-overeenkomst af met Takeda, voor hun productielocatie in Lessen in België. De overeenkomst omvat het jaarlijkse hergebruik van 600.000 m3 afvalwater.

April 2021

Na de uitoefening van de "Overtoewijzingsoptie" en de daaruit voortvloeiende kapitaalverhoging bedraagt het maatschappelijk kapitaal van Ekopak 6,7 miljoen.

April 2021

Ekopak kondigt de integratie van iSERV aan, een gespecialiseerde dienstverlener voor waterbehandeling en een sectorpartner.

Juni 2021

Vynova, een internationaal chemiebedrijf dat actief is in de productie van pvc en alkalichloriden tekent een overeenkomst met Ekopak voor de bouw en installatie van een demineralisatie-installatie die de Vynova-locatie in Tessenderlo (België) zal voorzien van één miljoen kubieke meter zuiver en duurzaam proceswater per jaar.

September 2021

Ekopak publiceert de tussentijdse resultaten voor het eerste halfjaar van 2021 en meldt daarbij dat de strategische transitie naar het Water-as-a-Service (WaaS)-bedrijfsmodel een vliegende start kent met een toename van 25,4% aan WaaS-omzet.

September 2021

Ekopak kondigt aan de officiële co-titel shirtsponsor van de internationale wielerploeg Quick-Step – Alpha Vinyl te zijn, met toprenners als Julian Alaphilippe, Remco Evenepoel, Kasper Asgreen en Fabio Jakobsen. Een paar dagen na deze aankondiging wint de Franse renner Julian Alaphilippe het wereldkampioenschap. In zijn regenboogshirt vervult Alaphilippe een prachtige ambassadeursrol voor de groeiende activiteiten van Ekopak in Frankrijk en daarbuiten.

Augustus 2021

Ekopak richt Ekopak Frankrijk op met de opening van twee locaties in Frankrijk: de eerste in Rouen (gericht op projecten in Noord-Frankrijk, waaronder de industriegebieden van Rijsel, Parijs, Metz, Rennes en Nantes), de tweede in Lyon (gericht op centraal en Zuid-Frankrijk).

September 2021

Er worden meerdere nieuwe WaaS-projecten aangekondigd op de website van Ekopak, waaronder het compleet nieuw ontwerpen van de waterbehandelingsinstallatie van het Universitair Ziekenhuis Brussel, evenals een waterbehandelingssysteem voor de fabriek in Lahore van de Sapphire textielgroep in Pakistan, als onderdeel van een groter project van Vyncke, een bedrijf met hoofdkantoor in dezelfde regio als Ekopak.

November 2021

Ekopak start het plan om de juridische structuur van de groep te optimaliseren met een voorgestelde fusie door overname tussen Ekopak NV, het overnemende bedrijf, aan de ene kant, en aan de andere kant Water-as-a-Service NV en iSERV als de over te nemen bedrijven.

Ekopak voorziet om zijn duurzaamheidsverslag te publiceren in het 2de kwartaal van 2022.

Een voortdurend proces

Grote veranderingen betekenen ook nieuwe uitdagingen en nieuwe behoeften voor Ekopak. Om de explosieve groei te managen en een stabiele omgeving voor toekomstig succes te creëren, zal Ekopak zijn basis moeten aanpassen.

Om de missie van het bedrijf en het welzijn van de medewerkers te beschermen, heeft Ekopak een raamwerk nodig waarin de business en de duurzaamheidsstrategie niet gescheiden zijn, maar geïntegreerd worden om te dienen als kompas voor het totale bedrijf en de groei. "Er is maar één manier om te zorgen dat je groei de positieve impact heeft die je wilt, en dat is door te zorgen dat

duurzaamheid zit ingebakken in de bedrijfsstrategie," legt Pieter Loose uit. "Het proces is begonnen met onszelf een spiegel voorhouden en zien wie we nu werkelijk zijn. Anders konden we ook niet definiëren wat duurzaamheid voor ons bedrijf precies betekent en hoe we het kunnen integreren in alle aspecten van ons bedrijf en onze organisatie."

Er is maar één manier om te zorgen dat je groei de positieve impact heeft die je wilt, en dat is door te zorgen dat duurzaamheid zit ingebakken in de bedrijfsstrategie.

Pieter Loose — CEO

Stap voor stap

Hoewel het Ekopak is gelukt om een sterke bedrijfscultuur met een duidelijke missie, waardes en principes neer te zetten, dit moet nu worden geïntegreerd en geformaliseerd. De afgelopen jaren heeft het bedrijf al haar inspanningen en aandacht moeten richten op de snelle groei.

In 2022 zal Ekopak het een topprioriteit maken om de structuur vorm te geven waarop het bedrijf kan voortbouwen. Er wordt een formeel beleid opgesteld om de bedrijfscultuur en de rechten van iedereen binnen de organisatie te waarborgen: normen, een geschreven gedragscode en een beleid voor veiligheid, ethiek en arbeidsomstandigheden zijn hier ook onderdeel van.

Deze strategie biedt Ekopak een raamwerk voor haar activiteiten met maatschappelijke en milieu gerelateerde KPI's voor de korte en voor de lange termijn. "Wij zijn ons er allemaal goed van bewust dat dit slechts het begin is van onze reis", voegt Loose toe. "Het is een proces van doorlopende ontwikkeling. De komende jaren implementeren we het plan dat op tafel ligt, maar moeten we ook constant evalueren om te kijken waar we het beter kunnen doen. Deze reis die we zijn begonnen, richting een steeds groter wordende positieve impact op onze wereld, kent geen eindpunt. We leggen de lat steeds hoger."

Dit geldt ook voor de bestaande beleidsdocumenten, deze zullen ook verder moeten aangevuld en geformaliseerd worden. Ekopak is hier bewust van en daarom is de verdere formulering en implementatie van deze documenten de komende jaren dan ook een belangrijk aandachtspunt, zodat we grip kunnen krijgen op de huidige staat en verbeteringen gemeten kunnen worden.

We nodigen u uit om over een paar maanden weer een kijkje te nemen, of misschien het volgende jaarverslag te lezen, zodat wij u de stappen die wij nemen kunnen laten zien.

Waar we nu staan: geen druppel te verspillen

Om te weten waar we in de toekomst naartoe willen, moeten we goed begrijpen waar we nu zijn. Het verhaal van Ekopak is onlosmakelijk verbonden met de groeiende vraag naar water en de toenemende tekorten over de hele wereld. Nu een duurzame benadering van waterverbruik actueler is dan ooit, heeft dit Ekopaks focus en vastberadenheid versterkt om echte, bruikbare oplossingen te bieden voor een situatie die een bedreiging vormt voor iedereen op aarde.

Jaarverslag 2021 Integrated Rapport 2022 | Mission – Vision – Strategy | About Ekopak18

De vraag naar water: de grote dorst van de wereld

Sinds de jaren '80 neemt wereldwijd het gebruik van zoetwater jaarlijks met ongeveer 1% toe. Het World Water Development Report 2021 van de Verenigde Naties schrijft een aanzienlijk deel van deze groei toe aan een combinatie van stijgende bevolkingsaantallen, economische ontwikkelingen en veranderende consumptiepatronen. De landbouw is momenteel verantwoordelijk voor 69% van de wereldwijde vraag naar water. Dit wordt met name gebruikt voor irrigatie, maar omvat ook water voor de veehouderij en aquacultuur. Industrie (inclusief energiecentrales) zijn goed voor 19%.

Waterstress in België

Ekopaks thuismarkt België is op deze wereldwijde trend geen uitzondering. Onderzoek door het World Resource Institute toont aan dat België tot de landen met de meeste waterschaarste ter wereld behoort. Jaarlijks gebruiken de Belgen 40 tot maar liefst 80% van al het beschikbare drinkwater in het land. Hiermee staat België op plaats 23 van de 164 onderzochte landen. Net iets meer dan de helft van het netto waterverbruik gaat naar de energiesector en de industrie. De invloed van die laatste op water is dus veel wezenlijker dan die van huishoudens of de landbouw: de industrie heeft water nodig voor haar productieprocessen of als bestanddeel van de gemaakte producten.

Beschikbaarheid water: een (on)eindige hulpbron

Terwijl de vraag naar water stijgt, neemt de beschikbaarheid ervan af. In absolute termen komt het totale hernieuwbare zoetwater in Europa neer op ongeveer 3.500 km3 per jaar. De Mediterrane eilanden Malta en Cyprus en de dichtbevolkte Europese landen hebben het minste beschikbare water per hoofd van de bevolking.

België voelt daarbij de effecten van klimaatverandering: de verwachting is dat lange periodes van droogte in de zomer de norm blijven voor onze regio, zoals de extreme droogte die we de afgelopen zomers al zagen. Naast het gevaar dat dat oplevert voor de drinkwatervoorziening, is er nog een gevaarlijk maatschappelijk effect van deze droogte. Hoewel het dus minder vaak regent, is die regenval – wanneer die dan eindelijk komt – geconcentreerder en intenser. Dit brengt een verhoogd risico op verwoestende overstromingen met zich mee, ook omdat de voorgaande periodes van droogte het vermogen van de bodem hebben verminderd om water op te nemen en af te voeren.

Het effect: waterstress en "blue out"

Er dreigt een structureel tekort aan water. Waterstress – een tekort aan drinkwater in vergelijking met de vraag – treft veel gebieden op aarde. Het World Water Development Report 2021 van de Verenigde Naties meldt dat ruim twee miljard mensen wonen in landen die te maken hebben met waterstress. Dit kan verwoestende gevolgen hebben.

Veel bedrijven vandaag de dag zijn nog steeds volledig afhankelijk van drinkwater voor hun processen of productie, omdat ze geen toegang hebben tot andere watervoorziening. Maar omdat deze watervoorziening dreigt te fluctueren of weg te vallen, worden de product- en procescontinuïteit van deze bedrijven bedreigd.

De oplossing: een paradigmaverschuiving in watermanagement

De analyse van de huidige wereldwijde vraag naar en beschikbaarheid van water maakt duidelijk dat aanpassing aan klimaatverandering urgent is en een wereldwijde aanpak vergt. Dit is precies waar Ekopak potentie ziet om verandering in de hand te werken, door het bewustzijn onder bedrijven te vergroten dat duurzamer watergebruik in de industrie mogelijk is dankzij gedecentraliseerde en hernieuwbare watervoorziening. Op die manier draagt Ekopak haar steentje bij aan de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals) van de Verenigde Naties. Deze zogeheten SDG's zijn de doelstellingen die de wereld heeft gesteld voor 2030, als een raamwerk om naar duurzame ontwikkeling te evolueren. "Verzeker toegang tot duurzaam beheer van water en sanitair voor iedereen" is SDG nummer 6, het streven naar schoon water en sanitaire voorzieningen voor alle mensen.

Binnen SDG 6 zijn er zes resultaatgerichte targets gedefinieerd: veilig en betaalbaar drinkwater, een einde aan open defecatie en toegang tot sanitaire voorzieningen en hygiëne, het verbeteren van de waterkwaliteit, het behandelen en veilig hergebruiken van afvalwater, de efficiëntie van waterverbruik vergroten en zoetwaterbronnen waarborgen, IWRM (geïntegreerd beheer van waterreserves) invoeren, het beschermen en herstellen van watergerelateerde ecosystemen. Naast SDG 6 is water ook een belangrijk onderdeel van SDG 9 (Industrie, innovatie en infrastructuur) en SDG 13 (Klimaatactie). Water speelt inderdaad een belangrijke rol in de industrie en is nauw verbonden aan het klimaat.

* wri.org/aqueduct

** wri.org/aqueduct

*** Willems, P., et al. (2020), 'Uitwerking van een reactief afwegingskader voor prioritair watergebruik tijdens waterschaarste'

5.2. WAARDEKETEN

Onze waardeketen: het tij keren

gebruiken binnen een circulair economisch model. Ik denk dat innovatie, zowel in technische als in bedrijfskundige zin, gebruik zal maken van deze circulaire evolutie. Wij zien nu al dat toegenomen vraag en een streven om te innoveren versnellend werken voor de groei

van Ekopak." Pieter Loose — CEO

Het idee van de waardeketen is gebaseerd op de procesbenadering van organisaties, het idee van een productie- of dienstverlenende organisatie te zien als een systeem bestaande uit subsystemen met elk hun eigen inputs, transformatieprocessen en outputs. De waardeketen van Ekopak is gevormd rond de toegenomen urgentie rond het verwezenlijken van circulaire processen en moet gezien worden in de bredere paradigmaverschuiving richting een stakeholdereconomie.

In tegenstelling tot een aandeelhoudereconomie, houden bedrijven in een stakeholdereconomie rekening met alle stakeholders die geraakt worden door de activiteiten. Strategische beslissingen wegen bijvoorbeeld de

behoeften van de medewerkers en aandeelhouders mee, maar ook die van leveranciers en klanten, en ook minder voor de hand liggende stakeholders zoals de samenleving of NGO's. Met andere woorden: de actoren in de waardeketen vertegenwoordigen slechts een deel van alle Ekopak stakeholders.

Geloofwaardig strategiemanagement kijkt daarom naar een economisch, maar ook naar een sociaal en milieugerelateerd aspect. Het doel is

altijd om een balans te vinden tussen wat belangrijk is voor de stakeholders en wat belangrijk is voor het bedrijf. Deze drie aspecten werken niet afzonderlijk van elkaar. Een geloofwaardige duurzaamheidsbelofte vereist een systematische aanpak waarbij wederzijdse invloeden worden onderkend.

Ekopak ziet zichzelf en haar missie niet als iets dat losstaat van de rest. De impact die het bedrijf op de markt kan hebben, is essentieel. Het operationele model is gebaseerd op de ambitie om de impact te gebruiken om de markt op een positieve manier te beïnvloeden en om het bewustzijn over waterschaarste te vergroten. "We

markt is enorm en groeit nog steeds.

zijn al een heel eind gekomen", vertelt CTO Joost Van der Spurt. "Tien jaar geleden spraken we met chemische fabrieken voor wie onze propositie 'gewoon' met water te maken had. Inmiddels krijgen de deskundigen van Ekopak bijna een koninklijk welkom om oplossingen te bieden met betrekking tot water. Die veranderde perceptie maakt heel duidelijk dat wij echt een impact kunnen hebben op de stakeholders in onze waardeketen."

Ekopak opereert in een nieuwe, innovatieve en snelgroeiende markt. De wereldwijde uitgaven aan water en afvalwater door nutsbedrijven en industriële watergebruikers zal naar verwacht met 3,5% CAGR groeien in 2023. In de EU wordt slechts 2% van stedelijk afvalwater

hergebruikt. Tegelijkertijd wordt het wateraanbod steeds relevanter voor wereldwijde stakeholders. "Er is behoefte aan innovaties die bedrijven in staat stellen om afvalwater te hergebruiken en alternatieve bronnen te

De belangrijkste technologiesegmenten van Ekopak groeien nog sneller. Voor 2024 streeft de markt voor omgekeerde osmose naar een groei van 8,7% CAGR, de ultra-filtratiemarkt richt zich op een groei van 15,3% en de nano-filtratiemarkt zal toenemen met 18,2%.

Gedreven door oplopende waterschaarste, groeiende vraag

naar water, steeds strenger wordende regelgeving en relevantere ESG-doelstellingen zijn veel industriële watergebruikers op zoek naar manieren om hun algehele watervoetafdruk te verkleinen en om water op een duurzamere manier te gebruiken. Om haar missie te verwezenlijken heeft Ekopak de strategische keuze gemaakt om zich te richten op industrieën met een hoger waterverbruik en waar er behoefte is aan water van een bepaalde kwaliteit. Daardoor zijn opdrachten uit de voedingsindustrie, de farmaceutische industrie en de chemische industrie zeer belangrijk geworden voor ons bedrijf.

Onze markt De gevestigde wereldwijde industriële

Source(s): (1) Global Water Intelligence (GWI) – Global Water Market in 2018; (2) United Nations – The UN World Water Development Rapport, 2020

De belangrijkste technologiesegmenten van Ekopak groeien snel.

Note(s): (*) Tubular/ spiral nano membrane market Source(s): (1) Allied Market Research – Reverse Osmosis Membrane Market Outlook - 2025, 2018; (2) Rapports and Data – Ultrafiltration Market Size, Share And Analysis By Type And By Applications, 2020; (3) bcc research – Nanotechnology, 2019

  1. DUURZAME GROEI

Duurzame groei van Ekopak

Hoewel duurzaamheid steeds een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Ekopak, heeft het bedrijf in 2021 de omschakeling gemaakt van het opstarten van verschillende initiatieven en projecten naar een bewuste, consequente en geïntegreerde benadering van duurzaamheid. In dit hoofdstuk van ons rapport schetsen we het proces voor het ontwikkelen van een duurzame strategie en definiëren we de vier pijlers waarop deze strategie rust.

Door het bepalen van onze duurzaamheidsstrategie wordt het duidelijk op welke vlakken we de grootste impact kunnen verwezenlijken – het stelt ons in staat om onze inspanningen te optimaliseren daar waar ze het zinvolst zijn

Els De Keukelaere — CFO

Wordt vervolgd…

In het tweede kwartaal van 2022 zullen we ons eerste duurzaamheidsrapport publiceren, waarin het gehele proces in detail uit de doeken wordt gedaan alsmede onze concrete ambities en doelstellingen zoals deze worden onderschreven door onze Raad van Bestuur.

Het proces 6.1. HET PROCES

STAP 1: het begint bij ons

Opdat onze onderneming op een duurzame manier zou kunnen groeien, mogen we geen onderscheid maken tussen onze bedrijfsstrategie en onze inspanningen inzake duurzaamheid, maar moeten we deze samen ontwikkelen zodat de twee elkaar versterken. Daarom begint onze duurzaamheidsstrategie met het bepalen van onze bedrijfsstrategie: wat doen we als bedrijf? Waar staan we voor?

Pas wanneer we een duidelijk beeld hebben van wie we zijn, wordt het duidelijk welke impact wij werkelijk hebben als bedrijf. En dan moet onze strategie ons tonen waar we het grootste verschil kunnen maken, zodat we niet alleen de zekerheid hebben dat deze impact zo positief mogelijk is maar ook dat onze onderneming er sterker door wordt.

"Duurzaamheid is het bereiken van een evenwicht tussen ecologische, maatschappelijke en economische aspecten. Wanneer dit evenwicht wordt bereikt, zal wat we doen om de wereld beter te maken ook ons bedrijf ten goede komen – en op die manier kunnen we groeien op een duurzame manier. "

Pieter Loose — CEO

STAP 2: het gaat om de stakeholders

Zodra het duidelijk is wat we doen als bedrijf, kunnen we bepalen op welk vlak we de grootste impact kunnen hebben en waar de prioriteiten en risico's liggen. Maar daarvoor hebben we onze stakeholders nodig. Als we stellen dat "duurzaamheid" het evenwicht is tussen ecologische, maatschappelijke en economische aspecten, dan moeten we bepalen welke ecologische en maatschappelijke aspecten belangrijk zijn voor onze stakeholders en dus ook voor ons bedrijf.

Omdat ons bedrijf een invloed heeft op onze stakeholders, worden bij hen bepaalde behoeften gecreëerd. Deze materialiteiten vertegenwoordigen mogelijk interessante opportuniteiten voor Ekopak (als we aan deze behoeften kunnen voldoen) maar ze kunnen ook aanzienlijke risico's inhouden (als we er niet inslagen eraan te voldoen). Door met onze stakeholders te praten wordt onze horizon breder, waardoor we de wereld niet langer zien door onze eigen tunnelvisie maar ons bewust worden van de risico's en de opportuniteiten die buiten ons gezichtsveld liggen.

Ontdek meer

In ons duurzaamheidsrapport zullen we uitleggen hoe we onze stakeholders hebben geïdentificeerd, hoe we in de toekomst met hen willen communiceren en wat we te weten zijn gekomen over hun materialiteiten ten aanzien van Ekopak.

Stakeholder identificatie

Geen enkele onderneming kan 100% perfect worden, maar dat mag ons er niet van weerhouden om gestaag en doelgericht onszelf te verbeteren, stap voor stap. Dat kunnen we bereiken door voorrang te geven aan die zaken waarmee we het grootste verschil kunnen maken.

Dwight Vandendaele — Ekopak Belgium

STAP 3: prioriteiten

Duurzame ontwikkeling is enkel mogelijk als we een positieve impact hebben zowel op de wereld rondom ons als op de economische realiteit van onze onderneming. Het bepalen van onze strategie is bijgevolg een constante evenwichtsoefening, waarbij we voorrang moeten geven aan de thema's die de grootste impact hebben op beide vlakken.

Zodra we een duidelijk beeld hebben van de behoeften van onze stakeholders, moeten we bepalen welke materialiteiten voorrang moeten krijgen en deel moeten uitmaken van onze strategie. Deze prioriteiten worden bepaald door alle materialiteiten in een matrix te plotten die zowel de relatieve impact van Ekopak op een materialiteit (en dus op de stakeholder) als de impact van een materialiteit op de bedrijfsactiviteiten van Ekopak in overweging neemt. Op die manier kunnen we het juiste evenwicht vinden tussen mensen, de planeet en bedrijfsrendement zodat we op een duurzame manier verder kunnen ontwikkelen.

Ontdek meer

In ons duurzaamheidsrapport tonen we onze materialiteitenmatrix en geven we uitleg over het proces achter de prioriteitsbepaling van de materialiteiten.

STAP 4: bepalen van de pijlers van onze duurzaamheidsstrategie

Het opstellen van een lijst met materialiteiten zou geen doeltreffende manier zijn om kenbaar te maken wat duurzaamheid betekent voor Ekopak. De integratie ervan in een duidelijk en bondig verhaal helpt ons bedrijf om zowel intern als extern te communiceren over waar onze focus ligt en welke onze prioriteiten zijn.

Hernieuwbaar gebruik van water

De wereld riskeert in de toekomst te worden geconfronteerd met een ernstig tekort aan bruikbaar water. Om een dergelijke ecologische en humanitaire ramp af te wenden, moeten we erop toezien dat de juiste waterbronnen worden gebruikt voor de juiste toepassingen. Alleen dan zullen we erin slagen om ons waterverbruik hernieuwbaar en dus duurzaam te maken. Om dit te kunnen verwezenlijken ondersteunt Ekopak bedrijven bij het omschakelen van het traditionele waternet naar een gedecentraliseerde watervoorziening.

Veilig waterverbruik

Bedrijven gebruiken water ofwel als proceswater of als ingrediënt bij het maken van een product. In beide gevallen heeft dit water een belangrijke impact op de veiligheid. Ekopak garandeert deze veiligheid door het water te behandelen volgens de gewenste kwaliteitsnorm en door de continuïteit te maximaliseren.

Eko-wolfpack

Ekopak levert een belangrijke bijdrage tot een duurzamer waterverbruik dankzij een gedecentraliseerde watervoorziening, maar dit is enkel mogelijk omdat Ekopak kan vertrouwen op een uiterst gekwalificeerd en ambitieus team. Maar dezelfde gedrevenheid en passie die leiden tot innovatieve oplossingen kunnen voor onze werknemers ook leiden tot een burn-out. Daarom is het van groot belang dat Ekopak investeert zowel in de mentale gezondheid als in de kennis van haar Eko-wolfpack.

Verantwoordelijk vermogensbeheer

De impact van Ekopaks eigen bedrijfsactiviteiten is klein vergeleken met het verschil dat we kunnen maken voor de impact van onze klanten. Toch willen we erop toezien dat het reduceren van onze eigen ecologische voetafdruk gelijke tred houdt met de maatschappelijke evolutie. Wij focussen daarbij vooral op onze gebouwen en mobiliteit om onze negatieve impact op CO2-uitstoot, luchtvervuiling, waterverbruik, energieverbruik en afvalproductie te verminderen.

Terwijl we in 2021 onze duurzaamheidsstrategie hebben ontwikkeld, begint in 2022 het echte werk: we zullen de aanpak die we tot nu toe hebben gevolgd verder uitdiepen en versterken. We zullen ons focussen zowel op concrete projecten als op een meer gestructureerd engagement met stakeholders.

Els De Keukelaere — CFO

STAP 5: optreden waar het nodig is

Onze pijlers bieden een stevige basis voor een specifiek projectplan waarin onze prioriteiten vooropstaan. Een dergelijk projectplan zorgt ervoor dat elke actie die Ekopak onderneemt de duurzaamheidsstrategie ondersteunt. Hieronder zullen we het kader uiteenzetten dat door deze pijlers wordt gecreëerd voor Ekopak. In ons

duurzaamheidsrapport zullen wij met u een gedetailleerd en volledig projectplan delen, zoals dat werd onderschreven door onze Raad van Bestuur, en waarin wordt verduidelijkt wat onze doelstellingen zijn, hoever we vandaag staan en op welke manier we nog willen verbeteren.

Ekopaks duurzaamheidspijlers en de SDG's

De juiste waterbronnen gebruiken voor de juiste toepassingen

Omschakelen naar een gedecentraliseerde watervoorziening

Het eerste onderdeel van deze pijler is Ekopaksengagement om bedrijven te ondersteunen bij de omschakeling naar een gedecentraliseerde watervoorziening. Dit begint met de analyse van alle mogelijke reststromen – gaande van afvalwater en regenwater tot oppervlaktewater – opdat de gedecentraliseerde watervoorziening over voldoende waterbronnen kan beschikken om de continuïteit van het productieproces te garanderen. Op basis van deze analyse kunnen we bepalen hoe het aangevoerde water moet worden behandeld om de gewenste kwaliteit te bekomen. In nauwe samenwerking met de academische wereld maakt Ekopak gebruik van innovatieve oplossingen binnen dit proces om het gebruik van deze gedecentraliseerde watervoorziening te maximaliseren: de bruikbaarheid voor de klant wordt geoptimaliseerd zowel op het vlak van kwaliteit als op het vlak van continuïteit.

Impact

  • Kleinere watervoetafdruk
  • Gewaarborgde kwaliteit en continuïteit van water
  • Niet afhankelijk van prijsschommelingen van het traditionele waternetwerk
  • Weerbaarheid in geval van waterschaarste

Takeda Lessines maakt de omschakeling

Het gedecentraliseerde watervoorzieningsnetwerk van Takeda Lessines zet het afvalwater van het bedrijf terug om in drinkwater door middel van een procedé van ultrafiltratie en omgekeerde osmose (3x50 m3 /uur). Vroeger had Takeda een verbruik van 700.000 m3 stadswater per jaar. Na de omschakeling naar een gedecentraliseerde watervoorziening is dit volume met 90% gedaald: enkel als de reststromen geen continuïteit kunnen garanderen, wordt door Ekopak het absolute minimum aan drinkwater toegevoegd.

Bewustwording creëren rond het nut van een gedecentraliseerde watervoorziening

Om de impact van hernieuwbaar gebruik van water zo groot mogelijk te maken, volstaat het niet om enkel te kijken naar de werkelijke toepassing van een gedecentraliseerde watervoorziening aangezien veel bedrijven zich nog altijd niet voldoende bewust zijn van het bestaan en de voordelen ervan. Het bewustzijn rond de producten en diensten die Ekopak levert moet worden vergroot om de stakeholders in onze waardeketen – leveranciers enerzijds en klanten anderzijds – aan te sporen om te kiezen voor duurzamere opties.

Impact

  • Door bedrijven te informeren over de voordelen en opportuniteiten die een gedecentraliseerde watervoorziening hen kan bieden, worden zij op een intrinsieke manier gemotiveerd om af te schakelen van het drinkwaternet en hun watervoetafdruk te verkleinen.
  • Terzelfdertijd kan deze bewustmaking Ekopak 'top-of-mind' maken bij potentiële klanten, wat bijdraagt tot de duurzame ontwikkeling van ons bedrijf.

Ekopak minimaliseert de impact van een gedecentraliseerde watervoorziening

Zoveel mogelijk bedrijven ervan overtuigen om over te schakelen naar een gedecentraliseerde watervoorziening is geen 'opzichzelfstaand' duurzaamheidsstreven. Een belangrijk onderdeel van onze strategie is het combineren van een kleinere watervoetafdruk met een minimale impact van de installaties voor wat betreft het gebruik van chemicaliën, CO2-uitstoot, energieverbruik en afvalproductie. Bijgevolg kan Ekopak een economisch rendabele gedecentraliseerde watervoorziening aanbieden die een antwoord biedt op de steeds toenemende druk van hogere vaste kosten.

Ekopak creëert toegang tot drinkwater, waar nodig

Bij Ekopak zijn we van mening dat het belangrijk is om impact te creëren die verder reikt dan de waardeketen. Nu al helpen we onze klanten miljoenen liters water te besparen, maar samen met Water.org kunnen we nog een stap verder gaan. Via ons 'Save water, Give water'-programma helpen we mensen toegang te krijgen tot drinkbaar water in regio's met ernstige tekorten.

Veroorzaakte impact

Het heeft geen nut om bedrijven een stap voorwaarts te zien nemen op het vlak van hun watervoorziening om dan weer een stap terug te zetten op het gebied van andere ecologische parameters.

Gecreëerde impact

Het 'Save water, Give water'-programma is een hefboom voor Ekopak om haar eigen klanten nog meer bewust te maken van de impact van de klimaatverandering.

Water.org

Water.org is een wereldwijde organisatie zonder winstoogmerk die zich inzet voor water en sanitaire voorzieningen in de wereld. De organisatie helpt mensen toegang te krijgen tot veilig water en sanitaire voorzieningen door middel van betaalbare financiering, zoals kleine leningen. Dit is een levensveranderende stap waardoor vrouwen hoop krijgen, kinderen gezond kunnen opgroeien en gezinnen een mooie toekomst mogen verwachten.

6.3. GEBRUIK VAN VEILIG WATER

Gebruik van veilig water

Gegarandeerd de juiste waterkwaliteit van de gedecentraliseerde watervoorziening

Ekopak neemt de verantwoordelijkheid voor het maximaal inzetten van haar gedecentraliseerde watervoorraden door gebruik te maken van de best mogelijke technieken op het vlak van waterzuivering om de kwaliteit van het water op het juiste niveau te brengen voor de processen en producten van elke klant. Onze ingenieurs bezoeken de klanten regelmatig om analyses uit te voeren en hen te begeleiden naar een optimale waterkwaliteit. De sleuteltechnologieën van Ekopak zijn omgekeerde osmose, ultrafiltratie en nanofiltratie, maar we bieden ook corrosiebestrijding, desinfectie, of legionellapreventie aan.

Impact

  • Procesveiligheid bij de productie is cruciaal voor de veiligheid van de productiemedewerkers.
  • Productveiligheid heeft een belangrijke impact op de algemene bevolking.

Jaarlijks 1 miljoen m3 gezuiverd proceswater voor Vynova

Vynova is een internationale chemische groep die PVC en chlooralkali-producten maakt. Voor haar activiteiten is een constante kwaliteit en betrouwbaarheid van het proceswater nodig. Vynova maakt geen gebruik van een gedecentraliseerde watervoorziening, maar zoals bij alle projecten voor klanten streeft Ekopak naar een maximaal gebruik van water door kwaliteit en continuïteit te garanderen. Vanaf het derde kwartaal van 2022 zal een demineralisatie-installatie die gebruik maakt van membraantechnologie de site in Tessenderlo voor Vynova voorzien van meer dan een miljoen kubieke meter zuiver en duurzaam proceswater per jaar (aan 3x80 m3 /uur). Het project bevestigt en onderstreept het belang van duurzaam proceswater voor de hele chemische sector.

Save Water, Give Water

heeft zich al bij Takeda 2.4K

het programma aangesloten

mensen hebben we toegang gegeven tot drinkwater in gebieden met waterstress

Gegarandeerde continuïteit van water uit de gedecentraliseerde watervoorziening

Voor hun veiligheid moeten bedrijven zeker kunnen zijn van de continuïteit van water: denk maar eens aan de risico's die zouden ontstaan wanneer geen proceswater of koelwater meer wordt geleverd. Het zijn die risico's die bedrijven ervan weerhouden om volledig onafhankelijk te worden. Dus garandeert Ekopak de continuïteit van haar gedecentraliseerde watervoorziening door intern voldoende afvalwaterstromen samen te brengen en door onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de gedecentraliseerde watervoorzieningen van verschillende bedrijven met elkaar te linken. Door bedrijven te verbinden in een alternatief waternetwerk kunnen piekuren in een bepaald bedrijf gecompenseerd worden door daluren in een ander bedrijf.

Impact

Impact

Aangezien grondwaterextractie voor drinkwater een impact heeft op het niveau van het grondwater en heel wat ecologische schade kan veroorzaken, is het logisch dat hoe minder bedrijven het drinkwaternetwerk gebruiken voor hun activiteiten, hoe kleiner de negatieve impact zal zijn die de industrie heeft op het niveau van het grondwater.

Jaarlijks 20 miljard liter gerecycleerd water

In het begin van 2022 maakte Ekopak bekend dat het een joint venture was aangegaan met PMV en water-link om tegen 2025 het behandelde afvalwater van Antwerpse huishoudens om te zetten in koelwater voor bedrijven in de Antwerpse Haven. Het samenwerkingsverband werd Waterkracht gedoopt en is een belangrijke mijlpaal in de transitie naar duurzaam ondernemen in de Antwerpse Haven. Binnen deze publiek-private samenwerking heeft Ekopak een aandeel van 51% in de joint venture.

Waterkracht onderhandelt met de Haven van Antwerpen over het bouwen van een waterzuiveringsinstallatie voor dit project op een terrein in het NextGen district – de voormalige Opel-site in de Haven van Antwerpen. Ekopak zal de fabriek bouwen en exploiteren. Het afvalwater zal worden behandeld door middel van membraantechnologie, zodat het kan worden gebruikt voor industriële toepassingen. Het project zal zorgen voor de recuperatie en filtering van het afvalwater van heel de stad Antwerpen en zal elk jaar 20 miljard liter water recycleren – wat het equivalent is van het waterverbruik van 400.000 gezinnen. Als alles volgens plan verloopt, zal deze fabriek volledig operationeel zijn in 2025.

6.4. EKO-WOLFPACK

Eko-wolfpack

De mentale gezondheid van onze mensen is belangrijk voor ons

Het zijn de mensen – ons Eko-wolfpack – die onze organisatie dragen en ervoor zorgen dat Ekopak op een duurzame manier kan groeien. Het is evenwel een feit dat wanneer men mensen te veel onder druk zet, ze hun motivatie verliezen evenals hun vermogen om het beste van zichzelf te geven ter ondersteuning van ons gemeenschappelijk doel. Bij Ekopak zijn we waakzaam en streven we ernaar om de team spirit hoog te houden. We hebben een verantwoordelijkheid om goed zorg te dragen voor onze mensen – en hun mentale gezondheid, vandaag en in de toekomst.

Kennis opbouwen en verspreiden over gedecentraliseerde watervoorziening

Ekopak functioneert binnen een relatief nieuwe industrietak. Kennis over een gedecentraliseerde watervoorziening is nog niet wijdverbreid. Hiermee neemt Ekopak een dubbele verantwoordelijkheid op de schouders: we moeten onze eigen werknemers een degelijke opleiding geven, maar ook een nieuwe generatie voorbereiden op een toekomst met hernieuwbare watervoorziening.

Impact

Door een zo wijd mogelijke verspreiding van kennis over een gedecentraliseerde watervoorziening zal de potentiële verandering die hierdoor kan worden verwezenlijkt exponentieel toenemen.

Gedreven medewerkers die zich goed voelen kunnen de wereld veranderen.

6.5. VERANTWOORDELIJK VERMOGENSBEHEER

Verantwoordelijk vermogensbeheer

De impact van Ekopaks eigen bedrijfsactiviteiten is klein vergeleken met het verschil dat we kunnen maken voor de impact van onze klanten. Toch willen we erop toezien dat het reduceren van onze eigen ecologische voetafdruk gelijke tred houdt met de maatschappelijke evolutie. Wij focussen daarbij vooral op onze gebouwen en mobiliteit om onze negatieve impact op CO2-uitstoot, luchtvervuiling, waterverbruik, energieverbruik en afvalproductie te verminderen.

Een nieuwe duurzame thuis voor Ekopak

Om onze groei te bestendigen heeft Ekopak letterlijk meer ruimte nodig. Ekopak maakt momenteel de nodige plannen op en voert een haalbaarheidsstudie uit om een BREAAM en WELL-certificering te bekomen voor haar nieuwe gebouw.

Impact

Het nieuwe hoofdkantoor biedt ons een uitstekende gelegenheid om niet alleen onze impact op de onmiddellijke omgeving te verbeteren, maar ook om een duurzaam klimaat te scheppen waarin ons Eko-wolfpack team zich volledig kan uitleven bij de verwezenlijking van zijn gemeenschappelijke missie.

  • • BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) is een certificeringsmethode voor een duurzaam opgebouwde omgeving: deze methode verschaft richtlijnen niet alleen voor wat betreft energie- of waterverbruik, maar bekijkt de zaken ook vanuit een breder perspectief door de gebruikte materialen, het afval- en gebouwenbeheer, en de impact op de gezondheid en het welzijn in beschouwing te nemen.
  • • The WELL Bouwnorm is een internationale norm voor gebouwen die een positieve impact hebben op de gezondheid en het welzijn van de gebruikers ervan. Deze norm bepaalt specifieke criteria op 10 vlakken: lucht, water, voedsel, licht, bewegings- en warmtecomfort, akoestiek, materiaalgebruik, welzijn en gemeenschap.

Groene mobiliteit

De manier waarop ons Eko-wolfpack naar het werk gaat draagt bij aan de globale CO2-uitstoot en luchtvervuiling. Dat is de reden waarom deze pijler de elektrificatie van ons wagenpark vereist evenals een groter bewustzijn rond alternatieve transportmiddelen bij onze werknemers.

Impact

Wanneer meer werknemers gebruik maken van alternatieven voor hun wagen, zal de impact op onze wereld kleiner worden en zullen we bijdragen aan een vermindering van de schadelijke effecten van klimaatverandering.

Water-as-a-Service: constante verbetering in duurzaam gebruik van water

Ons WaaS bedrijfsmodel heeft een positieve impact op alle pijlers van het duurzaamheidsbeleid van Ekopak: het is de meest doeltreffende manier waarop Ekopak kan helpen om kubieke meters drinkwater te besparen, ervoor kan zorgen dat de veiligheid van de watervoorziening van de klant wordt gewaarborgd en kan investeren in het team dat de innovatietrend bij Ekopak aanstuurt. We zetten een gedecentraliseerd watervoorzieningsnetwerk op voor onze klant maar blijven het eigendomsrecht en het beheer ervan behouden. Onze klant kan afkoppelen van het centrale netwerk zonder zich zorgen te hoeven maken over het in stand houden van de bevoorradingsbronnen.

Het bedrijfsmodel biedt voordelen voor de klanten van Ekopak op verschillende vlakken:

    1. De klanten betalen enkel voor het water dat zij verbruiken, zonder dat zij voorafgaande investeringen moeten doen voor de bevoorrading ervan.
    1. De klanten hoeven niet te investeren in de expertise en kennis die vereist is voor het beheer van de watervoorziening.
    1. Doordat Ekopak het eigendomsrecht behoudt over het gedecentraliseerde watervoorzieningsnetwerk, heeft Ekopak meer mogelijkheden om permanent aanpassingen door te voeren, om het watervoorzieningsnetwerk te optimaliseren en om het beter af te stemmen op de noden van de klant, waardoor het duurzame waterverbruik van haar klanten continu wordt verbeterd.

"We kunnen alles doen wat nodig is om de voorzieningsbron zo efficiënt mogelijk operationeel te houden met zo weinig mogelijk chemicaliën. We kunnen ook exact inschatten of we gebruik maken van membraanfiltering of een andere technologie, en met WaaS kunnen we steeds nieuwe technieken of technologieën toepassen naargelang deze worden ontwikkeld."

Joost Van der Spurt — CTO

VOORDELEN VAN

Afkoppelen van het drinkwaternet.

Geen investeringen vooraf, betaal voor het water dat u gebruikt.

Geen operationeel risico: Ekopak beheert de bron.

Doorlopende optimalisatie van de voorziening door Ekopak.

Water-as-a-Service bij Takeda Lessines

Door af te koppelen van het klassieke waternet slaagt Takeda Lessines erin haar watervoetafdruk te verkleinen en de beschikbaarheid van water te vergroten zonder de continuïteit van haar productieproces in gevaar te brengen. Op deze productielocatie wordt 600.000 m3 water – 90% van het drinkwaterverbruik – gerecycleerd en hergebruikt voor het productieproces, waarbij aan alle strikte kwaliteitseisen wordt voldaan.

Met WaaS neemt Ekopak alles voor haar rekening: er is steeds een constante watervoorziening, en de klant moet geen eigen personeel inschakelen om de systemen te realiseren en te monitoren. De R&D-ingenieurs en de hoog gekwalificeerde technici van Ekopak staan 24/7 in voor de ontwikkeling, de opbouw en het toezicht. Natuurlijk heeft Ekopak er geen enkel probleem mee om samen te werken met het personeel van de klant dat instaat voor de waterbehandeling. Onze geïntegreerde aanpak staat garant voor een duurzame en rendabele oplossing op maat van de klant tegen een betaalbaar leasetarief.

Corporate Governance Rap rt 2021

Together towards a sustainable future.

1. AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR

Aandeelhoudersstructuur

Ten gevolge van het aanbod van 31 maart 2021 en 8 april 2021 om 4.044.642 nieuwe aandelen in een private plaatsing uit te geven, is het totale aantal uitstaande aandelen nu 14.824.624. Alle uitstaande aandelen worden verhandeld op de gereguleerde markt van Euronext Brussels. Elk aandeel geeft de houder recht op één stem. Bijgevolg zijn er ook 14.824.624 stemrechtverlenende effecten.

Naast de stemrechtverlenende effecten zijn er ook 35.000 rechten om in te tekenen op stemrechtverlenende effecten, die nog dienen uitgegeven te worden (cf. het warrantenplan). Aandeelhouders die de drempel van drie (3) procent van het aandelenkapitaal van de onderneming op een volledig verwaterde basis overschrijden – hetzij opwaarts, hetzij neerwaarts – moeten hun deelneming bekend maken. Voor de berekening dient het aandelenkapitaal van de onderneming op een volledig verwaterde basis te worden gehanteerd, waarbij de noemer de som is van het aantal stemrechtverlenende effecten en het aantal rechten om in te tekenen op stemrechtverlenende effecten. Vervolgens is een bekendmaking vereist bij elke overschrijding – hetzij opwaarts, hetzij neerwaarts, van de drempel van vijf (5) procent en elk meervoud van vijf (5) procent van het aandelenkapitaal van de onderneming. Deze meldingen dienen overgemaakt te worden aan zowel Ekopak als aan de FSMA.

Er zijn geen restricties op de aandelen of de stemrechten. Er zijn tevens geen meldingen te maken met betrekking tot het Koninklijk Besluit van 14 november 2017. Er zijn geen transacties met de belangrijkste aandeelhouders die niet aan marktvoorwaarden zijn aangegaan, noch zijn er strijdige belangen te melden.

2. JAARLIJKSE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS

Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders

De Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders (JAVA) wordt gehouden op de tweede dinsdag van de maand mei. Aandeelhouders kunnen de vergadering fysiek bijwonen, of kunnen stemmen via volmacht.

In 2021 vond de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders plaats op 17 maart 2021, dus voorafgaand aan de notering van de aandelen van Ekopak op Euronext Brussels.

Aanvullende op de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders riep de Raad van Bestuur

ook een Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders (BAVA) samen op 17 maart 2021 om te besluiten over de private plaatsing en de notering van de aandelen van Ekopak op Euronext Brussels, om de statuten van de onderneming in die zin aan te passen en om te leden van de Raad van Bestuur en haar comités te benoemen.

De Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders zal dit jaar doorgaan op 10 mei 2022. Alle details omtrent deze meeting worden gepubliceerd op de website van Ekopak: https://

ekopaksustainablewater.com/investor-relations/

Samenstelling

  1. RAAD VAN BESTUUR

De Raad van Bestuur van Ekopak telt 7 leden:

  • 3 uitvoerende en 4 niet-uitvoerende bestuurders
  • 2 onafhankelijke bestuurders, 2 bestuurders die geassocieerd zijn met de referentieaandeelhouder Alychlo, en 3 bestuurders van uit het Executive Managementcomité (van wie 2 geassocieerd met de referentieaandeelhouder Pilovan).
  • • Pieter Bourgeois, sinds 2015 investeringsmanager van

Alychlo NV, Ekopak's referentieaandeelhouder. Master industrieel ingenieur elektromechanica (GroepT), MBA (Solvay Brussels School of Economics). Meer dan 20 jaar ervaring in verschillende managementfuncties bij Alychlo, DHL, YouBuild EN Worldline/ Banksys. Belgische nationaliteit.

• Els De Keukelaere, Chief Financial Officer van Ekopak NV sinds 2020 . Master Toegepaste economische wetenschappen (UGent), MBA in financieel management (Vlerick Business School), Bedrijfsrevisor sinds 2004. Eerdere functies in haar loopbaan: auditor bij KPMG Gent en Chief Financial Officer van Concordia Verzekeringen (Gent). Belgische nationaliteit.

• Tim De Maet, Chief Operations Officer van Ekopak NV

sinds 2020, voorheen 9 jaar Operations Manager binnen de onderneming. Master industrieel ingenieur chemie, met een specialisatie in milieu-biotechnologie (HoGent, Gent). Meer dan 15 jaar ervaring in de waterbehandelingsindustrie, waaronder bij Entaco NV en Micron NV. Belgische nationaliteit.

• Ben Jansen, Chief Strategy Officer van Alychlo NV

sinds 2021. Master handelsingenieur (KULeuven). Meer dan 20 jaar ervaring in verschillende (marketingen verkoop) managementfuncties bij Unilever en CCO bij DPG Media (en voorgangers Medialaan en De Persgroep). Belgische nationaliteit.

De Raad van Bestuur wordt voorgezeten door Pieter Bourgeois.

De leden van de Raad van Bestuur van Ekopak zijn de managementvennootschappen met de hieronder vermelde permanente vertegenwoordigers (vermeld in alfabetische volgorde van hun familienamen).

• Kristina Loguinova, Compliance Counsel van Value

Square NV en deeltijds docent aan de VUB (Vrije Universiteit Brussel). Master in de Rechten en Doctor in Financieel Recht (VUB). Voordat zij Value Square vervoegde, was zij consultant innovatie en duurzame financiering (ESG) voor meerdere financiële ondernemingen. Nederlandse nationaliteit.

• Pieter Loose, Chief Executive Officer van Ekopak NV

sinds 2013 nadat hij daarvoor 3 jaar als verkoopingenieur van de onderneming actief was. Vooraleer hij Ekopak vervoegde, vervulde hij verschillende managementfuncties bij Hertel. Hij is ook ondervoorzitter van Watercircle, een belangenvereniging voor watertechnologiebedrijven in België. Belgische nationaliteit.

• Regine Slagmulder, partner en hoogleraar aan Vlerick

Business School (Belgium). Master elektrotechnisch ingenieur en Bedrijfskundig ingenieur (UGent). Doctoraat (PhD) in management (Vlerick Business School, Gent). Daarvoor was zij professor aan INSEAD (Frankrijk en Singapore) en aan de Universiteit van Tilburg

(Nederland). Zij was ook actief binnen McKinsey & Company's strategy practice. Belgische nationaliteit.

Een meer gedetailleerd curriculum vitae van elk lid van de Raad van Bestuur is terug te vinden op: https:// ekopaksustainablewater.com/investor-relations/

corporate-governance/management-board-of-directors/

Lid van de Raad
van Bestuur
Permanente
vertegenwoordiger
Uitvoerende
status (1)
heids- status (2)
Onafhankelijk
Comités (3) Looptijd van het
huidig mandaat,
tot (4)
Bestuursmandaten
in andere beurs
genoteerde
ondernemingen
Crescemus BV Pieter Bourgeois N R A JAVA 2025 Snowworld
(Euronext Amsterdam)
EDK Management BV Els De Keukelaere U E JAVA 2025
Tim De Maet (Tim De Maet) U R, E JAVA 2025
BJVS BV Ben Jansen N R R* JAVA 2025
Kristina Loguinova (Kristina Loguinova) N O A, R JAVA 2025
Pilovan BV Pieter Loose U R, E JAVA 2025
Regine Slagmulder
BV
Regine Slagmulder N O A*, R JAVA 2025 Quest for Growth
(Euronext Brussels),

MDX Health (Euronext Brussels/NASDAQ)

(1) Uitvoerend bestuurder (U) of niet-uitvoerende bestuurder (N)

  • (2) Onafhankelijk bestuurder (O), vertegenwoordiger van een referentieaandeelhouder (R) of als lid van het Executive Managementcomité (E)
  • (3) Lid van het Auditcomité (A) en/of van het Remuneratie- en benoemingscomité (R) – het voorzitterschap van een comité is aangeduid met een asterisk (°)
  • (4) JAVA: Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders

Opdracht

  • Het nastreven van duurzame waardecreatie door het bepalen van de strategie, door doeltreffend, verantwoord en ethisch leiderschap te tonen en door de prestaties van de onderneming te monitoren.
  • Het benoemen en ontslagen van de Chief Executive Officer en andere leden van het Executive Managementcomité
  • De Raad van Bestuur vergadert ten minsten vier maal per jaar.

Activiteitverslag

In principe komt de Raad van Bestuur bijeen op kwartaalbasis. De vergaderfrequentie kan worden verhoogd wanneer dat gepast of noodzakelijk wordt geacht voor de onderneming.

In 2021 hield de Raad van Bestuur 5 vergaderingen, waarvan 4 met fysieke deelname en 1 online. De deelnamegraad aan deze vergaderingen was 100% voor elk lid van de Raad van Bestuur (of zijn permanente vertegenwoordiger).

Tijdens deze vergaderingen bediscuteerde en evalueerde de Raad van Bestuur de operationele en financiële prestaties van de onderneming, maar ook strategische

kwesties en opportuniteiten waaronder (potentiële) fusies en overnames en expansieprojecten. Specifiek voor 2021 werd er ook aanzienlijke aandacht besteed aan het opzetten van een structuur voor corporate governance, waaronder de goedkeuring van een 'Dealing Code', en aan de beursgang op Euronext Brussels, met inbegrip van de goedkeuring op 21 maart 2021 van de bijhorende prospectus. Andere onderwerpen waren de integratie van IT-systemen binnen de groep en het duurzaamheidsthema.

De belangenconflictregeling diende niet te worden toegepast in 2021.

Comités van de Raad van Bestuur

Binnen de Raad van Bestuur werden twee gespecialiseerde comités opgericht, die actief werden met ingang van de beursintroductie en die tot doel hebben om de Raad van Bestuur bij te staan en om aanbevelingen op specifieke domeinen te maken.

Auditcomité

  • Opgericht in overeenstemming met artikel 7:99 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, en met de provisies 4.10-16 van de Belgische Corporate Governance Code van 2020.
  • Leden: Regine Slagmulder (voorzitter), Pieter Bourgeois en Kristina Loguinova

In principe komt het Auditcomité bijeen op kwartaalbasis. De vergaderfrequentie kan worden verhoogd wanneer dat gepast of noodzakelijk wordt geacht voor de onderneming. In 2021 kwam het Auditcomité tweemaal bijeen, het geen lager is dan de frequentie zoals aanbevolen in het Corporate Governance Charter, maar dit kan verklaard worden door het feit dat het Auditcomité slechts in maart 2021 werd opgericht. Alle leden namen aan elke vergadering deel, met uitzondering van Crescemus BV die deelnam aan 1 van de 2 vergaderingen van het Auditcomité in 2021.

In 2021 heeft het Auditcomité zich toegelegd op de ontwikkeling van de auditstrategie en het auditproces voor de onderneming, waarbij ook een beroep werd gedaan op de inbreng van de Statutaire Auditor. Daarnaast heeft het Auditcomité een diepgaande risicoanalyse uitgevoerd, in nauwe samenwerking met het Executive Management Comité (cf. de sectie over Risicobeheer in dit document). Ook de jaarlijkse en tussentijdse resultaten van de onderneming werden in de vergaderingen van het Auditcomité van 2021 besproken. De belangenconflictregeling diende in 2021 niet te worden toegepast.

Remuneratie- en benoemingscomité

  • Opgericht in overeenstemming met artikel 7:100 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, en met de provisies 4.17-23 van de Belgische Corporate Governance Code van 2020.
  • Leden: Ben Jansen (voorzitter), Regine Slagmulder en Kristina Loguinova
  • In principe komt het Remuneratie- en benoemingscomité bijeen op semestriële basis. De vergaderfrequentie kan worden verhoogd wanneer dat gepast of noodzakelijk wordt geacht voor de onderneming. In 2021 kwam het Remuneratie- en benoemingscomité driemaal bijeen en alle leden namen deel aan elke vergadering.
  • Het Remuneratie- en benoemingscomité ontwikkelde in 2021 een raamwerk voor een coherent remuneratiebeleid voor Ekopak. Het comité bediscuteerde ook een optie/warrantplan voor het management van Ekopak en evalueerde de Belgische collectieve arbeidsovereenkomst (CA0) 90 voor het personeel, met uitsluiting van het management.
  • De belangenconflictregeling diende in 2021 niet te worden toegepast.

Executive Management Comité

De Chief Executive Officer is door de Raad van Bestuur belast met het dagelijks management van de onderneming en leidt het Executive Management Comité binnen het raamwerk dat werd vastgesteld door de Raad van Bestuur en onder hun uiteindelijke supervisie.

5. EXECUTIVE MANAGEMENT COMITÉ

Samenstelling

• Pieter Loose (via de managementvennootschap Pilovan), Chief Executive Officer (CEO) sinds 2013 nadat hij daarvoor 3 jaar als verkoopingenieur van de onderneming actief was. Vooraleer hij Ekopak vervoegde, vervulde hij verschillende managementfuncties bij Hertel. Hij is ook ondervoorzitter van Watercircle, een belangenvereniging voor watertechnologiebedrijven in België. Belgische nationaliteit.

• Els De Keukelaere* (via de managementvennootschap EDK Management BV ), Chief Financial Officer van Ekopak NV sinds 2020 . Master Toegepaste economische wetenschappen (UGent), MBA in financieel management (Vlerick Business School), Bedrijfsrevisor sinds 2004. Eerdere functies in haar loopbaan: auditor bij KPMG Gent en Chief Financial Officer van Concordia Verzekeringen (Gent).

    • International) • Joost Van Der Spurt, Chief Technology Officer (CTO) sinds 2014. Master in Chemical Engineering aan de KULeuven. Acht jaar ervaring in de waterbehandelingssector, met focus op procesmanagement, onderzoek en ontwikkeling, en automatisering.

• Niels D'Haese**, Chief Commercial Officer (CCO) sinds begin 2022. Master milieutechnologie (UGent). Vooraleer bij Ekopak van start te gaan midden 2021, was Niels general manager van de waterdivisie van DEME Environmental Contractors. Hij heeft meer dan 14 jaar ervaring en vervulde verschillende functies bij o.a. Epas (Veolia), Suez (Benelux,

• Anne-Mie Veermeer, Chief Disinfection Officer (CDO) sinds 2006. Master of Engineering met een specialisatie in chemie en biochemie (KULeuven, Campus Gent). Was daarvoor gedurende vier jaar kwaliteitsmanager R&D bij een onderneming die gespecialiseerd is in de bereiding van vacuüm verpakte kant-en-klaarmaaltijden en maaltijdcomponenten.

• Tim De Maet, Chief Operations Officer van Ekopak NV sinds 2020, voorheen 9 jaar Operations Manager binnen de onderneming. Master industrieel ingenieur chemie, met een specialisatie in milieu-biotechnologie (HoGent, Gent). Meer dan 15 jaar ervaring in de waterbehandelingsindustrie, waaronder bij Entaco NV en Micron NV. Belgische nationaliteit

Belgische nationaliteit.

  • * In het prospectus voor de beursintroductie van Ekopak stond vermeld dat de overeenkomst met EDK Management tot eind februari 2022 liep. Deze overeenkomst werd inmiddels omgezet naar een contract van onbepaalde duur, met standaard opzeggingsclausules.
  • ** Benoemd als lid van het Executive Managementcomité van Ekopak met ingang van 1 januari 2022.

Een meer gedetailleerd curriculum vitae van elk lid van de Raad van Bestuur is terug te vinden op: https://ekopaksustainablewater.com/investor-relations/ corporate-governance/management-board-of-directors/

  1. RISICOBEHEER

Risicobeheer

De activiteiten van Ekopak zijn onderhevig aan een aantal risico's. Als een of meerdere van deze risico's zich voordoen, is het mogelijk dat Ekopak niet in staat zal zijn om zijn strategie en zijn businessplan uit te voeren.

Risicobeheerproces

Het Executive Managementcomité is verantwoordelijk om de belangrijkste risicofactoren te identificeren, te beoordelen en te prioriteren. Het is tevens verantwoordelijk om programma's voor risicopreventie, risicobeperking en risicodekking te ontwikkelen en in te voeren.

Daartoe heeft de onderneming een proces ingevoerd om de belangrijkste risicofactoren waarmee ze kan geconfronteerd worden, te managen. Voor elke risicocategorie beoordeelt het Executive Management Comité de waarschijnlijkheid dat deze risico's zich zouden voordoen, en de omvang van de impact wanneer ze zich effectief zouden manifesteren. Gebaseerd op deze grondige beoordeling worden de risicocategorieën op een rooster uitgezet, waarmee wordt aangegeven welke prioriteit elke risicofactor dient te krijgen.

Rekening houdend met deze prioriteitsstelling identificeert het Executive Management Comité hoe de gerelateerde risico's kunnen vermeden worden, hoe hun impact kan worden ingeperkt wanneer ze zich voordoen, en of hun impact kan afgedekt worden met een verzekeringspolis.

Doorheen het jaar brengt het Executive Management Comité hierover op kwartaalbasis verslag uit aan het Auditcomité van Ekopak, dat toeziet op het volledige risicobeheerproces.

Minstens eenmaal per jaar, maar in de praktijk op een continue basis, voert het Auditcomité in samenspraak met het Executive Management Comité een grondige herziening uit van alle potentiële risicofactoren. Bij dergelijke gelegenheden kunnen nieuwe risicofactoren formeel worden geïdentificeerd en opgenomen in het programma. Vervolgens legt het Auditcomité het gezamenlijk uitgewerkte plan voor aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring. Na deze formele goedkeurig door van de Raad van Bestuur krijgt het Executive Managementcomité de opdracht om het bijhorende actieplan in te voeren en om op regelmatige basis aan het Auditcomité verslag uit te brengen over de status van de implementatie.

Risicobeheer – beoordeling 2021

Voor 2021 werden de volgende risicofactoren geïdentificeerd:

  • • Risico op onbeschikbaarheid van grondstoffen. De containers met waterbehandelingssystemen van Ekopak vergen specifieke grondstoffen voor hun werking. Hoewel deze grondstoffen doorgaans breed beschikbaar zijn, zijn sommige grondstoffen de voorbije maanden schaarser geworden. Elke onderbreking in de 'supply chain' (bevoorradingsketen) kan een negatieve impact hebben op de werking van Ekopak. Ekopak beperkt deze risicofactor door een gediversifieerd inkoopbeleid en een evenwichtig voorraadbeleid te voeren.
  • • Risico op prijsstijgingen van grondstoffen. Naast de risico's op onderbrekingen in de bevoorradingsketen en op voorraadbreuken kan ook de schaarste van specifieke grondstoffen tot prijsstijgingen leiden die de activiteiten van Ekopak negatief kunnen beïnvloeden wanneer ze zich voordoen. Ekopak beperkt deze risicofactor door er bij elke contractonderhandeling – zowel met klanten als leverancier – rekening mee te houden en door er nauwgezet op toe te zien dat de bepalingen die hieromtrent in het contract zijn opgenomen, ook daadwerkelijk worden toegepast.
  • • Risico's met betrekking tot IT en Cyber Security. De activiteiten van Ekopak hangen in sterke mate af van het goed functioneren van zijn IT-systemen, zowel als die op eigen hardware ter plekke draaien, als 'in the cloud'. Elke onderbreking van deze IT-systemen, door technische redenen of door hacking, kan een belangrijke negatieve impact hebben voor de werking van Ekopak. Ekopak beperkt deze risicofactor door zijn medewerkers hiervan bewust te maken en hun waakzaam te houden, maar ook door de nodige IT-beveiligingsmaatregelen te treffen. Ekopak heeft ook een verzekeringspolis voor cyber security ondertekend.
  • • Kredietrisico. Als een of meerdere belangrijke klanten hun betalingsverplichtingen naar Ekopak niet zouden nakomen, heeft dit een belangrijke impact op de financiële situatie van de onderneming. Facturen voor investeringsgoederen ten behoeve van niet-WaaS-projecten verwijzen immers naar significante bedragen. Hoewel de gefactureerde bedragen voor WaaS-projecten relatief kleiner zijn, zouden ook wanbetaling eveneens een materiële negatieve impact hebben op de financiële situatie op middellange en lange termijn van Ekopak. Ekopak heeft daarom een degelijk systeem voor kredietinning ontwikkeld.
  • • Bescherming van knowhow. De knowhow en technologie van Ekopak zijn niet beschermd door octrooien of modelregistraties. Als Ekopak zijn knowhow niet adequaat zou kunnen beschermen, zou dit zowel klanten als concurrenten in staat stellen om (de werking van) Ekopak's waterbehandelingssystemen te kopiëren of te herontwerpen ('reverse-engineering'). Ekopak selecteert telkens nauwgezet de meest aangewezen technologie voor elke specifieke installatie, en is daarbij niet gebonden aan enige welbepaalde technologie waardoor de onderneming nieuwe technologieën kan invoeren wanneer die ter beschikking komen. De toepassing van technologie is uitermate specifiek voor elke installatie, waardoor het risico op duplicatie wordt beperkt.
  • •'Human Capital'-risico. Dit verwijst naar het risico dat Ekopak niet in staat zou zijn om de huidige kernleden van het management, ingenieurs of R&D-medewerkers niet te behouden; of dat Ekopak niet in staat zou zijn om voldoende nieuwe hooggekwalificeerde medewerkers aan te trekken en op te leiden. Dit risico zou een materieel negatief effect hebben op de activiteiten van de onderneming. Als kernmedewerkers het bedrijf zouden verlaten om naar een concurrent over te stappen, zou deze 'brain drain' een materieel negatief effect op de activiteiten van de onderneming hebben. Ekopak is een aantrekkelijke werkgever, in sterke mate gebaseerd op het feit dat Ekopak recent beursgenoteerd is, gedreven is door groei en zich onderscheidt door zijn ESG-engagement.
  • • Risico op juridische geschillen. De activiteiten van Ekopak zijn onderworpen aan strenge regels en wetten met betrekking tot het milieu, gezondheid en veiligheid. Daardoor kan de onderneming blootgesteld worden aan het risico op milieuaansprakelijkheid, aan significante kosten om aan alle wettelijke bepalingen ter zake te voldoen, en aan juridische geschillen. Het ondermaats presteren van de systemen die Ekopak heeft geïnstalleerd op de site van een klant, kan – ongeacht of dit al dan niet onder de controle van Ekopak valt – leiden tot juridische geschillen die de positie van de onderneming negatief kunnen beïnvloeden. De strategische transitie naar het WaaS-model beperkt dit risico, dat hoofdzakelijk verbonden is aan – een beperkt aantal - niet-WaaS-installaties
  • • Operationeel risico. Als er zich een materiële fout zou voordoen in een installatie van Ekopak op de site van een klant, kan dit tot significante herstellingskosten leiden of zelfs tot compensatiebetalingen en kosten voor juridische geschillen. Die kunnen dan een wezenlijk negatief effect hebben op de financiële situatie van de onderneming. Ekopak beperkt dit risico door een permanent monitoringsysteem in combinatie met voldoende voorraden voor kritische componenten.

Voor elke van deze risicofactoren zijn preventieprogramma's en mitigatieplannen ontwikkeld, die werden goedgekeurd door de Raad van Bestuur.

Corporate Governance-verklaring 2021

Ten einde te voldoen aan de vereisten voor de Corporate Governance-verklaring, zoals bepaald in de Belgische wet van 3 september 2017 houdende de publicatie van niet-financiële en diversiteit-gerelateerde informatie, is de informatie die hierboven in deze sectie zit vervat, aangevuld met de volgende.

Corporate Governance-charter – Statuten – Dealing Code

Ekopak heeft een Corporate Governance-charter aangenomen die in lijn ligt met de Belgische Corporate Governance-code van 2020 en waarop ook de statuten van de onderneming (zoals geamendeerd door de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2021) en de Dealing Code aansluiten.

Verklaring m.b.t. de naleving van de Belgische Corporate Governance-code van 2020

Ekopak past de tien principes van corporate governance toe zoals die zitten vervat in de Belgische Corporate Governance-code van 2020 en heeft de bedoeling om de provisies uit deze code na te leven met toepassing van het "comply-or-explain"-principe. De provisies die in 2021 niet door Ekopak werden nageleefd, worden hieronder vermeld, tezamen met een verklaring voor deze niet-naleving.

  • Provisie 2.19: de machtigingen van de leden van het Executive Managementcomité met uitzondering van de CEO worden bepaald door de CEO in plaats van door de Raad van Bestuur. Deze afwijking kan verklaard worden door het feit dat de leden van het Executive Managementcomité hun functie uitoefenen onder het leiderschap van de CEO, aan wie het dagelijks management en welbepaalde aanvullende machtigingen werden gedelegeerd door de Raad van Bestuur.
  • Provisie 3.4: de Raad van Bestuur telt slechts 2 onafhankelijke bestuurders. Deze afwijking wordt verklaard door de kleine getalsterkte van de huidige Raad van Bestuur. Bij de beursintroductie van maart 2021 heeft Ekopak de intentie aangekondigd om een derde onafhankelijk bestuurder te benoemen binnen een periode van 18 maanden (dit wil zeggen: voor eind september 2022).
  • Provisie 4.14: er is geen onafhankelijke interne auditfunctie ingesteld. Deze afwijking wordt verklaard door de huidige omvang van de onderneming. Het Auditcomité zal jaarlijks de nood voor de creatie van een onafhankelijke interne auditfunctie beoordelen. Waar aangewezen, zal er een beroep worden gedaan op externe personen om specifieke interne auditopdrachten uit te voeren. Het Auditcomité zal de Raad van Bestuur informeren over de resultaten ervan.
  • Provisie 7.6: de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen deel van hun remuneratie in de vorm van Ekopak aandelen. Deze afwijking wordt verklaard door de beschouwing dat de belangen van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur momenteel voldoende zijn gericht op de lange-termijncreatie van waarde voor de onderneming. Ekopak heeft echter de intentie om deze provisie in de toekomst te herzien teneinde zich in de toekomst hiermee te aligneren.
  • Provisie 7.8: de leden van het Executive Managementcomité ontvangen geen variabele remuneratie die gerelateerd is aan de algemene corporate prestaties of aan hun individuele prestaties. Ekopak verrechtvaardigd de afwezigheid van een variabele remuneratiecomponent voor de leden van het Executive Managementcomité door de overweging dat hun belangen reeds voldoende gealigneerd zijn met de objectieven voor duurzame waardecreatie voor de onderneming. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de aandelen en ESOP-warrants die door bepaalde leden van het Executive Managementcomité worden aangehouden. Het remuneratiebeleid dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 10 mei 2022, bevat de mogelijkheid voor een variabele remuneratiecomponent voor de leden van het Executive Managementcomité.
  • Provisie 7.9: er is nog geen minimum drempel bepaald voor het aantal Ekopak aandelen dat door de leden van het Executive Managementcomité wordt aangehouden. Deze afwijking wordt verklaard door de overweging dat hun belangen reeds voldoende gealigneerd zijn met de objectieven voor lange termijn-waardecreatie voor de onderneming. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de aandelen en ESOP-warrants (waarvan de waarde is gebaseerd op de waarde van de Ekopak aandelen) die door bepaalde leden van het Executive Managementcomité worden aangehouden. Daarom werd het instellen van een minimum drempel niet noodzakelijk geacht. Ekopak heeft evenwel de intentie om dit in de toekomst te herzien en zich te aligneren op deze provisie uit de code.

  • REMUNERATIEVERKLARING

Remuneratieverklaring

Remuneratieverklaring

In 2021 ontwikkelde het Remuneratie- en benoemingscomité een raamwerk voor een coherent remuneratiebeleid voor Ekopak.

Het remuneratiebeleid wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 10 mei 2022.

Remuneratieverslag 2021

Dit verslag heeft betrekking op de remuneratie in 2021 van de leden van de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer (CEO) en de andere leden van het Executive Management Comité. Hierbij dient opgemerkt dat de remuneratie van Niels D'Haese niet werd opgenomen in Deel C, aangezien hij pas met ingang van 1 januari 2022 deel uitmaakt van het Executive Management Comité.

A. 2021 Remuneratie van de leden van de Raad van Bestuur

Voor 2021 is er geen onderscheid gemaakt tussen uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders voor hun remuneratie als lid van de Raad van Bestuur. De basisremuneratie voor 2021 werd vastgesteld op 15.000 euro per bestuurder en 25.000 euro voor de voorzitter. Aangezien de Raad van Bestuur pas operationeel werd na de beursintroductie op 31 maart 2021, werd overeengekomen dat de remuneratie voor 2021 proportioneel zou worden vastgesteld – dit wil zeggen: voor drie kwartalen. Voor 2021 was er geen aanvullende remuneratie voorzien voor een mandaat in een comité van de Raad van Bestuur. In 2021 werd geen remuneratie toegekend aan Tim De Maet voor zijn mandaat in de Raad van Bestuur. Bij zijn benoeming tot lid van de Raad van Bestuur werden er hem evenwel 10.000 warrants toegekend. Geen andere leden van de Raad van Bestuur zijn houder van warrants.

De remuneratie voor 2021 van de Raad van Bestuur is weergegeven in de tabel hieronder.

Totale remuneratie voor 2021 €75.000
Regine Slagmulder BV €11.250
Pilovan BV €11.250
Kristina Loguinova €11.250
BJVS BV €11.250
EDK Management BV €11.250
Crescemus BV (Voorzitter) €18.750

B. 2021 Remuneratie van de Chief Executive Officer (CEO) Aanvullend op de remuneratie voor Pilovan BV als lid van de Raad van bestuur, werd in 2021 aan Pilovan BV de volgende remuneratie toegekend voor zijn mandaat als CEO.

€252.495 100%
€84.165 33%
€168.330 67%

C. 2021 Remuneratie van het Executive Management Comité, uitgezonderd de CEO

De 2021 remuneratie voor het Executive Management Comité wordt hieronder weergegeven, maar is exclusief de remuneratie van de CEO aangezien die werd weergegeven in de tabel hierboven. De remuneratie voor de leden van het Executive Management Comité die tevens een mandaat hebben in de Raad van Bestuur, komt bovenop de remuneratie die ze als lid van de Raad van Bestuur ontvangen. De bedragen die in onderstaande tabel zijn opgenomen, hebben betrekking op de remuneratie van EDK Management BV, Tim De Maet, Joost Van Der Spurt en Annie-Mie Veermeer. De remuneratie voor Niels D'Haese is niet opgenomen in deze tabel aangezien hij pas met ingang van 1 januari 2022 lid is van het Executive Management Comité. Niels D'Haese werd 5.000 warranten toegekend. Zoals reeds vermeld, werden aan Tim De Maet 10.000 warranten toegekend. Ook aan Joost Van Der Spurt en Anne-Mie Veermeer werden elk 10.000 warranten toegekend. Daarbuiten houdt geen enkel ander lid van het Executive Management Comité warranten aan.

Totale remuneratie voor 2021 €506.123,45 100%
Groepsverzekering €11.213,76 2,2%
Hospitalisatieverzekering €1.538,09 0,3%
Andere compensatie
elementen (bedrijfswagen,
benzinekaart, laptop, telefoon,
maaltijdcheques, enz.)
€105.044,84 20,8%
Bonus €60.000,00 11,9%
Basisremuneratie €328.326,76 64,9%

In 2021 heeft Ekopak de beloning van de leden van het Executive Comité voortgezet in overeenstemming met de bestaande praktijk. Aangezien Ekopak sinds 31 maart 2021 beursgenoteerd is, zal het beloningsbeleid worden voorgelegd tijdens de Jaarlijkse Algemene Vergadering op 10 mei 2022. De uitgekeerde bonussen zijn in overeenstemming met de in het prospectus vermelde bedragen.

Diversiteitsbeleid

Gezien de huidige bedrijfsomvang van Ekopak en het feit dat de Ekopak aandelen pas sinds 31 maart 2021 op Euronext Brussels zijn genoteerd, is Ekopak momenteel vrijgesteld om een diversiteitsbeleid aan te nemen en te publiceren. Ekopak hecht veel waarde aan de diversiteit van zijn personeelsbestand en streeft ernaar om te allen tijde te handelen met respect voor deze diversiteit. Een formeel beleid op dit vlak zal in de toekomst worden ontwikkeld.

Antifraudemaatregelen

Gezien de huidige bedrijfsomvang van Ekopak en het feit dat de Ekopak aandelen pas sinds 31 maart 2021 op Euronext Brussels zijn genoteerd, is Ekopak momenteel vrijgesteld om een antifraudemaatregelen aan te nemen en te publiceren. Ekopak voert in deze fase echter op geregelde tijdstippen audits uit met de bedoeling om fraude tegen te gaan en om fraude tijdig te ontdekken. Een formeel pakket aan antifraudemaatregelen zal in de toekomst worden ontwikkeld, in aanvulling op de Dealing Code, die reeds in voege is (cf. hierboven in dit hoofdstuk).

Verklaring met betrekking tot de informatie die wordt verstrekt in het Jaarverslag 2021

De ondergetekenden verklaren dat:

  • De jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw en eerlijk beeld geven van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van de emittent en de geconsolideerde ondernemingen;
  • Het jaarverslag een getrouw, eerlijk overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de emittent en de geconsolideerde ondernemingen, evenals een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden

Informatie over het Ekopak-aandeel

Aandeelhoudersstructuur Aandelentransacties
Totaal aantal uitstaande
aandelen:
14.824.642 (100%) De Ekopak-aandelen zijn sinds maart 2021 genoteerd
Since 31 March 2021. the Ekopak
op Euronext Brussels (ticker EKOP).
shares are listed oncker EKOP).
Totaal aantal aandelen aange Totaal aantal transacties in 2021: 20.128
houden door referentieaandeel
houders en verbonden partijen:
11.533.072 (77,80%) Totaal aantal verhandelde
aandelen in 2021:
2.142.601
Totaal aantal vrij verhandelbare
aandelen ('free float'):
3.291.570 (22,20%) Gemiddeld aantal aandelen per
transactie in 2021:
106
Koers van het aandeel Gemiddeld aantal dagelijks
verhandelde aandelen:
10.932
Hoogste slotkoers (datum): €19,00
(6 april 2021)
Hoogste aantal aandelen op één
dag verhandeld (datum):
235.768
(7 April 2021)
Laagste slotkoers (datum): € 15,00
(31 maart 2021)
Laagste aantal aandelen op één
dag verhandeld (datum):
482
(21 Oktober 2021)
Gemiddelde slotkoers €17,357 Omloopsnelheid van het totale 0,14
Slotkoers op 31 december 2021: €17,96 aantal aandelen ('velocity') 2021:
Hoogste 'intraday' koers (datum): €22,80
(7 april 2021)
Omloopsnelheid van de vrij
verhandelbare aandelen
0,65
Laagste 'intraday' koers (datum): €14,70
(31 maart 2021)
('free float velocity') 2021:
Totaal handelsvolume in 2021
(in EUR):
€37.957.061
Plaatsingsprijs bij de initiële
notering
€14,00
(31 maart 2021)
Marktkapitalisatie op
31 december 2021:
€266.250.570,32

Evolutie van de koers in 2021 Ekopak Bel20

INHOUDSTAFEL

Inhoud

Core report → 1 - 30

1. — Intro → 1 2021: sterke prestaties en strategische keuzen

2. — Interview → 3

Als je impact kan hebben, moet je ervoor gaan

  • 3. Kernpunten 2021 → 5
    • 3.1. Kerncijfers 2021 → 5
    • 3.2. Operationele kernpunten 2021 → 7
    • 3.3. Vooruitzichten 2022 → 9

4. — Over Ekopak → 10

  • 4.1. Wat doen we? → 11
  • 4.2. Tijdlijn van onze groei → 15
  • 4.3 Een voortdurend proces → 17

5. — Context en Trends → 18

  • 5.1. Intro → 19
  • 6.1. Waardeketen → 20
  • 6. Duurzame groei van Ekopak → 21
    • 6.1. Het proces → 22
    • 6.2. Hernieuwbaar gebruik van water → 25
    • 6.3. Gebruik van veilig water → 27
    • 6.4. Eko-wolfpack → 28
    • 6.5. Verantwoordelijk vermogensbeheer → 29
    • 6.6. Water-as-a-Service → 30

Corporate Governance Rapport → 31 - 43

  • 1. Aandeelhoudersstructuur → 32
  • 2. Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders → 32

3. — Raad van Bestuur → 33

  • 3.1. Samenstelling → 33
  • 3.2. Opdracht → 34
  • 3.3. Activiteitverslag → 34
  • 4. Comités van de Raad van Bestuur → 35
    • 4.1. Auditcomité → 35
    • 4.2. Remuneratie- en benoemingscomité → 35

5. — Executive Management Comité → 36

  • 6. Risicobeheer → 38
    • 6.1. Risicobeheerproces → 38
    • 6.2. Risicobeheer beoordeling 2021 → 39
  • 7. Corporate Governance-verklaring 2021 → 40
  • 8. Remuneratie verklaring → 41

Verklaring informatie → 43

Informatie over het Ekopak-aandeel → 44

Financieel verslag → 1 - 66

  • 1. IFRS Geconsolideerde Financiële Staten → 1
  • 2. Toelichtingen bij de IFRS geconsolideerde staten → 8
  • 3. Aanvullende informatie → 57
  • 4. Auditrapport → 61

IFRS Geconsolideerde Financiële Staten1
1. Geconsolideerde resultatenrekening 1
2. Geconsolideerde totaalresultaat 2
3. Geconsolideerde balans 3
4. Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 5
5. Geconsolideerde kasstroomtabel 6
Toelichtingen bij de IFRS geconsolideerde staten8
1. Bedrijfsinformatie 8
2. Voornaamste boekhoudprincipes 8
3. Nieuwe en gewijzigde standaarden welke nog niet van toepassing zijn 22
4. Boekhoudkundige beoordelingen, schattingen en veronderstellingen 23
5. Segmentinformatie25
6. Bedrijfscombinaties28
7. Opbrengsten en kosten 29
8. Belastingen 31
9. Immateriële vaste activa 33
10. Goodwill 34
11. Materiële vaste activa 35
12. Leasing 37
13. Voorraden 40
14. Contract activa, handels- en overige vorderingen 40
15. Geldmiddelen en kasequivalenten41
16. Eigen vermogen41
17. Winst per aandeel43
18. Voorzieningen en toegezegde pensioenplannen44
19. Reële waarde48
20. Leningen en leasingschulden 50
21. Kortlopende verplichtingen 52
22. Kapitaal management52
23. Financieel risico beheer53
24. Relaties met verbonden partijen 55
25. Gebeurtenissen na balansdatum55
26. Vergoeding van de commissaris56
27. Belangen in andere entiteiten 56
28. NON-GAAP maatstaven 56
Aanvullende informatie 57
1. Balans na winstverdeling 58
2. Resultatenrekening60
3. Resultaatverwerking van Ekopak NV resultaten60
Auditrapport 61
1. Verslag over de geconsolideerde jaarrekening 61
2. Waardering van contract activa 62
3. Waardering constructie in aanbouw (DBFMO)63
4. Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen 65

IFRS GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN

IFRS Geconsolideerde Financiële Staten

1. Geconsolideerde resultatenrekening

in 000€ Voor het jaar eindigend
op 31 December
Notes 2021 2020
Omzet 5 11 251 9 479
Overige bedrijfsopbrengsten 7 310 302
Totaal bedrijfsopbrengsten 11 561 9 781
Aankoop van materiaal 7 -5 243 -6 394
Diensten en diverse goederen 7 -3 167 -1 006
Personeelsbeloningen 7 -2 777 -1 580
Afschrijvingen 9,11,12 -953 -623
Overige bedrijfskosten 7 -32 -151
Operationele winst / (verlies) -611 27
Financiële kosten 7 -166 -149
Financiële opbrengsten 7 29 4
Verlies voor het boekjaar -748 -118
Belastingen 8 48 25
Netto verlies van het boekjaar * -700 -93
Winst per aandeel voor de
aandeelhouders
Gewoon 17 -0,05 -0,01
Verwaterd 17 -0,05 -0,01

* Het netto verlies van het boekjaar is volledig toerekenbaar aan de aandeelhouders

2. Geconsolideerde totaalresultaat

Voor het jaar eindigend
op
31 December
in 000€ Nota 2021 2020
Netto verlies van het boekjaar -700 -93
Niet gerealiseerd verlies
Items welke niet getransfereerd kunnen worden naar de
resultatenrekening
Herwaardering van de toegezegde pensioenregeling, netto na
belastingen
18 -157 -11
Niet gerealiseerd verlies, na belastingen -157 -11
Totaal verlies voor het boekjaar, na belastingen * -857 -104

* Het totaal verlies voor het boekjaar is volledig toerekenbaar aan de aandeelhouders

3. Geconsolideerde balans

Op 31 December
in 000€ Nota 2021 2020
Activa
Vaste activa
Goodwill 1 035
Immateriële vaste activa 9 245 90
Materiële vaste activa 11,12 14 842 4 948
Uitgestelde belastingvorderingen 8 1 023 142
Overige financiële activa 16 1
Totaal Vaste activa 17 161 5 181
Vlottende activa
Contract activa 14 1 733 562
Voorraden 13 2 152 1 057
Handelsvorderingen 14 2 981 3 299
Overige kortlopende activa 14 1 296 488
Liquide middelen en kasequivalenten 15 42 100 1 300
Totaal Vlottende activa 50 262 6 706
Totaal activa 67 423 11 887

IFRS GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN

Op 31 December
in 000€ Nota 2021 2020
Eigen vermogen
Kapitaal 16 6 671
Uitgiftepremies 16 55 116
Onbeschikbare reserve - kapitaal 16 5 162
Overige reserves 16 -2 345 12
Geaccumuleerde (verliezen)/winsten -859 -159
Eigen vermogen toerekenbaar aan de aandeelhouders 58 583 5 015
Totaal eigen vermogen 58 583 5 015
Schulden
Langlopende schulden
Leningen 20 2 232 2 625
Leasingschulden 12, 20 393 326
Uitgestelde belastingsschuld 8 19
Voorzieningen 18 542 400
Totaal langlopende schulden 3 186 3 351
Kortlopende schulden
Leningen 20 522 473
Leasingschulden 12, 20 282 236
Handels- en overige schulden 21 3 828 2 449
Belastingschulden 8 963 328
Contractschulden 21
Overige kortlopende schulden 21 59 35
Totaal kortlopende schulden 5 654 3 521
Totaal schulden 8 840 6 872
Totaal eigen vermogen en schulden 67 423 11 887

4. Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

in 000€ Kapitaal Uitgiftepremies Onbeschikbare
reserves -
kapitaal
Overige
reserves
Geaccumuleerde
(verliezen)/
winsten
Eigen vermogen
toerekenbaar
aan de
aandeelhouders
Totaal eigen
vermogen
Op 1 Januari, 2020 5
162
23 234 5
419
5
419
Netto winst -93 -93 -93
Niet-gerealiseerd verlies -11 -11 -11
Totaal (verlies)/winst -11 -93 -104 -104
Betaalde dividenden -300 -300 -300
Op 31 December, 2020 5
162
12 -159 5
015
5
015
in 000€ Kapitaal Uitgiftepremies Onbeschikbare
reserves -
kapitaal
Overige
reserves
Geaccumuleerde
(verliezen)/
winsten
Eigen vermogen
toerekenbaar
aan de
aandeelhouders
Totaal eigen
vermogen
Op 1 Januari, 2021 5
162
12 -159 5
015
5
015
Netto verlies -700 -700 -700
Niet-gerealiseerd verlies -157 -157 -157
Totaal verlies -157 -700 -857 -857
Kapitaalsverhoging 1
820
54
805
56
625
56
625
Kosten aandelenuitgifte na aftrek van
belastingen
-2
259
-2
259
-2
259
Op aandelen gebaseerde betalingskosten 59 59 59
Transfers binnen eigen vermogen 4
851
311 -5
162
Op 31 December, 2021 6
671
55
116
-2
345
-859 58
583
58
583

IFRS GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN

5. Geconsolideerde kasstroomtabel

Voor het jaar eindigend
op
31 December
in 000€ Nota 2021 2020
Operationele activiteiten
Netto (verlies)/winst -700 -93
Niet kaskosten en operationele aanpassingen
Afschrijvingen materiële vaste activa en recht-op-gebruik activa 11, 12 875 593
Afschrijvingen van immateriële vaste activa 9 78 29
Meerwaarde/(verlies) Verkoop van materiële vaste activa 11 24 -2
Toename in voorzieningen 18 -68 74
Waardeverminderingen op handelsvorderingen 7 39 12
Interesten en overige financiële opbrengsten 7 -29 -4
Interesten en overige financiële kosten 7 166 149
Uitgestelde belastingen 8 -58 -30
Belastingen 8 10 5
Op aandelen gebaseerde betalingskosten 60 0
IFRS 16 – winst bij vervroegde stopzetting 12 -13 -4
Netto kasstroom (gebruikt in)/uit operationele activiteiten voor
bewegingen van het werkkapitaal
384 729
Bewegingen van het werkkapitaal
Afname/(toename) van handels- en overige vorderingen 14 -448 1
Toename van voorraden 13 -893 -99
(Afname)/toename van handels- en overige schulden 21 1 652 -990
Gebruik van voorzieningen 18 0 -85
Toename van contract activa 14 -1 033 -4
Toename/(afname) in kasgaranties -15 0
Toename/(afname) van uitgestelde opbrengsten 103 0
Ontvangen/(betaalde) belastingen 8 -44 30
Betaalde interesten 7 -121 -122
Ontvangen interesten 7 1 1
Netto kasstroom (gebruikt in)/uit operationele activiteiten -414 -539
Investeringsactiviteiten
Aankoop van materiële vaste activa 11 -10 220 -1 221
Aankoop van immateriële vaste activa 9 -150 -73
Ontvangen uit verkoop van materiële vaste activa 11 41 5
Overname van dochtervennootschap, netto van de
geldmiddelen verworven
6 -1 063 0
Netto kasstroom gebruikt voor investeringsactiviteiten -11 392 -1 289

IFRS GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN

Financieringsactiviteiten

Ontvangsten uit leningen 20 143 700
Terugbetalingen van schulden 20 -842 -1 316
Terugbetalingen van leasing schulden 12, 20 -290 -167
Ontvangsten uit kapitaalverhoging 16 56 625 0
Kosten van kapitaalverhoging -3 013 -3
Betaalde dividenden 16 0 -300
Overige financiële kosten, netto -17 -23
Netto kasstroom (gebruikt in)/uit financieringsactiviteiten 52 606 -1 109
Netto kasstroom 40 800 -2 937
Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar 15 1 300 4 237
Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het jaar 15 42 100 1 300

Toelichtingen bij de IFRS geconsolideerde staten

1. Bedrijfsinformatie

Ekopak NV (verder genoemd "Ekopak" of "De Vennootschap") is een naamloze vennootschap gedomicilieerd in België en beursgenoteerd op Euronext. De maatschappelijke zetel is gesitueerd te 13 Careelstraat, 8700 Tielt in België.

Ekopak is een technologische vennootschap die voornamelijk actief is in het ontwikkelen, bouwen, financieren en opereren van het industriële waterverwerkingsinstallaties. Ekopak is voornamelijk actief in Europa.

Informatie over de overige verbonden partijen met de Vennootschap worden weergegeven in toelichting 24.

De IFRS Geconsolideerde Financiële Staten (verder genoemd als "de geconsolideerde financiële staten") van Ekopak NV voor het jaar eindigend op 31 december 2021 werden goedgekeurd voor publicatie in overeenstemming met de beslissing van de bestuurders op 21 maart 2021.

2. Voornaamste boekhoudprincipes

2.1. Presentatiebasis

De geconsolideerde financiële staten van de Vennootschap werden opgesteld in overeenstemming met de Internationale Financiële Rapporteringsstandaarden ("IFRS") en zoals goedgekeurd door de Europese Unie ("Goedgekeurde IFRS") en de interpretaties zoals uitgegeven door het IFRS-interpretatiecomité van toepassing voor vennootschappen welke rapporteren onder IFRS.

De geconsolideerde financiële staten worden gepresenteerd in euro en alle waarden zijn afgerond tot het dichtstbijzijnde duizendtal (€000), tenzij anders toegelicht.

De opstelling van de geconsolideerde financiële staten in overeenstemming met de goedgekeurde IFRS vereist het gebruik van bepaalde significante boekhoudkundige schattingen. Het vereist eveneens dat groepsmanagement beoordelingen doet bij het toepassen van de boekhoudregels van de Vennootschap. De domeinen waarbij significante beoordelingen en schattingen zijn gebeurd bij het opstellen van de geconsolideerde financiële staten en de impact ervan zijn weergegeven in toelichting 4. De boekhoudregels worden consistent toegepast en zijn opgesteld in overeenstemming met het continuïteitsprincipe, rekening houdend met:

  • De Vennootschap heeft een goede liquiditeitspositie met een kaspositie van KEUR 42 100 en een positief werkkapitaal (kortlopende activa min kortlopende schulden) van KEUR 44 608 op 31 december 2021.
  • De Vennootschap heeft een netto kasstroom uit operationele activiteiten van KEUR -414 in 2021, alhoewel de netto kasstroom uit operationele activiteiten en voor aanpassingen van het werkkapitaal positief is voor een bedrag van KEUR 384.
  • De impact van COVID-19 op het bedrijf was beperkt in 2021. Er was een lichte tijdelijke daling van de productie- en servicecapaciteit als gevolg van personeelsabsentie door de COVID 19 pandemie.

Er zijn geen indicaties van bijzondere waardeverminderingen aangezien de Vennootschap verdere groei in omzet en verbeteringen in de operationele resultaten in de toekomst verwacht.

2.2. Consolidatieprincipes

2.2.1. Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn alle entiteiten waarover de groep controle heeft. De groep controleert een entiteit wanneer de groep onderhevig is aan, of rechten heeft op, de variabele rendementen vanuit haar betrokkenheid bij de onderneming en wanneer de groep de mogelijkheid heeft om deze rendementen te beïnvloeden vanuit zijn zeggenschap over de onderneming. De dochterondernemingen worden integraal geconsolideerd op datum van verwerving van controle. Ze worden gedeconsolideerd op het moment dat de groep de controle verliest.

Alle transacties tussen de ondernemingen van de Groep, alle balansen en alle niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen groepsondernemingen, worden bij consolidatie geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden ook geëlimineerd op dezelfde manier als niet-gerealiseerde winsten, tenzij een bijzondere afschrijving van toepassing is op het actief dat onderwerp is van de transactie. De boekhoudprincipes van dochterondernemingen worden in lijn gebracht met die van de groep om de consistentie te verzekeren in de rapportering.

De dochteronderneming Water-as-a-Service NV werd opgericht op 16 juli 2020. De dochter heeft een verlengd boekjaar, eindigend op 31 december 2021. Voor consolidatiedoeleinden heeft de dochter afgesloten op 31 december 2020 en op 31 december 2021. De dochteronderneming iServ BV werd verworven door een bedrijfscombinatie op 23 april 2021. We verwijzen naar toelichting 6 voor verdere informatie. Voor consolidatiedoeleinden zijn de cijfers van iServ BV opgenomen per 30 april 2021. De impact van het verschil tussen het moment van de voltooiing van de overname (23 april) en het moment van de opname van de cijfers (30 april) wordt als immaterieel beschouwd met betrekking tot de geconsolideerde financiële staten.

De dochteronderneming Ekopak France werd opgericht op 14 september 2021 en heeft een eerste afsluiting op 31 december 2021.

2.3. Samenvatting van de belangrijke boekhoudprincipes

2.3.1. Omrekening vreemde valuta

De geconsolideerde financiële staten van de Vennootschap worden gepresenteerd in euro. De Vennootschap heeft euro als haar functionele munt.

Transacties in vreemde valuta

De transacties andere dan in euro worden omgerekend naar euro aan de wisselkoers op het einde van de vorige maand. Monetaire items in de geconsolideerde financiële staten worden omgerekend aan slotkoers op elke rapporteringsdatum en de relevante omrekeningsverschillen worden geboekt in het financieel resultaat.

2.3.2. Segment rapportering

Operationele segmenten worden gerapporteerd op een manier consistent met de interne rapportering zoals bezorgd aan de operationele beslissingsnemer. De operationele beslissingsnemer, welke verantwoordelijk is voor het toewijzen van de bronnen en het beoordelen van de prestaties van de operationele segmenten, is de Chief Executive Officer. De operationele segmenten hebben gelijkaardige economische karakteristieken en worden bepaald op basis van:

  • De aard van de producten en dienstverlening.
  • Het type en de karakteristieken van het contract (one off sales model, verkoop van verbruiksgoederen, services model, DBMO en DBFMO model). Het DBFMO model en het operationeel deel van het DBMO model zijn ook commercieel gekend als Water-as-a-Service (WaaS).
  • Of de klant het water installatieproces controleert of niet.

2.3.3. Omzet

De Vennootschap is actief in het ontwikkelen, bouwen, financieren en opereren van industriële waterverwerkingsinstallaties. De omzet van klantencontracten wordt geboekt op het moment dat de controle van de goederen of de diensten overgedragen wordt aan de klant aan een bedrag dat overeenkomt met de vergoeding waar de Vennootschap verwacht recht op te hebben in ruil voor de goederen of diensten. De Vennootschap heeft algemeen geoordeeld dat het de principaal is in zijn verkoopovereenkomsten, omdat het de goederen of diensten controleert voordat deze overgedragen worden aan de klant. De normale krediettermijn is 30 dagen netto na factuur.

De Vennootschap heeft 3 omzetstromen, namelijk het one off sales model, het DBMO (Design, Build, Maintain and Operate) model en het DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain en Operate) model. Het DBFMO model en het operationeel deel van het DBMO model zijn ook commercieel gekend als Wateras-a-Service (WaaS). Daarnaast verkoopt de Vennootschap ook verbruiksgoederen aan klanten die gebruik maken van een reeds verkochte waterproces- of desinfectie installatie.

Verkoop van verbruiksgoederen

De contracten bij deze omzetstroom hebben slechts één enkele prestatieverplichting welke de verkoop van verbruiksgoederen is. De omzet wordt geboekt op een bepaald moment in de tijd, namelijk over het algemeen op het moment dat de controle over de producten overgedragen wordt aan de klant bij verzending.

Verkoop van diensten

Dienstenovereenkomsten hebben slechts één enkele prestatieverplichting welke de dienstverlening is van de waterproces- of desinfectie installaties. De omzet wordt geboekt over tijd, namelijk op basis van de vooruitgang van de gepresteerde diensten.

Eenmalige verkoop van waterproces- en desinfectie Installaties.

Contracten bij deze omzetstroom hebben slechts één enkele prestatieverplichting namelijk het ontwikkelen, bouwen en leveren van de installatie aan een vaste prijs. De omzet wordt geboekt over de tijd, welke overeenkomt met de tijd nodig voor de ontwikkeling en het bouwen van de waterprocesinstallatie tot de levering en installatie op locatie bij de klant, aangezien de installatie geen alternatief gebruik heeft voor de Vennootschap en er een afdwingbaar recht tot betaling bestaat voor de geleverde prestaties. De omzet wordt geboekt op basis van de vooruitgang en de verwachte marge op het einde van de rapporteringsperiode.

Design, Build, Maintain en Operate installaties - DBMO

Contracten bij deze omzetstroom bestaan typisch uit twee aparte prestatieverplichtingen, zijnde de ontwikkeling, bouw en constructie ("DBM") van de installatie en het opereren van de installatie. De omzet zal toegewezen worden aan elke aparte prestatieverplichting gebaseerd op de relatieve afzonderlijke verkoopprijzen tegenover de totale transactieprijs. In het algemeen is de contractuele prijs voor de aparte prestatieverplichtingen gelijkaardig aan haar relatieve afzonderlijke verkoopprijs tegenover de totale transactieprijs, kortingen worden namelijk reeds toegewezen in het contract aan elk van de aparte prestatieverplichtingen.

Omzet voor DBM wordt geboekt over de tijd, welke de periode is van de ontwikkeling en de bouw van de waterprocesinstallatie tot de levering en installatie op locatie bij de klant. De omzet wordt geboekt op basis van de vooruitgang en de verwachte marge op het einde van de rapporteringsperiode.

De omzet van het opereren van de waterprocesinstallatie wordt geboekt over de tijd, namelijk maandelijks, wanneer de diensten worden uitgevoerd. De prijs omvat een maandelijkse vaste vergoeding en een variabele vergoeding gebaseerd op de output. De overeenkomst voor het opereren van de installatie is opzegbaar door de klant op elk moment zonder enige reden en zonder een significante financiële boete of lange opzegperiode.

Design, Build, Finance, Maintain en Operate installaties – DBFMO - WaaS

Contracten onder deze omzetstroom bestaan uit één aparte prestatieverplichting, zijnde het opereren van de installatie aangezien de klant geen controle heeft over de waterprocesinstallatie gedurende de niet-opzegbare termijn van het contract (10 tot 15 jaar).

De omzet uit het opereren van de waterprocesinstallatie is geboekt over de tijd, welke de contractuele niet-opzegbare termijn is uit de overeenkomst voor het opereren van de installatie (10 tot 15 jaar). De diensten worden maandelijks gefactureerd. De prijs bestaat voornamelijk uit een maandelijkse vaste vergoeding en een variabele vergoeding gebaseerd op de output.

De contractkosten gerelateerd aan het ontwikkelen en bouwen van de waterprocesinstallatie worden geboekt als DBFMO-installatie onder de materiële vaste activa.

De Vennootschap beoordeelt of er andere verplichtingen staan in het contract welke aparte prestatieverplichtingen zijn aan dewelke een deel van de transactieprijs moet toegewezen worden (bijv. garantieverplichtingen). Bij het bepalen van de transactieprijs voor de verkoop en het opereren van de waterprocesinstallatie, beoordeelt de Vennootschap de impact van de variabele vergoedingen, het bestaan van significante financieringscomponenten, vergoedingen in natura, en vergoedingen betaalbaar aan de klant (indien deze er zijn).

Variabele vergoedingen

Indien de vergoedingen in het contract variabele bedragen bevatten, zal de Vennootschap het bedrag van de vergoeding schatten dewelke ze het recht op heeft in ruil voor het transfereren van de goederen aan de klant. De variabele vergoedingen worden geschat bij aanvang van het contract en beperkt tot het heel waarschijnlijk is dat er geen significante cumulatieve geboekte omzet teruggedraaid zal moeten worden zodra de onzekerheid met betrekking tot de variabele vergoedingen is opgelost. De meeste contracten met betrekking tot het opereren van een waterprocesinstallatie bevatten een variabele prijs op basis van het volume wateroutput. De variabele vergoeding wordt maandelijks gefactureerd gebaseerd op het werkelijke volume wateroutput, tezamen met de maandelijkse vaste vergoeding.

Sommige contracten voor het opereren van een waterprocesinstallatie bevatten een vergoeding te betalen aan de klant in het geval het gebruikte volume stadswater hoger is dan een bepaalde limiet. De variabele prijscomponenten en de vergoedingen te betalen aan de klant geven aanleiding tot een variabele vergoeding.

Vergoeding te betalen aan de klant

Sommige contracten bevatten een clausule waarbij er een vergoeding moet betaald worden aan de klant in het geval het water niet geleverd wordt door de waterprocesinstallatie maar via stadswater en indien het volume hiervan hoger is dan een bepaalde limiet. De Vennootschap past de meest waarschijnlijke methode toe bij het bepalen van deze contractuele variabele vergoeding. De Vennootschap past vervolgens de vereisten toe voor het beperken van de variabele vergoedingen (heel waarschijnlijk dat er geen significante omzet terugdraaiing zal moeten gebeuren) om het bedrag te bepalen van de variabele vergoeding welke in de transactieprijs kan opgenomen worden en geboekt kan worden als omzet.

Significante financieringscomponent

De Vennootschap ontvangt voorafbetalingen van klanten bij de verkoop van waterprocesinstallaties met een productietijd van drie tot zes maanden na het tekenen van het contract en de ontvangst van de betaling. Er is geen significante financieringscomponent voor deze contracten rekening houdend met de lengte van de periode tussen de betaling van de klant en de transfer van het actief.

De Vennootschap past de uitzondering toe voor korte-termijn voorschotten ontvangen van klanten. Met andere woorden, de beloofde vergoeding wordt niet aangepast voor de tijdseffecten van een significante financieringscomponent indien de periode tussen de transfer van het beloofde goed of dienst en de betaling één jaar of minder is.

Contract balansen

Contract activa

Contract activa worden initieel geboekt als omzet verworven door de ontwikkeling en de bouw van de waterprocesinstallatie in het one off sales model en van het DBM deel van de DBMO transactie, maar welke nog niet gefactureerd zijn. Bij het afwerken van de bouw en de installatie van de waterprocesinstallatie, wordt het bedrag geboekt als contract activa getransfereerd naar handelsvorderingen. De contract activa worden gepresenteerd als een aparte lijn in de geconsolideerde balans.

Contract schulden

Een contractschuld is een verplichting om goederen of diensten te transfereren naar de klant voor dewelke de Vennootschap een vergoeding ontvangen heeft (of een vergoeding verschuldigd is) van de klant. Indien de klant de vergoeding betaalt vooraleer de Vennootschap de goederen en diensten aan de klant getransfereerd heeft, wordt er een contractschuld geboekt wanneer de betaling gebeurd is of wanneer de betaling vervallen is (indien die datum vroeger valt). Contractschulden worden geboekt als omzet wanneer de Vennootschap haar prestaties uitvoert onder het contract. De contractschulden worden gepresenteerd in de lijn overige kortlopende schulden in de geconsolideerde balans.

Kosten om het contract uit te voeren

De Vennootschap boekt kosten om een contract uit te voeren welke, indien ze niet onderhevig zijn aan een andere standaard, gepresenteerd worden als een contract activa. De Vennootschap boekt kosten, bij een DBFMO-contract, om niet-aparte prestatieverplichting uit te voeren als een DBFMO-installatie binnen materiële vaste activa. De Vennootschap beoordeelt of deze kosten aan de criteria voldoen voor materiële vaste activa en indien de criteria niet voldaan zijn, worden deze kosten in de resultatenrekening geboekt.

2.3.4. Financieringskosten

Financieringskosten bevatten interesten en andere kosten gedragen door de Vennootschap gerelateerd aan het lenen van fondsen. Deze kosten betreffen voornamelijk interestlasten op korte en lange termijn leningen en leasing schulden en eveneens de afschrijving van de bijkomende kosten bij het uitgeven van de gerelateerde financieringen. De financieringskosten worden geboekt in de resultatenrekening of geactiveerd in het geval deze gerelateerd zijn aan gekwalificeerde activa.

2.3.5. Overige financiële opbrengsten en kosten

Overige financiële opbrengsten en kosten betreffen voornamelijk vreemde valuta omrekeningsverschillen op financiële transacties en bank gerelateerde kosten.

2.3.6. Belastingen

Actuele belastingen

Actuele belastingvorderingen en schulden worden gewaardeerd aan hun bedrag welke verwacht te worden ontvangen van of betaald aan de belastingautoriteiten. De belastingtarieven en de belastingwetgeving welke gebruikt worden om de belasting te berekenen zijn deze welke zijn goedgekeurd of substantieel goedgekeurd op de rapporteringsdatum in België waar de Vennootschap haar activiteiten heeft en belastbare inkomsten genereert.

De actuele belastingen gerelateerd aan items welke direct in het eigen vermogen worden geboekt, worden geboekt in het eigen vermogen en niet in de geconsolideerde resultatenrekening. Management evalueert regelmatig de genomen posities in de belastingaangifte met betrekking tot situaties waarbij de toe te passen belastingregelgeving onderhevig is aan interpretaties en boekt een voorziening hiervoor waar nodig.

Uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen worden volledig geboekt, op basis van de "liability"-methode, voor alle tijdelijke verschillen tussen de belastbare basis en de boekwaarde in de geconsolideerde financiële staten.

Uitgestelde belastingschulden worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen. De uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor alle aftrekbare tijdelijke verschillen, overgedragen belastingkredieten en fiscale verliezen, en dit voor zover het waarschijnlijk is dat er belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waarvoor de aftrekbare tijdelijke verschillen, en de overgedragen belastingkredieten en fiscale verliezen kunnen gebruikt worden.

De boekwaarde van de uitgestelde belastingvorderingen worden beoordeeld op elke rapporteringsdatum en verminderd indien het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winsten beschikbaar zullen zijn om alle of een gedeelte van de uitgestelde belastingvordering te gebruiken. De niet geboekte uitgestelde belastingenvorderingen worden beoordeeld op elke rapporteringsdatum en worden geboekt zodra het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winsten beschikbaar zullen zijn om de uitgestelde belastingvordering te gebruiken.

Uitgestelde belastingvorderingen en schulden worden gewaardeerd aan de belastingtarieven welke verwacht van toepassing te zullen zijn wanneer het actief wordt gerealiseerd of de schuld wordt vereffend, gebaseerd op de belastingtarieven (en belastingregelgeving) welke goedgekeurd is, of substantieel goedgekeurd op de rapporteringsdatum.

Uitgestelde belastingvorderingen en uitgestelde belastingschulden worden gecompenseerd, indien er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de actuele belastingvorderingen met de actuele belastingschulden te compenseren en de uitgestelde belastingen gerelateerd zijn aan dezelfde fiscale entiteit en de dezelfde fiscale autoriteit.

2.3.7. Immateriële vaste activa andere dan goodwill

Immateriële vaste activa omvatten voornamelijk software en ontwikkelingscomponenten voor de containers gebruikt bij de waterprocesinstallaties. De immateriële vaste activa welke afzonderlijk zijn verworven, worden initieel gewaardeerd aan kost. Na de initiële boeking worden de immateriële vaste activa gewaardeerd aan kostprijs verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere afschrijvingen. De Vennootschap heeft geen immateriële activa geboekt met betrekking tot interne ontwikkelingsuitgaven.

De immateriële vaste activa worden afgeschreven volgens de lineaire methode over de gebruiksduur, welke voor

  • Software en Cloud platform gerelateerde activa: 3 tot 5 jaar is,
  • Ontwikkelingscomponenten: 3 jaar is.

De afschrijvingstermijnen en de afschrijvingsmethode voor de immateriële vaste activa met een beperkte gebruiksduur worden beoordeeld op het einde van elke rapporteringsperiode. De afschrijvingskost voor immateriële vaste activa wordt geboekt in de geconsolideerde resultatenrekening in de categorie: "Afschrijvingen".

De immateriële vaste activa worden uitgeboekt bij een verkoop (dit is op de datum dat de koper de controle verwerft) of wanneer er geen toekomstige economische voordelen meer verwacht worden door het gebruik ervan of door verkoop. De winsten of verliezen bij uitboeking van het actief (berekend als het verschil tussen de netto verkoopontvangsten en de boekwaarde van het actief) wordt geboekt in de geconsolideerde resultatenrekening.

2.3.8. Goodwill

Goodwill wordt initieel gewaardeerd aan kostprijs (zijnde het overschot van het totaal van de betaalde vergoeding en het opgenomen bedrag voor minderheidsbelangen en eventueel eerder aangehouden belang over de netto identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen). Als de reële waarde van de verworven netto-activa hoger is dan de totale betaalde vergoeding, beoordeelt de Groep opnieuw of zij alle verworven activa en alle aangegane verplichtingen correct heeft geïdentificeerd, en herziet zij de procedures die worden gebruikt om de te waarderen bedragen te bepalen opgenomen op de overnamedatum. Als de herbeoordeling nog steeds resulteert in een overschrijding van de reële waarde van de verworven netto-activa ten opzichte van de totale betaalde vergoeding, wordt de winst opgenomen.

Na de initiële waardering, wordt goodwill gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Met het oog op de toetsing op bijzondere waardevermindering wordt goodwill die in een bedrijfscombinatie is verworven, vanaf de overnamedatum toegewezen aan elk van de kasstroom genererende eenheden van de Groep die naar verwachting zullen profiteren van de combinatie, ongeacht of andere activa of verplichtingen van de overgenomen partij toegewezen zijn aan die eenheden.

Wanneer goodwill is toegerekend aan een kasstroom genererende eenheid en een deel van de activiteit binnen die eenheid wordt afgestoten, wordt de goodwill die verband houdt met de afgestoten activiteit opgenomen in de boekwaarde van de activiteit bij het bepalen van de winst of het verlies bij de afstoting. Goodwill die in deze omstandigheden wordt afgestoten, wordt gewaardeerd op basis van de relatieve waarde van de afgestoten activiteit en het behouden deel van de kasstroom genererende eenheid.

2.3.9. Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere afschrijvingen. De materiële vaste activa in aanbouw worden gewaardeerd aan kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde bijzondere afschrijvingen, indien deze er zijn. De kostprijs omvat de initiële aankoopprijs plus de overige directe aankoopkosten (zoals niet-terugvorderbare belastingen en transport). De kostprijs van de zelf ontworpen installaties (voornamelijk de waterprocesinstallaties in het DBMFO verkoopmodel) omvatten de kostprijs van de materialen, directe personeelskosten en een evenredig deel van de productieoverhead en de financieringskosten, in het geval de ontwikkeling langer duurt dan 12 maanden.

De restwaarde, gebruiksduur en afschrijvingsmethodes van de materiële vaste activa worden beoordeeld op jaareinde en prospectief aangepast, indien van toepassing.

De significante wisselstukken welke voldoen aan de definitie van een materieel vast actief worden geactiveerd als machines en uitrusting. Deze wisselstukken worden gebruikt om niet-werkende of vervallen onderdelen te vervangen. Deze wisselstukken worden, in tegenstelling tot de wisselstukken in voorraad, niet verkocht aan klanten.

Afschrijvingen en gebruiksduur

De afschrijvingen worden geboekt op basis van de lineaire methode en over de verwachte gebruiksduur van de activa, welke als volgt is:

Gebouwen 10 tot 20 jaar Machines en uitrusting 5 tot 10 jaar Computermateriaal 2 tot 3 jaar DBMFO-installaties 10 tot 15 jaar Membranen in DBMFO-installaties 4 jaar

Leasingactiva De gebruiksduur van het actief of de contractuele duurtijd van de lease, afhankelijk van welke periode het kortst is, of de gebruiksduur indien de Vennootschap eigenaar zal worden van het actief op het einde van de lease

Uitboeking

Een materieel vast actief en elk significant onderdeel ervan initieel apart geboekt, worden uitgeboekt bij een verkoop (dit is op de datum waarop de koper de controle verwerft) of wanneer er geen toekomstige economische voordelen meer verwacht worden door het gebruik ervan of door verkoop. De winst of verlies bij uitboeking van het actief (berekend als het verschil tussen de netto verkoopontvangsten en de boekwaarde van het actief) wordt geboekt in de geconsolideerde resultatenrekening.

2.3.10. Leasing

De Vennootschap beoordeelt bij aanvang van het contract of een contract een leaseovereenkomst is of bevat. Dit betekent dat het contract het recht geeft om het gebruik van een geïdentificeerd actief gedurende een bepaalde periode te controleren, in ruil voor een vergoeding.

De Vennootschap huurt kantoorgebouwen en wagens. De huurcontracten hebben vaste huurperiodes van 36 maanden tot 5 jaar, maar kunnen eventuele opties bevatten om de huur te vernieuwen zoals besproken hieronder. De contracten kunnen zowel lease als niet-lease componenten bevatten. De Vennootschap heeft de praktische uitzondering toegepast om de niet-lease componenten niet afzonderlijk te verwerken voor alle leasing categorieën.

De leasingtermijnen worden onderhandeld op een individuele basis en omvatten verschillende voorwaarden. De leaseovereenkomsten bevatten geen convenanten andere dan het onderpand van het geleased actief dat gehouden wordt door de verhuurder. De geleasede activa kunnen niet gebruik worden als onderpand voor financieringsdoeleinden.

De activa en schulden welke voortvloeien uit leaseovereenkomsten worden initieel gewaardeerd aan de huidige waarde.

Leasingschulden

Leasingschulden bevatten de netto contante waarde van de volgende huurbetalingen:

  • Vaste betalingen (inclusief betalingen substantieel gelijk aan vaste betalingen), verminderd met (te) ontvangen huurincentives.
  • Variabele huurbetalingen welke gebaseerd zijn op een index of een percentage, initieel gewaardeerd door gebruik te maken van de index of percentage op begindatum
  • De bedragen welke de Vennootschap verwacht te moeten betalen voor restwaardegaranties
  • De uitoefenprijs van de aankoopoptie indien de Vennootschap redelijk zeker is dat ze deze zal uitoefenen, en
  • Opzegvergoedingen voor vroegtijdige stopzetting van de lease, indien de huurperiode rekening houdt met deze vervroegde stopzetting.

Te betalen huurbetalingen voor verlengingsopties welke redelijk zeker zullen worden uitgeoefend worden eveneens meegenomen in de waardering van de schuld. De huurbetalingen worden verdisconteerd op basis van de interestvoet welke impliciet opgenomen is in de lease. De Vennootschap heeft de portfoliobenadering toegepast voor het bepalen van de interestvoet impliciet opgenomen in de lease, voor gelijkaardige activa met gelijkaardige karakteristieken. De toegepaste interestvoet voor het portfolio is bepaald als de gemiddelde interestvoet voor elke lease in de portfolio.

De huurbetalingen bevatten in het algemeen geen variabele huurbetalingen (bijvoorbeeld op basis van een index of percentage).

De boekwaarde van de leasingschulden worden geherwaardeerd indien er een modificatie is; een verandering in de huurtermijn, een verandering in de huurbetalingen (bijvoorbeeld veranderingen in toekomstige huurbetalingen door een wijziging in een index of een percentage welke gebruikt werd voor het bepalen van de huurbetalingen) of een verandering in de beoordeling van een aankoopoptie van het onderliggende actief.

Recht-op-gebruik activa

Recht-op-gebruik activa worden gewaardeerd aan kostprijs en deze kostprijs bevat het volgende:

  • Het bedrag van de initiële waardering van de leasingschuld,
  • Eventuele huurbetalingen welke gedaan werden op of voor de begindatum verminderd met de ontvangen huurincentives,
  • Eventuele initiële directe kosten,
  • En aangepast voor elke herwaardering van de leasingschulden.

Recht-op-gebruik activa worden in het algemeen afgeschreven over het kortste van de gebruiksduur van het actief en de leasingtermijn, en dit op een lineaire basis. Indien de Vennootschap redelijk zeker is dat de aankoopoptie zal uitgeoefend worden, wordt de recht-op-gebruik activa afgeschreven over de gebruiksduur van het onderliggend actief.

Korte-termijn en lage waarde activa

De Vennootschap past de praktische uitzondering voor korte-termijn leasings toe voor de korte-termijn leasing van de wagens (dit zijn de leasings welke een leasingtermijn hebben van 12 maanden of minder vanaf de begindatum en welke geen aankoopoptie bevatten). De Vennootschap heeft geen leasings met betrekking tot lage waarde activa.

Restwaarde garantie

De Vennootschap verschaft soms een restwaardegarantie met betrekking tot de leasing van wagens. De Vennootschap schat initieel in dat de te betalen bedragen onder de restwaardegarantie nul is.

2.3.11. Bijzondere waardeverminderingen van activa

Niet-financiële activa en goodwill worden getest op bijzondere waardeverminderingen wanneer gebeurtenissen of veranderingen in omstandigheden erop wijzen dat de boekwaarde mogelijks niet realiseerbaar is.

Een bijzonder waardevermindering wordt opgenomen voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn realiseerbare waarde overschrijdt. De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde minus de verkoopkosten en zijn bedrijfswaarde. Voor de beoordeling van bijzondere waardeverminderingen worden activa gegroepeerd op de laagste niveaus waarvoor er een afzonderlijk identificeerbare instroom van kasmiddelen is, die grotendeels onafhankelijk is van de instroom van kasmiddelen uit andere activa of groepen activa (kasstroom genererende eenheden).

2.3.12. Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd aan het laagste van de kostprijs en de netto realiseerbare waarde. De kosten die worden gemaakt om elk product naar zijn huidige locatie en staat te brengen, worden als volgt verantwoord:

  • Grondstoffen: aanschafkosten op basis van first-in/ first-out.
  • Reserveonderdelen en onderhoudsmaterialen: aanschafkosten op basis van first-in/ first -uit basis.

De netto realiseerbare waarde is de geschatte verkoopprijs tijdens een periode van normale bedrijfsvoering, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren.

2.3.13. Financiële activa.

De vennootschap heeft alleen financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Deze omvatten handels- en overige vorderingen, en geldmiddelen en kasequivalenten.

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten contante en direct opvraagbare deposito's, beleggingen op korte termijn (≤ 3 maanden), kortlopende zeer liquide beleggingen die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen. Rekening-courantkredieten worden in de geconsolideerde balans opgenomen onder de leningen van de kortlopende schulden.

Handels- en overige vorderingen worden aanvankelijk opgenomen tegen de onvoorwaardelijke vergoeding. Deze financiële activa bevatten doorgaans geen significante financieringscomponent.

Overige vorderingen omvatten vorderingen met betrekking tot de waarborg op de leveranciersverpakkingen, met name de prijs die aan de leveranciers voor de verpakking wordt betaald. De Vennootschap erkent dergelijke vorderingen als de waarborg wordt betaald aan de verkoper.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa

De Vennootschap bepaalt de waarde van de voorziening voor verliezen (bijzondere waardevermindering) op elke rapporteringsdatum. Het boekt deze bijzondere waardeverminderingen voor kredietverliezen die worden verwacht tijdens de looptijd van alle financiële instrumenten waarvoor het kredietrisico - hetzij op individuele of collectieve basis - aanzienlijk is toegenomen sinds de eerste opname, rekening houdend met alle redelijke en onderbouwde informatie, inclusief toekomstgerichte informatie. Indien het kredietrisico laag is, worden de verwachte kredietverliezen over 12 maanden herkend.

Voor handelsvorderingen past de Vennootschap de vereenvoudigde benadering toe, die vereist dat verwachte verliezen over de levensduur moeten worden herkend vanaf de eerste opname van de vorderingen. Op basis van de historische informatie en beschikbare toekomstgerichte informatie zijn de verwachte kredietverliezen niet materieel.

Voor de vordering op waarborg op leveranciersverpakkingen neemt de Vennootschap een bijzondere waardevermindering op die gelijk is aan het bedrag van de vorderingen met een oorsprongsdatum van 24 maanden of later. Deze bijzondere waardevermindering is gelijk aan de terugname van de schulden

aan de klanten met betrekking tot de betaalde waarborg en die een ontstaansdatum hebben van 24 maanden of later.

Uitboeking

Een financieel actief wordt niet langer opgenomen wanneer

  • (i) De rechten om kasstromen uit activa te ontvangen zijn vervallen, of
  • (ii) De Vennootschap haar rechten om kasstromen uit activa te ontvangen heeft overgedragen of een verplichting aangegaan is om de ontvangen kasstromen zonder materiële vertraging volledig te betalen aan een derde partij onder een 'pass-through'-overeenkomst; en ofwel
    • a. De Vennootschap heeft nagenoeg alle risico's en voordelen van de activa overgedragen, of
    • b. De Vennootschap heeft nagenoeg alle risico's en voordelen van het actief niet overgedragen noch behouden, maar heeft de controle over het actief overgedragen.

2.3.14. Financiële verplichtingen

De Vennootschap heeft financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waaronder leningen en verplichtingen, leasingschulden, handelsschulden en overige schulden vallen. Andere schulden omvatten de verschuldigde bedragen aan klanten voor betaalde waarborg op verpakkingen. De Vennootschap heeft de verplichting aangepast voor alle schulden met een ontstaansdatum van 24 maanden of later, in overeenstemming met de waardevermindering op de vordering op de verkoper met betrekking tot de door de Vennootschap betaalde waarborgen op verpakkingen.

Deze financiële verplichtingen worden initieel opgenomen tegen reële waarde plus direct toerekenbare transactiekosten en worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Winsten en verliezen worden opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening wanneer de verplichtingen niet langer worden opgenomen, evenals via het afschrijvingsproces volgens de effectieve-rentemethode.

Uitboeking

Een financiële verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen wanneer de verplichting wordt vervuld of geannuleerd of vervalt.

2.3.15. Verrekening van financiële instrumenten

Financiële activa en financiële verplichtingen worden verrekend en het nettobedrag wordt gerapporteerd in de geconsolideerde balans indien er een afdwingbaar wettelijk recht bestaat om de opgenomen bedragen te verrekenen en er een intentie is om op netto basis af te rekenen, om gelijktijdig de activa te realiseren en de verplichtingen af te wikkelen.

2.3.16. Voorzieningen

De Vennootschap heeft alleen voorzieningen voor geschillen en processen. Een voorziening wordt opgenomen wanneer de Vennootschap een huidige (wettelijke of feitelijke) verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, wanneer het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en wanneer een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het bedrag van de verplichting.

Als de Vennootschap verwacht dat een deel van of alle uitgaven die nodig zijn om een voorziening af te wikkelen, zullen worden terugbetaald, wordt een afzonderlijk actief opgenomen zodra het vrijwel zeker is dat de terugbetaling zal worden ontvangen.

Als het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden de voorzieningen verdisconteerd tegen een huidig tarief vóór belastingen dat, indien van toepassing, de risico's weerspiegelt die specifiek zijn voor de verplichting. Wanneer verdiscontering wordt toegepast, wordt de toename van de voorziening als gevolg van het verstrijken van de tijd herkend als financieringskost.

Verlieslatende contracten

Als de Vennootschap een verlieslatend contract heeft, wordt de huidige verplichting onder het contract opgenomen en gewaardeerd als een voorziening. Voordat een afzonderlijke voorziening voor een verlieslatend contract wordt aangelegd, neemt de Vennootschap echter elk bijzonder waardeverminderingsverlies op dat is opgetreden op activa die aan dat contract zijn toegewezen. Een verlieslatend contract is een contract waarbij de onvermijdelijke kosten (d.w.z. de kosten die de Vennootschap niet kan vermijden omdat ze het contract heeft) om de verplichtingen uit hoofde van het contract na te komen, hoger zijn dan de economische voordelen die er naar verwachting uit zullen voortvloeien. De onvermijdelijke kosten onder een contract weerspiegelen de laagste netto kosten voor het verlaten van het contract, namelijk de laagste kosten om het contract na te komen en eventuele compensaties of boetes die voortvloeien uit het niet nakomen ervan. De kosten voor het vervullen van een contract omvatten de kosten die rechtstreeks verband houden met het contract (d.w.z. zowel incrementele kosten als een toerekening van kosten die rechtstreeks verband houden met contractactiviteiten).

2.3.17. Personeelsvergoedingen

Pensioenverplichtingen

De Vennootschap heeft twee actieve Belgische "tak 23" pensioenplannen (voor kaderleden en voor werknemers). Die plannen voorzien een forfaitair bedrag voor pensioenen en een overlijdensdekking met werkgeversbijdrage, berekend als een percentage van een referentiesalaris. Er zijn geen werknemersbijdragen in de plannen.

De Vennootschap heeft ook twee slapende Belgische pensioenplannen "branche 21" (voor kaderleden en voor de werknemers). Vanaf 1 juli 2021 worden werkgeversbijdragen voor nieuwe en bestaande werknemers betaald met betrekking tot de actieve pensioenregelingen "branche 23".

Volgens de Belgische wetgeving zijn pensioenregelingen op basis van vaste bijdragen onderworpen aan een gegarandeerd minimumrendement dat, in het geval van de Vennootschap, gelijk is aan 1,75% voor alle bijdragen. Vanwege deze minimale gegarandeerde rendementen, worden deze pensioenregelingen onder IFRS beschouwd als een toegezegde pensioenregeling. De kosten voor het verstrekken van vergoedingen worden bepaald op basis van de "projected unit credit" methode, waarbij actuariële waarderingen worden uitgevoerd aan het einde van elke jaarlijkse rapporteringsperiode.

Herwaarderingen, bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het effect van het activaplafond, exclusief bedragen opgenomen in de netto rente op de netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten en het rendement op fondsbeleggingen (exclusief bedragen die zijn opgenomen in de netto rente op de netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten), zijn onmiddellijk opgenomen in de geconsolideerde balans met een overeenkomstige afschrijving of creditering van ingehouden winsten via niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin ze zich voordoen. Herwaarderingen worden in latere perioden niet overgeboekt naar winst of verlies. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden opgenomen in de winst- en verliesrekening op de vroegste van:

  • De datum van de wijziging of inperking van het plan, en
  • De datum dat de Vennootschap de gerelateerde herstructureringskosten herkent

De netto rente wordt berekend door de verdisconteringsvoet toe te passen op de netto verplichting of het netto vermogen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. De Vennootschap neemt de volgende wijzigingen in de netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten op in de geconsolideerde winst- en verliesrekening:

  • Servicekosten omvatten huidige servicekosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winsten en verliezen op inperkingen en niet-routinematige verrekeningen
  • Netto rentelasten of -baten

Korte-termijn verplichtingen

Verplichtingen voor lonen en salarissen, met inbegrip van niet-monetaire voordelen, jaarlijkse vakantie en opgebouwd ziekteverlof die naar verwachting volledig zullen worden afgewikkeld binnen 12 maanden na het einde van de periode waarin de werknemers de gerelateerde dienst verrichten, worden opgenomen bij personeelsbeloningen tot het einde van de verslagperiode en worden gewaardeerd tegen de bedragen die naar verwachting zullen worden betaald wanneer de verplichtingen worden afgewikkeld. De verplichtingen worden gepresenteerd als overige kortlopende schulden in de geconsolideerde balans.

Op aandelen gebaseerde betalingen

Op aandelen gebaseerde betalingen worden aan werknemers verstrekt via een aandelenplan voor werknemers (employee stock ownership plan of ESOP). De informatie over deze plannen is uiteengezet in toelichting 16. De plannen zijn eigenvermogensplannen, omdat ze zullen worden afgewikkeld door het uitgeven van nieuwe aandelen van de Vennootschap en er is geen verplichting voor de Vennootschap om contant geld of een ander financieel actief te leveren.

De reële waarde van warranten toegekend onder het ESOP-plan wordt opgenomen onder kosten voor personeelsbeloningen, met een overeenkomstige toename van het eigen vermogen. Het totaal te boeken bedrag wordt bepaald op basis van de reële waarde van de toegekende opties. De ESOPregeling kent alleen voorwaarden betreffende de dienstprestaties, die nader worden toegelicht in toelichting 16.

De totale kost wordt opgenomen over de verwervingsperiode, de periode waarin aan alle gespecificeerde voorwaarden voor verwerving moet worden voldaan. Aan het einde van elke periode herziet de entiteit haar schattingen van het aantal opties dat naar verwachting onvoorwaardelijk zal worden op basis van de niet-marktconforme voorwaarden voor onvoorwaardelijke toezegging en dienstverlening. Het neemt de eventuele impact van de herziening van de oorspronkelijke schattingen op in winst of verlies, met een overeenkomstige aanpassing van het eigen vermogen.

2.3.18. Eigen vermogen

Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen.

Incrementele kosten die direct toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen die zijn gemaakt voordat de inbreng in het eigen vermogen werd geboekt, worden weergegeven als overige vlottende activa en geherclassificeerd als een aftrek in het eigen vermogen, na aftrek van belastingen, van de opbrengsten uit de inbreng in het eigen vermogen.

2.3.19. Dividenden

Betaalde dividenden worden alleen in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen opgenomen als er vóór het einde van het jaar een verplichting tot betaling van de dividenden ontstaat.

2.3.20. Waardering reële waarde

De reële waarde is de prijs die zou worden ontvangen bij het verkopen van een actief of die zou worden betaald om een verplichting over te dragen in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum. De waardering tegen reële waarde is gebaseerd op de veronderstelling dat de transactie om het actief te verkopen of de verplichting over te dragen ofwel plaatsvindt op de belangrijkste markt voor het actief of het passief, of bij afwezigheid van een hoofdmarkt, op de meest voordelige markt voor het actief of het passief. De belangrijkste of meest voordelige markt moet toegankelijk zijn voor de Vennootschap. De reële waarde van een actief of een passief wordt bepaald aan de hand van de veronderstellingen die marktdeelnemers zouden hanteren bij het bepalen van de prijs van het actief of het passief, in de veronderstelling dat marktdeelnemers handelen in hun economisch beste belang. Alle activa en schulden waarvoor de reële waarde wordt bepaald of vermeld in de geconsolideerde financiële staten, worden ingedeeld in de reële waarde-hiërarchie, die als volgt wordt beschreven, op basis van de input van het laagste niveau dat significant is voor de waardering tegen reële waarde als geheel:

  • Niveau 1: Genoteerde (niet aangepaste) prijzen in actieve markten voor identieke activa en verplichtingen.
  • Niveau 2: Waarderingstechnieken waarbij de significante parameters observeerbaar zijn, en dit ofwel direct of indirect.
  • Niveau 3: Waarderingstechnieken waarbij parameters gebruikt worden welke niet gebaseerd zijn op observeerbare marktdata.

3. Nieuwe en gewijzigde standaarden welke nog niet van toepassing zijn

Bepaalde nieuwe boekhoudnormen en interpretaties werden gepubliceerd die niet verplicht zijn voor de rapporteringsperiode van 31 december 2021 en die niet vervroegd zijn toegepast door de Vennootschap. Deze standaarden zullen naar verwachting geen materieel effect hebben op de Vennootschap in de huidige of toekomstige verslagperioden en op voorzienbare toekomstige transacties.

De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen aan standaarden zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2021 en zijn goedgekeurd door de EU:

  • Wijzigingen aan IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16 'Hervorming van rentevoetbenchmark' - Fase 2 (effectief vanaf 01/01/2021). Deze wijzigingen hebben betrekking op kwesties die van invloed kunnen zijn op de financiële verslaglegging na de hervorming van een rentebenchmark, inclusief de vervanging ervan door alternatieve rentebenchmarks. De wijzigingen zijn van kracht voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2021, waarbij eerdere toepassing is toegestaan.
  • Wijzigingen aan IFRS 16, 'Leaseovereenkomsten' met betrekking tot Covid-19 gerelateerde huurconcessies (effectief vanaf 1 juni 2020, eerdere toepassing toegestaan). Indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, laten deze wijzigingen (als praktisch hulpmiddel) aan huurders toe niet te moeten beoordelen of bepaalde covid-19-gerelateerde huurconcessies 'huuraanpassingen' zijn. In plaats daarvan kunnen huurders, die dit praktisch hulpmiddel toepassen, deze huurconcessies boekhoudkundig verwerken alsof het geen huuraanpassingen zijn.

De volgende nieuwe standaard en wijzigingen aan de standaarden werden gepubliceerd. Deze zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2021 maar zijn wel goedgekeurd door de EU:

  • Wijzigingen aan IFRS 16 'Leaseovereenkomsten': Covid-19-gerelateerde huurconcessies na juni 2021 (effectief vanaf 1 april 2021). De wijzigingen verlengen met één jaar de wijziging van mei 2020 die huurders een vrijstelling geeft om te beoordelen of een COVID-19-gerelateerde huurconcessie al dan niet een 'huuraanpassing' is. In het bijzonder stelt de wijziging een huurder in staat om de praktische oplossing met betrekking tot COVID-19-gerelateerde huurconcessies toe te passen op huurconcessies waarvoor een verlaging van de leasebetalingen alleen betrekking heeft op betalingen die oorspronkelijk verschuldigd waren op of vóór 30 juni 2022 (in plaats van oorspronkelijk alleen betalingen die op of voor 30 juni 2021 verschuldigd waren). De wijziging is van kracht voor boekjaren die beginnen op of na 1 april 2021 (eerdere toepassing toegestaan, inclusief in jaarrekeningen die nog niet zijn goedgekeurd voor publicatie op de datum waarop de wijziging wordt gepubliceerd).
  • Wijzigingen aan IFRS 3 'Bedrijfscombinaties'; IAS 16 'Materiële vaste activa'; IAS 37 'Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en activa' en jaarlijkse verbeteringen aan IFRS standaarden (effectief vanaf 1 januari 2022). Het pakket wijzigingen omvat beperkte aanpassingen van drie standaarden en de jaarlijkse verbeteringen, die de formulering verduidelijken of kleine inconsistenties of tegenstrijdigheden tussen vereisten in deze standaarden corrigeren:
    • Ø Wijzigingen aan IFRS 3, 'Bedrijfscombinaties' brengen een verwijzing in IFRS 3 naar het conceptueel kader voor financiële verslaglegging up-to-date zonder de boekhoudkundige vereisten voor bedrijfscombinaties te wijzigen.
    • Ø Wijzigingen aan IAS 16, 'Materiële vaste activa' verbieden een bedrijf het in mindering brengen van bedragen ontvangen uit de verkoop van geproduceerde artikelen op de kosten van een materiële vast actief, terwijl het bedrijf het actief voorbereidt op het beoogde gebruik. In plaats daarvan zal een bedrijf dergelijke verkoopopbrengsten en gerelateerde kosten in winst of verlies opnemen.
    • Ø Wijzigingen aan IAS 37, 'Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en activa' specificeren welke kosten een bedrijf opneemt in de beoordeling of een contract verliesgevend zal zijn.

4. Boekhoudkundige beoordelingen, schattingen en veronderstellingen

Om de geconsolideerde financiële staten op te stellen dient het management beoordelingen, schattingen en veronderstellingen te maken die invloed hebben op de gepubliceerde bedragen in de jaarrekening en in de bijbehorende toelichtingen. De onzekerheid welke deze schattingen en veronderstelling inherent met zich meebrengen kunnen resulteren in belangrijke aanpassingen aan de boekwaarde van de activa of verplichtingen in toekomstige periodes.

Op continue basis evalueert de Vennootschap haar beoordelingen, schattingen en veronderstellingen, inclusief die met betrekking tot de erkenning van opbrengsten - onderhanden werk en assumpties die worden toegepast bij het bepalen van de bruto verplichting omtrent het verzekeringsplan van de Vennootschap.

De schattingen en veronderstellingen zijn gebaseerd op de informatie welke beschikbaar was op het ogenblik dat de geconsolideerde financiële staten worden voorbereid. Deze informatie kan in de toekomst wijzigen als gevolg van veranderingen in de markt of omstandigheden welke buiten de controle van de Groep vallen. Deze wijzigingen worden opgenomen in de boekhoudkundige assumpties in de periode waarin deze wijzigingen gebeuren.

4.1. DBFMO-model - beoordeling of deze contracten een leaseovereenkomst bevatten

De Vennootschap heeft klantencontracten voor verkopen onder het DBFMO-model, zoals uitgelegd in de boekhoudprincipes. De beoordeling of een contract een leaseovereenkomst is of bevat, kan een oordeel vereisen omtrent het toepassen van de definitie van een leaseovereenkomst op deze DBFMOovereenkomsten. Een DBFMO-overeenkomst omvat significante diensten, dus het beoordelen opdat het contract het recht geeft tot het gebruik van een geïdentificeerd activa is subjectief.

Bij aanvang van het contract beoordeelt de Vennootschap of het contract een leaseovereenkomst is of bevat. Een contract is of bevat een leaseovereenkomst als deze het recht geeft om het gebruik van een geïdentificeerd actief gedurende een periode van tijd te controleren.

De Vennootschap oordeelt dat de DBFMO-afspraken geen leaseovereenkomsten bevatten, hoewel de klant alle economische voordelen van de waterprocesinstallatie verkrijgt, omdat:

  • Er is geen geïdentificeerde activa. Substantiële vervangingsrechten gelden gedurende de gebruiksperiode, aangezien de Vennootschap de activa kan vervangen door een ander actief dat hetzelfde volume en dezelfde kwaliteit water produceert. In een DBFMO-contract is de prestatieverplichting het leveren van een minimale hoeveelheid water, die voldoet aan de contractuele kwaliteitseisen, gedurende de contractperiode. Daarnaast is de waterprocesinstallatie ingebouwd in een afnamecontainer die eenvoudig te transporteren is en aansluit op de klantinstallaties en watertank. Dit vervangingsrecht wordt door de Vennootschap als substantief beschouwd, aangezien de Vennootschap als gevolg van veranderende technologie haar productieproces, het leveren van het vereiste volume en kwaliteitswater aan de klant, wil optimaliseren en verbeteren vanuit een kostenvoordeel.
  • De klant kan het gebruik van de activa niet sturen, aangezien de verantwoordelijkheid voor het bedienen en onderhouden van de waterprocesinstallatie enkel bij de Vennootschap ligt en de klant alleen toegang heeft tot het observeren van de waterprocesinstallatie. De installatie levert het watervolume in een buffertank die eigendom is van de klant. De contractuele levering van een minimale hoeveelheid water is de combinatie van de output van de waterprocesinstallatie en leidingwater. De Vennootschap kan, naar eigen goeddunken en voor een periode die door de Vennootschap wordt bepaald, beslissen om de productie van het waterproces stop te zetten voor onderhoud of om andere redenen.

Als gevolg hiervan wordt de WaaS-overeenkomst verantwoord in overeenstemming met IFRS 15 contracten met klanten.

4.2. Omzet geboekt over tijd - prestatieverplichting om een waterprocesinstallatie te ontwerpen en te bouwen

De Vennootschap heeft opbrengsten geboekt onder het one off sales model en het DBMO-model voor de bouw van de waterprocesinstallatie over tijd, d.w.z. over de periode waarin de installatie wordt ontworpen en gebouwd. Bij het bepalen van de op te nemen opbrengsten aan het einde van de periode heeft de Vennootschap een schatting gemaakt van (i) de voortgang in de tijd en (ii) de marge die voor het project zal worden gerealiseerd.

De voortgang in de tijd wordt geschat op basis van de gemaakte directe kosten versus de totale begrote kosten. De budgetkosten en de geschatte marge op het project voor het ontwerp en de bouw van de waterprocesinstallatie worden per rapportageperiode herbekeken en indien nodig herzien.

4.3. Toegekende pensioenplannen

De Vennootschap heeft twee actieve groepsverzekeringsplannen met een gegarandeerd minimumrendement van 1,75% die worden geboekt als een toegezegd pensioenplan. De Vennootschap maakt gebruik van een deskundige bij het uitvoeren van de actuariële berekeningen volgens de "project unit credit" methode. De actuariële berekening vereist een aanzienlijke schatting met betrekking tot de disconteringsvoet, het inflatiepercentage, salarisverhogingen en het opnamepercentage. Bij het maken van deze schattingen maakt het management, samen met de deskundige, gebruik van objectieve bronnen en historische informatie. Meer informatie over de schatting wordt gegeven in toelichting 18.

De Vennootschap heeft ook twee slapende Belgische pensioenplannen "branche 21" (voor kaderleden en voor de werknemers). Vanaf 1 juli 2021 worden werkgeversbijdragen voor nieuwe en bestaande werknemers betaald met betrekking tot de actieve pensioenregelingen "branche 23".

4.4. Opname van uitgestelde belastingvorderingen omtrent overgedragen fiscale verliezen

De Vennootschap boekt een uitgestelde belastingvordering slechts in de mate dat het meer dan waarschijnlijk is dat de toekomstige belastbare winsten zullen gegenereerd worden tegen de welke de belastingvorderingen kunnen worden gebruikt. Een belangrijke beoordeling van het management is vereist om het bedrag van de opgenomen belastingvorderingen te bepalen, gebaseerd op een ingeschatte timing alsook het bedrag van toekomstige belastbare winsten samen met toekomstige belastingplanningsstrategieën.

De Vennootschap beschikt over KEUR 3 785 overgedragen fiscale verliezen. Deze verliezen vervallen niet en zijn niet gerelateerd aan structurele verliezen, maar komen voort uit de IPO gerelateerde kosten die in het fiscaal resultaat tot uitdrukking komen. De Vennootschap heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend voor overgedragen fiscale verliezen voor een totaal bedrag van KEUR 946. De Vennootschap heeft bepaald dat ze uitgestelde belastingvorderingen kan erkennen op de overgedragen fiscale verliezen, aangezien de Vennootschap een stijging van de omzet en bedrijfswinst verwacht als gevolg van het toenemende belang van het DBFMO-bedrijfsmodel in de nabije toekomst en is er als zodanig van overtuigd dat de overgedragen fiscale verliezen in de nabije toekomst zullen worden gerecupereerd.

5. Segmentinformatie

Voor managementdoeleinden is de Vennootschap vanaf 2019 georganiseerd in twee business units op basis van product en dienst en de daarmee samenhangende prestatieverplichtingen. De twee operationele segmenten zijn de volgende:

  • Niet-WaaS model (inclusief de traditionele verkoop, recurrente diensten, consumptiegoederen en de korte termijn huur): de contracten met de klant betreffen het ontwerp en de bouw van een waterprocesinstallatie, eigendom en controle over de proceswaterinstallatie wordt overgedragen aan de klant. iServ is inbegrepen in het Niet-WaaS model vanaf 23 april 2021.
  • Water-As-A-Service ("WaaS") -model (inclusief DBFMO-contracten en de operationele verkopen van de DBMO-contracten): het contract met de klant is in wezen de levering, gedurende de contractperiode, van een gegarandeerd minimum volume water dat voldoet aan de contractuele kwaliteitseisen uit de DBFMO-contracten. Onder de DBMO-contracten wordt uiteindelijk, naar goedkeuren van de klant, een opzegbare exploitatieovereenkomst getekend tussen het bedrijf en de klant voor het onderhoud en de exploitatie van de proceswaterinstallatie.

Deze segmenten komen tot uiting in de organisatiestructuur en de interne rapportering. Er zijn geen operationele segmenten samengevoegd om de bovengenoemde operationele segmenten te vormen. De waarderingsprincipes die door de Vennootschap worden gebruikt bij het opstellen van deze segmentrapportering, vormen ook de basis voor de beoordeling van de prestaties van de segmenten en zijn in overeenstemming met IFRS. De Chief Executive Officer van de Vennootschap treedt op als de operationele beslissingsnemer. Als prestatie-indicator controleert de operationele beslissingsnemer de prestaties op basis van de omzet van het bedrijf, de aangepaste EBITDA en EBITDA. De lijn kosten voor geschillen kunnen worden afgestemd op toelichting 7.3.

De volgende tabel geeft een overzicht van de segmentrapportering voor het jaar eindigend op 31 december 2021.

in 000€ Niet-WAAS WAAS TOTAAL CORP
ORATE
TOTAAL
GECONSO
LIDEERD
Omzet 10 046 1 205 11 251 11 251
Overige bedrijfsopbrengsten 310 310 310
Aankoop van materiaal -5 082 -161 -5 243 -5 243
Diensten en diverse goederen -1 751 -42 -1 793 -1 374 -3 167
Personeelsbeloningen -2 588 -160 -2 748 -29 -2 777
Overige bedrijfskosten, netto, zonder
kosten van geschillen
-100 -3 -104 0 -104
Aangepaste EBITDA 834 839 1 673 -1 403 270
Kosten voor geschillen 72 72 72
EBITDA 906 839 1 745 -1 403 342
Afschrijvingen -667 -286 -953 -953
Operationele winst / (verlies) 239 553 792 -1 403 -611
Financiële kosten -166 -166
Financiële opbrengsten 29 29
(Verlies)/winst voor het boekjaar 239 553 792 -1 540 -748
Segment activa 56 037 11 386 67 423 67 423
Segment schulden 7 735 1 105 8 840 8 840

De kolom 'Corporate' opgenomen in de post 'Diensten en diverse goederen' heeft betrekking op groepskosten ten bedrage van KEUR 437 en IPO-gerelateerde kosten inclusief professionele vergoedingen ten bedrage van KEUR 572 en beheersvergoedingen ten bedrage van KEUR 13. De groepskosten waren per interim jaarrekening nog opgenomen in de segmentwinst voor een bedrag van KEUR 133. De groep zal de segmentrapportering in de tussentijdse financiële staten van 2022 voor de vergelijkende periode aanpassen.

De volgende tabel geeft een overzicht van de segmentrapportering voor het jaar eindigend op 31 december 2020.

in 000€ Niet-WAAS WAAS TOTAAL
Omzet 9 014 465 9 479
Overige bedrijfsopbrengsten 302 302
Aankoop van materiaal -6 258 -136 -6 394
Diensten en diverse goederen -1 006 -1 006
Personeelsbeloningen -1 564 -16 -1 580
Overige bedrijfskosten, netto, zonder kosten van geschillen -92 -92
Aangepaste EBITDA 396 313 709
Kosten voor geschillen -59 -59
EBITDA 337 313 650
Afschrijvingen -447 -176 -623
Operationele winst / (verlies) -110 137 27
Financiële kosten -128 -21 -149
Financiële opbrengsten 4 4
(Verlies)/winst voor het boekjaar -234 116 -118
Segment activa 9 777 2 110 11 887
Segment schulden 5 560 1 312 6 872

De omzet per product en dienst kan als volgt per product worden weergegeven:

in 000€ 2021 2020
Verbruiksgoederen 1 856 2 072
Diensten 3 740 2 550
WaaS omzet 1 205 465
Eenmalige verkopen van waterprocesinstallaties 4 449 4 392
Totale omzet per product type 11 251 9 479

De omzet van vrijwel alle producten en diensten wordt in de loop van de tijd erkend voor de WaaSopbrengsten, eenmalige verkopen van waterprocesinstallaties en diensten uitgevoerd onder een service contract. Opbrengsten gerelateerd aan verbruiksgoederen en losse diensten worden op een bepaald moment voldaan.

De omzet kan als volgt worden weergegeven per geografisch gebied, op basis van het land waarin de klant is gevestigd:

in 000€ 2021 2020
België 9 012 7 129
Frankrijk 403 217
Nederland 542 309
Groot-Brittannië 14 7
Luxemburg 934 1 651
Overige landen 347 166
Totale omzet per geografisch gebied 11 251 9 479

De meeste vaste activa bevinden zich in het land van domicilie, België. Een totaal van KEUR 99 bevinden zich in Frankrijk.

De Vennootschap heeft een klant waarvan de omzet 17% (KEUR 1.525) van de totale omzet van de Niet-WaaS segment vertegenwoordigt in het jaar 2021.

De Vennootschap heeft drie klanten met een omzet van 16%, 16% en 12% (KEUR 1.623, KEUR 1.588 en KEUR 1.226) van de totale omzet van het segment "Niet-WaaS" in het jaar 2020.

6. Bedrijfscombinaties

De Groep verwierf op 23 april 2021 100% van de aandelen in iServ BV. iServ BV is een gespecialiseerde dienstverlener voor de behandeling van water, gevestigd in Genk. De doelmarkt van iServ bestaat uit producenten en bedrijven die actief zijn in waterbehandeling en bedrijven die hun water moeten behandelen voor het gebruik in hun industriële toepassingen, productie of diensten. De overname schept kansen voor de gestage groei van Ekopak in de sector van ecologische waterbehandeling en versterkt de aanwezigheid van Ekopak op het Belgische grondgebied. Door de overname kan Ekopak zich nog meer focussen op snelle klantenservice.

De ondernemingswaarde van iServ BV in de transactie bedraagt KEUR 1.611.

De identificatie en waardering van de reële waarde van de activa en passiva van iServ worden hieronder weergegeven:

in 000€ Reële
waarde
Langlopende activa 474
Werkkapitaal 480
Liquide middelen en kasequivalenten 167
Financiële schulden -549
Overige activa en verplichtingen -377
Totaal geïdentificeerde activa en verplichtingen 195
Goodwill 1 035
Reële waarde vergoeding 1 230

De aanpassing van de reële waarde van de immateriële activa heeft betrekking op de opname van de klantenlijst voor een bedrag van KEUR 81. De aanpassing van de reële waarde van de voorraad voor KEUR -77 heeft betrekking op de afwaardering van de voorraad. De uitgestelde belastingverplichting die is opgenomen als gevolg van de aanpassingen van de reële waarde bedraagt KEUR 28.

De transactie resulteerde in de opname van goodwill voor een bedrag van KEUR 1.035, die voornamelijk de verwachte synergiën met andere groepsentiteiten vertegenwoordigen. De goodwill is fiscaal niet aftrekbaar.

Indien de acquisitie op 1 januari 2021 zou hebben plaatsgevonden, zou de bijdrage aan de omzet KEUR 2.397 zijn geweest en zou de bijdrage aan het nettoresultaat KEUR 23 zijn geweest. Sinds de overnamedatum bedroeg de bijdrage aan de omzet KEUR 1.361 en de bijdrage aan het nettoresultaat KEUR 63.

De toename in aantal personeelsleden als gevolg van de bedrijfscombinatie is 14, in FTE's bedraagt de stijging 7,59 aangezien de personeelsleden zijn opgenomen sinds 23 april 2021.

De reconciliatie met het geconsolideerde kasstroomoverzicht is hieronder opgenomen:

Aankoop van dochterondernemingen, netto van geldmiddelen -1 063
Geldmiddelen overgenomen 167
Reële waarde vergoeding -1 230

7. Opbrengsten en kosten

7.1. Aankopen, diensten en diverse goederen

in 000€ 2021 2020
Aankoop van materiaal -4 142 -5 115
Overige aankopen -1 101 -1 279
Totale aankoop van materialen -5 243 -6 394
Rentekosten -126 -31
Herstellingen en onderhoud -134 -76
Nutsvoorzieningen -28 -16
Brandstof -146 -72
Kleine materialen -166 -37
Verzend- en websitekosten -133 -52
Honoraria -1 128 -204
Verzekeringskosten -149 -59
Transportkosten -84 -16
Vergoedingen voor uitbesteding van engineering en interim-personeel -177 -37
Management vergoedingen -604 -266
Overige diensten -293 -140
Totaal diensten en diverse goederen -3 167 -1 006

De aankoop van uitrustingsmateriaal heeft betrekking op de aangekochte materialen voor de bouw van de waterprocesinstallaties. De overige aankopen hebben betrekking op uitbestede productiecapaciteit. De vergelijkende cijfers van 2020 werden geherclassificeerd om de hierboven toegelichte voorstelling van de totale aankopen van materialen consistenter weer te geven. De aankoop van materialen in 2021 werd verminderd met KEUR 4.739 (2020: KEUR 430) als gevolg van de kapitalisatie van WaaS installaties.

De huurkosten bevatten de huur van een iServ installatie onderverhuurd aan een klant.

De toename in herstellingen en onderhoud, kleine materialen en interim-personeel kan verklaard worden door de toename in bedrijfsactiviteiten. De sterke stijging in aantal voltijds equivalenten verklaart de toename aan verzekeringskosten, brandstof en transportkosten. Bijkomende verzekeringskosten bevatten een nieuwe D&O policy.

De honoraria bevatten de vergoedingen aan de accountants, de advocaat, het ontwerpbureau, het rekruteringskantoor en andere dienstverleners aan de Vennootschap, en kosten die betrekking hebben op de IPO voor een bedrag van KEUR 572.

Management vergoedingen bevatten de vergoedingen aan de bestuurders en aan het management dat actief is via een managementvennootschap. IPO gerelateerde kosten bedragen KEUR 13.

Overige diensten omvatten voornamelijk marketing, IT en communicatiekosten.

7.2. Personeelsbeloningen

in 000€ 2021 2020
Brutolonen -1 944 -1 089
Sociale Zekerheid -364 -204
Groepsverzekering -75 -70
Op aandelen gebaseerde betalingskosten -60
Overige verzekering -27 -18
Overige personeelskosten -306 -199
Totaal personeelsbeloningen -2 777 -1 580

De Vennootschap had in 2021 gemiddeld 54,4 voltijdse equivalenten (FTE) in dienst (32,3 FTE in 2020). De brutolonen in 2021 daalden met de loonkosten ten bedrage van KEUR 782 (2020: KEUR 533). Deze kosten werden gekapitaliseerd in de context van de productie van WaaS installaties.

7.3. Overige bedrijfskosten

in 000€ 2021 2020
Niet-aftrekbare belastingen en premies -24 -15
Verkeersbelastingen -11 -21
(Terugname van) waardeverminderingen op vorderingen -39 -12
Claims (afrekening en voorzieningen, netto) 72 -59
Verlies op vorderingen -30
Overige bedrijfskosten -29 -14
Totaal overige bedrijfskosten -32 -151

7.4. Financiële kosten en opbrengsten

in 000€ 2021 2020
Interestkosten - leningen -107 -89
Interestkosten - leaseschulden -14 -33
Bankkosten -42 -19
Overige financiële kosten -3 -8
Financiële kosten -166 -149
Wisselkoersverschillen 0 1
Betalingskortingen en verschillen 28 2
Interestopbrengsten 1 1
Financiële opbrengsten 29 4
Netto financieel resultaat -136 -145

8. Belastingen

De belangrijkste componenten van de inkomstenbelastingen zijn:

voor het jaar eindigend
op 31 December
in 000€ 2021 2020
Geconsolideerde resultatenrekening
Huidige belastingen:
Verwachte belastinglast voor het jaar 10 5
Uitgestelde belastingen:
Betreft het ontstaan en terugdraaien van tijdelijke verschillen 29 82
Betreft overdraagbaarheid van fiscale verliezen -840 -112
waarvan geboekt in de overige reserves 753
Belastingen gerapporteerd in de geconsolideerde resultatenrekening -48 -25
Geconsolideerd totaalresultaat
Uitgestelde belastingen met betrekking tot posten opgenomen in niet
gerealiseerde resultaten gedurende het jaar:
Herwaarderingsverlies op actuariële winsten en verliezen -52 -4
Uitgestelde belasting met betrekking tot de niet-gerealiseerde resultaten -52 -4

De reconciliatie tussen de belastingen en de boekhoudkundige winst vermenigvuldigd met het binnenlandse belastingtarief van de Vennootschap is als volgt:

in 000€ 2021 2020
Winst voor belastingen -748 -118
Belastingen aan het statutaire tarief van 25% -187 -30
Verworpen uitgaven 69 42
Minimum tax 9
Vooruitbetaalde uitgiftekosten van aandelen 52 -52
Overige 9 15
Belastingen -48 -25

Het binnenlandse belastingtarief bedraagt 25% voor 2021 en 2020.

De uitgestelde belastingen worden als volgt toegelicht:

Geconsolideerde balans Geconsolid
Saldo op 31 december
eerde
resultatenre
kening &
totaal
resultaat
Verwerving
van
dochterven
nootschap
Voor het
jaar
eindigend
op 31
december
in 000€ 2021 2020 2021 2021
Fiscale verliezen 946 112 834
Pensioenplannen 73 20 53
Leases 14 20 -6
Offsetting van uitgestelde belastingen -10 -10
Totaal uitgestelde belastingvordering 1 023 142 881
Materiële vaste activa -10 -10
Immateriële vaste activa -15 5 -20
Voorraadwaardering -4 -23 19
Offsetting van uitgestelde belastingen 10 10
Totaal uitgestelde belastingschuld -19 -18 -1
Netto uitgestelde belastingvordering 1 004 142
Totaal uitgestelde belasting(kost)/opbrengst in de
resultatenrekening
58
Totaal uitgestelde belasting(kost)/opbrengst in de
niet-gerealiseerde resultaten
52
Totaal uitgestelde belasting(kost)/opbrengst in 753

overige reserves

De Vennootschap heeft in totaal KEUR 3 785 overgedragen fiscale verliezen waarvoor uitgestelde belastingvorderingen werden erkend. De overgedragen fiscale verliezen zullen in de komende jaren worden aangewend wanneer belastbare winsten worden gegenereerd. Fiscale overdraagbare verliezen zijn onbeperkt overdraagbaar.

De Vennootschap heeft geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen op de overgedragen fiscale verliezen van de dochterondernemingen van Ekopak NV die zijn gefuseerd zoals vermeld in toelichting 25 - Gebeurtenissen na de verslagperiode, aangezien de overgedragen fiscale verliezen van die dochterondernemingen verloren zullen gaan sinds de fusie

9. Immateriële vaste activa

De veranderingen in de boekwaarde van de immateriële vaste activa per 31 december 2021 en 2020 kunnen als volgt voorgesteld worden:

Klantenportefeuil
le
Software Overige
immateriële
vaste activa
Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 1 januari 2020 64 38 102
Investeringen 73 73
Verkopen -17 -17
Op 31 december 2020 120 38 158
Investeringen 150 150
Bedrijfscombinaties 81 7 88
Verkopen -23 -23
Op 31 december 2021 81 254 38 373
Afschrijvingen
Op 1 januari 2020 -39 -13 -52
Investeringen -16 -13 -29
Verkopen 13 13
Op 31 december 2020 -42 -26 -68
Investeringen -22 -44 -12 -78
Bedrijfscombinaties -4 -4
Verkopen 22 22
Op 31 december 2021 -22 -68 -38 -128
Netto boekwaarde
Op 1 januari 2020 25 25 50
Op 31 december 2020 78 12 90
Op 31 december 2021 59 186 245

De immateriële vaste activa op 31 december 2021 bestaan uit klantenportefeuille, software en overige immateriële vaste activa.

De software heeft betrekking op geactiveerde standaardsoftware die is aangeschaft of waarvoor een licentie is verleend van derden en het Cloud platform dat wordt gebruikt voor het bewaken van de serviceactiviteiten. De overige immateriële vaste activa bestaan voornamelijk uit een elektronische 3Dontwerpcomponentenbibliotheek waarvoor externe kosten van technisch ontwerpers zijn geactiveerd.

De klantenportefeuille vloeit voort uit de aanwerving van iServ BV die toegelicht wordt in toelichting 6. De klantenportefeuille wordt lineair afgeschreven over 2.5 jaar.

De totale netto toename in immateriële vaste activa resulterend uit de bedrijfscombinatie van iServ BV bedraagt KEUR 84 en wordt voorgesteld op de post vaste activa zoals vermeld in toelichting 6.

10. Goodwill

De veranderingen in de boekwaarde van goodwill op 31 december 2021 en 2020 kunnen als volgt worden weergegeven:

Goodwill
Aanschaffingswaarde
Op 31 december 2020
Bedrijfscombinaties 1 035
Op 31 december 2021 1 035
Afschrijvingen
Op 31 december 2020
Op 31 december 2021
Netto boekwaarde
Op 31 december 2020
Op 31 december 2021 1 035

De groep onderscheidt twee kasstroom genererende eenheden: WaaS en Niet- WaaS. Goodwill heeft betrekking tot de aanschaffing van iServ BV en is gealloceerd aan de WaaS kasstroom genererende eenheid.

Op 31 december 2021 heeft de groep een waardeverminderingsanalyse op de goodwill uitgevoerd gebaseerd op de verdisconteerde kasstroommethode die de kasstromen van de komende vier jaar en een residuele waarde bevat. De waarde berekend door de verdisconteerde kasstroommethode komt voor 99% van de residuele waarde. De schattingen in de waarderingsmethode zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden, bestaande overeenkomsten en voorspellingen rond bestaande klanten en partners, vermeerderd waar relevant met marktevoluties.

De assumpties gebruikt in het model zijn de pre-taks disconteringsvoet (pre-taks WACC) van 11,4%, een eeuwigdurend groeipercentage van 2% en een EBITDA als percentage van de verkopen van 69%.

Het verschil tussen de realiseerbare waarde en de boekwaarde is meer dan drie keer de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid. De pre-taks WACC vermeerderen tot 12,4% zou het verschil verminderen tot meer dan 2 keer meer dan de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid. Het eeuwigdurend groeipercentage verminderen tot 0% zou het verschil verminderen tot één keer de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid. De EBITDA als een percentage van de omzet verminderen tot 62% zou het verschil verminderen tot één keer de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid.

Het management heeft op basis van de informatie hierboven geconcludeerd dat er geen bijzondere waardeverminderingen opgenomen moeten worden.

11. Materiële vaste activa

De terreinen en gebouwen hebben betrekking op de eigendommen van de Vennootschap die worden gebruikt als productie- en administratieve faciliteiten. De toevoegingen in 2021 hebben voornamelijk betrekking op de uitbreiding van het bestaande magazijn.

De voornaamste toename in materiële vaste activa vloeit voort uit het toenemende aantal en vooruitgang van WaaS installaties in aanbouw. Op 31 december 2020 waren er drie nieuwe WaaS installaties inbegrepen met een gemiddeld voltooiingsstadium van 10%. Tijdens 2021 werden 3 bijkomende klantenprojecten in aanbouw en 2 bijkomende projecten voor huurcontainers toegevoegd onder WaaS. Op 31 december 2021 zijn er drie WaaS installaties voltooid en overgedragen aan machines en uitrusting.

De machines en uitrusting bestaan uit magazijnuitrusting, computeruitrusting en diverse gereedschappen, uitrusting en machines die worden gebruikt voor de productie van installaties. De machines en uitrusting bevatten ook huurcontainers die worden bewaard als reservecontainers om vervangingen of reparaties aan actieve installaties te kunnen uitvoeren, evenals verbruiksartikelen die onderdelen zijn die na verloop van tijd nodig zullen zijn voor vervangingen in actieve installaties.

De recht-op-gebruik activa hebben voornamelijk betrekking op geleasede voertuigen en gebouwen, we verwijzen naar toelichting 12 voor meer informatie omtrent de recht-op-gebruik activa en gerelateerde verplichtingen.

De terreinen en het gebouw hebben een deel van een hypotheek ten gunste van een bank voor een totaalbedrag van 55 KEUR. Er zijn geen andere beperkingen of pandrechten op de materiële vaste activa. We verwijzen naar toelichting 20 voor meer informatie over de waarborgen en toezeggingen.

De totaal netto toename in materiële vaste activa voortkomend uit de bedrijfscombinatie van iServ BV bedraagt KEUR 390 en wordt onder de post vaste activa vermeld, en verder toegelicht in toelichting 6.

De wijzigingen in de boekwaarde van de materiële vaste activa op 31 december 2021en 2020 kunnen als volgt worden weergegeven:

Terreinen en
gebouwen
DBFMO
Installaties
Machines en
uitrusting
Meubilair en
uitrusting
Rollend
materieel
Recht-op
gebruik activa
Constructie in
aanbouw
(DBFMO)
Totaal
Aanschaffingswaarde (in 000€)
Op 1 januari 2020 2
340
1
488
713 109 45 739 -0 5
434
Investeringen 75 69 527 2 68 261 480 1
482
Verkopen - - -15 -6 -1 -88 - -110
Op 31 december 2020 2
415
1
557
1
225
105 112 912 480 6
806
Investeringen * 32 30 216 71 313 241 9
557
10
461
Bedrijfscombinaties - - 134 25 159 194 95 607
Verkopen - -47 -8 -3 -107 -263 - -428
Transfers - 5
076
-209 - - -18 -4
849
-
Op 31 december 2021 2
447
6
616
1
358
198 477 1
066
5
283
17
446
Afschrijvingen (in 000€)
Op 1 januari 2020 -606 -4 -353 -67 -23 -312 - -1
364
Investeringen -136 -104 -132 -12 -15 -194 - -593
Verkopen - - 15 6 1 77 - 99
Op 31 december 2020 -742 -108 -470 -73 -37 -429 - -1
858
Investeringen -141 -286 -105 -21 -43 -279 - -875
Bedrijfscombinaties - - -37 -21 -159 - - -217
Verkopen - 23 7 3 68 244 - 345
Transfers - -144 126 - - 18 - -
Op 31 december 2021 -883 -515 -479 -112 -171 -445 - -2
605
Netto boekwaarde
Op 1 januari 2020 1
734
1
484
360 42 22 428 -0 4
070
Op 31 december 2020 1
673
1
449
755 32 75 484 480 4
948
Op 31 december 2021 1
564
6
102
879 86 306 621 5
283
14
842

* De investeringen omvatten een bedrag van KEUR 88 afschrijvingen op andere activa geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van DBFMO-installaties en bouwwerken in uitvoering.

12. Leasing

Deze toelichting bevat informatie voor leaseovereenkomsten waarbij de Vennootschap een leasingnemer is. Er zijn geen huurovereenkomsten waarbij de Vennootschap een leasinggever is. Het bedrijf huurt gebouwen en voertuigen. Huurcontracten worden afgesloten voor vaste periodes van 3 tot 5 jaar. Contracten kunnen zowel lease- als niet-leasecomponenten bevatten.

Over de huurvoorwaarden wordt op individuele basis onderhandeld. De leaseovereenkomsten leggen geen andere convenanten op dan de zekerheden in de geleasede activa die door de leasinggever worden gehouden.

Een aantal contracten hebben een leaseperiode van minder dan 12 maanden. Ekopak past de vrijstelling op korte termijn toe voor deze contracten.

De geconsolideerde balans geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leasing:

Op 31 december
in 000€ 2021 2020
Recht-op-gebruik activa
Terreinen en gebouwen 206
Machines en uitrusting -0 0
Rollend materieel 415 484
Totaal recht-op-gebruik activa 621 484
Leaseschulden
Kortlopend 282 236
Langlopend 393 326
Totaal leaseschulden 675 562

Hieronder vindt u de boekwaarde van de recht-op-gebruik activa en de bewegingen over de afgelopen jaren:

in 000€ Terreinen
en
gebouwen
Machines
en uitrusting
Rollend
materieel
Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 1 januari 2020 25 714 739
Investeringen 261 261
Verkopen -7 -81 -88
Op 31 december 2020 18 894 912
Investeringen 146 95 241
Bedrijfscombinaties 113 81 194
Verkopen -263 -263
Transfers -18 -18
Op 31 december 2021 259 -0 807 1 066
Afschrijvingen
Op 1 januari 2020 -22 -289 -312
Afschrijvingen -3 -191 -194
Verkopen 7 70 77
Op 31 december 2020 -18 -410 -429
Afschrijvingen -53 -225 -279
Verkopen 244 244
Transfers 18 18
Op 31 december 2021 -53 -0 -392 -445
Nettoboekwaarde
Op 1 januari 2020 3 425 428
Op 31 december 2020 0 484 484
Op 31 december 2021 206 -0 415 621

De verkopen en buitengebruikstellingen worden samengevoegd als verkopen in de categorie met rechtop-gebruik activa in toelichting 11.

Hieronder vindt u de waarden voor de mutaties in leaseschulden over de afgelopen jaren:

in 000€ Leaseschulden
Op 1 januari 2020 484
Investeringen 261
Buitengebruikstelling -15
Betalingen -167
Op 31 december 2020 562
Investeringen 241
Bedrijfscombinaties 194
Buitengebruikstelling -32
Betalingen -290
Op 31 december 2021 675

De volgende bedragen worden opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening:

in 000€ 2021 2020
Afschrijvingskost van recht-op-gebruik activa -279 -194
Interestkost van leaseschulden -9 -32
Winst op verkoop van IFRS 16 activa 13 4
Kosten met betrekking tot kortlopende leaseovereenkomsten en activa met
lage waarde -126 -31
Totale waarde erkend in de geconsolideerde financiële staten -401 -253

Kasstromen met betrekking tot leaseovereenkomsten worden als volgt gepresenteerd:

  • Contante betalingen voor het hoofdgedeelte van de leaseschulden als kasstromen uit financieringsactiviteiten,
  • Contante betalingen voor het rentegedeelte als kasstromen uit bedrijfsactiviteiten, en,
  • Kortlopende leasebetalingen, betalingen voor leaseovereenkomsten van activa met een lage waarde en variabele leasebetalingen die niet zijn opgenomen in de waardering van de leaseschulden als kasstromen uit bedrijfsactiviteiten.

13. Voorraden

De voorraad bestaat enkel en alleen uit goederen die worden aangehouden voor wederverkoop, waaronder wisselstukken en verbruiksgoederen die worden gebruikt als onderdeel van de overeenkomsten met klanten om de installatie te bedienen. De voorraad wordt gewaardeerd tegen kostprijs aangezien er geen bijzondere waardeverminderingen zijn vastgesteld.

in 000€ Op 31 december
2021 2020
Verbruiksgoederen 68 48
Wisselstukken 2 021 1 009
Totaal voorraden 2 089 1 057

14. Contract activa, handels- en overige vorderingen

Contract activa

Contract activa worden initieel opgenomen als opbrengsten die zijn verdiend met het ontwerp en de bouw van de waterprocesinstallatie in het one off sales model en van het DBM deel van een DBMO transactie, maar die niet worden gefactureerd.

De contract activa bedragen KEUR 1 733, na aftrek van vooruitbetalingen (KEUR 4.144), en KEUR 562 per 31 december 2021 en 2020. De contract activa zijn gerelateerd aan verschillende openstaande projecten. De stijging is het gevolg van enerzijds een toename in het aantal openstaande projecten op rapporteringsdatum versus 31 december 2020, en anderzijds van de voltooiingsstatus van de projecten. Een toename van KEUR 82 op 31 december 2021 betreft iServ BV.

Handels- en overige vorderingen

Handels- en overige vorderingen omvatten het volgende:

Op 31 december
in 000€ 2021 2020
Handelsvorderingen 2 981 3 299
Vordering op leveranciers - waarborg op de verpakkingen 45 39
Te ontvangen btw 1 011 149
Lopende rekening – verbonden partij 7
Uitgestelde kosten 170 279
Overige kortlopende activa 46 14
Totaal handels- en overige vorderingen 4 258 3 791

De Vennootschap paste de vereenvoudigde IFRS 9 benadering toe voor het meten van verwachte kredietverliezen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een voorziening voor verwachte verliezen tijdens de levensduur voor alle handelsvorderingen op basis van historische verliezen. De historische verliezen zijn zeer beperkt gebleven omdat de Vennootschap alleen werkt met klanten die actief zijn in de chemische, farmaceutische en voedingsindustrie met een uitstekende kredietwaardigheid. Als zodanig is de verwachte voorziening voor kredietverliezen niet materieel. Handelsvorderingen zijn niet-rentedragend en hebben doorgaans een betalingstermijn van 30 dagen na aftrek van de factuur.

De vordering op leveranciers met betrekking tot de waarborg op de verpakkingen, heeft betrekking op de prijs die aan leveranciers is betaald voor de verpakking en die bij retournering hiervan zal worden terugbetaald. Tegelijkertijd heeft het bedrijf een schuld aan de klanten voor de verpakking die wordt geleverd aan en betaald door de klanten. De vordering wordt regelmatig beoordeeld op verwachte kredietverliezen en alle vorderingen die meer dan 24 maanden uitstaan, worden volledig afgewaardeerd.

15. Geldmiddelen en kasequivalenten

De geldmiddelen en kasequivalenten kunnen als volgt worden gepresenteerd:

in 000€ Op 31 december
2021 2020
Geldmiddelen 42 100 900
Spaarrekeningen 400
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 42 100 1 300

Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan voornamelijk uit geldmiddelen bij banken en geldmiddelen op spaarrekeningen met een oorspronkelijke looptijd van minder dan 3 maanden. De toename van de geldmiddelen is hoofdzakelijk het resultaat van de netto kasinstroom van de beursgang.

De geldmiddelen en kasequivalenten zoals hierboven vermeld, bevatten geen beperkingen.

16. Eigen vermogen

De Vennootschap heeft gewone aandelen zonder nominale waarde uitgegeven.

De volgende aandelentransacties hebben plaatsgevonden in de periode tussen 31 december 2020 en 31 december 2021:

Totaal
aantal
gewone
aandelen
aangepast
voor
aandelensp
litsing (in
000
aandelen)
Totaal
aandelenk
apitaal in
€000
Totaal
uitgifteprem
ie in €000
Beperkte
reserves in
€000
Nominale
waarde per
gewoon
aandeel
gecorrigeer
d voor
aandelensp
litsing (per
aandeel)
Openstaand op 1 januari 2020 10 780 5 162 0,00
Openstaand op 31 december 2020 10 780 − − − − − 5 162 0,00
Openstaand op 1 januari 2021 10 780 5 162 0,00
Kapitaalverhoging in contanten -
openbaar aanbod en onderhandse
plaatsing
4 044 1 820 54 805 0,45
Wijziging vennootschapsvorm - transfer
van beperkte reserves naar
aandelenkapitaal
4 851 311 -5 162
Openstaand op 31 december 2021 14 824 6 671 55 116 0,45

Op 19 februari 2021 heeft de Vennootschap haar statuten en de rechtsvorm gewijzigd, resulterend in een overdracht van de beperkte reserves naar het aandelenkapitaal en de uitgiftepremie.

Op 31 maart 2021 heeft de Vennootschap 3.571.428 nieuwe gewone aandelen uitgegeven via onderhandse plaatsing voor een totale uitgifteprijs van KEUR 1.607. Het verschil tussen de inschrijvingsprijs en de uitgifteprijs werd toegevoegd aan de uitgiftepremie. De kosten voor deze aandelenuitgifte werden in mindering gebracht van het eigen vermogen voor een totaal bedrag na aftrek van belastingen van 2.258 KEUR.

Op 8 april 2021 heeft de Vennootschap 473.214 nieuwe gewone aandelen uitgegeven voor een totale uitgifteprijs van KEUR 213. Het verschil tussen de inschrijvingsprijs en de uitgifteprijs werd toegevoegd aan de uitgiftepremie.

De overige reserves bestaan uit:

Op 31 december
in 000€ 2021 2020
Beperkte reserve – wettelijke reserve 6 6
Overige reserves -2 213 47
Op aandelen gebaseerde betalingen reserve 60
Niet-gerealiseerd verlies:
Actuariële winsten (verliezen) op toegezegde pensioenplannen -198 -41
Totale reserves -2 345 12

De negatieve overige reserves worden voor 2,3 miljoen EUR verklaard door het deel van de IPO-kosten (na belastingen) dat rechtstreeks via het eigen vermogen werd geboekt.

De aandeelhoudersvergadering van 2020 heeft een dividend van KEUR 300, over het resultaat van 2018, uitgekeerd in 2020.

16.1. Op aandelen gebaseerde betalingen

Op 30 december 2020 heeft de Vennootschap 30.000 warranten goedgekeurd en uitgegeven in het kader van een aandelenplan voor werknemers (de ESOP warranten) aan bepaalde leden van het Uitvoerend Management. De ESOP warranten zijn gratis toegekend. Op 16 december 2021 heeft de Vennootschap 5.000 warranten extra goedgekeurd en uitgegeven.

Elke ESOP-warrant geeft zijn houder het recht om in te schrijven op één nieuw aandeel tegen een uitoefenprijs van EUR 16,20 per warrant onder het 2020 plan en EUR 17,63 per warrant onder het 2021 plan. De nieuwe aandelen die zullen worden uitgegeven door de uitoefening van de ESOP warranten, zullen gewone aandelen zijn die het kapitaal vertegenwoordigen, van dezelfde klasse als de toen bestaande aandelen, volledig volgestort, met stemrecht en zonder nominale waarde. Ze zullen dezelfde rechten hebben als de op dat moment bestaande aandelen en zullen in de winst delen vanaf elke uitkering waarvoor de relevante ex-dividenddatum valt na de datum van hun uitgifte.

De ESOP warranten zullen definitief worden verworven in cumulatieve schijven over een periode van drie jaar vanaf de startdatum (bepaald voor elke begunstigde afzonderlijk): d.w.z. een eerste schijf van één derde wordt definitief verworven op de eerste verjaardag van de begindatum en vervolgens volgt één derde elke volgende verjaardag. ESOP warranten kunnen enkel worden uitgeoefend door de relevante houder van dergelijke ESOP warranten, op voorwaarde dat ze effectief verworven zijn, vanaf het begin van het vierde kalenderjaar volgend op het jaar waarin de Emittent de ESOP warranten heeft toegekend aan de houders ervan. Vanaf dat moment kunnen de ESOP warranten worden uitgeoefend gedurende de eerste vijftien dagen van elk kwartaal. De algemene voorwaarden van de ESOP warranten bepalen echter dat de ESOP warranten ook kunnen of moeten worden uitgeoefend, ongeacht of ze al dan niet definitief verworven zijn, in een aantal specifieke gevallen van versnelde verwerving zoals uiteengezet in de uitgifte- en uitoefeningsvoorwaarden.

De algemene voorwaarden van de ESOP warranten bevatten de gebruikelijke "good leaver" en "bad leaver" bepalingen in geval van beëindiging van de professionele relatie tussen de begunstigde en Ekopak. De algemene voorwaarden van de ESOP warranten bepalen ook dat alle ESOP warranten (al dan niet definitief verworven) uitoefenbaar zullen worden tijdens een speciale uitoefenperiode die door de Raad wordt georganiseerd in geval van bepaalde liquiditeitsgebeurtenissen. Deze liquiditeitsgebeurtenissen omvatten (i) de ontbinding en liquidatie van de Emittent; (ii) een overdracht van alle of vrijwel alle activa of aandelen van de Emittent; (iii) een fusie, splitsing of andere bedrijfsherstructurering van de Emittent die ertoe leidt dat de aandeelhouders die vóór de transactie de meerderheid van de stemrechten in de Emittent hadden, na de transactie niet de meerderheid van de stemrechten in de overlevende entiteit bezitten; (iv) de lancering van een openbaar overnamebod op de aandelen; en (v) elke andere transactie met in wezen hetzelfde economische effect als bepaald door de Raad van Bestuur.

Geen van de warranten is definitief verworven, vervallen of kan momenteel worden uitgeoefend. De reële waarde van de warranten wordt hieronder weergegeven per warrantenplan op basis van een Black-Scholes Merton waarderingsmodel met de volgende veronderstellingen:

ESOP 2021 ESOP 2020
Aandelenprijs 17,70 16,20
Uitoefenprijs 17,63 16,20
Volatiliteit 20
%
24
%
Risicovrije rente -0,53 -0,66
Contractuele termijn 5,00 5,00
Dividend rendement
Reële waarde warranten per aandeel € 3,01 € 3,24

Voor ESOP 2020 werd de volatiliteit bepaald op basis van de gemiddelde volatiliteit van vergelijkbare Europese concurrenten in de sector "waterafvaldiensten". Voor ESOP 2021 werd de volatiliteit gebaseerd op zowel de gemiddelde volatiliteit van vergelijkbare Europese concurrenten als de volatiliteit van Ekopak sinds de beursgang.

De kosten voor op aandelen gebaseerde betalingen per 31 december 2021 bedragen KEUR 59.

17. Winst per aandeel

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst (verlies) over het jaar toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij te delen door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen gedurende het jaar. De Vennootschap heeft 35.000 verwaterde potentieel gewone aandelen m.b.t. de ESOP warranten. De Vennootschap verkeert in een verliesgevende positie in 2021 en 2020 en als zodanig zouden de potentiële gewone aandelen het verlies per aandeel verminderen, wat resulteert in een niet-verwaterend effect. Als zodanig is de gewone winst per aandeel gelijk aan de verwaterde winst per aandeel.

De volgende netto winst en aandelengegevens zijn gebruikt bij de berekeningen van de winst per aandeel:

In 000€, uitgezonderd gegevens per aandeel in '000 2021 2020
Nettowinst/(verlies) toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van
de moedermaatschappij voor gewone winst en verwaterde winst per
aandeel
-700 -93
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone en verwaterde
winst per aandeel
13 828 10 780

18. Voorzieningen en toegezegde pensioenplannen

Voorzieningen zijn onder meer:

in 000€ Op 31 december
2021 2020
Voorziening Legale Claim van klanten -248 -320
Netto toegezegde pensioenverplichting -294 -80
Totaal voorzieningen en toegezegde pensioenplannen -542 -400

Bewegingen in de voorzieningen voor juridische claims van klanten gedurende het boekjaar worden hieronder weergegeven:

in 000€ 2021 2020
Op 1 januari -320 -348
Addities -26 -57
Gebruik 85
Terugname 98
Op 31 december -248 -320

De afname van de voorzieningen (KEUR 68) in het geconsolideerde kasstroomoverzicht omvat de toevoegingen en terugnames uit de bovenstaande tabel voor een bedrag van respectievelijk KEUR 26 en KEUR 98 en een toevoeging van KEUR 4 voor de toename toegezegde pensioenplannen voor het bedrag dat is opgenomen in de resultatenrekening.

Voorziening voor juridische claims van klanten

De vennootschap heeft een juridische claim met een klant waarvoor zij de verwachte te betalen schadevergoedingen en de gerelateerde erelonen en interesten heeft opgenomen, in het geval de vennootschap niet in staat zou zijn de zaak met succes voor de rechtbank of in beroep te verdedigen.

De claims hebben betrekking op projecten die vóór 2018 zijn gerealiseerd waarbij de klant beweert dat de waterkwaliteit en het geproduceerde volume niet voldoen aan de contractuele vereisten en waarbij het bedrijf de zaak al in de rechtbank heeft verloren en momenteel in beroep is.

Een van de vorderingen is in 2019 in hoger beroep afgehandeld voor het uiteindelijke bedrag van KEUR 93. Het bedrag is in 2020 betaald. De tweede vordering is ultimo 2021 nog niet afgewikkeld en ligt momenteel ter expertise bij de rechtbank. Het bedrijf verwacht geen uitspraak voor 2024. Ekopak verloor in 2018 in eerste aanleg voor de tweede claim, maar ging in beroep. Op de tweede claim wordt jaarlijkse rente opgebouwd. Door een schattingswijziging met betrekking tot de maximale exposure van de tweede rechtszaak daalde de voorziening voor claims met KEUR 72.

Voorwaardelijke verplichtingen en niet-opgenomen contractuele verplichtingen

De Vennootschap heeft geen voorwaardelijke verplichtingen en geen materiële niet-opgenomen contractuele verplichtingen.

Toegezegde pensioenplannen

De Vennootschap heeft twee actieve Belgische tak 23 groepsverzekeringen voor management en werknemers waarbij de maandelijkse werkgeversbijdrage in het plan gelijk is aan een percentage boven een referentiesalaris. Het percentage is variabel en gebaseerd op het aantal jaren dat de persoon voor het bedrijf werkt.

De Vennootschap heeft ook twee slapende Belgische pensioenplannen "branche 21" (voor kaderleden en voor de werknemers). Vanaf 1 juli 2021 worden werkgeversbijdragen voor nieuwe en bestaande werknemers betaald met betrekking tot de actieve pensioenregelingen "branche 23".

Er zijn geen werknemersbijdragen in de plannen. De verzekering van de Vennootschap bouwt een pensioenkapitaal op en dekt uitkeringen bij overlijden van de leden.

De werkgeversbijdrage is onderworpen aan een gegarandeerd minimumrendement van 1,75%, wat ertoe leidt dat de verzekeringsplannen van de Vennootschap worden geclassificeerd als een toegezegde pensioenregeling.

Het aantal leden en de gemiddelde leeftijd van de leden in de plannen is als volgt:

Op 31 december
2021 2020
Aantal actieve leden 43 28
Aantal inactieve leden 7 2
Gemiddelde leeftijd 37 39

De netto toegezegde pensioenplannen zijn als volgt:

Op 31 december
in €000 2021 2020
Netto toegezegde pensioenplannen aan het begin van het jaar 80 48
Toegezegde pensioenverplichting opgenomen in resultatenrekening 68 66
Totale herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerd resultaat 209 15
Werkgeversbijdragen -64 -49
Netto toegezegde pensioenplannen aan het einde van het jaar 294 80

De stijging in de netto toegezegde pensioenplannen vergeleken met vorig jaar, is voornamelijk het gevolg van de stijging in de veronderstelling van de salarisverhoging van 0,00% naar 3,00%.

De bruto toegezegde pensioenplannen zijn als volgt:

Op 31 december
in €000 2021 2020
Toegezegde pensioenplannen aan het begin van het jaar 189 124
Huidige service kosten 67 65
Interestkosten 2 2
Uitkeringen -4 -5
Belastingen op bijdragen -7 -7
Verzekeringspremies op risicodekkingen -5 -4
Actuarieel verlies op toegezegde pensioenplannen als gevolg van wijziging in
financiële veronderstellingen
173 13
Actuarieel verlies (winst) op toegezegde pensioenplannen door
ervaringsaanpassingen
51 1
Toegezegde pensioenplannen aan het einde van het jaar 468 189

De reële waarde van de fondsbeleggingen is als volgt:

Op 31 december
in €000 2021 2020
Reële waarde van de fondsbeleggingen aan het begin van het jaar 110 76
Interestopbrengsten 1 1
Werkgeversbijdragen 64 49
Uitkeringen -4 -5
Belastingen op bijdragen -7 -6
Verzekeringspremies op risicodekkingen -5 -4
Wijzigingen in rendement van de fondsbeleggingen 15 -1
Reële waarde van de fondsbeleggingen aan het einde van het jaar 174 110

De fondsbeleggingen worden belegd in een verzekeringscontract met gegarandeerde rentevoet (tak 23-product).

De berekening van de toegezegde pensioenplannen is uitgevoerd op basis van de onderstaande veronderstellingen:

Op 31 december
2021 2020
Discontovoet 0,85% 1,00%
Looptijd van schulden 24,8 23
Inflatiepercentage 1,80% 1,70%
Salarisverhoging (exclusief inflatie) 3,00% 0,00%
Uitbetalingspercentage (jaarlijks) 2,50% 2,50%

De discontovoet werd op elke waarderingsdatum afgeleid van de index iBoxx EUR Corporate AA, rekening houdend met de gewogen gemiddelde looptijd van de verplichtingen. Het inflatiepercentage is gebaseerd op de lange termijn doelstelling van de Europese Centrale Bank. De aanname van de pensioenleeftijd is in overeenstemming met de huidige wettelijke vereisten. Het uitbetalingspercentage en het salarisverhogingspercentage weerspiegelen de verwachtingen van de Vennootschap op lange termijn.

Een sensitiviteit met redelijke mogelijke veranderingen van de discontovoet en het inflatiepercentage zou de netto toegezegde pensioenplannen als volgt beïnvloeden (positief = toename netto verplichting toegezegde pensioenplannen / negatief = afname van netto verplichting toegezegde pensioenplannen):

Op 31 december
in €000 2021 2020
Stijging van 0,25% van de discontovoet -33 -11
Daling van 0,25% van de discontovoet 35 15
Stijging van 0,25% van het inflatiepercentage 17 7
Daling van 0,25% van het inflatiepercentage -17 -4

De verwachte werkgeversbijdragen voor het jaar 2022 bedragen 184 KEUR.

19. Reële waarde

De boekwaarde van de financiële activa en de financiële schulden kunnen als volgt worden weergegeven:

Boekwaarde
Op 31 december
in 000€ 2021 2020
Financiële activa
Financiële vaste activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs
Handelsvorderingen 2 981 3 299
Overige kortlopende vorderingen 45 46
Geldmiddelen en kasequivalenten 42 100 1 300
Totale financiële activa 45 126 4 645
Financiële schulden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs
Leningen 2 754 3 098
Leasingschulden 675 562
Handels- en overige schulden 3 828 2 449
Overige kortlopende schulden 55 35
Totale financiële vaste activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs 7 312 6 144
Totaal langlopend 2 232 2 625
Totaal kortlopend 5 080 3 519

De reële waarde van de financiële activa en de financiële verplichtingen kan als volgt worden weergegeven:

Reële waarde
Op 31 december
in 000€ 2021 2020
Financiële activa
Financiële vaste activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs
Handelsvorderingen 2 981 3 299
Overige kortlopende vorderingen 45 46
Geldmiddelen en kasequivalenten 42 100 1 300
Totale financiële activa 45 126 4 645
Financiële schulden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs
Leningen 2 779 3 119
Leasingschulden 675 562
Handels- en overige schulden 3 828 2 449
Overige kortlopende schulden 55 35
Totale financiële vaste activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs 7 337 6 165
Totaal langlopend 2 254 2 644
Totaal kortlopend 5 083 3 521

De reële waarde van de financiële activa en financiële schulden is bepaald op basis van de volgende methoden en veronderstellingen:

  • De boekwaarde van de geldmiddelen en kasequivalenten, de handelsvorderingen en de andere kortlopende vorderingen benaderen hun reële waarde vanwege hun korte termijn karakter.
  • De boekwaarde van handelsschulden en overige schulden benadert hun reële waarde vanwege het korte termijn karakter van deze instrumenten.
  • Leningen worden geëvalueerd op basis van hun rentetarieven en vervaldata. De meeste rentedragende schulden hebben een vaste rente en hebben hierdoor een verschillende reële waarde. We hebben de reële waarde geschat door de toekomstige betalingen inclusief rente te verdisconteren met de huidige rentevoet van lening met een vergelijkbare looptijd.

De reële waarde van de leningen wordt geclassificeerd als een niveau 2 in de reële waarde hiërarchie. De Vennootschap heeft openbare rentetarieven op basis van Euribor gebruikt, aangepast met een geschatte schuldmarge voor elk contract om de reële waarde te schatten.

20. Leningen en leasingschulden

De langlopende schulden omvatten het volgende:

Op 31 december
In 000€, uitgezonderd interestvoet 2021 2020
Leasingschulden (interestvoet: 1,52% tot 7,98%) 675 562
Investeringskrediet (interestvoet: 1,28% tot 3,78%) 1 500 1 563
Overheidslening (interestvoet: 3%) 148 222
Investeringskrediet voor specifiek klantenproject (interestvoet: 1,48%) 1 106 1 313
Totaal financiële schulden 3 429 3 660
Waarvan kortlopend 804 709
Waarvan langlopend 2 625 2 951

De investeringskredieten met een totale boekwaarde van KEUR 1.500, KEUR 1.563 op respectievelijk 31 december 2021 en 2020 zijn investeringskredieten met een vaste rentevoet tussen 1,28% en 3,78% met looptijden tussen 36 en 180 maanden. Voor één investeringskrediet met een looptijd van 180 maanden en een boekwaarde van KEUR 701 en KEUR 772 op respectievelijk 31 december 2021 en 2020, kan de bank de vaste interestvoet elke 5 jaar herzien. Bepaalde investeringsleningen laten een vervroegde terugbetaling toe op elke rentevervaldag en/of de renteherzieningsdatum.

De investeringskredieten worden gedekt door middel van:

  • Hypotheek voor het investeringskrediet met betrekking tot de bouw van KEUR 55
  • Volmacht voor een hypotheek met betrekking tot het gebouw van KEUR 1.328
  • Pandrecht en volmacht voor een pandrecht op het handelsfonds voor een totaal bedrag van KEUR 500
  • Pandrecht op de zakelijke goederen voor een totaal bedrag van KEUR 600
  • Overheidsgarantie van PMV voor een totaal bedrag van KEUR 150

Bovengenoemd onderpand wordt ook aangewend voor de bankgaranties die de bank aan bepaalde klanten verstrekt voor lopende projecten.

De overheidslening is een lening toegekend door "Participatiefonds Vlaanderen" voor een totaal bedrag van KEUR 300 en een looptijd van 60 maanden. Kapitaalstortingen zijn pas betaalbaar vanaf de 13de maand. De overheidslening heeft geen garanties.

Het investeringskrediet voor een bedrag van KEUR 1.106 heeft betrekking op de financiering van een klantenproject met een WaaS contract. De lening heeft een looptijd van 84 maanden, een vaste rentevoet van 1,48%. Dit investeringskrediet heeft een pandrecht op de contractuele betaling te betalen door de klant en op de betrokken waterprocesinstallatie voor een totaal bedrag van KEUR 1.500 en een algemene garantie van KEUR 75.

Onder de voorwaarden van de belangrijkste financieringsfaciliteiten is de groep verplicht om te voldoen aan de volgende financiële convenanten:

  • Beperking van verkoop of verpanding voor alle activa onder de leningsovereenkomsten (verkoop of verhuur voor meer dan 9 jaar)
  • Beperking van de uitkering van reserves en winsten totdat de Vennootschap een solvabiliteitsratio van 20% heeft
  • De Vennootschap mag geen nieuwe bankrelaties aangaan zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de huidige kredietverstrekkers
  • De Vennootschap is beperkt in het verstrekken van garanties voor verplichtingen van zichzelf of van derden totdat de leningsfaciliteiten zijn beëindigd
  • Beperking van wijziging van zeggenschap over de Vennootschap

De Vennootschap heeft gedurende de verslagperiode aan deze convenanten voldaan.

Kasstromen uit financieringsactiviteiten

De kasstroom uit de financieringsactiviteiten kan als volgt worden weergegeven:

2021 2020
Op 1 januari 3 660 4 197
Ontvangsten uit leningen 143 700
Terugbetalingen van leningen -842 -1 316
Nieuwe leningen door bedrijfscombinaties 355
Nieuwe leases (niet-kas) 241 261
Nieuwe leases door bedrijfscombinaties 194
Terugbetaling van leasingschulden -290 -167
Buitengebruikstelling van leases (niet-kas) -32 -15
Op 31 december 3 429 3 660

21. Kortlopende verplichtingen

De kortlopende verplichtingen zijn de volgende:

in 000€ Op 31 december
2021 2020
Handels- en overige schulden
Handelsschulden -3 433 -2 228
Schulden uit personeelsbeloningen -396 -220
Totaal handels- en overige schulden -3 828 -2 449
Overige kortlopende verplichtingen
Te betalen aan de klant voor waarborg op de verpakkingen -43 -35
Overige -16
Totaal overige kortlopende verplichtingen -59 -35

Het bedrag dat aan de klanten verschuldigd is voor waarborg op de verpakkingen is de verwachte terugbetaling van de prijs die door elke klant is betaald voor de verpakkingsmaterialen die door de Vennootschap aan de klant worden geleverd wanneer ze door de klant aan de Vennootschap worden geretourneerd. Deze schuld heeft betrekking op de vordering op de leveranciers voor waarborg op de verpakkingen.

22. Kapitaal management

Het hoofddoel van de kapitaalbeheerstrategie van de Vennootschap is ervoor te zorgen dat het gezonde kapitaalratio's handhaaft om zijn bedrijfsactiviteiten te ondersteunen en de aandeelhouderswaarde te maximaliseren. Het kapitaal wordt gedefinieerd als het aandelenkapitaal van de Vennootschap. Het kapitaal bedraagt in totaal KEUR 58.583 en KEUR 5.015 op respectievelijk 31 december 2021 en 2020. De verhouding van het kapitaal ten opzichte van de totale passiva en het eigen vermogen (solvabiliteitsratio) bedraagt respectievelijk 87% en 42% per 31 december 2021 en 2020.

De Vennootschap herziet consequent haar kapitaalstructuur en voert aanpassingen door in het licht van veranderende economische omstandigheden, verwachte bedrijfsgroei en kasbehoeften om de groei te financieren.

23. Financieel risico beheer

Marktrisico's

De Vennootschap is niet significant onderhevig aan marktrisico's zoals interestrisico's, wisselkoersrisico's en andere marktrisico's die de reële waarde of de toekomstige kasstromen van de financiële instrumenten zouden kunnen beïnvloeden. Als zodanig wordt er geen sensitiviteitsanalyse uitgevoerd.

Interestrisico's

De Vennootschap is niet onderhevig aan directe veranderingen in interestvoeten aangezien nagenoeg alle uitstaande leningen een vaste intrestvoet hebben behalve voor een korte termijn "straight loan" en twee lange termijn investeringskredieten waarbij de vaste rentevoet elke 5 jaar kan herzien worden. De intrestvoet voor deze investeringskredieten werd laatst herzien in 2019 en de volgende herziening zal plaats hebben in 2024.

Wisselkoersrisico's

De Vennootschap factureert in EUR en niet in vreemde valuta. Daarnaast koopt de Vennootschap zijn materiaal aan in EUR. De Euro is de functionele valuta van de Vennootschap. Daaruit volgt dat de Vennootschap niet onderhevig is aan wisselkoersrisico's.

Liquiditeitsrisico's

Liquiditeitsrisico is het risico dat de Vennootschap niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen naarmate zij opeisbaar worden. De Vennootschap verwacht haar verplichtingen met betrekking tot de financieringsovereenkomsten na te kunnen komen door middel van de operationele kasstromen. Het risico wordt tegengegaan door regelmatig liquiditeitsmanagement op bedrijfsniveau. De Vennootschap heeft van oudsher financierings- en leaseovereenkomsten afgesloten met financiële instellingen om belangrijke projecten en bepaalde werkkapitaalvereisten te financieren.

De contractuele verplichtingen kunnen als volgt worden samengevat:

in 000€ Minder dan
1 jaar
2 tot 3 jaar 4 tot 5 jaar Meer dan 5
jaar
Totaal
Op 31 december 2021
Leningen 572 958 815 609 2 954
Leasingschulden 291 379 19 689
Handels- en overige schulden 3 828 3 828
Andere kortlopende schulden en
ontvangen voorschotten
59 59
Totaal 4 750 − 1 337 − 834 − 609 7 530
Op 31 december 2020
Leningen 540 1 021 791 1 028 3 380
Leasingschulden 243 317 80 640
Handels- en overige schulden 2 449 2 449
Andere kortlopende schulden 35 35
Totaal 3 267 1 338 871 1 028 6 504

De in de bovenstaande tabel vermelde bedragen zijn de contractuele niet-verdisconteerde kasstromen. De binnen het jaar verschuldigde saldi zijn gelijk aan hun boekwaarde, aangezien het effect van verdiscontering niet significant is.

Het bedrijf is niet onderworpen aan convenanten.

Kredietrisico's

Kredietrisico is het risico dat derden hun contractuele verplichtingen niet nakomen wat resulteert in een verlies voor het bedrijf. De onderneming wordt blootgesteld aan kredietrisico's van haar operationele activiteiten (voornamelijk handelsvorderingen en contract activa) en van haar financieringsactiviteiten (Liquide middelen en kasequivalenten), dewelke voornamelijk liquide middelen en korte-termijn deposito's zijn bij financiële instellingen met een hoge kredietwaardigheid. De Vennootschap beperkt haar kredietrisico's door enkel contracten aan te gaan met kredietwaardige bedrijfspartners en met financiële instellingen met een hoge kredietwaardigheid. Bovendien worden de portefeuille aan vorderingen op continue basis opgevolgd.

Handelsvorderingen en contract activa

Het kredietrisico van klanten wordt beheerd door elke business unit, gebaseerd op het vastgestelde beleid, de procedures en de controles van de Vennootschap met betrekking tot klanten kredietrisico management. Historisch gezien heeft de Vennootschap geen aanzienlijke kredietverliezen gehad en heeft het momenteel slechts een kredietverliesvoorziening voor een beperkt aantal klanten waarvoor de kredietverliezen zeer waarschijnlijk zijn. De Vennootschap is van mening dat de verwachte kredietverliezen niet materieel zijn.

De vennootschap evalueert regelmatig de risicoconcentratie met betrekking tot handelsvorderingen en contract activa. De Vennootschap werkt alleen met klanten die actief zijn in de chemische, farmaceutische en voedingsmiddelenindustrie met een uitstekende kredietwaardigheid. De contract activa per 31 december 2021 omvatten één klant met contract activa van 88% in vergelijking met de totale contract activa.

Hieronder wordt een overzicht weergegeven van de maximale kredietrisicoblootstelling op de handelsvorderingen van de onderneming:

in 000€ Totaal Niet
verschuldig
d
Minder dan
30 dagen
31-60
dagen
>61 dagen
Op 31 december 2021 2 981 2 244 349 61 327
Op 31 december 2020 3 297 2 782 142 160 213

Het maximale kredietrisicoblootstelling in 2020 werd sterk beïnvloed door één openstaande factuur van 1.424 KEUR gerelateerd aan het eenmalige verkoopmodel.

Liquide middelen en kasequivalenten

Het kredietrisico van de liquide middelen en kasequivalenten die bij financiële instellingen worden aangehouden, wordt beheerd door cash te plaatsen bij hoog-kredietwaardige financiële instellingen (KBC en BNP Paribas Fortis). De Vennootschap belegt haar overtollige liquide middelen niet in andere financiële instrumenten dan kasequivalenten. De maximale blootstelling van het bedrijf aan kredietrisico is de boekwaarde van de liquide middelen en kasequivalenten in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie.

Operationele risico's

Voor de operationele risico's verwijzen wij naar de paragraaf risicobeheersing in dit jaarverslag.

24. Relaties met verbonden partijen

Deze toelichting geeft een overzicht van alle transacties met verbonden partijen met Pilovan BV en Alychlo NV als aandeelhouder en zijn vertegenwoordiging in het sleutelmanagement.

Het sleutelmanagement wordt tewerkgesteld via management overeenkomsten en loondienst. Daarnaast heeft de Vennootschap een groepsverzekering ten voordele van het sleutelmanagement.

in 000€ 2021 2020
Korte-termijn beloningen 553 349
Beloningen na uitdiensttreding 11 11
Totaal 564 360
Toegekende warranten 35 000 30 000
Openstaande warranten 35 000 30 000

Het sleutelmanagement bestaat uit 5 personen (inclusief de CEO) vanaf 2021 (2020: 4).

Er werden 35 000 warranten toegekend aan het sleutelmanagement op 31 december 2021 (2020: 30 000 ). We verwijzen naar toelichting 16 voor bijkomende informatie.

De Vennootschap heeft een rekening-courant vordering op Pilovan die volledig eigendom is van een van de aandeelhouders en lid van het management, evenals een lopende rekening op de bestuurder in persoon. De rekening-couranten totaal bedragen respectievelijk KEUR 9 en KEUR 11 op 31 december 2021 en 2020. De rekening-courant is rentedragend. De totale interestopbrengsten ontvangen van deze verbonden partijen bedraagt KEUR 1 op 31 december 2021 en 2020.

25. Gebeurtenissen na balansdatum

Op 27 januari 2022 heeft de Vennootschap de samenwerking met PMV en Water-Link bekend gemaakt om het behandelde afvalwater van Antwerpen om te zetten in koelwater voor bedrijven in de haven van Antwerpen, dit tegen 2025. De samenwerking heet Waterkracht en is een significante mijlpaal in de transitie tot een duurzame haven.

Om dit pionierproject te realiseren zijn de partijen een voorovereenkomst aangegaan (Memorandum of Understanding) om een joint venture te vormen. De joint venture heet WaterKracht en is het eerste voorbeeld van een publiek-private samenwerking voor Ekopak. Ekopak bezit 51% in de gevormde joint venture. Het doel is om de waterfabriek volledig operationeel te hebben in 2025.

Op 1 januari 2022 fuseerden de legale entiteiten Ekopak NV, iServ BV en Water-as-a-service NV tot Ekopak NV.

Ekopak maakte op 24 februari 2022 de investering in een nieuw bedrijfspand bekend. Ekopak heeft overeenstemming bereikt over de realisatie van de nieuwbouw op een perceel van ca. 2,1 ha op de site van De Prijkels in Deinze. De investering is nodig om de toekomstige groei van Ekopak te ondersteunen en te versnellen. Ook op het gebied van duurzaamheid wil Ekopak een voortrekkersrol spelen.

26. Vergoeding van de commissaris

De vergoeding voor professionele dienstverlening door PwC in 2020 en 2021 is als volgt:

in 000€ 2021 2020
Vergoeding audit 68 48
Vergoeding contractuele audit m.b.t. 2018 en 2019 46
Vergoeding voor de commissaris voor specifieke opdrachten (voornamelijk
gerelateerd aan IPO en wettelijke opdrachten)
222 6
Totaal 290 100

27. Belangen in andere entiteiten

De belangrijkste dochterondernemingen van de groep op 31 december 2021 worden hieronder uiteengezet.

Naam van de entiteit Land van
oprichting
Eigendomsbelang aangehouden
door de groep
Op 31 december
Ekopak NV België
Water-as-a-Service NV België 100% 100%
iServ BV België 100% 0%
Ekopak SAS Frankrijk 100% 0%

Tenzij anders vermeld, hebben ze een aandelenkapitaal dat uitsluitend bestaat uit gewone aandelen die rechtstreeks door de groep worden aangehouden, en het aandeel van de eigendomsbelangen dat wordt aangehouden is gelijk aan de stemrechten die door de groep worden aangehouden. Het land van oprichting of registratie is ook hun hoofdzetel.

Veranderingen in de dochterondernemingen van de groep ten opzichte van vorig jaar hebben betrekking tot de in toelichting 6 uitgeschreven acquisitie van iServ BV op 23 april 2021 en de opname van Ekopak France op 14 september 2021.

28. NON-GAAP maatstaven

De aangepaste EBITDA is gebruikt in toelichting 5 Segment Informatie als een basis voor de prestatie maatstaf per segment. We berekenen de aangepaste EBITDA als winst (verlies) voor belastingen plus financiële kosten, min financiële opbrengsten, plus kosten van geschillen en afschrijvingskosten.

De EBITDA is gebruikt in toelichting 5 Segment Informatie als een basis voor de prestatie maatstaf per segment. We berekenen de EBITDA als winst (verlies) voor belastingen plus financiële kosten, min financiële opbrengsten, plus afschrijvingskosten.

AANVULLENDE INFORMATIE

Aanvullende informatie

De financiële staten van het moeder bedrijf, Ekopak NV, worden hieronder in beknopte vorm weergegeven.

De waarderingsregels gebruikt voor de statutaire jaarrekening van Ekopak NV verschillen van de waarderingsregels gebruikt voor de geconsolideerde jaarrekening: de statutaire jaarrekening volgt de Belgische wettelijke bepalingen, terwijl de geconsolideerde jaarrekening de International Financial Reporting Standards volgt. Enkel de geconsolideerde jaarlijkse financiële staten zoals opgenomen op de voorgaande pagina's geeft een getrouw beeld van de financiële positie en prestaties van de Ekopak groep.

Het verslag van de Raad van Bestuur aan de gewone algemene vergadering van aandeelhouders en de jaarrekening van Ekopak NV, evenals het verslag van de commissaris, zullen binnen de wettelijke termijnen bij de Nationale Bank van België worden neergelegd. Deze documenten zijn op aanvraag verkrijgbaar bij de Investor Relations afdeling van Ekopak ([email protected]), en op https://ekopaksustainablewater.com/investor-relations.

Het verslag van de commissaris bevat geen enkel voorbehoud en bevestigt dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van Ekopak NV voor het jaar eindigend op 31 december 2021 een getrouw beeld geeft van de financiële positie en van de resultaten van de vennootschap, rekening houdend met de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die daarop van toepassing zijn.

AANVULLENDE INFORMATIE

1. Balans na winstverdeling

in 000€ 2021 2020
Vaste activa 9 700 5 005
Immateriële vaste activa 172 90
Materiële vaste activa 4 532 4 164
Financiële vaste activa 4 996 751
Vlottende activa 56 406 6 293
Vorderingen op meer dan één jaar 0 0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 8 849 2 099
Vorderingen op ten hoogste één jaar 15 140 3 534
Geldbeleggingen 0 0
Liquide middelen 32 246 629
Overlopende rekeningen 171 30
Totaal van de activa 66 106 11 297
Eigen vermogen 58 118 4 894
Kapitaal 6 671 0
Uitgiftepremies 55 116 0
Andere 0 5 162
Reserves 53 53
Overgedragen winst (verlies) -3 722 -321
Kapitaalsubsidies 0 0
Voorzieningen en uitgestelde belasting 248 320
Voorzieningen voor risico's en kosten 248 320
Schulden 7 739 6 084
Schulden op meer dan één jaar 2 245 2 750
Schulden op ten hoogste één jaar 5 487 3 333
Totaal van de passiva 66 106 11 297

De toename van de immateriële vaste activa houdt verband met investeringen in software. De software heeft betrekking op geactiveerde standaardsoftware die bij derde is aangekocht of in licentie is gegeven en het cloud platform dat wordt gebruikt voor de monitoring van de dienstverleningsactiviteiten. De overige immateriële vaste activa bestaan voornamelijk uit een bibliotheek van elektronische 3Dontwerpcomponenten waarvoor externe uitgaven van technisch ontwerpers zijn geactiveerd.

De toename van de materiële vaste activa houdt voornamelijk verband met de kapitalisering van huurcontainers (0,5 miljoen euro).

De financiële activa zijn toegenomen door investeringen in iServ BV (1,2 miljoen euro) en in Ekopak France SAS (3 miljoen euro).

De toename van de voorraden heeft voornamelijk betrekking op werk in uitvoering (5,9 miljoen euro).

De vorderingen op ten hoogste één jaar zijn toegenomen als gevolg van de intercompany rekeningcourant van Water-as-a-Service NV (1 miljoen euro) en iServ BV (6 miljoen euro). De handelsvorderingen zijn toegenomen door een openstaande positie van 5,1 miljoen euro met betrekking tot de verkoop van waterproces- of desinfectie installaties aan Water-as-a-Service NV.

De toename in geldmiddelen en kasequivalenten is het gevolg van de kapitaalverhoging. Ekopak NV heeft door middel van een IPO netto 54,3 miljoen euro opgehaald. De toename wordt deels gecompenseerd door de acquisitie van iServ (1,2 miljoen euro), de oprichting van Ekopak France SAS (3 miljoen euro), de financiering van iServ BV (6 miljoen euro) en door voorfinanciering van de bouw van waterproces- of desinfectie installaties.

Het eigen vermogen steeg als gevolg van de IPO met 56,6 miljoen euro. Het eigen vermogen werd verminderd met het verlies van het jaar ten belope van 3,4 miljoen euro, waarvan 3,7 miljoen euro gerelateerd is aan kosten rechtstreeks gelinkt aan de IPO.

De schulden op ten hoogste één jaar stegen als gevolg van de groei in de Water-as-a-Service business evenals de toename van het personeelsbestand. Een belangrijke overige schuld is de toename van de verschuldigde BTW (0,6 miljoen euro) die het gevolg is van de verkoop van waterproces- of desinfectie installaties aan Water-as-a-Service NV.

2. Resultatenrekening

in 000€ 2021 2020
Bedrijfsopbrengsten 19 623 10 877
Bedrijfskosten -19 276 -11 304
Financieel resultaat -3 740 -112
Belastingen -7 -5
Overboeking naar de belastingvrije reserves 0 0
Winst/(verlies) van het boekjaar -3 401 -544

De bedrijfsopbrengsten van Ekopak NV stegen met 80% tot 19,6 miljoen euro. Dit houdt verband met de versnelde overgang naar de Water-as-a-Service business die resulteerde in een sterke toename van verkochte WaaS-projecten.

De bedrijfskosten stegen met 8 miljoen euro en bestaan uit de toename van de kostprijs van verkochte goederen voor een bedrag van 6,3 miljoen euro. Dit is het gevolg van de groei en de overgang naar de WaaS business. De diensten en diverse goederen stegen met 0,8 miljoen euro terwijl de personeelskosten stegen met 1,2 miljoen euro. De toename van de lonen houdt verband met de uitbreiding van het aantal VTE's, 46,3 in 2021 ten opzichte van 32,3 in 2020.

3. Resultaatverwerking van Ekopak NV resultaten

in 000€ 2021 2020
Te bestemmen winst/(verlies) van het boekjaar -3 401 -544
Overgedragen winst/(verlies) van het vorige boekjaar -321 223
Te bestemmen winst/(verlies) -3 722 -321
Onttrekking/toevoeging aan de overige reserves 0 0
Over te dragen winst/(verlies) -3 722 -321
Bruto dividenden 0 0
Totaal -3 722 -321

Het verlies van het boekjaar wordt overgedragen naar 2022.

Auditrapport

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS VAN EKOPAK NV OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2021

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Ekopak NV (de "Vennootschap") en haar filialen (samen "de Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Het vormt één geheel en is ondeelbaar.

Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 4 december 2020, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2022. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap uitgevoerd gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.

1. Verslag over de geconsolideerde jaarrekening

1.1. Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2021 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde balans van KEUR 67.423 en de geconsolideerde resultatenrekening sluit af met een verlies van het boekjaar van KEUR 700.

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2021, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

1.2. Basis voor het oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.

Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

1.3. Kernpunten van de controle

Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.

2. Waardering van contract activa

2.1. Beschrijving van het kernpunt van de controle

Verwezen wordt naar Toelichting 2: Voornaamste boekhoudprincipes: 4.2 Omzet geboekt over tijd en Toelichting 14: Contract activa. De contract activa bedroegen KEUR 1.733 op 31 december 2021.

We hebben ons geconcentreerd op de omzeterkenning van constructie contracten en de gerelateerde contract activa, omdat de Groep een aanzienlijk deel van haar omzet genereert uit projecten die onder IFRS kwalificeren als constructie contracten. De erkenning van de omzet en de schatting van het resultaat van constructie contracten met een vaste prijs is complex en vereist een aanzienlijke beoordeling door het management, met name met betrekking tot de toerekening van de gemaakte kosten aan de juiste projecten, de inschatting van de kosten om de contracten te voltooien (marge die zal worden gerealiseerd) alsook de beoordeling van het stadium van voltooiing van het project (voortgang in de tijd). Om deze redenen hebben wij tijdens onze controle de contract activa uit deze constructie contracten als meest significant geïdentificeerd.

2.2. Hoe dit kernpunt in het kader van onze controle werd benaderd

Onze toetsing van de contract activa omvatte procedures om inzicht te krijgen in de gerelateerde processen en controles, evenals gegevensgerichte testprocedures met betrekking tot de boeking van de contract activa, de gerelateerde omzet en het bepalen van het stadium van voltooiing van de contracten. Onze controlewerkzaamheden omvatten onder meer het in aanmerking nemen van de geschiktheid van de voornaamste boekhoudprincipes van de Groep voor de erkenning van omzet. We hebben ook een evaluatie gemaakt van de belangrijke beoordelingen die door het management zijn gemaakt op basis van het onderzoek van de gerelateerde projectdocumentatie en de discussie over de status van constructie contracten met de financiële en technische staf van de Groep voor specifieke individuele transacties en projecten.

Om de betrouwbaarheid van de schattingen van het management te evalueren, hebben we bovendien de totale prijs afgestemd met de ondertekende contracten en een steekproef van aankoopfacturen en timesheets getest om te verifiëren of deze aan de juiste projecten waren toegewezen. Verder hebben we het proportionele deel van de productieoverheadkosten die aan de verschillende projecten zijn toegewezen, afgestemd en herberekend. We hebben ook testen uitgevoerd op onverwachte journaalposten die op de omzet zijn geboekt om mogelijke ongebruikelijke of onregelmatige elementen te identificeren die van invloed kunnen zijn op contract activa en de bijbehorende omzeterkenning.

We hebben vastgesteld dat de beoordelingen door het management met betrekking tot de contract activa consistent en in overeenstemming waren met onze verwachtingen.

3. Waardering constructie in aanbouw (DBFMO)

3.1. Beschrijving van het kernpunt van de controle

Verwezen wordt naar Toelichting 2: Voornaamste boekhoudprincipes: 2.3.9 Materiële vaste activa en Toelichting 11: Materiële vaste activa. De constructie in uitvoering bedroeg KEUR 5.283 op 31 december 2021 en is volledig gerelateerd aan de DBFMO – Design Build Finance Maintain en Operate constructie in aanbouw (ook wel aangeduid als WAAS "Water-as-a-service")

Gezien de omvang van de totale kosten geactiveerd als constructie in aanbouw (materiaalkosten, directe arbeidskosten en een deel van de productieoverhead) en rekening houdend met de aanzienlijke beoordeling die vereist is inzake het toewijzen van de kosten aan het juiste project en het bepalen van de verdeelsleutels, hebben wij tijdens onze controle de constructie in aanbouw als meest significant geïdentificeerd.

3.2. Hoe dit kernpunt in het kader van onze controle werd benaderd

Onze toetsing van de constructie in aanbouw omvatte procedures om inzicht te krijgen in de gerelateerde processen en controles, evenals gegevensgerichte testprocedures met betrekking tot de boeking van de constructie in aanbouw en de gerelateerde geactiveerde kosten. Onze controlewerkzaamheden omvatten onder meer het in aanmerking nemen van de geschiktheid van de voornaamste boekhoudprincipes van de Groep. We hebben ook een evaluatie gemaakt van de belangrijkste beoordelingen die door het management zijn gemaakt op basis van het onderzoek van de gerelateerde projectdocumentatie en de bespreking van de voortgang van de constructie in aanbouw met de financiële en technische staf van de Groep voor specifieke individuele projecten.

Om de betrouwbaarheid van de geactiveerde kosten te evalueren, hebben we bovendien een steekproef van aankoopfacturen en timesheets getest om te verifiëren of deze aan het juiste project waren toegewezen. Verder hebben we het proportionele deel van de productieoverhead dat aan de verschillende projecten is toegewezen, afgestemd en herberekend. We hebben ook testen uitgevoerd op ongebruikelijk grote journaalposten met een invloed op de constructie in aanbouw.

We hebben geen materiële fouten gevonden tijdens onze testen.

3.3. Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

3.4. Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.

Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling worden hieronder beschreven.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle.

We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het omzeilen van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
  • het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;

• het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel

AUDITRAPPORT

Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.

Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.

4. Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen

4.1. Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.

4.2. Verantwoordelijkheden van de commissaris

In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

4.3. Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening

Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.

AUDITRAPPORT

4.4. Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

  • Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
  • De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.

4.5. Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)

Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerpnorm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna "ESEF"), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: "Gedelegeerde Verordening").

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna "digitale geconsolideerde financiële overzichten") opgenomen in het jaarlijks financieel verslag.

Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.

Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van Ekopak NV per 31 december 2021 in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.

Andere vermeldingen

Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.

Gent, 8 april 2022

De commissaris

PwC Bedrijfsrevisoren BV

Vertegenwoordigd door

Peter Opsomer

Bedrijfsrevisor

PwC Bedrijfsrevisoren BV - PwC Reviseurs d'Entreprises SRL - Financial Assurance Services Maatschappelijke zetel/Siège social: Culliganlaan 5, B-1831 Diegem Vestigingseenheid/Unité d'établissement: Sluisweg 1 bus 8, B-9000 Gent T: +32 (0)9 268 82 11, F: +32 (0)9 268 82 99, www.pwc.com BTW/TVA BE 0429.501.944 / RPR Brussel - RPM Bruxelles / ING BE43 3101 3811 9501 - BIC BBRUBEBB / BELFIUS BE92 0689 0408 8123 - BIC GKCC BEBB